Page 1

“Experimenteren en weer verder” H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) behoort tot de top tien van Nederlandse moderne kunstenaars. Zijn kunst hing in Parijs in 1930 naast die van Piet Mondriaan, al genoot hij in Nederland nog nauwelijks erkenning. Vanuit Groningen ontwikkelde hij een eigen, vooral speelse, beeldtaal gebaseerd op zijn ervaringen als drukker. De tentoonstelling H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk in het Groninger Museum laat zien hoe gedreven Werkman was in het zoeken naar nieuwe kunst, niet vanuit verheven idealen, maar omdat hij erin geloofde en omdat het hem plezier gaf. TEKST: MARC COUWENBERGH

Een drukker, lid van het Groningse kunstenaarscollectief De Ploeg en in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd door de Duitse bezetter. Dit beperkte beeld dat we doorgaans hebben van Hendrik Nicolaas Werkman vult de tentoonstelling H.N. Werkman (18821945) Leven & Werk in het Groninger Museum, aan met een uitgebreid overzicht van zijn werk, voor een groot deel afkomstig uit particuliere collecties en nauwelijks eerder te zien geweest.

Werkman zei dat hij zich bevrijd voelde niet meer de grote drukkerij te oeven leiden. Eindelijk ruimte voor zijn atistieke aspiraties.

De Stijl Hij zocht aansluitingbij de internationale avantgarde. Nog met zijn grote drukkerij was hij in 1921 het Blad voor Kunst gaan uitgeven, dat echter maar één jaar zou bestaan. Het zesde en laatste nummer uitgegeven in maart 1922 heeft als omslag een constructivistische compositie van Werkman met twee over elkaar geschoven gele rechthoeken met er omheen zwartblauwe De zakenman tegen wil en dank die uiteindelijk blokken en rechthoeken tegen een rode toch kunstenaar wordt. Het zou het script achtergrond. Binnenin o.a. een recensie van de kunnen zijn van een film, maar het is het tentoonstelling van kunstenaars van De Stijl verhaal van Hendrik Nicolaas Werkman. In 1923 met o.a. Theo van Doesburg. Met zijn kleine dreigt faillissement voor zijn drukkerij. drukkerij begint Werkman in 1923 met The Werkman, dan 41 jaar, moet zijn riante Next Call, een blad over kunst en met kunst, bedrijfspand en nagenoeg alle machines grotendeels zijn eigen druksels. The Next Call verkopen en bijna al zijn personeelontslaan. wordt geen periodiek in de gebruikelijke zin. Met slechts enkele machines met toebehoren en Elk van negen edities die verschijnen tot en met een handpers uit 1845 zet hij de drukkerij op november 1926, verschilt in uiterlijk van de kleine schaal voort op twee lege etages van een voorgaande uitgaven en is in feite een pakhuis aan de Lage der A in Groningen. Daar zelfstandig kunstwerk. Werkman stuurt kijkt hij uit het raam en ziet schoorstenen. Dat exemplaren van The Next Call naar o.a. Van uitzicht inspireert hem tot zijn eerste 'druksel', Doesburg. Die schrijft hem belangstelling voor zoals hij zijn grafische kunstwerken noemt. het blad te hebben, maar adviseert: Druksels Het is een compositie van smalle, hoge rechthoeken in rood en zwart gedrukt met houtblokken uit de drukkerij. De kleuren zijn gedempt, soms zelfs schraal zodat in de vlakken de structuur van de houtnerven is te zien. Vervolgens verwerkt hij in zijn 'druksels' ook letters, ontdaan van hun leesfunctie maar louter als vorm: de i zonder puntjes achter elkaarals zwarte balken, een kwart slag gedraaide c op een rechthoek als een handgreep, of zomaar wat a's in verschillendegrootte onder elkaar gezet. Anno 2015 verrassen deze 'druksels' nog altijd door de kracht van hun speelse eenvoud en vooral door het plezier dat ze uitstralen.

“Ware het mogelijk uw blad in meer dadaistische trant te reorganiseren, ik zoude u daar mee graag helpen.” Maar Werkman gaat liever zijn eigen weg dan zich te laten inlijven door deze of gene grootheid of een stroming in de kunst. Bovendien is er een praktisch probleem: The Next Call is handwerk vervaardigd in een kleine oplage en de verspreiding blijft dus per definitie beperkt. Anneke de Vries wijst in het boek H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk erop dat de enige echte drukker onder de internationale avant-garde door zijn handwerk kiest voor een minimale verspreiding, waar andere avantgardetijd-schriften machinaal gedrukt grote oplagen kennen endus meer bekend raken. Pas

in 1939 krijgt Werkman naam in Nederland doordat de conservator van het Stedelijk Museum Willem Sandberg zijn werk onder ogen heeft gekregen en het enthousiast promoot. Hij plant een Werkman-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. 'De Blauwe Schuit' De Tweede Wereldoorlog verhindert dat echter. Moderne kunst werd 'Entartete Kunst' en veel moderne kunstenaars kwamen niet meer toe aan hun kunst. Maar dat geldt niet voor Werkman. Hij gaat drukken voor het uitgeverscollectief De Blauwe Schuit, eind 1940 opgericht. Het gaat veelal om gedichten,o.a. van Martinus Nijhoff en Hendrik Marsman, die het verzet moeten steunen. Werkman maakt bij de teksten illustraties die tot de top van zijn oeuvre behoren. De uitgaven vinden gretig aftrek vinden. Of dit illegale drukwerk de reden was voor zijn arrestatie in de laatste weken van de oorlog is nooit duidelijk geworden. Zorgvuldig nuanceert de tentoonstelling het beeld van Werkman als de heldhaftige verzetsman en laat zien dat het meer zijn artistieke motivatie was die hem voortdreef dan het verzet tegen de Duitsers. Maar dat maakt zijn dood alleen nog maar tragischer. H.N. Werkman, Draaideur van het postkantoor 2, 1941, Sjabloon en stempel op papier 66 x 50 cm © Groninger Museum, Foto: Marten de Leeuw

“Experimenteren en weer verder”, citeert de tentoonstelling Werkman die altijd ook zijn collegakunstenaars bij De Ploeg aanspoort tot “vernieuwing en bezieling”. En dat zijn de twee karakteristieken die de kwaliteit van Werkman typeren en die een bezoek aan de tentoonstelling tot een feest maken. Zijn vroege druksels liggen in het verlengde van het eigenlijke drukkersvak. Hij gebruikt gereedschap en materiaal uit de drukkerij om in te inkten en af te drukken; een vorm van hoogdruk. Vervolgens dekt hij een houtblok ten dele af met papier om niet meer gebonden te zijn aan de vaste, altijd haakse vormen van de drukkerijmaterialen. Om helemaal vrijheid in vormen te krijgen, gaat hij werken met linoleum en karton. Ook varieert hij de hoeveelheid inkt en de kwaliteit van het papier en de kracht waarmee hij de handpers gebruikt. Hij gaat ook met de inktroller direct op het papier aan de slag. In feite verlaat hij dan zijn drukkersvak omdat je op deze manier nooit identieke werken zijn te maken. In de jaren dertig gebruikt hij de sjabloontechniek: hij snijdt met een scheermesje een vorm uit een vel papier, zoals Matisse met de schaar ging knippen. Volgens een ooggetuige hanteerde Werkman het scheermesje met grote vaardigheid, alsof het een potlood was tekende hij met het scheermesje. De constante bleef het arbeidsintensieve proces: “Soms gaat één druk tot vijftig maal onder de pers!”, aldus Werkman zelf. H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk is te zien tot en met 1 november 2015 in het Groninger Museum.

Werkman experimenteren en weer verder  
Werkman experimenteren en weer verder  

De tentoonstelling H.N. Werkman (1882-1945) Leven & Werk in het Groninger Museum laat zien hoe gedreven Werkman was in het zoeken naar nieuw...

Advertisement