Issuu on Google+

17 november 2011 35ste Jaargang • nr. 10

‘We doen het net zoals vroeger’ Pagina 3

Hij rent 100 kilometer in acht uur, maar ‘praat niet over pijn’

Prof tekent en rekent aan eigen fantasierijk. ‘En ik ga vrij ver’

Waarom studeren in de UB? Je kunt ook koffie drinken en kleren showen

Pagina 3

Pagina 8 en 9

Pagina 11

Niet alleen voor de hopeloze gevallen Waarom studenten willen betalen voor bijles Veel rechtenstudenten laten zich bijspijkeren door een zogeheten repetitor. Bij docenten groeit de onvrede. ‘Je focust niet op details, maar leert welke vragen er straks worden gesteld.’ DOOR VINCENT BONGERS ‘Ik ben wel eens

naar een optreden op Minerva geweest van de Zangeres Zonder Naam. Lekker meezingen met Mexico. Maar van de week zag ik een reportage over haar op televisie. Ze woonde blijkbaar in een Limburgse plaatsje vlakbij de grens met België. Was het belastingtechnisch handiger geweest om over de grens te gaan wonen?’ Vijf studenten fiscaal recht bladeren door hun lijvige bundel Belastingwetgeving 2011. Al snel vliegt er allerhande financieel jargon over tafel. ‘De dertig procent regeling’, zegt een van hen. ‘Juist’, reageert Willem Bierens de Haan in zijn kantoor aan de Hogewoerd. ‘En welk artikel hoort daar bij?’ Weer geritsel van bladzijden. Bierens de Haan is een repetitor. Dat is iemand die professioneel bijles geeft aan (meestal rechten-)studenten. Deze maandag is dat het derdejaars vak Directe Belastingen-I. De bijles blijkt vol praktijkvoorbeelden te zitten. Na de Zangeres Zonder Naam gaat Bierens de Haan uitgebreid in op de manier waarop voetbalcoach Guus Hiddink ooit door de FIOD werd opgepakt. ‘Hij claimde in België te wonen maar de belastingdienst kwam er achter dat hij een Amsterdamse parkeervergunning had. Tja…’ Kosten van de cursus, die bestaat uit zes bijeenkomsten van twee uur: 180 euro. ‘Ik wil per se dit jaar mijn

bachelor halen’, zegt Bas Jorissen, die net als zijn groepsgenoten vierdejaars is. ‘De overheid legt harde eisen op, met als gevolg een verschuiving van kennisvergarend naar tentamengericht studeren.’ Maar zijn de colleges bij rechten dan niet genoeg? Het onderwijs op de faculteit is goed, reageert Jorissen, maar vraagt om veel zelfstudie. ‘Ik heb twee baantjes en ben actief bij Minerva, dan schiet bibliotheektijd er wel eens bij in. Repetitoren hebben ervaring. Je focust niet op details. Je leert welke vragen vrijwel zeker op het tentamen worden gesteld. Dat zijn gratis punten. Daarna kun je je gaan richten op de lastige liflafjes.’ Studiegenoot Yves Cattel: ‘De docenten belastingrecht zijn prima maar soms wordt het iets te wetenschappelijk terwijl je gewoon met een hoog cijfer het tentamen wil halen.’ Rutger Geerts sluit zich daar bij aan. ‘Ik heb dit tentamen twee keer niet gehaald en nu wil ik het onderste uit de kan halen. Ik ga voor een acht.’ Manus Aa zegt het te druk te hebben met zaken naast zijn studie. ‘Ik ben bezig met de organisatie van het Glazen Huis. Een repetitor is flexibel. We kunnen afspreken wanneer ik kan.’ Gijs Scholten is sinds 1992 repetitor voor onder meer het vak burgerlijk recht is. ‘We krijgen de dwarsdoorsnede van de Leidse rechtenstudent populatie’, zegt hij. ‘Zeker niet alleen de hopeloze gevallen. Natuurlijk zitten er luie types tussen, maar sommigen zijn heel ambitieus.’ Er is een constante aanvoer van klanten. ‘Ik heb altijd zo rond de honderd studenten per jaar.’ Bierens de Haan: ‘We krijgen ook

studenten die een vak al vier keer niet hebben gehaald. Dat is echt een probleem. Je kunt maar twee keer in het jaar tentamen doen.’ Hij doceert voornamelijk aan Leidse studenten. Maar er komen ook rechtenstudenten uit Amsterdam en zelfs uit Groningen. ‘Daar is de repetitorcultuur minder sterk aanwezig. In Tilburg bestaat het helemaal niet. Het is erg druk. Ik ben er ooit via een clubgenoot ingerold. Ik ben begonnen met het geven van bijlessen notarieel recht. Dat is uitgegroeid tot een fulltime baan.’ Dat de rechtenfaculteit een aantal jaren geleden het zogeheten tutoraat voor eerstejaars heeft opgezet vindt hij ‘een goed initiatief ’. ‘Maar in het vervolg van de studie valt de ondersteuning wat weg. Dat vangen wij op.’ Mede door de komst van de langstudeerboete willen studenten een vak snel halen. ‘En vergeleken met die boete zijn we niet duur.’ Niet alle Leidse docenten zijn blij met de repetitoren. ‘Ik heb er moeite mee dat studenten in korte tijd klaargestoomd worden voor tentamens’, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans. ‘Dan is het alleen stampen. Dan beklijft het niet. Je kweekt de verkeerde houding.’ Voermans heeft moeite met de manier waarop sommige repetitoren reclame maken. ‘Ze scheppen het onjuiste beeld dat je alleen het vak kunt halen met hun hulp. Dat is kwalijk.’ ‘Ik heb er geen probleem mee mits de repetitor van goede kwaliteit is’, zegt Allard Lubbers, hoogleraar en voorzitter van de afdeling belastingrecht. Hij verbaast zich wel over de behoefte aan repetitoren.’ Vragen kun je ook aan docenten stellen.’ > Verder lezen op pagina 6

Mag hij blijven?

Een Chinees onderzoekscentrum ter bescherming van de reuzenpanda. De Leidse hoogleraar Bas Haring vraagt zich in zijn boek Plastic Panda’s af of het erg is dat sommige diersoorten verdwijnen. Zie pagina 7. Foto HH

LITERAIR TALENT OPGELET! WIN € 250 MET MARE-SELEXYZ-KERSTVERHALENWEDSTRIJD Ook dit jaar weer: de Mare-kerstverhalenwedstrijd! Schrijf een verhaal van tussen de 1500 en 2500 woorden dat speelt binnen de universitaire gemeenschap en/of het studentenleven en win €250, €75 of €50. Mail uiterlijk 8 december naar: redactieleiden@gmail.com. Deelname alleen voor Leidse studenten.

Bandirah Pagina 16


2  Mare · 17 november 2011 Geen commentaar

Repipiepel Door Thomas Blondeau ‘Ik

sleur uw zoon er wel door, meneer.’ Het was mijn eerste jaar aan de universiteit, het land was België. De woorden waren die van een man in een pak. Het soort pak dat gekocht is om vertrouwen uit te stralen. De man had een succesvol repetitorenbedrijf. Zijn prijzen waren niet mals. ‘Maar reken maar eens uit wat het kost om een jaar van je leven te verliezen.’ Ik heb nog steeds geen idee wat een jaar van mijn leven waard is. De weerzin overwinnen om de som te maken vergt me al te veel moeite. In tegenstelling tot in Leiden waar repetitoren louter rechtenstudenten bijstaan zijn hun Vlaamse collega’s breed inzetbaar. Hebben ze van een bepaalde opleiding geen vakkennis in huis, dan hangen ze een briefje op om een ouderejaarsstudent aan te trekken. Die legde je

Colofon Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

het vak uit, overhoorde je wekelijks en bracht verslag uit bij je ouders. Sommige goedverdienende repetitoren waren berucht. Over hen deden verhalen de ronde dat ze je gedurende de blokperiode opsloten in een ruimte zonder ramen. Hoe meer de ouders betaalden, hoe groter de kans dat zoon- of dochterlief het jaar werd doorgesleurd. Ik trof een menselijker exemplaar. Ik miste in mijn eerste jaar motivatie, verloor al snel het overzicht en was na een al te makkelijke middelbare schooltijd het studeren volledig verleerd. Wat structuur en externe controle leken me wel aangenaam. De Leidse repetitoren vallen niet zo goed momenteel bij de rechtenfaculteit. Ze maken de dikke syllabi te inzichtelijk en ze stomen studenten klaar voor de tentamens. Dat zijn zware verwijten inderdaad. En er zijn nog niet gestaafde geruchten dat ze het huiswerk maken van de studenten. Tja, als ze je door een studie kunnen fietsen mits je maar genoeg betaalt, dan dient de faculteit zich dat aan te trekken en niet de schuld bij een ander te leggen. Nu het langdurig studeren en onschuldig potverteren door het kabinet moeilijk wordt gemaakt – lees: Nederlanders moeten overschakelen op een hogere, Vlaamse snelheid –is de kans aannemelijk dat repetitoren vaker zullen worden ingezet. Dat ze geld kosten en dat ze daarom niet voor iedereen weggelegd zijn, is een spijtige zaak. Maar dat is voer voor politici en de kampeerders op het Beursplein. Zelf zakte ik grandioos ondanks de begeleiding van mijn supporterende repetitor. Reden: ik had totaal geen zin in die studie. Een maatje dat wat extra coaching inkocht voor zijn ingenieursstudie zou later promoveren. Ik studeerde uiteindelijk af zonder extra hulp. Ik heb genoeg wetenschappelijke vorming meegekregen om te weten dat dat geen representatieve toets is over de meerwaarde van een repetitor. En beschik ondertussen over genoeg zelfinzicht om te weten dat wie zo dom is om een repetitor te betalen, er inderdaad een nodig heeft.

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Harmke Berghuis redactie@mare.leidenuniv.nl Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Dirk-Jan Zom D.Zom@mare.leidenuniv.nl Medewerkers

David van Bodegom • Rivke Jaffe • Petra Meijer • DM Sanders • Benjamin Sprecher Secretariaat Harmke Berghuis Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.P. Abrahams (voorzitter) • prof. dr. J. van den Broek • I. Bronstring • A. Brouwer • drs. J.C.M. Damen • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • mr. F.E. Jensma • prof. dr. J.C. de Jong • D. van der Klugt • A. Liemburg• dr. D.J.W. Meijer • R. Nieuwenkamp • drs. R. Rijghard Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuis­gestuurd krijgen door € 35,- over te maken op bankrekening 10.32.57.950 ten name van Universiteit Leiden inzake Mare. Studenten betalen € 25,-. Zij maken dit bedrag over op bovenstaand bankrekeningnummer onder vermelding van hun studentnummer. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Column

Subsidieer ik het milieu of mijzelf? 583 euro. Zoveel werd er vandaag op mijn rekening bijgeschreven, nadat ik mijn kilometers had gedeclareerd. Meestal neem ik de trein, maar als het uitkomt leen ik de auto van mijn ouders. Blijkt dat ik € 0,32 per gereden kilometer krijg, waardoor ik – na aftrek van benzinekosten – € 50 verdien elke keer als ik de trein laat staan. Nietsvermoedend ben ik zo op de vroege morgen met een ethisch dilemma geconfronteerd dat zijn weerga niet kent. Ga ik voor het milieu of mijzelf? Het is in ieder geval een mooie gelegenheid om wat te schrijven over het fascinerende fenomeen ‘perverse prikkels’. Bijvoorbeeld: wij willen graag af van fossiele brandstoffen. Dat doen we door subsidies te verstrekken aan mensen die een zonnepaneel op hun dak zetten. In een onlangs verschenen rapport berekent het International Energy Agency dat duurzame energie wereldwijd voor ongeveer 66 miljard dollar wordt gesubsidieerd. Tegelijkertijd subsidiëren wij fossiele brandstoffen voor 280 miljard. Dit bizar hoge bedrag is dan ook nog een lage schatting. Als je googlet, kom je vaker bedragen van rond de 600 miljard tegen. Als ik daarvan niet zelf net €583 had gekregen was ik verontwaardigd geweest. Natuurlijk is er geen politicus die graag een zak geld aan Shell geeft, en op benzine zit juist een dikke belasting. Dus wat moet je je dan voorstellen bij fossiele subsidies? Mijn eigen €583 telt eigenlijk niet. Immers, het geld dat ik overhoud, zou ik eigenlijk moeten gebruiken voor de afschrijving en het onderhoud van de auto. Maar collega’s met leaseauto’s hebben wel degelijk een echte perverse prikkel te pakken. Zij rijden ook privé op kosten van de zaak. Iemand vertelde dat ze liever met de trein naar haar ouders gaat. Maar als ze samen met haar vriend de leaseauto neemt, scheelt dit €60 aan treinkaartjes. Een subtieler voorbeeld van hoe fossiel wordt bevoordeeld blijkt uit de financiering van nieuwe projecten. Banken zien duurzame energie als een rela-

tief risicovolle investering. Het gevolg is dat je bij de financiering van een windmolenpark 8 tot 13 procent rente betaalt, vergeleken met slechts 3,5 voor een kolencentrale. Doordat een windmolenpark relatief duur is in aanleg komt dit extra hard aan; dat een windmolen de rest van zijn levensduur zo goed als gratis stroom levert wordt tenietgedaan door de enorme rente die je betaalt over je lening. De European Wind Energy Association laat zien dat als het rentepercentage verdubbelt de uiteindelijke prijs van elektriciteit met een derde toeneemt. Nu zou je kunnen zeggen dat het banken hun goed recht is om fossiel minder risicovol te vinden. Maar waarom is fossiel zo risicoloos? Het komt immers voornamelijk uit uitermate risicovolle landen als Rusland, Iran en Venezuela. Het antwoord is dat onze regering veel geld uitgeeft om deze risico’s tegen te gaan. Als de Nederlandse marine bijvoorbeeld een fregat naar Somalië stuurt om olietankers te beveiligen, zijn de kosten voor de belastingbetaler, en niet voor Shell. Maar het risico dat er een vrachtschip tegen een windmolen aanvaart is voor de eigenaar van het windmolenpark. Nog mooier wordt het bij kerncentrales. Die zouden überhaupt niet te betalen zijn als risico’s zoals Fukushima werden meegenomen. Maar omdat overheden dit soort rampen gratis verzekeren, kunnen ook kerncentrales goedkoop worden gefinancierd. Niet dat hier iets mis mee is, zolang we ons maar realiseren dat het een verkapte vorm van subsidie is. Als de risico’s van fossiele en kernenergie op gelijke manier vergeleken wordt met windenergie (en de daarmee geassocieerde rente) blijkt dat die laatste juist de goedkoopste optie is. Conclusie: het zijn niet windmolens, maar leaseauto’s die op subsidie draaien. Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden


17 november 2011 · Mare 3 Mensen Geschiedenisstudent Dave Boone (22) werd tweede in een hardloopwedstrijd van honderd kilometer. Maar acht uur achter elkaar rennen, overleef je dat überhaupt? ‘Praten over pijn, dat doen ze maar lekker bij de Tour de France.’ Door Dirk-Jan Zom ‘Dat ga ik ook doen’, riep de zeventienjarige Dave Boone tegen zijn ouders toen hij in 2006 op televisie de Zeeuwse Kustmarathon zag. ‘Ze zeiden dat het niet kon, dat ik daarvoor moest trainen.’ Een jaar liep hij de marathon. ‘Ik vond het hartstikke leuk.’ Maar toegegeven, hij had het wel een beetje onderschat. ‘Ik kon ‘m wel uitlopen, maar het leek niet veel meer op lopen.’ Na het lezen van het boek De mens als duurloper van ultrarunner en historicus Jan van Knippenberg -‘ik had het in no-time uit’- besloot hij zich toe te leggen op lange afstanden. In 2010 liep hij 65 kilometer in Gilze en Rijen, in september voor het eerst 100 kilometer in Winschoten. In september deed hij daar weer een poging. Maar na zestig kilometer moest hij uitstappen. ‘Het lichaam wilde niet meer, dan is 40 kilometer te ver.’ Zondag deed hij mee aan de 100 kilometer tijdens de zogeheten Centennial Deventer. Zijn eindtijd, 08:04:41, was een persoonlijk record. Hij werd tweede. ‘Na 50 kilometer begin je je wel ellendig te voelen’, vertelt de vijfdejaars geschiedenis. ‘Maar daar moet je doorheen, dat is ultrarunnen. Praten over pijn, dat doen ze maar lekker bij de Tour de France. Op televisie gaat het altijd over pijn lijden en afzien. Daar is het wereldje van ultrarunning niet zo van gecharmeerd.’ Want juist dan gaat het niet meer, zegt hij. ‘Je hebt tijdens het lopen veel tijd om na te denken en te relativeren. Maar als je je afvraagt “wat doe ik hier?” dan is het eigenlijk al afgelopen. Je moet gewoon blijven lopen. Voor mij is ultrarunnen dat je doorgaat waar andere mensen zouden zeggen: “Nu is het tijd dat ik stop.” ‘Als je gaat wandelen is het einde

Foto Erik van Echten

Gewoon blijven lopen Ultrarunner Dave Boone rent 100 kilometer in acht uur zoek. Dat zie je mensen vaak doen bij marathons. Als je doorgaat kom je vanzelf weer in een fase dat je je comfortabeler gaat voelen.’ Maar was hij niet helemaal kapot? ‘Als je aankomt ben je wel echt vreselijk moe. Je krijgt spierpijn onderweg,

mijn voeten doen nu nog pijn, maar het gaat wel weer over. Het voelt niet als blijheid, maar opluchting dat het voorbij is. Ik word er atuurlijk blij van dat ik 100 kilometer kan hardlopen. Maar ik vind vooral de voorbereiding er naartoe leuk; in de zomer zes keer

per week trainen. Bij het lopen krijg je ook al je gedachten op een rijtje, rust in de tent.’ Boone wil de wedstrijden van 100 kilometer blijven lopen. En behalve een marathon onder de 2 uur en veertig minuten lopen, is er nog een doel.

‘Ultrarunners zeggen dat er maar één wedstrijd is: de Spartathlon, in Griekenland. Dat is een race van 246 kilometer. Je moet in 36 uur finishen. Het gaat over bergen, langs snelwegen, in de hitte. Dat is de belangrijkste wedstrijd, alsof je de Elfstedentocht wint.’

Frutti di Mare

Zwitserse zakmessen uit de prehistorie Op de binnenplaats van het archeologiegebouw aan de Reuvensplaats ligt een groot zeil op de grond. Het is gevuld met brokken steen. Ernaast staat een verbanddoos klaar. Getik en gebonk weerklinkt, en daarna geluid als van vallend glas. Kleine wolkjes wit stof stuiven op. Zeven studenten zitten in een kringetje om het met puin gevulde zeil. Ze

Door Harmke Berghuis

Archeologiestudenten aan de slag met vuursteen: ‘Ze zijn onze grootste bron van informatie.’ Foto’s Marc de Haan

dragen veiligheidsbrillen, beschermende handschoenen en een doek over hun bovenbeen. Daar leggen ze de brokken vuursteen op die bedoeld zijn om te bewerken. Met grote keien slaan ze er hard op. Student Fulco Scherjon (42): ‘Mijn been zal straks wel flink beurs zijn.’ De middag is voor masterstudenten archeologie om inzicht te krijgen in hoe in de prehistorie werktuigen van vuur-

steen werden gemaakt. Docent Eduard Pop: ‘Vuursteen is makkelijk te bewerken. Van de scherpe randen maakten ze speerpunten of messen.’ Vandaar de verbanddoos. ‘Oh my god’, klinkt een meisjesstem. Verbaasd kijkt Katie-Lee Flanagan (23) naar het grote plakkaat dat van de steen is gekomen. Het ziet er makkelijk uit om te produceren, zegt ze, maar dat is het

niet. ‘Eerst sloeg ik maar een beetje willekeurig op de vuurstenen, maar er kwam niks af. Je moet echt kijken waar je slaat en steeds draaien voor een goede hoek.’ Pop: ‘De bewerkte vuurstenen zijn onze grootste bron van informatie. Het blijft heel lang bewaard en vertelt over de technologie die de mensen in de prehistorie gebruikten.’ Victor Klinkenberg (29), die deze middag de docenten helpt:

‘We doen het precies zo als vroeger, zo begrijp je hoe een stuk van de steen is geslagen en hoeveel kracht daarbij gebruikt werd.’ De truc is om eerst het witte stoffige omhulsel van de steen af te slaan. Dit heet de cortex en is niet stevig genoeg om te gebruiken als gereedschap. Nu maken de studenten nog ‘afslagen’, dat wil zeggen, de plakkaten die er bij een eerste slag al vanaf komen. Klinkenberg doet voor hoe je die verder kunt bewerken. Met wat gerichte zachte tikken slaat hij kleine stukjes van de steen af. Zo ontstaat een gekartelde, stompere rand, bedoeld om bijvoorbeeld gevilde huid schoon te maken. Pop: ‘Het is een soort multitool. Met één stukje kun je een dier de keel doorsnijden, de huid eraf villen of andere bewerkingen.’ Klinkenberg: ‘Het Zwitserse zakmes van de prehistorie.’ Scherjon heeft in zijn vrije tijd ook wel eens geprobeerd vuur te maken met vuursteen. ‘Het was een groot drama, veel lastiger dan je denkt. Op YouTube zag ik iemand en die probeerde het met vuurzwam. Dat vatte direct vlam. Het ligt dus niet alleen aan hoe je de vuursteen slaat, maar aan welke tondel je gebruikt. Je kunt erover lezen wat je wilt, maar je leert pas door het uit te proberen: wat werkt, wat werkt niet? Zo kun je het verleden reconstrueren en sporen ontdekken van het ontstaan van de mens.’


4  Mare · 17 november 2011 Nieuws

Harde aanpak De Eerste Kamer heeft ingestemd met het voorstel van staatssecretaris van Hoger Onderwijs Halbe Zijlstra om studenten die onterecht een uitwonende beurs ontvangen harder aan te pakken. Studenten die bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) opgeven dat ze uitwonend zijn maar stiekem bij hun ouders wonen, riskeren vanaf 1 januari een forse boete. Tot nu toe hoefden de fraudeurs alleen de te veel verkregen beurs terug te betalen. Nu komt daar nog de helft van dat bedrag als boete bovenop. Nog een keer de fout in gaan betekent een boete van 2000 euro, een mogelijke gang naar de rechter en het verlies van het recht op stufi. Naar schatting kost deze fraude de staat momenteel 40 tot 55 miljoen euro per jaar. Zijlstra gaat ook het aantal adrescontroles flink verhogen. Het is de bedoeling dat in 2013 een op de vijf verdachte studenten een controleur op bezoek krijgt. Ook wordt het DUO makkelijker gemaakt om fraudeurs te pakken. De dienst hoeft straks alleen nog maar te bewijzen dat een student niet op het adres woont dat hij aan de gemeente heeft doorgegeven. Nu moet DUO bij een vermoeden van fraude aantonen dat een student bij zijn ouders woont.

Onderzoeksdata onderzocht De Koninklijke Academie der Wetenschappen (KNAW) gaat onderzoeken hoe wetenschappers uit verschillende disciplines omgaan met hun onderzoeksgegevens en wat hieraan verbeterd kan worden. Dit naar aanleiding van de affaire rond Diederik Stapel, die zijn onderzoeksdata bleek te verzinnen. De KNAW heeft hiertoe een commissie ingesteld onder leiding van Kees Schuyt, emeritus hoogleraar sociologie, die zal bestuderen hoe wetenschappers ervoor zorgen dat de regels nageleefd worden. Ook zal er een advies verschijnen hoe vooral jonge onderzoekers ertoe gebracht kunnen worden om integer om te gaan met hun onderzoeksgegevens. Rond 1 april zal de commissie een rapport uitbrengen.

Lening voortaan zelf aanvragen Kamerlid Jasper van Dijk (SP) wil dat studenten voortaan zelf hun lening bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) moeten aanvragen. Nu krijgen studenten automatisch een lening, en dat leidt tot problemen, stelt het Kamerlid op basis van mails die hij ontving. Zo meldde zich een student die een aantal keer moest doorgeven helemaal geen lening te willen. Een ander kreeg een brief waarin stond dat hij geen recht meer had op een studiebeurs, maar wel een lening kon krijgen. Hij reageerde niet, maar kreeg vervolgens toch een lening. Van Dijk vindt het onjuist dat studenten bezwaar moeten maken tegen een lening die ze niet hebben aangevraagd en vreest dat ze daardoor te makkelijk een studieschuld opbouwen.

Rutte naar Leiden Op maandag 19 december komt premier Rutte naar de universiteit voor de opnamen van het televisieprogramma NTR Collegetour. Hij zal vanaf 18:30 uur in de Pieterskerk geïnterviewd worden door Twan Huys en zal daarbij ook vragen van studenten beantwoorden. Het programma wordt op dinsdag 20 december om 21:15 uur op Nederland 3 uitgezonden. Studenten die bij de opnamen aanwezig willen zijn, kunnen zich opgeven op de site collegetour.ntr.nl. Tussen 1985 en 1992 studeerde Rutte geschiedenis in Leiden. Hij studeerde af op een scriptie over de opstand van patriotten in Haarlem aan het eind van de achttiende eeuw.

Onzekerheid duurt voort Toekomst van medische farmacologie nog steeds in het gedrang Het is al tijden lang onduidelijk waar het heen moet met de medisch farmacologen van het LACDR. 1 December moet er duidelijkheid zijn. Op de faculteitsraadvergadering van de bètafaculteit bleek maandag dat de onzekerheid op zijn einde loopt. De faculteit wil de groep opheffen, maar omdat de wetenschappers nauw samenwerken met het Leids Universitair Medisch Centrum willen de faculteit en het medisch centrum eerst in kaart brengen wat de consequenties van opheffen zijn, en of er mensen overgeheveld kunnen worden naar het LUMC. Over twee weken, op 1 december, moet dat duidelijk zijn. ‘Vooralsnog zitten we op die planning’, aldus directeur bedrijfsvoering Gert Jan van Helden. Van Helden garandeerde dat alle promovendi in elk geval hun proefschrift af kunnen maken. ‘Als de begeleiding hier niet kan, moeten wij daarvoor gaan zorgen.’ Bij de groep zelf is de situatie schrijnend, aldus waarnemend hoofd dr. Erno Vreugdenhil. Sinds het emeritaat van hun hoogleraar in 2009 is de toekomst van medische farmacologie onduidelijk geweest, ‘maar de aangekondigde opheffing kwam als een donderslag bij heldere hemel.’ Hij noemt het ook merkwaardig dat eerst gekozen wordt voor opheffing en daarna onderzoek gedaan wordt naar eventuele verplaatsing naar het LUMC, in plaats van andersom. Vreugdenhil: ‘Wij doen onder-

Door Bart Braun

‘Sociaal leenstelsel zorgt niet voor minder masters’ Staatssecretaris Zijlstra van Hoger Onderwijs denkt niet dat het aantal masterstudenten zal afnemen als de basisbeurs vervangen wordt door een sociaal leenstelsel. Dat schrijft hij in een antwoord op Kamervragen van de SP. Die partij refereerde aan een onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) van vorige maand, waaruit bleek dat twintig procent van de studenten geen master zal volgen als het sociaal leenstelsel wordt in gevoerd. Zijlstra vindt dat lenen voor de studie een goede investering is, mits studenten er bewust mee omgaan en schulden niet nodeloos laten oplopen vanwege een te luxe leefstijl. Hij schrijft wel bereid te zijn om het palet aan ondersteuning en voorlichting op het gebied van leenmogelijkheden door te lichten om te zien of er verbetering nodig is. SP-Kamerlid Jasper van Dijk vroeg Zijlstra ook of hij besefte dat de maatregel extra pijnlijk is voor deelnemers aan een tweejarige master. Maar ook hier is de staatssecretaris dezelfde mening dat toegedaan. Hij schreef verder niet te denken dat de maatregelen gevolgen zullen hebben voor de ambitie van Nederland om bij de top vijf van kenniseconomieën in de wereld te horen, omdat het geld dat vrijkomt door de invoering van het sociaal leenstelsel geherinvesteerd wordt in het hoger onderwijs. DJZ

zoek naar de gevolgen van stress op de hersenen en hoe chronische stress kan leiden tot psychiatrische ziektes. De grootste stressor is chronische onzekerheid. In dit verband is het triest te moeten constateren dat wij voortdurend in onzekerheid worden gehouden. Vanzelfsprekend geldt dit voor de toekomst van de

stafmedewerkers en analisten. Maar ook hoe promovendi na 1 december begeleid moeten worden is nog onduidelijk. Wat er moet gebeuren met onze kostbare infrastructuur, wetenschappelijke datacollecties, transgene diermodellen idem dito. Op vragen om gesprekken hierover wordt niet geantwoord. Dat de facul-

teitsraad wel informatie krijgt en wij niet, is bevreemdend.’ Er is nog de mogelijkheid dat de groep gered wordt door het LUMC. Vreugdenhil hoopt op een goede afloop. Zo niet, dan overweegt hij een gang naar rechter: ‘De argumenten voor het opheffen van onze groep zijn aantoonbaar onjuist.’

‘Nederlandse universiteiten niet erg autonoom’ Nederlandse universiteiten zijn niet zo autonoom als andere Europese universiteiten. Zo hebben ze in tegenstelling tot andere landen niets te zeggen over de instroom van studenten en hebben weinig te zeggen over toelatingseisen. Dat blijkt uit The Autonomy Scorecard 2010, een rapport opgesteld door de Europese universiteiten vereniging EUA. De scorecard beoordeelt universiteiten in 28 Europese landen op hun autonomie op organisatorisch, fi-

nancieel, personeel- en academisch gebied. Vooral in die laatste categorie scoort Nederland niet goed: een 23-ste plaats. Ierland scoort het beste; daar kunnen universiteiten bepalen hoeveel studenten ze toelaten en welke selectieprocedures ze toepassen. In Nederland lopen inmiddels wel experimenten op dat gebied. Ook het feit dat universiteiten voor het invoeren van nieuwe opleidingen toestemming nodig hebben van de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie zorgt dat Neder-

land slecht uit de vergelijking komt. Op personeelsbeleid is Nederland volgens het rapport redelijk autonoom, al is bij bepaling van salarissen wel extern overleg nodig. Op financieel gebied scoort Nederland goed met een vijfde plaats. Dit komt omdat overschotten op de begroting door de universiteiten behouden mogen worden en ze zonder restricties geld kunnen lenen. Ook hebben Nederlandse universiteiten redelijk veel vrijheid om de hoogte van het collegegeld te bepalen. DJZ

Expats behouden belastingvoordeel Expats die in Nederland werken kunnen blijven genieten van een regeling waarbij ze belasting betalen op slechts 70 procent van hun inkomen. Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën (VVD) had de regeling willen aanscherpen. Deze maatregel is bedoeld om de kosten van internationaal werkverkeer wat te drukken en het loonverschil met andere landen te compenseren. Weekers had in zijn

belastingplan voor komend jaar een voorstel gedaan om dit belastingvoordeel voor nog slechts vijftien procent van de kenniswerkers te laten gelden. Na kritiek uit het hoger onderwijs wordt het voorstel nu niet doorgevoerd. Volgens nieuwswetenschapsite ScienceGuide wordt de basisinkomensgrens verlaagd en voor jonge onderzoekers nog eens naar €38.000 gebracht. Hiermee blijft het aanlokkelijk om als wetenschapper

in Nederland te komen werken. Weekers’ voorstel week ook af van de internationale tendens om zo veel mogelijk buitenlands talent aan te trekken. De PVV stelde voor om deze regeling alleen maar te laten gelden voor beroepen die een duidelijke meerwaarde hebben voor het gastland en niet om bijvoorbeeld profvoetballers een belastingvoordeel te gunnen. Vandaag wordt er gestemd over de belastingwet. TB


17 november 2011 · Mare 5 (...)

‘De Leidse universiteit is een open inrichting’ ‘Ja, en dat (de Universiteit Leiden, red.) was natuurlijk een open inrichting. Ik vond het er zelf overigens altijd wel prettig hoor. Ja, anders houd je het ook niet vol. Je kreeg grote vrijheid om te lezen en te schrijven. Dat werd helaas onderbroken door colleges, maar dat was soms ook wel weer eens leuk.’ Arabist Hans Jansen blikt terug op zijn Leidse tijd… ‘Maar nu heb je een hoogleraar als Maurits Berger die glashard zegt dat de sharia voor 95% identiek is aan het Nederlands recht. Dat is ongelooflijk. Toen ik hem af en toe nog in Leiden zag, vroeg ik hem wel eens: ‘Goh Maurits, kan ik daar niet eens een onderbouwing van krijgen?’ Nou, dat kwam eraan, zei hij dan op die bekakte toon van hem. Een half jaar later vroeg ik er dan weer om: ‘Je hebt het vast gestuurd, maar ik kon het nergens vinden.’ ‘Nee, dat komt eraan.’ Weer op die Beatrix-toon. Maar als je dan in Hilversum bent, dan blijkt Maurits bij al die journalisten van de staatsmedia op schoot te zitten.’ …maar niet alleen in nostalgie. (De Dagelijkse Standaard, 6 november) ‘Iedereen denkt dat hij geschikt is om premier te worden. De kans dat onder zulke omstandigheden grote politici worden herkend, laat staan erkend, acht ik vrijwel nul.’ Rechtsfilosoof Andreas Kinneging (NRC Handelsblad, 4 november) ‘Leidse studenten bestellen bier; wie om pils vraagt zal spoelwater krijgen. In Delft de stad waar de Leidse studenten een gezonde rivaliteit mee kennen- wordt wel pils besteld. Niks bijzonders, tot de opname van de film Soldaat van Oranje. (…) ‘De Delftse studenten stellen ruimhartig hun fraaie verenigingsgebouw beschikbaar voor de opnames. En tot verbazing van filmcrew, vragen ze daar niets voor. De enige voorwaarden die de Delftenaren aan het beschikbaar stellen van hun sociëteit stellen, is er in de film geen bier maar pils wordt gedronken. En zo geschiedt. Geen hond die het waarschijnlijk ooit is opgevallen. Maar voor Leidse studenten is het nog altijd een gruwel om hun illustere voorvaderen blijmoedig pils te horen bestellen.’ Journalist Timo Waarsenburg geeft geschiedenisles (Leidsch Dagblad, 7 november) ‘Wetenschappers vermoeden dat grote exemplaren van de zilverbarbeel geen gif meer nodig hebben in hun stekels. Dat wilde ik testen, dus heb ik mezelf expres gestoken met de stekels van een groot exemplaar.’ Bioloog Freek Vonk past de wetenschappelijke methode toe… (Op expeditie met Freek Vonk; G+J Publishers. ‘Jezus noemt het mosterdzaad het kleinste van alle zaden. (…) Biologen en andere kenners van de natuur claimen echter zaden te hebben aangetroffen die kleiner zijn dan het mosterdzaad. De natuur lijkt de Schriftuur dus te weerspreken. Hoe moeten christenen daar nu op reageren? (…)  Misschien kijken de biologen vanuit een verkeerd levensbeschouwelijk perspectief naar die kleinere dingen, en zien ze ze door die bril ten onrechte als zaden. Dan hebben ze intussen wel ontstellend veel mensen - inclusief miljoenen christenen - weten te verleiden tot deze dwaalgedachte. Het moet zelfs met stip de grootste overwinning zijn die Satan op aarde behaald heeft, en waarmee hij tallozen tot op de dag van vandaag zand in de ogen strooit. In werkelijkheid is het immers ondenkbaar dat Christus ernaast zat. …en bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond G. van den Brink worstelt ermee. (Nederlands Dagblad, 14 november.

Nieuws

Studenten slepen Halbe Zijlstra voor de rechter Nederlandse Staat gedaagd voor invoering langstudeerboete Ze dreigden er al mee, maar nu is het ook echt zover. De studentenorganisaties LKvV, ISO en de LSVb stappen naar de rechter om de langstudeerboete langs juridische weg te blokkeren. De regeling is inmiddels ingegaan. Door Vincent Bongers Al wordt er dit eerste jaar nog geen boete geheven. ‘De Nederlandse Staat is door ons gedaagd’, zegt Pascal ten Have, voorzitter van de LSVb. ‘Er is veel op de boete aan te merken. Tijdens het spel worden de regels veranderd. Studenten die dachten de tijd te hebben om te besturen of een stage te volgen worden nu met hoge kosten geconfronteerd. Dat is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.’ Deeltijdstudenten moeten ook betalen. Ten Have: ‘Die zijn vaak lang bezig met hun studie. Zij gaan dan een enorm bedrag betalen. Deeltijd studeren wordt zo vrijwel onmogelijk. De toegang tot het hoger onderwijs is in gevaar. We vinden dat er een oplossing voor hen moet worden gevonden.’ Verder is de boete gekoppeld aan de inflatie. Die is nu iets van 2,1 procent. Stel dat er nog iets van 2 procent bij komt dan betaal je alweer een dikke 60 euro extra.’ De organisaties zijn het er ook niet mee eens dat staatssecretaris voor het hoger onderwijs Halbe Zijlstra, stelt dat het om collegegeldverhoging gaat. Dat is onzin, zeggen de studenten. ‘Je kunt de extra kosten niet van de belasting aftrekken, zoals dat bij collegegeld wel kan. Het

heeft niets met het onderwijs te maken. Het is gewoon een boete.’ De Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen die is verbonden aan advocatenkantoor Stibbe maakt voor de studentenorganisaties de gang naar de rechter. Hij bracht in april van dit jaar al een advies uit over de langstudeerboete en stelde toen vast dat het voorstel van Zijlstra aan veel kanten rammelde.

‘De zaak dient voor de civiele rechter in Den Haag’, zegt Barkhuysen. ‘Eerst is er een schriftelijke ronde waarin de Staat zich verweert tegen de bezwaren die wij tegen de maatregel van de staatssecretaris hebben. Dan zullen beide partijen hun zaak bepleiten. Vervolgens doet de rechter uitspraak.’ Zowel de Staat als de studentenorganisaties streven naar een

uitspraak van de rechter voordat de boete in gaat. ‘Het gaat dan om september 2012. Het begin van het nieuwe collegejaar. Of dat ook lukt, hangt uiteraard af van de rechter.’ Barkhuysen hoopt dat in maart al het pleidooi gehouden kan worden. Is er kans van slagen? ‘Het standpunt van de studentenorganisaties is goed verdedigbaar. Er zitten serieuze knelpunten in de maatregel.’

Volgens juristen zitten er flinke knelpunten in de maatregel. Foto: HH

Nederlandkunde zoekt geld ‘Leiden zonder rector is Het veranderde bekostigingssysteem voor buitenlandse studenten heeft op korte termijn geen directe consequenties voor de opleiding Nederlandkunde. Dat zegt Ton van Haaften, onderwijsdirecteur van het Leiden University Centre for Linguistics. De opleiding valt gedeeltelijk onder dit instituut. Volgens Van Haaften zorgen deze wijzigingen deels voor een relatieve daling in de bekostiging van Nederlandkunde, maar dat komt volgens hem vaker voor: ‘Er zijn wel meer schommelingen, dit is geen uitzondering.’ In de faculteitraadsvergadering van Geesteswetenschappen van oktober kwam een probleem naar voren in de bekostiging van de opleiding Nederlandkunde: studiepunten van studenten van buiten de Europees Economische Ruimte (EER) tellen niet meer mee in de bekostiging en er wordt geen geld ontvangen voor uitwisselingsstudenten die in Leiden op bezoek komen. Nederlandkunde ontvangt vooral niet-EER studenten en uitwisselingsstudenten. Van Haaften zegt de ongerustheid bij de opleiding te begrijpen, vanwege eerdere bezuinigingen, maar dat er geen directe aanleiding voor zorgen is. ‘Dit is begrotingstijd, je kijkt hoe verschillende onderdelen ervoor staan’, zegt hij. Ook geeft hij aan dat onderwijs maar één bron van

inkomsten is. Wel zegt hij dat het instituut weinig inzicht heeft in hoe de bekostiging van niet-EER studenten verloopt. Het collegegeld dat bachelorstudenten van buiten de EER binnen de alfa- en gammastudies betalen zal in ieder geval vanaf volgend collegejaar fors omhoog gaan, zegt faculteitsbestuurslid Jolanda Riel: van € 5.280 naar € 10.500. De verwachting is daarom dat per 2012 de inkomsten zullen stijgen, al geeft Riel aan dat het nog niet zeker is welk effect de tariefsverhoging per saldo voor de faculteit zal hebben. ‘We zijn daar in ons meerjarenbeeld voorzichtig mee om gegaan.’ DJZ

Regenpijpen UB gestolen Bij de Universiteitsbibliotheek zijn acht koperen regenpijpen gestolen. Het gaat om pijpen aan de achterkant van de universiteitsbibliotheek. ‘Er was ontdekt dat de pijpen ontbraken’, vertelt een woordvoerder van de universiteit. Waarschijnlijk zijn de regenpijpen vorige week gestolen. De universiteit heeft aangifte gedaan van diefstal, zegt de woordvoerder. De koperen pijpen worden vervangen door reguliere pijpen. DJZ

3 Oktober zonder haring’ Het bestuursbureau van de universiteit moet in Leiden blijven. Een motie die daartoe opriep werd vorige week in de gemeenteraad unanieme gesteund. De raad verzoekt het college van burgemeester en wethouders ‘alles te doen in haar macht’ om het bestuursbureau, ook bij een eventuele samenwerking of fusie met de universiteiten van Delft en Rotterdam in Leiden te behouden. De gemeente Den Haag zou namelijk graag zien dat het bestuursbureau naar die stad komt. De motie, ingediend door Patrick Meijer (CDA) en Paul van Meenen (D66) stelt dat het bestuursbureau zorgt voor werkgelegenheid in de stad en dat de universiteit, en het bestuursbureau sociaal-economisch bijdragen aan Leiden. Verhuizing van het bestuursbureau zou een symbolisch verlies voor de stad zijn: ‘Leiden zonder rector is als 3 Oktober zonder haring en wittebrood.’ De vrees dat het bestuursbureau naar Den Haag verhuist, bestaat omdat het Haagse college van B&W in september op vragen vanuit de gemeenteraad antwoordde dat het zich actief inzet voor het positioneren van het bestuursbureau in Den Haag, vertelt Meijer: ‘Dat sluit aan op hetgeen de rector vorig jaar zei bij

de opening van het academisch jaar.’ Ook Van Meenen refereert aan de geluiden in de Haagse gemeenteraad. Hij vermoedt dat een verhuizing van het bestuursbureau (nog) niet in Leiden speelt, ‘maar we kunnen beter het zekere voor het onzekere nemen.’ Meijer vindt ook dat de gemeente actiever moet nadenken over de samenwerking met de universiteit en het LUMC. ‘We hebben gevraagd om een actieplan op dit gebied, dat is er nu nog niet. Dit is een beetje een noodremprocedure. De karavaan gaat verder, je moet nu ingrijpen om te voorkomen dat je achteraf nog moet gaan onderhandelen. Ook in de gemeenteraden in Rotterdam en Delft zijn dergelijke initiatieven ondernomen.’ Universiteitswoordvoerder Caroline van Overbeeke zegt dat een verplaatsing van het bestuursbureau niet speelt bij de universiteit. ‘De discussie verbaast ons, ook wel in positieve zin. Dat dit kennelijk belangrijk is. Maar wij zijn er niet mee bezig. We zijn druk met de andere instellingen in gesprek om te kijken waar we de samenwerking kunnen verbreden. Als dat ooit resulteert in een fusie, moet er nog veel gebeuren, daar is ook nog een wetswijziging voor nodig. Dan is dit dus niet de eerste vraag die je stelt.’ DJZ


6

Mare · 17 november 2011

Achtergrond

Photo Marc de Haan

‘Zeer lastig leesbaar boek wordt nu overbodig!’ Wervingsteksten van repetitoren leiden tot irritatie > Vervolg van de voorpagina Het zou ook geen goede zaak zijn als een groot deel van zijn studenten een repetitor heeft. ‘Dat kan betekenen dat het onderwijs niet goed genoeg is.’ Onlangs ontstond er ophef rondom repetitor Jan Peter van Leeuwen toen twee docenten hem beschuldigden van het aanzetten tot fraude. Van Leeuwen zou bij het vak

Brief

Europees recht gebruikmaken van standaardantwoordmodellen en zo studenten plagiaat laten plegen, aldus de docenten. Van Leeuwen ontkent de aantijgingen met klem. De beschuldigingen slaan ook volgens Scholten nergens op. ‘Het is echt onjuist dat hij antwoorden voorzegt. Ik ken hem al jaren en zo gaat hij niet te werk.’ Maar zijn website wekte wel irritatie op bij de docenten, en dan

In deze rubriek kunnen lezers in maximaal 300 woorden reageren op artikelen in Mare. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te weigeren. Over weigering wordt niet gecorrespondeerd. Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl

De Chinees is ook gewoon een mens In de Mare van 1 november schrijft Petra Meijer in haar column ‘Kinderverhaaltje’ over de Chinese kleuter Yueyue. Yueyue overleed ten gevolge van een aanrijding waarna zij hulpeloos werd achtergelaten door de dader. Van de voorbijgangers die de overreden kleuter zagen liggen, besloot pas de 19e - een schoonmaakster - om te hulp te schieten. De suggestie die door Meijer wordt gewekt, en die wij graag geloven, luidt dat het onderdeel is van de Chinese cultuur om mensen niet te hulp te komen, vooral als zij een maatschappelijk lagere status hebben dan jijzelf. Ze schrijft dat in China ‘de status van de mensen met wie je omgaat afstraalt op je eigen status’. Wie een ‘mislukkeling van de maatschappij’ helpt, wordt er zelf ook een. Ze willen gewoon niet helpen, die Chinezen. Dit is een onhoudbaar standpunt. De verklaring moet niet worden gezocht in cultuurbepaalde overtuiging. Zij ligt, in de column aangestipt maar niet uitgewerkt, in het Chinese aansprakelijkheidsregime. De barmhartige Samaritaan wordt in China niet wettelijk beschermd. De confronterende realiteit is dat in China goede bedoelingen soms vervelende (financiële) consequenties hebben. Daarom worden slachtoffers van een serieus ongeluk niet geholpen,

maar slachtoffers van een onschuldig ongeluk wel. Toen ikzelf tijdens een vakantie een man zag uitglijden in Shenzhen (in de provincie van Yueyue) werd hij direct op de been geholpen door omstanders. Dat kwam niet doordat hij de burgemeester was. De omstanders zagen dat hij zich had bezeerd en vonden dat vervelend voor hem, net als Nederlanders dat zouden vinden. Voor uitglijden maak je geen hoge kosten, dus die kunnen niet op jou worden verhaald: even helpen opstaan die arme man. Helaas passen deze oorzaak en dit voorbeeld niet zo mooi in het eerder geschetste plaatje. Wij geloven en benadrukken graag dat De Chinees anders is dan wij, een soort pseudo-sociologie voor bij de koffie. Kijk maar in het Mareartikel ‘Vechten voor een magnetron’ (13 oktober): Chinese studenten in Nederland vinden óns ook raar, en ze doen Tai chi in een weiland. Meijer, nota bene zelf studente Talen en Culturen van China, is in haar column ongenuanceerd en generaliserend. Beschrijf je hoe iets ís, of hoe je lezers willen horen dat het is? Is niet helpen intrinsiek aan de Chinese cultuur? Of weten wij diep van binnen dat de meeste Nederlanders in de gegeven omstandigheden precies hetzelfde zouden doen? Dulijon Veldhoen Masterstudent Ondernemingsrecht en Rechtsfilosofie

met name wervingsteksten als: ‘Alleen al bijna vierhonderd pagina’s arresten maken dit vak tot een zeer onoverzichtelijk gebeuren voor een 5-puntsvak. Mijn cursus maakt alles overzichtelijk en inzichtelijk. Zeer lastig leesbaar boek wordt door de cursus overbodig.’ ‘De aanwezigheid van repetitoren is op zich heel gewoon’, reageert rechtendecaan Rick Lawson. ‘Het wordt echter anders als een repetitor

dingen zegt of doet die het onderwijs ondermijnen. Of op hun website vermelden: “Je hoeft dit boek of dat arrest niet te lezen.” Opdrachten aanleveren aan studenten is natuurlijk niet de bedoeling, maar we hebben geen reden om aan te nemen dat Van Leeuwen dat doet.’ Lawson was midden jaren tachtig zelf repetitor in Leiden. ‘Ik doceerde als derdejaars aan eerstejaars en heb zelf ook een repetitor gehad.’ Hij

denkt dat de faculteit zijn voordeel kan doen met de kennis van repetitoren. ‘Ze horen veel van studenten en hebben zicht op de ontwikkeling van de vakken.’ Pas als veel studenten de hulp van een repetitor nodig hebben, moet rechten zich zorgen maken. ‘Dan is er iets mis met het onderwijs.’ Bierens de Haan wil zich niet mengen in een discussie over wat Van Leeuwen wellicht gedaan heeft. ‘Maar ik kijk wel eens op zijn site en zie dan teksten die over de grens gaan. Dat je bepaalde voorgeschreven boeken niet hoeft te lezen en dat je het wel redt met oude tentamens. Dan denk ik: zeg dat nou niet. Docenten zien dat ook en die oude tentamenvragen stellen ze niet. Er zijn hooguit tien voltijds repetitoren in Leiden. Het is niet slim om dan voor een paar duizend euro ruzie te maken met de faculteit. Zo’n stoorzender kun je niet gebruiken.’ De twee kennen elkaar van de stichting Kring van Leidse Repetitoren, waarin bijlesdocenten samenwerken en afspraken maken over de cursussen. Maar in 2003 kregen ze een conflict over sterk over de sterk op elkaar lijkende namen van hun websites (repetitor.nl van Scholten en Van Leeuwen; repetitoren.nl van Bierens de Haan). Daarop verliet Van Leeuwen de Kring. Met studenten intensief voorbereiden op een tentamen, is niets mis, zegt Bierens de Haan. ‘Maar je moet dus niet antwoorden gaan voorzeggen. Dan gooi je je geloofwaardigheid te grabbel.’ Hij heeft het idee dat hij studenten succesvol begeleidt. Een van zijn studenten was Armin van Buuren, die tijdens zijn Leidse rechtenstudie doorbrak als dj. ‘Ik heb pas nog een mailtje van hem gehad dat hij binnenkort nog eens langskomt. Hij werkte destijds nogal onregelmatige uren en kon mooi bij mij belastingrecht volgen. Hij heeft zijn studie afgemaakt. Ik heb al paar keer op de gastenlijst gestaan, ook toen ik in New York was en hij daar draaide. Jammer genoeg kon ik de tent waar hij optrad toen niet vinden.’ DOOR VINCENT BONGERS

Meneer de Professor

Zwarte Piet Al sinds mijn verstilde, eenzame vlegeljaren herlees ik elke herfst het volledig werk van Couperus. Een bijzondere plek is daarbij ingeruimd voor De Stille Kracht, die onvergetelijke roman uit 1900 over ons Indië. Het boek beschrijft hoe het noodlot een familie opbreekt - moeder en dochter keren terug naar Europa, vader blijft achter en leeft teruggetrokken verder, zonder dromen, zonder hoop. Het boek was profetisch voor de cesuur die onze twee natiën een halve eeuw later wachtte. Elk jaar als de bomen dorren en ik met Couperus bij het haardvuur zit, denk ik er met weemoed aan terug: hoe het misliep met Indië. Hoe Amerika, nooit te beroerd om Europese wereldrijken te verzwakken, de Marshallhulp dreigde in te trekken als Nederland zijn gezag daadwerkelijk militair zou handhaven. Ons optreden moest beperkt blijven tot ‘politioneel’ pappen en nathouden. Het resultaat is bekend. Al die volkeren met hun prachtige culturen - van Sumatranen en Balinezen, tot enige jaren later de Papoea’s van Nieuw Guinea - , werden onderworpen aan het tot op de dag van vandaag voortdurende Javaanse juk. Massaslachtingen, martelingen, verdwijningen, economische misère, gedwongen besnijdenissen. Dage-

lijkse ellende voor miljoenen mensen waar wij medeschuld voor dragen. Maar nooit hoor je eens iemand oproepen ons te verontschuldigen voor de dekolonisatie, voor het feit dat we al die prachtige culturen en mensen hebben overgeleverd aan de terreur van Soekarno. Onlangs nog barstte in de landelijke politiek weer die contextloze verontwaardiging los over ons ‘slavernijverleden’. De koninklijke koets met daarop de leus ‘Hulde aan de koloniën’ moest worden overgespoten. Twee brave promovendi schreven op 27 oktober in dagblad de Volkskrant dat de ‘relativerende toon’ waarmee tegenwoordig over het slavernijverleden wordt gesproken schandelijk zou zijn. En bij de intocht van Sinterklaas, afgelopen weekeinde, werd er gedemonstreerd tegen Zwarte Piet beweerdelijk een ‘racistisch’ symbool van koloniale misdaden en slavernij. De Westerse slavernij echter, zo betoogt terecht onze Leidse emeritushoogleraar Piet Emmer, was vergeleken met de slavernij elders op de wereld niet uitzonderlijk wreed (eerder het tegenovergestelde). Wel uitzonderlijk is dat Europa die slavernij heeft afgeschaft. En het is vanwege de wereldwijde koloniale rijken geweest dat het Westen in staat was de afschaffing van die slavernij mondiaal door te voeren.

Houd Zwarte Piet, de Gouden Koets en al die andere aandenkens aan ons verleden toch in ere. Dankzij het kolonialisme hebben Afrika en de Indische archipel grote economische, intellectuele en culturele bloei gekend. Precies 65 jaar na Linggadjati zeg ik vrij naar Couperus: Zo ik iets ben, ben ik een Bataaf. D.M. SANDERS Uw reacties worden geweldig op prijs gesteld: d.m.sanders@mail.com.


17 november 2011 · Mare 7 Opinie

Red de panda! Toch? Nieuw boek van Leidse hoogleraar stelt de vraag of het erg is dat dieren uitsterven Is het erg dat als de neushoorn verdwijnt? En hoeveel leven zit er nou in dat regenwoud? Hoogleraar en filosoof Bas Haring stelt zichzelf een paar lastige vragen. De antwoorden bevallen niet iedereen. Mare heeft mij gevraagd om zélf iets te schrijven over mijn nieuwe boek Plastic Panda’s. Dat zou interessanter zijn dan een recensie of een interview. Maar misschien is Mare eigenlijk bang voor boze reacties. Ik heb een boel boze reacties gehad. In Plastic Panda’s vraag ik mij namelijk af wat de waarde en betekenis van ‘soorten’ is. Plant- en diersoorten. Dat is een gevoelig onderwerp. Op de een of andere manier lijkt het vanzelfsprekend dat soorten ertoe doen. Als er iets van waarde is, dan toch zeker plant- en diersoorten? Toen ik een jaar of zeven was, hing er op mijn kamer een grote poster van het Wereld Natuur Fonds. Het was een soort van wereldkaart met daarop een verzameling dieren die met uitsterven werden bedreigd. Er stond een grote wisent op, ergens in Oost-Europa. En een vingerdiertje – of de aye-aye – dat in Madagaskar leeft. Een vreemd aapachtig beestje, met aan iedere voorpoot één hele lange vinger die zo lang en dun was dat hij ieder moment leek te kunnen breken. De zwarte neushoorn, de Siberische tijger, de bekende reuzenpanda. Ze stonden er allemaal op. ‘Zouden deze dieren echt op het punt staan om uit te sterven?’ mijmerde ik regelmatig terwijl ik de poster bestudeerde. ‘Maar dat zou toch afschuwelijk zijn. Een ramp. Een criminele daad van de mensheid.’ Het leek me dat het uitsterven van de wisent of het vingerdiertje erger was dan het sterven van mijn opa, die met kanker in het ziekenhuis lag toen ik zeven was, al had ik nog nooit wisenten of vingerdiertjes gezien, behalve op die poster in mijn kamer. Toch heb ik mij, ruim dertig jaar later, de vraag gesteld wat het belang van soorten nu feitelijk is. Ik had daar verschillende redenen voor. In de eerste plaats nieuwsgierigheid: soorten zijn een door mensen bedachte ordening van de natuur; is het belang dat we aan deze ordening hechten terecht? In de tweede plaats wordt vaak verondersteld dat het verdwijnen van een soort gepaard gaat met lijden, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Als een soort, om wat voor reden dan ook, zich niet meer kan voortplanten dan verdwijnt-ie ook. Ten derde merkte ik dat bij veel mensen het idee bestaat dat de natuur te vergelijken is met een machinerie, zoals een uurwerk. Soorten zouden in deze machinerie de radertjes en tandwielen zijn. Haal één tandwieltje weg en het uurwerk stopt. Zie hier het belang van het behouden van soorten. Maar de natuur is niet te vergelijken met een uurwerk. Ik vind de vergelijking met een economie veel helderder. In de economie bestaat een veelheid van bedrijven, met allemaal onderlinge verbanden. Geen bedrijf staat op zichzelf en allemaal kopen ze van elkaar en verkopen ze aan elkaar. Maar geen van deze bedrijven is voor de totale economie van cruciaal belang. Sterker nog: als de diversiteit van bedrijven afneemt

betekent dat geenszins dat de totale economie ook afgenomen is. Plastic Panda’s is een zoektocht naar de waarde en betekenis van soorten. De twijfel die ik aan het begin van het boek had, is gebleven. Ik heb er wel een aantal betekenisvolle inzichten bij gekregen: dat er bijzonder weinig natuur is bijvoorbeeld. En dan bedoel ik met natuur al het ‘levende spul’ dat er is. Pak in gedachten al het leven op dat er op aarde is – bossen, vogels, koeien, bacteriën, vissen; pers het water eruit; maak van de overgebleven klomp een soort van laminaat; en leg het laminaat weer terug over de aarde. Dan wordt dat een laagje laminaat van vier millimeter dik. Een heel dun laagje. Een laagje dat tot voorzichtigheid en bescheidenheid maant. Een ander betekenisvol inzicht is dat je ook kunt denken in termen van ‘functionele diversiteit’. In plaats van soorten te tellen en iedere soort te koesteren kun je ook kijken naar de rol die een soort in een ecosysteem vervult. Zolang de essentiële rollen vervuld blijven worden, ‘draait’ een ecosysteem wel. Gisteravond, vlak voor het schrijven van dit stuk werd ik ingekopieerd in een conversatie van verontruste, of boze collega’s. ‘Dus als ik het goed begrijp zegt die Haring dat we

wél de totale natuur in de gaten moeten houden, in termen van bijvoorbeeld omvang, maar dat we niet zo de nadruk moeten leggen op soorten? Maar iedereen weet toch dat die twee met elkaar verbonden zijn? Het is toch geen toeval dat het regenwoud de meeste soorten huisvest én de natuur is met de meeste biomassa – de meeste natuur per vierkante meter?’

‘Ik heb er wel een aantal betekenisvolle inzichten bij gekregen: dat er bijzonder weinig natuur is bijvoorbeeld’ Wat iedereen zogenaamd weet, dacht ik ook te weten: het regenwoud is de meest diverse en de meest wegende natuur op aarde – in letterlijke zin. Alleen is het niet waar. Tropisch regenwoud is een boel bos, maar er zijn andere bossen, met veel minder soorten, waar per vierkante meter veel meer groen groeit. In NoordAmerika bijvoorbeeld en in Australië. Ik wist dat niet voor het schrijven van mijn boek. Ik had een lichtelijk naïef, paradijselijk idee van tropisch

regenwoud: veel soorten betekent ‘betere’ natuur – wat we in deze context ook met ‘beter’ mogen bedoelen. Maar causale verbanden zoals ‘als meer soorten, dan meer natuur’ of ‘als meer soorten, dan stabielere natuur’ blijken helemaal niet zo evident te zijn. Een regenwoud is heus een boel bos en herbergt ook een boel soorten, maar het niet een boel bos omdat er zoveel soorten zijn. Dat weet ik sinds ik me verdiept heb in ecologie en biologie – zo goed en kwaad als dat kan. Ik ben naar het regenwoud geweest, heb met biologen gesproken en ik heb een stapel wetenschappelijke literatuur over biodiversiteit doorgeworsteld. Er zijn filosofen die veel meer weten over de ‘filosofie van de biologie’ dan ik, die filosofische discussies tot in details kunnen reproduceren en die precies weten welke filosoof wat zei over de natuur. Van zulke filosofen heb ik afgelopen dagen regelmatig gehoord dat je je als filosoof moet beperken tot je eigen vakgebied. Zij zien biologie als een vakgebied ‘van anderen’: van biologen. Ik zit anders in elkaar. Ik vind het juist interessant om me in het technische vakgebied te verdiepen. En juist die verdieping heeft mijn zoektocht naar de waarde en betekenis van soorten zo interessant gemaakt – in ieder geval voor mijzelf.

Stel je voor dat ik een boek geschreven had waarin ik de geldigheid van het periodiek systeem der elementen had bevraagd. Dan was ik niet overstelpt geweest met boze reacties. Dan zou men simpelweg hebben gereageerd met: ‘Die Haring heeft het fout: dat periodiek systeem klopt als een bus’ en men was weer verder gegaan met de orde van de dag. Nu niet. Nu reageert men emotioneel en verontwaardigd. Dat voelt in eerste instantie onplezierig: ik heb niets meer willen doen dan het met een nieuwsgierige blik onderzoeken van een vraag. Maar in tweede instantie sterkt de emotionele reactie me. Ik heb blijkbaar een vraag gesteld die lastig rationeel te beantwoorden is. Dat is ook een belangrijk inzicht. Ten slotte wil ik niet beweren dat we de natuur maar over de kling moeten jagen. Integendeel. We moeten zorgvuldig en met verstand van zaken de natuur op de wereld vormgeven. Maar we laten ons, denk ik, teveel leiden door het begrip ‘soorten’. Bas Haring is hoogleraar Publiek begrip van wetenschap en ‘volksfilosoof’, aldus zijn website. Onlangs verscheen zijn boek Plastic panda’s. Eerder schreef hij ondermeer Kaas en de evolutietheorie en Voor een echt succesvol leven. Bas Haring, Plastic panda’s, Nijgh en Van Ditmar, 240 pgs., € 19,90


8  Mare · 17 november 2011

Schepper van zwev Hoogleraar tekent en rekent aan zelfverzonnen aliens Hoogleraar neurologie Gert van Dijk bevolkt de denkbeeldige planeet Furaha met zorgvuldig ontworpen buitenaardse wezens. Het bedenken van zespotige grazers, slingerende marmerbekken en wapperende mantelvissen is voor hem een intellectueel en kunstzinnig spel. ‘Maar ik geloof niet in groene mannetjes.’ Door Bart Braun In vrijwel alle populaire sciencefiction is de science ronduit beroerd. Daverende explosies in de ruimte, elke planeet precies dezelfde zwaartekracht als de aarde, de absoluutheid van de lichtsnelheid die nonchalant onder het tapijt wordt geveegd. Wat het verzameld werk van Lil’ Wayne is voor liefhebbers van Engelse poëzie, is Star Wars voor bèta’s. Het kan best vermakelijk zijn, maar het veroorzaakt ook kromme tenen. Nog erger dan het natuurkundig gestuntel is Hollywoods complete onbegrip van biologie. Buitenaardse wezens die nog nooit een mens hebben gezien, zijn wel prima in staat om met ze te communiceren, of zelfs om ze op te eten of in hun lichamen te parasiteren. En alle buitenaardse wezens zien er hetzelfde uit: als slappe aftreksels van aardse dieren. Het zijn hagedissen, beren, poezen en vooral mensen, met slechts wat kleine cosmetische aanpassinkjes om ze buitenaards te laten lijken. Jar Jar Binks en het monster uit Alien, met hun schubben, kaken, ivoren tanden en ogen boven de neusgaten, hebben een evolutionaire voorgeschiedenis die wel erg veel lijkt op die van aardse gewervelde dieren. Of beter gezegd: Hollywood had wel erg weinig fantasie bij het ontwerpen ervan.

Alles moet ecologisch, evolutionair en biomechanisch kloppen. Anders wordt het dier geschrapt Dan doet professor Gert van Dijk het beter. In het dagelijks leven is hij klinisch neuroloog; zijn onderzoek richt zich op zaken als hersen- en zenuwfuncties bij uiteenlopende aandoeningen, waaronder flauwvallen. In zijn vrije tijd schildert, programmeert en rekent hij aan het leven op de fantasieplaneet Furaha. ‘Het is een wetenschappelijk en intellectueel spel’, benadrukt hij: ‘Ik heb er geen behoefte aan om afgeschilderd te worden als iemand die in groene mannetjes gelooft.’ ‘Furaha’ is Swahili voor geluk – in Van Dijks verhaal over de planeet, werd Furaha ontdekt door een ruimteschip met Oost-Afrikaanse bemanning. De wereld is meer dan dertig jaar geleden ontstaan. ‘Toen schilderde ik ook al, en ik heb toen ook omslagen geschilderd voor een amateuristische SF-uitgeverij die boeken maakte waar zelfs De Slegte niet vanaf kwam. Die uitgever wilde zoveel mogelijk primaire kleuren op

de cover, en als ik dan uitlegde dat er daar maar drie van zijn was dat moeilijk. Dus ging ik voor mijzelf iets maken: een insectachtig vliegend beestje met een plant. ‘Er stond veel gras op het schilderij, en dus moest er ook een dier zijn dat dat gras at. En dan weet je dat er geen einde meer is.’ De planeet telt inmiddels een flinke handvol planten, en allerlei verschillende land-, water- en vliegende dieren. In de jaren tachtig kwam er steeds meer programmeerwerk bij het schilderwerk kijken. ‘Ik had een zespotig dier geschapen, en ik wilde weten hoe het klinkt als zo’n dier loopt.’ Van Dijk maakte op een Acorn – destijds hét apparaat voor thuisprogrammeurs – een programma waarmee hij de looppatronen van zijn zesvoeter kon simuleren. Zo kon hij zijn dieren horen lopen. Het reken- en denkwerk is net zo belangrijk als het tekenen en schilderen. Alles moet ecologisch, evolutionair en biomechanisch kloppen. Op de website van Furaha en het bijbehorende blog legt Van Dijk de achterliggende wetenschap uit. Een aantal ‘vissen’ op Furaha kan zich voortbewegen met vier wapperende membranen: net zoals de twee manteltjes aan de zijkant van een zeekat, maar dan staan er ook twee membranen verticaal in plaats van alleen horizontaal. Met behulp van animaties legt hij uit hoe die membranen het beste ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Ergens anders beschrijft hij hoe de zogeheten zeppeloon (Bulla emphysematosa) kan zweven. Net als een heliumballon ‘drijft’ het dier in de atmosfeer: een zeppeloon is vooral een enorme blaas met waterstofgas, waar de overige organen en tentakels omheen zitten. Als je weet hoe dik de Furaha-atmosfeer is (iets dichter dan op aarde) en aanneemt dat de organen van zeppeloons ongeveer even zwaar zijn als die van andere dieren, kun je vrij eenvoudig uitrekenen hoe groot de blaas moet zijn om zo’n beest de lucht in te krijgen. Het antwoord: gigantisch. Een volwassen zeppeloon is ongeveer even groot als een doorzonwoning. En een jonkie? Nou, dat is dus een probleem. Uit dezelfde sommetjes volgt dat een kleine zeppeloon nog te weinig zweefvermogen heeft om de lucht in te komen. Hoe kan zoiets zich dan voortplanten, of ontstaan door evolutie? Het lijkt erop dat op die vragen geen antwoord bestaat, en dat de zweefbeesten dus binnenkort worden geschrapt. Van Dijk: ‘De bezoekers van mijn site vonden dat heel jammer, en probeerden meteen om oplossingen te verzinnen. Bij dat soort kwesties krijg je uiteindelijk de scheiding tussen de mensen die volgens de regels willen spelen, en de mensen die zeggen: ik hou ze lekker toch. Hoe intellectueel wil je het spelen, is dan de vraag? Ik ga vrij ver.’ Toch ziet de Furaha-fauna er soms nog behoorlijk ‘aards’ uit. Het roofdier Serrabuca piscivora heeft precies dezelfde stroomlijn als aardse dolfijnen, haaien en uitgestorven mosasaurussen. Die stroomlijn is bij die dieren onafhankelijk van elkaar geëvolueerd: blijkbaar is dat een dusdanig efficiënte vorm dat hij keer op keer opnieuw ontstaat. Convergente evolutie, noemen biologen dat.


17 november 2011 · Mare 9 Wetenschap

vende zeppeloons

Zeppeloon (Bulla emphysematosa) Furaha kent meerdere dieren die zweven door lichter te zijn dan de lucht. De zeppeloon is de grootste van allemaal. Net als inktvissen kunnen ze van kleur veranderen: als ze donkerder worden absorberen ze meer warmte. Daardoor zet het gas in hun zweefblaas uit, en stijgen de zeppeloons op. Door witter te worden, koelen ze weer af en kunnen ze dalen om eten te vangen aan het planeetoppervlak. In noodgevallen kunnen ze ook gas lozen met ventielen. Dat doen ze echter maar zelden: meestal zweven ze gedachteloos tussen de wolken.

Als er ergens anders in het heelal dieren bestaan die zijn blootgesteld aan hetzelfde soort eisen als de aardse omgeving stelt aan de dieren hier, dan komt convergente evolutie met hetzelfde soort oplossingen. Snelzwemmende dieren zullen gestroomlijnd zijn. Als er licht is, biedt het hebben van ogen een sterk evolutionair voordeel. Dus je zou op andere planeten dieren met ogen verwachten. En als je beesten met ogen hebt, zou je verwachten dat roofdieren er minstens twee hebben, aan de voorkant. Met één oog kun je veel slechter diepte zien. Hoe gek kan een buitenaards we-

zen eigenlijk worden? Dat is een eeuwige vraag onder liefhebbers van speculatieve biologie, volgens Van Dijk. ‘Andere mensen willen afwijken om het afwijken. Op aarde valt er echter ook al veel te verzinnen. Stel nou dat er geen octopussen zouden bestaan, en ik zou ze bedenken... De bek zit tussen de poten, zodat ze niet kunnen kijken naar wat ze aan het eten zijn, en die ogen lijken sprekend op die van gewervelde dieren. Daar zou ik niet mee wegkomen.’ Van Dijk: ‘Mensen zeggen ook wel dat mijn zespoten te aards zijn. Maar als ik nadenk over hoe een poot werkt, en over waarom die gewrichten erin zitten, dan kom ik toch uit

Marmerbek (Iacolator weismuelleri)

Wolharige schoffelaar (Vestopector iratus)

Als je een bos hebt, is slingeren een slimme manier om van boom tot boom te komen. Op aarde doen diverse apensoorten dat. Dat zijn echter allemaal fruiteters: er zijn geen slingerende roofdieren op onze planeet. Op Furaha, waar sommige bossen er al veel langer staan, bestaan zulke dieren wel. De marmerbek slingert aan de twee lange armen, en gebruikt de kortere poten om bomen in te klimmen en prooien te grijpen. De naam is een verwijzing naar Tarzan-acteur Johnny Weismüller; een verwante soort heet Iacolator schwarzeneggrii.

Veel landdieren op Furaha volgen een zespotig bouwplan, net zoals aardse gewervelden allemaal vier poten hebben. Schoffelaars leven ’s winters in de sneeuw, en zomers in het zompige moeras dat ontstaat als die sneeuw smelt. Met hun schepvormige kaak kunnen ze planten vinden onder de sneeuw, of eetbare wortels opgraven. Als de winter nadert, sterven de bloedvaten in de huidflappen aan zijn zijkant af, zodat de dieren een soort jas van hun eigen leer aanhebben. Onder die ‘jas’ zit haar, met verschillende soorten parasieten erin, en diertjes die op die parasieten jagen.

op iets dat heel erg lijkt op de poten van gewervelde dieren op aarde.’ Het komt ook doordat de planeet Furaha sterk lijkt op de planeet aarde. Vloeibaar water, atmosfeer met zuurstof, niet te dicht bij de zon, niet te ver er vandaan. ‘Als je daar vanaf wil, wordt het ineens heel erg moeilijk om het nog goed te doen. Dat zie je in de sciencefiction overigens wel. Schrijver Hal Clement beschrijft in een van zijn boeken het leven op een enorm zware neutronenster, waar ontzettend platte wezens wonen. Daar zit ook heel doordachte mechanica in. Zelfs in een film als Avatar zitten nog best aardige dingen; maar vooral verschrikkingen

als de Na’vi (de blauwe katmensen, red.), met hun welhaast telepathische paardenstaarten.’ Vincent Icke, een andere Leidse hoogleraar die kunst en wetenschap combineert, zei ooit het jammer te vinden dat mensen zijn kunst pas echt leuk vonden als ze de achterliggende astrofysica uitgelegd kregen. Van Dijk ziet dat anders. ‘Deenthousiaste reacties op mijn blog zijn van precies die mensen die zowel plezier hebben in de kunst als in de wetenschap. Er zijn een hoop mensen die dat niet zo zien; die denken dat de lucht minder mooi wordt als je weet dat dat blauw ontstaat door Raleighverstrooiing van het licht. De men-

sen die Furaha het leukste vinden, zijn de mensen die zulke wetmatigheden herkennen en er juist meer plezier aan ontlenen. Zou hij ooit een andere planeet willen? ‘Waarom? Een planeet is groot zat, kijk maar naar de aarde. Er is altijd nog iets te doen, iets om uit te werken. Ik ben nu bezig aan dieren die lijken op een duizendpoot, maar dan zo groot als een olifant. Met zintuigen aan de voor- én achterkant, want dat leek me logisch. Ik heb er aan gerekend, en het moet haalbaar zijn.’ www.planetfuraha.org planetfuraha.blogspot.com

Van Dijk schilderde vroeger met olieverf, maar stapte recent over naar het computerprogramma Painter. Dit is zijn allereerste digitaal getekende dier: Fusus rostrauctus. Net zoals de landdieren op Furaha zes poten hebben, heeft dit beest zes vinnen: de rechtervoorvin is alleen niet zichtbaar omdat de rest van het dier ervoor zit.


10  Mare · 17 november 2011 Reportage

Lekker harken door het zand Leidse artsen crossen door Kenia voor Flying Doctors Een week lang reden de Leidse medici Rob Alkemade en Werner van der Wolf op hun mountainbike door Kenia. Ze deden mee aan de Kenya Classic, een tocht ten bate van AMREF Flying Doctors. Voor Mare hielden ze een logboek bij. ‘De Masai-kinderen lachen ons naar boven.’

De reis (en mountainbike) hebben we zelf betaald. Fietsen in Kenia is niet hetzelfde als fietsen in Nederland. Ten eerste ligt er vrijwel geen asfalt en als het er al ligt, is de kwaliteit bandenslopend. Het merendeel van onze tochten leggen we af door mul zand (zwaar!) of een combinatie van rode aarde en stenen. Door het wasbordpatroon trillen je ingewanden uit je lichaam.

Zoals de hele week We rijden verder Dag 1. staat het ontbijt Dag 2. naar het zuidom 06.00 uur klaar. Daarna wordt oosten, richting Mombassa. Het is alle bagage op de daken van de bussen geladen. Voor de mountainbikes van alle honderd deelnemers is er een aparte vrachtwagen. Schuddend vertrekken we naar het zuid-oosten van Kenia. Onderweg flitst het Afrikaans landschap voorbij. We hebben prachtig uitzicht op de Kilimanjaro. Eenmaal uitgeschud, pakken we onze fietsen en doen ons strakke pakje aan. Klaar voor de eerste etappe: 25 kilometer rondje Kibwezi. Dat is hetzelfde rondje dat een social health worker daar zelf elke dag aflegt op een ‘normale’ fiets. We zijn hier voor AMREF Flying Doctors. Zoals alle deelnemers hebben we het afgelopen jaar 5000 euro voor de organisatie opgehaald, door sponsoren te zoeken en tegen een vergoeding bloeddrukken te meten.

verschrikkelijk warm gedurende de tocht van 65 km langs Baob-bomen. Tel daarbij een gemiddelde hoogte van 950 meter op en je weet: we worden lekker gekookt. Blijven drinken en eten dus. Van de lokale bevolking horen we dat het hier twee jaar niet heeft geregend. De ‘landbouwgronden’ liggen er ook angstvallig verlaten bij. De kinderen hebben nog nooit zo’n groep blanken gezien, laat staand voorbij fietsend. Hun blijdschap is hartverscheurend.

Na de eerste twee Dag 3. rustige etappes begint het klimmen. Een relatief korte

etappe van 50 km door Masai gebied leidt naar 1900 meter hoogte. De Kilimanjaro moet deels worden beklommen. Tenminste, dat was

het plan. Maar in Afrika weet je het nooit. Niet alleen zijn onze fietsen zijn 5 km te vroeg afgezet. Een van de bussen krijgt twee lekke banden. Pas om 14.00 uur kunnen we starten. Over vier uur is het donker, en in het donker fietsen wordt afgeraden. Dan moet je wel erg hard de berg op. Als het dan ook nog eens goed gaat regenen, is het feest compleet. Maar de deelnemers blijven positief. De Masai-kinderen lachen ons naar boven, en schreeuwen.

wordt hier op een effectieve manier aangepakt. De bevolking krijgt voorlichting over hygiëne, wat te doen na geboorte van een kind, hiv. AMREF Flying Doctors zet de bevolking in om zichzelf beter te maken. Dit maakt dat de organisatie zeer succesvol is. Toiletten bij scholen neerzetten en het leren de handen te wassen daarna is nu een gewoonte. We slapen in onze tenten bij een Masai-dorp. Er wordt een geit voor ons geslacht. Prachtige dansen worden uitgevoerd.

in de Afrikaanse middle of nowhere is heel erg tof. Tussendoor bezoeken we een school, waar we de kinderen leren fietsen. Normaal krijgen ze les in lemen hutjes. Afhankelijk van hun grootte moeten ze één tot drie liter water meenemen om de dag door te komen. Als we verder rijden, steekt er een thomsongazelle over, met scherpe, lange horens op zijn hoofd. De rest van zijn familie zien we verderop hoge sprongen maken. We komennog een joekel van een roofvogel tegen. Met de wildlife zit het wel goed.

bestaat uit 70 km lekker harken door het zand en rode aarde. Eerder deze week zagen we giraffen en struisvogels. Vandaag is ons voorspeld dat we veel wildlife zullen zien. Helaas, hoewel we redelijk voorop rijden, zien we niets.

prachtige dieren zien. ’s Avonds is het feest. Na het eten schuiven we de tafels aan de kant en wordt er gedanst en gelachen. Iedereen heeft een goede tijd gehad. We weten dat het geld goed terechtkomt en dat het goed gaat komen met Kenia. Drie jaar geleden waren we in Oeganda om een school te bouwen, nu hebben we Kenia in ons hart gesloten. Ondertussen heeft Werner een eigen stichting opgezet om ontwikkelingshulp te verlenen (50deLuxe Foundation) dus wie weet gaan we over een jaar wel weer zorgen voor geld voor de minder bedeelden op aarde.

Na een koele Dag 4. nacht in de schaWeer klimmen. duw van de Kilimanjaro keren we Dag 5. Tot nu toe is WerDe laatste dag beterug naar het noorden. Vandaag ner de dans ontsprongen, maar van- Dag 7. zoeken we Nairobi fietsen we 95 km langs de pipeline: daag rijdt hij vier keer lek. Deze dag National Park waar we ook weer het door de Engelsen vroeger aangelegde watersysteem dat water van Kilimanjaro naar Nairobi vervoert. Rob krijgt de nodige uren pech te verduren. Na twee lekke banden rijdt hij tegen een steen en verliest daarbij het achterschakelsysteem. Onderweg bezoeken we een ziekenhuis van AMREF Flying doctors waar opvallend veel vrouwen werken. Behalve directe medische ingrepen wordt hier ook veel bereikt door te praten met conservatieve dorpsleiders en de oude garde van de Masai. Hierdoor komt vrouwenbesnijdenis hier minder voor. Maar ook trachoma (een oogziekte)

Dat komt echter Dag 6. allemaal goed bij de zwaarste etappe. We klimmen

naar de 1850 meter in een rit van 70 km. De eerste 20 km van het parkoers bestaat bijna alleen uit los zand. Wij zitten zowaar voorin en komen honderden zebra’s tegen. Geloof ons: op 40 meter afstand van een zebra staan


17 november 2011 · Mare 11 Achtergrond

De universiteitsbibliotheek is niet alleen om te studeren. En wie alsnog in de boeken duikt, doet dat niet alleen. ‘Het is een groepsdisciplinering.’ Door Harmke Berghuis ‘De douche is al schoongemaakt’, grapt geschiedenisstudent Evert-Jan Westervelt (23) als antwoord op de vraag waarom hij naar de universiteitsbibliotheek gaat. Hij staat buiten. Even pauze houden. De UB-dag is vanmorgen om half negen begonnen. Boven op de gang voor de studiezaal van Engels staan drie jongens. Het is bijna vijf uur en de geneeskundestudent gaat er vandoor, borreltijd. De twee rechtenstudenten gaan door. Ze hebben volgende week tentamens en dat betekent UB-tijd, van elf uur ’s ochtends door tot twaalf uur ’s avonds. Waarom ze niet in het KOG, de bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, zitten? Vincent Verhulst (22), tweedejaars: ‘Daar zijn te veel mooie meisjes. Dat leidt af.’ In de UB sluit hij zich op in een van de glazen hokjes waar studenten alleen kunnen studeren. Die zijn ’s middags al voor het merendeel gevuld. Ook de meeste studiezalen zitten goed vol. Beneden is geen computer meer vrij. Of toch een enkele. Verklaring: het briefje met daarop in grote letters het woord: DEFECT. Een paar mensen staan aan de zijkant te wachten of ze misschien toch een plekje kunnen bemachtigen.

Koffie drinken, kleren showen… En soms ook nog even studeren Veel studenten komen alleen naar de UB tijdens tentamenperiodes. Dat valt ook trouwe UB-ganger en student Frans Sophie Kerstens (20) op. ‘Bepaalde groepjes, van bijvoorbeeld Rechten, zitten hier nu veel. Ze komen een week voor het tentamen in grote groepen tegelijk. Je ziet ze vertrekken voor een uur pauze en daarna gaan ze even een half uur studeren.’ Bij navraag vertellen de meeste studenten dat ze het houden op ongeveer anderhalf uur studeren, kwartiertje pauze. Neeltje van Aardenne (23), masterstudent geschiedenis aan de UvA: ‘De verdeling is ongeveer 70 procent studie, 30 procent pauze.’ Wat trekt deze studenten naar de UB? ‘Ik heb dat nooit begrepen’, zegt antropoloog Jan Jansen, gespecialiseerd in alfabetiseringsproblematiek en leesculturen. ‘Lezen is een naar binnen gekeerd proces. Ik zette zelf thuis gewoon mijn muziek hard aan en ging dan de hele dag werken.

Eigenlijk is de universiteitsbibliotheek ook helemaal niet zo bedoeld. Het is een plek waar je boeken kunt raadplegen, niet gemaakt ter disciplinering van de studenten. Maar sociaal-wetenschappelijk natuurlijk bere-interessant dat mensen zoiets individueels als wetenschap toch collectief uitvoeren. Een soort groepsdisciplinering.’ Rechtenstudent Verhulst zegt ook nooit alleen naar de UB te gaan. ‘Altijd met een groepje van huisgenoten of cordialgenoten van Augustinus.’ Ook de huisgenoten Lotte Straathof (24), geneeskunde, Kayleigh Hendriks (20), politicologie, en Lisa Hennink (18), psychologie zijn samen gekomen. Thuis is te veel afleiding. Hendriks: ‘Het lijkt vaak wel alsof hier alleen maar leden van verenigingen komen.’ Zelf is ze lid van Augustinus: ‘Augustijnen zie ik altijd samen in de UB.’ Straathof: ‘Het is ook gezellig. Soms kom ik ook als ik geen tentamens heb, gewoon om even kof-

fie te drinken.’ Van Aardenne: ‘Thuis ga ik altijd nuttige dingen doen die niets met de studie te maken hebben, maar ik ga hier ook wel heen omdat ik weet dat ik mensen tegenkom om pauze mee te houden.’ Iedereen heeft vaste plekken. Volgens Verhulst houden Augustijnen zich weer meestal op bij de studiezaal van Engels. Een groepje Minerva-meisjes dat buiten staat heeft het over de Oosterse Talen. Ook andere studenten noemen dat, omdat het er stil en rustig is. Politicologiestudente Hendriks: ‘De meeste mensen gaan aan een vaste tafel met het cordial of dispuut zitten. Zelf zit ik bij Sociale Wetenschappen. Als er dan iemand anders komt denk ik: je zit op mijn plek.’ Huisgenote Straathof: ‘Af en toe kom ik iemand tegen op straat en dan denk ik: ik ken jou. Soms is dat helemaal niet zo, maar dan heb ik die gewoon heel vaak in de UB gezien.’ Het is echt zien en gezien worden, zegt Straathof. ‘De UB is soms net een

modeshow. Dan denk ik: wat heb jij nou aan, je komt hier toch om te studeren? Hendriks: ‘Tijdens de KMT vertellen ze dat ook over de UB.’ Of de drie huisgenoten zich daaraan aanpassen? Hennink, in rode sweater en spijkerbroek: ‘Ik vandaag in ieder geval niet.’ In de studiezalen is het doodstil. Op het geblader van papier en getik op laptops na. Eline van Breemen (19) en Tiemen van der Vuurst (20), beiden studenten aan de academische pabo, bevalt het prima. Van Breemen: ‘Iedereen gaat hierheen om geconcentreerd te werken. Ik heb totaal geen afleiding gehad.’ Nu ook scholieren dankzij de invoering van de LU-card worden geweerd, komt - op zacht gefluister in de studiezalen na - de enig mogelijke afleiding van de teksten op de tafels. Rechtenstudent Thomas Vegting (23) stoort zich niet aan al het gekladder op de bureaus. ‘Als je de studieboeken even zat bent, kun je je ermee vermaken. Het is echt grappig wat sommigen bedacht hebben. Soms zijn het net kunstwerken.’ Via de tafels en deuren communiceren de vandalen ook met elkaar. ‘Doe es wat met je leven’ in de studiezaal van geschiedenis. ‘Jij ook’, is de reactie die ernaast staat. En op de meisjeswc: ‘God is Dood’, waarbij dood door een ander is doorgestreept. Erboven is geschreven: ‘Bestaat’. Op dezelfde wc: ‘Mijn ex doet het gratis’ - uiteraard inclusief telefoonnummer. Foto’s Marc de Haan


12  Mare · 17 november 2011 Maretjes extra

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe iets met je kennis. Help een leerling op streek in 1 uur per week. Drie leerlingen uit groep 7 en 8 zoeken dringend hulp bij taal, rekenen en studievaardigheden; Marokkaans meisje, Engels, 3VMBO TL; Egyptische jongen, Nederlands, aardrijkskunde, brugklas; Marokkaans meisje, Nederlands, brugklas; Surinaams meisje, Engels, 3VMBO TL; Marokkaanse jongen, economie, 4VMBO. Twee leerlingen Voortgezet Onderwijs die hulp nodig hebben wonen in Leiden Zuid-West, dit zijn een Marokkaanse jongen, biologie, 2VMBO en een Marokkaans meisje, economie, 4VMBO. Twee leerlingen Speciaal Onderwijs hebben bijles nodig; 36 leerlingen Ba.O.groep 3 t/m 6 zoeken hulp bij taal en/of rekenen, van wie vijf met vergoeding. Bijles in Onderwijswinkel, buurthuis Vogelvlucht, of bij leerling of bijlesgever thuis. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, wo en do. 15-17 u. Tel: 5214256, LET OP ons e-mailadres is: st.onderwijswinkel@planet.nl. Lezing: “Spirituele groei: van leerling tot Leraar”. Door Theosofisch Genootschap. Toegang gratis. Woensdag 23 november, 20.00 uur. Plaats: Centrum voor Onderwijs en Advies, Lorentzkade 15a (vlakbij Lammenschansweg). Inlichtingen: 0713617417, www.stichtingisis.org.

Verdien € 90 met deelname aan fMRI onderzoek ARA290. Onderzoek naar effecten van nieuw geneesmiddel (ARA290) op aandacht en geheugen. Gezocht rechtshandige proefpersonen, 18-35 jr, die niet roken of medicijnen slikken. Proefpersonen moeten lichamelijk en psychisch gezond zijn. Onderzoek duurt in totaal 6 uur met daarin toediening van geneesmiddel, computertaakjes en een hersenscan. Vrijblijvende info? cerith@fsw.leidenuniv.nl. Meedoen aan onderzoek naar een nieuw geneesmiddel tegen depressie en € 90 verdienen? Zie advertentie hierboven: fMRI onderzoek ARA290. Oppas gezocht: welke leuke studente wil af en toe oppassen op mijn dochter ( 9 jaar ) in de avonduren in centrum Leiden? Voor info: 06-22974158. Studentenvereniging voor Ontwikkelingssamenwerking presenteert de Country Focus 2011: Bolivia! Hoe werkt ontwikkelingssamenwerking in Bolivia? Lezing en debat. Proef een Boliviaans gerecht! 22 november 2011, 17.15 21.30. Aanmelden via: www.soleiden.nl.

Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €  23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com Repetitor Straf- en strafprocesrecht, Bachelor 3, tentamen januari 2012 Onderwijs en tentamentraining in 10 lessen van 2,5 uur door ervaren en succesvolle docent. (Straf-proces-recht, BI en BIII en NOVA). Mr L. Slooter-Satter. lucienne@ slooter.com of 071-5157777. Scholten Degelijk juridisch onderwijs en tentamentraining in kleine groepen door een ervaren en professionele docent. Tentamentraining verbintenissenrecht vanaf 7 november 2011; 6 bijeenkomsten van twee uur; euro 200,-. Tentamentraining verbintenissenrecht vanaf 2 januari 2012; 6 bijeenkomsten van twee uur; euro 200,-. Voor meer informatie: Scholten: 0715126714 of gijs.scholten@planet.nl.

Advertenties

GRATAMA/LUF, BYVANCK en DEN DULK MOERMANS SUBSIDIERONDE 2012 In 2012 stelt het Leids Universiteits Fonds (LUF) weer subsidies beschikbaar ten behoeve van bijzondere wetenschappelijke en onderwijsprojecten voor onderzoekers van de Universiteit Leiden. Het gaat om speciale subsidies naast de reguliere subsidies die het LUF toekent voor congressen en studiereizen. De financiële bijdragen voor deze projecten variëren van 5000 euro tot maximaal 25.000 euro per ingewilligde aanvraag. Graag maken wij u en uw medewerkers attent op de mogelijkheid om hiervoor een verzoek tot financiële steun in te dienen bij het LUF: • LUF/Gratama Stichting voor wetenschappelijke en onderwijsprojecten met een maatschappelijke relevantie; • Byvanck subsidie voor een archeologisch project;

Leuke studente gezocht die op maandag en dinsdag leuke (bijna) 10-jarige dochter uit school wil halen (14.45 uur-17.30 uur). Centrum Leiden. 06-30498152.

• Den Dulk Moermans Fonds voor een wetenschappelijk project op het gebied van de gezondheid in de breedste zin van het woord.

Bijlesdocent(e) wiskunde gezocht voor onze zoon (3VWO). Vergoeding in overleg. Tel. 5231949 / 0653229878.

Aanvragen dienen uiterlijk donderdag 19 januari 2012 bij het LUF te worden ingediend. Meer informatie over deze subsidies, de voorwaarden en het aanvraagformulier kunt u vinden op de website van het LUF: www.luf.nl.

Literair talent

opgelet!

Win € 250

Ben jij een High Potential? Kies dan de kortste weg naar de top!

www.bestgraduates.nl BestGraduates wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topwerkgevers

BestGraduates Law wordt georganiseerd in samenwerking met onderstaande topkantoren

BestGraduates is een activiteit van

met Mare-selexyz-kerstverhalenwedstrijd

Ook dit jaar weer: de Mare-kerstverhalenwedstrijd! Schrijf een ­verhaal van tussen de 1500 en 2500 w ­ oorden dat speelt binnen de universitaire g­ emeenschap en/of het studenten­leven en win €250, €75 of €50.

Mail uiterlijk 8 december naar: redactieleiden@gmail.com Deelname alleen voor Leidse studenten.

onderdeel van de

Academische Agenda T.F. Prod’homme zal op dinsdag 22 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘From Electrons to Stars: Modelling and mitigation of the radiation damage effects on astronomical CCDs’. Promotor is Prof.dr. K.H. Kuijken. E. Nevedomskaya zal op woensdag 23 november om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Metabolomics of biofluids: from analytical tools to data interpretation’. Promotor is Prof.dr. A.M. Deelder. M.C. Prieto Larraín zal op don-

derdag 24 november om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Branding the Chilean Nation: Socio-Cultural Change, National Identity and International Image’. Promotor is Prof.dr. P. Silva. M.C. Bomhoff zal op donderdag 24 november om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Long-Lived Sociality: A Cultural Analysis of MiddleClass Older Persons’ Social Lives in Kerala, India’. Promotor is Prof.dr. C.I. Risseeuw. Y. Zhang zal op donderdag 24 sep-

tember om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Heterogeneous Data Analysis for Annotation of microRNAs and Novel Genome Assembly’. Promotor is Prof.dr. J.N. Kok. D.P. Hanley zal op donderdag 24 november om 17.15 uur promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘Aircraft Operating Leasing: A Practical and Legal Analysis in the Context of Public and Private International Air Law’. Promotoren zijn Prof. dr. P.M.J. Mendes de Leon en Prof. dr. D.H. Bunker (McGill University).


17 november 2011 ¡ Mare 13 Advertentie

Kies voor betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar, met een collectieve zorgverzekering van Zorg en Zekerheid.

Op www.zorgenzekerheid.nl/universiteitleiden kunt u een offerte aanvragen of direct een zorgverzekering afsluiten. Gebruik ons collectiviteitsnummer 8662 om te kunnen profiteren van 10% korting op uw basisverzekering en tot 15% op uw aanvullende verzekering.


14  Mare · 17 november 2011 English page

Should we get tough on the toughs? No evidence for favourable effects of a tough action against antisocial youths The media and politicians are calling ever more loudly for a tougher approach to public nuisance, but the residents of the problem districts don’t really support it. A criminologist went to investigate. In 2008, bus drivers refused to drive through Oosterwei, a district of Gouda, after an attack on a bus in; at the times, they had been increasingly confronted with violent youths. Politicians and the media rushed to get in on the story. The calls for a tough approach were the loudest, but that’s nothing new. Only the year before, the urban district council chairman of Amsterdam’s Baarsjes district had suggested introducing the Anti-Social Behaviour Order (ASBO). The ASBO is a measure first implemented in 1998 by the British Prime Minister Tony Blair to prohibit disruptive behaviour in problem areas. If you are served an ASBO, you are not allowed to swear in public, drink or wear a hood. If you do, you will be punished. The Amsterdam urban district council chairman’s plans became the inspiration for Criminologist Monique Koemans’ research. “Are young people really terrorising the streets? Do other politicians agree with this? What do the public think? Is the ASBO a successful instrument? Today, she hopes to receive her doctorate for her work The war on antisocial behaviour. Koemans analysed the discussions on public antisocial conduct in the districts in question among politicians, in the media and in legal circles and compared the Dutch and the English situations. Quite a few contrasts emerged between what the papers write, what politicians say and the opinions of the inhabitants of the

By Dirk-Jan Zom

problem areas. Politicians claim that the antisocial behaviour is on the rise, and refer to a call from society. The ASBO seems to be an attractive solution to the problem. “If the current options don’t seem to be working, we need to try something else.” Koemans explains that, although the myth of success seems to surround the British approach, in England, the ASBO is regarded as a controversial measure and is applied less and less often. “It results in the exclusion of certain young people who start to feel isolated. Now you see more focus on an approach that deals with the entire district and on social policy.” Criticism is now also directed at the publication of ASBOs

antisocial conduct is featured more and more often in the papers. “Even though it’s an old problem – there hasn’t been any immediate increase of instances of public nuisance, only the reports have increased.” Furthermore, the Dutch media linked public nuisance more frequently to ethnic groups in comparison to the British press, “though they have quite an aggressive tabloid culture.” In addition to this work, Koemans also visited eleven of the former “Vogelaar” districts [districts designated by former Minister Vogelaar for additional investments to deal with mainly social problems] and interviewed the inhabitants, shopkeepers,

wardens and the public nuisances themselves. Antisocial conduct was felt to be a major problem in three of the districts, but in the other districts, the problems were less urgent than generally reported. Support for repressive measures such as the ASBO was considerably less than might be expected; in fact only a few shopkeepers were in favour. “If there is very little support in the problem districts themselves, why should you introduce symbolic politics? You would merely be alleviating the feelings of people in areas where there aren’t many problems. Wouldn’t it be better to show people that there isn’t really much public nuisance, instead

of introducing a new policy?” This task falls to criminologists, in her opinion: “On the one hand, scientists are expected to research the effects of implemented policies properly, yet if the data doesn’t square with what politicians want to hear, the scientists are brushed aside. In a speech, Blair once admitted that politicians are not concerned with numbers any more, but with people’s emotions”. And Koemans thinks, in that case, scientists should bombard the politicians and the media with their results: “If they won’t listen, it doesn’t mean to say you should stop shouting”.

“Blair admitted that he is not concerned with numbers but with emotions” served to inhabitants for things like hanging up posters in the neighbourhood, while some teenagers regarded them as a badge of honour, as something to be proud of. Moreover, the measure allegedly criminalised problem youths unnecessarily. “Most of the Dutch politicians I interviewed and who were familiar with the measure were totally surprised by the criticism and did not realise that its favourable effects had not been proven.” Nonetheless, the majority claimed to believe that a rigid approach could reduce public antisocial behaviour and similar calls came from the press. After examining 22 thousand articles in De Telegraaf and de Volkskrant published between 1990 and 2008, Koemans discovered that public

Photo HH

“People can get hurt in the dark” By Marleen van Wesel It’s Tuesday evening on Houtlaan and small groups of students wearing red bandanas, gas masks and capes are sneaking past. “They’re playing Humans vs. Zombies”, explains Thomas van

Photo Taco van der Eb

Marle (23), a Chemistry student. He actually organised the game, together with a few other members of the fraternities Het Duivelsei and Catena. “When you think about it, it’s like a more advanced form of tag.

When we started out eight days ago, there were two zombies and about thirty humans. There’s a mission every night, when the zombies can try and bite the humans – pretend to, obviously - to infect them with the zombie virus. Tonight’s the last night.” A little under thirty zombies are now attempting to force the two remaining opponents into a corner of a car park behind Houtlaan. The humans have entrenched themselves behind a barricade of bike stands and have armed themselves with inflatable clubs and Nerfguns – pistols that shoot rubber arrows. “Zombies that are hit are out of action for five minutes”, explain zombies Mike (19, Biology and Medical Laboratory Research at the University of Applied Sciences), Dominique (19, Japanese) and Anneloes (21, Biomedical Sciences). “These humans are dealing with the situation professionally. We were using socks and mandarins.” Zombies are allowed to attack during the day as well, besides during missions. “Outside, of course. You’re safe if you in a house, in a university building or at Catena”, Mike continues. “But I only discovered that rule after my housemate had infected me.”

Suddenly someone in the zombie group yells: “Go!”. The opponents are beating them off, and it’s working: the zombies even cease their attack for a moment, because one of them has been hit quite hard. Van Marle comments: “People can get hurt in the dark. Some zombies have grazes and there’s even someone who’s now missing bits of his front teeth.” This is the third time that Het Duivelsei has organised the game, but it is the first time they have played it with Catena. In the former editions, a few humans managed to survive to the end of the game but the zombies are very enthusiastic now. “Last night, they managed to grab another ten humans”, recalls Van Marle. Daan (21, Molecular Science Technology and surviving human) also managed to hang to the end of the two previous games. “I even bought a new Nerfgun this time – this one’s battery-powered.” His fellow-human, Alexander (18, Astronomy), is defending his life with Daan’s old gun. The game was first played on American campuses in 2005. A few members of Duivelsei read about it on the Internet and introduced it to the fraternity. “It’s a bit more difficult

in Leiden than on a campus”, says Daan. “You’re less likely to run into each other by chance, so the battles are generally limited to the missions” The zombies are finally victorious at four minutes past eight, just a few minutes before the game ends. Nevertheless, they don’t have much time to enjoy their victory. “Just in time. Most of us have got to go our ballroom dance class”, says someone, not very scarily, from behind a Halloween mask.

ingezonden mededeling


17 november 2011 · Mare 15 Cultuur

Agenda

Gods grootsheid bijeengebracht

FILM

TRIANON The Adventures of Tintin 3D Dagelijks 18.45 za. zo. 14.15 De Heineken Ontvoering Dagelijks 18.30 + 21.30 The Ides of March Zo. t/m wo. 21.3 Margin Call Dagelijks 21.30 HET KIJKHUIS Midnight in Paris Dagelijks 18.45 ( ma. niet ) Drive Dagelijks 21.00 ( ma. niet ) There Once Was an Island Ma. 19.00 film met debat. La piel que habito Dagelijks 19.15 + 22.00 LIDO STUDIO The Twilight Saga: Breaking Dawn - Part 1 Dagelijks 18.30 + 21.30 Johnny English Reborn Dagelijks 18.45 zo. 14.30 Contagion Zo. t/m wo. 21.30 All Stars 2 Old Stars Dagelijks 18.30 + 21.30

Ook verzamelingen sterven uit Het voormalige Zoölogisch Museum Amsterdam is opgegaan in Naturalis. De hoogtepunten uit de Amsterdamse collectie zijn nu in Leiden te zien. Op 12 augustus 1883 konden bezoekers van Artis iets unieks zien: uitsterven in actie. De allerlaatste quagga – een soort zebra – stierf die dag. Het zou meer dan veertig jaar duren voor de Tasmaanse tijger Australische dierentuinbezoekers weer zo’n kans bood. De quagga werd opgezet, en opgenomen in de collectie van het Amsterdamse Zoölogisch Museum. Pas toen kwam men erachter dat het hier om een inmiddels uitgestorven diersoort ging. Oeps. Quagga’s plantten zich best goed voort in gevangenschap, en een fokprogramma had het uitsterven kunnen voorkomen. De quagga bleef meer dan honderd jaar in het museum staan, en bezoekers van Artis – dat ooit was voortgekomen uit een collectie van opgezette beesten – konden er oog in glazen oog staan met het verleden. Tot voor kort, tenminste. De oer-Amsterdamse halfgestreepte zebra staat nu in Leiden, ergens achteraf op de vierde verdieping van Naturalis. Net zoals diersoorten sterven ook biologische verzamelingen uit. Het Zoölogisch museum is, net als diverse universitaire herbaria, opgegaan in het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit. De pareltjes uit de Amsterdamse collectie zijn nu te zien in de tentoonstelling Naturalia. De collectie is het resultaat van een wereldwijde verzamelwoede in de achttiende en negentiende eeuw. Het Westen had zo’n beetje de hele

Door Bart Braun

wereld gekoloniseerd, en sleepte in haar zeilboten de mooiste beesten en planten naar huis voor de verzamelingen van rijke mensen. Soms gingen de beesten opgezet aan boord, soms werden ze in menageries of circussen gehouden voor ze werden opgezet. De opgezette leeuw die nu te zien is, was toen hij nog leefde eigendom van koning Lodewijk Napoleon. In het begin dienden de collecties vooral de grootsheid van de goddelijke schepping weer te geven. Schelpen werden in patronen bij elkaar gelegd, tropische vogels en vlinders belandden bij elkaar in sierlijke kabinetten. Later, toen de evolutietheorie opkwam, ging het verzamelen, bewaren en tonen systematischer. ‘Naturalia’ is een tentoonstelling van opgezette beesten in een museum vol opgezette beesten. Meer dan de rest van Naturalis biedt het echter een blikje in de geschiedenis van de collectie. De mottige giraffe, met scheurtjes en mysterieuze zwarte vlekken die misschien koffie maar waarschijnlijk schimmel zijn, is op zijn manier interessanter dan het keurig opgezette exemplaar in de hoofdzaal. De bezoeker die de tijd neemt om zich te verdiepen, kan zich verbazen over de behandeling van dieren in de achttiende eeuw, over de discipline en nijverheid van wetenschappers die op expeditie gingen om de collecties op te bouwen. En over de achteloosheid van Amsterdammers, die tot twee keer toe hun laatste Quagga verkwanselden. Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object Naturalis tot 19 augustus 2012

MUZIEK

LVC Ongekend ft Pete Bandit & Jason Shae Vr 18 nov 23.00 u €12,This is Sick ft Remy, Tom Noah en Koen Lebens Za 19 nov 23.00 u €10,HIFI BAR Straaljager Party Do 24 nov 00.00 u €2,50 LOKHORSTKERK Practicum Musicae Concert Do 24 nov 17.00 u Gratis QBUS Emmett Tinley Di 22 nov 21.00 u €10,BARDANCING DE KROON Lorraine Bowen Za 19 nov 21.00 u €5,-

T heater

LEIDSE SCHOUWBURG MonteverdISH – A hiphop breakdance opera Di 22 nov 20.15 u v.a. €17,50 IMPERIUMTHEATER Roeland Segaar: Schwarzwälder Schinken Do 17, vr 18, za 19 nov 20.30 u €15,LAKTHEATER Finale Leids Poetry Slam toernooi Di 22 nov 20.30 u Gratis Keesen & Co: De kersentuin (Tsjechov) Wo 23 en do 24 nov 20.30 u v.a. €14,50

Integratie door penetratie Zeikerig rechts verdient betere roman Lezen Henk en Ingrid boeken? Een aan hen opgedragen roman Altijd november beschrijft de belevingswereld van een verzuurde Leidse wetenschapper. Maar of de Wilderianen daar blij mee moeten zijn? ‘Het zou kunnen zijn dat rechts het te druk heeft met het creëren van welvaart om de verzinsels van anderen te lezen. Bovendien herkent rechts zich niet in een doorsnee roman. Die gaat toch over asociale, abnormale figuren. Terwijl het mij een stuk interessanter lijkt om te lezen over een modale Nederlander die zich staande probeert te houden in de loopgraven van het kantoorleven dan over een travestiet van Arabische komaf met zelfmoordneigingen.’ Dat zegt veertiger Peter van Rijswijk, hoofdpersonage van de roman Altijd november, ge-

Door Thomas Blondeau

schreven door Gerry van der List, Elsevier-journalist. Over die kantoorloopgraven heeft Van der List nauwelijks geschreven, wel over het leven van de papierwitte Nederlander die langs het tuinpad van zijn vaderen steeds meer bontkraagjes ziet staan. Van Rijswijk is gepromoveerd op de geschiedenis van het Leidsch Dagblad, heeft zijn vriendin verloren aan een Marokkaan en kankert de dag door. Een stevige dosis misantropie heeft een roman nooit kwaad gedaan. Van Her- tot Brusselmans, eens goed zeiken kan een lezer deugd doen. En Van Rijswijk heeft een flinke azijnblaas. Kunstzinnige Am-

DIVERSEN

Foto's Naturalis

sterdammers met gekleurde brillen, feministen, de multiculturele samenleving, Björk, opera, tatoeages, dure restaurants, de PvdA, ze worden allemaal afgeplast. Zelfs de Leidse muurgedichten zijn een symptoom van de artistieke opdringerige bemoeienis van… enzovoorts, enzoverder. O ja, er komen ook nog wat nauwelijks vermomde bekende Leidenaren langs. Leuk voor het thuispubliek. Wie schelden wil, moet dat echter wel origineel doen. En Van Rijswijk heeft jammer genoeg niet alleen de aversies van een zeikerig-rechtse kroegganger maar helaas ook de semijolige, brokkerige stijl. Bijvoorbeeld als

hij schrijft: ‘ze was op het eerste gezicht out of his league geweest’, ‘een buikje dat waarschijnlijk minder het gevolg was van de kwaliteit van de kookkunst van de Marokkaan dan van de kwaliteit van zijn sperma’ of ‘ze oefenen eerst op onze roomblanke meisjes en trouwen dan met een Marokkaanse maagd. Integratie door penetratie. Een bijzondere vorm van inburgering.’ Van Rijswijk is 44 maar praat als een corpsbal van 20 die moest huilen bij zijn ontgroening. Analyse, evolutie, inzicht, het is de roman allemaal vreemd. Omdat het hoofdpersonage ook nog eens misantroop is, ontkracht de auteur zijn eigen maatschappijkritiek. Was Van Rijswijk een interessant personage in plaats van een opiniemachine, dan was zijn kritiek op allochtonen nog even de moeite waard geweest om bij stil te staan. Nu heeft het de aantrekkingskracht van een comment. ‘Verveeld gapen, het was een belangrijke tijdsbesteding van journalisten op leeftijd’, schrijft Van der List tegen het einde van zijn boek, de zoveelste vaststelling over de gortdroge saaiheid van het bestaan. Jammer dat gapen zo aanstekelijk werkt. Altijd November, Gerry van der List, Prometheus, € 17,95, 205 pgs.

DE BURCHT De Burcht Literair: Renate Dorrestein Do 24 nov 20.15 u €10,- studentenprijs SCHELTEMA COMPLEX Kunstfestival Scheltema beweegt Za 19 en zo 20 nov Artist in residence: Nicola Kirkaldy en Roosmarijn Mascini t/m 18 dec 2011 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Etrusken. Vrouwen van aanzien t/m 18 mrt 2012 Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Sites in the city t/m 19 feb 2012 MUSEUM BOERHAAVE Kwik nagenoeg nul t/m 8 januari 2012 Verborgen krachten: Nederlanders op zoek naar energie t/m mrt 2012 DE LAKENHAL Suske & Wiske – Het Lijdende Leiden t/m 4 mrt 2012 SIEBOLDHUIS Hello Kitty - Hello Holland t/m 20 november 2011 NATURALIS Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 LAKGALERIE ‘Missing you’ fotoseries uit Iran door Homeira Rastegar Tehrani t/m 2 dec MUSEUM VOLKENKUNDE Masters of Photography – Iconen van National Geographic t/m 4 dec 2011


16  Mare · 17 november 2011 Het clubje

00:10 PM

Exotisering

Foto Taco van der Eb

‘Heidi’s werken sfeerverhogend’ Josephine Figee, Michèle de Kok, Nora Haitsma en Roos van der Ven Josephine Figee, ook wel Frau Schultenbräu (21, hbo communicatie, tweede van rechts): ‘De Heidi’s zijn vijf jaar geleden opgericht. Tijdens de El Cid hebben we een eigen bus. Daar zitten we met de hele clan op.’ Nora Haitsma, Knorma auf dem Oktoberfest (20, hbo management economie en recht, midden achterste rij): ‘Die bus wordt gesponsord door Apfelkorn. Mensen kunnen er tegen betaling op en wij delen dan drank uit.’ Roos van der Ven, Gretel auf Wiedersehen (20, hbo communicatie, vierde van rechts): ‘Iedereen kent ons wel. We zijn nu met 24 meisjes.’

Bandirah

Michèle de Kok, Ulrike Engelbertha (20, geneeskunde, derde van links): ‘Veel meisjes willen erbij.’ Nora: ‘We hebben allemaal een Heidinaam. En een eigen lied.’ In koor: ‘Heidi Ho!’ Josephine: ‘Alle meisjes zijn van hetzelfde verticale verband, Op en neer. Een verticaal verband bestaat uit jaarclubs van verschillende jaren bij elkaar.’ Josephine: ‘Bij sommige mensen weet je gewoon: dat is een goede Heidi. Je ziet niet iedereen in zo’n jurkje staan.’ Michèle: ‘Moet je wel Duits kunnen spreken natuurlijk.’ Josephine: ‘En je mond durven open te trekken.’

Roos: ‘Maar we zijn niet schreeuwerig.’ Michèle: ‘Heidi’s vinden het leuk om uit hun dak te gaan.’ Nora: ‘Kort haar gaat helaas niet, want we dragen ons haar natuurlijk in vlechtjes.’ Josephine: ‘Zodra ze dan het jurkje via internet hebben besteld, zijn ze een Heidi. Nieuwe Heidi’s gaan gewoon mee op de bus.’ Josephine: ‘We hebben dan allemaal van die miniflesjes aan onze riem hangen. We worden ook vaak uitgenodigd door de Hifi. Dan doen we onze jurkjes aan en gaan we op de bar shotjes uitdelen.’ Nora: ‘De Heidi’s werken wel sfeerverhogend.’

Roos: ‘Ons lustrum was het afgelopen jaar. Dan eten we braadworst en zuurkool.’ Nora: ‘We proberen natuurlijk zoveel mogelijk Duits te spreken.’ Roos: ‘Dat kunnen we niet echt, dus het is Nederlands-Duits.’ Nora: ‘Als wij een party willen, dan kan dat. De volgende activiteit wordt waarschijnlijk in de Hifi, of binnenkort bij het Glazen Huis. Daar gaan we ook helpen. We staan ook wel open voor promotie. Dus als iemand ons voor een bedrijf wil inhuren: prima, doen we. Zolang er maar gratis zuipen is.’ Michèle: ‘Moet het wel Apfelkorn zijn natuurlijk.’ HB

Tijdens ons college hadden we het deze week over laobaixing, het ‘gewone, Chinese volk’. Dit is volgens veel westerse wetenschappers een beladen begrip, want er liggen een aantal veronderstellingen aan ten grondslag. Ze gebruiken in deze context graag het woord ‘gevaarlijk’. Als Chinezen het hebben over laobaixing, dan is ‘het volk’ in het beste geval laagopgeleid, in het slechtste geval ronduit dom. Het zou moeten worden beschermd tegen de ongezonde invloed van het internet. Het zou vooral niet teveel zelf moeten denken, behalve aan brood op de plank. Het komt niet als een verrassing dat iedere Chinees spreekt over ‘het gewone volk’, maar niemand zichzelf er toe rekent. Dat is scherp opgemerkt, zo’n 8000 kilometer verderop. Wijze westerse wetenschappers feilloos op de gevaren van stigmatisering van het volk in het buitenland, in eigen land leiden dergelijke praktijken vooral tot vermaak en verwarring. Zo is mijn Facebook-pagina al enkele weken het strijdtoneel van Henk en Ingrid. In de linkerhoek hebben we Henk en Ingrid. Ze zijn niet geheel op hun gemak in de ring, maar wonen dan ook in een Vinex-wijk, vanwaar ze hun twee kinderen met de auto naar het zwembad brengen. Denken we aan Henk en Ingrid, dan denken we: ‘Is dit kunst of kan het weg?’, ‘Nuance, dat is toch die blonde van Lingo’ en ‘Wetenschap is ook maar een mening’. In de rechterhoek verzamelen zich steeds meer echte Henk en Ingrids. Waar ze wonen weten we niet, of ze twee kinderen hebben weten we niet. We weten wel dat ze boos zijn. Op het begrip ‘Henk en Ingrid’. Ze worden dag en nacht gebeld door journalisten, ‘of ze hun mening even willen geven’. Politiek mag ingewikkeld zijn, door het uit te leggen met Henk en Ingrid wordt het er in elk geval niet duidelijker op. Het grote verschil tussen de Zweedse Marianne, de Amerikaanse Joe the Plumber en de Nederlandse Henk en Ingrid is dan ook dat het laatste koppeltje nog geen echt gezicht heeft gekregen. Daar moest verandering in komen. Dus verlieten de journalistjes van de Groene Amsterdammer gedwee hun bureau om het land in te trekken. Als ware het een niet eerder ontdekte zevenvingerige, met klik-geluidjes communicerende stam in Zuid-Amerika, zo trokken de journalisten erop uit naar het Tikibad, de volkstuintjes en de Rijnburgse voetbaltribune om ‘het gewone volk’ te aanschouwen. Ook de redactie van Hart van Nederland werd aangedaan. Want waar leer je meer over het volk dan op een plek waar ze de financiële crisis niet behandelen omdat het ‘al snel te complex voor ze wordt’? Weet je wat pas origineel zou zijn? Laten we een tv-programma beginnen: ‘Op zoek naar Henk en Ingrid’. Een vierkoppige, te dikke jury stelt lullig vragen en lacht om haar eigen grapjes. Exotisering is allang uit den boze, maar schijnbaar niet in eigen land. Petra Meijer


Mare, jaargang 35, nr. 10