Page 1

THE CLAN MACCURVE WhiskyClub Betekom

Young And Old Tasting

A

Kun jij de juiste “jonge” Maccurve bij de juiste “oude” Maccurve plaatsen? Vul de juiste letter van elke Maccurve, van de foto onderaan, in op de cirkels, op de jonge foto’s bovenaan.

Succes, The Clan Maccurve.

E

A

B

C

D

05 September 2010 Sporthal Betekom


Benromach 10 Y 43° VS Benromach 21 Y 43° De Benromach distilleerderij bevindt zich iets ten noorden van de plaats Forres. Westelijk van de rivier loopt de Findhorn rivier. Benromach is afkomstig uit het Gaelic en betekent " ruige berg". De distilleerderderij werd in 1898 door Duncan MacCallum gebouwd, destijds ook eigenaar van de Glen Nevis distilleerderij en een compagnon F.W. Brickmann, een whisky handelaar uit Leith. Geopend in 1900 onder de naam Benromach Distillery Co. maar direct daarna, door slechte resultaten van Brinckmann whiskyhandel weer gesloten. Tussen 1907 en 1910 weer heropend onder de naam Forres, met Duncan MacCallum nu als enige eigenaar. Ne de eerste wereldoorlog werd de originele naam Benromach weer ingevoerd. Na vele sluitingen en overnames werd Benromach in 1983 definitief gesloten en op de washbacks na geheel ontmanteld. In 1992 kocht de onafhandelijke bottelaar Gordon & MacPhail uit Elgin de lege gebouwen en de nog overgebleven voorraden van United Distillers. Door alerlei juridische procedures werd de Benromach distilleerderij in 1998 door de Prince of Wales weer heropend. Na de overname door Gordon & MacPhail in 1992 startte men in 1997 met de herbouw van de distilleerderij waarvan men de gehele productie als single malt op de markt wil brengen. Big Thanks to” de Jomme” who gave us the 21Y as a present. He bought it at his whiskytrip this summer at his stop by Benromach. !!! Thanks Jomme ! Benromach 10 Y

Tasting Notes : …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… …………………………………………………………… ……………………………………………………………

Benromach 21 Y

Tasting Notes : ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ……………………………………………………………… ………………………………………………………………


BRUICHLADDICH VINT 2001 7Y 46° 0,7 46 Market house VS BRUICHLADDICH 21Y 46° 0,7 46 Market house Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd. Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke. Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie. Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag. In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar. Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum. Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year. Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders. Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte. Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels: Bruichladdich zelf, Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM, Octomore, zwaar geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Bruichladdich Vint 2001 7Y

Bruichladdich 21 Y

Tasting Notes : ………………………………………………… ……..………………………………………

Tasting Notes : ……………………………………………………….. ……………………………………………………


Springbank Cv 46° Vs Springbank 18 Y 46° Springbank Distillery is een van de laatst overgebleven distilleerderijen die Campbeltown single malt whiskies produceert. De brouwerij is gelegen op het zuidelijke schiereiland Kintyre, en er worden drie verschillende soort single malt whiskies gemaakt. 

Springbank Single Malt is een 10 year old, die twee en een half keer wordt gedistilleerd. Dit proces is nogal uniek: gedurende het distilleren wordt een deel afgetapt, en voor de volgende distillatie weer bijgevoegd. Dit betekent dat een deel tweemaal wordt gedistilleerd, en een deel driemaal. De spirit wordt dan gerijpt in bourbon- en sherryvaten, alhoewel er bij Springbank ook wordt geëxperimenteerd met rumvaten. Longrow Single Malt is een zware turfachtige whisky, met een hoog fenolgehalte. De Longrow 10 years old wordt gerijpt in sherry- of bourbonvaten. Daarnaast is een experimentele versie die wordt gerijpt in tokajvaten, welke overigens door conservatievere Longrowdrinkers soms als een belediging voor het merk wordt gekenmerkt. Hazelburn Single Malt is de jongste variant, die pas in 1997 voor het eerst werd gedistilleerd. Naar verwachting wordt Hazelburn in 2007 als 10 years old gebotteld en op de markt gebracht. Er was een kleine oplage 8 years old, maar die is erg zeldzaam. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd, en er wordt niet met turf gedroogd. Springbank is de enige overgebleven Schotse distilleerderij die alle stappen in het proces van whiskymaken op eigen terrein uitvoert. Bovendien is het een van de weinige overgebleven particuliere brouwerijen. Om deze reden worden de whiskies uit deze brouwerijen niet veel gebruikt in blended whiskies, omdat de grote conglomeraten liever single malts uit de eigen organisatie gebruiken. Springbank maakt wel zelf twee blends: een 5 years old Campbeltown Loch, en Mitchell's 12 year old.

Proefnotitie Kleur: vol goud. Neus: eerst zoetige aroma’s met zachte ziltige tonen dan gedroogde vruchten met rijke en getoaste kruidige tonen met daardoorheen loskomende tonen van turf. Smaak: eerst aroma’s van gedroogd fruit en rijke zoetheid dan weer veel mondvullende brede (nog subtiele) rokerige tonen. De afdronk is lang en rijk met meer aardse tonen die fraai overgaan in rokerige tonen. Springbank Cv

Tasting Notes : ……………………………………………….. …………………………………………………… ………………………………………………….

Springbank 18 Y

Tasting Notes : ……………………………………………….. …………………………………………………… ………………………………………………….


Glenfarclas 21 Y 43° Vs Glenfarclas 40 Y De Glenfarclas distilleerderij staat aan de A9 tussen Aberlour en Grantown-on-Spey. Het pagodedak van het bezoekerscentrum aan de voet van de berg Ben Rinnis is bijna niet te missen. Het bezoekerscentrum bij Glenfarclas is afgetimmerd met de originele eikenhouten schroten van het voormalig passagiersschip, de Australian SS Empress. De naam Glenfarclas is afkomstig uit het Gaelic en betekent "vallei van het groene grasland". Na een bezoek aan de distilleerderij weet men in welke omgeving ze ligt, dan is er omtrent deze naam geen verdere uitleg nodig. De Glenfarclas distilleerderij werd in 1844 opgericht door Robert Hay, die destijds een pachter was van de Rechlerich farm op het Ballindalloch Estate. Volgens de overlevering zijn de stills en vele andere benodigdheden voor het bouwen van de distilleerderij afkomstig van de Dandalieth distilleerderij. Deze distilleerderij werd in 1825 gebouwd door John McInnes vlak bij Craigellachie en werd in 1837 gesloten. Robert Hay was tot zijn dood in 1865 eigenaar van Glenfarclas, de distilleerderij werd daarna overgenomen door John Grant. De familie Grant bleef eigenaar tot 1896, 50% van de aandelen werden toen verkocht aan whiskyblenders uit Edinburgh, Pattison, Elder & Co. Ltd. geheten. Met de opbrengst van dat geld van de verkoop van de aandelen werd de distilleerderij geheel verbouwd. De aandelen kwamen in 1899 weer geheel in handen van de familie Grant door het faillissement van Pattison Ltd. Het bedrijf ging verder als J. & G. Grant en de huidige directeur John Grant is de vijfde generatie. In 1960 werd de distilleerderij grondig verbouwd, waarbij het aantal stills werd verdubbeld. In 1972 verwijderde men ook de moutvloer en in 1973 werden er nog twee stills bijgebouwd. De drie wash stills en de drie spirit stills worden niet met stoom verwarmd maar met gasvlammen onder de stills. Dit is voor de distilleerderijen in Schotland zeer ongewoon. De twaalf wash backs zijn gemaakt van roestvrij staal en de new spirit rijpt op nieuwe sherryvaten, maar men gebruikt ook refill sherryvaten. Het water dat gebruikt wordt voor de bereiding van de whisky en het koelwater komt via beekjes van de Ben Rinnes. Glenfarclas kwam als eerste in 1964 met een cask strenght op de markt en opende ook als eerste distilleerderij een bezoekerscentrum, dat het hele jaar geopend is. Door de jarenlange goede marketing wordt Glenfarclas bijna over de gehele wereld verkocht. De single Malts van Glenfarclas zijn in verschillende leeftijden verkrijgbaar. Glenfarclas 40 Years Old has been bottled at 46% vol. from casks filled in the late 1960s, and selected by George S. Grant, Director of Sales and the sixth generation of the family which own and manage the distillery. George Grant’s tasting notes for this new expression read: ‘The nose is reminiscent of relaxing in an old leather armchair, while eating walnuts and chocolate-covered raisins. It has a sweet initial taste – orange segments dipped in liquid chocolate – then a lovely flavour of burnt brown sugar at the back of the mouth. The dry finish oozes big tannins and more rich dark cocoa beans. Let this whisky breathe a little or add a drop or two of water to fully open up the dram.’

Glenfarclas 21 Y

Tasting Notes : ……………………………………………………… ………………………………………………….……

Glenfarclas 40 Y

Tasting Notes : ……………………………………………………… ………………………………………………………

Young and old tasting  

Young and old tasting by The Clan Maccurve