Issuu on Google+

#10 DECEMBER 2016

Hoe word je 100? TIPS VOOR EEN LANG EN GEZOND LEVEN Depressie is een ziekte MEER DAN EEN WINTERDIP

Werken als iedereen slaapt

NACHT IN HET ZIEKENHUIS


2

LU M C M AGA Z I N E

begin einde werkdag Er werken meer dan 7000 mensen in het LUMC. We volgen één van hen aan het begin en het einde van de werkdag.

TEK S T: JULIE DE GR A AF > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Michiel van de Sande (40), oncologisch orthopeed

Hoe begin je de werkdag?

Ik woon in Haarlem en probeer een keer in de week naar mijn werk te fietsen, maar dat lukt niet altijd. Ik ben meestal vroeg in het ziekenhuis, omdat de operaties al om 08.00 uur beginnen. Van tevoren wil ik graag iedereen die ik ga opereren even spreken. Zo kan ik mensen geruststellen en lastminutevragen beantwoorden.

Wat doet een oncologisch orthopeed?

Ik behandel kanker van de botten. Bij de meeste mensen die ik opereer, haal ik een stuk van het bot weg waar een tumor in zit. Het lastige is om dat bot vervolgens weer heel te maken. Vroeger voerden we daarom vaak amputaties uit. Tegenwoordig zijn er gelukkig veel nieuwe technieken beschikbaar en komt een amputatie nauwelijks meer voor.

Wat staat er vandaag op het programma? Ik sta één of twee keer per week op de operatiekamer. Vandaag opereer ik vijf kinderen. De meeste van hen hebben gelukkig een goedaardige tumor, die ze vandaag kwijtraken. Ik vind het heerlijk om met kinderen te werken. Ze zijn goudeerlijk, weten wat ze willen en durven alles te vragen.

Lees op pagina 35 hoe Michiels werkdag verliep


Inhoud

HONDERD

BEGIN WERKDAG 2

Begin van Michiels werkdag

I

LUMC-NIEUWS 4

NACHT IN HET ZIEKENHUIS 6 Werken als iedereen slaapt UIT DE KUNST 11 INFOGR AFISCH 12

Centrale Sterilisatiedienst INTERVIEW CARMEN VLEGGEERT Wervelwind tovert met wervelkolom 14

3

FOTO: MARC DE HA AN

L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

14

DE KENNISMAKING 17 IN BEELD 18

Skillslab

HOE WORD JE 100? 20 Tips voor een lang en gezond leven OP AFSPR A AK 25

20

GEZOND DE WINTER DOOR 26 Veel buiten zijn, griepprik halen, vitamine D slikken BEDANKT 29

DEPRESSIE IS EEN ZIEKTE 30 Meer dan een winterdip KORT NIEUWS EN AGENDA 34 EINDE WERKDAG 35

Einde van Michiels werkdag LUMC JUNIOR 36

26

k heb mijn kinderen beloofd dat ik honderd word. Ergens tijdens de eerste basisschooljaren kregen ze in de gaten dat we als mens sterfelijk zijn. En meteen daarna hadden ze door dat dan ook hun mama ….. Die honderd jaar stelde ze gerust, mij ook trouwens. En wie wil er nou geen honderd worden? Zo onrealistisch is het niet meer. Gemiddeld worden we nu al rond de tachtig jaar. Door de toegenomen levensverwachting kunnen onze kinderen straks inderdaad honderd worden. Maar dan moet je wel goede genen hebben, hoor ik u denken. Klopt, maar die bepalen maar voor een kwart hoe oud je wordt. Waar we zelf invloed op hebben is of we gezond oud worden. Want willen we dat niet allemaal? Mijn eigen moeder overleed vorig jaar. Met 75 jaar te jong, vind ik. Haar laatste jaren waren een lijdensweg. Parkinson, in een rolstoel, dement, naar een verpleeghuis, alles hebben we meegemaakt. Nou weet ik niet of zij veel gezonder had kunnen leven. Soms moet je ook geluk hebben in het leven. Het maakt wel dat ik bewust probeer zo gezond mogelijk oud te worden. Met interesse lees ik dan ook de artikelen in dit nummer die daar tips voor geven. En eigenlijk weten we die ook wel: bewegen en gezond eten. Naast gezond oud worden (pagina 20) helpt dat je de winter door (pagina 26). Ook helpt het een depressie tegengaan (pagina 30). Het is toch ook logisch – we hebben als mens miljoenen jaren achter konijntjes aan lopen vangen. Bewegen was altijd ons ding. Het is pas ‘sinds kort’ dat we in kantoren werken waar we op de elektrische fiets naar toe gaan. We hoeven nog maar weinig te bewegen om dat konijntje op ons bord te krijgen. Maar goed, die oermens werd niet zo oud. Wij kunnen daarentegen heel gemakkelijk aan gezond eten komen (helaas nog makkelijker aan ongezond eten) en hebben een uitstekende gezondheidszorg tot onze beschikking. Dan moeten we met een beetje geluk toch bij die honderd in de buurt kunnen komen. Christi Waanders, hoofdredacteur Uw reacties en suggesties voor komende edities van LUMC Magazine zijn zeer welkom op redactie@lumc.nl


4

LU M C M AGA Z I N E

Nieuws VRAAGJE AAN

STEUN HET LUMC

Marije Reekers ANESTHESIOLOOG

WA AROM MOET IK NUCHTER ­V ERSCHIJNEN VOOR EEN ­O PER ATIE?

‘A

ls je onder narcose gaat, word je in een diepe slaap gebracht. Op het moment dat je in slaap valt, verlies je je reflexen, waaronder je hoest- en slikreflex. Daardoor kun je gaan braken. Als er dan maaginhoud naar boven komt en in je longen terechtkomt, kun je daar een ernstige longontsteking van krijgen. Dat willen we voor alles voorkomen en daarom moet de maag leeg zijn. Zes uur voor de operatie mag de patiënt niets meer eten. Drinken mag nog tot twee uur voor de operatie, maar alleen heldere vloeistoffen zoals thee of limonade, en niet te veel. We zijn hier erg streng op, want een longontsteking kan ernstige gevolgen hebben. Blijkt dat iemand wel gegeten of gedronken heeft? Dan gaat de operatie niet door. Daarom lichten we patiënten ook goed voor tijdens het preoperatie-spreekuur. Voor patiënten die een lokale verdoving krijgen, zoals een ruggenprik, gelden trouwens dezelfde regels. Er is tijdens zo’n operatie namelijk altijd een kans dat je alsnog onder volledige narcose moet. Natuurlijk komt het ook voor dat mensen met spoed geopereerd moeten worden. Dan voorkomen we dat er maaginhoud in de longen komt door ze op een andere manier onder narcose te brengen. Deze manier is alleen wel moeilijker uit te voeren, en brengt meer risico’s met zich mee. Als patiënten na de operatie met erge honger of dorst wakker worden, dan moeten ze toch nog even geduld hebben. Op de uitslaapkamer zijn patiënten vaak nog suf, en is er kans dat ze zich verslikken. Terug op de verpleegafdeling mag er dan eindelijk wat gegeten en gedronken worden.”

Het LUMC wil het beste voor zijn patiënten. U kunt daarbij helpen. Uw gift aan de Bontius Stichting of de LUMC Vrienden Stichting draagt direct bij aan patiëntenzorg en onderzoek naar nieuwe behandelmethodes. Uw volledige gift komt ten goede aan de afdeling of het project van uw keuze. De Bontius Stichting werft middelen om wetenschappelijk onderzoek in het LUMC te financieren. Zo kunnen onze onderzoekers hun werk op volle kracht voortzetten en ernstige ziektes dichterbij genezing brengen.

De LUMC Vrienden Stichting zet zich in om het verblijf van patiënten en hun familie in het LUMC zo prettig mogelijk te laten verlopen. Hoe goed de zorg ook is, niemand ligt voor zijn plezier in het ziekenhuis. Extra voorzieningen, informatie en afleiding kunnen dan het verschil maken. Uw hulp is hard nodig om deze projecten uit te kunnen voeren. Kijk op www.bontiusstichting.nl en www.lumcvriendenstichting.nl voor meer informatie.

HUISARTSENBEZOEK DA ALT DOOR WEBSITE THUISARTS.NL Steeds meer mensen zoeken, voordat ze naar de huisarts gaan, informatie op de website Thuisarts.nl. En dat is zichtbaar in het aantal bezoeken aan de huisarts, dat flink

is afgenomen. Dit blijkt uit onderzoek van het LUMC en het Nederlands Huisartsen Genootschap. Sinds de lancering van Thuisarts.nl in 2012 is het zorggebruik bij de ­huisarts afgenomen met 12 procent; een maandelijkse vermindering van 675.000 huisartsbezoeken. De website heeft maandelijks zo’n 1,6 miljoen unieke bezoekers en biedt betrouwbare, onafhankelijke informatie over gezondheid en ziekte. Een groot

deel van de huisartsen ­gebruikt de website voor voorlichting. Vooral het aantal telefoontjes met minder complexe vragen naar de huisarts nam af. Het aantal lange huisartsconsulten nam juist toe. Belangrijk is dat ook het zorggebruik van ouderen afnam, evenals dat van mensen met een lage ­sociaal-economische status. De website Thuisarts.nl ­bereikt dus ook deze bevolkingsgroepen.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

TOP 5 FUNCTIES

VAN HUIDCELLEN NA AR HARTCELLEN

in het LUMC

VERPLEEGKUNDIGEN

1402

ADMINISTR ATIEF PERSONEEL EN SECRETARIA AT

1130

ONDERZOEKERS

1085

MEDISCH SPECIALISTEN

738

ARTS-ASSISTENTEN

679

Lees meer in de LUMCnieuwsbrief Ontvang ook elke twee weken het meest ­actuele nieuws van het LUMC in uw mailbox! Abonneer u via www.lumc.nl/ nieuwsbrief

Huidcellen omvormen tot hartcellen. Het klinkt futuristisch, maar onderzoeker Cathelijne van den Berg deed het de afgelopen jaren in het LUMC voor haar promotieonderzoek. Het uiteindelijke doel: het maken van hartspiercellen uit je eigen lichaamscellen. Door het erfelijk materiaal van een cel aan te passen, kun je bijvoorbeeld een huidcel veranderen in een stamcel. Een stamcel is een soort basiscel, die weer kan uitgroeien tot bijvoorbeeld een hartspiercel. Van de Berg gebruikte deze hartcellen om hartziektes beter in kaart te brengen. “Bij mensen kun je niet direct hartcellen afnemen. Voor mijn onderzoek bestudeerde ik leden van een familie met een erfelijke hartziekte, die allemaal andere symptomen vertoonden.” Van den Berg zette de huidcellen van een familielid om in hartspiercellen. “Met deze cellen kun je in beeld brengen hoe de ziekte werkt. Het geeft ook hand­ vaten om een medicijn te maken en te testen.” De techniek die Van der Berg verder heeft ontwikkeld kan uiteindelijk leiden tot een kunsthart, gemaakt uit eigen ­ lichaamscellen. Maar zover is het nog lang niet, zegt ze. “Wel komen we telkens een stapje dichterbij.”

5


6

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

7

NACHTWERK Wat gebeurt er ’s nachts allemaal in een ziekenhuis? Fotograaf Simone de Blouw en journalist Raymon Heemskerk gingen langs bij LUMC-medewerkers die doorwerken als de meeste mensen slapen.

SPOEDEISENDE HULP | 23.07 UUR

‘Het komt voor dat er meerdere ambulances tegelijk aankomen’ We beginnen bij het GeboorteHuis Leiden, maar het blijkt er om 23.00 uur erg druk. Een groepje witten jassen haast zich door de gang. Daarom nemen we eerst een kijkje op de Spoedeisende Hulp (SEH). Daar blijkt het die avond ook hectisch te zijn geweest. Er is iemand binnengebracht na een ongeluk, vertelt Isa de Jong, SEH-verpleegkundige in opleiding. Bovendien kwamen er extra patiënten naar het LUMC vanwege technische problemen in het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp. In zulke situaties vangen regionale ziekenhuizen elkaars patiënten op.“Ik vind de hectiek van de avonddiensten het leukst. Dan zijn we met meer collega’s”, vertelt ze in de koffiekamer. Ze staat op het punt om naar huis te gaan, haar avonddienst zit erop. “’s Nachts is het meestal rustiger, maar niet altijd. Tijdens de Leidse feestdag 3 oktober bijvoorbeeld kan de wachtkamer vol zitten. Ook in het weekend komen er meer patiënten. Dat is bijvoorbeeld uitgaanspubliek na overmatig gebruik van drank of drugs of na val- of vechtpartijen. Er zijn ’s nachts vier SEH-verpleegkundigen aanwezig en twee SEH-artsen. Andere specialisten kunnen we oproepen”, aldus Isa. Ons gesprek wordt af en toe onderbroken door een collega die binnenkomt om iets te vragen. Francis van Dam heeft ook even tijd om te praten. Zij is deze avond de coördinerend verpleegkundige. “Tussen 4.00 en 6.00 uur ’s nachts is het

meestal het rustigst. Maar soms is het zo druk dat er geen tijd is voor koffie, dat is meestal in het weekend. Het komt voor dat er meerdere ambulances tegelijk aankomen.” De koffiekamer ligt pal naast de oprit voor de ambulances. Er belt een huisarts om te vragen hoe het met de patiënt gaat die hij heeft doorgestuurd. “’s Nachts heb je andere taken”, vertelt Francis als ze heeft opgehangen. Dan nemen we ook zelf de telefoon op, schrijven patiënten in, vullen de verbandkarren en ruimen de gebruikte spullen in de traumakamer op als er een patiënt is behandeld.” Wat helpt om wakker te blijven? “Snoepen”, zegt ze. “Vaak neemt iemand iets lekkers mee voor bij de koffie of er staan chips op tafel.” Francis wordt weggeroepen en wij gaan naar de volgende afdeling. 

>


8

LU M C M AGA Z I N E

BE VEILIGING | 23.53 UUR

‘We werden gebeld dat er een onbekende man in een bed sliep’ Beneden in de centrale hal ontmoeten we LUMC’ers die waken over de veiligheid van patiënten en medewerkers. Leo Verhoef (foto) is één van hen. Zijn werkplek is behangen met tientallen beeldschermen. “’s Nachts zijn we met zes medewerkers”, vertelt collega-beveiliger Michiel van der Plas. “We lopen surveillancerondes door de verschillende gebouwen van het LUMC en over het buitenterrein.” Vanaf middernacht zijn de collega’s van het intern transport en de telefonisten naar huis. “Dan vervoeren we ook patiënten binnen het LUMC en beantwoorden het centrale telefoonnummer.” Gebeuren er bijzondere dingen in de kleine uurtjes? “We worden dan wat meer opgeroepen om te assisteren op de SEH. Daar is altijd al een medewerker van ons team aanwezig om patiënten te kalmeren als dat nodig is.” Unitcoördinator Wouter Dijk schuift aan. Hij vertelt dat er weleens door een afdeling gebeld is omdat er een onbekende man in een bed sliep. “We zijn erheen gegaan om te vragen wat hij daar deed. Hij vertelde dat hij moe was. Op ons verzoek is hij zonder problemen weggegaan.” Vorig jaar werd er ’s nachts een patiënt naar het LUMC overgebracht die mogelijk ebola had. “Dan ga je uit van het ergste en gaan de protocollen draaien. Uiteindelijk bleek het gelukkig om een minder ernstige ziekte te gaan. Bij grootschalige calamiteiten kunnen we zes extra mensen oproepen”, vertelt Wouter. Ondertussen stofzuigt een

S TORINGSDIENS T | 0.37 UUR

‘Ik val altijd als een blok in slaap na een nachtdienst’ We hoeven maar een paar meter te lopen om de volgende nachtwerkers te bezoeken. Pal achter de ruimte voor de beveiligers huist de Storingsdienst van het LUMC. Hier houden Peter Talens (foto) en André Jonker vijftien

schoonmaker van een extern bedrijf de hal. Over het draaien van nachtdiensten denken de heren heel verschillend. Wouter is erg blij met de nachtdiensten. “Ik vind de afwisseling super. Elke dienst heeft zijn eigen charme.” Michiel: “Van mijn vrouw en dochter hoor ik dat ik prikkelbaarder ben als ik nachtdienst heb. Als er een baan voorbij komt zonder nachtdiensten, zou ik daar waarschijnlijk voor kiezen.” Wouter reageert: “Ik heb een tijdje in reguliere dienst gewerkt, maar dat vond ik saai vergeleken met de diensten hier.” Er komt een oproep binnen om een patiënt naar de CT-scanner te vervoeren en een overleden patiënt moet naar het mortuarium. “Dat komt in een ziekenhuis helaas ook voor”, aldus de beveiligers. 

schermen in de gaten waarop meldingen binnenkomen van bijvoorbeeld te warme of te koude ruimtes, van haperende apparaten en lekkages. Ook de telefoon rinkelt regelmatig wanneer een afdeling een technische vraag of probleem heeft. “Het is nu rustig, maar de avonddienst heeft het druk gehad door de uitval van drie grote ICT-netwerken”, vertelt André. “We bewaken hier systemen die voor het hele ziekenhuis van belang zijn, zoals verwarming, koeling, elektriciteit en water. Soms kunnen we problemen direct hier oplossen

door een schakelaar om te zetten of een instelling te wijzigen. In andere gevallen gaan we ter plekke kijken. Er blijft altijd een medewerker hier om direct te kunnen handelen wanneer er een calamiteit gemeld wordt.” Peter: “Drie jaar geleden viel alle stroom in het LUMC opeens uit. Er bleek een kabel beschadigd bij werkzaamheden van de netbeheerder. De cruciale activiteiten in het ziekenhuis, zoals de patiëntenzorg en koeling, gaan dan direct over op noodstroom.” “Reparatie ging een aantal dagen duren. Het


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

KLINISCHE CHEMIE EN L ABOR ATORIUMGENEESKUNDE | 1.20 UUR

‘Het is bloed van een baby, en dus maar een kleine hoeveelheid’ De volgende afdeling is Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (KCL) op de tweede etage van het LUMC. Reinier Kraai en Djohnno Kerstjens (foto) ontvangen ons in hun lab. Djohnno laat de transportbuis zien waardoor bloed- en weefselmonsters dag en nacht binnenkomen. Op deze buizenpost zijn alle patiëntenafdelingen aangesloten. “We doen ’s nachts bepalingen van de monsters die binnenkomen. Dat zijn er veel minder dan overdag, maar er kunnen spoedbepalingen bij zitten. De Spoedeisende Hulp stuurt de monsters in een opvallende gele koker”,

ziekenhuis heeft toen een bedrijf ingeschakeld dat met zo’n twintig vrachtwagens aan materiaal kwam om het ziekenhuis tijdelijk van stroom te kunnen voorzien, herinnert André zich. “In de toekomst hopen we dit soort calamiteiten als ziekenhuis volledig zelfstandig te kunnen opvangen door uitbreiding van de noodstroomvoorziening.” Moeite met de nachtdiensten hebben ze niet. Peter valt zelfs altijd als een blok in slaap na zo’n dienst vertelt hij.

vertelt Djohnno. “Een van de belangrijkste taken ’s nachts is het onderhouden van de analyseapparatuur die 24 uur per dag in het lab wordt gebruikt. Tussen één en vijf uur ’s nachts is er altijd wel een rustig moment om onderhoud uit te voeren aan de apparatuur en de vloeistoffen daarin bij te vullen, zodat alles klaar is om weer een dag te gebruiken.” Er komt een bloedmonster binnen van de afdeling Neonatologie waarin Djohnno de hoeveelheid cortisol moet bepalen. “Het is van een baby en dus maar een kleine hoeveelheid bloed, maar net voldoende voor deze bepaling”, zegt Djohnno.  Reinier meet in de bloedmonsters vooral de hoeveelheid bloedcellen en bloedplaatjes. “Bijvoorbeeld om te zien of er een infectie is, of een kwaadaardige bloedziekte. Het grootste deel van de bloedmonsters ’s nachts komt na vijf uur binnen. Dan beginnen de ochtendprikrondes, zodat artsen wanneer ze ’s ochtends patiënten bezoeken over de meest recente bloedwaarden beschikken. Dan is het heel druk en vliegt de tijd.”

9


10

LU M C M AGA Z I N E

GEBOORTEHUIS LEIDEN | 2.13 UUR

‘Elke nacht worden er wel een paar kinderen geboren’ We doen een tweede poging bij het GeboorteHuis Leiden, dat op 1 juli dit jaar van start ging op de zevende verdieping van het LUMC. “Er was rond 23.00 uur een keizersnede met megaspoed. Het is gelukkig heel goed gegaan.”, vertelt Jelka de Jong (vooraan op de foto), gespecialiseerd kraamverpleegkundige. Het GeboorteHuis telt zeventien kamers voor vrouwen die meestal op het punt van bevallen staan en extra zorg nodig hebben. “Gisternacht waren er drie bevallingen binnen drie kwartier”, vertelt Jelka. “Daarna nog vier, dus in totaal zeven in één nacht. Dat is uitzonderlijk veel, maar elke nacht worden er wel een paar kinderen geboren.” Of er weleens bijzondere dingen gebeuren? “Ja, de hele tijd. Sowieso weet je nooit precies hoe een bevalling gaat verlopen of hoe een vrouw of partner op gebeurtenissen reageert. Ook komen hier over het

algemeen zwangere vrouwen met zwaardere problemen, zoals aangeboren afwijkingen bij het kind of tweelingzwangerschappen, die meer controle nodig hebben. Ik werkte hiervoor bij het Diaconessen Ziekenhuis voordat het opging in het GeboorteHuis. Daar zagen we vooral zwangerschappen tussen de 32 en 42 weken. In het GeboorteHuis worden ook bevallingen gedaan die zich eerder aankondigen. Deze baby’tjes worden dan opgenomen op de afdeling Neonatologie.” Het werk bevalt haar heel goed. “Dit is mijn droombaan, juist vanwege de onvoorspelbaarheid van elke dienst.” Aan de nachtdiensten heeft ze geen hekel. “Ik slaap altijd prima en heb geen moeite met omschakelen. Voor de afwisseling vind ik het juist leuk om af en toe ’s nachts te werken. Omdat er minder mensen zijn, is het team nog hechter”, aldus Jelka. Dan verdwijnt ze in een van de stille gangen om bij iemand een infuus in te brengen. Even later klinkt vanuit een kamer het gehuil van een baby. Het is bijna drie uur ’s nachts, maar dat merk je hier nauwelijks. In het LUMC gaan veel dingen altijd door. ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Uit de kunst

Mannetje met zorgen OVER HET KUNSTWERK In de beeldentuin op de begane grond van het LUMC staat het beeld Ceramic boy van de Engelse kunstenaar Michael Kirkham. Het beschilderde bronzen beeld toont ons een jongen verzonken in zijn eigen wereld. Met een melancholische blik kijkt hij voor zich uit. Net als de hoofdpersonen in de schilderijen en tekeningen van Kirkham, is de jongen een buitenstaander die geen contact met de buitenwereld kan maken.

Het LUMC verzamelt kunst vanuit de gedachte dat mensen zich prettiger voelen in een mooie omgeving. Onze kunstcollectie beslaat meer dan 2000 werken en is te zien in de trappenhuizen, gangen, wachtkamers en in de LUMC Galerie.

Michael Kirkham (Blackpool, 1971) volgde zijn opleiding aan de Glasgow School of Art en De Ateliers in Amsterdam. Sinds 2002 woont en werkt hij in Berlijn. Kirkham werd vooral bekend met schilderijen en tekeningen van eenzame jongens en verveelde meisjes. In een gladde, realistische stijl brengt hij de verlammende lusteloosheid van de hoofdpersonen in beeld. Ze hangen rond in een kale woonkamer en zijn volledig overgeleverd aan zichzelf. Kirkham exposeert door heel Europa.

TEK S T: MARIJE ZOMERDIJK > FOTO: KL A A S V ERW EIJ

Michael Kirkham, Ceramic boy, acrylverf/brons, 50 x 50 x 35 cm., 2005

Ton Hoogerwerf (als kunstenaar bekend onder de naam Ton of Holland) was de afgelopen anderhalf jaar onder behandeling bij de afdeling KNO van het LUMC. Het beeld Ceramic Boy van Michael Kirkham geeft voor hem goed weer hoe hij zich als patiënt voelt. “Een ziekenhuis is toch een beetje een rare wereld. Je loopt door de gangen,

met je hoofd bij artsen en behandelingen, en iedereen om je heen heeft zo zijn eigen zorgen. Zo liep ik hier ook toen ik dit beeld voor het eerst zag. Het raakte me meteen.”

Waarom spreekt dit beeld u aan?

“Het is een beeld van een klein, leeftijdloos mannetje. Hij zit gevangen onder zijn plastic beschermkap en kijkt heel zorgelijk. Ik vind het een eenzaam en wat verstikkend beeld. Het past bij de situatie van het opge-

nomen zijn in de mallemolen van een ziekenhuis. Je gaat erin, en mag er pas na een tijdje weer uit.”

Hoort kunst wel thuis in een ziekenhuis?

“Kunst is juist goed op z’n plaats tussen de rommel en reuring van een ziekenhuis, of op andere levendige plekken. Laatst was ik nog in een museum en dan zie je alleen maar keurige, oudere mensen in stille zalen. De kunst die hier hangt krijgt een veel groter en diverser publiek.”

11


LU M C M AGA Z I N E

Infografisch

Centrale Sterilisatiedienst

Hoe komt een chirurg aan schone messen, klemmen en scharen om te opereren? Daarvoor zorgen de medewerkers van de sterilisatiedienst. Deze dienst is 24 uur per dag open en moet altijd topkwaliteit leveren. Het operatiegereedschap moet 100% schoon en hygiënisch zijn, want de veiligheid van de patiënt staat voorop.

5 Sorteren materiaal

4 Duidelijk herkenbaar

Aan de ‘schone’ kant draagt men blauwe pakken met blauwe klompen en geen handschoenen. Er is hier geen kans op infectie. De pakken houden haren en huidschilfers tegen.

Hier stelt men nieuwe sets met materialen samen. Men checkt of alles schoon en heel is en of alles werkt. Dat gebeurt aan de hand van een voorbeeldfoto op de computer.

Strikte scheiding vuil en schoon

Reiniging en desinfectie ca. 90 C

TEMPERATUUR

12

Drogen

TIJD (CA. 55 MINUTEN)

Kouder water spoelt het vuil weg, waarna de temperatuur omhoog gaat voor de desinfectie.

1 Inname vuil materiaal

Hier komen de vuile sets met materiaal binnen met gereedschap dat is gebruikt op de operatiekamer. Medewerkers dragen aan de ‘vuile’ kant groene pakken met rode klompen en zijn duidelijk herkenbaar.

2 Schoomaak en desinfectie

In deze afwasmachines wordt het vuile materiaal gewassen en gedesinfecteerd. Dat gebeurt bij een temperatuur tot 90˚ C. De afwasmachines zijn computergestuurd..

3 Controlepunt

Op de computer ziet men of het wasprogramma goed is verlopen.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

CIJFERS

Wat zit er zoal in een set met operatiemateriaal? Scharen

Tangen

Klemmen

30

Operatiemesjes

medewerkers

6 Inpakken en labelen De sets worden verpakt in stoom-doorlatend materiaal. Daarna zijn ze klaar voor sterilisatie. Elke set heeft een label: zo is altijd bekend waar deze zich bevindt.

6000

gereinigde sets met materialen per maand

7

Sterilisatieproces Deze stoomcabines steriliseren de ingepakte sets in 80 minuten.

8 Laatste controle

Alleen gediplomeerde medewerkers mogen een akkoord geven na controle van de druk, het tijdsverloop en of de temperatuur van minimaal 134Ëš Celcius is gehaald. Is het net droog en intact? Dan kan het naar de voorraadkamer bij de operatiekamers. Deze is stofvrij, heeft een speciale luchtďŹ ltering en een vaste temperatuur.

4 uur

is een set terug op de operatiekamer

INFOGR APHIC: LOEK WEIJTS

TEMPERATUUR

Max. 136 * C

Binnen gemiddeld

2500 verschillende soorten sets

Infographic: Loek Weijts

TIJD (CA. 80 MINUTEN)

2

liftschachten: 1 voor vuile en 1 voor schone sets

13


14

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

15

In gesprek met Carmen Vleggeert-Lankamp

WERVELWIND TOVERT MET WERVELKOLOM Ze is de enige vrouw in een mannenteam. Ze studeerde Geneeskunde en Farmacie en is gepromoveerd in de Neurochirurgie. Uit het hele land komen mensen met dwerggroei naar neurochirurg Carmen Vleggeert-Lankamp (47). Maar ze behandelt ook mensen met een gebroken nek of ingezakte wervels. Kortom, Vleggeert-Lankamp wordt door haar patiënten op handen gedragen – handen waar ze zuinig op is. “Als ik een hond zie, verstop ik ze achter m’n rug.” TEK S T: SUSANNE DE JOODE > FOTO’S: NIENKE DE Z WART

U geeft onderwijs, doet onderzoek én opereert. Wat vindt uzelf het ­allerspannendst? Daar hoef ik geen seconde over na te denken. Het spannendst vind ik onderzoek. Dat richt zich voornamelijk op de wervelkolomchirurgie: wat is het nut en wat de noodzaak van wat wij doen of juist laten voor de patiënt? De wervelkolom fascineert me na twintig jaar nog altijd. Je zult misschien denken; hij zit toch op één plek, maar de wervelkolom bestaat uit meerdere segmenten; nek, lage rug en borstwervelkolom. Die delen kunnen versleten zijn, of vergroeid, beschadigd of een tumor bevatten. Als dit de zenuwen of het ruggenmerg bedreigt, behandel ik dat operatief. Dat zijn complexe ingrepen, die soms de hele dag duren. Maar hoe gaat het daarna met de patiënt? Daarover rijzen in de dagelijkse praktijk een heleboel vragen. Het LUMC biedt gelukkig

vertellen dat de prognose niet zo goed is. Tenminste, dat dénken we. We weten dat niet zeker. Een onderzoeker die ik begeleid bekijkt nu hoe de vooruitzichten werkelijk zijn. Daarbij kijkt ze ook naar de seksuele gevoelens. Die zijn er ook ineens heel veel minder. Maar of dat echt zo is? Ook dat weten we niet. Patiënten praten na zo’n operatie namelijk niet met hun arts over seks. Om hier meer zicht op te krijgen, heeft die promovenda onder andere een enquête uitgevoerd onder neurochirurgen. ‘Wat goed dat jullie dit doen,’ schreven veel dokters onder aan de vragenlijst. ‘Ik realiseer me nu dat ik er nooit over praat met patiënten. Wat zonde!”

veel mogelijkheden om onderzoek te doen. Ik begeleid vijftien onderzoekers bij hun promotieonderzoek. Dat is veel ja, en ik werk er vaak 's avonds of in het weekend aan. Met plezier, want die onderzoekers zijn heel enthousiast, en met het resultaat van hun werk zijn patiënten echt geholpen.

En, keert het seksuele gevoel weer terug?

Kunt u een voorbeeld geven van onderzoek waar patiënten echt mee geholpen zijn?

Vleggeerts gezicht breekt open in een brede, meisjesachtige grijns. Ze fluistert. “Dat is nog geheim! Mijn promovenda publiceert er binnenkort over.”

Stel je voor dat je zomaar ineens bijna niet meer naar de wc kunt. Plassen gaat nauwelijks en je hebt geen ontlasting meer. Dan moet je met spoed geopereerd worden - heel heftig om mee te maken. Dit ‘caudasyndroom’ wordt vaak veroorzaakt door een forse hernia en komt meestal voor bij mensen tussen de dertig en vijftig jaar. Na de operatie willen patiënten meestal direct weten hoe het nu verder zal gaan. Helaas moet ik ze dan

Waarom doet u zoveel ­onderzoek? Omdat ik het allemaal wil weten! Dit soort onderzoeksvragen liggen echt voor het oprapen. Maar – en ik denk dat ik daar net wat beter in ben dan andere artsen - je moet ze wel zien, en er dan een plan bij maken. En het dan ook echt gaan doen. Ik hou nu eenmaal erg van hard werken en ik kan me gelukkig heel goed concentreren. >


16

LU M C M AGA Z I N E

‘Patiënten praten niet met hun arts over seks’

Ziet u dat nu ook bij uw eigen kinderen?

Wilt u meer weten over achondroplasie? Op onze website leggen we precies uit wat dwerggroei inhoudt, welke problemen daarbij komen kijken en ook wat we voor u kunnen doen.

WWW.

lumc.nl/achondroplasie

Ja, en dat is mooi, maar de mix met Frans, hun vader, maakt het nóg mooier. Mijn oudste, Casper van zestien, is heel erg slim, maar wat gemakkelijk. Terwijl ik een extreme doorzetter ben. Dat onverzettelijke zie ik weer meer bij Josephine van vijftien. Zij gaat net zolang door totdat iets haar lukt. En dan is er nog Lennard van twaalf. Van de drie lijkt hij het meest op mij. Wat ik wel hoop, is dat mijn kinderen iets rustiger zijn dan ik. Ik denk weleens: ‘Carmen, waarom moet je zoveel’. Maar ja, ik word er juist wel gelukkig van.

U bent de Nederlandse expert voor achondroplasten (mensen met dwerggroei). Wat is het verschil dat u voor hen kunt maken? Dat heeft te maken met oefening. Doordat ik veel mensen met dwerggroei behandel, heb ik veel ervaring en lukt een ingreep over het algemeen beter. Mensen met dwerggroei hebben namelijk vaker dan anderen een vernauwd wervelkanaal. Collega’s die de

operatie bij zo’n ‘kanaalstenose’ al honderden keren hebben uitgevoerd en voor het eerst een patiënt met dwerggroei op hun spreekuur krijgen, denken; ‘dat doe ik even. Hoe anders kan het zijn?’ Maar naderhand bleek het moeilijker dan ze dachten. De wervelkolom van deze patiënten is namelijk echt héél anders. Alsof je ineens op de Boulevard Peripherique, de ringweg om Parijs, rijdt. Je komt echt voor verrassingen te staan. Hier zit nog een stuk dat er normaal niet zit, en daar is het juist veel smaller, en o jee nu breekt dát af… De operatie op zich is niet zo moeilijk, maar je moet het, net als autorijden in Parijs, vaak hebben gedaan om geen brokken te maken.

Uw handen kunnen haast toveren… Wat doen ze nog meer? Creëert u ook dingen thuis? Nu niet meer. Vroeger wel, ik maakte kleren voor mezelf en voor mijn popjes. Ik ging zelfs naar de modevakschool als meisje van veertien. Zat ik daar tussen al die huisvrouwen… Best een beetje gek. Maar ik vond dat leuk werk, dat gepruts.

In Leiden bent u de enige vrouw in een team met verder alleen maar mannen. Is dat nog ‘een ding’, de enige vrouw zijn? Ja! Mensen die zeggen dat het feminisme klaar is - dat slaat echt hé-lemaal nergens op. Ik ben heel vrouwelijk, maar ik vergader vanuit mijn

mannelijke kant. Ik moet met die mannen toch het raakvlak opzoeken. Dus ik praat in korte zinnen. Maak m’n punt in de eerste zin. Probeer niet lang aan het woord te zijn. Ik vermijd herhaling en houd m’n stem laag. En, heel belangrijk; ik probeer weinig emotie te tonen. Vrouwen hebben veel meer oog voor het gevoel dat alle partijen baat bij een bepaalde oplossing hebben. En ik denk dat dat tot meer duurzame oplossingen leidt.

Hebt u zelf ook ‘duurzame’ relaties met patiënten? Ja, er zijn patiënten die ik elk jaar of elke twee jaar ontmoet. Ik kan ernaar uitkijken om hen weer te zien. Heel fijn zijn ook de kaartjes en e-mails van patiënten die me willen laten weten hoe blij ze zijn dat ik hen heb geopereerd. Sommige patiënten vragen na afloop van een consult of ze even met me mogen knuffelen. Dat is zó lief! Laatst zei een man nog: ‘het kan natuurlijk niet, dat ik u zou kussen, maar ik zou het bijna willen!’ Maar ja, als je zes jaar ergens pijn hebt gehad en je kon niet meer tennissen of winkelen en dat kan ineens wel…. Dan ben je natuurlijk ook heel erg blij! ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

De kennismaking

‘Ik heb een oog moeten verliezen om te zien wat echt belangrijk is’ In het LUMC werken veel onderzoekers Ze zitten vaak in laboratoria achter de microscoop of hun pc. Velen van hen spreken zelden of nooit een patiënt. De Kennismaking brengt daar verandering in.

TEK S T: R AY MON HEEMSKERK > FOTO: ARNO MA SSEE

Martine Jager (60) doet onderzoek naar uitgezaaide oogmelanomen

Het LUMC is gespecialiseerd in onderzoek en behandeling van oogkanker. Kijk hiervoor op www.lumc.nl/ oogmelanoom

Dick Plomp heeft een tumor in zijn oog gehad. Hij zet zich in voor meer onderzoek naar deze zeldzame vorm van kanker. Prof. Martine Jager werkt hard aan behandelingen voor zo'n uit­ gezaaid oogmelanoom. Bij een melanoom denk je meteen aan de huid, maar sommige mensen hebben de ziekte in hun oog. “In het oog zitten ook pigmentcellen waarvan de groei kan ontsporen”, vertelt Martine Jager, die er onderzoek naar doet. Patiënt Dick Plomp merkte vier jaar geleden dat hij minder goed zag en dat er soms iets voor het beeld van zijn linkeroog leek te zitten. Het bleek een oogmelanoom. Het LUMC behandelt oogmelanomen vaak met bestraling. “Bij mij was de tumor daar te groot voor. Mijn oog is daarom verwijderd en ik heb een kunstoog gekregen”, vertelt Plomp. Hij is gaan werken bij Stichting

Dick Plomp (57) heeft een tumor in zijn oog gehad

Melanoom en zet zich in voor meer aandacht en onderzoek naar oogmelanoom. “Ik doe graag mijn verhaal om mensen te informeren, want vaak is de gedachte: het is maar aan één oog, dus je wordt er niet blind van. Maar een deel van de patiënten overlijdt er uiteindelijk aan.” K AN S OP U IT Z A AIING E N

“Er zijn twee soorten oogmelanomen, goedaardig en kwaadaardig”, legt Jager uit. “Het verschil heeft te maken met bepaalde veranderingen in het erfelijk materiaal van de tumor. De kwaadaardige vorm kan uitzaaien naar onder meer de lever. Aan die uitzaaiingen kunnen we nu nog weinig doen.” Dick Plomp vertelt dat hij de kwaadaardige versie van de ziekte heeft, maar nog geen uitzaaiingen. Jager: “Twintig procent van de patiënten met die vorm krijgt geen uitzaaiingen. En hoe meer

tijd er verstrijkt na de diagnose, hoe kleiner de kans op uitzaaiingen.” Plomp is nu vier jaar verder en hoopt dat hij tot de positieve uitzonderingen behoort. De ziekte heeft hem veranderd. “Ik hecht nu veel minder waarde aan maatschappelijk aanzien en materieel bezit. Ik heb een oog moeten verliezen om helderder te zien wat echt belangrijk is in het leven. Nu ben ik net zo lief thuis met mijn gezin als in een duur restaurant.” Er wordt onderzoek gedaan naar immuuntherapie bij oogmelanomen, vertelt Jager. “We kijken of we de afweercellen van de patiënt zo kunnen veranderen dat ze de tumorcellen gaan doden.” Plomp: “Ik ben ongeduldig en wil liever gisteren dan vandaag dat er nieuwe mogelijkheden zijn. Maar als ik hoor wat er gaande is, word ik daar wel heel blij van.”

17


18

LU M C M AGA Z I N E

In beeld Skillslab Mensen komen hier niet alleen individueel trainen, maar ook in teamverband. Operatie-, Spoedeisende hulpen Intensive Care-teams oefenen bijvoorbeeld het gezamenlijk doorlopen van protocollen en checklists, en hoe ze met elkaar moeten communiceren.

Met deze scheidingswanden kan het lab in verschillende ruimtes worden ingedeeld, zodat meerdere teams tegelijk kunnen oefenen zonder elkaar af te leiden.

Op deze armen leren verpleegkundigen bloed prikken. De armen worden gevuld met nep bloed, dat door de naald naar buiten stroomt als de verpleegkundige goed prikt.

Dit apparaat heeft dezelfde functie als de kijkoperatietrainer helemaal rechts op de foto. Maar deze heeft iets extra’s: hij houdt automatisch bij hoe lang de chirurg over een operatieoefening doet, hoe doeltreffend zijn bewegingen zijn en of hij niet teveel druk zet bij bijvoorbeeld het hechten.

De kinder- en babypop zijn voor reanimatieoefeningen. Want een kind wordt anders gereanimeerd dan een volwassene. Bij een baby druk je bijvoorbeeld maar met twee vingers op de borstkas, in plaats van met twee handen. Op de doorzichtige torso wordt geoefend met het inbrengen van een sonde via de neus.

Orthopeden gebruiken plastic botten om zichzelf te trainen in botoperaties, bijvoorbeeld het plaatsen van een nieuwe heup. Ze oefenen onder welke hoek ze de ‘oude’ heup moeten afzagen en hoe ze de prothese vervolgens moeten bevestigen.

Met behulp van deze twee oefenmodellen leren coassistenten en verpleegkundigen een katheter aanbrengen in de plasbuis. In dit Skillslab oefenen (leerling) verpleegkundigen en studenten Geneeskunde allerlei medische handelingen. Maar ook (huis)artsen en chirurgen trainen hier hun skills, hun vaardigheden. In 2015 zijn bijna vijfduizend mensen komen oefenen.

De donkerblauwe ‘acute kar’ wordt gebruikt bij oefeningen van IC-teams. Op en in de kar zit van alles om een patiënt in levensgevaar te kunnen helpen, zoals een defibrillator om het hart weer aan de praat te krijgen en tubes om de luchtweg vrij te maken.

Alleen de Spoedeisende Hulp, de Acute Opname Afdeling en de Intensive Care hebben een ‘acute kar’ (zie hierboven). Als op andere afdelingen plotseling een levensbedreigende situatie ontstaat, komt het reanimatieteam aansnellen met de grote rode ‘acute tas’. Hierin zit precies hetzelfde als in de acute kar, waaronder een draagbare defibrillator.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

De teamtrainingen kunnen worden gefilmd, zodat de teamleden naderhand samen kunnen terugkijken wat er goed of fout ging.

Achterin het lab is een oefen-operatiekamer (OK) ingericht. OK-teams ontfermen zich hier over een elektronische pop die wordt aangestuurd door een computer. De pop haalt adem, heeft een hartslag en zijn pupillen kunnen groter en kleiner worden. Ook kan hij huilen, braken en geluid maken.

Naast het lab zit de regieruimte. Hier kijken instructeurs vanachter spiegelglas mee met het team dat aan het oefenen is. Ze houden in de gaten welke medische beslissingen het team neemt en laten de pop daarop reageren. In het Skillslab wordt de medische werkelijkheid zo goed mogelijk nagebootst. De monitoren maken bijvoorbeeld precies dezelfde geluiden als in een echte OK of IC. Zo leren de artsen en verpleegkundigen wat die geluiden betekenen.

Door de gele borstkas loopt een grote ader van de nek naar het hart, waarin artsen een centraal infuus moeten zien aan te leggen. En op de huidkleurige borstkas oefenen ze het aanprikken van een ‘port-a-cath’, een onderhuids hulpmiddel waarmee artsen makkelijk diepgelegen aders kunnen bereiken.

Op dit apparaat trainen chirurgen in opleiding kijkoperaties in de buikholte. Bij deze operaties wordt de buik niet helemaal opengesneden, maar worden slechts een paar sneetjes van één à twee centimeter gemaakt. Door deze sneetjes brengt de chirurg een cameraatje en operatie-instrumenten in, en gaat aan de slag. De ijzeren doos op dit oefenapparaat stelt de buikholte voor. Op het beeldscherm erboven ziet de chirurg wat hij doet.

Tijdens een reanimatie is het belangrijk om een constant tempo aan te houden en de borstkas van het slachtoffer flink in te duwen. Deze reanimatiepop zit aangesloten op een computer en houdt zo bij of je het juiste tempo en de juiste druk te pakken hebt.

TEK S T: MARIJN KLOK > FOTO: ARNO MA SSEE

Deze pop ligt zogenaamd doodziek op de IC. Zijn hartslag kan oplopen, hij kan benauwd worden, zijn tong kan opzwellen en soms raakt hij buiten bewustzijn. De longen en darmen van de pop kunnen opeens rare geluiden maken. Artsen en verpleegkundigen moeten snel inschatten wat er met hem aan de hand is, en hem op de juiste manier behandelen.

19


20

LU M C M AGA Z I N E


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

LANG EN GEZOND LEVEN, HOE DOE JE DAT? Het LUMC Magazine sprak met vier experts op het gebied van veroudering. Wat moet je doen om gezond honderd te worden? TEK S T: DIANA DE V ELD > ILLUS TR ATIES: K AREN W EENING > FOTO: MARC BOL SIUS

HOE OUD WORDEN WE IN ­N EDERLAND?

We worden tegenwoordig gemiddeld 80 (mannen) of 84 jaar oud (vrouwen). Maar de levensverwachting neemt elke tien jaar met zo’n twee tot drie jaar toe. Tenminste, zo ging het de afgelopen 150 jaar. “Als die trend zich doorzet, worden de kinderen die nu geboren worden gemiddeld zo’n 100 jaar oud”, zegt dr. Simon Mooijaart (Ouderengeneeskunde). Zeker is dat niet. “Elke generatie leeft onder zijn eigen omstandigheden”, zegt ­verouderingsonderzoeker prof. Eline Slagboom (Medische Statistiek en bio-informatica). “Kinderen van nu

zijn bijvoorbeeld vaker te dik, ­misschien zullen ze daardoor juist minder oud worden.” Voor heel Europa is berekend dat er in 2050 twee keer zoveel 65-plussers zullen zijn als nu, en zelfs drie keer zoveel 85-plussers. Mensen brengen gemiddeld de laatste 15 tot 20 procent van hun leven door in slechte gezondheid. Maar er zijn grote verschillen: voor velen beginnen de chronische ziekten al bij de 70, terwijl anderen tot op hoge leeftijd best gezond blijven. WAT BEPAALT HOE OUD JE WORDT?

Je genen bepalen naar schatting voor

>

21


22

LU M C M AGA Z I N E

‘Het is nooit te laat om te beginnen met gezond leven’ Ouderen in het LUMC ruim een kwart hoe oud je wordt. ­Verder spelen oorzaken van buitenaf een rol. Hoe goed de gezondheidszorg is, bijvoorbeeld – aan een hartinfarct gaan de meeste mensen tegenwoordig niet meer dood. Verder vergroot een gezonde leefstijl je kans om oud te worden: gezond eten, niet roken, weinig alcohol drinken, genoeg slapen, niet te veel stress en voldoende bewegen. Maar niet alles kun je veranderen. Als je moeder bijvoorbeeld te dik was terwijl je als foetus in haar baarmoeder zat, heb je op latere leeftijd meer kans op chronische ziekten. En nog steeds geldt dat mensen die lager op de maatschappelijke ladder staan, minder oud worden dan rijke, hoogopgeleide mensen. In Engeland leven de rijkste mensen gemiddeld wel vijftien jaar langer dan de armsten, soms zelfs in dezelfde stad. Ook hierbij spelen leefstijl en gezondheidszorg een grote rol. HOE WORD JE 100? 

Een van de belangrijkste dingen is om actief te blijven, vinden de experts allemaal. Bewegen dus, maar ook: plezier blijven beleven aan je hobby’s en aan sociale contacten. Actief blijven is iets dat opvallend veel erg oude mensen met elkaar gemeen hebben. Toch valt hier een kleine kanttekening te plaatsen. Als je bijvoorbeeld altijd moe bent vanwege een chronische ziekte, dan zul je vanzelf minder actief zijn. Zo krijg je een soort kip-

ei-probleem: blijf je echt langer leven doordat je zo actief bent? Of lijkt dat alleen maar zo omdat mensen met een ziekte nu eenmaal minder oud worden én door hun ziekte ook minder actief zijn? HOE GROOT IS DE ROL VAN ­V OEDING?

Heel groot, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie. “Het is de belangrijkste oorzaak voor chronische ziekten waar je zelf iets aan kunt veranderen – belangrijker zelfs dan bewegen en roken”, zegt prof. Hanno Pijl. Wat moeten we dan eten? Daar is nog steeds veel onenigheid over. Maar het lijkt er in ieder geval op dat je veel plantaardig voedsel moet eten, dus groenten, fruit en noten, met af en toe wat vis. HEEFT HET NOG ZIN OM GEZOND TE GAAN LEVEN ALS JE AL ZESTIG BENT?

Ja! Onderzoek van onder anderen prof. Eline Slagboom en dr. Diana van Heemst toont aan dat het nooit te laat is om je leefstijl te verbeteren. “Zelfs als je zestig bent is een deel van de schade door een ongezonde leefstijl nog omkeerbaar”, zegt Slagboom. Zestigers die drie maanden lang iets minder aten en iets meer bewogen, voelden zich bijvoorbeeld al beter. Dat was ook te zien in hun bloed.

H

et LUMC zet zich sterk in om ouderen zo gezond mogelijk te houden. “Bijvoorbeeld door alle 70-plussers die hier worden opgenomen te screenen”, licht Simon Mooijaart toe. De verpleegkundige van de afdeling waar de patiënt is opgenomen, neemt een vragenlijst af over vallen, ondervoeding, hoe goed de patiënt bepaalde taken nog kan uitvoeren en of er problemen zijn met het denken of het geheugen. Zijn er punten van zorg, dan neemt de afdeling maatregelen om risico’s te beperken. Ouderen krijgen speciale voeding, er worden hulpmiddelen ingezet om valpartijen te voorkomen en de patiënten worden actief gehouden. Niet alleen bij een opname komt de vragenlijst van pas. “Steeds vaker gebruiken we hem ook voor 70-plussers die niet worden opgenomen, maar wel een intensieve behandeling krijgen. Zoals bestraling, een operatie of chemotherapie”, zegt Mooijaart. Bij deze groep kan de uitkomst van de screening ook meewegen in de behandelkeuzes die arts en patiënt samen maken. “Bij kwetsbare ouderen kan het weghalen van een tumor met een operatie bijvoorbeeld complicaties geven waardoor iemand in het verpleeghuis terechtkomt. Misschien kun je dan beter níet opereren. Aan de andere kant kun je een heel fitte 85-plusser juist wél die behandeling geven.”


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

TOP 5

Kwalen bij ouderen • Instabiliteit, grotere kans op valpartijen • Moeite met lopen en andere bewegingen, minder mobiel • Geestelijke problemen, waaronder geheugenstoornissen en somberheid • Incontinentie • Bijwerkingen door het gebruik van veel verschillende medicijnen

“Ik verveel me nooit” Zuster Antonio Verspagen is 104 jaar oud. Hoe is het om zo oud te zijn?

Hoe ziet uw leven als 104-jarige eruit? “Elke dag sta ik om 7 uur op, want om 8 uur begint de ­Heilige Mis. Daarna drinken we een kopje koffie. Ik probeer zoveel mogelijk beweging te krijgen. Twee keer per dag ga ik een half uur wandelen - we hebben hier een prachtige, bosrijke omgeving. Als het regent, loop ik door de gangen van het klooster. Ik gebruik een rollator, maar ik loop nog helemaal niet krom en kan nog bukken. Ik heb ook weinig verzorging nodig op mijn kamer. Sociale contacten heb ik genoeg: met mijn begeleidster en met mijn medezusters. Mijn familie woont wat verder weg, dus hen zie ik niet zo vaak. Zij zijn ook al ouder en hebben hun eigen kleinkinderen. Ik kan me ook goed alleen vermaken. Ik ben docente handvaardigheid geweest en heb heel lang geborduurd, maar dat gaat niet meer. Ik lees nog wel veel boeken – wel met grote letters - en ik doe spelletjes op de computer. Spider Solitaire bijvoorbeeld. Ik verveel me nooit.”

Hoe komt het dat u zo oud bent geworden, denkt u? “Dat weet ik niet, maar het is een grote gift. Ik ben de oudste van de congregatie en ook van mijn familie. Mijn zus is 98 jaar geworden, mijn vader werd ouder dan 90. Maar mijn moeder overleed op haar zestigste.”

Hebt u tips voor lezers die ook oud willen worden? “Probeer veel te lopen, dat raad ik iedereen aan.”

23


24

LU M C M AGA Z I N E

Wetenschappelijk onderzoek naar veroudering

W

at verandert er op latere leeftijd aan spieren, hersenen en de stofwisseling? Dat zijn de belangrijkste vragen waar verouderingsonderzoekers in het LUMC zich op richten. “Die gebieden zijn onderling ook verbonden”, zegt verouderingsonderzoeker Diana van Heemst (Ouderengeneeskunde). “Als de stofwisseling goed verloopt, blijf je meestal ook lichamelijk mobiel en geestelijk scherp.” Elke maand overleggen tien hoog­ leraren van verschillende afdelingen over het onderzoek naar veroudering. Het unieke is dat dit onderzoek zich uitstrekt van de cel tot aan de patiëntenzorg.

maar ook de werking van de hersenen door geheugentesten en MRI-onderzoek.” De groep van Eline Slagboom kijkt juist naar nieuw ontdekte kenmerken in het bloed in 25.000 mensen in Nederland. Die kenmerken zeggen iets over hun stofwisseling en hun vatbaarheid voor ziektes. “Waarin onderscheiden gezonde ouderen zich van anderen? Hoe kun je zorgen dat mensen zo lang mogelijk gezond blijven en hoe kun je een slechte gezondheid met behandelingen verbeteren? En kun je aan de kenmerken in het bloed zien welke mensen baat hebben bij welke behandeling? Dat willen we allemaal onderzoeken.”

LEIDEN LANG LEVEN-STUDIE

OUDEREN ZIJN ANDERS

Een beroemde LUMC-studie is de Leiden Lang Leven-studie, waaraan maar liefst 3500 mensen meededen: 991 ‘langlevende’ broers en/of zussen, hun kinderen en de partners van hun kinderen. Voor deze studie werden mannen als langlevend beschouwd vanaf 89 jaar en vrouwen vanaf 91. Na tien jaar onderzoek bij deze groep weten we welke factoren bijdragen aan de gezonde stofwisseling van de families. Nog steeds worden deze mensen gevolgd om nog meer te leren over de rol van de genen én de omgeving.

Weer een andere tak van het onderzoek richt zich op de manier waarop je oudere patiënten het best kunt behandelen. “Van oudsher testen wetenschappers medicijnen en andere behandelingen niet op ouderen, en trouwens ook niet op vrouwen”, legt Simon Mooijaart uit. “Over de effecten van behandelingen op oude mensen is daardoor weinig bekend. Wij willen daar verandering in brengen, want ouderen zijn anders. Denk aan hoge bloeddruk: bij iemand van vijftig is dat een risicofactor voor hart- en vaatziekten, dus geef je bloeddrukverlagers. Maar bij iemand van negentig kunnen bloeddrukverlagers zorgen voor meer valpartijen, en een slechtere doorbloeding van organen. Waarschijnlijk kun je bij ouderen daarom beter naar een iets hogere bloeddruk streven.”

KENMERKEN VAN VEROUDERING

“We doen veel onderzoek naar kenmerken die iets zeggen over hoe oud of gezond mensen biologisch gezien zijn”, vertelt Van Heemst. “Denk aan handknijpkracht, loopsnelheid,

Studeren op ouder worden

H Het profileringsgebied Ageing is één van de zeven profileringsgebieden van het LUMC; de medische onderzoeksgebieden waarin we voorop willen lopen.

oe kunnen ouderen in onze maatschappij een beter leven krijgen? Met die vraag houden de studenten van de masterstudie Vitality and Ageing zich bezig. Zij hebben verschillende achtergronden in de gezondheidszorg en leren een jaar lang over ouder worden. Ze bestuderen daarbij niet alleen de biologie, maar ook de gevolgen voor het individu én de maatschappij. De internationale masterstudie in Leiden is uniek. Afgestudeerden kunnen verschillende kanten op: een deel kiest voor een medische loopbaan, een ander deel gaat onderzoek doen, en ongeveer een derde van de studenten komt terecht in een beleidsfunctie. Tot voor kort werd de masterstudie verzorgd door de Leyden Academy, maar met ingang van dit jaar is het LUMC hiervoor verantwoordelijk. De studie is daarmee een reguliere studie geworden, tegen het gangbare tarief en met recht op studietoelage. www.mastersinleiden.nl.


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Op afspraak

‘Ik raak regelmatig lotgenoten kwijt' Iedere patiënt van het LUMC heeft een eigen verhaal. In Op afspraak spreken we ­mensen net voordat ze naar de dokter gaan. Meedoen? Mail naar redactie@ lumc.nl.

TEK S T: DENISE HILHOR S T > FOTO: MARC DE HA AN

Wie: Barbara van der Laan (29) uit Hilversum Afspraak: Spreekuur Fanconi anemie

WA AROM BE NT U HIE R?

HOE L ANG KOMT U H IE R AL?

Voor het halfjaarlijkse Fanconi anemiespreekuur. Dat houdt in dat ik op één dag naar verschillende artsen ga voor controle op kanker. Ik heb namelijk de zeldzame erfelijke aandoening Fanconi anemie, kortweg FA. Die kan leiden tot kanker en tot beenmergfalen, waarbij het beenmerg geen of onvoldoende nieuwe bloedcellen aanmaakt.

Al bijna 24 jaar. Ik noem het LUMC liefkozend ‘mijn tweede thuis’. Ik kom hier niet alleen voor het spreekuur, maar ook als ik tussentijds iets verdachts constateer. De signalen van mijn lichaam houden me voortdurend bezig: als het maar geen kanker is! Die enorme angst maakt mijn leven niet gemakkelijk. Regelmatig ben ik goed ziek van de stress.

U WORDT DUS GOE D BE WA AK T?

Zeker, maar het heeft wel een tijd geduurd voordat het zover was. Een internist van het LUMC is nu gelukkig mijn ‘hoofdarts’, zij regelt alle onderzoeken. Omdat FA zo zeldzaam is, heb ik lange tijd zelf de regie moeten voeren. Veel artsen hebben geen idee wat het inhoudt; ik bleef maar uitleggen.

HOE IS DE Z IE K TE BIJ U ONTDE K T?

Ik was bijna zes toen mijn bloed werd onderzocht omdat het leek alsof ik een hardnekkige griep had. Bij toeval trof ik een arts die het bloedbeeld herkende, omdat hij net in Leiden een beenmergtransplantatie had uitgevoerd bij een jongen met FA. Ik heb toen zelf ook een beenmergtransplantatie gekregen, mijn broer is mijn donor geweest.

Hierdoor is bij mij de grotere kans op beenmergfalen geweken, maar de kans op kanker is nog steeds zevenhonderd keer zo groot als bij iemand anders. H E BT U CONTACT M ET ­L OTG E NOTE N?

In Nederland hebben maar ongeveer 100 mensen Fanconi anemie, wereldwijd zijn dat er drieduizend. Dankzij Facebook heb ik veel lotgenoten leren kennen. Het verdrietige is: ik raak ze ook regelmatig weer kwijt. Met FA word je namelijk niet oud, de levensverwachting is ongeveer 33 jaar. Ik ben nu 29, dus dat is erg confronterend. Toch maak ik toekomstplannen. Ik volg een studie tot mondhygiënist en het liefste zou ik een eigen praktijk starten voor angstige patiënten. Ik weet hoe fijn het is als iemand je angst begrijpt.

25


26

LU M C M AGA Z I N E

HOE KOM JE GEZOND DE WINTER DOOR? Veel buiten zijn, griepprik halen, vitamine D slikken TEK S T: MIEKE VAN BA AR SEL


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

VIRUSSEN IN DE WINTER Het winterseizoen brengt een hoop gezelligheid maar ook elk jaar weer gasten die we liever niet hebben: verkoudheids- en griepvirussen. Waarom hebben we daar vooral last van als het koud is, luidt de vraag aan infectioloog prof. Jaap van ­Dissel (tevens directeur Infectieziektenbestrijding bij het RIVM).

“V

irussen die zich vooral door de lucht verplaatsen overleven ’s winters makkelijker”, legt hij uit. “De lucht is dan kouder, en dat betekent dat een nevel van waterdruppels niet snel oplost. En virussen overleven in die waterdruppels.” Ook zitten mensen in de winter meer bij elkaar en daardoor dragen ze meer infecties over. Bovendien ­reageren slijmvliezen op koude lucht met verminderde afweer. “Je wordt niet verkouden van de kou op zichzelf, er moet altijd een virus aan te pas komen. Maar vaak draag je wel een verkoudheidsvirus bij je. Dat wordt actief als de lokale afweer minder goed werkt.” Verkoudheid voorkomen is lastig: je bent afhankelijk van de hygiëne van anderen. Wie verkouden is kan wel voorkomen dat hij anderen besmet. Natuurlijk moet je mensen niet in het gezicht niezen of hoesten. En goede handhygiëne helpt. “Hoesten, proesten, niezen, zakdoekje kiezen”, rijmt Van Dissel. En hij doet voor wat je kunt doen als je zo gauw geen papieren zakdoek hebt: hoesten in je elleboog. Alle verkoudheden de wereld uit, is dat haalbaar? Van Dissel: “Dat lijkt me een kwestie van wat je belangrijk vindt. We willen nu eenmaal liever malaria en tbc aanpakken. Aan de andere kant: de economische schade door verkoudheden is aanzienlijk.” Dat geldt ook voor griep, maar daartegen kunnen we ons laten inenten. De griepprik voorkomt 50 à 60 procent van de griepgevallen en daarmee ook ongeveer de helft van de extra sterfte door griep. “Dat is op de hele bevolking toch een flink aantal.” Zelf valt hij niet in een risicogroep maar hij haalt hem toch: “Ik wil graag voorkomen dat ik patiënten hier in het ziekenhuis besmet.”

‘Zorg dat je voldoende licht krijgt, vooral ’s ochtends’

ONGEVALLEN IN DE WINTER Elk seizoen heeft z’n eigen soort ongevallen, weet traumachirurg prof. Inger Schipper . Zo loopt in het paasweekend de Spoedeisende Hulp vol met motorrijders. Bij de winter denken we vooral aan schaats- en ski-ongelukken en gipsvluchten. Maar er is meer, vertelt Schipper. “Onderkoeling bijvoorbeeld: als je door het ijs gezakt bent, of betrokken bent bij een auto-ongeluk. Het kan wel even duren voor je uit je auto gezaagd bent.”

“D

e winter is in de eerste plaats natuurlijk het ­seizoen van valpartijen. “Het is vaak donker, het regent veel en het kan glad zijn. Vooral ouderen komen dan sneller ten val en breken makkelijk iets. Met name heupen en polsen. Je kunt het risico verkleinen door de juiste hulpmiddelen te gebruiken. Gebruik als je wat wankel ter been bent een stok of een rollator. En als het glad is krabbers onder je schoenen.” Maar het belangrijkste advies van de traumachirurg luidt: zorg dat je vitamine D op peil is. Vitamine D helpt bij de genezing van botbreuken en het aanmaken van nieuw bot. “Dat is aangetoond, met name bij heupfracturen, al weten we niet precies hoe het werkt.” Wie met een botbreuk in het ziekenhuis komt, wordt nu standaard gescreend op botontkalking en krijgt zonodig extra vitamine D voorgeschreven. Vitamine D-tekort komt op grote schaal voor, wereldwijd en ook in ons land. Schipper: “We hebben een jaar lang een groot onderzoek gedaan onder Nederlandse volwassenen en kinderen met een botbreuk. De resultaten zijn soms schokkend. Zo voldoet in maart, dus aan het eind van de winter, 100 procent van de ­kinderen niet aan de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie.” Wat je zelf kunt doen? “Voldoende buiten zijn, misschien in de winter zelfs een enkele keer een zonnebank, erop letten bij je voeding (zie Eten in de winter) > en anders tabletten nemen.”

27


28

LU M C M AGA Z I N E

ETEN

‘Aan het eind van de winter heeft iedereen een vitamine D-tekort’

IN DE WINTER Wie de kamer van diëtist Cécile Indemans ­binnenloopt, ziet meteen een grote poster over vitamine D, wat je ervan nodig hebt en waar het in zit. Vitamine D bevordert de opname van ­calcium in de botten, maar is ook belangrijk voor de spieren. En het versterkt het afweersysteem.

“H

oe krijg je er genoeg van binnen? Zonlicht is de belangrijkste leverancier. “Maar in de winter krijg je het niet uit zonlicht”, vertelt Indemans. “Je slaat ’s zomers wel iets op, maar in het algemeen is dat niet genoeg.” Zeker niet bij sommige patiënten, weet ze uit ervaring. “Lever en nieren zijn betrokken bij de aanmaak van vitamine D uit zonlicht. Lever- en nier­ patiënten hebben dus vaker een tekort.” In elk geval moet je zonlicht ’s zomers volop toelaten. Maar ... de huidarts denkt daar anders over. “Dat klopt. Maar je hoeft niet echt te zonnen; buiten zijn is al heel wat.” Kunnen we dan zo eten dat we genoeg vitamine D ­binnen krijgen? Indemans: “In de praktijk lukt dat niet. Vitamine D zit vooral in vette vis - zalm, haring en sprot - en verder in vlees, ei en volvette zuivel. In Nederland wordt het toegevoegd aan halvarine en margarine. Maar we eten niet zoveel vette vis, we ­drinken steeds minder melk en we smeren niet meer zo vaak boter of margarine op ons brood. De meeste mensen zouden dus extra vitamine D moeten nemen. Zeker als ze een donkere huid hebben of weinig buiten komen.” Wat moeten we nog meer weten over eten in de winter? “Geef toe aan je behoeften”, zegt Indemans. Ze benadrukt het belang van voldoende eiwitten en die zitten in vlees, vis, ei of vleesvervangers als peulvruchten. “Voor je afweersysteem, maar ook voor de aanmaak van stoffen die de slaap bevorderen. Verder is het sleutelwoord: variëren. Maar dat geldt voor ieder seizoen.”

SLAPEN IN DE WINTER Slaap je meer in de winter? En is dat ergens goed voor? Maakten onze voorouders zonder kunstlicht lange nachten? Neuroloog dr. Gert-Jan Lammers kan het niet met zekerheid zeggen, want deze ­vragen zijn niet allemaal goed onderzocht.

“W

at hij wel weet: “De mens is afkomstig uit Afrika en daar, rond de evenaar, is er nauwelijks verschil tussen zomer en winter. Hier vinden we het in de winter meestal moeilijker om uit bed te komen. Misschien zijn we nog steeds niet helemaal aangepast aan de lange nachten van de winter. Vandaar ook dat we hier meer last hebben van winterdepressie – en veel slapen hoort daarbij. In Scandinavië is dat nog erger.” Hardop denkend vraagt Lammers zich af of we niet vooral slapen om energie te besparen. “Misschien ­zetten wij ons lichaam op een laag pitje, letterlijk, op momenten dat we toch geen voedsel kunnen vergaren. Denk maar aan de extreme variant: dieren die een ­winterslaap houden kunnen maanden zonder eten.” In onze tijd leven we natuurlijk al lang niet meer volgens een natuurlijk ritme. Een beetje toegeven aan de extra slaapneiging in de winter kan geen kwaad, denkt Lammers. “Maar het is ook van belang om een vast ritme aan te houden, vooral als je een dagje ouder bent.” Hij heeft meer tips. Overdag actief zijn en niet de hele dag doorbrengen in centraal verwarmde ruimtes. Zorgen dat je voldoende licht krijgt, vooral ’s ochtends. “Dat is veel effectiever voor een goede nachtrust dan melatoninepillen.” Lammers doet vooral onderzoek naar narcolepsie, een aandoening waardoor je op allerlei momenten acuut in slaap kunt vallen. Daardoor weet hij dat slaperigheid samenhangt met warme handen en voeten. Bij narcolepsiepatiënten kun je op die manier een aanval zien aankomen. “Het omgekeerde geldt ook. Je valt heel moeilijk in slaap met koude handen en voeten. Ja, dan is een kruik nog altijd een goed idee.” ll


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

Bedankt

‘Ze doen er alles aan om me van de dialyse af te houden’ Onze artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners krijgen vaak een bedankje voor de goede zorgen. In deze rubriek gaan we op zoek naar het verhaal achter bijzondere bedankjes.

TEK S T: C AROLINE VAN DER SCHA AF > FOTO: ARNO MA SSEE

Wim Hogestijn (90) uit Oegstgeest komt in het LUMC vanwege hart- en nierproblemen. “In het vorige ziekenhuis zei de cardioloog dat ze niets meer voor me konden doen en dat ik me maar rustig moest houden. Ik heb een lekkende hartklep en een verdikking van de aorta. In het LUMC kijken ze er heel anders tegenaan: bij mijn laatste controle was de cardioloog erg tevreden. Ik hoef maar één keer per jaar terug te komen. Blijkbaar gaat het met mijn hart toch wel goed. Ik heb in mijn leven al heel wat ziekenhuizen bezocht. Een paar in Indonesië, waar we lange tijd hebben gewoond, en behoorlijk wat in Nederland. Toen we zes jaar geleden verhuisden van

Epe naar Oegstgeest kwam ik in het LUMC terecht. Voor mijn nieren, die nog voor ongeveer vijftien procent werken, moet ik eens in de drie maanden naar het ziekenhuis. De ene keer ga ik naar dokter Rotmans en de keer erop naar mevrouw Berkhout-Byrne. Allebei heel fijne mensen die grote betrokkenheid tonen. Ik ben er dankbaar voor dat ik van het begin af aan bij hen ben gekomen. Ze doen er alles aan om me van de dialyse af te houden. Door me de juiste medicijnen te geven, goed met elkaar te overleggen en me heel goed in de gaten te houden. Zij verdienen het om een keer in het zonnetje te worden gezet! Waar ik ook veel aan heb gehad, is de cursus die wordt georganiseerd voor

nierpatiënten. Tijdens vijf bijeenkomsten geven deskundigen heel veel informatie over hoe je nieren werken, wat voor ellende ze kunnen veroorzaken als ze niet goed functioneren en hoe je daarmee kunt omgaan. Dat waren eye openers voor mij, echt waar. Graag wil ik nog een paar mensen noemen. De dames van de dialyseafdeling, waar ik kom omdat ik deelneem aan een onderzoek van mevrouw Berkhout: Anneke, Marleen en Mieke. En de dames en heren van de bloedafname: Ingrid, Nicolien en alle anderen die ik niet bij naam ken. Zij zijn allemaal zó kundig en aardig en lief. Ik ben één keer elders geweest voor bloedafname en ik vond het helemaal niks. Het LUMC is echt mijn ziekenhuis.”

29


30

LU M C M AGA Z I N E

DEPRESSIE VOOR BEGINNERS


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

In Nederland lijden jaarlijks maar liefst 1 op de 20 mensen aan een depressie. Bijna iedereen kent wel iemand die erdoor getroffen is, en toch weten de meeste mensen er nog weinig vanaf. Daar moet verandering in komen, vindt psychiater Esther van Fenema. TEK S T: MARIJN KLOK > FOTO: ROB TER BEKKE > OP DE FOTO'S: ES THER VAN FENEMA

S

amen met collega-psychiater Bram Bakker bedacht en organiseerde Van Fenema daarom begin dit jaar het Depressiegala. Want waarom zou alleen een ziekte als kanker recht hebben op BN’ers die mensen ­aansporen geld te storten voor ­ nderzoek? o Daarnaast werkte ze mee aan de landelijke publiekscampagne ‘Omgaan met depressie’, die eind september van start ging en meerdere jaren zal duren. Het doel van de campagne is de kennis over depressie vergroten en het taboe eraf halen. “Ik kom in mijn spreekkamer twee problemen tegen”, zegt Van Fenema. “De depressie zelf is nummer een, maar het taboe dat erop rust is een goede tweede. Ik zie dagelijks patiënten die niet over hun depressie durven te praten, omdat ze bang zijn dat hun omgeving ze voor gek zal verklaren. Zo worstelen ze naast hun ziekte ook nog met eenzaamheid en schaamte.”

Wat is een depressie? Volgens Van Fenema is depressie een ziekte. “Ik vergelijk het altijd, een beetje simplistisch, met suikerziekte. Bij beide aandoeningen worden bepaalde stofjes te weinig, te veel of niet in de juiste verhouding aangemaakt in je lichaam, waardoor het ontregeld raakt. Bij suikerziekte krijg je dan een te hoge bloedsuikerspiegel en bij depressie een sombere ­stemming.” Die sombere stemming en een verlies aan interesse en plezier in bijna alles in het leven zijn de eerste symptomen waaraan een depressie te herkennen is. Maar er zijn er meer: mensen met een depressie kunnen ook een verminderde of juist toegenomen eetlust hebben, ze slapen slecht of juist te veel en zijn geagiteerd, rusteloos of juist geremd. Sommigen voelen zich waardeloos of overdreven schuldig,

hebben moeite met nadenken, ­concentreren en beslissingen nemen en denken steeds weer aan dood of zelfdoding. Inmiddels kent iedereen de symptomen van een hartaanval of beroerte. Van Fenema zou graag zien dat heel Nederland ook de symptomen van een depressie massaal uit het hoofd leert. “Veel mensen denken dat je bij een depressie alleen maar een beetje somber bent en geven goedbedoelde maar zinloze adviezen als ‘ga gewoon wat leuks doen’. Maar een depressie kan zeer ernstige gevolgen hebben, zoals zelfmoord, en daarom is het belangrijk dat mensen het verschil leren zien tussen een beetje somber en depressief. Zowel bij zichzelf als bij anderen.”

Hoe krijg je het? Een depressie heeft meestal meerdere oorzaken. Eén daarvan kan erfelijke aanleg zijn. Kinderen van ouders die depressief zijn, of zijn geweest, hebben namelijk drie keer zoveel kans om zelf ook depressief te worden. Daarnaast kunnen bepaalde persoonlijke eigenschappen iemand extra kwetsbaar maken voor depressieve klachten. Sommige mensen slagen er

WINTERDEPRESSIE?

>

Bij sommige mensen steekt ieder jaar in hetzelfde seizoen een depressie de kop op. Dit wordt een ‘seizoensgebonden depressie’ genoemd. De meeste mensen hebben hier in de herfst of winter last van, omdat ze in deze donkere seizoenen minder daglicht zien. Hun lichaam maakt daardoor minder vitamine D aan en in de hersenen wordt het stofje serotonine, dat van grote invloed is op iemands stemming, sneller afgebroken. Een herfst-, of winterdepressie is goed te behandelen met lichttherapie. Vijf tot tien dagen lang nemen mensen ’s ochtends anderhalf à twee uur plaats achter een speciale lamp die intensief licht in hun ogen schijnt. Ze kunnen tijdens de behandeling gewoon lezen, tv-kijken of computeren, zolang het licht hun ogen maar bereikt.

31


32

LU M C M AGA Z I N E

DEPRESSIE IN CIJFERS 1 op de 5 volwassenen (18,7%) heeft ooit in zijn/haar leven een depressie meegemaakt.

24,3%

13,1%

Bij vrouwen komt het vaker voor dan bij mannen.

2016

In het afgelopen jaar worstelde gemiddeld 1 op de 20 volwassenen (5,2%) met een depressie

6,3% van de vrouwen

4,1% van de mannen

UITGESPLITST NAAR LEEFTIJD 18 – 24 jaar: 1 op de 15 (6,7%) 25 – 34 jaar: 1 op de 18 (5,4%) 35 – 44 jaar: 1 op de 21 (4,7%) 45 – 54 jaar: 1 op de 17 (5,7%) 55 – 64 jaar: 1 op de 24 (4,1%)

DUUR Een depressie duurt gemiddeld 6 maanden. Ongeveer 50% herstelt binnen 3 maanden, 30% herstelt tussen de 3 en 24 maanden (meestal binnen 6 – 12 maanden) en bij 20% duurt de depressie langer dan 2 jaar.

HULP Van de mensen die afgelopen jaar een depressie hebben gehad, maakte 58,5% gebruik van enige vorm van hulp 36,7% had contact met een GGZ-hulpverlener

50,5% had contact met de huisarts, bedrijfsarts of een maatschappelijk werker

14,2% kreeg andere hulp (telefonische hulpdienst, zelfhulpgroep, dominee, pastoor, imam, homeopaat, acupuncturist of andere alternatieve genezer) BRON: TRIMBOS INS TITUUT

bijvoorbeeld niet in om problemen adequaat op te lossen, of nare gebeurtenissen te verwerken. Andere mensen durven nooit om hulp te vragen, waardoor ze overal alleen mee blijven zitten. En ook perfectionisme, gebrek aan zelfvertrouwen en angst voor mislukking zijn risicovolle eigenschappen. Tot slot spelen ook omgeving en levensstijl een rol. “Een depressie ontstaat nooit zomaar”, zegt Van Fenema. “Er is altijd een aanleiding te vinden in iemands leven, zoals het overlijden van een dierbare, een relatiebreuk of ontslag.” De stress die deze gebeurtenissen met zich meebrengen kan bij mensen, zeker in combinatie met een erfelijke aanleg, een depressie veroorzaken. Iemand met aanleg voor depressieve klachten zou stress dus zoveel mogelijk moeten vermijden, zegt Van Fenema. Al is dat tegenwoordig moeilijk. “Onze moderne levensstijl stelt ons bloot aan een hoop prikkels en we zijn niet altijd in staat om die te filteren. Dat veroorzaakt stress. Met name jonge mensen hebben hier last van.” Het verklaart volgens haar waarom in de leeftijdscategorie 18 tot 25 jaar steeds meer mensen depressief zijn (inmiddels 1 op de 15). “Deze millennials hebben moeite om een goede balans te vinden tussen drukte en rust. Daarnaast jagen ze ook nog eens veel te grote en vage levensdoelen na zoals ‘geluk’ en ‘succes’. Die zijn heel moeilijk, zo niet onmogelijk om te bereiken, waardoor ze zich ­constant mislukt voelen. Dat levert ook stress op.”

Hoe kom je er weer vanaf? De behandeling van een depressie hangt af van de ernst van de klachten, want niet iedereen is er even erg aan toe. “Niet iedereen vertoont dezelfde symptomen, en ook de impact hiervan op het dagelijks functioneren is


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

HOE STEUN JE IEMAND MET EEN DEPRESSIE?

‘Een depressie ontstaat nooit zomaar’ verschillend”, aldus Van Fenema. “Sommige mensen zijn in staat om te werken tijdens hun depressie, terwijl anderen hun bed niet meer uit kunnen komen.” Mensen met milde depressieve klachten kunnen zelf veel doen. Ze kunnen bijvoorbeeld een regelmatige dagindeling aanhouden, regelmatig eten, meer gaan bewegen, een zelfhulpboek lezen en (meer) contact zoeken met vrienden en familie. Maar als dat niet voldoende helpt, zijn er volgens Van Fenema meestal drie opties: pillen, praten of een combinatie daarvan. “Samen met de patiënt kijken we wat de beste optie is. Soms kan je de depressie het beste behandelen met psychotherapie, dus zonder medicijnen. Dat is net zo ef-

fectief als het slikken van antidepressiva. Maar als iemand echt niet meer functioneert en misschien zelfs aan zelfmoord denkt, dan beginnen we vaak eerst met medicijnen.” Psychiaters volgen hierin algemene behandelrichtlijnen, die voorschrijven welke behandelstappen ze moeten nemen en in welke volgorde. Als ze daarvan af willen wijken moeten ze dat goed beargumenteren, zegt Van Fenema, die de afgelopen jaren onderzoek naar de richtlijnen deed. “De behandelrichtlijnen geven houvast en zorgen dat elke patiënt de best mogelijke behandeling krijgt. Het zou niet goed zijn als psychiaters maar een beetje freestylen.” (Van Fenema promoveerde op 15 september op dit onderzoek,red.)

• Houd contact met je depressieve vriend(in) of familielid. Voorkom dat hij of zij geïsoleerd raakt door simpele dingen te ondernemen. Ga bijvoorbeeld wandelen of winkelen. • Geef onvoorwaardelijke steun. Maak duidelijk dat het niet uitmaakt hoe hij of zij zich voelt of gedraagt; jullie vriendschap, band of relatie blijft bestaan. • Probeer te blijven praten, maar leg geen nadruk op praten. Samen zijn is soms als genoeg. • Luister met aandacht naar je depressieve vriend(in) of familielid, vermijd kritiek en begin niet over de problemen die zijn of haar depressie bij jou oproept of veroorzaakt. • Geef zo weinig mogelijk goedbedoelde adviezen. • Accepteer dat je depressieve vriend(in) of familielid weinig kan en vooral in de eerste tijd moeite heeft om ergens toe te komen. • Steun hem of haar om in behandeling te gaan en de adviezen van de deskundige serieus te nemen. • Let op gedachten over zelfmoord, geef ruimte en vertrouwen om ook hierover te praten. BRON: W W W.OMG A ANME TDEPRESSIE.NL

Helaas komen depressieve patiënten niet alleen psychiaters tegen op hun pad naar genezing. Vaak hebben ze al een hele behandelgeschiedenis achter de rug, voordat ze bij Van Fenema komen. Ze moeten immers eerst naar de huisarts, en ook die mag antidepressiva voorschijven. “Huisartsen beginnen regelmatig zelf met behandelen, en verwijzen iemand pas door op het moment dat het niet werkt en ze er niet meer uitkomen. Zonde. Ik zou huisartsen graag willen uitnodigen om dit samen met ons op te pakken. Laat een psychiater bijvoorbeeld een paar keer per week met de huisarts meedenken, zodat depressieve mensen meteen de juiste behandeling krijgen.” ll

33


34

LU M C M AGA Z I N E

Kortpraktisch agenda LUMC HEEFT VERNIEUWDE WEBSITE

TOT 22 JA NUA RI TENTOONSTELLING

W W W.LU MC.NL is vernieuwd. De website ziet er niet alleen een stuk strakker uit, maar is ook gebruiksvriendelijker voor patiënten die de site bezoeken op hun tablet of smartphone. Niet alleen de vormgeving van de website is veranderd. De inhoud van de site wordt continu aangevuld, zodat de informatie voor patiënten altijd up-to-date is. Zo vindt u bijvoorbeeld praktische informatie over waar u bloed kunt laten prikken, hoe u zich kunt inschrijven en wat de snelste route is naar uw polikliniek. Ook kunt u er alles lezen over de complexe en zeldzame ziektes waar

het LUMC in gespecialiseerd is, zoals baarmoederhalskanker, clusterhoofdpijn en oogmelanoom. Neem vooral zelf een kijkje op www.lumc.nl > patiëntenzorg > ziektes en aan­ doeningen.

VELE GEZICHTEN VAN HET LUMC Het LUMC heeft veel portretten in de collectie, zoals het portret hiernaast in de serie Bloos van Martine Stig. Dit vormde de aanleiding voor het samenbrengen van de ‘vele gezichten van het LUMC’ in één tentoonstelling in Galerie LUMC. Met zo’n dertig foto’s, schilderijen en tekeningen geeft de tentoonstelling een beeld van de ontwikkeling van het hedendaagse portret. 25 JA NUA RI HART&VAATCAFÉ LEIDEN CORPUSG EBOU W OEG S TG EES T Het Hart- en Vaatcafé is dé ontmoetingsplek voor harten vaatpatiënten, hun naasten en andere belangstellenden. Medische experts van het LUMC en de Alrijne Ziekenhuizen geven actuele informatie over hart- en

NIEUW ACHTER- EN ZIJTERREIN VOOR HOOFDGEBOUW LUMC

Bij een ziekenhuis hoort ook een prettig gebied om een ommetje te maken of even rustig te zitten. U vindt het sinds kort tussen het ziekenhuisgebouw van het LUMC en het spoor. Het terrein is de afgelopen maanden opnieuw bestraat en er zijn op meerdere plekken bomen, bankjes en perkjes geplaatst. Ook de strook aan de achterkant van het LUMC is opnieuw ingericht. Samen met het nieuwe voorterrein en het Leeuwenhoekpark achter het LUMC is de omgeving rondom het ziekenhuis zo een prettige, rustige plek om te vertoeven.

vaataandoeningen. Het thema van deze bijeenkomst is ‘Hoog cholesterol’. Informatie en aanmelden: kijk op www.hartenvaatgroep.nl/hartenvaatcafe. 4 FEBRUA RI 2017 PATIËNTEN- EN LEDENDAG PATIËNTEN­ VERENIGING FIBREUZE DYSPLASIE LOC ATIE: LUMC. Medische experts uit het LUMC geven actuele informatie over fibreuze dysplasie. Patiënten, hun naasten en andere belangstellenden kunnen elkaar ontmoeten en ervaringen delen. Het thema van de dag is ‘Leven met fibreuze dysplasie’. Toegang is gratis. Informatie en aanmelden: secretariaat@fibreuzedysplasie.eu. Of kijk op www.fibreuzedysplasie.eu.

Colofon

LUMC Magazine is een uitgave van het Leids Universitair Medisch Centrum. Overname van artikelen, met bronvermelding, is toegestaan na toestemming van de redactie (redactie@lumc. nl). Oplage 11.000 Directeur Communi­ catie Marleen van ‘t Oever Hoofd­ redacteur Christi Waanders Redactie Mieke van Baarsel, Sietse Beckers, Vanda de Haan

Aan dit nummer werkten mee Astrid Hageman, Julie de Graaf, Raymon Heemskerk, Denise Hilhorst, Susanne de Joode, Marijn Klok, Menno Kröse, Sandrine van Noort, Caroline van der Schaaf, Diana de Veld, Karen Weening, Loek Weijts, Marije Zomerdijk Fotografie Rob ter Bekke, Simone de Blouw, Marc Bolsius, Marc de Haan, Frank Nagtegaal, Arno Massee, Klaas Verweij, Nienke de Zwart, Gert Jan van Rooij

Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem. Patrick Hoogenberg, Mieke van Weele Prepress en druk Groen Media, Leiden Redactieraad Kees Bartlema, Carla van den Bos, Tom Hammer (voorzitter), ­Katinka Klop, Chindy Kross, Suzanne Schmeink-van Schie, Helen Silvius, ­Willem van Well Groeneveld Contact Directoraat Communicatie, Postbus 9600, 2300 RC Leiden,

071-5268005, redactie@lumc.nl Abonnementen Jaarabonnement €26,50 Abonnementsvoorwaarden zie www.lumc.nl/over-het-lumc/ magazine LUMC Magazine nr. 11 verschijnt op 27 februari 2017. ISSN 2405-8246


L EIDS UNI V ER SITAIR MEDISCH CEN T RUM

begin einde werkdag Er werken meer dan 7000 mensen in het LUMC. We volgen één van hen aan het begin en het einde van de werkdag.

TEK S T: JULIE DE GR A AF > FOTO: FR ANK NAGTEG A AL

Michiel van de Sande (40), oncologisch orthopeed

Hoe was je dag?

Het liep op rolletjes. Ik heb uiteindelijk niet vijf, maar zes kinderen geopereerd en alles is goed gegaan. Als ik straks thuis ben en mijn eigen kinderen op bed liggen, werk ik nog even door. Ik rond dan de laatste administratieve zaken af, bereid onderwijs voor en werk aan wetenschappelijk onderzoek.

Dat is een drukke werkweek.

Juist de combinatie van opereren, wetenschap en onderwijs maakt het zo leuk. Ik zie problemen en vragen in de praktijk, probeer die op te lossen in de wetenschap en die kennis kan ik weer doorgeven aan studenten. In mijn vrije tijd sport ik graag. Ik schaats en fiets en als het een beetje meezit, speel ik ook nog een potje basketbal of tennis.

Wat vind je het leukste aan je werk?

Om met een team iets voor elkaar te krijgen. Of dat nu het uitvoeren van een operatie, het bedenken van een nieuw project of het publiceren van een artikel is. Het zijn allemaal hoogtepunten. Net als vandaag op de operatiekamer: we stonden daar met z’n zessen en hebben het samen gedaan.

Lees op pagina 2 hoe Michiels werkdag begon

35


LUMC

INTERVIEW

VRA A MA A G R A A KR

Cecilia (6) uit Leiden

Waar had je last van? Mijn lichaam maakte te weinig rode bloedcellen. Daardoor was mijn bloed niet goed en was ik een beetje moe. Eerst kreeg ik daarom bloed van ­iemand anders in het ziekenhuis in Maastricht. Dat heet een bloedtransfusie.

Maar toen moest je naar het LUMC? Ja, ik heb hier een beenmergtransplantatie gehad. Dan krijg je beenmerg van een donor. In het beenmerg worden je bloedcellen gemaakt. Nu is mijn bloed wel goed en voel ik mij beter.

“Dat heeft te maken met de hormonen die je vanaf je puberteit maakt. Jongens krijgen dan veel testosteron”, legt dermatoloog Koen Quint uit. Hij is een dokter die veel weet over huid en haren. “Testosteron zorgt ervoor dat jongens baardgroei en een lagere stem krijgen. Maar de haren bovenop je hoofd verdwijnen geleidelijk door mannelijke hormonen. Veel oudere mannen zijn daarom kaal. Soms begint de haaruitval al jong. De haren aan de zijkant en achterkant van het hoofd blijven wel zitten. Op die plekken zijn de haarzakjes in je huid, waaruit de haren groeien, niet gevoelig voor hormonen”, legt de dokter uit. En hoe zit het met de haren in neus en oren? “Ieder-

een heeft kleine haren in neus en oren. Ook kinderen hebben die al. Die haartjes worden bij jongens dikker en donkerder in de puberteit, net zoals baardharen en borsthaar.”

Vanaf 50 jaar worden vrouwen ook ieder jaar een beetje kaler. Dat komt doordat zij ook een beetje testosteron in hun bloed hebben. Ook een vraag aan de dokter? Mail ‘m naar redactie@lumc.nl en wie weet staat jouw vraag de volgende keer op deze plek.

Wat gebeurde er in het ziekenhuis?

Ging je gewoon naar school? Ja, ik kreeg les van juf Noortje in het ziekenhuis. Zij was erg aardig. Omdat we in Limburg wonen ­logeerden mijn ouders in het Ronald McDonald Huis, vlakbij het ziekenhuis. Mijn vader moest vaak werken, maar mijn moeder kon gelukkig elke dag op bezoek komen.

HOELANG GAAP JIJ?

Onderzoekers hebben ontdekt dat dieren met grote hersenen langer gapen. Een geeuw van een mens duurt ongeveer 6 seconden. Een muis gaapt maar 1,5 seconde. En olifanten dan? Die gapen net iets korter dan mensen. Hun hersenen zijn vergeleken met hun enorme lijf niet zo supergroot. Waarom gapen we eigenlijk? Om de hersenen te koelen, denken wetenschappers. Door te geeuwen gaat er meer bloed naar je hoofd. Dat houdt je hersenen koel en fit. Een koud doekje op je hoofd helpt ook. Dan gaap je minder vaak. Probeer het maar!

Antwoord: Het verdwijnt als sneeuw voor de zon

Er was nog een jongen die hetzelfde had. Met hem speelde ik veel. Na de transplantatie moesten we allebei een tijdje in een doorzichtige tent slapen en spelen. Dan kunnen er geen bacteri��n bij je komen en word je niet ziek.


LUMC Magazine #10