Issuu on Google+

Schoolgids 2013 | 2014

P raktijko nder wijs


De onderwijsactiviteiten op de School voor Praktijkonderwijs van het Baanderherencollege worden mede gerealiseerd door financiĂŤn uit het Europees Sociaal Fonds (ESF)


Schoolgids 2013 | 2014

Het Baanderherencollege Praktijkonderwijs valt onder het bestuur van de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs en maakt deel uit van de OMO-Scholengroep Boxtel. Baanderherenweg 2 5282 RJ Boxtel Postbus 141 5280 AC Boxtel T. 0411 - 67 69 24 F. 0411 - 61 02 56 E. info@bhc.nl IBAN NL 17 RABO 0129.8621.85

bhc.nl


Inhoudsopgave Voorwoord

4 3

1 Het Baanderherencollege 1.1 Wie waren de Baanderheren? 5 1.2 Schoolprofiel Baanderherencollege 5 1.3 Geschiedenis 7 1.4 Huisvesting 7 1.5 Overblijfruimtes 8 1.6 Computergebruik, internet en website 8 1.7 OMO 8 1.8 OMO scholengroep Boxtel en 10 samenwerking met scholen in de regio 1.9 Regionale samenwerking en 10 Netwerk Praktijkonderwijs 1.10 De inspectie voortgezet onderwijs 13

2

Het personeel

2.1 Directie 2.2 Teamleider 2.3 Onderwijzend personeel / mentoren Praktijkonderwijs 2.4 Onderwijsondersteunend personeel

3

19

Opbouw van de school

3.1 Onderwijsconcept van het Baanderherencollege PrO 3.2 Algemeen 3.3 Inrichting van het Praktijkonderwijs 3.4 Het onderwijskundige programma 3.5 Lessen op maat 3.6 Buitenlesactiviteiten 3.7 Lestijden

2

15 15 15

21 21 21 25 30 32 33

Leerlingenzaken

4.1 Algemeen 4.2 Individueel ontwikkelingsplan (IOP) 4.3 Basisorganisatie 4.4 Leerlingvolgsysteem 4.5 Van Praktijkonderwijs naar basisberoepsgerichte leerweg vmbo-3 4.6 Examens 4.7 Huisbezoek en ouderavonden 4.8 Leerlingbegeleiding 4.9 Klachtenregeling OMO 4.10 Reglement bezwaar en beroep in leerlingenzaken 4.11 Intimidatie, agressie en geweld (waaronder pesten) en discriminatie 4.12 Privacyreglement

5

35 36 36 37 38 39 40 42 45 45 46 47

Rondom het onderwijs

5.1 Medezeggenschapsraad 5.2 Ouderraad 5.3 Leerlingenraad en leerlingenstatuut 5.4 FinanciĂŤle rijksregeling voor het schoolgaande kind 5.5 Ouderbijdrage 5.6 Schoolboeken en schoolbenodigdheden 5.7 FinanciĂŤle zaken 5.8 Beleid inzake sponsoring 5.9 Verzekeringen

49 49 50 51 51 58 58 59 60


6

Kwaliteitszorg

6.1 Meten is weten 6.2 Schoolplan

7

8 63 64

(School)regels en afspraken

7.1 Schoolreglement

Jaarrooster

8.1 Algemeen 8.2 De (cijfer)rapporten en de data 8.3 Vakantierooster

77 77 77

67

Voorwoord Geachte ouders, Dit is de schoolgids van het Baanderherencollege Praktijkonderwijs voor het schooljaar 2013-2014. Wij leveren de schoolgids digitaal aan: modern onderwijs vraagt om moderne communicatiemiddelen. In deze gids schetsen we een beeld van het onderwijsconcept en de organisatie van het Baanderherencollege Praktijkonderwijs, het BHC. U vindt in deze gids onder meer informatie over onze intensieve leerlingbegeleiding maar ook praktische informatie als schooltijden, data van ouderavonden, vakanties, eventuele financiële bijdrage(n) en de namen van alle personeelsleden. “Je telt mee op het BHC”. Deze zin geeft aan dat het BHC zich kenmerkt door openheid en transparantie. Meetellen betekent voor ons ook bieden van kleinschaligheid in een veilige leeromgeving. Veilig betekent respectvol omgaan met mens en middelen; vertrouwen hebben in elkaars talenten en capaciteiten en oog hebben voor elkaar. Kenmerkend voor het BHC is kwalitatief hoogstaand onderwijs gebaseerd op de mogelijkheden van elke leerling. Om u gedurende het schooljaar op de hoogte te houden over het schoolgebeuren is de website www.bhcpraktijkonderwijs.nl, zowel voor uw zoon/dochter als voor u, een belangrijke informatiebron. Namens alle medewerkers wens ik uw dochter/zoon een leerzaam en goed schooljaar 2013-2014 toe. Drs. L.W.J. Spaan MME algemeen directeur

J.W. van den Berg directeur onderwijs

3


1. Het Baanderherencollege

bhc.nl


1.1 Wie waren de Baanderheren? Het was in die tijd dat Harper van Randerode vanuit zijn burcht in Heinsberg (Duitsland) naar Boxtel afreisde. De Duitse keizer gaf hem de Heerlijkheid Boxtel in bruikleen. Zijn taak was het leengoed te beheren en zijn inwoners te beschermen tegen plunderende bendes zoals die van de hertog van Gelre. Eeuwenlang bleven de Heren van Boxtel hun Duitse keizer trouw. Aan de hertog van Brabant hadden zij geen verplichtingen. Die vrijstelling werd door Johanna van Brabant in 1358 persoonlijk verleend als dank voor bewezen diensten. De Heren van Boxtel waren overigens niet zomaar heren, ze mochten zich ‘Baanderheren’ noemen. Zij mochten hun eigen banier (vlag) voeren en zelfs een eigen legertje hebben. De Baanderheren waren nobele mannen die samen met hun jonkvrouwen vanuit kasteel Stapelen zorgden voor welvaart en voorspoed in hun leengoed Boxtel, Gemonde en Liempde. De Baanderheren waren strenge meesters doch rechtvaardig, zelfstandig en doorzetters van het eerste uur. Het Baanderherencollege streeft dezelfde kernwaarden na: zelfstandigheid en doorzettingsvermogen. Wij proberen leerlingen te laten ontdekken dat zij hun toekomst voor een groot gedeelte zelf invullen. Werken loont en inspanningen worden beloond. Je hebt met recht iets om trots op te zijn.

1.2 Schoolprofiel Baanderherencollege Op het Baanderherencollege staat de leerling centraal. De leer- en leefomgeving is zodanig dat de leerling zich er thuis voelt. Hij wordt aangesproken op zijn talenten en begeleid naar een zelfstandige wereldburger. Respect voor elkaar en een veilige schoolomgeving zijn daarbij belangrijk. De leerling ontwikkelt waarden en normen die op katholieke grondslag zijn gebaseerd. Op de school zijn leerlingen uit alle bevolkingsgroepen welkom en er is respect voor personeelsleden en leerlingen met andere levensovertuigingen. De school biedt de leerling een opleiding die bij zijn capaciteiten en interesses past.Dit maakt het hem mogelijk de school gemotiveerd te doorlopen en gediplomeerd of gecertificeerd te verlaten. De leerling van het Baanderherencollege is daarna in staat een opleiding te volgen in het middelbaar beroepsonderwijs op een Regionaal Opleidingen Centrum (ROC), of een school met hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), of in te stromen op de arbeidsmarkt.

1. Het Baanderherencollege

5


6


Binnen de school werkt de leerling optimaal aan een brede, algemene ontwikkeling. Sociale en toepassingsgerichte vaardigheden zijn daarbij een belangrijk onderwijsdoel. De medewerkers van de school stimuleren de leerling en bevorderen zijn persoonlijkheidsontwikkeling. De leerling leert samen te werken, initiatieven te nemen en creatief bezig te zijn. Op het Baanderherencollege krijgt de leerling zoveel als mogelijk is onderwijs op maat en werkt hij aan zijn eigen toekomst. De personeelsleden volgen nauwlettend zowel de maatschappelijke als de onderwijskundige ontwikkelingen. Met andere vormen van onderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties worden goede contacten onderhouden. De school heeft een belangrijke positie in de gemeente Boxtel.

1.3 Geschiedenis Het Praktijkonderwijs is 40 jaar geleden ontstaan uit het toenmalige buitengewoon primair onderwijs. De minister van Onderwijs bood scholen voor buitengewoon primair onderwijs de gelegenheid ook het voortgezet onderwijs voor deze leerlingen te organiseren. Zo ontstond in Boxtel het voortgezet buitengewoon onderwijs, later Praktijkonderwijs. In 2001 ging Praktijkonderwijs Boxtel over van het bestuur van de Stichting St. Willibrordus naar het bestuur van de Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs voor Boxtel en omstreken. Met ingang van 1 augustus 2002 hebben Praktijkonderwijs Boxtel en het vmbo hun intrek genomen in één schoolgebouw aan de Baanderherenweg 2 te Boxtel. Sinds 1 augustus 2009 staan het BHC Praktijkonderwijs en het BHC-vmbo onder het bevoegd gezag van de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) te Tilburg.

1.4 Huisvesting Het Baanderherencollege is met ingang van het schooljaar 2002-2003 in een voor Praktijkonderwijs en vmboonderwijs goed toegerust schoolgebouw gehuisvest aan de Baanderherenweg 2 te Boxtel. Op maandag 19 augustus 2013 zullen in totaal circa 820 leerlingen en 130 personeelsleden beginnen aan het schooljaar 20132014. Voor de lessen lichamelijke opvoeding maken we gebruik van het sportcentrum De Dommel. Deze sporthal is bouwtechnisch gekoppeld aan het Baanderherencollege en is van 08.00 - 17.00 uur voor onze leerlingen beschikbaar. Met onze lessen is de sporthal overdag geheel bezet. Voor de buitensport maken we gebruik van de sportaccommodatie op Munsel. De leerzones voor de theorielessen liggen bij elkaar op de eerste en tweede etage. De leerlingen krijgen in hun mentorgroep het algemeen vormend onderwijs. Dit wordt gegeven in leerzones onder leiding van hun eigen mentor/coach. Op de eerste en de tweede verdieping zijn ook de ruimtes voor de teamleider, stagebegeleiders en onderwijsondersteunend personeel. De ruimtes voor receptie, administratie en conciërge bevinden zich op de begane grond. Op de locatie zijn ook het Opleidingscentrum BGA en het sportrestaurant Openhof gevestigd.

1. Het Baanderherencollege

7


1.5 Overblijfruimtes De aula, de grote hal en het schoolplein zijn de overblijfruimtes. Degenen die rustig wensen te lunchen kunnen gebruik maken van de aula. In de grote hal is meer bewegingsruimte en het schoolplein is er voor leerlingen die even wat frisse lucht nodig hebben. De overige ruimtes in het schoolgebouw zijn geen overblijfruimtes.

1.6 Computergebruik, internet en website Op onze school is het werken met computers onmisbaar geworden. Elk lokaal beschikt over ruime ICT-voorzieningen. Bovendien wordt volop gebruik gemaakt van de ICT-studiepleinen. Op www.bhcpraktijkonderwijs.nl kunnen ouders en leerlingen informatie vinden over zaken die de school betreffen. Naast o.a. informatie over algemene regelingen, documentatie m.b.t. het onderwijs en belangrijke data vindt u op de website korte artikelen en foto’s die inspelen op en aansluiten bij de actualisatie van de dag.

1.7 OMO 1.7.1 De plaats van de school binnen Ons Middelbaar Onderwijs Het Baanderherencollege valt onder het bestuur van de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs. De algemeen directeur heeft de verantwoordelijkheid voor de goede gang van zaken in de school. Hij rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van de raad van bestuur. Als klankbord voor de algemeen directeur heeft de school een raad van advies die bestaat uit personen uit de omgeving van de school. Zij denken vanuit hun kennis en betrokkenheid mee over de ontwikkelingen in de school en leveren een bijdrage aan de maatschappelijke plaats van de school in de omgeving. De voorzitter van de raad van bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs is Eugène Bernard. De raad van bestuur is bereikbaar via telefoonnummer 013 - 5955500 en is gevestigd aan de Spoorlaan 171 in Tilburg. Het postadres is postbus 574, 5000 AN Tilburg. Het e-mailadres is info@omo.nl

8


1.7.2 Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs De vereniging heeft een ledenraad. Deze ledenraad bestaat uit twee afgevaardigde leden van elke raad van advies. Daarnaast kunnen ouders van leerlingen, die onderwijs volgen op een OMO-school, lid worden van de vereniging. Leden van de ledenraad nemen deel aan de jaarlijkse vergadering. Daar worden de leden geïnformeerd over het OMO-beleid en worden de acht leden van de raad van toezicht, die belast is met het toezicht op de raad van bestuur, benoemd. Een aanmeldingsformulier voor het lidmaatschap is te vinden op de website www.omo.nl. Er wordt geen lidmaatschapsgeld gevraagd.

1.7.3 Missie Ons Middelbaar Onderwijs, opgericht in 1916, is een vereniging van scholen voor voortgezet onderwijs in voornamelijk Noord-Brabant. De scholen, van gymnasium tot en met praktijkonderwijs, ontwikkelen de talenten van iedere leerling door ‘goed onderwijs’ te bieden geïnspireerd vanuit de katholieke traditie. Zo verwerven de leerlingen passende startposities voor vervolgonderwijs en voor toetreding tot de maatschappij. De scholen van de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs kennen een grote verscheidenheid die de bron vormt voor kennisdeling en daarmee voor het versterken van de professionaliteit van onze docenten. Door het benutten van schaalvoordelen zijn de scholen bovendien samen sterker en kunnen ze toch kleinschalig blijven. En daar profiteren onze leerlingen van. In Koers 2016, Ons Middelbaar Onderwijs sinds 1916 - het strategisch beleidsplan van de vereniging – is het beleid voor de komende jaren beschreven. Koers 2016 is te downloaden van de website: www.omo.nl. Meer informatie over Ons Middelbaar Onderwijs, zoals het jaarverslag, is ook beschikbaar op de website.

1,7,4 Managementstatuut Ons Middelbaar Onderwijs Het managementstatuut Ons Middelbaar Onderwijs regelt de verhouding tussen de raad van bestuur en de algemeen directeur. Dit statuut ligt bij de schooladministratie ter inzage.

1. Het Baanderherencollege

9


1.8 OMO scholengroep Boxtel en samenwerking met scholen in de regio De scholen voor Voortgezet Onderwijs in Boxtel, het Baanderherencollege vmbo, het Baanderherencollege Praktijkonderwijs en het Jacob-Roelandslyceum, vormen samen de OMO Scholengroep Boxtel. Eindverantwoordelijk schoolleider voor de Scholengroep is drs. L.W.J. Spaan MME. De scholen werken nauw samen en voeren regelmatig overleg. Hiermee wordt beoogd elkaar zo volledig mogelijk op de hoogte te houden van de onderwijskundige, schoolorganisatorische en andere ontwikkelingen die van belang zijn voor het verzorgen van goed onderwijs in Boxtel. De scholen willen hiermee bevorderen dat de overstap en doorstroming van leerlingen van de ene naar de andere school goed verloopt. Om deze aansluiting te bevorderen worden de onderwijsprogramma’s, voor zover mogelijk en indien nodig, op elkaar afgestemd. Beide scholen werken nauw samen met betrekking tot de toelating van leerlingen en de vorm van de TH-klas.

1.9 Regionale samenwerking en Netwerk Praktijkonderwijs Samenwerking ROC / AOC Het BHC-Praktijkonderwijs onderhoudt goede contacten met scholen die opleiden voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Zo werken wij nauw samen met het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC) Helicon in Boxtel. Deze mbo-opleiding verzorgt in samenwerking met het Praktijkonderwijs ‘groen’ lessen. Met Helicon in Boxtel maar ook met het Koning Willem I College te ’s-Hertogenbosch is een leerlijn ontwikkeld die voor onze leerlingen een mbo-diploma op niveau 1 mogelijk maakt. Ook met het Summa College, ROC te Eindhoven werken we samen. Door middel van deze samenwerking sluit het BHC-praktijkonderwijs uitstekend aan op de MBO-opleidingen waardoor de slagingskans in het MBO wordt vergroot. Zo behaalt uw zoon/dochter een erkend diploma voor een betere kans op de arbeidsmarkt Door deze intensieve samenwerking kunnen wij al jarenlang onze schoolverlaters opleiden voor een mbo-diploma Arbeidsmarkt geKwalificeerd Assistent (AKA). De laatste jaren hebben wij hierin een slagingspercentage van rond de 70% van onze schoolverlaters. De andere schoolverlaters leiden wij door tot aan een succesvolle deelname in de arbeidsmarkt.

Samenwerkingsverband De Meierij Het BHC-Praktijkonderwijs is, samen met andere scholen voor voortgezet onderwijs in de regio ’s-Hertogenbosch lid van het samenwerkingsverband ‘De Meierij’. Een taak van het samenwerkingsverband is het vormgeven van een zorgstructuur, zodat er voor alle leerlingen, die op een of andere manier voor lange of korte tijd extra aandacht nodig hebben, passend onderwijs is. Met name het vmbo-leerwegondersteunend onderwijs en het Praktijkonderwijs geven inhoud aan de zorgstructuur. Het samenwerkingsverband beschikt over extra financiële middelen om de scholen te ondersteunen bij het versterken van hun pedagogische en didactische mogelijkheden. Het beleid van samenwerkingsverband De Meierij

10


1. Het Baanderherencollege

11


is dan ook: ‘zo weinig mogelijk bovenschoolse voorzieningen creëren en zoveel mogelijk de scholen ondersteunen bij hun interne zorgverbreding’. Samen met de andere scholen voor voortgezet onderwijs werken onze school voor Praktijkonderwijs en het vmbo in het samenwerkingsverband De Meierij mee aan de realisatie van deze missie. Vanuit BHC-Praktijkonderwijs en het BHC-VMBOheeft de directeur onderwijs J.van den Berg zitting in het scholenoverleg van het samenwerkingsverband. In het overleg voor zorgcoördinatoren van het samenwerkingsverband heeft mevrouw F. Rou (PrO) zitting. De overige netwerk partners • Gemeenten in de regio • Bedrijven en instellingen in de regio • Vakbranches • (Speciaal) basisonderwijs • Regionale Expertise Centra (REC’s) • Voortgezet onderwijs • Jeugd- en jongerenwerk • Maatschappelijke dienstverlening • Regionaal overleg Praktijkonderwijs • Landelijk overleg Praktijkonderwijs • Centra voor Werk en Inkomen • Centrum voor Jeugd en Gezin • Provincie • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC en W) • Europees Sociaal Fonds (ESF) • UWV en jobcoachorganisaties • MEE

Netwerk Praktijkonderwijs (NPO) Noord-Oost-Brabant Vijf scholen voor Praktijkonderwijs in Noord-Oost Noord-Brabant hebben zich verenigd in een netwerk. De scholen uit Boxtel, Veghel, Oss, Schijndel en ‘s-Hertogenbosch werken samen om zo goed in te kunnen spelen op landelijke ontwikkelingen, om samen een zo goed mogelijk onderwijsaanbod te verzorgen en om samen gesprekken met partners in het onderwijs aan te gaan

12


1.10 De inspectie voortgezet onderwijs Het Praktijkonderwijs valt onder de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Vandaar dat de school ook onder de inspectie op het voortgezet onderwijs valt. De inspectie ziet vooral toe op de kwaliteit van het onderwijs. Op 27 maart 2012 is de school voor Praktijkonderwijs bezocht door de inspectie in het kader van een landelijke steekproef naar de staat van het voortgezet onderwijs in Nederland en scoorde het Praktijkonderwijs voldoende. . Bovendien is er sinds begin 2011 een inspectiesite genaamd “Vensters voor Verantwoording�; Ook hierop zijn de resultaten van BHC-Praktijkonderwijs terug te vinden. Inspecteur van het voortgezet onderwijs mevrouw Drs. Y.H.M.P. Leenen Postbus 88 5000 AB TILBURG T (088) 669 60 60 www.onderwijsinspectie.nl

1. Het Baanderherencollege

13


2. Het personeel

bhc.nl


2.1 Directie Algemeen directeur • drs. L.W.J. Spaan MME Directeur onderwijs • J.F.A.W. van den Berg

l.spaan@bhc.nl j.vd.berg@bhc.nl

2.2 Teamleider Teamleider Praktijkonderwijs • B. Strikkers b.strikkers@bhc.nl

2.3 Onderwijzend personeel / mentoren Praktijkonderwijs Leerzone voor fase 1 • mw. E. van Hooren • C. van Raaij • W. Vonk Leerzone voor fase 2 • mw. P. van Son • S. Schellekens • W. Vonk Leerzone voor fase 3, 4 en 5 • T. Baars • mw. M. de Groot • F. van Heesch • P. Rombouts • H. van Rooijen • mw. S. Prunières

2. Het personeel

15


Instructeur • S. Noordermeer Onderwijsassistent • A. Hoogervorst • mw. S. Snijders-Hijnen Teamleider / zorgcoördinator • B. Strikkers Orthopedagoog • mw. drs. H.F. Rou Tussen 14.30 en 15.00 uur zijn de mentoren meestal op school bereikbaar onder telefoonnummer: (0411)-67 69 24. Als ouders informatie willen geven aan of verkrijgen bij personeelsleden, kunnen zij dit op werkdagen tussen 8.30 uur en 17.00 uur aangeven bij de schooladministratie. De school is op werkdagen geopend van 08.00 tot 17.00 uur met uitzondering van feestdagen en schoolvakanties. Tijdens de openingstijden van de school zijn wij telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 0411-676924. Bij calamiteiten buiten de openingstijden kunt u contact opnemen met de directeur onderwijs J. van den Berg, telefoonnummer 073-5116847 / 06-47020196.

16


2. Het personeel

17


18


2.4 Onderwijsondersteunend personeel hoofd administratie mw. O. van Elderen administratie mw. E. Hoffmans - den Biggelaar mw. H. Leenders-van den Aker L. Peijnenburg receptie / leerlingenbalie mw. E. Breuer - Geers mw. A. Schoenmakers - Peyen mw. A. Trieling - Hoffmans roosterzaken J. Lemmens mw. E. Hoffmans - den Biggelaar lesassistentie mw. M. den Boer mw. H. van Hal P. van de Nostrum R. Odijk P. van der Sloot mw. M. van Someren - van Haren F. Stamps mw. J. Stans - van den Dungen hoofd facilitaire zaken T. Cuijten facilitaire dienst M. van Dijk R. de Fretes mw. H. van Hal mw. H. Langenhuizen mw. M. Pastoor - Poirters mw. H. Schalkx - Pastoor mw. A. Schoenmakers - Peyen A. van Someren mw. M. Vingerhoets - Peijnenburg mw. R. Willems hoofd ict drs. J. van den Oord ict E. Lulofs R. Meulendijk

2. Het personeel

19


3. Opbouw van de school

bhc.nl


3.1 Onderwijsconcept van het Baanderherencollege PrO Bij het BHC-Praktijkonderwijs staat de leerling centraal. De leer- en leefomgeving is zodanig dat de leerling zich er thuis voelt. Hij wordt aangesproken op zijn talenten en begeleid naar een rol als zelfstandige wereldburger. Respect voor elkaar en een veilige schoolomgeving zijn daarbij belangrijk. De leerling ontwikkelt waarden en normen die op katholieke grondslag zijn gebaseerd. Op de school zijn leerlingen uit alle bevolkingsgroepen welkom en is er respect voor andere levensovertuigingen. Zie hoofdstuk 4 voor de specifiekere uitwerking van het onderwijsconcept voor Praktijkonderwijs.

3.2 Algemeen Medewerkers van het Baanderherencollege Praktijkonderwijs gevenhun leerlingen een opleiding die aansluit bij hun talenten, mogelijkheden en ambities. Wij stimuleren de leerlingen hun sterke kanten te ontwikkelen: uitgaan van kracht en niet van onvermogen. Het gaat erom vaardigheden te ontwikkelen die passen bij het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar.

3.3 Inrichting van het Praktijkonderwijs Toelatingsprocedure ot de toelatingsprocedure behoort altijd een intakegesprek met de teamleider, de ouders/verzorgers en de betreffende leerling. Na dit gesprek kunnen de ouders/ verzorgers een aanmeldingsformulier invullen en ondertekend inleveren. Na toestemming van de ouders/verzorgers vraagt de teamleider informatie op bij de laatst bezochte school. De orthopedagoog en de teamleider bestuderen deze gegevens over leervorderingen, leercapaciteiten en persoonlijkheidsontwikkeling. Eventueel wordt aanvullend onderzoek verricht. In voorkomende gevallen kan de schoolarts of de schoolmaatschappelijk deskundige in het overleg betrokken worden om vast te stellen of voor de aangemelde leerling in het Praktijkonderwijs passend onderwijs mogelijk is.

3. Opbouw van de school

21


Indien de toelatingscommissie de aanmelding verantwoord vindt, wordt dit gemotiveerde besluit samen met de zienswijze van de ouders/ verzorgers voorgelegd aan de Regionale Verwijzingscommissie (RVC) te ’s-Hertogenbosch. Deze commissie geeft vervolgens een bindend advies over de toelaatbaarheid. Wanneer duidelijk is dat de leerling geplaatst kan worden in het Praktijkonderwijs, wordt meteen een startdossier gemaakt. Toelating van een leerling met leerlinggebonden financiering, het zogenaamde ‘rugzakje’. Sommige leerlingen hebben persoonlijkheidskenmerken die erop wijzen dat zij meer specifieke zorg verdienen. Bij de aanmelding van een leerling met een positieve beschikking van een Commissie voor Indicatiestelling worden specifieke zorgvragen van dat kind doorgenomen. Vervolgens wordt onderzocht of het Praktijkonderwijs in staat is de noodzakelijke zorg te bieden. In voorkomende gevallen kan gebruik gemaakt worden van ondersteuning vanuit een Regionaal Expertise Centrum (REC). Indien er sprake is van persoonlijkheidskenmerken die de ontwikkeling van de leerling zelf of anderen kunnen belemmeren, wordt de leerling niet toegelaten. Samen met de ouders/verzorgers wordt dan gezocht naar een andere, aangepaste onderwijsvoorziening. Voor meer informatie, zie: www.minocw.nl/rugzakje/.

Ambities Het Praktijkonderwijs geeft de leerlingen een opleiding die aansluit bij hun talenten, mogelijkheden en ambities. Hierdoor worden zij gestimuleerd vanuit hun sterke kanten het onderwijs tegemoet te treden en te werken aan vaardigheden die opleiden tot het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar. We realiseren ‘onderwijs op maat’ dat gericht is op een percentage uitstroom naar werk, het halen van certificaten of een diploma op mboniveau 1. Om een goede structuur en duidelijke leerdoelen te formuleren wordt voor elke leerling een individueel ontwikkelingsplan (IOP) opgesteld. De vorderingen van de leerlingen worden nauwkeurig gevolgd en maandelijks vinden er zogenaamde coachingsgesprekken plaats tussen de leerling en zijn mentor. De schoolloopbaangesprekken vinden jaarlijks plaats in samenspraak met de leerling, zijn ouders/verzorgers, de mentor en de teamleider met wie een zo passend mogelijk onderwijstraject op hoofdlijnen wordt uitgezet en geëvalueerd.

22


Verder wordt binnen de school voor Praktijkonderwijs behalve aan theorie- en praktijklessen ook aandacht gegeven aan de ontwikkeling van waarden en normen. De school hanteert hierbij als uitgangspunt haar christelijke grondslag. Op de school zijn echter alle gezindten welkom en is er respect voor andere levensovertuigingen. Respect voor elkaar en een veilige leeromgeving zijn daarbij belangrijke pijlers. De medewerkers stimuleren de leerling in het ontwikkelen van zijn persoonlijkheid en ondersteunen hem in zijn sociaal emotionele ontwikkeling. De leerling wordt daarbij aangesproken op zijn mogelijkheden en hij wordt serieus genomen. Binnen het onderwijs wordt recht gedaan aan verschillen tussen leerlingen en wordt erkend dat elke leerling uniek is. Binnen het onderwijsprogramma is er aandacht voor Wonen, Werken, Vrije tijd en Burgerschap. We bereiden de leerling voor op een zo volwaardig mogelijke deelname in de woon- en leefgemeenschap. De leerling wordt voorbereid om zo veel mogelijk in zijn eigen inkomen te voorzien. De leerling leert samen te werken, initiatieven te nemen, contacten te leggen en relaties aan te gaan. De leerling leert ook zijn vrije tijd op een goede en betekenisvolle wijze in te richten. De leerling leert te fuctioneren als burger in zijn samenleving. Het streven van het Praktijkonderwijs is de overgang van opleiding naar een plaats op de arbeidsmarkt en/of vervolgonderwijs voor de leerling naadloos te laten verlopen. De regionale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en binnen het maatschappelijk bestel worden door medewerkers van het Praktijkonderwijs met regelmaat geanalyseerd om het onderwijsaanbod bij te stellen. Daarvoor worden contacten onderhouden met de gemeente, het bedrijfsleven in de regio, met maatschappelijke organisaties en andere vormen van onderwijs. De school geeft aan de leerling ondersteuning bij het ontwikkelen van zijn persoonlijkheid en zijn sociale vaardigheden. Daar waar dit kan worden de ouders/verzorgers van de leerling bij het onderwijs betrokken. Respect voor elkaar en een veilige schoolomgeving zijn bepalende elementen in het pedagogisch klimaat van de school en het welslagen van de missie.

Doelstelling Hoewel de concrete onderwijs- en opvoedingsdoelen per leerling verschillen, kan toch wel een algemene doelstelling van de school geformuleerd worden: Een school waar werk gemaakt wordt van ieders individuele talenten, passie en ambitie. De hoofddoelstelling van BHC-Praktijkonderwijs: 1. De leerlingen binnen hun mogelijkheden optimaal scholen en vormen, zodat ze kunnen deelnemen aan alle facetten van het maatschappelijk leven, met een minimum aan afhankelijkheid van rechtstreekse en persoonlijke hulp. 2. De leerlingen door middel van individuele ontwikkelingsplannen (IOP’s) brengen naar arbeid, opleiding of een combinatie van beide.

3. Opbouw van de school

23


3.

De leerlingen hun scholings- en stagetraject laten afronden met mbo-niveau-1-diploma, of een door de vakbranches erkende kwalificatie in de vorm van een specifiek vakdiploma, certificaat of getuigschrift dan wel met een of meer schoolcertificaten. Deze doelen trachten wij te bereiken door maatwerktrajecten te realiseren, waarbij de leerlingen niet alleen kennis en vaardigheden opdoen, maar ook uitgroeien tot mensen met een zeker zelfvertrouwen, zelfkennis, gevoel voor eigenwaarde en positief (sociaal) gedrag. Bij het realiseren van deze doelstelling wordt steeds rekening gehouden met de persoonlijkheidsontwikkeling, de talenten en de leercapaciteiten van de leerlingen.

Resultaten In de laatste drie schooljaren resulteerde deze aanpak voor de schoolverlaters gemiddeld in het volgende: 100% verlaat de school met een diploma, certificaat of getuigschrift. Het vervolgtraject ziet er als volgt uit: • ca 60% gaat 3 à 4 dagen werken en 1 à 2 dagen scholing. • ca 25% gaat volledig dagonderwijs volgen. • ca 10% van de leerlingen gaat fulltime werken. • ca 5% anders.

24


3.4 Het onderwijskundige programma Praktijkvakken In de 1e fase van de onderbouw krijgen de leerlingen les in techniek en verzorging. In de 2e fase van de onderbouw gaat het om sectororiëntatie op de afdelingen metalektro, handel en verkoop transport & logistiek, tuinbouw, verzorging en bouwtechniek. De praktijkvakken worden in de vaklokalen gegeven in samenwerking met vmbovakdocenten. Het aantal praktijkuren per week bedraagt 10 voor de 1e fase en 14 voor de 2e fase. In de bovenbouw (fase 3, 4 en 5 stageklas) zijn, afhankelijk van het IOP, 10 praktijkuren per week.

De praktijklessen Zoals reeds vermeld worden de praktijklessen gegeven in symbiose, samenwerking met het VMBO, MBO en Helicon (AOC). Alle leerlingen krijgen per week minimaal tien lesuren praktische vorming. Over het algemeen zijn in deze praktijklessen twee medewerkers aanwezig; één vmbo-vakdocent en één docent, instructeur of onderwijsassistent van het Praktijkonderwijs. De taken tussen de VMBOdocenten en het Praktijkonderwijs zijn zo verdeeld, dat de VMBOleraar primair verantwoordelijk is voor de technische, organisatorische en vakinhoudelijke uitvoering van de les en de begeleider van het Praktijkonderwijs primair voor de didactische en pedagogische gang van zaken. De mentor van het Praktijkonderwijs is degene met wie de ouders/ verzorgers en leerlingen communiceren.

Opleidingen die gegeven worden zijn o.a.: • winkelmedewerker • magazijn & logistiek • horecamedewerker • groen • bouwtechnieken • facilitair medewerker • zorghulp • elektro • metaal • voertuigentechniek • VCA De vakgerichte keuzes kunnen alleen gerealiseerd worden als er genoeg leerlingen zijn om groepen samen te stellen.

Voor elk vakgebied is binnen het Praktijkonderwijs een coördinator aangewezendie ook verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de lessen heeft.

3. Opbouw van de school

25


Theorievakken Naast en in samenhang met de praktijkvakken worden ook theorielessen gegeven. Een belangrijk vak is arbeidsoriëntatie. Tijdens deze lessen krijgen de leerlingen inzicht in hun eigen mogelijkheden. Het leertraject bestaat uit 4 stappen die verspreid over de fases wordt gegeven. Stap 1

is genaamd ‘Een beeld van jezelf’ en heeft tot doel dat de leerling een duidelijker zelfbeeld krijgt. De leerlingen krijgen inzicht in hun mogelijkheden: wie ben ik, wat kan ik, wat vind ik leuk, wat zijn mijn eigenschappen, hoe presenter ik me. Kortom: waar zitten mijn sterkste kanten; waar ben ik goed in? Wat zijn mijn talenten?

Stap 2 ‘Zicht op beroepen en werk’ is een oriëntatie in de verschillende sectoren van arbeid. De leerling onderzoekt nu in welke beroepen hij zijn talenten kan benutten. Aanvullende informative over beroepen en arbeid wordt tijdens dit leerjaar gegeven door middel van excursies. Stap 3 ‘Welk werk past bij mij?’ gaat verder in op de stof van deel 1 en 2 . De keuze voor de meest passende beroepsrichting wordt gemaakt in deel 3. Stap 4

26

’Op weg naar werk’ geeft behalve veel informatie van zakelijke aard ook handreikingen om de schoolverlaters te helpen om, met een passende opleiding, nu ook aan een passende baan te komen . Veel op zichzelf staande onderwerpen als: van school gaan, zoeken naar werk en uitzendbureau, solliciteren, arbeidsovereenkomst, uitkeringen, ontslag, ziekte en vrije jobcoaching.


Competentiegericht leren. In de bovenbouw wordt gewerkt met de methode Kr8. Deze methode helpt de leerling bij het competentiegerichte leren en ontwikkelt die vaardigheden die nodig zijn voor een succesvol AKA-diplomatraject. De overige (theorie-)vakken zijn: Nederlandse taal, rekenen/ wiskunde, Engelse taal, geschiedenis, aardrijkskunde, burgerschap, levensbeschouwing, begrijpend- en technisch lezen, verzorging (zelfzorg), muziek, handvaardigheid/ tekenen, EHBO, projectonderwijs (een combinatie van vakken) informatica en SVT (sociale vaardigheidstraining). Verder krijgt elke leerling meerdere lesuren gymnastiek per week. De concrete invulling van deze vakken gebeurt zoveel mogelijk binnen de individuele ontwikkelingsplannen (IOP). Per individuele leerling moet namelijk bekeken worden in hoeverre deze leerlijnen aansluiten bij de mogelijkheden van de leerling. Om leerling en ouders nauwkeurig te informeren en te betrekken bij de vormgeving van deze praktijk- en theorievakken worden in oktober de eerste IOP-gesprekken georganiseerd. Hierbij legt de mentor het individueel ontwikkelingsplan (IOP) uiten stelt dit zonodig bij. Meer informatie hierover kunt u vinden in het schoolplan dat op school ter inzage ligt. Buitenschools leren / excursies Binnen het Praktijkonderwijs organiseren we voor alle leerjaren excursies. Voor de tweedejaars leerlingen worden in het kader van de arbeidsoriëntatie en de daarmee verband houdende beroepskeuze ook verschillende bedrijfsexcursies geregeld. Maatschappelijke stage ‘Maatschappelijke stage’ is een onderdeel van het onderwijskundige programma in het voortgezet onderwijs. Voor BHC-Praktijkonderwijs betekent dit dat de leerlingen in fase 3 (afhankelijk van competenties) kunnen beginnen aan een maatschappelijke stage van (totaal) 30 uren in samenwerking met de mentor Ouders en leerlingen worden van harte uitgenodigd ideeën voor een maatschappelijke stage aan te geven

(Bedrijven)Stage(s) In fase 4 van het Praktijkonderwijs volgen de leerlingen oriënterende tages van vier tot acht weken in bedrijven en instellingen passend bij hun beroepskeuze. Deze oriënterinde tages verschaffen de leerling inzicht in de dagelijkse werkelijkheid van de gekozen beroepsrichting. In het laatste schooljaar (fase 5) wordt deze stage uitgebreid tot ongeveer honderd dagen per schooljaar. De stage heeft dan een verdiepend en opleidend karakter. Tevens is de beoordeling van deze laatste stage bij een geaccrediteerd bedrijf van belang om al dan niet toegelaten te worden tot het AKA-examen. (AKA = Arbeidsmarkt geKwalificeerd Assistent). Soms volgt op de (voor)laatste stage nog een plaatsingsstage; plaatsing naar een vaste baan.

3. Opbouw van de school

27


De volgende soorten stages worden onderscheiden: Interne stage • de algemeen voorbereidende stage • coaching op stagecompetenties De algemeen voorbereidende stage/ is gericht op algemene beroepseisen en stagecompetenties zoals het werktempo, het onderhouden van de werkomgeving, omgang met collega’s en leidinggevenden en het toepassen van regels. Deze pre-stage vindt in de school plaats (arbeidssimulatie) in de vorm van competentietraining. Externe stage (bij leerbedrijven) • De arbeidsoriënterende stage Deze is gericht op het opdoen van ervaringskennis met betrekking tot arbeidsomstandigheden en functieeisen in verschillende beroepssectoren. Deze stage heeft een belangrijke functie voor het vaststellen (door de leerling zelf en door de stagecoach) van waar de leerling zich op zou willen en kunnen richten. De stage geeft de leerling een meer concreet inzicht in de toekomstige werkomgeving. • De opleidende stage Nadat de juiste beroepsrichting gekozen is, is deze stagevorm gericht op het verwerven van een algemene werkhouding en het aanleren van specifieke competenties en vaardigheden die binnen een bepaalde bedrijfstak worden gevraagd en/of nodig zijn binnen de AKA-diploma-eisen. • De plaatsingsstage Deze stage is gericht op het verwerven van een betaalde baan op de arbeidsmarkt. De plaatsingsstage vindt meestal plaats in de laatste maanden voordat de leerling de school verlaat. Alle stages worden begeleid door een leerkracht van Praktijkonderwijs.

28


De nazorg De nazorg is gericht op het behouden van het werk en/of scholing nadat de leerling de school verlaten heeft en omvat: • gesprekken en enquêtes waarin de leerling reflecteert op zijn functioneren; • hulp bij het inwerken; • afstemming met de vervolgopleiding (ROC/AOC); • hulp in crisissituaties. BHC-Praktijkonderwijs doet mee aan de uitstroommonitor en de volgmodules voor oud-leerlingen. Vanuit het Praktijkonderwijs vindt twee keer per jaar een monitor plaats door middel van digitale enquêtes. Door deze uitstroom- en volgmodules worden effecten van het onderwijs op de langere termijn gemeten. In het geven van de nazorg krijgt de schoolverlater de mogelijkheid een beroep te doen op de consulent arbeid van de Sociaal Pedagogische Dienst (MEE). De stageleraar van de school kan daarin coördinerend optreden.

Jobcoaching Sinds enkele jaren werkt het BHC-Praktijkonderwijssamen met een jobcoachorganisatie. Speciaal voor leerlingen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt wordt jobcoaching ingezet. Met een plan-van-aanpak in samenwerking met UWV, (oud)leerling, werkgever en onze school wordt een optimale overgang school naar werk en het behoud van een baan gerealiseerd.

Arbeidstoeleiding De arbeidstoeleiding en/of verdere scholing gebeurt in nauwe samenwerking met: • Werkgevers • Centrum voor Werk en Inkomen • Regionale Opleidings Centra (ROC) • ROC Koning Willem 1 College te ‘s-Hertogenbosch • AOC Helicon Boxtel (mbo) • Gemeenten in de regio • Jobcoachorganisatie • MEE/Sociaal Pedagogische Dienst • Europees Sociaal Fonds • Uitzendbureaus e.a. In het kader van deze arbeidstoeleiding beschikt Praktijkonderwijs over uitgebreide netwerken.

3. Opbouw van de school

29


3.5 Lessen op maat Elke leerling heeft een individueel onderwijskundig programma dat gebaseerd is op intelligentie, aanleg en belangstelling. Het individueel ontwikkelingsplan (IOP) van een leerling is daarop gebaseerd. Het is belangrijk om voor elke leerling te bekijken welke (examen)doelen voor hem/haar nagestreefd worden. Uitgangspunt hierbij is het zogenaamde ‘adaptief onderwijs’: de leerling staat centraal. Hierbij wordt vanuit de mogelijkheden van elke leerling, bekeken wat het ideale leertraject zou kunnen zijn. Vervolgens wordt binnen de school- en de klassenorganisatie onderzocht wat daarbinnen mogelijk is. Willen we tot de juiste afweging komen, dan zijn de schoolloopbaangesprekken met ouders/verzorgers en leerling en de coachingsgesprekken tussen de leerling en zijn mentor hierin onmisbaar. Als dit allemaal goed in beeld is gebracht krijgt iedere leerling een speciaal voor hem of haar individueel uitgestippeld maatwerkprogramma.

Mbo-diploma AKA-niveau-1 In het schooljaar 2005-2006 startte het Praktijkonderwijs, met goedkeuring van het ministerie van OC en W en de inspectie van het voortgezet onderwijs met het opleiden tot het diploma AKA-niveau-1 of delen daarvan. Omdat deze mbo-diploma’s alleen uitgereikt kunnen worden door ROC of AOC heeft onze school overeenkomsten gesloten met ROC Koning Willem I College te ’s-Hertogenbosch en AOCHelicon in Boxtel om examinering en diplomering mogelijk te maken. De voorbije zes schooljaren hebben ons geleerd dat rond 70 % van de leerlingen met een mbo-diploma onze school verlaat. Deze opleidingstrajecten worden grotendeels vooraf in overleg met de leerling en ouders/verzorgers vastgelegd in een opleidingsplan. De niveau-1-opleiding bestaat uit praktische en theoretische vaardigheden. Voor de theoretische ontwikkeling worden de vakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en burgerschapskunde geëxamineerd. De beroepsvaardigheden door middel van bedrijvenstage speelt een belangrijke rol in het opleidingstraject. De scholing/opleiding vindt volledig plaats binnen het Praktijkonderwijs en de stagebedrijven. Het examen, proeve van bekwaamheid, wordt afgenomen door en onder verantwoordelijkheid van ROC Koning Willem I College te ‘s-Hertogenbosch of AOC-Boxtel voor de tuinbouw. De leerlingen die onverhoopt niet slagen voor hun proeve van bekwaamheid krijgen na een overeengekomen periode een herkansing. Met een AKA-diploma niveau-1 kan de leerling, afhankelijk van capaciteiten en ambitie, naar een vervolgopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). In de laatste twee schooljaren hebben de leerlingen de mogelijkheid om een AKA-diploma te behalen met een door

30


henzelf gekozen uitstroomprofiel binnen de hoofdsectoren: • • • •

techniek zorg en welzijn handel en economie tuinbouw

Voor de sectoren techniek, zorg en welzijn en handel/eco- nomie worden de lessen in nauwe samenwerking met het vmbo van het Baanderherencollege verzorgd. De lessen voor de sector tuinbouw worden gegeven in nauwe samenwerking met de middelbare agrarische school Helicon in Boxtel. Het diploma geeft in het algemeen aansluiting op niveau2 van het MBO. Binnen deze MBO-AKA-diplomering bestaan de volgende opleidingsmogelijkheden: • tuinbouw • metselen/tegelzetten / stukadoren • metaal en elektro • horecamedewerker • zorghulp • facilitair medewerker • detailhandel • magazijn en logistiek • schilderen • voertuigentechniek

3. Opbouw van de school

31


3.6 Buitenlesactiviteiten Naast het onderwijs vinden er op school ook andere, soms buitenschoolse, activiteiten plaats. Deze kunnen van belang zijn voor een goede sfeer en kunnen prettige contacten tussen de leerlingen bevorderen. Het is belangrijk dat leerlingen zich fijn voelen op school. Elk jaar ‘vieren’ we de opening van het schooljaar begin september. De activiteit die daaromtrent plaats vindt wordt zo georganiseerd, dat vooral ook de nieuwe leerlingen op een informele wijze met iedereen kunnen kennismaken. In oktober wordt een ‘cultuur- doedag’ gehouden. Ook deze dag kan op zeer uiteenlopende manieren kennisgemaakt worden met kunst en cultuur. Met Kerstmis wordt een aangepaste activiteit georganiseerd. Door het jaar heen worden enkele school/disco-avonden georganiseerd. In april/mei wordt een sportdag gehouden; als regel in samenwerking met andere scholen voor Praktijkonderwijs en op een locatie buiten de school. De laatste schoolweek is een speciale activiteitenweek; er vinden dan verschillende activiteiten plaats, zoals: schoolreis, excursie per groep, sport- of zwemmiddag, etc. Voor de stageklas vindt een schoolverlatersavond plaats, tijdens welke op feestelijke wijze de schoolloopbaan wordt afgesloten met onder andere het uitreiken van de diploma’s en/of behaalde certificaten.

32


3.7 Lestijden De lessen beginnen om 08.30 uur. De duur van een les is 45 minuten; een korte pauze duurt 15 minuten en een lunchpauze 30 minuten. De leerlingen van fase 1 en 2 hebben samen hun lunchpauze en de leerlingen van fase 3, 4 en 5 ook.

45 minutenrooster 1e uur

08.30 - 09.15 uur

2e uur

09.15 - 10.00 uur

pauze

10.00 - 10.15 uur

3e uur

10.15 - 11.00 uur

4e uur

11.00 - 11.45 uur

Pauze onderbouw

11.45 - 12.15 uur

5e uur onderbouw

12.15 - 13.00 uur

5e uur bovenbouw

11.45 - 12.30 uur

Pauze bovenbouw

12.30 - 13.00 uur

6e uur

13.00 - 13.45 uur

7e uur

13.45 - 14.30 uur

De lestijden zoals die per klas gaan gelden, zullen aan het begin van het schooljaar aan de leerlingen worden bekend gemaakt. We steven ernaar om alle klassen om 8.30 uur te laten beginnen en ook elke dag laten eindigen om 14.30 uur. Zoals in de lestijdenregeling te zien is, hebben alle leerlingen gezamenlijk hun korte pauze om 10.00 uur. De lunchpauzes voor de leerlingen van de onderbouw en de bovenbouw zijn na elkaar. Lunchen in de middagpauze kan in de Tijberzaal waar rustig aan tafels gegeten kan worden. Ook kan de leerling kiezen voor de grote hal van de school waar men in een wat vrijere sfeer kan eten. In de Tijberzaal is een uitgiftebar voor koffie, thee, een broodje of fruit.

3. Opbouw van de school

33


4. Leerlingenzaken

bhc.nl


4.1 Algemeen Het Baanderherencollege is een school voor Prakonderwijs (PrO) en voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) met alle leerwegen, vmbo-breed. Bij inschrijving van een PrO-leerling is het uitgangspunt dat hij/zij de school gecertificeerd of gediplomeerd door middel van AKA-diplomering de school verlaat als beginnend beroepsbeoefenaar op de arbeidsmarkt of in het middelbaar beroepsonderwijs op regionale opleidingencentra (ROC’s) in de stedendriehoek ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven. Kwalificatieplicht Met ingang van 1 augustus 2007 is de kwalificerende leerplicht tot 18 jaar ingegaan. Deze wet is een van de maatregelen om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Leerlingen van het praktijkonderwijs zijn leerplichtig tot en met het schooljaar waarin ze 16 worden. Daarna is het afhankelijk of ze het Praktijonderwijs met een getuigschrift of diploma verlaten. Regeling 18-jarigen In de hogere leerjaren wordt de leerling steeds meer aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid t.a.v. scholing, stage en toekomstige baan. Formeel mogen leerlingen die meerderjarig zijn, vanaf 18 jaar, een aantal beslissingen zelf nemen. Als regel proberen wij in voorkomende gevallen hierover werkafspraken te maken met de ouders/verzorgers.

4. Leerlingenzaken

35


4.2 Individueel ontwikkelingsplan (IOP) Zodra de leerling bij het Praktijkonderwijs toegelaten is, wordt een begin gemaakt met een Individueel Ontwikkelingsplan. Vanuit de beschikbare leerlingengegevens maakt de orthopedagoog een startdocument van elke nieuwe leerling ten behoeve van de mentor. In de eerste weken van het nieuwe schooljaar maakt elke mentor een individueel ontwikkelingsplan (IOP) voor iedere leerling van zijn mentorgroep. Dit plan wordt rond de herfstvakantie met de leerling en zijn ouders/verzorgers besproken. Ouders/verzorgers en/of leerling kunnen in dit plan nog wijzigingen voorstellen waarna het definitief wordt. In de coachingsgesprekken, leerlingbesprekingen, schoolloopbaangesprekken, rapportbesprekingen en andere overlegmomenten zal dit IOP steeds als uitgangspunt dienen. Zo proberen wij op onze school per leerling en samen mét de leerling individuele eindtermen te bepalen. Voor alle leerlingen wordt twee keer per jaar een leerlingenbespreking gehouden. De gehele mentorgroep wordt besproken door de leerkrachten en de orthopedagoog. Dé onderlegger bij deze bespreking is het individueel ontwikkelingsplan. Voor de leerlingen die extra zorg nodig hebben, wordt een plan van aanpak voorgesteld. Zo’n handelingsplan wordt opgezet door orthopedagoog, mentor en/of coördinator en wordt met de leerling en zijn/haar ouders besproken. Met name de mentor geeft uitvoering aan deze extra zorg. Door overleg met de leerling, een coördinator, de orthopedagoog en/of met de ouders/verzorgers en de mentor wordt het handelingsplan geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Sociale en communicatieve vaardigheidstraining In elke fase wordt planmatig gewerkt aan sociale en communicatieve vaardigheden / zelfredzaamheid. Bovendien start elk jaar een sociale vaardigheidstraining die gericht is op de vergroting van praktische sociale vaardigheden en zelfredzaamheid voor leerlingen die hierin extra getraind moeten worden. Hierbij wordt individueel of in kleine groepen geoefend. Om extra te oefenen wordt ook wel huiswerk meegegeven.

4.3 Basisorganisatie Elke leerling zit binnen een leerzone in een mentorgroep van ongeveer 15 leerlingen en werkt daar met een vaste mentor, soms met ondersteuning van een onderwijsassistent. Bij de samenstelling van de groepen wordt gelet op leeftijd, prestaties in bepaalde onderdelen van de leerstof en de aanspreekbaarheid op pedagogische criteria en com- petenties. Omdat de leerlingen veel lessen van de eigen mentor krijgen, ontstaan er voor de mentor goede mogelijkheden om snel zicht te krijgen in de ontwikkelingen van de individuele leer- ling en zijn functioneren in de betreffende leerzone.

36


Door het beperkte aantal leerlingen per mentor en de inzet van onderwijsassistenten kan op (onderwijskundig) verantwoorde wijze individuele begeleiding plaatsvinden. Voor elke leerling wordt per competentie en per vak bekeken welk individueel traject mogelijk en uitvoerbaar is. Het praktijkonderwijs werkt in leerzones. Binnen deze leerzones, waarin 2 of 3 leerfases zijn samenge- voegd, worden de leerlingen competentiegericht gecoa- ched en beoordeeld.

4.4 Leerlingvolgsysteem Om de leerresultaten en de persoonlijkheidsontwikkeling van de leerlingen goed te kunnen volgen werkt de school met een leerlingvolgsysteem (LVS). De school gebruikt daarvoor Magister. Van de leerlingen worden leertrajecten bijgehouden. Tijdens het werken, observeren en toetsen van de leerling worden rapportages gemaakt. Er vinden leerlingenbesprekingen plaats aan de hand van de IOP’s die tevens worden gebruikt bij de schoolloopbaangesprekken tussen ouders/verzorgers, mentor en leerling. Het LVS is een goed middel om de competenties van de leerlingen te analyseren, te bespreken, te ontwikkelen en vast te leggen, zodat er van elke leerling een overzicht bestaat van zijn/haar resultaten, werkhouding en gedragingen gedurende het schooljaar. Dit overzicht vormt de basis voor de rapporten die twee keer per schooljaar worden uitgereikt.

Begeleiding in de klas Het Praktijkonderwijs kent mentorgroepen van ongeveer 15 leerlingen per mentor. De leerlingen kunnen daardoor gemakkelijker individueel worden begeleid. Voor elke leerling wordt per vak bekeken waar de leerlijn afwijkt van de individuele leerweg. De mentor of onderwijsassistent gaat mee naar de praktijklessen en adviseert en ondersteunt de docent. Zo vallen de leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben al snel op en kan worden bekeken welke hulp voor hen noodzakelijk is.

4. Leerlingenzaken

37


De coaching door de mentor richt zich vooral op: competenties, lesorganisatie en didactiek. De school werkt praktijkgericht. Ook binnen theorievakken wordt daarom zoveel mogelijk gezocht naar praktische, concrete en toepassingsgerichte werkvormen. De mentor werkt nauw samen met alle andere betrokkenen, het onderwijsondersteunend personeel, de orthopedagoog, de vakgroepcoรถrdinator en de schoolmaatschappelijk werkende. Regelmatig komen mentoren en onderwijsassistent bij elkaar voor een bespreking. Dit is erg nuttig, omdat door het begeleiden tijdens de praktijkles, door surveillances of door andere omstandigheden, iedere leraar/begeleider wel met veel verschillende leerlingen te maken krijgt. Mocht een leerling op wat voor gebied dan ook extra zorg of begeleiding nodig hebben of op een andere manier opvallen, dan kan meteen overlegd worden of de leerling bij alle leerkrachten hetzelfde gedrag vertoont en er kan, indien nodig, snel actie ondernomen worden. Men kan ook sneller tot uitwisseling van gegevens over de leerlingen komen. Bovendien kunnen de leraren elkaar op succesvolle handelingswijze attenderen. De bevindingen worden vastgelegd, zodat men ook op genomen maatregelen en afspraken kan terugvallen. Zonodig komen complexere zaken op de agenda van het Zorg Advies Team of de teamvergadering terug.

4.5 Van Praktijkonderwijs naar basisberoepsgerichte leerweg vmbo-3 Wij vinden het belangrijk dat een leerling van school kan veranderen zonder een leerjaar opnieuw te doen. De leraren hebben hierbij een adviserende taak. Bij verandering van school worden de voorschriften in acht genomen. Tussentijdse overstap of doorstroming van de ene naar de andere school zal doorgaans na het tweede jaar plaatsvinden. Voor wijzigingen in de schoolloopbaan is een stappenplan opgesteld. Het aanmelden op een andere school dient door de ouders/verzorgers zelf te gebeuren. Bij verandering van school is het van belang dat de onderwijskundig belangrijke gegevens aan de ontvangende school worden verstrekt. Dit gebeurt in verband met de privacy alleen als de ouders/verzorgers hiermee instemmen. Het Praktijkonderwijs heeft altijd een aantal leerlingen dat zich bevindt op het grensvlak van Praktijkonderwijs (PrO) en leerwegondersteunend onderwijs (LWOO). Omgekeerd heeft het vmbo soms ook leerlingen in dit grensgebied. Tussen onze school en de vmbo-scholen in de regio is de afspraak gemaakt dat schakelen tussen deze twee onderwijssoorten te allen tijde bespreekbaar is. Soms wordt door de Regionale Verwijzingscommissie (RVC) deze constructie al voorgesteld om een zo passend mogelijk leerarrangement mogelijk te maken. Voor deze schakelprocedure wordt een stappenplan gehanteerd.

38


4.6 Examens In samenwerking met Regionale Opleidingen Centra (ROC en AOC) voor MBO-opleidingen kunnen de leerlingen van het Baanderherencollege Praktijkonderwijs sinds het schooljaar 2006-2007 opgeleid worden voor een diploma op niveau 1 van het MBO. Bovendien behaalt de leerling die zijn leertraject met succes doorlopen heeft een getuigschrift Praktijkonderwijs met een daarbij behorende eindcijferlijst. Omdat deze mbo-diploma’s alleen uitgegeven worden door een ROC of een AOC heeft onze school samenwerkingsovereenkomsten gesloten met het ROC Koning Willem I College te ‘s-Hertogenbosch en het AOCBoxtel om deze examinering en diplomering mogelijk te maken. Uit ervaring van de laatste schooljaren blijkt dat ongeveer 70 % van de leerlingen met een mbo-diploma onze school zal verlaten. Deze opleidingstrajecten worden grotendeels vooraf in overleg met de leerling en zijn ouders/verzorgers vastgelegd in het iop. De niveau-1-opleiding is een competentiegerichte opleiding. Daarbij worden ook Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en burgerschapskunde geëxamineerd. Stage is een belangrijk onderdeel van het opleidingstraject. De scholing/ opleiding vindt volledig plaats op het Praktijkonderwijs van het Baanderherencollege en in de stagebedrijven. Het examen, een proeve van bekwaamheid, wordt afgenomen door en onder verantwoordelijkheid van het ROC Koning Willem I College te ‘s-Hertogenbosch of het AOC-Boxtel voor de tuinbouw. De leerlingen die niet slagen voor hun proeve van bekwaamheid krijgen na een overeengekomen periode een herkansing. Met een AKA-diploma niveau-1 kan de leerling in samenhang met zijn capaciteiten en ambitie naar een vervolgopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Het advies van de school voor praktijkonderwijs, samen met de resultaten voor de onderdelen Nederlands en rekenen zijn daarbij van groot belang. Ook hanteren MBOscholen steeds vaker toelatingseisen.

4. Leerlingenzaken

39


4.7 Huisbezoek en ouderavonden Voor de opvoeding van het kind naar volwassenheid zijn ouders/verzorgers en leerkrachten samen verantwoordelijk. Gezin en school hebben hetzelfde doel: een zo goed mogelijke ontwikkeling van hun dochter/zoon. De uitgangspunten die de school hanteert, dienen door de ouders/verzorgers onderschreven te worden. Tussen ‘te veel laten doen’ en ‘alles voor hen doen’ moet een juiste middenweg gevonden worden. Belangstelling voor wat uw kind op school geleerd heeft en het stimuleren van een zinvolle vrijetijdsbesteding, zodat uw kind ook thuis en in de buurt meer zelfredzaamheid ontwikkelt. De mentor heeft overleg over de persoonlijkheidsontwikkeling van de leerling met de ouders/verzorgers en de leerling. Het is onze taak u op de hoogte te houden van de schoolloopbaan van uw dochter/zoon. We hopen u door deze schoolgids over zaken betreffende het onderwijs en andere activiteiten voldoende te kunnen inlichten. Naast deze gids vindt u op onze website het informatieblad “PrOfile” waarin u de belangrijkste berichten en data van het schooljaar kunt vinden. Voor de leerlingen bestaat er een gedragsreglement, dat u in deze schoolgids kunt vinden. Het spreekt vanzelf dat de naleving van deze regels een voorwaarde vormen om op onze school te komen en te blijven. Huisbezoek Alle leerlingen in fase 1 worden tenminste één keer per schooljaar door de mentor thuis bezocht in aanwezigheid van de ouders/verzorgers. Dit gebeurt op afspraak en zo mogelijk in de eerste helft van het schooljaar. Ouders/verzorgers blijven graag op de hoogte van de ontwikkeling van hun kind. Daarom vindt er per jaar een aantal ouderavonden plaats (zie overzicht bij 9.1). In de maand september is er een algemene ouderavond. Na het algemene, informatieve deel van deze avond gaan de ouders/verzorgers met de mentor mee en worden per jaargroep geïnformeerd over programma en begeleiding. Ook van de leerlingen in fase 5, zij zijn immers de schoolverlaters, voor hen gaan er grote veranderingen plaats vinden, worden de ouders/verzorgers en de leerlingen goed geïnformeerd. In oktober vindt de bespreking van het individuele leertraject plaats. Verder zijn er tweemaal per jaar rapportgesprekken voor alle ouders/verzorgers en de betreffende leerling. Deze gesprekken zijn eind januari en aan het einde van het schooljaar. Tijdens dit gesprek wordt het rapport uitgereikt. Tussen de data van de ouderavonden is de mentor beschikbaar om met ouders te praten over hun dochter/zoon. Het kan ook voorkomen dat de mentor de ouders/verzorgers op school uitnodigt.

40


Coachingsgesprekken De mentoren hebben ongeveer een keer per maand met elke leerling van hun mentorgroep een coachingsgesprek over de geformuleerde leerdoelen in het individueel ontwikkelingsplan (IOP). Op deze wijze worden leerling en mentor in de gelegenheid gesteld in een gepland gesprek de voortgang van het IOP te bespreken. Zowel de leerling als de mentor kan in dit gesprek ook eigen bespreekpunten inbrengen. Van het coachingsgesprek maakt de mentor een verslag dat wordt opgenomen in het leerlingvolgsysteem. Op deze wijze krijgt de leerling een hele belangrijke rol in het volgen, beoordelen en bijstellen van zijn eigen leertraject. Schoolloopbaangesprekken Zodra de leerling de mogelijkheden heeft om door te gaan naar een volgende opleidingsfase wordt een schoolloop- baangesprek gearrangeerd tussen de ouders/verzorgers, de leerling, de groepsmentor en de teamleider. In dit gesprek worden de afwegingen om door te stromen naar de volgende fase met alle betrokkenen besproken. Bij dit gesprek is de teamleider aanwezig die instemming verleend met de afwegingen om de schoolloopbaan aan te passen. In elk schoolloopbaangesprek wordt het doel bij het uitsroom, het uitstroomperspectief (opnieuw) vastgesteld. In de eerste fase speelt de vraag; Zit de leerling bij BHC-PrO op de juiste school; Klopt het leer- niveau met de capaciteiten; Heeft de leerling al een beeld van zijn/haar mogelijkheden? In de tweede fase staan deze gesprekken vooral in het teken van de vakkeuze, de scha- kelmogelijkheid en de persoonlijkheidsontwik- keling. In de derde fase wordt vooral gesproken over een mogelijke oriĂŤnteringsstage en de keuze voor een bepaalde diplomalijn. In de vierde fase zijn de oriĂŤnteringsstage en het doorgaan naar de stageklas met de defini- tieve examenkeuze de belangrijkste gespreks- onderwerpen. In de vijfde fase, de laatste fase, wordt zowel over de opleidende stage als de vervolgmoge- lijkheden qua werken en leren besproken.

4. Leerlingenzaken

41


4.8 Leerlingbegeleiding Leerlingbegeleiding is alles wat een school doet om het rendement van het onderwijs te verhogen door de goede voorwaarden te scheppen. De drie hoofdterreinen van de leerlingbegeleiding zijn: • het aanleren van algemene studievaardigheden • de sociaal-emotionele ontwikkeling • de oriëntatie op studie en beroep.

4.8.1 De verschillende begeleidingslijnen We maken bij de begeleiding van leerlingen onderscheid tussen de zorg in de eerste, tweede en derde lijn. Onder de zorg in de eerste lijn verstaan we de reguliere zorg, waar alle leerlingen mee te maken hebben: de zorg geboden door vakdocent, mentor, decaan en teamleider. Deze bestaat uit signaleren en begeleiden. Als de zorg in de eerste lijn de hulpvraag van de leerling niet kan beantwoorden, wordt de leerling door de teamleider aangemeld bij de zorgcoördinator. De zorgcoördinator coördineert van hieruit de interne (tweede lijn) en externe (derde lijn) zorg die leerlingen wordt geboden.

4.8.2 Eerste lijn 1. De rol van de docent De docent begeleidt iedere les opnieuw de leerling bij het leerproces. Hij draagt er zorg voor dat het leerklimaat tijdens zijn lessen veilig en zorgzaam is, zodat alle leerlingen zich wel bevinden. De docent signaleert het bij de mentor als hij opvallende zaken waarneemt bij een van zijn leerlingen. 2. De rol van de teamleider De teamleider is verantwoordelijk voor de begeleiding van alle leerlingen op de drie gebieden van de leerlingbegeleiding. De teamleider behartigt de dagelijkse gang van zaken en onderhoudt contact met de docenten die lesgeven. Op het Baanderherencollege Praktijkonderwijs is de heer B. Strikkers teamleider. De teamleider beslist na overleg met betrokkenen over het vervolgtraject en maakt met betrokkenen afspraken over de communicatie en terugkoppeling.

42


4.8.3 Tweede lijn Informatieplicht Alle scholen in het samenwerkingverband De Meierij hebben een zorgadviesteam (ZAT). Hierin participeren doorgaans de zorg-coördinator van de school, de arts of verpleegkundige van de GGD, de schoolmaatschappelijke werker en de leerplichtambtenaar. Dit zijn de personen die een signaal kunnen geven aan Zorg voor Jeugd. Voordat zij dat doen worden de ouders en/of verzorgers van deze jongere geïnformeerd. Op het moment dat een signaal wordt afgegeven heeft u dan ook recht op inzage of correctie van mogelijk foute gegevens. 1. De rol van de zorgcoördinator en ZAT Als docenten en de mentor in het reguliere aanbod de hulpvraag van een leerling niet kunnen beantwoorden, wordt de leerling “overgedragen” aan de zorgcoördinator de heer B. Strikkers. De zorgcoördinator is voorzitter van het ZorgAdviesTeam (ZAT) en heeft overleg met mentoren, de orthopedagoog en externe deskundigen als de jeugdarts, de schoolmaatschappelijk werker en eventueel andere interne en/of externe deskundigen. Hij communiceert met de leerling, de ouders, en de mentor. De zorgcoördinator is ook het aanspreekpunt voor de externe zorg in de derde lijn. Coördinatie van de leerlingenzorg houdt in dat er op school een medewerker is die weet hoe alle procedures, afspraken en taakverdelingen tot stand komen en die daarin ook een faciliterende, sturende en bewakende rol heeft. Binnen de kern van het ZorgAdviesTeam vindt wekelijks, onder leiding van de teamleider, de kwaliteitsbewaking plaats en de controle op de uitvoering en de voortgang van de nieuwe en lopende handelingsplannen. De verslagen van dit ZAT-overleg zijn voor de mentoren digitaal beschikbaar. 2. De rol van de orthopedagoog Aan het Praktijkonderwijs is een orthopedagoog verbonden die enerzijds een onderwijsondersteunende taak heeft in het adviseren van leraren, leerlingen, ouders/verzorgers en andere belanghebbende personen bij het zoeken naar de meest adequate handelwijze. Anderzijds wordt de orthopedagoog vanuit de specifieke deskundigheid ingezet voor onderzoek en diagnostiek. De individuele zorg heeft de mentor, maar als die mentor om wat voor reden ondersteuning nodig heeft bij handelingsvragen rondom pedagogische zaken dan kan de orthopedagoog daartoe om advies gevraagd worden. Vragen van meer complexe aard komen in het ZAT-overleg (zie 4.8.). Tevens ziet de orthopedagoog toe op de uitvoering en de kwaliteit van de leerlingenzorg. Zij leidt de geplande leerlingenbesprekingen en heeft ook met betrekking tot de individuele handelingsplannen een coördinerende en coachende taak ten behoeve van de mentoren.

4. Leerlingenzaken

43


4.8.4 Derde lijn In de derde lijn zijn een aantal externe deskundigen beschikbaar om de leerlingen waar nodig extra te ondersteunen. Ook worden er trainingen op maat verzorgd voor leerlingen die daar baat bij hebben, zoals weerbaarheidstraining, faalangstreductietraining. 1. De rol van de ambulant begeleider Iedere leerling met een leergebonden financiering (LGF, rugzak) heeft een ambulant begeleider. Deze is wekelijks aanwezig op school. Hij adviseert school en ouders, is nauw betrokken bij het schrijven van de handelingsplannen en het informeren van de docenten. 2. De rol van de jeugdarts en sociaal verpleegkundige Op de afdeling Jeugdgezondheidszorg van Boxtel (onderdeel van de GGD van het stadsgewest ’s-Hertogenbosch) zijn werkzaam mevrouw L. Brukx, jeugdarts alsook een sociaal verpleegkundige. Samen met een psycholoog bekommeren zij zich om de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van onze leerlingen. De gegevens van mevrouw Brukx zijn: Centrum voor Jeugd en Gezin, Baroniestraat 22, 5281 JE BOXTEL, telefoon (0411) 657957. Het postadres van mw. L. Brukx is: GGD Hart voor Brabant, Jeugdgezondheidszorg, Postbus 3166, 5203 DD ’s-Hertogenbosch, T. 0900 463 6443 (keuze 2) 3. De rol van de maatschappelijk werker Schoolmaatschappelijk werk kan, in overleg met de zorgcoördinator, worden ingezet op verzoek van de leerling, de mentor, de orthopedagoog, en/of ouders/verzorgers om kortdurende, (meestal adviserende en regulerende ondersteuning te bieden in de thuissituatie, wanneer dat nodig is. Ook binnen de school worden jeugdhulpverleningstrajecten aangeboden. Wanneer het zich laat aanzien, dat langduriger hulp noodzakelijk is, kan het schoolmaatschappelijk werk verwijzen naar bijvoorbeeld Sociaal Pedagogische Dienst (MEE), Algemeen Maatschappelijk Werk, of andere hulpverleningsinstanties. Elke dinsdagochtend is de schoolmaatschappelijk werker op school te spreken. Een afspraak kunt u maken met: mevrouw Lisanne van Mook T. 06 - 42 94 53 06 of bij Centrum Jeugd en Gezin T. (0411) - 65 79 57

44


Zorgsignaleringssysteem Het zorgsignaleringssysteem ‘Zorg voor Jeugd’ is een beveiligd softwareprogramma waarin organisaties, die betrokken zijn bij jongeren kunnen zien welke andere organisatie er nog meer bij een bepaalde jongere of gezin betrokken zijn. Als twee of meerdere organisaties hun zorg over een bepaald kind/jongere uitspreken, wijst het systeem automatisch een organisatie aan die de zorg gaat coĂśrdineren. In Zorg voor Jeugd komt geen informatie te staan over welke hulp wordt geboden of over welke problemen het gaat. Er komt alleen in te staan dat er zorgen zijn over een kind of jongere of dat er hulp wordt geboden door een instelling.

4.9 Klachtenregeling OMO Onze school heeft als doelstelling klachten zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht er zich een klacht voordoen, dan dient deze op een effectieve en rechtvaardige manier te worden behandeld. Een klacht dient altijd eerst neergelegd te worden bij de afdelingsleider van de leerling. Deze zal de klacht in behandeling nemen of u doorverwijzen naar de heer J.W. van den Berg, sectordirecteur. Als deze afhandeling door afdelingsleider en sectordirecteur opnieuw aanleiding geeft tot een klacht, dan kunt u deze indienen bij de algemeen directeur van de school, de heer drs. L.W.J. Spaan MME. Daarnaast is er voor het Baanderherencollege vmbo een klachtenregeling vastgesteld door de Raad van Bestuur. Op basis van deze regeling kunnen ouders en leerlingen klachten indienen over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan van personeel, schoolleiding of bestuursleden. Een klacht op basis van de klachtenregeling wordt in behandeling genomen als geen beroepsmogelijkheid mogelijk is op basis van het algemeen reglement of de regeling ter voorkoming van seksuele intimidatie, agressie en geweld (waaronder pesten) en discriminatie. De klachtenregeling ligt ter inzage op de schooladministratie en kunt u downloaden op onze website.

4.10 Reglement bezwaar en beroep in leerlingenzaken Het reglement bezwaar en beroep in leerling zaken regelt de procedure welke dient te worden gehanteerd voor de behandeling van bezwaar en beroep tegen besluiten tot toelating, bevordering, schorsing en verwijdering van leerlingen en examenzaken. Het reglement ligt ter inzage op de schooladministratie.

4. Leerlingenzaken

45


4.11 Intimidatie, agressie en geweld (waaronder pesten) en discriminatie Leerlingen en personeelsleden kunnen alleen goed functioneren als zij zich veilig voelen. Seksuele intimidatie, agressie, geweld (waaronder pesten) en discriminatie kan op geen enkele wijze getolereerd worden. Toch leren de ervaringen in Nederland dat het gevaar altijd aanwezig is. Ter voorkoming van problemen op dit terrein hebben wij op school afspraken gemaakt. Enkele voor ons essentiële aspecten hieruit zijn: • onze school besteedt aandacht aan seksuele agressie, intimidatie en geweld (waaronder pesten) door middel van preventie en opvang; in overeenstemming met eerder genoemde regeling heeft het Baanderherencollege Praktijkonderwijs een vertrouwenspersoon en contactpersonen aangesteld die tot taak hebben, het verzorgen van de eerste opvang van personen die met seksuele intimidatie, agressie, geweld (waaronder pesten) en discriminatie zijn geconfronteerd en het bieden van hulp en advies. • Het personeel heeft een meldings-, overleg- en aangifteplicht bij vermoedelijke zedenmisdrijven. De contactpersonen op onze school zijn in principe de directieleden en leraren, maar in het bijzonder: B. Strikkers Het PrO heeft twee vertrouwenspersonen: F. Rou en T. Baars. Als een leerling zich niet lekker voelt op school, problemen heeft buitens school, eenzaam, bang of somber is, zich zorgen maakt om iemand anders, dan kan een vertrouwenspersoon handig zijn. Wanneer een leerling een probleem heeft, kan hij contact opnemen met zijn mentor. Die kan doorverwijzen naar een vertrouwenspersoon. Een leerling kan ook zelf naar een vertrouwenspersoon gaan. Met de vertrouwenspersoon kan een leerling een probleem in vertrouwen bespreken. Een leerling mag dus zelf zeggen met wie van de twee vertrouwenspersonen hij een gesprek wil aanvragen. Dit kan door één van hen gewoon aan te spreken of door in een mail te vragen om een afspraak. De vertrouwenspersoon spreekt eerst goed af hoe er met de geheimhouding wordt omgegaan. Daarna luistert een vertrouwenspersoon. Hij praat met de leerlingen om het probleem goed duidelijk te krijgen. Samen bespreken ze de mogelijkheden die er zijn om het probleem op te lossen. Als het nodig is wordt de leerling verwezen naar andere hulpverleners. Wij maken u erop attent dat de volledige tekst van deze twee regelingen ter inzage ligt bij de administratie.

De regeling ter voorkoming van seksuele intimidatie, agressie en geweld De regeling ter voorkoming van seksuele intimidatie, agressie en geweld (waaronder pesten) en discriminatie is voor de school vastgesteld door de Raad van Bestuur. Op basis van deze regeling wordt de zorg voor een prettig schoolklimaat en een prettige omgang met elkaar nagestreefd. De regeling ligt ter inzage bij de schooladministratie.

46


4.12 Privacyreglement In het Privacyreglement staat weergegeven op welke wijze binnen de Wet Bescherming persoonsgegevens worden verwerkt. Het privacyreglement ligt ter inzage op de schooladministratie

4. Leerlingenzaken

47


5. Rondom het onderwijs

bhc.nl


5.1 Medezeggenschapsraad MR-1 Baanderherencollege Praktijkonderwijs heeft een Medezeggenschapsraad (MR1). Deze vergadert ongeveer eenmaal in de zes weken. De raad bestaat uit drie personeelsleden en drie ouders/verzorgers. Het medezeggenschapsreglement Ons Middelbaar Onderwijs regelt de samenstelling en bevoegdheden van de medezeggenschapsraad. Dit reglement ligt ter inzage bij de schooladministratie. De medezeggenschapsraden van het BHCvmbo en BHC-PrO vergaderen samen met die van het Jacob-Roelandslyceum over onderwerpen die de OMO Scholengroep Boxtel betreffen.

5.2 Ouderraad De ouderraad stelt zich ten doel een schakel te zijn tussen ouders en school op alle mogelijke gebieden en waarin het kind de centrale figuur is. De ouderraad heeft regelmatig vergaderingen met de teamleider van de school, waarbij zaken worden besproken die van belang zijn voor de leerlingen. De ouderraad kan speciale thema-avonden organiseren waarbij het de ouders/ verzorgers informeert of rondom bepaalde zaken de meningen peilt. Ook worden door het schooljaar heen allerlei buitenlesactiviteiten georganiseerd. Hierbij is de medewerking en de financiĂŤle ondersteuning van de ouders onontbeerlijk. De samenstelling van de ouderraad 2013-2014 en meer informatie over de ouderraad vindt u op de website.

5. Rondom het onderwijs

49


5.3 Leerlingenraad en leerlingenstatuut De Leerlingenraad behartigt de belangen van de leerlingen. De teamleider betrekt de raad bij allerlei zaken die de school betreffen. Drie keer per schooljaar vergadert de Leerlingenraad. Teamleider is aanwezig om vragen van leerlingen te beantwoorden en/of deel te nemen aan gesprekken over allerlei zaken. De leden van de Leerlingenraad spreken niet over individuele personen. De teamleider zorgt ervoor dat een kort verslag gepubliceerd wordt op de website van de school en in het mededelingenblad voor het personeel. De rechten en plichten van leerlingen zijn specifiek vastgelegd in het leerlingenstatuut. Het leerlingenstatuut ligt ter inzage bij de schooladministratie.

50


5.4 Financiële rijksregeling voor het schoolgaande kind Ouders en leerlingen krijgen te maken met de volgende regelingen: Kinderbijslag Is de leerling jonger dan 18 jaar, dan blijft de ouder kinderbijslag ontvangen tot het kind 18 jaar wordt. Tegemoetkoming ouders (voor leerlingen in het voortgezet onderwijs jonger van 18 jaar) Het kindgebonden budget is in de plaats gekomen van de tegemoetkoming van ouders. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.duo.nl Tegemoetkoming scholieren (leerlingen in het voorgezet onderwijs van 18 jaar of ouder) Als een leerling een opleiding in het voortgezet onderwijs volgt en 18 jaar of ouder is, kan hij/zij bij DUO een tegemoetkoming scholieren aanvragen. De leerlinggebonden financiering, het zogenaamde rugzakje Leerlinggebonden financiering (lLGF is een afgepast bedrag dat de school ontvangt voor leerlingen met een handicap, ziekte, ernstige gedragsstoornis of psychisch probleem. De school gebruikt het LGF voor extra begeleiding en aangepast lesmateriaal, zodat leerlingen zo veel mogelijk in het reguliere onderwijs kunnen blijven. LGF heet ook wel rugzak of rugzakje en is uitsluitend bedoeld voor onderwijsdoeleinden. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.rijksoverheid.nl

5.5 Ouderbijdrage Leerlingen kunnen zich bij de school inschrijven en aan het reguliere onderwijs en de examens deelnemen, zonder dat ouders verplicht zijn een bijdrage te betalen of verplicht worden het lidmaatschap van een oudervereniging aan te gaan. Elke bijdrage die aan ouders wordt gevraagd voor schoolkosten is vrijwillig te betalen. (artikel 27a lid 2 van de WVO). De oudergeleding van de MR wordt vooraf instemming gevraagd met hoogte en bestemmingen van de aan ouders gevraagde bijdragen voor schoolkosten. De school stelt elk leerjaar gratis aan een leerling het voorgeschreven lesmateriaal ter beschikking. Naar aanleiding van de discussie rondom de ‘gratis’ schoolboeken is binnen OMO afgesproken om hierbij geen borgregelingen te hanteren. Als vanuit de school atlassen, woordenboeken, laptops, gymkleding, gereedschap, werkkleding, rekenmachines, verbruiksmaterialen, proefwerkpapier, etc. tegen betaling beschikbaar worden gesteld aan leerlingen, kunnen ouders ervoor kiezen deze (aanvullende)materialen bij een andere leverancier aan te schaffen.

5. Rondom het onderwijs

51


Op het Baanderherencollege praktijkonderwijs wordt met betrekking tot de ouderbijdrage gehandeld conform het OMO-beleid. Het OMO-beleid kent voor de ouderbijdrage twee categorieën. Onderstaand zijn deze categorieën omschreven, inclusief een niet limitatieve opsomming van specifieke materialen en diensten. Categorie 1: Lesmateriaal, verbruiksmateriaal en diensten door scholen kosteloos aan ouders te verstrekken: • Lesmateriaal: leerboeken, werkboeken, project en tabellenboeken, examentrainingen, eigen leermateriaal van de school, bijbehorend cd’s / dvd’s en de ontsluiting van digitaal leermateriaal (de kosten van licenties) die een leerling in dat leerjaar nodig heeft. • Verbruiksmateriaal (*): zoals proefwerkpapier, verf, hout, tekenpapier, eenvoudige gereedschappen. • Diensten: activiteiten en diensten die het collectieve belang van de school dienen en/of als algemene voorziening gelden: mediatheek, leeszaal, zorgstructuur, computers, leerlingenraad, diplomauitreiking, viering, introductie, sportdag. (*) Verbruiksmateriaal is kosteloos voor zover het om een ‘standaardnormale’ hoeveelheid gaat. In specifieke gevallen is toewijzing naar categorie 2 mogelijk. Categorie 2: Lesmateriaal en diensten door scholen tegen betaling aan ouders te verstrekken: • Lesmateriaal: materiaal dat ouders op verzoek van school aanschaffen, door school omschreven als essentieel vanuit onderwijskundig perspectief en noodzakelijk voor het volgen van onderwijs. In deze categorie valt materiaal dat persoonsgebonden is, door meer gezinsleden kan worden gebruikt en/of meerdere jaren meegaat: agenda, atlas, woordenboek, multomappen, gereedschap, rekenmachine, sportkleding, materiaal studie- en beroepskeuze. Deze specifieke lesmaterialen voor de (beroepsgerichte) vakken conform categorie 2 kunnen op school besteld worden of zelf door de ouders/verzorgers aangeschaft worden. De eisen van de lesmaterialen ten aanzien van arbowetgeving zijn op te vragen bij de docent van het desbetreffende vak. Een overzicht van alle overige benodigde lesmaterialen kunt u terugvinden op onze website www.bhcpro.nl •

52

Diensten: educatieve excursies, culturele activiteiten en andere diensten, door school omschreven als essentieel vanuit onderwijskundig perspectief, maar waarvoor de school geen bekostiging krijgt. Voor deze activiteiten geldt dat in alle gevallen de school een vervangend programma tijdens de normale lestijd als alternatief moet bieden in het geval de ouder beslist hiervoor niet te betalen. Diensten die niet essentieel zijn vanuit onderwijskundig perspectief, zoals opbergkastjes, een schoolkamp, een wintersportreis of bepaalde festiviteiten, worden gefactureerd als geleverde dienst vanuit het principe ‘de gebruiker betaalt’.


OVERZICHT EDUCATIEVE EXCURSIES EN CULTURELE ACTIVITEITEN Op onze website is een actueel en compleet overzicht van educatieve excursies en culturele activiteiten te raadplegen. De verwachtte bedragen staan vermeld en zijn afgestemd met de MR. Eendaagse excursies In het verleden werden de kosten van educatieve dagexcursies geheel of gedeeltelijk uit de vrijwillige ouderbijdrage betaald. Afschaffing van de vrijwillige ouderbijdrage betekent dat deze kosten “op maat” aan de ouders / verzorgers worden doorberekend. Hierna treft u een overzicht aan van de excursies die gepland zijn voor 2013-2014. Op de website van de school is altijd een actueel en compleet overzicht hiervan te raadplegen met de te verwachten bijbehorende kosten. De kosten dienen door de ouders vooraf te worden voldaan. Indien ouders afzien van het betalen van deze kosten “op maat”, kan de leerling niet deelnemen aan de excursie en zal een vervangende opdracht worden aangeboden.

5. Rondom het onderwijs

53


Eendaagse excursie Excursie

Fase 1

Fase 2

Fase 3

Fase 4

Activiteitenweek

€ 20,00

€ 20,00

€ 20,00

€ 20,00

NPO-dag (sportdag)

€ 11,50

€ 11,50

€ 11,50

€ 22,50

Leerlingen Groen die uitstromen Bezoek aan tuinen van Appeltern

54

Fase 5 € 22,50 € 15,00


BHC-dagen Bestemming / activiteit

Fase 1

BHC-dagen fase 1

€37,50

Fase 2

Fase 3

Fase 4

Fase 5

€ 57,50

€ 57,50

€ 20,00

€ 35,00

BHC-dagen fase 2 BHC-dagen fase 3, 4 en 5 Overig Fase 1

Fase 2

Fase 3

Fase 4

Fase 5

€ 20,00

€ 20,00

€ 20,00

€ 20,00

€ 20,00

Contributie oudervereniging

€ 3,00

€ 3,00

€ 3,00

€ 3,00

€ 3,00

Totaal bedrag per leerjaar

€ 92,00

€ 89,50

€ 112,00

€ 123,00

€ 80,50

Gebruik leerlingenkluisje

Schoolbenodigdheden Algemene schoolbenodigdheden welke door de leerling zelf aangeschaft worden voor alle vakken, voor alle leerjaren: Algemeen:

balpennen, potlood, lineaal, gum, kleurdoos, prittstift, puntenslijper, stevige (school)tas, huishoudschaar (links- of rechtshandig), USB-stick, hoofdtelefoon of “oortjes”

Voor de gymlessen: gymbroek, schone gymschoenen, speciale sportsokken, handdoek, een tas om alleen de gymspullen in te doen. Voor de kooklessen: dichte, lage schoenen, 2 pannenlappen en een theedoek

5. Rondom het onderwijs

55


Specifieke lesmaterialen Materiaal

Vak / richting

Fase 1

Sportshirt (vanaf Fase 1, eenmalige aanschaf is voldoende)

Lichamelijke opvoeding

€ 10,00

Fase 2

Werkjas (vanaf Fase 1, eenmalige aanschaf is voldoende)

Techniek

€ 26,00

Werkschoenen (vanaf Fase 2, eenmalige aanschaf is voldoende)

Technische vakken

Schort (vanaf Fase 2, eenmalige aanschaf is voldoende)

Zorgvakken en koken

€ 9,00

T-shirt (vanaf Fase 2, eenmalige aanschaf is voldoende)

Zorgvakken en koken

€ 8,00

Poloshirt met naam (vanaf Fase 3, eenmalige aanschaf is voldoende)

Bouw

Fase 3

Fase 4

Fase 5

€ 28,00

€ 14,00

Kosten VCA * (1-malig, is meerdere jaren geldig)

€ 100,00

€ 100,00

€ 100,00

Kosten VOG *

€ 35,00

€ 35,00

€ 35,00

*Afhankelijk van de beroepskeuze van de leerling Kopieer-/printkosten (onder voorbehoud) Het maken van afdrukken met kopieer- of printapparatuur door leerlingen voor eigen gebruik kan op school plaatsvinden tegen betaling van de kosten. Aan het begin van het schooljaar wordt een pasje verstrekt met een tegoed voor het maken van kopieen op school. Bij het bereiken van het limiet kan de leerling het pasje opwaarderen. Kosten kopieren/printen: € 0,05 per afdruk. Kosten kopieren/printenin kleur: € 0,20 per afdruk.

56


5. Rondom het onderwijs

57


5.6 Schoolboeken en schoolbenodigdheden Zoals in het voortgezet onderwijs gebruikelijk is, kent ook onze school, sinds die onder de werking van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) valt, het boeken- en materialenfonds. De kosten van ALLE studieboeken en ALLE werkboeken en de kosten die gemaakt worden voor projectboeken, eigen leermateriaal (kopieën) van de school, de licentiekosten van digitaal lesmateriaal, videobanden, cd’s en dvd’s met lesmateriaal, etc. komen voor rekening van de school. Daarover hoeft u zich geen zorgen meer te maken. De leerlingen zijn verantwoordelijk voor het zorgvuldig omgaan met de boeken en materialen. De boeken en (digitale) leermiddelen blijven eigendom van de school. De werkboeken worden in dit systeem wel eigendom van de leerling, omdat daarin wordt geschreven en ermee wordt gewerkt. De ouders/verzorgers hoeven zelf geen boeken, cd-roms, e.d. aan te schaffen. De school zorgt ervoor dat elke leerling het bij hem passende lesmateriaal krijgt uitgereikt aan het begin van het schooljaar.

5.7 Financiële zaken Wijze van betaling Voor de activiteiten waar in het verleden de deelname groot is geweest zal bij de start van het schooljaar een overeenkomst worden afgesloten met de ouders/verzorgers van onze leerlingen. Deze overeenkomst is te vinden op onze website. Voor educatieve excursies, behorende bij vakken binnen verschillende leerjaren worden gedurende het schooljaar afzonderlijke overeenkomsten met de ouders/verzorgers afgesloten. Voor deze activiteiten zal de school, bij niet intekenen, een vervangend programma bieden tijdens de normale lestijden. De betaling kan op school plaatsvinden. Reductie- en kwijtscheldingsregeling Indien de financiële draagkracht van ouders/verzorgers niet toereikend is beschikt de school over een reductie- en kwijtscheldingsregeling. De school verleent onder de hierna genoemde omstandigheden van de verschuldigde bijdrage, op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger, gehele dan wel gedeeltelijke kwijtschelding: a. Indien het gezinsinkomen niet hoger is dan de voor de wettelijk vertegenwoordiger geldende bijstandsnorm; b. Indien op de wettelijk vertegenwoordiger de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing is ver klaard; De complete regeling waarin ook de procedure is opgenomen ligt ter inzage bij de administratie. Daarnaast verwijzen wij u ook naar de Stichting Leergeld Boxtel. De teamleider van de afdeling waarin u zoon/dochter onderwijs volgt kan u hierover ook informeren.

58


Stichting Leergeld In Nederland leven zo’n 340.000 kinderen in gezinnen met een inkomen rond de bijstandsnorm. Anders dan in ontwikkelingslanden, maar in verhouding even schrijnend en bovendien om de hoek. Schoolgaande kinderen - in de greep van de armoede - kunnen niet of weinig met andere kinderen meedoen. Niet met schoolkamp/week, niet met excursie, geen sportclub of kunstzinnige vorming. Meedoen vergroot de horizon van kinderen; zij maken sociale contacten, leren teamgeest, zich handhaven in een groep, leren winnen en verliezen. Als kinderen dit soort dingen niet leren maar worden buitengesloten, komen niet alleen zij ernstig tekort maar zal de maatschappij daar later duur “leergeld” voor betalen. Als ouders een aanvraag indienen voor bekostiging van (buiten)schoolse activiteiten komt een medewerker van de Stichting op bezoek om de mogelijkheden te bespreken. Als ouders van deze mogelijkheid gebruik willen maken, kunnen zij een aanvraag indienen bij Stichting Leergeld (06-48658836, leergeldboxtel@gmail. com). Voor in Boxtel woonachtige leerlingen heeft ook de gemeente een regeling die geldelijke ondersteuning biedt in bepaalde gevallen. Lesgeld De Overheid heeft besloten alleen nog maar lesgeld te vragen voor de leerling die per 1 augustus van het schooljaar 18 jaar of ouder is en onderwijs geniet aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of voortgezet algemeen volwas- senenonderwijs (vavo). Leerlingen van het Baanderherencollege Praktijkonderwijs hoeven dan ook geen lesgeld meer te betalen aan het Rijk.

5.8 Beleid inzake sponsoring Het convenant “Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring”, dat gedragsregels bevat die scholen als richtlijn kunnen gebruiken bij hun sponsorbeleid, ligt op de schooladministratie ter inzage.

5. Rondom het onderwijs

59


5.9 Verzekeringen 5.9.1 Aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering biedt de school, met inbegrip van de leerlingen en zij die voor de school actief zijn (zoals personeel en vrijwilligers), dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. De school is echter niet zonder meer aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van verwijtbaar gedrag en moet dus tekort zijn geschoten in haar rechtsplicht. De school is niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn dan 14 jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat ouders/verzorgers zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. De school is niet aansprakelijk voor beschadiging aan persoonlijke eigendommen (kleding, fiets, bril enz.) of voor verlies of diefstal ervan, ook niet als deze zijn opgeborgen in een kluisje.

5.9.2 Reisverzekering Er is een doorlopende schoolgroepsreisverzekering afgesloten. Dit betekent dat deelnemers aan schoolreizen en buitenlandse reizen zijn verzekerd tegen personenschade en zaakschade. De polisvoorwaarden van alle verzekeringen zijn ter inzage beschikbaar op de schooladministratie. Indien ouders de dekking van deze verzekering onvoldoende vinden, verzekeren zij hun kinderen op eigen initiatief bij. Voor andere of hogere vergoedingen aanvaardt de raad van bestuur geen aansprakelijkheid.

5.9.3 School-ongevallenverzekering De school-ongevallenverzekering dekt de gevolgen van een ongeval, waar niet door een voorliggende verzekering voor verzekerd is. Het komen en gaan van en naar school, via de kortste weg, is meeverzekerd. Activiteiten buiten de school, mits in schoolverband en onder toezicht, vallen ook onder de dekking. Schade aan kleding, brillen, brommers e.d. veroorzaakt door een ongeval, wordt niet gedekt door deze verzekering.

60


5. Rondom het onderwijs

61


6. Kwaliteitszorg

bhc.nl


6.1 Meten is weten Om zicht te krijgen op de kwaliteit van ons onderwijs heeft de school gedurende de laatste jaren aan intern kwaliteitsonderzoek gedaan. In januari 2008 heeft de onderwijsinspectie van het voortgezet onderwijs het Praktijkonderwijs beoordeeld op kwaliteitszorg met betrekking tot ‘behaalde resultaten’ en ‘nieuwe ontwikkelingen’. Over het geheel genomen kwam de school hieruit goed naar voren. Vanaf november 2007 is vanuit het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs het kwaliteitstraject ‘Stimulans’ van start gegaan. Ook het Praktijkonderwijs van het Baanderherencollege neemt deel aan dit traject, dat drie fases omvat. De eerste fase ‘Zelfevaluatie’ heeft al eerder plaatsgevonden. In het schooljaar 2011-2012 zijn de ouders en de leerlingen geënquêteerd. In 2011-2012 is het personeel geënquêteerd. In 2013-2014 gaan alle partijen gevraagd worden aan een nieuw onderzoek mee te doen. Met een externe begeleider werkt de school aan de uitwerking van die gegevens, de ontwikkelagenda en de implementatie. Deze uitwerking en plan van aanpak kan ook worden gebruikt als verantwoording naar de inspectie van het voortgezet onderwijs. Vensters voor verantwoording eder jaar levert BHC-Praktijkonderwijs gegevens aan om invulling te geven aan de kwaliteitsindicatoren zoals die door de Inspectie voor het Onderwijs zijn opgesteld. Het gaat daarbij om: Algemene gegevens; Resultaten; Onderwijsbeleid; Kwaliteit en Bedrijfsvoering! De informatie is te vinden op: www.venstersvoorverantwoording.nl Verder wordt er jaarlijks een avond belegd om in gesprek te komen met oud-leerlingen. Op die manier proberen we zicht te krijgen op de effecten van ons onderwijs ook nadat de leerling de school al verlaten heeft. We gaan hierbij tot vijf jaar terug. Jaarlijks laat het Baanderherencollege Praktijkonderwijs een uitstroommonitor maken, waarbij de school ook vergeleken wordt met landelijke en regionale metingen.

6. Kwaliteitszorg

63


uit deze meting komt het Baanderherencollege Praktijkonderwijs Boxtel positief naar voren. Het meten van de kwaliteit is met deze acties een structureel punt van aandacht:

• • •

Doen we de goede dingen? Doen we de goede dingen goed? Wat vinden anderen daarvan?

Deze drie vragen vormen de kern van onze kwaliteitszorg. Voor meer informatie kunt u de website raadplegen van de inspectie voortgezet onderwijs. www.onderwijsinspectie.nl

6.2 Schoolplan Voortdurend wordt geprobeerd de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.Binnen de leerlijnen en de individuele leertrajecten wordt hier, afhankelijk van de leerling, gebruik van gemaakt. In het kader van de AKA-diplomalijn is enkele jaren geleden gestart met de nieuwe methode KR8 (Eduactief) die nadrukkelijk de dwarsverbanden tussen theorie, praktijk en stage ondersteunt. In de achterliggende jaren is in samenwerking met het BHC-vmbo gewerkt aan de aanpassing van het praktijkcurriculum, zodat het onze leerlingen de mogelijkheid biedt een mbo-diploma (AKAniveau-1) te behalen of delen daarvan. Ook met Agrarisch Opleidings Centrum Boxtel (Helicon) werd in samenwerking met Praktijkonderwijs Boxtel gekeken naar de realisatie van het diploma Niveau 1 AOC of delen daarvan voor leerlingen die in de land- of tuinbouw willen verder gaan. Steeds opnieuw vragen deze ontwikkelingen om actualisering van het schoolplan. Zo is het schoolplan een dynamisch plan dat het komend jaar aangepast zal worden. Succes is mede afhankelijk van competenties van de medewerkers. Door middel van teamscholing en individuele ontwikkelingstrajecten gaan zij zich verder bekwamen en certificeren. Op de terreinen van activerend leren en klassenmanagement, coachingsgesprekken, gebruik van portfolio wordt de teamscholing verder doorgezet..Deze ingrijpende onderwijsvernieuwing ten behoeve van het competentiegericht onderwijs zal nog enige jaren van intensieve teamscholing en begeleiding vragen. Vanaf de start in 2009-2010 zijn de leerkrachten ondersteund en gecoacht. Deze begeleiding, zal in 20132014 doorgezet worden.

64


6. Kwaliteitszorg

65


7. (School)regels en afspraken

bhc.nl


7.1 Schoolreglement Gedrag binnen en buiten het schoolcomplex Jij en de anderen Of je buiten of in het schoolgebouw bent, jij vindt het vanzelfsprekend dat je correcte taal gebruikt en respect hebt voor medeleerlingen en personeelsleden. Als je respect hebt voor de ander, dan krijg je dat terug. Aan gepest worden bijvoorbeeld heb jij een grote hekel. Daarom vind jij het logisch dat pesten niet geaccepteerd wordt. Jij vindt het fijn dat wat van jou is niet gestolen of beschadigd wordt en normaal dat jij je eigen bezit en andermans eigendommen respecteert. Aan risicovol gedrag zoals pesten, stelen, vandalisme, blowen doe jij niet mee, want je wenst niet dat anderen dit afwijkende gedrag naar jou vertonen. “Doe normaal!” biedt jou en anderen veiligheid. Daarom kun je afwijkend en onverantwoordelijk gedrag gerust melden bij je mentor, de conciërge, de pleinmeester, de directie of bij iemand die tijdens de (lunch)pauzes toezicht houdt. Indien je schade toebrengt aan het gebouw, meubilair, gereedschap, machines of andere zaken van de school, worden de kosten daarvan aan je ouders/verzorgers of jou in rekening gebracht. Uit de les gestuurd Als je uit de les gestuurd wordt, volg je de aanwijzingen van je mentor op. Het is nooit toegestaan om elders in de school of buiten de school te verblijven, als je uit de les gestuurd bent. De betreffende leraar spreekt met jou de datum, de tijd en de plaats af waar je moet nakomen. Bij herhaalde verwijdering uit de les worden ouders/ verzorgers hierover geïnformeerd door de teamleider en wordt je gedrag besproken om herhaling te voorkomen. Bij herhaling van verwijdering uit de les kan interne of externe schorsing volgen. Risicovol gedrag Hieronder verstaan wij gedrag waarbij je jezelf en/of anderen in gevaar brengt. Vormen van risicovol gedrag zijn: (digitaal) pesten, vechten, stelen en gebruik van drugs of handelen daarin.

7. (School)regels en afspraken

67


68


• Indien een vorm van voornoemd gedrag wordt vastgesteld door een personeelslid, een medeleerling of een ander persoon, dan onderzoekt de teamleider het gemelde risicovolle gedrag. De teamleider of zijn plaatsvervanger neemt zo spoedig mogelijk contact op met je ouders/verzorgers. • De teamleider of zijn plaatsvervanger stelt in samenhang met het vastgestelde risicovolle gedrag de maatregel vast. • Indien een meerdaagse schorsing wordt opgelegd, dan informeert de teamleider de leerplichtambtenaar en de inspectie van het voortgezet onderwijs over de opgelegde schorsing. • Bij herhaling van risicovol gedrag kan de procedure tot verwijdering van school in werking gesteld worden.

Leerlingenbalie en leerlingenpas Leerlingenbalie De leerlingenbalie is te vinden in de hal bij de hoofdingang (receptie). Leerlingen melden zich volgens afspraak bij de leerlingenbalie als ze te laat komen, ziek worden, iets willen vragen over hun rooster, iets gevonden hebben, iets kwijt zijn enz. Leerlingenpas Iedere leerling ontvangt een schoolpas met foto en de nodige gegevens erop. De pas is persoonlijk en de leerling dient deze altijd bij zich te hebben. Uitlenen van de leerlingenpas is niet toegestaan, verlies hiervan dient onmiddellijk gemeld te worden bij de teamleider.

Een veilige, gezonde en schone school Het schoolterrein Vind jij het heerlijk om in een nette omgeving te zijn? Als jij iets gegeten en gedronken hebt, dan gooi jij het afval in een prullenbak. Met hetzelfde gemak gooi je je rommel in de afvalbak. Werk dus mee aan een ‘schone school’. Leerlingen mogen nergens in het schoolgebouw roken. Leerlingen wordt het roken ernstig ontraden. Corvee Jij kunt net als alle andere leerlingen enkele keren per schooljaar aan de beurt komen om binnen en buiten te corveeen. De medewerkers van de leerlingenbalie informeren je tijdig over de verplichte corveebeurten. Het is zelfs mogelijk dat je strafcorvee krijgt, maar dat heb je zelf in de hand. Elke leerling moet tussen 08.00 uur en 17.00 uur beschikbaar zijn om een strafcorvee uit te voeren.

7. (School)regels en afspraken

69


Het programma schoolsteward Schoolstewards zijn leerlingen uit een bepaald leerjaar die opereren in duo’s en leerlingen aanspreken op hun gedrag. Het aanspreken van doelgroep tot doelgroep noemen we de peer to peer-methode. Schoolstewards zijn leerlingen die getraind zijn om ongewenst gedrag – zoals rommel maken, schelden en respectloze handelingen – te signaleren en daartegen op te treden. Stewards kunnen op verschillende manieren ingezet worden: in de aula, de gangen, fietsenstalling en bij de uitgang. Dit project heeft een relatie met de maatschappelijke stage en een relatie met burgerschapsvorming in het algemeen. In het gebouw Respect voor de ander is de basis voor elk contact. Dat blijkt uit je houding en je taalgebruik. Een school kan niet zonder goede gedragsregels. Daarom zijn er gedragsregels die jij hopelijk ook vanzelfsprekend vindt. • • • • • • • •

Aan pesten doe jij niet mee. In overeenstemming met het dagrooster heb jij je boeken en hulpmateriaal voor alle lessen bij je. In verband met veiligheid draag je geen hoofddeksel en hoofdbanden. Je gsm, iPod of overige apparaten staan in het gebouw op ‘uit’; in de grote hal is het gebruik hiervan toegestaan. Houd jij je niet aan deze regel, dan volgt een passende maatregel. Afval gooi jij in de afvalbakken. Elke dag lees jij op een van de monitoren in het gebouw of de website de informatie over het lesrooster, corvee of een (oproep)bericht. Gebruik toiletruimtes op nette wijze, want iedereen heeft recht op schone toiletten. Op een aantal plaatsen hangen in het gebouw camera’s om diefstal en vandalisme te voorkomen. De videobeelden worden opgeslagen, zodat tussentijdse controle mogelijk is. De conciërge heeft door middel van de camera’s voortdurend zicht op verschillende ruimtes.

Gebruik van drugs en alcohol is ten strengste verboden. Jij gebruikt en/of handelt niet in vuurwerk, drugs, alcohol en jij gooit niet met voorwerpen. Dat is streng verboden op het Baanderherencollege. De politie adviseert de directie bij gebruik en/of handel van voorwerpen die wettelijk verboden zijn. Houd jij je niet aan deze belangrijke gedragsregel, dan kan schorsing of zelfs verwijdering van school het gevolg zijn. Jij begrijpt dat tegen risicovol gedrag opgetreden wordt. Bij constatering van ernstig risicovol gedrag en onbehoorlijk taalgebruik naar medeleerlingen en personeelsleden neemt de teamleider of de directeur onderwijs vmbo onmiddellijk contact op met je ouders/verzorgers en/of de politie. Veiligheid begint bij jezelf!

70


Roosterzaken / aanwezig / afwezig / ziek / verlof / te laat / spijbelen Lesuitval Op de website van school of in Magister kun je de dagelijks roosterwijzigingen lezen. Op verschillende monitoren in het gebouw kun je informatie lezen over lesrooster, corvee en andere zaken. • Het lesrooster kan aangepast worden om een of meer tussenuren te voorkomen. • Indien er geen aanpassing mogelijk is, dan kun jij naar een studieplein gaan om aan je (huiswerk)opdracht te werken. • Zonder toestemming is het niet toegestaan het schoolterrein te verlaten, omdat je ouders/verzorgers ervan uitgaan dat je op school verblijft. Na de laatste les Je verlaat na je laatste les zo snel mogelijk het gebouw en het schoolterrein om op tijd thuis te zijn. Iemand spreken Wil je de teamleider, een leraar of een directielid spreken, dan ga je naar de leerlingenbalie, want daar is men op de hoogte van hun aanwezigheid. In de personeelskamer mag jij niet komen. Informatie en verlof aanvragen Als je bepaalde informatie wenst, dan ga je naar de leerlingenbalie in de hal. Elke vorm van verlof dient vooraf door ouders/verzorgers schriftelijk te worden aangevraagd bij de leerlingenbalie.

7. (School)regels en afspraken

71


Te laat Je meldt je bij de leerlingenbalie in de grote hal. Als je een geldige reden hebt, dan ontvang je een ‘telaatkaartje’ om naar de les te gaan. Het te laat komen wordt in Magister geregistreerd. Je ouders/verzorgers en docenten kunnen zo zien wanneer en hoe vaak je te laat was. Ben je zonder geldige reden te laat, dan kom je in principe dezelfde dag terug om een half uur te corveeën. Je moet je hiervoor na het laatste lesuur melden bij de leerlingenbalie. Sancties en bewaking van de uitvoering van de sanctie liggen bij de leerlingenbalie in samenwerking met de conciërges. Bij vier maal te laat zonder reden wordt er vanuit de leerlingenbalie een mail naar de teamleider gestuurd. De leerlingen- balie maakt een aantekening in Magister. Helpt dit niet, dan wordt de leerplicht- ambtenaar geïnformeerd over het ongeoorloofd te laat komen en zal een leerplichttraject met officiële melding volgen. Ziekte Ziekte of onvoorzien verzuim geven je ouders/verzorgers ’s-ochtends telefonisch door aan de school bij de leerlingenbalie. Je wordt ziek gemeld met de verwachte duur van afwezigheid. Indien de duur van de afwezigheid afwijkt bellen je ouders/verzorgers opnieuw. Wanneer je na ziekte weer terugkeert op school, dien je een getekend briefje van thuis af te geven bij de leerlingenbalie met de duur en reden van je afwezigheid. Dit briefje wordt gescand en toegevoegd aan Magister. Indien het briefje niet retour komt neemt de leerlingenbalie contact op met je ouders/verzorgers. Je afwezigheid wordt in Magister geregistreerd. Je ouders/verzorgers en docenten kunnen zo zien of je afwezig bent gemeld. Ben je afwezig zonder dat je afwezigheid gemeld is, dan neemt de leerlingenbalie die ochtend nog contact op met je ouders/verzorgers. Er wordt dan gevraagd naar de reden van het verzuim. Ziek naar huis Als je tijdens de schooluren ziek wordt, meldt je je bij de teamleider. Hij neemt contact op met je ouders/verzorgers. In overleg met je ouders/verzorgers wordt besloten of je wordt opgehaald of zelf naar huis fietst. Je krijgt een “toestemmingskaartje” (kaart met telefoonnummer) mee. Afwezigheid door ziekte wordt in Magister geregistreerd door de leerlingenbalie. Van thuis uit wordt naar school gebeld (zie punt 3 “terugbelkaartje”) om te melden dat je goed bent is thuisgekomen.

Verwijderen en schorsen Ongeoorloofd schoolverzuim • Bij vastgesteld, ongeoorloofd schoolverzuim wordt met jou afgesproken hoe en wanneer de verzuimde lestijden worden ingehaald. Elke ongeoorloofde lestijd haal je dubbel in! • Bij herhaling ontvangen je ouders/verzorgers een schriftelijke uitnodiging voor een gesprek met de teamleider. • Bij hardnekkig ongeoorloofd schoolverzuim ontvangt de leerplichtambtenaar een overzicht van het ongeoorloofde schoolverzuim en zal verder actie ondernemen.

72


Verzuimspreekuur De leerplichtambtenaar krijgt jongeren op het spreekuur die hebben verzuimd en/of vaak te laat zijn geweest. Hij kan wijzen op gevolgen van spijbelen of te laat komen. De leerplichtambtenaar geeft hen op deze manier een eerste waarschuwing. Dit is geen officiĂŤle waarschuwing en zal daarom door school nog niet gemeld worden in DUO. Het verzuimspreekuur heeft een preventieve doelstelling.

Fiets / brommer / garderobe / kluisje / tassen / jassen (Brom )fietsenstalling Via de ingang aan de Van der Voortweg, kom jij met je (brom)fiets op het schoolterrein, stap je bij de poort af en loop je naast je (brom)fiets de (brom)fietsenstalling in. Je verlaat daarna onmiddellijk de stalling. (Brom)fietsen op het schoolterrein doe jij dus niet. Zorg ervoor dat je (brom)fiets voorzien is van je postcode, huisnummer en een goed werkend slot. In de (brom)fietsenstalling is toezicht. Het gebruik van de fietsenstalling is op eigen risico. De school is niet aansprakelijk voor ontstane schadedoor het gebruik van de (brom)fietsenstalling. Garderobes / kluisje Je hangt je jas en andere buitenkleding aan een kapstokhaak en in je kluisje kun je je eigendommen bewaren. Jij bent zelf verantwoordelijk voor je spullen. Het is niet toegestaan artikelen in je kluisjes te bewaren die wettelijk verboden zijn. Als je gymles hebt, leg je voorwerpen als gsm, horloge, ring, kettinkje, portemonnee e.d. in je kluisje of je laat bepaalde kostbaarheden thuis. Neem niet te veel geld mee naar school. Controle van leerlingenkluisjes door de directie en/of de politie is altijd onaangekondigd mogelijk. Denk eraan dat de garderobe geen verblijfsruimte is. Kleding Gezichtsbedekkende kleding (burka, niqaab) is verboden om redenen van herkenbaarheid en communicatiemogelijkheden. Vrijwaringbeding Het schoolbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstal, vermissing en/ of beschadiging van eigendommen.

7. (School)regels en afspraken

73


De directie is niet verantwoordelijk voor activiteiten waarover vooraf geen schriftelijke informatie is gegeven. De directie is niet aansprakelijk voor vermissing, diefstal en/of beschadiging van eigendommen. Het kan gebeuren dat je iets kwijt bent. Daarom is het verstandig je naam en voornaam in kledingstukken, gym kleding, rekenmachine, gsm, discman en iPod te vermelden. Dit vergemakkelijkt het vinden ervan.

Gezamenlijke ruimtes Pauzeren In de Tijberzaal en in de grote hal of op het schoolterrein breng jij je pauzes door. Jij gedraagt je in de Tijberzaal rustig. Wil je meer beweging, dan zijn de grote hal en het schoolterrein de beste verblijfsruimtes. Je volgt de aanwijzingen op van het toezichthoudende personeel. Alleen in de grote hal is gebruik van gsm toegestaan. Bij de Tijber- bar kun je melk, thee, frisdranken en versnaperingen kopen. Tijdens de pauzes verblijf je nooit in de leslokalen, in de gangen en de trappenhuizen. Je mag zonder toestemming het schoolterrein niet verlaten, omdat je ouders/verzorgers ervan uitgaan dat je op school bent. Gangen en trappenhuizen Deze zijn geen verblijfsruimtes en je loopt hier rustig, omdat het tijdens de leswisselingen en pauzes druk kan zijn. Eten, drinken en snoepen doe jij hier niet! Liftpas De lift wordt gebruikt in bijzondere omstandigheden en alleen met toestemming van de conciĂŤrge. Sportaccommodatie In verband met de veiligheid is er altijd een gymleraar aanwezig, voordat je de gymzaal binnenkomt. Voorwerpen als portemonnee, gsm leg je in je eigen kluis. De leraar lichamelijke opvoeding bewaart geen eigendommen van jou. Je hebt immers een kluis of je laat je kostbaarheden thuis. Je volgt de regels op die gelden voor de sportaccommodatie. Douchen en omkleden doe je vlot en op correcte wijze. De kleedlokalen zijn geen verblijfsruimtes en daarom eet, drink en snoep je hier niet. Activiteiten De directie is niet verantwoordelijk voor activiteiten waarover vooraf geen schriftelijke informatie is gegeven. De directie is niet aansprakelijk voor vermissing, diefstal en/of beschadiging van eigendommen. Het kan gebeuren dat je iets kwijt bent. Daarom is het verstandig je naam en voornaam in kledingstukken, gymkleding, op rekenmachine, gsm en iPod te vermelden. Dit vergemakkelijkt het vinden ervan.

74


Administratief / fotomateriaal / bijzondere bepalingen Administratief Adreswijzigingen, veranderde telefoonnummers e.d. worden zo spoedig mogelijk door ouders aan de administratie doorgegeven. Ouders van een leerling die aan het einde van het schooljaar de school verlaat, geven hiervan zo snel mogelijk bericht aan de schoolleiding. Gebruik van foto- en filmmateriaal Regelmatig worden er door of namens medewerkers van onze school tijdens schoolactiviteiten foto- en videoopnamen gemaakt. Het komt steeds vaker voor dat deze opnamen worden gebruikt voor publicatie en andere, vooraf afgesproken, doeleinden buiten de school. Zo worden bijvoorbeeld video-opnames en foto’s gemaakt tijdens BHCdagen of meerdaagse reizen en excursies om te gebruiken tijdens ouderavonden of ons Open Huis. Foto’s van onderwijsactiviteiten verschijnen op onze website, in onze schoolgids of brochure of worden ingelijst en in ons gebouw opgehangen. Soms wordt bij een krantenartikel een foto geplaatst van enkele van onze leerlingen. Vrijwel altijd vragen wij tevoren toestemming aan de leerlingen die duidelijk in beeld komen. Helaas is dat, zeker bij groepsfoto’s niet altijd mogelijk. Ouders kunnen er van uitgaan dat wij altijd discreet omgaan met de gemaakte opnamen. Als ouders toch bezwaar hebben dat opnamen van hun zoon of dochter worden gebruikt voor de geschetste situaties dan kunnen zij dat kenbaar maken bij de directie. Bijzondere bepalingen De algemeen directeur is bevoegd om in dringende gevallen tijdelijke maatregelen te treffen of instructies uit te vaardigen in afwachting van een door het bestuur vast te stellen wijziging of aanvulling van dit reglement. Tot slot Hopelijk heb jij geen problemen met de afgesproken (gedrags)regels. Als jij en de anderen zich hieraan houden, dan is het verblijf op school plezierig en veilig. Dat willen we immers allemaal!

7. (School)regels en afspraken

75


8. Jaarrooster

bhc.nl


8.1 Algemeen • Introductie-ochtend • Cultuur-sport-doedag • Disco-avond (onderbouw) • Sinterklaasviering • Kerstviering • Open huis • Disco-avond (onderbouw) • NPO-sportdag • Start activiteitenweek • Diploma-uitreiking

dinsdag 27 augustus 2013 vrijdag 27 september 2013 vrijdag 4 oktober 2013 donderdag 5 december 2013 vrijdag 20 december 2013 zaterdag 11 januari 2014 vrijdag 14 maart 2014 dinsdag (bovenbouw) 8 april 2014 dinsdag (onderbouw) 27 mei 2014 maandag 7 juli 2014 maandag 7 juli 2014

8.2 De (cijfer)rapporten en de data Uitreiking individueel ontwikkelingsplan 1e Semesterrapport 2e Semesterrapport

in de laatste week van oktober 2014 in de week van 6 januari 2014 in de week van 7 juli 2014

8.3 Vakantierooster herfstvakantie kerstvakantie voorjaarsvakantie tweede paasdag meivakantie hemelvaart zomervakantie

14 oktober t/m 18 oktober 2013 23 december 2013 t/m 3 januari 2014 3 maart t/m 7 maart 2014 21 april 2014 28 april t/m 9 mei 2014 29 mei en 30 mei 2014 14 juli t/m 22 augustus 2014

Tot slot Voor op- en/of aanmerkingen over deze schoolgids kunt u zich telefonisch en/of schriftelijk tot de directie wenden.

8. Jaarrooster

77


bhc.nl


BHC Schoolgids PRO 2013-2014