Page 16

16

LU M C M AGA Z I N E

‘Patiënten praten niet met hun arts over seks’

Ziet u dat nu ook bij uw eigen kinderen?

Wilt u meer weten over achondroplasie? Op onze website leggen we precies uit wat dwerggroei inhoudt, welke problemen daarbij komen kijken en ook wat we voor u kunnen doen.

WWW.

lumc.nl/achondroplasie

Ja, en dat is mooi, maar de mix met Frans, hun vader, maakt het nóg mooier. Mijn oudste, Casper van zestien, is heel erg slim, maar wat gemakkelijk. Terwijl ik een extreme doorzetter ben. Dat onverzettelijke zie ik weer meer bij Josephine van vijftien. Zij gaat net zolang door totdat iets haar lukt. En dan is er nog Lennard van twaalf. Van de drie lijkt hij het meest op mij. Wat ik wel hoop, is dat mijn kinderen iets rustiger zijn dan ik. Ik denk weleens: ‘Carmen, waarom moet je zoveel’. Maar ja, ik word er juist wel gelukkig van.

U bent de Nederlandse expert voor achondroplasten (mensen met dwerggroei). Wat is het verschil dat u voor hen kunt maken? Dat heeft te maken met oefening. Doordat ik veel mensen met dwerggroei behandel, heb ik veel ervaring en lukt een ingreep over het algemeen beter. Mensen met dwerggroei hebben namelijk vaker dan anderen een vernauwd wervelkanaal. Collega’s die de

operatie bij zo’n ‘kanaalstenose’ al honderden keren hebben uitgevoerd en voor het eerst een patiënt met dwerggroei op hun spreekuur krijgen, denken; ‘dat doe ik even. Hoe anders kan het zijn?’ Maar naderhand bleek het moeilijker dan ze dachten. De wervelkolom van deze patiënten is namelijk echt héél anders. Alsof je ineens op de Boulevard Peripherique, de ringweg om Parijs, rijdt. Je komt echt voor verrassingen te staan. Hier zit nog een stuk dat er normaal niet zit, en daar is het juist veel smaller, en o jee nu breekt dát af… De operatie op zich is niet zo moeilijk, maar je moet het, net als autorijden in Parijs, vaak hebben gedaan om geen brokken te maken.

Uw handen kunnen haast toveren… Wat doen ze nog meer? Creëert u ook dingen thuis? Nu niet meer. Vroeger wel, ik maakte kleren voor mezelf en voor mijn popjes. Ik ging zelfs naar de modevakschool als meisje van veertien. Zat ik daar tussen al die huisvrouwen… Best een beetje gek. Maar ik vond dat leuk werk, dat gepruts.

In Leiden bent u de enige vrouw in een team met verder alleen maar mannen. Is dat nog ‘een ding’, de enige vrouw zijn? Ja! Mensen die zeggen dat het feminisme klaar is - dat slaat echt hé-lemaal nergens op. Ik ben heel vrouwelijk, maar ik vergader vanuit mijn

mannelijke kant. Ik moet met die mannen toch het raakvlak opzoeken. Dus ik praat in korte zinnen. Maak m’n punt in de eerste zin. Probeer niet lang aan het woord te zijn. Ik vermijd herhaling en houd m’n stem laag. En, heel belangrijk; ik probeer weinig emotie te tonen. Vrouwen hebben veel meer oog voor het gevoel dat alle partijen baat bij een bepaalde oplossing hebben. En ik denk dat dat tot meer duurzame oplossingen leidt.

Hebt u zelf ook ‘duurzame’ relaties met patiënten? Ja, er zijn patiënten die ik elk jaar of elke twee jaar ontmoet. Ik kan ernaar uitkijken om hen weer te zien. Heel fijn zijn ook de kaartjes en e-mails van patiënten die me willen laten weten hoe blij ze zijn dat ik hen heb geopereerd. Sommige patiënten vragen na afloop van een consult of ze even met me mogen knuffelen. Dat is zó lief! Laatst zei een man nog: ‘het kan natuurlijk niet, dat ik u zou kussen, maar ik zou het bijna willen!’ Maar ja, als je zes jaar ergens pijn hebt gehad en je kon niet meer tennissen of winkelen en dat kan ineens wel…. Dan ben je natuurlijk ook heel erg blij! ll

LUMC Magazine #10  

Leids Universitair Medisch Centrum