Issuu on Google+

Heaven

TWEEMAANDELIJKS POPMAGAZINE | MRT/APR 2011 | JAARGANG 13 NUMMER 2 | € 6,50 BP

muziek b lad dat de oren spitst

Luisteren &cetera: het Nieuwe Testament van reggaelegende Bob Marley

rock

Captain Beefheart

Regenman uit de woestijn

pop

Adele

Diva in de dop

country/roots

The Low Anthem Overlevers

folk/songwriter

Joan As Police Woman Ervaringsdeskundige

wereld/reggae

NO Blues

Rasechte Arabicanen

blues/jazz/soul

Esperanza Spalding Avontuurlijk talent

zijlijn

De gebroken lans Americana

Marianne Faithfull

«Het ergste is achter de rug»


2011

Met optredens van Jesse Winchester Frazey Ford & band Justin Rutledge Boris McCutcheon & The Saltlicks

Jenee Halstead American Aquarium The Iain Ad Venture e.v.a.

Vredenburg Leidsche Rijn Utrecht Zaterdag 23 april — vanaf 16.00 uur € 39,50 030 231 45 44 WWW.VREDENBURG.NL WWW.TICKETSERVICE.NL


colofon | JAARGANG 13 NUMMER 2 | MRT/APR 2011 | HEAVEN #71 www.popmagazineheaven.nl Redactie-adres Poppelenburgerstraat 18, 4191 ZT Geldermalsen T 0345-575 917 F 0345-575 917 E redactie@heaven.be

Bladmanagement Poppelenburgerstraat 18, 4191 ZT Geldermalsen bladmanager@heaven.be 0345-575917

Interviews: Adele • Laetitia Sadier (Stereolab) Recensies: Bots • The Carribean • The Cave Singers • Cathal Coughlan • Corey Dargel • Ton Engels • Iron & Wine • Joyce Jonathan • Edward O’Connell • Orange Juice • Norman Palm • Sin Fang • John Vanderslice • Zaz • en vele anderen

Interviews: The Low Anthem • Emily Jane White Recensies: 7 Walkers • Hans Chew • The Decemberists • Dolorean • Edo Donkers • Drive-By Truckers • Tom Hall • Rachel Harrington • Moondoggies • Bruce Springsteen • Darden Smith • The SteelDrivers • Twilight Hotel • Bart de Win • en vele anderen

Nabestellingen bladmanager@heaven.be of 0345-575917

Uitgever Firmament Music B.V. Poppelenburgerstraat 18, 4191 ZT Geldermalsen T/F 0345-575 917 E heaven@wxs.nl Concept en vormgeving: BLADEN&CO, Utrecht Druk: Atlas, Soest Verspreiding: Betapress, Gilze-Rijen

Interviews: Gregory Page • Christian Scott • Esperanza Spalding Recensies: (blues) Black Dub • Boo Boo Davis • Juke Joints • Leadbelly • (jazz) Karsu Dönmez • Robin Holcomb • Basil Kirchin • Cassandra Wilson • (soul) • Charles Bradley • Cee Lo Green • Aaron Neville • Wilson Pickett • en vele anderen

34-42 44-51 52-59

blues/soul/jazz

Opzeggen (schriftelijk) kan jaarlijks, ­uiterlijk 6 weken vóór vervaldatum van het abonnement. Verhuisberichten inzenden: uiterlijk 6 weken vóór verschijning nieuwe ­editie.

Interview: NO Blues Recensies: Asmara All Stars • Aurelio • Kari Bremnes • Dennis Brown • Vinicius Cantuaria & Bill Frisell • Deep Rumba • Dub Syndicate • Sokratis Malamas • Mariza • Gaby Moreno • Amanda Strydom • Boubacar Traoré • Maria Volonté • en vele anderen

26-33

wereld/reggae

Abonnementsprijs, Nederland € 29,50 (automatische incasso) of € 32,00 (acceptgirokaart); België € 32,00 Europa overig € 40,- / buiten Europa € 45,-

Interviews: Marianne Faithfull • Joan As Police Woman Recensies: Emily Barker & The Red Clay Halo • Dorris Henderson & John Renbourn • Dennis Kolen • Gareth Liddiard • Munly & The Lupercalians • Kate Rusby • Stranded Horse • Jim Sullivan • Sun Kil Moon • Jen Wood • The YaYas • en vele anderen

16-24

folk/songwriter

Abonnementen S.P. Abonneeservice Postbus 105, 2400 AC Alphen aan de Rijn T 0172-476 085 F 0172-653 307 E info@spabonneeservice.nl

6-15

country/roots

Advertenties Monique van den Berg Poppelenburgerstraat 46, 4191 ZT Geldermalsen 0345-572685 mlm.vandenberg@planet.nl

Postuum: Captain Beefheart Interview: Steve Wynn Recensies: Amplifier • British Sea Power • Jack Bruce • Anna Calvi • Einstürzende Neubauten • Everything Everything • Fields • Gazpacho • The Jam • Madrugada • Nordagust • Spokes • The Megaphonic Thrift • Wire • en vele anderen

44

pop

Medewerkers Eddie Aarts, Harmen van Aurich, Frits Barth, August Hans den Boef, Henning Bolte, Bert Broere, Cees Bronsveld, Barbara Eggels, Koos Gijsman, Marcel Haerkens, Ruud Heijjer, Bert van de Kamp, Paul van der Lecq, Hans van der Maas, Bertram Mourits, Philip Nijman, Per Oostrum, Joop van Rossem, Anneke Ruys, Wiebren Rijkeboer, Henk Rijkenbarg, Peter Schong, John Schoorl, Jos Schuring, Roeland Smits, Pieter Steinz, Dietmar Terpstra, Kees van Wee,Pieter Wijnstekers

Er verschenen veel bijzondere platen in het wonderjaar 1974 – van Gram Parsons’ zwanenzang Grievous Angel en Good Old Boys van Randy Newman tot Crime Of The Century van Supertramp en Autobahn van Kraftwerk. Maar er was er maar één die echt de hele wereld overging, die blank én zwart beroerde: Natty Dread van Bob Marley and The Wailers.

rock

Redactie Eric van Domburg Scipio (hoofdredactie) Geert Henderickx, Louis Nouws, Paul Stramrood (eindredactie)

Luisteren &cetera bob marley: natty dread

ISSN 1389-8345

Zijlijn: Uiteinde • Logisch • Sandra Zuidema over americana Postuum: Charlie Louvin • Gerry Rafferty • e.a. Concerttips: Aloe Blacc • Alela Diane • Cee Lo Green • Pere Ubu • e.a. Uitloopgroef: Boudewijn de Groot • De Finale: Heaventoppers

en verder

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door ­middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Heaven wordt tevens elektronisch opgeslagen en geëxploiteerd. Alle auteurs van tekstbijdragen aan Heaven, in de vorm van artikelen of ingezonden ­brieven, worden geacht daarvan op de hoogte te zijn en daarmee in te stemmen.


keitH ricHards

Vintage Vinos (mrcd 704537)

‘Vintage Vinos’ is de eerste officiële verzamelaar van het solo-werk van de nu weer volop in de belangstelling staande Keith RichaRds. naast remastered materiaal hoor je tracks van drie niet meer leverbare X-PensiVe Winos albums en als speciale bonus een eerder alleen voor donateurs aan het hurricane Katrina Relief Fund verkrijgbare song.

giLbert o’suLLiVan giLbertViLLe (HYP 11275)

sinds zijn grote successen aan beide kanten van de atlantische oceaan in de seventies, heeft gilbeRt o’sulliVan elf albums opgenomen en vele tournees ondernomen. dit volledig nieuwe studiowerk kwam tot stand in nashville en london en bewijst dat hij zijn warme gevoel voor songswriting nog zeker niet kwijt is. (Release datum 25 februari!) 14 maart - Utrecht, MC Vredenburg

gaZPacHo

missa atroPos (kscoPe 166)

het nieuwe album van het noorse gazPacho duikt op ambitieuze wijze in een concept waarbij hun karakteristieke hypnotiserende rock opgeluisterd wordt met ambient passages, wereld- en klassieke muziek en samples van gecodeerde informatie uit de Koude oorlog. een bijzonder sfeervol geheel, dat ver voorbij de grenzen van de Prog gaat.

graHam Parker

boX oF bootLegs (gP 1005)

gRaham PaRKeR heeft zich in 30 jaar ontwikkeld van angry Young Pub Rocker tot één van engeland’s meest bekwame singers/songwriters. ‘boX oF bootlegs’ bevat maar liefst zes schijven vol live en zeldzaam materiaal uit ‘s mans persoonlijke archief. ook uit: ‘caRP Fishing on Valium’ met songs voor bij het gelijknamige boek.

LYnne Hanson

once tHe sun goes down (PLH 201001)

op haar derde album stelt de canadese lYnne hanson zich wederom op als een open boek. zonder sentimenteel te doen, geeft ze een kijk in haar hart en deelt haar problemen in ‘porch music with a little texas red dirt’. Rough-around-the-edges alt.country met hulp van o.a. lYnn miles en Justin Rutledge. 17 feb – Den Haag, Transvaria / 18 feb – Lichtenvoorde, Stonevalley

bertus marketing en distributie www.bertus.com 111848 Bertus - AD Heaven JAN11.indd 1

19-01-11 15:27


REDACTIONEEL

Geschokt

door Eric van Domburg Scipio

Vorig jaar zomer wees Louis Nouws er al op in zijn mooie artikel over Popmuziek En De Dood: met het voortschrijden van de jaren zullen nu ook in hoog tempo meer en meer iconen uit de pop­ geschiedenis ons ontvallen. Deze Heaven getuigt daar zeer van, zo zelfs dat de twee pagina’s die we doorgaans uittrekken om de artiesten die ons ontvielen de laatste eer te brengen niet toereikend bleken. Om die reden trekken we bijna vijf pagina’s uit om Geert Henderickx en Bert van de Kamp hulde te laten brengen aan een van de meest originele geesten uit de rockmuziek: Don Van Vliet alias Captain Beefheart. Dat Van Vliet zich al bijna dertig jaar geleden uit de muziek heeft teruggetrokken, doet daaraan niets af, want nog altijd geldt zijn werk als volstrekt uniek, tijdloos en invloedrijk. Dat tijd hoe dan ook weinig greep op je krijgt, ook al heb je zo’n dertig jaar niets meer gepresteerd dat echt de moeite van het vermelden waard is, bewijst de andere overledene die we in dit nummer extra hulde brengen: Gerry Rafferty. Ik dacht dat de verdiensten van de Schotse singer-songwriter ­misschien te veel waren weggezakt om zijn dood veel impact te

laten hebben, maar die bleek toch veel los te maken, voldoende reden ons alle fraaie liedjes te herinneren die hij heeft gemaakt buiten Baker Street of Stuck In The Middle With You. Dat is ook mooi te horen op de gloednieuwe, zijn hele muzikale leven omspannende 3-cd verzameling collected. Het meest geschokt was ik door de dood aan Trish Keenan, ­zangeres van de Britse avant-popgroep Broadcast. Schokkend is dat ze op pas 42-jarige leeftijd stierf aan zoiets onbenullig lijkends als een simpele longontsteking. Mijn persoonlijke schok heeft te maken met feit dat ik er tijdens het gesprek zo’n kleine tien jaar geleden met haar en de band achterkwam dat ze vrijwel uit dezelfde buurt kwam waar ik een groot deel van mijn jeugd ben opgegroeid. Haar dood is niet zo schokkend als bijvoorbeeld die van House Of Freaks-voorman Bryan Harvey, die vijf jaar geleden op nieuwjaars­ dag met zijn hele gezin bruut werd afgeslacht bij een roofoverval op hun huis, maar raakte me toch dieper dan alle andere doden van deze keer.

Prijsvraag Voor we overgaan naar de nieuwe prijsvragen van deze keer waar­ mee u de jongste cd’s kunt win­ nen van NO Blues, Esperanza Spalding, Joan As Police Woman en Steve Wynn zijn we u natuur­ lijk de oplossingen en winnaars schuldig van de vier prijsvragen in de vorige Heaven.

Veel problemen leverden die niet op, de antwoorden vielen dan ook gewoon te lezen in de corresponderende artikelen. Daaruit was zonder veel moeite te halen dat Atticus en Ishmael de namen zijn van C.W. Stoneking’s kinderen (genoemd naar per­ sonages uit twee beroemde romans). Het typeert de man, en zijn Jungle Blues gaat naar J. Gijsen (Molenhoek), E. Joling (Amsterdam), M. Sijbrandij

(Hengelo), J. Slagman (Amster­ dam) en P. Jansen (Den Haag). Het toch wel redelijk verrassende antwoord dat de muzikale stijl van I Am Kloot het sterkst is beïn­ vloed door José Feliciano bracht evenmin iemand op het verkeerde been, al denken wij niet dat al te veel lezers dat uit zichzelf zouden hebben bedacht. Maakt verder natuurlijk ook niet uit, hun gewel­ dige jongste cd sky at night is daar niet minder om, en de win­ naars kunnen dat beamen: J. van der Wel (Barendrecht), J. van ’t Klooster (Twello), M. van Ostaay (Utrecht), S. Kuipers (Horst) en P. Groenenboom (Rotterdam). Bij onze Chatham County Linevraag (uit welk legendarische cultpopgroep is CCL-ontdekker/ producer Chris Stamey afkom­

stig?) waren twee antwoorden mogelijk, afhankelijk van of u in de woorden legendarisch en cult The Sneakers dan wel The dB’s las. Beide zijn goedgekeurd, en dat levert als winnaars op P. Sollet (e-mail), W. Vermeijden (Rotterdam), A. Meuwissen (Echt), P. Heeregrave (Amersfoort) en H. Thomassen (Druten). Last but not least hadden we dan nog voor u de Nederlandstalige Tom Waits-tribute-cd twaalf van singer-songwriter Harry Siers. Fay Lovsky’s favoriete Tom Waitsalbum is swordfishtrombones, en de prijs gaat naar A. Post (Bovensmilde), E. Kolder (Annen), M. Visser (Kerkdriel), H. de Jong (Assen) en P. Verdonk (Rheden). Waarna we overgaan naar de vier prijsvragen voor deze keer.

Voor chamber music society van Esperanza Spalding: Welke Braziliaanse wereldster zingt op dat album een stuk mee? Voor hela hela van NO Blues: Wie bedacht het samenwerkingsverband NO Blues eigenlijk? Voor the deep field van Joan As Police Woman: In welke band speelde Joan Wasser toen haar verloofde Jeff Buckley verdronk in de Mississippi? Voor nothern aggression van Steve Wynn: Uit welke groep is de producer van Wynns vorige album crossing dragon bridge afkomstig? Antwoorden graag voor 25 maart ter attentie van de redactie.


ROCK 1941-2010

De regenman

uit de woestijn

Captain Beefheart Een week voor Kerstmis overleed beeldend kunstenaar Don Van Vliet in een Californisch ziekenhuis aan multiple sclerose, waarvan de eerste symptomen zich twintig jaar geleden openbaarden. Zijn muzikale alter ego Captain Beefheart had ergens in 1982 al zelfmoord gepleegd toen hij op een kwade dag besloot stante pede uit de rock ’n’ rollwereld te stappen. door Geert Henderickx

P 6 HEAVEN

V

olgens een bevriende galeriehouder zou Don Van Vliet nooit erkenning als schilder krijgen zolang Captain Beefheart muziek bleef maken. Gefrustreerd na vijftien jaar geploeter als avant-gardistische bluesrocker en conflicten met begeleiders, producers en platenbonzen viel het hem niet moeilijk zich met zijn vrouw Jan terug te trekken in de Mojave-woestijn en zich voortaan te beperken tot het creëren van abstract-expressionistische doeken, die op den duur wel voor tienduizenden dollars per stuk van de hand konden gaan. Zeven jaar eerder had hij zich nog laten ontvallen uitsluitend muziek te maken om verf, penselen en linnen te kunnen aanschaffen.

DE AFSTAMMELING Geboren als zoon van Nederlandse immigranten in het boven Los Angeles gelegen Glendale voegde Donnie Vliet later ‘van’ aan zijn achternaam toe als hommage aan zijn grote inspirator Vincent van Gogh, al verwees het volgens eigen zeggen ook naar de schilder Hendrick Cornelisz. van Vliet, een tijdgenoot van Rembrandt. Vanaf zijn vijfde mocht hij op schooltelevisie wekelijks zijn vaardigheden in tekenen en boetseren vertonen, later als tiener begon hij zich met boezemvriend

Frank Zappa te verdiepen in allerlei soorten muziek. Daarnaast leerde hij zichzelf zo goed en zo kwaad als dat ging sopraansaxofoon, basklarinet en mondharmonica aan. Zijn stem met een bereik van liefst vier octaven beschadigde hij voor eeuwig door een reeks van verkoudheden op te wekken en het telkens op een schreeuwen te zetten, zodat hij nog vervaarlijker zou klinken dan de gevreesde bluesman Howlin’ Wolf. Als het magnum opus van Captain Beefheart geldt het onnavolgbare trout mask replica uit 1969, een abstract en absurdistisch dubbelalbum, opgebouwd met links en rechts bij elkaar gegraaide stijlelementen uit blues, rock, free jazz, avant-garde en modern klassiek. Mettertijd deden alsmaar wildere verhalen de ronde over het ontstaan van dit bizarre meesterwerk, dat een inspiratiebron bleek voor talloze popmuzikanten van latere generaties, variërend van Tom Waits, Pixies, PJ Harvey en The Black Keys tot Arno, Urban Dance Squad, dEUS en Krang. Van Vliet zelf mocht graag beweren dat ­Captain Beefheart alle stukken voor trout mask replica in pakweg acht uur op de piano had gecomponeerd, terwijl hij met dat instrument eigenlijk niet overweg kon. Feit is wel dat het dubbelalbum in een slordige


‘IK WOU DAT IK DINGEN MAAKTE WAAR JE KLETSNAT VAN WERD’

De belangrijkste albums van Captain Beefheart: Save As Milk, Trout Mask Replica, Lick My Decals Off. Baby, Clear Spot, Doc At The Radar Station en Ice Cream For Crow viereneenhalf uur simultaan werd opgenomen na zo’n acht maanden repeteren. De muzikanten van The Magic Band woonden in die periode verplicht bij elkaar in een huis in Woodlands, Californië om de even onorthodoxe als complexe nummers onder de knie te krijgen. Als een moderne slavendrijver liet Captain Beefheart zijn begeleiders minstens twaalf uur uur per etmaal repeteren. Daarbij ontvingen ze zo’n karig salaris dat ze soms zelfs tot winkeldiefstal moesten overgaan om aan eten te komen. “Het was een krankzinnige tijd”, verzuchtte secondant John French alias Drumbo amper twee jaar geleden tegenover Heaven. “Don was acht of negen jaar ouder dan wij. Met zijn enorme lijf en die bulderstem van hem plus zijn onuitputtelijke energie keken we huizenhoog tegen hem op. Hij was een onverbeterlijke manipulator, die ons volledig in zijn macht had. Hij kon je letterlijk tot tranen toe vernederen. Zo kreeg ik eens op mijn donder vanwege mijn vermeende egoïstische instelling. En dat terwijl ik soms veertien uur per dag aan de piano zijn composities zat te arrangeren, waarbij ik ternauwernood tijd vond om mijn drumpartijen in te studeren. Hij bleef me maar kleineren, totdat ik er uiteindelijk genoeg van had.” P 7 HEAVEN

DE NATUURMENS Don Van Vliet en John French onderhielden een langdurige knipperlichtrelatie. Of hij nu ontslagen werd of uit eigener beweging opstapte, keer op keer nam het dictatoriale genie hem weer in genade aan, omdat hij niemand anders kon vinden die zijn zonderlinge ideeën op de andere muzikanten kon overbrengen. Zodoende werkte French na safe as milk uit 1967, het historische debuut vol tegendraadse bluesrock met een jonge Ry Cooder op gitaar, het buiten Van Vliet om psychedelisch opgepimpte ­strictly personal en het ongeëvenaarde trout mask replica ook mee aan de soortgelijke opvolger lick my decalls off, baby en de beduidend luistervriendelijker gemaakte prachtplaten the spotlight kid en clear spot uit de vroege jaren zeventig. Met een totaal vernieuwde Magic Band probeerde Don Van Vliet, naar verluidt op instigatie van zijn echtgenote, een groter publiek te bereiken, maar op gelikte albums als unconditionally guaranteed en bluejeans & moonbeams zat kennelijk niemand te wachten. Noodgedwongen klampte hij daarop jeudgvriend Frank Zappa aan, wat resulteerde in de chaotische duoplaat bongo fury plus een aansluitende tournee. Vervol-

gens werd French andermaal gerekruteerd als muzikaal leider van alweer een nieuwe Magic Band, waarmee hij het nooit uitgebrachte album bat chain puller zou opnemen. Een aantal stukken belandde in sterk gewijzigde vorm op het door een compleet andere bezetting ingespeelde shiny beast (bat chain puller), begin jaren tachtig gevolgd door het zeker zo voortreffelijke doc at the radar station en de niet veel mindere zwanenzang ice cream for crow. De veelal ondoorgrondelijke liedteksten van Captain Beefheart laten zich omschrijven als surrealistische associaties. “Ik weet wel waar de dingen die ik doe over gaan. Ze gaan over de natuur, en vooral over de magische kracht van de natuur”, vertelde Van Vliet medio jaren zeventig aan Muziekkrant Oor. “Mijn muziek is wat je hoort als je uit de woestijn komt en voor het eerst van je leven een w ­ ereldstad ervaart. Ik haat steden. Ik heb een hekel aan gebouwen. Ik heb een keer iets geschreven dat My Head Is My Only House Unless It Rains heet. Dat is niet zomaar leuk gezegd, daar geloof ik werkelijk in. Zo leef ik. Ik ben gek op de regen. Als het regent, ga ik naar buiten. Ik wou dat ik dingen maakte waar je kletsnat van werd als je er naar keek of luisterde.”


ROCK HERINNERINGEN AAN CAPTAIN BEEFHEART

Uren met Don Van Vliet «Ik doe gewoon wat ik doe, ook al is het doelloos»

‘Jan, Jan! Moet je horen. Hij vindt This Is The Day goed!”, roept hij tegen zijn vrouw uit. “Ik vind This Is The Day ook goed!’ We schrijven 3 november 1980. Ik bevind me in een soort fabriekshal in Rotterdam met de legendarische Captain Beefheart, artiestennaam van Don Van Vliet, woonachtig in een caravan in de Mojavewoestijn in Californië. door Bert van de Kamp

Z

ijn reputatie als moeilijk type is hem vooruitgesneld, maar de man tegenover mij, met zijn karakteristieke bromstem, heeft juist iets goeiigs, iets Bommelachtigs. Hij is extreem goedgemutst, al wordt hij buitengewoon toorning als hij iemand betrapt op het stiekem opnemen van zijn woorden. De man wordt rigoureus heen gezonden. Ik memoreer de eerste keer dat ik hem zag, in 1972 in het Concertgebouw, met zijn oude Magic Band. “Je droeg een grote, rode mantel.” Breeduit grijnzend antwoordt hij: “Ik had een mantel nodig om mijn dikke dolk te verbergen.” Die dubbelzinnigheid is aan mij wel besteed.

DE KENNISMAKING Met de muziek van Captain Beefheart maak ik voor het eerst kennis op 16 mei 1969, de dag dat ik mijn vrouw ontmoet. Na deze ontmoeting, in rokerscafé de Big Pink in Den Bosch, vertrek ik met een vriend naar een een hip feestje, waar ik mij na enige tijd een plek bij de draaitafel toebedeel om de rol van deejay even op mij te nemen. Daar lag ie, bovenop de stapel: safe as milk. Ik had erover gelezen in Hitweek en zet hem op. Na P 8 HEAVEN

Don Van Vliet leed de laatste jaren aan Parkinson; nummer van Rolling Stone, contract en briefkaart uit het persoonlijke archief van Bert van de Kamp. een paar jointjes komt de muziek linea recta binnen via de magische formule: Abba Zaba Go-zoom, Babbette Baboon! De muziek van Captain Beefheart laat mij niet meer los. Ik schaf safe as milk en opvolger strictly personal aan en dat najaar, na enige aarzeling, ook de derde, een dubbelaar nota bene, getiteld trout mask replica. Geen idee waar die titel op slaat – ook lange tijd niet begrepen dat de titel safe as milk een cynische ver­wijzing was naar door milieuvervuiling onveilig geworden moedermelk – en na eerste beluistering is duidelijk dat hier van een regelrechte miskoop sprake is. Dan verschijnt in mei 1970 de Amerikaanse undergroundkrant Rolling Stone met een coverstory: Captain Beefheart is not even here. Het artikel, geschreven door de latere hoogleraar Langdon Winner, verklaart veel, maar weet tegelijkertijd het raadsel te vergroten. De titel is gebaseerd op de uitspraak: I’m not even here, I just stick around for my friends. Ook blijkt uit het verhaal glashelder dat het werk van Don Van Vliet is doortrokken van een liefde voor de natuur en de zorg over het lot dat ons te wachten staat als wij

doorgaan met het vervuilen van deze mooie planeet. Ik lees: “In nummers als Wild Life, My Human Gets Me Blues en Ant Man Bee presenteert Beefheart met grote subtiliteit waarheden die ecologiestudenten pas nu beginnen te herkennen.” En terwijl ik nog maar eens die vermeende miskoop beluister, lees ik verder: “trout mask replica is de perfecte mengeling van teksten, visie en opvatting, die het afgelopen decennium in het hoofd van Don Van Vliet is gerijpt. Hoewel het een meesterwerk is, zal het waarschijnlijk vele jaren duren voordat het Amerikaanse publiek ontdekt zal hebben wat er op deze geweldige plaat gebeurt.” Op 8 april 1972 krijg ik de gelegenheid om Captain Beefheart en zijn Magic Band voor het eerst live te zien. Ik vind het stemmen van de instrumenten – of was het een mij destijds nog onbekende instrumentaal stuk – al wonderschoon. Maar de volgende dag suizen mijn oren nog. Wanneer ik hem dat in 1980 vertel, reageert hij: “Was het te hard? Goed zo.” Twee jaar later, zelfde plaats – Concertgebouw, Amsterdam –, andere Magic Band. Het nieuwe album unconditionally


‘EEN BEETJE PARANOIA IS EEN GOEDE PROPELLER’

g­uaranteed (met This Is The Day) is nog met de oude bezetting opgenomen, maar ‘muzikale meningsverschillen’ hebben hen uiteen gedreven. Don Van Vliet huurt nieuwe begeleiders in, lieden die zijn werk niet kennen en de bijnaam Tragic Band dan ook geheel verdienen. Met die groep maakt hij nog een tweede plaat, bluejeans & moonbeams, die beneden de maat is. Waarna het een tijdje stil wordt rond Captain Beefheart. De waardering die zijn muziek onder kenners geniet, staat in schril contrast tot wat het de maker in financieel opzicht oplevert. Van Vliet heeft zich door zijn onzakelijke opstelling altijd knollen voor citroenen laten verkopen.

DE ONTMOETING Dan breekt 1980 aan. Het jaar van doc at the radar station. De nieuwe Magic Band blijkt weer om en nabij het niveau van de klassieke bezetting en het goede nieuws is: ze komen weer naar Europa. Voor mij persoonlijk komt daar nog eens als bonus bij P 9 HEAVEN

dat ik voor Oor het interview met Don Van Vliet mag doen. Mooier kan niet. Zaterdag 1 november. Ik ontmoet hem in zijn hotel. “Hard working man”, noem ik hem, naar de titel van zijn nummer voor de film Blue Collar. “Hard working fucking man!” Hij lacht. Het ijs is gebroken. Hij wil naar het Van Gogh Museum. Binnen kijkt hij lang niet naar alles, zijn aandacht richt zich op specifieke doeken. Ik ga naast hem staan. We zien een klein schilderij met wat er uitziet als een mandje rotte appels. “Een zelfportret”, stelt hij vast. Pardon? Zelfportret? Dit mandje een zelfportret? Hij noteert mijn verbazing en met zijn karakteristieke, diepe stemgeluid stelt hij vast: “Dat is hem, de bovenste appel!” Een klein wonder voltrekt zich. Ineens zie ik hoe het bovenste appeltje schuin op zijn kant ligt en het steeltje verandert in een ­pijpje. Vervolgens bemerk ik de trekken van het gezicht van de grote schilder in het rimpelige appeltje. Sterker nog: alle appels in het mandje worden ineens gezichten! Sta ik te hallucineren? Heeft hij een klontje lsd in mijn koffie laten vallen? Kijken is een kunst! Bij het verlaten van het museum wijst hij op de zon en constateert: “Ik vond degene binnen mooier.” Later hoor ik van Tom Barman dat hij een nummer van zijn groep dEUS op die uitspraak van Beefheart heeft gebaseerd: Disappointed In The Sun, te vinden op hun tweede album in a Bar, under the sea. ’s Avonds in de kleedkamer onder Paradiso raakt hij geïrriteerd door de muziek die boven wordt gedraaid. “Zet dat af, asjeblief!” roept hij naar boven. Rock ’n’ roll is niet aan hem besteed. Hij haat alles met een vierkwartsmaat. “Jumping on the mama-heartbeat”, noemt hij het. “Het is een imitatie van de hartslag van de moeder. Een belediging voor vrouwen.” Dan bedaart hij weer wat. “Weet je wat het grootste levende zoogdier is? De olifant? Nee. De blauwe vinvis? Nee. The absent mind!” Het is een van de talrijke bedenksels die hij rondstrooit, vaak niet alleen geestig, maar ook diepzinnig. Samen vormen deze uitspraken het standaardrepertoire. Na het concert is hij uitgelaten. Het was een geweldig optreden en zo te zien vindt hij dat zelf ook. Dan komen een paar fans de kleedkamer in. Hij neemt de complimenten zichtbaar gelukkig in ontvangst en vertelt dan dat hij vandaag naar het Van Gogh Museum is geweest. “Ach, Van Gogh, overschat kunstenaar”, meent een van de fans. Zijn uitgelaten stemming slaat plotsklaps om in verbijstering. De heren worden onmiddel-

lijk uit de kleedkamer verwijderd. “Overschat kunstenaar? Ongelofelijk! Die heeft als kind zeker te weinig zuurstof gehad.” We blijven bij de schone kunsten. Ik vraag hem naar andere favoriete schilders? Hij noemt Willem de Kooning en uit zijn waardering voor diens Door To The River. En Piet Mondriaan: “Als je naar zijn Broadway Boogie-Woogie kijkt, hoor je de claxons toeteren.” Is het toeval dat al deze grote meesters Nederlanders waren? Hij denkt van niet. Hij meent zelf ook van Nederlandse afkomst te zijn.

HET VRAAGGESPREK Maandag is de dag van het interview. Locatie: Hal 4 in Rotterdam, deel uitmakend van de werkgemeenschap Utopia, waar allerlei mensen rondlopen. Don Van Vliet is erg vrolijk en maakt voortdurend grapjes. Als ik over free jazz begin, als een van zijn mogelijke invloeden, schiet hij in de lach. “Mijn muziek is volledig gearrangeerd en gerepeteerd, exact en herhaalbaar. Niks free jazz. Daar geloof ik niet in. Het klinkt mij allemaal als een jam in de oren en ik houd niet eens van jelly! Het is zo normaal. Ik heb nog nooit goede free jazz gehoord, en bovendien: with gravity holding us here, how is it ever going to be free?” Muziek waar hij graag naar luistert? Hij noemt Sunnyland Slim, Howlin’ Wolf, Muddy Waters, Otis Spann. Blues dus. Ik begin over punk en new wave. Dankzij deze nieuwe stroming is de belangstelling voor Captain Beefheart weer terug. Daar moet hij om lachen. Nee, hij vindt het niet vervelend dat zoveel jonge bandjes zijn werk plunderen, want “waar ik mijn muziek vandaan heb, hoefde ik niet te betalen”. En opnieuw nee, Ashtray Heart (You used me like an ashtray heart, case of the punks) is niet bedoeld als kritiek. “Het is gewoon een gedicht. Het heeft niets met hen te maken. Ik zie hen niet. Ik vind hen zielig. Ze hadden teveel om over na te denken. Zelf denk ik niet veel. Ik doe gewoon wat ik doe, ook al is het doelloos. Many facetted meanings, making the night more interesting. Ik weet niet hoe ik het doe, ik weet niet waarom ik het doe, het is niet te verklaren. Wij houden ons allemaal voor de gek, maar de kunstenaar doet het met gratie. Niemand kan er aan ontsnappen. De ironie van het beduvelen. Hoewel ik denk dat de mens haar tekort zou moeten zwachtelen in plaats van alles te verstoren. Watch out for humanity!” Als kind werd Don Van Vliet door zijn ouders van school gehaald en naar het atelier van beeldhouwer en huisvriend Augustino Rodriguez gestuurd. “Die werkte met marmer. Ik werkte met marmer op mijn elfde! Hij kon mij niets leren, want ik heb mijn


ROCK

DOORSTART

eigen kunst, die zich niet laat beïnvloeden. Ik was drie toen ik mij bewust werd van mijn kunst. In mijn babyboek, dat mijn moeder mij en mijn vrouw zes of zeven jaar geleden liet zien, schreef ik al met van die fraaie rococoletters. School? If you want to be a different fish you gotta jump out of school. Je moet je eigen leraar worden. Laat de natuur je leraar zijn. Wie oren heeft, moet horen. De school creëert een filter over het menselijke oor. Wij hebben allemaal gaven als E.S.P., jij ook, maar op school leren ze je die af.” Klinkt dat niet licht paranoïde? “Een beetje paranoia is een goede propeller.” Over zijn jeugdvriend Frank Zappa zegt hij: “Ik mag hem wel, maar zijn muziek doet mij niets. Ik houd ook niet van de manier waarop hij over vrouwen praat. Ik ben niet bang voor vrouwen. Nowadays a woman’s gotta hit a man to make him know she’s there [citaat uit eigen liedje]. Mannen en vrouwen zijn anders. Ze hebben dezelfde geestelijke vermogens. Dat zal blijven. Ik houd van vrouwen. Door hen zijn wij hier. Wij dragen het zaad, wij geven het weg – als wij het weggeven.”

DE AFLOOP Samen met fotograaf Anton Corbijn zoek ik Don Van Vliet zo’n week later op in Londen. Op zeker moment lopen wij door de stad op zoek naar een hapje eten. “Fish & Chips wellicht?”, oppert hij. “Chis & Fips”, meent Corbijn. Van Vliet schudt van het lachen. “I may be hungry but I sure ain’t weird!” Hieruit zal een verstandhouding groeien die maakt dat Corbijn altijd toegang tot Van Vliet zal blijven houden, zelfs tijdens zijn ziekteperiode. Zie bijvoorbeeld zijn prachtige film uit 1993: Some YoYo Stuff: An Observation Of The Observations Of Don Van Vliet. Van Vliet en ik raken korte tijd gebrouilleerd, zij het geheel buiten mijn schuld, zoals later blijkt. Voor het kerstnummer van Oor – Gekraakt! Artiesten vullen zelf het blad! – hadden wij hem om een bijdrage gevraagd. Wij kregen een van de tekeningen, die hij in Rotterdam op het podium had gemaakt, in bruikleen. De aanwezige hoofdredacteur tekende het contract. Maanden later word ik gebeld door Bram van Splunteren, destijds van het radioprogramma Moondogs, die mij een fragment laat horen uit een telefoongesprek dat hij kort ervoor met Captain Beefheart heeft gevoerd. “Ken jij Bert van de Kamp?’ vraagt hij. “Wil je hem zeggen dat hij een grote, onbetrouwbare klootzak is?” Vanwaar zijn boosheid? Hij heeft zijn tekening nooit teruggekregen. Foutje van de redactie. Hij gaat alsnog op de post. Enkele weken later ontvang ik een ansichtkaart uit Californië met de volgende tekst: “Bert, Thank you for letter. Drawing arrived fine. Your friend Don Van Vliet.” P 10 HEAVEN

«Ik grijp elk idee bij de kladden»

Steve Wynn Niet alles wat Steve Wynn (50) uitbrengt kan de toets der kritiek doorstaan, maar Northern Aggression blijkt weer een schot in de roos. “Een artiest die bang is een keer op zijn bek te gaan, is geen knip voor de neus waard.” door Marcel Haerkens

“D

e korte pauze die ik in gedachten had, heeft ietsjes langer geduurd.” Steve Wynn zegt het haast verontschuldigend. Na static transmission (2003) en …tick ... tick ...tick (2005) liet zijn nieuwe album met The Miracle 3 ruim vijf jaar op zich wachten. Het resultaat, northern aggression, is een van de sterkere albums uit zijn omvangrijke oeuvre, maar de vraag blijft: waarom heeft het toch zo lang moeten duren? “Tja, ik ben nu eenmaal een impulsief mens”, aldus de amicale rocker. Dat die opvolger er zou komen, stond buiten kijf, al klopte hij pas vorig jaar eindelijk weer aan bij zijn oude maatjes Jason Victor (gitaar/ toetsen) en Dave DeCastro (bas). Drumster, percussioniste en zangeres Linda Pitmon hoefde hij niet op te zoeken, zij is inmiddels zijn wettige echtgenote. In feite had Wynn een jaar of vijf geleden jaar al duidelijke plannen met The Miracle 3. In die periode vormde hij samen met de gewezen Green On Red-voorman Dan Stuart


‘MUZIEK MOET JE ONDERBEWUST PRIKKELEN’ van jou meemaken?’” Dat de opnamen zó goed zouden uitpakken, had hij niet kunnen vermoeden. “De nummers kwamen spelenderwijs tot stand. Ik houd nu eenmaal van improviseren en de dingen laten afhangen van het moment.” northern aggression is een staalkaart van de stijlen die Wynn in zijn duurzame carrière heeft beoefend – alles tussen hyperventilerende rockers en met steelgitaar opgeluisterde ballades. Kwalitatief komt het album dicht in de buurt van het bijna dertig jaar oude the days of wine and roses, de klassieker van zijn vroegere groep The Dream Syndicate, die inmiddels een semi­ legendarische status geniet. Samen met Green On Red en The Rain Parade vormden de neopsychedelische gitaarrockers uit Los Angeles de grote drie van de zogenoemde Paisley Underground. Gedurende de eerste helft van de jaren negentig maakte Wynn deel uit van Gutterball, een soort alternatieve supergroep met leden van The Long Ryders, House Of Freaks en The Silos. Postpunk en gitaarnoise vermomd als pakkende pop. Zijn meer ingetogen kant liet hij aan bod komen op zijn eerste soloplaten, daarna ging het onbevangen allerlei kanten op. Stilistisch valt zijn werk dan ook nauwelijks te duiden: rock, garage, country, soul, funk, pop, noem maar op. En nooit zal hij in herhalingen vervallen – wat hij ook doet, het gebeurt altijd met een gezonde dosis experimenteerdrift.

GEDREVEN foto: Guy Kokken

het duo Danny & Dusty. Tijdens de sessies voor cast iron soul in een studio in Montrose, West Virginia wist hij meteen dat hij daar ook zou gaan opnemen met The Miracle 3. “Dat stond echt meteen vast. ­Superaccommodatie, fantastisch geluid.” Heeft hij Stuart destijds deelgenoot gemaakt van zijn voornemen? “Luister eens, stel jij zit met je vrouw in een restaurant te dineren. De sfeer is geweldig, het eten verrukkelijk. Je denkt: hier moet ik mijn vriendin eens mee naar toe nemen. Vertel jij dat je vrouw? Nou dan.”

ONBEVANGEN De titel northern aggression is een term uit de Amerikaanse Burgeroorlog, die de noordelijke militaire superioriteit uitdrukte ten opzichte van het zuiden, dat de slavernij nog alom aanhing. Een grapje, aldus de alweer zeventien jaar in New York residerende Steve Wynn. “Jason zei op een gegeven moment: ‘Gaan we nu die northern aggression P 11 HEAVEN

Steve Wynn is een man met vele gezichten. “Mijn grootste inspiratie is afwisseling. Elke plaat die ik gemaakt heb, is eigenlijk anders. Ik houd van de meest uiteenlopende stijlen. Bovendien pik ik heel snel dingen van anderen op, zolang het voor mij maar nieuw is. Sommige groepen produceren één wereldplaat en proberen die vervolgens telkens weer dunnetjes over te doen. Daar zie ik het nut niet van in. Los van mijn intieme relaties is verandering in alle opzichten de motor van mijn bestaan.” Tussen neus en lippen door meldt hij dat over een paar maanden alweer een nieuw soloalbum van zijn hand zal verschijnen. Wynn is een gretig schrijver, daarover laat hij geen onduidelijkheid bestaan. Het motto van wijlen Townes Van Zandt dat je in een bloementuin niet als een wildeman om je heen moet grijpen, omdat er dan uiteindelijk niks nieuws meer kan bloeien, is aan hem niet besteed. “Mijn credo is: use it or lose it. Ik begrijp het heel goed als jij sommige van mijn platen minder geslaagd noemt, maar een artiest die bang is een keer op zijn bek te gaan, is in mijn ogen geen knip voor de neus waard.” Creatief bezig zijn noemt Wynn het mooiste

wat er is. “Er bestaan zo veel prachtige liedjes die alleen maar liggen te wachten tot iemand ze schrijft. Geef me een melodie, een tekstregel of een titel en ik maak er iets van. Soms heb ik een nummer in vijf minuten klaar. Elk idee dat opkomt grijp ik meteen bij de kladden, want wie weet ben ik het morgen alweer vergeten. Ach, het enige criterium is dat muziek je onderbewust moet prikkelen. Nummers met een donker randje of vreemde kronkel zijn toch het meest opwindend. Liedjes die op alle vragen een antwoord geven, zijn gewoon saai. De ware kracht ligt nou net in het ondoorgrondelijke, het mysterieuze. Vandaar dat ik juist voor dit vak heb gekozen. Het gaat me namelijk niet alleen om de muziek, het gaat me net zo goed om de magie.”

Paisley Undergroundklassiekers The Dream Syndicate

THE DAYS OF WINE AND ROSES (1982) Conceptueel ingestelde voor­ man Steve Wynn toont zich schatplichtig aan zowel Velvet Underground als The Doors en The Byrds op invloedrijk debuut, gekenmerkt door van­ wege postpunk­dynamiek non-anachronistisch klinkende acidrock­improvisaties. Glansrol voor avant-garde gitarist Karl Precoda.

The Rain Parade

EMERGENCY THIRD RAIL POWER TRIP (1983) Neopsychedelisch meesterwerk van caleidoscopische aard gene­ reert cultstatus voor creatieve genius David Roback, die zeven jaar na dato in sonische nevelen gehuld aan zijde van sirenisch kwelende Hope Sandoval furore zal maken met slowcoreduo Mazzy Star. Luistertrip van ouder­ wets hoog wow man, far out-kaliber.

Green On Red

GAS FOOD LODGING (1985) Lowbudgettournee door Reagenesk Amerika levert inspiratie op voor door kans­ armen en drop-outs bevolkt thema-album, waarmee rebel­ lenclub onder aanvoering van woeste americanapoëet Dan Stuart semilegen­ darische status verwerft. Maniakale rootsrock ontleent meerwaarde aan vlijmscherp gitaarspel van melkmuil Chuck Prophet.


ROCK

RECENSIES The Megaphonic Thrift

Decay Decoy Hype City

Zinderende Noren. Uitblinken in originaliteit is misschien niet direct de grootste kwaliteit van de Noorse groep The Megaphonic Thrift maar dat neemt niet weg dat de drie heren en één dame van deze nieuwe formatie buitengewoon sterk voor de dag komen op hun debuutalbum decay decoy. Afkomstig uit een reeks Noorse indierockgroepen, waarvan The Low Frequency In Stereo waarschijnlijk de bekendste is, trakteert The Megaphonic Thrift ons op noisy indierock in de beste Sonic Youth-traditie. Daarin staan niet zozeer de pure noise-elementen centraal van de vroege Sonic Youth als wel de dynamisch melodieuze

Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

Amplifier

The Octopus AmpCorp

Prestigieuze rock-dubbelaar.

Amplifier is afkomstig uit Manchester en bestaat uit Sel Balamir (gitaar, zang), Matt Brobin (drums) en bassist Neil Mahony. Hun eerste twee platen, amplifier (2004) en insider (2006), vielen positieve recensies ten deel. Voor hun derde gingen de mannen niet over één nacht ijs: drie jaar spendeerden ze aan the octopus, een zestien tracks tellend werkstuk, ruim twee uur muziek verspreid over twee schijfjes. Dat levert een boeiende mix op van space-, classic- en progressieve (hard)rock, waarbij de heren niet schuwen zware, tegen metal aanschurkende gitaarmuren te metselen, met flink wat bombastische momenten. Als u houdt van hapklare brokken, kunt u deze Amplifier beter links laten te liggen, want veel P 12 HEAVEN

noisy gitaarrock van de meer recente incarnatie van die band. Wie, net als ondergetekende, zeer gesteld is op moderne rock­ platen als Sonic Youths rather ripped en rated r van Queens Of The Stone Age (om nog een andere band te noemen, wier

invloed je bij The Megaphonic Thrift herkent), kan decay decoy blindelings aanschaffen. Het album laat op eenzelfde krach­ tige manier horen dat het wel degelijk mogelijk is snoeiharde gitaarrock te maken waarbij intens pakkende songs en melo­

nummers op dit concept­album klokken meer dan vijf minuten. Ik ben, na diverse luistersessies, nog lang niet klaar met the octopus. Beluistering via de koptelefoon verdient de voorkeur om dit boeiende en ambitieuze album verder te ontdekken en te waarderen; liefhebbers van Porcupine Tree, Rush, Pink Floyd, Oceansize en Queensrÿche zouden zich de moeite moeten getroosten the octopus uit te proberen. Joop van Rossem

genre. Dat genre biedt optimaal gelegenheid kennis te maken met hun vocale kwaliteiten, instrumentale veelzijdigheid en compositorische klasse. Dat de groep niet terugschrikt voor op gezette tijden groots uitpakken, is een extra pluspunt. Ze verstaan de kunst nuances uit diverse stijlvormen te verpakken in gloedvolle popliedjes. Naast de flink aangezette liedjes lassen ze precies op de goede momenten rustpunten in waarop ze met veel elan toveren met minimale middelen. Liefhebbers van enerverende Britpop kunnen dit album dan ook met een gerust hart aanschaffen. Koos Gijsman

British Sea Power Valhalla Dancehall Rough Trade/Konkurrent

Spitsvondige Britpop.

Het potentieel dat van de Britse groep British Sea Power een enerverende live-act maakt, komt op hun vierde album valhalla dancehall volledig tot wasdom. De broertjes Scott en Neil Wilkinson en hun vrienden Martin Noble en Matthew Wood hebben de belofte die ook hun vorige studiowerk inhield optimaal ingelost. Hoewel de groep in zijn kern sterk leunt op het geluid van de jaren tachtig Britse popmuziek, zijn de zijpaden die ze op dit album bewandelen zo veelvuldig dat je gerust kunt spreken van een geheel eigen

Anna Calvi Anna Calvi Domino/Munich

Ster in wording.

Nog voor ook maar één noot van deze nieuwe Britse sensatie was uitgebracht, werd Anna Calvi door de Engelse media en haar platenmaatschappij al zo gehypet dat het eigenlijk ondoenlijk is nog een echt objectief oordeel over haar te vormen. Nu zijn aanbevelingen van onder anderen Nick Cave en Brian Eno (‘Het beste wat ik gehoord heb

dieën vooropstaan, doorlopend zeer fraai gezongen. Het is ook de pure kwaliteit van die lied­ jes, gekoppeld aan het foutloze rockgeluid, waardoor je aan alles voelt dat The Megaphonic Thrift geen cynische poging is een graantje mee te pikken op de huidige noiserockgolf, maar een van de opwindendste indie­ rockbands van het moment. Eric van Domburg Scipio

sinds Patti Smith’) natuurlijk niet iedereen gegund en kun je er donder op zeggen dat Calvi beslist niet doorsnee zal zijn, maar of dit debuut al die bewieroking echt staaft, daar zijn we nog niet helemaal uit. Vergeleken met de vrouwen aan wie ze ons nog het meeste herinnert, PJ Harvey en Patti Smith, heeft Calvi een sensuelere uitstraling, en in combinatie met het enigszins gevaarlijke sfeertje om haar heen werkt dat prikkelend. Het voorkomt niet dat een zekere theatraliteit op het album valt te bespeuren die niet op ieder nummer evenzeer overtuigt. Op de beste momenten (First We Kiss, I’ll Be Your Man) verleent het haar muziek een soort noirDusty Springfield meets PJ Harvey gevoel, erg verleidelijk, maar op andere momenten (Desire, The Devil) doet het ook enigszins gemaakt aan en dan is ze minder geloofwaardig. Omdat dat soort momenten duidelijk in de minderheid is en dit pas haar debuut is, is er alle reden Anna Calvi het voordeel van onze lichte twijfel te geven. Een potentiële topper is opgestaan, dat lijkt evident, al komt het er op deze cd nog niet volledig uit. Eric van Domburg Scipio


Einstürzende Neubauten

Spokes

Strategies Against Architecture IV: 2002-2010

Everyone I Ever Met

Mute/PIAS

Counter

Verrassend subtiel en toegankelijk.

Glansrijk debuut.

31 jaar nadat Blixa Bargeld, Alexander Hacke en N.U. Unruh in West-Berlijn Einstürzende Neubauten oprichtten, gaat het deze Duitse avant-garde rockband nog altijd voor de wind. Hoewel hun zeer Duitse industriële rock lang niet meer zo baanbrekend is als in de tijd dat de Neubauten tot de pioniers van dit genre behoorden, is ze nog altijd vitaal genoeg om haar plek veilig te stellen in de eredivisie van Duitse rockacts. Voor wie het te veel werk en/of moeite is de band van jaar tot jaar te volgen, heeft de groep zelf de oplossing middels de compilatiereeks strategies against ­architecture. Die is inmiddels toe aan deel 4 en brengt telkens de hoogtepunten van een bepaalde periode bijeen, in dit geval 2002-2010. Uitvoerig en zorgvuldig geannoteerd zijn de fraaie uitgaven niet zozeer bedoeld om de oorspronkelijke cd’s uit die tijd (van perpetuum mobile tot en met the jewels) overbodig te maken als wel om daarop terug te blikken en commentaar te leveren. Opvallend is hoezeer het geluid van de Neubauten aanvaardbaar is geworden voor grote groepen rockliefhebbers. De groep is weliswaar ontegenzeggelijk veel milder geworden in zijn uitingen, maar eveneens staat vast dat mede dankzij suc-

Na het in eigen beheer uit­ gebrachte ep’tje people like people like you, is everyone i ever met het eerste volle­ dige album van de Spokes uit Manchester. Een beetje een geheimzinnige band; ze pre­ senteren zich alleen met hun voornamen Owain, Matthew, Liam, Ruth en John-Michael. Als invloeden noemen ze uit­ eenlopende bands en arties­ ten als Doors, Sonic Youth, Kate Bush en Dave Brubeck. Opvallend is de nadruk op de viool als solo-instrument. Met name in We Can Make It Out roept dat bij mij ogenblikkelijk herinneringen op aan de jaren zeventig band The Flock (So Tired Of Waiting For You). Een andere vergelijking die zich opdringt, vooral door de vele tempowisselingen en de ijle, staccato gezongen refreinen, is The Arcade Fire. Maar je doet Spokes ernstig tekort door ze neer te zetten als een epigoon

rything Everything bestaat uit gewezen muziekwetenschappenstudenten. Het verklaart misschien het grillige karakter van hun muziek. Geen geplaveide paden, spiegelgladde zeeën en platgewalste landschappen. De indierockers kiezen steevast voor het avontuur, de spanning en dat maakt hun muziek een ware verademing tussen vele soortgenoten. Na wat singles komt ook op hun debuut-cd man alive de la vol verzekeringspolissen niet in de buurt. De heren gooien al het risico op een schijfje en het pakt meer dan goed uit. Niet na de eerste draaibeurt een oordeel vellen – doordraaien, doorspitten, wroeten naar ongebruikelijke maatsoorten en vernieuwende drumritmes. De diepgang komt dan vanzelf. Zo was in 2010 te zien op Pukkelpop en Pinkpop. Daar liet de band zien aan de vooravond te staan van een mooie plek op het poppodium. Met man alive zet Everything Everything opnieuw een grote stap vooruit. Hans van der Maas

van die succesvolle Canadese band. everyone i ever met is een intrigerend album waarop Spokes laat zien dat ze beschikken over een breed spectrum aan mogelijkheden: zowel indie als folk, zowel shoegaze als symfonisch beho­ ren tot hun repertoire. Wat dat laatste betreft: ligt het aan mij of is sprake van een trend, een terugkeer van de breed uitwaai­ erende soundscapes van bands als met name Yes? Een titel als When I was A Daisy, When I was A Tree doet bovendien vermoeden dat Spokes ook zijn beïnvloed door de flowerpower. Hoe dan ook: een debuut van uitzonderlijke klasse.

Fields

Roeland Smits

Esoteric

Fields

Progrock zonder excessen.

De vierkoppige Britse band Eve-

Het heeft lang geduurd voordat de enige lp van Fields opnieuw werd uitgebracht, maar vorig jaar was het eindelijk zo ver. Meer dan terecht, want het oorspronkelijk uit 1971 stammende album hoort tot de interessantere Britse progrock-lp’s uit die tijd. Grote man achter dit kort

eerste wat opvalt is dat de muziek anno 2011 stukken minder heftig overkomt dan toen, zoals mis­ schien nog het best te horen is op de reisssue van het tweede album stations of the crass uit 1979 (Crass/Konkurrent JJJH). Verder blijkt dat het met afstand beste Crass-album nog altijd hun derde plaat is van een jaar later, penis envy, toen de dames in de groep de hoofdrollen voor zich opeisten en de anarchopunk een af en toe bijna poppy uitstraling

meegaven die nog altijd subliem werkt (Crass/Konkurrent JJJJ). Hoezeer de muzikale underground in de jaren zeventig was veran­ derd, kunnen we mooi bekijken als we de verbeten anarchopunk van Crass vergelijken met het soort freaky anarchistische folk­ rock waarmee The Fugs eind jaren zestig de Verenigde Staten onveilig maakten. Nadat Ace drie jaar geleden de beginjaren van de band al compileerde op de 4-cdbox don’t stop! don’t stop! doet

cesvolle navolgers als Nine Inch Nails en Rammstein het publiek ook onmiskenbaar in hun richting is opgeschoven. Het maakt deze strategies against architecture iv tot een vaak verrassend mooi, subtiel en toegankelijk overzicht voor de meer avon-

tuurlijk ingestelde muziekliefhebber. Eric van Domburg Scipio

zoiets commercieels als de luxe heruitgave, zou je denken dat het Crass was. We zijn echter ruim dertig jaar verder en als je nog wilt meetellen als een van de meest iconische groepen uit de Britse punktijd, valt er ken­ nelijk niet aan te ontkomen dat je je originele platen remastert, in een nieuw hoesje stopt en aan­ vult met allerlei bonusmateriaal, zoals extra tracks, een uitgebreid boekje en een facsimile van de oorspronkelijke posterhoes. Het

Everything Everything Man Alive

Polydor/Universal

Ongebruikelijke maatsoorten.

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje Tot de meer bizarre rock-reis­ sueprogramma’s van de laatste tijd behoren zonder twijfel de luxe heruitgaven van het com­ plete repertoire van de Britse anarcho-punkers Crass. Als het gedachtegoed van één band mijlenver af leek te staan van P 13 HEAVEN


ROCK

RECENSIES

Gazpacho

Missa Atropos Kscope/Bertus

Meesterlijke progrock. Liefhebbers van progrock erkennen de meesterlijke kracht van de Noorse band Gazpacho. De ene na de andere cd draait overuren bij de lief­ hebbers en voor de band bete­ kent dat steeds weer opboksen tegen de hoog gespannen verwachtingen. En toch is het warempel wederom gelukt een meesterlijke progrock-cd af te leveren met missa atropos,

bestaande trio was toetsenist Graham Field, die u met name kunt kennen als schrijver van de hit Sympathy voor zijn vorige band Rare Bird, al kennen we het nummer in Nederland vooral van Steve Rowland And The Family Dogg. Samen met zanger/gitarist/bassist Alan Barry en oud-King Crimson drummer Andrew McCulloch maakte toetsenvirtuoos Field muziek die zo’n beetje hangt tussen Emerson, Lake & Palmer en King Crimson, al vermijdt Fields juist de instrumentale excessen die beide bands en de progrock in het algemeen uiteindelijk zouden opbreken. Hij legt ook de nadruk op pakkende (pop)songs, wat ook blijkt uit het feit dat van de tien oorspronkelijke nummers op fields (hier aangevuld met twee bonus-tracks) het gros

hun eerste voor Steven Wilsons bekende progrocklabel Kscope. missa atropos klinkt rustiger dan ooit maar zit gelukkig vol met de bekende Gazpacho-eigenschappen

tussen de drie en vier minuten uitkomt, met slechts één uitschieter richting zes minuten. Daardoor komen Fields’ stukken minder gedateerd over dan dan die van veel toenmalige generatiegenoten en klinken ze nog steeds eigenlijk verrassend modern. Doodzonde dus dat ze er na deze ene, weinig succesvolle plaat, het bijltje bij neergooiden, want dit is het soort excesvrije prog dat het genre nooit zo’n slechte naam zou hebben bezorgd. Eric van Domburg Scipio

Madrugada

The Best Of Madrugada Virgin/EMI

Originele en zwaar onderschatte band.

Ik begin met wat kritiek. Wat is dat toch, die gewoonte op verzamelabums nummers uit verschillende periodes lukraak en soms

die de band net even boven genregenoten uittillen. Klein minpuntje is de stem van zanger Jan H. Ohne, die door gebrek aan variatie op enkele momenten tegen licht erger­ lijk aanzit. Voor het overgrote merendeel blinkt de plaat uit in wonderschone composities verpakt in magistrale melo­ dieën, met raakvlakken met het betere werk van Porcupine Tree en Marillion. Graag extra aandacht voor Snail en het dik acht minuten durende titel­ nummer Missa Atropos. Hans van der Maas

industrial Silence) en het intieme, americana-achtige Lift Me (met Ane Brun) uit 2005. Toch hoor je die nummers op the best of madrugada direct na elkaar. Daardoor valt maar moeizaam te ontdekken dat Madrugada begon als een zwaarmoedige naar z’n identiteit zoekende band, om te eindigen met een introspectief, intelligent ‘eigen’ geluid. De doorgewinterde fan biedt the best of madrugada weinig nieuws. Wie minder bekend is met Madrugada biedt deze compilatie de gelegenheid kennis te maken met een originele en zwaar onderschatte band die in de loop van zijn carrière eigenlijk steeds beter werd.

liefdeloos door elkaar te smijten? Daardoor word je op een Best Of vaak heen en weer geslingerd van het eerste naar het meest recente album van een band, met daar tussendoor dan ook nog eens (soms obscuur, soms fraai) niet eerder verschenen materiaal. Ook the best of marugada lijdt aan dat euvel. Daardoor komt volstrekt niet uit de verf welke ontwikkeling ­Frode Jacobsen (bas), Sivert ­Høyem (zang), Simen Vangen (drums) en Robert Burås (gitaar) doormaakten in de acht jaar dat Madrugada ‘op plaat’ actief was (van 1999 tot het overlijden van de laatstgenoemde in 2007). ­Lachebekjes zijn het nooit geworden, maar er is een wereld van verschil tussen een somber postindustrieel nummer als This Old House (van het debuut

Roeland Smits

generatie gitaarrockers, werden beide Soft Boys-platen (a can of bees en underwater moonlight) echt op waarde geschat, waarbij met name het tweede album wordt gerekend tot de klassiekers van de neopsychedelische gitaar­ rock. Nadat beide platen tien jaar geleden al eens door Matador waren heruitgebracht met een schat aan bonusmateriaal, doet Yep Roc dat nu dunnetjes over in mooie facsimile lp-hoesjes, al is het jammer dat het extra

materiaal deze keer alleen via digitale downloads beschikbaar is (Yep Roc/Munich JJJH resp. JJJJH). Als we zo de cd’s beluisteren die de Amerikaanse Akron/Family de laatste zes jaar over ons heeft uitgestort, kan het bijna niet anders of er moet nog hele berg onuitgebracht materiaal op de planken liggen, zozeer is deze band altijd zoe­ kende naar allerhande geluiden en structuren die nog niet eerder zijn vertoond tussen alt.rock en

Nordagust

In the mist of morning Karisma Records

Indrukwekkend.

Hoewel de Noren van Nordagust al heel wat jaren hun muzikale weg bewandelen, is in the mist of the morning hun officiële internationale debuut. En wat voor een debuut. Van begin tot eind leunt de plaat op een niet mis te verstane variatie binnen de progrock. Laat ik het zo zeggen: er ligt een dikke saus authentieke folk over, en dat komt de cd zeer ten goede. Aan de hand van een zorgvuldige en goede beheersing van de instrumenten en een puike productie ontspint zich een progrockplaat die zich moeiteloos kan meten met cd’s van bands als Trans­

Ook verschenen (vervolg) Floating World nu een duit in het zakje met de gecombineerde reis­ sue van hun derde en vierde lp’s tenderness junction en it craw­ led into my hand, honest. Op deze platen wist het stel gesjeesde dichters dat de kern van de band vormde (Ed Sanders en Tuli Kupferberg) zich omringd door een nieuwe backing group waarin onder anderen de (later) bekende gitarist Danny Kortchmar. Niet dat de muziek er echt veel beter van werd, maar als tijdsdocu­ P 14 HEAVEN

ment of aha-erlebnis voor wie die periode heeft meegemaakt heel geschikt (Floating World/Bertus JJJ). Waren zowel Crass als The Fugs al vrij snel notoir, de uit Cambridge afkomstige Soft Boys werden in het begin vooral genegeerd en mochten voorna­ melijk rekenen op de hoon van de critici. Pas nadat de groep al ter ziele was gegaan en voorman Robyn Hitchcock begin jaren tachtig in de Verenigde Staten de held bleek van een hele nieuwe


Wire

Jack Bruce and the Cuicoland Express Live at the Milky Way Flaccid Parrot Records

Sterk Melkweg-concert. Jack Bruce staat bekend als bluesrocker, vooral door zijn werk met Cream, Gary Moore en Robin Trower. Maar hij heeft ook een avontuurlijker kant, die naar voren komt in zijn solowerk. Daarbij schuwt hij het experiment niet. De begeleidingsband waarmee hij een kleine tien jaar geleden werkte, telde bijvoorbeeld twee drummers plus een congaspe­ ler. Het is dan ook geen wonder dat de percussie veel nadruk kreeg tijdens zijn optreden op

atlantic en in zekere zin ook Yes – niet de minste in hun soort. Jammer dat zanger Daniel Solheim af en toe zijn plafond niet kent, anders kwamen de vijf sterren erg dichtbij. En dus past het predikaat ‘indrukwekkend’.

20 oktober 2001 in de Melkweg. Het concert is vastgelegd op deze dubbel-cd en is een van zijn beste live registraties ooit, vooral doordat hij clichés ver­ mijdt. Luister alleen maar naar het eigenwijze gitaarspel van ex-Living Colour-gitarist Vernon Reid. Zelfs een verplicht num­

Meer nog dan all mod cons uit 1978 en het een jaar later verschenen setting sons geldt het in 1980 uitgebrachte sound ­affects als The Jam’s ‘revolver’. Niet alleen is sound ­affects de meest veelzijdige

plaat in het oeuvre van de groep, hij bezit ook een lichtere, af en toe bijna Beatleske, poppy toon die het album duidelijk onderscheidt van zijn twee voorgangers. Paul Weller maakte de plaat toen The Jam op de toppen van zijn roem stond en bij wijze van spreken John Cage’s ­befaamd geluidloze compositie 4’33 had kunnen coveren en daarmee nog een Britse nummer één hit zou scoren. De druk deerde hem echter allerminst en alsof het geen enkele moeite kostte, schudde hij met speels gemak juweeltjes uit zijn mouw als Pretty Green, Monday, That’s ­Entertainment, Man In The ­Corner Shop en Boy About Town,

indiefolk. s/t II: the cosmic birth and journey of shinju tnt is de onmogelijke titel van hun zesde cd en die bevat weer een even rusteloze als geestverruimende mengeling van stijlen die nu eens buitengewoon mooi is dan weer amper te volgen. Onbeluisterbaar wordt het nooit en dat is toch een opmerkelijke kwaliteit van deze even bijzondere als ongrijpbare indieband (Dead Oceans JJJH). Music’s Not For Everyone, zou Chain & The Gang-voorman

Ian Svenonius als commentaar geven en dat is niet toevallig de titel van hun jongste, tweede cd. Gevormd door allerhande indie­ musici uit andere bands van het K-label laat Chain & The Gang zich vooral niet tegenhouden door zijn technische beperkingen en komt met een sterk door de jaren zestig beïnvloede mengeling van pop, rock, funk en soul, allemaal lekker ongepolijst, maar prima liedjes (K Records/Konkurrent JJJ). Prima, maar dan in een

Hans van der Maas

The Jam

Sound Affects Deluxe Edition Polydor/Universal

De Beatles van hun tijd.

P 15 HEAVEN

mer als Sunshine Of Your Love klinkt net even anders dan de vele versies die al in onze kast staan. Daar komt bij dat Bruce sterk bij stem is. Wie nog steeds weg is van more jack than god, de geweldige studiocd die Bruce met dezelfde band in 2003 uitbracht, zal in zijn nopjes zijn met deze dubbelaar. En dit is ook een aanrader voor fans van de New Yorkse producer Kip Hanrahan, met wie Bruce een paar fantastische cd’s heeft gemaakt (vertical’s currency is de beste), want Hanrahan schreef mee aan zeven nummers en leverde assistentie bij mix en productie. Kees van Wee

waarbij hij ook zonder enige gêne de basloop van de Beatles’ Taxman leende om daaruit het minstens zo fraaie Start! te boetseren. Dat het album een luxe editie verdiende staat dan ook buiten kijf. Naast het geremasterde originele album bestaat die uit een uitgebreide b ­ onusschijf met alternatieve versies, b-kantjes, demo’s en een handvol covers (Beatles, Kinks). Ze illustreren perfect hoe Wellers muzikale gedachtengoed in elkaar stak bij het tot stand komen van het album, misschien niet zo baanbrekend als zijn voorgangers maar minstens zo genoeglijk. Eric van Domburg Scipio

Red Barked Tree Pink Flag/Konkurrent

Tegendraads en toegankelijk.

Na de reissue vorig jaar van het acht jaar oude album send (als send ultimate), volgt met red barked tree een heel nieuwe cd van deze Britse avant-garde/ postpunkrockers. Beide platen hadden nauwelijks meer van elkaar kunnen verschillen. send is heel weerbarstig, lawaaiig en lastig tot door te dringen. Grote delen van red barked tree klinken heel uitnodigend, af en toe misschien zelfs een beetje té, zoals op de wel heel gelikt klinkende opener Please Take. Dan bevallen de twee, iets meer tegendraadse tracks die volgen ons beter, wanneer we worden teruggevoerd naar de even ­eigenwijze als intelligente popsound van de ondergewaardeerde Wire-cd a bell is a cup… ­until it is struck. Two Minutes zoekt daarna de meer weerbarstige kanten van het Wiregeluid op en zo wisselt red barked tree bijna per nummer van stijl tussen meer en minder toegankelijk materiaal, allemaal evenwel duidelijk herkenbaar als Wire. Zo komen zo’n beetje alle stijlen langs die we de afgelopen 34 jaar van deze puike Britse band hebben gehoord. Al te verrassend is red barked tree daardoor niet, maar door het aanhoudend hoge niveau van de liedjes toch weer een uitstekende Wire-cd. Eric van Domburg Scipio

heel andere context, is het woord dat we graag gebruiken om chase the sundown with me te beschrijven van de Friese groep Ilanois. Voor de registratie van dit tweede album werden kosten noch moeite gespaard en een producer en technici aangetrok­ ken die hun sporen reeds hebben verdiend bij onder andere U2, No Doubt, Editors en Snow Patrol. Dat de sound ergens tussen beide laatstgenoemde groepen uit­ komt, is dan ook niet zo vreemd.

Origineel is misschien anders, maar de kwaliteit is hoog (PIAS JJJH). Dat kunnen we ook roe­ pen over de explosieve bluesrock van het Vlaamse Ganashake, zij het dat hun door sterproducer Jean Marie Aerts in goede banen geleide debuut teruggrijpt op de originelen zelf in plaats van een afgeleide variant daarvan. Urgent en fris van de lever spe­ lend, bewijst Ganashake dat de Belgische bluesrock bloeit (Sonic Rendezvous JJJH).


POP DIVA IN DE DOP Met los opgestoken haar, in zwart huispak en op blote voeten opent ze de hotelkamerdeur, een en al geurend naar doucheschuim. Bij het voorstellen voelt haar hand zelfs nog een beetje vochtig aan. Prettig kennis te maken: Adele. Begin twintig pas en nu al een zangeres uit duizenden. Maar nog steeds een volkse Londense kwebbelkous, die ondanks haar sterrenstatus totaal geen kapsones vertoont. En met ogen om in te verdrinken. door Geert Henderickx

Rolmodel Etta James

THE ESSENTIAL ETTA JAMES (1993) Zeventigplus inmid­ dels and still going strong, indachtig titel van autobiografie Rage To Survive, waarin overwonnen heroï­ neverslaving onverbloemd ter sprake komt. Op haar vierde begonnen in Californisch kerkkoor en als veertien­ jarige ontdekt door rhythm ’n’ blues­ orkestleider Johnny Otis. Glorieplaten uit jaren zestig en vroege jaren zeventig staan verzameld op waarlijk essentieel dubbelalbum, dat in beetje historisch verantwoorde collectie niet mag ont­ breken. Repertoire bevat uitsluitend covers, maar varieert van soul en gos­ pel tot blues, jazz en zelfs pop, alles gezongen met onontkoombare urgentie. Inclusief de fenomenale dubbelsingle Tell Mama/I’d Rather Go Blind. P 16 HEAVEN

Adele “Wat ik doe

noem ik geen zingen”

H

aar onweerstaanbare debuutalbum 19 haalde in Nederland liefst vierdubbel platina, maar wereldwijd verkocht het al even hartveroverende rockferry van vermeende concurrente Duffy al gauw ettelijke miljoenen beter. Nu zijn de twee Britse zangeressen vrijwel gelijktijdig op de markt gekomen met de cruciale opvolger, waarbij Aimée Duffy het over een andere boeg heeft gegooid met endlessly als desastreus gevolg. Adele Adkins koos er juist voor haar veelzijdige smaak te kanaliseren, zodat de beurtelings contemporaine en traditionele liedjes van eigen hand dichter bij elkaar zijn komen te liggen op 21, vernoemd naar haar leeftijd. Geen kwaad woord over knallende popnummers als instanthit Rolling In The Deep, maar het gaat uiteindelijk toch om de majestueuze ballades. Veelal opgebouwd rond piano en opgeluisterd met fluwelig klinkende strijkers tonen die gedragen nummers over alweer een verloren liefde pas echt haar superieure vocale klasse. Gezegend met een welluidende stem en een imposant volume paart ze een voorbeeldige dictie en frasering aan een emotionele geladenheid met een voor haar jaren onwaarschijnlijke doorleefdheid. Alleen iemand met een hart van steen blijft onberoerd onder het schrijnende Don’t You Remember, om maar te zwijgen van de ronduit hartverscheurende afsluiter Someone Like You, een ballade met eeuwigheidswaarde. In de provisorische video bij Rolling In The Deep zien we je op het eerste het beste beeld een sigaret roken. “Maar natuurlijk! Lekker toch? En zo bijzonder is dat trouwens niet. De afgelopen jaren heb ik diverse grote zangeressen mogen ontmoeten en zonder uitzondering bleken ze te roken. Ik ben er mee begonnen toen ik een jaar of veertien was. Stiekem natuurlijk en maar zo heel af en toe. Nu steek ik er per dag tussen de vijftien en twintig op. Een behoorlijk aantal, ik weet het, vandaar ook dat ik nauwelijks drink. Allebei kan gewoon niet, het moet bij één ondeugd blijven. Overigens rook ik een sigaret zelden of nooit helemaal op. Pakweg vijf trekjes en dan maak ik ’m

meestal uit. Toch merk ik het al wel een beetje, hoor. Niet zozeer aan mijn stem als wel aan mijn longen. Ik kan een noot niet meer zo lang vasthouden als op mijn vijftiende. Als ik er niet mee stop, klink ik over twintig jaar totaal anders. Misschien wel zoals Joni Mitchell, die ooit begon als alt en inmiddels is gezakt naar bariton. Maar goed, zij rookte er wel een stuk of zestig per dag.” Wanneer ontdekte je eigenlijk je stem? “Ik houd van de meest fantastische zangeressen aller tijden: Etta James, Aretha Franklin, Ella Fitzgerald, Billie Holiday, Peggy Lee, noem ze allemaal maar op. Als je naar hen luistert, weet je niet wat je hoort. Dat is pas het ware werk. Wat ik doe, noem ik geen ­zingen. Maar dit even terzijde. Ik zong altijd al wel, alleen luisterde ik eigenlijk nooit naar mijn stem. Ik ben zingen pas serieus gaan nemen op het moment dat ik mijn ­platencontract ondertekende. Mensen staken geld in mijn stoutste droom, dus ik voelde me verplicht mijn uiterste best te doen. Toen


‘IK WEET NOG NIET WIE IK WIL ZIJN’

was ik net een paar maanden zestien. Ik had welgeteld drie eigen liedjes, het vierde nummer zou bijna een jaar op zich laten wachten.” Vond je het niet verschrikkelijk moeilijk op je zestiende, zeventiende al teksten te moeten schrijven? Ik bedoel, op die leeftijd moet je leven eigenlijk nog beginnen. “Nee, het ging me juist gemakkelijk af. Ik kan namelijk niet zo goed rechtstreeks tegen iemand onder woorden brengen hoe ik me voel, dus zet ik het meestal op papier. Dat doe ik al zo lang ik me kan herinneren. Wanneer ik als meisje van een jaar of vijf weer eens stout was geweest en op mijn donder had gekregen, maakte ik altijd een tekening die ik dan bedremmeld aan mijn moeder gaf. Dat was mijn manier van sorry zeggen. Als me nu iets van het hart moet, gebeurt dat in een liedtekst. Ik schrijf nogal flamboyant en pompeus, maar het komt er nu eenmaal zo uit. Het kan me niet schelen ook: van een beroerde situatie weet ik letterP 17 HEAVEN

lijk iets te maken en het bespaart me bovendien een peperdure therapeut.” Heb je wel eens het idee gehad dat je voor muziek in de wieg was gelegd? “Nee, eigenlijk niet. Volgens mij ben ik er vanzelf ingerold dankzij mijn moeder. Ze heeft echt een geweldige muzieksmaak. Toen ze me kreeg, was ze nog geen twintig, wat voor mij achteraf gezien een geluk was, want als popliefhebber verlies je met de jaren meestal je fanatisme. Zij kon destijds geen genoeg krijgen van Tom Waits, Jeff Buckley, Bob Dylan, 10.000 Maniacs, Bob Marley, The Cranberries en wie al niet meer. Als fan van de Spice Girls, Take That en Britney Spears moest ik daar uiteraard niets van hebben, maar ik zoog het onbewust wel allemaal in me op. Later op The BRIT School lieten ze je naar allerlei soorten muziek luisteren en legden ze uit hoe een en ander in elkaar stak. Zo leerde ik een goede compositie herkennen, zelfs als die absoluut niet mijn smaak is. Daarbij moet het trouwens wel met passie

zijn gemaakt, anders gaat er geen geloofwaardigheid van uit.” Hetzelfde geldt voor zingen. Je kunt een pracht van een stem hebben, een feilloze techniek en zelfs een geweldige frasering, zonder expressiviteit maak je niets los. “De voordracht is alles, ja. Daarom staat Etta James bij mij veruit bovenaan. Wat een overtuigingskracht. Verbluffend gewoon. Zelfs als ze ademhaalt, gebeurt er iets met mij. De hele kunst van zingen is de emotie achter het liedje telkens weer op te roepen. Bij een nieuw liedje kost dat geen enkele moeite, omdat alles nog zo kersvers is. Someone Like You bijvoorbeeld, waarin ik definitief afscheid neem van mijn ex-vriendje, is erg aangrijpend en pijnlijk om te brengen. Dat hartverscheurende moment herinner ik me dan niet alleen, ik herbeleef het in wezen ook. Maar dat zal beetje bij beetje slijten, weet ik inmiddels uit ervaring. De wond zal langzaam helen tot er op een goede dag alleen nog een litteken over is. Na verloop van tijd grijpt het zingen van een liedje me minder aan dan de luisteraar. Stel je voor dat ik ieder heftig liedje zou herbeleven, dan brak ik twaalf keer per avond mijn hart. Elk optreden zou een lijdensweg zijn.” Zingen is voor een deel ook een vorm van acteren? “Ja, met dit verschil dat je altijd jezelf vertolkt. Meestal zing ik vanuit de herinnering aan een bepaalde ervaring, dus het blijft geloofwaardig. Althans, dat mag ik hopen. Het hangt ook heel sterk van mijn stemming af. Plus dat lang niet alle nummers even zwaar op de hand zijn. De ene keer ga ik helemaal op in een liedje met als gevolg dat ik me net zo ellendig en gekweld voel als indertijd, dan weer dwalen mijn gedachten af en is het oppassen geblazen dat ik mijn tekst niet vergeet. Geloof het of niet, maar toen ik pas mijn appartement had gekocht, dacht ik op een avond tijdens Hometown Glory opeens aan wat ik allemaal nog bij de Ikea wilde gaan kopen.” Make You Feel My Love van Bob Dylan is in jouw versie een smeekbede. Zou je het ook andersom kunnen brengen? “Je bedoelt ‘Ik ben er voor je’ in plaats van ‘Was je maar hier’? Oh ja, zeker kan dat. Sterker nog, ik heb het wel eens gedaan. Het was ergens in Amerika en ik moest aan een bepaald iemand denken. Toen werd het opeens een heel verheffend liedje. Het ligt er helemaal aan welke persoon of situatie je bij het zingen in gedachten hebt. Verder helpt het als je voldoende levenservaring hebt opgedaan, al is dat ergens ook weer betrekkelijk. Mensen begrijpen vaak niet hoe zo’n jong iemand als ik zo doorleefd kan zingen. Wat een onzin. Zelfs als meisje van elf kan je hart best in duizend stukken breken.”


POP

Je staat zowel in rockclubs als op jazzfestivals. Twee geheel verschillende werelden, die moeilijk te rijmen lijken. “Die afwisseling houdt me juist scherp. Niet veel zangeressen en zeker niet van mijn leeftijd hebben het geluk er zo’n gevarieerde carrière op na te houden. Als ze mij vragen, kom ik opdagen, waar dan ook. En ik voel me heus niet misplaatst op zo’n jazzfestival, eerder integendeel. Je staat daar namelijk niet zozeer voor een schare fans te zingen, maar vooral voor een publiek van muziekliefhebbers. En onder muziekliefhebbers voel ik me altijd thuis. Voor hen gaat het niet om wat nu toevallig populair of relevant is. Het was dan ook een voorrecht zo vroeg al met Rick Rubin te mogen opnemen. Bij hem draait het om niets anders dan de muziek. We werkten daar in Malibu in een volstrekt isolement. Behalve de muzikanten en de technici mag niemand een voet in de studio zetten. Synthesizers en samples zijn taboe. Het was allemaal zo old school. Het leek wel of we in 1950 zaten, al had het voor hetzelfde geld 2020 kunnen zijn.” Je repertoire valt grofweg onder te verdelen in moderne popliedjes en klassieke ballades. Niet dat ze elkaar bijten, maar toch. “Ik weet gewoon nog niet wie ik wil zijn. Op 21 zijn mijn invloeden zo mogelijk nog breder dan op 19. De laatste jaren heb ik veel naar traditionele Amerikaanse muziek geluisterd: ­gospel en blues, maar ook rockabilly, country en bluegrass. Daarnaast ben ik verslingerd geraakt aan hiphop. Je kunt horen dat ik mijn Etta James en Carole King ken, maar er klinkt net zo goed Beyoncé in door. Vroeg of laat zal ik vast wel een balans vinden tussen al die stijlen waarvan ik houd, maar tot die dag blijft het een mengeling van modern en oud. Anders zou ik mezelf en iedereen anders voor de gek houden.” Niet om het een of ander, maar volgens mij ben je geboren met een oude ziel. “Soms denk ik dat ook wel eens, ja. In mijn teksten zit een zekere levenswijsheid en ik heb werkelijk geen flauw idee waar die vandaan komt. In het alledaagse leven als mijn gewone ik ben ik namelijk tamelijk onvolwassen. Wanneer ik schrijf heb ik opeens een veel beter en breder vocabulaire. Ik begrijp mijn teksten van het eerste tot het laatste woord, maar als ik net zo zou praten, zou ik niet kunnen zeggen wat ik nou eigenlijk bedoel. Mijn moeder schiet vaak in de lach als ik haar een nieuw liedje laat horen: ‘Dat ben jij toch helemaal niet.’ Misschien komt het doordat ik me het soort muziek waarmee ik ben opgegroeid zo eigen heb gemaakt. Of wie weet huist in mijn lichaam een oud, wijs en triest alter ego, dat bezit van me neemt zo gauw ik me met muziek bezighoud. Wel een bizarre gedachte eigenlijk.” Adele live: 5 april in Koninklijk Circus, Brussel; 8 april in Paradiso, Amsterdam. P 18 HEAVEN

DE STEM VAN STEREOLAB

“Niemand wil lijden”

Laetitia Sadier

De koele sirenenzang van de geboren Fran¢aise vormde een kleine twintig jaar lang het handelsmerk van Stereolab. onlangs kwam Laetitia Sadier (42) onder eigen naam met het diep persoonlijke The Trip. “Muziek maken is een voortdurende strijd tussen ego en gevoel.” door Eric van Domburg Scipio Monade, de band die je na ­Stereolab vormde, leek voor de ­buitenwacht al een soloproject. Wat deed je besluiten The Trip onder eigen naam uit te brengen? “Mijn huidige vriend vroeg zich af waarom ik me verstopte achter een groepsnaam. Zelf zag ik dat niet zo, maar ergens had hij wel

gelijk. Aanvankelijk had ik namelijk niet zo veel vertrouwen in mijn eigen muzikale capaciteiten. Het is ook een beetje een kwestie van ­timing. Tim Gane heeft Stereolab tot nader order op non-actief gesteld. Misschien is het na achttien jaar voor hem onderhand tijd voor iets anders. Maar eerst en vooral heeft Tim gewoon rust nodig, denk ik. Het is net als met een stuk landbouwgrond dat je keer op keer maar weer bebouwt. Op een gegeven ogenblik moet je dat de gelegenheid geven te herstellen.” Zelf lijk je je de laatste tien jaar alleen maar sterker te hebben ontwikkeld. “Dat ging eigenlijk vanzelf. In Stereolab maakte Tim de muziek en ik schreef de teksten en zong. Maar ik heb nooit alleen maar de zangeres van een band


willen zijn. Alleen was binnen Stereolab geen ruimte voor mij als componist, dat was voor Tim een uitgemaakte zaak. Lange tijd had ik daar geen moeite mee, maar het dwong me uiteindelijk wel met Monade mijn eigen project te beginnen.” Sindsdien schrijf je lang niet meer zulke abstracte teksten, wat vooral geldt voor The Trip. “Bij Stereolab wilde ik met mijn teksten een brug slaan tussen het diep persoonlijke, het intieme zelfs, en het maatschappelijke. Ik ben altijd nauw betrokken geweest bij wat er gebeurt in de politiek en in de samenleving. Om me heen kijken en zien hoe dat zijn weerslag op me heeft en hoe ik daarop dan weer invloed kan uitoefenen. Bij the trip ligt dat anders, dat album gaat over de tragedie die onze familie heeft getroffen: de zelfmoord van mijn jongste zus. Kunst kan in zulke situaties fungeren als therapie, als middel om uitdrukking te geven aan je pijn. Ik heb het maken van het album heel bewust ingezet bij mijn rouwproces. Toen ik het eerste exemplaar ontving, barstte ik in tranen uit, omdat ik plotseling één groot brok verdriet in mijn handen hield.’ Is het dan nog mogelijk tevreden te zijn met het eindresultaat? “Ja en nee. Enerzijds ben ik tevreden omdat het opnameproces zo’n groot avontuur was, anderzijds was het vanwege al die emoties soms heel zwaar. Niemand wil lijden of pijn voelen, maar ik heb mezelf in een situatie gebracht waar dat onvermijdelijk was, omdat ik anders krankzinnig zou worden of een of andere verschrikkelijke ziekte zou krijgen. Tegelijkertijd wilde ik onder mijn eigen naam met iets nieuws voor de dag komen, wat me overigens niet helemaal is gelukt, want ik besef terdege dat het eindresultaat niet mijlenver af ligt van wat ik eerder heb gemaakt.” Je waagt je op The Trip aan het al lang en breed doodgezongen Summertime. “Muziek maken is een voortdurende strijd tussen het ego en het gevoel. Je moet dingen op hun beloop durven laten. Ik wilde P 19 HEAVEN

Summertime per se op de plaat zetten, terwijl mijn verstand daar heftig tegen protesteerde. Waarom zou iemand nou juist het misschien wel meest gecoverde nummer ter wereld willen opnemen? Tegelijkertijd zei mijn gevoel me dat het liedje er mij als het ware om smeekte, al kon ik dat niet meteen verklaren. Pas naderhand besefte ik dat er zo enorm veel troost van uitgaat.” Geldt dat ook voor de twee ­andere covers? “Nee, hoor. Un Soir, Un Chien van Les Rita Mitsouko vind ik gewoon een genot om te zingen. En van By The Sea van Wendy & Bonnie heb ik altijd gedacht dat het een geweldig popliedje zou worden als je het tempo zou versnellen. Omdat ik zelf zo zwaar op de hand kan zijn, leek het me geen kwaad kunnen eens wat pret te beleven aan een luchtig liedje van drie minuten. We hebben het op een verloren namiddag opgenomen.” Je hebt The Trip in twee delen opgenomen. Was dat gepland of is dat toevallig zo gekomen? “De sessies met Emma Mario en Julien Gasc waren speciaal in de zomer gepland toen mijn zoontje bij zijn oma logeerde. Dankzij Emma’s mobiele apparatuur hebben we twee weken ongestoord door kunnen werken. De samenwerking met Richard Swift kwam min of meer toevallig tot stand. We hadden elkaar tijdens de laatste tournee van Stereolab leren kennen en spraken af bij gelegenheid eens iets samen te doen. Meestal komt van dat soort vage voornemens niets terecht, maar Richard is niet alleen een veelzijdig muzikant, hij is ook een gewild producer, die gewend is zaken te regelen. We hebben in zijn studio bij hem thuis in de garage echt lekker zitten werken. Wat mij betreft blijft het dan ook niet bij deze ene keer. Ik weet zeker dat ik het met zijn hulp over een andere andere boeg kan gooien. Mijn muziek moet veel losser, veel verrassender. Niet dat ik ontevreden ben over the trip, maar ik wil verder op mijn zoektocht naar wie ik werkelijk ben.”

Uiteinde

door Geert Henderickx

Vandaag is het de laatste dag van het oude jaar. Wat mij betreft typisch zo’n dag om over te slaan, net zoals de dag van morgen, de eerste dag van het nieuwe jaar. Vanavond om zeven en elf uur spelen Los Lobos in de City Winery in New York en dat is volgens de amigos de musica zelf ‘good fun as usual’. Kijk, dat had ik nou best wel mee willen maken. Niet dat ik er echt mee zit als ik weer eens iets mis – herinneringen genoeg tenslotte. Zo hoop ik voor komend jaar op helemaal niets, want dan blijft me tenminste wie weet wat voor ellende bespaard. Wel koester ik ditmaal een goed voornemen: ik ga serieus pogen me te bekwamen in de kunst van het nietsdoen. Ondertussen spookt nu al bijna twee weken lang Into The Wild door mijn hoofd. Of hij nou acteert of regisseert, Sean Penn jaagt je gegarandeerd de stuipen op het lijf. Deze waargebeurde film van een jaar of drie terug verhaalt hoe een begenadigd student tijdens de zomervakantie tussen college en universiteit met de noorderzon vertrekt. I know all the rules, but the rules did not know me, aldus neo-folkrocker Eddie Vedder op de soundtrack, tussen haak­ jes eigenlijk gewoon de eerste soloplaat van het Pearl Jamboegbeeld – en wat voor eentje. Enfin, die student doneert zijn totale spaargeld aan ontwik­ kelingshulp, vernietigt al zijn pasjes en kaarten, en slaat aan het zwerven. Eenmaal voldoende onthecht stapt hij twee jaar later de wereld uit. For me it begins

at the end of the road. Hij verdwijnt in de wildernis van Alaska om zichzelf te vinden. Maar ja, wat gebeurt? When you think more than you want, your thoughts begin to bleed. En dus wil hij op een gegeven moment weer onder de mensen. Alleen heeft de natuur inmid­ dels de terugweg afgesloten en lukt het hem steeds moeilijker aan voedsel te komen. Na zo’n vier maanden sterft hij de hon­ gerdood. The lights go out. Let me feel I’m falling. I am falling safely to the ground. Jazeker, het einde is hoe dan ook een verlossing, altijd. Toch een troostende gedachte zo aan de vooravond van een nieuw jaar – ware het niet dat na het zien van Into The Wild de schrik er weer behoorlijk in zit. Alsof het zo moet wezen, zal over een dag of vier Gerry Rafferty zijn laatste loodje leggen – doodgedronken. Tjongejonge, wat kon die man magnifieke popmuziek maken. Neem nou can i have my money back?, zijn absolute meester­ werk, veertig jaar oud alweer, het album dat Paul McCartney nooit heeft gemaakt. Uitgelaten sta je alles mee te zingen, want blijven zitten lukt niet bij zulke opwekkende liedjes – en dat ter­ wijl de kommer en kwel ervan afdruipen. Each day is harder to get through. My head, it is spinning. I don’t think I’m winning the race. Nee, winnen zat er niet in, maar hij is wel tot het bittere eind blijven doorgaan, hoe zwaar het hem ook viel – vooral dat laatste rechte stuk, zeker met die straffe wind tegen.


POP

RECENSIES Orange Juice

…Coals To Newcastle Domino

Water naar de zee dragen. Wie eind jaren zeventig, begin jaren tachtig trouw het begin van de carrière van Edwyn Collins volgde, zal enig gegrin­ nik niet kunnen onderdrukken bij de bewieroking die zijn toenmalige band Orange Juice tegenwoordig ten deel valt. De groep genoot al vanaf het begin een zekere cultfaam, niet in de laatste plaats doordat de eer­ ste singles verschenen op het even hippe als kort bestaande Postcard-label. Toch brak de indiepop van Orange Juice weinig potten, ook al dreigden ze even in 1983 door te breken toen het funky titelnummer van hun tweede lp rip it up pardoes in de Britse top tien verzeild raakte. Ruim tien jaar later, in 1994, leidde Edwyn Collins’ internationale solohit A Girl Like You evenmin tot

Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

een doorbraak. Als gevolg van het gebrek aan fortuin gooiden ze zo’n twee jaar en anderhalf album later het bijltje er roemloos bij neer. Iedereen ging solo verder of stapte uit de muziek. Typisch genoeg bleken onder die kleine schare liefhebbers echter wel fans te zijn die met hun eigen muziek een vergelijkbaar indie(gitaar) popmodel volgden als Orange Juice en zo de typerende sound van de band levend hielden. Van The Pale Fountains en Trash Can Sinatras tot Belle & Sebastian en

Franz Ferdinand, de invloed van Orange Juice doet zich nog tot op de dag van vandaag gelden en wordt meer dan gevierd met de prachtig verpakte 6 cd + 1 dvd box …coals to newcastle. Daarop is zo’n beetje het hele repertoire van de groep terug te vinden, dus die drieënhalve lp en dertien singles, en al het alternatieve en extra materiaal waardoor alle zeven schijfjes bomvol zitten met meer van de meest oorspronkelij­ ke en invloedrijke indiepop die de Britse postpunk heeft opgeleverd.

Bots

Tijdens het werken aan een nieuw Bots-album bleek Botsgrondlegger/zanger/tekstschrijver Hans Sanders ongeneeslijk ziek. Hij had vijf liedjes ingezongen en zou de plaat niet kunnen afmaken. Om hem te eren werd

besloten een ‘Botsmonument’ op te nemen met door Sanders en de band gewaardeerde en bewonderde zangers. En zo leveren op deze veertiende Botsplaat Guus Meeuwis, Huub van der Lubbe, Freek de Jonge, Gerard van Maasakkers, JW Roy, Peter Koelewijn, Maarten van Roozendaal, Rik Polman, Thé Lau en Lenny Kuhr een bijdrage aan dit

eerbetoon aan Sanders. Ook anno 2011 snijden de in aanstekelijke poprock gegoten maatschappijkritische teksten over feminisme, verloedering, discriminatie en racisme hout. Bots had er in Duitsland en de Oostbloklanden eveneens veel succes mee. De plaat is als losse cd te koop, maar ook is een box leverbaar, compleet met boek. Hans

van die nummers een Burt Bacharach-cover is (Alfie) is niet zo vreemd, want het soort lied­ jes dat deze Brits-Pakistaanse schrijft heeft dezelfde melodi­ sche flair, terwijl haar gracieuze zang Dusty Springfield en Karen Carpenter in herinnering roept. Perfect geproduceerd door Steve Brown is seasons of my soul bijna volmaakte sixties pop. Het is te hopen dat ze Rumer straks niet, zoals onlangs bij de tweede cd van Duffy, een hipper geluid proberen mee te geven om een

jongere doelgroep aan te spreken (Atlantic/Warner JJJJ). Dat gewoon jezelf blijven doorgaans de beste tactiek is, illustreert Norah Jones met …featuring norah jones. Ze compileert acht­ tien van haar bijdragen aan uit­ eenlopende platen van anderen, van Outkast tot Willie Nelson en van Ray Charles tot Ryan Adams. Een charmant allegaartje, waarbij Jones meestal uitstekend voor de dag komt. Het verrassendste nummer is het prachtige duet met de Foo Fighters: Virginia

Moon (Blue Note/EMI JJJH). De maan vormt ook het decor voor de met Olöf Arnalds en Nicole Mantalbano gezongen titelsong van Jonathan Richman’s nieuwe o moon , queen of night on earth. Het is een van de wei­ nige nummers op deze innemende cd waarop meer te horen is dan Richmans akoestische gitaar en stem en Tommy Larkins drums. Veel meer is eigenlijk ook niet nodig om dit een van Richmans beste platen van de afgelopen 21 jaar te maken (Vapor JJJH). 21

Er Is Genoeg Voor Iedereen HKM

Fraai afscheid Bots-zanger.

Voor de argeloze muziekliefheb­ ber is dit alles wellicht een beetje te veel van het goede, maar al te veel zwakke plekken zijn niet te bespeuren, niet in de laatste plaats doordat Collins met de band stopte voordat ook maar enig verval had kunnen optreden. Daarvoor blijkt hij zelf immuun, want na zijn bijna fatale hersenbloeding volgde vorig jaar zijn sublieme jongste solo-cd losing sleep. Eric van Domburg Scipio

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje We moesten een half jaar langer wachten dan in het Verenigd Koninkrijk, waar seasons of my soul aan het eind van de zomer verscheen, maar we krijgen wel twee niet te versmaden bonus­ tracks bij dit debuutalbum van nieuwkomer Rumer. Dat een P 20 HEAVEN


Sanders overleed op 3 november 2010, 61 jaar oud. Joop van Rossem

Cathal Coughlan And The Grand Necropolitan Quartet Rancho Tetrahedron Kitchenware

Luchtiger, maar zeker zo goed.

Met het gevaar opnieuw de spreekwoordelijke ‘roepende in de woestijn’ te worden, doe ik u kond dat afgelopen najaar (maar net te laat voor mijn jaarlijstje) de jongste cd verscheen van de Ierse romanticus Cathal ­Coughlan, rancho tetra­ hedron. Net als op de vier jaar geleden uitgebrachte voorganger foburg laat Coughlan zich op deze nieuwe plaat begeleiden door het Grand Necropolitan Quartet. Het zijn daarmee niet ook identiek klinkende platen geworden. Coughlans solorepertoire is duidelijk uit één stuk gehouwen en heeft altijd een basis in even dichterlijke als lyrische, post-Scott Walker-achtige romantische popmuziek, maar rancho tetrahedron slaat een lichtere, poppier toon aan die hem geschikt maakt voor een veel groter publiek. Niet dat ­Coughlan nu ineens een vrolijke Frans is geworden (dat zouden zijn fans ook bepaald niet willen), maar diverse als immer, knappe songs krijgen een luchtiger structuur dan we gewend zijn, waardoor een argeloze luisteraar soms niet eens door heeft dat Coughlans onderwerpen en song(titel)s niet alledaags zijn.

jaar is de leeftijd die countrypop­ prinses Taylor Swift net heeft bereikt. Het is natuurlijk heel hip af te geven op haar immense succes en komeetach­ tige carrière, maar we kunnen niet anders dan constateren dat de bevallige deerne uitzonder­ lijk getalenteerd is. Ze heeft met haar volledig zelfgeschreven derde album speak now een pop­ plaat afgeleverd die minstens zo onweerstaanbaar is als Katy Perry’s teenage dream en vele malen oprechter in elkaar steekt P 21 HEAVEN

Edward O’Connell

Our Little Secret Eigen beheer/CD Baby

Midlife-crisis, what midlife-crisis? Ik kan niet zeggen dat ik ooit eerder van Edward O’Connell hoorde, maar het enthousiasme waarmee op vrijwel alle power­ popblogs gesproken werd over de cd our little secret maakte buitengewoon nieuwsgierig. Die nieuwsgierigheid werd alleen maar versterkt doordat de hoes van de cd een overduidelijke hommage is aan Nick Lowe’s debuutalbum jesus of cool. Dat de achterkant vervolgens hetzelfde doet voor Tom Petty’s damn the torpedoes maakt hem vervolgens nog alleen maar sympathieker. De hommage

binnenin kan ik niet direct thuis­ brengen (Big Star? Chris Stamey?), maar iedere muziekliefhebber weet nu wel waar we Edward O’Connell muzikaal kunnen plaat­ sen. Afkomstig uit Washington D.C., waar hij in het dagelijks leven advocaat is, is O’Connell als platenartiest een nieuwkomer maar beslist geen jonkie. Dat pro­ Doorwrochte elektro-folkpop.

beert hij op de voorkant van de hoes misschien nog te verdoe­ zelen middels een papieren zak over zijn hoofd, maar achterop en binnenin komt hij er recht voor uit met zes shots van een duidelijk ongeretoucheerd mid­ delbaar hoofd. Het zou wat zie­ lig kunnen of moeten zijn, zo’n oudere man die zijn midlifecrisis probeert te bezweren door een popplaat te maken, maar in het geval our little secret bewijst O’Connell een voortref­ felijke song- en tekstschrijver te zijn. Hij kent duidelijk zijn klassiekers en weet precies hoe hij zelf een origineel album moet maken in de tijdloze stijl van de hierboven genoemde pla­ ten of Elvis Costello’s my aim is true. Eric van Domburg Scipio

Hometapes/SC Distribution

discontinued perfume is de eerste cd in drie jaar van het trio The Caribbean uit Washington. Michael Kentoff, Matthew Byars en Dave Jones hernoemden dit oorspronkelijk municipal stadium getitelde album op advies van coproducer Chad Clark tot discontinued perfume. De titel verwijst naar het mysterieuze lot van Theresa Duncan en Jeremy Blake. De zelfmoord van dat glamoureuze New Yorkse paar uit de multimedia kunstwereld schokte de Amerikaanse media en liet vele vragen over hun motieven onbeantwoord. Verbazing

bekruipt mij ook bij het beluisteren van de teksten op dit album. Op lyrisch uiterst ingenieuze wijze confronteert zanger-liedjesschrijver Michael Kentoff zijn gehoor met de vele facetten van zelfbedrog waarmee de moderne mens een schijnzekerheid opbouwt. Duidt een dergelijke opstelling vaak op een intellectuele afstandelijkheid, niets is in Kentoffs geval minder waar. Geen lichte kost derhalve, maar de opbouw en de rijkdom van de arrangementen van de liedjes zijn zo sterk dat alles op zijn plaats valt. Wat heet, in de categorie originele elektrofolkpop- ➣

(Big Machine/Universal JJJJ). Swift zal waarschijnlijk nog even moeten wachten voordat de seri­ euze pop-pers haar echt op waarde schat. De rootsy indiepopformatie Carissa’s Wierd werd ook pas jaren na haar opheffing in 2003 herontdekt omdat uit de restanten Band Of Horses, Grand Archives en Sera Cahoone waren voortge­ komen. Dankzij Hardly Art zijn de drie ietwat onevenwichtige cd’s van de band nu heruitgebracht. De compilatie they’ll only miss you when you leave: songs 1996-

2003 bewijst dat de verzamelde hoogtepunten van topniveau zijn (Hardly Art/Konkurrent JJJJ). Robert Wratten wacht al sinds de eind jaren tachtig op erkenning. Niettemin schonk hij met the field mice, northern pictue library en trembling blue stars de wereld al menig pareltje met dromerige, melancholieke indiepop. De cd + ep fast trains and telegraph wires/cicely tonight, vol. 1 zou het laatste zijn dat hij uitbrengt onder de naam Trembling Blue Stars en

staat weer garant voor schitterende indiepop in de driehoek tussen Belle & Sebastian, The Smiths en Mazzy Star (Elefant/Konkurrent JJJJ). Dromerig en eigenzinnig zijn ook woorden om excerpts te beschrijven, de tweede cd van Ensemble, de artiestennaam waaronder de Fransman Olivier Alary opereert vanuit Montreal. Muzikaal doet hij wel denken aan Andrew Bird, al laat hij de zang over aan een paar ‘zuchtmeisjes’ die zowel Frans als Engels zin­ gen. Door het uitgekiend inzetten

Met zijn karaktervolle, warme stem blijft het een genoegen deze intellectuele Ierse veteraan (van onder andere Microdisney en Fatima Mansions) om het even wat te horen zingen. Haalt hij aan het eind van dit jaar mijn jaarlijstje weer niet, dan is dat meer bad timing dan te weinig kwaliteit. Zijn voorgangers vielen steevast in de prijzen. Veel betere popmuziek wordt namelijk niet gemaakt. Eric van Domburg Scipio

The Caribbean

Discontinued Perfume


POP

RECENSIES

liedjes vormt dit album een hoogtepunt. Licht aangezette elektronische geluiden en eigenzinnige ritmepatronen harmoniëren volmaakt met soundscapes, summier pianowerk en akoestische gitarenpracht. De muziek van dit trio passeert de luisteraar als een heerlijke bries waarbij steeds nieuwe muzikale vergezichten het gehoor lijken te betoveren. Makkelijke antwoorden heeft The Caribbean niet te bieden. Wie echter zijn vragen zo oprecht en vaak komisch anekdotisch voorlegt aan zijn publiek, kan bij mij niet stuk. Koos Gijsman

The Cave Singers No Witch

Jagjaguwar/Konkurrent

Ruwe diamant.

The Cave Singers ontstaan anno 2007 in Seattle. Drie musici vormen dit collectief uit de as van postpunkrockgroepen als Pretty Girls Make Graves, Hint Hint en Cobra High. Zanger-liedjesschrijver Pete Quirk, gitarist/bassist Derek Fudesco en drummer Marty Lund debuteren met invitation songs. Twee jaar later ziet welcome joy het levenslicht. Voor hun jongste album no witch maakt de groep de overstap naar het indielabel Jagjaguwar waar de van Black Mountain bekende producer Randall Dunn de groep zijn diensten aanbiedt. Hoewel de titel anders doet vermoeden, wordt op deze cd wel degelijk getoverd.

Zaz Zaz

Play On/Sony

Joyce Jonathan Sur Mes Gardes My Major Company/Warner

Franse meidenpop. Omdat we vorig jaar Frankrijk grotendeels hebben gemeden als vakantiebestemming en we hier ook nooit naar de radio luisteren, zelfs niet voor de Tour de France, waren twee van de leukste Franse cd’s van 2010 ons volkomen ont­ gaan totdat aan het eind van het jaar overal de balans werd opgemaakt. Twee debuten sprongen eruit: zaz van de gelijknamige zangeres en sur mes gardes van internet-ster Joyce Jonathan. Zaz, geboren als Isabelle Geffroy, maakt

De hoge hoed bevat stijlelementen uit folk, rock en blues die ze presenteren met een gretigheid die hun punkverleden optimaal eer bewijst. De folkachtige met knappe strijkerspartijen opgetuigde liedjes roepen de geest van Fleet Foxes op. Blues uit de Mississippi Delta en de ritmische gitaarpartijen van Bo Diddley krijgen een prominente plek in liedjes als Black Leaf en Falls. In Haller Lake en Faze Wave klinken vervolgens oosterse percussie en klankenreeksen op sitar die een verbinding aangaan met intrigerende koorzang

indruk met vrolijk stemmende, zigeuner­jazzachtige akoestische pop, waarbij naast de hoge kwali­ teit van de songs vooral de Edith Piaf-achtige kwaliteiten van Zaz’ stem eruit springen. Ze voorko­ men dat de veelal uptempo cd lichtgewicht wordt en zorgt tevens dat hij, ondanks vier producers altijd klinkt als een eenheid. Vergeleken met de hoogst ori­ ginele Zaz klinkt pop singer-

en oplaaiende rockgitaar. Het constante hoge niveau van de liedjes, de brede opzet, eigenzinnige instrumentaties en de krachtige vocalen maken van no witch een uitzonderlijk knap album. Koos Gijsman

Corey Dargel

Someone Will Take Care Of Me New Amsterdam Records

Unieke songcycli tussen klassiek en pop.

Hoewel legio voorbeelden zijn te noemen van popmusici die geslaagd leentjebuur spelen bij de klassieke muziek – van The ­Beatles tot Sufjan Stevens –

Ook verschenen (vervolg) van dissonanten voorkomt Alary dat de kernachtige popliedjes te gelikt gaan klinken (Fat Cat/ Bertus JJJH). Dat voorspelbaar­ heid moet worden bestreden, lijkt ook het motto van the dangerous return, het nieuwe studioalbum van de Puertoricaanse Vlaming Gabriël Rios. Ongeveer de helft van de cd volgt de lijn van doorbraakhit Broad Daylight, maar in de andere helft laat hij een serieuzere kant zien, die niet altijd even geslaagd is maar wel illustreert dat Rios niet bang is P 22 HEAVEN

zijn horizon te verbreden (PIAS JJJH). Dat is William James McAuley III, beter bekend als Bleu ook niet. Typisch het soort briljante, nerdy eenling zoals in de powerpop wel meer rondloopt, brengt Bleu op zijn recente cd four heerlijk klassieke popmu­ ziek naar seventies snit. Toen had Bleu menige hit kunnen scoren, nu slaat deze Bostonian hoofdzakelijk aan bij liefhebbers die begrijpen dat goede liedjes onsterfelijk zijn, ook al zijn ze niet altijd in de mode (Lojinx

JJJJ). Dan heeft een band als

The Lonely Heart Show het eigenlijk gemakkelijker. Op hun debuutalbum hope in shadows sluit dit Canadese noirpop-collectief rond zanger/multiinstrumentalist Cris Fehr nauw aan bij bands als Tindersticks en The Czars, met zo’n zelfde, zwaar romantische, filmisch meesle­ pende popstijl. Het is een stijl die meteen aanspreekt en cool over­ komt. De liedjes zijn ook nog eens van de klasse van Tindersticks (Passenger2/CD Baby JJJJ).

songwriter Joyce Jonathan een stuk conventioneler, al vermijdt ook zij het gebruikelijke Franse zuchtmeisjes-idioom en laaft ze zich op het openingsnummer aan zigeunerjazzachtige pop. Geproduceerd door de voorma­ lige Telephone-gitarist Louis Bertignac, vallen bij Jonathan haar kristalheldere voordracht op en de zeer hoge kwaliteit van haar zelfgeschreven songs. Met name Pas Besoin De Toi, Au Bar en het hartverscheu­ rende Un Peu d’Espoir kunnen direct worden bijgeschreven in het boek der moderne Franse klassiekers. Het is verheugend te kunnen constateren dat die typische Franse meidenpop nog altijd springlevend is en de typerende clichés ook vaardig vermijdt. Pieter Wijnstekers

komt het tegenovergestelde beduidend minder vaak voor. En dan bedoel ik dus niet klassieke musici die hun muziek à la ­Andre Rieu of Richard Clayderman populariseren voor een poppubliek, maar serieuze classici die serieuze composities maken op basis van elementen uit de popmuziek. De Texaanse componist en zanger Corey ­Dargel is een van de weinigen die die kunst zo beheersen dat een unieke kruisbestuiving ontstaat tussen indiepop en modern klassiek. Zijn jongste cd is de dubbelaar someone will take care of me, met twee songcycli, Thirteen Near-Death Experiences, en Removable Parts. De onderwerpen (bijna-dood-ervaringen en zelfverminking) stemmen weinig vrolijk, maar ze zijn gevat in liedjes die zowel kunstzinnig (de begeleiding) als poppy (de melodieën en ongeschoolde zang) zijn, zonder dat een van de elementen het andere overheerst. Van de twee cycli lijkt Removable Parts me het gemakkelijkst te volgen omdat de begeleiding, met alleen een pianiste en hijzelf op zang en synthesizer, het meest eenvoudig is. Thirteen Near-Death Experiences is niet veel moeilijker aangezien Dargel daar wordt begeleid door


het vijfpersoons ­International Contemporary Ensemble (fluit, klarinet, piano, viool, cello) en een drummer, die het popgevoel eigenlijk versterken. Het levert hoogst bijzondere muziek op, waarschijnlijk nog het meest verwant aan die van Sufjan ­Stevens op albums als michigan en illinois, maar dan veel rustiger en klassieker van toon. Eric van Domburg Scipio

Iron & Wine

Kiss Each Other Clean 4AD/V2

Iron & Wine goes pop.

Sam Beam was altijd al zo’n man met een baard; een ongepolijste singer-songwriter met gitaar en een natuurlijke habitat in de ­Appalachen. Zijn debuutplaat uit 2002 bevatte vooral gebutste countryfolk van lofi kwaliteit. Beam – in z’n eentje Iron & Wine – ontwikkelde zich op zijn spaarzaam uitgebrachte albums in de richting van een vollere sound en adopteerde zelfs Afrikaanse palmwijngitaren op zijn voorlaatste, the shepherd’s dog. Nu, op zijn vierde cd, kiss each other clean, omarmt hij een volbloed popgeluid. Beam is ook steeds beter gaan zingen, waardoor de gave Westcoast-harmonieën een opvallende rol hebben in het transparante geluid. Soms doet Iron & Wine denken aan de Beach Boys, maar Beam lijkt vooral een soortgenoot van John Grant. Aldus spelen synthesizers, clavinets en analoge elektronica een voorname rol op dit toch verrassende album. Beam schakelt avontuurlijk heen en weer tussen licht en gewichtig, tussen soepele jazzy pop en weemoedige folk, waardoor kiss each other clean incidenteel evenwichtigheid ontbeert. Niettemin slaat Iron & Wine een interessante nieuwe weg in. Wiebren Rijkeboer

Jeanne Moreau et Étienne Daho Le condamné a mort Radical pop music/Naïve

Doorleefd en spannend.

Jean Genet leed, eufemistisch gesteld, onder een rumoerig leven. Ga maar na: hij kwam voort uit een buitenechtelijke relatie, P 23 HEAVEN

Ton Engels

Alles In De Grip Vulcano/Heartselling

Geen platgetreden paden. De liedjes Ich Ben D’r Wer en het verwante Abces op het vijfde soloalbum van Ton Engels refereren aan het feit dat de Limburgse songsmid een tijdje uit de running is geweest als gevolg van een uit de hand gelopen keelontsteking. Je zou het natuurlijk ook overdrach­ telijk kunnen interpreteren. Voorganger wies merge dateert namelijk alweer van drie jaar geleden. Engels’ vaste begelei­ dingsband De Medeplichtigen Cor Mutsers (mandoline), Eric Coenen (bas), en Arthur Lijten (drums) is voor de gelegenheid aangevuld met Egbert Derix van het Searing Quartet met wie Engels eerder de opmerkelijke duoplaat in het zuiden opkla­ ringen opnam. Zijn toetsenbij­ dragen vormen een onmisken­ bare meerwaarde voor het toch al rijkgeschakeerde toetsenpalet dat Engels hanteert. Hij is dan ook geen alledaagse liedjes­ schrijver en speelt net zo lief country als een stevige portie funk en is bovendien niet bang

bracht zijn jeugd door in opvanghuizen en verbleef in talloze Europese gevangenissen wegens landlopen, homoseksualiteit, prostitutie, diefstal en smokkelen. Gelukkig klinkt het niet, maar het leverde hem wel voldoende voer op voor prachtige poëzie en een aantal erotische, obscene en avant-gardistische toneelstukken, waaronder Les Bonnes (1947) en Haute Surveillance (1949). Anno 2011 staan zijn toneelteksten nog altijd als een huis, getuige le condamné à mort van singer-songwriter Étienne Daho en actrice Jeanne Moreau (onder meer te zien in Ascenseur Pour L’Échafaud uit 1957 en Les Liaisons Dangereuses uit 1960). De cd, tevens een ode aan de Franse actrice Helène Martin, is een zeer prettige mix van gesproken woord en ingeleefde songs en een treffend eerbetoon aan Genet. Vooral de

platgetreden paden te verlaten en experimentele fratsen uit te halen. Zijn in Pannings dialect geschreven teksten, waarvan een Nederlandse vertaling is bijgesloten, zijn navenant veel­ zijdig en niet gespeend van relativerende zelfspot. Hij culti­ veert zijn zwak voor wielrennen en cowboys, brengt een ode aan zijn geboorteplaats en zingt over de onvermijdelijke relationele perikelen. Het afsluitende De Nevel is een eerbetoon aan een te vroeg gestorven jeugdvriend dat jaren op de planken lag. Nu pas, met enkel het prachtige pianospel van Derix, vindt dit pareltje de juiste plek. Engels heeft de tijd genomen, maar als hij zich aan het platenfront roert, is het meteen goed raak. Marcel Haerkens

doorrookte, niet-alledaagse stem van Moreau roept een tijdsbeeld op van een duistere Franse tijd dat in afwisseling met de schurende chansons van Daho klinkt als een obscure, sensuele film, net zoals Genets toneelstukken. Te horen is een intrigerende aaneenschakeling van prikkelende fantasieën in veertien vertel- en zangstukken, die nergens beginnen te vervelen. Daarom haalt de cd telkens eenvoudig de eindstreep en blijft de knop repeat in de buurt. Hans van der Maas

Norman Palm Shore To Shore City Slang/V2

Origineel en pakkend.

Ging zijn eerste album vergezeld van een boek met proeven van zijn grafisch werk, het tweede album, shore to shore, van de Berlijnse Norman Palm is slechts een plaat met tien liedjes. Maar

wel tien liedjes die een groot muzikaal talent laten horen. Palm schrijft pakkende songs, waarvan enkele wortelen in de singer-songwriterpop van de jaren zeventig, en allemaal zeer origineel gearrangeerd. Zo zingt hij in Images de fraaie melodie over een gedempte housebeat en een monotone snarenpartij, waarbij zich enkele malen een zware, stuwende bas voegt. In het Nits-achtige Land­slide domineren de akoestische gitaar, het orgel en de prachtige samenzang. Het schitterende $ 20 begint op akoestische gitaar, waarbij zich geleidelijk aan steeds meer instrumenten – waaronder steel drums en strings – voegen, waarna het lied naar een krachtige climax dendert en vervolgens weer in alle rust eindigt. Palm is verder een prima zanger en elke song is mede daardoor zeer de moeite waard. Een prachtig, gevarieerd album met als hoogtepunt het wrang lieflijk klinkende, op ukelele gespeelde WDYD? Frits Barth

Sin Fang

Summer Echoes Morr/Konkurrent

Ingetogen, contemplatief karakter.

Destijds (2008) was ik zeer te spreken over clangour, het ­solo-debuut van Seabear-voorman Sindri Mar Sigfusson, toen opererend onder de naam Sin Fang Bous. Voor summer echoes, het tweede solo-album van Sigfusson, is dat pseudoniem ingekort tot Sin Fang. De sound van clangour werd wel vergeleken Brian Wilson. Ik snap dat wel, maar hoorde toen en nu toch meer verwantschap met iemand als Syd Barrett. summer echoes is bovendien zelfs nog eigenzinniger dan zijn voorganger. Sigfussons wortels liggen duidelijk in de jaren zeventig, bij bijvoorbeeld Pink Floyd en Fleetwood Mac. Wel heeft summer echoes vooral door de grotendeels akoestische opbouw een veel introspectievere en dromerigere inslag dan die bands. Door dat ingetogen, contemplatieve karakter heet dit genre wel shoegaze music, al is die s­ troming eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen. Ook is er


POP

RECENSIES

verwantschap met de Deense singer/songwriter Agnes Obel (IJsland, waar Sigfussen vandaan komt, heeft eeuwenlang bij Denemarken gehoord). Zij verklaarde in een recent interview dat ‘bijgeluiden’ als de aanslag van een piano en het glijden van de vingers over gitaarsnaren een ­essentieel onderdeel van muziek zijn. Vooral dat laatste geluid komt op summer echoes veelvuldig terug (zeer prominent in Nineteen en Two Boys), zonder dat het ooit storend wordt. Qua sfeer doet het album nog het meest denken aan een album als fragile van Yes. En dat is een vorm van retro die mij zéér ­bevalt. Roeland Smits

John Vanderslice White Wilderness Dead Oceans

David de Grote.

Drie jaar na het formidabele emerald city is Vanderslice terug in de frontlinie met white wilderness. Ook op dit album is hij vol de confrontatie aangegaan met hedendaagse ongemakken. Samen met producer John Congleton en The Magik*Magik O ­ rchestra heeft hij zijn liedjes ondergebracht in klankbeelden gekenmerkt door breed opgezette instrumentaties. Rond zijn akoestische gitaarspel vormen kunstige arrangementen met inventieve blazers-, piano-, synthesizer- en strijkerspartijen een uitzonderlijk decor voor zijn liedteksten. Invloeden uit de popmuziek voegen zich naadloos in arrangementen met een tijdloos, klassiek karakter. Het titelnummer White Wilderness is een geslaagd eerbetoon aan de gelijknamige Walt Disney-documentaire uit 1958. Dat Vander­slice met even veel gemak invloeden uit de moderne klassieke muziek hanteert, blijkt uit het kunstig vervlochten The Piano Lesson en het hectische Overcoat. In After It Ends blijkt hij ook in staat, enkel zichzelf begeleidend op de gitaar, de juiste snaar te raken. Dat geldt in de overtreffende trap voor 20K, de monumentale afsluiter. Koos Gijsman

P 24 HEAVEN

DE GEBROKEN LANS

Op zoek naar verborgen talent

Americana In De Gebroken Lans houdt een Heaven-lezer een pleidooi voor een muzieksoort, een album, een groep, een zanger of wat dan ook, naar eigen keus. Sandra Zuidema (39) raakte als tiener al aan de americana, al heette die toen nog niet zo. Ze haalt onbekende talenten naar Nederland en is betrokken bij de organisatie van de komende Blue Highways. Ondanks bladen als Heaven is americana onderschat. ‘We blijven vechten.’ “Sinds mijn veertiende ga ik naar concerten. Dat begon met John Hiatt en Bonnie Raitt, later ­reggae, daarna blues en singersongwriter en nu americana, singer-songwriter en rootsrock. In 1993 heb ik gekozen voor de muziek, ik was bloemiste. Fame bestond net en ik bleek van alle sollictanten de enige die echt wat wist van blues en jazz. Niet veel later belde Plato Leiden, of ik daar een jaar kon komen vervangen. Daarna volgden Plato Den Haag en Concerto. Mijn vriend Luciano Mulder was de diehard muziekfreak uit de vriendengroep die naar concerten ging. De anderen raakten hun interesse kwijt, wij werden juist steeds meer in de muziek gezo­ gen. In 1997 zijn we getrouwd.

We werkten al samen voor de Amsterdamse Plaatboef, aan de Rozengracht. Ik runde de boel, Luciano maakte een website. Hij speurde internet af naar nieuwe artiesten die hij dan aanschreef dat we wel wat cd’s wilden kopen om hier onder de aandacht te brengen. Mensen kwamen van heinde en ver bij ons plaatjes scoren die je verder nergens kon vinden. We zijn begonnen met in store concerten van bij­ voorbeeld Slaid Cleaves, Mary Gauthier, Ron Sexsmith, en meer recent Boris McCutcheon en Brian Webb. Minstens één keer per jaar gaan we naar Amerika, nieuwe artiesten ontdekken in Austin, Memphis, Chicago, New York, genieten van het weidse land­ schap, reizen over de lange einde­ loze wegen die zo vaak onderwerp zijn in americana. Dat lijkt heel duur, maar we sparen het hele jaar en we kennen steeds meer mensen bij wie we kunnen over­ nachten, zoals Slaid Cleaves. Wij hebben bij ons thuis ook veel artiesten te slapen gehad. In de States horen we altijd weer muziek waarvan we denken ‘dat

vinden ze in Nederland te gek’. Nu zijn we een bedrijf, Lucky Dice Music, geheel gewijd aan americana en aanverwante muziek, muziek met een verhaal van echte mensen, over echte levenszaken, en vooral gespeeld met echte instrumenten, kortom teksten en muziek die je raken. Nederland telt een hele hoop ‘slapende’ americanaliefheb­ bers. Die waren vroeger gek van Neil Young, Bob Dylan, Bruce Springsteen, Woody Guthrie, Emmylou Harris en zo, en den­ ken dat die muziek niet meer bestaat. Die bestaat wel, alleen heten de nieuwe artiesten bij­ voorbeeld Buddy Miller, Darrell Scott, Cam Penner, Otis Gibbs of Rita Hosking. Die hoor je niet op televisie en radio, tenzij je mid­ den in de nacht toevallig Paul Van Gelder treft, of Mart Smeets hoort, of Johan Derksen. Bijna alle aandacht voor deze muziek is weggemoffeld. Wij blijven vechten. Ik draai net The Holy Coming Of The Storm van Cahalen Morrison en Eli West. Nieuw en mooi. De aan­ houder wint.”


M U Z I E K B L A D DAT D E O R E N S P I TST

Van Hunnik Autogroep


ROOTS GELUID VAN RUIMTE

Vleermuizen in het aardedonker

The Low Anthem Smart Flesh heet de nieuwe van The Low Anthem, misschien wel de interessantse rootsband van dit moment. De opnamen vonden plaats in een immense, lege fabriekshal in Rhode Island. “Omdat het geluid er zo mooi resoneerde.” door Louis Nouws

P 26 HEAVEN

T

he Low Anthem is al maanden op pad. Het enigszins onverwachte succes van het vorige album oh my god, charlie darwin, met het onaards mooie titelnummer, bracht hen niet alleen naar Europa – in ons land stonden ze al in de grote zaal van Paradiso en op Crossing Border ­–, maar maakte hen ook in Amerika een veelgevraagde act. Bruce Springsteen noemde de band een van de revelaties van het afgelopen jaar en ze tourden met onder anderen The National en Emmylou Harris. Na het interview vliegen ze niet meteen terug naar huis, Providence, Rhode Island. Emmylou Harris heeft ze namelijk gevraagd om vier liedjes met haar te zingen tijdens een optreden in het Ryman Auditorium in Nashville. Een aanbod dat ze niet konden weigeren. Niet alleen omdat je nu eenmaal niet kunt weigeren als Emmylou Harris je zoiets vraagt, maar ook omdat het Ryman als voormalige residentie van de Grand Ole Opry heilige grond is voor iedere rechtge-

aarde country- en rootsliefhebber. Ben Knox Miller en Jeff Prystowsky, respectievelijk zanger/gitarist en bassist van The Low Anthem, zijn echte liefhebbers. De basisbezetting wordt gecompleteerd door multi-instrumentaliste Jocie Adams, die interviews liever aan zich voorbij laat gaan. De andere twee bespelen overigens ook diverse instrumenten, zodat de band op het podium vaak van opstelling wisselt. Bij die wisseldans is ook geregeld gitarist Mat Davidson betrokken, die van hulpkracht inmiddels is gepromoveerd tot groepslid.

ARRANGEREN “Ik kan overal schrijven”, beweert Ben, die verantwoordelijk is voor alle teksten. Op het nieuwe album smart flesh verwijzen die vaak naar dood en verval. “Er zijn veel karakters in de liedjes die zich bewust zijn van het feit dat het leven eindig is. Het is geen toeval in die zin dat schrijven voor mij zeer persoonlijk is. Maar het zijn niet mijn verhalen.”


‘SOMS WAS HET PUUR OVERLEVEN’ Tot grote hilarieit van Jeff beweert Ben dat hij tijdens het interview een liedje aan het schrijven is. “Vroeger had ik een instrument nodig om dat te kunnen, maar nu niet meer. We gebruiken de instrumenten om te bevestigen wat ik in mijn hoofd hoor. Onze arrangementen zitten hoe dan ook ingewikkelder in elkaar dan gitaar en stem.” Jeff: “Onze liedjes beginnen als een idee dat behoorlijk abstract kan zijn. Als we opnemen krijgen ze structuur en aankleding door de instrumentaties.” Ben: “De teksten zijn meestal af als we met opnemen beginnen. We gaan bij ieder nummer door veel varianten, met soms heel verschillende arrangementen. Dat deden we al bij charlie darwin, bij smart flesh was dat niet anders.” De interviewer wil weten hoe de prachtige instrumental Wire is ontstaan. Ben: “Dat is een nummer van Jocie.” Jeff: “Ze heeft het thuis op de computer gecomponeerd met GarageBand. Het klonk betoverend. Je hoort dat ze klassiek geschoold is.” Ben: “Het was eigenlijk niet voor het album bedoeld, maar ze was er erg enthousiast over. Wij ook. Juist doordat het geen woorden heeft, ontstaat er een rustmoment op het ­album.” Op YouTube is een filmpje te zien met het nummer, waarin iemand (Ben?) schaduw vliegt op een bezem. De twee lachen. “Dat was in de fabriekshal, we waren gewoon lol aan het trappen.”

OPNEMEN De opnamen van smart flesh, het vierde album van The Low Anthem, kregen in december 2009 en januari 2010 hun beslag in een grote hal van een verlaten fabriekscomplex. Jeff: “We wilden een ruimtelijk geluid. Niet een geluid dat is gecreëerd door computermanipulatie, maar echt door de ruimte zelf. Dat idee hadden we opgedaan tijdens optredens. Soms speel je in zalen en denk je: ‘Wow, wat een sound!’ En soms sta je ergens waar het geluid volledig doodslaat. We hebben heel veel ruimtes en zalen uitgeprobeerd, maar met die oude fabriekshal, waar ooit pastasauzen werden gemaakt, hadden we allemaal een klik. We zongen en klapten en luisterden.” Ben: “Bij de opnamen hebben we de microfoons op diverse manieren opgesteld. Soms stonden ze heel ver weg, soms dichtbij. We hebben geëxperimenteerd met versterkers en luidsprekers. Soms lieten we het geluid terugkeren via de muur of het plafond, om het weer opnieuw op te nemen. De ruimte werd een instrument op zich.” Jeff: “We hadden in die enorme hal van P 27 HEAVEN

Logisch door Ruud Heijjer

The Low Anthem vlnr: Jocie Adams, Mat Davidson, Jeff Prystowsky en Ben Knox Miller veertigduizend vierkante meter drie plekken ingericht. Eentje om op te nemen, eentje waar we de opnamen terugluisterden en waar ook de technicus zat, en een plek waar we kookten en konden loungen. Je moet het je voorstellen als drie kleine eilandjes in die grote hal. Dat werkte ook psychologisch door. Opnemen, afluisteren, eten en relaxen werd een soort eenheid. Zo bleven we heel erg in het proces van het opnemen van het album.” Ben: “De ruimte was ook zó groot dat je het idee kon hebben dat er nog andere mensen waren. Het is een groot in onbruik geraakt industriecomplex waar diverse kunstenaars zich hebben gevestigd. Iedereen heeft zijn eigen plek, maar het is ook weer niet zo afgesloten dat je niet bij elkaar kunt binnenlopen.” Jeff: “’s Avonds was het prachtig, want alleen de drie plekken waar we vertoefden waren dan verlicht. Eilandjes van licht. Een soort kamers zonder muren in die verder aardedonkere ruimte.” Ben: “Soms was het best wel griezelig. Vleermuizen die door de ruimte vlogen, en het gevoel – bij mij althans • dat er andere geesten huisden. Meestal begonnen we rond een uur of drie in de middag met opnemen en gingen dan door tot drie, vier uur ’s nachts. Dan was het zo ontzettend koud. Op de drie plekken waar we zaten hadden we natuurlijk verwarming, maar de ruimte was niet warm te stoken. Bovendien moesten de warmteblazers tijdens de opnamen uit.” Jeff: “Mijn vingers waren soms zo stram dat het invloed moet hebben gehad op mijn spel. En het heeft ook onze manier van zingen beïnvloed. Soms was het puur overleven. Op de een of andere manier moet dat in de muziek te horen zijn.” The Low Anthem live: 3 april in Ancienne Belgique, Brussel; 5 april in Paradiso, ­Amsterdam.

Het begon toen de cd-kasten vol dreigden te raken. Ze was er wel eens eerder over begonnen, maar hij had er niet veel aandacht aan besteed. Hij zei nog dat misschien wat boeken naar zolder konden, de Russen bij­ voorbeeld. Ze had ze tenslotte nooit meer gelezen sinds ze hier woonden en dat was al langer dan twintig jaar. In plaats van hem zelfs maar te proberen te begrijpen, begon ze een riedel over hoe lang dat nog moest doorgaan, dat steeds maar cd’s kopen. “Nog héél lang hopelijk”, antwoordde hij, “zo lang ik leef.” Het was nog maar het eerste teken. Iedere keer dat hij terugkwam van een van zijn adresjes, had ze kritiek, of eigenlijk daarvoor al: ging hij nu voortaan ál zijn cd’s helemaal daar kopen? Ze was ongevoelig voor de feiten: het was een sympathieke vent die een goede zaak wilde opbouwen, hij wist veel van muziek, bestelde graag én maakte het af op een leuke prijs. Daarna begon het gezeur over het geld dat hij besteedde aan zeldzame releases en boxen. Ze weigerde toe te geven dat hij altijd probeerde ze zo goedkoop mogelijk te krijgen, ook tweedehands als dat kon, maar soms had hij gewoonweg geen keus. Bovendien: een weekje vakantie min­ der was toch ook mooi? Veel tijd om weg te gaan was er ook niet: alleen als hij ook alle individuele songtitels plus act en schrijver intikte, kon hij op thema’s sorteren. Interessant toch om alle songs met ‘crow’ in de titel alfabetisch te zien op uitvoerenden? Dat ze hem uiteindelijk voor de keus stelde, verraste hem niet. Tenslotte snapte ze zelfs zijn kritiek op Leo Blokhuis niet, die prutser. Zo’n léuke man, zei ze altijd peinzend. Ze had er totaal geen kijk op: die Blokhuis maakte fouten, maar weigerde brie­ ven te beantwoorden of aan de tele­ foon te komen. Hij was blij dat ze haar boeken mee­ nam. Dat creëerde veel ruimte.


ROOTS/COUNTRY PUZZELAARSTER

Denken over voelen

Emily Jane White Het ene land is het andere niet. Net als Alela Diane vult Emily Jane White (29) in Frankrijk zalen van vijftienhonderd man. In Nederland blijkt de Californische indiefolkie op een winterse zondagmiddag vooralsnog hooguit een tiende van dat aantal te trekken. door Pieter Wijnstekers

P 28 HEAVEN

“I

k ben werkelijk doodop. Niet alleen heb ik heel Frankrijk doorkruist, ik ben ook nog in Duitsland, Polen, Zwitserland, Oostenrijk, Spanje en BelgiĂŤ geweest. En nu dus tot slot Nederland. Zes weken lang duurde deze Europese tournee. Morgen mag ik eindelijk weer naar huis. Ik woon op een uurtje rijden boven San Francisco midden in het Californische wijnbouwgebied. De kerstdagen breng ik straks door bij mijn vader en moeder in Mendocino, vier uur verder naar het noorden. Daar ben ik ook opgegroeid. Ik ben al heel jong, als kind, piano gaan spelen, want dat hoorde volgens mijn ouders nu eenmaal bij een goede opvoeding. Ik had er trouwens helemaal geen hekel aan, ook al omdat het me vrij moeiteloos afging. Alleen had ik er een hekel aan stukken precies zo te spelen als in de lesboekjes stond. Nog steeds gaat bladmuziek lezen me niet gemakkelijk af. Toen ik op mijn vijftiende het fenomeen improviseren ontdekte, begon ik het pas echt interessant te vinden. Gitaar spelen heb ik me goeddeels zelf aangeleerd. Eerst hield ik het bij een handvol akkoorden, maar tien jaar geleden besloot ik er alsnog serieus werk van te gaan maken.

Ik schrijf nu sinds een jaar of vijftien liedjes. Als student in Santa Cruz kreeg ik voor het eerst het vermoeden dat ik werkelijk iets te melden had. Want dat is uiteindelijk toch waarom ik dit doe: ik wil de mensen deelgenoot maken van wat ik zoal denk en voel. Tekst en melodie verzin ik doorgaans tegelijkertijd, meestal in losse stukjes, die ik vervolgens als een puzzel in elkaar zet. Ik hoor alles in mijn hoofd en daar sla ik het ook allemaal op. Als ik het niet kan onthouden, is het kennelijk niet boeiend genoeg. Daarbij maakt het me niet uit of ik nou op piano componeer of op gitaar, al roept elk instrument wel zijn eigen sfeer op. Ik ga er nooit speciaal voor zitten om een liedje te maken. Wat dat betreft zet ik mezelf nooit onder druk. En dat hoeft ook helemaal niet, want aan inspiratie ontbreekt het me nooit. Heb ik eenmaal voldoende goede nummers om een heel album te vullen, dan wil ik zo snel mogelijk gaan opnemen, want ik ben bang dat ze anders misschien te oud worden. Mijn criterium is dat al die losse liedjes samen wel een afgerond


RECENSIES Darden Smith Marathon Eigen beheer

Onverwacht meesterwerk. Eerlijk gezegd waren we onder­ hand een beetje uitgekeken op alt.country singer-songwriter Darden Smith. Niet dat zijn laatste platen zo slecht waren, maar eigenlijk kenden we zijn stijl wel zo’n beetje en leek de Texaan de belofte van zijn titeloze Sony-album uit 1988 nooit meer te gaan inlossen. Dat Smiths jongste cd marathon in eigen beheer verschijnt, doet ons geloven dat ook de platenmaat­ schappijen niet al te veel fiducie meer in hem hadden en dat het waarschijnlijk dus het beste was zijn lot in eigen handen

Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

7 Walkers

7 Walkers

Response Records

Overdonderend debuut.

geheel vormen, zodat ik er soms met pijn in het hart een paar moet laten afvallen. Anders dan bij dark undercoat en victorian america is ode to sentience niet vernoemd naar een liedje. Er zat ditmaal geen titel tussen die de lading dekte, dus moest ik iets aparts zien te verzinnen. In mijn teksten probeer ik niet al te intellectueel een brug te slaan tussen gedachten en gevoelens, vandaar dat ik op het academische woord ‘waarnemingsvermogen’ uitkwam. Ook al beseffen we het zelf misschien niet eens, gevoelens leiden ons door de wereld. Tegelijkertijd praten we heel wat af over onze gedachten. Zo vloeit bij mij de muziek vooral uit het gevoel voort, terwijl de teksten ontstaan uit gedachten. Maar het vermogen te voelen, dat is naar mijn idee toch wel het allerbelangrijkste.” P 29 HEAVEN

Oprichter Bill Kreutzmann noemt de muziek van zijn jongste groep 7 Walkers swampa­ delic. ‘Swamp’ verwijst naar de bijdrage van bassist George Porter jr. van de legendarische New Orleans funkband The Meters en de in de geheimen van de Mississippi deltablues gelouterde zanger Papa Mali. ‘Delic’ nemen drummer Bill en zijn Grateful Deadcompaan en tekstschrijver Norman Hunter voor hun rekening in nauwe samenwerking met multi-instrumentalist Matt Hubbard. Het album begint met een sample van Wyat Radio waarna de geest van John Hiatt wordt opgeroepen in Sue From Bogalusa. Het vormt de opmaat voor betoverende liedjes waarin driftig wordt gestrooid met de allerfraaiste instrumentale nuances. Voor een debuutalbum klinkt deze cd in weerwil van de vele stijlgebieden opmerkelijk

te nemen. Zo gezegd, zo gedaan, en al direct vanaf de sfeervolle intro (treingeluiden gevolgd door een stemmige piano) proef je dat iets meer staat te gebeuren dan je gewend was. Die indruk ver­ sterkt de uiterst fraaie eerste song Sierra Diablo alleen maar, want dit is zoals Smith op zijn allerbest klinkt: niet te ruig, niet te gelikt,

homogeen. Naast voornoemde musici maakt Willie Nelson zijn opwachting in het lied King Cotton Blues dat schone herinneringen oproept aan de vele liedjes die Hunter schreef met Jerry Garcia van de Grateful Dead. ­Stevig uitpakken doet de groep in het ruig rockende Hey Bo Diddle en het met karakteristieke brasspartijen opgepepte New Orleans Crawl. Met Chingo! belanden we midden in de moerasgebieden buiten New Orleans

maar met een perfecte melan­ cholieke alt.countrysfeer van oneindige landschappen waar alles mogelijk is en her en der nog echte mensen wonen. Die sfeer spreekt in verschillende gedaanten ook uit de rest van dit sublieme album, met naast Darden Smith een hoofdrol voor multi-instrumentalist en medeproducer Michael Ramos. Samen voorzien ze de uiterst sfeervolle cd van een wisselend palet aan fraaie, minder voor de hand liggende details (een trompet hier, een accordeon daar) die hem onverwacht het onbetwiste hoogtepunt maakt in Smiths oeuvre. Pieter Wijnstekers

waar de Creoolse bevolking de mystiek en de gebruiken van zijn voorouders in ere houdt. Uit hetzelfde gebied stammen de heerlijk lui gespeelde ballad Louisiana Rain en het titelnummer 7 Walkers, waarin Kreutzmann aantoont dat de complexe ritmische structuren van The Meters voor hem gesneden koek zijn. Dat geldt zeker ook voor de liedteksten die u rechtstreeks doen belanden in de banken van de vakgroep Amerikaanse litera- ➣

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje Tien voortrefelijke, gevarieerde liedjes schreef voorman BJ Barham voor small town hymns, het derde album van de flink aan de weg timmerende alt. countryrockers American Aquarium uit North Carolina. Ook qua instrumentatie en pro­ ductie valt niets aan te merken op deze heerlijke twangy plaat. Dat het misschien niet hele­ maal een topplaat in het genre is, komt voornamelijk doordat

American Aquarium ondanks alle kwaliteiten geen echt eigen identiteit heeft en vrijwel ieder nummer qua stijl doet denken aan een andere band of artiest, van Whiskeytown tot Drive-By Truckers en van Ryan Adams tot Steve Earle (Floating World/ Last Chance/Bertus JJJH). Zo’n beetje het tegendeel vinden we bij de Nederlandse americana­ formatie Sleepwater uit de buurt van Den Bosch. Op hun eind vorig jaar uitgebrachte titel­ loze debuut-cd laat de band een echt eigen geluid horen dat samen met de sterke liedjes de gebreken (vooral in de zang) gemakkelijk wegneemt. Dingen waar we ons


ROOTS/COUNTRY

RECENSIES The Decemberists

Dolorean

The Unfazed Fargo/Munich

Prachtmuziek. Dit is het vierde album van de groep van zanger-gitarist Al James uit Portland, Oregon, die zijn eerste drie albums vol­ speelde met prachtige, rustige songs. Het geweldig mooie intro van de opener Thinskinned wekt hoge verwachtingen die hij in alle songs volledig waar­ maakt. In vergelijking met de eerste albums klinken de drums prominenter met als resultaat een steviger maar nog steeds

tuur waar professor Hunter een gastcollege verzorgt. 7 Walkers’ debuut kunnen we in alle opzichten bijschrijven in de categorie klassieke americana albums. Koos Gijsman

Hans Chew

Tennessee & Other Stories Three Lobed Recordings/Divide By Zero

Toekomstige countryrockklassieker.

Eerlijk gezegd roept zijn naam bij mij het beeld op van een schlagerzanger uit het Zwarte Woud, maar de heerlijke werkelijkheid is dat Hans Chew een fantastisch zingende pianist is uit Brooklyn, New York. Het lijkt erop dat hij met een paar goeie vrienden naar de Catskills is af-

vrij rustig totaalgeluid. De tien prachtige liedjes zijn instrumen­ taal schitterend ingekleurd en worden met veel gevoel gebracht. James zingt met zijn prachtige stem – enigszins verwant aan die

gereisd om in Woodstock de tijden van music from big pink te doen herleven. Dit geweldige tennessee & other stories klinkt namelijk als een totaal vergeten countryrockklassieker uit de vroege jaren zeventig. Chew heeft bovendien het lumineuze idee gehad de hele zwik te laten persen op dik vinyl, en ziehier: een retroklassiek meesterwerkje. Hans Chew speelt bijna alles zelf: drums, gitaar, orgel en fenomenaal barrelhousepiano, af en toe komt er hulp van elektrische gitaar, pedal steel, banjo of saxofoon. Samen reizen ze van Woodstock door naar de rhythm ‘n’ blues en countrysoul van het Diepe Zui-

van Alejandro Escovedo – zijn melancholieke teksten vol rela­ tieproblematiek. De rustieke, akoestische gitaarklanken gaan gepaard met fraaie pianopar­ tijen en worden perfect onder­ steund door het smaakvolle basspel. In Thinskinned en If I Find Love vallen de prachtige bijdragen op viool op, These Slopes Gave Me Hope kent een prachtige climax en zo zou ik eigenlijk elke song in het zon­ netje kunnen zetten, want de kwaliteit van alle songs is zeer hoog. Dit album is dan ook een lust voor het oor. Frits Barth

The King Is Dead Rough Trade/Konkurrent

Americana folkrock.

den, denk Delaney & Bonnie. Rammelend en losjes gespeeld, songs als Old Monteagle & Muscadine (Tennessee Part One), I Would There Was A Train (Tennessee Part Three) en Queen Of The Damned Blues zijn kleine wondertjes van spelplezier en muzikaliteit. Onheilspellend kan het ook, getuige de duistere broei van Magnet Moon en de tergend dreigende cover van Tim Rose’s Long Time Man. Met de ouderwetse klaphoes op schoot en de dansende naald in het zicht is het een verdomd genoegen te luisteren naar dit tennessee & other stories, een toekomstige countryrockklassieker, wat ik u brom. Wiebren Rijkeboer

Nadat Colin Meloy vijf jaar geleden met the crane wife zijn muziek voor zijn toen nieuwe platenlabel zo verkoopbaar mogelijk had gemaakt door de folk­ aspecten in te kleden met aan prog- en indierock ontleende stijlelementen, legde hij drie jaar later juist de nadruk op het folkrockkarakter van zijn muziek met het zeer ambitieuze the ­hazards of love. Na twee zulke hoogdravende platen is het eigenlijk nauwelijks verwonderlijk dat Meloy voor het zesde Decemberists-album teruggaat naar de basis en op de proppen komt met een veel simpeler, sterker liedjesgerichte opvolger. Niet dat het opnieuw samen met Tucker Martine en de band geproduceerde the king is dead zomaar de sound van de eerste drie Decemberists-platen doet herleven. Het weer veel basaler folky karakter wordt zo ingevuld met typische americana-instrumenten als pedal steel, mandoline, mondharmonica en fiddle dat het album een behoorlijk rootsachtig karakter krijgt. Dat wordt nog versterkt door de prominente medewerking van R.E.M.-gitarist Peter Buck, David Rawlings en met name Gillian Welch, die op zeven van de tien liedjes is te horen. Het geeft the

mooie instrumentaaltjes die het geheel iets van een jamsessie geven. Het is een afwisselende plaat, die soms heel traditioneel klinkt, maar ook geregeld aan­ schurkt tegen de countryrock van Gram Parsons of Doug Sahm. En dat alles geïnspireerd door Karl May, de Duitser die nooit in Amerika was geweest maar er zijn leven lang over bleef fantaseren (Roundhole Records JJJH). Dat je voor een goede song weinig nodig hebt, bewijst americanasinger-songwriter Caleb Stine ruimschoots op zijn vijfde cd i wasn’t built for a

life like this. De hoge kwaliteit van zijn songs, zang en gitaar­ spel versterkt de aangrijpende aspecten van zijn onopgesmukte muziek. Appellerend aan iedereen die houdt van sobere troubadours als Townes Van Zandt en Richard Buckner verhaalt Stine in zijn teksten over de problemen van zijn woonplaats Baltimore en probeert geen moment de indruk te wekken een import-cowboy te zijn. Americana is voor hem de eerlijkste uitdrukkingsvorm van wat Amerikaan zijn betekent. En dat is misschien niet altijd even vrolijk maar wel heel oprecht

Ook verschenen (vervolg) normaliter al gauw aan ergeren, doen bij Sleepwater juist heel charmant aan, waarbij vooral het even verrassende als sublieme fluitspel van gastmuzikant Ruurd van der Vegt een pluim verdient. Sleepwater is in het begin mis­ schien even wennen maar maakt daarna steeds meer indruk (Lemon’s Smithy Records/ www. myspace.com/sleepwater JJJH). Ondanks drie covers van bekende songs vallen haar zeven eigen songs op op Rain Perry’s derde cd internal combustion. Perry’s even evocatieve als soulvolle zang bereikt een hoogtepunt in haar rol P 30 HEAVEN

als sensuele, gescheiden moeder met een afspraakje in So You’re The Muse. Door de spaarzaam gedoseerde orgel- en gitaarpar­ tijen is de song ook muzikaal spannend. Andere songs over een sektarische dominee en een geobsedeerde Keanu Reeves-fan zijn al even sterk, net als drie semi­akoestische ballads. Perry overtuigt opnieuw (Precipitous Records JJJH). tonight i ride van Tom Corbett klinkt alsof je een avond doorbrengt in het huis van een waanzinnig getalenteerd muzikaal gezin, ook al door de toevoeging van twee


king is dead een heel eigen, nieuw karakter. De hoogstaande liedjes zijn onmiskenbaar van de hand van Colin Meloy en verschillen eigenlijk niet zo veel van de nummers die hij schreef voor picaresque en castaways and cutouts, maar ze klinken in deze americana-setting anders en beslist niet minder. Pieter Wijnstekers

Drive-By Truckers Go-Go Boots ATO Records

Afwisselend en lichtvoetig.

De Drive-By Truckers razen maar door. Na brighter than creation’s dark, wat mij betreft hun magnum opus (meer nog dan southern rock opera) verscheen vorig jaar the big to do, iets te veel van hetzelfde. Nog geen jaar later is er dan go-go boots, dat direct opvalt door de grotere afwisseling aan nummers en de wat lichtere, meer ingetogen toonzetting. Het prachtig broeierige bluesy titelnummer bijvoorbeeld, het door Shana Tucker gezongen Dancin’ Ricky en de countrysong Cartoon Gold zijn daarvan meteen in de eerste helft van de plaat het bewijs. Wat vooral bijdraagt aan het luisterplezier is het directe huiskamer-/garagegeluid van de productie. Vooral voor liefhebbers van Whiskeytown (het presolotijdperk van Ryan Adams) is go-go boots een aanrader. Min-

(Eigen beheer/CD Baby JJJJ). De Italiaan Francesco Lucarelli brengt op find the light een ode aan de muziek van de Amerikaanse westkust begin jaren zeventig. Muziek die hij in zijn jeugd hoorde dankzij de voorliefde van zijn ouders voor groepen als Buffalo Springfield, The Eagles en Fleetwood Mac. Het aardige aan de liedjes op dit album is dat Francesco Lucarelli er in alle opzichten in slaagt aan­ stekelijke melodieën en passende refreinen te produceren. Dat hij daarnaast op de gitaar van wanten weet, is een extra pluspunt (Route P 31 HEAVEN

Rachel Harrington Celilo Falls

Continental Song City

Wonderschone derde. Rootssinger-songwriter Rachel Harrington speelt zich al sinds haar debuut the bootlegger’s daughter uit 2007 in de kijker bij de echte americanaliefheb­ bers en mag sindsdien ook in het Nederlandse rootscircuit een graag geziene gast heten. Dat haar derde album celilo falls via het Nederlandse CRS verschijnt, is dan ook niet zo vreemd, al is belangrijker dat de cd, na de consoliderende voorganger city of refuge, laat zien dat Harrington als artiest flink aan het doorgroeien is. Voor het album ging ze wederom in zee met folkrootsproducer Evan Brubaker (onder anderen

Jenee Halstead), wiens ster de laatste jaren flink rijst door de wijze waarop zijn produc­ ties altijd heel naturel klinken en toch modern. Verrassend genoeg is van de begeleiders op city of refuge (onder anderen Tim O’Brien, Zak Borden en Mike Grigoni) alleen bassist Jon Hamar opnieuw present en kwam, op mandolinevirtu­ oos Ronnie McCoury na, geen

van de nieuwe muzikanten op celilo falls ons direct bekend voor. Een bezwaar is dat niet, want dobro/banjo-speler Colby Sander en violist/pedalsteel­ gitarist Dan Salini zijn meer dan adequate vervangers, die bovendien de spotlight geheel aan Harrington zelf laten, die als zangeres en songschrijf­ ster beter dan ooit uit de bus komt. Na de belofte van the bootlegger’s daughter klonk Harrington als zangeres op city of ­refuge net iets te vlak. Dat bezwaar valt op celilo falls helemaal weg. Ze moet het wel met minder natuurlijke charme doen dan Halstead, maar compenseert dat perfect door de diepe kracht van haar folkrootscomposities, geregeld van Gillian Welch-niveau. Pieter Wijnstekers

Mijn recensie van Edo Donkers’ debuut warning signs kwam me op een boze e-mail te staan waarin hij mijn (detail)kritiek weerlegde. Net als op zijn cd bleek daaruit dat hij hart en ziel

in zijn muziek stopt. Dat laatste is ook hoorbaar in de dertien songs op Donkers’ tweede, die drie songs lang uptempo van start gaat: licht swingend in het semi-akoestische, halftempo gespeelde Teach Me Happiness, elektrischer in het soepel deinend gespeelde titelnummer en nog iets rockender in Driving The Song. De teksten van die nummers zijn thematisch voor Donkers: hij laat zijn verleden achter zich om een nieuwe geliefde,

voelt zich thuis op het platteland van Texas en volgt zijn Amerikaanse inspiratie. Na die geloofsbelijdenis wisselt hij statige, elektrische ballads af met enthousiast, compact gespeelde rootsrockers en een countrysong. Steeds wordt hij daarin geïnspireerd en sfeervol in de rug gedekt door Koppe en Sanne Koppeschaar – gitaren, mandoline en dobro en een keer drums, Daan Baars – bas en Bert Schipper – drums. Ook krijgt hij

61 Records JJJH). Op red door 2nd floor viert de Canadese song­ writer/gitarist Freeman Dre een gezellig feestje in de keuken met heerlijke rootsy muziek. Beetje country, beetje Tom Waits, een lekkere blues, een klein snufje Balkan en dat allemaal van behoorlijk hoog niveau. Dre heeft een fijne, enigszins gruizige stem die herinnert aan Jim Bianco en zijn bandgenoten van The Kitchen Party bespelen hun veelal akoesti­ sche instrumenten misschien niet virtuoos maar wel feilloos. Leuke teksten ook. Een cd die klopt, van de eerste tot de laatste seconde

(Eigen beheer/CD Baby JJJH). The Stagger & Sway, een kwartet uit Oregon, verblijdt ons op break til you bend met tien nieuwe songs. De stem van Mike Last heeft wel wat weg van de mildere Freedy Johnston en als je diens latere werk waardeert, zul je hier ook van genieten. Rustig, countryachtig singer-songwriter­ werk en midtempo countryrock, tussen die twee scheidslijnen moet je het zoeken (Working Stiff Records/CD Baby JJJ). Op cin­ namon girl: women artists cover neil young for charity stelt American Laundromat een keur

van vrouwelijke (indie/folk) arties­ ten in de gelegenheid ten bate van borstkankeroverlevenden de liedjes van Neil Young te coveren. Gezien de kwaliteit van die lied­ jes (vooral uit de beginjaren van Youngs solocarrière) moet je wel van heel beroerde huize komen om ze te verpesten, en dat doet ook niemand. De songs inspireren de meesten zelfs tot ware toppres­ taties, of je de artiesten nu kent (Lori McKenna, Britta Phillips, Jill Sobule, Kristin Hersh, The Watson Twins) of niet (Kate York, Josie Cotton, Darcie Miner, Dala) (American Laundromat JJJJ).

der rock, meer voortkabbelende alt.country dan voorheen. Zeer geslaagd. Harmen van Aurich

Edo Donkers

A Sense Of Home Continental

Nomade.


ROOTS/COUNTRY

RECENSIES geregeld extra hulp van sfeermakers als Mike Roelofs – toetsen, Anna de Beus plus Jelka van Houten – achtergrondzang en Gabriël Peeters – productie en extra zang, toetsen en drums. Donkers onderstreept bovendien zowel zijn talent als zijn veelzijdigheid in twee vrijwel solo gespeelde, intieme, fluisterliedjes. In zijn teksten gaat hij hoorbaar op in Amerika. Tegelijk blijft hij ook een kritische buitenstaander en daaruit blijkt zijn liefde voor dat land eens te meer. Ruud Heijjer

Tom Hall

California Enneagram/CD Baby

Countryblues voor een groot publiek.

Bruce Springsteen The Promise Columbia/Sony

Magistrale Bruce. Dat Bruce Springsteen een schat aan materiaal had opgenomen voordat darkness on the edge of town eindelijk werd uitgebracht was al langer bekend. Dat het zo goed was weten we nu pas. Door allerlei juridische strub­ belingen was Springsteen pas in 1978 in staat de opvolger van born to run van 1975 uit te brengen. Die plaat was altijd wel een van mijn favorieten, maar op de een of andere manier te duister of in ieder geval te som­ ber. Nu wordt eindelijk duidelijk wat in die tijd onderhuids leefde bij de man. Veel uitbundiger, vriendelijker nummers, maar ook juist nog indringender ver­ sies van bekende songs haalden dat album niet. In 1998 bij het verschijnen van tracks dachten we nog: ‘Leuke outtakes, maar het beste is toch wel uitgebracht op de reguliere platen.’ Met the

P 32 HEAVEN

promise is het geheel anders. Het gewone, apart verkrijg­ bare, dubbelalbum bevat al die juweeltjes. De uitgebreide (en dure) box met drie cd’s en drie dvd’s of blu-ray discs nog veel meer. Ja, Columbia rukt ons natuurlijk wel een poot uit, maar ik kan niet anders zeggen dan dat die het geld dubbel en dwars waard is. Wat krijg je allemaal: het originele album darkness in prachtig geremasterde vorm, de outtakes op een dubbel cd (inclusief de tranentrekkende hidden track The Way) en dvd’s met een lichtelijk overbodige maar niet­ temin goed te pruimen complete

live-uitvoering van darkness uit 2009, een prachtige docu­ mentaire (die de grote rol die Steve Van Zandt speelde binnen de E-Street Band nog weer eens onderstreept) en unieke live opnamen uit 1976 tot 1978. Zelf werd ik enorm geraakt door de hartverscheu­ rende opname uit 1976 van Something In The Night op de dvd thrill hill vault. Misschien wel het mooiste dat ik ooit van Springsteen hoorde. Dit alles is gestoken in een reproductie van The Boss’ eigen aantekeningenboek met prachtige foto’s, waarin je blijft bladeren: alleen al die alternatieve volgordes van de nummers zijn de moeite waard. En ja, er zal vast wel iets zijn opgepoetst of overgedubd, maar al met al kunnen we stellen dat the promise de ultieme mis­ sing link is tussen born to run en the river en dat het album in deze vorm die twee mees­ terwerken misschien nog wel ontstijgt. Harmen van Aurich

Hoewel we Heaven in zes verschillende hoofdgenres hebben ingedeeld om lezers attent te maken op de rijkdom aan soorten muziek die in het blad te vinden zijn, blijven er gelukkig cd’s verschijnen die zich niet zo gemakkelijk in een hokje laten stoppen. california van Tom Hall bijvoorbeeld. De eerste helft is gevuld met muziek die je zonder veel moeite tot de blues zou rekenen, zij het dat deze eerder rootsy, countryachtige wordt ingevuld en minder typisch blues. Voeg daar de veel minder bluesy tweede helft aan toe met nummers die een veel duidelijker countryroots- en singer-songwritersignatuur dragen, en het zal duidelijk zijn dat je met california meerdere kanten op kunt. Meestal leidt zoiets tot een plaat die vlees noch vis is, maar in de vakkundige handen van Tom Hall (niet te verwarren met countryartiest Tom T. Hall) en zijn producer, platenbaas en gitarist Max Berry heeft dat geleid tot een soepel klinkende cd die zowel heerlijk swingt als de diepere emoties bedient. Hall blijkt namelijk een begaafde songsmid en zanger, die zowel aan Ray Charles en Van Morrison doet denken als aan John Hiatt en Marc Cohn. En omdat zijn puike liedjes ook nog eens gevat zijn in een verzorgde sound die veel mensen zal aanspreken, is het eigenlijk doodzonde dat dit album op zo’n klein label verschijnt.


The SteelDrivers

Reckless Rounder

Bluegrass met rock & soul feel. Ik kan me voorstellen dat het voor de immense Amerikaanse muziekmarkt handig is voor een label als Rounder zich te verbinden aan het Universalsublabel Concord, maar ik maak me sterk dat het voor hun veel kleinere Europese markt een stuk nadeliger uitpakt. Waarom zou het anders zo lang duren voordat reckless, het tweede album van bluegrassrockers The SteelDrivers, aan deze kant van de plas wordt uitge­ bracht? Vergeleken met hun drie jaar geleden verschenen en met lof overladen titelloze ­debuut laat reckless namelijk een band horen die aanzienlijk verder is gerijpt. Qua liedjes

c­ alifornia heeft in potentie alles om met de juiste ondersteuning een albumhit te worden. Eric van Domburg Scipio

Moondoggies Tidelands Hardly Art

Sfeervol en rustiek.

Ergens tussen Fleet Foxes en The Band vinden we de uitermate sfeervolle americana-cd tidelands van de uit Seattle afkomstige groep Moondoggies. Met de eerstgenoemde band hebben ze de fraaie harmonieën en sfeer gemeen, aan de tweede ontlenen ze de rustieke, aards rockende folkrootssound. Het mooie is dat de Moondoggies daardoor aan beide voorgangers doet denken zonder nu echt op een van hen te lijken. Het verleent tidelands wel een karakter waardoor hij direct aanspreekt, en het helpt natuurlijk dat de zelfgeschreven tracks allemaal van zeer hoge kwaliteit zijn. Met vier leden die behalve allemaal zingen ieder één instrument beheersen (gitaar, drums, bas, toetsen), is het basisinstrumentarium van de band vrij beperkt, al toont met name toetsenist Caleb Quick een subliem gevoel de numP 33 HEAVEN

stonden Mike Henderson (in de jaren negentig een van de drij­ vende krachten achter het Dead Reckoning-label) en de geweldig soulvol zingende Chris Stapleton altijd al garant voor topkwaliteit, en dat is op reckless niet min­ der. De variatie die op zijn voor­ ganger nog enigszins ontbrak wordt hier moeiteloos tentoonge­ spreid in een dozijn nummers. Instrumentaal is traditionele bluegrass (banjo, mandoline,

mers net dat beetje extra te geven waardoor ze ook in dat opzicht opvallen. Vier gastmuzikanten die de zaak verder opfleuren met viool, steelgitaar en trompet zorgen tevens dat tidelands geen moment te kaal klinkt. Daardoor is dit tweede Moondoggies-album een van de rootshoogtepunten van dit kwartaal en lijkt het de vooraankondiging van een groep die wel eens heel groot zou kunnen worden. De potentie is namelijk enorm. Pieter Wijnstekers

Twilight Hotel

When The Wolves Go Blind Cavalier Recordings

Adel verplicht.

Twee jaar geleden verscheen van het duo Brandy Zdan en Dave Quanbury onder de groepsnaam Twilight Hotel hun tweede album highway prayer. Dit door Colin Linden geproduceerde album stond bol van de prachtige liedjes die een mix bevatten van blues, pop, country en folk. Vooral de heerlijke samenzang, rudimentaire gitaarpartijen en goed gedoseerde overige instrumentaties maakten dit debuut een van de grootste verrassingen van dat jaar. Opvolger when the wolves go blind voldoet volledig

fiddle, gitaar) de basis, maar ze worden gebracht met een onverschrokken verve zoals we die kennen van de allerbeste outlawcountry, southern rock en soul. Stapletons volbloed vocalen, uitermate geschikt voor het meer rockende en het meer ingetogen materiaal, eisen de meeste aandacht op. Daarbij mogen we niet de ondersteu­ nende harmoniërende rol vergeten van zangeres/violiste Tammy Rogers en zanger/bas­ sist Mike Fleming. Tezamen met de banjo van het vijfde SteelDrivers-groepslid Richard Bailey zorgen ze dat reckless nooit uit de bocht vliegt en de SteelDrivers bluesgrass brengen met een vernieuwende verve die we het afgelopen decennium zelden hebben gehoord. Pieter Wijnstekers

aan de hoge verwachtingen.De begeleiders en producer C ­ olin Linden werden bedankt voor hun geleverde diensten. Ditmaal is de rol van producer gegund aan John Whynot die tevens op keyboards te bewonderen is. Multi-instrumentalist Jeff Turmes schittert op bas, banjo, bariton en tenorsaxofoon, flugelhornspeler Andrew Lynch en drummer Stephen Hodges completeren het kwartet. Direct vanaf het titel- en openingslied When The Wolves Are Blind is het evident dat het duo in zijn ontwikkeling een grote stap vooruit gemaakt heeft. De kleine oneffenheidjes van hun voorganger hebben plaatsgemaakt voor een repertoire waarbinnen werkelijk elke nuance volledig op zijn plaats valt. De verwijzingen naar de vele stijlgebieden worden zo eigenzinnig en origineel ingevuld dat je telkens op het puntje van je stoel zit. De 24-karaatsliedjes worden opgesierd met heerlijk accordeonspel van Zdan terwijl Quanbury en zijn vrienden zich uitleven in authentiek klinkend snarenspel, goed gedoseerde bas- en drum en volvette blazerspartijen. In de categorie duogroepen is Twilight Hotel inmiddels uitgegroeid tot

een act die staat als een… eh, hotel. Koos Gijsman

Bart de Win Little World Munich

Hoge toppen.

Zanger/toetsenist Bart de Wins in eigen beheer uitgebrachte solodebuut the simple life kreeg overal juichende recensies, hoewel hij nog altijd vaker speelt als Vaste Man bij folktroubadour Gerard van Maasakkers dan ­onder eigen naam. Via de tussenkomst van muze Arianne Knegt raakte ook de Texaanse rocker/producer Walt Wilkins onder de indruk en hij nodigde De Win uit naar Austin, Texas te komen voor opnamen. Begeleid door Wilkins, diens Mystiqueros, Scrappy Jud Newcomb, Kim ­Deschamps (pedal steel) plus Knegt en Tina Mitchell Wilkins (achtergrondzang) nam hij daar in twee periodes dertien songs op. Wilkins en zijn veelzijdige kompanen stellen zich verrassend dienstbaar op, zodat alle aandacht gaat naar De Wins zang en zijn toetsen, nog prominenter hoorbaar dan op zijn vorige. Opnieuw maakt hij dertien keer rootsy americana met folk, jazz, gospel en country als invloeden, maar steeds hebben zijn opnieuw opvallend mooi vloeiende melodieën gelukkig een kenmerkende Europese melancholie. Daaroverheen zingt De Win over spijt, verlangen, maar vooral over zijn gevonden liefde en geluk. In zijn timing en frasering is zijn achtergrond als docent jazzzang aan het Rotterdamse conservatorium opnieuw goed hoorbaar. Net als in zijn vaak stemmige teksten roept hij zo ook met zijn stem sterke ­sferen op. Doordat Wilkins de essentie van De Wins muziek heeft gerespecteerd en gevangen, is deze tweede een meer dan waardige opvolger geworden van dat ook al prachtige debuut. Ruud Heijjer


FOLK/SONGWRITER DOORLEEFD Ze heeft een tweede zangcarrière gebouwd op een door drugs verwoeste stem. Ondertussen heeft ze meer films gemaakt dan albums. Kort nadat Marianne Faithfull (64) film nummer 33 heeft voltooid, komt album nummer 23 uit: Horses And High Heels. “Ik doe nooit iets conventioneel.” door Paul Stramrood

"Ik ben verzot op terugkijken"

Marianne Faithfull

H

et interview moet plaatsvinden in ­Brussel. Dat gaat – eeuwig zonde – niet door. Marianne Faithfull, net terug uit ­Amerika voor de laatste hand aan de film Belle Du Seigneur, durft de treinreis ParijsBrussel niet aan met het barre onbetrouw­ bare winterweer. “Excuus, maar het zou een lange langzame reis zijn geworden en dat kon ik niet aan.” We moeten eerst vaststellen of je met al die films en toneelstukken een zingende actrice bent of een acterende zangeres. “O, zonder twijfel een acterende zangeres. Zingen is mijn leven, zingen is essentieel.” Toch even de films. Een van je best beoor-

P 34 HEAVEN

deelde is Irina Palm uit 2007, over een vrouw van middelbare leeftijd die in een seksclub gaat werken om haar doodzieke kleinzoon te redden. De seks is handmatig en we krijgen nooit ‘de daad’ te zien. Haar rechterhand maakt Irina een cultheldin, ook onder vrouwen. Ontroerend en geestig. “Ja, een schattige kleine film. Hij heeft het goed gedaan, alleen niet in Engeland, daar vonden ze het niks. Ik denk dat dat te maken heeft met mijn imago, nog steeds. Overal in Europa liep hij goed, zelfs in Israël, daar was hij een bescheiden kersthit. In Engeland was hij pas nog op de televisie. Anita Pallenberg zag hem en belde me dat ze hem prachtig vond.”

Anita was met Keith Richards, jij met Mick Jagger. Jullie hadden een brede vriendenkring. Zie je nog veel mensen uit die eerste wilde tijd? “Ja hoor, ik heb nog veel vrienden van toen over. Jimmy Page bijvoorbeeld, die met Jackie DeShannon mijn hit Come And Stay With Me heeft geschreven toen zij iets hadden. Ik hoor vaker dat elke jongen toen vond dat ik dat speciaal voor hem zong. Dat was ook zo, die illusie kon ik goed scheppen. Keith’s ­autobiografie Life roept weer veel herinneringen op. Ik vind het een heerlijk boek. Het klopt allemaal voor zover ik dat kan beoordelen, dus vooral de stukken waarin ikzelf voorkom, inclusief die ene keer dat Keith en ik


‘HET ERGSTE HEB IK NU WEL ACHTER DE RUG’ Mick bedrogen. De mensen vergissen zich nogal eens in Keith. Hij heeft altijd veel gelezen en hij moet een geweldig geheugen hebben.” Toch heb je die tijd lang gehaat, en dan vooral As Tears Go By, je eerste hit die je als 17-jarige het meisje maakte op wie iedereen verliefd werd, ook in Nederland. “Voor wie het nog niet weet: zo zie ik er helemaal niet meer uit, hoor. Maar dat lieve mooie meisje was de echte Marianne Faithfull, net als ik nu. Ik heb As Tears Go By voornamelijk gehaat in mijn verloren decennium, de jaren zeventig. Ik was zwaar aan de drugs en was ervan overtuigd dat het allemaal de schuld was van dat ene liedje. Nu zing ik het weer gewoon op het podium. Ik denk dat het me een hoop tijd heeft gekost om volwassen te worden. Het ergste is achter de rug.” Over naar Horses And High Heels, je nieuwe album. Mooi, consistent en één geheel. Ik was een beetje verbaasd. “Dat kan ik me voorstellen. easy come, easy go, mijn vorige, was heel eclectisch, met nummers variërend van de jaren twintig tot Brian Eno. Ik vind hem nog steeds heerlijk, sommige liedjes zijn adembenemend. Maar horses and high heels is sterker. Het geluid is veel beter, en hij is compacter, eenvoudiger, directer, zoals popmuziek is bedoeld. Een thema zit er niet in, tenzij je de dingen die mij interesseren een thema noemt. Inte­ griteit interesseert me, dat is That’s How ­Every Empire Falls. Krankzinnigheid interesseert me, dat is The Stations. Liefde interesseert me bijzonder, en dan niet speciaal seksuele liefde, maar ook liefde voor vrienden, kinderen, ouders, en minnaars natuurlijk. Dat is Love Song. Ik neem aan dat ik zelf het thema ben.” De opnamen vonden plaats in New Orleans. Waarom? “Ik werk hoe dan ook graag in Amerika. Ik werk nooit in Frankrijk of Ierland, de landen waar ik woon. New Orleans is een poel van grote muzikanten. Ik had een goede band en een goede studio. New Orleans is vooral een stuk goedkoper. Ik weet niet waarom, misschien heeft het maken met de naweeën van de orkaan Katrina. New York is verschrikkelijk duur. Aan easy come, easy go moesten we echt snel werken, te snel naar mijn zin. In New Orleans hebben we een week gerepeteerd en twee weken opgenomen. Lou Reed kwam over uit New York om gitaar te spelen en Wayne Krame van MC5 uit Los Angeles. Ik ben tevreden en trots.” Je doet twee covers uit de jaren zestig, Past, Present And Future van The Shangri-Las, en Going Back van Dusty Springfield. Allebei nummers over jonge vrouwen die terugkijken op hun ‘jeugd’. En allebei niet erg vrolijk. Waarom die twee? “Om te beginnen heb ik ze altijd geweldig P 35 HEAVEN

Marianne Faithfull nu en als beatmeisje in de jaren zestig foto boven: Patrick Swirc

gevonden. Ik wist dat ik bij allebei een andere aanpak, een ander beeld kon vinden. Ik heb uitgebuit dat ik als zestiger een lied over een twintiger sterk kan veranderen. Van Going Back heb ik alle versies beluisterd en ten slotte gekozen voor die van Dusty Springfield. Dat nummer is een one take. We wisten allemaal dat het nooit meer zo zou worden, net als in het lied zelf eigenlijk. Dus hebben we die ene opname op de plaat gezet.” Horses And High Heels bevat meer treurnis. Toch noem je het een gelukkige plaat, en een doorbraak. “Een grote doorbraak zelfs. Ik denk dat ik met de jaren nostalgischer word. Ik ben verzot op terugkijken en dat is voor het eerst. Ik heb nooit een vezel nostalgie gehad, nooit. Sinds kort voel ik me gelukkig als ik aan het verleden denk.”

Hoe zitten je eigen nummers in elkaar? “Ze gaan over mezelf en nog vaker over mijn waarnemingen. Mijn beste teksten zijn waarnemend, zoals Horses And High Heels, het titelnummer. Dat beschrijft wat ik ’s nachts zie als ik aan mijn raam zit in ­Parijs en naar beneden kijk. Prussian Blue gaat over mijn leven daar, ik wil dat mijn publiek weet hoe ik leef. Why Did We Have To Part is emotioneel interessant, en in Eternity bekijkt de toekomst.” Terug naar het verleden. Na je verloren decennium keerde je terug met Broken English, een herstart met een nieuwe stem, geëtst door het leven. Heeft iemand je moeten overhalen het toch te proberen met die nieuwe stem of heb je dat zelf beslist? “Ik maakte me geen zorgen, al zou dat niet vreemd zijn geweest. Ik wist wat ik wilde doen en ik vond dat ik daar de juiste stem voor had. broken english bewees dat ik gelijk had. Het is nog steeds mijn beroemdste album, met Working Class Hero en The Ballad Of Lucy Jordan. In de loop der jaren heb ik wel zorgen en spijt gehad dat ik mijn stem heb vernield. Ik wilde dat ik dat niet had gedaan, maar dat had ik wel. Dus daar moest ik het mee doen, daar moest ik mee werken. Mijn stem is ook beter geworden. Draai broken english en mijn nieuwe maar achter elkaar, dan zul je horen dat ik nu beter zing.” Een vriend van me vroeg of ik je wilde verzoeken nog eens een nummer op te nemen ➣


‘BOB DYLAN WILDE ME als one night stand’

als Why D’Ya Do It. ‘Balsem voor de mannenziel’ noemt hij het. “Ik neem aan dat hij bedoelt te vragen of ik nog eens zo’n seksueel expliciet lied wil opnemen. Zo’n lied vind ik nooit meer, ik kan het niet maken, dat zou vals zijn. Laten we trouwens Heathcote Williams eren voor die compositie. Ik doe Why D’Ya Do It nog steeds live, dus laat je vriend maar naar Amsterdam komen als ik daar optreed. Ik geloof dat Holland nog niet op de lijst staat voor de tournee, maar daar ga ik wat aan doen. Liefst Paradiso, daar treed ik graag op. Paradiso heeft me verzot gemaakt op Nederland.” Een vraag van een andere vriend: File It Under Fun From The Past, over een verbroken relatie, gaat dat over jezelf? “Ja, ik vertel het publiek hoe ik me voel, maar het gaat niet over een speciaal iemand, iedereen mag zelf iemand uitkiezen: Mick Jagger, of een andere minnaar van me, vul zelf maar in.” Je speciale aandacht voor Frankrijk hoorden we al in 1964. Toen zong je onder meer Coquillages en Et Maintenant. Waar komt die voorliefde vandaan? “Vanaf het begin van mijn carrière ben ik vaak in Frankrijk geweest, en ik begon het land, de taal en de muzikale traditie mooi te vinden. Ik wilde ook steeds liever daar wonen. Frankrijk en Ierland zijn mijn lievelingslanden, al ben ik nog steeds Brits staatsburger. Ik zou ook best in Amsterdam willen wonen, maar in Parijs heb ik meer vrienden.” Tot slot een kwestie die mij al jaren dwars zit. In je autobiografie Faithfull schrijf je dat Bob Dylan verliefd op je was, dat jij hem afwees en dat hij toen een nieuw nummer over jou verscheurde en in de prullenmand gooide. “Voor je verder gaat, ik geloof niet dat hij verliefd op me was, hij wilde met me naar bed. Ik was heel mooi toen, en ik was in zijn buurt, zoals je kunt zien in die prachtige documentaire Don’t Look Back. Hij zag me en hij wilde me als one night stand.” Goed. Dat nummer heeft hij vernietigd en toch past één Dylan-nummer zuiver bij die affaire: If You Gotta Go, Go Now. “Ja, het heeft er wel veel van weg. Ik denk ook dat hij, al heeft hij het verscheurd, heel goed heeft onthouden hoe het nummer ging, want Bob heeft ook een geweldig geheugen, en er later toch iets van heeft gemaakt. Als één nummer op die situatie past, dan is het If You Gotta Go, Go Now, ja, laten we het daar maar op houden.” De toekomst? “Eerst uitrusten en dan optreden. Begin maart gaan we eerst naar het Festival van Hongkong, daarna start de Europese tournee in Parijs, dan volgen Engeland en de rest van Europa. Reken op me in Amsterdam. Ik ga er voor zorgen. Dat beloof ik je bij deze.” P 36 HEAVEN

Faithfull’s Finest Beeldschoon beatmeisje met onge­ rept uiterlijk en stout imago maakt onder hoede van The Rolling Stones vanaf 1964 furore met engelachtig gekweelde singles als As Tears Go By, Summer Nights, This Little Bird, Come And Stay With Me en Is This What I Get For Loving You, keurig samengebracht op the very best of marianne faithfull (2001), inclu­ sief samen met Jagger & Richards geschreven Sister Morphine, dat overgang aankondigt naar door hero­ ïneverslaving verloren gegane jaren zeventig. Wonderbaarlijke wederop­ standing met onovertroffen broken english (1979) en door Hal Willner geproduceerd strange weather (1987) vormen meesterwerken van middenperiode, waarbij magnifiek live-album blazing away (1990) kan fungeren als alternatieve compila­ tie naast onberispelijk samenge­ stelde dubbelcd a perfect stranger (the island anthology) (1998). Fenomenaal tweeluik 20th century blues (1997) en weill: the seven deadly sins and other songs (1998) blaast nieuw leven in klassiek caba­ retrepertoire van Kurt Weill, al dan niet met teksten van Bertolt Brecht, gevolgd door trits even verdienste­ lijke als onopvallende albums met assistentie van grootheden als Daniel Lanois, Emmylou Harris en Pink Floyd-genius Roger Waters alsmede indiehelden als Nick Cave, Beck en PJ Harvey plus voormannen van Blur, Pulp en The Smashing Pumpkins, waarna zeldzaam geva­ rieerd easy come, easy go (2008) terecht weer aandacht vestigt op inmiddels zes kruisjes gepasseerde La Faithfull.

Even over drieën begint ze in het ouderwets deftige café-restaurant aan alweer het negende vraaggesprek van die vroege winterdag. Welgemoed en met volle inzet, ook al heeft ze nog ettelijke interviews voor de boeg. “Ik ben dankbaar voor iedereen die belangstelling toont voor mij en mijn muziek”, klinkt het vanuit de enorme fauteuil, waarin Joan Wasser (40) zich heeft genesteld gelijk een poes in haar mand. “Dat mensen speciaal voor mij de deur uit komen, vind ik helemaal niet zo vanzelfsprekend. Voor hetzelfde geld hadden ze wel iets beters te doen. En dan kon ik het mooi schudden.” door Geert Henderickx

R

uim twee jaar geleden stond Joan As Police Woman in Tivoli de Helling voor een volle en toch stille zaal. Op zich al opmerkelijk in deze rumoerige tijden, en die zomeravond daar in Utrecht gebeurde nog iets veel zeldzamers. Niet alleen roerde en sterkte de lang niet altijd even verstilde muziek, je voelde hoe vanuit het publiek warmte, om niet te zeggen liefde stroomde naar de zangeres op het podium. “Intimiteit vind ik heel belangrijk bij een optreden. Geen kwaad woord over entertainment, maar ik streef iets hogers na. Ik wil voor iedereen apart zingen. Alle aanwezigen moeten zich persoonlijk aangesproken voelen. Zo sta ik ook in het alledaagse leven: ik probeer contact te maken met iedere mens die ik ontmoet.”


FOLK/SONGWRITER ERNSTIGE PASSIE

"Wie weet is het gevaarlijk terrein"

Joan As Police Woman

foto Tatcher Keats

Haar muziek komt binnen zonder dat je je hoeft open te stellen. Op het recent verschenen the deep field zingt Wasser in weerwil van de rijke instrumentatie vrij zachtjes, maar doordat haar stem vooraan in de mix zit, lijkt ze juist heel dichtbij, zeker met de hoofdtelefoon op. “Dus ik zing echt tegen jou? Wat goed, zeg! Voor mijn gevoel ben ik op deze plaat ook het meest aanwezig. Ik wilde ditmaal op persoonlijke titel in universele zin spreken. Stevie Wonder kan dat als geen ander. Hij praat over levensvreugde zonder dat het geforceerd of overdreven aandoet, waardoor zijn boodschap bij iedere luisteraar overkomt. De teksten moeten zo eenvoudig, zo duidelijk en zo algemeen mogelijk, dan stel je de mensen tenminste in staat zich er vanuit hun eigen ervaringen P 37 HEAVEN

mee te vereenzelvigen. Anders krijgen ze te horen hoe ze zich volgens iemand anders in bepaalde situaties eigenlijk zouden moeten voelen. En zeg nou zelf: dat wil toch niemand.”

BESTEMMING Joan As Police Woman mag dan wel bedoeld zijn als groepsnaam, Joan Wasser is natuurlijk gewoon zelf die politieagente. Haar alias ontleende ze aan de titel van een populaire Amerikaanse tv-serie uit de jaren zeventig met Angie Dickinson in de hoofdrol van ­brigadier Lean ‘Pepper’ Anderson. Vriendinnen vermoedden indertijd hardop dat ze op de hoog geblondeerde actrice probeerde te lijken, maar los daarvan: “Wil niet ieder meisje later graag bij de politie?” Uiteinde-

lijk zou Wasser haar bestemming pas na een lange omweg bereiken. Opgegroeid in een adoptiegezin in Norwalk, Connecticut verdiende ze als scholiere wat extra zakgeld in de fameuze punkclub Anthrax, waar legendarische groepen als Sonic Youth, Black Flag en Bad Brains optraden. Gedurende haar studie klassieke viool in Boston vond ze aansluiting bij de redelijk succesvolle Dambuilders om vervolgens verzeild te raken in de alternatieve rockscene van New York. Daar kreeg ze iets moois met Jeff Buckley. Na The Dambuilders volgden andere avontuurlijke rockgroepen, waarin Wasser volop kon experimenteren met het geluid van haar vijfsnarige elektrische viool, die ze steeds vaker ging gebruiken als ritme-instrument. Ze leerde gitaar en later piano om zelf ook te


FOLK/SONGWRITER ‘IK HEB MOETEN LEREN HOE IK GELUK KAN ERVAREN’

kunnen componeren, al was haar teksten publiekelijk zingen geruime tijd een brug te ver. Bovendien bleek het vooralsnog niet aan de orde, omdat ze eerst werd gevraagd door Antony & The Johnsons, waarna Rufus Wainwright haar inlijfde voor zijn begeleidingsgroep. “Ik heb zo veel aan die twee te danken. Bij mijn eerste optredens kwam ­Antony me steevast aanmoedigen en later nam Rufus me als voorprogramma mee op wereldtournee.”

ROEPING Voor zichzelf beginnen kon niet uitblijven. Joan Wasser noemt het een soort roeping. “Al heel wat jaren vermoedde ik dat er iets diep in mij verborgen lag. Zeker weten deed ik het natuurlijk niet, ik was eerder bang helemaal niets te zullen vinden. Wat me er uiteindelijk niet van heeft weerhouden om toch te gaan graven. Denk je alleen maar ‘wat als…’, dan gebeurt er nooit iets. Net zoals je niet meteen iets foutloos moet willen kunnen, want dan begin je er waarschijnlijk evenmin aan. Je moet beetje bij beetje naar de perfectie toe werken, zelfs al weet je dat je die nooit zult bereiken. Je uiterste best doen, dat is allang goed genoeg. Het is een kwestie van gewoon doen. Je moet er zonder verder bij na te denken aan beginnen en met ijzeren discipline stug doorgaan tot het ergens op lijkt. En geloof me: vergeleken bij klassieke viool studeren, is liedjes leren schrijven een peulenschilletje.” Vier jaar geleden verscheen haar officiële debuut real life, twee jaar later gevolgd door to survive. En nu ligt er sinds kort dus the deep field, waarop een groot zwak voor de soul uit de vroege jaren zeventig doorklinkt. Alleen al de albumtitels verraden hoezeer haar sensitieve indierock is doordrenkt van een ernstig soort passie. “Schrijven is op ontdekkingsreis gaan, waarbij je allerlei gebieden doorkruist, die je voorheen niet eens durfde te betreden. Wie weet is het wel gevaarlijk terrein. Vroeger pantserde ik me tegen mijn kwetsbaarheid. Op een gegeven moment vond ik het geen doen meer de rest van mijn leven in een harnas te blijven rondlopen. Voor mijn gevoel kon ik dat pantser alleen maar uittrekken door in het openbaar over mezelf te zingen. Door me kwetsbaar op te stellen, dwong ik mezelf openhartiger te zijn. Ik ben over mijn angst heen gesprongen. Sindsdien kost het me minder moeite te bekennen dat ik ergens bang voor ben, waardoor het me ook niet meer zo’n ontzettende angst aanjaagt. Plus dat ik het geluk heb opgezocht. Ik weet nu hoe ik geluk kan ervaren.”

ZEGENING Haar veertigste verjaardag van de zomer noemt Joan Wasser een keerpunt. “Voortaan P 38 HEAVEN

zal het mijn tijd wel duren. Ik moet het mezelf niet zo moeilijk maken. Minder denken, meer doen”, nam ze zich heilig voor. “Wanneer ik al te lang in huis blijf rondhangen, sla ik onbewust aan het malen. Inmiddels kan ik mezelf er toe zetten bijtijds de deur uit te gaan om de geest eens flink te laten doorwaaien. Eenmaal in de buitenwereld probeer ik altijd tegen iedereen even aardig te zijn. Als je je om de een of andere reden ontzettend ellendig voelt, mag je dat niet op een ander afreageren, want die taxichauffeur of dat winkelmeisje heeft jou tenslotte helemaal niets misdaan.” Net als angst is woede een niet minder verwoestende emotie, weet Wasser uit ervaring. Boosheid moet je dan ook zien te bezweren, niet in de laatste plaats voor je eigen welzijn. “Waarom zou je je blijven opwinden over bijvoorbeeld je opvoeding, terwijl je weet dat je ouders het goed bedoelden? Probeer er toch vrede mee te vinden, laat het in hemelsnaam achter je. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, zoiets lukt nu eenmaal niet van de ene op de andere dag. Je mag je geduld dus niet verliezen, hoe onverdraaglijk lang het soms ook mag duren. Met woede in je lijf verpest je je leven. Aan boosheid moet je eigenlijk geen tijd verkwisten.” ‘Pluk de dag’, luidt meer dan ooit het credo sinds Wasser een jaar of drie geleden haar moeder aan kanker verloor. “Die lijdensweg is bepaald geen prettige manier om je er blijvend aan te herinneren dat je zo veel mogelijk uit het leven moet zien te halen. Want je dagen kunnen geteld zijn, terwijl je het zelf nog niet eens weet. De ziekte van mijn moeder heeft me op het juiste spoor gezet, dat is de zegening die je meekrijgt bij het verliezen van een dierbaar iemand.” Op dat moment valt ze plotseling stil en draait ze traag haar hoofd weg. Als in een film komt even later uit de linkerooghoek de eerste traan rollen. Wat te zeggen? Wat te doen? “Ik moet toch zo aan mam denken”, klinkt het na een eeuwigheid zachtjes. “Maar ik huil ook een beetje omdat ik blij ben dat ik leef.” De tranen laten zich nu niet langer wegpinken. Dan breekt er dwars door haar geluidloze snikken heen een lachje. Ze wijst naar buiten. “Kijk, het is gaan sneeuwen.” Joan As Police Woman live: 15 februari in Botanique, Brussel; 16 februari in ­Paradiso, Amsterdam; 17 februari in de Handelsbeurs, Gent.

Toeverlaten Jeff Buckley GRACE (1994)

Door mysterieuze verdrinking uit het leven gerukte zoon van vrijgevochten singersongwriter Tim Buckley klinkt op eerste en enige reguliere studioalbum als niet al te ver van de boom gevallen appel. Led Zeppelin ont­ moet Van Morrison ontmoet Captain Beefheart. Inclusief de ultieme versie van de verheven Leonard Cohen-klassieker Hallelujah.

Rufus Wainwright WANT TWO (2004)

Vierde album van over­ getalenteerde zoon van Loudon Wainwright III en Kate McGarrigle geldt als schaamteloos pretentieus meesterwerk, dat pop en klassiek nochtans achteloos in zich verenigt. Introspectief, ijdel, snobistisch, pervers, open­ hartig en zelfkritisch egodocument. Inclusief het roerende In Memoriam Jeff Buckley Memphis Skyline.

Antony and The Johnsons I AM A BIRD NOW (2005)

Door Lou Reed in vaart der volkeren opgestoten Antony Hegarty gaat op gelauwerde tweede album duet aan met rolmodel Boy George in veel­ zeggend getiteld You Are My Sister. Op piano, viool, cello, fluit, hoorn en trompet stoelende kamerpopmuziek met androgyn gezang. Inclusief het met Rufus Wainwright vertolkte doodslied What Can I Do?


RECENSIES Jim Sullivan

U.F.O.

Light In The Attic/PIAS

Verdwenen klassieker. Toen Jim Sullivan in 1975 spoorloos van de aardbodem verdween met achterlating van al zijn spullen (auto, gitaar, portemonnee) maakten slechts zijn directe familieleden en een handvol vrienden en bewon­ deraars zich druk om zijn mysterieuze, tot op de dag van vandaag onopgehelderd geble­ ven verdwijning. Weliswaar had Sullivan twee lp’s op zijn naam staan, waarvan u.f.o. uit 1969 de eerste was, maar die in beperkte oplage in eigen beheer uitgegeven plaat had hem amper de faam gebracht die hij op grond van het daarop ten­ toongespreide talent verdiende. Verbazingwekkend genoeg toonde Sullivan zich namelijk niet alleen een zeer talentvolle singer-songwriter, qua stijl vergelijkbaar met groten als Fred Neil en Tim Hardin, een bewonderaar had hem ook nog eens financieel in staat gesteld

Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/ Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

Emily Barker & The Red Clay Halo Almanac Everyone Sang

Engelse folk van Australische.

Aanvankelijk maakte Emily Barker deel uit van The Low Country, waarvan vooral de tweede cd (the dark road, uit 2004) een eersteklas aanrader is. Klonk daarin nog wat americana door, sinds ze solo ging, overheerst de Engelse folk. Niet zo vreemd, want hoewel ze in Australië is geboren, woont de zangeres/gitariste alweer geruime tijd in Engeland. almanac is haar derde (volledig zelf gefinancierd) en weer een puike cd. De eerste P 39 HEAVEN

de plaat op te nemen met mensen van de Wrecking Crew, een band van topsessiemuzikanten uit L.A. met onder anderen drummer Earl Palmer en toetsenist Don Randi. Prachtig georkestreerd door arran­ geur Jimmy Bond klinkt u.f.o. bepaald niet als een privéopname, het doet in niets onder voor de beste singer-songwriterplaten

van toen op grote labels. Zonder een marketingmachine om je lp aan te man te brengen, kun je echter nog zo’n mooi album maken, de kans dat het een suc­ ces wordt is heel erg klein. Zo kon het dus meer dan veertig jaar duren voordat het album eindelijk iemand ter ore kwam die er wel

twee songs overtuigen niet volledig – al creëren cello, viool en fluit wel onmiddellijk een heerlijke pastorale sfeer – maar vanaf het aangrijpende Ropes zijn we weer helemaal in haar ban. Ze heeft een fijne, heldere stem en haar voornamelijk uit vrouwen bestaande begeleidingsband The Red Clay Halo brengt met onder andere strijkers, accordeon, staande bas, blazers en mooie samenzang een rijk, vol en toch open geluid met zelfs even ruimte voor een bijna sacraal pijporgel. Variatie is er ook volop in de songs, die uiteenlopen van intiem tot springerig; luister bijvoorbeeld naar het Moulettesachtige intro van Openings, een van de vele prijsnummers. En dat alles gestoken in een van de mooiste klaphoesjes die we ooit hebben gezien en voorzien van een prachtig tekstboekje. Of je nu fan bent van Sandy Denny of Martha Tilston, almanac zal je niet teleurstellen.

Dorris Henderson and John Renbourn

Kees van Wee

There You Go! Big Beat/Munich

Prachtcombinatie.

De zwarte Amerikaanse zange-

iets mee kon doen; in dit geval zijn naamgenoot Mike Sullivan (geen familie) van Light In The Attic Records. Hij had met prachtige reissues van Karen Daltons tweede lp in my own time en Kris Kristoffersons demoalbum please don’t tell me how the story ends al aan­ getoond zijn heruitgaven minu­ tieus op te zetten, en voor u.f.o. nam hij met minder ook geen genoegen. Uitvoerig geannoteerd met een uitgebreid boekje met veel foto’s, waar­ in Jim Sullivans verhaal volledig uit de doeken wordt gedaan, heeft Mike Sullivan er werkelijk alles aan gedaan om het mysterie op te lossen. Uieindelijk moest hij zich tevreden stel­ len met het gegeven dat dat kennelijk onmogelijk is en we dus echt alleen Sullivans schit­ terende muziek hebben om ons aan te laven. Pieter Wijnstekers

res Dorris Henderson (1933– 2005) begint haar zangcarrière in folkclubs, waar ze in contact komt met onder meer Bob Dylan. In 1965 probeert ze het in Engeland en met succes, want al

Zijn sterk door de geest van Jack Kerouac beïnvloede liedteksten verpakt hij in folky liedjes waar­ bij zijn uitstekende gitaarspel de leidraad vormt. Meer heeft hij ook niet nodig. Wie de unieke sfeer van zijn optredens in de huise­ lijke kring wil ervaren, verwijzen we naar zijn jongste album live at the bull run (Mill Rat Music JJJJ). Land- en generatiegenoot Elliott Murphy heeft al jaren geleden wortel geschoten in Parijs. Omgeven door alle egards die de lokale notabelen kunnen verzinnen, werd hem verleden jaar een tentoonstelling met afsluitend

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje De nimmer aflatende golf nieuwe, beloftevolle acts laten we op de redactie graag over ons heenko­ men. En het is weer raak. Omdat eerbied voor grijze haren (al of niet geverfd) bij ons tevens hoog in het vaandel staat, bijten we toch het spits af met Bob Martin. Deze Amerikaanse bard trad onlangs in ons land op.


FOLK/SONGWRITER

RECENSIES

Gareth Liddiard

Strange Tourist ATP

Verhalenverteller. Gareth Liddiard, gitarist en zan­ ger van The Drones, heeft altijd al bekend gestaan om zijn vette Australische accent en zijn poli­ tiek getinte teksten, en beide facetten vinden we terug op zijn eerste soloplaat. Het is ook let­ terlijk een soloplaat: we horen alleen een liedjeszanger met zijn gitaar, met de volle nadruk op de verhalen die hij vertelt.

spoedig treedt ze daar overal op. Ze loopt er John Renbourn tegen het lijf, met wie ze in 1965 en 1966 twee albums opneemt. there you go! Wordt als eerste opgenomen, een jaar na het prachtige folk roots & new routes van Shirley Collins & Davy Graham. Op de geweldige begeleiding van Renbourn, die daarvoor net zijn eerste soloalbum heeft opgenomen, zingt Henderson met veel gevoel tien traditionals, een paar songs van Renbourn en enkele covers waaronder Mr. Tambourine Man van Dylan. De combinatie van Renbourns gitaar en de krachtige stem van Henderson werkt erg goed. Als bonus is de single Leaves That Are Green (van Paul Simon) toegevoegd, die ze in

Het zijn lange, doorwrochte ver­ halen; de acht tracks nemen meer dan een uur in beslag. Dylan is er niets bij. Dit is dan ook bepaald geen achtergrondmuziek; de enige

datzelfde jaar opnam. Een nog steeds prima album met als enig minpuntje de hoeveelheid galm op de stem van Henderson, die op enkele tracks wel erg groot is. Na de opname van het tweede album trad Henderson toe tot Eclection van Trevor Lucas, en Renbourn begon met Bert Jansch The Pentangle. In de jaren negentig traden Henderson en Renbourn weer af en toe samen op. Frits Barth

Dennis Kolen

Revolution Of The Romantics Muddy Track/V2

Eindeloos houdbare popmuziek.

De Rotterdamse singer-songwriter Dennis Kolen is geen groentje meer – desondanks is hij nog steeds niet op grote schaal in

manier om hiervan te genieten, is je er volledig aan overgeven. Maar dan word je ook beloond. The Radicalisation of D is een epos van zestien minuten, gebaseerd op de ellendige jeugd van David Hicks, de Australiër die in de gevangenis van Guantanamo Bay belandde. Ook andere liedjes beschrijven tries­ te levens tegen de achtergrond van een ruige Australische natuur. De muziek is zo intens dat je het gevoel hebt live op de eerste rij te zitten. Paul van der Lecq

Nederland doorgebroken. Hij heeft na zijn tijd in de band ­Wyatt al een aanzienlijk oeuvre bij elkaar geschreven en wat ­extra telt: geen van zijn soloplaten is middelmatig of ondermaats. Dat geldt ook voor zijn zesde album revolution of the romantics, opgenomen op één dag, 29 maart van het afgelopen jaar, in de Motormusic Studio in het Belgische Koningshooikt. Opnieuw componeerde en produceerde hij de hele plaat die twaalf liedjes bevat met diverse pronkstukken zoals Driving Blind, Can I See You Sometime, How Can You Live With Yourself, Breaking Your Heart, There’s A Place In The World For You, maar die songs noemen doet de andere nummers tekort.

Het geheel ademt rijpheid uit en is een fluwelen streling voor het oor. Wat moet die Kolen eigenlijk nog doen om muziekminnend Nederland te overtuigen? Met ­revolution of the romantics heeft hij weer een ijzersterke troef in handen. Joop van Rossem

Munly & The Lupercalians Petr & The Wulf

Alternative Tentacles Records

Droom van een sprookje.

Jay Munly is bij ons bekend van Slim Cessna’s Auto Club. Op petr & the wulf vertelt hij ons het ware verhaal van het sprookje dat de liefhebbers van klassieke muziek kennen van de Rus Prokofiev. Met zijn groep The Lupercalians verpakt hij zijn liedjes in breed opgezette klankbeelden waarin het voor avontuurlijke geesten goed toeven is. Aparte strijkersarrangementen, gitaren, keyboards, een sitar en een banjo gaan spannende verbanden aan en houden de aandacht maximaal vast. Hoewel referenties met 16 Horsepower en Sufjan Stevens hout snijden, ging mijn herinnering toch vooral terug naar if i die, i die van de Ierse groep Virgin Prunes. Eenzelfde naar het theatrale neigende sfeer tref ik op dit album aan. Wie de moeite neemt zich daarvoor open te stellen, wacht een indringende muzikale ervaring waarmee hij heel lang vooruit kan. Koos Gijsman

Ook verschenen (vervolg) feest aangeboden. Zijn jongste, titelloze studio­album werd opge­ nomen door zoon Gaspard, zelf ook muzikaal actief in de licht­ stad. Over Elliotts kwaliteiten als zanger-liedjesschrijver hoeft nog steeds niemand zich druk te maken al had zoonlief wat ons betreft de productie wel iets minder kaal mogen laten klinken (Blue Rose/Sonic Rendezvous JJJ). Helemaal aan het begin van zijn carrière nog staat de pas 21-jarige, uit Oklahoma afkom­ stige singer-songwriter John Fullbright. live at the blue door heet het zelfverzekerde P 40 HEAVEN

debuut waarop hij zijn klassiekers blijkt te kennen en opvalt als gitarist. Kritiekpuntje is wel dat Fullbrights op zich prima liedjes wat eenvormig zijn (CRS JJJ). Even oud en in het bezit van een van de pakkendste vrouwelijke stemmen die we in jaren hoor­ den, is Anna Beljin uit Ohio. De vier zelfgeschreven songs op when it rains zijn prima maar niet uitzonderlijk. Dat maakt ze echter meer dan goed met magi­ sche interpretaties van nummers van onder anderen Bob Dylan, Buddy Miller, Tom Waits, Daniel Lanois en Bruce Cockburn (Eigen

beheer/CD Baby JJJJ). Zo seri­ eus als Annie Gallup hoor je Amerikaanse singer-songwriters zelden. Op haar sombere, achtste cd weather wordt ze begeleid door een strijkkwartet met bij­ zonder fraai, elegant resultaat (Waterbug JJJH). Toegankelijker is tenderness, een duoplaat die ze onder de naam Hat Check Girl maakte met haar muzikale partner en coproducer Peter Gallway. Stilistisch doet tenderness wel denken aan het werk van Larry John McNally. Gallups elegante inbreng voor­ komt echter dat de cd te zwaar op

de hand wordt (Elixir/Hemifrån JJJJ). Andrew Liles was

midden jaren tachtig actief in experimentele groepen als Nurse With Wound en Current 93. Zijn sfeervolle soloalbum mind mangled trip monster klinkt opmerkelijk toegankelijk, met een hoofdrol voor de uitmuntende zangeres Elisabeth Oswell. Rond haar stemgeluid speelt Andrew een spannend spel met introspec­ tieve, weerbarstige klankbeelden (Dirter/De Konkurrent JJJJ). Introspectie maar dan zonder enige weerbarstigheid vinden we op de gloednieuwe cd van Dave


Kate Rusby

Make The Light Pure Records/ Bertus Distribution

Vanzelfsprekende klasse.

Sinds jaar en dag geldt folkzangeres Kate Rusby op de Heavenburelen als een icoon van de folkscene van het Verenigd Koninkrijk. Die reputatie heeft ze verdiend dankzij een niet aflatende stroom albums waarvan de klasse afdruipt. Gezegend met een van de fraaiste zangstemmen in de business en een goed ontwikkeld zintuig voor het verzamelen van de allerfraaiste folkliedjes is Rusby een van de meest constante factoren in het huidige tijdgewricht in de folkmuziek. Aan die reputatie ga ook ik niet tornen na het beluisteren van haar jongste album make the light. Opnieuw trakteert ze ons op gloedvolle vertolkingen van de allerfraaiste liedjes, stuk voor stuk van haar eigen, uiterst vaardige hand. Opgenomen in de Pure Record Studio in South Yorkshire bevat dit album naast de formidabele voordracht van de dame in kwestie arrangementen en akoestische instrumentaties waar je je vingers bij aflikt. Veranderingen zijn alleen zinvol als ze een verbetering betekenen, Rusby heeft ze niet nodig. make the light is een album dat we met gouden letters kunnen bijschrijven in de annalen van de folkmuziek.

Sun Kil Moon

Admiral Fell Promises Caldo Verde

Akoestische pracht. Al sinds Mark Kozelek begin jaren negentig debuteerde met de Red House Painters volgen we deze alt.singer-songwriter op de voet. Teleurstellen doet hij hoogstzelden, of hij nu eigen materiaal brengt (zoals meestal) of covers van uiteenlopende artiesten als AC/DC en John Denver. Op de een of andere manier trekt hij al die liedjes schijnbaar moeiteloos binnen in zijn wereld van verstilde singersongwritermuziek, die met zijn lage tempi en fluisterzang op het eerste gehoor niet meteen heel spannend overkomt, maar met zijn broze schoonheid de

Sand Snowman

luisteraar al gauw betovert en niet meer loslaat. Nadat de Red House Painters eind jaren negentig effec­ tief ophielden te bestaan, zette Kozelek zijn carrière onder eigen naam solo voort. Daarnaast vorm­ de hij toch weer een nieuwe groep, onder de noemer Sun Kil Moon. Al te zeer verschillen die diverse uitingsvormen van Kozeleks talent niet, dus kan admiral fell promi­ ses onder de naam Sun Kil Moon

uitkomen terwijl het eigenlijk een soloalbum van Kozelek is: buiten zijn zang en akoestische gitaarspel is niets te horen. Dat het album ondanks de heel ver­ trouwde stijl een verpletterende indruk achterlaat, komt doordat admiral fell promises vooral bedoeld lijkt om Kozeleks kun­ nen op Spaanse gitaar te tonen, wat de uitermate prachtige lied­ jes een tot nu toe ongehoorde dimensie verleent. Konden we altijd al genieten van Kozeleks verstilde indiefolkliedjes, opge­ sierd met zijn wonderschone akoestische gitaarspel klinken ze dermate fris en nieuw dat admiral fell promises een nieuw hoogtepunt vormt in Kozelks oeuvre – wellicht hét hoogtepunt. Eric van Domburg Scipio

us met zijn mythische, romantische en atmosferische composities die mooi in elkaar overgaan. Sand heeft met zes kwalitatief hoogstaande albums een eigen geluid ontwikkeld voor fijnproevers van prachtige folky psychedelica. Henk Rijkenbarg

Koos Gijsman

Achter het mystificerende pseudoniem Sand Snowman verschuilt zich al jaren een begenadigd muzikant uit London. De titel impliceert muziek die teruggrijpt naar de tijd van hippiefolkies, met gekruiste benen op de grond zittend, een stevige waterpijp binnen handbereik. Je hoort inderdaad invloeden van bijvoorbeeld Comus en het onbekende-

re Ithaca, maar er gebeurt veel meer. Zijn geluid omvat vele schakeringen, er zijn momenten van pastorale rust en van kosmische experimenten, waar ritmes van bas en bongo aanzwellen. Wederom zijn er gastbijdrages van onder anderen zangeres Moonswift, Katie English op fluit en Julian Franklyn op cello. Zelf bespeelt hij daarbij onder andere akoestische en elektrische gitaar, mandoline, bas, ­Glockenspiel en piano. Opnieuw betovert hij je buis van eustachi-

Tate, the houses of healing, net als de vorige drie weer van een goddelijke, spirituele schoon­ heid. Dat Tate nog altijd niet is ontdekt, is amper te bevatten, al helpt het natuurlijk niet dat hij ver van de bewoonde wereld woont in Utah (Eigen beheer/CD Baby JJJJJ). Dat je ook in New York de stress van alledag kunt ontlopen, bewijst grown unknown, de tweede cd van de New Yorkse singer-songwriter/pianiste Lia Ices. Sfeervol, traag en onthaas­ tend, beweegt Ices zich ergens tussen Sarah McLachlan en Emily Jane White, al is ze, zeker

vergeleken met White, een stuk lieflijker, misschien wel te lief (Jagjaguwar/Konkurrent JJJ). Beduidend aardser is under streetlight glow van Heidi Spencer & The Rare Birds. Na enkele albums in eigen beheer is dit haar debuut voor het pres­ tigieuze Bella Union. Spencers grote voorbeeld is countryicoon Dolly Parton, haar stemgeluid een mix van dat van Anaïs Mitchell en een vleugje Victoria Williams. De eerste liedjes imponeren, daarna houdt ze dat niet helemaal vast en gaat het album uit als een nachtkaars. Niettemin veel­

belovend (Bella Union/V2 JJJ). Dat geldt ook voor de Zweedse groep Meadowland en hun hartverwarmde cd harbours. Josef Bernberg en Robin Tinglöf serveren betoverende liedjes zoals we die dit jaar in het genre soft folkpop nog niet tegenkwa­ men. Muziek als een favoriete trui (Oaks Of Mamre/Hemifran JJJJ). Verwar VENcE niet met Venice. Beide bands opereren in het folkidioom, maar muzikaal bindt weinig hen. Met close harmony singer-songwriterpop heeft het Groningse VENcE wei­ nig van doen, met avontuur en

originaliteit des te meer. Hoewel de instrumentatie duidelijk is gegrondvest in de folk bezitten de liedjes en zanglijnen op press button start Show een (indie) karakter dat er vaak ver buiten reikt en de groep zelfs internati­ onaal uniek maakt (Real Harm JJJJ). Fier zijn we ook op landgenoot Bernard Gepken. in retrospect: yes is zo’n album waar je als liefhebber van goed geconstrueerde liedjes je vingers bij aflikt. Kloeke instrumentaties en fraaie zangpartijen laten hele­ maal niets te wensen over (DRC Entertainment JJJJ).

P 41 HEAVEN

Nostalgia Ever After Beta-lactam Ring Records/Clearspot

Prachtig psychedelisch panorama.

Signe Tollefsen Baggage

Cavalier Recordings

Uitstekende interpretaties.

Signe Tollefsen verraste in 2009 met haar prachtige debuut signe


FOLK/SONGWRITER tollefsen, waarop ze haar niet geringe muzikale kwaliteiten etaleerde en dan vooral haar vocale. baggage is haar tweede plaat, een mini-album met zes covers en volgens de platenmaatschappij een ‘tussendoortje’, waarvoor het idee ontstond, nadat ze met veel succes Michael Jacksons Dirty Diana voor de radio had vertolkt. Op baggage doet ze naast Dirty Diana onder meer Glory Box (Portishead), Down By The Water (P.J. Harvey) en As the World Falls Down (Bowie). Tollefsen geeft die songs een volstrekt eigen draai. Dat wordt al direct duidelijk bij de eerste song, het overbekende You Are My Sun­ shine (Jimmy Davis), dat in haar vertolking een prachtig melancholieke lading krijgt. Dirty ­Diana begint als een stemmige folksong, maar verandert tegen het eind in een wanhopig klinkende schreeuw en haar versie van Down By The Water overtreft het origineel. Ook de resterende songs zijn het aanhoren meer dan waard en dit minialbum maakt dan ook zeer nieuwsgierig naar haar tweede, ‘echte’ album, waar ze nu aan werkt. Dat wachten is dankzij baggage geen opgave. Frits Barth

Stranded Horse Humbling Tides Talitres/Munich

Wonderschone Kora-folk.

Stranded Horse is het soloproject van Yann Tambour, afkomstig uit Normandië en voorheen actief in de intiem klinkende triphopband Encre. In twee jaar heeft hij zich echter volledig toegelegd op de 21-snarige WestAfrikaanse kora, waarvan het geluid refereert aan een harp. Het is een prachtig instrument, dat zowel subtiel als ritmisch rijk van kleur is. Hij is inmiddels een virtuoos op dat subtiele instrument en gecombineerd met zijn akoestische gitaar met nylon snaren laat hij verschillende culturen versmelten van West-Afrikaanse ritmes en folksongs tot Franse chansons. Zijn fragiele, melancholieke stem zit qua timbre dicht in de buurt van P.G. Six. humbling tides volgt het pad dat hij al eerder had ingeslagen op charming strides uit P 42 HEAVEN

RECENSIES Diverse Artiesten

We Bring You A King With A Head Of Gold: Dark Britannica II Cold Spring / Clearspot

Essentiële compilatie. In seed time learn, In harvest teach, In winter enjoy: William Blake. Eindelijk is er de opvolger van de alom geprezen compilatie john barleycorn reborn uit 2007 (zie Heaven 6-2007). Deze voortzetting onderstreept nog eens de vitaliteit en diversiteit van de huidige Engelse under­ ground folk. Wederom zijn de gedachtes diep geworteld in de tradities van de Britse folk en de symboliek van onder andere John Barleycorn, een van de oudste verhalen en personifica­ tie van zaaien en oogsten. Deze prachtige dubbel-cd verhaalt van de seizoenen, rituele offers,

2007 en thee standed horse and ballake sissoko (Mali) 2009. Er staat werkelijk geen zwak nummer op. Luister eens naar de sublieme schoonheid van het melancholiek gezongen Shields. They’ve Unleashed The Hounds For The Wedding over­ tuigt in soberheid. Hoor het Frans gezongen Le Bleu Et L’Éther met een weemoedige viool. De cd eindigt mooi verstild met het langere Halos. Yann is een bijzonder inventieve, talentvolle muzikant en songschrijver met visionaire teksten, gedragen op de transparantie van de kora. Stranded Horse is een ware verademing die met elke luisterbeurt alleen maar beter wordt. Ideaal voor de eerste voorjaarszon. Gooi je ramen open en laat de buren meegenieten. Henk Rijkenbarg

Jen Wood

Finds You In Love New Granada

Perfecte singer-songwriter(pop).

Tussen haar 15e en 25e leverde de uit Seattle afkomstige indie ­singer-songwriter Jen Wood vijf albums af met folky indiepop/ rock, waaronder de eerste twee met het punky funkpopduo ­Tattle Tale. Na 2002 viel het ech-

moord, hekserij, occultisme, alchemie en symbolisme, gere­ lateerd aan de oude verhalen en mythes van de Druïden, de Green Man en uiteraard John Barleycorn. De aloude cyclus van geboorte, groei, dood en wedergeboorte. De velden, de akkers en de dorpjes met hun eeuwenoude geheimen. Je hoort folk variërend van traditioneel, barok, psychedelisch, mysterieus en spiritueel. Mijn voorkeur gaat

ter plotseling stil en pas recent kwam het vervolg met het uitermate charmante finds you in love. Vergeleken met vroeger zijn de ruwere kanten er wel afgegaan. Ze zijn vervangen door een enigszins dromerig soort indie singer-songwriterpop, bloedmooi en ook nog vervat in prachtige liedjes met een onderhuids sluimerende diepgang die niet gauw verveelt. Nu eens meer folky, dan weer meer indie, is dit het soort singersongwriterplaat dat zowel de liefhebbers van hedendaagse artiesten als Cat Power en Emily Jane White zal aanspreken als die van moderne, verzorgde pop met inhoud. Als finds you in love één nadeel heeft, is het dat de cd zich op het eerste gehoor te bescheiden opstelt. Dat is slechts schijn, Jen Wood vult het begrip hedendaagse singer-songwriterpop bijna perfect in. Eric van Domburg Scipio

The YaYas

Paper Boats Eigen beheer/CD Baby

Feilloze singer-songwritermuziek.

Na hun debuut in 2003 met ­everything duurde het maar liefst zeven jaar voordat zangeres Catherine Miles, gitarist Jay

daarbij meer uit naar de drie laatstgenoemde. Mooie voor­ beelden zijn Sproatly Smiths fraaie psychfolk met fluit. Het dromerig gezongen en mys­ tificerende geluid van Philip Butler en Natasha Tranter. Geheimzinnige Autumn Grieve met melancholieke viool en piano. Rattlebags a capella gezongen murder ballad. De sensuele stem van Katie Jane Garside van Ruby Throat. Jennifer Crooks gevoelig gezongen broken love story. Het geheel gaat vergezeld van een professioneel uitvoering gedocumenteerd boekwerkje met alle info van Myspace en e-mailadressen. Folkmuziek en zijn verhalen zijn tijdloos en een essentiële compilatie voor iedereen die nieuwsgierig is naar de huidige under­ ground folk. Henk Rijkenbarg

Mafale en toetsenist Phil Silverman een tweede cd afleverden als The YaYas. Waarom het zo lang duurde, konden we niet achterhalen. paper boats is een van de mooiste singer-songwriterplaten van 2010 en we genieten iedere keer zo van alle liedjes dat het ons weinig kan schelen of dit nu de oogst is van zeven jaar of allemaal speciaal voor dit album geschreven. Intiem en ingetogen herinneren The YaYas ons doorlopend aan toppers als Shawn Colvin, Mary Chapin Carpenter en met name Dar Williams, aan wier stem en zangstijl Catherine Miles het meest doet denken. Als het materiaal niet zo sterk was, zou je The YaYas kunnen betichten van epigonisme, maar de zelfgeschreven nummers zijn van topniveau – vergelijkbaar met het beste wat we van die drie dames kennen – dat het onzinnig zou zijn ze daarop af te rekenen. Vergeleken met het eigen materiaal doen covers van Guy Clark (The Cape) en Matraca Berg (We Danced Anyway) zelfs wat gewoontjes aan. De de combinatie van hun talenten maakt de New Yorkse YaYas een onverbiddelijke aanrader voor iedere singersongwriterfan. Pieter Wijnstekers


DEEVEEDEES Charles Aznavour

Anthologie Volume 2 1973-1999 JJJH INA/EMI

Diverse Artiesten

Earder As Letter: Dylan In Het Fries JJJH T2 Entertainment

Herman Finkers

Liever Dan Geluk JJ CNR

Eric Hilton

Babylon Central JJJH ESL

Colin Hay

Live At Te Corner Lazy Eye/Compass/Music & Words JJJ

Old Crow Medicine Show Live At The Orange Peel And Tennessee Theatre JJJJ Nettwerk/Munich

Depeche Mode

Tour Of The Universe: Barcelona 20/21.11.09 JJJH Mute

Exact een jaar na het verschijnen van het eerste deel van de Charles Aznavour dvd-anthologie kwam onlangs deel 2 uit dat de jaren 1973-1999 bestrijkt. In basis heeft dit tweede deel dezelfde opzet als deel 1: op drie propvolle dvd’s een gigantische hoeveelheid optredens in allerlei televisiepro­ gramma’s en concerten. Daar blijft het bij. Geen biografie, documen­ taire of desnoods een criticus om de hoofdpersoon verder te duiden, enkel zijn muziek gevat in bijna 150 filmpjes. Het grootste ver­ schil zit hem er eigenlijk in dat de ster van Aznavour op deel één nog grotendeels rijzende was en gevat in oud zwart-wit materiaal, en hij in deze tweede verzameling opnamen een gearriveerde groot­ heid is en ook zo volledig in kleur vastgelegd. Op zijn natuurlijke charme en vocale kwaliteiten heeft dat verder geen nadelig effect. We hadden eigenlijk ver­ wacht dat die jaren vijftig en zes­ tig opnamen als tijdsbeeld niet te overtreffen zouden zijn, maar deze optredens uit de drie decennia daarna blijken minstens evenzeer een onthullend beeld te geven van de tijd waarin ze zijn gemaakt, en Aznavour blijkt als chanson­ nier altijd opmerkelijk consistent gebleven. Voor wie niet uit die provincie P 43 HEAVEN

zelf komt, blijft het iets merk­ waardigs houden, die kennelijke drang in Friesland en onder Friese artiesten zich te willen bewijzen als volwaardige artiesten door in hun moerstaal werk te coveren van de allergrootste song­ writers uit de pophistorie. Dat Bob Dylan daarbij al vaker aan bod kwam, verhindert niet dat hij op de gecombineerde cd+dvd earder as letter opnieuw wordt geëerd door een keur aan Friese artiesten, op een handvol na (Twarres, Jan Tekstra, Ernst Langhout, Meindert Talma en Three-Ality) amper bekend buiten de provincie. Maar net als op de eerder, volgens min of meer het­ zelfde concept gebaseerde cd leo­ nard cohen in het fries, mag het resultaat zich zonder meer laten horen. De folky uitvoeringen zijn misschien niet altijd heel ver­ rassend maar wel vrijwel zonder uitzondering heel mooi. Voeg daar nog een uitstekende dvd bij waar­ op alle artiesten hun nummer in een zeer professioneel gefilmde studiosetting ten gehore brengen, en het zal duidelijk zijn dat voor scepsis eigenlijk geen plaats is. Dat kunnen we helaas niet zeggen van liever dan geluk, de cd+dvd van cabaretier Herman Finkers, waarin hij op aanstichten van Daniël Lohues de liedjes van zijn jongste programma Na De Pauze in een ‘echte’ studio opnam met ‘echte’ muzikanten, maar ook voor ieder nummer een eigen clip bedacht. Jammer genoeg is het resultaat zowel muzikaal als fil­ misch nogal tegenvallend. Te veel liedjes zullen het in een cabaret­ programma waarschijnlijk prima doen maar leunen toch te veel op

snedige tekst om te overtuigen als popliedje. De clips volgen de tek­ sten over het algemeen veel te let­ terlijk en hebben een behoorlijk oubollige uitstraling die Finkers’ niet onlogische idee dat een modern popliedje een clip behoort te hebben geen recht doet. Maar dan wel een moderne clip, ja. In dit geval denk ik, hoe dapper geprobeerd ook: schoenmaker blijf bij je leest. Dan heeft Eric Hilton van de Amerikaanse downbeatformatie Thievery Corporation het beter begrepen. babylon central is een puike, gevarieerde compilatie van allerlei soorten muziek waar hij en zijn band door beïnvloed zijn, van soul, lounge en jazz tot rootsreggae, latin en dub, maar ook de soundtrack bij een heel aardige gelijknamige film die Hilton zeer professioneel heeft geschoten. Steven Spielberg hoeft zich geen zorgen te maken, maar waar je bij Herman Finkers geen moment het idee krijgt dat zijn clips zijn gemaakt door iemand wiens beroep dat is, komt Hiltons film redelijk in de buurt van een beetje Amerikaanse independent release. Op alle fronten aanvaard­ baar, met een verhaal dat vrij geloofwaardig muziek en span­ ning mengt en een uitstekende soundtrack bevat, is babylon central voor zowel muziek- als filmliefhebbers een prima keus. Waarna we maar snel terugkeren naar de echte muziek-dvd’s met

het verrassende live at the corner van Colin Hay. Deze Australiër van Schotse afkomst kennen we natuurlijk vooral als zanger, gitarist en songwriter van Men At Work, maar 25 jaar en tien soloalbums verder blijkt Hay zich live nog altijd te kunnen bewijzen als een singersongwriter van formaat die zowel in meer poppy als in meer folky materiaal prima uit de voeten kan, omringd door een band en solo. Jammer is wel dat beelden regievoering de technische hoge kwaliteit van de opnamen (‘Filmed in High Definition’) niet helemaal weerspiegelen, al is het waarschijnlijk onvermijdelijk dat je in zo’n club als The Corner in Melbourne geregeld een rij ach­ terhoofden in beeld krijgt. Diezelfde rij achterhoofden, stukken minder frequent maar wel prominenter, komen we ook tegen bij de heerlijke, in Tennessee opgenomen live dvd van bluegrass/old timey roots­ rockers Old Crow Medicine Show. Het is het enige minpunt­ je dat we kunnen verzinnen bij deze haarscherp opgenomen live ­registratie, want voor de rest ver­ keren zowel de vijf heren als het superenthousiaste publiek twin­ tig nummers lang in topvorm en is het moeilijk om het zelf niet al direct vanaf het begin in de eigen woonkamer op een dansen te zetten. Voortreffelijk gemusi­ ceerd en gezongen, met een zeld­ zame verve en spontaniteit, we hebben deze band op geen van hun drie studioplaten zo aanste­ kelijk in de weer gehoord als op deze live at the orange peel and tennessee theatre. Het contrast kon bijna niet gro­ ter zijn dan met het werkelijk perfect geregisseerde live optre­ den van Depeche Mode eind november 2009 in Barcelona in het kader van hun Sounds Of The Universe tour. Maar hoe knap deze show ook is geënsce­ neerd, het is als toeschouwer moeilijk je echt in dezelfde mate te laten meeslepen als door die vijf kerels in Tennessee. Daarvoor het is allemaal net te massaal en te veel gericht op effectbejag, waardoor toch een zekere afstand blijft. Eric van Domburg Scipio


REGGAE LUISTEREN &CETERA NATTY DREAD INVLOEDEN OP BOB MARLEY

WERK VAN BOB MARLEY

WAT TE LUISTEREN NA NATTY DREAD

Booker T. & The M.G.’s, Green Onions (1968). Het huisorkest van Stax: de economisch gebruikte blazers en de subtiele ritmegitaar zijn van invloed geweest op de manier waarop ­Bob Marley vooral latere platen arrangeerde.

■ Soul Rebels (1970) Debuutplaat van Bob Marley & The Wailers, geproduceerd door Lee ‘Scratch’ Perry.

Meer reggae ■ Burning Spear, Marcus Garvey (1975). Ook een grote rastafari, tegelijk met Bob Marley ­actief. Dit derde album is een biografie van deze pionier in burgerrechtenactivisme. ■ Peter Tosh, Legalize it (1976). Voormalig lid van The Wailers houdt op meesterlijk solo­ debuut ook een pleidooi voor het legaliseren van marihuana. Scoorde in 1978 zijn grootste hit samen met Mick Jagger, (You Gotta Walk And) Don’t Look Back. ■ Third World, Journey to Addis (1978). Hun versie van Now That We Found Love werd een wereldhit. Dansbare feestreggae. ■ Black Uhuru, Sinsemilla (1980). Album waar de marihuanawalm vanaf walmt, geproduceerd door Sly & Robbie. Internationale doorbraak. ■ Ziggy Marley, Conscious Party (1989). Zoon van vindt een eigen geluid – met dank aan Chris Frantz en Tina Weymouth van Talking Heads die produceerden – op een plaat die wat lichter klinkt dan zijn vader gewoon was.

Trojan Records. Brits platenlabel dat vanaf 1968 dé plek was voor ska, reggae en aanverwante genres. Een belangrijk deel van die erfenis is in verzameldoosjes te krijgen. THE HEAVY HEAVY MONSTER SOUND (2010) geeft een overzicht van de catalogus in twintig hits en twintig obscure nummers. Desmond Dekker, The Original Rude Boy (1997). Israelites kent iedereen, maar hij heeft meer klassiekers op zijn naam, bijvoorbeeld Get Up Edina en Rude Boy Train. The Skatalites, Guns of ­Navarone (The Best of The Skatalites) (2001). Jamaicaans feestorkest uit het begin van de jaren zestig dat actief is gebleven tot aan de jaren tachtig. Toots & The Maytals, The Very Best of Toots & The Maytals (2000). Do The Reggay heette de hit waarmee de term aan de wereld werd geïntroduceerd: even goed als invloedrijk.

■ Catch a Fire (1973) Internationale doorbraak, zowel voor ­Marley als reggae in het algemeen. Het sociaal bewustzijn is hoorbaar op liedjes als Concrete Jungle en Slave Driver.

■ Burnin’ (1973) Volgt snel op Catch a Fire, sommige liedjes worden gerecycled, maar met Get Up Stand Up en I Shot The Sheriff staan hier ook twee van zijn bekendste liedjes op.

■ NATTY DREAD (1974) Een van de sleutelplaten van de reggae. Zoveel bekende liedjes dat het wel een Greatest Hits lijkt.

■ Live! (1975) Na een reeks succesvolle albums volgt zo snel mogelijk een live-plaat: een wet in de jaren ­zeventig. Deze is zeer geïnspireerd wordt een grote internationale hit, mede dankzij de single No Woman, No Cry.

Richie Havens, Mixed bag (1967). Sombere teksten op optimistisch klinkende muziek van een troubadour met gitaar.

■ Exodus (1977) Opgenomen in Engeland, niet meer vernieuwend, nog wel erg goed.

Curtis Mayfield, Curtis/Live! (1971). Marley had Mayfield niet nodig voor zijn sociale bewustzijn, maar zijn liveplaat uit 1975 roept onontkoombaar herinneringen op aan dit meesterwerk van bezielde betrokkenheid.

■ BABYLON BY BUS (1978) Meeslepende dubbel­ elpee geldt vanwege uitgekristalliseerde stijl als invloedrijkste live-­ reggaeplaat aller tijden.

■ Uprising (1980) De zwanenzang, met een van zijn mooiste liedjes, Redemption Song, en ook de grote hit Could You Be Loved, die weer wat meer richting ska beweegt P 44 HEAVEN

Dancehall ■ Yellowman, Bad Boy Skanking (1982). Doorbraak van een van Marley’s vaandeldragers. ■ Buju Banton, Voice of Jamaica (1993). Beschuldigd van homofobie, dus controversieel, maar erg succesvol. ■ Beenie Man, Blessed (1995). Vol macho-­ pose, maar ook een grote danshit. ■ Shaggy, Boombastic (1995). Ook een klassieke feestplaat, ook weinig correct. Blanke reggae Hoezeer reggae ook aan Jamaica verbonden is gebleven, in Engeland, Amerika en Nederland werd het geluid veelvuldig opgepikt en gebruikt, onder anderen door: Eric Clapton, 461 Ocean Boulevard (1973), met Bob Marley’s I Shot The Sheriff; Robert Palmer, Pressure Drop (1975) met de gelijknamige hit van Toots & The Maytals; The Police, Reggatta de Blanc (1979), een kruising tussen new wave en reggae; The Clash, Sandinista! (1980), driedubbelelpee met veel dub en reggae; UB40, Signing off (1980), niet helemaal blank, overigens; Doe Maar, Doris Day en andere stukken (1982), met het prijsnummer Is Dit Alles. ska-revival ■ The Specials, The Specials (1979). Hun grootste hit was het pleidooi om Mandela vrij te laten, maar dit is het album om te hebben, vooral vanwege de bezielde covers van ska-klassiekers: Londen en Jamaica zijn één. ■ Madness, One Step Beyond (1979). Commercieel succesvolste van de ska-revivalbands. Clowneske presentatie verhult niet het authentieke geluid.


HET NIEUWE TESTAMENT VAN DE REGGAE

door Bertram Mourits & Pieter Steinz Er verschenen veel bijzondere platen in het wonderjaar 1974 – van Gram Parsons’ zwanenzang grievous angel en good old boys van Randy Newman tot crime of the ­century van Supertramp en autobahn van Kraftwerk. Maar er was er maar één die echt de hele wereld overging, die blank én zwart beroerde: natty dread van Bob Marley and The Wailers. Negen nummers die de revolutie predikten en die muzikaal de loop van de popgeschiedenis zouden veranderen. Robert Nesta Marley (1945-1981), aartsvader van moderne reggaestijlen als dancehall en raggamuffin, was in 1974 allang de grootste ster van het muziekgekke Jamaica. Elf jaar had hij de hitparade bestookt met snelle skaliedjes (mengelingen van Amerikaanse swing en rhythm ’n’ blues) en langzamere rocksteady-nummers, zoals het beroemde Stir It Up. In 1973 had hij het album catch a fire uitgebracht, het resultaat van een samenwerking met een aantal legendarische figuren uit de Brits-Jamaicaanse muziekscene: platenbaas Chris Blackwell, bassist Aston Barrett en de twee medeoprichters van Marley’s begeleidingsgroep The Wailers, Peter Tosh en Bunny Livingston. Het door Island-directeur Blackwell gefinancierde catch a fire was de geschiedenis ingegaan als het Oude Testament van de ­reggae, een langzaam gespeelde vorm van rocksteady die door The Wailers in samenwerking met de beroemde Jamaicaanse producer Lee ‘Scratch’ Perry was ontwikkeld. natty dread, dat werd opgenomen nadat Tosh en Livingston de band hadden verlaten, zou je het Nieuwe Testament kunnen noemen. De plaat zou een voorbeeld worden voor alle (witte én zwarte) artiesten – van The Clash tot Manu Chao – die met aanstekelijke muziek wilden getuigen van hun religieus of politiek engagement. Behalve een popster die de reggae ­populair maakte, is Bob Marley ook de belangrijkste verbreider van het rastafarianisme, een christelijk Afro-Caraïbisch geloof dat in de jaren dertig in Kingston ontstond. Voortbordurend op de ideeën van de Jamaicaanse ­activist Marcus Garvey, die de terugkeer van zwarte Caraïbiërs naar hun stamland Afrika propageerde, hadden de eerste rasta’s de Ethiopische keizer Ras Tafari (Haile Selassie) omarmd als de in Openbaringen voorspelde wedergeboorte van God (Jah). Alleen al door hun subversieve houding, gesymboliseerd P 45 HEAVEN

De stem

van een revolu tie

Bob Marley

door ongeknipte dreadlocks en het veelvuldig gebruik van het heilige kruid ganja, bleven de rasta’s een marginale Jamaicaanse sekte, totdat de socialistische oppositieleider Michael Manley in de jaren zeventig het rastafarianisme als politieke factor ontdekte. Toen hij bij de verkiezingen van 1972 de overwinning behaalde, waren de rasta’s in één klap salonfähig. Het was Manley’s bijna-naamgenoot Marley die de rastafari (spreek uit: rastafuraai) bekendmaakte in de rest van de wereld. Tot het geloof gekomen in de verpauperde wijken van West-Kingston van de jaren zestig, zette hij de reggae in bij zijn getuigenissen. In dansbare protestsongs als Chant Down Babylon en Trenchtown Rock verzette hij zich tegen het kapitalistische systeem (‘Babylon’ in rasta-terminologie), riep hij de verdrukte zwarten op om terug te gaan naar Afrika (Zion), en bewees hij eer aan de ‘messias’ Haile Selassie. Bij Marley’s dood in 1981 wist iedere muziekliefhebber wie de rasta’s waren, en had Marley zowel in de Eerste als in de Derde Wereld bekeerlingen die rondliepen met dreadlocks en veelkleurige mutsen en in gewaden. Rood voor het bloed, zwart voor de huidskleur van de Afrikaan, goud voor de hoop en groen voor het vruchtbare land van Ethiopië. Op natty dread staan zoveel goede liedjes dat het bijna kan dienen als een Greatest Hits. Het bekendste is No Woman No Cry, dat in een live-uitvoering uit 1975 de hitpa-

rades in de hele wereld zou veroveren – misschien wel omdat Bob Marley hierin op een niet-agressieve, nostalgische manier terugkeek op zijn jonge jaren in het getto van Trenchtown. Maar wat te denken van het swingende Lively Up Yourself, dansbare religieuze liederen als So Jah Seh en Natty Dread en felle protestsongs als Them Belly Full (But We Hungry) en Revolution. Zelfs het rustig opgezette Talkin’ Blues, tegen het einde van de plaat (het op een na laatste nummer van de oorspronkelijk kant 2, zit vol met activistische politiek: I feel like bombing a church / Now that you know that the preacher is lying / So who’s gonna stay at home / When the freedom fighters are fighting. Dertig jaar na zijn dood is Bob Marley een superster zonder grenzen, iemand die te horen is op de soundsystems van Jamaica, in de discotheken van Amerika en Europa, in de taxi’s van Afrika en Azië, en in de muzikale invloeden van artiesten uit Australië en Zuid-Amerika. Dankzij singles als Could You Be Loved en One Love en albums als exodus (1977) en de live-opname babylon by bus (1978). Maar vooral dankzij baanbrekende platen als catch a fire en natty dread, monumenten van swingende agitrock die de onvergelijkelijk mooie stem van Marley – met het licht klaaglijke timbre, het zangerige Caraïbische accent en de betoverende heesheid – perfect doen uitkomen. De stem die een revolutie in gang zette, en die behalve agressie ook liefde en ontroering kon uitdrukken.


WERELD KOEKOEKSEI Alle mogelijkheden van de arabicana hadden ze uitgebuit. Ze waren er helemaal klaar mee. Zo luidde kort samengevat de officiële reden voor het opdoeken van NO Blues. Bij het horen van hun prachtige zwanenzang Hela Hela doet die verklaring nogal ongeloofwaardig aan. Het blijkt dan ook niet de werkelijke reden. “Botsende ego’s, daar draait het om.” door Jos Schuring

NO Blues

Rasechte Arabicanen

NO

Blues maakt volstrekt unieke muziek, waarin klanken uit het Midden-Oosten en het zuiden van de Verenigde Staten een even wonderlijke als organische melange vormen. Zanger/gitarist Ad van Meurs alias The Watchman, zanger/ud-speler Haytham Safia en zanger/bassist Anne-Maarten van Heuvelen werden door het toeval bij elkaar gebracht, net zoals hun groep al even onverwacht behoorlijk wat succes verwierf. Eind vorig jaar verscheen het vierde album, hela hela, met de mededeling dat ze hadden besloten een punt achter hun samenwerking te zetten. “Maar we bestaan nog wel tot 2012”, voegt Van Heuvelen er bijna gehaast aan toe. “We gaan een flinke serie concerten geven en er komt een live-plaat.” De drie P 46 HEAVEN

NO Blues vlnr: Anne-Maarten van Heuvelen, Ad van Meurs, Ankie Keultjes, Osama Maleegi en Haytam Safia foto Hanneke Wetzer vechten elkaar dus niet de tent uit. “Absoluut niet, anders zou optreden geen doen zijn.”

BREEKPUNT Het grote probleem bij NO Blues is gezamenlijk nieuw repertoire ontwikkelen. Dat bleek in toenemende mate een zwaar proces, al ging het bij hun debuut farewell shalabiye uit 2005 eigenlijk nog van een leien dakje. “Rob Kramer van Productiehuis OostNederland vroeg ons drie dagen samen te spelen. Dat leek ons allemaal erg leuk en het materiaal kwam spontaan en soepel tot stand”, vertelt Van Heuvelen. “Vanwege het

succes moest er relatief snel een opvolger komen, ook al omdat we natuurlijk meer nummers nodig hadden om een volledig concert te kunnen geven.” Twee jaar later lag daar yo dunya, een jaar later alweer gevolgd door lumen. “Toen was het al echt duwen en trekken. En bij hela hela was het echt een ramp. Het duurde eindeloos.” “We hadden allemaal wel de wens het simpel te houden, echte popmuziek te blijven maken, maar door de stilistische verschillen ging dat steeds moeilijker”, vult Ad van Meurs aan. “Arabische ritmes zijn soms behoorlijk ondoorzichtig. Bovendien leveren de fundamenteel andere maatsoorten me


RECENSIES soms hoofdbrekens op. Als Haytham een melodielijn speelt, vragen wij hem naar de akkoorden. Dat kan hij dan niet goed uitleggen, zodat wij het zelf moeten uitzoeken. Maar met halve maten is dat een heel gedoe, dus dan persen wij Arabische muziek in een westers keurslijf, wat voor Haytham weer niet altijd even fijn is.” Haytham Safia had trouwens ook bij het gesprek aanwezig zullen zijn, maar blijkt zoek. “We hadden toch afgesproken”, zegt Van Heuvelen even later licht bestraffend als hij hem aan de telefoon krijgt. Hij kijkt er verontschuldigend bij.

BEZINNING Het besluit er een punt achter te zetten, heeft voor iedereen verschillende kanten. “Zelf heb ik NO Blues ervaren als een koekoeksei dat The Watchman uit het nest duwde”, zegt Van Meurs. “Tegelijkertijd vond ik het een lastig besluit te stoppen, omdat we behoorlijk succesvol zijn.” Dat laatste vindt Van Heuvelen geen argument. ‘’Het moet vooral plezierig blijven. Ik wil gewoon mooie muziek te maken. Het gaat mij niet in eerste instantie om succes. Als ik ervan kan rondkomen, ben ik allang blij. Bij NO Blues begon de rek eruit te raken. De wetten van de muziekindustrie vragen nu eenmaal elke twee jaar een nieuw album. Nou, dat redden we dus niet meer. Jammer dan. Met mijn soloactiviteiten en met mijn bluesrocktrio Black Top heb ik nog voldoende om handen. Ik heb me nooit beperkt tot NO Blues, want met veertig optredens per jaar resteren nog een heleboel avonden waarop je geen werk hebt.” De perikelen rond NO Blues zijn de muzikanten niet in de koude kleren gaan zitten. Van Meurs kreeg last van een maagzweer, echtgenote Ankie Keultjes, producer, geluidsvrouw en achtergrondzangeres van de groep, kampte ineens met hartklachten. “Dat is wel een erg hoge prijs om te betalen”, verzucht Van Meurs. “Voor mij speelt ook mee dat ik inmiddels 57 ben en me afvraag wat ik verder nog P 47 HEAVEN

wil maken. Dat geldt voor ­Haytham en Anne-Maarten ­minder sterk, ze zijn immers veel jonger. Maar ik wil met The Watchman nog van alles doen en dan moet ik mezelf toch in acht nemen.”

BEKENDHEID De muziek van NO Blues is ondertussen amper ter sprake geweest, terwijl hela hela er net als de drie voorgangers alleszins mag wezen. Zoals de nepsticker op de digipack belooft: 100% Pure Blend Arabicana. Het soepel swingende album met de relaxte sfeer van woestijntroubadour J.J. Cale kent een aangename diversiteit, waarbij in het onmiskenbaar eigen geluid stijlelementen uit Amerikaanse en Arabische volksmuziek verwerkt zitten. Maar hela hela biedt meer, zoals het Iers klinkende Consolation. Ad van Meurs glimt als dat instrumentale nummer ter sprake komt. “Toen ik het voor het eerst speelde, dacht ik dat het al bestond, zo bekend klonk het me in de oren, maar maar dat bleek toch niet zo te zijn.” Anne-Maarten van Heuvelen op zijn beurt is vooral content met opener Long Legged Woman. “Het heeft een traditioneel bluesschema, maar Shereene Danial zingt er een typisch Arabische melodielijn overheen, waardoor het toch heel ver van de standaardblues komt af te staan.” Even grenzeloos als de muziek blijkt de bekendheid van NO Blues. “Onlangs waren we in Tsjechië, waar bluegrass erg populair schijnt te zijn, vandaar dat ze ons daar zo weten te waarderen”, vertelt Van Meurs. “En een tijdje geleden ontmoetten we iemand uit Damascus, die zich dolenthousiast over ons toonde. Helemaal te gek vonden we dat.” Wat de vraag doet rijzen of de ineens opgetogen mannen wel zeker weten dat NO Blues definitief ophoudt. Van Meurs grijnst: “Ach, wie weet komen we over een paar jaar wel weer bijeen voor een reünie.” Zie voor speellijst van NO Blues:

www.oninternet.nl/agenda/7

Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

loom en op andere momenten weer heerlijk swingend geheel. Jos Schuring

Dennis Brown

The Crown Prince of Reggae – Singles 1972-1985 North Parade/VP (2cd+dvd)

Asmara All Stars Eritrea’s Got Soul Out here records

Frisse jazz, funk en reggae uit Eritrea

Met veel toeters, de darbuka en de uit Ethiopië bekende krar als voornaamste instrumenten doet de muziek van deze gelegenheidsband uit Eritrea vooral denken aan die uit de befaamde ­serie ethiopiques, zij het dat dit album vooral ook veel reggae laat horen. Dat is niet verwonderlijk aangezien de band bij elkaar werd gebracht door gitarist en producer Bruno Blum, die ook Serge Gainsbourg terzijde stond toen die de reggae ging verkennen. Blum werd gesteund door People’s Front for Democracy and Justice, de beleidspartij van Eritrea zonder wier toestemming zo goed als niets mogelijk is in het land. Blum hield rekening met de verschillende etnische groepen uit Eritrea, waardoor de eritrea’s got soul de culturele rijkdom van het land breed etaleert. Afrikaanse jazz, soul, funk en reggae smelten hier heerlijk samen tot een soms

Vijfhonderd à duizend singles.

Tijdens de muziekquiz in een lokaal café waaraan ik geregeld meedoe kwam langs dat van ­Johnny Cash bij zijn leven een stuk of tachtig albums uitkwamen. Terwijl onder de jongere spelers een ontzagvol geroezemoes uitbrak, bedacht ik dat hij daarmee op Jamaica een redelijk maar allesbehalve record­brekend oeuvre zou hebben opgebouwd. Want in een land waar zaken als royalties lang nauwelijks waren geregeld, betekende elke plaat brood op de plank voor de ­artiest en vooral de producer. Meer dan honderd albums en vijf tot tienmaal zo veel singles zijn geen ongewone aantallen voor lieden als de in 1999 overleden zanger Dennis Brown. Hoewel Brown een aantal zeer consistente langspelers op zijn naam heeft, vormen juist de singles vaak de kwalitatieve krenten in de pap. En voor deze dubbelaar zijn daar veertig zeer smakelijke uitgevist, van de soul-reggae­ covers waarmee crooner Brown al op zeer jonge leeftijd doorbrak, via de hoogtepunten uit de ➣

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje Toen de Vlaamse Micheline van Hautem zo’n tien jaar geleden voor het eerst van zich deed spreken met haar groep Mich En Scène imponeerde ze vooral door de knappe wijze waarop ze het repertoire van Jacques Brel weer tot leven wekte. Een grootse internationale carrière leek in het verschiet te liggen, maar we zijn nu bijna

tien jaar verder en al te veel lijkt Van Hautem niet opgeschoten. Ze stort zich met la musique wederom op de chansons van Brel en dan nog weer veelal exact dezelfde nummers. Niet dat ze het ondertussen niet al had geprobeerd met ander ‘klassiek’ Frans- en Engelstalig repertoire, maar door steeds maar weer in hetzelfde kleine kringetje rond te draaien, begint onze belangstel­ ling snel weg te ebben (V2 JJH). Dan heeft het Amerikaanse A Hawk And A Hacksaw beter begrepen dat stilstand funest is voor een zinvolle carrière. Nadat het gezelschap rond de accor­


WERELD

RECENSIES

Deep Rumba

A Calm In The Fire Of Dances Yellowbird/American Clavé

Percussiemeesterwerk. We waren en zijn enorme fans van de avant-fusion jazz en -soulplaten die de New Yorkse percussionist en bandleider Kip Hanrahan in de jaren tachtig uitbracht op het American Clavé-label. We raakten de draad kwijt in de jaren negentig toen zijn toch al lastig te krijgen releases steeds ondoorgrondelijker werden. Zodoende was het helemaal aan ons voorbijgegaan dat hij rond de millenniumwisseling onder de naam Deep Rumba een aantal projecten had geïnitieerd waarin Cubaanse en Caribische percussionisten en vocalisten het voortouw namen in een even opwin­ dende als melancholieke mix

succesvolle samenwerking met producer Niney, tot vaak zelfgeproduceerde roots-monsterhits als Revolution, Your Love’s Got A Hold On Me en Promised Land. Als bonus bij dit prima overzicht is bovendien een dvd gevoegd met de registratie van het destijds ook op lp uitgebrachte concert van Brown en een sterrenband in 1979 in Montreux. Ondanks de kwaliteit van het dertig

van latin, jazz en folk. Gelukkig heeft het Duitse label Yellowbird recent op zich genomen die cd’s hier opnieuw onder de aandacht te brengen, waardoor we deze ‘vergeten’ platen eindelijk heb­ ben ontdekt. a calm in the fire of dances was in 2000 het tweede Deep Rumba album, na this night becomes a rumba uit

1998. Het bevat een keur aan vermaarde percussionisten en drummers, van Robby Ameen en Kip Hanrahan zelf tot El Negro Horacio Hernandez en Amadito Valdez, een rijke verscheiden­ heid aan Cubaanse zangers en zangeressen, onder wie Puntilla Orlando Rios en Haila Monpie, en bijdragen van onder anderen

jaar oude beeldmateriaal is klip en klaar dat de gedreven, in kanariegele tuinbroek gestoken Brown op dat moment een carrièrepiek beleefde en terecht was doorgebroken naar de reggaetop.

Ontspannen gitaarlijnen.

Eddie Aarts

Vinicius Cantuária & Bill Frisell Lagrimas Mexicanas Songline/Tonefield/Naïve

Wijdt de Braziliaanse New Yorker Cantuária zich met medewerking van collega Frisell nu werkelijk aan Mexicaanse muziek? Nee, dat zou een verkeerde conclusie zijn. Er zitten evengoed Cubaanse, Venezolaanse en uiteraard Braziliaanse elementen in de tien composities van deze twee gitaristen. En als Cantuária zingt, houdt alles hoe dan ook

Charles Neville op tenorsax, Alfredo Triff op viool, en Andy Gonzalez en Charlie Flores op bass. Het is een diversiteit aan innemende, weemoedige, dan weer jazzy, dan weer folky invalshoeken, die maakt dat a calm in the fire of dances veel rijker is dan ‘slechts’ een percussiealbum rond rumba­ ritmen. In het oeuvre van Kip Hanrahan is dit dan ook zonder twijfel een van zijn definiëren­ de platen. Eric van Domburg Scipio

zijn onvervalste Braziliaanse zweem. Wel zo ongeveer een aan Marc Ribots Postizos tegenovergestelde uitwerking. Schitterend in elkaar grijpend, nooit een scherpe attaque. Gitaristisch is het uiteraard feest met hoe de lijnen ontspannen door elkaar en over elkaar heen vloeien en ondertussen even subtiel als exact in elkaar grijpen. Cantuária en Frisell spelen allebei voortdu-

Ook verschenen (vervolg) deonavonturen van Neutral Milk Hotel-drummer Jeremy Barnes in 2003 van start ging, heeft het met name in Oost-Europa zijn inspiratie gezocht, en van daar­ uit steeds zuidelijker. Net als voorganger déliverance bevat het nieuwe cervantine, naast de gebruikelijke elementen uit de Balkan elementen uit de Griekse en Turkse muziekcultuur. Het resultaat is een contrastrijk geheel waarbinnen gastmusici een glansrol vertolken naast de vaste Hawks-kern. cervantine is zo een logisch en geslaagd vervolg op de muzikale reis die P 48 HEAVEN

zo’n acht jaar geleden is ingezet (LM-Dupli-Cation/Konkurrent JJJ). Amerikanen die de vleu­ gels nog veel verder uitslaan, zijn te vinden in The pickPocket Ensemble. Het instrumentale memory is hun zesde cd en laat een veelheid aan muziekstijlen van over de hele wereld volkomen natuurlijk samensmelten, met de viool als belangrijkste instru­ ment. Toegankelijk en toch span­ nend, en de draaibaarheidsfactor is zeer hoog (Eigen beheer/CD Baby JJJH). Dat ieder instru­ ment schitterende muziek kan voortbrengen, bewijst de drie jaar

geleden overleden didgeridoo­ virtuoos Alan Dargin. Zijn album bloodwood: the art of the didjeridu, oorspronkelijk in 1992 verschenen en nu in een luxe versie heruitgebracht, geldt voor velen als het ultieme didgeridoomeesterwerk, niet in de laatste plaats door de bijzonder sfeervolle bijdragen van producer Michael Atherto. Hij omringt het unieke instrument met een subtiele mix van percussie, elektronica en natuurgeluiden die qua stijl herin­ neringen oproept aan instrumen­ tale stukken van Not Drowning, Waving (Compass/Music & Words

JJJJ). Didgeridoo komen we

niet tegen op de cd blind note, waarop zes van de bekendste in België woonachtige wereldmu­ zieksterren de krachten bundelen ten bate van blinde kinderen in Afrika. Normaliter hebben we onze bedenkingen bij dit soort projecten. Uiteraard niet vanwege het doel, wel omdat vaak te vrij­ blijvend wordt gemusiceerd om een heel album lang te boeien. Niets daarvan op blind note, mis­ schien wel doordat het gevarieer­ de zestal (afkomstig uit Mexico, Turkije, Armenie, Senegal, Mada­ gascar en Jordanië) op ieder van


rend op de randjes, de randjes van toegankelijke volkse liedjes enerzijds, van gitaristisch raffinement anderzijds. Alles under­ stated en met een ontspannen flow, inclusief het ingeweven geronk en gegier. Het legt zich niet vast, laat zich niet vastleggen op het een of het ander. Mooi doorlatend, ook met betrekking tot stijlvormen, zoals in Calle 7 dat een reggae feeling heeft. Dat understatement en de doorlatendheid kunnen het laten uitgroeien tot iets beminnelijks. Henning Bolte

Dub Syndicate

The Royal Variety Show – Best Of

Aurelio

Laru Beya

Stonetree/Real World/Rough Trade

Tussen Afrika en Zuid-Amerika. De Hondurese singer-song­ writer Aurelio behoort tot de laatsten van de generatie die nog opgroeide in de Afrikaans/ Caribisch-Indiaanse garifunatraditie in plaats van de tegenwoordig daar gebruike­ lijke Latijns-Amerikaanse. Zijn vader was een geliefde lokale troubadour wiens werk reeds een brug sloeg tussen al die stijlen en Aurelio zet de kruisbestuiving voort op laru

beya, dat de rootsy kanten van het garifuna-geluid bewaart maar dan in meer latin-getinte lied­ jes. Tot protegé gebombardeerd door Youssou N’Dour, die hier op diverse nummers ook acte de pré­

sence geeft, belichaamt Aurelio een vrijwel ideale kruising tussen Caribische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse stij­ len, allemaal gebracht op die heerlijk rootsy, garifuna-wijze. Daardoor, maar ook dankzij Aurelio’s hoogstaande liedjes en voordracht, kon laru beya uitgroeien tot een van de meest voorbeeldige en aansprekende singer-songwriteralbums die we ooit uit het Caribisch gebied hoorden komen. Maar zelden hoor je een artiest die meteen zo ‘echt’ klinkt en perfect op zijn plaats is. Pieter Wijnstekers

On-U Sound (2CD)

Grensverleggende historie.

Weinig platenlabels kennen zo’n grillige historie als On-U Sound, het vehikel van producer Adrian Sherwood, dat in 2011 toch maar mooi zijn dertigjarig bestaan viert. Naar verluidt hebben we nog wat fraaie feestuitgaven tegoed, maar met deze 28 tracks tellende compilatie wordt alvast fraai en functioneel afgetrapt. Het door de strak meppende drummer ‘Style’ Scott aangevoerde Dub Syndicate ontstond uit onder andere Creation Rebel en mag worden gezien als On-U huisorkest. En dus bevat deze royal variety show een reeks regelrechte hoogtepunten uit dertig jaar On-U Sound. Sherwoods onorthodoxe bewerkingen

van legendarische Jamaicaanse tunes als Cuss Cuss en Mafia bijvoorbeeld, of de geniale gekte van Lee Perry gecombineerd met de gierende gitaren van Skip McDonald in Train To Doomsville en You Thought I Was Dead. De melodica van Dr. Pablo (alias van de Brit Peter Stroud) domineert fraaie interpretaties van Taste Of Honey (ja, die) en de tune van Dr. Who, als gastvocalisten draven onder anderen op Gregory Isaacs, Big Youth en Bim Sherman, en natuurlijk ontbreken regelrechte On-U klassiekers Wadada, Hey Ho en Stoned Immaculate niet. Anderhalf uur nog altijd grensverleggende en avontuurlijke kost voor wie z’n

de vijftien tracks telkens één persoon het voortouw laat nemen als schrijver, muzikant en zanger, waarna drie à vier van de ande­ ren op hun eigen instrument(en) voor de begeleiding zorgen. Het levert een bijzonder fraaie versmelting van culturen op, terwijl toch uit ieder nummer een sterke culturele identiteit spreekt (Muziekpublique/XMD JJJJ). Wat ons bij de vraag brengt wanneer wereldmuziek eigenlijk wereldmuziek is? Als magical radiophonic heart niet slechts een Engelstalige titel had gehad maar ook Engelstalige tek­

sten hadden we het Argentijnse Banda De Turistas gewoon geschaard onder ‘pop’. Maar juist de Spaanstalige teksten benadruk­ ken de afwijkende Argentijnse elementen in hun sixties, seven­ ties psychpop naar Amerikaans model, en daardoor krijgt het album iets heel exotisch (Nacional JJJH). Op het overgangsgebied tussen wereldmuziek en jazz ope­ reren heel veel groepen, waarbij het maar net de vraag is waar het zwaartepunt ligt of we iets indelen bij het een of bij het ander. Het Turks-Nederlandse Baraná Kwintet is zo’n formatie die

P 49 HEAVEN

Guatemala staat zelfs in wereldmuziekkringen niet meteen bekend als een muzikale hotspot. Voor een singer-songwriter uit dat land is een internationale carrière opbouwen dan ook geen geringe prestatie. Gaby Moreno moet nog beginnen, maar het is al een prestatie op zich dat ze reeds met haar eerste album internationaal de aandacht op zich heeft gevestigd. Dat ze daarvoor

tien jaar geleden al naar Los Angeles afreisde doet daar weinig aan af. Haat stem en liedjes (zowel in het Engels als het Spaans) vielen op in de hectische muziekwereld van L.A.. Na sinds 2006 met diverse individuele songs zowel prijzen als televisieopdrachten te hebben gewonnen, achtte Moreno in 2008 de tijd rijp voor haar in eigen beheer uitgegeven debuutalbum still the unknown. Dat beleeft drie jaar later een ‘echte’ release. Wie de plaat hoort, kan zich dat groeiende enthousiasme zeer goed voorstellen, want Gaby Moreno bezit die zeldzame gave liedjes te kunnen schrijven die zowel een heel eigen stijl bezit- ➣

dat grensgebied bestrijkt, al laat sarap (wine) weinig twijfel dat de Turkse elementen overheersen. Die elementen zijn uiteraard het duidelijkst herkenbaar in de gezongen tracks (zes van de tien), maar ook in de instrumen­ tale stukken zijn zo veel Turkse invloeden te bespeuren dat vrijwel niemand ze zou aanzien voor ‘nor­ male’ moderne jazz. In hoeverre het album voor jazzliefhebbers te Turks en voor liefhebbers van Turkse muziek te veel jazz zou zijn, mag ieder voor zich weten, maar er wordt heel knap gemusi­ ceerd (Baykus/EMI/XMD JJJH).

Van alle soorten wereldmuziek is klezmer misschien nog wel het meest verstrengeld geraakt met jazz. Maar zelfs binnen dat genre zijn weinig muzikanten zo universeel als klarinetvirtuoos David Krakauer. Opgeleid in klassiek en jazz begon Krakauer pas na zijn dertigste klezmer te spelen, met altijd een vooruitstre­ vende blik. Op best of david kra­ kauer vinden we geen overzicht van zijn hele carrière, wel een compilatie van de vier uitstekende cd’s die hij tussen 2001 en 2005 maakte voor het Franse Label Bleu (Label Bleu/Bertus JJJJ).

bordje reggae en dub graag een beetje pittiger dan gemiddeld lust. Eddie Aarts

Gaby Moreno

Still The Unknown Paisly/World Connection

Wereldster in wording.


WERELD

RECENSIES

María Volonté

Portrait

Network/Munich

Kari Bremnes

Fantastisk Allerede Kirkelig Kulturverksted

Compilaties van grootse zangeressen. We mogen het Duitse label Network dankbaar zijn dat het met portrait de Argentijnse María Volonté voor Europa en de rest van de Westerse wereld heeft ontsloten. Deze uit zeven, alleen in Argentinië verschenen cd’s samengestelde compilatie (plus twee exclusieve nieuwe tracks) zet Volonté meteen neer als een fenomenaal talent dat door de wereld ook zonder twijfel zal worden ingehaald als een nieuwe diva. Krachtig en toch kwetsbaar imponeert Volonté met de autoriteit die uitgaat van haar voordracht en met haar veelzijdigheid. Na de opening, de schitterende Astor Piazolla-tango Yo Soy Maria, laat María Volonté horen even goed haar mannetje te staan in prachtige chansons, folk, latinblues en meer jazzachtige stuk­ ken, terwijl ze al evenmin haar hand omdraait voor een hart­ verscheurende fado van Amalia Rodrigues of een wals van Chico

ten als direct aanspreken, en ze beschikt ook nog eens over een heel aantrekkelijke zangstem. Ondersteund door vaste begeleiders Leslie Lowe op bass en ­Sebastian Aymanns op drums herinnert Moreno op het door Jay Bellerose geproduceerde still the unknown aan een soort kruising tussen Norah Jones en Suzanne Vega met ­jazzy, folky singer-songwriterpopliedjes die er altijd al lijken te zijn geweest. Drie Spaanstalige uitstapjes fungeren als slagroom op een bijzonder smakelijke taart. Eric van Domburg Scipio

Sokratis Malamas Exo

Perasma/Lyra/info@tavico.com

Eenzaam wereldniveau.

Exact één dag voor het verstrijken van de deadline voor het inzenden van mijn jaarlijst voor P 50 HEAVEN

Buarque. Ondanks die grote verscheidenheid krijg je geen seconde het gevoel dat Volonté een bepaalde stijl beter had kunnen mijden, zo moeiteloos zet ze alles naar haar hand op deze sublieme verzamelaar. Die kwaliteit deelt ze met de Noorse Kari Bremnes, die altijd dichter bij het folkidioom blijft maar daarin toch ook de rol op zich neemt van diva/chanson­ nière. Hier vooral bekend van de fantastische Engelstalige cd norwegian mood, stelt Bremnes u met de voorbeeldig uitgegeven dubbel-cd fantastisk allerede in staat in één klap 33 van Bremnes’ mooiste Noorse num­ mers van de afgelopen 24 jaar te vergaren. Die uitnodiging moet geen enkele oprechte muziek­ liefhebber voorbij laten gaan. Pieter Wijnstekers

Heaven ontving ik de box exo (buiten) van Sokratis Malamas met maar liefst vier live-cd’s en een dubbele dvd. Mijn toch al tot grote hoogte gestegen jubelstemming kreeg twee weken later een onverwacht vervolg. Een zending van Malamas’ Griekse label Lyra bevatte Malamas’ jongste studioalbum perasma (passage). Wat moet u nu met die Griekse muziek van mij, hoor ik u denken. Toegegeven, de Griekse taal is een handicap, en ook nu ontbreken traditiegetrouw de vertalingen. Wat rest is de muziek en die is naar mijn onbescheiden mening van een niveau dat in de sectoren folk- en wereldmuziek zijn gelijke niet kent. Op exo heeft Sokratis musici om zich heen verzameld die de vele volkse Griekse elementen in zijn composities op een wijze voor het voetlicht brengen die gerust

met ‘geniaal’ mag worden gekwalificeerd. Naast een elastische ritmesectie zijn het vooral de formidabele instrumentalisten op elektrische gitaar, viool, nei, fluit, bouzouki en luit die een mate van magie bedrijven die de zinnen optimaal strelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de jeugd zich massaal laaft aan deze muziek die tekstueel hoop en inzicht verschaft in duistere tijden. Puttend uit het overvloedige repertoire van de Griekse volksmuziek confronteren Malamas en zijn groepsleden en passant de Griekse jeugd met de rijkdom van de muziekcultuur van hun voorouders. Leeft Malamas zich op exo uit in een feestelijk groepsgebeuren, hoe anders liggen de zaken op het studioalbum Perasma. Centraal op dat album staat zijn gitaarspel. Zangeres Melina Kana zingt enkele liedjes maar verder houden de ingenieus geconstrueerde liedjes en Sokratis’ voordracht de aandacht gevangen. Ik zou een halve Heaven kunnen vullen over de verfijnde wijze waarop stijlvormen uit de Westerse popmuziek en de volksmuziek uit Griekenland en Turkije zijn verwerkt in zijn gitaarspel. Dan laat ik voor het gemak de wonderschone poëzie van de liedteksten van Alkis Alkaios maar even buiten beschouwing. Nu luister ik toch al zo’n kleine veertig jaar naar Griekse muziek, maar de impact van dit album overstijgt mijn bevattingsvermogen.

van dertien van Strydom zelf. Koos du Plesssis, grondlegger van het Afrikaanstalige luisterlied, wordt geëerd met twee liedjes. Als geheel is de plaat misschien minder sterk dan haar vorige cd k ­ erse teen die donker. Daarop staat onder meer het schitterende Slippers Van Satijn. Dat niveau haalt Strydom dit keer niet, al komt een lied als Hotel Royale wel in de buurt.

Koos Gijsman

Jos Schuring

Amanda Strydom

Markos Vamvakaris

Stroomop

Zimbraz/Music and Words

Sterke overtuigende liedjes.

Dankzij zanger Stef Bos en impresario Inge Bos kreeg Amanda Strydom een florerende carrière in Nederland. Vorig jaar telde haar tournee meer dan twintig optredens in Nederland en in december toerde ze wederom langs tien theaters. Wie haar ooit op het podium zag, kon genieten van een innemende, krachtige persoonlijkheid die sterke liedjes schrijft en die met veel overtuiging zingt. stroomop is haar derde cd en mag er wezen. De plaat telt vijftien liedjes, waar-

Jos Schuring

Boubacar Traoré Mali Denhou Lusafrica

Vertrouwde kwaliteit.

In de Mouffou studio van Salif Keita nam Boubacar Traoré uit Mali zijn eerste cd op sinds een jaar of zes. Net als op kongo magni uit 2005 wordt hij smaakvol begeleid door Madieye Niang op de kalebas en door Vincent Bucher op mondharmonika. In deze samenstelling trad Kar Kar ook met regelmaat op de laatste jaren. Traoré wordt volgend jaar zeventig, maar klinkt niet als een oude vermoeide man, integendeel. Muzikale verrassingen biedt deze cd natuurlijk niet, wel andermaal verfijnde persoonlijke liedjes waarop de simpele setting van de muziek stem, gitaar en percussie allerminst gaat vervelen. Heb je nog niets van deze held uit Mali in huis, dan is dit geen slechte aanschaf maar doe je er beter aan zijn debuutplaat mariama aan te schaffen.

Rembetika 5 Markos Vamvakaris: Master Of Rembetka, Complete Recordings 1932-1937 plus Selected Recordings 183 JSP/Music & Words

Feestbeest.

In de onvolprezen reeks van JSP Records met rembetika liedjes hebben de samenstellers hun blik laten vallen op Markos Vamvakaris, bij de Grieken bekend onder de simpele naam Markos. Mochten we in de twee vorige delen genieten van Tsitsanis, de meester van de op alledaagse gebeurtenissen gebaseerde liedjes, aan de hand van Markos betreden we de koffietenten


Mariza

Fado Traditional EMI/Worldconnection

Terug naar de bron. Toen Mariza in 2002 haar eerste album fado em mim uit­ bracht, bracht dat een schokgolf teweeg in de fadowereld. Was de rest van Europa al wakker gemaakt door Cristina Branco, in Portugal was ze nog te contro­ versieel. Daar opende de brutale zang en het mediagenieke optre­ den van Mariza de weg voor de broodnodige vernieuwing. Niet iedere Portugees was blij met het waterstofperoxide haar, de grote uithalen en de schijnbare lak aan de muzikale conven­ ties. De begeleiding door de oudgedienden Jorge Fernando en Custódio Castelo en het won­ derschone Ó Gente Da Minha Terra van wonderkind Tiago

waar in de vooroorlogse periode de mensen zich ophielden die vooral in de nacht werkten. Centraal thema zijn de hasjiesjliedjes waarin Markos verslag doet van het wel en wee van de mangas, het volkje dat zich tegoed doet aan de in waterpijpen geserveerde Oosterse rookwaren. Dat hij vanwege het beleid van dictator Metaxas menigmaal in de gevangenis terechtkwam heeft op Mar-

Machado maakten veel goed en de acceptatie en omarming volgden snel. fado traditional is haar vijfde studioalbum en het best te omschrijven als een muzikaal statement. Mariza is terug bij de bron en heeft twaalf traditionele fado’s met traditio­ nele begeleiding op cd gezet. Ze vermijdt de grote klassiekers die wereldroem hebben gekregen door vertolkingen van Amália Rodrigues en Alfredo Marcineiro.

kos’ muzikale activiteiten nooit enige invloed gehad. Zijn repertoire behoort dan ook tot het basispakket van de Griekse volksmuziek. Hoe krachtig daarbij zijn liedjes zijn blijkt uit het feit dat tot op de dag van vandaag elke Griek overeind schiet wanneer zijn liedjes opklinken in de restaurants en koffiehuizen. Dat mondt in vele gevallen uit in massaal gezang en feeste-

Daardoor kun je haar goed vergelijken met haar illustere voorgangers zonder dat interpre­ tatieverschillen van hetzelfde nummer in de weg zitten. Ze zingt de twaalf fado’s volgens de regelen der kunst; uithalen waar ze horen, een snik waar die op zijn plaats is en een fadista die vereerd is het num­ mer voor haar publiek te mogen zingen. Ze bewijst hiermee dat ze niet alleen op haar plaats is in de grote concertzalen maar ook in de kleine fadohuizen van Lissabon. fado traditio­ nal heeft het in zich fado en mim voorbij te streven en over een aantal jaren zal deze cd waarschijnlijk worden gezien als haar beste opname. Deze overtreffen wordt heel moeilijk. Philip Nijman

lijke groepsdans. Markos is in de kleine uurtjes een gids op wie je altijd kunt bouwen. Koos Gijsman

Diverse Artiesten

Bossa Nova and the Rise of ­Brazilian Music in the 1960’s Soul Jazz/Munich

Niet echt bossa, of toch wel.

Bossanova, ontstaan in het Braziliaanse Rio en volgens de legende ‘bedacht’ door João Gilberto

en Antonio Carlos Jobim, heeft een grote invloed gehad op de jazz. Hoewel nog stevige avonden wordt doorgezakt over de vraag of de cool jazz schatplichtig is aan de bossa­nova is er nog geen overeenstemming onder musicologen. Op deze cd niet de bossa zoals we die kennen van de eerder genoemde Gilberto en Jobim, Vinicius de Moraes, Stan Getz en niet te vergeten Sinatra, wel hele mooie jazzy bossa van onder anderen Elis Regina, Tamba Trio en Baden Powell. Deze cd laat zien dat de twee stijlen tegen elkaar aan schuren, overlappen en leentjebuur spelen. Zo hoor je in Rosa, Menina Rosa wel dat overbekende ritme maar is de stem doorleefd en zetten de blazers de boel op de kop. De pianosolo in Boranda is zuiver jazz maar je zou de berimbau’s in Birimbau niet verwachten en de trompet in Primitivo heeft weinig van doen met bossanova. De cd is een begeleiding, of juist andersom, van een boek met Braziliaanse hoezen met voor die tijd revolutionair artwork. Voor nu zijn ze heerlijk herkenbaar, haast nostalgisch, jaren zestig maar vooral übercool en een opmaat tot typografie en grafische vormgeving die hun hoogtepunt vonden in de jaren zeventig en nu weer opgang doen – zie de filmposter van The American. Philip Nijman

Out now: De schitterende nieuwe Parne Gadje CD “Kefi Kefi” Tour data 1 ffeb 19 eb Theater Junushof/Wageningen 23 feb e Engelenbak Theater/Amsterdam 24 4 feb eb Engelenbak Theater/Amsterdam 15 1 5 apr p Roepean/Ottersum 16 apr 16 pr De-X/Leiden Parne Gadje Kefi Kefi

P 51 HEAVEN

www ww.sm ww w.sm .s o ok oke ke ke edre dre d recor rec co co orrd din di in ngs gs. gs g ss..com com com m www w ww.pa parn rneg rne gadjje. gad je e e..c com o om m • www.m www ww www ww.my myyspa space. e com com/pa co /p rne /pa /p rn neg gad ga a jje


BLUES/JAZZ/SOUL AVONTUURLIJK Als een komeet verscheen ze aan het jazzfirmament, de jonge zangeres en bassiste Esperanza Spalding (26). Extreem muzikaal, zeer gepassioneerd en ook nog eens aantrekkelijk om te zien. Met haar jongste album Chamber Music Society kiest ze echter niet voor een gemakkelijke bestendiging van haar succes. Ze laat haar eigengereide talent prevaleren. door Louis Nouws

E

speranza Spalding relativeert haar eigen muzikaliteit enigszins. “Ik bespeel helemaal niet zo veel instrumenten. Ik ben erg eager en heel nieuwsgierg. Daarom past jazz zo bij mij, want ik hou van improviseren. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe wegen en spontane invallen.”

Conversatie Drie albums maakte Esperanza Spalding: junjo (2006), esperanza (2008) en chamber music society (2010). Haar debuut bevat instrumentale jazz en een hooguit scattende Spalding, op de andere twee manifesteert ze zich ook meer en meer als zangeres. Maar waar e­ speranza een groovende plaat is met veel Braziliaanse en latin-invloeden, klinkt ­chamber music society tamelijk ingetogen. “Ik hou erg van rockende en swingende ­muziek, laat daar geen misverstand over ­bestaan, maar dit keer wilde ik ingetogener muziek maken. Ik wou het emotioneler ­laten klinken, als een echte conversatie tussen muzikanten. De combinatie van jazz­ muzikanten en klassieke strijkers leek me spannend. Kamermuziek heeft voor mij niet die notatie die de meeste mensen eraan geven. Die zien kamermuziek als een genre dat in Europa werd gespeeld tussen eeuw zoveel en eeuw zoveel. Voor mij staat het voor intieme muziek. Veel meer dan een vorm van muziek, is het voor mij een vorm van muP 52 HEAVEN

«Ik ben snel ver veeld»

Esperanza Spalding ziekmaken. In een klein gezelschap, waarbij je goed naar elkaar luistert en op elkaar reageert.”

Improvisatie Bassen en zingen is geen combinatie die vaak voorkomt. “In rockmuziek is het niet zo moeilijk, omdat het ritme en de melodie aardig vastliggen. Maar in geimproviseerde muziek is het best uitdagend. Je moet het heel veel doen om het onder de knie te krijgen”, legt Esperanza Spalding uit. “Ik krijg er een kick van, omdat het heel erg past bij mijn avontuurlijke benadering van muziek. Alert zijn, inspelen op de interactie met de andere muzikanten. Ik vind dat muziek creatief en levend moet zijn. Muziek moet bestaan in het moment, in de improvisatie. Overigens, als je met een vast trio speelt, heb je nog wel het nodige houvast. Voor de timing kan ik rekenen op mijn drummer en mijn pianist let op de melodie. Maar als muzikante streef ik altijd naar vrijheid. Muziek moet niet beperken, muziek moet een creatieve kracht zijn.” De muziek op chamber music society is overigens een combinatie van uitgeschreven partijen en improvisatie. “We hebben wel alles live in de studio opgenomen en alle stukken we in diverse varianten gespeeld, van heel accuraat tot heel los. Uiteindelijk koos ik voor de uitvoering die het nummer

het meest recht deed. Die keuze is meestal niet lastig te maken. Het is vergelijkbaar met een a­ cteur die tijdens een auditie vijf keer een rol neerzet. Je ziet meteen wanneer hij overtuigt. Met muziek is het procies zo. Er is altijd een uitvoering die je echt raakt.”

Initiatie Esperanza Spalding groeide op in een eenoudergezin in een sociaal zwakke buurt in Portland, Oregon. Ondanks dat er weinig geld was, moedigde haar moeder haar wel altijd aan creatief te zijn. Op haar vijfde leerde Spalding zichzelf viool spelen en mocht ze meedoen met de Chamber Music Society of Oregon. “Dat was een gezelschap waar arme kinderen voor niets of voor weinig geld een ­instrument konden huren en leren bespelen. De vrouw die het bestierde is onlangs overleden. Je leerde er vooral samenspelen.” Na korte avances met gitaar, klarinet en cello ondekte ze de contrabas. Dat was haar wakeup call, zegt ze zelf. Na een slagveld van niet afgemaakte schoolopleidingen en globale omzwervingen, werd ze toegelaten tot het prestigieuze Berklee College of Music in Boston. Ook daar dreigde ze tussentijds af te haken – “ik ben nu eenmaal snel verveeld” –, maar onder anderen jazzgitarist Pat Metheny haalde haar over om te blijven. Op haar twintigste was ze er de jongste leraar ooit.


ALL THAT JAZZ

Master Drummer door Bert Broere

foto Johann Sautya

Fascinatie Esperanza Spalding spreekt Engels, Spaans en Portugees. “Portugees ben ik gaan studeren vanwege een vriendje dat ik had. Ik heb een tijd bij zijn familie in Brazilie gewoond en daar moest ik Portugees praten omdat ze niks anders verstonden. Ik heb zelfs nog gedichten uit het Portugees vertaald. Het is een mooie zangerige taal. Ik ben gefascineerd door het effect van taal op melodieën. In het Engels ligt de klemtoon vaak op het laatste woord van een zin. In het Spaans liggen er meestal meer klemtonen in een zin, waardoor het alleen al ritmisch anders klinkt. Jazz is heel erg gedomineerd door het Engels.” Spalding vindt dat jazz voortdurend moet openstaan voor invloeden van ­buitenaf. Zelf speelde ze in een rockband. “Sommige mensen definiëren jazz als de ­muziek die eind jaren dertig in New York werd gespeeld. Ik vind wel dat je als jazzmuzikant die traditie moet kennen, en van mij mag je de klassiekers ook eindeloos naspelen, maar daar moet het niet stoppen. Je moet je eigen identiteit toevoegen aan wat er is. Naast een muzikale identiteit, is er ook een culturele identiteit. Je bent ook het product van je opvoeding, van je familie. Laat dat horen.” P 53 HEAVEN

Vriend en huisgenoot Anton kwam met enthousiaste verhalen terug van het eerste North Sea Jazz Festival in 1976. Ik bleek een hoop gemist te hebben en moest en zou het volgende jaar meegaan. Wij waren net in the jazz thing en kregen op zo’n fes­ tival de kans om live te zien wat wij thuis op de plaat hadden. En zo toog ik het jaar daarop richting Den Haag om ons drie dagen onder te dompelen in een alles omvattende jazzroes. Dat viel tegen! Je moet een dergelijk meerdaags gebeuren ‘leren lopen’, want voor het weet ren je als een kip zonder kop van de ene naar de andere zaal, kom je te laat en kun je niet in the groove komen of je zit achterin tegen ruggen of pilaren aan te kijken. Ook de inname van alcohol en ander gerief dient met mate plaats te vinden. Wij begon­ nen daar te vroeg mee, waren te gretig en dat had zo zijn gevolgen. Kortom een leerproces, zo’n fes­ tival. Ook de festivalorganisatie had zo zijn problemen, want het werd geconfronteerd met geluidstech­ nisch mismanagement. De optre­ dens van Charles Mingus en de band van drummer Max Roach werden er danig door ontsierd.

Sterker nog: het was soms ramp­ zalig. Bij het concert van Roach liepen de gemoederen zo hoog op dat de ‘Master Drummer’ – hij had al een paar keer om bijstelling van het geluid gevraagd – ziedend van woede zijn sticks op grond gooide, achter zijn kit vandaan kwam en de technicus verrot schold. Dit voorval maakte veel indruk. Gelukkig heb ik Roach in de jaren daarna nog met zeer uiteenlo­ pende bezettingen op het North Sea Jazz Festival puike optredens zien verzorgen. Roach die de bebop mede vorm gaf, met alle grootheden speelde en aan talloze klassieke jazzopna­ men meewerkte, overleed in 2007 op 83-jarige leeftijd na een lang ziekbed. Zijn hele carrière bleef hij experimenteren – altijd opzoek naar de uitdaging.

Max Roach Quintet – com­ plete studio recordings (2006) Max Roach – we insist! max roach’s freedom now suite (1960) Max Roach/Archie Shepp – the long march (1979) The Quintet – jazz at massey hall (1953) Sonny Rollins – saxophone colossus (1956)


BLUES/JAZZ/SOUL WIJD OPEN

Niet van gisteren

Christian Scott Afgelopen jaar werd hij door het gezaghebbende blad DownBeat gekozen tot beste trompettist, terwijl hem in Nederland de zelfs in Amerika prestigieus geachte Edison ten deel viel. Gewaardeerd door zowel jazzpuristen als hiphopfanaten is Christian Scott (27) hot & cool. door Jos Schuring

U

itermate ontspannen en vriendelijk vertelt Christian Scott over zijn speciaal voor hem gebouwde trompet, die hij als zoon van New Orleans de naam van de ­orkaan Katrina gaf. “De beker staat iets omhoog, waardoor ik de mensen in de zaal beter kan zien. Ik vind dat van groot belang. Als ik constateer dat mijn muziek niet overkomt, kan ik daar dan op staande voet iets aan doen. Ik beschouw een concert als een gesprek met het publiek. Niet dat ik doe wat men van mij verwacht, maar ik moet natuurlijk wel contact kunnen maken, anders heeft spelen helemaal geen zin.”

DIVERSITEIT Na het onevenwichtige debuut rewind that (2006) en de indringende opvolger anthem (2007), met Esperanza Spalding op bas, neigt Christian Scott op yesterday you said tomorrow soms wat naar het freakerige, al blijft zijn instrumentale muziek vrij toegankelijk. Een compositie als The Eraser P 54 HEAVEN

mijn album live at newport gehoord en bood via mijn platenfirma spontaan zijn diensten aan. Hij noemde mij de toekomst van jazz en wilde daarom graag met mij de studio in. Te gek, natuurlijk. Ik wilde graag een plaat met dat voor Rudy zo kenmerkende geluid uit de jaren vijftig: kurkdroog en wijd open.”

BETROKKENHEID

van Radiohead-voorman Thom Yorke bijvoorbeeld past probleemloos in het brede spectrum, met invloeden uit funk, hiphop en urban. Niet voor niets speelde Scott als gastmuzikant mee met neo-souldiva Jill Scott en rappers Mos Def en X-Clan. De titel yesterday you said tomorrow ontleende Scott aan zijn grootvader. “Hij duwde ons kleinkinderen allerlei boeken onder de neus, van Raymond Carver tot Albert Camus. Wij moesten ons omhoog lezen, maar dat vonden we eigenlijk wel best. ­Samen voerden we vaak uitgebreide gesprekken over literatuur, kunst en geschiedenis. Na zijn dood heeft mijn moeder zijn taak overgenomen. En zij was zo mogelijk nog fanatieker.” yesterday you said tomorrow werd opgenomen door Rudy Van Gelder, de legendarische technicus die werkte voor jazzgroot­ heden als Miles Davis, Thelonious Monk, Sonny Rollins en John Coltrane. “Rudy had

Als getalenteerde neef van de gerenommeerde saxofonist Don Harrison, die furore maakte bij Art Blakey’s Jazz Messengers, kreeg Christian Scott als puber al de kans zijn kunsten op het podium te vertonen. Naast usual suspects als Miles Davis en John Coltrane rekent hij ook rockhelden als Bob Dylan en Jimi Hendrix tot zijn grote voorbeelden. “En dan bedoel ik niet alleen muzikaal, maar ook qua mentaliteit. Als jongere generatie kunnen wij nog heel wat leren van hun klasse en energie. Om nog maar te zwijgen van hun politieke engagement, waar het in de muziek van tegenwoordig zo aan ontbreekt.” Scott laat zich in zijn muziek graag inspireren door de actualiteit. Zo opent yesterday you said tomorrow met het gejaagde K.K.P.D., wat staat voor Ku Klux Police Department. Het nummer ontstond nadat hij onder de rook van New Orleans zonder reden met bruut machtsvertoon was gearresteerd. “Zoiets kan je dus overkomen als je zwart bent in de Verenigde Staten.” Met het fraai getitelde American’t verklankt Scott zijn teleurstelling in de Amerikaanse politiek. “Ze maken er een zootje van. Clinton deed het goed, waarna Bush alle kansen kreeg het te verpesten: van een miljardenoverschot naar een miljardentekort. En nu zit hij ongestraft op zijn boerderij in Texas, terwijl ze Obama het vuur na aan de schenen leggen omdat die wil zorgen dat de armeren het weer wat beter krijgen. Obama doet wat elke politicus hoort te doen, namelijk andere mensen behandelen zoals je zelf wilt worden behandeld. En wat krijgt hij?”


NOSTALGIA

De verloren zoon

Gregory Page Met als grote voorbeel­ den Al Bowlly, Louis Armstrong en Cole Porter balanceert Gregory Page (38) naar eigen zeggen op het slappe koord tussen zowel traditie en vooruitgang als geschiedenis en fantasie. “Ik ben een zangvogel en tegelijk ook een worm.” door Koos Gijsman

Je bent al jaren actief in de muziek, maar met Promise Of A Dream is er nu eindelijk officieel een cd van jou in Europa uitgebracht. Hoe zit dat? “Om te beginnen moet ik zeggen dat er vanuit de muziekindustrie nooit echt grote belangstelling voor mij is geweest. Mijn frustratie over die desinteresse liep op een gegeven moment zo hoog op dat ik overwoog te stoppen, maar mijn goede vriend en collega Jason Mraz heeft mij daarvan weten te weerhouden. promise of a dream nu is een compilatie van drie eerdere albums, die verschenen is bij een Nederlands label, wat met name te danken is aan Angelique Stein van het radioprogramma De Sandwich.” P 55 HEAVEN

Je bent de zoon van een Armeense vader en een Ierse moeder, die zich allebei actief met muziek bezighielden. Hoe was het om omgevoed te worden door ouders met zulke verschillende culturele achtergronden? “Op die vraag kan ik geen antwoord geven, omdat mijn ouders nooit hebben samengewoond. Tijdenlang wist ik niet eens van het bestaan van mijn echte vader. De man met wie mijn moeder leefde, deed zich voor als mijn vader, maar er bestond tussen ons ­totaal geen contact. Een paar jaar terug heb ik mijn vader in Parijs ontmoet en bij die gelegenheid was er wel meteen een klik. Nu bezoek ik hem regelmatig, te meer omdat Parijs inmiddels mijn lievelingsstad is.” Waar komt jouw verknochtheid aan muziek uit de jaren dertig vandaan? “Doordat mijn moeder voortdurend in het buitenland op tournee was, woonde ik bij haar ouders in Londen. Haar vader David Page zat in diverse Ierse folkgroepen en kreeg met grote regelmaat bezoek van collega’s met wie hij dan samenspeelde. Mijn grootvader bezat ook een enorme platencollectie, die behalve folk een flinke hoeveelheid Amerikaanse jazz bevatte van grootheden als Louis Armstrong, Ella Fitzgerald, Harold Arlen en Cole Porter, om nog maar te zwijgen van het werk van de Engelsman Al Bowlly. Die muziek uit de jaren dertig en ook de levensstijl in dat tijdperk liggen mij verreweg het beste. Met het huidige tijdsgewricht heb ik niet zoveel op. Ik verafschuw de snelheid waarmee alles gebeurt.”

Hoe ga jij om met de financiële gevolgen van de recessie? “Aan luxedingen hecht ik totaal geen waarde. Ik huur een klein appartement in San Diego en verplaats me met het openbaar vervoer. Er zijn wel steeds minder plaatsen waar ik kan optreden. Ik pak echt alles aan waar ik wat geld mee kan verdienen. Zo ben ik in te huren voor huiskamerconcerten en recentelijk heb ik zelfs een bruiloft opgeluisterd. Men had men mij gevraagd of ik speciaal voor de gelegenheid een toepasselijk lied wilde schrijven, wat ik geen enkel probleem vond om te doen. Eenmaal op het trouwfeest bleken ze voor mij een plekje achter een bosschage te hebben gereserveerd. Het was namelijk niet de bedoeling dat de gasten mij zouden zien.” Ondanks je geringe naamsbekendheid bij het publiek werken er aan jouw albums allerlei grote namen mee. “Aan de Westkust geniet ik vooral onder jazzmuzikanten een behoorlijke reputatie. Men respecteert mij om wat ik doe, waarbij mijn verwaarloosbare populariteit kennelijk niet terzake doet. Ze komen uit zichzelf naar mijn optredens en helpen ook graag mee aan mijn platen. Zo word ik op het vorig jaar verschenen heartstrings begeleid door onder anderen bassist Bob Magnusson, die eerder samenspeelde met legendarische mensen als Ella Fitzgerald, Count Basie en Duke Ellington, en op all make ­believe door A.J. Croce. Voor zo’n verlegen i­emand als ik blijft die hulp van zulke grootheden bijna iets onvoorstelbaars. Wat zou ik met zo’n erkenning dan nog ­malen om hoge verkoopcijfers?” Liedjes, films, foto’s, verhalen en nog veel meer op www.gregorypage.com.

Leon Redbone Als entertainer van stand ver­ klede Cypriotische Canadees (61) in zondagspak, inclusief stropdas plus pana­ mahoed en zonnebril, grossiert in ragtime, jazz, blues, country, vaudeville en aanverwante stijlen uit het tijd­ vak tussen Eerste en Tweede Wereldoorlog. Verwerft kortstondig enige internationale faam met vierde album champagne charlie (1978) om vervolgens na overleven van vliegtuigonge­ luk zijn werkgebied te verkleinen tot per auto doorkruisbaar Noord-Amerika.


BLUES/JAZZ/SOUL Het oortje bij een recensie geeft aan dat een fragment van dat album met toestemming van Buma/Stemra is te beluisteren op onze website: www.popmagazineheaven.nl

Boo Boo Davis

Undercover Blues Black & Tan/Music & Words

Rauwe onderbuikblues.

Boo Boo Davis is zo onderhand het paradepaardje van Black & Tan. Het kleine maar fijne blues­ label behoedde de voormalige drummer achter onder anderen Little Walter, Sonny Boy Williams en Elmore James jaren geleden voor de vergetelheid. Volkomen terecht, want de tegenwoordig als vocalist/mondharmonicaschuiver door het leven stappende bijna zeventigjarige veteraan is een natuurkracht. Zijn laatste platen met drummer John Gerritse en gitarist annex platenbaas Jan Mittendorp liggen min of meer in elkaars verlengde. Ze nemen wel op undercover blues wat vaker gas terug en Boo Boo zingt zelfs een gospel. Wat rest zijn zijn karakteristieke bluesbrul, het gepatenteerde mondharmonicaspel en de hypnotiserende groove. Twaalf songs binnen amper zes uur opgenomen in een analoge Zwitserse studio. Basaal en zonder productionele opsmuk. Rauwe onderbuikblues zoals het hoort. Marcel Haerkens

RECENSIES Black Dub Black Dub Jive/Sony

Puik debuut van kwartet. De Canadese muzikant en producer Daniel Lanois is een muzikaal genie. Toch moeten we tegelijkertijd constateren dat hij zijn muzikale vakman­ schap eigenlijk (te) weinig ten eigen faveure aanwendt en zich vooral dienstbaar opstelt. Met het nieuwe kwartet Black Dub overbrugt hij die tegenstel­ ling. Hij kan zijn ei kwijt en stelt zich tevens in andermans dienst, met name die van Trixie Whitley, want we mogen einde­

The Juke Joints

Going To Chicago! Black Cat/CRS/Munich

Speltechniek en stootkracht.

In hun al bijna drie decennia omspannende carrière hebben de Zeeuwse Juke Joints een gestage ontwikkeling doorgemaakt van rechttoe rechtaan rockers tot een club gestaalde veteranen die alle nuances van de blues onderhand in de achterzak heeft. De plaattitel zegt het al; vorig jaar bivakkeerde het gezelschap enige tijd in Chicago om te werken onder productionele supervisie van Ronnie Baker Brooks. De zoon van Lonnie Brooks leverde voorts enige compositorische bijdragen en is in een paar tracks

lijk kennismaken met die doch­ ter van de nog immer betreurde Chris. Ze is een talentvolle zange­ res en toetseniste. Verder telt de band naast Lanois de sublieme ritmesectie Brian Blade (drums) en Daryl Johnson (bas). Op het als band geschreven Last Time na tekent Lanois in zijn eentje voor

de tien andere nummers op black dub, en de vrij donkere, morsige en sfeervolle sound laat Lanois ten top horen. Geluid en stijl zijn onmisken­ baar ‘Lanois’, met zijn kenmer­ kende mengeling van blues, soul, rock, funk, reggae en americana, maar de hoofdrol is voor Trixie Whitley. Ze legt, gelijk haar overleden vader, zo veel emotie in haar blanke soulstem dat alleen al daarom de paar zwakkere momenten op het album (voornamelijk als Trixie op de achtergrond blijft) gemakkelijk zijn te verdringen. Eric van Domburg Scipio

Onder het motto ‘Reborn &

­ emastered’ komt het label R ­Rough Guide met een nieuwe serie verzamelaars van blueslegendes. In zo’n reeks mag uiteraard folkblues zanger en begenadigd 12-snaren-gitarist Leadbelly (1885-1949) niet ontbreken. Het is en blijft wonderlijk dat zo’n gewelddadige man – hij werd een keer of vier veroordeeld wegens geweldsdelicten – zulke prachtige muziek kon maken. 22 nummers biedt deze selectie waaronder uiteraard Goodnight Irene waarmee hij twee maal een hit had (in de jaren dertig en in 1944). Het album wordt gecomplementeerd met een verzamelcd met werk van artiesten die Leadbelly beïnvloedde. Onder

den. In de jaren veertig en vijftig werd er prachtige Nashvilleblues gemaakt, zoals blijkt op dit deel uit de serie. Er waren in die naoorlogse jaren al snel een label of tien actief, met Bullet en Republic als belangrijkste. Verreweg de populairste blues­ artiest was zangeres Christine Kittrell – wereldberoemd in Tennessee dus, maar vreemd genoeg nooit landelijk doorgebro­ ken. Op deze verzamelaar vier prachtige nummers van haar. Wij zijn inmiddels op zoek naar meer. Vermeldenswaard is ook

de originele versie van de latere Elvis-hit Too Much van Bernard Hardison, en tussen de 75 num­ mers valt nog veel meer te genie­ ten (Fantastic Voyage/Konkurrent JJJJ). Ook het eerste deel van een rumbablues verzamelaar werd hier gesignaleerd. Inmiddels ver­ scheen ook het tweede deel: de mambo years, de jaren vijftig dus. Keurige keuze, leuke verzame­ laar.... tot we echt opveerden bij track 26: Evil van Howlin’ Wolf... Da’s dus ook al rumbablues. Wisten we niet. Willie Dixon schreef het. Volgens het cd-boekje

te horen op gitaar. Zelden klonk de band zo veelzijdig. Van Diddley beat en volvette boogie tot gesofisticeerde jazz en onbespoten Memphis soul waarbij het verbazingwekkend is te constateren dat hun speltechniek en stootkracht zich nog steeds verder ontwikkelen. Gastbijdragen zijn er van Ana Popovic en krasse knar Eddy ‘The Chief’ Clearwater die in maart afzakt naar Nederland om met de Zeeuwen een toertje te doen. Marcel Haerkens

Leadbelly

The Rough Guide To Blues Legends World Music Network/Music & Words

Prima Leadbelly verzamelaar.

Ook verschenen J matig JJ voor de liefhebber JJJ goed JJJJ genretopper JJJJJ mijlpaal H halfje Voor de kerst is in alle media al zo veel lovende aandacht geweest voor my beautiful dark twisted fantasy van Kanye West dat we nu volstaan met de constate­ ring dat dit inderdaad de meest indrukwekkende plaat van deze rap/hiphopartiest is. Het album is wat te lang, maar de originaliteit P 56 HEAVEN

waarmee West de vele pakkende songs creëerde maakt dat meer dan goed (Roc-A-Fella/Universal JJJJH). In deze rubriek sig­ naleerden we al vaker de fraaie reeks let me tell you about the blues. Met Nashville zijn we bij het jongste deel beland, zo niet het mooiste dan toch het meest verrassendste. Nashville: nietsvermoedende Amerikanen associëren de stad vooral met Bijbels. Voor muziekliefhebbers is het natuurlijk vooral de stad van de country. Toch heeft de stad wel degelijk ook een bluesverle­


hun uiteraard Sonny Terry en Brownie McGee maar bijvoorbeeld ook Woody Guthrie met zijn fraaie Lomax/Leadbelly-­ cover Ramblin’ Round. Uitstekende verzamelaar. Cees Bronsveld

Karsu Dönmez Live aan ‘t IJ Eigen beheer

Meer dan de Turkse Norah Jones.

Haar carrière begint in het restaurant van haar ouders in Amsterdam, waar ze zingt en pianospeelt. Karsu Dönmez is als kind al gefascineerd door piano­ muziek. Na haar havo­diploma doet ze een jazzopleiding in Amsterdam, met als hoofdvakken piano en zang. Karsu is al vergeleken met Norah Jones. Maar in Mistress roept haar zang ook herinneringen op aan Janis Joplin. Van haar optreden in Turkey Now in maart 2010 is nu een cd-opname verschenen, haar debuut met vooral eigen liedjes. Op een verrassende manier versmelt ze blues, fado, jazz en funk. Aan haar pianospel hoor je goed dat ze klassiek is geschoold, terwijl ze haar stem soms prachtig kan forceren als was ze een geroutineerde jazzdiva. Haar talent is onmiskenbaar. Jos Schuring

Robin Holcomb and Talking Pictures with Wayne Horvitz

The Point Of It All Songlines

De integratie bereikt. Het bericht dat weer een album van Robin Holcomb op uitkomen staat, vervult ons altijd met hoop en vrees. Hoop, omdat we altijd weer vol verwachting zijn dat de bijzondere zangeres en pianiste vooral de folkkant van haar per­ soonlijkheid tot uiting zal bren­ gen, zoals op de weergaloze cd’s robin holcomb (1990), rockabye (1992) en the big time (2002). Vrees, omdat we bang zijn dat ze vooral haar (avant-garde) jazz en (modern) klassiek hart laat spreken, zoals op vrijwel al haar andere platen. Daar is in prin­ cipe niets mis mee, maar tot nu

toe raakte ze ons met dat soort materiaal veel minder dan met haar folk-cd’s. In 2006 deed ze met john brown’s body een man­ moedige poging die stijlen gelijk­ tijdig op te voeren. De nummers bleven toch te veel naast elkaar staan om te kunnen spreken van een geslaagde integratie. the point of it all, opgenomen met het gevierde Canadese avant-jazz­ kwartet Talking Pictures (gitarist

Fears) en Here Comes The Rain Again van The Euryth­mics moeten geloven aan een enorme verbeteringsslag. En zelfs klassiekers als Both Sides Now en A Case Of You (allebei van Joni Mitchell) doen weinig onder voor het origineel. Friend blijkt over een warme, zuivere stem te beschikken en de virtuositeit van Fellow is ongekend. Een duo om in de gaten te houden.

Constance Friend en Thomas

Fellow timmeren sinds 1995 aan hun gezamenlijke muzikale carrière. Friend zong eerder bij James Brown en Fellow won vele prijzen als klassiek gitarist. Het voorlopige hoogtepunt van hun muzikale loopbaan staat nu op discovered. Het duo voorziet dertien niet altijd voor de hand liggende covers van een nieuwe jas. Het begint met een swingvolle versie van Billy Pauls Me & Mrs. Jones en daarna verrijken ze het toch uitgekauwde Clocks van Coldplay. Ook Shout (Tears for

is hij trouwens de rhythm ’n’ bluessongschrijver die de meeste latin invloeden in zijn muziek toeliet. Bijzonder is ook Drifting Heart van Chuck Berry, geschre­ ven voor Bing Crosby. Best een aardige uitvoering maar met zo veel artiesten op zoek naar mate­ riaal denk ik onmiddellijk: dat nog niemand op het idee kwam dit prachtige nummer te coveren. Ach. Het prima boekje sluit af met een soort cursus ‘latijns de maat slaan’: ook niet gek (R&B Records JJJJ). Music Rough Guides startte een serie blues en

jazzverzamelaars gewijd aan het oeuvre van belangwekkende blues en jazzartiesten. Zo verschenen onder meer prima verzamelaars van Ella Fitzgerald, Billie Holiday en Robert Johnson (Rough Guide/ Music & Words JJJ). Todd Sharpville is een Engelsman die niet onverdienstelijk aan de blues-weg timmert. porch­ light heet zijn nieuwe album. Sharpville kan songs schrijven en vooral ook zingen. Niet heel schokkend allemaal, wel de moei­ te waard (Mig JJJ). Een mooie

verzameling gospel verscheen op het door kenner Louis Opal Nations samengestelde gospel celebrities & celestial lights. De keuze viel op onbekende nummers van bekende artiesten aangevuld met nummers van nagenoeg vergeten artiesten, onder wie Candi Staton, Bobby Womack, Sam Cooke & the Soul Stirrers, LaVern Baker, Jesse Fuller, Lou Rawls en... zelfs Little Richard! (Fantastic Voyage/Konkurrent JJJJ). Collector’s Choice is bezig met het uitbrengen van allerlei oud ‘r&b’-materiaal, zoals

Friend ‘n Fellow Discovered RUF/Munich

Verrijkende covers.

P 57 HEAVEN

Hans van der Maas

Ron Samworth, trompetist Bill Clark, drummer Dylan van der Schyff en celliste Peggy Lee) en echtgenoot/toetsenist Wayne Horvitz, is daarom belang­ rijk. Voor het eerst verenigt Holcomb jazz, folk en klassieke elementen zo dat het eindresul­ taat een bevredigende eenheid oplevert. Moderne jazz voert de boventoon, maar de zeven fraaie folksongs, waaronder een schitterende cover van Neil Youngs After The Goldrush, sluiten daar uitstekend bij aan. Ze creëren een geheel dat hier en daar misschien niet altijd even gemakkelijk is, maar de vele momenten van grote emo­ tionele schoonheid juist des te beter doet uitkomen. Eric van Domburg Scipio

Basil Kirchin

Primitive London Soundtrack By Basil Kirchin Trunk Records

Bijna vergeten jazz.

Legendarisch, nog niet eerder uitgebracht materiaal van de Britse Basil Kirchin (1927-2005) die zich in de vroege jaren zestig toelegde op het componeren van filmmuziek. De van oorsprong jazzdrummer begon al vroeg te experimenteren met zijn typische vreemde melodieën, ritmes en onverwachte overgangen. Dat

de reeks met opnames uit de Cameo-Parkway-studio’s. Erg blij werd ik van de re-release van twee Dee Dee Sharp lp’s op één cd: it’s mashed patoto time en do the bird. Dee Dee Sharp, onder meer bekend van een duet met Chubby Checker, maakte in de jaren zestig prachtige soul die weinig onderdoet voor de beken­ dere namen uit het genre. Luister bijvoorbeeld maar naar Be Ever Wonderful. Of Gravy. (ABKCO / Ace JJJJ). In dezelfde studio’s namen begin jaren zestig ook The Dovells – een blanke


BLUES/JAZZ/SOUL leidde tot de eerste uitgave voor de zogeheten mondo style film. De in 1965 gemaakte docufilm Primitive London is gefocust op het nachtleven van Soho, Je waant je in het nachtleven van decadent London, van strippers, alcoholisten, misdaad en beatniks. Het tweede gedeelte is de soundtrack voor de thriller Freelance uit 1971, een obscure gangmovie met Ian McShane. Je hoort experimentele freejazz met ruimte voor groovy geluiden. De vier nummers vormen een geheel door een steeds terugkerend thema op trompet, later nog eens handig ‘geleend’ door Ian Carr op zijn plaat Belladonna, hoorde ik bij beluistering. Deze bijna vergeten jazz is aan de vergetelheid onttrokken, compleet met mooi verzorgd boekje. Henk Rijkenbarg

RECENSIES Diverse Artiesten

Powerhouse Gospel On Independent Labels 1946-1959 JSP/Music & Words

Getuigen. Op deze vier cd-box staan 81 gospels en 19 fragmenten van preken uit de eerste periode na de Tweede Wereldoorlog, alweer uitgezocht door Louis Opal Nations. Hij ontsluit inmiddels al enkele verzamelaars lang een vergeten verleden waarin het heerlijk dwalen is. Deze box bevat bovendien nummers van independents van toen, waarvoor in meerder­ heid kleine artiesten opnamen. Verdwenen maatschappijtjes als Hi-Hat, Glory en Tuxedo hadden veel acts onder contract waarvan de platen inmiddels

al lang verdwenen leken, maar die minstens net zo geïnspireerd klinken als grote namen uit dat­ zelfde verleden. In de meestal technisch acceptabele opnamen is de begeleiding vaak rudimentair. Juist daardoor valt de zang des te meer op en krijg je in ruil voor de relatief primitieve techniek als luisteraar bezieling en ontroe­ rende samenzang terug. Hoewel de levensomstandigheden van deze

groepen vaak beroerd waren, ademen de songs enthousiast beleden overgave. De stellige zekerheid dat het in die andere wereld beter zou zijn, stemt juist vandaag jaloers. Opvallend is daarbij de overeenkomst tussen de gospelsongs en de preekfragmenten, waarin vaak minstens zo extatisch call and response te horen is. In de liner notes schetst Nations niet alleen een beeld van die labels van toen, hij roept ook het leven van de artiesten op in een hoofdstuk over de slecht betaalde optredens op de ‘gos­ pel highway’. Zo keer je dan terug in de toenmalige realiteit, waaruit deze gospels een supe­ rieure ontsnapping waren. Ruud Heijjer

Cassandra Wilson Silver Pony Ojah/Blue Note/EMI

Frisse wind.

Cassandra Wilson was een van de eerste eigentijdse jazzzangeressen die zich voor hun materiaal niet beperkten tot het geijkte jazzrepertoire maar net zo gemakkelijk liedjes plukten uit de soul, blues, pop of roots-hoek. Op het prachtige blue light ‘til dawn, alweer zeventien jaar oud, bereikte ze daarmee een breed publiek. Hoewel sindsdien menig ander die benadering oppikte, Lizz Wright bijvoorbeeld, bleef haar positie van belangrijkste jazzzangeres van haar generatie redelijk onaange-

tast. Dat neemt niet weg dat onze belangstelling voor haar de laatste jaren wegebde doordat haar platen begonnen te lijden aan voorspelbaarheid. Op het nieuwe silver pony probeert ze daar wat aan te doen, doordat ze het album, net als de meest recente cd van Richard Thompson, ­direct live voor publiek opnam waardoor de (grotendeels) nieuwe en niet eerder door haar opgenomen songs een frisheid meekrijgen die we alweer jaren misten. Ondersteund door haar geweldige band met hoofdrollen voor gitarist Marvin Sewell en pianist Jonathan Batiste, en gastrollen

voor onder anderen John Legend en Ravi Coltrane, tackelt Wilson jazzstandards, bluesclassics en popklassiekers en laat ze die improviserend allemaal weer als nieuw klinken. Voor mij persoonlijk komen bluesnummers als St. James Infirmary en Saddle Up My Pony nog het best uit de verf, al is een ontroerende versie van Big Star’s Watch The Sunrise waarschijnlijk de grootste verrassing. Eric van Domburg Scipio

Charles Bradley

No Time For Dreaming Daptone Records

Diep indrukwekkende debuut.

no time for dreaming, het de-

Ook verschenen (vervolg) soulgroep - een aantal platen op. four your hully gully party en you can’t sit down verschenen nu ook op cd. Historisch is deze re-release zeker van belang, muzi­ kaal is hij echter nauwelijks boei­ end (ABKCO/Ace JJ). Chubby Checker staat nagenoeg synoniem voor de twist. De heruitgave van saxofonist King Curtis’ album The Twist uit 1962 op cd is het bewijs dat Checker niet de enige was die zich toen met deze dans­ P 58 HEAVEN

muziek bezig hield. Leuk album – vooral ook dank zij de vocale bijdragen van Don Covay (Shout JJJH). Onder de naam Jackie Lee kluste Earl Lee Nelson – de helft van het beroemde duo Bob & Earl – als solist een beetje bij. Helemaal niet zo gek, met het album the duck bereikte Lee in 1965 de top 20 van de Amerikaanse hitlijsten. Nu op cd, een nota bene van de originele mono-tapes geremasterde heruit­

gave. Do the Duck!! (Kent Ace ***) Een opmerkelijk debuut: loose fit van de Nederlandse zanger/ pianist Ruben Hein, een fraai album, ‘jazzy en soul-vol’. Hein wordt wel vergeleken met Jamie Cullum. En terecht (EMI JJJ). Tot slot twee jazz-verzamelaars, samengesteld door respectieve­ lijk Henry Rollins en Carice van Houten. Uw Heaven-recensent houdt het op ‘totaal luisterplezier’. (Blue Note/EMI JJJJ/JJJJ).

buutalbum van de in 1948 geboren zanger Charles Bradley, klinkt alsof het een jaar of veertig geleden is opgenomen. Dat mogen we op basis van tientallen singles en het succes van Sharon Jones (en eigenlijk ook Amy ­Winehouse) inmiddels ook verwachten van releases op het New Yorkse label Daptone. En Bradley’s verhaal kent meer overeenkomsten met dat van Jones. Muziek was ook voor hem een langgekoesterde droom (aangewakkerd toen de weinig bevoorrechte Bradley in 1962 James Brown zag spelen in de Apollo), maar door een zwervend bestaan met diverse baantjes bleef het decennialang een hobby. En wanneer je Bradley met zijn machtige stemgeluid vanuit het diepst van z’n ziel ‘Why is it so hard to make it in America?’ hoort zingen, vraag je je toch af waarom de man niet eerder door een platenbaas is opgemerkt. Enfin, velen hebben dit vintage soulgeluid ook pas de laatste jaren weer leren waarderen. Zeker in bluesy klaagzangen als Telephone Song, The World (Is Going Up In Flames), How Long, Heartaches And Pain en het titelnummer, elk zonder meer het beste van giganten als Redding of Gaye echoënd, maakt Bradley diepe indruk en steekt hij ‘Dap-


tone-koningin’ Jones naar de kroon. Eddie Aarts

Wilson Pickett

The Lady Killer

Funky Midnight Mover: The ­Atlantic Studio Recordings (1962-1978)

Elektra/Warner

Rhino Handmade

Voor soulliefhebbers van alle gezindten.

Gloriejaren van een soul-grootheid.

Met Fuck You leverde de excentrieke Cee Lo Green zonder twijfel een van de definiërende hits van 2010 af. Dat hij ook in staat zou zijn het absolute soulalbum van vorig jaar te maken, hadden we niet verwacht, reden waarom the lady killer een enorme verrassing mag worden genoemd. Dat hij als zanger het nodige kon wisten we al van het duo Gnarls Barkley (de Dirty South rapcrew Goodie Mob die eraan voorafging hebben we nooit gehoord). In onze argeloosheid zagen we Green daarin echter vooral als de zanger en beschouwden we Danger Mouse als het echte muzikale brein achter de hit Crazy en de cd st. elsewhere. Blijkens the lady killer moeten we onze mening bijstellen. Green weet zich, zoals gebruikelijk in hedendaagse zwarte muziek, omringd door een scala aan lieden die hem met van alles en nog wat assisteren, en het eindresultaat is een van de meest genoeglijke moderne soulplaten die we in jaren hoorden. Alle nummers klinken als een klok en zitten zo geraffineerd en meeslepend in elkaar dat het nauwelijks is voor te stellen dat Fuck You de enige hit zou zijn. De wijze waarop het album zo wat alle soulstijlen van de afgelopen vijftig jaar in zich verenigt en zowel modern ouderwets als ouderwets modern klinkt, is ongeëvenaard knap. the lady killer moet soulliefhebbers van alle gezindten aanspreken. Eric van Domburg Scipio

Was Wilson Pickett eind 1967 bij een vliegtuiscrash omgeko­ men in plaats van Otis Redding, dan had hij vast nu eenzelfde legendarische status genoten als Redding na zijn voortijdige dood. Als soulzanger was de in 2006 overleden Pickett niet alleen minstens de evenknie van Redding, hij ging zo moge­ lijk nog dieper, resulterend in een schat aan even dynamische als rauwe southern soul die zijn gelijke amper kende, zeker als we in aanmerking nemen hoe consistent Pickett was in de gloriejaren van zijn carrière. Die gloriejaren, toen Pickett onder contract stond bij Atlantic Records, maken de bulk uit van de schitterende zes cd-set die Rhino Handmade onlangs uitbracht. Verpakt in een prachtige, in linnen gebonden, ouderwetse albumvorm, biedt funky midnight mover mis­ schien niet een overzicht van het volledige oeuvre van deze southern soul-legende, maar wel een volledig overzicht van het oeuvre dat er toe doet. Uiteraard komen al zijn grote hits voorbij, van In The Midnight Hour en Mustang Sally tot Land Of 1000 Dances en Hey Jude, en diverse pre-Atlantic tracks met The Falcons, waaronder het onbedwingbare I Found A Love, maar Pickett imponeert hier in zijn gloriejaren vooral met zijn consistente kwaliteit. Menig soulalbum was in die

Cee Lo Green

Aaron Neville

I Know I’ve Been Changed Tell It/EMI Gospel

Zingende nachtegaal op z’n puurst.

Voor iemand met een van de meest bijzondere stemmen in de popmuziek heeft Aaron Neville jammer genoeg maar weinig soloplaten gemaakt die we u van harte kunnen aanbevelen. Zijn mooiste opnamen vinden we bij de Neville Brothers of in speciale P 59 HEAVEN

projecten als Hal Willners Kurt Weill-tribute lost in the stars. Daarvan is het Aaron Neville/ Johnny Adams duet Oh Heavenly Salvation misschien zelfs wel Neville’s finest hour. Gospel zit hem als gegoten, dat bewijzen dat (faux-gospel)nummer en gospel­albums die hij reeds maakte, al hebben vrijwel al zijn producers helaas de neiging zijn hang naar kitsch en sentimenta-

tijd weinig meer dan een aantal hits aangevuld met duidelijk min­ derwaardig materiaal om tot een langspeelplaat van acceptabele lengte te komen. Pickett hield het basisniveau altijd verbluffend hoog en legde zelfs in de mindere songs zo veel bezieling dat ze nauwelijks minder aandeden. Die kwaliteit redt de mindere hier verzamelde periode – zeg maar de jaren zeventig. Pickett was stilistisch vrij beperkt en had nooit een subtiele ballad à la Otis

Reddings (Sittin’ On) The Dock Of The Bay kunnen zingen, maar zelfs in het latere disco­ materiaal, toen hij voor één jaar terugkeerde op Atlantic, na een mislukte uitstap naar RCA, over­ tuigt hij als zanger. Het maakt van funky midnight mover een waar monument aan een van de grootsten uit de soul, die misschien wel de allergrootste had kunnen zijn als hij op zijn hoogtepunt om het leven was gekomen. Eric van Domburg Scipio

liteit in hun arrangementen te versterken in plaats van in te dammen. Dat gevaar lopen we bij producer Joe Henry gelukkig niet. Hij markeert Neville’s vijftigjarig jubileum als platen­artiest met deze prachtige rootsy gospel-cd, waarin een hoofdrol is weggelegd voor Neville’s producer van het eerste uur, de legendarische Allen Toussaint. Ondersteund door Toussaints typisch New Orleans-stijl

pianospel houdt Henry het verder heel klein en rootsy, waardoor Neville ook nooit de neiging heeft tot overacting. i know i’ve been changed laat Aaron Neville op zijn puurst horen, op een wijze die aanvankelijk misschien zelfs té ingetogen aandoet, maar dat komt vooral doordat je eigenlijk excessen verwacht. Pieter Wijnstekers


POSTUUM

Farewell, adieu Charlie Louvin (Charles Elzer Loudermilk) 7 juli 1927 – 26 januari 2011 Met zijn drie jaar oudere broer Ira vormde Charlie Louvin het mooi­ ste en meest invloedrijke country­ duo van de jaren veertig en vijftig: The Louvin Brothers. De unieke samenzang tussen beide broers (de een hoog en puur, de ander melodieus en emotioneel) leverde een combinatie op die toen furore maakte en nog steeds iedere liefhebber van onvervalste coun­ trymuziek in vervoering brengt. Afkomstig uit het Appalachengebied in Alabama begonnen ze als pure gospelact. Gaandeweg verwerkten ze steeds meer wereld­ se elementen in hun muziek, al leek het nooit echt uit te maken of ze hun muziek nu een folk-, hillbilly- of pop-draai gaven, de countryspirit viel simpelweg niet

Peter Christopherson (Sleazy) 27 februari 1954 – 24 november 2010 Begonnen als grafisch ontwerper en een van de drie partners van het befaamde Britse ontwerpbureau Hipgnosis, verantwoordelijk voor iconische platenhoezen uit de jaren zeventig van onder andere Pink Floyd, Led Zeppelin, Peter Gabriel en Alan Parsons Project, wijdde Peter Christopherson zich al gauw aan zelf muziek maken. Daarin zocht hij voortdurend de grenzen op in befaamde Britse avant-gardebands als Throbbing Gristle, ­Psychic TV en Coil, die alle drie pionierden in extreme industriële en elektronische rockmuziek. Christopherson was in Throbbing Gristle en Psychic TV nog ondergeschikt aan de de facto leider van die bands Genesis P-Orridge, maar met Coil hadden Christopherson en zijn partner John Balance zelf de touwtjes in handen. Midden jaren tachtig leverden ze met scatology en horse rotorvator enkele van de meest geprezen en luisterP 60 HEAVEN

Veel meer Postuum op www.popmagazineheaven.nl

te startblokken met grote country­ hits, tot ongenoegen van Ira die beduidend minder fortuinlijk was. Hij kwam in 1965 om het leven bij een auto-ongeluk. Weliswaar bleef Charlie ook daarna als soloartiest gestaag kleinere hits afleveren, maar zijn faam rustte daarna vooral op het werk met zijn broer, geregeld weer voor het voetlicht gebracht door telkens weer nieuwe generaties musici, van The Everly Brothers tot Gram Parsons en van Emmylou Harris tot Elvis Costello. Het leidde tot geregelde heruitgave uit te wissen. Niettemin raakte de van oude Louvin Brothers-lp’s en Charlie Louvin, gaandeweg de typische Louvin Brothers-stijl aan het eind van de jaren vijftig steeds jaren zeventig steeds meer in de meer uit de mode, wat zoveel inter­ vergetelheid geraakt ondanks af en toe een plaat, werd vanaf 2007 ne spanningen opleverde dat de broers gebrouilleerd raakten en in weer zeer actief. In de afgelopen vier jaar zagen zes nieuwe cd’s 1963 ieder hun eigen weg gingen. Daarbij kwam Charlie het best uit het licht.

waardige avant-gardeplaten ooit af. Door de vele zijprojecten en pseudoniemen, ook in andere avantgarde kunstvormen, was Christophersons carrière niet altijd even gemakkelijk te volgen, al bleef Coil wel de meest zichtbare uiting tot Balance in 2004 bij een ongelukkige val thuis om het leven kwam en de groep werd opgeheven. Christopherson verhuisde naar Thailand en bleef actief met allerhande nieuwe projecten, maar geen daarvan bereikte de faam van zijn eerdere werken.

Woolly Wolstenholme (Stuart John Wolstenholme) 14 april 1947 – 13 december 2010 Toetsenist, zanger en mede-oprichter (in 1967) van Barclay James Harvest, een van de bekende Britse progrockacts, wier vroege sound werd gedomineerd door Wolstenholme’s breed uitwaaierende mellotronpartijen. Toen de groep gaandeweg de jaren zeventig de progrock steeds meer inruilde voor simpelere structuren en songs, was dat in 1979 aanleiding voor Wolsten-

holme de band te verlaten. Na één soloalbum, maestoso, in 1980, trok hij zich terug uit de muziek en richtte zijn aandacht op zijn boerenbedrijf. Eind jaren negentig keerde Wolstenholme toch terug in de muziek op aandringen van zijn vroegere ­Barclay James Harvest-maatje John Lees. Niet alleen traden ze samen weer op als Barclay James Harvest Through The Eyes Of John Lees, Wolstenholme wekte ook maestoso weer tot leven en leverde vanaf 2004 zelfs een kleine handvol nieuwe platen af. Geestelijk ging het de laatste tijd helaas steeds minder, waardoor uiteindelijk niemand kon voorkomen dat hij eind vorig jaar de hand aan zichzelf sloeg.

Robin Rogers 17 juni 1955 – 17 december 2010 Terwijl haar ster flink rijzende was en ze nog maar kort geleden volgens velen een van de beste bluesalbums van 2010 had afgeleverd met het dynamische Back In The Fire, overleed na een moeilijk en turbulent leven blueszangeres en mondharmoni-

cavirtuoos Robin Rogers aan de gevolgen van leverkanker. Hoewel haar oeuvre slechts drie platen telt, wijst alles erop dat haar status in de toekomst nog flink zal groeien.

Teena Marie (Mary Christine Brockert) 5 maart 1956 – 26 december 2010 Een van de weinig blanke soulzangeressen die er in slaagde een zwart publiek aan zich te binden. Opgevoed in een heel normaal blank gezin ontdekte Marie al zeer jong haar aanleg voor muziek en zingen en die talenten ontwikkelde ze snel. Toen ze in 1976 met haar band auditie deed bij Motown-baas Berry Gordy, was hij zo onder de indruk van haar songs en zangcapaciteiten dat hij haar meteen tekende. Na mislukte sessies met andere producers kwam ze eind jaren zeventig onder de hoede van Rick James plotseling tot bloei en scoorde ze niet alleen hits op de zwarte charts (een tot dan toe onbekend fenomeen voor een blanke artiest), door de associatie met James werd ze ook volledig geaccepteerd en dat bleef ze toen ze vanaf haar derde lp irons in the fire voortaan zelf haar platen schreef, produceerde, arrangeerde, zong en voor een deel inspeelde. Haar succes werd er alleen maar groter van, zelfs toen ze in 1983 met ruzie bij Motown wegging en bij Epic tekende. In de vroege jaren negentig begon haar succes duidelijk te minderen, al bleef ze in de belangstelling staan omdat haar oudere materiaal werd gecoverd door allerhande nieuwe soulzangeressen en gesampeld door menige hiphopartiest. The Fugees zijn het bekendste voorbeeld. Hun doorbraakhit Fu-Gee-La leunde voor een groot deel op het refrein van Teena Marie’s Ooo, La, La, La. Omdat ze zich later dat decennium vooral toelegde op de opvoeding van haar dochter, verdween Marie grotendeels uit het zicht. Pas in 2004 pakte ze haar carrière weer op. Met succesvolle albums


als la doña (2004), sapphire (2006) en congo square (2009) liet ze horen er nog steeds toe te doen, ook onder het zwarte publiek dat haar steevast omarmde als een van hen. Haar doodsoorzaak is niet vastgesteld, maar het lijkt erop dat een ongeluk zo’n jaar of vijf eerder waarbij ze in haar slaap een boven het hotelbed hangend schilderij op haar hoofd kreeg en een zware hersenschudding opliep er iets mee te maken had. Sinds die gebeurtenis leed ze aan toevallen die in zwaarte en aantal steeds erger leken te worden.

Bobby Farrell (Roberto ­Alfonso Farrell) 6 oktober 1949 –30 december 2010 Zanger en danser van Arubaanse afkomst die wereldroem vergaarde als de frontman en het gezicht van disco/popformatie Boney M, al werden al zijn partijen ingezongen door het brein achter de groep, Frank Farian.

Mick Karn (Andonis ­Michaelides) 24 juli 1958 – 4 januari 2011 Geboren op Cyprus kwam Karn als driejarige in Engeland terecht, waar hij in 1974 Japan oprichtte met een stel vrienden van school, onder wie David ­Sylvian, diens broer Steve Jansen (drums) en Richard Barbieri (toetsen). In het begin opereerden Karn en Sylvian allebei als frontman, maar omdat Sylvian al gauw de belangrijkste songwriter werd, verdween Karn als bassist meer naar de achtergrond. Na een glamrockachtige start, op de single Adolescent Sex na weinig succesvol, voer de groep vanaf het derde album quiet life een andere, meer gestileerde koers, die zijn artistieke en commerciële hoogtepunt vond in het Chinees klinkende album tin drum uit 1981, waarop Karn (fretloze) bas, saxofoon en suona speelde. Persoonlijke verschillen waren de oorzaak dat de band vrij snel na dat succes uiteenviel. Karn begon een solocarrière, bij lange niet zo succesvol als die van David Sylvian. Ook een samenwerking met Bauhaus-zanger Peter Mur­ P 61 HEAVEN

phy als Dali’s Car leverde wel een aardige plaat op maar geen verkopen om over naar huis te schrijven. Dat gold ook voor de kortstondige Japan-reünie als rain tree crow. In de zomer van 2010 werd bij Karn terminale kanker geconstateerd.

Trish Keenan (Patricia Anne Keenan) 28 september 1968 – 14 januari 2011 In hetzelfde jaar dat uw hoofdredacteur vlak voor zijn negende verjaardag met zijn ouders uit Birmingham terugverhuisde naar Nederland, werd iets verderop in dezelfde stad in Engeland Trish Keenan geboren. Met haar koel betoverende stem begon ze een kleine dertig jaar ­later furore te maken met de groep Broadcast, die dromerige sixties pop combineerde met analoge elektronica en aldus een magische eigen sound creëerde. Twee van hun vroegste singles verschenen op Duophonic, het label van gelijkgestemde geesten als Pram en Stereolab. Al direct vanaf de eerste singles-compilatie work & non-work (1997) wist het kwintet zich verzekerd van een fanatieke aanhang die zich gestaag uitbreidde na de uitstekende albums the noise made by people (2000) en haha sound (2003). Nooit eerder hoorden we een band met zo veel enthousiasme spreken over de technici van het Philips NatLab, wier vroege elektronische geluidsexperimenten mede aan de basis hadden gestaan van het Broadcast-geluid, als toen we de band aan het begin van dit millennium spraken. Na haha sound viel de groep uiteen en bleven alleen Keenan en James Cargill over. Ze bewezen met tender buttons (2005) ook met z’n tweeën een volwaardige Broadcast-cd te kunnen maken. Toch werd het daarna stil rond de groep, in 2009 slechts onderbroken door een tamelijk experimenteel minialbum met the focus group. Met de dramatische dood van Keenan – hij overleed 42 jaar oud aan complicaties bij een longontsteking – lijkt een noodgedwongen eind gekomen aan deze unieke groep.

Gerry Rafferty 14 april 1947 – 16 januari 2011 Had Gerry Rafferty Baker Street maar nooit geschreven. Dat num­ mer maakte hem van de ene dag op de andere miljonair en zo goed als vleugellam. Hij was beroemd maar bang voor bekendheid en herkenning op straat. Iedereen wilde met hem muziek maken – Eric Clapton, Paul McCartney – maar hij vond ze niet goed genoeg, lees: hij durfde niet. Rafferty verschool zich, stuurde opgewekte berichten de wereld in en was in werkelijkheid verloren. Zijn vrouw Carla verliet hem omdat ze geen enkele kans meer zag dat het ooit nog goed zou komen met angst en drank. Ze bleef wel tot zijn dood een hulppost. Het noodlot kondigde zich al vroeg aan, als gebruikelijk zonder dat iemand het opmerkte. Gerry Rafferty vormde groepen maar was nooit een groepsman. Hij adviseerde Billy Connolly, zijn makker in The Humblebums, dringend het vak van komiek te kiezen. De Humblebums maakten schitterende muziek, zwierend van folk en traditionals naar blues en pub. Rafferty’s kracht lag in de bewolkte, sombere songs, hoe vrolijk die ook af en toe mochten klinken. Luister naar Everybody Knows That, met Connolly’s rechttoe rechtaan stem en Rafferty’s bevende tweede stem. Ze hadden succes, maar Rafferty wilde alleen zijn. Hij maakte meteen een meester­ werk: can i have my money back? Alles noodt tot meezingen, veel is vrolijk, de teksten zijn dat lang niet altijd. Ik krijg nog steeds,

en elke keer, rillingen bij Mary Skeffington, het lied voor zijn moeder. Hij raadt haar aan weer te dromen van haar meisjestijd en van de man die haar ten huwelijk vroeg. Die man ontwikkelde zich tot een te vaak dronken gevaar voor vrouw en ongewenst derde kind Gerry. Maar dat was niet de man die haar vroeg, en die moest ze zich herinneren, vond dat kind. Stealers Wheel volgde, een onont­ koombaar pact met zijn vriend Joe Egan. De eerste eponieme lp is een meesterwerk, met de tweede in het kielzog. Kijk op YouTube naar de ‘clip’ van Stuck In The Middle With You, en zie hoe Gerry Rafferty zich met kennelijk plezier aanstelt. Ontroerend. Toen de derde lp uitkwam, bestond de groep al niet meer, voor zover sprake was van een groep, want Rafferty en Egan waren de enige vaste krachten. En toen was daar city to city, voor een grijpstuiver in elkaar gezet, met desastreuze gevolgen. Baker Street is een klassieker, maar niet meer dan pars pro toto, want Gerry Rafferty heeft op zijn minst tien klassiekers geschreven. Eén productie uit de jaren tachtig tekent Gerry Rafferty. Hij hielp The Proclaimers – de tweeling Craig en Charlie Reid – aan een hit met Letter From America. Die overdadig vrolijke zang en die wanhopige, diepdroeve tekst. Gerry Rafferty herkende zichzelf. To each and everyone of you I say goodbye, farewell, adieu. To each and all I say goodbye I know it’s been fun but we’re living a lie. Gerry Rafferty, To Each And Everyone Of You.


CONCERTEN Concerten die de redactie van Heaven speciaal aanbeveelt. Een uitgebreidere concertlijst vindt u op de website www.popmagazineheaven.nl

The Joy Formidable

6 mrt - Rotown, Rotterdam • 7 mrt – Paradiso, Amsterdam • 8 mrt – 013, Tilburg • 9 mrt – Botanique, Brussel (B) Tenzij de voortekenen ons bedriegen, is het zonneklaar dat het Welsh rocktrio The Joy Formidable een van de grote acts van 2011 wordt. Hoewel we hun net verschenen major label debuut The Big Roar nog goed moeten ­horen, gonst het al zo om dat album (op het eerste gehoor een sfeervolle mengeling van Throwing Muses en Editors) dat succes al verzekerd lijkt. En dan gaan we nog voorbij aan het feit dat het trio in de platinablonde zangeres/gitariste Ritzy Bryan een hoogst opvallend boegbeeld bezit dat zelfs zonder haar sexy vocalen volop de aandacht op zich gericht zou weten.

Jenee Halstead & Rebecca Loebe

21 mrt, 11 apr – Muziek­ gebouw, Eindhoven • 22 mrt – Stania State, Oentsjerk • 23 mrt – Gouda • 24 mrt – Zwijnshoofd, Bergen op Zoom • 25 mrt – 013, Tilburg • 27 mrt – Waag, Haarlem • 29 mrt – Patronaat, Heerlen • 12 apr – Zwaantje, Lichtenvoorde • 13 apr – Burgerweeshuis, Deventer • 16 apr - Music Club, Oss • 17 apr – Paradiso, Amsterdam • 23 apr – Blue Highways, Utrecht Een jaar na de geslaagde tournee van americanasingersongwriter Jenee Halstead hier al een solide fanbase opleverde, keert de frisse Amerikaanse terug voor een nieuwe rondgang. In de tussentijd heeft Continental Records

P 62 HEAVEN

haar debuut-cd the river grace en vervolg-ep hollow bones uitgebracht in Europa. Dat leverde haar met name in Engeland al erkenning op met positieve recensies in Q en The Sunday Times (beide vergeleken haar met Emmylou Harris), en de folkspecialisten van Fish ­Records namen het album zelfs op in hun top tien van 2010. De meeste Nederlandse media lieten het afweten, maar dat verhindert niet dat Halstead deze keer de kleine cafés achter zich kan laten en uitsluitend fatsoenlijke zalen aandoet, met als klapen slotstuk een optreden (met band?) op het herboren Blue Highways Festival in Utrecht. Voor het grootste deel van de tournee neemt ze haar sympathieke collega Rebecca Loebe mee, wier derde cd mystery prize hier eveneens vorig jaar verscheen.

Aloe Blacc

26 mrt – Tivoli, Utrecht • 27 mrt – Paradiso, Amsterdam • 28 mrt – AB, Brussel (B)

Cee Lo Green

3 apr – Trix, Antwerpen (B) • 4 apr – Melkweg, Amsterdam Wie zijn retrosoul graag heeft met een moderne respectievelijk nog veel modernere teint kan het slechter treffen als eind maart Aloe Blacc weer zijn opwachting maakt, een week later gevolgd door Cee Lo Green. De laatste retrosoul noemen is wellicht wat dubieus, al valt niet te ontkennen dat zijn recente album ladykiller zo’n beetje uit alle soulstijlen put die hem ooit zijn voorgegaan. De wijze waarop hij die met zijn machtige southern-soulstem toch helemaal naar zich toe trekt, de moderne tijd in, is niettemin heel indrukwekkend. Het is maar

goed dat Aloe Blacc hem voorafgaat. Die imponeert op alle fronten minder maar het tast- en herkenbare maakt Blaccs puike liedjes tijdloos, en zijn geëngageerde teksten zijn perfect op hun plaats in deze tijden van crisis.

Blue Highways

23 apr – Vredenburg LR, Utrecht Misschien heeft het succes van de jongste Take Root de organisatoren van Blue Highways nieuwe moed gegeven. Het grote americanafestival schitterde vorig jaar door afwezigheid – net als menig kleiner americanafestival – maar is toch opnieuw gepland, met een line-up die voor zover nu al bekend onze goedkeuring kan wegdragen. Met Jesse Winchester is in elk geval een singer-songwritericoon binnengehaald die al 35 jaar niet meer is gesignaleerd op een Nederlands podium. Hij weet zich omringd door zeer interessante jonge talenten, onder wie de Canadezen Justin Rutledge en Frazey Ford (Be Good Tanyas) die met respectievelijk the early widows en obadiah twee van Heavens favoriete rootsplaten van 2010 afleverden. Voeg daar optredens bij van onder andere Boris ­McCutcheon, Jenee Halstead en het veelbelovende American Aquarium en het zal duidelijk zijn dat liefhebbers van de betere singer-songwriters en rootsmuziek Blue Highways 2011 niet mogen missen.

Alela Diane + Dylan LeBlanc 1 mei – AB, Brussel (B) • 4 mei – Paradiso, Amsterdam Alsof een optreden van de ­Amerikaanse indiefolk singersongwiter Alela Diane niet al

reden genoeg zou zijn om begin mei een van haar concerten in de Lage Landen bij te wonen – ze is bijna twee jaar niet meer langs geweest en zal ongetwijfeld werk spelen van haar begin april te verschijnen nieuwe album – neemt ze Dylan LeBlanc mee. Die leverde met pauper’s field een van de meest geprezen singer-songwriterdebuten af van 2010. Heaven was iets terughoudender dan de meeste andere bladen en sites (de cd mocht van ons wel iets gevarieerder), maar het talent van de jongeling – net twintig – is overduidelijk.

Pere Ubu perform The ­Annotated Modern Dance

12 mei – Patronaat, Haarlem • 13 mei – Botanique, Brussel (B) • 14 mei – 4AD, Diksmuide (B) België krijgt twee keer Pere Ubu’s The Annotated Modern Dance, in in Nederland moeten we het vooralsnog doen met slechts één opvoering. Tenzij u in Zuid-Nederland woont, is er dus alle reden op 12 mei naar Haarlem te spoeden. Normaal staan we niet te springen om een groep die een van haar (al dan niet) klassieke albums integraal uitvoert, als de groep Pere Ubu is en het album the modern dance verandert dat de zaak toch wel wat. Wie het album kent, heeft geen verdere uitleg nodig: the modern dance is een van de grote avantrockklassiekers uit de pop­ historie. Een plaat die misschien niet altijd even gemakkelijk is maar wel elke keer een echte belevenis, met dynamische artrock die haar kunstzinnigheid niet in de weg laat komen van een geweldige portie rock ’n’ roll.


DE FINALE

TOPPERS | UITLOOPGROEF

HeavenToppers

Een Meisje Van Zestien* De oude bard Kijkt me langdurig aan, Terwijl ik in zijn straat, Mijn autoraam krab. Hij draagt een grijze pet, En een Noorse trui, met rode motieven.

Albums Rock Gazpacho • Missa Atropos The Megaphonic Thrift • Decay Decoy Spokes • Everyone I Ever Met Everything Everything • Man Alive Anna Calvi • Anna Calvi Pop Cathal Coughlan And The Grand Necropolitan Quartet • Rancho Tetrahedron

Zaz • Zaz Adele • 21 Rumer • Rumer Iron & Wine • Kiss Each Other Clean Roots Bruce Springsteen • The Promise Dolorean • The Unfazed The SteelDrivers • Reckless Darden Smith • Marathon Drive-By Truckers • Go-Go Boots Folk Gareth Liddiard • Strange Tourist Sun Kil Moon • Admiral Fell Promises Stranded Horse • Humbing Tides Emily Barker & The Red Clay Halo • Almanac

Dave Tate • The Houses Of Healing

Wereld Sokratis Malamas • Exo Mariza • Fado Traditional Aurelio • Laru Beya Gaby Moreno • Still The Unknown Vinicius Cantuária & Bill Frisell • Lagrimas Mexicanas

Blues/Jazz/Soul Cee Lo Green • The Ladykiller Kanye West • My Beautiful Dark Twisted Fantasy

Robin Holcomb And Talking Pictures With Wayne Horvitz • The Point Of It All Aaron Neville • I Know I’ve Been Changed Charles Bradley • No Time For Dreaming Reissues Jim Sullivan • U.F.O. The Jam • Sound Affects Deluxe Edition The Soft Boys • Underwater Moonlight Deep Rumba • A Calm In The Fire Of

Dances

Fields • Fields Compilaties Orange Juice • …Coals To Newcastle Maria Volonté • Portrait Diverse Artiesten • Powerhouse Gospel On Independent Labels 1946•1959

Dub Syndicate • The Royal Variety Show:

Best Of

Wilson Pickett • Funky Midnight Mover:

The Atlantic Studio Recordings (1962•1978)

P 63 HEAVEN

Arm kind, denk ik, Langs de kant van de weg

• Een Meisje Van Zestien is een nummer gezongen door Boudewijn de Groot. Zijn boezemvriend Lennaert Nijgh vertaalde de chanson Une Enfant van de Franse zanger Charles Aznavour. Het beattempo werd weer geleend van de Engelse bewerking van het nummer, A Young Girl, vertolkt door Noel Harrisson. Een Meisje Van Zestien uit 1965 was de eerste grote hit van De Groot en Nijgh. Beide mannen groeiden op In Heemstede, waar de inmiddels 66-jarige Boudewijn De Groot nog steeds woont. Lennaert Nijgh overleed in 2002. Zijn schip De Jonge Jacob lag in de haven van Spaarndam. John Schoorl



Popmagazine Heaven