Gezondheidsdszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1900

Page 1


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Auteur:

Louis De Bondt

Lay-out:

Louis De Bondt

Afbeelding op de kaft:

Internet

Gedrukt bij:

CreateMyBooks

Overname is toegestaan mits vermelding van de titel van dit boek en de naam van auteur en uitgever.D/2020/L. De Bondt.

2


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel

1525-1914

Vroedvrouwen, chirurgijnen, barbiers en heelmeesters Een ‘sieckhuys’ en de plannen voor een hospitaal Epidemieën

Louis De Bondt

3


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

4


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Dit boekje bevat:

Deel I Blz. 6 De niet erg wetenschappelijke benadering van de gezondheidzorg: overlezers, geneesheiligen en bedevaarten. Deel II Blz. 29 Medische beroepen en praktijken in de middeleeuwen. Deel III

Blz. 47

Onze heelmeesters, chirurgijnen, barbiers, apothekers en vroedvrouwen (1525-1914). Deel IV Blz. 66 Enkele geregistreerde epidemieën in groot-Londerzeel. Deel V Blz. 77 Het Sieckhuys en de bedevaart naar de Bergkapel 1525-1754. Deel VI Blz. 93 Het Hospitaal van Londerzeel 1895.

5


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel I

De niet erg wetenschappelijke benadering van de gezondheidzorg Overlezers, geneesheiligen en bedevaarten

6


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Ik begin dit boekje met iets dat we bezwaarlijk onder de noemer geneeskunde kunnen catalogeren maar dat tot in zeer recente tijden voor onze lijdende voorouders en hun naastbestaanden zeer belangrijk was. Vooral als de aardse wetenschappers geen antwoord meer hadden werd massaal de bijstand van een hemelbewoner ingeroepen. Voor iedere ziekte was er wel een heilige tot wie men zich kon richten. Men moest uiteraard wel zeer goed weten aan welke kwaal men leed. Want niet iedere heilige kon alles genezen. En niet ieder bedevaartsoord kon even multifunctioneel als bijvoorbeeld Lourdes of Scherpenheuvel zijn. Een heilige benaderen gebeurde in eerste instantie door een paternoster te lezen bij het heiligenbeeldje op de schouw. Of men kon zijn of haar altaar bezoeken in een kerk of een kapel. Op bedevaart ging men ofwel alleen maar bij voorkeur toch in groep. Als men het zelf niet kon dan ging er wel een familielid of een buur. Hoeveel mensen er door het ingrijpen van een hemeling geholpen werden zal wel niet te achterhalen zijn. Als we de legenden en verhalen mogen geloven dan waren het er ontzettend veel. We spreken natuurlijk over een tijd dat er nog dagelijks mirakels gebeurden. Helaas zijn de wonderen al een tijdje de wereld uit.

7


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De geneesheiligen en waar men ze kon vinden Hierna volgt een lijst van de heiligen, waar ze goed in waren en waar ze werden vereerd. Ik weet het... hij is lang en desondanks allesbehalve volledig. Ik geef hem toch omdat we niet weten welke tijden er nog gaan komen en het nooit slecht is om op iets terug te kunnen vallen. We weten ook niet waar wijzelf nog ooit terecht gaan komen. Heilige Abraham Syrus Abundius van Rome Achatius van Ararat Adelhard van Corbië

Adelheid van Villich

Aegidius van St. Gilles

Agatha van Catania

Albertus van Cashel Aldegondis van Maubeuge

Alexander I (paus)

Aloysius van Gonzaga Alruna van Cham

Goed tegen of voor Koorts Jicht Diverse kwalen Doodsangst Infectieziekten Koorts Tyfus Oogkwalen

Patroon in onder meer

Bedevaartplaatsen

Maubeuge.

Naar het graf om stof of aarde ervan mee te nemen.

Aambeien, Besmettelijke ziekten Lepra, Melaatsheid Pest Epilepsie Griep Chronische infecties Kanker Kreupelheid Waanzinnigheid Borstkwalen Kanker Pest

Sint-Gillis, Brussel, Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Sint-Gilles-Waas Edinburg Toulouse en van Toulouse.

Artritis Borstkanker Borstkwalen Kinderziekten Koorts Oogziekten Zweren Ontstekingen Gezwellen Struma Huidaandoeningen Kliergezwellen Oogkwalen Pest Koorts

Het bronwater van Pützchen (bij Villich) is goed voor de ogen Saint-Gilles (Fr.) op de route naar Compostella.

Sint-Agatha-Berchem Sint-Agatha-Rode.

In Oombergen (Zottegem) wordt ter gelegenheid van haar feestdag een speciale broodverkoop gehouden.

Overboelare Deurle

Maubeuge Deurle Zwevezele Mespelare (kapelletje langs de weg DendermondeAalst)

Mechelen (klein seminarie)

8


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Amandus van Maastricht aka Amandus van Gent

Goed tegen of voor Huidziekten Reuma, Jicht Stuipen Verlamming Koorts Epilepsie Rachitis (Oude Man) Oogklachten Onvruchtbaarheid (in Malderen) Koorts Rode koorts Arm- en schouderpijn Kneuzingen

Patroon in onder meer Malderen Opdorp Sint-Amandsberg bij Gent Sint-Amands aan de Schelde Saint-Amand-les-Eaux Antwerpen

Bedevaartplaatsen Erembodegem: het water uit het St-Amandsputje geneest oogklachten. Erps-Kwerps Geel Hoeleden-Kortenaken . In Malderen ging men bij Sint-Amandus als men moeilijk kinderen kon krijgen.

Temse Zandhoven

Anna, moeder van Maria

Onvruchtbaarheid Bedplassen

Turnhout (begijnhof) Oudergem e.a.

Mater: Amalbergaviering. Temse: koortskapelletje (aan een koortskapel wordt de koorts afgebonden door een stuk lint van een stof die in contact met het zieke lichaam geweest was aan een boom of aan een tralie van de koortskapel te binden en zich dan zo snel mogelijk zonder omkijken uit de voeten te maken. Liefst ’s nachts of in de vroege ochtend als men nog nuchter was.) ‘Berrezeikers’ (bedplassers kapelletjes kwamen zeer veel voor. Er stond er onder meer een op het kruispunt Holstraat-Opdorpstraat in Malderen. In de Sint-Annakapel in Grazen (Geetbets) worden nog altijd kilo’s zout, fopspenen en onderbroekjes geofferd. Ook in Liefferinge en Osseweg (Zoutleeuw) stonden befaamde Bedplassers-kapelletjes maar ik ken hun patroonheilige niet

Antoninus van Florence Antonius van Egypte (die met het varken)

Koorts Huidziekten Antoniusvuur, ergotisme Gordelroos Jeuk Lupus (Wolfziekte) Negenoog (karbonkel) Netelroos Ontstekingen Steenpuisten Wratten Besmettelijke ziekten Pest Scheurbuik Epilepsie

Amalberga van Munsterbilzen

Zoersel

9

Antoniusbedevaarten in Belsele, Bree, Edegem, Eksel, Essene, Herdersem, Neerpelt, Lille, Oosthoven (Oud-Turnhout), Ranst, Rijkevorsel, Rotselaar, Waasmunster, Zalfen.


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Antonius van Padua

Apollonia van Alexandrië

Goed tegen of voor Koorts Onvruchtbaarheid Voorspoedige bevalling Pest Neusverstopping Hoofdpijn Tand- en kiespijn

Arnoldus van Hiltensweiler

Beenwonden

Balbina van Rome Barbara van Nicomedië

Nekkwalen, Struma Koorts

Bernardinus van Siena

Bloederziekte Borstaandoeningen Longaandoeningen Heesheid Ongeneeslijke ziekten Kinderziekten Pest Angina Blaasontsteking Huidontstekingen Eczema Gezwellen Zweren Branderige blaasjes Krentenbaard Keelinfecties en -ziekten Kinderziekten Kinkhoest Pest Waterzucht Kinderziekten Oogkwalen

Bertrand van Aquilea Benno van Meissen Blasius van Sebaste

Bridget van Kildare

Patroon in onder meer Antwerpen

Bedevaartplaatsen

Appels Ledeberg-Pamel Elst Geel (Stelen)

Te oordelen naar de bedevaartvaantjes wordt Apollonia vereerd in: Aalst, Achterbos-Mol, Elst-Brakel, Munkzwalm (op haar feestdag worden hier ovenkoeken, geutelingen, gebakken), Maldegem-Kleit, Meldert, Zemst (Brabant). In de Dominicanerkerk te Antwerpen worden zijden koordjes uitgereikt als bescherming tegen tandpijn. Bij de Arnolduskapel te Hiltensweiler ligt een bron waar nog steeds pelgrims naartoe komen.

Sint Jans Molenbeek Maldegem Genk Maasmechelen Sint Genesius Rode Tessenderlo

In het Rijnland noemt men haar de begeleidster van Sint-Nicolaas. In Limburg werd Sinte Berbke beschouwd als huishoudster van Sint-Nicolaas.

München Sint-Blasius-Boekel (Zwalm) Jabbeke Paraguay

De Blasiuskermis in Rumbeke. Zellik - in de Sint-Bavo kerk (en voordien in de nabijgelegen Quirinuskapel ging men op bedevaart naar de H. Quirinus en Blasius (de eczema heiligen)

Ierland

De St-Brigidakapel in het Limburgse Noorbeek heeft een stukje van haar schedel. Hier is ook een Brigidabedevaart evenals te Middelaar, ook in Limburg.

10


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Burchard van Würzburg Carolus Borromeus Casilda van Toledo Casimir van Wilna Castulus van Moosburg

Catharina Benincasa Christianus van Douai

Christoporus

Clara van Montefalco Clarus van Aquitanië Claudius van Besançon Clotildis van Tours Coleta Boilet van Gent Conrardus van Piacenza Cornelius, paus

Goed tegen of voor Nier- en galstenen Reuma Pest Bloederziekte Onvruchtbaarheid Pest Besmettelijke ziekten Bloedvergiftiging Roos Wildvuur Pest Hoofdpijn Koorts

Pest Botziekten Zweren Hoofdpijn Reisziekten Plotse dood Kinderziekten Waterzucht (Londerzeel) Klompvoeten Oogkwalen Kreupelheid Kinderziekten Kwaadaardige koorts Koorts Oogkwalen Liesbreuken Epilepsie (Cornelisziekte) Verlamming (Kinder)stuipen Krijsende kinderen Jicht, Reuma Zenuwziekten Oorpijn Hoofdpijn Kinkhoest (in Londerzeel) Rachitis (in Steenhuffel)

Patroon in onder meer

Bedevaartplaatsen

Antwerpen Doomkerke (Ruiselede)

Polen en Litouwen

Italië

Londerzeel Sint-Christoffel Evergem Scheldewindeke-Oosterzele

Douai – Bij de woning van Sint Christianus bevindt zich de Bron van StChrétien. Koortslijders en zieken kwamen er hun lijfgoed wassen. In Londerzeel werden sokken gevuld met graan, afkomstig uit drie willekeurige gemeenten, geofferd om genezing van botziekten of ‘kwa benen’ te verkrijgen (bron: kapellen in Londerzeel)

Bourgondië

Gent

Ninove Sint-Kornelis-Horebeke Aalbeke (Kortrijk) Baaigem Machelen Diegem Kobbegem

11

Rossem:berfaamde Cornelius-begankenis. Ook bedevaarten in Aalbeke , Ronse en Ninove. Bijzondere verering te Beerse, Bekkerzeel, Brielen, Denderbelle-Lebbeke, Diegem, Doel, Erembodegem, Erps-Kwerps, Haasrode, Hekelgem, Heldergem-Haaltert, Leest, Letterhoutem-St-LievensHoutem, Lichtaart, Lier, Machelen, Maldegem-Kleit, Mariakerke, MerchtemPeisegem, Mille-Hamme, Moerbeke, Oekene, Passendale, Schellebelle, SintPieters-Leeuw, Webbekom, Zandvoorde.


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Cosmas van Cyrrhus

Cunera van Rhenen Cuthbert van Lindisfarne Day van Cornwall Deochar van Herrieden Deodatus van St. Dié Derrien van Bretagne Drien van Drennec

Goed tegen of voor Patroon in onder meer Epidemieën Pest Koorts Zweren Blindheid Antwerpen (St.-Andrieskerk) Keelkwalen Pest Allerhande ziekten Blindheid, Oogkwalen Pest Kolieken bij kinderen Maagklachten bij kinderen

Diboan van Bretagne

Oorpijn Allerhande kwalen

Dominicus Guzman van Bologna Domitianus van Maastricht Dredeno van St. Drédeno Drie Koningen Eduardus de martelaar Eleutherius van Doornik Eligius van Noyon

Koorts Koorts Huidziekten Epilepsie Klierziekten Koorts Epidemieën Steenpuisten Steenzweren

Erentrud van Nonnberg Erhard van Regensburg Erkenbod van Sithiu

Kinderen met kolieken zette men op het altaar van zijn kapel. De peetmoeder moest een zorgvuldig gesponnen draad afstaan die een spinrokken compleet kon vullen. Een druppel van een Diboan-bron (vb in Plevin) in het oor haalt de oorpijn weg.

Werm (Hoeselt) Hoei

Doornik Sint-Eloois-Vijve Sint-Eloois-Winkel Kruishoutem Antwerpen Moen (Zwevegem) .

Engelmar van Passau Erasmus van Formio

Bedevaartplaatsen Doorgaans samen met Damianus vereerd

Allerhande ziekten Kolieken Maagkrampen en -kwalen Pijn in de onderbuik Sint Elmusvuur Pest Vallende ziekte Pest Ernstige kinderziekten Reuma

In Vosselare wordt een relikwiehamer van hem bewaard. Bijzondere verering in Luik, Zemst, Rijmenam, Antwerpen, Meise. Processies in Maarke, Leeuwergem, Tielrode, Temse, Merelbeke, Vosselare, Pittem

Op zijn sarcofaag in de kerk van Notre-Dame te StOmer worden tot op de dag van vandaag door jonge moeders kinderschoentjes geplaatst om hun kinderen te beschermen tegen ernstige ziektes.. 12


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Etheldreda van Ely (GB) Eubertus van Séclin Eugenia van Rome Eulalia van Barcelona Eustasius van Luxeuil

Even van Bretagne Evermarus van Rutten

Goed tegen of voor Oogkwalen Cholera Doofstomheid Bezetenheid Dysenterie Blindheid Krankzinnigheid Pest Kolieken Koorts Kwaadaardige koorts

Patroon in onder meer

Bedevaartplaatsen Lille (Rijsel)

Kapel in Rutten (Tongeren)

Gewone koorts Oogziekten Filippus Neri Jicht Onvruchtbaarheid Florentius van Straatsburg Liesbreuken Nierstenen Focas van Sinope Vergiftiging Slangenbeten Forannan van Waulsort Hondsdolheid Kiespijn

Jaarlijks mysteriespel en processie in Rutten

Felix van Bourges

Franca Visalta Francisca Romana Franciscus van Assisi Fridolin van Säckingen Friso van Bassoues Gaugericus van Cambrai

Genoveva van Parijs

Oogkwalen Nachtmerries Pest Pest Hoofdpijn Kinderziekten Pijn in armen en benen Diverse kwalen Hoofdpijn Waanzin

Eczema, Uitslag Rachitis Koorts Oogkwalen Pest Besmettelijke ziekten Krijsende kinderen Lever- en maagziekten Hoofdpijn Reuma Bloedarmoede Vloed Vrouwenziekten Spruw (in Steenhuffel

Zijn relieken berusten in Waulsort aan de Maas en Stavelot.

Rome Italië

Brussel Kobbegem Sint-Goriks-Oudenhove 'sGravenbrakel Roosbeek Haaltert Pamel Dworp Steenhuffel Zepperen Oplinter Parijs

13

Werd ook vereerd in Steenhuffel

Het zeer zachte bronwater van het Sinte Vijve of Sinte Genovevaputteken in Steenhuffel beschermt tegen het spruw (= het Steenhuffels in de mond), een uitslag op de tong en in de mondholte van kinderen. Genoveva werd hier ook aanroepen tegen besmettelijke ziekten en vrouwenziekten (dat was om niet te ver op beeweg te moeten gaan) .


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Georgius (Joris) van Lydda

Geraldus van Mayo Gerbold van Bayeux Germanus van Parijs Gervasius van Milaan

Ghislanus van Henegouwen aka van St Ghislain Gilbertus van Neuffontaine

Goed tegen of voor Huidziekten Lepra, Melaatsheid Oorkwalen Pest Syfilis Pest Dysenterie Hoofdpijn Koorts Koudvuur Bloederziekte Hart- en vaatziekten Incontinentie Onvruchtbaarheid bij de vrouw

Kinderziekten Kreupelheid Gildas de Wijze Hondsdolheid Krankzinnigheid Razernij Hoofd- en tandpijn Godehard van Hildesheim Jicht Kinderziekten Reuma Zware bevallingen Godelieve van Gistel Oogkwalen Keelpijn

Guenole van Landevennec Guihen van Dol (Bret.) Gurloës van Quimperlé Helga van Bregenz Hernin van Locarn (Bret.) Hervé van Bretagne Hilarius van Poitiers

Hugo van Cluny Idesbald van ter Duinen

Groeistoornissen Maagklachten Wratten Kinderziekten Open wonden Jicht Reumatische pijn Oogziekten Verlamming Hoofdpijn Blindheid Oogkwalen Zwakke kinderen Reuma

Koorts Koorts Reuma

Patroon in onder meer Luik Sint-Joris (Nieuwpoort) Sint-Joris-ten-Distel (Beernem) Sint-Joris-Weert (Oud-Heverlee) Sint-Joris-Winge

Bedevaartplaatsen Sint-Joris-ten-Distel

St Ghislain

Roeselare Sint Michiels Brugge Wondelgem Oostende

De abdij Ten Putte in Gistel s nog steeds een populair bedevaartsoord

jicht heet in het Bretons ‘'de ziekte van Sint Urlou'.

Bierbeek Wevelgem Boutersem Mullem-Oudenaarde Sint-Idesbald (Koksijde)

14

Aan het koortskapelletje in Koksijde wordt de koorts afgebonden. Zie bij Maria Magdalena voor de uitleg.


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Jacut van St-Jacut-de-la-mer

Patroon in onder meer

Jaoua van Bretagne Jean de l’Hôpital

Goed tegen of voor Epidemieën Hondsdolheid Bezetenheid Kanker Open wonden

Joannes de Doper

Krijsende kinderen

Job

Aambeien Huiduitslag Zweren Melaatsheid Syfilis Voor een zachte dood Zenuwziekten Nachtmerries Kinkhoest (in Londerzeel)

Sint Jans Molenbeek Sint Jan in Eremo (Sint Laureyns) Gent Herentals en zeer vele andere Sint Job in ’t Goor Retie

Jozef van Nazareth

Jugon van Bretagne Juliana van Nicomedië

Koorts Infectieziekten

Julianus van Alexandrië

Jicht

Kirec van Tréguier

Gezwellen Wratten Beroerte

Lambertus van Doornik

Laurentius van Rome

Huiduitslag Huidziekten Koorts Pest

Leander van Sevilla Reuma Leonardus Onvruchtbaarheid bij de van St-Léonard-de-Noblat vrouw

Bedevaartplaatsen

Johannes friste zich op aan de door hem geslagen Johannesput in Lesmes. Nog steeds een pelgrimsoord want het water zou open wonden genezen. Sint-Janskerk in Mechelen bij Sint Jan de Krijter

Bedevaart in de Martinuskerk te Wezemaal

Londerzeel Sint-Jozef Ternat Deurne Hamme Hove en zeer vele andere Verviers

Ekeren Heverlee Antwerpen Beerse Grobbendonk Sint-Laureins Sint-Laureins-Berchem Hove Antwerpen Oostmalle Veltem Kooigem Bocholt Peutie Aartselaar Breendonk Sint Lenaerts (Brecht)

15

Relieken in de Zavelkerk te Brussel. De pelgrimstafel is een jaarlijks evenement op Witte Donderdag, georganiseerd door het door Vlamingen in Rome opgerichte St. Julianus Gasthuis.

Laurentiusbedevaart in Klerken. Omdat tijdens de bedevaart peren werden verkocht, heet die nu de Perelaarstoet.

Peutie (bedevaart)


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Goed tegen of voor Liuthild van Berge (Duitsl.) Oogkwalen Oorkwalen Longinus van Cesarea Oogkwalen Lucia van Syracuse Rodeloop (dysenterie), Bloedingen, Bloedziekten Keelpijn Oogziekten Lutgardis van Tongeren Blindheid

Macarius van Gent

Pest Besmettelijke ziekten

Machutus van Malo

Verlamming Jacht Epilepsie Rachitis Bedplassen Ingewandziekten Koorts Eczema Huiduitslag Klierziekten Kropzweren (Sint Markoenzeer) Struma

Mamertus van Vienne (Fr.) Marculfus van Nanteuil

Margareta Maria, O.L.V.

Maria van Egypte

Kinkhoest Stuipen Alle ziekten

Patroon in onder meer

Bedevaartplaatsen

Malderen (samen met Amandus) Markegem (samen met Amandus) Geel Vlaanderen Zuun Tongeren Gent Laarne Mons

Monceau-Imbrechies Wichelen Reims

Baardegem (St. Margaretakapel) Scherpenheuvel Dadizele Oostakker en vele andere

Cholera Koorts 16

Sint Macharius ommegang in Laarne

Als sint Marcouf of Markoen bijzonder vereerd in o.m. Zellik (bedevaart), Doornik (St.-Bricekerk), Dinant, Silly, Grez, Ath, Barvaux-sur-Ourthe, Binche, Brussel (OLV ter Zavel), Echtel, Kortrijk, Mont-Dison, Namen, Nijvel, Paliseul, Somzée, Wesembeek, Wichelen, Wingene, Wondelgem ook patrones van de vroedvrouwen Niet alleen de basilieken van Lourdes en Scherpenheuvel maar ook belangrijke Maria-bedevaarten in Halle, Beauraing, Donk (Maldegem), Ertvelde Kleit, Kontich, Berendrecht, Bon-Secours, Hasselt, Vosselaar, St.-LambrechtsWoluwe... En dichter bij ons in Imde-Wolvertem (Boskapel, Olv der Kranken), Buggenhout (Boskapel), Kalfort-Puurs (bedevaart tegen blindheid en heesheid naar O.L;V. ter Traan), Merchtem, Lebbeke. En uiteraard de O.L.V. kapelletjes ‘langs alle Vlaamse wegen’.


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Maria Magdalena

Goed tegen of voor Koorts

Patroon in onder meer Reet Brugge Mortsel/Edegem

Martinus van Tours (Sint Maarten) Matthias, apostel

Bedplassen Huiduitslag Kinkhoest Pokken Onvruchtbaarheid

Moorsel bij Aalst Genoelselderen (Riemst) Gijzelbrechtegem Meensel-Kiezegem

Maudez van St. Modez

Koorts bij kinderen Oogkwalen Steenpuisten (in Trebry) Zweren Slangenbeten Voetkwalen (in HautConlay)

Maurus van Huy

Beenkwalen Gal- en nierstenen Jicht, Reuma Kreupelheid, verlamming Struma Verlamming Reuma Jicht Hoofdpijn (in Hove)

Maurus van Subiaco

Medardus van Noyon

Geestesziekte Koorts Hoofdpijn (in Meise)

Méen van Rennes

Huidziekten Koorts Krankzinnigheid Oogkwalen

Melaria van Wales Modan van Dreyburg Nennoc van Ploemeur

Kolieken bij kinderen Dysenterie Kinderziekten Moeilijk lopen (kinderen)

Bedevaartplaatsen Vremde: aan het koortskapelletje werd de koorts afgebonden door een stuk lint van een stof die in contact met het zieke lichaam geweest was aan een boom of aan een tralie van de kapel te binden en zich dan zo snel mogelijk zonder omkijken uit de voeten te maken.

Vereerd in Ath, Bergen (Mons), Herentals en Tienen. Echter vooral als patroon van de kuipers. Boetprocessies te Lanmodez en Guiscriff. Pelgrims komen zich wassen in de wonderbare bron die de zweer op de arm van de heilige genas.Ook geneeskrachtige bronnen te HautConlay en te Trebry.

Holsbeek Elsegem (Wortegem-Petegem) Herseaux (Moeskroen)

Rossem (Wolvertem) Wervik Edegem Wijtschate Ursel Wessem

bedevaart naar Hove bij Antwerpen - In de kerk lagen ijzeren ringen waarvan de bedevaarder er een op zijn hoofd zette en waarmee hij driemaal de kerk rondging Rossem - Met een ijzeren kroon op het hoofd (beschikbaar in de kerk) moet men drinken van het water van de St-Medardus bron. Er komen nog altijd pelgims naar zijn bronnen in Plechatel (Ille-et-Vilaine), Cancale, Ploumoguer en Guilligomarch om genezing van huidaandoeningen (de St Méenkwaal) te vragen.

17


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Nicolaas van Tolentino

Odilo van Cluny

Onenn van Tréhorenteuc Otto van Bamberg Petronella van Rome Pever van St. Pever Pontius van Cimiez Poppo van Deinze

Goed tegen of voor Koorts Engelse ziekte Mond- en klauwzeer Dysenterie Geelzucht Kolieken, Zenuwpijnen Waterzucht Hondsdolheid Koorts Koorts Oogkwalen Maanziekte Luizen en parasieten Waterzucht (in Stavelot) Stress, psychisch lijden

Quintinus van St.-Quentin Waterzucht (oedeem) Kinkhoest Koorts Quiriacus van Trier Kinderziekten Quirinus van Neuss Pest Pokken (Quirinusziekte) Verlamming, Jicht Huidziekten, eczema Schurft Ettergezwellen Oor- en oogkwalen Keelziekten Struma Botbreuken

Quirinus van Siscia Ramwold van Regensburg Rasso van Andechs Reginald van Orléans Reinoldus van Keulen Remigius van Reims

Patroon in onder meer Antwerpen.

Rome

Stavelot.

Bedevaart naar zijn graf in de kloosterkerk te Stavelot. In Deinze houdt men nog Euch. vieringen t.e.v. Poppo voor al wie lijdt aan oververmoeidheid, psychisch lijden en stress.

Imde-Wolvertem Sint-Kwintens-Lennik

Vlimmeren-Beerse Bunsbeek-Glabbeek Viversel (Heusden-Zolder)

Imde: pelgrimage naar het Quirinusbeeld in de kerk. Zellik: in de Sint-Bavo kerk (voordien in de Quirinuskapel) ging men op bedevaart naar de H. Quirinus en Blasius (de eczema heiligen) Ook Marculfus (Markoen) had een bedevaart in Zellik Vlimmeren was vermaard voor de begankenis ter ere van de Heiligen Quirinus en Balbina. Wegens verwarring met zijn naamgenoot uit Neuss

Wambeek Beerzel St. Remigius-Geest (Geldenaken) St. Rémy (Chimay) St. Rémy (Blegny) Haacht Baarle-Hertog Sint Jans Molenbeek

Oude bedevaart naar Beerzel (prov. Antwerpen)

Pijn in benen en voeten Jicht Oogkwalen Liesbreuken Nierstenen Koortsaanvallen Pest Epidemieën Hals- enkeelkwalen Koorts Pest

Bedevaartplaatsen Eten van gewijde broodjes

18


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Rochus van Montpellier

Goed tegen of voor Pest Cholera Besmettelijke ziekten Pijn in de benen Hondsdolheid

Romedius van Nonsberg

Beenkwalen Koorts Pest Reuma Koorts Besmettelijke ziekten

Rosalia van Sicilië Ruan van Bretagne Rumoldus van Mechelen

Sebastianus van Rome

Secondel van Bretagne Servatius van Maastricht

Beroerte Zwakke kinderen Koorts Besmettelijke ziekten Lepra, Pest Stomheid Vallende ziekte Waanzinnigheid Zweren Koorts Huidziekten Koorts Roos Verlamming

Patroon in onder meer Aarschot Waasmunster Huldenberg Schorisse Deurne Halle Blankenberge Laken Kortrijk Ulbeek

Mechelen Humbeek Steenokkerzeel Berlaar-Heikant Schepdaal Gent Gingelom Linkebeek Niel bij Sint-Truiden

Maastricht Herselt Kersbeek Wemmel Ravels Diepenbeek Schaarbeek Saint-Servais bij Namen

Siardus van Friesland aka Aanhoudend kindergehuil van Mariëngaarde Zware bevalling Stefanus van Jeruzalem

Gal- en nierstenen Kinkhoest Bezetenheid

Sulpitius II Pius van Bourges

Huidziekten Jicht

Bedevaartplaatsen Talloze Rochuskapelletjes en bedevaartsplekken zoals in Merchtem (Breestraten), Asse, Nieuwenrode, Meldert, Boom, Bornem, en op vele, vele andere plaatsen

Gent Oppem-Mollem-Brussegem Lippelo Hingene Melsen Hoeselt Vichte Diest Overhespen (Linter) Jumet Bourges

19

Grimbergen: Servatiusprocessie. Genk: Servatiusjaarmarkt. patroon van de abdij van Tongeren

Abdij van Tongerlo – men koopt een een medaille van Siardus en legy die in de wieg van de schreeuwer. Stefanusbedevaartsoorden in Nederokkerzeel en Kampenhout. Om andere dan zijn helende eigenschappen ook vereerd in Virton, Diest, Leuven, Châtelet en Kortrijk


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Tegla van Llandegla Teilo van Llandaff Thaumastus van Poitiers Theobaldus van Provins

Theodulfus van Trier Thomas van Gubbio Timotheus, apostel Triverius van Dombes Tudy van Bretagne Tujen van Daoulas Urbanus I, paus Ursmarus van Lobbes

Goed tegen of voor Vallende ziekte Koorts Diverse kwalen Kleine kolieken bij kinderen Jicht Koorts Oogziekten Onvruchtbaarheid bij vrouwen Alle ziekten Onderbuik-kwalen Maagklachten Hopeloze ziekten Reumatische pijn Hondsdolheid Tand- en kiespijn Jicht Ingewandziekten bij kinderen

Vaast van Arras-Cambrai

Slecht ter been Oogziekten

Valentinus van Passau

Epilepsie Jicht Pest Vallende ziekte Epilepsie

Valentinus van Rome Valerius van Trier Venantius van Camerino Veranus van Cavaillon Veronica van Jeruzalem Veronus van Lembeek Vincentius Ferrer

Virginia van Ste Verge

Pest Oorpijn Pest Bloederziekte Zware verwondingen Hoofdzweren Koortsen Epilepsie Koorts Toevallen Allerhande ziekten Koorts

Patroon in onder meer

Bedevaartplaatsen

Bedevaarten naar Turnhout, Marcourt-sur-Ourthe en Rendeux.

Huise (Zingem) Baasrode Oetingen Deftinge Zegelsem Nokere Lobbes Binche Luxemburg Hatrival Saint Vaast (La Louvière) Ieper Hoepertingen (Borgloon) Cerfontaine Frasnes-lez-Anvaing Celles Estaimpuis

Het water van de SintUrsmarusbron bij zijn geboorteplaats bij het klooster Liessies te Fontenelle is of was geneeskrachtig.

Dendermonde: Benedictijnen abdij

Poppel Berkenbos (Heusden-Zolder)

Lembeek (Halle) Gent-Noord Niet te verwarren met Vincentius a Paulo

20

Lembeek: bedevaart.


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Heilige Vitus van Sicilië

Vougay van Bretagne

Goed tegen of voor Patroon in onder meer Blindheid Sankt Vith Doofstomheid Epilepsie, vallende ziekte Stuipen, Toevallen Hondsdolheid Kreupelheid Oogziekten Bedplassen Koorts

Walaricus (Walrik) van St. Valéry Walburgis van Heidenheim

Koorts

Walterus van Pontoise

Koorts Oogkwalen Reuma Pest Sint Antoniusvuur Wilhelmuskruid Huiduitslag Epilepsie Toevallen

Wilhelmus (Guillaume) van St-Bénigne

Willibrordus van Utrecht

Oogkwalen Pest Hondsdolheid

Bedevaartplaatsen

Kinderen werden languit op zijn altaar uitgestrekt om hen te doen aansterken.

Meldert Oudenaarde Antwerpen Brugge Veurne

Ook vereerd in Luik

Antwerpen Merksplas Kasterlee Rijkevorsel Heusden-Zolder Aalter Balen Lummen

De beroemde springprocessie van Echternach heeft met de verering van Sint Willibrord te maken.

Hoewel ik bij de paters naar school geweest ben, ken ik meer dan driekwart van deze heiligen niet. Gelukkig heeft de heer A. Van Acker hun leven, hun werken en hun specialisatie uitgebreid beschreven. Het is allemaal te vinden op © heiligen.net. Ik beken dat ik daaruit zeer veel heb overgenomen. Ik heb het wel wat aangevuld met wat ik nog her en der gevonden heb, onder meer (maar niet uitsluitend) in De Geneesheiligen in de Lage Landen, Jo Claes, Alfons Claes en Kathy Vincke ,Uitgeverij Davidsfonds. Wat mij opvalt is dat er tussen die heiligen zowel specialisten als beoefenaars van de algemene geneeskunde (zeg maar huisdokters) zitten. Wat ook opvalt is dat dezelfde heiligen op verschillende plaatsten verschillende specialiteiten kunnen hebben.

21


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Geneesheiligen in en voor groot-Londerzeel. In de voorgaande heiligeninventaris heb ik bedevaartsplaatsen die te ver af liggen om er te kunnen geraken grotendeels buiten beschouwing gelaten. Ook voor de niet zo mobiele zieken uit groot-Londerzeel bestond er geen ziekte of ongemak waartegen er in de buurt niet minstens één heilige bestond. En er waren ook vele manieren om die te consulteren. 1. Om te beginnen waren er de huisheiligen die men meestal onder stolp, op de schouw maar ook en niet zelden op de kleerkast bewaarde, voor de keren dat men hen nodig had. Meestal werden Jezus en Maria daar stofvrij gehouden, maar ook Sint Antonius was, al was dat vooral vanwege een andere talent, erg populair (Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik m'n sleutels vind).

2. Er waren, nog altijd dicht bij huis, de kapellekensheiligen, voor wie men al eens een kaars liet branden als men er toevallig moest passeren. Sint-Rochus bijvoorbeeld was altijd goed om de pest buiten de deur te houden als die in de wijde omgeving resideerde. Een druk bezochte Sint Rochuskapel stond en staat in Asse, een andere te Breestraten in Merchtem. 3. En dan waren er de heiligen die uitsluitend thuis ontvingen. Om hen te consulteren moesten de mensen zich verplaatsen. Vroeger noemde men dat “een beeweg doen”. - Wie met vervelende zweren zat ging naar Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand in Mariekerke (maar kon ook bij Sint Elooi in Meise en Zemst terecht). - In Liedekerke kende men een remedie tegen de “kleine oude man”. Voor genezing van de “groten oude man” (rachitis, zie verder) kon men daarentegen toch beter in Steenhuffel blijven. Genoveva kon daar voor zorgen maar hier zou ook een ‘gespecialiseerde’ Cornelius-put zijn geweest. Ik weet niet waar. Toen de Oudemannenziekte (zie verder) van de aardbol verdween heeft men hem wellicht gedempt. - Het Quirinus-beeld in de kerk van Imde had een pijnstillende werking tegen de “rumatik”. De patroonheilige van Imde heet weliswaar Quintinus en die verzorgde vooral kinkhoest en oedeem, maar dat wist men in het Londerzeelse schijnbaar niet. - Quirinus was ook zeer gewild bij eczema en andere huidaandoeningen. Een bedevaart naar Zellik was dan meer aangewezen. Daar kon men namelijk terecht bij de 3 eczema-heiligen (Quirinus, Blasius en Marculfus of Markoen) tegelijk). - Sint Medardus, de patroon van Rossem, ontving daar mensen die aan barstende koppijn leden. Zelf heb ik het nooit gezien maar volgens de overlevering lag er in de kerk een ijzeren kroon. Als men die op het hoofd zette en vervolgens een beetje water 22


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

dronk van de Sint-Medardusbron zou dat verlichting geven. Heb ik al gezegd dat Medardus ook een patroonheilige van de krankzinnigen was? Ook in onze eigen dorpen waren er een aantal tot ver buiten de grenzen befaamde bedevaartsoorden: - Bij Sint-Amandus te Malderen moest men zijn als men geen of moeilijk kinderen kon krijgen. Dat was nochtans zijn grootste specialisatie niet. Alles was met reuma en verlammingsverschijnselen en stuipen te maken had, dat wel. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat niet alle mensen zo goedgelovig waren. Ziehier het schrijnende verhaal van André Van Gucht. Op 11 augustus 1846 trok hij te voet vanuit Londerzeel op bedevaart naar Peutie. Dat kon alleen maar naar de relikwie van de heilige Leonardus (die iets kon doen aan onvruchtbaarheid en een moeilijke zwangerschap) zijn. Hij is evenwel nooit zo ver geraakt en dat was niet aan mogelijke blaren op de voeten te wijten. Op 2 oktober schreef schepen Willocx volgende brief aan gouverneur baron de Viron: “Monsieur le gouverneur. (Vertaald) Van Gucht André, 66 jaar, dagloner, wonend in Londerzeel, is in het bedelaarshuis van Terkameren binnengebracht op 12 augustus 1846. Hij werd opgepakt en veroordeeld voor landloperij en dit terwijl hij in feite op pelgrimstocht naar Peutie was. Mijnheer de gouverneur, ik doe een beroep op uw vaderlijke autoriteit om hem in vrijheid te doen stellen. De genoemde Van Gucht is altijd van onberispelijk gedrag geweest en hij werd altijd geacht en gerespecteerd door degenen die met hem in contact kwamen. Uw nederige en zeer onderdanige dienaar.” De smeekbrief van de Londerzeelse gezagdrager heeft niet kunnen beletten dat André Van Gucht op 28 oktober nog altijd in Terkameren zat. Ter verduidelijking: 1846 was een extreem rampzalig jaar; de hongersnood was groot en de ermee gepaard gaande landloperij en bedelarij werden zwaar beteugeld. - Overigens had Van Gucht naar het Anna-kapelletje in Malderen kunnen gaan. Ook de moeder van Maria was een vruchtbaarheidspecialiste. Maar ze was beter bekend bij de moeders die iets aan het bedplassen van hun al wat oudere kinderen wilden doen. Wellicht wilde Van Gucht zich niet met hen associëren en heeft hij daarom een tocht naar het verre Peutie ondernomen. Het “Berrezeikers” (bedplassers) kapelletje van Malderen (waarvan ik denk dat het aan de heilige Anna toegewijd was) was tot in recente tijden op het kruispunt van de Holstraat en Opdorpstraat te vinden. Het werd druk bezocht. Er werd dan wat zout geofferd. - De Heilige Lucia, mede-patrones van Malderen, beschermde haar bezoekers tegen bloedingen en bloederige dysenterie. Maar de vreselijke epidemie van de Rode Loop, die in 1846 onze streek teisterde, heeft ze niet kunnen tegenhouden. - Voor wie aan heilige kruisverering leed (ik weet niet of dat een ziekte was) was er de Londerzeelse Bergkapel. - De patroonheilige van de kerk van Londerzeel St.-Jozef (wie zou dat toch kunnen zijn) was een ervaren anti-kinkhoestspecialist. Toen in 1871 in Londerzeel de nieuwe parochie Sint-Jozef gesticht werd, was dat dus goed nieuws voor alle kleine kinderen uit de streek. Ook de heilige Margareta in Baardegem kon op dat gebied haar mannetje staan. Zo’n antikinkhoest beeweg werd meestal wel preventief gedaan. - Die van Londerzeel Sint-Christoffel had een remedie tegen waterzucht en opgezwollen benen (aka ‘kwa benen’). Men moest er wel wat voor over hebben om er van af te geraken: er werd immers verwacht dat men zijn sokken vulde met graan dat uit 3 willekeurige maar verschillende dorpen afkomstig was. Na gebruik moesten die dan in de kerk geofferd worden. Ik weet niet of die sokken al mochten gedragen zijn. 23


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In Leuven en Sint-Kwintens-Lennik kende men hetzelfde gebruik. Ook te Imde werden vroeger kousen met gebedeld graan geofferd, vooraan op de communiebank Bron: Revue belge de philologie et d'histoire: Volume 28, Issues 3-4 , pag. 1548. -

Bij Genoveva in Steenhuffel kon men van het spruw, mondblaasjes (internationaal ‘het Steenhuffels in de mond’ geheten) en zelfs mond- en klauwzeer afgeraken. Bovendien kon men er O-benen bij kleine kinderen en bacterievuur in het vlas mee voorkomen. Genoveva zou ook bescherming of genezing geboden hebben tegen de ‘grote Ouden Man’. Eigenlijk was Cornelius daar beter voor uitgerust maar wellicht heeft ze diens werk overgenomen toen de raadselachtige Cornelius-put in Steenhuffel verdwenen was. Het wonderbaarlijke Steenhuffel verdient het zeker om er wat meer aandacht aan te besteden. Dat doen we nu. Het geneeskrachtige water van Sinte Vijve. In Steenhuffel ontsprong in de oude tijd een bron die haar water in de Molenbeek loosde. Toen rond 1600 Genoveva de nieuwe patrones van Steenhuffel werd, is men die het Sinte Vijveputteken gaan noemen. Dat water was zeer zacht en volgens de legende geneeskrachtig. Men raakte er huidkorsten door kwijt. Het werd (mogelijk opnieuw) een druk bezochte pelgrimsplaats. De naamsverandering heeft echter ook de waterkwaliteit veranderd. Vanaf nu was het vooral aangewezen tegen het “Steenhuffels”, het “spreeuw of spruw”, het “wit in de mond” en zelfs tegen “le muguet”. Genoveva kende ook wat Frans want ze was een Parisienne. In ieder geval waren dat allemaal namen voor dezelfde zuigelingenziekte. Ook bij gewone mondblaasjes of bij het veel ergere mond- en klauwzeer kon het soms de moeite lonen om eens naar Steenhuffel te gaan. In 1795 werd het Sinte-Genovevakapelletje en het putteke dat eronder lag, van de kerkenboomgaard verplaatst naar de plek achter de kerk waar het nu nog altijd te vinden is. Ofschoon de constructie wat aan het roesten is, zou ze nog altijd haar helende krachten bezitten. Wie dat wilt controleren moet wel de goede procedure volgen. Men begint met driemaal rond de kerk en daarna driemaal rond het kapelletje te lopen, wandelen mag ook. Daarna schept men - voorzichtig vanwege het verroeste afsluitwerk - met een aan een ketting bevestigde kroes wat water uit de bron. Men mag vooral ook niet vergeten om een slokje van dat water tot zich te nemen of er een fles mee te vullen voor eventueel later gebruik. In zijn onuitgegeven meesterwerk “Hortus delicarum” (1982) schreef Pater Joris Vertonghen dat een groot deel van de heilzame werking van het Genoveva-putteke – althans in zijn jeugd - te wijten was aan het feit dat de jongens van de Over-de-Beek er in pisten. De officiële versie gaat er echter nog steeds van uit dat de bron geneeskrachtig is omdat ze ieder jaar op tweede Sinksendag wordt gewijd. In recentere tijden, zelfs nog in de eerste helft van de 20ste eeuw werden de blaasjes eerst met een pluim met Jodiumtinctuur en een aluinoplossing ingestreken vooraleer de mond daarna met Genoveva-water te spoelen. Den Ouden Man en Steenhuffel. Ook voor kleine kinderen met het Oude Man-syndroom moest men naar Steenhuffel op beeweg gaan. ’t Is te zeggen, alleen voor kinderen met “den groten ouden man”; voor “den kleinen ouden man” kon men beter in Liedekerke zijn. Die fameuze oudemannen24


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

ziekte kennen we nu niet meer. Ze komt niet veel meer voor en bovendien hebben ze er de Latijnse naam Rachitis aan gegeven. Het is een ziekte bij zuigelingen en zeer jonge kinderen waardoor bot en kraakbeen niet genoeg verkalken en waardoor onder meer O-benen kunnen ontstaan. Een evenwichtige voeding kan dat probleem in de meeste gevallen voorkomen, en anders volstaat het toedienen van enkele flinke dosissen vitamine D. Maar vroeger, dat wil zeggen toen de mensen het nog niet over Rachitis hadden maar over de Ouden Man, dan kon men voor de zwaardere gevallen maar beter op beeweg naar Steenhuffel gaan. Men moest dan een hemdje en een mutsje van de zuigeling meedragen, en beide kledingstukken in een nabijgelegen put werpen. Oorspronkelijk (voor Genoveva begon te cumuleren) was dat in een Sint-Corneliusput. Als de kleren naar beneden zonken, dan zou het kind binnen de negen dagen sterven; bleven ze boven drijven, dan zou het herstellen. Persoonlijk zou ik toch voor een extra dosis vitamine D opteren. Vlasoffers voor Genoveva te Steenhuffel. Wat volgt gaat niet over mensenziekten maar ik vertel het toch opdat we het nooit meer zouden vergeten. Vlasoffers waren courant in katholieke gebieden en kwamen ook in Vlaanderen voor. In Buggenhout woonde iedere Vlasboer de Vlasdienst bij op de zaterdag van de derde week na Pasen. In 1890 kwam een grote massa volk bijeen in de kapel van O.L.V. van Smarten (de boskapel) te Buggenhout: op het altaar lagen de offergaven van de boeren, die bestonden uit gezwingeld vlas van het vorige jaar, hoog opgestapeld. Deze Vlasdienst werd ook nog in de periode 1970-1980 gehouden. Gezien het grote belang van het Vlas is het niet verwonderlijk dat er vele volks-cultussen bestonden om de Vlas-oogst gunstig te beïnvloeden. Dat was tot voor kort ook nog het geval in Vlaanderen. In sommige plaatsen in Vlaams-Brabant gingen de mensen op bedevaart tegen het bacterievuur in het vlas. De inwoners van Merchtem en Londerzeel gingen daarvoor naar de H. Genoveva in Steenhuffel. Als er op het land een plek was waar het vlas schraal groeide en als die plek een enigszins ronde vorm, dan werd deze meteen in verband gebracht met het wiel van de H. Catharina van Alexandrië (Sinte-Catharina wiel). Dan was alleen van een bedevaart naar St. Catharina-Lombeek of naar Kalfort (Puurs) heil te verwachten... Bronnen voor de Genoveva-rituelen in Steenhuffel: Volkskunde, jaargang 1940, volumes 42-45, blz.29. Volksgeneeskunde in Vlaanderen, Alfons De Cock, 1891, blz. 82. Compendium of Symbolic and Ritual Plants in Europe - Marcel Cleene, M. C. Lejeune, 2002, p. 235. 4.

Heiligen die wat meer konden dan de anderen en veel patiënten tegelijk konden behandelen, ontvingen bij voorkeur hun pelgrims in groep. -

-

-

Gedurende de 9 dagen die volgden op de derde zondag na Pasen (de Bosschijning) zag men dagelijks hele klassen schoolkinderen te voet van Steenhuffel en elders naar de Boskapel (O.L.V. van de Nood Gods) te Buggenhout trekken. Op tweede paasdag was iedere goede katholiek haast verplicht om op bedevaart naar de heilige Cornelius in Rossem te gaan. Ook ik ben daar nog met de klas van meester De Pauw (Steenhuffel) in 1960 te voet naartoe gestapt. De patroonheiligen van Rossem zijn Medardus en Gildardus maar de verering van Cornelius is er ouder. Hij werd er aanroepen tegen de vallende ziekte en de stuipen. Ook de boskapel te Imde (O.L.V. der Kranken) had zijn speciale bedevaarts- en begankenisdagen. En wie kent er in Londerzeel de speciale zitdag van Sint Christoffel voor de jaarlijkse voertuigenwijding niet?

25


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

-

Mensen die op geen moeite keken gingen en gaan, bijna altijd in groep en dikwijls begeleid door een bezemwagen, te voet (nu ook met de fiets of de autobus) naar Halle, Scherpenheuvel of Oostakker 1.

Over wat er in mei 1911 Stientje Cleemput en de Congregatie van Malderen in Oostakker overkwam volgen nu drie authentieke verslagen. Al was het maar om te rechtvaardigen waarom ik in een boekje over Gezondheidszorg zo veel aandacht aan bedevaarten besteedde.

De Congregatie van Malderen en een miraculeuze genezing in Oostakker. Nieuwe Tilburgsche Courant, 11/5/1911 - Eene wonderbare genezing aan de grot van Lourdes te Oostakker. Men schrijft uit Gent aan het Handelsblad van Antwerpen. Dinsdag morgen waren een honderdtal vrouwen der Congregatie van Malderen naar Lourdes (Oostakker) gekomen. Bij hen was ook Celestina Cleemput, 9 jaar oud en wonende te Lippeloo bij Puers. Op den ouderdom van 6 jaar werd het kind door roode koortsen aangetast; de ziekte zette zich in de beentjes en het bleef een half jaar te bed liggen. Het sprong nu sedert twee jaar op krukken. Verleden jaar, in de Meimaand, kwam het meisje met de congregatie van Malderen naar Lourdes en al de vrouwen baden voor de genezing van het kind. Met Kerstdag deed het meisje hare Eerste Communie en naderde iedere week de H. Tafel, Nu Dinsdag morgen kwam de congregatie om 10 ure aan de grot aan; na de gebeden deed men driemaal den beeweg en toen de vrouwen terug op de banken kwamen, zegde het kreupele kind eensklaps zachtjes aan grootmoeders oor: “Ik moet geene krukken meer hebben, ik kan gaan.” Ontsteld keek grootmoeder op en nam de krukken aan en grootmoeder en kleinkind droegen samen de krukken, die het kind sedert 2 jaar onmisbaar waren, tegen de grot onder het beeld van de Moeder Gods De biddende vrouwen hadden het bemerkt en elk weende van aandoening. Lofzangen werden aangeheven terwijl men ter kerke ging. Celestina vooraan. De eerw. overste van het geval verwittigd nam de noodige inlichtingen op en men deed samen een vurig dankgebed. Om 2 ½ uur vertrok de congregatie naar Malderen en Celestina moest niet den minsten steun hebben. De wonderbare genezing werd Dinsdagavond in den omtrek druk besproken. Den Denderbode, Aalst 14/5/1911 - Wonderbaarlijke genezing aan de grot van Lourdes te Oostakker. Dinsdag namiddag werden de honderden geloovigen aan het heiligdom van Lourdes, in opschudding gebracht door een merkwaardig feit dat iedereen diep ontroerde. Eene wonderbare genezing had plaats. Celestina Cleemput, die sinds twee jaar op krukken sprong, kreeg plotseling het vermogen van gaan terug. Ziehier hoe de feiten zich voordeden. Celestina Cleemput is 9 jaar oud en woont te Lippeloo, op een uur afstand van Puurs. Op den ouderdom van ruim 6 jaar, werd het kind door de roode koortsen aangetast; de ziekte zette zich in de beentjes en het kind bleef een half jaar, lam in de beenen, te bed liggen. Sedert sprong het nu gedurende twee jaar op krukken, zonder dat de verplegende geneesheer, dr. Rombauts er toe kwam de beenzwakte te genezen. Verleden jaar in de Meimaand kwam de zieke met de kongregatie van Malderen naar Lourdes en al de vrouwen baden voor de genezing der lieve kleine; zij keerden ongetroost naar huis terug. Met kerstdag deed het ongelukkig meisje hare Eerste Kommunie en naderde sedert dien elke week tot de H. Tafel. 1

Sommige lieden werden zelfs helemaal naar Compostella of Rome gezonden, maar dat was dan vooral als boetedoening en straf. 26


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Nu Dinsdag, kwamen een honderdtal vrouwen der kongregatie van Malderen opnieuw naar Lourdes. De kreupele Celestina Cleemput op hare krukjes kwam mede vergezeld door hare grootmoeder. Om 10 uur kwam de kongregatie te Lourdes aan. Er werd gebeden voor het O.L. Vrouwbeeld voor de genezing van Celestina; daarna werd driemaal den beêweg gedaan, en toen de biddende vrouwen terug op de knielbanken voor de grot kwamen, zegde het kreupele kind aan grootmoeders oor: “Ik moet geene krukken meer hebben, ik kan gaan!” Grootmoeder keek versteld op, en nam de krukken aan, en grootmoeder en kleinkind droegen samen de krukjes welke gedurende 2 jaar voor het meisje onmisbaar waren, tegen de grot, onder het beeld der H. Moeder Gods. Die beweging had de algemeene aandacht gewekt, die weldra in eene hevige ontroering veranderde. De grootmoeder en het kleinkind weenden van ontsteltenis; en weldra weenden al omstaanders van aandoening. Er werden weldra lof- en dankgebeden opgezegd, en de kongregatie, gevolgd door honderden andere bedevaarders, begaven zich naar de kerk, voorafgegaan door de grootmoeder en door Celestina die vrij en zonder steun de kerk inging. De eerw. overste van het klooster was verwittigd; hij teekende de noodige inlichtingen op en stortte daarna met al de geloovigen een vurig dankgebed. Om 2 ½ toog de kongregatie naar Malderen terug en Celestina ging te voet, vrij en zonder steun met hare vriendinnen mee. De Werkman, Aalst 19/5/1911 - Te Oostakker is een wonderbare geneezing geweest: een kind uit Malderen, 2 jaren lam, is schielijk genezen aan de Grot. Kardinaal Dechamps, Pater Redemptorist, Aartsbisschop van Mechelen, schreef: Onze Lieve Vrouw is waarlijk de Moeder Gods; door hare voorspraak geneest zij dikwijls de Lichamen om de Zielen te treffen en te genezen.

27


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

28


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel II

Medische beroepen en praktijken in de m de Middeleeuwen

Ik heb bewust voor dit prentje gekozen (de naam van de artiest is mij niet bekend) omdat het een link legt met het 1ste deel. Want, ofschoon hier ogenschijnlijk door een zeer onderlegde mens een kies getrokken wordt, houdt de patiënt toch nog een rozenkrans in de uitgestrekte rechterhand.

29


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Medische beroepen in de middeleeuwen De doctor in de medicijnen De doctor in de medicijnen had een lange (5 à 6 jaar) universitaire opleiding gehad. Die gebeurde in Leuven of Arras en uitsluitend in het Latijn. Hij was vooral gespecialiseerd in de behandeling van problemen met de inwendige organen (de interne geneeskunde dus). Voor het repareren van breuken moest men bij hem niet zijn. Vanwege zijn hoge opleiding en geleerdheid mocht hij overigens bij zijn werk zijn handen niet gebruiken. Daarvoor had hij doorgaans de assistentie nodig van een heelmeester of van een chirurgijn.

De Heelmeester In de door mij onderzochte lokale bronnen worden de termen deelmeester en doctor in de medicijnen nogal eens door en voor elkaar gebruikt. Een heelmeester was echter minder lang theoretisch geschoold. We zouden hem een licentiaat in plaats van een doctor in de medicijnen kunnen noemen.

De Chirurgijn Chirurgijnen vormden in de middeleeuwen, vooral in de kleinere dorpen, de belangrijkste groep van ‘geneeskundigen’. De chirurgijn was de handwerker onder het medisch personeel. Hij hield zich in hoofdzaak bezig met uitwendige behandelingen waar dikwijls bloed bij te pas kwam en die voor universitair opgeleide artsen verboden waren. Zijn kennis kwam niet uit in het Latijn geschreven boeken maar uit de praktijk en vooral uit een opleiding van 4 à 8 jaar bij een meester-chirurgijn. Dàn pas en na in een praktische meesterproef zijn anatomische kennis vande aderen en zijn beheersing van onder meer het scheren, het aderlaten, het messen slijpen en het spalken aangetoond te hebben, mocht hij zichzelf ook meester noemen. In grote steden waren chirurgijns in Gilden georganiseerd. Lokaal heb ik daar geen spoor van gevonden. Londerzeel was dan ook geen grote stad.

De Barbier Ofschoon in Londerzeel weinig onderscheid werd gemaakt tussen een Barbier en een Chirurgijn was er wel degelijk een verschil. Een barbier was een chirurgijn in wording. In de eerste fase van de opleiding werden hem de grondbeginselen van de kernactiviteiten bijgebracht: scheren, knippen, messen slijpen, een bad klaarmaken, zwachtels uitkoken, breuken spalken, zalfjes, kruidenaftreksel en laxeer30


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

middelen maken... en mocht hij bij de iets ingewikkelder ingrepen zoals aderlaten, wondverzorging en kleine chirurgie assisteren om de stiel te leren.

De Vroedvrouw Bij zwangerschap en geboorte ging het in vroeger tijden dikwijls mis. Het sterftecijfer, niet alleen van de kinderen maar ook van de kraamvrouwen was relatief hoog. In de tijd van de chirurgijns was verloskundige hulp doorgaans in handen van vrouwen die door praktijkervaring het statuut van vroedvrouw verworven hadden. Ik denk niet dat er in het Ancien Regime al een erkende opleiding tot Vroedvrouw bestond maar, aldus onze dorpsgenoot Kristien Cosijns in haar licentiaatsverhandeling "A peste, fame et bello, libera nos, domine!" (Leuven 1994-1995) “was zij, om haar beroep uit te mogen oefenen theoretisch onderworpen aan de toelating van de magistraat, na gelukt te zijn in een examen voor het medisch korps en voor de pastoor. Op het platteland volstond doorgaans de zegen van de pastoor die er ook op toezag dat de sollicitante in staat was om nooddoopsels uit te voeren en zich niet tot niet katholieke praktijken verlaagde”. De namen van de vroedvrouwen komen we inderdaad vooral in de parochieregisters bij doodgeboorten nood-dopen tegen. Chirurgijns werden aanvankelijk alleen bij ernstige complicaties bij een bevalling toegelaten, maar dan was het meestal al te laat. Toch vinden we in Londerzeel al in 1802 een chirurgijn die zich ook ‘baker’ en ‘vroedmeester’ liet noemen Een vroedvrouw werd soms bijgestaan door een ‘achterwares’. Dat was een dame die het huis na de bevalling weer op orde bracht. In vele publicaties wordt zij met de eigenlijke vroedvrouw gelijkgesteld.

De Apotheker Het maken van medicijnen was in se geen taak van een universitaire doctor of licentiaat in de medicijnen. Het waren de erkende apothekers die, bij voorkeur op advies van de medicus, kruiden verzamelden om er geneeskrachtige middelen van te maken. Op het platteland kwamen ze niet veel voor. Hier schrokken de chirurgijnen er niet voor terug om zelf, in beperkte hoeveelheden, geneesmiddelen te maken en uit te delen. Apotheker kon men op twee manieren worden: door ervoor opgeleid te worden aan een universiteit of door een andere erkende apotheker. 31


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Kruidenboeken waren aanvankelijk meestal geschreven in het Latijn. De Mechelse arts en botanicus Rembert Dodoens heeft er echter een aantal van vertaald. Zijn eigen befaamde “Cruydeboeck met 715 afbeeldingen”, heeft hij in 1554 volledig in het oud-Nederlands uitgegeven. Daarin heeft hij de planten in zes groepen verdeeld. De geneeskundige kruiden werden er (als derde groep) uitvoerig in beschreven. Dit standaardwerk vond men niet alleen bij de apothekers maar ook in de boekenkast van onze rijkste burgers.

De Kwakzalver Geneeskrachtige dranken en zalfjes konden eveneens op een kermis of jaarmarkt worden gekocht. Ofschoon deze evenementen ook door rondreizende meester-chirurgijnen, kiezentrekkers, staarstekers, breuk- en steensnijders aangedaan werden, waren het doorgaans toch de kwakzalvers die hier wat wilden verdienen en het medische beroep een slechte naam hebben gegeven. Een kwakzalver was een ongeschoolde, illegale ‘dokter’ die zijn patiënten (doorgaans met veel show) met zelfgemaakte en nooit werkende recepten behandelde. Deze alternatieve genezer speelde handig in op de nieuwsgierigheid en het voyeurisme van het publiek en vond altijd wel een slachtoffer omdat hij goedkoper werkte dan een chirurgijn die ook zelden genezing garandeerde. In Londerzeel waren deze kwakzalvers aan dezelfde marktreglementen (het betalen van standgeld en zo) als de gewone marktkramers onderworpen. Verder in dit boekje zal ik het uitgebreid hebben over mensen die in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel in de medische sector actief zijn geweest. Ik ga daarbij niets uit de weg, ja ik ga zelfs namen noemen. Maar eerst nog iets anders....

32


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Enkele veel voorkomende ziektes en kwalen Natuurlijk is het niet mijn bedoeling om van dit boekje een medische encyclopedie te maken. Ik zou de Orde der Geneesheren op mijn dak kunnen krijgen, want ik heb daar geen diploma voor. Maar toch kan ik het moeilijk over gezondheidszorg hebben zonder daarbij enige aandacht te schenken aan hetgeen waardoor die gezondheid zoal werd gehypothekeerd. Ik begin met de zeer besmettelijke ziekten die soms toch echte epidemies konden lijden. Aan enkele epidemies in Groot-Londerzeel heb ik een afzonderlijk deel gewijd.

Builenpest De pest is een bacteriële infectieziekte, soms epidemisch, die van de 14de tot het einde van de 17de eeuw enorme aantallen slachtoffers heeft gemaakt. De meest bekende varianten zijn de longpest en de builenpest. Bij epidemieën komt men vooral de laatste vorm tegen. De pestepidemie van 1347 tot 1351 (de zwarte dood) zou in Europa aan 25 miljoen mensen (1 op 4) het leven hebben gekost. Wereldwijd nog veel meer. De ziekte werd door knaagdieren en vooral hun parasieten (vlooien en luizen) verspreid. Bij builenpest kreeg de patiënt koorts, spierpijn, hoofdpijn en pijnlijke lymfeklierzwellingen of builen in de buurt van de plaats waar hij door een parasiet gebeten was. Het sterftecijfer na besmetting liep op tot 40%. De behandeling met zweetkuren, aderlatingen, klisteren en het uitsnijden van de pestbuilen werkte doorgaans contraproductief. Na 1351 worden er in de literatuur nog 2 grote pan-Europese pestepidemieën beschreven. De eerste heerste van 1563 tot 1569, de tweede van 1629 tot 1644. Ook de jaren 1663-1665 zouden pestjaren zijn geweest. De laatste grote uitbraak op het Europese vasteland vond in 1720 in Marseille plaats. Onze plaatselijke bronnen volgen niet helemaal deze internationaal aanvaarde chronologie. - In de periode 1590-1595 stierven in Londerzeel aan de pest Philips van Ursene en diens broer Jan met 6 van zijn kinderen. De bevolking van Londerzeel zou in deze periode, nog altijd vanwege de pest van 1600 op 300 teruggevallen zijn. Ik denk dat het woordje ‘zou’ hier niet onbelangrijk is. Het betreft hier namelijk de periode vlak na het einde van de Beroerde tijden. Tussen 1566 en 1590 (opstand van de Geuzen tegen Spanje) werd de bevolking van Londerzeel maar ook die van Steenhuffel bijna gedecimeerd. Maar dat was niet alleen aan de pest maar ook aan de oorlog, ondervoeding, andere besmettelijke ziekten en emigratie te wijten. - In 1602 stierven ook op het Groenhof te Malderen minstens 2 personen aan de pest. Dat waren François le Cocq en Ferdinand Damman, heer van Oombergen, die zijn eveneens door de pest aangetaste moeder, tevens de schoonmoeder van François le Cocq kwam bezoeken. In 1605 heerste ook in Buggenhout een zeer ‘contagieuze’ en dodelijke maar niet bij naam genoemde ziekte. - In 1636 hield de pest stevig huis in Malderen en Steenhuffel. In Steenhuffel stierven in april en mei Philips Goossens en 5 van zijn volwassen maar ongehuwde kinderen. Ook in Malderen was er een grote sterfte.

33


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

-

Van 1667 tot 1669 heerste in Steenhuffel opnieuw de pest. In 1668 kwam daar in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel nog een stevige tyfusepidemie bij. Deze keer werd het gezin Meert-Vander Stappen, dat toen op de Trappenhoeve in de wijk Over de Beek te Steenhuffel woonde, extreem hard getroffen. Op 8 september 1868 werden 5 van hun kinderen begraven. Of ze van de pest of de tyfus gestorven waren zal wel niet veel hebben uitgemaakt. De dokters die zich bij een pestlijder durfden wagen droegen een snavel met daarin een kruidenmengsel (van onder andere jeneverbessen en boerenwormkruid ) dat hen tegen besmetting zou moeten beschermen . Ze werden snaveldokters of pestmeester genoemd.

Tyfus Tyfus is een bacteriële infectieziekte. Er zijn drie varianten. Buiktyfus is een ziekte van het maag- darmkanaal en was, doordat ze de bloedbaan kon infecteren, levensbedreigend; Het risico op sterven was 10 à 30 %. Symptomen zijn koorts, een typische huiduitslag en ofwel obstipatie ofwel diarree . Paratyfus lijkt op buiktyfus (ook wat de klachten betreft) maar is minder ernstig. Vlektyfus is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen die voor koorts, rillingen, braken, huiduitslag (roze vlekken), spier- en hoofdpijn zorgen. Alleen de zogeheten ‘epidemische’ vlektyfus was zeer besmettelijk en was dodelijk in 10% tot 60% van de gevallen. Ze kwam voort uit slechte hygiënische omstandigheden, vooral bij oorlogen en hongersnood (later ook in concentratiekampen).

Anne Frank is in 1945 in het concentratiekamp van van BergenBelsen aan vlektyfus gestorven.

De Engelse zweetziekte (Sudor Anglicus) De Engelse zweetziekte of zweetkoorts zou een vorm van tyfus geweest kunnen zijn en was bijna 100 % dodelijk binnen de 24 uur. Ze resideerde (vooral in Engeland) van ca 1485 tot de tweede helft van de 16de eeuw. Mechelen en Antwerpen werden vanaf 1528 getroffen. In 1529 stierven de Antwerpse burgemeester Aert van Lierde en 400 van zijn burgers. In 1806 was er een tweede grote uitbraak in onze streek maar die duurde maar enkele weken. Kenmerken van de ziekte waren hoofdpijn, spierpijn, koorts, overvloedig zweten en ademnood.

34


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Cholera Een bacteriële infectieziekte die zich (gelukkig maar bij 15% van de besmettingen) manifesteert door uitdroging, braken en ernstige diarree. Vooral voor zuigelingen en bejaarden kan de ziekte dodelijk zijn. Rond 1830 is de ziekte vanuit India en Bengalen, via Rusland, naar West-Europa gekomen. In 1849 stierven er, alleen al in het Sint-Elisabethgasthuis te Antwerpen, meer dan 1.000 mensen. Dat jaar zou het sterftecijfer voor heel België iets hoger dan 23.000 zijn geweest. In 1866 maakte een nieuwe cholera-epidemie nog eens 43.000 slachtoffers in België. Van hen woonden er 2.769 in Gent. Malderen en Londerzeel werden al in 1832 en vooral 1833 met deze ‘nieuwe’ ziekte geconfronteerd. Meer daarover in een volgende deel.

Dysenterie (Rode Loop). In 1846 (3 jaar voor de grote cholera-epidemie waar we hier grotendeels zijn aan ontsnapt) werd ons deel van Brabant getroffen door een epidemie van Rode loop. Alhoewel onze lokale bronnen die wel eens met de term ‘Tyfus’ omschreven was het eigenlijk een variant van dysenterie: een zware vorm van diarree die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van bloed in de ontlasting. De Rode Loop was bij kinderen en oudere verzwakte mensen vaak fataal. In 1846 zijn er in Londerzeel 93 mensen aan gestorven. In Malderen waren het er 61 en in Steenhuffel zou men 45 doden hebben geteld.

Pokken. Vooral de uiterste besmettelijke en levensbedreigende variante Variola Major (sterfterisico 30%) heeft de mensheid eeuwenlang geteisterd. Pokkenepidemies hebben in de loop van de voorbije 3000 jaren naar schatting 10% van de mensheid uitgeroeid. De inheemse bevolking van het precolumbiaanse Amerika is daar het bekendste voorbeeld van. Degene die de ziekte overleefde (ook de minder gevaarlijke water- en koepokvarianten) werden wel immuun. De ziekte werd gekenmerkt door hoge koorts en grote aantallen blaasjes op de huid. Voordat men kon vaccineren bestond er geen remedie tegen deze ziekte.

Mazelen Het zeer besmettelijke mazelenvirus treft vooral kinderen en was één der voornaamste oorzaken van kindersterfte. Het manifesteert zich door koorts en rode vlekken op de huid. Het sterfterisico na besmetting kon oplopen tot 10% vooral door complicaties als long- en hersenontsteking.

35


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Lepra Een variante van melaatsheid. Middelmatig besmettelijke bacteriële huid- en zenuwziekte met een zeer traag verloop. Symptomen gaan van half-gevoelloze donker omrande huidvlekken, tot gevoelloze knobbels en aantasting van het zenuwstelsel, en totale verminking en dood. Volgens de viersappentheorie van Galenus was Lepra evenals melaatsheid te wijten aan een teveel aan zwarte gal. Vanaf de 11de maar vooral in de 12de en 13de eeuw is de ziekte in onze gewesten sterk toegenomen. Op het in de van de 16de eeuw verdween ze hier bijna volledig. In de Middeleeuwen werden Lepralijders uit de gemeenschap gehaald. Ze moesten een zwart kleed dragen en hun naderen met een ratel melden. De ziekte (Lepra of Lazar) gaf zijn naam aan de begrippen “Lazaret” en “Leprozerij”.

Pater Damiaan, bekend lepra-verzorger en lepra-slachtoffer.

Syfilis Syfilis is een nog altijd zeer verspreide bacteriële geslachtsziekte. Ze werd door de eerste ontdekkingsreizigers uit het pre-Colombiaanse Amerika naar Europa meegebracht. De esbattementen van de bemanning van Columbus op het eiland Hispaniola werden er verantwoordelijk voor gesteld. Als compensatie hebben wij Europeanen de originele Amerikanen het veel fatalere pokkenvirus gegeven. Dat was althans tot voor kort de algemeen aanvaarde hypothese. De symptomen van syfilis beginnen met een zweertje en gaan verder met jeukende huidafwijkingen, koorts en de aantasting van hart, bloedvaten en centraal zenuwstelsel. Dat laatste stadium kan dodelijk zijn. De ziekte kan ook op een ongeboren kind overgedragen worden en tot een doodgeboorte lijden. De naar verluidt allereerste afbeelding van syfilis (Wenen, 1498).

Longtuberculose (tering) Ernstige, soms besmettelijke, bacteriële infectieziekte en op wereldschaal nog altijd een zeer grote doder. De naam ‘tuberculose’ ben ik in de plaatselijke bronnen niet tegengekomen wat logisch is aangezien de bacterie pas in 1882 werd ontdekt. Een groot aantal middeleeuwse longziekten, gekenmerkt door pijn op de borst en langdurig hoesten, zoals de Witte Pest, zullen wel tuberculoïdisch zijn geweest. De uiterlijke kenmerken zijn pijn in de borst en langdurig hoesten; minder zichtbaar maar schadelijker is de aantasting (vergroting) van de lymfeklieren.

36


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Nog voor de ziekte gedefinieerd was bestond de behandeling, weliswaar alleen voor de rijken die het zich konden permitteren, al uit het kuren in gezonde lucht aan zee of in de bergen. In 1855 werd het eerste sanatorium geopend in het toen nog Duitse Görbersdorf. Vroeger werd iedereen al op jonge leeftijd besmet met de tuberculosebacterie die gelukkig meestal sluimerend bleef. Vier van de vijf zusjes Brontë zijn rond 1850 op jonge leeftijd aan tuberculose (en niet aan melancholie zoals men toen nog dacht) gestorven. Tuberculose werd een belangrijk thema in de romantische literatuur.

Struma (krop) Struma is geen ziekte maar kan door een aantal ziekten veroorzaakt worden. Het resultaat is een vergrote schildklier (twee kwabben onder tegen het strottenhoofd-) en is zichtbaar als een zwelling in de hals. Een Jodiumtekort was meestal de oorzaak van deze vroeger toch veel voorkomende kwaal.

Lupus (Wolfziekte) Hoewel er verschillende varianten bestaan is Lupus een autoimmuun bindweefselziekte. Het meest opvallende externe symptoom is een rode uitslag op de wangen en de neusrug, ruwweg in de vorm van een vlinder. Ook gewrichten en organen kunnen aangetast worden en dan pas wordt het ernstig.. Het komt vooral bij vrouwen voor.

Ergotisme (Sint Antoniusvuur) Ergotisme (ook kriebelziekte) wordt veroorzaakt door het eten van met moederkoorn (een schimmel) besmette rogge. Dat veroorzaakt krampen en samentrekken van de bloedbaan. Vingers en tenen krijgen niet genoeg bloed meer, beginnen te tintelen, worden zwart en sterven geleidelijk af. Het eindigt meestal in zware verminking en dikwijls met de dood. Hallucinaties en waanzin zijn neveneffecten (LSD wordt uit moederkoorn gesynthetiseerd). De mismaakte mensen van Jeroen Bosch waren meestal Ergotisten.

En ... Skeletvergroeiingen zoals bochels, koudvuur door niet tijdig behandelde infecties, scheurbuik door een tekort aan vitamine C... dat alles kwam in de middeleeuwen zeer veel voor. Over dingen als spruw, de oude man en rachitis heb ik het al eerder gehad. 37


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Enkele populaire recepten. De Smeerwortel kon zowel voor interne ziekten als uitwendige kwalen gebruikt worden. Inwendig was hij goed tegen bloedspuwen en overmatige menstruatiebloedingen. Uitwendig gebruikt genas hij gekwetste ledematen, beenbreuken, bloeduitstortingen en jicht. Kwik werd bij de behandeling van het in de late middeleeuwen oprukkende syfilis en andere besmettelijke ziekten gebruikt en had dikwijls tanduitval en krankzinnigheid als gevolg. Ja, een mens moet kiezen. Zalf van zuivere bijenhoning werd gebruikt voor het antibiotisch ontsmetten en verzorgen van zweren en wonden. Daar kan niemand iets tegen hebben. Maar ook Schapenkeutels, die schimmels bevatten en een soort penicilline aanmaken, gebruikte men op open wonden. Lang niet gek toen Alexander Fleming nog moest geboren worden. Braak- en laxeermiddelen waren niet altijd bereide drankjes (vlaskruidolie bijvoorbeeld) maar ook spoel- en zweepwormen, brede lintwormen en aarsmaden werden met dit doel gebruikt. Resten ervan zijn in vele middeleeuwse riolen gevonden. Niet in groot-Londerzeel want een riool is hier iets van de moderne tijd. Zeewier is jodiumrijk en werd voorgeschreven bij de behandeling van kropgezwellen. Diverse kruiden - Olie uit vlaskruid om de stoelgang te bevorderen, gemalen iriswortels tegen astma, geelzucht en oedeem, munt bij verkoudheid en ademhalingsmoeilijkheden, brandnetels tegen reuma, paardenbloem tegen gal- en leverstenen, schorseneer om bloed te stelpen. Pruimtabak – “Als ge een tyfuslijder gaat bezoeken moet ge een sjik pruimtabak in de mond houden, en ze bij het verlaten van het huis wegwerpen, dan is er geen gevaar voor besmetting”. Aldus Frans Haverals, geboren in Steenhuffel in 1881, brouwersgast te St.-GenesiusRode, in “Eigen Schoon en de Brabander”, jaargang 1956; nr. 11-12. Een aantal vroeger gebruikte geneesmiddelen zijn nog lange tijd huismiddeltjes gebleven. Volgende recepten vond ik in een artikel van William Van Hemelrijck in de ‘Boerengazet van de Landelijke Gilde Westrode’ van juli 2009. De “tainterdjotplant” die nog regelmatig wordt op “wètten” gestreken... De “ossetoeng” bij verstuikingen of kneuzing... Honing bij slecht genezende (brand)wonden, een heel accuraat middel tevens tegen beenwonden, en recent terug opgepikt door de traditionele geneeskunde! Aftreksel van wilgenbladeren bij koorts. Die bevatten salicylzuur, het hoofdbestanddeel van aspirine. Anijs is een gekend middel tegen winderigheid. Kinderen die “teveul wind aäen gezogen” en hierdoor veel huilden kregen een “vorremèm” (stoffen fopspeen) in anijs gedoopt. Nu bestaan daar zuigtabletten met anijs als basis voor.

38


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Ik denk dat ik hier ga stoppen. Over oude remedies tegen ziektes zijn er vele boeken volgeschreven. Ook de website “de kronieken van de Westhoek” kan ik in dit verband zeker aanbevelen. Toch nog een laatste woordje over anesthesie. Laudanum en opiumoplossingen kende men wel als verdovende middelen maar, vooral op het platteland waren ze niet altijd beschikbaar. Alcohol was doorgaans de enige oplossing, tenzij men de patiënt voor de behandeling bewusteloos wilde meppen. En dat gebeurde ook.

Wie alles (of toch veel meer) over deze materie wenst te weten kan ik het boek “Middelnederlandse geneeskundige recepten” van Dr. Willy L. Braekman uit 1970 aanbevelen. Daar wordt de behandeling van meer dan 1.000 ziekten en kwalen in beschreven.

39


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Medische praktijken (niet allemaal belachelijk). Alvorens het straks over onze doctoren, heelmeesters, chirurgijns, barbiers en vroedvrouwen te hebben, gaan we kijken wat die mensen bij het uitoefenen van hun stiel zoal moesten doen en op welke manier ze dat deden. Het merendeel van de hierna beschreven praktijken berustte op de interpretatie en de toepassing van de eeuwenoude en eeuwenlang niet in vraag gestelde viersappentheorie.

De theorie: de vier sappentheorie. De middeleeuwse medische kennis ging hoofzakelijk terug op wat de Griekse arts Hippocrates (5de eeuw voor Christus) en de Romeinse chirurg Galenus (2de eeuw na Christus) daarover geschreven hadden en dat via het Arabische medische standaardwerk van Ibn Butlan van Bagdad (11de eeuw) tot bij ons is geraakt. Volgens hen bestond het lichaam uit 4 vloeistoffen en een stel beenderen. Als de vier vloeistoffen (bloed uit het hart, slijm uit de hersenen, gele gal uit de lever, en zwarte gal uit de milt) elkaar in evenwicht hielden, dan was het lichaam gezond. Zoniet, dan had men problemen. Deze sappen bepaalden overigens ook karakter en temperament. Bij een teveel aan bloed was men sanguinisch, bij een teveel aan slijm flegmatiek, een teveel aan gele gal had een choleriek effect en bij een teveel aan zwarte gal werd een mens melancholisch of zwartgallig.

Hippocrates van Kos (links) en Claudius Galenus (rechts)

De diagnose: het piskijken. De middeleeuwse medicus stelde een diagnose door de pols te voelen of door bij een aderlating) naar het bloed te kijken. Maar om de verhouding tussen de lichaamssappen te weten te komen nam de medicus allereerst en standaard toch zijn toevlucht tot het bekijken van de kleur (en soms zelfs tot het proeven) van de urine. 40


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Urinewiel – 20 tinten voor 20 ziektes (14de eeuw)

De Piskijker van Gerrit Dou.

De behandeling De behandeling van een onevenwicht in de sappen gebeurde via een dieet en oefeningen. Maar ook door een aantal meer ingrijpende praktijken.

Purgeren. Zoals met laxatieven en lavementen. Purgeren was, nà aderlaten (zie verder) de meest gebruikte handeling bij chirurgijnen en barbiers. Daarvoor werd een vloeistof (meestal lauw water), al dan niet gemengd met een purgeermiddel (vlaskruidolie bijvoorbeeld), via de anus in de darm gebracht. Aanvankelijk met een trechter, later met een knijpzak met slangetje en nog later (vanaf de 17 de eeuw) met een klisteerspuit (zie hiernaast). Voor het reinigen der darmen werden echter soms ook spoel- en lintwormen ingebracht. Voor het aftappen van gal heb ik eigenlijk geen precieze beschrijvingen gevonden.

Aderlaten en bloedzuigertherapie. Koorts werd meestal in verband gebracht met een teveel aan bloed. Een behandeling met bloedzuigers maar vooral een goeie aderlating kon dat verhelpen. Bij een aderlating maakte de chirurgijn of de barbier een overlangse snee in een ader naar keuze (meestal in de binnenkant van de elleboog maar soms ook in een ader aan het hoofd in de benen). Als de gewenste hoeveelheid bloed afgetapt was werd de bloedig gestelpt. Een aderlating werd niet alleen curatief maar ook preventief uitge41


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

voerd en werd zelfs aangeraden om besmetting met de pest te voorkomen. Wanneer deze ingreep het best gebeurde werd door de stand van de sterren en planeten bepaald. Daar bestond zelfs een aderlaatkalender voor. Latijnse aderlaatkalender uit 1469 met aderlaatman

Een aderlating gebeurde soms ook om een diagnose te stellen. Als er weinig water boven het in de schaal opgevangen bloed kwam staan en als het bloed helder rood was, dan was de patiënt gezond. Als er zich geen water afscheidde, was er een overmaat aan zwarte gal. Veel water boven de bloedkoek betekende slijm, en een geelachtige verkleuring toonde galachtige ziekten aan. Als er niet veel bloed weggehaald moest worden kwamen bloedzuigers van pas. Een bloedzuiger heeft 3 kaken en ongeveer 240 scherpe tandjes. Zelf heb ik ze niet geteld. Zijn mond werkt als een cirkelzaag. Het gat dat hij maakt in de huid blijft redelijk nabloeden omdat zijn speekseleiwitten de stolling remmen. Tot in de 19de eeuw had iedere apotheker een bloedzuigerkast en zaten ze in iedere geneesherentas.

Aderlaatkoppen zetten Dit was een andere manier om (kleinere hoeveelheden) bloed af te tappen. Met gloeiendhete halfbolvormige en cilindrische glazen trok de behandelaar opengekraste stukken huid onder vacuüm. Daarbij kwam een weinig bloed naar buiten. Het zou ook gebruikt zijn voor het aftappen van slijm. Hippocrates en Galenus pasten het al toe. Bij oog-, oor- en hoofdpijn werden de koppen op de overgang van de nek in de rug geplaatst, bij borstaandoeningen op de schouderbladen, bij pijn in de bovenbenen aan de zijkanten van het onderlijf. Voor iedere kwaal was er op het lichaam wel een plek te vinden. Veel meer ga ik hier niet over vertellen want onder de naam “cupping” wordt deze techniek in de alternatieve geneeskunde nog altijd toegepast.

Schedeltrepanatie of schedelboring. Het wordt hier steeds gezelliger. Vermits het slijm geacht werd zich in de schedel te bevinden kon het in kleine hoeveelheden worden afgetapt. Al in prehistorische tijden werd deze techniek toegepast om krankzinnigen en bezetenen te genezen door de opgesloten kwade geest of geesten en los te laten. 42


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In de middeleeuwen werd de echte boring vervangen door iets wat men een kei- of steensnijding noemde. Het zou dan toegepast zijn voor het verhelpen van erge hoofdpijn en epilepsie. Ik weet niet of het door de mensen van de wetenschap veel werd toegepast. Door kwakzalvers daarentegen wel. Op kermissen en markten wekten ze de illusie een kei uit het hoofd van de patiënt te halen. Daarbij werd een kleine opening in de schedel gemaakt in het voorhoofd of achter het oor. Jeroen Bosch, die daar absoluut niet in geloofde, heeft er een schilderijtje van gemaakt. Hierna een verhelderend detail.

Schedelboor uit de 18de eeuw

De Keisnijding van Jeroen Bosch.

Uitsnijden van blaasstenen. Een vorm van steensnijding was het uitsnijden van blaasstenen. Dat was uiteraard een zeer riskante operatie, niet geschikt voor een chirurgijn. Voor een andere medicus overigens evenmin. Ik denk niet dat het veel werd toegepast, maar het bestond. De afbeelding hiernaast moet dat bewijzen. Een steen in de urineblaas werd verwijderd via een snede langs de bilnaad en de anus.

Amputeren Voor amputaties (dikwijls nodig om koudvuur te voorkomen) had de chirurgijn diverse types zagen en messen. Met een vlijmscherpe, korte zaag kreeg hij in vijftien seconden een onderbeen afgezet. Deze snelheid was nuttig want er waren meerdere mensen nodig om de op een stoel zittende patiënt met een spons op mond en neus gedrukt in bedwang te houden. Er bestond nog geen vergevorderde anesthesie maar de spons was meestal wel in een opiumoplossing of in een ander narcoticum zoals scheerlingextract gedrenkt. Voor het stelpen van de he43


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

vige bloedingen was veel vakkennis vereist maar, zoals we later zullen ontdekken, was die in de 17de eeuw zelfs in Steenhuffel aanwezig.

Beenamputatie, houtsnede van Hans Weiditz uit 1531.

Cauteriseren: dichtbranden van open wonden Open wonden die men moeilijk kon hechten (na een amputatie bijvoorbeeld) werden met een gloeiende ijzeren pook dicht gebrand. Dat was wel efficiënt maar deed ook zeer. In de middeleeuwen kon de patiënt doorgaans alleen verdoofd worden door hem dronken te maken of hem eerst knok-out te kloppen. Laudanum kende men wel maar was niet courant beschikbaar. Op sommige plaatsen werd aan de plaatselijke beul of scherprechter gevraagd om bij dit werk te assisteren. Ook bloedingen, epilepsie, tumoren en aambeien werden hiermee behandeld. Ook nu nog worden kleine adertjes dicht- en wratjes weggebrand, al is dat niet meer met een gloeiende pook.

Aambeien verwijderen Dit gebeurde ofwel door ze weg te branden of door ze open te snijden. Vraag mij niet wat het beste was. De laatste techniek werd ook op gezwellen toegepast.

Wonden hechten en verzorgen Als cauterisatie niet nodig was, dan werden grotere wonden met een draad van hennep, runder- of schapendarm gehecht. Ontstoken wonden werden verzorgd door ze met een verband met maden van vleesvliegen te verbinden. Omdat die beestjes de voorkeur geven aan het eten van dood en rottend vlees laten ze het genezend weefsel met rust en voorkwamen ze niet zelden gangreen.

Een breuk fixeren Gebeurde niet met gips maar met een in meel en eiwit gedrenkt verband,

Kiezen trekken Niet alleen bij tandpijn maar ook bij een aantal andere kwalen werden kiezen getrokken. Het was, naast aderlaten en laatkoppen zetten één van de weinige ‘chirurgische’ ingrepen die een chirurgijn of barbier mocht doen. Het wegbanden van ontstoken tandvlees moest door een heelmeester gebeuren. 44


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Eigenlijk is deze regelgeving een beetje vreemd. Het trekken van tanden is immers ook lang een door charlatans aangeboden kermis- en jaarmarktattractie geweest. Pas nà 1650 werd de tandheelkunde een ‘moderne’ wetenschap. Bij ons heeft het waarschijnlijk wat langer geduurd.

Links: de kiezentrekker van Jan Steen – Rechts: nog een sfeerbeeld van een mij onbekende meester.

45


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

46


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel III

Onze heelmeesters, chirurgijnen, heelmeesters, vroedvrouwen en apothekers

Hierna publiceer ik een zo volledig mogelijke lijst van personen die zich tijdens het ancien regime in groot-Londerzeel met de officiële geneeskunde bezighielden. Ik vond hun namen in, onder meer: - De kroniek van Londerzeel, van Marcel Slachmuijlders. - Akten van de schepenbank van Londerzeel, samengevat door Gaston Roggeman. - De registers van de schepenbank van Steenhuffel, getranscribeerd door Louis De Bondt. - De parochieregisters, bewerkt door Luc Annaert. - De registers van de schepenbank van Malderen, die zich (samengevoegd met die van Liezele en Lippelo) in het rijksarchief te Beveren bevinden, werden slechts zeer gedeeltelijk geconsulteerd.

47


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Chirurgijnen, heelmeesters, dokters in de medicijnen David Vander Tommen (ca 1480-1540) Meester-chirurgijn te Londerzeel. Vernoemd door de schepenbank van Londerzeel op 19 januari 1528.

Joos Breem (ca 1530-1610) Meester-chirurgijn te Steenhuffel. Genoemd op 6 maart 1566 en op folio 237v van register 6936 van de Steenhuffelse schepenbank toen hij aan Barbele vanden Broecke, de weduwe van Christoffel de Buyser, een huis in Steenhuffel verkocht. Hij was de zoon van Jan. In 1600 bezat een Joos Breem, eveneens meester, eigendom bij de Roosten aan de Molenbeek bij de grens met Merchtem in Steenhuffel. Vermoedelijk gaat het over de zelfde persoon.

Merten Breem (ca 1565-1620) Chirurgijn, inwoner van de vrijheid van Merchtem, genoemd op 14 maart 1608 (folio 401r van register 6937 van de Steenhuffelse schepenbank). In de ‘Familiereconstructie van Merchtem’ (Hedwig Vertonghen en Pol Feytens) noemt men hem in 1605 als de bewoner van een stenen huis tegenover de kerk, maar kent men zijn beroep en afkomst niet. Hij was getrouwd met Maria van Ruycevelt. In 1616 leefde hij nog. Zijn (enige gekende) dochter Cathelijne trouwde in 1610 met Huybrecht Goossens die van eind 1611 tot 1637 meier van de schepenbank van Steenhuffel was en die, onder meer, een toekomstige chirurgijn op de wereld heeft gezet (zie verder). Zonder het te kunnen bewijzen denk ik dat hij de zoon en opvolger was van Joos Breem. Volgens het leenboek van Diepensteyn, begonnen in 1574, werd hij, na het overlijden van zuster Margriet Herbosch, in 1592 de sterfman (de persoon na wiens dood een nieuw verhef van een leengoed moest gebeuren) voor zekere eigendommen van het Sinte-KathelijneGasthuis uit Merchtem die in Steenhuffel lagen en leengoed van Diepensteyn waren. Ik denk dat het niet vergezocht is om aan te nemen dat hij als medicus aan dit Gasthuis verbonden was.

Guille Gillis (ca 1575-1627) Chirurgijn, actief in Londerzeel ca 1610-1627 (in 1630 al overleden). In de parochieregisters van Londerzeel (die pas nà 1630 beginnen) heb ik geen verwijzingen naar deze man gevonden, maar uit de akten van de schepenbank kunnen we afleiden dat hij getrouwd was met Cecilia Arnauts (of Arnoults) en 5 kinderen had: Maria (geboren circa 1608, trouwt ca 1633 met Stoffel Van Eeckhout, zie hierna), Katelijne (geboren omtrent 1610, trouwt in 1639 met Peeter Teugels), Anna (geboren ca 1612, trouwt rond 1636 met Merten Calewaert), Cornelis (geboren ca 1613, trouwt ca 1640 met Anna De Raeymaeker). Er was ook een Guilliam junior waarover ik verder niets weet.

Cosma Rich of Risch senior (ca 1575-1632) Meester-chirurgijn te Londerzeel, maar in 1604 en 1611 woonde hij in Merchtem. In de periode 1626-1627 moest hij een aantal keren voor de vierschaar van Londerzeel verschijnen omdat hij nogal roekeloos met zijn mes was omgesprongen. Of dat alleen maar bij de uitoefening van zijn beroep gebeurde is onduidelijk. 48


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Maar hij kende wel zijn stiel. Op folio 409 van register 6937 van de schepenbank van Steenhuffel vond ik daarvan het bewijs. Joos Hoefman, een zoon van Joes en Johanna van Acoleyen en in Steenhuffel geboren in 1581 had ergens in 1604 of 1605 het verschrikkelijke ongeluk om door een hengst gebeten te worden en niet zo’n klein beetje. Het was zo erg dat “eenen meester Ghosma Rich, chirurgijn tot Merchten residerende, hem zijnen arm heeft moeten affsetten waervan hij hem oeck heeft behoirlijck genesen”. Het zijn niet mijn woorden maar die van Jan Goossens, de meier van de schepenbank. Behoorlijk genezen of niet, Joos Hoefman is door die miserie wel aan de bedelstaf geraakt. Ik weet niet waarvan hij beschuldigd werd maar op 23 maart 1611 hebben de schepenen van Steenhuffel hem een attest meegegeven waarin zij verklaarden “dat hij van zijn vader ende moeder catholicquelijck es opgevuedt ende inden vreese des heeren opgehouden en dat, hoe wel hij tsedert het affsetten van zijnen arm het lant besien ende bewandelt mach hebben, hen nochtans tot noch toe nyet anders ter kennisse gecommen noch en hebben zij nyet sunderlincx gehoort dan bijden zelven Hoeffman met eenyeder gehandelt ende getracteert te hebben als een jonckman van eeren toebehoirt.” Hulde dus aan Cosma Rich en schande aan de maatschappij die zijn invaliden zonder inkomsten de straat op jaagt. Cosma Rich had onder meer eigendom aan de Molenkouter in Peizegem. Volgens de Familiereconstructie van Merchtem (Hedwig Vertonghen en Pol Feytens) overleed hij te Merchtem op 11 mei 1632 en was hij er omstreeks 1598 getrouwd met Margarita Godtheymans. Ze hadden 2 zonen en 3 dochters. De oudste zoon, Cosma junior, volgde zijn vader op als chirurgijn.

Cosma Rich of Risch junior (1599-1634) Deze oudste zoon en eerste kind werd gedoopt in Merchtem op 14 oktober 1599. In navolging van zijn vader werd hij chirurgijn. Omstreeks 1621 trouwde hij met Adriana Bruylants alias Buytaerts, waarmee hij tussen 1622 en 1634 vijf dochters kreeg. Hij heeft zijn vader maar 2 jaar overleefd en stierf in Merchtem op 14 oktober 1634. Van hem zijn geen interventies in Steenhuffel of Londerzeel bekend gebleven (tenzij ik hem als messentrekker in 1627/1628 met zijn vader heb verward).

Jan (van) Tol (ca 1595-1660). Op 15 februari 1627 wordt in de schepenakten van Londerzeel een meester Jan, chirurgijn, genoemd, die door zijn collega Cosma Risch werd verwond. Het gaat hier meer dan waarschijnlijk over Jan van Thol (of Tol, beide schrijfwijzen komen evenveel voor). In 1633 en 1643 heeft men het nog over een chirurgijn, dokter-licentiaat in de medicijnen, met de naam Jan van Tol. Hij was de zoon van Roelof van Thol en Hildegonde de Gendt. In 1617 was hij in de Sinte Goedele te Brussel getrouwd met Elisabeth van Nuffele (de dochter van de Brusselse brouwer met Londerzeelse roots Gillis van Nuffel en Barbara Uyttenhove). Jan (Van) Thol bezat – via zijn vrouw - "belangen" in de Kroon en had in 1633 eigendom in de buurt van de "Onerman”. In 1659 werd een stuk grond in de Pluimennest omschreven als

49


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

zijnde gelegen naast de hoeve van dokter Thol (in de buurt van Trappekenshoef, Jan Van der Perre en het Castersbos). In de schepenbrieven van de bank van Steenhuffel komt ‘heer ende meester doctor Jan Tholl’ niet minder dan 17 keren voor. In 1650 en 1658 had hij er eigendom tussen het Groot Wolfrot, Walrot, Galgeveld en de Lemmensheide (het noordelijke deel van de huidige Meir) en aan de Rijstrate, de Grote en de Kleine Ept (dat is op de grens met Peizegem) 2. Daarna werd zijn naam zelfs nog in 1754 als toponiem gebruikt. Ik weet niet hoe lang deze medicus – na zijn aanvaring met zijn collega Cosma Risch in 1627 nog in Londerzeel en Steenhuffel verbleven heeft. Vermoedelijk zijn hele actieve leven lang. Hij is hier echter, evenmin als zijn vrouw, overleden. Straks zal ik vertellen waar hij misschien begraven werd. Onze parochieregisters zijn helaas iets te laat begonnen om te weten of Jan van Tol en Elisabeth van Nuffel hier of elders kinderen hadden. Maar op folio 362 van register 6944 van de schepenbank van Steenhuffel vond ik in 1690 een niet met de voornaam genoemde advocaat van Toll met eigendom bij de Lemmensheide. En in 1695 leende een jouffrouwe Elisabeth van Thol, die schijnbaar in Brussel woonde, geld aan Judocus van den Bossche. zoon van Joos en Petronella Biesemans, theologiestudent aan het Groot-Seminarie van Mechelen 3. Hoewel deze bron geen verdere persoonsgegevens vermeldt is het logisch om er van uit te gaan dat de onbekende advocaat en Elisabeth van Tol nakomelingen van dokter Jan en Elisabeth van Nuffele waren. Gelukkig wordt dat door andere bronnen bevestigd. Uit het leenboek van het Land van Grimbergen weten we immers dat ‘heer ende meester’ Willem Tol’ (dat is dus vermoedelijk de elders niet bij voornaam genoemde advocaat), zoon van Jan van Tol, op 19 juli 1660 (enkele maanden na de dood van zijn vader), een half bunder bos aan de Heegaele (in de Pluimennest tegen de Lakeman) heeft geërfd en dat dit op 10 november 1690, na de dood van Willem, de eigendom van diens zuster Elisabeth Thol geworden is. Een “jouffrouwe Thol” – dat zal dus wel Elisabeth zijn - wordt in de schepenakten van Steenhuffel in 1695 genoemd als grondeigenaar aan de Rijstrate en het Bijlstuk in Steenhuffel. In 1727 vindt men haar nog aan de Malderheide die kort voordien tot Steenhuffelheide was herdoopt. De relatie tussen Elisabeth van Thol en de Brusselse tak van de familie van Nuffel wordt aangetoond op folio 280 en volgende van register 6946 en op folio 195 en volgende van register 6947 van de schepenbank van Steenhuffel. Daaruit blijkt dat: - Barbara van Nuffele (gedoopt in de Sint Goedele in 1672), getrouwd met Joseph de Herera ca 1695 in de zelfde kerk, - Arnoldus van Nuffele, en - François van Nuffele, luitenant van een regiment kurassiers ten dienste van de hertog van Beieren, in 1701 grond in Steenhuffel erfden van Elisabeth van Thol. Zij waren kinderen van Arnold van Nuffele en Jeanne de Surmont, kleinkinderen van Gillis van Nuffel en Barbara Uyttenhove en bijgevolg achternicht en achterneven van de ongetwijfeld kinderloos gestorven Elisabeth van Tol. Een bijzonder gelukkig toeval 4 bracht mij op het spoor van het bestaan van een lijksteen in de 2

Algemeen Rijksarchief – Schepenbank van Steenhuffel, register 6941, f° 256. en register 6942, f° 199. Algemeen Rijksarchief – Schepenbank van Steenhuffel, register 6945, f° 243. 4 Maar vooral het bestaan van het Amsterdamse tijdschrift ‘de Navorscher’ en meer bepaald folio 329 van jaargang 8 (1858). 3

50


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

kerk van het klooster der Augustijnen te Brussel, met daarop de wapens van Joannes van Toll, dominus de Drootbeke et in Laeken, en van Elisabeth van Nuffel, overleden op 15 mei 1659. Dat alleen de overlijdensdatum van Elisabeth genoteerd werd betekent dat Jan nà haar (maar zoals reeds gezegd voor 19 juli 1660) gestorven is en wellicht elders werd begraven. Drootbeke (alias de Rode Beke en Droetbeke, alias het Hof van Ijssche) was een mooi omwald buitenverblijf en de zetel van één van de zeven heerlijkheden van de Heptarchie van Onze-Lieve-Vrouw Laken. De historicus Alphonse Wauters heeft het vrij gedetailleerd beschreven maar de eigenaars van Toll-van Nuffel heeft hij niet vermeld. In ‘Het Interieur en de Inboedel van het Hof van Drootbeke in 1482’ van Wim van der Elst (waaruit de afbeelding hierna) kunnen we echter lezen dat het Hof met de 45 bunders land en 4 bunders weide tussen 1501 achtereenvolgens eigendom werd van Charles van Poitiers, Marguerite van Poitiers en Robert de Bailleul, de familie van Zeebroeck, Gerard Casens (vanaf 1565), Jean Richardot (vanaf 1594). Die verkocht ruim 6 bunders aan de stad Brussel voor de aanleg van de vaart. Bijna al de rest (35 à 36 bunders) werd vervolgens eigendom van Guillaume Richardot, advocaat Hartius (vanaf 1629), Jean Paul Guidebon Pissini, advocaat Schrieck, en – jawel – vanaf 1666 van de familie Van Nuffel.

Drootbeek ca 1580 door door Hans Collaert

Joos Van Eeckhout (ca 1600-1650) Heelmeester, chirurgijn, actief ca 1630-1645. Vermoedelijk nam deze de praktijk van Guille Gilles kort na diens overlijden (omstreeks 1627) over en dan was hij een collega (of misschien wel de assistent van de hoger gediplomeerde meester Jan Tol. Ik heb het sterke vermoeden dat hij de zoon was van Adriaen en een eerste keer getrouwd was met Cornelia Govaerts die omstreeks 1630 moet gestorven zijn. Hiermee had hij o.a. een zoon, Christoffel, die in 1633 trouwde met Maria Gillis, de oudste dochter van zijn voorgan51


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

ger. Zelf hertrouwde hij met Barbara Zeelanders (De Zeelander) en had hiermee in Londerzeel drie kinderen: Adrianus (° 25-10-1633), Egidius (° 27-10-1634) en Clara (° 25-9-1637). Het gezin verhuisde omstreeks 1645 (mogelijk naar Willebroek). Na de dood van Joos (voor 1652) hertrouwde zijn weduwe met met Peeter Van Hanswijck, meier te Willebroeck. Gillis en zijn opvolger Van Eeckhout beoefenden hun stiel in hetzelfde huis, vermoedelijk het oude "sieckhuijs" in de Mechelse Straat (zie het deel over het “Sieckhuys” hierna).

De plek van het sieckhuys anno 2019

Jan Hillebrant (ca 1620-1654) Chirurgijn, heeft zeker in Londerzeel gewoond. Hij is niet in Londerzeel getrouwd maar hij heeft hier met zijn vrouw Maria Van Assche wel 3 zonen gekregen (Jan ° 1650, Simon ° 1652 en Jan Gerard ° 1654). 7 maanden voor de geboorte van zijn laatste kind, namelijk op 21 mei 1654, is hijzelf in Londerzeel overleden. De oudste zoon van Jan, Jan junior werd later ook chirurgijn; hij trouwde achtereenvolgens met Dymphna Van Ruysevelt en met Joanna Lemmens maar heeft zijn stiel niet in Londerzeel uitgeoefend 5. In 1655 hertrouwde Maria van Assche, weduwe Hillebrant, met een collega van haar overleden echtgenoot, namelijk met Jacques Goossens.

Jacques Goossens (1620-1675) Meester, chirurgijn. Hij werd geboren in Steenhuffel omstreeks 1615. Hij was de zoon van Huybrecht, meier van de bank van Steenhuffel, en van Cathelijne, de enige dochter van de eerder genoemde chirurgijn Merten Breem. In 1655 trouwde hij in Londerzeel met Maria van Assche, de weduwe van zijn een jaar eerder overleden collega Hillebrant. Het paar kreeg hier nog 6 kinderen: Pieter (1658), Jacques (1661), Anna (1664), Maria (1667), Thomas (1668) en Christoffel (1672). In 1665 was een zekere Jacques Goossens meier van het laathof van Ursel, maar ik denk dat dit een kozijn is geweest. 5

In 1629 liep er in Willebroek een chirurgijn rond die men Jan Hallebrant noemde. 52


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Chirurgijn Jacques Goossens had ook eigendom te Steenhuffel in de wijk ‘Over de Beek’ en was er – na een zekere Bartholomeus Janssens – bovendien de eigenaar van 1 dagwand grond op het Begijnenblok. Op 30 december 1677 werd dat door deurwaarder Franchois Colis in beslag genomen en op 23 mei 1678 door de weduwe Marie van Assche tijdens een koopdag aan de Brusselse notaris meester Melchior vanden Brande verkocht 6. Haar man was op 7 maart 1675 in Londerzeel gestorven.

Pieter Van Linthout (ca 1620-1671) Chirurgijn, ° ca 1620, overleden voor 1671. Zoon van Robbrecht en Martijne Pauly en rond 1656 getrouwd met Katelijne Peeters. In 1657 werd hun zoon Jan geboren en kort daarna (vermoedelijk in 1659) is het gezin uit Londerzeel vertrokken. In ‘het Hof van Marselaer te Malderen in de 17de eeuw’ vertelt Jozef Verheyden, verwijzend 7 naar een document van notaris Van Paesschen , over een incident waarbij deze chirurgijn betrokken was. Ik citeer: “In 1656 waren zijn jonker Frans de Mol (dan drossaard van Grimbergen) en zijn broer Peeter aanwezig op een openbare verkoop te Londerzeel, wanneer Frans zich door een landloper of dergelijke bedreigd voelde, en zijn geweer nam. Zijn broer Peeter sprong hem bij en dreigde in het volk te schieten en deed het ook. Hij kwetste hierbij iemand. De chirurgijn van Londerzeel, Pieter van Linthout, werd erbij geroepen. Later vroeg de gemeente hem als getuige bij notaris Van Paesschen te Liezele, om aan te tonen dat het met de gekwetste nog wel meeviel...”

Gillis le Corbusier alias Corbizière (ca 1635-1700) Meester, chirurgijn te Lippelo die ook mensen uit Malderen behandelde, zoals blijkt uit het volgende verhaal. “Meester Gillis Le Corbusier, chirurgijn te Lippelo, 64 jaar oud, getuigde op 28 januari 1696 dat op 21 november 1695 Juffrouw De Mol in zijn huis was gekomen met een dikke wang; hij had haar enige oliën gegeven om op haar wang te strijken. De Juffrouw zei dat Guilliam Bastaert haar zo getrakteerd had.” 8 In Steenhuffel kende men hem ook, zij het onder een iets aangepaste naam. Volgens folio 307 van register 6943 van de schepenbank kocht meester Gillis Corbizière in 1677 90 roeden grond aan de Voort tegen de Steenhuffelheide van Jan van Britsem uit Londerzeel. Hij was dan getrouwd met Marie vanden Pael (anderen lezen vanden Poel). Ze hadden, onder meer, een dochter: Maria 9, geboren in Lippelo in 1662 en gestorven voor 1726. Zij was getrouwd met Peeter Rijntiens, woonde in Opdorp en erfde deze grond 10.

Jan Putteman (ca 1640-1716) Chirurgijn en winkelier, actief ca 1680-1715. Geboren circa 1640, hoogstwaarschijnlijk in Steenhuffel, overleden in Londerzeel op 1 april 1716. Volgens een document van 1-12-1683 woonde hij met zijn vrouw in een hofstede aan de Steenweg en had hij als buren de erfgenamen van Pieter Van Eeckhout en Ernest Erix. In de volkstelling van 1702 vinden we hem terug in het dorp, kaartblad 25, perceel 21, in de huidige Kerkstraat naast herberg "de Swaen" in een huis dat hij deelde met de familie van Jacques De Rijck. 6

Algemeen Rijksarchief – Schepenbank van Steenhuffel, register 6943, folio 375. Not. G. van Paesschen, 1656, RAA. 8 Jozef Verheyden, het Hof van Marselaer in de 17 de eeuw, blz. 94. Juffrouw de Mol woonde op het Hof van Marselaer, Guilliam Bastaert was de molenaar van de Herbodinnemolen. 9 Maria Joanna volgens het immense verzamelwerk ‘tussen Dender en Dijle’ van Luc Annaert. 10 Schepenbank van Steenhuffel, register 6946, folio 371. 7

53


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Zijn eigen gezin bestond dan uit hemzelf, zijn vrouw Maria (Magdalena) De Maerschalck (° Steenhuffel 14-12-1650, + Londerzeel 23-1-1711) en hun kinderen Peeter (° ca 1670, geboorteplaats onbekend), timmerman, Catharina (° Londerzeel 9-7-1680), Hendrik (° 20-10-1682) en Jacobus (° 9-6-1686). Een andere zoon van hen was Egied (° Londerzeel 16-8-1676). In deze volkstelling werd Jan Putteman als "barbier" omschreven. Jan Putteman werd blijkbaar zeer geacht; een paar keer heb ik hem als plaatsvervangergevolmachtigde voor advocaten en geestelijken zien optreden.

Opmerking tussendoor: Tussen 1625 en 1680 hadden vier in het Londerzeelse actieve chirurgijnen een directe familieband met de families De Beer en Van Nuffel. Natuurlijk is het niet ongewoon dat men trouwt binnen zijn eigen stand en kennissenkring. Toch vermoed ik een meer dan toevallig verband met het echtpaar DE BEER-VAN NUFFEL (zie het verhaal over ‘het Sieckhuys’) - Jan Van Thol was getrouwd met een nicht van Anna Van Nuffel, de vrouw van Hospitaalridder Frans DE BEER (zie ons artikel over het “Sieckhuys”). - Joanna Lemmens (° Londerzeel 15-11-1643), de tweede vrouw van Jan Hillebrant junior, was de dochter van Gerard Lemmens en Geertruy DE BEER. Dymphna Van Ruysevelt, zijn eerste vrouw, was de dochter (?) van Corneel Van Ruysevelt en Katelijne DE BEER. - Jacques Goossens was de kozijn van Frans Goossens die getrouwd was met Anna DE BEER. - Als Jan Putteman, zoals ik vermoed, inderdaad van Steenhuffel afkomstig was, dan was hij waarschijnlijk (niet helemaal zeker) de zoon van Pieter en van Antonia DE BEER.

Jan Van den Eynde (1660-1736) Heelmeester, actief ca 1688-1725. Geboren ca 1660 in Mechelen en overleden in Londerzeel op 29-9-1736 (?). Daartussen was hij in 1681 getrouwd met Joanna De Bie (+ 19-2-1689) uit Londerzeel en zeven jaar later is het koppel bij haar ouders komen wonen (volgens een document van de schepenbank van 21-3-1721). Op 17 februari 1688 kocht hij van Jaak Goossens (de zoon van Christoffel, kleinzoon van chirurgijn Jacques???) een huis tegenover de lijkdeur van de kerk. Ondertussen kreeg het echtpaar volgende kinderen: Jan (° 26-10-1681), Nicolaes (° 30-111683), Remigius (° 5-5-1686), Frans (° 18-1-1689) en Petrus (° 18-1-1689). In 1702 komen we hem tegen op kaartblad 25, perceel 46, dat is schuin tegenover de hoofdingang van de kerk), samen met Catharina Van Overloop (of Van de Waterloop), een vroedvrouw van Liezele (zie verder) waarmee hij eind 1689 was hertrouwd. Zijn zoon Nicolaes woonde toen nog in evenals de enig in leven gebleven zoon uit zijn tweede huwelijk: Petrus (° 15-6-1690). Als zijn beroep werd toen "barbier" opgegeven.

Frans Antoon Vanden Poel (ca 1680-1755) Chirurgijn-barbier, heelmeester, actief 1721-1750. Ik weet niet waar en wanneer hij geboren of gestorven is (alvast niet in Londerzeel, misschien in Puurs). In ieder geval woonde hij in Londerzeel tegen het kerkhof en was hij er op 30 juni 1714 getrouwd met Elisabeth Van der Wilt (° Londerzeel 30-3-1687, + Londerzeel 22-71753).

54


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In Londerzeel geboren en in leven gebleven kinderen waren: Joanna Maria (° 9-9-1715), Jan Baptist (° 30-12-1717), Jacobus (° 30-1-1719), Antonius (° 28-9-1720), Francisca Joanna (° 46-1722), Joanna Maria (° 30-11-1724) en Elisabeth (° 20-11-1729). In moeilijke gevallen vroeg hij regelmatig raad aan de hoger gestudeerde maar niet noodzakelijk intelligentere Raeymaeckers. (Frans) Antoon vanden Poel overleed nà zijn vrouw. Ik weet dus niet waar.

Judocus de Coster (1676-1747) Op folio 92 van register 6947 noemt de schepenbank van Steenhuffel een Judocus de Coster, chirurgijn te Merchtem, die ook eigendom in Steenhuffel had. De Gezinsreconstructie van Merchtem kent een Judocus de Coster, magister chirurgus, die omstreeks 1676 geboren werd uit onbekende ouders, trouwde met Elisabeth Coeckx (ca 1676-1737) en die op 26 maart 1747 in de kerk van Merchtem begraven werd. In het indrukwekkende genealogische verzamelwerk ‘Tussen Dender en Dijle’ van Luc Annaert zijn deze mensen niet te vinden.

Antonius Henricus de Costere (1690-1766) In de registers 6948, 6950 en 6953 van de schepenbank van Steenhuffel wordt ook 7 keer over een chirurgijn Anthoen de Costere gesproken. Hij was getrouwd met Elisabeth de Winde en woonde met zijn vrouw in Merchtem. Ze hadden eigendom op de Galgekouter in Peizegem. In 1737 kochten ze een in beslag genomen bos (het Coppenhol) bij Vranckerijck in Steenhuffel en in 1754 kochten ze de Kleine Ept van Francis van Praet. In Steenhuffel bezaten ze ook grond op de Asscherout. Al deze toponiemen verwijzen naar plekken in het grensgebied van Steenhuffel, Peizegem en Buggenhout. De Familiereconstructie van Merchtem (van Hedwig Vertonghen en Pol Feytens) leert ons wat meer over deze chirurgijn. Anthoen (voluit Antonius Henricus) was gedoopt in Merchtem op 10 februari 1690 als zoon van Henricus (1646-1722) en Susanna Reyntiens (1651-1728). Hij trouwde inderdaad met Elisabeth de Winde maar het is niet geweten waar en wanneer dat was. In ieder geval hebben ze tussen 1726 en 1747 in Merchtem 13 kinderen gekregen. Eén van de meisjes, Joanna Catharina (° 1736), trouwde later met een andere chirurgijn (zie verder). Chirurgijn De Costere werd, nog altijd volgens de geciteerde bron, door de Huisarmen van Merchtem betaald om de “arme mensschen te cureren”. Hij overleed op 10 februari 1766 en werd in de kerk begraven.

Joannes Nicolaes Raeymaeckers (ca 1687-1767) Llicentiaat in de medicijnen, actief 1741-1760. Geboren circa 1687 en hier gestorven op 28-7-1767. Getrouwd met Maria Cornelia De Hertogh (° ??, + Londerzeel 22-1-1798). Hij woonde in Londerzeel. Hij werkte regelmatig samen met Antoon Vanden Poel (een licentiaat of dokter in de medicijnen gebruikte immers zijn handen niet). Ik heb in de parochieregisters geen informatie over eventuele kinderen gevonden. Historicus Alphonse Wauters misbruikte deze licentiaat in de medicijnen in zijn beroemde oeuvre uit 1855 “l’Histoire des environs de Bruxelles, boek 5, blz. 272” om ons, mensen van Londerzeel, een beetje belachelijk te maken. Verwijzende naar Cannaert, Olim, Procès des sorcières en Belgique, blz. 118, schreef hij in het Frans, zodat wij het nog moesten vertalen ook: “In dit dorp (Londerzeel) werd het geloof in de toverkunsten een eeuw geleden nog aangehangen door een man die vanwege zijn studies het volgende certificaat nooit had mogen schrijven: ‘Na door talrijke proeven en dikwijls herhaalde experimenten ons gedacht gevormd te hebben, getuigen en bevestigen wij dat François Van Bevere en Joanna Maria De Pauw, 55


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

zijn vrouw, wonend in Ham, aangedaan zijn door verschrikkelijke pijnen die veroorzaakt worden door een bovennatuurlijke ziekte en die door geen enkel medicijn gestopt konden of kunnen worden, noch door enige andere remedie die door de wetenschap wordt onderwezen, aangezien ze het gevolg zijn van de beheksing van de genoemde echtgenoten Van Bevere. Bijgevolg stellen we hen ter beschikking van de Heilige Kerk om hen door gebeden en duiveluitdrijving te laten helpen.’ Dit merkwaardige document dateert van 31 augustus 1754 en is ondertekend F. (sic) Raymaekers, licentiaat in de medicijnen te Londerzeel. In het gehele Belgische medische corps, dat door namen als die van Vesalius, Van Helmont, Réga, Palfyn en Van Mons zo’n stralende reputatie heeft, is er geen enkel lid meer dat er nog dergelijke doctrines op nahoudt. Maar ik zou niet durven beweren dat de ze door de nakomelingen van de medeburgers van deze gediplomeerde Raymaekers totaal verworpen zijn.” En ik die altijd gedacht heb dat zijn eigen beperkingen kennen toch een zekere mate van intelligentie impliceert...

Carolus Antonius Josephus van Innis (1726-1778) Wie was Carolus van Innis, een licentiaat in de medicijnen te Merchtem, getrouwd met Joanna Cathartina Aerts, maar die volgens folio 35 van register 6954 van de Schepenbank van Steenhuffel, in 1787 al een poosje wijlen was? De Familiereconstructie van Merchtem van Hedwig Vertonghen en Pol Feytens kan het ons vertellen. Hij was geboren te Asse op 27 januari 1726. Zoon van Carolus en Virginia van Vaerenbergh. Via zijn oom Petrus Carolus van Innis, doctoor in Asse, werd zijn interesse voor de geneeskunde gewekt. Op 11 februari 1745 werd hij ingeschreven aan de faculteit Medicijnen van de universiteit van Leuven en in 1748 behaalde hij er zijn diploma van licentiaat. Dat ging toen iets vlugger dan nu. Op 13 januari trouwde hij in Meuzegem met Joanna Catharina Aerts (Merchtem 1726-1792). Ze kregen 7 kinderen waarvan de oudste, Carolus Antonius Franciscus, ook licentiaat in de medicijnen werd maar zijn praktijk vooral in Opwijk had. Carolus Antonius Josephus stierf te Merchtem op 5 juni 1778 en werd er in de kerk begraven.

Jan Baptist Mertens (1734-1810) Chirurgijn. Geboren te Etterbeek ca 1734, zoon van Andreas Mertens en Barbara vanden Berghe. Op 14 augustus 1762 trouwde hij in Merchtem met Joanna Catharina de Coster (Merchtem 1736-1773), dochter van chirurgijn Antonius Henricus de Costere en Elisabeth de Winde (zie vroeger). In 1763 kregen ze 1 dochter, Elisabeth Josepha. Na de dood van zijn vrouw hertrouwde Joannes Baptista op 23 oktober 1775 in Merchtem met Judoca Petronilla Claessens (Merchtem 17469-1789). Er volgden nog 8 kinderen. Voor details verwijs ik graag naar de Familierecontructie van Merchten van Hedwig Vertonghen en Pol Feytens. Ik weet niet waar dokter Mertens precies woonde, wellicht in Merchtem Dorp, maar in 1769 kocht hij grond op Molenwijk van de kinderen van Adriaen Biesemans (Schepenbank van Steenhuffel, register 6951, folio 263 e.v.) Jan Baptist Mertens overleed in Merchtem op 2 februari 1810. Hij heeft met zekerheid ook patienten in Steenhuffel gehad.

Jean Baptiste Verheyen (1743-1813) Chirurgijn in 1802 en tot aan zijn overlijden. Geboren in Mechelen Onze Lieve Vrouw op 26 december 1743. Zoon van Hendrik en Digna (Dymphna) van Camp). Op 14 april 1777 trouwde hij in Londerzeel met Catharina Cleymans (° 1742). Samen kregen ze 2 kinderen: Joannes Ludovicus (1779-1787) en, Maria Theresia 56


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

(1782). Het gezin woonde in de Mechelsstraat (of Steenweg, sectie 6 nr. 123). Jan Baptist Verheyden overleed daar op 25 november 1813. Zijn echtegenote waarschijnlijk in 1816.

Jacques Joseph Noel (1756-1815) Dokter in de medicijnen, actief in Londerzeel vanaf ca. 1777 Noel werd geboren in Maaseik in juni 1756. Hij overleed in Londerzeel in 1815. Hij was hier komen wonen in 1777 (op de Steenweg in het dorp, sectie 1 nr. 25) en is daarna getrouwd met Joanna Maria Jacoba De Visscher uit Antwerpen (Sint-Walburgis). Kinderen: Regina Cecilia (° 23-11-1790, + 8-1-1791), Regina Josepha (° 24-12-1791, + 22-91792), Regina Josepha Cornelia (° 18-4-1793). Na de dood van zijn eerste vrouw op 28-4-1793, hertrouwde hij op 29-3-1798 in Londerzeel met Carolina Gasparina Govaerts. Kinderen uit zijn tweede huwelijk: Joanna Ferdinanda Francisca, Jeanette in het bevolkingsregister (° 1-4-1799). Tijdens het Frans bewind werd dokter Noël aanvankelijk aangesteld als municipaal agent (vergelijkbaar met burgemeester) van Londerzeel. Van 27 december 1795 tot 7 juli 1797 was hij de voorzitter van de municipale raad van het kanton (de vergadering der burgemeesters). Tussen 1803 en 1808 was hij opnieuw burgemeester. Annemarie Vandesaevel, geboren in Londerzeel in 1771, was (alleszins nog in 1813) de inwonende meid.

Jan Baptist van Assche (1764-?) In 1813 woonde in Londerzeel-Dorp, sectie 1 nummer 8 een ‘medecin’ Jean Baptiste Van Assche, die in 1764 in Londerzeel zou geboren zijn. De enige persoon die dan in aanmerking komt werd geboren op 18 juli 1764 en was de zoon van Jan Baptist en Isabella Brigitta de Bels. Hij woonde er blijkbaar alleen en is voor 1822 overleden. Meer gegevens heb ik niet.

P.L. Jespers (ca 1765-1840) In het archief van de gemeente Malderen ontmoetten we zowel in 1802 als in 1826 en 1827 de heer P.L. Jespers (of Jaspers), doctor te Londerzele, vaccinateur (reeds in 1802 !) in Malderen en in het district. Noch in de burgerlijke stand van Londerzeel noch in de tellingen van 1796 en 1813 kom ik zijn naam echter tegen. Denkelijk heb ik niet goed genoeg gekeken.

Charles Louis Gillensen (1771-?) In 1813 werd in het bevolkingsregister van Londerzeel een ‘medecin’ ingeschreven met de naam Charles Louis Gillensen. Hij was geboren in Aarschot in 1770 of 1771 en later getrouwd met de eveneens Aarschotse Anne Joséphine Duchesne. Er waren ook 2 dochters waarvan de voornamen en de ouderdom niet werden meegedeeld. De oudste was geboren in Aarschot, de andere in Sint-Joris Winge. Het gezin woonde aanvankelijk even in bij onderwijzer Jean Luc Van Assche en zijn vrouw Elisabeth Josephine Van Lack (sectie 1 nummer 1) die met hun 5 kinderen enkele maanden later (op 24 februari 1814) naar Brussel verhuisden, waar ze ook van afkomstig waren. Helaas heb ik de namen Gillensen en Duchesne in Aarschot niet kunnen vinden.

Jozef Pelemans (1776-?) Volgens het bevolkingsregister dat in 1813 begonnen werd woonde vanaf 1816 te Londerzeel, sectie 5 nummer 13 (Blauwenhoek), de barbier Jozef Peleman. Mogelijk was hij alleen maar baardscheerder en geen chirurgijn. Hij was geboren in Londerzeel op 29 mei 1776. Zoon van Michael en Catharina Verbiest of Verbeyst. Op 6 november 1798 was hij te Londerzeel getrouwd met Anna Catharina Borms (Londerzeel 1775-?), dochter van Gerard.

57


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In 1816 waren er 2 inwonende zonen; Jan Baptist (° 1801) en Petrus Joannes (° 1808). 4 andere kinderen waren zeer vroeg gestorven; Corneel (1799-1799), Elisabeth (1799-1801), Anna Maria (1802-1802) en Joanna Catharina (1802-1802).

Joannes Antonius Van Hove (1778-1867) Doctor in de medicijnen. Behaalde zijn diploma op 11 juni 1803 in Leiden. Hij werd voor de eerste keer als dokter in Londerzeel vermeld in november 1833 en een laatste keer in 1845. Hij woonde niet in het centrum maar wel sectie E nr. 2. Verder had ik over hem geen informatie maar gelukkig was de heer Frans Van Hove bereid om mij te helpen. Op 28 april 2005 ontving ik van hem de volgende mail: Joannes Antonius Van Hove, doctor in de medicijnen, geboren te Herentals op 16 januari 1778 en overleden in Herentals op 21 januari 1867. Hij was gehuwd met Gertrudis Van Daele, overleden in Londerzeel op 11 oktober 1832. Had 4 kinderen waarvan 3 geboren in Grimbergen, en Henrica Paulina Cecilia in Londerzeel op 05.01.1831 11. Hij is waarschijnlijk op zijn oude dag samen met dochter naar Herentals getrokken want die huwde in 1853 een zekere Verellen aldaar. Bron: Michel Verbeeck in www.geneanet.org.

Josse (Judocus) Riemslagh (1787-1841) Beschreven als medicus-chirurgijn, dokter in de geneeskunde en baker. Hij werd geboren ca 1787 in Sint-Amands. en was al voor 1820 in Londerzeel actief Volgens het bevolkingsregister van 1840 woonde hij dan in het Dorp (sectie A nr. 6), samen met zijn vrouw Maria Joanna De Stuyver (° Gent 1789), zijn dochter Fany Constance (° Londerzeel 1821 + 1900) en Thérèse Peeters, zijn 49 jaar oude dienstmeid uit Tisselt. Een oudere zoon, Felicien Prudent, studeerde toen al voor dokter in Leuven. Hij zou bijzondere geneesheer bij het Belgisch leger worden 12. Josse Riemslagh stierf in Londerzeel op 14 oktober 1841. Eind november verhuisden de weduwe en de dochter (de meid pas midden 1842) naar Leuven om plaats te maken voor de nieuwe dokter Pierre Désiré Carette (zie verder) Judocus Riemslagh werd postuum voor zijn inentingswerk in 1841 door de koning onderscheiden. Dat gebeurde bij K.B. van 4 december 1843. De twee gouden medailles werden aan zijn weduwe Maria Joanna De Stuyver tijdens een korte plechtigheid op het gemeentehuis overhandigd op 20 februari 1844.

Antoine Bruno de Jonghe (1798-1841 Geboren te Breendonk in 1798. Omstreeks 1825 trouwde hij, waarschijnlijk in Wolvertem, met Marie van Geel. In 1840 woonde hij als weduwnaar en barbier met 2 zonen, Jacques (° 1829) en Hendrik (° 1832) in Londerzeel-Dorp, sectie A nummer 4. Twee eerder geboren kinderen, Guilielmus Ludovicus (° 1826) en Ludovicus Guilielmus (° 1828) waren klein gestorven. Antoine Bruno stierf op 10 augustus 1841. Wellicht was hij alleen baardscheerder en geen chirurgijn. In de parochieregisters, bij de geboorte van zijn kinderen, noemde men hem afwisselend, tapper, wever en barbier.

11

Toch een kleine aanvulling hierbij. Het bevolkingsregister van 1840 noemt: Jeanne Cecile Pauline, geboren in Grembergen (ipv Grimbergen) in 1817/1818, Josse, geboren in Grembergen in 1819/1820, Barbara Constance, geboren in Grembergen in 1821/1822 en Henriete Pauline Cecile, geboren in Londerzeel in 1831. 12 Na zijn dood in 1885 liet Felicien Prudent Riemslagh het Bureel van Weldadigheid van Londerzeel een aanzienlijke som geld na, waarmee de oprichting van het hospice voor een stuk werd bekostigd. Ook zijn zuster, Fany Constance, die in 1900 overleed, bedacht hetzelfde bureel in haar testament. 58


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Henri Beerten (? - ?) Van 15 september 1816 tot 15 september 1821 woonde, volgens het bevolkingsregister dat in 1813 begonnen werd, ‘doctoor’ Henri Beerten in een huis te Londerzeel, sectie 5 nummer 7. Hij was geboren in Tessenderlo maar over zijn geboortejaar en afstamming is verder niets bekend. Hij woonde er alleen. Helaas leefden er te veel Beerten’s in Tessenderlo om deze persoon een zekere identiteit te kunnen geven.

Pierre François Hoorickx (1802-?) Chirurgijn (heelmeester) en baker (vroedmeester). Geboren in Zemst op 20 december 1802. Hij studeerde in Brussel, waar hij zijn diploma haalde, trouwde met Maria Anna (of Anne Marie) De Neef en kreeg twee kinderen (Pierre Henri in 1836 en Marie Josephine Henriette in 1840). Midden 1841 verhuisde hij naar Eppegem en op 2 december 1842 kwam hij met zijn gezin naar Londerzeel, sectie F nummer 29. In het bevolkingsregister wordt zijn beroep niet vermeld. Op het zelfde adres woonde toen ook (tot juli 1846) de Brusselse familie l’Anglée-Fayen. Na 1852 heb ik niets meer over dokter Hoorickx vernomen.

Cornelius J. Oomen (1809-1852) Dokter in de genees- en heelkunde. Geboren in Etten, Noord-Brabant, op 25 februari 1809. Hij kwam naar de Zuidelijke Nederlanden in 1831. Zijn in Nederland behaalde diploma was wel in de provincie Antwerpen erkend maar niet in Brabant. Hij moest eerst de goedkeuring van de medische commissie te Brussel krijgen vooraleer hij hier zijn praktijk mocht vestigen. Dat diploma zou hij op 26 augustus 1836 ontvangen. Hij arriveerde in Londerzeel in 1837. Eind 1841 volgde hij de hier op 14 oktober overleden dokter Riemslach op als kantonnaal inenter, een taak die hij met inzet uitoefende en waarvoor hij diverse onderscheidingen ontving. Zo ontving hij op 24 oktober 1845, 15 juli 1847 en 4 mei 1848 een gouden medaille "voor zijn propaganda ten voordele van de gratis koepokinentingen en voor de inzet en belangeloosheid waarmee hij dat deed". Hij was ook een zeer actief lid van de “Société de médecine pratique de la province d'Anvers”, opgericht in Willebroek, waarvoor hij talloze rapporten en verhandelingen schreef en voordrachten hield 13. Aanvankelijk, vanaf 1837 dus, woonde Corneille Oomen in Londerzeel Dorp, sectie A nr. 2. Nà het overlijden van Jan Baptiste Mertens (30/9/1843), de man van Anne Catherine de Keersmaeker, verhuisde hij naar diens vrijgekomen woning sectie F nr. 33. Hij woonde daar blijkbaar alleen met Marie Josephe Van Eechout (° Londerzeel 1814) zijn inwonende meid. Hij overleed in 1852 in Londerzeel. Zijn aanvraag tot naturalisatie werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers pas op 25 mei 1853 behandeld. Hij liet in België geen erfgenamen na, maar wel in Nederland.

Pierre Désiré Carette (1813-1872) Geboren in Aarschot op 3 april 1813. Zoon van Cornelius en Anette van de Weyer. Overleden in Londerzeel op 7 november 1872. Behaalde zijn diploma van doctor in de medicijnen in Brussel op 3 of 6 september 1838. Op 4 december 1841 werd hij in het bevolkingsregister van Londerzeel ingeschreven, met als verblijfsadres Dorp, sectie A nummer 6, dat na de dood van dokter Riemslagh door diens familie verlaten was. 13

Bronnen: a) Recueil des pièces imprimées par ordre de la Chambre des Représentants, Vol. 4, blz. 368, b) Annales de la Société de médecine pratique de la province d’Anvers - jaargangen 1841-1853 en c) Jahresbericht ueber die Fortschritte der gesammten Medicin in allen Landern, volume 2, bladzijde 18 59


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Op 11 juli 1842 trouwde hij in Londerzeel met Maria Theresia De Vleeschouwer (° Londerzeel 1820, dochter van Corneliuis en Maria Rompaey). We kennen 2 kinderen: Alphonsus Desiderius Gerardus Emilius, geboren in 1844, Catharina Eugenia, geboren in 1846, en Eugenius Renerius Josephus, geboren in 1849. Carette was gemeenteraadslid van Londerzeel in 1855 maar werd in 1856 niet herverkozen.

Edmond Luyckx (?-?) Dokter in de genees-, heel- en verloskunde. Dokter Luyckx moet in 1865 of 1866 in Londerzeel aangekomen zijn. Zijn praktijk lag in de Statiestraat. In 1873 werd hij als nieuwe inenter van de gemeente benoemd maar hij zou dat maar voor 1 jaar blijven. In 1881 werd hij “corresponderend lid van de provinciale commissie ter actieve bewaking van de openbare gezondheid” en in hetzelfde jaar (1881) werd hij ook tot gemeenteraadslid van Londerzeel verkozen. In oktober 1884 verhuisde het gezin Luyckx naar de Grensstraat, nr. 34 in Antwerpen.

Louis François Ferdinand Hillaert (?-?) Dokter in de genees-, heel- en verloskunde. Gemeentelijke vaccinateur in 1874 en 1876. Vermoedelijk is hij begin 1873 (als opvolger van Carette) in Londerzeel gearriveerd. Op 10 december 1880 verhuisde hij naar Manage in de provincie Henegouwen. In Londerzeel bleven dan nog twee geneesheren over.

Jean Augustin Mertens (? - ?) Als medicus ingeschreven in het bevolkingsregister van Londerzeel dat in 1840 begonnen werd. Hij werd uitgeschreven voor 1846. Ik heb de familie van deze man niet kunnen vinden behalve dat er zeker een relatie was met Jan Jozef Mertens (° Londerzeel 1804) en Sophia van Beveren (° Breendonk 28/6/1809Londerzeel 2/6/1840). Die waren op 8 augustus 1832 in Breendonk-Puurs met elkaar getrouwd en woonden in 1840 met hun kinderen Jan Baptist (° 1833), Rosalie (° 1835), Vitalis (° 1837), Jan Frans (° 1838), 3 knechten en 1 meid op het zelfde adres (Dorp, sectie A, nummer 63b). Als Jean Augustin ook hun (laatste) kind was, dan kon die in 1846 uiteraard nog geen medicus zijn.

Petrus Van Assche (1847-1908) Dokter in de genees-, heel- en verloskunde. Geboren in Londerzeel op 18 februari 1847. Zoon van Jan van Assche (1804-1869) en Anna Maria De Wachter (1810-1883). Op 24 januari 1880 trouwde hij in Tisselt met Maria Ludovica Baeckelmans (1858-1831). Samen kregen ze in Londerzeel 11 kinderen 14: Petrus Julius (1880-1968), Amanda Maria Barbara (1884-1946), Maria Coleta Francisca (1885-1886), Julia Joanna Clementina (18861838), Joannes Maria Albertus (1888-1935), Joannes Franciscus Maria (1889-1910), Ludovicus Hector Maria (1891-1945), Maria Josepha Francisca (1893-1894), Francisca Coleta Margareta (1894-1894), Leopold Ludovicus Stephanus (1896-1960) en Marcellus Paulus Aloisius (1900-1900). Het gezin woonde in de ‘villa van Assche’ dat het in 1906 in de Brusselstraat heeft laten bouwen. Petrus Van Assche was gemeentelijke inenter in 1875 en terug vanaf 1877 tot aan zijn dood. Hij was tevens burgemeester van Londerzeel van 1876 tot 1908 en provincieraadslid.

14

Met dank aan de genealogie Van Assche van Luc Annaert 60


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Op 6 oktober 1908 werd hij tijdens zijn ziekenronde met paard en koets op de overweg van Ursene door een trein gegrepen. De koetsier verloor een been maar de dokter overleed ter plekke.

Boven: Petrus van Assche. Rechts: de Villa van Assche, Brusselse Straat

Guillielmus Josephus Goltfus (1859-ca 1916) Geboren in Haacht op 16 april 1859. Zoon van Petrus Ludovicus en Carolina Paulina van Etterijck. Op 24 oktober 1884 nam hij in Londerzeel de praktijk van dokter Luyckx in de Statiestraat over en op 24 februari 1886 trouwde hij hier met Maria Josepha Coleta Verheyden (1859-?). Samen kregen ze in Londerzeel 7 kinderen: Anna (1887-1889), Guillielmus (1888-1920), Josephus (1890-1891), Anna (1892-?), Alphonsius (1894-?), Joanna (1897-1898) en Franciscus (1900-?). In 1909 werd hij lid van de gemeenteraad. Hij was als dokter ook in Opwijk actief. Dokter Willem Jozef Goltfuss

Hier genoemde chirurgijnen maar woon- en werkplaats niet bekend. Naam Peeter RENTHIERS x Margriete van Mechelen Hendrik vanden DIJCKE x Barbara Monet Nn Vander PLANCKEN x Cathelijne vander Borcht Guilielmus MARQUIS Peeter DANCKAERT x Gudula vanden Houten Nn LINDEKENS Leo Emanuel de MAROTEN Norbertus de BAL

genoemd 1580 1602 1600 + 1623 1651 1655 1715

Bron Schepenbank Steenhuffel Reg. 6936, f° 353 meester-chirurgijn - eigendom in Steenhuffel. Schepenbank Steenhuffel Reg. 6937, f° 223 Schepenbank Steenhuffel Reg. 6938, f° 415 'docteur in de medecijnen', zoon van Hendrik en Johanna de Kempeneer-pensionaris van Brussel, eigendom in Steenhuffel Schepenbank Steenhuffel Reg. 6941, f° 270 doctor in de medicijnen-koopt rente van Gommaer vd Eeckhoute (in 1646 door vd Heyden-van Roy bezet op boomgaard Bontestr. Schepenbank Steenhuffel Reg. 6942, f° 67 doctor in de medicijnen Schepenbank Steenhuffel Reg. 6946, f° 176 heer en meester-licentiaat in de medicijnen

1730 1740 1770

Schepenbank Steenhuffel Reg. 6949, f° 227 ‘doctoor’ met eigendom in Rossem (maar woonde hij er ook?) Schepenbank Steenhuffel Reg. 6948, f° 288 meester chirurgijn-getuige in (en inwoner van?) Steenhuffel Schepenbank Steenhuffel Reg. 6952, f° 14 heer en meester-licentiaat in de medicijnen-getuige in Steenh.

61


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Vroedvrouwen De volgende lijst van vroedvrouwen werd in hoofdzaak samengesteld aan de hand van de bewerking van de doopregisters van Londerzeel en Steenhuffel door Luc Annaert waarin sommige, niet alle, pastoors ook de nood-dopen, meestal door de vroedvrouw uitgevoerd, noteerden. Veelal werd de naam van die mevrouw niet opgeschreven, maar – vooral in Londerzeel en in de periode 1690-1720, gebeurde dat wel. Voor Malderen zijn helaas geen gegevens beschikbaar. Hieronder volgt alfabetisch de naam van alle vrouwen die tijdens het Ancien Regime zo’n nooddoop hebben verricht. Lang niet altijd wordt bevestigd dat zij vroedvrouw waren maar we mogen er van uitgaan dat de meerdere keren genoemde dames als zodanig waren erkend. Die erkenning was nodig. De betreffende voorwaarden en procedure heb ik niet nagekeken maar op 22 juni 1860 stierf te Steenhuffel Joanna Apollonia Van Opstal in het kraambed nadat ze door Jacqueline De Ridder ‘geholpen’ was. Deze laatste was eerder al eerder verschillende keren beticht van het ‘illegaal uitoefenen van de verloskunde’ en dus duidelijk niet erkend 15. Naam Alens Joanna Anna Bloemaerts Bogemans Barbara Bolle Elisabeth Cranaerts Francisca De Bont Petronella De Buyser Elisabeth Deckers Anna Deckers Catharina Deckers Joanna De Donder Anna De Hondt Maria De Maeyer Catharina De Maeyer Cypriana De Prins Catharina De Ridder Joanna De Smet Catharina De Smet Helena De Smet Maria De Tandt Catharina De Tobel Apolonia Florin Catharina Gilliaerts Maria Isabella

Aantal nooddopen 1 1 2 1 1 1 1 4 2 7 2 1 19 6 1 2 30 37 12 1 1 21 117

Periode 1638 1693 1701-1704 1708 1716 1701 1701 1689-1690 1700,1708 1700-1709 1715-1720 1700 1696-1710 1632-1645 1695 1695,1702 1692-1699 1689-1693 1690-1702 1719 1699 1694-1698 1713-1721

Opmerking

Vroedvrouw

Vroedvrouw – ook eens Smeyers - + Londerzeel 19/12/1662. Vroedvrouw - vrouw van Henricus Van Nuffel, gestorven op 8 juni 1699. Vroedvrouw - echtgenote van Judocus Stevens - + Londerzeel 22/10/1693 Actief in maar niet van Londerzeel

Ook Inliart, Gillart

15

Ze werd hier door de Medische Commissie van Brabant voor vervolgd maar wegens verzachtende omstandigheden niet veroordeeld. 62


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Naam Goossens Joanna Jacob Maria Mertens Maria Moerenhout Augustina Moerenhout Christina Moysons Petronella Orts Emerentia Overdeput Catharina Overdeput Joanna Puttemans Anna Robberechts Catharina Robberechts Joanna Scheers Anna Scheers Maria Soli Catharina Stevens Joanna Talboom Cornelia Vael Anna Van Assche Maria Van Balen Anna Van Balen Joanna Van Campenhout Anna Van Causbroeck Joanna Van Gucht Maria Anna Van Lint Joanna Van Meulders Anna Van Oosten Maria Van Opstal Anna Van Overloop Catharina Van Overloop Joanna Van Overloop Maria Van Roy Elisabeth Van Waterloop Josina Verbelen Joanna Verbist Barbara Verlinden Anna Verlinden Elisabeth Vermeren Anna Verstappen Catharina Walschap Joanna

-

Aantal nooddopen 1 1 1 1 77 1 2 1 3 1 12 1 1 20 1 1 1 1 11 1 1 1 4 2 1 1 1 1 1

Periode 1690 1695 1779 1720 1700-1721 1774 1701,1706 1704 1704-1707 1639 1708-1721 1710 1702 1696-1713 1706 1721 1713 1718 1710-1721 1695 1717 1668 1700-1701 1751,1752 1711 1701 1719 1645 1695

1 32 1 2 4 1 1 1 6 5 10

1699 1692-1722 1700 1690,1715 1779 1696 1695 1710 1647-1657 1700-1715 1711-1720

Opmerking

Vroedvrouw - , gestorven op 2 april 1729, weduwe van Martinus De Lathouwer. Vroedvrouw Vroedvrouw te Steenhuffel

Vroedvrouw van Liezele, werkt veel op Londerzeel-heide Mogelijk verkeerd voor Maria

Vroedvrouw in Malderen – 1 keer vermeld in Londerzeel Vroedvrouw

Vroedvrouw in Steenhuffel Vroedvrouw - ook Vander Gucht In Steenhuffel Vroedvrouw van Liezele, werkte ook op Londerzeel-heide-was vanaf eind 1689 de tweede vrouw van chirurgijn Jan van den Eynde. Vroedvrouw van Liezele, werkt veel op Londerzeel-heide Vroedvrouw te Steenhuffel Uit Wolvertem, actief in Londerzeel

Vroedvrouw

Catharina Govaerts werd als vroedvrouw in Londerzeel genoemd in 1797. Ze was de echtgenote van Jan Baptist Van Muylders en stierf op 15 juni 1811. Wilhelmina Willems werd op 12 augustus 1841 als vroedvrouw in Londerzeel ingeschreven. Ze was geboren in Grimbergen op 8 juni 1820. In 1841 was ze nog niet getrouwd. Ze woonde Wijk F nr. 136. Josephine Van Esse, geboren in Leuze op 9 december 1829 en op 29 november 1855 in Londerzeel getrouwd met Ferdinand Judocus Verbruggen, was in de periode 1879-1880 de enige erkende vroedvrouw in Londerzeel.

63


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Apothekers (en kwakzalvers) Om een deskundige apotheker te vinden moest men doorgaans naar de grote steden gaan, of naar de plaatselijke markt. Op het platteland moest men zich nogal eens met kwakzalvers en gebedsgenezers behelpen. In 1633 werd Genoveva Jacobs uit Steenhuffel in de gevangenis opgesloten omdat ze gedurende vele jaren verboden bijgelovige middelen had gebruikt om zieke mensen te genezen. Gezien haar hoge leeftijd kwam ze er goedkoop van af. In 1644 was het Jacquemijne Petercelie die, alweer in Steenhuffel, aangehouden werd. Ze deed aan waarzeggerij, illegale verkoop van kruiden en beweerde zieken te kunnen genezen. Het geld dat ze hier voor vroeg verbraste ze echter in de herbergen.

Twee kermisattracties en volksvermakelijkheden in de late middeleeuwen: de kwakzalver (links) en de tandentrekker (rechts) Zelfs in 1850 werd het medisch ambacht in Londerzeel nog op dezelfde voet behandeld als dat der liedjeszangers en koorddansers, zoals blijkt uit het art. 13 van het Reglement van de Dinsdagmarkt van Londerzeel: “De kooplieden in drogerijen, die zich willen stellen op de openbare plaetsen, zullen voorafgaendelijk moeten bewijzen van hun recht tot het verkooping der drogerijen of geneesstoffen, en zullen zich moeten plaetsen alwaer hun eene plaets aengewezen zal worden door het plaetselijk bestuer, even als de liedekens zangers, koorddansers, spel of kunstvertooners en verders alle andere die het bestuer goedvinden zal”. De prentjes, links de Kwakzalver, en rechts de Tandentrekker, zijn van Jan Steen (ca 1660), maar de tekst is wel degelijk van bij ons.)

Volgende namen van echte apothekers heb ik in de registers van de Schepenbank van Steenhuffel gevonden. Uiteraard is deze lijst ver van volledig. Naam

Marcus van Papenbroeck x Catharina van Moirt Gisbertus Bartholijns x Joanna Ther. Desmares Philips Joseph Fabree Joannes Jacob Reyniers

genoemd Bron

1644

Reg. 6940 f° 184 Apothecaris in Brussel – we kennen hem omdat hij geld leende aan de Steenhuffelnaars Guillam en Cornelis Moyesoen 1735,41 Reg. 6948 f° 1 Meester apotheker in Brussel-leent in 1735 aan de kinderen van Cornelis MerReg. 6950 f° 302 tens uit Steenhuffel. 1749 Reg. 6949, f°270 Meester apotheker in Brussel. 1773 Reg. 6952 f° 202 Zoon van Marcus en Maria vande Velde – ‘medicijnist' wellicht in Merchtemverkoopt aan Francis en Jan van der Borght een weide aan de Oude Straete/Oude Beke (de Couterman) te Steenhuffel. 64


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

65


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel IV

Enkele geregistreerde epidemieën in groot-Londerzeel Zonder volledig te willen en zijn geef ik hierna een overzicht van enkele dodelijke epidemieën die onze streek in het verleden getroffen hebben. Op 2 besmettingen ga ik dieper in: de Cholera Morbus van 1833 en de Rode loop in 1846.

66


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

1566-1833: overzicht. 1566-1592: de gevolgen van de Beroerde Tijden. Met de Beeldenstormen van 1566 en de opstand van de edelen van de Nederlanden tegen het Spaanse gezag begonnen de Beroerde Tijden. In de Zuidelijke Nederlanden kwam daar in principe met de val van Antwerpen in 1585 een einde aan maar het duurde nog tot 1593 tot het gewone leven zich ietwat herstelde. Maar het was hetzelfde niet meer. Opstanden, oorlogen, reformatie en contra-reformatie, kettervervolging, emigratie maar vooral de rondtrekkende legers, met de verspreiding van besmettelijke ziekten als gevolg, hadden een spoor van vernieling en ontvolking achtergelaten. In 1592 telde Steenhuffel nog maar 32 gezinnen. In 1577 (15 jaar eerder) waren er dat nog 122 geweest. Driekwart van de akkers bleef onbewerkt. Mijn eigen voorvader Merck de Bonte, wiens vader Willem omstreeks 1550 de Steenhuffelse heerlijkheid van Beaumont, met een eigen laathof, meier en erflaten, had gekocht, ging failliet omdat er niemand meer overgebleven was om de jaarlijkse huren, cijnzen en pachten te betalen.

Juni 1602: Pest in Malderen. In Malderen woedde de pest. Over de gewone mensen hebben we geen gegevens. Overlijdensregisters bestonden nog niet. Maar op 1 juli stierf de weledele heer Ferdinand Damman, heer van Oombergen enz., nadat hij zijn moeder op het Groenhof (tevens de schoonmoeder van François le Cocq, die leed aan de pest (maar zou genezen) had bezocht. Op het Groenhof vielen nog andere doden.

Mei 1605: de inwoners van Buggenhout vluchten voor besmettelijke ziekte. Steenhuffel: “Een contagieuze en felle ziekte verspreidt zich als een kwaad vuur vanaf het kasteel van Buggenhout af tot aan de kerk en verder tot de Diepemeersen, waar de meeste mensen zijn geïnfecteerd geweest en uitgestorven. De anderen hebben geabondaneerd (verbleven) in andere dorpen: Merchtem, Dendermonde, Aalst, Sint-Amands en elders” (Schepenregisters Steenhuffel nr. 6937).

April-Mei 1636: Pest in Steenhuffel. Pest in de parochie. In het gezin van Philips Goossens en Elisabeth Van der Stappen stierven op korte tijd niet minder dan 5 volwassen maar ongehuwde kinderen (allen tussen 15 en 25 jaar oud. Jacques, Hendrik en Daneel op 27 april, Anna op 12 mei en Johanna op 18 mei. Philips Goossens zelf stierf op 14 mei aan dezelfde ziekte.

Januari en Februari 1648: abnormaal veel sterfte in Londerzeel. In Londerzeel constateerde men in deze periode een abnormaal hoog sterftecijfer. Een reden werd niet gegeven. In het begrafenisregister is dat niet echt te merken.

1667-1669: Pest en Tyfus. In Steenhuffel brak in 1667 de pest uit die in 1669 zijn hoogtepunt zou bereiken. Van augustus tot november 1668 woedde er bovendien een zware tyfus-epidemie in Londerzeel, Malderen ern Steenhuffel. In augustus en september 1669 dook de ziekte opnieuw op. 67


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deze keer werd het gezin Meert-Vander Stappen, dat toen op de Trappenhoeve in de wijk Over de Beek te Steenhuffel woonde, extreem hard getroffen. Op 8 september werden 5 van hun kinderen begraven. Omdat bij een epidemie de doden onmiddellijk ter aarde besteld werden zijn ze wellicht ook samen op dezelfde dag gestorven. Dat waren Pierijne (17 jaar), Cathelijne (7 jaar), Loys (5 jaar), Franchois (4 jaar) en Joos (2 jaar oud). 1 dochter, de 11 maanden oude Jacquemijne 16, was al eerder gestorven op 7 februari 1667. Daarmee stopte de miserie voor deze mensen niet. Jantje, amper 2 maanden na de verschrikkelijke dood van zijn 5 broertjes en zussen geboren, werd maar 2 jaar oud en stierf op 1 oktober 1671. Peeter tenslotte overleed op 28 juni 1676. Hij was net 17 jaar geworden. In 1695, bij de verdeling van de nalatenschap van de ouders bleven er nog 4 kinderen over.

1676: Dysenterie in Steenhuffel. Steenhuffel: Van augustus tot december 1676 maakte een besmettelijke ziekte (dysenterie) 89 slachtoffers (volgens J. Vertonghen, maar in heel 1676 werden ‘maar’ 87 personen in Steenhuffel begraven). Ter vergelijking: in 174 waren er dat 22, in 1675 21, in 1677 13 en in 1678 slechts 12.

September 1693 – Februari 1694: abnormaal veel sterfgevallen. In zowel Londerzeel, Malderen en Steenhuffel zijn er in de periode september 1693 tot februari 1694 abnormaal veel sterfgevallen.

1722: Tyfus in Steenhuffel. Geen details. Het zou interessant zijn om de overlijdensregisters van dit jaar na te kijken. Er stierven dat jaar 24 mensen (daar waar het gemiddelde van de jaren 1720-1724 op 22 lag).

1741: Dysenterie- en tyfus-epidemie in heel groot-Londerzeel. Londerzeel: Christina de Schutter, de vrouw van Frans Blommaert, is op 1 september het eerste Londerzeelse slachtoffer van de dysenterie-epidemie die dat jaar nog lelijk huis zal houden. In Londerzeel telde men in 1741 215 sterfgevallen, in 1742 nog 89. ‘Gewone’ jaren was dat tussen 60 en 75. Steenhuffel: 86 mensen bezwijken aan de tyfus of de rode loop (volgens J. Vertonghen; volgens de parochieregisters zijn er dat jaar echter ‘maar’ 83 begrafenissen, wat weliswaar 70 meer is dan normaal). Malderen: Ook in Malderen is er tyfus.

Mei 1832: Vrees voor Cholera Morbus in Malderen. Op 3 mei werd de procedure om de verspreiding van de Cholera Morbus tegen te gaan in werking gesteld. Verdienstelijk maar onvoldoende, zoals hierna zal blijken.

16

Ik begrijp niet waarom zij Jacquemijne heette aangezien een ouder kind met dezelfde voornaam nog leefde. 68


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De cholera-epidemie van 1833 Geneesheren, Kwakzalvers en Zwartzusters Op zondag 6 oktober 1833 "veropenbaarde zich met enige zwarigheid" de aanwezigheid van de cholera in Londerzeel. Twee dagen later vergaderde de ondercommissie van gezondheid van de gemeente 17 om maatregelen voor te stellen ter bestrijding van de ziekte. Nog dezelfde dag werden deze maatregelen door burgemeester J.F. Verheyden en zijn assessoren Willocx en Crick besproken en goedgekeurd. Aldus werd er besloten: 1) Om een huis te huren dat zowel voor hospitaal als 'lijkplaats" moest dienen. 2) In dat huis moesten 12 bedden komen, alle soorten van "toebehoorten" en ook een aantal oppassers. 3) Iedere dag moesten zowel aan de zieke als aan de gezonde behoeftige mensen levensmiddelen worden bezorgd. 4) Het geld dat hiervoor nodig was zou worden afgenomen van het batig saldo van de gemeenterekening van 1832 en van het te verwachten overschot van die van 1833. Op 9 oktober werden deze maatregelen ook door de gemeenteraad unaniem goedgekeurd. Hoe sterk de epidemie uiteindelijk is geworden heb ik (nog) niet kunnen achterhalen, maar via het raadplegen van het overlijdensregister van Londerzeel van de periode 1833-1834 kan dat niet zo moeilijk zijn. In ieder geval was het ergste van de epidemie op 5 november achter de rug. Op 14 november kwam de gemeenteraad opnieuw samen om de situatie voorlopig te evalueren en om de gemaakte kosten goed of af te keuren. Over de rekeningen voor de geneesmiddelen die waren ingediend door de twee dokters, Riemslagh en Van Hove, en die aan de commissie van gezondheid voorgelegd waren, was er niet de minste discussie. Het "loon" dat werd gevraagd door de twee Zwarte Zusters 18, die vanaf 13 oktober op verzoek van de gezondheidscommissie bij het verzorgen van de zieken waren komen "helpen", stuitte echter op zéér zware tegenstand en bittere kritiek. De tekst die volgt werd woordelijk maar een beetje gemoderniseerd uit de notulen van de gemeenteraad genomen. "Deze Zwarte Zusters," aldus deze notulen, "hebben hier sedert 5 november zonder het minste nut en tegen de wens van de bevolking in verbleven. Zelfs volgens zeggen van de pastoor weigerden ze om de zieken de geneesmiddelen te geven die door de geneesheren waren voorgeschreven omdat deze zogezegd de zieken niet zouden helpen. Ze gingen zelfs zo ver om over de ziekte en de geneesmiddelen het advies in te winnen van een dronkaard, die zijn stiel van het overlezen van koebeesten heeft gemaakt en die ze in het hospitaal hebben binnengebracht. Desondanks zullen we hen voor de 64 dagen die ze samen tussen 13 oktober en 14 november in Londerzeel verbleven 100 frank betalen omdat we in aanmerking willen nemen dat ze hier voor 5 november toch zekere diensten hebben geleverd en omdat we vrezen dat men buiten Londerzeel, waar men niet weet wat er hier is gebeurd, onze handelwijze anders 17

We weten niet wanneer en door wie deze commissie werd ingevoerd. In ieder geval werd ze ingesteld in iedere gemeente waar minstens 3 geneesheren een praktijk hadden, had ze de taak om toe te zien op de openbare gezondheid en hygiëne en was ze samengesteld uit al de erkende geneesheren van de gemeente, de burgemeester en wellicht ook een afgevaardigde van de geestelijkheid. 18 De Zwartzusters waren Augustinessen met kloosters in Aalst, Boom, Dendermonde, Leuven en elders. 69


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

verkeerd uit zou kunnen leggen. De derde zwartzuster, die hier is gekomen zonder dat iemand daarom gevraagd had, krijgt geen enkele vergoeding." Aldus besliste de gemeenteraad eenparig. Op dat moment had de epidemie de gemeente 635 frank gekost. Voorlopig tenminste, want daar zou het niet bij blijven. Op 18 december bracht ook pastoor Cruckx de door hem gemaakte kosten bij burgemeester Verheyden binnen. Zijn verzoek werd pas op 17 januari 1834 door de gemeenteraad besproken. Opnieuw citeer ik uit de notulen van secretaris Mertens. "De brief die door de heer pastoor op 18 december aan de burgemeester gezonden werd, wordt voorgelezen. Daarin vraagt hij dat de gemeente de mondkosten zou betalen die hij heeft voorgeschoten aan de Zwartzusters die hier gedurende de cholera in de maanden oktober en november hebben verbleven. De raad oordeelt eenparig dat de vraag van de heer Cruckx niet in aanmerking kan genomen worden." Vermoedelijk hadden de Zwartzusters op de pastorij behoorlijk gegeten en gedronken. Want Pastoor Cruckx, die we uit onze plaatselijke geschiedenis ook leerden kennen als een vrijgevig man die op het einde van zijn leven zijn geld aan de arme kinderen van Londerzeel schonk om gratis onderwijs te kunnen volgen, dezelfde Cruckx dus, liet het daar niet bij zitten en maakte zijn beklag bij de provinciegouverneur. Graag had ik zijn brief gelezen maar het is ons alleen maar gegund om iets over de reactie van de gemeente te vernemen. Die kwam er tijdens de zitting van de gemeenteraad van 21 augustus 1834 als volgt: "De raad vergadert over de reclamatie die door de heer Crucx, pastoor van deze gemeente, op 1 juli aan de provinciegouverneur werd verzonden en waarin hij een schadeloosstelling vraagt omdat hij de Zwartzusters onderhouden heeft toen hier de cholera heerste. Er wordt eenparig beslist dat er geen redenen zijn om de beslissing van 17 januari te veranderen. Het staat de heer pastoor vrij om, indien hij daar recht op meent te hebben, zijn gelijk bij de burgerlijke rechtbank te gaan halen. Verder drukt de gemeenteraad met eenparigheid zijn verwondering en misnoegen uit over de onbeschofte stijl waarin de reclamatie van de heer pastoor geschreven is."

Een Zwartzuster in uniform (ca 1825)

70


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De Rode Loop in 1846 Waarschijnlijk bestaat er een oorzakelijk verband tussen de armoede en ondervoeding van 1846 (de aardappeloogst van 1845 was mislukt) en de ernstige epidemie van bloeddiarree die in het najaar van hetzelfde jaar uitbrak in onze streek. Hierna geef ik we chronologisch de informatie die ik met betrekking tot deze vreselijke ziekte in de plaatselijke archieven gevonden heb. De eerste berichten waren niet bijzonder alarmerend. Op 7 september antwoordde Londerzeel nog aan de arrondissementscommissaris, die zich blijkbaar wèl zorgen maakte (vertaald): “Op uw vraag of er in onze gemeente een besmettelijke ziekte, genaamd Typhus, heerst, kunnen wij u zeggen dat dit niet het geval is. Bijgevoegd een verklaring van dokter Carette 19.” Op 19 september 1946 liet dezelfde dokter Carette aan de burgemeester van Londerzeel weten (vertaald): “Ik ondergetekende, dokter in de medicijnen te Londerzeel, verklaar dat ik in onze gemeente en in het omliggende een honderdtal patiënten met rode loop behandel waarvan het grootste deel zonder erg. De intensiteit van de ziekte verschilt van dag tot dag. De sterfte staat niet in verhouding tot het aantal zieken.”. De andere Londerzeelse dokter, de heer Oomen 20, rapporteerde (vertaald): “In antwoord op uw vraag van 16 september 1846 kan ik u zeggen dat ik nog 14 patiënten in behandeling heb met min of meer bloederige diarree. Sedert de invasie van deze besmetting in onze gemeente heb ik nog geen enkele zieke verloren. Toch bevinden er zich drie in het laatste stadium van de ziekte, de elf anderen zijn aan de beterhand. Geen enkele van deze zieken valt ten laste van het weldadigheidsbureel.” “Londerzeel le 20 septembre 1846 (vertaald): In antwoord op uw brief van 15 september deel ik u mee dat door het bureel van weldadigheid voedsel en medische hulp aan de arme families van onze gemeente verstrekt werden. De behoeftige zieken krijgen iedere dag 1 à 2 keer het bezoek van de geneesheren die, als de ziekte niet toeneemt, voldoende in aantal zijn. Getekend, de eerste schepen Jacques Willocx.” In Malderen – ofschoon de epidemie daar eerder dan in Londerzeel zou moeten opgedoken zijn – is de eerste informatie pas in de notulen van de gemeenteraad van 17 september te vinden 21. “Overwegende dat den bureele van weldadigheid alle hunne reserve en disponibele fondsen zoo als frs. 838,09 geplaatst in de spaarkas en frs. 893,50 voortskomende van boomverkooping heeft moeten gebruiken om aan 51 huishoudens werk en levensmiddelen gedurende den voorgaanden winter te verschaffen. Overwegende dat den Armen en de gemeente met de tijdsomstandigheden van voorgaanden winter uitgeput zijn. 19

Pierre Désiré Carette haalde zijn diploma van doctor in de medicijnen in Brussel op 6 september 1838. Cornelius J. Oomen werd in Nederland geboren, behaalde het diploma van doctor in de heelkunde en de medicijnen in Brussel op 26 augustus 1836, en vestigde zich in 1837 in Londerzeel. Eind 1841 volgde hij de op 14 oktober in Londerzeel overleden dokter Riemslach op als kantonnaal inenter, een taak die hij met inzet uitoefende en waarvoor hij diverse onderscheidingen ontving. Hij overleed in 1852 in Londerzeel. Hij liet in België geen erfgenamen na (wel in Nederland). 21 Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de registers der uitgaande correspondentie niet bewaard zijn gebleven. 20

71


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Overwegende dat de gemeente gevolgentlijk bij hunne aangehaalde deliberatie van den 23 juny laatst eene leening van frs. 1000 aan het gouvernement gevraagd had om in den nood der behoeftigen te kunnen voorzien. Overwegende dat sedert den 15 augusty laatst den besmettelijken Rooden Loop (dysenterie épulémique) binnen deze gemeente heerscht, dat er reeds meer dan 50 persoonen ziek en alreeds 17 van overleden zijn. Overwegende dat met deze ziekte het getal bedeelde merkelijk zal aangroeien terwijl deze ziekte het meest onder de werkende klas heerscht, en dat bij gevolg van overlijden van de hoofden der huisgezinnen deze zullen moeten ondersteund en zelfs besteed worden. In aanmerking nemende dat niet alleenlijk de bedeelingen merkelijk zullen verhoogen, maar dat de geneesheeren, genees- en behoudmiddelen, verschooningen enz. het grootste gedeelte der inkomen zullen verslinden en gevolgentlijk uitgeput zijnde, zonder bijzondere onderstanden in de noodwendigheden niet zullen kunnen voorzien. Hebbende gemeenteraadsleden eenpariglijk besloten om eene subsidie van 1000 franken aan den staat en provincie te verzoeken ten einde in alle de noodwendigheden der ziekten der behoeftige en werkende klas te kunnen voorzien. Wat had Steenhuffel te melden? Deze vraag werd ook door de arrondissementscommissaris, en wel op 15 september, gesteld, en het antwoord luidde als volgt: “Steenhuffel le 21 septembre 1846 - (Vertaald) In antwoord op uw brief waarin u informatie vraagt over de dysenterie-epidemie die in onze gemeente is uitgebroken, laten wij u weten dat het gemeentebestuur zich net had voorgenomen om hulp van de regering te vragen om de armen, die door de ziekte getroffen zijn, bij te staan. Noch de gemeente noch het bureel van weldadigheid is immers in staat om hen te helpen. In feite, mijnheer de commissaris, weet u ook wel hoe de weinige middelen, die de gemeente en het bureel hadden om de armen tot de nieuwe oogst te helpen, snel opgebruikt waren, en het is alleen dank zij de giften en leningen van welgestelde inwoners en andere liefdadige personen dat er hulp kon geboden worden aan de arme families, waarvan een groot aantal ofwel reeds door de ziekte aangetast is of dat nog zal worden. Naast de vier personen die al aan de ziekte bezweken zijn 22, zijn er momenteel 50 behoeftige zieken. Zij krijgen nog de medische hulp die ze nodig hebben. Toch hebben de behandelende geneesheren ons laten weten dat de medicamenten die ze hen moeten voorschrijven zeer duur zijn en dat ze die niet kunnen blijven verstrekken zonder de garantie dat hun voorschotten zullen worden terugbetaald. Het is echter niet zo dat ze al verwaarloosd hebben of verwaarlozen om de zieken alle zorgen te verstrekken die door hun toestand wordt vereist. Het aantal geneesheren lijkt ons ook voldoende om het hoofd te kunnen bieden aan de buitengewone dienst tot dewelke ze door de epidemie zouden kunnen geroepen worden mocht deze zich in nog andere buurgemeenten verspreiden dan degene waarin ze nu reeds heerst. Onze gemeente grenst namelijk aan de gemeenten Londerzeel, Merchtem, Buggenhout en Wolvertem waar overal meerdere geneesheren verblijven. Wat de voedselhulp betreft hebben de zieken veel zoetigheid nodig die noch het bureel van weldadigheid noch de gemeente hen kan geven. U zult dus wel begrijpen, mijnheer, dat het belangrijk is dat de regering snel met subsidies komt, zowel om de geneesheren te vergoeden als om de zieken de nodige voedingstoffen te bezorgen, temeer daar de welstellende klasse geen offers meer kan blijven brengen. Ik ga verder met de gegevens zoals ik die gevonden heb. Veel commentaar is hier niet bij nodig. De inhoud van de volgende brieven is duidelijk genoeg. 22

Pastoor Van Zeebroeck noteerde er toen al 9 in zijn begrafenisregister. 72


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

“Londerzeel den 25 october 1846 - Mijnheer den arrondissementscommissaris. Ik heb d’eer aen Ued te doen geworden een extrakt uyt de plaats gehad hebbende zitting de dato 25ste wegens de leden van den bureel van weldadigheyd ende van de leden van den gemeyntenraad, strekkende tot het bekomen eener subsidie van 1000 fr. om de arme ongelukkige en behoeftige hulpmiddelen te konnen verleenen die in de uytterste armoede gedompeld zijn ter oorzaak van de sterfgevallen die alhier voorgevallen zijn sedert den 1en september lestleden.” Bruxelles le 24 octobre 1846 – (Vertaald) Aan de burgemeester van Steenhuffel - Ik krijg inlichtingen die mij er van overtuigen dat de epidemische dysenterie ravages blijft aanrichten in uw gemeente. Ik denk dat het overbodig is om u op te roepen om alles te doen om het voortschrijden van dit kwaad te stoppen; toch zijn er enkele maatregelen die ik u niet sterk genoeg kan aanbevelen om ten uitvoer te brengen. Deze maatregelen zijn de volgende: - Zie er op toe dat een geneesheer geroepen wordt van zodra de eerste symptomen van de ziekte zich bij iemand vertonen. Het is zeker dat het niet in acht nemen van deze maatregel één der redenen is voor de verspreiding van de ziekte. - Zie er op toe dat iedere zieke de hem voorgeschreven hygiënische maatregelen opvolgt en dat hij alles krijgt wat hij nodig heeft aan eten, kleren, dekens en verwarming. Ik kan u verzekeren dat regering en provincie niet zullen terugdeinzen voor de offers die nodig zouden blijken om de gemeenten te helpen, die niet genoeg middelen zouden hebben om de onkosten die door de huidige ongelukkige omstandigheden veroorzaakt zijn te betalen. Van de andere kant krijgt u de toelating om middelen die uw gemeente of uw bureel van weldadigheid bij de spaarkas geplaatst heeft op te nemen. Tenslotte kan ik u niet genoeg aanbevelen om de uitvoering te verzekeren van de andere maatregelen die u eerder werden voorgeschreven, namelijk die in verband met de kennisgeving over het voortschrijden van de ziekte, die u ons dagelijks moet bezorgen. Het zou mij bijzonder aangenaam zijn om van tijd tot tijd ook een rapport over de sanitaire toestand van uw gemeente te mogen ontvangen. De Gouverneur. “Steenhuffel le 3 novembre 1846 - Monsieur la commissaire d’arrondissement (vertaald) – Ik laat u weten dat de ziekte sterk in hevigheid verminderd is. Sedert meerdere dagen heeft er zich geen nieuw geval meer voorgedaan. Het zijn slechts degenen die al een zekere tijd geleden aangestoken zijn die nog gevaar lopen om er aan te bezwijken. Het zijn er 7 of 8. Tot op heden hebben de arme zieken de behandeling gekregen zoals die door de geneesheren is voorgeschreven. Toch beginnen onze geldmiddelen te kort te schieten, maar met de provinciale subsidie van fr. 150 en de 400 fr. die beloofd werd door de staat zal de gemeente in staat zijn om verder iedereen de nodige zorgen te verlenen 23. “Londerzeel den 3 november 1846 - Mijnheer den arrondissementscommissaris. In antwoord aan uwen wel geheerden brief de dato 31 october lestleden en dien van mijnheer den gouverneur de dato 24 october lestleden, betrekkelijk de ziekte die alhier tegenwoordig plaats heeft met kennis geving dat de doctoren dezer gemeente aan mij te kennen hebben gegeven dat de ziekte binnen deze gemeente te Londerzeel residerende meer dan de helft verminderd is en dat zij van dag tot dag verminderd is. Van onzen kant, mijnheer, wij hebben alle de middelen ingespannen om de arme onvermogende zieken bij te staan. Wij doen hun eten bezorgen volgens den raad van de doctoren, wij doen hun kleederen zoo als beddegoed in brand bezorgen. Dus dat wij in de goede hope zijn dat de ziekte welhaast gansch zal gedaan wezen, want sedert vijf dagen en zijn er maar drij overlijdens geweest. Voor den borgemeester, de 1e schepene.” 23

Deze bedragen van 400 en 150 frank werden ongetwijfeld aan alle getroffen gemeenten geschonken. We weten alvast met zekerheid dat ook Malderen ze heeft gekregen. 73


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Cijfers over de omvang van deze epidemie van bloeddiarree, die begon in Sint-Amands en verder oprukte naar Lippelo, Opdorp, Buggenhout, Lebbeke, Opwijk, Malderen, Merchtem, Steenhuffel, Londerzeel, Breendonk, Liezele, Oppuurs, Bornem en Mariekerke, vond ik in “Bijdrage tot de Geschiedenis van Lippelo” van A. Honings. Volgens deze bron overleden in de getroffen gemeenten de volgende aantallen mensen. Sint-Amands Buggenhout Londerzeel Opdorp Opwijk

116 125 93 91 86

Malderen Baasrode Lippelo Lebbeke Oppuurs

61 54 53 45 42

Mariekerke Liezele Wolvertem Mollem Puurs

36 29 25 23 21

Breendonk Bornem Merchtem Steenhuffel

17 9 ? (45)

Het dodencijfer van Steenhuffel wordt hier niet gegeven, maar in zijn overlijdensregister heeft de pastoor van Steenhuffel, Van Zeebroeck, het volgende aangetekend: “Op het einde van de maand augustus van het jaar 1846 begon in deze parochie de schrikkelijke cholora en duurde drij maanden. Noch oud noch jong, noch rijk noch arm werd gespaard. De omvang van dese besmettelijke ziekte bedroeg 45.” Als dit cijfer juist is dan moeten 6 doden niet in Steenhuffel begraven zijn. Achter “slechts” 39 namen heeft dezelfde pastoor immers de opmerking geschreven dat ze waren “overleden aan de dysenterie”. Hetzelfde register leert ons nog dat het eerste sterfgeval zich op 29 augustus en het laatste op 13 december heeft voorgedaan. In het bestuurlijk verslag van de gemeente Steenhuffel, dat opgesteld werd op 10 december 1846, staat anderzijds te lezen: “de epidemische buikloop heeft 40 slachtoffers gemaakt. Een groot aantal zieken is echter genezen dank zij de snelle hulp der doktoren”. Samen met de ene persoon die hierna nog gestorven is komen we daarmee in Steenhuffel aan 41 slachtoffers. Op 21 juli 1847 werd pastoor Martinus Petrus Van Zeebroeck door het gemeentebestuur voorgedragen voor een medaille van moed en zelfopoffering. Deze voordracht werd als volgt gemotiveerd (vertaald): “Wij hebben de eer u te laten weten dat de heer Martin Pierre Van Zeebroeck, pastoor van deze gemeente, inderdaad de grootste dienstbaarheid heeft getoond ter gelegenheid van de dysenterie-epidemie die hier heeft geheerst. Zijn huis was een echt laboratorium; hij prepareerde zelf, op aanwijzingen van de behandelende geneesheren, de medicamenten en drankjes voor de zieken, en dat terwijl hij ook de onderpastoor en zijn meid moest verzorgen, die allebei door de ziekte waren aangetast; de laatste zelfs zo erg dat er haast geen hoop op genezing was. Hij liet ook soep maken en bezorgen aan 300 andere armen. De zieken hadden aan hem een echte vader; voor de bereiding van hun dranken gebruikte hij de beste wijn uit zijn kelder, suiker en rijst van de hoogste kwaliteit. Dat alles verrichtte hij met totale zelfverloochening en met een inzet die de grootste lofzangen waardig is. Hij gunde zichzelf niet de minste rust, noch dag noch nacht. Wij denken dus, mijnheer de arrondissementscommissaris, dat, als er eremedailles zouden uitgereikt worden aan personen die zich hebben ingezet om dergelijke zieken te helpen, de pastoor van onze gemeente op de eerste rij moet staan.” Op 22 juni 1851 ontvingen De Coninck en Saterdagh (beiden van Londerzeel) een premie van 25 fr. voor hun inzet bij het verzorgen der zieken gedurende de invasie van de Aziatische cholera. Op 2 juli kregen Goossens en Moeyersons van de regering om dezelfde reden eenzelfde bedrag. Tijdens een speciale zitting van de gemeenteraad van Londerzeel van 25 maart 1852 kregen dokter Oomen en pastoor Leys een gouden medaille overhandigd die hen bij K.B. werd toegekend voor de toewijding waarmee zij de inwoners ten tijde van de choleraepidemie hadden verzorgd. 74


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

1847-1919: kort 17 januari 1872: uitbraak van een epidemie van kinderpokken in Londerzeel. 5 september 1892: Uit het verslag over de bestuurlijke toestand van de gemeente leren we dat er tussen 1 september 1891 en 31 augustus 1892 in Steenhuffel een epidemie van influenza en pokken is geweest. 21 oktober 1893: Een 47 jaar oude landbouwer sterft in Londerzeel aan de gevolgen van de cholera. 4 dagen later overlijdt zijn 10-jarig zoontje aan dezelfde ziekte. 10 augustus 1915: In Malderen worden de scholen gesloten tot 24 september om de verspreiding van mazelen tegen te gaan. 1918-1919: Na de miserie van de Groote Oorlog sterven wereldwijd miljoenen mensen aan de Spaanse griep. Iemand zou onze overlijdensregisters uit deze periode eens moeten analyseren.

75


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

76


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel V Het "Sieckhuijs" van Londerzeel (1525-1754) en de bedevaart naar de Bergkapel

77


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In Deel VI heb ik het over de plannen voor een hospitaal dat in Londerzeel in 1895 gebouwd zou worden maar die in allerlaatste instantie werden afgeblazen. Dat was echter niet de eerste keer dat er in onze gemeente sprake van een ziekenhuis is geweest. In zijn boek "De Kroniek van Londerzeel", uitgegeven door de Geschied- en Heemkundige Kring van Londerzeel vzw in 1998, schreef Marcel Slachmuijlders - onder de titel 'De Lazerij of ziekenhuis van Londerzeel' - op blz. 57 al het volgende: "De lazerij was ergens in de hedendaagse Mechelsestraat gelegen. Tot op heden is het onmogelijk gebleken om de juiste plaats te bepalen. Het ziekenhuis heeft wel degelijk bestaan en wordt in vele schepenakten vermeld als herkenningspunt of aanwijzing van nabij gelegen goederen." In deze bijdrage zullen we niet alleen de juiste ligging van dat middeleeuwse ziekenhuis achterhalen maar zullen we bovendien een groot aantal "toevalligheden" ontdekken die ons in staat zullen stellen om een stukje verloren gewaande Londerzeelse geschiedenis te reconstrueren.

MARCEL SLACHMUIJLDERS VINDT 9 VERWIJZINGEN NAAR HET BESTAAN VAN EEN 'SIECKHUIJS' IN LONDERZEEL Marcel was zo vriendelijk om ons een aantal aanvullende teksten met betrekking tot dit "Sieckhuijs" te bezorgen. Schepengriffie 11.02.1597 (5215-nr. 276) Op 11 februari 1597 heeft Joos Van Haelen een onroerend goed geruild met Robbrecht Van Assche en zijn vrouw Martijne Verloo, gelegen te Londerzeel "aent sieckhuijs", omtrent een half bunder groot. Het paalde aan de Mechelse Kouter, met een andere zijde aan het Houtenveld, ten derde aan de goederen van Geeraert De Keersmaekere en met de vierde zijde aan de Heerstraat (lopende naar Mechelen). Schepengriffie 09.06.1627 (5224-5) Merten Wouters en zijn vrouw Anna De Mayer gaan op 9 juni 1627 een lening aan bij Joos Verstappen en beloven hiervoor een jaarlijkse rente te betalen van 6 Rijngulden en 5 Stuivers. Als onderpand stellen zij een blok land van ongeveer 2 dagwanden, gelegen te Londerzeel tegenover "sieckhuijs", palende met één zijde aan de Mechelse Kouter, met de tweede zijde aan de goederen van de erfgenamen van Geeraert De Keersmaeckere, met de derde zijde aan het Houtenveld en ten vierde aan de Heerstraat. Schepengriffie 18.06.1628 (5223-9-nr. 85) Dezelfde Merten Wouters, zoon van Joris, belooft op 18 juni 1627 aan Joos Vanderstappen en zijn echtgenote Katelijn Scocx een jaarlijkse rente van 6 Rijnsgulden en 5 Stuivers. Als garant hiervoor verbindt hij zijn eigendom bestaande in een omsloten blok land ter groote van een half bunder, gelegen te Londerzeel. Het goed paalt met één zijde aan de goederen van Franchois Van Nuffele en de Mechelse Kouter, met een andere zijde aan de goederen van Geeraert De Keersmaecker, komende met de derde zijde aan zijn eigen goederen en met de vierde zijde aan de Heerstraat, gewoonlijk geheten de "Mechelsestrate". Opmerkelijk detail: dit goed is gelegen "tegen over tsieckhuijs alhier..." Schepengriffie 1647 (5309-6) In het jaar 1647 worden de condities en de voorwaarden bekend gemaakt waarop men vanwege Peeter Van Nuffele en Geerart Meulemans in hun hoedanigheid van voogden van de weeskinderen van wijlen Geerart Van Nuffele en wijlen zijn vrouw Catherina Meulemans, een hofstede zal verhuren. De oppervlakte van het hof bedraagt één gemet en het is gelegen te Londerzeel in de Mechelstraat, tegen de Steenweg en naast de "Hoffstraet". Daarbij hoort ook een half bunder land gelegen "aen tsieckhuijs". Schepengriffie 15.01.1693 (5255-6) 78


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Op 15 januari 1693 gaan de kinderen en kindskinderen van wijlen Christoffel De Keersmaecker en wijlen Catharina Van Hoeffve over tot de verdeling van hun nalatenschap. Gillis De Keersmaecker krijgt een hofstede in de Steenweg naast "Den Horen", Jan De Keersmaecker krijgt een stuk land "aen het sieckhuijs", met als paalgenoten Mevrouw Van Kerrenbroeck, zijn mede-erfgenamen, Heer Anthoen Symons en ten vierde nogmaals de mede-erfgenamen. Leenboek van Zijne Majesteit van Groot-Brittannië 1699 (9243- folio 8) Ook in dit Leenboek (met opgave van de goederen in Londerzeel), komt een interessante vermelding voor. Op folio 8 staat dat Joanna Marie Van Hove, weduwe van advocaat Van Kerrenbroeck een dagwand land in leen heeft, "geleghen binnen de prochie van Londersele aen het sieckhuijs". Het leengoed paalt aan de Heerstraat, aan Matthijs Van Assche, met een derde zijde aan de goederen van Jan De Keersmaecker en met de vierde aan het eigendom van Philips Van Loven. Denombrement van de leengoederen van het Leenhof van Ursene 16.08.1725 (9257-36) Het "denombrement" of de opgave van de leengoederen van het Leenhof van Ursene of Asschereijen, bevat eveneens een verwijzing. Geeraert Mertens heeft op 16 augustus 1725 als gevolmachtigde van de Heer en Mevrouw Sebastianus Donglas-Maria Huens, verklaard dat zij door erfenis van haar vader, Jonkheer Franciscus Huens, in het bezit gekomen zijn van een Leen van Ursene ter grootte van een half bunder, gelegen op "den Schrick Cauter", palende aan "het sieckhuijs ofte t'sheeren straete" aan de ene zijde, ten tweede aan Christoffel Goossens, ten derde aan de goederen van de erfgenamen van Philips Van Roije en ten vierde aan Jan De Keersmaecker. Schepengriffie 21.11.1754 (5269-4) Een laatste vermelding dateert van 21 november 1754. Gillis De Keirsmaecker, pachter en brouwer te Londerzeel, getrouwd met Maria Coppens, is eigenaar van 248 roeden land gelegen "aen het sieck huijs ontrent Pilatus huijsken". Het goed heeft als naastliggende eigenaars Mevr. Van Kerrebroeck, de erfgenamen van Christoffel De Keersmaecker en Heer Antoon Sijmons. De vermelding van het Pilatushuis, het begin van de Kruisweg in de Mechelsestraat, laat toe te besluiten dat het "Sieckhuijs" zich in de nabije omgeving van het latere Godshuis bevond.

EEN STICHTING OF EEN ECHT ZIEKENHUIS? Hebben deze teksten het wel over een echt ziekenhuis, vraagt Marcel Slachmuijlders zich af, en hij vervolgt: "De verwijzing naar een 'Sieckhuijs' betekent op zich niet dat er in Londerzeel een gebouw voor de opvang van zieke mensen bestond. Het kan ook gaan over een stichting, een fonds tot ondersteuning van zieke lieden 24. De kerk van Londerzeel was bijvoorbeeld eigenaar van goederen in de Pluimennest. Deze goederen noemde men "de kerk". Een ander goed dat in de nabijheid lag werd dan omschreven als zijnde gelegen "tegen de kerk" en de kerk stond zeker niet in de Pluimennest. Toch is er één tekst die er sterk op wijst dat er met "sieckhuijs" in Londerzeel een materieel gebouw werd bedoeld. Een zekere Peeter Vranckaert eist op 4 oktober 1605 voor de vierschaar van Londerzeel de betaling van een achterstallig deel van hetgeen hij nog tegoed had voor reparaties die hij aan het ziekenhuis verrichtte en het hout hiervoor geleverd, tot herstelling van ramen en deuren.

24

Deze waarschuwing is des te belangrijker als men weet welke "vrome stichtingen" voor 1600 allemaal eigendommen in Londerzeel hadden liggen. We noemen er een paar: het Gasthuis Sinte-Katelijne, het godshuis van Bijgaarden, het godshuis van het Land van Dielegem, het godshuis van Sion te Brussel, het gasthuis van SintJan, de infirmerie van het begijnhof van Brussel, de infirmerie van Grimbergen... 79


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

"... den aenleggere concludeert tot betaelinge van vier Rijnsgulden ende elf stuijvers als reste van een meerdere somme, procederende over dmaecken vanden sieckhuijse, metten berde bij hem aenleggere totte deuren ende vensters daeraen verbesicht gelevert..." Deze tekst, aldus Marcel Slachmuijlders, maakt aannemelijk dat ook de andere verwijzingen naar een "sieckhuijs" wel degelijk op een echt gebouw betrekking hebben.

OP ZOEK NAAR DE LIGGING VAN HET SIECKHUIJS Jan Van Acoleyen vermeldt of tekent het Sieckhuijs niet. In 1709 tekende de Steenhuffelse landmeter Jan Van Acoleyen een figuratieve kaart van Londerzeel. Daarnaast werd er ook een kohierboek opgesteld. Beide boeken bestaan nog en zouden ons in staat moeten stellen om de plaats van het oude ziekenhuis van Londerzeel exact te bepalen. Helaas... de naam Sieckhuijs wordt door nergens vermeld. En in de omgeving waar het zou moeten gestaan hebben staat geen enkel gebouw dat het Sieckhuijs zou kunnen zijn. Toch geeft hij ons de mogelijkheid om het exact te lokaliseren. In de hoop dat het wat oplevert vermeld ik hierna op de kaart van Van Acoleyen al de gekende eigenaars (in 1709) van het te onderzoeken gebied. Het donker gearceerde gedeelte tussen de Mechelse straete en de Meerstraete is de Schrieckkouter. Het lichter gearceerde gedeelte ten zuiden van de Mechelse Strate is de Mechelse Kouter; het donkere gedeelte is het Hautenveld. Voor deze periode bezorgde Marcel Slachmuijlders ons twee beschrijvingen van gronden die bij het Sieckhuijs lagen. Ik zal nu proberen er de perceelnummers aan toe te voegen Uit 1699 (Leenboek van Zijne Majesteit van Groot-Brittannië): Joanna Marie Van Hove, weduwe van adv. Van Kerrenbroeck heeft een dagwand land in leen "geleghen binnen de prochie van Londersele aen het sieckhuijs". Het leengoed paalt aan de Heerstraat, aan Matthijs Van Assche (24/35), met een derde zijde aan de goederen van Jan De Keersmaecker (24/37) en met de vierde aan het eigendom van Philips Van Loven (24/90). De grond in kwestie kan dus alleen maar perceel 24/36 zijn. Uit 1725 (Denombrement van de leengoederen van het Leenhof van Ursene): Geeraert Mertens heeft op 16 augustus 1725 als gevolmachtigde van de Heer en Mevrouw Sebastianus Donglas-Maria Huens, verklaard dat zij door erfenis van haar vader, Jonkheer Franciscus Huens, in het bezit gekomen zijn van een Leen van Ursene ter grootte van een half bunder, gelegen op "den Schrick Cauter", palende aan "het sieckhuijs ofte t'sheeren straete" aan de ene zijde, ten tweede aan Christoffel Goossens (20/18), ten derde aan de goederen van de erfgenamen van Philips Van Roije (20/20) en ten vierde aan Jan De Keersmaecker (20/27). De grond in kwestie is zonder enige twijfel perceel 20/19. Vermits zowel percelen 24/36 als 20/19 aan het "Sieckhuijs" liggen, kan dit laatste niet anders zijn dan het driehoekig perceeltje, tegenover het Pilatushuisje maar aan de overkant van de Mechelstraat, dat ik op de kaart met een kruis heb aangeduid.

80


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Landmeter Jan Van Acoleyen werkte té precies om hem van een 'vergetelheid' te kunnen verdenken. Als hij zelfs de verschillende staties van de kruisweg tekende dan kan hij een sieckhuijs onmogelijk vergeten zijn. Tussen de percelen 20/19 en 20/20, zonder een perceelnummer aan te geven, vermeldt hij het volgende: "Een stuexken tegen 't voorseyde en tegen d'herbane of mechelbane in totael 9 roeden, toebehoorende aen..." De eigenaar werd niet ingevuld. Wellicht was men die gewoon vergeten. Als er een betwisting was dan moest daarvan immers iets in de akten van schepengriffie terug te vinden zijn geweest. Persoonlijk denk ik dit Sieckhuijs in 1709 nog alleen als plaatsnaam bestond en dat zelfs deze plaatsnaam langzaam in onbruik raakte. Deze veronderstelling wordt gesteund door de vaststelling dat, daar waar tot in 1699 de omschrijving "aan 't sieckhuijs" volstond, nadien een dubbele omschrijving gebruikt werd om de plaats te bepalen. - 1725: "palende aan het sieckhuijs ofte t'sheeren straete". - 1754: "aen het sieck huijs ontrent Pilatus huijsken".

EEN SIECKHUIJS... AAN HET BEGIN VAN DE KRUISWEG. De ligging van het Sieckhuijs, vlak tegenover de eerste statie van de circa 1550 aangelegde kruisweg naar de Bergkapel, is op zijn minst merkwaardig te noemen. Een lazerij of een leprozerie zouden we immers eerder op een zeer afgelegen plaats verwachten, een plaats waar geen volk hoefde te komen. 81


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

In de Mechelsestraat was er daarentegen druk verkeer. De windmolen lag niet ver daar vandaan. En dan waren er de pelgrims natuurlijk. Is het te vermetel om een verband te zoeken met de rond 1515 gebouwde bergkapel? Is het onbezonnen om aan het begin van de kruisweg, bij het Pilatushuis, een onderdak voor pelgrims te situeren, wanneer we lezen 25 "... ende alwaer van alle die tijden eenen grooten toeloop ende devotie geweest was van godtvruchtige sielen." Hoe aannemelijk deze hypothese ook mag zijn, toch mag ze ons niet tot het maken van ongefundeerde conclusies verleiden. Want, als het "Sieckhuys" een onderdak voor pelgrims was, waarom werd het dan Ziekenhuis en bijvoorbeeld niet Gasthuis genoemd?

Het pilatushuisje, afgebroken vanwege de moderne tijd.

ZIEKENHUIS, HOSPITAAL, GASTHUIS... In haar licentiaatsverhandeling "A peste, fame et bello, libera nos, domine!", Leuven 19941995, dat handelt over de sterfte in Groot-Londerzeel in de periode 1620-1755, schrijft Kristien Cosijns op bladzijde 61: "We moeten voorzichtig zijn met het gebruik van deze term (ziekenhuis), want hij verschilt sterk van hetgene we er nu mee bedoelen en bovendien was hij uitgebreider dan dat nu het geval is. Een ziekenhuis of hospitaal stond voor een gebouw waar ziekenzorg werd bedreven, maar evengoed voor een instituut van liefdadigheid, een "oudemannen-" of rusthuis, een onderdak voor pelgrims en ook een schuiloord voor beroofde reizigers..." Het woord hospitaal is afgeleid van het Latijnse "hospes" wat "gast" betekent. Het Franse "hospice", dat letterlijk "gasthuis" betekent, is tot dezelfde oorsprong terug te voeren. De begrippen hospitaal en gasthuis kunnen dus synoniemen zijn. In ons huidig taalgebruik zijn hospitaal en ziekenhuis dat eveneens. Mogen we daarom ook de woorden gasthuis en ziekenhuis door en voor elkaar gebruiken? Gelukkig is er in de nalatenschap van de Londerzeelse schepenbank ook één enkel document te vinden waarin we het woord "gasthuis" tegenkomen. Bundel 5216, folio 202 - Op 29 december 1609 verkopen Pieter Van den Dijcke en zijn vrouw Anneke Shouwers aan het echtpaar Matthijs Verlinden-Anna Keynooge een kleine ledige erve "tgasthuis genoemd". Het is dit document dat ons de sleutel bezorgde voor het ontraadselen van een totnogtoe onbekend stukje Londerzeels verleden.

25

A.R., Kerkelijk Arch. nr. 34.058, overgenomen uit 'De kroniek van Londerzeel' , M. Slachmuijlders, blz. 33. 82


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

WAAR LAG HET GASTHUIS? Wat twee regeltjes tekst uit 1609 ons kunnen vertellen. Het document van 29 december 1609 geeft ons op het eerste zicht geen enkele indicatie over de omgeving waarin deze "ledige erve' met de naam "tgasthuijs" gelegen was. Wat leert het ons dan wel? 1. Een "ledige erve" is een stuk grond waar vroeger (niet al te lang geleden) een gebouw op stond, maar nu niet meer. 2. Matthijs Verlinden, was schepen van Londerzeel. 3. Anna Keynooge was, ofschoon dat expliciet nergens wordt vermeld, de dochter van Jan Keynooge, die in 1592 wordt vernoemd als "kuster" (koster), ongetwijfeld (gezien de context) van de bergkapel. 4. Maar wie was Pieter Van den Dijcke, de verkoper van wat eens het gasthuis was geweest? De familie Van den Dijcke 26 wordt maar een paar keer in de Londerzeelse annalen vernoemd. Een Thomas Van den Dijcke, getrouwd met Margriet Van Blaesvelt (een dochter van Frans Van Blaesvelt en Anna De Beer) was in 1582 mede-erfgenaam geworden van de goederen van de pas overleden Frans De Beer. Dat waren de omwalde en van een valbrug voorziene Schriekhoeve in de Meerstraat en de erbij horende gronden, die vooral tussen de Meerstraat en de Mechelsestraat gelegen waren. Ergens tussen 1582 en 1609 moet Pieter Van den Dijcke, als erfgenaam van Thomas Van den Dijcke dus in het bezit van een deeltje van de erfenis van Frans De Beer gekomen zijn. Dat deeltje met name waar vroeger het 'gasthuis' had gestaan. Verdere aanwijzingen. Het zou ons bijzonder goed uitkomen mocht met de termen "gasthuis" en "sieckhuijs" hetzelfde gebouw zijn bedoeld. Dan zou het verband met de kruisweg en de pelgrimage naar de bergkapel heel aannemelijk worden. Laten we dus eens kijken wat we verder in de documenten van de schepengriffie over deze aangelegenheid nog konden ontdekken. Bundel 5216, folio 202 - Op 29-12-1609 verkopen Pieter Van den Dijcke en zijn vrouw Anneke Shouwers aan het echtpaar Matthijs Verlinden-Anna Keynooge dus een kleine ledige erve "tgasthuis genoemd". Deze eigendom komt uit de nalatenschap van een in 1582 overleden Frans De Beer. De ligging van dit erf wordt niet nader omschreven. Bundel 5216, folio 329 verso - Op 3 januari 1611 verkopen dezelfde Pieter Van den Dijcke en Anneke Shouwers een (behuisde) hofstede aan de echtgenoten Guilliam Gillis en Cecilia Aernouts. Deze hofstede (die ook uit de erfenis van Frans De Beer moet komen want Pieter Van den Dijcke had voor de rest in Londerzeel geen belangen) grenst aan de Mechelstrate, de goederen van Anna Van Halen (of Verbelen ?), en aan twee zijden aan (de goederen van) Matthijs Verlinden. Opgepast: Schepen Matthijs Verlinden had wel meer eigendommen in Londerzeel. Zo ook op de Steenweg bij het Swanenhof. Ook dààr was Guilliam Gillis één der aanpalende eigenaars.

Bundel 5225, folio 120 - Op 2-11-1638 verkopen de kinderen van Guilliam Gillis aan Katelijne Gillevoorts (de weduwe van Frans Van Nuffel) een hofstede in de Mechelse strate aan de steenweg, grenzend aan dezelfde straat en aan (de eigendom) van de weduwe van Jacques Verlinden. 26

Ik weet niet of dit de belangrijke familie Van den Dijcke uit Grimbergen is. 83


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Voor wie er mocht aan twijfelen: Jacques Verlinden is wel degelijk de zoon van de vroegere schepen Matthijs Verlinden en Anna Keynooge. Hij was getrouwd met Maria Van de Voorde (of Vervoort).

Bundel 5241, folio 281 verso, akte 2638 - Ruim een jaar eerder, op 1 maart 1637, had dezelfde Katelijne Gillevoorts in de Mechelstraat van de kinderen van Merten Wouters en Anna Smaeyers al een aansluitend stuk grond gekocht dat omschreven wordt als een half bunder land tegenover het Sieckhuijs. De rest van de tekst is jammer genoeg afgescheurd. Uit deze teksten blijkt, denken we: - dat het Sieckhuijs en het Gasthuis weliswaar niet hetzelfde waren maar wel naast elkaar waren gelegen. - dat het gedeelte gasthuis in 1609 was verdwenen en dat de grond door schepen Matthijs Verlinden werd gekocht. - Tevens geloven of ik da de aanpalende bebouwde hofstede die eind 1609 door Guilliam Gillis van Pieter Van den Dijke (uit de nalatenschap van Frans De Beer) gekocht werd eigenlijk "het Sieckhuijs" was. Dat geloof krijgt bovendien een flinke steun als we weten dat de koper Guilliam Gillis heelmeester en "chirurgijn" van professie was.

HET HUIS VAN DE CHIRURGIJN. Guilliam Gillis was als chirurgijn vanaf 1610 in Londerzeel actief. In de parochieregisters (die pas nà 1630 beginnen) heb ik geen geen verwijzingen naar deze man gevonden, maar uit de akten van de schepenbank kunnen we afleiden dat hij getrouwd was met Cecilia Arnauts (of Arnoults) en 5 kinderen had: Maria (geboren circa 1608, trouwt rond 1633 met Stoffel Van Eeckhout (zie hierna); Katelijne (geboren omtrent 1610, trouwt in 1639 met Peter Teugels); Anna (geboren ca 1612, trouwt rond 1636 met Merten Calewaert); Cornelis (geboren ca 1613, trouwt ca 1640 met Anna De Raeymaeker). Er was ook een Guilliam junior waarover ik verder niets weet.

Guilliam Gillis overleed waarschijnlijk in 1627. Hij werd als heelmeester-chirurgijn opgevolgd door Joos Van Eeckhout, wiens zoon Stoffel in 1633 trouwde met Maria Gillis, de oudste dochter van zijn voorganger. Deze Stoffel was een kind uit het eerste huwelijk van Joos Van Eeckhout met Cornelia Govaerts (+1630).

84


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Vader Joos hertrouwde met Barbara De Zeelander en is omstreeks 1645 uit Londerzeel vertrokken. Tot dan was zijn dokterspraktijk in hetzelfde huis - dus volgens onze interpretatie in het Sieckhuijs in de Mechelse straat - gevestigd. Was het Sieckhuijs dan niets meer dan het huis waar achtereenvolgens Guille Gillis en Joos Van Eeckhout de Londerzelenaars probeerden te genezen? Ongetwijfeld was dat voor de mensen tussen 1610 en 1645 het geval. Maar de naam Sieckhuijs bestond al wel voor deze heelmeesters er hun intrek namen. En zijn we intussen het veronderstelde verband met de Kruisweg en de Bergkapel niet een beetje uit het oog verloren?

FRANS DE BEER, RIDDER VAN JERUZALEM Aan de hand van de weinige gegevens waarover we nog beschikken zal ik aantonen dat zowel het Gasthuis als het Ziekenhuis uit de erfenis van Frans De Beer afkomstig waren en, waarschijnlijk als aan elkaar palende gebouwen, tegenover het Pilatushuis lagen. We hebben eveneens ontdekt dat tussen 1611 en 1645 het ziekenhuis door de chirurgijnen Gillis en Van Eeckhout werd bewoond, en dat de plek waarop voor 1609 een 'gasthuis' had gestaan eigendom van schepen Matthijs Verlinden en later van diens zoon Jacques was geworden. Wat we nog niet weten is of er in het Sieckhuijs ook al voor 1611 aan ziekenverzorging werd gedaan en welke functie het Gasthuis voor 1609 vervulde. Misschien kan meer informatie over de vroegere eigenaars ons hier wat wijzer maken. Over Frans De Beer schreef Marcel Slachmuijlders in zijn nooit genoeg te prijzen "Kroniek van Londerzeel" (blz. 70) het volgende: Een rechtsgeding dat in het jaar 1622 zijn beslag kreeg, heeft aanleiding gegeven tot de volgende aantekening: "Het is waar dat wijlen de heer Franchois De Beer, Ridder van Jeruzalem, eertijds een erfelijke korenrente heeft gesticht ten voordele van de Heilige Geest of de Huisarmen van Londerzeel die hij legde op zijn hoeve, gelegen in Londerzeel, genoemd de hoeve "Te Schrieck". Dit hof, waarvan nog sporen terug te vinden zijn (ik citeer nog altijd Marcel Slachmuijlders), lag in de Meerstraat, juist over en langsheen de huidige spoorlijn. Wie echter de "Ridder van Jeruzalem" was blijft een raadsel. Zijn naam met titel komt veelvuldig voor in de oude handschriften en het is volstrekt zeker dat hij in Londerzeel woonde. Een manuscript van 20 maart 1579 bevat de aantekening "Franchois De Beer, riddere, woonende te Londerseele" (Schepengriffie nr. 5156). Wat weten we intussen over ridder Frans De Beer? De naam De Beer is voor 1550 in Londerzeel niet terug te vinden 27. Dan verschijnt er plotseling, als het ware uit het niets, een hele clan. Er is dus Frans (de zoon van Jan), die Ridder van Jeruzalem genoemd wordt, en getrouwd is met Anna Van Nuffele, de dochter van Joos en Katelijne Van Buyten. Er is Jan of Hans de jonge, zijn broer, die getrouwd is met Katelijne Van Nuffel, de dochter van Adriaen en een nicht van Anna. Er is ook een Christoffel De Beer, die men zoon van Willem noemt en die met Katelijne Lambrechts is getrouwd. Tenslotte is er nog een tweede Hans, zoon van Hendrik, die getrouwd is met Augustina Pays. Via zijn huwelijk met Anna Van Nuffele (ergens tussen 1530 en 1550) was Frans De Beer in het bezit van de belangrijke hoeve Te Schrieck gekomen. Hij is waarschijnlijk kinderloos in 1582 gestorven. Na zijn dood gingen zijn bezittingen (of een deel ervan) over naar Frans Van 27

Weliswaar zijn documenten van voor 1590 uiterst zeldzaam. 85


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Blaesvelt die met zijn zuster Anna was getrouwd. In 1604 werden de goederen tussen hun kinderen verdeeld. Eén van die kinderen (Margriet) was met een Van den Dijcke getrouwd. De gronden en eigendommen van de Schrieckhoeve lagen hoofdzakelijk op de Schriekkouter en op de Mechelse kouter. In het gebied tussen de Meerstraat, de Mechelse straat en den Berg. Wat betekent Ridder van Jeruzalem? Frans De Beer mocht de naam "Ridder van Jeruzalem" dragen. Was hij werkelijk een edelman? Had één van zijn voorvaderen zich tijdens een kruistocht zo heldhaftig gedragen dat hij aan zijn kinderen deze eretitel door mocht geven? In zijn boek "De Bergkapel te Londerzeel" schreef E.P. Henri Spinnael over een zekere Eerwaarde Heer Ludovicus Vranckx, vice-decaan van de Sint-Romboutskerk. Die was in 1546 op bedevaart naar Jeruzalem geweest, stierf in 1555 en werd in de Sint-Romboutskerk begraven. Op zijn grafsteen stond te lezen: "ridder te Jeruzalem". Ridder te Jeruzalem, aldus deze auteur, was een titel die men zich aldaar kon aanschaffen. Dr. Jan Lindemans schreef 28: "De titel van "Ridder van Jeruzalem" werd verleend aan hen die een reis naar 't Heilig Graf te Jeruzalem hadden ondernomen." Een zoektocht op het Internet gaf ons echter nog een andere verklaring en deed ons al snel bij het begrip "Johannieters" belanden. Onder dat trefwoord staat in de Grote Winkler-Prins encyclopedie namelijk het volgende te lezen: In 1023 hadden kooplieden uit Amalfi (Italië) een hospitaal in Jeruzalem gesticht ten behoeve van pelgrims; schutspatroon was Johannes de Doper. Toen met de verovering van deze stad door de kruisvaarders (1099) het aantal hospitaalbroeders zeer vermeerderde, zette Godfried van Bouillon de bestaande instelling om in een geestelijke ridderlijke orde. In 1113 werd deze door de paus bevestigd. Zij heette naar haar schutspatroon "Ridderlijke Orde van de H. Johannes de Doper van het Hospitaal te Jeruzalem". Haar leden werden johannieters of ook wel hospitaalridders genoemd. De voornaamste taak was ziekenverzorging, waarnaast zich allengs een militaire taak ontwikkelde ter beveiliging van de hospitalen en de reizende pelgrims... ... De johannieters hebben vanuit Cyprus, later vanuit Rhodos, vele malen op eigen schepen pelgrims naar het Heilige Land vervoerd... Op Rhodos moesten de johanniters in december 1522 capituleren voor de Turken en enkele weken later Rhodos verlaten. Een nieuwe hoofdzetel kreeg de orde pas in 1530 toen Karel V haar de eilanden Malta, Gorzo en Comino schonk. sindsdien noemden de ridders zich Malthezer ridders.... ... (inmiddels) hadden ze in tal van landen vele goederen verworven... In het huidige België bestonden ca. 33 stichtingen... In de Standaard Encyclopedie lezen we bovendien (onder trefwoord Orde van Malta) dat de orde drie groepen kende: ridders, priesters en broeders Frans De Beer was dus naar alle waarschijnlijkheid een hospitaalridder. Misschien was hij in zijn jonge jaren wel op bedevaart naar Jeruzalem gegaan en was hij op de terugweg een paar jaren ergens tussen Rhodos en Malta "blijven hangen" om tegen de Turken te vechten. Zolang ik zijn biografie niet vind blijft dat echter speculatie. Bijna zeker is wel dat hij bij één van de 33 plaatselijke johannieterstichtingen was aangesloten en de gezworen had om zijn leven lang voor het welzijn en de veiligheid van de pelgrims te zorgen... Die naar de Londerzeelse Bergkapel in zijn geval. het johannieterkruis 28

Jan Lindemans, Oude Brabantse Geslachten, Nr. 27 Van Nuffel, blz. 2, voetnoot 9. 86


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

EEN WAARSCHIJNLIJKE AANVULLING OP DE VROEGSTE GESCHIEDENIS VAN BERGKAPEL EN KRUISWEG De Bergkapel. Marcel Slachmuijlders schreef 29: "Er bestaan geen geschriften meer of materiële bewijzen over het jaar waarin de Bergkapel opgericht is. Wat wel onbetwistbaar kan vastgesteld worden is dat de Bergkapel in haar eerste vorm een zekere tijd voor het jaar 1543 opgericht werd. Uit dit jaar dateert de beschrijving van een onroerend goed te Londerzeel gelegen op de plaats met de naam "Ten Daele", rechtover het eigendom van de afstammelingen van Gielis Vanden Bempde, "... dwelck nu gelegen es tegensover de nijeuwe Capelle van Calvariën." (schepengriffie nr. 5927) 30. Historicus en archivaris J. Wauters beweerde in 1855 31: Die kapel werd omstreeks 1515 door Mathias Steenberch, pastoor van Londerzeel opgericht, tot aandenken van zijn bedevaart naar het Heilig Graf te Jeruzalem. Pater Henri Spinnael, die ik al eerder citeerde, voegde daar aan toe 32: De oudste vermelding van de Bergkapel vinden we in een cartularium van het Kapittel van St.-Rombout te Mechelen. Aldaar lezen wij (uit het latijn vertaald: "Afgestaan en schenking (door pastoor Mathias Steenberch) van de kapel van de Kalvarieberg ten voordele van de kerkfabriek van Londerzeel. Gegeven te Brussel in het jaar van Onze Heer 1525, den 28 september. De Bergkapel, tekening van M. Meert

De Kruisweg. De bergkapel werd gebouwd als het eindpunt van een kruisweg. Marcel Slachmuijlders: Ook over het tijdstip van de aanleg van de Kruisweg is niets met zekerheid geweten. De andere auteurs waren minder voorzichtig in hun oordeel. Pater Henri Spinnael: In het kerkarchief van Londerzeel lezen wij deze oude tekst: "Pastoor Mathias Steenberch had den kruysweg te voren te Jeruzalem afgemeten en den onzen zoo gelijkvormig mogelijck gemaeckt. Hij was licentiaat in de Godsgeleerdheid, maar wanneer hij

29

Marcel Slachmuijlders, De Kroniek van Londerzeel, blz. 31. Er werd altijd aangenomen dat met "nieuwe kapel van Calvariën" de bergkapel wordt bedoeld. In dit geval zou de bergkapel kort voor 1543 zijn gebouwd, zo'n 25 jaar later dan door andere auteurs (zie verder) wordt beweerd. Zou deze tekst echter geen betrekking kunnen hebben op de heraanleg van de kruisweg (zie verder) waarvoor rond deze tijd een nieuwe kapel (het Pilatushuisje) - tegenover het Sieckhuijs en in de buurt van de Daalkouter werd gebouwd? We stellen alleen maar de vraag. 31 J. Wauters, Histoire des Environs de Bruxelles, II, 1855. 32 E.P. Henri Spinnael, De Bergkapel te Londerzeel, 1972, blz. 60. 30

87


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

pastoor van Londerzeel is geworden, en hoe langen tijd, is ons onbekend 33 "... In de kapel kan men echter nog het volgende opschrift lezen: "Kruysweg ingericht in de parochie van Londerzeel, in het jaar 1525, door de Eerw. Heer Mathias Steenberch. Pater Spinael schreef ook: Aanvankelijk vertrok de kruisweg aan de Sint-Kristoffelkerk van de parochie. Ik weet niet waar hij deze informatie haalde maar misschien verwees hij naar J. Wauters die noteerde: Men zegt dat die kapel even ver van het dorp gelegen is als de Kalvarieberg van Jeruzalem verwijderd is.

Nieuwe ontdekkingen over Mathias (Mattheeus) Steenberch Het wereldwijde web laat ons tegenwoordig dingen ontdekken waar we die zelf nergens zouden gaan zoeken zijn. Zo vond ik in een voetnoot op blz.118 van het supplement van de “Diccionario de teología, (Bergier 1857) de volgende passage: “Este camino le midieron estando en Jerusalen don Pedro Potens y M. Mateo Stemberth, licenciado en teología y Prelado en Londersele, y á la misma medida hicieron en Lovaiua un camino del Calvario. En Meclinia, Vilvordia y otros lugares de Bravante hicieron otros ». Helaas begrijp ik geen Spaans. Gelukkig hebben de heren L-Hugues Vincent en J. Gabalda ons er in 1922 op blz.164 van het 2de deel van het 2de volume van “Jérusalem: recherches de topographie, d'archéologie et d'histoire” een mooie Latijnse vertaling van gegeven. En die gaat als volgt: “Theatrum Terrae Sanctae, cum tabulis Geographicis (Adrichem) (éd.1682): Hanc viam D. Petrus Potens et M. Matt. Sleenberc, Licentialus Theol. et pastor in Londersele, olim Hierosol. dimensi sunt, et iuxta eamdem formam ac mensuram disposuerunt Calvarix viam Luvanii, Mechlinia, Vilvordia et in aliis Brabantix locis... ” Hieruit leren we dat een zekere Christiaan van Adrichem (1533-1585) een kaart van de heilige plaatsen van Jeruzalem tekende, mede op basis van de meetgegevens van de heer Pieter Sterckx (Petrus Potens) en meester Mattheus Steenberch, licentiaat in de theologie en pastoor van Londerzeel, die (er staat helaas niet bij wanneer) in Jeruzalem het tracé van de Kruisweg opgemeten hadden en dit na hun terugkeer in Leuven, Mechelen, Vilvoorde en andere Brabantse plaatsen hebben gereconstrueerd. Een koperen plaat, afmetingen 335 x 500 mm, gemaakt omstreeks 1660. Het is een exacte kopij van de kaart van Christiaan van Adrichem

33

In de volgende paragraaf lezen we dat hij in 1525 pastoor was in Londerzeel. Van Marcel Slachmuijlders vernemen we bovendien dat hij ook al in 1504 in onze streek verbleef en dan al apostolisch notaris was. 88


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Christiaan van Adrichem moet de familie Steenberch goed gekend hebben, want hij publiceerde een “Klaagzang op het overlijden van Martin Steenberch”, een broer van Mattheeus. . Mattheeus Steenberch werd geboren ca 1465. Hij werd priester, licentiaat in de theologie, licentiaat in de decreten, notaris publicus, en pastoor van Londerzeel. Als notaris trad hij onder meer op als bemiddelaar bij de verdeling van de erfenis van Gillis van Marselaer en Zegerine van Groesdonck op 21 juni 1525. Drie zonen van deze Gillis van Marselaer waren van 1522 tot 1524 te Rome in dienst van paus Adrianus VI geweest (zie de hoven van Marselaer te Steenhuffel en Malderen) 34. Ik weet niet wie de ouders van Mattheeus van Steenberch waren maar een groot deel van de rest van zijn familie ken ik intussen wel 35. - Hij was de broer van Jan Steenberch, kanunnik te Hilvarenbeek, begraven in St. Goedele te Brussel. - Hij was de broer van Katherina (+ na 1491), begraven in St. Goedele. - Hij was de broer (of neef) van Marcus Steenberch (+1506), doctor in de decreten, deken van Sint-Goedele (tot 1506). - Hij was de veel jongere halfbroer van Merten (Maarten) Steenberch, alias van Cotthem (ca 1420-1491), natuurlijke zoon van Walter en Elisabeth Roelants, secretaris van Filips de Goede (1462-1469) en van de Hertogelijke Raad van Brabant, deken van Sint Goedele te Brussel (1459-1491) en griffier van de Orde van het Gulden Vlies (1463-1491). - Hij was mogelijk ook de stiefbroer van Jacoba van Steenberghe, natuurlijke dochter van Philips de Goede. Mattheeus van Steenberch stierf in september 1547. Hij werd begraven in het koor van het Heilig Sacrament van Mirakelen in de kerk van Sinte Goedele te Brussel.

Pelgrimage en gasthuis. De bedevaart in Londerzeel, "... alwaer van alle die tijden eenen grooten toeloop ende devotie geweest was van godtvruchtige sielen 36." kende vrij snel een groot succes. Spinnael aarzelt niet om de bergkapel in zijn voorwoord "het meest bekende bedevaartsoord van het Brabants gewest ten noorden van Brussel" te noemen. Een ander belangrijk bedevaartsoord in deze periode moet Asse zijn geweest. In "Ascania", het tijdschrift van de heemkring van Asse, jaargang 1983, nr. 4, verwijst historicus Jaak Ockeley naar een document uit 1707 37 waarin beweerd wordt dat de stichting van het gasthuis van Asse zou gebeurd zijn "ten contemplatie van de pelgrims die aldaer in groote menigte souden hebben comen besoeken het Heylig Cruys". Ofschoon Ockeley deze redenering niet helemaal volgt (het gasthuis van Asse werd namelijk al in de 13de eeuw vernoemd) wil ik mijn lezers toch wijzen op de opmerkelijke analogie met de Londerzeelse situatie. 34

In een te verschijnen werk over de afkomst van de Nederlandse paus Adrianus VI en zijn relatie met de familie van Marselaer, zal Jozef Verheyden onder meer de hypothese ontwikkelen dat de bedevaart van pastoor van Steenberch, evenals die van pater Hendrik van Marselaer, gebeurden in uitvoering van een vonnis om een doodstraf te ontlopen. Mogelijk een straf die in 1507 was uitgesproken ten laste van hun respectievelijke vriend en broer Gillis van Marselaer die in 1507 veroordeeld werd en de gevangenis in moest. Ofschoon zonder invloed op mijn onderzoek naar het ontstaan van de Bergkapel, kijk ik met grote belangstelling naar deze publicatie uit. 35 Dank zij 1) Breve descripcion de la ciudad de Jerusalem, Christiaan van Adrichem,Vicente Gomez, Madrid 1799, 2) Volkskunde, Volume 103, Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, Elsevier, 2002, blz. 14, 3) À l'ombre de la Librairie de Bourgogne. Les livres de Martin Steenberch, secrétaire ducal, Céline Van Hoorebeeck, Revue Belge de philologie et d'histoire, jg. 2006, volume 84, nr. 84-2, blz. 307-363, 4) Wikipedia: Christian Kruik van Adrichem, en 5) Biographisch Woordenboek (Van der Aa), p. 96 e.v. 36 A.R.A., Kerkelijk Archief nr. 34.058, uit 'De kroniek van Londerzeel' van Marcel Slachmuijlders, blz. 33. 37 Cir. Archief Gasthuis Asse, nr. 336. 89


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Ik ga er dan ook van uit - tot het tegendeel bewezen wordt - dat, zo'n 20 jaar nadat de bedevaart naar de Bergkapel was gesticht, een hospitaalridder, met name Frans De Beer, naar Londerzeel afzakte om de bescherming en verzorging van de aangroeiende stroom pelgrims op zich te nemen 38. Misschien kwam hij op eigen initiatief; misschien werd hij door één van de 33 plaatselijke afdelingen van de johannieterorde naar Londerzeel gestuurd. Graag had ik in dit verband geweten waar Frans De Beer vandaan kwam en waar de Belgische vestigingen van de johannieterorde zich bevonden. Wellicht was hij aanvankelijk actief in het Dorp39. Toen hij echter Anna Van Nuffele leerde kennen en er mee trouwde bouwde hij een afspanning (gasthuis met ziekenhuis) op een grond van zijn schoonvader langs de weg van Aalst naar Mechelen. Of misschien verhuisde hij naar een gebouw dat daar toen al stond (ik kom hier op terug). Heeft men voor het gemak de vernieuwde kruisweg dan maar aan zijn afspanning laten vertrekken en aan de overkant van de straat de nieuwe eerste statie "het Pilatushuis" gebouwd? Opgepast toch: Volgens ‘de overlevering’ zou de kruisweg oorspronkelijk tussen de parochiekerk van Londerzeel en de Bergkapel gelegen hebben. 1,5 kilometer is dat. Tevens zou hij precies even lang als die in Jeruzalem moeten zijn. Maar die is maar een goeie halve kilometer lang. Dat komt veel beter overeen met de afstand tussen het Sieckhuys en de Bergkapel. Het is de heer Jozef Verheyden die mij daar op wees.

DE GESCHIEDENIS VAN HET SIECKHUIJS VAN 1550 TOT 1710 Als besluit van dit artikel probeer ik in grote lijnen de geschiedenis van het Sieckhuijs in de Mechelse straat te reconstrueren.

Voor 1515. Het is niet uitgesloten - al is daar geen enkel spoor van te vinden - dat er reeds voor de 15de eeuw in Londerzeel een soort van hospitaal bestond. In de 13de eeuw werden onder meer gasthuizen opgericht in Aalst (ca 1230), Lier (1236), Vilvoorde (1236), Lessen (1241), Geraardsbergen (1243), Damme (1249), Herentals (1253), Edingen (1266), Ninove (1268) en Geel (1286). In 1290 bestonden er al hospitalen in Asse en Merchtem. Ook de parochie Bollebeek bezat in 1421 haar eigen "sieckhuys", gelegen buiten het dorp40. Wie deze instellingen stichtte is haast nooit meer geweten. Aan sommige werd door de bisschop van Kamerijk een statuut gegeven, aan andere niet. De bedoeling ervan was ook niet altijd dezelfde. Als het leprozerieën waren (Bollebeek?), waar besmettelijke zieken waren ondergebracht, dan lagen ze uiteraard op een afgelegen plek en zeker buiten het dorp. Waren het opvanghuizen voor ouderen of armen dan kwam men ze eerder in het centrum tegen. Waren het daarentegen overnachtingplaatsen voor pelgrims dan mogen we ze uiteraard langs de routepaden naar één van de grote bedevaartsplaatsen verwachten.

38

Het is in theorie ook mogelijk dat een nog jonge Frans De Beer pastoor Steenberch tijdens de "georganiseerde groepsreis van 1514" naar Jeruzalem begeleidde. Misschien hebben beide mannen tijdens die reis vriendschap gesloten en zijn ze hier na hun terugkeer met een eigen "project" begonnen, waarbij de pastoor een nieuw bedevaartsoord stichtte en Frans De Beer, zijn gelofte getrouw, voor het logement en de verzorging van de pelgrims zorgde. Vermits Frans De Beer echter pas rond 1582 gestorven is lijkt ons dit niet erg waarschijnlijk. 39 We vermelden dat Hans De Beer, getrouwd met Katelijne Van Nuffele, tussen 1599 en 1604 twee andere reizigersafspanningen verwierf, namelijk de tijdens de Geuzenopstanden afgebrande "den Horen" in 1599 en wat later ook "de Croon". De "De Beers" en de "Van Nuffels" waren duidelijk in de "verzorgingssector" actief. 40 Deze informatie komt uit diverse bijdragen van de heren J. Ockeley en J. De Brandt in het tijdschrift Ascania. 90


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Vanaf de 11de eeuw trokken steeds meer pelgrims uit Noord- en West Europa, al dan niet als opgelegde boetedoening, op bedevaart naar Jeruzalem, Rome en Compostella. Voor overnachting en verzorging moesten ze hun toevlucht tot afspanningen en vooral kloosters nemen. Na het ontstaan van de johannieterorde werden ze door de hospitaalridders opgevangen. Het is niet onmogelijk dat ook in Londerzeel, op de belangrijke weg van Aalst naar Mechelen, al vroeg een dergelijk opvanghuis heeft bestaan. We weten 41 dat de Mechelsestraat, het Sieckhuys en de Bergkapel nu, anno 2004, op de belangrijkste bedevaartroute vanuit Nederland naar Santiago de Compostella liggen. Of dat ook zo was in de eerste helft van de 16 de eeuw moet echter betwijfeld worden 42. Wel is bekend dat zich langs de grote bedevaartroutes op vele plaatsen een soort van religieus toerisme ontwikkelde.

Heeft ook pastoor Steenberch, zoals zovele anderen met hem, rond 1515 (volgens een nog te verschijnen werk van Jozef Verheyden zou het eerder kort nà 1525 zijn) een nieuw pelgrimsoord gesticht om de passerende pelgrims en hun "offerandes" wat langer in Londerzeel te houden? Was Frans De Beer dan slechts één van de vele hospitaalridders die ook voordien al in een opvanghuis voor pelgrims langs de baan naar Mechelen hadden gewerkt? En is er een mogelijk verband met de familie Van Nuffel en het Hof ten Schriek? 43 Het zijn geen onredelijke vragen maar over de antwoorden kan ik alleen maar speculeren. Vanaf nu zal ik mij echter aan de feiten houden.

1515-1564 Tussen 1525 en 1550 kwam een zekere Frans De Beer, hospitaalridder, in Londerzeel terecht. Zijn aanwezigheid stond in direct verband met de pelgrimage naar de bergkapel die tussen 1515 en 1525 was ontstaan. Voor de opvang van die pelgrims werd, op de grond van zijn schoonvader, een gebouwencomplex gebruikt dat deels uit een gasthuis (voor logement) en deels uit een ziekenhuis (voor verzorging) bestond. Mogelijk (zie een eerdere opmerking) werd rond deze tijd (1540?) ook de kruisweg naar de Bergkapel verlegd. Voortaan zou deze niet meer aan de kerk vertrekken maar aan het nieuw gebouwde Pilatushuisje, vlak tegenover het gasthuis-ziekenhuis van Frans De Beer.

1564-1593 Tot 1564 kende de nieuwe bedevaart een groot succes. Dan kwam de reformatie die zich hevig tegen de steeds maar toenemende commercialisering van de godsvrucht verzette. Wat er in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel tussen 1564 en 1596 gebeurde hebben ik uitgebreid verteld in "Beroerde Tijden in Londerzeel". De Mechelse straete is toen niet aan beeldenstorm en ander onheil ontsnapt. Niet alleen het dorp, de kerk en de Burcht werden in brand gestoken, ook in de buurt van de bergkapel werd meer dan één hoeve vernield, evenals de Prinsenmolen. Vele soorten leger- en andere benden zwierven door de streek. Wie kon ging zijn heil zoeken in de stad, degenen die moesten blijven durfden niet meer buiten komen. Pas in 1593 begon het leven terug een beetje normaal te worden, maar vele families keerden niet meer terug, andere waren door ziekte en ontbering gedecimeerd; onze dorpen waren ontvolkt, alle oude archieven waren opgegaan in de vlammen... Het Londerzeelse Sieckhuys is uiteraard niet ongeschonden door deze "troebele tijden" gekomen. In Ascania 1997/4 schreef Jaak Ockeley: "Het passantengasthuis te Asse was blijkbaar

41

Zie ook tijdschrift GHKL, jaargang 2001, nr.3 In Londerzeel bestaat wel een oude plaatsnaam "het Compostellaveldeken", maar we weten niet waar het ligt. 43 De families Van Nuffel en De Beer waren niet alleen in de horeca- en reissector actief; maar er is meer: In een volgende bijdrage zullen we ons erover verbazen hoeveel Londerzeelse heelmeesters-chirurgijnen in de 17de eeuw een rechtstreekse familieband met deze families hadden. 42

91


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

een zelfde lot beschoren als dat van Eppegem, Merchtem of Kalfort-Puurs die aan de gevolgen van de godsdiensttroebelen zijn ten onder gegaan." In Londerzeel, weten we nu, was het niet anders...

1593-1611 In 1593 was het ergste leed geleden. Onder de nieuwe landvoogden Albrecht en Isabella brak er een tijd aan van relatieve rust. Vanaf 1600 begon de wederopbouw maar zoals vroeger werd het toch niet meer. In Asse zouden de Zwarte Zusters, die uit het protestantse Hulst verdreven waren, hun intrek in het verlaten gasthuis nemen. In Londerzeel mocht Peeter Vranckaert het verwaarloosde of vernielde Sieckhuijs herstellen. Wie zijn opdrachtgever was moet ik nog zien te achterhalen, maar waarschijnlijk is het een Van den Dijcke geweest. In ieder geval is Peeter moeilijk aan zijn geld geraakt en op 4 oktober 1605 eiste hij voor de vierschaar van Londerzeel nog de "betaelinge van vier Rijnsgulden ende elf stuijvers als reste van een meerdere somme, procederende over dmaecken vanden sieckhuijse, metten berde bij hem aenleggere totte deuren ende vensters daeraen verbesicht gelevert..."

1611-1645 In 1611, toen het opgekalefaterde ziekenhuis door een erfgenaam van de laatste (en wellicht de enige) Londerzeelse hospitaalridder verkocht werd, was de ziekenverzorging al door de klasse van heelmeesters-chirurgijnen overgenomen. Het gebouw werd dan ook door een chirurgijn, Guilliam Gillis, betrokken. Na hem kwam Joos Van Eeckhout er nog zijn intrek nemen maar in 1645 werd het verlaten en heb ik geen bewoning meer gevonden. De volgende heelmeesters en barbiers van Londerzeel woonden in een huisje aan de kerk. In tegenstelling tot het ziekenhuis, dat tot 1645 een deel van zijn functie behield, werd het gasthuis na de Geuzentijd niet heropgebouwd. Decennia lang al waren er immers geen pelgrims meer naar de Bergkapel gekomen.

1645-1754 Ook het Ziekenhuis (later dokterswoning) is na 1645 compleet vervallen. In 1709, toen landmeter Van Accoleyen Londerzeel in kaart bracht, viel er geen spoor meer van te bekennen. Soms werd de naam "Sieckhuijs" nog wel als plaatsaanduiding gebruikt 44, maar dat gebeurde alleen maar onder ingewijden. Van Accoleyen, die van Steenhuffel was, had er alvast nooit van gehoord. 1754 was het laatste jaar waarin we het "Sieckhuys" als plaatsomschrijving tegen kwamen.

Bronnen. De eenmalig gebruikte bronnen werden in de tekst of in de voetnoten vermeld. De gegevens uit de Schepenbank van Londerzeel komen van:1) Marcel Slachmuijlders, persoonlijk archief, 2) Marcel Slachmuijlders, De Kroniek van Londerzeel, uitgegeven door de GHKL in 1998, 3) Gaston Roggeman, Bewerking schepenbrieven Londerzeel, uitgegeven in eigen beheer.

44

Zoals men nu (somsz) nog spreekt van "aan 't Grevenhof'", of "aan Vannummes", of "aan Gillevermeirs", of "aan Nolles", al zijn boer De Greef, boer Van Nimmen, metser Gillis Vermeren (+ 1895) en Arnold Verspecht (+ 1846) al 100 of 150 jaar geleden overleden. 92


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Deel VI

Het hospitaal van Londerzeel (1895) een verhaal van ‘net niet’

93


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Bronnen: - Archief gemeente Londerzeel: notulen van het schepencollege en de gemeenteraad; gemeentelijke correspondentie, getranscribeerd door Louis De Bondt en Robert De Roeck. - Voor de plannen van het hospitaal: archief Frans Vranckaert.

Dit is één van die projecten die zo goed als rond waren, waarvoor de plannen al getekend waren en waarvan ook de financiering al quasi geregeld was. Op het laatste nippertje is er echter toch een kink in de kabel gekomen. Waarom op het einde van de 19de eeuw in Londerzeel geen hospitaal werd gebouwd is een mysterie dat ook door dit verhaal niet helemaal zal worden opgelost.

Een gasthuis op de Heide ? Voordat er in 1885 een "hospicenraad" werd opgericht was er in Londerzeel al lang over een gasthuis gesproken. Op 5 augustus 1864 had de minister van justitie de "buitengemeenten" via een omzendbrief uitgenodigd om eens ernstig na te denken over "inrichting van gasthuizen of ziekenzalen". Dat denken duurde in Londerzeel 7 maanden en op 13 maart 1865 werd het volgende antwoord gestuurd: "Overwegende dat de inwoners dezer gemeente zodanig zijn aangeslagen met allen aard van lasten dat het onmogelijk is van hun nog nieuwe te doen dragen voor het aankopen van een stuk land en het opbouwen van een gasthuis of ziekenzalen. Overwegende dat het bureel van weldadigheid, hetwelk door den raad is geraadpleegd geweest nopens het aandeel dat zij zou kunnen bestemmen voor het oprichten van een gasthuis of ziekenzalen, heeft te kennen gegeven dat de geringheid zijner middelen niet toelaat de minste somme te bestemmen in dezen ogenblik. Overwegende dat het van groot belang zoude zijn indien de gemeente enige geldmiddelen kon verschaffen tot het oprichten van dit nuttig werk... Heeft de gemeenteraad besloten om de bestendige deputatie enen uitstel te verzoeken van weinige jaren om te voorzien in de nodige gelden die de gemeente en het bureel van weldadigheid zouden kunnen bijbrengen tot het oprichten van een gasthuis of ziekenzalen." Deze gemotiveerde reactie toont aan dat de Londerzeelse bewindslieden toen reeds in principe voor het idee van een gasthuis gewonnen waren. In 1870, ondanks wisselende coalities, was dat nog altijd het geval. Dat blijkt althans uit de notulen van de gemeenteraadszitting van 8 april waarin een petitie besproken werd die door 345 inwoners van de Heide naar de koning was gestuurd met de vraag om bij hen een kerk te mogen bouwen. De raad oordeelde daar onder meer het volgende over: "Overwegende dat de gemeenteraad op het punt is van binnen korten tijd op zijn dagorder te stellen als project het bouwen van een hospice met hospitaal, waarbij zou gehecht worden een kapel voor de bewoners van het gesticht en voor het publiek en ook bediend door enen priester. Overwegende dat dit gesticht en kapel zal opgericht worden op het gehucht de Heide en dat daardoor den wens der inwoners der gehuchten Heide, Sneppelaar en Stuyckberg geheel zal volbracht zijn... Besluit van geen gevolg te geven aan de tegenwoordige petitie, maar van binnen korten tijd op zijn dagorder te stellen het bouwen van een hospice met hospitaal en kapel". Dit gasthuis is er op de Heide niet gekomen. In 1871 werd het gehucht een zelfstandige parochie en in 1878 kreeg het wel zijn kerk.

Het ontstaan van de hospicencommissie. Pas in augustus 1885 werd er - in Londerzeel-centrum - een hospicencommisie in het leven geroepen. Was er dan plotseling wel geld voor de bouw van een tehuis gevonden? Het antwoord hierop is ja. In 1885 zag het Bureel van Weldadigheid (zowat de voorloper van het O.C.M.W.) zijn kas met de opbrengst van twee uitermate mooie schenkingen gespijsd. 94


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De eerste schenking was die van de Baasrodense pastoor Nicolaes De Clercq. Eigenlijk had die al op 8 juli 1665 bij testament heel zijn vermogen aan "den armen" 45 van Buggenhout en Londerzeel (en ook die van Steenhuffel, ontdekte ik onlangs) gegeven. De begunstigde armbesturen moesten de opbrengst van deze schenking ten voordele van de wezen gebruiken en ik heb geen redenen om aan te nemen dat dit niet gebeurde. In 1797 begonnen de Fransen de verworvenheden van hun revolutie naar onze gewesten te exporteren. Eén van de consequenties daarvan was dat de zorg voor de openbare onderstand niet langer aan de pastoor werd overgelaten maar door de nieuw geschapen "burelen van weldadigheid" werd overgenomen. De kapitalen van de fundatie De Clercq werden (zoals alle kerkelijke bezittingen) eerst in beslag genomen en in 1809 aan de betrokken Burelen van Weldadigheid geschonken. Ofschoon deze burelen burgerlijke instellingen waren hadden de pastoors daar toch nog behoorlijk wat in te zeggen. In Londerzeel was het zelfs zo dat pastoor Van Zeebroeck er in slaagde om het beheer van de opbrengsten van de fundatie volledig naar zich toe te trekken "zonder tussenkomst van het weldadigheidsbureel dat niet afwist van hun bestaan 46". De 'vergeetachtigheid' van het weldadigheidsbureel duurde tot in de lente van 1882. Daarna duurde het nog eens drie jaar om al de relevante documenten in de gemeentelijke en rijksarchieven terug te vinden, maar in de zomer van 1885 was het duidelijk dat het bureel voortaan op "nieuwe" inkomsten zou kunnen rekenen. De omvang daarvan werd besproken tijdens de zitting van het schepencollege van 29 november 1885 maar de betreffende notulen zijn in het gemeentearchief niet meer terug te vinden 47. Verschrikkelijk groot waren die evenwel niet. Veel belangrijker dan de inkomsten van de fundatie Nicolaes De Clercq 48 was de gift van Felicien Prudent Riemslagh, die begin 1885 overleed en die voordien bij testament heel zijn aanzienlijk roerend vermogen van 102.552 fr. aan de burelen van weldadigheid van Londerzeel en Sint-Amands had weggegeven. Felicien, een ongetrouwde legerdokter, was in 1819 in Londerzeel geboren als tweede zoon van dokter Josse Riemslagh en Maria De Stuyver. Hij had nog een jongere zuster, Fany, maar daarover heb ik het in een andere bijdrage gehad. Op 1 juli 1885 kreeg de Londerzeelse gemeenteraad voor de eerste keer over het bestaan van zijn testament te horen... En een goede maand later was de hospicencommissie een feit.

Weeshuis, ouderlingentehuis, ziekenhuis... De commissie toog onmiddellijk aan het werk. De eerste vraag die beantwoord moest worden was deze over de bestemming van het geplande gesticht. Eén ding was alvast duidelijk: wilde men hiervoor het geld van de fundatie De Clercq gebruiken dan moest er in de eerste plaats iets voor de arme wezen worden gedaan. Het probleem met wezen is echter dat er, in tegenstelling tot ouderlingen en zieken bijvoorbeeld, niemand is om hun onderhouds- en verzorgingskosten te betalen. In de volgende samenvatting zullen we zien hoe de opvattingen terzake in de loop der jaren in Londerzeel evolueerden.

45

"Den armen", "de huisarmen" of "het armbestuur" was een kerkelijke (parochiale) instelling bedoeld om bijstand te verlenen aan de armen van de parochie. Dat gebeurde met de opbrengst van de schenkingen (in geld of in eigendommen) die vele rijke ingezetenen deden in ruil voor het opdragen van missen en jaargetijden voor het heil van hun ziel of die van hun overleden verwanten. 46 Aldus een brief van het schepencollege naar de arrondissementscommissaris van 2 mei 1882. 47 Meer gegevens over deze fundatie zijn te vinden in een artikel van Frans Vranckaert in het tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring van Londerzeel, jaargang 1987 nr.2 en in een artikel van P. Servaes in het tijdschrift Ter Palen (Buggenhout), jaargang 1985-1986 nr.3. 48 In 1885 beliep het kapitaal van deze stichting 18.023,78 fr. 95


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

-

-

-

-

-

-

10 augustus 1886: het schepencollege vraagt aan de provinciale overheid de toelating "om zonder uitstel de helft van de waarden van de fundatie De Clercq aan de gasthuizencommissie te mogen geven, om te gebruiken voor de bouw van het geplande gasthuis". 8 februari 1887: het weldadigheidsbureel vraagt de arrondissementscommissaris om "de schenking van de fundatie De Clercq te mogen ontvangen om er een hospitaal-weeshuis mee op te richten." 6 februari 1888: de gasthuizencommissie verzoekt de provincie om toelating "om een gebouw aan te kopen om er een weeshuis met ziekenhuis in te richten". 5 december 1888: men bevestigt aan de arrondissementscommissaris dat door de gasthuizencommissie stappen ondernomen werden "om een nieuw terrein in de Mechelstraat, grenzend aan hetgeen al verworven werd, aan te kopen, om er een hospitaal op te bouwen, zodat de aanwezigheid van een hospitaal in het gasthuis kan vermeden worden". 30 maart 1889: de gemeenteraad hecht zijn goedkeuring aan "de processen-verbaal van aankoop van grond voor 't bouwen van een hospice en hospitaal". 6 juni 1890: het gemeentebestuur laat de arrondissementscommissaris weten dat "er in onze gemeente weliswaar nog geen hospitaal bestaat waar, in geval van spoorwegongeluk, gekwetsten kunnen ontvangen worden, maar dat de gasthuizencommissie reeds een terrein heeft aangekocht om er een dergelijke inrichting te bouwen. De plannen en bestekken van dat project waren trouwens al 19 februari 1890 ter goedkeuring en voor de aanvraag van subsidies naar de provinciale regering doorgestuurd". 23 oktober 1890: de hogere provinciale commissie voor hygiëne vraagt om de voorgelegde plannen voor het oprichten van een tehuis met weeshuis op een aantal punten te wijzigen. Op 30 oktober wijst de gemeenteraad de meeste van deze amendementen, met de hiernavolgende argumenten af. "De hogere commissie voor hygiëne stelt voor om het tehuis te bouwen op de plaats die gereserveerd werd om later een hospitaal op te bouwen, en om dit laatste te bouwen op de plek die nu voor het tehuis is voorzien. Deze verschuiving zou als bijzonderste nadeel hebben dat het hospitaal naast de gemeenteschool zou liggen. Het zal ongetwijfeld volstaan om deze bijzonderheid te signaleren om de commissie van gedacht te doen veranderen en zich te laten schikken naar het advies van de medische commissie die reeds tijdens de oorspronkelijke plannen (bouw van een tehuis tegenover de Wolvertemse steenweg en van een hospitaal een beetje achteruit op hetzelfde terrein) opmerkte dat het hospitaal te dicht bij de gemeenteschool zou liggen. Het was mijnheer de voorzitter Van Den Corput zelf die, na een bezoek ter plaatse, het voorstel deed om de grond aan de Mechelse steenweg aan te kopen teneinde daar het tehuis te bouwen naast de gemeenteschool en het hospitaal te bouwen waar wij het aanvankelijk hadden gepland. Als reden voor de door haar voorgestelde verschuiving voert de commissie voor hygiëne vooreerst aan dat het terrein voor het tehuis te smal is om lateraal daglicht te ontvangen. Maar, aan de ene kant wordt dit terrein afgeboord door de omsluitmuur van de hof van de onderwijzer en aan de andere kant is er ruimte over, zoals door het bijgevoegde grondplan wordt aangetoond. Het zou dus perfect mogelijk zijn om lateraal daglicht te nemen. Ook zouden vanuit het hospitaal bij zuidenwind besmettingen naar het tehuis kunnen overgedragen worden. Dat is juist, maar dat is ook bij de verschuiving in geval van noordoosterwind het geval. Deze overwegingen zullen de bestendige deputatie ongetwijfeld voor het behoud van de huidige toestand doen kiezen". 30 maart 1891: de oprichting van een ouderlingentehuis wordt bij K.B. goedgekeurd. Op 30 april 1891 geven zowel hospicencommissie als gemeenteraad hun zegen evenwel aan het lastenkohier en het bestek voor de "bouw van een gods- en wezenhuis" . 23 april 1892: de gemeenteraad geeft het bureel van weldadigheid de toelating om grond te verkopen en om de opbrengst daarvan aan de hospicenraad te geven teneinde daarmee "de opbouwing en meublering van een gasthuis voor ouderlingen en wezen te bekostigen". 96


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

-

22 juli 1892: de gemeente verwittigt de provinciegouverneur "dat de aannemer der bouwwerken van een ouderlingentehuis zijn werk volledig beëindigd heeft en zijn verplichtingen uit het lastenboek is nagekomen".

De gemeenteraadszitting van 9 februari 1895. De gemeenteraad van 9 februari 1895 had een aantal belangrijke punten op de agenda. Zo moesten de bijzondere taksen op de reizende tenten besproken worden evenals de subsidieaanvraag voor verbeteringswerken op de Boulevard. Helemaal vooraan stond echter de "oprichting van een ziekenhuis en toebehoorten". Ik kopieerde uit de notulen van die dag: Voorwerp a - Oprichting van ziekenhuis. De gemeenteraad neemt kennis van de plans, beschrijf en bestekken op het bureel neergelegd, en de oprichting van een ziekenhuis en van een ontsmettingkamer met de daartoe noodige meubelen en toestellen voor doel hebbende. Overwegende dat deze oprichting zeer voordeelig zou zijn omdat hierdoor alleen de voortzetting der besmettelijke ziekten kan bestreden worden. Dat deze beide inrichtingen, te weten, een ziekenhuis (lazaret) en een ontsmettingkamer van het grootste nut, zelfs van algemeen belang moeten aanschouwd worden, niet alleen omdat zij de verwijdering der besmette zieken uit hunne familiën zou verzekeren en hierdoor de uitbreiding der ziektens zou beletten, maar nog meer omdat de ontsmettingstoestellen voor de toekomst eene waarborg zou opleveren voor het herbruiken van besmette voorwerpen. Doet opmerken dat in geen enkele der 14 gemeenten van dit kanton een gesticht van deze soort bestaat, dat dus bijzonder voor wat de ontsmetting van kleederen, beddegoed en andere voorwerpen betreft al deze gemeenten hiervan in het voorkomende geval zouden kunnen gebruik maken. Overwegende dat voor de uitvoering dezer werken alsook voor de eerste kosten van hunne huishouding of hun werkelijk bestaan de gemeente beschikt over de volgende geldmiddelen, te weten: 1) een som van 6000 franken door de gemeente voorzien in hare begrooting van 1894, 2) een crediet van 2000 frs voorzien op 1895, en, 3) eene bijlage van 2000 frs. van de commissie der hospicen, ,samen 10.000 frs. Overwegende dat voor de uitvoering der wet van 27 november 1891 op den openbaren onderstand het oprichten van hospitalen meer dan vroeger onmisbaar is geworden. Besluit. 1) Bij de bevoegde overheid de goedkeuring te vragen van de hierbijgevoegde plans, beschrijf en bestekken. 2) Te vragen dat de bestendige deputatie van den provintialen raad op de fondsen der provintie aan deze werken eene bijlage gunne tot beloop van 1/3 der uitgaven en dat zij den heer minister van rechtswezen wille voorstellen van insgelijks een derde bijlage van den staat hieraan te willen gunnen. De plannen van architect J.L. Barbier, rue Delocht 24, Brussel, waar hierboven naar verwezen wordt, zijn bij ons weten in het gemeentearchief niet meer terug te vinden, maar gelukkig voor de rest van dit verhaal werden ze ook nog op een andere plaats bewaard.

97


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Hiernaast en hierboven: eerste en laatste blad van het lastenboek: Lazaret: 21.219 fr. - Ontsmettingsgebouw: 1.183 fr. Meubilair: 3.486 fr. - Andere: 2.955 fr.

98


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De voorziene inplanting van de verschillende Londerzeelse gasthuizen. Vooraan tegen de Mechelsestraat, naast de gemeenteschool: het tehuis voor ouderlingen (en wezen). Daarachter: de boerderij. Helemaal achteraan, te bereiken langs een aparte voetweg: lazaret en ontsmettingsgebouw. Merk op hoe groot de aangekochte terreinen waren (niet eens volledig afgebeeld op dit overzicht).

99


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Hospitaal - De voorgevel

Afmetingen van het hospitaal: Lengte voorgevel: 27,50 m. - grootste diepte: 12,60 m. Afmetingen der ziekenzalen: 7,00 x 7,00 m = 49 m²

Buitenbreedte van de ziekenzaalvleugels: 8,00 m. Buitenbreedte van het central gedeelte: 10,00 m. Nuttige hoogte ziekenzalen: 4,30 m. Nuttige hoogte verplegerskamers: 3,30 m. Diepte kelder: 2,30 m. (onder centrale deel, bereikbaar via buitentrap). Maximum hoogte gebouw (boven grondniveau): 11,00 m.

Hospitaal - Grondplan van het gelijkvloers

100


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Hospitaal - doorsnede ter hoogte van ziekenzaal

Doorsnede ter hoogte van het centrale gedeelte

Ontsmettingsgebouw, belangrijkste gevel

Ontsmettingsgebouw, dwarsdoorsnede

Afmetingen van het ontsmettingsgebouw: Lengte: 12,20 m. Grootste breedte: 8,00 m. Max. hoogte boven grondniveau, 6,30 m.

Ontsmettingsgebouw, grondplan

101


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

De rampzalige gevolgen van een falende postbedeling. Op 10 januari 1895 had architect Barbier de definitieve plannen voor het hospitaal getekend en op 7 maart werden deze, met de goedkeuring van de gemeenteraad, naar de provincie doorgestuurd. Er werden geen moeilijkheden meer verwacht...En van dan af ging het mis... Op 23 april stuurde de arrondissementcommissaris nog een brief naar de gemeente met de aanmaning om vooral niet te talmen met de uitvoering van dit nuttige werk. "Wij laten u weten," antwoordde het schepencollege 2 dagen later, "dat wij met de bouw van een lazaret zullen beginnen zodra de plannen goedgekeurd zijn en de regering en de provinciale administratie een uitspraak hebben gedaan over de subsidies die ze hiervoor zullen verlenen. Wij maken van deze gelegenheid gebruik om op te merken dat, sedert wij u de plannen gestuurd hebben, wij nog maar zeer weinig vernomen hebben over de voortgang van ons project." "Monsieur le commissaire d’arrondissement", aldus een nieuwe brief van 26 juli. "In antwoord op uw brief van 24 juli, laten wij u weten dat de plannen voor het hospitaal-lazaret (gevraagd door de provinciale architect met brief 17192) wel degelijk deel uitmaakten van het dossier dat u op 7 maart werd toegezonden. Omdat het niet volledig was, stuurde u dit dossier naar ons terug om er (op vraag van de medische commissie) een plan van de inplanting van het lazaret ten opzichte van de dorpsagglomeratie aan toe te voegen. Dit inplantingplan hebben wij u op 25 maart gestuurd. De plannen die nu door de provinciearchitect gereclameerd worden zitten dus wel degelijk in het dossier dat zich op uw bureel bevindt, ofwel bij de provincieraad, ofwel op het bureel van de medische commissie. Gelieve het daar te zoeken. Om zo snel mogelijk met de werken te kunnen beginnen vragen wij uw welwillende tussenkomst bij de hogere overheid. Wij merken nog op dat bij de ingesloten documenten geen rapport van de medische commissie te vinden is, ofschoon dat ondertussen toch al zou moeten bestaan." Op 28 november 1895 besloot de Hoge Raad voor Openbare Hygiëne, onder voorzitterschap van Vergote, en met de heren Crocq, Janssens, Leclerc, Vleminckx en Van Ysendyck als leden, om de plannen van architect Barbier - behoudens ingrijpende wijzigingen - te verwerpen. Uit hun rapport, dat ik hierna schematisch samenvat, blijkt echter dat ze heel die tijd de verkeerde plannen hadden bestudeerd! Bezwaren van de Hoge Raad op 28-11-1895 De gang naar de ziekenzalen is te smal en moet 1,50 m. breed zijn om brancards door te laten. Per bed moet er een grondoppervlakte zijn van 7,60 m² (en niet 7,10 m² zoals op het plan).

De luchtventilatie in der ziekenzalen moet verbeterd worden.

De gemakken zijn te weinig geïsoleerd van de ziekenzalen en moeten aan de achterkant van het gebouw komen. De gemakken zijn slechts 1,10 m. diep en zouden 1,40 m. diep moeten zijn. Beide ontsmettingskamers liggen tegen het lijkenhuis. Beter zou zijn om de bergplaats tussen lijkenhuis en ontsmettingskamers te voorzien.

Toestand op plan van Barbier, 10 januari 1895 De gang is 1,70 m. breed. De hoeken zijn zelfs afgeschuind. Op het plan van 10 januari 1895 heeft elke ziekenzaal een nuttige grondoppervlakte van 91,40 m². Voor 12 bedden per zaal komt dat overeen met 7,62 m² per bed. Niet te zien op de plannen maar op 10 maart 1895 schreef architect Barbier aan burgemeester Van Assche dat hij de voorgeschreven "apparatuur" dan toch gevonden had. Op het plan van 10 januari liggen de gemakken in een uitsprong achter het hoofdgebouw en staan ze niet rechtstreeks in verbinding met de ziekenzalen. De gemakken hebben een diepte van 1,40 m. Bovendien is er nog een ruimte van 1,05 m. ervoor. Op het plan van 10 januari ligt de bergplaats precies op de plek waar dat door de Hoge Raad 10 maanden later wordt voorgesteld.

102


Gezondheidszorg in Londerzeel, Malderen en Steenhuffel 1525-1914 – eindversie mei 2019 Louis De Bondt

Er waren nog andere opmerkingen van minder belang. Duidelijk is echter dat architect Barbier de bezwaren van de Hoge Raad voor Openbare Hygiëne eind 1894 al kende en tegen 10 januari 1895 zijn huiswerk had hermaakt. Duidelijk is ook dat Raad zijn aangepaste plannen op 28 november 1895 niet eens had gezien en zijn conclusies dus op de oude baseerde. Het inplantingplan dat, zoals we hoger zagen, niet samen met de andere tekeningen maar afzonderlijk op 25 maart naar de hogere overheid was gestuurd, is gelukkig wel ter bestemming gekomen... "De inplanting van de nieuwe gebouwen, op 160 m. afstand ten oosten van het godshuis en van de gemeenteschool, is zeer bevredigend" aldus hetzelfde rapport van de Hoge Raad, weliswaar in het Frans.

Eind goed, niets goed... Hierna heb ik in de gemeentelijke correspondentie en notulen nog maar drie verwijzingen naar het hospitaal van Londerzeel teruggevonden. - Op 17 januari 1896, werd op een enquête over de openbare gezondheid door gemeente geantwoord dat "een hospitaal zal gebouwd worden". - Op 25 oktober van datzelfde jaar stelde men evenwel vast dat op de begroting van 1896 een bedrag van 2000 fr. "voorzien als gemeentelijke subsidie aan de tehuizencommissie" voor het opbouwen van een ziekenhuis en ontsmettingzaal, niet was uitgegeven, "dit werk niet gedaan zijnde". En op 14 oktober 1897 constateerde men bij de bespreking van de begroting 1898 een overschot op de rekening 1896 van 6126 fr. "voortkomende uit de niet-uitvoering der werken die in 1896 voorzien waren voor 't bouwen van een hospitaal." Zo is de medische infrastructuur van de gemeente Londerzeel beperkt gebleven tot de huisartsenpraktijken en tot een ziekenkamer in het ouderlingentehuis. De twee Londerzeelse dokters waren in beurtrol in het rusthuis actief. "Maar," verduidelijkte het gemeentebestuur op 23 oktober 1897, "ons gasthuis werd tot nu toe nog alleen maar gebruikt voor het onderhoud van behoeftigen van de eigen gemeente. Deze instelling is nog niet uitgerust om zieken en gewonden te verzorgen en kan daarom nog geen vreemde zieken ontvangen". "Bovendien," voegde het daar op 13 juni 1900 aan toe, "heeft onze gemeente geen instelling waarin voorlopig zinnelozen kunnen worden opgenomen. Ons ouderlingentehuis, met toegevoegd weeshuis, is de enige hospitaalinstelling die hier bestaat en kan deze last bij gebrek aan plaats en personeel niet dragen." In 1898 werd er in het tehuis wel een (kleine) ontsmettingskamer ingericht.

103


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.