LUMC Magazine 4 2015

Page 1

#4

SEPTEMBER 2015

Is het echt zo gezond?

OERDIEET Recepten voor een goed gesprek PRATEN MET JE ARTS Wat gebeurt er tijdens de narcose?

VEILIG ONDER ZEIL


2

LU M C M AGA Z IN E

Sandra van Gog, analist: “Vandaag ben ik vliegende keep” HOE S TA RT JIJ JE W ERKDAG?

Ik zit meestal om kwart over zeven op de fiets en doe er dan vijftig minuten over om van HazerswoudeDorp naar het LUMC te komen. Ik ben altijd een half uur te vroeg en drink hier nog lekker een kopje koffie totdat het tijd is voor de briefing. Dan vertelt de hoofdanalist ons wat er ‘s nachts op het lab is gebeurd en wat we die dag kunnen verwachten. JE W ERK T OP HE T KERN L A BOR ATORIU M. WAT G EBEU RT DA A R?

FOTO: ARNO MA SSE

‘Ik fiets vijftig minuten van mijn huis naar het LUMC’

Hier komen alle bloed- en urinemonsters van het ziekenhuis en van de poli’s binnen voor onderzoek. Veel mensen denken dat analisten de hele dag door een microscoop turen, maar tegenwoordig wordt bijna alles door machines bepaald. Het hele proces is gestroomlijnd, consequent en snel. HOE ZIE T JOU W W ERK ER VA N DA AG UIT?

Vandaag ben ik vliegende keep; ik ga waar nodig bijspringen. Aan de voorkant van het laboratorium komen alle monsters binnen en aan de achterkant worden de uitslagen nagekeken en de monsters opgeruimd. Als er ergens onderweg een probleem ontstaat, kost het meestal veel tijd om het op te lossen en word ik ingezet. Lees op pagina  hoe Sandra’s werkdag verliep!


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Inhoud

SPANNEND

V

20 Recepten voor een goed gesprek TIPS VOOR PATIË NTE N É N ZORGV E RLE N E R S

34

14 Onder narcose – en dan?

Het paleo-dieet: oerend gezond En verder

 Sandra van Gog gaat aan het werk  LUMC-nieuws  Infografisch  Hoe zit dat? Tekort aan jodium bij broodmijders  In de wachtkamer  Vaten onder druk (Bijna) alles over hoge bloeddruk  Recept Nazomeren met soep

 De kennismaking Een tumor in het borstbeen  Stem kwijt stem terug Bijzondere zorg bij stemproblemen  Uit de kunst  Kort nieuws en agenda  Post van… Wim en Lydia uit Brabant  De werkdag van Sandra zit erop

oor veel patiënten en hun naasten is een bezoek aan het ziekenhuis behoorlijk spannend. De arts gaat je vertellen hoe het staat met je gezondheid. Dat op zich is al genoeg om je zorgen te maken, maar dan komt daar ook nog het gesprek zélf bij. Misschien gebruikt de arts wel medische termen die je niet kent. Misschien denk je er zelf niet aan om de juiste vragen te stellen. En misschien ben je, zodra je de spreekkamer verlaat, van de stress subiet vergeten wat er allemaal besproken is. Dick Duynhoven ging voor dit nummer te rade bij onder andere patiënten en zorgverleners van het LUMC. Hij verzamelde tips en trucs voor patiënten én artsen waarmee het gesprek naar ieders tevredenheid moet kunnen verlopen (blz. ). Nog spannender is het als je voor een operatie onder narcose moet. Want wie zorgt er voor je als je er zelf niet bewust bij bent? Als je zelf geen enkele controle hebt over wat er met je lichaam gebeurt? Masja de Ree klopte aan bij de anesthesiologen van het LUMC. Ze kwam tot een geruststellende conclusie: onder narcose gaan is ontzettend veilig. Zeker de afgelopen tien jaar is er hard gewerkt aan het screenen en monitoren van patiënten. Daardoor kan, met de juiste begeleiding, in principe iedereen veilig onder narcose worden gebracht. Over spannend gesproken: voor mijzelf breekt er binnenkort een spannende nieuwe periode aan. Na tien jaar in dienst te zijn geweest bij het LUMC heb ik besloten dat het tijd werd voor iets anders. Dit is dus mijn laatste editorial voor het LUMC Magazine. Ik heb er vertrouwen in dat het blad u ook in de toekomst veel mooie verhalen en zinvolle informatie zal brengen. Ik wens u alvast veel leesplezier.

Diana de Veld eindredacteur Uw reacties én suggesties voor komende nummers zijn zeer welkom! redactie@lumc.nl

3


4

LU M C M AGA Z IN E

lumcnieuws

vraagje aan

Joost Brillemans,

projectleide r Kl antge richte zorg

K an ik online mijn bloed- of urine-uitsl ag bekijken?

J

a, dat kan. Je kunt als patiënt inloggen op het patiëntportaal van het LUMC en daar een deel van je medisch dossier inzien, waaronder de meeste lab-uitslagen. Uitzonderingen zijn tumormarkers, oftewel laboratoriumwaarden die iets zeggen over kanker, en waarden waarvan de betekenis niet staat uitgelegd op www.uwbloedserieus.nl. De reden is dat we willen voorkomen dat mensen hun uitslag verkeerd interpreteren en zich – misschien onterecht – zorgen gaan maken. Om dezelfde reden komen de labuitslagen pas zeven dagen nadat ze voor de arts beschikbaar zijn, online te staan. De arts heeft dan namelijk nog de tijd om de patiënt persoonlijk te informeren, mocht hij of zij dat nodig vinden. Niet alle patiënten zijn blij met die bewuste vertraging en er zijn ook ziekenhuizen die de lab-uitslagen wél direct online zetten. Zeker voor chronische patiënten kan het zinvol zijn om uitslagen zonder vertraging toegankelijk te maken – zij hebben zelf meestal veel inzicht in hun ziekte en weten wat de waarden betekenen. Voor andere patiënten is het de vraag of de voordelen van het direct toegankelijk maken van uitslagen opwegen tegen de onrust die ze kunnen veroorzaken. Maar we sluiten niet uit dat dit in de toekomst verandert. (DdV)

Hartpatiënten maken thuis hartfilmpje Patiënten die een hartinfarct hebben gehad, kunnen in het LUMC ‘The Box’ mee naar huis krijgen. In deze doos zit een weegschaal, een bloeddrukmeter en een ECG-apparaat. Zo kunnen ze thuis onder meer zelf een hartfilmpje maken: e-health in de praktijk! Er worden steeds meer slimme ‘wearables’ ontwikkeld voor de zorg. Het LUMC onderzoekt hoe we deze apparaten kunnen inzetten voor patiënten. Promovendus Roderick Treskes legt uit: “Bij de revalidatie na een hartinfarct staat een gezonde levensstijl centraal. Hoe beter een patiënt zich hieraan

houdt, hoe beter het over het algemeen met hem of haar gaat. We geven patiënten thuismeetapparatuur mee en onderzoeken of de dagelijkse confrontatie met deze meetwaarden invloed heeft op hun gedrag.” Bij The Box hoort het digitaal spreekuur en een digitaal loket. Bij een digitaal spreekuur spreken patiënten en zorgverleners elkaar via een videoverbinding. Dit scheelt patiënten een rit naar het ziekenhuis. Via het digitaal loket kan de patiënt contact opnemen met het ziekenhuis als hij niet-spoedeisende klachten heeft.

Tr anspl antatie helpt bij diabetes t ype 1

Transplantatie van eilandjes van Langerhans is een goede behandeloptie voor patiënten met type 1 diabetes. Dat blijkt uit onderzoek van LUMCprof. Eelco de Koning (Interne Geneeskunde). Sinds 2007 voert het LUMC als enige ziekenhuis in Nederland de eilandjestransplantatie uit. De eilandjes van Langerhans, gelegen in de alvleesklier, produceren insuline. Dit hormoon is onmisbaar voor het reguleren van de hoeveelheid suiker in het bloed. Bij patiënten met type 1


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

80 nieren (overleden donor) 77 nieren (levende donor) 43 levers (al dan 24 alvleesklieren niet samen met nier) van eilandjes 9 transplantaties van Langerhans diabetes valt het eigen afweersysteem de eilandjes aan, waardoor zij geen of nauwelijks insuline aanmaken. De onderzoekers volgden gedurende twee jaar 1 patiënten die de eilandjes getransplanteerd kregen. Van hen hoefde na één jaar 2% geen insuline meer te spuiten. Na twee jaar gold dit nog voor 2%. Prof. De Koning: “De productie van insuline door de getransplanteerde eilandjes neemt in de loop van de tijd af. Maar belangrijker is dat de bloedsuikers veel stabieler zijn en er

FOTO: EDITH PAOL

Meest getransplanteerde organen per jaar in het LUMC

lees meer in de lumcnieuwsbrief Ontvang ook elke twee weken het meest actuele nieuws van het LUMC in uw mailbox! Abonneer u via www.lumc.nl/ nieuwsbrief.

vaak geen ernstige hypo-problemen – waarbij het suikergehalte gevaarlijk daalt – meer optreden.” Voor de behandeling is een flinke wachttijd, vanwege de beperkte beschikbaarheid van donoren. Vanwege de beperkte beschikbaarheid én de noodzaak om levenslang afweeronderdrukkers te slikken, komen voorlopig alleen patiënten met complicaties en patiënten bij wie het niet lukt om de bloedsuikers goed in te stellen in aanmerking voor de behandeling.

alert bij ouderen die slechter Kunnen denKen Ouderen die slechter kunnen redeneren, plannen en problemen oplossen, lopen veel meer kans op een hartinfarct en beroerte. Een verklaring voor het verband is dat hun bloedvaten van minder goede kwaliteit zijn, waardoor ook de hogere hersenfuncties worden aangetast. Ook kan meespelen dat mensen die minder goed kunnen plannen en beslissen ongezondere keuzes maken en de adviezen van artsen minder goed opvolgen. De bijna vierduizend -plussers die meededen aan het onderzoek werden getest op hun vaardigheden in plannen, problemen oplossen en redeneren: de zogenoemde executieve functies. De deelnemers werden hierna drie jaar gevolgd. In die periode kregen  van de . mensen die het slechtst hadden gescoord een hartinfarct. Bij de . mensen met de beste executieve functies kwamen maar  hartinfarcten voor. “Ouderen met de slechtste executieve functies hadden dus  procent meer kans op een hartinfarct”, aldus dr. Behnam Sabayan, onderzoeker op de afdelingen Radiologie en Ouderengeneeskunde van het LUMC. Ook de kans op een beroerte was  procent hoger bij de groep met de zwakste executieve functies. “Met de leeftijd gaan de executieve functies geleidelijk achteruit, bij de een sneller dan bij de ander. We zien nu dat zo’n snellere achteruitgang samen kan hangen met meer kans op hartinfarcten en beroertes. Het is goed om hier meer alert op te zijn bij ouderen.”

5


LU M C M AGA Z IN E

Infografisch

De liften van het LUMC Liftgeleidesysteem met vangbeveiliging

PAT IEN

Status display:

19.000

Een lift kan verschillende statussen hebben: personenlift, patiëntenlift, goederenlift of spoedlift. De lift is dan gereserveerd voor deze doelgroep.

Liftritten per dag

TEN

LIFT

Radar:

scant de ingang van de lift zodat er niemand klem komt te zitten.

3 soorten liftgebruikers: Spoedlift

Via de beveiliging kan een spoedlift worden aangevraagd.

Aantal liften

15

seconden

37

Gemiddelde wachttijd

grote liften

1 Bezoekers en patiënten 2 Logistiek medewerkers Zij gebruiken liften met de status Personenlift.

HOE ZIT DAT?

In de rubriek ‘Hoe zit dat?’ kunnen lezers een vraag stellen aan een expert van het LUMC.

Ook een vraag? Mail hem naar redactie@lumc.nl. De rubriek ‘Hoe zit dat?’ is niet bedoeld voor vragen over persoonlijke gezondheidsklachten: daarvoor kunt u beter terecht bij uw eigen arts.

Zij kunnen de status van een lift met hun pas veranderen, bijvoorbeeld voor het vervoer van goederen of een patiënt.

3 Medewerkers

Ook zij gebruiken de Personenlift. Ze kunnen de status van een lift niet zelf veranderen.

Als ik stop met brood eten, krijg ik dan nog voldoende jodium binnen? “D it is inderdaad een punt”, reageert Hanno Pijl, hoogleraar interne geneeskunde. “Jodium zit verwerkt in broodzout, dat bakkers sinds  verplicht aan brood moeten toevoegen. En dat is niet voor niets. Een tekort aan jodium leidt tot schildklierproblemen zoals een vergrote schildklier, ook wel krop of struma genoemd. Vooral zwangere vrouwen moeten alert zijn, want jodium is essentieel voor de opbouw van de hersenen van het ongeboren kind.” Overigens is het verband tussen jodiumtekort en struma niet eenvoudig. Ook mensen met voldoende jodium in het lijf kunnen de ziekte namelijk krijgen. “Patiënten met struma zie ik regelmatig op mijn spreekuur. Of dat door jodiumgebrek komt weet ik niet, want de jodiumstatus van onze patiënten houden we niet bij. Wel is bekend dat in gebieden met weinig jodium in de bodem vaker problemen met

10

voor niet-bezoekers

3

liften voor kleine materialen

struma en een beperkte intellectuele ontwikkeling optreden. Dus veronachtzamen moet je het zeker niet.” Pijl benadrukt dat de gevolgen van een jodiumtekort niet altijd zichtbaar zijn. “Een grote krop in de hals zie je zitten, maar een kleine krop niet. Sommige mensen weten niet eens dat ze struma hebben. Met intelligentie kan dat net zo zijn. Als je jarenlang biologisch brood eet – waar geen jodium in zit – dan ontwikkel je je mogelijk niet optimaal.” Wie niettemin geen brood wil eten, kan zijn toevlucht nemen tot zee-producten zoals vis, schelpdieren, zeewier of algen. Die bevatten relatief veel jodium. Jodium toevoegen als voedingssupplement acht Pijl minder geschikt. “Dan krijg je er makkelijk te veel van binnen, en dat is ook niet goed.” (JO)

INFOGR APHIC: LOEK WEIJ TS

6


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

In de wachtkamer Nicolette de Bruin, 20 jaar Wachtkamer Hartfunctie, afdeling Hartziekten TEK S T: DICK DU YNHOV EN > FOTO: ARNO MA SSEE

Waarom ben je hier? Ik heb in maart vorig jaar een openhartoperatie gehad. Mijn aorta was te wijd. Straks krijg ik een controle-scan en daarna een gesprek met de cardioloog. Je bent alleen. Wilde je niemand meenemen? Mijn moeder en mijn vriend moesten vandaag werken. Mijn vader en broer zijn visser, die zijn nu op zee. Toen ik net geopereerd was, zat mijn vader ook op zee, maar toen heb ik vanuit het ziekenhuis wel met hem geskypt.

Hoe kwam je achter dat hartprobleem? Ik heb vier keer een knieoperatie gehad. Bij de klinisch geneticus is er een familiestamboom gemaakt waaruit bleek dat ik een bindweefselafwijking heb. Toen ze zagen dat er hartproblemen in de familie voorkomen, hebben ze bij mij een echo gemaakt. Een paar maanden later lag ik op de operatietafel en is de aortawortel vervangen. Dus je hebt al een hele geschiedenis met het LUMC Ik ben hier zelfs geboren! Maar

toen mocht ik snel naar huis. Ze hebben al een flink dossier van mij. Ik heb twee keer een liesbreukoperatie gehad, vier knie-

‘In het begin had ik het er moeilijk mee, maar door veel steun ben ik er sterk uitgekomen’ operaties en nog meer dingen. Dan denk je dat je er eindelijk vanaf bent… en dan ben je opeens hartpatiënt!

Wat betekent dat voor je dagelijks leven? Medicijnen slikken. Losartan voor mijn hart en voor de rest positief blijven en genieten van elke dag. Voor je het weet ben je er niet meer. In het begin had ik het er wel een beetje moeilijk mee, maar door veel steun van mijn ouders, vriend en familie ben ik er sterk uitgekomen. Hoe zie je je toekomst? Ik zie de toekomst zonnig in. Natuurlijk samen met mijn vriend. Huisje, boompje, kindje(s)!

7


8

LU M C M AGA Z IN E

Vaten onder druk Wat zijn de ge varen van hoge bloeddruk en hoe kom je er vanaf?


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

Me haastend naar mijn afspraak wacht ik niet op de lift maar beklim zeven trappen. Mijn hart klopt flink - die bloeddruk van mij is nu vast torenhoog, denk ik. Dat treft, want ik spoed me naar een interview over hoge bloeddruk. Een kwaal waar velen aan lijden, en helaas niet alleen als ze net zeven trappen hebben beklommen.

9

tek s t: Diana de V eld > fotogr afie: marc de ha an

>


10

Lu M C M aGa Z In e

z

onder bloed dat door je aderen stroomt – en dus tegen de wanden van je bloedvaten drukt – kun je niet leven. Maar een te hoge bloeddruk geeft gezondheidsrisico’s. Dat komt doordat de binnenbekleding van de vaten dan beschadigd raakt en minder goed functioneert, legt internist ouderengeneeskunde dr. Majon Muller uit. Zij is gespecialiseerd in hoge bloeddruk bij ouderen. “Daardoor vormt zich bindweefsel, dat de vaten stijver en nauwer maakt.” Nierarts dr. Paul van der Boog, gespecialiseerd in het zelf managen van hoge bloeddruk, vult aan: “En dat kan weer leiden tot hart- en vaatziekten en tot beschadiging van de nieren.”

Boven- en onderdruk

Op zich geeft een hoge bloeddruk zelden klachten. “Veel mensen denken dat je hoofdpijn of een rood hoofd krijgt van een hoge bloeddruk, en dat je ervan gaat zweten of duizelig wordt. Maar dat is eerder uitzondering dan regel”, zegt prof. Menno Huisman (internist vasculaire geneeskunde). Het is naast de acute gezondheidsrisico’s vooral vanwege de gezondheidsrisico’s op langere termijn dat zorgverleners regelmatig naar de bloeddrukmeter grijpen. Als patiënt krijg je dan een band om je bovenarm die stevig wordt opgepompt en dan weer leegloopt. Daarna krijg je twee getallen te horen: / bijvoorbeeld. Maar wat betekenen die getallen? “De eerste waarde is de bovendruk, gemeten in millimeter kwik”, legt Van der Boog uit. “Dat is de bloeddruk in de vaten op het moment dat het hart samenknijpt en met volle kracht het bloed de aderen inpompt. Het tweede getal, de onderdruk, geeft aan hoe hoog de druk is als het hart juist ontspant.”

ZeLF Meten oF Laten Meten?

De bloeddruk kan enorm wisselen, afhankelijk van bijvoorbeeld temperatuur, stress en lichaamshouding. Daarom is één meting niet genoeg voor de diagnose hoge bloeddruk. “De bloeddruk bij de dokter is vaak hoger dan in de thuissituatie”, vertelt nierarts Paul van der Boog. Uit onderzoek is bekend dat thuismetingen een betrouwbaarder beeld geven van de werkelijke bloeddruk dan metingen die verricht zijn door zorgverleners. thuis kun je op een rustig moment de bloeddruk meten, en je kunt ook méér metingen uitvoeren. het zelf meten van de bloeddruk kan een patiënt ook motiveren om zijn medicijnen goed te slikken. soms laat de arts een -uursbloeddrukmeting uitvoeren. De patiënt gaat dan naar huis met een apparaat dat om de - minuten automatisch de bloeddruk meet. “Dat is vooral handig bij ouderen die zelf niet zo goed een bloeddrukmeter kunnen bedienen”, merkt majon muller op. Je krijgt zo ook een goed beeld van de bloeddruk ’s nachts. maar het vraagt wel veel van de patiënt,  uur met een bloeddrukmeter rondlopen.

Bij de meeste mensen met een hoge bloeddruk zijn zowel de onder- als de bovendruk te hoog. “Een hoge bovendruk is vooral slecht voor de grote bloedvaten, en een hoge onderdruk voor de kleine”, licht Van der Boog toe. Bij ouderen komt ook wel een hoge bovendruk voor met een normale onderdruk. Dat heeft te maken met verstijving van de bloedvaten.

Beroerte

Als hoge bloeddruk niet behandeld wordt, kunnen de gevolgen op lange termijn ernstig zijn. “Vooral de kans op een beroerte is verhoogd”, zegt Huisman. “Veel mensen denken eerder aan een hartinfarct, maar dat verband is zwakker. Wel kan er op lange termijn hartfalen ontstaan, oftewel verminderde pompkracht van het hart. Dat heeft te maken met verdikking van de hartspier doordat het hart als het ware tegen de hoge bloeddruk in moet pompen. Door zo’n verdikte hartspier kunnen trouwens ook ritmestoornissen ontstaan.” De hoge bloeddruk kan op termijn ook de nieren beschadigen, met alle gevolgen van dien. Gemiddeld lijdt ongeveer een op de drie Nederlanders tussen de  en  jaar aan hoge bloeddruk, door artsen vaak hypertensie genoemd. Mannen hebben vaker een hoge bloeddruk dan vrouwen ( resp.  procent). Bij mensen ouder dan  jaar lijdt ongeveer  procent aan hoge bloeddruk, meestal een hoge bovendruk.

Oorzaken van hoge bloeddruk

Waarom iemand een hoge bloeddruk heeft, is meestal niet bekend. Bij een op de twintig is er echt een duidelijk aanwijsbare oorzaak, bijvoorbeeld een hormoonstoornis, een nierziekte of bepaalde medicijnen. Bij de anderen gaat het waarschijnlijk om een combinatie van factoren, zoals leefstijl, stress en erfelijke aanleg. Aan dat laatste doe je natuurlijk niets, maar veel oorzaken kun je wél zelf beïnvloeden. Als mensen met overgewicht afvallen, daalt hun bloeddruk. Een voedingspatroon met veel groenten en fruit, vis, noten en magere zuivelproducten helpt ook. Je kunt beter niet veel alcohol drinken en voorzichtig zijn met verzadigd (dierlijk) vet. Zout is ook slecht, maar alleen voor mensen met een zoutgevoelige hoge bloeddruk. Dat geldt voor ongeveer de helft. Drop en zoethout bevatten een hormoonachtig stofje dat de bloeddruk kan verhogen – voorzichtig daarmee dus! Stoppen met roken verlaagt de bloeddruk, en dat geldt ook voor minder stress en meer ontspanning in je leven. Sommige vrouwen blijken een hoge bloeddruk te krijgen van de anticonceptiepil. Zij kunnen overstappen op een andere vorm van anticonceptie. Ten slotte helpt voldoende bewe> gen, met name voor de bovendruk. Tijdens het sporten


l eIdS unI v er SItaIr medISCh Cen t rum

oP Latere LeeFtIJ d

GeZonde BLoeddruk?

OPTIM AAL OPTIM AAL

85 85 90 90 80 80

100 100

180 180

110 110 en / en of / of

onderdruk onderdruk

naar de HoGeBLoeddruk-PoLI

Veel mensen denken dat je hoofdpijn krijgt of duizelig wordt van hoge bloeddruk. Maar dat is eerder uitzondering dan regel

het lUmc kent een hypertensie-poli, speciaal bedoeld voor mensen met hoge bloeddruk. hoge bloeddruk hoort eigenlijk thuis bij de huisarts, maar als die er niet uitkomt, neemt het lUmc de patiënt tijdelijk over. De behandeling in het lUmc is erop gericht om de bloeddruk te verlagen, maar ook om andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten te verkleinen. Patiënten komen op bezoek bij de internist vasculaire geneeskunde en bij de vasculair verpleegkundige. er wordt een uitgebreid lichamelijk onderzoek gedaan, met onder meer bloedafname en een hartfilmpje. ook worden eventuele andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten in kaart gebracht, zoals overgewicht, roken en erfelijke aanleg. als het zinnig lijkt om af te vallen en de leefstijl gezonder te maken, dan kan een patiënt terecht bij de vasculair verpleegkundige. Zij helpt daarbij – en met succes, zo blijkt. het percentage mensen dat succesvol stopt met roken ligt bij haar bijvoorbeeld op  procent, tegen  procent onder begeleiding van een arts.

HOGE B LO GRAAEDDRU D3 K HOGE B LO GRAAEDDRU D3 K

HOGE B LO GRAAEDDRU D3 K HOGE B LO GRAAEDDRU D3 K

bovendruk bovendruk

UK EDDR 2 BLO GE AAD HO GR UK EDDR 2 BLO GE AAD HO GR

OPTIM AAL OPTIM AAL

UK

UK EDDR 2 BLO GE AAD HO GR UK EDDR 2 BLO GE AAD HO GR

160 160

UK

130 130 140 140 120 120

OO OLRMAALHO HO NO RG MN AA HOOG H GE GE B B GR LOE GR LOE AA DD AA DD D R D R 1 1

L L AA AA RM ORM NO N

UK

OO OLRMAALHO HO NO RG MN AA HOOG H GE GE B B GR LOE GR LOE AA DD AA DD D R D R 1 1 UK

L L AA AA RM ORM NO N

Bij de meeste mensen stijgt de bloeddruk met het klimmen van de jaren, omdat de vaten stijver worden. gek genoeg blijken mensen op zeer hoge leeftijd soms juist beter af met een hoge bloeddruk dan met een lage. met een lage bloeddruk krijgen ze vaker een beroerte of geheugenproblemen en hebben ze meer kans om te overlijden. reden dus om op te passen met medicijnen bij deze groep. De bloeddruk kan bovendien ook té laag zijn. Dan kunnen mensen bijvoorbeeld duizelig worden bij het opstaan, onderuitgaan en een heup breken. De Dante-studie, uitgevoerd door onder anderen prof. roos van der mast (ouderenpsychiatrie), onderzocht het effect van stoppen met medicijnen tegen hoge bloeddruk bij ouderen met een kwetsbaar brein en geheugenproblemen. De gedachte was dat die hoge bloeddruk misschien wel nodig is om de organen, zoals het brein, goed van bloed te kunnen voorzien. Uit dit onderzoek bleek echter niet dat de ouderen beter af waren als ze tijdelijk stopten met bloeddrukverlagers.

WItte-JaSSen-HoGeBLoeddruk

Voor veel mensen herkenbaar: je weet dat de dokter je bloeddruk gaat meten en van de zenuwen schiet je helemaal in de stress. Wedden dat hij wéér een te hoge waarde meet?!? en tja, dat is dan meestal ook zo. Want die stress doet je bloeddruk natuurlijk weinig goed. Dit effect noemt men ‘witte-jassen-hogebloeddruk’. Dikke kans dat die bloeddruk op andere momenten dan gewoon in orde is. toch? nou, niet automatisch. Want als je op stress reageert met een hoge bloeddruk, en je hebt in het dagelijks leven óók veel stress, dan zal je bloeddruk waarschijnlijk wel vaker te hoog zijn. het is daarom belangrijk om stress te beperken.

11


12

Lu M C M aGa Z In e

 tIPS BIJ een te HoGe BLoeddruk

1

Slik trouw de voorgeschreven medicijnen

2

Stop met roken

3

Val af als je te zwaar bent

4

Eet veel groenten en fruit, vis, noten en magere zuivelproducten

5

Vermijd verzadigde (dierlijke) vetten

6

Wees matig met alcohol

InGreeP teGen HoGe BLoeddruk?

Bij een deel van de patiënten lukt het, ondanks een groot aantal bloeddrukverlagende middelen, niet om de bloeddruk voldoende te verlagen. Voor sommige van deze patiënten is er een alternatieve behandeling: renale denervatie. Door een katheter die via de liesslagader naar de nierslagaders komt, worden de zenuwen naar de nieren, die een belangrijke rol spelen bij de bloeddruk, uitgeschakeld. hoe zinvol deze behandeling is, wordt nog onderzocht. in het kader van dit wetenschappelijk onderzoek voert ook het lUmc deze behandeling uit.

7

Zorg voor genoeg lichaamsbeweging

8

Pas op met zout, drop (ook zoete drop!) en zoethout

9

Beperk de stress in je leven en ontspan regelmatig

10

Slik je anticonceptiepillen? Vraag je arts of die je bloeddruk misschien verhogen

dIaBeteS en de BLoeddruk

insuline kent iedereen van z’n rol bij diabetes en bloedsuiker, maar dit hormoon blijkt ook de bloeddruk te verhogen. misschien verklaart dit waarom patiënten met diabetes type  en mensen met overgewicht vaak een hoge bloeddruk hebben: zij zijn minder gevoelig geworden voor insuline, waardoor hun alvleesklier extra insuline gaat aanmaken. en dat hormoon stuwt de bloeddruk omhoog.

kraSSe knarren

Dementie werd lange tijd altijd aangezien voor de ziekte van alzheimer, te wijten aan eiwitplaques die zich ophopen in de hersenen. “maar tegenwoordig is er steeds meer aandacht voor de rol van hart- en bloedvaten”, vertelt radioloog prof. mark van Buchem. “Want als er iets schort aan de bloedvoorziening van het brein, dan kun je óók verwachten dat de hersenfuncties achteruitgaan.” hoge bloeddruk kan hierbij op twee manieren een rol spelen, legt hij uit. “Door een hoge bloeddruk kan de hartfunctie verminderen, én de hoge druk kan de kleine vaten in de hersenen beschadigen.” Binnen het onderzoeksprogramma Heart-brain connection, waaraan behalve het lUmc ook onder andere het VUmc meewerkt, zoomt Van Buchem verder in op de rol van de bloedsomloop bij dementie. “Daarvoor onderzoeken we heel veel -plussers, onder andere met mri-scans van hart en hersenen en met tests van de hersenfuncties.” als er inderdaad verbanden worden gevonden, dan biedt dat aanknopingspunten voor nieuwe behandelingen tegen dementie. “Voor de ziekte van alzheimer bestaat eigenlijk nog geen therapie. maar problemen met de bloedsomloop, dáár kun je best wat aan doen!”


l eIdS unI v er SItaIr medISCh Cen t rum

stijgt de bloeddruk weliswaar even, maar over het geheel genomen daalt hij.

Hart, vaten en nieren

Hoe hoog je bloeddruk is, hangt af van de werking van je hart, je bloedvaten en je nieren. “Zie het hart als de waterpomp, de bloedvaten als de tuinslang, en je nieren als de sproeier”, vergelijkt Van der Boog. “Hoe sneller en krachtiger je hart pompt, hoe hoger de druk in de tuinslang wordt. Maar ook de tuinslang zelf - de bloedvaten dus doet ertoe. Als de slang elastisch is, zal de bloeddruk minder hoog oplopen dan als die slang nauw en stijf is. En als laatste is ook de sproeier van belang. Als het water goed wordt afgevoerd, dan blijft de druk makkelijker binnen de perken.” Vaak is het niet óf óf, maar én én. Als de bloedvaten stijver worden, moet het hart wel harder gaan pompen om er nog bloed door te kunnen persen. Dan wordt de bloeddruk hoger en raken de bloedvaten beschadigd, waardoor ze nog stijver worden. Zo versterkt het effect zichzelf.

De werking van pillen

Sommige medicijnen tegen hoge bloeddruk werken op het hart en/of de bloedvaten, andere zorgen vooral voor minder vocht in het lichaam (tabel ). Welke bloeddrukpillen je krijgt voorgeschreven, hangt onder meer af van je leeftijd en of je nieren een rol spelen, maar ook van eventuele andere aandoeningen waar de medicijnen een goed of juist slecht effect op kunnen hebben. Vanaf welke waarden krijg je medicijnen voorgeschreven? “In principe als er sprake is van hypertensie, dus meer dan /”, antwoordt Majon Muller. “Maar of een arts medicijnen voorschrijft, hangt ook af van andere risicofactoren. Als je bijvoorbeeld ook nog een hoog cholesterol of diabetes hebt, dan is de kans op een beroerte of hartinfarct al groter. Dan wil de arts dus eerder die bloeddruk verlagen.” Ook als er hart- en vaatziekten in de familie zitten of als er eiwit in de urine zit – wat wijst op problemen met de nieren – zullen artsen eerder medicijnen tegen hoge bloeddruk voorschrijven.

Blijven slikken

Moet je die medicijnen altijd blijven slikken, ook als je bloeddruk weer normaal is? “Ik ben bang van wel”, zegt Van der Boog. “Want als je bloeddruk mét medicijnen normaal is, dan is er een grote kans dat hij weer te hoog wordt als je ermee stopt.” In praktijk blijken veel mensen hun medicijnen tegen hoge bloeddruk niet volgens de voorschriften te gebruiken. “Sterker nog: waarschijnlijk neemt de helft hun pillen

tYPe MedICIJn Plaspillen, bijv. hydrochloorthiazide, furosemide

WerkInG laten de nieren meer vocht afvoeren, waardoor de bloeddruk daalt

ras-remmers, bijv. ace-remmers zoals lisinopril calciumantagonisten, bijv. nifedipine

Verzwakken het regelmechanisme dat de bloedvaten vernauwt. Door de wijdere vaten daalt de bloeddruk remmen de opname van calcium door spiercellen. De spieren in de vaatwanden verslappen én het hart klopt minder krachtig, waardoor de bloeddruk daalt Blokkeren de werking van stresshormonen op de spiercellen van hart- en bloedvaten. het hart klopt daardoor rustiger en de bloeddruk daalt Blokkeren bepaalde receptoren in het centrale zenuwstelsel, waardoor bloedvaten verwijden

Bètablokkers, bijv. metoprolol

medicijnen die via het zenuwstelsel werken, bijv. doxazosine

helemaal niet, en van de mensen die ze wél slikken, vergeet de helft ze regelmatig in te nemen”, schat Huisman. “Veel mensen zijn niet overtuigd van het nut van de pillen – ze hebben toch geen last van die hoge bloeddruk? Ze slikken hun pillen alleen een paar dagen voordat ze naar de dokter moeten voor controle – zoals mensen ook hun tanden extra goed poetsen als ze naar de tandarts moeten. Maar tussendoor niet. Ik vind dat artsen daarom moeten blijven benadrukken dat het om de lange termijngevolgen van hoge bloeddruk gaat.”

Bijwerkingen

Er zijn ook mensen die last hebben van bijwerkingen zoals lusteloosheid, prikkelhoest of impotentie en daarom hun pillen laten staan. “Zij moeten overstappen naar een ander medicijn waar ze geen of minder last van hebben”, zegt Huisman daarover. Bij ongeveer een op de tien mensen met hoge bloeddruk lukt het niet om de bloeddruk met medicijnen onder controle te krijgen. Dat is een groot probleem, vindt Huisman. “In een deel van de gevallen zal dat komen omdat mensen hun medicijnen niet of niet goed gebruiken. Het kan ook komen doordat er een ongebruikelijke, achterliggende oorzaak is voor de hoge bloeddruk, bijvoorbeeld een vernauwing van de nierslagader, de ziekte van Cushing of een gezwel aan de bijnieren.” Vaak blijft het onbegrepen waarom de medicijnen de bloeddruk niet genoeg omlaag weten te brengen. Een kleine troost voor wie gezond leeft, medicijnen slikt en toch een hoge bloeddruk houdt: het is geen ziekte, alleen een risicofactor. ll

13


14

LU M C M AGA Z IN E

Onder zeil Een narcose: je lichaam werkt door, maar op een laag pitje. Je hersenactiviteit is laag, je kunt je niet bewegen, niet slikken en meestal niet zelf ademhalen. Je krijgt niets mee van wat er in de operatiekamer gebeurt. Toch is een narcose – of algehele anesthesie, zoals de artsen het noemen – tegenwoordig ontzettend veilig. tek s t: Ma s ja de Ree > foto’s: A RNO Ma ssee


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

15

ijdens de narcose is een patiënt overgeleverd aan de goede zorgen van het anesthesieteam. Dat zorgt ervoor dat je genoeg zuurstof krijgt, dat je je niet verslikt, dat je niet te veel afkoelt. De laatste zes uur voor de ingreep mag een patiënt niets eten, de laatste twee uur ook niets drinken. Dat voorkomt dat maaginhoud de longen inloopt, en dat de patiënt moet braken als de anesthesiemiddelen via een infuus worden toegediend en de spieren van de slokdarm slapper worden. Een anesthesiemedewerker haalt de patiënt vlak voor de ingreep samen met de anesthesioloog op. In de operatiekamer stellen chirurgen, OKmedewerkers, anesthesist en anesthesiemedewerker zich aan de patiënt voor en wordt de operatie besproken. Dan kan de anesthesie beginnen.

Diep slapen

Tijdens de anesthesie werken anesthesioloog en anesthesie­ medewerker samen in een hecht team. Het in slaap vallen en het wakker worden is een kritisch moment. Dan is de anesthesioloog altijd aanwezig.

Anesthesie is er in verschillende vormen, leggen anesthesiologen prof. Leon Aarts en prof. Albert Dahan uit. Bij algehele anesthesie slaapt de patiënt diep en wordt hij ook beademd. Bij sedatie slaapt de patiënt lichter. Beademing is dan niet nodig. Toch is de slaap veel dieper dan normaal. Dahan: “Ik kan je niet zomaar wakker schudden.” Bij lokale anesthesie (waar we in dit artikel verder niet op > ingaan) blijft de patiënt wakker en


16

LU M C M AGA Z IN E

wordt de pijn lokaal gestild, bijvoorbeeld met een ruggenprik. Wie ‘onder zeil’ gaat, krijgt drie verschillende middelen toegediend: een slaapmiddel, pijnstilling (morfineachtige stoffen) en een spierverslapper. De dosering is afhankelijk van de patiënt en de ingreep. Aarts: “Bij de ene operatie is meer pijnstilling nodig dan bij de andere. Bij sommige ingrepen mag een patiënt absoluut niet bewegen, bijvoorbeeld bij een operatie in het brein of aan het oog. Dan zijn voldoende spierverslappers dus belangrijk.”

Buffertje zuurstof

Anesthesiologie is teamwerk. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor het behandelplan. Bij het in slaap vallen en bij het wakker worden is hij of zij altijd aanwezig. Dat is namelijk een belangrijk moment omdat dan eventuele problemen, zoals een te nauwe luchtpijp, aan het licht komen. Tijdens de operatie wisselen de anesthesiemedewerker en de ­anesthesioloog elkaar af. “We zijn een hecht team”, zegt anesthesiemedewerkster en sedatiepraktijkspecialist Jasmin Sidoroska. Ze vertelt hoe ze tijdens de operatie via de monitor van alles in de gaten

Tijdens een alge­ hele anesthesie kan een patiënt niet zelf ademen. Vlak voordat de beademingsbuis wordt ingebracht, krijgt de patiënt wat extra zuurstof, als buffertje.

houdt: het zuurstofgehalte in het bloed, het hartritme, de lichaamstemperatuur en de diepte van de slaap. Om de vijf minuten wordt de bloeddruk gemeten. “Aan het begin van de narcose geven we altijd wat extra zuurstof, zodat we rustig de beademingsbuis kunnen inbrengen. Hetzelfde gebeurt aan het eind. Dan heeft de patiënt een buffertje bij het wakker worden.” De patiënt ligt de hele tijd heel rustig. Gebeurt er nooit iets onverwachts? “Natuurlijk. Soms daalt de bloeddruk ineens, of koelt de patiënt te veel af. Dan sturen we bij, bijvoorbeeld door bepaalde medicijnen toe te dienen. Als een patiënt te koud is, blazen we warme lucht onder een speciale deken die over de patiënt ligt.”

Uiterst veilig

De BIS-monitor meet hoe diep een patiënt slaapt

Bang zijn voor de narcose is voorstelbaar, vindt Aarts. “Ik zou het zelf ook spannend vinden. Je geeft iemand anders de controle over je lichaam.” Maar de kans dat het mis gaat, is uiterst klein. Het risico op overlijden is bij ‘normale’ patiënten kleiner dan het risico dat je loopt als je aan het verkeer deelneemt. Een kleine groep patiënten loopt iets meer risico. Bijvoorbeeld mensen die allergisch zijn

voor bepaalde middelen, mensen die meerdere aandoeningen tegelijkertijd hebben en mensen met ernstig overgewicht. “Als iemand heel dik is, is er een grotere kans dat we de luchtpijp niet goed zien”, legt Aarts uit. “Bovendien zijn de middelen die we gebruiken voor de anesthesie oplosbaar in vet. Daardoor blijven ze langer in het lichaam aanwezig en is de werking van de middelen minder goed voorspelbaar. We besteden daarom extra aandacht aan patiënten met extreem overgewicht. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat de anesthesie zo kort mogelijk duurt.”

Problemen voorkomen

Onder narcose gaan is veel veiliger dan tien jaar geleden, stelt Dahan. “Dat komt doordat we betere middelen gebruiken en beter monitoren. Maar het komt vooral doordat we patiënten beter screenen vóór ze onder narcose gaan. Daardoor kunnen we mogelijke risico’s goed opvangen. Niet alleen vóór en tijdens de operatie zelf, maar ook daarna. Een patiënt met relatief veel risico blijft na de anesthesie een nacht bij ons op de afdeling, de PACU. Dan kunnen we ingrijpen als bijvoorbeeld de bloeddruk te laag blijft. We werken ook


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Onder de juiste begeleiding kan iedere patiënt anesthesie ondergaan

nauw samen met andere medische specialisten, bijvoorbeeld de cardioloog en de internist. We hebben wat dat betreft grote stappen gezet!” Zijn er mensen die niet onder narcose mogen? Aarts: “Nee. Uiteraard is een operatie altijd een afweging tussen risico’s en de winst die de patiënt heeft van de behandeling. Maar iedere patiënt kan anesthesie ondergaan, onder de juiste begeleiding.”

Geen grappen

Veilig is het dus, een narcose. Maar je ligt daar toch maar. Je vertrouwt je lichaam toe aan het OK- en anesthesieteam. Hoe weet je dat zij zorgvuldig met je omgaan? Dat ze geen grappen maken over je lichaamsbouw of je aandoening? “Daar is geen kwestie van”, zegt Aarts. “Wij gaan zeer professioneel met elkaar om, zowel als team als richting patiënt. We doen een zogenoemde ‘wakkere briefing’. Het team wordt dus vlak voor de operatie en voordat de patiënt in slaap valt, nog een keer verteld wat er gaat gebeuren. De patiënt is actief bij die briefing betrokken. Iedereen stelt zich voor. De patiënt zegt zijn naam en we vragen hem of haar welke behandeling hij moet ondergaan. Die gezamenlijke briefing creëert een band,

met elkaar én met de patiënt. Iedereen is daardoor heel bewust met zijn werk bezig en heel betrokken bij de patiënt. Die wakkere briefing voorkomt ook dat de patiënt de verkeerde behandeling ondergaat.”

Wakker zijn

Een enkele keer lees je in de krant dat een patiënt ondanks de anesthesie toch pijn heeft gevoeld tijdens de operatie, of zelfs gezien of gehoord heeft wat zich afspeelde in de operatiekamer. “Dat noemen we ‘awareness’”, vertelt Dahan. “We nemen dit risico in het LUMC heel serieus en doen er wetenschappelijk onderzoek naar. Mede daardoor gebeurt het bijna nooit meer.” Op basis van een literatuurstudie schat Dahan dat awareness in  op de . tot . gevallen voorkomt. “En dan vooral aan het begin of aan het eind van de operatie, als de eigenlijke ingreep nog niet begonnen of al achter de rug is.” Om ‘wakker zijn’ tijdens de operatie te voorkomen, gebruikt het LUMC de BIS-monitor (bispectrale index) die meet hoe diep een patiënt slaapt. Bovendien wordt alle patiënten na de operatie gevraagd of ze iets hebben meegemaakt van de operatie. Aarts: “Met al onze voorzorgsmaatregelen

SedATie BUiTen de OK

Sedatiepraktijkspecialist Jasmin Sidoroska werkt niet alleen op de OK, maar ook op andere afdelingen in het lUMC. daar sedeert ze patiënten die een onaangename of pijnlijke ingreep moeten ondergaan: bijvoorbeeld een coloscopie of een hartkatheterisatie. de anesthesioloog is steeds op de achtergrond beschikbaar. sidoroska: “de mogelijkheid om gesedeerd te worden tijdens zo’n ingreep is er sinds . toen hebben mijn collega in het LUMC en ik ons diploma tot sedatiepraktijkspecialist gehaald.” Bij ingrepen op de afdeling is sedatie meestal niet noodzakelijk, maar wel gewenst. Bijvoorbeeld omdat een patiënt heel stil moet liggen of heel angstig is. “dankzij een slaapmiddel én pijnstilling krijgt de patiënt niets van de behandeling mee en heeft hij geen pijn. We zijn er echt voor de patiënt: we zorgen dat de ingreep zo comfotabel mogelijk verloopt. Het is dankbaar werk! Patiënten zijn na afloop heel tevreden.”

gebeurt dat tegenwoordig eigenlijk niet meer, terwijl het vroeger wel tien tot vijftien keer per jaar voorkwam. We blijven de vraag wel stellen, want áls het gebeurt, willen we daar lering uit trekken.” Psychiater Irene van Vliet geeft het belang van dit navragen aan: “We weten dat het heel belangrijk is dat artsen adequaat op zo’n gebeurtenis reageren en de ervaring niet bagatelliseren. De reactie van de omgeving is heel >

17


18

lU M C M AGA z in e

We besteden extra aandacht aan patiënten met extreem overgewicht

bepalend voor hoe traumatisch de gebeurtenis is.” Op de afdeling wordt op dit moment wetenschappelijk onderzoek gedaan naar een monitor die de pijn tijdens de ingreep weergeeft. Dahan: “Die is er nog niet. We meten daarbij niet alleen bloeddruk en hartslag, maar bijvoorbeeld ook transpiratie. We hopen hiermee de zorg nog verder te verbeteren.” De resultaten van dit onderzoek worden in het najaar van  gepubliceerd.

Extreme angst

En als je de narcose echt niet aandurft? Kun je dan een ruggenprik krijgen en dus wakker zijn tijdens de operatie? Soms wel, zegt Dahan: “Het ligt eraan waar de operatie plaatsvindt en hoe stil je moet liggen. Maar vaak wíllen patiënten de ingreep niet bewust meemaken.” Als iemand extreem bang is, wordt eerst met de patiënt gepraat. Eventueel krijgt hij een pilletje om rustig te worden. Aarts: “Soms is iemand bang voor de naald. Dan kunnen we de narcose met een kapje doen. De mensen die hier geopereerd worden, hebben vaak ernstige aandoeningen. Ook de angst voor en het verdriet om de aandoening zelf en hoe het verder moet,

In de oefenkamer wordt de situatie in de operatiekamer nagebootst. Anesthesiologen in opleiding oefenen hier op een pop. Prof. Dahan doet het voor.

komen regelmatig tot uiting vlak voor de anesthesie. Ook dan is het zaak te praten. Als de paniek groot is, stellen we soms voor de anesthesie snel te starten. Graag, zeggen patiënten dan vaak.” Bij extreme angst die zich al voor de datum van de operatie openbaart, kan psychologische begeleiding nuttig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van gedragstherapie. Psychiater Irene van Vliet geeft echter aan dat dat zelden nodig is in het LUMC. “Ik heb het idee dat mensen tegenwoordig veel minder bang zijn voor de narcose dan tien jaar geleden. Dat komt omdat de technieken sterk verbeterd zijn en er dus ook minder verhalen de ronde doen over dat het misgaat.”

Zachte landing

Als het eind van de operatie nadert, wordt, zoals Sidoroska het noemt, de landing ingezet. “We dienen dan

steeds minder slaapmiddelen, pijnbestrijding en spierverslappers toe.” Waarom niet wachten tot de operatie helemaal klaar is? Aarts: “Hoe veilig de narcose ook is, we streven naar een zo kort mogelijke slaap. Hoe korter, hoe minder risico.” Aan de BIS-monitor is te zien dat de slaap minder diep wordt. Aan de pupillen is zichtbaar of de pijnmedicatie voldoende is afgebouwd. Sidoroska: “Op een gegeven moment begint de patiënt een beetje mee te ademen. Dan zeg ik: de operatie is klaar, word maar wakker. Ik vraag de patiënt in mijn hand te knijpen om te controleren of de spieren weer sterk zijn.” Na een diepe zucht wordt dan de buis uit de luchtpijp gehaald. Patienten worden dus al op de OK wakker. “Maar meestal herinnert iemand zich dat later niet.” Op de verkoeverkamer kan de patiënt rustig verder doezelen en écht wakker worden. ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Recept Ana Zutinic

FOTO: MARC DE HA AN

Ana Zutinic studeert Geneeskunde en Biomedische wetenschappen aan het LUMC. Ze blogt daarnaast over gezonde voeding. Voor het LUMC Magazine schrijft ze recepten die, volgens de wetenschap, je gezondheid kunnen verbeteren. De rubriek komt tot stand in samenwerking met prof. Hanno Pijl, internist in het LUMC.

ZOM E R SE E RW TE N SOE P

‘Smaakt naar zoethout!’ PE T ER O OS T DA M (IJ M UID EN)

‘Je proeft echt de erwten, anders dan snert’ H A RRIE SPRIN K (L ISSE)

lunch 2x 15 min. vegetarisch

Nazomeren met soep

Soms zijn gerechten zo lekker dat je niet kunt kiezen. Deze keer daarom maar liefst twee gezonde soepen met veel smaak, veel groens, weinig zout én weinig calorieën. Eet smakelijk!

H E LDE RE SOE P

‘Rijk, veel groente! Iets te veel olie.’ E V ELIEN EIJ SSEN (A M ER S FO O RT)

Zomerse erwtensoep met peterselie Heldere soep met courgette en selderij RECEP T VOOR 23 PER SONEN

RECEP T VOOR 23 PER SONEN

1 eetlepel olijf- of zonnebloemolie, 20 g boter, 1 fijn gesneden ui, tijmblaadjes van 6 takjes, 1 liter zoutarme groentebouillon, 500 g erwtjes, 20 g peterselie, snufje zout en peper Verhit de boter en olie in een pan. Frituur de ui en tijm ongeveer 10 minuten, totdat de ui zacht is. Voeg bouillon, erwtjes en peterselie toe en breng op smaak met zout en peper. Breng aan de kook en laat 5 tot 10 minuten borrelen, totdat de erwtjes heel zacht zijn. Laat de soep iets afkoelen en pureer met een staafmixer of in de blender. Besprenkel met olijfolie en geniet!

1 eetlepel olijf- of zonnebloemolie, 30 g boter, 1 venkel met venkelgroen eraan, 2 takken groene selderij, 6 lente-uitjes, 500 g courgette, 150 g tuinbonen, 150 g erwtjes, 1 liter zoutarme groentebouillon, 1 el verse basilicum, snufje peper Verhit de boter en olie in een pan. Snij venkel, selderij en lente ui in blokjes en doe ze in de pan. Kook 10 minuten, roer af en toe. Snij intussen de courgette in stukken. Schenk de bouillon in de pan, breng aan de kook en voeg dan de courgette toe. Laat nog 2-3 minuten borrelen. Voeg dan de tuinbonen en erwtjes toe. Kook nog 2-3 minuten, totdat de bonen zacht zijn. Klaar! Serveer de soep besprenkeld met verse basilicum en venkelgroen.

WILT U ANA’S SOE PE N PROE V E N? Ze zijn vanaf  september voor € , te koop in het LUMC Restaurant.

‘Heel lekker en vers’ YO L A N DE SPRIN K (L ISSE)

Hmmm! Michelin-ster-waardig! Erg smakelijk, mijn smaakpapillen zijn gestreeld Best lekker, dit wil ik wel vaker eten Niet echt mijn smaak, maar ja: het is gezond… Bah! Dit is niet te pruimen

19


20

LU M C M AGA Z IN E


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

Recepten voor een goed gesprek Altijd een beetje spannend, zo’n afspraak in het ziekenhuis. Daar ben je meestal niet zo zelfverzekerd en mondig als normaal. Daarom is het belangrijk om je goed voor te bereiden op het gesprek met de specialist. En de dokter zelf? Ook die wil graag een goed gesprek; om de juiste diagnose te stellen en de beste behandeling af te spreken. Daar is niet alleen vakkenis voor nodig, maar ook empathie. Lees wat ervaringsdeskundigen vertellen. Tek s t: Dick Du ynhov en > illus tr atie: anne t scholten > foto’s: arno ma ssee

21


22

LU M C M AGA Z IN E

Patiënten toch niet zo mondig? Je hoort vaak zeggen: patiënten worden steeds mondiger. Maar onderzoek laat zien dat het lang niet altijd makkelijk is om in een ziekenhuis je stem te laten horen.

De patiënt:

‘Het drong niet echt tot me door’ “Ik hoorde de dokter zeggen dat er geen genezing mogelijk is… Maar het drong niet echt tot me door. Ik dacht steeds: het is een vergissing, het kan niet…” Als de reumatoloog ontdekt dat de nieren van Ada van Duivenvoorden niet goed functioneren, volgen er verschillende onderzoeken. Ook wordt er wat beenmerg afgenomen. Op 2 september 2014 heeft zij een afspraak met de hematoloog voor de uitslag. “Iedereen vroeg: zal ik met je meegaan? Maar ik vond dat niet nodig. Ik ging er eigenlijk heel onbevangen heen, want ik voelde me goed.” Zodra zij heeft plaatsgenomen, zegt de hematoloog: “Ik zal het u maar meteen zeggen: ik heb de uitslag net binnengekregen

en die is niet goed.” Van Duivenvoorde blijkt de ziekte van Kahler te hebben: een kwaadaardige vorm van beenmergkanker. De aanpak van die ziekte is sterk in ontwikkeling, maar genezing is nog niet mogelijk. Een behandeling is bedoeld om de ziekte ‘onder controle’ te houden.

Navertellen

“Daar zat ik in mijn eentje. Ik hoorde de dokter van alles zeggen. Ook dat er geen genezing mogelijk is. Maar ik dacht alleen maar steeds: het kan niet waarzijn, ik heb me nooit ziek gevoeld. Het is een vergissing.” Het gesprek duurt bijna een uur. De hematoloog geeft veel informatie. Over de ziekte, over een mogelijke stamceltransplantatie en over de levensverwachting. Maar thuisgekomen kan Van Duivenvoorden het nauwelijks navertellen. Op aanraden van de hematoloog neemt zij bij het volgende

gesprek – een week later – een paar familieleden mee. Ze krijgen antwoorden op hun vele vragen en er wordt een behandelplan afgesproken. Door de stamceltransplantatie die zij op 30 januari kreeg, zal Van Duivenvoorden waarschijnlijk nog ‘vier tot zeven jaar’ kunnen leven. “Maar ze kunnen geen garantie geven.” Zij heeft in de afgelopen maanden veel informatieboekjes en -folders -gekregen over haar ziekte. Teveel om allemaal te lezen, vindt zij. Vooral blij is zij met de verpleegkundige die haar is toegewezen. “Die weet echt alles en ik kan haar altijd bellen als ik vragen heb of als ik me onzeker voel.” Tip van Ada voor de patiënt:

Neem altijd iemand mee, ook al verwacht je geen slecht nieuws. Tip van Ada voor de arts:

Wees kordaat, zeg maar meteen wat er aan de hand is.

‘De onverwachte confrontatie met ziekte maakt dat mensen angstig zijn en niet altijd goed weten hoe zij zich op moeten stellen als patiënt en wat ze kunnen vragen of zeggen’. Dat schrijven onderzoekers van het Rathenau Instituut in het rapport ‘Sterke verhalen uit het ziekenhuis’. (*). Ook als mensen in het dagelijks leven mondige personen zijn, voelen ze zich vaak onmondig tegenover hun dokter. Dat komt volgens het instituut onder meer door de houding van sommige zorgprofessionals. Ook merken patiënten dat artsen en verpleegkundigen weinig tijd en empathie hebben voor emoties. Bovendien worden klagende patiënten soms genegeerd door zorgverleners. Volgens de opstellers van het rapport zouden ziekenhuizen meer gebruik moeten maken van de ervaringen van patiënten. ‘Patiënten zien zaken die niemand anders ziet’ en ‘Patiëntverhalen dragen meer bij aan betere zorg dan enquêtes of klachtenformulieren’. (*) Te vinden op www.rathenau.nl


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

De arts:

‘Ik moet zeker weten dat de patiënt het begrijpt’ “Ik vraag altijd eerst aan de patiënt wat er in het vorige ziekenhuis of op de vorige afdeling is verteld.” Oncoloog Ellen Kapiteijn (44) ziet relatief veel kankerpatiënten die niet meer beter kunnen worden. “Maar dat is hen soms nog niet verteld wanneer ze bij ons komen.” Omdat het LUMC een kankercentrum is voor de hele regio, komen er vaak patiënten uit andere ziekenhuizen. “Kort geleden had ik een heel heftig gesprek met een vrouw van dertig jaar. Zij had uitzaaiingen in haar hoofd. Dat was haar door het andere ziekenhuis heel netjes technisch uitgelegd. Maar ze hadden haar niet verteld dat genezing niet meer mogelijk was. Erger nog: de vrouw zou waarschijnlijk binnen een paar maanden overlijden.”

Valse hoop

Volgens Kapiteijn komt het regelmatig voor dat behandelaars zeggen: wij verwijzen u naar de oncoloog in het LUMC, daar hoort u wel verder. Of: er zijn veel nieuwe ontwikkelingen in de kankerbestrijding. “Zo komen ze hier met hernieuwde hoop. Maar in het geval van deze jonge vrouw was dat valse hoop. Uit het dossier en uit de scans bleek duidelijk dat deze vrouw niet meer te genezen was.” Die boodschap moest Kapiteijn brengen. Duidelijkheid is daarbij het uitgangspunt en ‘geen zachte heelmees-

ters’. “Ik wil ook zeker weten dat de patiënt goed begrijpt wat ik vertel. Bijvoorbeeld als ik zeg dat we nog palliatief kunnen behandelen. Dit betekent dat we de ziekte niet meer kunnen genezen maar wel kunnen remmen. Bij het woord palliatief denken mensen vaak aan terminaal; aan de laatste levensfase. Maar palliatieve systeemtherapie kan de ziekte soms nog jarenlang stabiliseren.”

Tip van Ellen voor de patiënt:

Neem altijd iemand mee naar een belangrijk gesprek. Twee horen meer dan één. Maar kom niet met te veel mensen, want dat maakt het gesprek weer verwarrend. Tip van Ellen voor de arts: Bereid het gesprek goed voor: recente uitslagen paraat en liefst al een voorstel voor het vervolg.

23


24

LU M C M AGA Z IN E

Beetje empathie is goed voor patiënt Als artsen tijdens een slechtnieuwsgesprek 38 seconden investeren in een paar invoelende opmerkingen, dan zijn patiënten minder angstig en minder onzeker. Ook onthouden de patiënten de informatie uit het gesprek dan beter. Dat stelt het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) na onderzoek onder vijftig gezonde vrouwen die keken naar een video van een slechtnieuwsgesprek. Volgens het Nivel is een slechtnieuwsgesprek een van de moeilijkste taken van artsen. Patiënten worden vaak overdonderd door de slechte boodschap, waardoor ze veel uit het gesprek vergeten. Maar als artsen zich empathisch, invoelend, opstellen, onthouden patiënten informatie over de prognose, mogelijke behandelingen en medischtechnische details beter. (Bron: www.nivel.nl, 23 februari 2015)

Communic atie tr aining:

“Tijdsdruk speelt vaak een rol” Artsen in opleiding tot medisch specialist (aios) zijn zo druk met het leren van hun vak, dat een (extra) communicatietraining er vaak niet van komt. Dat zegt Beatrijs de Leede, onderwijskundig adviseur van het LUMC. Medisch specialisten moeten niet alleen goed zijn in hun vak. Ze moeten ook goed kunnen communiceren. Met de patiënt en met andere artsen en verpleegkundigen. Communicatie is dan ook een belangrijk vak in de basisopleiding. Als ze zich daarna gaan specialiseren, kunnen ze bij het LUMC vervolgcursussen volgen. Bijvoorbeeld een cursus arts-patiëntcommunicatie of gedeelde besluitvorming. Of een communicatieonderdeel bij een specifieke cursus zoals palliatieve zorg. Daarbij wordt soms gebruik gemaakt van video-opnames van gesprekken tussen arts en patiënt. Maar aios maken onvoldoende gebruik van die trainingen, vindt De Leede. Ze snapt wel waarom. “Ze zijn heel druk met de inhoud van hun vak en denken dan: dat communiceren, dat

heb ik al gehad.” De behoefte aan meer training komt pas later, weet de onderwijsadviseur. ­“Bijvoorbeeld als ze worden geconfronteerd met ontevreden patiënten. Of als ze merken dat hun gesprekken met patiënten steeds enorm uitlopen.” De Leede noemt twee redenen waarom het ­tussen arts en patiënt niet altijd goed gaat. Als eerste de tijdsdruk. “Een arts die maar tien of vijftien minuten heeft, denkt: ik moet eerst ­uitvragen wat ik moet weten om een diagnose te stellen. Daardoor komen de vragen van de patiënt vaak niet genoeg aan bod.” En: “Artsen hebben een universitaire opleiding achter de rug. De meeste patiënten niet. Dus het woord­ gebruik, de vaktermen en de manier van praten van een arts is voor veel patiënten niet te ­volgen.” Tip van Beatrijs voor de arts:

Laat eerst de patiënt zijn of haar vragen stellen. Uit onderzoek blijkt dat je dan uiteindelijk minder tijd nodig hebt. Tip van Beatrijs voor de patiënt:

Als je slecht nieuws hebt gehoord, dan is het moeilijk om meteen beslissingen te nemen. Zeg dan tegen de arts: ik wil er thuis eerst over nadenken.


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

Ergernissen Waaraan ergeren patiënten en artsen zich het meest bij elkaar? Om antwoord te kunnen geven op die vraag, voerden de Consumentenbond en het vakblad Medisch Contact een onderzoek uit onder 816 consumenten en 577 artsen. Patiënten ergeren zich het meest aan een arts die hun kwaal of ziekte niet serieus neemt, te weinig tijd voor ze heeft of onvoldoende op de hoogte is van hun dossier. Artsen ergeren zich aan patiënten die hen niet vertrouwen, informatie achterhouden of niet eerlijk zijn. Maar soms ook aan patiënten die te veeleisend zijn.

De patiënt:

‘Respect voor elkaar vormt de basis’ Gabriëlle Okhuizen (44) is blij met haar arts in het LUMC. “Er was vanaf het begin een klik. Dat is wat mij betreft een voorwaarde om samen verder te gaan.”

nodig. Het blijft gewoon een patiënt-dokter relatie, maar we hebben respect voor elkaar en we zijn allebei open en eerlijk. Dat is de basis om goed te kunnen ­communiceren.” Tip van Gabriëlle voor de patiënt:

Ga niet uitgebreid op internet kijken, daar staan vooral de drama-verhalen, leg je vragen voor aan je arts. Tip van Gabriëlle voor de arts:

In 2008 verliest Gabriëlle Okhuizen haar oog als gevolg van een niet meer te behandelen oogmelanoom. Daarna blijft de kanker vierenhalf jaar weg. Helaas zijn er dan opnieuw uitzaaiingen. Dit keer in de lever en de longen. De oncoloog in Arnhem verwijst haar in 2013 naar het LUMC waar kort daarvoor een traject is gestart met nieuwe medicijnen. Okhuizen: “Die pillen heb ik twee jaar geslikt en dat ging goed. Met de bijwerkingen viel goed te leven.” Maar in mei 2015 blijkt helaas dat het medicijn bij haar niet meer werkt. De tumor in de lever is gegroeid.

Open en eerlijk

Samen met haar oncoloog besluit ze de medicijnen nog twee maanden te gebruiken om te zien of de groei misschien alsnog stabiliseert. Okhuizen: “In die maanden ben ik, met hulp van mijn netwerk in en rondom de medische wereld gaan zoeken naar nieuwe behandelingsmethoden. Ik heb mijn ideeën en vragen naar mijn arts gemaild. Die had intussen ook gezocht en samen stelden we twee mogelijke behandelscenario’s op. Afhankelijk van de uitslag van de longpunctie wordt het a of b.” Dat samen beslissen, zegt Okhuizen, kan alleen als er over en weer vertrouwen is. “Zeker bij kanker of een andere levensbedreigende ziekte moet je alles met elkaar kunnen bespreken. Er moet een klik zijn anders durf je niet alles te zeggen.” Okhuizen en haar oncoloog hebben een ‘korte lijn’. “Ik krijg altijd meteen een reactie wanneer ik bijvoorbeeld mail. Dat directe contact is belangrijk, want je hebt elkaar

Wees open, eerlijk en toon empathie.

25


26

LU M C M AGA Z IN E

Hoe zorg ik voor een goed gesprek? Voorbereiding • Bedenk wat u wilt vertellen over uw klachten. • Schrijf uw vragen op. En bedenk: domme vragen bestaan niet! • Zet de belangrijkste vragen bovenaan. • Vraag een familielid of een ander vertrouwd persoon om mee te gaan. • Neem pen en papier mee, zodat één van u aantekeningen kan maken. Tijdens het gesprek • Vertel alles over uw klachten. • Stel de belangrijkste vragen het eerst. • Voel u niet bezwaard als het gesprek lang duurt. De dokter is verantwoordelijk voor de tijdplanning. • Herhaal eventueel in uw eigen woorden wat u denkt dat de dokter bedoelt. • Als u de dokter niet goed begrijpt, vraag dan gerust om meer uitleg. • Vraag tijd om (thuis) na te kunnen denken als u een moeilijke beslissing moet nemen. • Het LUMC heeft over de meeste ziekten een folder. Vraag ernaar. Misschien weet de dokter ook een betrouwbare website of het adres van een patiëntenvereniging. Na het gesprek • Bespreek alles na met de persoon die erbij was. • Als u niet tevreden bent over het gesprek, laat dat dan ook aan de arts weten.

De v erpleegkundige:

‘Iedere patiënt gaat er op zijn eigen manier mee om’ Als een specialist op de afdeling Oncologie een slechtnieuwsgesprek heeft, is daar altijd een verpleegkundige bij. “De arts brengt het slechte nieuws en wij ondersteunen de patiënt en de familie.” Talitha Maassen (29) is een van de oncologieverpleegkundigen van het LUMC, die aanwezig is bij slechtnieuwsgesprekken op de afdeling. Slecht nieuws is bijvoorbeeld dat de behandeling niet aanslaat, dat de kanker sneller groeit dan verwacht of dat de patiënt niet meer kan genezen. “Een van onze taken is de voorbereiding: het regelen van een ruimte met voldoende privacy en het uitnodigen van een of meer familieleden. Omdat ik het gesprek met de arts voorbereid, kan ik me tijdens het gesprek vooral richten op de patiënt en diens naasten.

Band opbouwen

Na het gesprek met de arts begint voor de patiënt de verwerking. Iedereen gaat op zijn

eigen manier om met boosheid of verdriet. Belangrijk is dat te erkennen en te ondersteunen. Meestal ken ik de patiënten al langer, omdat zij al een behandeltraject op de afdeling hebben doorlopen. Ik bouw een band op met ze, waardoor het slechte nieuws mij ook soms raakt. Ik vind dat ik mijn emoties tot een bepaalde grens best mag tonen. Ook na het gesprek ben ik er. De ene patiënt wil liever even alleen zijn, de ander heeft juist meteen veel vragen. Die vragen probeer ik dan te beantwoorden of ik zorg ervoor dat de arts ze later beantwoordt.” Tip van Talitha voor de verpleeg­k undige:

Als je na het gesprek niet goed weet wat je moet zeggen tegen de patiënt, zeg dat dan ook gewoon. Tip van Talitha voor de patiënt: Tijdens het gesprek komt er veel informatie op u af. Vraag aan de arts of u daar op een later tijdstip nog op terug mag komen.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

De kennismaking

Patiënte Karin Houweling || onderzoeker Yvonne de Jong

‘Jouw onderzoek is heel mooi werk’ In het LUMC werken veel onderzoekers – in laboratoria, achter hun pc of bij een MRI-scanner. Velen van hen spreken zelden of nooit een patiënt. De rubriek De Kennismaking brengt daar verandering in. Deze keer ontmoeten onderzoeker Yvonne de Jong (, rechts) en patiënte Karin Houweling () elkaar. Bij Houweling werd vier jaar geleden een tumor in haar borstbeen ontdekt. De Jong doet in het laboratorium onderzoek naar zulke tumoren. TEK S T: MA AIKE ROEFS

J

arenlang had Houweling rugpijn, en daarom werd eind  een botscan gemaakt. Een oorzaak voor haar rugpijn werd niet gevonden, maar de artsen zagen op de scan wel iets verontrustends in haar borstbeen. Na een heleboel vervolgonderzoeken kreeg ze in het LUMC het onverwachte nieuws te horen: het ging om een chondrosarcoom, een kwaadaardige tumor in het bot. Houweling: “Het was gelukkig een graad I tumor, een vorm die zelden uitzaait. Het beste van het slechtste, vertelde de dokter me.”

Heftig

“Het horen van dat nieuws was heel heftig, even denk je: dit was het dan. Bovendien was ik net een week officieel samen met mijn vriend toen ik hem moest vertellen dat ik geen idee had hoe

onze toekomst eruit zou zien.’ Houweling werd een half jaar later succesvol geopereerd, de tumor werd verwijderd. “Ik ben er nu eigenlijk nooit meer mee bezig, behalve als ik op controle moet. Dat is toch elke keer weer spannend. Ze maken die longfoto natuurlijk niet voor niets. Maar vandaag was ik hier voor de uitslag van mijn jaarlijkse controle. Alles was goed, dus daar gaan mijn vriend en ik vanavond op proosten!”

Resistentie

De Jong, promovenda bij de afdeling Pathologie, doet onderzoek naar chondrosarcomen. “Deze tumoren zijn ongevoelig voor chemotherapie en bestraling. Operatief verwijderen is daarom meestal de beste behandeling”, vertelt De Jong. “Ik probeer

erachter te komen of er toch bepaalde stofjes zijn waar de tumorcellen gevoelig voor zijn. Ik behandel de cellen in een kweekbakje in het laboratorium met honderden verschillende stofjes. Zo hoop ik er eentje te kunnen vinden die het gewenste effect heeft.” Houweling reageert enthousiast: “Dat is echt heel mooi werk, waar je heel veel mensen mee zou kunnen helpen. Besef je dat wel eens?” De jonge onderzoeker antwoordt bescheiden: “Als iets op cellen in een bakje werkt, wil dat nog niet zeggen dat het ook in de patiënten werkt. Daar gaan nog heel veel jaren onderzoek aan vooraf, dat zal ik niet meer meemaken tijdens mijn promotieonderzoek. Maar ik hoop mijn steentje bij te dragen.”

FOTO: ARNO MA SSEE

‘Ik ben er nooit meer mee bezig, maar de controle is elke keer weer spannend’

27


28

LU M C M AGA Z IN E

Het LUMC biedt behandelingen voor uiteenlopende spraakproblemen


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

29

Wie ooit door een stevige verkoudheid z’n stem kwijt was, beseft hoe belangrijk spraak voor de mens is. Van een koffie bestellen tot een verhitte discussie voeren: zonder stem is het haast niet te doen. Voor patiënten met stemproblemen die verder reiken dan een voorbijgaand virusje is het LUMC het aangewezen adres. Dit is zorg waarvoor andere ziekenhuizen naar het LUMC doorverwijzen. Met welke klachten komen mensen binnen, en hoe helpen artsen en logopedisten ze weer op stem?

StEM KwIJt O StEM tErUG

teK s t: dIana de V eld > foto’s: Jan de gRoot

nze stem is al even uniek als ons gezicht. We herkennen elkaar aan de klank ervan, en die klank kan van mens tot mens enorm verschillen. Wat is een normale stem en wanneer heeft iemand stemproblemen? De vorig jaar overleden zanger Joe Cocker schopte het ver met zijn rasperige stemgeluid. ‘Normaal’ klonk die zeker niet, maar voor hem vormde dat geen probleem: het legde zelfs de basis voor zijn succes. “De beoordeling van stemklachten draait om twee vragen: beperken de klachten iemand in z’n dagelijks leven, en zien we afwijkingen in het strottenhoofd?” Aan het woord is dr. Elisabeth Sjögren, kno-arts gespecialiseerd in stem-, slik- en luchtwegproblemen. Haar collega dr. Ton Langeveld vult aan: “Er bestaat niet één simpele test die uitwijst of iemand een stemprobleem heeft, zoals bij zicht- of gehoorproblemen. Je moet altijd naar meerdere aspecten kijken, en daarbij is het belangrijkste of de persoon zelf er >


30

LU M C M AGA Z IN E

Kunnen de stembanden goed op elkaar sluiten? Trillen ze in een mooi golfpatroon? last van heeft. Als een patiënt zo hees of schor is dat hij moeilijk verstaanbaar is en daarom liever niet meer naar een feestje gaat, of als hij in de loop van de dag uitgeput raakt door te praten, dan komt hij in aanmerking voor behandeling.”

Wat scheelt eraan?

Patiënten die binnenkomen op de poli vullen eerst een stemvragenlijst in. Die geeft een indruk van de klachten die de patiënt ervaart. Daarna beoordeelt de laryngoloog – Sjögren of Langeveld – de stem zelf. Dat doet deze door goed te luisteren, eventueel met een meting van het stemgeluid, én door met een scoop in de keel te kijken. Die scoop gaat naar binnen via de keel of de neus. Op de openingsfoto bij dit artikel voert Sjögren zo’n onderzoek uit. Is dat niet vervelend voor de patiënt? “Het lukt meestal goed”, stelt Sjögren gerust. “Als iemand een sterke wurgreflex heeft, gebruiken we een spray die plaatselijk verdooft.” De arts ziet de hele keel, maar kijkt vooral naar de bouw en werking van de stembanden. Is er misschien een poliep, een knobbel of een tumor zichtbaar? Kunnen de stembanden goed op elkaar sluiten? Trillen ze in een mooi golfpatroon? “Alles wat er niet hoort te zitten zorgt ervoor dat de stembanden minder soepel kunnen trillen”, legt Langeveld uit. Dat trillen bekijkt de arts met een speciale stroboscopische opname, waarmee de trilling vertraagd in beeld komt.

Verlamde stembanden

Poliepen en knobbels komen vaak voor en worden ook in algemene ziekenhuizen behandeld. Datzelfde geldt voor

vocht in de stembanden, wat een lagere stem veroorzaakt. Eén van de problemen waar het LUMC in gespecialiseerd is, is een verlamming van de stemband(en). Soms komt dat doordat een zenuw is beschadigd, bijvoorbeeld bij een halsoperatie, maar vaak is de oorzaak onbekend. Van tevoren is moeilijk te voorspellen of de verlamming ooit overgaat. “Een verlamde stemband hangt slap”, vertelt Sjögren. “In het ergste geval staan beide stembanden stil. Dan is praten en slikken weliswaar prima mogelijk, maar ademhalen wordt lastig.” Langeveld: “Zo’n patiënt moet in ­overleg met ons een keuze maken. We kunnen een stuk van de stembanden afknippen, dan is de doorgang weer geopend en kan hij goed ademen – maar niet meer praten en ­slikken.” Wil een patiënt toch liever blijven kunnen praten en ­slikken, dan volgt een operatie waarbij een gat onder het strottenhoofd wordt aangelegd. Voortaan ademt hij dan door deze tracheotomie, en niet meer door neus en mond. Wil hij iets zeggen, dan moet hij het gat tijdelijk afsluiten.

Buikvet in de stemband

Vaker is maar één van de twee stembanden verlamd. Dan kan iemand meestal goed ademen, maar de stem functioneert slecht. “Zo’n verlamde stemband hangt meestal niet keurig recht”, legt Sjögren uit. “Vaak sluiten de stembanden daarom niet meer goed tegen elkaar aan. We kunnen dat oplossen door een vulmiddel in de verlamde stemband te injecteren, waardoor die dikker wordt en de andere, werkzame stemband er weer goed tegenaan kan sluiten.” Voor zo’n injectie wordt meestal eigen buikvet gebruikt,

In één keer weer normaal praten De filmpjes die logopedist Bas Heijnen me op de pc laat zien zijn bijna te mooi om waar te zijn. Een vrouw die al een jaar lang alleen maar kon fluisteren, praat na één sessie therapie met de visualisatiemethode alweer doodnormaal. En een andere vrouw heeft na een sessie geen zware, schorre stem meer als een zware roker, maar klinkt weer gewoon helder. “Dit is de visualisatiemethode die we in het LUMC toepassen. We gebruiken die bij stem- of spraakproblemen die niet zetelen in het strottenhoofd”, legt Heijnen uit. “Met de

stembanden zelf is bij deze patiënten niets mis, maar wel met de aansturing ervan.” Zulke problemen met de aansturing zijn vrij zeldzaam. Ze ontstaan meestal na een tijdelijk probleem met de stem, bijvoorbeeld door een keelontsteking. “Als je stembanden daardoor opzwellen, kun je moeilijk praten – je bent je stem kwijt. Je maakt dan automatisch op een andere manier gebruik van je stembanden. Je gaat compenseren, waardoor je jezelf tóch verstaanbaar kunt maken.” Normaal gesproken zal iemand vanzelf weer normaal gaan

praten zodra de keelontsteking of andere stemverstoring is verdwenen. Maar niet altijd: soms blijft die aangepaste aansturing hangen, met stemproblemen als gevolg. “Wij gebruiken technieken om iemand weer te laten voelen hoe hij de stembanden normaal moet aansturen”, zegt Heijnen. Het resultaat is fantastisch: bij bijna alle patiënten verdwijnen de stemklachten geheel. Vaak al na één sessie. De methode is in het LUMC bedacht en ontwikkeld, en is een echte specialiteit geworden.


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

Van lucht naar stem

foto: holl andse hoogte

Het begint allemaal in de keel, ter hoogte van de adams­ appel. Daar zit het strottenhoofd, ook wel de larynx ge­ noemd. Dit orgaan is verbonden met de ingang van de ­luchtpijp en is essentieel voor zowel ademhalen als slikken en ­stemvorming. Ons strottenhoofd is een soort koker, opgebouwd uit stukken kraakbeen, bijeengehouden door pezen en spieren. Daar zitten de stembanden in. Dat zijn spieren bedekt met slijmvlies, aan elke kant van het strottenhoofd één. Ontspannen je stembanden zich, dan is je strottenhoofd wijd open en kun je ademen. Om geluid te maken, moet je je stembanden aanspannen zodat ze het strottenhoofd bijna helemaal afsluiten. Tussen het smalle streepje ruimte dat overblijft tussen de stembanden, pers je vanuit je longen de lucht. Zo breng je je stembanden in een mooie, geordende trilling. De lucht gaat meetrillen en dat hoor je als geluid. Het stemgeluid vanuit het strottenhoofd geeft een basistoon. Je keel en mond voegen er klank aan toe, zodat je bijvoorbeeld verschillende klinkers en medeklinkers kunt uitspreken. De term stemproblemen wordt gebruikt als het in het strottenhoofd misgaat. Is er met de stem op zich niets mis maar lukt het desondanks niet goed om verstaanbare klanken te produceren, dan noemt men dat een spraakprobleem.

en het injecteren gebeurt via de keelopening, gewoon op de polikliniek. Het is geen permanente oplossing: na gemiddeld een jaar is het vulmiddel afgebroken. Met een beetje geluk is de stembandverlamming tegen die tijd verdwenen. Zo niet, dan kan een patiënt opnieuw laten injecteren, óf denken aan een operatie aan het strottenhoofd. Daarbij wordt de verlamde stemband anders gespannen zodat hij weer mooi aansluit op de werkende stemband. Dit is wél permanent. Ook logopedie kan een oplossing zijn bij een eenzijdige stembandverlamming.

Zenuwen aansluiten

Een nieuwe methode die bij stembandverlamming wordt toegepast, is reïnnervatie. De arts sluit de niet-werkende zenuw die de stemband zou moeten aansturen aan op een gezonde zenuw. “De stemband kan dan nog steeds niet bestuurd worden, maar gaat wel strak aangespannen staan waardoor de andere stemband er netjes tegenaan kan ­liggen”, legt Sjögren uit. De laryngologen van het LUMC onderhouden veel internationale contacten, bezoeken congressen en volgen cursussen in het buitenland om de nieuwste technieken aan hun

patiënten te kunnen aanbieden. “We streven ernaar om voorop te lopen”, aldus Sjögren. “We willen onze patiënten alle opties kunnen bieden die er zijn.”

Groeven en putten

Behalve in stembandverlamming is het LUMC ook gespecialiseerd in de vocal fold scar. “Daarmee bedoelen we groeven, putten en verlittekening dieper in de stembanden, die verstopt kunnen zitten onder een poliep”, verklaart Sjögren. “Soms is een patiënt succesvol behandeld voor een poliep maar blijven de stemklachten bestaan. Dat kan dan komen door zo’n vocal fold scar ín de stemband. Wij proberen met een operatie zo’n patiënt een betere stem te geven.” Andere aandoening waarmee patiënten bij het LUMC terechtkomen, zijn neurologische problemen zoals spasmodische dysfonie – volgens Langeveld het best te beschrijven als ‘spasmen’ van de stembanden. “De stembanden verkrampen bij die mensen, we weten niet waardoor. Het resultaat is een onderbroken, geknepen stem.” Het duurt vaak lang voordat deze afwijking herkend wordt – soms wordt er zelfs gedacht aan een psychiatrische aandoening. > Langeveld: “Wij spuiten bij deze patiënten een klein beetje

31


32

LU M C M AGA Z IN E

‘ Na een kwartier was mijn stem weer oké’

Soms is vanwege een stembandprobleem een operatie nodig waarbij het strottenhoofd van ­buitenaf benaderd wordt. Dr. Ton Langeveld laat zien hoe hij een patiënt daarna controleert.

botox in de stembanden. Dat maakt de stembanden slapper, waardoor mensen veel vloeiender kunnen spreken. Helaas is de botox na drie, vier maanden uitgewerkt. Patiënten moeten dus steeds terugkomen. Daarom zijn we nu met iets anders begonnen: we verwijderen met een laser een stukje spier uit de stemband om de spanning permanent te verminderen.”

Logopedie

Bijn de afdeling laryngologie van de Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO) werken drie logopedisten. Zij werken nauw samen met de laryngologen en zijn gespecialiseerd in stemen slikproblemen. De logopedisten helpen bij alle stemproblemen, onder meer bij patiënten die kanker hadden in het ­hoofd-halsgebied. Hoe kan logopedie bijdragen aan de stemfunctie? “De stembanden zijn spieren die je kunt trainen”, antwoordt logopedist Bas Heijnen. “Dat doen we bijvoorbeeld met stootoefeningen om de sluiting te verbeteren. De patiënt stoot dan regelmatig klanken als ‘pah! pah! pah!’ uit. Ook zijn er resonansoefeningen, waarbij je de klanken in je lichaam laat weerklinken. De stembanden gaan dan meetrillen, en dat is handig om het ingespoten vet mooi over een verlamde stemband te verspreiden.” Zo zijn er nog meer oefeningen: bijvoorbeeld praten door een buis die in een glas water steekt, waardoor de patiënt door de druk van het water heen geluid moet zien te produceren. “Kenmerkend voor Leiden is dat we eerst een duidelijke ­diagnose willen voordat we gaan behandelen”, vertelt Heijnen. “Daarom zijn de logopedisten ook betrokken bij het hele ­traject dat een patiënt doorloopt. Van diagnostiek tot ­behandeling.” ll

Irma Wolter (51) onderging met succes de ­visualisatiemethode. “Al anderhalve maand had ik geen stem meer”, vertelt ze. “Alleen met heel veel inspanning kon ik praten, ik was heel hees en nauwelijks te verstaan.” De problemen ontstonden nadat ze een jaar eerder al eens stemproblemen kreeg, waarschijnlijk door een virus. “Mijn stem viel steeds vaker uit, tot bijna dagelijks. In mei dit jaar werd vastgesteld dat mijn stemband verlamd was. Met oefeningen van de logopediste kreeg ik mijn stem toen weer aan de gang, en de stemband was ook weer beter gaan bewegen. Maar daarna viel mijn stem opnieuw uit. Deze keer bleek er niets mis te zijn met mijn stembanden.” Irma kreeg de visualisatiemethode aangeraden. Hoe ging dat? “Ik moest me heel goed concentreren - voor mij betekent dat lekker even mijn ogen dichtdoen en me afsluiten van de rest van de wereld. Toen moest ik me goed voorstellen hoe mijn stem vroeger klonk, hoe ik die aanstuurde, en nog meer oefeningen uitvoeren. Uiteindelijk durfde ik het aan om een woord te zeggen. En het ging goed!” Sindsdien heeft Irma geen stemproblemen meer gehad. “Het was echt verbazend, en mijn omgeving was al net zo verbaasd dat ik opeens weer normaal kon praten.”

Meer weten? De behandeling van stemklachten valt binnen het LUMC onder het aandachtsgebied Stem- en slikproblemen, ook wel laryngologie genoemd. Het is niet verrassend dat deze klachten aan ­dezelfde kapstok hangen: ze ontstaan allebei in het strottenhoofd en gaan ook regelmatig samen binnen dezelfde persoon. En vaak betekent een verbetering van de ene functie een ­verslechtering van de andere. Meer weten over de behandeling van stem- en slikklachten in het LUMC? Ga naar www.lumc.nl en zoek op ‘stemproblemen’.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Uit de kunst Lidia van Mil en Dirk Eikelenboom

FOTO: MARC DE HA AN

JE ZINNEN VERZETTEN

Dirk Eikelenboom (66) ontdekte dit kunstwerk op J4 bij de ingang van het OK-centrum. Het hielp hem bij het wachten op zijn vrouw Lidia van Mil (69) toen zij een langdurige operatie onderging.

Een urenlange operatie?

Lidia: Er was al eerder een goedaardig gezwel bij mij verwijderd, waarbij ik schade aan de gezichtszenuw had opgelopen. Ik kreeg het advies om me te laten opereren door een Amerikaanse arts die op bezoek was in het LUMC. Zij is expert in het zo goed mogelijk herstellen van de symmetrie van het gezicht. Dat was een flinke ingreep.

Intussen keek u uit op dit kunstwerk?

Dirk: Ja, ik zat hier te wachten. Het was fijn om naar dit kunstwerk te kijken en er van alles in te ontdekken. Popeye doet me denken aan

OVER HET KUNSTWERK Ab van Hanegem (), Zonder titel, olieverf op paneel,  (onderdeel van een vierluik). Gedeeltelijk verscholen achter de balustrades hangen vier monumentale schilderijen van Ab van Hanegem, op elke verdieping één. De kunstenaar treedt met deze voorstellingen in de traditie van de schilderkunst. Hij citeert uit klassieke bronnen, maar put tegelijk uit de populaire beeldcultuur, zoals stripverhalen. Aan deze combinatie van beeldelementen geeft hij zijn eigen draai. Op dit schilderij toont Van Hanegem de hedendaagse variant van de sterke man; Popeye. In het abstracte beeld ernaast is de ‘kwaststreek’ van pop-art-kunstenaar Roy Lichtenstein te herkennen. Maar je kunt er ook de uitvergroting van spierbundels in zien. De groen geschilderde achtergrond verwijst wellicht naar spinazie, de favoriete groente van Popeye.

mijn jeugd, ik heb veel van die filmpjes gezien. Dit lijken me bossen haar, zoals ik ze vroeger had, haha! Het is een kleurig geheel en geschikt om je zinnen te verzetten.

Hebben jullie iets met kunst?

Dirk: Niet echt. We gaan wel eens naar het Rijksmuseum. Ik vind het fijn om iets herkenbaars te zien. Die vierkanten van Mondriaan, die doen me niet zoveel. Lidia: We kregen gisteren dit boekje mee, de Kunstroute. Eigenlijk hadden we nooit gemerkt dat hier heel veel kunst hangt. Nu zijn we eens bewust gaan rondlopen! Kijk, dit vind ik mooi: Rosemin Hendriks.

Het LUMC verzamelt kunst vanuit de gedachte dat mensen zich prettiger voelen in een mooi ingericht ziekenhuis. Wilt u zelf eens in deze rubriek aan het woord komen over een kunstwerk uit de LUMC-collectie? Mail dan naar redactie@lumc.nl.

33


34

lU M C M aGa Z iN e

oeReNd GeZoNd Eten zoals onze verre voorouders dat deden. Steeds meer mensen volgen het zogenoemde paleodieet, omdat het gezond zou zijn. Maar is dat ook echt zo? Voor mensen met een voorstadium van diabetes in ieder geval wel. De bloeddruk daalt en de buikomvang krimpt. teK s t: r AYMon HeeMsKerK


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

35

>


36

lU M C M aGa Z iN e

a

‘De mens blijft evolueren, maar zijn we al voldoende aangepast aan onze moderne voeding?’

cht uur per dag achter een bureau. In de lunchpauze een broodje kroket en een glaasje melk. Daarna met de auto naar huis en ‘s avonds tv kijken. Veel mensen brengen hun werkdagen op zo’n manier door. In onze lange geschiedenis zijn we nog nooit zo inactief geweest. En ook onze voeding verschilt nogal van die van het grootste deel van de afgelopen 1. jaar. Dat blijkt niet zonder gevolgen: een op de drie mannen en een op de vier vrouwen tussen de 3 en  jaar kampt met een verstoorde stofwisseling: het metabool syndroom. Zij hebben te veel glucose en vetzuren (triglyceriden) en te weinig HDL-cholesterol in het bloed. Hun bloeddruk is verhoogd en de buikomvang aan de forse kant. Mensen met het metabool syndroom lopen meer risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.

Verrassend sterk

Aanhangers van het paleodieet (zie kader) veronderstellen dat het voor de moderne mens goed is om terug te gaan naar het voedsel van onze voorouders. Ons lichaam zou nog steeds zijn ingesteld op de voeding die we duizenden jaren gegeten hebben, zoals groenten, vlees en vis. Melk en graanproducten, zoals brood en rijst, gebruiken we pas sinds we landbouw en veeteelt bedrijven, zo’n tienduizend jaar. Volgens het ‘oerdieet’ kunnen we producten waarin granen en melk zijn verwerkt dan ook beter laten staan. “Het paleodieet is vooral in Amerika enorm populair”, vertelt Hanno Pijl, LUMC-hoogleraar Diabetologie. Samen met zijn vrouw, Esther van Zuuren, huidarts en expert in evidence-based medicine in het LUMC, en twee medische auteurs, zocht hij uit of het paleodieet gezond is voor mensen met een voorstadium van diabetes, het metabool syndroom. Ze ontdekten dat het paleodieet de bloeddruk, de buikomvang en de hoeveelheid vetzuren van mensen met het metabool syndroom verbetert. “Dat zijn allemaal risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Door het dieet hebben zij daar waarschijnlijk ook minder kans op”, vertelt Pijl. Bovendien verloren mensen met paleovoeding meer gewicht. “Het is alles bij elkaar een verrassend sterk effect, zeker omdat de controlepersonen een dieet volgden volgens nationale richtlijnen voor diabetespatiënten. Wanneer zij ongezond hadden gegeten, zoals veel mensen doen, was het verschil waarschijnlijk nog veel groter geweest”, aldus Van Zuuren.

Ontstekingsreacties

En niet onbelangrijk: mensen die het paleodieet volgden, voelden zich ook beter dan mensen die het dieet volgens nationale richtlijnen volgden. Pijl vermoedt dat dat vooral komt door het eten van alleen pure, onbewerkte producten. “Ik ben er nog niet zo van overtuigd dat granen en zuivel slecht zijn voor mensen zonder coeliakie en melkintolerantie. Ik denk dat het belangrijk is om veel groente en fruit te eten en een klein beetje vis en vlees. En dat het goed is om zo min mogelijk producten met toegevoegde suikers te gebruiken.” Mogelijk heeft het te maken met ontstekingsreacties. Veel buikvet kan ervoor zorgen dat er ontstekingsfactoren worden geproduceerd. Maar ook de verhouding tussen plantaardige en dierlijke vetten is


l eids uni v er sitair medisch cen t rum

belangrijk voor het ontstaan van ontstekingsreacties. “Lang werd gedacht dat dierlijk vet ongezond was en plantaardig vet gezond, maar daar lijkt de wetenschap nu van terug te komen. Het gaat erom dat er een goede balans is tussen plantaardig en dierlijk vet. Maar die discussie is nog niet helemaal gesloten.” Het artsenechtpaar Van Zuuren en Pijl eet zelf voor een groot deel volgens het paleoprincipe. “We eten vrijwel uitsluitend vers voedsel en heel weinig graanproducten en ongefermenteerde melkproducten. Gefermenteerde melkproducten, zoals yoghurt en kaas, gebruiken we wel regelmatig.” Dat wil niet zeggen dat ze nooit een frietje of ijsje eten. “Natuurlijk zondigen we soms”, geeft Pijl toe.

foto: Arno Ma ssee

Snelle suikers

Prof. Hanno Pijl en zijn vrouw huidarts Esther van Zuuren bereiden thuis regelmatig een smakelijke paleo-maaltijd

De gedachte achter het paleodieet is dat voeding die we het grootste deel van onze evolutionaire ontwikkeling gegeten hebben, gezond voor ons is. Pijl: “Het is niet waar dat ons DNA in de afgelopen tienduizend jaar niet is veranderd, dat hebben populatiegenetici aangetoond. De vraag is dan natuurlijk wel of we genetisch voldoende zijn aangepast aan ons huidige voedingspatroon. Je ziet daarin in elk geval grote verschillen tussen individuen, maar ook werelddelen. In Oosterse landen krijgen mensen bijvoorbeeld veel eerder diabetes bij een calorierijk dieet dan in het Westen.” Pijl denkt dat het vooral zaak is om weinig producten te gebruiken met geraffineerde suikers, die snel in het bloed worden opgenomen en een ongezond hoge suikerpiek veroorzaken. De meeste door de voedingsmiddelenindustrie geproduceerde producten, zoals koekjes en snoep, bevatten deze ‘snelle’ suikers. Die kun je dus beter mijden. Ook is het gezonder om een sinaasappel te eten dan om de sinaasappel te persen en het sap te drinken. Bij sap zijn de fruit­suikers uit de vezelstructuur gehaald en worden sneller in het bloed opgenomen. Overigens bevat sinaasappelsap ook dan nog steeds veel gezonde stoffen.

Vegetarisch dieet

Kritiek op het paleodieet is er eveneens. Zo zou de voeding te weinig calcium bevatten. “Dat argument kan makkelijk weerlegd worden”, reageert Pijl. “Een gewoon voedingspatroon bevat namelijk meer zout dan paleovoeding. Dat overschot aan zout plas je uit, maar daarmee verdwijnt er ook calcium uit het lichaam. Oermensen gebruikten nooit melkproducten en die hadden echt niet allemaal een calciumtekort.” Vis en veel soorten groente en fruit, zoals broc-

Het paleodieet

Voedingsmiddelen die zijn toegestaan volgens het paleodieet (spreek uit: páá-le-o) zijn met name groenten, fruit, eieren, vis, vlees, noten, zoete aard­appelen, paddenstoelen, olijfolie, kokosolie, ­koffie, thee en water. Graanproducten, zuivelproducten, peulvruchten, aardappelen, alcohol en door de voedingsindustrie bewerkte producten passen niet in het patroon. Maar er zijn variaties; er is niet één ­standaard paleodieet. Volgens sommigen horen ­tomaten bijvoorbeeld niet bij het paleodieet, anderen vinden weer dat rode wijn wel mag.

coli, abrikozen en appels bevatten bovendien ook relatief veel calcium. Andere kritiek is er op het vele vlees dat volgens het paleodieet genomen mag worden. “Er is inderdaad geen limiet op de hoeveelheid vlees, maar dat betekent niet dat je veel vlees móet eten. Er zijn aanwijzingen dat een vegetarisch dieet juist heel gezond is. Mensen die geen vlees en geen vis eten moeten opletten dat ze genoeg vitamine 12, taurine en omega-3 vetzuren binnenkrijgen. Dat kan wel door voedingssupplementen te nemen”, aldus Pijl. De onderzoekers benadrukken dat het gezonde effect van oervoeding alleen is aangetoond bij mensen met het metabool syndroom. “Zij kunnen koolhydraten niet goed verwerken. Daardoor stijgt de hoeveelheid glucose in hun bloed na het eten van koolhydraatrijke producten, vooral wanneer dat ‘snelle suikers’ zijn. Ik verwacht dat paleovoeding voor andere mensen ook gezond is, maar we hebben dat niet onderzocht”, aldus Pijl. Ook is er slechts naar een termijn van een aantal weken tot zes maanden gekeken; langere studies zijn er nog niet. ll

37


38

LU M C M AGA Z IN E

Kortpraktisch



ROUTE 043

B4P

VACCINATIE POLIKLINIEK IS VERHUISD De Vaccinatiepoli van de afdeling Infectieziekten is verhuisd en nu te vinden op B-p, route . Reizigers kunnen op de Vaccinatiepoli terecht voor vaccinaties, anti-

malariamiddelen en advies over beschermende maatregelen voor een reis naar de tropen of subtropen. Kijk voor meer informatie op www.lumc.nl/vaccinaties.

Lintje voor borstkankerzorg Het LUMC voldoet aan de normen die Borstkankervereniging Nederland (BVN) stelt voor patiëntgerichte borstkankerzorg. Daarom krijgt het LUMC het roze lintje. In het afgelopen jaar scherpte BVN de criteria van de Monitor Borstkankerzorg aan. In heel Nederland voldeden  van de  ziekenhuizen aan de nieuwe criteria, die onder meer gaan over wachttijden, de uitkomst van de operatie en ondersteuning van patiënten. Wat in veel ziekenhuizen beter kan, aldus de BVN, is het goed doorspreken van de gevolgen van mogelijke behandelingen.

   GEBIOLOGEERD: OVER KWETSBAARHEID EN VEERKRACHT LUMC-hoogleraar Nic van der Wee (psychiater) geeft een lezing over neurobiologisch onderzoek naar factoren die mensen veerkrachtig maken bij het omgaan met stress. Meer inzicht in de biologie van die veerkrachtigheid zou kunnen leiden tot een andere aanpak bij preventie en behandeling van klachten en stoornissen die te maken hebben met stress of trauma. Tijd: : - : uur. Lees meer op www.jelgersmalezingen.nl

WORD DONATEUR VAN HET LUMC Het LUMC wil het beste voor zijn patiënten. U kunt daarbij helpen. Uw gift aan onze fondsen draagt direct bij aan betrokken zorg en nieuwe behandelmethodes

Colofon

die wij nu en aan financieren. Helpt volgende generaties u mee? Kijk op www. willen bieden. bontiusstichting.nl. De Bontius Stichting werft middelen om wetenschappelijk onderzoek in het LUMC te

LUMC Magazine is een uitgave van het Leids Universitair Medisch Centrum. Overname van artikelen, met bronvermelding, is toegestaan na toestemming van de redactie (redactie@lumc. nl). Oplage . Redactie Mieke van Baarsel, Raymon Heemskerk, Diana de Veld, Christi Waanders Eindredactie Diana de Veld Redactieraad Kees

Bartlema, Thea Dickhoff, Irma van Everdinck-van der Pols, Jaap Fogteloo, Hajo Hazevoet, Tom Hammer (voorzitter), Antje Houmes, Alexandra van Leeuwen, Maaike Roefs, Helen Silvius, Willem van Well Groeneveld Aan dit nummer werkten mee Dick Duynhoven, Julie de Graaf, Astrid Hageman, Menno Kröse, Sandrine van Noort, Marleen

    NIEUWE TENTOONSTELLING IN GALERIE LUMC De tentoonstelling Van Binnen en van Buiten exposeert recente tekeningen van Jacobien de Rooij en Erik Mattijssen. De tentoonstelling wordt op donderdag 24 september om 16.30 uur geopend door auteur Hans Hom. Hij zal voorlezen uit zijn binnenkort te verschijnen roman Het lange geduld. Kunstenaars Erik Mattijssen (illustratie) en Jacobien de Rooij maken in levensgrote tekeningen de wereld van binnen en van buiten zichtbaar. U bent van harte welkom in Galerie LUMC voor de opening van deze bijzondere tentoonstelling. Zie ook www.lumc.nl/galerie

   LIBCSYMPOSIUM MENSEN KIJ KEN Het LIBC (Leiden Institute for Brain and Cognition) organiseert samen met de gemeente Leiden een publiekssymposium met de naam ‘Mensen kijken, de wereld van het sociale brein’. Hoe kijken wij mensen naar elkaar en hoe wordt ons gedrag bepaald door een groep? Wetenschappers uit het hele land beantwoorden die vragen. Informatie en registratie via www.libc-leiden.nl

van ‘t Oever, Jos Overbeeke, Hanno Pijl, Masja de Ree, Maaike Roefs, Caroline van der Schaaf, Loek Weijts, Ana Zutinic Fotografie Marc de Haan, Arno Massee Vormgeving en layout Curve Mags and More, Haarlem. Patrick Hoogenberg, Mieke van Weele Prepress en druk Groen Media, Leiden Contact Directoraat Communicatie,

Postbus ,  RC Leiden, , redactie@lumc.nl, www. lumc.nl/magazine Abonnementsvoorwaarden Zie www.lumc.nl/magazine Abonnementen Jaarabonnement € , LUMC Magazine nr.  verschijnt op  december . ISSN -.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

inhoud Post van

De twee zoons van Wim en Lydia de Regt uit Etten-Leur lijden aan het Rothmund-Thomson-syndroom. Ze stuurden dr. Sarina Kant van het LUMC een bedankje voor haar goede zorgen. TEK S T: C AROLINE VAN DER SCHA AF

“W

ij wonen in Brabant, het is dus voor ons best een eind rijden naar het ziekenhuis. Doordat dokter Kant, klinisch geneticus, ons buiten haar normale spreekuur om ontving, konden we toch alle afspraken bij de verschillende poli’s op één dag combineren. Dat vonden we wel bijzonder. Onze jongste zoon Edwin (35) kampt al van jongs af aan met osteoporose en had daardoor heel vaak botbreuken. We waren al bij verschillende artsen geweest maar er kon nooit een oorzaak worden gevonden. In Leiden werd meteen een grondig onderzoek gestart. Het bleek al vrij snel dat Edwin het Rothmund-Thomson-syndroom heeft. Een zeldzame ziekte die wereldwijd bij slechts zo’n driehonderd mensen voorkomt. De ziekte ontstaat door een genetische afwijking. Ook onze oudste zoon Patrick (39) bleek het syndroom te hebben. Bloedonderzoek wees uit dat wij als ouders beiden drager zijn van het gen. Toen dokter Kant ons de diagnose vertelde, waren we daar helemaal ondersteboven van. Eenmaal thuis vroegen we ons af of we haar wel genoeg hadden bedankt voor het hele traject. Daarom hebben we voor de zekerheid nog even een mailtje gestuurd. De snelheid waarmee ze heeft gewerkt, de duidelijkheid waarmee ze ons heeft geïnformeerd, de manier waarop ze zich openstelde voor verdere hulpvragen: we zijn daar erg over te spreken. Ook over de behandeling van de andere artsen, trouwens. We hebben er intussen aardig wat gezien. Allebei onze zoons gaan nu jaarlijks op controle bij diverse artsen. Ze hebben een verhoogd risico op onder meer bot- en huidkanker en staar. We maken ons wel zorgen om hun toekomst. Vooral onze jongste zoon heeft begeleiding nodig. Hij woont weliswaar zelfstandig maar krijgt nu nog hulp en ondersteuning van ons. Maar wij hebben ook niet het eeuwige leven.”

‘We zijn erg te spreken over de snelheid en openheid waarmee de dokter ons hielp’ From: Wim de Regt To: Kant, S.G. (KG) Subject: Edwin de Regt Geachte mevrouw Kant, Thuisgekomen na ons bezoek van afgelopen vrijdag vroegen we ons af of wij u wel voldoende bedankt hebben voor het feit dat u zo snel hebt kunnen vinden wat de oorzaak is van de problemen bij onze zoon Edwin. De conclusies van uw onderzoek zijn enerzijds bijzonder verhelderend (we hebben eindelijk een antwoord op de vragen die ons zo lang hebben beziggehouden) maar anderzijds bieden zij een somber perspectief op de toekomst. Een gewaarschuwd mens telt echter voor twee en we gaan ons best doen er iets van te maken! Nogmaals dank aan u en uw team. Met vriendelijke groeten, Wim en Lydia de Regt

39


Donderdag . uur. Sandra rondt af om weer naar huis te gaan (zie ook pagina ). HOE WA S H E T VA N DA AG A L S ‘V LIEG EN DE KEEP’?

Die vliegende keep was hard nodig! Tussen de middag hadden we een mechanische storing in de chemiestraat, het apparaat dat de buisjes bloed onderzoekt. Gelukkig kon de technische dienst het oplossen, maar daarna moesten alle zeilen worden bijgezet om een inhaalslag te maken en ervoor te zorgen dat alles toch op tijd klaar was. BES T S TRESSEN DUS.

Ach, ik houd wel van een beetje beweging. Het allerleukste van mijn werk vind ik dat ik ‘s ochtends nooit kan voorspellen hoe de dag zal lopen. Er zijn altijd verrassingen en dingen die opeens snel moeten gebeuren. Kennissen zijn weleens verbaasd als ze horen dat ik als analist ook avond- en nachtdiensten heb. Tja, het werk op het laboratorium gaat  uur per dag door. ’s Avonds werken we weg wat nog over is van overdag en ’s nachts komt er veel binnen via de EHBO en de Intensive Care.

FOTO: ARNO MA SSEE

HOE ZIE T DE RES T VA N JE AVON D ER UIT?

Wij hebben thuis nog een bedrijf, dus vanavond ga ik de administratie bijwerken van onze boomkwekerij. Op andere avonden sport ik regelmatig: ik zwem en zit op voetbal. Toch heb ik nooit het gevoel dat ik het heel druk heb. Mijn twee zonen zijn al wat ouder, dus die gaan hun eigen gang en koken zelfs af en toe. En omdat het thuis op rolletjes loopt, kan ik weer veel tijd in mijn werk steken. (JdG)

‘Het leukste vind ik dat ik ’s ochtends nooit kan voorspellen hoe de dag zal lopen’