Page 1

7 december 2017 41ste Jaargang • nr. 13

‘Muzikale battles bij besnijdenissen’ Pagina 11

Wat hebben ontgroening, walvisvaart en vuurwerk met elkaar te maken?

Pagina 2

Ondanks al zijn zonden scoort Trump heel hoog bij strenge christenen

Na Pearl Harbor sloten de VS Japanners op in concentratiekampen

Pagina 3

Pagina 8

Angst, intimidatie en een geheim rapport Verziekte werksfeer Azië- en Midden-Oostenstudies Op het Leiden Institute for Area Studies (LIAS) heerst een cultuur van angst, intimidatie, wantrouwen en onveiligheid. Spanningen zijn zo hoog opgelopen dat het bestuur van het instituut is opgestapt. En een rapport van een extern onderzoeker blijft na inzage door de decaan uit. ‘Het lijkt wel oorlog.’ Uit gesprekken met verschillende bronnen, interne documenten en mails blijken ernstige problemen in het werkklimaat binnen het instituut voor Azië- en Midden-Oostenstudies. Medewerkers spreken over een angstcultuur, waarbij het management geen tegenspraak duldt, en er repercussies dreigen voor degenen die dit toch doen. Er is sprake van intimidatie, dreigen met baanverlies, zwartmakerij en pesten. ‘Ik heb huilende mensen moeten troosten’, meldt een van de bronnen. Een ander ‘zag mensen jankend naar huis gaan, om niet meer terug te komen’. ‘Hoge werkdruk, oké’, zegt een hoogleraar. ‘Maar het is het gevoel van onveiligheid dat mensen opbreekt.’ ‘Mensen lopen met een boog om elkaar heen’, zegt weer een ander. ‘Het lijkt wel oorlog.’ Via een enquête van de adviesraad van het instituut kwamen vorig jaar al problemen naar voren, waaronder een onveilig werkklimaat voor vrouwen. In een document, geschreven door een externe onderzoeker, staat dat mensen, ook mannen, aangaven er ‘last van te hebben hoe er grappen over vrouwen en culturen gemaakt worden, zonder dat er correctie op plaatsvindt’. En: ‘Het was opvallend hoeveel witte mannen uit zichzelf aangaven dat de cultuur voor vrouwen binnen

DOOR ANOUSHKA KLOOSTERMAN

Roeigek

Fotograaf Merijn Soeters heeft zijn werk gebundeld in het boek Tien jaar langs het water. Boven: de benen van Stef Broenink. Midden: de vrouwen dubbelvier werd dit jaar wereldkampioen, in Sarasota (met links de Leidse Nicole Beukers). Onder: Beukers op trainingskamp in Sevilla, in 2016. Zie pagina 3. Foto’s Merijn Soeters

Let op! Mare zoekt een stagiair(e)

Gepakt zonder licht? Kamertekort moet Bel boetebestrijders! van 2700 naar 500

Interesse in journalistiek? Bij Mare is plaats voor een stagiair(e), 3 tot 4 dagen per week. Mail sollicitatie, cv en artikelen naar frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

Een Leidse rechtenstudent startte de site verkeersboete.nl. ‘Wij strijden tegen het onrecht dat de overheid de burgers aandoet.’

Pagina 4

Het kamertekort in Leiden moet in 2020 gedaald zijn tot vijfhonderd. Dat hebben de gemeente Leiden en studentenhuisvester DUWO met elkaar afgesproken.

Pagina 5

het instituut niet gemakkelijk was.’ Daarnaast zou er sprake zijn van een sterke hiërarchie, waarin hoogleraren de dienst uitmaken en beslissingen nemen zonder overleg. Medewerkers klagen over ‘onzichtbare criteria’ en ‘vriendjespolitiek’, die vaak ten koste gaan van de carrières van vrouwen en minderheden. Er zijn veel klachten over het zogeheten ‘hooglerarenoverleg’ of ‘professor’s council’, een orgaan zonder officiële status, waarin hoogleraren elkaar treffen, waar volgens bronnen ‘achter de schermen’ beslissingen worden genomen. Ook veel hoogleraren willen af van deze overlegvorm, blijkt uit een intern document: ‘Men spreekt van een “onding”, “niet van deze tijd” of een “klassensysteem”’. Tegelijkertijd hanteert het bestuur een autoritaire manier van leidinggeven, waarbij vergaderingen alleen dienen om al genomen beslissingen te bevestigen. ‘Dat leidt tot frustratie, en heeft ook geleid tot dreigementen naar personeel’, staat in een intern document. ‘Als je alleen maar vraagt waarom een bepaalde beslissing is genomen, word je daarop aangesproken’, meldt een bron. Naar aanleiding van de enquête is voor de zomer externe onderzoeker Lydia Helwig Nazarowa aangesteld. In opdracht van het instituut, maar betaald door het diversity office, interviewde zij 52 instituutsmedewerkers. Het plan was dat er, na terugkoppeling met de geïnterviewden, in augustus een geanonimiseerd rapport zou verschijnen over haar bevindingen. Dit rapport is er nooit gekomen. Begin september mailde Nazarowa naar de betrokkenen dat zij decaan Mark Rutgers haar eerste bevindingen had laten lezen, en dat hij haar overtuigde ‘dat het in het belang van LIAS is om te wachten met presen-

teren’. In een mail van de decaan staat dat hij het nog ‘niet verstandig’ vond een rapportage uit te brengen, omdat er volgens hem meer analyse nodig was. Het leidde tot grote onvrede onder de personeelsleden die hun hoop hadden gevestigd op het onderzoek. In plaats van een rapport kwam er een presentatie over het onderzoek, en kregen geïnterviewde personen een terugkoppeling van de bevindingen. De ervaringen waren daarin zeer afgezwakt, en onherkenbaar. ‘Kaltgestellt’, noemt een het. ‘Alle impact was eruit gehaald.’ Als gevolg van alle spanningen is, vlak nadat de onderzoeker met haar interviews was begonnen, ook nog eens het volledige instituutsbestuur opgestapt. ‘Ik heb er gezondheidsproblemen van gekregen’, meldt Hans Theunissen, voormalig onderwijsdirecteur. ‘Ik kon mijn werk niet meer doen.’ Hij legde tegelijk met zijn collega’s Ine Goedegebuur en wetenschappelijk directeur Frank Pieke zijn functie neer. Zijn ontslag en dat van Goedegebuur werden geaccepteerd. Pieke bleef nog enkele maanden aan als demissionair wetenschappelijk directeur, tot hij in de zomer alsnog vertrok. ‘Ik wil wel zeggen: al het wantrouwen, de onbeschoftheid en de intimidatie, dat wordt ook naar het managementteam gedaan.’ Hij bevestigt ook de eerste bevindingen van Nazarowa te hebben gelezen. ‘Het was te veel ad hominem commentaar. Dat legt de schuld bij specifieke personen, in plaats van bij structuren. En dat is juist wat je wil dat een consultant moet doen. Het was een klaagzang van individuele personen. Dat draagt niet bij aan een oplossing en maakt het in mijn ogen een slecht onderzoek.’ > Verder lezen op pagina 5

LAATSTE KANS! Win € 250 met de Mare-Kooyker Kerstverhalenwedstrijd Mail je verhaal (max. 1500 wrd) vóór vannacht (8 december, 0:00u) naar: redactie@mare.leidenuniv.nl en win €250, €75 of €50. Deelname alleen voor Leidse studenten.

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 7 december 2017

Geen commentaar

Zelfspot DOOR BART BRAUN Gefeliciteerd, allemaal! Het was spannender dan ooit, maar ook dit jaar is Nederland haar favoriete jaarlijkse discussie doorgekomen zonder dat er een dode is gevallen. Op naar de volgende kwestie: vuurwerkverbod ja of nee? Hebben jullie er ook zo’n zin in? Nee, zegt u? De onwrikbaarheid van het eigen gelijk, de absolute weigering om de eigen loopgraven te verlaten, de steeds fellere toon van het debat, de bedreigingen en scheldpartijen, de eeuwig etterende geesteswond die Twitter heet, dat staat u allemaal niet zo aan? Het barst op deze wereld van de tradities waar een buitenwacht een probleem mee heeft. Vuurwerk, Zwarte Piet, stierenvechten, walvisjacht. De meeste Mare-lezers zullen nooit met een harpoenkanon op een walvis hebben geschoten, maar ontgroeningen staan voor hen wat dichter bij huis. Ook daar is maatschappelijke discussie over, en ook daar zeggen de deelnemers dat de buitenstaanders zich er niet mee moeten bemoeien. Je begrijpt het niet als je het zelf niet mee hebt gemaakt. Dat is natuurlijk ook zo. Hoe mooi Hemingway er ook over schreef, de meeste niet-Spanjaarden voelen de magie van de corrida niet aan. Niet-Nederlanders willen vaak nog best geloven dat er geen racistische bedoeling achter Zwarte Piet schuilt, maar wat is dan de reden om ook door

te gaan met de traditie? Dat iemand warme gevoelens kan koesteren voor iemand met zwarte schmink, kunnen ze wel horen, maar niet voelen. In de grote-mensenwereld gaan bij redeneringen als ‘maar dit gebeurde in een context waarin het fysiek corrigeren van brutaliteit heel normaal was’ of ‘ik zie het niet als een vernedering om iemands hoofd in een bord spaghetti te duwen’ de wenkbrauwen omhoog. Dat het lidmaatschap toch mooi is, en belangrijk, en geil, ook omdat je het niet zomaar cadeau kreeg, dat komt bij de rechter niet ter sprake. Maar misschien is het omgekeerde ook waar. Dat je je tradities zo verliefd in de ogen staart, dat de morsige nagels niet meer opvallen. Juist omdat je het zelf wél hebt meegemaakt. Dat is precies waarom al die discussies zo moeizaam verlopen: beide partijen houden vast aan hun standpunt, omdat ze het helikopterperspectief op hun eigen loopgraaf missen. Wat meer afstand nemen kun je leren. Niet elke universitaire studie brengt je dat bij, maar goede verhalen doen dat wel, of het nou literatuur is, non-fictie, film of zelfs een computerspel. Wat onze nationale discussies nodig hebben, wat bijna alle Nederlanders nodig hebben, is meer zelfreflectie en meer zelfspot. Maak er uw goede voornemen van voor 2018. En als u nog met vuurwerk aan de gang gaat, wees er dan alsjeblieft voorzichtig mee.

Colofon Redactie-adres Reuvensplaats 3, 2311 BE Leiden Postbus 9500 2300 RA Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Anoushka Kloosterman a.s.kloosterman@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Melle Peters (stagiair) m.t.peters@umail.leidenuniv.nl Medewerkers

Femke Blommaert • Mattijn de Groot • Holger Gzella • Monica Preller • Marit de Roij • Benjamin Sprecher • Susan Wichgers Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Dokwerk Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • Dr. Hans Vollaard (secretaris) • Maxim Allaart • Asel Arykbaeva • Joline Cramer • drs. Bart Funnekotter • Marlou Grobben • drs. Malou van Hintum • mr. Folkert Jensma • Josephine Say • Prof. dr. Nico Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op IBAN NL68RABO0103257950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200092091) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen, klachten en opmerkingen over de toezending

redactie@mare.leidenuniv.nl 071-5277272. Ingezonden mededelingen

Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Column

Nothing really mattress! Matrassen. Je slaapt er op. De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Je krijgt er geld van. Maar alleen voor ‘excellent’ en baanbrekend onderzoek. Wat hebben die twee met elkaar te maken? Helemaal niets. Althans, dat dacht ik. Vorige week verscheen een e-mail. NWO organiseerde een matrassensymposium, om vier roadmaps te formuleren voor een nieuw matrassenrecyclinginnovatieprogramma. Mijn eerste reactie: flikker op NWO, met je matrassenroadmaps. Ik heb straks geen kerstvakantie omdat ik bovenop mijn onderwijstaken een Veni-aanvraag moet schrijven (de NWObeurs voor beginnende wetenschappers). Slagingspercentage: vijf procent. Want er is geen geld voor normaal onderzoek. Maar wel voor matrassenrecycling? Mijn collega Fenna Plaisier heeft het symposium bezocht. Hieronder haar ervaringen. Hallo Fenna. Hallo Benjamin. Matrassenrecycling? Really? Nou. Er zijn dus problemen met matrassenlogistiek. Hoe houd je ze droog? En wist je dat er de komende tien jaar 17 miljoen matrassen moeten worden gerecycled? Iedereen vervangt zijn matras om de tien jaar. Heel spannend. Kon NWO uitleggen wat ze daar doen? Niet echt. Blijkbaar had Economische Zaken het bedacht, en was NWO gevraagd aan te haken. Maar het was echt interessant! Al was ik wel weer een van de weinige vrouwen. Zoals altijd op dit soort evenementen. Ah, interessant. En? Gelukkig werd ik deze keer niet heel veel ge-mansplained. Soms nemen mannen echt mijn verhaal over, om dan precies hetzelfde gaan vertellen. Irritant. Er was natuurlijk wel veel mansplaining in het algemeen. Een man die even gaat uitleggen ‘hoe het eigenlijk zit’. Maar dat is voor iedereen irritant. Zijn andere events anders? Nou. Ik was laatst bij een ingenieurscongres. Dat was echt erg. Alleen maar grijze mannen. Ik kwam daar echt minder

makkelijk tussen, alleen omdat ik een jonge vrouw ben. Deze keer kreeg ik gelukkig wel de ruimte om mee te praten. Dus word je wél door mannen serieus genomen, maar alleen op een matrassensymposium. Dubieus. ‘Ha, waarschijnlijk denken ze dat ik echt een ervaringsdeskundige ben. Nee, we hadden gewoon een goede moderator. Wetenschap is gewoon heel erg een mannenwereld. Ik heb daar mijn manier in gevonden. Brutaal genoeg om gewoon te zeggen wat ik wil zeggen als ik iets zinnigs te zeggen heb. Oprechte interesse tonen. En ik gebruik vaak humor om mezelf er in mengen. Al is dat ook om het voor mezelf wat minder zwaar te maken als ik weer een keer niet serieus wordt genomen. Nothing really mattress! Dat is toch triest, brutaal moeten zijn om normaal mee te doen? Oké, misschien ‘lef hebben om wat te zeggen’. Vrouwen zullen niet zo snel iets zeggen als ze het niet zeker weten. Mannen roepen vaak gewoon maar wat. Niet dat mannen per se moeilijker zijn om mee om te gaan. En ik ben er zeker niet de hele tijd mee bezig. Maar wat meer diversiteit zou leuk zijn. Niet alleen vrouwen maar ook etniciteiten. Geen #metoo-momentjes? Nee, ik heb niet dat mannen opeens aan me gaan zitten. Durven ze niet. Ik kan me prima staande houden in de mannenwereld. Zeker als het over matrassen gaat. Flauw! Je hebt vast wel iets te klagen. Elke zelfsrespecterende columnist moet iets te melden hebben over #metoo. Zelfrespecterend? Je schrijft in Mare. Te hoog van de toren blazen, dat is wel echt man-eigen. Ik heb dan toch altijd het idee dat je als man op gegeven moment door de mand valt. Zelfs als het een heel klein Mare-mandje is. Ehm. We hadden het over matrassen natuurlijk. ‘Flikker op NWO, met je matrassen-roadmaps.’ Eens? Nee. En ik vind tegenwoordig dat je matrassen droog moet terugbrengen naar de milieustraat, of in ieder geval in een plastic hoes op straat leggen. Bedankt Fenna! BENJAMIN SPRECHER is universitair docent bij het Centrum voor Milieuwetenschappen in Leiden


7 december 2017 · Mare

3

Mensen

Anderhalve kilo lijnenspel Merijn Soeters bundelt zijn roeifoto’s

De dames-dubbelvier met vooraan de Leidse roeister Nicole Beukers, tijdens de WK in het Franse Aiguebelette, 2015.

Fotograaf Merijn Soeters zit wedstrijdroeiers al tien jaar heel dicht op de huid. ‘Als een boot omslaat, druk ik ook af.’ DOOR VINCENT BONGERS ‘Het is weleens fout gegaan’, zegt fotograaf Merijn Soeters (36), die al sinds zijn studententijd de roeisport met de camera volgt. ‘In 2011 zat ik op een catamaran om foto’s te maken van een wedstrijd op de Amsterdamse Bosbaan. In een van de drijvers bleek een lek te zitten. Toen we omsloegen, was het een kwestie van watertrappelen. Ik had twee camera’s bij me, maar

ik wist er maar eentje te redden. De andere overleefde het niet. Toch een schadepost van duizenden euro’s.’ Andere ontbering: ‘Door kou verstijfde vingers waardoor ik de knoppen van de camera niet meer kon bedienen.’ Maar geeft hij toe: ‘Ik lig ook vaak genoeg in het gras met de zon op mijn hoofd foto’s te maken.’ Zondag werd Tien jaar langs het water gepresenteerd: een koffietafelboek van anderhalf kilo met bijna 250 van zijn roeifoto’s. ‘Ik ging in 2001 aan de Universiteit van Amsterdam sociale psychologie studeren en roeien bij Skøll’, vertelt Soeters. ‘Ik deed daar ook

bestuurswerk en was vaak aanwezig bij wedstrijden. Eerlijk gezegd: zo’n hele wedstrijddag is best saai, dus ik verveelde me vaak een beetje. Ik heb toen een spiegelreflexcamera geleend van een vriend, en begon foto’s te maken voor onze site. Toen mensen begonnen te mailen dat ze foto’s wilden kopen, dacht ik: hier zit handel in. Toen ben ik wat gaan bluffen, en begon ik beelden aan te bieden bij kranten. Met succes: sinds twee jaar ben ik fulltime fotograaf.’ Roeien is een heel esthetische sport, vindt hij. ‘De roeiers, de riemen en de boten op het water vor-

Foto Merijn Soeters

men allemaal lijnen. Dat lijnenspel is heel fraai. Daar komt nog bij dat roeiers mooie atleten zijn. Ik ben wel steeds op zoek naar nieuwe uitdagingen. Voor de Varsity (de belangrijkste studentenroeiwedstrijd van het jaar, red.) heb ik een vliegtuig gehuurd en luchtfoto’s gemaakt. Dan hang je met twee camera’s half uit een deur boven de boten. Verder ben ik ook wel bezig met onderwaterfotografie. In Nederland werkt dat alleen niet al te best vanwege het vaak troebele water.’ Soeters trekt inmiddels de wereld over om wedstrijden te volgen. ‘Het fijne aan het roeien is dat je heel

dicht op de sporters kan zitten. Het is een relatief kleine sport en de atleten zijn heel benaderbaar. Ik ben bijvoorbeeld mee geweest op de trainingskampen van zowel de vrouwen als de mannen voor de Olympische Spelen in Rio. Ik lag dan gewoon op de kamer met twee mannen die ergens in Frankrijk ’s ochtends vroeg in de kou gingen trainen. Bij terugkomst probeerden ze hun kletsnatte kleren te drogen op een klein, slecht werkend kacheltje. Heel spartaans allemaal. De vrouwen zaten in het zonnige Sevilla, dat was een stuk prettiger.’ Ook de zogeheten seat races, het tegen elkaar strijden om de selectie voor de Spelen te halen, legde hij vast. ‘Dat is heftig: ze vechten echt om een plekje in de boot. Ik zit dan ergens op het water naast een soort Louis van Gaal van de roeibond foto’s te maken. Voor de afvallers is het heel emotioneel. Het is moeilijk om nog dagen in het trainingskamp te moeten verblijven terwijl je weet dat je niet naar Rio gaat.’ Hij maakt heel bijzondere momenten mee, zegt Soeters. ‘Afgelopen september werd de dames-dubbelvier wereldkampioen in de Verenigde Staten. Toen Nicole Beukers, die bij het Leidse Njord roeit, weer aan wal was, kreeg ik ook een knuffel. Dat was wel een fantastisch moment. Ik ben uiteraard geen onderdeel van het team. Ik maak ook wel foto’s waar niet iedereen blij mee is. Als een boot omslaat, wat op dit niveau vrijwel nooit gebeurt, dan druk ik de knop ook in.’ Mannen en vrouwen bekijken zijn werk wel anders, merkt Soeters. ‘Er zijn roeisters die het niet prettig vinden om naar hun eigen door de inspanning verwrongen en bezwete gezichten te kijken. Jeetje wat lelijk, denken ze dan. Mannen vinden het juist vaak stoer om zichzelf voluit te zien gaan.’ Merijn Soeters, Tien jaar langs het water. 224 pgs, € 35, zie www.merijnsoeters.com

Samen tegen de zedenloosheid Waarom fanatieke protestanten in Trump geloven De Amerikaanse president Donald Trump krijgt opvallend veel steun van conservatieve christenen, ondervond journalist Robin de Wever. ‘Ook al zondigt hij tegen alle tien geboden.’

Om welke christenen gaat het? ‘Om evangelicals, dat zijn conservatieve witte protestanten die je vooral aantreft in het Midwesten en Zuiden van de Verenigde Staten: de Bible Belt. Het is een grote groep, ongeveer een vijfde van het electoraat. Tach-

‘Ze vrezen allebei dat Amerika ten onder gaat.’

Foto ANP/Mark Wallheiser

tig procent van hen stemt rechts. Lang was deze groep niet heel erg activistisch. Maar in de jaren tachtig veranderde dat, met name door het verzet tegen abortus en het onderwijzen van de evolutieleer op scholen. Politiek en geloof zijn steeds meer met elkaar versmolten geraakt. ‘Veel evangelicals maken zich zorgen over voortschrijdende secularisatie en zedenloosheid, daar zou het land aan ten onder gaan ‘Obama heeft dat gevoel nog eens verstrekt: “Kijk wat er gebeurt als je een progressieve president het Witte Huis hebt? Dan krijg je het homohuwelijk, en dan kun je bijvoorbeeld als bakker die geen taart wil maken voor een homobruiloft ineens worden aangeklaagd. En dat ligt echt enorm gevoelig.’ Wat merkte u daar zelf van? ‘Ik ging naar een kolossale kerk in Memphis, Tennessee. Alleen de parkeerplaats al: ik deed er acht minuten over om dat hele plein rond te rijden. De dienst was een massabijeenkomst geleid door Steve Gaines, de president van de grootste protestantse beweging. Hij was niet heel erg extreem. Hij sprak zich uit tegen racisme en armoede, maar zei ook: “God vergeef ons voor abortussen en het homohuwelijk.” Zo diep zit dat daar.’

Waren deze christenen meteen overtuigd van Trump? ‘Nee. Eerst was de steun weifelend, maar ze vonden het heel belangrijk dat er een conservatieve rechter zou worden benoemd in het Hooggerechtshof. Dat is gebeurd. Maar een jaar later heeft Trump bij hen een approval rate van 70 procent. Er is dus meer aan de hand.’ Wat dan? ‘Op het eerste gezicht past Trump totaal niet bij de evangelicals. Hij heeft zich allesbehalve een vroom christen getoond. Toch hebben ze veel meer met elkaar gemeen dan dat ze verschillen. Beiden voelen zich niet serieus genomen door de linkse kuststaten en het establishment. Ze worden bijvoorbeeld bespot door de presentatoren van late night shows als Trevor Noah en John Oliver. Daarnaast vinden ze allebei dat Amerika dreigt ten onder te gaan als er niet keihard wordt ingegrepen. Evangelicals zijn er ook van overtuigd dat linkse media complotten smeden tegen Trump. De president doet er alles om dat gevoel aan te wakkeren. ‘Roy Moore, kandidaat voor de Senaat in Alabama, is van pedofilie beschuldigd, maar wordt nog steeds door Trump gesteund. Dat is natuurlijk ongelooflijk. Moore heeft echter toen hij in de proble-

men kwam meteen de aanval geopend op de Washington Post. Hij is er in geslaagd om een grote groep ervan te overtuigen dat het om een duister plan van progressieven gaat. ‘Tot slot hebben de christelijke bewegingen het idee dat Trump wel te bekeren is tot born again christian. Hij toont al steeds meer interesse voor het geloof. Of die belangstelling oprecht is, valt te betwijfelen.’ Kan Trump deze steun nog verkwanselen? ‘Daar lijkt het niet op. Hij heeft het afgelopen jaar al zo ongeveer tegen alle tien geboden gezondigd, en dat heeft geen gevolgen gehad. Er gaat veel mis in het Witte Huis, maar de relatie met de evangelicals hebben ze goed onder controle. Alleen als de regering de deuren sluit voor de fundamentalistisch christelijke lobbygroepen kan zij in de problemen komen. Maar het zou wel heel dom zijn als Trump dat laat gebeuren.’ DOOR VINCENT BONGERS

Robin de Wever, Donald Trump, de redder van christelijk Amerika? Lezing woensdag 13 december, Lipsius, zaal 227, 18:00 u, gratis toegang, wel aanmelden via lucsor@hum.leidenuniv.nl


4

Mare · 7 december 2017

Nieuws

Sloopwerkzaamheden In het Arsenaal beginnen deze maand de eerste kleine sloopwerkzaamheden, in aanloop naar een interne verbouwing. Volgens universiteitswoordvoerder Caroline van Overbeeke gaat het om ‘beperkte boorwerkzaamheden’, als onderdeel van een bouwhistorische verkenning. De verbouwing is onderdeel van de plannen rond de nieuwe Humanities Campus. Eerder werd al het gerenoveerde P.J. Vethgebouw heropend. Voor later zijn er grote bouwplannen voor een nieuw onderwijsgebouw op de plek van het Lipsiusgebouw. Ook de huurwoningen ertegenover moeten daarvoor gesloopt worden.

Punten voor moocs Vanaf januari wordt het mogelijk om bij een aantal universiteiten een keuzevak digitaal te volgen en daar studiepunten voor te krijgen. De universiteit Leiden is met acht andere universiteiten een samenwerkingsverband aangegaan om dit mogelijk te maken. De universiteiten noemen het een virtual exchange program. De betrokken universiteiten zijn Leiden, TU Delft, Wageningen, Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne (Zwitserland), Rice University (VS), University of Queensland (Australië), Australian National University (Australië), University of Adelaide (Australië) en de Hong Kong University of Science and Technology.

Eredoctoraat Bestuurskundige Adrienne Héritier (1944) wordt door de universiteit Leiden benoemd tot eredoctor. Ze krijgt het eredoctoraat voor haar baanbrekende werk op het gebied van multilevel governance, besluitvorming en institutionele theorie op Europees niveau. Ze was hoogleraar aan het European University Institute in Florence. Daarnaast is zij als professor verbonden aan de Universiteit van Bremen en doceert zij aan de Libera Universita Internazionale degli Studi Sociali in Rome. Het eredoctoraat wordt uitgereikt tijdens de dies natalis van de universiteit op 8 februari.

Hoger beroep Ex-Vindicat-lid Wouter B., die vorige week veroordeeld werd voor het op het hoofd staan van aspirant-lid Rogier tijdens de ontgroeningsperiode, gaat in hoger beroep. De zitting zal in de loop van komend jaar plaatsvinden in Leeuwarden. B. kreeg een werkstraf en een celstraf van 31 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk. Hij werd vervolgens ook geroyeerd door de vereniging. De rechter oordeelde dat hij zich teveel liet leiden door een persoonlijk conflict tussen hem en het slachtoffer.

ICT-prijs Hoogleraar tomografie Joost Batenburg heeft de Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek gewonnen. Die prijs wordt jaarlijks uitgereikt door subsidie-instantie NWO. Er is een bedrag van €50.000 aan verbonden, die de winnaar moet besteden aan wetenschappelijk onderzoek. Tomografie betekent letterlijk ‘schrijven met plakjes’; met scan-apparatuur als CT-scanners maak je een tweedimensionale dwarsdoorsnede van het ding waar je naar zit te kijken. Batenburg onderzoekt hoe je nou van zulke doorsnedes een driedimensionaal plaatje maakt, met zo min mogelijk scans. De officiële prijsuitreiking is op een ICT-congres in maart.

Curling toernooi De tijdelijke ijsbaan op de Nieuwe Rijn wordt op 8 december weer voor een maand geopend. Op 18, 19 en 20 december is er bovendien een studentencurlingtoernooi. Teams kunnen zich tot 11 december inschrijven via visitleiden. nl, waar ook de openingstijden en andere activiteiten te vinden zijn. Aan de andere kant van de Koornbrug is van 15 tot en met 27 december een kerstmarkt te vinden.

Robin Hood, maar dan rendabel Rechtenstudenten vechten verkeersboetes aan Boete voor fietsen zonder licht? Who you gonna call? De rechtenstudenten achter Verkeersboete.nl: ‘Wij strijden tegen het onrecht dat de overheid de burgers aandoet.’ DOOR MARLEEN VAN WESEL ‘Je uploadt je verkeersboete en wij vragen het dossier op, om te zoeken naar gronden om bezwaar aan te tekenen’, vertelt oprichter Nick Voorbach (23, masterstudent arbeidsrecht). Als de boete ongedaan wordt gemaakt, krijg jij je geld terug, en Voorbach de vergoeding die de overheid in zo’n geval betaalt. ‘Het succespercentage ligt tussen de 25 en 40 procent.’ Op zijn zeventiende had hij een scooter. ‘Op school gold: hoe sneller je scooter, hoe stoerder je was. Mijn scooter ging natuurlijk het hardst.’ Gevolg: een boete voor hard rijden en geen helm dragen. ‘Dat eerste zou ik nu op grond van formaliteiten kunnen winnen: er was geen rollerbanktest aan te pas gekomen. Maar ik had een blauw kenteken, dus vol vertrouwen stond ik voor de kantonrechter. Tot mijn schrik kende hij het dossier helemaal niet. Met een hoop knip-en-plakwerk werd de boete gehalveerd, maar de rechter moet gewoon de wet toepassen.’ Tijdens zijn rechtenstudie verdiepte hij zich in de regels rond verkeersboetes. ‘Ik boekte al snel wat succesjes voor vrienden en familie. Afgelopen zomer besloot ik een professionaliseringsslag te maken, met een nieuwe naam, en de hulp van een studiegenoot.’ De afgelopen maanden nam Verkeersboete.nl vijfhonderd zaken aan van twee types. ‘Verkeersboetes: te hard rijden, foutparkeren, fietsen zonder licht. En naheffingsaanslagen van de parkeerbelasting, for-

meel geen verkeersboetes.’ Hij pakt er even een dossier van een naheffingsaanslag bij. ‘Deze is naar onze mening onbevoegd opgelegd: het aanwijzingsbesluit voor het bevoegde poppetje was niet gepubliceerd.’ Maar hij ontdekte meer. ‘Volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen moet het bedrag in overeenstemming zijn met de kosten die de gemeente gemaakt heeft. In de tabel stond een jaarlijkse update van de software, waarvan we weten dat die al een aantal jaar niet meer is geüpdatet. En er stond een offerte in, terwijl offertes niet gaan over gemaakte, maar over voorgenomen kosten. Dan zeggen wij: hállo, waarom moet de burger

dit betalen?’ En dan had de persoon in kwestie ook nog foutgeparkeerd. ‘Een boa hád een boete kunnen opleggen voor foutparkeren, maar zo’n naheffingsaanslag is alleen op te leggen als iemand daadwerkelijk parkeert. Niet als die persoon niet parkeert, of fout.’ Samen met zijn studiegenoot wil hij ook kantoortjes oprichten voor andere juridische kwesties. ‘Wij strijden tegen het onrecht dat de overheid de burgers aandoet.’ Maar de verkeersveiligheid dan? ‘Dat is formeel het doel. Intussen strijkt de overheid jaarlijks acht miljard euro op aan verkeersboetes. Er wordt rekening mee gehouden in de begroting. Het is dus meer een

verkapte belastingmaatregel.’ Het klinkt haast als een zekere volksheld die steelt van de rijken en deelt met de armen. ‘We zijn Robin Hood, maar het moet wel leuk en rendabel blijven.’ Ze nemen alleen boetes aan die ze kansrijk inschatten, maar dat is vrij snel het geval. ‘Over fietsverlichting staat bijvoorbeeld in de verkeersregels: “bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd.” Je kunt bijvoorbeeld aantonen dat het zicht bij schemering niet ernstig belemmerd was. En uiteraard moet de boa weer bevoegd zijn. Dat gaat nog weleens mis. Of de gemeente is gewoon zijn VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag, red.) kwijt.’

Docent is ‘te druk voor protest’ Dinsdag overhandigden de initiatiefnemers van de WO-petitie hun 5000 handtekeningen aan de Tweede Kamer. De bijbehorende telewerk-demonstratie viel in het water: ‘Mijn collega’s hadden het te druk voor een protest tegen werkdruk.’ Een jonge UvA-medewerker bladert met dikke zwarte handschoenen door het standaardwerk Introduction to Behavioral Research Methods.

‘College voorbereiden’, legt hij uit. ‘Nog drie kwartier en we mogen aan de warme chocolademelk.’ Alles bij elkaar zijn er zo’n tien wetenschappers aan het telewerken op het Plein in Den Haag. Met laptops in de weer, nakijkwerk, peer review. Initiatiefnemer van de actie is Rens Bod, hoogleraar aan de UvA. Hij mag de kou uit om de 5000 handtekeningen die hij verzamelde voor de petitie #WOinActie te overhandigen aan de onderwijscommis-

sie van de Tweede Kamer. Tegen de hoge werkdruk - vandaar het telewerken -, tegen de ‘doelmatigheidsbezuiniging’ die het kabinet het onderwijs op wil leggen, en voor het daadwerkelijk investeren van stufi-geld in hoger onderwijs, wat immers de hele reden was om de studiefinanciering af te schaffen. Tien telewerkende wetenschappers, wat vakbondsmensen, een handjevol solidaire studenten (UvA), en dat was het wel.

Slechts één van de telewerkers komt uit Den Haag: van het International Institute of Social Studies, een satelliet van de Erasmus Universiteit. Van de Universiteit Leiden, toch het dichtste bij van alle universiteiten, lijkt er niemand aanwezig. ‘Echt goed gepromoot was de actie niet’, vertellen drie promovendi van de Universiteit Utrecht. ‘De collega’s die er wel vanaf wisten, wilden wel protesteren tegen de hoge werkdruk. Maar ze hadden geen tijd.’ BB

Steeds stressen is niet goed ‘Goed hoger onderwijs moet studenten uitdagen en mag hen zelfs uit hun comfortzone halen’, vindt minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66), maar het is niet de bedoeling dat studenten langdurig onder stress staan. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor hun welzijn en uiteraard ook negatief effect hebben op studieresultaten. Dat schrijft de minister in een antwoord op Kamervragen van de SP en de VVD. Beide partijen klommen in de pen toen ze op onderzoeken naar prestatiedruk stuitten. Uit een onderzoek van de Zwolse hogeschool Windesheim

bleek bijvoorbeeld dat 62 procent van geënquêteerde studenten in het dagelijks leven ‘vaak tot erg vaak’ prestatiedruk ervaart. Een vergelijkbaar percentage stelt hoge eisen aan zichzelf, en 26 procent van de studenten voelt dat de mate waarin zij proberen te presteren, ten koste gaat van andere dingen. De twee partijen reageerden totaal verschillend op dit onderzoek. SP-Kamerlid Frank Futselaar maakte zich zorgen om de studenten. ‘Welke maatregelen gaat u nemen om de ervaring van prestatiedruk bij studenten te verminderen?,’ wilde hij van Van Engelshoven weten. VVD-Kamerlid Roald van der

Linde bekeek de zaak van de andere kant. Volgens hem is het ‘zorgwekkend’ dat blijkbaar 38 procent van de studenten ‘geen of weinig druk ervaart om te presteren in het met belastinggeld gefinancierde hoger onderwijs.’ Wat gaat de minister doen om de druk bij deze studenten wat op te voeren? Volgens Van Engelshoven heeft Van der Linde niet goed genoeg naar het Windesheim-onderzoek gekeken. De minister legt uit dat 62 procent van de ondervraagden vaak of erg vaak ervaart te moeten presteren. ‘30,3 procent geeft aan dit soms te ervaren, 6,6 procent zelden en 1,5 procent nooit. Op basis van

dit onderzoek kan dus niet worden verondersteld dat 38 procent van de studenten geen of weinig prestatiedruk ervaart.’ Maar los van het gegoochel met percentages, gaat Van Engelshoven ook in op het fenomeen prestatiedruk zelf. Uiteraard moeten studenten uitgedaagd worden door hun opleiding, maar het is wel van groot belang dat die het ook op tijd in de gaten heeft als de prestatiedruk te hoog wordt. ‘Preventie en tijdige interventie zijn daarom van groot belang.’ De minister is daarom in gesprek met de universiteiten, hogescholen, studentpsychologen, studentenorganisaties en experts. VB


7 december 2017 · Mare

5

Nieuws

‘Wij willen graag bouwen’ Prestatieafspraken gemeente en DUWO tegen kamertekort Het kamertekort in Leiden moet in 2020 gedaald zijn tot vijfhonderd. Dat hebben de gemeente Leiden en studentenhuisvester DUWO met elkaar afgesproken. Momenteel is het tekort nog 2700. DOOR MARLEEN VAN WESEL In oktober verschenen de landelijke cijfers van de jaarlijkse Apollo: Monitor Studentenhuisvesting. Daarin wordt de vraag naar extra woonruimte de ‘spanningsindicator’ genoemd. ‘Vaak vertaald als: tekort’, legt Gijsbert Mul van DUWO uit. Nu dus 2.700 in Leiden. Vorig jaar nog 2100, twee jaar geleden 1700.

‘Ook in Leiden heeft het sociaal leenstelsel wel effect op de woningmarkt, maar relatief beperkt in vergelijking met de rest van Nederland’, zegt Mul. ‘Als je collegejaar 2014-2015 vergelijkt met 2016-2017, dan zie je in Leiden onder eerstejaarsstudenten die op kamers willen een daling van zeven procent. Landelijk is dat elf procent.’ Maar in totaal trekt de universiteit juist meer studenten. ‘En de effecten van het leenstelsel worden gecompenseerd door de toename van buitenlandse studenten. Hun woningvraag is honderd procent.’ Het tekort terugdringen tot vijfhonderd hoort bij de zogenaamde Prestatieafspraken 2015-2020, die

de gemeente eerder al maakte met de zes woningcorporaties die in Leiden actief zijn. Andere onderdelen gaan bijvoorbeeld over duurzaam wonen of de combinatie van wonen en zorg. Ieder jaar volgt een evaluatie en een actualisatie en nu zijn dus de Prestatieafspraken 2018 vastgesteld. Een andere afspraak met DUWO gaat over de betaalbaarheid van studentenwoningen. Voor 85 procent van de woningen moet de huurprijs onder de zogenaamde kwaliteitskortingsgrens van 414 euro blijven, en de rest onder de zogenaamde eerste aftoppingsgrens van 593 euro. Die 414 is de maximumhuurprijs voor huurtoeslag onder de 23 jaar, en bo-

ven de 23 wordt de toeslag vanaf 593 euro verlaagd. Veel studentenwoningen komen sowieso niet in aanmerking voor huurtoeslag, maar DUWO hanteert de bedragen wel als richtlijn. ‘In sommige gevallen proberen we er ook ruim onder te zitten, maar we hebben ook veel monumentale panden, met hoge onderhoudskosten.’ DUWO is positief over de prestatieafspraken. ‘We willen graag bouwen, maar dat kunnen we niet alleen. We zijn afhankelijk van locaties, die we vaak onder de marktprijs moeten kunnen kopen. Het is geen rocket science: als wij 414 euro huur vragen, keer twaalf maanden, keer vijftig jaar, dan kan een aanbieder

met een huurprijs van 650 euro anderhalf keer zoveel betalen voor de grond. De gemeente kan helpen met eigen grond, net als de universiteit.’ Ook met de universiteit heeft de gemeente dit jaar een samenwerkingsovereenkomst gesloten om het aantal studentenwoningen uit te bereiden. ‘Verder kan de gemeente wat betekenen op het gebied van bestemmingsplannen.’ De prestatieafspraken benadrukken dat het gaat om gezamenlijke verantwoordelijkheden. Mul: ‘Er zit geen boeteclausule op, maar we kunnen elkaar er wel op aanspreken. En de buitenwereld weet er nu ook van.’

Onbekend waarop wordt bezuinigd Minister Van Engelshoven van Onderwijs (D66) weet nog niet hoe ze 183 miljoen euro gaat bezuinigen door het onderwijs doelmatiger te maken. Dat blijkt uit een brief van de minister aan de Tweede Kamer.

Samurai-maskers In Japanmuseum Sieboldhuis is vanaf vrijdag de expositie ‘De gemaskerde krijger – het strijdtoneel van de samurai’ te zien, over de Japanse krijgerskaste. De samurai waren niet alleen krijgers, maar hielden zich ook bezig met kunstuitingen, waaronder de theatervorm no¯. Dat is terug te zien in hun helmen, die sterk lijken op no¯-maskers. Het merendeel van de maskers, helmen, harnassen en wapens die in de tentoonstelling te zien zijn, was nog niet eerder aan het publiek getoond. Foto’s Sieboldhuis

Intimidatie en brutaliteit > Vervolg van de voorpagina ‘Mijn conclusie was dat er veel werk aan nodig was, om er een goed rapport van te maken’, aldus Pieke, die ook moeite zegt te hebben met de eerdere enquête van de adviesraad. Hij vond de vraagstelling daarvan te bevooroordeeld. ‘We aanvaardden dat er problemen zijn. Er zullen zeker medewerkers, waaronder ook vrouwen zijn die zich onveilig voelen. Maar dat is geen algemeen probleem. Dat neemt echter niet weg dat het wel degelijk ernstig is en vanuit het management hebben we deze conclusie daarom ook heel serieus genomen’. Hij heeft ook zelf te maken gehad met ‘intimiderend gedrag en brutaliteit’, zegt Pieke. ‘Er zijn ondergeschikten die leidinggevenden intimideren. Het woord management is taboe. Mensen denken dat ze eisen kunnen

stellen, maar een manager moet aan een breder belang denken.’ Desgevraagd vertelt hij dat hij met ‘ondergeschikten’, een ‘klein groepje hoogleraren’ bedoelt. ‘Vanuit de UD’s en UHD’s gebeurt dit in mindere mate.’ ‘Als managementteam heb je ook een rotbaan’, zegt een hoogleraar. ‘Het probleem is de gesandwichte positie, tussen opleidingen en faculteit.’ Inmiddels is het instituutsbestuur tijdelijk vervangen. Frans de Haas werd interim wetenschappelijk directeur, en werd kort daarna opgevolgd door historicus Henk te Velde, die nu aanblijft tot het instituut een nieuwe vaste wetenschappelijk directeur heeft gevonden. Te Velde zei het te druk te hebben voor commentaar. Decaan Mark Rutgers reageerde evenmin op verzoek om een reactie en onderzoeker Lydia Helwig Nazarowa cancelde op

het laatste moment een eerder toegezegde interviewafspraak. Allemaal verwijzen ze naar de woordvoerder van de universiteit, Caroline van Overbeeke. Zij gaf aan geen specifieke vragen te willen beantwoorden, en stuurde namens het college van bestuur de volgende reactie: ‘Natuurlijk weet het college dat er samenwerkingsproblemen zijn binnen het LIAS. Er zijn diverse maatregelen genomen om de samenwerking weer op orde te krijgen. Dit voorjaar is er een externe deskundige aan de slag gegaan die gesprekken heeft gevoerd met betrokkenen op het instituut.’ Volgens haar is Henk te Velde ‘ hard bezig met het herstel van de goede verhoudingen’ en staat decaan Rutgers ‘in goed en nauw contact met het college van bestuur’. Van Overbeeke: ‘Het college heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt.’ AK

Het ministerie van Onderwijs is van plan om een flinke bezuiniging door te voeren. In totaal moet er 183 miljoen euro bespaard worden, het wetenschappelijk onderwijs moet daarvan 26 miljoen ophoesten. Dat kan volgens Van Engelshoven door doelmatiger te werken. Wel is ‘hierbij de inzet om het primaire proces te ontzien’, aldus de minister. In de klas en collegezaal zou dus weinig te merken moeten zijn van de besparingen. De bezuiniging is nodig omdat de minister een gat op de begroting heeft geërfd van het vorige kabinet. De Tweede Kamer stuurde ter voorbereiding van het debat over de begroting van het ministerie van Onderwijs, dat vandaag wordt gevoerd, een lijst met vragen naar Van Engelshoven. De Kamer wil bijvoorbeeld weten wát er dan allemaal doelmatiger kan in het onderwijs. De werkdruk is immers al zeer hoog. Uit het antwoord van de minister blijkt dat nog helemaal niet duidelijk is waarop wordt bezuinigd. ‘We gaan de komende tijd onder-

zoeken wat er mogelijk is’, schrijft Van Engelshoven. ‘In het voorjaar wordt u geïnformeerd over de precieze uitwerking van deze maatregel en de gevolgen voor de sectoren.’ De Kamer stelde ook vragen over een ander heet hangijzer. Het collegegeld voor eerstejaars wordt gehalveerd. ‘Een sigaar uit eigen doos, want studenten betalen dat terug door hogere rentes op leningen’, liet Zihni Özdil, Kamerlid voor GroenLinks, al weten. De rente op het aflossen van leningen wordt immers gekoppeld aan de tienjaarsrente, in plaats van de vijfjaarsrente zoals nu nog het geval is. De tienjaarsrente is hoger. Dit moet de schatkist vanaf 2060 structureel 226 miljoen per jaar opleveren. De Kamer wil weten of dat een reëel bedrag is en welke studenten onder de nieuwe regeling gaan vallen. Volgens Van Engelshoven geldt ‘het nieuwe rentepercentage niet voor de huidige terugbetalers.’ Ze erkent dat de nieuwe aflossingsregeling ongunstig kan uitpakken voor afgestudeerden. ‘Gemiddeld is over de afgelopen tien jaar de tienjaarsrente 0,78 procent hoger dan de vijfjaarsrente, maar bij de huidige lage rentestand van 0,0 procent is het verschil kleiner. Hoe de maatregel het beste kan worden vormgegeven, wordt nog uitgewerkt.’ VB

Fondsen krijgen oppepper Er komt meer geld voor de profileringsfondsen van universiteiten en hogescholen, maar ook meer controle op wat er met dat geld gebeurt. Universiteiten en hogescholen moeten een zogeheten profileringsfonds hebben. Dat is een pot met geld die de instelling uit kan delen aan dingen die zij belangrijk vinden, bestuursbeurzen en topsportende of zwangere studenten, bijvoorbeeld. Die fondsen zijn ook bedoeld voor studenten die dankzij ziekte of functiebeperking studievertraging oplopen. De regering trekt meer geld uit voor die fondsen, maar ze wil wel betere controle op wat er met dat geld gebeurt. Dat schrijft onderwijsminister Ingrid van Engelshoven als antwoord op Kamervragen van het CDA. Eerder dit jaar kwam er een rapport uit, dat suggereerde dat de

instellingen verschillen in wat ze voor studenten met een beperking uit hun profileringsfondsen trekken. De onderwijsinspectie gaat bij een aantal instellingen controleren of studenten met een functiebeperking gebruik maken van het fonds, en op welke wijze de middelen worden ingezet. Ook benadrukte de minister dat universiteiten en hogescholen in hun jaarverslag moeten zetten wat ze precies met hun fondsen doen. In Leiden omvat het profileringsfonds twee onderdelen: een pot van drie ton voor internationale studenten, en een pot van een miljoen voor bestuursbeurzen, en het ‘afstudeerfonds’: de regeling Financiële Ondersteuning Studenten. In 2016 kregen 55 studenten afstudeersteun, voor een totaalbedrag van 98.163 euro, zo valt te lezen in het jaarverslag van de universiteit. BB


6

Mare · 7 december 2017

Achtergrond

Dit leer je niet bij pedagogiek Vrijwilligerswerk verbetert de wereld én je cv ‘De maatschappij investeert enorm in ons’, vinden Leidse studenten die vrijwilligerswerk doen. ‘Dan kun je best iets terug doen.’ En behalve een goed gevoel levert vrijwilligerswerk nuttige ervaring op. DOOR LOTTE MIDDENDORP Elke week geeft

Mats Dijkdrent (21) Nederlandse les aan vluchtelingen, in het taalproject van de Leidse Studenten Ekklesia. De geschiedenisstudent staat iedere zaterdagochtend van 10 tot 12 voor een klas met zo’n zes Syrische en Eritrese vluchtelingen. ‘Als voorbereiding op de les kijken ze afleveringen van Het Klokhuis, bijvoorbeeld over een kermis. Mijn collega en ik zoeken bij hetzelfde thema nog wat nieuwsberichten. Daarna gaan we over het thema in gesprek, was er bijvoorbeeld in Syrië ook een kermis? Het werkt ontzettend goed, je ziet dat ze elke week beter worden. Laatst haalde een leerling binnen een uur een fout uit een contract dat opgesteld was door een potentiële werkgever. Dat zijn mooie momenten.’ Ook Parissa Akefi (25) geeft taalles. Zo’n twee keer per week zit de student psychologie een uurtje met de Afghaanse Shokrya in het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Zij krijgt oefeningen van VluchtelingenWerk. Ik help haar vervolgens om deze oefeningen te maken.’ Parissa, zelf geboren in Afghanistan, maakte van heel dichtbij mee hoe het was om te moeten vluchten. ‘Ik was anderhalf jaar toen ik met mijn ouders naar Nederland kwam. We kwamen natuurlijk uit een land waar alles kapot was. Mijn ouders hadden geen idee waar ze in Nederland moesten beginnen. Door de begeleiding van VluchtelingenWerk waren ze in staat om hier een leven op te bouwen. Nog steeds kunnen mijn ouders met tranen in hun ogen vertellen hoe dankbaar zij die mensen zijn. Dat was mijn motivatie om ook zoiets te kunnen betekenen voor andere vluchtelingen. Als ik Shokrya hoor vertellen dat ze eindelijk het gevoel heeft dat ze veilig is, of als ze na een half uur eindelijk een opgave snapt en daar dan zo gelukkig van wordt, dan raakt dat me.’ Emilie de Willigen (21) zet zich in voor een heel andere groep van de samenleving. De pedagogiekstudent is coördinator bij de VoorleesExpress.

‘Dat is een instantie die ervoor zorgt dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. Een half jaar lang komt er een vrijwilliger bij hen thuis om voor te lezen. Op dit moment begeleid ik hier vijf voorlezers en hun gezinnen. Het is ontzettend leuk om te doen. Bij de huisbezoeken word je enthousiast en gastvrij ontvangen. Boeken worden meteen opengeslagen en we worden met veel interesse bekeken.’ Ze hoopt dat door haar inzet het voorlezen een belangrijkere plek krijgt in de gezinnen. ‘Voorlezen moet een fijn moment op de dag zijn en is heel belangrijk voor de band tussen ouder en kind.’ Ook Sylvia Philippa (21) werkt met kinderen. Elke zomer gaat zij met een groep verstandelijk beperkte kinderen van 10 tot 18 jaar mee op kamp. Een week lang verblijft ze met de kinderen in een groepsaccommodatie om volop te knutselen en samen spelletjes te spelen. ‘De band die je met zo’n kind opbouwt is heel bijzonder. Eigenlijk ben je een week lang een van de belangrijkste personen in zijn of haar leven. Een paar weken na mijn eerste kamp nam een ouder van een kind contact met me op om te vertellen dat hun kind niet uitgepraat raakte over mij. Ze had het zó naar haar zin gehad, ze bleef vertellen. Ik kreeg daar gewoon kippenvel van.’ De ervaring die je op zo’n kamp opdoet is ook enorm belangrijk’, zegt ze. ‘Bij mijn studie pedagogische wetenschappen krijg ik nauwelijks praktijkervaring aangeboden, terwijl er wel van mij wordt verwacht dat ik met kinderen kan omgaan. Op zo’n kamp leer je hoe het echt is om met kinderen met een beperking om te gaan. Vroeger was ik er altijd een bétje huiverig voor, maar tijdens mijn eerste week leerde ik dat het gewoon kinderen zijn. Het zijn allemaal individuen. Het valt dan ook heel erg op dat mensen bij een gehandicapt kind direct vragen wat er met een kind is, niet hoe een kind is, wat eigenlijk veel belangrijker is.’ Ook Mats heeft baat bij de praktijkervaring. ‘Ik studeer geschiedenis en een baan in het onderwijs zit er dan al snel in. Door het lesgeven leer ik hoe het is om voor de klas te staan en hoe ik dingen zo duidelijk mogelijk over kan brengen.’ ‘Daarnaast zorgt taalles ervoor dat je op een heel andere manier naar je eigen taal kijkt. Dingen die voor ons heel logisch zijn, zijn voor vluchte-

‘Door het lesgeven snap ik dat vluchtelingen echt niet zoveel hebben.’ lingen een raadsel. Waarom staat een bord op tafel, maar ligt een telefoon op tafel, ze doen toch allebei hetzelfde?’ Volgens Mats mag het percentage jongeren dat vrijwilligerswerk doet nog wel wat omhoog. ‘Ik denk dat studenten er vaak niet zo van bewust zijn dat de maatschappij enorm in ons investeert. Ik vind dat je dan indirect best iets terug kan doen. Bovendien is het ook gewoon heel erg leuk en dankbaar werk. Het geeft voldoening om iets voor een ander te doen.’ ‘Het is een heel gek gevoel’, voegt Sylvia daaraan toe, ‘dat je iets doet, niet vanwege het geld, maar puur omdat je diegene wil helpen. Ik word daar heel gelukkig van.’ ‘Door het kamp besefte ik dat iedereen die “gewoon” gezond is echt wel in zijn handjes mag knijpen’, besluit Sylvia. Mats: ‘Door het lesgeven snap ik dat vluchtelingen echt niet zo veel hebben.’ Naast alle mooie momenten, blije kinderen en dankbare vluchtelingen speelt er voor de meeste studenten stiekem ook nog een andere motivatie mee. ‘Het staat natuurlijk ook gewoon goed op je CV.’

Foto Taco van der Eb

Dag van de vrijwilliger Vandaag, 7 december, is het de nationale dag van de vrijwilliger. In 2016 heeft 49,7 procent van de Nederlandse bevolking zich ‘ten minste één keer ingezet als vrijwilliger’, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het percentage jongeren (tussen 15 en 25 jaar) die dat deden, is nog hoger: 54 procent. Vandaag wordt ook de Leidse vrijwilligersprijs uitgereikt. Een van de drie genomineerden is Nick van Buul, inkoop medewerker van de facilitaire dienst bij het Gorleaus laboratorium. Hij is vrijwilliger bij onder meer Stichting Leiden Helpt, ehbo’er voor het Rode Kruis en collectant voor het Nationaal Fonds Kinderhulp. Verder treedt hij op als verkeersregelaar bij de Leiden Marathon, als figurant bij de herbegrafenis van Diederick van Leyden Gael, in de film Goeie Mie en loopt hij mee in de 3 oktoberoptocht. ‘Van het een kwam het ander’, zegt Van Buul. ‘Ik ben ooit begon-

nen bij de 3 October Vereeniging. Daar hielp ik met leden werven en merchandise verkopen. Inmiddels ben ik ook de Leidse ambassadeur van Kinderzwerfboek. Ik zorg dat er her en der boekenkastjes gevuld zijn met boeken voor kinderen die dat niet kunnen betalen. Ik heb het er gelukkig maar druk mee!’

Academische Agenda Prof.dr. L.C.J. Barbiers zal op vrijdag 8 december een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit Geesteswetenschappen, met als leeropdracht Nederlandse Taalkunde. De titel van de oratie is ‘De zonnige toekomst van de Nederlandse taalkunde’. Prof.dr. B.E. Snaar-Jagalska zal op maandag 11 december een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, met als leeropdracht cellulaire tumor biologie. De titel van de oratie is ‘Zebravis tegen kanker: van aquarium tot patiënt...’. Dhr. D. Radosavljevik hoopt op maandag 11 december om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Applying Data Mining in Telecommunications’. Promotor is Prof.dr. J.N. Kok. Dhr. W.E.M. Noteborn hoopt op maandag 11 december om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Supramolecular polymer materials for biomedical applications and diagnostics’. Promotor is Prof.dr. A. Kros. Mw. N.K. Tran hoopt op dinsdag 12 december om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is

‘Child maltreatment in Vietnam’. Promotoren zijn Prof.dr. L.R.A. Alink en Prof.dr. M.H. van IJzendoorn. Mw. F. Cai hoopt op dinsdag 12 december om 12.30 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Fuzzy System and Unsupervised Computing: Application of the Paradigms in Biology’. Promotor is Prof.dr. F.J. Verbeek. Dhr. M.R. Manders hoopt op dinsdag 12 december om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Presertting a Layered History of the Western Wadden Sea’. Promotor is Prof.dr. J.C.A. Kolen. Mw. E. Kritikou hoopt op dinsdag 12 december om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Mast cells as immune regulators in atherosclerosis’. Promotor is Prof.dr. J. Kuiper. Mw. S. Ganapathy hoopt op dinsdag 12 december om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Improvisations in phototrophy’. Promotoren zijn Prof.dr. W.J. de Grip en Prof.dr. H.J.M. de Groot. Mw. M. Fink hoopt op woensdag 13 december om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsge-

leerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Frontex and Human Rights: Responsibility in ‘Multi-Actor Situations’ under the ECHR and EU Public Liability Law’. Promotoren zijn Prof.dr. R.A. Lawson en Prof. dr. M. Nowak. Dhr. M. Bartenberger hoopt op woensdag 13 december om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Political Pragmatism and Principles in Times of Crisis’. Promotoren zijn Prof.dr. A. Boin en Prof.dr. P. Nieuwenburg. Mw. B. Liu hoopt op woensdag 13 december om 12.30 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Iminosugars as glucosylceramide processing enzyme inhibitors: design, synthesis and application’. Promotor is Prof.dr. H.S. Overkleeft. Dhr. J. Wieland hoopt op woensdag 13 december om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht’. Promotoren zijn Prof.mr. W. den Ouden en Prof.mr. J.E.M. Polak. Mw. M.T. Hooijmans hoopt op woensdag 13 december om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is

‘Quantitative MR in Dystrophic Muscle: It’s more than fat’. Promotor is Prof.dr. A.G. Webb. Dhr. C.A. Hage hoopt op woensdag 13 december om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Handhaving van privaatrecht door toezichthouders’. Promotor is Prof.mr. Jac. Hijma. Dhr. B. Ren hoopt op donderdag 14 december om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Bone marrow transplantation in mice as a tool to study M2 macrophage activation in atherogenesis’. Promotor is Prof.dr. M. van Eck. Mw. R.C. Rossetto Burgos hoopt op donderdag 14 december om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘New approaches in systems diagnosis: Combining metabolomics and ultra-weak photon emission’. Promotor is Prof.dr. J. van der Greef. Dhr. L.N. Lameijer hoopt op donderdag 14 december om 12.30 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The synthesis and biological applications of photo-activated ruthenium anticancer drugs’. Promotor is Prof.dr. E. Bouwman.

Mw. S.A. van der Vaart hoopt op donderdag 14 december om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Fragmenting the Chieftain’. Promotoren zijn Prof. dr. D.R. Fontijn en Prof.dr. H. Fokkens. Mw. S.D. Setume hoopt op donderdag 14 december om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Cohabitation in Botswana: challenging methodological nuptialism in anthropology’. Promotoren zijn Prof.dr. M. de Bruijn en Prof.dr. R. van Dijk. Mw. M. Diamant hoopt op donderdag 14 december om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Het budgetrecht van het Nederlandse parlement in het licht van het Europees economisch bestuur’. Promotor is Prof.dr. W.J.M. Voermans. Mw. S.G.T. Klumpers hoopt op vrijdag 15 december om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Beyond random and forbidden interactions in plant-pollinator networks: how optimizing energy gain results in morphological matching among subalpine Asteraceae and their flower-visitors’. Promotor is Prof.dr. P.G.L. Klinkhamer.


7 december 2017 · Mare

7

Wetenschap

Klompklachten

Gezocht: charismatisch monster Geograaf springt op de bres voor de alligatorsnoek Door het indammen en afsnijden van de Mississippi krijgt de indrukwekkende alligatorsnoek steeds minder ruimte. Fysisch geograaf Paul Hudson bracht in kaart waar de vissen nog terecht kunnen. Mensen houden ervan om in de buurt van een rivier te wonen, historisch gezien. Makkelijk voor transport en om je afval in te storten, vruchtbare grond in de buurt, drinkwater. Je eerste stad in Civilization bouw je naast een rivier, als het even kan. Historisch gezien hebben mensen er echter een pesthekel aan om te verdrinken bij een overstroming. Dus werden de rivieren bedijkt, en ingedamd, werden de mooie maar onpraktische kronkels rechtgetrokken, en kwamen er uiterwaarden die ook hun eigen dijken hadden. Allemaal goed voor de mensen. Het beteugelen van de rivier is alleen minder goed voor de natuur, die juist afhankelijk is van een overstrominkje op zijn tijd. In het zuiden van de VS, waar Paul Hudson van het Leiden University College onderzoek doet, wordt die natuur vertegenwoordigd door de alligatorsnoek. Er zijn andere vissen, en ongetwijfeld ook planten en reptielen en kikkertjes die leven in de overstromingsgebieden, maar

DOOR BART BRAUN

de Atractosteus spatula is zo’n beest waar de natuurtelevisie professionele hengelaars op af stuurt. Hij ziet er namelijk uit als een monster. Alligatorsnoeken kunnen ruim tweeënhalve meter lang worden, meer dan honderd kilo zwaar, en zijn voorzien van de indrukwekkende bek vol tanden waaraan ze hun naam danken. Ze zien er overigens gevaarlijker uit dan ze zijn: ze bijten alleen naar dingen die ze in kunnen slikken, en vallen dus geen mensen aan. Paul Hudson, een boomlange Texaan, is fysisch geograaf. Fysische geografie is de wetenschap die zich bezighoudt met het aardoppervlak (geologie gaat juist over de binnenkant). Beoefenaars ervan zijn een zeldzaamheid aan deze universiteit, die geen eigen instituut voor aardwetenschappen heeft. In een artikel in Geomorphology beschrijft Hudson, samen met zijn oud-studente Merel van der Most, hoeveel ruimte er nog is voor de alligatorsnoek in en rond de Mississippi. Echt met uitsterven bedreigd zijn ze niet, maar het gaat niet zo goed met de alligatorsnoeken. De Amerikanen probeerden de beesten uit te roeien, omdat ze andere, lekkerdere, vissoorten op

zouden eten. ‘Toen ik opgroeide, zag je de afgehakte koppen van de gars op paaltjes gespietst staan. Dat vonden de rednecks blijkbaar grappig’, aldus Hudson. Een nog groter probleem is dat de jonge snoekjes leven in overstromingsgebieden, en daar zijn er dus steeds minder van. Om het nog erger te maken: als twee grote snoeken eitjes willen gaan afzetten, doen ze dat in lekker warm, ondiep water. Maximaal één meter twintig diep, stelden vissenbiologen recent vast. Hudson en Van der Most combineren in hun artikel verschillende datasets. Door een vliegtuig met een laser over de Mississippi-delta te laten vliegen, maakten de onderzoekers een digitale hoogtekaart. ‘Zo krijg je een heel gedetailleerde topografie’, vertelt Hudson. ‘Anders moet je zelf met landmeetapparatuur aan de slag, en kun je nooit zo’n groot oppervlak bestrijken.’ Er zijn satelliet-data van hetzelfde gebied, uit meerdere seizoenen. ‘Die beelden zeggen iets over de vochtigheid: hoe nat is de bodem, hoe hoog staat het water op welke tijd van het jaar?’ Als je weet hoeveel water er is en hoe het landschap loopt, weet je dus ook hoe diep het overal is op verschillende tijdstippen. Als je dat weet, kun je met weergegevens in de hand uitrekenen hoe warm het water naar verwachting zal zijn, en dan kun je op je kaart aanwijzen welke gebieden allemaal geschikt zijn voor alligatorsnoekeneitjes. In totaal: negentien procent van de toch al steeds schaarser wordende flood plains. ‘Het is niet alleen een kwestie van

ingenieurs die natuur stukmaken’, benadrukt Hudson. ‘De hoefijzervormige meren, die ontstaan als rivierbochten worden afgesneden, zijn in eerste instantie vrij diep. In de loop van een paar decennia hoopt zich echter sediment op, zodat ze alsnog ondiep genoeg zijn voor de eitjes. Ook worden dijken vaak gemaakt door zand van de rivierbodem af te scheppen, en ook daardoor ontstaan gebieden waar de vis zich kan voortplanten.’ Er is echter ook ruimte voor verbetering. ‘De overheid kan deze informatie gebruiken voor gerichter natuurbeheer. Ze kunnen zien van welk land ze af moeten blijven om de vis te beschermen, en welke grond ze op zouden kunnen kopen. In sommige van de uiterwaarden kweken de boeren soja; dat groeit eigenlijk niet zo goed daar, maar ja, ze krijgen er subsidie voor. Als je het echt wil, kan je met sluizen en gemalen heel precies de waterstand regelen, maar het is aan de biologen om te bepalen hoe ver we zouden moeten gaan om deze visstand te managen. ‘Elk stuk natuur heeft zijn eigen charismatische grote beest nodig, om de steun van het grote publiek te kunnen krijgen. De alligatorsnoeken zijn, op hun eigen manier, charismatische dieren: je kan zorgen dat mensen erom gaan geven. En als je dan, om deze vissen te helpen, je waterbeheer anders inricht, profiteren allerlei andere soorten er ook van, en de bodems van je overstromingsgebieden, en nog veel meer. Maar zonder zo’n knuffelsoort blijft je pleidooi voor die ingrepen heel academisch. Daar kom je in Trumpland in elk geval niet ver mee, kan ik je vertellen.’

Leidse archeologen bestudeerden 132 stoffelijke overschotten, afkomstig van een negentiende-eeuws kerkhof in het dorpje Middenbeemster. Meer dan één op de acht skeletten vertoonde sporen van zogeheten osteochondritis dessicans bij de voeten: een gewrichts- probleem dat wordt veroorzaakt door kleine scheurtjes in bot en kraakbeen. Tegenwoordig komt het voor bij grofweg één op de dertigduizend mensen. Waarom hadden de Middenbeemsteraars het dan zo veel meer? Er zijn aanwijzingen dat sommige families een erfelijke aanleg voor deze vorm van osteochondritis hebben, maar dan zou je ook in andere lichaamsdelen dan de voeten scheurtjes verwachten. De onderzoekers vermoeden dat de oorzaak gezocht moet worden in een combinatie van het harde negentiende-eeuwse werk, en het dragen van klompen. Het onbuigzame wilgenhout levert een grotere mechanische belasting op voor de voeten dan gewone schoenen, en zelfs die kunnen al bijdragen aan allerlei chronisch voetletsel. De cultuur van de mensen is dus terug te zien in hun skelet, schrijven de archeologen in het International Journal of Paleopathology.

Poeptransplantatie Als je dikke muizen een poeptransplantatie geeft afkomstig van dunne muizen, worden ze dunner. Zou dat bij mensen ook kunnen? En zo ja, hoe kan dat dan? In Cell Metabolism staat een artikel over poeptransplantaties bij 44 mensen met metabool syndroom; Leidenaren Amy Harms en Thomas Hankemeier schreven mee. Metabool syndroom is een verzameling van dikkemensenklachten: veel buikvet, hoge bloedsuiker, hoge cholesterol: vaak ontwikkelen de patiënten later suikerziekte. Het zou mooi zijn als je dat kon voorkomen, vandaar de transplantatie met dunnemensenpoep. Dunner werden de patiënten niet, maar in de eerste paar weken nam wel gemiddeld gesproken hun gevoeligheid voor het hormoon insuline toe. Dat is een goed teken, want die gevoeligheid is juist laag bij het metaboolsyndroom, en draagt bij aan de hogere bloedsuiker. Alleen werkte het niet bij iedereen. Hoe lager de diversiteit aan bacteriën in je eigen poep, hoe groter de kans dat die van een ander iets voor je kan betekenen, ontdekten de onderzoekers. Op de iets langere termijn keert de behandelde darmflora weer terug naar hoe ze eerst was, en zijn de gunstige effecten van de transplantatie verdwenen.

Koolstofkoordjes Hele dunne koolstofbuisjes – meestal aangeduid als carbon nanotubes –zijn supersterk, en uitstekende geleiders. De productie ervan stijgt al jaren, en als over een paar jaar wat patenten verlopen zal dat nog veel sneller gaan. Dat roept de vraag op of ze kwaad kunnen als ze in het milieu terecht komen. De Leidse ecotoxicoloog Willie Peijnenburg is een van de mensen die dat uitzoekt. Samen met een aantal Chinese en Canadese collega’s schreef hij een artikel in vakblad Environmental Pollution over de gevolgen van water met koolstofkoordjes erin op planten. Bij hoge concentraties van een gram koolstof per liter hebben planten er last van, maar als die waarde twintig keer lager is, lijkt de plant er wisselend op te reageren: de fotosynthese verloopt beter, maar de wortels gaan er veel harder van groeien, ontdekten Peijnenburg en co. Ook opvallend: de carbon nanotubes lijken de onderzochte plantjes een beetje te beschermen tegen de kwalijke effecten van het landbouwgif paraquat. Of dat nou komt doordat de sterk gegroeide wortels een beschermende werking bieden, doordat het gif vast blijft plakken op de buisjes, of door iets anders, is nog niet helemaal duidelijk.


8

Mare · 7 december 2017

Opinie

Amerika’s geheime concentratiekampen Antropoloog onderzocht gevangenissen voor Japanners waarin hij zelf vastzat

Het brandende slagschip USS Arizona na het Japanse bombardement op Pearl Harbor. Foto’s Wikimedia Commons

Op de dag dat de Japanse aanval op Pearl Harbor wordt herdacht, staat Cees Bronsveld stil bij Peter Suzuki (1928 - 2016), die in Leiden studeerde en promoveerde. De antropoloog werd expert op het gebied van de Amerikaanse concentratiekampen waarin hij zelf zat opgesloten. Pearl Harbor, Hawaï, 7 december 1941. Op die gedenkwaardige dag, vandaag 76 jaar geleden, vonden vanaf even voor één uur ‘s middags, in twee golven, aanvallen plaats van Japanse vliegtuigen op de daar gelegen Amerikaanse vloot. Twee uur later waren er van de 96 Amerikaanse schepen in de haven 18 gezonken dan wel zwaar beschadigd. Van de 394 vliegtuigen werd ongeveer de helft vernietigd en 159 raakten zwaar beschadigd. Er vielen 2400 doden en 1200 gewonden. De helft van de doden bevonden zich op het gezonken slagschip USS Arizona. De impact van de aanval was enorm. Vrijwel onmiddellijk verklaarde president Roosevelt de oorlog aan het Japanse keizerrijk. De Verenigde Staten waren vanaf dat moment betrokken in de Tweede Wereldoorlog. Op 19 februari 1942 tekende de president een decreet: Executive Order 9066: dat maakte het mogelijk om Japanners én Amerikaanse staatsburgers met een Japanse achtergrond zonder vorm van

proces op te sluiten - louter omdat ze als “Japanner” aan de Amerikaanse westkust, een potentiële oorlogszone, woonden. Zo werden zo’n honderdduizend mensen aan de Amerikaanse westkust in kampen opgesloten, omringd door prikkeldraad en wachttorens met gewapende bewakers. Een van de locaties was een paardenrenbaan, waar gevangen in de stallen werden ondergebracht. Bij stakingen en opstanden in een aan-

tal kampen waren doden en gewonden te betreuren. Menig historicus vermijdt dan ook de eufemistische term interneringskamp en spreekt liever over concentratiekamp. Japanners werden per definitie gewantrouwd, vooral door de overheid. De Exclusion Act uit 1924 had het mensen van het “Oriental Race” al zo goed als onmogelijk gemaakt om het Amerikaanse staatsburgerschap te verwerven. Hun in de VS geboren kinderen kregen dat staats-

burgerschap overigens wel, automatisch zelfs. Nog altijd discussiëren historici over het hoe en waarom van deze grove schending van de burgerrechten van Amerikaanse staatsburgers. In Europa zijn de kampen nagenoeg onbekend. Aan Peter Suzuki (1928 – 2016) heeft dat niet gelegen. Als jonge tiener woonde hij bij zijn ouders in Seattle. Op zijn dertiende werd hij opgesloten in Minidoka Relocation Camp, in Idaho. Dat twee oudere broers intussen aan de geallieerde kant meevochten telde niet mee. Tweeënhalf jaar later mocht hij het kamp verlaten. Na de highschool besloot hij culturele antropologie te gaan studeren aan Columbia, New York City, bij Margaret Mead en Alfred L. Kroeber, de groten uit het vak. Later ook nog aan Yale, New Haven bij onder meer George Murdock. In 1953 kon hij, dankzij een beurs, in Leiden antropologie studeren. Dankzij weer een andere beurs kon hij in 1959 promoveren bij prof. dr. P.E. de Josselin de Jong, op een proefschrift over het religieuze systeem en de cultuur van het Indonesische eiland Nias. Suzuki werkte vervolgens als docent en onderzoeker in onder meer Turkije, Californië en München. In 1977 ging hij werken aan de Universiteit van Nebraska in Omaha. Daar zou hij een mooie academische carrière maken, bekroond door zijn benoeming in 1977 tot Foundation Professor of Public Administration, later met de eretitel William Kayser professor. Zelf ontmoette ik Peter Suzuki via internet. Ik werk al geruime tijd aan een historisch-sociologische studie waarin ik onder meer aandacht besteed aan de Berkeley-sociologe Dorothy Swaine Thomas (1899 - 1977). Zij zou, gesponsord door de Universiteit van Californië en een aantal particuliere fondsen, “geheim” onderzoek gaan doen onder de geïnterneerde Japanners. Doel van haar onderzoek

Doe meer met je kennis! Vrijwilligers ge-

Cees Bronsveld (1954) studeerde in de jaren zeventig niet-westerse sociologie in Leiden en werkt als onderzoeker bij de gemeente Rotterdam

Minidoka Relocation Camp in Idaho, waar Peter Suzuki vanaf zijn dertiende tweeënhalf jaar zat opgesloten.

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare. leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan.

was om de effecten van gedwongen migratie in kaart te brengen. Peter Suzuki publiceerde over dit onderzoek. Ik had er vele vragen over die ik per e-mail aan hem voorlegde. Tot mijn verbazing antwoordde hij in het Nederlands! Die verbazing werd nog groter toen ik hoorde dat Peter ook nog eens aan hetzelfde Leidse instituut gestudeerd had als ikzelf. Vanaf de jaren ’70 kwam er in de VS meer en meer kritiek los op de kampen van Roosevelt. In 1980 startte federale overheid op initiatief van president Carter een onderzoek naar het lot van de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1988 tekende president Reagan de Civil Liberties Act. Er kwamen excuses en een schaderegeling. Peter Suzuki hekelde vooral de rol van zijn antropologische vakgenoten. In 1986 stelde hij in het vakblad Dialectical Anthopology vast dat het team van Thomas niet alleen technisch slecht onderzoek deed maar vooral ook dat het om moreel verwerpelijk onderzoek ging. Suzuki toonde overtuigend aan dat het ging om een “pretentious and arrogant research project incompetently administered by Dorothy S. Thomas”. Een paar jaar eerder, in 1981, had hij in hetzelfde tijdschrift, de War Relocation Authority (WRA) onder vuur genomen, in het bijzonder de antropologen die voor de WRA in de kampen waren gaan werken. Hij vond dat de beroepsvereniging American Anthropological Association (AAA) excuses moest aanbieden. Tevergeefs. De AAA gaf, tot op de dag van vandaag, geen krimp. Peter Suzuki overleed op 22 augustus 2016. Leerlingen en collega’s verspreid over de wereld prezen zowel zijn eruditie als zijn betrokkenheid.

zocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. Leiden-Noord, 23 leerlingen basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 4 met vergoeding van 5 tot 10 euro. Voortgezet onderwijs: *Nederlands, 2mavo-havo. *Nederlands, 2havo. *Begrijpend lezen, kopklas. *Nederlands, 3havo. Nederlandse verslagen maken, hbo, eerste jaar bestuurskunde. *Nederlands, brugklas

mavo-havo. *Nederlands, Engels, 3havo. *Nederlands, 5vwo. *Nederlands, rekenen, brugklas vso. *Nederlands, Engels, brugklas mavo. *Nederlands, Engels, 4havo. *Rekenen, 1MBO administratie. *Engels, 2mavo-havo. *Engels, 4vwo. *Wiskunde, 3havo. *Wiskunde, maatschappijleer, 3vmbo-basis-kader. Leiden-Zuid, 4 leerlingen basisonderwijs, groep 4 t/m 8. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel. 071-5214256.

E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl. Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi- commerciële instanties. De prijs voor en Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com

Iedereen kan Iedereenkrijgen kan Parkinson Parkinson krijgen Steun baanbrekend onderzoek

Steun onderzoek Ga naarbaanbrekend www.parkinsonfonds.nl Ga naar www.parkinsonfonds.nl

De grootste financier van wetenschappelijk De grootste naar financier van wetenschappelijk onderzoek de ziekte van Parkinson. onderzoek naar de ziekte van Parkinson.


ece

er

Mare

9

Achtergrond

Steeds weer uitleggen waarom ol ens Antoine o ar is et fi ner als o

Antoine o ar in

Op aanraden van zijn psychiater trok priester, kunsthistoricus en schrijver Antoine Bodar naar Rome. Sindsdien fungeert hij als tolk van de katholieke kerk. Volgende week geeft hij de Huizingalezing. ‘Ik ben altijd student gebleven.’ DOOR MARLEEN VAN WESEL ‘Ik ben ontzettend Leids gebleven’, zegt Antoine Bodar (1944). ‘Niet Amsterdams, niet Basels, Tilburgs of Romeins.’ Inmiddels woont hij alweer twintig jaar grotendeels in Rome. Aan de Universiteit Leiden werkt hij allang niet meer. ‘Maar ik heb er nog weleens college gegeven, bijvoorbeeld bij Studium Generale. Het blijft mijn alma mater. Daarom is het mooi om terug te keren naar de Pieterskerk,

et aar aarin i tot priester er

waar ik zelf zoveel Huizingalezingen heb bijgewoond.’ Ook de allereerste, van Rudy Kousbroek in 1972. ‘Vooral die herinner ik mij nog goed. Ik was diep onder de indruk van zijn geleerdheid.’ Bodar studeerde toen nog geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij later promoveerde in de filosofie. ‘Pas via een semester in Basel kwam ik in 1974 in Leiden terecht.’ Hier studeerde hij filosofie, kunstgeschiedenis én literatuurwetenschap. ‘Daar moet je je ook weer niet te veel bij voorstellen. Het was wat anders geweest indien ik medicijnen én rechtswetenschap én filosofie zou hebben voltooid. Ik volgde juist allerlei verwante studies, nieuwsgierig naar een totaaloverzicht.’ Rechtswetenschap studeerde hij hier overigens ook even. ‘Maar ik werd zíek van arbeidsrecht’, zegt hij. Op zijn

el estaat

e i

Foto Marc de Haan

33e werd hij docent middeleeuwse kunstgeschiedenis. ‘Intussen liep ik zelf nog college bij literatuurwetenschap. Een grappige situatie.’ Als jongetje van zes zag hij met zijn ouders in de kerk de priester aan het werk. ‘Dát wilde ik later ook graag worden. Ik werd koorzanger, misdienaar, de hele rataplan. Zoals alle jongetjes toen, maar daardoor groeide ik er wel verder naar toe.’ Zijn pad leidde vervolgens niet direct in die richting. ‘De paters jezuïeten op het gymnasium in Amsterdam vonden mij te dom. Je moet natuurlijk een beetje slim zijn, om priester te worden. En in de tweede plaats was er halverwege jaren zestig een revolutie gaande in de kerk, met name in Nederland, rond het Tweede Vaticaans Concilie.’ Een kerkvergadering, waarin Paus Johannes XXIII de Katholieke Kerk opriep tot aanpassing aan de moderne tijd.

In plaats van priester werd Bodar intussen presentator en programmamaker bij de publieke omroep. Op zijn 24e legt hij alsnog het staatsexamen af. ‘Nadat ik van school was geschopt moest ik mijn eigen leven opbouwen en tal van zaken aanpakken. Ik leerde precies met mijn tijd om te gaan.’ Een typisch studentenleven trok hem sowieso niet. ‘Als student las ik eindeloos, romans en andere boeken. Als kind was ik al een boekenwurm. Als je veel leest en muziek luistert, heb je geen tijd om in de kroeg te hangen. Bovendien houd ik helemaal niet van kroegen. De sfeer van Minerva kende ik wel. Vrienden waren er lid en ik kwam weleens op de sociëteit. Maar ook daar houd ik helemaal niet van.’ Op kamers in Leiden ging hij ook niet. ‘Ik had al een woning in Amsterdam, met ruimte voor al mijn boeken. Sinds 1983 heb ik hetzelfde appartement, en daarvoor een woning waar ik met al die boeken haast door de grond zakte.’ Hij vond in Leiden wel twee redenen om alsnog werk te maken van zijn jongensdroom. ‘Die priesterroeping is niet heel lang weggeweest’, zei hij. ‘Maar de wijsbegeertecolleges van professor L.M. de Rijk riepen echt een zekere heimwee op. En toen ik afstudeerde op middeleeuwse kunstgeschiedenis, is het idee verder gerijpt, om midden in het leven een andere weg in te slaan.’ Hij begon met de studie theologie, naast zijn andere studies en zijn werk als docent en radio- en televisiemaker. ‘Het ging niet vanzelf. Ik heb zeven jaar moeten wachten voor ik in 1992 tot priester werd gewijd. In Nederland – en neem me deze kritiek niet kwalijk – wanneer je met twee woorden spreekt, op televisie komt en aan de universiteit doceert, vindt men je al snel een elitair type, zonder voeling voor anderen. Dat dat niet waar is, maakt niet uit.’ Uiteindelijk werd hij dan toch gewijd. Hij werd assistent in de Amsterdamse jezuïetenkerk De Krijtberg. ‘Vlakbij mijn Amsterdamse appartement. Ik wist veel verschillende mensen aan te trekken. Maar de jezuïeten, niet zozeer degenen die er werkten, maar degenen die er de dienst uitmaakten, vonden mij niet progressief genoeg. Voortaan mochten alleen jezuïeten de kerk nog bedienen. Ik dus niet, ik hoor bij het bisdom Haarlem-Amsterdam.’ In hetzelfde jaar, 1995, verloor hij zijn onderwijsopdracht aan de Uni-

oe o

er

versiteit Leiden. ‘Er moest worden bezuinigd. Collega’s dachten: als we zijn theoretische kunstgeschiedenis overnemen, kunnen we het praktischer maken, en hem kunnen we alvast missen. Door die dingen samen raakte ik in een depressie. Mede op aanraden van mijn psychiater ben ik naar Rome getrokken. Wel heb ik me altijd enorm gesteund gevoeld door de medische dienst van de universiteit. De bedrijfsarts zag al vroeg: het gaat niet goed met jou, je moet er een tijd uit. Je hoort weleens andere verhalen. Dit is mijn verhaal.’ In Rome verdiepte hij zich verder in de theologie. ‘Daarnaast kwam ik vooral op verzoek van de media voortdurend naar Nederland om katholieke zaken uit te leggen. Ook alle boeken die ik sindsdien geschreven heb, hebben daarmee te maken: steeds weer uitleggen waarom er vanuit Rome op een bepaalde wijze wordt gesproken.’ Ook kwam hij regelmatig over voor collegereeksen aan de Universiteit van Tilburg, waar hij van 2006 tot 2011 bijzonder hoogleraar christendom, cultuur en media was, en tot 2016 gasthoogleraar. Maar hij voelt zich dus nog altijd Leids. ‘En daarmee doel ik niet zozeer op Minerva, maar meer op de liberale sfeer. En er is een zekere mate van wellevendheid onderling. In Leiden heb ik me altijd vrij gevoeld. Een van mijn opdrachten was om met studenten op reis te gaan. Overdag hielden we ons bezig met kunst, bijvoorbeeld in Florence, maar daarna bléven we maar praten, tot ver na middernacht. Eerst over de oude kunsten, en van daaruit over het christendom en het priesterschap. De studenten stelden eindeloos veel vragen.’ Zelf volgde hij vorig jaar nog een master theologie, in Rome. ‘Ik kan ook niks anders. Dus ik lees boeken, ik schrijf, en ik maak nog altijd televisie.’ Op eerste kerstdag blikt hij weer terug op het afgelopen jaar, in het programma Kerst in Rome van de KRO. ‘Voor de opnames was ik afgelopen week weer in Florence, om iets te vertellen bij een oude kapel. Een verhaal dat ik al duizend keer eerder verteld heb, aan mijn studenten’, vertelt hij. ‘In zekere zin ben ik altijd student gebleven. Dat, samen met de gesprekken met de studenten, koester ik nog altijd.’ Antoine Bodar, Leven alsof God bestaat. Huizingalezing Pieterskerk, vrijdag 8 december, €12,50

een it et open are le en

Johan Huizinga (1872-1945) geldt als een van de belangrijkste Nederlandse historici. In 1915 werd hij hoogleraar algemene geschiedenis aan de Universiteit Leiden. ‘Ik ben in Amsterdam afgestudeerd op Huizinga’s cultuurkritiek. Dat thema keert terug in de lezing’, vertelt Antoine Bodar. Leven alsof God bestaat, heet die. ‘God is min of meer uit het openbare leven verdwenen. Het valt me mee dat we elkaar nog een prettige kerst wensen, en geen season’s greetings. Maar is het niet prettiger om te leven alsof God wél bestaat?’ Bodar legt een verband met de verharding van de samenleving. ‘Een reden waarom ik tegen mijn bezoek aan Nederland opzie. In andere landen is het ook wel gaande, maar Den Haag

lijkt er haast op gericht om God te laten verdwijnen. ‘Voor mij maakt het niet uit wanneer mensen niet in God geloven. Voor mij zijn zij evengoed kinderen van God. Maar ik maak mij wel zorgen over onze samenleving. Waarom stappen zoveel jonge, getalenteerde mensen uit het leven? Dat hangt samen met het idee van de maakbare samenleving en met een zekere mate van somberheid. Zoals ik ook zeg in de lezing: mensen zijn begaan met dieren. Dieren blijken ook veel dichter bij ons te staan dan we ooit geweten hebben. Maar liefde, van een bepaalde onbekommerdheid, waarbij je niets terugverwacht, daarmee onderscheiden we ons nog altijd. En dat hangt volgens mij samen met God.’


10

Mare · 7 december 2017

English page

Paradise in miserable barracks A Syrian poet’s first collection Hekmat Dirbas moved from Barrack Number 10 (Camp Neirab, close to Aleppo) to Barrack Number 329 (Willem de Zwijgerlaan, Leiden). He’s been awarded his doctoral degree and now he’s published a collection of poems. “I was born a refugee”, Hekmat Dirbas says. “And I became a refugee again in the Netherlands.” 40-yearold Dirbas, whose roots are Palestinian, grew up in a camp just outside Aleppo. He arrived in the Netherlands in 2011, where he obtained his doctorate at Leiden University for his work on personal names which derive from animal names. Now he has written a collection of poems: 27 poems, in Arabic, published in Lebanon. “I wrote most of the poems in the Netherlands: thirty per cent in Syria and seventy per cent here”, he explains. His work is based on personal experience. “But I use poetic and symbolic language, as you do in poetry.” Dirbas is Palestinian in origin and grew up in Camp Neirab in the countryside close to Aleppo in Syria. The title of the little book’s first part, “Barracks number 10”, refers to the place of his childhood: a container. “The military camp was established during the French mandate for Syria in order to receive the British air forces during World War II against the German forces. Later, a group of Palestinian refugees (obliged to leave their homeland) were hosted in this camp, meaning from a military camp to a refugee camp: a tragic paradox.” “My grandparents were alloted a room in

dress. There were no street names, only the numbers of the barracks. I needed an address to enrol at university, so I put down ‘Kamp Neirab, barracks number 10‘. That’s how it’s registered in the civil records.” He arrived in the Netherlands in 2011, as a PhD student. The war in Syria broke out two months later. “I became a refugee once more”, he recalls. “The situation forced me to apply for asylum after two years. First, my existence as a refugee was part of a collective, as a Palestinian. Now, I’m experiencing it as an individual.” The second part of the collection is called Barracks no. 329. “Because I lived on Willem de Zwijgerlaan, at number 329.” He explains that the apartments in Leiden-Noord don’t actually resemble a refugee camp. “It’s something you leave behind. A temporary place. Not your real place.”

BY ANOUSHKA KLOOSTERMAN

Camp Neirab, Syria. ‘My grandmother turned the miserable barracks into a paradise.’ barrack number ten”, Dirbas continues. “The barracks were miserable, but my grandmother, a fantastic woman, turned them into a paradise. That’s what I call it: Paradise. She came from the mountains, which were full of plants and wildlife. She planted flowers and trees and kept lots of pets, dogs and cats. Later, I realised that she wanted rebuild her childhood home.”

At Mare’s request, he has translated one of his poems (see below). Dirbas: “It’s about a paradox, about when I realised that Paradise was a ‘camp’. I had heard people mention that word, but I didn’t know what it meant until I was older and learnt about the political background. There’s a magical place I knew as a child and there’s an ugly, political place. I didn’t have an ad-

As we grew up, the mystery disclosed. The paradise is nothing but a dice roll from the aftermath of the Second World War, a shelter for the ally soldiers. The paradise has a number in the civilian records, it has a name: Barracks 10. The allies established their camp The allies abandoned their camp then you poured down like fear. WE existed. Sobbing trains, faces turning back. Hekmat Dirbas, A Few Meters and One Galaxy. Beirut: Al-Farabi Publishing House.

Learn a language? Register now! Xxxx

Language courses – February – May 2018

Eager to improve your language proficiency? The Academic Language Centre offers a wide range of practical language courses, dealing with all language skills: speaking, writing, listening and reading. Register now for courses starting in February! Starting from mid-February, we will offer courses at different levels for the following languages: > > > > > > >

Dutch English German Spanish French Italian Swedish

> > > > > > >

Norwegian Russian Arabic Persian Chinese Japanese Korean

Unsure about your starting level? You can make a free entry test through our website or at the Academic Language Centre without appointment. Made your decision? You can register online or at our reception.

For information on course schedules, prices, course content and availability, check our website:

 atcleiden.nl | 071-527 2332

Academic

Language Centre Discover the world at Leiden University


7 december 2017 · Mare Cultuur

Agenda

Een gevecht met de tong Indonesische battles voor bruiloften en besnijdenissen Vlammende Thunderbird en Vliegende Schotel zijn namen van islamitische zangduo’s die op West-Sumatra muzikale gevechten aangaan met elkaar, de hele nacht door. DOOR MARLEEN VAN WESEL ‘Tongue fu’ noemt dr. Suryadi het muziekgenre Salawat Dulang. ‘De muzikanten voeren namelijk een gevecht met hun tong. Optredens zijn tegelijkertijd battles tussen twee duo’s.’ De stijl komt uit de streek Minangkabau in West-Sumatra. In het kader van het Leiden Asia Year presenteert wereldmuziekpodium De X een Salawang Dulang-avond in het Muziekhuis, waarbij de duo’s Sinar Barapi en Kilek Barapi de strijd met elkaar aangaan. Suryadi, onderzoeker en docent Indonesisch aan de Universiteit Leiden, verzorgt een introductie. Hij komt zelf uit Indonesië, waar het overigens niet ongebruikelijk is om maar één naam te hebben. ‘Wel lastig, als je in Nederland iets wil regelen of bestellen. Meestal noem ik mezelf dan “S. Suryadi”’, zegt hij. Om precies te zijn komt hij zelf ook uit Minangkabau. Zijn promotieonderzoek uit 2014 richtte zich op de muziekindustrie uit die regio, vanaf de opkomst van de eerste grammofoonplaten. ‘Daarvoor heb ik natuurlijk een hele verzameling van cassettes en vcd’s (video-cd, voorloper van de dvd, in Azië nog heel populair, red.) met Salawat Dulang aangelegd, maar in mijn proefschrift wees ik er ook op dat muziek migranten helpt verbinden met hun thuisland. Ik luister er dus nog steeds naar, of naar andere genres uit de regio. ‘Dulang is de naam van de antieke koperen schalen waarop de muzikanten zichzelf begeleiden. Oorspronkelijk werden ze gebruikt om

‘Meer dan trommelen doen ze niet. Het gaat namelijk vooral om de teksten.’ eten te serveren, nu als percussie-instrument.’ Hij maakt een trommelende beweging. ‘Meer dan dit doen ze niet. Het gaat namelijk vooral om de teksten, die te maken hebben met de islam of met het leven van moslims.’ De muzikanten dragen ook traditionele kledij. ‘Een kupiah, een islamitisch hoofddeksel, en een sarong over hun broek.’ Vooral de namen van de duo’s spreken tot de verbeelding. ‘Daarin hoor je de dreiging terug. Kilek Barapi en Sinar Barapi, die naar Leiden komen, heten vertaald: “Vlammende Thunderbird” en “Vlammende Straal”. Soms worden met de tong zelfs vetes tussen dorpen symbolisch

uitgevochten. Een ander duo heet bijvoorbeeld Bintang Nagari Simawang: “Ster van het dorp Simawang”. Piriang Talayang betekent dan weer “Vliegende Schotel”. Of wat denk je van Mustang, genoemd naar een Amerikaanse bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog, of DC 8, naar een verkeersvliegtuig uit de jaren vijftig.’ Vlammende Thunderbird en Vlammende Straal battelen vrijdag slechts een uurtje, maar op West-Sumatra gaan zulke optredens de hele nacht door. ‘Het is traditie bij bruiloften en besnijdenissen. En op de honderdste dag na iemands dood, of wanneer er geld wordt ingezameld,

voor een gebedshuis of een dorpshuis en op religieuze en nationale feestdagen. Meestal begint het optreden na het avondgebed, rond 21.00 uur, tot het ochtendgebed om 5.00 uur.’ Het publiek is intussen nauw betrokken bij het gevecht tussen de duo’s. ‘Er wordt tegen de ochtend weliswaar geen winnaar uitgeroepen, maar met het applaus wordt de strijd wel beslist.’ Salawat Dulang: Sinar Barapi & Kilek Barapi Introductie door dr. Suryadi Muziekhuis, vrijdag 8 december, 21.00 uur, €15,- (50 procent korting met collegekaart; v.v.k. €12,50)

Internationale studenten spelen Lord of the Flies

‘Een vrouwelijke Piggy leek me grappig.’

In 1954 publiceerde de Britse schrijver William Golding Lord of The Flies, een gitzwarte bespiegeling over de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving. In de roman strandt een groep jongens als gevolg van een oorlogDOOR VINCENT BONGERS

FILM

KIJKHUIS Expat Cinema: The Square do. 21.00 Petit Paysan do. ma. wo. 16.15 + di. 19.00 A Ghost Story zo. 14.00 + do. 16.00 + di. 18.45 The Killing of a Sacred Deer za. 13.45 + zo. 16.15, vr. za. ma. wo. 19.00 + do. vr. za. zo. di. 21.30 TRIANON Murder On the Orient Express dagelijks 18.45 + 21.30, za. zo. 13.30 + vr. 16.00, za. zo. ma. di. wo. 16.15 Loving Vincent za. zo. 13.45 + 16.00, do. za. ma. wo. 19.15, vr. zo. di. 21.30 LIDO Justice League 3D dagelijks 15.15 + 18.30 + 21.30, do. vr. ma. di. 12.30 Meer films op bioscopenleiden.nl.

MUZIEK

Het verhaal dat harten breekt

De theaterclub van het International Student Network Leiden brengt een bewerking van de klassieke roman over de ondergang van een minimaatschappij op de planken.

11

sevacuatie op een onbewoond eiland. Langzaam maar zeker gaan ze ten onder aan een bloederige machtsstrijd. Golding maakte als militair de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog mee en die ervaringen kleurden zijn mensbeeld. ‘Helaas is het nog steeds een relevante roman en ik verwacht ook niet dat dit snel gaat veranderen’, zegt Ilke Canaslan (21, psychologie), die het personage Percival speelt en co-regisseur van het stuk is. ‘Het gaat over angst en overleven.’

‘De roman verwijst niet naar een specifieke oorlog’, aldus co-regisseur Alex Owens uit Groot-Brittannië (25, literatuurwetenschappen). ‘Golding stelde dan ook: “Al die ellende kan zo weer gebeuren.”’ ‘Ik las het boek op de middelbare school’, zegt Canaslan. ‘Toen brak het echt mijn hart. Ik kon me toen niet voorstellen dat het mogelijk was dat kinderen zo getraumatiseerd raakten dat ze compleet verwilderen. Ik voelde me verbonden met de meer rationele personages in de roman.’ Owens: ‘Om eerlijk te zijn begreep ik een flink aantal thema’s in het boek niet gedurende mijn tienerjaren. Maar er was ook toen wel iets in het verhaal dat me erg aangreep.’ ‘Als je een van de personages vertolkt, begin je het boek echt beter te begrijpen’, zegt Abigail Mynett (24, literatuurwetenschappen). ‘Ik speel Piggy, iemand die op een heel agressieve manier gepest wordt door de andere jongens. “Laten we dit met de groep bespreken”, zegt hij. “Kop dicht”, krijgt hij dan als antwoord. ‘Het is best lastig om iemand te spelen die heel rationeel is en ook gewoon steeds gelijk heeft, maar toch constant wordt beschimpt. Het mikpunt van spot zijn, is een heftige ervaring.’

In het boek gaat het om een groep jongens. Onlangs is er nog een versie met alleen vrouwen gespeeld. ‘Wij hebben gekozen voor genderneutraliteit’, zegt Canaslan. Owens: ‘Golding zelf stelde ooit dat vrouwen veruit superieur waren aan mannen. Ze waren volgens hem in staat om hun oerinstincten te overstijgen. Daarom koos hij niet voor een eiland met meisjes. Wij wilden in deze versie loskomen van die man-vrouwdiscussie.’ Mynett: ‘We hebben het aan de acteurs overgelaten of ze hun rol als man of vrouw wilden invullen. Ik speel een vrouwelijke Piggy omdat ik het wel grappig vind dat een meisje zo’n rationeel persoon is, maar eigenlijk doet het er niet zo toe.’ Owens: ‘Het verhaal moet zoveel mogelijk gaan leven. Het publiek moet deel van het eiland worden.’ Canaslan: ‘De bezoekers zitten tussen drie verschillend podia in. Het eiland omsingelt ze eigenlijk.’ ISN Leiden Theatre Club, Lord of the Flies Kapelzaal, Oude Vest 45 9 en 10 december, €7 (ISN-leden €5) Zie https://isnleiden.com/events/ isn-leiden-theatre-club-presentslord-flies

HARTEBRUGKERK Leids Studenten Koor en Orkest Collegium Musicum Za 9 december, 20.15, €20,- (studenten €9,50) MUZIEKHUIS De X: Salawat Dulang: Sinar Barapi & Kilek Barapi Vr 8 december, 21.00, €15,- (50% korting met collegekaart) BPLUSC VOLKSHUIS Jaarconcert Lignum in Stijl Za 9 december, 20.15, €12,50 GEBR. DE NOBEL Fuif #27 Za 9 december, 23.00, €15,BPLUSC OUDE VEST Lunchconcert Cello-pianoduo Virginia del Cura Julia Mora Do 14 december, 12.45, €6,PAARD VAN TROJE (DEN HAAG) Nachtcollege Vr 8 december, 23.30 v.a. €15,48 Sabrina Starke Za 9 december, 19.30, v.a. €18,-

DIVERSEN

THEATER INS BLAU Dansopera Dido Dido Vr 8 december, 20.30, €18,DOX / Maas Theater en Dans: 100% Selfmade Za 9 december, 19.30, €18,EAE STUDIO Expositie Breeze t/m 17 december Workshop modeltekenen Do 7 december, 18.00, gratis BOP Tuinstaalvertelling Zo 10 december, 14.30, gratis VAN STOCKUM BOEKVERKOPERS Lezing Freek Lugt Zo 10 december, 14.30, gratis BOEKHANDEL KOOYKER Interview met Franca Treur Di 12 december, 19.30, €5,SCHELTEMA Science Café Leiden Di 12 december, 19.40, gratis HET LEIDSE VOLKSHUIS LEF: Rosencrantz & Guildenstern are Dead Vr 8 en zo 10 december, 20.00, €10,(Studenten €8,-) IMPERIUM THEATER De Papieren Kroon Za 9 en zo 10 december, 16.00, €25,(Studenten €22,-) ARS Ledententoonstelling t/m 23 december: vr, za en zo 13.0017.00 LIPSIUS Kunstgang: tentoonstelling Yara de Kok t/m 3 februari SIEBOLDHUIS Tentoonstelling: De gemaskerde krijger 8 december t/m 27 mei MUSEUM VOLKENKUNDE Tentoonstelling: Sieraden – makers & dragers 13 december t/m 3 juni


12

Mare · 7 december 2017

Kamervragen

Column

Nachtmerries

Foto Taco van der Eb

‘Het is hier vrij gehorig’ Anna Jongeneel (21, taalwetenschap) Huis: Herensteeg 26 Kamer: 14 m2 Huur: €336 (incl.) Aantal bewoners: 4 Hoe ben je aan je kamer gekomen? ‘Via via. Ik heb gelukkig niet zo vaak hoeven te hospiteren: vijf keer. Ik heb wel verhalen gehoord van mensen die nog vaker op een hospiteeravond zijn geweest. Ik woonde eerst bij mijn ouders in Den Haag, dus het was wel fijn om hier in Leiden een plekje te hebben.’ Wie hangt er boven je bed? ‘Die man? Dat is niemand. Die tekening heb ik gemaakt met Oost-Indische inkt en houtskool. Uit dezelfde serie heb ik er nog één met een violist, een fagot-

Bandirah

speler en een paukenist. Ze vertegenwoordigen de vier groepen waar een symfonieorkest uit is opgebouwd: strijkers, koperblazers, houtblazers en slagwerk. Het papier bestaat uit vijftien pagina’s bladmuziek van vioolsonates. Die komen weer uit een etudeboek dat ik kocht in een tweedehands boekenwinkel in Florence.’ Wat deed je daar? ‘Ik was daar acht maanden vanwege een kunstopleiding tussen mijn middelbare school en studeren. Ik wilde groeien in mijn beeldende vorming. En ik wilde graag Italiaans leren, ik ben wel talig aangelegd. ‘Het was een hele leuke tijd, we maakten ook vaak schetsen in de mu-

sea daar. De impressionistische kunst in het Pallazo Pitti vond ik het mooist. Als ik terugdenk aan die tijd zie ik mezelf weer lopen door de gangen van het museum… Ik heb nog geen spijt van mijn studiekeuze, maar ik denk soms wel eens dat ik liever kunstgeschiedenis had willen studeren dan taalwetenschap.’ Ben je nog steeds creatief bezig? ‘Tekenen doe ik eigenlijk niet meer zo vaak. Lezen wel, dat moet ook voor mijn opleiding. Laatst lazen we Gerard Reve. Ik heb nog nooit een boek van hem gelezen, dus dat vond ik heel leuk om te doen. ‘Verder zing ik in een koor genaamd JIP in Utrecht, en vorm ik met drie andere meisjes uit Leiden de zanggroep Yellow Submarine.’

Wat zingen jullie zoal? ‘We zingen graag nummers van The Beatles en The Beach Boys. We treden regelmatig op. Binnenkort gaan we zingen voor een studentenvereniging in Delft.’ Heb je nog meer muzikale hobby’s? ‘Ik speel hoorn, net zoals de man op de tekening. Oefenen doe ik alleen niet zo vaak, het is hier vrij gehorig. Maar ik moet wel, anders wordt mijn leraar boos (lacht). Mijn huisgenoten oefenen trouwens wel vaak thuis. Eén meisje speelt klarinet, een ander speelt viool. We zijn een heel muzikaal huis.’ DOOR MONICA PRELLER

In mijn studentenhuis vinden we het belangrijk om een schijnbaar huiselijke sfeer te creëren. Dit trekken we soms door tot in het extreme. Houten bordjes met een nep-rustieke ‘ik lig al zeker vijf jaar ergens in de tuin te rotten onder een struik’-uitstraling, daarop een inspirerende tekst met slechts drie spelfouten. Een minder extreem voorbeeld is de scheurkalender die ieder jaar weer op het toilet ligt - naast zo’n potje met geurstokjes natuurlijk. Vorig jaar hadden we er eentje van het tijdschrift Quest, met confronterende vragen als ‘Waarom blijf je voor de tv zitten als je iets beters te doen hebt?’ en ‘Waarom eet je een zak chips in één keer leeg?’ Toch is het niet zozeer de inhoud van de scheurkalender die zo confronterend is, als wel het object zelf. Laatst zat ik daar, op het toilet dus, en zag ik dat er al ruim een week niet was gescheurd. Een week? Voor mijn gevoel ratste ik gisteren nog een stapeltje eruit. En opeens is ‘ie daar dan: de laatste maand van het jaar. December. Deze maand is anders dan andere, eenduidigere maanden. Januari? Koud, nieuw jaar dus nieuwe hoop. Augustus? Warm, vakantie, bijbaantje. December? Een tweestrijd voor het hoofd. Enerzijds wil ik lange avonden op de bank, slechte kerstfilms kijken die door maximaal een kwart van de huisgenoten kan worden geapprecieerd. Gevulde speculaas, repen chocolade, warme chocolademelk en daarna wijn. Anderzijds wil ik wel gewoon mijn tentamens halen en degelijke essays en papers inleveren voor het einde van het eerste semester. Dientengevolge bestaan mijn dagen in december vooral uit colleges volgen, inefficiënt papers schrijven omdat ik ondertussen panikeer over het feit dat het misschien niet gaat lukken, vinden dat ik wel een pauze verdien, slechte kerstfilm, zoetigheid eten alsof ik mijn huid niet al genoeg te verduren kreeg door de stress, drinken alsof dat helpt. Meestal in die volgorde. Door deze chaos, vergeet ik wel eens wat. Laatst was dat een deadline voor het inleveren van een opdracht. Toen had ik de hele dag zo’n ellendige hekel aan mezelf, dat ik ‘s avonds in de stortregen naar de HEMA struinde voor een agenda. Die had ik al wel, online, maar ik was duidelijk niet in staat om die te onderhouden. Het werd zo’n lieve, kleine agenda. A6-formaat. Wat blijkt nou: agenda’s zijn wat dat betreft het tegenovergestelde van scheurkalenders. Met het object is helemaal niets mis, het zorgt allerminst voor nachtmerries. Sterker nog, ik heb dat ding al meerdere keren aangezien voor mijn telefoon en gretig een USB-kabel erin proberen te rammen. Zolang je je agenda niet opent, is er niets aan de hand. De inhoud, dié zorgt voor confronterende, slapeloze nachten. FEMKE BLOMMAERT studeert taal-

wetenschap

Mare 13 (41)  

Leids universitair weekblad

Advertisement