Page 1

27 februari 2014 37ste Jaargang • nr. 20

‘Wij gaan echt voor Leids’ Pagina 11

Sproeien als een walvis, maar dan met vuur. ‘Tuffen! Alles uittuffen!’

Expert keurt 12 Years a Slave: ‘Het was een wedstrijdje plukken’

Kim Ghattas zat vier jaar op de huid van de macht. ‘Maar het blijven mensen’

Pagina 3

Pagina 6

Pagina 7

Vingerafdruk van verborgen massa Leidse wetenschappers denken donkere materie te hebben gevonden Zo’n tachtig procent van alle materie in het heelal is zoek. Maar nu hebben sterrenkundigen wellicht de oplossing voor een van de grootste raadsels van de astronomie. ‘Als dit donkere materie is, is dat een Nobelprijs waard.’ Sterrenkundigen weten het al sinds de jaren dertig: ons begrip van het universum klopt niet. Je kan met telescopen naar de ruimte kijken, en meten hoeveel er te zien is. Dan ben je er echter niet: sterrenstelsels buigen het licht van de sterren die erachter staan af. Ze buigen het zelfs zo sterk af dat ze vijf à zes keer zo zwaar moeten zijn als wat je zou verwachten op basis van de hoeveelheid licht. Ook draaien sterrenstelsels om hun as, maar dat doen ze zo snel dat ze zichzelf uit elkaar zouden moeten slingeren – behalve als ze vijf à zes keer zwaarder zijn dan wat je ziet. Dan zijn er twee opties. 1. De buitenaardse natuurkunde is wezenlijk anders dan de aardse. 2. Die massa is er wel, maar is niet meetbaar. Beide opties zijn uitgebreid verkend en doorgerekend, en voor allebei ontbrak het aan bewijs. De meerderheid van de astronomen had hun geld gezet op optie twee: donkere materie. Piepkleine deeltjes die wel massa hebben, maar iets fundamenteel anders zijn dan de materie waar u en deze krant uit bestaan. Ook gaan die spookdeeltjes niet of nauwelijks interacties aan met gewone materie. Aannemen dat donkere materie bestond, had een aantal grote voordelen: je hoefde geen nieuwe

DOOR BART BRAUN

natuurkunde te verzinnen. Je kon aanwijzen waar die donkere materie zat, je wist hoe zwaar het was. Het nadeel was dat onmeetbare deeltjes niet echt een chique verklaring zijn voor je data: je kan namelijk elk experiment wel verklaren door aan te nemen dat er ontastbare krachten bestaan die zich met de uitkomst bemoeien. Het is ook zuur als je als sterrenkundige moet toegeven dat je tachtig procent van je onderzoeksgebied niet kunt vinden. Sterrenkundigen speurden door hun telescopen naar hints over wat die donkere materie zou kunnen zijn. Natuurkundigen bouwden deeltjesversnellers, en tuurden naar de data. Geen van allen hadden succes, en de commentaren in de vakbladen werden steeds somberder. In januari opperde een fysicus van

Harvard in Nature dat de zoektocht nog wel honderd jaar of langer zou kunnen duren. Vorige week zetten twee teams van sterrenkundigen resultaten op de pre-publicatiesite ArXiv (spreek uit: archive; die X moet een Griekse letter chi voorstellen). Wellicht, mogelijk, misschien vormen die de oplossing van een van de grootste

raadsels van de astronomie. Een van de teams komt uit Harvard, de andere is een Zwitsers-OekraïensLeids samenwerkingsverband. Allebei de stukken gaan over röntgenspectra. Sterrenkundigen kijken niet alleen met het blote oog naar het heelal, maar proberen eigenlijk alles op te vangen dat er maar is: radiogolven, microgolven, licht en röntgenstraling. Zichtbaar licht heeft een aantal verschillende golflengtes die wij waarnemen als kleuren. Die golf-

röntgenstraling uit, enzovoort. De twee sterrenkundeteams hebben een piekje in hun golflengtespectra gevonden dat vooralsnog nergens bij hoort. En dat een vingerafdruk van de verborgen massa zou kunnen zijn. ‘In het algemeen zijn er drie ver-

lengtes kun je opmeten, en zo kun je zichtbaar maken wat precies het verschil is tussen, bijvoorbeeld, een gloeilamp en de zon. Natuurkundigen zeggen dan dat een gloeilamp een ander spectrum heeft dan de zon. Op dezelfde manier heeft röntgenstraling ook een spectrum, dat je niet kunt zien maar wel meten. De golflengtes die je meet, horen bij bepaalde natuurkundige processen. Het gele licht van gloeilampen hoort bij gloeiend wolfraam, gasvormig ijzer in ruimtewolken zendt bepaalde frequenties aan

klaringen als je zoiets vindt’, vertelt sterrenkundige Jeroen Franse. ‘De eerste is dat het aan je instrument ligt. Dat hebben we uitgesloten dankzij de zogeheten roodverschuiving.’ Licht dat van ver uit de ruimte komt, is roder dan licht van dichtbij. Het Leidse team vergeleek de röntgenspectra van het dichtbij gelegen sterrenstelsel Andromeda met dat van het verder gelegen cluster van sterrenstelsels Perseus. Het piekje zat in beide spectra en was roodverschoven bij Perseus. ‘Optie twee is dat het een atoomtransitie is, zoals bij ruimte-ijzer’, vervolgt promovendus Franse. ‘We weten echter niet van een transitie die sterk genoeg is om deze piek op deze plek in het spectrum te veroorzaken. Dus het zou de derde mogelijkheid kunnen zijn: donkere materie.’ Om precies te zijn denken Fran-

Rechten wil af van ‘tentamenboetes’

Vijf jaar cel voor stekende student

Half jaar extra voor trage studenten

Strand in de stad? Not in my backyard!

Het rechtenbestuur wil de ‘tentamenboetes’ best afschaffen en op zoek gaan alternatieven. Maar dan moeten die er wel zijn.

Wouter H., die vorig jaar zijn huisgenote met een mes te lijf ging en meerdere malen in de hals sneed, kreeg vijf jaar celstraf voor ‘poging tot moord’.

Rechtenstudenten met vervallen tentamencijfers die eerder verlenging kregen om hun bachelor af te ronden, krijgen er nu een half jaar extra bij.

GroenLinks wil een stadsstrand aanleggen langs de Witte Singel. De universiteit wil het terrein juist gaan verkopen en is bovendien bang voor overlast.

Pagina 5

Pagina 5

Pagina 4

Pagina 5

se, zijn begeleider Alexey Boyarsky en hun internationale collega’s aan steriele neutrino’s. Dat zijn vooralsnog hypothetische deeltjes die nog minder met gewone massa te maken willen hebben dan de toch al preutse standaardneutrino’s, waarvan er miljarden door uw lichaam zijn gevlogen sinds u begon met het lezen van dit stuk. Als ze bestaan, kunnen ze theoretisch gezien uit elkaar vallen. Daarbij ontstaat dan een ‘gewone’ neutrino, en een piepklein beetje röntgenstraling. En het zou zomaar kunnen dat de Leidse en Harvardse piekjes precies die straling zijn. ‘Steriele neutrino’s zijn een populaire kandidaat voor donkere materie’, legt theoretisch natuurkundige Boyarsky uit. ‘Omdat er dan slechts een relatief kleine uitbreiding nodig is van het standaardmodel van de deeltjesfysica.’ Volgens die uitbreiding moeten er dan nog twee andere soorten neutrino’s bestaan, die je wel kunt opsporen met een deeltjesversneller. ‘Bij CERN, de Europese organisatie voor onderzoek naar elementaire deeltjes, wordt nu actief gesproken over dit soort onderzoek.’ Boyarsky: ‘Er kan natuurlijk altijd iets zijn waar we niet aan hebben gedacht, of iets dat we niet konden controleren met de beschikbare data. Aan de andere kant hebben de Amerikanen een heel overtuigende analyse gedaan waarin ze alle bekende mechanismen waardoor dit piekje op het spectrum kan ontstaan uitsluiten.’ > Verder lezen op pagina 5

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 27 februari 2014 Geen commentaar

De elf leutgeboden DOOR MARLEEN VAN WESEL Ik heb niks tegen de haters, want die komen tenminste niet. Voor boven-desloters die komend weekend wél naar het zuiden afreizen: de elf leutgeboden. Carnaval lijkt namelijk anarchie, maar onder al die frappante hoofddeksels en lagen van schmink, boerenkielen en tule gaan ondoorgrondelijke mores schuil.

1. Gij zult zo oostelijk mogelijk feesten. Niet alleen vanwege de nachttreinen. (Gratis tip van mijn vrienden uit Tullepetaonestad. Het laat zich raden aan welke kant van Brabant dat niet ligt.) 2. Oké, dat was een geintje. Deze menen ze wel: (ver)kleed je goed. Dus geen raar hoedje boven een T-shirt met een malle quote. Ga all the way, maar afhankelijk van waar je feest. In sommige plaatsen, waar gelijkheid hoog in het vaandel staat, kun je niet zomaar als Roodkapje gaan. Daar bestaat de dresscode bijvoorbeeld uit boerenkielen, vitrages en andere attributen die per plaats verschillen, maar wel heel nauw luisteren. Zelfs of je de knoop van de boerenzakdoek om je nek voor of achter hoort te dragen, kan binnen enkele kilometers variëren van traditie tot doodzonde. 3. Een poging om je meer sexy dan carnavalesk te kleden is treurig en bovendien een garantie voor een flinke verkoudheid. (Toegegeven, dat laatste is een volksfeest in deze tijd van het jaar sowieso. Maar dat het aantal ziekmeldingen onder carnavalsvierders boven de rivieren hoger ligt dan beneden, is een tikkeltje gênant.) 4. Er staat géén paard op de gang. Misschien wel een sanseveria voor het raam. Verder zijn er vooral dweilorkesten en kapellen voor de muzikale omlijsting. 5. Gij zult geen ‘Alááf!’ roepen. Althans, niet in plaatsen als Krabbegat, Oeteldonk en Tullepetaonestad. Wie dat toch probeert, verraadt er zich direct mee. Ook al zit er in ‘Alááf ’ geen enkele ‘g’ of ‘r’. 6. Zelfde verhaal: check vooraf of je carnaval, vastelaovend, vastenavend, etc. gaat vieren. 7. Gij zult de roman Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen lezen. Laat je niet afschrikken (en ook niet uitdagen) door de gigantische hoeveelheden alcohol per bladzijde. 8. Mocht je dat voor dit weekend niet meer voor elkaar krijgen, of ben je halverwege dit stuk beland terwijl je helemaal geen carnaval gaat vieren: toch lezen. 9. Gij zult het motto in ere houden. In Kruikenstad is dat dit jaar ‘Doede dè dikkels?’; in Lampegat ‘Mijn lempke gao nie uit’ en in Ut Kielegat ‘Ut wor plakke of dweile’. Zoek zelf maar op waar dat allemaal ligt en vraag zo nodig vriendelijk aan de locals wat het betekent. In Limburg zijn motto’s overigens minder gebruikelijk en de meeste plaatsnamen worden iets minder radicaal veranderd in het plaatselijke dialect.

Colofon

10. Zodra je onder de rivieren de trein uitstapt geldt het volgende: nu ben jíj degene met een raar accent. Doe vooral geen New Kids na. Wij imiteren jou misschien wel, het zij zo.

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

11. Gij zult eerst D’n Optocht bezoeken. Zonder gekheid een van de beste tips: in een beetje carnavalswagen of act zit minstens maanden werk van bouwclubs en carnavalsverenigingen. Het resultaat is een soort maatschappijkritische variant van de Efteling die door de stad trekt. Na D’n Optocht ben je meteen voldoende ondergedompeld in de plaatselijke tradities om je in het feestgedruis te storten. Veel plezier! Want daar draait het voor veel zuiderlingen om: agge moar leut èt.

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

column

Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Esha Metiary (stagiair) e.j.metiary@gmail.com Medewerkers

Emma Anbeek van der Meijden • Talitha Dehaene • Tim Meijer • Petra Meijer • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • R. Donkersloot • G. Drijer • K. Innemee • D. Jacobs • mr. F.E. Jensma • S.K. Kerkhof • C. van Leeuwen • dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Red Kooyker: leg het vol havermout Terwijl van Rotterdam tot Den Bosch lezers en boekhandelaars de handen ineenslaan om hun boekwinkel van de ondergang te redden, blijft het in Leiden stil. Kooyker en De Slegte roepen kennelijk te weinig warme gevoelens op. Ik heb een reddingsplan: laten we Kooyker omturnen tot waar Leiden goed in is, een night shop. Drie verdiepingen vol waterpijpen, zakken chips en flessen goedkope rosé! Het was de laatste jaren best gezellig, dat geef ik toe. Met druilerig weer trok je naar de Breestraat om daar zogenaamd te kijken of er tussen de stapels Vijftig tinten grijs ook ergens een boek lag. In werkelijkheid hoefde je nooit lang te wachten of je kwam iemand tegen met wie je een gezellig praatje kon maken over hoe armetierig de boekenkasten erbij stonden, hoe weinig uitnodigend het zitbankje was, hoe droevig het apparaatje waaruit je een glaasje water kon krijgen. Lauw water! Geen koffie of thee, maar alleen een plastic bekertje met lauw water! Daarna gleed het gesprek dan genoeglijk verder naar de misdragingen van alle andere managers en communicatiemedewerkers op de wereld. Gesterkt trok je je dan weer terug naar je studeerkamer waar je je ver weg van kladderadatsj kon wijden aan je eigen zelfplagiaatpraktijken. Voor De Slegte gold iets dergelijks. Dat was de laatste jaren een plaats geworden van nostalgie. Twintig jaar geleden kon je er nog boeken over hydraulica in het Esperanto kopen. De laatste tijd was de zaak gevuld met dieetboeken van uit de tijd voor de Voedselzandloper en handleidingen over hoe je populaire hobby’s van vijf jaar geleden (theezakjes vouwen!) moest uitvoeren. Er is kennelijk geen emplooi meer voor. Nu kun je al-

leen nog doorsloffen naar Van Stockum, waar het lang niet zo gezellig mopperen is. Ze hebben er een kast met dichtbundels en een met boeken in het Duits, en wel drie met allerlei boeken over obscure periodes in de geschiedenis van obscure regio’s. Ze doen er, kortom, net alsof de beschaving gewoon doorgaat. Uit een onderzoekje dat de CPNB onlangs publiceerde, blijkt dat Nederlanders gelukkig worden van het kopen van boeken: alleen de aanschaf van kleding, schoenen en vakanties maakt hen nog gelukkiger. Van de Nederlanders boven de 30 koopt 31 procent graag een boek. Voor jongeren vanaf 18 jaar ligt het percentage zelfs nog hoger, bij 35 procent. Maar dan hebben ze bij de CPNB buiten de Leidenaar gerekend. In andere steden wil men vast inderdaad graag winkels waar je binnenstapt om daar met stapels uit het Grieks vertaalde dichtbundels naar buiten te gaan waarvan ze tevoren niet wisten dat ze ze wilden hebben. Andere steden hebben kennelijk een goede boekwinkel nodig, maar wij niet. Vandaar mijn reddingsplan. Laten wij, Leidse lezers, Kooyker overnemen zoals de Rotterdammers dat doen met Donner en de Maastrichtenaren met de Dominikaner kerk. En laten we die winkels vol leggen met overjarige havermout, en pizza’s van Dr. Oetker, en sloffen in de vorm van Delfts blauwe klompen. Van die winkels waar je tot diep in de nacht binnen kunt gaan om er altijd wel iemand te vinden met wie je de teloorgang van alles kunt bewenen. Marc van Oostendorp is hoogleraar fonologische microvariatie


27 februari 2014 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

Wonen moet je toch Waarom huren als je ook kunt kopen? Afgestudeerd psychologe Caithlin van Wissen begon een bedrijfje dat studenten helpt bij het kopen van een studentenhuis. ‘Het is lastig om zowel huisgenoot als huisbaas te zijn.’ Door Bart Braun ‘Ik ben nu 24, en vijf en een half jaar hospita. Toen ik ging studeren, waren er net een aantal afleveringen van De Smaakpolitie op tv, over smerige studentenhuizen. Mijn vader zei: ga je echt in zo’n vieze kamer zitten? ‘Ik ben toen gaan kijken naar een koophuis. Ik droomde altijd al van een eigen huis; als kind was ik al tentjes aan het bouwen enzo. Het leek me ook gezelliger: je kan makkelijker zelf je huisgenoten kiezen. Mijn eerste huisgenote ontmoette ik bij de El Cid. ‘Het was toen 2008, en de huizenprijzen waren op hun hoogtepunt. Het was al duidelijk dat de prijzen zouden gaan zakken, en op dit huis kon ik gelukkig flink afdingen. Als ik het nu gedwongen zou moeten verkopen, krijg ik er vermoedelijk iets minder voor dan ik ervoor betaalde, maar als ik uitreken hoeveel je bespaart op huur, en hoeveel huur ik ontvangen heb van mijn huisge-

‘Huizenprijzen zijn laag en de kamernood is hoog.’ Foto Taco van der Eb noten, heb ik nog steeds geld bespaard. Wonen moet je toch. ‘Ik kom de hele tijd mensen tegen die zeggen: “Had ik het ook maar gedaan.” De huizenprijzen zijn laag en de kamernood is hoog. Het heeft wel wat voeten in de aarde. Zelf heb ik heel veel hulp gehad van mijn ouders. Tot mijn achttiende zijn we negen keer verhuisd, dus zij had-

den een hoop ervaring met huizen kopen en eraan klussen. Niet iedereen heeft zulke hulp, daarom heb ik begin dit jaar Hospihuis opgericht. Het is een bedrijfje dat studenten helpt om ook een studentenhuis te beginnen. ‘Ik kan helpen met huurcontracten, huisreglementen, administratie en onderhoud. Als je meer dan vier

huurders hebt, krijg je te maken met brandveiligheideisen, dat soort dingen. ‘Het is als achttienjarige lastig om zowel huisgenoot als huisbaas te zijn, dan is een bedrijfje dat dingen van je overneemt wel zo handig. ‘Wat je nodig hebt om een huis te kopen als student? Lef. Je moet ondernemend zijn, en er is altijd een risico. Je hebt ook een inkomen of een startkapitaal nodig. Voor honderdduizend euro heb je een mooi appartement. ‘Het feit dat je kamers in je huis hebt die je kan verhuren, geldt voor de bank niet als een inkomen. De meeste studenten zullen dus terug moeten vallen op hun familie. Leiden kent overigens ook een starterslening voor mensen die hun eerste huis gaan kopen, dat kan helpen. Echt financieel advies, over welke hypotheek het beste is, bijvoorbeeld, geeft Hospihuis nog niet, daar moet je diploma’s voor hebben. Die hoop ik in de toekomst te gaan halen. ‘De studie psychologie zie ik nu vooral als iets waar ik op terug kan vallen, als het bedrijf niks wordt. Ik ben afgestudeerd als marketingpsychologe, dus ik gebruik de kennis wel in het dagelijks leven. Je kan er niet niets mee doen. Maar liever zou ik hier mijn beroep van maken.’

Frutti di Mare

Vuurspuwen is supermannelijk ‘Tuffen! Alles uittuffen, ook het water!’ De deelnemers van de open activiteit van AEGEE-dispuut Dispar Vulgo staan op een rijtje als walvissen water te sproeien, ter voorbereiding op de paraffine die ze straks in hun mond gegoten krijgen. Voordat de steekvlam je uit de bek schiet, wil je er natuurlijk voor zorgen dat er zo min mogelijk misgaat. Want wie van plan is met DOOR ESHA METIARY

de fakkel te zoenen kan vaarwel tegen zeggen wenkbrauwen, baardje, snor, of welke gezichtsbeharing dan ook. Afstand is dus geboden, maar ook is het niet geheel onbelangrijk dat je de resten olie uitspuugt. ‘Als je straks de olie inslikt, zit je drie dagen op de plee. Dat wil wel flink doorspoelen, maar verder is het niet schadelijk hoor’, lacht instructeur Nathan Renting (28), broer van

organisator Casper Renting (20, culturele antropologie). De vijftien participanten hebben zich verzameld in de achtertuin van Renting, waar diens broer op vriendelijke maar besliste Brabantse toon staat uit te leggen wat de do’s en don’ts zijn van het vuurspuwen. Broer Renting: ‘Ik ben best makkelijk, maar loop niet te fucken. Dat vind ik niet tof.’ ‘Moeilijke jeugd’, vult zijn

Foto Taco van der Eb

broertje grinnikend aan. Zijn de cursisten nerveus? ‘Nee man, dit is toch supermannelijk?’ zegt Joost Dalhuijsen (21, Economie Bestuur en Management), maar naast hem zijn de dames het niet helemaal met hem eens. Merel Frentz (19, politicologie): ‘Ik heb in een domme bui gegoogled wat er kan misgaan en de filmpjes gekeken. Had ik niet moeten doen.’ Ze kijkt een beetje angstig naar het vuur en schudt daarna haar hoofd. ‘Ik ben echt bang. Ik haak af.’ Aan Steven Binkhorst (22, bedrijfseconomie) de eer van de eerste vlam. De hitte en plotselinge explosie van licht zorgen voor verbazing, waardoor er abrupt gestopt wordt met sproeien. Een straaltje olie druipt over zijn kin en naast hem veegt de instructeur zijn bril af. Binkhorst trekt een vies gezicht terwijl hij zijn kin afveegt met een theedoek. ‘Het smaakt een beetje naar… Ja, hoe zou je dit nou omschrijven? Vaseline!’ Dit levert hoongelach en een aantal opgetrokken wenkbrauwen van de rest van de mannen op. ‘Hoe weet jij nou weer hoe vaseline smaakt?’ Waar de natuurtalenten al snel de bijnaam ‘drakenbek’ krijgen, is niet iedereen in de wieg gelegd voor het vuurspuwen. De een weet er een heuse vuurstraal uit te persen, terwijl de volgende slechts een lullig fonteintje produceert en grotendeels over eigen kleren heen sproeit. IJsbrand Terpstra (20, geschiedenis) haalt op een tenenkrommende manier zijn keel op en spuugt de fluim tussen de net opkomende narcissen. ‘Je krijgt er in ieder geval wel een schrale bek van.’ De dames, die eerst vertwijfeld om zich heen stonden te kijken – heel erg ladylike is het niet – reutelen er op los. In korte tijd is het tuffen uitgegroeid tot een tweede natuur en een uur later wordt er nog steeds geregeld gerocheld. De lentebloempjes zullen niet lang meer gedijen.

Cassettebandjes In 1963, het geboortejaar van hoogleraar Design, Culture & Society, Timo de Rijk, bracht Philips het cassettebandje op de markt. Op 5 maart houdt hij in Boerhaave daarover een Studium Generale-lezing.

Hoe is het allemaal begonnen? ‘De cassetterecorder was bedoeld voor journalisten en secretaresses. Philips kende deze doelgroep al en had er ook al apparatuur voor. Eind jaren vijftig gebruikten ze bijvoorbeeld bandrecorders met een voetpedaal om ingesproken brieven van hun baas uit te typen. Dat moest goedkoper en kleiner kunnen.’ ‘Philips liet producten vaak testen door werknemers en hun familie. Ook de cassetterecorder is mee naar huis gegeven. Waarschijnlijk hebben kinderen toen ontdekt wat pas écht leuk aan is: muziek opnemen van de radio of zelf een hoorspel maken. Binnen een jaar werd het enorm populair.’ Hoe baanbrekend was het? ‘Technisch gezien was er niet zoveel aan de hand, die pedaalrecorders bestonden al, maar de sociale innovatie was heel groot. Amerikaanse bedrijven, maar ook Braun, probeerden begin jaren zestig een klein opnameapparaat te ontwikkelen. Philips maakte de eerste die doorbrak naar het grote publiek. Maar zoals wel vaker wist Philips zichzelf met een nieuwe uitvinding in de wielen te rijden.’ Hoezo? ‘De cassette kon standaard worden, onder meer omdat het patent gratis beschikbaar werd gesteld. Philips heeft daar zelf van geprofiteerd, maar anderen ook. Philips was in die tijd bijvoorbeeld een grote uitgever van muziek, ook in India, waar de markt regionaal georiënteerd was. Een platenmaatschappij werkt alleen als je het groot aanpakt. Daarom besloot Philips artiesten nationaal te promoten, met enorme campagnes. Intussen ontdekte de bevolking dat júist het cassettebandje heel handig was om muziek van regionale helden te distribueren. Dat leidde tot de ondergang van de platenmaatschappij. Misschien was het een Nederlandse onderschatting van hoe groot India wel niet was.’ ‘Sony profiteerde intussen ook mee, door de uitvinding van een nieuw apparaatje in 1979: de Walkman. Zoiets bestond al wel, van Philips zelfs, maar Sony zette in op een kleinere en perfect werkende koptelefoon. In Europa dacht men intussen: wie begeeft zich nou ooit met een koptelefoon in de openbare ruimte?’ En toen kwam de cd… ‘Officieel is die in 1980 bedacht, door Sony en Philips samen, om met een betere geluidskwaliteit de lp te beconcurreren, maar ook om het uitgeven van muziek terug in handen te krijgen. Dat het zelf branden van cd’s ooit zo groot zou worden, had men niet voorzien. Dat kwam ook pas langzaam op in de jaren negentig, toen bands hun albums konden laten branden bij bedrijfjes.’ Jonge muzikanten, zoals Jacco Gardner, brengen weer cassettes uit. Zie je nog een toekomst voor het bandje? ‘Daar geloof ik niet in. Het bedieningsgemak en de geluidskwaliteit zijn niet geweldig. Lp’s zijn weliswaar ook niet heel gebruiksvriendelijk, maar volgens sommigen klinken ze warmer en bovendien hebben ze een voortrekkersrol in de djwereld. De plaat zal niet helemaal verdwijnen, maar de opleving van het cassettebandje, dat is pure nostalgie.’ MVW


4  Mare · 27 februari 2014 Nieuws

Rechtsbureau sluit Het Studenten Rechtsbureau Leiden sluit eind deze maand haar deuren. Tot die tijd ronden ze lopende kwesties af; vragen en sollicitaties nemen ze niet meer aan. Een van de redenen van de sluiting is dat het met die vragen en sollicitaties niet bepaald storm liep, blikt bestuurslid Pauline Tubbergen terug. ‘Vaak bleken die eigenlijk bedoeld te zijn voor de Leidse rechtswinkel. Blijkbaar was er in Leiden geen plek voor twee juridische bureaus.’ Ze benadrukt dat de rechtswinkel wel blijft bestaan. Voor wie het onderscheid niet helemaal duidelijk heeft: het rechtsbureau zat in Plexus en was speciaal gericht op studenten en hun problemen: huisbazen, onenigheid met de universiteit, enzovoort. De rechtswinkel zit aan de Langegracht, is niet specifiek voor studenten, en adviseert over meer verschillende onderwerpen. Een fusie tussen de twee organisaties kwam niet van de grond.

Witte-mannenbolwerk De raden van toezicht worden voornamelijk bevolkt door blanke mannen en ondernemers. Tweederde van de toezichthouders is man en daarnaast komen drie van de tien toezichthouders uit het bedrijfsleven. Dat blijkt uit een inventarisatie van een aantal universiteitsbladen. De samenstelling van de raden is geen goede weerspiegeling van de studentenpopulatie. Karl Dittrich, voorzitter van de vereniging van universiteiten, erkent dit. In de Volkskrant zei hij de cijfers ‘niet echt verontrustend’ te vinden. Waar de focus van het hoger onderwijs twintig jaar geleden op bedrijfsvoering lag, is de nadruk nu verschoven naar inhoud, kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Dittrich voorspelt dat de samenstelling van de raden over niet al te lange tijd zal veranderen.

Academische Jaarprijs De Academische Jaarprijs houdt in 2014 op te bestaan. De prijs (€ 100.000) was een gezamenlijk initiatief van wetenschapsorganisaties NWO en KNAW, NRC Handelsblad en de VPRO met als doel om wetenschappers een breed publiek aan te laten spreken. In 2011 won de Leidse antibiotica-onderzoeker Gilles van Wezel bijvoorbeeld met onder meer een project om middelbare scholieren les te geven over antibioticaresistentie. Het jaar erop won een gedeeltelijk Leids team met i-SPEX, waarbij participerende burgers dankzij een speciaal opzetstukje voor hun telefoon fijnstofmetingen konden doen. De organisatie noemt bezuinigingen bij de samenwerkende organisaties en teruglopende sponsorinkomsten als reden. ‘De tijd is rijp voor andere, meer vernieuwende initiatieven voor wetenschapscommunicatie.’

Jip Golsteijnprijs Mare-hoofdredacteur Frank Provoost heeft op de Jip Golsteijn Journalistiekprijs gewonnen. Dat is een tweejaarlijkse onderscheiding voor bijzondere journalistieke producties op cultureel gebied. De prijs bestaat uit een oorkonde en 2500 euro. Provoost kreeg de prijs voor zijn artikel Het West-Vlaams Rouwhandboek, dat in oktober 2013 in Mare verscheen. Het was een necrologie voor zijn vriend en collega Thomas Blondeau – auteur van onder meer Het West-Vlaams Versierhandboek – die enkele dagen eerder was overleden. De andere genomineerde verhalen stonden in NRC Handelsblad, de Volkskrant en Oor.

Rectificaties In het artikel ‘Een week overleven op 25 euro’ (Mare 19, 13 februari) staat dat deelnemer Jasmin Blackshaw natuurkunde studeert. Dat klopt niet, hij studeert wiskunde. De schrijver van het Quintus-NSL toneelstuk Mikado in het artikel ‘Denk na wie je bent’ (Mare 19) heet niet Klaas de Roi, maar Klaas la Roi. In het artikel ‘Raad verdeeld over collegegeldtermijnen’ (Mare 19) is de naam van universiteitsraadslid Mahamed Xasan verkeerd gespeld als Mahamad Xhasan.

Rechten wil af van ‘tentamenboetes’ Faculteit zoekt naar alternatieven Er was landelijke kritiek op de hoge kosten die rechtenstudenten moeten betalen voor het laat inschrijven voor tentamens. Het rechtenbestuur vindt het jammer dat studenten niet naar hen stappen met klachten en wil de regeling desgevraagd best afschaffen en op zoek gaan alternatieven. Door Vincent Bongers In een artikel in

treinkrant Sp!ts klaagde een Leidse rechtenstudent anoniem over het feit dat zij 225 euro ‘boete’ moest betalen om drie tentamens te kunnen maken. Zeer late inschrijvers betalen inderdaad 75 euro per tentamen. ‘We hebben naar aanleiding van het artikel veel vragen gehad van journalisten en zelfs van de Tweede Kamer,’ zei Pauline Schuyt van het rechtenbestuur maandag tijdens de faculteitsraadsvergadering ‘Het is geen boete. Een deel van het bedrag bestaat uit daadwerkelijk gemaakte extra kosten. We moeten zalen overboeken, extra tentamens drukken en op het laatste moment studenten inschrijven. Dat kost geld. Maar van die 75 euro is ook een deel een drempel. De regeling is op verzoek van de faculteitsraad ingevoerd. Om te voorkomen dat studenten die zich niet hebben ingeschreven uit de zaal verwijderd moeten worden. Dat is vervelend. De faculteitsraad kwam zelf met het idee voor een hoge financiële drempel voor te late inschrijvers.’ Volgens de wet op het Hoger Onderwijs mogen aan een student naast collegegelden geen extra kosten verplicht worden opgelegd. De Onderwijsinspectie zoekt nog uit of de Leidse regeling is toegestaan. Schuyt verwacht geen probleem. ‘Als een student zich gewoon op tijd aanmeldt, betaalt hij niets.’ Volgens Schuyt worden er niet zoveel boetes uitgedeeld. ‘Sinds september zijn er 6824 tentamens afgenomen in het tweede en derde

jaar: daarvan heeft 3,9 procent 30 euro betaald en 0,4 procent 75 euro. Relatief veel mensen moeten meerdere keren betalen.’ Personeelslid Judit Altena: ‘Stuur een herinnering aan studenten dat zij zich moeten inschrijven voor het tentamen. Wellicht zijn er nog meer mogelijkheden om het aantal studenten dat zich vergeet in te schrijven omlaag te brengen.’ Schuyt vindt dat studenten ook hun eigen verantwoordelijkheid hebben. ‘Je moet toch ook leren in termijnen te werken. Kijk in je agenda, check of je ingeschreven staat. Als een jurist stukken te laat inlevert bij de Hoge Raad dan gaat

de cliënt daar ook niet blij mee zijn.’ Het is voor studenten kennelijk een te hoge drempel om bij het bestuur te klagen over de regeling. ‘Dat er een groot verhaal komt in Sp!ts en studenten niet naar ons komen zegt ook wel iets over de studentencultuur op deze faculteit. Er zijn heel veel manieren om het bestuur te bereiken. Er is een assessor, er zijn panelgesprekken en er is een ontbijt met de decaan. We hebben na het verschijnen van het artikel een “spitsuur” georganiseerd waar studenten langs konden komen met klachten. Er was weinig animo voor.’ Raoul Waterman van studentenpartij SGL: ‘Dat is alleen op Face-

book gemeld op de dag dat de bijeenkomst was. Dus ik snap dat er weinig studenten op af kwamen.’ Schuyt: ‘Als studenten in de raad de regeling willen afschaffen dan doen we dat. Maar dan is wel de consequentie dat niet-inschrijvers geen tentamen kunnen doen. De studievereniging van criminologie CoDe heeft een enquête onder haar leden gehouden: 80 procent van de ondervraagde studenten was voorstander van de huidige regeling.’ Waterman: ‘Het is nu wegsturen of betalen. Er moet een middenweg mogelijk zijn.’ Schuyt: ‘Als er een goede middenweg is, dan houden wij ons van harte aanbevolen.’

‘Behoud tijdelijke contracten promovendi’ De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat de duur en aard van tijdelijke contracten gaat beperken. Toch blijven er waarschijnlijk mogelijkheden bestaan om promovendi na vier jaar opnieuw een tijdelijk contract aan te bieden. Dat zegt de Vereniging van Universiteiten VSNU. De VSNU pleitte eerder in een brief aan de Tweede Kamercommissie voor het behoud van ruime

mogelijkheden bij het aangaan van tijdelijke contracten. ‘Na vier jaar is slechts tien procent van de promovendi daadwerkelijk gepromoveerd. Het zou niet wenselijk zijn om de overige negentig procent een vast dienstverband te moeten aanbieden’, zegt VSNUwoordvoerder Bastiaan Verweij. ‘Vergelijkbare problemen doen zich voor bij onderzoekers die ingehuurd worden voor wetenschappelijke projecten met een financiering van vier jaar.’

Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer heen komt, mogen drie contracten voor bepaalde tijd in de toekomst maximaal een periode van twee jaar bestrijken. Op dit moment geldt nog een maximale periode van drie jaar. Uitzonderingen kunnen in de cao gefaciliteerd worden. ‘We zijn blij dat er voor promovendi waarschijnlijk weer zo’n uitzondering gemaakt wordt, maar het is nog niet zeker of deze alleen in bijzondere gevallen (bij uitloop door

ziekte of zwangerschap bijvoorbeeld), of in alle gevallen gaat gelden. Het is ook nog onduidelijk wat de wetswijziging verder voor onze sector gaat betekenen’, zegt Verweij. Eerder deze maand klaagden wetenschappers in de landelijke media over ‘het gesjoemel met tijdelijke contracten’ bij universiteiten. Volgens de VSNU moet de nieuwe wet werknemers hier in verdere mate tegen gaan beschermen. Verweij: ‘Maar we moeten wel oog houden voor het universitaire systeem.’ PM

Vijf jaar cel voor stekende student Wouter H., die zijn huisgenote in de hals sneed, kreeg vijf jaar celstraf voor ‘poging tot moord’. De rechter legde vijf jaar celstraf op, met aftrek van het voorarrest. Geen tbs, want hij is volgens het Pieter Baan Centrum slechts enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. Ook moet hij een schadevordering van 3406 euro betalen. De eis van de officier van justitie was zes jaar. Op basis van de verklaring van zijn huisgenote, en het feit dat hij

met een opengeklapt mes de ladder naar haar hoogslaper beklom, acht de rechter het ‘niet aannemelijk’ dat hij slechts om ‘hulp te vragen en te praten’ naar haar toe kwam, zoals hij zelf had verklaard. Hij betoogde eerder dat hij alleen zichzelf van het leven had willen beroven. H. en zijn huisgenote, beiden lid bij Quintus, waren enige tijd ‘friends with benefits’, zoals de officier van justitie tijdens de rechtszitting omschreef, maar zij had hem afgewezen toen hij voorstelde er een relatie van te

maken. Op zijn kamer lag een afscheidsbrief, waarin hij geschreven had: ‘Ik ben een klootzak. Zelf kan ik het niet. Ik heb een stok achter de deur nodig. Dat ben jij. Wrong time, wrong place.’ Over het moment in de hoogslaper zei H. dat hij zich niets kan herinneren. ‘Het meest waarschijnlijke scenario’ was volgens de rechter dat H. wilde zichzelf inderdaad van het leven beroven, maar zijn huisgenote wilde hij daarbij meenemen. Dat zou die stok achter de deur zijn,

waardoor hij wel van het dak zou móéten springen. De rechter kon zich niet aan de indruk onttrekken dat H. zich vlak na het voorval nog wel kon herinneren wat er was gebeurd. Omdat hij op ‘beheerste en vastberaden wijze te werk is gegaan’, lijkt het haar bovendien onwaarschijnlijk dat hij handelde in een ogenblik van gemoedsopwelling. Het openbaar ministerie zal niet in beroep gaan, H.’s advocaat gaf geen commentaar. MVW


27 februari 2014 · Mare 5 Nieuws

Half jaar extra voor trage student Student wint beroepszaak tegen rechtenfaculteit Rechtenstudenten met vervallen tentamencijfers die verlenging kregen van de examencommissie om hun bachelor alsnog af te ronden, krijgen een half jaar extra om de benodigde punten te halen. Dat is het gevolg van een uitspraak van het college van beroep voor de examens van de universiteit. De faculteit Rechten hanteert de fel bekritiseerde vierjaarstermijn. Deze regeling houdt in dat de cijfers vervallen van studenten die langer dan vier jaar doen over hun bachelor. Het gevolg hiervan is dat deze studenten de vakken uit het tweede en derde jaar opnieuw moeDoor Vincent Bongers

ten behalen. Dat houdt in dat ze niet verder kunnen met de studie. Studenten konden een verzoekschrift voor verlenging van de cijfers indienen bij de examencommissie. In veel gevallen gaf de commissie de studenten een half jaar om daarna te evalueren. Mogelijk volgde dan nog een termijn van zes maanden. Een student die afgelopen september een half jaar verlenging van zijn cijfers had gekregen stapte naar het college van beroep. Deze student had zeventig punten gehaald in het tweede en derde jaar. Hij zou nog een verlenging van een half jaar krijgen als hij twintig punten behaalde in het eerste semester van dit collegejaar. ‘Deze student haalde de twintig punten niet’, zei Pauline Schuyt maandag tijdens vergadering van

de faculteitsraad. ‘Hij haalde zelfs nul punten. De examencommissie wilde vervolgens niet verlengen. De student ging tegen die beslissing met succes in beroep.’ Het college van beroep vindt de regeling wel rechtmatig maar stelt dat de student een jaar verlenging had moeten krijgen. ‘Dat betekent dat hij nog een half jaar langer door mag’, zei decaan Rick Lawson. ‘Ik hoop ook dat het lukt om zijn bachelor af te ronden. Het was geen vrolijk dossier. Al het onheil wat een mens kan overkomen, overkwam deze student. Iedereen had met hem te doen.’ Schuyt: ‘De examencommissie heeft naar aanleiding van deze uitkomst besloten dat alle studenten die in september een half jaar verlenging kregen er nog een half jaar

bij krijgen. Met dit besluit heeft het bestuur zich niet bemoeid. Het is nog niet duidelijk wat dit betekent voor het volgende cohort studenten, begonnen in 2010, van wie de cijfers na vier jaar vervallen. Er is nu minder maatwerk mogelijk wat betreft de verlenging.’ Overigens heeft het college van bestuur onder druk van de universiteitsraad bepaald dat alle tentamencijfers minimaal vier jaar geldig zijn. Dit is ook vastgelegd in het model onderwijs en examenregelingen (OERen). De vierjaarstermijn past niet in dat model. ‘De regeling wordt gedoogd en blijft in de OERen van de faculteit staan’, aldus Schuyt. ‘De universiteitsraad doet niet moeilijk als we de termijn tot en

met het cohort 2012 blijven hanteren. Voor het cohort dat in 2013 is begonnen, geldt het tweedejaars bsa. Stapeling van maatregelen willen we voorkomen.’ ‘Het is wel gek dat we als faculteitsraad minder speelruimte krijgen om de OERen zelf in te vullen’, zei personeelslid René Orij. ‘Dat is geen probleem als het model heel erg goed is maar dat hoeft niet zo te zijn.’ Schuyt: ‘Het faculteitsbestuur heeft hetzelfde gevoel als de raad. De vierjaarsregeling is sowieso niet iets wat tussen de universiteitsraad en het college van bestuur zou moeten spelen maar tussen het faculteitsbestuur en de faculteitsraad. Maar het model heeft nu eenmaal een andere status gekregen.’

‘Ik ben er vrij nuchter onder’ > Vervolg van de voorpagina Boyarsky: ‘Als het geen donkere materie is, moet dat binnen één tot drie jaar aan te tonen zijn, schat ik. En als het alle pogingen om donkere materie uit te sluiten overleeft, dan is het tegen die tijd een stuk zekerder.’ ‘We moeten nog veel meer onderzoek doen om dat waar te maken’, waarschuwt Franse. ‘Dat er iets zit, is zeker, maar om te weten of het ook donkere materie is, moeten we geavanceerdere tests doen. We willen bijvoorbeeld vaststellen of de sterkte van het signaal evenredig is met de hoeveelheid donkere materie die er moet zijn. De apparatuur daarvoor gaat volgend jaar pas de ruimte in.

In de tussentijd gaan we gaan niet bij de pakken neerzitten; we proberen eerst zoveel mogelijk uit de bestaande data te halen.’ Als het inderdaad raak blijkt, dan is het ook goed raak. De eerste die donkere materie vindt, kan een Nobelprijs gaan ophalen. ‘Ik ben daar vrij nuchter onder’, vertelt Franse: ‘Er zijn wel vaker mensen opgestaan die riepen dat ze donkere materie hadden gevonden, en die het toch mis bleken te hebben. Als dit donkere materie blijkt te zijn, dan is dat een Nobelprijs waard, inderdaad. Ik denk echter dat alleen de eerste auteurs de prijs mogen ophalen. Zelf ben ik al blij als ik een steentje heb bijgedragen aan dit onderzoek.’ BB

‘We gaan geen strandje maken’ GroenLinks wil een strand aanleggen langs de Witte Singel. De Universiteit Leiden, eigenaar van het terrein, is tegen.

In het VN-rapport staan schetsen van ex-gevangen, zoals deze zogeheten ‘pigeon-marteling’, getekend door de voormalig kampgevangene Kim Kwang-il.

‘Investeer juist in Noord-Korea’ ‘We moeten onze handen vies maken en in Noord-Korea investeren, als we op die manier praktisch iets kunnen veranderen aan de vreselijke situatie in Noord-Koreaanse strafkampen.’ Dat zei hoogleraar Koreastudies Remco Breuker dinsdag tijdens een ‘bovenop het nieuws’-bijeenkomst met Leidse Azië-specialisten. Aanleiding voor de bijeenkomst was het uitgebreide mensenrechtenrapport van de VN, dat tientallen schokkende getuigenissen over marteling, verkrachting en dwangarbeid bevat. Zo zouden zwangere vrouwen net zo lang in hun maag zijn getrapt tot zij hun kind verloren. Baby’s die het wel overleefden werden onder het toeziend oog van hun moeder verdronken of ondersteboven gehouden tot ze geen adem meer kregen. ‘Verschrikkelijke verhalen, en het

is waarschijnlijk nog veel afschuwelijker dan wij kunnen beseffen’, zegt Breuker. ‘Maar het heeft geen zin om Noord-Korea sancties op te leggen en niet meer met het regime te praten. We voelen ons dan vooral even goed over onszelf, maar de mensen in de kampen help je daar niet mee.’ Breuker pleit daarom voor een speciaal EU-fonds dat geld in NoordKorea investeert. ‘Als stakeholders staan we niet meer langs de zijlijn en zouden internationale reprimandes wel wat uit kunnen halen’, zo betoogt hij. Hij begrijpt dat mensen het moeilijk te verkroppen vinden dat het merendeel van de investeringsgelden dan bij het regime terecht komt. ‘“Hadden we dan ook maar met de Nazi’s moeten praten?” zeggen ze dan. Maar het is wel de bedoeling dat het geld bij het regime komt, want het

regime bepaalt wat er in de kampen gebeurt.’ Hoogleraar Modern China Studies Frank Pieke was aanwezig om de rol van China toe te lichten. ‘Noord-Korea is voor China een hoofdpijndossier, maar komt ook wel handig uit. Het is een bufferstaat om Amerika mee uit balans te houden, en de eerste plaats waar China supermachtje kan spelen. Ingrijpen is dus niet in Chinees belang.’ Universitair docent Moderne Koreaanse Geschiedenis Koen De Ceuster pleitte voor depolitisering van het debat. ‘Het rapport wordt nu gereduceerd door politieke interpretatie. We moeten praten over hoe je met gevangenen omgaat, over wat humaan beleid is, en we moeten het daarbij niet meteen hebben over het regime.’ PM

De grond waar eerst de Van der Klaauwtoren stond en de Leidse biologen gehuisvest waren, ligt nu braak. ‘Wat zou het geweldig zijn voor de buurt en de stad als dit een tijdelijk stadsstrand zou zijn’, aldus gemeenteraadslid Walter van Peijpe, initiatiefnemer van de Singelstrandpetitie. Hij roept de Universiteit Leiden op om samen met ‘gemeente, buurt en stad’ dit voorjaar een popup strand aan te leggen, en daar ook te komen ontspannen. Die grond is inderdaad nog steeds van de universiteit, bevestigt universitair woordvoerder Caroline van Overbeeke. De bedoeling was om die te verkopen, om zo met terugwerkende kracht de miljoenen

kostende verbouwing van de Sterrewacht te financieren. De huizenmarkt loopt echter al een paar jaar stroef. ‘We zijn nog in onderhandeling met een partij’, aldus Van Overbeeke. ‘Zolang dat zo is, gaan we geen strandje maken van de grond daar. Bovendien worden er colleges gegeven in de nabijgelegen Sterrewacht. Die onderwijsfunctie combineert slecht met een strand, onder meer vanwege geluidsoverlast. Wat ons betreft gaat het niet door.’ Voor wie het nu ontstane moeras op de hoek van de Kaiserstraat en de Singel wat somber vindt, heeft Van Overbeeke overigens wel ander goed nieuws. De universiteit is van plan om in afwachting van de bouw het terrein wat op te fleuren met beplanting. ‘Wanneer dat precies zal beginnen, kan ik niet zeggen, maar dat zal zeker niet volgend jaar pas zijn.’ BB

‘Afspraken niet nagekomen’ Het is lastig om de in 2012 vastgelegde prestatieafspraken te realiseren, als de overheid zich niet aan de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord houdt. Dat stelt de Vereniging van Universiteiten VSNU. Zeven procent van het totale onderwijsbudget voor hoger onderwijs is aan de afspraken gekoppeld. Maar daar staat tegenover dat ook de overheid zich aan bepaalde afspraken committeerde en een aantal condities zou garanderen die het be-

halen van de prestatieafspraken voor de universiteiten zou vereenvoudigen. ‘De universiteiten zijn vol aan de slag gegaan om de gestelde ambities te realiseren. De realisatie van de afspraken wordt echter bemoeilijkt omdat de overheid bepaalde afspraken nog niet is nagekomen’, schrijft de VSNU. Onderwijsminister Bussemaker erkende dat ‘het aantreden van het nieuwe kabinet er toe heeft geleid dat sommige randvoorwaarden anders tot stand zijn gekomen dan voorzien.’PM


6  Mare · 27 februari 2014 Achtergrond

Een normale straf hoor, 39 zweepslagen De historische werkelijkheid van 12 Years a Slave getest door een kenner De bejubelde film 12 Years a Slave geldt als belangrijke Oscarkandidaat. Maar kloppen de feiten ook? Mare ging naar de bioscoop met slavenexpert Damian Pargas. ‘Nu sneuvelt het servies bij heftige ruzie, toen moesten slaven het ontgelden.’ Door Esha Metiary ‘Ik wacht hier al maanden op’, vertelt historicus Damian Pargas. Met een flesje Fanta zetelt hij zich in een doorgezakte pluchen stoel van bioscoop Trianon. ‘Laatst was ik in Frankrijk, en daar draaide hij al gewoon. Echt raar dat het in Nederland zo lang heeft geduurd.’ De docent economische en sociale geschiedenis heeft het over 12 Years a Slave. Die film draait om het waargebeurde verhaal van Solomon Northup, een in New York wonende vrije zwarte man, die op een avond wordt ontvoerd en verkocht als slaaf. ‘Zijn verhaal is zeer bekend onder slavenhistorici’, zegt Pargas. ‘Iedereen zit op deze film te wachten. Het is belangrijk om de discussie te stimuleren en deze zwarte pagina’s te bespreken.’ Tot in de jaren tachtig is het perspectief van slaven het ondergeschoven kindje geweest, zegt hij. Historici richtten zich op de handelsaspecten en plantagedocumenten: blanke bronnen. Op zoek naar de beleving van slaven deed Pargas met een Veni-beurs onderzoek naar hun getuigenissen. ‘Ze waren kostbaar eigendom, hun waarde is te vergelijken met het bedrag dat je vandaag voor een redelijke auto zou betalen. Het was dus zaak om zo goed mogelijk op dit eigendom te letten.’

Damian Pargas. Foto Taco van der Eb

Scène uit 12 Years a Slave. ‘Slaven waren kostbaar eigendom, vergelijkbaar met wat je nu voor een redelijke auto betaalt.’ Toch worden er in de film regelmatig slaven afgeranseld, tot aan de rand van de dood toe. Als de film 3D was geweest, zouden de bloedspetters op je brilletje zitten. Overdreven? Pargas schudt zijn hoofd.

‘Een mens is ook maar een mens. Nu sneuvelt het servies bij heftige ruzie, toen moesten slaven het ontgelden.’ Over een aftuigscène: ‘Een vrij normale straf, 39 zweepslagen op de rug. Niet levensbedreigend, maar wel heel erg pijnlijk.’ Zodra blijkt dat regisseur Steve McQueen niet schroomt om bloedende en opengereten wonden te laten zien: ‘Eenmaal schoongemaakt, kon de slaaf na een week weer aan het werk hoor.’ De vleeskeuringsscène in een veilinghuis is wel onrealistisch. De slaven, man en vrouw, staan naakt in een kamer te keur voor potentiële kopers. ‘Dat gebeurde niet zo. Een persoonlijke keuring vond alleen plaats in een achterkamertje als de koper er om vroeg.’ In de film belandt Northup op de plantage van Edwin Epps, waar hij als nieuwkomer veel moeite heeft met het halen van zijn katoenquotum en geen enkele hulp van andere slaven krijgt. ‘Het was een wedstrijd wie het meest kon plukken’, aldus de historicus. ‘Had je veel geplukt, dan kon je rekenen op een beloning.’ Epps’ meesterplukker is Patsy, een slavin die tevens wordt onderworpen aan zijn sadistische vleselijke lusten. Mannen plukken per dag gemiddeld tweehonderd pond katoen, Patsy plukt vijfhonderd. ‘Damned Queen. Born and bred to the field. A nigger among niggers’, prijst Epps haar. Tja, dat valt natuurlijk niet zo lekker bij de vrouw des huizes, die dan ook niet schroomt om het meisje een kristallen whiskykaraf in haar gezicht te gooien. ‘Het was geen kwestie van de hele dag huilen en smeken om dood te gaan’, verklaart Pargas als er in de volgende scène een zwarte plantagemeesteres ten tonele komt. De facto waren huwelijken tussen blanke nen zwarten verboden, maar dat weerhield de mannen er niet van om een zwarte als geliefde te nemen. Een truc om je soelaas te krijgen: hogerop klimmen. ‘Slechts een manier

om te overleven. Het kwam niet veel voor, maar het gebeurde zeker.’ En hoewel het boek nauwelijks over de zwarte meesteres rept, wordt ze hier uitstekend neergezet, vindt hij. Door een aanhoudende rupsenplaag wordt Northup uitgeleend aan een suikerplantage. Het mag er op het witte doek uitzien als een prettig uitstapje, even weg van de ontberingen op de katoenplantage, maar het kappen van suikerriet was veel zwaarder dan katoen plukken. ‘Suikerplantages hadden gewoon heel veel arbeidskrachten nodig, die kon je niet allemaal kopen. Stadsslaven die naar het platteland moesten, waren echt pissed off. Ze keken neer op veldarbeid en waren meer bewegingsvrijheid gewend.’ Northup ontkomt uiteindelijk aan zijn slavenbestaan door de tussenkomst van Brad Pitt als de galante abolitionistische Canadees Samuel Bass die als timmerman op de plantage komt werken. Erg veel schermtijd krijgt de superster niet; zijn moment of glory is binnen tien minuten voorbij. Hij is niet de eerste blanke die bij Epps komt werken, eerder in de film zagen we al een blanke plantagearbeider. Is het niet vreemd dat een plantage, bemand door slaven, toch nog hulp van buitenaf nodig had? ‘Bass was een reiziger, altijd op zoek naar werk. Het kwam voor dat blanken op een plantage gingen werken. Voor zwaar werk huurden de slavenbazen liever arbeiders in dan dat ze hun eigendom versleten.’

‘Zo jammer!’ zucht Pargas aan het eind. Hij doelt op de scène waarin Northup vanuit de gevangenis per wagen naar de haven wordt getransporteerd. In zijn narratief vertelt de ontvoerde New Yorker hoe hij niet in een kar, maar geketend in een rij langs het Capitool moest marcheren om als slaaf verkocht te worden in New Orleans. ‘Het is onder historici een veelgebruikt citaat om de ironie van de slavernij in de hoofdstad aan te geven. Amerika verklaart aan de hele wereld dat ze is toegewijd aan vrijheid en gelijkheid, en hij liep in boeien langs het symbool van vrijheid en democratie.’ Intussen rolt de aftiteling over het scherm, die ons in hoofdletters vertelt hoe het Northup na zijn vrijlating vergaan is. ‘Zijn ontvoerders worden uiteindelijk opgepakt in Florida en berecht in Washington omdat Northup daar ontvoerd was’, vertelt Pargas tussen het rumoer van de opstaande mensen door. ‘Alleen was Washington nog steeds een slavendistrict, waar zwarten geen recht van spreken hadden. Zonder getuigen, kon en mocht Northup zichzelf niet verdedigen en de verdachten werden weer vrijgelaten.’ Hollywood much? Pargas lacht en schudt zijn hoofd. ‘De personages en de gebeurtenissen blijven allemaal heel trouw aan het boek. Sommige stukken tekst zijn zelfs letterlijk gekopieerd uit het boek. Ik verwachtte toch wel enige Hollywoodoverdrijving, maar was aangenaam verrast.’

Het ergste wat je kan overkomen Regisseur Steve McQueen vindt de holocaust vergelijkbaar met slavernij. Toen de in Amsterdam wonende regisseur voor het eerst het verhaal van Solomon Northup las, vergeleek hij het meteen met het dagboek van Anne Frank – maar dan 97 jaar eerder. Met zijn film 12 Years a Slave wil hij de geschiedenis van de slavernij omarmen, zei hij onlangs in een interview met NRC Handelsblad. ‘Ik snap niet dat daar nog steeds discussie over is. Meer dan elf miljoen mensen zijn uit Afrika gehaald en in slavernij terechtgekomen. Het ergste wat een mens kan overkomen, is een slaaf te zijn. Ik kan me niets ergers voorstellen.’


27 februari 2014 · Mare 7 Achtergrond

President Barack Obama, vice-president Joe Biden en minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton kijken op 1 mei 2011 in het Witte Huis naar de uitschakeling van Osama Bin Laden. Foto White House/Pete Souza

De macht is geen machine BBC-journaliste geeft Annie Romein-Verschoorlezing Kim Ghattas zat vier jaar lang in hetzelfde vliegtuig als Hillary Clinton en kwam er achter dat de Verenigde Staten niet beschikken over het lot van de wereld. Volgende week geeft ze de Annie Romein-Verschoorlezing. ‘Ik was razend.’ Door Vincent Bongers ‘Ik was pas der-

tien en het was de angstigste dag van mijn leven’, zegt Kim Ghattas aan de telefoon vanuit Washingthon, waar ze correspondent is voor de BBC. ‘De christelijk enclave van Beiroet waar ik met mijn ouders woonde, werd door Syrische gevechtsvliegtuigen bestookt. Het was het begin van een bloedig offensief tegen de troepen van Michel Aoun. Hij had een bevrijdingsoorlog afgekondigd tegen Syrië dat een groot deel van Libanon bezet hield. Ik hoorde de vliegtuigen vroeg in de ochtend overvliegen. De Syrische troepen trokken plunderend en verkrachtend door straten. Ze arresteerden tientallen soldaten en sympathisanten van Aoun of executeerden hen standrechtelijk.’ Aoun was een generaal die tot interim-president was benoemd. Hij voerde een felle strijd tegen de Syrische overmacht en werd gesteund door Saddam Hoessein die wapens leverde. Toen Saddam in 1990 buurland Koeweit binnenviel, klopten de VS aan bij Hafiz al-Assad, de toenmalige president van Syrië. De VS wilde dat Syrië deel uitmaakte van de coalitie die Saddam uit Koeweit ging verjagen. Het wisselgeld om dit doel te bereiken was Libanon. Het leek er in geval sterk op dat de Amerikanen toestemming gaven aan Assad om de christelijke enclave te veroveren. Ghattas: ‘Wij dachten dat de Amerikanen ons steunden in de strijd

tegen Syrië. President Bush vertelde op de radio dat hij achter de Libanezen stond, maar dat bleek een leugen te zijn. Ik was razend, voelde me in de steek gelaten en verraden. De VS had mijn land verkwanseld. Naar mijn idee was Amerika almachtig en bepaalde het land ons lot. Het lijken de gedachten van een kind. Maar mijn vader, die zich heel bewust was van geopolitieke verhoudingen, zei altijd: “Als Amerika het wil, dan is de oorlog morgen afgelopen.” Pas later ontdekte ik dat de realiteit veel complexer is. ‘De gebeurtenissen in 1990 hebben me wel gevormd. Het zorgde ervoor dat ik wilde uitzoeken welke rol de VS precies had gespeeld. De kiem voor mijn journalistieke carrière werd daar gelegd.’ Ghattas, die een Nederlandse moeder en een Libanese vader heeft, werkte vanuit Beiroet voor onder andere de BBC en de Financial Times. Ghattas trok met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton van 2009 tot begin 2013 de wereld over. In het boek Op reis met Hillary Clinton doet ze verslag van de uitputtende reizen die de minister maakte om conflicten te bezweren, diplomatieke relletjes te sussen en allianties te smeden. Achtdaagse reizen met zeven lange vluchten waren geen uitzondering. Honderdduizenden kilometers werden afgelegd naar bestemmingen als Japan, Pakistan en het buitenverblijf van de Saoedische koning in de woestijn. De crises waar Clinton mee te maken kreeg, waren zo uiteenlopend als het WikiLeaksschandaal, Noord-Korea en de burgeroorlog in Syrië. ‘Haar prioriteit was het repareren van acht jaar schade die de regering Bush had aangericht.’ En ze slaagde er redelijk in dat imago van Amerika op te poetsen. ‘Clinton heeft het vermogen om iedereen die haar spreekt het gevoel te geven dat ze gehoord

worden. Ik ben bij talloze interviews, debatten en lezingen aanwezig geweest. Ook in Pakistan waar veel vijandige vragen werden gesteld. Heel veel vragenstellers waren het niet met de minister eens, maar vonden wel dat er een echte uitwisseling van ideeën was. Clinton kan goed uitleggen waarom Amerika een bepaald beleid voert. Ze is geen ideoloog. Uiteraard heeft ze zeer sterke persoonlijke overtuigingen. Maar ze is vooral ook een flexibele politica. Je kunt haar overtuigen.’ Ghattas beschrijft hoe Clinton en haar team regelmatig compleet verrast zijn door de actualiteit. ‘Het is geen machine. Het is mensenwerk, dat vergeten we wel eens.’ De Arabische lente was zo’n voorbeeld. De VS zagen de opborrelende revolutie in Tunesië niet aankomen, maar gebruikten de gebeurtenissen wel om de Egyptische president Hosni Moebarak hervormingen te laten doorvoeren. Zonder succes bleek al snel. ‘Het is ontnuchterend om te zien hoe complex alles is. Het is niet zo dat Obama en Clinton zomaar even een einde aan de oorlog kunnen maken. Maar Amerika kan zich wel inzetten om tot een oplossing te komen. Het uitgangspunt is wel altijd de eigen nationale veiligheid. ‘Landen vragen ook vaak aan de biggest kid on the block om zich actief op te stellen. En die invloed van Amerika is niet tanende, zoals soms wordt beweerd. Mocht er al een machtsvacuüm zijn, dan springen andere landen, zoals China, daar niet in. ‘Critici noemen Clinton een minister die weinig heeft bereikt omdat ze geen grote doorbraken op haar naam heeft. Ze heeft inderdaad niet voor vrede in het Midden-Oosten gezorgd. Maar ze heeft wel de basis gelegd voor bijvoorbeeld de gesprekken tussen Iran en de VS over de nucleaire capaciteit van het land. En daar is een deal uitgerold.’

En haar nederlagen? ‘Ze noemt zelf de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi in Libië waar de ambassadeur en drie anderen bij omkwamen als haar biggest regret. Die tragedie zal altijd aan haar blijven kleven. Ze vindt het ook erg jammer dat ze niet meer invloed op president Bashar al-Assad van Syrië kon uitoefenen.’ Het verblijf in het centrum van de Amerikaanse macht heeft het perspectief van Ghattas op de Syrische inval in Libanon wel veranderd. ‘Ik begrijp nu beter wat toen de afwegingen waren. Aoun was een bondgenoot van Saddam en Assad was een nuttige bondgenoot in de coalitie tegen Irak. Door de inval is er een eind gekomen aan vijftien jaar burgeroorlog in Libanon. Ik vroeg

de Amerikaanse diplomaat Edward Djerejian, destijds ambassadeur in Syrië, of Amerika expliciet toestemming had gegeven voor de aanval. Dat hield hij in het midden: “We hebben op geen enkele manier laten blijken dat Amerika een invasie zou goedkeuren maar er was ook geen sprake van een rood licht.”’ De Libanese bevolking lijdt momenteel onder de Syrische burgeroorlog, zucht Ghattas. ‘Libanon is verdeeld in kampen. Haast iedereen is een vijand of bondgenoot van de strijdende partijen in Syrië. De economie draaide al slecht en maar loopt nu nog meer schade op. Het is niet te zeggen welke uitkomst van de oorlog het beste is. Als de strijd maar ophoudt. Er heerst nu echt een gevoel van wanhoop in mijn land.’

‘Geen weg meer terug’ Op 6 maart geeft Kim Ghattas de Annie Romein-Verschoorlezing in het Academiegebouw, getiteld Arab Women - losing battles but not the war. Ze zal ingaan op gelijke rechten van vrouwen in de Arabische wereld. Vrouwen waren drijvende krachten achter de Arabische lente. Maar slagen zij er ook in om zich gelijke rechten te verschaffen en te behouden? ‘Er moet nog veel gebeuren maar ik ben hoopvol’, zegt Ghattas. ‘Er zullen tegenslagen zijn. Vrouwen hebben tijdens de revolutie een glimp van vrijheid en gelijkheid gezien. Dat laten ze zich echt niet meer afnemen. Er is geen weg meer terug. In twintig jaar zal de positie van vrouwen in de Arabische wereld aanzienlijk zijn verbeterd. En er zijn al tastbare resultaten. In de nieuwe grondwet van Tunesië is bijvoorbeeld de gelijkheid van mannen en vrouwen vastgelegd.’ De jaarlijkse lezing is vernoemd naar schrijfster en historica Annie Ro-

mein-Verschoor (1895–1978). In 1935 promoveerde ze in Leiden bij Albert Verwey op het proefschrift Vrouwenspiegel dat inging op de Nederlandse romanschrijfster van na 1880. Het werd bekroond door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Ze debuteerde in 1928 met een kinderboek. Later schreef ze onder meer een roman over het leven van Hugo de Groot, essays over literatuur, memories over haar links engagement en inzet voor de emancipatie van vrouwen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog speelde ze een belangrijke rol in het Comité van Waakzaamheid tegen het fascisme. Samen met haar man Jan Romein was ze een voorvechtster van het marxisme. Kim Ghattas Op reis met Hillary Clinton, Van Beiroet naar het centrum van de Amerikaans macht. Uitgeverij Nieuw Amsterdam,€ 22,95


8  Mare · 27 februari 2014 Achtergrond

‘Ons Indië’ ging altijd voor Wilt Idema stelt bloemlezing samen over honderdvijftig jaar Chinastudies Sinologie begon ooit als ‘hulpje’ van het Nederlandse koloniale beleid. Wilt Idema stelde een boek samen ter ere van het honderdvijftig jaar bestaan van het vakgebied. ‘Het aantal Nederlandse experts blijft beperkt.’ Door Tabitha Speelman Eerst een prak-

tische leerschool voor ambtenaren in Nederlands-Indië. Toen een identiteitscrisis, dankzij het maoïsme. En uiteindelijk een volwaardig vakgebied met als basiskamp Leiden. In het boek Chinese Studies in the Netherlands blikken negen specialisten terug op de afgelopen 150 jaar sinologie in Nederland. Wilt Idema redigeerde de bundel en schreef een van de hoofdstukken. Hij was hoogleraar Chinese taalen letterkunde aan de Universiteit Leiden van 1976-1999 en van 2000 tot 2013 aan Harvard University. Hoe begon de sinologie (nu Chinastudies) in Nederland? ‘Het ontstaan van de Nederlandse sinologie is uniek, omdat het begon als “hulpje” van het koloniale beleid in Nederlands-Indië. Van het begin halverwege de negentiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog was de zin en doelstelling van het vakgebied heel duidelijk: het opleiden van ambtenaren “Chinese zaken” voor “ons Indië”. Dat gebeurde op twee plekken: in Leiden, dat bekend stond als “soft” op het gebied van koloniale politiek, en in Utrecht op de “Oliefaculteit”, waar de opleiding Chinees gefinancierd werd door het bedrijfsleven. In Utrecht hing men een hardere lijn aan, waarbinnen helemaal geen ruimte was voor debat over een eventuele zelfstandigheid van de koloniale gebieden. ‘Nadat Indonesië zelfstandig werd, kwam de sinologie in een crisis terecht: wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het hielp niet mee dat de Chinese Volksrepubliek zich vanaf 1949 afsloot voor het buitenland en er nauwelijks wetenschappelijke contacten mogelijk waren. Pas in de jaren ‘70 kwamen er weer uitwisselingen op gang en begonnen ook de studentenaantallen snel te groeien.’ Hoe reageerde de Nederlandse sinologie op deze identiteitscrisis?

‘Veel onderzoekers richtten zich vooral op het Chinese verleden, op oude geschiedenis en filologie. Dat kwam ook doordat de sinologie vanaf het einde van de negentiende eeuw het prestigieuze vakgebied van de klassieke talen als voorbeeld nam. Voor de jaren ’80 kwam modern China relatief weinig aan bod. De moderne sociale wetenschappen begonnen toen nog maar net op te komen. Een systematisch bestuderen van China binnen die nieuwe disciplines bleef uit in Europa, anders dan in de Verenigde Staten, waar de studie van hedendaags China tijdens de Koude Oorlog ook de aandacht van de politiek had. Sinds de jaren ’80 is het onderwijsaanbod steeds diverser geworden.’ ‘Historisch is het in Nederland echt anders. Al heel vroeg steunde de Franse regering missies naar Azië, wellicht ook gemotiveerd uit afgunst op Spanje en Portugal die in de Amerika’s tegen een imperium aan waren gelopen. In Nederland had je dat helemaal niet. De koloniën waren vooral handelsposten, en culturele kennis werd pas ontwikkeld als dat nodig was. Dit was het geval in de negentiende eeuw, toen de concurrentie tussen de verschillende koloniale mogendheden in Zuidoost-Azië steeds intensiever werd. Nederland bestuurde Indonesië met behulp van een politiek waarin Chinezen streng werden gescheiden van de lokale bevolking en had daarom speciale ambtenaren Chinese zaken nodig. ‘Voor Amerikanen is China een veel groter onderwerp dan in Nederland. Hier was het altijd “ons Indië” dat de aandacht vroeg. Dat viel weg na de onafhankelijkheid van Indonesië. Maar in Amerika heeft traditioneel veel van de zending en het zakenleven zich op China gericht. Er is ook een veel grotere migratie van Chinezen uit China zelf naar de VS dan naar Europa. Deze migranten zijn ook vaak actief in het wetenschappelijk bedrijf. Een combinatie van deze geschiedenis en strategische ideeën over “grote landen tegen elkaar” heeft geleid tot een grotere pool van expertise. In Nederland blijft het aantal China-deskundigen beperkt, en zij werken allemaal op hun eigen specialisme.’ Dat is ook een thema binnen het

boek: de Nederlandse sinologie heeft zich relatief afgescheiden gehouden van publiek debat over China, bijvoorbeeld over het maoïsme in de jaren ’60. Hoe verklaart u dit? ‘Het is een kleine groep mensen, deelname aan publiek debat moet je liggen, en het wordt je ook niet altijd in dank afgenomen door je werkgever. Ze vinden het wel leuk als je op televisie komt, maar specialistische academische publicaties wegen zwaarder, en die zijn binnen de sinologie vrijwel nooit in het Nederlands. Een deskundige mening is ook niet altijd te vatten in handige soundbites. Maar ook als ze niet het gezag van eigen onderzoek hebben op een bepaald onderwerp, zijn China-deskundigen over het algemeen beter geïnformeerd en in een betere positie om bullshit te onderscheiden van gedegen werk dat de complexiteit van de ontwikkeling van hedendaags China recht doet.’ Hoe belangrijk blijft het bestuderen van taal en geschiedenis in een tijd waarin vooral hedendaags China in de belangstelling staat en steeds meer in het Engels kan? ‘Het lijkt me heel verstandig als mensen buiten China een breed, diep, rijkgeschakeerd beeld te hebben van het land. China heel erg sterk bezig met uitdragen van eigen cultuur, en

dat moet het vooral blijven doen. Maar het beeld dat de Chinese overheid wil uitdragen is wel heel specifiek. De vraag is maar of we dat klakkeloos moeten overnemen. Als je je intensief met China wilt bezighouden, blijft kennis van de taal cruciaal. Regelgeving, opinie, en vakliteratuur is voor 99 procent in het Chinees. En wat men schrijft is niet altijd wat men denkt dus je zult ook met mensen moeten kunnen praten. Dan kun je je niet alleen laten leiden door wat de Chinese regering daarvan uitkiest en in vertaling uitbrengt. ‘Om de economische ontwikkelingen te begrijpen hoef je niet terug naar de prehistorische archeologie. Maar je kunt wel kijken naar de herkomst van de huidige structuren van bedrijven en de overheid en hun verwevenheid. Hoe is dat zo gekomen? Dan kom je er achter dat de Chinese economie nu zo lang zo snel kan groeien, omdat ze ook volkomen van nul begon. Als de Chinezen je zelf gaan vertellen dat hun economische model al tot de Zhou-dynastie teruggaat kun je eens kijken of dat klopt. China is erg met haar verleden bezig en dat komt allemaal met een bepaald, vaak nationalistisch, programma. Musea en monumenten worden uit de grond gestampt om toeristen aan te lokken, maar ook om te laten zien hoe trots men kan zijn op de eigen cultuur.’

Toch kiezen er relatief weinig studenten voor Chinees. Hoe kan dat? ‘Er is in Nederland nog altijd maar één plek om voltijd Chinees te studeren, dus je moet ook maar net naar Leiden willen komen. En de keuze voor een volledige studie Chinees ligt voor de meeste scholieren van 17 of 18 jaar zonder enige praktijkervaring niet voor de hand. Vaak blijkt het ook een verkeerde keuze. ‘Wat dat betreft is het Amerikaanse liberal arts-systeem, waarbinnen het heel makkelijk is voor studenten met als hoofdvak bijvoorbeeld economie om daarnaast vier jaar Chinese taalcursussen te volgen, veel uitnodigender. In Harvard zijn er elk jaar maar tien tot twintig studenten die Oost-Aziatische Studies als hoofdvak kiezen, maar er zijn wel drie- tot vierhonderd die de taalcursussen Chinees naast hun studie doen. Binnen de Nederlandse driejarige bachelor is deze flexibiliteit moeilijk in te bouwen, maar dat zou het wel makkelijker te maken in te spelen op de brede en verschuivende belangstelling van studenten. En het zou het bouwen van ingewikkelde duoopleidingen overbodig maken.’ Wilt Idema (ed)., Chinese Studies in the Netherlands. Past, Present and Future. (Met bijdragen van o.a. Leonard Blussé, Maghiel van Crevel en Barend ter Haar). Brill, 314 pgs. € 50

Terracotta strijders in Xian.

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Nieuwe begeleiders gezocht voor bijles/ huiswerkbegeleiding Buurthuis Vogelvlucht Leiden-Zuid. Acht leerlingen basisonderwijs groep 7 en drie leerlingen groep 4 en 5 helpen met begrijpend lezen, spelling en rekenen. Zes leerlingen uit groep 6 hulp bij lezen, woordenschat en rekenen. Twee leerlingen met vergoeding van €5,- en €7,- per les. Leiden-Noord zoekt begeleiders voor 23 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 7, waarvan vijf met vergoeding. Voortgezet onderwijs, hulp voor: Marokkaans meisje, wiskunde, scheikunde, 3vwo. Marokkaanse jongen, Nederlands, 2vmbo. Marokkaanse jongen, Engels, brugklas havo. Turkse jongen,

bedrijfscalculatie, 3mbo-financiële opleiding. Marokkaanse jongen, Engels, biologie, 2vmbwo-TL. Marokkaanse jongen, begrijpend lezen, woordenschat, brugklas. Marokkaanse jongen, Nederlands, Engels, 2vmbwo-TL, €5,- per les. Indonesisch meisje, Nederlands, scheikunde, 3havo, €5-7 per les. Marokkaans meisje, Engels, 4vwo. Marokkaans meisje, spelling, ontleden, brugklas. Marokkaanse jongen, geschiedenis, biologie, brugklas vmbo-kader. Marokkaans meisje, wiskunde, Engels, 3vmbo-TL. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do, 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@ owwleiden.nl. Muziektheorie lessen en/of improvisatielessen bij BplusC beginners tot gevorderden Je liedje/compositie kunnen opschrijven? Meer weten over improvisatie? Schrijf nu in! Lesdagen ma t/m za, tijd op afspraak. www.BplusC.nl

Open Dag zondag 2 maart met (studenten-)yoga, klankschaalconcert, acupunctuur: ontdek je alternatieve kant bij De Lindewei (vlakbij LUMC). Zie hele programma www.delindewei.nl OPHEFFING SRL Tot onze spijt wordt het Studenten Rechtsbureau Leiden (SRL) eind februari 2014 opgeheven. Wij nemen geen nieuwe zaken of sollicitaties meer in behandeling.

Maretjes extra Studio te huur. Hartje Centrum Leiden. 45m2, gestoffeerd, met eigen badkamer/ wc en keuken, balkon. Gebruik wasmachine/droger. Geen bemiddelingskosten, 2 maanden borg. Inlichtingen: 0715122202 of 06-51998941

Academische Agenda Prof.dr. H.J. van Langevelde zal op vrijdag 28 februari een oratie houden bij de benoeming tot hooglereaar aan de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen met als leeropdracht Galactische Radiosterrenkunde. Mw. E.P. Buddingh hoopt op woensdag 5 maart om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Innate immunity in osteosarcoma’. Promotoren zijn Prof. dr. R.M. Egeler en Prof.dr. P.C.W. Hogendoorn. Dhr. J.C. van Rijssel hoopt op woensdag 5 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Adaptive responses to environmental changes in Lake Victoria cichlids’. Promo-

tor is Prof.dr. M.K. Richardson. Mw. Q. Wang hoopt op donderdag 6 maart om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Boethius and the Importance of Basic Logic and Mathematics for Philosophy’. Promotor is Prof.dr. F.A.J. de Haas. Mw. K.V.C. Wevers-de Boer hoopt op donderdag 6 maart om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Improving disease outcomes in early phases of rheumatoid arthritis’. Promotor is prof.dr. T.W.J. Huizinga. Dhr. J. Westerhout hoopt op donderdag 6 maart om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het

proefschrift is ‘Prediction of brain target site concentrations on the basis of CSF PK: impact of mechanisms of blood-tobrain transport and within brain distribution’. Promotor is Prof.dr. M. Danhof. Mw. S.M. Melief hoopt op donderdag 6 maart om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Immunomodulatory properties of human multipotent stromal cells’. Promotor is Prof.dr. W.E. Fibbe. Dhr P.M. Willemse hoopt op donderdag 6 maart om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Skeletal and Metabolic Complications Of Testicular Germ Cell Tumours’. Promotoren zijn Prof.dr. S. Osanto en Prof.dr. J. Burggraaf.


27 februari 2014 · Mare 9 Achtergrond

Als de man van huis was… Vechtersbazinnen, moordenaressen en dievegges van drie eeuwen geleden

Manon van der Heijden: ‘Aan geweld op straat deden vrouwen bijna even hard mee als mannen.’ Bordellszene van Braunschweiger Monogrammist (1537)

…vochten de vrouwen In de zeventiende en achttiende eeuw waren Hollandse vrouwen even crimineel als mannen. De Leidse historica Manon van der Heijden schreef een boek over hun misdaden. Oh, nee. Engelse Kaat was weer eens dronken. Dan kon je maar beter een blokje om gaan. Haar gedrag was inmiddels berucht in de Rotterdamse buurt waar ze woonde. Ze was haast elke dag bezopen en viel dan mensen lastig. Maar nu was ze echt te ver gegaan. Toen ze met een fles drank in de hand over de rand van haar onderdeur hing, had ze tegen een voorbijkomende koetsier gezegd: ‘Wat let mij om deze fles in uw gezicht te slaan?’ Om vervolgens de daad bij het woord te voegen en de arme man een blauw oog te meppen. De koetsier en de buurt pikten het niet en stapten naar de officier van justitie. Engelse Kaat werd opgepakt. Welke straf ze kreeg, is niet duidelijk. De zaak over deze dame met losse handjes, uit de zomer van 1750, komt uit het zogeheten ‘vechtboek’ van Rotterdam, waarin snelrechtzaken zijn gedocumenteerd. Tussen 1643 en 1795 arresteerden de Rotterdamse ordebewakers duizenden vrouwen op verdenking van agressief gedrag of onhebbelijkheden. Hoogleraar stadsgeschiedenis Manon van der Heijden dook in de stadsarchieven om alle zaken langs te lopen. ‘Er werd weinig geteld tot nu toe. Er zijn nu voor het eerst cijfers over een langere periode.’ In haar boek Misdadige vrouwen concludeert ze dat criminaliteit in Door Vincent Bongers

de zeventiende- en achttiende eeuw niet zoals tegenwoordig vooral een mannenzaak was. ‘In sommige jaren was de helft van de zaken of zelfs meer de dader een vrouw. Aan het dagelijks geweld op straat doen vrouwen bijna even hard mee als mannen. Een groot deel van hun leven speelt zich af op straat. Ze bezoeken kroegen, worden dronken en maken ruzie. Sommigen terroriseren de buurt. Het komt zelfs voor dat buurtbewoners vragen om zo’n ruziemaakster te verbannen. De normale straf was echter: een tijdje vastzetten op water en brood.’ In de archieven van de gewone rechtbank duiken weinig gewelddadige vrouwen op. ‘Maar in sommige steden bestond ook een lagere rechtsvorm. Die heette afhankelijk van de stad “correctie- of vechtboeken” of “kwade klap”. Daaruit rijst een ander beeld op: een heel hoog percentage aan vrouwen die geweld plegen. Soms meer dan veertig procent. Niemand betwist dat gemiddeld gezien mannen meer geweld plegen en vaker crimineel zijn. Maar blijkbaar is het zo dat het onder bepaalde omstandigheden kan veranderen.’ De vrouwen knokten niet alleen, maar waren ook goed vertegenwoordigd in het dievengilde. ‘Ze stelen heel gericht, weten de mooie spulletjes te vinden. Vaak is dat omdat ze als dienstmeisje werken bij rijke burgers. Het jatten van bijvoorbeeld een brood op de markt, komt weinig voor. De vrouwen azen op luxegoederen als zilver en porselein, die populair worden in de achttiende eeuw. Het verkopen van gestolen goederen is vaak het domein van vrouwen. Ze worden vaker veroordeeld voor heling dan mannen.’

Heeft ze een verklaring voor het hoge aantal misdadige vrouwen? ‘In de Republiek was het vrouwenoverschot groot. Er zaten heel veel migranten in de steden. In Leiden is in de zeventiende eeuw meer dan de helft van de bevolking migrant. Een groot gedeelte van hen is vrouw.’ Daarnaast was zeevaart hier heel belangrijk in Holland. ‘Het vrouwenoverschot was hierdoor extremer. Veel vaak getrouwde mannen zaten op schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het was de bedoeling dat zij vijf jaar weg bleven, maar in de praktijk liep dat op tot tien jaar. De helft komt al helemaal niet terug. Gevolg: een grote groep zeemansvrouwen zit alleen. Zij willen een nieuw leven beginnen met een partner die ook geld binnen brengt. Vrouwen mochten echter alleen hertrouwen als ze konden bewijzen dat hun echtgenoot dood is. Veel van hen pleegden dan ook haast gedwongen overspel. In de zeventiende eeuw wordt de wetgeving aangepast. Als je man vijf jaar weg is en je hebt niets van hem gehoord en er zijn redenen om te denken dat hij niet meer terugkomt, dan mag je hertrouwen.’ Door de afwezigheid van mannen krijgen vrouwen vrijheden die uniek zijn voor de Republiek. ‘Ze krijgen meer mogelijkheden dan elders om onafhankelijk van hun echtgenoot te handelen, mogen financieel beleid voeren en een bedrijf opzetten. Ze spelen een grote rol in de publieke ruimte. In Leiden wordt soms zestig procent van de kraampjes op de vismarkt beheerd door vrouwen. Als het minder gaat en ze moeten overleven dan zien ze een uitweg in de criminaliteit. Ze gaan eerder het verkeerde pad op. Sociaal-economi-

sche omstandigheden zijn dus heel bepalend.’ Vrouwen pleegden echter zelden moord en doodslag. En doodden vrouwen toch, dan ging het meestal om kindermoord. ‘Dat komt relatief vaak voor omdat vrouwen wanhopig zijn’, zegt Van der Heijden. ‘Ze zijn zwanger van mannen die hen in de steek laten of langdurig weg zijn.’ De 23-jarige Rotterdamse Lijsbeth Jooste van Noordeloos bijvoorbeeld. In 1720 had ze eerst geprobeerd haar zwangerschap te verbergen, ook voor haar ouders,

bij wie ze in huis woonde. Ze was doodsbang voor de schande die een ongehuwd moederschap met zich mee bracht - haar verkering Claes was inmiddels naar Indië vertrokken. Na de bevalling zette ze haar duimen op de keel van de baby gezet om het gehuil te smoren. Ze had overwogen het kindje mee naar huis te nemen, vertelde de schoonmaakster later tijdens de rechtszaak. Maar het was alsof ‘ijmant agter haer stont, die zeijde goeit het in het water’. In eenzaamheid en radeloosheid deed ze dat ook: ze smeet haar pasgeboren kindje in de Maas. Uit de rechtszaak blijkt dat vroedvrouwen het voor haar opnamen. Ze vertelden dat Lijsbeth ‘eenigsints dolagtig’ was en ‘zoo nu ende dan niet wel bij haer sinnen’ was. De rechters lieten zich niet vermurwen. Lijsbeth kreeg de doodstraf en werd gewurgd met een koord aan een paal. Er was ook een schrijnende vorm van ‘misdaad’, waarvoor vrouwen werden veroordeeld: incest. ‘Dat werd bloedschande genoemd. Je leest over vaders die hun dochter misbruiken en vertellen: “Zo hoort het, dit is normaal.” Of: “Je mag het aan niemand vertellen want anders heeft je moeder verdriet.” Vaak weet de buurt en de familie allang dat er misbruik plaatsvindt. Ze vinden het heel erg, maar vooral voor hun eigen reputatie. Medelijden met het meisje is er niet. Het lijkt op zaken rond eerwraak die in onze tijd spelen. Vrouwen werden niet gestenigd zoals nu in bepaalde contreien gebeurt, maar kregen soms wel de doodstraf.’ Komt er weer een tijd dat vrouwen net zo crimineel worden als mannen? ‘Het aandeel vrouwen in de misdaadstatistieken neemt weer iets toe. De hele twintigste eeuw was het tien procent, nu stijgt het weer naar vijftien tot twintig procent. We hebben het heel lang heel goed gehad waardoor er allerlei sociale voorzieningen kwamen. Maar als die steeds verder afbrokkelen, komen er mogelijk weer meer vrouwelijke criminelen. Maar het wordt niet meer zoals en paar eeuwen geleden.’ Manon van der Heijden, Misdadige vrouwen. Criminaliteit en rechtspraak in Holland 1600-1800 Uitgeverij Prometheus/ Bert Bakker, 280 pgs., € 24,95

Elsje Christiaens werd in 1664 ter dood veroordeeld voor de moord op haar huisbazin. Tekeningen van Rembrandt.


10  Mare · 27 februari 2014 English page

To Mars! (but one-way only) Why Wim Dijkshoorn wants to join the 2024 mission

Wim Dijkshoorn. Foto Duncan de Fey

Anthropology student Wim Dijks­ hoorn is among the final 1,058 candidates for the Mars One expedition. If he goes, he’ll be gone for good. By Frank Provoost Look at it this way: his life can proceed along one of two paths. On one path, Wim Dijkshoorn (20) is an anthropology student in Nijmegen who loves South Asia and is completely enthralled by his course. Now in his third year, he has just finished a semester of electives at Leiden University and still gets up at six every Friday to travel from his student digs on the outskirts of Nijmegen to Leiden in time for his last lectures on Hindi. He has pasted the alphabet to walls of his tiny room; each letter fills an A4 sheet. He is already quite fluent, speaking in long sentences – but he needs to be: in two months, he will be in India doing fieldwork. After all, if he wants a job as an anthropologist, he should study the subject matter thoroughly. Then there’s the other path. On that path, Wim Dijkshoorn is an astronaut – one who wants to travel to Mars. And just to be clear: it’s a one-way trip. If he goes, he’ll be gone for good. It all started years ago when, perched on the couch next to his mother, reading one of his father’s many technical journals, he read an article on Mars One. This foundation was set up by Dutch entrepreneur Bas Lansdorp who wants to organise an expedition to the Red Planet. Wim even remembers telling his mother that he would send him an email, and that she replied that he certainly wouldn’t and that he was mad.

He was not the only person to respond: more than two hundred thousand candidates applied for one of the 24 to 40 places. The first capsule with four people is scheduled to leave in 2024 and will be followed by another four every two years. Just like the rest of the applicants, he submitted a one-minute film about himself, filled in a long questionnaire and sent a motivation letter. They wanted to know how well he copes with stress, for example. Hmm, what could he – at twenty – say about that? Before he went to university, he worked on development projects in India and Sierra Leone. If you have never travelled beyond Europe, it can be a culture shock. What about the time when they suddenly asked him to be the president of his fraternity, although he was only a freshman? On an educational trip to Istanbul, two of the forty students had to be hospitalised immediately: one of them had a nervous breakdown and just collapsed in the street. Well, you have to keep calm and carry on. But that’s nothing compared to what he has read about psychological tests for astronauts. They put you in a completely darkened sphere without telling you when you can come out. And he has no idea whether he could cope with such hardships. But they’re getting nearer. Last month, he heard the good news: he and one other Dutchman were among the final selection of 1,058. And he’s just completed the last stage by posting a report of his medical examination. He should hear whether he will be invited to an interview in April. People have responded quite strongly to his decision and he’s

grown accustomed to defending it. He doesn’t wear his heart on his sleeve, but it can be difficult at times. People find it very disturbing that he can leave everything behind and responses, particularly on the

Internet, can be savage – he’s naive, and that’s one of the polite ones. A friend called him in a state of shock, an aunt is inconsolable. His friends tease him and call him ‘The Martian” but even so, they say: “We think of you as a friend, isn’t it mutual?” and that’s hard to take. His parents have a critical attitude towards the project but he has their support, although they only partly understand his decision. To other people, they say “It’s still ten years away”. Wanting to go to Mars doesn’t mean he doesn’t love them. In his view, life is all about discovery. And however selfish it might sound: if a challenge like this comes along, where you can learn so much, you have to put yourself first. That’s why he’s prepared to leave life on Earth. When he was younger, he never wanted to join groups – not that he was bullied, he just went his own way. He chooses his own path, taking one step at a time. He often ponders about it. What will the quality of life be out there? The journey will take at least seven months and they would have to live in small capsules on Mars. The temperature can drop to 73 below and they would need to wear suits to protect them from harmful radiation, so they wouldn’t be able to move freely. The construction of domes across some of the larger craters to create habitats can only be attempted once several groups have arrived. Once at least forty people have arrived, they will consider reproduction to maintain the Martian population. But nobody knows what sex in space is like. Nonetheless, the stringent selection process means that perfect teams will be formed, almost like families. The participants have been selected for their passion for the project and their capacity to work with others, so it might be easy to love one another. But he will have to wait and see whether the love of his life among them.

Moreover, the effect of gravity (on Mars, its force is a third of that on earth) on the growth of unborn children is still uncertain. For that matter, they still need to find out how bad radiation on the outward journey will be, and whether the astronauts can be protected against it. Otherwise, they’ll have cancer before they arrive. Some participants – they meet online in a private community on Facebook – tend to blow the mission up to mythical proportions. They really believe they are the saviours of mankind: when Earth is destroyed, Mars will be our only solution. They will build Utopia. It is a very wrong and very dangerous way of thinking. He wants to shout: Utopia does not exist. He is not a Messiah. The question of whether they can build a colony is reason enough to try. But it will be very, very, slow going. They will have to live like monks, exploring the area, keeping everything in working order. There will be long periods of boredom in which it will be difficult to remember their goal – to create a community. To build a close-knit team, they will need people from completely different backgrounds, which is why he insists that social scientists take part. Of course, the mission will produce fascinating technological discoveries, but for him, the sociological and societal discoveries are just as important. What will it mean for humans? He is very down-to-earth. Only yesterday, he went out for a few beers with his friends, watched the footy, played FiFa on the Xbox. Then he had to work at a party till six in the morning; in short, he’s just an average lad. Nonetheless, since he applied for a place, he’s noticed that he sometimes enjoys the simplest of things: a walk in the fresh. There won’t be any fresh air on Mars and that’s something he will definitely miss.

“This mission will attract billions of viewers”

Illustratie Bryan Versteeg (Mars One)

“Who, in this audience, would consider living permanently on Mars?” Bas Lansdorp asks a hall full of law students. One hand pops up. The director and founder of Mars One has been invited by Leiden University’s International Institute of Air and Space Law to disclose his plans to set up a permanent colony on Mars. Lansdorp continues: “People will go to Mars, I’m certain of it. We always want to learn what’s beyond the horizon, just like the early explorers, Columbus and so on, who set out across the ocean in small wooden boats. This is hardly more radi­ cal and has the advantage that we know exactly where we’re heading. Of course, the astronauts will face difficult times in the tiny capsules and, later, on the planet itself. But most of the time they’ll walk around smiling because they are living their dream.” Lansdorp explains what needs to be done before the first manned mission can leave in 2024. First, a satellite will be put into an orbit around the planet for 24/7 communication By Vincent Bongers

between Mars and Earth. After the launch of a second satellite, a Mars Rover will be sent to find the right spot for the colony and to transport goods. Next, they’ll send a spacecraft full of equipment and when that’s all sorted, Mars One can send the first four colonists. The organisation wants to fund the mission with a television show on the selection of the crew and the colonisation. “This is so interesting, it will attract billions of viewers all over the globe.” Mars One is also trying to persuade multimillionaires like Carlos Slim in Mexico to donate some cash. “May be the colony will be called Slimcity or Gatesville.” But perhaps the colonists will stop broadcasting for privacy reasons, says someone from the audience. “They can switch off the cameras, who’s going to stop them?” This is immedia­ tely followed by a barrage of follow-up questions: What if Slim then decides to stop the funding? Who will guarantee that the colonists can survive in that case? Lansdorp doesn’t have any ready answers to all these questions.


27 februari 2014 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Liever poëzie dan hiphopclichés

FILM

Vlijmscherp hoeft niet stoer te rappen Over die jazzbigband… ‘Ja, Licks & Brains is dat. Op de EP staat een bonustrack, een live-versie van Kwestie van Tijd, die we samen met hen bij Giel Beelen hebben gespeeld. Op termijn willen we meer muziek samen maken. Of er ooit een album van komt durf ik niet te zeggen, maar je kunt ons nu al samen boeken. Vlijmscherp XXL krijg je dan: een 24-koppige band op een podium.’

Het Leidse hiphopcollectief Vlijmscherp stelt komende week de EP Momentopname voor in Scheltema. In de nieuwste clip figureren hockeymeisjes van Augustinus. ‘En ook een paar actrices, die nog wat meer huid laten zien.’ Door Marleen van Wesel ‘Vroeger ging het om stoer doen en om het overklassen van andere hiphopcrews’, vertelt Jody van der Vaart (33), dj van de Leidse hiphopformatie Vlijmscherp. Volgende week vrijdag presenteren de heren in Scheltema hun vierde EP, genaamd Momentopname. ‘Eerder kropen we de studio in en deden we maar wat. Nu werken we zelfs samen met een jazzbigband. Tja, we worden ouder.’

Gaan de raps nu ook dieper dan vroeger? ‘Eigenlijk hebben we altijd wel een beetje de moeilijke kant gekozen. We gingen sowieso liever voor poëzie dan voor hiphopclichés. Maar nu hebben we dat stoer doen echt achter ons gelaten. Dat resulteerde in inhoudelijk sterke poëtische nummers, waarvoor we deze keer serieuze producers hebben gevraagd. ‘Eigenlijk willen we alles wat we meemaken wel op papier zetten. Momentopname gaat daarom over leuke dingen, maar ook over het overlijden van een dierbare. Heethoofden, de eerste single, gaat dan weer heel simpel over zo’n dag waarop je met het verkeerde been uit bed stapt en over alle dingen die de boel dan nog verder verpesten. De clip is gemaakt door De Collectie. Dat is een verzameling Leidse kunstenaars en ondernemers. Zij hebben een heleboel heel kleine scènes gemaakt waarin Nick en Gus, onze rappers, allerlei dingen meemaken die misgaan.’

En wat geven jullie het publiek in Scheltema? ‘Als je binnenkomt, sta ik al te draaien. We tonen volop peeks van onze videoclips, er zijn gastoptredens en rond elven start de afterparty met Keytown Sound, een reggae dancehall soundsystem. Ook Leids trouwens. Daar gingen we echt voor. ‘We hebben een jaar hard lopen schrijven en de EP is een mooi voorproefje voor een album. Er liggen nog een hoop nummers op de plank, die gaan we albumwaardig maken. Tot die tijd gaan we veel optreden. Behalve de release in Scheltema staat er nog niets gepland, maar we hebben een hoop boekers uitgenodigd, dus dat loopt wel los.’ Over Leids gesproken, jullie hebben ook een single opgenomen met het Leidse fenomeen Barry Badpak, toch? ‘Hockeymeisjes! Het is wel Barry Badpak ft. Vlijmscherp hoor, hun naam moet eerst. Zij hebben bij Sony getekend voor een aantal singles en dit is er een van. De clip laten we in Scheltema uiteraard wel zien. Twee dameshockeyteams van Augustinus figureren erin. En, nou ja, je kent Barry: er zitten ook een paar actrices in, die nog wat meer huid laten zien.’

Vlijmscherp, met rechts Jody van der Vaart: ‘We gaan echt voor Leids.’

Vlijmscherp Scheltema, vrijdag 7 maart 20.15 u, €5,- (of €10,- inclusief EP)

Late beslissers zijn nog welkom Je kunt nog steeds naar Stukafest Meestal verkocht Stukafest ruim van tevoren uit, maar door de ruimere opzet zijn er dit jaar nog kaarten beschikbaar. Ook nog voor Kluun en Typhoon. Op donderdag 27 februari veranderen Leidse studentenkamers voor de zesde keer in minitheaters, waar bezoekers tussen de hoogslapers, studieboeken en Billy-kasten kunnen genieten van muziek, film, theater, poëzie, dans en beeldende kunst. Studentenkamerfestival Stukafest trapt dit jaar af met een optreden van het muzikale trio Piepschuim tijdens het gratis openingsfeest in het Volkshuis aan de Apothekersdijk. Daarna fietsen de bezoekers in drie rondes van studentenkamer naar studentenkamer, om daar – in intieme setting - te genieten van hun favoriete acts. ‘We hebben geprobeerd om meer ruimte te creëren, bijvoorbeeld door een van de acts te verplaatsen naar de Vrijplaats’, vertelt Kevin van der Meijden, een van de organisatoren van Stukafest Leiden. ‘De kaarten voor Case Mayfield, Marike Jager, Ronald Snijders en de lezing over de ontwikkeling van het brein door professor Erik Scherder waren heel snel uitverkocht, maar ook nu valt er nog wat te kiezen.’ Daarom tipt

men met Toon Hermans en Liesbeth List en heeft voor deze act de liedjes van Ramses Shaffy in een bijzonder jasje gestoken.’ Kluun – ‘Dat is onze mystery guest. Hij geeft een interactieve lezing, waarbij mensen met hem in gesprek kunnen. Zijn meest bekende boeken kwamen al een tijdje geleden uit, dus het moet erg interessant zijn om te horen welke ontwikkeling hij sindsdien heeft doorgemaakt.’

Door Petra Meijer

Jelena Kostic. Foto Vladan Jankovic de organisatie van Stukafest vijf acts voor late beslissers: Typhoon – ‘We kennen hem van zijn muziek, maar vanavond verrast hij het publiek met een spoken word. Misschien zijn weinig mensen bekend met dit genre, maar als je naar de teksten van Typhoon luistert, dan weet je dat dit wel mooi moet worden. Typhoon is erg populair, maar treedt dit jaar op in de Vrijplaats, waardoor meer mensen in staat zijn om zijn optreden bij te wonen en er zelfs nu nog kaarten zijn.’ Jelena Kostic – ‘Stukafestgangers

kiezen vaak voor muziek, omdat je daarbij wat makkelijker achterover kunt leunen. Bij de moderne dans van Jelena Kostic kunnen ze zich misschien niet meteen wat voorstellen, maar haar voorstelling is wel een echte aanrader. Ze combineert fijnzinnige met zeer krachtige bewegingen, wat haar optreden erg speciaal maakt.’ Guus Westdorp – ‘We zijn erg verbaasd dat er nog een paar kaarten zijn voor de optredens van Guus Westdorp. Hij zingt ontroerende stukken uit de voorstelling Ramses – de liederen. Hij werkte eerder sa-

Signatuur Onbekend – ‘Hun muzikale theater is onwijs grappig en gaat tegelijkertijd ook de diepte in. Dit energieke duo zong vroeger bij Kinderen voor Kinderen en komt nu terug met ‘Volwassenen voor volwassenen’.’ Na de keuzeacts eindigt de avond met een groot feest in het Scheltema. Van der Meijden: ‘De Club van Lelijke Kinderen heeft niet alleen een toffe naam, maar weet ook hoe je een goed feestje moet bouwen. Klavan Gadjé maakt dansbare poldergypsy en dj’s Lenny Harmony en Erik Lourensen maken het feest af. Kaarten zijn nog te koop via de website of tijdens het openingsfeest.’ Stukafest, Verschillende locaties, Donderdag 27 februari, 19.00 uur, € 4,50 – 14,50, www.stukafest.nl

TRIANON 12 Years a Slave dagelijks 18.30 + 21.30 Lone Survivor dagelijks 18.45 The Hobbit: The Desolation of Smaug 2D dagelijks 21.30 Kankerlijers dagelijks 19.00 La grande bellezza dagelijks 21.30, za. zo. + wo. 14.00 KIJKHUIS Philomena dagelijks 18.30 zo. 14.30 American Hustle dagelijks 21.00 Her dagelijks 18.45 + 21.30, zo. 14.00 LIDO The Wolf of Wall Street dagelijks 20.30 Soof dagelijks 18.45 Toscaanse bruiloft dagelijks 21.30 RoboCop do. vr. za. zo. 18.45 Vampire Academy za. zo. + wo. 14.30, ma. di. wo. 18.45 That Awkward Moment dagelijks 21.30 The Monuments Men dagelijks 18.45 Nurse 3D dagelijks 21.30 Winter’s Tale dagelijks 18.45 Non - Stop dagelijks 21.30

MUZIEK

QBUS Sons of Bill Za 1 maart 20.30 €10 Zondagmatinee: De X presenteert ARIFA Zo 2 maart 15.00 vanaf €10 The Meschiya Lake Quartet Di 4 maart 20.30 €10 King King featuring Alan Nimmo Do 6 maart 20.30 €10 EMILE VAN LEENENS PIANO’S DoelenKwartet Do 27 februari 20.15

THEATER

THEATER INS BLAU Warenhuis Vr 28 februari 19.30 €15 Yvonne van de Eerenbeemt Vuile was Ma 3 februari 20.30 €12,50 STADSGEHOORZAAL Oxalys - Beethoven, Zemlinsky en Bruch Vr 28 februari 20.15 vanaf €20 Het pact – stemmiddad Zo 2maart 16.00 LEIDSE SCHOUWBURG Key2Singing - Handels Semele Za 1 maart 20.15 vanaf €20 Barokopera Amsterdam - Dido & Aeneas Do 6 maart 20.15 vanaf €10

DIVERSEN

SIJTHOFF Tangosalon Zo 2 maart 20.00 €5 SIEBOLDHUIS Tentoonstelling Helden, Humor, Horror t/m 9 maart MUSEUM VOLKENKUNDE Kuniyoshi – De tekeningen t/m 22 juni Verlangen naar Mekka t/m 9 maart MUSEUM BOERHAAVE 100 Jaar Uitvindingen, Made by Philips Research t/m 26 oktober Amazing Models t/m 1 juni RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Petra. Wonder in de woestijn. t/m 23 maart €8 UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK Tentoonstelling Strijd om de herinnering t/m 20 mei


12  Mare · 27 februari 2014 Inburgeren

Het Clubje

Benno

Foto Taco van der Eb

‘Als de scheids niet kijkt: duwen!’ Leiden Lynxes: Leidse Lacrosse Verening Leicrosse Stephanie Schouten (20, fysiotherapie): ‘Lacrosse is een inspannende sport. Het is de snelste sport op twee voeten.’ Nina van der Leer (23, geschiedenis): ‘In 2012 zijn we begonnen met het opzetten van onze vereniging, maar we bestaan officieel sinds vorig jaar. Op papier hebben we al 22 leden. Bij de training zijn we meestal met zijn twaalven.’ Helen Mendel (22, biologie): ‘Dit jaar spelen we voor het eerst ook competitie. Tijdens een wedstrijd spelen we met tien dames, maar je mag onbeperkt wisselen. Hoe het gaat? We zijn niet de slechtste.’ Terry Heinemans (22, psychologie): ‘Lacrosse sprak me aan omdat het een jonge sport is. Het is weer eens wat anders, ik had er eigenlijk nog nooit van gehoord. Het is de bedoeling dat je de bal met een stick vangt en in het doel

van de tegenstander schiet. Veel meiden uit het team deden oorspronkelijk aan hockey. Maar sommigen wilden gewoon iets nieuws proberen. ’ Yara van Langen (23, politicologie en Chinees): ‘Er zijn aparte regels voor mannen en vrouwen. Het zijn bijna twee verschillende sporten.’ Marjolein Schulten (20, psychologie): ‘De heren mogen beuken. Het gaat er hard aan toe. Ze mogen elkaar ook slaan en duwen. Maar bij de vrouwen is Lacrosse een no-contact-sport.’ Schouten (20, fysiotherapie): ‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er bij ons nooit wordt geduwd. Als de scheids niet kijkt... Wie na een wedstrijd geen blauwe plekken op de bovenarmen heeft, doet als verdediger toch iets verkeerd.’ Schulten: ‘Het Lacrosse van de mannen is leuker om naar te kijken, maar zelf

ben ik wel blij met de vrouwenvariant.’ Mendel: ‘Het ene moment sta je stil, het volgende moment moet je keihard sprinten. Dat maakt het zo vermoeiend. Daarom is het wel fijn dat je vaak mag wisselen.’ Van Langen: ‘Wat dat betreft zijn we soms wel in het nadeel. Een keer stonden we tijdens een wedstrijd lange tijd voor, maar het andere team had meer wissels. Op een gegeven moment sloeg bij ons de vermoeidheid toe en zo verloren we de wedstrijd alsnog.’ Mendel: ‘Keepen vinden we allemaal eng, dus dat doen we om de beurt. De meiden komen heel dicht op je af. Er is een cirkel van drie meter doorsnee om het doel heen waar iedereen buiten moet blijven, maar die sticks komen natuurlijk nog naar binnen en je mag ook achter het doel langs lopen.’

Van Langen: ‘We spelen met bitjes. Er zijn ook speciale brilletjes van ijzerdraad, de goggles. Maar de meesten van ons hebben die niet.’ Van der Leer: ‘Natuurlijk gebeuren er wel eens ongelukken, maar dat is bij elke sport het geval. We krijgen wel eens een bal of een stick tegen het hoofd. Daarom moet je altijd naar de bal blijven kijken. Hij is zwaarder dan een hockeybal, maar wel van rubber, dus hij stuitert.’ Heinemans: ‘Het is een zware sport, maar Lacrosse is verder goed te leren. Het lastigste is het cradelen. Je vangt de bal met je stick en moet hem dan heen en weer wiegen om te voorkomen dat de bal uit het netje valt. Maar iedereen met een beetje hand-oog coördinatie kan het leren en bij ons instromen.’ Door Petra Meijer

Tot nu toe gaat het uitstekend met mijn inburgering in Leiden. Zeker als ik mijn ervaringen vergelijk met die van andere nieuwe Leidenaren. Neem nu Benno L.: de verf op de muren van zijn nieuwe huis is nog niet droog of de hele buurt is al tegen hem. Op internet is een filmpje te zien waarin Benno 1000 euro heeft gekregen van het RTL-programma Heel Holland Helpt. Hij wil het geld gebruiken voor een project van een kennis in Kenia die strandwachten opleidt en zwemles geeft. Pas als je weet wat Benno gedaan heeft, besef je je hoe dubbel zijn op het eerste gezicht zo goed bedoelde hulp is. Met zijn grijze baard en vriendelijke ogen is hij niet bepaald degene die je voor je ziet bij het ‘zwembadmonster’. Het is makkelijk om mee te gaan in de woede die Benno oproept. Niemand heeft graag een pedofiel naast zich wonen. Veel lastiger is het om je te proberen in te leven zijn positie. Volgens mij kun je je eigen geaardheid niet als iets fouts opvatten. Dus ontdekken dat je op kinderen valt moet iets verschrikkelijks zijn. Net als het continue moeten onderdrukken van je verlangens. En het leed dat je veroorzaakt als je er niet in slaagt om je gevoelens te beheersen. Nooit een normaal bestaan op kunnen bouwen. Nooit kunnen zijn met degene op wie je verliefd bent. Begrijp me niet verkeerd, ik pleit niet voor acceptatie van pedofilie als geaardheid naast hetero- of homoseksualiteit. Ook wil ik de daden van Benno niet bagatelliseren. Ik vind alleen dat het te makkelijk is om alle pedo’s af te schrijven als psychopaten die tegen de muur gezet zouden moeten worden, zoals Benno’s getatoeëerde buurtbewoners roepen. Hij heeft zijn straf uitgezeten en daarmee boete gedaan. Dus verdient hij weer een plek in de maatschappij. Het mooiste zou zijn als een pedofiel zelf zou mogen kiezen waar hij gaat wonen. Dat de buurt wordt ingelicht. Opdat ouders hun kinderen kunnen waarschuwen en hij een beetje in het oog gehouden kan worden. Niet opdat er allemaal idioten voor zijn huis komen marcheren met brandende fakkels, schreeuwend dat het een gevaarlijke gek is en dood moet. Dat je gewoon voor contacten in je nieuwe stad een oproep kunt plaatsen in Mare (u kunt zich inderdaad nog steeds melden als u mij ter inburgering mee op pad wilt nemen), of een krant naar keuze. Dat je niet met allemaal gekke christenen op pad hoeft als je boodschappen wilt gaan doen, of op je motor wilt gaan rijden. Ik zou natuurlijk liever een mooie studente als nieuwe buur krijgen, met een slaapkamer zonder gordijnen. Of een demente oude vrouw, die denkt dat ik haar kleinzoon ben en me elke dag opnieuw een tientje geeft voor m’n rapport. Maar als ik in plaats daarvan naast Benno L. zou komen te wonen, zou ik er in ieder geval mee kunnen leven. Tim Meijer Help filosofiestudent Tim Meijer inburgeren. Mail naar redactie@mare. leidenuniv.nl

Bandirah

Mare 20 (37)  

Leids universitair weekblad