Page 1

KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Twee CONCEPTEN VOOR een duurzame veeteeltregio

1


Intensieve veeteelt en plattelandsverbreding in de Gelderse Vallei


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Twee CONCEPTEN VOOR een duurzame veeteeltregio

Voor: Rijksadviseur voor het landschap Door: LOLA landscape architects Datum: 14 april 2012

3


Ingeplaatste varkenshouderij in LOG Vallei Zuidwest


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

inhoud INLEIDING

7

SITUATIE

9

TRENDS

11

MISSIE

15

STRATEGIE

19

KOPLOPERS

31

FIJNPROEVERS

41

STRATEGIE

53

5


Uitbreiding van varkensstallen op bestaande boerderijen


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

INLEIDING Dit ontwerponderzoek is de missende schakel in de reeks van onderzoeken en beleidsadviezen die gedaan zijn om de intensieve veeteelt in Nederland toekomst te bieden. Wat is er de laatste jaren niet onderzocht en geadviseerd? Nieuwe stallen, nieuwe standaarden, nieuwe labels. Maar het landschap waarin heet vee geteeld werd, bleef achter. En juist dat landschap is het toneel van een steekspel tussen boeren, burgers en bezoekers. Het ‘kerktorenprincipe’ dat boeren niet te ver van hun dorpskern verwijderd willen zijn is nog steeds actueel, mede vanwege het feit dat in Nederland het familiebedrijf nog steeds de standaard is: met de lage winstmarges en de politiek vastgestelde maximale omvang van een bedrijf is het voor veel boeren niet mogelijk zonder de hulp van het gezin het bedrijf te runnen.

voet, maar vooral te fiets, trekken mensen erop uit om te genieten van de frisse lucht, de dieren in de wei en de langs de weg gekochte verse eieren. Maar ook hier voldoet het boerenbedrijf niet aan de enigszins romantische idealen van de bezoekers. De dieren in de wei ontbreken, de frisse lucht is verzuurd, en de stallen ogen allerminst vriendelijk. De roep om verandering wordt steeds sterker: kiloknallers verdwijnen in rap tempo uit de schappen, er gaan stemmen op om intensieve veeteelt te verplaatsen naar bedrijventerreinen, en veeteeltbedrijven binnen 250 tot 1000 meter vanaf burgererven onmogelijk te maken. Is er tegen deze achtergrond nog wel een toekomst weggelegd voor de intensieve veehouderij in Nederland?

Niet alleen het boerengezin, maar ook de andere plattelandsbewoners zijn belangrijke spelers. De boeren hebben zich in hun bedrijfsvoering teveel van de bewoners verwijderd, met als gevolg dat deze alleen nog maar de overlast ervaren (zoals gevaar van epidemieën, stank, zwaar verkeer, uitbreiding met lelijke stallen) en niet het positieve effect: de boeren als hoeders van het landschap en producenten van ons dagelijkse voedsel. Bij iedere nieuwe stal trekken de burgers ten strijde tegen de boeren. Of is de boer helemaal niet verder van ons verwijderd, maar heeft hij al die tijd alleen maar geleverd waar we zelf om vroegen? Lange tijd wilden we steeds minder betalen voor ons voedsel, en de laatste twee decennia zijn we ons zorgen gaan maken over het milieu, dierenwelzijn en onze eigen gezondheid. Alle veranderingen in het boerenbedrijf die daar bij hoorden (efficiëntere voedselproductie, minder uitstoot van broeikasgassen, meer oppervlakte per dier en verplaatsing) waren door de boeren alleen te financieren met schaalvergroting en automatisering. Je zou dus kunnen zeggen dat schaalvergroting en automatisering de gevolgen zijn van de economische en ideologische agenda van de bewoners zelf. Ten slotte zijn de boeren en bewoners al lang niet meer de enige gebruikers van het platteland. De weides en akkers zijn al jaren populair voor ontspanning. Te

7


Geen verschil tussen binnen en buiten het LOG


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

SITUATIE Falend beleid Als er iets is dat in 2010 bleek uit het LOG boek is dat er in Nederland meer Landbouwontwikkelingsgebieden zijn dan men dacht. En dat niet alleen: de Landbouwontwikkelingsgebieden bleken niet te werken. Hoewel de Landbouwontwikkelingsgebieden nog niet heel lang bestonden, stemde de eerste analyse somber: juist buiten de daarvoor bedoelde gebieden was het voor boeren vaak aantrekkelijker hun bedrijf te voeren dan in de Landbouwontwikkelingsgebieden. Een tegenovergestelde situatie dus. Er zijn de afgelopen jaren weinig verplaatsingen geweest. Ondanks de vivregelingen is er weinig animo onder de boeren. Boeren voelden zich in een Landbouwontwikkelingsgebied niet op hun gemak: de overheid, de burgers, milieuorganisaties, iedereen keek over hun schouder mee naar de bedrijfsvoering. Het vergrootglas waar ze onder lagen, werkte verlammend. En dat terwijl in het verwevingsgebied, het gebied buiten de Landbouwontwikkelingsgebieden, van alles mogelijk bleek. Mogelijkheden om het bedrijf uit te breiden, nogmaals uit te breiden, en andere bedrijven op te kopen. En dan die weer uit te brediden. In het Verwevingsgebied gebeurde het. Maar in het Landouwontwikkelingsgebied ontstond geen bijzonder agrarisch landschap, of geweldige mogelijkheden voor de veeteeltindustrie.

Het effect blijkt al snel uit een eenvoudige kaartanalyse. Een blik op de satellietbeelden uit 2003 en 2009 van Landbouwontwikkelingsgebied Gelderse Vallui Zuid leert dat Zowel binnen als buiten het Landbouwontwikkelingsgebied uitbreidingen van boerderijen hebben plaatsgevonden. Er binnen én er buiten zijn nieuwe bedrijven verschenen. Er is slechts één boerderij verdwenen. De toenemende verstening van het landschap is duidelijk zichtbaar. Het ruimtelijk beleid om het veeteeltlandschap te verdelen in drie zones (extensiveren, verwerven en intensiveren) heeft dus vooralsnog te weinig resultaat. Na al het geld dat omgegaan is in de reconstructie van de zandlandschappen, is dat een pijnlijk resultaat. Het is tijd om dat beleid goed tegen het licht te houden. Wellicht is er, zoals Yttje Feddes in het LOG boek stelt, een zone teveel en werkt het beleid beter met twee (intensiveren en extensiveren, of verweven en extensiveren).

Vergelijking boerenbedrijven tussen 2003 en 2009 Nieuwe stallen bij bestaand boerenbedrijf Nieuw boerenbedrijf Verdwenen boerenbedrijf

9


Afname van het aantal varkenshouderijen bij een gelijkblijvende veestapel


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

TRENDS Naar een duurzame sector De intensieve veeteelt bevindt zich in lastig vaarwater. De marktprijzen zijn historisch laag. Iedere tien jaar halveert het aantal varkenshouderijen in Nederland, terwijl het aantal dieren min of meer gelijk blijft. Dat betekent dat de bedrijven steeds groter worden. Niet alleen de prijzen voor een kilo varkens- of kippenvlees zijn historisch laag, ook het maatschappelijk draagvlak voor de intensieve veeteelt brokkelt af. Beelden van geruimde dieren door ziektes als q-koort, mond- en klauwzeer, vogelpest op het journaal en in de krant laten een diepe indruk en een gevoel van onrust achter. Gevoed door organisaties als Wakker Dier, is er veel discussie over het dierenwelzijn. De vraag naar diervriendelijk geproduceerd vlees neemt doe en onder druk van de markt veranderen de varkenshouderijen. Mensen willen weten waar het vlees vandaag komt, hoe de dieren geleefd hebben, en hoe ze geslacht zijn. Wat we zien is dat die bewustwording doorzet, bijvoorbeeld in de verduurzaming van de sector. Zo adviseert de Commissie van Doorn in haar rapport “Al het vlees duurzaam� van september 2011 niet om kleiner te gaan boeren, maar juist zorgvuldiger: duurzamer en diervriendelijker. De verduurzaming is ook zichtbaar in de markt, in bijvoorbeeld de toename van het aantal ecolabels. Naast de Beter Leven sterren van de Dierenbescherming, worden er ook labels toegekend door de retailers. Bovendien claimen de retailers steeds vaker een bepaalde mate van exclusiviteit in duurzaamheid aan te kunnen bieden. Plus markt verkoopt alleen nog vrije uitloop eieren en AH verkoopt exclusief het Rondeel ei, naast haar eigen puur&eerlijk label. Campina adverteert met melk van koeien uit de weide. Ook de boeren zijn zich bewust van de veranderende vraag. Iedere toekomstgerichte boer probeert nieuwe producten te ontwikkelen, en nieuwe manieren om de markt te bereiken. Ook het veranderende landschap baart veel mensen zorgen. Ieder weekend trekken duizenden mensen te voet en te fiets het boerenland in, maar het landschap dat deze bezoekers aantreffen wordt er niet mooier op. De stallen worden steeds groter en de verstening van het landschap neemt toe. Zulke grote stallen, vaak zonder ramen, daar moet wel iets mis mee zijn.

Toename van het aantal ecolabels

11


Bewustwording als incentive voor verduurzaming van de intensieve veeteelt


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Buitengewone Varkens

Niet van toepassing vleesvarkens en zeugen meer dan 250 m2 weidegang

, aangepast door LOLA landscape architects 2012

Bewustwording heeft geleid tot een keur aan labels en bedrijfsvoeringen in de varkenssector

13


De media spelen een grote rol in de opinievorming


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

MISSIE SAMEN DUURZAAM We maken allemaal gebruik van het landschap. Boeren voeren er hun bedrijf, natuurorganisaties behouden het voor toekomstige generaties, bezoekers genieten van de landelijke omgeving. De ontwikkelingen en de rumoer rondom de intensieve veeteelt voeren de spanning op in het landschap. Een boer die een extra stal wil, kan rekenen op een stevig portie verzet uit de directe omgeving. Of zelfs uit het hele land, met burgerprotesten tot op de Dam.

Om deze scheiding te voorkomen, is het noodzakelijk iedereen een toekomstperspectief te bieden in hetzelfde landschap. Het is de opgave een perspectief ĂŠn een rol te schetsen voor het intensieve boerenlandschap, waarin boeren, bewoners en recreanten allen kunnen leven, werken en ontspannen. Naast mogelijkheden te bieden voor een effectieve bedrijfsvoering, is de beleving van bezoekers en bewoners dus cruciaal.

Iedere groep gebruikers wil iets anders van het landschap. De boeren willen een effectief en bruikbaar land om hun bedrijf te kunnen voeren. De bewoners willen een mooie en rustige leefomgeving, waarvan boeren onderdeel zijn, maar niet de boventoon voeren. En vele bezoekers zijn geraakt door de historische kant van dat zelfde landschap. Voor hen draait het om de rurale idylle en de verhalen met oude boerderijen en boerenlandpaden. Moderne stallen en zwaar verkeer op de weg zijn voor hen een doorn in het hoog en doen afbreuk aan hun beleving van het landschap.

De sleutel ligt in duurzaamheid. Alleen een duurzame bedrijfsvoering kan leiden tot een aantrekkelijk landschap, waarin de burgers en bezoekers de aanwezigheid van intensieve veeteeltbedrijven accepteren en wellicht waarderen. Duurzaam omdat het diervriendelijk is. Duurzaam omdat het natuurlijk is. Duurzaam omdat het toekomstbestendig is. De boeren hebben de kans een goede boterham te verdienen, bewoners wonen in een goed onderhouden omgeving en bezoekers zien de boeren en de dieren.

Er is een serieuze dreiging dat er in het platteland een scheuring ontstaat. Nieuwe afstandsnormen moeten voorkomen dat boeren en burgers naast elkaar wonen. Anderen zien veetelers beter ingepast op anonieme en industriĂŤle bedrijventerreinen. Op deze manier ontstaat een situatie waar boeren, burgers en bezoekers niet meer van hetzelfde landschap gebruik maken. De doelstelling van LOLA is tweeledig. Het is van belang dat het gedeelde landschap behouden blijft en dat de scheiding van boeren, burgers en bezoekers voorkomen wordt. Een landschap waar je na een lange fietstocht, eieren kan kopen bij de boer en een ijsje kan eten in het dorp en waar de mensen ook echt in het buitengebied kunnen wonen.

15


Realiteit

Het ideale landschap van boeren

Het ideale landschap van bezoekers

Het ideale landschap van bewoners


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Ik vind dat de overheid ons te weining steunt.

De voedersilo’s en gesloten, grote dozen verstoren het landschap.

Dieren horen buiten rond te kunnen lopen.

Megastallen verontrusten mij omdat ik me zorgen maak over het dierenwelzijn en de volksgezondheid.

De nieuwe, grote stallen tasten ons landschap aan en zijn niet in te passen.

Het toekomstbeeld is niet per definitie megastallen. Boeren zijn hardwerkende mensen.

Boeren

Het is niet goed om concentratiegebieden te ontwikkelen voor boerenbedrijven.

Kleinere bedrijven passen beter in ons Nederlandse landschap.

Er zijn grote investeringen nodig om een boerenbedrijf voort te zetten.

Markt

Boeren, markt, burgers en bezoekers kijken op verschillende manieren naar de veehouderij

Burgers

Er zijn te veel regels en verplichtingen.

Ik geef om de gezondheid van de dieren.

Innovatie is noodzakelijk. Strengere regelgeving is nodig om onze bevolking te beschermen tegen uitbraken Boeren zijn belangrijk van dierziektes. voor de nationale economie. Ik maak me zorgen over de boerenbedrijven als het verdwijnen van het familiebedrijf.

Ik vind het belangrijk dat dieren in een natuurlijke omgeving leven.

Het milieu heeft veel te leiden onder de intensieve veehouderij

Bezoekers

17


136 Landbouwontwikkelingsgebieden in Nederland


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

STRATEGIE STAP 1. STOPPEN MET KLEINE LANDBOUWONTWIKKELINGSGEBIEDEN Er zijn momenteel 136 Landbouwontwikkelingsgebieden. De grootte van die gebieden is zeer variabel: LOG de Ass bij Cuijk is met haar 9 hectare het kleinste Landbouwontwikkelingsgebied, terwijl LOG Kootwijkerbroek bij Barneveld 4099 hectare groot is. Met name in Noord-Brabant zijn veel erg kleine Landbouwontwikkelingsgebieden. Verder zijn deze gebieden vaak versnipperd en is hun ligging zeer onhandig. Het resultaat is dat weliswaar momenteel iedere gemeente een eigen landbouwontwikkelingsgebied heeft, maar dat veel van die Landbouwontwikkelingsgebieden niet of nauwelijks functioneren.

De middelgrote Landbouwontwikkelingsgebieden worden samengevoegd met de grote en de erg grote. Op deze manier ontstaan veel minder gebieden, die groter van omvang zijn. Het lijkt vanzelfsprekend dat deze gebieden door hun omvang betere mogelijkheden hebben voor intensieve veeteeltbedrijven: meer geschikte plekken binnen het gebied, betere ontsluitingsmogelijkheden en betere mogelijkheden om schaalvoordelen te benutten.

Bij de totstandkoming en keuzen van de gebieden is niet gekeken naar de ideale omstandigheden voor boerenbedrijven. Terwijl dat juist bij die kleine gebieden, waar soms maar 茅茅n bedrijf in past, van groot belang is. Momenteel liggen die kleine Landbouwontwikkelingsgebieden 贸f op verkeerde plekken, 贸f zijn ze zeer onhandig begrensd. Ze leggen een onnoodzakelijke claim op het landschap en het hebben van zoveel landbouwontwikkelingsgebieden die niet functioneren, is eigenlijk onzinnig te noemen. Om tot een beter werkend beleid voor de intensieve veeteelt te kunnen komen, is het noodzakelijk het beleid grondig tegen het licht te houden. Het is eenvoudig: wanneer er teveel Landbouwontwikkelingsgebieden zijn, en daarvan bovedien veel te klein, probeer het dan met minder gebieden en grotere gebieden. Ten slotte, niet iedere gemeente heeft zijn eigen Landbouwontwikkelingsgebied nodig. Wel is het van belang dat de behaalde successen in deze gebieden behouden blijven. Door de status van de 38 kleine en erg kleine Landbouwontwikkelingsgebieden op te heffen en deze gebieden toe te voegen aan de Verwevingsgebieden, valt een last van het huidige beleid. Tegelijkertijd gaan de boeren er niet op achteruit, omdat we in de LOG atlas al zagen dat er nauwelijks verschil was tussen de Landbouwontwikkelingsgebieden en de Verwevingsgebieden.

Landbouwontwikkelingsgebied

19


OPHEFFEN

SAMENVOEGEN

HOUDEN

Strategie om meer te kunnen met minder gebieden


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

STAP 2. VORMEN VAN VEETEELTREGIO’S Eén van de schaalvoordelen van grotere gebieden is dat het mogelijk wordt specifiek beleid te ontwikkelen voor individuele gebieden. Dit beleid kan van gebied tot gebied verschillen en regionalisatie kan daarin een belangrijke rol spelen. Het kan een gebied beter bekend maken, maar ook de brug slaan tussen de boeren, de producten en de bezoekers. Voorbeeld is het Overijsselse Vechtdal. Dit langgerekte gebied heeft zichzelf als regio opnieuw uitgevonden. Hoewel het gebied landschappelijk zeer gevarieerd is (met heuvels, veenontginningen, uiterwaarden, landgoederen, steden en dorpen) worden deze onderdelen met elkaar verbonden door de rivier de Overijsselse Vecht. Ondernemers spelen daar nu slim op in. Enige jaren geleden is door een aantal boeren, die zich o.a. voor de instandhouding van het Overijsselse Vechtdal wilden inzetten, een plan ontwikkeld om een gesloten keten voor de productie en vermarkting van biologisch vlees op te zetten. Een korte keten, zodat de betrokken boeren rechtstreeks contact zouden kunnen hebben met bijvoorbeeld slagerijen en restaurants. In eerste instantie ging het uitsluitend om vlees. De dieren moesten gevoed worden met gras, graan en maïs uit het Vechtdal, dat zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen geteeld moest zijn. Ook dierenwelzijn was een belangrijke factor in deze. De boeren in dit gebied werken samen onder de label van het Vechtdalvlees, binnen het totaal van VechtdalProducten. Dit vlees is afkomstig van koeien (het Brandrode Rund) en varkens uit het Overijssels Vechtdal en staat voor regiospecifiek en duurzaam vlees. Komen bezoekers in het Overijssels Vechtdal en bezoeken ze een restaurant, dan staat er Vechtdalvlees op de kaart. VechtdalProducten zijn niet alleen verkrijgbaar bij slagerijen en horecabedrijven, maar ook bij verschillende supermarkten in het Vechtdal. Bovendien hebben veel deelnemers een winkel(tje) bij hun bedrijf, waar ze naast hun eigen, met liefde gemaakte producten ook die van collega VechtdalProducten-ondernemers verkopen. Op die manier versterken ze elkaar en de VechtdalProducten.

Deze regionalisatie is ook mogelijk voor de Landbouwontwikkelingsgebieden die nu nog over zijn na de kleinste aan de Verwevingsgevieden gevoegd te hebbem. De gebieden die dicht bij elkaar liggen, kunnen samengevoegd worden in een regio. Gebaseerd op de grotere Landbouwontwikkelingsgebieden die er nu zijn, kunnen we deze 98 gebieden clusteren in 22 Veeteeltregio’s. De voormalige Landbouwontwikkelingsgebieden zijn de actieve cellen in deze Veeteeltregio’s. De Veeteeltregio’s hebben een aantal gedeelde hoofdregels, maar een individuele invulling. Iedere veeteeltregio is een samenwerkingsverband tussen de boeren binnen de regio, en de steden en dorpen binnen de regio. De boeren die actief (willen) zijn in een bepaalde Veeteeltregio adopteren de regionale identiteit en productie. Door dat te doen, hebben ze het recht het regiolabel te dragen, komen ze sterker in de markt te staan en krijgen ze bepaalde privileges om de regionale vleesproductie nog bekender en sterker te maken. De vergelijking met de regionale Appellation Controle labels van de Franse wijnen gaat goed op. De regio’s van deze Appelations zijn niet alleen bekend vanwege de wijnen, maar ook vanwege het landschap. Jaarlijks rijden duizenden mensen de wijnroutes om de regionale wijnen te proeven en te kopen. Door het samenvoegen van kleinere Landbouwontwikkelingsgebieden in Veeteeltregio’s ontstaan er 22 wezenlijk andere gebieden, met 22 verschillende producten of productiemethoden. In feite boort iedere regio een eigen niche aan. Nederland is niet in staat wat veeteelt betreft met de wereld te wedijveren als het sec om aantallen gaat, maar voor kwaliteit en innovatie kunnen de Veeteeltregio’s wereldwijde gidsfuncties hebben.

21


Veeteeltregio 22 Veeteeltregio’s

Landbouwontwikkelingsgebied


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Bijzondere soorten en bedrijfsvoeringen kunnen een regio op de kaart zetten

23


Nijkerker Ham

Barnevelder Ei

Woudenbergs Wild

3 mogelijke Veeteeltregio’s in de Gelderse Vallei


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

STAP 3. KIJKEN OP DE SCHAAL VAN DE GELDERSE VALLEI Het Reconstructiegebied de Gelderse Vallei ligt in twee Provincies: Gelderland en Utrecht. De Gelderse Vallei heeft zes Landbouwontwikkelingsgebieden, waarvan de grootte varieert van middelmatig tot groot. Het grootste Landbouwontwikkelingsgebied van Nederland, Kootwijkerbroek, ligt hier. De zonering is (in pvergelijking met andere Reconstructiegebieden) vrij helder afgebakend. De ontsluiting van de Landbouwontwikkelingsgebieden en de afstand tot logistieke centra als voederfabrieken en slachterijen is niet altijd optimaal. Het landschap bestaat uit een afwisseling van jonge ontginningen en prachtige kampen, maar tegelijkertijd is het is een schuldig landschap. Kootwijkerbroek was destijds het toneel van fel protest tegen de ruimingen van rundvee als gevolg van de MKZ-crisis in 2001 en de beelden van de ruimingen staan nog altijd helder voor geest. In 2001 werd een Startnotitie M.E.R. opgesteld door de reconstructiecommissie en in 2005 werd het Reconstructieplan Gelderse Vallei / Utrecht-Oost vastgesteld. Een korte chronologie laat zien dat de doelen die hierin geformuleerd werden niet gehaald zijn. In 2006 werd de VIV-regeling opgesteld en tussen 2006 en 2010 werden 3 bedrijven verplaatst. Alleen in Gelderland hadden dit er al 20-25 moeten zijn. De VIV-regeling bleek vaak te krap te zijn en bij 6 gemeenten bleek dat er slechts een enkel bedrijf bekend is dat verplaatst wil worden. In januari 2010 werd het Reconstructieplan geactualiseerd. In februari 2011 was er het Burgerinitiatief Stop Veefabrieken Utrecht! gevolgd door het advies Grote Stallen in Utrecht van de Stichting Vernieuwing Gelderse Vallei in juni 2011. In augustus 2011 volgde de statennotitie ‘Ontwikkeling van de schaalgrootte in de Gelderse veehouderij’. De zes individuele Landbouwontwikkelingsgebieden worden samengevoegd tot drie verschillende Veeteeltregio’s. Deze regio’s nemen een regionale identiteit aan en dito producten en productiemethoden.. Omdat regio’s een bepaald gebied omschrijven is er geen duidelijke grens. Regio’s worden gedefinieerd door het landschap, een product, productiemethode en de in dat landschap aanwezige steden en dorpen. In de omgeving van Barneveld vinden we veel pluimveehouderijen en het is dan ook logisch om deze identiteit verder te versterken in de Veeteeltregio Barnevelder ei. Zo zouden de andere 2 Veeteeldregio’s gedefinieerd kunnen worden als bijvoorbeeld het Woudenbergs Wild en het Nijkerker Ham.

25


Zonering en begrenzing van Landbouwontwikkelingsgebied Gelderse Vallei Zuid West


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

STAP 4. ONTWERPEN VAN EEN VEETEELTREGIO Als er een Landbouwontwikkelingsgebied is waar de contouren en afstandsnormen duidelijk in de begrenzing ervan leesbaar zijn, dan is het Landbouwontwikkelingsgebied Gelderse Vallei Zuid West. De contouren rond Scherpenzeel, Renswoude, Woudenberg, en de verzuringsgevoelige gebieden hebben een langgerekt gebied opgeleverd met cirkelvormige uitsparingen. Interessant voor op de kaart, maar als gebied niet zichtbaar in het landschap. Bovendien zeer onhandig voor het vinden van geschikte locaties voor nieuwe boerenbedrijven. De ondergrond van Gelderse Vallei Zuid West bestaat overwegend uit dekzanden, en glooit licht. Er zijn uitzonderingen: de Spoorlaan (de Groep) is bijvoorbeeld veniger en heeft een langwerpige verkaveling. De Emminkhuizerberg net buiten het landbouwontwikkelingsgebied is een markante verschijning en ten noorden van loopt het beekdal van de Lunterse Beek. Over het geheel bekeken, is het landschap vrij kleinschalig, met veel landschapselementen als bosjes en lanen. Maar het heeft ook monumentale kanten. Net buiten het gebied zijn kastelen en landgoederen. En dwars door dit landschap loopt het Valleikanaal, onderdeel van de Grebbelinie. Het geheel aan werken van deze Grebbelinie vormt een belangrijke drager voor de recreatieve structuur. Dankzij het kleinschalige en tegelijkertijd monumentale landschap heeft het gebied toeristische aantrekkingskracht. Dat is terug te zien in het uitgebreide recreatieve netwerk van wandel- en fietspaden.

Kwetsbare gebieden Verwevingsgebied

Het gebied is goed ontsloten, met de snelweg A12 en twee bijbehorende open afritten, en het spoor met station Veenendaal aan de zuidzijde ervan, en provinciale wegen aan de noord- en oost- en westzijde. Er zijn in Landbouwontwikkelingsgebied de Gelderse Vallei Zuid West 57 veeteeltbedrijven. Van deze veeteeltbedrijven zijn er 34 gemengd, 8 varkenshouderijen, 7 melkveehouderijen, 3 vleesveehouderijen, 2 pluimveeboerderijen, 2 paardenhouderijen en 1 schapenhouderij. 31 bedrijven zijn kleiner dan 100 NGE, 22 bedrijven zijn tussen de 100 en de 300 NGE en 4 zijn tussen de 300 en 500 NGE. Opvallend is dat buiten het Landbouwontwikkelingsgebied de grootste bedrijven liggen, namelijk twee bedrijven groter dan 500 NGE. Deze regio staat niet momenteel niet echt bekend om een bepaald product, maar is als Veeteeltregio relatief simpel te begrenzen. Aan de noordzijde vinden we de dorpen Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude, aaneengeregen door een provinciale weg. De overige zijden worden gedefinieerd door flinke infrastructuur, zoals de snelweg en het spoor. De regio is dus vrij helder begrensd, en heeft leuke dorpjes met een rijke geschiedenis. Deze kwaliteit kan verder uitgebouwd worden. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van bijzondere productiemethoden, andere vleessoorten binnen de varkenssector, en een uniek landschap. In de volgende hoofdstukken worden twee scenario’s voor de varkenshouders in de Veeteeltregio getoond. In het scenario voor de Koplopers worden nieuwe landgoederen ontwikkeld met grote, innovatieve boerderijen. In de Fijnproevers wordt een veel extensiever beeld geschetst met ruimte voor bijzonder en exclusief vlees. Bbeiden geven een ander invulling en beeld aan het landschap, maar een ding is duidelijk: ze staan in dienst van de ontwikkeling van de unieke Veeteeltregio Woudenbergs Wild.

Infrastructuur spoor Infractructuur auto Bebouwd gebied Weide Akker Utrechtse Heuvelrug

27


Boerenbedrijf >500 NGE Boerenbedrijf 300-500 NGE Boerenbedrijf 100-300 NGE Boerenbedrijf <100 NGE Burgererf

Bestaande situatie boerenbedrijven en burgers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Landschap

Bebouwd gebied

Dijken Grebbelinie

Boerenland

Spoorweg

Laan of houtwal

Autoweg

Water

Stuwwal

Utrechtse Heuvelrug

Veenvlakte

Historisch landgoed of bos

Beekdal

Werken Grebbelinie

LOG gebied

29


Koplopers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

KOPLOPERS Nu mensen bewuster (gaan) kopen en koken, neemt ook de vraag naar lokaal geproduceerd vlees en diversiteit in het aanbod toe. In andere sectoren speelt de retailer hier al handig op in. Het Rondeel ei in de schappen van de Albert Hein is een bekend voorbeeld. Het marktconcept is erg belangrijk: de consument wil op de hoogte zijn en betrokken worden. In dit ontwerp zien we hoe deze Koplopers hier op in spelen, met een uniek landschap als resultaat. Doel van Koplopers is de ontwikkeling van Veeteeltregio Woudenbergs Wild met toonaangevende en representatieve, innovatieve en duurzame veehouderijen. De veehouderijen zijn state of the art, het zijn de koplopers van de veeteelthouderijen. Voorwaarde voor de benodigde innovatie is een coalitie met een retailer. Directe samenwerking tussen producent en retailer maakt niet alleen het ontwikkelen van een uniek en duurzaam product mogelijk, maar kan dit product ook bekendheid geven. Daarmee is Koplopers een totaalconcept: van boer tot bord.

Campina past bij de productie van melk een soortgelijke strategie toe: gegarandeerd van de Hollandse Weide. Campina: “Met ‘Wij van Campina’ bedoelen we dan ook wij de boeren. Samen leveren onze boeren de verse melk voor de lekkere en gezonde zuivelproducten van Campina. Wat wij doen, is dus altijd in het belang van onze boeren, hun koeien en ons Nederlandse landschap. Kortom, Nederlandse boeren en koeien; herkenbaar en dichtbij. Dat is de wereld van Campina!” Ieder voorjaar worden de Campina Open Boerderijdagen georganiseerd, een familieaangelegenheid waarbij het hele gezin in de weide tussen de koeien kan picknicken, de kinderen zich kunnen verkleden als boeren, etc. Op de website van Campina kan de herkomst van het melk product herleid worden naar één van de circa 30 melkveehouders.

Water Extensiveringsgebied Recreatieve route Boerenbedrijf Landgoed

Commissie van Doorn

Nieuwe weg Verbindingen groenstructuur: bos en weide Spoorweg Autoweg Bebouwd gebied Weide Akker Utrechtse Heuvelrug

31


2 sterlocaties voor pioniers

31 bestaande boerenbedrijven transformeren in Koplopers

35 ha 16 ha

25 ha 20 ha 16 ha

17 ha 16 ha

17 ha 16 ha

20 ha

16 ha

37 ha

16 ha

16 ha 16 ha

Omvang nieuwe boerenbedrijven

16 ha

38 ha

16 ha

24 ha

20 boeren / 80 ha verhard / 393 ha landgoed / 400.000 varkens

De Koplopers liggen aan een ontsluitingsweg en zijn knopen in het recreatief routenetwerk


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Sterlocatie De Koplopers in Veeteeltregio Woudenbergs Wild produceren minimaal 1 sterrenvlees van de Dierenbescherming. Voor deze ontwikkeling zijn pioniers nodig, partners in de veeteelt die deze stap willen zetten. Deze pioniers zijn bestaande boeren die voldoen aan een aantal criteria. Zo dienen zij momenteel al een groot bedrijf te kunnen runnen en dient de omvang van de huidige boerderij minimaal 300 NGE te omvatten. Ook dienen zij gezien te kunnen worden en zodoende liggen ze op maximaal 1 kilometer van een provinciale weg. Voor de af- en toevoer dient het bedrijf gesitueerd te wijn op maximaal 2,5 kilometer van een op- of afrit van een snelweg te liggen. Boeren die aan deze criteria voldoen, krijgen het privilege te mogen groeien tot maximaal 4 hectare, 1 hectare meer dan de huidige maximale 3 hectare. Boerenbedrijven kleiner dan 300 NGE hebben in deze zone geen bestaansrecht en dienen te vertrekken. Boeren die willen stoppen met de bedrijfsvoering kunnen blijven wonen in hun huis, omdat de woonfunctie behouden blijft. De nieuw te bouwen stallen dienen op minimaal 100 meter van de huizen gebouwd te worden. Boeren die willen blijven dienen een nieuw bedrijfsplan op te stellen waar de relatie met een retailer van groot belang is. Met dit bedrijfsplan wordt gesolliciteerd op een van de 20 nieuwe Koplopers. Momenteel zijn er in de Gelderse Vallei 420.00 varkens voor de vleesproductie en 57.000 varkens voor het fokken van biggen. De grootste bedrijven hebben bovendien zoâ&#x20AC;&#x2122;n 20.000 vleesvarkens. Uitgaande van de huidige omvang van bedrijven op 3 hectare en de schaalvergroting naar 4 hectare, ontstaan bedrijven met een maximaal 20.000 varkens. Met 20 van deze bedrijven, zijn er maximaal 400.000 in dit scenario, een evenaring van het huidige aantal. Een opzet als deze zou dus serieuze gevolgen hebben voor de veehouderij in de Gelderse Vallei.

33


Het landschap van de Koplopers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Privileges Koplopers

Voorwaardes Koplopers

35


Koploper


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS Landschapselementen Koplopers

= landgoed met boerderijen weide

bos

waterpartijen

weg

recreatieve routes

Nieuwe weg Laan Recreatieve route Boerderij Landgoed Weide Bos Water Infrastructuur spoor Infractructuur auto Bebouwd gebied Weide Akker

37


Mogelijke fasering voor Koplopers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Landschap Om te voorkomen dat deze regio wil groeit en het schrikbeeld van de veeteelt bedrijventerreinen ontstaat, worden boeren verplicht gesteld dat zij aan landschapontwikkeling doen. Dit wordt momenteel al ondersteunt van uit de Europese Unie en deze steun zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden. Eis is dat een bedrijf minimaal 3 maal het bedrijfsperceel ontwikkeld wordt als landschap. Een maximum wordt niet geformuleerd. Op deze manier blijft 75% van een landgoed onbebouwd en kunnen boeren onderdeel vormen in het verbinden van landschappen. De Koplopers varieren in grootte van 16 hectare tot 38 hectare. Ze leveren dus een substantiĂŤle bijdrage aan de ontwikkeling van nieuw landschap. Zoals in reguliere landgoederen is een aanzienlijk deel publiek toegankelijk. De komst van de Koplopers maken het landschap nog monumentaler dan het al is. Samen met de bestaande beken, kanalen, landgoederen, kastelen en de linies, vormen de Koplopers een nieuwe landschappelijke structuur. Op een van de landgoederen leidt een grote centrale waterpartij het zicht naar het cluster van moderne, grote boerengebouwen. Rondom het bebouwingscluster is een open landschap waar bestaande landschapselementen naar voren komen zoals lanen en bosstructuren.

Netwerk De Koplopers zijn gelegen op zichtbare plekken in de Veeteeltregio: bij voorkeur aan provinciale wegen, spoor- en snelwegen. De zichtbaarheid van de Koplopers maakt het mogelijk om aan de voorbijganger het verband duidelijk te maken tussen de boerderijen en het vlees in de schappen. In eerste instantie wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van de bestaande wegen. Maar na de realisatie van de eerste twee Koplopers door de pioniers, wordt een nieuwe weg dwars door de Veeteeltregio aangelegd, om zo het gebied beter te kunnen ontsluiten, maar ook de Koplopers aan het publiek te presenteren. Dit is de ruggengraat in het netwerk van deze Veeteeltregio. Deze weg is ingericht naar de maatstaven van de moderne intensieve veehouderij. Zie het als een langgerekte oprit: voornaam en ruim.

Het nieuwe landschap heeft een belangrijkere recreatieve medefunctie: het is een attractie op zich. Recreanten kunnen op een dag verschillende bedrijven bezichtigen en scholen organiseren excursies om dit nieuwe voedselproductieproces te bezoeken. De recreant krijgt in dit landschap alle verhalen mee van de kastelen en forten van toen, tot de Koplopers van nu. Het landschap van de Koplopers maakt dus onderdeel uit van een heel ander netwerk: het recreatieve. Een stelsel van boerenlandpaden en karresporen voert van (het publieke deel van) Koploper naar Koploper. Marktstrategie Koplopers zet in op de ontwikkeling van ene nieuw principe. Het boer tot bord principe waar het boerenbedrijf onderdeel is van een retail netwerk, zoals Albert Hein of Super de Boer. Het boerenbedrijf dat daarbij hoort, is modern, iconisch, innovatief met oog voor dierenwelzijn en heeft een open imago. Er is een winkel, een informatieboetiek met presentatiefaciliteiten, een slachterij, en een expeditieruimte. De strategie is om retailers als Albert Heijn, Jumbo en Lidl, van plan tot realisatie bij de totstandkoming van de Landgoederen van de koplopers te betrekken. Leidend is de strategie zoals bij het Rondeel Ei is ingezet waarbij Albert Hein het alleenrecht heeft voor de verkoop van d eieren. Hierdoor is ene uniek product ontstaan waarbij een nieuw productieproces en stal een belangrijk onderdeel vormen in de waarde ontwikkeling van het product.

39


Fijnproevers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

FIJNPROEVERS EEN BIOLOGISCHE VEETEELTREGIO Binnen de varkensvleessector is duurzaam geproduceerd varkensvlees momenteel het enige marktsegment dat nog groeit. Die groei is te verklaren vanuit de behoefte van de (internationale) markt naar bijzonder, kwalitatief en duurzaam geproduceerd vlees. Wat gebeurt er met een Veeteeltregio wanneer extensieve, grondgebonden varkenshouderij op regionale schaal voet aan de grond krijgt? In dit scenario is dit het uitgangspunt voor een regionale landschapsontwikkeling waarin een nieuw type landschap ontstaat, dat de gedeelde ruimte is van bezoekers, boeren en varkens. De regio richt zich op extensief en biologisch geproduceerd varkensvlees, in analogie met de bedrijfsvoering van de Buitengewone Varkens. Buiengewone Varkens is een nieuwe manier van varkenshouden in combinatie met een nieuwe vorm van consumentenwerving. De varkens worden voornamelijk buiten gehouden, in kleine aantallen. Sommige soorten varkens scharrelen in het bos, andere soorten modderen in de weide. Dit is vertaald naar Veeteeltregio Wouderbergs Wild, in deze opzet dĂŠ gidsregio voor grondgebonden intensieve varkenshouderijen. Buitengewone Boer

Biologische boerderij

Bos

Water

Spoorwegen

Reservaat grens

Autowegen

Wegen reservaat

Bebouwd gebied

Recreatieve route

Weide

Braak

Akker

Gerst

Utrechtse Heuvelrug

Weide

WUR

41


Restricties leiden tot vormen

45 bestaande boerenbedrijven liggen in/aan de gebieden

3 bio 8,4 ha / 5.325 varkens 1 buitengewoon 61,6 ha / 86 varkens

6 bio 16,8 ha / 10.650 varkens 1 buitengewoon 73,2 ha / 102 varkens

12 bio 33,6 ha / 21.300 varkens 1 buitengewoon 187,4 ha / 262 varkens

1 bio 2,8 ha / 1.775 varkens 1 buitengewoon 27,2 ha / 38 varkens

70 ha

90 ha

225 ha

221 ha

66 ha

188 ha 30 ha

12 bio 33,6 ha / 21.300 varkens 1 buitengewoon 191,4 ha / 268 varkens

7 bio 19,6 ha / 12.425 varkens 1 buitengewoon 168,4 ha / 236 varkens 4 bio 11,2 ha / 7.100 varkens 1 buitengewoon 54,8 ha / 77 varkens

Totaal 45 bioboeren (126 ha / 79.875 varkens), 7 buitengewone boeren (764 ha / 1069 varkens)

De gebieden zijn dooranderd met een informeel recreatief routenetwerk


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

In dit scenario wordt deze duurzame, grondgebonden vorm van bedrijfsvoering op regionale schaal ge誰ntroduceerd, in combinatie met grote biologische varkenshouderijen. Grondgebonden veehouderij heeft een interessante paradox. De dieren lopen buiten, alles lijkt gezond, maar de uitstoot en mogelijke ziekteverspreiding, maarkt buitenlopende dieren riskanter voor de volksgezondheid dan dieren die in goed gecontroleerde en schone stallen rondlopen. Daarom is een afstandsnorm nodig ten opzichte van de bebouwingskernen en de burgererven. Deze is gesteld op 250 meter en betekent dat er voor de veeteeltbedrijven geen groei mogelijk is binnen 250 meter van burgererven of bebouwingskernen. De gebruiksruimte voor de Fijnproevers zijn de gebieden die in de Veeteeltregio overblijven na de toepassing van deze afstandsnorm.

Het binnengebied wordt gebruikt door de Buitengewone Boeren. Hier lopen de varkens, groeit bos en gerst en liggen delen grond braak te rusten. De Buitengewone Boer is een, zoals de naam al aangeeft, een bijzondere boer. Deze boer zet in op zeer exclusief vlees van bijzondere of vergeten varkenssoorten. Voor de Buitengewone Boeren geld een minimum van 10 hectare en een maximum van 200 hectare per boer. De 10 hectare wordt als volgt ingedeeld: de varkens lopen los op 2 hectare, op 5 hectare wordt gerst of ma誰s geproduceerd en de overige 3 hectare wordt ingezet voor natuurontwikkeling. Dit wordt momenteel al ondersteunt van uit de Europese Unie en deze steun zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden.

Boerenbedrijf In Fijnproevers is ruimte voor 2 soorten boerenbedrijven: de Biologische Boeren en de Buitengewone Boeren. Alle boerderijen zijn bewoond. In totaal gaat het om 764 hectare met daarop 1069 buitengewone varkens en 45 biologische bedrijven met een totaal oppervlak van 126 hectare met daarop 84.375 biologische varkens. In de randzone bevinden zich de Biologische Boeren. Zij vormen de toegangsverkoop- en informatiepunten. De Biologische Boer is de reguliere biologische varkensboer met 1775 varkens op 2,8 hectare. De verwachting is dat biologische boerderijen flink zullen groeien: verwacht wordt dat tegen 2020 een gangbaar biologisch varkenshouderij een omvang zullen hebben van in totaal 1775 varkens, waarvan 1500 vleesvarkens en 275 zeugen. Van deze 275 zeugen is gemiddeld 184 drachtig. Deze biologische, drachtige zeugen dienen per zeug minimaal 30 vierkante meter aan weide tot hun beschikking te hebben. Dit weideland kan maximaal 4 dagen beweid worden met de zeugen en is na 10 dagen rust weer geschikt voor geweiding wat een effectief oppervlak van 105 vierkante meter weide oplevert per drachtige zeug. Verder zijn in de biologische varkenshouderij minimale afmetingen voor de binnen en uitloop geformuleerd. In totaal staan deze 1775 varkens op een bedrijf met ene omvang van 2,8 hectare.

Verwachte omvang biologische varkenshouderij in 2020

43


Het landschap van de Fijnproevers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Privileges Fijnproevers

Voorwaardes Fijnproevers

45


Buitengewone varkens en biologische varkens


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

In dit scenario wordt deze duurzame, grondgebonden vorm van bedrijfsvoering op regionale schaal ge誰ntroduceerd, in combinatie met grote biologische varkenshouderijen. Grondgebonden veehouderij heeft een interessante paradox. De dieren lopen buiten, alles lijkt gezond, maar de uitstoot en mogelijke ziekteverspreiding, maarkt buitenlopende dieren riskanter voor de volksgezondheid dan dieren die in goed gecontroleerde en schone stallen rondlopen. Daarom is een afstandsnorm nodig ten opzichte van de bebouwingskernen en de burgererven. Deze is gesteld op 250 meter en betekent dat er voor de veeteeltbedrijven geen groei mogelijk is binnen 250 meter van burgererven of bebouwingskernen. De gebruiksruimte voor de Fijnproevers zijn de gebieden die in de Veeteeltregio overblijven na de toepassing van deze afstandsnorm.

Weide Bos

Biologische boerderij

Water

Uitloop

Spoorweg

Reservaat grens

Autoweg

Hagen

Bebouwd gebied

Recreatieve route

Weide

Braak

Akker

Gerst

47


2012

Roulatie van varkens, gerst, bos en natuur

2013

2014


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Boerenbedrijf In Fijnproevers is ruimte voor 2 soorten boerenbedrijven: de Biologische Boeren en de Buitengewone Boeren. Alle boerderijen zijn bewoond. In totaal gaat het om 764 hectare met daarop 1069 buitengewone varkens en 45 biologische bedrijven met een totaal oppervlak van 126 hectare met daarop 84.375 biologische varkens. In de randzone bevinden zich de Biologische Boeren. Zij vormen de toegangsverkoop- en informatiepunten. De Biologische Boer is de reguliere biologische varkensboer met 1775 varkens op 2,8 hectare. De verwachting is dat biologische boerderijen flink zullen groeien: verwacht wordt dat tegen 2020 een gangbaar biologisch varkenshouderij een omvang zullen hebben van in totaal 1775 varkens, waarvan 1500 vleesvarkens en 275 zeugen. Van deze 275 zeugen is gemiddeld 184 drachtig. Deze biologische, drachtige zeugen dienen per zeug minimaal 30 vierkante meter aan weide tot hun beschikking te hebben. Dit weideland kan maximaal 4 dagen beweid worden met de zeugen en is na 10 dagen rust weer geschikt voor geweiding wat een effectief oppervlak van 105 vierkante meter weide oplevert per drachtige zeug. Verder zijn in de biologische varkenshouderij minimale afmetingen voor de binnen en uitloop geformuleerd. In totaal staan deze 1775 varkens op een bedrijf met ene omvang van 2,8 hectare. Het binnengebied wordt gebruikt door de Buitengewone Boeren. Hier lopen de varkens, groeit bos en gerst en liggen delen grond braak te rusten. De Buitengewone Boer is een, zoals de naam al aangeeft, een bijzondere boer. Deze boer zet in op zeer exclusief vlees van bijzondere of vergeten varkenssoorten. Voor de Buitengewone Boeren geld een minimum van 10 hectare en een maximum van 200 hectare per boer. De 10 hectare wordt als volgt ingedeeld: de varkens lopen los op 2 hectare, op 5 hectare wordt gerst of ma誰s geproduceerd en de overige 3 hectare wordt ingezet voor natuurontwikkeling. Dit wordt momenteel al ondersteunt van uit de Europese Unie en deze steun zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden.

49


Mogelijke fasering van de Fijnproevers


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

Landschap Het landschap van de Fijnproevers wordt door de Buitengewone Boeren extensief beweid met varkens. Elke 2 dagen schuiven de varkens een of enkele kavels op. De door de varkens beweide kavels blijven minimaal 10 weken braak liggen om te rusten en worden daarna ingezaaid met gerst, voor varkensvoer. Het landschap verandert in het ideaal van de bewoners en recreanten: een kleinschalig landschap, met veel kleinschalige landschapselementen als pestbosjes, lanen, vijvers en hagen. Het is een landschap dat zich nadrukkelijk onderscheidt van de omgeving. Deze Fijnproever gebieden hebben door de 250 meter afstandsnormen een bijzondere vorm gekregen: een samengestelde vorm van cirkels. Deze cirkelvorm wordt ingezet in de marketingcampagne en benadrukt door het expliciet vorm te geven met de erfafscheidingen. Zo wordt het beleid echt zichtbaar in het landschap, op een onverwachte en aantrekkelijke manier. Netwerk Deze gebieden zijn naast productielandschappen, ook recreatiegebieden. Voor de recreant is dit landschap ideaal: wandelen en fietsen door een uniek en aantrekkelijk landschap, waarin varkens in de wei en de bossen staan en over de akker lopen. De toegankelijkheid van het agrarische landschap is volledig: fietspaden leiden naar van voorkant van de biologische en Buitengewone boerenbedrijven die functioneren als poorten voor de ruimte voor de Buitengewone varkens. Bovendien is er een alternatief circuit van halfverharde wandelpaden dat over landweggetjes van achterkant naar achterkant van de verschillende erven voert. De boerenlandweggetjes worden begeleid door heggen, bankjes en informatiepanelen. De boerderijen zijn toegangs- verkoop- en informatiepunten van de gebieden. Marktstrategie Stel je voor dat je in Utrecht een hamburger kan bestellen met het Woudenbergs Wild. De boeren binnen dit scenario produceren een bijzonder product dat vraagt om een hele specifieke branding. Het label Woudenbergs Wild draagt bij aan de waardevermeerdering van het vlees en garandeert de consument dat zijn vlees

op een bijzonder manier en lokaal geproduceerd is. Om deze ontwikkeling te steunen, is een coachingsplatform opgericht. In dit platform zitten experts op het gebied van productiemethoden en rassen, maar ook marketing experts en landschapsbeheerders. Op deze manier hebben de boeren direct bij de start de kennis in huis om op een succesvolle manier de overstap te maken van regulier naar Biologisch en Buitengewoon. Eén van de taken van het platform is de afzet en financiering van het gehele systeem: crowdfunding. Crowdfunding is enen principe waarbij het draait om het organiseren van de vraag. Het is een vraaggericht systeem waardoor precies op maat geproduceerd kan worden. Dat betekent dat het aantal varkens en het aantal boeren volledig aansluit op de vraag naar dit soort vlees. Particulieren kunnen crowdfunder van de Buitengewone Boeren worden door lid te worden van Woudenbergs Wild en een bestelling uit te zetten. Tegen de betaling van een jaarlijks bedrag krijgen ze meermaals per jaar een Biologisch of Buitengewoon pakket thuisbezorgd met worsten en hammen van varkensvlees. De marktstrategie is om crowdfunding op regionale schaal in te zetten als ontwikkelingsmodel en support voor de extensieve veehouderij. Deze extensivering wordt mogelijk gemaakt door in te zetten op de meerwaarde van biologische vlees van de bijzondere en/of vergeten varkensrassen zoals de Bonte Bentheimer, de Duke of Birkinshire en het Casgassonne varken. De winst op dit vlees is veel hoger dan op regulier geproduceerd vlees. € 20,00 / kilo Livar vlees tegen € 1,50 euro / kilo voor regulier varkensvlees (van Happen). We zien mensen bereid is het tienvoudige te betalen voor bijzonder geproduceerd vlees. Bijzonder in de opzet van de Buitengewone varkens, is de organisatie. Éen boer pacht de grond van de gemeente of van particuliere grondeigenaren zoals landgoederen en natuurorganisaties. Deze boer zorgt voor de keuze en levering van soorten, levert voer, haalt de varkens aan het eind van het seizoen op voor slacht en verzorgt de verkoop van het vlees. De grondeigenaren zorgen voor het welzijn en de dagelijkse zorg van de boerderij zoals het bijvoeren van de dieren en het ontvangen van de bezoekers.

51


Generieke privileges voor specifieke Veeteeltregioâ&#x20AC;&#x2122;s


KOPLOPERS EN FIJNPROEVERS

STRATEGIE MECHANISMES In dit onderzoek zijn mogelijke perspectieven gepresenteerd voor de intensieve veehouderij in het Landbouwontwikkelingsgebied Gelderse Vallei Zuid. Deze ontwerpvoorstellen zijn ook te zien als mechanismen. Deze mechanismes zijn uitwisselbaar naar andere regio’s zodat de principes en ingrediënten ook in andere regio’s toegepast kunnen worden. Zo kunnen de boerderijen uit de Koplopers op andere locaties (sterlocaties) toegepast worden, zodat ook daar nieuwe en waardevolle landschappen kunnen ontstaan. De mechanismes van de voorstellen zelf zijn generiek, maar kunnen aangepast worden aan de bijzondere en regionale omstandigheden van de overige Veeteeltregio’s. Verschillende regio’s met verschillende landschappen en kenmerken, bieden aanleiding tot een andersoortige inrichting en keuzes voor de regio’s. Zo zijn er in Nederland verschillende Veeteeltregio’s mogelijk met extreem extensieve veehouderij zoals in de Fijnproeversvoorstel. In dit voorstel hebben wij gewerkt met varkenshouderijen, maar dit kan natuurlijk ook worden ingericht op bijvoorbeeld pluimvee. Zo transformeren we 136 Landbouwontwikkelingsgebieden in 22 Veeteeltregio’s met ieder een unieke identiteit en inrichting.

53


Koplopers en Fijnproevers  

Twee concepten voor een duurzame veeteeltregio

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you