Tot verheffing van het Volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Page 1


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Dit deel van ons onderzoek naar hoe het vroeger in onze deelgemeenten Londerzeel, Sint-Jozef, Malderen en Steenhuffel is geweest bevat voorlopig nog maar twee (2) bijdragen. - De Volksbibliotheek van Steenhuffel. - Speuren naar sporen van culturele activiteit in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel in de 19de eeuw. Er waren uiteraard nog vele andere manieren waarmee men het culturele niveau van onze volksmens heeft proberen op te krikken. Het onderwijs voor volwassen en de vele toneel- muziek en andere gezelschappen zullen hier later nog behandeld worden.

2


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

DE VOLKSBIBLIOTHEEK VAN STEENHUFFEL 1869-1914 door Louis De Bondt

&

Onderwijs voor volwassenen en bibliotheek

’t Is niet omdat de mensen van Steenhuffel in de 19de eeuw nog niet goed konden lezen dat het zolang geduurd heeft voor ze een volksbibliotheek hebben gekregen. Ze hadden gewoon geen tijd voor intellectueel vertier. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moest er op het veld of in de stal worden gewerkt. En in de winter, als er als eens wat minder te doen viel op de boerderij, hield men zich onledig met het spinnen en het weven van ‘t vlas. De ministers in Brussel, die zelf geen fanatieke agrariërs waren, hebben een aantal keren gepoogd om het culturele leven van onze volksmens wat op te krikken. Eén van die lovenswaardige pogingen werd verwoord in het Koninklijk Besluit van 1 september 1866, dat de gemeentebesturen verplichtte om “onderwijs voor volwassenen” te organiseren. In Steenhuffel was men – in tegenstelling tot in Malderen bijvoorbeeld – dit idee aanvankelijk niet ongenegen. Onmiddellijk - nog in 1866 dus - werd een staatstussenkomst voor de bekostiging van dit onderwijs gevraagd en in de loop van de jaren 1867 en 1868 werd menig uur in het gemeentehuis doorgebracht om een lessenprogramma en een schoolreglement te ontwerpen. Eind 1868 gingen de twee scholen voor volwassenen, voor beide geslachten maar gescheiden, van start. De inrichting van een bibliotheek voor de volwassenen, die als een onmisbare aanvulling op het avond- en zondagonderwijs werd beschouwd, moest evenwel worden uitgesteld omdat het geld dat daarvoor nodig was – 100 fr. – niet werd gevonden. Op 5 juli 1869 beloofde burgemeester Mertens de arrondissementscommissaris plechtig dat “ofschoon er in de gemeente nog geen volksbibliotheek bestond, het gemeentebestuur er een voor de scholen voor volwassenen aan het samenstellen was.” Hoe lang dat samenstellen precies duurde hebben we in de oude archieven niet kunnen vinden. Maar in september 1872 werden de scholen voor volwassenen bij gebrek aan leerlingen afgeschaft. Wat overbleef waren de boeken van de ongetwijfeld al een heel klein beetje samengestelde bibliotheek. 3


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

26 juni 1875 – De Volksbibliotheek van Steenhuffel

&

De datum hierboven is niet de stichtingsdatum van de bibliotheek maar de dag van de eerste vermelding ervan in het gemeentelijk archief. Toen schreef secretaris Jan Verhaegen immers aan het “ministerie van binnenlandsche zaken, bestuur van wetenschappen, letteren en schoone kunsten” de volgende ontroerende woorden: “Mijnheer den minister. Wij hebben de eer u ontvangst te melden der boeken voor de volksbibliotheek onzer gemeente bestemd, gevoegd aan uwen geëerden brief nr. 13602.” In de loop van de volgende jaren heeft datzelfde ministerie nog veel meer boeken aan de jonge bibliotheek bezorgd. Hierna volgt de bijna complete lijst. Gelukkig zijn ook de meeste titels bewaard gebleven zodat de onderstaande tabel mag worden beschouwd als de inventaris van de boeken die in 1892 in de volksbibliotheek van Steenhuffel konden worden uitgeleend.

Catalogus van de volksbibliotheek van Steenhuffel anno 1892 Ontvangen

1869 1870 1871 1872 1873 1874 juni 1875 juli 1876 1877 november

Titel

Auteur

Geen gegevens Geen gegevens Geen gegevens Geen gegevens Geen gegevens Geen gegevens 7 boeken ontvangen – titels niet bekend

7

14 boeken ontvangen – titels niet bekend Spiegel van Nederlandsche letteren, deel 1

14 1

Spiegel van Nederlandsche letteren, deel 2 Spiegel van Nederlandsche letteren, deel 3

1 1

Landbouw en gezondheidsleer

1

De Doryphora Decemlineata

1

De koning der boschjagers

1

Voordrachten 1876-1877

1878

mei

vol.

kanunnik Martens

1

De toren van de Sint-Romboutskerk Geschiedenis van Klein Waalsch Brabant

2 1

Belgische Volksbibliotheek De plaag der aardappelen

1 1

Afrika, naar de beste bronnen

1

Grondbeginselen van landbouw, Grondbeginselen van de gezondheidsleer

1 1

4


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Ontvangen

1879

februari

mei

Louis De Bondt

Titel Frans Steen Doryphora Decemlineata

Auteur

De Belgische illustratie Arme Julia

1 1

Verborgen geluk

1

Joseph den II De Brabantsche omwenteling

1 1

Eerste schetsen

1

Drijjaarlijksche prijskamp Onderlingen bijstand

1 1

Dorpsgeschiedenissen, verhalen uit de Antwerpsche Kempen Lijdensbeelden

1 1

Leopold II, Frans II, Fransche overweldiging

1

Maatschappijen van onderlingen bijstand De werkende genootschappen van Gent

1 1

Het Vlaamsche volk van Antwerpen 1880 september Het Vlaamsche volk van Antwerpen Ernest Staas

1881

maart

vol. 1 1

1 1 1

Nederlandsche dichtkunsthalle Leopold den Eerste

1 1

Gezondheid en opvoeding der kinderen

1

Vlaamsche bibliographie Proeve van historische mengelingen over ’t land van Rumpst en over de heerlijkheid van Boom De Vlaamsche kunstbode

2 4

Openbare plechtigheid gedurende de regering van koning Leopold I, 18311865 Twee novellen Willem Volkenek

1

Het grondelijk bestuur van het oude Gent

1

Baes Calder

1

Waar woon ik, waar ben ik ?

1

Gezondheidsleer en opvoeding der kinderen 50ste Verjaring der onafhankelijkheid van België -Nationale tentoonstelling

1 1

1

1 1

1882 november Catalogus Nationale Tentoonstelling 1880

1

Volksverhalen, deel 1 Volksverhalen, deel 2

Pieter Gerregat Pieter Gerregat

1 1

Volksverhalen, deel 3 Volksverhalen, deel 4

Pieter Gerregat Pieter Gerregat

1 1

Volksverhalen, deel 5

Pieter Gerregat

1

Volksverhalen, deel 6

Pieter Gerregat

1

Volksverhalen, deel 7

Pieter Gerregat

1

Volksverhalen, deel 8

Pieter Gerregat

1

Wilde bloemen Vergeet-mij-nietjes

1 1

5


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Ontvangen

Louis De Bondt

Titel De mensch in zijn bedrijf Beheersch u zelven

Auteur

vol. 1 1

Eene bete brood De Volksbanken

1 1

1883 augustus Nationale tentoonstelling, catalogue 2

1

1884

juni

Marnix en zijne Nederlandsche geschriften Schets eener geschiedenis der abdijen van St.-Baaf en St.-Pieter te Gent

1 1

Bloemen leven

1

De familie Krekelput Kermisgasten

1 1

Een Vlaamsche jongen Gedichten van de la Fontaine

1 1

Bij onze zuid-brabantsche boeren

1

De familie Krekelput Friesch rundvee stamboek

1 1

Dramatische werken: 1881 Dramatische werken: 1882

Sleeckx Sleeckx

1 1

Dramatische werken: 1883

Sleeckx

1

Literatuur en kunst, deel 1 Verhalen en novellen – In de vacantie

Sleeckx Sleeckx

1 1

Verhalen en novellen – Hildegonde

Sleeckx

1

Verhalen en novellen – In alle standen Verhalen en novellen – De straten van Antwerpen

Sleeckx Sleeckx

1 1

Verhalen en novellen – De plannen van Pier Jan Verhalen en novellen –Tybaerts en compagnie

Sleeckx Sleeckx

1 1

Het boek der reizen en ontdekkingen: de zeereizen van James Cook en zijn tijd. Het boek der reizen en ontdekkingen: de zeereizen in de 1e helft der 19de eeuw Het boek der reizen en ontdekkingen: landreizen in de 1e helft der 19de eeuw

Jules Vernes

1

Jules Vernes

1

Jules Vernes

1

Oud en Nieuw, deel 1-2

2

Oud en Nieuw, deel 3-4

2

Oud en Nieuw, deel 5-6 Een misgreep

2 1

De Aarde en haar volken, 2de druk

1885 februari De Belgische Illustratie,

1

12de

jaargang De Belgische Illustratie, 13de jaargang

1 1

november Grootvader en Kleinzoon

1886

maart

De huismeester

1 1

De Belgische prinsen

1

Dubbele maat

1

Uit het kinderleven: fabelen en gedichten

1

Lange Jan.

1

Studie uit midden Afrika: de Congo-staten Herinnering aan de wereldtentoonstelling.

1 1

6


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Ontvangen

mei

juli

oktober

Louis De Bondt

Titel Gedichten (1878) Gedichten

Auteur Sneyers J.A. De Laet

Een klaverken uit ’s levens akker Bloeiende reuzen

1 1

Dubbele maat

1

De huismeester Nederduitsche letterkundige jaarboekje

1 1

Bezoeken in den dierentuin van Antwerpen

1

Uit ’s levens volle bron In den Kievit of een koning in de Kempen

1 1

De Brugschen kermis Planten en dieren

1 1

Jonge dichtbundels

M. Van Aeken

1 1

Karel van Mander, zijn leven en zijn werken, Karaktertrekken van beroemde personen,

1 1

Verslag over de toestand der maatschappijen van onderlingen bijstand.

1

De oude pelgrim Nevelbloemen, nagelaten gedichten

1 1

David

1

Geudemond en Angelika november Een klaverken uit ‘s levens akker Kleo en Irene Homo sum

januari

juni

juli oktober

1888 februari

1

Natura, maandschrift van natuurwetenschappen. Lange Jan

Hendrik van Eeckenels en andere verhalen

1887

vol. 1 1

1 1 1 1

Volksverhalen: Stad en Dorp - de oorlog

1

Volksverhalen; Leelijke Trees - onnoozele kinderendag Volksverhalen: de kanarievogel - het pennenlekken

1 1

Volksverhalen: de armmeester - mismaakt zijn.

1

Luit en fluit

1

Vijfjaarlijkssche prijs, verslag per jury

1

Beersel bij Brussel, eene monographie

1

Beersel bij Brussel, eene monographie

1

Prins Boudewijn

1

De Vlaamsche kunstbode, 16e jaargang Het Engelsen onderzoek over het inkuilen van het groene voeder

1 1

Langen Jan

1

Het boek der werklieden De Vlaamsche schilderkunst

1 1

Pieter De Koning en Jan Breydel Jan Palfijn’s leven werken en verdiensten

1 1

Beknopte klimaatleer voor den liefhebber van den Belgischen landbouw

1

Gelukkig Literatuur en kunst, deel 2

1 1

Sleeckx

7


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Ontvangen

maart april oktober

Louis De Bondt

Titel Verhalen en novellen – De scheepstimmerlieden 6de Jaarboek der letterkunde vereeniging

Auteur Sleeckx J. Frans Willems

Gedichten Beschrijving van het gelijktijdige Kortrijk

Janssens

1 1

Nieuw schetsenboek

Max Rooses

1

Geschiedenis mijner jeugd

Hendrik Conscien- 1 ce K.L. Ternest 1 Albrecht Rodenbach 1

Taal en letterkundige nalatenschap Al de gedichten Raadsels voor het Vlaamsche volk

1889

januari maart

mei juli oktober november

1890

maart april mei juni

De Vlaamsche Kunstbode 18e jaargang Kerkhofblommen

Guido Gezelle

1 1

Vijf novellen Gedichten

R.Vermandere Ledeganck

1 1

Brecht

Michielsen

1

Volksverhalen, deel 1

Pieter Gerregat

1

Vlaanderen.

Sevens

1

De plaag der werklieden

Honoré Staas

1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 1-6, jaren 1604-1937 Volk en taal, 1ste jaargang 1888-1889

J. Van den Vondel

6 1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 7-8, jaren 1630 tot 1636 en 1639 J. Van den Vondel tot 1640. De Vlaamsche Kunstbode, maandelijksch tijdschrift, 19e jaargang 1489-1889 - een bladzijde uit de geschiedenis der stad Nieuport

2

Gedichten

Hilda Dam

1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 9-12, jaren 1642-1645

J. Van den Vondel

4

De werken van Joost Van den Vondel, deel 13-15, jaren 1645 – Allaar ge- J. Van den Vondel heimenissen Werken Vergilius

3

Vertelsels van het Vlaamsche volk augustus De nieuwe Belgische illustraties september Volk en taal, maandschrift over gebruiken en geschiedenis

juli

1

1

Heidebloemen naar de fabriek Over de onmatigheid, ellende, ziekte en misdaden

1 1

De abdij van Groeninghe

1 1

1891 februari De Vlaamsche Kunstbode, 20ste jaargang

mei juni

1 1

1 1

oktober november Het leven van Van Dale

maart

vol. 1 1

1

De duvel uit het Koningenbosch Maria Thérésia 1740-1780

H. Conscience L. Mathot

1 1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 16, jaren 1652-1653

J. Van den Vondel

1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 17, jaren 1654-1655 7de Jaarboek der letterkunde vereeniging

J. Van den Vondel J. Frans Willems

1 1

Droeve dagen De werken van Joost Van den Vondel, deel 18-19, jaren 1656-1657

René Vermandere J. Van den Vondel

1 2

De Blinde kunstenaar

Joseph Heugen

1

8


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Ontvangen

Titel De werken van Joost Van den Vondel, deel 20, jaar 1657 augustus De werken van Joost Van den Vondel, deel 21, jaar 1660 september Volk en Taal, 3de jaargang oktober De werken van Joost Van den Vondel, deel 22, jaar 1660

Auteur vol. J. Van den Vondel 1 J. Van den Vondel 1 J. Van den Vondel

Prins Boudewijn

1

Bavo en Livina november Algiers en het omliggende De Kempische hoop

1892

januari februari maart april juli september

1 1 1 1

L. Mercelis

1

J. Van den Vondel F. Di Martinelle

3 1

De Vlaamsche Kunstbode, 21ste jaargang, 1891 De werken van Joost Van den Vondel, deel 23, jaren 1660-1662

J. Van den Vondel

1 1

De Machabeeën

Jos Hendrickx

1

J. Van den Vondel

1 1

De werken van Joost Van den Vondel, deel 20-22, jaren 1657-1660 Diest in den Patriottentijd

4de

Volk en Taal, jaargang De werken van Joost Van den Vondel, deel 24, jaar 1662

De werken van Joost Van den Vondel, deel 25, jaar 1663 november Rosekens eerste communie

J. Van den Vondel

1 1 245

&

Als we goed geteld hebben, vinden we in de hierboven staande lijst voor het jaar 1892 245 boeken. Veel meer werken waren er niet. In 1893 probeerde de bibliothecaris de provinciegouverneur weliswaar nog wijs te maken dat er zich in 1892 circa 350 boeken in de bibliotheek bevonden, “maar”, moest de burgemeester op 8 september 1894 bekennen: “de statistische cijfers van 1892 over onze bibliotheek zijn verkeerd. Vanwege veranderingen die aan de bibliotheek werden aangebracht was de catalogus verkeerd gelegd en waren de boeken door elkaar geraakt. De bibliothecaris heeft voor 1892 op zijn geheugen moeten afgaan.” Wie deze bibliothecaris was gaan we hier natuurlijk niet verklappen. De bibliotheek was echter in de gemeenteschool gevestigd en vanaf 1 september 1890 tot 15 maart 1893 was François Hens de enige hulponderwijzer van dit bedrijf. Het is pas voor het jaar 1894 dat we betrouwbare cijfers gevonden hebben. En dat hebben we te danken aan het volgende misverstand: Bruxelles le 17 mai 1895. (Vertaald) – Het provinciebestuur van Brabant – ref. 25739C8501. Aan het college van burgemeester en schepenen van Steenhuffel - Wij sturen u de statistiek terug van uw volksbibliotheek van het jaar 1894. U zegt dat de catalogus 381 boeken bevat. Dat is 113 meer dan vorig jaar. Een andere lijst zegt evenwel dat er dit jaar maar 13 nieuwe boeken zijn bijgekomen. Graag wat uitleg hierover. De gouverneur, August Vergote. 9


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Steenhuffel le 22 mai 1895. (Vertaald) – De burgemeester van Steenhuffel. Mijnheer de gouverneur. In antwoord op uw brief van 17 dezer laat ik u weten dat het aantal volumes in de cataloog niet als 381 maar als 281 moet gelezen worden. Het cijfer 2 is zodanig slecht gevormd dat het op een 3 lijkt. In 1894 telde de volksbibliotheek dus 281 werken. Een 50-tal uitgezonderd, zijn de titels ervan hier boven te vinden.

Een statistiek uit 1896

&

Ieder jaar stuurde het gemeentebestuur naar de provinciegouverneur een soort van statistiek over de werking van de volksbibliotheek tijdens het afgelopen jaar. Als deze interessante documenten nog bestaan dan moet men ze in het archief van de provincie gaan zoeken, want in Steenhuffel heeft men ze niet bijgehouden. Alleen over het jaar 1896 hebben we de volgende gegevens gevonden: Aantal bibliotheken in de ge- 1 openbare gratis volksbibliotheek meente Openingstijden op donderdag en zondag Aard der werken Handel en industrie Geschiedenis en aardrijkskunde Romans en literatuur Politieke eb bestuurlijke wetenschappen Natuurwetenschappen en fysica Diverse Totaal aantal volumes

17 34 247 38 41 42 419

Uit een brief van 20 februari 1897 aan gouverneur August Vergote, die daar 5 dagen eerder had naar gevraagd.

10


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

De verdere geschiedenis van de volksbibliotheek

&

De verdere geschiedenis van de volksbibliotheek van Steenhuffel moeten we de geïnteresseerden voorlopig nog schuldig blijven. Nà 1892 hebben we nog maar 2 titels van (via het ministerie) verworven boeken aangetroffen: - Kopergeld en goudstukken, door kanunnik Schmidt (op 19 juli 1899) - Bulletin du ministère de l’instruction publique 1878-1884 (op 23 december 1899) Op 3 augustus 1901 herbevestigde de gemeente Steenhuffel aan de gouverneur dat de gemeente een volksbibliotheek had maar dat er geen deliberatie van de gemeenteraad werd teruggevonden waardoor deze was opgericht. Oude mensen beweerden echter dat ze al ongeveer 50 jaar bestond (nota: op 20 jaar na is dit dus juist). Op 12 april 1902 verzekerde de burgemeester de gouverneur ervan dat er in Steenhuffel wis en waarachter geen andere volksbibliotheek dan de openbare volksbibliotheek te vinden was. Eind 1902 werd de school voor volwassenen (alleen deze voor de mannen) opnieuw geopend. Art. 9 van het nieuwe schoolreglement van 14 september preciseerde: “Er is in de school voor volwassenen eene bibliotheek (de gemeentebibliotheek) ter beschikking der leerlingen. De onderwijzer is met de bewaring en de uitdeeling der boeken gelast. Hij besteedt elke week, ten minste eene halve uur, aan het voorlezen van het eene of andere der bestgeschikte werken om de zedelijke, verstandelijke en practische opvoeding der leerlingen te bevorderen.” Het einde van de openbare volksbibliotheek van Steenhuffel moet ergens tussen 1905 en 1914 worden gesitueerd (de precieze datum zoeken we nog op).

De vrije volksboekerij van Steenhuffel (1926)

&

Wat opvalt in de catalogus van de volksbibliotheek van 1892 is dat het bestuur van schone kunsten zo weinig boeken over heiligenlevens naar Steenhuffel stuurde. We verdenken pastoor en onderpastoor er dan ook stiekem van dat ze wel een paar van dergelijke werken in voorraad hadden om eventueel aan hun discipelen uit te lenen. Maar erg officieel was dat allemaal niet. 11


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Het was pas nadat de laatste restanten van de openbare volksbibliotheek en van de grote wereldbrand opgeruimd waren dat - volgens Cyriel Laenens in Steenhuffel, verleden en heden – onderpastoor De Roover op 1 januari 1826 met de nieuwe “Vrije volksboekerij van Steenhuffel” startte. Deze bibliotheek, die dus katholiek van inspiratie was en niets te maken had met de vroegere Volksbibliotheek, is zeer lang gehuisvest geweest in het “parochiezaaltje (zie foto hiernaast ) die ook voor andere maatschappelijke doelen werd gebruikt. Omtrent 1970 werd deze zaal, samen met de ernaast gelegen pastorij, afgebroken om plaats te maken voor de uitbreiding van de brouwerij.

12


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Speuren naar sporen van culturele activiteit in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel in de 19de eeuw

Na de eerste wereldoorlog, toen de mensen een heel klein beetje meer vrije tijd begonnen te krijgen, schoten de verenigingen, ook die met een culturele doelstelling, als paddenstoelen uit de grond. Ik heb eens de moeite genomen om in het Gemeentelijk Archief te kijken of er ook in de 19de eeuw al enige sporen van culturele activiteit in onze dorpen te vinden waren. Deze zoektocht was lang en kostte zeer veel energie; het neerpennen van het resultaat helaas (maar wel begrijpelijk) veel minder. Op onderwijsgebied was Malderen de buren en Londerzeel en Steenhuffel een paar decennia vooruit. Redelijkerwijs moest dat ook enkele repercussies op het culturele leven in de gemeente gehad hebben. Helaas is daar in eerste instantie niet veel van te merken. De eerste informatie die ons daarover bereikte is zelfs ronduit ontgoochelend. Op 24 augustus 1824 verklaarden “de meier ende schepenen van Malderen dat er binnen hunne gemeente geene voorwerpen van kunst en gedenkstukken van geschiedenis, van welken aard of natuur die ook mogen wezen, bestonden”. Op 2 januari 1836 denderde de allereerste stoomtrein (le Bayard) over de pas gelegde sporen van de ijzerenweg van Mechelen naar Dendermonde. Londerzeel, waar geen halte voorzien was, deed begrijpelijkerwijs aan de georganiseerde feestelijkheden niet mee. Maar Malderen, dat de afstand tussen beide steden in 2/3 verdeelde, kreeg wel één van de twee voorziene tussenstations. Alleen was dat in 1836 nog niet af. Daarom werd de passerende stoommachine vanop de Hoge brug aan het Lemmeken door een muziekkorps verwelkomd. Of dat een korps van de gemeente was, staat nergens geschreven. En ik had het nochtans zo graag geweten. De brug was op passende wijze door de mensen van Malderen met guirlandes, vlaggen en dennenmasten versierd. Op 13 juli 1840 antwoordde de gemeente Londerzeel aan de arrondissementscommissaris dat er in Londerzeel niemand was die aan de voorwaarden beantwoordde om te kunnen genieten van “het fonds ter aanmoediging van het schilderen van historische taferelen en van de beeldhouwkunst”. Door een betreurenswaardig incident, dat zich voordeed op 11 juli 1842, vernamen we dat de gemeente Malderen in 1842 weliswaar al over een station maar waarschijnlijk niet over een goede “zangsociëteit” beschikte. Het waren immers de sociëteiten van Opdorp en Hingene, die voor een concours in Mechelen uitgenodigd waren, maar door een te snel vertrekkende trein op het perron van Malderen werden achtergelaten. Na lang zeuren zou uiteindelijk ook Londerzeel zijn station bekomen. In afwachting dat de bakstenen daarvoor geleverd werden, werden de treincoupons in het café van Petrus Josephus De Bauw en Maria Theresia Van den Brande uitgeschreven. Dat café heette toepasselijk “In de Statie van den IJzeren Weg”. In dat café had “de sociëteit van den handboog” – althans op 23 september 1850 - een “paviljoen met buffet”. Zo’n schuttersvereniging mogen we wel degelijk bij ons cultureel erfgoed onderbrengen. Zeker als we weten dat ze zeer open-minded 13


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

was en dat er in de Statie ook “Franschen Brandewijn” geschonken werd. Louis Van Moer (° Kapelle-op-den-Bos 7 maart 1851, landbouwer) was daar een groot liefhebber van.... Ook toen er nog geen fanfares waren werd in Londerzeel al wat muziek gemaakt. De 18 jaar oude Josephus De Smedt, “baerdscheerder” van beroep, was zo’n loslopende muzikant. Wat hem in het najaar van 1850 overkwam zullen we, dank zij het verslag van burgemeester Joannes Franciscus Van Ruysevelt, nooit vergeten. Namelijk “dat op 27 september laetstleden om 3 ueren na middag, rondgaende over de straten, voorzien van een instrument genaemd trompette, een verken toebehoorende aen Franciscus Fierendonck, landbouwer alhier, losloopende tegen aenklagers (De Smedt) broek geloopen en dezelve bemodderd heeft. Waerop Leopoldus Wouters, oud 27 jaeren, werkman ook alhier woonende, aen hem aenklager heeft verweten: ‘kalen mijnheer, wat loopt gij daer schoon.’ Dat hij aenklager aen gemelden Wouters heeft gevraegd op dit gezeg of hij zulk eene broek had, op welke vraeg gezegde Wouters eenen slag met een kruiszeel op hem aenklager heeft toegebragt. Dan is Petrus Robbijns, oud 18 jaeren, landbouwer, woonende in deze gemeente, toegekomen en heeft hem aenklager met het haer vastgenomen en met het hoofd tegen de steenen geslagen, zijn trompette afgenomen, met dezelve in de zijde geslagen en tegen de steenen dezelve trompet heeft geslagen, waervan de schade gewaerdeerd is ter somme van 18 franken. Augustinus Robbijns, vader van Petrus Robbijns hiervoren vermeld, is alsdan ter hulp gekomen en heeft hem aenklager bij de keel genomen en geslagen dat hij als dood ter aerde is blijven liggen.” Wat leren we uit dit jammerlijk avontuur? Ten eerste dat een baardscheerder met een trompet in 1850 genoeg verdiende om een schone broek te kunnen kopen. Ten tweede, dat dit niet genoeg was om door iedereen graag te worden gezien. Het is natuurlijk mogelijk dat Jef De Smedt alleen maar valse noten produceerde. Aangezien de gemeente op 13 augustus 1851 nog confirmeerde dat er in Londerzeel geen onderwijs in de Schone Kunsten bestond, valt dat echt niet uit te sluiten. Toch was dat volgens de beschuldigde Petrus Robbijns de ware reden voor zijn optreden niet. Op 1 oktober heeft hij zijn eigen versie van deze gebeurtenis in de volgende bewoordingen aan champetter Lathouwers uitgelegd: “dat op 27 september laetstleden om 12 ½ ueren na middag, Josephus De Smedt, oud 18 jaeren, muziekant, ’s aenklagers kat in den bronput heeft geworpen”. Ik besluit dit verhaal met de mededeling dat het op 27 september Londerzeel-kermis was, dat het met het slachtoffer Jef De Smedt nog goed gekomen is maar met zijn trompet en met de kat van Robbijns helaas niet meer. Over het varken van Frans Fierendonck heb ik verder niets vernomen. 7 september 1852: heuglijk nieuws voor de culturele sector in Londerzeel, maar wel extra kosten voor de belastingbetaler. Tijdens de zitting van de gemeenteraad besliste deze unaniem om voor het dienstjaar 1853 50 Belgische franken op de begroting te zetten “uit tittel van aenmoediging aen de maetschappij van muziek, in aendacht nemende dat er in deze gemeente sedert eenige maenden eene harmonie gevormd is.” De fanfare Sinte Cecilia werd volgens alle geraadpleegde werken op 6 mei 1852 gesticht. De gemeentelijke aanmoediging heeft zeker geholpen. Niet alleen is deze harmonie in de loop der tijden “koninklijk” geworden, wat alleen kan nadat men 50 jaar bestaat, maar bovendien is ze, naar de geproduceerde decibels te horen, nu, in 2013, nog steeds in blakende vorm. Inmiddels zijn we met dit overzicht 1850 al een tijd voorbij en heb ik nog geen woord over Steenhuffel kunnen vertellen. Wel, daar is een reden voor. Om aan te tonen hoe volslagen onderontwikkeld en cultuurloos deze gemeente tot een stuk in de 19de eeuw nog was, volgt hier woordelijk, weliswaar in vertaling, een uittreksel uit een verslag dat op 1 februari 1865

14


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

door de gemeentesecretaris Follez – een man die men bij gebrek aan eigen geletterde mensen in Meise was gaan zoeken - aan de arrondissementscommissaris te Brussel was gestuurd. “Er werd geen enkel literair werk, kunstwerk of ander werk gedeponeerd; er was geen enkel bal, concert of toneelvoorstelling met een liefdadig of ander doel; er werd in 1864 geen enkel opleidingsatelier opgericht.” Op 16 september 1864 werd in het gemeentearchief van Malderen voor de allereerste keer over het bestaan van een Fanfare (een maatschappij van muziek) gesproken. Dat is toen een subsidie van 50 fr. in de gemeentebegroting van 1865 ingeschreven werd. Die vermelding kwam eigenlijk rijkelijk laat. Het gaat hier immers over de fanfare “de Ware vrienden der Eendracht” die op 6 juli 1856 was opgericht. De andere fanfare uit Malderen, namelijk Concordia (dat is ook Eendracht, maar dan in het Latijn) is pas op 22 maart 1903 ontstaan. Een eerste teken van cultureel ontwaken kwam er in Steenhuffel toen er op 1 januari 1871 ook hier een fanfare werd gesticht. En dat het de bedoeling was om er geen eendagsvlieg van te maken wordt aangetoond door het feit de gemeente al op 10 mei van hetzelfde jaar voor deze vereniging een provinciale subsidie heeft gevraagd. Om het goede voorbeeld te geven besloot het gemeentebestuur bovendien om alvast ook al een gemeentelijke subsidie van 75 fr. in de begroting voor 1872 in te schrijven. In tegenstelling tot wat boze tongen wel eens beweren heette deze eerste Steenhuffelse fanfare niet “Hoop in de Toekomst” maar werd ze in de eerste jaren, toen de leden nog geen ruzie maakten, “de Eendracht” genoemd. Daarmee onderscheidde ze zich duidelijk van de liberale Franskiljons in Londerzeel die in 1872 hun nieuwe fanfare “L’Union” zouden noemen. Op 31 december 1879 bevestigde gemeentesecretaris Verhaegen dat de fanfare “de Eendracht” (Union voor de minister van Binnenlandse zaken die geen Vlaams verstond) nog altijd bestond en dat ze 20 muzikanten-uitvoerders in haar rangen telde. Dat was genoeg om in 1880 met muzikale ondersteuning de vijftigste verjaardag van de staat België te kunnen vieren. In 1872 was het al 20 jaar geleden dat we in het gemeentearchief nog iets over het Londerzeelse verenigingsleven gelezen hadden. Misschien bestond het wel maar heeft het geen subsidies gevraagd. Ieder voorjaar werd er wel trouw een “lijst van verenigingen voor muziek en schone kunsten” naar de arrondissementscommissaris in Brussel opgestuurd. Helaas is daarvan geen afschrift in ons plaatselijk archief bewaard gebleven. Uit andere welingelichte bronnen weten we echter dat er sedert 6 februari 1872 ook een tweede muziekgezelschap, namelijk de liberale fanfare L’Union, bestond. Deze was na een vliegende ruzie binnen Cecilia door hun oud-voorzitter burggraaf Ferdinand de Spoelberch opgericht. Wel, als het waar is dat muziek de zeden verzacht, dan kan twee keer muziek in dit opzicht alleen maar heilzaam zijn. Twee muziekverenigingen en twee muziekopleidingen bleken niet in staat om de meest getalenteerde Londerzelenaars tot een voldoende hoog niveau te brengen. Op 26 december 1873 stuurde Jan Baptist Van Ruysevelt een petitie naar de gouverneur van Brabant waarin hij als “leerling van het koninklijk conservatoir van musiek” om een studiebeurs verzocht. Op 12 februari werd zijn vraag door het schepencollege van Londerzeel gesteund. Geld om deze beurs uit de gemeentekas aan te vullen was er echter niet. Van Ruysevelt heeft de staatsbeurs uiteraard gekregen. Op 15 februari 1875 en 17 februari 1876 herhaalde de gemeente haar steun “voor rede gevende het goed gedrag des vragers, zijne uitstekende dispositiën van het musiek en den toestand zijns vaders, die moeyelijk al de kosten kan dragen om zijnen zoon in de kunst met vrucht te laten vervoorderen”. Opmerking: later, in 1889 en 1890, kreeg Edouard Van Esbroeck, die zijn aanleg voor schilderen al aan de kunstacademie van Aalst had aangetoond, wèl een studiebeurs 15


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

van de gemeente om zijn studies aan de Koninklijke kunstschildersacademie te Brussel verder te kunnen zetten. Zoals later zou blijken was dat geld zeer goed besteed. In tegenstelling tot Londerzeel en Malderen kende Steenhuffel niet het geluk om twee concurrerende fanfares te mogen subsidiëren. Op 26 januari 1875 bevestigde de gemeente aan de provinciegouverneur: “Gevolg gevend aan uw omzendbrief laten wij u weten dat inzake wetenschappen en schone kunsten er in onze gemeente alleen maar één muziekmaatschappij bestaat”. De oorspronkelijke brief was in het Frans en ... ik weet het niet zeker en misschien ligt het aan mijn beperkte talenknobbel, maar ik heb toch het gevoel dat daar een beetje ontgoocheling uit sprak. Op andere gebieden van cultuur was het in Steenhuffel helaas niet beter. Op 25 maart 1876 lazen we dan ook tot ons verdriet: “Mijnheer de arrondissementscommissaris. In onze gemeente bestonden er tot 1870 geen verenigingen van wetenschap en schone kunsten. Een fanfaremaatschappij werd opgericht in 1871”. Op 2 januari 1880 bevestigde Londerzeel daarentegen aan het provinciebestuur dat er in de gemeente nog altijd 2 fanfares bestonden: de maatschappij Sint-Cecilia met 73 leden en de maatschappij Union met 67 leden. Ooit was er in Malderen, zoals in de meeste andere dorpen, een Schuttersgilde van SintSebastiaen. Deze was in 1597 gesticht door Boudewijn le Cocq, de heer van Groenhoven. Omstreeks 1600 heeft dezelfde familie le Cocq aan deze gilde niet alleen de nog altijd bestaande breuk geschonken maar ook een oefenweide van ruim 1 hectare naast de windmolen op de Malderheide. Maar... O tempora o mores. Van deze gilde was in 1884 al een poos geen sprake meer. En op 29 november besliste het schepencollege – weliswaar onder dwang van hogerhand – om over te gaan tot de bespreking van een brief van het Armbestuur (bureel van Weldadigheid) dat aan de arrondissementscommissaris “de toelating vroeg om in justicie den eigendom te wedereisschen der goederen van de “Gilde van Sint-Sebastiaan” te Malderen.” Waarop het schepencollege niet anders kon dan bevestigen “dat die wedereisching wel niet geheel en al van grond ontbloot zou kunnen zijn en zoo de toelating gegeven werd en den eisch aanvaard werd, dit voorzeker een groot hulpmiddel voor het weldadigheidsbureel zou zijn”. Op 3 december honoreerde de voltallige gemeenteraad dit verzoek met een gunstig advies. Opmerking: bij akte, verleden voor notaris De Amandel te Londerzeel op 4 september 1896, deed de heer Antoon Maximiliaan Philemon Cammaert, brouwer te Bornem, een schenking aan de kerkfabriek van Malderen, om daarmee ieder jaar, en dat eeuwigdurend, een jaargetijde voor de overleden leden van de Gilde van Sint-Sebastiaan van Malderen te celebreren. Zo onbestaande was die Gilde in 1896 dus niet meer. Misschien was ze als een Fenix uit haar as herrezen. Enig voortgezet historisch onderzoek zou hier meer inzicht in kunnen geven. Over het Londerzeelse verenigingsleven – althans het plezante deel ervan – komen we op 8 augustus 1885 weer iets meer te weten. Toen besliste de gemeenteraad om ter gelegenheid van de komende september-kermis – naast het jaarmarktcomité – ook de “maatschappijen van handboogschutters op de vogelroede” een subsidie te geven. Die totale subsidie bedroeg 100 Belgische Franken en de voorgaande jaren was dat ook al zo geweest. Op 28 november 1886 had de muziekmaatschappij van Londerzeel Sint-Jozef iets te vieren maar vraag me niet wat dat kon zijn. Een verjaardag was het niet want de fanfare Sinte Cecilia was pas in het voorjaar van 1878 opgericht. De dag werd met een “uitstap” afgesloten en deze “kroegentocht” duurde tot een stuk in de nacht.

16


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Rond halftien ’s avonds waren Petrus Van Delm, Louis Van Acolijen, Louis Van Muylder en Henri Van Zaelen, allemaal leden van de fanfare, in de herberg van Joannes Bogaerts op Sneppelaar nog aan het bekomen van wat ze kort voordien in de vorige herberg hadden meegemaakt. Daar had een groep inheemsen ruzie met hen gezocht. Ik zal hun namen niet noemen want zij waren niet erg muzikaal en bovendien was er een naamgenoot van mij bij. Bij het verlaten van de herberg van Bogaerts – onze bronnen zeggen niet hoe laat of hoe vroeg dat was maar wel dat er wegens het ontbreken van enige maneschijn geen hand voor de ogen was te zien – werden de melomanen van Sint-Jozef door de inboorlingen van Sneppelaar aangevallen en van een resem builen en blauwe plekken voorzien. Van Zaelen heeft er zelfs een gebroken been aan over gehouden. Muziek verzacht weliswaar de zeden, maar we mogen dat niet veralgemenen want op Sneppelaar wisten ze dat toen nog niet. Charles Louis Steenackers, afkomstig van Tisselt, was een rondtrekkende muzikant met een solo-carrière. Ook hij heeft in de nacht van zondag 25 op maandag 26 juli 1886 van muziekanalfabeten slaag gekregen. En nu iets om echt trots op te zijn. De slimste kinderen van Londerzeel hadden meegedaan aan het “concours der lagere scholen” en sommigen van hen hadden daar zelfs een prijs gewonnen. Vooral dat laatste moet zeer uitzonderlijk geweest zijn, want op zondag 23 januari 1887, om 3 uur in de namiddag werden zij daarvoor, samen met hun ouders, op het bevlagde gemeentehuis gevierd. Daarna was het feest in het dorp. Ik zou dat hier allemaal niet vertellen mocht dat feest niet door beide fanfares van Londerzeel-Centrum opgeluisterd zijn. Slecht nieuws voor de enen maar goed nieuws voor iemand anders. Op 5 augustus 1889 nam de gemeenteraad na rijp beraad het besluit dat “de maatschappijen van schieting op de wip dit jaar geen subsidie voor de september-kermis gingen krijgen. De normale bijdrage van 100 frank, die daarvoor op de gemeentebegroting, rubriek ‘Schone Kunsten en Vermakelijkheden’ was voorzien, was deze keer aan Edouard Van Esbroeck, leerling aan de Koninklijke Schilderacademie van Brussel, gegeven. Voor de septemberkermis van 24 september 1889 had Jan Verrezen, tot verheffing van (op zijn minst de voeten) van zijn Londerzeelse medemens, drie muzikanten uit Tisselt in zijn herberg uitgenodigd. Daarbij bevonden zich Jan Baptist Kerremans en de nog maar 12 jaar oude Louis Verbeeck, Toen nà de dans door deze laatste met de klak werd rondgegaan bleek een zekere Van Cauwenbergh geen kleingeld bij zich te hebben en die heeft dan maar het orkest, nochtans op een 3,5 meter hoog podium gezeten, proberen af te breken. Ik heb niet ontdekt welke logische redenering daar achter stak. Op zaterdag 20 september 1890 was het feest in Malderen-Dorp. Livien en Pieter Frans Rombouts hadden immers het Burgerlijk Kruis van 1ste Klas ontvangen en, omdat het politiekers waren, moesten de mensen van Malderen dat vanzelfsprekend weten. Ziehier een uittreksel uit het verslag van deze viering dat op 9 oktober in de notulen van de gemeenteraad werd ingeschreven: “...Reeds ten 8 ure ’s morgens wapperde de nationale vlag op het gemeentehuis en kerktoren, en in een oogwenk waren al de huizen des dorps en aanpalenden gevlagd. Van 9 tot 10 ure openbaarde de grootste klok door feestgelui het zeldzame nieuws. De talrijke boerinnen, boterkoopers en kramers, ter gelegenheid der markt ooggetuige van het schoone feest, verspreiden zulks in alle richtingen. In den namiddag, serenade met lofrede door de Zang en Fanfare Ste Cecilia, vergezeld door de eereleden. De fanfaren “de Ware Vrienden” brachten insgelijks eene serenade. ’s Avonds, eene schoone fakkeltocht door eerstgenoemde fanfaren gevolgd door de feestelingen.

17


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

In zitting voorschreven van 9 october werden de prachtige kruisen behandigd, opgeluisterd door serenaden der voornoemde fanfaren”. Sedert wanneer de fanfare Sinte Cecilia bestond, heb ik niet gevonden. In 1903 zijn de overgebleven leden naar Concordia overgegaan. Op 10 mei 1891 noteerde de champetter van Londerzeel Sint-Jozef de naam van de 37 jaar oude Joannes Callaerts, niet alleen als getuige van een caféruzie maar ook als muzikant. Normaal gesproken zou ik een korps van vrijwillige pompiers – hoe nuttig ook - niet bij de culturele verenigingen van een gemeente onder brengen, maar voor Steenhuffel en speciaal voor het jaar 1891 moet ik toch een uitzondering maken... Want ze hadden daar al zo weinig. In een redelijk kordaat opgestelde brief lieten de 15 leden van het “corps der pompiers” op 20 december aan het gemeentebestuur weten dat “Gijlien zoo goed als wij weet dat iedere maatschappij jaarlijks een feestdag houdt, en dat ons dunkt dat daarvoor een weinig bijdrage hoogst noodig is.” Een subsidie voor het houden van een teerfeest, kan, mij dunkt, toch niet uitsluitend naar de aankoop van pensen zijn gegaan, temeer daar één der ondertekenaars de populairste beenhouwer van Steenhuffel was. Overigens – maar hier lichtjes naast de kwestie – vroegen dezelfde mensen ook om hun “jaarwedde een weinig te verhoogen, want dat het anders onmogelijk was om nog te blijven bestaan... en anders steekt het corps het op en de spruyt zou niet verslijten”. Ik weet het niet zeker, maar ik denk wel dat de pompiers hun zin gekregen hebben. Ze hadden dan ook zeer goede argumenten. Ik ga er ook van uit dat ze hun teerfeest met enkele culturele activiteiten, al was het maar een samenzang, hebben opgesmukt. Anders zou dit verhaaltje hier toch maar een beetje belachelijk staan. Tenslotte ook nog dit. De spruyt, alias de brandweerpomp, naar dewelke hier verwezen wordt, was door de gemeente in de eerste helft van 1779, bij de gelegenheid van de oprichting van dit brandweerkorps, aangekocht. Hierna volgt – in extenso, want er is nog plaats – een brief van de Steenhuffelse burgemeester Vital Vertonghen, op 9 maart 1892 gericht aan het hoogstaande culturele gezelschap van de familie Stips. Steenhuffel, le 9 mars 1892 - Aan de Familie Stips te Liezele, in de Kroon bij Daelemans. Mijnheeren, Op heden verneem ik door het openbaar gerucht dat ik ued mijne toestemming gegeven heb, om op zondag 20 maart aanstaande in onze gemeente een muzikale toneelvertooning te komen geven. Indien ik soms zou geantwoord hebben van ja op eene vraag die gij mij zoudt gedaan hebben, moet ik u laten weten dat dit moet aanzien zijn als elkander niet verstaan te hebben. Mijn gedacht is geweest dat gij mij uitnoodigde om het concert te Liezele te komen bijwoonen en waarop ik u een gunstig antwoord kon gegeven hebben. Het spijt mij ued te moeten laten weten dat het niet mogelijk is toe te stemmen een vertooning in onze gemeente te komen geven, dewijl er eenige persoonen onzer gemeente voornemens zijn op zaterdag en zondag daarna een concert te geven, geheel en gansch ten voordeele van den armen dezer gemeente. Ik moet toch den voorrang geven aan de armen en indien gij later verlangt in onze gemeente te komen zou ik volgaren toestemmen. Aanvaardt, mijnheeren, mijne oprechte groetenissen. De burgemeester, Vital Vertonghen De familie Stips kwam uit Nederland en het is dus vanwege onze burgemeester begrijpelijk, en toch ook een beetje moedig, om toe te geven dat hij hen niet verstond. De brief leert ons ook dat men in Steenhuffel in 1892 niet persé Hollanders nodig had om voor enig cultureel vertier te zorgen. Toch is het interessant om eens na te kijken welke inte-

18


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

ressante dingen de mensen van Steenhuffel in de lente van 1892 hebben gemist. Maar ja, wellicht hadden ze er toch niet veel van begrepen.

19


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

Het jaar 1893 was een slecht jaar voor de doelmaatschappij de Jonge Gilde die in het café van Blommaert in Londerzeel-dorp gevestigd was. Voor de grote kermis van september wilde de gemeente het doelschieten wel met een subsidie van 20 fr. bedenken, maar die werd aan de concurrerende "de Breidelzonen" bij Van Humbeeck aan de Statie gegeven.. Het culturele leven in Londerzeel zal zeker een serieuze boost gekregen hebben nadat de volgende bouwvergunningsaanvraag door de Londerzeelse gemeenteraad op 26 mei 1894 was goedgekeurd. Dat was namelijk “de vraag gedaan door M. Victor De Boeck in dato 18 april 1894 hebbende voor ontwerp het oprichten van het tooneel eener concertzaal op zijnen eigendom en over de Molenbeek I op de plaats E231 en 233g van ‘t kadaster van Londerzeel”. Het buurtonderzoek (onderzoek van commodo en incommodo) dat hiervoor was uitgevoerd, had geen enkele negatieve opmerking opgeleverd, hetgeen in se in Londerzeel al vrij uitzonderlijk was. Voor de Kermis van Sint-Jozef van 6 mei 1894 kregen twee verenigingen een subsidie uit de gemeentekas. Dat waren: - de Maatschappij van doelschieting, gevestigd bij Peeters-Tourne op Sneppelaar: 20 fr. - de Fanfare Maatschappij voor inrichting van een muziekfeest: 50 franken De Boldersmaatschappij, gevestigd bij De Bondt-Talboom, kreeg daarentegen niets. In 1901, toen ze wèl een tegemoetkoming ontving, bleek dat deze vereniging “Malen en Komen” heette. Voor de grote kermis van september werden de subsidies op 30 augustus 1894 uitgedeeld. Ziehier het resultaat: - 40 fr. aan de Wip van het dorp. - 40 fr. aan den Wip van den Berg. - 20 f. aan de Doelmaatschappij Jonge Gilde, bij Blommaert. - 50 fr. aan de Wielrijdersclub. Opmerkelijk is dat er in Londerzeel dus al in 1894 sprake is van een subsidieerbare Wielrijdersclub. Waarschijnlijk werd er dat jaar dus ook al een wielerwedstrijd gereden. Dat is dus in hetzelfde jaar dat de alleroudste wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik (oftewel la Doyenne, hetgeen ‘de oudste’ betekent) gereden werd. Vermeldenswaard in dit verband is dat Henri Ceuninck al in 1888 met een “barak van de velocipedes” op de september-kermis van Londerzeel stond. Ter gelegenheid van ik weet niet wat werd in mei of juni 1895 een groot muziekfestival georganiseerd “binnen en ten laste der gemeente Malderen”. Die lasten bedroegen ruim 500 Belgische franken. Voor de organisatie van een ander muziekfestival ter gelegenheid van de feestelijke opening van de buurtspoorlijn Brussel-Londerzeel werden op 14 maart 1895 “de besturende commissiën der beide Fanfaren van het dorp” bijeengeroepen. Dat festival ging door op 10 mei 1896. In plaats van met de tram te komen, kwamen de fanfares van Willebroek en Tisselt met een speciaal voor de gelegenheid ingelegde trein. Op 1 mei 1896, bij de bespreking van het programma voor de kermis van Sint-Jozef, kwamen we zowaar te weten dat er, naast de “Doelmaatschappij Jonge Gilde, bij Blommaert” in het centrum, ook op Sint-Jozef een Doelmaatschappij bestond. Ze had weliswaar geen naam maar haar Doelspelen werden gehouden bij L. Peeters en ze kreeg een subsidie van 20 fr. Ook de fanfare Sinte-Cecilia van Sint-Jozef werd bij deze gelegenheid met 25 frank verwend. Daarvoor heeft ze op de openbare plaats van Sint-Jozef wel een concert moeten geven. Dat concert onder de kiosk moet goed meegevallen zijn, want ook in 1897 heeft de voorzitter van de fanfare, de heer Mertens was dat, nog 25 fr. gekregen. 20


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

De aanmoedigingspremie van 20 fr. werd toen wel aan het doelspel bij Walschap aan de kerk gegeven. Op 1 januari 1896 bestond de fanfare “de Eendracht” uit Steenhuffel 25 jaar. Dat was nog niet lang genoeg om de titel “Koninklijk” te mogen voeren maar wel om een groots muziekfeest te organiseren. Om de potentiële geïnteresseerden niet af te schrikken werd dat festival voor harmonieën, fanfares en koorverenigingen niet in de winter maar op 31 mei gehouden. Voor dat luisterrijke en in Steenhuffel nooit eerder geziene evenement had de gemeente haar gewone subsidie met 250 Belgische franken verhoogd. Over het feestprogramma van die dag heb ik geen verdere gegevens gevonden. Wél weet ik dat de Société des Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique (de voorloper van Sabam) op 18 mei al wist dat er 31 verenigingen ingeschreven waren en met een boete van 25 % dreigde indien de auteursrechten van 46,50 fr. niet voor 31 mei werden betaald. 8 augustus 1896: een nieuwe naam is in het culturele landschap van Londerzeel verschenen. Ik vond hem in een brief die door de gemeente naar de Minister van Openbaar Onderwijs en van Schone Kunsten gestuurd werd om subsidie te vragen voor de vereniging ‘voor Taal en Kunst’ die haar lokaal in de zogeheten ‘Schouwburg’ had. In een schrijven van 24 september 1898, gericht aan de gouverneur van Brabant, kwamen we iets meer over dit gezelschap te weten. We lazen (vertaald): “De heer Fromont, directeur van onze société dramatique "Voor Taal en Kunst" heeft gedurende de jaren 1897-1898 meerdere onderscheidingen behaald op toneelprijskampen. De heer De Boeck, de directeur voor het muzikale gedeelte, heeft zich door de compositie van verschillende muziekstukken weten te onderscheiden”.Ik vermoed dat het hier inlichtingen in verband met een nieuwe subsidieaanvraag betrof en dat de genoemde De Boeck wel eens de befaamde Merchtemse toondichter August De Boeck (1865-1937) zou kunnen zijn. Op 13 september 1896 werd in Steenhuffel de “Spaar- en Leenmaatschappij Willen is Kunnen” opgericht, een vereniging met als zeer volksverheffende doelstelling “de spaarzaamheid onder de burgers, landbouwers en werklieden op te wekken en hun de gelegenheid te verschaffen om kleine spaarpenningen met vrucht te plaatsen en te doen aangroeien om leeningen aan te gaan met een bepaald en nuttig doel, om de werklieden in staat te stellen zich eene eigen woning te bezorgen en deel te maken van eene Kas van onderlingen bijstand, ten einde der statuten door het gouvernement gelijkvormig de wet van 3 april 1851 erkend te worden”. Op 21 oktober werden de statuten door de gemeenteraad goedgekeurd en voor verdere goedkeuring naar het Provinciebestuur doorgezonden. 21 september 1896: omdat de balzalen in 1896 niet groot genoeg waren om er een hele fanfare in onder te brengen, vroeg de gemeente Londerzeel aan de commandant van het 4de Regiment Lansiers te Gent om aan soldaat Louis De Hertogh een verlof van 15 dagen te geven, zodat die met zijn vader, die kleermaker en muzikant was, gedurende de komende kermis op de bals zou kunnen spelen. Ook Jan Frans De Bondt, geboren te Londerzeel op 18 mei 1877, was een vrije muzikant. Op 18 april 1897 om 10 uur in de avond, was hij, spelend op zijn accordeon, in Londerzeel Dorp op weg naar de herberg van Charles Feytens, geheten “In den Tram”. Daarbij werd hij door een grote schare jonge mensen gevolgd en er werden vrolijke en misschien ook stichtende liedjes gezongen. Champetter Frans Beuckelaers was daar om een niet meegedeelde reden in de buurt en nog wel in uniform. Hij verzocht De Bondt vriendelijk maar kordaat om te stoppen met spelen “om geene kwaden hoopen te maken en omdat zulks door de overheid der 21


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

gemeente verboden was”. De muzikant zou echter niet geluisterd hebben maar integendeel met de veldwachter hebben gespot en hem met de woorden ‘Mijnheer, wie zijt gij?’ hebben aangesproken. Daarna volgden er nog enkele zinnen die ik hier niet kan herhalen en het waren die laatste die De Bondt een GAS-boete hebben opgeleverd. Op 27 juni 1897 bezorgde een nieuwe vereniging met de naam “Onderlinge Veeverzekering der Boerengilde Sint-Isidorus van Malderen”, aan het gemeentebestuur van Malderen een aanvraag om door de Staat als maatschappij van onderlinge bijstand erkend te worden. Blijkbaar was dat al de tweede vee verzekeringsinstelling in de gemeente want, toen de SintAmandusgilde van Opdorp, een maatschappij van onderlinge bijstand tegen de paardensterfte, op 17 augustus 1900 ook een subsidie aan de gemeente Malderen vroeg, antwoordde deze onversaagd “dat er in Malderen al twee maatschappijen van onderlinge bijstand tegen sterfte onder het vee bestonden, en dat deze ook geen toelage kregen”. De dag van 22 augustus 1898, die een dag van ontspanning had moeten zijn, werd één der meest tragische die Steenhuffel ooit heeft gekend. In de zaal op de eerste verdieping van de afspanning “Trappekes-op”, gelegen aan de kerk, werd om 14 uur in de namiddag toneel gespeeld. Om een ongekende reden ontstond er brand. Na de bluswerken werden de verkoolde lijkjes van 3 broertjes Van Opstal uit het puin gehaald. Ludovicus, Petrus en Remigius waren respectievelijk 5, 4 en bijna 3 jaar oud. Voor de Grote Kermis van september 1898 mocht alleen de Maatschappij De Jonge Gilde, gevestigd bij P. Blommaert, en waarvan L. De Buyzer toen de voorzitter was, voor haar doelschieting een gemeentelijke subsidie verwachten. Op het gebied van het definiëren van het begrip “Cultuur” ben ik in dit overzicht altijd zeer ruimdenkend geweest. Maar op het einde van de 19de eeuw stond lang niet iedereen zo positief tegen iedere vorm van volksvermaak. Zo schreef burgemeester Petrus Van Assche op 26 augustus 1899 aan een niet bij naam genoemde procureur-generaal (vertaald): “Monsieur. Teugels Pierre Jean, die een uitstel vraagt van zijn straf, werkt niet en houdt zich alleen maar bezig met stropen en met accordeon te spelen op de kermissen. En anders dan hij in zijn hierbijgevoegde brief beweert is hij niet de steun van zijn oude moeder. Daarom zijn we van oordeel dat Teugels vanwege zijn gedrag en zijn levenswijze dit uitstel niet verdient.” Dit toont aan dat de burgemeester stropen en accordeon spelen even verwerpelijk vond. Op 20 februari 1900 stond er een heuglijk bericht in het Belgisch Staatsblad. Die dag werd de société mutualiste d’assurance contre la mortalité du bétail Ste Genoveva, die in Steenhuffel was opgericht, bij Koninklijk Besluit wettelijk erkend. Voor wie gedacht zou hebben dat er in de 19de eeuw in Steenhuffel nog een oude schuttersgilde bestond, ziehier de onverbloemde waarheid: “Steenhuffel le 23 fevrier 1900 (vertaald). Aan de heer arrondissementscommissaris te Brussel. Gevolg gevend aan uw omzendbrief van 16 dezer laat ik u weten dat er in onze gemeente geen oude gilden of corporaties bestaan. De secretaris, J. Verhaegen”. Eigenlijk wisten we het al, maar op 1 maart 1900 hoorden we het nog eens uit een onverdachte bron, namelijk de secretaris van de gemeente Londerzeel, die aan de arrondissementscommissaris bevestigde dat “op het gebied van oude gilden en corporaties er in onze gemeente de Gilde van Sint-Sebastiaan bestond, een boogschuttersvereniging waarvan Mr. De Keersmaecker, brouwer in Londerzeel, de voorzitter was”. Deze gilde bezat een breuk die van voor 1830 dateerde.

22


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

In april 1900 werd in het stationscafé een “automatisch muziekinstrument” in depot geplaatst. Dat was slecht nieuws voor de Londerzeelse muzikanten en ik heb daarom naar der schuldige gezocht. Het Decap-orgel wordt vrijgesproken want dat instrument werd pas vanaf 1902 in Antwerpen geproduceerd. Daarom denk ik dat het een “Mortier” dansorgel was. De Antwerpenaar Theofiel Mortier begon rond 1885 dansorgels te importeren en vanaf 1898 heeft hijzelf ook talloze instrumenten gebouwd. Hierna volgt een signalement.

Na 1900 heb ik niet meer naar verwijzingen naar het culturele verenigingsleven in Londerzeel gezocht. Volgende wetenswaardigheden werden dan ook toevallig gevonden: Op 1 januari 1902 werd in de herberg “den Drijtoren” bij J. Van Esbroeck op Ursene de nieuwe maatschappij “de Bolders” opgericht. Het duurde echter tot de september-kermis van 1904 vooraleer deze “een kleine toelage voor de voordelige prijskamp op haar bollebaan” durfde vragen. De gemeenteraad gaf haar 20 fr. maar probeerde zich tegen een verwacht maar gevreesd overaanbod aan ‘culturele instellingen’ in te dekken en dat "indien in latere tijden nieuwe soortgelijke maatschappijen in herbergen buiten de kom van het Dorp tot stand zouden komen, deze toelage beurtelings en per jaar aan elk hunner zou vergund worden doch nooit aan twee tegelijk; zulks om het vieren der kermis op de gehuchten op te beuren, zonder tussen elkander de medestreving aan te stoken". In 1909 zijn we in Londerzeel Sint-Jozef ook de maatschappij van de ‘Schuppenboeren’ tegengekomen. Ik weet niet wat die mensen deden maar wel dat ze ter gelegenheid van hun kermis een subsidie van 10 fr. hebben gekregen. Misschien was dat vanwege hun 10-jarig bestaan.

23


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

De Schuppenboeren alias de Schuppenzotten in 1899 (foto uit verzameling Fons Moeyersons)

In 1911 – en wellicht al een stuk vroeger – bestond er in Steenhuffel al een echte Toneelkring. De voorzitter daarvan was de heer Edmond Roger. Eigenlijk weet ik over deze vereniging niet zoveel te vertellen behalve dat ze op 23 en 30 april voorstellingen gegeven heeft. Op dezelfde dagen had ook de Volksbond van Londerzeel een grote activiteit gepland maar nà overleg tussen beide organisaties werd die opgeschoven zodat ze elkaar maar één dag overlapten. Zodoende heeft de Volksbond van Londerzeel, voorgezeten door drukker Jan Van Molle, Op 30 april en 7 mei 1911 een prachtig turnfeest gegeven. De opbrengst was bedoeld om de kosten van de stichting en het onderhoud van de Turnafdeling van de Bond te dekken. Ik denk dat dit de vroegste vermelding van een Londerzeelse Turnkring is. Tenslotte wil ik de lezer ook het volgende prentje uit 1919 niet ontzeggen. Daaruit leren we: 1. dat de “meisjes der jeugdorganisatie” niet alleen toneel speelden maar dat daar ook werken bij waren van Londerzelenaar Pieter Pas. 2. Dat er in Londerzeel een echt toneelgezelschap was dat zich de “Rodenbachskring” noemde. 3. Dat “Het patronaat” de plek was waar deze toneelstukken werden opgevoerd

24


Tot verheffing van het volk van Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

Louis De Bondt

25


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.