Page 1

Verkeersveiligheid in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden 4 Malburgen opgeruimd 8 Duik in de sloot 10 Themadag vergunningverlening indirecte lozingen 11 Relatiemagazine van Waterschap Rivierenland

WaterBalans 2009 2|

Pim Stoffels, stadsdeelmanager Arnhem Zuidoost: ‘Je kunt Malburgen alleen schoonhouden als je ook bewoners erbij betrekt’


Waterbalans is het relatiemagazine van Waterschap Rivierenland en verschijnt 4 maal per jaar. Belangstellenden krijgen het blad op aanvraag gratis toegezonden

Redactie en eindredactie Team Communicatie, Waterschap Rivierenland • Vormgeving Het Lab grafisch ontwerpers bno, Arnhem Fotografie Waterschap Rivierenland, tenzij anders vermeld • Drukwerk Koninklijke GJT Thieme, Nijmegen • Oplage 2.900

Contact Waterschap Rivierenland | Postbus 599 | 4000 AN Tiel | Telefoon (0344) 649 090 | www.waterschaprivierenland.nl | waterbalans@wsrl.nl

Werk

in uitvoering

Op diverse plaatsen in het rivierengebied werkt Waterschap Rivierenland aan de uitvoering van projecten. Op deze pagina een foto-impressie van een viertal projecten. Meer informatie over de projecten vindt u via: www.waterschaprivierenland.nl/actueel/waterbalans.

- Grote betrokkenheid bij waterbeheerplan Meer dan zeventig inspraakreacties kwamen er op het ontwerp-waterbeheerplan dat begin dit jaar ter inzage lag. Het plan beschrijft de taken die het waterschap gaat uitvoeren in de periode van 2010 tot en met 2015. Het grote aantal reacties wijst op een grote betrokkenheid bij het waterbeheer in het rivierengebied. Niet alleen overheden en belangenorganisaties reageerden op de plannen. Ruim dertig inspraak­ reacties kwamen van particulieren, waaronder veel agrariërs.

+ Beperken milieuschade lekkende olietank Onbekenden hebben in een sloot in Brakel een grote olietank met een inhoud van ca. drieduizend liter gedumpt. Tientallen liters olie uit de tank zijn in het oppervlaktewater terechtgekomen. Medewerkers van het waterschap hebben ter plaatse allereerst de sloot afgedamd om verdere verspreiding van de weglekkende olie te voorkomen en de milieuschade te beperken. Vervolgens is de tank uit de sloot getakeld en afgevoerd. Het waterschap heeft hierna de olie uit de sloot gezogen en de vervuilde grond en aangetaste begroeiing van de slootkanten geschraapt en afgevoerd. Ook zijn monsters genomen van de inhoud van de tank.

2 Waterbalans | juni 2009


Voorwoord Gerrit Kok, dijkgraaf Waterschap Rivierenland

+ Herstel riool langs dijk Kleindiep in Sliedrecht Waterschap Rivierenland herstelt momenteel het riool langs de dijk aan het Kleindiep in Sliedrecht. Dit riool voert regenwater af. Bij versterking van de dijk waren het riool en de zachte ondergrond weggedrukt en beschadigd door het gewicht van de nieuwe dijk. om het riool te herstellen wordt een tijdelijke damwand geslagen. na afronding van de herstelwerkzaamheden, bouwt het waterschap de dijk definitief af.

- Varende kraan Voor het baggeren in de Alblasserwaard gebruikt Waterschap Rivierenland een geheel nieuw soort machine, de Big Float. Van deze drijvende kraan gemonteerd op een onderstel van pontons, zijn er slechts drie in heel nederland. De Big Float kan zowel vanaf het land als vanaf het water werken. Vooral in gebieden met veel watergangen breder dan tien meter, is de Big Float een uitkomst. Gewone baggermachines kunnen het werk vanaf de oever niet goed uitvoeren. De Big Float rijdt echter zo het water in en kan met baggeren beginnen.

‘Boer, wat zeg je van mijn kippen?’ Het is frappant dat Nederlanders zich niet zo’n zorgen maken over waterbeheer. Een groot deel van ons land ligt immers beneden de zeespiegel en wordt beschermd door een soms wel erg smalle duinenrij. En ook het land tussen de grote rivieren ligt beduidend lager dan het waterpeil van de rivier. Toch maken we ons niet zo druk over de risico’s die verbonden zijn aan het wonen en werken in een delta. Kennelijk bestaat er een groot vertrouwen in de overheid die zorg draagt voor waterbeheer. Dat waterbeheer is in ons land ook goed georganiseerd. Met name Rijkswaterstaat en de waterschappen zijn niet weg te denken als het gaat om bescherming tegen hoogwater. Buitenlandse bezoekers uiten vaak hun bewondering voor de wijze waarop wij het waterbeheer in Nederland aanpakken. Voor hen is duidelijk dat hieraan een hele geschiedenis voorafgaat. Een geschiedenis met dijkdoorbraken en overstromingen, maar ook van het aanleggen van dijken en het bouwen van molens, gemalen, stuwen en sluizen. Op het gebied van waterhuishouding beschikken we over ’hele mooie veren’, die voor buitenlanders niet onopgemerkt blijven. Ook in ons werkgebied zijn veel ’pronkstukken‘. Denk maar aan De Tuut in Appeltern. De Tuut is een van de weinige overgebleven stoomgemalen in Nederland. En kort geleden is het historische dieselgemaal van de Polder Sliedrecht in Bleskensgraaf in volle glorie heropend. Een goed zicht op waterbeheer – nu en in het verleden – geeft ook Kinderdijk, opgenomen in de werelderfgoedlijst van Unesco. Waterschap Rivierenland heeft veren van verschillend pluimage. Samen met gemeente, politie en vrijwilligers is een opruimactie uitgevoerd in de wijk Malburgen in Arnhem. Interessant is ook de inzet van een nieuwe baggermachine in de Alblasserwaard: deze kan in het water en op het land werken. Er valt van de activiteiten van het waterschap veel te laten zien, ook aan jonge Nederlanders. Dat gebeurt in verschillende educatieprojecten voor basisscholen. Kortom: in deze Waterbalans laten we enkele van onze mooie veren zien. We hopen dat u ook de kip zult waarderen.

3 Waterbalans | juni 2009


Tafelgesprek Herman Buijk en Hans Heurter over verkeersveiligheid in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden

Meer focussen op gedrag Het aantal verkeersdoden met dertig procent reduceren. Dat is één van de doelstellingen die de Nederlandse overheid zich heeft gesteld. In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden is de Regionale Werkgroep Verkeersveiligheid opgericht om deze doelstelling te realiseren. Herman Buijk, vakadviseur verkeer van de politie regio Zuid-Holland Zuid en Hans Heurter, teamleider wegen van Waterschap Rivierenland – beiden lid van de werkgroep – praten er in dit tafelgesprek over verder.

Regionale Werkgroep Verkeersveiligheid in het kort Waterschap Rivierenland beheert een aantal wegen in het buitengebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Samen met andere wegbeheerders, Openbaar Ministerie, Veilig Verkeer Nederland, Politie en Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid Holland is eind jaren negentig de Regionale Werkgroep Verkeersveiligheid Alblasserwaard en Vijfheerenlanden opgericht. Doel van de werkgroep is de verkeersveiligheid in het gebied te verbeteren. Belangrijke onderwerpen die door de werkgroep worden opgepakt zijn het verbeteren van de weginrichting, het beschermen van kwetsbare groepen zoals jongeren en het aanpakken van potentiële veroorzakers van ongelukken door te controleren op snelheid en alcoholgebruik.

Inrichting van wegen Een belangrijke maatregel om ongelukken te voorkomen is verlaging van de maximale snelheid van tachtig naar zestig kilometer per uur. Want juist op tachtig-kilometerwegen gebeuren relatief veel ongelukken. Door de weg op een andere manier in te richten worden automobilisten gestimuleerd langzamer te rijden. Denk bij weginrichting aan het aanpassen van de belijning en het aanbrengen van verkeersremmende maatregelen als drempels en wegversmallingen. Inmiddels heeft Waterschap Rivierenland al zijn tachtig-kilometerwegen heringericht als zestig-kilometerwegen.

Stelling 1: Als er verkeersongelukken gebeuren, is de weg niet goed ingericht. Hans Heurter (HH): “Dit is natuurlijk een boute uitspraak. Je blijft altijd afhankelijk van menselijk handelen. Even de radio aanzetten, bellen of onder invloed rijden: het kan allemaal genoeg zijn om een ongeluk te veroorzaken. Daarom is het ook belangrijk om verkeerscontroles uit te voeren en mensen uit te leggen waarom ze zich aan de regels moeten houden.” Herman Buijk (HB): “Wat Hans zegt klopt. Bij verkeersveiligheid gaat het om de combinatie mens, voertuig en omgeving. Als je kijkt naar wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp, zie je dat er in grote lijnen drie oorzaken van ongelukken zijn: de inrichting van de weg, het voertuig en – voor drieënnegentig procent – het gedrag van de mens. De hamvraag is dus: hoe kunnen we dit gedrag beïnvloeden? Als we dat weten kunnen we de verkeersveiligheid sterk verbeteren.”

Scholieren in het verkeer Waterschap Rivierenland heeft in 2008 een onderzoek laten uitvoeren onder middelbare scholieren, een kwetsbare doelgroep in het verkeer. Scholieren konden via

4

4

Waterbalans | februari 2009

Waterbalans | juni 2009

Links Hans Heurter, rechts Herman Buijk


internet knelpunten aangeven op de route die zij dagelijks per fiets afleggen. Ruim drieëndertighonderd scholieren deden mee. Opvallend resultaat uit het onderzoek was dat veel plekken die scholieren gevaarlijk vonden, objectief gezien niet gevaarlijk zijn. Met andere woorden: daar gebeurden geen ongelukken. Dat brengt ons op de volgende stelling. Stelling 2: Onoverzichtelijke verkeerssituaties zorgen ervoor dat mensen goed uitkijken. Daardoor gebeuren er geen ongelukken. HB: “Dat zou je kunnen concluderen uit het onderzoek. En dat heeft me wel verrast. Op veel van de aangegeven ‘gevaarlijke’ plekken bleken geen ongelukken te gebeuren. En andersom zien we hetzelfde. Plekken waar in het verleden ongelukken gebeurden werden door scholieren niet als gevaarlijk ervaren.”

HH: “Ja, die uitslag verraste mij ook, en stelt je voor een dilemma. Wat ga je doen? Moet je wel wat doen? Waarschijnlijk kijken scholieren goed uit omdat ze het een gevaarlijke plek vinden. Met extra aanpassingen verdwijnt dat gevoel misschien en letten ze minder goed op. In de meeste gevallen hebben we er dus bewust voor gekozen om de situatie te laten zoals hij was.”

Teveel versnipperd Er zijn bij verkeersveiligheid behoorlijk wat partijen betrokken. Met elk zijn eigen belangen en aandachtspunten. Stelling 3: Er wordt onvoldoende samengewerkt tussen de diverse verantwoordelijke instanties. HB: ”De samenwerking is de laatste jaren sterk verbeterd. De wegbeheerders willen wel! Maar het kan nog beter. Routes moeten integraal worden aangepakt, ongeacht wie verantwoordelijk is. Er is nu nog wel eens discussie omdat diverse wegbeheerders soms verschillend beleid hanteren. Dat heeft nog wat tijd nodig, denk ik.” HH: “Belangrijk vind ik dat er meer wordt samengewerkt met de burger. Want verkeersveiligheid is tenslotte iets van de mensen zelf. Laat ze maar eens meedenken over oplossingen op het gebied van verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld in hun eigen

straat. Communiceer erover en betrek ze bij de problemen. Los het samen op. Soms gebeurt dit al, maar hier valt zeker nog winst te boeken.”

Betutteling? Sommige mensen vinden dat de overheid teveel doorschiet in maatregelen. Als het over verkeersveiligheid gaat, komen soms termen als betutteling en overregulering naar voren. Daarom gooien we de knuppel maar eens in het hoenderhok met stelling vier. Stelling 4: De overheid schiet door in maatregelen. Weggebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid. HH: ” We schieten niet door. De dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers zet zich nog steeds voort. Inmiddels zijn bijna alle wegen veiliger gemaakt met een flinke afname van het aantal verkeersslachtoffers als resultaat. Je zou kunnen zeggen dat we het laaghangende fruit geplukt hebben. Nu nog de puntjes op de i. Oftewel, hoe kunnen we het resterende aantal ongevallen verder verminderen?” HB: ” Ik vind dat we meer moeten insteken op educatie en communicatie. Leg mensen uit waarom je iets inricht, waarom het belangrijk is je aan de regels te houden en waarom je handhaaft. De politie bekeurt niet om te bekeuren, maar om de verkeersveiligheid te verbeteren. In Nederland zijn we goed op weg om de doelstelling te realiseren dat in 2020 maximaal vijfhonderd dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. Nu zijn dat er nog zevenhonderdvijftig. Daarmee lijkt het alsof vijfhonderd slachtoffers een acceptabel aantal zou zijn. Maar kijk eens naar Zweden. Daar accepteert men niet dat er zoveel doden vallen in het verkeer. Met een groot aantal maatregelen is men al enige tijd bezig het aantal verkeersslachtoffers drastisch omlaag te brengen, Vision Zero noemen ze dat. Waarom zouden we dat doel in Nederland ook niet nastreven? Elk verkeersslachtoffer is er één te veel, toch?”

Wilt u ook reageren op één van de stellingen? Bezoek dan het digitale forum op www.waterschaprivierenland.nl/actueel/waterbalans.

5 Waterbalans | juni 2009


Scholieren maken kennis met een waterwasmachine... Hoe maak je van vuil rioolwater schoon water dat zonder bezwaar terug kan in de sloot? Bij Waterschap Rivierenland kunnen bezoekers het zelf zien tijdens een bezoek aan een van de negenendertig zuiveringsinstallaties die het waterschap in beheer heeft. Speciaal voor deze bezoeken heeft Waterschap Rivierenland een team rondleiders achter de hand. Douwe de Jager en Harry van de Winkel zijn er twee van. De Jager is een ervaren oud-bestuurder van het waterschap, Van de Winkel komt uit het onderwijs.

V

andaag ontvangen ze op de rioolwaterzuivering in Leerdam drie groepen van lokale basisscholen. “Onze rondleidingen zijn maatwerk”, begint Harry van de Winkel terwijl hij de eerste groep van de dag uitzwaait. “We stellen ons altijd in op de achtergronden en het niveau van de groep. De zuivering van het rioolwater lijkt ingewikkeld, maar in de praktijk is de werking van een ‘waterwasmachine’ goed aan iedereen uit te leggen.” “Je moet het natuurlijk wel simpel vertellen en alles gewoon bij de naam noemen”, vult Douwe de Jager aan. “Feit blijft natuurlijk wél dat alles wat met het riool te maken heeft vaak in een lacherige sfeer terechtkomt. Dat ondervangen we gedeeltelijk door scholen vooraf een DVD en lesmateriaal toe te sturen. De groep heeft dan in ieder geval al de nodige

achtergrondkennis. We merken aan de reacties dan meteen als de film en de lesbrief niet voor het bezoek behandeld zijn.”

Vaste klanten Veel scholen hebben de weg naar het waterschap al gevonden. “In de regio Sliedrecht hebben we veel vaste klanten. Vrijwel iedere hoogste klas hebben we daar de afgelopen jaren op bezoek gehad”, weet De Jager. Een excursie is overigens niet alleen leerzaam voor de kinderen. Ook de begeleidende ouders en docenten steken er wat van op. Van de Winkel: “Laatst vroeg ik aan de begeleiders of zij wisten waar het drinkwater vandaan komt. Grote schrikogen, want ze hadden geen idee. Ook niet van de kosten van het waterschap. Die schatten zij op enkele honderden euro’s per huishouden per maand. Gelukkig voor hen doen we het véél goedkoper!”

Gemalen Douwe de Jager en Harry van de Winkel verzorgen samen met hun collega’s op veel plekken rondleidingen. En niet alleen op rioolwaterzuiveringen, maar ook op gemalen en bij de molens van 6 Waterbalans | juni 2009

Waterschap Rivierenland wil graag bijdragen aan een duurzame samenleving door de jeugd te betrekken bij hun leefomgeving. Water maakt onderdeel uit van die omgeving, nú maar ook in de toekomst. Het op jonge leeftijd uitleggen van het belang van goed waterbeheer en de kinderen laten nadenken over hun eigen waterverbruik, is van invloed op hun latere omgang met natuur en water. Daarom ondersteunt Waterschap Rivierenland leerkrachten uit het basis- en voortgezet onderwijs uit het Rivierengebied graag bij hun lessen over water. Meer informatie hierover is te vinden op de website www. waterschaprivierenland.nl/leren_ over_water.

Kinderdijk. Van de Winkel: “In september doe ik bijvoorbeeld rondleidingen op het stoomgemaal De Tuut en het daarnaast gelegen moderne gemaal Bloemers. Maar je vindt me ook in Kinderdijk.” Daar kwam hem trouwens de meest gedenkwaardige vraag ter ore. “Een buitenlandse bezoeker vroeg zich af waarom we water door het scheprad laten lopen om de wieken te laten draaien!”


Dijkbewaking, uniformiteit voor meer kwaliteit Storm en regen. Het rivierwater staat al dagenlang hoog tegen de dijken. In hoogwatersituaties als deze draait de calamiteitenorganisatie van Waterschap Rivierenland op volle toeren. Intensieve dijkpatrouilles stellen het waterschap in staat de kwaliteit van de dijken continu te monitoren. Deze informatie is van groot belang voor de calamiteitenorganisatie. Om de dijkbewaking efficiënter te laten werken, is deze gereorganiseerd. Het waterschap kan hierdoor ook zijn rol in de veiligheidsregio’s beter vervullen

D

e voorbereiding op en bestrijding van calamiteiten heeft hoge prioriteit bij Waterschap Rivierenland. In het voortdurende streven naar verdere professionalisering heeft het waterschap de dijkbewaking in het hele beheergebied onlangs op dezelfde manier geregeld. Voorheen bestonden verschillende werkwijzen naast elkaar. Een erfenis uit de tijd van voor de laatste fusie.

Sneller & beter Het werkgebied van Waterschap Rivierenland is nu verdeeld in zes regio’s, elk met een eigen dijkpost. De dijkposten vormen het vertrekpunt voor de dijkbewakingpatrouilles. De patrouillelopers zijn de ‘ogen en oren’ van het waterschap.

Via de dijkposten communiceren zij hun bevindingen met de centrale calamiteitenorganisatie op het hoofdkantoor. De nieuwe, uniforme werkwijze is efficiënter en maakt gestructureerd opleiden en oefenen mogelijk. Dit leidt tot snellere informatieoverdracht van hogere kwaliteit. De teams in de calamiteitenorganisatie kunnen hierdoor adequater reageren.

Tweerichtingsverkeer Door de toegenomen efficiëntie en berichtgeving van hogere kwaliteit kan de vertegenwoordiger van het waterschap de samenwerkingspartners in de veiligheidsregio (gemeenten, provincie, hulpdiensten etc.) eerder en beter informeren over de toestand van de dijken. Omgekeerd geldt ook dat relevante informatie uit de veiligheidsregio nu eenduidig en sneller aan de dijkposten kan worden doorgegeven. Het mes snijdt daarmee aan twee kanten, echter met hetzelfde doel: een zo goed mogelijke calamiteitenbestrijding bij hoogwater.

7 Waterbalans | juni 2009

Dijkbewaking in de praktijk Doel van dijkbewakingpatrouilles is het zo vroeg mogelijk signaleren van problemen, zodat er snel op gereageerd kan worden. Teams van twee personen voeren de patrouilles uit: een waterschapper samen met een vrijwilliger. Gijs van de Water woont aan de Lekdijk in Everdingen en is een van die vrijwilligers: “Mijn laatste patrouille was tijdens het hoogwater van 1995. We reden met de auto voortdurend over ‘ons’ stuk dijk op en neer. Je stapte vaak uit om de dijk nauwkeurig te inspecteren, zoals bij beschadigingen, die door een drijvende boomstam waren veroorzaakt. We kenden het gebied goed en wisten welke plekken we in de gaten moesten houden. Bijvoorbeeld waar water met zand langzaam door de dijk sijpelde. Die locaties dekten we af met folie en zandzakken. Er was een gevoel van saamhorigheid, van aanpakken en niet zeuren. Je zette je samen in voor de veiligheid van het rivierengebied.”


Samenwerken

Pim Stoffels: “We beseffen steeds meer dat we samen moeten optrekken om een beter resultaat te krijgen”

Malburgen schoonmaken én schoonhouden! Mensen vinden het prettig te wonen in een schone leefomgeving. Dat laatste is echter niet vanzelfsprekend. In de wijk Malburgen in Arnhem Zuidoost kunnen ze er over meepraten. De wijk wordt al jaren geteisterd door zwerfvuil. Het probleem van het zwerfaval bracht de gemeente en het waterschap tot nauwe samenwerking. Dit leidde uiteindelijk tot het gezamenlijke project ‘Malburgen opgeruimd’.

G

rof huisvuil wordt op straat gezet of van een balkon gegooid, afvalbakken puilen uit van de troep. Van alles wordt er gedumpt in de openbare groenruimte van de wijk: huishoudelijk afval, winkelwagentjes, fietsen, meubilair en vooral bouw- en sloopafval. De wat lichtere rommel zoals blikjes, papier en isolatiemateriaal waait in de waterpartijen en vervuilt daardoor het oppervlaktewater. De gemeente Arnhem is jaarlijks ruim honderdduizend euro kwijt aan het verwijderen van dit zwerfvuil. Dat is maar liefst zo’n driehonderd procent meer dan de kosten voor het opruimen van

zwerfvuil in een vergelijkbare wijk in Nijmegen. Daarbij komen nog de kosten die het waterschap maakt om de rommel uit het water te halen. Jaarlijks zo’n drieëntwintigduizend euro.

Arnhem Zuidoost bestaat uit de wijken Malburgen, Holthuizen, Vredenburg, Rijkerswoerd en Kronenburg. Dit stadsdeel beslaat een oppervlakte van in totaal achthonderdvijfenzeventig hectare. In totaal telt het stadsdeel zo’n achtendertigduizend inwoners. Zeventienduizend hiervan wonen in Malburgen oost en -West. Het is een smeltkroes van ruim zestig verschillende nationaliteiten. De wijk Malburgen staat in de top drie van meest vervuilde wijken van nederland. Kortom, een echte aandachtswijk.

Handen ineenslaan De almaar toenemende problematiek van het zwerfafval leidde begin dit jaar tot het project ‘Malburgen opgeruimd’. Doel van het project is om de wijk tot een acceptabel niveau schoon te maken en vooral te houden. Hoe is het project ontstaan? We vragen het Pim Stoffels, stadsdeelmanager van Arnhem Zuidoost, waaronder ook Malburgen valt. Hij is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte in dit deel van Arnhem. “Het is begonnen vanuit de bevinding dat hier erg veel zwerfvuil ligt. En ook dat het een snel vervuilende wijk is. Het waterschap kwam met het idee om hier iets mee te doen. Zij vonden het onacceptabel dat een specifiek deel van hun beheergebied, Malburgen dus, 8 Waterbalans | juni 2009

zo sterk vervuilt in vergelijking met andere gebieden.” Vanuit die gedachtegang is het project Malburgen Opgeruimd ontstaan waarin de gemeente Arnhem, politie en waterschap samenwerken. “Waar de gemeente verantwoordelijk is voor het straatbeeld van de wijk, is het waterschap verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Maar deze kun je niet los zien van elkaar”, aldus Stoffels. Hij vertelt dat behalve gemeente, waterschap en politie ook Volkshuisvesting is aangesloten. “Dit is ook een belangrijke partij hier in Malburgen. Het is een woningbouwcorporatie die op dit moment veel aan het ontwikkelen is, zowel nieuwbouw als


revitalisering. Volkshuisvesting heeft een aanzienlijk deel van Malburgen in portefeuille als vastgoed. Dat betekent dat ook zij verantwoordelijk is voor het onderhoud van een groot openbaar gebied.”

Betrekken bewoners Een belangrijke insteek voor Malburgen Opgeruimd is het betrekken van bewoners bij de problematiek. Het project moet leiden tot gedragsverandering in het omgaan met afval. Gemeente en waterschap trekken vooral op dit punt samen op. Volgens Pim Stoffels is dit bijzonder: “We hebben de afgelopen jaren vooral ingezet op het opruimen zelf. Nu werken we samen met bewoners. Bijvoorbeeld tijdens de landelijke opschoondag waar inwoners meehelpen het afval op te ruimen. En ook via de scholen in de wijk besteden we aandacht aan zwerfvuil.”

De samenwerking tussen de betrokken partijen loopt goed: “Waar het in het verleden nogal eens aan schortte is, dat we niet goed van elkaar wisten waar we mee bezig waren en dat we langs elkaar heen werkten. De kracht is ook – en daar draagt zo’n project aan bij – dat we nader tot elkaar komen. We weten van elkaar wat we doen. En we weten elkaar steeds beter te vinden. Daar kunnen we veel meer profijt van hebben.” Hij geeft als voorbeeld het gecombineerd plegen van onderhoud aan watergangen. “De aannemer die voor het waterschap de sloten schoont, snoeit tegelijkertijd in onze opdracht het overhangend groen. Dat gaat dan in een moeite door. En dat is veel efficienter.” Volgens Stoffels kan – zeker op het punt van samenwerking – nu al gesproken worden van een doorslaand succes. Bovendien geven de eerste resultaten aan dat de wijk inderdaad aanzienlijk schoner is geworden.

9 Waterbalans | juni 2009

In deze rubriek vertelt een externe relatie over samenwerking met het waterschap. Daarnaast vragen we naar de relatie met water.

over de cover Waar? Het gebied tussen de Malburgse bandijk en de wijk Malburgen-West.” Waarom deze locatie? “Ik vind deze locatie mooi en aantrekkelijk vanwege de verrassende overgang van stedelijk gebied naar een parkachtige omgeving en het daarachter liggende rivierenlandschap van de Rijn.” Relatie met water? “Ik ben nederlander. Dus ik heb heel veel met water. Bovendien woon ik in Huissen. Dat ligt pal aan de Rijn. Ik ben dus omgeven door water. Water staat voor mij ook voor schaatsen op de Immerloo plas en al die slootjes in de omgeving. Bovendien heb ik tijdens mijn studie Cultuurtechniek aan Hogeschool Larenstein stage gelopen bij een waterschap. Wat wil je nog meer?”.


Wie is er niet opgegroeid met het struinen langs oevers, met of zonder schepnetje? Op jonge leeftijd is iedereen een onderzoeker. Toch weten we nog weinig van sloten. Van hoe het leven in sloten een stabiel geheel vormt. Of van de manier waarop onderhoud (schonen en baggeren) de ecologische kwaliteit van sloten beïnvloedt. Daarom onderzoekt de Wageningen Universiteit met PLONS de kwaliteit van onze sloten.

Duik in de sloot Vetzucht

P

LONS staat voor Project Langjarig Onderzoek Nederlandse Sloten. Het onderzoek is in 2007 gestart en komt begin 2011 gereed. Waterschap Rivierenland ondersteunt het onderzoek en hoopt de resultaten de komende jaren in praktijk te kunnen brengen. Want ondanks het feit dat de kwaliteit van het slootwater de laatste jaren beter is geworden, gaat de biodiversiteit nog steeds achteruit.

Hoe staat het nu met onze sloten? Annelies Veraart, onderzoekster van PLONS: “Met een groot deel gaat het niet goed. In plaats van gevarieerde flora en fauna overheerst in veel sloten waterpest. Veel andere sloten zijn volledig bedekt met een laag kroos. Het kan er mooi groen uitzien maar gezond is het niet, want onder zo’n krooslaag verdwijnt alle zuurstof en is weinig ander leven mogelijk.” De overheersing van waterpest of kroos komt waarschijnlijk doordat er teveel voedingstoffen (nutriënten) in de sloot aanwezig zijn. De belangrijkste voedingsstoffen – nitraat en fosfaat – zijn afkomstig uit mest. Het is te vergelijken met vetzucht, alleen zijn het nu niet mensen maar sloten die er aan lijden.

Eerste resultaten Wat heeft het onderzoek ons tot nu toe geleerd? Veraart: “Vooral dat we voorzichtig moeten zijn. Een gezonde sloot die eenmaal is aangetast, kan zich weer moeilijk herstellen. Als je bij onderhoud van de sloten waterpest en kroos verwijdert, dan profiteren juist deze soorten daar het meest van.

10 Waterbalans | juni 2009

Ze herstellen zich namelijk gemakkelijker dan andere planten. Bovendien wordt bij het onderhoud de slootbodem omgewoeld, waardoor er weer voedingsstoffen vrijkomen. Een sloot niet te vaak te schonen en hier en daar wat planten te laten staan lijkt de beste remedie.”

Gevarieerd leven in de sloot Een sloot met bloeiende oevers en een gevarieerd leven, zoals op de bekende plaatjes van Jac. P. Thijsse, blijft voor veel sloten voorlopig een onbereikbaar ideaal. Op grond van de Kaderrichtlijn Water streeft Waterschap Rivierenland er wél naar om in 2015 voor alle waterlichamen (dit is een aantal aangewezen grotere watersystemen) een ‘goed ecologisch potentieel’ te bereiken. De sloten waarnaar nu onderzoek wordt gedaan, zijn van grote waarde voor de waterhuishouding. Daarom is het goed dat juist nu het onderzoek plaatsvindt. Het waterschap kan de resultaten daarvan nog ruim voor 2015 in de praktijk brengen.


Rondvraag Themadag Vergunningverlening indirecte lozingen

Hulp gewenst bij overdracht Op dit moment verzorgt het waterschap de taken op het gebied van indirecte lozingen. Dit is het afvalwater van alle bedrijven die op het gemeentelijk riool lozen. Dat gaat veranderen als gevolg van de invoering van de nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Naar verwachting gaat deze wet op 1 januari 2010 in. Voor gemeenten en provincies houdt dit in dat ze de vergunning verlening, het toezicht en de handhaving van de indirecte lozingen overnemen van het waterschap. Ruim zeventig ambtenaren gaven 20 mei jl. gevolg aan de uitnodiging voor de themadag Indirecte Lozingen. Diverse lezingen en een bezoek aan een zuiveringsinstallatie en het laboratorium van het waterschap, illustreerden de dagelijkse praktijk van de afvalwaterlozing.

Een rondvraag naar ervaringen: Stephan Cornelissen, toezichthouder gemeente Nederbetuwe “Het idee achter de overdracht – één loket voor de bedrijven – vind ik prima. Maar ik maak me wel zorgen over de uitvoering straks. Hoe borgen we de kwaliteit? Het gaat hier tenslotte om een specialisme, niet iets wat je er zo maar even bij doet.”

goed weten waar we met elkaar mee bezig zijn.”

Het waterschap heeft ten slotte alle expertise in huis.”

Frans Jansen, toezichthouder gemeente Zaltbommel “Vooral voor kleine gemeenten voorzie ik problemen. Want soms werken daar maar één of twee toezichthouders. Daarom zou ik graag zien dat de gemeenten hun krachten bundelen en deze taak regiobreed oppakken.”

Corrie Brey, toezichthouder gemeente Geldermalsen “Waarom laten we het niet zoals het nu is? Het waterschap voert deze taak heel goed uit. Het is nog maar de vraag of de gemeenten straks dezelfde kwaliteit kunnen leveren.”

Bram Verzijl, adviseur milieudienst Zuid-Holland Zuid “Voor mij is het niet vanzelfsprekend dat alle taken die nu door het waterschap worden uitgevoerd straks overgaan naar de gemeenten. Misschien moeten sommige taken, zoals de controles bij bedrijven of het testen van watermonsters, bij het waterschap blijven.

Jan de Leeuw, teammanager handhaving provincie Gelderland “De provincie heeft een groot team van handhavers waarvan enkele zelfs van het waterschap afkomstig zijn, dus met de expertise komt het wel goed. We moeten wel goede afspraken maken met alle betrokken partijen, zodat we 11 Waterbalans | juni 2009

Hoe verder? Duidelijk werd dat de overdracht van taken extra expertise vraagt van de gemeenten. En dat hulp van het waterschap gewenst is. Het waterschap biedt daarom verschillende vormen van samenwerkingscontracten om de gemeenten te ondersteunen. Daarover is het waterschap met de afzonderlijke gemeenten in gesprek.


Uitgelicht 2009 juni 14 Open dag van het gerestaureerde gemaal Quarles van Ufford. Locatie: Buurtschap Moordhuizen bij Alphen. 16 Landelijke Communicatiedag water. Voor communicatieprofessionals bij het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten en beleidsmedewerkers die veel met communicatie te maken hebben. Locatie: Beatrix Theater, Utrecht.

Tentoonstelling

Hoe houden we het droog?

21 Open dag monumentaal Hollandsch Duitsch gemaal. Tijdens het Streekgala Ooijpolder, als boeren en tuinders hun bedrijf openstellen voor het publiek. Locatie: Ubbergseweg 5, Nijmegen. Meer info op onze website: www.waterschaprivierenland.nl/ actueel/kalender

Om te zorgen dat vissen zich goed kunnen verplaatsen, moeten er de komende jaren dertig vispassages bij komen. Dat blijkt uit het vismigratieplan dat Waterschap Rivierenland onlangs heeft opgesteld. Dankzij vistrappen en andere vispassages kunnen vissen hindernissen als stuwen, sluizen en gemalen passeren en zo hun leefgebied vergroten. Dit draagt bij aan een grotere variatie in en rond sloten en andere watergangen. En dat is belangrijk voor een evenwichtig

Het waterschap werkt aan de verbetering van de zuidelijke Lekdijk. Voor bewoners van het gebied, scholen en andere geïnteresseerden is hierover een tentoonstelling ingericht. De tentoonstelling ‘Hoe houden we het droog?’ gaat in op het hoe en waarom van dijkversterking. Via videoschermen, foto’s en presentatiepanelen wordt de strijd tegen het rivierwater gepresenteerd.

Daarnaast is er in de expositie aandacht voor de natuur en cultuur van het dijklandschap. Voor kinderen (en hun ouders) is een puzzeltocht door de tentoonstelling beschikbaar. De tentoonstelling is te bekijken in een expositieruimte van Streekcentrum ‘t Liesvelt, Wilgenweg 3 in GrootAmmers.

onderzocht extra vispassages leefmilieu en een goede waterkwaliteit. Met de aanleg van dertig nieuwe vispassages ontstaan er in het rivierengebied ‘waterwegen’ waarlangs de vissen zich kunnen verplaatsen. De eerste legt Waterschap Rivierenland aan in het gebied van Alm en Biesbosch, de Linge en de Alblasserwaard. Kijk voor het volledige vismigratieplan en de bijbehorende kaarten op www.waterschaprivierenland.nl/ actueel/waterbalans_ digitaal

12 Waterbalans | juni 2009

Waterbalans  

Magazine Waterbalans voor Waterschap Rivierenland

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you