__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

de overdiepse polder 7 5 0 J A A R G E S C H I E D E N I S VA N E E N P O L D E R I N D E D E LTA

H E E M K U N D E K R I N G “ O P ’ T G O E D E S P O O R ” WA S P I K THEMANUMMER 18


H e e m k u n d e k r i n g “ O p ’ t Go e d e S p oo r ” W A S PIK Th e m a n u m m e r 1 8

de overdiepse polder 750 jaar geschiedenis van een polder in de delta


Afbeelding binnenzijde omslag Een gewone schooldag in september 1977. De pont bij Han Rekkers doet het niet meer. De kinderen van Theo Broekmans, Marius Verschure, Han Kemmere, Han Rekkers, Jos Zijlmans en Kees Bink moeten in twee roeiboten overgezet worden.


Inhoud

Voorwoord 1 De geschiedenis

6 9

2 Het nieuwe landschap

21

3 Bestuurlijke ontwikkelingen

41

4 De Bergsche Maas

57

5 Het landschap is veranderd

71

6 Dramatische gebeurtenissen in de 20e eeuw

87

7 De ruilverkavelingen in het Overdiep

99

8 De polder wordt bewoond

109

9 Kennismaking met alle (oud-)bewoners

135

10 Ruimte voor de rivier

153

11 Van turfvaarten naar terpen

171

Geraadpleegde bronnen en beeldverantwoording

183 5


voorwoord

Sinds jaar en dag hebben wij een haat/liefde verhouding met het water. Waar het water aan de ene kant als zeer nuttig ervaren wordt, denk maar aan de drinkwatervoorziening, vormt het anderzijds soms een bedreiging bij overstromingsgevaar vanwege hoge waterstanden. Boeren zijn al eeuwen lang in de weer geweest met het tegenhouden en afvoeren van water. Waterschappen ontstaan en delen jaren lang de lakens uit. Gaandeweg ontstaat er een ander beeld rond de waterbeheersing. Niet langer is het water lastig, het is nuttig en dient zo lang mogelijk vastgehouden te worden, water moet meer ruimte krijgen. Hiermee veranderen ook de taken van de waterschappen; niet langer een organisatie van en voor boeren maar ook voor burgers en recreanten. We beschermen ons in Nederland eeuwenlang tegen hoogwater door dijken te bouwen en te versterken. In 2002 besloot het kabinet dat het anders moest. In plaats van de rivieren vast te leggen tussen steeds hogere dijken, krijgen ze nu de ruimte. Het programma “Ruimte voor de Rivier� werd opgesteld. Een enorm project met verstrekkende gevolgen. Het Terpenplan Overdiepse Polder is een van de projecten dat in dit kader gerealiseerd wordt, een maatregel ter voorkoming van overstromingen. Onlangs is door het Waterschap De Brabantse Delta het startsein gegeven voor de uitvoering van het Rivierverruimingsproject Overdiepse Polder. In de polder wordt de bestaande dijk aan de Bergsche Maas verlaagd en een nieuwe dijk

6


v oo r woo r d

langs het Oude Maasje aangelegd. Hierdoor kan bij extreem hoog water het rivierwater door de polder stromen. Om te voorkomen dat hierdoor het agrarisch gebruik van het gebied onmogelijk zou worden hebben inwoners en ondernemers zelf het Terpenplan bedacht. Bestaande boerderijen en agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en op negen terpen bouwen de boeren die blijven zelf een nieuw bedrijf. Deze ingrijpende gebeurtenis was voor de redactie van de Heemkundekring “Op ’t Goede Spoor” aanleiding om eens diep in de historie van de polder te duiken en de geschiedenis ervan vast te leggen in een speciaal themanummer over de Overdiepse Polder. In dit boek nemen wij u mee naar de tijd vóór de Sint Elisabethsvloed, zo rond 1250, toen de eerste nederzettingen ontstonden langs de toenmalige Oude of Romeinse Maas en onze voorouders de Grote of Zuid-Hollandse Waard met dijken verstevigden. Dan verdwijnt in 1421 het land voor lange tijd onder water om zo’n 300 jaar geleden weer als polder “op te duiken”: de “Overdiepsche Hooipolder”, beroemd geworden om de kwaliteit van het hooi dat daar geoogst werd. Ruim een eeuw geleden wordt dan de Bergsche Maas gegraven, wat verstrekkende gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de verbinding tussen Waspik en het Land van Heusden en Altena en de eigenaren en gebruikers van de grond.

In 1944 is de polder het toneel van een hevige strijd tussen de Geallieerden en de Duitsers met als tragisch hoogtepunt de Slag bij het Capelse Veer. Daarna verandert het landschap compleet als gevolg van twee grote ruilverkavelingen, het kenmerkende “slagenland” is verdwenen, maar het duurt nog tot 1975 voordat de eerste boeren zich er vestigen. De polder is dan eindelijk bewoond, een ingrijpende verandering, waar veel over te vertellen valt. We eindigen met de huidige situatie, het Terpenplan en een blik op de toekomst. Hoe gaat het worden en wat vinden de bewoners er van?

De redactie wenst u veel leesplezier!

7


8


1

1 de geschiedenis Er was eens ‌

11

Het ontsta an van de Groote of Zuidhollandsche Wa ard

14

Hoe het fout ging

14

De Sint Elisabethsvloed

19

9


de overdiepse polder

10


de geschiedenis

1

Er was eens …

750 Jaar geleden was de plek waar nu de Overdiepse Polder ligt onderdeel van een totaal ander landschap. Een uitgestrekt veengebied lag tussen de hoge zandgronden in het zuiden en de rivier de Oude of Romeinse Maas, die vanaf Hedikhuizen onder Heusden en langs Dussen naar het westen liep. Dit gebied, de “Moerkant”, strekte zich uit tot achter Waalwijk in het oosten en ’s Gravenmoer en Dongen in het westen. Vanaf het midden van de 13e eeuw vestigden zich de eerste pioniers op de oeverwallen van de Romeinse Maas. Van daaraf werd de veenbodem grootschalig afgegraven en als turf afgevoerd naar de steden in Holland en Vlaanderen. Dordrecht en de hele streek er omheen werden vanuit de Moerkant van brandstof voorzien. Overal werden turfvaarten gegraven voor de afvoer van het veen. Deze vaarten waren de voorlopers van bijvoorbeeld de huidige Kerkvaartse Haven en Vrouwkensvaartse Haven en liepen helemaal door tot de Romeinse Maas. De woeste veengrond was eigendom van graaf Jan ii van Holland en werd door hem tussen 1293 en 1341 in gedeelten in erfpacht uitgegeven aan verschillende ontginners, c.q. ambachts­heren. Zo ontstaan dus de ambachten Raamsdonk (Ramesdonc), Groot- en Klein-Waspik (Waspyc, 2 ambochten), NederveenCapelle (Nedervene) en Capelle-Zuidewijn (Zidewinde), namen 1 Ruimte is het kenmerk van de Overdiepse Polder, eindeloze vergezichten, een enkele boerderij, weilanden met koeien en als het weer meezit, prachtige Hollandse luchten.

2 Een oude schoolplaat waarop het turfsteken wordt uitgebeeld

die heden nog steeds op de kaart staan. De ontginning had tot gevolg dat er vanaf de Maas naar het zuiden tegen de flauwe helling sloten werden gegraven om het veen te ontwateren, waardoor lange kavels ontstonden. De boeren gebruikten de afgegraven grond voor akkerbouw, maar door het ontwateren en inklinken daalde het maaiveld, waardoor natte weidegrond ontstond. De plaats van de dorpen verschoof van lieverlee met de akkers mee het veen in. Zo kon het gebeuren dat Waspik vroeger 11


de overdiepse polder

In het rapport van de Onderzoekscommissie naar de Aanwassen in de Verdronken Waard (15211523) lezen we onder andere deze getuigenis van een plaatselijk bekende inwoner: “Seijt dat op den houck ende cante vanden watere vande WaspijcseKerck Vaert aen die westzijde leijt noch tkerkhof vande oude kercke van Waspijck, daer hij getuijge wel hondert werven zijn scepen aen gemeert heeft, ende heeft altijt hart land geweest, maer ten is nijet zoe hoech geweest.” (Uit “Nijet dan water ende wolcken”)

12

meer naar het noorden heeft gelegen, de kerk en het kerkhof die daarbij hoorden lagen ten westen van het huidige Scharlo, op de hoogte van de Lambertuskerk van Raamsdonk. De Achterste Dijk en de Oude Straet (deels nog zichtbaar ten noorden van de A59) herinneren thans nog aan de oude dijk van vóór 1421. De boerderijen lagen naast elkaar aan de weg, immers alle ontginningspercelen waren smalle stroken die van noord naar zuid liepen. Zo ontstond de typische lintbebouwing van de Lang­straat. De oude bebouwing is door de latere overstromingen geheel verdwenen. Van deze oudste ontginningsfase zijn bijna geen geschreven bronnen bewaard. Hoewel Waspik pas in 1257 voor het eerst wordt vermeld in een akte van de abdij van Sint Truiden, mogen we toch aannemen dat er in dit gebied al geruime tijd turf werd gewonnen en vervoerd. Omdat de turfwinning begon vanaf de zuidoever van de Romeinse Maas kan men dus ook stellen dat, waar nu de Overdiepse Polder is gesitueerd, al in de 12e eeuw activiteiten geweest moeten zijn!


de geschiedenis

1

3 De Achterste Dijk, die in 1421 het water tegenhield, is nu nog steeds duidelijk aanwezig in het landschap met op de achtergrond de Lambertuskerk.

13


de overdiepse polder

Het ontsta an van de Groote of Zuidhollandsche Wa ard

Het is duidelijk dat in het moerassige gebied dat men zich hier van de twaalfde tot de veertiende eeuw moet voorstellen een onafgebroken strijd tegen het water moest worden gevoerd. Bedijking was dus noodzakelijk en in onderlinge samenwerking werd daar in de 13e eeuw mee begonnen. De noodzaak werd nog versterkt door de snelle bodemdaling die een gevolg was van het massaal ontvenen van het gebied, de bodemdaling bedroeg op sommige plaatsen een meter per eeuw. Onder druk van de graaf van Holland werd rond 1230 de bedijking van een groot gebied gestart: De Groote of Zuid­ hollandsche Waard. Een polder die zich uitstrekte van Strijen in het westen tot Heusden en Vlijmen in het oosten en van de Merwede en Dordrecht in het noorden tot Zevenbergen en de Langstraat in het zuiden. De Oude of Romeinse Maas liep dwars door de Grote Waard en vormde de scheiding tussen de veenzijde aan de zuidkant en de kleizijde aan de noordkant. Het Maaswater zorgde voor veel overlast, daarom werd in 1273 bij Hedikhuizen een aarden dam (damblok) in de Maas opgeworpen. De hoofdloop van de Maas stroomde voortaan richting Woudrichem in plaats van ten zuiden van Heusden. Dit verbeterde de situatie in de Grote Waard, maar legde grote druk op de dijken van de Merwede die nu het water van de Waal en de Maas moesten verwerken. Het overtollige water uit de polder werd dan via een hele reeks keersluizen bij Maasdam geloosd. 14

Omstreeks 1283 is de Grote Waard gereed, 130 km aan rivierdijken omsluiten een gebied van zo’n 540 km². Het is een van de grootste waterstaatkundige werken uit de Nederlandse geschiedenis. Het waterschap De Grote Waard kreeg meer en meer betekenis, de dijkgraaf van de Grote Waard was een man van zeer hoog aanzien in het graafschap Holland. Bestuurlijk was het gebied ingedeeld in ambachten en heerlijkheden, daarnaast telde de Grote Waard niet minder dan 55 verschillende kerken. Het was een groot en welvarend gebied met Dordrecht als belangrijkste stad van het graafschap Holland.

Hoe het fout ging

Het hoofdmiddel van bestaan in de Langstraatse dorpen was de turf- en ook wel de zoutwinning. Er werd enorm veel turf gestoken dat tot brandstof diende voor de steden in Holland en Vlaanderen. De behoefte aan turf was erg groot en in Brabant was dat volop voorhanden. Als vergelijking zou men kunnen zeggen dat dit het aardgas van die tijd was. Helaas gaf het “moerneren” dikwijls een belangrijke aanzet tot verzwakking van de dijken. In die dagen was de veengrond in de meer westelijke gebieden merendeels zouthoudend. Door het verbranden van de bovenlaag leverde dat ruw zout op. Deze zogenaamde “selnering” heeft nog tot in de 17e eeuw bestaan.


de geschiedenis

1

4 Reconstructie van de Grote Waard rond 1300. Waspik ligt hier nog aan de Achterste Dijk, vergeleken met Raamsdonk en Capelle meer naar het noorden. (in de cirkel)

15


de overdiepse polder

Zout en turf vormden belangrijke handelsproducten en uit winstbejag groef men zoveel mogelijk af, vaak zelfs tot aan de voet van de dijk. Op die manier werd de waterkering echter ondermijnd. De bewoners van de Grote Waard klaagden steeds meer over de zware lasten van dijkherstel en onderhoud. Openlijk werd de vrees uitgesproken dat de Grote Waard over niet al te lange tijd “verderfelic ende verganglic� zou worden.

5 De zoutwinning in West Brabant; de turf werd gedroogd en verbrand en uit de as werd het zout gewonnen.

16

Daarnaast werd de Grote Waard verscheurd door de politieke tegenstellingen rond 1400, bekend staand onder de naam Hoekse en Kabeljauwse twisten. Deze vete slokte grote sommen geld op dat eigenlijk bestemd was voor het onderhoud van de dijken. Een derde oorzaak lag in de ontwatering van de Grote Waard, daardoor gingen de slappe kleibodems en vooral de veenbodems in het westen inklinken. Bij Broek, dat lag ten zuiden van het huidige Strijen, was de situatie het meest kritiek, daar lag het zwakke punt. De sluizen waren slecht onderhouden en daar lag het diepste deel van de Grote Waard.


de geschiedenis

Het conflict tussen de Hoeken en Kabeljauwen was een strijd tussen verschillende groeperingen binnen de elite van het graafschap Holland. Adel en steden waren erbij betrokken. De feodale heren in Zuid-Holland sloten zich aaneen tot de Hoeken. De opkomende burgerij daarentegen kreeg meer invloed en koos de partij van de Kabeljauwen, aangevoerd door Jacoba van Beieren. De conflicten waren van economische en politieke aard. Zo mocht vanaf 1377 alle turfuitvoer uit de Grote Waard uitsluitend via Dordrecht plaatsvinden. Dordrecht wilde bovendien het Hoekse Geertruidenberg afstraffen en stak het in brand omdat het de zijde had gekozen van vrouwe Jacoba van Beieren en her-tog Jan IV van Brabant. Op 3 juli 1428 sloten Philips van Bourgondië en Jacoba van Beieren vrede met de “Zoen van Delft”. De Zoen van Delft betekende feitelijk een capitulatie van Jacoba van Beieren.

1

6 De “Oude Straat” tussen Raamsdonk en Waspik is een herinnering aan de tijd vóór de Sint Elisabethsvloed. Het dorp Waspik lag toen aan deze straat. In de volksmond wordt deze straat de “Kaa-straat” of “de Ka” genoemd. Hier liep vroeger de “Ka-lei” langs, nu ligt hier het Zuiderafwateringskanaal. De Kaa-straat is in 1982 van naam veranderd naar de vroegere naam Oudestraat. (uit Themanummer Van Boven naor de Straot van de Heemkundekring)

17


de overdiepse polder

7 Dit is de helft van een altaarstuk gemaakt rond 1470, de schilder is onbekend. Net boven het midden de kat en het wiegje bij het plaatsje Houweningen. Recht daarboven, bovenaan de kaart, met de spitse kerktoren: Waspic. De vorm van de toren was waarschijnlijk een artistieke vrijheid van de maker.

18


de geschiedenis

1

De Sint Elisabethsvloed

In de nacht van 17 op 18 november 1421 sloeg de zee meedogenloos toe, de dijken begaven het bij Broek en Wieldrecht. De zee drong diep het land in, een spoor van vernieling achterlatend. Alle dijken tussen Dordrecht en Geertruidenberg spoelen weg, naar schatting tweeduizend mensen verliezen het leven. Het water komt tot Drunen en Elshout, waar een oude kade promoveerde tot zeewering. De naam Elshoutse Zeedijk getuigt nog van het verleden. Op de Sint Elisabethspanelen, een schilderstuk dat in 1470 werd vervaardigd, is goed te zien hoe duizenden mensen op de

7a Detail met de kat en het wiegje.

vlucht moesten voor het water. Een bekend verhaal is dat van het wiegje met een baby dat bleef drijven omdat een kat het wiegje in evenwicht hield totdat het aanspoelde in Dordrecht. De legende wil dat het kind, genaamd Beatrix, later trouwde met ene Jacob Roerom en de stammoeder werd van een deftige Dordtse familie. Het is niet zo dat de Biesbosch in die ene nacht ontstond. Op deze ramp volgde nog een tweede overstroming een jaar later doordat de rivieren buiten hun oevers traden. Een derde en fatale overstroming in 1424, weer op de naamdag van de heilige Elisabeth, zorgde voor een definitieve verwoesting van bijna de gehele Grote Waard. Het was niet gelukt de zee terug te dringen, een groot en zeer welvarend land was ten prooi gevallen aan de zee. Het is de bekendste watersnood uit de Nederlandse geschiedenis naast die van 1953. In Dordrecht werden in 1609 de volgende regels op een steen van de Spuipoort gegrift:

Tlant ende water dat men hier siet Waren 72 parochien na Chronieks bediet Ge誰nundeert deur twater chrachtich Int jaer 1421 waerachtich 19


de overdiepse polder

20


1

H e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

het nieuwe landschap Niets dan water en wolken

23

Van wie is het land en het water?

25

A anslibbing en inpoldering

28

De Overdiepsche Hooipolder

Veerponten over het Oude Ma asje, een netelige k westie

34

Nog meer problemen

37

Ma ar k wam alles nu weer goed?

38

Het veerhuis en enkele bewoners

39

30

Hooikermis30 Hooiwegers in 1821

32

21


de overdiepse polder

22


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

Niets dan water en wolken

Langzamerhand raakte het overstroomde gebied meer en meer onbewoonbaar. Boven Geertruidenberg was een binnenzee ontstaan waarover men per boot naar het eiland Dordrecht kon varen en die bijna tot Heusden reikte. Voortaan perste de zee zich tweemaal daags door het Hollands Diep naar binnen en stroomde ook tweemaal daags naar buiten. Door die voortdurende getijdenstroom slibde de binnenzee langzaam maar zeker dicht. De waterstaatkundige toestand onderging grote veranderingen. Het “Bergsche Veld” was een open zee en de Donge tussen Geertruidenberg en Raamsdonk was een breed zeegat geworden. De Merwede begon te veranderen; het oppervlaktewater van Maas en Waal werd steeds minder goed afgevoerd. Er vormde zich een warnet van killen die het water van Maas en Waal moesten afvoeren. De Biesbosch ontstond. In de Langstraat waren grote delen van Raamsdonk, Waspik en Capelle verzwolgen. De kerken van Waspik en Capelle waren weggespoeld evenals de kade tussen Waspik en de Elshoutse Zeedijk. Daar werd ongeveer een kilometer zuidelijker een nieuwe dijk aangelegd, nu bekend onder de namen ’t Vaartje, Waspikse Dijk en Winterdijk. De aanleg van deze dijk met straatweg werd op 17 oktober 1422 bevolen door de stedelijke regering van Dordrecht. Deze dijk werd 3 roeden breed met aan weerszijden een sloot van 3 voeten breed. Een dijk die

tevens als zeewerende dijk dienst moest doen. Alle inwoners van de Ambachten waar doorheen de weg of dijk zou komen moesten medewerking verlenen. Tevens werd de werkwijze van aanleg en onderhoud vastgelegd. De nieuwe dijk, die later de naam Winterdijk kreeg, werd drie roeden breed met aan weerszijden een greppel of sloot en werd meer naar het zuiden aangelegd. De benodigde grond, waarop de dijk aangelegd werd, moest gratis afgestaan worden. Aan de oude dijk herinneren nog de namen de Achterste Dijk onder Raamsdonk en Groot Waspik en de Oude Straat onder Klein Waspik en Capelle. De oude Langstraatweg was klaar in 1442.

In het onderzoeksrapport dat in 1521, dus een eeuw later, werd opgesteld, wordt van de schout de volgende verklaring opgetekend: “Seijt dat hij altijt gehoert heeft, alsoe hij lange schout daer geweest es, dat de ambochtsheerlichkeit van sGrevelduijn of Capellen desgelijcx Waspijck gaet honderd roedennoortwaerts vanden tegenwoirdigen dijck of Heer Straet daer de …

8 De Biesbosch, land uit water.

23


de overdiepse polder

9

24


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

Van wie is het land en het water?

… huijsen nu op staen, genoempt de Lange Straet, ende van daen tweehondert roeden neder noortwaerts lach de Oude Straet, ende liep soe oistwairts after Besoijen up, maer in Thoenges Vaert siet men noch alsdaer de Oude Straet duer gegraven” (Uit “Nijet dan water ende wolcken”)

In het Oosten werd een dijk aangelegd vanaf Andel tot aan Drunen. Deze dijk kreeg de volgende namen: Zoutendijk, Genderse Dijk en de Doeverense en Elshoutse Zeedijk. Deze laatste dijk is, getuige de vele wielen, vele malen doorbroken. De 16e en 17e eeuw stonden ook wel bekend als de “kleine ijstijd”, een relatief koude periode waarin door kruiende ijsschotsen regelmatig ijsdammen in de rivier en tegen de oevers ontstonden. Tal van dijkdoorbraken vonden daarin hun oorsprong. 9 Detail van de kaart van de Verdronken Grote Waard van Pieter Sluyter uit 1562. Op dit detail van de kaart is goed te zien hoe groot de invloed van de zee was op het gebied. De doorsneden turfvaarten, zoals de Vrouwkensvaart en de Capelsche Vaart waren door de getijdenwerking verkreekt, ze bogen af naar het westen.

Aan de noordkant zijn de aanwassen al zichtbaar en daarmee ontstond ook de vraag; van wie is het land? De natuurlijke grens tussen Waspik en Dussen was met het verdwijnen van de middeleeuwse Oude Maas niet langer zichtbaar in het Scheepsdiep dat met de Sint Elisabethsvloed was ontstaan. De bewoners van Dussen wilden de aanwassen graag aan hun land toevoegen, maar de mensen in de Lang­ straat wilden hun rechten op het oude gebied niet opgeven. Echter het nieuwe land lag aan de overkant van het water en dat was ongeveer twee kilometer roeien! De oplossing werd gevonden door het graven van de Scheisloot, die de bedding van de Oude of Romeinse Maas volgde. Zo was weer duidelijk wat Waspiks en Dussens grondgebied was. Daarmee was nog niet alles opgelost want wie was de eigenaar van het nieuwe land? En op het water: wie heeft de visrechten? Om dat eens en voor altijd duidelijk te maken benoemde keizer Karel V in 1521 een onderzoekscommissie die duidelijkheid moest scheppen over de eigendoms- en gebruiksrechten op de aanwassen, alsmede over de visrechten in de Verdronken Waard. Daartoe zou de commissie de situatie ter plaatse inspecteren en betrokkenen ondervragen. Eind mei was het onderzoek gereed, alle verslagen werden vastgelegd in een omvangrijk rapport genaamd “Informatie roerende den Verdroncken Waert in Zuithollant anno 1521”. 25


de overdiepse polder

“herstelde” verkaveling

verdronken “oudland” nu rijpe opslibbing winterdijk

“oudland” met middeleeuwse verkavelingsstructuur

26

10 De vanuit het zuiden herstelde verkaveling volgens het “terugklap”principe.

11 De percelen werden doorgetrokken naar het noorden.

Eén van de oplossingen die gekozen werden om de eigendomsrechten te herstellen was het “terugklappen” of terugmeten van de vroegere bezitsverhoudingen vanaf het nauwelijks of niet over-stroomde oudland dat als verkaveld voorland vóór de Winterdijk lag, de zogenaamde Langstraatse Buitenpolders. Daarmee werden de typerende lange smalle percelen, gekopieerd uit de “turf”-tijd, volledig doorgetrokken tot aan de Scheisloot. De percelen waren noord-zuid gesitueerd en strekten zich uit van de Oude Straatbeek tot de Scheisloot. De langste percelen waren ruim 3800 meter lang en waren recht-toe recht-aan

geprojecteerd onafhankelijk van de Oude Maas, Dussensche Gantel of waterlopen. Omdat de gemeentegrens van Waspik enigszins trechtervormig was en de percelen vanaf de Oude Straatbeek hieraan ongeveer evenwijdig liepen, waren de percelen aan de noordkant breder. Zo geerden de percelen in het Overdiep wel 2 meter per 100 m lengte. De eigendomssituatie van de meeste percelen vertoonde hetzelfde patroon van deze opstrekkende verkaveling, zoals uit de kadastrale gegevens vanaf 1813 blijkt. Er is zelfs een eigendomskaart uit 1680, waar deze situatie zich zo voordoet en exact overeenkomt met het eigendom in 1813.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

12 Op deze kaart uit 1832 is het zeer lange perceel uit de kaart van 1680 geprojecteerd. De afbeelding is 90° gedraaid, rechts ligt ’t Vaartje en links de Scheisloot in Dussen. De lengte van dit perceel bedraagt 3750 meter!

27


de overdiepse polder

A anslibbing en inpoldering

Aan grote indijking ter bescherming van het gebied tegen voortdurende overstromingen kwam men niet toe omdat daartoe de middelen ontbraken wegens onophoudelijke schade die de Langstraatse dorpen ten gevolge van de vele oorlogen leden. Met name gedurende de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd het land regelmatig bewust onder water gezet om de vijand tegen te houden. Ook bleven grote overstromingen het gebied teisteren. In zijn boek “Overleven buiten de Hollandse Tuin” schrijft Han Verschure hierover:

13 Detail van de kaart met de dijk om de wiel, die bocht heet nu de Middenstraat. De dijk, ’t Vaartje, loopt weer gewoon rechtdoor.

28

Op 1 november 1570 teisterde de Allerheiligenvloed de Nederlandse gewesten genadeloos. Een groot deel van Groningen, Friesland, NoordHolland en Zeeuws-Vlaanderen overstroomde, even­als bijna alle ZuidHollandse en Zeeuwse eilanden. Ook in de westelijke Lang­straat voltrok zich een drama, waarover helaas maar weinig gegevens bewaard gebleven zijn. Eén van de restanten van die stormvloed ligt echter nog steeds aan de dijk in Waspik. Aan ’t Vaartje staat aan de noordkant van de dijk “het Middenhuis”. Op die plek was ‘aen de heerstraet op alderheiligendagh anno 1570’ een gat in de winterdijk geslagen. Met vereende krachten waren de dorpen in actie gekomen en hadden, naar gewoonte, de dijk weer hersteld en de ontstane wiel, via een dijk in een halve cirkel er omheen, binnendijks gelegd. Achter die nieuwe dijk, een zogenaamde vingerling, werd later het Middenhuis gebouwd.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

Langzamerhand werden de zogenaamde Lang­straatse Buitenpolders aan het water ontworsteld. Water en land werden op den duur door kaden gescheiden. Via lagere versterkte zones in die kaden, de zogenaamde plasbermen, kon het Oude Maasje ’s winters makkelijk naar binnen en in het voorjaar weer vlot naar buiten stromen. Het waterschap van de polders “Over de Gantel” en “Over ’t Diep” stak jaarlijks plasbermen of “zoogenaamde tijdelijke openingen” in de zomerkade om de polder te bevloeien met het water uit het oude Maasje “tot rijke bemesting van het hooiland en tot verdelging van het ongedierte als muizen, mollen enz. van het zaailand”. Volgens het waterschap werd het land in de herfst geleidelijk onder water gezet en verdween dat in het voorjaar via dezelfde openingen naar de rivier. Juiste jaartallen zijn niet bekend maar de kades rond het gebied zullen tussen 1702 en 1706 aangelegd zijn.

2

Brief naar aanleiding van het steken van plasbermen. Capelle 16 januari 1899. Aan Mej. Adriana Bink te Waspik. Ons is gebleken dat in de kade van het ter uwe name staande perceel kadestraal bekent Gemeente Waspik, sectie C nummer 191 op twee plaatsen plasbermen zijn gemaakt.’t Geen verboden is bij artikel 5 van het reglement van politie. Wij nodigen u hiermede uit bedoelde plasbermen binnen de tijd van 14 dagen na heden behoorlijk te doen dicht maken. Namens het bestuur van het Waterschap Oostelijke en Westelijke Buiten dellen.

De huidige Overdiepse Polder bestaat dus ruim 300 jaar! Getekend W. Hagoort voorzitter.

29


de overdiepse polder

moesten er liefst 28 voeders hooi naar Boxtel. Na enig overleg werd de verdeling: zes wagens uit Capelle en Raamsdonk, vijf uit Besoijen, uit Sprang en Waspik vier wagens en tenslotte uit ‹s Gravenmoer drie vrachten.

14 Een hooiwagen

De Overdiepsche Hooipolder

Het nieuwe land was net als de Langstraatse Buitenpolders uitermate geschikt voor de hooibouw en doordat de turfhandel snel aan betekenis had verloren werd de hooibouw een groeiende bron van inkomsten. Tijdens de tachtigjarige oorlog was er veel hooi nodig, dat in eerste instantie werd gevorderd door de omliggende steden, maar ook verder weg was de goede naam van het Langstraatse hooi doorgedrongen. In “Overleven buiten de Hollandse Tuin” van Han Verschure lezen we daarover:

De vraag naar hooi nam alleen maar toe, zelfs met export naar Antwerpen en West-Vlaanderen werd flink geld verdiend. Al met al was het ’s zomers een komen en gaan van hooiwagens, waarbij het passeren soms problemen opleverde: “daer die hoywagens in de somer dicht achter den andere rijden”. De hooibouw bleef een van de belangrijkste pijlers onder de Waspikse economie. Niet alleen voor de inwoners zelf, uit een onderzoek in 1811 bleek dat in de hooitijd tussen 25 juni en 15 juli wel 300 mensen uit Tilburg, Boxtel, Hilvarenbeek en Oisterwijk in Waspik werkten. Tijdens het winnen van het toemaathooi tussen 20 augustus en 5 september waren dat er altijd nog 50. De twee havens die Waspik rijk was, waren voor de afzet van buiten­gewoon belang. Het vele hooi kon in het dorp zelf worden inge­scheept en rechtstreeks naar Holland en vaak ook andere streken vervoerd worden.

Hooikermis

Toen er in 1583 in Boxtel tien compagnieën paarden gestationeerd waren, moest er voor voedsel worden gezorgd en de dor­pen werden daarbij niet vergeten. Naast twaalf tonnen bier en zevenhonderd pond brood 30

Voor de handel in hooi was er in Waspik een soort lokale feestdag. Die werd op 29 juni gevierd, het feest van Petrus en Paulus. Die dag begon met een officieel gedeelte voor de middag.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

Het was niet altijd mooi weer tijdens de kermis getuige dit artikel uit De Echo van het Zuiden: Waspik 4 juli 1909. Met Petrus en Paulus viert men hier kermis aan de Maas. Velen wandelen dan tot de z.g. keet, drinken bier en koopen kersen. Dit jaar echter hielden stortregens op stortregens de kermisgangers tegen en slechts enkele waagden zich voorbij Scharloo. De herbergiers op ’t Dijkske en Scharloo, die bij mooi weer op dezer dag druk bezoek krijgen bezorgden het slechte weer een lelijke tegenvaller.

Het polderbestuur besprak dan met de ingelanden (boeren en landeigenaars) al­lerlei zaken die voor de polder van belang waren, zoals bijvoorbeeld het schouw maken (waarbij gecontroleerd werd of boeren de sloten goed schoon hielden). Bij die bijeenkomst waren ook hooihandelaren aanwezig, want ook de hooiprijs voor het lopende seizoen werd vastgesteld. Dat was in feite de aanleiding voor het feest, dat heel toepasselijk hooikermis werd genoemd.

15 Het oude veer over het Oude Maasje met het veerhuis (de “Waspikse keet”) aan de Overdiepse kant.

Gedurende de voormiddag trokken hele gezinnen naar “de Keet” waar zich die dag van alles afspeelde. “De Keet” was het Waspikse veerhuis, het enige huis in de Overdiepse polder. De notabelen, zoals de burgemeester, pastoor, notaris, wethouders en ook de hooikopers kwamen natuurlijk met de tilbury of een karos, maar het gewone volk kwam te voet. De meesten lieten zich met de pont overzetten, maar veel mensen gingen met roeiboten en bootjes naar de over­kant. Als “het maken van de hooi prijs” zo 31


de overdiepse polder

rond de middag achter de rug was, werd er geurige koffie aangedragen, er kwam wittebrood op tafel en dan was de tijd voor het palingmaal aangebroken. Daarna ging het bier en de brandewijn vlot over de toog. Op de Maas werd geroeid en gezeild, en zowel binnen als buiten “de Keet” werd gedanst op de tonen van een trekharmonica (Uit “Meer dan muziek alleen” van Han Verschure). Later verplaatste de hooikermis zich naar Hermenzijl waar ook een pontje naar het Overdiep was.

Hooiwegers in 1821

Wie hooiweger wilde worden moest tegen over de schout en de gecommitteerden eerst een eed afleggen. In 1821 stond in dit reglement het volgende. Hij die beëdigd werd moest de volgende eed afleggen: Ik beloof en zweer dat ik mij in het wegen van hooij met alle oprechtheid zal gedragen zonder dat er eene zijde den afleveraar aan de andere zijde den ontvanger of koopman, in het minste te benadeelen en dat ik stiptelijk zal nakomen het tegenwoordig reglement op het hooijwegen gearresteerd (= vastgesteld), en voorts in alles zal doen en handelen zoals een braaf en eerlijk hooijweger betaamd te doen “Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig”. Het was ieder vrij gebruikt te maken van een beëdigde hooiweger. Maar waren er verschillen tussen koper en verkoper dan kon hij geen beroep doen op de hooiweger en moest dan zelf met bewijzen komen dat er niet goed gewogen was. 32

Het verwerken en transporteren van het hooi veranderde in de loop der tijd getuige dit artikel in de Echo van het Zuiden: Waspik 18 juli 1888 Wie over 25 jaar en meer jaren, einde juli, aan het Oude Maasje alhier kwam, kon aan zijne oevers een lange reeks van hooibergen zien staan. Al dat hooi was dan reeds verkocht en wachtte slechts op scheepsgelegenheid om verzonden te worden. Dat ziet men nu zoo niet meer. Het meeste hooi wordt thans naar de schuur gebracht en later verkocht om geperst, naar heinde en verre vervoerd te worden. Eene gewoonte is echter blijven bestaan, deze nl.: dat de oude firma Johannes Vermeulen telken jaren omtrent deze tijd, de markt laat maken van het nieuwe gewas. Dat heeft heden volgens oude gewoonte weer plaats gehad. Het nieuwe hooi wordt geladen tegen ƒ 16,- à ƒ 16,50 de 500 kg.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

16 Waspikse hooiwagens wachten op de pont

33


de overdiepse polder

Na het wegen gaf de hooiweger een schriftelijke verklaring af waarop stond hoeveel en voor wie er gewogen was. Tevens moest hij invullen in welk schip er geladen werd. Hij moest zorgen dat de schalen en balans juist gelijk waren en bij ieder schoft (rustpauze) moest hij dit nazien. Er werd gewogen met ponden. De weging moest geschieden met behoorlijk geijkt gewicht met vier pond overwicht op iedere honderd ponden. De wegers zullen zich behalve eerlijk ook zeer geschikt moeten gedragen en vooral zorgen om door het gebruik van te veel sterke drank niet onbekwaam te worden gevonden. Het wegen kostte 5 cent per iedere 1000 ponden waarvan de afleveraar en de koopman ieder de helft betaalde. De 40 ponden overwicht op de 1000 ponden die waren niet verrekenbaar. Bij overtreding van het reglement kon de boete oplopen tot 12 gulden.

34

Veerponten over het Oude Ma asje, een netelige kwestie

Rond de zeventiende eeuw waren de verbindingen in en rond Waspik nog verre van ideaal. De handel richtte zich in hoofdzaak op Dordrecht en Rotterdam en Waspik was een belangrijke schakel in het handelsverkeer naar de Hollandse stapelplaatsen. De verbinding met het overgrote deel van het gewest Holland liep over het water en veel van het vervoer geschiedde per schip vanuit de Waspikse havens. Een goede verbinding van en naar deze havens was dus onmisbaar. Daarin vormden de veerponten een belangrijke schakel. Op het grondgebied van Waspik lagen twee veerponten. Een ten westen van de Kerkvaart en de andere bij Hermenzijl. Deze lag weliswaar net op Raamsdonks grondgebied maar zette ook het publiek over naar de Overdiepse polder. Dit pontveer viel onder de jurisdictie van Waspik. Beide veren hadden toestemming alleen bestemmingsverkeer van en naar de Overdiepse Polder te vervoeren. De belangrijkste verbinding tussen Breda en Gorinchem liep over het Capelse veer (daar waar een brug over het Oude Maasje ligt). De veerman van dit veer moest een deel van het veergeld afdragen als belasting. In 1796 kwam er een klacht van die veerman want wat was het geval. Veel van het verkeer nam niet het Capelse veer, maar één van de Waspikse veren. De veerman van Capelle zag zijn inkomsten drastisch verminderen en betitelde de Waspikse veren als “smokkelveren”. De Waspikse


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

17 De pont bij Hermenzijl met het veerhuis in 1956, vier jaar later werd het veer definitief uit de vaart genomen.

2

veren inden wel het passagegeld maar er werd niets aan de staat afgedragen. Het dorpsbestuur boog zich over de kwestie maar ontkende dat er doorgaand verkeer werd overgezet, hoogstens een enkel rijtuig dat de weg niet goed wist of die veel haast had. Alleen het Capelse veer had toestemming verkregen het doorgaand verkeer over te zetten. Het probleem was echter dat de Capelse veerman niet in staat was de pachtpenningen te betalen, waarop hij simpelweg voorstelde het veer maar uit de vaart te nemen. De bestuurders van Waspik vonden het niet eerlijk dat alleen het veer van Capelle toestemming had verkregen het doorgaand verkeer over te zetten, maar de vergunning intrekken werd niet direct overwogen. Het dorpsbestuur riep de veerlui op het matje. Zij, Willem Verschuuren van het veer aan de Kerkvaartse haven en Andries Leyten van het veer bij Hermenzijl, beloofden zich te gedragen maar met name Andries Leyten nam het niet zo nauw met zijn belofte. Steeds meer verkeer ging via Hermenzijl. Zelfs de postwagen die ook de post van en naar Frankrijk vervoerde had zijn route verlegd. Dat liep zo zeer in het oog dat schout en schepenen een hek op de weg lieten plaatsen. Alleen verkeer bestemming Overdiepse Polder mocht doorgelaten worden. Een jaar later, 1797, vroeg Andries Leyten een vergunning aan “voor het houden van een pont en schuiteveer over het Oude Maasje voor dezelfde condities als het veer bij ’s Grevelduin Cappel”. Deze vergunning werd hem verleend, alleen onder voorwaarde dat hij gedurende de looptijd van de vergunning aan de Capelse 35


de overdiepse polder

veerman, Dirk van Campen, een behoorlijke vergoeding betaalde voor de schade die Van Campen leed. Bij inspectie of Leyten alles naar behoren regelde werden de inspecteurs allesbehalve vriendelijk ontvangen. Leyten duldde geen bemoeienis en schopte de inspecteurs van zijn pont. En dat had hij beter niet kunnen doen. Het veer werd opgeheven, de pont weggesleept en in de Kerkvaartse haven aan de ketting gelegd. Leyten werd ook medegedeeld dat hij het niet moest wagen met een ander pont te gaan varen. Capelle dacht dat hiermee het probleem opgelost was. Veel verkeer nam echter een andere route. Niet over Capelle, maar via het veer van Willem Verschuuren bij de Kerkvaart. Van daaruit ging men door de polder naar het kleine pontje van A. van Lensveld over de Scheysloot naar Dussen (ongeveer op de plaats waar nu het veer over de Bergsche Maas is). Ook dat was een doorn in het oog van Capelle en zij vonden dat de veren van Verschuuren en Lensveld maar opgeheven moesten worden. Dit ging het dorpsbestuur van Waspik te ver en bovendien, konden niet zij beslissen over het veer over de Scheysloot, dat moest het dorpsbestuur van Dussen doen. Het dorpsbestuur van Waspik was van mening dat het niet zo’n vaart liep aangezien de weg tussen het veer van de Kerkvaart en de Scheysloot zeer slecht was. Zij verzekerden het Provinciaal Bestuur dat bij het veer van Willem Verschuuren geen rijtuigen werden overgezet dan van “Waspikse ingesetenen en wel om in de Overdiepsche polder tot het vervoer van hooy of dergelijke te dienen”. 36

Om een idee te geven welke tarieven er voor het overzetten betaald werden: Voor een paart

10 cent

Voor een paart onder de twee jaar

5 cent

Voor een koe, hokkeling of os

5 cent

Een kalf van een jaar en daar beneden Een schaap of varken

2,5 cent 1 cent

Een koets of chaise

10 cent

Een faiton, boeren of andere wagen

10 cent

Een chaise met twee paarden bespannen en geladen met pakjes

25 cent

Voor ieder persoon

2,5 cent

Personen op de wagen zijn vrij. Ook soldaten waren vrij van betalen, mits ze waren voorzien van een patente of commando reizen.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

Toch was de vrede hiermee nog niet getekend. Nog enkele malen werd geprobeerd het veer bij Hermenzijl te dwarsbomen. Met name in 1822 leek de strijd weer te beginnen. Toen werd duidelijk dat de vergunning voor Hermenzijl fnuikend was voor het Capelse veer. Naast bestemmingsverkeer was er door het Capelse veer slechts één rijtuig overgezet. Er werd gerapporteerd dat voor alle rijtuigen en paarden die bij Hermenzijl overgezet werden niets aan belasting werd overgedragen. En dan, het andere veer onder Waspik was vergroot om grotere voertuigen te kunnen overzetten. Reden genoeg voor het dorpsbestuur van ’s Grevelduin-Capelle om de klacht te ondersteunen en te verzoeken beide Waspikse veren uit de vaart te nemen. 18 Waspikse hooiwagen

Nog meer problemen

Doordat het veer bij Hermenzijl uit de vaart was genomen kreeg het veer aan de Kerkvaart het zo druk dat deze het werk niet aan kon. Het dorpsbestuur besloot daarom een brief aan het Provinciaal Bestuur te zenden met daarin, heel vriendelijk en deemoedig, het verzoek om pont Hermenzijl weer in de vaart te mogen nemen omdat “nu brave burgers moeten boeten voor het slechte gedrag van de veerman”. Na enkele maanden werd het veer van Hermenzijl weer in de vaart genomen. Andries Leyten moest voortaan de helft van het passagegeld aan de veerman van Capelle afstaan.

De argumenten van ’s Grevelduin-Capelle werden door het dorpsbestuur van Waspik van de hand gewezen en ook de vergroting van het pont van Willem Verschuuren was geen overtreding. De pont was gewoon te klein om wagens met hooi over te zetten. Ook Willem meende in zijn recht te staan. Hij had destijds het pont van zijn schoonvader geërfd en sinds onheuglijke tijden met een platte pont of aak wagens en paarden overgezet. Tot in 1793 de Fransen naderden en het Hollandse leger zijn pontje vernielde en in stukken had gehakt. Daarna had hij zelf een pontje aangeschaft om Waspikse ingezetenen gelegenheid te bieden hun werk in de polder te doen. Omdat de overtocht met deze kleine pont te gevaarlijk werd had hij op verzoek van de passagiers de pont vergroot. 37


de overdiepse polder

Ma ar k wam alles nu weer goed?

38

Voor beide veren pakte het goed uit want zowel Veschuuren als Leyten mochten blijven varen. Wel kregen de beide dorpsbesturen de opdracht om samen tot een oplossing te komen omtrent de vergoeding die aan de veerman van Capelle betaald moest worden. Voor Leyten bracht deze uitspraak echter geen rust. Jaren van strijd en geharrewar volgden. Niet alleen om het overzetten van passagiers en wagens, maar ook over de grond waarop de “keet” het veerhuis te Hermenzijl was gebouwd. Moegestreden stierf Andries Leyten op Eerste Kerstdag 1809.

Het omstreden pont van Hermenzijl bleef de gemoederen bezig houden. Toen Napoleon ons land in 1810 tot provincie van Frankrijk had gemaakt werden, volgens een wet van maart 1810, veren in openbare, doorgaande wegen toegewezen aan de staat. Volgens die wet kwam het veer van Hermenzijl voor onteigening in aanmerking. De waarde van het veer met alles erop en eraan werd vastgesteld en officieel “in naam van zijne Majesteit de keizer en koning” in beslag genomen. De veerman mocht wel blijven varen, mits de poldermeesters de rechten van overvaart kochten. De polder was nu eigenaar van het veer.

Maar ook het dorpsbestuur van ’s Grevelduin-Capelle beruste niet. In 1809 werden de dorpen in de Langstaat weer eens getroffen door wateroverlast en deze keer wel zeer hevig. Sterke wind en springvloed veroorzaakten grote voerstromingen. Koning Lodewijk Napoleon besloot daarom het rampgebied te bezoeken. Ook Waspik en ’s Grevelduin-Capelle zouden worden bezocht. Voor Waspik zat een uitgebreide stop er echter niet in, wel voor ’s Grevelduin-Capelle. Het dorpsbestuur van die gemeente maakte van de gelegenheid gebruik om de koning een belangrijk verzoek te doen, namelijk of zijne majesteit het veer van Hermenzijl, dat onder de jurisdictie van Waspik viel, kon laten verplaatsen naar ’s Grevelduin-Capelle. Het kostte Waspik maanden lang om het veer voor Waspik te behouden. De actie van ’s Grevelduin-Capelle werd niet erg gewaardeerd!

In de officiële stukken werd niet gesproken over het veer bij de Kerkvaartse haven. Ondanks dat dit veer niet aan een openbare doorgaande route lag werd het toch in beslag genomen. Voor veerman Thomas Lips, de opvolger van Willem Verschuuren, was het onmogelijk dit ongedaan te maken. Maar, in januari 1813 kwam het gemeentebestuur hem te hulp. Er werd een protestbrief aan de prefect gestuurd om de onteigening ongedaan te maken. Het belangrijkste feit was dat dit veer alleen het lokaal belang diende. Doorgaand verkeer kwam er niet. Alle moeite was niet voor niets geweest. Thomas Lips kreeg zijn pont terug. Het veer van Hermenzijl lag wel degelijk aan een doorgaande route en bleef daarom nog enige tijd in handen van de staat. Pas toen de Fransen definitief vertrokken waren kwam het terug bij de oorspronkelijke eigenaar.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

Het veerhuis en enkele bewoners

19 Maart 1932, aankondiging van de verpachting van het Hermenzijlse Veer.

In de lange historie van het veer aan de Kerkvaartse haven passeerden ook enkele namen van veerlui de revue. Deze veerlui woonden in het enige huis in de Overdiepse polder, het veerhuis of zoals ze het in Waspik noemden “de Waspikse keet”. Een boerderijtje met later een cafeetje er bij. In 1796 werd Willem Verschuuren veerman en kwam in het veerhuis te wonen. Daarna, rond 1810, werd hij opgevolgd door Thomas Lips die eveneens het veerhuis betrok. Deze had een dochter, Adriana Cornelia Tomasse Lips die in 1832 trouwde met Thomas Melse Langerwerf. Na hun huwelijk betrokken zij het veerhuis en werd Thomas veerman. In 1895 werd het veerhuis gekocht door J. de Graaf. Deze had aan de kant van de Overdiepse polder, naast het veerhuis een scheepswerf en reparatiehelling. (Er liggen thans nog enkele van die oude hellingplanken, waarlangs schepen opgetrokken werden, in de grond bij de huidige jachthaven.) Janbaas de Graaf, zoals hij werd genoemd, exploiteerde naast het veer ook een café in het veerhuis. Het veer werd overigens bediend door Kees van Dijk die aan de Waspikse kant van het water woonde. Hij werkte op afroep en trok een bootje langs een kabel naar de overkant. Het was traditie dat het veergeld en het gelag in het café van Janbaas de Graaf één keer per jaar betaald werden. Veerman Han Rekkers begon in 1956 met het bedienen van het veer bij het Oude Maasje. De rechten hiervoor pachtte hij van het Waterschap Dongestroom. Nol de Bont en Janus Pruijssers, voorgangers van Han Rekkers, hadden de veerrechten gekocht 39


de overdiepse polder

van de gebroeders De Graaf. Inmiddels was er een pont van 13 meter lang met twee kleppen van elk 3.60 meter lang. Als de mensen bij Han Rekkers over wilden varen en hij aan de andere kant was, dan riepen zij “Han-Over�. In de oorlog werd het oude veerhuis, de boerderij, tot de grond toe verwoest door het oorlogsgeweld. Na de bevrijding werd er een noodwoning gebouwd in 1955/56, toen Han de pacht van het veer overnam liet hij een nieuw huis bouwen. In 1961 is er een nieuwe pont over het Oude Maasje gekomen met een lengte van 18 meter en twee kleppen van elk 5 meter en een totaal laadvermogen van 35.000 kg. In 1978 toen de vaste oeververbinding naar de Overdiepse polder, de Abraham Kampbrug, gereed was kwam er ook een eind aan het veer aan de Kerkvaartsehaven. Rond 1985 werd de pacht door het Waterschap aan Han Rekkers verkocht. De plek waar eens een veerpont heen en weer voer veranderde langzamerhand in een watersportcentrum. John, de zoon van Han Rekkers, exploiteert op die plek een jachthaven annex jachtbouw, reparatie en onderhoud van schepen. Het veerhuis staat nog op dezelfde plek al is het wel verbouwd en aangepast aan de huidige tijd. Ook het veer bij Hermenzijl vaart niet meer. Wel is er gedurende de zomermaanden een pontje dat fietsers vanuit de Overdiepse polder overzet naar Hermenzijl. Zo is er een einde gekomen aan een lange en turbulente geschiedenis rond de veren over het Oude Maasje. 20 Luchtfoto uit 1974 met de Waspikse veerpont en de plezierjachten.

40


2

h e t n i e u w e l a n d s c ha p

3

bestuurlijke ontwikkelingen Terug na ar het waterschap De Grote Wa ard

Verbetering watersta atkundige 43

Gevolgen van de ramp voor De

toestand48 Ra amsdonk, Waspik en Capelle

50

K adastrale percelen en belasting

51

Langstra at44 De bedijking in de 16e eeuw

45 Van Romeinse Ma as na ar

Wat is belangrijker, landbouw of scheepva art

Oude Ma asje

54

47

41


de overdiepse polder

42


bestuurlijke ontwikkelingen

3

Terug na ar het waterschap De Grote Wa ard

Wanneer er iets mis gaat geeft dat aanleiding tot heroriëntering en reorganisatie. In het begin van de 13e eeuw was de Grote of Zuid-Hollandse Waard ontstaan als een landsheerlijk waterschap. Dat wil zeggen dat in deze waard op last van de Graaf van Holland, als bovenlokaal gezag, de dijken en waterlopen periodiek geschouwd werden en dat er door hem of zijn vertegenwoordiger, de lokale heemraden, boetes opgelegd konden worden wanneer men het onderhoud verwaarloosde. De dijkgraaf van de Grote Waard was een man van hoog aan­ zien in het graafschap, meestal waren het “edelen van de tweede rang” zoals de Van der Merwedes, zij waren een soort ambtenaren namens de graaf. Hoeveel mensen er voor het waterschap werkten is niet bekend, maar er was in elk geval een secretaris of klerk in dienst, een technisch hoofdambtenaar (“des lands meester”), de sluismeester te Maasdam en de landmeter. De bevoegdheden van het waterschap namen in de loop der tijd toe. De ambachtsheren moesten zich onderwerpen aan het gezag van de bestuurders van de Grote Waard. In het laatste kwart van de 14e eeuw raakten de Van der Merwedes betrokken bij bezitsruzies, gevangennemingen, losgelden en partijonlusten. Desondanks werd Daniël (vii) van der

22 Grenzen van de Grote Waard omstreeks 1400, aan de Veenzijde loopt de dijk langs Waspik helemaal naar Vlijmen. In Waspik herkenbaar als de Stadhoudersdijk, Schotse Hooglanderstraat, Engelseweg en Hoge Zandschel. In Sprang-Capelle als de Zuidhollandsedijk en in Waalwijk als de Meerdijk.

21 Het huidige Oude Maasje gezien vanaf de Capelse brug. Door de andere naam voor dit water: “het Scheepsdiep” kreeg de polder de naam Overdiepse Polder.

43


de overdiepse polder

waterbeheersing. De vrees dat dit tot een ramp zou leiden werd bewaarheid op 18 november 1421. De Sint Elisabethsvloed verwoestte de Grote Waard.

Gevolgen van de ramp voor De Langstra at

23 RuĂŻne van het Huis te Merwede, verwoest gedurende de Hoekse en Kabeljauwse twisten en overspoeld tijdens de St.Elisabethsvloed.

Merwede schout en slotvoogd op het (nog niet teruggevonden) kasteel te Geertruidenberg (1392-1398) en dijkgraaf van de Grote Waard (1393/1394). Holland was toen een gebied vol strijdgewoel. De bekendste burgeroorlog ging tussen de Hoeken en de Kabeljauwen, gevolgd door een lange periode van politieke chaos. De bestuurders van de Grote Waard zullen ongetwijfeld wel eens verontrust zijn geweest om de onderlinge verdeeldheid in het achterland, waar eenheid om waterstaatkundige redenen juist zo van belang was. Bovendien veroorzaakte de al eerder genoemde schadelijke turf- en zoutwinning een lastige belangenverstrengeling. Deze activiteiten waren zeer lucratief, maar tegelijkertijd gevaarlijk voor de toestand van de dijken en de 44

De catastrofe van de Sint Elisabethsvloed had grote gevolgen voor het waterschap De Grote Waard. De ramp gaf geen aanleiding de strijdbijl te begraven, er werden wel pogingen gedaan om het getij te keren, maar er heerste argwaan en er bestond een gebrekkige bereidheid hulp te verschaffen. De tweede vloed in 1424 werd het gebied noodlottig, het lukte niet de zee weer terug te dringen. Die had een diepe bres geslagen in de Grote Waard, een zeer groot en welvarend stuk land was aan de zee ten prooi gevallen. EĂŠn van de gevolgen was ook dat de Grote Waard uiteen viel in een aantal kleinere waterschappen waarvan de grenzen in de regel overeen kwamen met die van de lokale machthebbers. Weliswaar hanteerden deze ook strenge regels en voorschriften maar grootschalige samenwerking ontbrak. De zeggenschap over de op- en aanwassen was allesbehalve duidelijk geregeld waardoor bedijkingsplannen tot lange en omstandige discussies leidden en hier en daar ook tot enig wapengekletter.


3

bestuurlijke ontwikkelingen

t. westen v. Vrijhoevense V.

t. westen v. Nieuwendijk...

Gecombineerde aanwassen

Ove rdieps e polders Groot Buiten Klein Waspikse en Geertruidenberg Oude Hooipolder Raamsdonkse Waspik Straat polders . W O. & Buiten- en Gecombineerde Binnenp. v. Binnenpolder Dongepolders Besoyen van Waalwijk Binnenpolder van Capelle Oostpolder Krom gat Binnenp. van Sprang Eendennest Polder Beoosten de van Republiek- Gecombineerde ‘s-Gravenmoerse Kaatsheuvel Willemspolder ‘s-Gravenpolder Vaart moer Dong

se p.

endijk

Aan verbetering van de waterstaatkundige toestand begon men in Waspik in de zestiger jaren van de zestiende eeuw. In het bijzijn van schout en schepenen werd een loting gehouden welk gedeelte van de dijk in het ambacht Groot-Waspik door iedere eigenaar van de aanpalende landerijen zelf onderhouden moest worden. Daarnaast werd in diezelfde jaren de strijd tegen de wateroverlast met gebundelde krachten aangepakt. In 1563 namen schout, heemraden, dijkmeesters en ingeërfden van Twaalfdhalvehoeve aan om de Kerkvaart aan de Heerstraat en Bovenkerk op een bepaalde plaats in te dammen omdat er een wiel achter de dijk ontstaan was. De beide dijkmeesters van de Bovenste dijk in Groot-Waspik legden verantwoording van hun administratie af aan schout en schepenen. Dit is ook de eerste keer dat er een bewijs gevonden wordt van het bestaan van een polder in Groot-Waspik, terwijl kort daarvoor nog sprake is van dijkmeesters die verantwoordelijk waren voor een bepaalde dijk. Mogelijk is in deze tijd de dijk ter plaatse van de oude Langstraatweg (Oude Straat/Achterste dijk) gelegd waardoor de Binnenpolder onder Groot-Waspik en Raamsdonk ontstond. Hierop wijst een “ordonancie van den gemenen polder van Groot-Waspyck” van 3 mei 1567, een reglement waarin niet alleen de onderhoudsplichten van de dijk werden geregeld maar ook de breedte van de dijk en afwateringssloten werd vastgesteld. De aanleg van sluizen of zijlen in de dijk mochten de dijkmeesters met toestemming van de schout

t. westen v. Capelse Vaart...

De bedijking in de 16e eeuw

Oosterhout

Beneden Donge Loon op Zand

Dongen

0

Donge (Tilburg/Gilze) 3 km

© Jan van den Noort, Rotterdam 2011

24 De vele waterschappen in het gebied tussen Waalwijk in het oosten en Oosterhout, Dongen en Loon op Zand in het zuiden en Geertruidenberg in het westen.

45


de overdiepse polder

ijk ed rns Ko

M

ijk

we

Dussen

Heusden 1450 Hagoort

1435

Oud Maa e sdijk

Doeverense

Els tse hou

Gantel

Geertruidenberg

k

Dijk Waspikse Waspik

2 Raamsdonk

Winterd

ijk

Waalwijk

1435

Zeedijk

1

te Dij Achters

Oude Maasje

e n

Don ge

Verdronken Grote Waard

1461

Dussen

s

Ni eu

aa

te

M

os

e

M

ud

rd d

Alm

O

aa

s

Eem

1450

Don

ge

Melkdijk

4 3 's-Gravenmoer

Oosterhout

0

© Jan van den Noort, Rotterdam 2011

3 km

water ca. 1555

dijk Grote Waard / Melkdijk

land

in 1421 verdronken rivieren

bedijking 1421-1500

plaats

toekomstige waterloop

bedijking 1500-1568

1 = Sandoelsche Polder en Nieuwen Polder 2 = Oude Polder 3 & 4 = Binnen- en Buitenpolder van 's-Gravenmoer

25 Bedijking langs de Verdronken Grote Waard tussen 1421 en 1568.

46

en heemraden vaststellen. De oorlogstoestand maakte dat er lange tijd niets meer aan dijkaanleg of andere verbeteringen gedaan werd. Tijdens het beleg van Geertruidenberg in 1593 lag ook Waspik binnen het gebied dat in staat van verdediging werd gebracht tegen eventuele vijanden. Inundatie werd op peil gehouden door speciaal gebouwde watermolens. De bewoners van Waspik zagen de goede resultaten die er met watermolens te bereiken waren en besloten zelf een dergelijke molen op te richten. De dijkmeesters van de polder GrootWaspik kochten grond aan voor de bouw van een watermolen waarmee in 1594 gestart werd. Deze molen was overigens de enige die in de Langstraatse polders bestond en het duurde meer dan een eeuw voordat een tweede gebouwd werd. De verbeteringen in de Binnenpolder gaven geen garantie tegen overstromingen. Al werden dijken en kaden doorgaans aangelegd om water te weren, soms was men genoodzaakt maatregelen te nemen tot behoud van een dijk. Zo kregen Waspik en Raamsdonk het in 1595 tijdens overstromingen het zo zwaar te verduren dat zij, om erger te voorkomen, “hun dijken in seven plaatsen hebben moeten doorsteecken”.


3

bestuurlijke ontwikkelingen

Wat is belangrijker, landbouw of scheepva art t

isloo

397-399

eM

Uitwatering

aas

Kerkvaart

l

Ki

Raamsdonk Waspik

400. Polder over de Gantel

401. Westersche Aanwassen

403 402 404

405

0 Š Jan van den Noort, Rotterdam 2011

1 km

buitendijkse gronden

Overdiepsche Hooipolder

overige polders

water

polders 397-405

afwatering

397 = Poldertje ten zuiden van de Dussensche sluis 398 = Poldertje beneden de Jufvrouwweide 399 = Jufvrouwweide 400 = Polder over de Gantel 401 = Westersche Aanwassen

Vrijhoevensche of Labbegatsche Vaart

Oud

Dussensche

Overdiepsche Hooipolder

Cappelsche Haven

Ga nt e

l

Sche

Vrouwkens Vaart

Wanneer overtollig water, afkomstig uit de Meierij, over de Baardwijkse Overlaat de Langstraat instortte en er tegelijk vanuit de Biesbosch een hoge vloed opkwam, liep het water juist in de Langstraat tegen het vloedwater op waartegen de dijken niet bestand waren. Gevolg was herhaalde overstromingen waardoor oogsten verwoest werden. De natuurlijke afwatering van de polders was gebaat bij een zo laag mogelijke waterstand, maar het waterpeil van de rivier vormde dikwijls een beletsel. De scheepvaart daarentegen was gebaat bij een flinke diepgang van de rivier en kon weinig waardering opbrengen voor het regime van de polders. Dikwijls moest men het beleid dan ook voor lief nemen. Gezegd moet worden dat wateroverlast niet alleen door natuurlijke oorzaken ontstond. De vele inundaties in tijden van oorlog hadden eveneens desastreuze gevolgen.

Meeuwen

Dussen

Zijl

De polders konden hun overtollig water alleen kwijt als het peil in de rivier lager was dan het peil in de polder. Als de rivier onder invloed stond van eb en vloed werd afwisselend geloosd en gekeerd. De Biesbosch was aan eb en vloed onderhevig. De vloed voerde vruchtbaar slib aan dat zich op de landerijen in de buitenpolders langs de Oude Maas afzette. De gronden werden door de afzetting van klei buitengewoon geschikt voor gras- en hooiland. De eigenaars van deze gronden hadden alle belang bij een jaarlijkse overstroming welke bemesting overbodig maakte.

plaats

402 = Oostersche Aanwassen 403 = Buitenpoldertje beneden de Meeuwensche sluis 404 = Hooge en lage Inlagen 405 = Polder boven den Hagoortschen Sasdijk

26 Kaart met de richting van de afwatering, aangegeven met zwarte pijltjes.

47


de overdiepse polder

Verbetering watersta atkundige toestand

In de zestiende en zeventiende eeuw had het dorpsbestuur veel bemoeienis met het onderhoud van dijken en polders. Polderbesturen namen in samenwerking met het dorp geen halve maatregelen. Onvrede over het gevoerde beleid leidde tot de opkomst van colleges van ingelanden bestaande uit vertegenwoordigers van grootgrondbezitters zoals edelen, kerkelijke instellingen en stadsbesturen. Zij moesten toezicht houden op het financieel beheer van de hoogheemraden. Alle ingelanden waren verantwoordelijk voor een deel van de dijk waaraan hun landerijen gelegen waren of dat ze door loting kregen toebedeeld. Elk half jaar werd bij schouw grondig gecontroleerd of de dijk aan alle eisen van veiligheid voldeed. De schout zag er via de halfjaarlijkse schouw op toe dat sloten en vlieten goed schoon waren en bij de droge schouw werd de staat van dijken, kaden en wegen in ogenschouw genomen. Al naar gelang de plaats waar de dijk lag werd precies aangegeven hoe breed hij moest zijn en hoever hij boven het maaiveld moest uitsteken. De dijken moesten goed met graszoden bezet zijn omdat ze anders te kwetsbaar waren voor het wassende water. De ingelanden waren persoonlijk verantwoordelijk voor het stuk dijk dat hen was toebedeeld. Stuwen, sluizen en duikers die dienden voor de waterhuishouding van de hele polder vielen onder de gezamenlijke lasten. De boeren betaalden naar gelang de hoeveelheid land dat ze bezaten. 48

Het waterschap zorgt voor een goede afvoer van overtollig water in bemalen gebieden en onderhoudt daartoe zelf de hoofdwaterlopen. De afvoer naar deze waterlopen moeten de eigenaren/gebruikers zelf regelen voor hun eigen percelen. De grenssloten tussen verschillende eigenaren worden als schouwsloten aangegeven door het waterschap. De aanliggende eigenaren/gebruikers moeten deze sloten zelf (laten) opschonen, zodat de gewenste afmeting van de sloot behouden blijft. Het waterschap controleert dit tijdens de schouw op een tijdstip in het najaar, wanneer de gewassen van het veld zijn. Wanneer de schouwsloot niet aan de eisen voldoet, volgt sanctie.


bestuurlijke ontwikkelingen

27 Schematische tekening van de werking van een klepduiker.

Van samenwerking bij preventie tegen wateroverlast was nauwelijks sprake. Elke polder of waterschap probeerde zijn eigen ingelanden, soms ten koste van andere polders zo goed mogelijk te bedienen. Dit gold ook voor het ene dorp ten opzichte van het andere dorp. Alleen bij een gemeenschappelijke bedreiging werkten de dorpen samen om een probleem het hoofd te bieden. In het begin van de negentiende eeuw lagen onder het gebied van de gemeente de Binnenpolder, de Buitenpolder en de Overdiepse Hooipolder, waarvan het bestuur was opgedragen aan het gemeentebestuur, bijgestaan door en uit de ingelanden gekozen poldermeesters. Klein-Waspik stond onder het bestuur van schout en schepenen van deze heerlijkheid. Dorpen wilden hun zeggenschap over de waterhuishouding

3

niet prijsgeven hetgeen leidde toe een langdurig geschil tussen onder andere poldermeesters en dijkgraven. In 1827 werd de knoop doorgehakt door Gedeputeerde Staten. Er werden afzonderlijke polderbesturen benoemd en het oppertoezicht over het beleid in de polders werd aan het dorpsbestuur ontnomen. De Grondwet van 1848 plaatste waterschappen onder toezicht van het Provinciaal bestuur en Rijkswaterstaat en zorgde voor een duidelijke afbakening tussen gemeente en waterschappen. Een provinciaal Waterschapsreglement schreef voor hoe het bestuur van het waterschap geregeld behoorde te worden. Een gevolg daarvan was onder andere dat in de tweede helft van de negentiende eeuw maar liefst acht waterschappen werden opgericht of heropgericht die geheel of gedeeltelijk op Waspiks grondgebied vielen. Een groot gedeelte van de gemeente Waspik ten zuiden van de Langstraatweg behoorde daarna nog tot geen enkel waterschap. Gedurende de 19e eeuw werden verschillende plannen ontworpen tot verbetering van de waterstaatkundige toestand. Deze plannen leidden tot de wet van 26 januari 1883 inhoudende de verlegging van de Maasmond welke op 23 juni 1904 gerealiseerd was: de Bergsche Maas, daarover meer in het volgende hoofdstuk.

49


de overdiepse polder

Beschouwd gebied eigendomssituatie in 1813 Oude Maas – Meeuwense Gantel – Scheisloot Gemeentegrens Waspik Raamsdonk Capelle en Dussen Midden Bergse Maas wordt gemeentegrens met Dussen vanaf 1907

Sche

isloo

t

Sch

eis

loo

t

se

e a n e uw te l

en

M G

28 Gemeentegrens in oranje van Waspik met Raamsdonk (west) en Capelle (oost) en Dussen (noord). De blauwe lijn wordt na aanleg van de Bergse Maas de noordgrens van deze gemeenten.

Ra amsdonk, Waspik en Capelle

Het gebied dat is gebruikt om de eigendomssituatie van ca. 1813 voor het Overdiep te bepalen, is aangegeven op een historische kaart, gescand uit bladen van de Historische Topografische Atlas van Noord-Brabant van 1840. Het wordt omgrensd door de Scheisloot (tevens gemeentegrens), de Meeuwense Gantel en het Oude Maasje. Dit gebied behoorde tot de gemeenten Raamsdonk, Waspik en Capelle en 50

had volgens de eerste kadastrale kaart (opgemaakt ca. 1813) een oppervlakte van 971 ha, waarvan 120 ha in Raamsdonk, 706 in Waspik en 145 in Capelle. Het huidige Overdiep is door de aanleg van de Bergsche Maas kleiner dan het oorspronkelijke gebied. De drie gemeentes moesten in 1908 een oppervlakte van ca. 207 ha aan de gemeente Dussen afstaan.


bestuurlijke ontwikkelingen

3

K adastrale percelen en belasting

Aaneengesloten kadastrale percelen, waarvan de grenzen meestal topografisch zijn, zoals sloten, waterlopen, dijken of andere zichtbare grenzen, vormen een eigendomskavel. Bedenk dat de landmeters toen betaald werden per perceel! Omstreeks 1813 waren er op die manier 397 eigendomskavels, die gemiddeld uit 2,5 kadastrale percelen van 1 ha bestonden. Uit alle gegevens is een overzicht opgesteld met alle eigenaren en overgebracht op de kadastrale kaarten van het Overdiep. Eigenaren uit Waspik krijgen de letter w met het artikelnummer en anderen de woonplaats. Een deel van deze kaart is hiernaast afgebeeld. Eigenaren zijn degenen die onder verschillende artikelnummers voorkomen, maar wel met dezelfde achternaam, waaraan in enkele gevallen cs (cum suis, dus met anderen), wed. , erven of kind. is toegevoegd. Soms blijkt het ook uit het beroep dat het om dezelfde eigenaar gaat. De grootste eigenaar is de Hervormde kerk in Waspik met ruim 90 ha. Burgemeester Schoenmakers van Waspik bezat in dit gebied ca. 36 ha. Andere eigenaren met de naam Schoenmakers hadden in totaal ca. 70 ha. De familie Vermeulen (bierbrouwers) had ca. 30 ha en de familie Lips ongeveer 38 ha. Op deze kaart zijn de namen van de Waspikse eigenaren verkort weergegeven. Zoals op de historische kaart te zien is, zijn met uitzondering van een paar polders nabij Dussen alle percelen noord-zuid gericht. Uit de kadastrale kaarten blijkt dat er in het gebied 316 naast elkaar

29 Detail van de kadastrale kaart met het gebied “Klein Waspik over ’t Diep� en de eigenaren.

gelegen noord-zuid gerichte eigendomskavels lagen. Zij lopen van de Scheisloot in het noorden naar het Oude Maasje en de Meeuwensche Gantel in het zuiden. Deze noord-zuid lopende eigendomskavels uit 1813 zijn praktisch exact gelijk aan de topografische percelen op de kaarten van 1869. In 1946 was deze situatie voor de uitvoering van de eerste ruilverkaveling nog onveranderd. 51


de overdiepse polder

30 Samengestelde luchtfoto van de Overdiepse Polder in 1945 waarop de lange lijnen van de kavels goed te zien zijn. Een totaal ander landschap dan de huidige polder!

Omdat de gemeentegrens van Waspik met Raamsdonk en Capelle in noord-zuid richting een wig vormt en daartussen de eigendomskavels ongeveer evenredig verdeeld zijn, is de breedte ervan aan de zuidkant smaller dan aan de noordkant. De kavels geren het meest in het gedeelte tussen de Dussensche Gantel en de uiterste westpunt van het Overdiep. Dit gerende effect is nog steeds terug te vinden in de noord-zuid wegen van het huidige Overdiep, zoals op de huidige topografische kaart is na te meten. De gemiddelde breedte van de noord-zuid lopende percelen in Waspik en Raamsdonk ligt rond 22 m en in Capelle 18 m. De breedte van een perceel werd in de Langstraat vaak aangeduid in geerden en dat is volgens historisch onderzoek in Besoijen gelijk aan 3,61 m. Percelen van 5 tot 9 geerden kwamen het meeste voor. 52

31 Een aanslagbiljet voor Polderlasten, groot een gulden drie en zeventig. Secretaris A.J. Bink is de overgrootvader van “onze� Kees Bink.

Een belangrijke reden voor de kadastrale vastlegging is het belasten van eigendom. In het Overdiep zijn bijna alle gronden hooilanden (955 ha) en 1 ha hooiland werd gemiddeld met 36 gulden belast. Het hooiland in het Overdiep kwam met 62% van de totale oppervlakte in de klasse van 33 gulden per ha. Voor klasse 1 gold: hooiland 62, weiland 44, bouwland 60 en boomgaarden 80 gulden per ha.


bestuurlijke ontwikkelingen

Grondbezit van de Hervormde gemeente te Waspik Als er iemand veel land had in de polders dan was het wel de Hervormde gemeente. Veel land gaf ook veel onderhoud aan dit land. Want voortdurend moest er wel wat aan onderhoud gedaan worden. Je ziet dan ook wel in het archief van de kerk in Groot Waspik talloze opdrachten en aanbestedingen voor onderhoud van hun land. Zo moet de landmeter Ketelaar wonende te Raamsdonk nogal eens iets nameten of het allemaal nog wel klopt. Hij was landmeter voor de Edele Mogendheden van Holland en de Rade van Brabant. Er zijn vele bestekken gevonden waarin precies staat hoe de bruggen die daar in dat land gebouwd moesten worden. Een zo’n bestek uit 1730, waarin staat dat er geleverd moet worden zeven houten bruggen in het land over het Scheepsdiep te namen van de Kerk en de Arme in Groot en Klein Waspik.

3

Het moest gezond Brabants eiken zijn zonder spint. Bij al die bestekken die in het archief aanwezig zijn de langste palen 10 voet ongeveer 3 meter. De bruggen lagen maaiens hoog. Deze zeven bruggen werden gemaakt door Bastiaan Timmermans voor 25 gulden per stuk. Hij moest wel twee borgen hebben om het werk te kunnen maken. Dat waren Barent van Waspik en Jan Cornelis Vermijs. Pieter van Waspik de timmerman werkte in 1739 veel voor de kerk en maakte ook een brug en verrichtte verschillende andere werkzaamheden. Daar verdiende hij 65 gulden en 14 stuivers mee. Menigmaal werd er een nieuwe sloot gegraven in de polder zoals Jan Huijberde van de Rijken die in 1804 een sloot maakte van 379 roede voor 2 stuivers per roede. De schout en de schepenen zorgden voor de aanbesteding van de kerkgoederen en werden hiervoor betaald.

53


de overdiepse polder

Van Romeinse Ma as na ar Oude Ma asje

Hoe zit het nu met de namen van al die rivieren en wateren die in de loop der tijden door het gebied van de Overdiepse Polder liepen? Vooral de naam van de rivier de Maas wordt op veel plaatsen gebruikt. Vóór 1273 liep de Maas dwars door de Grote Waard. Er lag daar zelfs ooit een Romeinse nederzetting Caspingio, ongeveer waar de Alm in die oude Maas (Fluvius Batavus) uit kwam (ongeveer 3 km ten noorden van het huidige Drimmelen). Door de afsluiting bij Hedikhuizen liep de rivier voortaan bovenlangs Heusden om bij Loevestein in de Waal uit te komen.

32 Kaart met de situatie in 1273.

54

Op afbeelding 31, de kaart met de situatie in 1273, zijn de Afgedamde Maas (gele stippellijn) en de Nieuwe Maas (blauw) nog terug te vinden. Deze Afgedamde Maas is na de Sint Elisabethsvloed grotendeels verdwenen, restanten ervan zijn onder de naam Oude Maasje nog terug te vinden. En om het nog verwarrender te maken heet die Nieuwe Maas tussen Heusden en Woudrichem nu ook “Afgedamde Maas”. Het Oude Maasje volgt ook in onze tijd van Hedikhuizen tot Hagoort (ligt ten zuiden van Meeuwen) nog de oude bedding uit de Romeinse tijd. Het slingert onder Heusden door en steekt dan denkbeeldig de Bergsche Maas over en loopt met een boog naar Hagoort (zie de luchtfoto op pagina 56). Daar komt het via een gemaal op de Bergsche Maas uit, vroeger ging het aan de overkant verder in de Gantel, nu ligt daar


bestuurlijke ontwikkelingen

3

In en om de Biesbosch komt de naam “Gantel” vaak voor. Gantel is een vrij zeldzame waternaam die in het midden-Nederlandse rivierengebied voorkomt en waarmee water wordt aangeduid dat ooit een geul vanuit een rivier was waaruit getij merkbaar was. Gantel is een oude waternaam, maar in de Biesbosch wordt hij gebruikt voor een aantal waterlopen van na 1421.

het Zuiderkanaal dat overgaat in het huidige Oude Maasje, deze naam is dus eigenlijk niet juist. “Ons” Oude Maasje is de Gantel, een getijdengeul ontstaan na de St. Elisabethsvloed. In de Biesbosch waren geen sporen van de Maas meer te vinden. Vlak na de Sint Elisabethsvloed was hier een grote binnenzee (het “Bergsche Veld”) met een uitloper tussen Dussen en Waspik, die bij hoog water helemaal volliep tot de Elshoutse Zeedijk. In enkele eeuwen tijd slibde de uitloper van de zee dicht. De afwatering werd verzorgd door de Gantel, een getijdengeul die via Hagoort de bedding van de Oude Maas was binnengedrongen. De Gantel had twee zijtakken, de Meeuwense Gantel en de Dussense Gantel. Deze laatste is nog terug te vinden in

33 Het restant van de Dussense Gantel die in het toekomstige plan mogelijk deels gerestaureerd wordt.

55


de overdiepse polder

Hagoort Drongelen

56

34 Luchtfoto waarop duidelijk te zien is hoe het Oude Maasje wordt doorsneden door de Bergsche Maas. Rechtsonder komt het Oude Maasje vanuit de richting Heusden uit bij de monding van de Waalwijkse haven en gaat dan aan de overkant van de Bergsche Maas verder.

Het gedeelte tussen Drongelen en Hagoort volgt nog de bedding van de oorspronkelijke Oude of Romeinse Maas die hier eeuwen geleden stroomde. Bij Hagoort steekt het riviertje weer over om uit te komen in ons huidige Oude Maasje.

de huidige polder. Gantel en Oude Maas werden later omgedoopt tot Oude Maasje. Dus wat nú het Oude Maasje heet is het restant van de Gantel of het Scheepsdiep die in het oosten overgaat in het Zuiderkanaal en het Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen dat het water vanuit de regio ’s-Herto-

genbosch moet afvoeren. De grote diepte in het Oude Maasje is grotendeels te danken aan de werking van de Baardwijkse Overlaat. Sinds de aanleg daarvan in 1766 werd het water grotendeels afgevoerd via het Oude Maasje. Dit water zorgde ook voor de jaarlijkse overstroming van de polders in het Overdiep.


2

h e t n i e u w e l a n d s c ha p

4

de bergsche maas De a anleiding

59

Nieuwe plannen

65

De Ba ardwijkse Overla at

61

Het Regeringsplan

66

Het graven begint

67

De Overdiepse Polder v贸贸r het graven van de Bergsche Ma as

65

57


de overdiepse polder

58


d e b e r g s c h e m aas

4

De a anleiding

Als men met de veerpont van Capelle naar Dussen vaart en de enorme wateroppervlakte van de Bergsche Maas ziet, is het niet voor te stellen hoe deze toen gegraven is. Toch is dit karwei begonnen met de spade en de kruiwagen, een immense inspanning die met veel handkracht en doorzettingsvermogen tot stand is gekomen. Om de aanleiding tot het graven van de Bergsche Maas te weten te komen moet men toch terug gaan in de geschiedenis van het waterprobleem in deze regio en wel voornamelijk naar het gebied rond ’s-Hertogenbosch. In die omgeving heeft men met de afvoer van het water in der loop der tijden veel problemen gekend. Voortdurend stond het gebied rond ’s-Hertogenbosch in het water, menigmaal heeft het centrum van die stad met natte voeten te kampen gehad. In 1658 was de wateroverlast in die regio zo groot dat het overtollige water over de hoge gronden achter Waalwijk en Sprang stroomde naar het lage land bij ’s Gravenmoer in het riviertje de Donge. Men opperde toen al om maar een kanaal te graven van Den Bosch naar ’s Gravenmoer, om het overtollige water zo via de Amer verder af te voeren. Landmeter Bastingius kreeg de opdracht voor dit ontwerp, het kanaal had een

36 Op de voorgrond de arbeiders met kruiwagen en schop en daarachter de ingenieurs met hun dames.

35 Bergse Maas gezien vanaf de Keizersveerse brug. Daar begon men met het graven van de Bergse Maas bij het zo genaamde Holleke.

59


de overdiepse polder

breedte van 46 roeden en diepte van 3 voeten de lengte bedroeg 2000 roeden, dit ging echter niet door omdat de Donge die watercapaciteit niet aan kon. Dat het ernst was met het kanaal blijkt hieruit dat de schout van Raamsdonk de regeerders van de zes Zuid-Hollandse dorpen in de Langstraat en die van Waalwijk, Baardwijk en Oosterhout op 2 maart 1668 uitnodigde te Raamsdonk om maatregelen tegen deze plannen te nemen. Honderd jaar later was er weer een grote overstroming waarbij zestien dorpen rond Den Bosch overstroomden. Men is toen met een nieuw plan gekomen: de aanleg van de Baardwijkse Overlaat.

Bossche Courant van vrijdag 28 november 1776 Te Waspik en Raamsdonk zijn verscheide doorbraken, zelfs van 20 roede lang waardoor zeer veel water is gekomen,4 à 5 huizen zijn te Waspik weggespoeld. Het water, dat van de kant van ’s Gravenmoer kwam heeft de ganse Nieuwvaart, Heistraat, Vrijhoeve, Loonsedyk, alsmede de Santschel onder gezet. Zoo dat onder het laatst gemelde Gehugt, de mensen hun leven op hun daken van de klein huisjes hebben gesalveert. De Dyk van het Overland (zynde in het land van Altena) is mede doorgebroken. Een schuit van Waspik zynde een half uur van hier, kwam hier over het Land aandryven en werd tegen de Boomen zoodanig beschadigd, dat deze zonk, maar synde zonder Volk. Men hoort hier omstreeks van geen ongelukken van menschen.

60


d e b e r g s c h e m aas

4

De Ba ardwijkse Overla at

Door het niet doorgaan van de aanleg van het kanaal van Den Bosch naar de Donge in ’s Gravenmoer is wel de oorsprong van het idee om het water op de Amer te lozen gehandhaafd. Het water van Den Bosch moest toen nog een uitweg zien te zoeken via de Maas die uitkwam in de Waal. Marius van Barneveld, burgermeester van Gorinchem, had het ontwerp van de Baardwijkse Overlaat gemaakt, majoor der Genie De Roy heeft het gewijzigd en in 1766 kwam het ten uitvoer. De Overlaat lag op Hollands gebied en werd ook grotendeels door Holland bekostigd. Met de aanleg en werking van de Overlaat ontstond een belangrijke verlichting van de wateroverlast rondom Den Bosch. Ook op dit plan kwamen weer bezwaren, het water zou niet goed kunnen wegstromen. Dit blijkt uit een brief die stond in de “Maandelijkse Nederlandsche Mercurius” uit 1778. In de omgeving van Drongelen bleef het water als het ware in een kom staan en verder naar Capelle en Waspik zou het bijna niet komen. “Ook het riviertje, Oud Maasje, is op sommige plaatsen zo nauw als een sloot of wetering welke nauwe spatie tot wegneming van het water op de groote rivier niet oft minstens zeer weinig kan geven. De Overlaat is alleen geschikt om het Land van Heusden en Altena te inundeeren”. Aldus de schrijver van dit stuk.

37 Schets van de Baardewijkse Overlaat.

De huidige grote diepte in het Oude Maasje is toch grotendeels te danken aan de werking van de Baardwijkse Overlaat. Voor die tijd was het Oude Maasje, dat ook wel Scheepsdiep werd genoemd, nog niet zo breed en diep. Dit is af te leiden van de percelen in de Langstraat die dwars door het Scheepsdiep liepen tot aan de Scheisloot. Al met al heeft de Baardwijkse Overlaat anderhalve eeuw gewerkt, wel met veel problemen, onder andere door kruiend ijs en dijkdoorbraken. 61


de overdiepse polder

Sinds de aanleg in 1766 werd het water grotendeels afgevoerd via het Oude Maasje. Dit water zorgde ook voor regelmatige overstromingen van de polders in het Overdiep. Met die overstromingen waren de bezitters van die polders niet blij, dit arme regenwater gaf geen bemesting voor het land. De kleiafzetting (“vetwater”) ontstond alleen bij overstroming van de grote rivieren die de klei aanvoerden. Deze overstromingen werden dan ook wel moedwillig opgewekt door het steken van de zogenaamde plasbermen.

Waalwijk Drunen

38 Op deze recente luchtfoto is de Baardwijkse Overlaat tussen Waalwijk en Drunen nog steeds heel goed te herkennen als een onbebouwd gebied.

Ook in onze regio had men zwaar te verduren met het water, zoals blijkt uit de krant van 1767. Lees het volgende krantenartikel uit de Bossche Courant nu bijna 250 jaar geleden: “Ook in Capelle heeft het water toen veel overlast bezorgd. De haven liep over. De noodklokken werden geluid maar hulp van buiten kwam er niet. Nadat het water weer begon te wassen, kreeg men daar hulp van buiten en kon men de dijken en stoepen behouden. De schade kon daardoor beperkt blijven.” 62

In 1827 werd de Baardwijkse Overlaat aan de Drunense kant verbreed, waardoor hij meer water af kon voeren. Dit had tot gevolg dat de polders in de Langstraat meer wateroverlast kregen. Ook in de volgende jaren had men hier veel overlast van het water zoals op 1 januari 1834 met veel schade te Capelle. Met de overstroming op 26 juni 1836 heeft het water 16 dagen op het land gestaan en dit midden in de zomer. In 1850 weer een grote watervloed met schades en als klap de grote overstroming in 1861 waarbij grote delen van Noord-Brabant en Gelderland onder water stonden.


d e b e r g s c h e m aas

4

Nog steeds is het gevaar van water niet verdwenen. Dat blijkt uit de krant van 1853 waar bij zich een persoonlijk drama in de polder van Waspik heeft afgespeeld.

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant - 11 oktober 1853 Het volgend jammerlijke voorval heeft in den polder nabij Waspik plaats gehad, ten gevolge van de jongste overstrooming. Een vader, met zijne twee kinderen bezig zijnde toemaat te hooijen, zag eensklaps het water komen toevloeijen; hij dacht zich te redden, doch dit was hem onmogelijk, naardien in een oogenblik de sloten waren volgeloopen; de uitwegen der velden waren overstroomd. Angstig over het lot, dat hem en zijne twee nog jeugdige kinderen verbeidde en tlot aan de knieĂŤn in het water, keert hij zich ruggewaarts naar den hevigen golfslag, neemt zijne twee reeds doornatte lievelingen op de schouderen, en plaatst zijn gaffel voor de borst, ten einde aan het vreeselijke elemend weerstand te kunnen bieden. Het water blijft wassende en het bereikt eene hoogte,

dat hij tot onder de armen er in staat; de hevige storm voert den golfslag tot zelfs over de hoofden van de kinderen, welke op zijne schouders waren gezeten; ondanks dit alles houdt hij zich met zijn gaffel stlaande. Na eenige uren alzoo tusschen dood en leven geworsteld te hebben, bemerkt hij , dat een der knaapjes van koude en nat begint te verstijven en na eenige oogenblikken ziet hij dat zijne angstige verwachting verwezenlijkt wordt, het kind stierf op de schouderen van zijnen vader! Hij staat pal, plaatst zijn levenloos zoontje voor zich en houdt het met zijne beenen vast, tot dat hij, na 10 uren in dien toestand te hebben doorgebracht, door eene schuit met zijn bijna verstijfd ander knaapje wordt gered; maar naauwelijk is hij in de schuit gezeten of ook zijn ander kind wordt hem door den dood ontrukt, en op die wijze is de man mei zijne twee levenlooze kinderen aan wal gebragt.

63


de overdiepse polder

39 Namen op een kaart van ca. 1840:

64

1. Holleke; 2. Harten aas; 3. Slobbe Gors; 4. Keizers Veer Pont; 5. Voet Veer; 5a. Friese Gat;

6. Hermenzijl Pont Veer; 7. Groot Waspik; 8. De Zijl; 9. De Schei Sloot; 10. Pont Veer; 11. Kerk Haven; 12. Klein Waspik; 13. Dussensche Gantel;

14. Achter de Gantel; 15. Groot en Klein Eiland; 16. Juffrouwweide; 17. Over de Gantel; 18. Aanwassen; 19. De lor; 20. Vrouwkens Vaart; 21. Cappelsche Vaart;

22. Pont Veer; 23. Meeuwensche Gantel; 24. Inlagen; 25. Oude Maasje; 26. Hagoordsche Sas.


d e b e r g s c h e m aas

4

De Overdiepse Polder vóór het graven van de Bergsche Ma as

Hoe zag er dit gebied uit in die tijd? Op een kaart uit 1840 is dat goed te zien (afbeelding 38). Ten noorden wordt de polder begrensd door de Scheisloot ( ook wel “Oude Mase” genoemd) en ten zuiden door het Oude Maasje.

Nieuwe plannen

Al 60 jaar maakte men plannen maar niets werd uitgevoerd. Men wilde nu toch wel definitief wat doen aan het te veel aan water rond Den Bosch. De middeleeuwse loop van de Maas wilde men weer terug geven door het graven van een nieuw stuk rivier. Verschillende plannenmakers hadden daar ideeën over zoals o.a. het kanaalplan van Leemans in 1864. Dit hield in dat de loop van het Oude Maasje gevolgd werd, verbreed en gekanaliseerd met de verbreding naar het zuiden. De pontveren onder Raamsdonk, Waspik en Capelle bleven daarbij gehandhaafd. Al die andere plannenmakers lieten het nieuwe stuk rivier over het Oude Maasje lopen. Hier waren de bezitters van de hooipolders niet blij mee. In 1844 was er nog een plan van ingenieur Conrad voor een grote militaire inundatie uit te voeren tussen Grave en Geertruidenberg. Daarvoor was er een kanaal gepland van Grave

40 Het eerste plan: de Bergsche Maas volgt de bedding van het Oude Maasje.

naar de oude zeedijk bij Waspik om daar aan het Oude Maasje aan te sluiten. Dit kanaal zou dan gelijk het overtollige water in de zomer uit de omgeving van Den Bosch kunnen afvoeren. In tijde van oorlog zou dan snel dit gehele gebied onder water gezet kunnen worden. Het plan was dus een kanaal voor inundatie en uitwatering. Bij de werking van de Baardwijkse Overlaat in de wintermaanden zou dit kanaal bij de Melkdijk door een sluis afgesloten kunnen worden. Door dit plan zouden de polders eerder droog gemaakt kunnen worden in het voorjaar. Koning Willem i gaf in 1820 65


de overdiepse polder

Het Regeringsplan

41 Het tweede plan: de Bergsche Maas volgt de Scheisloot.

zijn goedkeuring aan het ontwerp. Dit plan bleek echter niet haalbaar omdat de betrokken waterschappen het niet wilden betalen. In 1840 kwam dit plan weer ter sprake, de kosten bedroegen vier miljoen gulden waarvan het Rijk 2/3 deel voor haar rekening wilde nemen, maar de belanghebbende polders weigerden mee te betalen. Wel is er uit dit plan het idee voortgekomen om het overtollige water op de Amer te laten lozen. Vele plannenmakers nadien hebben deze zienswijze ook gevolgd. Na al die plannen van o.a. Krayenhoff , Schnebbelie – Nolthenius en Lely kwam het Regeringsplan over de scheiding van Maas en Waal. 66

In 1883 werd het regeringsplan na breedvoerige discussies in de Tweede Kamer met 53 stemmen voor en 28 tegen en Eerste Kamer 21 voor met 18 stemmen tegen aangenomen. De totale kosten waren begroot op ƒ 15.050.000, Over het tracé van de Bergsche Maas was lang niet iedereen het eens. In het regeringsplan week men af van al die andere plannen door tussen Hagoort en Keizersveer niet de bedding van het Oude Maasje te volgen maar haar meer noordwaarts te laten lopen langs de Bandijk van het land van Altena. Dit werd besloten in overleg met de eigenaren en pachters van de uitgestrekte hooilanden in de Overdiepse Polder aan de rechteroever van het Oude Maasje. Zij hadden ernstige bezwaren dat hun percelen werden doorbroken door een brede rivier. Door het tracé meer in het noorden te laten lopen was geen extra kanaal nodig voor uitwatering en de scheepsvaart op de Langstraatse havens, daarvoor kon men het Oude Maasje gebruiken. Het enige nadeel van dit nieuwe tracé was dat de weg van Waspik en van Capelle naar het Dussense land door twee rivier overgangen zou worden onderbroken. De Capellenaren protesteerden hevig en met succes. Er werd daarom besloten het pontveer bij Capelle over het Oude Maasje te laten vervallen en door een ophaalbrug te vervangen. De Overdiepse Polder is door deze onteigening maar ook omdat een groot gedeelte naar de gemeente Dussen ging, een fors stuk kleiner geworden. Men wist toen al wat “Ruimte voor de Rivier” was …


4

d e b e r g s c h e m aas

In het definitieve plan werden in totaal 2213 percelen onteigend, waarvan 1028 in de Langstraatse dorpen: Capelle

297

perceelgrootte 232 ha, 17 a en 9 ca

voor ƒ 693.170,30½

Waspik

301

perceelgrootte 285 ha, 77 a en 52 ca

voor ƒ 797.820,15

Raamsdonk

430

perceelgrootte 188 ha, 11 a en 22 ca

voor ƒ 558.904,40½

Wel heeft men goed nagedacht over de ligging van de uiterwaarden. Men kiest ervoor deze slechts aan één kant van de stroom aan te leggen, waardoor de boeren zo veel mogelijk ruimte en goed bewerkbare uiterwaarden krijgen. Vanaf Well tot Gansoijen liggen de uiterwaarden aan de noordzijde en vanaf Gansooijen tot aan Keizersveer aan de zuidzijde van de Bergsche Maas.

Het graven begint

De rivier werd in zeven vakken gegraven. Het eerste riviervak was tussen de Dussensche Gantel en het Holleke bij Keizersveer. Dit vak werd aanbesteed op 14 december 1887 en wegens onwerkbaar weer kon pas in april van het volgende jaar krachtig met de uitvoering worden begonnen. Het werkterrein was nog niet helemaal in eigendom maar door minnelijke schikking was de aangekochte oppervlakte groot genoeg om mee te werken. De lengte van dit vak was 4280 meter. Het werk begon met de hand, een eindeloze rij polderwerkers met schop, paard en kruiwagen groeven de eerste geul, vervolgens met kiepkarretjes op smalspoor en daarna met grondgraafmachines. Zodra er water in de geul stond konden de stoombaggermolens en de zandzuigers het werk overnemen. In drie jaar tijd werd dit riviervak voltooid. In de wintermaanden kon er wegens vorst niet gewerkt worden. In juni 1891 67


de overdiepse polder

42 Een excavateur was een graafmachine met emmervormige bakken die aan een ketting waren bevestigd en die langs een talud grond schepten, net als een baggermachine. De machine zelf was op een wagen gemonteerd die langs een spoor verplaatst kon worden.

werd het riviervak voltooid. In het geheel werd er 3.556.600 m³ grond verzet, waarvan 174.300 m³ met de schop en in spoorwagens werden verwerkt, 48.200 m³ werd gebaggerd en opgespoten terwijl het overige met 5 excavateurs werd ontgraven en op normaal spoor vervoerd. Voor de tijdelijke inpoldering van het werkterrein kon worden volstaan met verhoging der polderkade aan beide uiteinden van het riviervak in aansluiting op twee nieuw opgeworpen kleidammen. Het overtollige water in de polder werd geloosd op de Dussensche Gantel. De overtollige grond werd op de grondbergplaats van de Overdiepse Polder in depot gebracht 68

(’t Stort op de meest westelijke punt). Het tweede vak liep van het Heleind bij Hedikhuizen tot Hagoort. Het derde vak, dat ook op grondgebied van de Overdiepse polder lag, werd op 5 juni 1889 aanbesteed, het liep van Hagoort tot nabij de Dussense Gantel. In dit vak zaten de Meeuwensen Gantel en twee uitlopers van het Oude Maasje. Men wilde dit stuk zo snel mogelijk geschikt maken om het water van de Baardwijkse Overlaat af te voeren, dit om de juiste eb- en vloedstanden te kunnen bepalen bij Keizersveer. Al in 1891 en 1892 werd voor het eerst de getijbeweging toegelaten. In juli 1894 is men met het laatste stuk bij Heusden klaar en wordt de opening volledig open gebaggerd. In 1903 volgt nog de verlegging vanaf het Heleind bij Hedikhuizen tot aan de nieuwe riviergeul. Op 18 augustus 1904 wordt de nieuwe vaarweg officieel geopend door koningin Wilhelmina, waarna ze in Andel een gedenk­ steen onthult. In juli 1894 is men met het laatste stuk bij Heusden klaar en wordt de opening volledig open gebaggerd. De ophaalbrug in de grintweg van Capelle naar de Baan is gebouwd ter vervanging van het pontveer. Over het Oude Maasje wordt de nieuwe brug gevormd door twee vaste overspanningen van gelijke grootte waar tussen een beweegbaar gedeelte ten behoeve van de scheepsvaart op de achter gelegen Langstraatse havens. De brug was in 1891 gereed en werd voor het verkeer opengesteld, waarna het bestaande pontveer werd opgeheven.


d e b e r g s c h e m aas

4

44 Schets van de ophaalbrug die het pontveer moest vervangen.

43 “18 Augustus 1904 is deze steen onthuld door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in tegenwoordigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins der Nederlanden, Hertog van Mecklenburg, ter gedenking van de scheiding van Maas en Waal. Wet van 26 januari 1883. Staatsblad No. 4 ’58.”

69


de overdiepse polder

Maar dit plan werd na nadere bestudering gewijzigd. Er werd een nieuw plan gemaakt, de afdamming van het Oude Maasje kwam te vervallen omdat er veel bezwaren waren. De bezwaren kwamen uit de hoek van de scheepswerven, die hadden vooral bezwaar tegen het ontbreken van eb en vloed in de havens, die zouden daardoor kunnen verzanden. Ook uit Waalwijk kwamen bezwaren tegen afsluiting van het Oude Maasje. Men zag ook door het wegvallen van die eb en vloed dat het riviertje de Loint niet meer op natuurlijke wijze schoon gehouden kon worden. Op dit water loosden vele leerfabrieken hun afval. Niettegenstaande dat werd de scheepvaartsluis te Keizersveer, gelegen in de Overdiepse Polder, gebouwd. De kosten bedroegen ƒ 112.425,- (Deze sluis ligt er nog steeds en is thans in gebruik door de Commando’s van Roosendaal). Maar de nieuwe plannen hadden toch voordelen, ze waren eenvoudiger en kostten de schatkist minder. 45 Dit sluisje in de westpunt van de Overdiepse Polder werd nooit gebruikt.

Men wilde het Oude Maasje met de aanleg van de Bergsche Maas afdammen ter hoogte van Keizersveer, het Oude Maasje zou dan via een uitwateringssluis zijn water afvoeren, zo nodig geholpen door stoombemaling. Ten behoeve van de scheepsvaart op de Langstraat zou naast de afdamming bij Keizersveer een schutsluit worden gebouwd, terwijl de langs het Oude Maasje gelegen tijhavens door uitdieping in bevaarbare toestand zouden worden gebracht. 70

46 Plaats van het Sluisje op een kaart uit 1936.


2

h e t n i e u w e l a n d s c ha p

5

het landschap is veranderd Het nieuw ingerichte land na het graven van de Bergsche Ma as

Gevolgen voor de polders

78

Het Overdiepsche stoomgema al

79

Jan Kuijsters en het gema al

82

73

Zijlmanspolder75 Wie beta alt de veerman?

76 Het Overdiep, een verha al van Nico de Glas

84

71


de overdiepse polder

72


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

Het nieuw ingerichte land na het graven van de Bergsche Ma as

Toen de Bergsche Maas gegraven was zag het polderland er geheel anders uit, de verbindingen met het land van Altena waren vernieuwd. Kon men vroeger via het Kievitsveer en de sluis bij Dussen dat land bereiken, nu alleen nog maar met het pontveer van Capelle richting Dussen. Om in de Overdiepse polders te kunnen komen waren de pontveren van Raamsdonk (Hermenzijl) en die bij Waspik nog hetzelfde gebleven. Het pontveer van Capelle over het Oude Maasje kwam te vervallen, op die plaats is er een brug gekomen. Men vond twee pontveren achter elkaar wel een beetje te veel om naar het land van Altena te gaan. Over het Oude Maasje kwam een brug. Ook heeft men het veerhuis opgekocht en daar kwam de brugwachter in te wonen om de beweegbare brug te kunnen openen voor de scheepsvaart op het Oude Maasje. Ook werden er nog enkele dijkwachters woningen gebouwd, een bij het Capelse veer en bij de Overdiepse Grondbergplaatsen. Verder zijn er vijf woningen gebouwd, een dubbele woning op de Zuiderdijk en op de Noordelijke en een dubbel en een enkel huis voor het personeel van de veerdienst. Er was een gezagvoerder, twee pontwachters en twee machinist stokers. Het veerhuis op de Zuiderdijk was telefonisch ver-

48 Het Capelse veer over de Bergsche Maas werd op 18 juni 1891 geopend. Het was in het begin een handkabel pont en bij sterke wind kwam er een veerstoomboot langszij liggen. Op 27 juli 1895 is er een middelgrote stoomkabel pont in gebruik genomen.

bonden met de opzichter van Heusden. Er waren ook twee verplaatsbare schuilplaatsen voor het publiek en op de zuideroever een elektrische bel verbonden met het wachtlokaal voor het personeel.

47 Dit voorheen Waspikse land aan de Dussense kant van de Bergsche Maas kon niet makkelijk meer bereikt worden!

73


de overdiepse polder

50 Naast de dijkwachter is ook het schaap op de dijk te vinden.

49 Schets van een dijkwachterswoning die bij Capelse Veer heeft gestaan.

74


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

Zijlmanspolder

Door de aanleg van de Bergsche Maas was het noordelijkste gedeelte van de Overdiepse Polder afgesneden van de rest. Men had dan het Overdiep ten noorden en het Overdiep ten zuiden van de Bergsche Maas, dit zou verwarring geven. In juni 1888 besprak het bestuur deze nieuwe situatie. Bestuurlid H. de Bont stelde voor, uit waardering voor de vele jaren van verdiensten, bij gelegenheid van de 80e verjaardag van de voorzitter dit overblijvende deel ten noorden van de Bergsche Maas “Zijlmanspolder� te noemen. Ook de polder Juffrouwweide had problemen met de grootte van hun gebied na het graven van de Bergsche Maas. Van deze polder, gelegen onder de gemeente Waspik, Capelle, Dussen en Meeuwen, was niet veel meer over. In eerste instantie wilde men zichzelf opheffen, maar later is er toch een fusie gekomen met de pasgevormde Zijlmanspolder. Op 6 juli 1890 is besloten om het waterschap Juffrouwweide te wijzigen in Juffrouwweide en Zijlmanspolder.

51 In de berm van de weg aan de Loswal te Dussen staat een oud draaiwiel boven een duiker en daar ligt deze steen die herinnert aan die voorzitter van het Waterschap Klein Waspik.

75


de overdiepse polder

Omdat de Waspikse boeren de hindernis Bergsche Maas moesten nemen om bij hun land te komen werd bedongen dat de veerdienst voor eeuwig gratis zou zijn. Dit was te danken aan de keiharde onderhandelingen bij de verkoop van gronden die nodig waren voor het graven van de rivier. Veel grondeigenaren zagen door de nieuwe rivier hun bezit in tweeën gedeeld en wilden geen veergeld betalen om die gronden te kunnen bewerken. Hoewel aanvankelijk overeengekomen was dat alleen grondeigenaren en grondgebruikers het recht van gratis overtocht zouden krijgen, werd spoedig besloten dat iedereen dat recht zou krijgen. Echter in 2000 begon de problematiek rond de veren opnieuw een rol te spelen.

52 De Capelse stoomveerpont met hoge schoorsteen zodat de vonken niet gauw op de hooiwagens terecht konden komen

Wie beta alt de veerman?

De grens tussen Waspik en Dussen werd na het graven van de Bergsche Maas naar het zuiden opgeschoven van de Scheisloot naar het hart van de nieuwe rivier. De Gemeente Waspik leverde hiermee dus grond in aan Dussen. 76

In 2003 wilde Rijkswaterstaat af van de gratis overtochten, althans voor auto’s. Fietsers, voetgangers en dieren zouden ook in de toekomst gratis overgezet worden, maar voor auto’s wilde met veergeld heffen. Rijkswaterstaat voerde aan dat, toen de Bergsche Maas gegraven werd, er amper auto’s waren. Gratis pontveren was dus als compensatie nooit de bedoeling geweest. Op grote schaal werd hiertegen bezwaar gemaakt en men ging een juridische strijd aan met Rijkswaterstaat. Centraal daarbij stond de wettekst opgesteld bij het graven van de Bergsche Maas “tot behoud en herstel van de gemeenschap aan weerszijden van de nieuwe rivier”. Het ging dus niet specifiek om personen, dieren of voertuigen, maar over het behoud en herstel van de gemeenschap. Daar kreeg men, bij wet, de vrije overtocht voor. De minister had bepaald dat vanaf 1 januari


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

2004 voor de overtocht van auto’s en vrachtauto’s tol betaald moest worden. Gedeputeerde Staten tekende beroep aan tegen dit plan van de minister waarna partijen elkaar in september 2003 voor de rechtbank in Breda ontmoetten om een oordeel af te wachten “wie betaalt de veerman”. De rechtbank wees het protest af en oordeelde dat de beslissing van de minister niet onredelijk was. Hiertegen gingen bezwaarden weer in beroep bij de Raad van State die in 2004 bepaalde dat tolheffing voor auto’s en vrachtauto’s mocht worden ingevoerd. Bezwaarden lieten het er echter niet bij zitten en na jaren van onderhandelingen droeg Rijkswaterstaat per 1 februari 2009 de Bergsche Maasveren over aan de vijf oevergemeenten Aalburg, Heusden, Waalwijk, Werkendam en Zaltbommel, verenigd in de Stichting Bergsche Maasveren. Deze stichting heeft als doel de drie oeververbindingen Capelse veer, Drongelse veer en Bernse veer plus het reserveveer in stand te houden. Met de overname van de veren was een bedrag van € 22.600,- gemoeid. Dit bedrag ontvingen de vijf gemeenten van het Rijk. De stichting op haar beurt draagt zorg dat de veren voor minimaal 30 jaar gratis blijven voor gebruikers. De veren worden intensief gebruikt. Het zijn belangrijke verbindingen en ze hebben een groot maatschappelijk belang. De veerdiensten horen sinds begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw niet meer tot de hoofdinfrastructuur van Nederland, vandaar dat Rijkswaterstaat reden zag deze af te

53 De Capelse veerpont op een mistige dag eind februari 2011

stoten. Inwoners van de vijf gemeenten en andere gebruikers kunnen nog voor lange tijd gebruik maken van gratis overtochten met de veerdiensten. 77


de overdiepse polder

Gevolgen voor de polders

Na 1904 kwam het nog voor dat de aanleg van waterkeringen door de ene polder voor een andere polder nadelig was. Om hierin verbetering te brengen ging men over tot de oprichting van waterschappen waarvan de grenzen meer aan de werkelijke behoeften waren aangepast. Zo werd Waterschap “De Buitendellen” in 1925 aan het Waterschap “Klein-Waspik” en meer in het bijzonder aan de polder “Boven de Kerk” toegevoegd. In 1927 kwam het gebied van Waspik, dat nog tot geen waterschap behoorde, als polder “Bovenkerk Binnen” bij KleinWaspik. Als overkoepelend orgaan van alle waterschappen ten zuiden van de Bergsche Maas en rond het kanaal in het gebied tussen Raamsdonk en Besoyen werd in 1928 het Waterschap “Het Zuiderafwateringskanaal” opgericht. Op den duur was duidelijk geworden dat de waterbeheersing niet bij de grenzen van dorpen of streken ophoudt. Rond 1900 waren er in Brabant meer dan 250 waterschappen. In 1940 waren er ongeveer 200 en werden alle polders tussen Bergsche Maas en Oude Maas samengevoegd tot het Waterschap “De Overdiepse Polders”. Om tot een goede waterbeheersing te komen werden in het gebied van het Oude Maasje en het gebied van de Donge de samenvoeging van waterschappen versneld op gang gebracht. Bij de grote overstromingen in 1995 en 1997 bleek dat water­ beheersing alleen effectief kon worden aangepakt als het 78

grootschalig gebeurde. Dat leidde in 2004 tot de samenvoeging van vijf West-Brabantse waterschappen tot de overkoepelende “Brabantse Delta”. Met de plannen rond de verlegging van de Maasmond in het vooruitzicht begon men zich te realiseren dat het effect voor het oosten van de provincie weliswaar gunstig was, maar dat het westen veel meer water te verwerken kreeg waardoor de waterstanden vrijwel zeker hoger zouden uitvallen. De mogelijkheid tot het afvoeren van overtollig water zou flink afnemen. Volmondig werd onderkend dat alles in het werk moest worden gesteld “om het kwaad dat het Noordoostelijk gedeelte teisterde niet op het Noordwestelijk gedeelte overgebracht moest worden”. De verwachte voordelen voor het oosten waren echter zo groot dat de provincie een subsidie in het vooruitzicht stelde, mits het Rijk de nadelen voor het westen compenseerde. Daar moesten de kaden straks worden verhoogd en verzwaard om de hogere waterstanden te keren. Stoomgemalen moesten worden ingezet om een voldoende afwatering veilig te stellen.


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

Het Overdiepse stoomgema al

In een verslag van de Commissaris der Koningin, Mr. A.E.J. baron van Voorst tot Voorst, van een bezoek aan Waspik op 29 april 1912 wordt gesproken over problemen in de hooibouw: “De hooibouw gaat slecht; er is wel voldoende opbrengst, ± 6000 pond de Ht. maar de prijzen zijn slecht: ƒ13. de 50 KG; als men daar de kosten van bewerken afrekent, dan blijft nauwelijks ƒ50. per Ht. over. Er zit bij heel wat landbouwers nog het gewas van 1909, 1910 en 1911. Om zekere opbrengsten te verkrijgen, worden heel wat hooilanden omgebouwd in bietenland; wordt de hooihandel niet beter, dan zal binnen korte jaren heel geen hooiland meer in Waspik zijn. – Een bezwaar is echter, dat de landen langs de polders niet erg hoog zijn, en daardoor bij laagen vloed overstromen; dat is niet erg voor hooiland, maar heel kwaad voor bouwland; men is dan ook hier en daar al druk bezig met de kaaden te verhoogen”.

Door voor de Bergsche Maas niet te kiezen voor het onbedijkte gebied van het Oude Maasje, maar voor een iets noordelijker tracé, bleef het Oude Maasje van nut voor de inname van water en voor de winterbevloeiing van de buitenpolders. Aanvankelijk werd rekening gehouden met de mogelijkheid dat het Oude Maasje, behalve voor de scheepvaart en wateraanvoer, ook voor de afwatering in gebruik bleef. Dat bleek echter te veel gevraagd. Voor de afwatering werd een afzonderlijk kanaal gegraven, het Zuiderafwateringskanaal, met een stoomgemaal bij Keizersveer. De hooilanden aan de rechter oever van het Oude Maasje kregen een “stoomwatermolen”, het Overdiepse stoomgemaal. Een vergunning is verleend voor het Overdiepsche Stoomgemaal bij Kon. Besluit 27 mei 1898 no. 54. De totale kosten van de stoommolen met sluis bedroegen ƒ 23.581,60. Het Waalwijkse stoomgemaal nam de afwatering ten oosten van de plaatselijke haven voor zijn rekening. De bemaling stond onder regie van de rijksoverheid, waardoor de inzet van de gemalen beperkt bleef. Slechts als de verhoging van de waterstand het gevolg was van de verlegging van de Maasmond werden de pompen aangezet. Voor het Overdiep was er tot de ruilverkaveling van 1946 een gemengde ontwatering: Bij eb kon op natuurlijke wijze geloosd worden bij de Lor , het Friese Gat en bij het gemaal zelf. 79


de overdiepse polder

54 Op deze luchtfoto uit 1945 is de Dussense Gantel duidelijk zichtbaar met in het midden het gemaal.

55 Zo ziet het vervallen gemaal er nu uit, het is gebouwd op de fundamenten van het eerste gemaal. Het stenen muurtje links van het gebouw is daar nog een overblijfsel van.

Als bij hoog water de deur aan het einde van de Gantel dicht ging kon het gemaal zolang pompen tot de boezem (Gantel) vol was. Omdat het gemaal handbediend was moest de machinist, als de maalperiode ’s nachts was, blijven slapen. Het stoomgemaal werd bediend door de reserve machinist voor de veren en bemalingswerken van de Bergsche Maas. Hij woonde aan de zuiderhaven van het Keizersveer. 80

Dit eerste stoomgemaal is in de oorlog zwaar beschadigd door de gevechten in 1944. Pas in de ruilverkaveling van 1946 is het vervangen door een nieuw dieselgemaal, deels gebouwd op de fundamenten van het oude gebouw. Daarbij is slechts het zuidelijk deel van de Dussensche Gantel gehandhaafd, deze werd in 1946-48 alleen maar opgeschoond en ging dienen als boezem, zodat bij hoog buitenwater zolang


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

gemalen kon worden op de boezem totdat het buitenpeil lager was en er geloosd kon worden. De kade afmetingen, zowel langs de Gantel als het Oude Maasje (dus ook bij het Friese Gat) kregen een hoogte van 2.60 + nap. Dit peil lijkt erg op het nieuwe peil van de dijk langs de Bergsche Maas in Ruimte voor de Rivier; namelijk 2.50 m +nap. In de 18e eeuw mochten de polderdijken in de Biesbosch maximaal 2.64 m + nap zijn. Interessant is te concluderen dat deze hoogte waarschijnlijk ook te maken heeft met een verwachte frequentie van overschrijding die vergelijkbaar is met de thans gehanteerde norm! De verbetering van de waterbeheersing en dus ook het nieuwe gemaal werden in de stemmingsvergadering van de ruilverkaveling in 1946 aldus toegelicht voor de belanghebbenden die over de ruilverkaveling moesten stemmen. Citaat uit een met de hand geschreven verslag: “De afsluiting van het Oude Maasje kan nog wel 10 à 15 jaar duren. Het is onverantwoord ten opzichte van particulieren en gemeenschap om den polder zoo lang te laten liggen met een slechte kade en de kans voor overstroming van dezen zoo vruchtbaren grond. De regeering denkt er ook zoo over gezien het verleende subsidie. Dat de kade na het afsluiten van het Oude Maasje niet meer nodig zou zijn is onjuist. Ook dan blijft overstromingsgevaar.”

56 Detail van de peilschaal met 2,00 meter boven NAP als hoogste waarde.

Het duurde overigens geen 15 jaar, maar zelfs tot halverwege de 70-er jaren, totdat er geen overstromingsgevaar meer was, de zogenaamde watervrijmaking. 81


de overdiepse polder

Jan Kuijsters en het gema al

Jan Kuijsters van ’t Vaartje 64 in Waspik was iemand die vergroeid was met ’t Overdiep. Hij werd al op jonge leeftijd machinist van het gemaal. Al voor de oorlog werkte hij voor het waterschap. Hij moest o.a. “schouwmaken” dat wil zeggen de sloten reinigen van onkruid, riet, biezen en eendenkroos en “sloten” wat betekent slik uit de sloten halen en watergangen opmaken. Voor de oorlog en tot oktober 1944 was het stoomgemaal in vol bedrijf. Het gebouw was iets groter dan het huidige. Schipper Lips verbleef er en ook onderduikers die zich voor de Duitse bezetter verborgen in dit gemaal. In de polder lieten diverse boeren hun paarden vrij rondlopen, zodat de Duitsers de paarden niet plotseling konden vorderen. Het was toen een vrijgevochten gebied. In de winter van 1944-1945 werd het gebouw door oorlogsgeweld verwoest tijdens de gevechten om het Capelse Veer. Als noodvoorziening kwam er in 1945, toen de oorlog was afgelopen, een blikken keet met een dieselmotor. In 1947-1948 werd een nieuw stenen gemaal gebouwd. Een nieuwe pomp met dieselmotor. Naast het gemaal werd een grote tank van 1000 liter in de grond aangebracht. Het gemaal bestond uit een machinekamer en een woongedeelte. Bovendien was er een voorziening van een schoorsteen en een wc. En er stond een bed. Water werd betrokken uit de Gantel. Jan Kuijsters heeft er menig nachtje doorgebracht, vooral in het najaar en de winter. 57 Jan Kuijsters aan het werk.

82


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

59 Ter gelegenheid van de heropening in 1948 werd een mooie plaquette onthuld met een zeer treffende spreuk erop:

Ik ben herrezen uit het niemandsland Ik dien nu weer de boerenstand Die, als weleer, met vaste hand De ploeg stuurt door het gemalen land. 58 De nieuwe dieselmotor.

Hij moest er vaak dag en nacht zijn, omdat het water niet snel genoeg naar het gemaal kwam. Het was er stil en eenzaam. Alleen de dieselmotor maakte een hels lawaai, als hij draaide en het stonk er behoorlijk. Hoe Kuijsters daar ooit een oog dicht heeft kunnen doen is een raadsel.

Jan Kuijsters, geboren op 30 april 1897 in Capelle, overleed op 21 augustus 1976. Nadat Kuijsters met pensioen ging nam Han Rekkers de zaak waar. In 1977 is het gemaal buiten werking gesteld.

83


de overdiepse polder

Het Overdiep, een verha al van Nico de Glas

Ik herinner mij een zomeravond aan de Maas, bij de loswal in de Bovenkerkse polder. Ik kijk naar het Westen, waar de zon al laag staat. In dat gouden avondlicht zie ik de veerpont langzaam en geluidloos over het water glijden, beladen met hooiwagens uit het Overdiep. Wagens met blauwe kantborden, twee aan elkaar, met twee paarden ervoor. De boeren trekken zelf mee. Je hoort ze roepen in de verte. Dan komt het spannende moment. Het veer loopt knarsend tegen de oever aan, de boeren zitten klaar op de wagen en beginnen machtig te vloeken en te tieren en te slaan. De wagens moeten van de pont af en in één keer de veerdam op. Je hoort de hoeven op de klinkers slaan: “Veroit godverdoeme, veroit! veroit!” Ook herinner ik mij het land van Piet Meijs aan de Gantel. Bij Meijs aan de Vaartkant ging ik elke dag van het jaar als halfwas knechtje (9 jaar) voor een kwartje per week “meehelpen”. Melken, hooien, voeieren, de stal uitmesten. (Bij ons thuis in de Straat mocht ik mijn boerenkleren niet binnen brengen, die moesten achter in het washuis hangen.) Al hun land lag wijd van huis, maar het verste was naar de Gantel met de platte wagen. Eerst langs de lange Vrouwkensvaart naar de Hooipers, dan naar Capelle, dan naar de Maas, over de Capelsebrug naar het Overdiep en dan weer een eind westwaarts naar de Gantel, waar een klein gemaal stond. Daar was alles klei en dus zwaar werk.

84

Ik herinner me vooral het peeën dunnen (onkruid wegschoffelen tussen de suikerbietenplantjes) in het voorjaar, in het najaar het aardappels rooien met zo’n brede riek en vooral het bietenrooien, waarbij met een kapmes het loof eraf geslagen werd: dingen waar ik alleen maar mocht toekijken, want dat konden alleen onze Koos en onze Kees. In die polder zag het overal zwart van de werkers, want iedereen kwam met een paar man naar het veld. Je hoorde overal rondom stemmen. Ik herinner me dat men zich stiekem vermaakte met een buurman die met de hand aan het zaaien was met zo’n zaaibak voor zich: die kon er niets van, want de stap en de zaaibeweging liepen niet gelijk op (wat je naderhand goed zag als de haver of de tarwe opkwam). Het hoogtepunt was altijd de schaft, als we in de slootkant lagen en de blauwe kruik met koude thee en de boterhammen aangesproken werden, of het “braaike”. De verste reis die ik ooit heb meegemaakt was met de platte wagen en een paar kalfjes helemaal naar Genderen. Ik heb later de hele wereld bereisd, maar dat leek allemaal lang niet zó ver als toen naar Genderen … (Of te voet naar ’s Gravenmoer, als de negen koeien verschaard moesten worden, over modderige wegen in de regen, met een stokje achter die beesten aan. Nodig was dat niet want ze liepen van zelf en ze kenden de weg al.) In het Overdiep was alles anders. Er stonden geen huizen en geen bomen, alleen dijken aan de horizon. Naar het oosten zag je alle kerktorens van de Langstraat op een rij, tot Vlijmen toe; aan de


h e t l a n d s c ha p i s v e r a n d e r d

5

60 Bieten laden bij het Oude Maasje, de loopplank heette de richter.

85


de overdiepse polder

westkant Raamsdonk, Den Berg, Keizersveer en De Hang, in het noorden het kasteel van Dussen, Almkerk en soms de toren van Gorkum. Er was geen vee, er werd niet meer gehooid (zoals vroeger, lang voor onze tijd). Overal die vette klei, zelfs op de stukgereden klinkerweggetjes. Aan de modderige Maasoevers steeg en daalde het water met de getijden. Hoog riet met overal zingende karekieten. In mijn herinnering was het een soort paradijs, maar voor Kees en Koos was het dat waarschijnlijk niet. Ik was negen jaar en trouwens ook maar een namaakboerenkind en geen echt. Die denken er anders over.

61 Wilg met vijf stammen op de dijk langs het Oude Maasje.

86


2

h e t n i e u w e l a n d s c ha p

6 dramatische gebeurtenissen in de 20e eeuw Gesprek met M. de Bont

89

Na de t weede wereldoorlog

96

Gesprek met Cor Zijlmans

90

De watersnoodramp van 1953

97

Gesprek met Sip Vos

91

Een ooggetuigenverslag van solda at Loren Nelson

93

87


de overdiepse polder

88


d r a m at i s c h e g e b e u r t e n i ss e n i n d e 2 0 e e e u w

6

De gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog laten zich het best vertellen aan de hand van een drietal interviews met toenmalige bewoners. Gesprek met M. de Bont

De heer De Bont, als loonwerker werkzaam in de Overdiepse polder, heeft de periode oktober 1944 tot aan de bevrijding van Nederland op 5 mei 1945 heel bewust meegemaakt. “Het gebied lag constant in de vuurlinie. Met name de gevechten rondom het Capelse Veer, die tot mei 1945 duurden, kan hij zich nog goed herinneren. Grote hoeveelheden munitie en springmiddelen werden in open rupsvoertuigen van de geallieerden de polder in getransporteerd. De noordelijke dijk werd elke 25 meter met explosieven ondermijnd. In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog werden gevonden granaten, zo ook een hele zware van 40-50 kg, veelal in de afwateringssloot gegooid, die centraal in de Overdiepse Polder lag en vanuit westelijke richting uitmondde in de Dussense Gantel. Na de ruilverkaveling omstreeks 1948 werd deze sloot gedempt. In de polder wordt nog steeds munitie gevonden. Zelf heeft hij herhaaldelijk artillerie- en mortiergranaten, munitieverpakking en “brandflesjes” gevonden en gemeld bij de overheidsinstanties. Deze brandflesjes gingen drijven toen de polder (ge62 De treurwilg “die alles zag”, bij het monument voor de gevallenen. Men vreest voor zijn lot.

63 Nog steeds wordt munitie gevonden.

deeltelijk) geïnundeerd was. Ook heeft hij direct na de oorlog het lichaam gevonden van een gesneuvelde Duitse soldaat. De Overdiepse Polder is, behoudens de directe omgeving van het Capelse Veer en de westelijke punt, niet gebombardeerd geweest vanuit de lucht. Bij een eventuele herinrichting van de polder zou het gebied pal ten zuiden van Dussen, evenals het polderke van Meijs, speciale aandacht verdienen ten aanzien van explosieven. Ook na de opsporingsactie van een aantal jaren geleden is nog tot tweemaal toe een granaat gevonden.” 89


de overdiepse polder

Gesprek met Cor Zijlmans

De heer Zijlmans heeft met zijn zoon in 1978, aan het eind van de tweede ruilverkaveling, een boerderij gesticht aan de Overdiepsekade 4 in Sprang-Capelle aan de oostzijde van de polder en ten zuiden van het driehoekig bosperceel. Zijn zoon woont er nu nog met zijn gezin. In 1990 is het noordelijk perceelgedeelte bij de boerderij gekomen. Momenteel staan er 15 huizen in de polder waarvan er op termijn, na de herinrichting van de polder, slechts een paar overblijven. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog stond er slechts één huis in de polder. Tijdens de intensieve gevechten in het najaar ’44 en voorjaar ’45 lag het oostelijk gedeelte van de polder recht tussen de geallieerde artillerie in de omgeving Waspik en het Duitse bruggenhoofd Capelse Veer. Hierdoor is een vrij brede strook terrein zeer intensief beschoten en zijn veel blindgangers achtergebleven. Bij het graven van de fundering van de boerderij in 1978 is een granaat gevonden. In totaal heeft hij ongeveer 40 granaten gevonden en gemeld bij de autoriteiten. Tien tot vijftien jaar geleden is hem tijdens het ploegen een ongeval overkomen met een fosforgranaat die ontplofte. Hij is hierdoor niet gewond geraakt. De laatste granaat is twee jaar geleden gevonden. Ten tijde van de grote opsporingsactie langs de Bergsche Maas een aantal jaar geleden is aan de noordgrens van het perceel tijdens het ploegen een zeer grote en zware granaat gevonden. Dit is toen gemeld bij het personeel dat met de opsporingswerk90

64 In gesprek met Cor Zijmans.

zaamheden bezig was. Deze hebben de granaat met behulp van een graafmachine over de sloot heen getild en via hun organisatie afgevoerd. Een aantal jaren geleden is zijn terrein van drainage voorzien. De gemeente heeft destijds van­wege haar verantwoordelijkheid de opdracht tot draineren verstrekt en was voornemens, vanwege de mogelijkheid tot het aantreffen van munitie, de polder preventief te laten onderzoeken. Vanwege capaciteitgebrek bij de eod van het ministerie heeft dit geen


d r a m at i s c h e g e b e u r t e n i ss e n i n d e 2 0 e e e u w

6

Gesprek met Sip Vos

65 Deze zware jongen is recentelijk gevonden bij de voorbereiding van het project Overdiepse Polder.

doorgang gevonden. Bij het draineren is uiteindelijk geen munitie gevonden. In 1943-1944 is hij getuige geweest van een bombardement van zes geallieerde vliegtuigen op de scheepswerf in Waspik. Deze is tot driemaal toe gebombardeerd.

De heer Sip Vos, Sip is eigenlijk een afkorting van Sebregts, woont in Sprang-Capelle, hij vertelt over de oorlogstijd: “Oorspronkelijk hebben we bij ons thuis een boerderij gehad maar ik heb ook op tuinderijen gewerkt. Toen de oorlog uitbrak raadden ze me aan om terug te gaan naar de boerderij, dan liep ik minder risico om naar Duitsland gestuurd te worden door de Duitsers. Bij de treurwilg, waar nu het herdenkingsmonument staat (afb. 62), stond toen een kantonnierwoning waar de familie Dijkstra gewoond heeft. Dijkstra was verbonden aan de veerpont over de Bergsche Maas. Volgens mij heeft Dijkstra die treurwilg nog geplant. Later is Van der Zanden er komen wonen. De “Groene Brug” bij Van Suylekom is bij het begin van de oorlog in 1940 niet gebombardeerd en is de hele oorlog in tact gebleven. De boeren met land in het Overdiep konden al die jaren de brug gebruiken. Ik vermoed dat de Engelsen hem hebben laten springen in 1944. Het was een heel aparte brug. Aan weerskanten stond iemand met een draaier waarmee de brug werd open gedraaid om schepen door te laten. Van Suylekom was daarvoor verantwoordelijk.” Sip Vos legt uit dat toen de Duitsers eind 1944 in de gaten kregen dat de geallieerden het Overdiep niet zo belangrijk achtten, zij zich hadden ingegraven in de hoge kanaaldijk aan de zuidoever van de Bergsche Maas. Zij vormden daar een bruggenhoofd. Vroeger was ’t Sas gelegen op de weg naar Waalwijk, daar waar nu de weg over de dijk loopt. Daar heeft 91


de overdiepse polder

Krant uit maart 1950: Dodelijk spel met granaat Maandagmiddag rond 5 uur heeft in de Overdiepsche polder een dodelijk ongeval voorgedaan. Door ontploffing van een granaat werd de 14 jarige Janus de Jong, zoon van de veerman van het veer van Capelle, dodelijk getroffen. Men veronderstelt dat er twee mortier granaten zijn aangespoeld en dat het slachtoffer daarmee is gaan spelen. Het lichaam van de jeugdige getroffene was vreselijk verminkt. Onder grote belangstelling is hij vrijdagmiddag op de Algemene begraafplaats te Zaltbommel ter aarde besteld. Aan de groeve werd het woord gevoerd door het hoofd van de Koningin Juliana school die namens de leerkrachten en schoolkameraadjes een laatste groet bracht en de ouders troostend toesprak. Een tweetal bloemstukken en een grote krans dekten de groeve.

92

vroeger ook een huis gestaan en werden, toen de Bergsche Maas nog niet gegraven was, ook mensen overgezet. Vandaar ging je naar Meeuwen. ’t Sas was eigenlijk de overgang naar het Land van Heusden en Altena. “Eind 1944 zijn wij in Brabant reeds bevrijd,” aldus de heer Vos, “Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk werden eind oktober 1944 bevrijd. Het Overdiep stond onder water. In dat dijkgat hadden ze een schuit ingevaren om het te dichten. Het hele Overdiep was een groot moeras met riet waar bijna niet door te komen was. De boeren moesten het zelf opruimen. Soms gebeurde het dat bij dat opruimen er achter je plotseling iets begon te branden, dan had je met een fosforgranaat te doen. Langzaam trok het water zich terug en begonnen we met het hoge riet te maaien. Het land moest weer klaar gemaakt worden voor de landbouw. De Duitsers schrokken er niet voor terug om ’s nachts met hun patrouilles Capelle en Waspik onveilig te maken. Ze namen er leden van de Binnenlandse Strijdkrachten gevangen, die wacht liepen op de dijk en namen ze mee naar de overkant van de Bergsche Maas. De geallieerden hadden de Duitsers schromelijk onderschat. De strijd om dit bruggenhoofd heeft veel te lang geduurd en veel jonge mensenlevens gekost. Via de Veerweg langs de haven gingen de soldaten richting de groene brug of wat er nog van over was. Bij de brug was het een afstand van ongeveer 300 meter tot het bruggenhoofd. Daar kwamen ze direct al onder vuur te liggen van de Duitsers.


d r a m at i s c h e g e b e u r t e n i ss e n i n d e 2 0 e e e u w

Ik geloof niet dat de Polen, Canadezen en Engelsen die de aanvallen uitvoerden, ook hier gelegerd waren. Die kwamen van elders. De Duitsers in het bruggenhoofd waren paratroopers, die hadden ze niet meer nodig want vliegtuigen hadden de Duitsers niet meer. Als de Duitse soldaten er vandoor wilden gaan werden ze door de eigen ss meedogenloos neergeknald. De zwaargewonden hebben ze achtergelaten in de loopgraven. In die roerige dagen op het eind van de oorlog sliepen en woonden we in de kelder. Toen trof een v-1 hier schuin tegenover ons huis het gemeentehuis, dat finaal vernield werd. De twee bomen die er nu nog staan, stonden toen voor het gemeentehuis. Verderop had je toen bakkerij Sneep”.

6

Een ooggetuigenverslag van solda at Loren Nelson

66

26 January - 1 February 1945 Capelsche Veer is a ferry harbour set into the north shore of a long narrow island on the Maas River, just north of the Dutch town of ’s-Hertogenbosch. A small garrison of German Paratroopers surrounded the harbour and manned a network of slit trenches and tunnels which surrounded two farm houses.

Zo begint het verhaal van Soldaat Nelson over een merkwaardige en vreselijke episode uit de 2e wereldoorlog, de Slag bij Capelse Veer. Het oorspronkelijk Engelse verhaal is door de redactie vertaald in het Nederlands. Capelsche Veer is een inham voor een veerpont op de noordoever van een lang en smal eiland aan de rivier de Maas, net ten noorden de Nederlandse stad ’s-Hertogenbosch. Een klein garnizoen Duitse paratroopers lag rond dit haventje ingegraven en bemande een netwerk van loopgraven en tunnels dat twee boerenhuizen omringde. De 1ste Poolse Pantserdivisie en de 47ste Royal Marines (Britse commando’s) hadden eerder al geprobeerd de Duitsers te verjagen in december 1944 en op 15 januari 1945, maar dit mislukte. Het land daar is zeer vlak en biedt heel weinig dekking. Ook de enige manier om op het eiland te komen loopt over 93


de overdiepse polder

94

67 Op de dijk bij Kapelsche Veer. Een schets door luitenant A. M. Damer.

68 Mannen van het Lincoln en Welland regiment oefenen in het Drongelens kanaal voor een aanval met bij Capelse Veer.

een dijk die zeker 7 meter hoog is en totaal open is; er is geen boom te bekennen. In de winter is de bodem nat en modderig, hetgeen elke beweging heel moeilijk maakt. Alleen de harde bovenlaag van de dijk is goed om op te lopen. De commandant van het 4de Armoured Division, generaal majoor Chris Vokes vond het tijdsverspilling en zonde om soldaten te offeren om de Duitsers te verdrijven. Daarom gaf hij bevel dat kano’s naar het front gebracht moesten worden om het karwei te klaren. Hij dacht en hoopte dat de kano’s nooit zouden aankomen en dat de aanval afgelast zou worden. Tot ieders verbazing arriveerden de Peterborough kano’s. Het bevel tot de aanval werd gegeven. Op de morgen van 26 januari 1945 lanceerden het Lincoln en Welland Regiment een aanval in de vorm van een tangbeweging tegen de Duitse paratroopers bij Capelsche Veer. De aanval werd belemmerd door de koude en ook de kano’s voldeden niet, daar het water vlakbij de oevers bevroren was.

Het merendeel van de kano-aanvallen werden geannuleerd. Het land bij Capelsche Veer is onbarmhartig vlak en de aanval moest uitgevoerd worden op een dijk die evenwijdig aan de rivier liep. Om de zaken nog ingewikkelder te maken hadden de Duitsers zich ingegraven in tunnels in de dijk, waarbij alleen de lopen van hun mitrailleurs naar buiten staken. De vijand wachtte met vuren totdat de Canadezen vrijwel boven hen waren; toen openden zij het vuur, zo gericht dat in enkele minuten alle officieren van de compagnieën die aanvielen vanuit het oosten getroffen werden. Na een felle tegenaanval van de Duitsers werden zij teruggetrokken van het eiland. Aan de westkant van het eiland verwierf de B compagnie een steunpunt, hoewel al zijn pele­tonscommandanten gesneuveld waren; daarbij sloegen zij Duitse tegenaanvallen af en consolideerden hun posities totdat de D compagnie hen kwam versterken. Op de andere flank was het anti-tank peleton, een


d r a m at i s c h e g e b e u r t e n i ss e n i n d e 2 0 e e e u w

6

69

compagnie van Argyll en Sutherland Hihglanders en twee tanks van het South Alberta regiment, erin geslaagd om tegen het vallen van de avond een soortgelijke positie te veroveren. Vanuit het oosten en het westen werkten de Lincs en Argylls zich in de richting van de Duitsers en groeven zich in na iedere korte beweging. Vier lange dagen van scherpe koude en ellende klauwden en ploeterden zij zich voorwaarts terwijl de artillerie de vijandelijke posities beschoten. ’s Morgens vroeg op 31 januari 1945 ontmoetten zij de flankerende Canadese strijdkrachten in de ruïnes van een stadje. Zij hadden 34 gevangenen gemaakt en telden 145 Duitse gesneuvelden op het slagveld. De rest van de Duitsers was ontsnapt. De Canadezen hadden 234 verliezen geleden, waarvan 65, inclusief 9 officieren, gesneuvelden. Na de oorlog zei de commandant van het 6de Parachutisten Divisie dat de verdediging van Capelsche Veer hem tussen de 300 en 400 doden en gewonden hadden gekost, plus 100 mannen, die invaliden waren door bevriezing.

70 Mannen van het Lincoln en Welland regiment in het dorp van het Capelsche Veer op 1 februari 1945. vlnr: Soldaat F.L.Russell, soldaat J. Sneddon, Korporaal R. S. Marshall, onbekende soldaat. (deze foto is blijkbaar na de veldslag gemaakt)

95


de overdiepse polder

Na de T weede Wereldoorlog

De tijd van het bekende Waspikse hooi was voorbij, de polder was minder nat en dus meer geschikt voor graan, bieten en aardappelen etc. Na de verkaveling van 1946 was er in de polder meer akkerbouw. De akkerbouw is eigenlijk al begonnen tijdens de bezetting door de Duitsers, die de scheurplicht oplegden, dat wil zeggen het grasland moest worden gescheurd (omgeploegd). Er moesten vooral bieten en tarwe gezaaid worden. Grote delen van de polder waren lange tijd onveilig door de vele niet ontplofte munitie. Bij de ruilverkaveling, die in 1946 startte (zie hoofdstuk 7) had men daar veel last van, getuige onderstaand verslag: “Er waren 2 percelen, die heel gevaarlijk waren na de oorlog, grenzend aan de weg van de brug naar de pont. Hier was het levensgevaarlijk. Deze waren afgezet en waarschuwden voor blindgangers en mijnen. Je wist niet wat er in lag. Het land van Wim Zijlmans aan de Lorweg lag tijdens beschietingen vanuit Waspik en Oosteind in het schootsveld, met ’t gevolg dat er veel oorlogstuig en onontplofte granaten zijn gevonden. Die werden later door de Opruimingsdienst opgeruimd. Wij hebben bij onze werkzaamheden slechts twee lijken van Duitse soldaten gevonden en deze op laten ruimen door deskundigen. Die liggen hier ergens op het kerkhof begraven.” Ook tijdens latere werkzaamheden en nu bij de realisatie van het Terpenplan wordt nog veel munitie gevonden, maar soms ook nog stoffelijke resten van gesneuvelde militairen, zoals in het krantenbericht hiernaast te lezen is. 96

71 Krantenbericht 4 oktober 2010.


d r a m at i s c h e g e b e u r t e n i ss e n i n d e 2 0 e e e u w

6

De watersnoodramp van 1953

De grote watersnoodramp in 1953 liet ook in Waspik zijn sporen na. Onder meer in de Overdiepse polder, getuige hetgeen mevr. Dora van Dongen-Pruissers zich hierover kan herinneren. Mevr. Van Dongen is de dochter van Tonie de Jongh en Janus Pruissers, die in 1946 Nol de Bont opvolgde als pontbaas. Zij vertelt ‌ “Op zaterdagavond 31 januari 1953 was er zuidwesterstorm en springvloed. Voor ons een ongekend natuurverschijnsel. Het water stond al gauw boven aan de dijk bij ons huis en het duurde niet lang of de golven beukten er tegen aan. Ons huis was een soort noodwoning met een nishut erachter, waarin enkele koeien stonden. Het stond op een soort terp, op de plek waar de boerderij van Nol de Bont had gestaan. Die was in de oorlog in 1944 in puin geschoten. Tegen de morgen zagen we dat er een gat in de dijk ontstond, een kleine 100 meter ten westen van ons huis. Ongeveer ter hoogte van de Graafseweg. In geen tijd stroomde het Overdiep vol en zaten we rondom ons in een onmetelijke watermassa. Op zondagmorgen op 1 februari 1953 draaide de wind naar het noordwesten. Het water van de Noordzee werd met ontzagwekkende kracht de trechter van de Noordzee ingestuwd. Het water kwam in golven vanuit de polder naar onze eenvoudige en niet al te sterke boerderij rollen. Vader en ook moeder, die ziek op bed lag, werden hoe langer hoe banger. Ze wisten niet wat hun overkwam. Het gelui van de kerkklokken om de bevolking te waarschuwen

72 De twee veerlui van het Capelse Veer in een kano. Zij zijn op de tweede dag van de watersnood vanaf de Maas op weg naar de bewoonde wereld in Capelle.

voor de ramp hadden ze niet gehoord; een telefoon was er niet en ze hadden geen radio. Er kwam dus totaal geen nieuws bij ons binnen over de vreselijke ramp die zich op dat ogenblik over ons land voltrok. De pont lag losgeslagen ergens tegen 97


de overdiepse polder

de kant van de rivier en van onze losgeslagen roeiboot was geen enkel spoor meer te bekennen. Veel later vonden we onze roeiboot in de Labbegatsehaven bij de firma Oerlemans. Het was ons duidelijk dat we heel gauw hulp nodig hadden. Daarom hing mijn vader een oud wit laken aan de voorgevel van ons woonhuis. Mensen van Scharlo probeerden ons met hun boot via de Kerkvaartsehaven te bereiken, maar dat lukte van geen kanten. De tegenwind was zo sterk en de stroming van het water in de Maas zo krachtig, dat ze met geen mogelijkheid de overkant- ons dus- konden bereiken. De burgemeester alarmeerde toen meteen de Pontonniers van de kazerne bij Keizersveer; deze hebben ons drieën gered en in hun motorvoertuigen meegenomen naar de pontonnierskazerne. Het moet rond een uur of twee, half drie geweest zijn. Mijn zieke moeder werd met de grootste zorg behandeld en in deze kazerne in bed gestopt. Diezelfde pontonniers zijn daarop doorgevaren naar de Groene Brug bij Capelle om de familie Arjaan van Suylekom te bevrijden, maar die weigerden mee te gaan vanwege hun vee. Mijn vader en ik zijn naar de kazerne in het centrum van Geertruidenberg gebracht en kregen in het Weeshuys, waar alle ingezamelde kleding verzameld werd, nieuwe kleding. Vader besloot om langs de spoorlijn van het Halvezolenlijntje naar Waspik-Boven te stappen, bijna drie uur lopen. Daar werden we gastvrij opgevangen. Helaas wisten we niet waar ons moeder was. Die waren we kwijt. ’s Maandags stapte vader op de fiets op zoek naar moeder; eerst naar het 98

inundatiegebied stormvloed 1953 73 Op dit kaartje is goed te zien hoe ver het water landinwaarts is gekomen, ’t Vaartje en de Waspikse dijk hielden nauwelijks stand.

Elizabethzieken­huis in Raamsdonksveer. Daar was ze niet. Van mobieltjes hadden we toen nog nooit gehoord. Dan maar doorrijden naar Geertruidenberg. Uiteindelijk vond hij moeder in de huidige Agnes en na een paar dagen sloot ze zich bij ons aan. Vader ging iedere dag op zijn fiets naar de Maas, vaarde daar over naar de boerderij, voerde de koeien en ruimde de grootste troep wat op. Het huis had de storm goed doorstaan. Wel stond er veel water in de kelder, maar in het huis was er hoegenaamd geen schade. De aardappelkuil en bietenkuil waren volledig weggespoeld. Waarschijnlijk hadden de hoge fruitbomen van de boomgaard achter ons huis de grootste kracht van de golven gebroken. Na drie weken konden we met zijn drieën gelukkig weer terug naar huis”.


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

7 de ruilverkavelingen in het overdiep Eerste ruilverk aveling (1946 t/m 1948)

101

Gesprek met Albert Martinus over de ruilverk aveling

104

T weede ruilverk aveling (1970-1994)106

99


de overdiepse polder

100


d e r u i lv e r k a v e l i n g e n i n h e t o v e r d i e p

De eerste ruilverkaveling is gebaseerd op een wet van 1938. Het hoofddoel is een verbetering van de cultuurtechnische factoren, bestaande uit ontsluiting, waterbeheersing en verkaveling ten behoeve van de landbouwbedrijven.  Percelen dienen direct te grenzen aan verharde wegen. Verspreide percelen van hetzelfde bedrijf worden zoveel mogelijk aaneengesloten tot een kavel. De afstand van deze kavel tot het in de Langstraat gelegen bedrijf kon in het Overdiep maar weinig verkort worden. De waterbeheersing behelsde het bouwen van een gemaal, graven van nieuwe watergangen en aanbrengen van drainage om te allen tijde een voldoende drooglegging te bereiken. Op die manier moet een rendabele investering voor het landbouwbedrijf verkregen worden. Dat is vooral mogelijk omdat het Rijk de administratieve kosten voor haar rekening neemt en een gunstige financiering hanteert. Bij de tweede ruilverkaveling, die gebaseerd is op een wet van 1954 speelt eveneens de verbetering van de cultuurtechnische factoren. De positie van de pachter is nu even goed geregeld als die van de eigenaar. Boerderijverplaatsing is nu mogelijk, wat in het Overdiep een grote rol speelt voor een economische bedrijfsvoering van zowel de verplaatste als blijvende bedrijven. Door grondaankopen en verplaatsing van bedrijven naar de Flevopolder komt er grond beschikbaar voor vergroting van bestaande bedrijven en voor natuur, landschap en recreatie, 74 De polder anno 2010 met zijn grote percelen.

7

die een onderdeel van het plan van voorzieningen vormen. Belangrijke infrastructurele werken van algemeen nut worden geïntegreerd in het plan, zoals het Deltaplan en de brug over het Oude Maasje. In hoofdstuk 8 wordt de vestiging van bedrijven in de polder verder besproken.

Eerste ruilverk aveling (1946 t/m 1948)

De bestaande toestand van de verkaveling in 1946 is praktisch gelijk aan die van de 19e eeuw, zoals beschreven in de paragraaf “Van wie is het land en het water” De percelen hadden na het graven van de Bergsche Maas dezelfde breedte als toen, maar waren uiteraard niet zo lang meer. Toch lag de lengte in het overgrote deel van de polder tussen de 1000 en 1500 m. Voor een rendabele exploitatie was deze situatie onvoldoende en hierin wilde men verandering brengen, zeker na de verwoesting en verwaarlozing van het land als gevolg van de oorlog. In een artikel uit 1933 over de behoefte aan ruilverkavelingen in de Langstraat werd over de Overdiepse polders gesteld: “De gronden van zeer goede kwaliteit zijn in een groot aantal lange smalle percelen verdeeld, terwijl er grote behoefte bestaat aan enkele goede toegangswegen. Het gedeelte ten westen van de Dussensche Gantel is alleen bereikbaar via de beide pontveren over het Oud Maasje. Mocht te zijner tijd tot afsluiting van het Oude Maasje worden besloten en de polder hierdoor watervrij gemaakt worden, dan zou tevens een gunstige gelegenheid zijn geschapen tot het stichten van nieuwe boerderijen op de door de ruilverkaveling samengevoegde percelen.” 101


de overdiepse polder

Met een ruilverkaveling was men in 1946 in Waspik bekend, omdat de ruilverkaveling Bovenkerk (213 ha) hier was uitgevoerd in de periode 1938 t/m 1941. Het waterschap “De Overdiepsche Polders” nam in 1943 een besluit tot ruilverkaveling. In het Overdiep was de landbouwkundige toestand aan verbetering toe vanwege de te smalle percelen, de onvoldoende afwatering en wegen. Op 28 juni 1946 is er een vergadering geweest, waar het plan voor de ruilverkaveling (517 ha groot) werd toegelicht en vragen van de aanwezigen door een ingenieur van de Cultuurtechnisch Dienst werden beantwoord. Van deze zogenaamde stemmingsvergadering onder leiding van een G.S-lid van de provincie Noord-Brabant is een met de hand geschreven verslag van 15 bladzijden (A4) beschikbaar. De vergadering vond plaats bij H. van Iersel, B25 te Waspik, het huidige café De Ploeg, Raadhuisstraat 10. Het doel van deze bijeenkomst, die duurde van 11.20 tot 14.30 uur, was om eigenaren over het plan te laten stemmen, maar hoewel in de voorvergadering het plan uitvoerig is besproken, kunnen er nu ook nog vragen gesteld worden. Uit het verslag zijn de volgende zaken vermeldenswaard: Op de totale kostenraming van de ruilverkaveling van ƒ 805.248,geeft het Rijk 73% subsidie. Als er geen ruilverkaveling komt zou er in het oosten van het blok een in slechte toestand verkerende kade toch verlegd moeten worden, wat neerkomt op ca. ƒ 200,-/ha, zodat er voor de landbouwkundige verbetering door de eigenaren  ca. 102

75 Grotere percelen zijn veel efficiënter.

ƒ 350,-/ha betaald moet worden via een annuïteitsbetaling van 5% gedurende 26 jaar. Met de verwachte opbrengsten van het verkavelde blok wordt de rentabiliteit voor zowel de pachter als de eigenaar verbeterd blijkt uit de toelichting. Een brug ter plaatse van het Waspikse veer zit niet (meer) in het plan vanwege te hoge kosten, die toen geschat werden op 100 tot 150 duizend gulden. Men moet er ook rekening mee houden dat natuurlijke lozing van overtollig water straks niet meer mogelijk is na afsluiting van het Oude Maasje. Maar omdat uitvoering hiervan nog niet in zicht is moet er ter voorkoming van wateroverlast er een gemaal zijn.


d e r u i lv e r k a v e l i n g e n i n h e t o v e r d i e p

7

De heer A.J. Bink te Raamsdonk zegt dat er destijds een ander plan was, waarbij er 1 km meer weg zou komen, wat zijn voorkeur heeft. Er was een ander plan tijdens de voorbereiding, dat uitging van de bestaande perceelsrichting (dus noord-zuid) met verkorte en verbrede percelen, maar het waterschapsbestuur heeft toen gekozen voor het plan met minder wegen en waterlopen, omdat het goedkoper was. Een ruilverkaveling wordt aangenomen volgens de wet van 1938 als of de meerderheid van de eigenaren, ongeacht hoeveel oppervlakte zij wbezitten, of de meerderheid van de oppervlakte, ongeacht het aantal eigenaren,  voor stemt. Degenen, die geen stem uitbrengen worden geacht voorgestemd te hebben. De uitslag van de stemming is: er zijn 319 stemgerechtigden met 519 ha en er hebben 42 tegen gestemd met 119 ha. Daarmee is volgens de wet de ruilverkaveling “De Overdiepsche Polders” aangenomen. De uitvoering is zeer voortvarend aangepakt en het werk was op 1 oktober 1948 al gereed. Men ging echter pas betalen toen de renteberekening klaar was vanaf 1 januari 1957.

76 Het resultaat van de uitvoering van de verkaveling in 1948 is te zien op deze kaart.

gemaal af op de Dussensche Gantel, die als boezem het water via een sluis op het Oude Maasje kan lozen. In het Waspikse gedeelte delen de wegen en waterlopen het gebied van ca. 350 ha in 14 blokken. Binnen deze blokken zijn sloten gegraven die haaks staan op de nieuwe wegen, zodat hierop gedraineerd Op de topografische kaart 1:25.000 van 1948 is de situatie kan worden evenwijdig aan de wegen. De percelen zijn door de weergegeven nadat de nieuwe wegen en waterlopen van de ruilverkaveling van gemiddeld 1 ha, welke situatie al sinds de ruilverkaveling gerealiseerd waren. Hier zien we de grote ver- aanleg van de polder zo was, vergroot tot 3,5 ha. andering, die de ruilverkaveling teweeg bracht vanaf ’t Stort tot het Capelsche veer. Er zijn 4 noord-zuid wegen aangelegd. De waterlopen in het midden van het gebied lozen via een motor103


de overdiepse polder

“De wegen in de Overdiepse Polder destijds waren nog onverhard. Er was een weg van de veerpont via de brug bij Van Suylekom, ook wel de Groene Brug van ’t Sas genoemd, naar Sprang-Capelle en een weg onder langs de dijk richting Han Rekkers in westelijke richting naar het gemaal toe. De andere wegen zijn tijdens de verkaveling in 1946 - 1948 aangelegd.” (Volgens de top-kaart van 1936 was de weg langs de dijk van het Oude Maasje verhard tot ongeveer waar de Vrouwkensvaart hierin uitmondt (ca 1600 m). De rest moet dus nog verhard zijn van 1936 tot 1948. Er was in 1936 wel een onverharde weg tot en met een brug over de Gantel. Deze brug was er volgens een artikel van de Nederlandse Heidemaatschappij uit 1933 nog niet. Red.)

77 Gesprek met Albert Martinus in de Riethorst.

Gesprek met Albert Martinus over de ruil­ verk aveling

Naast historische feiten en wetenswaardigheden zijn ook de verhalen van bewoners het vermelden waard. Een daarvan is een gesprek met de heer Albert Martinus, die ten tijde van het gesprek, 19 november 2009, in de Riethorst in Waspik woonde. De heer Martinus was als uitvoerder betrokken bij de ruilverkaveling die op 9 november 1946 startte in de Overdiepse Polder. Het was toen een jaar na de oorlog. 104

In 1946 werkte de heer Martinus bij de Grontmij en werd uitvoerder van het project Overdiepse Polder. Aannemer Kees v.d. Leyden uit Dongevaart heeft alle wegen verhard met gebakken klinkers. Hij groef sloten met machines en de arbeiders deden de rest. Zij staken de kanten in het gewenst profiel, met de schop in de zware, vette rivierklei. Het Overdiep strekte zich uit van ’t Stort in het westen bij Raamsdonk tot de veerpont bij Waalwijk. Voor de boeren was het polderke van Meijs eigenlijk het einde aan de oostkant. Bij de huidige paddenpoelen ongeveer, in totaal 500 ha. De grond was in handen van een aantal grote boeren en van de kerk. Vooral de Nederlands-hervormde kerk had daar veel bezittingen. Bij de Graafseweg lag ca. 12 ha land dat eigendom was van de kerk. De percelen waren soms maar 10 tot 22 meter


d e r u i lv e r k a v e l i n g e n i n h e t o v e r d i e p

78 Graven van sloten met dragline en kiepkarren en met handkracht afwerken van de talud met de lange schop.

breed en liepen van zuid naar noord toe. In de uiterwaarden waren die percelen nog goed te herkennen, Zij liepen aan de noordkant van de Bergsche Maas tot aan de Scheisloot. De reden van deze zeer smalle percelen was de primitieve en gebrekkige ontwatering in de polder. Later zijn deze percelen gedraineerd. De hoofdwaterloop liep er van oost naar west naar het gemaal bij de Gantel. Dat gemaal stond te ver naar binnen. Bij de 2e verkaveling in 1972 is dit gemaal buiten gebruik gesteld en vervangen door een nieuw elektrisch gemaal bij de Graafseweg. In principe konden in de polder allerlei gewassen verbouwd worden. Aardappelen, tarwe en suikerbieten. Door de gebrekkige ontwatering kwam er zo nu en dan een kink in de kabel. Het was vaak te nat. Toen de dijk bij Van Suylekom

7

doorbrak was de situatie op de akkers gewoon droevig. De hele oogst was verloren gegaan. Verscheidene boeren stopten er dan ook mee. Dat dijkgat hebben ze gedicht door er een schuit in te varen en daar te laten zinken. Deze boot werd vastgezet en vol met grond gegooid. Dat was ongeveer 100 meter van de brug af in westelijke richting. Tijdens de oorlog was de brug bij Van Suylekom kapot maar in 1947 werd deze provisorisch hersteld. Het zand voor de polderwegen werd per schip aangevoerd en vandaar met kiepkarretjes verder vervoerd. In totaal werden er vier nieuwe wegen aangelegd, de Frieseweg, Poolseweg, Graafseweg en de Lorweg. ’t Stort aan de westkant van de polder is ontstaan bij de aanleg van de Bergsche Maas. Van de Duitse schuttersputten en verdedigingswerken nabij de veerpont over de Bergsche Maas was in 1946 weinig meer te zien. Blijkbaar waren deze al opgeruimd. Het waterschap was verantwoordelijk voor het onderhoud van de waterlopen. De boeren kenden een zogenaamde schouwplicht. Deze verplichtte hen om de sloten tweemaal per jaar op breedte en diepte te houden en ook onkruidvrij. Als het in orde bevonden werd dan kreeg de bewuste boer daarvoor subsidie. In die tijd kende de polder drie pontveren en een brug: de Groene Brug bij ’t Sas, een pontveer over de Bergsche Maas, een pontveer bij Janus Pruijssen (Han Rekkers) en een bij Hermenzijl. Deze laatsten moesten met mankracht, handmatig dus, naar de overkant getrokken worden, echt beulenwerk. Twee wagens met paarden konden tegelijk overgezet worden.” 105


de overdiepse polder

T weede ruilverk aveling (1970-1994)

De ontwikkeling in de landbouw na de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een grote vraag naar betere productie-omstandigheden en dat resulteerde in een grote vraag naar ruilverkaveling. De Overdiepse Polder maakte deel uit van een aanvraag tot ruilverkaveling in 1964 door gemeentes, waterschappen en standsorganisaties. Op 30 december 1970 werd de ruilverkaveling Zuiderafwateringskanaal Beneden-Donge bij de stemming aangenomen op basis van 72% van de totale oppervlakte van 9280 ha.De meeste boeren, die land hadden in het Overdiep lagen met hun bedrijf in deze ruilverkaveling, zodat ruiling van gronden over grote afstanden mogelijk was.

79 Bomen omringen het erf waar druk gewerkt wordt door Corné Zijlmans.

106

De voorzieningen op basis van de wet van 1954 gaven voor dit gebied veel ruimere mogelijkheden dan bij de eerste ruilverkaveling. De belangrijkste verandering voor het Overdiep was dat boerderijverplaatsing een eind maakte aan de veelal op grote afstand gelegen verspreid liggende percelen. Dat was mogelijk omdat werd ingespeeld op aanpassingswerken in het kader van het Deltaplan, die het gebied “watervrij” moesten maken. Tot die tijd diende de polder als overlaatgebied bij extreem hoog water. Afsluiting van het Oude Maasje met een keersluis, waardoor de getijden vervielen, had invloed op de nieuwe waterafvoer. Tenslotte was de aanleg van een extra brug over het Oude Maasje essentieel voor vestiging van nieuwe boerderijen. Gebruikelijke ruilverkavelingswerken hielden in dat de meeste gronden in grotere eenheden rechtstreeks aangesloten konden


d e r u i lv e r k a v e l i n g e n i n h e t o v e r d i e p

worden op het bedrijfsgebouw. Het verbeteren van de zo gevormde kavels door een betere ontsluiting en afstandsverkorting, waterbeheersing en vorm van de percelen maakte het geheel tot een landbouwkundig rendabele investering. Een hogere landschappelijke waarde werd verkregen door erfbeplanting en bosaanleg. De ruilverkaveling werd nadat de meeste werken al in de 80-er jaren waren uitgevoerd, administratief afgesloten in 1994. De totale kosten waren begroot op 50 mln gulden, waarvan 33 % door de eigenaren betaald moest worden, te voldoen in 30 jaar op basis van een annu誰teit van 5%, dus van 1994 tot 2024 elk jaar 5% van de totale kosten.

7

80 Op deze topografische kaart uit 1988 is de perceelsindeling te zien van de gebieden tussen de 4 hoofdwegen die op de voorgaande kaart over de eerste ruilverkaveling uit 1948 zichtbaar zijn.

107


de overdiepse polder

108


2

h e t n i e u w e l a n d s c ha p

8

de polder wordt bewoond De echte eerste bewoners:

Eindelijk een vaste

de veerman en zijn familie

111

oeververbinding124

De eerste boeren komen in 1975

112

De familiedag op 15 juli 1978

127

Scha atsen op het Oude Ma asje

128

De Gebr. Broekmans ga an als eersten

113

Het rela as van Kees Bink

115

in 2003

het Overdiep

118

22 oktober 2009

Gladheid in 1976

123

25 Ja ar welkom in de polder

Een bijzondere bewoner van

130

Verhuizen voor de t weede keer op 132

109


de overdiepse polder

110


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

De echte eerste bewoners: de veerman en zijn familie

Het veer bij de Kerkvaart heeft een lange historie. Rond 1700 worden hier al boeren, maaiers en knechten met paard en wagen en werktuigen overgezet met platte boten. In hoofdstuk twee van dit boek is onder de titel “Het veerhuis en enkele bewoners� de geschiedenis beschreven van het veerhuis. Verschillende veermannen en hun families woonden in het veerhuis dat in 1944 door de oorlog tot aan de grond toe werd verwoest waarna er een noodwoning werd gebouwd. In 1955 neemt Han Rekkers de pacht van het veer over en komt met Trees Rekkers en het hele gezin naar naar de Overdiepse kant waar hij een nieuw veerhuis laat bouwen. Na de opening van de Abraham Kampbrug in 1978 houdt de pont op met varen en wordt de boerderij verbouwd tot een fraai landhuis. Han Rekkers verlaat de polder in 1995 en zijn zoon John komt er wonen. John en Gerda RekkersSchoormans starten in 1996 de jachthaven, waarvoor vader Han reeds eerder het initiatief had genomen. Voordat zij in het huis bij de haven gingen wonen hebben zij eerst 15 jaar op een woonboot gewoond. Zij hebben drie kinderen: Noortje, Sietske en Maartje.

81 Carnaval 2011: steeds dwazere suggesties voor de nieuw ingerichte polder!

82 Luchtfoto van de jachthaven, rechts aan de overkant de monding van de Kerkvaartse haven.

Hun bedrijf omvat een jachthaven en jachtwerf voor reparatie en nieuwbouw. De jachtenbouw is de tweede tak van het bedrijf geworden, het is een geweldige accommodatie geworden. Zij blijven in de polder wonen en werken bij de haven. De situatie blijft zoals die nu is, de terpdijk loopt straks achter hun huis en terrein langs. 111


de overdiepse polder

De eerste boeren komen in 1975

Door de Deltawerken was er in de Maas geen eb en vloed meer. Tevens bouwde men in 1976 een keersluis “het Scheepsdiep” in het Oude Maasje en zo werd het Overdiep watervrij gemaakt. De Overdiepse polder, met aan de noordkant langs de Bergsche Maas de hoogste rivierdijk van Nederland van ongeveer zes meter + n.a.p. en de keersluis in het Oude Maasje op Deltahoogte aan de zuidkant, was echt watervrij. Dat was het moment om via de ruilverkaveling z.a.k. Beneden Donge (Zuiderafwateringskanaal Beneden Donge) achttien bedrijven uit Raamsdonk en Waspik te verplaatsen naar het Overdiep. Uiteindelijk werden in totaal in ruilverkavelingsverband 16 nieuwe boerderijen gebouwd, die praktisch al hun grond aaneengesloten rond de boerderij kregen, met een huiskavel variërend van 25 tot 50 ha. De 17e boerderij op het Stort is via Domeinen gesticht. Als een van de eersten besluiten de families Broekmans en Bink de stap te zetten naar de nog lege polder. Een grote stap, het was echt pionieren, de brug over het Oude Maasje (Abraham Kampbrug) lag er nog niet en de enige verbinding was de veerpont van Han Rekkers, of men kon helemaal omrijden over de Capelse brug. Bovendien verhuist niet alleen

112

83 De keersluis in gesloten stand.

de boer, maar ook zijn gezin én zijn bedrijf. Dus naast het gezin met kinderen en huisraad gaat ook al het vee mee, van kleine kalveren tot koeien en van jonge veulens en paarden. Ook de landbouwwerktuigen moeten overgebracht worden; van tractor tot opraapwagen, van giertank tot hooischudder. Kortom, zo’n verhuizing is geen peulenschil.


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

De Gebr. Broekmans ga an als eersten

Theo en Sjaak Broekmans hadden beiden een bedrijf in Raamsdonk. Zij zouden als eersten als Gebr. Theo en Sjaak Broekmans naar de Overdiepse Polder verhuizen. Sjaak had een gemengd bedrijf, dus akkerbouw (graan, bieten, erwten) en veeteelt en ongeveer 1 ha grond bij de boerderij. De ruilverkaveling was voor de broers heel belangrijk, samen hadden zij zo’n 40 à 45 ha grond verspreid over wel 30 plaatsen. In de Overdiepse Polder kregen zij daarvoor ongeveer 65 ha, deels in pacht en deels in eigendom, direct aan huis en in de uiterwaarden. Er werden twee woonhuizen gebouwd, een met een ligboxenstal en melkinstallatie en een met een werktuigenloods. Sjaak vertelt over de verhuizing: “Het was een zonnige dag in februari 1975, die dag gingen we alle koeien verhuizen, dus uit de stal van Theo en uit mijn stal, via de Capelse brug en dan weer helemaal naar het westen, want wij zaten bijna tegen het Stort aan. Alle koeien (120 met nog 60 stuks jong vee) moesten bij elkaar in de nieuwe stal, ik hoor ze nog loeien!” Sjaak en zijn vrouw Rian gingen dezelfde dag ook over, Theo en zijn vrouw Ria zouden na 3 maanden komen. “De eerste weken zaten we nog op kisten in de kamer,” gaat Sjaak verder, “we hadden ook nog geen telefoon, dus als we moesten bellen gingen we naar Rekkers (het veerhuis, red.). Voor de rest van de spullen, een boer heeft veel “rommel”, maar ook de werktuigen, het kuilgras en het hooi hebben we wel 6 weken lang met de trekker en een wagen heen en weer gereden naar Raamsdonk, altijd via de pont van Rekkers.”

84 Sjaak Broekmans woonde in een prachtige oude boerderij aan de Luiten Ambachtstraat 28 in Raamsdonk.

De familie Broekmans was de eerste jaren nog volledig op Raamsdonk georiënteerd, dus ook de kerk en de Rabobank. De eerste Pasen in de polder zal Sjaak nooit vergeten: “Wij gingen op Paaszaterdag naar de kerk in Raamsdonk, het was al april, maar toen we uit de kerk kwamen sneeuwde het vreselijk. Met de grootste moeite zijn we thuisgekomen. Theo kon ’s morgens niet komen melken, we waren compleet ingesneeuwd, de weg was door veel bergen grond al slecht begaanbaar en nu kwamen daar nog hopen sneeuw bij.” 113


de overdiepse polder

85 Op deze luchtfoto ligt in het midden de boerderij van Stan en Yvonne Fleerakkers-Broekmans, links de jachthaven van Hermenzijl waar het fietspontje ’s zomers een belangrijke schakel in de fietsknooppuntenroute is. De punt van de Overdiepse Polder heet ’t Stort, daar is de boerderij van de familie Van Dongen te vinden.

114

In mei is Theo overgehuisd en niet veel later kwamen er meer boeren (zie het relaas van Kees Bink). Toch liep men nog een flink risico op overstroming omdat de keersluis nog niet klaar was, de polder had dus zomaar onder water kunnen staan bij ongunstige waterhoogtes. Terugkijkend op die eerste jaren komt Sjaak Broekmans met nog een opmerkelijk verhaal: “Je had eigenlijk twee groepen bewoners, links van de Gantel en rechts van de Gantel. Wij, van de linkerkant, vormden een hechte groep van vooral Raamsdonkers. Je vierde de verjaardagen samen maar ook andere activiteiten. De mannen vonden bijvoorbeeld dat ze op zwemles moesten met al dat water om zich heen (vroeger was dat niet gewoon zoals nu) en gingen dan met twee auto’s naar Dongen. Elke keer als er weer iemand was geslaagd voor diploma a of b was dat natuurlijk weer aanleiding voor een feest!” In 1986 zijn de bedrijven van de Gebroeders Broekmans gesplitst, dat hadden ze van te voren al goed op papier gezet. De een hoefde alleen nog maar een werktuigenloods te bouwen en de ander een ligboxenstal, daarna werd de veestapel gesplitst, zo ontstonden er twee zelfstandige boerenbedrijven. Het bedrijf van Theo werd voortgezet door zijn dochter Yvonne Fleerakkers-Broekmans en haar man. Sjaak en Rian kregen drie kinderen: Giem, Mark en Evert. Sjaak en Rian gingen verder met hun zoon Mark en zijn vrouw Anita in een maatschap. Sjaak besluit; “Mark was in 1976 het eerste kind van de nieuwe boeren dat in de Overdiep werd geboren, nu gaat hij begin 2012 als eerste op een terp wonen.”


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

Het rela as van Kees Bink

“Verhuizen met een boerderij is niet niks, vooral als de datum van verhuizing al vaststaat. Op 8 mei 1975 zou het gaan gebeuren; weer of geen weer. Onze boerderij in ’t Overdiep was in aanbouw. De koeien moesten naar ’t Overdiep over­gebracht worden, want het voer was op in de Schansstraat. De koeien moesten in de polder de wei in. Het was nieuw in­gezaaid weiland, wij vroegen ons af hoe die jonge grasmat zich zou gedragen, als onze koeien er met hun stevige slikpoten op gingen grazen. Zou het weiland niet na drie dagen een kaal land worden? Nou konden we niet meer terug. Ook mijn vrouw Leny moest meehelpen, terwijl onze 6 kinderen door oma bezig gehouden werden. Dan breekt 8 mei 1975 aan. ’s Morgens om 5:00 uur werden de koeien al gemolken, de avond ervoor hadden ze het laatste voer gehad. Gerrit Rutters, een bekend veerijder, een begrip hier in Waspik en Raamsdonk, zou de koeien naar ’t Overdiep rijden over de groene brug bij Van Suylekom in Capelle. We hadden 43 koeien en die zouden in drie keer rijden met de veewagen naar ’t Overdiep gebracht worden. Dat zou wel geen problemen opleveren, dachten wij. De koeien in die tijd waren gewend aan een halster om hun nek.

86 De voormalige boerderij van de familie Bink in de Schansstraat 30 in Raamsdonk.

Maar de grootste uitdaging was, dat ze ’s morgens in Raamsdonk gemolken werden en ’s avonds in ’t Overdiep. Het zat hem in het feit, dat we eerst in de stal voldoende vacuümleidingen moesten afbreken om die vervolgens naar de polder te brengen. 115


de overdiepse polder

116


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

87 De geïmproviseerde “melkweg” met rechts de leidingen en de bielzen. Op de achtergrond het silhouet van het oude gemaal.

Daar werden de leidingen provisorisch bevestigd aan zes bielzen die we langs de weg ingegraven hadden. De vacuümleiding liep van de weidewagen tot de weg met bielzen. We hadden een weidewagen voor in het land met een elektromotor. Die bracht meer rust en zekerheid, alleen moest twee keer per dag een kabel van zo’n veertig meter uitgerold worden van de bouwkast van de aannemer naar de weidewagen. Met drie melkketels van het merk Surge konden we op het einde van de dag de koeien melken. De melk werd overgedaan in melkbussen, die twee keer per dag werden opgehaald en naar het melkfabriek gebracht. Omstreeks 12.00 uur waren de melkkoeien in ’t Overdiep. Het jongvee en de overige levende have kwamen ’s middags. De spanning was hoog en zat hem vooral in het feit of het weer

89 Een recente foto van het bedrijf van de familie Bink aan de Gantelweg.

meewerkte; of alles klopte met het vervoer. De verhuizing liep vrijwel geruisloos, ’s avonds werd er gemolken en het vee had het goed doorstaan. Nu nog gaat mijn grote dank uit naar Gerard van Gils uit de Beneden­kerkstraat. Die had voor elk probleem wel een oplossing, dat was een enorme handige man. De verhuizing liep vrijwel geruisloos.”

88 De koeien komen wat onwennig de nieuwe stal in.

117


de overdiepse polder

Een bijzondere bewoner van het Overdiep

90 Nico van Dongen vertelt over vroeger.

118

Mijn familie, de Van Dongens, heeft altijd iets gehad met Hermenzijl en het Stort, aldus Niek van Dongen. In 1847 trouwde Thomas van Dongen, veerman van Hermenzijl, met Hendrika Floris en werd mijn grootvader in 1858 op Hermenzijl geboren. Naar hem ben ik genoemd. Hij pachtte het Stort rond 1924 als eerste pachter van de Domeinen, samen met Janus Broekmans. Die twee besloten alles samen te doen, totdat – bijna onvermijdelijk – er een meningsverschil ontstond. De hulp werd ingeroepen van de heer van de Stelt, opzichter van de Domeinen, die optrad als scheidsrechter. Hij verdeelde het Stort in overleg met de twee kemphanen in 4 stukken. Daarna nam hij 2 lucifers in zijn handen, een groot en een klein stukje. Degene die het kleinste stuk trok, mocht als eerste kiezen. Ik weet niet wie er gewonnen heeft, maar mijn vader kreeg het noordoostelijke deel met heel zware grond en het zuidwestelijke deel met droge, lichte grond toebedeeld. In oppervlakte was dat ongeveer 10 ha bouwland ieder. Het Stort was veel geaccidenteerder dan de rest van het Overdiep. Het zand daar is in 1920 vanaf de Keizersveer naast het Stort gespoten (het huidige militaire terrein), zodat het 5 meter hoger ligt dan het maaiveld van het Overdiep. De afstand tussen ’t Oude Maasje en de kanaaldijk is ongeveer 200 meter en de uiterwaarden zijn 150 meter. Wij zijn er in 1977 komen wonen en hebben daar nieuw gebouwd. Van de Domeinen kregen we toestemming en alle medewerking. De plaatselijke overheid, toen de gemeente


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

Raamsdonk, bemoeide zich daar hoegenaamd niet mee. Er wilde eigenlijk niemand wonen. Mijn ongetrouwde broer Steef weigerde daar mee naar toe te gaan. Eigenlijk vond ik dat niet zo erg, want zo’n karwei kun je beter alleen opknappen. Je bent je eigen baas en neemt de beslissingen, zonder ruggespraak. Ik kon 1,5 ha in eigendom krijgen van de Domeinen om daar het woonhuis, de stallen, de boerderij en de opslag voor veevoeder te bouwen. De rest is allemaal pachtgrond. Voor mij en mijn vrouw Corrie, was het net de hemel op aarde. We hadden het goed naar onze zin en leefden als God in Frankrijk. Toen kon je zelf beslissen wat je ging doen. Tegenwoordig is de invloed van de overheid veel groter dan toen. Vooral bij ons boeren lijkt dat zo te zijn. Vroeger woonden de boeren in het dorp en lagen de percelen verspreid in de polder. Op het Stort lag mijn boerderij midden in de landerijen. Geweldig toch! Later kreeg ik er nog eens 6 ha bij, toen Jantje Boons vertrok in het kader van de ruilverkaveling, tenslotte had ik 32 ha. Toen ik op de lagere school zat, moest ik met zo’n zware trekrijf de losse aren oprijven (harken) tot een rugje, waarna mijn vader ze met de riek op de schoven deponeerde. Met de fiets van mijn moeder reed ik dan naar ons land op het Stort. Ik kon niet bij het zadel, dat voor mij te hoog was, en de Zijlweg naar de pont bij Harrie Kamp zat vol diepe kuilen en bijna niet te berijden. Dan was ik al doodmoe voor ik aan het werk was. Na de lagere school in Raamsdonk stuurden mijn ouders mij naar het kleinseminarie Beekvliet in Sint Michielsgestel. Ik kon

8

91 Luchtfoto van het bedrijf van de familie Van Dongen in de Overdiepse Polder.

blijkbaar goed leren en moest maar pastoor worden, vonden zij. Helaas had ik het daar helemaal niet naar mijn zin en heb ik het gepresteerd om twee keer weg te lopen. Naar huis. De eerste keer liep ik door de grote voordeur naar de halte van de bba. De tweede keer klom ik over het hek. Maar het mocht niet baten. In beide gevallen was ik de volgende dag al weer terug op Beekvliet. Bij ons thuis lieten ze zich niet de les lezen door zo’n snotneus. De eerste klas haalde ik gemakkelijk en ook de tweede ging naar wens. Vanaf dat moment besloot ik om niks meer te doen op school. Dus haalde ik alleen maar vieren op mijn rapport. Als je niet wil leren, zei mijn vader, dan zul je moeten werken. 119


de overdiepse polder

92 De mooie boerderij in de Lange Broekstraat 10 in Raamsdonk die Nico in 1977 verliet om te verhuizen naar ’t Overdiep.

120


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

Ik ging naar de landbouwschool in Raamsdonksveer bij meneer Castenmüller, later haalde ik mijn diploma’s Mulo a en b en hbs a en b. We waren bij ons thuis met dertienen: zeven jongens en zes meisjes. Ik ben een boer in hart en nieren. Ik heb toen een noodstal gebouwd voor 35 koeien. Kees Schoenmakers, mijn zwager, hielp me hierbij. Hij zorgde voor de technische zaken. Zonder hem had ik het niet gered. Bovendien kreeg ik het voor mekaar om een woonhuis te laten bouwen door de firma de Graauw uit Waspik. Met behulp van Wim Bink en Jack van Beek bouwden we drijfmestputten om de mest op te vangen. In de noodstal hebben we twee winters moeten overwinteren. De nieuwe stal had 8 spantvakken, die 4 meter van elkaar stonden, met een overspanning van 25 meter; in de nok was ie 8 meter hoog. Plus vier spantvakken die ik er later nog bij heb gezet. In totaal was de schuur 50 meter lang. Later heb ik er met mijn zoon Simon nog een machineloods van 18 × 32 meter bijgebouwd. Vroeger was het zetten van een afrastering een heel karwei, maar tegenwoordig met een haspel en wat prikpaaltjes, is het een fluitje van een cent. Prikkeldraad is bijna helemaal verdwenen uit de polder. Een enkele boer heeft het nog staan. Toen we daar op het Stort kwamen wonen hadden we geen stroom, geen licht en geen telefoon. We hadden zelfs geen water. Dat is wel het ergste dat je kan overkomen. Geen water. We hebben het een half jaar zonder water moeten stellen. We gingen bij familie en buren melkbussen vol water halen. Daar waren we echt zuinig op. Het

8

afvalwater van de gootsteen vingen we op om de wc mee door te spoelen. Douchen deden we bij familie in Raamsdonksveer. Toen hebben we waterleiding aangelegd dwars door het land naar Broekmans. Toen de toestemming gegeven werd om de kraan open te draaien, ben ik op de fiets zo snel mogelijk naar huis gereden. Bang dat de hele boel onder water zou lopen. Gelukkig duurde het wel 15 minuten voordat het water onze boerderij had bereikt. Het water moest 1100 meter overbruggen. Voor stroom heb ik 6 jaar met een generator gedraaid. Ik had een grote generator. Als ik ’s morgens wakker werd liep ik naar de tractor, startte die en dan begon overal het licht te branden. De melktank begon te koelen. ’s Nachts hadden we geen licht. In het woonhuis hadden we overal leidingen en lampjes laten maken; in de berging had ik een accu staan. Ik had een touw gespannen; daar hoefde ik maar aan te trekken en dan ging het licht uit. Maar op gegeven moment had het flink gesneeuwd en gevroren, zodat het touw vast zat. Toen moest ik in nachtgewaad mijn bed uit om het touw los te dooien. Als ’s zaterdags de kinderen thuis tv wilden kijken moest de generator, dat motorke van 2,5 pk, aan. Dan hadden we beeld. Maar er mankeerde wel eens iets aan dat motorke. Een vuiltje bijvoorbeeld. Dan begon dat motorke steeds langzamer te lopen en dat beeld werd steeds kleiner. Een beeld van 2 cm lengte. Ik hoor ze nog mopperen. Zo ook met het strijkijzer; dat vraagt 1500 Watt. Als het ijzer aansprong, kon je dat buiten horen, want dan moest de motor trekken. Toch vond ik het geweldig, deze primitieve manier van leven. 121


de overdiepse polder

93 De boerderij en de stallen van Simon en Eline van Dongen op ’t Stort.

Mijn grond lag in de uiterwaarden, het Kanaal noemden we dat deel. Daar liep je het risico dat je land onder water kwam te staan, maar nu zijn er dus nieuwe plannen met het Overdiep. Ik heb op het Stort gebouwd en er kwam toen bijna nooit iemand van de gemeente Raamsdonk kijken om te controleren. Op een zonnige middag, de bouw was al een jaar klaar, kwam een ambtenaar van de Bouwkundige Dienst het erf op. Hij zei: “Ik zie dat je al klaar bent, Van Dongen.” Ja, ik ga niet zitten wachten op jullie, totdat jullie komen, was mijn reactie. Nou momenteel is het zo dat de overheid jou precies voorschrijft hoe 122

het woonhuis en jouw boerderij moeten worden gebouwd en waar de stal moet komen. Zij bepalen dat. Jij als boer hebt niet erg veel in de pap te brokken. De provincie financiert het project; het gebeurt steeds meer dat zij jou voorschrijven hoe het moet. Sommige regels zijn hinderlijk in de bedrijfsvoering, terwijl je toch al veel zorgen hebt om het bedrijf draaiende te houden. In het jaar 2012 wordt mijn levenswerk met de grond gelijk gemaakt. Daar heb ik wel een beetje hartzeer van. Maar ik hoop de nieuwe boerderij nog mee te maken. Vlakbij de plaats waar mijn overgrootvader veerman was.


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

Gladheid in 1976

Hoe in de polder de winterse ongemakken werden opgevangen vertelt een van de bewoners van het eerste uur: “De eerste winter dat we in ’t Overdiep woonden, was het al behoorlijk winter. De sneeuw bracht allerlei troubles met zich mee. Gladheid vooral. Voor de melktankwagen waren onze boerenbedrijven welhaast onmogelijk te bereiken. De gemeente Waspik wist blijkbaar niet dat er in ’t Overdiep ook mensen woonden; boeren nog wel die een bedrijf hadden dat zeven dagen in de week bereikbaar moest zijn. Zeker voor de melktankwagen die de melk kwam ophalen bij de veebedrijven. Wij, de boeren, staken de koppen bij elkaar en besloten om dan zelf maar de gladheid te bestrijden. Met zand; dat was bij de boerderijen in aanbouw nog wel wat te vinden. Het zand werd op een wagen met trekker geladen en daarna met de schop over het wegdek gestrooid. We zaten dan wel op een eiland, maar “achterom”, zo noemden we de route via de groene brug bij Van Suylekom in Capelle waren we nog behoorlijk bereikbaar.

94 Gladheidsbestrijding in de polder.

De les die we uit dit verhaal kunnen leren? Een boer uit ’t Over­ ­diep laat zich niet zo gemakkelijk onder sneeuwen.”

123


de overdiepse polder

Eindelijk een vaste oeververbinding

De eerste nieuwe boerderij werd gesticht in 1975, de pontjes bij Hermenzijl onder Raamsdonk en aan het einde van de Veerstraat te Waspik waren toen nog de enige toegang tot de polder. Er was wel een brug in Capelle, maar die werd door de Raamsdonkse en Waspikse boeren weinig gebruikt vanwege de grote afstanden met paard en wagen.

95 Maart 1978; de brug in aanbouw. (foto BN DeStem)

124

Na de ruilverkaveling was er nog steeds geen duidelijkheid over een vaste oeververbinding. Dankzij de inspanningen van velen, met name ook Abraham Kamp en de boerenorganisaties, zijn er dan toch serieuze plannen gemaakt. Een van de plannen was een brug over de keersluis, maar daartegen heeft men zich fel verzet, zodat uiteindelijk de plek ongeveer in het midden van de polder de voorkeur kreeg. Op 19 april 1974 namen de Provinciale Staten het besluit tot de bouw van de brug. Het zou dan nog tot mei 1978 duren voordat de brug klaar was en het gebied voor altijd ontsloten was. De brug is 150 meter lang en 6 meter breed, ze rust op 2 pijlers met een tussengedeelte van 33 meter en is van voorgespannen beton. De brug kreeg als naam “Abraham Kampbrug�, waarmee de grote verdienste van de heer Kamp als voorvechter van deze oeververbinding tot uitdrukking gebracht wordt.


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

Op 30 juni 1978 werd de brug officieel geopend door de Commissaris van de Koningin, Mr. Van der Harten, voorafgaand daaraan onthulde de echtgenote van wijlen de heer Kamp het naambord van de brug. Onder de vele aanwezigen waren alle bewoners, het gemeentebestuur van Waspik, de Ruilverkavelingscommissie en vertegenwoordigers van de n.c.b. en de z.l.t.o. Na de officiële opening liep het hele gezelschap naar de boerderij van de familie Bink aan de Gantelweg waar de feestelijkheden in ongedwongen sfeer werden voortgezet. Tijdens de voorbereiding op de officiële opening kwam Wout Zijlmans, voorzitter van de Ruilverkaveling z.a.k. BenedenDonge, met het idee om een samenspraak te schrijven tussen een boer en boerin uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Verhalen en gebeurtenissen van vroeger werden bij elkaar gezocht en met behulp van Kees Klijn uit Elshout werd een hele voordracht in elkaar gezet. Will en Nol Hooijmaijers fungeerden als Driek en Jans, een soort Pieternel en Thomasvaer; zij waren de hoofdpersonen. Marius Verschure als koetsier bracht hen, gezeten op een ouderwetse brik over de brug naar de boerderij aan de Gantelweg. Daar hielden zij een bijzondere historische voordracht waar­van de aanwezigen met volle teugen genoten. Met een hapje en een drankje was het die middag goed toeven aan de Gantelweg.

96 30 juni 1978; om vier uur de Abraham Kampbrug wordt officieel in gebruik genomen. (foto BN DeStem)

97 Will en Nol Hooijmaijers en koetsier Marius Verschure.

125


de overdiepse polder

J: Dat zal wel … Maar … nou zou ik toch wel eens willen weten wie die naam aan de brug gegeven heeft. Toen we daar precies bij de brug aan kwamen rijden, zag ik opeens dat bordje staan, Ik riep tegen onze Giel, stop! efkes kijken wat daar op staat! En we lazen; Abraham-Kamp-brug; Nou, ’n betere naam hadden gullie nooit uit kunnen kiezen. D: Net Jans, want Bram Kamp was een jongen uit onze eigen streek. Iemand die ’t ver gebracht heeft: Hoofd van de landbouwschool en later zat ie ook nog in de Provinciale Staten. Hij wist goed hoe het er hier bij stond. Altijd heeft ie voor ons boeren gestreden, ge deed nooit tevergeefs een beroep op hem. ’t Was zogezegd een echte doordouwer. Later kreeg ie nog hulp van mijnheer de Geus, die zat ook in de Provinciale staten. En ten lange leste hebben ze toch naar die twee geluisterd en de plannen goed gekeurd. Jammer dat ze ’t resultaat van hun werk niet hebben kunnen bekijken. Maar al de boeren hier in het Overdiep zullen nog dikwijls met dankbaarheid aan hen denken dat weet ik zeker.

 e mogen die twee nooit vergeten dat zeg ik ook. J: Z Maar al dat moois hier zal toch wel veel geld gekost hebben en ik denk dat er toch wel veel polderlasten betaald zullen moeten worden. Maar ja, niks voor niks, ze hebben in ieder geval waar voor hun geld. Kom Driek, zouden we niet stillekens aan op huis in rijden. Onze Giel wordt ongeduldig zie ik. Hij moet gaan melken. We hebben nu toch de brug gezien en ook de commissaris en onze bur­gemeester daar waren we immers voor gegaan. D: Ja Giel, jongen we gaan. Maar één ding wou ik toch nog zeggen. Als ik dat nou hier allemaal aanzie wat is er dan veul veranderd. Die ploegen werkvolk van vroeger ziede nie meer, Alles gebeurt met een trekker en een machien. ’t Gaat nooit vlug genoeg meer. Maar stil … ik schei er mee uit … want ik zie aan het gezicht van ons Jans dat dat hoog tijd wordt. Mensen van het Overdiep, ik hoop dat het jullie goed gaat. En gij hoge heren, … wel thuis allemaal! Giel vat de zweep maar dan rijden we aan. Laatste stukje tekst uit de tweespraak van Driek en Jans bij de opening van de brug.

126


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

98 Mevrouw Bink (links) en mevrouw Klijn(rechts) kregen bloemen van Will.

8

99 De “spontane” gasten.

De familiedag op 15 juli 1978

Bij de opening van de Abraham Kamp brug werd het idee geboren om op korte termijn deze dag nog eens over te doen voor alle bewoners en hun familie. Dit zouden alle opa’s en oma’s met hun kleinkinderen moeten zien werd er terloops opgemerkt. Zo gezegd, zo gedaan. De uitnodiging ging van mond tot mond. Velen gingen op de uitnodiging in en op 15 juli 1978 kwam men weer bijeen bij de familie Bink aan de Gantelweg. Kees Bink vertelt hierover: “Het was een spontane en

ongedwongen bijeenkomst met alle bewoners en hun familie van 8 maanden tot 88 jaar oud. Het werd door iedereen zeer gewaardeerd. Het was prachtig weer en de voordracht van Nol en Will liep weer als een tierelier.” De voordracht, die tijdens de opening gehouden was, werd namelijk weer herhaald, dit keer met Kees Klijn als “Commissaris van de Koningin”. Het werd een geweldig succes. 127


de overdiepse polder

De bekende A. Stam uit Kaatsheuvel had zowel bij de 1500 m en de 5 en 10 km de eerste prijs. De beste Waspikker bij de 10 km was Frans Severs met een vierde plaats en J. Hooijmaijers uit Waspik vierde op de 1500 m. Bij de dames was op beide afstanden A. Son uit Haarsteeg de beste, van Waspik waren M. van Kuijk en Y. Broekmans resp. vierde en vijfde op de 3 km. Dan had je nog de schoonrijders die hun kunsten vertoonden.

100 IJspret op het Oude Maasje bij Han Rekkers, een foto uit 1982.

Scha atsen op het Oude Ma asje

Als er weer eens een strenge winter is dan gaat het bij vele mensen kriebelen en halen ze de schaatsen uit het vet. Het Oude Maasje is dan weer het toneel van schaatswedstrijden zoals in 1985. Toen werd er om het open kampioenschap van Waspik gestreden op het Oude Maasje bij Han Rekkers. Er was een baan uitgezet van 500 meter. De start was bij de Abraham Kampbrug. Ook voor de schoonrijders was er een wedstrijd zowel individueel als voor paren. De prijzen waren bijeengebracht door de plaatselijke middenstand. 128

Een van de bewoners van het Overdiep wist nog te vertellen over die mooie en koude winters rond 1980: “Voordat we in ’t Overdiep gingen wonen, had ik niet in de gaten, dat ’t Oude Maasje zo gauw dichtvroor, vooral als het water door bevriezing eenmaal koud was. Of het altijd even betrouwbaar ijs, dat weet ik niet. Over betrouwbaar ijs gesproken. Cor Rekkers en mijn zoon Wim van 11 jaar, echte waaghalzen in mijn ogen, waren al na twee nachten stevige vorst even over het ijs naar de brug bij Van Suylekom en terug geschaatst. Na een uur kwam Wim toch gelukkig weer thuis. Ik was blij en boos tegelijk. Het zat me niet lekker. Zak je d’r door dan ben je onherroepelijk verloren en kun je het niet meer navertellen. Zij hadden niet te dicht bij elkaar geschaatst, vertelde onze Wim, want dan kraakte het ijs behoorlijk. Volgens mij hebben we de eerste 12 jaren ieder jaar op de Maas kunnen schaatsen. Soms werden er toertochten georganiseerd. Dan kwamen de goede schaatsers uit de streek erop af. Meestal werd er van de Abraham Kamp brug tot aan het cafeetje


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

101 Ouderwets zwaaien en zwieren. (BN DeStem, 24 februari 1986)

bij de Waalwijkse haven en weer terug geschaatst. Een enkele keer werd er gekeerd bij de keersluis bij ’t Stort, net voorbij Hermenzijl. Toch een afstand van 16 km. Mijn vrouw en ik gingen niet zo tekeer. Wij hielden meer van een rondje buitenover, zwieren zeg maar. En dat gaat nog steeds goed, vinden wij. Ook na 50 jaar.� 102

129


de overdiepse polder

25 Ja ar welkom in de polder in 2003 Mond-en- Klauwzeer crisis ma art-april 2001

De mkz is ook aan Overdiep niet ongemerkt voorbij gegaan. Hoewel er gelukkig geen besmetting of uitbraak is geweest, had het in die periode wel gevolgen voor het dagelijkse leven in en rond de boerderijen in de Overdiepse Polder. Allereerst werd er alles aan gedaan om contacten te voorkomen: geen veetransporten en afvoer van vee, kinderen mochten niet meer in de stal komen en mochten geen vriendjes van school meebrengen. Maar ook vergaderingen en feesten werden uitgesteld. Zo ook de viering van de geplande zilveren bruiloft van de familie Jos de Bont werd van april naar september verzet onder het motto: Uitstel is geen afstel. Ook werd er op gezamenlijk initiatief van de bewoners een grote ontsmettingsbak, geleverd door John Rekkers, op de Abraham Kampbrug geplaatst. Dit alles onder de dreiging van een uitbraak van de mkz in Sprang-Capelle, waar in die periode veel vee is geruimd. Bij de Familie Bink is in die periode zoon Tom geboren.  Buren konden  niet op kraamvisite komen om zoveel mogelijk contact te vermijden.

130

Op de pagina hiernaast staat een groepsfoto met bijna alle bewoners, gemaakt op 1 juli 2003 bij gelegenheid van het feit dat de polder al 25 jaar via de Abraham Kampbrug bereikbaar is. Het feest werd gehouden in de loods van de familie Hooijmaijers. Er was een expositie met herinneringen uit die 25 jaar, ’s middags een leuke puzzeltocht en natuurlijk heel veel gezelligheid.


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

8

103

131


de overdiepse polder

Verhuizen voor de tweede keer op 22 oktober 2009

In het begin van hoofdstuk 8 vertelde Kees Bink over de verhuizing naar het Overdiep in 1975, inmiddels is hij gestopt met werken en heeft zijn zoon Wim het boerenbedrijf overgenomen. Vader en zoon Bink vertellen in onderstaand verhaal hoe zij het Terpenplan beleefd hebben en wat daarvan voor hun de gevolgen waren. Uiteindelijk verhuist Wim met zijn bedrijf en gezin naar de Wieringermeerpolder, geen makkelijke beslissing. Kees begint het verhaal: “Toen in het jaar 2000 duidelijk werd wat “Ruimte voor de Rivier” inhield, waren wij niet zo enthousiast over dit plan, vooral Wim niet. In 1996 hadden we al te maken gehad met de nevengeul in de Capelse uiterwaarden. Deze zou in 2004 klaar moeten zijn, maar werd in 1999 in zijn geheel afgeblazen. En toen werd het nieuwe project “Ruimte voor de Rivier” gepresenteerd.” De bewoners van het Overdiep gingen uit van het idee van meedenken is meebeslissen. Dan zullen we er financieel zeker niet slechter van worden, dachten ze. “Niets is minder waar”, zegt Kees, “Het duurde veel te lang.” Al gauw kwamen twee ideeën bovendrijven, een dijk dwars door het midden van de polder en het terpenplan. Het bestuur van de inmiddels opgerichte belangenvereniging van de bewoners in het Overdiep had geen eensluidende mening. Kees gaat verder: “Mijn zoon Wim, bestuurslid van deze vereniging, was voor een dijk door het midden van de polder. Ook Gerard Vos was het met hem eens. De spanning in het 132

bestuur liep zo hoog op dat Wim zich genoodzaakt achtte het bestuur te verlaten. Zodoende ging hij al in de beginjaren zijn eigen weg. Hij begon samen met Annemiek, zijn vrouw, advertenties in vakbladen na te snuffelen en bezoeken af te leggen in Nederland. Geen van beiden wilden zij naar het buitenland (Canada). Zo kwamen ze in de Wieringermeer terecht. Toen begon het echter pas, hier in het Overdiep proberen een boerderij te verkopen en daarginds een boerderij te kopen. Dat was een zeer spannende en intensieve periode. Het vergde het uiterste van deze twee jonge mensen, nooit een moment van stilstaan en de onderhandelingen verliepen moeizaam. Inmiddels werd er een tekening gemaakt om in het Overdiep een stal bij te bouwen. Het motto was doorboeren, er moest melk in de tank.” Wim nam een deskundig adviseur in de arm en ze kwamen tot een akkoord. In Wieringerwerf aan de Zeugweg 26 kochten ze een akkerbouwbedrijf. Het maken van tekeningen voor een nieuwe stal en het aanvragen van vergunningen was nu het eerste werk. Ze gingen uit van 200 melkkoeien en 150 stuks jongvee met drie melkrobots. De Gebr. Jansen uit Dongen namen de erfverharding en sleufsilo’s aan. De Firma de Jong uit Ursem (n-h) bouwde de stal en verbouwde het woonhuis. Dit had tot gevolg dat Wim en Annemiek een jaar lang regelmatig op en neer moesten rijden. Een afstand van 330 km vice versa.


d e p o l d e r wo r d t b e woo n d

Er kwam in die periode heel wat op hen af. In het Overdiep moest alles doorgaan, terwijl er in Wieringerwerf gebouwd moest worden en het land beboerd. Een gedeelte werd verhuurd en de rest van het gras en mais werd ingekuild voor de komende winter/verhuizing. Een gelukkige bijkomstigheid was dat de herfst van 2000 behoorlijk droog was. Zo liepen er 50 stuks jongvee buiten, die hier in het Overdiep niet binnen konden staan. Met de Firma Klijn uit De Moer werd het veetransport geregeld. Transportbedrijven uit Noord-Holland haalden de werktuigen op in retourvrachten naar het noorden. Zoon Wim vertelt over de verhuizing: “Op 22 oktober 2009 ’s morgens om 7 uur kwamen drie veewagens voorrijden om de eerste 100 koeien te vervoeren. Daags tevoren hadden mijn zoon Coen en ik alle melkgevende koeien al geselecteerd en gemerkt, zodat we wisten welke koe in welke veewagen moest. Daar de aanhangwagens twee lagen hadden, moesten we rekening houden met de grootte van de koeien. De grote koeien gingen in de voorwagen en de kleinere in de onderste laag van de aanhangwagen. Belangrijk was dat alles rustig gebeurde en dat er goed geselecteerd werd. Dan konden ze in Wieringerwerf bij de juiste melkrobot gelost worden. Drie groepen waren er te weten de hoogproductieve koeien, de laagproductieve koeien en melkvaarzen. De hele operatie verliep vlot, toen alles geladen was kon de reis van 165 km beginnen, al gauw 2,5 à 3 uur rijden. Rens Biemans, voormalig stagiair, en twee studenten van de mas reden mee. Ook de adjunct-directeur van

8

104 De nieuwe stal in de Wieringermeerpolder.

de mas, Will Schellekens ging mee. De jongens vonden dat hij goed zijn best deed, dat wel. Alleen ’s nachts snurkte hij zo hard, dat de jongens besloten om beneden in de kamer te gaan liggen.” De volgende twee dagen gingen de droge koeien, het jongvee, de kalveren en nog wat melkkoeien die de eerste dag 133


de overdiepse polder

niet meekonden. Arnoud, Paul en vader Kees zorgden voor het op transport stellen van de achtergebleven koeien. Broer Ad en zijn zwager namen de drinkautomaat voor hun rekening. Toen de eerste koeien vertrokken, ging ook het hele gezin mee, met wat huisraad. Het hele huis was leeg en ook de stal was leeg. Wim zegt hierover: “Een gewaarwording die we niet gauw zullen vergeten, we konden het eigenlijk niet bevatten. Dit was een emotioneel moment, dat we ons nog lang zullen herinneren.” Zo kwam er een einde aan een gedenkwaardige periode, Kees Bink vat het allemaal nog eens samen: “In Raamsdonk hadden we een boerderij met 1 ha grond aan huis, in het Overdiep hadden we een boerenbedrijf van 27 ha met een stal om binnen te melken. En nu in Wieringerwerf hebben we 110 ha land, drie melkrobots en 150 stuks vee en alles onder één dak. Dat een mens dit alles in zo’n korte tijd mee mag maken.”

105 Lege stallen van de boerderij van de familie Bink.

134


h e t n i e u w e l a n d s c ha p

2

9 kennismaking met alle (oud-)bewoners Wandeling door de polder

137

135


de overdiepse polder

12 11

6

13

5 1

10

4

2

18

9

7

16

3

15 14

8 19

136

17


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

Wandeling door de polder

Nadat in het vorige hoofdstuk al een aantal bewoners hun verhaal hebben verteld, wordt in dit hoofdstuk kennis gemaakt met alle andere bewoners en oud-bewoners van de Overdiepse Polder. Aan de hand van een denkbeeldige wandeling, die begint in de westpunt van de polder, wordt een korte beschrijving gegeven van de bewoningsgeschiedenis op elk adres. Waar toepasselijk, wordt ook aangegeven wat de toekomstplannen zijn van de huidige bewoners. Dit overzicht geeft slechts een korte impressie van de bewoners en hun geschiedenis en beoogt zeker niet compleet te zijn.

Overdiepsepolderweg 1, Ra amsdonk  1

Nico en Corry van Dongen – Schoenmakers; zie het geprek met “Een bijzondere bewoner van het Overdiep” in hoofdstuk 8. Hun bedrijf wordt voortgezet door Simon en Eline van Dongen, zij wonen sinds 1978 in het Overdiep. Ze hebben drie kinderen: Iris, Stefan en Martijn. Ze hebben een bedrijf met zoogkoeien en blijven in de polder wonen.

106 De boerderij in de Schansstraat 43 in Raamsdonk waar Theo en Ria Broekmans woonden.

Overdiepsek ade 1, Waspik  2

Theo en Ria Broekmans – van de Riet begonnen in de herfst van 1974 vanuit de Schansstraat 43 in Raamsdonk met het bouwen van hun boerderij, samen met broer Sjaak. In april 1975 verhuisden zij naar het Overdiep. Hun dochter Yvonne Fleerakkers – Broekmans en haar man Stan Fleerakkers hebben in 2001 zij het bedrijf overgenomen van de ouders van Yvonne. Beiden volgden zij de Hogere Agrarisch School in Den Bosch. 137


de overdiepse polder

Zij behoren tot de terpbewoners, dus na jarenlang plannen maken en vergaderen is nu het moment aangebroken van de uitvoering. Ze komen te wonen op terp nr. 5 vlakbij Rekkers. Op het ogenblik zijn ze druk bezig met de tekeningen van de nieuwe stal, schuur en woning. Ze komen op een mooie plek te wonen in de polder met goede toekomstmogelijkheden. Momenteel hebben zij een melkveebedrijf met circa 75 stuks melkvee en 70 stuks jongvee en circa 42 ha land waarvan 15 ha maïs en 27 ha gras. Over de toekomstplannen zegt Stan: “We gaan een compleet nieuw bedrijf vestigen voor circa 130 melkvee en bijbehorend jongvee. Op de nieuwe locatie gaan we met twee robots melken. We willen het vee blijven beweiden. We willen een gezinsbedrijf blijven en willen in de toekomst nog steeds met twee personen het bedrijf blijven runnen zoals we nu doen. Door het bedrijf deels te automatiseren en efficiënter in te richten zijn er volop uitbreidingsmogelijkheden.”

138

Sjaak en Rian Broekmans – Vermeulen. In het verhaal “De Gebr. Broekmans gaan als eersten” in hoofdstuk 8 vertelt Sjaak over de komst van de familie naar de polder. Inmiddels zijn Sjaak en Rian verhuisd naar Waspik en hebben Mark en Anita Broekmans – Wils, het bedrijf overgenomen. Mark is op 25 maart 1976 als eerste kind in de polder geboren en woont dus zijn hele leven al in de polder. Anita kwam in 2003 naar de polder. Ze hebben nu een melkveebedrijf bestaande uit 90 melkkoeien en 75 stuks jongvee, daarbij zo’n 50 ha bouwland, bestaande uit grasland en akkerbouw. Ze willen het gezinsbedrijf in de toekomst uitbreiden naar zo’n 130 melkkoeien, die weide-gang hebben en traditioneel gemolken worden, dus niet met melkrobots. Daarnaast willen zij als gastouders een kinderopvang realiseren. Zij gaan op terp nr. 2 wonen, die in oktober 2011 pal naast de huidige boerderij aangelegd wordt. Ze zijn blij dat ze eindelijk kunnen gaan bouwen aan een hagelnieuw bedrijf.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

Overdiepsek ade 5, Waspik  3

Hier wonen Nol en Will Hooijmaijers – Vermeer, zij trouw­den op 20 maart 1976 te Hulten en kregen van hun vrienden als cadeau een ezel mee. Zij hebben drie kinderen, Claudia, Geert en Lieke. Zij hebben een melkveebedrijf van 33 ha met 70 koeien, ongeveer 40 jongvee, 2 schapen, ca. 10 kippen, een hond en een paar poezen.

9

107 Luchtfoto van het bedrijf van Nol en Will Hooijmaijers in het Overdiep.

Hun plannen voor de toekomst zijn de bedrijfsovername door hun zoon Geert. Hun verwachtingen zijn dat ze nog jarenlang in de polder kunnen en mogen wonen; een polder die is ingericht voor ruimte voor de rivier.

139


de overdiepse polder

Gra afseweg 1, Waspik  4

Louis de Wit uit Raamsdonk en Mien de Wit, geboren te Waspik, kwamen vanuit de Luitenambachtstraat 30a te Raamsdonk naar het Overdiep in 1978. Louis en Wim, zijn vrijgezelle broer, hadden totaal geen binding met de polder. Wim en Addy de Wit – Smits. Vanaf oktober 1979 werkt Wim, de zoon van Louis, in de polder, terwijl Addy hem volgde op 9 oktober 1992. Zij hebben vier kinderen, te weten Manon, Tim, Suzan en Anoek. Zij hebben een melkveebedrijf van 25 ha en ca. 75 melkkoeien en 35 jongvee. Zij hebben plannen om een nieuw bedrijf op te bouwen op een terp. Gra afseweg 3, Waspik  5

108 De boerderij van de familie De Wit aan de Graafseweg.

140

Jos Zijlmans en An Claassen hebben in de polder gewoond en gewerkt van maart 1976 tot begin 1987. Zij kwamen van de Vrouwkensvaartsestraat 38 te Waspik. Zij bouwden een stal met gelijmde houten spanten; iets wat voor die tijd niet zo gebruikelijk was. Sinds april 1987 wonen Tom Zijlmans en Ans Vrijhoeven in de polder, met hun drie kinderen: Anne, Thomas en Arjon. Zij hebben een veehouderij/akkerbedrijf van in totaal 82 ha, met 140 stuks melkvee en 80 stuks jongvee. Zij verbouwen tarwe, doperwtjes, spinazie, cichorei en maïs. Hun plannen zijn om in de toekomst elders in Nederland een veeteelt/akkerbouwbedrijf op te starten dat het bedrijf dat het Overdiepse bedrijf evenaart. Zij horen dus niet tot de terpbewoners.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

109 De boerderij aan de Vrouwkensvaartsestraat.

141


de overdiepse polder

1976 naar het Overdiep trokken, gingen ze op 100% melkvee. Tot 1987 heeft Jos in de polder gewoond. Iedere dag werkt hij zo’n 16 uur per dag op de boerderij. Reeds als jong manneke was hij graag in de polder. Zo gauw hij vrij van school was, pakte hij de fiets en reed naar de polder om te helpen om bieten te hakken of ooi te plukken of te sloten of te hooien en te ploegen; en dan achter op de tractor meeuwen te tellen. Ze blijven niet in de polder wonen; zij horen niet tot de terp­ bewoners. Ze zien de toekomst met vertrouwen tegemoet, maar hopen zo’n situatie als deze niet meer mee te maken. Vanaf 1990 zijn ze weer teruggegaan naar een gemengd bedrijf. Ze hebben ruim 80 ha in gebruik, waarvan 54 ha in de polder ligt en de rest buiten de polder. Ze melken 140 melkkoeien met daarbij jongvee en ze zitten op ongeveer 230 à 240 stuks vee. Zij zien uit naar een gezinsmelkveebedrijf in een ruim agrarisch gebied. Wat de toekomst betreft zeggen ze dat niemand in de toekomst kan kijken, je leeft bij de dag, want morgen kan het al weer anders zijn. Je moet daar maar niet teveel bij stil blijven staan. 110 Het bedrijf van de familie Zijlmans uit de lucht gezien.

Gra afseweg 3, Waspik  5

Jos en Alda Zijlmans – van Dongen boeren samen met broer Tom. Ze hebben vijf kinderen, te weten: Jos, Chantal, Inez, Esmee en Lucas. Aan de Voartkant (Vrouwkensvaart) hadden zij een gemengd bedrijf met melkvee en akkerbouw. Toen ze in 142

Gra afseweg 4, Waspik  6

Marius en Diny Verschure – de Groot waren echte Raamsdonkers, uit de Luitenambacht­straat 2 te Raamsdonk. In 1976 bouwden zij een mooi melkveebedrijf. Vanaf de Abraham Kampbrug is het bedrijf goed te zien, doordat Marius een grote witte V liet schilderen op de hoge deuren. Als echte paardenliefhebber liepen er ook altijd paarden rond.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

Gra afseweg 2, Waspik  7

111 De staldeuren vormen in gesloten toestand een V.

Hans en Margo Verschure – Broekmans wonen sinds oktober 1995 in de polder. Zij kregen vier kinderen. Luc, Stijn, Marc en Marlou. Zij hebben een melkveebedrijf met 75 melkkoeien en bijbehorend jongvee en 45 ha grond. Zij horen niet tot de terpbewoners en zijn op zoek naar een nieuwe locatie voor hun 100 melkkoeien. Zij hebben inmiddels een bedrijf gekocht in Herpt, waar voor hen en de kinderen een mooie toekomst ligt.

Johan Kemmere en Cor Hamers kwamen uit de Veerstraat 11, te Waspik. Zowel Han als Cor groeiden van kinds af aan op met het Overdiep. Hoewel hun boerderij al in december 1975 klaar was, verhuisden ze pas op 18 januari 1976 naar het Overdiep, want vrouw Kemmere wilde nog eenmaal oud en nieuw vieren in de “Straat”. In 1989 trouwde zoon Kees, de bedrijfsopvolger, met Marion Trommelen uit Oosteind. Zij hebben drie zonen, die alle drie geboren zijn in Waspik: Bas, Sjoerd en Lars. Het echtpaar ging in de Binnenbijster wonen. In 1992 verhuisden Kees en Marion naar het Overdiep en Johan en Cor naar de burgerwoning Ambachtsherenlaan in Waspik. In 2005 emigreerden Kees en Marion naar Ontario in Canada. In het Overdiep hadden ze melkvee en dat hebben ze hier in Canada ook weer. Ze hadden 60 koeien. Hun boerderij werd als eerste afgebroken in het kader van “Ruimte voor de Rivier”. Hun toekomstplannen hebben ze eigenlijk al verwezenlijkt, omdat ze inmiddels een prachtig bedrijf in Canada gerealiseerd hebben.

112 Het gezin Kemmere relaxing voor hun farm in Canada.

143


de overdiepse polder

OverdiEpsek ade 2, Waspik  8

John en Gerda Rekkers – Schoormans. Zie hiervoor het verhaal “De eerste echte bewoners: de veerman en zijn familie” in hoofdstuk 8. Gantelweg 1, Waspik  9

Kees en Leny Bink – Muskens. Zie hiervoor het verhaal “Verhuizen voor de tweede keer” in het vorige hoofdstuk. 114 Wout Zijlmans en zijn vrouw Adrie bleven op ’t Vaartje 126 wonen.

Poolseweg 1, Waspik  10

113 Luchtfoto van het melkveebedrijf van Bert en Annelies Zijlmans aan de Poolseweg.

144

Bert en Annelies Zijlmans – van der Meijden. Bert Zijlmans en zijn vader Wout bouwden in 1978 een boerderij aan de Poolseweg. (Wout was de voorzitter van de ruilverkaveling z.a.k. Beneden Donge) Op 24 juni 1979 trouwden Bert en Annelies in Boxtel en gingen in het Overdiep aan het boeren. Zij kregen er vier kinderen: Antje, Maartje, Emmy en Reinoud. Rond 2002 is Bert opgehouden met melken. Ze hadden een boerderij die bestond uit een stal en een aparte melkstal ernaast. Hun melkveebedrijf omvat 25 ha met 60 koeien plus jongvee. Na 20 jaar zijn ze gestopt met melken. Ze behoren dus niet tot de aanstaande terpbewoners. Helaas is Bert op 11 april 2011, op zijn zestigste verjaardag, door een noodlottig ongeval om het leven gekomen.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

Poolseweg 3, Waspik  11

Koos en Lieske Meijs – van Helmond kwamen met hun gezin van de Vrouwkensvaartsestraat 14, Waspik en bouwden in 1979 een boerderij aan de Poolseweg. Deze boerderij bestond uit een stal en een aparte melkstal aan de zuidkant ernaast. De familie Meijs kon daar bouwen, omdat de Domeinen de grond, dijk en uiterwaarden beschikbaar stelden. De familie Meijs wil wel in de polder blijven. Zal het hun lukken? Jan en Marianne Meijs – de Hond. Zoon Jan trouwde op 3 oktober 1986 met Marianne de Hond en boerden vanaf die tijd aan de Poolseweg. Zij hebben drie kinderen, te weten Inge, Bart en Nikki. Zij hebben een melkveebedrijf met 90 melkkoeien, 60 jongvee en 32 ha grasland. Zij behoren niet tot de terpbewoners en weten nog niet wanneer ze moeten vertrekken; waarschijnlijk januari 2013. Ze hopen elders een goede toekomst op te bouwen.

115 De boerderij aan de Poolseweg 3 in vogelvlucht.

Poolseweg 4, Waspik  12

Ook Louis en Clazien Kamp – van Dongen kwamen van de Vrouwkensvaartsestraat. Vanaf het moment dat er in het Overdiep gebouwd kon worden, had Louis al veel interesse. De hele familie Kamp stond er achter en bouwde met zijn allen een mooie boerderij achter tegen de kanaaldijk. De gronden van de Domeinen, de dijk en uiterwaarden kwamen goed van pas. Louis en Clazien kregen vier kinderen, die alle vier in Waspik geboren zijn. Ard-jan, Jolanda, Annemarie en Laurens. Ze kwamen in de polder wonen in 1979 en bleven daar 23 jaar wonen. 145


de overdiepse polder

Poolseweg 2, Waspik  13

116 De statige boerderij van Ard-Jan en Karin Kamp tegen de kanaaldijk.

In juli 2002 krijgen we een wisseling van de wacht van boer en boerin. Louis en Clazien gaan in de Koperwiek te Waspik wonen. Ard-Jan en Karin Kamp – van der Veeken volgen hen op. Ze hebben 3 kinderen: Celeste, Bernd en Amber. Ze hebben een gemengd bedrijf met in hoofdzaak een melkbedrijf, 45 ha grond (weiland en akkerbouw), 50 melkvee en 40 jongvee. Zij zagen kans om op Sint Philipsland een nieuwe boerderij te bouwen, een niet te onderschatten klus.

146

Jaap en Arenda Borstlap – Melsen kwamen uit ’s Gravenmoer en bouwden iets aparts: een stal voor de koeien en een landhuis met rieten dak voor hun gezin. Echt op zijn ’s Graven­moers, met hun schapen, kippen, krielkippen, parelhoenders en konijnen. Na 5 jaar ( van 1979 – 1984) hield de familie Borstlap het voor gezien en vertrok. Pieter en Adje van Beek – van Loon namen het bedrijf in 1984 over. Pieter en Adje trouwden op 21 juni 1984. Het jonge stel nam zijn intrek in het landhuis. Hun kinderen zijn: Adrion, Jefke, die helaas overleed, Petrie en Jordy. Ze hebben een bedrijf met voornamelijk rundvee, aardappels, mais, erwten, suikerbieten, tarwe, tuinbonen en cichorei. In het Overdiep hebben zij een kavel van ruim 23 ha en 15 ha elders in de polder en over de Bergsche Maas een stuk van 17 ha. In 2010 vertrokken zij naar Terheijden en bouwden daar een zelfstandig melkveebedrijf, samen met hun drie zonen. Jammer dat net voor de verhuizing in het najaar van 2010 het mooie landhuis uitbrandde. Dit betekende een triest en overhaast vertrek uit de polder naar de Schuivenoordseweg in Terheijden en daar wederom een nieuw begin maken. Desondanks noemen zij de verwachtingen voor de toekomst spectaculair, hoopvol en uitdagend.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

117 Het landhuis met rieten dak van Pieter en Adje van Beek.

147


de overdiepse polder

118 Het melkveebedrijf van de gebroeders De Bont. Links woont Frans en rechts Jos.

148


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

najaar van 1974. Daarnaast was de ontwatering en ontsluiting in de polder slecht en er lag nog geen brugverbinding met Waspik over ’t Oude Maasje; die kwam er pas in 1978. In 1976 kwam de ligboxenstal en het woonhuis klaar en in april zijn Jos en Antoinette getrouwd. Hun 4 kinderen zijn: Gerdi, Carolien, Fons en Margriet. Het woonhuis van broer Frans en Dieny de Bont – Avontuur is in 1979 gebouwd. Zij hebben 5 kinderen, die allen in Waalwijk geboren zijn. Merijn, Peter, Marielle, Niels en Harm. Ze wonen sinds 5 oktober 1979 in de polder en boeren samen met broer Jos en Antoinette.

119 Het ouderlijk huis van Jos en Frans de Bont aan ’t Vaartje.

Overdiepsek ade 7 en 9, Waspik  14   15

De gebroeders Frans en Jos de Bont zijn pioniers van het eerste uur en wonen nu naast elkaar op resp. nr. 7 en 9. Al vanaf het begin van de ruilverkaveling hadden Jos en Antoinette de Bont – van de Berg plannen om in de Overdiepse Polder een boerderij te bouwen, Nadat ze als twee jonge ondernemers van 25 en 20 jaar in 1974 thuis de boerderij van hun ouders op ’t Vaartje 72 hadden overgenomen, konden ze in 1975 in het Overdiep aan de slag. In de ruilverkaveling werden 15 her en der verspreid liggende percelen ingeleverd en kwam rond de Poolseweg 60 ha ter beschikking. Er was in die jaren weinig animo om in de polder te bouwen, zeker na het natte

Jos en Frans hebben altijd een gemengd bedrijf gehad, dus naast melkkoeien ook akkerbouw met bieten, aardappelen, granen, mais, cichorei, erwten en bonen. Opvallend is dat de gebroeders De Bont zowel zwartbonte als roodbonte koeien hebben; dat is een gevolg van de veehandel van vader Rino de Bont. Zij zien de toekomst van hun bedrijf in het terpenplan met vertrouwen tegemoet.

149


de overdiepse polder

Zij blijven niet in de polder wonen, hoewel zij wel voor een terp in aanmerking kwamen. Ze hebben wel vertrouwen in de toekomst, maar dan op een locatie buiten de Overdiepse Polder. Ze verhuisden naar Drongelen, waar ze in februari 2011 een nieuw melkveebedrijf opstartten. Ze hopen op een stukje rust na een paar zeer intensieve jaren en de hype rond het terpen­plan.

Overdiepsek ade 4, Sprang-Capelle  17

120 Luchtfoto van het melkveebedrijf van de familie Vos.

Overdiepsek ade 11, Waspik  16

Jan en Riet Kuijsters – Verschure zijn afkomstig uit een mooie boerderij in de Molenstraat 50 in Raamsdonk. Na ruim 10 jaar in het Overdiep geboerd te hebben, zijn ze gestopt. Ziekte en gebrek aan een opvolger waren de reden. Gerard en Ina Vos wonen al vanaf 7 augustus 1991 in de polder. Zij namen het bedrijf over van Jan en Riet Kuijsters – Verschure. Gerard en Ina hebben twee kinderen: Gerwin en Roelof. Zij hebben een melkveebedrijf met in totaal 48 ha, waarvan bijna 24 ha in het Overdiep. Bovendien hebben ze in totaal 130 stuks vee (groot en klein). 150

Wim en Corrian Zijlmans – Smits kwamen beiden uit Waspik; Wim uit de Benedenkerkstraat 49 en Corrian van de Vrouwkensvaarsestraat 28. Zij hebben drie kinderen: Corné, Jos en Ilona. Vader Cor Zijlmans en moeder Nel bleven in de Benedenkerkstraat wonen. Wim en Corrian waren de laatsten die een boerderij bouwden in de polder, toen was de polder vol gebouwd. Ze hebben een melkveebedrijf en het is de bedoeling dat zoon Corné en zijn vriendin Stefanie hier op een van de terpen verder zullen boeren.


k e n n i s m a k i n g m e t a l l e ( o u d - ) b e wo n e r s

9

121 De grote boerderij van Wim en Corrian Zijlmans.

Overdiepsek ade 2, Sprang-Capelle  18

Sip en Willy Vos – Hulst bouwden in het Overdiep rond 1980 een varkensbedrijf. Ze kwamen van het Oosteinde in Sprang-Capelle. Sip was chauffeur bij wegenbouw Elshout-de Bont, maar boerde in Sprang al op bescheiden schaal. Hier in het Overdiep lagen de mogelijkheden: grond, ruimte en nutsvoorzieningen. Het varkensbedrijf breidt zich geleidelijk verder uit. Zoon Jan en Ina Verhage worden de opvolgers, terwijl Sip en Willy naar Babyloniënbroek, naar de klei, vertrekken. Ook Jan en Ina wilden wat anders en verhuisden naar Zwinderen. Het bedrijf groeide gestaag.

122 De varkenshouderij van Jan en Dinja Mathijssen aan de Overdiepsekade 2.

In 1998 komen Jan en Dinja Mathijssen – van de Pas de varkenshouderij bewonen. Ze hebben drie kinderen: Heleen, Michelle en Daan. Zij hebben een varkenshouderij met 400 zeugen en 3800 vleesvarkens op 6 ha grond. Het bedrijf groeide uit tot een modern, “gesloten” bedrijf d.w.z. fokzeugen 151


de overdiepse polder

en vleesvarkens op één bedrijf, dus geen insleep van ziekten van buitenaf. Ook zij verhuizen weer naar elders buiten de polder, namelijk naar een Landbouwontwikkelingsgebied bij Moergestel.

Overdiepsek ade 4, Waspik  19

Jan en Jacqueline van Zon hebben al zo’n dertig jaar op ’t Oude Maasje op een woonboot gewoond. Eerst in de jachthaven van Rekkers. In 1990 kregen zij een vergunning van de Provincie en de Domeinen om permanent in de monding van de Gantel aan te meren. Intussen zijn zoon Jasper en zijn vrouw Liesbeth met hun 3 zonen de huidige bewoners van de woonboot geworden.

123 De woonboot van Jasper en Liesbeth van Zon.

152


10

r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10 ruimte voor de rivier Omdenken in het waterbeheer

155

Toekomst en k ansen

165

Het Terpenplan wordt geboren

155

Definitief besluit genomen

165

De terpenvariant onderzocht

157

En nu van start ‌

169

Bewoners betrokken bij het overleg

161

153


de overdiepse polder

154


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10

Omdenken in het waterbeheer

In de jaren 1993 – 1995 ontsnapte Nederland aan een grote watersnood, maar door de evacuatie waren de gevolgen toch al enorm groot voor de betrokken bewoners. Iedereen was er van overtuigd dat door klimaatverandering, met als gevolg stijging van de zeespiegel en meer extreme regenval, Nederland maatregelen moest gaan nemen. Men kon niet oneindig doorgaan met dijken verzwaren en verhogen. Lokale zowel als nationale overheden waren het er al snel over eens dat er fundamentele veranderingen nodig waren in het waterbeheer. Water heeft meer ruimte nodig om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. Er moest een rapport komen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw met adviezen voor nieuw waterbeheer. Het Rathenau Instituut brengt advies uit aan de Tweede Kamer met eveneens een krachtig pleidooi voor “omdenken in het Waterbeheer”. In 2002 besloot het kabinet dat het anders moest en besloot maatregelen te nemen. In plaats van de rivieren vast te leggen tussen steeds hogere dijken besloot men ze meer ruimte te geven. Hierdoor werd de veiligheid vergroot en daarmee in de toekomst het rivierengebied beschermd tegen overstromingen. De rivier krijgt op meer dan dertig plaatsen meer ruimte. Al deze maatregelen vormen samen het project “Ruimte voor de Rivier”. 124 Overzichtsfoto van de Overdiepse Polder, kijkend naar het westen. De Capelse veerpont is juist weer aan zijn oversteek begonnen.

In dit hoofdstuk schetst Sjaak Broekmans, een van de initiatiefnemers van het Terpenplan, de geschiedenis van het plan dat is ontstaan uit de ideeën van de bewoners van het Overdiep.

Het Terpenplan wordt geboren

In juni 2000 werden de bewoners uit de Overdiepse polder op een informatiemiddag opgeschrikt door het bericht dat hun polder misschien ingezet zou worden voor waterberging. Nog maar amper bekomen van de schrik werd er door vier personen uit de polder, Gerard Vos, Wim Bink, Nol Hooijmaijers en Sjaak Broekmans het initiatief genomen om Gedeputeerde van V. en W. provincie Brabant, Jan Boelhouwer, uit te nodigen. Aan hem werden de dramatische gevolgen voor de agrarische bedrijven verteld als de polder weer ingericht zou worden als waterberging, als overlaat voor de Maas. Na een emotionele discussie vroeg de Gedeputeerde om in het kort op te schrijven aan welke voorwaarden de Overheid zou moeten voldoen om de polder toch te kunnen gebruiken als waterberging. Sjaak Broekmans werd aangewezen als woordvoerder en vertegenwoordiger van de Overdiepse bewoners. Zij hebben zich toen afgevraagd, zullen we alle juristen uit de kast trekken om deze plannen te blokkeren? Een normale Hollandse reactie. Maar de burgers uit het Overdiep kozen unaniem om zelf een plan te maken en eigen voorwaarden te stellen waar de Overheid aan zou moeten voldoen om de polder te gebruiken 155


de overdiepse polder

Bergsche Maas gemaal

veerweg

Overdiepse Polder

water uiterwaard waterkering

Oude

recreatie

Maasje

ecologische oever landbouw en waterberging terp N 0

500m

125 Het Terpenplan.

als ruimte voor de rivier. Een initiatief van de bewoners, uniek in Nederland. Toen is het echte Terpenplan geboren wat nu uitgevoerd gaat worden. Het plan van de bewoners behelsde om ongeveer acht boerderijen te verplaatsen naar elders in het land en de overige acht boerderijen aan een nieuwe dijk langs het Oude Maasje weer te vestigen. De hoge rivierdijk langs de Bergsche Maas afgraven tot ongeveer 2,5 meter n.a.p. zodat bij extreem hoog water het water door de polder mee stroomt, hetgeen een waterstanddaling op de Bergsche Maas tot gevolg heeft. De bedrijfsvoering kan bij een overstroming normaal en droog doorgaan en de producten kunnen over de nieuwe dijk worden aan- en afgevoerd. Bij een anonieme enquête onder de bewoners bleek dat zes gezinnen wilden blijven, zes gezinnen zouden vertrekken en zes gezinnen hadden geen mening. Dit was het fundament voor het plan, hier kon men verder op bouwen. Deze uitslag is tot 2008 bij de gezinnen in de polder niet veranderd. 156

Dit maatschappelijk initiatief werd samen met Bart van Leerden van de Belangenorganisatie z.l.t.o. (Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie) beschreven in het rapport “Overdiep retentie”. Hierin wordt samen met de bewoners globaal de plannen en voorwaarden beschreven. De bewoners: “Wij vragen niet om het water maar het water vraagt om ons”. Wij willen onze grond beschikbaar stellen voor meervoudig gebruik. De Gedeputeerde, Jan Boelhouwer, deed verslag van dit rapport in de Bezinningsgroep Water en deze realiseerde zich met dit initiatief van de bewoners haar eerste project in handen te hebben. Neelie Kroes maakte staatssecretaris Monique de Vries warm om het project inhoudelijk en financieel te steunen samen met de provincie Noord-Brabant. Vanuit de Provincie zijn dit Ben van den Reek, projectleider en Jaap Sonnevijlle. Twee mensen waarmee vanaf het begin op een bijzonder positieve en waardevolle manier samengewerkt is. Door Habiforum, een expertise netwerk meervoudig ruimtegebruik, werd een projectleider, Peter van Rooy, en financiële middelen beschikbaar gesteld om een verkenning Overdiepse polder te initiëren. In maart 2001 ging het zogeheten Spiegelproject Overdiepse polder van start. Een voorlopig project om succes en falen te kunnen spiegelen. Er waren twee uitgangspunten: a. van onderen af vormgeven; b. een niet formele aanpak hanteren. Het Spiegelproject Overdiep was een vernieuwend project dat verzet opriep binnen bureaucratieën. Met name Rijkswater­staat


10

r u i m t e v oo r d e r i v i e r

liep niet warm voor het project. Normaal gesproken worden dergelijke plannen door Rijkswaterstaat van bovenaf opgelegd en niet door een aantal bewoners uit het Overdiep. In de periode 2001 tot eind 2003 werd de verkenning Overdiepse Polder uitgevoerd. Onder de vlag van Habiforum met de twee projectleiders Peter van Rooy en Roel Slootweg samen met de provincie Noord-Brabant en alle bewoners, mannen en vrouwen, werd het projectplan beschreven.

De terpenvariant onderzocht

Vele varianten werden kritisch onderzocht, waarvan er twee meer aandacht kregen; de middenvariant en de terpenvariant. In de middenvariant (zie afbeelding 126) zou in de lengterichting midden in de polder een waterkerende dijk aangelegd worden. Hierdoor konden woningen en bedrijven in het zuidelijke deel ongemoeid worden gelaten. In het noordelijk deel zouden ze moeten verdwijnen en zo mogelijk worden verplaatst naar elders, buiten de polder. Het effect van deze variant voor verlaging van de waterstand van de Bergsche Maas is ongeveer 10 cm geringer dan dat van de terpenvariant. De uiteindelijke uitkomst was de huidige terpenvariant, welke door een grote meerderheid van de bewoners werd geaccepteerd, door de Staten van de provincie Noord-Brabant warm onthaald en door de stuurgroep Ruimte voor de Rivier met een positief advies aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangeboden.

Dijk verlaagd tot overstromingskans van 1 op 25 jaar.

Depot afgegraven tot maaiveld (NAP +0,8m).

Nieuwe primaire waterkering.

126 De middenvariant.

Dijk verlaagd tot overstromingskans van 1 op 25 jaar.

Depot afgegraven tot maaiveld (NAP +0,8m).

127 De terpenvariant.

Boerderijen op terpen. Overdiepse kade wordt primaire waterkering (aantal en locatie van terpen indicatief).

157


de overdiepse polder

128 Bezoek van de prins op 28 juni 2002, v.l.n.r. Rian Broekmans, Prins WillemAlexander, Sjaak Broekmans, Gerard Vos en wethouder Van der Wiel.

Een aantal kritische succesfactoren tijdens de verkenning: 1. Continuïteit en hoederschap door gedeputeerden Jan Boelhouwer en Lambert Verheyen. Zij creëerden vertrouwen bij de bewoners. Neelie Kroes heeft van het begin af aan het project gedragen en meerdere malen haar titel als invloedrijkste vrouw van Nederland waar gemaakt. 2. Collectiviteit, organisatievermogen en leiderschap bewoners. Het bestuur van de bewonersvereniging, heeft voortdurend zelf het initiatief genomen. 158

3. Vele prominenten zijn in de keuken van de familie Broekmans bijgepraat en geïnformeerd. Hoogtepunt van alles was het werkbezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem Alexander. Uit een twee uur durend gesprek aan de keukentafel bleek zijn kennis, interesse en waardering voor het initiatief van de bewoners. Een typische uitspraak van z.k.h. was “wie ben ik om snelheid en zekerheid aan het project te geven”. Tot op de dag van vandaag wordt hij bij gelegenheid nog op de hoogte gesteld van het terpenplan. 4. Urgentie en focus. De specifieke opgave om 60 cm verlaging van de waterstand te realiseren op de Bergsche Maas was de doorbraak om werkelijk te gaan bewegen. 5. Vertrouwen. Doorslaggevend is het vertrouwen dat met de bewoners en projectleiders is opgebouwd. De projectleiders hebben vele gesprekken bij de bewoners thuis gevoerd, de vrouwen bij het project betrokken en er voor gezorgd dat de stem van de bewoners voortdurend werd gehoord. Hun toekomst en die van hun kinderen is echt in het geding. 6. Publiciteit. Het Spiegelproject Overdiepse polder heeft veelvuldig de pers gehaald, lokaal, regionaal, landelijk en internationaal. Ook op de radio zijn diverse interviews gegeven, alsmede een uitzending van tien minuten in Netwerk van de televisie. 7. Spiegeldag Water en Ruimte en Burgerparticipatie. Op dit congres in Rotterdam werd door Sjaak Broekmans voor 400 deelnemers verslag gedaan van de worsteling door de bewoners die veel liever zien dat ze zonder waterberging verder kunnen met


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10

129 Deze schets van Rudolf Das laat de toekomstige situatie zien, links de situatie bij normale waterstand, rechts bij extreme hoog water.

159


de overdiepse polder

130 “Liever gaat het onze deur voorbij”, maar als het dan toch moet, dan snel een besluit nemen en in één keer goed aanpakken. Dan kunnen we tenminste weer verder. Foto gemaakt bij het feest “25 jaar welkom in de polder” op 1 juli 2003.

hun bedrijf. Het onderwerp van zijn lezing is: “Liever gaat het onze deur voorbij”, maar als het dan toch moet, dan snel een besluit nemen en in één keer goed aanpakken. Dan kunnen we tenminste weer verder. De verkenning Spiegelproject Overdiep werd eind 2003 door de Stuurgroep Ruimte voor de Rivier met een positief advies aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangeboden. Het Overdiepse plan ontwikkelde zich als een uniek plan met 160

veel publiciteit op radio en televisie. De voorzitter van de Belangenvereniging Overdiep gaat samen met Jan de Geus, burgemeester van Waalwijk, naar Den Haag om daar tijdens een lunchoverleg de verschillende politieke partijen te informeren en het project te promoten. Tevens was men lid van de Klankbordgroep die de landelijke Stuurgroep adviseerde. De bewoners hebben van begin af aan meegewerkt en vertrouwen gehad in het project, maar ook hun eigen verantwoordelijkheid genomen. Zij hebben risico’s genomen, strijd geleverd, zekerheid ingeleverd en hun ondernemerschap getoond, maar ook kansen genomen. In juni 2004 werd door staatssecretaris Melanie Schultz van Verkeer en Waterstaat het Overdiepse plan aangewezen als koploper van het project Ruimte voor de Rivier. Leerlingen van basisschool De Brug in Waspik hadden op school een werkproject “water” en samen met hun ouders maakten zij een maquette van de toekomstige Overdiepse Polder. Een maquette van 1.20 x 2.40 meter waarop ze op schaal exact het terpenplan hadden weergegeven. Deze mooie maquette is heel Nederland doorgereisd, van het ministerie van Verkeer en Waterstaat naar het provinciehuis NoordBrabant en vele water congressen. Aan de hand van deze maquette werd in de schuur van de familie Hooijmaijers aan verschillende ministers, politici, burgers en veel buitenlandse t.u. studenten uitleg gegeven over het terpenplan.


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

131 Minister Carla Peijs en de schoolkinderen bij de maquette.

Bewoners betrokken bij het overleg

Eind 2005 werd door minister Peijs van Verkeer en Waterstaat de bestuursovereenkomst getekend met de provincie Noord-Brabant. Hierbij werd de Provincie de regisseur van de planstudie en de bewoners één van de hoofdrolspelers. De bewoners zijn vertegenwoordigd in de planstudie door twee personen namelijk Sjaak Broekmans en Nol Hooijmaijers. Zij brengen veel praktische kennis van het gebied in en tonen ondernemerschap, zij zijn volledige gesprekspartners in het Ambtelijk overleg a.b.g., dit is echt burgerparticipatie. De bewoners worden steeds meer betrokken bij het overlegproces,

10

alhoewel er ook nog enkele zijn die het niet serieus nemen en geen toekomstplannen maken, maar de trein rijdt door. De provincie is bereid, vooruitlopend op het projectbesluit, de boerderij van de familie Kemmere aan te kopen omdat zij met hun gezin naar Canada willen emigreren om daar een nieuwe toekomst op te bouwen. Dit zou voor de bewoners een teken zijn moeten zijn dat de overheid het serieus neemt en niet alleen maar plannen maakt. Sommige bewoners zijn bang dat door aankoop van één bedrijf in de polder een precedentwerking kan ontstaan bij de vastgoed onderhandelingen later met andere bedrijven. Het draagvlak bij de bewoners voor het terpenplan neemt hierdoor iets af en een paar leden beëindigen hun lidmaatschap. Het is aan de bewoners om als betrouwbaar en eerlijk de onderhandelingen rond de planstudie in te gaan. Men moet als bestuurder het algemeen belang laten prevaleren boven het eigen belang. De z.l.t.o. is bereid het bestuur te ondersteunen en bij te staan. Johan Elshof wordt aangesteld voor beleidmatige ondersteuning van het bestuur; hij blijkt een geweldige steun voor de vertegenwoordigers te zijn. Bestuurscrises en meningsverschillen zijn geen bijzonderheden in zo’n proces, maar ze zijn overwonnen. Het kabinet kiest voor een maatregelenpakket van 2,2 miljard euro voor veiligheid en kwaliteit van het rivierengebied. De ontpoldering van het Overdiep is één van de 39 maatregelen die uiterlijk 2015 gerealiseerd moet zijn. Met die maatregelen 161


de overdiepse polder

In november 2005 wordt het Terpenplan van de bewoners uit het Overdiep bekroond met de prijs voor het beste initiatief 2005 van het gehele z.t.l.o. gebied, een prijs in waardebonnen van in totaal 3500 euro. Een bijzonder eervolle bekroning voor al het werk.

132 Vaak en intensief bewonersoverleg.

verbeteren zowel de veiligheid als de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. De planstudie Overdiepse Polder wordt geleid door de provincie Noord-Brabant en moet resultaat en verslag uitbrengen aan het Project Bureau Ruimte voor de Rivier die alle 39 maatregelen van het p.b.r. uitvoert. De Ambtelijke Begeleidingsgroep, a.b.g., wordt voorgezeten door projectleider Ben van den Reek van de provincie Noord-Brabant. Tevens hebben hierin zitting de Provincie, Waterschap Brabantse Delta, gemeenten Waalwijk en Geertruidenberg, Rijkswaterstaat, ministerie van l.n.v. en de bewoners. Zij bereiden de besluiten voor die de bestuurders in de Stuurgroep moeten nemen, waarvan de Gedeputeerde de voorzitter is. De a.b.g. vergadert 10 keer per jaar en de vertegenwoordigers van de bewoners hebben vooraf intensief overleg met hun achterban. 162

De ingenieursbureaus Witteveen en Bos en tauw hebben met de aanbesteding overeenstemming bereikt met de bureaus die alle berekeningen en rapporten moeten uitwerken en dat zijn er heel veel. De planstudie is een groeiproces dat uit moet groeien tot het definitieve projectbesluit. In drie jaar tijd veranderen vele concepten in definitieve rapporten. Om een idee te krijgen wat er zoal beschreven moet worden, een kleine greep: Basisrapport Bodem, kabel en leidingen, rivierkunde en geohydrologie, natuur, flora en fauna, landbouwproject nota mer, inrichtingsrapporten, beeldkwaliteitplan, communicatie plan etc. Dit geeft een indruk waarom zo’n planstudie ongeveer drie jaar duurt. Een aantal wensen, voorwaarden en aandachtspunten van de bewoners, wat er wel en niet bereikt is: 1. De overstromingsfrequentie van de polder mag niet meer dat gemiddeld maximaal eens in de 25 jaar bedragen, anders is een duurzame landbouw niet mogelijk. De natuur laat zich niet dwingen, maar volgens diverse berekeningen moet dit mogelijk zijn. Aan de hand hiervan bepaalt men de hoogte van de zomerkade. De natuur doet de rest.


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

2. Het aantal bedrijven in de polder zal beperkt moeten worden tot ± 8 stuks en alle bedrijven moeten op terpen gebouwd worden. Hierdoor is voldoende kans voor extensivering van de bedrijven en is er voor de bewoners voldoende keus voor blijven of wijken. 3. Het water moet na een inundatie in ongeveer 2 à drie weken weer uit de polder zijn. Eerst op natuurlijke manier door grote uitwateringsluizen in het westen. Daarna de laatste drooglegging met grote pompcapaciteit. 4. Algehele schadeloosstelling van schade die is ontstaan door een inundatie. Na lang en veel onderhandelen is dit overeengekomen. Dit was een bijzonder item van de bewoners. Bijzonder vanwege voedselveiligheid en afzet van de producten uit een overstroomde polder. 5. Als gevolg van de medebestemming waterberging zal de grond en boerderijen sterk in waarde dalen. De huidige binnendijkse grond wordt buitendijks. Na diverse onderzoeken van commissies is men met de overheid overeengekomen dat, bij eventuele verkoop van de boerderij, de overheid de verplichting op zich neemt om de gehele boerderij aan te kopen tegen normale binnendijkse waarden. 6. Een ruimhartige inkomens- en vermogensschaderegeling van de bestaande gebouwen. Hierbij is, met steun van Peter van Rooy, projectleider van het spiegelproject, op het scherpst van de snede onderhandeld met Provincie en Overheid. Of de schadeloosstelling voor iedereen voldoende is, is een privé aangelegenheid. Door de “wijkers” worden prachtige nieuwe

10

133 Zo gaan de terpen met woningen, stallen en bijgebouwen er uit zien.

163


de overdiepse polder

boerderijen gebouwd. Vijf “blijvers” hebben een overeenkomst getekend voor de schadeloosstelling. 7. De ligging van het grote bouwblok op de terp. Voorwaarde van de blijvers is de terpen zo te situeren dat men eerst kan bouwen en daarna het oude kan slopen. Het bouwblok op de terp wordt 1,50 ha groot met rondom een robuuste erfbeplanting. In het provinciaal inpassingplan is vastgelegd waar de gebouwen op de terp moeten worden geplaatst. Hier is dus geen vrijheid in. Tijdens de planstudie zijn de eisen aan de nieuwe waterkering (dijk) veel zwaarder geworden, met als gevolg enorme discussies over de financiële gevolgen. Volgens de allereerste berekeningen in het Spiegelproject bleek de ontpoldering van het Overdiep, dus het meestromen van het water door de polder, een waterstanddaling op te leveren van 30 cm op de Bergsche Maas ter hoogte van het Overdiep, aflopend tot voorbij ’s-Hertogenbosch tot 10 cm. Door nieuwe, nauwkeuriger berekeningen in de planstudie bleek dit effect 28,5 cm te zijn. Tot op het hoogste niveau, Directeur Generaal Water en Staatssecretaris, heeft men alles in het werk moeten stellen en bewijzen moeten leveren dat dit het maximale was wat men kon bereiken. De publiciteit rond het terpenplan heeft er toe bijgedragen om, als het nodig was, een vuist te maken en zaken voor elkaar te krijgen. Op nationale, internationale en wereldconferenties water werd er door Nederlandse delegaties, samen met de 164

134 Projectleider René Peusens presenteert het plan op een informatie-avond.

water­manager z.k.h. Prins Willem-Alexander, het Overdiepse terpenplan als voorbeeldfunctie gepropageerd. In maart 2006 werd René Peusens fulltime projectleider, voorzitter van de a.b.g., aangesteld door de Provincie NoordBrabant. Een projectleider die naast en tussen de bewoners staat, die voor hen opkomt en voor de bewoners pleit, maar die ook gebonden is aan wettelijke regels. René Peussens is, samen met Jaap Sonnevijlle namens de provincie, de motor van de Planstudie, een bijzondere samenwerking met de bewoners, een voorbeeld van burgerparticipatie.


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10

Toekomst en k ansen

Door het vertrek van de helft van de boerderijen uit de polder komt er veel grond vrij. Een gedeelte van ongeveer 75 ha is nodig voor de nieuwe waterkering en de terpen. Ongeveer 15 ha compensatie voor natuur is er nodig om de natuurvriendelijke oever langs het Oude Maasje uit te breiden. Enkele gedeelten van de oude zomerkade blijven bestaan als herinnering aan de oude situatie. De Dussense Gantel wordt gedeeltelijk hersteld, er wordt een wandelpad gemaakt en een fietspad over de oude dijk zodat men een rondje Overdiep kan maken. Het Essenlaantje en het oorlogsmonument blijven behouden. Jachthaven “het Oude Maasje” krijgt veel meer ruimte, ook voor een eventuele minicamping. De agrarische grond die overblijft kan door de blijvers worden gepacht voor tien jaar en daarna met voorkeursrecht worden gekocht; een mogelijkheid dus tot extensiveren. Alles bij elkaar, voor iedereen toekomst en kansen. Tijdens het hele proces werden er door Provincie en Waterschap twee informatieavonden per jaar georganiseerd om alle belanghebbenden te informeren en te discussiëren over de stand van zaken. Daarnaast komt de Belangenvereniging regelmatig bij elkaar zodat de vertegenwoordigers van de bewoners hun belangen kunnen behartigen. Regelmatig pittige bijeenkomsten waar de voorzitter dikwijls zijn leden oproept om de eenheid tussen blijvers en wijkers te behouden. Eenheid en draagvlak is nodig om de voorwaarden aan het terpenplan af te kunnen dwingen. De bewoners moeten hun kansen be-

nutten en van een bedreiging een kans voor de toekomst maken. Men moet nu investeren om later te kunnen oogsten. Regelmatig wordt bij bestuurders en overheid een beroep gedaan voor een ruimhartige compensatie. De onderhandelingen van wijkers, die een andere boerderij op het oog hebben, beginnen. Voor de meeste bewoners wordt het nu echt serieus, maar jammer genoeg niet voor iedereen. Door privé omstandigheden en andere inzichten hebben reeds enkele bewoners hun lidmaatschap opgezegd. Jammer, maar men kan het nu eenmaal niet voor iedereen naar de zin maken.

Definitief besluit genomen

In september 2008 neemt de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mevr. Huizinga, definitief het projectbesluit: de Overdiepse Polder wordt ontpolderd. Het terpenplan wordt uitgevoerd. Zij stelt 111 miljoen euro ter beschikking om het plan uit te voeren. Een bijzonder moment in het proces, nu is het echt definitief na bijna acht jaar onderhandelen en plannen maken. Er worden bestuursovereenkomsten getekend met de staatssecretaris, waarbij wordt overeengekomen dat het Waterschap de Brabantse Delta de uitvoering gaat doen van het Terpenplan en dat mevr. Maartje Thijssen de projectleider en voorzitter a.b.g. wordt. De provincie Noord-Brabant blijft de onderhandelingen voeren van het vastgoed. De Gedeputeerde 165


de overdiepse polder

135 Ondertekening contract Overdiepse Polder.

van Noord-Brabant blijft voorzitter van de Stuurgroep. De provincie gaat samen met de gemeente Waalwijk en Geertruidenberg het Provinciaal Inpassingsplan schrijven. In al deze overeenkomsten staat vast dat de Belangenvereniging een belangrijke rol blijft spelen. In 2008 wordt in Spyer bij Koblenz in Duitsland een internationale prijsvraag uitgeschreven “Hoogwater bewust plannen 166

en bouwen”. Het terpenplan wordt ook hier ingeleverd. Buiten alle verwachtingen wordt de hoofdprijs, de “Internationale Preis van het Rheincollege” gewonnen. De jury maakt bij de prijs de opmerking dat zij tot deze beoordeling zijn gekomen vanwege het initiatief van de bewoners om op terpen te bouwen en de bijzondere samenwerking van de bewoners met de overheid.


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10

De maquette, destijds gemaakt door de leerlingen van basisschool De Brug, is inmiddels door heel Nederland gereisd en versleten. Er wordt een nieuwe gemaakt precies op schaal zodat men een indruk kan krijgen hoe waterkering en terpen er uit gaan zien. Een kunstwerk om te zien. Het provinciaal Inpassingsplan komt gereed en na het inbrengen van de zienswijzen en enkele aanpassingen wordt het goedgekeurd door Provinciale Staten en gemeenten. De bezwaren tegen het plan worden ongegrond verklaard zodat er geen belemmering meer is voor de uitvoering van het plan. Er wordt begonnen met het munitie vrij maken van de gronden waar gegraven moet worden. Veel munitie uit de Tweede Wereldoorlog wordt geruimd, zelfs nog stoffelijke overschotten van militairen. De eerste concepten van privaatrechtelijke overeenkomsten met de blijvers worden geschreven. Het is te begrijpen dat de spanningen bij de bewoners van de Overdiepse polder oplopen. Er moeten belangrijke keuzes gemaakt worden, het is nu “Go or not go�. De bewoners zoeken hun eigen adviseurs die hen kunnen adviseren bij de onderhandelingen. Zij hebben reeds van de Provincie Noord-Brabant een voorschot ontvangen voor de te maken kosten. Met drie ondernemers krijgt men overeenstemming voor de aankoop of bouw van een boerderij buiten de polder.

136 Veel belangstelling vanuit de politiek voor de oude maquette.

De Provincie schrijft een architectenprijsvraag uit met als doel in het Overdiep een bijzondere boerderijstraat te bouwen, met een eenheid in verscheidenheid welke in Nederland uniek is en misschien nooit meer zal gebeuren. De voorbereiding en de aanbesteding van het werk wordt door de Brabantse Delta uitbesteed aan Arcadis, dat ook toezicht moet houden op de juiste uitvoering van het terpenplan. 167


de overdiepse polder

koeienpad

mogelijke locatie voor windmolen

mogelijke boerencamping

melkgroep

voergang

zorggroep

mogelijke uitbreiding ca.110 ligboxen + voergang (28,6 x 44,1 m)

mogelijke uitbreiding voor hobby, nevenfunctie of nieuwe jongvee stal kuilvoerplaten 24x44 m (uitbreidbaar tot 24x74 m)

59 ligboxen 800/1150x2600

dubbele rij van essen (beplanting volgens landschapsplan) lage beplanting

stal 168 ligboxen

109 ligboxen 1150x2600

bebouwingsgrens

(35,5 x 60,2 m)

mestkelder onder de gehele stal met mogelijke mestvergisting installatie

robot

strohok 1-kalveren

0,50 + NAP

strohok 2-afkalven 11500 (>5m) strohok 3-droogstaand

werkgebouw/schuur/garage 20x45 m= 900 m2

selectie regelruimte

boomgaard

entree hygienesluis

voersilo's 10m3

2,00 + NAP

technische ruimte

wachtruimte melkstal

tanklokaal

6,00 + NAP voorkant schuur materialisering volgens materialenpalette

5,70 + NAP

buitenkamer

10000

mogelijke winkel voor eigen producten of recreatieve functie zoals kanoverhuur

woonhuis 750 m3 materialisering volgens materialenpalette

voortuin

5,00 + NAP

5,70 + NAP solitaire boom

137 De architect noemt de terp een “boerdereiland”.

168

In de jaarvergadering van 6 januari 2010 draagt Sjaak Broek­ ­mans het voorzitterschap van de vereniging over aan Nol Hooijmaijers. Sjaak memoreert in zijn afscheidsrede in het kort de hoogte- en dieptepunten van tien jaar Belangenvereniging. Het is voor hem een grote uitdaging geweest om zich voor 100% in te zetten voor het terpenplan. Van een bedreiging is er een kans gemaakt voor de volgende generatie om nieuwe duurzame agrarische bedrijven te stichten. Het is wel de taak van de ondernemers zelf om deze kans te zien en te benutten. Zonder steun en draagvlak van een meerderheid van de leden van de Belangenvereniging was dit resultaat nooit bereikt. Tot zijn grote verrassing wordt hij voor zijn verdiensten door Peter de Koeyer, ondervoorzitter van de z.l.t.o. onderscheiden met de gouden z.l.t.o. speld. Een hele eer en erkenning voor het werk. In 2010, het jaar waarin de echte stappen genomen worden gezet met vijf ondernemers van de Westzijde van de polder, worden met de Provincie vastgoed overeenkomsten gesloten over de totale schadeloosstelling van hun huidige boerderij en afspraken gemaakt over hun nieuwe terpen. Bij het passeren van de notariële akten zijn dit toch bijzonder emotionele momenten om hun levenswerk, de boerderij, over te dragen aan de Provincie. Ook met het varkensbedrijf, waarvan Provinciale Staten besloten hebben dat het niet in het Overdiep terug mag komen, wordt een overeenkomst gesloten, zodat ook zij tot tevreden­heid elders een nieuw bedrijf kunnen opzetten.


r u i m t e v oo r d e r i v i e r

10

Het is voor de betreffende bewoners een grote geruststelling als de onderhandelingen zijn afgerond, zodat zij zich volledig kunnen richten op de plannen van hun nieuwe bedrijf op de terp of elders. Na een turbulente aanbesteding van de uitvoering van het terpenplan wordt het werk gegund aan de aannemerscombinatie Van Oord b.v., g.m.b. Infra b.v. en Oldenkamp b.v. Zij kunnen nu beginnen met het werk. Er zal een enorm grondtransport gaan plaatsvinden in de polder. Er wordt dan ook een noodweg aangelegd om grondtransport te scheiden van het normale verkeer. In de overeenkomsten is opgenomen dat de eerste terpen respectievelijk 1 augustus en 1 oktober 2011 bouwrijp moeten zijn, zodat met de bouw van de nieuwe boerderij kan worden begonnen.

En nu van start …

Op 1 december 2010 was het officiële start evenement van de uitvoering van het eerste grote rivierverruiming project. Vele prominenten die in de afgelopen tien jaar op één of andere manier betrokken waren bij het project waren aanwezig. In de schuur van de familie Hooijmaijers werd symbolisch de eerste schop in de grond gezet voor de uitvoering van het terpenplan Het resultaat van tien jaar burgerparticipatie, uitvoering van het burgerinitiatief “Het Terpenplan Overdiep”.

138 Onthulling van de schets van Rudolf Das met de toekomstige situatie.

Tot ieders grote verbazing werden door burgemeester Kleijn­geld van Waalwijk, Sjaak Broekmans en Nol Hooijmaijers koninklijk onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor hun grote verdiensten voor dit project. Een verdiende waardering en kroon op hun vele werk! 169


de overdiepse polder

139 April 2011: Het werk aan de nieuwe dijk is begonnen.

170


va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

11

11 van turfvaarten naar terpen Op weg na ar de realisatie

173

Natuur, landschap en recreatie in de Overdiepse polder

173

De metamorfose van de Overdiepse polder

179

171


de overdiepse polder

172


va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

11

Op weg na ar de realisatie

Februari 2011 is de metamorfose voor de Overdiepse polder daadwerkelijk van start gegaan. Een noodweg wordt aangelegd waarvan de bewoners van het westelijk deel van de polder de komende jaren gebruik kunnen maken. De eerste boerderij in het gebied wordt gesloopt en de werkzaamheden voor de aanleg van de eerste twee terpen zijn gestart. Het gebied, nu nog binnendijks, moet in 2015 buitendijks zijn. De dijk die nu het water van de Bergsche Maas tegenhoudt wordt verlaagd; langs het Oude Maasje komt een nieuwe waterkerende dijk. In de loop van 2011 worden de eerste terpen bouwklaar opgeleverd en vervolgens door de nieuwe eigenaren in gebruik genomen om er een nieuwe boerderij op te bouwen. Dit betekent dat er voor de bewoners weer een verhuizing zit aan te komen, sommigen zijn zelfs al verhuisd naar een geheel nieuwe omgeving in Nederland of elders in de wereld, anderen moeten wachten tot de terpen klaar zijn en kunnen dan verhuizen.

Natuur, landschap en recreatie in de Overdiepse Polder

Naast ruimte voor de rivier zal de nieuwe Overdiepse Polder straks ook volop ruimte bieden aan de natuur, het landschap en de recreatie in de polder waardoor het er niet alleen voor de bewoners maar ook voor een ieder goed toeven zal zijn. 140 Zo zal de Overdiepse Polder er in de toekomst uit zien.

141 Aanbestedingsbord met alle partijen die nu een rol spelen.

173


de overdiepse polder

Oeverzone langs het Oude Maasje De oevers van het Oude Maasje vormen een ecologische verbindingszone tussen de Biesbosch en de Westelijker Lang­ straat. Daarom is er veel aandacht besteed aan de inrichting voor de natuur in de strook tussen het Oude Maasje en de nieuw aan te leggen dijk met de terpen. In deze zone zijn veel hoogteverschillen aanwezig vanaf het waterpeil in de rivier (variërend van 0.50 – 1.50 m + n.a.p.), de bestaande kade (tot ongeveer 3.00 m + n.a.p.) en het binnentalud van de nieuwe dijk (oplopend tot rond 6.00 m + n.a.p.) Deze situatie biedt de mogelijkheid voor diverse vormen van natuurontwikkeling door de inrichting van een aantal landschapselementen –ecotopen– (zie overzicht hiernaast), zodat deze zich kunnen onderscheiden van de directe omgeving. Zo ontstaat een leefgebied voor diverse vaak bijzondere dieren, zoals: rietvogels: rietzanger, de kleine karekiet en de blauwborst; zoogdieren: meervleermuis, de waterspitsmuis, de bever. Er is een beverburcht voorzien op een eilandje tussen de bestaande kade en het Oude Maasje. Diverse soorten insecten en vissen. De variatie in de vegetatie is duidelijk af te lezen uit de bovengenoemde landschapselementen. De aldus gevormde natuurzone gaat vloeiend over in het binnentalud van de nieuw aan te leggen primaire waterkering. Dit talud gaat natuurtechnisch beheerd worden, waardoor een bloemrijk hooiland (glanshavervegetatie) gaat ontstaan 174

als waardevol onderdeel van de natuurzone de Westplas. Omdat voor de aanleg van de nieuwe dijk en de terpen veel grond nodig is wordt het zogenaamde Stort in de westpunt, dat nu 4 tot 5 meter hoger is dan de polder omgevormd tot een waterplas van ca 6 ha, die oevers krijgt met zowel flauwe als steile taluds om de natuur te verrijken. De waterdiepte in een gedeelte zal maximaal 6,50 m worden en een bodem van zand krijgen ten behoeve van een goede waterkwaliteit. Amfibieën, rietvogels, oeverzwaluwen, ijsvogels en watergebonden zoogdieren krijgen hier goede kansen. De sterk verschillende oevers krijgen een daarbij passende vegetatie, zoals riviergebonden doornstruweel, bloemrijk en vochtig natuurlijk grasland. Bij het graven van deze plas zal rekening gehouden worden met onderzoek naar archeologische waarden, zoals vroegere bewoning door jagers/verzamelaars, het agrarisch cultuurlandschap in de middeleeuwen en de vegetatie in de aanwezige veenlaag. Landschapselementen Het restant van de Dussensche Gantel, zal als cultuurhistorisch object gespaard worden. De herkenbaarheid wordt vergroot door op de plaats van de aanwezige greppel een watergang te graven en lege plekken in de aanwezige beplanting aan te vullen met knotwilgen. Hierlangs komt een wandelroute in de vorm van een laarzenpad, dat doorloopt tot de (te verlagen) dijk langs de Bergsche Maas. Ter plaatse van het vroegere gemaal, dat loosde op de Dussensche Gantel, komt een boom-


11

va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

Ecotoop

Bestaand en te handhaven

Te ontwikkelen

Totaal

Poel Geul Rietmoeras en rietruigte Dras grasland Droog, bloemrijk grasland (op de taluds van dijken en kaden) Kort grasland tpv wandelroutes Droge ruigte Zachthoutooibos Griendjes Beplanting iepen Hardhoutooibos

0,2 ha 0,1 ha 3,4 ha 0,4 ha 3,4 ha 0,1 ha -

2,6 ha 9,2 ha 5,5 ha 21,3 ha 3,7 ha 0,4 ha 6,5 ha 0,1 ha 0,1 ha 1,5 ha

0,2 ha 2,7 ha 12,6 ha 5,9 ha 21,3 ha 3,7 ha 0,4 ha 9,9 ha 0,1 ha 0,1 ha 1,5 ha

totaal

7,5 ha

50,9 ha

58,4 ha

groep en een uitzichtpunt. Het historische essenlaantje langs de Veerweg en de oude wilg bij het oorlogsmonument blijven behouden.

Op de tussenkade (de verlaagde bestaande dijk langs de Bergsche Maas) wordt een inspectiepad, tevens fietspad aangelegd. Een gedeelte van de huidige Veerweg (essenlaantje) krijgt een fietspad en vanaf de fietspont bij Hermenzijl wordt een fietspad aangelegd over de nieuwe terpdijk tot de tussenkade. Zodoende is een “rondje polder� mogelijk.

Recreatie De enige huidige voorzieningen voor de recreatie zijn de jachthaven en de fietspont bij Hermenzijl. Om de polder beter te ontsluiten voor recreatief gebruik worden enkele nieuwe elementen aangelegd in vorm van fietsen wandelpaden, visplekken en panoramapunten.

Aan de westzijde van de Dussensche Gantel kan de half verharde weg, behalve voor de ontsluiting van enkele landbouwpercelen, ook als fietspad gebruikt worden. 175


de overdiepse polder

2 10 5 7 3

6 4 1

rondje-polder (fietsroute) laarzenpad westplas visplekken panoramapunt

1 terpdijk 2 tussenkade 3 essenlaantje 4 fietspont Hermenzijl 5 laarzenpad 6 Dussensche Gantel (bij vroeger gemaaltje) 7 oorlogsmonument

8 visplekken 9 brug-terpdijk 10 uitzicht bij westplas 11 beverburcht

142 Overzichtskaart met de interessante plaatsen betreffende natuur, landschap en recreatie.

176

8 9

11

Er komt een voetpad in de vorm van een zogenaamd laarzenpad langs de Dussensche Gantel en het eerder genoemde uitzichtpunt tot aan de Bergsche Maas. De bestaande kade langs het Oude Maasje wordt voor het grootste deel gehandhaafd in de vorm van een onverhard wandelpad. Op de tussenberm halverwege het binnentalud van de nieuwe dijk is een onderhoudsstrook voorzien, die ook door wandelaars gebruikt kan worden. Ook de te handhaven kade kan als wandelpad worden gebruikt. Vanaf dit pad heeft de wandelaar een prachtig overzicht over de natuurzone langs het Oude Maasje. Ook ter plekke van de beverburcht (ter hoogte van de Lorweg) blijft de kade gehandhaafd. Echter om verstoring van


va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

11

de bever te voorkomen, loopt het wandelpad hier niet door, de burcht komt op een eiland te liggen en dat is een optimale inrichting voor de bever. De kade gaat op in het uit te breiden bos. Om de historische kade als element herkenbaar te houden wordt deze ingeplant met een dubbele rij iepen. Langs de Zuiderkanaalweg direct ten oosten van de brug in de Veerweg worden 30 visplekken aangelegd. Die zijn toegankelijk vanaf de nieuwe dijk, die ter plaatse verbreed wordt ten behoeve van 2 parkeerstroken en 3 trappen krijgt om de Maasoever te bereiken. Panoramapunten In de Overdiepse Polder bevindt zich een aantal prominente panoramapunten die goed zicht bieden op het landschap. De omgeving nabij het oorlogsmonument aan de Veerweg vormt de plek waar zich “het verhaal” van de Overdiepse Polder het beste laat vertellen. De Bergsche Maas (gegraven aan het begin van de 20e eeuw), de oude dijk, de nieuwe dijk, de terpenreeks en het historische essenlaantje laten zich vanaf dit punt in één oogopslag zien. Op dit punt wordt een bescheiden informatievoorziening (bankje en/of informatiebord) ingericht. Een ander bijzonder punt is de plaats van het vroegere gemaal aan de Dussensche Gantel, waar men zich in het middelpunt van de polder bevindt. Ook hier wordt een informatiepunt (een informatiebord) ingericht dat over de oorsprong van de Dussensche Gantel vertelt. Het punt bij de Abraham Kampbrug biedt bij binnenkomst van de polder een prachtig

143 Jong geleerd is oud gedaan! Thom van Dongen met zijn kleinzoon Dylan aan het vissen in het Oude Maasje.

weids uitzicht over het landschap. Noordelijk van de Westplas wordt een uitkijkplek (eventueel met een bankje) aan de Maas gemaakt. 177


de overdiepse polder

Waterschap Brabantse Delta, jong maar toch zo oud … Nog maar zes jaar geleden dat dit werd opgericht, maar toch gaat er een hele historie achter schuil. Een waterschap of hoogheemraadschap is een overheidsinstantie die tot taak heeft te waken over de kwaliteit en de kwantiteit van het water in een bepaalde regio. Het gebied wordt niet bepaald door de gemeenteof provinciegrenzen, maar door stroomgebieden of afwateringsgebieden in een regio. Waterschappen behoren tot de oudste instituten van het Nederlandse staatsbestel. Zij vormen letterlijk de basis van het poldermodel: van oudsher hebben waterschappen de taak namens de bewoners van een bepaald gebied de waterhuishouding te regelen. In de polders is dat in eerste instantie de zorg voor de watersrand. Weliswaar hebben gemalen vrijwel overal de taak van de windmolen overgenomen, nog altijd blijft het land niet vanzelf droog. Het buiten houden van het water is van oudsher een algemeen belang, waarbij polderbewoners genoodzaakt waren samen te werken. Uit die samenwerking zijn de waterschappen ontstaan.

178

Het hoogste orgaan van een waterschap is het algemeen bestuur, bestaande uit vertegenwoordigers van belanghebbenden, eigenaren van grond (de in­ gelanden), pachters van grond, eigenaren van gebouwen en bedrijven en sinds 1952 ook alle bewoners (de ingezetenen). De leden van het algemeen bestuur worden ook wel de hoofdingelanden genoemd. Het algemeen bestuur kiest uit eigen kring een aantal heemraden om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. De dijkgraaf is voorzitter van zowel het algemeen als dagelijks bestuur en wordt door de Kroon benoemd. De belangrijkste staken van het waterschap zijn: · Het beschermen tegen overstromingen · De zorg voor een goede kwaliteit oppervlaktewater · Het zuiveren van afvalwater · Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en regelen van het waterpeil in de polders · Beheer van vaarwegen en sluizen


va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

11

De metamorfose van de Overdiepse polder

In de 12e eeuw, toen de eerste pioniers zich vestigden op de zuidelijke oeverwallen van de Romeinse Maas, zag het landschap er uit als een groot moeras en veengebied waar de rivier in alle vrijheid kwam en ging. Een eeuw later werden de eerste dijken aangelegd om het water te beteugelen. De turfwinning kwam op gang en wijzigde het landschap. De turfvaarten (Kerkvaart en Vrouwkensvaart) en de veenafgravingen met de kenmerkende lange kavels gaven het landschap reliëf. Dan laat de natuur zien waartoe ze in staat is en met de Sint Elisabethsvloed in 1421 verandert het eerst bewoonde gebied in “Nijet dan water ende wolcken”, niets dan water en wolken. Na 1421 zijn grote delen van het veengebied afgedekt met een kleilaag die soms wel 1 meter dik was en werden onderdeel van een zoetwatergetijdengebied zoals dat nu nog goed te zien is in het overgebleven deel: de Biesbosch. De aanwassen werden langzaam droger en in de 16e en 17e eeuw weer ingericht naar het model van de rest van het gebied (de teruggeklapte kavels, zie hoofdstuk 2). Daarna is het beeld tot het begin van de 20e eeuw nagenoeg onveranderd gebleven, een onbewoond gebied met graslanden gescheiden door smalle slootjes: het Slagenland. Met het graven van de Bergsche Maas rond 1900 ontstonden de huidige contouren van de Overdiepse Polder. In het noorden de Bergsche Maas, in het zuiden ’t Oude Maasje, in het westen

Een rivierdelta is een stelsel van aftakkingen van een rivier, voordat deze in zee of in een groot meer uitmondt. Op de kaart heeft zo’n stelsel min of meer de vorm van een driehoek, wat de naam delta (naar de driehoekige Griekse letter) verklaart. Delta’s zijn dikwijls vruchtbaar en dichtbevolkt. Hun ligging aan zee maakt ze kwetsbaar voor overstromingen. Vaak is ook de natuurwaarde van een delta hoog. Nederland bestaat voor een groot deel uit het aangesloten deltagebied van de rivieren Rijn, Maas en Schelde. Hun mondingen, die merendeels door getijdewerking zijn verbreed tot estuaria, liggen in de provincies Zeeland, West Brabant en Zuid-Holland. Een estuarium is een verbrede, veelal trechtervormige riviermonding, waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en zodoende brak water ontstaat, en waar getijverschil waarneembaar is. Wanneer een rivier als een stelsel van aftakkingen uitmondt spreekt men van een delta.

179


de overdiepse polder

In 1944 staat de polder onder water, dit keer door het geweld van de Tweede Wereldoorlog. Van oktober 1944 tot de bevrijding lag hier de frontlijn. In 1946 werd gestart met de eerste ruilverkaveling. De voorbereidingen waren reeds van voor de Tweede Wereldoorlog. Er werden verharde wegen aangelegd die zuid-noord liepen, de percelen werden daar oost-west op aangesloten en ingedeeld in 14 grote blokken, zodat het eeuwenoude slagenland verdween. Tot op de dag van vandaag zijn echter bij droog weer de oude sloten, die eerder droog zijn dan de rest van het land, soms nog zichtbaar. Hooiland werd weiland voor de koeien en gedeeltelijk omgezet in bouwland.

144 De oude sloten tekenen zich nog steeds als lichte strepen af op het nieuwe land.

de Punt (nu militair terrein) en met in het oosten de Winterdijk met uiterwaarden (’t Polderke van Meijs). Dit was de situatie tot aan de eerste ruilverkaveling. Er was slechts één onverharde weg langs het Oude Maasje. 180

In 1953 staat de hele polder weer onder water, deze keer door het natuurgeweld, de Watersnoodramp van februari 1953, waarna het Deltaplan voor veilige bescherming tegen de zee zal zorgen. De tweede ruilverkaveling werd op 29 december 1970 aangenomen. Nadat ook de Volkeraksluizen in het kader van het Deltaplan gereed waren, kon de polder watervrij gemaakt worden. Dit gebeurde pas toen de keersluis in het Oude Maasje in 1978 gereed was. Door de aanleg van de Abraham Kampbrug over het Oude Maasje was de polder ook definitief ontsloten. In de periode 1974 tot 1980 werden er 17 boerderijen gebouwd. Hiermee had de polder weer een totaal ander aanzien gekregen.


va n t u r f vaa r t e n n aa r t e r p e n

11

Na 35 jaar was men aan vernieuwing toe, echter dit zou op een geheel andere wijze gaan gebeuren. Met de ontpoldering in het kader van “Ruimte voor de Rivier” is de periode van afbreken van het oude en herbouwen op terpen aangebroken. De polder krijgt weer een ander aanzien maar behoudt zijn prachtige uitzicht over de weilanden. Het hele project biedt veiligheid voor bewoners van een grote omgeving langs de rivier en de Overdiepse polder blijft behouden als een waardevol landbouwgebied, waarmee de spreuk “En de boer hij ploegde voort” volledig van toepassing is. Een positief einde voor de beschrijving van de geschiedenis van een polder in de delta.

145 Bij een hoge stand van de rivier kan het er om spannen. (foto februari 2011, de uiterwaarden bij Capelse Veer)

181


de overdiepse polder

182


geraadpleegde bronnen en beeldverantwoording

183


de overdiepse polder

Gera adpleegde bronnen

Langs de rand van het zand Waterstaatsgeschiedenis in de Brabantse Delta

Water als Vriend en Vijand

De geschiedenis van Waspik

Waalwijk 2000 – drs. Frans Vercauteren e.a.

Geertruidenberg – G.J. Rehm

De macht van het water leven met water tussen Maas en Merwede

Brabants Historisch Informatie Centrum, Ruilverkaveling Archiefnummer 1148, inventarisnummers 1053 en 1054

Breda 2009 – Jan van den Noort

Njet dan water ende wolken De Onderzoekscommissie naar de Aanwassen in de Verdronken Waard (1521-1523) Tilburg 2009 – Valentine Wilkaart e.a.

dr Cees de Gast

De scheiding tussen Maas en Waal uitgegeven door het ministerie van Waterstaat 1909

De Grote Waard Geschiedenis van een Holland Landschap

M.C.E. Bongaerts

Rotterdam 2003 – Willem van der Ham

Op stap met Dr. D.L. (Menno) Roitero Waalwijk 1997

Zandloper landschap en geschiedenis van Nationaal Park De Loonse en Drunense duinen en omgeving

Fall Braun De strijd om Kapelsche Veer

Tilburg 2008 – Lauran Toorians

Tilburg 1995 – drs. D.L.Roitero

Wonen in Waalwijk Van Lint tot Landgoed

Een Dorp in de Greep van de Vijand Waspik in de Franse Tijd

Waalwijk 2001 – M.van Prooijen e.a.

Waspik 1995 – Han Verschure

Waterschap Brabantse Delta Project Overdiep alle documenten van inventarisatie t/m plan. Database van de Dienst Landinrichting te Utrecht proceduremomenten Rapport voor de ruilverkaveling Zuider Afwateringskanaal-Beneden Donge (1970) Waterstand Nieuwsbrieven Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (pdr) Utrecht

184


g e r aa d p l e e g d e b r o n n e n

De waterstanden in Noord-Brabant, 1927 dr ir. J. H. F. Deckers

Periodieken en Themanummers Heemkundevereniging “Op ’t Goede Spoor” Waspik

Streekarchief Land van Heusden en Altena Waterschap van de Juffrouwweide en Zijlmanspolder, 1865-1962 Historische kranten van de Koninklijke bibliotheek Den Haag

Bronnen uit het Gemeentelijk archief Waalwijk De Echo van het Zuiden, Archief Nederlandse Hervormde Gemeente Waspik, Gemeente Bestuur Waspik, Dorpsbestuur Waspik, Archief Gecombineerde Binnen en Buitendijkse en Overdiepse polders onder Waspik, Burgerlijk Armbestuur Waspik, Rechterlijk archief Groot Waspik,Oud administratief archief ’s GrevelduinCapelle, archief polder ZuidewijnCapelle 

185


de overdiepse polder

186


b e e l d v e r a n t woo r d i n g

beeldverant woording

Zeeuws museum Middelburg: afb. 5 Rijksmuseum Amsterdam: afb. 7, 7a Nationaal Archief: afb. 9 Chris de Bont: afb. 10, 11 Gemeentearchief Waalwijk: afb. 12, 13, 18, 28, 29, 31, 37, 40, 41, 44, 48, 49, 52 Kees de Gast: afb. 22 Archief Dordrecht Afb. 23 Jan van den Noort: afb. 24, 25, 26 Historische vereniging Krimpen aan de Lek: afb. 27

Archief Waterschap Brabantse Delta: afb. 124, 125, 126, 127, 129, 131, 132, 134, 135, 136, 140, 143 Architectenbureau Onix: afb. 133, 137 Collecties bewoners Overdiep: afb. 57, 58, 59, 75, 82, 85, 87, 88, 89, 91, 94, 97, 98, 99, 103, 104, 107, 108, 110, 112, 113, 115, 116, 117, 118, 120, 121, 128, 130 Piet Boons: afb. 84, 86, 92, 93, 106, 109, 111, 114, 119, 122, 123, 139 Foto’s redactie Heemkundekring: afb. 1, 3, 6, 8, 21, 33, 43, 45, 47, 50, 51, 53, 55, 56, 61, 62, 64, 74, 77, 79, 81, 83, 90, 105, 141, 144, 145 Archief Heemkundekring “Op ’t Goede Spoor”, Waspik: alle overige foto’s, kaarten en afbeeldingen

Streekarchief Land van Heusden en Altena: afb. 32, 36 Google Maps: afb. 34, 38 www.bouwmachinesvantoen.nl: afb. 42 Monshouwer Heerjansdam: afb. 63, 65 www.canadianheroes.org: afb. 66, 67, 68, 69, 70 Dagblad BN DeStem: afb. 95, 96

De redactie dankt bovenvermelde personen en instanties voor hun bijdrage aan de publicatie van dit boek. Mogelijke onvolkomenheden in deze verantwoording zijn te wijten aan de omstandigheid dat niet in alle gevallen de juiste herkomst van het illustratiemateriaal kon worden achterhaald. Zij die aanspraak menen te hebben op auteursrecht kunnen zich wenden tot de redactie.

e-mail redactie  redactie@goedespoorwaspik.nl 187


de overdiepse polder

188


Met dank a an

Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door financiĂŤle steun van Waterschap De Brabantse Delta, Aannemerscombinatie De Hollandse Waard en Belangenvereniging Overdiepse Polder.

189


colofon

eindredactie  Nel Mathlener, Hans van Houwelingen redactiecommmissie  Kees Bink, Jos de Bont, Sjaak Broekmans, Bert Groenenboom, Jac Jansen, Anton Kemmeren advies layout  Hans van Houwelingen grafisch ontwerp  Maarten de Tollenaer, Breda druk  Drukkerij Damen, Werkendam bindwerk  Epping Boekbinders, Woerden

© 2011 Heemkundekring “Op ’t Goede Spoor”, Waspik www.goedespoorwaspik.nl

Niets van deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van de redactie. secretariaat  Diny Prins – Vrouwkensvaartsestraat 27, 5165 nn Waspik e-mail redactie  redactie@goedespoorwaspik.nl 190


Profile for Maarten de Tollenaer

De Overdiepse Polder  

750 jaar geschiedenis van een polder in de delta. Uitgave Heemkundekring "Op 't goede spoor" Waspik i.s.m. waterschap Brabantse Delta. Juli...

De Overdiepse Polder  

750 jaar geschiedenis van een polder in de delta. Uitgave Heemkundekring "Op 't goede spoor" Waspik i.s.m. waterschap Brabantse Delta. Juli...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded