Page 1

12 maart 2015 38ste Jaargang • nr. 22

‘Het juiste inzicht in de koran bestaat niet’ Pagina 9

Klimmen is leuker dan bovenop staan. Waarom houden we van risico’s?

Het dierenrechtendebat moet anders, vindt een literatuurwetenschapper

De drank, drugs en horrible women van een vergeten bluesheld

Pagina 3

Pagina 7

Pagina 11

Net begonnen Leiden: actievoerders willen ‘geen wapengekletter, maar dialoog’ De Nieuwe Universiteit Leiden wil geen deuren intrappen maar juist wel praten met het college. Bij de tweede bijeenkomst van de Nieuwe Universiteit, afgelopen dinsdagavond, is meteen duidelijk dat een bezetting van het Academiegebouw er absoluut niet in zit. ‘Action is our last resort’, zegt Cissie Fu, universitair docent politieke theorie en een van de organisatoren van de Nieuwe Universiteit Leiden. ‘We hopen dat het college van bestuur ons niet in een positie duwt die actie voeren onvermijdelijk maakt. We zijn geen oppositie maar willen in gesprek met heel de universiteit.’ Het succesvolle Amsterdamse voorbeeld wordt dus niet gevolgd. Zo’n 150 studenten en medewerkers in een collegezaal in het Lipsius zijn vooral blij dat de vergadering een stuk gestructureerder verloopt dan die van een week eerder. ‘Hé, er is zelfs een agenda’, zegt een student opgelucht. ‘Die was er vorige week niet. Dat is al een hele verbetering.’ ‘We willen graag om de tafel gaan zitten met het college, zegt Lourens te Beest, masterstudent geschiedenis en wijsbegeerte en woordvoerder van de Nieuwe Universiteit Lei-

DOOR VINCENT BONGERS

Al gewonnen

Amsterdam: college komt bezetters tegemoet, acties gaan door Dinsdag ging het college van bestuur van de UvA door de knieën. Maar de bezetters gaan nog niet naar huis. DOOR PETRA MEIJER ‘Het

is een overwinning voor de protesten’, zegt docent Dan Hassler-Forest, woordvoerder van ReThink UvA. ‘Het bezetten van gebouwen leidt nu eindelijk tot verandering, nadat we jarenlang via bestaande inspraakorganen geprobeerd hebben om iets te bereiken.’ Het UvA-bestuur stuurde een brief met een tienpuntenplan naar alle studenten en medewerkers, waarin ze blijk gaf open te staan voor een nieuwe koers van besturen. ‘Als leiding van de universiteit zijn we per definitie dienend aan de universitaire gemeenschap, maar dit is bij verschillende onderwerpen niet als zodanig ervaren. Dit betekent dat wij enkele traditionele systemen en structuren opnieuw moeten doordenken en vormgeven’, schreef collegevoorzitter Louise Gunning. ‘Die reactie leidde bij ons tot een tsunami aan e-mails’, zegt HasslerForest. ‘Eerder reageerde het college autoritair: het zette de ME in om gebouwen schoon te vegen en ging de dialoog niet aan.’ Een van de belang-

rijkste toezeggingen is het versterken van de medezeggenschap. Er komt meer ondersteuning en instemmingsrecht op het verdeelmodel. Daarnaast wordt de universiteit democratischer. De gehele academische gemeenschap wordt vroegtijdig bij belangrijke besluiten betrokken. Een werkgroep gaat die ‘directe democratie’ onderzoeken. Onderwijs en onderzoek worden verder gedecentraliseerd. Wat Hassler-Forest betreft, zit het grootste succes daarom niet in de tien punten, maar in de brief, waarin het college erkent dat verandering noodzakelijk is. ‘Ze geven toe dat de huidige manier van besturen niet meer breed gedragen wordt en dat er meer inspraak moet komen. De tien punten zijn mooiklinkende concessies, maar wij willen graag weten hoe en wanneer het college deze gaat realiseren. Het college wil praten-praten-praten. Maar er is al jarenlang gepraat. Het is nu tijd om de vertrouwenscrisis te overwinnen.’ Daarom, én omdat ze een onafhankelijk onderzoek naar de UvA-financiën eisen, gaan de actievoerders nog niet naar huis. ‘Het is een stap in de goede richting, maar wel een zeer bescheiden stap.’

Studeren Sporten Stemmen

> Verder lezen op pagina 6

Rapper Typhoon trad op voor de Amsterdamse bezetters in Het Maagdenhuis. Ondanks ruime toezeggingen van het college van bestuur blijven de betogers hun protest voortzetten. Foto Daniel Rommens

Advertentie

To-do list 18 maart

den. ‘Het gaat ons om de dialoog en niet om wapengekletter. Als we nu al met zwaarden gaan zwaaien, dan slaat alles dicht. We staan voor inclusiviteit en inspraak. Als de rector wil langskomen dan is hij van harte welkom. Dan kan hij zijn punten inbrengen.’ Tijdens de vergadering wordt er eerst lang gesproken over de eerder gepubliceerde voorlopige stellingname. Daarin staat dat de medezeggenschap op alle niveaus onvoldoende zichtbaar en robuust is. En dat het streven naar kennis en Bildung wordt gehinderd door topdown-rendementsdenken. Ook blokkeert de ‘onpersoonlijke motor van de bureaucratie’ de totstandkoming van een open en duurzame universiteitsgemeenschap. Na enige discussie sneuvelt de onpersoonlijke motor. ‘De bureaucratie is juist heel persoonlijk’, zegt een medewerker van Rechten. ‘Ik weet precies wie er verantwoordelijk voor is.’ Na een half uur schaven is Frits Brouwer, student international studies, de haarkloverij zat. ‘Ik stel vast dat er enige weerzin is tegen het stellen van harde eisen’, zegt hij. ‘Als we te soft zijn, dan gebeurt er niets. Maak het scherper.’


2  Mare · 12 maart 2015 Geen commentaar

Spieken

Colofon

Door Bart Braun De mooiste spieker aller tijden blijft de Rotterdamse student

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

die alle informatie voor zijn vak op een neutraal vormgegeven poster zette. Een dag voor het tentamen hing hij de poster op in de tentamenzaal. Geen surveillant die keek wat er nou eigenlijk op stond. Wat een werk moet het zijn geweest: bepalen wat er precies op de poster moest en wat niet, en hoe je dat leesbaar vormgeeft. Als hij al die tijd en moeite nou gewoon in het leren van het tentamen had gesto- nee wacht. Hij hééft tijd en moeite in dat vak gestoken. Dikke kans dat hij tijdens het vormgeven van de poster de informatie zo goed bekeek dat hij gedurende het tentamen niet eens meer hoefde te spieken. Geen betere lesopdracht dan

het maken van een spiekbrief: een slimme docent stelt het verplicht. Als er bij Geesteswetenschappen geklaagd wordt over spieken (zie pagina 4) dan is dat dus reden tot grote zorg. Een academische instelling zou spieken namelijk helemaal niet als een probleem moeten zien. Als een tentamen zo in elkaar zit dat een luie, ongeïnformeerde student het alsnog kan halen door het boek stiekem in te zien, is het onvoldoende universitair van aard. Bij een tentamen is er maar één soort informatie die je zinnig kan spieken: kennis waarvan je docent vindt dat je hem paraat zou moeten hebben. Wie tijdens een biologietentamen alsnog op moet zoeken hoe het ook alweer zat met die evolutietheorie gaat onherroepelijk de boot in. Spieken is alleen nuttig als je even kwijt was welke cytokines de T-helpercellen nou uitscheiden. Dat de docent zelf – net als de dokter en de advocaat en andere academisch opgeleide professionals – ook wel eens wat kennis op moet zoeken die ze eigenlijk paraat zou moeten hebben, maakt blijkbaar niet uit. Nou is het hier niet de bedoeling om lekker postmodern te orakelen dat parate kennis in het Google-tijdperk overbodig is. Het punt is dat als een tentamen puur op die parate kennis staat of valt, het gewoon niet zo’n goed tentamen is. Kom daarom met vragen waarin de student iets slims met die al-dan-niet-parate kennis moet doen. Ontwerp het desnoods zo dat degene die alles moet opzoeken onherroepelijk in tijdnood komt. Bij talenstudies moeten de woordjes er inderdaad gewoon ingestampt, maar daar vallen spiekende luiwammesen alsnog door de mand zodra ze een mondeling moeten doen. Maar ja, een goed tentamen maken is verschrikkelijk moeilijk. En zo’n tentamen vervolgens nakijken is dat nog meer. De geesteswetenschappers schrokken al terug van de extra kosten die surveillanten met zich mee zouden brengen, maar dat valt in het niet bij wat het kost als je je tentamens echt goed aanpakt. Wees niet verbaasd als studenten straks in de gaten worden gehouden met wat opgehangen camera’s. Die oplossing is namelijk goedkoop, snel en lui: het docenten-equivalent van spieken.

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

Column

Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Veerle van der Gracht (stagiaire) vgrachtmare@gmail.com Medewerkers

Talitha Dehaene • Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving M-space Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers• dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Genaaid door Juncker Over niet al te lange tijd zou ik klaar moeten zijn met mijn PhD. Ik lig netjes op schema – dat wil zeggen, minder dan honderd procent vertraging – en de volgende stap in mijn wetenschappelijke carrière had ik ook al op het oog. Een mooie postdoc-positie bij een groot Europees project over grondstoffen. Dat was leuk omdat het niet alleen over wetenschap ging maar ook als functie heeft om ondernemerschap te steunen. Bijvoorbeeld met nieuwe innovaties een start-up beginnen. En mijn timing was perfect: na een oeverloze aanbestedingsronde was het project net goedgekeurd. Ik was helemaal gelukkig. Maar ondertussen werd er in de diepste donkere krochten van de Europese bureaucratie met verve vergaderd over hoe mijn levensgeluk zo effectief mogelijk om zeep te helpen. En het resultaat mag er zijn: ik ben preventief wegbezuinigd. Het budget van mijn project wordt met bijna veertig procent verlaagd. Ten behoeve van het Juncker Fonds, vernoemd naar onze president van de Europese Commissie. Jean-Claude Juncker. Een bureaucraat zo grijs en nietszeggend dat hij het complete Europese onderzoekswereldje om zeep moet helpen voordat iemand de moeite neemt zijn Wikipediapagina eens te bekijken. Want ik ben natuurlijk niet de enige die door hem wordt genaaid. Bijna drie miljard euro wordt uit de wetenschap gezogen. Uit het Horizon 2020 Programma, dat door diezelfde Europese Commissie opgestart was om de grote vragen van onze tijd te beantwoorden. Hoe om te gaan met ouderdom, met klimaatverandering of voedselzekerheid. Het hele concept achter het Juncker Fonds is overigens redelijk lachwekkend. De Europese Commissie komt met acht miljard echte euro’s en dertien miljard aan virtuele euro’s (in de vorm van leningen en garanties) over de brug, en verwacht dan dat er op magische wijze 315 miljard euro aan economische activiteit verschijnt. Echt waar. Voor elke euro die de commissie wil investeren verwacht

ze er vijftien te zien ontstaan. Het kan best zijn dat je een keer geluk hebt en een enorm geslaagde investering doet, maar iedereen met een beetje boerenverstand weet dat er geen dertien miljard aan dit soort fantastische projecten in de EU rondslingeren, in smachtende afwachting van Junkers euro’s, terwijl niemand anders ze wil financieren. En om gewoon nog even na te trappen wordt de verbeterde Europese wetgeving over recycling en efficiënt materiaalgebruik, die na jaren van ongelooflijk ingewikkelde onderhandelingen eindelijk op het punt stond ingevoerd te worden, ook nog geannuleerd. Want we willen het bedrijfsleven natuurlijk niet met nog meer regels opzadelen. Zo’n circulaire economie, beschermen van burgers, het milieu, en ja, zelfs de toekomstige leveringszekerheid van grondstoffen aan het Europese bedrijfsleven zelf. Leuk en aardig allemaal. Maar ten koste van de winst dit financieel boekjaar? Bah, zegt de corporate lobbyist. Bah! Waarom bestaat dit Juncker Fonds? Wie o wie heeft er baat bij om geld uit de wetenschap te trekken, met als valse belofte dat er op een of andere manier innovatie en economische groei voor terugkomt? Voor wie zou het goed uitkomen om geld niet direct in interessante start-ups en universitaire spin-offs te investeren, maar via een ingewikkeld systeem? De non-profit-organisatie The Bureau of Investigative Journalism geeft het antwoord: “The plan is expected to result in major fee generating opportunities for banks. It is envisaged that the Juncker plan will revive Europe’s flagging securitsation [sic] market which has suffered since the financial crisis.” Natuurlijk. De banken. Ik kan niet anders dan afsluiten met een quote van Joris Luyendijk. Dit kan niet waar zijn. Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden


12 maart 2015 · Mare 3 Mensen

Eenmaal boven denk je: ‘Wat nu?’ De verleiding van risico’s en het gevaar van vallende kokosnoten Waarom nemen we risico’s? Psycholoog en docent Jop Groeneweg probeert die vraag te beantwoorden. ‘Maar liefst 1300 mensen zijn vorig jaar door schaatsongevallen bij de eerste hulp beland.’ ‘We zorgen ervoor dat niemand in een speeltuin kan struikelen en in het verkeer schrijven we boetes uit om ongelukken te voorkomen’, zegt cognitief psycholoog Jop Groeneweg (55). ‘Risico’s stimuleren onze beloningscentra, maar het liefst hebben we deze kick zonder gevaar te lopen. Zo gaan we bijvoorbeeld in de Python in de Efteling, kijken we graag griezelfilms en springen we kilometers hoog vanuit een vliegtuig voor een bijna-doodervaring. Maar eigenlijk zitten we veilig vast in de beugels, zitten we gewoon warm thuis op de bank en hebben we een parachute of begeleider achterop de rug.’ Tijdens het congres van studievereniging Labyrint gaf Groeneweg een lezing over de verleidingen van risico’s. Waar komt die neiging tot waaghalzerij vandaan? ‘De hoeveelheid hormonen in je lichaam bepaalt je gedrag. Zo rijden jonge mannen in het verkeer veel gevaarlijker dan oudere mannen of vrouwen, omdat ze een hoger hoeveelheid testosteron hebben.’ Bovendien geldt: risico nemen geeft een grotere kick dan het doel behalen. ‘Het proces van bergbeklimmen is leuker dan op de top staan, want dan sta je daar te denken van: ja wat nu?’ We hebben twee manieren van DOOR VEERLE VAN DER GRACHT

beslissingen nemen, legt Groeneweg uit, aan de hand van het boek Ons feilbare denken van de Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Groeneweg: ‘De haas in ons hoofd maakt meteen overhaaste oordelen. Hij reageert heel snel op gevaar, maar hij zit er nog wel eens naast. De schildpad daarentegen is meer aarzelend en denkt beter na over of iets wel echt een risico is. In het dagelijks leven passen we vooral onbewust het intuïtieve denken van de haas toe.’ Argwaan slaat toe zodra we controle verliezen of ergens onbekend mee zijn. ‘We vinden een vliegtuig risicovol, omdat we het niet kunnen besturen. We vinden vaccinaties eng omdat we geen idee hebben wat de gevolgen zijn, terwijl het gevaar dat je ermee voorkomt groter is.’ Tegelijkertijd is het vertrouwde niet zo onschuldig als we denken. ‘Maar liefst 1300 mensen zijn in 2013 bij de eerste hulp beland door schaatsongevallen. Er overlijden 250 mensen per jaar door een auto-ongeluk, maar toch rijden we allemaal zorgeloos in een auto. Alcohol is schadelijker dan wat dan ook, maar het is overal verkrijgbaar en iedereen drinkt het.’ Bij het inschatten van een risico laten we ons misleiden door beeld. ‘Veel mensen vrezen haaien vanwege de film Jaws, maar die doden gemiddeld maar vijf mensen per jaar. Daarentegen vinden we nijlpaarden, die ruim 2900 mensen per jaar vermoorden, vriendelijk en schattig. Ook is er niemand bang voor kokosnoten, dat terwijl er toch echt vijftien mensen per jaar sterven door vallende kokosnoten.’

‘Het proces van bergbeklimmen is leuker dan op de top staan.’

Frutti di Mare

Keelsnoepjes tijdens een Duitse dodenmis Door Petra Meijer In de Herengrachtkerk

strekken honderdvijftig mensen hun armen ten hemel. Dan rekken ze zich uit en rollen ze met hun schouders alsof ze net uit bed gekomen zijn. Er klinkt zacht gesis, dat steeds harder wordt. ‘Pfffffff’, verzuchten de mensen. En dan: ‘tss-kuu-pff-pff, tss-kuu-pffpff’: alsof ze een locomotief nadoen. Vervolgens kloppen ze zich als gorilla’s op de borst. ‘Zondag treden we op in de Philipszaal in Den Haag’, zegt Lineke Brink van studentenkoor- en orkestvereniging Collegium Musicum (CM), terwijl de stemmen worden opgewarmd. Voor de gelegenheid is ook het koor van Krashna Musika, de Delftse tegenhanger van CM, van de partij. ‘In 2007 hadden we ook een gezamenlijke uitvoering, toen werd het door Delft georganiseerd.’ Dat de Delftenaren relatief veel mannen hebben, komt CM niet slecht uit. Vooral de tenoren zijn gewild. Brink: ‘Maar dat is een berucht probleem bij alle koren.’ ‘Blijkbaar is het voor mannen minder hip’, zegt Luuk van Ursem, een van de tenoren uit Delft. Hij is enthousiast over de omvang van de gecombineerde koren. ‘Er is meer ruimte voor dynamiek: het verschil tussen hard en zacht. Met een klein koor heb je soms het gevoel dat je tegen het orkest op moet zingen. Een tuba maak je nu eenmaal niet zachter.’ Vandaag is de generale repetitie, met op het programma Ein deutsches Requiem van Brahms. Brink: ‘Het stuk

‘Hard is hier ook echt hard, en het is hoog voor alle partijen. Maar het is fantastische muziek’ Foto Taco van der Eb duurt tachtig minuten. We hebben zelf tien minuten pauze ingebouwd, want dit stuk vraagt veel van je stem. Hard is hier ook echt hard, en het is hoog voor alle partijen. Maar het is fantastische muziek.’

Als het koor zich bij het orkest voegt wordt al snel duidelijk waar Brink het over heeft. Soms klinkt de Duitstalige dodenmis ingetogen, dan zwelt het geluid ineens gigantisch hard aan. Af en toe stopt er even iemand met zin-

gen om stiekem zijn telefoon te checken, of een pen uit een haarknotje te vissen en een aantekening te maken in de bladmuziek. Als de pauze aanbreekt rennen de musici - soms met strijkstok en

al - naar de wc. ‘Volgens mij ben ik mijn stem nu al kwijt’, zegt Mariëlle Hiert (psychologie). Binnen gaan de keelsnoepjes rond.’ Orietta Koster (psychologie) is desalniettemin enthousiast. ‘Ik ben verliefd op het zesde deel. Het gaat over de dag des oordeels. Normaal gesproken is dat hel en verdoemenis, maar hier wordt de dood uitgedaagd. “Tod, wo ist dein Stachel? Hölle, wo ist dein Sieg?” De neiging is groot om je volledig te laten gaan. Maar dan zit je er doorheen en volgt het zevende deel nog. Gister had ik een kikker in mijn keel. De dirigent riep: “Een van de alten maakt een rare toon!” en ik wist dat ik het was.’ ‘Je zou misschien denken dat je je in zo’n groot koor achter anderen kunt verschuilen’, zegt dirigent Gilles Michels. ‘Maar ik hoor het als het verkeerd gaat. Ik weet niet precies wie er dan naast zit, maar ik laat ze graag in die waan.’ De dirigent legt de boel inderdaad een paar keer stil. ‘Hallo, stop! Stoot je buurman aan als je dit hoort. Dit kunnen we niet hebben!’ En even later: ‘Alsjeblieft! Niet zingen als je het niet weet. Dit wil ik niet horen!’ ‘Tja, dat was niet echt aardig’, verontschuldigt hij zich achteraf. ‘Maar ik had de bassen al een paar keer gecorrigeerd.’ Nu de puntjes op de i zijn gezet zijn de muzikanten er klaar voor. Michels: ‘Dit is een van de grootste klassieke stukken ooit. De tekst is prachtig, het is een overwinning op de dood.’


4  Mare · 12 maart 2015 Nieuws

Noord-Koreaanse gasthoogleraar De Noord-Koreaanse banneling Jang Jin-sung wordt gasthoogleraar aan de Universiteit Leiden. Het komende half jaar zal hij lezingen en een masterclass geven over het Noord-Koreaanse systeem. Aan het begin van dit collegejaar sprak Jang al op de Leidse conferentie A State of Legitimacy: North Korean Voices in Exile, samen met andere dissidenten. In vergelijking met de meeste vluchtelingen uit Noord-Korea, bekleedde hij er een redelijk hoge positie. Hij was namelijk propagandadichter voor de Geliefde Leider Kim Jong Il, de vader van Kim Jong-un. Na zijn vlucht in 2003 bleef hij schrijven en dichten. Een Engelse vertaling van zijn memoires, Dear Leader, verscheen afgelopen jaar en hoogleraar Koreastudies Remco Breuker werkt aan een Nederlandse vertaling.

Valorisatiebeleid werkt Het kabinet wil graag dat universitair onderzoek uiteindelijk leidt tot dingen die geld opleveren. Om dat aan te moedigen, bestaat er sinds 2010 een zogeheten Valorisatieprogramma. Dat is een pot met geld waar wetenschappers samen met het bedrijfsleven uit kunnen putten, bijvoorbeeld om een proof of concept te ontwikkelen. In een tussentijdse evaluatie laat het ministerie van Economische Zaken – beheerder van de pot – de Tweede Kamer weten dat het prima gaat met het Valorisatieprogramma. Maar liefst 650 startup-bedrijfjes zouden mede dankzij het programma zijn ontstaan. Kanttekening is wel dat het met de octrooien nog niet zo opschiet. Tenminste: Wageningen en de technische universiteiten doen het goed, maar de andere universiteiten lopen achter.

Leidse film op Cannes Een film van de Leidse onderzoeker Itandehui Jansen is te zien op het Filmfestival van Cannes. Haar korte documentaire Yaavi, over een ouder koppel op het Mexicaanse platteland, is voor de Short Film Corner geselecteerd. Jansen maakte de film samen met haar partner Armando Bautista García, met wie ze het filmbedrijf Lista Calista Films leidt. De documentaire is een onderdeel van het onderzoeksproject Time in Intercultural Context, waar verschillende Leidse archeologen bij betrokken zijn. Eerder wonnen Jansen en Bautista García al verschillende prijzen voor hun korte film El Último Consejo.

Nieuw Ancient Arabiacentrum Met de Aramcolezing door Michael Macdonald wordt aanstaande dinsdag het nieuwe Leiden Center of the Study of Ancient Arabia gelanceerd. Het centrum is gericht op onderzoek naar archeologische vondsten uit de preislamitische Arabische wereld. Macdonald is verbonden aan de Oxford University en de titel van zijn lezing is Ancient Arabia: Forgotten Civilizations at the Heart of the Ancient Near East. Het evenement begint om 20.00 uur in de Tempelzaal van het Rijksmuseum van Oudheden.

Lugduno-orchidee Omdat de Leidse Hortus Botanicus dit jaar 425 jaar bestaat, is er een orchideeënsoort naar vernoemd. In Blumea, het huisblad van het Nationaal Herbarium, beschrijven de Leidse biologen Adam Karremans en Barbara Gravendeel samen met een Costa Ricaanse collega de soort Specklinia lugdunobatavae. Het plantje groeit op andere planten, heeft rechtopstaande bladeren en egaal witte bloemen. S. lugduno-batavae komt voor in Costa Rica, net als drie nauw verwante Specliniasoorten.

Spieken gemakkelijk gemaakt Boeken schuiven onder de tafels door ‘In grote collegezalen schijnt het gebruikelijk te zijn om tijdens tentamens boeken onder de tafels door te schuiven’, zei raadslid en studiecoördinator Nicole van Os bij de vergadering van de faculteit Geesteswetenschappen. door Marleen Van Wesel Ze hoorde dit

voor het eerst van een oud-student. ‘Maar het beeld werd door een deel van de studentengeleding van de fa-

culteitsraad bevestigd.’ ‘Niet álle studenten maken zich hier schuldig aan’, aldus Bert van Laar, studentraadslid namens BeP. ‘Maar het raakt wél alle studenten’, reageert raadsvoorzitter Jan Sleutels. ‘Spieken creëert een situatie van ongelijkheid.’ Spieken is volgens de zogenoemde Regels en Richtlijnen van de verschillende faculteiten een vorm van plagiaat. In het document van geesteswetenschappen staat bijvoorbeeld vermeld dat een examinator een spiekende student onmiddellijk mag ‘uit-

sluiten van verdere deelneming aan het tentamen’. En het spiekbriefje of het boek in kwestie mag daarbij ingenomen worden. Bij ernstige fraude kan een student definitief van de opleiding gegooid worden. Voor onregelmatigheden lopen de sancties op tot het uitsluiten van deelname aan onderwijs, tentamen en examen voor maximaal een jaar. De naam van de student komt bovendien in het ‘plagiaat- en frauderegister’, waardoor examencommissies bij nieuwe kwesties kunnen checken

of er al eerder iets is voorgevallen. Geesteswetenschappendecaan Wim van den Doel beloofde de kwestie dan ook ‘mee te nemen’. Sleutels droeg een mogelijke oplossing én ook alvast een bezwaar tegen die oplossing aan: een professioneel surveillantenteam, zoals bijvoorbeeld bij tentamens van geneeskunde. Bij geesteswetenschappen zijn er, naast de docent die het tentamen geeft, namelijk vaak maar weinig surveillanten. ‘Maar dat kost geld’, besluit Sleutels.

‘Ik wil stoute dingen kunnen zeggen’ De faculteit Rechten wil inspelen op technologische vooruitgang. Maar de opkomst van sociale media en het opnemen van colleges brengen de nodige problemen met zich mee. Dat bleek vorige week toen de faculteitsraad de notitie ICT- en onderwijsstrategie besprak. Personeelsraadslid en universitair docent Pieter De Tavernier maakte zich zorgen over opnamen van colleges. Hij bedoelde dan vooral studenten die foto’s nemen en geluid- en filmopnames maken. ‘In mijn colleges aansprakelijkheidsrecht doe ik nog wel eens boute uitspraken. Dan denk ik: “Ik hoop dat er geen opname van die uitspraak plus foto van mij op Facebook verschijnt. Ik vind het van belang dat ik “gevaarlijke” uitspraken kan doen. Dat ik het vrije woord kan hanteren en stoute dingen kan zeggen. Die academische vrijheid moeten we wel bewaren. En die staat wel onder druk.’ Pauline Schuyt van het rechtenbestuur: ‘Dat is heel belangrijk. Wat betreft de opnamen die we zelf maken van het college, is dat een punt. We moeten ons echter wel beseffen dat anderen ons ook opnemen. En dan bedoel ik niet de NSA of de CIA, maar onze studenten. Dat is van deze tijd. Het is niet anders, we moeten ons daarvan bewust zijn.’ Het opnemen en aanbieden van colleges is handig maar het heeft ook nadelen. ‘Lange leve de vooruitgang’, aldus personeelsraadslid en universitair docent René Orij. ‘Maar innovatie kan ook storende effecten hebben. College-opnamen wekken verwachtingen bij studenten. Als er een keer iets misgaat met de techniek dan krijg je de wind van voren van boze studenten. Maar het is hún verantwoordelijkheid om naar college te gaan. Een bevriend hoogleraar vertelde mij dat hij bij een eerstejaarstentamen was en dat een van de studenten naar hem toe kwam en zei: “Hé. Ik ken u van de video.” Dat is dus eigenlijk de omgekeerde

wereld. ‘Misschien moeten we hier maar aan wennen. Maar we moeten wel nadenken over wat we ermee moeten. We worden deels overbodig, want straks wordt het van: “Zet het videootje van vorig jaar maar aan.’ Lawson: ‘De trend is wel dat in de loop van een semester er meer studenten kiezen voor een opname. Maar je boekt wel de grote zaal in het Gorlaeus. Dus hoe ga je daarmee om?’ ‘Je kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen om de opgenomen colleges de laatste week voor het tentamen vrij te geven’, zei Koen Hamelink van studentenpartij LVS. ‘Dan gebruiken studenten de opnamen niet in plaats van het college. Er zit nu al

een piek in de kijkcijfers vlak voor tentamens.’ De Tavernier hoopte dat docenten in de toekomst niet steeds meer online in contact met studenten moeten staan. ‘Ik ben er niet blij mee als docenten eindelijk stilte om hun hoofd hebben om aan onderzoek te doen, ze toch weer actief moeten zijn op sociale media. De onderzoekstijd staat al zo geweldig onder druk.’ ‘Dat is ook zeker niet de bedoeling’, zei rechtendecaan Rick Lawson. Personeelsraadslid en promovenda Judit Altena miste in de notitie aandacht voor kwesties rond privacy. ‘Ik denk dat het belangrijk is op welke platforms we communiceren met studenten. De privacy moet

wel gewaarborgd zijn’, aldus Altena. ‘Dus betaalde diensten zijn waarschijnlijk wel nodig.’ Lawson: ‘Dat is inderdaad relevant als het gaat om bijvoorbeeld studieresultaten. Maar zaalwijzigingen kunnen bijvoorbeeld op Facebook.’ Altena: ‘Maar dat dwingt studenten om op Facebook te gaan. En sommigen willen dat niet.’ Lawson: ‘We moeten dus studenten via verschillende kanalen op de hoogte houden. Privacy is een belangrijk punt waar in vervolgstukken meer aandacht voor komt. Sommige docenten willen bijvoorbeeld niet dat er een foto van hen op internet verschijnt. Dat zijn allemaal zaken waar je rekening mee moet houden.’ VB

Niveau Engels onbekend De stand van het Engels van Leidse docenten is onbekend, volgens de makers van de International Student Barometer. Vice-rector magnificus Simone Buitendijk beweerde vorige maand nog in Mare dat het juist ‘helemaal top’ was, volgens diezelfde Barometer. Maar de Universiteit Leiden doet

dit jaar namelijk helemaal niet mee met de International Student Barometer, laat Nannette Ripmeester weten. De International Student Barometer is een groot jaarlijks studentenonderzoek door onderzoeksbureau i-Graduate, waarvan Ripmeester director of client services Europe is. Vice-rector magnificus Simone

Buitendijk meldde op 12 februari in het interview met het college van bestuur: ‘Volgens de internationale Student Barometer is het Engels van onze docenten helemaal top.’ Geesteswetenschappenfaculteitsraadslid Bert van Laar verwees vorige week nog eens naar die uitspraak in een opiniestuk in Mare. In 2013 had Leiden indertijd keu-

rige scores, ook wat betreft het Engels van academische medewerkers. Toch noemt Ripmeester het nu ‘op z’n minst bijzonder om naar de resultaten te verwijzen, want de andere hoger onderwijsinstellingen hebben zich op dit punt verder verbeterd terwijl er van Leiden geen nieuwe gegevens bekend zijn.’ MVW


12 maart 2015 · Mare  5 Nieuws

‘Je piemel komt in beeld!’ Als je begrijpt

wat ik bedoel We zeggen vaak het ene terwijl we het andere bedoelen, schrijft docent taalkunde en taalbeheersing Ronny Boogaart in zijn nieuwe boek Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal. Wat is er sturend aan het verschil tussen een stoptrein en een sprinter? ‘Het is één ding in de werkelijkheid. De naam “stoptrein” legt de nadruk op de plekken waar de trein stopt. “Sprinter” benadrukt juist de stukken waar de trein wél rijdt. Dat woord roept een heel ander beeld op: van snelheid en dynamiek. “Extra reistijd” is ook zoiets. Daarmee bedoelt de NS gewoon vertraging, maar “extra” klinkt positief en “reizen” op zich ook.’

 De vereniging voor medische studenten IFMSA-NL presenteerde zondag, op Internationale Vrouwendag, een naaktkalender. Ook studenten van de Leidse afdeling trokken daarvoor hun kleren uit. ‘Vorig jaar lieten we rond Vrouwendag ballonnen met teksten op. Dit jaar stelde iemand een naaktkalender voor’, vertelt Menno de Haas, psychologiestudent aan de Universiteit Leiden. ‘Tachtig procent van ons studeert geneeskunde, de rest bijvoorbeeld biomedische wetenschappen, psychologie of zelfs rechten’, verduidelijkt hij.

Foto Inge Smulders

De Haas (op de foto met hoedje) was niet direct enthousiast om mee te doen. ‘Maar eigenlijk wilde ik zoiets wel een keer doen. Veel vrienden deden ook mee en uiteindelijk dacht ik: wat maakt het eigenlijk uit?’ Uiteindelijk staat hij op twee foto’s. ‘Op eentje houden we met drie mannen een high tea. De fotoshoot begon onwennig. Je staat daar en moet je kleren uittrekken, wat best raar is. Maar er waren slechts een fotograaf, een assistent en twee stylisten bij.’ Het resultaat is ‘bedekt naakt’. ‘Geen zichtbare geslachtsdelen dus. Soms moest ik net even anders gaan staan en dan riepen ze: je piemel komt in beeld!’

De tweede foto vond hij wat vervelender. ‘Daarop zitten we met drie mannen en drie vrouwen in en rond een badkuip. Er waren dus ook vrouwen bij, en er stonden veel meer mensen omheen. Dat was niet chill. Ik ga het nooit meer doen, maar nu kan ik dit in elk geval wel afstrepen.’ De kalender is voor €9,95 te koop op http://winkel.ifmsa.nl/iwdkalender. De opbrengst gaat naar de Panzi Foundation. ‘Dat is een goed doel dat Congolese vrouwen helpt die slachtoffer zijn van verkrachting.’ De Haas heeft zelf vast drie kalenders gekocht. Eentje komt op zijn kamer te hangen. ‘En op mijn werk willen ze er ook een.’ MVW

Grote brand in de Pelikaanhof

Kunnen betekenissen daardoor veranderen? ‘Ja, je ziet bijvoorbeeld dat neutrale woorden op een negatieve manier gebruikt worden. Wanneer je iemand uitscheldt voor pannenkoek of homo, bijvoorbeeld. Zo’n woord kan de oorspronkelijke betekenis verliezen. Een grappig voorbeeld vond ik Ferry Doedens, die in Expeditie Robinson moest huilen, en toen zei: “Maar ik ben geen homo.” Juist omdat hij zo uitgesproken homoseksueel is: hij bedoelt hier alleen nog de betekenis “watje”. Net als “tering”: wie dat roept, denkt meestal niet meer aan de ziekte, al is een ziekte op zich natuurlijk ook iets negatiefs. En het pijnlijke van de zaak is dat homo oorspronkelijk ook al als iets negatiefs gezien werd.’ U beschrijft ook de rechtszaak tegen een man die een agent uitschold voor homo. ‘Die zaak was in 2007, toen er alleen

nog maar een neutrale betekenis in het woordenboek stond. Maar het was wel duidelijk dat de bedoeling van de man was om te schelden. Daarvoor hoef je het woord niet op te zoeken in het woordenboek, wat de rechter wel deed. Hij sprak hem vrij, terwijl de letterlijke betekenis er gezien de bedoeling eigenlijk niet toe deed.’ Moeten rechters die de Van Dale erbij pakken, voortaan ook uw boek lezen? ‘Dat kan geen kwaad, maar mijn boek gaat over misverstanden waar heel veel mensen gevoelig voor zijn. Als iemand zegt dat hij iets niet létterlijk zo zei, ervaren veel mensen dat als een logisch argument. Bijvoorbeeld toen Wilders vroeg of we meer of minder Marokkanen wilden. Letterlijk was dat slechts een vraag, maar dat is een zwak argument. Het gaat om wat iemand bedoelt.’ Ziet u die sturende kracht van taal ook bij het bonnetje van Fred Teeven en Ivo Opstelten? ‘Dat is een interessant geval. Als zij de waarheid bewust verborgen hielden, houdt de communicatie op. Taal werkt namelijk, omdat we ervan uitgaan dat de ander begrepen wil worden: coöperatief taalgebruik. Het idee van mijn boek is dat we vaak het ene zeggen en het andere bedoelen, maar meestal niet met boze opzet. In de taalkunde is het eigenlijk ongebruikelijk om normatief naar taalgebruik te kijken, maar in mijn boek noem ik wel wat gevallen van leugens en misleiding.’ MVW Ronny Boogaart: Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal. Amsterdam University Press, 139 pgs. €9,95

‘Ik dacht: dit kan heel naar aflopen’ Zondagnacht brak er brand uit op de eerste verdieping in blok D van het studentencomplex de Pelikaanhof. Alle studenten stonden op tijd buiten. Eén kat overleefde het niet.

Door Veerle van der Gracht Om kwart over vijf ’s morgens was de brandweer de brand meester. De oorzaak is nog onbekend. Wel heeft de politie een 29-jarige man aangehouden op verdenking van brandstichting. ‘Het brandalarm slaat wel vaker aan, dus ik bleef eerst liggen, maar toen het alarm maar bleef afgaan en iemand op de deur begon te kloppen wisten we dat het serieus was’, vertelt rechtenstudente Carolyn da Cruz Freitas die in de B-vleugel van de Peli woont. ‘Ik pakte mijn huissleutels, mijn portemonnee en mijn telefoon en binnen vijf minuten stond ik buiten in mijn badjas’, zegt Nidia van Strien. Zij woont twee verdiepingen boven de branduitbraak. Pelikaanhofbeheerder Bastiaan Brozius: ‘We drukten op alle bellen, begeleidden iedereen naar buiten en sloten gas en elektriciteit af.’ ‘De politie stond al buiten toen we

aankwamen. Er stonden zes brandweerwagens en drie ambulances’, vertelt Da Cruz Freitas. Ambulancepersoneel keek zeven studenten na op symptomen van rookinhalatie, maar niemand hoefde naar het ziekenhuis. Van Strien: ‘Ik zag uit twee grote ramen gigantische rookwolken komen en de ramen waren gesprongen door de hitte.’ ‘Ik dacht: dit kan heel naar aflopen als er nog iemand in zit, maar de brandweer was met man en macht bezig’, zegt Brozius. In café Bad Habits, tegenover de Pelikaanhof, konden de studenten wachten tot ze hun kamer weer in mochten. ‘Het enige wat je kunt doen hopen dat je kamer niet de sjaak is’, vertelt Van Strien. Om half zeven konden de eerste studenten uit de blokken A, B en C alweer naar binnen. Rond elf uur konden de bewoners van vleugel D onder begeleiding waardevolle spullen uit hun kamers pakken, en tegen het einde van de middag konden ze weer in hun kamer terecht. In de loop van de dag deden de elektriciteit, water en verwarming het ook weer. Van Strien: ‘Het studentbeheer en DUWO hebben supergoed hun best

gedaan. We werden via een Facebookgroep op de hoogte gehouden, en konden de hele dag voor advies bij de Pelibar langs.’ DUWO adviseerde de bewoners van de verdiepingen dicht bij de brand om de eerste nacht ergens anders te slapen. Brozius: ‘We wilden niet dat mensen ‘s nachts mogelijk roetresten inademden.’ Inmiddels kan iedereen zijn kamer weer in. Slechts één woning is erg beschadigd. ‘Het appartement is inmiddels door de politie vrijgegeven, en we zijn met de herstelwerkzaamheden begonnen’, vertelt Michiel Ensink, directeur van DUWO Leiden. ‘DUWO regelt het met de verzekering. Alleen de inboedel is het pakkie-an van de eigenaars.’ Schoonmaakbedrijf De Blinker en Calamiteitenschoonmaakbedrijf Dolmans konden al snel aan de slag om het gebouw schoon te maken. ‘Het zag zwart: van de muren tot aan de trapleuningen zat alles onder het roet’, vertelt Blinker-directeur Paul Vermond. ‘Het duurt even voordat het gebouw weer helemaal opgeknapt is. Nu het meeste roet weg is, is het gebouw in elk geval weer toegankelijk.’

Leeuwen met gps Een Keniaanse leeuw krijgt een gps-halsband om, terwijl biologe Laura Bertola (rechts) bloedmonsters afneemt. Bertola onderzocht voor haar promotie het DNA van bijna tweehonderd leeuwen uit het wild, dierentuinen en de collectie van Naturalis. Afrikaanse leeuwen blijken diverser dan gedacht: op grond van hun erfelijk materiaal zijn ze te onderscheiden in een Noordelijke en een Zuidelijke variant, en die twee zijn weer op te splitsen in zes subtypes. Dat is belangrijke informatie voor het beschermen van leeuwen: grotere genetische diversiteit voorkomt inteelt en vergroot de veerkracht van de soort. Het is ook belangrijk bij het besluiten wat je precies gaat beschermen: willen we straks alleen Zuid-Afrikaanse leeuwen, of moet zoveel mogelijk diversiteit beschermd worden? Europese dierentuinen overwegen nu om Bertola’s kennis over leeuwen-DNA toe te gaan passen in een een fok- en stamboomprogramma voor hun leeuwen. Foto Rémon Visser


6  Mare · 12 maart 2015 Achtergrond

‘Welk gebouw bezetten we als eerste?’ De Nieuwe Universiteit Leiden vergadert over veertien eisen > Vervolg van de voorpagina ‘We stellen echt eisen op’, antwoordt Nynke van der Wal, student Duits en deelnemer van de Nieuwe Universiteit. De organisatie heeft rond de vijftig mails binnengekregen met grieven van medewerkers en studenten. Hieruit is een werklijst met veertien eisen gedestilleerd. Die lopen uiteen van het tegenhouden van het bursalensysteem en duidelijkheid scheppen over de kosten van het instellingscollegegeld tot het financieren op basis van kwaliteit in plaats van kwantiteit. Ook zijn tentamenboetes uit den boze. De macht van de medezeggenschap moet groeien. Voordat er

belangrijke besluiten worden genomen dient de universitaire gemeenschap invloed te kunnen uitoefenen. Verder staat de ontwikkeling van de student voorop en niet het halen van de bul. Studenten en wetenschappers moeten weer meer vrijheid krijgen. Niet bestuurders bepalen waar onderzoek naar wordt gedaan, dat doen wetenschappers zelf. De eisen liggen nog niet vast. Concretiseren gebeurt in werkgroepen. ‘Wie wil daarin?’ vraagt Fu. Na enige aarzeling gaan er negen vingers de lucht in. Brouwer wil wel in een werkgroep. ‘Als dat allemaal niets oplevert, weet ik nog wel een aardige actie: de hele dag

muziek van Barry Badpak blasten bij Rap 70.’ ‘We hebben nog niet gesproken over eventuele sancties als het college onze eisen niet inwilligt’, roept promovendus Emile van Brakel, die daarmee applaus oogst. ‘Welk gebouw gaan we als eerste bezetten? Ik wil wel slapen in een gebouw van de universiteit aan het Rapenburg. Straks staat er weer in Mare dat we allemaal van die lieve aardige hippies zijn.’ Inmiddels is het tien over acht en de zaal is voor twee uur gereserveerd. Tijd om de bijeenkomst te sluiten. ‘Deze collegezaal is nu eigenlijk officieel bezet’, grapt een van de organisatoren. ‘Occupy Lecture Hall.’

Te Beest legt uit waarom hij niet met de capitulatiebrief van het UvA-bestuur in de hand naar het Leidse college stapt en eisen stelt. ‘We bestaan nog maar een week en willen eerst vaststellen wat we nu eigenlijk precies van het college willen. Daarnaast zijn de problemen in Amsterdam veel nijpender. Het gaat het in Leiden eigenlijk best goed. Natuurlijk zijn er de nodige problemen en die gaan we nu aankaarten. We hebben hier gelukkig een college dat openstaat voor discussie. Blijkbaar hadden de Amsterdamse activisten het gevoel dat er niet naar hen geluisterd werd. Dat hebben wij niet. Er zijn natuurlijk raakvlakken met de UvA. Een

deel van de toegegeven zaken in de Amsterdamse brief willen wij ook, maar sommige daarvan zijn hier al geregeld. We geven er een Leidse draai aan.’ Hij is niet bang dat de Nieuwe Universiteit Leiden het momentum verliest. ‘Juist het tegenovergestelde is het geval. Er waren meer mensen bij deze bijeenkomst dan die van vorige week. We krijgen steeds meer steunbetuigingen. Het borrelt in Leiden. Waar rook is, is vuur. Zie de Nieuwe Universiteit Leiden maar als de brandwacht. Wij vinden de brand en helpen die mee blussen. Maar dat is een collectieve bezigheid. Het is en blijft Leiden.’ VB

Wat valt er hier te halen? Raadsleden zien aanknopings­ punten in de Amsterdamse capitulatiebrief. ‘Het is aan de beweging om te laten zien dat de problemen breder gedragen zijn.’ Het Leidse college van bestuur wil niet reageren. ‘Ik ben onder de indruk van de Amsterdamse toezeggingen’, zegt universiteitsraadslid Joost Augusteijn (Abvokabo). ‘Veel punten zijn in Leiden al beter geregeld dan in Amsterdam, maar vooral op het gebied van democratie en medezeggenschap valt er nog wel wat te halen. Echte medezeggenschap is ook in Leiden beperkt. Nieuw beleid wordt eerst intern geformuleerd. Ze bedenken iets, babbelen daarover, leggen het vast, en dan komt het pas bij ons. Wij kunnen dan hooguit de scherpe randjes eraf halen. Als het om beleidsbepaling gaat, zitten wij aan het eind van het proces.’ Ook universiteitsraadslid Mahamed Xasan zou graag zien dat de medezeggenschap eerder geïnformeerd wordt. Maar verder is hij eigenlijk wel tevreden met de Leidse gang van zaken. ‘We hebben veel gremia waarin studenten zijn vertegenwoordigd. Zo zijn er de faculDoor Petra Meijer

teitsraden met een assessor in het bestuur, de universiteitsraad, het Leids Universitair Studentenplatform (LUS), de Plaatselijke Kamer van Verenigingen (PKvV), het Studieverenigingen Overleg Platform (StOP), opleidingscommissies: hoeveel invloed wil je hebben?’ Dat leden van het college van bestuur en het faculteitsbestuur op basis van democratie gekozen moeten worden, vindt hij onzin. ‘We moeten blij zijn met wat we hebben en onze winsten tellen.’ Augusteijn ziet er echter wel wat in. ‘Het bestuur staat hier op een zekere afstand. Veel mensen hebben het gevoel dat ze er geen echte invloed op kunnen uitoefenen. Zonder iets te willen zeggen over de mensen die daar nu zitten, zouden we het wel een keer moeten hebben over hoe de mensen in die besturen daar komen. Dat kan democratischer.’ Volgens Xasan is ook meer financiële openheid niet nodig. ‘Wat is nou volledige financiële openheid? In principe worden al onze vragen over bepaalde uitgaveposten gewoon goed beantwoord. Je moet als medezeggenschap niet naast je schoenen lopen. We hebben medezeggenschap, geen zeggenschap.’ Augusteijn: ‘Natuurlijk zijn sommige posten onduidelijk. Dan staat

er “extra inhuur personeel” in een financieel overzicht, zonder dat wij zien dat dit personeel aan uSis werkt.’ Het Leidse college van bestuur liet dinsdag desgevraagd weten het ‘niet opportuun’ te vinden om op het tienpuntenplan te reageren, omdat het een ‘Amsterdamse aangelegenheid’ zou zijn. Augusteijn: ‘Het is nu aan de Leidse beweging om te laten zien dat dat niet zo is, en dat de problemen breder gedragen zijn. Daarvoor hoeven we echt niet meteen de oude UB te bezetten. Het bestuur is best bereid om in gesprek te gaan, maar is er volgens mij nog niet echt van overtuigd dat er een probleem is.’ Xasan vindt het logisch dat de perikelen in Amsterdam gebruikt worden om de pijnpunten in Leiden bespreekbaar te maken. ‘Ook bij ons valt een en ander te verbeteren, de opleidingen zijn bijvoorbeeld veel te schools, met verplichte werkgroepen in de master. We krijgen van het bestuur steeds te horen dat ze vroeger bij rechten veertig procent uitval hadden. De maatregelen kunnen dan misschien wel werken voor die veertig procent, maar daar heb je weinig aan als ze niet werken voor de overige zestig procent. Enerzijds hoor ik van het bestuur dat Leiden

Foto Daniel Rommens

het Oxford aan de Rijn wil worden, anderzijds willen ze slechte studenten aan boord houden. Een jaar extra begeleiding is prima, maar laat ze daarna maar uitvallen.’ Augusteijn noemt met name de toenemende werkdruk en bureaucratie als frustratiebron. ‘Er is hier

wel een reservoir van onvrede, maar die wordt niet emotioneel gevoeld. De frustraties zijn zeer divers. We hebben niet te maken met grote ontevredenheid door een voorgestelde fusie of bezuinigingen. We willen wel dat het beter gaat, maar hebber er ook weer niet echt last van.’

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aan­ geboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aange­ boden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. LeidenNoord, 31 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 8 met vergoeding van €5-7,- per les. Voortgezet onderwijs, 11 leerlingen Nederlands, economie, En­ gels, wiskunde, natuurkunde, waarvan 2 met vergoeding van €5,- per les. Marok­ kaans meisje, Engelstalige grammatica, tweedejaars mbo-4-opleiding. Ook hulp gezocht bij: *Twee jongens, Nederlands, burgklas. *Biologie, geschiedenis, 2ma­ vo. *Economie, 4vmbo. *Natuurkunde,

scheikunde, 2vmbo. *Wiskunde A, 4vwo. *Engels, Nederlands, 4havo. Engels, biologie, 4vmbo-t. *Engels, 5vwo. *Wis­ kunde, rekenen, brugklas vmbo. *NASK, geschiedenis, Engels, 2havo. *Engels, 3vmbo-TL, tot €10,- per les. * Natuur-, scheikunde, 4havo, €5,0 per les. *Stu­ dente Biomedische Wetenschappen zoekt hulp bij schrijven stageverslag in Engels (voor eind maart). Leiden-Zuid, 10 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs, wiskunde, 2vmbo. Economie, 5vwo. Vrijwilliger uit Stevenshof gezocht voor basisschoolleerlinge, huiswerkbege­ leiding, basisonderwijs middenbouw. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwwleiden.nl. Je leven lang plezier, hersentraining en psychologisch inzicht stimuleren? Doe mee aan de kickstart cursus bridge en maak in het afslui­

tende toernooi kans op een mooie prijs (500 euro prijzengeld). Inschrijven: www.studentenbridgeleiden.nl ISRAELISCHE APARTHEID EN INTERNATIONAAL RECHT, DISCUSSIEBIJEENKOMST. 16 maart 19.30, LUMC Collegezaal 5. Sprekers: Michael Deas, coördinator van de campagne voor Boy­ cot, Desinvesteren en Sancties (BDS) in Europa. Dina Zbidat, Palestijnse uit Is­ rael, afgestudeerd sociale wetenschap­ pen aan de Hebreeuwse Universiteit. Organisatie: www.palestina-komitee.nl; www.docp.nl . Studentenbridge Leiden biedt aan: gratis kickstartcursus met als afsluiting het derde Leids Studenten bridgekampioen­ schap op 17 april, met 500 euro prijzen­ geld voor deelnemers aan de kickstart cursus. Schrijf je in op www.studentenbrigdeleiden.nl of stuur een mail naar info@studentenbridgeleiden.nl.

Maretjes extra

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semicommerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze adver­ tenties uiterlijk op de vrijdag vóór het ver­ schijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zand­ voort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com Room to let, 30 square meter, €530pm, Witte Singel 69 Leiden, for female tenant (age preferably between 18y and 40y). There is a garden for common use. terspill@xs4all.nl, 071 5142099.

Academische Agenda Prof. dr.ir. H.W. Verspaget zal op vrij­ dag 13 maart een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de facul­ teit der Geneeskunde met als leerop­ dracht Biobanking. Dhr. A.J. Vugts hoopt op woensdag 18 maart om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschap­ pen. De titel van het proefschrift is ‘The Case Against Animal Rights: A Literary Intervention’. Promotor is Prof.dr. F.W. Korsten. Mw. L.D. Bertola hoopt op woensdag 18 maart om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Na­ tuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Genetic diversity in the lion’. Promotor is Prof.dr. G.R. de Snoo. Mw. F.C. Valk hoopt op woensdag 18 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschap­

pen. De titel van het proefschrift is ‘Exclusion and renewal: Identity and Jewishness in Franz Kafka’s “The Me­ tamorphosis” and David Vogel’s Mar­ ried Life’. Promotoren zijn Prof.dr. E.J. van Alphen en Prof.dr. I.M. van der Poel (Univ. v. A’dam). Mw. C.G. Krol hoopt op donderdag 19 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Pitfalls in the di­ agnosis and management of skeletal complications of liver transplantation’. Promotor is Prof.dr. B. van Hoek. Dhr. C.A. Meijer hoopt op donderdag 19 maart om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De ti­ tel van het proefschrift is ‘Targeting growth rate of abdominal aortic aneu­ rysms’. Promotor is Prof.dr. J.H. van Bockel.


12 maart 2015 · Mare

7

Wetenschap

Protoster

Is dit een persoon? Het dierenrechtendebat moet de andere kant op De grens tussen mens en dier is lastig te trekken, betoogt literatuurwetenschapper Berrie Vugts. Misschien is het slimmer om een stap terug te zetten, en daarna pas te gaan denken over het toekennen van rechten aan dieren, denkt hij. DOOR BART BRAUN Mensen hebben het maar goed voor elkaar, met zijn allen. Wij hebben rechten, en de dieren niet of nauwelijks. Als dieren al rechten hebben, dan is dat bovendien maar al te vaak omdat wij mensen iets van elkaar vinden, en het beest daar een lijdend voorwerp in is. U mag geen seks hebben met dieren, bijvoorbeeld. Niet omdat het dièr een seksuele integriteit heeft die u niet mag schenden – dan zou de fokker met zijn spermaspuit het moeilijk krijgen – maar omdat wij, de mensen, bestialiteiten maar viesbah vinden. Koks die op televisie een levende kreeft verwerken krijgen boze brieven: je moet kreeften diervriendelijk doodmaken. Als de kreeft echt rechten mocht hebben, zou hij waarschijnlijk het recht om helemaal niet doodgemaakt te worden verkiezen boven het recht op een verdoofde dood. Maar de kreeft heeft niks te zeggen. Bij dieren die meer op mensen lijken, gaat het jeuken. Wat is er zo bijzonder aan mensen dat zij alle rechten krijgen? Wat hebben menselijke kasplantjes, baby’s, en seriemoordenaars met elkaar gemeen? Wat is dat bijzondere dat hen rechten geeft die zelfs voor de allerslimste en aardigste belugawalvissen, chimpansees en grijze roodstaartpapegaaien afgesloten blijven? En als je een ander crite-

rium neemt dan het toevallig behoren tot de soort Homo sapiens, wat moet dat criterium dan zijn, en waarom? Onze omgang met dieren is een van de heetste filosofische hangijzers van dit moment. Over honderd jaar kijken we terug op het dierenrechtendebat of als het begin van het einde van de dieren-Holocaust, òf als het modernere equivalent van discussies over hoeveel engelen er op een speldenknop kunnen dansen. Komende woensdag mengt promovendus Berrie Vugts zich in de intellectuele arena, als hij zijn proefschrift verdedigt. De titel? The Case Against Animal Rights. Het boekje is, zoals de ondertitel al aangeeft, ‘een literaire interventie’. Vugts gebruikt literaire teksten om filosofisch-juridische vragen over dierenrechten te onderzoeken. Van juridische essays tot Heideggers filosofie tot de poëzie van Argentijn Jorge Luis Borges tot George Orwells Animal Farm: overal weet hij handvatten te vinden. ‘In het recht is objectiviteit een heel belangrijke waarde’, zegt Vugts. ‘Maar die pretentie van objectiviteit gaat voorbij aan de rol van taal. Als je gaat nadenken over dieren en waarom ze rechten zouden moeten hebben, dan ontdek je al snel dat er niet zo gek veel verschil zit tussen varkens en honden. Ze zijn ongeveer even slim en sociaal. Er gebeurt echter iets in de taal, ook juridisch, waardoor ze wel heel verschillend kunnen worden behandeld. De VS kennen bijvoorbeeld best veel dierenrechten, maar landbouwdieren zijn daarvan uitgesloten. Dat soort vragen probeer ik met behulp van literatuur te onderzoeken.’ Eén zo’n vraag: wat is precies een persoon? Er gaan vanuit filosofische hoek met enige regelmaat stemmen op om mensapen of dol-

fijnen de status van ‘niet-menselijke-personen’ te verlenen. Kan een dier een rechtspersoon zijn? Vugts denkt van niet. ‘Je brengt dieren dan binnen ons juridische model. Dat is echter gebaseerd op een sterke scheiding tussen mens en dier, waarin menselijkheid juist gebaseerd is op het afzetten van de mens tegen het dier.’ Bovendien moet je dan ook legitimeren welke dieren je geen persoon laat zijn, en waarom. De dieren op de Animal Farm worstelen daar ook mee: eerst stellen ze een regel in dat twee poten slecht zijn. Vervolgens klagen de vogels: zij hebben immers ook twee poten. Het leidende varken legt vervolgens uit dat vleugels technisch gesproken ook poten zijn. Vugts: ‘In plaats van de oude grens – die tussen mens en dier – trek je nu een nieuwe. Het hele feestje begint gewoon opnieuw.’ Het debat moet een andere kant op, vindt Vugts. ‘Het blijft steeds maar gaan over de vraag waar je je grens trekt. Je wil niet weten hoeveel er geschreven wordt: er zijn talloze theoretici mee bezig, maar er gebeurt vrijwel niets. We moeten juist ophouden met het juridiseren van het dier, en eerst een stap terug doen. De relatie tussen mens en dier herformuleren, en dat dus anders dan alleen maar in oppositie tot elkaar. Pas als we daarin slagen, zou je eens kunnen gaan denken aan het toekennen van rechten.’ Dierenvrienden zullen Vugts die opstelling niet in dank afnemen. Vrijwel alle verbeteringen die de mensheid heeft gemaakt in het dierenwelzijn, kwamen er juist door de juridische weg. De Europese bioindustrie is nog steeds geen pretje, maar de dieren hebben meer ruimte dan vroeger. Wie een dierproef wil doen, moet zich aan uitgebreide en strenge wetgeving houden. In

Zwitserland is het verboden om één lama te houden – hij heeft volgens de wet recht op een vriendje of vriendinnetje. Vugts: ‘Veel verder dan dat gaan we volgens mij niet komen; ik ben niet zo positief over die kleine succesjes. Of je nou één of twee kippen houdt per A4tje, maakt weinig uit. Ons economisch systeem laat ook niet zoveel ruimte voor verbetering.’ Ons paradigma – de manier waarop we over mens en dier denken – is aan het veranderen, vervolgt hij. ‘Je bespeurt een zekere status anxiety over de mens en zijn plaats in de orde der dingen. Je ziet het in de kunsten, en je ziet het in de vragen die over dieren en dierenrechten gesteld worden.’ Dat betekent echter niet dat Vugts rekent op een nieuwe orde met meer harmonie. ‘Ik verwacht dat het eerst erger wordt, en dan nog erger. Ik denk niet dat de mensheid vegetariër wordt. Als je onze huidige omgang met dieren een probleem vindt, dan zal dat probleem voortduren. Met het moraliteitsprobleem – de vraag of die omgang goed of slecht is – heb ik me overigens niet bezig gehouden. Mijn proefschrift gaat over het filosofische probleem, en de problemen van het recht zoals dat door taal wordt gevormd en verbogen. Het probleem van een rechtssysteem dat nog steeds gefundeerd is op de traditionele oppositie tussen mens en dier, is dat het al snel excessief arbitrair wordt. Zodra je de schijn van objectiviteit of rechtvaardigheid erbij neemt, ontspoort het. Je kan beter erkennen dat volmaakt objectief zijn niet kan, en proberen om het redelijkst of het beste te handelen.’ Berrie Vugts, The Case Against Animal Rights – A literary intervention, Promotie is op 18 maart

Jonge sterren vormen zich uit ruimtestof en -gas. Dat klontert langzaam samen, en als de klont eenmaal groot genoeg is, gaat de ster ‘aan’. Dat samenklonteren werkt echter niet zoals je zou denken. Om in honderdduizend jaar een ster ter grootte van de zon samen te klitten, moet er elk jaar één honderdduizendste van de massa van de zon bij komen. Als het op die manier ging, zou er echter tien keer zoveel meer licht bij vrijkomen dan sterrenkundigen in werkelijkheid zien. Wellicht groeit een babyster net als een babymens niet geleidelijk, maar met spurten. Dan zou je door je sterrenkijker een ster moeten zien die meestal normaal licht geeft, en dan ineens veel helderder wordt. Dat is precies wat een internationale groep sterrenkundigen, met Leidenaar John Tobin erin, heeft gezien bij HOPS 383, een protoster in het sterrenbeeld Orion. Ze beschrijven hun waarnemingen in de Astrophysical Journal Letters. HOPS 383 begon in 2004 steeds helderder te worden, en in 2008 was de helderheid in sommige golflengten met een factor 35 toegenomen. Daarna nam de helderheid weer af, maar in 2012 was de protoster helderder dan ooit. Astronomen hadden wel eerder zulke helderheidstoenames gezien bij jonge sterren, maar nog nooit bij de soort waar HOPS 383 toe behoort, de zogeheten klasse 0-objecten.

Grote broer Peuters met een oudere broer of zus zijn socialer en gehoorzamer dan de oudste kinderen dat waren op hun leeftijd. Promovenda Sheila van Berkel onderzocht 390 gezinnen met twee kinderen, en vergeleek hoe de oudste presteerde op driejarige leeftijd met de prestaties van de jongste, een paar jaar later. Ze kwam bij de gezinnen langs om filmpjes te maken, en liet de ouders een vragenlijst invullen. Het is niet helemaal duidelijk waar het verschil tussen oudste en jongste kinderen vandaan komt. Vermoedelijk is het een combinatie van twee verklaringen: de kindjes leren van hun oudere broer of zus, en de ouders hebben inmiddels meer ervaring met opvoeden. Op latere leeftijd worden de verschillen tussen de kinderen kleiner. Van Berkel promoveerde dinsdag op haar onderzoek.

Bruin vet Vetweefsel komt, in het kort, voor in twee varianten. Het witte dat je dik maakt, en het bruine, dat je warm stookt. Baby’s en kleine knaagdieren hebben veel van dat laatste, maar ook volwassen mensen hebben het. Dat is interessant, want als je ervoor kan zorgen dat het bruine vet harder werkt of dat er meer van komt, kan je mensen laten afvallen of beter bestand maken tegen kou. Dan zit er echter wel een addertje onder het gras. Bruin vet verbrandt vetzuren uit het bloed, maar het zou kunnen dat daardoor het cholesterolgehalte in het bloed juist stijgt. Cholesterol is het transportmiddel voor vetzuren in het bloed, en zou zich bij een verhoogde vetvraag kunnen opstapelen. Dat lijkt echter niet het geval te zijn. In Nature Communications laat een internationaal team van onderzoekers zien dat de lever de overgebleven cholesterol snel opneemt, zodat het niet in de aderen achterblijft als verkalking. LUMC’ers Jimmy Berbée en Patrick Rensen zijn eerste en laatste auteur. Goed nieuws? Wel als je de speciale cholesterolmuis bent die voor dit onderzoek gebruikt werd. Of het aanslingeren van bruin vet voor mensen ook zo werkt, is nog steeds de vraag.


8

Mare · 12 maart 2015

Opinie

Excelleren in wat?! Universiteit ontmoedigt onbedoeld extreem nuttige activiteiten De overheid vertoont kenmerken van een angststoornis en probeert steeds meer veiligheidsmaatregelen in te bouwen, betoogt Willem van der Does. Ook het hoger onderwijs lijdt onder die regelzucht. ‘Het wordt tijd dat we stoppen met de stupide focus op snelstuderen.’ Op een webforum van de ANWB zag ik ooit het volgende verzoek om een route-advies: ‘Hoe rijd ik van Utrecht naar Rome zonder een tunnel te hoeven nemen?’ De heer in kwestie maakte zich bekend als een trouw Frankrijk-vakantieganger, maar hij wilde nu eindelijk eens naar de eeuwige stad. Alleen, die vermaledijde tunnels door de Alpen. “Geen therapeutische adviezen graag”, besloot hij zijn oproep, “want mijn angst is toch irrationeel”. Fobieën zijn niet grappig, maar deze laatste toevoeging wel. Het zijn namelijk juist de rationele angsten waarbij therapeutische adviezen weinig uithalen, althans voor degene die in nood is. In The New Yorker stond ooit een cartoon waarin een drenkeling naar zijn hond op de kant gilt: ‘Lassie, get help!’ In het volgende plaatje zien we Lassie op de sofa bij een psychoanalyticus. Lassie is wellicht goed geholpen, maar zijn baas is helaas verdronken. Hoe anders is dit bij de zogenoemde irrationele angsten, zoals angst voor tunnels. Hier kan een therapeut bereiken dat u kalmer en geconcentreerder achter het stuur zit, waardoor de kans op overlijden wordt gereduceerd van bijna nul tot vrijwel nul. Maar niet nul. Hoe goed u ook oplet, er is een kans, groter dan nul, dat een andere weggebruiker in slaap sukkelt of roekeloos rijdt en u in een ongeluk meesleurt. Zoals in 1999 in de Mont Blanctunnel, toen 38 mensen in een vuurzee om het leven kwamen. Wie dit leest ziet de journaalbeelden of krantenfoto’s wellicht weer voor zich. Iemand met tunnelangst heeft deze reminder niet nodig. De vraag is dus niet: hoe krijg je de kans op een catastrofe op nul, maar hoe ver ga je daarin? Hoe leef je met het feit dat die kans niet nul is, en wat is het alternatief je waard? Het is ongetwijfeld mogelijk om van Utrecht naar Rome te rijden zonder tunnels te passeren. Maar dan moet u op allerlei punten de snelweg verlaten, B-wegen en bergpassen kiezen, en dus veel meer kilometers maken op relatief gevaarlijker wegen. De kans dat u het niet

overleeft stijgt. Het lastige is, dit kunnen we onze Frankrijkganger uitleggen maar het zal hem niet overtuigen – misschien weet hij het allang. Hij herinnert zich nog levendig de brand in de Mont Blanc-tunnel en besluit om Rome links te laten liggen of de bergpassen te nemen. We overschatten het gevaar van sommige zaken juist omdat ze zo zeldzaam zijn. Een ongeluk in tunnel haalt het journaal zelfs als er alleen materiële schade is, niet de ‘gewone’ verkeersdoden op dezelfde dag. Angststoornissen laten ons zien wat er gebeurt als we onzekerheid onvoldoende verdragen. Boven een bepaald niveau heeft het inbouwen van steeds meer veiligheid een paradoxaal effect. De onzekerheid neemt toe tot chronisch piekeren, we worden achterdochtig of we worden somber van alle gemiste kansen. Het wordt er zelden veiliger van. Wie zeker wil zijn dat hij een dodelijke ziekte te snel af is, neemt elk pijntje serieus en laat continu een vals alarm afgaan waardoor er steeds meer pijntjes opduiken. Wie voortdurend bang is om mensen tegen het hoofd te stoten, maakt nooit contact. Wie geen fout wil maken, brengt niets belangrijks tot stand. De overheid begint nu kenmerken van een angststoornis te vertonen. De hoeveelheid veiligheidsmaatregelen neemt namelijk contraproductieve vormen aan. Ook in het hoger onderwijs slaat de regelzucht toe. Toen ik in 1998/99 een sabattical doorbracht aan Harvard, was één van de eerste dingen die mij opvielen dat de eerstejaars werden aangeduid als “Class of 2002” – met het jaar van afstuderen dus. In Leiden was zo’n systeem onbruikbaar, we wisten niet meer van deze lichting dan dat de bulk ergens tussen 2001 en 2006 zou uitstromen, met uitschieters richting 2010. Een substantieel deel zou nooit afstuderen. Oorzaak van dit verschil? Selectie en een heel andere student/staf-ratio. We zagen – en zien – op tegen instellingen als Harvard, maar toch heb ik er geregeld studenten naar toe zien gaan voor stages en nooit zien tegenvallen. Integendeel, ik heb geregeld bedankmailtjes ontvangen voor het sturen van zulke goede studenten. Toegegeven, je stuurt niet iedereen naar zo’n stage.

Studenten in Nederland hebben lang kunnen profiteren van excelleren in vrijheid blijheid. De massaliteit bij veel studies werd gecompenseerd door een hoge mate van vrijheid. Dat had voor- en nadelen. Een nadeel was dat de vrijheid menig student wat veel van het goede was. Na enkele jaren onproductief en enigszins beneveld rondgedwaald te hebben verlieten zij de universiteit, niet veel wijzer of vaardiger. Veel anderen echter profiteerden van de vrijheid door nuttige ervaringen op te doen zoals het besturen van verenigingen, het organiseren van evenementen, het onderhouden van een sportcarrière of het starten van een onderneming. Maar ook eenvoudiger dingen zoals het betalen van je eigen studie via uitzendbaantjes kwam de kwaliteit van onze toekomstige elite ten goede. De vrijheid staat steeds meer onder druk, maar dat is niet gecompenseerd door minder massaliteit. Een van onze meest veelbelovende jonge alumni is bioloog Wouter Bruins. Hij is bedenker van een methode om het geslacht van kuikens al in het ei te bepalen, waardoor het mogelijk is geworden om de abjecte vernietiging van miljarden eendagshaantjes te voorkomen. Nauwelijks dertig jaar oud leidt hij een bedrijf waarin hij partijen die vaak tegenover elkaar staan heeft weten te verenigen, zoals de pluimveesector en de dierenbescherming. Hij haalt de ene subsidie na de andere prijs binnen. Ook de universiteit ondersteunt zijn bedrijf en heeft hem de K.J. Cath-prijs toegekend. Maar hij heeft acht jaar gedaan over een studie waar vijf jaar voor staat. “En dan tel ik die twee jaar roeien, toen ik ingeschreven stond bij psychologie, maar niet mee”, zei hij me onlangs. Zonder die extra jaren waarin hij van studie kon wisselen, bestuurlijke ervaring kon opdoen, zijn netwerk kon opbouwen en zijn idee kon ontwikkelen was Nederland misschien niet zo’n fantastisch start-up bedrijf rijker geweest. Een andere succesvolle alumnus, Wouters vakgenoot Freek Vonk deed zeven jaar over zijn studie. Terwijl zij toch de inspirerende voorbeelden zijn die studenten naar Leiden moeten lokken, zal het steeds moeilijker worden om een dergelijk traject te volgen. Een van de tekenen van

deze tijd is de epidemie van ranglijsten. Ze buitelen over elkaar heen en hebben als perverterend neveneffect dat het beleid mede wordt gericht op het bespelen van de indicatoren. Afstudeerrendementen dragen daartoe ook bij, dat heeft de minister ook ontdekt. Dus zitten we nu met bestuursafspraken waarin tegenstrijdige dingen staan zoals groei van het aantal studenten en toename van het percentage dat nominaal afstudeert, bij onveranderd budget. Ook het percentage honoursstudenten moet omhoog. Studenten die tijd over hebben – dat zijn er nog genoeg – moeten verleid worden om voor nul studiepunten hun kennis en vaardigheden te verbreden en verdiepen. Ik ben bij verscheidene van deze cursussen betrokken geweest en het is hartstikke leuk en nuttig. De studenten zijn slim en gemotiveerd, de docenten trekken alles uit de kast. Maar het is wel weer een cursus. Een jaar je studentenvereniging besturen of het lidmaatschap van de faculteitsraad levert geen honourspunten op. Net zo min als het opstarten van een onderneming. Het risico is dat de universiteit onbedoeld dit soort extreem nuttige activiteiten gaat ontmoedigen, want het helpt niet om aan de bestuursafspraken te voldoen – integendeel, deze studenten lopen uit. Het wordt dus tijd dat we stoppen met de stupide focus op snelstuderen en de kwaliteit en veelzijdigheid van onze alumni centraal blijven stellen. En van onze drop-outs – van wie sommigen vrij succesvol, zoals Mike Boddé of Gerrit Komrij. Vele wegen leiden naar Rome, maar het resultaat van de verschillende routes is niet altijd hetzelfde. Het goede nieuws voor onze tunnelangstige Frankrijkganger is dat hij een makkelijk te behandelen aandoening heeft. Als hij leert onzekerheid te verdragen en veiligheidszoekende maatregelen nalaat kan hij veel sneller genezen dan hij voor mogelijk houdt. Behandeling wordt iets gecompliceerder bij angst voor ernstige ziektes of sociale angst, maar het recept is hetzelfde en het resultaat meestal goed: het nalaten van veiligheidsmaatregelen kan al wonderen doen. De overheid is, vrees ik, grotendeels resistent tegen behandeling. De gezondheidszorg en het onderwijs hebben dus nog het een en ander te vrezen. Toch kan ook de overheid beter leren beseffen dat ‘steeds meer zekerheid’ niet alleen een limiet heeft, maar ook een prijs. WILLEM VAN DER DOES is hoogleraar psychologie

Een sterk verkorte versie van dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad


12 maart 2015 · Mare 9 Achtergrond

Heilige huisjes omver schoppen De opstandige islam van het soefisme Om dichter tot God te komen, geven soefi’s zich over aan meditatie, drank en dans. Asghar Seyed-Gohrab schreef een boek over de mystieke stroming binnen de islam, die zelfs invloed had op fundamentalisten als ayatollah Khomeini. Door Vincent Bongers ‘Ik woonde in Teheran. De stad werd gebombardeerd en met raketten beschoten’, zegt universitair hoofddocent Perzische literatuur Asghar SeyedGohrab (1968). ‘Dat was verschrikkelijk. ’s Nachts was er dan vaak code rood. Elk moment kon je een inslag verwachten. Dus dan dacht ik weer: dit is misschien mijn laatste nacht. Je zocht je familie op. Dan stierf je tenminste samen.’ In 1979 kwam na een revolutie de Islamitische Republiek Iran tot stand. De sjah (koning) werd afgezet en de macht kwam in de handen van fundamentalistische sjiitische geestelijken met als leider ayatollah Ruhollah Khomeini.  ‘Mijn vader was politiek actief en tegenstander van het regime. Hij vluchtte in 1980 naar Nederland. Ik ben zelf in 1986 gevlucht, vanwege de oorlog met Irak (1980-1988). Ik was achttien en wilde niet vechten. Mensensmokkelaars leidden ons via Koerdistan naar de Turkse grens. We hebben elf dagen gelopen. Ze zeiden steeds: “Morgen zijn we over de bergen en dan zijn we er.” Maar die bergen bleven maar komen.’ Inmiddels is Seyed-Gohrab docent en onderzoeker aan de universiteit waar hij in 1990 ging studeren: Leiden. Vorige maand publiceerde hij het boek Soefisme, een levende traditie. ‘Ik ben atheïst maar ik erger me eraan dat er geen aandacht is voor de verschillende stromingen en groeperingen in de islam. Er zijn zoveel misverstanden. Het wijdverbreide idee dat Mohammed niet mag worden afgebeeld, bijvoorbeeld. Inderdaad: volgens bepaalde groepen mag dat niet. Maar er staat geen verbod in de koran. In Iran zijn er op straat muurschilderingen te zien van de hemelvaart van Mohammed op de rug van Buraq, een mythisch wezen dat het gezicht heeft van een engel, benen van een gazelle en het lichaam van een paard. Ik wil laten zien hoe binnen één stroming in de islam alweer veel richtingen en interpretaties zijn. Er zijn veel manieren om een goede moslim te zijn.

Zogeheten ‘qalandar’ leefden zondig, schreven homo-erotische gedichten en hadden piercings in oren, neus en genitaliën.

Als Nederlandse jongeren zich dat realiseren, zou het ze ervan kunnen weerhouden om te radicaliseren.’ Maar wat is soefisme? ‘Ze zeggen wel eens: als de islam een schelp is, dan is soefisme de parel. Je komt niet dichter bij God met alleen de koran en sharia. Vanaf de twaalfde eeuw is er geen islamitische maatschappij zonder vele verschillende soefi-bewegingen. Voor alle concepten van de islam hebben soefi’s alternatieven. De koran is heel erg cryptisch. Het enige juiste inzicht bestaat niet. In de analogie van de schelp: het intellect is een middel om bij de zee te komen. Als je de parel wilt vinden, dan moet je het intellect afzweren en doorgaan op intuïtie.’ Het intellect loslaten kan door in extase te raken, door bijvoorbeeld meditatie, drank of dans. Ook kun je dichter bij God komen door heilige huisjes omver te schoppen. Het verhaal over San’ân, de meest gerespecteerde en geleerde sjeik van zijn tijd, is daar een voorbeeld van. ‘Hij mist een alomvattende liefde en wordt verliefd op een christelijk meisje die hem vier voorwaarden stelt in ruil voor haar liefde. Hij moet wijn drinken, knielen voor een afgod, de koran verbranden en afstand doen van de islam. Als hij dat allemaal doet, tergt de vrouw hem nog meer. San’ân moet van haar het voor een moslim meest verachtelijke werk verrichten: varkens houden. ‘Pas als hij valse vroomheid aflegt, kan hij verder komen in zijn religiositeit. Soefi’s willen hiermee zeggen dat de mystieke liefde niet kan worden opgesloten in dogma’s en vaste rituelen. Het overstijgt de termen die de mens bedenkt.’ Er is een enorm corpus aan mystieke poëzie. Daarin zie je veel beeldspraak en metaforen terugkomen die uit de nog veel oudere profane literatuur komen, zoals de homo-erotiek en het drinken van wijn. ‘Een bekend voorbeeld is een gedicht van Hâtef waarin hij andere religies dan de islam verheerlijkt en schrijft over een ontmoeting in een kerk met zijn geliefde; een jonge christelijke man. Er staan strofen in als: “Hij opende zijn verrukkelijke mond terwijl een lach als honing op zijn lippen lag”.’ Deze teksten hebben een zuiver mystieke lading en moeten niet letterlijk worden genomen. Maar sommige stromingen in de islam zien het soefisme als ketterij. ‘Voor fundamentalisten werkt het soefisme als een rode lap op een stier. De soefi zegt zelf: wij zijn meer moslim dan de orthodoxe theologen. De partijen strijden al vanaf het begin met elkaar. Een soefi kan beter niet in handen van IS vallen. Die zien soefi’s als afvallige moslims. Dat is nog erger dan christenen en joden: dat zijn tenminste nog gelovigen met een boek.’ Toch is de relatie tussen orthodoxen en soefi’s complex. ‘Het is heel schizofreen. Er zijn heel veel soefi-ordes in Iran. Officieel zijn ze verboden en ze worden lastiggevallen. Desalniettemin verschijnen er heel veel boeken over mystiek.’ Ayatollah Khomeini, die toch als fundamentalist geldt, was als jongeman in de jaren twintig al geïnteresseerd in mystieke ideeën. ‘Hij heeft jarenlang privéles over soefisme gekregen en later gegeven. Het is terug te zien in zijn politieke denkbeelden. De absolute macht van de geestelijke komt voort uit het soefi-idee van de volmaakte mens die constant in contact staat met het goddelijke. Khomeini mat zichzelf die mystieke status aan.’

‘Het is een misverstand dat Mohammed niet mag worden afgebeeld. Er zijn muurschilderingen van zijn hemelvaart op de rug van Buraq: een mythisch wezen met een paardenlichaam, gazellebenen en een engelengezicht. De ayatollah schreef er flink op los. Zo produceerde hij alleen al 149 liefdesgedichten. ‘Zijn werk past in de Middeleeuwse traditie van de zogeheten qalandar: rondzwervende vagebonden. Zij vonden moslims die alleen voor hun eigen aanzien naar de moskee gingen hypocriet en zagen maatschappelijke status als gevaarlijkste valkuil op het mystieke pad. Als reactie hierop leefden ze zondig en waren ze uit op provocatie. Ze waren halfnaakt, schreven homoerotische gedichten, dronken wijn en hadden piercings in oren, neus en genitaliën. Het was een schil om hun vroomheid te beschermen. ‘Khomeini haalde ze aan in zijn poëzie. Zo schreef hij: “Wijnschenker! Schenk rooskleurige wijn in mijn beker: dit volle wijnvat is de reden voor onze eer.” Hij gebruikte de qalandar natuurlijk als metafoor en hing echt niet laveloos boven de

koran. Maar hij stelt zich wel boven al het andere, dus ook boven goed en kwaad. Dan mag je alles doen.’ Het verzameld werk verscheen

‘Ayatollah Khomeini schreef liefdesgedichten. Maar hij hing echt niet laveloos boven de koran’ in 1989, net na de dood van de leider. ‘De receptie van het werk was interessant. Zijn tegenstanders waren heel verbaasd en er verschenen heel wat parodieën op de gedichten waarin de ayatollah met wijn in de hand de koran zit te lezen. Natuurlijk legden conservatieve fundamentalisten de nadruk op de huichelachtigheid van de leider: zie je

wel, hij was niet vertrouwen!’ Vergelijkbare beeldspraak en mystieke poëzie werd gebruikt om soldaten te motiveren in de oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein. ‘Het is tegelijkertijd afschuwelijk en fascinerend. Jongemannen die ten strijde trokken, werden omschreven als minnaars van God. De soldaat offerde zich op om één te worden met Hem. In slogans en propaganda zijn het bijvoorbeeld “nachtvlinders die aangetrokken worden door de kaars en zich in de vlam werpen”. Dat licht was de explosie van een Irakese bom. ‘Er vertrokken zelfs jongens van dertien, veertien jaar naar het front. De maatschappelijke druk om te gaan was groot. Daarom ben ik uiteindelijk gevlucht.’ Asghar Seyed-Gohrab, Soefisme, een levende traditie. Prometheus Bert Bakker, 224 pag. € 19,95


10  Mare · 12 maart 2015 English page

Fish made us human How its consumption helped our primal brains evolve Eating fish had a major impact on human evolution. Archaeologist and biologist José Joordens is investigating that premise by studying fossil fish remains from the Kenyan desert and shells from Java – and visiting fishmongers on Leiden market. By Bart Braun Elephants have large noses, ducks have enormous willies … and humans? Human have gigantic heads in proportion to their bodies. We use them for thinking with and that’s something we do better than any other animal. Such large heads make giving birth a bit of a challenge and humans are helpless infants for years until their brains are truly up and running. But it’s worth the wait: we have plays by Shakespeare, the Sistine Chapel and processed cheese in tubes. We still haven’t come close to unravelling the exact origins of man but when you arrange the skulls next to each, you can see that they grew larger and larger, posing two questions: why did they develop that way and what caused it? Both archaeologists and biologists think these questions belong to their fields. Not surprisingly, José Joordens, the Leiden scientist studying this matter, is a biologist at the Faculty of Archaeology. She made global headlines late last year after discovering a zigzag marking, almost certainly drawn by Homo erectus, an extinct species of human, on a fossilised shell from Java. It is the oldest picture ever found, four to five times the age

Artist impression of H. erectus with a carved shell. Foto Minke van Voorthuizen/Leiden University

of the oldest pictures produced by Homo sapiens a hundred thousand years ago. Why would someone researching large brains examine a collection of fossilised freshwater mussels? It has

to do with the composition of brains: remember the scene from Breaking Bad, when Jesse tries to dissolve a corpse in a bathtub of acid? He can’t get rid of the brains due to their fat content. To build brains, you need

fats – more specifically, unsaturated fats with long-chain fatty acids. And your diet must contain enough iodine – until 2009, Dutch bakers were legally obliged to add iodine to their bread for this reason. Aquatic food – fish, seaweed, shellfish and crustaceans – is a good source of those substances. There is growing evidence that primitive man appreciated that source too. In 2010, a South African archaeologist revealed that catfish and crocodiles were eaten by proto-humans in Kenya’s Turkana Basin, the cradle of humankind, two million years ago. Joordens’ shells caught the public’s interest because of the zigzag, but her Nature paper revealed that Homo erectus also used them as tools and as food. “The scratches were just a bonus”, as she herself says. The Journal of Human Evolution recently published a special issue on the role of water in the evolution of the brain, behaviour and human diet. Joordens and a number of her colleagues wrote their contribution on the fatty acid composition of various species of fish. One colleague took samples of local freshwater fish and marine fish in Africa and, looking for material for comparison, the researchers bought fish from Dutch inland waters and from the North Sea on the market here. Together, they determined the unsaturated fat content of 59 species. There are considerable differences between the species: sardines are as oily as a politician’s smile while the elephant-snout fish, Mormyrus kannume, from Tanzania isn’t fatty at all. But if your diet includes a varied

range of fish, your intake of unsaturated fat will be the same overall, whether it comes from rivers and lakes or the sea, from tropical or temperate waters. That explains the “how” question: primitive man, spreading out across the globe from Africa, discovered the building blocks for larger brains in water. The “why” question poses more difficulties. Human brains did not expand just because fish was available – if your brains grew from eating fish, fish themselves would have larger brains. “We should distinguish between facilitating factors and steering factors”, Joordens continues. “I think the availability of fatty acids was a facilitator.” There are books full of theories on the steering factor: impressing the other sex, increasingly complicated social behaviour, cooking with fire, collaboration with other animals and so on. “With this topic, everyone tends to focus on a single issue but it’s likely that very many factors all had a small part in it.” She is convinced that if she can reach further back in time, she will find proof of fish consumption there too. That means she should return to the Turkana Basin where she did her PhD research. “What was the role of the East African coast five to twoand-a-half million years ago, before Homo erectus? I think there are fossils that could tell us more; we just haven’t found them yet. My larger research project focuses on finding those fossils. I keep stressing the importance of water, because we are discovering more and more about the importance of eating fish.”

Bombs affect everyone equally Anthropologist Annika Schmeding spent some time with the Kochis, an Afghan tribe of nomads protected by that country’s constitution. “Other nomadic groups are not even socially accepted as Afghans.” By Marleen van Wesel “I regularly came across nomads in Kabul”, recalls Annika Schmeding (28). “Between doing my Bachelor’s and my Master’s courses, I spent a year working in Afghanistan on a project for the government. I grew curious: what was their life normally like? And in wartime?” Schmeding did her Bachelor’s degree in Anthropology in Berlin and came to Leiden for a Research Master’s in Middle Eastern Area Studies. She didn’t have any difficulty choosing a subject for her dissertation: the Kochis, a nomadic tribe for whom a special section has been included in the Afghan constitution to improve their vulnerable position. The LUF (Leiden University Fund) awarded her work with the Leiden University Dissertation Prize. Following her literature research, she went to Kabul with her boyfriend, a Canadian journalist. “You usually live in large compounds with guards and thick walls, but we lived in an apartment, among Afghans and a couple of American teachers.” Even though she was close to the population, her position was different. “I had to live as invisibly as possible

and stay away from large military sites and other potential targets for attacks. Obviously, bombs affect everyone equally, but for foreigners, there is always the added danger of kidnapping. I had to make other adjustments too: being German, it took some getting used to meetings that went on and on, or were cancelled. Sometimes I had to reschedule all the interviews I had planned for one day.” Former colleagues helped her contact members of parliament. “And they in turn introduced me to Kochis. I spent three months in a refugee camp for a children’s aid organisation too, where many former nomads had ended up. When I travelled, I talked to people I thought might be nomads because of their sheep and tents. That was more difficult because nobody could introduce me.” Initially, she wanted to work with a think tank. “I could learn a lot from their methods and they thought my research was interesting.” Extremely interesting, in fact: she was asked to send her CV and her research so far. “After two months, they suddenly published a report with all my research results …” That forced her to take a new angle: she concentrated on other nomadic groups, often hawkers or beggars, as well as the Kochis, who move around with their sheep. “The difference between the groups isn’t simply a matter of rich and poor.

‘There are tales of peddler-nomads stealing children.’ Among themselves, the nomads are not all alike either. While many Kochis still face poverty issues, they have more chances and have parliamentary representation. The other nomadic groups are not even socially accepted as Afghans.” That view is influenced by the position of their women: “The women trade at the bazaars, which are regarded by most other Afghans as

male-dominated places, so they are branded as loose women. Besides, there are tales of peddler-nomads stealing children and forcing them to work for them.” Can’t anything be done about that? “That would mean changing not only the rules, but also the attitudes of the Afghans and I, as an anthropologist, am disinclined to dabble in the murky water of politics.”

Schmeding won the IIAS Master’s Thesis Prize as well as the LUF Prize, introduced by Minerva alumni from 1957 and 1961. She will be leaving for Afghanistan again in the spring for her PhD research at the University of Boston. “I still have to decide on the exact subject of my research, but it will certainly be about Afghanistan, preferably something to do with nomads again.”


12 maart 2015 · Mare 11 Cultuur

I won’t fuck up again Blueslegende Michael de Jong in de Vrijplaats Na een uitputtende carrière vol drank, drugs en horrible women rijdt Michael de Jong vanaf zijn great little woning in Dordrecht het hele land door. ‘If the gezondheid is okay, benzinegeld is enough.’ ‘Blues is een one sided story. Negentig procent gaat over a guy die zingt: baby, you did this, baby, you did that. Oké, maar wat deed jíj?’ Michael de Jong (70), die dus geen blues maar Michael-de-Jong-songs maakt, spaart zichzelf niet. ‘Ken je Searching for Sugarman?’ vraagt hij. Dat is de Oscarwinnende documentaire over de muzikant Rodriguez uit Detroit, in de vergetelheid geraakt, maar buiten zijn weten groot in Zuid-Afrika. De Jongs ouders emigreerden op z’n vijfde naar Michigan. ‘Die gevaarlijke buurt bij de rivier, dat was waar ik in de jaren zestig ook woonde. En optrad. Ik was getrouwd met een vrouw, but that didn’t last long.’ Daarna trok hij met zijn gitaar door de Verenigde Staten, langs bluesfestivals en stripclubs. Voor tien jaar streek hij neer in San Francisco, soms op straat, soms in de bak, soms op podia met gevestigde namen als Jimmy Reed. In de jaren tachtig keerde hij terug naar Europa. ‘Ik was helemaal gestopt met de drank en de drugs, na vier jaar bij de AA.’ In Frankrijk, het land van zijn moeder, ging het mis. ‘Mijn tante bleef maar aandringen met een glas wijn. And then I lost eight years. Ik trouwde met een vrouw in Denemarken, that didn’t work out, en belandde in een kamer in Alkmaar, tegenover het huis waar ik opgegroeid was. And there the drugs really got bad.’ Door Marleen van Wesel

‘I wanted the glory, but I got sick in ’92.’ HIV-infectie, luidde de diagnose. ‘Een tijd wist ik niet of ik de volgende dag zou halen. Maar de hogere machten hadden andere plannen.’ Hij bezocht Amerika nog enkele keren. ‘Om albums op te nemen en te spelen op het South by Southwest Festival, en om mijn vader te begraven in 1994.’ Dat was een keerpunt. ‘Ik zag an old guy in a box. Ik kuste zijn voorhoofd en beloofde: I won’t fuck up again.’ Via een vriend kon hij aan de slag in de voorprogramma’s van Van Morrison, Marianne Faithfull en Clannad. Eigen optredens volgden en vanaf de jaren negentig kwam een stroom albums op gang. ‘Het geheim? I quit drinking. In Amerika lukte het niet, maar de Nederlandse regering is net de familie Van Gogh. Ik ben Vincent, zij diens broer Theo.’ Wachtpunten voor een woning had hij niet. ‘Ik zei: I don’t know any of this shit man. Ik ben ziek, gestopt met drinken en ik zou graag een plek willen voor mezelf en mijn gitaren. Ik kreeg this really great little woning in Dordrecht. Erachter is niks, alleen bomen en een voetbalveld.’ Hij woont er nog steeds. Onlangs viel er een handgeschreven brief op de deurmat, vier kantjes, van de Leidse Vrijplaats, die eigenlijk te weinig budget had. ‘Om half acht ’s ochtends belde ik terug, dat ik gratis zou komen.’ Onder enkele voorwaarden, zoals een studententarief. ‘Jullie dénken alleen maar dat er hier iets te doen is voor jongeren. Ik raakte op het strand al in de grootste problemen, omdat ik een vuurtje stookte. Je mag ook niet gewoon in de bossen slapen, zoals vroeger bij de boy scouts, in de sneeuw.’ Met zijn optreden hoopt hij iets te ontketenen.

‘Jongeren hebben geen raad van een oude man nodig.’ Foto Martijn Beekman ‘Zo’n Amerikaanse college tour. Misschien volgt na Leiden Maastricht. If the gezondheid is okay, benzinegeld is enough.’ Geen grote concerten, alleen nog seated shows. ‘Omdat de teksten er dan echt toe doen. Daarna moet ik twee dagen bijkomen.’ Z’n songteksten, welteverstaan, niet die rock ’n roll-verhalen. ‘I don’t want to scare them. En jongeren hebben geen raad van een oude man nodig. Ik heb ook alles zelf ontdekt. Op mijn achtste werd ik voor het eerst gearresteerd.’ Hij had de school in brand gestoken, nadat de pater hem voor de klas als voorbeeld van een slechte katholiek aanwees. Een Searching for Sugarman-achtige film hoeft er niet te komen. ‘Ie-

mand zou wel een boek schrijven, maar die dronk het voorschot op en daarna kwam er niets meer van. Het hoeft ook niet. Vooral vanwege the women. Hoe precious of horrible ze waren, en ik waarschijnlijk ook: dat is my business.’ Ook z’n albums hoeven niet veel op te leveren. ‘Op eBay zag ik Who’s Fooling Who (1996) voor 75 dollar voorbijkomen. Ik was woedend. Maar ik bezit alle rechten, dus ik besloot alles gratis aan te bieden. Behalve de laatste vier. Ik hoef maar genoeg te verdienen om weer een nieuwe te kunnen maken.’ Michael de Jong Vrijplaats, 15 ma, 15:00, €10 (studenten €2,50)

Herder in Gebr. de Nobel

Door Frank Provoost ‘De Westreen sil bloeie en nea vergean, salang er skerpe messen bestean.’ Was getekend: Herder. Ook wel: de hardste band van Nederland. De spreuk stond ooit achter op het eerste Herder-shirt dat meteen diende als naamverklaring. Het vijftal is namelijk niet vernoemd naar het hondenras, maar het messenmerk, legt drummer Tom Nickolson uit. ‘Gitarist JB van der Wal en ik komen ongeveer uit dezelfde regio: de Friese Wouden (Wâlden) en Zwaagwesteinde (De Westereen). Dat is echt een streek van rouwdouwers, bekend om een agressieve afkeer van buitenstaanders. Zeker vroeger gold dan het motto: niet lullen, maar steken. En al die steekgrage boeren hadden allemaal een mes van Herder.’ ‘JB weet die naargeestigheid perfect in riffs te vangen’, zegt gitarist Jeroen Vrielink. ‘Die keiharde, lompe shit maakt echt krachten in je los. Als ik speel, boor ik iets aan wat ik normaal gesproken ongemoeid laat. Dan zou ik het liefst de hals van mijn gitaar kapot knijpen.’ Vandaar de band haar zware en

trage sludgemetal steevast omschrijft met dezelfde slogan, het liefst in hoofdletters: ‘HERDER IS HARDER.’ Of zoals weer een ander bandshirt het omschrijft, vrij naar Motörhead: ‘Herder Fryslân. In stuk hurder as it oare spul’. Die boodschap is inmiddels ver tot over de landsgrenzen bekend. De band toerde een paar keer door Europa en speelde onder meer op het Franse decibellenwalhalla Hellfest. Nickolson - ‘Ik luister nooit naar

FILM

TRIANON Selma dagelijks 18.30 Still Alice dagelijks 19.00 + 21.30 KIJKHUIS Loin Des Hommes dagelijks 16.00 + 18.30 A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence dagelijks 19.00 LIDO Chappie do. vrij. za. zo. ma. + wo. 1845 Kingsman: The Secret Service dagelijks 21.30

MUZIEK

Brullen als een pruttelend riool HERDER IS HARDER, zo claimt de Friese metalband zelf. ‘Het is gewoon mooi om je als een stel neanderthalers te gedragen.’

Agenda

metal’ – snapt eigenlijk ook niet hoe het kan dat hij nu stomtoevallig meemaakt waar anderen jarenlang van dromen. Want het begon ooit als geintje. Van der Wal had wat lompe riffs verzameld voor wat hij ‘het stonerproject’ noemde. Nickolson had erbij gedrumd, en dat was het dan. Totdat Van der Wal, in de wereldwijde metalscene vooral bekend vanwege zijn grindcoreband Aborted, de nummers online zette. ‘Iedereen ging daar heel erg goed

‘Als ik speel zou ik het liefst de hals van mijn gitaar kapot knijpen.’

op’, zegt Nickolson. Dus werd er een gelegenheidsband opgetrommeld, voor één plaat en één optreden. Maar bij die ene show barstte de kelder van het Groningse Vera bijna uit zijn voegen. En dus kwam weer een plaat, en een toer, etc. Herder werd alsnog een echte band, ‘maar wel een pretentieloze’, zegt Vrielink. ‘Het is gewoon mooi om met vrienden op pad te gaan en ons als een stel neanderthalers te gedragen.’ Nickolson: ‘Er is geen groter doel: we doen wat we vet vinden en hebben mazzel dat het wordt opgepikt.’ De gekoesterd lompheid van de muziek moet op alle mogelijke manieren worden doorgevoerd. Vandaar dat het nummer Come Now Fire volledig is opgebouwd uit citaten van Dennis Bergkamp en Adolf Hitler. Zanger Ché Snelting: ‘Ik kan niet zingen, maar wel schreeuwen.’ ‘Hij heeft echt een prachtig fel geluid’, zegt Vrielink. ‘Mijn zang is meer een soort pruttelend riool.’ Ook op hoezen en merchandise zijn subtiliteiten verboden, legt Snelting uit. ‘Jezus die langs achteren door een herdershond wordt genomen, dat is echt ons lompste Tshirt ooit.’ Bassist Marc van Duivenvoorde: ‘Maar hij verkoopt het best.’ Herder & Teethgrinder Gebr. De Nobel Do 12 ma, 20:00 u. €12,50

DE TWEE SPIEGHELS Gijs Idema trio vrij. 13 maart 21.00 gratis Bernard Berkhout and friends za. 14 maart 21.00 gratis GEBR. DE NOBEL Alexander Robotnick, Aril Brikha en Bjonson & Klap: Doorgedraaid vrij. 13 maart 23.00 €17 Kris Kross, Mikeynice & Sleebos: Fuif za. 14 maart 23.00 €10 DR. ANTON PHILIPSZAAL Collegium Musicum & Krashna Musika: Brahms: Ein deutsches Requiem zo. 15 maart 20.15 vanaf €15 VRIJPLAATS Michael de Jong: benefiet concert zo. 15 maart 15.30 vanaf €2.50 QBUS 7e Leiden Boonekamp Jazz Award wo. 11 en do. 12 maart 20.15 gratis Kai Strauss Electric Blues All Stars ft. Mike Wheeler: Southern Bluesnight vrij. 20 maart 21.00 €12.50 STADSGEHOORZAAL Ben Thompson & Band: Elvis – The 80th Anniversary Concert za. 14 maart 20.15 vanaf €20.50 Calefax & Holland Baroque Society: What if Bach… zo. 15 maart 14.30 vanaf €22.50

THEATER

THEATER HET IMPERIUM Moeders Mooiste vrij. 13 maart 20.30 €8 LEIDSE SCHOUWBURG De Veenfabriek en Adelheid: Hoogwater voorheen Laagwater met Wim T Schippers za. 14 maart 20.15 vanaf €15.50 Vrijdag & Sandifort: Löyly do. 19 maart 20.15 vanaf €14.50 THEATER INS BLAU Het Volksoperahuis: Hete Peper vrij. 13 maart 20.30 vanaf €15 Blue Monday: Tilt: Intergalactic ma. 16 maart 20.30 €10 Mugmetdegoudentand: Kunsthart do. 19 maart 20.30 vanaf €15.50

DIVERSEN

VOLKENKUNDE Tentoonstelling: Geisha 10 oktober 2014 t/m 6 april 2015 MUSEUM DE LAKENHAL Tentoonstelling: Een Deftige Parade. De Selectie van Rudi Fuchs 11 oktober 2014 t/m 31 mei 2015 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Tentoonstelling: Carthago 27 november 2014 t/m 10 mei 2015 UNIVERSITEITS BIBLIOTHEEK Tentoonstelling: Humbert de Superville: tekenaar, geleerde, visionair 29 januari 2015 t/m 2 juni 2015 MUSEUM BOERHAAVE Tentoonstelling: Foodtopia 6 februari 2015 t/m 1 november 2015 VRIJPLAATS LEIDEN Vrijplaats Festival zaterdag 14 maart 20.30 gratis VRIJ PLAATS LEIDEN Benefiet concert: Michael de Jong zondag 15 maart 2015 15.00 vanaf €2.50 ACADEMIEGEBOUW Lezing Michael Shermer: The Moral Arc donderdag 19 maart 19.30 gratis


12  Mare · 12 maart 2015 Het Clubje

Inburgeren

House of Virgins

Foto Marc de Haan

‘We filmen fruit dat zelfmoord pleegt’ Filmgezelschap Garde du Nord Flora Woudstra (20, film- en literatuurwetenschap): ‘Garde du Nord is een collectief van jonge, enthousiaste filmmakers.’ Woudstra: ‘De meesten van ons studeren film- en literatuurwetenschap, maar die studie is heel theoretisch. We wilden ook graag praktisch met film bezig zijn. Een aantal van ons is eerder afgewezen bij de filmacademie. Daar zijn elk jaar ongeveer tien plaatsen beschikbaar, voor tweehonderd aanmeldingen.’ Sven Peetoom (21, film- en literatuurwetenschap): ‘We organiseren pitchsessies en collectieve uitdagingen. De opdracht is bijvoorbeeld om een film van twee minuten te maken, waarin niet wordt gesproken. Of een film waarin de hoofdpersoon geen mens is.’ Bob de Brabandere (23, filmweten-

Bandirah

schap): ‘We maakten een film over fruit dat zelfmoord pleegde. Een tomaat sprong van vijf verdiepingen hoog, bananen hingen zichzelf op in een boom, en dan was er natuurlijk nog de blender…’ Bas Postmus (22, film- en literatuurwetenschap): ‘Of de camera was de hoofdpersoon en achtervolgde mij. En we hadden een film waarin een bos rode rozen de hoofdrol speelde. Ze vielen uit en werden langzaam wit. Uiteindelijk werden ze bij een graf neergelegd.’ Wouter Klinkenberg (19, film- en literatuurwetenschap): ‘We geven workshops en hebben ook een korte film gemaakt: Fenne. Met vijftien mensen schoten we drie dagen op een boerderij in NoordDrenthe.’ De Brabandere: ‘Wouter komt uit die omgeving en kende die mensen. Hij is

naar de boer gegaan om te vragen of we zijn boerderij mochten gebruiken. Dat mocht wel, maar hij wilde “niet te veel gekkigheid”. Het was natuurlijk een hele ervaring, want we kwamen met de hele crew, waaronder een internationale student die enkel Engels sprak, de boerderij binnenvallen. Soms moesten we hem vragen of hij even van de trekker wilde komen, vanwege het geluid.’ Klinkenberg: ‘Iedereen heeft zijn eigen rol: een regisseur, een assistent-regisseur, een cameraman, opnameleiding en mensen voor het licht.’ Jeroen Zeegers (22, psychologie): ‘Ik hield me bezig met de continuïteit. Als een acteur in het eerste shot een hoed op heeft, dan moet deze niet zomaar in het tweede shot verdwenen zijn. Daarom maakte ik van elke scène foto’s, om deze met elkaar te vergelijken. Zo

ontdekten we dat de hoofdpersoon, die haar haar in een staart droeg, later ineens haar haar los had. Je moet zelfs opletten hoe het bestek ligt.’ Klinkenberg: ‘Na het filmen hebben we met een crowdfundingsactie geld opgehaald voor de postproductie.’ Zeegers: ‘Niet alle projecten verlopen zo georganiseerd. Voor een scenario zijn we een keer met camera en acteurs spontaan de trein in gesprongen om in de stiltecoupé te filmen, zonder dat aan de NS te vragen. We hebben daar ter plekke aan de mensen gevraagd om zich te verplaatsen. Toen kwam de conducteur, die vond het toch niet zo’n goed idee. Uiteindelijk zijn we uit de trein gezet. Maar bij een volgende trein zijn we gewoon weer ingestapt.’ Door Petra Meijer

Vier jaar van mijn leven heb ik in het Bungehuis doorgebracht, maar geen haar op mijn hoofd dacht er aan het pand mee te bezetten. Inderdaad, hier zit het prototype luie student. Ik ben niet het rebelse soort dat op de barricades staat voor een betere universiteit, daarvoor vind ik douches en centrale verwarming veel te fijn. Bovendien staat het nieuwe seizoen van House of Cards net online. Maar goed, ik snap het wel. Mijn laatste bezoek aan het Bungehuis dateert van twee jaar geleden, maar zelfs toen was de ontevredenheid al bijna tastbaar. Van het 8-8-4-semestersysteem dat elke faculteit beurtelings door de strot is geramd tot het genadeloos wegbezuinigen van docenten met flex-contracten, zodat je halverwege je scriptie nog een nieuwe begeleider mocht zoeken: been there, done that. Ik steunde het initiatief voor meer democratie dus ook. Oké, voornamelijk in mijn hoofd en met virtuele luiheden zoals een retweetje op zijn tijd en een dikke like voor de Facebookpagina, maar ik was het er wel mee eens. Mijn sympathie voor de bezetting is echter tanend. Iedereen kan met een biertje in de hand staan schreeuwen dat het systeem klote is en alles anders moet en kapitalisme des duivels is, zwaaiend met een protestspandoek zo boordevol spelfouten dat het eigenlijk alleen maar benadrukt hoeveel beter je die tijd in collegebanken zou spenderen: lekker makkelijk. Constructief meedenken is een stuk lastiger. Ik steun de eis voor meer inspraak, maar weet dan alsjeblieft ook wat je daarmee van plan bent. Het bezetterskamp draagt namelijk geen oplossingen aan. De meningen in het Maagdenhuis gaan overal en nergens over, van genderneutrale wc’s, tot de bombardementen in Oekraïne tot vastgoedprojecten. Maar er lijkt geen concreet plan voor de universiteit te zijn. Niemand weet hoe het moet, alleen hoe het niét moet. Neem bijvoorbeeld het protest tegen de hervorming van de geesteswetenschappen, waarbij vele kleine studies weg moeten. Hoewel het hele idee in eerste instantie walgelijk kosteneffectief lijkt, is er meteen na de bekendmaking zo hard moord en brand geschreeuwd dat elk aangedragen alternatief gelijk ook finaal werd uitgekotst. Terwijl het best wel prima kan werken. In Leiden is bijvoorbeeld al eerder soortgelijk hervormd, en toch kan je hier via een brede propedeuse nog steeds kleine taalstudies als Mandarijn en Swahili doen. Soms moet je kunnen evolueren. Daar moet je echter voor openstaan. Van een groep revolutionairen die zichzelf zo duidelijk als out-of-the-boxdenkend profileert mag dat ook verwacht worden: iets méér dan alleen maar vage eisen en stampvoetend ‘nee!’ roepen. Ik wacht nog steeds op hun concrete plan van aanpak: hoé moet deze democratische universiteit met ruimte voor kleine studies er precies uitzien? Tot die tijd vindt u mij ver weg van het Maagdenhuis. Frank Underwood is calling. Talitha Dehaene

Mare 22 (38)  

Leids universitair weekblad

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you