Page 1

24 november 2011 35ste Jaargang • nr. 11

Rauwheid blijft overeind Pagina 11

‘Boudewijn Büch is een groot onrecht aangedaan’, zegt Diederik van Vleuten

Cleveringa-debat: ‘Soms moet je kwetsen. Anders wordt het teringsaai’

Dokter worden zonder een patiënt te zien? Herman Boerhaave lukte het

Pagina 3

Pagina 5

Pagina 7

Grens aan het aantal studenten Akkoord landelijke numerus fixus Nederlandse universiteiten gaan een numerus fixus instellen voor massastudies. In Leiden gaan rechten en psychologie een maximum stellen aan het aantal eerstejaars. DOOR VINCENT BONGERS De regeling zal gelden vanaf het collegejaar 20132014. Landelijk wordt er ook een limiet gesteld aan bedrijfseconomie. In Leiden heeft de opleiding psychologie al een fixus. Universiteitenvereniging VSNU wil het akkoord niet bevestigen en verwijst voor verdere toelichting naar de instellingen zelf. De Leidse universiteitsvoorlichter Caroline van Overbeeke bevestigt de afspraak. ‘De universiteiten willen door een fixus in te stellen de kwaliteit van het onderwijs blijven garanderen. Dat past ook in de aanbevelingen van het rapport Veerman. Hierin wordt sterk de nadruk gelegd op intensiever en kleinschaliger onderwijs.’ De academies tonen zo aan het kabinet dat het niet mogelijk is om voor een ongeveer gelijkblijvend budget aan steeds meer studenten goed onderwijs te geven, zegt Van Overbeeke. Maar dat was volgens haar was niet de belangrijkste reden voor het besluit. ‘Je kunt het als signaal zien aan het kabinet, maar dat is niet het primaire doel.’ Het akkoord gaat wel in tegen de Leidse universitaire strategie zoals

die laatste jaren is gevoerd. Om het marktaandeel te vergroten, wilde Leiden juist graag de fixus loslaten voor psychologie en rechten. Het was de bedoeling dat rechten in 2014 zou doorgroeien naar 1300 eerstejaars. Dit jaar staat de teller al op 1054. Dat zijn er rond de tweehonderd meer dan vorig jaar. Maar volgens decaan Rick Lawson zijn ‘de grenzen aan de groei’ nadrukkelijk in zicht, zo zei hij maandag tijdens de faculteitsvergadering. In het KOG en de Sterrewacht, de gebouwen die de faculteit in gebruik heeft, is het al dringen. Voor colleges moeten de randen van de dag worden opgezocht. Ook het gebrek aan tentamenruimte is een probleem. ‘Mocht deze stijging zich doorzetten, dan vrezen we voor de komende collegejaren’, aldus Lawson. ‘Je wilt natuurlijk niet dat de faculteit aan haar eigen succes ten onder te gaat.’ De faculteit was al in gesprek over extra financiën en een mogelijke fixus met het college van bestuur. ‘Een fixus voor 2012 is nu van de baan omdat er in 2013 landelijk beleid komt.’ Het lijkt vrijwel onmogelijk voor de faculteit om in de huidige verhoudingen nog veel verder door te groeien. Over de hoogte van de Leidse fixus is nog geen besluit genomen, zegt Van Overbeeke. ‘1300 Eerstejaars voor rechten behoort nog steeds tot de mogelijkheden.’

Moed herdacht

Een Amerikaanse bommenwerper dropt in 1945 vlakbij Leiden voedsel voor de hongerende bevolking. Maandag houdt schrijver David van Reybrouck de rede ter herdenking van professor Cleveringa die zich uitsprak tegen de verwijdering van joodse medewerkers aan de universiteit. Zie pagina 9 en 11. Foto ANP

Raad wil helderheid over kosten Usis De universiteitsraad heeft een brief naar het college van bestuur gestuurd waarin nogmaals wordt gevraagd of er duidelijkheid kan komen over de totale kosten van het ontwikkelen en invoeren van Usis. Het project werd voor vijf miljoen begroot, maar gaat minstens tien miljoen kosten. Een precies bedrag is echter nog steeds niet genoemd. In de brief vraagt de raad wat nu de totale operatie precies heeft gekost en nog gaat kosten. De raad schrijft dat het college de indruk wekt ‘dat de gemaakte kos-

ten zichtbaar zijn in de jaarrekening 2010’ en dat deze terug zijn te vinden in het rapport dat consultancybureau Cap Gemini opstelde over Usis. De raad kan echter geen ‘adequate weergave van meerkosten’ in deze stukken vinden. Verder moet het college uitleggen wat de directe oorzaken van deze kosten zijn. De raad wil eigenlijk ook weten wat er betaald is door faculteiten voor het extra inzetten van eigen personeel om acute problemen met inschrijvingen en het opstellen van diploma’s op te lossen. Daarnaast wilde zij ook informa-

tie over de kosten voor alternatieve systemen voor Usis. Het college wil deze informatie echter niet geven. In het begin van dit collegejaar kraakte de raad al harde noten over de problemen met Usis. Toen vertelde vicecollegevoorzitter Willem te Beest dat de universiteit was gaan bouwen aan het systeem zonder ‘precies te weten wát we precies gingen bouwen. We wilden tegemoet komen aan alle wensen.’ Het steeds veranderen van de voorwaarden maakte het volgens het college onmogelijk om het programma goed uit te rollen. Het college vertelde haar lessen inmiddels geleerd te hebben. VB

LITERAIR TALENT OPGELET! WIN € 250 MET MARE-SELEXYZ-KERSTVERHALENWEDSTRIJD Ook dit jaar weer: de Mare-kerstverhalenwedstrijd! Schrijf een verhaal van tussen de 1500 en 2500 woorden dat speelt binnen de universitaire gemeenschap en/of het studentenleven en win €250, €75 of €50. Mail uiterlijk 8 december naar: redactieleiden@gmail.com. Deelname alleen voor Leidse studenten.

Bandirah Pagina 12


2

Mare · 24 november 2011 Geen commentaar

Mc Scriptie Dat Usis instort onder het geweld van rechtenstudenten die meerdere opties voor hun bachelorscriptie aanvinken, heeft maar weinig nieuwswaarde (zie pagina 5). Usis maakt al zo lang als het bestaat studenten en docenten het leven zuur, en daar is in deze krant al veel over geschreven. Het merkwaardige is de oorzaak van dat keuzegedrag. Dat ligt niet eens aan de studenten zelf. Voor advocaten, notarissen en andere juristen bestaat een hoop maatschappelijke waardering, maar in de pikorde der studies staan rechtenstudenten ergens onderaan. Veel op de vereniging, weinig op de universiteit, zo wil het vooroordeel. Studie gekozen omdat ze niet wisten wat ze wilden, gaat het cliché. Dus als Usis crasht, dan komt dat natuurlijk omdat die opgewaardeerde scholiertjes allemaal het makkelijkste onderwerp voor hun scriptie kiezen, in plaats van zelf een tof onderwerp te kiezen. Toch? Nou nee. Dat soort vrijheid stelt de rechtenfaculteit niet op prijs, blijkbaar. Er zijn een paar onderwerpen waar je uit mag kiezen, en verder zoeken de studenten het maar uit. Zelfs onderling ruilen als jouw vijfde keuze die uit de loterij kwam nog wel gewild is door een werkgroepgenoot, is onmogelijk. Je doet maar wat je is toegewezen. Uiteraard bestaat studeren ook uit het doen van dingen die je niet zo liggen. Een bacheloropleiding is niet alleen maar een pretpakket. Bovendien is het doen van oninspirerend werk dat anderen je opleggen een belangrijke voorbereiding op het werkende bestaan. ‘Op een advocatenkantoor zijn je eerste klussen waarschijnlijk ook dingen die je niet leuk vindt’, aldus het rechtenbestuur. Helemaar waar. Maar vrijwel de complete rest van de opleiding bestaat al uit kant-en-klare opdrachten. En op een advocatenkantoor krijg je betaald, in plaats van andersom. In de immer voortrazende neiging om studenten zo snel mogelijk door de studie te jassen, is het al moeilijk genoeg voor ze om iets te doen waarmee ze zich kunnen onderscheiden op de arbeidsmarkt. Door dit soort maatregelen benader je studenten als fastfood: ze moeten vooral snel klaar zijn, en goedkoop, en allemaal precies hetzelfde. Prima dat er een paar McScriptie-opzetjes klaarliggen voor de studenten die niet onmiddellijk een goed idee hebben. Maar als een student zelf een goed idee heeft voor een scriptie, dan dien je dat als universiteit toch alleen maar aan te moedigen? Zelfs hbo’ers mogen zelf hun onderwerp uitkiezen, godbetert. Het mooie van studenten zelf een onderwerp laten verzinnen is bovendien dat je veel beter in staat bent om de toekomstige Michelin-sterren eruit te vissen. Laat ze vrij in hun denken, begeleid ze in hun keuzes, en maak er slimme en creatieve juristen van. Het bestuur van hun opleiding kan er daar nog wel een paar van gebruiken. DOOR BART BRAUN

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Harmke Berghuis redactie@mare.leidenuniv.nl Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Dirk-Jan Zom D.Zom@mare.leidenuniv.nl Medewerkers

David van Bodegom • Rivke Jaffe • Petra Meijer • DM Sanders • Benjamin Sprecher Secretariaat Harmke Berghuis Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.P. Abrahams (voorzitter) • prof. dr. J. van den Broek • I. Bronstring • A. Brouwer • drs. J.C.M. Damen • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • mr. F.E. Jensma • prof. dr. J.C. de Jong • D. van der Klugt • A. Liemburg• dr. D.J.W. Meijer • R. Nieuwenkamp • drs. R. Rijghard Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door € 35,- over te maken op bankrekening 10.32.57.950 ten name van Universiteit Leiden inzake Mare. Studenten betalen € 25,-. Zij maken dit bedrag over op bovenstaand bankrekeningnummer onder vermelding van hun studentnummer. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Beroepsmisvorming Zoals waarschijnlijk bij veel wetenschappers, kwam de affaire Stapel de laatste maand of twee vaak ter sprake in gesprekken met collega’s. Voor mij en bevriende antropologen, sociologen en sociaal-geografen was het duidelijk: deze affaire had te maken met een structureel probleem in de Nederlandse wetenschap. We konden het verklaren door te kijken naar een steeds grotere prestatiedruk, gekoppeld aan toenemende marktwerking binnen de onderzoeksfinanciering, waarbij je om elk dubbeltje onderzoeksgeld moet concurreren met je directe collega’s. Stapels fraude was een extreme, uitzonderlijke reactie op dit systeem. Maar ook ‘normale’ wetenschappers liggen ’s nachts te piekeren over hun publicaties, krijgen psychosomatische klachten van al het overwerk, of voelen zich op z’n minst schuldig dat ze hun kinderen niet vaak genoeg zien. Toen raakte ik op een NWO-dag in gesprek met twee klinische psychologen, die absoluut niks van deze maatschappijwetenschappelijke verklaring moesten hebben. Stapels gedrag had helemaal niets te maken met de neoliberalisering van de wetenschap of met welk systeem dan ook. Hij was een anomalie, een halve psychopaat. Als hij in een andere sector had gewerkt – het bedrijfsleven, de gezondheidszorg – had hij op den duur ook bizar, onacceptabel gedrag vertoond. Een uitleg die zich geheel op het individu richtte. Geconfronteerd met hun stelligheid moest ik wel erkennen dat ik Stapel totaal niet ken en dus ook geen sterke aanwijzingen heb dat zijn gedrag sterk causaal verband hield met ‘het systeem’. Hetzelfde gold voor de interpretatie van de psychologen, die zich ook tot een diagnose op afstand moesten beperken. Het was vooral grappig om te merken hoezeer je disciplinaire achtergrond je wereldbeeld beïnvloedt: maatschappijwetenschappers gaan meteen op zoek naar structurele verklaringen, gedragswetenschappers naar individuele.

Een bevriende historicus vertelde dat ze dit verschil in disciplinair wereldbeeld ook kende. Ze was met een journalist op vakantie gegaan naar de Gambia, en waar haar vriendin telkens ‘verhalen’ zag, was zij zelf juist getroffen door de manier waarop het lokale begrip van geschiedenis werd gekleurd door Amerikaanse tv-series. Een criminoloog vertelde een soortgelijk verhaal: op vakantie in Barcelona zag hij overal waar hij kwam mensen informele of illegale activiteiten ondernemen, zo getraind was hij om ‘deviantie’ te herkennen. Ik heb er zelf ook een beetje last van. Mijn promotieonderzoek ging over milieuproblematiek in het Caraïbisch gebied, en nu kan ik nooit meer naar een tropisch eiland zonder me af te vragen of het rioolwater ongezuiverd de zee in gaat, waarom er alleen maar witte mensen op het strand zitten, en of de hotels allemaal in handen van multinationals zijn. En na drie jaar een vak over stedelijke ongelijkheid te hebben gegeven, kan ik ook geen stedentrip maken zonder benieuwd te zijn naar waar ze hun arme mensen en lelijke jarenzestigflatgebouws hebben verstopt. Mijn huidige onderzoek valt binnen de subdiscipline van de antropologie van de staat, en hier heeft mijn beroepsdeformatie wel weer voordelen. Als ik in Jamaica weer eens lang in de rij moet staan bij één of andere overheidsdienst, of in Nederland in een ingewikkelde bureaucratische procedure terecht kom, troost ik mezelf dat ik weer een interessant etnografische ervaring rijker ben, waarmee ik de theorie beter kan begrijpen en toetsen. Als ik deze truc ook leer toe te passen op die ‘structurele problemen’ waar alle wetenschappers weleens mee geconfronteerd worden, heb ik helemaal niets meer te klagen. Hoe zouden psychologen en historici dat doen? Rivke Jaffe

Universitair docent culturele antropologie


24 november 2011 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

‘Büch is groot onrecht aangedaan’

Flirt met me

Vrienden herinneren saillante publieksfiguur De vrienden van schrijver, tv-maker en oud-Mare-redacteur Boudewijn Büch houden zijn nagedachtenis levend met een biografie en een lezingenreeks. Cabaretier Diederik van Vleuten speecht aanstaande zaterdag over een gemeenschappelijke held: de ontdekkingsreiziger James Cook. Boudewijn Büchs enthousiasme was misschien wel zijn grootste aantrekkingsfactor. Of het nu om pinguïns, zeldzame drukken, ontdekkingsreizigers, uitgestorven diersoorten, Amerikaanse popmuziek, verre oorden of negentiende-eeuwse dichters ging; hij praatte en schreef erover met een onuitputbaar en aanstekelijk gusto. Stonden zijn reisprogramma’s bol van het plezier over het onverkende, zijn romans en egodcoumenten werden gekenmerkt door eenzaamheid en wantrouwen jegens de wereld. Toen hij in 2002 op 53-jarige leeftijd stierf, doken al snel geruchten op dat de jongensachtige presentator en weemoedige auteur het niet altijd zo nauw nam met de waarheid. Hoewel hij ooit beweerde over een dubbele doctorstitel te beschikken, bleek hij nooit aan de universiteit gestudeerd te hebben. Zijn enige academische link was het redacteurschap van Mare. De dood van zijn zoon, beschreven in zijn meest succesvolle en verfilmde roman De kleine blonde dood, bleek bijvoorbeeld verzonnen. Hij had niet eens een zoon. Vrij Nederland-journalist Rudie Kagie schreef een biografie over Büch die uitpakte als een opsomming van ’s mans leugens. Dat stoorde zijn vrienden en bewonderaars. Onder hen cabaretier Diederik van Vleuten die aanstaande zaterdag de eerste Boudewijn Büch-lezing

Hoe gaat het precies in zijn werk? ‘Je maakt een account aan. Als je iemand spot, kun je een berichtje plaatsen op de site. Dat kan anoniem of met foto. Iedereen kan dat lezen en erop reageren en privéberichten sturen, ook weer anoniem of niet. Zo kun je met iemand in contact komen. ‘Als je erop zet: jongen met wit vest en bruin haar, kunnen dat veel mensen zijn. Daarom maken we onderscheid op stad, onderwijsinstelling en vaak ook nog universiteitsgebouw, mensa of eetcafé. ‘Ik heb veel studerende vrienden, ik heb ze dus gevraagd waar veel studenten rondhangen in Leiden.’

Door Thomas Blondeau

@ Studentencentrum Plexus (UL) Hey lekker ding naast mij op de bovenverdieping op de plex, met dat halflange bruine haar, ik wil wel een keer een beschuitje met je eten.

Mare-redacteur Boudewijn Büch feliciteert rector Kuenen met de dies natalis in 1979. Foto Klaas Koppe verzorgt. Van Vleuten: ‘Het beeld dat ik van hem is absoluut niet aangetast. Vergelijk het met Cruijff. Hij is misschien een lul, maar wel een groot voetballer. Kijk, ik heb hem nooit persoonlijk ontmoet. Ik ben een bewonderaar. Ik begrijp dat mensen die door hem benadeeld zijn, daar anders over denken. Maar kom op, na Büchs dood gingen journalisten snelsnel een biografie schrijven en opeens was het allemaal rommel wat hij achterliet. Zijn bibliotheek zou niets waard zijn geweest, zijn programma’s slecht… Nee, hem is een groot onrecht aangedaan.’

Om dat dominante beeld van Büch als fabulant bij te stellen is een werkgroep Biografie Boudewijn Büch opgericht. Eva Rovers, die eerder over het leven van kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller schreef, is aangetrokken als biografe. De werkgroep waartoe behalve Van Vleuten ook tv-journalist Frits Barend en fotograaf Klaas Koppe behoren, wil de nagedachtenis ook levend houden door middel van lezingen. Van Vleuten verzorgt de eerste aanstaande zaterdag, in Haarlem. Onderwerp is de achttiende-eeuwse

ontdekkingsreiziger James Cook die eerste Europeaan in Australië was. Zou de cabaretier, die binnenkort weer in de theaters is te zien, zelf geen reisprogramma’s willen maken? ‘Ik? Nee joh, die reisprogramma’s tegenwoordig dat is meer in de stijl van Floortje Dessing. Niet mijn ding. Bovendien, is daar nog geld voor tegenwoordig? Nee, een geschiedenisprogramma daarentegen…’ Boudewijn Büchlezing 2011 Diederik van Vleuten, Teylers Museum, Haarlem Za 26 november, 13.30, € 20 Kaarten via atheneum.nl

Frutti di Mare

‘Wat is dat rare geluid toch?’ Zaklampen werpen zwakke schijnsels tussen de mistflarden boven het meer in de Leidse Hout. Aan de overkant van het meer doemen drie witte maskers op uit de duisternis. Hier en daar klinkt gegil. Het is donderdagavond en Itiwana, de studievereniging van culturele antropologie en ontwikkelingssociologie speelt

Door Marleen van Wesel

Foto Taco van der Eb

De Tilburgse student Koen Crooijmans (20) zette samen met zijn neef Biddys.nl op, een site waarop je met medestudenten kunt flirten en berichten kunt achterlaten.

Lost in the woods. ‘Dat spel hebben we zelf bedacht’, vertelt Irène Leibbrand (19), de assessor activiteiten. ‘Het is een speurtocht door een donker bos, met spannende effecten.’ Matthijs van den Berg (21), penningmeester van de activiteitencommissie, vult aan: ‘Door het bos verspreid hangen opdrachten. Voor elke goed uitge-

voerde opdracht krijgen de deelnemers een letter. Alle letters vormen uiteindelijk een woord dat met onze studie te maken heeft.’ Buiten dat woord bevat het spel niet echt antropologische elementen. ‘Het moet toegankelijk blijven voor alle leden. De eerstejaars moeten het ook snappen’, vindt Leibbrand. Terwijl Leibbrand en Van den Berg op de centrale post de opdrachten keuren, sluipen groepjes deelnemers door het bos. ‘Wat is dat rare geluid toch?’ vraagt deelnemer Sofia (18) zich vertwijfeld af, terwijl ze in een boom klautert. Dat is de opdracht: klim met je hele groepje in dezelfde boom. Ze doelt op gebrul, dieper in de Leidse Hout. Haar groepsgenoten Maarten (21), Pepijn (21) en Judith (18) halen hun schouders op, terwijl ze elkaar de boom in helpen. Maarten en Pepijn hebben voorafgaand aan het spel een horrorfilm gekeken, om in de stemming te komen. ‘Maar echt eng is het hier niet.’ Maar wanneer enkele ogenblikken later gemaskerde commissieleden uit de bosjes springen, gilt het hele groepje het uit. De klimpartij levert hen de letter I op. Bij de volgende boom wacht een nieuwe opdracht. Alle groepsleden moeten minimaal één kledingstuk wisselen met een ander groepslid. Dat het nog net niet

vriest, weerhoudt een groepje meiden er niet van om zich giechelend in elkaars bh’s te wurmen. Maarten, Pepijn, Judith en Sofia zijn efficiënter en wisselen snel handschoenen en jassen uit. Ze worden beloond met de letter R. De volgende opdracht is een vraag. Uit hoeveel procent zand bestaat de Sahara? A. 20; B. 40; C. 70 of D. 90? ‘Een instinker’, denkt Judith. Ze bellen de centrale post om te gokken op veertig procent. Het blijkt nog een grotere instinker te zijn, want twintig procent is het juiste antwoord. Geen letter dus. ‘Toch leuk om te weten’, vindt Maarten. Met slechts de I, de R, de E en de O moeten ze uiteindelijk het woord raden. ‘Als we maar niet de hele avond door het bos gesjouwd hebben voor het woord antropologie’, klagen een paar deelnemers met ijskoude voeten. Dat is niet het geval. Het groepje van Maarten, Pepijn, Judith en Sofia gokt op ‘reciprociteit’ en wint daarmee het spel. De overwinning wordt gevierd met een olifantendans (zie foto). Weer klinkt er gebrul, nu dichterbij. Een groep schimmen draaft voorbij. ‘Wat ís dat toch?’ vragen de deelnemers zich nog altijd af. Maarten heeft inmiddels een vermoeden. ‘Volgens mij zijn het gewoon Minervanen die vanavond ontgroend worden.’

Je kunt toch ook gewoon op iemand afstappen? ‘Ja, maar ik doe het niet. Jij wel? Op de universiteit zie ik wel eens een leuk iemand, maar ik stap er nooit op af. ‘Het is veel laagdrempeliger om het zo te doen. En deze generatie studenten doet al heel veel via internet. Verder is het natuurlijk ideaal SOG-materiaal.’

@ Bibliotheek Sociale Wetenschappen (UL)Je deed je blauwe denim shirt half open ik wil je ook wel helpen om hem gewoon uit te doen hoor. Wat voor reacties krijgen jullie? Succesverhalen? ‘We horen vaak dat mensen elkaar via Biddys ontmoeten, privéberichten gaan sturen en dat ze dan vrienden worden op Facebook. Daar gaat het dan verder. ‘Van relaties heb ik nog niet gehoord. Maar we zijn nu ook pas anderhalve week online.

@ Johan Huizingagebouw (UL)Wat maakt zo’n slecht cijfer uit als ik 3 keer per week een uur naar jou. En al veel bezoekers? ‘Al na twee dagen hadden we één miljoen pageviews. Het aantal accounts zit boven de 4000. We zijn actief op acht universiteiten, sinds vorige week ook in Leiden. Dat loopt redelijk goed, maar in Rotterdam en Tilburg loopt het echt storm. Er zijn in totaal veertien universiteiten, dus we kunnen nog bijna verdubbelen. Maar we willen pas groeien als het loopt in de steden waar we nu zitten. Dat is de strategie; eerst hypen en vervolgens uitbreiden.’

@ Bibliotheek Rechten (UL) Hee Vbiddy op de hoek van de bieb, wordt het niet eens tijd dat we samen wat gaan doen? Je zit tijdens Privaatrecht naast me. Krijgen jullie al verzoeken vanuit die andere steden? ‘Je kunt aangeven als je een locatie mist. Daar krijgen we ontzettend veel meldingen over. Mensen mailen: we willen het hier ook, of doe het alsjeblieft ook op de TU in Eindhoven.’ DJZ www.biddys.nl


4  Mare · 24 november 2011 Nieuws

Meer eerstejaars De Universiteit Leiden heeft dit jaar 4.063 nieuwe eerstejaars verwelkomd. Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar, in 2010 kwamen er in totaal 3.847 nieuwe eerstejaars naar Leiden. Dat blijkt uit de voorlopige instroomcijfers tot 7 november 2011. Volgens de cijfers groeien vooral de faculteiten Rechten en Sociale Wetenschappen. Rechten kreeg er 1.041 eerstejaars bij, dat waren er vorig jaar 864. Sociale wetenschappen steeg van 1.080 naar 1.222 studenten. De faculteit Geesteswetenschappen trok tot nu toe iets minder studenten dan vorig jaar: 863 tegenover 946 vorig jaar.

Zijlstra niet bang Staatssecretaris Zijlstra maakt zich geen zorgen over de dagvaarding die studentenorganisaties LSVb, ISO en de LKvV vorige week verstuurden. De studenten stappen naar de rechter vanwege de invoering van de langstudeerboete, waardoor studenten 3000 euro moeten betalen als ze een jaar uitlopen in de bachelor of in de master. Een woordvoerder van Zijlstra laat weten dat de maatregel al door het parlement is: ‘In de dagvaarding hebben we geen argumenten aangetroffen die niet ook bij de parlementaire behandeling zijn meegewogen. We wachten de procedure dus met vertrouwen af.’

Repetitoren onder vuur ‘Studenten krijgen indruk dat colleges niet hoeven’ Docenten en studenten in de faculteitsraad Rechten willen dat de professionele bijlesgevers worden aangepakt en buiten de faculteit worden gehouden. Door Vincent Bongers Het rechtenbestuur ziet weinig kwaad in de activiteiten van repetitoren en vindt dat er veel ophef is om niets. ‘Onzekere eerstejaars worden gelokt door repetitoren die lang niet altijd goed les geven’, zei Alex Neumann van de partij Studenten Groepering Leiden (SGL) maandag tijdens de raadsvergadering. Ook studentenpartij Bewust en Progressief is kritisch over de re-

petitoren. ‘Studenten krijgen nu de indruk dat het een alternatief is voor onderwijs aan de universiteit. Dat colleges volgen niet hoeft’, zei fractievoorzitter Mireille Bosma. Neumann laat na de vergadering weten kritisch te zijn op de Sichting Studiebegeleiding Leiden (SSL), een organisatie, ooit opgericht door een rechtenstudent, die bijlessen verzorgt op het KOG. ‘Naar mijn mening wekt de SSL teveel de schijn dat zij een onderdeel uit maakt van de rechtenfaculteit. Ik vind dat misleidend jegens de studenten die daardoor het idee kunnen krijgen dat de rechtenfaculteit een repetitor aanraadt.’ Er worden zo volgens Neumann bepaalde verwachtingen geschapen.

‘En dat terwijl bij deze organisatie, net als bij de andere repetitoren, de kwaliteit niet goed gegarandeerd kan worden.’ Het rechtenbestuur is het daar niet mee eens. De SSL blijkt nu juist een organisatie waar zij wel zicht op heeft. Zo is er inzage in cijferlijsten van studenten die bijles volgen en wordt de relatie tussen faculteit en de SSL elk jaar geëvalueerd. ‘De resultaten die de SSL behaalt zijn goed,’ aldus portefeuillehouder financiën Kees Pafort. ‘Waar maak je je druk om?’ Het bestuur wil best om de tafel gaan zitten met repetitoren maar kan, als het dat al zou willen, niet veel meer doen dan dat. Maar ook docenten in de raad zijn kritisch over repetitoren. ‘Het

is moeilijk voor het bestuur om zich intensief te bemoeien met de repetitoren,’ zei universitair hoofddocent sociaal recht Barend Barentsen. ‘Het speelt zich grotendeels af buiten de faculteit. Maar het is wel mogelijk om repetitoren zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Door bijvoorbeeld te verbieden reclame te maken op het KOG en ze geen mogelijkheid te geven om op de faculteit les te laten geven.’ Jeroen van Sintemaartensdijk van de Lijst Vooruitstrevende Studenten stelde voor dat de studenttutoren hun eerstejaars goed voorlichten over de repetitoren en benadrukken dat zij niet bij de faculteit horen en geen vervangend onderwijs geven. Het bestuur vond dit een goed idee.

Vijf biertjes = hersenschade

Boerhaave op weg naar redding

De jeugd drinkt zich de hersenen kapot, betoogt Nico van der Lely in zijn boek Onze kinderen en alcohol.

Het bedreigde Museum Boerhaave lijkt op weg naar overleving. Staatssecretaris Halbe Zijlstra had bepaald dat het museum voor wetenschapsgeschiedenis dit jaar € 700.000 moest binnenhalen, in een totale begroting van ongeveer zes miljoen. Zo niet, dan moest Boerhaave sluiten. Directeur Dirk van Delft startte de actie ‘Red Museum Boerhaave’ om die zeven ton bij elkaar te halen, en schiet al aardig op. De eerste € 500.000 zijn al binnen. De bijbehorende media-aandacht trok ook meer bezoekers: afgelopen weekend brak het museum een record door de 50.000ste bezoeker van het jaar te verwelkomen. De komende tijd heeft het noodlijdende museum nog meer acties op stapel staan, met als hoogtepunt een luxe fundraising-diner in de Leidse Pieterskerk. Een plaats aan tafel kost € 250.

Nederlandse kinderen drinken veel in vergelijking met andere landen. Hoe komt dat zo? ‘Dat is langzaam zo gegroeid, en er zijn verschillende oorzaken voor. Voorradigheid, prijsstelling en de opstelling van volwassenen spelen daarbij allemaal een rol. In mijn boek spreek ik daarom vooral ouders en beleidsmakers aan.’

Koude Sterrewacht

Studenten zijn de achttien voorbij, maar drinken vaak veel. Is dat erg? ‘Als je 22 bent, is de prefrontale kwab van je hersenen uitontwikkeld. Maar als je veel gaat drinken, loop je wel kans op Korsakov. Dat komt steeds jonger voor in Nederland; ik zie mannen van in de dertig die daarmee rondlopen. Die zijn begonnen in hun studententijd.’

Medewerkers en studenten van Rechten klagen over de frisse collegezalen in de Sterrewacht. ‘Mensen hebben het koud’, zei Michael van Rijckevorsel van Studenten Groepering Leiden, tijdens de faculteitsraad maandag. Kees Pafort van het rechtenbestuur liet weten dat het probleem wordt opgelost. ‘De verwarming wordt centraal ingeregeld. Want als iedereen aan de thermostaat kan gaan draaien, wordt het weer te warm. Krijgen we daar weer klachten over.’ De portiers worden nu duidelijk geïnstrueerd om voor het begin van de colleges de zalen op de juiste temperatuur te krijgen.

Schildkliersubsidie Leidse onderzoekers Jacobijn Gussekloo en Rudi Westendorp van het Leids Universitair Medisch Centrum hebben een Europese subsidie van zes miljoen euro ontvangen voor onderzoek naar ouderen met een schildklierafwijking. Ze krijgen het geld samen met buitenlandse onderzoekers, met wie ze een onderzoeksproject zullen starten. Hierin worden vijf jaar lang 3000 ouderen gevolgd, om een behandelmethode te zoeken voor mensen met een traag werkende schildklier. Ongeveer één op de zes mensen ouder dan 65 jaar heeft daar last van, aldus de onderzoekers. Dit kan problemen zoals hart- en vaatziekten veroorzaken.

U hamert erop dat jongeren dommer worden van die drank. Hoeveel moet je daarvoor precies drinken? ‘Als je veel, vaak of op jonge leeftijd drinkt, kost je dat IQ-punten. Tot je achttiende neemt het aantal zenuwcellen toe, en tot je 21e het aantal verbindingen tussen die cellen. In die periode zijn de hersenen extra vatbaar voor de slechte effecten van alcohol.’

Subsidies NWO sneuvelen door bezuinigingen De Nederlandse Organisatie voor Wetenschap en Onderzoek (NWO) zet de Mozaïeksubsidies, die bedoeld zijn voor jonge allochtone wetenschappers per 2013 stop. Ook het programma Toptalent, voor promovendi zal niet terugkeren. Het Aspasia-programma, dat deelname van vrouwen aan de wetenschap wil bevorderen wordt gekort: hiervoor is voortaan 3,5 miljoen euro beschikbaar in plaats van vier miljoen. Volgens NWO zijn de aanpassingen in de zogeheten Talentlijn nodig vanwege een korting op het budget van 22 miljoen euro door

de overheid. Dit loopt nog verder op naar 47 miljoen in 2018. Ook heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap NWO gevraagd prioriteitskeuzes te maken binnen de Talentlijn. NWO ontving in 2010 727 miljoen euro, waarvan 625 miljoen euro afkomstig was van het ministerie van Onderwijs, de rest kwam van andere ministeries, organisaties en bedrijfsleven. Voor de Mozaïeksubsidies is in 2012 nog 4 miljoen euro beschikbaar, wat gelijk staat aan twintig plaatsen voor promotieonderzoek. Leiden kreeg relatief veel Mozaïeksubsidies, in 2009 en 2010 vier,

in 2011 was dat er slechts één. Het Aspasia-programma telde in 2011 veertig subsidies. De Veni-, Vidi- en Vici-subsidies die vernieuwend onderzoek een impuls moeten geven blijven wel bestaan. Hiervoor is in 2012 150 miljoen euro beschikbaar. Ook het budget voor de Rubiconsubsidies blijft gehandhaafd. Hiermee kunnen talentvolle wetenschappers ervaring opdoen aan een buitenlands topinstituut. Wel stelt NWO de voorwaarde dat aanvragers in de laatste vijf jaar tenminste drie jaar aangesloten zijn geweest bij een Nederlandse universiteit. DJZ

Nederlandstalige scriptie verbieden mag Staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs onderneemt geen actie tegen universiteiten die studenten verbieden hun scriptie in het Nederlands te schrijven. Dat schrijft hij in antwoord op Kamervragen over een brief die belangengroep Stichting Nederlands Zijlstra stuurde. De brief ging over een voorval aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar schreef een studente bedrijfskunde haar scriptie in het

Nederlands, op verzoek van het ziekenhuis waar ze onderzoek deed. Ze kreeg hiervoor geen toestemming van de examencommissie. Bij haar opleiding is het gebruikelijk dat scripties in het Engels worden geschreven. De studente ging in beroep en werd gesteund door haar scriptiebegeleider. Dit beroep wordt verworpen. Stichting Nederlands vindt dat de opleiding de regels te veel heeft opgerekt, waardoor nu de gehele oplei-

ding in het Engels is. Zijlstra schrijft in zijn antwoord dat het afwijken van de regels is toegestaan, vanwege de specifieke aard van de opleiding, of wanneer er veel buitenlandse studenten deelnemen. De instelling zelf moet een goed onderbouwde gedragscode opstellen. Eventuele afhandeling van klachten hierover liggen bij de instelling zelf, schrijft de staatssecretaris. Daarom ziet hij geen redenen om stappen te ondernemen. DJZ

Maar daarvoor moet je echt idioot veel drinken, toch? ‘Een Amerikaanse collega maakt hersenopnamen van drinkers. Bij mensen die twee keer per week vijf of meer biertjes drinken, zie je al schade in bepaalde hersengebieden.’ Oeps… ‘Laatst kwam een student bij mij binnen met een promillage van 2,8. Die had alleen bier gedronken, zei hij. Onmogelijk. Vaag stond hem bij dat hij zo zat was, dat hij op de grond was gaan liggen. Zijn vrienden hadden hem toen iets te drinken gegeven. Jenever, zo bleekgeweest. Zoiets was in mijn studententijd not done.’ U pleit voor de verhoging van de leeftijd waarop je mag drinken tot achttien jaar. ‘Onze huidige alcoholwetgeving stamt uit 1881. Twintig andere Europese landen hebben die leeftijd al op achttien liggen. We krijgen hier steeds minder kinderen, dus moeten we zuinig zijn op wat we nog wel hebben.’ BB


24 november 2011 · Mare Meneer de Professor

Chauffeur van de zaak De Leidse universiteit is ‘iets te wetenschappelijk’ aan het worden. Dat bleek vorige week uit een reportage van dit blad over de opkomst van ‘repetitoren’. Studenten kopen massaal privéonderwijs in, want “de docenten (...) zijn prima maar soms wordt het iets te wetenschappelijk terwijl je gewoon met een hoog cijfer het tentamen wil halen”. Ook bleek dat deze huiswerkbegeleiders voor hun assistentie gemiddeld tweemaal zoveel vangen als een universitair docent. Waarom doen deze mensen een wetenschappelijke opleiding als ze eigenlijk gewoon belastingadviseur willen worden? Waarom niet de diversiteit in de wereld gerespecteerd? ‘Higher education is overrated’, zei Berkeley-hoogleraar Marti Nemko al. Niet alleen huidige studenten, maar ook alumni keren zich af van onze universiteit. Onlangs bood de rector magnificus hen de mogelijkheid om ‘obligaties’ te kopen in hun alma mater, waarmee ze een warm gevoel van binding moesten behouden. Het project werd maar weer afgeblazen toen bleek dat niemand hiervoor te porren was. Het kan iets te maken hebben gehad met het feit dat de rector magnificus in dezelfde speech voorstelde om Leiden te laten fuseren met Rotterdam en Delft. Oud-studenten dachten wel tweemaal na om uit vals sentiment hun spaargeld te beleggen in een universiteit die druk doende was zichzelf op te heffen. Waarom toch die schaalvergroting, die anonimisering? Iedereen die van tuinieren houdt, van Candide tot ondergetekende, weet dat de natuur het beste gedijt bij variatie: een hectare tulpenbollen is schitterend, maar na een jaar of twee, drie krijg je problemen. De grond verschraalt, de bollen gaan schimmelen en de trotse tulp vertikt het nog langer zijn kopje op te heffen. Op de universiteit is het niet anders. Met de juiste bevochtiging en voeding - acht plastic bekertjes automatennat en drie kleffe tosti’s daags - kun je de interessante kasplant die de homo academicus wordt genoemd prachtig opkweken. De één beloont je met docerende kwaliteiten, de ander met liefde voor stoffig archief of statistiek en weer een ander bloeit op met een witte jas aan en een microscoop onder zijn neus. Maar als je niet-wetenschappelijke stekjes poot in een bak kasplantjes schieten ze nooit wortel. Terwijl het universalisme oprukt, iedereen een academisch papiertje krijgt en niemand nog binding heeft met de universiteit (behalve zij met een chauffeur van de zaak), toont de opkomst van de repetitor de teloorgang van de wetenschapsbeoefening in Leiden. Bleven we nou maar gewoon onze eigen, onovertroffen Leidse hortus bewerken. D.M. SANDERS Blijft u mij vereren met uw mening? d.m.sanders@mail.com.

5

Nieuws

Kabinet keert zich tegen kamernood Meer en kleinere woonruimtes moeten nood lenigen Een actieplan studentenhuisvesting moet zorgen dat er snel veel studentenkamers bij komen. Leidse studentenhuisvestingorganisaties en politiek zijn blij met de aangekondigde maatregelen. DOOR DIRK-JAN ZOM Binnen vijf jaar worden er 16.000 studentenkamers bijgebouwd en regels versoepeld. Dat staat in het Actieplan Studentenhuisvesting 2011 tot 2016 van minister Donner van Binnenlandse Zaken dat vorige week in Den Haag door onder andere gemeenten, studentenhuisvesters, de Vereniging van Universiteiten en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) werd ondertekend. Met de bouw van de studentenkamers is een investering van 1 miljard gemoeid, hiervoor zal een investeringsfonds worden opgericht. Naast de investering moet een versoepeling van lokale en nationale regels zorgen voor meer kamers. Zo wordt de wettelijk be-

paalde minimale grootte van een studenteneenheid verlaagd van 24 m² tot 18 m², waardoor nieuwe complexen meer kamers kunnen bevatten. Tijdelijke bewoning van gebouwen wordt voortaan toegestaan voor tien jaar in plaats van vijf, dat maakt verbouwing van complexen rendabel. Regels op dit gebied worden versoepeld, waardoor het eenvoudiger wordt om leegstaande kantoorgebouwen voor studentenhuisvesting te gebruiken. Gemeentelijke parkeernormen bij nieuwbouw moeten omlaag, zodat bij nieuwe studentencomplexen niet onnodig veel parkeerplaatsen gebouwd moeten worden. In Nederland bestaat een groot tekort aan studentenkamers. Volgens de LSVb bedraagt het 30.000 kamers, in Leiden zou het gaan om 4.150 kamers. De verwachting is dat het aantal studenten de komende jaren bovendien blijft groeien. Volgens koepel van studentenhuisvesters Kences, zijn er landelijk 65.000 extra kamers nodig in 2015. Studentenhuisvesters DUWO en

SLS Wonen zijn blij dat het plan er nu ligt. Jan Benschop, directeur van DUWO: ‘Het is het resultaat van een lange lobby van Kences.’ Hij noemt het aanpassen van het minimale oppervlakte van een studenteneenheid een goede maatregel. ‘Buitenlandse studenten die hier komen hoeven echt geen balzaal. Je kunt nu meer kamers op een plek bouwen, je krijgt meer verhuurders per pand. Dat maakt het voordeliger.’ Een woordvoerder van SLS Wonen zegt er vertrouwen in te hebben dat maatregelen in Leiden snel doorgevoerd zullen worden. Het in het plan genoemde aantal van 16.000 te bouwen studentenkamers noemen beiden haalbaar. ‘Zelf hebben we al ongeveer de helft gepland staan’, zegt Benschop. De maatregelen geven volgens hem meer ruimte om te investeren. Ook de gemeente is blij met de aandacht in Den Haag voor de kamernood, laat een woordvoerder weten. Ze zegt dat de gemeente Leiden veel van de genoemde lokale maatregelen al toepast.

Tussen de schilferend fossielen en een brandende moskee Het Cleveringa-debat cirkelde dinsdag rond de vraag welke eisen je kunt stellen aan de journalistiek. ‘Ik noem me journalist, met mijn 800 vrienden op Facebook.’ Dat zegt Edo Ndeke, studentdebater namens Augustinus bij het Cleveringa-debat. ‘Wie gebruikt Twitter en Facebook nou ook echt daadwerkelijk om aan nieuws te komen?’ reageert Neeltje van Aardenne, vertegenwoordiger van SSR. De nogal tam begonnen avond begint eindelijk de vorm aan te nemen van een echt debat. Want moet je nou fatsoenseisen stellen aan vrijheid van meningsuiting? En is selecteren door media eigenlijk goed of niet? Vrijheid van meningsuiting, daar gaat het altijd over in het jaarlijks terugkerende Cleveringadebat. Nu met het thema journalistiek. Ook kenners laten hun mening horen. Deelnemers waren Bert Brussen, werkzaam bij GeenStijl en de Volkskrant, Hans Laroes, oudhoofdredacteur van de NOS en Jaap de Jong, hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media. Radiopresentator Kees Boonman leidt de avond. ‘Ik zal maar eerlijk vertellen dat ik me niet helemaal op mijn gemak voel,’ opent hij. ‘Ik zou behoren tot een bedreigde diersoort. Ik ben boven de 55 en moet dus, volgens Bert Brussen, onmiddellijk ontslagen moeten worden. En dan ben ik ook nog eens vrienden met die, als ik je correct citeer, “schilferende fossielen van Vrij Nederland”.’ In de zaal gaat het om de tegenstelling tussen traditionele en nieuwe media. De een ziet de traditionele media als betrouwbaar, omdat ze nieuws altijd checken, en een goede selectie maken van wat belangrijk is. De ander vindt juist dat de tra-

ditionele media hun taak als waakhond zijn verloren, nieuwe media maken dat gelukkig goed. Brussen: ‘Ik geloof niet in veel moderatie. Ik geloof in meerdere meningen en beschrijvingen van het nieuws. De burger mag daar zelf een keuze in maken. Iedereen kan zich journalist noemen.’ Het voordeel van de traditionele media? Laroes: ‘Wederhoor is het verschil dat wij maken. Het is niet voor niks dat de NOS als de meest betrouwbare nieuwsorganisatie wordt gezien. Over het algemeen klopt en deugt het wat wij uitzenden.’

FOTO: TACO VAN DER EB

Brussen: ‘Wederhoor is soms onvindbaar. Daardoor kunnen traditionele media een verhaal vaak niet brengen. Wij passen niet uit principe geen wederhoor toe, maar het maakt het leven wel sneller en makkelijker.’ En de fatsoensnormen op internet? Ach, volgens Brussen moet je inderdaad niet oproepen tot het verbranden van een moskee, maar een beetje grofheid mag natuurlijk best. ‘De verhuftering is bij Paul de Leeuw begonnen. Je kunt er mensen behoorlijk mee kwetsen, en dat moet je niet altijd doen. Maar het is wel leuk. Anders wordt het teringsaai.’ HB

Onderwerpje ruilen? De studentenpartijen in de faculteitsraad Rechten willen dat onderwerpen voor bachelorscripties onderling geruild kunnen worden. Dat bleek tijdens de raadsvergadering van maandag. Nu krijgen studenten regelmatig onderwerpen die ze niet leuk vinden. Studenten schrijven zich via Usis in voor de scriptie en kunnen dan kiezen uit een lijst van onderwerpen. Veel studenten kiezen echter voor dezelfde onderwerpen. En dat is een probleem. ‘Veel studenten willen strafrecht doen’, zei rechtendecaan Rick Lawson. ‘Maar de last moet verdeeld worden over de verschillende afdelingen.’ Dus is er een kans dat de bachelors een stuk moet schrijven over iets dat hen niet interesseert. Volgens het bestuur gaat het ook niet om of het onderwerp leuk is maar om de methodiek van het schrijven van een scriptie. ‘Een eerste klus bij een advocatenkantoor kan ook iets zijn wat je niet ligt’, aldus bestuurslid Alex Geert Castermans. ‘Daar leer je juist veel van.’ Volgens hem krijgen de meeste studenten overigens wel het onderwerp dat ze hebben gekozen. Alex Neumann van de partij Studenten Groepering Leiden vindt dat het systeem in de praktijk problemen kan opleveren. ‘Er zijn studenten die na de bachelor gelijk gaan werken. Voor hen is het lastig om bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek enthousiast te zijn over een onderwerp dat ze niet leuk vinden.’ De studenten willen graag een mogelijkheid tot ruilen. Het rechtenbestuur heeft daar op zich niets op tegen, maar het moet technisch wel mogelijk zijn. Vorig jaar stortte Usis tijdens de scriptie-inschrijving in elkaar. Dat had te maken met tekortschietende ondersteuning van het landelijke Usis expertisecentrum. Maar ook het inschrijfgedrag van studenten was een probleem. ‘Studenten gooiden dan acht onderwerpen in het Usis winkelwagentje, en dat kon het systeem niet aan’, zei Birgit Wildenburg, het hoofd van het onderwijsinformatiecentrum van rechten. De studentenpartijen maken zich zorgen over de inschrijvingsprocedure van dit jaar. Het bestuur gaf de garantie dat alle studenten die zich op tijd inschrijven, ook daadwerkelijk een scriptie kunnen inleveren. VB


6  Mare · 24 november 2011 Maretjes extra

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Garage te huur/for rent Te huur per direct: garagebox Boerhaavelaan 172 te Leiden, 85 euro per maand (voor medewerkers & studenten). For rent: garage at Boerhaavelaan 172 in Leiden, 85 euro per month (for employees & students) Contact: 071 5160995 (office hours) / housing@leidenuniv.nl. Bijlessen wiskunde 3 VWO gevraagd. Te houden thuis in Leiden, 14-jarige scholiere. 0715661656 of espanarojas@yahoo. es. Meedoen aan onderzoek naar een nieuw geneesmiddel tegen depressie en € 90 verdienen? Zie advertentie hieronder: fMRI onderzoek ARA290. Verdien € 90 met deelname aan fMRI onderzoek ARA290. Onderzoek naar effecten van nieuw geneesmiddel (ARA290) op aandacht en geheugen. Gezocht rechtshandige proefpersonen, 18-35 jr, die niet roken of medicijnen slikken. Proefperso-

nen moeten lichamelijk en psychisch gezond zijn. Onderzoek duurt in totaal 6 uur met daarin toediening van geneesmiddel, computertaakjes en een hersenscan. Vrijblijvende info? cerith@ fsw.leidenuniv.nl.

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is € 23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com

Doe iets met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Drie leerlingen uit groep 7 en 8 zoeken dringend hulp bij taal, rekenen en studievaardigheden; Marokkaans meisje, Engels, 3VMBO TL; Egyptische jongen, Nederlands, aardrijkskunde, brugklas; Marokkaans meisje, Nederlands, brugklas; Surinaams meisje, Engels, 3VMBO TL; Marokkaanse jongen, biologie, 2VMBO en een Marokkaans meisje, economie, 4VMBO. Twee leerlingen Speciaal Onderwijs hebben bijles nodig; 36 leerlingen Ba.O.groep 3 t/m 6 zoeken hulp bij taal en/of rekenen, van wie vijf met vergoeding. Bijles in Onderwijswinkel, buurthuis Vogelvlucht, of bij leerling of bijlesgever thuis. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, wo en do. 15-17 u. Tel: 5214256, LET OP ons e-mailadres is: st.onderwijswinkel@planet.nl.

Tekstschrijvers/Webredacteurs. Qompas, gevestigd in Leiden nabij station Lammenschans, is een jong dynamisch bedrijf dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van studiekeuze- en carrièrewebsites voor scholieren, studenten en young professionals. Binnen de afdeling Content & Redactie zijn we op zoek naar studenten met een goede pen, die een aantal dagdelen per week beschikbaar zijn voor het schrijven van teksten, contentprojecten het samenstellen en redigeren van nieuwsbrieven etc. Salaris tussen de € 9,- en € 12,- bruto per uur. Voor meer informatie: Mirjam Bergervoet (071581 55 81 / solliciteren@qompas. nl). Sollicitaties incl. CV naar solliciteren@qompas.nl.

Hey muzikant! Op zoek naar een leuk en goed orkest? Kom dan op woensdag vanaf 20.00 uur langs tijdens de repetitie en luister of speel mee! Meer informatie: www.leidseharmoniekapel.nl.

-----GEZOCHT----- Per direct, voor vertaling cosmetica website, Engels- Nederlands. Tevens gezocht wordpress specialist. Voor contact; Mw. F Luiten op nr. 0614928150.

Academische Agenda Prof.dr. W.T. Eijsbouts zal op vrijdag 25 november met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid om werkzaam te zijn op het gebied van het Europees Recht. Prof.dr. D. Van Reybrouck zal op maandag 28 november met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot Cleveringahoogleraar aan de Faculteit der Archeologie. J.J. van Soest zal op dinsdag 29 november om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Infectious disease studies in zebrafish: The fish pathogen Edwardsiella tarda as a model system’. Promotoren zijn Prof.dr. H.P. Spaink en Prof.dr. C.A.M.J.J. van den Hondel. D.S. Slijkerman zal op dinsdag 29 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Het geheim van de ministeriële verantwoordelijkheid’. Promotor is Prof.dr. H. te Velde. M.C. Prins zal op dinsdag 29 november om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘A Web of Relations’. Promotor is Prof.dr. F. H. H. Kortlandt.

R.L. Miclea zal op woensdag 30 november om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Modulation of the canonical Wnt signaling pathway in bone and cartilage’. Promotor is Prof.dr. J.M. Wit. A.V. Kharagjitsing zal op woensdag 30 november om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Clinical genetics of Type 1 Diabetes’. Promotoren zijn Prof.dr. B.O. Roep en Prof.dr. G.J. Bruining (EMC Sophia Kinderziekenhuis). L. Seghers zal op woensdag 30 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Modulation of Vascular Remodeling: a role for the immune system, growth factors, and transcriptional regulation’. Promotoren zijn Prof.dr. P.H.A. Quax en Prof.dr. V.W.M. van Hinsbergh (VUMC). J.M.L. Tjon zal op woensdag 30 november om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Celiac Disease: how complicated can it get?’. Promotor is Prof.dr. F. Koning. M. Mirnezhad zal op woensdag 30 november om 17.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschap-

pen. De titel van het proefschrift is ‘Host plant resistance of tomato plants to Western Flower Thrips’. Promotor is Prof.dr. P. Klinkhamer. M. de Jesus Rios Morales zal op donderdag 1 december om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Béné Wha Lhall, Béné lo Ya’a. Identidad y Etnicidad en la Sierra Norte Zapoteca de Oaxaca’. Promotoren zijn Prof.dr. M.E.R.G.N. Jansen en Prof.dr. M.A. Bartolome (Oaxaca, Mexico). A.J. Beekman zal op donderdag 1 december om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Vortex duality in higher dimensions’. Promotor is Prof.dr. J. Zaanen. F.H. Heijning zal op donderdag 1 december om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Primary diffuse large B cell lymphoma of bone’. Promotor is Prof.dr. P.C.W. Hogendoorn. E.J.M. van Kessel zal op donderdag 1 december om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Social Lives of Paintings in Sixteenth-Century Venice’. Promotor is Prof.dr. C.A. van Eck.

Advertenties

Vacature Juridisch Secretaresse Jong dynamisch advocatenkantoor in Den Haag zoekt student(e) met affiniteit voor het strafrecht voor de functie van juridisch secretaresse. De advocaten worden in de uitoefening van de praktijk ondersteund door het secretariaat. In deze veelzijdige functie voer je alle secretarieel administratieve werkzaamheden uit. Hoogendam Advocaten biedt een prettige, informele en professionele werkomgeving met enthousiaste kantoorgenoten. Het kantoor is zeer goed bereikbaar met openbaar vervoer. Wij zijn op zoek naar een student(e) met uitstekende beheersing van de Nederlandse taal, een goede typevaardigheid en kennis van MS Office, enige relevante werkervaring bij voorkeur in de advocatuur, die beschikbaar is voor twee dagen per week (en flexibel in vakantieperioden) en die in de regio Leiden of Den Haag woonachtig is. Ben je geïnteresseerd, dan ontvangen wij graag je sollicitatiebrief met C.V. per e-mail: mandos@hoogendam-advocaten.nl

Literair talent mare-hoogendam 111118.indd 1

opgelet! Win € 250

met Mare-selexyzkerstverhalenwedstrijd

Ook dit jaar weer: de Mare-kerst-verhalenwedstrijd! Schrijf een v­ erhaal van tussen de 1500 en 2500 w ­ oorden dat speelt binnen de universitaire ­gemeenschap en/of het studenten­leven en win €250, €75 of €50. Mail uiterlijk 8 december naar: redactieleiden@gmail.com

advertentie

giro 5 25 25 0800-8003

Eye Care Foundation werkt aan het voorkomen en bestrijden van oogaandoeningen in ontwikkelingslanden

www.eyecarefoundation.nl

21-11-2011 14:08:41

Deelname alleen voor Leidse studenten


24 november 2011 · Mare

7

Wetenschap

Alleskunner Herman Grondlegger moderne geneeskunde was gefascineerd door alchemie

De achttiende-eeuwse arts Herman Boerhaave deed weinig echte ontdekkingen, maar hielp wel de moderne geneeskunde op poten te zetten. Een nieuwe biografie toont een man die in zijn eentje een legioen wetenschappers was. DOOR BART BRAUN Volgens de overlevering was Herman Boerhaave ooit zo beroemd dat een brief uit het verre Oosten die slechts geadresseerd was als ‘aan de heer Boerhaave, geneesheer in Europa’, gewoon bij hem aankwam. Biograaf Luc Kooijmans zet dat verhaal recht. In zijn boek Het orakel, de man die de geneeskunde opnieuw uitvond schrijft Kooijmans dat de opsteller van de brief lijfarts was van een vorst en nog nooit van Leiden had gehoord. Daarom gaf hij de brief mee aan de Nederlandse consul. Maar dat de lijfartsen van exotische vorsten, de tsaar van Rusland en Europese adel Boerhaave om medisch advies vroegen, zegt nog steeds veel over de status van de man. Studenten kwamen vanuit heel Europa om les van hem te krijgen, uitgevers brachten boeken die hij niet had geschreven uit onder zijn naam om een graantje mee te kunnen pikken van zijn faam. In het achttiende-eeuwse Europa was Boerhaave een wetenschappelijke reus. Herman Boerhaave was de oudste van zeven kinderen van een predikant in het dorpje Voorhout. Toen zijn vader stierf, moest Boerhaave eigenlijk werken voor de kost, maar hij blonk zou uit in de klassieke talen dat het zonde zou zijn om hem niet naar de universiteit te sturen. Eigenlijk moest hij theoloog worden, maar een incident maakte dat onmogelijk. Ergens onderweg hoorde hij een man tekeergaan over de toen zeer omstreden filosoof Spinoza. Boerhaave verstoorde de discussie door te vragen of de spreker überhaupt wel eens wat van Spinoza gelezen had. Dat was niet zo en daarmee had Boerhaave de woordenstrijd gewonnen. Hij had echter ook de verdenking op zich geladen zelf Spinozaaanhanger te zijn. De jonge Boerhaave gebruikt het voorval om onder een toekomst als predikant uit te komen: met zo’n besmeuring van zijn naam zou dat niet gaan, houdt hij zijn omgeving voor. Hij studeert af in de filosofie. Iets later reist hij af naar Harderwijk, waar je toen snel en goedkoop kon promoveren. Drie dagen later is hij doctor in de geneeskunde, zonder ooit een college geneeskunde te hebben bijgewoond of een patiënt te hebben gesproken. Een van de redenen dat Boerhaave nooit een geneeskundecollege had bijgewoond, was dat die opleiding in Leiden op dat moment vrijwel geheel op z’n gat lag. Boerhaave werd aangesteld als lector theoretische geneeskunde om daar iets aan te doen. De geneeskunde leunde nog zwaar op de zogeheten humeurenleer van de Romeinse arts Galenus: de gezondheid en gemoedstoestand van mensen werd bepaald door de ba-

lans tussen ler was in het bloed, slijm, behandelen gele gal en zwarte van patiënten, laat Portret van Herman Boerhaave (1688-1738) gal in het lichaam. biograaf Kooijmans Die zienswijze had als opmerkelijk genoeg Schilderij Arent de Gelder voordeel dat er een aantal onbeantwoord. eenvoudige behandelingen beDe studenten vonden het in stond: met purgeren, klysma’s, aderelk geval het fantastisch, ook omdat laten en bloedzuigers moest de arts Boerhaave een geniaal docent was. die balans zien te herstellen. Nadeel: nog kersverse natuur- en scheikun‘Hij heeft inderdaad niet de helderdie behandelingen werkten niet. dige principes van Isaac Newton en heid in het uitvinden die andere auBoerhaave greep terug op de nog Robert Boyle. teurs kennen, maar met zijn begrip, oudere geneesheer Hippocrates, en Maar de vraag of hij daarmee oordeelkunde, geheugen en ijver becombineerde diens werk met de toen nou ook daadwerkelijk succesvolreikt hij meer dan al zijn voorgangers

Te veel kotsen en dan… het Boerhaave-syndroom Op een herfstdag in 1723 staat de burgemeester van Leiden in tranen aan de deur bij Boerhaave. Zijn broer, admiraal Jan Gerrit van Wassenaar, is ernstig ziek. De patiënt heeft hevige pijnen, en hoewel hij van alles heeft gedronken in de hoop die pijn te verlichten, kan hij niet plassen. Hij toont geen tekenen van ontsteking, kanker, of vergiftiging. Pas na de dood van Van Wassenaar kan Boerhaave vaststellen wat er aan de hand is. De slokdarm van de patiënt is gescheurd, zodat alle eten en drank van de afgelopen tijd in de buikholte is beland. De scheur is vermoedelijk ontstaan door de gewoonte van Van Wassenaar om al te copieuze feestmalen uit te braken. Zelfs als Boerhaave niet de eerste was die ooit zoiets zag, had hij niets kunnen doen om Van Wassenaar te redden. Zelfs tegenwoordig, in het tijdperk van CT-scans, intraveneuze vloeistoffen, antibiotica en microchirurgie is de kans dat een patiënt eraan overlijdt nog één op vier.

in de hele wereld samen’, schreef een enthousiaste Schotse student naar huis. De universiteit was ook onder de indruk van Boerhaaves kunde, en liet die bewondering blijken door hem zoveel mogelijk functies tegelijkertijd te laten betrekken. Toen de hoogleraar plantkunde overleed, mocht Boerhaave die functie overnemen. Niet alleen moest hij dan naast zijn colleges theoretische geneeskunde en anatomie ook plantkunde doceren; hij kreeg ook het beheer van de Hortus erbij, en de taak een catalogus te maken van alle planten die er stonden. Toen de leerstoel scheikunde vrijkwam, kreeg Boerhaave opslag en werd hij ook nog hoogleraar in de chemie. Daarnaast rouleerde de functie van rector magnificus onder de hoogleraren, dus deed hij ook dat er af en toe bij. Boerhaave gaf meerdere uren college per dag, privélessen, medische adviezen en hij schreef naar andere Europese wetenschappers. Hij ergerde zich aan de piratenedities van zijn werk – studenten die hun aantekeningen van zijn colleges lieten uitgeven met de naam ‘Boerhaave’ erop, en bracht boeken uit. Daarnaast liet hij een aantal klassieke werken uitgeven in het uitgeversparadijs Leiden. In het landgoed Oud Poelgeest dat hij had gekocht, legde hij een botanische bomentuin aan. Zijn bijdrage aan de scheikunde bleek een anticlimax: Boerhaave was gefascineerd door de oude alchemisten, en wilde hun bewering dat het ene metaal in het andere kon veranderen wetenschappelijk staven. Hij deed honderden proeven, maar zelfs hij kreeg het onmogelijke gedaan. Zijn werk in de plantkunde werd al gauw overschaduwd door dat van zijn protegé Linneaus. Boerhaave zal vooral de geschiedenis ingaan als groot docent, die de moderne geneeskunde op poten hielp zetten. Het Boerhaave-syndroom, waarbij de slokdarm van de patiënt openscheurt, draagt nog steeds zijn naam (zie kader). Naarmate hij ouder werd, moest de alleskunner toch taken opgeven. In 1738 stierf hij, na een lang en pijnlijk ziekbed. Vrijwel onmiddellijk barstte er een strijd los over zijn geestelijke en materiële erfenis. Kooijmans boek Het Orakel is met 392 pagina’s een behoorlijke pil. Mensen met een geneeskundige belangstelling zullen wat teleurgesteld zijn dat er zo weinig plaats is voor Boerhaave’s geneeskunde. Hij benaderde het vakgebied anders, maar slechts zelden vertelt Kooijmans wat Boerhaave dan voorschreef, en waarin dat verschilde van de oude aanpak. Aan de andere kant gaat de biograaf er wel optimistisch vanuit dat de lezer geen moeite heeft met het lezen van achttiende-eeuwse zinnen in vier verschillende talen. Het orakel is nu vooral een boek door een historicus, voor historici. Luc Kooijmans, Het orakel, de man die de geneeskunde opnieuw uitvond: Herman Boerhaave (1668-1838). Uitgeverij Balans, 392 pgs. € 24,95


8  Mare · 24 november 2011 Reportage

De stommiteit van Balkenende De ministeriële verantwoordelijkheid werd gaandeweg een wapen voor politici Wanneer hoort iets op het bordje van het kabinet? Diederick Slijkerman schreef een proefschrift over de ministeriële verantwoordelijkheid. ‘ Eigenlijk heeft het parlement te veel macht.’ Door Vincent Bongers Premier Balkenende wrong zich in 2009 in allerlei bochten om te ontsnappen aan de vakantievillafratsen van Willem Alexander en Maxima in Mozambique. Voorganger Wim Kok worstelde met de keuze van de kroonprins voor de dochter van een foute vader. Waar zijn ministers eigenlijk verantwoordelijk voor? Jurist en historicus Diederick Slijkerman hoopt op 29 november te promoveren op een onderzoek naar de ministeriële verantwoordelijkheid en ging daarvoor terug naar de bron van de moderne parlementaire democratie in Nederland: de grondwetsherziening van 1848 en de halve eeuw die daarop volgde. ‘De ministeriële verantwoordelijkheid is geen objectieve regel zoals juristen nu wel eens beweren’, zegt Slijkerman. ‘Het is een relationeel concept. Hoe dit werkt, hangt af van de verhouding tussen Kamer, kabinet, koningshuis en kiezer; de vier constitutionele machten. Je ziet dat ook in de praktijk. Sommige ministers worden meteen weggestuurd als ze de Kamer verkeerd informeren terwijl anderen blijven zitten.’ In 1848 belandde de ministeriële verantwoordelijkheid en de onschendbaarheid van de koning zonder discussie in de Grondwet. ‘Dat komt doordat er geen inhoud aan die regeling werd gegeven. Maar dat ging opbreken.’ In 1853 ging het al mis. De paus wilde toen de bisschoppelijke hiërarchie herstellen in Nederland. Protestanten verzetten zich tegen dit plan. ‘De emanci-

Brieven

patie van de katholieken is niet het probleem. Het kabinet van liberaal Johan Thorbecke wordt verweten dat zij vanuit een ivoren toren regeert. Zij bemoeide zich niet met de kwestie omdat het een religieuze zaak was. De protestanten pikten dit niet en wezen de ministers op hun verantwoordelijkheid. De bevolking werd niet serieus genomen. Koning Willem III luisterde wel naar de protestanten. Thorbecke vond dat de koning zich te veel bemoeide met de zaak en zijn kabinet trad af.’ De ministeriële verantwoordelijkheid wordt vanaf dat moment een wapen waarmee de verschillende politici elkaar bestrijden. In 1866 waren er verschillende conflicten op het scherp van de snede tussen liberalen en conservatieven Het conservatieve kabinet werd door de liberale meerderheid in de Kamer onder druk gezet. De liberalen keurden herhaaldelijk de begroting af. Het kabinet reageerde door de Kamer te ontbinden. Dit gebeurde een paar keer. ‘De maatschappij was zo hevig verdeeld en in Duitsland gingen stemmen op om Nederland maar binnen te vallen omdat het er zo’n zooitje was. De koning weigerde toen een derde keer de Kamerleden naar huis te sturen.’ De liberale erfenis won uiteindelijk en hun vorm van de ministeriële verantwoordelijkheid ook: ministers zijn volledig en uitsluitend aan de Kamer verantwoording schuldig en niet aan de koning. ‘Die liberale interpretatie hebben we nu nog steeds. Daarom is de rol van Thorbecke naderhand ook overtekend. Hij was niet als enige verantwoordelijk voor de grondwettelijke vernieuwingen.’ De verantwoordelijk hoeft helemaal niet redelijk te zijn. Als er druk komt vanuit de kiezer of de Kamer dan kan dat de kop kosten van een minister. ‘De vier constitutionele

machten staan in soort wisselwerking met elkaar. En als een van die machten ergens een probleem mee heeft, dan kan dat een reden zijn voor actie.’ Deze flexibele ministeriële verantwoordelijkheid zorgt voor een evenwicht tussen de verschillende machten. ‘Eigenlijk heeft het parlement sinds 1866 iets te veel macht. Het kabinet danst naar de pijpen van de Kamers.’ Toch bestaat juist het beeld dat het kabinet het vooral voor het zeggen heeft. ‘Kamerleden richten zich op individuele gevallen. Mauro is een treffend voorbeeld. De Kamer moet kijken of het beleid deugt en goed wordt uitgevoerd. Het parlement verwijt nu de minister iets wat het zelf heeft veroorzaakt: slecht beleid.’ Ministers proberen soms hun verantwoordelijkheid uit te weg te gaan, zeker als het om het koningshuis gaat. ‘Balkenende dacht in de Mozambique-kwestie te ontsnappen door het opzetten van een stichting. Dat creëerde ruimte tussen Willem Alexander en het project. Maar zo werkt het niet. Hij bleef verantwoordelijk. Het was stom van het koningshuis om die villa te kopen. Maar het was ook stom van Balkenende om niet snel in te grijpen.’ Kok was veel slimmer in de zaak Zorreguieta. ‘Die stuurde oud-minister Max van der Stoel naar het buitenland om te zorgen dat die vader niet naar het huwelijk kwam. Iets wat het koningshuis zelf al had moeten regelen.’ Maar in de kwestie Mabel nam Balkenende dan weer geen enkel risico. ‘Die werd gelijk kaltgestellt. Uiteindelijk beschermt daarmee de premier wel de monarchie, al was de koningin er waarschijnlijk zelf niet blij mee.’ Diederick Slijkerman, Het geheim van de ministeriële verantwoordelijkheid, Bert Bakker pgs. 472 € 39,95

Willem Alexander en Máxima vlak na de aankondiging van hun verloving. Het prille geluk werd al snel verstoord door de vraag of Máxima’s vader bij het huwelijk aanwezig mocht zijn. Een zaak waarbij de ministeriële verantwoordelijkheid naar voren kwam. foto HH

In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

Dure boeken

Eigenlijk zou ik moeten grinniken om de constatering dat deze universiteit in toenemende mate de trekken krijgt van een Zuid-Koreaanse chaebol. Het zijn mooie tijden; de mol van het vrije ondernemerschap heeft zich overal ingegraven. De diensten, die tot taak hebben zich dienstbaar te maken - aan u! - hoeven u niet langer op de kosten te wijzen; nee, integendeel, ze kunnen u hardhandig met de neus op de feiten drukken. Puike maatregelen zijn het waarmee de werknemer wordt overspoeld: Hollandse lunches die geprijsd zijn voor A-lokaties (UL-catering), het verlies van computerautonomie door interne leasecontracten (UL-ICT), het niet langer gratis ter beschikking stellen van parkeerplekken (UL-ruimte), handeltjes die voorzien in het voornemen voordelig af te komen van overjarig kantoorgerei (UL-beheer), en ga zo maar door. Geniaal is het woord dat de lading niet dekt; waar andere werkgevers aan binding doen, lijkt de UL zich te richten op het insnoeren van de werknemers ten bate van het dienstbare waterhoofd. Maar dan de UB (UL-boeken)! Het plan is van een schoonheid die zelden in deze contreien wordt waargenomen. Zal ik, ter lering ende vermaak, het recept langzaam oplepelen? Vooruit dan maar, omdat u zo geduldig en betekenisvol wacht. Welnu! Men neme een argeloze lezer

zonder al te veel besef van de tijd. U weet, wij rennen rond, wij werken hard, en af en toe duiken wij in een boekje. De lezer leent het boek bij voorgenoemde, ons ten dienst staande, boekenbeheerder. Wee deze lezer! Wee hem! Het treurspel ontvouwt zich in enkele bedrijven. De lezer verliest zijn verplichtingen uit het oog en wordt met een drietal korte mailtjes naar een obscuur adres op deze tekortkoming gewezen. Na een vakantieperiode wordt de lezer thuis verrast met een dreigende brief, waarin een lachwekkende termijn voor reactie is opgenomen; een reactie die het is immers een tragedie - procedureel reeds vakkundig de kop in is gedrukt. Het laatste bedrijf, het verveelvoudigen (91 euro) van de originele boete (5 euro) ná teruggave van het boek, te innen door een bevriend incassobureau (ULboete), volgt de klassieke wetten van het toneel; de reactie van de zaal is te voorspellen. Te mooi om waar te zijn, fluistert u schor, zoiets vindt slechts plaats in de meest vuige dromen? Ik help u erin; mij is het overkomen. Mijn pogingen om bij de betrokkenen verhaal te halen roepen Kafka in herinnering, of de tragische tocht van Emil Hacha in 1939, zo het u belieft, precies zoals dat in vuige dromen hoort. Wat nu? Tot welke dienst kan de werknemer zich wenden om zijn verhaal te doen?Ik weet het niet. Ik kan slechts concluderen dat de mensen die hun best doen in de core-business van

deze universiteit, de wetenschappers en opleiders, salarisverhoging verdienen. De andere mogelijkheid, allemaal onze eigen bijverdiensten aanboren, werp ik verre - dat wens ik echt niemand toe. Ik ben echt niet te beroerd om te grinniken, maar kies ervoor om deemoedig te zwijgen. Agur Seevink Onderzoeker bij Leids Instituut voor Chemisch onderderzoek (LIC)

Dure lezing

Sinds mijn aankomst in deze prachtige studentenstad heb ik gretig gebruik gemaakt van alle mogelijkheden die de Universiteit Leiden mij biedt. Als student vind ik academische vorming een van de grootste deugden die ik kan opdoen. Als natuurwetenschapper kom ik binnen mijn opleiding weinig aan mijn trekken wat betreft cultuur. Iets wat volstrekt niet erg is, er zijn genoeg mogelijkheden om dit op te vangen. Helaas is er daar dit jaar weer een van gesneuveld. De Huizinga-lezing was bij uitstek een laagdrempelig en zeer geest verrijkend tegelijk.  Het bracht mensen samen die, hoewel ze misschien niets met het vakgebied hebben, nieuwsgierig zijn naar wat er verder nog is buiten het herfsttij waar de academie momenteel in verkeert. In een tijd waarin slechts gekeken wordt naar rendement zou de universiteit zich moeten profileren zoals

zij zichzelf voorschrijft: Praesidium Libertatis. De vrijheid om te lezen, schrijven en vooral studeren waar onze harten naar verlangen is de nek om gedraaid. De grote sprongen voorwaarts ontstaan juist daar waar mensen met zucht naar kennis samenkomen, niet alleen mensen met dezelfde interesses. Diversiteit in kennis aanbod, verbredingkansen, daar ligt de sleutel tot rendement. Net als ieder die begint aan een academische opleiding, moest ook ik leren wat leren daadwerkelijk inhoudt: meer dan alleen de opgegeven opdrachtjes maken. Dat is de honger van die paar opdrachtjes om er nog twintig extra te maken; literatuur en filosofie te lezen of toneel te bezoeken. Hoe meer honger naar kennis, hoe effectiever men studeert. Er is immers zo veel en zo weinig tijd (en studiefinanciering). Ik heb elk jaar genoten van de prachtige lezingen. Gezien de grote van de Pieterskerk en de leegte daarbinnen bij de laatste paar Huizinga-lezingen, vind ik het ronduit belachelijk dat er een toegangsprijs van twintig euro gevraagd wordt. Ben begaan met uw studenten en gun hen elke kans op deze intellectuele bevrediging. Misschien dat er dan eindelijk weer eens studenten komen kijken naar deze gebeurtenis, want uiteindelijk zijn zij de Johan Huizinga’s van morgen! E.W.F. Smeets student scheikunde

In memoriam

De Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden betreurt het overlijden van haar studente:

Ariadne Anastasáki Ariadne studeerde sinds 2006 aan onze faculteit. Sindsdien hebben wij haar leren kennen als een enthousiaste en getalenteerde student. De facultaire gemeenschap leeft mee met haar familie en alle anderen die haar liefhadden. Rick Lawson, decaan Pauline Schuyt, portefeuillehouder Onderwijs


24 november 2011 · Mare 9 Interview

‘Het is gelukt: ik ben ontsnapt!’ De roerige oorlogsjaren van oud-chirurg Fred Froeling Fred Froeling (92) is de oudste spreker die dit weekend op een van de vele Cleveringa-herdenkingen terugblikt op de oorlog. ‘Ik was geen held, maar gewoon student.’ Door Frank Provoost Hij moet over

een uur weg, of eigenlijk drie kwartier. Hij heeft namelijk nog meer te doen. In de serre van zijn woning in Apeldoorn, vlakbij monument De Naald, knipt Fred Froeling de theebeurs open en schenkt de kopjes vol. Er komen wafels en koekjes op tafel. Morsen mag, want aan de muur hangt een kruimeldief. Zondag spreekt Froeling in Harderwijk op een van de vele Cleveringa-bijeenkomsten die door heel Nederland en in tientallen wereldsteden worden gehouden. Jaarlijks herdenken studenten, medewerkers en alumni van de Leidse universiteit rond 26 november de rede van professor Rudolph Cleveringa, waarmee hij op die dag in 1940 protesteerde tegen het ontslag van zijn joodse collega Eduard Meijers. Froeling mag dan 92 zijn, alle data, plaatsen en namen uit de oorlogsjaren somt hij moeiteloos op. En om sommige avonturen kan hij nog steeds giechelen als een kwajongen. Na bijna twee uur (‘ik kom nu echt te laat’) moet Froeling er vandoor, zegt hij. Maar als de verslaggever zijn jas heeft aangetrokken, wordt hij toch weer terug naar zijn stoel gedirigeerd. De reden: Kenia. In augustus was Froeling er nog op werkbezoek. Met zijn ene stichting (Share) zorgt hij er onder meer voor dat er nieuwe waterputten worden geslagen, met de andere (Medic) laat hij medische apparatuur overkomen die in Europa is afgedankt. Alleen al bij die laatste stichting werken nu 90 vrijwilligers jaarlijks aan 140 projecten. Kan Mare niet helpen donateurs, vrijwilligers en misschien zelfs een opvolger voor hemzelf te ronselen? LEIDEN: GESLAAGD ‘Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit. Op 20 mei ’40 deed ik eindexamen. Ik had mijn kop er totáál niet bij, maar ben desondanks geslaagd. Na het gymnasium in Maastricht werd je geacht om in Nijmegen te gaan studeren, maar ik wilde met nog drie klasgenoten naar Leiden. Bij de beroemde rede van Cleveringa ben ik niet geweest. Dat waren vooral rechtenstudenten, ik deed medicijnen. Ik hoorde er wel achteraf over. De gevolgen van een bom zie je ook pas als hij is ingeslagen. ‘Iedereen was in rep en roer. We waren net aangekomen. En toen werden de colleges gestaakt. Wat nu? Kort daarop werd de universiteit door de Duitsers gesloten. Ik kreeg college van twee oudere studenten, gewoon op kamers. Met hangen en wurgen haalde ik zo mijn propedeuse. ‘Bij professor Casimir, een jonge hoogleraar natuurkunde, deed ik thuis om acht uur ’s ochtends examen. Boven aan de trap zat een kind te jengelen. Ik zag Casimir denken: ik moet deze jongen zo gauw mogelijk kwijtraken. Bij een vraag over radiogolven liet ik me ontvallen: “Dat is net als bij een moffenzeef.” Dat was een radiotoestel met een hartvormige antenne die bepaalde frequenties kon uitfilteren zodat je de Engelse radio kon afluisteren. “Hoe zit dat?” vroeg Casimir. Dat was precies waar ik hem wilde hebben. Ik begon uitgebreid te vertellen hoe je zo’n radio moest bouwen – dat had een vriend uit Delft me geleerd. Daarna heeft hij nog één vraag gesteld. Toen was ik geslaagd.’

AMSTERDAM: OPGEPAKT ‘Toen ik mijn propjes eenmaal had, ging ik naar Amsterdam waar je nog wel colleges kon volgen. In de Van Eeghenstraat huurden we met een aantal studenten een etage in een bejaardentehuis. Op een dag kwam de politie langs, samen met de Sicherheitsdienst. Ik kon nog net op tijd mijn moffenzeef uitzetten, maar moest toch meekomen. Niet vanwege de radio, maar omdat ze in mijn kamer “slag- en stootwapens” hadden gevonden. Mijn oudste broer was in 1928 als officier naar Indië gegaan, waar hij in 1934 is verdronken. Hij had me leuke souvenirtjes gestuurd, van die geslingerde krissen (dolken, red.) en een Javaans zwaard. Op een studentenkamer hang je die dingen aan de muur. ‘Drie weken zat ik in de bajes, een heel nare en onzekere tijd. Ik heb echt honger geleden. Ademloos luisterde ik naar een gevangene die te veel van de Duitsers wist. Hij is later ook geëli-

Fred Froeling: ‘Bij de beroemde rede van Cleveringa ben ik niet geweest. Ik hoorde er achteraf over. De gevolgen van een bom zie je ook pas als hij is ingeslagen.’ Foto Kevin Hagens

mineerd. Toen ik eruit kwam, had ik de schrik te pakken. Ik had geen zin om verder risico te lopen. ‘In Roermond kon ik onderduiken in een jongensinternaat. Dat was in de tijd van de loyaliteitsverklaring (waarin studenten moesten beloven zich te ‘onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling’, red.) We hebben vergaderd, gestemd en uiteindelijk niet getekend, met als gevolg dat we ons moesten melden. De angst voor represailles tegen onze ouders heeft de doorslag gegeven om dat dan in godsnaam maar te doen en te zien waar het schip zou stranden.’ WENEN: TEWERKGESTELD ‘In Westerbork verbleven we in barakken om verder te worden gesorteerd. Met de trein gingen we naar Duitsland. Onderweg bleek na overleg met de Duitsers dat we zelf mochten uitmaken wie naar welke eindbestemming wilde. We maakten groepen: Berlijn,

Frankfurt, etc. Ik koos voor Wenen, in de hoop van daaruit naar Zwitserland te kunnen vluchten. Het mooie was: zo bleven we nog steeds met dezelfde vier klasgenoten bij elkaar. ‘We werden tewerkgesteld in een ziekenhuis, het Lainzer Spital. In korte tijd leerde ik meer dan ik aan de universiteit had kunnen opsteken. Bij bacteriologie deed een van de artsen zwangerschapstesten met kikkers, die urine van vrouwen kregen ingespoten. Legden ze binnen enkele dagen eitjes, dan waren die proefpersonen de klos, oftewel: in verwachting. ‘Bij het bouwen van een terrarium sneed ik in mijn duim. Nogal diep, dus ik liet het hechten bij chirurgie. Maar toen ze daar hoorden dat ik bij de infectieafdeling werkte, mocht ik niet terug. Hoezeer ik zogenaamd ook protesteerde: het besmettingsgevaar was te groot. Langzaam ging er een lampje branden. Dit was mijn kans.

‘Prima, zei ik, maar dan wil ik het zwart op wit hebben. Volgens de officiële brief van de Arbeitseinsatz moest ik op 13 september weer gaan werken. Met een typemachine maakte ik van de 1 een 2. Als ik pas de 23e weer hoefde te beginnen, vroeg ik, kon ik dan niet op en neer naar Maastricht om mijn winterkleren te halen? Dat mocht. Linea recta ging ik naar het station. En toen was Froeling zoek. ‘Eenmaal thuis was ik buiten rede van geluk. “Jezus”, riep ik tegen de eerste de beste voorbijganger: “Het is me gelukt: ik ben ontsnapt!” ‘Zijn antwoord zal ik nooit vergeten. “Kerel, als je nu je bek niet houdt, dan sla ik hem dicht!”’ KERKRADE: BEVRIJD ‘Ik dook onder in de steenkolenmijnen van Kerkrade. Vlak voor de bevrijding werd dat gebied ingesloten tussen Duitsers en Amerikanen. Beide legers zaten door hun reserves heen, veertigduizend mensen zaten in de tang. Er werd een akkoord gesloten: de bevolking mocht naar de Amerikaanse linies worden geëvacueerd. ‘Na die bevrijding heb in Maastricht contact opgenomen met de Amerikaanse civil affairs. Dit is een ramp voor de bevolking, zei ik. Niemand weet wie waar is. Ik wilde lijsten onder alle pastoors verspreiden. In de chaos was er één ordelijk geregeld systeem: de kerk. Die zat elke zondag stampvol. Zo ontstond het Centraal Registratiebureau voor Vluchtelingen. Ik kreeg een motorfiets en was de enige koerier, maar het werkte als een trein. Soms reed ik door steden die een dag eerder waren gebombardeerd. Later ben ik nog als tolk met Amerikaanse soldaten meegegaan naar Bastogne. En ik werd commandant bij het Rode Kruis om in de bezette gebieden boven de rivieren mee te helpen schurft te bestrijden. Nou, en toen dat ook weer afgelopen was, ben ik weer gaan studeren in Leiden. ‘Een held ben ik niet. In verhalen moet ik dat ook niet ophemelen. Ik heb geen grote rol gespeeld, heb niet bij de ondergrondse gezeten. Ik vertel alleen wat een student kon overkomen. Zomaar.’ Zie voor alle bijeenkomsten: www.luf.nl/cleveringa

Terug uit Ethiopië: Cleveringa’s stoel

De teruggevonden stoel van Cleveringa in de werkplaats van Tjapko van Bruggen. Foto Cleveringa-comité Harderwijk

Toen het Cleveringa-comité Harderwijk voor hun jaarlijkse lezing ging rondbellen, reageerde een alumna: ‘Ik heb een stoel van Cleveringa.’ De Leidse rechtendecaan (en latere rector magnificus) die op 26 november fel protesteerde tegen het ontslag van Joodse hoogleraren ging in 1958 met emeritaat en vertrok naar het dorp De Steeg, in de buurt van Rheden. Bij de verhuizing gaf hij de stoel aan zijn toenmalige buurjongen, die ook te horen kreeg wie er allemaal op hadden gezeten: van leden van het Koninklijk Huis tot Winston Churchill. ‘Hij viel bijna uit elkaar’, zegt comitélid, oogarts en Quintus-oprichter Ben van Noort. ‘Die jongen heeft de stoel later meegenomen naar Ethiopië. Niet alleen waren de leuningen afgebroken, bij de terugreis heeft hij de zitting opengemaakt om er smokkelwaar, zebra- en leeuwenvellen, in te verstoppen.’ Van Noorts schoonvader Tjapko van Bruggen heeft de stoel inmiddels gerestaureerd. Fred Froeling is de eerste die er zondag op mag zitten.


10  Mare · 24 november 2011 English page

Flint: pre-historic Swiss Army Knive By Harmke Berghuis A large sheet of canvas filled with lumps of stone covers the inner courtyard of the Archaeological Building on Reuvensplaats and someone has placed a handy first-aid kit nearby. You can hear clicking and banging and something that sounds like breaking glass. Small clouds of white dust blow up. Seven students are sitting in a circle around the sheet with the rubble in it. They are wearing safety goggles, protective gloves and sheets across their thighs. On the sheets, they have placed the pieces of flint that they are shaping, striking them with large stones. Student Fulco Scherjon (42) remarks: “My leg will be covered in bruises soon.” This afternoon’s session has been organised to give Archaeology Masters’ students insight into how flint tools were made in prehistoric times. A lecturer, Eduard Pop, explains: “Flint is easy to work, they could use the sharp edges to make the spearheads or knives.” Which explains the first-aid kit. “Oh my god”, cries a girl’s voice. Surprised, Katie-Lee Flanagan (23) examines a large flake that has come off the stone. It might look easy to manufacture, she says, but it’s not. “First, I just struck the flint haphazardly, but nothing came off it. You have to really look where you’re going to hit it and turn it round to get the right angle.” Pop continues: “Shaped flints are our most significant sources of information, preserved for a very long time and telling us about the tech-

nology used by people in prehistoric times.” Victor Klinkenberg (29), who is assisting the lecturers this afternoon, adds: “We are doing it exactly as they would have done, which helps you to understand how a piece was chipped off the stone and how much strength was needed.” The trick is to chip off the dusty white rind from around the stone. It is called the cortex and it is not strong enough to use for tools. At the moment, the students are busy striking “spalls”, i.e. the flakes that come off at the first strike. Klinkenberg shows them how to shape them in more detail, striking a few more chips off the stone with soft, carefully aimed blows, and producing a serrated, duller edge which might be used for cleaning skinned hides. Pop explains: “It’s like a kind of multi-tool. With a single piece, you could slit the throat of an animal, skin it and then use the stone for other things.” Klinkenberg laughs: “It’s a prehistoric Swiss Army Knife.” In his spare time, Scherjon has tried to light fires with flint. “It was a disaster; it’s much more difficult than you would imagine. I saw someone on YouTube try to light a fire with tinder box fungus, which caught flame immediately. “So it’s not simply how you strike the flint, but what tinder you use too. You can read everything there is to know about it, but you really only start learning when you try it yourself: what will work, what doesn’t work? We can reconstruct history and discover traces of Man’s origins with this knowledge.”

Keep on running Foto naturalis

The splendour of Creation Just like animals, biological collections also disappear The former Zoological Museum Amsterdam has merged with Naturalis, and now the highlights of the Amsterdam collection can be seen in Leiden. On 12 August 1883, visitors to Artis, the oldest zoo in the Netherlands, could watch something quite unique - extinction in action, as the very last quagga – a kind of zebra – died that day. It would be another forty years before the Tasmanian tiger offered a similar experience to visitors to a zoo in Australia. The quagga was stuffed and sent to the collection of the Zoological Museum Amsterdam, and it was only then that people realised the creature was extinct. Oops. Quaggas bred relatively well in captivity and a breeding programme might have saved them from extinction. The quagga remained in the museum for more than a hundred years, and visitors to Artis, which started out as a collection of stuffed animals, could come face to face with the past – at least, they could until recently.

By Bart Braun

The primal Amsterdam half-striped zebra has now found a home in Leiden, somewhere at the back on the fourth floor of Naturalis because, just like animals, biological collections also disappear. The Zoological Museum and several university herbariums have merged with the Netherlands Centre for Biodiversity and the pearls of the Amsterdam collection are now on display in Naturalia. The collection is the result of the world-wide collection mania of the eighteenth and nineteenth centuries. The West had more or less colonised the whole globe and its sailing ships brought home the most wonderful creatures and plants for the collections of the wealthy. In some instances, the animals were stuffed before they came on board, but sometimes they were kept in menageries or circuses before they were stuffed. The stuffed lion in the exhibition belonged to Louis Bonaparte when it was still alive. Initially, the collections served to represent the splendour of Divine Creation: shells were laid out together in patterns, tropical birds and

butterflies were displayed alongside one another in elegant cabinets. Later on, as the theory of evolution took hold, collecting, storing and exhibiting became more systematic. Naturalia is an exhibition of stuffed animals in a museum full of stuffed animals. Nevertheless, this exhibition presents a view of the past in a way that the rest of Naturalis’ collection does not. The moth-eaten giraffe, with its rents and mysterious black patches that might be coffee but are more likely to be mould, is, in its way, more interesting that the painstakingly stuffed giraffe in the main hall. Any visitor who takes the time to study the exhibits will be amazed to learn how animals were treated in the eighteenth century, and about scientists, disciplined and dedicated to collecting, who went on expeditions to build up the collections. And about the carelessness of the people in Amsterdam who have squandered their last quagga for the second time. Naturalia Exhibition lasts until 19 August 2012 Naturalis, Pesthuislaan 7, Leiden

History student Dave Boone was second in a 100- kilometre race – but how does he survive eight hours of non-stop running? “Don’t mention the pain, leave that to the Tour de France folks.” By Dirk-Jan Zom “I’m want to do that”, cried Dave Boone to his parents in 2006 when he saw images of coastal marathon in Zeeland on television. He was seventeen at the time. “They said I couldn’t; I would need training.” He ran the marathon a year later. “I loved every bit of it”. But admittedly, he had underestimated it somewhat. “I managed the whole thing, but it wasn’t really what you would call running anymore.” After reading the book De mens als duurloper [Man as long-distance runner] by ultrarunner and historian Jan van Knippenberg – “I read it in no-time”- he decided to concentrate on long distances. In 2010, he ran 65 kilometres in Gilze and Rijen and in September he ran 100 kilometres in Winschoten for the first time. He made a second attempt in September but was forced to give up after sixty kilometres. “My body couldn’t take any more and forty kilometres is too far at the point.” Recently he took part in the 100 kilometres during the Centennial Deventer. His finishing time, 08:04:41, was a personal record and he came in second. “You start to feel terrible after fifty kilometres”, says the fifth-year History student, “but you have to get past that, that’s ultrarunning. Don’t mention the pain, leave that to the Tour de France folks. Television only shows pain and suffering but the ul-

trarunning folk are all too pleased with that.” “Because, if you allow yourself to think of that, that’s when you can’t go on”, he adds. “You have a lot of time to think and put things into perspective when you’re running, but if you ask yourself what you’re doing, it’s actually all over. You have just keep running. To me, ultrarunning is persevering when others would say: ‘Now it’s time to call it a day’. “If you start walking you may as well give up there and then. You often see people do that in marathons. But if you keep going you’ll arrive at a stage when you’ll start to feel more comfortable.” But wasn’t he completely shattered? “When you reach the finish, you really are very, very tired. I get muscle pain during the race, and my feet still hurt, but it will clear up. You don’t feel happy that you’ve succeeded, only relieved that it’s over. “Of course, I’m happy that I can run 100 kilometres, but the preparations are actually the most fun: I train six times a week in the summer. When you run, you can organise your thoughts, it gives you some peace.” Boone intends to keep on running the 100-kilometre races and he has one more ambition besides running the marathon in under two hours. “Ultrarunners say that there’s only one real race: the Spartathlon in Greece. It’s 246-kilometre race which has to be completed in 36 hours. It crosses mountains, runs along motorways – in that heat. It’s the most important race, like winning the Elfstedentocht [a skating race round eleven Frisian towns].”


24 november 2011 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Rauwe kracht blijft overeind Dansklassieker Kathleen terug op de planken Het Scapino Ballet brengt een modernedansklassieker terug in de zalen. ‘Ik wilde zien of het stuk overeind blijft en ook een nieuwe generatie aanspreekt.’ Door Vincent Bongers In 1992 maakte het Scapino Ballet grote indruk met het stuk Kathleen. Geen zoetgevooisde klassieke klanken maar de heavy gitaarriffs en dreunende ritmes van de metalband Godflesh zweepten de dansers op. Op het toneel daagden mannen en vrouwen elkaar uit in een rauwe stadsjungle. Publiek en recensenten spraken van een mijlpaal in het ballet.

vluchtig en tijdsgebonden. Als ik Michael Jackson had gebruikt, dan heeft het publiek daar allerlei associaties bij die zij in 1992 niet zouden gehad. Dat is nu niet het geval. ‘Ik wilde ook graag een ballet maken met live muziek van Godflesh. Dat kwam helaas niet van de grond. Ze waren niet zo communicatief.’ Wie is Kathleen? ‘Ik had nog geen titel voor het ballet en toen zag ik een foto die onze kostuumontwerpster in Dublin had genomen van een muur met graffiti. Je kon duidelijk de tekst lezen Kathleen has a big puntjepuntjepuntje (uit het

decor blijkt het om het woord cunt te gaan, red.). ‘Toen had ik een titel en de backdrop voor het stuk. Daarnaast is het een stuk voor zes vrouwen en twaalf mannen. De vrouwen dragen allemaal dezelfde jurk, en zijn eigenlijk net één persoon: Kathleen.’ Er worden nog twee andere stukken gedanst. ‘Ja. Marco Goecke heeft het ballet Beautiful Freak gemaakt met muziek van jazzlegende Chet Baker, wiens leven eindigde toen hij uit een hotelraam viel in Amsterdam. Een mooi maar ook donker en extreem stuk

waarin dansers als insecten over het podium bewegen. Baker zingt bijvoorbeeld het lied Every time we say goodbye, I die a little. Dat is een kernachtige omschrijving van de thematiek. ‘Om voor de pauze nog even een wat luchtiger intermezzo te hebben, wordt er nog een kort stuk van mij gedanst: Beeswing. Dat is een duet op twee cellosuites van Bach. Dat geeft even een andere kleur voordat Kathleen wordt opgevoerd.’ Kathleen+ Scapino Ballet, 29 november, Leidse Schouwburg, € 23,- / 18

Waarom gaat Kathleen na twintig jaar in reprise? Choreograaf en artistiek directeur van het Scapino Ballet, Ed Wubbe (1957): ‘Ik wilde wel eens zien of het stuk overeind blijft en ook een nieuwe generatie aanspreekt. Het is interessant om vast te stellen of het nog de kracht en potentie heeft van toen.’

LVC Doorgedraaid ft Dominik Eulberg Vr 25 nov 23.00 u €12,50 Welle: Erdball Za 26 nov 20.00 u €15,Rock ’n Rave ft Infadels dj-set Za 26 nov 23.30 u €10,QBUS Broedplaats: Long conversations & The closet orchestra Za 29 nov 20.30 u €5,LOKHORSTKERK Leids Projectkoor: Such stuff as dreams are made on… Za 26 nov 20.15 u STADSGEHOORZAAL Caecilia Concert: Bachs Leermeesters Za 26 nov 20.15 u v.a. €20,Moke: ‘Till Death Do Us Part, de theatershow Di 29 nov 20.15 u v.a. €19,-

T heater

LEIDSE SCHOUWBURG Het Zuidelijk Toneel: Op de ziel Za 26 nov 20.15 u v.a. €20,Theo Maassen: Met alle respect Ma 28 nov 20.15 u v.a. €23,LAKTHEATER Dansgroep LeineRoebana: Ghost Track Vr 25 en za 26 nov 20.30 u v.a. €14,50 Science café: Keuzemogelijkheden voor een moderne krijgsmacht Di 29 nov 20.00 u Gratis

Hoe kwam u bij de band Godflesh uit? ‘Ik zocht muziek die een motor kon zijn voor het stuk. Het is een basale en krachtige sound die tegen het industriële aan hangt. Tijdloos en universeel. De band is ook niet bekend bij het grote publiek. De muziek werkt nog steeds goed. Veel dans is

DIVERSEN foto hans gerritsen

Pas op met exportdemocratie Van Reybrouck waarschuwt voor te westerse aanpak

Foto Stephan Vanfleteren

TRIANON Nova Zembla 3D Dagelijks 18.45 + 21.30 Margin Call Dagelijks 21.30 De Leeuwekoning 3D NL versie Za. zo. + wo. 14.30 De Heineken Ontvoering Dagelijks 18.30 + 21.30 HET KIJKHUIS Midnight in Paris Dagelijks 18.45 Drive Dagelijks 21.00 La piel que habito Dagelijks 19.15 + 22.00 LIDO STUDIO The Twilight Saga: Breaking Dawn - Part 1 Dagelijks 18.30 + 21.30 za. zo. + wo. 14.00 The Adventures of Tintin 3D O.V. Dagelijks 18.45 Tower Heist Dagelijks 18.45 Killer Elite Dagelijks 21.30 Johnny English Reborn Dagelijks 18.45 Don’t Be Afraid of the Dark Dagelijks 21.30 All Stars 2 Old Stars Dagelijks 18.30 + 21.30

MUZIEK

En? ‘Het past uitstekend bij deze tijd. Het is een rauw, zelfs agressief stuk over een groep jonge dansers in een desolate stad. Kathleen heeft een harde buitenkant, maar er schuilt liefde en tederheid onder de oppervlakte. Het is een ballet vol hoop, vitaliteit en romantiek. Over jongeren hoor je vaak: “Wat een zootje.” Maar dat is natuurlijk niet zo. Er is ook veel positiefs. ‘Ik heb het nauwelijks aangepast. Het stuk is voor 95 procent hetzelfde als toen. En dat terwijl ik altijd de neiging heb om van alles te vernieuwen. Ik heb me dit keer gelukkig ingehouden.’

Schrijver en archeoloog David van Reybrouck verzorgt dit jaar de Cleveringa-oratie. Wie is deze man die schrijfkamer en politiek forum zo goed weet te combineren?

FILM

‘Vanaf hier is alles sop. Gelig, oker, roestig sop. Je bent nog honderden zeemijlen van de kust verwijderd, maar je weet het: dit is begin van land. De kracht waarmee de Congo-rivier in de Atlantische Oceaan uitmondt, is zo groot dat het zeewater over vele honderden kilometers anders kleurt.’ Zo beschrijft Cleveringa-hoogleraar David van Reybrouck (1971) hoe hij de voormalige Belgische kolonie per boot bereikt. Het staat op de eerste pagina van zijn meermaals bekroonde publiekslieveling Congo, een geschiedenis. De turf weet deze rijke vertelstijl te combineren met een grote feitendichtheid zonder de traditie van de Afrikaanse orale geschiedenis uit het oog te verliezen. Van Reybroucks wetenschappelijke en literaire carrière kon al als voorspoedig worden aangemerkt, dit boek zorgde voor zijn definitieve doorbraak. Maandag houdt Van Reybrouck zijn oratie ter nagedachtenis van Ru-

Door Thomas Blondeau

dolph Cleveringa, de hoogleraar die zich op 26 november 1940 uitsprak tegen de verwijdering van joodse medewerkers op last van de Duitse bezetter. Cleveringa werd hiervoor gearresteerd en vastgezet. Het Academiegebouw, waar de Vlaamse schrijver zijn rede houdt, is vertrouwde grond want elf jaar geleden promoveerde hij er als doctor in de archeologie. Al vroeg combineerde hij de wetenschap met literatuur. In 2002 verscheen De Plaag, Het stille knagen van schrijvers, termieten en ZuidAfrika, een mengeling van biografie, autobiografie en reportage. In 2007 volgde Slagschaduw, een intimistische roman over een man die zich een weg zoekt in het leven en woonplaats Brussel. Brusselaar Van Reybrouck laat dat jaar ook Waar België voor staat verschijnen, een onderzoekend pleidooi naar de toekomst van zijn geboorteland. Zijn politieke engagement kwam eerder dit jaar nadrukkelijk op de voorgrond toen hij het concept van

de G1000 ontwikkelde, een bijeenkomst van duizend burgers die debatteerden over de politieke thema’s. Dit naar aanleiding van de nog steeds aanslepende Belgische regeringscrisis. Op elf november kwam de burgertop samen. Het initiatief kon overigens niet altijd op bijval rekenen. Zo zette hij vraagtekens bij de effectiviteit van de Occupybeweging die vanuit een zelfde ontevredenheid opereert. Waarop hun representanten Van Reybrouck zeiden te veel mee te denken met het bestaande politieke systeem. Zijn oratie heeft eveneens een politieke inslag. Onderwerp vormt de export van het westerse democratische model. Hij beschouwt dat als een nieuw soort kolonialisme. Volgens hem kan er beter gekeken worden naar lokale vormen van democratie. Nu Brussel het epicentrum van een landelijke en Europese crisis is, past inderdaad enige bescheidenheid met het trots zijn op de westerse staatsvorm. Cleveringa-oratie door David van Reybrouck Ma 28 november, 16u De zaal in het Academiegebouw is vol, aanmelden is niet meer mogelijk. U kunt de Cleveringa-oratie op de dag zelf volgen via een videopagina op de website van de Universiteit Leiden.

RAP ARCHITECTUURCENTRUM Lezing: Nut en noodzaak van musea in de binnenstad Do 24 nov 17.00 u SCHELTEMA COMPLEX Artist in residence: Nicola Kirkaldy en Roosmarijn Mascini t/m 18 dec 2011 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Etrusken. Vrouwen van aanzien t/m 18 mrt 2012 Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Sites in the city t/m 19 feb 2012 MUSEUM BOERHAAVE Minisymposium: Biobased economy, duurzame producten Vr 25 nov 13.30 u Kwik nagenoeg nul t/m 8 januari 2012 Verborgen krachten: Nederlanders op zoek naar energie t/m mrt 2012 DE LAKENHAL Suske & Wiske – Het Lijdende Leiden t/m 4 mrt 2012 SIEBOLDHUIS Hello Kitty - Hello Holland t/m 30 november 2011 NATURALIS Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 LAKGALERIE ‘Missing you’ fotoseries uit Iran door Homeira Rastegar Tehrani t/m 2 dec MUSEUM VOLKENKUNDE Masters of Photography – Iconen van National Geographic t/m 4 dec 2011


12  Mare · 24 november 2011 Kamervragen

00:11 PM

Dampende darmpjes

Foto Taco van der Eb

‘Echt goed brak ben ik nog niet geweest’ Vincent Roos (21), eerstejaars Engels Huis: De Zwarte Dozen Grootte: 30 m2 Prijs: € 290 (na aftrek huursubsidie) Sinds: 1 november 2011 Waarom ben je hier komen wonen? ‘Ik woonde aan de Verlengde Wassenaarseweg, in de huizen van (studentenhuisvester, red.) DUWO. We kregen een brief dat we voorrang zouden krijgen voor dit pand. 'Ik woonde in een hartstikke gezellig huis, maar de anderen wilden hier ook wel heen. Voor 60 euro extra per maand en dan zo’n mooie kamer, daar zeg ik geen nee tegen. Alle huisgenoten zijn naast elkaar geplaatst.’ Is het net zo gezellig? ‘Als je hier de deur dicht doet, zit je echt in je eigen wereldje. Als ik contact met

anderen wil, dan laat ik gewoon de deur open. Zo doen de anderen dat ook. Ik heb al best veel mensen leren kennen. We hebben ook een Facebook-groep aangemaakt. Daar komen steeds meer nieuwe bewoners bij. We spreken soms af om samen wat te eten of te drinken. Dat gebeurt in de kamers, want een gemeenschappelijke ruimte hebben we niet. Alleen een dakterras.’ Wat zijn de voordelen van deze kamers? ‘Het is dichterbij Leiden dan de huizen aan de Verlengde Wassenaarseweg. En er is voldoende ruimte om je spullen kwijt te kunnen. Als ik er een zooitje van wil maken, dan kan dat zonder dat huisgenoten er last van hebben. Je kan doen en laten wat je wilt. 'Ik heb ook met mijn buurman ge-

controleerd hoe gehorig het hier was. Je moest je muziek echt keihard aanzetten om in de andere kamer iets te horen. Een eigen badkamer en keukentje is ook erg fijn. Ik denk dat ik hier wel mijn hele studietijd blijf.’ Zijn er nadelen? ‘We hebben geen gasaansluiting. Koken moet dus via een elektrische kookplaat. Dat is even wennen. 'We hebben ook maar weinig wasmachines, vier voor het hele gebouw. Ik heb er zelf nog geen last van gehad; mijn ouders hebben laatst nog een hele zak was meegenomen. 'Maar aan de andere kant: aan de Verlengde Wassenaarseweg deed ik mijn was ook altijd bij de wasserette en daar waren er zelfs maar twee wasmachines voor het hele complex.

Is er al een naam voor het huis? ‘Op de Facebookgroep noemen we het: de Zwarte Dozen. Zelf heb ik het meestal over de Nieuwe Duwo, of het Hildebrandpad. Dat laatste is ons echte adres. Er is alleen nog geen straat. Ik denk dat ze die tussen de twee gebouwen in gaan maken.’ Wat was je brakste avond? ‘Echt goed brak ben ik nog niet geweest. Ik heb deze maand de volledige huur van 430 euro moeten betalen; huursubsidie heb ik nog niet gekregen. Het leggen van de vloer in mijn kamer kostte ook veel geld dus er bleef niet veel meer over. De stufi komt er straks weer aan. Dan komt die brakke avond vast nog wel.’ Door Harmke Berghuis

Ik haal de auto van de handrem, laat haar rollen, laat haar gaan. De wereld was al dagen in nevelen gehuld, voor mij is alles glashelder. Ik zou de stad ontvluchten. Een eind lopen in de mist. Mijn gedachten botsen tegen de beslagen ramen. Dan remlichten, vleugels, veren en een eindeloze nek. Ze klapt met haar vleugels. Hoewel ze vooruitkomt, sleept ze haar lange poten achter zich aan. Was ik moeder natuur, dan had ik er om kunnen janken. Ik spring de auto uit, verwacht dat er ieder moment iemand over haar heenrijdt en het te laat is. Een tweede klap blijft uit. De reiger haal ik in bij het fietspad. Haar poten maken nog steeds een rare hoek. Ik wil haar tegen me aan drukken, zij wil mij pikken met die scherpe snavel. Meerdere auto’s stoppen. Iemand gooit een dekentje. Als ik haar bedek, wordt ze rustig. De man die haar in eerste instantie aanreed zegt: ‘Het was maar een tik, zo hard reed ik niet.’ Ik had waarschijnlijk hetzelfde gezegd. Daar zit ik dan, gehurkt op een fietspad rond een hoopje bedekte veren. De voorbij komende fietsers werpen ons nieuwsgierige blikken toe. Een oud vrouwtje stapt af om te kijken. Had ik maar krijt, dan zou ik de gekreukelde vleugels ermee omlijnen. De meneer zit strak in pak en belt 112. Een echt noodgeval lijkt me dit niet. Hadden we voor een vliegende rat uit de stad hetzelfde gedaan? ‘Dierenambulance’, zegt de man tegen zijn mobieltje. Dan belt hij 114. Doorverbinden is moeilijk, pas na drie andere telefoonnummers komen ze de reiger halen. Het duurt tien minuten. De man moet naar een dinertje. Er wachten vijfentwintig mensen. In mijn voet verzamelen zich gemene tintelingen. Ik ga verzitten, de reiger haalt naar me uit met haar snavel. Ondankbaar kreng, tot zover de shock. Na tien minuten nog steeds geen dierenambulance. Wel de man van het diner. Hij komt toch nog even kijken. Vier vermeende busjes later arriveert de gele wagen. Er stapt een man uit. Met kordate passen komt hij dichterbij. Hij geeft iedereen een hand, kijkt dan pas naar het dekentje. De gevaarlijk flexibele snavel zet hij gemakkelijk klem met twee vingers. Met de andere drie zet hij de vleugels vast. Als hij de reiger omdraait verwacht ik een lekkende lever en dampende darmpjes, maar we zien alleen een plakkerig herfstblad. Met één hand tilt hij de reiger op. Hij port met een vinger tussen haar ribben. ‘Een beetje mager, voel maar’. Ik voel en knik, hoewel ieder referentiekader ontbreekt. Ik heb nog nooit eerder een reiger betast. De man wil dat ik meeloop naar zijn auto. ‘Dan geef ik je een folder over wat we allemaal doen’, zegt hij. Het promotiepraatje komt als een verrassing. De meter vogel bungelt ondertussen als een mistroostige marionet in zijn hand. ‘Vergeet niet op de website te kijken.’ Ik zeg dat ik dat zal doen. Ik ben het niet van plan, maar een echte leugen is het niet. Petra Meijer

Bandirah

Mare, jaargang 35, nr. 11  

Leids Universitair Weekblad