Page 1

Niemandslandschappen "Als je ziet wat architecten van huizen bakken, slaat je de schrik om het hart wanneer je alleen al de   naam 'landschapsarchitect' hoort. Van bergen maken landschapsarchitecten dalen, van dalen bergen.   Land wordt water, water land. Huizen wijken voor havens, havens voor huizen. Wat  ooit bedoeld was als een creatief proces, draait in de praktijk uit op een potje landverhuizen" Midas Dekkers heeft ons op de korrel, getuige deze karakterschets in zijn boek Lichamelijke   Oefening. En hij heeft zeker een punt: ons land is al sinds haar oprichting permanent under   construction, en zoals iedereen weet die zijn huis wel eens verbouwd heeft: je begint enthousiast op  de begane grond, maar ben je eindelijk bij de zolderkamer aangekomen, is die keuken weer aan een  opfrisbeurt toe.  De hedendaagse landschapsarchitect gaat het liefst overal tegelijk aan de slag. Adriaan Geuze maakt  graag land van water: nieuwe Schiermonnikogen voor de Hollandse kust moeten de naderende  Zondvloed keren. Dirk Sijmonds maakt met hetzelfde doel liever water van land. Meer water achter  onze kust moet onze voeten droog houden en tegelijk de openheid van het Groene Hart garanderen.  In onze verbouwingswoede zullen de komende decennia enorme lappen buitengebied drastisch van  aanzien veranderen. En Adriaan en Dirk zijn er lang niet altijd bij om over de schouder mee te kijken of  het wel goed gaat. Kijk naar de Nieuwe Kaart van Nederland, kijk naar de provinciale plannen, en je  ziet een zuiver kwantitatieve aanpak zonder liefde voor het landschap.  En dat is zonde, want landschap staat na jaren van verwaarlozing opeens weer in het middelpunt van  de belangstelling: het is zelfs een hype te noemen. Duurzaamheid is overal,  en het navelstaren lijkt  voorbij. De Nederlander richt de blik weer naar buiten, het landschap in.  Maar wat ziet deze Nederlander dan? In debatten op TV en in de dagbladen, overal waar het over  landschap gaat, gaat het over verrommeling. Nederland wordt lelijker en onoverzichtelijker. Na  schoon, heel en veilig moet Nederland nu ook mooi worden!  Eilanden vóór de kust en grote waterplassen erachter: zo los je deze problemen niet op. Al heeft  Geuze wel eens geroepen, dat die zondvloed beter maar wel kan komen, om de lelijkheid van Zuid­ Holland in één klap weg te spoelen.  De media­aandacht heeft er wel voor gezorgd, dat de verrommeling ook tot in de hoofden van de  bestuurders is doorgedrongen. Daarom zijn wij gevraagd door de Gedeputeerden van Zuid­Holland,  wat er aan de verrommeling te doen was, en hoe Zuid­Holland weer mooi te maken. Wij wezen hen er op dat het ergste waarschijnlijk nog moest komen. Wij wezen wij hen op al die grote  Groenblauwe vlakken op de plankaarten met vage legenda­eenheden. De helft van het buitengebied  van Zuid­Holland was ingetekend als “transformatiezone stad­land” of “stedelijk uitloopgebied”. Vage  legenda­eenheden, maar met duidelijke bedoelingen.  En mensen pikken het nu al niet meer, dat gewroet in hun achtertuin. Ook wij niet: Zuid­Holland is  onze achtertuin en die ligt danig overhoop. Het overgrote deel betreft niet eens woonwijken of  bedrijventerreinen, maar Groen en Blauw om die wijken en terreinen te compenseren. Op eiland  IJsselmonde komt 600 Ha nieuwe natuur in ruil voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte, maar  niemand op het eiland zit er echt op te wachten.  De vraag van vandaag is daarom: wat gaat er mis met de vele ingrepen in het landschap? En   tenslotte, hoe kan het anders en beter?

Vier punten waarop het mis gaat:


1: er is geen kritische geest voor ‘groen’ Opmerkelijk is dat het ‘verrommelingsdebat’ nog vrijwel gedomineerd wordt door woonwijken,  bedrijventerreinen, windmolens en elektriciteitsmasten. Zelden hoor je iemand klagen over een bos,  dat het uitzicht beneemt of een sloot met kikkers die te hard kwaken. Groen is altijd goed. Groen is zo goed dat daarvoor in Zuid­Holland tot 2030 ongeveer de helft van het  buitengebied van eigenaar, bestemming en dus uiterlijk zal veranderen. Voor water, ecologie en  compensatie word enorme oppervlakten grond gekocht, en verbouwd tot… tot wat eigenlijk? Tot Groen, of tot Blauw of tot Groenblauw. Je hoopt dat er nog een landschapsarchitect aan te pas  komt, maar dat is vaak niet eens het geval. Wat in China gebeurt met architectuur, gebeurt in Zuid­ Holland met landschap. Er is zelfs een speciale “Groenservice Zuid­Holland”, die ondermeer  recreatiegebiedjes ontwerp. What’s in a name? Groen is altijd goed, en service, wie kan daar op tegen  zijn?  2: veel landschapsplannen zijn generiek en ongeïnspireerd Op ieder nieuw verworven perceeltje wordt dezelfde ecologische drol gedraaid: een waterslinger met  brandneteloever en waaibomenbosje. Het resultaat is een serie generieke overheidslandschapjes: van  iedereen en van niemand tegelijk: ieders landschap is niemandslandschap.  Regionale verschillen zijn van ondergeschikt belang: het karakteristieke cultuurlandschap wordt een  karikatuur, of in het meest gunstige geval wordt het gewoon genegeerd. Het is tuinieren op  landschapsschaal, waar wij in Zuid­Holland legio voorbeelden van hebben. Zoals het Abstwoudse bos  waar een gigantisch aarden figuur is geboetseerd, dat moeder Aarde moet voorstellen... voor de  voorbij fladderende meeuwen misschien, maar het leek mij nergens op, toen ik er langsfietste.  3: de staat en de grote maatschappelijke organisaties domineren het landelijk gebied In Zuid­Holland worden de gevolgen van het compensatiebeginsel steeds pregnanter zichtbaar. In  geen enkele provincie moet zoveel gecompenseerd worden voor ‘stedelijke’ ingrepen, zoals de aanleg  van snelwegen. Ook is er volgens berekeningen voor de Zuid­Hollandse stedeling veel te weinig groen  en moeten er overal recreatiebossen worden aangelegd. En dan hebben we het nog niet eens over de  wateropgave en de Ecologische Hoofdstructuur.   Vrijwel al deze nieuw verworven staatslandschappen worden door dezelfde usual suspects  vormgegeven en beheerd: De Dienst Landelijk Gebied van LNV, Staatsbosbeheer en de eerder  genoemde Groenservice. De voordelen zijn evident: eenheid in verschijningsvorm, daadkracht in  proces, en schaalvoordelen in aanleg en onderhoud. De nadelen zijn dat ook: de eerder beschreven  eenheidsworst van stroompje, boompje, beestje.   4: er is sprake van een overspannen haast rond de EHS, de wateropgave en de recreatiebehoefte De compensatienatuur, klimaatgroen en recreatiebossen hebben één ding gemeen: ze hadden er  gisteren al moeten liggen, we komen nog duizenden hectares tekort, en als we die morgen niet  hebben, dan vergaat de wereld, verzuipen we en worden we dik en lui. Kortom, ze getuigen van een  overspannen en kwantitatieve benadering.  Het resultaat kennen we al uit een eerdere bloeiperiode van deze benadering: de jaren zeventig.  Nederland moest in zijn eigen houtproductie voorzien, zodat ieder recreatiebos uit 80% productiehout  moest bestaan. Nu produceren we echter geen hout meer, maar binden we CO2. En recreanten: want  in bos passen per vierkante meter de meeste recreanten, dus leggen we overal recreatiebossen aan.  Is ook nog het goedkoopst in onderhoud! We vinden groen dus niet altijd goed: vergelijk de ontwerpaandacht voor de gemiddelde Vinexwijk  eens met die voor het gemiddelde natuurgebied. Bedenk vervolgens hoeveel van deze plannen er nog  uitgevoerd gaan worden en je begrijpt, waarom Zuid­Holland nog wel even de lelijkste provincie van  Nederland is.  Daarom vier verbetervoorstellen:


1: schrap de grote compensatieprojecten en besteed het geld slimmer.  Maak het bestaande polderlandschap beter bereikbaar en beleefbaar voor de stedeling. Maak betere  routes langs dijken en polders, en geef de wandelaar right­of­way in de polder. We zijn momenteel  bezig met een onderzoek op het eiland IJsselmonde, waar we de oude dijken weer een volwaardige  rol willen geven als de recreatieve en culturele ruggengraat voor de dorpen en steden op het eiland.  Veel dijken en dijkmilieus zijn sterk verwaarloosd en verdwenen, maar de sense of urgency lijkt te  ontbreken. Liever besteed men het compensatiegeld aan een afgebakend gebied en project: de 600  ha nieuwe natuur van zojuist.  2: knap de bestaande recreatiegebieden op tot Premiumparken Het Kralingse Bos en het Amsterdamse Bos trekken ieder jaar miljoenen bezoekers. Dit komt in  belangrijke mate omdat ze de allure hebben van een limousine, terwijl veel recreatieparken de  uitstraling van een Lada hebben.  Een voorbeeld is het Broekpolderbos in Vlaardingen, een enorm gebied wat ooit opgespoten was met  vervuild slib, om er een woonwijk op te bouwen. Dat is er nooit van gekomen, maar een fatsoenlijk  ontwerp voor een recreatiegebied, waar het nu voor door gaat, kon er ook niet af. Investeer in zo’n  plek om er een nieuw Kralingse Bos van te maken: maak van het Broekpolderbos een Premiumpark 3: organiseer een internationale bouwtentoonstelling over Zuid­Holland Zuid­Holland bevindt zich momenteel in een even precaire situatie als het Ruhrgebied van twintig jaar  geleden: dichtgeslibd en vastgelopen. Het grote IBA Emscherproject heeft de verschillende eilandjes  van het Ruhrgebied bij elkaar gebracht met sterk uiteenlopende projecten, maar met één ding  gemeen: visie voor een nieuw Ruhrgebied.  We hebben zelf al een aantal ideeën voor een dergelijke onderneming. De eerder genoemde  Premiumparken, en het culturele Casco van dijken. Bovendien zouden de provinciale wegen de  nieuwe panoramaroutes van Zuid­Holland kunnen zijn nu de snelwegen vastgelopen en verprutst zijn.  Ook het Westland kan wel een imagoboost gebruiken: Kom uit de Kas! Punt is dat je met de lokale  karakteristieken nieuwe ingrepen cultureel moet laden. Nu ontbreekt het vaak aan een dergelijk  leitbild.  4: laat de Rijkslandschapsarchitect voor ieder natuur­ en recreatiegebied een Open Oproep   uitschrijven Te weinig mensen denken al te lang op de zelfde manier na over een te groot deel van Nederland.  Het is tijd voor vers bloed. Laat de DLG’s eens stoppen met het maken van nog meer  niemandslandschappen. Geef de Rijkslandschapsarchitect de verantwoordelijkheid om Open  Oproepen uit te schrijven voor nieuwe natuur –en recreatiegebieden. In Vlaanderen is de Open Oproep een groot succes, waarop binnen­ en buitenlands talent afkomt en  een enorme impuls geeft aan het architectuurklimaat van Vlaanderen.  In Nederland wordt het succes  gekopieerd, maar helaas vooralsnog alleen voor architectuur. De voordelen zijn evident: gemeenten  en provincies krijgen betaalbare en kwalitatief goede ontwerpen, en creëren lokaal een creatief  klimaat. Jonge ontwerpers krijgen de kans om nuttige ervaring op te doen; iets wat met de Europese  aanbestedingsregels steeds moeilijker wordt.  Tot slot: We zullen er met z’n allen voor moeten zorgen dat de opwinding over landschapsarchitectuur eerder  groter wordt, dan dat ze omslaat in afkeer en desinteresse: afkeer van verandering, van visie en  ontwerp. Maak meer mooie dingen, daar is vraag naar. Design wordt steeds belangrijker, ook in de  leefomgeving. Zorg dat we nog even verwijderd blijven uit het rijtje advocaten, autoverkopers en  makelaars, waar Midas Dekkers vindt dat we thuishoren. 

Lola landscape architects - Niemandslandschappen  

De vraag van vandaag is daarom: wat gaat er mis met de vele ingrepen in het landschap? En   tenslotte, hoe kan het anders en beter? Eilande...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you