Page 1

19 maart 2015 38ste Jaargang • nr. 23

‘Alles kan een verhaal worden’ Pagina 11

Wielrenner kwam tot inkeer: waarom God een slecht idee is

Hermans vond zijn studenten stom en was blij als ze protesteerden

Huisrelaties: verliefd worden = verhuizen. ‘We waren Romeo en Julia’

Pagina 6

Pagina 8

Pagina 9

Taakstraf voor fraude met cijferlijst Rechten gaat vaker aangifte doen: ‘We willen strenger worden’ Een oud-rechtenstudente van de Universiteit Leiden heeft zestig uur taakstraf en een voorwaardelijke celstraf van twee weken gekregen voor het vervalsen van haar cijferlijst. ‘Ik zag geen andere uitweg meer. Het voelde aan als een diploma of de dood.’

‘De Leidse examencommissie rook onraad’, zei politierechter Van Steen tegen de verdachte, vorige week tijdens de rechtszitting. ‘Daar komt nog bij dat de u had gefraudeerd met een bedrijfseconomieopdracht aan het Erasmus. De commissie is toen gaan spitten. Bij navraag in Rotterdam bleek dat de lijst was vervalst. U bent uitgenodigd voor een gesprek bij de examencommissie en daar ontkende u bij hoog en bij laag.’ ‘Ik voelde me aangevallen tijdens dat gesprek’, antwoordde de studen-

te duidelijk geëmotioneerd. ‘Ik had toen eerlijk moeten zijn. Er waren twee mannen en een vrouw. Maar ik was heel bang, vooral voor de mannen.’ Angst beheerste destijds haar leven, zei ze tegen de rechter. ‘Ik was steeds bang dat ik dood zou gaan. Dat ik zou worden vermoord. Ik was bang in mijn eigen huis. Dan werd ik wakker en dan dacht ik dat ik werd gewurgd in mijn bed. Ik heb een zoontje van bijna een jaar en was heel bang hij zou worden afgepakt. Ik was steeds zo ongelukkig en de studie halen leek de enige uitweg.

Dat ging al mijn problemen oplossen en mijn leven redden. Mijn gevoel was: de dood of een diploma. Dat heeft me hiertoe gedreven.’ Inmiddels loopt de studente bij een psycholoog. ‘Ik weet nu wat ik moet doen als ik angstaanval krijg. Ik weet ook dat er andere manieren zijn om mijn problemen op te lossen. Ik weet dat dit niet weer gaat gebeuren. Ik heb er echt heel veel spijt van.’ De rechter: ‘Hoe moet het nu verder met u?’ De studente: ‘Ik wil toch de rechtenstudie afmaken, wellicht in

‘Leiden moet op groene ranglijst’

Datingsite voor wetenschappers

Senaat kraakt plan beurspromovendi

Wetsvoorstel: kies universitair bestuur

Als enige Nederlandse universiteit doet Leiden niet mee aan de duurzaamheidsranglijst SustainaBul. Studenten starten een petitie omdat te veranderen.

Luris, het universiteitsbureau dat ontdekkingen naar de markt begeleidt, gaat veranderen. ‘Als onderzoeker kun je niet meer alleen je hand ophouden.’

De Eerste Kamer vindt het bursalenexperiment een verslechtering van de rechtspositie. Het zou een tweedeling tussen promovendi creëren.

De SP bereidt een wetsvoorstel voor waarmee studenten en docenten rechtstreeks hun universiteitsbestuurders mogen kiezen.

Pagina 4

Tekening Michiel Walrave

DOOR VINCENT BONGERS De 26-jarige studente, woonachtig in Den Haag, stapte over van de Erasmus Universiteit naar de Universiteit Leiden om hier de bachelor rechtsgeleerdheid en notarieel recht te volgen. Om vrijstellingen te krijgen, diende ze een vervalste cijferlijst in. Op die lijst stond dat ze 36 vakken had behaald. In werkelijkheid waren dat er slechts 20. Verder had ze een handtekening van een Erasmus-medewerker vervalst. De zaak is juridisch gezien eenvoudig. De verdachte heeft al bekend en er is genoeg ander bewijs. Arthur Elias, voorzitter van de examencommissie propedeuse en master rechtsgeleerdheid, legt uit waarom er aangifte is gedaan. ‘We vinden dat een student hier niet mee weg mag komen. Dit is niet wat spieken of zoiets. Het is misdadig handelen.’ Volgens universitair woordvoerder Caroline van Overbeeke doet de universiteit jaarlijks vier tot vijf keer aangifte tegen een student. ‘Dan gaat het vooral om fraude met diploma’s en cijferlijsten.’ Rechten deed slechts één keer eerder aangifte, in 2003. Toen bleek dat een rechtenstudente iemand anders onder haar naam tentamens liet maken. De examencommissie overweegt vaker aangifte te doen, zegt Elias. ‘We willen strenger worden en rechtenstudenten duidelijk maken dat dit echt niet kan.’ Het had niet veel gescheeld of de studente had de bachelorbul met de vervalsing binnengehaald. Ze had aan alle eisen voldaan en het diploma lag al klaar. Maar toen ze met dezelfde lijst vrijstellingen voor de master probeerde te krijgen, liep ze tegen de lamp.

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

Utrecht of Amsterdam, en ik loop stage bij een advocatenkantoor. Dat gaat goed. Ze zijn heel tevreden over mij. Ik maak kans op een baan.’ ‘Weten ze daar wel wat er speelt?’ ‘Nee. Ik heb het tegen niemand gezegd. Ik heb pas onlangs mijn moeder verteld dat ik niet meer in Leiden studeer.’ ‘Ik ben maar de rechter in deze strafzaak en wil me nergens mee bemoeien… Nou ja, eigenlijk wil ik dat wel. Als u een rechtenopleiding wil volgen, zie ik dat somber in. Een veroordeling voor fraude is normaal gesproken een streep door uw toekomst als jurist. Realiseert u zich dat?’ ‘Toen niet, nu wel.’ ‘U moet dit vertellen aan het kantoor. Dit is dikke vette fraude. U kunt daar niet omheen. Natuurlijk is de kans aanwezig dat werkgevers zeggen: hoepel maar op. Maar integriteit is zó belangrijk voor een jurist. Wellicht krijgt u een nieuwe kans.’ ‘Ik heb er heel veel moeite mee. Ik schaam me heel erg.’ ‘Ik begrijp dat het lastig is. Het is een groot geheim. Maar hoe langer u zwijgt, des te groter is de ellende als het uiteindelijk toch uitkomt.’ Dan komt het Openbaar Ministerie met de strafeis. ‘De verdachte heeft een zwaar leven’, aldus de officier van justitie. ‘Maar dat praat haar gedrag niet goed. Het is heel ernstig dat iemand die jurist wil worden valsheid in geschrifte pleegt. Het is een beroepsgroep waar integriteit essentieel is. Als de universiteit zonder dat te weten een niet-gekwalificeerde jurist aflevert, heeft dat mogelijk schadelijke gevolgen voor de maatschappij. Dit kan echt niet door de beugel.’ Daarom eist de officier een werkstraf van 120 uur. ‘Ik hou er rekening mee dat u een blanco strafblad heeft’, zegt de rechter. ‘U krijgt een taakstraf van 60 uur. Maar ik voeg daar wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar aan toe, omdat ik er niet gerust op ben dat u niet weer de fout in gaat. Als het weer misloopt, draait u de bak in.’

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 19 maart 2015 Geen commentaar

Zweedse zuurpruim De spelletjes waar de gemiddelde twaalfjarige zijn neus voor ophaalt, worden tijdens je studententijd ineens weer hip. Studieverenigingen bellen stad en land af op zoek naar een gymzaal om te apenkooien. Stef Stuntpiloot wordt vrijwel alleen door studenten gekocht en (bikini-)Twister doet het goed op feestjes. Het wekt dus weinig verbazing dat studenten zich massaal opgeven om verstoppertje te spelen in Ikea. In Amsterdam en Utrecht leidde de spontane actie tot 20.000 en 13.000 Facebook-aanmeldingen. De Zweedse meubelgigant is een ideaal speelveld. Niemand wil in de Ikea gevonden worden, en al helemaal niet op zaterdagmiddag. Bovendien, wie ‘voldoende opbergruimte’ verkoopt, doet in feite niets anders dan verstopplekken creëren. Dan vraag je erom. De deelnemers zagen dat ook meteen voor zich. Schuilend achter Langör-gordijnen, verstopt in Godmorgon-badkamerkasten, weggedoken in een berg van Knorrig-varkensknuffels en een enkeling voor de gelegenheid vermomd als muursticker. Maar het mag niet van Ikea. Ze zouden ‘de veiligheid niet kunnen garanderen’ en er zouden wel eens ‘kasten kunnen om vallen’. Een azijnzure reactie, die bovendien in alle media terug te vinden is, tot in The Guardian aan

Door Petra Meijer

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272

toe. De brand manager van Ikea kan beter een andere baan zoeken, want iedereen met een greintje fantasie zou het verstopfeest aangrijpen voor gratis pósitieve publiciteit. Wij weten natuurlijk allemaal waar het eigenlijk om draait. Ikea is niet bang voor vallende Billy’s, maar voor Haren 2.0. Voor je het weet drijven er drollen in de ‘handig wonen op 35m2’-wc’s, liggen mensen met hun smerige schoenen onder de schone Stenklöver-dekbedden en smijten ze met pluchen wortels en draken. De hobbeleland blijkt toch niet geschikt voor berijders boven de tachtig kilo, in de ballenbak zitten vooral corpsballen en het magazijn ligt vol gedeukte dozen. En niemand die dat heeft gedaan, natuurlijk. Ikea kan nog wat leren van onze Sportraad. Dit weekend werd het universitair sportcentrum omgebouwd voor het jaarlijkse potje lasergamen. De duurste spullen (fitnessapparaten kosten meer dan de duurste Klippan-bank) werden veilig opgeborgen. Dat kan, als je dit soort activiteiten zélf organiseert. Gooi de hele Ikea-bende voor één avond dicht om er te lasergamen. De grote lampen gaan uit, want bij het schijnsel van enkel Spöka-lampjes voelen mensen niet de behoefte om op kasten te klimmen of onder dekbedden te kruipen. Verkoop kaarten voor verschillende time slots. Ze kosten vijftien euro, maar gelden als kortingsbon als je later nog eens terugkomt. En anders kunnen we altijd nog een Leidse verstoppertjes-variant organiseren in de hortus of museum Boerhaave. Daar is de toegang voor studenten niet alleen gratis, maar zijn ze doorgaans ook blij met elke bezoeker. Laten jullie de plantjes en slingerklokken heel?

Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

Column

Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Veerle van der Gracht (stagiaire) vgrachtmare@gmail.com Medewerkers

Talitha Dehaene • Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving M-space Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers• dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Katja Schuurman als bastognekoek Toen ik een jaar of veertien was, sleepte mijn moeder me mee naar een ‘brede maatschappelijke discussie’. In een met tl-buizen verlicht zaaltje zaten vijftien betrokken burgers koffie uit plastic bekertjes te drinken, bastogne-koeken te eten, en hun mening over kernenergie zo omslachtig mogelijk te verwoorden. Ze waren allemaal tegen. Aan het eind van de avond zei een ambtenaar die de bijeenkomst had geleid dat hij heel blij was met alle zinnige opmerkingen. Ze zouden zeker bijdragen aan de besluitvorming. De kerncentrales bleven staan. We hebben nu geen zaaltjes en geen automatenkoffie meer nodig voor een brede maatschappelijke discussie. We hebben nu internet en de ‘nationale wetenschapsagenda’ waar burgers hun vragen kunnen stellen aan de wetenschap. Katja Schuurman geeft het voorbeeld op de website van de organisatie: in een filmpje stelt ze de vraag of de wetenschap ons heel oud zal kunnen maken, en of zij het nog meemaakt dat ze onsterfelijk wordt ‘los van de medische wetenschap’. Vervolgens komt de VU-hoogleraar Andrea Maier, enigszins onwennig in beeld, die meldt dat er ‘goeie hoop’ is dat we ‘die stap kunnen maken’. Vreemd genoeg is Maier dan wel weer een vertegenwoordiger van de medische wetenschap. Op welke manier zo de agenda voor het wetenschappelijk onderzoek zou kunnen worden gesteld, is onduidelijk. Schuurman stelt een heel algemene vraag. Je krijgt niet de indruk dat mevrouw Maier voor die tijd maar een beetje voor zich uit zat te suffen: wat zal ik nou eens gaan bestuderen? En dat ze ineens dankzij Katja Schuurman op het idee komt dat het misschien voor een medicus wel aardig is om mensen een gezonder leven te bezorgen.

Sommige onderzoekers zijn sceptisch over de wetenschapsagenda: moeten Jan en Alleman nu gaan bepalen waarnaar wij onderzoek gaan doen? Is het niet bij uitstek de taak van de onderzoeker om vragen te stellen? Mij lijken díe zorgen onnodig. Er is een enorm ingewikkelde procedure opgezet om de vragen die er komen te kanaliseren. Allerlei commissies gaan bestuderen of de ingezonden vragen wel wetenschappelijk genoeg zijn, en of ze wel beantwoord kunnen worden en wat niet al. In een interview in NRC Handelsblad verwees voorzitter Beatrice de Graaf een beetje neerbuigend naar de Vlaamse agenda die door ‘230 experts’ gemaakt was, maar feitelijk lijkt mij deze agenda niet anders: mensen kunnen vragen stellen, die ‘zeker zullen bijdragen aan de besluitvorming’, maar alleen de vragen die de experts bevallen gaan door. Er zit een goed idee achter de wetenschapsagenda: de samenleving móét meer betrokken raken bij het onderzoek, we moeten manieren bedenken om duidelijk te maken wat onderzoekers aan het doen zijn. De vraag is alleen of je dat doet met een eenmalige actie, met een ‘kenniscoalitie’ en twee ‘voorzitters’ (behalve De Graaf is dat ook Alexander Rinnooy Kan) en voorselecties en conferenties. Ik vermoed dat er geen enkele vraag door alle selecties zal komen die de onderzoekers niet zelf ook hadden kunnen stellen. Het contact moet er op de een of andere manier permanent zijn. Het moet niet plaatsvinden in het digitale equivalent van het inspraakzaaltje uit de vroege jaren tachtig, met een bekende Nederlander als de moderne bastognekoek. Marc van Oostendorp is hoogleraar fonologisch microvariatie


19 maart 2015 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

Oma promoveert op Kafka Identiteitsvorming in Joodse literatuur

Pien Valk en haar kleindochter Sabine Voigt: ‘Dit is een geweldige erkenning.’

Ze zijn ‘de intellectuelen van de familie. Pien Valk, de oma van de Leidse geneeskundestudente Sabine Voigt, promoveerde gisteren. ‘Ik heb niet eens atheneum of hbs gedaan.’ Door Marleen van Wesel ‘Alzheimer en dementie vind ik interessant’, vertelt eerstejaars geneeskunde Sabine Voigt (20). ‘Over ons brein is nog veel onbekend. Daarop zou ik later wel willen promoveren.’ De eerste uit haar familie die echter een proefschrift gaat verdedigen, is haar oma. ‘Die is juist nog behoorlijk bij de tijd.

We bellen, mailen en whatsappen veel. We zijn allebei nieuwsgierig en willen graag dingen onderzoeken. Volgens mijn oma zijn we de intellectuelen van de familie.’ Pien Valk (83) is afgelopen woensdag gepromoveerd aan de universiteit waar haar kleindochter studeert. Als buitenpromovendus. ‘Zelf heb ik niet eens atheneum of hbs gedaan’, vertelt ze. ‘Dat ik nu mocht promoveren aan de universiteit van Cleveringa, is een geweldige erkenning.’ Centraal in het proefschrift staat de leer van psychoanalytica Julia Kristeva over abjectie: een proces van identiteitsvorming. Valk: ‘Die

Foto Marc De Haan

leer is op allerlei literatuur toe te passen, maar specifiek de Joodse literatuur boeide me. Mijn vader was Joods.’ Ze koos daarom voor De gedaanteverwisseling (1915) van Franz Kafka en Huwelijksleven (1929-30) van David Vogel. ‘We kennen natuurlijk het daderslachtofferperspectief van na de oorlog, maar ook daarvoor hadden joden last van antisemitisme. Identiteit was erg belangrijk en die werd vooral bepaald door je nationaliteit. Maar voor Joden gold dat meestal niet. Zij zaten vaak op de grens van niet en wel. En op die grens hebben ze prachtige dingen gemaakt.’ Valk hield haar kleindochter goed

op de hoogte van het schrijfproces. Voigt: ‘Bij de stukken die ze stuurde was ik snel de draad kwijt, maar ze vertelde ook hoeveel werk het was en waar ze tegenaan liep.’ Omgekeerd whatsappt Voigt over háár tijd aan de Leidse universiteit. ‘Niet de details van studentenfeestjes hoor. Meer over de colleges. Ons beeld van de Leidse universiteit komt wel overeen: klassiek, traditioneel, een soort van degelijk.’ Zelf wil ze met een promotie niet zo lang wachten. ‘Binnenkort overleg ik met mijn mentor of ik in het tweede jaar al wat onderzoek kan doen. Nu ben ik alleen dom spieren uit mijn hoofd aan het leren.’ Op haar studentenkamer ligt een achttiende-eeuwse dichtbundel. ‘Gekregen van mijn oma. Ik lees er regelmatig in, maar een literatuurstudie kwam eigenlijk niet in me op. Ik was meer van de biologie. Maar de vraag over identiteit uit het proefschrift is interessant en veel in het nieuws.’ ‘Mijn proefschrift is geen recept’, nuanceert Valk. ‘Aan de hand van Kristeva laat het wel zien hoe driften een grote rol spelen in identiteitsprocessen. Sociale maatregelen kunnen daarbij eigenlijk niet veel oplossen. Maar op het persoonlijke vlak zou onderwijs een mooie bijdrage kunnen leveren aan de bewustwording van die driften.’ Valk, die jarenlang als docent Engels heeft gewerkt, ziet gerust bovenbouwlessen of colleges voor zich, en niet per se met Vogel of Kafka. ‘Kafka is niet belangrijk. Abjectie kun je aan de hand van iedere tekst laten zien, ook met een sonnet van Shakespeare. Al heeft Kafka dat wel heel knap gedaan, zonder dat hij het wist.’ Pien Valk, Exclusion and Renewal. Identity and Jewishness in Franz Kafka’s The Metamorphosis and David Vogel’s Married Life. promotie was 18 maart

Frutti di Mare

Voor elke bil een solo Door Veerle van der Gracht ‘I got one question. How do you fit all that, in them jeans. You know what to do with that big fat butt.’ ‘Wiggle’ van Jason DeRulo en Snoop Dogg buldert zaterdag uit de speakers in het LAKtheater. Een groep dansers staat fanatiek hun konten te schudden tijdens de miniworkshop twerken van de Love Trough Dance (LTD). ‘Voor elke bil is er een solo’, zegt de filmer die de dansers vastlegt. ‘Go with the flow en wees creatief!’, roept dansinstructrice Whitney Krens (24). Al vanaf haar zevende dans ze en geeft ze workshops ballet, streetdance of jazz aan kinderen in Leiden tot Wassenaar en Voorschoten. Ook geeft ze hier en daar twerklessen. ‘Dat is net even iets anders en veel mensen vinden het leuk om te leren.’ ‘Vandaag ga ik jullie de basics leren’, zegt Krens. ‘Niet te veel je onderrug gebruiken, maar je bil omhoog gooien en aanspannen. Flip your hair while doing it.’ De konten gaan links, rechts, omhoog en omlaag eerst langzaam en dan een paar keer snel. ‘Draai je benen

en alles aanspannen. Je moet het in je bovenbenen voelen!’ Dat is een stuk moeilijker dan verwacht. ‘Dit vergt erg veel concentratie’, zegt een danseres die met een gefronste wenkbrauw in de grote dansspiegel kijkt. ‘Straks vraagt iemand me in de dansclub: “Wat ben jij nou aan het doen?” en dan zeg ik: “Ja ik ben aan het twerken”. Iedereen in de zaal lacht. ‘Men denkt wel eens dat Miley Cyrus de eerste was, maar twerken bestaat al een eeuwigheid’, vertelt Krens. ‘Het is al heel lang deel van hiphop’, zegt een danseres die erbij komt staan. ‘Het vindt zijn oorsprong in WestAfrika en is overgenomen door de African American cultuur in de jaren ‘90’, aldus Krens, die tot haar achtste in Afrika woonde en er nog steeds familie heeft. ‘Losse soepele bewegingen zoals die van twerken zijn heel normaal daar. Vanaf kleins af aan neem je dat gewoon makkelijk over.’ Het geld dat de workshopdag en de gewone cursussen opbrengt, gaat naar LTD Foundation. ‘Elk jaar gaan we naar Zimbabwe waar we spelenderwijs zelf-

‘Niet teveel je onderrug gebruiken!’ Foto Jorinde Knoester bewustzijn willen creëren. We willen de docenten inspireren en motiveren om leren leuk te maken voor kinderen aan de hand van dans. Dit in samenwerking met het ministerie van Onderwijs in

Zimbabwe.’ Ook versleept LTD elk jaar zo’n zestig kilo aan materiaal om achter te laten op scholen in Zimbabwe, zodat de docenten nadat zij weg zijn het project kunnen voortzetten.

Spokanië Vijfenvijftig jaar lang bouwde Rolandt Tweehuysen aan Spokanië, een fictieve eilandengroep in de Atlantische Oceaan. Dinsdag vertelt hij in Leiden over zijn geesteskind. Wat is Spokanië? ‘Toen ik twaalf jaar oud was verzon ik een land. Dat doen kinderen wel vaker, maar de meesten houden daar op een gegeven moment mee op. Ik niet. Op de middelbare school verzon ik de taal: het Spokaans. Ik wilde niet dat het een soort Esperanto zou worden, daarom werd de culturele context belangrijk. Natuurlijke talen hebben die van zichzelf. Door onze polders heeft het Nederlands bijvoorbeeld veel woorden die aan water gerelateerd zijn, terwijl Eskimo’s veel verschillende woorden hebben voor sneeuw.’ Waar kunnen we het vinden? ‘Spokanië is een eilandengroep in de Atlantische Oceaan. Het voert een isolationistisch politiek beleid, maakt geen deel uit van de EU en is in grote mate zelfvoorzienend. Daarom horen we er ook zo weinig over. Het land is niet zeer welvarend, maar heeft ook geen last van de crisis. Er zijn verder weinig geopolitieke conflicten. In Spokanië vindt geen revolutie plaats, want dan zouden we er op het journaal wel over horen.’ Op uw website beschrijft u niet alleen de gemeenten, onderaardse rivieren, tempels en hotels van Spokanië, maar zelfs de motorrijtuigenbelasting. Hoe reageren mensen op uw gedachtenexperiment? ‘Als ik een lezing geef aan een universiteit zijn de reacties meestal positief, maar ook wel kritisch. Helaas zijn er ook mensen die zo weinig fantasie hebben, dat ze niet kunnen snappen dat een ander dat wel heeft. Er wordt wel eens agressief gereageerd. Ik zou mijn tijd verdoen en had beter Engels kunnen studeren. Het maken van een land en taal komt nu eenmaal weinig voor als hobby. Maar het verschilt eigenlijk weinig van het schrijven van een roman of film.’ Wat heeft die fantasie u opgeleverd? ‘Ik heb algemene taalwetenschap gestudeerd. Het verzinnen van het Spokaans trainde me in het abstraheren en relativeren van taal. Grammatica is bijvoorbeeld veel meer dan werkwoordvervoegingen en zinsbouw. Het gaat ook om de relatie tussen de taal en het volk dat het spreekt. Daarnaast heb ik er een bijzonder netwerk aan over gehouden. Ik heb lezingen gegeven op scholen en bij de overheid. Vooral in de jaren tachtig kreeg Spokanië veel aandacht.’ Zijn er nog andere sprekers? ‘Nee, behalve de zeven miljoen mensen uit Spokanië natuurlijk. Ik spreek het zelf eigenlijk nauwelijks. De taal is uitgebreid beschreven, maar ik ben geen native speaker en ook nooit in de gelegenheid om de taal met anderen te oefenen.’ Hoe beslist u welke informatie er nog moet worden toegevoegd? ‘De beschikbare informatie over Spokanië volgt mijn eigen interesses. Voetbal is er niet echt populair, omdat ik daar zelf weinig mee heb. Daarentegen beschrijf ik wel elke vier jaar de verkiezingen. Ik was een keer op een middelbare school in Rotterdam, waar de scholieren voor het vak CKV de informatie over Spokanië moesten aanvullen. De jongens bedachten voetbalclubs en de kleuren van de shirtjes. Twee moslimmeisjes met een hoofddoek mochten hun eigen haar niet tonen, maar fantaseerden uitgebreid over de Spokaanse haardrachten bij bruiloften en begrafenissen. Ik had daar nog nooit over nagedacht.’ Lezing Rolandt Tweehuysen culturele vereniging Prometheus en studievereniging TWIST dinsdag 24 maart 20:30 u Lipsius 227


4  Mare · 19 maart 2015 Nieuws

Verdachte van brand Peli vrijgekomen De 29-jarige verwarde man die vorige week zondagochtend werd aangehouden op verdenking van brandstichting in de Pelikaanhof is inmiddels weer vrijgelaten, aldus de politie. Hij blijft vooralsnog wel verdachte in het onderzoek. De oorzaak van de brand is nog steeds onbekend. Het onderzoek is nog in volle gang. De rust in het studentencomplex is wel weergekeerd. ‘Ze zijn nog steeds druk bezig met schoonmaken, maar het is weer prima leefbaar’, zegt bewoonster Nidia van Strien. ‘De eigenaar van het appartement naast de brand heeft van DUWO een tijdelijke woning aangeboden gekregen. Aan het appartement in kwestie wordt volop geklust’, vertelt Bastiaan Brozius van het studentenbeheer.

Meer fietsenstallingen De gemeente Leiden heeft sinds begin maart nieuwe fietsenrekken geplaatst bij Leiden Centraal. Tenminste, zo duidt de gemeente de locatie aan. Nog voorbij de bussen, tussen het tunneltje naar het Leids Universitair Medisch Centrum en de Plesmanlaan, staan rekken voor 800 fietsen. Voor de mensen die hun fiets graag in de buurt van hun bestemming willen parkeren, is er ook hoop. Op de plek van het Gat van Van der Putte moet een multifunctioneel gebouw komen, met daaronder een grote fietsenstalling. Die zou ergens in het midden van 2018 open moeten gaan.

Arrestaties Amsterdam Vorige week vrijdag zijn er drie actievoerders gearresteerd tijdens een demonstratie van UvA-studenten en -medewerkers tegen het beleid van de universiteit. De demonstratie verliep in eerste instantie rustig, maar de sfeer sloeg om nadat de politie twee aanhoudingen verrichtte wegens verdenking van brandstichting bij het beeld ‘Het Lieverdje’ op het Spui in Amsterdam. In de jaren zestig speelde dit beeldje een belangrijke rol bij provo-acties. Na de arrestaties verzamelde zich een groep boze demonstranten bij het politiebureau op de Beursstraat. Daar werd nog iemand gearresteerd wegens het verstoren van de openbare orde.

Gebr. Geluidsoverlast Onderzoeken naar een geluidslek bij poppodium Gebr. De Nobel hebben de exacte oorzaak nog niet aan het licht gebracht. Dat schrijft wethouder Robert Strijk in een brief aan de raadscommissie Werk en Middelen. Volgens Strijk is desalniettemin ‘wel geconstateerd dat maatregelen treffen aan een van de gevels een eerste goede stap is’. Bij bepaalde lage frequenties, die vooral bij dance een zwaartepunt vormen, is bij die gevel namelijk ‘een duidelijk verhoogde geluidsuitstraling’ vastgesteld vanuit de grote zaal. Na die aanpassing, waarmee op z’n vroegst in april gestart wordt, volgen nieuwe metingen, aldus de wethouder.

Gipsen leeuw gevonden Dankzij een tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek is een negentiende-eeuwse gipsen leeuwenbeeld opgedoken. De huidige UB-tentoonstelling ‘Humbert de Superville: tekenaar, geleerde, visionair’ bevat vooral tekeningen en ontwerpen van nooit uitgevoerde plannen van Humbert de Superville. Hij werd tweehonderd jaar geleden aangesteld als Directeur Prentenkabinet van de UB. De Leidse kunstenaarsvereniging Ars Aemula Naturea herontdekte echter een gipsen leeuw in haar eigen collectie, die bij een aantal tekeningen bleek te horen. De leeuw is nu toegevoegd aan de tentoonstelling, die nog tot 2 juni te zien is. Op 20 maart is er bovendien een symposium. Het plan voor een enorme basalten leeuw voor de kust van Katwijk, waarvoor de gipsen leeuw model moest staan, is evenwel nooit uitgevoerd.

Studenten willen duurzamere universiteit Leiden werkt niet mee aan groene ranglijst Als enige Nederlandse universiteit doet Leiden vooralsnog niet mee aan de duurzaamheidsranglijst SustainaBul. Studenten die het daar niet mee eens zijn, startten een petitie, of eigenlijk een Facebook-event: je ondertekent door aan te geven dat je “gaat” naar de Petitie: Universiteit Leiden moet meedoen aan de Sustainabul 2015. Studenten drongen al vaker aan om duurzaamheid onder de aandacht te brengen bij het universiteitsbestuur. ‘Zowel impliciet als expliciet werd er aanvankelijk niets over vermeld in het instellingsplan voor de komende jaren. Daar hebben alle studentenfracties een stokje voor gestoken’, zegt Jan van der Voet, studentlid van de universiteitsraad namens SGL. Volgens een nieuwere versie wil de universiteit aansluiten bij ‘de standaarden van vergelijkbare instellingen voor onderwijs en onderzoek’ en daarbij studenten betrekken. Het instellingsplan gaat trouwens niet alleen over daden, ook over woorden: ‘In het domein van transparantie en externe verantwoording wil de Leidse universiteit meer dan nu een voortrekkersrol gaan spelen’, staat er te lezen. ‘Begin daar maar eens aan’, vindt Anna Schwarz, van de studentenduurzaamheidscommissie Green Keys Leiden, die de petitie begon. ‘Wij kregen te horen dat er geen tijd en geld voor de SustainaBul is. Dat is een beetje raar: deelname is gratis, alleen het invullen van de vragenlijsten kost tijd. We hebben aangeboden om daarbij te helpen, maar dat is steeds afgeslagen.’ Adri Noort, universitair hoofd veiligheid en milieu, bevestigt het voornemen om niet deel te nemen. Hij vindt het ‘wat prematuur’ om uit te Door Marleen van Wesel

weiden over de achterliggende overwegingen. ‘We zijn er nog mee bezig.’ Argumenten om tóch deel te nemen, hebben de studenten des te meer. ‘De SustainaBul is juist het perfecte instrument om de duurzaamheidsambities uit het instellingsplan te realiseren’, vindt Van der Voet. ‘Alle middelen worden hiermee aangereikt voor transparantie, het betrekken van studenten én het bepalen van de positie ten opzichte van vergelijkbare instellingen.’ Angst voor een slechte ranking is niet nodig, denkt hij op basis van een recent onderzoek van masterstudenten Industrial Ecology. ‘Uit dat rapport bleek dat de universiteit het he-

lemaal niet zo slecht doet’, weet ook studentraadslid Marjolein Bouterse van CSL. ‘Eerlijk gezegd verbaasde me dat, want er is niet veel van te zien. Vooral de communicatie is namelijk niet goed. Maar juist de SustainaBul is een manier om daar iets aan te doen.’ Ook volgens Schwartz schort het vooral aan communicatie. ‘In 2013 eindigde de Universiteit Leiden redelijk laag bij de SustainaBul. Vorig jaar deden we niet mee, dus die lage scoren is blijven hangen.’ Green Keys heeft het college van bestuur al geïnformeerd over de petitie. Bouterse: ‘En de studentenfracties hebben een vraag voor de volgende UR-vergadering ingediend. We hebben het echt via verschil-

lende kanalen duidelijk gemaakt.’ Het college van bestuur heeft inmiddels toegezegd de SustainaBul komende dinsdag te bespreken in de bestuursvergadering. Ook Noort houdt de deur op een kier. ‘Er is contact met de studenten en dat zou de beslissing nog kunnen beïnvloeden.’ Dat moet dan wel vlug gebeuren, want 25 maart is de aanmeldingsdeadline. Noort: ‘Dat is redelijk krap.’ De bekendmaking van de SustainaBul, eind mei, is vlakbij, op de Hogeschool Leiden. ‘Het is een beetje gênant als de universiteit dan geen bijdrage levert’, besluit Van der Voet. Gisteren hadden 596 deelnemers zich aangemeld voor de petitie, en 8 stonden op ‘misschien’.

‘Wij zijn een datingsite voor wetenschappers’ Luris, het universiteitsbureau dat ontdekkingen naar de markt begeleidt, verandert van koers. Woensdag organiseren ze een ondernemersdag om dat te onderstrepen. Jurist Tim de Jong van Luris, wat gaat er veranderen? ‘We denken nu meer vanuit de relatie met het bedrijfsleven en andere maatschappelijke partners, dan vanuit de technologie. Luris was altijd een klassiek Technology Transfer Office. Hier aan universiteit of het Leids Universitair Medisch Centrum werd technologie ontwikkeld, en die moest dan de markt op. Daar waren we op zich best succesvol in, maar het onderzoekslandschap is aan het veranderen, met name de financiering. Onderzoekers moeten meer samenwerken met externe partners. Wij richten ons op de partijen die het leuk vinden om op die manier samen te werken. Als een datingsite voor wetenschappers.’ Kunnen bedrijven niet gewoon hun eigen onderzoek doen? ‘Het niveau waarop we hier in Leiden aan wetenschap doen, is hoger dan veel bedrijven kunnen bereiken. Er komen ook mooie dingen uit onze laboratoria, omdat onze

onderzoekers in een grotere academische vrijheid opereren, los van de waan van de dag.’ Academische vrijheid staat op gespannen voet met het bedrijfsleven. ‘De realiteit is dat je als onderzoeker niet meer alleen je hand kunt ophouden. De overheid draait de geldkraan dicht. Je moet je geld deels elders halen. Je kan daar tegen zijn, maar als het ertoe leidt dat je zonder financiering zit, heb je wel een probleem.’ Wat kunnen jullie doen voor de onderzoekers die wel willen samenwerken met bedrijven? ‘Wij adviseren en ondersteunen door bijvoorbeeld verbindingen te leggen tussen de genoemde externe partners en wetenschappers. Een andere mogelijkheid is het bevorderen van ondernemendheid van wetenschappers door ze te steunen met het opzetten van hun eigen bedrijf. Daar is nog veel te winnen.’ Wat gaat er nog niet goed, dan? ‘De technologie is vaak briljant, maar schort vaak aan investor readiness. Kun je uitstippelen wie je klanten zijn, hoe mensen er geld in kunnen

stoppen? Dat zijn vragen die ze vaak nog niet gesteld hebben. Met name in het begin zit er nogal een gat tussen idee en uitvoering: de zogeheten Valley of Death. Je moet verder ontwikkelen om geld op te halen, maar die ontwikkeling kost geld. Gelukkig onderkent de universiteit dat probleem, en stelt ze geld beschikbaar.’ Subsidies? ‘Gunstige leningen. We hebben twee soorten: eentje voor ondernemende studenten, en een voor onderzoekers die bijvoorbeeld een proof of concept moeten ontwikkelen. Werkt je medicijn ook in mensen? Kun je een prototype bouwen? Komende woensdag lanceren we die subsidies op een speciale ondernemersmiddag in Museum Boerhaave. Daar kan je advies krijgen over je plannen, bijvoorbeeld.’ Hoeveel geld zit er in de pot? ‘Maximaal € 250.000, maar dat betekent niet dat iedereen per se de volle mep krijgt. Soms moet het gewoon bijgepast worden: een bedrijf heeft nog € 70.000 nodig, maar investeerders stappen pas in vanaf een miljoen euro, omdat ze op kleinere bedragen te weinig kunnen verdienen. Een idee dat een maatschappelijk belang

heeft, delft ook sneller het onderspit als financiers alleen naar geld kijken. In Ovo, dat het geslacht van kippeneieren checkt, heeft financiering van ons gekregen. Babybloom ook, voor hun oudervriendelijke couveuses. In de pure commercie krijgen zulke initiatieven misschien niet meteen de handen op elkaar, maar ze hebben wel een grote maatschappelijke impact. Het zou zonde zijn als zoiets sneuvelt omdat ze nog niet marktklaar zijn.’ En als een universitaire ontdekking echt een hit wordt, zoals Google of een blockbustermedicijn? ‘Het spreekt voor zich dat de universiteit voor de genomen risico’s een return op investment moet krijgen. De universiteit kan de lening omzetten in aandelen; dat spreek je van tevoren af. We zijn er echter niet om bedrijfje te spelen: we hoeven er niet tot het einde der dagen in te zitten. Als we uitgekocht worden, is dat prima.’ BB Show me the money! Lurisdag voor iedereen aan de Universiteit Leiden die wil ondernemen Woensdag 25 maart 15:00-17:00 Museum Boerhaave.


19 maart 2015 · Mare 5 Nieuws

Eerste Kamer kraakt promotie-experiment ‘Plan verslechtert rechtspositie promovendus’ Onderwijsminister Jet Bussemaker wil een experiment toestaan waarin universiteiten promovendi aan kunnen stellen als studenten met een beurs, in plaats van als werknemers met arbeidsvoorwaarden. De Eerste Kamer vindt ’t niks.



Leiden trekt Heinekenblik De Leidse roeiverenigingen Asopos en Njord hebben respectievelijk negen en tien keer ‘blik getrokken’ bij de Heineken Roeivierkamp.

‘Onze eerstejaarsdames hebben geblikt op de 750 meter. Dat is de mooiste en de moeilijkste afstand volgens sommigen. Ze wonnen overtuigend, met meer dan een seconde voorsprong’, vertelt Asoposvoorzitter Jorran Klaassens. Voor alle deelnemerscategorieën vielen dit weekend medailles te behalen op vier afstanden, 250, 750, 2500 en 5000 meter, en in het eindklassement: het totaal van die vier afstanden. De andere acht medailles voor Asopos gingen naar combinatieteams. ‘Ward van Zeijl won vijf keer: met de lichte herenacht van Asopos en Nereus in de eerste divisie, op alle vier de afstanden en in

Foto Yuri Noordam

het klassement. Bente van Gennep zat ook in een Nereus-combi bij de eerste divisie damesacht. Zij won twee keer op de afstanden, én in het eindklassement. Wat extra bijzonder is: haar team heeft daarmee de dames Holland Acht verslagen.’ Njord won zeven afstandsmedailles. ‘En ook nog drie overall’, vertelt secretaris Gijs van Gent. Eén daarvan was voor het combi-team dames dubbelvier in de eerste divisie, met Njordroeister Nicole Beukers, dat op alle afstanden won. De andere was voor het eerstejaarsdamesteam, dat op geen enkele afzonderlijke afstand won. ‘Zij eindigden wel behoorlijk hoog’, verklaart Van Gent. De roeiers maken zich op voor de Varsity op 5 april. Van Gent: ‘Nereus won de afgelopen jaren, maar hun huidige ploeg is minder dominant. Ik denk dat Njord de beste kans in jaren heeft.’ MVW

Door Bart Braun Eerder al adviseerde de Raad van State negatief over het voorstel, maar daar trok Bussemaker zich niets van aan. Het voorstel voor het experiment kwam er toch, in de vorm van een zogeheten Algemene Maatregel van Bestuur. De Eerste Kamer-commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft naar die maatregel gekeken, en stuurde een lijst kritische vragen terug.

De kritiek van de Eerste Kamer is eigenlijk dezelfde als van de Raad van State en de diverse promovendiclubs: de invoering is een verslechtering van de rechtspositie van nieuwe promovendi, en creëert een tweedeling waarbij twee promovendi hetzelfde werk kunnen doen onder heel verschillende voorwaarden. Ook vraagt de senaat zich af of de omvang van het experiment – er is ruimte voor maximaal tweeduizend student-promovendi – wel ‘zodanig is, dat dit nog steeds als een beperkt experiment kan worden beschouwd?’ Ook zijn er wat vragen over de uitvoering. Bussemaker had gezegd dat ze het experiment zou stopzetten als bleek dat de universiteiten het alleen zouden gebruiken om te be-

zuinigen op hun promovendi. Wat gebeurt er precies met de beurspromovendi als dat inderdaad gebeurt? En wat als ze uitlopen – iets dat ook de werknemer-promovendi nog wel eens overkomt? ‘Op welke wijze is de studeerbaarheid geborgd? En welke rechten heeft de promotiestudent op dit punt?’ Bussemaker heeft nu vier weken de tijd om op de brief te reageren. ‘Als ze dat niet doet, is de Kamer weer aan zet’, legt voorlichter Gert Riphagen van de Eerste Kamer uit. ‘AMvB’s zijn een beetje een grijs gebied: de Kamer kan ze niet wegstemmen, zoals bij een wetsvoorstel. De leden kunnen wel de minister op het matje roepen, en moties over haar gedrag aannemen.’

Het universitair sportcentrum vormde zaterdag een heus battlefield voor een potje lasergamen. 250 studenten gingen de strijd aan met snipers, mortars en ammo suppliers om zogeheten domination points. Foto Taco van der Eb

SP: ‘Kies universiteitsbestuur’ De SP bereidt een wetsvoorstel voor waarmee studenten en docenten rechtstreeks hun universiteitsbestuurders mogen kiezen. Aanleiding zijn de protesten tegen het bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘Het bestuur van de UvA is hét voorbeeld van hoe het niet moet. De bestuursleden hebben alle binding verloren met studenten en personeel. Dat zie je ook aan hun arrogante optreden de afgelopen tijd’, zegt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. Hij denkt dat democratische verkiezingen de bestuurders zullen dwingen om zich meer aan te trekken van wat de mensen aan de universiteit vinden. ‘In Leuven hebben ze een rechtstreeks gekozen rector. Die geeft duidelijk aan dat hij telkens de studenten en docenten in het achterhoofd heeft als hij beleid maakt. In Nederland is de situatie volkomen schimmig. De minister benoemd een Raad van Toezicht,

en de Raad van Toezicht benoemd het universiteitsbestuur. Daar komt geen democratie bij kijken.’ Daarnaast denkt hij dat gekozen bestuurders zich weer meer bezig zullen gaan houden met ‘onderzoek en onderwijs, in plaats van met vastgoeddeals en speculatie. Zie het ROC in Leiden, dat illustreert hoe een bestuur volkomen de bocht uit kan vliegen.’ Van Dijk benadrukt dat het wetsvoorstel niet alle problemen oplost. ‘Het rendementsdenken moet ook aangepakt worden, universiteiten moeten decentraliseren en de medezeggenschap moet worden versterkt.’ Deze week ontvangen leden van medezeggenschapsorganen in het hoger onderwijs een enquête. Het Nijmeegse onderzoeksbureau ITS gaat onderzoeken of de raden tijdig geïnformeerd worden door bestuurders, or ze gerespecteerd worden, effect hebben en of de raden voldoende faciliteiten tot hun beschikking hebben. PM

(…)

Onnozele middelen ‘Je kunt twee keer met je blote ogen naar een zonsverduistering kijken. Een keer met je linkeroog, en een keer met je rechter.’ Sterrenkundige Alex Pietrow legt de eclips uit aan de NOS (14 maart) ‘Protesten zoals nu in het Maagdenhuis kiezen het verkeerde doelwit en gebruiken onnozele middelen. Je moet niet het college van bestuur hebben, maar de regering, de ambtenaren en hun adviseurs. De colleges van bestuur zijn tegen wil en dank allang ingezet als doorgeefluikjes voor politieke richtlijnen (...) “Bezet” staat op de deur van de wc – en hoort niet op de poort naar Academia.’ En zijn collega Vincent Icke wijst de Maagdenhuisbezetters de juiste kant op. (NRC Handelsblad, 14 maart) ‘In The Passion of the Christ zijn ze in de war geraakt met de Aramese klankwetten en spreken ze alles als Klassiek Syrisch uit. Dat kan echt niet.’

Hoogleraar Aramees Holger Gzella houdt het graag puur (NRC Handelsblad, 14 februari) ‘Laatst dronk ik een biertje. Twee mannen zeiden tegen mij, vanwege mijn baard, dat ik aan het radicaliseren was. Een andere keer vroeg ik aan de tramchauffeur om de deuren te openen - ik was te laat om op het knopje te drukken - en toen vroeg hij bits via de intercom of ik nog lang in Nederland wilde wonen. Er is een klimaat in dit land ontstaan waarin zelfs gewone, dagelijkse zaken in een ‘wij/zij-sfeer’ worden getrokken. Er is geen ruimte meer om problemen samen op te lossen.’ LIAS-promovendus Peyman Jafari ziet het ‘de verkeerde kant opgaan in Nederland’. (de Volkskrant, 17 maart) ‘Voor gemeenteraden en provinciale staten is vastgelegd dat leden niet mogen stemmen over onderwerpen waar ze zelf bij betrokken zijn. Eerste Kamerleden mogen dat wel. Dat is een

moeilijk te rechtvaardigen verschil met andere deeltijdparlementen.’ Hoogleraar Staats- en Bestuursrecht Tom Barkhuysen vindt dat politici elke schijn van belangenverstrengeling moeten voorkomen. (de Volkskrant, 16 maart) ‘VVD-ministers van Justitie (Korthals Altes, Korthals, Opstelten) worden al decennialang gerekruteerd uit de kringen van het Leidse studentencorps Minerva. Teeven, begonnen als rechercheur bij de douane, combineerde een avondstudie rechten met een fascinatie voor Hollandse criminele netwerken. Een andere wereld.’ En daarom mocht Teeven geen minister worden (NRC Handelsblad, 11 maart) ‘Wc’s hebben nu eenmaal de neiging om extreem genderbevestigend te zijn.’ Raadsvoorzitter Jan Sleutels over de toiletdeuren met lippenstiftafdrukken en bolhoedjes in het Lipsius, die Tumblr over gingen. (Faculteitsraadsvergadering geesteswetenschappen, 4 maart)


6

Mare · 19 maart 2015

Achtergrond

God is gewoon een slecht idee Auteur Michael Shermer wil af van het Opperwezen Geïnspireerd door wielrennen en Star Trek zaagt scepticus en voormalig fundamentalistisch christen Michael Shermer aan de poten van religie. Vandaag geeft hij een lezing aan de Universiteit Leiden. ‘Starship Enterprise is multiraciaal. Dat bevalt me wel.’

‘Ik had de duurste urine van Amerika. Bullshit, bedacht ik.’ DOOR VINCENT BONGERS ‘Ik deed de gekste dingen. Pyramid power bijvoorbeeld. Ik sliep in een piramideachtige constructie die om mijn bed heen was gebouwd. Ik wilde weten of ik daar sterker van werd’, zegt de Amerikaan Michael Shermer (60) over zijn jonge jaren als professioneel wielrenner. Specialiteit: ultralangeafstandswedstrijden. Tegenwoordig schrijft hij over moraal, wetenschap en religie. En verzet hij zich als oprichter van The Skeptic Society tegen pseudowetenschap en paranormale quatsch. ‘Toen ik nog racete nam ik ook modderbaden, of leefde een week op water, cayennepeper, knoflook en citroen. Ik onderging ook zeer ongemakkelijke klysma’s. Het had allemaal totaal geen effect. Nou ja, soms was het erg pijnlijk. Ik was gewoon nieuwsgierig en wilde zien wat werkte. Maar ik kreeg er hoogstens slechtere benen van.’ Tijdens de eenzame uren op de fiets leerde hij wel veel over zijn eigen brein. ‘Ik zag bijvoorbeeld zelfs aliens tijdens een wedstrijd. Slaaptekort en stress triggeren de hersenen. Het brein genereert een effect waardoor je denkt dat je niet alleen bent, dat je bent omgeven door wezens of geesten. Het lijkt alsof er iemand anders in de kamer is. Of naast de fiets zweeft, in mijn geval. Na een nachtje slapen realiseerde ik me dat het een hallucinatie was. Maar het liet me zien hoe krachtig zo’n ervaring kan zijn. Er zijn mensen die zich niet realiseren dat ze door hun brein zijn gefopt. Ze denken dat de buitenaardse wezens echt zijn en dragen dat vol overtuiging uit.’ Tijdens een lastige klim in Colorado in 1983 besloot Shermer professioneel scepticus te worden. ‘De voedseldeskundige in mijn team gaf me allerlei mineralen en vitamines en die plaste ik gewoon uit. Het was de duurste en kleurigste urine in Amerika. Dat spul gaat zonder effect te hebben door je lichaam. “Dit is allemaal bullshit”, dacht ik. Ik ga gewoon fietsen zonder gedoe en ga op zoek naar bewijzen.’ Nu debunkt Shermer allerlei pseudowetenschappelijke zaken en paranormale verschijnselen. ‘Alle

claims onderzoek ik met een open mind. Als iemand zegt in staat te zijn tot buitenzintuigelijke waarnemingen, dan denk ik: “Misschien.” Maar nee hoor, bewijs wordt er nooit geleverd.’ In zijn meest recente boek The Moral Arc (2015) schrijft hij dat het aan de wetenschap en seculier rationalisme is te danken dat het langzaam maar zeker beter gaat met de wereld. ‘Reden en logica zijn de bepalende krachten die ons vooruit brengen. Er is meer democratie, overheden functioneren beter dan ooit tevoren. De welvaart neemt wereldwijd toe. ‘Steeds vaker is er sprake van gelijkheid van zwarten, vrouwen en homo’s. Er komt meer aandacht voor mensenrechten. We experimenteren met betere manieren om samen te leven. Dat is een erfenis van de Verlichting en die is geïnspireerd door de wetenschappelijke revolutie. Religie wordt, zeker in de VS, de drijvende kracht achter vooruitgang gezien. Ik vind dat onzin.’ Shermer was vroeger zelf stevig in de Here. ‘Ik ben niet religieus opgevoed door mijn ouders, maar op de middelbare school en op de universiteit werd ik door invloed van vrienden een fundamentalistische christen. Ik studeerde psychologie aan Pepperdine University, een heel conservatief en religieus college. Pas op de graduate school van Califiornia State University in Fullerton leerde ik echt als een wetenschapper denken.

Wetenschap is het beste instrument om te bepalen wat waar is, en wat goed en fout is. Toen ik me dat realiseerde, stapte ik van mijn geloof af.’ Shermer neemt religie flink op de korrel. ‘Zeker als het tot geweld leidt of wordt gebruikt om vrouwen te onderdrukken. Islamitische fundamentalisten vinden dat voor vrouwen niet dezelfde rechten gelden als voor mannen en dat is gewoon een heel slecht idee. Daar moet ik tegen vechten. De wereld is beter af zonder geloof. Het hele concept dat een opperwezen het universum creëerde, en dat we naar de wetten van deze bovennatuurlijke entiteit moeten leven, bevalt me niet. Het zet mensen tegen elkaar op. ‘Natuurlijk zijn er heel erg aardige gelovigen, maar ze vormen geen goed systeem. Er zijn geen checks and balances, geen peer review. We moeten moraliteit gebaseerd op religie vervangen door moraliteit gebaseerd op seculiere waarden. Dat gebeurt ook al, zeker in Nederland. Jullie lopen in Europa voor. Maar ik heb hoop voor mijn land. De snelst groeiende religieuze groep in Amerika zijn de zogeheten nones. Nee, niet nuns, maar mensen die none aanvinken als op een formulier naar hun geloof wordt gevraagd. Dat zijn er twintig procent, en dat percentage stijgt. En als je kijkt naar Amerikanen geboren na 1981, de millenials, dan is dat zelfs een derde. ‘Buiten de VS is ten onrechte het beeld ontstaan dat het land steeds

‘Kapitein Kirk verslaat een Gorn, een reptielachtig wezen, maar toont barmhartigheid en vermoordt hem niet.’

religieuzer word. De uitwassen halen alleen makkelijker het nieuws.’ Creationisten bijvoorbeeld, die zich verzetten tegen de evolutieleer en eisen dat kinderen les krijgen over intelligent design. ‘De wetenschap wordt in de VS aangevallen door dit soort types. Maar eigenlijk is het geen strijd tegen wetenschap. Ze zijn gewoon bang dat hun manier van leven in het gedrang komt. Veel creationisten vinden het geen enkel probleem om 10 kilometer boven de aarde te vliegen.’ Hij wijst op een smartphone op tafel. ‘Die gebruiken ze ook, dus zo anti-wetenschap zijn ze niet. Ze denken dat als je evolutie accepteert dat je dan een atheïst moet zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo. ‘Ik ben oprecht nieuwsgierig naar waarom mensen ergens in geloven, of het nou aliens zijn of God. Het enige dat religie in het assortiment heeft dat wij niet leveren, is de belofte van leven na de dood. Ik probeer me sympathiek op te stellen en hen te helpen te begrijpen dat hun ideeën onzin zijn. Je hoeft helemaal niets op te geven, zeg ik dan. Vertrouw gewoon op het wetenschappelijk bewijs dat voor je neus ligt. Dan heb ik de hoop dat ze later nog eens goed over hun geloof gaan nadenken.’ Daarbij krijgt hij de nodige kritiek. ‘Een maatschappij zonder religie heeft geen moraal, zeggen gelovigen tegen mij. Dan wijs ik bijvoorbeeld naar Nederland, een land waar geloof een relatief kleine

rol speelt. Jullie zijn welvarend en gelukkig. Nederland scoort laag als het gaat om geweld, zelfmoord, tienerzwangerschappen en abortus. Vergelijk dat eens met de hoge cijfers in het intens gelovige Amerika. Moraal komt uit onszelf. We sluiten sociale contracten met elkaar af, zijn in staat regels te bedenken die het mogelijk maken om in relatieve harmonie met elkaar te samen te leven.’ Shermer laat zich niet alleen inspireren door Verlichtingsfilosofen en wetenschappelijke ontwikkelingen. Hij verwijst in The Moral Arc ook naar Star Trek. ‘Een van de hoofdstukken van het boek begin ik met aflevering met de titel Arena. Daarin raakt kapitein Kirk in een gevecht op leven en dood met een Gorn, een reptielachtig wezen. Kirk verslaat op een listige manier zijn fysiek sterkere tegenstander, maar toont barmhartigheid en vermoordt hem niet. Gene Roddenberry, de bedenker van de serie, was een humanist en een atheïst. De bemanning van Starship Enterprise is multiraciaal, dat was zeer progressief voor een serie die is gemaakt eind jaren zestig. En er is zoveel welvaart dat geld niet meer nodig is. Die maatschappij bevalt me wel.’ Lezing Michael Shermer Academiegebouw, do 19 maart, 19:30 Toegang gratis, inschrijven op www.voorzieningen.leidenuniv.nl/ studium-generale


19 maart 2015 · Mare

7

Wetenschap

Holle Bolle Gijs maakt het waar Het succesverhaal van de Nederlandse astronomie Hoe kon een land dat zo ongeschikt is voor sterrenkunde toch zoveel experts opleveren? In De ontdekkers van de hemel geeft wetenschapshistoricus David Baneke het antwoord. ‘Daar kweekt men tulpen en astronomen voor de export.’ In november 1835 moet het ’s nachts behoorlijk fris zijn geweest in Leiden, maar dat weerhield de jonge Frits Kaiser er niet van om de dakpannen van zijn zolderkamer te halen. Er was namelijk iets bijzonders te zien. De komeet van Halley, een hemellichaam dat elke 76 jaar in de buurt van de aarde komt. Kaiser was wetenschapper, en had precies uitgerekend waar en wanneer de komeet zichtbaar zou zijn. Allerlei uitgenodigde notabelen en hoge ambtenaren keken mee in het pand aan de Cellebroersgracht – tegenwoordig de Kaiserstraat. Kaisers berekeningen klopten, en alle aanwezigen waren zeer onder de indruk. De prestatie leverde hem een eredoctoraat op aan de Universiteit Leiden, en dat zorgde ervoor dat hij hoogleraar kon worden toen er in 1840 een vacature kwam. Hij zou de geschiedenis ingaan als de eerste ‘echte’ Nederlandse sterrenkundige in tijden. ‘Dat kwam eigenlijk vooral omdat hij zichzelf als zodanig profileerde’, schrijft wetenschapshistoricus David Baneke in De ontdekkers van de hemel. Daarmee veegde Kaiser wat voorgangers en zijn Utrechtse collega Christophorus Buys Ballot onder het tapijt, maar echt veel sterrenkunde was er inderdaad niet in Nederland, toentertijd. Dat is ook niet zo gek, want Nederland is een ronduit beroerde plek om astronomische waarnemingen te doen.

DOOR BART BRAUN

Zelfs als het niet bewolkt is, zit er meestal nog wel vocht in de lucht. Een sterrenstaarder wil het liefst mooie hoge bergen met droge, ijle lucht eromheen, maar die zijn Nederland niet gegeven. Desondanks produceert Nederland sinds Kaiser een stroom aan hoogwaardige sterrenkundigen. Niet alleen voor onze eigen universiteiten: wie de lange auteurslijsten bij toppublicaties leest, vindt daar behalve astronomen aan Nederlandse universiteiten ook een hoop namen van internationaal uitgezwermde Nederlanders. Harlow Shapley, een oude directeur van het observatorium van Harvard, schijnt Leiden ooit omschreven te hebben als ‘the place where they grow tulips and astronomers for export’. Baneke is verbonden aan de Leidse sterrewacht, en aan het Freudenthal-instituut voor wetenschapsgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. In zijn boek probeert hij te verklaren hoe een land dat zo ongeschikt is voor sterrenkunde toch zoveel goede sterrenkundigen oplevert. Onderzoek doen in de astronomie is alleen de slimsten en meest gemotiveerden gegeven. Maar de wijdsheid van het universum, de schoonheid van de sterrenhemel, de elegantie van de natuurkunde die het allemaal mogelijk maakt en de prikkeling van de raadsels die nog open liggen, trekken ook leken aan. Er ontploft ook nog wel eens wat in de ruimte, voor wiens smaak meer in de richting van enorme knallen gaat. Dat alles betekent dat een boek over sterrenkunde zelf leuker is dan een boek over sterrenkundigen, voor de meeste mensen. Baneke doet echter zijn best om het grotere verhaal te larderen met leuke anekdotes. Een student van de Leidse topas-

tronoom Jan Hendrik Oort vertelde over diens mening over nevenactiviteiten in studentenverenigingen: ‘Hij was heel enthousiast over alle dingen die je deed, op kunstzinnig en ander gebied, zolang je maar al je tijd aan de sterrenkunde besteedde.’ Oorts mentor, de Groninger Hendrik Kaptein, kreeg maar geen telescoop, en in de brieven die Baneke citeert is zijn frustratie voelbaar. Uiteindelijk maakte hij van de nood een deugd, door samen te werken met buitenlandse onderzoekers. De Nederlandse sterrenkunde doet dat nog steeds, en profiteert daar nog steeds van. Kaiser had toen overigens al wel telescopen. De Leidse sterrenwacht kwam er deels met particulier geld. Het Leidsch Studenten Corps tastte diep in de buidel voor Kaiser, vooral uit rivaliteit met Utrecht. In de oorlog werden er stiekem verzetskrantjes vermenigvuldigd. Na de oorlog kwam de radioastronomie op; het werd een Nederlandse specialiteit. De grootste

radiotelescoop ter wereld, LOFAR, ligt bij het Drentse Exloo. Dat soort reusachtige onderzoeksapparatuur kost veel geld, en de Nederlandse sterrenkundigen zijn buitensporig goed in het binnenslepen daarvan. Baneke identificeert een aantal factoren die daaraan bijdragen. Eén daarvan is het vermogen om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Als er al onenigheid is, dan blijft die binnenskamers. Dat sterrenkunde een ‘schone’ wetenschap is, helpt ook om budget binnen te krijgen. Biologen maken proefdieren dood, natuurkundigen maken atoombommen en scheikundigen gif; de sterren zijn echter boven alle misstanden verheven. Sterrenkunde is ook bij uitstek geschikt om mensen enthousiast te maken voor bèta-wetenschap in het algemeen. Oud-minister Maria van der Hoeven droeg het vakgebied daarom een warm hart toe. Naarmate de Nederlanders meer successen binnen haalden, kwam

daar nog een reden bij: die subsidies waren nodig om de veroverde toppositie vast te houden. Bij een grote subsidieaanvraag in 1998 leverden de sterrenkundigen voor de zekerheid een lijstje in met alle onderwerpen waarmee de Nederlandse astronomie zich niet bezighoudt: ze wilden niet als een Holle Bolle Gijs worden gezien. Vooralsnog leveren de astronomen wetenschappelijke waar voor hun geld. Dat maakt soms wel erg zelfverzekerd, beschrijft Baneke. ‘Bestuurders die sterrenkunde niet de hoogste prioriteit geven wordt gebrek aan visie verweten. Niet alleen omdat ze de belangen van de sterrenkundige gemeenschap schaden, maar ook omdat astronomen oprecht niet begrijpen dat iemand onverschillig kan zijn over zo veel fascinerende materie.’ David Baneke, De ontdekkers van de hemel, de Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw. Prometheus/Bert Bakker, 384 blz. € 24,95

De zonsverduistering en de nieuwe telescoop De Leidse Sterrewacht is de oudste universitaire sterrenwacht ter wereld. Sterrenkundigen komen er tegenwoordig vooral voor hun plezier; hun werkplekken zijn verplaatst naar het Oortgebouw. Het monumentale pand is nu vooral een bezoekerscentrum met informatie over sterrenkunde. Het is te bezoeken als onderdeel van de Hortus Botanicus. Toch krijgt de Sterrewacht deze week een nieuwe telescoop. In navolging van oprichter Frederik Kaiser gingen Leidse sterrenkundigen en instrumentmakers met de pet rond. Via een crowdfundingcampagne zamelden ze meer dan twintigduizend euro in voor een

speciale zonnetelescoop. Het apparaat bestaat uit de telescoop zelf, een projector die het opgevangen beeld laat zien op een scherm, en een zogeheten heliostaat. Omdat de aarde draait, staat de zon steeds op een andere plek aan de hemel: een heliostaat is in wezen een spiegel op een klok die met de zon meebeweegt, zodat het zonlicht steeds naar dezelfde plek weerkaatst wordt. De heliostaat is overigens een Leidse uitvinding: de allereerste werd gemaakt door Newtons tijdgenoot en adept Willem Jacob ’s Gravesande. Als alles goed gaat, zou de telescoop de activiteit van het zonne-

oppervlak zichtbaar moeten maken: zonnevlekken en zonnevlammen. De telescoop is precies op tijd klaar voor de zonsverduistering van komende vrijdag. Die is het beste te zien in de buurt van de Faeroër-eilanden, maar in Nederland is tijdens het hoogtepunt van de eclips toch nog 84 procent van de zon afgedekt. Voor wie het nog niet wist: niet met blote ogen kijken, maar door een eclipsbril! Vanaf half tien ’s morgens – als de maan net voor de zon begint te schuiven – gaan de deuren van de sterrewacht open. Er is een lezing over zonsverduisteringen en zonnetelescopen, en na afloop gaat de Leidse zonnetelescoop in gebruik.

De ‘superterp’, het hart van de radiotelescoop LOFAR, bij het Drentse Exloo.


8  Mare · 19 maart 2015 Achtergrond

Het grote Nee De loopgravenoorlogen van Willem Frederik Hermans Willem Frederik Hermans was een meester in het rendementsdenken: als docent én auteur. ‘Ik wil het publiek teisteren en er nog aan verdienen ook.’ Studenten die in opstand komen, daar konden er voor Willem Frederik Hermans niet genoeg van zijn. Niet dat hij het met hen eens was. Welnee, hij verachtte ze. Maar studentenprotest betekende voor hem als lector fysische geografie maar één ding. Lekker ontspannen! Want Hermans (1921–1995) mag dan door zijn biograaf, de Leidse hoogleraar universiteitsgeschiedenis Willem Otterspeer, zijn gedoopt tot ‘de grootste schrijver ter wereld wiens noodlot het was te moeten schrijven in een van de kleinste talen ter wereld’, tegelijkertijd moest de schoorsteen blijven roken en was hij met gezonde tegenzin zo’n twintig jaar universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar begint het tweede deel van Otterspeers biografie: Zanger van de wrok, dat de jaren 1953 tot 1995 bestrijkt. Deel één, De mislukkingskunstenaar, dat anderhalf jaar geleden verscheen, kon de biograaf nog net onder de duizend pagina’s houden. Dat is dit keer mislukt: het werden er 1152. ‘Ik werk slechts één uur per week’, schrijft Hermans meteen trots aan Gerard Reve als hij net aan de academie is begonnen, ‘zodat ik een uurloon van fl 180 netto verdien. Zo gerekend kan ik alleen maar lachen om de hoernalisten die mij uitlachen dat ik in een “provincieplaatsje” zit.’ Dat rendementsdenken blijkt ook uit zijn manier van doceren. Enigszins zenuwachtig en zacht pratend jaagt hij de stof er in recordtempo doorheen. Als een enkeling durft te klagen, antwoordt hij: ‘Bent u dom of alleen maar traag? Als de domme kinderen het dictaat straks overschrijven van de slimme kinderen, staat u mij dan toe mijn college te vervolgen.’ Een oud-studiegenoot die voor de aardigheid aanschuift, ontdekt dat Hermans woord voor woord het college herhaalt dat ze 24 jaar eerder samen hebben gevolgd. De Groningse studentenoproer is een uitkomst, zeker als de opstandelingen minder moeilijk ‘projectonderwijs’ eisen. ‘Ik heb de studenten meegedeeld dat ze bijna helemaal gelijk hadden, dat colleges onzin zijn, middeleeuws, absurd sinds de drukpers uitgevonden is, dat ik derhalve geen college meer zou geven (…) En dat ze voor projectonderwijs veel te stom zijn.’ Otterspeer wil het ‘beeld van klaploper en boeman’ nuanceren, maar geeft toe dat Hermans’ taak ‘vederlicht’ was. Dat blijkt ook uit de turflijst met buitenlandse snoepreisjes waarvoor hij verlof vroeg én kreeg – bijna allemaal dienden ze de literatuur, en niet de geologie. Al moet gezegd dat de universiteit Hermans totaal niet stimuleerde: ‘Net als Lodewijk XVI zeg ik dan ook maar: Après nous le déluge.’ Omdat zijn vakgebied tussen wal en het schip viel, was hij aan niemand verantwoording schuldig, concludeerde ook de onderzoekscommissie die naar aanleiding van Kamervragen over zijn functioneren rapporteerde. Hermans had er in 1973 genoeg van en vertrok naar Parijs. Twee jaar later zou hij GroDoor Frank Provoost

De promotie van Willem Frederik Hermans aan de universiteit van Amsterdam, op 6 juli 1955. Gerard Reve (links) en Oey Tjeng Sit traden op als paranimf.  Foto uit besproken boek ningen de genadeklap geven, in zijn afrekenroman Onder professoren. ‘Ik schrijf omdat ik in elke gedachte die ik vergeet verloren ga’, verklaarde hij. Zijn biograaf is op zijn best als hij die onrust, worsteling en misantropie weet te koppelen aan het oeuvre (‘het grote Nee’) en de personages (‘angst was het vruchtwater waarin ze ter wereld kwamen’). Het schrijverschap is ‘een perpetuum mobile van diepe neerslachtigheid en literaire bevrijding’, de rivaliteit met Mulisch ‘een gedeelde nederlaag’. Otterspeer reduceert Reve overigens tot ‘clown’ en ‘katholiek playmobiel’ en spreekt daarom niet over ‘De Grote Drie’ maar ‘Twee’. Of in Mulisch woorden: ‘Reve had na De avonden zelfmoord moeten plegen of geweren moeten gaan verkopen in Abessinië.’ Hermans schreef intussen zoals hij doceerde: ‘Ik wil het publiek teisteren en er nog aan verdienen ook.’ Dat verklaart de financiële loopgravenoorlogen met uitgevers, journalistieke opdrachtgevers, en zelfs met de minister van Cultuur. Want hoewel hij tot dan toe alle literaire prijzen om principiële redenen weigerde, leek hij in 1971 zowaar overstag te gaan voor de P.C. Hooftprijs. De reden: het honorarium van 18.000 gulden. Na een schriftelijk verzoek van Hermans om de ‘fl 18 000,- (dat is achttienduizend gulden) van te voren te doen overmaken op mijn postgiro’, antwoordde de minister beschaamd dat er sprake was van een tikfout. De prijs bedroeg 8.000 gulden. ‘Excellentie’, schreef Hermans. ‘Men kan nauwelijks verwachten dat

een schrijver zich bijzonder vereerd zal voelen wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens handtekening van de ene dag op de andere fl 10 000 in waarde daalt.’ Dan maar geen prijs. Helemaal hilarisch wordt het als de Leidse hoogleraar geschiedenis H.L. Wesseling in 1983 aan de affaire refereert bij zijn verzoek of Hermans de jaarlijkse Huizingalezing wil houden, en wel voor ‘één duizend gulden (fl 1.000,-)’. Het antwoord: ‘Zulke beloningen zijn

‘Blijkbaar denkt u dat ik te voet naar Leiden kom en overnacht onder een boom op het Rapenburg’ gepast voor geleerden die hun professorensalaris toch wel doorbetaald krijgen, maar niet voor eenvoudige kermisgasten die op de schobberdebonk leven. Blijkbaar neemt u aan dat ik de tocht Parijs-Leiden-Parijs te voet zal maken, dat ik wel ergens zonder te eten of te drinken in de open lucht zal overnachten, onder een boom op het Rapenburg of zo.’ Zijn tegenbod ‘fl 11.000,- (geen tikfout: elfduizend guldens)’ werd niet gehonoreerd. Hermans kwam niet. Dan kon het handiger. Toen hij na een slepende rechtszaak overstapte van uitgever Van Oorschot naar De Bezige Bij, stuurde eigenaar Geert Lubberhuizen hem het contract met

de volgende mededeling: ‘Zoals je ziet ben ik met het voorschot vlak bij het gevraagde bedrag gebleven; ik heb er slechts één nul afgedaan.’ De goudmijn aan dergelijke correspondentie, waartoe Otterspeer als enige toegang kreeg, is natuurlijk een onuitputtelijke bron. Maar toch vraag je je af of Hermans zich in zijn brieven niet verstopte onder een dik pantser ironie of juist zwolg in intens zelfmedelijden. Hadden mondelinge bronnen niet meer uitsluitsel gegeven? Van de 2126 voetnoten in het boek verwijzen er 21 naar een echt gesprek. Tien daarvan zijn afkomstig van weduwe Emmy, die zich naar aanleiding van Hermans’ escapades ‘die niet helemaal stroken met de burgerlijke huwelijksmoraal’ kranig verweert met de oneliner: ‘Maar mijn bed was het warmst.’ Waarom niet meer mensen gesproken, zoals zoon Ruprecht? Waarom uitsluitend terugvallen op papier: oude interviews en brieven uit Hermans’ vaste kring van penvrienden en –vijanden? Nog een gebrek waar ook het eerste deel aan leed: het onophoudelijke bombardement van overbodige ballast: welke auto’s Hermans reed (inclusief cilinderinhoud, kenteken en chassisnummer), hoe de architect van hun zoveelste huis heette, dat op hun adres aan de Ossenmarkt ook wel eens een paardenkeuring (heeft u hem?) plaatsvond, dat een pakje versturen in 1961 fl. 2,36 kostte, etc. Het houdt niet op. Bovendien doet de biograaf wat hij Hermans regelmatig verwijt: hij heeft zijn verhaal met grote haast ‘op het papier gesmeten’. Gevolg: sto-

rende herhalingen, dubbele citaten en eindeloos echoënde aankondigingen voor affaires die pas honderden pagina’s later plaatsvinden. Het kan allemaal moeiteloos geschrapt. En dan, halverwege het boek, wordt de sfeer grimmig. Nadat de biograaf meesterwerken als De donkere kamer van Damokles (1958) en Nooit meer slapen (1966) uitvoerig heeft bewierrookt, verdampt de bewondering. ‘Het is alsof de concentratie waarmee hij zijn romans voorheen op papier wierp, de volledige overgave aan het schrijven, doorbroken was’, schrijft Otterspeer over Herinneringen aan een engelbewaarder (1970). ‘De banale buitenwereld was zijn romanwereld binnengekropen en had zijn thematiek vervalst.’ De verbetenheid waarmee de schrijver zich in polemieken heeft vastgebeten, heeft hem paranoïde gemaakt, en bitter. En dat is slecht voor zijn literatuur, betoogt de biograaf. ‘Voorheen was gelijk hebben in Hermans’ wereldbeeld een vorm van verblinding. Nu dreigde het gelijk hemzelf te verblinden.’ Soms slaat die kritiek door, en wordt het katten. Zo beweert Otterspeer dat Uit talloos veel miljoenen (1981) ‘veel stilistische en inhoudelijke gebreken kent’. ‘De roman opent met een onbeholpen zin en eindigt ermee, en kent daartussenin allerlei zwakheden.’ Het lijkt verdorie wel alsof Hermans ‘de lezer moedwillig een misbaksel door de strot heeft willen duwen’. Poewee! Laten we die beginzin, die Otterspeer in tegenstelling tot alle nutteloze confetti-feitjes dan weer niet citeert, er even bijpakken. Lees en huiver. ‘Als Clemens bij uitzondering eerder uit z’n bed kwam dan Sita, ging hij naar de keuken om thee te zetten en terwijl hij wachtte tot het water kookte, dacht hij: Ik ben toch eigenlijk een goed mens, dat ik haar niet vergiftig.’ Dat kan toch een stuk slechter, zou je denken. Het is op zijn minst beter dan: ‘“Mènin aeide, thea.” Zo begint Homerus zijn Ilias’ - waarmee Otterspeer zijn biografie aftrapt. Het siert hem geen slaafse volgeling te zijn, maar al te opzichtig naar de baas happen is ook weer niet nodig. ‘Hermans kon niet schrijven als hij niet rookte en schrijven ging voor’, schrijft de biograaf. Op 73-jarige leeftijd zal Hermans zijn doodsvonnis te horen krijgen: terminale longkanker. De ambulancerit vanuit Brussel naar Utrecht, waar ‘een zachte dood’ wacht, zou hij zelf geschreven kunnen hebben. De Franstalige ambulancechauffeur verdwaalt in de mist en kan nergens de weg vragen. Terwijl zijn pijnstillers uitgewerkt raken, ligt de auteur hulpeloos achterin. Op 27 april 1995 zijn Emmy en Ruprecht erbij als Hermans ‘de verlossende injectie’ krijgt. ‘Na het toedienen van de finale dosis, wendde hij zich op zijn zij, keerde zich af van zijn vrouw en zoon en stierf, eenzaam als alleen Willem Frederik Hermans eenzaam kon zijn.’ Willem Otterspeer, Zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans Biografie, deel II (1953-1995, De Bezige Bij, 1152 pgs, €39,90 Op donderdag 19 maart geeft Willem Otterspeer een lezing bij boekhandel Van Stockum, Breestraat 113, 19:00 u, toegang gratis


D

19 maart 2015 · Mare

Achtergrond

Wie verliefd wordt, moet verhuizen. Mare stortte zich in de regels rondom huisrelaties. ‘We zijn een stel in de slaapkamer, maar huisgenoten in de fusie.’ DOOR VEERLE VAN DER GRACHT ‘We wa-

ren een soort van Romeo en Juliet. Als iedereen sliep, kwam hij via de brandtrap naar mij toe’, zegt een oud-bewoonster van Quintushuis De Oude Singel. ‘We wachtten altijd tot iedereen sliep en dan kwam hij naar mij toe. We wilden dat niemand erachter kwam, anders moesten we uit huis. Ik probeerde niet naast hem te zitten tijdens het eten en leunde niet tegen hem aan als we met zijn allen film keken. Ik wilde vooral als huisgenoot gezien worden, en niet als vriendinnetje van.’ Dat mislukte. De relatie kwam uit, en het meisje moest het huis verlaten.

oor liefde verbannen Huisrelaties in Leidse studentenhuizen: mag het of niet?

De Oude Singel heeft namelijk één regel: geen huisrelaties. ‘Als je er één toestaat, houd je de rest niet meer tegen en dat kan gewoon niet in een huis met 27 man’, verklaart medebewoner Cedric Hoogenboom (23). Natuurlijk, er wordt onderling best wel ‘geregeld’, zegt hij. ‘Je bent dronken, je hebt een achterlijke outfit aan, regelt op een feestje en blijft bij elkaar tukken.’ Maar, zo legt huisgenoot Harmen Koning (23) uit, ‘als dat in een huisrelatie verandert of er een paar mensen last van krijgen, stellen we een ultimatum.’ ‘Toen ik hier kwam wonen dacht ik: hoe moeilijk is het om niet verliefd te worden?’ zegt het weggestuurde meisje, dat niet met haar naam in de krant wil. ‘Maar iets verbieden maakt het alleen maar spannender om te doen.’ Toch heeft ze begrip voor het vonnis. ‘Je wilt voorkomen dat twee mensen alleen maar met elkaar optrekken. We hebben in huis een open-

deurbeleid, behalve als je seks hebt. Als je dan met een huisgenoot een relatie hebt, blijft je deur wel heel vaak dicht.’ Niet alle huizen hebben zo’n strikt regime. In Huize Mummiezicht, aan de Van Houtstraat, zijn stelletjes wel toegestaan, vertelt Max van der Voet (19). ‘Er is bij ons in huis inmiddels een flinke regelboom opgesteld’, zegt hij over zijn met elkaar scharrelende huisgenoten. Zelf heeft hij al tien maanden een succesvolle huisrelatie. ‘Je zit zo dicht op elkaar: je eet, drinkt en doucht gewoon in het zelfde huis. De kans dat je een leuk iemand ontmoet is groot. Wat nu als dat de liefde van je leven is? Dan is het is toch raar als andere mensen je dat verbieden?’ Bijkomend voordeel: ‘Het scheelt dat je niet de halve stad door hoeft te fietsen of moeilijk met agenda’s hoeft te doen.’ Van der Voet probeert zijn huis zo min mogelijk met zijn liefdesleven te belasten. ‘Het huis gaat onze relatie eigenlijk niks aan, zowel de lol als de last’, vertelt hij.

‘Wie houdt er nou van een klef stelletje? We maken ook geen ruzie in het openbaar. We zijn een stel in de slaapkamer, maar huisgenoten in de fusie.’ Wettelijk gezien kan een bewoner eigenlijk niet door andere huisgenoten op straat worden gezet. ‘Een huurder heeft recht op huurbescherming’, verklaart mevrouw Bruns van het Juridisch Loket dat gratis telefonische rechtshulp biedt. ‘Als je echt last hebt, moet dit via de verhuurder en zal je een advocaat moeten vinden, maar het beste kun je eerst met elkaar rondom de tafel zitten.’ ‘Bewoners kunnen niet via ons hun huis uitgezet worden vanwege een huisrelatie’, zegt Jan Benschop, directeur van DUWO. ‘Als er echt grote klachten zijn, kunnen ze ons via hun huisbeheerder of via één van onze kantoren bereiken, maar dat is nog nooit voorgekomen.’ Maar omdat de regel een stilzwijgende afspraak is, zullen er weinig bannelingen klagen. Ook de oudbewoonster van De Oude Singel deed dat niet. ‘Na een half jaar stond onze huisrelatie als laatste punt op de agenda van de huisvergadering. Iedereen vond ons als huisgenoten super fijn en ze wilden ons niet kwijt. Maar ze wilden ook de algemene huisrelatieregel niet versoepelen. Ik heb het nooit persoonlijk opgevat, want ik ben weggestuurd door een

huisrelatie heeft. ‘Het was eerst een groot taboe. Het is bij ons lang door twee mensen geheim gehouden. Maar je kunt het beter openbaar maken dan te blijven liegen.’ ‘Vroeger’, vult een van haar huisgenoten aan, ‘zeiden we bij hospiteren tegen de kandidaten: “Als je denkt dat je op een van de huisgenoten verliefd gaat worden, ga dan nu weg.”’ Maar nu relaties zijn toegestaan, geniet de bewoonster van de voordelen. ‘Je voelt je wel opgelaten als je veel met elkaar omgaat. Je kan ook gek doen met een andere huisgenoot, maar als je dit met je huisrelatie doet, kijken mensen je toch sneller aan. Maar het gaat heel goed: We wonen al lang met dezelfde groep samen en iedereen staat er heel open en relaxed tegenover. Bovendien hebt je altijd gewoon je spullen bij de hand en hoef je nooit the walk of shame te lopen. Maar het nadeel is wel dat je een beperkte vrijheid hebt en altijd op elkaar let: je weet altijd wat de ander aan het doen is. Quality time met elkaar is daarom belangrijk. Zo hebben wij één vaste avond in de week waarop we bijvoorbeeld samen koken.’ Maar gaat het mis, dan moet je vertrekken. Dit overkwam een oud-huisbewoonster (25) van ’t Witte Huis, aan de Morsweg. ‘Ik had een break-up, moest verhuizen en weer nieuwe mensen leren kennen. De eerste keer dat het uitging dachten we: dit lukt wel, maar we maakten te veel ruzie en kwamen steeds weer samen. De dag nadat ik het voor de tweede keer uitmaakte, ging ik direct op Kamernet op’zoek. Een week later was ik verhuisd.’ Het grote verschil van een gebroken huisrelatie en een normale break-up, zegt ze, is dat je ex niet valt te ontlopen. ‘Normale exen bellen elkaar dronken op. Wij hoefden alleen maar één trap op te lopen.’ Bovendien mag het de sfeer in huis niet verpesten. ‘Je wilt dat iedereen goed met elkaar kan opschieten. Het is niet de bedoeling dat er twee kampen ontstaan.’ Ook geeft ze toe: ‘Als je ex een nacht niet thuiskomt, ga je dat toch bij je huisgenoten navragen.’

‘Normale exen bellen elkaar dronken op. Wij hoefden alleen maar een trap op te lopen.’ regel, niet omdat ze me niet mochten. Bovendien ben ik nog steeds welkom thuis en mis ik geen enkel feestje. Ik heb nu alleen alle voordelen van het huisgenootschap en niet de nadelen.’ In Huize De Kleine Beer, in de Rembrandtstraat, zijn relaties toegestaan. Tenminste: zolang het aan blijft. ‘Als het fout gaat, moet de jongste eruit’, vertelt een bewoonster (21) die al anderhalf jaar een

Nu ze is verhuisd, zijn de feestjes in het oude huis ‘niet geweldig’. ‘Maar gelukkig kun je je dan nog altijd tussen je andere huisgenoten verstoppen.’ Het zijn vooral de afstudeerborrels die ongemakkelijk zijn. ‘Dan sta je gezellig tussen je oud-huisgenoten liedjes te zingen en hoor je behalve over je eigen huisrelatie ook met wie je ex daarna wel allemaal niet bezig is geweest.’

9


10  Mare · 19 maart 2015 English page

Rebelling against the rituals The recalcitrant Islam of Sufism To become closer to God, Sufis meditate, drink and dance. A book by Asghar Seyed-Gohrab examines this mystic movement within Islam, a movement that even influenced fundamentalists like Ayatollah Khomeini. BY VINCENT BONGERS “I was living in Te-

heran when the city was bombed and targeted by missiles”, recalls Asghar Seyed-Gohrab (1968), an assistant professor teaching Persian Literature. “It was horrendous. Nights were often code red: we could be hit at any time. I would think ‘this might be my last night’ and I would go and see my family. That way, at least we would die together.” The Islamic Republic of Iran was founded after the revolution of 1979. The Shah (king) was deposed and fundamentalist Shiite priests, led by Ayatollah Ruhollah Khomeini, seized power over the country. “My father was actively engaged in politics and opposed the regime. He fled to the Netherlands in 1980. I fled in 1986, because of the war with Iraq (1980-1988). I was eighteen and I didn’t want to fight. Human smugglers guided us through Kurdistan across the Turkish border. We walked for eleven days. They kept saying ‘Tomorrow we’ll have crossed the mountains and then we’ll be there.’ But the mountains went on and on, day after day.” Nowadays, Seyed-Gohrab is a lecturer and researcher at the university where he enrolled in 1990: Leiden. Last month, he published the book Soefisme, een levende traditie. [Sufism, a Living Tradition]. “I’m an atheist, but it annoys me when people don’t realise there are different movements and groups within Islam. It causes so many misunderstandings. For instance, everyone thinks that Islam says that Mohammed should not be portrayed. Yes, according to some groups it’s true: pictures are not allowed. But the Quran doesn’t forbid it. In Iran, you can see murals portraying Mohammed’s ascension to heaven on the back of Buraq, a mythical creature with the face of an angel, the legs of a gazelle and the body of a horse. I want to show people how many di-

rections and interpretations there are within in just one movement of Islam. There are many ways to be a good Muslim. If young Dutch people could only see that, it would prevent them radicalising.” But what is Sufism? “Sometimes, they say: if Islam is a shell, Sufism is the pearl. You can’t get closer to God with just the Quran and sharia. From the twelfth century onwards, every Islamic society was full of different versions of Sufism. The Sufis have many alternatives for all Islamic concepts. The Quran is very cryptic: there’s no single correct interpretation. To continue the analogy of the shell: the intellect is a means to reach the sea, but if you want to find the pearl, you have let go of your intellect and let your intuition guide you.” You can let go of your intellect by going into raptures through meditation, alcohol or dancing. You can also grow closer to God by rebelling against sacred rituals, as illustrated by San’ân, the most respected and learned sheik of his era. “He felt a lack of universal love and fell in love with a Christian girl. She said she would love him on four conditions: he must drink wine, kneel before an idol, burn the Quran and renounce Islam. When he had done all that, his wife taunted him even more: she wanted San’ân do what a Muslim detests most: he had to keep pigs. “He could only grow in religiosity when he had rid himself of his false piety, by which the Sufis mean that mystic love cannot be trapped in dogmas and established rituals. It exceeds the terms of human thought.” There is a huge body of mystic poetry with an abundance of imagery and metaphors from much older secular literature about things like homo-eroticism and drinking wine. “A famous example is a poem by Hâtef, in which he exalts other faiths rather than Islam. He describes a meeting his beloved, a young Christian man, in a church. The poem contains stanzas like: ‘He opened his delightful mouth while a honeyed smile played around his lips.’” Those texts have a purely mystical content and should not be taken literally. Nonetheless, some Islamic movements regard Sufism as heresy. “To fundamentalists, Sufism is like

Mural depicting the ascension of Mohammed, on the back of a mystical animal called Buraq. waving a red rag to a bull while Sufis claim ‘We’re truer Muslims than orthodox theologians.’ The two parties have been fighting each other since the very beginning and Sufis would do better to steer clear of IS, who view Sufis as lapsed Muslims. IS think Sufis are worse than Christians and Jews, who at least follow a religion with a book.” Even so, the relationship between orthodox Muslims and Sufis is complicated. “It’s very schizophrenic. In Iran, there are very many orders of Sufism; they are officially illegal and often subjected to harassment. Still, a good many books are published on mysticism.” Ayatollah Khomeini, whom everyone regards as a fundamentalist, was interested in mystic notions as a young man back in the twenties. “He had years of private lessons on Sufism and later, he taught it too. You can see it in his political beliefs: the absolute power of the priest stems from the Sufi idea of the perfect man who is constantly in touch with the divine. Khomeini

believed he held that mystic status.” The ayatollah was a very productive writer, penning 149 love poems for starters. “His work follows the medieval tradition of the qalandar, wandering vagabonds who thought that Muslims who only went to the mosque for appearance’s sake were hypocrites. The qalandar believed that social status was the most dangerous trap on the path to mysticism and responded by sinning and provocation. They often went about half-naked, wrote homo-erotic poetry, drank wine and had pierced ears, noses and genitals. This recalcitrant attitude was a shield to protect their piety. “Khomeini quotes them in his poetry, writing things like: ‘Wine bearer! Pour rose-coloured wine into my cup: this full wine barrel is the reason for our honour.’ Of course, he was using the qalandar as a metaphor; he wasn’t really wasted when he read the Quran. However, he did think himself above everything else, including good and evil – which meant he was allowed to do anything.”

Academische Agenda

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. LeidenNoord, 31 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 8 met vergoeding van €5-7,- per les. Voortgezet onderwijs, 11 leerlingen Nederlands, economie, Engels, wiskunde, natuurkunde, waarvan 2 met vergoeding van €5,- per les. Marokkaans meisje, Engelstalige grammatica, tweedejaars mbo-4-opleiding. Ook hulp gezocht bij: *Twee jongens, Nederlands, burgklas. *Biologie, geschiedenis, 2mavo. *Economie, 4vmbo. *Natuurkunde, scheikunde, 2vmbo. *Wiskunde A, 4vwo. *Engels, Nederlands,

A compilation of Khomeini’s work was published in 1989, just after his death. “It’s interesting to see how people reacted to his work. His opponents were very surprised and many parodies appeared, depicting the ayatollah reading the Quran while sipping wine. Of course, the conservative fundamentalists emphasised the leader’s hypocrisy: ‘we told you so: he wasn’t to be trusted!” Similar imagery and mystical poetry was used to motivate soldiers in the war against Iraq during Saddam Hussein’s regime. “It’s both appalling and fascinating. The young men who went to war were described as God’s lovers; the soldiers offered their lives to become one with Him. Slogans and propaganda referred to them as ‘moths that are drawn towards the light and throw themselves into the flame.’ The flame represented the explosion of an Iraqi bomb. “Boys as young as thirteen and fourteen were leaving to fight on the frontline. The social pressure to join up was huge, which is why I eventually fled.”

4havo. Engels, biologie, 4vmbo-t. *Engels, 5vwo. *Wiskunde, rekenen, brugklas vmbo. *NASK, geschiedenis, Engels, 2havo. *Engels, 3vmbo-TL, tot €10,- per les. * Natuur-, scheikunde, 4havo, €5,0 per les. *Studente Biomedische Wetenschappen zoekt hulp bij schrijven stageverslag in Engels (voor eind maart). Leiden-Zuid, 10 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs, wiskunde, 2vmbo. Economie, 5vwo. Vrijwilliger uit Stevenshof gezocht voor basisschoolleerlinge, huiswerkbegeleiding, basisonderwijs middenbouw. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwwleiden.nl. Leer in drie avonden (donderdag 26 maart, 9 en 16 april) bridgen en win een prijs op het afsluitende toernooi (500 euro prijzengeld). Schrijf je in op www.studentenbrigdeleiden.nl of stuur een e-mail naar info@studentenbridgeleiden.nl.

Lezing: ‘Spirituele impulsen in Oost en West’ Door Stichting I.S.I.S. Toegang gratis. Woensdag 25 maart, 20.00 uur. Leiden, Lorentzkade 15a. www.stichtingisis.org Gratis kickstart cursus bridge van drie lessen (donderdag 26 maart, 9 en 16 april), inclusief deelname aan derde Leids Studenten Bridgekampioenschap op 17 april, met 500 euro prijzengeld: www.studentenbrigdeleiden.nl -Algemeen bestuurslid gezocht Wil jij tijdens je studie bestuurservaring opdoen tegen een aantrekkelijke bestuursbeurs? Je inzetten voor de belangen van 6.000 studenten en direct inspraak hebben op het beleid van studentenhuisvesting? Overleg voeren met DUWO, de gemeente en de universiteit? Dan zijn wij op zoek naar jou! Kijk op onze website www.huurdersverenigingbres.nl voor meer informatie. Solliciteren kan tot 15 april.

Maretjes extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semicommerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com Room to let, 30 square meter, €530pm, Witte Singel 69 Leiden, for female tenant (age preferably between 18y and 40y). There is a garden for common use. terspill@xs4all.nl, 071 5142099.

Help Alzheimer overwinnen. Dan hoeft niemand zichzelf te verliezen. www.alzheimer-nederland.nl

Prof.mr.drs. D.F.M.M. Zaman zal op vrijdag 20 maart een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit der Rechtsgeleerdheid met als leeropdracht Notarieel Ondernemingsrecht. Dhr. J.P.M. Mochel hoopt op dinsdag 24 maart om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Dynamics of the Renin-Angiotensin Aldosterone System in Dogs: Circadian variations in physiological conditions and in relation to Angiotensin-Converting Enzyme inhibition’. Promotor is Prof.dr. M. Danhof. Dhr. G. Torcolacci hoopt op dinsdag 24 maart om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Marking the Default’. Promotor is Prof.dr. R. D’Alessandro. Dhr. E. Cavirani hoopt op dinsdag 24 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Modelling phonologization: vowel reduction and epenthesis in Lunigiana dialects’.

Promotoren zijn Prof.dr. M. van Oostendorp, Prof.dr. G. Marotta (Univ. Pisa) en Prof.dr. R. D’Alessandro. Dhr. W. Rodrigues hoopt op dinsdag 24 maart om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The apinayé teaching and learning process as observed in the manufacturing of their musical instruments’. Promotoren zijn Prof.dr. W. Adelaar en Prof.dr. L.C. da Silva (Univ. Federal do Pará - UFPA, Brasil). Mw. J.H. Ellenbroek hoopt op woensdag 25 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Pancreatic βand α-cell adaptation in response to metabolic changes’. Promotoren zijn Prof.dr. E.J.P. de Koning en Prof.dr. A.J. Rabelink. Mw. M.A. Wijngaarden hoopt op donderdag 26 maart om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Metabolic and endocrine adaptations to fasting in lean and obese individuals’. Promotoren zijn Prof.dr. H. Pijl en Prof.dr. J.A.P. Willems van Dijk.


19 maart 2015 · Mare Cultuur

Agenda

Ouwelullenmuziek in hoogconjunctuur Het nieuwe zwart-wit van Danny Vera Voetbal International-muzikant Danny Vera heeft een show vol ouderwetse liedjes. ‘Opeens vinden de mensen het wèl leuk.’ Danny Vera, dat moet wel een artiestennaam zijn. ‘Mijn echte naam is Danny Polfliet. Vera is de voornaam van mijn moeder die in 2001 overleden is. In 2002 ondertekende ik mijn platencontract en zocht ik een goede artiestennaam. Het is mooi om haar altijd bij me te dragen.’

‘Ik ga tegen de massa in.’ Foto Robert Muda

ik daar elke maandag en vrijdag, live. Net als The Roots bij Jimmy Fallon: ik doe de begintune en begeleid de acts.’ Wat heb je met het gitarenmerk Gretsch? ‘Sommige mensen hebben een voorkeur voor BMW, sommigen voor Mercedes. Ik heb dat met Gretschgitaren. De twaalf laatst gekochte gitaren van de dertig die ik heb, zijn van dit merk. Een stuk of twintig heb ik opgehangen in mijn woonkamer. Mijn vrouw vindt dat geen probleem. Bovendien heb ik een groot huis, dus staan ze niet in de weg.’

Je tour heet The New Black and White. Maak je oude muziek? ‘Ik zit graag in hokjes, daarom maakt mijn tourtitel mijn stijl in één keer duidelijk. Ik maak namelijk nieuwe muziek geïnspireerd op oude muziek van de fifties en sixties zoals die van Roy Orbison, Johnny Cash en Elvis Presley. Vroeger vond men dat apart. Welke jongen van zeventien maakt nou ouwelullenmuziek? Mijn muziek is hetzelfde gebleven, maar mensen vinden het nu opeens wél leuk. Het is bij muziek een kwestie van hoog- en laagconjunctuur: soms is je stijl geaccepteerd en soms niet. Ik ga mijn eigen weg. Al is die weg soms langer, omdat je tegen de massa ingaat.’

Hoe bedenk je je nummers? ‘Meestal speel ik een beetje gitaar en dan komt het vanzelf. Alles kan een verhaal worden. ‘Zo interviewde een meneer van een regionale krant mij eens. Aan het einde van het interview vroeg ik aan hem hoe het eigenlijk met hem was. Hij vertelde me dat het nu goed ging, maar dat dat vroeger wel anders was. Hij brak altijd in bij slaapkamers van mensen midden in de nacht en hield dan een pistool tegen hun hoofd aan terwijl ze sliepen. Maar schieten dat deed hij nooit. Ik heb dat verhaal vervolgens in een liedje verwerkt.’

Hoe kwam je bij Voetbal International terecht? ‘Ik stuurde een keer een track en toen vroeg Johan Derksen me als vaste huisband. Sindsdien zit

Danny Vera Gebr. De Nobel 21 mrt. 20.00 vanaf €10

DOOR VEERLE VAN DER GRACHT

Kom maar bij ons schuilen De Gebroeders Harteveld en Fretz staan zaterdagavond in Theater Ins Blau. Vanuit hun bunker kijken ze naar de wereld. ‘Wat moet je met al die hoop?’ DOOR MARLEEN VAN WESEL Scène 1: een landweg, miezerregen en een autotje met de cabaretiers Marcel Harteveld en Johan Fretz onderweg naar een optreden. Zo begint de nieuwe webserie Helden op npo3lab.nl. ‘Je ziet hoe we op elkaar vitten over de wereldhit die we geschreven denken te hebben. Vervolgens komen we in het theater, waar de receptionist nog nooit van ons heeft gehoord. Vijf man komt er naar onze voorstelling in de kleine zaal. Voor Pieter Derks, die de grote zaal heeft uitverkocht, wordt intussen de rode loper uitgerold’, vertelt Marcel Harteveld (1984). Met Johan Fretz timmert hij in werkelijkheid hard aan de weg, maar de serie is niet helemaal fictief. ‘We dramatiseren wat we meemaken. De ene avond spelen we voor vierhonderd man in Arnhem, maar de dag erna voor tien man in Vught. Juist dáár zit comedy in.’ Zaterdag staan De Gebroeders Harteveld & Fretz, in het echt, in Theater Ins Blau met een try-out van hun nieuwe voorstelling. Harteveld: ‘Rond Kerst hadden we twee uur aan materiaal klaar, maar dat hebben we allemaal weggegooid. We wilden iets anders.’ Drie weken later ging toch echt die try-out-tour van start. ‘Het grootste deel is sindsdien op de vloer ontstaan.’ Hun vorige voorstelling Revolte! was een politieke campagne om Johan Fretz in 2025 minister president van Nederland te maken, voortbordurend op zijn roman Fretz 2025. ‘Door te durven dromen, wilden we de politiek een hoopvolle laag ge-

11

ven. Cijfers of een partijprogramma hadden we niet. Juist daarop kwam kritiek. In de nieuwe voorstelling hebben we ons teruggetrokken in een bunker uit onze jeugd. Vanuit daar kijken we naar de wereld. Alles en iedereen die kwetsbaar is, mag bij ons komen schuilen.’ Aan de oorspronkelijke naam van het duo, De Gebroeders Fretz, is nu pas Hartevelds naam toegevoegd. ‘Alleen “Gebroeders” had iets stichtelijks. Met “Fretz” erachter klonk het grappig. Ik had het zelf bedacht, maar door Johans gooi naar het premierschap, begrepen mensen het niet helemaal meer. Ze dachten dat ik de achtergrondzangeres was.’ In de bunker moet het veilig zijn.

‘We gaan er op zoek naar dromen van vroeger, die het niet overleefd hebben, en dromen van nu. Wat moet je met al die hoop en hoe serieus moet je het nemen? Johan wilde ooit Nederland het wereldkampioenschap voetbal bezorgen, waar niks van over is. En ik zing liedjes over de liefde, wat op zich ook een ideaal is om na te streven. Maar uit de periode waarin we tourden met Revolte! kwamen vooral gemankeerde liefdesliedjes voort.’ Dat was een heftige tijd, die uiteindelijk mooi aansloot bij de dertigersproblematiek die in de bunker besproken wordt. ‘Ineens ben je 29, weer alleen, en heb je nog slechts een jaar voor alle dingen die je voor je dertigste had willen doen.’ De liedjes staan ook op zijn soloal-

bum Haat/Liefde, waarvan de lancering gepland staat voor na de zomer. Eerst focussen de Gebroeders zich nog even op de première van hun voorstelling, op 1 mei. ‘We schrijven nog wekelijks nieuwe teksten en schuiven voortdurend met de volgorde. Op zich ligt er altijd een speellijst klaar voor die avond, maar soms begint een van ons plotseling met iets anders. Laatst vroeg Johan vanuit het niets: “Wat is eigenlijk broederschap voor jou?” “Euh…” Maar ook dat ging uiteindelijk ergens heen.’ De Gebroeders Harteveld & Fretz Theater Ins Blau Zaterdag 21 maart 20.30 uur Vanaf €13,00

FILM

TRIANON Still Alice dagelijks 19.00 + 21.30 za. zo. 15.30 The Imitation Game dagelijks 21.30 KIJKHUIS Whiplash zo. ma. di. 15.30 Birdman dagelijks 21.30 LIDO Cinderella dagelijks 18.45 Kingsman: The Secret Service dagelijks 21.30 AFRIKA-STUDIECENTRUM Movies That Matter: filmvertoning The Supreme Price Woensdag 25 maart 14.45 gratis

MUZIEK

DE TWEE SPIEGHELS Robin Koerts And Friends vrij. 20 maart 21.00 gratis Bernard Berkhout And Friends za. 14 maart 21.00 gratis GEBR. DE NOBEL Peter Pan Speedrock vrij. 20 maart 20.00 €15 Danny Vera: 50’s/ 60’s Rock ’N Roll Sounds za. 21 maart 20.00 €12,50 AALMARKTZAAL NSKA en Koninklijk Conservatorium: Scheiden van de markt za. 21 maart 16.00 €7.50 CATHERINAFOYER STADSGEHOORZAAL Ray Anderson’s Organic Jazz en Blues Quartet (USA) za. 21 maart 20.00 €15 STADSGEHOORZAAL RGB Festival: Holland Bigband olv Loet van der Lee za. 21 maart 21.45 vanaf €12.50 RGB Festival: Avishai Cohen trio zo. 22 maart 20.30 vanaf €17.50 QBUS RGB Festival: Mark Olson + Ingunn Ringvold & Jazzy Guests di. 24 maart 21.00 €12.50

THEATER

LUCENT DANSTHEATER DEN HAAG Nederlands Dans Theater: Symphysis do. 18, vrij. 20, za 21 en zo. 22 maart 20.00 vanaf €10 AALMARKTZAAL Speelman & Speelman: Lach het weg vrij. 20 maart 20.15 vanaf €14.50 THEATER INS BLAU Trouble Man/ Frascati Producties: Hollands Luchten II: Pandgenoten vrij. 20 maart 20.30 vanaf €14.50 Gebroeders Harteveld en Fretz za. 21 maart 20.30 vanaf €13 Samir Calixto/ Korzo Producties: Paradise Lost woe. 25 maart 20.30 vanaf €13.50 LEIDSE SCHOUWBURG Javier Guzman: Absurd Verlicht do. 26 maart 20.15 vanaf 10

DIVERSEN

‘Er zit juist komedie in het spelen voor tien man in Vught.’

Foto Jona Sacks

VOLKENKUNDE Tentoonstelling: Geisha 10 oktober 2014 t/m 6 april 2015 MUSEUM DE LAKENHAL Tentoonstelling: Een Deftige Parade. De Selectie van Rudi Fuchs 11 oktober 2014 t/m 31 mei 2015 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Tentoonstelling: Carthago 27 november 2014 t/m 10 mei 2015 UNIVERSITEITS BIBLIOTHEEK Tentoonstelling: Humbert de Superville: tekenaar, geleerde, visionair 29 januari 2015 t/m 2 juni 2015 MUSEUM BOERHAAVE Tentoonstelling: Foodtopia 6 februari 2015 t/m 1 november 2015 SIEBOLDHUIS Verjaardag Japanmuseum Sieboldhuis di. t/m do. 10.00-17.00 €8


12

Mare · 19 maart 2015

Kamervragen

Inburgeren

De Nieuwe Universiteit

Foto Marc de Haan

‘Schaken met een cognacje erbij’ Jessie Melman (22, archeologie) en Douwe Kijvekamp (24) Huis: Francois Houttijnshof 9 Grootte: 45 m2 Bewoners: 2 Kost: € 843 incl. Hoe komen jullie aan deze hofjeswoning? Jessie Melman: ‘Ik ben samen met een oud-huisgenootje hierheen verhuisd. Zij stond al heel lang op de wachtlijst en vroeg mij mee. Na een paar maanden is ze verhuisd en ik moest snel een nieuwe huisgenoot opgeven.’ Douwe Kijvekamp: ‘Samenwonen stond eigenlijk niet op de planning, maar zo’n kans krijg je nooit meer, en het bevalt goed. We zijn drieënhalf jaar samen, waarvan ik twee jaar in het buitenland gewoond heb. Het is fijn om een vaste plek te hebben.’ Waar woonde je eerst? Melman: ‘In een groot studentenhuis op de Hooigracht, met zeventien mensen

Bandirah

van allerlei verenigingen. Het was heel gezellig, maar dat was ook wel te zien. Als je wilde koken, moest je eerst vieze pannen afwassen. Op een gegeven moment ging de kat ook nog eens weg. Toen liepen er tijdens het koken muizen door de keuken. En als het begon te regenen kwam er een horde door het keukenraam. Ik mis de huisgenoten wel, maar niet het samenwonen met zoveel mensen.’ Kijvekamp: ‘Gelukkig hebben we hier ook leuke buren. Binnenkort zijn er hofjesconcerten. Dan gaan we waarschijnlijk biertjes verkopen.’ Wat zeggen bezoekers als ze bij jullie binnenkomen? Melman: ‘Ze vinden het altijd schattig. Het huisje is heel sfeervol. Het heeft allemaal rare hoekjes en kastjes, een stenen vloer, een keukenraam met kleine glazen vakjes die uitkijkt op het hofje en een sfeervolle slaapkamer met prach-

tige houten balken. Op het hofje zie je de oude wc’s, het zijn nu opslagkasten met hartjes in de deuren.’ Kijvekamp: ‘Dit hofje werd in 1737 gesticht. De huizen waren gebouwd voor weduwen, er mochten ook geen mannen komen.’ Moest er veel aan gebeuren? Kijvekamp: ‘We hebben elke centimeter geschilderd. Het huis heeft drie kamers, op elke verdieping een. Elke ruimte heeft zijn eigen karakter. De slaapkamer is klein, knus en romantisch, in de woonkamer kun je lekker hangen.’ Melman: ‘In de eetkamer hebben we een grote tafel, waar je met vrienden aan kunt zitten of een potje kunt schaken. Dat doen we regelmatig, met een cognacje erbij.’ Waren jullie het meteen eens over de inrichting? Melman: ‘In de hoek van de eetkamer

staan nog drie kartonnen dozen. In de bovenste zitten zijn modelvliegtuigjes.’ Kijvekamp: ‘Dat is nog een punt van onderhandeling. Ik heb luchtvaarttechniek gestudeerd en werk in de luchtvaart. Daarom krijg ik regelmatig modelvliegtuigen cadeau. In mijn oude studio stonden ze midden in mijn kamer. Waar ze nu moeten komen, daar zijn we nog niet uit. Ik moet er nog even goed over nadenken waarop ik ga inzetten.’ Melman: ‘In de andere dozen zitten spullen van mij die hij niet mooi vindt. Hij heeft een hekel aan mijn ‘dingetjes’.’ Kijvekamp: ‘Heel veel kaarsenhouders en fotolijstjes. En drie theedozen. Je weet wel: dingetjes.’ Melman: ‘En het servies van mijn oma, met ganzen en strikjes. Dat vind hij ook niet mooi. Maar we komen er wel uit. Waarschijnlijk krijg ik een kat, en hij zijn vliegtuigjes.’ DOOR PETRA MEIJER

Vorige week was ik bij een bijeenkomst van de Nieuwe Universiteit Leiden. Het doel van de bijeenkomst was het opstellen voorlopig eisenpakket. De eisen verschilden niet zoveel van die van het Maagdenhuis: meer inspraak, meer transparantie, minder economisch gemotiveerde besluitvorming en eerlijke contracten voor de medewerkers van de universiteit. De sfeer van de bijeenkomst daarentegen, was in vergelijking met Amsterdam een toonbeeld van redelijkheid. Het grootste punt van discussie was of de eisen aan de universiteit opgesteld moesten worden in de vorm van ‘the university; ‘must’, ‘ought to’, ‘should’, ‘will have to’ of ‘has to’, gevolgd door de eis in kwestie. Aan het einde van de bijeenkomst stelde een jongen voor om te stemmen over welk gebouw we zouden gaan bezetten, ‘omdat er anders weer in Mare komt te staan dat we laf zijn.’ Wellicht zijn we wat laf en wat voorzichtig in Leiden, maar ik denk dat we daar een stuk verder mee kunnen komen dan in Amsterdam, waar er nauwelijks dialoog is, maar twee monologen tegen elkaar in schreeuwen. Deze tweestemmige monoloog leidt vooral tot radicalisering van de studentenstem. Die wordt in toenemende mate beïnvloed door principiële demonstranten, die het niet eens zoveel uitmaakt waartegen ze zijn, zolang ze maar lekker met verf en doeken in de weer kunnen en pakkende slogans kunnen bedenken. Vrijdagavond was er in Amsterdam een lawaaidemonstratiHonderden protestanten riepen: ‘Politie! Fascisten! Straatterroristen!’ Toen de agenten vervolgens ingrepen, werd er op sociale media gesproken van ‘buitensporig politiegeweld’. Nu vind ik dat je alles moet kunnen zeggen, maar als je belachelijke leuzen gaat scanderen tegen mensen die gewoon hun werk doen, moet je ook niet raar opkijken als zij vervolgens van hun geweldsmonopolie gebruikmaken. Dan kun je maar beter wat gezapig en lafjes bij elkaar komen in een zaal van dezelfde universiteit die je probeert te veranderen, om daar overeenstemming te bereiken over wat er veranderd dient te worden en daarover vervolgens met het college van bestuur de dialoog aan te gaan. Dit is niet alleen constructiever (leve het rendementsdenken!), het komt ook over alsof het je om de verbeteringen zelf gaat, en niet om het principieel tegen zijn. Wat trouwens nog ontbrak aan het eisenpakket, was het benadrukken van de noodzaak om samen te werken met studenten van andere universiteiten. Veel van de problemen op de universiteit worden namelijk vanuit Den Haag geregisseerd. In plaats van in elke universiteitsstad een eigen ‘Nieuwe Universiteit’ te beginnen, kan er beter een nieuwe Universiteit van Nederland worden opgericht, Voor een krachtiger gebaar naar de beleidsmakers. Het is alleen te hopen dat we daarnij niet besmet raken door het onredelijke antigedachtegoed van de Amsterdammers. TIM MEIJER

Mare 23 (38)  

Leids universitair weekblad

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you