Page 28

28

LU M C M AGA Z I N E

ETEN

‘Aan het eind van de winter heeft iedereen een vitamine D-tekort’

IN DE WINTER Wie de kamer van diëtist Cécile Indemans ­binnenloopt, ziet meteen een grote poster over vitamine D, wat je ervan nodig hebt en waar het in zit. Vitamine D bevordert de opname van ­calcium in de botten, maar is ook belangrijk voor de spieren. En het versterkt het afweersysteem.

“H

oe krijg je er genoeg van binnen? Zonlicht is de belangrijkste leverancier. “Maar in de winter krijg je het niet uit zonlicht”, vertelt Indemans. “Je slaat ’s zomers wel iets op, maar in het algemeen is dat niet genoeg.” Zeker niet bij sommige patiënten, weet ze uit ervaring. “Lever en nieren zijn betrokken bij de aanmaak van vitamine D uit zonlicht. Lever- en nier­ patiënten hebben dus vaker een tekort.” In elk geval moet je zonlicht ’s zomers volop toelaten. Maar ... de huidarts denkt daar anders over. “Dat klopt. Maar je hoeft niet echt te zonnen; buiten zijn is al heel wat.” Kunnen we dan zo eten dat we genoeg vitamine D ­binnen krijgen? Indemans: “In de praktijk lukt dat niet. Vitamine D zit vooral in vette vis - zalm, haring en sprot - en verder in vlees, ei en volvette zuivel. In Nederland wordt het toegevoegd aan halvarine en margarine. Maar we eten niet zoveel vette vis, we ­drinken steeds minder melk en we smeren niet meer zo vaak boter of margarine op ons brood. De meeste mensen zouden dus extra vitamine D moeten nemen. Zeker als ze een donkere huid hebben of weinig buiten komen.” Wat moeten we nog meer weten over eten in de winter? “Geef toe aan je behoeften”, zegt Indemans. Ze benadrukt het belang van voldoende eiwitten en die zitten in vlees, vis, ei of vleesvervangers als peulvruchten. “Voor je afweersysteem, maar ook voor de aanmaak van stoffen die de slaap bevorderen. Verder is het sleutelwoord: variëren. Maar dat geldt voor ieder seizoen.”

SLAPEN IN DE WINTER Slaap je meer in de winter? En is dat ergens goed voor? Maakten onze voorouders zonder kunstlicht lange nachten? Neuroloog dr. Gert-Jan Lammers kan het niet met zekerheid zeggen, want deze ­vragen zijn niet allemaal goed onderzocht.

“W

at hij wel weet: “De mens is afkomstig uit Afrika en daar, rond de evenaar, is er nauwelijks verschil tussen zomer en winter. Hier vinden we het in de winter meestal moeilijker om uit bed te komen. Misschien zijn we nog steeds niet helemaal aangepast aan de lange nachten van de winter. Vandaar ook dat we hier meer last hebben van winterdepressie – en veel slapen hoort daarbij. In Scandinavië is dat nog erger.” Hardop denkend vraagt Lammers zich af of we niet vooral slapen om energie te besparen. “Misschien ­zetten wij ons lichaam op een laag pitje, letterlijk, op momenten dat we toch geen voedsel kunnen vergaren. Denk maar aan de extreme variant: dieren die een ­winterslaap houden kunnen maanden zonder eten.” In onze tijd leven we natuurlijk al lang niet meer volgens een natuurlijk ritme. Een beetje toegeven aan de extra slaapneiging in de winter kan geen kwaad, denkt Lammers. “Maar het is ook van belang om een vast ritme aan te houden, vooral als je een dagje ouder bent.” Hij heeft meer tips. Overdag actief zijn en niet de hele dag doorbrengen in centraal verwarmde ruimtes. Zorgen dat je voldoende licht krijgt, vooral ’s ochtends. “Dat is veel effectiever voor een goede nachtrust dan melatoninepillen.” Lammers doet vooral onderzoek naar narcolepsie, een aandoening waardoor je op allerlei momenten acuut in slaap kunt vallen. Daardoor weet hij dat slaperigheid samenhangt met warme handen en voeten. Bij narcolepsiepatiënten kun je op die manier een aanval zien aankomen. “Het omgekeerde geldt ook. Je valt heel moeilijk in slaap met koude handen en voeten. Ja, dan is een kruik nog altijd een goed idee.” ll

LUMC Magazine #10  

Leids Universitair Medisch Centrum