Page 1

#18 DECEMBER 2018

MEE MET DE VERLOSKUNDIGE

NIEUW LEVEN

DENIS LACHT WEER

Hartreparatie met eigen cellen

WEEFSELS BESTUDEREN

Dit doet de patholoog


LU M C M AGA Z I N E

begin einde werkdag Er werken meer dan 8000 mensen in het LUMC. We volgen een van hen aan het begin en het einde van de werkdag.

Guus Limburg (57), logistiek medewerker patiëntenvervoer en materialen

Hoe start je de dag?

Meestal ben ik twintig minuten te vroeg op mijn werk. Dan kan ik eerst nog even koffie drinken en de krant lezen. Om tien voor acht kleed ik me om zodat ik precies op tijd klaar sta. Dan heb ik ondertussen de handcomputer aangezet en kan ik de eerste opdracht aanklikken die ik voor mijn rekening neem. Die opdrachten om patiënten te vervoeren verschijnen twintig minuten van tevoren in ons systeem, zodat we mensen op tijd naar hun afspraak kunnen ­brengen.

Hoeveel patiënten vervoer je per dag?

Dat zijn er zo’n dertig per werkdag, voor elke patiënt staat ongeveer een kwartier. Ik haal de patiënten op van de ­verpleegzaal en breng ze naar hun afspraak. Dan breng ik

ze naar de afdeling Radiologie voor een CT- of MRI-scan, of naar de operatiekamer. Dat is elke keer weer anders. En dat doe ik dan twee dagen per week.

En wat doe je de andere dagen?

Ik rijd twee dagen met een LUMC-­busje in de regio, vooral in Leiden. Ik rijd naar verpleeghuizen en ziekenhuizen in de buurt, en dan vervoer ik post en labmaterialen. En één dag in de week vervoer ik spoedmateriaal binnen het LUMC. Dan rijd ik op een ­stepje door het ziekenhuis en breng bijvoorbeeld bloed naar het laboratorium voor ­onderzoek. Maar patiënten vervoeren is het leukst. Ik heb altijd de mooiste gesprekken met mensen.

Lees op pagina 35 hoe Guus’ werkdag verliep

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

2


Inhoud BEGIN VAN GUUS’ WERKDAG 2

VET TE PECH

Guus vervoert patiënten van en naar de operatiekamer LUMC-NIEUWS 4

14

NIEUWE DAG, NIEUW LEVEN 6 Mee met de verloskundige INFOGR AFISCH 12

Jaaroverzicht 2018

INTERVIEW JANNEKE VERVELDE 14 Over orgaandonatie en de nabestaanden DE KENNISMAKING 17 IN BEELD 18

Centrale Bloedafname HARTREPAR ATIE MET EIGEN CELLEN 20 ‘Dit is uniek in de wereld’ OP AFSPR A AK 25

DE PATHOLOOG 26 De dokter achter de schermen

3

FOTO: MARC DE HA AN

L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

26

BEDANKT 29

HOE WORD JE CHIRURG? 30 Leren opereren doe je zo UIT DE KUNST 33 KORT NIEUWS EN AGENDA 34 EINDE VAN GUUS’ WERKDAG 35

‘De meeste mensen hebben wel zin in een praatje’ LUMC JUNIOR 36

A

ls het op gezondheid aankomt is het niet eerlijk verdeeld. Neem mijn vriendin Monique. Zij is drager van het BRCA-gen en heeft daardoor een fors grotere kans op borstkanker. Preventief liet ze haar borsten verwijderen. (Dat type ik nu even in één zin, maar hoe heftig is dit?) Alsof dat niet genoeg was, kreeg ze een paar weken terug de diagnose dat ze ook drager is van een gen dat haar hartspier kan aantasten. Haar vader en andere familieleden overleden aan een hartkwaal. Wat een klap. Naast de angst om zelf ziek te worden, dacht Monique natuurlijk meteen aan haar kinderen. Hoe leg je hun straks deze dubbele pech uit? Een week later interviewde ik Wendy en Tom voor onze rubriek De kennismaking. Wendy heeft het Lynch-syndroom, een erfelijke ziekte die de kans op darm- en baarmoederkanker verhoogt. LUMC-onderzoeker Tom speurt naar genen die het veroorzaken. Bevlogen vertelt hij over zijn onderzoek en schetst daarbij ook hoe snel de ontwikkelingen gaan. Dat geeft hoop! En wat ook hoop geeft, is de zogeheten regeneratieve geneeskunde. Want hoe mooi is het wanneer je – even simpel gezegd – je organen kunt repareren met behulp van je eigen stamcellen? LUMC-onderzoekers werken momenteel hard aan de meest supersonische oplossingen. In sommige gevallen genezen we er al patiënten mee. Zo zet het team van cardioloog Douwe Atsma stamcellen van de patiënt in om diens hart te repareren. We spraken twee patiënten die weer een toekomst hebben (vanaf pagina 20). En daarnaast staat dit magazine bol van de mooie verhalen. Want wat is kerst zonder een kerstkindje? We liepen een dagje mee met de verloskundige en dat leverde een prachtige reportage op (vanaf pagina 6). En de pech van mijn vriendin? Al het baanbrekende onderzoek dat op dit moment in het LUMC plaatsvindt, geeft mij hoop. Wie weet kunnen we in de toekomst die pech omzetten in nieuw levensgeluk. Veel leesplezier! ll Christi Waanders, redactie

6

Uw reacties en suggesties voor komende edities van LUMC Magazine zijn zeer welkom op redactie@lumc.nl


4

LU M C M AGA Z I N E

Nieuws VRAAGJE AAN

Erkenning en 1,5 miljoen euro voor Leidse reumaonderzoekers

Susanne Alkemade

D

rie onderzoeksgroepen van het LUMC zijn gezamenlijk op het spoor van het genezen van reumatoïde artritis. Om dit mogelijk te maken, stelt ReumaNederland de komende vijf jaar 1,5 miljoen euro beschikbaar voor deze drie onderzoeksgroepen, die tevens worden ­erkend als Research Centre of ­Excellence. In het onderzoek naar en de behandeling van ontstekingsreuma is de

HOOFD ZORGDECL AR ATIES

WORDT MIJN ZORG IN HET LUMC ALTIJD VERGOED?

“D

Lees meer in de LUMCnieuwsbrief Ontvang ook elke twee weken het meest actuele nieuws van het LUMC in uw mailbox! Abonneer u via www.lumc.nl/ nieuwsbrief

FOTO: DICK DE JAGER

e kosten voor een onderzoek of behandeling worden meestal vergoed vanuit het basispakket. Voorwaarde voor vergoeding is dat je beschikt over een geldige verwijzing van je huisarts of een medisch specialist. Voor zorg uit het basispakket wordt wel je eigen risico van 385 euro aangesproken. Het LUMC sluit met alle zorgverzekeraars contracten af, maar niet voor goedkope basisverzekeringen. Zo’n budgetpolis is verleidelijk, want je betaalt maandelijks minder verzekeringskosten. Als je een budgetpolis hebt, is het verstandig vooraf te controleren bij welke zorginstelling je benodigde zorg wordt vergoed. Als je met een budgetpolis toch wordt behandeld bij het LUMC, dan betaal je een aanzienlijk deel van de zorgkosten zelf. Je kunt in dat geval beter naar een ziekenhuis gaan waarmee je zorgverzekeraar wel een contract heeft afgesloten. Dit geldt niet voor spoedeisende zorg, die wordt altijd volledig vergoed. Naast je eigen risico moet je rekening houden met een eventuele eigen bijdrage in de zorgkosten en met de dekking van een aanvullende verzekering. Lees daarom altijd goed de polisvoorwaarden van je verzekering door. Zorgverzekeraars zijn verplicht om goede informatie te verstrekken op hun website. Ook zijn er diverse websites waar je zorgverzekeringen kunt vergelijken.” www.lumc.nl/zorgkosten.

afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt, maar reuma is nog steeds niet te genezen. Bestaande behandelingen onderdrukken slechts een deel van de symptomen en hebben nauwelijks effect op klachten als extreme vermoeidheid en pijn. LUMConderzoekers werken hard aan een methode om het afweersysteem te resetten, waardoor de ontstekingen ophouden en schade aan gewrichten kan worden voorkomen.

HERKEN EEN DELIER OP TIJD

P

atiënten kunnen tijdens een ziekenhuisopname een delier krijgen. Ze raken dan erg in de war. Voor verpleegkundigen en artsen is een delier soms lastig te herkennen o ­ mdat zij de patiënt nog niet zo goed kennen. En het is juist belangrijk om een delier vroegtijdig te herkennen. Wanneer je er op tijd bij bent, kun je met preventieve maatregelen veel ellende voorkomen.

Daarom houden LUMC-verpleegkundigen ­tijdens hun dienst een speciale DOS-score bij, een Delier Observatie Schaal. Maar ook uw hulp is belangrijk. U kent uw dierbare uiteraard het best. Laat het de verpleegkundige of arts weten wanneer u veranderingen in gedrag ­bemerkt.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Afspraak? Meld u aan via de aanmeldzuil!

H

eeft u een afspraak in het LUMC? Dan kunt u zich nu snel en eenvoudig aanmelden via een aanmeldzuil. Iedereen die een afspraak heeft op een polikliniek, de Centrale Bloedafname of bij Radiologie kan

SCHIMMELNAGELS

zich aanmelden via deze zuilen. U vindt ze naast de roltrap in de centrale hal of bij de achteringangen van het LUMC. Het voordeel is dat u minder lang hoeft te wachten voor de balie van de afdeling en dat u

precies ziet wanneer u aan de beurt bent. En wanneer u meerdere afspraken heeft, ­bekijkt de aanmeldzuil welke volgorde van afspraken voor u het handigst is. Zo bespaart u (wacht)tijd.

5X

DUURZA AMHEID IN HET LUMC

36%

van het afval wordt gerecycled

96%

K

un je schimmelnagels effectief behandelen met een nagellak? Dat gaan LUMC-onderzoekers de komende tijd uitzoeken met financiering van het Fonds Alledaagse Ziekten. Veel Nederlanders krijgen in hun leven te maken met schimmelnagels. De behandeling hiervan is niet eenvoudig. Eigenlijk zijn alleen antischimmeltabletten bewezen werkzaam, maar die moet je drie maanden gebruiken en ze kunnen leverschade veroorzaken. Op televisie en in tijdschriften zie je regelmatig reclame voor nagellak als antischimmelmiddel, maar er is geen goed bewijs dat dit werkt. In dit nieuwe LUMC-onderzoek krijgen 90 mensen met een schimmelnagel een van de twee nagellakken met een antischimmelmiddel of een placebo. Gedurende zes maanden kijken de onderzoekers naar de genezing en bijwerkingen. Zowel onderzoekers als patiĂŤnten weten niet welk middel ze krijgen

van het bouwafval wordt gerecycled In het LUMC hangen al

4400

ledlampen

47%

van de LUMC-medewerkers komt op de fiets

22%

kiest voor het ov

5


6

LU M C M AGA Z I N E

NIEUWE DAG, NIEUW LEVEN mee met de verloskundige


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

7

In GeboorteHuis Leiden draait het elke dag weer om nieuw leven. LUMC Magazine mocht een dag meelopen met verloskundige Isabelle Grillis. “Iedere geboorte blijft magisch.” TEK S T: JULIE DE GR A AF > FOTO’S: JOS JE DEEKENS

07:45

ZEVENDE VERDIEPING

Isabelle komt het LUMC binnen en loopt meteen door naar GeboorteHuis Leiden op de zevende verdieping. Eerst praat ze kort bij met het team van de nachtdienst om te horen welke vrouwen er aan het bevallen zijn. Het team van vandaag bestaat uit twee klinisch verloskundigen, een gynaecoloog en de verpleegkundigen. “We verdelen onze aanwezigheid over de vrouwen die aan het bevallen zijn, zodat zij zoveel mogelijk dezelfde gezichten zien,” vertelt Isabelle.

08:00

PUZZEL

‘We zorgen De dag begint met een grote overdracht ervoor dat de met de gynaecologen en verloskundivrouwen die aan het gen, de gynaecologen-in-opleiding, de bevallen zijn zoveel co-assistenten en de verloskundigenmogelijk dezelfde in-opleiding. “We bespreken alle gezichten zien’ bevallingen en opnames van de afgelopen dienst,” zegt Isabelle. “Ook is er iedere dag een kort onderwijsmoment waarbij een arts-in-opleiding of onderzoeker een presentatie geeft.” Na de overdracht haalt Isabelle een kop koffie en loopt ze door naar de volgende bespreking. Dit keer met de neonatale intensive care unit, de NICU; de afdeling naast GeboorteHuis Leiden waar te vroeg geboren baby’s en zieke pasgeborenen liggen die intensieve zorg nodig hebben. Isabelle: “Dit overleg is altijd een soort puzzel. Denken wij vandaag plek nodig te hebben bij de NICU, is er bijvoorbeeld een vrouw die te vroeg dreigt te gaan bevallen?” Het plan dat tijdens dit overleg wordt gemaakt, kan zomaar weer veranderen, weet Isabelle. “Eén telefoontje van een bevallende vrouw en alles wordt anders.”

09:30

SPOEDKEIZERSNEDE

Isabelle wordt gebeld door de kraamverpleegkundige. Of ze tijd heeft voor een nacontrole bij een vrouw die een spoedkeizersnede heeft gehad en wiens kindje opgenomen ligt bij de NICU. Na de controle vertelt Isabelle: “Ik heb vooral gevraagd hoe het met haar ging. Ze zit in een emotionele achtbaan, maar is ook aan het herstellen van een keizersnede. Samen met de NICU en maatschappelijk werk zorgen we ervoor dat niet alleen het kindje, maar ook de moeder begeleid wordt.” Naast de geboortekamers, waar vrouwen voor, tijdens en na hun bevalling liggen, heeft GeboorteHuis Leiden een polikliniek waar zwangere vrouwen terecht kunnen voor reguliere controles. Isabelle heeft vandaag officieel ‘bevallingendienst’, maar springt waar nodig bij voor kraam- en spoedcontroles.

>


8

LU M C M AGA Z I N E

‘Ik ben me er altijd van bewust dat we een van de belangrijkste gebeurtenissen uit iemands leven meemaken’

11:00

OPWEKKEN BEVALLING

Op een van de geboortekamers wordt de hoogzwangere Eveline ingeleid. “Dat betekent dat we het begin van de bevalling opwekken,” vertelt Isabelle. Zij doet een uitwendig onderzoek: “Je buik voelt heel relaxed. Kun je even diep inademen? ... Ja, de baby is diep ingedaald en ligt er goed voor.” Met een band om Eveline’s buik wordt de hartslag van de baby en eventuele weeënactiviteit gemeten. Verpleegkundige Jelka neemt ondertussen Evelines bloeddruk op. “Alles is in orde,” constateert Isabelle. “Zo meteen zullen we je vliezen doorprikken en zal de bevalling waarschijnlijk beginnen.” In de uren die volgen, zal steeds een verpleegkundige of de verloskundige bij Eveline binnenlopen om te kijken hoe het gaat. Isabelle: “Als ze er behoefte aan heeft, ondersteunen we haar bij het opvangen van de weeën. En vanaf het persen zijn we sowieso aanwezig om de geboorte te begeleiden.”

11:15

PERSOONLIJK

Voor de ouders is de geboorte van een baby natuurlijk enorm bijzonder, maar hoe is dat voor iemand die dagelijks bevallingen meemaakt? “Iedere geboorte blijft magisch,” vertelt Isabelle enthousiast, terwijl ze een kop thee pakt. “Ik ben me er altijd van bewust dat we een van de belangrijkste gebeurtenissen uit iemands leven meemaken. Daarom begeleiden we bevallende vrouwen zo persoonlijk mogelijk. Van te voren vragen we ‘Het enige hen een bevalplan te maken, zodat dat vaststaat in iedereen hier op de hoogte is van hun mijn vak, is de wensen. Je mag vanwege veiligheidsonregelmatigheid’ redenen geen kaarsjes branden, maar verder is alles mogelijk” Wie een rondje door het GeboorteHuis loopt, ziet meteen wat Isabelle bedoelt: je kan in elke kamer je lievelingsmuziek luisteren en er is een speciaal bevalbad. Ook zijn er massagedouches, en in een voorraadkast ligt een dozijn opgeblazen skippyballen klaar - voor wie haar weeën het liefst op een bal opvangt. Iedere kamer is bovendien uitgerust met een bedbank waar de partner kan blijven slapen.

11:20

NOODOPROEP

“BIEP! BIEP!” Isabelle’s telefoon gaat keihard af. Ze springt op: “Dit is een noodoproep!” En weg is ze.

11:25

VALS ALARM

“Vals alarm, mevrouw had op het verkeerde knopje gedrukt.”


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

9

13:30

VOLLEDIGE ­O NTSLUITING

12:00

STAND VAN ZAKEN

Kort overleg met de gynaecoloog, de andere verloskundige en de verpleegkundige die vandaag verantwoordelijk is voor de planning en logistiek op de geboortekamers. Ze bespreken hoe het ervoor staat met de lopende bevallingen en de vrouwen die ingeleid worden. Zoals verwacht is de bevalling van Eveline na het breken van de vliezen meteen op gang gekomen. Ook in een van de andere kamers is een bevalling gaande.

Eveline, de vrouw die vanochtend is ingeleid, heeft bijna volledige ontsluiting. Over niet al te lange tijd kan ze beginnen met persen.

13:10

PAUZE

Isabelle en Hendrika, de tweede klinisch verloskundigen van dienst, eten snel een yoghurtje. “We hebben geen geplande pauzes,” vertelt Isabelle. “Het liefst eet ik in de buurt van de schermen waarop we de weeënactiviteit en de hartslag van de baby’s monitoren, zodat ik in de buurt ben mocht het nodig zijn.” Isabelle is al 21 jaar verloskundige, waarvan 15 in het LUMC. Ze draait dag-, avond- of nachtdiensten, iedere keer met een ander team. En dan verloopt ook nog iedere bevalling anders. “Het enige dat vaststaat in mijn vak, is de onregelmatigheid.”

>


10

LU M C M AGA Z I N E

14:30

NAAR HUIS

Tijd voor een ontslaggesprek. De familie van Egmond heeft vannacht tweeling Florine en Floris gekregen, hun derde en vierde kindje. Moeder en kinderen maken het goed, en na dit gesprek met Isabelle mogen ze naar huis. Isabelle feliciteert hen, vraagt hoe moeder zich voelt, geeft uitleg en praktische adviezen. “Vooral rustig aan doen hè? Ik weet dat het makkelijker gezegd is dan gedaan, maar je moet ook voor jezelf zorgen. En natuurlijk heel veel geluk!”

15:35

REFLEXEN TESTEN

Eerder vandaag is baby Maartje geboren. Ze heeft het eerste uur na haar geboorte bij haar moeder op de borst gelegen, en nu is het tijd voor een standaardcontrole. Isabelle pakt Maartje aan en kijkt haar van top tot teen na. Ze tilt Maartje op en laat de trotse ouders zien in welke houding ze vanochtend nog in de buik heeft gezeten. Daarna is het tijd om haar reflexen te testen. Isabelle zet Maartjes voetjes neer op de commode en na een korte pauze zet het pasgeboren baby’tje zowaar een paar stapjes. “Deze reflex hebben alle baby’s als ze net geboren zijn,” legt Isabelle uit. “Mooi hè?” Maartje is helemaal in orde en haar vader mag haar de eerste kleertjes aantrekken.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

GEBOORTEHUIS LEIDEN

‘Ik heb het mooiste beroep van de wereld’

15:45

BESCHUIT MET MUISJES

Isabelle loopt door naar de kamer van Eveline. Na het inleiden is het snel en voorspoedig gegaan: baby Max komt gezond en wel op de wereld. Een verpleegkundige komt beschuit met muisjes brengen en Isabelle feliciteert de ouders. Als ze de kamer uitloopt, zegt ze: “Ik heb het mooiste beroep van de wereld. Het proces dat plaatsvindt in het lichaam tijdens een zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode is zo bijzonder. In principe begeleiden wij een

gezond proces van het lichaam, maar het kan zomaar medisch worden en dan moeten we ingrijpen. Wat dat betreft zijn verloskundigen misschien wel adrenaline-junkies: tijdens een bevalling staan we altijd op scherp. Daarnaast hebben we ook veel persoonlijk contact met zwangere en pasbevallen vrouwen. Het is de combinatie van het menselijke en het medische dat mijn vak zo interessant maakt.”

GeboorteHuis Leiden bestrijkt twee vloeren op de zevende verdieping van het LUMC en is ingericht op zwangeren en bevallende vrouwen die tijdens en na hun bevalling zorg nodig hebben. De vernieuwde NICU (de Neonatale Intensive Care Unit) ligt er direct naast; hier liggen pasgeborenen die intensieve zorg nodig hebben. In GeboorteHuis Leiden komen vrouwen die om medische redenen in het ziekenhuis bevallen. Ook bevallen er vrouwen onder begeleiding van hun eigen (eerstelijns) verloskundige en kraamverzorgende. GeboorteHuis Leiden werkt dan ook nauw samen met 10 verloskundigenpraktijken in de regio Leiden. Per jaar worden er bijna 3000 baby’s geboren, waaronder 100 tweelingen.

16:30

OVERDRACHT

16:20

OEFENPOP

Isabelle geeft ook onderwijs aan co-assistenten en verloskundigen-in-opleiding. Vlak voordat haar dienst voorbij is, neemt ze met co-assistent Masih een van de bevallingen van vandaag nog eens door. Ze oefenen het aanpakken van de baby met een speciaal daarvoor gemaakte oefenpop. Of, nou ja, met het onderste deel van een oefenpop om precies te zijn.

De dienst eindigde zoals hij begon: met een overdracht en dan nu met het team dat de avonddienst draait.

17:00

NETFLIX

En dan zit Isabelles dienst erop. Tijd om naar huis te gaan. Even iets anders dan bevallende vrouwen. Alhoewel… “Ik kijk graag ‘Call the Midwife’ op Netflix. Een serie over een groep verloskundigen in het Engeland van de jaren ‘50. Leuk om te zien hoe mijn beroep geportretteerd wordt, en ook gewoon lekker om bij te ontspannen.”

11


12

LU M C M AGA Z I N E

Jaaroverzicht 2018 Voor het LUMC was 2018 een jaar van wetenschappelijke doorbraken en bijzondere momenten. We zetten de meest opvallende gebeurtenissen van het afgelopen jaar op een rijtje. Meer weten? Scan dan de bijbehorende QR-code. IN FO G R A PHIC EN G EL EN & D E V RIN D

JANUARI

MA ART

Grote subsidie voor kankeronderzoek

Mini-orgaantjes

Acht onderzoeksvoorstellen werden door KWF Kankerbestrijding beloond met ruim zes miljoen euro aan subsidie. Zo kan professor Sjaak Neefjes onderzoek doen naar een behandeloptie voor uitbehandelde patiënten met acute myeloide leukemie. En oncologisch-chirurg Alexander Vahrmeijer kan onderzoek doen naar het opsporen van

Hoogleraar Eelco de Koning is er met zijn team in geslaagd om insulineproducerende mini-orgaantjes te kweken uit menselijk alvleesklierweefsel. Dit is weer een stap naar het uiteindelijke doel om grote groepen patiënten met diabetes type 1 van hun diabetes af te helpen.

endeldarmkanker tijdens een operatie.

SEPTEMBER

JUNI

Zilver voor duurzaamheid

Modern laboratorium

Dankzij groene initiatieven zoals afvalscheiding, biologisch eten in het LUMC-restaurant en een nieuw energiezuinig laboratorium heeft het LUMC het zilveren certificaat van de Milieuthermometer Zorg ontvangen.

Je ziet er niks van als je door de gangen loopt, maar sinds kort zoeven buisjes bloed in het LUMC automatisch door een buizenstelsel in het plafond. Ze zijn onderweg van de bloedafname naar een modern gerobotiseerd lab waar ze razendsnel worden verwerkt tot een uitslag die terug naar de arts kan.

OKTOBER

NOVEMBER

Gedenkmonument

Nieuwe cao

Jaarlijks doneren zo’n 70 mensen hun lichaam voor wetenschappelijk onderzoek aan het LUMC. Speciaal voor lichaamsdonoren en hun nabestaanden is door burgemeester Henri Lenferink en professor Pancras Hogendoorn (decaan LUMC) een gedenkmonument onthuld op de begraafplaats Groenesteeg in Leiden.

Medewerkers van de academische ziekenhuizen, waaronder het LUMC, hebben na een flinke onderhandelperiode een nieuwe cao. Naast loonsverhoging komen er maatregelen voor generatiebeleid en werkdrukvermindering.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

MA ART

APRIL

National eHealth Living Lab

Fluorescentie

De Leidse burgemeester Henri Lenferink opende het Nationaal eHealth Living Lab (NeLL), waarmee het LUMC alle landelijke eHealth-initiatieven wil samenbrengen. Zorgconsumenten worden door NeLL direct betrokken bij het testen van toepassing als zorgapps of slimme (zorg)instrumenten.

Een team van de afdelingen Thoraxchirurgie en Heelkunde verwijderde een longtumor, die ze opspoorden met fluorescentie. Deze techniek is voor het eerst in Europa toegepast bij een patiënt met een longtumor.

JUNI

MEI

Vijftig jaar stamceltransplantatie

Hoogleraar Bussemaker

Vijftig jaar geleden onderging het eerste kind in Europa een succesvolle stamceltransplantatie in het LUMC. Dat werd gevierd met een symposium en een speciale familiedag, waarvoor (oud)patiënten en hun directe familie waren uitgenodigd.

Jet Bussemaker, voormalig minister van OCW, is benoemd tot hoogleraar aan het LUMC en de Universiteit Leiden. Ze gaat onderzoeken hoe nieuwe inzichten uit de medische wetenschappen en de bestuurskunde van meerwaarde kunnen zijn voor de volksgezondheid, de samenleving en het maken van toekomstig beleid.

NOVEMBER

NOVEMBER

Topopleiding

mijnLUMC

De bachelor Biomedische Wetenschappen behoort volgens de Keuzegids 2019 tot de beste opleidingen van Nederland. Studenten waarderen deze opleiding ook als de beste van de Universiteit Leiden. Biomedische wetenschappen leidt studenten op tot onderzoekers die de herkomst en werking van ziektes proberen te ontrafelen.

Het LUMC Patiëntportaal is volledig vernieuwd en heet tegenwoordig mijnLUMC. Met mijnLUMC kunt u uw medische gegevens bekijken, de conclusies van uw laatste polibezoek nalezen of direct vragen stellen aan uw behandelaar. Snel en veilig.

13


14

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

15

In gesprek met Janneke Vervelde

‘JE KUNT ECHT IETS BETEKENEN’ Orgaandonatie redt levens, ook in het LUMC. Janneke Vervelde is een van de vier transplantatiecoördinatoren die hier orgaandonatie begeleidt. “Transplantatie staat al op de kaart. Ik vind het mooi om nu ook de donatiekant aandacht te geven.” TEK S T: CL AIRE PEEL S > FOTO’S: EELK JE COLM JON

Wat doet een transplantatiecoördinator? Eigenlijk klopt de naam niet. We houden ons bezig met orgaandonatie, niet met orgaantransplantatie. We staan wel in contact met de professionals aan de transplantatiekant, maar ik werk voor de nabestaanden, aan de ­donorzijde.

Hoe ziet jouw baan eruit? Per week heb ik twee of drie vierentwintiguursdiensten. Dan ben ik bereikbaar voor Eurotransplant, intensivecareartsen en de Nederlandse Transplantatie Stichting. Zij kunnen bellen om een donatieprocedure op te starten. Er is dan al gesproken met de nabestaanden van de donor. Een van de belangrijkste taken van een transplantatiecoördinator is dat nabestaanden goede uitleg krijgen en ondersteund worden in alles wat zij op dat moment meemaken. Om te kijken of een donor geschikt is, doen we (bloed)onderzoeken en maken we röntgenfoto’s en echo’s.

Hoe gaat het verder als de donor geschikt is? Ik stuur dan alle informatie naar Eurotransplant, de organisatie die de wachtlijsten voor organen beheert. Zij zoeken de beste matches voor de organen. Dan volgt de uitname-operatie. De te transplanteren organen worden door een speciaal team uit het lichaam van de donor gehaald. De transplantatiecoördinator heeft een grote rol in de organisatie en uitvoer van de operatie. Ook spoelen

we de organen schoon en verpakken en versturen ze naar de verschillende ziekenhuizen waar de ontvangers liggen. Ik vind het mooie van deze fase dat je organen overal heen ziet gaan.

Heb je daarna nog contact met de nabestaanden van de donor? Na zes tot acht weken nemen we contact op. We vertellen of de transplantaties geslaagd zijn en vragen hoe ze alles ervaren hebben. Meestal krijgen we positieve geluiden, maar soms hoor je dat er toch iets was, bijvoorbeeld in de manier van bejegenen. We leren daarvan en evalueren dat met de betrokkenen. En ander aspect van mijn vak is onderwijs. Naast het begeleiden van transplantatieprocedures geef ik veel les aan Intensive Care (IC)-personeel in ziekenhuizen.

Welk onderdeel van je werk vind je het boeiendst? De periode waarin de organen naar de ontvangers gaan, vind ik het meest interessant. Het is soms ingewikkeld om keuzes te maken die door iedereen gedragen worden. Je spreekt met de familie, hebt te maken met de wetgeving, het medische stuk, ethiek. Soms kom je achter belangrijke informatie door goed door te vragen en kan de procedure niet doorgaan omdat er te veel risico’s zijn. Of de procedure wordt wel opgestart maar de donor verslechtert, waardoor je moet besluiten het proces af te breken. Ik vind het heel waardevol om dit in goede banen te leiden.

Hoe ben jij in het LUMC terecht gekomen? Vroeger was ik verpleegkundige op de IC. In 2005 werd ik transplantatiecoördinator in het Amsterdam Medisch Centrum. Dat waren hele drukke jaren, met veel dienst en lange dagen. Ik maakte af waar ik aan begonnen was en dat kon soms wel 36 uur duren. Na vijf jaar vond ik dat genoeg en heb ik een tijd met nierpatiënten en hun donoren gewerkt. Toch miste ik het werken op de IC, het stuk onregelmatigheid, het op pad zijn en in verschillende ziekenhuizen komen. Daarom ben ik zes jaar geleden begon> nen als trans­plantatiecoördinator in het LUMC.


16

LU M C M AGA Z I N E

JANNEKE VERVELDE

Je ziet families tijdens een van de heftigste periodes van hun leven. Wat doet dat met je? Nabestaanden moeten heel wat doorstaan, en met een transplantatieprocedure vraag je wat extra’s van mensen. Maar misschien hebben nabestaanden er wel iets aan als de organen van hun dierbare anderen helpen. Het zijn de verhalen erachter en het verdriet van mensen die impact hebben. Maar toch kan ik dat ook altijd weer afsluiten. Is het niet na de donatieprocedure, dan wel na zes tot acht weken wanneer we weer contact hebben met de nabestaanden.

Hoe ga je om met moeilijke situaties? Soms komt het dichtbij, bijvoorbeeld wanneer er jonge kinderen bij betrokken zijn. In zo’n geval probeer ik me niet te veel te identificeren met de donor of de nabestaanden. Dat is moeilijk omdat ik toch ook meeleef met de betrokkenen. Verder kan ik me goed afreageren door te sporten. Ook schrijf ik veel situaties uit om er met elkaar van te kunnen leren. We hebben een bevlogen team en praten met elkaar over ons vak.

Waarom past deze baan goed bij jou? Ik heb altijd graag zelfstandig willen werken. Vroeger wilde ik verloskundige worden. Dan sta je aan de andere kant van het leven, dat had ik ook leuk gevonden. Deze baan is afgebakend. Je hebt bepaalde kennis en ervaring, maar als het nodig is, kun je terugvallen op mensen in je organisatie. Ik vind het ook mooi dat je in contact bent met mensen in een intensieve fase van hun leven.

Welke eigenschappen heb je nodig? Flexibiliteit, je moet het niet erg vinden dat alles anders loopt dan je van tevoren had bedacht. Daarnaast moet je zaken heel goed van elkaar kunnen onderscheiden en

‘Ik werk voor de nabestaanden’

• Geboren in 1968 in Dubbeldam ­ (Zuid-Holland) • Woont in Heiloo • Studeerde Verpleegkunde A en diverse specialisaties • Is getrouwd en heeft twee kinderen • Ontspant door buiten te sporten en te wandelen. Houdt van lezen en koken

besluiten kunnen nemen. In de beslissingen die je neemt moet je dan weer níét flexibel zijn. Andere essentiële eigenschappen zijn doorzettings- en empathisch vermogen. En je moet een beetje luchtig kunnen zijn; dingen serieus kunnen nemen maar ook wat gevoel voor humor hebben. Wij zijn geen ‘zware’ mensen.

Het vak is volop in ontwikkeling. Wat staat er op stapel? In oktober hebben we samen met het Erasmus MC voor het eerst een levertransplantatie uitgevoerd met een nieuwe methode: normotherme regionale perfusie, kortgezegd NRP. Hierbij worden organen als de alvleesklier en de lever aangesloten op een circulatiesysteem. Dat systeem pompt zuurstofrijk bloed op lichaamstemperatuur door de bloedvaten in de buikholte. Organen die eerst niet in aanmerking kwamen voor transplantatie, kunnen dankzij deze techniek soms tóch getransplanteerd worden. Ik denk dat deze perfusietechnieken de toekomst zijn.

Wat is je toekomstdroom voor het vak? Ik zou ons vak meer willen professionaliseren. Nu gebeurt heel veel on the job. Ik zou het prettig vinden als nieuwe transplantatiecoördinatoren in twee jaar verder worden opgeleid. Het is een mooi en afwissend beroep in een klein vakgebied, waarin je echt iets kunt betekenen voor zowel de nabestaanden als voor het ziekenhuis en de collega’s. ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

17

De kennismaking

‘Het geeft rust om goed gevolgd te worden’

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO: RITA VAN DE POEL

In het LUMC werken veel onderzoekers, ze zitten vaak in laboratoria achter de microscoop of hun pc. Velen van hen spreken zelden of nooit een patiënt. De Kennismaking brengt daar verandering in.

Wendy van der Made (34) heeft het Lynch-syndroom

Tom van Wezel (52) doet onderzoek naar erfelijke kanker.

Wendy van der Made heeft het Lynchsyndroom, een erfelijke ziekte die de kans op darm- en baarmoederkanker verhoogt. Ze krijgt nu elke twee jaar een darmonderzoek. Bioloog Tom van Wezel doet onderzoek naar erfelijke kanker. Hij hoopt dat zijn werk bijdraagt aan een steeds vroegere opsporing van kanker.

Het LUMC is gespecialiseerd in onderzoek naar en behandeling van het Lynchsyndroom. Kijk voor meer informatie op www. lumc.nl/lynch.

“In 2013 werd mijn vader ziek," vertelt Van der Made. "Darmkanker. Na de laatste operatie is de tumor onderzocht en bleek het erfelijk te zijn. Dat was een klap in ons gezicht." Toch wist ze meteen dat ze wilde laten uitzoeken of zij het ook had. “We hebben het alle drie, ook mijn tweelingzusje en broer. Gelukkig wisten we het niet voor we kinderen kregen.”

VEEL BEKEND

“Weten jullie ook om welk gen het gaat?” vraagt Tom van Wezel meteen. Hij legt uit dat er vier genen zijn die het Lynch-syndroom kunnen veroorzaken. Bij Van der Made blijkt het een gen te zijn waarbij het risico op kanker iets kleiner is. Van Wezel vertelt dat er al veel bekend is over het Lynchsyndroom. “We kennen de oorzaak en het is inmiddels routine om het aan te tonen. Dat was tien jaar geleden nog heel ingewikkeld.” VROEGE OPSPORING

De onderzoekers zetten nu in op vroege opsporing, vertel Van Wezel. "Hoe vaak krijgen mensen met het Lynch-syndroom kanker? En wordt men niet ziek wanneer de voorlopers

van kanker, de poliepen, worden weggehaald?" HYPOTHEEK

Van der Made luistert ademloos. “Ik vind het heel bijzonder om te horen hoe onderzoek naar mijn ziekte werkt en hoe snel de ontwikkelingen gaan. Het gaat niet alleen mij aan, ook onze kinderen kunnen het hebben. Gelukkig gaat het voor hen pas spelen vanaf 25 jaar. We hoeven ze voorlopig nog niets te vertellen. Wat wel nu speelt, is dat je met het Lynch-syndroom niet zo makkelijk aan een hypotheek kunt komen." Van Wezel is geschokt. “Daar staan we als onderzoekers niet bij stil.” Van der Made knikt. "Het heeft veel impact, maar het geeft me rust dat ik hier zo goed gevolgd word.” ll


18

LU M C M AGA Z I N E

In beeld Centrale Bloedafname De Centrale Bloedafname heeft 13 van dit soort cabines, waar de hele dag door bloed geprikt wordt. Er is ook een afgiftebalie voor urine en ontlasting.

Op de Centrale Bloedafname werken 44 mede­werkers . Die prikken soms wel meer dan 700 patiënten per dag!

Soms hebben patiënten een ‘labkaart’ bij zich. Met deze scanner scant de medewerker de barcode op de kaart, waarna automa­ tisch de juiste etiketten uit de printer rollen.

Naast de computer staat de etikettenprinter. De medewerker plakt de uitgeprinte etiketten op de bloedbuisjes nadat het bloed is afgenomen.

Dit zijn de bloedbuisjes. De kleur van de dop geeft aan voor welk onderzoek ze bedoeld zijn. Geel wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt voor onderzoek naar de nieren en de lever, paars voor een volledig bloedbeeld en blauw voor onderzoek naar de stolling van het bloed.

In de lade onder de buisjes zitten steriel verpakte naalden in verschillende maten. Alle naalden (en buisjes) worden slechts één keer gebruikt.

Volle buisjes bloed worden in deze grijze rekjes gezet, en vervolgens naar de buizenpost gebracht. Dit is een hyper­ modern buizenstelsel in het plafond waar de bloedbuisjes in twintig seconden doorheen schieten naar het laboratorium.

Zodra de buisjes met bloed gevuld zijn, gaan ze in dit ronde apparaat. Het zwenkt de buisjes acht keer heen en weer, zodat het bloed goed mengt met de stollings­ remmende vloeistof in de buis.

Na het prikken plakt de medewerker een stukje witte tape op het wondje. Als de patiënt allergisch is voor tape of bloedverdunners gebruikt, krijgt hij een drukverbandje.

Na elke patiënt ontsmet de medewerker zijn handen met het bacteriedodende middel in dit pompje.

In het kartonnen bekken ligt per patiënt klaar wat nodig is tijdens het bloedprik­ ken: de buisjes, een naald en wat gaas.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

De medewerker prikt meestal in de elleboogholte van de patiënt. Het witte kussentje wordt soms onder de onderarm van de patiënt gelegd, om de arm in de juiste positie te krijgen.

De Centrale Bloedafname heeft twee testkamers , waar onderzoek wordt gedaan naar het effect van hormonen of medicatie op het lichaam van een patiënt. De patiënt moet vaak een paar uur blijven, en om de zoveel tijd wordt er wat bloed afgenomen.

Deze lamp maakt bloedvaten beter zichtbaar. Maar de meeste medewerkers zoeken liever een geschikt bloedvat op de tast.

De medewerker vraagt de naam en geboortedatum van de patiënt en controleert deze gegevens met de informatie op de etiketten van de bloedbuisjes. Zo weet hij zeker dat de juiste onderzoeken worden uitgevoerd op het bloed van de juiste patiënt.

Drie keer per dag gaan de mede­werkers van de bloedafname een ronde langs de verpleeg­ afdelingen van het LUMC. Ze prikken dan op locatie bloed bij patiënten.

De patiënt zit in deze stoel. Als hij bang is om flauw te vallen tijdens het prikken, kan de stoel in ligstand.

De elastische band op het kussentje gaat om de bovenarm van de patiënt, om de arm een beetje af te knellen. Daardoor komen de bloedvaten omhoog, wat het prikken makkelij­ ker maakt.

Alle coassistenten van het LUMC leren bloedprikken op de Centrale Bloedafname. En ook doktersassistenten lopen er twintig weken stage om het prikken onder de knie te krijgen.

Bij de Centrale Bloedafname kunnen mensen ook vrijwillig bloed, urine en speeksel doneren voor wetenschap­ pelijk onderzoek . Dit heet de LUMC Vrijwillige Donoren Service (LuVDS).

TEK S T: MARIJN KLOK > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Via de computer print de medewerker etiketten uit voor op de bloedbuisjes. Op de etiketten staan de naam en geboortedatum van de patiënt, en waar het bloed op moet worden onderzocht. Na het prikken roept de computer elektronisch de volgende patiënt op uit de wachtkamer.

19


20

LU M C M AGA Z I N E

HART­ REPARATIE MET EIGEN CELLEN Cardioloog Douwe Atsma ontwikkelde samen met zijn team in het LUMC een nieuwe behandeling voor hartpatiënten wiens situatie uitzichtloos was. Hiervoor worden cellen en stamcellen uit het eigen lichaam gebruikt. “Dit is uniek in de wereld.” TEK S T: WOUTER SCHEEPS TR A > FOTO’S: ROB TER BEKKE

S

toere, volwassen mannen van wie de ogen vollopen met tranen als ze vertellen over hun herwonnen levensgeluk. Douwe Atsma ziet het weleens in zijn spreekkamer gebeuren. “Deze mensen hadden hun leven helemaal aan hun ziekte aangepast. Soms kwamen ze hun stoel nauwelijks meer uit. Als je dan na onze behandeling opeens weer van alles kunt en je na jaren zelfs weer op vakantie gaat; die impact is enorm.” Atsma, interventiecardioloog en hoogleraar op de afdeling Hartziekten in het LUMC, ontwikkelde samen met zijn team een nieuwe behandelmethode voor mensen met angina pectoris. Deze ziekte wordt ook wel hartkramp of pijn op de borst genoemd. “Mensen voelen de pijn als ze zich inspannen”, legt Atsma in zijn werkkamer uit. “Denk

>


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

DENIS JANSSEN (70)

‘Ik heb het wereldrecord dotteren verbroken’

“De cardioloog zei: ‘Meneer Janssen, ik vind u een aardige man, maar ik kan u helaas niet verder helpen.’ Ik liep zijn spreekkamer uit en dacht: welke kleur scootmobiel zou ik nemen? En meteen daarna: wanneer gaat bij mij het licht uit? Daar sta je dan. Ik was uitbehandeld.” Ruim twintig jaar geleden kreeg Denis Janssen angina pectoris. “Op een gegeven moment kreeg ik bij de minste of geringste inspanning al pijn op mijn borst. Dan liep ik naar het eind van de straat, zo’n 200 meter, en stond ik al te hijgen.” De ene na de andere behandeling volgde. “Ik zeg altijd: ik heb het wereldrecord dotteren gebroken. Ik ben veertien keer gedotterd en er zijn verschillende stents geplaatst. Ook heb ik twee keer een openhartoperatie ondergaan, waarbij omleidingen gemaakt zijn.” Geen enkele behandeling sloeg bij Janssen aan. “En toen zei de cardioloog dus dat ik uitbehandeld was.” Janssen accepteerde deze boodschap niet. “Van Amerika tot India, over de hele wereld heb ik ziekenhuizen aangeschreven. Nergens konden ze mij helpen. Totdat ik op internet een radio-interview met professor Atsma tegenkwam, waarin hij vertelde over de celtherapie van het LUMC. De behandeling was bedoeld voor mensen die geen opties meer hadden. Het was net alsof Atsma het tegen mij had.” In 2010 kreeg Janssen voor het eerst de celtherapie. “Sinds die tijd kan ik tweeënhalve kilometer lopen zonder dat ik pijn krijg en buiten adem raak. Dat is voor mij een enorm verschil met de 200 meter naar het eind van de straat van vroeger. Die scootmobiel is er gelukkig nooit gekomen.” Een paar maanden terug vierde Janssen zijn zeventigste verjaardag. “Niet alleen ik, maar ook mijn vrouw, kinderen en klein­ kinderen zijn daar heel blij mee. Ik heb professor Atsma op m’n verjaardag nog een appje gestuurd om hem te ­bedanken.”

21


22

LU M C M AGA Z I N E

‘Met rolstoel naar het LUMC, lopend er weer uit’


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

LEONIE VAN KEULEN (80) “Het was alsof er iemand achter me stond, een touw rondom m’n borst deed en er uit alle macht aan trok. Zo voelde de hevige pijn die ik in mijn borst had.” Leonie van Keulen werd jarenlang beperkt door angina pectoris. “Op het dieptepunt kon ik geen vijf meter meer lopen.” Van Keulen belandde in een rolstoel en was aan huis gekluisterd. “Ik kon praktisch niets meer.” Via haar huisarts belandde Van Keulen in het LUMC. “Hij was voor nascholing in het LUMC geweest en had daar gehoord over de celtherapie van professor Atsma. Gelukkig maar. Ik zat toen zes jaar in een rolstoel en had het helemaal gehad.” In 2004 kreeg Van Keulen voor het eerst de behandeling en in 2011 nog een keer. “Ik ging met een rolstoel het LUMC binnen en kwam er lopend weer uit. Dat was een emotioneel moment. In 1983 kreeg ik voor het eerst een hartinfarct en later heb ik er nog meer gehad. De celtherapie van Atsma was de eerste behandeling die helemaal aansloeg.” “Ik kan alles weer: het huishouden, wandelen, fietsen en in de zomer op de camping zitten met m’n man.” Een grote hobby pikte ze weer op: tuinieren. “Ik verzamel allemaal stekjes en zaadjes en ben daar dan mee in de weer. Er staat bijvoorbeeld een dennenboom in de tuin die ik met een zaadje van een dennenappel heb gekweekt. Afgelopen week nog heb ik al het onkruid eruit getrokken en de tuin helemaal winterklaar gemaakt. Het gaat allemaal ­perfect. Mijn rolstoel heb ik niet meer nodig.”

23

aan bewegen, maar ook eten en emoties kunnen het veroorzaken.” BETERE DOORBLOEDING

De pijn ontstaat in de hartspier. “De hartspier is de motor van het lichaam,” vertelt Atsma. “Door het voortdurende samentrekken en ontspannen van de hartspier wordt bloed en daarmee ook zuurstof door je hele lichaam gepompt. Het bloed is de benzine die je hart nodig heeft. En die heb je extra hard nodig als je je inspant.” Bij mensen met hartkramp stroomt het bloed niet hard genoeg door de hartspier. Atsma: “Als dat gebeurt, voelen mensen pijn op de borst en raken ze buiten adem. Ze moeten regelmatig stilstaan en uithijgen.” De behandeling van Atsma en zijn team pakt het probleem in de kiem aan. “We halen stamcellen en andere cellen uit het lichaam van de patiënt en spuiten die rechtstreeks in de hartspier. De ingespoten cellen geven een boodschap aan het lichaam: maak nieuwe bloedvaten. Het lichaam repareert dan zelf de beschadigde hartspier en de doorbloeding verbetert. Bij twee op de drie patiënten slaat de celtherapie aan, zegt Atsma. “Ze hebben beduidend minder klachten.” GEEN OPTIES MEER

De traditionele behandelingen voor hartkramp richten zich niet direct op de beschadigde hartspier, zoals de behandeling van Atsma, maar op de kransslagaders, de slagaderen die het bloed naar de hartspier vervoeren. “Mensen met hartkramp hebben allemaal last van slagaderverkalking, het dichtslibben van de aderen die naar het hart toe gaan. Daardoor gaat er minder bloed doorheen en dus ook minder bloed naar de hartspier. Je kunt mensen dan medicijnen geven, de slagaderen oprekken door te dotteren of een omleiding aanleggen, een bypass.” De mensen met hartkramp die Atsma behandelt, hadden geen opties meer. “Medicijnen, dotteren, omleidingen: alles was geprobeerd. Maar de slagaderen bleven dichtslibben.” Waarom komen alleen zij in aanmerking voor celtherapie, en niet iedereen met hartkramp? “We weten niet of celtherapie die andere behandelingen kan vervangen. Dat hebben we niet onderzocht. De meeste patiënten knappen nog steeds goed op van medicijnen, dotteren en bypassoperaties. Pas als dat niet meer zo is, komen ze bij ons.” VAN HEINDE EN VERRE

Mensen uit heel Nederland en het buitenland worden voor de celtherapie naar het LUMC doorverwezen. “Onze behandeling wordt alleen aangeboden in Los Angeles, Milaan en Leiden. We krijgen ook cardiologen uit ­Engeland >


24

LU M C M AGA Z I N E

en Zweden over de vloer die de behandeling bij ons willen leren. Het leeft enorm,” zegt Atsma. Toch zijn er waarschijnlijk enkele duizenden patiënten in Nederland die last hebben van hartkramp en geen andere behandelopties meer hebben, maar die niet bij het LUMC in beeld zijn. “Deze mensen komen jaarlijks voor controle bij de cardioloog en hun situatie is redelijk stabiel. Maar dat betekent bij deze groep dat het nog steeds slecht gaat. Met onze celtherapie hebben we iets in handen waarmee ze zich beter kunnen voelen. Er is meer bekendheid nodig, zodat mensen voor deze behandeling worden doorverwezen.” TOMTOM

Atsma zet een metersbreed flatscreen aan en praat enthousiast verder. Op het scherm verschijnt een tekening van een mens die op z’n zij ligt, in de foetushouding. Atsma: “De patiënt ligt in deze houding als we de stamcellen en cellen uit het lichaam halen. De cellen die wij gebruiken, halen we uit het beenmerg van het bot in de heup. Beenmerg is een lichtrode vloeistof middenin het bot. We hebben maar zo’n 100 milliliter nodig. Na een bewerking in het laboratorium worden de cellen in de hartspier gespoten.” Voordat Atsma dat doet, brengt hij eerst het hart in kaart. “Daarvoor ga ik het hart binnen met een katheter waar een soort kleine GPS-ontvanger op zit. Dat zendertje is verbonden met een GPS-achtig lokalisatiesysteem.” Lachend: “Het is net een TomTom.” Op het beeldscherm komt een draaiende 3D-animatie van het hart voorbij. “We zien precies welke stukjes niet goed doorbloed zijn. Ik weet dan op welke plekken ik de cellen straks moet inspuiten.” Tijdens de behandeling kijkt de patiënt met Atsma mee. “Hij wordt alleen plaatselijk verdoofd.”

Regeneratieve geneeskunde

De celtherapie van cardioloog Atsma en zijn team is een voorbeeld van regeneratieve geneeskunde. Hierbij gaat het niet om het behandelen van de symptomen van een ziekte, maar om het aanpakken van de oorzaak. Beschadigde organen, cellen en weefsel kunnen soms gerepareerd of vervangen worden. Bij de behandeling van professor Atsma worden er bijvoorbeeld cellen en stamcellen in het hart gespoten. Daardoor gaat het lichaam nieuwe bloedvaten aanmaken en wordt het beschadigde hart gerepareerd. Regeneratieve genees­ kunde is een van de speerpunten van het LUMC. Kijk voor meer informatie op www.rg.lumc.nl

‘Er is meer bekendheid voor deze behandeling nodig’

Inmiddels heeft Atsma een filmpje opgezet waarop hij samen met een arts-assistent het laatste deel van de behandeling uitvoert: het inspuiten van de cellen. Op het filmpje is te zien hoe Atsma in een groene ziekenhuisjas een nieuwe katheter een stuk verder de lies van een patiënt in duwt. “Kijk, hier ga ik met de katheter door de aortaklep.” Even later drukt de arts-assistent de spuit leeg. “Nu gaan de cellen erin.” UNICUM

In 2003 behandelde Atsma de eerste patiënt. “Inmiddels zijn het er ongeveer 340.” Atsma is trots dat de behandeling nu standaard door zorgverzekeraars wordt vergoed. “Je had altijd drie behandelingen voor hartkramp: medicijnen, dotteren en een bypassoperatie. Met het vergoeden van onze behandeling is daar officieel een vierde bijgekomen. Dat is uniek in de wereld.” De doorbraak van Atsma en zijn team kan andere onderzoekers aanknopingspunten bieden. “Wat wij doen, is een doorbloedingsprobleem met lichaamseigen cellen behandelen. Zo’n doorbloedingsprobleem heb je ook in andere organen en lichaamsdelen. Denk aan de hersenen. Als de doorbloeding in een bloedvat van de hersenen stopt, krijg je een herseninfarct.” Niet dat Atsma klaar is met het eigen onderzoek. “Bij een op de drie patiënten slaat onze behandeling niet aan. We willen weten hoe dat komt, dat blijven we onderzoeken.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Op afspraak

‘Ik loop, zing en fluit weer’ Iedere patiënt van het LUMC heeft een verhaal. In Op afspraak spreken we mensen net voordat ze naar de dokter gaan. Meedoen? Mail naar redactie@ lumc.nl

Wie: Pieter Stam (67) uit Katwijk Afspraak: afdeling Hematologie

WA A ROM BENT U HIER?

Ik heb polycythaemia vera, een zeldzame bloedziekte waardoor mijn lichaam te veel rode bloedcellen aanmaakt. En ik heb essentiële trombocytemie, eveneens een kwaadaardige bloedziekte die te veel bloedplaatjes, trombocyten, aanmaakt. Daardoor ontstaan stolsels in mijn bloedbanen, trombose dus.

TEK S T: DICK DU Y NHOV EN > FOTO: JOS JE DEEKENS

HOE L A NG H EEF T U DIT A L?

Tussen mijn vijfentwintigste en dertigste werden de eerste symptomen zichtbaar. Delen van mijn lichaam, vingertoppen, tenen en oorlellen werden pijnlijk en rood. Eerst dachten ze aan leukemie. Ik schrok me wezenloos, want ik was net klaar met mijn opleiding, zou aan het werk gaan als dominee en ik had een gezin met twee kinderen. WA S ER NIE T S TEG EN TE DOEN?

Toen duidelijk werd wat ik echt had

en dat er geen genezing mogelijk is, werden de symptomen bestreden met steeds weer andere pillen. Die hadden allerlei ernstige bijwerkingen. Van één medicijn kreeg ik overal zweren en van een ander kreeg ik zelfs een hartinfarct. Als bijwerking! EN ON DERTUSSEN W ERK TE U DOOR?

De ziektes, in combinatie met mijn drukke baan als dominee, sloopten mijn lichaam. Ik was op een gegeven moment totaal burned out. Er is zelfs een periode geweest dat ik niet meer wilde leven. Mijn werk kon me niet meer boeien, ik was van God los… Maar God liet mij niet los gelukkig. HOE HIELD U H E T VOL?

In 2009, op mijn 58e ben ik arbeidsongeschikt verklaard. Dat was een verstandig en heilzaam besluit. Ik ben nog steeds snel moe, transpireer veel

en heb verschrikkelijke jeuk over mijn hele lichaam. De laatste jaren gebruik ik een medicijn waarmee ik mezelf om de tien dagen injecteer. Dat verzacht, maar het heeft ook bijwerkingen. Vandaar dat ik vaak op controle moet komen. Wat me goed heeft gedaan is dat ik heb mogen helpen bij het oprichten van een patiëntenvereniging (www.mpn-stichting.nl). HOE ZIE T U DE TOEKOMS T?

Als ik mezelf nu zie, dan ben ik verbaasd. Ik loop, zing en fluit weer, net als vroeger. Ze zeggen dat vijfenzeventig jaar al heel oud is voor iemand met deze ziektes. Maar zoals ik me nu voel, zou ik wel eens ouder kunnen worden. Dankzij de medicijnen, maar ook dankzij de ontzettend goede begeleiding van de artsen hier. Ik ga tegenwoordig blij naar het ziekenhuis en kom er blij weer uit. ll

25


26

LU M C M AGA Z I N E

DE PATHOLOOG DOKTER ACHTER DE SCHERMEN

De patiënt ziet de patholoog nooit, maar toch is deze specialist bijna altijd degene die de diagnose kanker stelt. We vroegen aan LUMC-pathologen Danielle Cohen en Vincent Smit wat een patholoog nu eigenlijk doet. “Ziektes begrijpen, dat is ons vak.” TEK S T: WOUTER SCHEEPS TR A > ILLUS TR ATIES: K W ENNIE CHENG


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Verschil tussen biopt en punctie De pathologen in het LUMC onder­ zoeken lichaamscellen en menselijk weefsel. In veel gevallen worden de lichaams­ cellen verkregen door een punctie. Hiervoor wordt met een dunne naald op de plek van de ziekte in het lichaam geprikt. Een kleine hoeveel­ heid cellen wordt dan als het ware uit het lichaam gezogen. Bij weefsel gaat het om een biopt. Voor een biopt haalt een arts een stukje weefsel uit een orgaan of ander lichaamsdeel. Het weefsel wordt

“D

it stuk maag is vers”, vertelt patholoog Danielle Cohen tijdens een rondleiding over de afdeling Pathologie van het LUMC. “We hebben het net uit de operatiekamer ontvangen.” Cohen kijkt over de schouder van een collega, een vrouw in een groene ziekenhuisjas, die het stuk maag met naalden vastprikt op een stuk kurk op haar snijtafel. Cohen: “In de maag zit een tumor die door de chirurg verwijderd is. Wij beginnen nu met het onderzoek. Hoe groot is de tumor? Is hij kwaadaardig? Is hij helemaal verwijderd? Zijn er uitzaaiingen? De antwoorden op dit soort vragen zijn van groot belang voor de verdere behandeling van de patiënt.” MINUSCULE STUKJES

De afdeling Pathologie van het LUMC onderzoekt jaarlijks lichaamscellen en weefsel van ruim 20.000 patiënten, variërend van minuscule stukjes weefsel tot zelfs complete organen. “Wij helpen om mensen beter te maken”, vertelt Cohen als ze bij Vincent Smit, het hoofd van de afdeling Pathologie, aanschuift op zijn werkkamer. Smit vult aan: “Bij een patholoog denken mensen helaas nog steeds aan misdaadseries. Maar in Nederland zijn er misschien vijf pathologen die zich fulltime met overleden mensen bezighouden. De overige 400 klinische pathologen onderzoeken weefsel van levende mensen.” DIAGNOSE KANKER

De pathologen spelen een belangrijke rol in de oncologische zorg. Smit: “Niet de oncoloog, chirurg of radioloog, maar de patholoog stelt meestal de uiteindelijke weefsel-

vervolgens verwerkt tot een zoge­ noemde coupe, een flinterdun stukje weefsel op een objectglaasje dat pathologen onder hun microscoop bekijken. Het verwerken van weefsel tot een coupe wordt nu nog groten­ deels handmatig uitgevoerd. “Ik verwacht dat dit binnen nu en vijf jaar grotendeels gerobotiseerd wordt”, vertelt Vincent Smit, hoofd van de afdeling Pathologie in het LUMC. “Dat maakt het straks mogelijk om 7 dagen per week 24 uur per dag operationeel te zijn.”

diagnose bij kanker. De behandeling die daaruit voortvloeit, wordt onder meer op onze diagnose afgestemd. Vanaf de eerste stap die patiënten in het LUMC zetten, zijn wij er grotendeels bij betrokken. Maar de patiënt ziet ons vrijwel nooit. Wij zijn dokters achter de schermen.” Soms worden operaties kort stilgelegd om pathologen te raadplegen. Cohen: “Afhankelijk van onze bevindingen wordt een operatie dan afgebroken of doorgezet.” ONDER DE MOTORKAP

De diagnoses die pathologen in de oncologische zorg stellen, worden steeds specifieker. Smit: “Als je iemand beter wilt maken, moet je weten hoe een ziekte ontstaat, in elkaar zit en zich ontwikkelt. Ziektes begrijpen, dat is ons vak. En sommige ziektes begrijpen we al een stuk beter.” Met name de laatste tien jaar volgen de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen elkaar in rap tempo op. “Daardoor halen we uit dezelfde stukjes weefsel steeds meer informatie. We kleden het weefsel helemaal uit en analyseren het zo nodig tot op DNA-niveau. Dat is een steeds vaker geautomatiseerd proces waarbij ook robots gebruikt worden”, vertelt Cohen. “Vergelijk het met een auto. Vroeger keken we alleen naar de buitenkant, naar de vorm en structuur. Als er wat afwijkends te zien was, stelden we alleen op basis daarvan een diagnose. De behandeling die daarop werd afgestemd, richtte vaak ook veel schade in gezonde delen van het lichaam aan. Nu kijken we ook onder de motorkap van de auto en zien we beter wat er echt aan de hand is. We weten meer over ziektes en kunnen mensen daardoor gerichter behandelen. Mensen

>

27


28

LU M C M AGA Z I N E

krijgen steeds vaker een behandeling op maat met minder bijwerkingen en schadelijke gevolgen”, vertelt Smit. DNA-NIVEAU

Smit geeft een voorbeeld. “Als je een tumor hebt, verandert het DNA in die tumor. Als je weet hoe het DNA precies verandert, kunnen we daar mogelijk de behandeling op afstemmen. Niet elke DNA-afwijking heeft een bijbehorend medicijn, maar het worden er wel steeds meer. Dat is echt fascinerend!” Cohen legt uit hoe het in z’n werk gaat: “In het DNA zit een soort code met daarin al onze genetische eigenschappen. Die code gaan wij kraken. Eerst wordt het DNA uit de tumorcellen gehaald en daarna gaat het DNA in een minibuisje dat in een robot wordt geplaatst. Door middel van een geavanceerde techniek die we ‘next generation sequencing’ noemen, leest dat apparaat de code.” SAMENWERKEN

Door alle ontwikkelingen werken pathologen meer en vaker samen met andere specialisten en afdelingen. Smit: “Als je het bijvoorbeeld over DNA hebt, praat je al snel over erfelijke ziektes. Daarom werken we in toenemende mate samen met de afdeling Klinische Genetica.” Smit maakte nog de tijd mee dat pathologen afgezonderd en ver weg van de kliniek zaten. “Tegenwoordig maken we deel uit van een multidisciplinair team met chirurgen, oncologen en andere specialisten en overleggen we gezamenlijk over patiënten.” En de volgende grote verandering staat alweer op stapel. Cohen: “We bestuderen het weefsel straks niet meer onder onze microscoop, maar op een beeldscherm.” De objectglaasjes met daarop dunne weefselplakjes die pathologen onder hun microscoop bekijken,

worden gedigitaliseerd. “Het worden enorme, GoogleEarth-achtige computerbestanden.” Smit: “We hopen dat binnen nu en twee jaar in het LUMC te realiseren.” INNOVATIE

De digitalisering wordt gevolgd door nog meer innovatie: kunstmatige intelligentie. Smit: “We kunnen de computer bijvoorbeeld leren om enorme verzamelingen met afbeeldingen door te gaan en te zoeken naar afwijkingen.” Gaat de digitale patholoog de mens vervangen? Smit resoluut: “Nee. De computer neemt werk uit handen, maar er komt ook nieuw werk bij. Door alle ontwikkelingen stellen we steeds vaker, sneller en beter diagnoses en kunnen we mensen met complexe ziektebeelden gerichter behandelen. Misschien hebben we juist wel meer pathologen nodig.” AFSCHEID VAN DE MICROSCOOP

LUMC Oncologie Centrum De afdeling Pathologie in het LUMC maakt onderdeel uit van het LUMC Oncologie Centrum. Dit is een in kanker gespecialiseerd centrum binnen de muren van het LUMC. Voor elk type kanker zijn er gespecialiseerde teams van artsen en verpleegkundigen samengesteld. Wetenschap­ pelijk onderzoek en innovatie zijn belangrijke pijlers onder het LUMC Oncologie Centrum. Zie voor meer informatie: www.lumc.nl/oncologie-centrum

Door de digitalisering verbetert de samenwerking met andere ziekenhuizen en specialisten, vertelt Smit. “Als er nu een patiënt uit een ander ziekenhuis naar het LUMC wordt doorgestuurd, moet dat ziekenhuis het objectglaasje met weefsel per post naar ons versturen. Straks doe je dat in een handomdraai achter je computer.” Cohen vult aan: “Of je laat er even een specialist uit Boston naar kijken.” De veranderingen in het vakgebied hebben ook gevolgen voor de opleiding voor pathologen in het LUMC. Smit: “De innovatie en ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben we goed in de opleiding verwerkt en daar komt dus de digitalisering bij. Ik ben benieuwd hoe dat straks gaat. Zit ik samen met een arts-assistent achter de computer of zitten we allebei ergens anders en zien we elkaar via de webcam? De tijd dat de patholoog alleen door de microscoop keek, is definitief voorbij.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Bedankt

‘Ze stellen zich allemaal voor, maar je vergeet hun namen’ Onze artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners krijgen vaak een bedankje voor de goede zorgen. In deze rubriek gaan we op zoek naar het verhaal achter bijzondere bedankjes.

TEK S T: DICK DU Y NHOV EN > FOTO: MARIUS ROOS

Op één kritische opmerking na vertelt Maurits Storm (65) uit Zoetermeer vol lof over zijn verblijf in het LUMC. Vooral de grote groep ‘anonieme ­verpleegkundigen’ wil hij nog eens ­extra bedanken. Twee jaar geleden was ik bij de huisarts voor een wondje op mijn been dat maar niet dichtging. Ik vroeg haar ook even te kijken naar die bult op mijn arm. Volgens mij het gevolg van een insectenbeet tijdens de vakantie. De huisarts stuurde me door naar het streekziekenhuis. Ik kreeg een MRI-scan en het bleek een weke-delentumor te zijn, een zeldzame vorm van kanker. De specialist verwees me direct door naar het LUMC. Ik ben hier vijf weken lang, van maandag tot en met vrijdag, bestraald. Dus vijfentwintig keer naar de afdeling Ra-

diologie. Dat ging elke keer heel vlot en plezierig. Daarom wil ik mensen daar wel even in het zonnetje zetten. Heel professioneel en vriendelijk zoals zij werken. Dat geldt ook voor de andere medisch specialisten waar ik mee te maken kreeg. Zij doen hun werk op een zakelijke, maar toch prettige en niet afstandelijke, manier. Dat gaf mij vertrouwen. Ondanks de bestraling groeide de tumor in mijn arm. Dat was schrikken. Er moest eerst een PET-scan gemaakt worden om te zien of de kanker was uitgezaaid. Gelukkig was dat niet het geval. Maar wat ik niet fijn vond: ik kreeg dat pas te horen op de dag van de operatie, terwijl het al eerder bekend was. Ik heb dus een paar dagen onnodig in angst gezeten. De operatie ging goed en mijn korte verblijf op de afdeling was een verademing, dankzij de plezierige manier waarop de ver-

pleegkundigen hun werk deden. Bij een controle begin dit jaar liet de PET-scan iets zien… en weer was het mis: er zat een tumor in mijn linker-oksel, als gevolg van de weke-delenkanker. Daar gaan we weer, dacht ik. Wéér bestralen, opereren, en maanden thuiszorg voor de wondverzorging. Gelukkig hoefde dat allemaal niet. Eén operatie, waarbij alle lymfeklieren zijn weggehaald, was voldoende. Als je een etmaal op de afdeling ligt, zie je veel verpleegkundigen voorbij komen. Ze stellen zich natuurlijk allemaal aan je voor, maar je vergeet hun namen. Daarom wil ik al die anonieme verpleegkundigen nog eens een groot compliment geven en ze hartelijk bedanken voor wat ze voor mij en andere patiënten hebben gedaan. ll

29


30

LU M C M AGA Z I N E

HOE WORD JE CHIRURG?


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Ook de meest ervaren chirurg heeft ooit zijn of haar eerste snee gemaakt. Hoe bereiden we aankomende chirurgen voor? LUMC Magazine sprak chirurg-in-opleiding Sophie Ooms, en haar opleider, over leren opereren. TEK S T: BERIT SINTERNIKL A A S > FOTO: NICO G AR S TMAN

S

ophie Ooms herinnert zich de eerste keer dat ze het operatiemes oppakte gek genoeg niet. “Ik weet nog wel goed dat ik voor het eerst een grote incisie op de buik dicht ging hechten. Iedereen keek mee, dus ik voelde best wat druk. Ik vergelijk het weleens met het gevoel dat je hebt als je een grote auto achteruit inparkeert op een klein plekje, terwijl achter je een file met ongeduldige automobilisten staat. Het enige wat je kunt doen, is je niet van de wijs laten brengen en je volledig focussen op wat je aan het doen bent.” PRAKTISCH BEROEP

Ooms is 31 jaar en zit in het eerste jaar van de opleiding tot chirurg. Ze wist al snel dat dat haar beroep moest worden. “Je hebt onder geneeskundestudenten de denkers en degenen die zich meer tot de praktische kant van het vak aangetrokken voelen. Ik ben echt een doener, ik vind het heerlijk om met mijn handen bezig te zijn. Chirurg is een heel praktisch beroep waarin je snel resultaat van je werk ziet. Dat trekt me aan.” Om chirurg te worden moet je een opleiding volgen van zes jaar, nadat je bent afgestudeerd als basisarts en eventueel al wat werkervaring hebt opgedaan als arts-niet-in-opleiding-tot specialist (anios). STEEDS EEN STUKJE VERDER

Het aantal aanmeldingen voor de opleiding is groot. Ben je een van de gelukkigen en word je aangenomen, dan begint daar het leren opereren. Dat proces gaat heel geleidelijk, legt chirurg en opleider Jaap Hamming uit. “Vanaf dag één ben je onderdeel van het team, maar iedere chirurg-inopleiding doet waar hij of zij aan toe is. Je begint met meekijken bij een operatie en geleidelijk wordt jouw rol steeds groter. In overleg met je opleider ga je steeds een stapje verder en steeds moeilijkere operaties doen.” Zo ging het ook bij Ooms. “Voor elke operatie overleg je met de begeleidende chirurg wat jouw rol kan zijn. In het begin ben je de assistent van de chirurg. Hij of zij snijdt dan bijvoorbeeld de buik open en jij mag de klemmen vasthouden. Na

verloop van tijd ga je steeds een stukje verder, totdat je sommige operaties grotendeels zelfstandig uit kunt voeren.” SKILLSLAB

Maar hoe weet je welk hechtdraad je moet gebruiken of welke knoop je gebruikt om twee stukken bloedvat aan elkaar te naaien? Dat leren de chirurgen-in-opleiding onder andere in het Skillslab. Tijdens de opleiding volgen artsen hier cursussen waar ze basisvaardigheden leren zoals hechten en knopen leggen. Ze oefenen dan bijvoorbeeld met het aan elkaar zetten van twee plastic stukken darm. In het Skillslab staat ook een apparaat om kijkoperaties te oefenen. Bij een kijkoperatie wordt de buik niet opengesneden, maar worden de operatie-instrumenten en een cameraatje ingebracht via kleine sneetjes. De chirurg bedient de instrumenten met de handen en kijkt ondertussen naar een scherm. Om hier handigheid in te krijgen, oefenen de chirurgen-in-opleiding met het apparaat door bijvoorbeeld een naald door verschillende ringetjes te halen. Ook moeten ze lusjes leggen om plastic pinnetjes -

7 plekken per jaar Basisartsen die chirurg willen worden solliciteren bij de Onderwijs- en Opleidingsregio (OOR) Leiden. In 2019 mogen 7 personen in deze regio starten met de opleiding. Zij worden verdeeld over het LUMC, Alrijne Ziekenhuis, Groene Hart Ziekenhuis, HagaZiekenhuis en Haaglanden Medisch Centrum. In de regel duurt de opleiding 6 jaar en de gemiddelde leeftijd bij de start is 29 jaar. Vroeger was chirurg echt een mannenberoep, maar de laatste jaren neemt het aantal vrouwen toe. In 2017 en 2018 waren respectievelijk 4 van de 8 en 4 van de 7 startende chirurgen vrouw.

Foto: chirurg-in-­ opleiding Sophie Ooms (links) oefent in het Skillslab

>

31


32

LU M C M AGA Z I N E

die jonge ouders zullen herkennen als de ondergrond voor strijkkraaltjes. Ooms: “Het vereist echt even oefening, want in tegenstelling tot met je handen opereren, voel je natuurlijk niet de weefsels. Ik merkte na een paar dagen oefenen dat ik steeds beter werd.”

‘Een goede chirurg kan tegen een stootje’ Welke eigenschappen moet je hebben om een goede chirurg te zijn? We vroegen het aan vier ervaringsdeskundigen.

TEAMWERK

Uiteraard moet een chirurg technisch goed kunnen opereren, maar een chirurg staat nooit alleen op de operatie­ kamer. “Je vormt tijdens de operatie een team met de operatieassistenten, eventuele andere chirurgen, de anesthesioloog en de anesthesiemedewerkers. Je kunt het niet alleen. Tijdens de opleiding is een belangrijke plaats ingeruimd voor het antwoord op de vraag ‘hoe ben jij als dokter?’ ”, aldus Hamming. Vaatchirurg Abbey Schepers ontwikkelde daarom een oefening waarbij goede communicatie met het team op de operatiekamer centraal staat. Tijdens de training wordt een operatie onder tijdsdruk nagespeeld, maar dan met een soort doos met daarin ­plastic buizen en sponzen als organen. De chirurgin-opleiding oefent samen met anesthesiemedewerkers en operatieassistenten.

Chirurg- in-opleiding Sophie Ooms: “Je moet daadkrachtig zijn en met twee benen op de grond staan. Ook moet je integer zijn, goed kunnen samenwerken en je eigen grenzen kennen.” Vaatchirurg Abbey Schepers: “Een goede chirurg kan de leiding nemen en durft te handelen als een situatie daarom vraagt, maar is ook beschouwend, laagdrempelig aanspreekbaar en reflectief.” Vaatchirurg en opleider Jaap Hamming: “Je moet niet te flauw zijn. Een goede chirurg kan tegen een stootje en valt niet om als iemand ‘boe’ roept.”

OVERLEG

Ook Ooms volgde deze training. “We speelden na dat er ineens meerdere grote bloedingen ontstonden in de buik. Ondanks dat het niet echt was, voelde ik toch de druk van het snel beslissingen moeten nemen en prioriteiten stellen. Moest ik even stoppen met opereren omdat de patiënt volgens de anesthesioloog achteruit ging, of had de operatieassistent een goede oplossing? Overleg met het team was heel belangrijk.” Dat is precies waar de oefening voor is bedoeld, legt Schepers uit. “Het is heel belangrijk om in een realistische setting te merken dat stress iets met je doet. Je bent geneigd om in jezelf te keren, maar juist tijdens een operatie moet je goed oog houden voor de ander en medisch leiderschap tonen.” Schepers denkt dat dergelijke simulaties een steeds grotere rol gaan spelen in de opleiding tot chirurg. “We kunnen niet alles oefenen in de operatiekamer.” DE OPERATIE

Ooms ontmoet patiënten altijd even voor de operatie. “Ik stel me voor als we elkaar nog niet kennen, neem de ingreep nog even kort door en beantwoord vragen. Tijdens de operatie focus ik volledig op mijn handelingen. Ik zie natuurlijk ook alleen dat deel van de patiënt waar ik me op dat moment mee bezig houd. Dat klinkt misschien wat onpersoonlijk, maar maakt het voor mij wel makkelijker om me te concentreren.”

Oncologisch chirurg Jos van der Hage: “Je moet goed weten wat je wel en niet kunt en tijdig inschatten waarbij je hulp nodig hebt. Ook is het heel belangrijk om goed te beoordelen of de patiënt gebaat is bij de operatie.”

NA DE OPERATIE

Na iedere operatie ziet Ooms de patiënt nog een keer terug. “Ik zie de patiënt weer wanneer hij op de afdeling ligt en de narcose is uitgewerkt. Dan bespreken we wat er tijdens de operatie precies is gedaan en wat de nabehandeling is.” De operatie wordt ook met het team nabesproken. Er is daarbij veel aandacht voor wat er goed en minder goed ging, vertelt opleider Hamming. “We vinden de groepsdynamiek onder chirurgen-in-opleiding heel belangrijk, maar zorgen er ook voor dat we als opleiders benaderbaar zijn.” Ooms bevestigt dat beeld. “We bespreken elke ope­ ratie na en ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets niet durfde te zeggen. Ik kan ook altijd terecht bij mijn collega’s, want iedereen heeft hetzelfde traject doorlopen en weet wat je doormaakt.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Uit de kunst

‘Het monument voelt als erkenning’ OVER HET KUNSTWERK

Het LUMC verzamelt kunst vanuit de gedachte dat mensen zich prettiger voelen in een mooie omgeving. Onze kunstcollectie beslaat meer dan 2000 werken en is te zien in de trappenhuizen, gangen, wachtkamers en de LUMC Galerie.

Guido Geelen, zonder titel, te zien op begraafplaats Groenesteeg in Leiden

In het werk van Guido Geelen staan de natuur en de vorm van de mens centraal. Geelen is sinds eind jaren tachtig een van de meest toonaan­gevende beeldhouwers van Nederland. In het begin maakte hij beelden van keramiek en in de loop der jaren gebruikte hij steeds vaker brons, a­ luminium en staal. Voor dit gedenkmonument heeft de beeldhouwer een ontwortelde boom in zijn geheel in brons gegoten. Die boom, een es, staat symbool voor het lichaam van de donor: nadat het is afgestaan kan het nog van nut zijn. De boom­ symboliek past erg goed bij dit thema; de es staat vaak symbool voor het leven van geboorte tot dood en wordt ook wel levensboom genoemd.

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO KUNS T W ERK: MARC DE HA AN

Meer weten over onze kunstcollectie? Kijk op www.lumc.nl/kunst

De ouders van Annemarie den Hartog (56) hebben allebei hun lichaam gedoneerd aan de wetenschap. Als enig kind had ze moeite met die keuze. Ze is dan ook enorm blij met het in oktober onthulde gedenkmonument. “Dit helpt mij en mijn kinderen bij het afscheid nemen.”

Hoe heb je het ervaren dat je ouders hun lichaam doneerden?

“Daar was ik als dochter niet blij mee. Al had ik geen idee wat het voor mij zou inhouden. Mijn ouders waren er niet zo open over en hadden me de documenten met informatie niet laten lezen. Ik ging er dus redelijk blanco in. Achteraf kan ik zeggen dat ik het moeilijk vond om zo kort de tijd te hebben om afscheid te nemen. En ik mis een graf, een plek waar ik heen kan gaan om ze te herdenken.”

En nu is er een ­gedenkmonument

“Na het overlijden van mijn ouders heb ik elk jaar een e-mail gestuurd aan de afdeling Anatomie, die hierover gaat. Ik vond het belangrijk om te benadrukken

dat ik als nabestaande behoefte heb aan een plek om te gedenken. Ik ben dan ook enorm blij met dit monument. Het helpt bij het afscheid nemen. Nu kunnen we er een streep onder zetten. Het voelt ook als een stuk erkenning voor mijn ouders. Je doneert je lichaam niet zomaar, dat is echt een grote stap.”

Wat vind je van het ­kunstwerk?

“Ik ben heel blij met dit werk. Het gaat op in de natuur en past prachtig op deze oude begraafplaats. We hadden het ons niet mooier kunnen wensen. Ook vond ik het heel waardevol om bij de onthulling te zijn. Wat een ­bijzondere dag en wat is er mooi ­gesproken.” ll

33


34

LU M C M AGA Z I N E

Kortpraktisch agenda MIJNLUMC SPECIAAL VOOR U

T/M 31 M A A RT LICHTINSTALLATIE

Het patiëntportaal van het LUMC is vernieuwd. MijnLUMC is uw persoonlijke digitale portaal en geeft u toegang tot uw medische informatie. U ziet welke afspraken u hebt en wat uw laboratoriumuit­slagen zijn. Ook kunt u ­nalezen wat er tijdens de a­ fspraak besproken is. Daarnaast kunt u bijvoorbeeld een vervolgafspraak maken, verzetten of annuleren. MijnLUMC is te downloaden als app voor iOS en Android en bereikbaar via www. lumc.nl/mijnlumc

In de projectruimte naast Galerie LUMC hangt een lichtinstallatie van kunstenaar Henk Stallinga. ‘Lumen Balans’ bestaat uit 22 gebogen lichtbuizen die als balan­ cerende mobielen de ruimte innemen. De lichtinstallatie is onderdeel van de ­tentoonstelling ‘Healing Light’ die op 14 februari in Galerie LUMC wordt geopend. 24 JA NUA RI KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE Wat is AI (Artificial Intelligence) precies en hoe kunnen we dat toepassen in de zorg? Ontdek het tijdens het ‘AI-Tech’ congres op 24 januari in het LUMC. Met presentaties van o.a. Google en documentairemaker en arts Ruben Terlou. Toegang bedraagt €7,50. Locatie: Burumazaal, LUMC Informatie en aanmelden (tot 17 januari): ai.jonglumc.nl

WEET WAT JE EET

ALLERGENEN-INFO IN LUMCRESTAURANT EN COFFEECORNER In het LUMC-restaurant en de coffeecorner kun je nu heel gemakkelijk achterhalen welke allergenen in het eten zitten. De informatie staat op de achterkant van de menu’s en op de ­informatiezuil die sinds kort aan het begin van het restaurant staat. Daarnaast is het nu ook mogelijk om een aller­ genen-vrije maaltijd te bestellen. Glutenvrij, ­halal, lactosevrij, het is allemaal aanwezig. Zo kunnen mensen met een speciale dieetwens toch een warme maaltijd krijgen.

Colofon

LUMC Magazine is een uitgave van het Leids Universitair Medisch Centrum. Overname van artikelen, met bronvermelding, is toegestaan na toestemming van de redactie. Oplage 11.000 Directeur Communicatie Marleen van ’t Oever Bladcoördinatie Klaas Verweij, Christi Waanders

Redactie Claire Peel, Hester Sleeking, Berit Sinterniklaas, Christi Waanders Aan dit nummer werkten mee Dick Duynhoven, Julie de Graaf, Raymon Heemskerk, Marijn Klok, Menno Kröse, Sandrine van Noort, Wouter Scheepstra Fotografie Rob ter Bekke, Josje Deekens, Nico Garstman, Frank Nagtegaal, Rita van de Poel, Marius Roos Illustraties Kwennie Cheng, Giorgia Dallera, Frank Landsbergen

30 JA NUA RI HART EN VAATCAFÉ LEIDEN Het Hart&Vaatcafé is de ontmoetingsplek voor hart- en vaatpatiënten, hun naasten en andere belangstellenden. Deze keer ­vertellen artsen Veronica Janssen en Martin Jan Schalij over de psychosociale ­gevolgen van, en praktische zaken rondom, hart- en vaatziekten Locatie: Van der Valk Hotel Leiden Informatie en aanmelden: www.hartlongcentrum.nl/hartenvaatcafe

Vormgeving en layout Curve Mags and More, Haarlem. Patrick Hoogenberg, Mieke van Weele Prepress en druk Groen Media, Leiden Redactieraad Kees Bartlema, Christine Beldman, Simone Ipenburg, Pauline Kespi, Susan Quix, Suzanne Schmeink, Martine de Vries (voorzitter) Contact Directoraat Communicatie, Postbus 9600, 2300 RC Leiden, 071-5268005, redactie@lumc.nl.

Abonnementen Jaarabonnement € 26,50 Abonnementsvoorwaarden zie https://www.lumc.nl/magazine LUMC Magazine nr. 19 verschijnt op 7 maart 2019. ISSN 2405-8246.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

35

begin einde werkdag Er werken meer dan 8000 mensen in het LUMC. We volgen een van hen aan het begin en het einde van de werkdag.

Hoe was je dag?

Het was een gezellige dag. Ik heb weer allemaal leuke mensen gesproken. Een stel uit Amsterdam dat naar ­Zoetermeer verhuisd was, mensen uit Lisse en een jongen uit Syrië. Hij vertelde dat hij met z’n familie naar Nederland was gekomen. O ja, en ik sprak nog een man die was opgegroeid in betondorp in Amsterdam. Je weet wel, waar Johan Cruijff is opgegroeid. Dat vind ik leuk, want ik ben zelf ook fan van Ajax en ging daar vroeger vaak naar ­voetbalwedstrijden, naar het oude stadion de Meer.

Heeft iedereen zin in een praatje?

De meeste mensen wel, tenzij ze te ziek zijn om te kunnen praten. Ik heb eigenlijk altijd wel een goed gesprek.

Ik vraag nooit wat ze mankeren, maar waar ze vandaan ­komen. Aan het medische heb ik niets toe te voegen, dat is mijn vak niet. Ik vind het veel leuker om te horen waar ze wonen en hoe dat is.

Je werk klinkt heel afwisselend.

Dat is het ook. Ik kom mensen van over de hele wereld ­tegen en het is altijd interessant om te horen wat hen ­bezighoudt. Ik hoop dat ik mensen even een onbezorgd moment heb gegeven, ook al zijn ze bijvoorbeeld op weg naar de operatiekamer. Ik zorg voor wat gezelligheid en afleiding.

Lees op pagina 2 hoe Guus’ werkdag begon

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Guus Limburg (57), logistiek medewerker patiëntenvervoer en materialen


LUMC

TEK S T: R AY MON HEEMSKERK ILLUS TR ATIE: GIORGIA DALLER A

Slaap je tijdens een operatie? INTERVIEW

komt elk half jaar in het LUMC voor controle. Waarvoor moet je naar het ziekenhuis? Toen ik zes jaar was, kreeg ik astma. Dan heb je het soms opeens heel benauwd. Ik ben daarvoor al vaak in het LUMC geweest. Vroeger moest ik ook elk jaar een weekje blijven slapen. Dan kreeg ik medicijnen en kwamen de dokters om de paar uur naar mijn longen luisteren.

Hoe gaat het nu met je?

Als je naar het ziekenhuis moet, is dat soms voor een operatie. Als je been gebroken is bijvoorbeeld. Of als je hart niet helemaal gezond is. Zo’n operatie maak je meestal niet bewust mee. Slaap je dan? “Eigenlijk is het geen echte slaap”, zegt Bert-Jan Egberink. Hij is anesthesioloog in het LUMC. Dat is de dokter die je in slaap brengt voor een operatie. Maar slapen is het dus eigenlijk niet? “Nee, we noemen het vaak wel zo, maar als je echt zou slapen, zou je wakker worden als de chirurg je gaat opereren. Je krijgt daarom eerst een sterke pijnstiller. Daarna krijg je een slaapmiddel. Dat kan via een kapje op je neus. Dan adem je het slaapmiddel in. Of via een infuus, dat is een slangetje in een bloedvat, vaak in je arm.

Je raakt dan buiten bewustzijn. We zeggen dan dat je onder narcose bent.” Wanneer de operatie voorbij is, stopt de anesthesioloog met het geven van deze middelen. Je wordt dan vaak na ongeveer een kwartier alweer langzaam wakker. Na een operatie kun je misselijk zijn. Jonge kinderen zijn dat minder vaak dan grote mensen.

Het gaat nu heel goed. Ik heb al een paar jaar geen astma-aanval gehad. Ik mag nu zelfs stoppen met de medicijnen. Ik zit op voetbal en dat gaat ook zonder problemen.

Ben je ook weleens voor iets anders naar het ziekenhuis geweest?

Je bent wel vaak in het ziekenhuis. Zijn er ook leuke dingen? Ja, voor kinderen is er een daktuin, dat is een speeltuin. Ik heb ook een paar keer clowns gezien. Die waren heel grappig.

+

BRANDALARM!

Slaan de vlammen bij jou soms ook uit je oren als je iets gegeten hebt? In dat eten zitten dan hete pepers. Berucht is de sambal van de afhaalchinees. Je wilt het liefst een grote slok water nemen om de brand in je mond te blussen. Maar pas op, dat helpt niet! Water kan het zelfs iets erger maken. Wat je beter kunt doen, is melk drinken. Daar zitten eiwitten in die het hete stofje uit de pepers afbreken. Ook brood, rijst, aardappelen, kroepoek, suiker, citroen, sinaasappel, ananas en pure chocola verlichten de pijn. Allemaal veel betere ‘blusmiddelen’ dan water dus.

+

o=e

+

-it

-l Antwoord: Sneeuwballengevecht

Toen ik vijf jaar was ben ik heel ziek geweest. Er zat toen een bacterie in mijn hersenen. Dat komt niet veel voor. Ik lag toen ook in het LUMC, maar ik herinner me er niet zo veel meer van.

Profile for Leids Universitair Medisch Centrum

LUMC Magazine #18  

LUMC Magazine #18