Issuu on Google+

211 omslag

26-09-2013

23:05

Pagina 1

B OKKEPOOT

Reunie 2013 Scheepsbouwvaardigheden in woord en beeld Bouw van een tjalkje in 1903, aflevering 1

H

E

T

H

I

S

T

O

R

I

S

C

H

BEDRIJFSVAARTUIG

211

september 2013


211 omslag

26-09-2013

23:05

Pagina 2

B OKKEPOOT De ´Bokkepoot´ is een uitgave van Het Historisch Bedrijfsvaartuig. Het blad verschijnt vier keer per jaar en wordt gratis verspreid onder alle leden van de vereniging. Redactie Bokkepoot

p/a Mirjam Peil Mauritshof 6 3258 AP Den Bommel Coördinatie

Mirjam Peil, bokkepoot@lvbhb.nl Eindredactie

Femke Kazemier-Rongen Beeldredactie

Trudy Boom

Postbus 2004 1000 CA Amsterdam www.lvbhb.nl lvbhb@lvbhb.nl

Het Historisch Bedrijfsvaartuig staat voor behoud en restauratie van met name traditionele binnenvaartschepen, zowel zeilende als motorvrachtschepen. Bovendien stimuleert de vereniging het in stand houden van alle ambachtelijke kennis en vaardigheden die samenhangen met de bouw en het toenmalig gebruik van deze schepen. De leden (1675) zijn actief in werkgroepen, commissies en bij regionale afdelingen. De vereniging brengt bij overheden, instellingen en andere behoudsorganisaties de betekenis van deze schepen onder de aandacht. Het Historisch Bedrijfsvaartuig is aangesloten bij de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen (FONV).

Jan Sepp

Minimale contributie: € 42,- per jaar. Postbank 617905 t.n.v. de penningmeester van Het Historisch Bedrijfsvaartuig te Wormerveer. Het lidmaatschap wordt ieder jaar automatisch verlengd, tenzij men zich voor 1 december als lid afmeldt. Schriftelijk via Het Historisch Bedrijfsvaartuig, Ledenadministratie, a/b Vriendentrouw, Herenwal 1122, 8441 BD Heerenveen of per e-mail aan: ledenadmin@lvbhb.nl.

Verenigingsstand

Voorzitter

Henk Morel, tel. 020 643 42 20 stand@lvbhb.nl

Rolf van der Mark voorzitter@lvbhb.nl

Redactieleden

Piet Balk, Ljalja van Halderen, Eva de Jong, Johan Schaberg Vaste medewerkers

Lieuwe Bouma, Theo Hoogmoed, Ronnie Jongert, Suzanna Markusse, Frans Nuberg, George Snijder Bulletalie

Penningmeester Website

Jan Sepp en George Snijder, webredactie@lvbhb.nl

Auke Boom penningmeester@lvbhb.nl Secretaris

Kopij

Nummer 212 (dec.): sluiting 1 november 2013 Nummer 214 (maart); sluiting 1februari 2014 Kopij bij voorkeur per e-mail in Word naar: bokkepoot@lvbhb.nl of naar Mirjam Peil Mauritshof 6 3258 AP Den Bommel Advertentietarieven 2013

Per kalenderjaar, vijf uitgaven: 1/1 pagina kleur € 630,1/2 pagina kleur € 375,1/4 pagina kleur € 219,1/8 pagina kleur € 125,Plaatsingskosten eerste advertentie en veranderingen: € 25,Vraag en aanbod

Gratis, alleen voor leden Copyright

Overname van artikelen of delen ervan en van foto's of illustraties alleen met schriftelijke toestemming van de redactie. Oplage 1850 stuks ISSN 0166-042X

Fred van Beelen, tel. 06 24 72 00 90 secretaris@lvbhb.nl Adreswijzigingen en nieuwe leden

Eric Gerding, tel. 06 29 08 08 77 ledenadmin@lvbhb.nl Werkgroepen Schouwcommissie

Rob Klaassen, tel. 06 51 48 56 56 beoordeling@lvbhb.nl Communicatie & PR

Marieke Davidse, tel. 06 42 81 33 83 communicatie@lvbhb.nl Oude Motoren & Opduwers

Jan van Leeuwen, tel. 06 53 64 71 77 omo@lvbhb.nl Havens & Ligplaatsen

Cor Winde havensenligplaatsen@lvbhb.nl Kleine Zeilvaart

Klaas Persoon, tel. 070 397 06 40 kleinzeil@lvbhb.nl Terra Nova

Jan Lock, tel. 06 51 53 34 88 j.lock@hetnet.nl

Druk

Exploitatie Terra Nova

MediaCenter Rotterdam

Ronnie Jongert, tel. 06 21 26 85 98 exploitatie.terra.nova@lvbhb.nl

Vormgeving

HMP 22.8 Delft, Hans Boshuyer Omslagfoto

Lekker zwemmen in de haven van Middelburg Foto Trudy Boom

Noorder Schippers

Frits Veldmeijer tel. 058 266 26 55 en 06 44 77 44 57 noorderschippers@lvbhb.nl www.lvbhb.nl/noorderschippers Regio Zuid

Monique Molhuizen, tel. 041 335 18 07 regiozuid@lvbhb.nl


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 1

Redactie

INHOUD

Mirjam Peil

Ruimschoots buitengaats

Bij Het Historisch Bedrijfsvaartuig denk je aan een verzameling oude schepen gericht op de binnenvaart, met uitstapjes naar de Zuider- of Waddenzee, en meestal hebben we het over ijzeren en stalen schepen. De Bokkepoot zet haar patrijspoortjes een keer open en kijkt buiten de grenzen, want marine, kustvaart, zeevisserij en koopvaardij zijn verwant: er zijn gelijkenissen tussen oude ambachten, en de twee opeenvolgende reünielocaties, Vlissingen en Den Helder, hebben beide een rijke marinehistorie.

In dit nummer een verslag van de reünie in Vlissingen. En we zetten alvast koers naar Den Helder. Vlissingen heeft van oudsher een bijzondere band met het Marine Etablissement van de Koninklijke Marine, een opleiding voor matrozen en ‘hofleverancier’ De Schelde die vele schepen bouwde voor de marine. Ook Den Helder beschikte over een Marine Etablissement, het Willemsoordcomplex. Dit complex is inmiddels omgetoverd tot een museumhaven. Paul Schaap geeft ons vast een voorproefje wat we mogen verwachten in 2014. Wat past hier beter bij dan een marinevaartuig? Verenigingslid Peter Bethlem verhaalt over de restauratie van zijn ‘furie’ Le Fougueux, een voormalig patrouillevaartuig en onderzeebootjager van de Franse marine. Martine van Lier neemt ons mee in de wereld van het ambachtelijk klinken. Een van de scheepsbouwvaardigheden die behouden blijven mede dankzij het project Traditionele Maritieme Vaardigheden. Een project dat opgezet is om de kennis en vaardigheden van traditionele scheepsbouwambachten te behouden en te verspreiden. Drie ‘buitenbeentjes’ worden toegelicht. Boegbeelden van de Zeeuwse inbreng, waar een verscheidenheid aan scheepsbouwvaardigheden is vastgelegd. Verder de restauratie van twee houten schepen, een mosselschouw en een unieke boeier. Als derde wordt de reconstructie van het VOC-schip De Delft onder de loep genomen. Hoe meer buitengaats kan je gaan, maar wel onder ‘Nederlandse Admiraliteits hoede’. Kortom ruimschoots buitengaats, deze Bokkepoot, maar onze ‘vertrouwde’ binnenvaart is beslist niet vergeten. En heel verheugend nieuws, de redactie is versterkt met Ljalja van Halderen. Zij stelt zich voor op pagina 4.

14 Scheepsbouwvaardigheden

in woord en beeld

Martine van Lier

20 Bouw van een tjalkje in 1903

Deel 1

George Snijder

24 Reünie 2013

36 Schippersvrouwen Aflevering 2

Janke Wijkstra Trudy Boom 5 6 8 9 10 11 18 23 32 34 40 42 44 45 45 47

Ontdekkingsreis Rijke verhalen Details voor het oog Details van pakschuiten Zo doe ik dat Terra Nova Journaal Uit het hart Kunstwerk van het kwartaal Beelden van vroeger Deel drie In de voetsporen van Napoleon Varen op houtgas Geschiedenis van Le Fougueux Vreemde eend Boekrecensie Post Evenementen Vraag & Aanbod

1


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 2

Van de voorzitter Rolf van der Mark

Rolf van der Mark Foto Lia van der Mark

Wo r k s h o p s waaraan is behoefte?

‘Kunnen jullie ook komen kijken of het een verantwoorde aankoop is?’ Op die vraag van een paar goede vrienden kan ik natuurlijk alleen maar ‘ja’ zeggen. En zo sta ik samen met Lia zomaar aan boord van een tot woonschip verbouwde steilsteven in Groningen. De makelaar verkoopt alleen maar ‘op de helling’ en de prijs is naar onze inschatting redelijk (laag). De koop zal wel doorgaan, vermoeden we. Wat ons opvalt is dat er nog een aantal leuke, authentieke details bewaard is gebleven. Maar juist die details zijn natuurlijk niet helemaal ‘fris’ meer en tot mijn schrik beginnen de mogelijk toekomstige eigenaren woorden als afbranden, slopen, opnieuw lassen te gebruiken. Ik adviseer om dat oude voorluik toch vooral te laten zitten, omdat het in onze ogen één van de mooiste onderdelen van het schip is ... Het is een ervaring die bij velen een ‘déjà vu’ oproept. Ik moet weer denken aan de rondgang die een paar oude rotten zo’n twintig jaar terug over ons schip maakten. Die rondgang van misschien een half uurtje heeft onze ogen geopend en ons doen beseffen welke waardevolle (in de zin van waardevol om te behouden) onderdelen het schip rijk was en is. Ik zou het fantastisch vinden als het ons op de een of andere manier lukt om zo’n ‘open-je-ogen-rondgang’ aan te kunnen bieden aan onze leden. Ik denk dan in de eerste plaats aan nieuwe leden, die vol enthousias2

me, onervaren en onwetend aan het avontuur beginnen van het bezitten, onderhouden en mogelijk restaureren van een stuk varend erfgoed. Ik kan me nauwelijks een effectiever middel tot behoud van onze schepen voorstellen en zal me inzetten om dit vorm te geven! Het bestuur is in mei van dit jaar weer een beetje kleiner geworden; George Snijder besloot om persoonlijke redenen uit het bestuur te stappen. Het betekent echter gelukkig geenszins dat we de zeer waardevolle en gewaardeerde inzet van George nu moeten ontberen. Hij is weliswaar geen bestuurslid meer, maar mogelijk nog actiever dan voorheen ... Misschien is het juist een voorloper van een nieuwe(re) structuur: een klein slagvaardig bestuur met daaromheen een ‘schil’ van zeer actieve en gedreven adviseurs en ondersteuners? Wie weet ...

Een van de speerpunten van beleid van het bestuur is ‘het overbrengen van praktische kennis en vaardigheden’. Wij willen dit vormgeven door het organiseren van workshops.

De workshop WaardeStellend Kader (WSK) en twee workshops over het Certificaat van Onderzoek (CvO) werden zeer goed bezocht en ook gewaardeerd. Zelf heb ik in 2012 een aantal workshops over klinken georganiseerd. De deelnemers waren er erg enthousiast over, maar er was maar een handvol liefhebbers. Dat roept de vraag op aan welk soort workshops er eigenlijk behoefte is. Er zijn plannen om nog een workshop WSK en een workshop CvO te organiseren in oktober of november van dit jaar. Daarnaast is er een idee voor een workshop Archiefonderzoek en Documentatie in 2014. Maar hoe zit het met de belangstelling voor praktische ambachten als klinken, zeilen maken, blokken maken, luiken fabriceren, enzovoorts. Laat het ons weten en reageer via een van de bestuursleden.

Workshop klinken Goede voorbereiding is het halve werk... en er wordt echt geklonken Foto‘s Rolf en Lia van der Mark


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 3

Van de bestuurstafel

Zeeland, mooi varen! En straks Den Helder

Aankomst in de Dokhaven Foto Marieke Davidse

Reünie Middelburg en Vlissingen

Op naar Zeeland. Een hele mooie tocht door een stuk Zeeland over het water, voor mij een nieuw en onbekend vaargebied. Mooi wijds en met nog veel potentie voor varend erfgoedhavens en scheepse initiatieven. In Kamperland, tegenover Veere, is zo’n nieuwe haven waar historische schepen welkom zijn. De werkgroep Havens & Ligplaatsen heeft in haar brochure ‘ligplaatsen onderweg’ deze prachtige locatie al gespot. Bedankt! De reünie in Middelburg en Vlissingen was een groot succes, met dank aan het organisatieteam met aan het hoofd Jaap Littooij. In een jaar zijn er bergen werk verzet, waarbij er nieuwe samenwerking is ontstaan tussen de gemeentes en onze vereniging. Bij de gemeentes is de interesse gewekt en de vereniging heeft de expertise. En de komende jaren?

De Algemene Ledenvergadering (ALV) hebben we nog nooit in zo’n mooie zaal gehouden als de Burgerzaal van het Middelburgse oude stadhuis. De vergadering had een luchtig karakter en er was wat te kiezen. Er zijn twee kandidaatsteden voor de reünie voor

2015, waarvan er één kwam opdagen voor een presentatie. De keuze is gevallen op Musselkanaal. Met drie man sterk, inclusief de wethouder van cultuur, werd een boeiende presentatie gegeven over de geschiedenis van het kanaal. Een volgend nummer van de Bokkepoot zal meer informatie over de locatie geven. Reünie organiseren?

Den Helder is al volop bezig met voorbereidingen voor 2014. In de aankomende wintervergadering zal Rotterdam zich presenteren voor de reünie van 2016; wellicht zijn er ook nog andere steden? Mocht een gemeente zich kandidaat willen stellen voor een zomerreünie, dan hanteren we een aantal basisregels: - De zomerreünie wordt gehouden in het laatste weekend van juli, tenzij anders wordt besloten. - Tijdens de reüniedagen zijn de ligplaatsen voor de deelnemers gratis. - Er wordt een locatie voor de ALV aangeboden. - Er wordt een locatie voor de schippersmaaltijd aangeboden. Het bovenstaande wordt schriftelijk door het betreffende College van B&W toegezegd en bevestigd.

Zo hopen we een structuur te creëren die werkbaar is voor iedereen en zijn er duidelijke afspraken waarop de organisatie kan terugvallen. Frits Veldmeijer en Jan Sepp zijn inmiddels begonnen met het verzamelen van reünieorganisatiedocumenten, om daar een digitaal handboek van te maken. Wie nog relevante informatie beschikbaar heeft (denk aan organisatiestructuur, planningen, vergunningen, veiligheidsplannen, kadeplan, schippersbrieven, aanbrengtochten, draaiboeken en tips & tricks), kan die doorsturen naar evenementen@lvbhb.nl. Veertig jaar

Volgend jaar bestaat de vereniging veertig jaar. Den Helder zal ons ontvangen in de museumhaven op de voormalige Rijkswerf Willemsoord. Op de zaterdagavond is er een feestavond voor en door de leden. Anekdotes, sketches, liederen, filmpjes zijn heel welkom. Bijdragen graag naar 40jaar@lvbhb.nl. Net als trouwens recepten voor het ‘aan boordboekje’ dat we in de planning hebben. Wie andere ludieke ideeën heeft om dit gedenkwaardige jaar vorm te geven, laat het horen! Met vriendelijke watergroet, Nicolien Schwippert Coördinator evenementen

3


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 4

Ljalja van Halderen

Redactie Bokkepoot

Nieuw redactielid Ljalja aan het roer tijdens een bedrijfsuitje Foto collectie Ljalja van Halderen

Ljalja van Halderen (1971) komt ‘van de wal’. Maar omdat de jeugdvriendin van haar moeder met een schipper was getrouwd, kwam Ljalja als kind wel eens aan boord van een spits. De jongste zoon uit het schippersgezin, Marco, deed in 1990 de bliksem inslaan bij Ljalja. Nadat ze elkaar zo’n tien jaar niet gezien hadden, kwam zij op het feest ter ere van zijn 21ste verjaardag en ze was meteen het hoofdcadeau.

Het liefst had Marco een schip gekocht om samen met Ljalja vracht te varen. Maar omdat Ljalja te veel een walmens is, komen ze in 1997 tot een compromis. Wanneer vrienden hun varend woonschip in ‘s-Hertogenbosch verlaten voor een huis, mag het jonge stel het kopen. Het ijzeren schip, gebouwd als zeilende klipper in 1886 maar sinds een aanvaring rond 1920 voorzien van een steilstevenkop, dopen ze om tot De Enkeling, naar Ljalja’s favoriete jeugdroman van Peter Jaspers, want ‘het is de enkeling die het erin ziet’.

Ze hebben plannen om het schip in drie maanden volledig te verbouwen, inclusief ijzerwerk en een geheel nieuwe betimmering van ruim en roef. Dat valt tegen. De klus neemt meerdere jaren in beslag, waarbij halverwege ook nog blijkt dat de Industrie motor uit 1951 niet meer kan worden gerepareerd. De machinekamer wordt gerenoveerd en eindelijk kan in 2006 de roef worden verbouwd. Vanwege de langdurige verbouwingen hebben Ljalja en Marco nog niet zo vaak met hun schip gevaren als ze zouden willen. Maar de vaarvakanties die ze hebben gehouden, waren fantastisch. Het hoogtepunt was windkracht 8 op de Oosterschelde, op de dag dat ze hun 22-jarig samenzijn vierden. Gelukkig overleefde zowel het schip als de relatie deze uitdaging. De boegschroef begaf het echter. Ljalja en Marco zijn al jaren lid van de ‘vereniging met de lange naam’, hoewel ze er nooit veel mee deden behalve de Bokkepoot lezen. Daar komt nu verandering in, omdat Ljalja de redactie komt versterken.

Varend woonschip De Enkeling op het Veerse Meer in 2012 Foto Ljalja van Halderen

Rectificatie 1

In Bokkepoot 210 riep Nicolien Schwippert namens het bestuur op om recepten in te sturen voor een jubileumkookboek. Bovenaan prijkte een foto van allemaal heerlijks, uiteraard aan boord van een schip. Onvermeld bleef van wie de foto was. Bij deze: eigenaar van het schip en de foto is Tom Lamsma van de klipper Avontuur.

Recepten insturen kan nog steeds. Dus bent u deze zomer creatief geweest in de keuken? Heeft u tips voor makkelijke maaltijden tijdens het varen? Of weet u precies wat er op het menu stond bij de eerste eigenaar van uw schip? Mail uw recept, tip of wetenswaardigheid samen met een toepasselijke foto naar 40jaar@lvbhb.nl.

Rectificatie 2

Met westlanders wordt behoorlijk fanatiek gezeild, zo lezen we regelmatig in de Bokkepoot. Als er fel gestreden wordt om de eerste plaats, dan noem je dat al snel een wedstrijd.

Maar met westlanders worden geen wedstrijden, maar ‘hardzeilerijen’ gehouden. In het colofon van Bokkepoot 210 had dan ook moeten staan dat de omslagfoto gemaakt was tijdens de ‘Hardzeilerij om de Geuzenpenning’. Met dank aan André Kortekaas voor de rectificatie.

4


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 5

Ontdekkingsreis Ronnie Jongert

De laatste ontdekking bestaat niet

Het is even schakelen van een bovenliggende nokkenas naar een zware scheepsdiesel. Of, met andere woorden, van drie intensieve autosleutelcursusweken naar een laatste ‘Ontdekkingsreis’. Het stukje moet op tijd voor deze Bokkepoot, dus ik typ het in de stuurhut van de Terra Nova. Wij zijn met de zomerreis op weg van Namen naar Dinant, de Maas stroomopwaarts. We varen bij het aardbeiendorpje Wépion langs een schip dat op de wal ligt en tot zwembad is gedegradeerd. Een mooi object voor de fotografen onder ons.

Maar ik moet nu nodig aan het filosoferen, dit is mijn laatste Ontdekkingsreis. Het eerste artikel verscheen medio 2011 in de Bokkepoot. Mei 2012 was een cruciaal moment: met een officieel schrijven aan de gemeente Leeuwarden, waarin ik mijn ligplaats opzegde. Mijn vrienden verklaarden me voor gek: ‘Zo’n mooi plekje in de stad geef je toch niet zomaar op!’ Maar de brief was de deur al uit, de beslissing was onomkeerbaar. In het begin was het erg spannend: waar moet je gaan liggen, hoe lang kan je er blijven, is het een beetje een leuk plekje? Allemaal vragen en weinig antwoorden. Maar als ik nu terugkijk

op die periode, kan ik alleen maar constateren dat het me prima bevalt. Ik heb daarvan in mijn artikelen kond gedaan. Je leert je schip beter kennen omdat je meer vaart, maar je ontdekt ook nieuwe stekjes. Sommige erg mooi, maar te duur, andere goedkoper maar minder mooi. Maar goedkope en mooie plekjes bestaan ook. Zo vond ik in de afgelopen wintermaanden een gastvrij onthaal in de haven van Culemborg: goedkoop, prachtig uitzicht en een leuke havenmeesteres op de koop toe. De Schepencarrousel van Annelinde heeft vast nog meer voor me in petto.

Als je op verschillende plekken ligt en je hebt een auto, dan is dat wel onhandig: iedere keer de trein pakken om je auto op te halen. Ik ben er soms een dag mee kwijt. Dat leidt dan weer tot nieuwe gedachtes: misschien moet ik wel een motor kopen of een klein elektrisch autootje dat je zo op het voordek kan rijden. Op de autocursus hadden we een Renault Twizy op proef, een 100% elektrisch wagentje, waarmee je bovendien op de snelweg mag tuffen. Laden is geen probleem: ik laad de auto vol met zonne-energie voor 85 milieuvriendelijke kilometers.

De spanning van de eerste maanden is al lang voorbij: ik maak me geen zorgen meer. De vier zonnepanelen op het dak van de stuurhut maken me, in de periode van april tot september, onafhankelijk van een walstroomaansluiting. Ook de watertankcapaciteit van drieduizend liter is meer dan voldoende. En een stekje vind je altijd wel, zeker voor een kortere periode. Een nadeel misschien: je moet steeds weer op zoek naar een supermarkt voor de boodschappen. En je auto kan je soms duur en soms gratis naast het schip hebben.

Dit is dan wel mijn laatste Ontdekkingsreis, maar niet mijn laatste ontdekking. Die zal hopelijk nooit komen.

5


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 6

Trudy Boom en Louis M. Pietersen Foto’s Joeke Baarda

R i j ke v e r h a l e n

De Amsterdamse haven in de jaren vijftig Foto collectie Louis Pietersen

Ter gelegenheid van dit jubileum werd 28 juni jl. een symposium gehouden onder de titel ‘Amsterdamse haven, showroom van de toekomst’. De locatie was toepasselijk: de Kromhouthal in Amsterdam-Noord, voormalige motorenfabriek en tegenwoordig evenemen-

tenhal. Diverse sprekers hielden een interessant, maar vooral ook een heel persoonlijk betoog over wat de haven met al haar bedrijvigheid voor hen betekende. Zoals Annemarie Jorritsma die, als voorzitter van de Vereniging Schuttevaer, in een positieve toekomstvisie betoogde dat het vervoer over water zal toenemen om het verkeer over de weg te ontlasten. Zij maakt zich daarom sterk voor het handhaven van voorzieningen, zoals de 24-uursbediening van de Oranjesluizen en het openhouden van kleinere vaarwegen. ‘Want zonder de kleine vaarwegen hebben de grote geen zin’, stelde zij. Als laatste kwam tv-presentator en historicus Hans Goedkoop aan het woord, die alle aanwezigen enorm

Annemarie Jorritsma: ‘Want zonder de kleine vaarwegen hebben de grote geen zin’

‘Havenbaronnen’ onder elkaar, Louis Pietersen reikte het eerste boek uit aan Hans Goedkoop

Zestig jaar geleden werd de Amsterdamse Binnenvaart Sociëteit (ABS) opgericht als informeel overlegorgaan voor de vele bedrijven, overheden en andere betrokkenen in en rond de haven. De aanleiding destijds was de opening van het AmsterdamRijnkanaal. In de loop der tijd, met de expansie van de haven, werd de naam gewijzigd in Havensociëteit Groot Amsterdam.

6

wist te boeien. De naam Goedkoop is bekend in de Amsterdamse haven. De opa van Hans was directeur van de Kromhout motorenfabriek en diens broer directeur van scheepswerf NDSM in Amsterdam-Noord. Hans’ vader was directeur van Samofa te Harderwijk, een samenwerkingsverband van Nederlandse motorenfabrieken. ‘Al die verschillende bedrijven vochten elkaar de tent uit en mijn jeugdherinneringen aan de haven zijn dan ook vooral de ergernissen van mijn vader’, vertelde Hans. Hij zette zijn interessante familieverhaal vervolgens in een breder perspectief door over de geschiedenis van de haven te vertellen, waarbij hij en passant een verklaring zocht voor het feit dat de haven bij de meeste Amsterdammers niet erg leeft. ‘Door de bouw van het Centraal Station raakte de stad het zicht op het IJ kwijt. Maar ik denk dat de oorzaak al eerder is te vinden. Al dankt Amsterdam haar opkomst aan de haven, in haar bloeitijd in de Gouden Eeuw was er al snel zoveel meer om trots op te zijn. De aandelenbeurs bijvoorbeeld, een nieuw fenomeen. Daarbij deed die kleine en niet goed geoutilleerde haven aan het Damrak al gauw ouderwets aan. Maar die welvaart en die innovatie kwamen wel voort uit de haven.’


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 7

Amsterdammertjes

Ter gelegenheid van het jubileum is het boek Verhalen vanuit het havenrijk gemaakt, geschreven door Louis M. Pietersen en Joeke Baarda. Pietersen, lange tijd voorzitter van de sociëteit en auteur van het leeuwendeel van de verhalen, overhandigde het eerste exemplaar aan Hans Goedkoop. De Havensociëteit ging regelmatig op pad naar andere havens in Nederland om contacten te leggen. Daarbij werd dan een speciaal vervaardigd cadeau aangeboden. Zo vindt men in allerlei grote en kleine havens kunstwerken waarin ‘Amsterdammertjes’ verwerkt zijn: de parkeerpaaltjes die op een gegeven moment uit het straatbeeld werden verwijderd. Onder de rijke schat aan anekdotes die Pietersen over deze en andere gebeurtenissen heeft opgetekend, is ook een bijzonder verhaal over een treffen midden jaren tachtig tussen de Havensociëteit en de LVBZB, zoals onze vereniging vroeger heette. Uit ‘Verhalen vanuit het havenrijk’

‘Het was zo rond de jaren zeventig van de vorige eeuw dat steeds meer jonge mensen hun belangstelling voor de toen nog varende kleinere schepen van diverse pluimage daadwerkelijk gingen tonen. Zij kochten deze tjalkjes, beurtvaartschepen enzovoorts en begonnen de schepen zo goed mogelijk in de oude originele staat terug te brengen. Soms om er op te gaan wonen, maar meestal om in hun vrije tijd de Nederlandse wateren ermee te bevaren. Hierbij ontmoetten zij ook andere liefhebbers van museumschepen en ontstond er, vooral door de meevarende echtgenotes, een warme band tussen de eigenaren van museumschepen. Zo zal in die jaren de liefde voor deze schepen ontstaan zijn. ‘Inmiddels had de ABS via Schuttevaer vernomen dat er iets gaande was op het gebied van klassieke scheepjes en als betrokkene bij de restauratie via haar werfleden werd besloten contact te leggen met deze nieuwe loot aan het schippersbestand en vooral om kennis te maken. Zo werden we uitgenodigd om de jaarlijkse ledenvergadering van de club, ergens in het oosten van het land, bij te wonen.

Het zou een technische jaarbijeenkomst worden dus de ABS zond een technisch-nautische groep, bestaande uit vier directeuren van kleine werven, oostwaarts om de vergadering bij te wonen. Bij aankomst was de rommelige vergadering al begonnen en was net het agendapunt ”Het klinken op de werven” aan de orde. ‘Onze klinknagel-expert, Chris Bernhard, vroeg het woord maar Chris kreeg het woord niet omdat hij geen lid was. Grote consternatie onder de schippers van de schepen, hun dames en bij ons als bezoekers. Chris werd boos en wilde de voorzitter spreken. Die was er niet. Er was helemaal niemand van het bestuur. Vandaar dat niemand wist van onze afgesproken komst. Chris raakte in een hevige ruzie met een schipper over de wijze van klinken van bolle nagels. Ieder had een mening en Simon Boersma kreeg de inhoud van een glas bier over zich heen gegoten. Goddank kwam het verlate bestuur binnen. Er werd gepauzeerd en de vrede keerde terug. Chris mocht zijn verhaal over klinknagels met ronde en met conische kop houden. Er werd vervolgens veel gelachen en de vrede was gesloten. ‘De afspraak werd gemaakt dat om de twee jaar door de ABS een prijs zou worden uitgereikt voor een gerestaureerd schip. Een eerste prijs met een bedrag van 250 gulden en een tweede prijs, groot 150 gulden. De prijs zou uitgereikt worden op de jaarvergadering van de vereniging, liefst samen met de ABS.

Twee jaar later zijn we de prijs voor de eerste keer gaan uitreiken. Plaats van uitreiking was de haven van Lelystad. Van te voren was alles schriftelijk en mondeling geregeld. Toen we op zaterdagmorgen bij de vergadertent aankwamen was de tent dicht en, tien uur in de morgen, niemand te zien. We zijn maar op eigen houtje de boten gaan opzoeken en inspecteren. De prijzen en de bijpassende oorkonden hielden we maar bij ons. Rond elf uur kwamen wat kinderen te voorschijn. We hadden de schepen geïnspecteerd en de prijswinnaar vastgesteld en wilden al weggaan, toen plots uit een dekluik iemand te voorschijn kwam en in paniek naar ons toe kwam. De hele ploeg op de vloot van zeker vijftig schepen had zich verslapen. De jaarvergadering had lang geduurd, er was weer uren over klinknagels gepraat, het feest had lang geduurd en ieder was moe geworden van het mooi optuigen van hun geliefd schip of varend monument. Toch is alsnog ‘het scheepsvolk’ met complete gezinnen in de tent bijeen gekomen en hebben wij, bij monde van Chris Bernhard, de prijzen uitgereikt. We hebben uiteindelijk koffie gekregen en gedronken en zijn uitgezwaaid door het nog slaapdronken vlootvolk. We waren het erover eens dat iedere schipper en zijn vrouw en kinderen een prijs verdiend had; zo goed zagen de casco’s, de dekken, de masten en het geheel van het schilderwerk er uit.’ ‘Verhalen vanuit het havenrijk’ is uitgegeven door Auk Boom Producties. Info: secretariaat@havensocieteit.nl

Dekschuiten waren ook heel geschikt om reclame te maken Foto collectie Louis Pietersen

7


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 8

Details voor het oog Lieuwe Bouma en Theo Hoogmoed

Details van pakschuiten De pakschuit Baar uit Rotterdam in Oost-Knollendam. Vermoedelijk is dit een heel oud schip en als jaagschip gebouwd. Deze pakschuit is een stuk kleiner dan de andere afgebeelde schepen. Er is een stalen voorschild voor de tent, waarvan aan bakboord een stuk is verwijderd. Aan bakboord heeft het voorschild een opstaptrede Foto Lieuwe Bouma, herfst 1977

Kenmerken van een pakschuit zijn een lage kruiplijn, een zware en schuinoplopende stevenbalk, een groot voordek, overwegend geen gangboorden maar wel zwaar uitgevoerde boorden, geen gangboorden naast de roef en machinekamer, en op het ruim een wegneembare tent of opbouw.

Aan het stalen voorschild van de opbouw zit een mastkokertje, soms twee (aan stuurboord en bakboord), voor een jaagmastje. De zijden van de tent en de zijkanten van de roef en machinekamer staan in een hoek van 15 graden naar binnen ten opzichte van het boord. De roef en machinekamer kunnen wel 4 meter lang zijn en hebben vaak aan stuurboord en bakboord twee of drie rechthoekige (schuif)ramen. Deze ramen zijn breder dan hoog en ook de bovenzijde van het raam is recht, zonder elliptische bovenkanten. Het glas zit in houten kozijntjes. Omdat het schip geen gangboorden heeft, loopt de schipper over de roef (met dek van ruitenplaat) en de luiken. Oorspronkelijk zijn alle pakschuiten jaagschepen. Later, dat is al voor 1900, komen er motorschepen. De jaagschepen hebben vaak een stuurkuip, een doorgestoken stalen roer met een opklapbare, gesmede helmstok en een naar buiten vallende boeiing. De latere motorschepen hebben veelal een achterdek met een liggend, in hoogte verstelbaar haspel en een motorkont met een naar binnen vallende boeiing. 8

Pakschuit vol landbouwproducten in de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Hier zijn de wegneembare spanten van de tent van staal. De schotjes op het boord staan nog op hun plek. Ook hier liggen de houten luiken (zonder presenning) in de lengte van het schip. Als de luikenkap weer dicht ligt, komt er een dekkleed over om de tent waterdicht te maken Foto uit De Prins der ge誰llustreerde bladen, 25 mei 1918

Roef van een motorschip met een pakschuitenroef aan de Prinsengracht in Amsterdam. In de roef zaten ooit aan beide zijden drie rechthoekige ramen. Alleen de twee ramen van de machinekamer, met liggende Van Rennes, zijn na de verbouwing gehandhaafd. Dit schip heeft een model als een motorschip, met houten berghouten en ronde stalen luiken, het heeft geen gangboorden. Op het achterdek staat een in hoogte verstelbaar liggend haspel Foto Lieuwe Bouma, 1988


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 9

Zo doe ik dat Piet Balk Foto auteur

Schootlier versneld

Achterschip van de pakschuit Baar . De pakschuit heeft een naar buiten vallende boeiing en een stuurkuip met een doorgestoken stalen roer. Het roer is voorzien van een opklapbare, gesmede helmstok. Aan bak- en stuurboord zijn opstaptreden aan de roef gemaakt. Ook deze pakschuit heeft zijden met een hoek van 15 graden ten opzichte van het boord Foto Lieuwe Bouma, herfst 1977

Pakschuit met studenten in de omgeving van Leiden. Duidelijk te zien zijn het berghout, het zwaar uitgevoerde boord en de houten wegneembare spanten van de tent. De spanten staan in een hoek van 15 graden naar binnen en zijn voorzien van ringen voor het vastzetten van het dekkleed. Tussen de spanten horen op het boord houten schotjes, maar die zijn voor de gelegenheid opgeborgen. Het dekkleed is teruggeslagen, de luiken zijn er bovenop gelegd. De luiken liggen in de lengte van het schip en hebben geen presenning Foto uit De Prins der geïllustreerde bladen, 3 december 1910

De met ‘snelwerk’ uitgebreide schootlier

Toen we destijds voor de klus stonden om met beperkte financiële middelen ons schip te tuigen, verzamelden we hier en daar bruikbare spullen van scheepssloperijen en handelaren in tweedehands onderdelen. Zo kwamen we ook aan de grootschootlier voor onze klipper Johanna.

Hoewel nooit bedoeld om als schootlier te dienen, functioneerde de lier best goed. Hij stond aan de bakboordzijde op het achterdek. Na het eerste seizoen zeilen werd hij niettemin ontdaan van niet-nuttige zaken zoals verhaalkoppen en de vang (rem) op de slingeras. Daardoor kon het jaagwiel dichter tegen de wang worden geplaatst, zodat we meer ruimte kregen tussen het stuurwiel en de schootlier. Toch misten we iets: de mogelijkheid om de schoot snel te kunnen indraaien bij het gijpen. Deze voor het zeilen belangrijke lier is dit voorjaar, na vijfentwintig jaar, voorzien van ‘snelwerk’ om de grootschoot snel te kunnen indraaien, naast het al bestaande ‘enkelwerk’ en ‘dubbelwerk’. Bij het gijpen, waarbij het voor een ruime tot voordewindse koers uitgevierde grootzeil van de ene boeg naar de andere wordt overgezet, is het zaak om de staaldraadschoot zo snel mogelijk te kunnen indraaien om te voorkomen dat ie achter iets of iemand blijft hangen.

Hiertoe is op de slingeras (waarop het jaagwiel zit) een groot vast tussentandwiel geplaatst en op de bestaande tussenas een nieuw rondsel. Deze combinatie konden we samenstellen uit de voorraad incourante onderdelen die de (bijna museale) lierenfabriek De Rek en Horsman in Ouderkerk aan de IJssel nog heeft. Met enig draai- en freeswerk zijn ze pasgemaakt op de bestaande assen. Uiteraard was er alsnog enig vijl- en slijpwerk nodig om de spiebanen en spieën mooi op elkaar passend te krijgen. Vervolgens moest er een nieuwe vork worden gemaakt om het nieuwe rondsel in en uit het tussentandwiel te kunnen schuiven, plus een nieuwe draagbeugel waarop deze nieuwe vork voor snelwerk en de bestaande vork voor het dubbelwerk rondsel hun scharnierpunt hebben. Na een flinke schilderbeurt kon de ‘nieuwe’ lier weer aan boord worden getakeld en geïnstalleerd. Deze zomer hebben we de eerste ervaringen met onze vernieuwde schootlier opgedaan met het wadvaren. Vooral op het wad moet je, onder klein zeil geultjes volgend, vaak gijpen. En daarvoor blijkt hij nu prima geschikt!

9


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 10

TERRA NOVA Journaal Ronnie Jongert

De Terra Nova zoekt het warme zuiden

Foto Gert Herrebrugh

De Terra Nova verlaat de scheepslift bij Strépy-Thieu, 4 augustus 2013

6 augustus 2013, 7.30 uur, Ecluse Marcinelle, nabij Charleroi. Een enorme herrie. Half wakker denk ik dat de Terra Nova ergens tegenaan is gevaren. Als ik mijn hoofd boven het luik steek, zie ik dat we wachten voor een sluis. Tegenover de sluis ligt een enorme staalfabriek, waar een duwbak vol oud ijzer wordt gelost. Met twee enorme kranen wel te verstaan, en dat levert een hels kabaal op.

We zijn op reis met de traditionele zomertocht op de Terra Nova. Voor de derde keer alweer heeft Jan Lock een route door de rivieren en kanalen van onze zuiderburen uitgezocht. Vanuit Vlissingen vaart de Terra Nova via Gent, de schepenlift van Strépy-Thieu en het kanaal Brussel-Charleroi, om dan via Dinant en Maastricht de Maas af te zakken naar thuishaven Gorinchem.

10

Onderaan de schepenlift in Strépy stap ik, met dank aan mijn dochter voor de lift vanuit Luik, aan boord, en tref daar een vrolijk gezelschap aan. Lezend in de zon, kinderen aan het badderen in een plastic opblaasbootje en wat doet Jan? Jan is in de volle zon de stuurhut aan het lakken. Een dik uur later wordt de Terra Nova, met nog enkele plezierjachtjes, in een enorme bak 73 meter omhoog getild. Een hoogstaand begin. Aan boord tref ik Joke Coppoolse uit Nieuw- en Sint Joosland, die voor de eerste keer de zomerreis meevaart. Ze is de vriendin van Elias, de broer van Emmi, en Emmi is weer de vrouw van Jan. Met de joystick sturen vindt ze een van de mooiste ervaringen. ‘Maar ook de combinatie van wandelen, fietsen en varen vind ik fantastisch en zeker voor herhaling vatbaar.’ Oudgediende Agnes de Wit heeft zich dit jaar onder meer ingescheept om

de kunstwerken op de route te aanschouwen. Maar ze houdt ook van varen. ‘Het mooiste deel vond ik het varen over de Westerschelde. Lekker spannend over dat weidse water.’ We hebben de vergane glorie van de Borinage inmiddels verlaten en de Terra Nova zakt verder de Sambre af, op weg naar Namen. Nog vier ‘écluses’ te gaan en dan zullen we om vier uur vanmiddag aanleggen in de hoofdstad van Wallonië. SurSambre, 6 augustus 2013, a/b Terra Nova


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 11

Uit het hart Havens & Ligplaatsen

Historische Haven W inschoten

De Havenkade-West in Winschoten, mei 2012 Foto Suzanna Markusse

Winschoten (gemeente Oldambt, Oost-Groningen) is al een aantal jaren bezig om een Historische Haven te creëren in het vernieuwde Waterkwartier. Het initiatief daarvoor ging uit van de Partij voor het Noorden. De werkgroep Havens & Ligplaatsen heeft daarbij een adviserende rol gehad, en heeft in 2012 ook een keer in Winschoten vergaderd en contact gehad met de verantwoordelijken voor dit initiatief.

Binnen de gemeente Oldambt liggen, naast Winschoten, van oudsher stad aan het water, de Blauwestad en het Oldambtmeer. De gemeente voert dan ook de slogan ‘Jongste watergemeente’. De Havenkade-West in Winschoten is met Europees geld vernieuwd en er zijn faciliteiten aangelegd. Aan de kade staan monumentale panden zoals de Schippersbeurs en de Tramwerkplaats, die gerestaureerd zijn en een nieuwe bestemming hebben gekregen voor

activiteiten van kerkdienst tot kindervoorstelling, theater en restaurant. De gemeenteraad heeft besloten om gedurende een proefperiode van juli 2013 tot eind maart 2014 ligplaats te bieden aan zes tot zeven schepen, vrij van havengeld (het gebruik van water en stroom moet wel betaald worden). Op die manier krijgt iedereen, politiek en bewoners, een indruk van het beeld van een historische haven. Voor de proefperiode hanteert de gemeente de volgende criteria: - Het schip moet bewoond zijn om een dynamisch beeld te geven. - De eigenaar moet lid zijn van de LVBHB. - Het schip moet stoer, robuust en gelieerd aan de industriële bedrijvigheid van het historische Winschoten zijn. De bedoeling is dat het College van de gemeente op basis van de uitkom-

sten van de proefperiode besluit tot realisatie van een permanente haven met historische schepen. Omdat het nu nog gaat om recreatieve ligplaatsen die behoren bij de jachthaven De Rensel, blijft vooralsnog het vigerende havenreglement van kracht. Het havenreglement is te vinden op de website van de gemeente Oldambt (zoek op ‘havenreglement’). Wilt u een bepaalde tijd in de periode van juli 2013 tot eind maart 2014 in Winschoten liggen met uw schip? Stuur dan een e-mail naar hemmo.philbert@gemeente-Oldambt.nl of eef.flooren@gemeente-oldambt.nl. In overleg zal gekeken worden hoe men omgaat met de ligplaatsen hangende een definitief besluit van de gemeenteraad. Wel is nadrukkelijk opgemerkt dat aan het verblijf tijdens de proefperiode geen rechten kunnen worden ontleend. Namens de werkgroep

Suzanna Markusse

11


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 12

Uit het hart Kleine Zeilvaart

‘Varen door een eeuwenoud polderlandschap, oude technieken als bomen, jagen en wegen toepassen, het mooi gerestaureerde schip laten zien en genieten van zon en zomer’, zo vatte Peter Jansen het doel van het Kleine Zeilvaartweekend samen. Dat dit veel schippers en schippersen met hun kinderen en opstappers aansprak, bleek wel uit de opkomst. Achttien schepen (merendeels westlanders, plus twee zalmschouwtjes en twee aakjes) lagen op zaterdagochtend 6 juli klaar bij het Padvinderseiland op de Kaag om een ‘rondje Oud Ade’ te varen. Dat is tegenwoordig verboden vaargebied, maar voor ons maakte het Hoogheemraadschap een uitzondering. Jagen

Dat het net die dag oostenwind geworden was, deerde niemand. Het was zomer! Jagen blijkt een stuk sneller te gaan dan zeilen of bomen, dat liet Christiaan Pen met zijn bemanning van de Vriendentrouw zien: hij was als eerste in Oud Ade. De lunch die we daar samen zouden hebben, moest ieder maar aan boord nuttigen, want de brugwachter van de Paardebrug (H 0,90) in Rijpwetering was om drie uur besteld. De vele ophaalbruggetjes daarvóór werden bereidwillig door de aanwonenden voor ons bediend. Die brugwachter ‘kwam wat later’, en zo trok de grote vloot, die in de Rijpweteringse Vaart precies op tijd lag te wachten, veel bekijks. Het werd heet, zo in de zon midden in het dorp. Maar die hitte spoelde iedereen snel van zich af op de Koppoel. Alsof het vorige week geen herfstweer was geweest, zo enthousiast sprongen de kinderen van de voor anker liggende schepen.

12

Kleine Zeilvaartweekend m e t g r o t e o p ko m s t

Verboden vaarten zijn het mooist Foto Christiaan Pen

Zeilen en vogels kijken

Op de Kaag kon de oostenwind nuttig gebruikt worden om naar Warmond te zeilen. Daar, achter de spoorbrug over de Haarlemmertrekvaart, wachtte Alexander de Vos ons op in zijn scheepstimmerij De Klaas Hennewerf. Iedereen was blij verrast door de oase van rust rond de timmer- en botenloodsen. De brengchinees bedeelde ons gul, zodat iedereen in alle rust de maag kon afvullen. In de avond konden we de benen nog wat strekken, want twee vogelgidsen wilden ons laten genieten van ‘nieuwe natuur’. We moesten inschatten hoeveel soorten vogels we die avond zouden zien in het polder-

Oude vaardigheden Foto Peter Jansen

tje, dat drie jaar geleden van weiland omgetoverd was tot ondiepe plas. Onze hoogste schatting werd nog overtroffen: 36 soorten gespot, waaronder een ibis en een kemphaantje! Die zwoele avond werd er nog lang nagepraat en gezongen rond een groot vuur. Leuk klapje

André Kortekaas had een programma voor zondag voorbereid, maar dat liet hij soepel schieten toen hij merkte dat de algemene voorkeur was voor nog een leuk klapje zeilen, wat zwemmen en dan huiswaarts. André kreeg een applaus voor al zijn goede voorbereidingen.

Enthousiaste vogelaars Foto Peter Jansen


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:35

Pagina 13

Redactie Bokkepoot

Restauratie windmotor

Jagen ging sneller dan zeilen Foto Christiaan Pen

Omgewaaid in 1982 Collectie Rolf van der Mark

Nog in volle glorie Foto J.L.J. Versteeg

Vroeger wisten we in het najaar een foto-CD uit te brengen van ons Kleine Zeilvaartweekend, maar dit jaar pakten we het moderner aan. Iedereen mocht zijn foto’s de cloud insturen. Hoe enthousiast iedereen was, merkten we aan het direct vollopen van onze map in Dropbox ...

In het zuidelijkste puntje van Friesland, in Nijetrijne aan de Helomavaart vlak bij de Scheenesluis, staat een grote betonnen sokkel nutteloos te wezen. Het is het overblijfsel van een windmotor, gebouwd in 1921 en jammerlijk omgewaaid in 1982. Windmotoren, of roosmolens of Amerikaanse molens, hebben in plaats van vier wieken soms wel dertig bladen, en zijn voorzien van windvanen. Daardoor kunnen ze zelf met de wind mee draaien en is er geen molenaar nodig. In theorie althans, want er ging nog wel eens wat fout waardoor vaak grote schade ontstond.

Bokkepoot? Niet zo veel eigenlijk, behalve dat het project wordt getrokken door Lia van der Mark en haar Rolf, onze gewaardeerde voorzitter. Die besteedt niet alleen aan onze vereniging veel tijd en aandacht, er zijn ook andere mooie initiatieven waarvoor hij zich inzet. Dus als u als Bokkepootlezer Lia, Rolf of de windmotor een warm hart toedraagt, breng dan in de loop van september uw stem uit op www.molenprijs.nl! En o ja, er is in het restauratieplan voorzien dat er bij de molen ook een aanlegplaats komt die groot genoeg is voor varend erfgoed. Dat is met het nabijgelegen steigertje van de Marrekrite niet het geval. En er komt een walstroomaansluiting, waar straks de erfgoedschipper stroom kan tappen die zó vers is dat de damp er nog van af komt!

Werkgroep Kleine Zeilvaart Peter Jansen, André Kortekaas, Klaas Persoon en Ed van der Scheer Namens de werkgroep

Peter Jansen

Zeilend door eeuwenoud polderlandschap Foto Ed van der Scheer

Er ligt nu een plan om de molen weer in zijn oorspronkelijke staat te brengen en in te zetten voor de opwekking van groene stroom. Er is een Stichting Windmotor Groote Veenpolder opgericht, die na een voorselectie met zes andere initiatieven meedingt naar een jubileumsubsidie van de Vereniging De Hollandsche Molen ter grootte van 90.000 euro. Wat heeft dit te maken met het historisch bedrijfsvaartuig, het ook door het bestuur van onze vereniging zorgvuldig bewaakte aandachtsgebied van de

13


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 14

Martine van Lier Foto’s Fifi Visser en Gijs Haak

Films, foto’s en beschrijvingen van ruim tachtig scheepsbouwvaardigheden zijn vanaf nu vrij beschikbaar via de website www.boat-building.org. Deze kennisbank is onderdeel van het project Traditionele Maritieme Vaardigheden, waarin Nederland, België en Engeland samenwerken om de kennis van traditionele scheepsbouwtechnieken te bewaren en te verspreiden.

In de provincies Zeeland, OostVlaanderen en Cornwall legden drie teams verschillende scheepsbouwvaardigheden vast. Het team Zeeland bracht ruim dertig vaardigheden in kaart bij werven, scheepsbouwers en scheepsbouwprojecten. Kunde op het gebied van scheepsbouw in hout vonden zij bij de restauratie van de mosselschouw Nieuwe Zorg in Goes, de restauratie van de boeier Vabel in Zierikzee en bij scheepsonderhoud op de werf Meerman in Arnemuiden. Aanvullende vaardigheden in hout én in staalbouw zijn vastgelegd bij de VOC-replica De Delft, bij de klipper Zuiderzee in de Museumhaven Rotterdam en bij de scheepswerf Koningspoort in Rotterdam. Dit artikel vertelt meer over deze projecten en licht één van de vaardigheden verder toe: het klinken van stalen schepen.

14

Scheepsbouwvaardigheden i n w o o r d e n b e e l d Restauratie mosselschouw Nieuwe Zorg

Het eerste project waar het team Zeeland diverse scheepsbouwvaardigheden vastlegde was de restauratie van de Zeeuwse mosselschouw Nieuwe Zorg door Michiel Verras en zijn kleine team vrijwilligers. Michiel Verras is scheepsbouwer uit een oud en bekend geslacht van Zeeuwse scheepsbouwers. De scheepswerf ‘Moed en trouw’ van de familie Verras was in Zeeuws Vlaanderen vanaf 1865 gevestigd in Paal, maar moest Nieuwe Zorg , inhouten opmeten, Michiel Verras

in 1970 verhuizen naar Walsoorden, waar zij nog steeds actief is. Werf Moed en trouw bouwde vooral schepen voor de visserij en de recreatie en voerde verbouwingen en reparaties uit voor de binnenvaart. Michiel Verras werkt in Goes aan de restauratie van de laatste nog overgebleven Zeeuwse mosselschouw, de Philippine 67, genaamd Nieuwe Zorg. De mosselschouw werd in 1924 gebouwd door de grootvader van Michiel Verras. De restauratie vindt


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 15

De boeier Vabel is de grootste, nog bewaarde boeier van Nederland. Waarschijnlijk is ze gezien de bouwwijze gebouwd voor 1900, maar absolute zekerheid hierover bestaat niet. Er is weinig documentatie over dit schip bekend of bewaard gebleven. De boeier werd waarschijnlijk gebouwd in opdracht van de Nederlandse overheid als douanevaartuig. De bouwwijze is luxueus, zoals bijvoorbeeld te zien is aan het feit dat er dertien huidgangen zijn gebruikt tot aan het berghout.

Nageljongen pakt hete klinknagel

plaats op de Oosterscheldewerf, die in februari 2011 grotendeels is afgebrand. De schouw is daarbij gelukkig gespaard gebleven, maar veel gereedschap is bij de brand verloren gegaan. De restauratie van de Nieuwe Zorg wordt voortgezet in een half overdekte loods naast de Oosterscheldewerf. Bij de restauratie van de Nieuwe Zorg zijn specifieke scheepsbouwvaardigheden nodig. Het hout van de mosselschouw verkeerde in een dermate slechte staat, dat werd besloten dat al het oude materiaal vervangen moest worden. Deze rigoureuze stap betekende dat er niet direct gebouwd kon worden. Eerst moest onderzoek worden gedaan naar de historie van het type schip, de afmetingen en de bouwwijze, en de sporen in het oorspronkelijke oude hout. Pas daarna kon pas gestart worden met het weer opbouwen van de Nieuwe Zorg.

De Vabel is in zeer slechte staat teruggevonden op het strand. Ternauwernood drijvend is de boeier naar Zierikzee gesleept. Binnen in de loods is het schip drooggezet en is er een restauratieplan gemaakt. Scheepsbouwer Julian de Jonge verzorgt nu de omvangrijke restauratie in opdracht van het bestuur van de Stads- en Commerciewerf. Hij doet dat samen met enkele tientallen vrijwilligers en met deskundig advies van scheepstimmerman Peter Weeda en scheepsbouwer Cees Droste. Reconstructie VOC-schip De Delft

Het derde project waar scheepsbouwvaardigheden zijn vastgelegd is de reconstructie van het linieschip De Delft door scheepsbouwmeester Hans van Schooneveld en zijn team leermeester-scheepsbouwers, vrijwilligers

en leerlingen. De bouw vindt plaats op de bouwwerf aan de Schiehaven in Rotterdam. De spanten van De Delft staan buiten op de kade, de voorbereidende werkzaamheden gebeuren in een grote loods ernaast. Op 27 mei 1782 werd opdracht verstrekt door de Admiraliteit om voor de VOC een linieschip te bouwen met de naam ‘Delft’. Het schip werd op 16 mei 1783 te water gelaten. Veertien jaar later zonk de Delft in een ruwe zee voor de kust bij Scheveningen. Ruim 135 bemanningsleden vonden de dood. In 1977 zijn restanten van het wrak en talloze voorwerpen teruggevonden en geborgen. Deze zijn in het museale gedeelte van de werf tentoongesteld en hebben geholpen om een beter idee te krijgen over de wijze van scheepsbouw aan het eind van de achttiende eeuw. Ook een aantal originele bouwtekeningen is bewaard gebleven. De Delft wordt een van de grootste nagebouwde linieschepen ter wereld. Het schip wordt nu herbouwd op een speciaal hiervoor ingerichte werf vlak bij de plaats waar eerder de originele Delft werd gebouwd. De Delft wordt op de keper beschouwd als geen echte replica, want niet alle details van het originele schip zijn bekend. Bij de herbouw wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de authentieke

Julian de Jonge brandt huidplank bij boeier Vabel

Restauratie boeier Vabel

Het tweede scheepsbouwproject was de restauratie van de boeier Vabel door scheepsbouwer Julian de Jonge en zijn team vrijwilligers. De restauratie vond plaats op de Stads- en Commerciewerf in Zierikzee.

15


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 16

bouwwijze en materialen, maar er wordt wel gebruik gemaakt van modern gereedschap en moderne technieken. Scheepswerf ‘De Delft’ biedt de praktijkomgeving voor mensen die worden opgeleid voor een baan in de hout- en metaalsector. Ze leren de basis van het vak van de leermeester van De Delft. Na succesvolle afronding van hun opleiding kunnen kandidaten rechtstreeks uitstromen naar de arbeidsmarkt. Ook kunnen ze aansluiten bij bestaande (vervolg-) opleidingstrajecten voor verschillende functies, van bankwerker en betontimmerman tot meubelmaker. Scheepshelling Koningspoort in Rotterdam

Het vierde project waar het team Zeeland diverse scheepsbouwvaardigheden heeft vastgelegd is de scheepshelling Koningspoort, die deel uitmaakt van het Havenmuseum Rotterdam. Het Havenmuseum heeft een grote collectie werkend maritiem erfgoed, van kranen tot stoommachines en van schepen tot motoren. De Koningspoort ligt aan de Oude Haven in het hart van Rotterdam, te midden van de Museumhaven Rotterdam, die met 130 schepen de grootste museumhaven ter wereld is. Op de scheepshelling worden historische schepen onderhouden en hersteld.

Klinken door Joram Lehmann aan boord van de Zuiderzee

De werf is in 1983 gebouwd in de stijl van de eerste helft van de twintigste eeuw. De dwarshelling is 38 meter lang en draagt 150 ton verdeeld over 5 karren. De scheepshelling is daarmee geschikt voor historische binnenvaartschepen tot en met het type spits. Op de werf zijn naast de scheepshelling een ijzer- en houtwerkplaats ingericht. Hier staan diverse historische scheepsbouwmachines opgesteld, de meeste werkend en nog steeds in gebruik.

Bas de Vos en Jurgen Schiphuis aan de spantenbuiger op de scheepshelling Koningspoort in Rotterdam

‘Scheepsbouwer’ Bas de Vos is vijf jaar werfbaas geweest op de Koningspoort en woont zelf aan boord van een historisch schip in de Museumhaven Rotterdam. Opgeleid als elektrotechnicus heeft hij het ambacht van scheepsbouwer/hellingbaas gaandeweg in de praktijk geleerd, om te beginnen toen hij een historisch schip kocht dat hij wilde opknappen. Met dit schip heeft hij zes jaar naast een werf gelegen, waar hij veel heeft gekeken, nagevraagd, gelezen, nagedaan en meegewerkt. Zijn advies om het ambacht te leren is dan ook: goed kijken en nadoen. De ervaring komt met de jaren. De vaardigheid klinken

De meeste vastgelegde vaardigheden hebben betrekking op houten schepen. Sommige vaardigheden, zoals smeedwerk en houtsnijwerk, worden zowel op houten als op stalen schepen toegepast. Toch zijn er ook vaardigheden vastgelegd specifiek voor stalen of ijzeren schepen, waaronder het klinken. Klinken is een oude, bijna verdwenen verbindingstechniek, die vrijwel geheel is vervangen door de modernere lastechniek. Behalve schepen werden vroeger ook andere stalen constructies geklonken, zoals ketels, bruggen en spantbogen van grote gebouwen.

16


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 17

Het resultaat: platte klinknagel

Het klinkteam: nageljongen, klinker en tegenhouder

Er zijn nog maar enkele mensen over die de techniek van het klinken beheersen. Dit begint gelukkig te veranderen. Eigenaren van historische schepen overwegen vaker om reparaties aan hun schip te klinken in plaats van te lassen. Hier en daar bekwamen scheepseigenaren en ijzerwerkers zich in de techniek van het klinken. Joram Lehmann is één van hen. Joram is scheepsrestaurator met een varende werkplaats aan boord van de spits Madrigale. Hij wilde voor het project graag vertellen over zijn werk. De beeldopnamen van het klinkwerk zijn gemaakt bij het repareren van de den van de klipper Zuiderzee, gebouwd op scheepswerf De Boer te Lemmer in 1911. De Zuiderzee ligt in de Museumhaven Rotterdam. Naast het feit dat klinkwerk op historische schepen beter aansluit bij het cultuurhistorische beeld, heeft het een paar technische voordelen boven laswerk. Bij klinken wordt geen warmte aan de metalen delen toegevoegd, waardoor er ook geen vervorming optreedt. Wanneer er grote krachten op het materiaal worden uitgeoefend, kan bij laswerk scheurvorming optreden en bij klinkwerk niet. Bovendien levert klinkwerk betere resultaten bij zeer oude schepen die zijn gemaakt van

‘puddelijzer’, een metaal met een lager koolstofgehalte en meer slak, dat lassen moeilijk maakt. Klinkwerk kost meer tijd en is arbeidsintensiever dan laswerk. Daardoor is het ook duurder. Afhankelijk van het soort werkstuk is klinkwerk grofweg twee tot vier keer duurder dan laswerk. Daar staat wel een fraai resultaat tegenover, zeker voor zichtwerk, zoals een roef, mastkoker of potdeksel. Bij klinkwerk worden metalen delen met metalen pennen, klinknagels geheten, aan elkaar bevestigd. Voor het klinken zijn drie of liever nog vier mensen nodig: de duwer, de klinker, de tegenhouder en de nageljongen, die de klinknagels verhit tot ze roodgloeiend zijn en aangeeft. De duwer (of bij drie mensen de nageljongen) duwt de gloeiende klinknagel vervolgens in het gat. De tegenhouder houdt de klinknagel op zijn plaats met een dolly, een stevig stuk metaal. De klinker slaat de nagel met de klinkhamer aan de andere kant van het gat plat. Klinken is zwaar werk, dat vroeger met handgereedschap werd uitgevoerd. Tegenwoordig wordt ook gewerkt met pneumatisch en elektrisch gereedschap. Het is geen overbodige luxe om stevige handschoenen en gezichtsen gehoorbeschermers te dragen.

De complete stap-voor-stap beschrijving staat op de website. Joram vindt het belangrijk dat er voldoende kennis en vaardigheden bewaard blijven om oordeelkundig om te gaan met reparaties aan historische schepen. Dat geldt ook voor klinkwerk. Hij benadrukt het belang van goed vooronderzoek en doordachte keuzes. Haal niet zomaar wat weg en voeg niet zomaar wat toe. Hierbij ziet Joram vooral kansen voor behoudsorganisaties. Zij kunnen zich inspannen om kennis te verzamelen en centraal beschikbaar te stellen, en om vaardigheden te verspreiden door het organiseren van cursussen. Ook de website over Traditionele Maritieme Vaardigheden helpt hierbij. Klinken kun je niet meer op school leren. Om de vaardigheden van het klinken door te geven kunnen gemotiveerde scheepseigenaren bij Joram Lehmann soms meewerken bij het klinkwerk. Daarnaast is hij een erkend leerbedrijf, waar stagiairs zich in het klinkwerk kunnen bekwamen. De eerlijkheid gebiedt echter om te zeggen dat er (nog?) niet een grote markt is voor klinkwerk, ook al groeit de aandacht voor klinkwerk wel. Alle vastgelegde vaardigheden zijn vrij toegankelijk, in het Nederlands en Engels, via de website www.boatbuilding.org/learn-skills

17


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 18

Kunstwerk van het kwartaal Trudy Boom

Zeventiende-eeuwse Schermersluis in Nauerna: tussen stad en land

Foto’s auteur

Nauernasche Vaart met de Schermersluis, waarachter de witte opslagtanks van de Amsterdamse petroleum terminal opdoemen

Het verval in deze sluis is niet groot, maar het uitzicht aan weerskanten is een wereld van verschil

Landelijk gebied aan noordzijde van de sluis

Zuidzijde met in de verte het Amsterdamse havengebied langs het Noordzeekanaal

Het heeft altijd wel iets van een theater als de sluisdeuren opengaan; wat krijgen we daarachter te zien? Bij de Schermersluis in Nauerna is dat aan weerszijden extreem verschillend: aan de zuidkant het industriële havengebied van Amsterdam en aan de noordkant het landelijke veenweidegebied van de Zaanstreek. Het complex bestaat uit een schutsluis en een uitwateringsluis. Het is een provinciaal monument en wordt beheerd door Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

De droogmakerij van de Schermer (voltooid in 1635) was de aanleiding tot het bouwen van de Schermersluis bij Nauerna. Deze werd in gebruik genomen in 1632 en diende als uitwateringsluis voor de Schermerboezem. Met dit kunstwerk kwam er een verbinding 18

tot stand tussen het IJ, destijds nog een tijstroom en uitloper van de Zuiderzee, en het nabij gelegen kleinere water ‘Nau erna’. Op de plaats van een bestaande waterloop werd als toegang tot de sluis de Nauernasche Vaart gegraven. De sluis werd uitgevoerd met extra ebdeuren bij het binnensluishoofd. Deze werden gebruikt wanneer het water in het IJ lager stond dan het binnenwater. Doorgaans werd er overtollig water uit Noord-Holland geloosd, maar bij droogte werd er ook wel water ingelaten. Behalve voor de waterhuishouding was de sluis ook belangrijk voor de scheepvaart, als schakel in een interessant tracé tussen Leiden, Haarlem en Alkmaar. Langer dan 29 meter mocht het kunstwerk niet worden. Deze voorwaarde was gesteld door een aantal steden, waaronder Amsterdam, die vreesden dat het voor hun handel nadelig uit zou pakken als Alkmaar zo’n gemakkelijke toegang


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 19

Bij het binnensluishoofd is nog te zien waar de ebdeuren hebben gezeten

zou krijgen tot het IJ. Pas rond 1720 werd in Zaandam de Groote Sluis operationeel en kwam er een tweede verbinding tussen Alkmaar en het IJ. De huidige schutsluis dateert in hoofdvorm uit 1800 en is sindsdien een aantal malen verbouwd en gerestaureerd. In de sluismuur zijn twee grote rechthoekige gedenkstenen aangebracht die deze werkzaamheden memoreren. Er zijn nog meer historische details te ontdekken, zoals een hardstenen peilschaal en de bijzondere haalkommen, die nergens anders zo werden gemaakt. Ook interessant zijn de houten ‘wachters’, die men tussen sluismuur en deur kon laten zakken om de deuren na het spuien gemakkelijker terug te laten lopen. De ophaalbrug over de sluis stamt overigens uit 1959 en heeft geen historische waarde. Via Nauerna naar Den Helder

Dit kunstwerk krijgt een specifieke rol wanneer volgend jaar de reünie in Den Helder plaatsvindt, omdat de

Uitwateringsluis met gedenksteen anno 1651

Haalkommen, specifiek voor deze sluis

Wilhelminasluis in Zaandam in de zomer van 2014 dicht gaat wegens verbouwing. De oude ‘Groote’ sluis te Zaandam kan dan gebruikt worden door schepen met een kruiphoogte tot circa drie meter, maar de Staande Mastroute binnendoor loopt dan via de Schermersluis, Nauernasche Vaart en Noord-Hollands kanaal naar Den Helder. Er zijn twee sluismeesters op dit kunstwerk actief, Stanley Schoone en Gerard Mooij, die zijn werk als kunstschilder combineert met diensten op de sluis. Gerard is degene die ik tref bij mijn bezoek en hij is blij verrast als hij hoort van de traditionele vloot die volgend jaar gaat komen. ‘Al ziet het er hier rustiek uit, er passeren ‘s zomers toch zo’n twintig tot dertig schepen per dag, bij warm weer soms wel honderd. Het verval is maar tien tot twintig centimeter, maar de sluis scheidt ook het zoete water in de polder van het brakke water in het Noordzeekanaal.’

Gerard wijst me op de originele zeventiende-eeuwse uitwateringsluis die, verscholen in de Noorder IJ- en Zeedijk, naast de schutsluis ligt en nog altijd in gebruik is. ‘De deuren zijn vergrendeld, maar bij hoogwater gaat het slot eraf en gaan de deuren vanzelf open om te spuien.’ Een staaltje techniek van eeuwen geleden dat nog altijd werkt. Deze ‘wachters’ kon men tussen sluismuur en deur laten zakken

19


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 20

George Snijder

Bouw van een tjalkje in 1903

Deel 1 Geschiedenis van schip en werf

De Aeolus , ex- Eensgezindheid , ex- Albertha , als varend woonschip. Dordtse Kil, 2006 Foto Theo Hoogmoed

Onze Friesche tjalk was 110 jaar in augustus 2013. Op 13 augustus 1903 draagt de werf van de Gebroeders de Boer het schip namelijk over aan Andries Wisman. Met behulp van diverse archieven is de geschiedenis van het schip grotendeels samen te stellen. Gegevens over eigenaren, bestek en kosten geven, ondanks het ontbreken van een oude foto, een goed beeld van het schip en de scheepsbouw in die tijd.

Gemiddeld een keer per week krijg ik het verzoek om op basis van de gegevens van de Scheepsmetingsdienst de geschiedenis van een schip uit te pluizen. Zo kwam ik eigenlijk niet aan ons eigen schip toe. Afgelopen winter heb ik eindelijk de informatie die de vorige eigenaar had verzameld op een rijtje gezet en op internet gesnuffeld naar aanvullende gegevens van de voormalige eigenaren en de werf. Zo kwam ik onder meer bij afstammelingen van oude eigenaren, het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek en Tresoar, het Friese archief in Leeuwarden terecht.

20

Het schip

Anne Jans Wisman geeft de werf van de Gebroeders de Boer in Lemmer op 25 augustus 1902 de opdracht voor de bouw van een tjalkje van 66 voet. Een van de gebroeders De Boer schrijft in een schrift op een half blaadje de specificaties en de kostprijs van het schip. De Albertha wordt op 29 augustus 1903 gemeten in Sneek door de scheepsmeters van het district Sneek van de Scheepsmetingsdienst. De tjalk is 18,77 meter lang, 4,04 meter breed en heeft een laadvermogen van 48,505 ton. Eigenaar is dan Andries Wisman (geboren 1877), zoon van Anne Jans Wisman (1834-1920) en Albertje (Albertha) Bonnes Postma (1843-1937), wat direct de naam van het schip verklaart. Andries is een van de vijftien kinderen van het echtpaar. Hij heeft een grindhandel in Heerenveen. In 1918 verkoopt Andries de Albertha aan Willem Toering uit Lemmer, die de naam verandert in de Eensgezindheid. De Toerings zijn Zuiderzeevissers en als het minder wordt in de visserij kopen zij de tjalk om extra inkomsten te genereren. Hun zetschippers staan vermeld in de ligger van de Scheepsmetingsdienst, in potlood en moeilijk

leesbaar: schipper T.S. Staetsma uit Joure en schipper J. Schokker van Berghem. De Toerings verkopen op 1 oktober 1924 de tjalk aan Jan Wiebes Wierda (1878-1967), schipper uit Wolvega. Het jaar daarop, op 11 december 1925, schrijft hij het schip in bij het Kadaster in Heerenveen onder nummer 490 Heerenv 1925. Op het schip is daarvan niets meer terug te vinden. Het volgende brandmerk 12 B Heerenv 1930 staat nog wel in het potdeksel gehakt, rechts op de kont van het schip. Maar tegen die tijd is het schip al weer van eigenaar gewisseld en in handen van Marten de Jong (1901-1974), schipper uit Nijehaske. Jan Wiebes Wierda geeft het schipperen namelijk op en wordt melkboer in Wolvega. Het spoor van De Jong is mager, maar we vinden hem terug in de boekjes met deelgenoten van de Friesche Maatschappij tot Onderlinge Verzekering van Schepen, gevestigd in Heerenveen. Marten koopt het schip op 24 oktober 1930 en laat het schip verlengen met ongeveer 2,5 meter tot de gemeten lengte van 21,15 meter. Dit levert een laadvermogen op van 60,406 ton (meting Mp354N, geregistreerd in Meppel). In 1934 wordt hij deelgenoot van de verzekeringsmaat-


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 21

Het brandmerk uit 1930 op het achterschip in het potdeksel ingehakt Foto George Snijder

M. de Jong als deelgenoot nummer 1889 ingeschreven bij de Friesche Onderlinge Verzekering van Schepen met een waarde van 2000 gulden voor het schip Foto Collectie Fries Scheepvaart Museum

schappij en schrijft de directeur Mr. E.H.Ph. Boschloo hem met de hand bij in zijn eigen boekje met deelgenoten. In het jaar daarop staat de Eensgezindheid netjes in de gedrukte lijst. Marten de Jong bevaart het schip zonder motor tot 1950. Dan laat hij zich als deelgenoot uitschrijven bij de verzekeringsmaatschappij en wordt het schip uit de vaart genomen, ontmanteld en verbouwd tot woonark om, naar het schijnt, dienst te doen bij het bunkerstation aan het AmsterdamRijnkanaal. Het komt in Dordrecht terecht, naar verluidt teruggehaald uit Maastricht waar een medewerker van het bunkerstation het naar toe had ‘ontvoerd’. De broers Vreeken doen er een bod op, maar zien toch af van het aanpakken van dit project. Ze verkopen de woonark in 1991 door aan A.F. Jenner uit Breukelen, die het verbouwt tot zeilend recreatieschip. In 1995 koopt Jeroen Woning het schip, bouwt het af en timmert het in om te bewonen. Uiteindelijk kopen wij (George Snijder en Suzanna Markusse) het schip als varende woning. Jeroen heeft het schip dan al omgedoopt tot de Aeolus.

De werf

Volgens de letters in de dakpannen dateert de grote loods op de werf van De Boer uit 1902, maar de werf aan de Zeedijk nummer 10 is eerder gesticht. Pier Klazes de Boer (18371904) verhuist naar Lemmer na de dood van zijn eerste vrouw Sytske de Jong waarmee hij in 1865 getrouwd was. Hij heeft ervaring opgedaan als scheepstimmermansknecht bij verscheidene werven en begint in 1875 een houten helling in Lemmer. In 1876 trouwt Pier met Sjoerdtje

Harmens Visser (1841-1929) en zij krijgen twaalf kinderen. In 1876 begint de werf goed te draaien door de opkomst van de Zuiderzeevisserij. Van die houtbouwperiode is helaas geen administratie bewaard gebleven. In 1899 wordt het eerste ijzeren schip gebouwd. Het huwelijk tussen Pier en Sjoerdtje wordt in 1900 ontbonden en in 1904 overlijdt Pier in zijn geboortedorp Woudsend. Sjoerdje leidt de werf totdat haar zoons de werf overnemen. In 1901 kopen de zonen Harm (1869-1939), Klaas (1873-1950),

De werf van de Gebr. De Boer in Lemmer met in het dak het jaartal van de bouw van de ijzerloods Foto Martens en Westra pag. 216

21


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 22

Referenties Literatuur Dorleijn, P. (1996). Van gaand en staand want. De zeilvisserij voor en na de afsluiting van de Zuider zee deel V., Publikaties van het Sociaal historisch centrum voor Flevoland. Franeker: Uitgeverij Van Wijnen Hendriks, A. (1978). De plaats van Lemmer in de Friese scheepvaart en scheepsbouw van 1600 tot 1950, in Dagblad van het Noorden, 2 nov. 1978 Huitema, T. (1982). Lemsteraken van visserman tot jacht. Weesp: Heureka Kamminga, L. (1977). Aspecten van de geschiedenis van de Friese scheepsbouw en scheepvaart. In Jaarboek 1977 van Fries Scheepvaartmuseum en Oudheidkamer (p. 40-69). Sneek: Fries De familie De Boer met rechts tegen de muur Pier en Sytske, rond 1900 Foto collectie FSM Sneek

Dirk (1877-1961) en Hendrik (18551927) hun vader uit. Als ze later ook hun moeder uitkopen gaat de werf verder als Firma Gebr. De Boer. Naast de oude helling bouwen ze een werf speciaal voor ijzeren schepen. Vanaf 1902, wanneer de broers de werf zelfstandig gaan bestieren, is de administratie bewaard gebleven, waarover het in dit verhaal gaat. De ijzeren schepen worden gebouwd aan de hand van tekeningen, wat voorheen met de houten schepen niet het geval was. Dirk gaat speciaal op tekenles in Papendrecht maar hij moet vroegtijdig terugkeren naar Lemmer omdat hij niet gemist kan worden op de werf. Later gaat Hendrik met meer succes op tekenles in Leidschendam bij zijn zwager Johannes Meijer. De eerste vier door Hendrik getekende en in 1902 afgeleverde aken oogsten veel lof van de vissers. Maar niet alleen de lemstervloot wordt door de werf verrijkt met nieuwe vaartuigen, ook uit andere plaatsen ontvangen zij talrijke opdrachten, zoals uit Wieringen. Voor Zeeuwse rekening bouwen ze mosselaken en natuurlijk ook veel kleine bootjes. Het werk voor de visserij neemt geleidelijk in belang af en in plaats daarvan komen er opdrachten voor grotere schepen. De Eerste Wereldoorlog zorgt voor materiaalschaarste waardoor opdrachten niet kunnen worden uitgevoerd, maar de Zuiderzeewerken drukken vanaf 1924 het 22

aantal opdrachten nog ernstiger. Klaas verlaat de werf in 1920, Hendrik in 1925. In de loop van de jaren dertig verslechtert de situatie verder en Harm verlaat het bedrijf, dat nu geleid wordt door Dirk met zijn zoon Ary. De Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet saneert de schulden en een aantal opdrachten van de IJsselmeerwerken zorgen voor werk. Daarna is weinig meer bekend. Ary de Boer is de laatste eigenaar. Hij staat bekend als ontwerper van lemsteraken en hij tekent de Groene Draeck voor prinses Beatrix. De werf van De Vries Lentsch in Amsterdam mag het schip bouwen. Omdat Ary geen opvolger heeft om de werf over te nemen, verkoopt hij in 1960 de helling aan de firma Hilbrand Poppen uit Winsum. De firma Poppen houdt het tot 2000 nog in Lemmer uit tot de werf vanwege de strenge milieueisen de deuren moet sluiten. De gebouwde schepen zijn te onderscheiden in binnenvaartschepen (tjalken, klippers, motorschepen en een aantal sleepschepen), visserijschepen en kleine vaartuigen zoals schouw, sloep, punter en vlet naast de beroemde lemsteraak. De lijst uit het schrift met opgeleverde schepen is te vinden op de LVBHB website. In deel 2 komt het werfarchief aan bod.

Scheepvaartmuseum en Oudheidkamer Kuipers, J. en Koos Rademakers (2007). Van Ambulant tot Zwaluw, de Friese ijzervloot geregistreerd. Stichting Foar de Neiteam en PENN Uitgeverij (zie ook www.skutsjehistorie.nl) Archieven Kadaster Heerenveen: dagregister deel 16 nummer 17; 16 december 1925 (brandmerk 490 Heerenv 1925, eigenaar Jan Wiebes Wierda) Kadaster Heerenveen: dagregister deel 1 nummer 22; 20 oktober 1930 (brandmerk 12 B Heerenv 1930 ingebeiteld 31/10/1930, eigenaar Marten de Jong) Ligger Scheepsmetingsdienst districten Meppel en Sneek, Maritiem Museum Rotterdam inventaris H1971 en H2007 resp. Websites Genealogie Wierda-Drop http://hendrikswierda.tiscaliweb.nl www.graftombe.nl www.flevolandbovenwater.nl/dcf/nagele/ngl04.htm www.skutsjehistorie.nl www.wiewaswie.nl www.genlias.nl www.maritiemdigitaal.nl http://nieuwlanderfgoed.blogspot.nl


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 23

Beelden van vroeger George Snijder

Beeldrijm op oude foto’s belicht met achtergrondinformatie Deel 3 Nieuw van de werf

Op de middenpagina van Bokkepoot 206 staat de Hendrika Johanna. In de mast een lange naamwimpel, waarschijnlijk blauw of rood, met de naam van het schip. Bij nadere beschouwing komt dat op meer foto’s voor, en niet alleen bij zeilschepen. De Rival van schipper Willem Staal uit Steenbergen ligt in 1913 voor de helling van de werf De Dageraad van Weduwe Boot in Woubrugge met een naamwimpel hoog in de mast. Vergeleken met de lengte van het schip is het een enorme wimpel, daar was wat stof voor nodig. Van scheepsschilder Elders is bekend (zie verder) dat ze tussen de 4 en 7 meter, soms nog langer, waren. Zelfs slepers kregen zo’n wimpel, te zien op de officiële werffoto na de tewaterlating. Zie de stoomsleepboot Margaretha Frater, gebouwd voor de Groningse rederij Zwart & FraterSmid (Z&FS) uit Delfzijl. Toevallig ook gebouwd in 1913 op de werf van een weduwe, in dit geval die van Weduwe D. van Suijlekom in Fotografie in de twintigste eeuw In de eerste helft van de twintigste eeuw is foto-

De Margaretha Frater gebouwd in 1913 voor de rederij Zwart & FraterSmid in Delfzijl, een schroefsleepboot van 190 pk, lang 24,77 meter en breed 5,74 meter (meting Zevenbergen 887) Collectie Hans Wieringa, Raamsdonksveer

Raamsdonksveer. Het was een van de eerste schepen van die rederij met een open stuurstand op het stuurhuis. De naamwimpel is gehesen aan de steng op de korte mast. Zelfs een sleepkempenaar, de Antonius Maria van A. Rijnvos uit Engelen (meting Arnhem 708 zie de Binnenvaart 2011/4 p.37) is met zo’n wimpel op de werffoto gezet. De naamwimpels werden geschilderd waarbij sjablonen voor de letters werden gebruikt. Een van die schilders was de firma Elbers uit Zwartsluis waarover in Bokkepoot 174 en 185 gepubliceerd is. Beschilderde vlaggen waren een nevenproduct van dit

scheepsschildersbedrijf, tamelijk prijzig in vergelijking met het schilderen van een compleet schip. Een vlag beschilderen kostte tussen de 15 en 25 procent van de prijs van het schilderen van een schip. Met dank aan Lieuwe Bouma Literatuur Elbers, A. (2008). Scheepsschilders Elbers in Bokkepoot 185 Raamsdonk, Wouter van & Hans Wieringa (2010) Een ondernemende vrouw, Scheepsbouw wed. D. van Suijlekom Raamsdonksveer. Amsterdam: Eon Pers. Schokkenbroek, J. (2006). Kleurrijk dundoek, Beschilderde negentiende-eeuwse scheepsvlaggen van de firma Elbers uit Zwartsluis in Bokkepoot 174

De Rival , gebouwd voor Willem Staal uit Steenbergen in 1913 op de werf De Dageraad in Woubrugge staat te boek als sleepzeilschip van 247 ton met een lengte van 31,5 meter en een breedte van 6,3 meter (meting Gouda 1249) Collectie Jan Staal, Texel

grafie een bijzonderheid. Foto’s worden gemaakt in de ‘studio’ van een beroepsfotograaf of de fotograaf wordt uitgenodigd voor een speciale gelegenheid. Zij maken geposeerde foto’s, waarbij de mensen lang stil moeten zitten of staan. Door de komst van de rolfilm wordt fotograferen voor velen bereikbaar. Het hanteren van de externe belichtingsmeter en het berekenen van sluiteropening en sluitertijd ligt echter niet binnen ieders mogelijkheden. Dit verklaart de soms matige kwaliteit van de kiekjes uit die periode. Binnenshuis wordt weinig gefotografeerd, want flitsapparatuur kost extra geld. Er moet in die jaren wel een aanleiding zijn om het dagelijks leven vast te leggen, zoals bijzondere gebeurtenissen waarbij men zich in het goeie goed kleedt.

23


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 24

Trudy Boom

Impressie van de zomervergadering 26 juli te Middelburg

Foto’s Paul Bonnet en Simon de Waard

Het is een zwoele zomeravond in Middelburg, waar voorzitter Rolf ons welkom heet bij de vergadering in het oude stadhuis. De locatie is prachtig: de historische Burgerzaal, ooit lakenhal van de stad in haar glorietijd.

Openingsknal: Welkom in Middelburg met een schot voor de boeg

Over de historie van deze admiraliteitsstad wordt een en ander verteld door de locoburgemeester van Middelburg, Johan Aalberts, die bij de opening van de reünie verantwoordelijk is voor de welkomstknal. Deze wethouder houdt van schepen en betreurt het dat er in Middelburg niets is overgebleven van de scheepsbouw. Maar gelukkig is er in Arnemuiden nog de scheepswerf Meerman, en ... vormen de schepen van Het Historisch Bedrijfsvaartuig vandaag een prachtig plaatje. Ook organisator Jaap Littooij, die vervolgens aan het woord komt, is trots en blij dat we hier allemaal liggen.

Het volgende agendapunt is de reünie volgend jaar in Den Helder, ook een admiraliteitsstad. Paul Schaap en Michiel Tegelberg vertellen dat Sail Den Helder afgelopen juni een mooie generale repetitie voor ons verenigingsfestijn is geweest. In 2014 is het precies 200 jaar geleden dat de Rijkswerf Willemsoord haar naam kreeg ter ere van de pas aangetreden koning Willem I. Er zal bijzondere aandacht zijn voor het NoordHollands Kanaal met de nog steeds werkende negentiende-eeuwse vlotbruggen. De Rijkswerf heeft veel te bieden, zoals de twee Jan Blankendokken, het lichtschip Texel en het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers. In de omgeving: Fort Kijkduin en niet te vergeten Texel. Het is de bedoeling om diverse aanvaarroutes

Locoburgemeester Johan Aalberts

Jaap Littooij toont het indelingsplan voor Vlissingen

24

te organiseren. Auke Boom doet een oproep om op de feestavond in Den Helder een soort cabaret ‘door de leden, voor de leden’ te brengen. Ideeën zijn welkom op: 40jaar@lvbhb.nl. Vervolgens praat Rolf ons bij over de voortgang van het Driejarig Operationeel Plan, waarbij een aantal punten gerealiseerd is of in bewerking, maar andere nog niet. Dan komt de reünie 2015 aan bod. Rolf vertelt dat er aanvankelijk vier kandidaten hiervoor waren. Rotterdam wil de reünie wel organiseren, maar niet eerder dan in 2016. Zij vragen de vereniging om hierover een besluit te nemen tijdens de komende wintervergadering. Vreeswijk is als kandidaat afgevallen. Almelo wil ons graag hebben, maar kon helaas geen delegatie naar deze vergadering sturen. Wel ontving het bestuur een brief, die door Rolf wordt voorgelezen. Het scheepvaartverleden van de Twentse stad en de vele waterwegen ernaartoe worden genoemd. En ook het feit dat men jarenlange ervaring heeft door de organisatie van de Almelose Havendagen.


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 25

Reünielied, tekst Frank Edam

Refrein: Gaan bij Veere naar het zuiden Langs de klok (bim-bam) van Arnemuiden Aan de horizon zien wij daar Lange Jan Waar het grote feest beginnen kan

Opduwer Kleine Zorg , genomineerd voor de aanmoedigingsprijs

Bij aanvang van de vergadering ligt er op elke stoel een brief klaar waarin de vierde kandidaat voor 2015 ons alvast welkom heet in Musselkanaal onder het motto ‘Historische schepen keren huiswaarts’. Ook krijgen we een tas met informatie over de vaarwegen in Groningen en Drenthe. Twee enthousiaste vertegenwoordigers vertellen over het kanaal van 34 km van Bareveld tot de Duitse grens, met daarin acht sluizen. 250 jaar Stadskanaal en 400 jaar Semslinie (de grens tussen Groningen en Drenthe) zijn mijlpalen die aandacht krijgen in 2015. De historie van de veenkanalen en de vele scheepswerven in dit gebied wordt genoemd. Een minpuntje: Musselkanaal is onbereikbaar voor schepen met een nietstrijkbare mast. De maximale afmetingen zijn: via Groningen 30 x 5,80 meter en via Ter Apel 28 x 4,80, hoogte 5 meter. Overigens geldt een maximale hoogte ook voor Almelo, de vaste bruggen in het Twentekanaal zijn 6,5 meter. In de pauze is er gelegenheid om over de kandidatuur van gedachten te wisselen en vervolgens wordt er gestemd. Van de 82 stemgerechtigden gaan 30 handen omhoog voor

De Welvaart , winnaar van de aanmoedigingsprijs, op weg naar de reünie 2013

Almelo en 36 voor Musselkanaal. Er zijn op de vergadering veel meer mensen aanwezig, maar per lidmaatschap mag één stem worden uitgebracht. Het wordt Musselkanaal. Dan is de beurt aan Jan Lock om de Aanmoedigingsprijs uit te reiken. Hij noemt de genomineerden: zeetjalk Hendrika, opduwer Kleine Zorg, Groninger tjalk Fiducie, luxe motor Res Nova en klipperaak Welvaart. Kleine Zorg kreeg veel stemmen, maar het scheepje is al af. De jury heeft gekozen voor de Welvaart. Schipper Peter Hijdra heeft grootse plannen en kan daarbij het bedrag van de aanmoedigingsprijs wel gebruiken.

Over ‘t ooit zo woeste water Van de door mensenhand getemde zee Nemen zoveel jaren later Oude schepen historie met zich mee Zee en land hier bij elkaar gekomen Rijk onze vloot met man en vrouw en kind Op de golven van onze dromen En je ziet, het gaat ons voor de wind Wat een pracht, zo uitverkoren Als een lang lint door ‘t Walcherens Kanaal Gaan er schepen en motoren Vinden hier een feestelijk onthaal Slot refrein: Steeds maar verder weg naar ‘t zuiden Verder weg (bim-bam) van Arnemuiden Aan de horizon nog altijd Jange Jan Tot de grens van water, zee en land (2x)

Na de rondvraag, waar geen gebruik van wordt gemaakt, doet Auke Boom een oproep voor een nieuw bestuurslid, met name een penningmeester. Nicolien Schwippert vraagt om recepten met foto’s voor een samen te stellen scheepskookboek als jubileumuitgave volgend jaar, te mailen naar: 40jaar@lvbhb.nl. Dan sluit Rolf de vergadering en kunnen we nog genieten van een mooie zomeravond in Middelburg. Er klinkt niet alleen het geluid van de scheepsmotoren

25


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 26

..

Reunie 2013

Een prachtig plaatje in Middelburg Foto Simon de Waard Bezoek aan de historische scheepswerf Meerman Foto Paul Bonnet

Foto George Snijder

26


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:36

Pagina 27

Lekker smullen van een barbecue in de Machinefabriek Foto’s Simon de Waard

Zo zag de Dokhaven eruit toen Scheepswerf De Schelde hier nog actief was

Hulp van extra paardenkrachten op weg naar Vlissingen Foto Rolf van der Mark

27


BP211 binnenwerk

28

26-09-2013

22:36

Pagina 28

In de Dokhaven van Vlissingen Foto Simon de Waard


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 29

29


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 30

Op weg van naar Vlissingen op het Kanaal door Walcheren Foto Trudy Boom Foto George Snijder

Foto Eva Snijder

30


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 31

Redactie Bokkepoot

Foto’s van reüniegangers Simon J. de Waard maakte naast de algemene foto’s van de reünie ook weer veel foto’s van individuele schepen en voegde ze toe aan de centrale foto-database van Wikipedia. Op http://commons.wikimedia.org/wiki/ Category:Ships_by_name zijn de foto’s op scheepsnaam te vinden. Misschien staat uw schip erbij! Huub Wieringa had met zijn zus Tineke de lange tocht van Zwolle naar Zeeland in zijn zalmschouw volbracht Foto George Snijder

Het hele konvooi in de Dokhaven in Vlissingen, de voormalige werkhaven van Scheepswerf De Schelde met rechts de Machinefabriek, waarin zaterdagavond de barbecue werd gehouden met aansluitend het feestprogramma met Keltische muziek Foto Trudy Boom

Foto George Snijder

Het gieklopen trok veel publiek Foto Eva Snijder

Foto Simon de Waard

31


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 32

Paul Schaap Foto’s auteur

In de voetsporen van Napoleon

We zetten koers richting Nieuwediep, de bijnaam voor Den Helder. Hier wordt volgend jaar van 1 tot en met 3 augustus onze zomerreünie gehouden. Deze reünie zal in het teken staan van het veertigjarig jubileum van Het Historisch Bedrijfsvaartuig en plaatsvinden op en rond het prachtig gerestaureerde, monumentale werfcomplex Willemsoord.

Het was de Franse keizer Napoleon die na een kort bezoek aan de kop van Noord-Holland opdracht gaf om bij een natuurlijke baai, het Nieuwe Diep, de Stelling Den Helder aan te leggen. Een ring van fortificaties op een strategische landtong met als bedrijvig centrum een grote scheepsen onderhoudswerf. Later, in 1814, werd dit complex vernoemd naar Koning Willem I, die na de val van Napoleon de aanleg van de Stelling Den Helder doorzette en hiermee het Gibraltar van het Noorden creëerde. Al eeuwenlang was de rede van Den Helder en Texel de plek waar handelsen oorlogsschepen een gunstige wind en getij afwachtten om over de wereldzeeën uit te zwermen, of na terugkomst over de Zuiderzee naar steden als Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen of Medemblik te varen. In 1780 kreeg het Nieuwe Diep de status van oorlogshaven, waarmee Den Helder een strategische betekenis kreeg. De plek bleek zeer kwetsbaar toen op 27 augustus 1799 een Engels leger, later aangevuld met Russische troepen, ten zuiden van de stadsgrenzen met succes een landing uitvoerde. Binnen een dag was Den Helder bezet en twee dagen later 32

Een bottervloot in het Werfkanaal

waren ook alle schepen op de rede in buitenlandse handen. Hierna volgde in de kop van Noord-Holland gedurende bijna twee maanden een verbeten strijd tussen de Engelsen en de Russen enerzijds en de Nederlanders en de Fransen aan de andere kant. Uiteindelijk moesten de invallers zich op 18 oktober 1799 gewonnen geven. De les was duidelijk: Den Helder als strategische oorlogshaven was veel te gemakkelijk in te nemen. Reden voor

Jan Blanken, inspecteur-generaal van Waterstaat, om van Den Helder een vestingstad te maken, met een werf waar oorlogsschepen terecht konden voor onderhoud en herstel. Die vesting kwam er niet zonder slag of stoot. Napoleon kwam op 15 oktober 1811 eerst zelf poolshoogte nemen; pas een jaar later keurde hij de bouwplannen van Blanken goed. Die plannen werden na de val van de keizer overgenomen en doorgezet door Koning Willem I, die eveneens

Motorsleper Brutus 2 voor het monumentale pompgebouw bij de ingang van het werfcomplex


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 33

ten naar ijzeren schepen werd intensief beleefd. In 1859 ging de aanleg van Dok 2 van start en dit was zeven jaar later gereed. Oorlogsschepen kwamen op het Willemsoordcomplex in de negentiende eeuw voornamelijk voor onderhoud en reparatie. Nieuwbouw vond elders plaats. In de twintigste eeuw veranderde dat, al ging het niet om grote marineschepen maar om landingsvaartuigen, sleepboten, loodsboten en lichtschepen. In de Tweede Wereldoorlog werd het complex door de bezetter gebruikt en daarom kreeg het ook regelmatig geallieerde bombardementen over zich heen. Vertrek marine Restauratie van de botter HD 2 in de Medemblikkerloods

overtuigd was van het strategische belang van deze oorlogshaven. Bouw marinewerf

Kort daarop ging de bouw van start en werd Den Helder omringd door de forten Kijkduin, Erfprins, Dirks Admiraal, Oostoever en Westoever. In 1815 volgde de aanleg van het Marine Etablissement, een werf in het stadscentrum. Zeven jaar later was Dok 1 plus het indrukwekkende stoommachinegebouw met negen Reparatie van de tjalk Canutus op de sleephelling

zware pompen gereed. Zowel gebouw als dok is nog steeds intact. Op het werfterrein verrezen verder tal van monumentale gebouwen met werkplaatsen. Hiervan zijn onder andere de ijzergieterij, ketelmakerij, motorenwerkplaats, mastenmakerij, schilderswerkplaats en zeilmakerij bewaard gebleven. De marinewerf werd de belangrijkste werkgever in Den Helder. Tal van specialismen waren aanwezig. De overgang van zeil naar stoom en van hou-

In 1993 verruilde de marinewerf het Willemsoordcomplex in het stadscentrum voor een nieuw complex op de Buitenhaven. Gemeente Den Helder kreeg hierna het beheer over het oude complex. In totaal zou met gelden van EU, Rijk, Provincie Noord-Holland en Gemeente Den Helder 80 miljoen euro in de renovatie van dit complex worden geïnvesteerd. Het resultaat is een prachtig historisch, industrieel en militair complex waar veel te zien en te bewonderen valt. Met een Marinemuseum, met blikvangers als de onderzeeboot Tonijn en het ramschip Schorpioen, het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers met een prachtige collectie reddingboten, en Museumhaven Willemsoord. Hier is het lichtschip Texel, dat in 1952 op deze werf van stapel liep, de blikvanger. Verder is een botterwerf ingericht en is de sleephelling, waarop jarenlang sluisdeuren zijn gerenoveerd, weer in bedrijf gesteld. Hierop worden nu tjalken, aken en soortgelijke schepen opgeknapt. Voor de uitvoering van dit specialistische werk zijn een mechanische werkplaats en een houtwerkplaats beschikbaar. De museumhaven omvat nu zo’n 35 Varende Monumenten, waaronder een aantal bijzondere zeilschepen. Kortom, er is genoeg te aanschouwen en te beleven wanneer begin augustus 2014 op het Willemsoordcomplex de jubileums- en zomerreünie van Het Historisch Bedrijfsvaartuig wordt gehouden. 33


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 34

Auke Boom

Varen op houtgas Waarom werkt het ... of niet?

Foto’s auteur

Ongeveer een jaar geleden was er een kleine discussie tijdens de zomervergadering in Hasselt over het varen op houtgas. De discussie ontstond uit de vraag of we iets wisten over dieselmotoren die in de Tweede Wereldoorlog op houtgas zouden hebben gelopen. Algemeen bekend is dat in die tijd op redelijk grote schaal benzinemotoren werden voorzien van een houtgasgenerator, bij gebrek aan benzine. Als brandstof werd hout gebruikt. Bekend is dat als hout verhit wordt zonder toevoer van zuurstof, hout uiteenvalt in pure koolstof en koolmonoxide (C en CO) en dat CO kan weer verbranden tot CO2 als men zuurstof toevoert. Bij die verbranding komt warmte (energie) vrij, die gebruikt kan worden om een motor te laten draaien. De overige stoffen die in hout zitten, zoals zware metalen, laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Dit artikel gaat niet over groene energie.

34

Zo werkt de gasgenerator

Bij verbranding van 1 kg koolstof (C) tot CO 2 komen 8080 calorieën vrij, de zogenaamde verbrandingswaarde. Die van CO is slechts 2470 cal/kg. We kunnen dus uit de verbranding van CO tot CO 2 nog 5610 cal/kg energie halen. Hout bestaat niet alleen koolstof maar ook uit een hele serie andere producten. Deze gaan met een deel van de koolstof andere verbindingen aan. Die afvalresten vinden we terug in de asla. Het verkregen houtgas heeft ongeveer de volgende samenstelling: 52% stikstof, 27% koolmonoxide, 14% watergas, 7% koolstofdioxide. Dat watergas (H 2 ) verkreeg men door in de professionelere generatoren stoom toe te laten, dat bij deze hoge temperatuur uiteen valt in waterstof en zuurstof volgens de formule C + H 2 O = CO + H 2 . Watergas heeft een zeer hoge verbrandingswaarde en versnelt de ontsteking van het gas. Het gehalte mocht niet boven de 15% komen, want dan ging de motor ‘kloppen’ door een te vroege ontsteking.

In een vat zit een voorraad hout, dit kan natuurlijk ook steenkool of turf zijn. Dit hout wordt aan de onderkant aangestoken en zodra voldoende warmte is ontwikkeld, wordt de luchttoevoer geknepen. Het hout gaat nu onvolledig verbranden, waarbij koolmonoxide ontstaat. De inlaat van de motor is aangesloten op de generator en men gaat nu de motor aanslingeren zodat het houtgas aangezogen wordt. Door middel van een gewone bougie wordt een vonk getrokken die, als het lukt, het gas zal ontsteken waardoor motor gaat draaien. Vanaf dat moment houdt de werking van de motor het proces gaande. Het klinkt allemaal erg simpel, maar ik neem aan dat er heel wat kennis en ervaring nodig was om het ook werkelijk te laten slagen. Het principe van het produceren van gas was natuurlijk al lang bekend en werd op grote schaal toegepast om huishoudens van gas te voorzien. Alleen werd daarbij steenkool gebruikt waarbij cokes overbleven. Die had men weer nodig in de hoogovens bij de productie van ijzer en staal.


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 35

Een oom van mijn vrouw Trudy werkte als automonteur bij de Fenix-fabrieken te Zwolle. Hij vertelde mij ooit dat tijdens de Tweede Wereldoorlog het wagenpark op houtgas reed. De motoren waren Hercules motoren van Kromhout. Iedere ochtend moest hij het wagenpark opstarten door eerst de generatoren op te stoken en vervolgens de motoren te starten. Zij hadden een installatie gemaakt om vanuit een centraal punt meerdere motoren aan te slingeren. Er moest flink gedraaid worden voordat de motor pakte. In de tussentijd stond de garage blauw van de rook.

Gasmotoren

Het principe van de gasmotor is al zeer oud. Feitelijk was de eerste operationele verbrandingsmotor een gasmotor. Gas werd verkregen op de hierboven beschreven manier, waardoor men deze motoren ‘zuiggasmotoren’ noemde. Gas kon ook worden verkregen door petroleum of benzine te verdampen. Benzine verdampt al bij kamertemperatuur, maar petroleum moet verwarmd worden. Eigenlijk zijn onze automotoren dus gasmotoren, maar omdat de vergaste benzine (of petroleum) samen met lucht (nodig voor de verbranding) wordt aangezogen, noemt men dit ‘mengselmotoren’. Dieselmotoren

Bij dieselmotoren wordt lucht door de motor aangezogen en in de motor gecomprimeerd. Bij voldoende samendrukken van de lucht wordt de temperatuur zo hoog dat de ontstekingstemperatuur van de dieselolie wordt bereikt. Als men op dat moment de brandstof inspuit, zal deze tot ontsteking komen. Nog voordat mijnheer Diesel zijn patent aanvroeg, was al bekend en aange-

toond dat het rendement van een verbrandingsmotor toeneemt naarmate de compressiedruk hoger wordt. Diesel wilde dan ook een motor maken die veel economischer was dan de gasmotor en de stoommachine. De eerste gasmotoren werkten onder atmosferische druk, de latere versie van de Duitse ingenieurs Otto en Van Langen maakte gebruik van compressie van het aangezogen gasmengsel, waardoor de explosie na ontsteking veel krachtiger werd. (In Duitsland, maar ook in veel technische handboeken, noemt men de benzinemotor meestal een Ottomotor.) De begrenzing van de compressie was natuurlijk de ontstekingstemperatuur van het gas. Omdat in een dieselmotor alleen lucht wordt samengeperst en er daardoor een veel hogere compressiedruk mogelijk is, heeft deze motor per definitie een hoger rendement dan de benzinemotor. De dieselmotor op houtgas

Een dieselmotor zuigt lucht aan voor de verbranding van de dieselolie. Als we in plaats van dieselolie een brandbaar gas in vloeibare vorm zouden inspuiten, zou dat dan ook werken? Het antwoord is nee. Gas is zeer instabiel, zodat de verbranding absoluut onberekenbaar wordt en bovendien hebben gassen een inleiding (bijvoorbeeld de energie van een elektrische vonk van een bougie) nodig om te ontsteken. Bijna alle gassen hebben een hogere ontstekingstemperatuur dan dieselolie. Dat klinkt vreemd, maar we praten over ‘het uit zichzelf ontsteken’. Om enige voorbeelden te noemen geef ik de ontstekingstemperatuur van enkele gassen in reactie met zuurstof: butaan 460oC, koolmonoxide 590oC, propaan 490oC en waterstof 450oC (gegevens ontleend uit Babcock Handbuch Gas 1972). Dieselolie heeft een ontstekingstemperatuur van 210oC.

Langsdoorsnede MWM-motor uit: Motoren voor kust- en binnenvaart van R. v.d. Zee en J.C. Piek, uitgave 1941

Daar komt nog bij dat de dieselolie ook een zeer belangrijke taak heeft als smeer- en koelmiddel van brandstofpomp en verstuiver. Gas heeft dat absoluut niet. En toch kan het werken. De dual fuel motor

Deze motor wordt thans al op redelijk grote schaal toegepast in de zeescheepvaart. Alle gastankers varen met dual fuel motoren. Het gas voor de motoren is het gas dat ‘vrijkomt’ uit de lading, de zogenaamde ‘boil off’. Het gas wordt in vloeibare vorm vervoerd. Onvermijdelijk zal het gas in de ladingtanks tijdens het transport afgeblazen (boil off) moeten worden om te voorkomen dat de drukken te hoog worden. Het principe van dual fuel (tweevoudige brandstof) is als volgt. De motor is een standaard dieselmotor met een gewone verstuiver en hoge druk brandstofpomp. Samen met de verbrandingslucht wordt het gas aangezogen (of in geval van ‘turbo-charging’ ingeblazen) en gecomprimeerd. Zodra de zuiger praktisch in ‘top’ staat, wordt via de verstuiver de 35


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 36

Schippersvrouwen Trudy Boom Foto’s archief Janke Wijkstra

Dwarsdoorsnede MWM-motor uit: Motoren voor kust- en binnenvaart van R. v.d. Zee en J.C. Piek, uitgave 1941

brandstof ingespoten en zeer fijn verneveld. Door de hoge temperatuur worden de minuscule brandstofdruppeltjes gekraakt in lichtere producten die spontaan ontsteken. Vervolgens ontsteekt het gas en de dan nog ingespoten brandstof. De dieselolie vervangt dus feitelijk de bougie van de mengselmotor en wordt gebruikt om de ontsteking in te leiden. Er is ook geëxperimenteerd met het direct in de cilinder spuiten van vloeibare aardgas naast de dieselolie, maar daar is men op teruggekomen. Er zal dus altijd dieselolie verbruikt worden. Het voordeel is dat het hoge rendement van de dieselmotor blijft en dat indien nodig direct overgeschakeld kan worden op 100% diesel. Waarom werkt dit nu wel?

De gastankers waren in eerste instantie turbineschepen, waarbij een stoomketel voor de energie zorgde. Het hele probleem van te vroege onbeheerste ontsteking bestond dus niet. De ‘boil off’ kon gewoon in de ketel worden gebruikt. Bij dieselmotoren moeten we een gas 36

hebben dat een hogere ontstekingstemperatuur heeft dan olie. Op zich hebben de meeste gassen dat wel, maar de kans op te vroege ongecontroleerde ontsteking is bijzonder groot. En laat nu uitgerekend aardgas deze nadelen niet hebben. Met andere woorden, ik zou mijn DAF-motor kunnen ombouwen tot dual fuel motor als ik maar in staat ben om dat aardgas mee te nemen. Aardgas wordt bij atmosferische druk vloeibaar bij -162oC, dus als ik maar een grote thermoskan met voldoende isolerende kwaliteit heb, kan ik dat doen. Probleem is natuurlijk, hoe kom ik aan boord aan min 162oC of aan vloeibaar aardgas (LNG). Ik kan natuurlijk ook het aardgas in een drukvat meenemen, men noemt het dan CNG. Vanwege die hoge ontstekingstemperatuur (circa 600oC) en het feit dat aardgas lichter is dan lucht, mag dit gas aan boord van schepen voor de voortstuwing gebruikt worden. (Dit is beschreven in de Schepenwet.) Blijft natuurlijk nog de vraag aan het begin van dit stukje. Gaat dit ook op voor houtgas? Daarvoor moet ik het antwoord schuldig blijven, omdat ik nergens de ontstekingstemperatuur van houtgas heb kunnen vinden. Als we alleen over koolmonoxide praten zou dat 590oC zijn. Omdat destijds gezegd is dat de MWM-dieselmotor van de sleepboot Meeuw daadwerkelijk op houtgas heeft gedraaid, zal dat als dual fuel versie zeker mogelijk zijn geweest. Omdat de MWM-motor uit die tijd met een gloeipunt (of lont) werd aangezet, is de kans veel groter dat men het gas door middel van deze gloeipunt ontstak.

Hoe werd de beroepsvaart beleefd door de vrouwen aan boord? In de serie Schippersvrouwen lees je hun verhalen.

Aflevering 2 Janke Wijkstra

‘Ik liep met een boog om de waljongens heen’

Janke Wijkstra werd in 1944 geboren op hetzelfde skûtsje als haar vader, in dezelfde kooi en in dezelfde plaats: Tzum, bij Franeker. Een schippersdochter met hart voor de schipperij. Haar zus liep met een boog om de schippersjongens heen, maar Janke daarentegen wilde geen jongen van de wal.

Janke’s vader Frouke Wijkstra nam het skûtsje Nieuwe Zorg over van zijn ouders. Aan boord werd de oudste dochter van Frouke en zijn vrouw Annie (ook een schippersdochter) geboren: Janke. Later volgden de jongere zusjes Antje en Geertje. Janke, zeven jaar, op Koninginnedag


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 37

Janke’s geboorteschip Nieuwe Zorg bij Tzum

Van haar eerste schip kan Janke zich bijna niets herinneren. Een vroege herinnering is dat zij een kinderprogramma op de radio niet mocht uitluisteren, omdat haar vader de weerberichten wilde horen. In 1954 ruilde haar vader het skûtsje in voor een (verlengde) motortjalk van 25 meter. Janke: ‘Wat een luxe! Een mooie grote salonroef en een echt stuurhuis. Dat hadden we op het oude schip niet, daar stond alleen maar een schot voor het stuurwiel.’ De tjalk kreeg de naam Deo Volente. Janke’s ouders voeren hoofdzakelijk in Friesland en Groningen met als lading turf, aardappelen, vezels en pulp. In de latere jaren werd vooral zand naar Drachten gevaren. Frouke Wijkstra was schipper in hart en nieren, maar door gezondheidsproblemen van zijn vrouw Annie moest hij uiteindelijk met de schipperij stoppen. Annie kreeg op haar tweeëndertigste haar eerste hersenbloeding. Daarna had ze altijd hoofdpijn en werd bang voor alles: voor het varen, voor onweer, voor

groot water ... Op het laatst moest Janke’s vader enorme omwegen maken om de Friese meren te ontlopen. Janke vertelt: ‘Andere schippers keken vader erop aan, dat hij niet durfde. En hij wou niet zijn vrouw de schuld geven.’ Dat ging zo niet langer en in 1960 besloot vader Wijkstra aan de wal te gaan werken bij scheepswerf Welgelegen van Rienk van der Werff in Leeuwarden. Het werk voldeed goed, maar Frouke was liever schipper gebleven. Het gezin bleef op het schip wonen aan de Emmakade. In 1970 werd een huisje aan de wal betrokken. Kort daarna, in juli 1971, overleed Annie aan een fatale hersenbloeding. Janke: ‘Vader had toen wel weer willen gaan varen, maar Geertje was pas dertien jaar. Die had dan naar het internaat gemoeten en dat wilde vader niet. Antje stond op het punt te gaan trouwen en ik voer toen al met mijn man Siep op ons eigen schip.’

Skûtsjesilers in de familie

In haar jeugd hadden schipperskinderen een stempel en werden ze gezien als kermiskinderen, maar dat deerde Janke niet. Als gezegd werd dat ze naar gasolie stonken, antwoordde ze: ‘Die van de visboer ruiken ook zo lekker niet.’ Janke heeft een periode in een kosthuis gezeten en later op internaat ‘t Roefke in Leeuwarden. Ze had er weinig problemen mee. ‘Ik had medelijden met mijn moeder, want die vond het erg. Later heb ik dat zelf ook zo ervaren, het is voor de moeders vaak erger dan voor de kinderen.’ Janke moest vroeger niets hebben van waljongens; een schippersjongen, dat was het voor haar. Toen ze de leuke vriend van een vriendin ontmoette, viel ze gelijk voor hem: Siep van Terwisga. Siep voer al vanaf zijn geboorte mee op het schip van zijn ouders en was daarbij verwoed skûtsjesiler. Man bij de zwaarden en later fokkenist op het skûtsje van Heerenveen, waarop vader Van Terwisga schipper was. Met dit skûtsje Gerben van Maanen hebben ze vele 37


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 38

Janke (rechts) met schoonzus Margje van Terwisga

jaren de kampioenstitel binnengehaald. De Deo Volente voer in de jaren zestig mee met het skûtsjesilen als vakantieschip voor familie en vrienden. Een mooie tijd waar ook moeder Annie erg van heeft genoten. En zo heeft Janke Siep leren kennen. Het skûtsjesilen blijft in de familie, want een kleinzoon van Janke, Sieberen van Terwisga, vaart nu op het skûtsje van Earnewoude. En Janke gaat nog weleens kijken als het zo uitkomt. Liberté

De vrachtschepen waarop ze na haar huwelijk met Siep ging varen, kregen de naam Liberté, want varen betekent voor Janke: vrijheid. Waarom? Janke: ‘Ja, hoe zal ik het zeggen, ik houd er niet van als iets moet. Aan boord ben je eigen baas, je moet je eigen boontjes doppen. Het is een vrij leven en je hebt je huis altijd bij je.’ Vroeger kon ze wel dwars zijn, vertelt ze. Op haar veertiende kwam ze van school en ging haar ouders helpen aan boord. Sturen heeft ze altijd goed gekund, dat zat haar gewoon in het bloed, beaamt ook haar inmiddels 94-jarige vader. ‘Dat knetterde weleens,’ zegt Janke, ‘want ik was eigenwijs en deed het niet op mijn vaders manier. Hij was gewend het schip af te houden of te duwen met haken, en ik deed het op de motor. Dan stond hij eigenlijk voor gek op het voordek. We hadden allebei een dwarse kop. Een keer in de Driewegsluis deed ik het niet naar 38

Janke en Siep trouwden op 15 januari 1965

zijn zin. Ik werd zo kwaad dat ik met mijn vuist naar hem zwaaide en riep: ”Als je mijn man was dan kwam ik naar je toe.” Jaren later kwamen we daar met ons eigen schip en de sluismeester zei tegen Siep: ”Dat is er toch een van Frouke Wijkstra? Ik zou maar oppassen!” Ons eerste eigen vrachtschip was een steilsteven van 27 meter. Het lukte me niet om met dat schip recht door een kanaal te varen en kwam steeds aan lager wal. Ik snapte niet hoe dat kwam, tot Siep het me uitlegde. Ik was op de tjalk gewend met zijzwaarden te varen en daarmee op koers te blijven. Met de steilsteven gingen we altijd schuin door de vaart, daar was niks aan te doen.’ Met hun steeds groter wordende schepen hebben Janke en Siep veel van Amsterdam, Rotterdam of Antwerpen naar Duitsland gevaren. Dat ging niet via de beurs maar via een bevrachter. Janke: ‘Die belden we onderweg of als we aan het lossen waren om een volgende lading. Dat kon van alles zijn; veevoer, kolen, boomstammen of kunstmest. Naar Hamburg, Duisburg, Stuttgart en Hannover, dat vond ik heerlijk! Oldenburg of Bremen, daar vond ik niks aan, ik voer liever op het Mittellandkanaal. Ook in België kwamen we veel, Charleroi, Namen, Luik of Antwerpen, Gent, Mons, maar dat vond ik ook niet zo leuk.’

Telefoneren uit Het Poederdoosje

Janke en Siep kregen vier zonen en een dochter. ‘Onze kinderen hebben allemaal op het internaat gezeten. Als het enigszins kon, probeerden we hen in het weekend aan boord te halen. Zo’n vijfentwintig jaar heb ik heen en weer gereden! Ze reisden per trein naar een punt waar ik ze kon ophalen. Gsm was er nog niet. We belden twee keer per week vanuit cafeetjes. Zo stuurde ik Siep een keer om te bellen naar café Het Poederdoosje. Kwam hij terug: ”Jij bent ook een mooie, om mij naar een hoerentent te sturen.” Over het internaat denken de kinderen verschillend, maar dat was in mijn jeugd ook zo. Ik vond het leuk, maar mijn zus vond het verschrikkelijk! Onze dochter had er veel moeite mee. Onze tweede zoon Frouke vond het ook niet leuk. Maar hij wou ook niet dat wij aan de wal gingen wonen, dus zei hij dapper: ”Dan huil ik niet meer.” Zoon André wou een keer een weekend op het internaat blijven, dat leek hem wel wat. Maar toen bleek dat iedereen wegging, kreeg hij er spijt van.’ Rond 1980 veranderde er veel in de scheepvaart. Voor die tijd hadden de binnenschippers nog geen marifoon. Over hoe dat toen ging in de grote havens vertelt Janke: ‘We haalden meestal veevoer uit de zeeschepen. In de Botlek lagen we dan wel met zo’n vijftien schepen naast elkaar. Je werd voor elf uur ‘s avonds opgeroepen met luidspre-


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 39

Janke en Bert Schurink bij hun scheepje op wielen

Zeeschepen lossen met de Liberté in de Waalhaven in Rotterdam

kers of er kwam een bootje langs om op je schip te kloppen. De hele nacht waren we in de weer om te verhalen, omdat de eerste er dan tussenuit moest. En dat in het donker en soms bij storm!’ Sluis in Hannover

Janke: ‘Ik stond altijd aan het roer en Siep voorop, zoals dat in de binnenvaart heel gebruikelijk was. Ik had nergens angst voor, behalve die ene grote sluis van dertien meter diep in Hannover. Daar stond altijd zo’n rare stroom. Die laatste keer in 2001 wilde ik er ‘s morgens eigenlijk niet door. Ik zei tegen Siep: ”Kunnen we niet nog een schutting wachten?” Hij zei: ”Wat heb jij nou? We kunnen beter meteen gaan, want er komen twee grote schepen aan.” Dus zei ik: ”Nou toe dan maar, dan gaan we erdoor.” Het was zo’n vredige zaterdagmorgen. We zaten aan de koffie, het tweede bakje zouden we na het schutten wel doen. In de sluis stond hij voorop. Ik dacht dat hij de tros ging verzetten, terwijl dat eigenlijk nog niet nodig was. Ik wilde hem roepen, maar op hetzelfde moment lag hij al in het water. Ik ben met de hond naar voren gelopen. Ik dacht: als ik hem niet meteen pak, ben ik hem kwijt. Ik ben direct in het water gesprongen. En hoe ik het heb gedaan weet ik niet, maar ik had Siep vast en het schip ook. Het water was maar vijf graden, maar daar heb ik niets van gevoeld. Siep was

al overleden. Later bleek dat hij een aneurysma, een fatale bloeding, heeft gehad. Een schipper kwam me helpen en de sluis werd stopgezet met de noodknop. Wat er dan allemaal over je heen komt ... Dat was het einde van ons schippersleven. Een maand tevoren was een bekende schipper tijdens het varen overleden en Siep had me gevraagd: ”Als jou dat nou zou overkomen, wat zou je dan doen?” Ik zei: ”Zo gauw mogelijk zien dat ik thuiskwam.” ”Nee, dat bedoel ik niet, ik bedoel, wat zou je met het schip doen?” Ik zei dat ik dat niet wist. Siep dacht erover na en zei: ”Vaar dan niet door, laat het maar slopen.” En zo is het gegaan. Ik heb het schip laten slopen en de tonnenmaat verkocht. Er was toen een saneringsregeling dat een nieuw schip in de vaart kon komen wanneer eenzelfde aantal tonnen werd ingeleverd. Iets dergelijks gold ook voor de pk’s van de motor. Samen met de oud ijzerprijs leverde dat voldoende op. En ik had ons huis in Sneek. Toen dat met Siep gebeurde, was ik net weer negen maanden aan boord. Daarvoor had ik twee jaar met onze dochter Annie in dat huis gewoond, omdat zij niet meer naar het internaat wilde. Onze jongste zoon Johan heeft in die tijd met Siep gevaren.’

Scheepje op wielen

Al haar vier zonen hebben gevaren of varen nog. Oudste zoon Jan heeft altijd in de binnenvaart gezeten en diens zoon vaart inmiddels met zijn vriendin op het schip van haar ouders. Die twee hebben elkaar leren kennen op de zeevaartschool, maar verkozen uiteindelijk de binnenvaart boven de zeevaart. Ook Janke vindt het nog altijd heerlijk om te varen. Bij haar zoon die op een tanker van 110 meter vaart, heeft ze weleens het roer overgenomen. Tot plezier van André: ‘Wat fijn dat ik bij jou nog uit de stuurhut weg kan lopen.’ Na het overlijden van Siep woonde Janke met haar dochter in Sneek en moest aan de wal een nieuw leven opbouwen. Ze vond een baan bij Albert Heijn en werkte daarna enkele jaren in de thuiszorg. Bij haar sollicitatie werd gevraagd welke diploma’s ze had. ‘Nou, een vaarbewijs, een marifoondiploma ... Daar moesten ze wel om lachen. Dat was tien jaar geleden, een goede tijd, ik kon toch zo beginnen.’ Een paar jaar later vond Janke een nieuwe liefde in oud-zeeman Bert Schurink. Al delen ze samen ook de liefde voor het water, ze genieten nu van een ‘scheepje op wielen’. Met hun camper trekken ze naar verre oorden of zoeken een mooi plekje dicht bij huis. Favoriet zijn de camperplekken bij de haventjes in Scandinavië, vroeg in het jaar wanneer het nog rustig is. Van haar vrijheid geniet Janke nog altijd, nu samen met Bert. 39


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 40

Peter Bethlem

Een oud-marineschip bij Het historisch Bedrijfsvaartuig, dat is toch wel een hele vreemde eend tussen alle andere types historische schepen. Zeker als het ook nog eens twee keer zo groot is als het gemiddelde schip binnen de vereniging. Maar het is historisch, marine is ook een bedrijf en uiteraard het is een vaartuig. Zo leek mij het de beste club om lid van te zijn en heb ik mij begin 2012 aangemeld. Informatie over de alsmaar ingewikkelder wordende regelgeving is ook voor mij belangrijk en de vereniging is dan een goede bron om op de hoogte te blijven.

Als er midden jaren dertig van de vorige eeuw steeds meer duikboten komen, geeft de Amerikaanse marine diverse scheepswerven opdracht om een klein wendbaar schip voor opsporing en bestrijding te ontwikkelen en daar prototypes van te bouwen. Deze schepen moeten rond de 400 à 450 ton zijn bij een lengte van 52 meter (173 ft). Uiteindelijk wordt gekozen voor de PC-452 van de DeFoe Boat and Motor Works, Bay City voor wat betreft het casco, en de PC-451 van dezelfde werf voor de (diesel) voortstuwingsinstallatie. PC staat voor Patrol Craft.

PW641 Bron: Prins Willem Zeeverkenners

Geschiedenis van Le Fougueux P641 (PC-1610)

Le Fougueux rond 1960 Foto Marius Bar, Toulon

In 1941 bestelt de Amerikaanse marine bij diverse werven 400 stuks van het gekozen type. Uiteindelijk worden er 361 gebouwd, 319 daarvan zijn daadwerkelijk in dienst gesteld en ingezet tijdens de oorlog. Gemiddeld kost een schip 1,6 miljoen dollar en vergt de bouw 117.000 manuren. Het is een klein en smal schip dat met een slagzij van meer dan 100 graden nog zelfrichtend is. Doordat grote oorlogsschepen meer tot de verbeelding spreken, hebben de kleine PC’s nooit veel aandacht gekregen. Het eerste schip dat sneuvelt, is de PC-1261 tijdens de invasie op de stranden van Normandië. Na de oorlog worden de schepen afgevoerd, in bruikleen gegeven aan andere landen of verkocht voor de sloop of ander gebruik. Greenpeace heeft een aantal jaren de PC-1120 in gebruik gehad. In augustus 1942 draagt de Amerikaanse president Roosevelt een van de schepen, de PC-468, over aan Nederland, waarbij het op zijn voorstel de naam Hr. Ms. Queen Wilhelmina krijgt. Later wordt het achtereenvolgens hernoemd in PO 1, RO 1, HE 1, P 14 en als laatste P 801. In juli 1963 gaat het schip over naar Nigeria als HMNS Ogoja. Het zinkt in oktober 1969. Na 1945 wordt er nog een beperkt

40

aantal PC’s voor of door andere landen gebouwd, hoofdzakelijk voor bewakingstaken. In de jaren vijftig worden er een paar in opdracht van de Amerikaanse marine gebouwd in Frankrijk, onder andere de P641 Le Fougueux (PC-1610), P642 L’Opiniatre (PC-1612), de P643 L’Agile (PC-1611) en zelfs een voor de Duitse marine (PC-1618). De bouw wordt financieel mogelijk gemaakt door het Amerikaanse Marshallhulpplan. Eind jaren vijftig maakt 20th Century Fox de speelfilm You’re in the navy now met een hoofdrol voor de PC-1168. In het verhaal wordt het schip voorzien van een experimentele stoomturbine, die het schip 15 kilometer per uur sneller moet maken. Door gebrek aan ketelwater blijkt de installatie niet te voldoen en kiest men toch maar voor een dieselmotor. Dit verhaal lijkt op dat van de PC-452, die als enige van alle schepen stoomturbines heeft en altijd op stoom is blijven varen. Deze filmbeelden zijn tot op heden de enige bekende bewegende beelden van dit type schip. In Turkije staat een schip op de kant als museum en op een sloperij op Staten Island bij New York liggen er enkele achtergelaten restanten van rompen. Le Fougueux is daarmee de laatste nog varende van allemaal. Steve Ballard heeft tijdens een testduik


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 41

bij Hawaï ter voorbereiding op zijn zoektocht naar de Titanic een PC gefilmd die recht op de zeebodem staat.

gebieden. Verders doet het alleen kustbewaking en visserijinspectie, en enkele uitstapjes naar Afrika, Nederland, Engeland en Noorwegen.

FS Le Fougueux P641 (PC-1610)

FS staat voor ‘French Ship’, zonder majesteitsaanduidingen, omdat Frankrijk een republiek is. Fougueux betekent driftig, vurig of onstuimig. P641 is het registratienummer van de Fransen waar P staat voor patrouille en de 6 het NATOvolgnummer van Frankrijk is. De start van de bouw is in 1953, indienststelling 1955. Het casco is van staal, gelast, de opbouw is geklonken aluminium. Er zijn vier voortstuwingsmotoren (nu nog twee) van elk 650 kW bij 1250 omwentelingen, 14 cilinders in V-opstelling, en direct omkeerbaar. Twee motoren staan op één vertragingskast met hydraulische koppelingen. Twee schroeven van 2,2 meter diameter en een spoed van twee meter zijn goed voor bijna 40 kilometer per uur topsnelheid. Er staan twee 671 GM diesels, gekoppeld aan 110 volt gelijkstroomgeneratoren. De lengte is 53 meter, de breedte 6,5 meter. De diepgang van het casco is circa 2 meter, en de schroef/roerconstructie steekt daar nog 90 centimeter onderuit. De bewapening bestaat uit twee stukken 20 millimeter Oerlikon luchtafweer en twee stukken 40 millimeter Bofors. Op het voorschip een Hedgehog voor het afschieten van kleine contactdieptebommen, midden op het dek vier K-guns voor het afschieten van dieptebommen. Op het achterschip staan twee rekken voor het afrollen van dieptebommen. Voor het opsporen van duikboten is er een ASDIC installatie, een voorloper van de sonar. De bemanning bestaat uit circa 55 man; ieder heeft zijn eigen kooi. Een extra vijftien bemanningsleden kunnen in hangmatten tussen de kooien terecht. Het is wel volle bak met drie kooien boven elkaar in ruimtes met maximaal twaalf kooien. Alleen de commandant heeft een eigen hut. Met totaal 70 ton aan bunkercapaciteit is het een welkome gast bij elk bunkerstation. Als je de bunkers vol zou gooien met de witte diesel, dan krijg je er een pallet handdoeken bij. Begin jaren zestig wordt het schip ingezet op de Middellandse Zee tijdens de Algerijnse oorlog en beschiet daar kust-

In 1975 worden de drie Franse schepen buiten dienst gesteld, ontwapend en in 1977 verkocht voor de sloop. De P643 L’ Agile wordt in Engeland gesloopt en de P642 L’Opiniatre wordt samen met P641 Le Fougueux versleept naar Rotterdam. P642 L’Opiniatre wordt later doorverkocht aan een particulier die er uiteindelijk mee vanuit Beiroet naar Nederland vaart met 15 ton drugs, die hij na dagen voor anker bij de Noord-Hollandse kust dumpt in zee. Ten slotte wordt het in 1980 gesloopt in Amsterdam. Dit verhaal en vergelijkbare acties zijn beschreven in het boek Zwarte Schepen, de kapitein vertelt van Anton Olijhoek. Een klein stukje film van L’Opiniatre bij de sloperij staat op YouTube. In 1978 wordt Le Fougueux het nieuwe clubhuis van de zeeverkenners in Haarlem, en na 1984 zelfs weer varend. Diverse onderdelen zijn door de zeeverkenners in Amsterdam van L’Opiniatre gehaald om Le Fougueux compleet te maken. Na vijftig zeereizen wordt het onderhoud van schip te intensief. Dat past niet in de doelstelling van de zeeverkenners; zij krijgen in 1999 de beschikking over de Nederlandse houten mijnenveger Naaldwijk, en de Fougueux gaat in de verkoop. Ik ben geboren en getogen in Spaarndam, vlakbij Haarlem, en zo was Le Fougueux geen onbekende voor me. Met een roze bril op en zonder besef van het avontuur waar ik me in stort, koop ik het schip in april 2001. De uitbrengreis is tevens de laatste reis van de zeeverkenners. Zo varen we met zestig opvarenden in IJmuiden de sluizen uit, en met 20 kilometer per uur à 150 liter diesel gaat het richting Rotterdam met uiteindelijke bestemming Hendrik-IdoAmbacht. Bij het invaren van de Nieuwe Waterweg in Rotterdam wordt ons nog wel even gevraagd van welke

marine we eigenlijk wel niet zijn ... In het voorjaar van 2002 gaat het schip de helling op om de onderkant schoon te maken en te verven. Hier komt ook nog het nodige staalwerk bij. Na drie weken en 250 kilo verf is ook dat klusje geklaard. In 2005 is de machinekamer gebruikt als decor in de speelfilm Zwartboek van Paul Verhoeven. Vijf uur filmen voor 37 seconden beeld. In 2007 weet ik de hand te leggen op twee oude 40 millimeter Bofors kanonnen. Deze staan al tien jaar bij een handelaar in Engeland in de tuin. Na het doorlopen van de ambtelijke regels kan ik ze pas na een half jaar ophalen en aan dek zetten. Het schip van P&O Ferries is tijdens de oversteek goed beveiligd tegen piraten. Roest bikken en verven, las- en herstelwerk aan luiken en deuren, het vervangen van de reling en de bolders, dat zijn nu de dagelijkse bezigheden. Het gaat niet snel maar wel de goede kant op. De lijst met afgevinkte zaken wordt langzaam groter; helaas neemt de ‘nog te doen’ lijst minder snel af omdat er regelmatig ook wensen bijkomen. Uiteindelijk is het plan, het schip presenteerbaar te maken, open te stellen als nautisch monument, en deel te nemen aan evenementen. Op de website www.fougueux.nl is van alles te zien en te lezen (alleen in het Engels) wat er al gedaan is en wat er nog moet gebeuren

Le Fougueux tijdens de vaart in Dordrecht, 2007 Foto Peter Bethlem

41


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 42

Frans Nuberg

Vreemde eend

Foto’s auteur

De Wuta, afkorting van Wacht Uw Tijd Af, is een waalschokker die ligt in de museumhaven van Leeuwarden. Voorwaar een vreemde eend in de bijt. Hoe dat zo gekomen is? Stilteplek

Gjalt Pilat was op zoek naar een plek waar hij bij tijd en wijle even kon bijkomen van zijn drukke bestaan als meubelmaker en -fabrikant. Een plek zonder personeel, klanten, vertegenwoordigers ... Echt helemaal niets. Gjalt: ‘Het had voor hetzelfde geld een zomerhuisje in Gaasterland kunnen worden. Maar toen ik over mijn voornemens sprak met een goede bekende, tipte hij mij over het bestaan van de Wuta. Hij wist dat deze te koop was. We gingen het scheepje bekijken. Het lag op de Waal bij Bemmel bij Nijmegen. Met een vlieger (een smalle vlet) trokken we ons langs een van de meerlijnen naar het schip. Hoewel ik een leek was op het gebied van schepen heb ik de Wuta ogenblikkelijk gekocht. Typisch een geval van hals-over-kopse liefde en een sprong in het diepe. Zonder keuring en alleen op ons eigen oordeel vertrouwend wat de verkoper betrof, werd ik in 1997 eigenaar van een waalschokker.’ Hoe nu verder

‘Het schip moest naar Twijzel. Daar woon ik en daar zou ik beginnen met de Gjalt in zijn element: aan boord

42

Wuta bij de Bonnema-toren

restauratie. Een waalschokker heeft natuurlijk geen eigen aandrijving dus er moest gesleept worden. De eerste poging was geen succes, slepen valt nog niet mee als je er geen ervaring mee hebt. De sleper deed het trouwens ook voor het eerst. Na een tijdje stuntelen, leek het mij verstandiger om die twintig ton in handen te geven van mensen met meer ervaring. Uiteindelijk ben ik drie jaar bezig geweest met restaureren. Het voelde als een voorrecht om aan zo’n mooi historisch schip te mogen werken. Als meubelmaker kon ik mij uitleven op het houtwerk. Maar ook het staalwerk en de technische installatie waren prachtig om te doen. Ik heb hulp gehad van de jongens van mijn bedrijf en het ijzerwerk is deels uitbesteed. Het grootste deel bestond uit opruimen en uitruimen. In al die jaren was er natuurlijk het nodige verzameld.

Alles wat je tegenkwam had een verhaal. Ik ben een complete verzameling van twintig blikken met bokkepoten tegengekomen, keurig onder de lijnolie, maar waar geen haar meer op zat. Als er niet gevist werd, werd er onderhoud aan het schip gepleegd. Het vlak stond dan ook prachtig in het vet en de olie. De staat van het schip bleek uitzonderlijk goed. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het gebruik. De meeste waalschokkers voeren eigenlijk maar twee keer per jaar. ‘s Winters werden ze in konvooi naar een plek meer stroomopwaarts gesleept, tot in Duitsland toe, om daar te vissen. En in de lente dus weer terug naar Bemmel. Al vanaf het begin was voor mij duidelijk dat ik het schip in de oorspronkelijke staat wilde behouden. Ik wilde er ook niet mee te varen. Alleen liggen, op een rustige plek.’


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 43

Wuta doet soms ook dienst als hotel

1930

‘De Wuta is in 1930 in opdracht van Gijsbert of Gerrit Udo gebouwd op een werf in Leeuwen, voor 4230 gulden. Gijsbert heeft zijn hele werkzame leven op het schip gewoond en gewerkt, met zijn gezin. Dat is, gezien de beperkte ruimte, nauwelijks voor te stellen. Hij kwam eigenlijk zelden van het schip af. De gevangen vis werd vanaf het schip verkocht. Hij sprak een mengeling van Nederlands en Duits. Ik ben dus de tweede eigenaar. Het vistuig is verkocht aan een jonge visser die weer met een waalschokker wilde vissen. De visstand in de rivieren is dusdanig verbeterd dat hij daar brood in zag. Voor de rest ben ik allerlei hulpmiddelen voor het vissen tegengekomen. Ik leg er een verzameling van aan. Niet van alles wat ik tegenkom weet ik de functie. Een stel houtjes aan een touwtje, allemaal verschillend formaat: ik heb geen idee waarvoor dit diende. Zelfs een bijbel was nog aan boord. Ook de hoed en de werkbroek kwam ik tegen, die hebben een apart plekje gekregen. Het was een beetje schatgraven in de geschiedenis van het schip.’ ‘Waarvan ik enorm kan genieten, is het vakmanschap waarmee het schip is gebouwd en onderhouden. Als je hem op de helling ziet liggen, zie je een prachtige romp. Ik krijg vaak goedkeurende opmerkingen van oud-schippersvolk over de vorm van het schip en de

staat waarin het verkeert. Het is voor mij ook duidelijk dat ik er geen motor in bouw of andere aanpassingen ga doen. Het is wat het is en ik bewaar alles zo goed mogelijk. Zo heb ik thuis nog een vlieger liggen, het smalle ijzeren vletje dat erbij hoort. Het is doorgerot op de waterlijn en moet nog gerestaureerd worden. En dan wel zoals het hoort: niet dubbelen, maar de huid vervangen. Waarschijnlijk is dit de laatste waalschokker in deze oorspronkelijke staat. Ik voel dan ook een soort rentmeesterschap met de taak om dit schip zo goed mogelijk te bewaren. En ondertussen komt het prima tegemoet aan mijn wens voor een stilteplek.’

lenden aan boord uit om ze het schip te laten zien. Ik doe ook mee aan alle activiteiten die de museumhaven organiseert en ik heb het idee dat ze nu wel blij met mij zijn. Op dit moment zijn er nog steeds lege plekken, bijvoorbeeld bij de Beursbrug. Daar kunnen wel acht schepen liggen. Omdat ik niet vaar met de Wuta, lig ik bij de vaste betonnen brug, onder het meest opvallende gebouw van Leeuwarden: de Bonnema-toren, ook wel bekend als de Achmea-toren. Ik vind dit een schitterende combinatie: een eigenwijs schip onder een bouwwerk van een eigenwijze architect. Ondanks dat ik hier midden in het centrum van Leeuwarden lig, iets wat je niet gauw voor ogen hebt als je een stilteplek zoekt, is het hier verrassend rustig. Ik ben hier zeker een keer in de maand om in alle rust een beetje te tekenen en te ontwerpen en me terug te trekken uit een behoorlijk hectisch bestaan. In die zin functioneert het prima. Luxe en comfort is er niet. Een gootsteen met koud water en een toilet, dat is alles wat er aan boord is. Water voor de koffie en thee kook ik elektrisch. Wat heeft een mens meer nodig? Een bijkomend voordeel is dat ik gasten die ik voor mijn bedrijf ontvang, het gebruik van de boot aanbied in plaats van een hotel. Dat vinden ze prachtig. Het gebrek aan comfort nemen ze voor lief. Het is een unieke ervaring om te overnachten op zo’n boot in het centrum van Leeuwarden.’

Museumhaven

‘Na wat omzwervingen ben ik met de Wuta in de museumhaven van Leeuwarden terechtgekomen. Dat ging niet zonder slag of stoot, want eerst moest het besef doordringen dat een lege museumhaven niet bevorderlijk is voor het stadsbeeld. De eisen om hier te mogen liggen waren zo hoog, dat er nauwelijks schepen waren om de plekken te vullen. De Wuta is ook geen voor de hand liggende keus, maar het is wel een publiekstrekker. Alle keren dat ik aan boord ben, zie ik mensen stilstaan bij het informatiebord dat op de kant staat. Ze willen wel eens weten wat dat voor opvallend schip is. Vaak nodig ik ook belangstel-

Historie

‘Inmiddels ben ik mij gaan verdiepen in de historie van het schip. Ik ben allerlei oude documenten tegengekomen, artikelen en andere stukken zoals notariële aktes. Het geeft een beeld van het leven van het schip en de mensen die erop gewoond hebben. Is dit de laatste waalschokker in oorspronkelijke staat? Er zijn waalschokkers die verjacht zijn: opbouw eraf en motor erin, en een enkele is onder zeil gebracht. Het zou leuk zijn om met de eigenaren in contact te komen.’ Dit is dan ook deels een oproep namens Gjalt om hem te benaderen: gjalt@pilat.nl. 43


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 44

Boekrecensie George Snijder

Opgelicht door een bokkenboer

Spectaculair transport door twee bokken van Bonn & Mees in de Rotterdamse haven, circa 1910 Foto uit Bonn & Mees Van scheepswerf tot hijsspecialist 125 jaar 1888-2013

Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan heeft de werf Bonn & Mees in Rotterdam een jubileumboek uitgegeven. Tegenwoordig is het een bedrijf voor zware liften met enorme drijvende bokken met als motto ‘Oplichten is ons vak’. Het bedrijf komt echter voort uit een houten scheepswerf, in 1867 gesticht door Jan Smit.

Smit is een van de telgen uit de scheepsbouwerfamilies uit Alblasserdam en Kinderdijk. Hij begint de werf in Katendrecht, toen nog een apart dorp, later door Rotterdam geannexeerd en beroemd (berucht?) door andere activiteiten, zij het ook verband houdend met de scheepvaart. In eerste instantie begint hij met een dok voor scheepsreparatie, later komt daar een werf voor nieuwbouw bij, naast de werf van Rijkee. De zwager van Smit, H.J. Bonn, leidt de werf. Als Smit zich terugtrekt in 1888 neemt hij hem over, samen met Job Mees van de bankiersfamilie Mees en Hope. De ontwikkeling van de werf en het gebied waar de werf zit, loopt parallel met de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Die havenontwikkelingen zijn de reden dat het bedrijf in 1898 moet verhuizen naar Charlois (wegens het graven van de Maashaven) 44

en in 1939 naar de Sluisjesdijk (voor de bouw van de Maastunnel). De bouwlijst (te downloaden op de verenigingswebsite) beslaat de periode 1876 tot 1931 en omvat een merkwaardige mengeling van vaartuigen lopend van gegalvaniseerde kano’s (fascinerend, zeventig kano’s op de bouwlijst, helaas zonder uitleg) tot zeestoomschepen van 7000 ton met alles daartussen zoals kraanpontons, onderlossers, sloepen, vissersschepen, sleepboten, lichters en zelfs een kraak. In 1931 stopt de werf door de crisis in de scheepsbouw na 1928. Het bedrijf gaat zich specialiseren in drijvende bokken. Na de oorlog wordt het groter, zwaarder en hoger met tegenwoordig een drijvende bok (Matador 3) van deze ‘Bokkenboer van Zuid’ die 1800 ton kan tillen. Naast Smit, Bonn en Mees speelt vooral de familie Leenheer een belangrijke rol in het bedrijf, vanaf 1869 tot nu toe, en dat is duidelijk te lezen in de hoofdstukken over de moderne tijd van dit familiebedrijf. De schrijvers hebben met veel enthousiasme in korte tijd een prachtig uitgevoerd boek neergezet. Het gaat zijdelings over ‘ons’ varend erfgoed, maar de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van het bedrijf zijn een voor-

beeld van het ondernemerschap van eind negentiende en begin twintigste eeuw. Het kan model staan voor zoveel werven en werfjes in Nederland, die het daarna in tegenstelling tot Bonn & Mees niet hebben gehaald. Het is goed onderzocht, prettig geschreven en mooi geïllustreerd met relevante gegevens, illustraties, kaarten en achtergrondinformatie. Over de recente geschiedenis is altijd meer te vertellen dan over het verleden door de nog levende getuigen en het fotomateriaal. Toch is er een balans in de hoofdstukken, die elk een logische tijdsperiode beslaan. Vooral de gelegde verbanden met de geschiedenis en de ontwikkeling van de Rotterdamse haven maken het een lezenswaardig boek, zeker voor Rotterdammers. Helaas wordt er te weinig verteld over de gebouwde schepen, zoals de kano’s en klanten. Het verhaal over de drijvende bokken is een bonus voor wie geïnteresseerd is in iets meer dan alleen varend erfgoed maar in de Nederlandse scheepvaart in het algemeen. Leenheer, Jacqueline en Zevenbergen, Cees (2012) Bonn & Mees Van scheepswerf tot hijsspecialist 125 jaar 1888-2013. Rotterdam: Uitgeverij Cooligem 160 pagina’s, gebonden 30,5 x 21,7 cm ISBN 9789491354175, € 29,95


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 45

Post

Evenementen

Zwaardenmoordenaar

Sail Den Helder juni 2013

De nieuwe Veenvaart tussen Erica en Ter Apel (ook wel KWAK genoemd, het Koning Willem-Alexanderkanaal) is op 8 juni 2013 officieel geopend.

De weergoden lieten het een beetje afweten, maar voor wie zich daardoor niet liet afschrikken was er genoeg te zien en te beleven tijdens Sail Den Helder.

Verschillende historische bedrijfsvaartuigen hebben inmiddels het rondje Drenthe ontdekt: Hoogeveense Vaart, Veenvaart, via het Veenpark, Ter Apel, het Stadskanaal dan via Veendam, de Pekela’s of Kiel-Windeweer naar het Winschoterdiep, Groningen, NoordWillemskanaal en Drentse Hoofdvaart. Er zijn beperkingen in hoogte (3,50 meter) en breedte (4,80 meter). Dat laatste geldt voor het openstaande sluisje in het Veenpark (Barger-Compascuum). Dit is nagemeten door een lid van onze vereniging op 4,95 meter. Echter, verschillende passanten hebben daar problemen ondervonden. In het sluisje zit namelijk een betonnen richel op de waterlijn. Bij meerdere schepen is daarop een zwaard opgelopen, opgetild en, aan het einde van de richel, met een klap neergevallen. Dat heeft geresulteerd in een ontzette zwaardlier, gebroken geleidewieltjes van de zwaardkabels, enzovoorts. Wees gewaarschuwd voor deze zwaardenmoordenaar.

Het varend erfgoed vormde een interessant en afwisselend decor voor het publiek dat langsliep op weg naar de grote schepen in de marinehaven. Een grote publiekstrekker was de Götheborg uit Zweden. Deze replica is gebouwd op de exacte maten schaal 1:1 met behulp van authentieke materialen en gereedschappen. In 1745 liep het oorspronkelijke schip na een reis naar China aan de grond en zonk slechts een paar honderd meter van haar thuishaven Göteborg.

George Snijder

Meer informatie Boekje ‘Drenthe rond over het water’, uitgave van de Provincie Drenthe, 2013 Website van de Provincie: www.provincie.drenthe.nl/ onder werpen/verkeer-voertuigen/scheepvaart Website over de Veenvaart: www.veenvaart.nl

Schepen spotten op de dijk

Het was een bijzondere ervaring om zo’n vloot van schepen op het Marsdiep gade te slaan vanaf de dijk in Den Helder. Bij het binnenlopen voor de Sail waren de schepen op de rede voor Texel door het heiige weer nauwelijks te zien. Een voor een doemden ze op uit de mist, als een beeld uit Pirates of the Caribbean. Waarbij het publiek lang moest gissen om welk schip het ging. ‘Die viermaster daar is de Sedov.’ ‘Nee, het is die Spanjaard ...’ Erfgoed groot en klein rond museumhaven Willemsoord

De Götheborg uit Zweden

Aan het eind van het evenement op zondagmiddag werden de grote zeilers op het Marsdiep met een vlaggenceremonie uitgeleide gedaan door een marinefregat. Onder het toeziend oog van de vele liefhebbers op de dijk voeren de schepen naar open zee. Of keerden vanwege de voorspelde harde wind met een boog weer terug naar de haven om betere weersomstandigheden af te wachten. Trudy Boom Foto’s auteur

De scheepsbel uit 2004, het jaar dat de replica Götheborg gereed kwam

Historische schepen in het Veenpark zetten de opening van de nieuwe vaarweg luister bij Foto George Snijder

45


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 46

Actueel

Evenementenkalender

Traditioneel zeilen maken

10 augustus - 24 oktober

21 - 24 oktober

Sinds de officiële opening van de Museumwerf Vreeswijk in 2006 worden hier cursussen in het vervaardigen en repareren van (scheeps)zeilen georganiseerd. Geheel in de traditie van de werf, waar oude (voormalig) zeilende binnenvaartschepen voor onderhoud en reparatie worden gehellingd.

‘Omdat we de wind voor niks hebben’, 40 jaar Strontrace

Bietentocht, derde lustrum

De ambachtelijke zeilmakerij is een uitstervend beroep. Tegenwoordig zijn de zeilen van kunststof, ontworpen op de computer, en komt er geen naald of draad meer aan te pas. Museumwerf Vreeswijk organiseert cursussen, zodat dit aloude ambacht niet verloren gaat. De lessen zijn in eerste instantie bedoeld voor de leden van de verschillende behoudsorganisaties van traditionele schepen, maar ook toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in zeilmaken. Daarbij worden hoofdzakelijk oorspronkelijke materialen gebruikt, zoals katoen, vlas, manilla en hennep. De lessen omvatten het leren zeilnaaien met de hand, het maken van motgaten, touw- en kousleuvers en het aanlijken en repareren van zeilen. Wie deze technieken onder de knie heeft, maakt als sluitstuk van de cursus een zeildoekse gereedschapstas. Voor wie zich verder wil verdiepen in de praktijk van het zeilmakersvak is er een cursus voor gevorderden, waarin onder andere het berekenen en snijden van een zeil aan bod komt. Meer informatie over traditioneel zeilen maken bij Museumwerf Vreeswijk: www.museumwerf.nl en via Theo Leeuwenburgh, 0346 24 12 03 of theoleeuwenburgh@gmail.com Informatie over andere cursussen traditioneel zeilen maken: www.zeilmakerijwoerkum.nl www.zeilenmetdehand.genaaid.nl Zeilmaken in Vreeswijk Foto Trudy Boom

46

Tentoonstelling in het Fries Scheepvaart Museum, Sneek www.friesscheepvaartmuseum.nl

Stichting de Zeeuwse Beurtvaart Info: www.bietentocht.nl 14 november

21 en 22 september

Nationaal Monumentencongres 2013

Midden Delfland Race, Schipluiden

Koepelhal Tilburg www.nationaalmonumentencongres.nl

Stichting Evenementen Midden Delfland Info: gaech@kabelfoon.nl

23 november

27 - 29 september

Presentatie Ko Blok Museumwerf Vreeswijk www.museumwerf.nl

Turfrace Warmond - Vinkeveen v.v.

Stichting Zeilvaart Warmond Info: info@zeilvaartwarmond.nl 3 oktober

Lezing ‘Grind en de historische binnenvaart’

30 november Werkgroependag Het Historisch Bedrijfsvaartuig

Stichting Historische Haven Leiden Info: jarich@gmail.com

Aan boord Terra Nova Locatie nog niet bekend www.lvbhb.nl

10 oktober

25 mei 2014

Leidens Ontzet, Leiden

e

9 Waterconferentie Gouda

Rondje nostalgie

Gouds watergilde www.diegoude.nl

Garmerwolde, Damsterdiep Info: hildadikkema@gmail.com

19 oktober Lezing ‘Vissen tussen de bergen en de zee - de riviervisserij’

Wilt u uw evenement in deze lijst vermeld?

Presentatie Gijs Sepers Museumwerf Vreeswijk www.museumwerf.nl

bokkepoot@lvbhb.nl.

Mail voor de deadline (zie colofon) naar

20 - 23 oktober Blue Peter hardzeildagen

Traditioneel schipperen op de Grevelingen Info: www.bluepeterhardzeildagen.nl 20 - 25 oktober Strontrace, beurtveer en visserijdagen Workum

40-jarig jubileum Info: www.zeilvracht.nl of www.strontraceworkum.nl Strontrace 2012, Klipperaak Maria in de Kolksluis te Spaarndam Foto Peter van den Klinkenberg

Bietentocht 2012 Foto Jaap Littooij


BP211 binnenwerk

26-09-2013

22:37

Pagina 47

Vraag & Aanbod Te koop

Te koop

Twee identieke BREVO 105 keerkoppelingen met vertraging 2:1. De koppelingen hebben opgeslagen gestaan als reserve, maar gaan nu weg door ruimtegebrek. De koppelingen passen achter Kromhout 6LW, 6LS, Deutz 517 et cetera. De koppelingen zijn zonder demperplaat. Ik hoop dat er een verenigingslid gelukkig wordt met deze oude jongens. Gijs Balster: dregboot@gmail.com

Recreatie eiland ca. 1600 m , ca. 22 x 55 meter land, 55 meter waterkant. Geen water en stroom. Gelegen Aalsmeer Oost, vanaf de Ringvaart bereikbaar. Tjalk eventueel ook te koop, € 37.500,-. A.J. Bakker: 06 23 53 10 59

Beschikbaar vanaf oktober: Victron omvormer Atlas 24/1200. Van 24 volt naar 220 volt (kanteelvormig), 1200 watt, ook standby stand, € 180,-. Piet Bijma: 06 55 97 83 10 en 0594 62 20 16 of pietbijma@tele2.nl

Te koop

Te koop

Barkmeijer Tjalk (1913). Afmetingen: 19,83 x 4,38 x 1,10. Compleet getuigd, grootzeil, fok en kluiver aanwezig. Entree naar de woonkamer en open, ruime kombuis. Een slaapkamer met veel kastruimte. Geheel betegelde badkamer met aparte douche en ligbad. In het vooronder 2 kooien, momenteel in gebruik als opslag. Vraagprijs € 110.000,-. Bastiaan van der Eijk: 06 47 13 27 89 of bastiaan@vandereijk.net

Mijn boot staat te koop. Het is een unicum: het best onderhouden varend woonschip van Amsterdam, gelegen op een toplocatie midden in het centrum van de stad. Bouwjaar 1927. Lengte 25 meter. Prijs € 339.000,- mooie prijs voor deze locatie. Kijk op Funda voor meer informatie: http://bit.ly/bootentrepotdok. Dodo van der Straaten: 06 20 60 36 27 of dodo@essentiecoach.nl

2

Te koop

Te koop

Ligplaats in Almere voor varend woonschip van max. 30 meter. Water, steiger, tuin, schuur en alle voorzieningen zijn volledig eigendom en legaal, dus nooit meer huur! Dertig minuten varen van het IJsselmeer (mast strijken). In groene, rustige woonwijk. Henk Dessens: henkdessens@hotmail.com of 06 53 37 79 24

1 - 3 augustus 2014

Jubileumreünie 40 jaar Het Historisch Bedrijfsvaartuig Museumhaven Willemsoord Den Helder Ideeën: 40jaar@lvbhb.nl Wilt u meehelpen? Neem contact op met Auke Boom, 06 53 83 27 04 of vanzee@aukboom.nl

47


48


49


50


De Bruinvisch, varend monument meerdaagse tochten tot 18 en dagtochten tot 24 pe

Inlichtingen & boekingen Voor vrienden, families, collega’s,andere groepen of individueel Tel. (9.00-17.00u), 0517-413242, Tel. (‘s avonds), 0517-433996 mobiel schipper Cees Dekker, 06-20006694 e-mail: info@bruinvisch.com, internet: www.bruinvisch.com

51


Schitterende Lemsteraak, 6 tot 8 slaappl. bj. 1916, afm. 11,92 x 3,85 m. Zeer compleet uitgevoerd zeilschip, mast strijkbaar € 145.000.

52

Skûtsje, j , in goede g cond. charter / prive p 15,70 , x 3,40 m, gerenoveerd in 1991. 8-13 kooien nu € 69.000.

Mooie tjalk j in goede g conditie,, ruime kuip, p, salon met stahoogte,17,10 g , , x 3,47 , m, perfect familieschip, klaar voor vertrek € 95.000.

Massief eiken houten Flevo aak,, naar ontwerp van W. Vos, afm. 18,65 x 4,90 m, ruime salon € 225.000.

Ruim skûtsje, j , voor bewoning, g, recreatie of charter tot 12 ppers. 17,10 , x 3,85 m., refit 1998, stahoogte, in goede conditie € 79.500.

Unieke Wieringer g aak,, in topp conditie,, luxe eiken interieur,, volledig gerestaureerd, 13,70 x 5,00 m 4 tot 6 slaappl. € 245.000.

Hoogaars, g , afm 14,25 , x 4,50 , m,, volledigg gerestaug reerd,, pperfect onderhouden. Varend monument ® Wedstrijdschip € 175.000.

Woodcore Colin Archer. Afm. 11,99 , x 3,20 m Volvo Penta 34 PK, recent gerenoveerd € 48.000.


53


54


55


56



Bokkepoot 211, sept. 2013