Issuu on Google+

1


Het samenstellen van dit grafisch magazine was een grote opgave. Bij het maken heb ik heel wat nieuwe ­dingen ­bijgeleerd in Indesign, maar ook hoe je een beeld ­interessant en aantrekkelijk maakt door er ook rust in te creëren. In het begin keek ik vaak naar ­andere ­tijdschriften, maar na geruime tijd liep ik daarmee vast. Het gaat echter op een ‘grafisch’ magazine. Ik ben blij met het uiteindelijke resultaat. Het is helder, leesbaar, met een eigen stijl en karakter. Onze taak was niet ­enkel vormgeven, maar om u ook ­boeiende interviews voor te schotelen. In Gruis stellen we u ­telkens de persoon en de artiest voor. ­Sommigen gekend, anderen op weg naar een mooie carrière. Nationaal en internationaal. Mensen die elk vertellen over hun passie voor grafisch ontwerp. Mogen wij u veel leesplezier wensen en deze passie ­vertolken in ons eerste nummer van het Gruismagazine. Maaike Franssen

3


COLOFON DRUKWERK Qualicopy Maaltebrugsestraat 169 VORMGEVING Maaike Franssen

EINDREDACTIE Maaike Franssen

9000 GENT

INTERVIEWS Maaike Franssen

IN OPDRACHT VAN

Nina Swaans

Marc Popelier

Goedele De Wilde

Bieke Depuydt

Amina Sa창di Mathilde Ceupens Jonas De Ruyter


5


Daar popte de naam eindelijk op. Na een lange straat door een industrieterrein zag ik het woord dat ik die dag nodig had op een bakstenen pand. Skinn. Terwijl ik b­ innen in de zetel wacht op Kurt De Vlieghere, de oprichter van Skinn, een grafisch bureau in het mooie Brugge, bekijk ik de sobere, maar toch wel zeer aangename inrichting. Na een telefoontje met ziekmelding en contact via mail kon ik eindelijk met de man praten die achter dit alles zit. “Maaike?”, zegt hij, en het gesprek kon beginnen.


Een hele mooie ruimte heb je hier! Dank je, ik ben er zelf ook zeer tevreden over. Vertel eens, hoe is Skinn ontstaan, vanwaar de naam en hoe jij in deze wereld terechtgekomen bent?

Jazeker. Als iemand een ­ontwerp­bureau nodig heeft, dan ben ik al blij als wij in de top 5 in hun hoofd zitten.

Via deze manier is het ook al een goede poging!

Skinn komt van huid, ieder zijn ­ eigen huid, skin. We hebben er gewoon een -n- aan vastgehangen omdat skin.be niet meer b ­ eschikbaar was en omdat het mooi oogde. Ik heb zelf een basis grafisch ontwerp-­ opleiding gevolgd. Ik moest in het 2e ­middelbaar een r­ ichting kiezen in wat ik ­verder wilde doen. Ik dacht ‘what the heck’ ga ik doen en toen zei mijn v­ ader, nu 20 jaar geleden, ­“computers, dat is de toekomst!”. Ik ging een ­ ­ splinternieuwe computer krijgen moest ik die ­ richting ­volgen, dus ik dacht, het is in de ­‘cha­coche’. En zo ben ik van start gegaan, ik heb mijn computer wel maar 2 jaar later ge­kregen, maar ondertussen b ­ egon ik er een ­passie op te bouwen. Ik heb geen ­St-Lucas of KASK of wat dan ook gedaan, maar ik ben altijd fanatiek bezig gebleven met grafisch ontwerp. Ik ben zeer basic begonnen, ik was scan­operator, dat bestaat zelf niet meer! Toen heb ik stilletjes door mijn drift voor ontwerp, de mensen in ­verschillende ontwerpbureaus, waar ik werkte als ­scanoperator, kunnen overtuigen om ook mijn kans te kunnen krijgen als een grafisch ontwerper. Ik heb die kans ­ge­kregen, dat met beide handen gegrepen en er heel hard voor ­beginnen werken. Na iets meer dan 10 jaar, heb ik dan toch besloten om op ­ mezelf te beginnen. Ik begon eerst als free­ ­ lancer te werken voor ­andere bureaus, maar als snel had ik het gevoel dat het wel leuk was zo, maar je moet dat k ­ unnen doen met een bepaalde mind-set, je bouwt niet echt iets solide op. Ik wilde daarentegen iets op­bouwen, de ambitie om iets oprichten zonder onder-aanneming. Iets van ­mezelf. Ik heb daar heel hard voor beginnen werken en nu nog. Dag en nacht. Een ­ attitude dat je altijd moet hebben. Skinn stond nog niet direct op pootjes, het was nog een ­eenmanszaak. Naar mate kwam er meer en meer werk en had ik wel de ­behoefte om met iemand een team te ­vormen. Daarbij heb ik het geluk gehad dat mijn broer ook een grafisch ontwerper is. Ik had met hem erover gesproken of hij dit niet zag zitten om samen te werken, maar dan moest hij zijn vaste job opgeven en het bad ook heel veel onzekerheid aan.

Na op en af dit te bepraten, hebben we besloten samen een vennootschap op te ­richten. Ik ging vaak op klantenbezoek en ­daardoor zat mijn broer, Kris vaak alleen op ­ kantoor. Hij miste daardoor enorm het sociaal contact en had nog altijd een enorme onzekerheid over dit project. Na een jaar een onzeker buikgevoel te hebben, wilde hij niet meer verder. Ik dacht echt dat dit misschien het einde van een droom was. Dan heb ik mensen die ik van vroeger al kende uit deze sector gecontacteerd om samen met mij Skinn op te richten. Dan ben ik mijn huidige vennoot terug tegen het lijf ­gelopen, David van Gessel. Hij was ook net zelf met iets b ­ egonnen en wilde het eerst alleen proberen, maar toch heeft hij besloten om mee te gaan in dit idee om Skinn op te bouwen. David heeft het vennootschap over genomen van mijn ­ ­broer, maar Kris is hier wel blijven werken. De problemen waren weg, het klikte t­ ussen ons 3 en zo zijn wij onze weg ­beginnen opgaan. Zo zijn er mensen bij gekomen, mensen weggegaan, we zijn ook verhuist. En zo is Skinn stilletjes aan ­gegroeid. Zo ook onze filosofie: je maakt dat je een ­neutrale o ­ mgeving hebt en je steekt daar iets creatiefs in. Je overdrijft daar niet in, laat het puur zijn. En dat is onze filosofie over grafisch ontwerp. We maken geen prospectie, maar willen wel dat meer mensen ons kennen, meer moet dat niet zijn.

7


Wij hebben inderdaad voor het schouwburg een nieuw identiteit gecreëerd en dit is ook een beetje het resultaat van vechten voor je passie. Dit is echt een heel traject geweest, maar toch waren er mensen die in ons idee geloofden. Ik denk dat wel daar echt iets bereikt ­hebben met wat we er ­allemaal mee gedaan hebben en wat we er mee zullen doen, want het contract loopt 3 jaar. Het is een heel fijn project en het is leuk om te horen dat ook jonge mensen er mee in contact komen. Ik wil niet ­enkel met zaakvoerders een ­ contact leggen, maar ook mensen zoals jij, of zelf i­emand die er totaal niets van kent! Ik wil dus ook in de scene zelf als een waardevol ­bureau gezien worden. Het maakt me blij als mensen bij ons komen, waarvan ik weet dat we voor hen iets k ­ unnen betekenen. Nog een ­gedachte bij ons. Daarom mag ons kantoor ook niet groter worden.

Ik heb jullie werk leren kennen door de cultuurcatalogus van het schouwburg in Stad Kortrijk. Vertel eens wat over dit project.

Natuurlijk. Als je zoals ik, een grafisch ont­werper en zaakvoerder bent, is dat geen cadeau. Ik was eigenlijk liever psychiater of econoom geweest, of ja, liever, ik ben héél blij met wat ik nu doe en kan doen, maar dan ging mijn job vandaag veel ­gemakkelijker geweest zijn. Maar ik wil nu blijven wat ik ben, een ontwerper die mee ideeën creëert. Hier in dit bedrijf zitten we allemaal met individuen en mensen die allen op een ­eigen manier geprikkeld moeten worden om op een goed niveau te gaan presteren.

Verschillen de meningen niet te veel over hoe je een opdracht aanpakt door met z’n 9 te zijn? Zijn al uw werknemers van opleiding grafisch ontwerper?

Jawel, allemaal. Ik heb wel één ­coördinatrice, Michelle, die mee alles in de juiste banen leidt. De ontwerpers ­hebben elk een ­eigen contact met klanten, dus we werken niet via een traditionele structuur dat één ­iemand dit alles stuurt. Uiteraard komen David, Michelle en ik er soms t­ussen, maar ­ uiterst weinig. Mijn eindverantwoordelijkheid is ­zeker bij het laatste punt de beslissing nemen. Er moet zo iemand zijn in een bedrijf, anders is het moeilijk om een lijn te creëren. Er moet altijd een kapitein op het schip zijn die zegt of we nu links of rechts gaan. Dat is mijn taak.


Ja, dus die man heeft dat gedaan en ­daarbij gebruiken we een ondertitel ‘ the pizza with a story’. Dus met deze naam kan hij als hij wil een restaurant of een ­productlijn beginnen. En op die manier proberen wij onze klanten s­ trategisch een andere positie te brengen.

Nee, amai!

Je wilt niet dat het bedrijf groter wordt, maar blijf je toch nog op zoek gaan naar nieuwe vormgevers? Betekent dat er dan nog iemand moet bijkomen?

Dat kan, als we daarmee beter kunnen worden, dan gaan we dat doen, maar we doen dat niet enkel om te kunnen zeggen: “Kijk! Wij zijn een groot ontwerpbureau met 15 man!”. Neen, dat is ons doel niet. We willen een waardevol ­bureau worden, dat in een goede rang zit. Stiekem willen we dat ook inter­nationaal ­realiseren, de dag vandaag kan dat p ­ erfect door behulp van sociaal netwerk of ­simpelweg ­internet, dit is een toekomstperspectief waar we naar streven, maar we zijn er nog niet.

Ja, dat klopt. Natuurlijk enkel de dingen die gerelateerd zijn aan het esthetische, maar onrechtstreeks geven we ook ander strategische raad, omwille van de e­ rvaring dat we hier al mee gehad hebben. Een voorbeeld hiervan is Onesto. Dit project is gestart met een man naar ons kwam en zei: “ Ik ga een pizzamobiel beginnen, en het heet pizzamobiel.be”. ­­ Die man zei dat hij in Italië pizza’s had leren maken enzoverder. Ik dacht ‘yeah right’. Dus ik heb een deal gemaakt. Ik vroeg hem als hij pizza’s maakte voor heel ons bedrijf en het is lekker, dat we dan gaan we bepalen of we gaan samenwerken of niet. Die man heeft dit ­effectief gedaan. En dan heb ik eigenlijk moet zeggen, “Damn, ze zijn verdomd lekker die ­pizza’s”. Commercieel was de naam ­ pizza­ mobiel verkeerd en we wilden een merknaam ­ ­maken, dus kozen we voor Onesto, ­‘eerlijk’ in het ­italiaans. En zo is ook zijn verhaal, eerlijk op een traditionele wijze terug gaan naar ­italiaanse roots. Wist je zelf dat er daar een universiteit bestaat waar je een cursus kunt volgen om pizza’s te maken?

Dus bepaal je eigenlijk ook de inhoud mee.

Hoe zijn zij bij jou terechtgekomen of jij bij hen?

Ja, toch wel, want werk is er genoeg. Wij ­hebben nog nooit het probleem gehad dat we geen werk hadden. Wat we w ­ illen, is beter worden, het niveau omhoog ­krijgen. Onze target is niet om nog groter te worden, maar wel beter.

Dat hangt natuurlijk af van opdracht tot ­opdracht. Wij hebben verschillende types van klanten, van werk. Wij werken bij­ voorbeeld samen met Alpro Soja, daar doen de com­municatie voor heel Europa. Niet de reclame en verpakkingen, maar alle ­andere com­municatie doen we wel. Dat is zo’n type werk waarvan we iedere dag opdrachten van binnen krijgen. Zo hebben wij iemand die dat continu aan het opvolgen is, maar alle o ­ ntwerpers werken er wel aan. Dus de opdracht komt b ­ innen, er wordt een briefing van ­ gemaakt, die briefing wordt doorgegeven aan ­ontwerper en zo gaat dat dan van start. Dat is één type werk. Een ander type werk is mensen die iets willen opstarten en daar een identiteit aan willen geven. Wij willen daar dan niet alleen de ­vormgevers voor zijn, maar ook adviseurs.

Hoe ga je eigenlijk van start bij een opdracht?

Wel, ik had uiteraard eerst mijn broer, Kris, in het begin, toen de enigste grafisch ontwerper die ik persoonlijk kende. Door de jaren heen had ik ook contacten met ontwerpers opgebouwd en zijn er een paar bij gekomen, maar vooral stagiairs die hier zijn blijven plakken en waar we heel ­tevreden over waren. Ook mensen waarvan we ­ enthousiast waren over hun werk die in andere ­kantoren werkten en waarbij ik onze filosofie van ­ Skinn naar voor bracht, waardoor ze uiteindelijk ook voor ons zijn beginnen ­ werken, omdat zij een deel ­wilden uitmaken van onze denkwijze.

9


Jullie hebben een grote mix van ontwerpen waarvan ik me afvraag of er een bepaalde lijn zit in jullie werk?

Ik heb dit ook al vaak gehoord en veel mensen stellen ook eens die vraag aan mij, maar ik zal je eerlijk zeggen, maar in de 7 jaar dat we bezig zijn, hebben nog nooit een kalme p ­ eriode g­ ehad. Soms hebben we het gevoel dat we teveel werk hebben. Dit kan misschien een minpuntje zijn omdat we dan niet altijd in de finesse ­ ­kunnen gaan.

Ik hoor dat sommige periodes zeer druk zijn voor een grafisch ontwerper. Wat is bij jullie de drukste?

We hebben nu iets meer ruimte dan vroeger, letterlijk en figuurlijk en ook ­financieel om ons niveau nog hoger op te krikken. En dat is nodig om er echt veel tijd in te steken. Zoals weer die identiteiten maken, of creatief ­ ­ omgaan met een bestaand merk.

Kun je daardoor een meer experimentele kant op?

Is dat dan één van de opdrachten waar je het meest trots op bent?

Ik denk dat er zeker een lijn in ons werk zit, dat is toch wat ik hoor van mijn ­zoontje (lacht). Nee, er zit zeker een lijn in, maar we moeten ook oppassen d ­ oordat we jong, grafisch aan het werk zijn, dat we ook niet te veel her­vallen in ons manier van werken. Maar we hebben dan ook ­diverse klanten. Een voorbeeld: wij werken voor Knokke Heist, Oostende en nog wat steden aan de zee en zij willen ook elk een aparte stijl voor hun stad. Daarom hebben wij ook grafisch ontwerpers die verschillende s­ tijlen aankunnen, wat een belangrijk aspect is van een goede grafisch ontwerper. Wij willen het Skinn-gehalte in ons werk steken, daarmee wil ik zeggen dat we niet een decoratieve kant opgaan, maar het is allemaal zeer puur, zonder veel opsmuk.

Zeker, vroeger deden we mee aan p ­ itchen, dat zijn overheidsopdrachten die een ­aanbesteding uitschrijft. Bijvoorbeeld een stad die een nieuw ­ontwerpbureau wil en ze geven opdracht aan heel wat bureaus, dan geeft een jury punten voor ­creativiteit, voor de kostprijs en ­dergelijke. Dat is een manier van opdrachten ­ binnen­ halen. Naarmate je meer werk k ­ rijgt, hoe m ­ inder je meedoet aan pitchen en hoe meer je de ­ mogelijkheid hebt om eventueel ­opdrachten te weigeren. Het is zelfs bijna wekelijks dat we opdrachten weigeren, maar dat zijn dan ­meestal voor kleinere projectjes. Of soms heel absurde dingen, zoals nachtclubs die vragen om ­sfeerfoto’s te maken. We proberen gewoon aan te voelen of het iets voor ons is of niet, zeggen we dat ook eerlijk tegen de mensen en ik ben blij dat we vandaag zo’n beslissingen kunnen maken. Ik kan zelf een o ­ pdracht weigeren dat ik mensen doorstuur naar een beter bureau. Ik denk zelf dat andere collega’s dat ook doen, z­ eker als het gaat over merknamen maken. Dat is wel fijn dat we zo in de markt komen.

Nu is het continu druk, dus weiger je dan wel eens opdrachten?

Ja, dit is zeker één van de opdrachten waar ik trots op ben, omdat het iets heeft ­uitgehaald voor zowel wij als vormgevers en voor die man omdat hij er financieel ook goed is van g­ eworden. Ik ben trots op de projecten waar ik mensen kan sturen in een andere richting en dat een succesverhaal wordt. Maar dan heb ook de trots op het visuele. Zo heb je logo’s die dan in boeken verschijnen, daar kan ik ook heel trots op zijn. Ik heb daar niet alleen ­verdienste op, maar heel het team. Alles is in team en dat is heel leuk en dat moet ook zo blijven.


Zijn er bepaalde inspiratiebronnen die je hebt?

Dat is een stap verder gaan en k ­lanten ­over­tuigen wat jij denkt dat goed is voor hun ­project. Eigenlijk een beetje een gevecht met hen aangaan. Ik zal het ­natuurlijk niet door hun strot d ­ uwen, maar op een zo goed moge­lijke wijze b ­ eargumenteren. Je gevoel erin ­smijten, dat vind ik er heel leuk aan.

Wat is het meest uitdagende aan dit beroep?

Ik ben een chaoot. Ik ben een chaoot op g­ ebied van bepaalde vlakken zoals a ­dmini­ stratie, op­ volgen, ik, Kurt De ­ Vlieghere, ben daar een chaoot in! Maar ik weet dat al lang, dus daarom heb ik het geluk en ik heb er ook voor gewerkt om te zorgen voor mensen rondom mij die dat wel kunnen. Chaotisch, maar p ­ erfectionistisch op vlak van design. Misschien is dat eigen aan ­creatieve mensen.

Ben je in je werk een perfectionist?

Stage is heel belangrijk, de praktijk ­werkelijk beginnen. Maar een betere tip zou misschien zijn hoe moeilijk en veel het werk ook mag zijn nu in school, doe daarnaast ook andere ontwerpen voor ­ jezelf of anderen. En dat kan dan de ­ ­drijfveer voor de rest van je leven zijn als je je er echt aan vasthoudt. Dat is hoe ik het heb ervaring hé. Ik ben nu 35 jaar, ik ben daar nu al heel lang mee bezig en ik heb nog steeds niet losgelaten. Kijk, als ik er nu over babbel krijg ik er kippenvel van. Dit is nog altijd de reden waarom is ’s morgens uit mijn bed spring. Als je dat hebt, het is zo waardevol, maak dat je dat nooit verliest.

Heb je misschien enkele tips voor studenten grafische ontwerp? Hoe je kan voldoen als grafisch ontwerper?

Wel, er zijn portaal-websites, er zijn er 1001 en ik heb zo wat mijn favorieten. Dat is toch wel een dagelijkse portie i­nspiratie dat ik daaruit kan halen en voor mij is dat ook een ont­ spanning. Vroeger deed ik dat met boeken. ­Ik doe dat nog, maar in minder mate, omdat de kracht van het onlinegegeven zo sterk en snel is. Boeken hebben is altijd zeer fijn en ik ben er nog aan verslaafd om boeken, meestal dan over grafisch ontwerp of ontwerpers, en geef ik daar soms nog mijn geld aan uit. Maar meestal heb je dan al de werken die in het boek staan al lang online zien ­passeren.

Oei, ja… Amai, dat is echt een verdomd ­moeilijke vraag. Voor mij is dat, misschien val ik in herhaling, maar ja, passie. Als je dat niet hebt, dan kan je, denk ik, het nooit volhouden en kan je er nooit echt goed in worden. Passie en afwisseling. Die afwisseling was belangrijk voor mij om te kiezen in deze richting, om dit mijn leven lang te kunnen doen. En dat heb ik hier ook in Skinn. Dat is heel fijn. Ik ben ook in mijn vrije tijd ermee bezig, bijna als hobby er nog bij. Ik sta er mee op en ga er mee slapen.

Hoe zou je grafische vormgeving omschrijven?

Hoeveel tijd besteedt je gemiddeld aan een opdracht?

Dat is wéér te zien welke opdracht we krijgen. Soms zitten we er 6 maanden ­ aan, maar soms heb je dan zoals weer ­Alpro Soja, er is vanmorgen een opdracht binnengekomen en vanavond moet die ­ af zijn. Maar als je dan uitgaat van een identiteit creëren, dan rekenen we ­altijd 2 maanden doorlooptijd van een c­ reatie. Maar dat is dan louter het traject en ­creatie. Wij starten altijd met stijl­studies die we dan ook voorleggen aan onze ­klanten. Wij tonen bv. de logo’s zoals je ze op straat zal zien, maar dat doen de meeste ontwerpers denk ik wel. Als er dan nog de ­webdesign en dergelijke bijkomt, dan ­duurt het n ­ atuurlijk wat langer.

Héél erg bedankt voor uw tijd en dit gesprek. Graag gedaan en hopelijk heb je er ­iets aan! Meer info op www.skinn.be

11


BARBARA AGNES

VANDEKONIJNEN hoge aaibaarheidsfactor met scherpe tandjes Ze is self-made binnenhuisarchitect, meubelmaakster in ­gedachten, graficus, illustratrice, kledingontwerpster, organi­sator én het ­cement voor elk feest en partij. Van nul naar ­honderd in tien seconden. Reclame, eigen projecten, een huis ­verbouwen, feesten, tekenen, knutselen en de liefde; ze combineert het ­allemaal. Moet je dan niet kiezen? Nee dat moet niet. The Sky Is The Limit, een ­interview met de bevlogen Barbara Agnes Vandekonijnen, die eigenlijk helemaal niet zo heet. (“wie heet er nou Vandekonijnen met zijn achternaam? Dat is toch cool he?”)

13


Werk je het liefst met potlood en papier of met de computer?

Kijk maar naar mijn werk: duidelijk kleur. Ik gebruik graag pastelkleuren. Ik hou ervan als een ontwerp een beetje ‘fluffy’ is. Er moet een soort ‘aanrakerigheid’ ­vanuit gaan.

Kleur of zwart-wit?

Hoe was jij op school?

Ik schets meestal eerst op papier hoe iets eruit moet zien. Mijn eerste ideeën teken ik en als het resultaat naar tevredenheid is scan ik mijn tekeningen in en werk ze dan bij op de computer. Knip- en plakwerk dus. Enkel de illustrator-tekeningen, die maak ik wel digitaal natuurlijk.

Ik werk het liefst alleen, maar feedback is af en toe wel nodig. Mijn vorige lief was ook graficus en met hem keek ik veel naar mijn werk. Toch is dat op den duur ook niet ­evident omdat je dan ­afhankelijk wordt van de mening van een ­ander. Nu stuur ik af en toe nog wel eens iets door naar een bevriende graficus die w ­ eliswaar een heel andere stijl heeft, maar wiens mening ik kan waarderen. En mijn h ­ uidige vriend moet ook af en toe eens komen kiezen tussen verschillende ontwerpen. Het is ­ handig om zo nu en dan een onbevangen oog te hebben. Ook bij de reclamebureaus waar ik gewerkt heb was het zinvol om feedback te krijgen van mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Als je tien ideeën hebt kan het ­handig zijn bij het knopen doorhakken om de mening van een a­ nder te horen, zeker als je nog een groentje bent.

Werk je liever samen of alleen?

Welke school zou je kiezen, KASK of St. Lucas?

Het eerste jaar ben ik gebuisd, teveel in ‘den Deca’ gezeten. Daarna ging het ­stukken beter. Vooral in het derde jaar, toen zag ik het licht wat betreft grafisch ontwerp. In het begin had ik veel schrik om naar school te gaan, omdat het bij mij niet l­ukte, en bij de anderen precies wel. Een faalangst die ik compenseerde door mij iets te vaak in het nachtleven te ­gooien... Of is dat een flauw excuus?

Momenteel is het een mix van die twee. Ik verdien goed mijn geld, maar vind nog te weinig creatieve opdrachten die echt op mijn lijf geschreven zijn. Het is ook lastig om daar tijd voor te maken, want als je een betaalde opdracht voorgeschoteld krijgt zeg je toch altijd ja. En zo s­ chuiven de creatieve zaken alweer op. Ik zou daar wat meer tijd voor moeten maken. In mijn hoofd ben ik altijd wel bezig met eigen projecten en ideeën, maar door de ­commerciële/betaalde opdrachten blijft er meestal weinig tijd over om daadwerkelijk een eigen project te realiseren. Ik droom er bijvoorbeeld van om een kinderboek te maken. En ik ben er ook al tien jaar mee bezig, maar het raakt niet af. Omdat het zo’n grote wens is ligt de lat misschien ook wel erg hoog. Ik ben zeer twijfelachtig en perfectionistisch als het om mijn eigen werk gaat. Het moet aan mijn maatstaven voldoen.

Wat doe je liever; saaie opdrachten voor veel of creatieve opdrachten voor weinig?

Ik zat zelf op het KASK en indertijd wilde ik liever naar St. Lucas. De mensen daar waren veel cooler, ze deden experimentele dingen en hadden leukere feestjes. Mijn docenten van toen op het KASK waren echt nog van de oude stempel. Niet echt mee met hun tijd. Nadat ik af­ studeerde gingen ze vrijwel allemaal met pensioen, wat dat betreft kan ik niet zo goed zeggen welke academie het beste is. Inmiddels hebben ze goede docenten op het KASK. Ik denk dat KASK vooral ­traditioneel en inhoudelijk is, en St. Lucas ­experimenteler en vrijer is. Het heeft beide voordelen vind ik.


Experimenteel of klassiek?

Vorm. Ik weet dat het not-done is om zoiets te zeggen maar ik kijk puur naar beelden. Vooral kunst zegt mij niets. Vroeger op school konden docenten en studenten soms lekker cultureel ver­antwoord opgaan in een kunstwerk. Saai. Wat mij wel iets zegt is juist de lelijkheid in een beeld. Dat vind ik dan weer mooi. Vieze mannekes vind ik superschoon. Af en toe heb ik ook gewoon zin om iets hips te maken. Misschien oppervlakkig, maar ik vind het soms leuk om iets te maken dat er gelikt en hip uitziet.

Vorm of inhoud?

Ik kan erg genieten van mooie typografie, maar zelf bak ik er niets van. Ik vind het ­super dat sommige mensen zichzelf daarin kunnen verliezen, maar het is niet aan mij besteed, dus voor mij puur beeld. Letters teken ik meestal zelf.

Beeld of typografie?

Volgens mij zijn er drie “hoofdbezigheden” in het leven die moeilijk te combineren zijn: een drukke carrière, kinderen, een druk sociaal leven of andere ­hobby’s. 
 Die drie combineren lijkt mij on­mogelijk, er moet er sowieso altijd eentje bij ­inschieten. Voorlopig kies ik voor carrière en een druk sociaal (nacht)leven. Ik voel ook nog in de verste verte geen biologische klok ­tikken ... Ik vermoed dat dit m ­ oment wel zal komen, en ik ga ervan uit dat mijn c­ arrière tegen dan op een punt staat waar ik tevreden van ben. Dat er een moment zal komen dat ik rustiger en rustiger word, of dat mijn ­biologische klok begint te ­tikken. Een

Carrière of kinderen?

fenomeen van 30 te worden is dat mensen vaak vragen: “En, wanneer begin jij nu eens aan kinderen?” of “Ben jij nog niet te oud om uit te gaan? Zou je niet beter eens thuisblijven?” Maar ik vind het onzin om rond je dertigste ineens thuis te gaan zitten en rustig te worden omdat dat zo hoort. Ik laat mijn eigen natuur zijn gang gaan en die natuur is nog niet klaar voor... Dromen is belangrijk, maar het is nog be­ langrijker om die dromen te ­verwezenlijken. Ik merk nu ik ouder word dat mijn grote dromen zouden ­durven te vervagen, en dat ik meer bezig ben met het werkende leven. Ik vind dat ik ­ervoor moet waken om me te wentelen in dat ­werken-voor-geld-leven. Je moet je dromen navolgen. Zoals dat kinderboek waar ik al zo lang aan bezig ben: dat is iets wat ik heel graag wil realiseren. Daar zou ik meer tijd voor ­ moeten ­ vrijmaken. Ook andere eigen ­projecten zijn belangrijk voor me, daarin kan ik mijn eigen stijl en ­inspiratie kwijt. Voor mij is dus het credo: dromen, maar vooral DOEN! En niet teveel ­ twijfelen. Niet bang zijn om te doen en om te falen. Knopen doorhakken. Ik ben nu ­bij­voorbeeld bezig met een boekje voor op het toilet. Een soort KAK-boek. Het is een eigen initiatief en nu we het erover ­hebben merk ik ­eigenlijk dat het me frustreert dat ik daar niet genoeg tijd aan besteed. ­Terwijl dat toch juist iets is waar ik gelukkig van word. Dat is zo’n ambitie. Ik ga daar meer tijd voor maken!

Ben je een dromer of een doener?

Hm, misschien moet ik daarvoor eens in mijn ‘cool-map’ kijken. (vervolgens kijken we naar Barbara’s inspiratie­ map waarin ze ‘coole ­ dingen’ bewaart. Daarin zitten vooral veel ­ex­perimentele, hippe ­bestanden, maar toch ook enkele klassiekere werken. De dingen die haar aanspreken zijn net als ­zijzelf zeer d ­ ivers. Conclusie is dat we er geen stempel op gaan plakken.) Mijn smaak is lastig te definiëren. ­Sommige dingen vind ik heel mooi, maar zou ik zelf nooit kunnen maken. Dat zou ik te ­makkelijk vinden. Ik zou niet het gevoel hebben dat het af is of dat ik er genoeg werk in heb gestoken. Terwijl het eigenlijk heel knap is om zo simpel te werken.

15


Dat is een voordeel als je voor een reclamebureau werkt: iemand anders ­ communiceert rechtstreeks met de klant. Dat is de tussenpersoon tussen mij en de opdrachtgever. Ruzie heb ik nooit gehad, al gebeurt het wel eens dat ik iets maak waar ik heel tevreden over ben, met ­mooie passende kleuren, en dat de klant dan ­ vraagt of ik uiteindelijk toch de kleuren feller en catchier wil maken, waardoor het ontwerp voor mij absoluut in artistieke waarde daalt. Nu ik zelfstandig ben vind ik het soms lastig om overzicht te houden. Je moet alles zelf in de gaten houden en ­regelen. Het allermoeilijkste is het maken van ­offertes. Het is praktisch onmogelijk om van tevoren in te schatten hoeveel tijd je ergens in gaat steken. De ene keer is het van de eerste keer goed, de andere keer kan je uren zitten prutsen en tekenen tot je het beoogde resultaat hebt. Conclusie: je ­rekent altijd te weinig.

Heb je ooit wel eens ruzie gehad met een klant?

Met Alex Trochut. Hij is zot cool! (We googelen Alex, en Barbara krijgt toch wat bedenkingen..) Hmm, vroeger was ik een grotere fan van hem misschien. Het is niet zo mijn stijl wat hij doet, maar zijn werk is gewoon ontzettend goed. Wat ik ook mooi vind is het werk van ­Eduardo Recife, (een Braziliaan). Daar heb ik veel inspiratie uitgehaald qua stijl. Zijn lettertekeningen sluiten helemaal aan bij mijn stijl. Ook de dunne lijn­tekeningen en alweer de ‘aanrakerigheid’ in zijn werk spreken mij zeer aan. Een nieuwe ster aan het firmament vind ik Marie Walgraeve. Zij maakt ook mooie dingen. En Kristof Luyckx en Lieke van der Vorst vind ik ook erg goed.

Met wie zou je nog eens willen samenwerken? Welke graficus?

Toen ik klein was ging ik altijd aan mijn mama “opdrachten” vragen om te tekenen of te knutselen. Om er daarna wel mijn ­eigen ding mee te doen, dat kon ik wel. Of cassettehoesjes en cd-­hoesjes ­maken. Maar er moest altijd ­ergens een ­“basis” liggen, een “klant”. De basis van g­ rafische vormgeving eigenlijk. Het “ding” moet een nut hebben. Ik ben dus nooit een ­kunstenaar geweest.. Ik teken ook ­bijna nooit uit mijn hoofd. Zonder google ­images was ik ­nergens. Ik zoek ­altijd e­ erst een plaatje van wat ik wil

Waarom ben je graficus geworden?

Heb je verslavingen tijdens het werken?

Ik werk thuis, en dan is de sneukeldrang groot en daarom hebben we nooit snoep of chips in huis. Tegenwoordig drink ik soms teveel Redbull light, en dan ook nog eens van ‘den Aldi’… Maar toch ben ik blij om thuis te werken, er is altijd soep en groentjes in huis. Ik haat het eeuwige “rap een broodje eten smiddags” stramien van de 9-to-5 job. Ook bijt ik vaak op mijn nagels. Aangezien mijn rechterhand het te druk heeft met de computer (tekenpen vasthouden) bijt ik op mijn linker. Daarom zijn de nagels van mijn linkerhand altijd veel korter dan die van mijn rechter.

Op welke opdracht kijk je met tevredenheid terug?

(Barbara haalt een doos van zolder, met daarin een verzameling dan grafische werken die ze heeft gemaakt. Het zijn afstudeerprojecten, flyers en goodies ­ voor TMF, studio Brussel, een rompertje in ­ opdracht van Marcel (kledingmerk), chips zakjes van Croky, flyers voor feestjes die Barbara heeft georganiseerd en ­buttons die ze heeft ontworpen). Er zijn veel projecten waar ik met een tevreden gevoel op terugkijk, maar het meest trots ben ik misschien wel op mijn chips-zak-ontwerpen voor Croky. Ik werkte indertijd voor een reclame­ bureau en het gebeurt niet vaak dat je als graficus zoveel zélf in handen hebt. ­Meestal is het een ellenlang heen-en-weer getouwtrek en blijft er uiteindelijk niet ­ veel over van je oorspronkelijke ontwerp. In dit geval niet, de klant was meteen mee met ons verhaal. Ik had veel vrijheid, en ben nog steeds trots als ik de Croky ­zakken in de supermarkt zie liggen. Ze onder­ scheiden zich van de gemiddelde chips zak vind ik. En ze ­ ver­ kopen goed! Het blijft spijtig dat de meeste v­ erpakkingen, vooral die van de grote merken, een lelijke ­ ­ eenheidsworst ­ uitstralen. In hun vastgeroeste d ­ ­ enk­ patroon gaan ze ervan uit dat een moderne, speelse ­verpakking niet zal a ­anslaan. Of het past niet in het p ­ rofiel van het merk. In Londen bij­ voorbeeld viel het mij op dat er meer alternatieve ­ ­ verpakkingen op de markt waren. Met de opkomst van webshops zoals etsy zie je nu wel meer en meer leuke, alternatieve verpakkingen opduiken.


Ook de impulsiviteit. Het is dubbel ­natuurlijk. Als ik iets in mijn kop heb dan ga ik ervoor. Ik heb daardoor een grote drive in de dingen die ik doe. Vaak iets te rap en te overhaast, maar wel met ­overtuiging. Voor commerciële ­opdrachten is het vaak: rechtdoor, van de eerste keer goed. Voor ­eigen werk ligt dat iets ­ge­compliceerder. Dan kan ik blijven t­wijfelen en ben ik te perfectionistisch. Het is nooit goed ­genoeg. Ik heb een grote drift. Als ik een doel heb zorg ik dat ik het bereik.

Wat is je beste eigenschap?

De laminaatvloer in mijn oude huis (ik zal je de details besparen), de Iphone 4s (na minder dan een jaar al kwijtgeraakt. Ken jezelf…)

Grootste miskoop ooit?

Wat is de belangrijkste eigenschap die een graficus moet hebben volgens jou?

Je moet in jezelf geloven, en je ideeën over kunnen brengen aan anderen. Aan je klanten bijvoorbeeld. Ook moet je in staat zijn om ‘the big picture’ te zien. Je moet niet vastlopen op details. En een plan ­hebben, weten wat je wilt.

Wat is je slechtste eigenschap?

mak­en ­(bij­voorbeeld een punten­slijper) en dan maak ik daar in mijn eigen stijl een ­tekening van. Ik ben goed in ideeën ­bedenken en dingen creëren, als ze maar ergens voor dienen. Als er maar een doel of opdracht aan ten grondslag ligt.

Ik ben nogal impulsief. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Als ik ergens mee bezig ben kan ik ineens een idee krijgen en daar aan ­willen beginnen. Hetgeen waar ik mee bezig ben, blijft dan liggen en zo geraak je niet ­verder. Dan wordt het chaotisch. Ik ben ook snel verveeld en heb veel be­hoefte aan verandering. Als ik iets ken en het wordt ­routine, dan vind ik het al snel saai en wil ik weg, door naar het volgende. Een soort on-­aflatende drang naar ­verandering. Ook in mijn huis bijvoorbeeld. Ik ben ­altijd aan het nadenken hoe ik het leuker kan maken of wat ik kan veranderen aan mijn interieur. Soms verzin ik rond v­ier uur ‘s nachts ineens een meubelstuk wat ik nodig zou kunnen hebben, en dan ga ik uit bed om er een schetsje van te maken, zodat ik het niet vergeet. Het nadeel is dat ik een beetje kan vervliegen in dingen. Ik wil zoveel, maar soms komt het niet op de grond. Een soort rusteloosheid. Dat is niet alleen in mijn werk maar ook in mijn privéleven zo. Het moet spannend en ­vernieuwend en opwindend zijn, anders gaat het me vervelen. Ik heb af en toe ook last van ­uitstel­gedrag. Dan moet ik ergens aan ­beginnen waar ik tegenop zie, omdat ik bang ben dat ik zal falen of omdat ik de lat te hoog leg voor mezelf. Dan begin ik allerlei ­andere ­activiteiten te zoeken (een muur ­schilderen, kuisen). Precies alsof ik mijn hoofd niet wil pijnigen.

17


Wat vind je grappig?

Hmm, misschien dat ik een stille liefde voor interieurdesign heb. Ik ben a ­ltijd bezig om mijn huis te veranderen en verbouwen, muren te schilderen en ­ ­oplossingen te ­verzinnen voor dingen in huis die me niet bevallen. In huis ben ik eigenlijk ook bezig met design. Ik droom er wel eens van om in een woon-magazine te komen met mijn eigen interieur. Verder ben ik veel bezig met het ­organiseren van feestjes. Om de 2 maanden o ­ rganiseer ik samen met mijn lief en ­enkele vrienden PINGWING, een ­ evenement waar we vooral Italo Disco draaien en waar je ­lekker kan eten en drinken. Ik maak daar de flyers en ontwerpen voor. Flyers maken heb ik trouwens altijd al graag gedaan. Toen ik nog op de ­academie zat ben ik een keer in de Tijuana gaan vragen of ik geen flyer voor hen mocht ontwerpen. Super lelijk, achteraf gezien, maar toen mega cool.

Zijn er dingen die we nog moeten weten over jou?

Dat ik teveel tijd verdoe met dingen die mijn carrière niet vooruit helpen. De ­bijna-30-angst. Dat ik teveel vervlieg in van alles en nog wat. I don’t want to ­settle for less, mezelf niet verraden. Ik wil ­dingen doen waar ik trots op ben en mijn dromen realiseren, en niet vervallen in het ­werkende leven en dan zonder het in de gaten te hebben gehad b ­ elangrijke doelen niet hebben vervuld. Ik ben nog zoekende naar de perfecte ­middenweg… Om ooit een eigen boek met mijn ­illustraties af te maken en uit te geven. En daarna komt wel weer een nieuwe droom zeker?

Waar droom je van?

Leukste ding in je huis?

Ik hou van woordhumor. In mijn werk gebruik ik dat veel. En ik vind het leuk als er een vies randje aan zit, een soort dubbelzinnigheid. Je moet aangetrokken worden door een beeld.

Waar ben je bang voor?

Dat verandert telkens als ik iets nieuws koop, maar op het moment is dat het houten wolkje (lampje) en het Tomado rekje wat ik geschilderd heb. En natuurlijk mijn werktafel. Een enorme tafel waar ik samen met mijn lief aan kan werken. Hij is gemaakt door een vriend die goed kan timmeren, en bestaat uit oude laminaatplanken die we wit g­ ebeitst hebben. Toen we de tafel maakten was hij al heel groot, maar we hebben hem toch nog een stukje verbreed, zodat we genoeg plaats ­hadden voor de computers, papieren, en we ­gebruiken hem tegelijk als eettafel.

Meer info op www.vandekonijnen.be


ISTVAN VASIL What kind of student were you? Do your teachers like you?

I have a bachelor’s degree in visual ­communication from Partium University in Oradea, Romania. I graduated in 2009 and had a two year break in between my studies.

MFA studies: is it your first study? Did you take a break?

I did a number of freelance projects and collaborations in the past. I also did an internship in London and recently started my own freelance design studio. It is hard to break into the market when you are still studying and new in the city, but slowly things seem to move into the ­direction I want them too. I am still at the ­beginning of my career plus I am a student so s­ ometimes I do other work I am skilled at to earn extra money. For example last time I was working on the car of a friend, changing some parts.

What graphic design jobs do you have or had? Can you survive by them or do you have other jobs too?

How did you get in contact with graphic design?

While in high school, some of my friends were doing some freelance webdesign work in their spare time. Studying ­programming back then, it seemed really appealing to me, so I started to experiment with it too. I played a lot around in flash and this interest in visual expression soon led me into graphic design.

Well, I am now a student again, ­currently doing my final year of MFA studies at Konstfack in Stockholm. Not entirely sure what to answer. I guess I am motivated, though all my classmates work hard. I try to keep a balance between r­ elaxation and work, because working too much without any relaxing makes me less ­productive. Sadly I work a lot lately, but if I have the opportunity I just go out and ride my bike. Best relaxation ever. I suppose the teachers like me. Everyone is very nice and friendly at Konstfack (school). You just have to do your best and be nice.

19


Probably the identity project I ­developed for my father’s business. It was very ­welcomed by everyone, both designers and non-designers. It also landed me another project recently. I did a bit of face-lifting on it and now I am even happier with the result. 

Which work/works are you the most proud of? Why?

What gives you inspiration?

I get inspired by many different, ­sometimes very random things: riding my ­ bicycle, meeting new people, reading, going ­ out,  ­trying out new things, music, details, science, travelling, sunny days, friends, ­family... the list could go on. I think keeping a healthy work-life ­balance keeps you inspired. Doing s­omething outside of your comfort zone is also a ­ great way of getting inspired. Do things you don’t feel so comfortable with. If you feel you are not that good with ­typography as with illustrations, then do a full typographical poster. If you always do a lot of research before working, then work quick and based on intuition. Simply break the habit and don’t always stick to the safe option.

First place I have to say my parents. They were always supportive with my choices and decisions. My father has an ­extremely wide knowledge in ­technical matters and I’ve learned a lot from him. My professional attitude. Besides this I find any person inspiring who is ­dedicated and professional in what he or she does. This includes a number of my favorite designers. I think it is really ­ random, but I like ­everyone who inspires me with their work or have very professional but fun ­ attitude. I very much like Studio Hort, ­Stefan ­Sagmeister, Daniel Van Der Velden, ...etc. I am also hugely excited by young ­up-and-coming designers. I am a big fan of graduates from Yale, Rietveld and, of course, Konstfack.

Who do you look up to and why?

Currently working on some signage and p ­romotional material for a for an ­educational card game that lets you learn new languages by playing, together with a Stockholm based marketing agency ­focusing on product ­development and promotion. I am s­tarting a new school p ­roject, a theoretical and practical r­ ­ esearch in what has been, is and will be the most ­important tools in book design. Plus I am collaborating with a friend on developing a designer product for a m ­ arket.

How was the internship in London? Which company was it and how did you get there? What are you working on at the moment?

I had a great time in London. I was w ­ orking as a graphic design placement at Figtree Network for a month in October, 2010. I simply applied to an ­advertisement, had an interview via skype and I got in. So I packed my stuff and flew to London. I had great colleagues and with some of them I am still in touch. I did a lot of brand ­research and sketches. I learnt a lot about how to work with and think professionally about brands.


Meer info op www.istvanvasil.com

How do you see your future?

I see it very bright these days. Don’t have very concrete plans though. Next year I will finish my studies then will see what happens. I just take opportunities that come along the way. Definitely more ­travelling and time for my hobbies.

Which jobs do you prefer: Cultural of more commercial jobs?

Both. I always say designers shouldn’t only work for the high culture and create nice things for museums and artists, but accept commercial projects as well and ­ make everyday things better looking and better functioning.

I like your book Horizons. Can you explain the project? Which technics did you use?

Horizons is a collection of the colors of a summer day skyline from sunrise to ­sunset. The hinge of the book serves as a divider between the sky and earth, ­representing the always blurry and never truly visible horizon. The book is hand bound and printed by me.

Do you follow what cool & hip is? How do you make sure that you put your own stamp upon your work?

I don’t really follow trends but i surely ­observe them and probably as everything we see, they also affect my work. I don’t try to develop a style or a signature. I just follow the brief and try to come to the best solution. Of course I do things on my way so eventually finding c­ onnections in ­between the project is inevitable. I rather want to have a way of thinking as a ­signature, not a visual expression.

It depends by the project, but mainly yes. Although I sometimes just use type.

Do you use your own pictures when making poster?

What makes you happy in life?

Doing what I love with who I love.

I’m not very good at designing logo’s. Do you have any tips?

I used to think I am not good at ­designing logos either, but I had some successful projects and I changed my mind. It might be a very common thing but I think the project sooner or later reveals its solution. I always try to find that one thing that can summarize the project and use that one thing as the basis of the logo. This can be mainly anything, a word, an object or an attribute.

21


INSPIRATION Naar aanleiding van dit magazine, wil ik u enkele

sites meegeven die mij heel wat ­inspiratie hebben ­bezorgd voor dit ­tijdschrift, maar ook er buiten. Een ­creatieve geest ­wakkert ook andere ­creatieve geesten aan en hier zijn ­enkele tips.

Identity Designed toont projecten van over de heel de wereld die brandings maken. Er zitten heel wat leuke dingen tussen, dus zeker bekijken.

Balla Dòra is een blogster die op haar site alle soorten design plaatst. Een archief dat teruggaat tot 2006, met heel wat fascineerde ­ontwerpstukken.

The Book Cover Archive is een gecreërd en ­gerund door Ben Pieratt van General Projects & Eric ­Jacobsen van Whisky Van Gogh Go. Een site waar je boekcovers kan vinden van eender welke ont­ werpers. Als je niet weet hoe je een aantrekkelijke cover maakt, is dit het adres!


BASS TYPOGRAPHY Muziek ligt me zeer nauw aan het hart. Zo ook grafisch ontwerp. Dus dacht ik: “­Waarom niet de twee combineren?”. Met dit idee wilde ik ­experimenteren. Ieder genre van muziek heeft zijn eigen soort geluid en een eigen bas. Aan de hand van zout, waarmee ik de letters creëerde per genre op een oppervlakte, wilde ik ­bekijken hoe die ­materie reageert op de bassen van de ­muziek. Daarbij trok ik er foto’s van en maakte ­enkele filmpjes die u kan ­bekijken via de qr-code of http://vimeo. com/user10172623. Nooit gedacht dat het werkelijk iets ging ­opleveren, maar op de volgende twee pagina’s ziet u het ­resultaat.

23


25


HOW TO

...

Het is altijd leuk om te weten hoe een beeld ontstaan is. Hierbij een uiteenzetting over hoe het aan zijn werk ging. Nodig: Zout, printer, breekmes, snijmat, de muziek, 2 grote boxen, kabelaansluiting en een plank.


foto: Taufic Hausen

Bruut, jeune français basé récemment à Bruxelles, m’a ouvert les portes de son atelier, situé au 4ème étage d’un immeuble abandonné. Lors de cette rencontre, nous avons parlé des ses inspirations, de ses travaux et de ses projets.

27


Pourquoi Bruut ?

J’ai d’abord étudié la topographie et a ­ cquis un BTS en travaux publics, mais ça ne me plaisait pas car ça relevait de l’exécutif sans le côté créatif. Puis, j’ai donc poursuivi mes études en architecture. Durant ces 5 années, j’ai ­découvert le graphisme. Cependant, nous apprenions la mise en page de nos projets, sans toutefois apprendre la théorie. Enfin, mon diplôme acquit, je me suis ­directement installé à Nantes et j’ai ouvert un atelier de sérigraphie.

Quel est votre parcours et d’où vient votre intérêt pour le graphisme?

A Nantes, j’ai vite commencé à ­travailler en tant que graphiste pour d ­ ifférentes ­agences et je voyais que j’avais le même niveau que les autres graphistes. N ­ éanmoins, je ­sentais que la théorie me manquait et c’est pour cette pour cette raison que je suis venu à Bruxelles. J’ai d’abord voulu m’inscrire à la Cambre, mais l’atelier de sérigraphie étant fermé, j’ai fait un an à l’ERG afin d’acquérir des outils de recherches et me former aux côtés de ­ Jean-Paul Rouart ­ (affichiste). De plus, cette école me ­permettait, bien qu’inscrit en C ­ ommunication visuelle (master 0), de faire de la sérigraphie et du graphisme. Désormais, j’ai deux casquettes: ­imprimeur et graphiste, mais je suis moins intéressé d’être simple imprimeur. Je refuse, de plus en plus, les bêtes impressions ou les ­sérigraphies avec peu d’intérêts, je veux prendre du plaisir quand j’imprime. C’est aussi pourquoi je suis venu en Belgique et ainsi, casser ma casquette d’imprimeur en France, car là-bas, la sérigraphie signifie imprimerie. En Belgique, il y a ­ une ­sen­sibilité pour l’imprimerie (histoire ­belge, la Hollande, la bande-dessinée). J’ai la chance d’avoir pu organiser des concerts et d’avoir construit un réseau ­

Pourquoi être venu à Bruxelles?

avec les groupes de musique depuis 5 ans. Je fais donc beaucoup de merchan­dising, posters, flyers, ... Mais cela diminue ­depuis que je suis en Belgique. Je réponds sinon à des appels d’offres ou je fais des candidatures spontanées. J’ai par exemple reçu une réponse positive d’un centre d’art à Nantes suite à une candidature spontanée.

Comment trouve-t-on des clients ?

Je pense que c’est en rapport avec mes études dans le bâtiment. Mais c’est également lié à «Force ­Beton», un atelier monté avec des amis à Nantes: on bossait dans un blockhaus où l’on organisait des concerts, en parallèle de ­ notre atelier de sérigraphie. Par ­ailleurs, je pense avoir une façon de traiter le g­ raphisme et l’affiche de manière dense, jouant sur la matière et, où l’on croirait presque que c’est un manque de finesse.


d’architecture, je réfléchis en volume.

La lisibilité semble importante chez vous. Qu’en pensez-vous ?

J’aime le hasard dans la sérigraphie car le résultat est lié au condition dans lesquelles tu travailles. Il y a toujours un effet de ­surprise et tu dis « merde, c’est pas e­xactement correct », mais ça plait ­toujours au personnes concernées. Les imperfections sont importantes car elles donnent envie de travailler.

Pourrait-on dire que vous êtes artiste/graphiste avec votre activité dans la sérigraphie?

Quel est votre processus de création ?

J’aime qu’une personne s’approprie ce qu’il voit et je n’aime pas les choses très lisibles. Pour moi, c’est important qu’une personne pense 5 secondes, car c’est ce qui nous différencie de la publicité. Par ailleurs, j’aime les superpositions de couches créant une profondeur et je suis contre le graphisme 2D fort présent. Cela est surement en rapport avec mes études

Avant, ces logiciels me faisaient peur car ils guident les gens, Adobe enferme trop. Je me force à faire des choses à la main pour maitriser ce que je fais. Après, c’est un ­ super support et c’est difficile de s’en ­passer. Je pense qu’il est bien de ­commencer par le manuel puis passer par Adobe, et revenir au manuel.

Voyez-vous plus la suite Adobe comme un soutien à vos projets?

J’aime beaucoup mêler différentes ­techniques. J’utilise le plus souvent la ­sérigraphie car je viens des milieux punks. A l’époque c’était facile: t’écrivais et tu ­ photocopiais. Il n’y avait pas de t­ypo­ graphie par ordi­ nateur. C’était une prise de ­ position. Mainte­ nant, j’utilise la ­ typographie pour casser ou pour a ­ccompagner. Mon choix est plus ­esthétique que ­typographique, car je n’ai pas de ­formation. J’utilise aussi le collage afin de me créer une propre identité, il n’y a pas beaucoup de gens à en faire. J’avais un moment abandonné, mais je reviens à la matière afin de proposer plus qu’une ­photographie en quadrichromie. Je suis intéressé par l’arrachement et ­certainement en rapport avec mon ­premier contact à l’art : Villéglé (à Quimper) a­ llait dans la rue pour arracher des affiches, les découper et les exposer: c’était une ­véritable prise de position! J’essaye de me tourner du côté très lisible du graphisme actuel.

29


Que pensez-vous des autres courants graphiques?

On a jusque juin dans ce bâtiment, puis on doit partir. Avec les Tontons Racleurs, on aimerait investir un atelier avec une vitrine pour organiser des ateliers de sérigraphie ouverts à tous. Ici, on ne ­ peux pas recevoir dix personnes en même temps car c’est petit et le bâtiment n’est pas ­ accueillant. Quelque chose de plus propre, ouvert aux passants et plus centré dans Bruxelles serait plus approprié. On a quelques pistes et on y travaille. Meer info op www.bruut.fr

Comment voyez-vous l’avenir?

Pourriez-vous définir votre style?

Pour le moment, on voit un style mini­ maliste assez récurrent où les éléments sont forts épurés. Beaucoup de graphistes suivent la mode maintenant. Il y par ­exemple eu une période avec une vague indesign aménagée dans la mise en page et où tout le monde utilisait la même ­typographie. Il y aussi eu une banalisation de l’Helvetica mais, maintenant tout le monde en utilise les caractéristiques sans l’utiliser. Pour ma part, je suis un grand défenseur de cette typographie.

Ce serait la pochette du disque de Mein Sohn William. On a monté durant 15 jours des trucs dans les arbres, c’était un gros investissement en temps et en ­énergie. Je trouve le résultat aboutit avec seulement 15 minutes de photoshop. C’était un vrai rapport physique au graphisme.

Quel est votre projet préféré?

Quel est votre rapport au poster?

Je n’aime pas définir de style mais, j’ai la chance de ne pas avoir été formaté par l’école. J’ai découvert la sérigraphie avec deux amis: Benoit Tran (basé à Berlin maintenant) et Boris Jakobek (Nantes). On a évolué ensemble mais dans des univers différents. Depuis 2 ans, on ­ ­travaille à nouveau ensemble. Mon style varie selon les périodes et mes envies. A l’origine, j’étais proche du style punk mais je ne me définit pas comme punk, je m’intéresse à des choses plus prag­ matiques et, la typographie à la main ne traduit pas la même chose que celle par ordinateur.

Ma prochaine exposition est à Paris, à la Karambole, en février. C’est un lieu qui expose beaucoup de travaux graphiques. Il y aura beaucoup de nouveaux travaux en rapport avec l’architecture, j’en avais marre d’exposer mes anciens travaux. A Bruxelles, j’ai aussi des pistes pour novembre (Philippe Gonay) et mars (Le ­ ­Titus et Le Tournant).

Vous faites aussi des expositions, quel est la prochaine?

Le poster est mon support préféré. C’est lié à mon premier contact avec le ­graphisme: on voyait des amis à ­Bordeaux qui ­ réalisaient toujours des affiches ­sérigraphiées pour leurs concerts, du coup on a développé un rapport à l’affiche assez fort. On en produisait 2 par semaines. Avec la sérigraphie, il y avait un ­rapport physique à la chose, «tu te plonges dedans» mais, j’utilisais la photocopie en amont. Quand je travaille en noir et blanc, cela donne un grain et ça a aussi un côté aléatoire intéressant. Mon intérêt pour le poster est aussi dû au milieu punk ; dans ce milieu, la communication se faisait par flyers et posters, à l’époque, il n’y avait pas tous ces réseaux sociaux. Mais, depuis 10 ans, on a dû diviser le nombre de flyers par dix. C’est dommage, quand j’étais jeune, j’en avais toujours pleins en poche et le lendemain, tu te disais ah ouais qui l’a fait, puis tu cherchais !

31


bauke van der laan De lucht is de grens

We interviewden Bauke van der Laan die net 足afstudeerde aan Sint-Lucas Gent en zich sinds kort een zelfstandig grafisch ontwerper kan noemen. Zijn visie, gedrevenheid, discipline en voldoeningsdrang bewees ons nogmaals: the Sky is the limit. interview door Mathilde Ceupens


Ik heb er ontzettend veel geleerd. Niet alleen over het ontwerpen zelf, maar ­ ook veel over het ondernemerschap en het ­ omgaan met klanten. Een buitenkans, want er zijn veel bureaus die hun ­stagiair niet meenemen naar de klanten­ gesprekken. Bij Kris werkte ik in een heel stimulerende omgeving waar veel werd samengewerkt met andere ontwerpers, ­fotografen en illustratoren.

Je hebt stage gedaan bij K ­ ris Demey, hoe verliep dat?

Neen, na mijn middelbare school wist ik niet zo goed wat ik verder wilde studeren. Ik ben dan min of meer toevallig op een beroepsopleiding terecht gekomen waar we vooral de technische kant van het grafisch ontwerp leerden. Daar ontdekte ik de klassieke modernisten, maar ook de actuele experimentele ontwerpers, en ik was verkocht. Vanaf die periode tot mijn afstuderen aan het Sint-Lucas stak ik al mijn tijd in het ontdekken en bestuderen van wat er al gedaan was en wat er op het moment speelde.

Heb je altijd al een passie gehad voor grafisch ontwerp of is dat gekomen door je studie en door je erin te verdiepen? Hoe sta je ten opzichte van de trends binnen grafisch ontwerp?

Je bent sinds kort zelfstandig als grafisch ontwerper, hoe loopt dat en hoe ben je tot dat punt gekomen?

Voor veel mensen is het een r­ omantische droom om een eigen zaak te starten, maar omdat ik uit een omgeving kom met ondernemers, wist ik goed dat het niet eenvoudig is om een zaak op te ­starten. Daarom had ik initieel ook niet het ­ voornemen om meteen na mijn s­tudies volledig ­ zelfstandig te werken. Tijdens mijn studie kreeg ik echter al enkele ­opdrachten en in de laatste paar weken was ik net zo veel aan het ontwerpen voor externe klanten als voor mijn school­ projecten. Het leek dan ook een logische stap om daar mee verder te gaan. Een andere reden was dat ik op een ­gelijke grafische golflengte zit met een vriend die dezelfde studie deed. Hij had ook de ­ambitie om zelfstandig ontwerper te worden en omdat we elkaar goed aanvullen hebben we elkaars ambities alleen maar versterkt en concreter gemaakt. Vanuit school werd het niet ­aangemoedigd om meteen ontwerper op zelfstandige ­basis te worden. Er werd me veel verteld dat het beter is om eerst een aantal jaar ervaring op te doen bij grotere bureaus. En zeker met de huidige negatieve bericht­ geving rond de economie lijkt het voor ­velen niet evident om te ondernemen. Toch bekijk ik de situatie vanuit een a­ ndere invalshoek. Misschien heb ik dan bij de start minder ervaring in de ­professionele wereld, ik ben ervan overtuigd dat je deze ervaring veel sneller opdoet als je ­meteen in het diepe springt, dan dat je een onderdeel bent van een bureau en veel ­belangrijke zaken nooit zal zien omdat het niet tot je taak behoort. Op financieel gebied vind ik het juist een goed idee om meteen te starten na je ­ studies, omdat je het leven van een student gewoon bent en niet te hoge ­ ­eisen stelt aan je levensstandaard. Je hebt ­bijvoorbeeld waarschijnlijk nog geen auto, hypotheek of kinderen die allemaal het nodige kosten. Daarnaast is het moeilijker om de overschakeling te maken van een vast salaris naar de onzekerheid van het zelfstandig bestaan.

Elke ontwerper zal zeggen dat hij of zij niet meedoet aan trends, maar ook o ­ mdat het zo’n abstracte term is, is het onmogelijk om niet beïnvloedt te worden door de ­zeitgeist. Ik ben me redelijk goed bewust van wat actueel is en wat niet, en houd me er ook graag mee bezig. Tijdens mijn ­studies heb ik een periode gewerkt met de overtuiging dat trends en tijdelijkheid zondes zijn in het grafisch ontwerp. In navolging van de modernisten streefde ­ ik er naar om te ontwerpen op een ­manier die objectief en tijdloos is. Toch ging ook dat werk er na verloop van tijd wat ­gedateerd uitzien, puur omdat ik tot ­dezelfde ­conclusies kwam die midden 20e eeuw ook al waren getrokken. Uiteindelijk heb ik besloten dat ik een vooruitgang wil boeken en wil ­vernieuwen met mijn ontwerp. Ergens vind ik het ook een beetje je plicht als ontwerper, je bouwt op inspiratie van de mensen voor je, dan is het de bedoeling dat je daar een p ­ rogressie aan teweegbrengt zodat de ontwerpers

33


Hoe definieer je kwaliteit?

In eerste instantie is grafisch ontwerpen het visueel rangschikken en weergeven van informatie. Het is de bedoeling dat je een boodschap op de juiste manier overbrengt. Een optimale hiërarchie van informatie is daarom een basisvereiste. ­ Dat wil niet zeggen dat je de t­ oeschouwer niet mag uitdagen om wat moeite te doen; a ­ fhankelijk van het medium hoeft de ­informatie niet persé voorgekauwd te zijn. Maar een optimale overdracht van informatie is de basis die je tenminste ­ verschuldigd bent als je jezelf ont­werper noemt. Afgezien daarvan vind ik dat kwalitatief ontwerp ook esthetisch goed gezet moet zijn. Dit is natuurlijk al een wat vager en subjectiever gebied dan waar we het net over hadden, maar als het geen aantrekkelijk of spannend beeld oplevert ben je naar mijn mening niet goed bezig. Typografie mag bijvoorbeeld voor mij zo sober mogelijk zijn, maar moet toch uitblinken door dat het perfect gezet is.

Ik vergelijk grafisch ontwerp graag met ­architectuur. We ontwerpen met al dan niet reeds bestaande bouwstenen een nieuw en functioneel object. Grafisch ontwerp is voor mij in eerste instantie een probleem­ oplossende discipline die ­ commercieel uitstekend inzetbaar is. Natuurlijk hebben ontwerpers een relatief grote autonome vrijheid en mag je daar graag gebruik van maken. Autonoom en vrij werk maken zie ik dan ook als de ­perfecte gelegenheid om te e­ xperimenteren en mezelf scherp te houden, maar niet als doel op zich. Om meer een antwoord te geven op je vraag, schaar ik grafisch ontwerp onder de toegepaste kunst. Dat is waarschijnlijk geen verwonderlijk antwoord omdat de meeste mensen het hierover met me eens zouden zijn. Ik denk alleen dat alle kunst toegepast is. Kunst om de kunst bestaat volgens mij niet, en elk kunstwerk heeft zijn functie. Bij grafisch ontwerp werk je echter vaak in dienst van een opdrachtgever die zijn boodschap wil overbrengen, terwijl bij de hoge kunsten het de kunstenaar zelf is die een boodschap wil overbrengen. Daarom zie ik autonoom en vrij grafisch werk als gelijke van de beeldende kunsten, en het toegepaste werk meer in het straatje van de architectuur. Logischerwijze vind ik mijzelf een ont­ ­ werper, en geen kunstenaar. Los gezien van de connotatie die aan de term ­kunstenaar hangt, geloof ik ook dat een ontwerper een concretere functie vervult.

Zie je grafisch ontwerp als een vorm van kunst?

van de toekomst daar weer op kunnen ­bouwen. Als je in retro en nostalgie v­ ervalt doe je eigenlijk een stap terug en daar heeft niemand iets aan. Nu weet ik ook dat écht tijdloos ontwerpen heel moeilijk is en zowel de ontwerper als de u ­ iteindelijke gebruiker altijd met een bril kijken die gekleurd is door de tijdsgeest. Toch is het een nobel streven, wat ik ook altijd in mijn achterhoofd zal houden. Ik probeer nu naar trends te kijken op dezelfde manier als dat ik kijk naar de geschiedenis van het grafisch ontwerp. Dingen die ­functioneel zijn en de ­ potentie hebben om tijdloos te zijn probeer ik er uit te filteren en te gebruiken. Als ­ ­ bijvoorbeeld een kleur op dat moment goed aanspreekt bij de doelgroep en een functie vervult ­binnen het ontwerp zal ik niet krampachtig een ­andere kleur g­ ebruiken. Maar trends die niet functioneel zijn en het ontwerp ­alleen maar wat ­ eigentijdser zouden ­ maken ­gebruik ik nog altijd niet. Rond 2005 was er bijvoorbeeld de trend om Helvetica erg strak aan te spatiëren. Nu is dat al een ­letter die wat ademruimte nodig heeft, dus het werd er niet leesbaarder op. Dan is dat in mijn ogen geen functionele ­toevoeging en zal ik dat ook niet gebruiken.


Een persoon die mij de laatste tijd veel heeft geïnspireerd is de industrieel ontwerper Jasper Morrison. Hij schrijft in een e­ssay over een speciale kwaliteit in bepaalde producten dat hij o ­ mschrijft als Supernormal. Deze producten ­vallen op door hun normaliteit en vanzelfsprekendheid. ­ Hoewel Morrison het heeft over ­ industrieel ontwerp vind ik dat dit ­perfect door te trekken is naar het grafisch ontwerp. In een wereld waarin alles ­‘designed’ moet zijn is het verfrissend om sober werk te maken dat niet speciaal wil zijn maar g­ ewoon goed. Hiermee bedoel ik niet persé minimalistisch werk, want ook ­minimalisme kan over-ontworpen zijn.

Wat inspireert je en voed je ziel?

Natuurlijk. Gelukkig weet ik aan het begin van een project redelijk snel welke kant ik uit wil gaan. Conceptueel is het dan ook niet zo’n probleem. Maar in de ­ latere fases van een project als ik zelf tussen verschillende opties, de beste oplossing ­ moet kiezen wil dat nog wel eens moeilijk zijn.

Zit je soms vast?

Absoluut. Naast dat ik gemotiveerd en geïnspireerd word door mijn collega’s zijn er ook andere externe invloeden. Een ­specifieke invloed komt voort uit het feit dat ik me ook verdiep in het ontwikkelen en ontwerpen van websites- en ­applicaties. Als je daarvoor ontwerpt, ben je de hele tijd bezig met gebruikerservaring, ­ interfaces en het zo intuïtief mogelijk maken van een ontwerp. Terwijl dit vroeger puur d ­ igitale termen en vakgebieden waren, merk ik dat ik deze elementen ook steeds vaker meeneem in niet-digitaal werk zoals het ontwerpen van een huisstijl of drukwerk. Door dat cross-mediale denken, krijg je spannende en vernieuwende ideeën, waar we ons vroeger niet mee bezig zouden houden. Het feit dat er de laatste jaren steeds meer dynamische huisstijlen en logo’s zijn ontwikkeld is een rechtstreeks gevolg van de invloed van het internet. We mogen niet meer denken in A4-tjes en drukgangen, maar in relatieve formaten, functie en semantiek.

Beïnvloed je omgeving je werk?

Geloof je dat je met wat je doet bijdraagt tot een ‘betere wereld’?

Ik doe het mezelf graag geloven. Het kan moeilijk zijn om vol overtuiging te zeggen dat je de hele dag bezig bent om lettertjes op een aangename manier neer te zetten. En inderdaad vragen we ons dan af waar we toch mee bezig zijn als we onszelf vergelijken met een arts of een ingenieur die een goedkoop waterfiltering systeem ontwikkelt voor derde wereld landen. Aan de andere kant kun je het ook als volgt bekijken. Stel dat je bewegwijzering ontwerpt voor een grote luchthaven. Als je de spatiëring een klein beetje v­ eranderd en net wat langer nadenkt over het c­ ontrast van een bepaald lettertype kan dat de leesbaarheid net dat kleine beetje verbeteren. Hierdoor kunnen de 50.000 haastige mensen die op de luchthaven ­rondlopen het bord net een fractie van een s­ econde sneller lezen. Als je die ­gewonnen ­seconden en daardoor niet-gemiste vluchten na een paar jaar bij elkaar optelt, denk ik dat je een behoorlijke tijds- en daarmee geld-winst hebt opgeleverd voor de samenleving. Dit is natuurlijk een extreem voorbeeld, maar

geeft wel aan dat we wel degelijk een bijdrage kunnen leveren. Ook met een ­ minder economische bril kun je punten vinden waarop we het leven aangenamer en makkelijker kunnen maken.

35


Zie je er voordelen in, van je computer weg te stappen?

Dat hangt vooral af van de opdracht. De ene opdracht leent zich er meer voor dan de ander, maar eigenlijk probeer ik in elke opdracht wel iets nieuws te proberen. Dat kan vormelijk zijn, maar ­ ook ­technisch. Ik geloof dat het b ­ elangrijk is om te ­ blijven experimenteren in het werk voor ­opdrachtgevers, maar het moet ook niet doorgedrukt worden ten koste van de functie. Als ik het gevoel heb dat ik niet g­enoeg progressie kwijt kan in het werk voor opdrachtgevers, probeer ik ­zelf-geïnitieerd werk te maken.

Komt het experiment naar voor in je werk?

Probeer al tijdens je studies zoveel ­mogelijk betrokken te zijn bij allerlei initiatieven en ga naar tentoonstellingen en ­ vernissages van medestudenten. Beter nog: begin zelf met werk te maken dat niets met de school­ opdrachten te maken heeft. Zo leer je de juiste ambitieuze mensen k ­ ennen, maar ook de mensen die jou in de t­ oekomst misschien wel willen a ­ annemen. Probeer daarnaast ook na te denken (liefst met collega’s) over wat ontwerp voor jou betekent, waar de toekomst ­ volgens jou ligt en welke rol jij daar in speelt. Als je eenmaal aan het werk bent, zul je ­minder tijd hebben om daar over na te denken of te ­discussiëren, en zal je s­ neller c­ ompromissen moeten maken naar ­opdrachtgevers toe. Je zal ­ daarentegen zoveel meer voldoening voelen als je werken aflevert die meer zijn dan mooie ontwerpen.

Heb je enig advies voor jonge ontwerpers?

Zet je je soms uit en hoe doe je dat?

Ik ken veel collega’s (mijzelf incluis) die wel eens de neiging hadden om de ­command-z knop te gebruiken in het e­ chte leven, of de Spotlight, als ze iets ­kwijt waren op hun bureau. Als die vervaging optreedt, lijkt het me logisch om te s­ tellen dat we te veel tijd doorbrengen achter de computer. De computer is in de eerste plaats één van de vele ­ gereedschappen van de o ­ntwerper. De verleiding is groot om vanaf het b ­ egin af aan je computer op te starten terwijl dat naar mijn ­mening een slechte keuze zou zijn. Op het moment dat je met een computer werkt, sluit je je af voor de ­ fysieke wereld en zit je met je gedachten helemaal in de interface van de c­ omputer of het ­ desbetreffende ­ programma. Om het radicaal te stellen; je wordt één met de ­ interface. Dat b ­etekent dat je jezelf dezelfde beperkingen van de interface oplegt, en het moeilijk is om daarbuiten te denken. Juist in de conceptfase van een ontwerp is het erg belangrijk om nog even helemaal niet te denken aan bladgrootte, drukgangen of resoluties. Toch zijn dat de paletten die we te zien krijgen van zodra we onze software gebruiken.

Ik ben sinds mijn studies al bezig met het ontwerpen van verschillende ­lettertypes. Het is niet makkelijk om naast het grafische werk nog tijd te vinden voor ­ het letterontwerp, maar ik verwacht het toch binnenkort concreter te maken. Ook ben ik met een paar collega-ontwerpers begonnen aan een ambitieus initiatief ­ waar ik nog niets over mag zeggen, maar binnenkort ongetwijfeld meer over te ­horen (en zien) zal zijn.

Kan je me vertellen over een project waar je mee bezig ben of in de toekomst aan wil werken , waar je enorm enthousiast over bent?

Een basisregel die ik helaas zelf nooit naleef, maar wel belangrijk vind, is dat de computer voor werk is. Ik probeer mijn vrije tijd en lunchpauzes zo min ­mogelijk achter de computer door te ­ brengen omdat de scheiding tussen privé en ­ ­zakelijk, rust en werk dan zo klein wordt. Als deze ­scheiding er niet is bestaat bij mij het gevaar om tijdens je vrije tijd toch net even dat ontwerp te perfectioneren, of erger; tijdens je werk je tijd te gaan zitten verdoen door een ontspannende blog te gaan lezen.

Meer info op www.baukevanderlaan.eu

37


Op een zondagmiddag in het dorp van de jongste burgemeester van België ontmoet ik Yves Obyn. Een vriend die zelf grafisch vormgever en “beeldenmaker” is zoals de mensen van Urban Crafts het zeggen. Kort na de middag kom ik toe aan het ouderlijke huis van Yves, waar hij zijn atelier heeft in een stuk loods. Daar zie ik Yves toekomen met een aanhangwagen waarop twee oude ziekenhuisbedden staan. Een nieuw project! Na wat bijpraten komt het tot het serieuze werk. We nemen beide plaats in zijn laatste nog naamloze installatie, een sofa die voor een testbeeld staat. Er worden pintjes geopend, we steken een sigaret op en het interview kan van start gaan.

39


Dus je mag stelen, maar je moet er je eigen ding mee doen?

Het zou interessanter zijn moest er ­iemand verkracht worden, niet?

Dus er zou meer iets van eigen ervaring in moeten zitten?

Even ingaan op jouw logo’s, mij viel het op de Y en O, van Yves Obyn er telkens in verwerkt zitten. Hoe ben je hiertoe gekomen?

Ja, ofnee, niet echt maar ik doe het toch. Maar je moet het dan meer bekijken als een parodie, een persiflage. Iets nemen van iemand anders en er je eigen ding mee doen.

Toen ik afgestudeerd was, ben ik ­beginnen werken in de reclame en vormgeving. Want als kunstenaar kun je niet zo veel doen. Maar daarnaast ben ik altijd bezig gebleven met film en installaties en de maanlander was iets wat ik altijd al eens wou bouwen. Het idee van de man op de maan draagt ook iets filmisch met zich mee. Ik speel namelijk met beelden die in het collectieve geheugen gegrift staan. Het is een mix tussen installatie, film en ­vormgeving. Het stoort mij wel dat het medium film in een vast kader zit van één uur en dertig minuten, ­ daardoor ben ik ook opzoek gegaan naar andere manieren om dit te doen, los van het ­ ­Hollywood g­ebeuren. Als ik iets kopieer is het een kleine zonde, maar film is een ­constante kopie. Het probleem is ook dat er ­tegenwoordig nog zo weinig mensen zijn die iets zinvols te vertellen hebben en als ze al iets zinnigs te zeggen hebben krijgen ze het aan de ­straatstenen niet verkocht.

Hoe ben je er eigenlijk bij gekomen om ruimtelijk te beginnen werken?

Hoe ben je begonnen met alles, vanwaar kwam je motivatie om grafische vormgeving te doen?

Ik vind het enorm moeilijk om een logo te kiezen, zeker als persoon. Een logo word ik ook snel beu, dus wil ik veel ­kunnen ­variëren. Ik zat ook te spelen met het idee van 100 verschillende visitekaartjes en logo’s. Hiervoor heb ik ook een enorm dankbare naam, ofja hiervoor heb ik dankbare initialen. Maar hoe dankbaar ze ook zijn, je moet er iets mee doen. De klok, het Mercedeslogo,… Ik vind het namelijk ook leuk om dingen te stelen.

Dat klopt inderdaad, het zijn iconische beelden die ik in een eigen medium nabouw.

Je herhaalt het proces van stelen ook in je sculpturen, klopt dit?

Ikzelf heb grafische vormgeving g­ estudeerd aan ‘t Sint-Lucas, de school en ik vind die echt fantastisch! Veel beter dan ‘t KASK, waar ze niets anders doen dan i­nterviews afnemen. Nee, in mijn m ­ iddelbaar ­volgde ik wetenschappen-wiskunde in het c­ ollege. Maar ik had geen zin om de zoveelste ingenieur te worden. Toen ben ik gaan ­ zoeken naar alternatieven, mijn grote droom was om film te studeren. Het leek me wat te hoog gegrepen aangezien mijn niet-creatieve verleden en daarom heb ik dan voor vormgeving gekozen als een soort tussenstap, steeds met film in mijn achterhoofd. Tijdens mijn opleiding ben ik de filmscholen nogal beginnen haten en dacht ik bij mijzelf, als ik iets met film wil doen, doe ik dat zelf wel.


­ iets maken als ik er niet voor betaald n zou worden. Lopende bandwerk zegt mij ook niets, liever veel tijd in iets goeds, dan constant produceren. Een voortdurende selectie op kwaliteit maken voor jezelf is dan ook erg belangrijk. Ik wou graag aantonen dat er meer is dan pottenbakken in je garage, of ­h uiskamerschilderen. Het was dan ook een gewiekste marketingtruc aangezien ik wist dat de lokale televisie hiervoor ­z endtijd had.

Je stelde je laatste werk, een replica van het vliegtuig waarin Buddy Holly neerstortte, ­tentoon op Kamarama in Brugge. Niet meer zomaar een tentoonstelling aangezien hier heel wat ­gerenomeerde kunstenaars hun werk toonden. Wat vond je hiervan?

Wat je zegt is waar, haha, eat that! Ik heb hier niets dan goede herinneringen aan. Het kon voor mezelf beter, ik kon het nog meer uitgewerkt hebben, er zat meer in. Maar je moet rekening houden met zoveel zaken. Het originele plan was ook om een vliegtuigbanner er achter te hangen met de naam van de tentoonstelling erop, maar door veiligheidsredenen kon dit niet, het moest er immers drie maanden staan. Er was nochtans een enorm hoge verzekering afgesloten dus er mocht van mijn part wel iets mislopen.

Je spreekt over gekke tentoonstellingen, maar zelf heb je ook meegedaan aan kunst bij buren, waarom dan?

Al bij al zijn je installatie nog meer een “hobby” dan echt werk, of heb ik dit mis?

Ik ben nog steeds een vormgever en ik werk voor vzw ku(n)st waar we de v­ ormgeving voor beaufort en ­ kunstfestival Watou doen. Waarom? Het is best wel leuk, maar je moet nu eenmaal je brood ­verdienen. Ik ben dan ook niet het type die in een doos gaat slapen om toch maar kunst te ­kunnen maken. Het is ­belangrijk dat je jezelf kunt onderhouden en dan kan je je met kunst bezig houden er naast, waar ik wel in geloof. Er zijn ook mensen die twee dagen gaan werken in een ­kledingszaak en dan vijf dagen aan een stuk de “grote kunst” maken. Grappig dan wel dat ze meedoen aan van die gekke t­ entoonstellingen. Voor mij hoeft dat niet, ik heb geen ­behoefte om mijzelf te v­ erkopen of om mijn werk per se te tonen. Maar gratis wil ik het ook niet doen, als ik het voor mezelf doe, geen probleem. Voor een ander zou ik

Dat was waarschijnlijk wel duur, of hoe ging dit?

Doordat ik niet op kot ging in mijn ­laatste jaar kon ik dit volledig betalen, anders gezegd mijn ouders konden dit betalen. Algemeen kostte het niet zo erg veel, een 3000 euro, maar de werkuren die er ­inzitten zijn denk ik wel wat meer waard.

Vertel eens over jouw installatie voor Cumming People, want die fascineerde mij het meest. In jouw geval was dit de roterende kamer.

Na drie jaar grafische had ik het wat gezien, maar door mijn keuzevak film was ik ­geïnspireerd om dit uit te werken. Ik had een kleinere installatie gemaakt, een draaiende doos met twee p ­ ingpong palletjes en een balletje die aan het pingpongen waren. In mijn laatste jaar ­ heb ik dan gekozen om dit concept v­ olledig uit te werken. Je kan de filmpjes nog zien op mijn website.

41


Heb je zelf financieel hier iets aan over gehouden?

Dat is fantastisch hé, ik ben zelfstandig in bijberoep. Het is ook zowat het enige wat ik hiermee al verdiend heb, maar ik vrees ook dat de belastingen mij ­binnenkort zullen komen zoeken, er zijn al meer onkosten dan inkomsten. Het draait ook vooral om vertrouwen, wat niet zo ­vanzelfsprekend is. Mensen betalen voor een idee, een ­concept maar dat moet dan nog worden uitgewerkt.

Je “hobby” heeft je dus toch al geld opgeleverd?

Het is een soort van kritische blik voor de toeschouwer. De opstelling bestaat uit dit testbeeld gelinkt aan een videofeed ­waarop de toeschouwer zichzelf ziet. Het zorgt voor een soort van spiegeleffect. Maar het werk zelf is slechts zo interessant als de mensen die erin zitten, zij maken het echt boeiend. Het is ook dat idee die mij intrigeerde.

We zitten nu ook in een werk van je, een soort gigantisch testbeeld waarin een sofa gemonteerd staat, wat is je bedoeling hiermee?

Mijn concept zat goed, maar de uitwerking was er nog niet. Zie het als een “magnum opus” het is nog niet klaar. Het wordt waarschijnlijk een film, supercomplex maar het is iets wat ik echt goed wil doen, de tekeningen liggen klaar en ik wil het professioneel aanpakken. Mensen laten kijken met grote ogen dus.

Ja dat lijkt misschien zo, maar als je iets maakt voor foto of video hoeft niet alles perfect te zijn. Voor mij is het zeker niet goed afgewerkt, maar het gekunstelde vind ik juist interessant. Daarom werk ik vaak ook met gerecycleerd hout.

Voor een grafisch vormgever ben je ook wel een redelijk goed vakman, technisch dan, alles lijkt erg goed afgewerkt.

Je verwerft er natuurlijk wel naambekendheid mee met een tentoonsteling als deze.

Ik ben een deel van mijn uren betaald. Om het beter te verwoorden: ik kreeg een totaalbudget waarbinnen alles moest ­gebeuren.

Ik weet dat dit werk voorvloeit uit een eerder project die toen “on fat people test” doopte, vertel hier nog eens wat meer over.

Ja vooral bij alle Chinezen die er ­foto’s van kwamen nemen. Nee, ik ben vooral enorm tevreden over de ­ organisatie, die verliep super! Het meeste werk dat ­tentoongesteld werd was ook v­ erzamelwerk van ­kunstenaars. Dat wou ik niet, vandaar een eyecatcher.


Voor mij mogen ze na hun middelbaar doen wat ze willen. Er zijn mensen die slim zijn maar met hun handen willen werken en dat steun ik volledig. Ikzelf wou ook met mijn handen werken maar ik ben mijn ouders nog steeds dankbaar dat zij mij gepusht hebben om ASO te doen. Ik had toen geen keus maar heb er toch een goede vorming aan over gehouden.

Stel je hebt kinderen die je vragen of ze les moeten volgen aan SInt-Lucas of aan KASK, wat zou je antwoorden?

Hoe oud ben je nu en binnen hoeveel jaar zou je jezelf als 100% zelftstandig kunstenaar willen zien?

Ja en nee, ik zal er geen probleem van maken. Moest ik zelf willen leren hebben voor advocaat, had ik dat gedaan en een BMW zou ik sowieso nooit kopen. Als je zoveel geld betaalt voor een auto zouden er tenminste richtingsaanwijzers mogen opzitten!

Zoals je eerder aanhaalde, heb je zelf les gevold aan het college, waar ik ook zat. Ben je dan nu niet een beetje jaloers op je toenmalige 足klasgenoten als je ze nu ziet met hun grote salaris en dikke BMW?

Ik ben nu 26. Mezelf geef ik tot mijn 足dertigste, als er dan nog niets is, hou ik het een beetje voor bekeken. Je moet ook veel opgeven, ik doe het enorm graag. Je gaat al een ganse week werken en je kan dit e足 nkel in het weekend doen. Zoals de rest van mijn vrienden zou ik ook graag eens een pintje gaan drinken.

Vind je het dan niet grappig als mensen denken dat de installatie echt is, zoals jouw neergestort vliegtuig?

Ja maar dan denk ik stiekem, hoe dom kun je zijn. Politiekers doen ook niets anders dan mensen dingen voor liegen en denken dat iedereen dom is.

Dat was een duidelijk antwoord, bedankt voor je tijd en je verhaal, alsook voor de grappige noot in dit interview. Graag gedaan, het is altijd leuk als er een pintje aan te pas komt, dan kom ik wat scherper uit de hoek. Meer info op www.yves-obyn.be

43


Salt’s ever-changing identity takes an angular new shape for 2013

Naar aanleiding van experiment ; zout (zie pagina 23).

SALT is a cultural institution in Istanbul that merges a contemporary art space, architecture and design gallery and a scholarly archive; designed to promote research and experimental thinking across art and design. Straightforward enough, but how do you go about branding an institution that operates in a constantly shifting and evolving landscape and aims to promote a diverse range of? The idea of a permanent static identity just doesn’t seem to fit. That’s the thinking behind Project Projects’ ongoing identity for SALT, for which they invite quarterly contributors to manipulate and ­reinterpret Kraliçe, a custom typeface that serves as the ­institute’s sole identity. There is no logo. Thus far the list of contributors ­includes Sulki & Min, Dries Wiewauters and Thirst, with the latest iteration coming from ECAL student Anna Bitzer. Bitzer’s manipulation of Kraliçe takes the form of a custom ­algorithm that hacks OpenType scripting to display different ­iterations of the institution’s name. The results are remarkably effective, ­maintaining the coherence of the original typeface but bastardising it with ­glitches in the letterforms, contained neatly within the cap height. Check back in in three months time to see what SALT’s ever-changing face looks like mid-2013.


45



Gruis Magazine