Page 1

fotografie Peter Elenbaas tekst Frits Poelman

GRONINGEN onbewolkt


Landbouwgrond aan het Reitdiep gezien vanaf Aduarderzijl in westelijke richting 5 september 2010

4

5


Het in 1994 geopende Groninger Museum, deels in de steigers vanwege renovatie 12 augustus 2010

6

7


Inhoud 12

Wadden en wierden, venen en ruggen

50

Groningen en zijn nieuwe stadsplan

76

Kwelders, polders en akkerland

102 Het bedrijvige Groningen 138 De historie van borgen en vestingstadjes 162 De nieuwe woontrend: waterwijken 190 Kaart

8

9


De kerk van Ezinge werd in de dertiende eeuw gebouwd op een wierde en heeft de status van rijksmonument 25 juni 2010

10

11


Wadden en wierden, venen en ruggen O

ver het Groninger landschap zijn de meningen verdeeld, want niet iedereen ziet altijd de schoonheid in van het open, weidse landschap. Luchtfotograaf Peter Elenbaas heeft tijdens zijn vluchten over Groningen de vijf typerende landschappen vastgelegd. Het bekendst zijn het wad, de Veenkoloniën en het wierdenlandschap dat zich uitstrekt langs de gehele waddenkust van Friesland tot diep in Duitsland. Vanuit de lucht levert de structuur van het vruchtbare kleilandschap met de wierden (buiten Groningen terpen genoemd) en de prachtige dorpen misschien wel het mooiste beeld. Lijnen en rondingen tekenen de hoogteverschillen die vanaf de grond niet op die manier zichtbaar zijn. De hoogteverschillen in Groningen (stad), Haren, Glimmen en Noordlaren maken deel uit van de Hondsrug, het duizenden jaren oude Drentse landschap. De provincie Groningen heeft slechts één (half) hunebed: op de es in Noordlaren. Archeologen veronderstellen dat er nog meer tevoorschijn kunnen komen op de Hondsrug. Ze liggen stellig nog onder klei en veen verborgen. Sommige zijn afgebroken zonder dat het werd vastgelegd. Bekend is dat in Glimmen twee hunebedden zijn verdwenen, in Onnen vermoedelijk één. Wat veel minder mensen weten is dat in een klein deel van Oost-Groningen, in Westerwolde, ook nog een stuk Drents landschap ligt. Naar verluidt verklaren die zandgronden ook de andere mentaliteit van de bewoners in dit deel van de provincie.

Verdampte venen In de Veenkoloniën die zich uitstrekken tussen de stad Groningen en Westerwolde begonnen de afgravingen van het veen in de zestiende eeuw. Het gebied was vanaf de middeleeuwen eigendom van de stad Groningen. Met behulp van kanalen en kanaaltjes werd de veengrond ontwaterd en grotendeels als turf verkocht om elders te worden opgestookt. Het bovenste laagje veen bleef achter op de zandgronden. Men wist inmiddels dat op die manier vruchtbare landbouwgrond kon worden gecreëerd. In Zuidoost-Drenthe heeft de turfindustrie tot in de jaren zestig van de vorige eeuw bestaan en vlak over de grens in Duitsland nog langer. Pas sinds de jaren zeventig is bekend dat de rest van de provincie Groningen

12

− buiten de Veenkoloniën, het kleilandschap rond de wierden en de Hondsrug – van oorsprong ook een onafzienbaar veengebied is geweest. Wetenschappers ontdekten waarom daar geen sporen van het veen meer zijn te vinden: het is letterlijk in lucht opgegaan. Het veenlandschap met zijn plassen en veengroei (Westerkwartier, Bedum, Slochteren) ontstond door de stijging van de zeespiegel tussen de Hondsrug en de klei-afzettingen van de zee. Dammen en dijken waren er niet. Na hoog water stroomde de zee vanzelf weer terug. Het onwaarschijnlijk grote gebied wordt vanaf circa 900 langzaam maar zeker ontwaterd en gebruikt voor de akkerbouw. Maar men was zich volstrekt niet bewust wat veen eigenlijk is. ‘Een dik pakket plantenmateriaal,’ zegt archeoloog Egge Knol. ‘Als je dat ontwatert en er komt zuurstof bij, komt er een niet te stoppen verrottingsproces op gang en verdwijnt het veen vanzelf, binnen een halve of hele eeuw, een dik pakket misschien in twee eeuwen.’ Steeds meer grond werd met sloten ontwaterd en zo ontstond het waterrijke Groninger landschap dat allengs tegen een groot probleem aan liep: door het verdwijnen van de veenlaag daalde de bodem en ontstond er als het ware een laagvlakte tussen de kleigrond en de Hondsrug. Natuurlijke waterlopen als de Hunze, de Fivel en de Aa kwamen vanuit het veengebied niet meer via hoger gelegen land bij zee uit. Als tijdens novemberstormen bij hoog tij de zee opkwam en over het nog lang onbedijkte kleigebied heen sloeg, stroomde het water niet meer terug. Het bleef hangen in het lage gebied achter de kwelder. ‘Watermanagement’ werd daardoor steeds belangrijker en drukte vanaf de elfde eeuw een belangrijk stempel op de inrichting van het Groninger landschap. Er werden nieuwe waterlopen aangelegd met dijken en sluizen, zoals het Damsterdiep en het Winsumerdiep. Er ontstonden waterschappen. Strategisch gelegen plaatsen als Winsum en Garrelsweer kregen marktrechten en aanzien. Cisterciënzers en norbertijnen (Groningen telde tussen 1200 en 1600 op een gegeven moment 34 kloosters, ook voor benedictijnen, johannieters, kruisheren en dominicanen) verfijnden de waterhuishouding. Het veen verdween. Door het laaggelegen land en uitgerekend door de dijken (ze stuwden het hoogwater op,

maar waren nog niet zo stevig als nu) waren overstromingen niet ongewoon. Waar het land werd weggeslagen ontstonden meren, zoals het Schildmeer, het Leekstermeer en het Zuidlaardermeer. Eigenlijk is ook de Dollard zo ontstaan: door het overlopen van de kwelder langs de (Duitse) rivier de Eems. Pas na de introductie van caissontechniek in de loop van de twintigste eeuw werden dijken stevig genoeg. De Dollard slibde dicht door afzettingen op de kwelders. Het is nu een mooi natuurgebied, dat voorlopig niet door inpoldering wordt bedreigd.

Wandelend zand Mensenhanden hebben ook een belangrijke stempel gedrukt op het Groninger deel van de Waddenzee. Het onbewoonde Rottumeroog was ooit een eiland van het gelijknamige klooster. En het huidige Rottumerplaat ligt op de plek waar Rottumeroog rond 1600 lag. Over 400 jaar is Rottumerplaat een zelfde afstand naar het oosten ‘gewandeld’. Doordat alle eilanden naar het oosten opschuiven en Schiermonnikoog over de natuurlijke provinciegrens (een geul) heen kroop, kwam een deel van het eiland op Gronings grondgebied te liggen. Dat deel hoort nu officieel weer bij Friesland. Groningen moet het doen met drie sinds 1965 onbewoonde eilanden waar Staatsbosbeheer de scepter zwaait. Bert Corté is sinds 1995 ‘boswachter’ van Rottum, waar behalve Rottumerplaat en Rottumeroog ook het Zuiderduin onder valt. Het is de enige plek in de Waddenzee die zich helemaal natuurlijk ontwikkelt. Tijdens de piek van de vogeltrek vertoeven op Rottum zo’n 300.000 vogels. Het is een trekpleister voor een aanzienlijk percentage van WestEuropese vogelpopulaties. Acht procent van alle zilverplevieren zit hier, en zes procent van alle kanoeten en bonte strandlopers. Ook lepelaars en zeldzame strandpleviers broeden er. Het grootste eiland is Rottumerplaat (900 hectare), dat in 1833 is ontstaan. Het eiland groeide flink na 1950. Rijkswaterstaat legde toen een kunstmatige zeedijk aan als onderdeel van de plannen om de Waddenzee in te polderen. Toen dat plan van de baan was, werd Rottumerplaat gezien als onderdeel van de kustbescherming. Maar de meningen veranderden en de bulldozers verdwenen

Het op een wierde gelegen gehucht Groot Maarslag in de gemeente De Marne 25 juni 2010

in 1980. Rijkswaterstaat beheerde het eiland eerst nog op natuurlijke wijze, maar stopte in 1991 helemaal met het onderhoud. Sindsdien verdwijnt wat verdwijnt en komt wat komt. De unieke kleine duinen op het Noordrif rukken op naar het oosten, de baai groeit langzaam dicht en waar in 2006 de Westerduinen wegspoelden, is alweer een nieuw duin ontstaan. Rottumerplaat verandert voortdurend en Rottumeroog groeit volgens Corté weer. Het Zuiderduin verandert niet, dat schuift alleen een meter of tien per jaar op. Rijkswaterstaat stopte pas in 2002 met het onderhoud van Rottumeroog, dat tot 1965 met de familie Toxopeus nog vaste bewoners had. De leden van de stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat waken over het behoud van de eilanden. Ze helpen Staatsbosbeheer een paar weken per jaar met het opruimen van aangespoelde rommel en het onderhoud van vooral het stenen huis op Rottumerplaat. Corté brengt zo’n 300 uur per jaar op Rottum door. In zijn kantoor in Groningen doet hij de boekhouding, coördineert wie wanneer naar Rottumeroog of Rottumerplaat mag (bijvoorbeeld om vogels te tellen) en regelt het transport voor de gelukkigen, meestal met het motorschip Harder van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Samen met de bemanning van dat schip en medewerkers van onder meer de waterpolitie en de douane controleert Staatsbosbeheer

het gebied, dat voor mensen zonder vergunning verboden is. Wadlopen langs Rottumeroog kan wel, maar Staatsbosbeheer wil geen excursies naar Rottumerplaat vanwege de afstanden en de door de getijden krappe looptijd. De boottochten naar Rottumeroog beginnen in de getijdehaven van Noordpolderzijl op de grens van de zee en het zeekleigebied met z’n honderden wierden.

Weerloze wierden Eeuwenlang hielden Groningers op de wierden hun voeten droog. De kweldergrond was zo vruchtbaar dat pioniers uit de ‘overbevolkte’ Drentse zandgronden het hoogwater er graag voor trotseerden. 500 Wierden liggen langs oude rivierlopen en historische kustlijnen tussen ongeveer Ulrum en Termunten, tussen ‘Stad’ en wad. Soms staat er alleen een boerderij of een kerk op zo’n heuvel, hier en daar helemaal niets (meer), af en toe nog een compleet dorp. Bijna de helft van de wierden is tussen 1845 en 1943, toen ze werden beschermd, afgegraven omdat de vruchtbare grond geld opleverde. Die ging voor bemesting naar ontgonnen heidegebieden in Drenthe en Overijssel. In Friesland verdween driekwart door afgravingen, in Noord-Duitsland liggen ze er nog allemaal. Onbewoonde heuvels zijn vaak gewoon als akkerland in gebruik. Door grondbewerking komen daar steeds meer oude grondlagen boven. ‘Op een bepaald moment zijn boeren

als het ware in de middeleeuwen aan het ploegen,’ zegt Jan Meijering van de provincie Groningen. Boeren in het gebied krijgen vanaf 2010 een financiële tegemoetkoming voor de instandhouding van het oude landschap. Hier en daar worden particuliere wierden, die ooit gedeeltelijk zijn afgegraven, hersteld. De wierde van Ezinge, ruim vijf meter boven NAP, is een van de beroemdste. Hij behoort tot de oudste generatie (circa 600 voor Christus) en is vanaf 1915 gedeeltelijk afgegraven. Archeoloog Albert van Giffen maakte deze wierde en zichzelf wereldberoemd door 85 boerderijen uit verschillende perioden bloot te leggen. Hij toonde zo aan dat er geen beklagenswaardige armoedzaaiers hadden gewoond, maar dat er sprake is geweest van redelijke welstand. Museum Wierdenland in Ezinge verhaalt van de opgravingen en de cultuurhistorie van het Middagland, zoals de historische streek wordt genoemd. De wierde van Ezinge kon worden afgegraven omdat het dorp ernaast ligt en niet rondom, zoals Niehove en Spijk, waar de zoetwaterdrinkdobbe nog zo mooi rond de kerk ligt. De kerk van Ezinge stamt net als de vrijstaande toren uit de dertiende eeuw en staat samen met zeven huizen, drie boerderijen, de toren en het gebouwtje ernaast op de rijksmonumentenlijst. Ezinge is bovendien sinds 1988 een beschermd dorpsgezicht, net als veel andere wierdendorpen.

13


Het wierdedorpje Spijk in de gemeente Delfzijl behoort tot de oudste nederzettingen in het zeekleigebied van Noord-Groningen 12 augustus 2010

14

15


Het kanaal het Winsumerdiep loopt van Onderdendam (in de achtergrond) naar het Reitdiep 25 juni 2010

16

17


Het wierdedorpje Feerwerd in de gemeente Winsum 25 juni 2010

De uitwateringssluis Schaphalsterzijl bij de uitmonding van het Winsumerdiep in het Reitdiep 5 september 2010

18

Boerderijen aan de Hoofdweg richting Zuurdijk ten noorden van het Reitdiep 5 september 2010

19


Molen De Meeuw aan het Reitdiep in Garnwerd 25 juni 2010

20

Reitdiep bij Roodehaan 25 juni 2010

21


De Kromme Raken, een zijtak van het Reitdiep, bij Schouwerzijl 5 september 2010

22

23


Het kerkhof van Niehove 5 september 2010

Het wierdedorp Niehove in de gemeente Zuidhorn 5 september 2010

Niehove is een beschermd dorpsgezicht 5 september 2010

24

25


Parkeerplaats aan het Nieuwe Robbengat bij Lauwersoog 25 juni 2010

Het Electra Gemaal De Waterwolf, gebouwd in 1920, aan het Reitdiep bij het gehucht Lammerburen 25 juni 2010

26

De Provinciale Sluis bij Zoutkamp tussen het Reitdiep en het Lauwersmeer 25 juni 2010

27


De Zoutkamperril vormt de verbinding tussen het Reitdiep en het Lauwersmeer 25 juni 2010

28

29

Groningen onbewolkt  

Groningen onbewolkt luchtfoto's gemaakt door Peter Elenbaas

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you