Page 1

Verenigingsblad van S.G. Daedalus December 2010

#25

pionier de paradox achter

DUURZAAMHEID

zonder muziek zou het leven een vergissing zijn

BOYBANDS, BERKENBOS EN WODKA

24/7 opgesloten in de trein


vimeo.com/3829682 google: hella jongerius

eeuwigweekend.nl

thefuntheory.com overdose.am google: snug rug lamp

google: hiroshige youtube: truckers delight

Stop jouw ideeĂŤn in de krabbelbox in de StudIO en het wordt hier geplaatst.


Emily Pilloton (& Allan Chochinov) - Design Revolution Paperback, 304 pagina’s, Engels ISBN: 9780500288405 Adviesprijs: € 25,99


Wij, ontwerpers in opleiding. Ons wordt geleerd dat bij het ontwerpen van belang is de eisen van de klant naar bevrediging te vervullen. Aan alles moet worden gedacht. Daarnaast zijn wij van mening dat een product, naast dat het moet doen wat het hoort te doen, er ook mooi uit moet zien. De laatste jaren is daar nog een nieuwe eis bijgekomen: duurzaamheid. Van elk bedrijf dat produceert wordt tegenwoordig verwacht dat het duurzaam te werk gaat. Want als we in dit tempo doorgaan met consumeren is de aarde binnen een eeuw compleet uitgeput. Veel ontwerpers houden zich hier echter niet zo mee bezig. “Laat de wetenschappers maar duurzame materialen uitvinden, wij passen het wel toe in onze producten” zo hoor ik wel vaker. Maar die onverschillige houding (waar ook ik mij helaas schuldig aan maak) is passief en naïef. Ontwerpers kunnen zoveel meer! Ooit wel eens dat gevoel gehad? Zo van: “Wat doe ik hier eigenlijk als IO’er in opleiding?” Vast wel. Dat je niet zo goed weet waar je voor leert en wat je wil gaan doen na deze opleiding... Niet zo verwonderlijk hoor. Aangezien IO zó een gigantisch brede industrie omvat is het soms lastig oriënteren. Wat wil je later betekenen, ontwerper zijnde? Wat gaat jouw rol worden in onze consumptiemaatschappij? Misschien ben jij wel degene die de nieuwe iPhone-killer gaat ontwerpen. Of misschien wordt jij wel degene die door een geniale ingeving een nieuw standaardplatform voor smartphones ontwikkelt. En ga je miljoenen verdienen. Het zou zomaar kunnen. Maar wat als je geen zin hebt om voor ons, de gegoede burgers van de westerse samenleving, de volgende generatie gadgets te ontwerpen? Gadgets die binnen een paar maanden weer weggegooid zullen worden. Gewilde speeltjes en producten die binnen no-time bij het vuil worden gezet “omdat het nieuwe er van af is”. En niet alleen gadgets en gelijksoortige producten. Eigenlijk gaat het om alle producten die wij verbruiken. Emily Pilloton was het zat. Met een laptop en 1000 dollar op zak en een oprechte overtuiging dat industrieel ontwerpen als een ingrijpend stuk gereedschap voor het goede ingezet kan worden, startte zij haar non-profit organisatie Project H. Die organisatie maakt onderdeel uit van sociaal ondernemerschap, een groeiende tak in de industrie. De groei gaat echter veel te traag als het aan Pilloton ligt. Het moet aangewakkerd worden, want vanzelf gaat het niet. Waarom? Omdat de doelgroep geen geld heeft. Dus vormen ze geen interessante doelgroep voor bedrijven met een winstoogmerk. Het is mede dankzij die koude zakelijke instelling dat Pilloton zich geroepen voelde dit boek te schrijven. Het boek presenteert zich als een catalogus vol ingenieuze producten die ontworpen zijn met de insteek een maatschappelijke bijdrage te vormen die daadwerkelijk mensenlevens verbetert. En dat doet het op een uiterst plezierige wijze. De producten zijn onderverdeeld in verschillende hoofdstukken met voorafgaand een voorwoord door Allan Chochinov: een manus van alles op het gebied van industrieel ontwerpen en tevens een bevlogen voorvechter van duurzaamheid in design. Als hoofdre-

dacteur van core77.com, een blog over alles wat met design te maken heeft, schreef hij een recht-voor-je-raap artikel dat in exact 1000 woorden uitlegt waarom duurzaamheid zo enorm belangrijk is voor de ontwerpindustrie. Die urgentie is ook terug te vinden in zijn voorwoord. Net zoals een topsporter hoopt te winnen als iedereen het van hem of haar verwacht (één van de moeilijkste dingen die je als topsporter mee zal maken), zo zouden ontwerpers moeten excelleren en oplossingen voor lokale en mondiale problemen moeten aandragen als iedereen dat van ze verwacht, aldus Chochinov. Pilloton neemt dan het woord over en zet uiteen waarom dit boek méér is dan alleen een catalogus vol simpele maar vooral broodnodige producten: het is een manifest. Het is (zoals de titel wellicht doet vermoeden) een oproep aan (industrieel) ontwerpers over de hele wereld om op te staan en een revolutie teweeg te brengen. Alleen ‘groen’ ontwerpen is niet meer genoeg. De term ‘groen’ ontwerpen wordt deze dagen al veel te vaak misbruikt door grote corporaties die zeggen een bijdrage te leveren aan het vraagstuk van duurzaamheid terwijl de term puur als marketingtechnisch instrument toegepast wordt. Greenwashing noemt men dat met een mooi woord (wat natuurlijk een verwijzing is naar het witwassen van zwart geld). Allicht schetst Pilloton een te somber toekomstbeeld. En ja, hier en daar is de nuance ver te zoeken. Toch, het zij haar vergeven. Haar betoog is er één van oprechte ontferming over en sympathie voor het overgrote deel van de wereldbevolking dat zich in erbarmelijke omstandigheden moet zien te redden. Dat het geld niet heeft om betere faciliteiten en voorzieningen aan te schaffen. Een betoog over de maatschappelijke verantwoordelijkheid die ontwerpers kunnen en (zouden) moeten nemen. Een vurig betoog dat barst van de passie voor haar vak. Een betoog met een antwoord. Want het laat ook laat zien hoe het wél kan. Een compendium van een honderdtal producten dat mensenlevens steevast beïnvloedt en verandert. Absoluut een boek dat gelezen moet worden, al is het alleen al vanwege de getoonde producten die briljant zijn in al hun eenvoud. En cada barrio, revolución!

Wingdings OnOff 24

5


Als er veel dingen samenvallen, blijft deze nog beter hangen dan normaal. Zo ook op het moment dat ik mij in de wereld van iets groots, iets spannends en nieuws stort. Voor mij persoonlijk dus een pionier-moment, maar de wereld waarover ik het ĂŠĂŠn en ander wil onthullen, is groot en bestaat ook al flink wat jaren. Het toeval wil namelijk dat ik als bestuurslid van S.G. Daedalus als functionaris externe betrekkingen contact heb gekregen met de grote wereld van verpakkingen. Een wereld die binnen de Universiteit Twente geopend is door professor in de verpakkingen Roland ten Klooster, landelijk pionier op het gebied van packaging design & management op universitair niveau. Het toeval wil dat ik niet alleen het eerste (master)vak over verpakkingen volg, maar in dezelfde periode aanwezig mocht zijn bij een speciaal evenement voor de wereld van verpakkingen.

K J I K EEN

GOED VERPAKT


N I E KJ

N A V D L E R E W DE Op de startdag van een grote beurs voor verpakkingsbedrijven, Macropak, werd een groot diner georganiseerd voor verpakkingsbedrijven. Het Nederlands Verpakkings Centrum (NVC) organiseert dit om alle, bij de unieke verpakkingsketen-vereniging aangesloten bedrijven elkaar te laten ontmoeten. Dat deze wereld groot is en wij als studenten Industrieel Ontwerpen blij mogen zijn met de toevoeging van ‘verpakkingskunde’ aan onze masteropleiding, bleek wel toen ik als onbesuisde student een grote zaal in Holland Casino te Utrecht binnenstapte. Gehesen in mijn strakke bestuurspak nam ik bij binnenkomst een glas mousserende wijn in ontvangst en keek ik de zaal vol gedekte dinertafels in, een moment van enig ontzag. Een beetje ongemakkelijk tussen allerlei zakenmannen en –vrouwen stapte ik als student naar het tafelnummer dat mij doorgegeven was en ietwat ongemakkelijk nam ik plaats, vlak voor het podium. Na een kort openingspraatje door een dame die van televisieprogramma’s bekend was, konden we aan onze eerste gang beginnen

N E G N I K K A P R E V DE

en bleek ik naast een medewerker van een heus ontwerpbureau gericht op verpakkingen te zitten, meteen raak dus. De interesse werd gewekt toen ik mijn verhaal deed en visitekaartjes gingen de tafel rond, zo ook een kaartje van een oude heer met een das van studievereniging i.d, onze zustervereniging voor Industrieel Ontwerpen in Delft. Dat bleek dhr. J. Dirken, de faculteitsdecaan Industrial Design Engineering en tevens oudRector Magnificus van de TU Delft te zijn, die nota bene onze opleiding IO/IDE in Twente heeft helpen opstarten, een ware pionier.

“Een beetje ongemakkelijk tussen allerlei zakenmannen en –vrouwen stapte ik als student naar het tafelnummer dat mij doorgegeven was.” Interessante mensen van allerlei achtergronden en bedrijven dus, bijzonder om iets dergelijks mee te mogen maken en met hen in contact te kunnen komen.

Op die avond was het niet alleen lekker (luxe) dineren en netwerken, maar ook werd er een interessante prijs uitgereikt waarvan ik eigenlijk nog niet eerder had gehoord. Dat was op zich niet verwonderlijk, want hoe groot de verpakkingswereld ook mag zijn, eigenlijk kijk je er niet zo snel naar om, zoals een consument niet naar een industrieel product kijkt op een manier zoals wij dat doen. Het ging om de prijs genaamd ‘De Gouden Noot’, waarbij ik getuige was van de 25e keer dat deze prijs werd uitgereikt. Deze wedstrijd voor “innovatieve, effectieve en duurzame”, kortom goed doordachte en functionerende verpakkingen, wordt al sinds 1958 uitgereikt. Dit jaar deden er 36 ‘verpakkingsinnovaties’ mee, streden er tien in de finale en mochten de beste drie een prijs meenemen: een massief gegoten walnoot in een mooie transparante standaard, uiteraard in de varianten brons, zilver en goud. De reden dat hiervoor een walnoot is gekozen is overigens vanwege diens natuurlijke eigenschappen die het tot een uitstekende verpakking maken: stevig en beschermend, compact, herkenbaar en niet vervuilend. De winnaar van dit jaar is, overigens net als de andere inzendingen, gewoon in omloop en kan je in de bouwmarkt herkennen als de nieuwe ‘paint can’ van Histor. Het is een verfblik dat niet van blik, maar van kunststof is gemaakt en daardoor makkelijk te openen en sluiten is, goed schenkt, lichter is en vierkant, dus efficiënter qua vorm. Chris ten Dam


Symposium

DUURZAAMHEID: de ZIN en ONZIN DE PARADOX ACHTER DUURZAAMHEID Helaas heeft op het moment van publicatie het symposium al plaatsgevonden. Desalniettemin wilden wij je dit stuk niet onthouden, dus hieronder wat ‘Food for Thought’. Doordat duurzaamheid raakt aan vele, zeer uiteenlopende aspecten van ons voortbestaan, is het niet vanzelfsprekend dat er één duidelijke oplossing gevonden wordt. Daarnaast zorgen alle tegenstrijdigheden over het onderwerp ervoor dat echte oplossingen uit lijken te blijven. Ondertussen communiceert ieder bedrijf zich helemaal suf over duurzaamheid, waarbij elk nieuw product als duurzaam neergezet wordt. Dit leidt zo langzamerhand tot het ontstaan van een soort ‘duurzaamheidsmoeheid’ bij veel mensen. Een mening die ik veel hoor is dat er van hogerhand maar eens knopen door moeten worden gehakt om te kiezen hoe er eindelijk een significante bijdrage geleverd kan worden aan het realiseren van een ‘duurzame samenleving’. De keuzes die de consument als individu kan maken hebben op zichzelf maar een minimale invloed en daarbij is elk product in principe al geproduceerd wanneer de consument het aanschaft. Allemaal drempels die het initiatief bij ons als burgers en consumenten weghouden. Als ontwerper is initiatief nemen een pré. Je wilt misschien zelf een ontwerp zo duurzaam maken als haalbaar is, maar wáár begin je en waarop moet je je daarbij richten? Kan het volledig recyclen van een product ook samengaan met het gebruik van echt duurzame processen? Is er markt voor producten die een mensenleven meegaan of is onze consumptiemaatschappij daar te invloedrijk voor? Kunnen mondiaal de kringlopen van multinationals volledig verduurzaamd worden of moet duurzaamheid lokaal in betrokken gemeenschappen met kleine, samenwerkende bedrijven gerealiseerd worden? Kunnen wij in deze maatschappij alleen met nieuwe technologieën duurzaamheid nastreven of moeten we weer terugblikken naar vroegere tijden en natuurlijke oplossingen? Hoe kan het bijvoorbeeld dat termieten het klimaat in de verblijfplaats van hun kolonie geheel natuurlijk en perfect weten te conditioneren? Is de maatschappij met onze huidige levensstandaard überhaupt wel sustainable te maken? En generatie op generatie vol te houden? Moet de aandacht niet eens uitgaan naar de vraag of de ons voorgespiegelde duurzame wereld wel bereikt kan worden door slechts producten en voorzieningen duurzamer te maken zonder in onze nog immer toenemende consumptie te snijden? Of belangrijker nog: de consumptie van onvoorstelbare aantallen nieuwe ‘welvarenden’ in landen als China en India die een Amerikaanse levensstijl na lijken te streven. Moet een ontwerper zich met dit soort vragen bezig houden? Ik vind van wel. Hans Blankenvoort Namens de symposiumcommissie

ste tevens fiet 886 in 1884-1 rde a a ndom de

Thomas S ro


Dr. Livingstone, I Presume?

Ontdekkingsreizigers en pionierende producten tekst Willem-Sander Markerink werd erop uitgestuurd hem terug te vinden. Stanley vond hem aan de oostelijke oever van het Tanganyikameer.

Het tijdperk van de pionier, in de oorspronkelijke betekenis van het woord, is voorbij. Bijna elk stukje grond van de aarde is tegenwoordig wel bewandeld. Wanneer dat niet het geval is, kun je het stuk land alsnog bekijken door middel van satellietbeelden. In de negentiende eeuw daarentegen waren er nog stukken land die nog nooit door Europeanen gezien waren. Aangezien de Europeaan in die tijd gelijk stond aan de mens, werden die gezien als onontdekte gebieden. Eén van de ontdekkingsreizigers in de binnenlanden van Afrika is David Livingstone. David Livingstone kreeg in de tweede helft van de negentiende eeuw de opdracht de oorsprong van de Nijl te vinden. Zonder kaarten ging Livingstone op zoek; op een gegeven moment met nog slechts drie medereizigers. Livingstone raakte geheel uit het oog van Europa en de VS en de journalist Henry Morton Stanley

De zoektocht van de ene pionier naar de andere pionier spreekt tot de verbeelding. Maar deze betekenis van het woord pionier kan alleen nog maar gebruikt worden in historische context. Tegenwoordig wordt het woord gebruikt voor technieken, producten en bedrijven. Bedrijven die diensten aanbieden waar nog geen enkele gegevens over zijn, technieken die nog niet eerder gebruikt zijn en producten die totaal nieuwe functies vervullen. Het ontwerpen van deze pionierende producten speelt ook tot de verbeelding: onveilige producten die worden bedacht, gemaakt en uitgetest in schuurtjes en op zolders. Een opvallende overeenkomst tussen beide soorten pioniers is dat ze beïnvloed worden door bestaande ideeën. Twee voorbeelden daarvan zijn Christoffel Columbus en de fiets. Columbus was een erg gelovig man. Voor de wederopstanding van Jezus moest eerst het paradijs teruggevonden worden, zo dacht Columbus. Toen hij tijdens zijn derde reis aankwam in Venezuela en daar het ongerepte landschap aanschouwde, moesten dat wel de tuinen van Eden zijn. In de passievrucht herkende Columbus de appel die Eva in het paradijs van de slang had gekregen. De papagaai zag hij als het enige dier dat na de verbanning uit het paradijs niet zijn spraakvermogen was

kwijtgeraakt. Er werd zo betekenis gegeven aan Amerika door middel van Europese ideeën. Ook de fiets werd beïnvloed door de ideeën uit die tijd. Bij de eerste fietsen zaten de trappers rechtstreeks aan het voorwiel vast, waardoor het voorwiel groter moest worden, om de snelheid te vergroten. Dit model heet de hoge bi. Doordat het zwaartepunt van de hoge bi met berijder heel hoog lag, was het moeilijk je evenwicht te bewaren op die fiets. Alleen de mannen uit de bourgeoisie hadden de tijd en het lef om de hoge bi te berijden. De betekenis was belangrijker dan de functie ‘verplaatsen van A naar B’. De fiets met kettingmechanisme veranderde dit. Deze fiets was makkelijker te berijden. Vrouwen en arbeiders grepen de nieuwe fiets aan om meer vrijheid te krijgen. De fiets kreeg een nieuwe betekenis vanuit de opkomende emancipatie en socialisme in die tijd. De gevestigde orde verzette zich hiertegen. De fiets zou voor vrouwen bijvoorbeeld een openbare vorm van masturbatie zijn. De ontwikkeling was echter niet tegen te houden. Mensen geven in beide voorbeelden betekenis aan de nieuwe fenomenen door middel van denkbeelden die ze al bezitten. Amerika kreeg een christelijke betekenis. Het rijden van een fiets betekende dat je welgesteld was. Deze denkbeelden gaan zich vervolgens ontwikkelen. Zowel Amerika als de fiets zien we tegenwoordig heel anders.


Norm= Vorm

Verslag van een tentoonstelling over standaardisatie en design

Het staat mij nog goed bij: die mooie dag in Den Haag. Als kleine gup was ik be-ze-ten van dinosaurussen. Ik had alle video’s van Jurassic Park, dozen vol plastic dino’s en een (in mijn jonge oogjes) gigantische encyclopedie over alle oerreptielen die je je maar kunt voorstellen. En toen er een tentoonstelling over dinosaurussen in het Museon werd gehouden móest en zou ik er bij zijn. Dat is inmiddels al jaren geleden. Van de zomer stond ik echter weer voor het Museon. Dit keer niet voor geschubte, gepantserde en gevederde reuzen, maar voor de tentoonstelling Norm = Vorm. Een tentoonstelling over standaardisatie en design georganiseerd in het Gemeentemuseum, direct naast het Museon. De tentoonstelling was een initiatief van stichting Design Den Haag en samengesteld door designhistoricus Timo de Rijk. Die kennen wij ook als hoofdredacteur van het ons welbekende vormgevingsblad Morf. Het leverde een interessant middagje museumstruinen op!

In juni 2009 is de onafhankelijke stichting Design Den Haag een onderzoek begonnen naar de relatie tussen design en de overheid. Eén onderdeel van het onderzoek was de vraag wat voor invloed standaardisatie in productontwerpen op de verschijningsvorm van gebruiksvoorwerpen heeft, of heeft gehad. Daar is Norm = Vorm uit voortgekomen. De tentoonstelling, die van 8 tot en met 15 augustus in het Gemeentemuseum Den Haag en van 28 augustus tot en met 17 oktober in Essen te zien was, ging gepaard met een 255 pagina’s tellende onderzoekspublicatie (die overigens gewoon te koop is bij de betere boekhandel).


Het boek is met een prijs van € 37,50 geen goedkope aanwinst, maar het geeft een zeer rijke beschrijving van de wereldwijde opkomst van de standaardisatie in vrijwel alle takken van de industrie. Het is een vrij nuttige aanvulling op een expositie die uiteraard maar een beperkte selectie producten uit de studie toont. Dat het een kleine greep uit het assortiment betreft mag de pret niet drukken. De verscheidenheid aan producten is heuglijk te noemen. Een overvloed aan curiositeiten van groot tot klein, sommige producten beroemder dan andere. Lampenkappen, stoelen, computers en randapparatuur uit het stenen tijdperk, Kalashnikovs, glazen baksteenflesjes (hoe?), hippe hoge hakken, noem maar op. De ogenschijnlijk willekeurig gesorteerde producten werden stuk voor stuk netjes toegelicht. Met een frisse blik liet ik het allemaal tot mij komen en ik werd aangenaam verrast. De prachtige Braunaudioproducten van Dieter Rams en Herbert Lindinger, de modulaire Standaardkeuken van Piet Zwart voor Bruynzeel, de capsulewoningen van Kisho Kurokawa of zelfs een ordinaire Hollandse stadsfiets: achter elk van die producten zit een indrukwekkend verhaal. Zelfs onopvallende producten die wij eigenlijk als doorsnee en alledaags beschouwen herbergen stuk voor stuk interessante weetjes.

Zo zijn wij allemaal bekend met de Wehrmachtskannister. Nooit van gehoord? Toch wel! De geallieerden in de Tweede Wereldoorlog, diep onder de indruk van het technische vernuft van de Duitsers, namen deze kunststof dragers van brandstof en water in gebruik en noemden ze ´liefkozend´ jerry-cans, oftewel ‘moffenvaten’. Ondanks die schofferende naam worden ze vandaag de dag nog steeds door het Amerikaanse leger gebruikt, in min of meer onveranderde vorm. Ook de Kalashnikovs zijn een toonbeeld van de invloed die standaardisatie op de wereldgeschiedenis heeft gehad: ongekend succes met een schaduwzijde. De massaproductie, betrouwbaarheid en simpele assemblage van de Kalashnikov maakt het namelijk tot het meest gebruikte wapen onder verzetsstrijders en terroristen. Standaardisatie betekent natuurlijk niet alleen kommer en kwel. Ook de door ons geliefde bierbrouwers van Grolsch maakten bijvoorbeeld onderdeel uit van de tentoonstelling. Het beugelflesje is altijd een vreemde eend in de bijt geweest. In de loop van de vorige eeuw zijn veel bierbrouwerijen uit financiëel-logistieke redenen overgestapt op de gestandaardiseerde bierflesjes. Je kent ze wel: die kleine bruine flesjes waar een kwart liter goudgeel gerstenat in gaat. Grolsch wilde daar niets van weten en

bleef bij zijn eigen pijpjes en beugels. Juist door de dure beugels en de onpraktisch vormgegeven flesjes wist Grolsch zich een eigen corporate identiteit aan te meten. Zelfs de ‘groene’ makeover van een paar jaar terug heeft daar geen verandering in gebracht. Een mooi voorbeeld hoe het afwijken van de standaard een zeer profijtelijke keuze kan zijn. Het is jammer dat op het moment van schrijven nog niet bekend is of de tentoonstelling ooit nog eens terug zal komen. Dankzij de gigantische diversiteit aan producten is het voor elke ontwerper (in spé) een leerzaam en vermakelijk uitje. Ik zeg uitje, want ondanks een breed scala aan producten ben je er in een uurtje wel doorheen. Dat wil niet zeggen dat het niet de moeite waard is! Deze producten hebben de loop van de geschiedenis onherroepelijk veranderd, zowel positief als negatief. Dat zou op zich al genoeg reden moeten zijn voor een museumbezoekje. Mocht de tentoonstelling niet nogmaals plaatsvinden, wees niet getreurd: de komende jaren (tot en met 2018) zullen verschillende exposities in het kader van Design & Overheid georganiseerd worden. Hou het in de gaten!

Laurens van den Broek


Robert Wendrich | oktober 2010

De Fenomenologie van Pionieren ‘Suppose there were an experience machine that would give you any experience you desired. Super-duper neuropsychologists could stimulate your brain so that you would think and feel you were writing a great novel, or making a friend, or reading an interesting book. All the time you would be floating in a tank, with electrodes attached to your brain. Should you plug into this machine for life, preprogramming your life experiences? [...] Of course, while in the tank you won’t know that you’re there; you’ll think that it’s all actually happening [...] Would you plug in?. (Anarchy, State, and Utopia, p. 3 - Robert Nozick, 1974) Goede vraag? Gewetensvraag? Geen vraag om te beantwoorden, want dit gaat het verstand te boven. Enkel en alleen een vraag die gesteld kan worden als hypothese, als prikkelende gedachte van het schier onbekende. Een wens die zo ver van je weg staat dat iedere hoop op zoiets dergelijks al vervluchtigd zodra je er serieus om gaat kommeren. “Niemand kan daar ook maar enig zinnig antwoord op formuleren,” zeg je dan bij jezelf. Onmogelijk als fenomeen en niet bestaand, dus onbekend, onbetreden en dientengevolge onmogelijk om als gewoon mens verstandelijk te doorgronden. Verwerp die gedachte, radeer iedere mogelijkheid tot een maakbaarheid van deze toestand. Zo een toestand kan niet beklijven en zal me niets brengen, weg ermee. Maar als we er nu eens een component aan zouden toevoegen? Een element van zingeving, van zijnswording, een handvat welke je direct zou begrijpen? Dat je in staat stelt een dergelijke onwerkelijkheid te gaan ondernemen. Zou het dan nog steeds

moeilijk zijn? Zou het dan nog steeds onbekend en ondoorgrondelijk blijven? We voegen daarom gemakshalve het thema; “...pionieren...” in: zou je jezelf dan wel ‘in-pluggen’? Dan ineens schep je gelegenheid, plotseling gaan er ‘deuren’ open in de eerst beklemmend aandoende metafoor; het ingeplugt zijn aan je hersenen en drijvend in een begrensde tank gevuld met vloeistof geprikkeld door megahersen-stimulaties die je volledig andere (nog) niet-bestaande werelden doen indrijven zonder van je plek weg te gaan. Is dat niet iets waar je met een kleine beargumenteerde duw (of por) een nieuwe weg kunt inslaan? Wees slechts een pionier en de rest gaat vanzelf, drijf weg op je talloze onverwezenlijkte verlangens en onvervulde gedachten. Leef levens die je jezelf niet had kunnen voorstellen, waarschijnlijk had gewild of zou ambiëren in onze werkelijkheid, maar door allerlei vertragende aspecten, belemmerende factoren en op je inwerkende randverschijnselen niet kunt waarmaken of in staat bent te volbrengen. Immers, het verlangen, het zetten van doelen en het waarmaken van deze doelen is deel van de zingeving en een tijdverslijting van de levenswandel. Je moet toch een keer je ware ik, je dwingende wil van je priemend lidmaatschap de sponde geven die het verdient. De bakermat verlaten en de wijde wereld in trekken. Trek de stoute schoenen aan, blaas je levenslucht uit, stoot door in compleet andere oorden en merk op dat het ademen hier of daar een stuk prettiger of benauwder gaat. Welke driften zul je moeten aanspreken om de stap(pen) te nemen die nodig zijn om vooruit te komen? Hoe zet je jezelf op een spoor, hoe ga je eigenlijk om met de wereld om je

heen? Waarom sta jij eigenlijk nog te dreutelen en voel je jouw inwendige klok aandringen op verandering van omgeving, verandering van gedachten, verandering van levensstijl, verandering van egocentrische willekeur? Waarom? Omdat je geen pionier bent? Je bent slechts een stabiele stationaire factor? Een afwachtende, een kwalijk stilstaand gedrocht, voortgesproten uit een nachtje onrust in de kriebelende lendenen van je ouders. Een ontsproten dubbele ordening van genen die op een of andere wijze zich tot een menselijk organisch wezen representeert en zich dan laagdrempelig gaat gedragen op deze werkelijk onwerkelijke wereld. Een zot met een ritmisch pompende spier die een stromend zuurstofrijk medium voortstuwt in een knokig gestructureerd harnas met vleselijke organische weefsels en verbindingen die al CO2-uitstotend, al huffend en puffend de dagelijkse tijd slijtend doorstaat en aanvaard. Door schade en schande wijs aan het worden. Door onderwijzende wijsheid en leerscholing het lot van totale ontreddering ontspringt, maar sterk vast gekleefd zit aan de randverschijnselen van de maatschappelijke gelijkheid, formalisering en standaard wetmatigheden. Welkom in de matrix-machine. Welkom in de zich alsmaar repeterende wentelingen van het bestaan. Hoe bestaat het dat jij nog geen pionier bent? Hoe kan het zo zijn dat zelfs jij nog aan de kant staat en alles van belang aan je voorbij laat gaan met een schijn van dat het jou niet aangaat. Hoe sta je daar dan naar te kijken: als wijze, als monnik, als beambte, als schatbewaarder, als dominee, als priester, als tijdreiziger, als bezoeker, als …een wat? “We kunnen niet allemaal pionier zijn,” zeg je dan schielijk om


er van af te zijn. Af van de aandacht, weg van de verantwoordelijkheid van je nietszeggende leven. “Ik verdoe mijn tijd, ik verslijt mijn tijd en het bevalt me prima. Ik heb geen hogere doelen voor ogen, plug me maar in dan nog zal ik niet ver gaan…bliep…klik…Probeer me maar, ik zeg je; ik heb geen beleving, ik versta geen kunstjes, ik doe niet mee aan die rare dwaalzucht waar anderen zo over opgeven. Ik houd me verre van enige dwaling, ik ben wie ik ben en ben blij met mezelf. Ik vertrouw op de mijnen, en de mijnen vertrouwen mij op het mijn. Ik doe niemand kwaad, ik verlang niets van mezelf en daarmee ook niet van anderen. Dat is een prettig gevoel want, stel je voor dat ik andersom zou denken en wel zou verlangen van anderen! Dan betekent dat ook ik moet terug geven om het eerdere verlangen teniet te doen. Ik zou het mezelf niet vergeven, ik zou me geen raad weten met die uitkomst. Angstig zou ik er van worden, ongetwijfelde twijfelachtigheid zou ik ervaren in mijn zijn. Mijn grondvesten zouden onder me weg vallen: ik zou letterlijk weg vallen in mijn eigen vergetelheid. Dat heb ik er gewoonweg niet voor over. Ik ben blij met mezelf zoals ik ben. Ik ben nou gewoon eenmaal zo. Ik ben geen pionier. Het vooruitzicht benauwd me weg te moeten van mijn kleefwand, ik plak hier zo beklijvend. Toch zie ik om mij heen velen die zich wel loswrikken en er vandoor gaan, sommigen met lood in de schoenen. Maar gaan doen ze. Velen snikkend en stikkend van angst om weg te gaan het onbekende in, het donkere, het onbetreden pad der verlichting door de duisternis tegemoet. Ik heb daar heus voorbeelden van in mijn omgeving, maar iedere keer bekruipt mij het gevoel van hoe eenzaam

dat moet zijn voor die ander. Hoe vreemd het moet zijn om je los te maken van het bekende en vertrouwde. Om je dan plotsklaps te realiseren dat de tijd nu gaat werken en de ervaringen je toe gaan stromen. De spanning, het avontuur tegemoet. Ik zie ze vaak vanaf mijn positie aan de kleefwand vertrekken. Maar dat gevoel zit en blijft in mij...de onvoorstelbare eenzaamheid.” Omgekeerd zou ik ‘naar mijzelf starend in mijn spiegel’(introspectief) mij ook een gevoel kunnen aanpraten van een eenzame aan een kleefwand... Precies, dat is ook dat eerdere gevoel bij mij dat bevestigd wordt door het vertrek van anderen; je bent zelf het gevoel, zelf de werkelijk eenzame verwezenlijkt. Turend, denkend, mijmerend, hallucinerend, reflecterend is de toestand van jouw eigen positie aan de kleefwand niet meer of minder dan de vertrekkende, maar de tijd wordt anders gesleten. Bij jou wordt het domweg een voorspelbare, zich herhalende sleur met weinig tot geen dalen of pieken. Een rustig kabbelend bestaan van zijn met zo nu en dan een genotsmoment, een lust, een begeerlijke aanhaligheid of een zelfontlading van opgeslagen behoeften. Verder nietszeggend en zwak doorleefd van opwinding of spanning. Het zij zo. De berusting was er al toen je uit het geboortekanaal gekwakt werd. De genen zijn voorgeprogrammeerd en leggen de weg af die in script staat: eens een dwarrel, immer een dwarrel. Niets mis mee, slechts een wrange constatering van zijn. Je bent heus een goede daar in of aan die kleefwand, maar verwacht geen wonderen van jezelf. Je wordt gedoogd, je bent er: niets aan te doen. Leef en laten leven is op jou direct van toepassing. Respect van je directe omgeving heb

je. Verdiend of niet: afdwingen kun je het niet met jouw type karakter. Nodeloos om te zeggen dat je ook niet geboren had hoeven worden. Niemand gaat je echt missen. Ben je er niet, ook goed. Wat schouderklopje? Waarom zou je dat willen? Vanwege je pioniersgeest, vanwege je pioniersgedrag? Laat me niet lachen, bespottelijk dat je het überhaupt opbrengt. Jij die met een vlak, rimpelloos gezicht kan beweren dat je anderen eenzaam vindt, terwijl enige zelfreflectie op haar plaats zou zijn in dit geval. Die eenzaamheid die jij suggereert bij anderen hadden we reeds eerder blootgelegd en terug gegeven aan de overpeinzing. De mentale staat waarin jij als vastgekleefde verkeerd is bedroevend en heeft geen enkele invloed op het geheel. Het denken is met jou gestopt en verstard in een onmogelijke utopie van zijnsbeleving. Het wordt tijd dat jij eens van de kleefwand wordt geplukt en in een tank gaat zweven. Je hersenen worden vastgeprikt aan elektroden, gekoppeld aan computers. Tijd dat je kennis gaat maken met werelden die pioniers uit het verre verleden deed sidderen van genot, maar ook van angst deed beven. In deze matrix mag je volledig los gaan, zonder fysiek echt ver weg te gaan: je zweeft en drijft een beetje om de ervaring meer te laten inwerken. Verder ben je vrij in je gedachten en het inbeelden van mogelijke illusies. De ervaringen en gevoelens die deze activiteit bij jou ongetwijfeld gaan losmaken zijn deel van jou en vinden hun oorsprong bij jou. Jij voedt het systeem, de gefingeerde oneindigheid is deel van jouw nieuwe ervaringswereld. Uiteindelijk wil je meer en meer waarbij de ontsnappingskunst het belangrijkste aspect wordt van die ervaringen. Zoiets snap je nu waarschijnlijk nog niet,


maar de toekomstige visioenen worden straks, na afloop van de eerste plug-in, toegevoegd aan jouw huidige werkelijkheidsbeleving. Daarna is niets meer hetzelfde; je leven zoals het was is niet meer. Je bent gegrepen door het fenomeen van het pionieren: het betreden van het onbegaanbare pad, het doorwroeten van onbekende oorden, voorbij de eenzaamheid op weg naar een duistere onvoorspelbare toekomst. Vooralsnog beperkt door je weinig rijke historie en ervaringsvelden, maar met enkele kunstgrepen zetten we je op weg naar gebeurtenissen en mogelijkheden die jouw beperkingen in één klap doen vergeten en zo je wilt doen verdwijnen. Bij ons ben je in veilige handen, bij ons leg je enorme levenstrajecten af zonder ook maar één stap te doen. Voordat je het zelf beseft ben je in de greep van het fenomeen. Ben je een reiziger in de wereld van het bereikbare. Het ondenkbare wordt bewaarheid. Een stem in jou gaat roepen om nog eens en nog eens en nog eens. De herhaling van alledaagsheid geeft een vertrouwd gevoel: je snapt het, je kent het, je leeft het, dit voelt goed. “Ik ben getuige van vertrouwdheid, ik ben zelf getuige van dwangloze overgave, ik ben gestrikt en voel me niet vastgebonden, ik ben vrij en tegelijkertijd ben ik een slaaf van mijn eigen verslaving. Ik voel me goed, ik voel me gelukkig, ik voel me in controle van mijn eigen voorspoed en toekomst. Wervelend genot, hangend in een fluïde medium, aangesloten op super-dupercomputers met mijn eigen brein...jippie, ik...zelf... voel...bliep....leef...bliep...starving...connection lost...bliep...no signal...flat line.........bliep.”

Scott, Amundsen, von Humboldt, Kwangano, Yousuf N’boko, Saleem el Hagii, JingWin Su, Tik Wit al Swhaq en vele andere pioniers ook hebben gevoeld toen zij zich gingen inpluggen met analoge verbindingen, voertuigen en gereedschappen in de werkelijkheid van toen. Een fantastisch geromantiseerd beeld van pioniers, maar in wezen een vermakelijk schouwspel van moed, overmoedigheid, onwetendheid en opportunistisch gedrag en honger naar ontdekking en stillen van nieuwsgierigheid. Kleefwanden zoals we ze nu kennen waren er in die dagen van pionieren eigenlijk niet, maar ongetwijfeld waren er mensen in hun omgeving die helemaal niets zagen in het weggaan naar de vreemde. Tegenwerking en ontmoediging om dit soort expedities te gaan ondernemen waren aan de orde van de dag. Voor gek werd je verklaard, idiotie in de puurste vorm; hoe haal je het in je hoofd? Wat als je niet meer terugkeert? Wat als je wordt verslonden door reuzenmonsters, wat als je schipbreuk lijdt? Als Schopenhauer alle pioniers overleefd zou hebben dan zou hij aardige gebeurtenissen en bespiegelingen hebben kunnen optekenen. Gebeurtenissen die hij uiteindelijk had kunnen ver-

w Zoiets moeten Livingstone, Stanley, Darwin,

werken in zijn filosofische reflecties van het alledaagse en de zoektocht van de mens naar het ultieme geluk. Uiteindelijk zou hij dan wederom hetzelfde concluderen dat al het nieuwe, onbekende, vreemde, andere en rare eerst wordt geridiculiseerd en weggelachen, daarna op hoon, onbegrip en woede stuit om uiteindelijk te worden aanvaard als vanzelfsprekend. Ach ja, de mensheid; de schielijke drinker, de langzame drinker, de veelvraat, de sobere, de rijkaard, de sloeber, de neuroot, de gulle gever, de wijze, de onnozele, de pennenlikker, de ontwerper, de verkwister, de gebruiker, de zuinige, de benauwde, de ruimhartige... Ach, de mensen die het allemaal zo goed bedoelen in hun jacht naar dagelijks geluk, in de strijd om hun hachje, in de wedloop naar vredige saamhorigheid, intussen calculerend, spinnend en voortstuwend naar roem en macht. Ach, die pioniers van toen en weleer: in verzet tegen het eigenlijke, het onmogelijke willen ontdekken en dan kon doen van het gevondene om vervolgens nooit meer terug te kunnen naar waar ze ooit vandaan kwamen. Ondanks de ontberingen, de tegenslagen, de ellende, de ziekten en vele mislukkingen. Geïnfecteerd met het virus van pionieren, weg van het gewone, weg van het alledaagse, weg van alles wat kleeft aan herhaling, weg van de lijmkwast van de alles verzwelgende matrix. Weg van stationair, wars van begrenzing omwille van de begrenzing, niet ontvankelijk voor welk argument van standvastigheid dan ook. Liever verzwolgen worden door de stormende vloedgolven van een tsunami dan je te knechten voor de maatschappelijke springplank en de ‘ratrace’ in de matrix tegen tijd, wil en zonder dank. Of toch liever ‘in-pluggen’?


colofon

Hoofdredacteur Willem-Sander Markerink Eindredactie Willem-Sander Markerink Redactie Laurens van den Broek Chris ten Dam Joska Sesink Han Slob Vormgeving Sophie van Felius Rozemarijn Klein Heerenbrink Drukwerkproductie Drukkerij van den Bosch & Fikkert, Almelo

Redactieadres S.G. Daedalus t.a.v. OnOff Universiteit Twente Horst C.006 Postbus 217 7500 AE Enschede 053 4894439 onoff@daedalus.utwente.nl Suggesties of opmerkingen, of wil je ook een stuk schrijven? Neem contact op met iemand van de redactie.

OnOff 25 - Pionier  

Some articles of OnOff #25 - "Pionier" (Pioneer)