Issuu on Google+

december 2013

Verwondering

nr 27

Voedsel voor Verstand en Spirit

met o.a. Bentley's Vlokken 2000 jaar oud - Digitaal Boy Bisshop Alien in JAPAN De Scalp van de YETI Chanoeka De Wyoming Mummie Naadi Shastra De Stuipen van St Medard De vuurvaste dame

Dit e-zine wordt gemaakt en volgeschreven door Loes Modderman info@scienceart.nl 1


Do Not Believe. Do Not Disbelieve. THINK In dankbaarheid en bewondering opgedragen aan: Helderzienden en profeten, sectariërs en magiërs , klunzen, fantasten en dappere wetenschappers, nieuwsgierigen, bevlogenen en geïnspireerden, idealisten en utopisten, eenpitters en eigenwijzen en allen die hun eigen ster durven te volgen, vertegenwoordigd in

Plinius de Oude 2233--7799

John Aubrey

11662266--11669977 Emma Hardinge-Britten 11882233--11889999

Charles Hoy Fort 11887744--11993322 William Corliss 11992266--22001111 Coen Vermeeren 11996622 --

en mijn persoonlijke en internetvrienden die een bron van inspiratie zijn.

2


BOY BISHOP William Andrews verzamelde essays over vreemde gebruiken in de kerk, en bundelde die in diverse boeken. Voor me ligt 'Curious Church Customs' uit 1894. Het eerste essay gaat over seculier vermaak in Middeleeuwse kerken, en begint met de 'Boy Bishop', een gebruik waarvan weinigen zullen hebben gehoord, maar dat geldt niet voor de Middeleeuwers. Op St. Nicholas Day (6 december) werd een jongen gekozen die bijzondere (vrome) verdiensten had, in de regel een lid van het kerkelijke jongenskoor. Hij werd 'Bisschop' gewijd (met andere jongens in zijn kielzog als helpers)', en tijdens een plechtigheid en onder het zingen van het Magnificat werd hij gekleed in pontificale maar op maat gemaakte bisschopskleding. Drie weken duurde zijn ambtstermijn, tot 28 december, het 'feest van de Onnozele Kinderen' zoals het hier heet, de herdenking van de kindermoord van Bethlehem. Het gebruik ontstond waarschijnlijk halverwege de 14de eeuw, toen Engeland nog Rooms Katholiek was (de Church of England scheidde zich af in 1534). Het gebruik ontwikkelde zich gaandeweg, niet alleen in Engeland maar ook in Frankrijk en Spanje, Duitsland en Zwitserland. Hoewel in eerste instantie de Boy Bisshop beperkt was tot de grote koorscholen van Winchester en Eton, sloeg het feest over naar St. Paul's. In 1518 werd St. Paul's Cathedral het centrum, waar de 'Childe Bishop' een preek hield en andere kinderen kwamen luisteren. Er zijn enkele van die preken bewaard gebleven, en het moet voor ieder kind een opgave geweest zijn om dat te presenteren, en misschien nog meer om er naar te luisteren. Maar het gebruik moet ook veel plezier hebben gegeven, want de jongens hadden het voor het zeggen. Alles wat normaal door de volwassen ambtsdragers werd gedaan was voor deze drie weken de taak van de Boy Bishop, en de misdienaars waren de kanunniken. Na de vieringen en de processies gingen ze van huis naar huis, zingend en zegeningen uitdelend, en kregen daarvoor snoep en geld. Welke jongen wil dat niet! Bovendien, de kleding was ook niet mis. Geen goedkope verkleedkleren, maar, volgens de documenten: Een mijter versierd met parels en kostbare stenen, en zilveren en gouden ornamenten. Een staf van verguld koper, een geborduurd zijden hemd versierd met stenen en een rode tabbert, afgezet met witte zijde. Niet bepaald kleding om even in te voetballen. Natuurlijk kunnen zulke gebruiken makkelijk uit de hand lopen, en dat gebeurde dan ook op den duur, vooral in de rest van Europa, waar het gebruik ontaarde in een parodie op het kerkelijk gezag en de malligheid zich carnavalesk ontwikkelde, meer buiten dan binnen de kerk. Hendrik de VIII, zelf niet bepaald van onbesproken gedrag,

3


maakte er in Engeland in 1542 radicaal een eind aan. Er was een korte opleving onder Mary Tudor, maar onder Elizabeth I (16de eeuw) droogde het gebruik op . Vergeten werd het echter niet. Ik zocht op internet, en vond tot m'n verbazing dat het gebruik van de Boy Bishop een revival heeft beleefd en nu weer springlevend is. Er is zelfs hier en daar sprake van Girl Bishops. De vroegste opleving in onze tijd was in Essex, waar al in 1901 weer een Boy Bishop werd ingewijd. In 1973 werd er een eenmalige Boy Bishop ingewijd in Hereford Cathedral, maar in 1982 werd er opnieuw een jaarlijks evenement van gemaakt, uitgebreid naar andere kerken. Hereford gaf een speciale serie postzegels uit om de revival te vieren. â–˛ â—„ Gaandeweg greep het gebruik weer om zich heen, en nu zijn er tientallen parochies in Engeland, maar ook in Amerika, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland , Schotland, Spanje en waarschijnlijk wel meer landen die het gebruik in ere hebben hersteld. Hieronder een aantal foto's van jongens en meisjes bisschoppen. De kostbare stenen en gouden en zilveren mijters zijn vervangen door huisvlijt parafernalia, maar dat maakt het er niet minder leuk om. Waar blijft Nederland?

4


RODE ROTSEN, RODE SNEEUW Gesteenten zijn in China zeker zo bijzonder en gevarieerd als de mensen en de cultuur. Maar toch was het een verrassing toen in 2005 op de hellingen van de berg Gongga alle stenen plotseling bloedrood van kleur werden. De regio werd bekend onder de naam 'Red Stone Valley' en de toeristen stroomden toe. Was hier rode regen gevallen? Nee. De schuld ligt bij een nieuw ontdekte alg, de Trentepohlia Jolitus, die zich als een gek schijnt voort te planten, misschien met de bedoeling Rood China ook in de stof een rode kleur te geven. Je weet nooit of er communisten achter de algen zitten, tenslotte.

Guoxiang Liu van de Chinese Academy of Sciences in Wuhan, Hubei prov, heeft de algen onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat het hier gaat om een normale groene alg die wijdverbreid is in tropische en subtropische gebieden, en ook in gematigde streken met een vochtig klimaat. Ongeveer overal dus. Maar dankzij de Global Warming is de alg blijkbaar gemuteerd in een rode versie die zich nu permanent op de rotsen van Gongga heeft gevestigd. De nieuwe variĂŤteit groeit alleen op plaatselijke rotsen, en niet, blijkbaar, op rotsen en stenen die zijn aangevoerd van elders. Veel steen werd ontbloot door een aardverschuiving in 2005, en het toerisme wordt ook de schuld gegeven. Nou ja, zoals altijd, verklaringen zijn niet de sterkste zijde van dit soort journalistiek. Ik heb het maar van internet. Ook van internet komt de rode sneeuw, ook van een alg, maar nu eentje die de sneeuw in koude of hooggelegen gebieden rood kan kleuren. Of liever: rose. Het is de Chlamydomonas nivalis, ook al een groene alg die soms meer kleur in z'n leven wil brengen. Rose sneeuw is weer eens wat anders. Overigens is het geen geen nieuw verschijnsel; Aristoteles schreef er al over.

5


2000 JAAR OUD - DIGITAAL

Sinds twee jaar zijn de Dode Zee rollen gedigitaliseerd.. Dat is ongelofelijk. Een klein stukje geschiedenis: In 1947 werden toevallig door drie Bedouïen herders in een goed weggeborgen grot boven de Dode Zee aardewerk vaten ontdekt die perkamenten rollen bleken te bevatten. De mannen namen de 7 gevonden papyrus rollen mee om ze aan anderen te laten zien. Vanaf dat moment wisselden ze verschillende malen van eigenaar tot ze in handen kwamen van iemand die hun waarde zag, Dr. John Trever, van de American School for Oriental Research. Toen kort na de stichting van de Staat Israel in 1948 de Arabisch Israëlische oorlog uitbrak, werden de rollen voor de veiligheid naar Libanon gebracht. Tussen 1947 en 1956 werden in Qumran historisch ontzagwekkend belangrijke vondsten gedaan, in 11 verschillende grotten waar men behalve teksten en fragmenten ook rituele- en andere voorwerpen vond, zoals lampen, potten en zelfs de zool van en schoen. De teksten dateren van de derde eeuw BC tot 70 AD, toen de Romeinen de Tweede Tempel verwoestten en Jeruzalem in vlammen opging. Sindsdien is er door een team specialisten onafgebroken gewerkt aan het bij elkaar puzzelen van de oorspronkelijke teksten. Veel was weg, en veel was onherstelbaar beschadigd. Maar in sommige gevallen waren er ook andere versies van de teksten beschikbaar, en dat hielp natuurlijk heel erg. Controverses waren er ook: gingen deze teksten over Jezus? Door wie waren ze geschreven? Wie mocht er aankomen, en wie niet? Was het wel een goed idee om Vaticaanse geleerden alleen te laten met de teksten? Wat als er controversiële teksten zouden verdwijnen om het geloof te 'redden' ? Menigeen zag spoken, en misschien niet altijd onterecht. Teams van verschillende universiteiten vergeleken hun resultaten, en met de opkomst van digitale technieken werd het puzzelen vergemakkelijkt: niet meer op grote lange tafels, maar op een scherm; een veiliger methode. Hoewel het werk nu wel gedaan is, zijn er nog veel vragen over de herkomst en ouderdom van veel teksten, dus de discussie gaat verder. Met de hulp van Het Google Centrum in Israel en NASA technologie zijn de 900 manuscripten gedigitaliseerd en van een Engelse vertaling voorzien. http://dss.collections.imj.org.il/

6


BRAND! - SWEDENBORG EN KANT Emanuel Swedenborg (1688-1772), wie heeft er nooit van hem gehoord. Swedenborg was een wonderlijke man, helderziend, visionair, geneigd tot het maken van astrale reizen, filosoof, theoloog, wiskundige en astronoom, kortom, hij was naar lichaam en geest van alle markten thuis. Lang voor het Spiritualisme goed op gang kwam (vanaf 1848) was Swedenborg voor veel mensen een baken, en zijn invloed reikte ver buiten de grenzen van zijn moederland Zweden. Hij was wat je noemt een wegbereider die samen met Justinus Kerner in Duitsland, Anton Mesmer in Frankrijk en wat later Andrew Jackson Davis in Amerika het snelle om zich heen grijpen van het Spiritualisme mogelijk maakte. Een baken is hij nog steeds. Zijn werken zijn nooit out of print geweest, en de Swedenborg Society heeft nog altijd veel leden. Een speciale gebeurtenis heeft hem ook onder de aandacht van sceptici gebracht: de brand van Stockholm. Die gebeurde in 1759, en werd vier jaar later door Immanuel Kant, de Duitse filosoof, beschreven in een brief aan een vriend. Kant was zelf geen getuige van de gebeurtenis, maar hij liet hem door betrouwbare mensen onderzoeken. Dit is het verhaal: Op zaterdag 19 juli 1759 brak er rond 6 uur in de avond een heftige en goed gedocumenteerde brand uit in Stockholm. Branden in die tijd waren vaak desastreus en grepen snel om zich heen, omdat de meeste huizen van hout waren. Swedenborg, net teruggekeerd uit Engeland, bevond zich op dat moment aan een diner met vrienden in Gothenburg, 400 km van Stockholm. De ziener werd rond 6 uur plotseling onrustig, verliet de tafel, keerde weer terug, en deelde het gezelschap mee dat er een gevaarlijke brand was uitgebroken in de hoofdstad en dat zijn eigen huis bedreigd werd. Een huis van een met name genoemde vriend lag al in de as, en zijn eigen huis was daar niet ver vandaan. Twee gestresste uren later meldde Swedenborg opgelucht dat de brand was geblust, drie deuren van zijn huis. In een tijd zonder snelle communicatie kon Swedenborg op geen enkele normale manier weten van de brand, tenzij hij hem had laten aansteken, wat natuurlijk is geopperd. Debunkers moeten wat bedenken. In die tijd kostte het twee of drie dagen voor nieuws uit Stockholm per koerier Gothenburg bereikte. De eerste koerier bracht het nieuws op maandagavond, de tweede, koninklijke boodschapper arriveerde op dinsdag. Beide rapporten bevestigden tot in details wat Swedenborg had gezien en had meegedeeld aan het meelevende gezelschap. De brand zelf was de grootste in vele jaren, en verwoestte aangewakkerd door de harde wind 300 huizen en maakte 2000 mensen dakloos. Het geval van Swedenborgs zienerschap liet Immanuel Kant (1724-1804) ► geen rust. Kant liet het allemaal onderzoeken en sprak met mensen die Kant kenden. Hij was diep onder de indruk, noemde Swedenborg een ziener met een miraculeuze gave. Maar zoals dat vaker gaat, rationele mensen kunnen uiteindelijk toch moeilijk leven met dingen die ze niet begrijpen. Hoe het allemaal bij Kant heeft gezeten weten we niet zeker, al is er eindeloos over gespeculeerd en geschreven. In ieder geval deed Kant in 1766 een boekje het licht zien: 'Träume eines Geistensehers' - dromen van een geestenziener. Daarin noemde Kant Swedenborg een spokenjager zonder beroep, en hij liet weten dat hij in het belang van zijn carrière niet gehouden wilde worden met zijn oorspronkelijke bewondering voor Swedenborg. Het geschriftje was zijn manier om af te rekenen met het idee dat hij Swedenborg serieus nam. Velen zijn erover gevallen en hebben geprobeerd Kant te rechtvaardigen of te verguizen, maar dat laat ik hier bij de Kant-deskundigen. Oppervlakkig - ik heb het boekje nooit gelezen - lijkt het me een typisch hypocriete poging van Kant om zijn intellectuele status niet in gevaar te brengen. In ieder geval was het geschrift beledigend naar de intellectueel Swedenborg, die het allicht heeft gelezen. Een gemiste kans van Kant. Ook beroemde filosofen zijn alleen maar mensen.

7


ALIEN IN JAPAN? Wie deze illustraties ziet kan niet anders dan zich afvragen waar hij naar zit te kijken; illustraties uit verschillende bronnen, lees ik in Fortean Times 48, in een artikel van Masaru Mori. Gaat het hier om UFO's? Om te beginnen haalt de schrijver een heel oud verslag aan van iets wat op 23 augustus 1015 werd waargenomen, en vastgelegd in een Japans astronomisch document: "De directeur generaal van Saemonfu (de koninklijke garde) zei dat hij twee sterren had gezien die elkaar in de nacht ontmoetten. De omstandigheden waren aldus: beide sterren vlogen langzaam naar elkaar toe en op het moment dat ze enkele meters van elkaar waren, kwamen er kleine sterren uit iedere grote ster die over en weer gingen tussen de grote sterren , waarna de beide grote sterren snel wegvlogen. Na deze ontmoeting kwamen er wolken opzetten die de hemel bedekten. Ik heb gehoord dat mensen in oude tijden ook getuige waren van zo'n fenomeen, maar nu is het zo zeldzaam dat ik diep onder de indruk was. " Een bijzonder verhaal. 'Sterren' vallen en schieten of bewegen snel of langzaam langs de hemel als meteoor of komeet, naderen elkaar om andere 'sterren' los te laten en zich dan snel te verwijderen. Dat is onsterrelijk gedrag. En omdat ook in onze dagen soms 'moederschepen' worden waargenomen die kleinere tuigjes schijnen voort te brengen, moeten we hier toch echt aan een hele oude UFO waarneming denken. Vooral ook omdat de waarnemer iemand met status was, en die zal niet snel iets hebben verzonnen. Maar dan dat geval uit 1803. Er gebeurde in grote lijnen dit: Op 22 februari werd er een bootachtig object gezien voor de kust van Harayadori, bij Tokyo in de buurt. Het schip was rond en meer dan 5 meter in doorsnee. De onderkant van het schip was van metalen platen en de bovenkant had een open glijdende deur. Men keek naar binnen door het doorzichtige dak en zag een vrouw in ongewone kleding en rode haren, die naar buiten kwam met een doos onder haar arm. Ze sprak of verstond geen Japans. Men zag aan de binnenkant van haar vervoermiddel vreemde tekens, waarvan men dacht dat het Engels was. Ook was er wat eetbaars in het schip. Er zijn twee verhalen, een van 1825, uit de ToenShosetsu, en een uit de Ume-no-chiri van 1844. Beide verslagen werden dus lang na de gebeurtenis opgeschreven, en dat is nooit een garantie voor een betrouwbare verslaglegging. In het oudste verhaal heeft de vrouw haren die voor een pruik worden aangezien. Er zijn diverse speculaties waar ze vandaan mag komen. Uit Rusland misschien? Misschien is ze de dochter van de Engelse koning? En wat is die vreemde doos die ze onder haar arm heeft geklemd en waar niemand in mag kijken? Heeft ze daarin het hoofd van haar geliefde? Oudere vissers die getuige zijn van het geheel beginnen te speculeren. Maar dat helpt de waarheid niet verder. Omdat ze geen raad met haar weten wordt de vrouw weer in haar vreemde boot gezet en de golven ingeduwd...

8


Het tweede verhaal uit 1844 geeft een andere beschrijving van het ronde vaartuig: de bovenkant is nu zwart geteerd, de vrouw is beeldschoon, heeft een witte huid en haar haar is zwart. Ze lijkt een jaar of 20. In het schip worden twee 'tapijtachtige objecten' aangetroffen en wat etenswaren, en ook een verfijnde theekop van onbekend design. We zitten duidelijk in Japan, wat moet een Alien zonder thee! Ook in dit verslag wordt melding gemaakt van een doos of kistje waar de vrouw geen afstand van wil doen. Het kistje is op de illustratie uit dit verslag een stuk kleiner dan in het vorige.► Al met al is het een vreemde geschiedenis. De schrijver, die de Japanse teksten uitvoerig heeft bestudeerd, concludeert dat er in die tijd geen ronde boten of onderzeeërs bestonden, en ronde schepen worden er nog steeds niet gemaakt, noch zijn ze bekend uit de historie van de scheepsbouw. Natuurlijk hadden mensen in het Japan van 1803 geen enkele referentiekader om deze gebeurtenis van een context te voorzien. De vrouw was onverstaanbaar, de tekens kon men niet lezen, haar uiterlijk en kleding waren vreemd. Geen wonder dat men aan het speculeren sloeg. Aan iets buitenaards zal niemand gedacht hebben, hoe konden ze ook? Dat wij daaraan denken is logisch, hoewel van de vele UFO waarnemingen er niet veel als een bootje op de zee hebben gedobberd, met een vrouwelijke piloot . Dus wat was het? Een 'Close Encounter of the Third Kind'? We zullen het nooit weten.

Hier ▲nog een illustratie van het voorval, in een heel andere stijl. En hier ◄ een moderne weergave van de gebeurtenis.....

Een filmpje en nog meer materiaal is te vinden op de site 'The History of Utsuru Bune:▼

http://thelivingmoon.com/49ufo_files/03files2/1803_Japan_Utsuro_Bune.html

9


ANGEL OF THE NORTH

Je kent hem vast van foto's: The Angel of the North, misschien niet direct mooi of engelachtig, maar zeker indrukwekkend. Engelen horen boven ons uit te steken, en dat is bij deze versie beslist het geval. Het ijzeren beeld is ontworpen door de Engelse kunstenaar Antony Gormley, en het staat op een heuvel in Gateshead, Tyne and Wear, in Engeland. In 1994 begon men aan het omvangrijke werk, dat een miljoen kostte. Pas begin februari 1998 was het klaar. De engel is een windvanger, en zou bijna op kunnen stijgen van zijn hoge plaats als hij niet zo zwaar was: inclusief de vleugels 200 ton. 600 ton beton houdt het kunstwerk vast aan de rots, want hij moet windkrachten kunnen overleven van 160km per uur. Het materiaal is weerbestendig staal. Hoewel er behoorlijk wat tegenstand tegen het beeld was, is het nu een landmark geworden dat er gewoon bij hoort, een symbool voor Tyneside Gedurende de vervaardiging werden er verschillende maquettes gemaakt, waarvan er een, manshoog, £2 miljoen opbracht op een veiling. Een andere van brons werd bij de BBC Antiques Roadshow - de Engelse Tussen Kunst en Kitsch - geschat op de helft. De grootste ging naar de National Gallery in Australië, om daar in de beeldentuin gezet te worden. In Januari 2011 werden de inwoners van Gateshead opgeschrikt toen bij het ochtendgloren de iconische engel veranderd was in 'Batman of the North'.. De engel had in één nacht een metamorphose ondergaan die met ontzag vervulde. Natuurlijk wist niemand wie het op z'n geweten had, maar het was duidelijk dat hier een goed georganiseerde groep mensen met verstand van metaalbewerking bezig was geweest. Niemand had iets gezien, geen lampen, geen lasapparatuur, geen zaklantaarns, geen lawaai. Zowel engelen als Batman verschijnen geluidloos... Inmiddels is Batman weer een engel geworden.

10


ETS HAIM

ETS HAIM - Boom van het Leven - is gevestigd in een van de bijgebouwen rondom de Portugese Synagoge, de 'Snoge' in Amsterdam. Van buiten zie je er niets van, en binnen moet je een doolhof door om er te komen. Er zijn niet veel joodse bibliotheken in Nederland. De Duitsers moordden de joden uit, maar gingen er met hun kunst en boeken vandoor. Met de Portugees joodse bibliotheek Ets Haim ging het niet anders. Hieronder de tekst van internet: Bibliotheek Ets Haim – Livraria Montezinos is in 1616 opgericht als seminarium met bibliotheek. De oorspronkelijke naam luidde dan ook Academia y Yesiba Ets Haim. Het is de oudste, nog functionerende Joodse bibliotheek ter wereld. De collectie bestaat uit 560 handschriften en 30.000 gedrukte werken en bezit een grote en rijke collectie op het gebied van het zeventiende- en achttiende eeuwse Jodendom. De bibliotheek vormt de neerslag van meer dan 400 jaar Portugese cultuur in Nederland. De handschriftencollectie bevat veel materiaal dat nog niet ontsloten is, vaak geschreven of gekopieerd door docenten, studenten en alumni van Ets Haim. De gedrukte boeken laten zien dat Amsterdam het centrum was van de vrije pers, waarvan de hele Joodse wereld mocht profiteren. Ze getuigen ook van de open blik van de Portugese Joden; naast de vele religieuze publicaties staan de werken die een brede interesse laten zien, van natuurwetenschap, geschiedenis, muziek, proza en poëzie tot grammatica. De collectie onderging in 1889 een bijzondere verrijking; de toenmalige bibliothecaris David Montezinos schonk zijn privécollectie aan Ets Haim, dat voortaan Ets Haim – Livraria Montezinos zou heten. De Tweede Wereldoorlog trok een zware wissel op de bibliotheek. De decimering van de gemeenschap betekende het einde van Ets Haim als opleidingsinstituut. De collectie kwam in 1946 uit Duitsland terug, zij het met enige schade. In de decennia na de oorlog ontbrak het Ets Haim aan voldoende fondsen om de collectie en het gebouw goed te beheren. In 1978 namen de regenten van Ets Haim zelfs het besluit de kostbare kerncollectie onder te brengen bij de Jewish National and University Library in Jeruzalem. Tussen 1998 en 2000 is Ets Haim, met financiële steun van de overheid en een aantal fondsen, geheel aangepast aan de eisen van de tijd. Het gebouw is geïsoleerd, het dak hersteld, er is een nieuwe keldervloer gelegd en de boekenkasten zijn in oude luister hersteld. Tevens is de apparatuur voor adequate beveiliging en klimaatbeheersing geïnstalleerd. De collectie van Ets Haim valt sinds 1998 onder de Wet Behoud Cultuurbezit. De bibliotheek is sinds 2003 opgenomen in het UNESCO Memory of the World Register. Ik heb het genoegen en de eer gehad om een jaar lang als vrijwilligster in deze bibliotheek te werken. Een dag per week, want ik moest er voor van Nijmegen naar Amsterdam.

11


Steeds als ik het plein opkwam door de grote deuren van de Snoge had ik het gevoel dat de eeuwen op me neerkeken. Dat was ook zo. Meer dan 3 eeuwen Joods leven, religie, en dood. In de 90er jaren was de bibliotheek een puinhoop, fysiek en wat betreft de inventarisatie. Verzakte planken, prachtige stokoude boeken die uit hun band vielen van ellende, aangevreten papier, dozen vol kostbare documenten, kunst, muziek die nooit zorgvuldig was bekeken, laat staan gerestaureerd. De vorige bibliothecaris was David Goudsmit, die tot zijn 80ste de bibliotheek onder zijn hoede had gehad; een kamergeleerde van de oude stempel, en vermoedelijk zat hij meer IN de boeken dan dat hij er systeem in aan kon brengen. Overgens heel begrijpelijk, er waren nog geen computers in zijn tijd. Zijn opvolger, de bekwame bibliothecaris Awraham Rosenberg, had een DOS computer waar hij mee moest leren omgaan. Een hele klus. De boeken waren zo ongeveer in alle talen: Hebreeuws, Yiddish, Ladino (de taal van Portugese joden) en verder alle Europese talen. Waardevolle Middeleeuwse manuscripten maar ook 'vermaakte' boeken die niets waard waren. Mijn taak, en die van andere vrijwilligers, was om de leren banden in de olie te zetten en het bestaande kaartsysteem te vergelijken met de boeken op de plank. Ik las Hebreeuws en Yiddish, maar dat was niet altijd voldoende; het aanbod aan talen was groot en handschriften waren niet altijd te ontcijferen. Ik leerde het bestaan van de 'convoluut' , een bundel ingebonden boekjes en tractaten van verschillend formaat, die geen verband dan de band met elkaar hadden, en ik kwam er achter dat voor sommigen de hoogte van de plank belangrijker was geweest dan het boek zelf; die vorige eigenaars hadden boeken domweg 'getopt' tot ze op hun planken pasten, waardoor ze onbruikbaar waren geworden (als je ze tenminste wilde lezen.) Veel ontbrak. Men hoopte ontvreemde boeken weer terug te krijgen. Regelmatig was er contact met Israël om het bestaan van bepaalde boeken te verifiëren. Als er weer een plank scheefzakte greep Rosenberg de hamer en mikte er weer een paar spijkers in. Soms kwam een hele plank naar beneden en vielen de boeken op de grond. Boeken van eeuwen oud. Maar waar geen geld is kan men niet te veel kermen. Daar is gelukkig verandering in gekomen. Ik heb gezien hoe mooi het is geworden. Iedereen die het joodse erfgoed in boekvorm wil bestuderen kan er nu terecht, en er komen gasten en wetenschappers uit Israël en Amerika en overal vandaan. Boeken zijn een beetje heilig. Boeken dragen hun geschiedenis met zich mee. Het is wonderlijk om te bedenken dat zoveel van die boeken intens zijn gebruikt door mensen die er niet meer zijn. Want joden leven met boeken, en zelfs eenvoudige hardwerkende joden kenden Hebreeuws. Misschien zal op den duur ook deze bibliotheek gedigitaliseerd worden. Maar het in je handen houden van een boek met een eeuwenlange geschiedenis, een Talmoed uit 1400, of een Sidoer, een gebedenboek waar generaties mee tot God hebben gesproken, het laatst misschien joden die naar Auschwitz zijn afgevoerd, dat is een bijzondere ervaring, eentje die ik niet had willen missen.

12


NOORDPOOLCIRKEL

bevroren bomen, - 40ยบ

Fotograaf Niccolo Bonfadini kampeerde een paar weken vlak onder de poolcirkel om het onaardse landschap vast te leggen.

13


FENG SHUI IN CHINA De Westerse New Age-beweging heeft zich dankbaar meester gemaakt van het Chinese begrip Feng Shui, en populaire bladen en moderne praktizijns van deze oude, aardgebonden traditie schrijven er populaire artikelen over en vertellen u graag hoe u uw dressoir harmonischer moet plaatsen in relatie tot uw bankstel. Maar zoals meestal met dit soort 'overnames' uit de duizenden jaren oude gebruiken van het Verre Oosten, doen we er goed aan niet alles klakkeloos te geloven of kritiekloos toe te passen, na een cursusje in het een of ander of het lezen van een artikeltje in ParaView. Vanuit deze gedachte een kleine bijdrage geënt op het monumentale werk in 6 dikke delen van de Nederlandse Sinoloog Dr. Jan Jacob Maria de Groot (1854-1921) ◄: 'The Religieus Systems of China' verschenen in 1892. Gelukkig heb ik een uittreksel bij de hand, maar het volledige werk is voor de liefhebber gratis te downloaden bij Project Gutenberg en op www.archive.org. FENG betekent wind, SHUI betekent water, of meer specifiek: regen. De combinatie betekent 'klimaat'. "Dit systeem", schrijft de Groot rond 1890, "is zeker geen moderne creatie. Het heeft zijn wortels in de oudheid, toen de bewoners van deze wereld totaal afhankelijk waren van de invloeden van hemel en aarde en dat de beste manier van leven was om in perfecte harmonie met die invloeden te zijn." Is men dat niet, bestrijdt men 'Tao', de wegen van de natuur, dan ontstaan er conflicten waarin de mens onvermijdelijk het onderspit delft. Hoe modern kan het wezen. Feng Shui, geworteld in het Taoïsme, is haast net zo oud als China zelf en gaat zeker 4000 jaar terug in de tijd. Het is logisch dat uit het bovenstaande volgt dat de ligging van huizen, dorpen, steden en graven in harmonie werd gepland met de Fung Shui theorie. Dat, zegt de Groot, wordt als een wonder van welbevinden beschouwd, maar is in werkelijkheid een gesel. En hij legt uit waarom hij er zo over denkt: "De natuur is in China nooit op een wetenschappelijke manier bestudeerd. Daarom is Feng Shui niet gebaseerd op verantwoorde ideeën die door kritische studie van hemel en aarde zijn ontwikkeld, maar op dogmatische formules geput uit oeroude werken en verheven tot monumenten van diepe menselijke wijsheid. Feng Shui is een samenraapsel van kinderlijke absurditeiten en verfijnde mystiek; een ridicuul karikatuur van wetenschap. Natuurfilosofie in China is een enorme body van geleerdheid zonder een spoor van werkelijke kennis." Zegt de Groot. In 1890. Ook dat klinkt als de mening van een moderne wetenschapper. Of hij gelijk heeft of niet kunnen we moeilijk beoordelen, in streken waar Feng Shui alleen nog over binnenhuisarchitectuur gaat en niet over een levensovertuiging waarin alles met alles samenhangt. Ik geef graag die oude Chinezen het voordeel van de twijfel. Konden ze het niet 'wetenschappelijk' beredeneren, ze konden wel veel aanvoelen, en hun superieure kennis van het menselijk lichaam en zijn energiehuishouding staat er garant voor dat het daarginds niet allemaal naïeve geesten waren. De Groot wijdt een heleboel bladzijden aan begrafenispraktijken en de omgang met de voorouders, in relatie tot Feng Shui. Hij schrijft: "De hiao, de vrome eerbied die elke Chinees zijn overleden ouders en naaste verwanten bewijst, verplicht hem hun graven zo te organiseren dat ze onder dezelfde goede invloeden van de Natuur verkeren als waar een levende zijn huis naar richt. Op die manier verzekert hij zich niet alleen van hun rust en comfort, maar ook van hun welwillendheid ten opzichte van hemzelf, die zich hopelijk uit in veel zonen en veel zegeningen. In het kiezen van een plaats om iemand te begraven wordt minstens zoveel rekening gehouden met invloeden van uit de hemelen als met de aardse invloeden. Met deze Feng Shui denkwijze worden de graven van de voorouders machtige instrumenten van zegen of straf, want de voorouders maken de natie, en de levenden zijn afhankelijk van hun gunsten en goodwill. Wanneer iemand niet gezegend wordt met veel zonen, arm blijft, ziek wordt, dan zal er allicht iets niet goed gegaan zijn in de Feng Shui van de begrafenis van iemand in de familie.

14


En zielen verkeren niet alleen in graven, ze houden zich ook op in de voorwerpen op het huisaltaar en in tempels, dus ook daar dient men de Feng Shui regels zorgvuldig in acht te nemen. Daardoor wordt ook het construeren van huizen en vooroudertempels gedaan in overeenstemming met Feng Shui, en geen altaar of sanctuarium ontkomt aan een precieze berekening van de meest gunstige plaats om te bouwen. Iedere Chinees beschouwt zich als een Feng Shui expert. Zelfs de minst ontwikkelden in de Chinese samenleving bezitten een grote kennis van Feng Shui, en men kan zelfs kinderen op straat met gezag horen discussiëren over haar toepassing." In de praktijk valt het niet mee om de doden te begraven op een ideale plek. De Groot: "Het moet worden voorkomen dat onberekenbare winden de tombe kunnen bereiken. Daarom is een bergflank aan te bevelen wanneer er natuurlijk rotsformaties zijn die het graf - of het gebouw - aan beide kanten beschermen, en er een wijd uitzicht is aan de voorkant. Als gevreesd wordt dat de winden toch door de structuur van het landschap het graf kunnen bereiken, dan heeft men een oplossing: men bouwt het graf zo dat de dode die zwakke plek in het Feng Shui-plan niet kunnen zien, door er een grote steen of een bouwwerk voor te plaatsen." Gaten in de bescherming kunnen makkelijk omzeild worden door de dode dieper te begraven, maar dat is bij Feng Shui geen oplossing, want de protectie werkt alleen als de dode hem ook kan zien, en daarvoor moet hij niet dieper dan nodig is begraven worden. Maar praktisch als Chinezen zijn, hebben ze voor al deze problemen wel een oplossing. De doden - en daarmee de levenden - kunnen gerust zijn. Behalve het manipuleren van de wind is ook water van cruciaal belang bij het bouwen van graven en huizen. Wanneer er geen natuurlijke stroom langs een graf gaat construeert men een tank waar het water dat van de berg afstroomt als het regent in de tank terechtkomt. Zo'n tank constructie is aan duizend regels gebonden, niet te groot niet te klein, het water mag niet te snel en niet te langzaam stromen, maar de belangrijkste regel is dat die voorziening vanuit het graf niet gezien mag worden. Uitdrukkelijk niet. Stel je voor. Wee degene die de harmonie van de elementen verstoort! Geen wonder, zegt de Groot, dat de Chinezen zich afhankelijk hebben gemaakt van wichelaars die voor ieder huis, iedere tempel en ieder graf de juiste plaats wichelen, en daarmee levenden en doden voor de woede van de Hemel behoeden. Iedere rots en steen en iedere centimeter grond wordt door hen geïnspecteerd en beoordeeld op zijn harmonische samenstelling, zijn vorm en wat die vertegenwoordigt in de Feng Shui leer van de vijf elementen: aarde, metaal, hout, water en vuur. De wichelaar maakt gebruik van een speciaal kompas waarop de elementen zijn aangegeven. Het valt te begrijpen dat als iemand onverwacht sterft, het menigmaal voorkomt dat er nog geen geschikte begraafplek is gevonden. Ook worden soms binnen families de bevindingen van de aangewezen wichelaar betwist, en moet er een 'second opinion' worden geregeld. Zo'n tweede wichelaar is meestal snel in het ontdekken van iets wat de eerste over het hoofd heeft gezien. Professionele jaloezie is ook de spirituele Chinezen niet vreemd. En denk je in dat er bijvoorbeeld een brok steen onder de aarde is veronachtzaamd, waardoor, schrijft de Groot, "de Aardse en Hemelse adem het lichaam van de overledenen niet kan bereiken...." In een land waar iedereen verstand had van Feng Shui en de meningen van deskundigen aan één stuk door werden betwist, zal menige dode lang boven de grond hebben moeten blijven. En dan gaat dit alles alleen nog maar over bouwen en begraven. Laat staan wat er in de rest van die door Feng Shui gedomineerde samenleving allemaal onderzocht en bedacht moest worden. Niet echt om op te schieten. Na het lezen van dit alles heb ik het gevoel dat onze zeer beperkte opvatting van Feng Shui misschien zo gek nog niet is, als je er van houdt. Dan gebeurt er tenminste nog eens wat.

15


FAIRY STONES Voor zover ik weet is het elfen vaak nagedragen dat ze geen ziel hebben. Daarmee stonden ze op het niveau van dieren. In onze menselijke arrogantie vonden wij het altijd vanzelfsprekend dat eeuwig leven alleen aan ons toebehoorde, en dat alle andere levende wezens daarvan waren uitgesloten. Want wat zou het anders voor zin hebben dat wij ons voor het behoud van onze ziel tot God, of liever: de Kerk wenden, als dat ons niet zou onderscheiden van de rest van de schepping. We vinden het idee van de zielloze, en daarom hunkerende natuurgeest terug in heel wat overleveringen. Niet altijd wordt het ook benoemd en soms is er sprake van een elf of meermin die mens wil zijn. Zij verliezen daardoor een lang leven, maar winnen een ziel. Soms is het de mens die z'n ziel wil geven voor leven met zijn geliefde. Helaas gaat er altijd iets mis. Mensen noch elfen ontkomen aan hun lot. Maar in het rijk van de menselijke fantasie is alles mogelijk Dus is het ook niet zo gek dat de kleine natuurlijk gevormde stenen van het mineraal stauroliet in de vorm van een kruis 'Elfenkruisen' werden genoemd. Mineralogisch een bekend verschijnsel: twee kristallen groeien in elkaar, en maken hoeken van 60° of 90°. Dit type kruisvormige stenen is zeldzaam, en wordt maar op enkele plaatsen op de wereld gevonden. Waarom dat vooral in 'Fairy Stone Park' in Virginia is, hangt natuurlijk samen met de geologie van die plek, en niet met het aantal elfen dat zich daar heeft gevestigd. Elfenkruisen zijn er al sinds mensenheugenis, en een oude Indiaanse legende verklaart de naam: "Vele honderden jaren voor de Chief Powhatan stamhoofd was, dansten en speelden elfen, woud- en watergeesten rond een bron, toen er een elfenboodschapper verscheen uit een ver land. Hij bracht het nieuws dat Christus was gestorven. Toen de elfen het verhaal hoorden van de kruisiging, huilden ze. Hun tranen vielen op de aarde, en kristalliseerden in de vorm van een kruis." Een gevoelig verhaal. Klinkt wat mij betreft verre van zielloos. Het park in Virginia wordt vooral bezocht vanwege de Fairy Crosses. Er worden sierraden van gemaakt, en men gebruikt ze als talismans die het kwaad buiten de deur houden, de liefde bevorderen en geluk brengen. Genoeg om veel mensen tot zoeken te bewegen, want de 'magie' werkt het best als men ze zelf heeft gevonden. Een ander soort steen, van calciet, wordt ook 'fairy stone' genoemd, maar waarom is niet duidelijk. Die stenen worden vooral gevonden in Quebec, Canada. ◄ Het zijn concreties die steeds zijn aangegroeid. Niet alleen in Canada worden ze gevonden, in Finland (Imatra Stones) en in Connecticut (Clay Dogs of Mud Babies) komen ze ook voor. Alleen in Canada, Schotland en Ierland worden ze Fairy Stones genoemd. Ze zijn duizenden jaren geleden gevormd van zand en klei die verhard is tot steen en afgerond in water, want daar worden ze gevonden. In Quebec liggen ze op de oevers van de Harricana Rivier, en daar en elders op de bodem van glaciale meren, die achterbleven toen het ijs zich terugtrok in de laatste ijstijd (tot 11.500 jaar

geleden). Zulke concreties kunnen ook heel groot zijn, maar de Fairy Stones zijn van kiezel formaat tot wat groter, en afgeplat. De Native American Algonquins droegen ze bij zich als geluksteen als ze gingen jagen of vissen, en ze gaven de mooisten aan hun geliefden. Ook geloofden ze dat de stenen protectie gaven tegen kwade geesten en de gezondheid van de bezitter beschermden. Sommige stenen bevatten fossielen van organismen. Ze zijn erg geliefd bij mineralenverzamelaars.

16


DE SCALP VAN DE YETI De Yeti, hier in de jaren '50 beter bekend als de 'verschrikkelijke sneeuwman' is een van de meest bekende 'cryptids'' . We zien hem zelfs in reclames. Maar hoewel hij dus in Nederland pas ruim een halve eeuw geleden, toen het Himalaya gebied werd ontsloten en de Mt Everest beklommen een beroemdheid werd, zijn de vroegste Westerse rapporten over de Yeti al van de 13de eeuwse filosoof Roger Bacon, die opschreef dat er in het hooggebergte van Tibet en China een harige wilde man leefde, die door de bevolking werd gelokt en gevangen met likeur. Hoe Roger Bacon aan die wijsheid kwam weet ik niet, misschien van handelskaravanen die dat gebied aandeden. In de 19de eeuw kwamen er zo nu en dan berichten over ontmoetingen met een wezen dat op twee benen liep, en men vond voetafdrukken. De eerste keer dat de term 'Yeti' werd gebruikt was in 1882, toen Majoor L.A. Waddell voetstappen in de sneeuw zag bij een expeditie naar Sikkim, in noordoost India. De sherpa gidsen vertelden dat die door een harige man gemaakt waren, de yeh-teh. De Yeti maakte krantenkoppen in 1921, toen Luitenant C.K. Howard -Bury op een expeditie in het Everest gebied 3 vreemde wezens zag die zich op 7000m over een sneeuwveld bewogen. Toen de klimmers daar aankwamen vonden ze verschillende voetafdrukken, die de sherpa's benoemden als van de 'metoh-kangmi' , wat vertaald kan worden als 'verschrikkelijke sneeuwman'. In 1951 kwam bergbeklimmer Eric Shipton terug van zijn expeditie met foto's van een Yeti voetstap, hoog in de bergen gemaakt. Deze voetstap werd algemeen gezien als een goed bewijs van het bestaan van de Yeti. Vanaf dat moment liet de Yeti ook prints achter in onze kranten, zeker na de succesvolle beklimming van de Mount Everest van Sir Edmund Hillary en zijn sherpa Tensing. Java Bode 10-7 1954 Hillary gelooft in sneeuwmannen Sir Edmund Hillary, overwinnaar van de Mount Everest, die Donderdag uit Calcutta naar Nieuw Zeeland vertrok, heeft verklaard, dat hij gelooft aan het bestaan van het fenomeen, dat bekend staat als de „Verschrikkelijke Sneeuwman". De Tibetanen kennen deze figuur als de Yeti. Twee leden van zijn expeditie hebben sporen gezien van deze sneeuwman, op 14.000 voet hoogte in de sneeuw. Hier nog zo'n Yetiberichtje: Nieuwsblad van het Noorden 13-1 1958 Kleine dingen in 'n grote wereld - Sneeuwmannen worden balorig De sneeuwmannen zijn nog steeds niet verdwenen uit het berglandschap van Nepal. Dezer dagen kwamen weer twee Sherpa's uit Kulu aan de grens van Tibet naar de hoofdstad Kathmandu gelopen (een trektocht van dagen), om de hulp van de regering in te roepen tegen deze aapachtige wezens, die grote onrust veroorzaken in het dorp. Volgens hen komen de sneeuwmannen, of Yeti's, zoals zij hen noemen, van de bergen naar beneden vanwege de voedselschaarste daarboven. Tien dagen geleden had een Yeti bij een molenaar al het meel opgegeten en vervolgens de molensteen kapotgeslagen. Daarna was hij verdwenen met een snelheid, die geen mens ooit kan bereiken. Het was een wezen geweest met een behaard lichaam, ruim twee meter groot en met een kegelvormig hoofd. Ook bij de tweede Sherpa, een vrouw, had een Yeti het meel opgegeten en vervolgens de molensteen stukgegooid. De Yeti's worden altijd erg balorig, als ze niet voldoende te eten krijgen, aldus de Sherpa's.

In 1960 ging Hillary opnieuw de Himalaya in, de Yeti's liet hem blijkbaar niet los. Hij kwam terug met een scalp, geleend van een Tibetaans klooster waar hij vereerd werd. Maar toen de trofee onderzocht werd bleek hij van geitenvel gemaakt te zijn. Dat was meteen de doodsteek, zowel voor de Yeti als voor het geloof van Sir Hillary.

17


Dit stond er in de krant: De Waarheid 30- 12 1960 Hillary gelooft niet meer in Yeti Scalp- mysterie spoedig opgelost De ontknoping van het Yeti-mysterie is nabij. In Parijs, Chicago en Londen zijn monsters genomen van de Yetiscalp en binnen enkele weken kan het resultaat van de onderzoekingen worden verwacht. Dit deelde sir Edmund Hillary mee, toen hij donderdagmorgen op Schiphol (op doorreis van Londen naar New Delhi) Nederlandse verslaggevers te woord stond. Zelf gelooft de 41-jarige bedwinger van de Mount Everest niet meer in het bestaan van de verschrikkelijke sneeuwman. Er is volgens hem geen enkele reden om in iets onnatuurlijks te geloven. Voor de voetsporen, die de Nepalezen geregeld in de sneeuw op grote hoogte vinden, is al een redelijke verklaring gevonden. „Wij hebben ze ook gezien", zei Hillary. „Het zijn sporen van kleine dieren, die later aan de zon blootgesteld tot grotere omvang weggesmolten zijn." „Er blijft alleen nog de vraag wie de vreemde geluiden voortbrengen, die volgens de inheemse bevolking afkomstig zijn van wat zij de Yeti's noemen. Maar ook daarvoor geloof ik dat wij een volkomen rationele verklaring zullen vinden", aldus de Himalaya-bestormer. Hillary was vergezeld van de Britse journalist Desmond Dong, die als tolk optreedt tussen Sir Edmund en het 48-jarige dorpshoofd Khoenjo Tsjoembi, zonder wie de bevolking de beroemde Yeti-scalp niet voor onderzoek wilde uitlenen. Hij paste dan ook op de doos waarin de scalp zich bevindt en zorgt er voor dat dit vreemde relikwie als „geluk en voorspoed brengende talisman" weer in zijn dorp Khoenjoeng terug komt. Zij het echter met wat rode haren minder, die voor onderzoek in Parijs, Chicago en Londen bleven. Hillary meent echter dat het geen authentieke scalpen zijn en dat zij lang geleden door de inheemse bevolking zijn vervaardigd en dat het haar er aan geplakt is. Maar de lachende en kleurig uitgedoste Tsjoembi gelooft nog wel degelijk in de echtheid van de scalp en het bestaan van de Yeti.

Over die scalp is heel wat te doen geweest. William Corliss haalt een bericht naar boven uit 'Science' , uit 1958: "Er is een merkwaardige stilte in de wetenschappelijke literatuur wat betreft de twee ongewone scalps die in twee verschillende kloosters in de Khumbu regio van oost Nepal zijn gevonden. Een zoöloog uit India, Biswamoy Biswas, ◄ heeft de scalps onderzocht en geconcludeerd dat het geen fabricaties zijn. Foto's van de scalps zijn opmerkelijk omdat ze een konische scalp laten zien. De vorm suggereert een grote mensaap." Het onderzoek van Dr. Biswas vond plaats in 1954. Zoals meestal bij omstreden fenomenen spelen bedrog en waarheid verstoppertje met elkaar. Loren Coleman, vooraanstaand cryptozoöloog en auteur van verschillende boeken over o.a. de Yeti, schrijft op zijn website 'cryptomundo' dat intussen is gebleken dat Sir Hillary zijn Himalaya expeditie in 1960 nooit met kosjere bedoelingen is begonnen. Hij heeft in Nepal een scalp laten maken van de huid van de serow, een plaatselijke geitensoort. Die sjouwde hij mee in een koffertje, en liet hem testen door wetenschappers, waarbij de uitkomst al vaststond. In zekere zin was het Sir Hillary die heeft gemaakt dat de Yeti werd afgeserveerd als een fabel. Wat zijn motieven waren is anybody's guess. Hij kreeg er in ieder geval een hoop gratis publiciteit mee. Overigens zijn ook de twee scalpen uit de kloosters niet echt, en de monniken hebben daar nooit doekjes om gewonden. Ze werden gemaakt en gebruikt voor rituele doeleinden, zegt Loren Coleman. Hieronder nog een verhaal over de yeti en zijn schedelkap.....

18


19


DERTIENDAGEN We hebben het vaak over betekenisvol toeval, of synchroniciteit, wanneer twee gebeurtenissen die los van elkaar staan samenvallen op een manier die voor ons betekenis heeft. Zulke toevalligheden kunnen ons het gevoel geven geleid te worden door een hogere macht die ons op een bepaald spoor wil zetten. Of we krijgen het gevoel dat onze persoonlijke aandacht bepaalde gebeurtenissen aantrekt. Hoe, dat weten we niet, maar het gebeurt, en het treft ons als 'da's toevallig!' Maar toeval kan ook gebeuren terwijl we met de beste wil van de wereld niet begrijpen hoe daar een zin achter kan zitten. En de kans is groot dat die er ook niet is, en dat een kosmische grappenmaker ons even van de wijs wil brengen. Zoals dit geval, dat ik tegenkwam in een 30 jaar oud nummer van FATE. Eric Tiedt, de man die het beleefde is misschien allang dood. Dit is wat hij schrijft: "Op zondag 10 september 1978 kreeg ik van mijn broer Curtis 13 buxusplanten cadeau om in m'n voortuin te planten. De volgende dag vertrok ik uit mijn woonplaats Talahassee, Florida, omdat ik een afspraak in New Jersey had op 13 september. Terwijl ik op de Interstate 95 naar het noorden reed kwam ik bij een afslag die aangaf dat dat de beste route was naar New Yersey. Dus nam ik die, en ontdekte dat het Afslag 13 was. In Virginia tankte ik...voor $13.- In Delaware stopte ik bij een motel. De kamers waren $13.- voor een nacht. De volgende morgen had ik een platte band. De garage waar hij werd gerepareerd lag aan Hwy 13, en de reparatie kostte..$13.Aangekomen in New Jersey checkte ik in in een motel. Omdat ik vroeg was besloot ik de avond in New York door te brengen. De afslag was nr 13, en de tolcabine van de weg naar de stad bleek ook nr 13 te zijn. Niemand kan mij ervan overtuigen dat zo'n serie van hetzelfde nummer toeval was." Nee. Maar wat dan? Misschien had Eric Tiedt gewoon een paar Dertiendagen. Meer niet.

Een typisch Spiritualistisch stukje uit Two Worlds van 1890 :

EEN FENOMENALE NEGER 'Major' Perry, een ongeletterde Edgfield plattelandsneger, die terwijl hij in trance is geleerde en vloeiende preken aflevert, trekt nog steeds een hoop aandacht. Perry gaat naar bed en ligt in het volle zicht van iedereen uitgestrekt, slapend. Na enkele momenten van diepe slaap beginnen zijn spieren te bewegen, zijn ledematen zich samen te trekken en zijn hele lichaam wordt verkrampt. Dit spasme trekt voorbij, en dan begint hij te preken. Hij neemt een tekst uit de bijbel, noemt boek, hoofdstuk en vers, en al die tijd ligt hij met zijn ogen gesloten op zijn rug. Een half uur of langer levert hij een fantastische preek af, in perfecte taal. Als afsluiting zingt hij een hymne op een oude melodie, maar de woorden zijn helemaal van hemzelf. Dan volgt het gebed, en stuurt hij de congregatie naar huis. Dit onbewust preken gebeurt iedere nacht, waar Perry zich ook bevindt, voor een gehoor of niet, behalve op vrijdagavond, want dan is hij stom.

20


DAPHNE ALLEN - DE VISIE VAN EEN KIND Daphne Constance Allen (1899-1985) werd geboren in Londen en leerde schilderen van haar ouders. Haar vader Hugh Allen, was een bekende schilder, dus ze had het niet van een vreemde. Op jonge leeftijd werden er drie boeken van haar gepubliceerd: A Child's Visions (1912) The Birth of the Opal.(1913) en 'The Cradle of our Lord' (1917) Haar belangstelling en inspiratie lag bij elfen en sprookjes maar vooral religieuze voorstelling schilderde ze graag. Londen was enthousiast over het zoveelste 'wonderkind' , maar sommige kunstcritici dachten er anders over, en overwogen haar in 1913 aan te melden bij de Society for the Prevention of Cruelty to Children. De eerste tentoonstelling van haar werk was in 1912, en daarmee is ze een van de jongste artiesten die ooit officieel heeft kunnen exposeren. Kinderen van 12 zijn meestal nog niet in staat een levensechte tekening te maken, tenzij ze erg veel talent hebben. Toevallig kwam ik 'A Child's Visions' ◄ op internet tegen, en hoewel Daphne beslist beter tekent dan zelfs de meeste volwassenen, viel het me toch tegen, gezien het laaiend enthousiasme van tijdgenoten. In de inleiding van het boek zegt de schrijver W.D. Ellis dat Daphne al op haar derde jaar een tekening maakte van de Kruisiging. Lijkt me ongezond. De tekst van het boekje bestaat uit gedichten van allerlei schrijvers. De tekeningen zijn allemaal Bijbelse scènes. Bij elkaar maakte ze duizenden tekeningen een schilderwerkjes, want meer dan vriendelijk knutselen is het voor zover ik kan zien nooit geworden. Jaren later werd er nog een vierde boek gepubliceerd 'The Silver Birch Tree'. Haar tekeningen werden ook gepubliceerd in o.a. The Illustrated London News'. In het Spiritualistische blad LIGHT verscheen in dec 1912 nevenstaand berichtje. Op Spiritualistische wijze wordt haar gave voorzichtig gebracht als een overschaduwing van de een of andere dode kunstenaar, en

bijzondere betekenis wordt gehecht aan het feit dat ze altijd op dezelfde plek - en dus, neem ik aan, in dezelfde stoel zit als ze tekent. "The snelheid en zekerheid waarmee ze tekent is verbazingwekkend" schrijft LIGHT. "Nooit proefschetsen of gummetjes." Hoewel Daphne 86 is geworden levert internet geen portret, en geen informatie over de rest van haar leven. Is ze altijd blijven schilderen? Of is de bron langzaam opgedroogd toen ze niet meer kon teren op haar 'wonderkind' verleden?

21


22

Holy Family - Jim Shore Collection


DE WYOMING MUMMY

Veel mensen kennen waarschijnlijk de foto van deze merkwaardige mummie, zonder te weten wat het precies is. Auteur Theo Paijmans gaf mij dit artikeltje ◄ uit 1950 over een onderzoek waarbij enkele deskundigen, eentje wat betreft fossiele reptielen en een ander in het vak van de botjes anatomie, na onderzoek met röntgenapparatuur hadden vastgesteld dat dit meditatief gezeten 'monster' een baby is met anencefalie (geen hersens). Daarmee hoopten ze alle speculaties over iets wonderlijkers dan dat succesvol te hebben weersproken. Ook hielden ze het erop dat hier geen sprake was van een mummie maar van een uitgedroogd lichaam, niet oud, want hooguit (in 1950) 25 jaar eerder in de grot achtergelaten waar hij was gevonden. Maar nu de geschiedenis van dit enigma, die ik haal van de website van Dr. Karl Shuker, een betrouwbaarder informant dan de reptielenwijsneus uit 1950. Toen in oktober 1932 de goudzoekers Cecil Main en Frank Carr een gat bliezen in de wand van een ravijn in de San Pedro Mountains in Wyoming, deden ze een verbazende ontdekking. Achter de wand lag een grot, en op een richel in die grot zat, met gekruiste benen en zijn armen gevouwen over de borst, een mummie van een kleine menselijke figuur, zittend nog geen 20 cm hoog en uitgevouwen ongeveer 35 cm (14 inch) Dat is buitengewoon klein. Natuurlijk werd het eerst gedacht aan een hoax, maar dan wel eentje op een onwaarschijnlijke plaats. Wat er gebeurde tussen 1932 en 1950 is niet duidelijk, maar in 1950 werd behalve het onderzoek hiernaast een degelijker poging gedaan te achterhalen wat precies deze mummie was. Antropoloog, Dr Henry Shapiro van het American Museum of Natural History bevestigde dat de mummie geen fake was, maar een volledig en volwassen skelet bevatte, een schedel waarvan de naden dicht waren, wat betekende dat het zeker geen baby was, en dat z'n mond vol tanden zat, waarvan de snijtanden opvallend lang en scherp waren. Hij schatte hem op een jaar of 65. Zo kunnen de resultaten van onderzoeken uiteen lopen. Daarbij kun je je afvragen of de 'deskundigen' uit het artikeltje hiernaast de mummie überhaupt van binnen hebben bekeken. Anders moet je concluderen dat ze nooit een baby van dichtbij hadden gezien. Men noemde de mummie Pedro, naar de grot die lang z'n graf was geweest, want dat de mummie oud was, daaraan viel niet te twijfelen. Pedro was gewelddadig aan zijn eind gekomen: er waren botbreuken, zijn schedel was ingeslagen en gestold bloed puilde naar buiten, wat hem het aanzien geeft van een menneke met een pet op. Maar nu: waar is Pedro gebleven?

23


Het laatst werd hij in het openbaar gezien in 1955. Sindsdien is hij spoorloos. In 2005 werd er een beloning uitgeloofd van $10.000, door John Adolfi van Bibleland Studios, maar zelfs dat had geen resultaat. Gelukkig zijn er wel originele röntgenfoto's bewaard gebleven. De wegen van zeldzame vondsten zijn ondoorgrondelijk, en het is maar zelden dat ze terechtkomen op plekken waar ze veilig zijn. 'Spirited away' is in dit verband een goeie uitdrukking. Pedro bleek niet de enige klein uitgevallen mens-vondst. In dezelfde buurt werd een nog kleinere mummie gevonden, een vrouwelijk figuurtje van maar 4 inch, 10cm. Een Dr. Gill kwam op het spoor van dit ukkie, en onderzocht haar in 1980. Hij dacht aan een prematuur geboren baby. Hij gaf het figuurtje terug aan de familie die het bezat, en er werd nooit meer iets van vernomen. Kort na Pedro's ontdekking vond een Mexicaanse schaapherder Martinez, nog een mummy, en 6 losse schedeltjes in dezelfde omgeving. Hij nam ze mee, maar werd daarna zo geplaagd door ongelukken dat hij de hele verzameling ijlings terugbracht naar waar hij vandaan kwam. Twee jongemannen, schrijft Shuker, ontdekten een dode pygmee met scherpe tanden in de Wyoming Wind River Mountains, in 1933. Ze namen hem mee. Beide stierven kort daarna, en ook anderen die met de dwerg in aanraking waren geweest stierven aan een onbekende ziekte. Zulke verhalen hebben wel wat weg van de 'vloek van Tutanchamon'. Hadden we Pedro nog maar. Misschien was er DNA ergens in zijn skeletje. Misschien zou met moderne middelen veel duidelijk hebben kunnen worden. Er doen veel verhalen onder Native Americans de ronde over 'little people' . De Shoshone Indianen van Wyoming hebben het specifiek over de Nimerigar, een ras van agressieve dwergjes, van 50 cm tot 1.10 lang. Volgens de legenden waren die ukkies in constant gevecht gewikkeld met de Shoshone Tribe. Daarbij maakten ze gebruik van vergiftigde pijltjes. Ze bewoonden de San Pedro Mountains van Wyoming, en als er eentje oud of ziek werd, dan werd hem door zijn stamgenoten de schedel ingeslagen, lees ik op Wikipedia. Is dat met Pedro gebeurd?

DE WACHTER VOOR DE DEUR In 'Spiritische Bladen' van 1936 staat een wonderlijk verhaal van een medium, mevrouw van Holtslag, dat in de 20er jaren in Nederlands Indië woonde en daar patiënten magnetiseerde. We kennen allemaal het begrip 'Goena Goena' of 'de Stille Kracht' die het dagelijkse leven van de Nederlanders die in die cultuur niets te zoeken hadden soms tot een hel maakte. Indonesië is een magisch land, waar oude kennis van de geestenwereld, zeker in die tijd, nog volop de levenden beïnvloedde. Wanneer nu mevrouw Holtslag met een patiënt in diens huis in de weer is, merkt ze dat er iets is wat haar 'fluïdum' tegenhoudt. In een lichte trance verzoekt ze de heer des huizes een oud Javaans beeld dat ter decoratie in het huis staat, weg te nemen, omdat het 'alles opeet wat het tegenkomt' . Bij navraag bij een Javaanse vrouw blijkt het een beeld te zijn dat als 'djaga', wachter, voor een huis was gebruikt, als doeltreffende bescherming tegen alles wat de bewoners kon bedreigen, van dieven tot kwade invloeden. Zo'n beeld werd vaak door welgestelde Javanen voor hun huis gezet, nadat het door een 'doekoen', een occultist was bewerkt met gedachtekracht en rituelen, waarvan de werking door iedere generatie, soms eeuwen lang, opnieuw werd versterkt. Zo schiep men een krachtige elementaal, die zichzelf, toen hij niet meer door de familie werd gevoed, in leven hield door energie af te nemen van de mensen om hem heen, die daardoor ziek en krachteloos werden. Het enige wat men dan kan doen is zo'n beeld vernietigen, of het neutraliseren met een hoop rituelen. In dit geval gebeurt het laatste.

De helderziende vrouw beschrijft hoe zij de elementaal van het beeld ook werkelijk ziet: dezelfde figuur die boven de deuren van sommige huizen wordt uitgesneden, als 'de wachter voor de deur'.

24


VREEMDE WERELD

Want in 1996 deed in Iran het verhaal de ronde dat niet Maria de moeder van Jezus, maar Fatima de dochter van Mohammed aan de kinderen was verschenen. Een hemelse verwarring. Duizenden Iraanse pelgrims maakten zich op om af te reizen naar Portugal om hun erfgoed te claimen. In Verwondering 2 schreef ik er al eens over. Ik bedoel maar. Lezen ze in Iran dan niets anders dan de Koran? In 2009 was er weer grote opwinding ontstaan, deze keer in Saoedi ArabiĂŤ. De mare ging dat Singer naaimachines, die hier een halve eeuw geleden bij duizenden allemaal achteloos op de schroot zijn geworpen, van onschatbare waarde zijn, vanwege de 'rode kwik' die ze zouden bevatten. Wie ooit op zo'n ding heeft genaaid weet dat ie zwart en goud was. Iets roods is ons nooit opgevallen.

ER ZIT MUZIEK IN SINGER Veel mensen doen liever wat een ander doet dan dat ze zelf hun verstand gebruiken. Op de een of andere manier schijnt de slaafse gekte sommige volken nog eerder te treffen dan andere. Hoewel mijn eerbied voor de Islamitische cultuur oprecht groot is - in de (late) Middeleeuwen wel te verstaan - is het zoals we allemaal weten in de laatste decennia behoorlijk bergafwaarts gegaan met de fanatieke aanhangers van Mohammed. Dat is deels te wijten aan een totaal gebrek aan historisch besef en algemene ontwikkeling. Maar als je Amerikanen vraagt waar Nederland ligt wijzen ze ook Japan aan, dus misschien zie ik het helemaal verkeerd. Of misschien ook niet. Want dat er veel domme Amerikanen zijn betekent niet dat domheid niet ook in Islamitische landen kan heersen. Of in Nederland, of elders. Domheid is universeel en het is een van de grootste bedreigingen van het leven op aarde, want domheid leidt tot hebzucht, nationalisme, wreedheid, fanatisme, respectloosheid en alle andere narigheid waaronder we met z'n allen gebukt gaan. Zelf denken en niet klakkeloos volgen is te allen tijde, voor ieder mens, de aangewezen weg om uit de collectieve impasse te geraken. Zo, dat moest ik even kwijt. En ja, ik ben me bewust van het grote gevaar van generaliseren, waarvoor mijn excuses. En waarom dan toch een snier naar de aanhangers van de Profeet? Omdat daar nogal eens iets mis gaat. Als ze de culturele verworvenheden van een andere cultuur in elkaar rammen. Als ze het nodig vinden om bananen en komkommers te verbieden omdat die vrouwen op verkeerde gedachten kunnen brengen. Dat soort dingen. Een tijdje geleden stonden ze op hun achterste benen vanwege de verschijningen in Fatima, Portugal.

25

Wat er vervolgens plaatsvond was zoiets als de tulpenmanie in de 17de eeuw bij ons, toen tulpenbollen ineens meer gingen kosten dan een huis en men collectief ophield zijn verstand te gebruiken (zie VW 3) Rode kwik is een substantie waarvan, begrijp ik, de eigenschappen niet duidelijk te omschrijven zijn. Het schijnt kwik sulfide te zijn waar een rood pigment aan onttrokken kan worden. Of een vorm van kwik die eerst rood en bij verhitting geel wordt. Het schijnt ook te worden gemaakt in Rusland en iets nuttigs te doen op het gebied van kernfusie. Men zoeke op internet. Sommige bronnen zeggen dat het bestaan ervan nog nooit is aangetoond. Dat zou helemaal een stunt zijn.. Hoe dan ook, dat laatste hoef je niet aan de Arabieren van Saoedi ArabiĂŤ te vertellen. De oorsprong van de narigheid is volgens de BBC een grap. Een soort Arabisch 1 april geintje. Opeens werden er voor Singer machines krankzinnige prijzen geboden, tienduizenden dollars. Wat leidde tot misdaad: kledingateliers werden beroofd van hun plotseling uiterst kostbaar en begeerlijk geworden naaigerief. Maar waarom wilden opeens zoveel Arabieren zoveel geld uitgeven voor zoiets waardeloos? Dat kwam zo. De mare ging dat het rode kwik geschikt was om schatten op te sporen, en bovendien kwade geesten te weren. Nou, daar wil je wel voor dokken. Schatten en kwade geesten hebben volgens mij met elkaar te maken. Om het even op onszelf te projecteren: BankBonusjagers trekken kwade geesten aan. Misschien moeten ze bij onze banken eens overgaan tot het schenken van een Singer, in plaats van een bonus van 3 miljoen. Als je 't zo bekijkt zijn de Saoedi's zo gek nog niet.


DE STUIPEN VAN ST MEDARD Wonderbaarlijke genezingen. Ze komen voor. Wat de sceptici ook beweren, ze gebeuren. Feiten trekken zich niets aan van geloof in hun bestaan, wat heerlijk is dat toch. Op internet vond ik een artikel over St. Médard, een kerkhof in Parijs, waar tussen 1727 en 1732 de wonderlijkste dingen gebeurden. Niets daarvan kan op het conto van St. Médard ▼zelf geschoven worden. De heilige wist van niets. Omdat er ooit een vogel boven hem vloog om hem te behoeden voor een regenbui is hij nu de heilige van de regenval. Daarmee heeft hij de handen vol.

Het begon met de begrafenis van François de Paris, diaken en een gerenommeerd healer in die dagen. De man was maar 37 jaar oud toen hij stierf. Tijdens zijn werkzame leven verkondigde hij dat men alleen door de gratie van God kon worden genezen, en niet door eigen inspanningen. François was een Jansenist. Het Jansenisme was een ketterse beweging die het midden trachtte te vinden tussen groot katholiek geloof in wonderen en een Calvinistische levenswijze. In die tijd hadden de Jansenisten een massa aanhangers. Een grote menigte mensen volgde dan ook de kist van de overleden François en toen hij in zijn graf werd neergelaten gebeurde er een wonder: een jongetje dat geboren was met gebreken en nooit normaal had kunnen lopen begon te stuiptrekken, en even later danste hij volkomen genezen tussen de verbijsterde toeschouwers. Zijn geatrofieerde been kreeg zienderogen een gezonder aanzien, en al snel was er niets meer van zijn narigheid te merken.

26

In een tijd waarin de medici niets beters wisten dan bloedzuigers en trepanaties (schedelboringen) en het leven nog veel gevaarlijker was dan tegenwoordig, was het aantal mensen met handicaps en ongeneeslijke kwalen niet te tellen. Nu stroomden die natuurlijk van alle kanten toe. Wonder na wonder gebeurde. Instant healing van de meest vreselijke ziekten en gebreken. Behalve de behoeftigen kwamen ook de notabelen opdagen, om de merkwaardige gebeurtenissen te controleren en te boek te stellen. Maar op 7 september 1731, toen een advocaat en zijn sceptische vriend de magistraat de scene bezochten, nam de parade van de genezenen een sinistere wending. De magistraat zag hoe vrouwen zich in onmogelijke bochten wrongen terwijl ze in tongen spraken, een fenomeen dat je bijbels uit kunt leggen maar waar ook andere kanten aanzitten; Hier was duidelijk sprake van bezetenheid. Vrouwen werden gruwelijk gemarteld en ze vonden het nog prettig ook.

Ze vroegen zelfs om meer en schenen geen pijn te voelen. Een eind verderop waren vrouwen bezig hun hoofd in het vuur te houden, maar geen haar op hun hoofd verbrandde. Anderen waren doende de etterbuilen van patiënten te likken. Nou ja. Zal niet een verheffend gezicht geweest zijn. In 1732 besloten de Parijse autoriteiten dat het wel genoeg was geweest. Ze sloten de kerk en het kerkhof, hakten de bomen om en ruimden de graven. Al die bizarre en beslist griezelige gebeurtenissen zijn uitvoerig vastgelegd en beschreven, en velen waren getuige van het verkeren van hemel in hel. Jeroen Bosch zou het bedacht kunnen hebben. De convulsionisten van St. Médard zijn de geschiedenis ingegaan als een van die onverklaarbare menselijke gekten waar niemand echt raad mee weet.


RONDOM DE ROOS Zoiets moois als een roos moet haast wel omgeven zijn door legenden. De roos is bij uitstek een bloem die in verband wordt gebracht met de liefde, en een vrouw zal dan ook niet snel rode rozen op haar verjaardag krijgen, behalve van haar man. Misschien. Omdat wij mensen altijd op zoek zijn naar het begin van iets, of het nou het heelal of de kip en het ei betreft, is ook de roos onderhevig aan de vraag: waar komt hij vandaan? In 'American Notes and Queries' uit 1890 wordt aan die vraag uitvoerig aandacht besteed. Hier een legende. Een joodse maagd, Zillah, wees haar aanbidder, Hammal, af, die een akelig man was. Zijn wraak was niet mis: hij beschuldigde haar van hekserij, en ze werd tot de brandstapel veroordeeld. Maar toen de zaak in brand werd gestoken deden de vlammen haar geen pijn, maar in plaats daarvan werd de aanbidder in de hens gezet. Dat is nog eens gerechtigheid. In het oorspronkelijk Middeleeuws Engels klinkt het mooier: "And the fyre began to burn about hire, she made her prayers to oure Lord and anon was the fyre quenched an oute and brandes that were brennynge becomen white roses, and theise were in the first roseres that ever any man saughe!" En zo ontstonden zowel rode als witte rozen. Vraag me niet hoe. Volgens een Griekse legende, zegt het boek, waren rode rozen ooit wit, maar het bloed van Venus kleurde ze rood, nadat ze haar voet verwond had aan een doorn toen ze zich repte om de stervende Narcissus bij te staan. Misschien dat daarom rode rozen een symbool van liefde werden? Een andere Griekse mythe spreekt van rozen die aan het bad van Aphrodite (= Venus) ontsprongen. In de Christelijke traditie speelt de roos uiteraard ook een rol. Jezus had een doornenkroon, maar van welke plant die gevlochten was vertelt het Bijbelverhaal niet. Dus is er alle ruimte om er een rozenstruik van te maken. En zo sprongen er rode rozen uit de doornenkroon, gekleurd met het bloed van Jezus. Het bekende "Es ist ein Ros entsprungen..." is een kerstlied op een melodie van Johannes Brahms, ook al een verwijzing naar een Christelijk thema. Ik citeer de 'Notes and Queries' tekst: "Een andere origine is gegeven aan de roos door de Mussulman traditie, die zegt dat witte rozen ontsprongen aan het zweet van de profeet Mohammed op zijn reis naar de hemel, en gele rozen uit het zweet dat drupte uit de manen van zijn paard Al Borak. Rode rozen kregen hun kleur door druppels bloed van de profeet, en daarom zullen de gelovigen nooit een rode roos op de grond laten vallen. Er is een Arabische traditie die zegt dat een zekere koning Shaddad een veld met rozen die altijd bloeien heeft geplant in de woestijn, maar geen mens kan dat veld vinden. De Syriërs zagen in de roos een symbool van onsterfelijkheid. Chinezen planten hem op hun graven. Er zijn veel bijgelovigheden rond de roos. Zo wordt er in Perzië verteld dat de roos een gouden hart heeft op een bepaalde, onbekende dag. Een andere overlevering zegt dat er in India een zilveren tafel staat op de berg Calassy, en op die zilveren tafel ligt een zilveren roos die twee mooie vrouwen in zich draagt die God zonder ophouden prijzen. In het hart van de roos is een driehoek - en daar woont God. " Hoe kom je erop. De maagdelijke witte roos is het symbool van Maria. Rozen hebben zich geleend voor de 'rozenkrans' waarbij nogmaals hun connectie met Maria wordt benadrukt. Volkswijsheid zegt dat als een witte roos bloeit in de herfst, er een vroege dood in het verschiet ligt. Een rode roos bloeit niet op een graf. In Frankrijk en Italië zegt men dat een maagd blosjes op haar wangen krijgt door een druppel van haar bloed te begraven onder een rozenstruik. In bepaalde streken in Duitsland worden rozenblaadjes door meisjes gebruikt voor divinatie: bloemblaadjes krijgen de naam van verschillende jongens, en worden op het water uitgestrooid. Het blaadje dat het laatst zinkt is de gelukkige...Veel mooier dan knopen tellen.

27


DE PRAKTIJK VAN JOHANN JOSEPH GASSNER

Het bovenstaande is een formule die exorcist Johann Gassner zijn patiĂŤnten leerde, waarschijnlijk, wanneer ze het gevoel hadden belaagd te worden door demonen. Ik vertaal: De weleerwaarde heer Johann Joseph Gassner, de zielijverige pastoor in het klooster, weet hoe tegen de aanvechtingen van de ziel te strijden, begint het pamflet. En de tekst gaat verder: "Ik beveel in de naam van Jezus elke duivel apart en allen samen, dat jullie van mijn lijf en ziel zullen wijken met alle aanvechtingen en in dit opzicht geen kracht meer zullen hebben om mij aan de ziel noch aan het lichaam te belasten; want ik wil staan in de schoot van God en van de heilige naam van Jezus. Wie is als God? Heilig, heilig, heilig is Hij die ik boven alles liefheb, omdat Hij het hoogste Goed is waaraan ik geloof, dat Hij mij helpen kan omdat Hij almachtig is: Op Hem hoop ik dat Hij mij te hulp wil komen omdat Hij vriendelijk, goed en barmhartig is en helpen zal omdat Hij dat heeft beloofd, en in Zijn beloften oneindig trouw en waarachtig is. Ik wil strijden in leven en dood, in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen. Een kortere wijze om te strijden: Ik beveel je, helse geest en je aanhang door de kracht van de allerheiligste naam van Jezus dat je onmiddellijk met deze aanvechtingen van mijn lijf en van mijn ziel wijkt, in de naam van God de vader, de Zoon en de Heilige Geest, Amen." Johann Joseph Gassner (1727-1779) was een priester en exorcist die veel invloed heeft gehad op Anton Mesmer (1734-1815), en daardoor veel heeft bijgedragen aan het denken over de menselijke geest. Het zijn altijd de voorgangers die het voorwerk doen waar wij nu weer mee verder kunnen.

28


Gassner was immens populair in Duitsland, waar hij aan een stuk door mensen genas door ze te exorceren, iets wat hem uiteraard vreselijk veel vijanden opleverde. Want niet alleen Katholieken zochten hem op, maar ook protestanten wisten hem te vinden. Het was in het midden van de Verlichting dat Gassner zijn werk deed, en dat schiep een raamwerk voor zowel voor- als tegenstanders. Gelovigen vonden in zijn exorcismen en genezingen een bewijs voor de almacht van God, terwijl de materialisten van die tijd de praktijken van de kerk in een Middeleeuws licht zagen. De vrees bestond dat Gassner's praktijken en zijn pre-occupatie met demonen aanleiding zouden zijn tot heksenprocessen. Dat was ook niet ongegrond. Wie was nu die Gassner? Een man met veel charisma, hoewel hem dat niet direct gegeven zou worden, afgaande op zijn uiterlijk. Zoals Erik Midelfort schrijft in 'Exorcism and Enlightenment': "Father Gassner was klein, plomp, baardloos en onopvallend. Maar als hij met de duivel te maken had werd hij gegrepen en, zoals sommigen zeggen, fysiek sterk als hij de ledematen van degenen die zijn hulp zochten aanraakte, streek, greep of manipuleerde." In 1775 verbleef hij enige tijd in Ellwangen als genezend priester, onder de bescherming van een sympathiserende bisschop, en daarbij werd het stadje overstroomd door hulpzoekers, meer dan 1.500, volgens de kronieken. Korte tijd werkte hij samen met Anton Mesmer, wiens ster steeg in Wenen en Parijs, al werd hij door velen verguisd. Wat beide baanbrekers verbond was hun overtuiging dat externe krachten het menselijk lichaam belaagden, maar Mesmer is nooit een exorcist geweest. Op den duur werd diens 'dierlijk magnetisme' in de ban gedaan, en Gassners onorthodoxe massapraktijken werden in 1776 verboden door zowel de Duitse keizer als de Paus. Door de verschillende aanpak van beide heren, allebei met resultaat, werd er verhit gediscussieerd over de aard van healing, waarbij de voorstanders van de Verlichting tekeer gingen tegen de voorstanders van exorcisme. Gassner hield lijsten bij van alle genezingen die hij zei te hebben bewerkstelligd, en die geven een goed zicht op het soort kwalen van die tijd. Tussen 1767 en 1769 genas hij 56 mannen en 76 vrouwen, plus nog 62 mensen waarvan hij het geslacht niet noteerde. Op de lijst is het aandeel van 'gek' en van 'kreupel' het grootst. Eenmaal genas hij een vrouw van de dood, volgens de registratie. Nou ja. Hoe genees je iemand die dood is? Toch was Gassner niet een bezeten exorcist. In die zin was hij misschien moderner dan iemand als Father Amorth, de gewezen hoofd-exorcist van het Vaticaan, die nog al eens van zich liet horen. Gassner was niet tegen het gebruik van medicijnen, of de praktijken van dokters. Maar de meeste patiënten die bij hem kwamen waren uitbehandeld. Gassner trad hen tegemoet alsof hun kwaal door bezetenheid werd veroorzaakt, hoewel verreweg de meesten natuurlijk geen aanleiding gaven die 'diagnose' te stellen. Gassner gebruikte zegeningen, gebeden en uitdrijvingen voor geestelijk volkomen normale patiënten. En blijkbaar werkte dat. Na een gesprek met de patiënt zei Gassner: "Als deze ziekte onnatuurlijk is, dan beveel ik hem zich in de naam van Jezus te vertonen." In een tijd waarin veel mensen erg gevoelig waren voor suggestie ontstonden er dan soms builen op het lichaam waar de duivel zich op zou houden. Die delen van het lichaam ging Gassner te lijf. Zijn methoden waren niet zachtzinnig. Afhankelijk van de 'koppigheid' van de demon was Gassner soms urenlang aan het manipuleren. Tot hij de boze geest met een klinkende finale uitdreef. Zo, dat was dat, zal hij gedacht hebben. Maar Gassner was meer dan een exorcist. Hij bracht ook een revival van geloof teweeg. En hij was, met Mesmer, een representant van de 18de en een voorloper van de 19de eeuw waarin Verlichting en Geloof in vele vormen met elkaar in botsing zouden komen. Bovenal was Gassner vernieuwend omdat hij de patiënt macht gaf over z'n eigen symptomen. Daarin was hij een voorloper van de moderne hypnotherapie en psychoanalyse.

29


DE VUURVASTE DAME In het boek Kirby' Wonderful Museum, uit 1820, wordt een Italiaanse dame beschreven die nooit in de fik vloog, hoewel ze daar alle moeite voor schijnt te hebben gedaan. Nou zijn er in de geschiedenis wel meer mensen geweest die ongevoelig schenen voor vuur, zoals het beroemde medium D.D. Home, die zonder problemen kooltjes uit het vuur haalde en die zelfs aan anderen doorgaf. Maar Josephine Giraldelli maakte er haar beroep van. Wanneer ze geboren werd en stierf kan ik niet vinden, maar deze â—„ foto is van 1819, en deze â–ź is van 1823. Dus ze zal rond 1780 geboren zijn. Hoewel. zegt de schrijver, er in haar kielzog vele andere vuurvaste artiesten onder de naam 'The English Salamander' zich in aftandse woonwagens over Engeland verspreidden, is Giraldelli de grootste. Haar geheim is niet bekend. Ze heeft voor diverse hoven van Europa opgetreden, maar verder, zegt de schrijver, moeten we het doen met wat er op haar pamfletten te lezen is. Dit zijn haar kunsten: aan het begin van een voorstelling gaat ze met gloeiende platen over haar benen. Dan staat ze met blote voeten op een gloeiende ijzeren plaat die ze vervolgens over haar haar

en tong laat gaan. Ze wast haar handen in kokende olie zonder een spoor van pijn te tonen en neemt er wat van in haar mond. Brandende kaarsen houdt ze onder haar oksels en onder haar voeten.. Dan wast ze haar handen in sterk water en neemt dat in haar mond, en met haar vingers pakt ze gesmolten lood op, waarvan ze een massa in haar mond giet waarna ze haar tandafdrukken aan het publiek laat zien. Daarmee is de voorstelling afgelopen. Ze dankt het publiek in vier talen, buigt, en verdwijnt. Deze dingen zijn door haar gedaan, dat staat vast, zegt de schrijver. Maar "niemand in de geschiedenis van de mensheid is ooit geboren met een natuurlijk weerstand tegen vuur". Er moet dus wel een truc achter zitten, meent hij, een substantie waarmee Madame Giraldelli zich immuun maakt. Temeer omdat er ook in Parijs een 'salamander' actief is, een Monsieur Chaban, die zulke wonderlijke toeren uithaalt dat geleerden van de universiteit zijn voorstellingen bezoeken en erover berichten. Deze Chaban bakt ze nog bruiner dan Giraldelli: hij gaat met een schapebout in een bakkersoven zitten en blijft daar tot het vlees gaar is. Ook blijft hij in een teerton zitten tot alles is verbrand. Dat er een truc achterzit is duidelijk, want hij zit volledig gekleed in de ton. Men kan moeilijk beweren dat ook zijn wollen en linnen kleding begiftigd is met de gave van vuurvastheid. In 1818 kwam hij naar Londen waar hij zijn kunsten op Piccadilly vertoonde, en de brandweer aanbood dat, mocht er ergens een calamiteit zijn, hij beschikbaar was, gratis en voor niets...

30


LEGENDE VAN DE KERSTBOOM Er zijn veel legendes over de eerste kerstboom. Natuurlijk is hij zo heidens als wat, maar het Christendom zou het Christendom niet zijn als er niet een vrome les aan die boom was opgehangen. Zo vind ik een legende in een boek over folklore, gepubliceerd in 1909, waarin de eerste kerstboom het licht ziet... Ik vertaal: "Een hele oude legende wijst St. Winfred aan als de uitvinder van de kerstboom. Winfred was een van de eerste missionarissen in Noorwegen. Hij hielp de oude ScandinaviĂŤrs af te komen van hun oude heidense gebruiken. Winfred zag dat hun priesters hen hadden geleerd bomen te vereren alsof het levende goden waren. Dus deed hij er alles aan om hun te bewijzen dat bomen niets dan bomen waren, en daartoe had hij een zaag meegenomen. Op Kerstavond hakte hij Thors (Wodans) eik, de machtige heilige eik om, in tegenwoordigheid van een grote menigte mannen, vrouwen en kinderen. Er volgde inderdaad een mirakel. Maar het was een Christelijk mirakel, en daarom des te overtuigender voor deze simpele mensen dat hun oude geloof misplaatst was geweest. Dit is hoe het wonder wordt beschreven door een oude geschiedschrijver: "Toen de glanzende bijl rond Winfreds hoofd cirkelde en houtspaanders in het rond vlogen, kwam er een windvlaag door het bos. Die greep de eik bij zijn wortels. De boom viel achterover als een toren, kreunend terwijl hij in vier stukken spleet. Maar daarachter, onberoerd door het geweld, stond een jonge spar die met zijn takken naar de sterren wees. Winfred liet de bijl vallen, draaide zich om naar het volk en sprak: "Deze kleine boom, een kind van het woud, zal jullie heilige boom zijn vannacht. Het is het hout van vrede, want jullie huizen zijn ervan gebouwd. Het is het teken van eeuwig leven, want de naalden blijven altijd groen. Zie hoe het naar de hemel wijst. Laat dit de boom zijn van het Christuskind. Verzamel je er rondom heen, niet in het bos maar in jullie huizen, zodat er geen daden van geweld maar gaven van liefde en vriendelijkheid mee verbonden zullen zijn." Er zijn variaties: Winfred liep kalm op de eik af terwijl de woedende menigte wachtte tot hij door Thors bliksem zou worden geveld, maar in plaats daarvan werd de eik door de bliksem getroffen. Of dit verhaal zich in Noorwegen afspeelde is ook de vraag. Waarschijnlijk was het in wat nu Duitsland is. Het omhakken van de Wodans eik is waarschijnlijk historisch, de kerstboom is er later aangeplakt. Winfred trouwens was dezelfde als Bonifacius, die, zoals de ouderen onder ons op school hebben opgedreund, in 754 te Dokkum werd vermoord. Blijkbaar was niet iedereen zo makkelijk te bekeren.

31


DE VEER VAN GABRIEL Sommige mensen maken er hun levenswerk van om geruchten achterna te gaan. Nee, ik heb het niet over paparazzi, maar over mensen die ergens een zinnetje of een voetnoot tegenkomen over iets wat ooit heeft bestaan, en vervolgens dagen, maanden, jaren van hun leven dat wonderlijke voorwerp of die merkwaardige persoon op de hielen zitten. Zo'n geval is Dr.Karl Shuker, (crypto)zooloog en speurder naar het ongewone. In Fortean Times van februari 2009 vertelt hij dat een voetnoot in een Dictionary of Birds uit 1896 melding maakt van het bestaan van een 'veer uit de vleugel van de engel Gabriel' , die door iemand in 1787 gezien zou zijn in 'El Escorial' , het paleiscomplex van Madrid. Om preciezer te zijn: in het daar gevestigde klooster van San Lorenzo. Een speurtocht naar meer informatie over wat er dan precies gezien was, meer dan twee eeuwen geleden, leidde Shuker langs bibliotheken en archieven. Daarbij was de 'bibliotheek engel' , bekend aan serieuze onderzoekers als 'iets' wat hen in schijnbaar hopeloze situaties schijnt te helpen precies de goede boeken en de goede bladzijde te vinden, gelukkig actief. Misschien de engel Gabriel, in dit speciale geval...wie zal het zeggen. Zo kwam Shuker uiteindelijk terecht bij een reisdagboek waarin de schrijver William T. Beckford het aanschouwen van de veer in 1787 heeft vastgelegd: "De Prior was terughoudend en wantrouwend over de ernst van mijn wens om de veer te mogen zien, en zei dat het niet de gewoonte was de buitengewone relikwie te tonen, behalve bij heel speciale gelegenheden." Een bevriende monnik, Roxas, kwam Beckfort te hulp: "de gelegenheid is speciaal genoeg" , vond hij, "en ik verzoek u dan ook dringend om ons deze gave van de Hemel te tonen, die ik zelf ook graag zou zien en aanbidden" De Prior ging hen voor naar een kamer met een enorme kast, waaruit hij een eveneens enorme lade trok. Daar lag, op een matras van zijde, het meest glorieuze specimen van een veer dat ooit in aardse regionen is gezien: een veer van de Aartsengel Gabriel. Hij was een meter lang, en zachtroze, van een tint zachter dan die van de mooiste roos. Ik verlangde te vragen wanneer en bij welke gelegenheid deze schat die z'n weerga niet kende op

32

de aarde was gevallen, uit de lucht, of misschien destijds in Nazareth, maar ik onderdrukte alle vragen over waar, waarom en hoe in de tastbare nabijheid van engelen schoonheid. We knielden neer in stilte....en toen we weer opstonden sloot de prior de zoetgeurende lade weer, en verlieten we de kamer. " Karl Shuker, als bioloog geïntrigeerd door het verhaal en benieuwd of de Veer van Gabriel nog altijd in het klooster van El Escorial werd bewaard, schreef in 1998 een brief waarin hij verzocht om informatie en eventueel een foto van de reliek. Het antwoord van de Bewaarder van Historische Schatten van het klooster was duidelijk: zo'n veer is er nooit geweest, en evenmin iets anders wat voor een ornitholoog (vogeldeskundige) van belang kan zijn. Van het een komt het ander. Shuker ontving een email van een Spaanse, die meldde dat er zo'n engelenveer werd bewaard in een klooster in Navarra. Bij navraag liep dat spoor eveneens dood. In 2008 ontdekte Shuker dat er volgens de overlevering een zou rusten in de Basilica di Santa Croce in Florence. Maar op de vraag naar informatie werd door de bestuurders van de Basiliek niet geantwoord. Ook zijn er geruchten over engelenveren in een klooster op Mount Athos in Griekenland, die afkomstig zouden zijn van de Annuciatie, toen Gabriel de maagd Maria voorbereidde op haar onbevlekte ontvangenis. Mooie verhalen. Maar hoe zit het nu met die veren? Laten we aannemen dat ze niet werkelijk (ach, was dat toch waar) van Gabriël afkomstig waren. Maar waarvan dan? Shuker overweegt verschillende mogelijkheden: bijvoorbeeld een composiet van verschillende veren. In vroeger eeuwen was het gebruikelijk om wonderen te scheppen, bijvoorbeeld een 'zeemeermin', door delen van een aap en een vis samen te prepareren en er één geheel van te maken. Dat zou met verschillende veren van eenzelfde vogel gedaan kunnen zijn om een reusachtige veer te scheppen. Waarschijnlijker is dat het hier om veren ging van paradijsvogels, met name een in Nieuw Guinea voorkomende soort, al in 1522 ontdekt door een expeditie van Magelaen en mee naar Europa gebracht. Een derde goede mogelijkheid is een geverfde veer van een struisvogel, die ook zeker de kwaliteit van een engelenveer bezit. Hoe die er dan ook uit mogen zien. Shuker eindigt zijn verhaal met de overpeinzing dat het mooi is te bedenken dat er ooit relikwieën waren van engelachtige reputatie, en dat de wereld door het verlies van zulke hemelse voorwerpen een beetje treuriger is geworden.


NAADI SHASTRA Sinds vele jaren correspondeer ik met Suvi Singh, een Indiase bioloog die zich vooral met geitenziektes bezighoudt. Onze briefwisseling is niet altijd even helder, omdat we elkaars cultuur niet werkelijk begrijpen. Maar dat maakt het ook interessant. Suvi lijdt onder het lijden van de dieren die hij probeert te helpen. In India zijn dat er nogal wat. Behalve het feit dat in dat land je leven zomaar kan eindigen door een slangenbeet in het donker of een ontspoorde bus, is er de bureaucratie, de corruptie en het kastensysteem dat mensen belet om te bereiken wat ze in hun mars hebben. Geen wonder dat in dit land astrologie een allesbepalende factor is. Geen beslissing zonder een astroloog te raadplegen. Suvi woont en werkt in Mathura, de stad van de god Krishna - die met de fluit en de blauwe huid. In 2009 kreeg ik deze mail van hem: "Soms twijfel ik aan Lord Krishna en ik vraag me af of hij bestaat en werkelijk zorgt voor zijn volgelingen. Gisteren bezocht ik een astroloog. De horoscoop zegt alles. Er komen betere tijden. 26 october, 6 november en 15 december zijn belangrijke dagen. In januari 2010 zal ik de promotie krijgen, maar ik moet wel oppassen voor Jupiter. Vannacht was de positie van de maan om 3.30 niet okee, en ik had een aanrijding. Je begrijpt, mijn geloof in Lord Krishna staat op het spel. Daarom ben ik erg gespannen." Suvi is een hoogbegaafde wetenschapper. Vertaald naar onze cultuur: ik zie hier nog niet een wetenschapper naar een astroloog stappen of z'n geloof in een godheid verbinden met de werking van zijn horoscoop. Maar dit voorbeeldje uit de praktijk van India geeft wel een kijkje in de keuken van een cultuur waar een 'hobby' als astrologie een bouwwerk is dat vele eeuwen overeind is gebleven. En zo zijn we bij Naadi Shastra. PALMBLADEN Misschien hebt u nooit gehoord van de Naadi Palm Leaf Library in India. Tot voor kort had ik dat ook niet. Toch is het waarschijnlijk een van de meest 'mindblowing' instituten op de wereld. Voor iedereen toegankelijk. Als het je tijd is, wel te verstaan. Maar dan staat je ook wat te wachten. 'Naadi Shastra' is een oeroude methode om gegevens vast te leggen. Volgens de overlevering hadden de grootste wijzen van India, astrologen, Rishi's ( de hoogste Brahmaanpriesters), toegang tot heden, verleden en toekomst van het universum. Zeker 2000 jaar geleden - de overlevering is daar over niet eenduidig - voorzagen zij via ingewikkelde astrologische berekeningen wie er in onze tijd op aarde zou rondlopen. Hoe ongelofelijk het ook mag schijnen, zij schreven op palmbladeren (al sinds duizenden jaren het normale schrijfpapier van veel culturen) intieme informatie over u en mij, ons verleden, onze toekomst, en onze vorige incarnaties. Daartoe creëerden zij classificaties gebaseerd op de duimafdruk, waarvan de wijzen 108 verschillende categorieën onderscheidden. Op grond van iemands linker (voor mannen) of rechter (voor vrouwen) duimafdruk wordt de bundel palmbladpapier geselecteerd, en vervolgens wordt er gezocht naar het juiste blad waarop het leven van die persoon staat geschreven. Door een proces van eliminatie wordt dat blad uiteindelijk, als men veel geluk heeft, gevonden. Want heel veel is in de loop van de geschiedenis verloren gegaan; door de kwetsbaarheid van het materiaal, en door verpreiding en verkoop aan onbevoegden. Je zou het kunnen vergelijken met de betreurenswaardige geschiedenis van de Dode Zee Rollen, waarvan het ook te lang duurde vóór de grote waarde ervan werd ontdekt. De informatie op de palmbladen kan alleen door enkele speciaal getrainde astrologen worden gelezen en begrepen. De bladeren werden meestal geëtst in Vatta Ezhuthu, het Tamil schrift, maar ook andere talen werden gebruikt. Veel bladeren zijn beschadigd of moeilijk te lezen door ouderdom of verwaarlozing.

33


GESCHIEDENIS Maar eerst even iets meer over de geschiedenis. De wijsheidscultuur van India gaat oneindig lang terug, maar wie data voor feiten en mensen wil weten loopt al heel snel vast. India had een mondelinge traditie, van goeroe op leerling, van generatie op generatie. Veel noodzaak om kennis vast te leggen was er daardoor niet. De Rishi's bewaakten de kennis, en alleen ingewijden hadden er deel aan. Dat veranderde toen rond 1000 BC de Veda's werden geschreven, en nog wat later de Upanishads, en de Epische geschriften: de Mahabharata, waar de Bhagavad Gita een deel van is. Door die boeken kwam de wijsheid van India binnen het bereik van de geletterde minderheid onder het volk. Hoewel in de wereld sinds mensenheugenis een veelheid aan beschrijfbare of behakbare materialen is gebruikt, waren palmbladeren bijzonder geschikt. We vinden bibliotheken van palmbladboeken in heel Zuid Oost Azië. Ieder land had z'n eigen methoden van prepareren. In India werd vooral blad van de Talibotpalm gebruikt, dat soepel en glad werd gemaakt, beschermd tegen schimmel en insecten met pauwenolie, op het gewenste formaat gesneden en van gaten voorzien, zodat de bladen aan elkaar gemaakt konden worden. Stijf ingeklemd tussen houten schutbladen kreeg het boek zo de nodige duurzaamheid. Zwaar beschadigde of onleesbaar geworden boeken werden zo mogelijk op tijd overgeschreven, waardoor de precieze ouderdom van het Naadi systeem en van de teksten niet te achterhalen is. Het Naadi centrum is in Vaitheeswarankoil in de provincie Tamil Nadu, maar een deel ervan is tegenwoordig ook in Delhi te vinden. PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS Wat gebeurt er nu als iemand op zoek is naar 'zijn' Naadi-blad? Op tijd een afspraak maken is wel nodig, liefst weken tevoren, want er zijn maar weinig bekwame Naadi readers. Als men komt worden er eerst drie duim- afdrukken gemaakt, waarop punten als referentie worden vastgesteld. Dan zoekt men de betreffende boeken. Het kan goed zijn dat die nooit gevonden worden omdat ze er gewoon niet (meer) zijn. Als men veel geluk heeft hoort men z'n eigen geschiedenis tot in de kleinste details voorlezen, en dat moet een wonderlijke ervaring zijn. Ook iemands toekomst staat op het blad, en wat men daarvoor moet doen. Vaak zullen eerst de smetten van een vorige incarnatie gewist moeten worden. Dat leven wordt uitvoerig uit de doeken gedaan, zodat men begrijpt waarom bepaalde dingen nu zijn zoals ze zijn. Dan volgt het 'recept' voor herstel van het Karmisch evenwicht, en dat is voor iedereen heel verschillend. Gebeden, offers, geld voor goede doelen, tot en met het voeden van zwerfkatten onderweg. Elke zonde heeft z'n prijs die zowel in het materiële als het immateriële vereffend moet worden. Omdat er duizenden gebeden vereist zijn nemen de priesters van het Naadi centrum het grootste deel daarvan voor hun rekening. Rituelen die hij thuis kan uitvoeren worden de bezoeker voorgeschreven, en de as van verbrande offergaven wordt hem over de post toegestuurd, zodat hij die in z'n eigen rituelen kan betrekken. Als alles na verloop van weken of maanden is afgerond , krijgt men een koperen plaatje toegestuurd met symbolen en schrift: de neerslag van het hele proces. ▲ Hierboven een boek van Andrew en Angela Donovan, een echtpaar dat het allemaal zelf heeft beleefd, en de ervaring nooit meer zal vergeten.

WONDER IN INDIA Bovenstaand verhaal had ik in 2010 op m'n blog geplaatst en daar werd het gelezen door Hemanth Singh uit India, die mij schreef over zijn eigen ervaring. Als moderne Indiase student is Hemanth net zo sceptisch als de meeste studenten in Nederland. De Naadi bibliotheek was hem wel bekend, maar zijn oordeel over elk fenomeen dat de grenzen van wetenschappelijk denken op de proef stelt was duidelijk: onzin. Een vriend die er geweest is vertelt zijn positieve ervaring, en Hemanth besluit die vriend op z'n nummer te zetten, en Naadi Shastra voor eens en voor altijd naar het rijk der fabelen te bewijzen. Hoe anders kan het lopen.

34


Hemanth schrijft: "Het was een groot huis, met een bord 'Naadi Centre' aan de buitenkant. Ik ging aarzelend naar binnen. Het was er druk, rijen mensen uit verschillende culturen en verschillende landen. En afbeelding van Maratha king Serfoji, de koning die de palmbladbliotheek had geconserveerd, hing aan de wand, samen met knipsels uit kranten en tijdschriften in alle mogelijke talen. Terwijl ik een van de artikelen stond te lezen werd ik op de schouder getikt. Ga in de rij staan! riep iemand. Met tegenzin sloot ik aan in de rij die nu tot op straat was aangegroeid. Toen het eindelijk mijn beurt was werd ik meegenomen naar een gebedshal, waar ik onder de indruk was van de vele kasten met duizenden oude palmbladboeken. Er werd een afdruk gemaakt van mijn rechter duim, en mijn voornaam en woonplaats werden genoteerd. Toen moest ik weer wachten met de rest van de menigte. Regelmatig werden er mensen omgeroepen. Na 5 uur wachten nog steeds niets. Toen werd mijn naam omgeroepen, met de mededeling dat mijn blad was gevonden. Een kennelijk religieuze astroloog met as op zijn voorhoofd wenkte me naar binnen. Voor hem lag een stapel beschadigde en stokoude palmbladeren. Een van die bladeren, zei hij, was het mijne. Bladerend las hij van de een na de ander een paar gegevens. "Ben jij dat"? vroeg hij telkens. Geen van de bladeren scheen op mij te slaan, en de man ging weg om een volgende stapel te pakken. Ik verloor mijn interesse, dit was duidelijk volksverlakkerij.

35

Maar toen hoorde ik mijn vaders naam. Die naam kwam eigenlijk nooit voor, en de man spelde hem op de goeie manier. Ik was totaal verbijsterd - hoe kon mijn vaders naam op dat blad terecht zijn gekomen? De astroloog kondigde aan dat hij eindelijk mijn blad had gevonden. Mijn moeders naam, mijn leeftijd, wat ik studeerde, hoeveel broers en zussen ik had, wat het beroep van mijn ouders was, etc, etc. Het ging maar door, en ik begon m'n scepticisme gaandeweg te verliezen. Tot hij zei dat ik op een vrijdag was geboren. Dat was fout. Ik wist zeker dat het een woensdag was. Haha. Ik voelde een kleine triomf. Maar de astroloog was niet klein te krijgen; het blad kon het niet verkeerd hebben, ik was op een vrijdag geboren. Daarna spelde hij m'n toekomst uit, waar ik zou gaan werken en in wat voor baan, wanneer ik zou trouwen en met wie, hoe de rest van mijn leven zou verlopen tot aan mijn einde. Ook vorige incarnaties werden beschreven. Het was een verbijsterende ervaring. Met m'n wetenschappelijke hoofd probeerde ik een verklaring te vinden - tevergeefs. Op de terugweg was het eerste wat ik deed een SMSje sturen naar mijn vader: "Pa, ben ik op een woensdag geboren?" In de trein naar huis kwam 'bliep bliep' het antwoord: "Nee, op een vrijdag."


DE ENGEL MICHAEL van de Deense kunstenaar ARILD ROSENKRANTZ 36


EEN SPRAAKZAME BABY Een WONDER!! Deze Schotse Broadside (pamflet) doet kond doet van een wel heel merkwaardig geval. "Wonder of Wonders, of de toespraak van een kind geboren in de buurt van Edinburgh op donderdag 15 maart 1770, zoals gehouden 10 minuten nadat het op de wereld kwam. In alle eeuwen is er nauwelijks iets voorgevallen dat dit incident kan evenaren, dat, wat het publiek er ook van mag denken, waar gebeurd is. Op woensdag 14 maart ging de vrouw van een boer bij Edinburgh, korte tijd voor haar bevalling, naar bed, en na een uur slaap stond ze op en zei tegen haar man: Lieverd, ik heb lekker geslapen, en over een paar uur zal ik een zoon op de wereld brengen die zal zeggen wat er binnenkort gaat gebeuren. De donderdag daarop werd de vrouw gelukkig verlost van een zoon die zodra hij was geboren de volgende woorden begon te spreken. Dit jaar zal een bloedig jaar worden, de oorlog zal worden verklaard voor het einde maar de Christelijke machten zullen overwinnen. De hoogste macht zal worden beledigd. Wilkes' partij zal verslagen zijn vanwege haar onrechtmatige gedrag terwijl de Schotten zullen worden geprezen voor hun trouw aan de koning. Londen, Londen, de zetel van onze rechtmatige vorst, de distel is scherp maar zal je niet prikken, maar de verleidelijke roos, in volle bloei, zal zo de harten van de 45th partij opbeuren, tot de eerzame en oude distel verschijnt houden ze zich met niets anders bezig dan met lol hebben. Maar, zei het kind, tegen het eind van het jaar 1770 zullen 45 blauwe baretten 300 vrije mannen op de vlucht drijven, en Wilkes, het ongelukkige instrument van onze onrust zal met zijn partij te schande worden gemaakt en verplicht zijn eerbiedig te buigen voor hen die zij vergeefs hebben geprobeerd te onttronen." Zo sprak het kind, en onmiddellijk stierf het. Van de vertaling ben ik niet zeker. Vooral het laatste deel doet denken aan de kwatrijnen van Nostradamus: voor ons onbegrijpelijk. Maar misschien was dat in die tijd anders, en wist men de nonsens juist te interpreteren. Hoofdzaak is dat een baby - volgens het pamflet - een toespraak hield. Ongebruikelijk. Maar een paar jaar geleden was er een kabeljauw op de vismarkt van NewYork die de kranten haalde met zijn voorspelling dat het eind van de wereld nabij was. Dat was even schrikken. Met vissen en baby's weet je 't maar nooit.

37


PAKJES

Onlangs waren mijn kleinkinderen van 4 en 7 jaar hier om hun achterstallige verjaarscadeautjes in ontvangst te nemen. Met grote zorg had ik een en ander ingepakt; zorg die voornamelijk zat in de keuze van het cadeaupapier, met beestjes en speelgoed erop, papier waar ik zelf als kind weg van was geweest, denk ik, maar toen bestond het nog niet. Mijn kleindochter van 7 pakte ieder pakje met zorg uit, haar broertje reet het van het pakje zodat hij al gauw was omgeven door gescheurde resten van het ooit zo leuke pakpapier. Ik had niet anders verwacht. Kinderen zijn net zo verschillend als volwassenen, en ik herinner me mijn moeders verontwaardiging over een middelbaar familielid dat 60 jaar geleden net zo respectloos haar zorgvuldig verpakte presentjes opende als drie generaties later mijn kleinzoon van vier. Mijn moeder had zoals alle mensen van haar generatie een hekel aan verspillen, en gebruikt pakpapier werd aandachtig gladgestreken, de plakbandresten verwijderd, en opgeborgen in een daartoe bestemde koffer, voor later hergebruik. Zo kon het zijn dat hetzelfde papiertje, of een gedeelte ervan, enige malen werd gerecycled. Pakjes. Sommige mensen haten ze. Mijn autistische vriend kan niet tegen verrassingen, en wil alleen krijgen wat hij kan zien en kan weten. Inpakken is niks voor hem, een hinderlijk gebruik, vindt hij. Vroeger kende ik iemand die op haar verjaardag alle pakjes ongeopend liet, tot verdriet van de gevers die haar vreugde of verrassing zo graag hadden willen meemaken. Daar doe je het tenslotte voor. Hetzelfde gebeurt noodgedwongen bij gelegenheden waar de ontvanger zoveel krijgt en zo druk is met andere dingen, bijvoorbeeld met trouwen, dat ook daar de gever er geen instant lol aan kan beleven. Maar waar wil ik nu naartoe? Of liever, waar komt dit vandaan? Uit een boek over de historie van gebruiken. Wij in het Westen, zegt de schrijfster, doen alle moeite om elk teken van een prijs op een pakje te verwijderen. We krabben ons mottig aan prijsjes die er maar niet afwillen, en schamen ons wezenloos als

38

zo'n plakker ons per ongeluk is ontgaan. We willen niet dat een ander weet hoeveel - of hoe weinig - ons geschenk heeft gekost, zelfs niet als de waarde van het geschenk door de ontvanger goed geweten wordt. Anders is dat bijvoorbeeld in Japan. Het gevoel daar is niet het onze. In Japan wil men juist w猫l weten wat iets kost en prijsjes worden niet verwijderd. Dat is niet, zoals je zou denken, om stiekem te laten weten dat de ontvanger heel dankbaar mag zijn, maar omdat het bijdraagt aan de 'waarde' van het pakje, net als de vaak prachtige en bewerkelijke verpakking. Een pakje is als een kunstvoorwerp, en de ontvanger zal het dan ook zo lang mogelijk ongeopend laten en het tentoonstellen, niet om de inhoud, maar om het uiterlijk. V贸贸r de gave wordt geaccepteerd voeren gever en ontvanger als kraanvogels een soort rituele dans uit, waarbij de gift een paar maal wordt 'geweigerd' en tenslotte wordt geaccepteerd, met een buiging. Een verfijnde variatie op ons "Dat had je nou niet

moeten doen." Geschenken zijn meestal eenvoudig en eet- of drinkbaar. Vanwege de beperkte ruimte in de meeste Japanse huizen zijn dat altijd welkome geschenken. Zowel inhoud als verpakking hebben in Japan een symbolische betekenis. Bepaalde kleuren hebben een bepaalde betekenis die vermeden moet worden. Dus als je niet precies op de hoogte bent van zulke culturele gewoontes doe je er beter aan je cadeautje te laten verpakken in een warenhuis, waar onvergefelijke verpakkingsfouten niet gemaakt worden. Degene die een pakje ontvangt dient dat met beide handen te doen. Mocht het toch zo zijn dat het direct moet worden geopend, dan is het belangrijk dat er de nodige aandacht wordt besteed aan de onthulling en dat de verpakking met zorg wordt bewaard. Dus voor wie afreist naar Japan en gewend is om zijn papiertjes roekeloos van pakjes af te rukken; wees gewaarschuwd.


CHANOEKA Wij vieren Kerstmis. De Hindoes vieren Divali. Joden vieren Chanoeka. Drie feesten die draaien om licht. Drie feesten die draaien om het licht dat de duisternis verslaat. Divali wordt gevierd in oktober, Kerstmis en Chanoeka in december. Over het laatste feest, beginnend op 21 december van dit jaar, wil ik het hebben. We kennen allemaal wel de 7 of 8-armige kandelaar, die in menige huiskamer op het dressoir staat. Misschien steekt u hem zelfs wel aan met Kerstmis. Maar misschien weet u niet dat die kandelaar hoort bij een joods feest dat al vele eeuwen lang gevierd wordt. Het is een vrolijk feest. Lang niet alle joodse feestdagen zijn vrolijk, de meesten zijn ernstig of heel treurig. Vieren en gedenken horen bij elkaar, en de joodse geschiedenis is er een van uitersten. Maar Chanoeka gedenkt een wonder, en daar word je vrolijk van. Het zat zo. U kunt het allemaal in de bijbel nalezen. De Eerste Tempel van Salomo werd in het jaar 586 BC door de Babyloniërs onder Nebukadnezzar verwoest. (2 Koningen 25:8) De Joodse bevolking werd in ballingschap weggevoerd.. Maar de Tempel kon worden herbouwd dankzij de toestemming van Cyrus aan een groep Joden om terug te keren van Babylonië naar Judea. Rond 520 BC was hij klaar en werd hij ingewijd. De Tweede Tempel was maar een schaduw van wat de eerste geweest was. Onder Ezra en Nehemia werd het religieuze leven hervat. De Tempel was nog steeds in het bezit van de prachtige gouden Menorah, de zevenarmige kandelaar die ook in de Eerste Tempel had gestaan. Alexander de Grote veroverde Judea, maar was tolerant naar de Joden. Dat werd anders toen Antiochus IV, 'Epiphanes', in de 2de eeuw BC aan de macht kwam, een Griekse Syriër die maar één godsdienst duldde: die van de Grieken. Antiochus kende geen genade. Hij verbood alles wat God bevolen had, roofde de Tempel leeg en zette varkens in het Heilige der Heiligen. Hij dwong de joden te offeren aan de Griekse goden, en dat zette, begrijpelijkerwijs, kwaad bloed. Toen kwam de opstand. Er komt een keer een eind aan het pikken van vernederingen Het begin was een uit de hand gelopen conflict: de oude priester Mattathias weigerde te buigen voor een afgod. Zijn vijf zonen vielen de Syriërs aan die het bevel gegeven hadden. Dat leidde tot de 'opstand van de Maccabeeën' ('Makbi' betekent hamer). Judah, een talentvolle militaire leider, werd in 167 BC bevelhebber van de opstandelingen, en dat was een David-Goliath situatie. De Joden waren slecht bewapend maar aan vuur ontbrak het hen niet, en Judah was een uitstekend veldheer. De opstand breidde zich uit en het ene succes na het andere werd behaald. Toen kwam de zuivering van de Tempel, in het jaar 164 BC, in de joodse jaartelling op de 25ste van de maand Kislev. De Tempel was een puinhoop, en het zal niet meegevallen zijn om hem schoon te krijgen en geschikt voor waar hij voor was bedoeld: de Joodse eredienst. De oorspronkelijke gouden Menorah was weg, maar Juda zorgde dat er een vervanging werd gemaakt. En dan is het tijd voor de legende: Bij de herinwijding van de Tempel was er niets om licht te maken, want alle olie was verontreinigd. Tenslotte werd er een klein kruikje olie gevonden, verstopt, maar met het zegel van de hogepriester intact, net genoeg om de zeven olielichten van de Menorah een dag te laten branden. Pas na 8 dagen zou er nieuwe, kosjere olie zijn. Maar God voorzag, en de Menorah brandde 8 dagen op dat ene kruikje olie. En zo geschiedde het dat vanaf dat moment in de geschiedenis het feest van Chanoeka, het lichtfeest, 8 dagen lang gevierd wordt, en daarbij wordt iedere avond een nieuwe kaars aangestoken tot ze alle 8 branden. De kaarsen van de 8-armige menorah, of 'Chanoekkia' zoals hij meestal wordt genoemd, worden aangestoken met de negende kaars die de 'sjammes' , de 'koster' heet. . Chanoeka is een feest van plezier en hoop, maar zoals bij alle Joodse feesten staat het in het teken van de historie. Het verhaal wordt verteld, de lichten worden thuis en in de synagoge aangestoken, en er worden spelletjes gedaan, speciale koekjes gegeten, en een oud Chanoeka lied gezongen, het 'Maoz Tsoer' . En natuurlijk worden er zegenspreuken gezegd, voor het licht, en voor het feest: Baroech Atah Adonai Eloheinoe Melech Ha'Olam asher kidshanoe bemitsotav wetsiwanoe lehadlik ner shel Chanoeka.... Wij danken u, God, onze God, Koning van de wereld, dat U ons leven geheiligd hebt met Uw geboden en dat u ons het gebod gegeven hebt om het Chanoeka licht te ontsteken....

39


SINT NICK Het is verwarrend. Tradities zijn bijna altijd verwarrend omdat er zoveel elementen in verwerkt zijn. Ons Sinterklaas is maar een manier om het feest van de Goedheiligman te vieren. Er zijn duizend andere manieren, en dan is er ook nog het probleem dat Sinterklaas en de Kerstman - Santa Claus - en St. Nicholaas zowel verschillend als ook dezelfde zijn. Nog verwarrender wordt het als het volksgeloof het heilige verbindt met het kwaad. In de Oostenrijkse Krampustraditie wordt dat het duidelijkst verbeeld, letterlijk bindt de goede Sint de duvel aan een ketting. Althans, zo hoort het te zijn, maar Krampus, heeft zich losgeworsteld en is nu een volksfiguur in his own right, die Sint niet meer nodig heeft om overtuigend te zijn. Krampus danst rond op 6 december. Net als Schmutzli, een Zwitserse variatie. Tegenwoordig nog maar in zijn eentje maar vroeger in een groep, verbeelde Schmutzli de kwade geesten die door de Sint werden uitgedreven. Schmutzli heeft een zwart gezicht en rode ogen, en 'ontvoerde' kinderen. Op deze foto ▲ zien we dat het ook met Schmutzli allemaal wel meevalt. Hier geen schimmel maar een ezel. (Wie wist ook weer zo zeker dat onze Pieten uit de tijd van de slavernij zijn overgebleven? Laat ons niet lachen). Iets dergelijks, oud, heidens, is de figuur van Belznickel (of Belsnickel), een figuur die vooral onder de Duitse populatie van zuid Rusland leefde, en mee overgevaren is met emigranten naar Amerika. Beltznickel heeft Santa gekozen als metgezel en tegenspeler, en is dus actief met Kerstmis, of liever: tussen Kerst en Nieuw Jaar.◄ Maar soms IS Belznickel Santa. Dat onderscheid is er niet altijd. Ook hij heeft meestal een zwart gezicht, of een zwarte baard tegenover het wit en rood van Santa. En hij heeft een roe, of een bezem.► Belznickel , oorspronkelijk 'Pelzemaerde' genoemd, was ooit identiek aan de god Wodan, Pelzmartel in het oud Germaans, die met zijn vrouw Berchta afdaalde naar de aarde for 12 nachten, te beginnen op 25 december, tot 6 januari. Na de invoering van het Christendom stond Wodan-Pelznickel voor het kwade, en 'Christkindl' - Berchta voor het goede. Old customs die hard! Een interessant voorbeeld van de verwisseling van goed en kwaad in dit verband vond ik in Quentin Coopers Maypoles, Martyrs a& Mayhem, een boek over Engelse folklore. St Nicholaas is de beschermheilige van een flink aantal beroepen en occupaties, waaronder zeelieden. Die koppeling is merkwaardig, maar vinden we ook weer in onze stoomboot terug. Scandinavische zeelieden leefden in angst voor de zee-demon Hold Nickar, ◄ die op zee besliste over leven en dood en met offers te vriend werd gehouden. Toen het Christendom postvatte werd Hold Nickar - een van de gestalten van de Teutoonse god Odin die gaat over Yultide, de terugkeer van het licht, de winterzonnewende, verwisseld met St. Nick, of wel: 'Old Nick'. De kwade bijsmaak bleef ondergronds doorleven, en zo is 'Old Nick' blijven bestaan niet als naam voor St Nicholaas of Santa maar als een van de vele namen van Satan. Santa / Satan, wat is het verschil? Hier een afbeelding van Odin/ Hold Nickar / Santa, op een dier met een bijsmaak: de geit....▲

40


BENTLEY'S VLOKKEN We kennen de waterkristallen gefotografeerd door de Japanner Masaru Emoto. Door hem zijn de wonderen van bevriezingskristallen opeens in een esoterisch jasje gestoken en heeft iedereen kennis kunnen nemen van zijn wonderlijke experimenten.. Zonder daar iets aan af te willen doen zijn naar mijn idee kristallen ook zonder die proeven al wonderlijk genoeg. Stel u eens voor: een man die 50 jaar van zijn leven in de bittere kou achter een ouderwets fotoapparaat duizenden en nog eens duizenden sneeuwvlokken heeft gefotografeerd. Dikke wanten, dikke jas om de kou van Vermont te kunnen trotseren. Die man was W.A .Bentley, die van 1880 tot 1930 met de grootste zorg en liefde in zijn onverwarmde schuurtje portretten maakte van individuele sneeuwkristallen. Gelukkig was hij zo wijs zijn ontdekkingen met wetenschappers en kunstenaars te delen, en in 1931 kwam er geld om een boek te publiceren met een keuze uit zijn 2500 foto's. Dat boek werd in 1962 heruitgegeven door Dover, en is nog steeds in druk. Wat mij boeit aan zo'n man is zijn kennelijke opdracht om de wereld de schoonheid van het minuscule te laten zien. Een mensenleven lang. Bentley had geen goed uitgerust laboratorium, maar stond uren achtereen te blauwbekken in een sneeuwstorm, gefascineerd door de oneindige variĂŤteit van zijn onderwerp. Want, zoals we weten: er is geen sneeuwvlok gelijk aan een andere. Bedenkt u dat wel eens, als u naar buiten kijkt en de ongerepte sneeuw heeft in korte tijd uw uitzicht ingrijpend veranderd? Hoeveel sneeuwvlokken, en hoeveel kristallen daar liggen ? Allemaal anders? Allemaal met een hexagonale (zeshoekige) symmetrie? De wetten van kristallisatie lijken verklaard maar zijn dat niet. Want wie of wat maakt dat ijs een plan volgt, zonder zichzelf ooit te herhalen? Intussen hebben natuurlijk meer mensen sneeuwvlokken gefotografeerd, maar meestal in het laboratorium. Ook prachtig. Kenneth Libbrecht is zo iemand, en zijn foto's zijn schitterend en mysterieus. Digitale technieken waren er in Bentley's tijd nog niet. Maar hij heeft ons wel iets laten zien wat anderen alleen nog kunnen imiteren: een natuurwonder dat we allemaal te gewoon vinden om bij stil te staan. Tot slot een klein verhaaltje over de dwazen van Chelm, het joodse dorp met de eigen logica.... Toen de mannen van Chelm op vrijdagavond de synagoge uitkwamen waren ze verheugd te zien dat hun dorp met een dikke laag maagdelijk witte sneeuw was bedekt. De hemel was hen genadig geweest, en dat moest wel aan hun gebeden liggen. Maar toen het wonder tot hen was doorgedrongen begonnen ze zich ernstig zorgen te maken. Menselijke activiteit zou het witte kleed zeker verstoren. Nadat ze de Almachtige gedankt hadden voor zijn gave traden ze in overleg. De Sjabbat was in aantocht en iedereen moest naar huis. Maar de oude wijze rabbi wist raad. Hij stelde zeven mannen aan die een plank zouden dragen. Op die plank zou steeds iemand plaats nemen, en die zou dan veilig, zonder de sneeuw te verstoren, naar huis worden gebracht..... Alle leden van de congregatie vonden dit een voortreffelijk idee, en de rabbi werd bewonderd om zijn wijsheid.

Sjaan van Altena stuurde deze link op van moderne sneeuwvlokfoto's: http://www.flickr.com/photos/chaoticmind75/sets/72157626146319517/

41


HET KONINKLIJK POPPENHUIS

De bouw en inrichting van het paleis duurde van 1921 tot 1924, en er werd aan gewerkt door 1,500 van de beste kunstenaars en vakmensen uit die periode. Het huis heeft elektriciteit, een tuin, een bibliotheek vol met de gangbare werken, een volle wijnkelder, een koetshuis, koud en heet stromend water en werkende liften. Iedere ruimte is volledig op schaal gemeubileerd en ingericht. Kortom: een wonder van vakmanschap. http://www.royalcollection.org.uk/queenmarysdoll shouse/house.html Het poppenhuis ontstond niet lang na de Eerste Wereldoorlog, toen er een sterke behoefte was om mooie en lichtvoetige dingen te scheppen, in een poging de ellende van de oorlog te vergeten. In dat kader werd dit poppenhuis opgezet, dat eigenlijk model moest staan voor Britse kunst en cultuur. Als zodanig werd het ook gepresenteerd op de British Empire Exhibition van 1924, de eerste grote internationale handelstentoonstelling, gepland als promotie van - en reclame voor de producten van het British Empire. Daartoe werden heel veel van de elementen van het poppenhuis gefabriceerd door in die tijd bekende firma's, van Rolls Royce auto's tot Oxford Marmelade. Een groot deel van de deelnemende firma's bestaat nog steeds.

Houdt u ook zo van poppenhuizen ? Van de echte, de oude? Vroeger ging ik soms met mijn moeder naar het Rijksmuseum speciaal voor de poppenhuizen uit de 17de eeuw. Eentje moest je met een trappetje bij klimmen. Ik vergaapte ik me aan de perfecte miniatuurtjes van meubels en vaatwerk. De stijve mensjes vond ik minder, maar de rest was prachtig. Maar er is altijd baas boven baas. Neem nu het beroemde poppenhuis van Queen Mary ( 1867 - 1953). Queen Mary â–ş was de vrouw van George V en de grootmoeder van de huidige Queen Elisabeth II. In 1924, toen de koningin de leeftijd van het spelen met poppen ver was ontstegen, kreeg ze een poppenhuis cadeau dat z'n gelijke niet kent. Het is ontworpen door de Britse architect Sir Edward Lutyens, met de bedoeling een historisch beeld te geven van een vroeg 20ste eeuws huis. Nou ja, meer een paleis. Volgens de website is het het grootste, mooiste en meest beroemde poppenhuis in de wereld.

42

Architect Lutyens beschreef zijn droom als volgt: "Laat ons een ontwerp maken en uitvoeren dat voor altijd komende generaties zal tonen hoe de King and Queen van Engeland leefden in de 20ste eeuw, en welke bekende auteurs, kunstenaars en vaklieden er tijdens hun regering waren." Het huis moest tegelijk een historisch document en een aanbeveling zijn voor de macht en rijkdom van Engeland en de overzeese koloniĂŤn. In de vorm van een poppenhuis was het iedereen duidelijk: het Britse Rijk kon niet stuk. Daarnaast was het ook een eerbetoon aan de koninklijke familie die heel geliefd was, en enorm gewaardeerd werd om hun standvastig leiderschap tijdens WWI. Een van de meest imponerende ruimtes is de bibliotheek van 114 cm lang, voorzien van driehonderd echte miniatuur boeken, kabinetten voor portfolio's, muziekboeken en zelfs twee postzegel(tjes) albums. Niet te geloven. En alles in leer gebonden met goud opdruk. Bovenstaande link geeft een toer door het poppenhuis dat nu permanent op Windsor Castle te zien is. Er is heel veel over te vinden op internet, met veel foto's, waarvan hieronder enkele, van bibliotheek, koninklijk slaapvertrek, badkamer en eetzaal.


43


HET WAS DE NACHT VOOR KERSTMIS vertaald uit ForteanTimes 56 De volgende opmerkelijke anekdote werd door Sebi Breci geschreven aan de krant de Omaha World Herald, op 24 december 1978. Jaren eerder was Breci in de avonduren disc jockey voor de Leger Radio Service op een Luchtmachtbasis in Fairbanks, Alaska. Het eerste uur speelde hij verzoeknummers voor bellers, en dan ging hij over op nieuws en andere zaken. Op de avond van 24 december 1951 belde er iemand met een oproep die niets te maken had met muziek. Een vrouw zei dat ze in nood was en hulp nodig had. Haar auto had het begeven op 30 mijl van Fairbanks, en ze kreeg de motor niet meer aan de praat. Ze had twee kinderen bij zich, en ze smeekte dat er een sleepwagen gestuurd zou worden voor zij en haar kinderen doodvroren. Toen hing ze op. Breci kon haar niet vragen waarom ze hem had gebeld en niet een garage. De discjockey deed dat nu maar zelf, en de eigenaar beloofde meteen op weg te gaan. Kort na de nieuwsuitzendingen belde hij naar het programma. Hij had de vrouw en haar kinderen net op tijd gevonden en ze naar de YMCA gebracht. Nergens in de wijde omgeving was een huis of telefoon te bekennen, en hij had de vrouw gevraagd waar ze had gebeld. ( Dit is 1951, geen GSM!). Maar op de een of andere manier was de garagehouder druk met de gestrande auto waardoor hij niet merkte dat de vrouw geen antwoord gaf. De volgende dag probeerde Breci de vrouw op te sporen, maar blijkbaar was ze in de nacht vertrokken. De volgende Kerstmis, Breci's laatste in Fairbanks, kreeg hij een briefkaart ergens uit Montana, zonder naam of afzender. "Thank you' , stond erop. Dergelijke kaarten ontving hij nog een paar jaar uit verschillende staten - tot het stopte. Breci bleef ge誰ntrigeerd door het voorval. Was de angst van de vrouw zo groot geweest dat ze Breci telepathisch had bereikt? Of de telefoon had weten te bedienen zoals dat ook wel eens met overledenen gebeurt? Misschien luisterde ze naar Breci's programma toen de auto ermee ophield, en was hij daarom 'het dichtste bij'? Er zijn meer van dat soort wonderlijke gebeurtenissen op de grens van leven en dood, of eroverheen. Telefoon van overledenen komt vaker voor dan je zou denken. Maar in het stuk hiernaast, in The Seer van 1931 is het net als in het verhaal uit FATE een 'grens' geval. De vertaling: Een bekende dokter werd midden in de nacht plotseling gewekt door de telefoon. Zijn bediende hoorde het ook. De stem van een vrouw vroeg hem dringend meteen naar een bepaald adres te komen, omdat ze voelde dat ze ging sterven. De chauffeur reed de auto naar buiten terwijl de dokter zijn dokterstas in orde maakte. Toen hij op het gegeven adres kwam was alles donker. Nadat hij verschillende malen had gebeld kwam het kamermeisje, die bevestigde dat de telefoon in haar kamer stond en dat niemand die gebruikt had. De dokter hield vol dat dat wel zo was. In een andere kamer werd de kokkin gevonden, een half uur eerder overleden. Navraag bij de telefooncentrale toonde aan dat er geen communicatie was geweest, maar de dokter en de chauffeur hadden de telefoon gehoord en de stem van de vrouw die het adres had gegeven. De vertrekkende geest moet het huis van de dokter hebben bereikt, het overgaan van de bel hebben veroorzaakt, en gesproken hebben. bovenstaand bericht uit: THE SEER

44

V3 n5 mei 1931


W WA AA AR RO OM M ''V VE ER RW WO ON ND DE ER RIIN NG G'' ? ? Mocht u zich afvragen waarom dit e-zine 'Verwondering' heet: Voor mij is verwondering een kernbegrip in mijn eigen leven. Ik ben nooit opgehouden me te verwonderen, te verheugen en te verbazen over het vele merkwaardige, interessante en prachtige op deze wereld, en dat zijn ook de dingen waarover ik wil schrijven, met belangstelling, ironie en be-wondering, maar zeker ook kritisch. Mijn opvatting van 'spiritualiteit' is ruim, en mijn eigen ervaring is dat zo ongeveer alles interessant wordt als je je erin verdiept. Dit e-zine is geboren om anderen te laten delen in mijn fascinatie, en soms ook in mijn verbijstering. Ook niet erg spirituele mensen zullen er hopelijk iets in vinden.

"But the challenges - the excitements - the finds." Charles Hoy Fort, in 'LO!

'

Colofon Dit e-zine verschijnt 12 x per jaar,op de 15de van iedere maand volgeschreven door Loes Modderman. Het is gratis voor wie zich er per email op wil abonneren, en zal in PDF worden verstuurd. Prints zijn helaas niet verkrijgbaar. Stuur het gerust door naar anderen, maar vraag hen zich bij mij aan te melden.

Š Overname van artikelen voor ander gebruik alleen met mijn toestemming

45

Stralende feestdagen en een goed, warm en boeiend 2014 voor jullie allemaal!


E zine verwondering 027 december 2013