Page 1

#21 SEPTEMBER 2019

OP PAD MET DE NACHTDIENST Hoe fit gaan zij de nacht door? DE ZWEVENDE LONG Studenten oefenen met 3D-hologram

LIESBETH VERBOON GEBRUIKT THE BOX OP DE BANK

DE DIGITALE DOKTER BIJ JE THUIS


2

LU M C M AGA Z I N E

begin einde werkdag Er werken meer dan 8000 mensen in het LUMC. We volgen een van hen aan het begin en het einde van de werkdag.

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO: PATRICIA BÖRGER

Susan Quix (46), verpleegkundig specialist slokdarmkanker in het LUMC Oncologie Centrum

Hoe begin je de dag?

Ik start eerst thuis het gezin op. Dan ga ik samen met de kinderen de deur uit en waar zij linksaf slaan naar school, ga ik rechts richting LUMC. Op maandagochtend begin ik altijd met een korte voorbereiding op mijn spreekuur, dat om half tien begint. Ik begeleid patiënten met slokdarmkanker en zie ze wekelijks in de aanloop naar hun operatie.

Wat bestaat jouw begeleiding uit?

Ik sta patiënten bij tijdens hun behandeltraject met chemotherapie en bestraling. In die periode coördineer ik hun zorgafspraken, van CT-scan tot de afspraak bij de chirurg. Tijdens mijn spreekuur vraag ik veel. Dat hoort bij mijn

rol als zorgverlener vind ik. En dan vraag ik ook hoe het thuis gaat en met het werk. Wat doet dit met je partner en kinderen bijvoorbeeld? En ’s middags werk ik dat uit.

Wat houdt dat in?

Wanneer een patiënt bloed heeft laten prikken, bekijk ik de waardes, vraag naar klachten en veranderingen en werk het medisch dossier bij. Ik schrijf een eventuele chemotherapie voor, dat een arts dan nog goedkeurt. Door dit voor te bereiden en de spreekuren te houden, ontlast je als verpleegkundig specialist de oncoloog. Maar het belangrijkste is dat patiënten er blij mee zijn. Ze kunnen me altijd bellen, ik ben hun centrale aanspreekpunt. ll

Lees op pagina 35 hoe Susans werkdag verliep


3

FOTO: JOHN BAKKER

L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Inhoud

NACHT WERK

I

BEGIN VAN DE WERKDAG VAN SUSAN 2

Susan Quix werkt bij het LUMC Oncologie centrum LUMC-NIEUWS 4 DE DIGITALE DOKTER BIJ JE THUIS 6

The Box houdt patiënt buiten LUMC in de gaten

14

OP AFSPR A AK 11 INFOGR AFISCH 12

Wat gebeurt er als er een heli landt? INTERVIEW VETONDERZOEKER MARIËTTE BOON 14 ‘We mogen best een beetje meer van ons vet gaan houden’ UIT DE KUNST 17 IN BEELD 18

De werkplaatsen van Klinische en Laboratorium Technologie OP PAD MET DE NACHTDIENST 20 Hoe fit gaan zij de nacht door?

20

BEDANKT 25

KORTPR AKTISCH EN AGENDA 34 EINDE VAN DE WERKDAG VAN SUSAN 35 LUMC JUNIOR 36

En wist je al dat het LUMC ook zorg bij de patiënt thuis levert? Medewerkers van het Hart Long Centrum bedachten the box: een doos vol apparaten waarmee patiënten, eenmaal thuis na ­bijvoorbeeld een hartinfarct, hun gezondheid in de gaten houden. De resultaten van de thuis­ metingen gaan linea recta naar de artsen in het LUMC. Zij kunnen snel ingrijpen, als dat nodig is. ­Bovendien hoeft de patiënt niet zo vaak voor controle naar het LUMC te komen. Het artikel over the box begint op pagina zes. De rest van dit magazine staat ook bol van de mooie verhalen. Zo legt onderzoeker Mariëtte Boon op pagina veertien uit waarom we best een beetje meer van ons lichaamsvet mogen houden. En op pagina 31 maken we kennis met een nieuwe futuristische onderwijsvorm in 3D, die de artsen van morgen leert om sneller de juiste diagnose te stellen.

DE KENNISMAKING 26

DE BETERMETER 28 Patiënt helpt het LUMC continu te verbeteren DE ZWEVENDE LONG IN DE K AMER 31 Onderwijs met augmented reality

n het LUMC houdt de zorg nooit op. 24 uur per dag, zeven dagen per week zorgen artsen en verpleegkundigen voor patiënten, die in het LUMC ook ‘s nachts complexe zorg ontvangen. Maar ‘s nachts werken is zwaar en niet goed voor de gezondheid: het kan leiden tot slaapproblemen en geeft zelfs een verhoogd risico op bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten. Om het nachtwerk dragelijker te maken, riep het LUMC het project Fitter de nacht door in het ­leven. Medewerkers in de nachtdienst krijgen ­gezonde voeding, ze mogen een powernap doen in het 'slaap-ei' en krijgen een daglicht-filterende bril mee naar huis. Hoe dat bevalt, hebben we uitgezocht door ’s nachts op pad te gaan met de verpleegkundigen op de afdeling Bos van het Willem-Alexander Kinderziekenhuis. Je leest er alles over vanaf pagina twintig.

30

Veel leesplezier!

Hester Sleeking, redactie Uw reacties en suggesties voor komende edities van LUMC Magazine zijn zeer welkom op redactie@lumc.nl


4

LU M C M AGA Z I N E

Nieuws VRAAGJE AAN

Kom naar de LUMC Wetenschapsdag op 6 oktober Heeft je dna invloed op hoe je eten smaakt? Hoe kan ik mijn opa of oma met dementie helpen? En hoe meet je hoe goed je longen werken?

O Marieke Beelen,

COÖRDINATOR LUMC ROOK VRIJ

HET HELE TERREIN VAN HET LUMC IS SINDS 1 JULI ROOKVRIJ. HOE GA AT DAT?

“W

e zijn tevreden. Het LUMC zet zich in voor een rookvrije generatie: we willen graag dat onze kinderen rookvrij opgroeien. Roken is nog steeds de belangrijkste voorkombare oorzaak van ziekte en vroegtijdig overlijden. We gaan in ons rookvrij-beleid steeds een stap verder. Na een rookvrij gebouw wilden we graag een rookvrije hoofdingang en nu is het hele terrein rookvrij. Onze insteek is positief. We willen geen opgeheven vingertje en ook geen terrein vol met verbodsborden. De boodschap is ‘fijn dat u hier niet rookt’ en we bieden patiënten, medewerkers, studenten en bezoekers hulp bij het stoppen met roken. We willen dat iedereen zich bewust is van de risico’s van roken en dat men ook weet waar ze om hulp kunnen vragen om te stoppen. Sinds 1 juli liggen de straattegels van de rookvrije generatie over het hele terrein, er hangen meer borden. De rookabri’s zijn weg en er zijn bewust geen prullenbakken bijgekomen, omdat je daarmee het roken weer faciliteert. Uit onderzoek blijkt dat een zerotolerance beleid het beste werkt. Daarbij spreekt de beveiliging mensen aan die toch roken op het LUMC-terrein. Zij kunnen dit echter niet alleen. Hier dragen alle LUMC'ers de verantwoordelijkheid voor. Daarnaast hebben we ook veel contact met onze buren, zo af en toe wordt er overlast gemeld. Dan nemen de beveiligingsmedewerkers het mee in hun ronde en zorgen we voor schoonmaak. Eén van onze buren wil zijn terrein ook rookvrij maken en heeft daarbij onze hulp ingeroepen. Zo kunnen we het rookvrije gebied steeds verder uitbreiden.” Wil je ook hulp bij het stoppen met roken? De cursus ‘Rookvrij! Ook jij?’ kan helpen. Kijk voor meer informatie en aanmelden op:

p al deze vragen, en nog veel meer, krijg je antwoord tijdens de LUMC Wetenschapsdag op zondag 6 oktober. Bijna dertig afdelingen van het LUMC presenteren zich aan het grote publiek. Er is van alles te beleven en op te steken. Kruip in de huid van een malariamug, krijg een inkijkje in de magie achter de getallen in het nieuws of leer over de nieuwe donorwet. En heb je weleens een bestralingsapparaat of een couveuse van dichtbij gezien? Even uitpuffen van alle actie kan in de collegebanken. Schuif aan voor lezingen over onder andere slangengif, het tellen van zieke mensen en organson-a-chip.

ANATOM ISCH M USE U M

Breng op de Wetenschapsdag ook een bezoekje aan het Anatomisch Museum. Dit museum is maar twee dagen per jaar geopend voor publiek. De rest van het jaar wordt het vooral voor onderwijs gebruikt. Houd er wel rekening mee dat het museum voor kleinere kinderen minder geschikt is en er een wachtrij kan ontstaan. Houd voor meer informatie de website en Facebook in de gaten. De LUMC Wetenschapsdag is op zondag 6 oktober van 12.00 tot 17.00 uur in het LUMC aan de Albinusdreef 2 in Leiden. De dag is gratis toegankelijk voor jong en oud en is onderdeel van het landelijke Weekend van de Wetenschap.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

TOP 5 MEEST GEDR A AIDE MUZIEK IN DE OPER ATIEK AMER

KNUFFELS VOOR DE KINDEREN VAN HET WAKZ Drie dames van de breischool in Noordwijk leveren een nieuwe voorraad zelfgebreide knuffels af bij de poli Kindergeneeskunde. Kinderen die een vervelende ingreep hebben gehad, krijgen een knuffeltje mee naar huis. “We zijn heel blij met dit initiatief”, zegt teamleider Marga van Ham. “De kinderen vinden het ontzettend leuk om een knuffel te krijgen.”

Steeds meer poli’s gebruiken de aanmeldzuil Op steeds meer poliklinieken van het LUMC staan één of meer aanmeldzuilen. Dat is goed nieuws, want de zuilen verkorten jouw wachttijd. Ook denken ze met je mee als je meerdere afspraken hebt. Wie een afspraak heeft op een polikliniek, de Centrale Bloedafname of bij Radiologie, meldt zich aan via de aanmeldzuil. In de centrale hal en bij de achteringangen van het LUMC staan ze al een poosje. Inmiddels staan de zuilen ook in de poliklinieken van het Diabetes Centrum, Longziekten en longfunctie, Heelkunde en Plastische chirurgie. In de herfst volgen het WillemAlexander Kinderziekenhuis, Infectieziekten, Vaccinatie,

Gynaecologie, Huidziekten, Preoperatieve screening, Pijnbehandelcentrum, Reumatologie, Orthopedie en Nucleaire geneeskunde. Eind 2019 hebben alle poli’s tenminste één aanmeldzuil. Het voordeel van de aanmeldzuilen is dat je minder lang hoeft te wachten voor de balie van de afdeling. Bovendien geven de zuilen een indicatie van de wachttijd. Wie meerdere afspraken heeft, krijgt de handigste volgorde van afspraken te zien. Maar de zuilen doen nóg meer. Ze helpen de gezondheid van alle bezoekers te bewaken door vragen te stellen over de MSRA-bacterie. Wie één of meerdere vragen met ‘ja’ beantwoordt, wordt wel verzocht naar de balie te gaan voor verdere afhandeling.

Lees meer in de LUMCnieuwsbrief Ontvang ook elke twee weken het meest actuele nieuws van het LUMC in uw mailbox! Abonneer u via www.lumc.nl/ nieuwsbrief

We zetten allemaal wel eens een muziekje aan op het werk, zo ook de meeste chirurgen als ze aan het opereren zijn. We zochten uit wat de vijf meest beluisterde radiostations zijn in de operatiekamers van het LUMC.

1

SK YR ADIO veel popmuziek en weinig pratende dj’s tussendoor

2

Q-M USIC vooral het foute uur: tussen 9 en 10 in de ochtend de fijnste foute liedjes

3

SU BLIM E FM funk, soul en jazz

4

100% N L draait alleen muziek van Nederlandse muzikanten en bands

5

SOU N DCLOU D een website waar je veel verschillende soorten muziek kunt luisteren en je eigen afspeellijsten kunt maken

5


6

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

LUMC levert zorg bij de patiënt

DE DIGITALE DOKTER BIJ JE THUIS

Zelf een hartfilmpje maken en het resultaat via een app op je smartphone doorsturen naar het ziekenhuis. Dit is geen toekomstmuziek, maar iets wat in de praktijk gebeurt. Steeds vaker levert het LUMC zorg bij patiënten thuis. TEK S T: WOUTER SCHEEPS TR A > FOTO’S: TON ZONNE V ELD EN EELK JE COLM JON

“H

iermee maak je zelf in een handomdraai een hartfilmpje.” Douwe Atsma, cardioloog in het LUMC, legt een plaatje dat net zo klein is als een bankpas op de tafel van zijn werkkamer. De uiteinden van het plaatje bestaan uit glimmend metaal. Atsma: “Dat zijn elektroden. Als je daar je vingers op legt, meet het apparaatje de elektrische signalen van het hart en heb je na zo’n dertig seconden een bruikbaar ECG, een hartfilmpje.” Het resultaat, een grafiek met pieken en dalen, is te zien in een bijbehorende app op de smartphone. Atsma: “Met een druk op de knop stuur je het resultaat naar het LUMC. Daar komen geen draden en snoeren aan te pas.” THE BOX

Atsma stopt het ECG-apparaatje weer terug in The Box, een grote doos met daarin ook een bloeddrukmeter, weegschaal en stappenteller. In het LUMC krijgen mensen, die een hartinfarct of hartoperatie hebben gekregen, de doos met meetapparatuur bij hun ontslag uit het ziekenhuis mee naar huis. Atsma: “Vanaf dat moment meten mensen wekelijks zelf hoe het er met hun hart en algehele gezondheid voorstaat.”

Nog aan het ziekenhuisbed wordt er een bijbehorende app op de telefoon geïnstalleerd die draadloos met de meetapparatuur verbonden is. “Mensen zien in de app ook zelf direct de resultaten en sturen die naar het LUMC door. Als iets niet in orde is, nemen we meteen contact op en grijpt een specialist zo nodig in.” BETER BEELD

The Box maakt onderdeel uit van de ontwikkeling waarbij het LUMC steeds vaker zorg bij patiënten thuis levert. Atsma: “Normaal gesproken kom je in het jaar na een hartinfarct nog vier keer naar het LUMC voor controle. Tijdens die bezoeken meet ik bijvoorbeeld de bloeddruk. Vier keer per jaar de bloeddruk meten, is niet veel. Het zijn momentopnamen. Met de nieuwe werkwijze ontvangen we wekelijks meetresultaten en krijgen we een beter beeld van iemands gezondheid.” Tegenwoordig zijn twee van de vier ziekenhuisbezoeken vervangen door een digitaal spreekuur. “Je hoeft dan niet meer voor een afspraak van een kwartier helemaal naar het LUMC te komen.” Tijdens de afspraak zitten dokter en > patiënt achter hun computer en zien en spreken ze elkaar

7


8

LU M C M AGA Z I N E

‘Even bij elkaar gluren via Skype’ Patiënt Jasper Jonkergouw over het gebruik van The Box “Vroeger was onze zolderkamer een speelplek voor de kinderen, later werd het een werkruimte en sinds kort is het ook mijn behandelkamer.” Jasper Jonkergouw (54) zegt het met een aanstekelijke lach. “Ik ben een positief mens, hè. Maar de aanleiding is natuurlijk niet leuk.” Sinds Jonkergouw afgelopen juni een hartinfarct kreeg, heeft hij The Box met daarin het ECG-apparaatje, bloeddrukmeter, weegschaal en stappenteller in huis. “De meetapparatuur ligt altijd op een tafel in onze zolderkamer. Ik kan die metingen dan snel en zonder gedoe uitvoeren en de resultaten via de bijbehorende app naar het LUMC sturen. In twee minuten ben ik klaar.” GELIJKWAARDIG

Het digitale spreekuur via Skype bevalt hem goed. “Ik hoef dan niet in de wachtkamer van het LUMC te zitten. Dat bespaart flink wat tijd.” Inmiddels heeft hij het eerste digitale consult achter de rug. “Je gaat niet bij

de dokter op bezoek, je komt bij elkaar op bezoek. Je zit allebei in je eigen omgeving. Dat maakt het gelijkwaardiger.” Lachend: “Je kunt even bij elkaar gluren.” Het hartinfarct kwam onverwacht. “Ik ben 54 jaar, leef gezond en voelde me hartstikke fit. Het idee dat ik op mijn leeftijd een hartinfarct kon krijgen, zat niet in mijn systeem.” Anderhalve week voordat hij in het LUMC werd opgenomen, voelde hij steken in zijn borst en linkerarm. Op aandringen van zijn vrouw ging hij naar de huisarts, die voor de zekerheid bloedonderzoek liet doen. STIMULANS

Jonkergouw wilde net wegrijden uit de parkeergarage van zijn werk, toen zijn huisarts hem opbelde met de resultaten. “Hij zei: ‘Je hebt een hartinfarct. We zien sporen daarvan in je bloed.’ Ik stapte mijn auto uit, had mijn telefoon met 112 in de aanslag, liep naar de receptie en wachtte op mijn vrouw. Bij de receptie zat ik in

ieder geval in het zicht van mensen, voor het geval ik om zou vallen. Gelukkig was mijn vrouw er vrij snel.” In het LUMC werd hij meteen gedotterd en kreeg hij een stent in een vernauwde ader. “Drie dagen later werd aan mijn bed de app van The Box op mijn telefoon geïnstalleerd en ging ik met die doos vol meetapparatuur naar huis.” Vindt hij het niet vervelend dat hij de metingen moet uitvoeren? “Ik vind het juist fijn om feiten over mijn lichaam te krijgen. Dat geeft me een helder beeld van waar ik sta in mijn herstel. Het lijkt er gelukkig op dat ik helemaal herstel. Mijn bloeddruk is laag, het hartfilmpje in orde en mijn gewicht zoals ik hebben wil. De resultaten zijn voor mij een stimulans om op dezelfde voet door te gaan.”


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Nationaal eHealth Living Lab The Box, de doos met meetapparatuur die mensen na een hartinfarct of hartoperatie mee naar huis krijgen, is een project van het Hart Long Centrum van het LUMC. Momenteel wordt het samen met het Nationaal eHealth Living Lab (NeLL) verder ontwikkeld. Het NeLL is een non-profitbelangenplatform voor eHealth, mede opgericht door het LUMC, dat samenwerkt met nationale en internationale wetenschappelijke partners en bedrijven binnen de zorg en technologie. Binnen het NeLL worden verschillende eHealthtoepassingen verder ontwikkeld en wetenschappelijk getest op goede werkzaamheid. Bij eHealth wordt het internet ingezet om de zorg en de gezondheid van mensen te verbeteren. Meer informatie: www.nell.eu

via de webcam. Atsma: “Als ik inbel, is het niet de bedoeling dat je in je badjas achter de computer zit. Het is een serieus consult. Mensen krijgen van tevoren een mail met daarin een aantal etiquetteregels.” De afgelopen jaren kregen meer dan duizend mensen The Box mee naar huis. Atsma: “Negen van de tien gebruikers zijn er erg tevreden over.” MEER ZORG THUIS EN IN DE WIJK

De komende jaren wordt de werkwijze ook bij andere afdelingen in het LUMC geïntroduceerd. “We stellen bijvoorbeeld een doos met meetapparatuur samen voor zwangere vrouwen die een grotere kans hebben op een te hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk is gevaarlijk voor moeder en kind. We gaan hen thuis monitoren.” Ook wil het LUMC zorg aan huis leveren bij mensen met longkanker die immunotherapie ondergaan. “Deze mensen moeten nu één keer in de drie weken een dag naar het LUMC voor een infuus. Voor deze kwetsbare patiënten is dat heel belastend. We willen graag dat ze het infuus thuis krijgen.” Minder zorg in het ziekenhuis en meer zorg thuis en in de wijk; Atsma ziet het als een noodzakelijke, maatschappelijke ontwikkeling. “Het aantal beschikbare werknemers neemt af en het aantal mensen dat zorg nodig heeft neemt toe. Mensen worden steeds ouder en daardoor vaker ziek.

Bovendien biedt de verbeterde medische zorg steeds meer behandelmogelijkheden, met alle kosten van dien. Een zorgconcept zoals The Box is dan een uitkomst. In minder tijd leveren we betere en goedkopere zorg.” HEEL PERSOONLIJK

Ook ziet Atsma kansen voor de verdere inzet van kunstmatige intelligentie. “Slimme computerprogramma’s kunnen snel door enorme hoeveelheden informatie heen gaan. Ze kijken bijvoorbeeld of de meetresultaten die mensen ons sturen er goed uitzien of dat er afwijkingen zijn. Nu worden alle meetresultaten ook nog door verpleegkundigen bekeken, maar dat gaat in de nabije toekomst veranderen.” Verdwijnt door de digitalisering niet het menselijke uit de zorg? “Het persoonlijke contact met de dokter in het ziekenhuis gaat nooit verloren. Maar de voorspelbare, routinematige afspraken in het ziekenhuis; die mogen er wat mij betreft uit. Artsen hebben dan meer tijd en aandacht voor patiënten met complexe ziektebeelden.” Bij de zorg die het LUMC thuis levert, is ook ruimte voor persoonlijke gezondheidsdoelen. “Wil je bijvoorbeeld 5 kilo afvallen? Dan zie je in de app die bij The Box hoort of je op schema ligt. Zorg op afstand wordt weleens kil en economisch genoemd, maar het kan juist heel persoonlijk zijn. Als je weinig beweegt en veel en ongezond eet, zie je dat terug in de meetresultaten. Mensen raken meer betrokken > bij hun eigen gezondheid.”

9


10

LU M C M AGA Z I N E

‘Van de weegschaal ben ik geen fan’

Patiënt Liesbeth Verboon Met de apparaten uit The Box voert Liesbeth Verboon (56) drie keer per week thuis alle metingen uit. “Ik maak een hartfilmpje met het ECG-apparaatje, meet mijn bloeddruk en draag de stappenteller om mijn pols.” Lachend: “Alleen de weegschaal, hè. Daar ben ik niet zo’n fan van. Ik sta er maar een keer per week op. In de bijbehorende app staat dan: ‘Uw BMI is te hoog’. Het komt erop neer dat ik iets te veel weeg. Maar niet veel, hoor. In mijn familie hebben we er aanleg voor. En ik hou ook wel van koken, bakken en braden.” VEILIG GEVOEL

Verboon, die begin dit jaar een hartinfarct kreeg, vindt het prettig dat er nu meer controles en cijfers zijn. “Als de resultaten die ik via de app doorstuur niet in orde zijn, neemt het LUMC contact met me op. Andersom doe ik dat natuurlijk ook.” Soms meet Verboon haar gezondheid

twee keer op een dag. “Als ik zie dat de resultaten goed zijn, geeft me dat een veilig gevoel. Dat zal wel een psychisch dingetje zijn.” Een keer deed ze het midden in de nacht. “Ik werd wakker en had een branderig gevoel in mijn maag. Het leek precies op het gevoel dat ik ook voor mijn hartinfarct had. Ik maakte toen snel dat ECG’tje en keek naar mijn bloeddruk. Dat zag er allemaal goed uit. Ik heb daarna rustig verder geslapen.” BLOND

Verboon draait er niet omheen. “Ik ben het vertrouwen in mijn lichaam kwijt.” Het hartinfarct dat ze kreeg, zag ze niet aankomen. “Ik zat thuis op de bank en zei tegen mijn man dat ik dat branderige gevoel had.” Op dat moment maakte Verboon, die in het LUMC ook voor baarmoederhalskanker behandeld wordt, zich niet zo’n zorgen. “Gelukkig nam mijn man het zekere voor het onzekere en belde met de afdeling Oncologie van het

LUMC. Zij adviseerden me om snel naar het ziekenhuis te komen.” Uit een bloedtest bleek dat Verboon een hartinfarct had. “De volgende dag werd ik gedotterd en zijn er vier stents in mijn aderen geplaatst.” Met het hart van Verboon gaat het inmiddels weer goed en ook de vooruitzichten op het genezen van de baarmoederhalskanker zijn positief. “Ik zie ernaar uit dat ik niet meer naar het LUMC hoef. Wat dat betreft vind ik het fijn dat ik nu voor mijn hart thuis een aantal spreekuren via Skype heb in plaats van in het LUMC.” Niet dat Verboon handig is met computers. “Ze zeggen weleens dat ik blond ben. Geverfd blond dan, hè. Gelukkig heb ik een lieve man die wel weet hoe het werkt met zo’n Skypegesprek via de computer. Bij ons verlopen die digitale spreekuren dus helemaal prima.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Op afspraak

‘Ik wil een normaal leven leiden’ Iedere patiënt van het LUMC heeft een verhaal. In Op afspraak spreken we mensen net voordat ze naar de dokter gaan. Meedoen? Mail naar redactie@ lumc.nl

Wie: Annet Verdoorn (27) uit Zoetermeer (rechts op de foto) en haar tolk Afspraak: verpleegafdeling Oncologie

WA A ROM BEN JE HIER?

TEK S T: DICK DU Y NHOV EN > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Ik kom hier voor een medicijnkuur, want ik heb Neurofibromatose type 2. Er groeien tumoren langs zenuwen in mijn lichaam, vooral in mijn hoofd en in mijn ruggengraat. Het is een zeldzame ziekte. Naar schatting zo’n drietot vierhonderd mensen in Nederland hebben het.

WAT EEN V RESELIJKE ZIEK TE! IS H E T TE G EN EZ EN?

JE H EBT EEN TOLK BIJ JE, WA NT JE BENT DOOF. KOMT DAT DOOR DIE ZIEK TE?

Helaas niet. Deze medicijnkuur remt de groei van die tumoren af. Dat is voor nu helaas de enige behandeling die mogelijk is. Maar die medicijnen geven ook bijwerkingen zoals hoge bloeddruk en uitdroging. Ook heb ik altijd dorst, wordt mijn stem steeds heser, eigenlijk te veel om op te ­noemen. De enige andere behandelmethoden zijn een operatie of bestraling, maar die zijn vaak te riskant.

De tumoren zijn goedaardig, zoals ze dat noemen, maar ze tasten veel verschillende lichaamsfuncties aan. Door de tumoren op mijn gehoorzenuwen verlies ik sinds mijn twintigste mijn gehoor. Ik ben aan mijn linkeroog bijna blind. Met een hersenoperatie en bestraling zijn de tumoren op mijn oogzenuwen zo veel mogelijk verwijderd. Dus gelukkig groeien ze daar niet meer. Ik heb ook problemen met lopen en stemproblemen.

Voor dit infuus met medicijnen kom ik om de drie weken. Dat blijft de rest van mijn leven zo. Hopelijk komt er in de toekomst een nieuwe behandeling. Naast de kuur kom ik hier bijna wekelijks voor gesprekken met de oncoloog, neurochirurg, oogarts of KNO-arts. Of voor een MRI-, CT-scan of een operatie. Als een tumor weer te veel groeit en daardoor gevaarlijk

HOE VA A K KOM JE IN H E T LU MC?

wordt, dan wordt die weggehaald. Dat zijn geen leuke operaties; risicovol ook, want een chirurg opereert liever niet zo dicht bij de zenuwen. H E T BEÏN V LOEDT JE H ELE LE V EN. TOCH ZIE IK EEN S TR A LEN DE JONG E V ROU W.

Ik ben een optimistisch mens. Misschien juist wel door mijn ziekte. Ik haat het als mensen me zielig vinden en ik probeer juist zo gewoon mogelijk te leven met de aanpassingen die ik nodig heb. Ik werk twintig uur in de week als online marketeer. Dat is heel belangrijk voor me, een volwaardige baan die aansluit op mijn studie. En ik heb een heel lieve vriend, ik maak mooie reisjes, ik doe zo veel mogelijk om gelukkig te zijn. Net als andere mensen. Ook al kost dat extra energie, ik wil een normaal leven leiden. Geen zielig meisje zijn. ll

11


12

LU M C M AGA Z I N E

Infografisch Helikopterdek LUMC Gemiddeld ĂŠĂŠn keer per week landt er een helikopter op het dak van het LUMC. In de meeste gevallen is dit een gele traumahelikopter, die een mobiel medisch team van of naar een ongeval brengt. Wat gebeurt er in het LUMC wanneer er een helikopter landt? INFOGR APHIC: LOEK WEIJTS

De afdeling Beveiliging krijgt bericht van de piloot met het verzoek te landen.

Als de groene lampen branden, mag de heli landen.

Vluchtluik voor noodgevallen.

Met een spoedlift gaan medewerkers van de beveiliging naar de dertiende verdieping om voorbereidingen te treffen voor de landing.

Extra fel licht als ondersteuning voor groen licht.

Maximaal gewicht: 10 ton Beveiliging kijkt met een camera naar de landing.

Gegevens over alle landingen worden geregistreerd. - Waar komt het toestel vandaan - Wie was de piloot - Hoe lang duurde de vlucht , etc..

INGANG

Poederblusser

Bevat vijftig liter poeder, met een grote blussende werking.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

WEETJES

Sneeuwwagens helpen het dek ijsvrij te houden.

CO2-blusser

Bemanning

met 120 kilo CO2

Piloot

Verpleegkundige

Trauma-arts

55 landingen Per jaar

Duur van de complete landing, vanaf de eerste melding door de piloot totdat het toestel op het dek staat.

20-25 min

CO2-blusser

Waterkraan

Deze blusser bevat 120 kilo CO2, een tot vloeistof verdicht blusgas.

Schuimwagen

Mocht er bij de landing brand uitbreken, dan moet er - in verband met brandbare vloeistoffen in de heli - met schuim worden geblust.

's Nachts staat er een groene laser aan, die ervoor zorgt dat er geen meeuwen op het helidek komen.

Bij elke landing moeten er twee beveiligers aanwezig zijn, die een cursus helikopterbrandbestrijding hebben gevolgd.

Binnen een straal van drie kilometer mag u niet zonder toestemming van de beveiliging met een drone vliegen.

13


14

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

15

In gesprek met Mariëtte Boon

‘WE MOGEN BEST EEN BEETJE MEER VAN ONS VET GAAN HOUDEN’ Al jaren verdiept LUMC-onderzoeker en internist in opleiding Mariëtte Boon zich in bruin vet: een veelbelovend soort lichaamsvet, dat zorgt voor verbranding van calorieën. Daarnaast schuwt ze het publieke debat niet. Zo strijdt ze tegen het stigma op obesitas en bekritiseert ze de ‘fitmom’-trend. TEK S T: ELLEKE BAL > FOTO’S: JOS JE DEEKENS

M

ariëtte Boon was net bevallen van haar eerste kind toen ze in de media steeds vaker het fenomeen ‘fitmom’ tegenkwam: moeders die na hun zwangerschap veel trainen en weinig eten om zo snel mogelijk hun strakke figuur terug te krijgen. Waarom streeft iedereen toch naar minieme vetpercentages?, vroeg ze zich af. Ze schreef er een blog over voor de website van het LUMC.In het blog legt ze uit dat vet in ons lichaam geen overbodig extraatje is, we hebben het juist hard nodig. Al is het dan met mate. “We mogen best een beetje meer van ons vet gaan houden”, zegt Boon. Dit is ook één van de standpunten uit haar boek Vet Belangrijk, dat ze schreef samen met Liesbeth van Rossum (hoogleraar obesitas en internist-endocrinoloog aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam). Er bestaan veel misverstanden over vet, zeggen zij, zoals dat vet een passief opslagorgaan zou zijn. Niets van waar, tonen de twee in dit boek aan. Bovendien zijn er verschillende soorten vet. Zo staat Boon aan de wieg van het onderzoek naar bruin vet, dat juist bijdraagt aan verbranding. Voor haar onderzoek krijgt Boon deze maand de Gratama Wetenschapsprijs van 25.000 euro. “Mariëtte Boon is met recht één van de meest veelbelovende onderzoekers binnen het LUMC”, zegt hoogleraar endocrinologie Patrick Rensen over de dertigjarige onderzoekster, die ook nog eens in opleiding is om internist te worden.

Dat zijn twee zware banen, hoe combineer je dat? “Dat komt wel vaker voor, er zijn meer artsen die naast hun opleiding ook promotieonderzoek doen. Maar velen stoppen daarna met onderzoek, terwijl ik die twee graag wil blijven combineren. Uiteindelijk hoop ik me te specialiseren tot endocrinoloog. Dat is binnen de interne geneeskunde de arts die zich bezighoudt met de hormonen en de stofwisseling. En het is misschien een cliché, maar ik doe wat ik leuk vind, en dus ervaar ik het niet als een zware combinatie.”

Hoe ben je begonnen met onderzoek doen naar vet? “In het tweede jaar van mijn studie geneeskunde deed ik een keuzevak over aderverkalking. Toen ontmoette ik Patrick Rensen. Dat klikte. Hij opperde het idee om een beurs aan te vragen voor onderzoek naar een nieuw vakgebied: bruin vet. Die beurs heb ik gekregen en zo is het begonnen. Bruin vet is een interessant orgaantje in ons lichaam. Vroeger werd gedacht dat alleen baby’s bruin vet hadden, nu weten we dat ook volwassenen dit ‘goede vet’ bij zich dragen.”

Wat doet het bruine vet precies? “Evolutionair gezien is bruin vet een soort oven: een orgaan om je warm te houden, het zet vet om in warmte. Bruin vet heeft veel mitochondriën, dat zijn de energiefabriekjes van cellen, die het ook de bruine kleur geven. Bruine vetkussentjes zitten vooral in onze nek en rond de aorta. Daar zitten grote bloedvaten waaraan warmte kan worden afgegeven en door het lichaam kan worden verspreid. We denken dat dit type vet een rol kan spelen in het verminderen van vetopslag en dus ook bij de behandeling van obesitas en hart- en vaatziekten. Door bruin vet actief aan het werk te zetten kunnen we bijvoorbeeld zo’n tweehonderd kilocalorieën per dag extra verbanden.”

Hoe maak je bruin vet actief? “Het lijkt erop dat bepaalde voedingsstoffen zoals hete pepers en bestanddelen in groene thee het bruin vet acti-

>


16

LU M C M AGA Z I N E

MARIËTTE BOON

• Geboren: 17 oktober 1988 • Woont in: Oegstgeest, met haar man en twee kinderen. • Ontspanning: “Ik tennis en als het even kan dan kijk ik graag series. Maar met twee kleintjes thuis en een drukke baan komt het er niet zo vaak van.” • Motivatie om dit werk te blijven doen: “Het contact met patiënten. Het kan levensveranderend zijn als patiënten ontdekken waarom ze obesitas hebben.” • Nieuwsgierig naar: “De invloed van voeding op ons herstel tijdens ziekte. Ik hoor wel eens patiënten zeggen: ‘thuis eet ik gezonder’. Dat kan toch niet. Hier wil ik nog onderzoek naar doen.”

veren. Maar het gaat ook ‘aan’ als je in een koude omgeving bent. Als mensen een paar weken een paar uur per dag in een omgeving van zeventien graden doorbrengen, dan neemt hun bruin vet toe en verliezen ze vetmassa. Het is dus een veelbelovende manier om ons ‘witte’ vet kwijt te raken. Ik probeer daar zelf trouwens ook rekening mee te houden. Het is meestal aardig fris bij ons thuis, als het even kan zeventien graden. Dat klinkt koud, maar je zult zien, binnen een paar dagen ben je eraan gewend.”

Is dat andere ‘witte vet’ nu per definitie slecht, moeten we dat kwijt?? “Een teveel aan wit vet geeft een verhoogd risico op allerlei ziektes, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en zelfs sommige vormen van kanker. Maar een beetje vet heb je wel nodig. Als vrouw heb je bijvoorbeeld een vetpercentage van minstens zeventien procent nodig om je vruchtbaarheid te behouden. Er zijn echt veel misverstanden over vet. Tot in de jaren negentig dachten artsen en onderzoekers dat het vet alleen wordt opgeslagen en verder niets doet. In 1994 werd het eerste hormoon ontdekt dat door vet wordt gemaakt: leptine. Tegenwoordig weten we dat ons vet praktisch elk ander orgaan in ons lichaam kan beïnvloeden.”

Ons vet is nuttig, maar het heeft geen goede reputatie. “Klopt. Dat komt deels doordat obesitas veel gevolgen voor je gezondheid heeft. Maar het is onterecht dat we in onze maatschappij negatieve eigenschappen toedichten aan mensen die veel vet hebben. We denken al snel dat ze lui zijn en geen wilskracht hebben. Dat doen we omdat we zo weinig over vet weten. Het is niet zo simpel als ‘ieder pondje gaat door het mondje’. Er zijn meer factoren die obesitas veroorzaken: van leefstijl, stress en een verminderd verzadigingsgevoel tot slecht slapen of hormonale afwijkingen. Er zijn bovendien medicijnen die een gewichtverhogende bijwerking hebben. Schokkend genoeg weten zelfs artsen dit niet altijd.”

De kennis over vet ontbreekt dus, hoe komt dat? “We leren tijdens de artsenopleiding weinig over lichaamsvet, en dat geldt ook voor voeding. Er is ook bijna geen aandacht voor overgewicht en obesitas, terwijl dat één van de grootste problemen is die onze maatschappij boven het hoofd hangt.”

Wat zouden artsen anders kunnen doen? “Niet meer zomaar mensen naar huis sturen met de boodschap: u moet afvallen, ga maar op dieet. Alleen diëten werkt op lange termijn zelden, je moet naar het totaalplaatje van de leefstijl en de gezondheid kijken. Een ander misverstand is dat blijvend afvallen gemakkelijk is. Het is ontzettend moeilijk, want vet vecht terug. Dat wil weer terug naar die oude stand, en dat doet het op heel sluwe manieren: door je hongergevoel aan te zwengelen en je verbranding terug te schroeven, waardoor je haast gedoemd bent om weer aan te komen.”

Wat zijn goede manieren om af te vallen? “Een crashdieet is funest, daarmee schop je je hormoonhuishouding vaak langdurig in de war. Je moet op een gezonde manier afvallen en dat betekent: een lange adem hebben. Het begint vaak bij gedrag. Mensen nemen bijvoorbeeld áltijd een toetje. Die gedragscomponent is lang niet onderkend.”

Hoe draagt je onderzoek bij aan de behandeling van obesitas? “We weten nog maar weinig van de werking van bruin vet. Dat komt mede omdat we er moeilijk bij kunnen, het zit heel diep in het lichaam. Wij willen daarom een stofje ontwikkelen dat bruin vet beter zichtbaar maakt op een scan. Ook willen we beter begrijpen hoe sommige witte vetcellen omgezet kunnen worden in bruine vetcellen. En het liefst zouden we een soort voedingssupplement vinden om bruin vet te activeren en zo de stofwisseling op te schroeven. Wie weet dat dit uiteindelijk ook mensen kan helpen die aanleg hebben om overgewicht te krijgen.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Uit de kunst

Vergeet je je oren niet?

TEK S T: MEREL BEM > FOTO: GERT JAN VAN ROOIJ

Kunst laat het LUMC zien Zoals u altijd in deze rubriek kunt lezen, hebben veel patiënten iets met een bepaald kunstwerk in het LUMC. Onze kunstcollectie – bestaand uit 2600 werken in uiteenlopende disciplines – ­bestaat dertig jaar. Om dat te vieren, v­ erscheen het boek Kunst laat het LUMC zien waarin 190 ­werken staan afgebeeld. Daarnaast bevat het boek essays, waarin tien kunstwerken door de ogen van patiënten worden ­beschouwd. Een fragment.

Caren van Herwaarden: Zonder titel, 1998 (gang C-1)

‘Gaat mama mee?’ Dat is wat ik aan mijn vader vraag wanneer hij naar het ziekenhuis moet voor het een of ander. Ik zou ook kunnen vragen: ‘Vergeet je je oren niet?’, maar dat klinkt zo gek, hoewel het in feite dezelfde vraag is. Natuurlijk heeft hij die bij zich, waar zou hij ze moeten laten, op het aanrecht, in de fietstas, in de binnenzak van zijn andere jasje? Toch zijn van alle lichaamsdelen die mijn vader nadrukkelijk met zich meeneemt naar zo’n ziekenhuisbezoek – hart, bloedvaten, ogen – zijn oren vaak de laatste waar hij aan denkt. Dan is het goed om een extra paar achter de hand te hebben. Ik snap het wel. Binnen de muren van een ziekenhuis speelt het gehoor een verraderlijke dubbelrol. Aan de ene kant is het gespitst op elke snipper informatie over het lichamelijke wel en wee. Aan de andere kant heeft het bij het horen van iedere mogelijk levens-

bedreigende aandoening de neiging zich op te krullen als een kat om in een hoekje lekker Oost-Indisch doof te gaan liggen spinnen. Rabarberrabarberrabarberrrrr. Deze tekening van Caren van Herwaarden (1961) bevindt zich precies in dit auditieve schemergebied. Tussen ‘ik hoor u niet’ en ‘wat zegt u?’ zit een hoofd dat geen kant kan kiezen. Of eigenlijk is het de suggestie van een hoofd: een rond bruggetje van krijt vormt de hersenpan, dat is het dan, de rest is mist. Het hoofd doet in feite ook niet mee, het zijn de oren en de handen die hier de dienst uitmaken. De ene hand dient als oordemper, de andere als versterker. ‘Als kind wilde ik een röntgenbril om dwars door de kleren en de huid van anderen heen te kijken,’ lees ik op de website van de kunstenaar. Waarom, vraagt zij zich af, laten emoties en ge-

dachten zo weinig sporen na in ons lijf? ‘Ik vind het nog altijd vreemd dat deze onzichtbaar in het lichaam zijn en geen vaste vorm hebben gekregen zoals ons hart, lever en longen.’ Die sporen – dat is wat Van Herwaarden tekent. Dat is ook wat ik zie: een cocktail van ziekenhuisgerelateerd gevoel (angst, verwarring, verzet) die zich vertaalde in lijfelijk ongemak, in oren die hun eigen gang maar gaan. De verbeelding van een aandoening die in geen enkel medisch handboek staat beschreven. ‘Gaat mama mee?’ In plaats van dat te vragen laat ik mijn vader de volgende keer deze tekening zien. ll

Verder lezen? U kunt het boek Kunst laat het LUMC zien hier bestellen

17


18

LU M C M AGA Z I N E

In beeld De werkplaatsen van Klinische De medewerkers van de werkplaats Klinische Technologie zorgen ervoor dat alle medische apparaten in het LUMC veilig zijn en goed werken. De technici zijn verantwoordelijk voor reparatie en onderhoud van bijvoorbeeld bewakingsmonitoren, beademingsmachines, infuuspompen en apparaten voor dialyse.

Zodra bij de fron­toffice een storing van een ­apparaat wordt gemeld, gaat een technicus erheen om te kijken of hij de storing kan verhelpen. Lukt dit niet, dan schakelt hij de leverancier van het apparaat in.

Omdat laboratorium- en medische apparaten steeds complexer en specialistischer worden, moeten de technici van de werkplaatsen steeds vaker samenwerken met leveranciers en de IT-afdeling.

Aan de andere kant van het glas zit de werkplaats Laboratorium Technologie. Daar wordt alle apparatuur uit de laboratoria van het LUMC, zoals koel- en vriesapparaten, sterilisatoren en centrifuges, onderhouden.

Op de plank boven deze werkbank staat allerlei ­algemene testapparatuur.

Dit is een testopstelling voor een endoscoop (een flexibele dunne buis of slang met een piepklein ­cameraatje) van de afdeling KNO. Op de monitor kan de technicus zien of de camera een goed beeld geeft.

Hier staat een beademings­ apparaat van de kinder-IC te wachten op reparatie. Alle grote apparaten die gerepareerd of getest moeten worden, staan normaal gesproken op deze plek.

Iedere technicus heeft zijn eigen werkbank met daarop een eigen computer.

Op de werkbank ligt een opengeschroefde bilirubinelamp. Baby’s worden onder deze lamp gelegd als ze geel zien. De halogeenlamp moet iedere 1500 uur ­vervangen worden. Onder elke werkbank staat een ladekastje met gereedschap. Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van de werkplaats Laboratorium Technologie is het valideren van laboratoriumapparatuur. Dit betekent dat ze controleren of de apparatuur geschikt is voor het onderzoek of de analyse waar het voor gebruikt wordt.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

19

en Laboratorium Technologie Bij de werkplaats Klinische Technologie werken twaalf technici, die ruim 9000 apparaten onder hun hoede hebben. Aan de andere kant van het glas zijn vijf technici in dienst. Zij zijn verantwoordelijk voor zo'n 14.000 laboratoriumapparaten.

Naast deze twee centrale werkplaatsen is er ook een aantal decentrale werkplaatsen in het ziekenhuis. Die zitten op afdelingen die veel technische ondersteuning nodig hebben: Dialyse, Maag- Darm- en Leverziekten, de operatiekamers en de Centrale Sterilisatiedienst.

De technici hebben allemaal een eigen specialisme. Ze weten veel van een bepaalde afdeling en bepaalde apparatuur.

Dit is een testopstelling om een bewakingsmonitor van de Intensive Care te testen. Op de monitor wordt een apparaatje aangesloten (een simulator) die de hartslag, ademhaling, bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed van een menselijk lichaam nabootst. Vervolgens wordt gecontroleerd of de monitor alles goed weergeeft.

De werkplaats Laboratorium ­Technologie gebruikt deze test­ opstelling om te controleren of het PCR-apparaat hiernaast opwarmt en afkoelt tot de juiste temperaturen die nodig zijn om DNA te kopiëren. De data van de meting verschijnen op de monitor en worden op­ geslagen in een beheersysteem. Dit PCR-apparaat wordt in laboratoria gebruikt om DNA te kopiëren. Om dit voor elkaar te krijgen moet het DNA-monster eerst opwarmen tot 95 graden Celsius, daarna afkoelen en vervolgens weer opwarmen. Dit is een heel precies werkje.

TEK S T: MARIJN KLOK > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Deze couveuse komt van het GeboorteHuis. De ingebouwde weegschaal werkt niet goed. De werkplaats Klinische Technologie krijgt veel opdrachten vanuit het GeboorteHuis, omdat het een afdeling is met veel technische apparaten. Net zoals bijvoorbeeld de ­Intensive Care en Cardiologie.


20

LU M C M AGA Z I N E

PROJECT FITTER DE NACHT DOOR MA AKT ‘S NACHTS WERKEN DRAGELIJKER

OP PAD MET DE NACHTDIENST In het LUMC werken veel mensen op onregelmatige tijden. Vooral ‘s nachts werken is een aanslag op de gezondheid: het kan leiden tot slaap- en concentratieproblemen en geeft op de lange termijn een verhoogd risico op een aantal ernstige ziektes. Om de nachtdienst dragelijker te maken, startte het LUMC op drie afdelingen het project Fitter de nacht door. LUMC Magazine ging ‘s nachts kijken hoe dat bevalt. TEK S T: HES TER SLEEKING > FOTO’S: JOS JE DEEKENS


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

22:45  Dezelfde gezichten

Lege gangen, een stil LUMC. Op de afdeling Bos van het WAKZ, waar kinderen van nul tot achttien jaar worden opgenomen, lost de nachtdienst de collega’s van de    avond af. Verpleegkundigen Liesbeth Veefkind, Norissa De collega’s van de avonddienst gaan naar huis, Liesbeth begint aan haar eerten Brink en Sanne de Wit zijn deze nacht verantwoordeste ronde langs ‘haar’ kinderen. Elke keer dat ze een kamer binnengaat, doet lijk voor de zorg voor de patiëntjes op de afdeling – toeze een lampje naast de deur aan, zodat haar collega’s weten waar ze is. Ze vallig allemaal baby’s. Sommigen lagen eerder op de ontsmet haar handen en stapt de kamer binnen. Het jongetje op kamer zes NICU, de Neonatale Intensive Care Unit van het LUMC, heeft bij zijn geboorte zenuwletsel opgelopen, de zenuwen tussen hals en waar zeer specialistische en intensieve zorg wordt verarm zijn beschadigd. Hij is daaraan geopereerd en moet nu twee weken in een leend aan te vroeg geboren baby’s en zieke pasgeborenen zogenoemde ‘schelp’ doorbrengen. Dit is een soort harnas dat zijn hoofdje en uit de hele regio. De afdeling Bos is gespecialiseerd in schouder op zijn plek houdt, zodat hij de geopereerde zenuwen kindercardiologie, er liggen veel kinderen die een hartniet opnieuw kan beschadigen. Liesbeth controleert hoe het operatie hebben ondergaan. ‘We leren de met het patiëntje gaat en of zijn alarm- en zijn voedingsLiesbeth schrijft op het planningsbord wie welke kinderen en slangetjes nog goed zitten. > patiënt zal verzorgen. De verpleegkundigen willen hun ouders goed zoveel mogelijk dezelfde kinderen verplegen als kennen en kunnen tijdens vorige diensten. “Dat is voor de kinderen zo echt een band en de ouders fijn, zij zien dan zoveel mogelijk opbouwen’ dezelfde gezichten”, legt Liesbeth uit. “Ook ‘s nachts, want ouders kunnen hier bij hun kind op de kamer blijven slapen. Voor ons werkt het ook goed: je leert de kinderen goed kennen, je weet precies wat hun situatie is. We kunnen zo echt een band ­opbouwen.”

23:20

Baby in een schelp

21


22

LU M C M AGA Z I N E

‘Als ik de hele nacht koffie zou drinken, doe ik thuis geen oog meer dicht’

00:10  Pop

“We hebben de moeder van dit jongetje een spoedcursus gegeven hoe ze haar kind in de schelp kan verzorgen”, vertelt Liesbeth, terwijl ze ons een pop laat zien, die in eenzelfde schelp zit. “Het is namelijk best lastig om zo een luier te verschonen. De ouders kunnen op deze pop oefenen zodat ze er handigheid in krijgen. Zo kunnen ze het straks thuis helemaal zelf.”

01:15  Babyfoon

Sanne zet de medicatie voor alle patiënten klaar, daarna voert Norissa de ­controle uit. Liesbeth: “Dit doen we overdag ook zo, als het om medicatie en voeding gaat, controleren we elkaar altijd. Het is heel belangrijk dat er geen fouten insluipen.” Tijd voor een kopje thee. Hoewel je misschien anders zou verwachten, drinken de verpleegkundigen ’s nachts nauwelijks koffie. “Ik neem er één aan het begin van de dienst”, zegt Liesbeth. “Als ik de hele nacht koffie zou drinken, doe ik - eenmaal thuis - geen oog meer dicht.” De nachtdienst hoort bij het vak, vinden alle drie de verpleegkundigen. “Ik vind ’s nachts werken juist bijzonder”, zegt Sanne. “Je went er ook aan. Al blijf ik het overdag slapen lastig vinden. Ik slaap vaak in blokjes van een paar uur, soms is dat wel te weinig. Ik hoop dan altijd maar dat ik na mijn volgende dienst beter slaap.” Ook tijdens een pauze houden de verpleegkundigen hun patiënten goed in de gaten. Elke kamer is voorzien van een camera, de beelden zijn op de monitor te zien. Als er geluid in de kamer is, bijvoorbeeld van een huilend kindje, slaat de babyfoon op de monitor rood uit.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

WAT IS HET PROJECT FITTER DE NACHT DOOR? Om de nachtdiensten voor verpleegkundigen en artsen draaglijker te maken, is het LUMC op een aantal afdelingen gestart met het project Fitter de nacht door. Het project is een initiatief van het WAKZ, de Intensive Care en de NICU/ GeboorteHuis Leiden. Samen met onderzoeker Sander Kooijman en professor Hanno Pijl ontwikkelden de afdelingen de volgende projectonderdelen: Gezonde voeding en een goed eetritme. Het is niet aan te raden om de hele nacht door te eten, beter is om vaste tijden aan te houden. Om twee uur ’s nachts krijgen de medewerkers in de nachtdienst een lichte eiwitrijke maaltijd aangeboden. Deze bevat weinig snelle suikers, omdat die zorgen voor een snelle stijging en daling van de suikerspiegel waar je een vermoeid gevoel aan over kunt houden. Om vijf uur volgt er een gezond tussendoortje, zoals een smoothie of een portie kwark. Speciale bril om het licht te filteren. Deze brillen verbeteren de slaap: ze filteren het blauwe licht, waardoor je hersenen het idee krijgen dat het nacht is en je moet gaan slapen. Het advies is om de bril een uur voor het slapengaan op te zetten. Powernap in de Pod. Het LUMC heeft zeven Powernap Pods geplaatst. Dit zijn afsluitbare cabines, waarin medewerkers ’s nachts een dutje kunnen doen. Wie twintig minuten slaapt, blijft in een lichte slaap en wordt fitter wakker. Langer slapen betekent een diepere slaap en dat is juist slecht voor de vitaliteit na afloop. Aan het project Fitter de nacht door is wetenschappelijk onderzoek gekoppeld, waar ook het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam aan meedoet. De ervaringen van medewerkers op de deelnemende afdelingen worden daarbij vergeleken met die van medewerkers op andere afdelingen. Volgend jaar zullen de resultaten bekend zijn en zal Fitter de nacht door eventueel ook op andere afdelingen van het LUMC ingevoerd worden.

02:00  Couscoussalade

03:15

Vaste klussen

   Onderdeel van het project Fitter de nacht door is “We zijn alweer op de helft”, zegt Liesbeth lachend. Omdat gezonde voeding. Daarom krijgen de verpleegkundier ’s nachts meer tijd overblijft, is er een lijst met vaste klusgen om twee uur een lichte maaltijd en om vijf uur sen voor de nachtdienst. Hierop staan heel verschillende een gezonde snack. Vannacht staat er couscoustaken, zoals het ijken van de bloedglucose-apparasalade op het menu. Liesbeth: “Het zijn hele ten en het controleren van de voorraden. Voor smakelijke maaltijden, elke nacht iets deze nacht staat ook het oud papier op de lijst. ‘Het zijn hele anders. Vroeger nam ik zelf meer mee van Liesbeth gaat alle werkruimtes af en verzamelt smakelijke huis, het is fijn dat dat niet meer hoeft. de oudpapierbakken. “Of ik dit vervelend vind? maaltijden, elke nacht iets Het voelt echt als een cadeautje.” Welnee, ik hou van opruimen.”

anders’

23


24

LU M C M AGA Z I N E

04:30  Slaap-ei

Als het werkt het toelaat, kunnen de verpleegkundigen tussen drie en vijf uur ‘s nachts een kort dutje doen. “Ik ga even liggen”, zegt Liesbeth. Op de afdeling staat een zogenoemde ‘Powernap Pod’, een afsluitbare cabine waarin de medewerkers zonder overlast van licht en geluid kunnen slapen. Uit onderzoek blijkt dat de nachtdienst dragelijker kan worden, wanneer je een powernap doet. Het advies is om twintig minuten te slapen. Als je langer slaapt, kom je in een te diepe slaap en word je juist niet fitter wakker. Liesbeth: “Ik sliep nooit tijdens de nachtdienst, maar dit bevalt me goed. Het ligt lekker en de powernap helpt me door de zware uren van de nacht heen. Ik hoor van mijn collega’s ook dat ze positief zijn over het slaap-ei, zoals wij het noemen.”

‘Ik zweer bij deze bril, al vindt mijn man het een gek gezicht’

06:15  Klik

Sanne geeft baby Noud in kamer dertien een fles. Noud werd in april na 28 weken zwangerschap geboren en zit aan een flink aantal slangetjes vast. “Een kindje dat zo veel te vroeg wordt geboren, is nog niet af”, legt Sanne uit. “De longen zijn nog niet gerijpt, er zijn vaak oogproblemen. Noud heeft een lichte vernauwing in zijn longslagader, daar wordt hij binnenkort in het LUMC aan geopereerd. Bij die vernauwing blaast de chirurg een ballonnetje op, zodat de slagader oprekt. Sinds zijn geboorte heeft Noud zo nu en dan bij ons op de afdeling gelegen. In het LUMC leveren we complexe zorg aan prematuren zoals Noud. Ik ken hem en zijn ouders inmiddels erg goed, er is een klik tussen ons. Dat werkt heel fijn.” Na de laatste voedingsronde schrijven Liesbeth, Norissa en Sanne de overdracht voor de collega’s die straks weer aan het werk zullen gaan. Buiten begint het langzaam licht te worden.

07:45  Naar huis

De collega’s van de dagdienst zijn begonnen, Liesbeth heeft haar werkkleding verruild voor haar eigen kleding. Ze draagt een speciale bril – ook onderdeel van Fitter de nacht door – die ervoor zorgt dat ze eenmaal thuis gemakkelijker in slaap komt. “Ik zweer bij deze bril. Hij filtert het daglicht zodat mijn lichaam niet al te wakker wordt. Alleen mijn man vindt het een gek gezicht, maar daar trek ik me niets van aan. Welterusten!” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Bedankt

‘Ik was het wonder van het LUMC’ Onze artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners krijgen vaak een bedankje voor de goede zorgen. In deze rubriek gaan we op zoek naar het verhaal achter bijzondere bedankjes.

TEK S T: JOËL EBELTJES > FOTO: EELK JE COLM JON

Gerrit-Jan Engelhard (69) is al heel lang patiënt in het LUMC. 25 jaar geleden onderging hij een levertransplantatie, een jubileum dat hij in het LUMC heeft gevierd met taart voor zijn behandelaars. “Ik had destijds een ernstige leveraandoening, waarvoor ik in het ziekenhuis werd opgenomen. In Amsterdam onderging ik een shuntoperatie, maar na de ingreep liep ik meerdere malen ammoniakvergiftiging op. Ik ben toen informatie gaan verzamelen over transplantatie. Zo kwam ik uiteindelijk in Leiden terecht. In het LUMC werd ik direct op een wachtlijst gezet. Een jaar later mocht ik langskomen voor een screening en weer twee maanden later was ik aan de beurt voor de transplantatie. De operatie duurde maar liefst twaalf uur en na afloop was ik aardig van de kaart. Bezoek ontvangen wilde ik zo weinig

mogelijk. Wel kwam dokter Bart van Hoek samen met een paar collega’s dagelijks een paar keer langs om te kijken hoe het met mij ging. Mijn herstel ging voorspoedig. Ik kon na korte tijd weer lopen en mocht binnen tien dagen naar huis. Dat was best bijzonder. Ik weet nog dat de volgende patiënt ook al in het ziekenhuis was voor een transplantatie. Dokter van Hoek wees toen naar mij en zei tegen hem: ‘Kijk, daar heb je het wonder van het Leids Universitair Medisch Centrum.’ Thuis zette mijn herstel door. Ik heb nog twee weken hulp in huis gehad, daarna heb ik ze weggestuurd. Ik kon het namelijk zelf wel. Werken lukte helaas niet meer, daar heb ik het wel een tijd moeilijk mee gehad. Gelukkig heb ik een positieve inslag. Ik kijk tegenwoordig vooral naar de dingen die ik wel kan. Op de vaste controles na ben ik voor

mijn lever niet meer in het LUMC geweest. Volgens dokter Van Hoek kon er na 15 jaar sprake zijn van afstoting, maar na 25 jaar doet mijn lever het nog prima. Ik ben de wetenschap en in het bijzonder de specialisten in het LUMC erg dankbaar. Zonder hen was ik er niet meer geweest. Daarom ben ik op mijn transplantatieverjaardag naar het LUMC gekomen, om bedankt te zeggen en samen met de specialisten te vieren dat ik hier een kwart eeuw na de operatie nog steeds rondloop.” Gerrit-Jan Engelhard is de langstlevende patiënt met een donorlever die in het LUMC is getransplanteerd. De afgelopen 25 jaar heeft hij een bijzondere band opgebouwd met zijn behandelaars. Meer weten? Bekijk dan de video op ons YouTube kanaal. ll

25


26

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

27

De kennismaking

‘Onderzoek met mini-gewrichten mag nooit stoppen’ Hennie Droog heeft artrose, een reumatische aandoening waardoor gewrichten in het lichaam slijten. Yolande Ramos probeert als onderzoeker de oorzaken van deze veel voorkomende ziekte te achterhalen. Dat doet ze door proeven te doen op minigewrichten, die ze met levende menselijke cellen kweekt. Yolande Ramos houdt in het laboratorium een doorschijnend buisje met lichtroze vloeistof omhoog. “Dit zijn levende menselijke lichaamscellen.” Onderin de vloeistof drijft een minuscuul wit bolletje. Ramos: “Dat is een stukje kraakbeen. Het is door ons gekweekt met behulp van lichaamscellen.”

BOVEN DE PET

Omdat artrose een ziekte van zowel het bot als het kraakbeen is, ontwikkelde het LUMC in samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven minigewrichten. Ramos: “We kweken de minigewrichten met levende menselijke cellen. Het zijn voor ons ideale 3D-modellen om in het laboratorium proeven mee te doen. Beter dan dierproeven, die we hiermee gelukkig verminderen.”

Ramos legt een plastic plaatje op tafel dat iets groter is dan een muntstuk van twee euro. Midden op het plaatje zit een piepklein wit stipje. “Dat is het minigewricht. Wij noemen het een gewricht-op-chip. We kunnen het prima onder een microscoop bestuderen, daar is het groot genoeg voor. In het LUMC doet Ramos onderzoek naar artrose. Vier jaar Je verandert in het minigewricht bijvoorbeeld een gen, een stukje uit het DNA, en kijkt dan of het kraakbeen of bot geleden werd deze ziekte bij Droog vastgesteld. “Bij mij begon het met ontstekingen en pijn in mijn handen.” Droog zwakker wordt.” had een drukke baan als office manager, maar werd door Droog is goed op de hoogte van het onderzoek, omdat haar ziekte afgekeurd. Ze kan met haar handen niet goed ze voorzitter is van een zogenoemde patiënten particiknijpen, tillen, duwen en trekken. “Verder zit de artrose in patiegroep. Ze delen hun ervaringen met Ramos en haar mijn nek en rug.” collega’s. Droog: “Toch gaan sommige details van het BIJ NIEMAND HETZELFDE onderzoek me nog steeds de pet te boven.” In Nederland hebben ruim 1,2 miljoen mensen de ziekte. “Ik wist niet dat zoveel mensen het hadden”, vertelt Droog. BALANS Er zijn nog geen medicijnen die de ziekte permanent stop“Totdat ik het zelf kreeg. De wachtkamer bij de reumatozetten of genezen. “Je moet het doen met pijnmedicatie en loog is altijd vol. Mensen zitten soms in een rolstoel of ontstekingsremmers”, zegt Droog. “De pijn wordt erger en hebben een stok. Bij mij zie je het gelukkig niet aan de de medicatie zwaarder. Daar moet je telkens een balans in buitenkant.” vinden. Inmiddels heb ik die gelukkig gevonden. Ik lig niet meer wakker van de pijn en heb geen zware ontstekingen.” Met het onderzoek bij de artrosegroep van de afdeling en inzichten Moleculaire Epidemiologie probeert Ramos te achterhaHet liefst staat Droog niet stil bij haar ziekte. “Ik pluk de len hoe artrose ontstaat. “We weten best veel over de dag en geniet zoveel ik kan.” Maar soms kan ze er niet oorzaken van artrose in het algemeen, maar niet hoe de omheen. “Ik werk als vrijwilliger in een museum, waar ik ziekte precies bij een individu ontstaat. Het is een comgastvrouw ben. Tijdens de lunch hebben ze heerlijk vers plexe genetische ziekte. Bovendien zijn er risicofactoren, zoals overgewicht en zwaar lichamelijk werk. Artrose is bij brood, maar dat is zo stevig dat ik het nauwelijks kan snijden. Ik moet anderen dan om hulp vragen. Dat vind ik een niemand hetzelfde.” ramp. Je wilt niet afhankelijk zijn.” Ook de uitingsvorm, de slijtage in de gewrichten, is verKan het onderzoek van Ramos nog iets betekenen voor schillend. Ramos: “Bij sommige patiënten begint de ziekte Droog? Ramos: “Als we meer weten over het ontstaan van in het kraakbeen, het gladde weefsel waardoor botten de ziekte, komen er eerder betere medicijnen.” Droog: “De soepel langs elkaar heen bewegen. Het kraakbeen wordt dan door de ziekte afgebroken. Bij andere patiënten mani- kans dat ik er nog iets aan heb, is klein. De schade aan mijn gewrichten is al aangericht. Ik hoop dat de generaties festeert de artrose zich eerst in het bot onder het kraakna mij dit niet meer meemaken. Dit onderzoek mag nooit been. Het bot raakt aangetast en vervormt soms.” stoppen.” ll

TEK S T: WOUTER SCHEEPS TR A > FOTO: RITA VAN DE POEL

In het LUMC werken veel onderzoekers. Ze zitten vaak in laboratoria achter de microscoop of hun pc. Velen van hen spreken zelden of nooit een patiënt. Deze rubriek brengt daar verandering in.


28

LU M C M AGA Z I N E

VAN DE TELEFONISCHE BEREIKBA ARHEID TOT A AN DE KOFFIE IN DE WACHTKAMER

PATIËNT HELPT HET LUMC CONTINU TE VERBETEREN Misschien ken je ze wel uit de wachtkamers van het LUMC: de iPadzuilen van de BeterMeter. Patiënten kunnen op deze zuilen, maar ook via hun smartphone of thuis via de computer, een korte enquête invullen over hun ervaringen en hun ideeën voor verbeteringen doorgeven. Elke reactie die binnenkomt, helpt het LUMC om de zorg continu te verbeteren. TEK S T: JOËL EBELTJES EN HES TER SLEEKING > ILLUS TR ATIES: ANNEMARIE GORISSEN

V

an de telefonische bereikbaarheid tot aan de koffie in de wachtkamer, de onderwerpen die aan bod komen in de BeterMeter lopen uiteen en zijn per afdeling verschillend. “Een deel van de vragen gaat over het hele LUMC”, zegt projectleider Hileen Boosman. “Op dit moment kunnen patiënten hun mening geven over het eten en drinken tijdens opname en in het restaurant en de coffee corner. Eerder gingen deze vragen onder andere over de weg vinden in het LUMC, de kinderopvang en de aanmeldzuilen. Op basis van de ervaringen van patiënten heeft het LUMC het één en ander aangepast. Zo vonden veel mensen dat de aanmeldzuilen in de centrale hal niet op een logische plek staan. Onder de roltrap springen ze niet genoeg in het oog. Daarom krijgen

ze binnenkort een andere plek, waar ze meer opvallen.” De BeterMeter stelt ook altijd de open vragen ‘Wat gaat er goed?’ en ‘Wat kan er beter?’ Dit biedt de patiënt de mogelijkheid om alle zaken die hem of haar zijn opgevallen te noemen. Hileen: “Daar komen waardevolle dingen uit, waar we zelf niet altijd meteen aan gedacht zouden hebben.” RESULTATENPOSTER

Een ander deel van de enquête gaat over de polikliniek of de verpleegafdeling waar de patiënt is behandeld. De afdeling beslist zelf welke onderwerpen aan bod komen en kan deze na verloop van tijd wisselen. Zo kan de afdeling zelf bepalen wat ze wanneer van de patiënt willen weten.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

29

Ook de BeterMeter invullen? Online kun je de vragen van de verschillende BeterMeters beantwoorden via de website van het LUMC: Hier vind je ook de resultaten van de BeterMeter.

FELLE LAMPEN

WAT DOET HET LUMC MET JULLIE IDEEËN? In een kleine twee jaar tijd werd het LUMC ruim tienduizend keer beoordeeld door patiënten. Het LUMC ging met veel ideeën voor verbetering aan de slag. En paar voorbeelden.

>

“Uit de BeterMeter op onze polikliniek Keel- Neus- en Oorheelkunde (KNO) bleek dat veel patiënten last hadden van de lampen in onze wachtkamer”, vertelt Ella den Blanken, hoofd organisatie van de polikliniek. “De lampen gingen op verschillende tijdstippen aan en uit en werden door veel bezoekers als te fel ervaren. We hadden er zelf nooit bij stilgestaan dat patiënten dit vervelend vonden. Helaas was het vervangen of het uitdoen van de lampen niet mogelijk. Daarom hebben we besloten om ze een stuk hoger te hangen. Sindsdien hebben we er geen opmerkingen meer over ontvangen.” Compliment aan KNO: “Helaas ben ik een regelmatige bezoeker. Ik heb soms meer dan gemiddeld jullie zorg nodig. Ik word altijd teruggebeld. Ik mag altijd langskomen. Dat is voor mij een hele prettige wetenschap.”

>


30

LU M C M AGA Z I N E

De resultaten zijn direct beschikbaar voor de medewerkers, zodat ze snel aan de slag kunnen met de ideeën van de patiënten. “Patiënten zijn vast benieuwd wat de afdeling doet met alle opmerkingen uit de BeterMeter”, zegt Hileen. “We kunnen patiënten niet persoonlijk laten weten wat we met hun ideeën hebben gedaan. De BeterMeter is anoniem. Daarom hangen we zogenoemde resultatenposters in de wachtkamers, waarop staat hoe de afdeling heeft gescoord en welke verbeteringen de afdeling heeft opgepakt. Ook complimenten staan op de poster, die doen iedereen goed.” STEEDS MEER BETERMETERS

De kans dat je de BeterMeter in het LUMC tegenkomt, wordt steeds groter. Er maken nu 33 poliklinieken en 8 verpleegafdelingen gebruik van het enquêtesysteem en dat aantal zal de komende maanden nog toenemen.

SNELLER IEMAND AAN DE TELEFOON

>

Bij de polikliniek Nierziekten is de telefonische bereikbaarheid onder handen genomen. Doktersassistent Ans Zoetemelk: “We ontvingen veel telefoontjes over herhaalrecepten. Hierdoor konden we andere telefoongesprekken, bijvoorbeeld die met medische vragen, minder snel beantwoorden. Terwijl we juist die vragen het eerst willen beantwoorden.” De afdeling heeft inmiddels een herhaalreceptenlijn opgezet. “Herhaalrecepten kunnen nu worden ingesproken. De betrokken medewerker kan het bericht afluisteren en de recepten verwerken. Daarnaast is terugluisteren ook mogelijk, waardoor de medewerker een extra check heeft. Als er dan toch nog onduidelijkheden zijn, dan kunnen we de patiënt altijd terugbellen.” Om de druk op de telefoonlijn verder te verlagen, is er een keuzemenu in het leven geroepen. Patiënten kunnen aangeven of ze voor spoed, een afspraak of medische vragen bellen. “Bij spoed krijgen ze direct iemand aan de lijn, bij de andere twee keuzes worden ze doorgeschakeld naar een medewerker die hun vragen kan beantwoorden.” Compliment aan Nierziekten: “De bereidwilligheid om iets extra te doen voor patiënten, de vriendelijkheid. Dat gaat heel goed op jullie afdeling.”

EEN NIEUWE MANIER VAN VOORLICHTING GEVEN

>

Op de verpleegafdeling Interne Geneeskunde is de afgelopen tijd nagedacht over een nieuwe manier van voorlichting geven bij ontslag uit het ziekenhuis. “Voor veel patiënten was het na ontslag niet helemaal duidelijk bij welke signalen ze alarm moesten slaan en met wie ze dan contact konden opnemen”, vertelt kwaliteitsmedewerker Rinke Rotberg. De communicatie richting de patiënt is flink verbeterd. “Eerder gaven we de voorlichting bij ontslag mondeling. Nu krijgt de patiënt naast het gesprek een gepersonaliseerde brief mee naar huis, waarin staat welke alarmsignalen op hem of haar van toepassing zijn. Ook staat in deze brief met wie er contact opgenomen kan worden bij problemen. Hierdoor kan de patiënt sneller geholpen worden.” Compliment aan de verpleegafdeling Interne Geneeskunde: “Hele lieve en kundige verpleegsters, ze luisteren goed en zijn erg behulpzaam. Ik ben erg tevreden over het LUMC en ben dankbaar dat ik hier geholpen ben, een heel goed samenwerkend team.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

31

NIEUWE ONDERWIJSVORM HELPT STUDENTEN AANDOENINGEN SNELLER TE HERKENNEN

DE ZWEVENDE LONG IN DE KAMER Kijken en luisteren naar een 3D-afbeelding van een long die in een ruimte zweeft. Het is mogelijk door een app die sinds kort in het onderwijs van het LUMC gebruikt wordt. De nieuwe techniek moet geneeskundestudenten helpen om verschillende longaandoeningen sneller te herkennen. TEK S T: WOUTER SCHEEPS TR A > FOTO’S: BING TANG, CENTRE FOR INNOVATION


32

LU M C M AGA Z I N E

‘De combinatie kijken en luisteren maakt deze app bijzonder’

“E

r zweeft nu een grote 3D-afbeelding van een long in deze ruimte”, zegt Franka Luk in een spreekkamer van het LUMC. “Nu zie je dit hologram nog niet, maar dat verandert als je een speciale bril opzet.” Luk reikt een soort skibril aan waarvan de glazen zijn bevestigd aan een band van donker kunststof, die het hele hoofd omklemt. “Dit is de Microsoft HoloLens. Als je die opzet, zie je nog steeds de hele ruimte waarin je staat. Er is alleen iets aan de realiteit toegevoegd: de zwevende 3D-afbeelding van een long. Je kunt er rustig omheen lopen en hem van alle kanten bekijken.” Luk is projectleider van AugMedicine: Lung cases, een app die speciaal voor geneeskundestudenten in het LUMC is ontwikkeld. Met behulp van de app wordt een longafbeelding als hologram in een ruimte of op een persoon geprojecteerd. Inmiddels hebben de eerste groepen studenten er in het LUMC les mee gehad. “Met de app leren we studenten om sneller en beter longaandoeningen te herkennen”, zegt internist en docent ­Arianne Pieterse. Tijdens het onderwijs worden verschil-

lende aandoeningen aan de long toegevoegd of eruit gehaald. “Studenten zien dan hoe verschillende ziektebeelden, zoals een longontsteking of een klaplong, er precies uitzien.” GEEN IDEE

De studenten kijken niet alleen naar de aandoening, ze luisteren er ook naar. Pieterse wijst naar een kartonnen blokje met daarop een QR-code - een soort geavanceerde streepjescode - op de tafel van de spreekkamer. “Als je dat blokje tegen de long aanhoudt, zie je door de HoloLens een afbeelding van een stethoscoop, die je over de long kunt bewegen. Hiermee hoor je echte longgeluiden. Dat is bij het stellen van de juiste diagnose heel belangrijk. Als er bijvoorbeeld vocht achter de longen zit, hoor je minder ademgeruis.” Pieterse weet dat studenten het stellen van een diagnose in de praktijk lastig vinden. “Ze hebben bijvoorbeeld wel naar longgeluiden op hun computer geluisterd, maar de praktijk is toch echt anders. Als je bijvoorbeeld bij de spoedeisende hulp met je supervisor meeloopt, is er niet altijd tijd om

‘Dit zie je n­ ormaal alleen in sciencefictionfilms’ Thomas Douwes (23) is een van de eerste studenten Geneeskunde die in het LUMC les kreeg met de app AugMedicine: Lung cases. “Ik vond het vrij bizar”, vertelt Douwes. “Je kent dit soort dingen uit sciencefictionfilms en nu kijk je ineens zelf naar een hologram dat in de ruimte zweeft.” Samen met vier andere studenten kreeg Douwes tijdens de les de opdracht om de juiste diagnose te stellen. “We waren er vrij snel over uit dat het om een longontsteking in een bepaalde kwab van de long ging. Je zag goed waar de longontsteking begon en eindigde. Prettig ook dat je met de virtuele stethoscoop over de long kan bewegen,

zodat je precies hoort hoe gezonde en ongezonde delen klinken.” Normaal gesproken is het stellen van een diagnose in de praktijk een grote stap voor studenten. “Voordat je aan je coschappen begint, luister je wel naar longgeluiden in YouTube-filmpjes en oefen je op medestudenten. Maar dan hoor je zelden een afwijkend longgeluid. Dat begint voor mij straks pas echt in de praktijk. De oefening met de app zie ik als een veilige tussenstap. Je kunt eens in alle rust luisteren hoe een longaandoening precies klinkt en er met de docent en andere studenten over discussiëren.”

Kan hij door de oefening met de app straks in de praktijk beter diagnoses stellen? “In de praktijk blijft het een stuk moeilijker, simpelweg omdat je de longen van iemand niet ziet; er zit huid tussen. Ook spelen er meer factoren mee. Je hoort bijvoorbeeld naast het longgeluid ook ruis, zoals het kloppen van het hart op de achtergrond. Tijdens de les hoor je alleen het longgeluid, wat in de headset perfect klinkt.” Al met al vond Douwes de oefening ‘wel indrukwekkend’. “Ik merkte het ook bij medestudenten. Met dit soort te gekke apps wordt het onderwijs een stuk leuker.”


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

WAT IS AUGMENTED REALITY EN VIRTUAL REALITY?

uitgebreid naar de longgeluiden te luisteren. Soms hebben studenten geen idee wat ze zojuist gehoord hebben.” NET ALS IN HET ECHT

Het idee voor de app ontstond twee jaar geleden. Pieterse: “Op dat moment introduceerde anatomiedocent Beerend Hierck een app waarmee zijn studenten het enkelgewricht onderzoeken. Als je bij die app de HoloLens opzet, zie je een virtueel onderbeen door de onderwijsruimte zweven. Ik sprak er toen met Marlies Reinders over. Zij is hoogleraar Interne Geneeskunde, gespecialiseerd in innovaties in het geneeskundeonderwijs. We zeiden tegen elkaar: ‘Wat zou het gaaf zijn als je niet alleen een afbeelding ziet, maar ook naar de geluiden kunt luisteren.’” Bij de ontwikkeling van de long-app werkt het LUMC samen met het Centre for Innovation van de Universiteit Leiden. “Er is een heel team bij betrokken”, vertelt projectleider Luk. “Dat bestaat uit artsen, docenten, onderwijskundigen, studenten, designers, ontwikkelaars en een medisch illustrator. Kortgezegd levert de onderwijsinnovatie-afdeling van Interne Geneeskunde de beelden, het geluid en de medische expertise. Bij het Centre for innovation bouwen ze dan vervolgens de app met echte longgeluiden en beelden van CT-scans. Dat is technisch heel uitdagend. Als je de virtuele stethoscoop op verschillende plekken tegen de geprojecteerde long zet, moet het verschillend klinken. Net als in het echt. Het is de combinatie van kijken en luisteren naar longaandoeningen die de nieuwe app bijzonder maakt.” SNELLERE EN BETERE DIAGNOSES

De techniek die in de app wordt toegepast, heet Augmented Reality. “Dit betekent letterlijk dat je iets toevoegt aan de realiteit”, zegt Pieterse. “Bij onze app is dat een long.” Kan deze techniek ook wat betekenen voor de patiënten in het LUMC? Luk: “Ik verwacht niet dat artsen op korte termijn in de praktijk diagnoses aan de hand van hologrammen stellen. Het omzetten van röntgenbeelden van bijvoorbeeld een longaandoening naar een perfect werkend hologram, is bijzonder tijdrovend, ingewikkeld en nog niet nauwkeurig genoeg om automatisch te laten doen. De hologrammen die wij in het onderwijs gebruiken, zijn aan de hand van echte scans getekend door een medisch illustrator.” Pieterse vult aan: “Wel is duidelijk dat we in het onderwijs ook apps voor andere organen en lichaamsdelen kunnen ontwikkelen. Onze inzet is het opleiden van artsen die snellere en betere diagnoses stellen. Als dat lukt, heeft de patiënt daar natuurlijk heel veel aan.” ll

De techniek die in de app AugMedicine: Lung cases gebruikt wordt, heet Augmented Reality. Dit betekent letterlijk dat je iets toevoegt aan de realiteit. In het geval van de app is dat de long die in de ruimte geprojecteerd wordt. Studenten die de HoloLens opzetten en naar de long kijken, zien nog steeds de ruimte waar ze in staan en de medestudenten om hen heen. Bij Virtual Reality (VR) is dat niet het geval. Als je een VR-bril opzet, verdwijn je volledig in een andere wereld. Ook VR wordt bij het onderwijs in het LUMC ingezet. Een voorbeeld hiervan is een 360-gradenvideo, waarbij alle ruimtes van de verpleegafdeling Interne Geneeskunde zijn gefilmd, die op dat moment in vol bedrijf is. Studenten die een VR-bril opzetten, kunnen rustig rondneuzen over de afdeling en hebben op de eerste dag van hun coschap geen rondleiding meer nodig.

33


34

LU M C M AGA Z I N E

Kortpraktisch agenda DENK MEE MET HET LUMC Voel jij je betrokken bij het LUMC en denk je graag mee over nieuwe ontwikkelingen? Word lid van het LUMC ­Patiëntenpanel! Iedereen is welkom om deel te nemen, zowel patiënten als naasten. Je krijgt een aantal keer per jaar de vraag om een online enquête in te vullen. Meedoen? Schrijf u in op de ­website van het LUMC.

24 SEP TEMBER OPENING TENTOONSTELLING ‘DIEREN, PLANTEN EN FAMILIE – JAN WOLKERS ALS TEKENAAR’ In Galerie LUMC opent op dinsdag 24 september de tentoonstelling ‘Dieren, planten en familie – Jan Wolkers als tekenaar’. Onno Blom, de biograaf van Jan Wolkers, opent de tentoonstelling om 16:30 uur met een lezing, waarin hij meer vertelt over de achtergrond van de tekeningen. Jan Wolkers (1925-2007) werd bekend door

VOLG JE HET LUMC AL OP SOCIAL MEDIA?

zijn boeken, schilderijen en sculpturen in de openbare ruimte, maar was ook een enthousiast tekenaar. De tentoonstelling in het LUMC laat een selectie tekeningen zien met als thema’s dieren, planten en familie.

Voor de lezing door Onno Blom op 24 sep-

De tekeningen laten het begin zien van

tember om 16.30 uur in Galerie LUMC kunt u

­Wolkers’ ontwikkeling als kunstenaar.

zich aanmelden via communicatie@lumc.nl

6 OK TOBER WETENSCHAPSDAG 2019 Tijdens het Weekend van de Wetenschap

van het LUMC voor boeiende publieks­

kunt u op zondag 6 oktober tussen 12 en

lezingen. Ook het Anatomisch Museum van

17 uur kennis maken met het LUMC. Voor

het LUMC is deze dag van 12 tot 16 uur

zowel volwassenen als kinderen (vanaf

­geopend voor het publiek. Meer informatie

­ongeveer 4 jaar) is er van alles te beleven.

over de Wetenschapsdag lees je in het

Daarnaast kan iedereen (vanaf ongeveer

­bericht op pagina 4/5.

14 jaar) plaatsnemen in de collegezalen 28 NOV EMBER

Wist je dat het LUMC heel actief is op social media? We ­delen ons nieuws dagelijks op Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn. Daarnaast hebben we ook een kanaal op ­YouTube, waar we bijvoorbeeld onze vragenrubriek plaatsen. Elke maand beantwoordt één van onze specialisten vragen over een bepaalde ziekte. Hou de LUMC-pagina’s op Facebook en Instagram in de gaten voor de aankondiging.

Colofon

LUMC Magazine is een uitgave van het Leids Universitair Medisch Centrum. Overname van artikelen is toegestaan na toestemming van de redactie (redactie@lumc.nl) en met bronvermelding Oplage 11.000 Directeur Communicatie Marleen van ‘t Oever Hoofd redactie Klaas Verweij Eindredactie Hester Sleeking

PEP-TALK KUN JE ASTMA BIJ KINDEREN VOORKOMEN? Wat gebeurt er nu eigenlijk binnen al die

28 november: dr. Hermelijn Smits geeft

­onderzoeksafdelingen van het LUMC?

dan antwoord op de vraag of je astma

LUMC-wetenschappers doen een boekje

bij kinderen kunt voorkomen. Houd de

open in een zogenoemde PEP-talk. Kom ook ­LUMC-facebookpagina in de gaten voor luisteren! De eerstvolgende PEP-talk is op

Redactie Joël Ebeltjes, Claire Peels, ­Berit S ­ interniklaas, Wendy Westerhof Aan dit nummer werkten mee Elleke Bal, Dick Duynhoven, R ­ aymon Heemskerk, Marijn Klok, Sandrine van Noort, ­Wouter Scheepstra Fotografie John Bakker, Eelkje C ­ olmjon, Josje Deekens, Frank Nagtegaal, Rita van de Poel, ­Bing Tang (Centre for Innovation), Wendy Westerhof, Ton Zonneveld

meer informatie.

Illustratie Giorgia Dallera, Annemarie Gorissen, Lieneke Post, Loek Weijts Vormgeving en layout Curve Mags and More, Haarlem Prepress en druk Mediacenter ­Rotterdam Redactieraad Kees Bartlema, Simone Ipenburg, Susan Quix, Suzanne Schmeink, Martine de Vries (voorzitter) Contact Directoraat Communicatie, Postbus 9600, 2300 RC Leiden,

071-5268005, redactie@lumc.nl. Abonnementen Jaarabonnement € 27,25 Abonnementsvoorwaarden zie https://www.lumc.nl/magazine LUMC Magazine nr. 21 verschijnt op 12 december 2019. ISSN 2405-8246.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

begin einde werkdag Er werken meer dan 8000 mensen in het LUMC. We volgen een van hen aan het begin en het einde van de dag.

TEK S T: CHRIS TI WA ANDER S > FOTO: PATRICIA BÖRGER

Susan Quix (46), verpleegkundig specialist slokdarmkanker in het LUMC Oncologie Centrum

Hoe was je dag?

Op maandag werk ik een korte dag zodat ik op tijd bij de school van mijn kinderen kan zijn. Vandaag ging het naar omstandigheden goed met mijn patiënten, al is het traject zwaar genoeg. Je zal er maar mee moeten dealen, denk ik dan. Ik vind het dan ook niet erg als mensen boosheid of verdriet bij me uiten. Ik heb er bewondering voor hoe mensen hier hun weg in weten te vinden.

Waarmee komen patiënten bij je?

Eten kan een probleem zijn bij deze ziekte. Een patiënt was al in contact met een diëtiste om te kijken of aanvullende voeding nodig is. We bespreken dan samen de mogelijkheden. En een mevrouw gaf aan dat ze erg moe is. Dat hoor

ik vaak. Daar hebben we het dan samen over. Deze patiënten moeten namelijk nog een operatie ondergaan, dus ze moeten wel een bepaalde conditie hebben. En ze vroeg of ik mee wilde gaan naar het gesprek met de chirurg. Dat kan, dus dat hebben we gepland.

Je kunt echt helpen.

Mijn rol richting deze patiënten is heel zinnig, je kunt echt wat toevoegen. Natuurlijk frustreert het wel eens als het niet allemaal goed loopt. En soms raakt het je, maar meestal lig ik niet wakker van mijn werk. Hoewel ik laatst een patiënt had van mijn leeftijd, met een jong gezin. Dan komt het dichtbij. Het maakt dat ik bewuster geniet van de kleine dingen. ll

Lees op pagina 2 hoe Susans werkdag begon

35


LUMC

TEK S T: R AY MON HEEMSKERK ILLUS TR ATIE: GIORGIA DALLER A

INTERVIEW

bezocht de poli Kindergeneeskunde Waarvoor kwam je in het ziekenhuis? “Toen ik vijf was, bleek ik astma te hebben. Ik heb vaak in het LUMC gelegen omdat ik een astmaaanval had. Dan krijg ik het heel benauwd en dan kan ik niet goed ademen. Ik moet nu nog twee keer per jaar op controle komen. Een keer per jaar krijg ik een longfunctietest. Dan moet ik met en zonder pufjes heel hard blazen in een apparaat om de te kijken hoe goed mijn longen werken.”

Hoe vind je het LUMC? “Ik vind het leuk dat je nu een eigen wc en douche hebt als je moet overnachten op de kinderafdeling. En je hebt bij je bed een iPad. Het eten dat ik kreeg, vond ik alleen niet zo lekker. Mijn moeder heeft weleens pizza voor mij gehaald. Het eten in het restaurant van het ziekenhuis is wel lekker.”

“Als je het geluid van je muziekspeler heel kort op maximaal zet, is er niets aan de hand. Maar als je dat vaak en lang achter elkaar doet, is dat slecht voor je oren. Je kan dan gehoorschade oplopen en later minder goed gaan horen”, vertelt audioloog (orendokter) Jan de Laat. Even kort hoe je oren werken: het binnenste van je oor heet het slakkenhuis. Daarin zitten heel veel piepkleine haartjes. Door geluid gaan die trillen. Daardoor gaat er een boodschap naar je hersenen en hoor je bijvoorbeeld je ­ ­lievelingsliedje of de juf die een vraag stelt. “Je kunt die haartjes vergelijken met een korenveld. Als het waait bewegen de

stengels van de korenaren rustig mee met de wind en is er niets aan de hand. Maar als het stormt kunnen ze omwaaien", legt Jan de Laat uit. Die trilhaartjes gaan niet meteen stuk als je harde geluiden hoort, maar ze kunnen wel kapot gaan als je dat langdurig doet. Tip van de orendokter: “Luister je graag naar harde muziek? Doe dat dan ­maximaal een kwartiertje per dag. Zet daarna het geluid wat zachter om je oren gezond te houden.” Meer weten? Kijk Het Klokhuis met Jan de Laat. Ga naar www.hetklokhuis.nl en zoek op: disco-oor.

Kun je nu alles weer doen?

Ben je ook in het LUMC geweest en wil jij op deze plek daarover vertellen? Stuur een mail naar redactie@lumc.nl, dan nemen wij contact met je op.

TE VEEL ZITTEN IS NIET GEZOND

Ken je de uitdrukking ‘zitten is het nieuwe roken’? Dat roken heel ongezond is weten we al lang, maar nu blijkt veel op een stoel zitten ook niet zo goed te zijn. Soms moet je natuurlijk stilzitten in de klas. Ren in de pauze dan vooral lekker rond op het schoolplein. En zoek voor na schooltijd een leuke sportclub. Of spreek met buurkinderen af om te gaan voetballen, fietsen, zwemmen, of iets anders wat je leuk vindt. Als je maar lekker in beweging bent!

Antwoord: Drie oktober Leids Ontzet

“Ja, ik hockey drie keer per week. In het weekend speel ik een wedstrijd. Gelukkig heb ik al een jaar geen astma-aanval gehad. Mijn broer had ook astma, maar nu niet meer. De dokter heeft gezegd dat hij er overheen gegroeid is. Dat kan soms als je ouder wordt. Hopelijk gebeurt dat bij mij ook.”

Profile for Leids Universitair Medisch Centrum

LUMC Magazine #21  

LUMC Magazine #21