Page 1

Nieuwsbrief Kerkuilen Jaargang 29 - mei 2019

Daling broedgevallen met ruim 20% Veilig foerageren langs de snelweg

www.kerkuil.com

Voor iedereen die betrokken is bij de bescherming van uilen


Inhoud

3

Stand van zaken

6

Nieuws uit de regio

27

Asbestsanering noopt tot maatregelen

28

Veilig foerageren langs de snelweg

29

Velduilen in de sneeuw

30

Van de bestuurstafel

Colofon Deze Nieuwsbrief Kerkuilen is een jaarlijkse uitgave van de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland en verschijnt in een oplage van 15.000 exemplaren. De nieuwsbrief geeft actuele informatie over de kerkuil in Nederland. Ze is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de bescherming van kerkuilen zoals eigenaren en beheerders van gebouwen met nestgelegenheid, terreinbeheerders, leden van regionale kerkuilwerkgroepen en andere belangstellenden. Informatie over de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland is te vinden op: www.kerkuil.com In 2018 werd ons werk ondersteund door Vogelbescherming Nederland en door alle donateurs.

Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland Voor de inventarisatie en bescherming van de kerkuil is Nederland verdeeld in 17 regio’s. Deze vallen grotendeels samen met de provinciegrenzen. Uitzonderingen zijn Flevoland, Overijssel en Gelderland. Deze zijn opgesplitst in meerdere regio’s. De Noordoostpolder maakt onderdeel uit van de regio West-Overijssel. In elke regio is een regionale coördinator actief. Hij is het aanspreekpunt voor het kerk­uilenbeschermingswerk in die regio. De Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland organiseert ieder jaar in de loop van januari een bijeenkomst voor alle regiocoördinatoren. Regiocoördinatoren

Samenstelling en redactie Mary Mombarg (flo.bom@inter.nl.net), Reinder Dokter (penningmeester@kerkuil.com), Nanning-Jan Honingh (njhoningh@zeelandnet.nl), Johan de Jong (voorzitter@kerkuil.com), Ruud Leblanc (secretaris@kerkuil.com).

2

Groningen

André Eijkenaar

3

Friesland

Johan de Jong

5

Overijssel

Florian Bijmold

Eindredactie Helga Aukes Communicatie & Office Management

6

Twente

Johan Drop

Ontwerp, vormgeving en druk RBF communicatie, Leeuwarden Nynke Postema (vormgever) RBF print, Leeuwarden www.rbf.frl Redactieadres Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland Ruud Leblanc, Noorderdreef 198, 2152 AC Nieuw Vennep Telefoonnummer 06 – 532 564 78 Coverfoto Kerkuilenjong. (Foto: André Eijkenaar) Overname van artikelen, tabellen en schema’s is alleen toegestaan met de volgende bronvermelding: “Bron: Nieuwsbrief Kerkuilen 2019, Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland”. Overname van foto’s is zonder toestemming van de fotograaf niet toegestaan. De redactie behoudt zich het recht voor aangeleverde artikelen in te korten, aan te passen, niet te plaatsen en aangeleverde afbeeldingen niet op te nemen.

0597 - 561 872 / 06 - 222 556 32 eijkenaar-a@planet.nl 0512 - 303 174 voorzitter@kerkuil.com

4

Drenthe

Gé Hoogerwerf

0599-212 913 gehoogerwerf@zonnet.nl 06 – 290 735 81 fbijmold@gmail.com 06 - 103 487 65 johandrop@outlook.com

7

Achterhoek Noord

Mary Mombarg

0575 – 521 662 / 06 - 513 367 65

8

Achterhoek Liemers

Dick Langwerden

flo.bom@inter.nl.net 0543 - 461 798 d.langwerden54@gmail.com 9

Veluwe

Bertus van den Burg

10

Betuwe Oost We zoeken een opvolger

Jan Jacobs

11a

Oostelijk Flevoland

Lykele Zwanenburg

11b

Zuidelijk Flevoland

Allan Liosi

13

Utrecht & Betuwe West

Paul Hendrikx

0334 – 808 723 / 06 - 336 797 49 bertusvandenburg@gmail.com 024 - 397 25 74 jacobs.j@live.nl 0321 - 318 272 lykele@live.nl 036 - 533 68 34

uilen4all@kerkuilenwerkgroep-flevoland.nl 030 - 637 20 54 p.hendrikx@wxs.nl 14

Noord-Holland

Reinder Dokter

0229 - 219 207 skwn.penning@live.nl

15

Zuid-Holland

Michel Kuijpers

015 - 256 53 02 michel.kuijpers@caiway.nl

17

Zeeland

Hans Molenaar

18

Brabant

Jochem Sloothaak

0115 – 612008 / 06 - 132 903 70 h.molenaar@planet.nl 0411 - 66 40 10 jsloothaak@brabantslandschap.nl

19

Limburg

Vacant

Uw contactpersoon

2

Contactadressen Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland Voorzitter Secretaris Penningmeester Johan de Jong Ruud Leblanc Reinder Dokter voorzitter Noorderdreef 198 Tel. 0229 - 219 207 2152 AC Nieuw Vennep penningmeester @kerkuil.com Tel. 06 - 532 564 78 @kerkuil.com secretaris@kerkuil.com of skwn@ziggo.nl

Nieuwsbrief Kerkuilen


Stand van zaken Daling van het aantal broedgevallen met ruim 20% De winter van 2017/2018 was evenals de voorgaande vier winters vrij zacht. Alleen in februari en maart was er lichte vorst. April was zacht, warm en droog met veel regen. Daarna volgden drie maanden met hoge temperaturen en was het veel te droog. In augustus bleef het nog warm en viel er de normale hoeveelheid regen. Daarna was het weer erg wisselvallig. De veldmuizenstand was in het begin van het jaar op de meeste plaatsen laag, vooral in de kleigebieden. Later herstelde de stand van de veldmuis enigszins. Boeren constateerden vele gaatjes in de weilanden vooral in de veengebieden van Friesland. Als reactie daarop gingen enkele boeren hun weilanden onder water zetten om zo de veldmuis te verdrijven. Uit braakballenonderzoek bleek dat op de meeste zandgronden minder resten van de veldmuis werden gevonden dan anders. De bosmuis deed het ook niet geweldig. Het gevolg was minder broedgevallen van de kerkuil.

Broedresultaten In 2018 nam het aantal broedparen af van 3364 naar 2591 (23%) met een gemiddelde van 3,0 uitgevlogen jongen per nest. Het aantal mislukte broedsels bedroeg 179. Het aantal uitgevlogen jongen varieerde evenals voorgaande jaren sterk: van 2,3 in Zeeland (klei) tot 4,2 in Twente (zandgrond). Totaal vlogen er van de eerste legsels 7730 jongen uit (in 2017 waren dat er 12.113). Het aantal tweede broedsels daalde van 130 (2017) naar slechts 23 met een gemiddelde van 1,9 uitgevlogen jongen per nest. Er waren geen derde broedsels. In alle regio's werd een afname van het aantal geslaagde eerste broedsels vastgesteld, behalve in Zuidelijk Flevoland met een toename van 3%. In het begin van het broedseizoen leek het niet rooskleurig voor de kerkuil, maar in de loop van het jaar is een groot aantal kerkuilen gaan broeden. In Oost-­Flevoland waren ze ruim drie weken later dan gewoonlijk. De veldmuizen­populatie kwam laat op gang. Dat was niet het geval op de kleigronden in Friesland en Groningen: late legsels en veel minder broedparen

Friesland

408

20

1217

3,0

Drenthe

208

11

658

3,2

1

4

West-Overijssel. / NO Polder

235

16

668

2,8

2

3

Twente

135

9

561

Achterhoek-Noord

72

2

Achterhoek-Liemers

139

Veluwe

3

1

1,0

uitgevlogen

3

3e broed

3,1

gem. uitgevlogen

340

waarvan mislukt 2e broed

totaal 2e broed

5

aantal juv. 2e broed

gem. uitgevlogen

108

niet gecontr. 1e broed

aantal juv. 1e broed

Groningen

2018

totaal 1e broed

waarvan mis-­ lukt 1e broed

LANDELIJK OVERZICHT NEDERLAND 2018 2018

2017

t.o.v. 2017

138

-22%

439

-7%

4,0

385

-46%

1,5

344

-32%

4,2

175

-23%

229

3,2

135

-47%

9

427

3,1

152

-9%

98

4

283

2,9

192

-49%

Betuwe-Oost

36

5

95

2,6

49

-27%

Flevoland / Zuid

61

10

182

3,0

59

3%

Flevoland / Oost

28

2

102

3,6

29

-3%

Utrecht-Betuwe-West

78

2

203

2,6

109

-28%

Noord-Holland

154

20

414

2,7

6

18

3,0

176

-13%

Zuid-Holland

110

10

274

2,5

2

4

1

2,0

169

-35%

Zeeland

168

19

388

2,3

6

5

3

0,8

176

-5%

Noord-Brabant

435

21

1323

3,0

499

-13%

Limburg

118

14

366

3

3,1

2

1

3

0,5

138

-14%

TOTAAL

2591

179

7730

14

3,0

23

43

9

1,9

6

5

1

1

5

5,0

0

0

3364 -23%

Nieuwsbrief Kerkuilen

3


dan in het voorgaande jaar. Op de kleigronden was de voedselsituatie niet erg goed, maar de sterkste afname was er op de zandgronden vooral op de Veluwe (-49%!), Achterhoek Noord (-47%), Drenthe (-46%), Zuid-Holland (-35%) en West-Overijssel (-32%). De bosmuis en de rosse woelmuis, die in deze gebieden belangrijk zijn als voedsel voor de kerkuil, lieten het ook afweten (braak-

Tekst: Johan de Jong

2591

2687

2591

2493

2223 1742

1908

2298

2923

2395 1972

1938

1210

1131

1009

895

794

562

1000

762

1110

1052

1378

1685

2000

2058

2516

3000

2804

3155

3500

3148

Eerste broedsels Kerkuilen Nederland

3364

4000

balgegevens). Naast de jaarlijkse schommelingen in de muizenstand zal het weer (onder andere de droogte) de komende jaren ook van invloed zijn op het aantal muizen.

0 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18

Jaar 800

761

Tweede broedsels Kerkuilen Nederland

700 600

530

500 374

400 300 200 100

158 88

83

117

161 68

68

14

0 96

97

61

12 98

99

00 01

02

03

04

05

Jaar

4

Nieuwsbrief Kerkuilen

33 06 07

71

89

184 113

32

08 09 10

93

130

19 11

12

13

23 14

15

16

17

18


Foto: AndrĂŠ Eijkenaar

Nieuwsbrief Kerkuilen

5


Groningen Altijd bezig met de kerkuil Je bent altijd wel met de kerkuil bezig. Is het niet nesten controleren, dan is het wel voorlichting geven. Zo kreeg ik een melding uit Den Horn. Een spoorwegverdubbeling bedreigde volgens de bewoners het leefgebied van de kerkuil. Een extern bureau had onderzoek gedaan voor ProRail waarin stond dat daar geen kerkuilen voor­kwamen. Maar in het gebied aangekomen, kon ik zo al zien dat het voor de kerkuil een bijzonder mooi gebied was. Na onderzoek bleek de uil daar ook gewoon te broeden. Toch vreemd dat zo’n bureau geen contact zoekt met de plaatselijke werkgroepen!

Of het project daarmee wordt afgeblazen weet ik niet. Daarvoor wegen financiële belangen te zwaar ben ik bang. Onze werkgroep is sterk aan het vergrijzen en we proberen via nieuwe vrijwilligers wat vers bloed te krijgen. De ‘oude’ garde kan met zijn kennis nog heel wat bijdragen aan het opleiden van de nieuwe­ lingen. Geïnteresseerden

6

Nieuwsbrief Kerkuilen

kunnen zich aanmelden bij ondergetekende (eijkenaar-a@planet.nl). Mijn fotoprojectje was dit jaar wel heel (in)spannend. Op grote hoogte bevond zich de invliegopening waardoor de kerkuil direct in de nestkast vloog. Er zaten zes jongen in en deze staken de koppen al naar buiten. Via een hoogwerker wilde ik op dezelfde hoogte komen. De hoogwerker plaatste ik twee dagen van tevoren met tent in het werkbakje, zodat de uil kon wennen. Daarna was het mijn beurt omhoog te gaan. Heel soepel ging het niet maar ik was ruim op tijd voordat het voederen zou beginnen. Naar beneden in het duister zag ik dan wel weer. Waar ik geen rekening mee had gehouden was de aanwezigheid van een hoornaarsnest vlakbij de tent.

Terwijl ik erin zat, kropen buiten tientallen hoornaars over het tentdoek. Ik was bang dat ze de opening waar de lens doorstak zouden ontdekken. Ik kon geen kant op en bleef wachten op de uilen. Het voederen begon om half 12 ‘s nachts. Tot half 2 brach­ten de uilen 12 prooien aan. Met de hoornaars nog steeds actief durfde ik niet naar buiten te gaan. Pas na half 3 werd het rustig en kroop ik eruit. Dalen was nog wel een klusje. Uiteindelijk kwam ik opgelucht beneden aan. Ik heb het maar bij één poging gelaten… Tekst en foto: André Eijkenaar


Friesland Hoe hoog moet een nestkast? Het antwoord op deze vraag blijft lastig zelfs na ruim dertig jaar bezig te zijn met de fantastische hobby kerkuilen. Onze eerste kerkuilenkast plaatsten we op 1 oktober 1988 en de (voorlopig) laatste op 12 februari 2019. Totaal hebben we ongeveer 80 nestkasten geplaatst. Op dit moment hebben we nog 47 nestkasten in beheer. De laatste jaren worden er gemiddeld steeds 24 bewoond (dus iets meer dan 50%). Toen we in 1988 met deze hobby begonnen, was de gedachte dat kerkuilenkasten hoog en bij voorkeur op een donkere, rustige plek in de schuur moesten worden geplaatst. Dat betekende vaak hoog klauteren de ladder op. De laatste jaren zijn we daar wat gemakkelijker in geworden. We plaatsen de kasten bij voorkeur op een gemakkelijk bereikbare en vooral voor ons veilige, te bereiken plaats. Geen hoog geklauter meer dus. Aan de hand van aanwezige Excel-bestanden keken we of de hoogte van de nestkast wat uitmaakt. De door ons geplaatste nestkasten variëren in hoogte tussen ongeveer 4 meter en 12 meter. De hoogste zullen wel op meer dan 12 meter hoogte staan. De laatste jaren werden de kasten dus steeds lager geplaatst. Omdat we verreweg de langste periode de kasten hoog hebben geplaatst is een echte vergelijking lastig. We plaatsten 14 nestkasten op een hoogte lager dan 6 meter. Daar broeden jaarlijks ongeveer zeven paren kerkuilen in. Een bezetting van 50%. We hebben 33 nestkasten die hoger dan 6 meter zijn geplaatst waarin jaarlijks ongeveer 17 paren kerkuilen broeden. Een bezetting van iets meer dan 50%. Het lijkt de uilen niet veel uit te maken of ze heel hoog of juist wat lager zitten. Predatie in lagere nestkasten? Tot nu toe hebben we weinig last van gepredeerde nesten. In 2018 waren dat er twee en beide door een steenmarter. De ene in een kast op 4 meter en de andere in een kast op 10 meter hoogte.

Enkele jaren terug werd er ook twee keer een nest gepredeerd, waarbij beide nestkasten op ongeveer 10 meter hoogte hingen. En hoewel de ‘spraints’ (ontlasting) van de steenmarter in de nestkast lagen, gaat het daar nu toch weer twee jaar goed. Concurrentie van andere vogels De kans op nestkastbezetting door andere vogels lijkt wel groter in lagere nestkasten. Helemaal als die nestkasten in een kapschuur of ligboxenstal zijn geplaatst. In 2018 vonden we in drie lager dan 6 meter geplaatste nestkasten andere vogels. Twee keer betrof dit een paartje holenduiven en in één geval een paartje toren­valken. Opvallend genoeg geen kauwtjes (in het verleden één keer een wespennest). In de hoger geplaatste kasten troffen we bijna nooit andere vogels aan. Met uitzondering van soms een kauw of holenduif als de nestkast vlak achter een uilenbord was geplaatst. Maar in nestkasten die op een donker plekje in de schuur zijn geplaatst hebben we nooit bezetting door andere vogels geconstateerd. Bijzondere broedplaatsen In een van ‘onze’ boerderijen broedden al jarenlang kerkuilen. De eigenaar had ook een oldtimer in de schuur staan en dus ‘moesten’ de uilen eigenlijk naar een kapschuur op het erf. Drie jaar lang stond deze nestkast leeg. In de herfst van 2017 waaide er een dakpan van het dak. En in 2018 zaten de uilen weer in de nestkast in de boerderij. Wellicht een ander paar… In Joure is een openluchttheater waar de jeugd wel eens voetbalde en er een gat in het plafond schoot. Enige maanden later kreeg ik een telefoontje: ‘Gisteravond tijdens een popconcert in Joure verbaasde ik me erover dat er met enige regelmaat een kerkuil het podium opvloog en verdween in een gat in het plafond’. Wat kan de natuur toch wonderlijk mooi en verrassend zijn! Tekst en foto: Tsjepke van der Honing

De steenmarter maakt grote, min of meer vierkante openingen in de zijkant van de eischaal. Soms, zoals hier, zijn er hoektandperforaties in de eischaal aan­wezig. De steenmarter vervoert de eieren altijd in de bek.

Nieuwsbrief Kerkuilen

7


Drenthe Verrassend resultaat Vorig jaar hebben we de kerkuilenkast in Odoornerveen verplaatst vanuit de nok van de boerderij naar een riante zolder in de carport achter de boerderij. Voor het broedseizoen hebben we de nestkast schoongemaakt. We wilden weten of de uil het nieuwe stekkie kon waarderen en in een schone kast vind je gemakkelijk sporen. We hadden geluk. De uil had de kast weer gevonden! Van een broedsel was het nog niet gekomen, maar de uil weet de weg. Via de geplaatste camera zagen we dat hij niet geringd was, wel weten we inmiddels wat de uil eet. Een kennis die voor onderzoek uilenballen ontleedt, heeft zeven ballen van ‘onze’ uil uitgeplozen met de volgende verrassende uitkomst: veldmuis 12x, bosmuis 2x, huismuis 2x, rosse woelmuis 1x en grote bosmuis 2x. De laatste schijnt zeldzaam te zijn maar is in opmars. En dat allemaal uit maar zeven uilenballen! Tekst: Marian Middelhuis

1.

Een verkeersslachtoffer. (Foto’s: André Eijkenaar) 2. De grote bosmuis komt weinig voor.

2

8

Nieuwsbrief Kerkuilen


1

Onderzoek verkeersslachtoffers Naar aanleiding van het project Friesland met betrekking tot doodgereden kerkuilen op de rijkswegen en de belangstelling daarvoor in Noord-Holland, heb ik in Drenthe een onderzoek ingesteld naar verkeersslachtoffers op met name de rijkswegen en de N-wegen. Hiervoor heb ik de gegevens van Rijkswaterstaat (RWS), Provincie Drenthe en GRIEL (Geautomatiseerd Ring Invoer en Export Loket) gebruikt. Op de rijkswegen A28 en A37 werden acht kerkuilen­ slachtoffers in 2015, vijf in 2016, één in 2017 en acht in 2018 geregistreerd. Deze werden, verdeeld over de gehele trajecten met redelijk grote tussenruimten, gevonden. De gegevens zijn voor­namelijk aangedragen door de verkeersinspecteurs van RWS. Uit een gesprek met een van hen bleek dat zij kennis hadden van de verschillende soorten en dus moeten deze gegevens als betrouwbaar worden aangemerkt. Een leuke bijkomstigheid was dat deze inspecteur graag

een kerkuilenkast in zijn schuur wilde, hetgeen direct kon worden gerealiseerd. Op de N34 werden in 2017 drie en in 2018 vijf verkeersslachtoffers op geruime afstand van elkaar gevonden. GRIEL: in 2015 14 met 1 op de A28, in 2016 17 met 3 op de A28 en 1 op de N34, in 2017 17 met 5 op de A28 en in 2018 14 met 1 op de A28 en 2 op de N34. De data kwamen niet overeen met RWS en Provincie maar ook hier lagen de plaatsen behoorlijk uit elkaar. De gegevens van GRIEL gaven een ander beeld dan die van Rijks­waterstaat en Provincie Drenthe, maar wel lagen ook daar de vindplaatsen ver uit elkaar. In de voorjaarsvergadering van de regiocoördinatoren Drenthe zal worden besproken of er project­matig iets met het onderzoek gedaan kan worden. Tekst: Gé Hoogerwerf

Nieuwsbrief Kerkuilen

9


Overijssel In memoriam Jan van Dijk Het broedseizoen 2018 begon voor de werkgroep kerkuilen N/W Overijssel & NOP met een enorm verlies. Op 1 april overleed ons lid Jan van Dijk op 63-jarige leeftijd aan een hartaanval. Jan was een zeer bevlogen, gepassioneerd en bovenal uitermate aardige kerel die heel veel heeft betekend voor de werkgroepen en natuurclubs waarvoor hij altijd klaar stond. Naast zijn coördinatorschap in Zwolle en omstreken reed Jan van Dijk door bijna de hele noordwesthoek van de provincie Overijssel om de kerkuilen te ringen voor een aantal regiocoördinatoren. Naast het ringen van kerkuilen ringde hij ook roofvogels en zangvogels. De natuur in het algemeen - maar bovenal de avifauna - was zijn grote liefde. Wij zullen Jan van Dijk enorm missen.

Kerkuilenkast aan touw en katrol In de Noordoostpolder, waar ik zelf de nestkasten controleer, hadden wij gemiddeld genomen meer late broedsels. Zo ringden we bijvoorbeeld in september nog jonge kerkuilen bij een familie in Bant. Tegenwoordig hangt de kerkuilenkast daar aan een touw met een katrol. Eerder moesten we een lange klim met een ladder maken. De kast zat hoog in de nok van zo’n typische schokbetonnen schuur. De behulpzame

1.

Het ringen van een kerkuil. (Foto: Reinder Dokter) 2. De Twentse kerkuil vaart wel bij de subsidie.

1

10 Nieuwsbrief Kerkuilen

agrariër heeft de kast zelf voorzien van een touw met een katrol die goed geborgd is. Wij zijn hem daar dan ook zeer dankbaar voor. Nu hoeven we niet meer met een ladder vanaf een stapel strobalen naar boven te klimmen. Het voorzichtig laten zakken van de kerkuilenkast werkt prima. We kunnen de jongen er nu heel gemakkelijk en veilig uitnemen. Tekst: Florian Bijmold


Twente Twentse kerkuil vaart wel bij subsidie Eind 2022 moeten er minimaal 35 kerkuilenpaartjes broeden in de Hof van Twente. Hiervoor dienen 35 erven meer kerkuilenvriendelijk te worden ingericht. Dit is de ambitieuze doelstelling die de Stichting Hofvogels formuleerde in haar nieuwe beschermingsplan voor de kerkuil. De Stichting Hofvogels werkt hierbij nauw samen met de gemeente Hof van Twente, Provincie Overijssel, Landschap Overijssel, IVN Diepenheim en (erf)bewoners uit deze gemeente. Met dit nieuwe beschermingsplan willen samenwerkende partijen bewoners meer betrekken bij de noodzaak om via de kerkuil te

2

investeren in natuur, landschap en biodiversiteit. Investeringen die tot doel hebben ons landschap meer aantrekkelijk te maken voor kwetsbare en bedreigde planten, insecten en vogels. De Provincie Overijssel stelde een substantieel bedrag van € 40.000,- ter beschikking om de voorgestelde maatregelen uit het beschermingsplan te kunnen uitvoeren. Centraal in de aanpak staat het creëren van ideale leefgebieden voor de kerkuil door (her)inrichting van zogenaamde natuurerven en het verbinden van deze erven tot meer ideale leefgebieden voor de kerkuil. De Stichting Hofvogels constateert dat de kerkuil het hier moeilijk heeft. Broedlocaties concentreren zich al meerdere jaren vooral rondom Markvelde, Hengevelde en Bentelo. In andere delen van de gemeente komt de kerkuil nog nauwelijks voor. Het aantal broedparen daalt al jarenlang gestaag, met het broedjaar 2018 als absoluut dieptepunt. Dit jaar broedden slechts 17 broedparen in de 120 door de stichting geplaatste nestkasten. In 2017 waren dat nog 28 broedparen. De daling van het aantal broedparen wordt onder andere toegeschreven aan het verlies van geschikte erven met een voldoende aanbod van prooien en veilige broedlocaties. Kerkuilenvriendelijke erfinrichting Het nieuwe beschermingsplan bestaat uit een aantal concrete acties, die deels gebaseerd zijn op de succesvolle aanpak voor het behoud van de steenuil. In dit vier­ jarig projectplan ‘Hof voor de steenuil’ werd succesvol geïnvesteerd in behoud van de steenuil door onder andere erfbewoners meer bewust te maken van de noodzaak te investeren in diversiteit. Naar voorbeeld van deze succes­ volle aanpak worden vanaf 2019

meerdere leefgebieden voor de kerkuil geselecteerd. Gebieden die in potentie geschikt zijn voor de kerkuil, maar waar hij nog nauwelijks voorkomt. Erfbewoners worden hier actief benaderd voor het plaatsen van nestkasten. Deze erfbewoners en reeds geregistreerde houders van een kerkuilenkast krijgen advies over de wijze waarop zij hun erf kerkuilen­ vriendelijk kunnen inrichten, een zogenaamd erfinrichtingsplan. Bovendien krijgen zij het benodigde plant- en zaaigoed geheel of ten dele door de Stichting Hofvogels aangereikt. De kosten hiervan worden betaald uit de door de Provincie verleende subsidie. Per erf is hiervoor een bedrag van circa € 650,- gereserveerd. De 45 vrijwilligers van de Stichting Hofvogels onderhouden als gebruikelijk de contacten met de huidige en nieuwe kasthouders, controleren en onderhouden de nestkasten en registreren de broedparen en broedresultaten. Daarnaast wordt in de komende maanden het belang van de kerkuil voor ons leefmilieu onder de aandacht gebracht van de (erf)bewoners in de gemeente Hof van Twente. Dat gebeurt met een speciaal voor dit doel ontworpen flyer ‘Maak van uw erf een natuurerf’. Maar ook via nieuwsbrieven, publicaties in de media en via lesprogramma’s voor het onderwijs wordt aandacht besteed aan de noodzaak te investeren in diversiteit in belang van de kerk- en steenuil. Meedoen? Erfbewoners uit de Hof van Twente die geïnteresseerd zijn in een meer kerkuilenvriendelijke inrichting van zijn of haar erf kunnen contact opnemen via: secretariaat@hofvogels.nl. Voor meer informatie zie: www.hofvogels.nl. Tekst en foto: Han Roordink

Nieuwsbrief Kerkuilen

11


Achterhoek Noord

1

Kerkuilen kraken bosuilenkast Bosuilen nemen in onze bosrijke omgeving wel vaker een kerkuilenkast als woonruimte in bezit. Maar het kan ook andersom… Het betrof hier een voorval bij een voormalige lagere school in het buitengebied van Lochem. De school was verbouwd tot woonhuis en de bewoners hadden een nestkast laten maken voor bosuilen en die aan een geschikte boom opgehangen. In het voorjaar van 2016 klonken er wat vreemde geluiden uit de nestkast en de huisbewoners

2

12

Nieuwsbrief Kerkuilen

waarschuwden via de vogelwerkgroep onze ringer Wim. Die kwam natuurlijk nieuwsgierig kijken wat er zich afspeelde in de bosuilenkast. Groot was de verbazing en verrassing toen drie bijna vliegvlugge jonge kerkuilen hem aankeken. Een jaar later, tijdens een bosuilencontrole vlogen er weliswaar twee uilen uit de kast, maar het was te donker om te kunnen zien welke soort het was. Enkele weken later bleek dat er toch weer kerkuilen in de bosuilenkast hadden gebroed en dat ze maar liefst vijf mooie jongen grootbrachten. Deze jongen zijn alle vijf in goede conditie uitgevlogen. Afgelopen jaar werd er niet in de kast gebroed. Net zoals vele andere kerkuilen in ons gebied hadden ook deze te maken met de muizenschaarste. Het was een van de mindere jaren, maar de ervaring leert dat het in de daarop volgende jaren vaak weer in orde komt. Nu ik over kerkuilen denk met bijzon­ dere nestruimte: in het verleden hebben we wel nesten in holle bomen gehad en ook soms tussen het dakbeschot en de isolering van daken. Van heel vroeger weet ik nog dat er kerkuilen broedden in schoorstenen die niet meer als zodanig dienstdeden op een villa en een kerk in Lochem. Andere dieren, die wel eens van kerkuilenkasten gebruik maken, zijn er ook. We kwamen bij een mevrouw, die midden in het bos woonde. Ze wilde toch persé een kerkuilenkast. Er broedden inderdaad vogels in de kast, maar wel heel andere dan ze had gedacht. Een paartje 4 boomklevers had

3 het vlieggat dichtgemetseld en op boomklever-grootte aangepast. De kast hadden ze gevuld met schorsschilfers en niet zo weinig ook. Ook andere bewoners van kerkuilenkasten hebben we wel gevonden: een paar keer een hoornaarswespennest, waarvan de plaatselijke IVN-afdeling een mooie glazen demonstratiekast heeft gemaakt. Hoornaars vinden we trouwens wat vaker in steenuilenkasten. Andere voorbeelden zijn een nest jonge katten, mandarijneenden met eieren, torenvalken met jongen en misschien vergeet ik nog wel iets. Zo blijft ons leuke werk vol verrassingen en daar wordt het alleen maar mooier van! Tekst: Eddie Oosthof


Achterhoek Liemers Kerkuil met ‘kruissnavel’ Tijdens de controles in 2018 zat er een jonge kerkuil met een vervuilde, aangekoekte snavel in een kast in Breedenbroek. We konden het kleverige vuil gemakkelijk verwijderen. Toen bleek dat de bovensnavel vervormd was tot een zogenaamde kruissnavel. Het jong was 26 dagen oud en woog 308 gram. Dat is een mooi gewicht voor zijn leeftijd. Ook uiterlijk zag hij er goed uit hoewel hij wel klamme veren had. De overige drie jongen waren ook goed doorvoed en hadden geen snavelproblemen. De bodem van de kast was wel wat vochtig. Reden voor deze blijvende blessure kan zijn, dat het braakballenmateriaal zich vastzet en aankoekt. De snavel groeit als gevolg daarvan in de verkeerde richting. Maar ook een genetische afwijking kan een reden zijn. Aangezien het jong mooi op gewicht was, had hij blijkbaar geen problemen om het in stukjes aangeboden voedsel door te slikken. Ook hele muizen werden verorberd. Zodra de jonge kerkuil uitvliegt, is het doden van een muis geen probleem (klauwen). Hij zal zich kunnen redden in de natuur. In het geval van een mannetje is het grootbrengen van eventuele jongen geen punt. Deze brengt immers hele muizen naar de jongen (en het vrouwtje) toe. Mocht het echter om een vrouwtje gaan dan is het de vraag of zij de

prooi wel voor de jongen in stukken kan trekken. Hoogstwaarschijnlijk gaat dat niet lukken. We hopen deze geringde uil nog eens ergens aan te treffen. Tekst: Joop Mecking, Fleur Lalkens en Dick Langwerden

5

1. De bosuilenkast. (Foto: Gerrie Nijenhuis) 2. Zover gaat de liefde voor de kerkuil… (Foto: Gerrie Nijenhuis) 3. Daar zit ie… (Foto: Don Zagt) 4. Twee van de drie jonge kerkuilen uit de bosuilenkast. (Foto: Don Zagt) 5. Het kerkuilenjong met de ‘kruissnavel’. (Foto: Dick Langwerden) Nieuwsbrief Kerkuilen

13


Veluwe

1

Twee bijzondere nieuwe kerkuilenkasten In verband met plannen voor een nieuwbouwcomplex voor de Stichting Dierenambulance op de plek van een oude boerderij met bijgebouwen (van Staatsbosbeheer), was het noodzakelijk om voor de in de kapschuur broedende kerkuil compensatie voor zijn nestgelegenheid te creëren. De nieuwbouw zou bestaan uit een ecologisch en duurzaam gebouw met een aantal buitenver­ blijven en een vogel- en wildopvang voor inheemse dieren die zich niet meer in het wild kunnen redden. Tevens werd er voor de kerkuil een permanente kast tegen de gevel geplaatst. Ter compensatie voor de broedende kerkuil plaatsten we in november 2018 binnen een straal van 500 meter twee nieuwe kerkuilenkasten. Toen de oude kast in januari uit de kapschuur werd verwijderd zagen we de kerkuil eruit vliegen, regelrecht naar een van de twee nieuwe kerkuilen­ kasten. Hij had zijn nieuwe onderkomen dus al binnen twee maanden ontdekt.

2

14

Nieuwsbrief Kerkuilen

Tekst: Ron van Muilekom, Wouter Roelofs en Frans van Korlaar Foto’s: Frans van Korlaar


Mede door deze mensen - en natuurlijk alle andere uilenbeschermers op de Veluwe die al jarenlang de uilenkasten plaatsen en onderhouden, zijn vele jonge kerkuilen uitgevlogen op de Veluwe. Maar ook mogen we de erfeigenaren niet vergeten waar wij een nestkast hebben mogen ophangen. Ook hen willen we bedanken voor hun gastvrijheid voor de uilen en ons.

Certificaat ter waardering Tijdens de afgelopen jaarvergadering hebben we als blijk van waardering aan een aantal uilenbeschermers een certificaat uitgereikt, omdat zij ruim 20 jaar betrokken zijn bij de bescherming van kerkuilen op de Veluwe. Dit betrof Bennie van de Brink (sinds 1985), Jelle de Jong (sinds 1987), Harry van Diepen (sinds 1987), Adrie Hottinga (sinds 1989), Bert Hanekamp (sinds 1990), Han Bosch (sinds 1991) en Alexander Morzer Bruyns (sinds 1991).

Tekst: Bertus van den Burg

Certificaat als blijk van waardering Dit certificaat wordt uitgereikt aan

UIT WAARDERING EN ERKENTELIJKHEID VOOR H ET BESCHERMEN VAN BROEDENDE KERKUILEN

Handtekening

Datum

1.

De tweede kerkuilenkast is tijdelijk op een stoel gemonteerd. 2. Wouter Roelofs inspecteert een van de twee kerkuilenkasten. Veel werk voor een tijdelijke kast.

De Kerkuil, ecologie, gedrag en bescherming 192 pagina’s in kleur, voor ₏ 24,95 (excl. portokosten) te bestellen bij Johan de Jong, tel. 0512-30 31 74 of email: jongrans@hetnet.nl. Nieuwsbrief Kerkuilen

15


16

Nieuwsbrief Kerkuilen


Foto: AndrĂŠ Eijkenaar

Nieuwsbrief Kerkuilen

17


Oostelijk Flevoland Terug van weggeweest De datum van de eerste eileg en van het broeden van de kerkuilen was dit jaar - vanwege het weer - drie weken later dan in 2017. Toen we op 19 juni begonnen met het controleren van de kerkuilenkasten werden de eerste twee broedsels met ieder vier pullen geringd. Wederom werd bij de familie Schoone op 22 juni voor de tweede achtereenvolgende keer een nest met zeven pullen geringd. Het was dit broedseizoen het nest met de meeste pullen. Groot was de verrassing dat er op 5 juli na 28 jaar weer een broedpaar kerk­ uilen bij de familie Van der Knaap werd vastgesteld. In 1990 werden hier de laatste jonge kerkuilen geringd. Vaak zaten er in de tussenliggende periode holenduiven in de kast. Er werden daar vier gezonde pullen geringd in bijzijn van de familie. Ook in het pomphuis van het Harderbroek werd na 28 jaar weer een broedgeval van vijf pullen geringd (bericht van P. van Zwol). De laatste jongen werden op 16 juli geringd. Door de aanhoudende warme periode waren de meeste kerk­ uilen uitgevlogen. Er zijn geen jonge kerkuilen door het warme weer uit de kast gesprongen of doodgegaan. In de komende jaren worden veel bedrijven in Flevoland en overig Nederland, waar een nestkast van de kerkuil is gevestigd, ontdaan van aanwezige asbest. Oude kasten worden vervangen voor nieuwe. In bepaalde gevallen wordt ook advies gegeven aan de landbouwer hoe

V.l.n.r. Kim, Roos, Ilse en Maud van der Knaap met de nieuwe lichting kerkuilenjongen. (Foto: Arno van der Knaap)

18

Nieuwsbrief Kerkuilen

te handelen voordat de broedperiode van de kerkuil aanbreekt. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor iedereen die de kerkuil een warm hart toedraagt. Wanneer er sprake is van ontmanteling van asbest kunt u altijd voor informatie terecht bij de landelijke of regionale kerkuilenwerkgroep. (Op pag. 27 van deze nieuwsbrief staat een artikel over asbestsanering) Namens de Kerkuilenwerkgroep Oostelijk Flevoland willen wij een ieder die een bijdrage levert aan het behoud van dekerkuil voor de hulp en gastvrijheid op zijn/haar bedrijf bedanken. Tekst: Hans Docter en Lykele Zwanenburg


Zuidelijk Flevoland Torenvalken en kauwen In mei belde een kasteigenaar mij op met de mededeling dat bij de kerkuilenkast door torenvalken en kauwen werd gevochten. Beide vogels wilden graag de kast als nestplaats hebben en omdat dit al een tijd aan de gang was, vroeg hij mij of hij iets moest doen. In deze specifieke kerkuilenkast broeden al jaren torenvalken. Ik adviseerde hem om het de torenvalken en kauwen zelf te laten uitvechten. In juni zouden we dan wel zien wie er gewonnen had. Broeden op een kauwenei Half juni gingen wij kast controleren. De medewerker vertelde dat het al een hele tijd rustig was rondom de kast. Waarschijnlijk omdat de torenvalken erin geslaagd waren om de kauwen te verjagen en nu aan het broeden waren… Het betrof een kast bij een akkerbouwbedrijf, die hoog (tussen 8 en 9 meter) in de nok van de opbergschuur was geplaatst.

De kauw was dus al begonnen met broeden toen de kerkuil de kast overnam. Vaak zijn dergelijke schuren ook van binnenuit geïsoleerd, zodat we alleen via het invlieggat kunnen controleren. Tegenwoordig maken we een foto van de binnenkant van de kast via het invlieggat om rustig te kijken wat er in zit. Of er jonge kerk­uilen of torenvalken in zitten en of de oudervogels er ook bij zijn.

Maar wat schetste onze verbazing toen wij ontdekten dat er een broedende kerkuil in de kast zat. De kerk­uil had de vechtende concurrenten overwonnen en de kast in bezit genomen. De broedende kerkuil schoof alleen een klein beetje opzij, van de eieren af, probeerde niet te vluchten en bleef in de kast zitten. En wij lieten haar verder met rust. We maakten alleen een foto om te kunnen zien hoeveel eieren er waren gelegd. We telden er zes. De foto liet een kerkuil op de eieren zien met aan de rand van haar broedsel ook een kauwenei. De kauw was dus al begonnen met broeden toen de kerkuil de kast overnam. De kerkuil had dus haar eigen eieren naast het kauwenei gelegd en zat ook op dat ei te broeden. Zou dat ook uitkomen?

Het loopt verkeerd af… Op 19 juni belde de eigenaar dat hij een pas gestorven kerkuil in de schuur had gevonden. De volwassen kerkuil, waarschijnlijk een mannetje, was ongeringd en had een gewicht van slechts 220 gram, veel te weinig… Hij had zeker al enkele dagen niet gegeten, want hij was in de schuur opgesloten geweest. De kast hebben wij bij het ophalen van de dode kerkuil niet opnieuw gecontroleerd, want het was kort daarvoor gebeurd. Op 5 juli controleerden wij de kast opnieuw en vonden zes verlaten kerkuileneieren, enkele bevatten embryo’s. Doordat het mannetje kerkuil zeker drie dagen in de schuur opgesloten is geweest - en het vrouwtje niet van voedsel kon voorzien - heeft het vrouwtje uiteindelijk voor zichzelf gekozen en het broedsel verlaten. Wat een ongelukkige samenloop van omstandigheden met als resultaat een verlaten kerkuilenbroedsel van zes eieren. Jammer! Op 5 juli zat er een holenduif in de kast te broeden en die is door ons geringd. Tekst en foto: Allan M. Liosi

Zou het kauwenei ook uitkomen?

Nieuwsbrief Kerkuilen

19


Noord-Holland

1

Proef uilenrollers en zit­ palen in Noord-Holland Jaarlijks sneuvelen honderden kerkuilen in het verkeer. Om het aantal aanrijdingen te verminderen, wordt van het najaar 2018 tot 2020 een ‘kerkuilenproef’ uitgevoerd in de Wieringermeer. Doel is om te testen of het plaatsen van rollers op hectometerpalen in combinatie met het aanbieden van veiliger zitplaatsen, het aantal aanrijdingen met kerkuilen (en andere uilen en roof­ vogels) kan verminderen. Rollers en palen Het idee van de kerkuilenrollers en -zitpalen is ontwikkeld en voor het eerst getest in Friesland door Johan de Jong en Jan Koopmans. De rollers op hectometerpalen zorgen ervoor dat de dieren daar niet op gaan zitten en het aanbieden van zitpalen biedt veiliger zitplaatsen verder van de weg af.

20 Nieuwsbrief Kerkuilen

Samen moeten deze maatregelen het aantal aanrijdingen onder kerkuilen verminderen. De resultaten in Friesland lijken zeer veelbelovend. In Noord-Holland zijn alle terugmeldingen van (ruim 2000) ringgegevens van kerkuilen geanalyseerd. Daaruit bleek dat het verkeer de belangrijkste doodsoor-

zaak voor kerkuilen is. Vooral op rijks- en provinciale wegen vallen veel slachtoffers. Dat was de reden om ook in Noord-Holland een proef te starten. Deze winter zijn rollers en palen langs de A7 en N242 geplaatst op drie wegdelen van één kilometer. Ook zijn er één kilometer lang alleen palen geplaatst. Veel aandacht van de media De start van het project heeft heel veel media-aandacht gekregen. Het begon met een lang item op Vroege Vogels radio en is daarna opgepikt door regionale en landelijke televisie, tot in het NOS-journaal, landelijke kranten Telegraaf, Trouw en Parool, regionale kranten en sociale media. Vermeldenswaard is een stuk in de Leeuwarder Courant met de kop: ‘Friese proef om snelwegkerkuil te beschermen krijgt vervolg in Noord-Holland’.


Waarnemingen Sinds de plaatsing van de palen worden verkeersslachtoffers zorgvuldig geregistreerd en gebruik van zitpalen gemonitord. We krijgen de gegevens over slacht­ offers op vier manieren binnen. Van de kantonniers van de twee wegbeheerders. Gevonden dieren met een ring worden gemeld bij het ringstation of direct via kerkuilen­ ringer Luc Smit van de werkgroep. Tot slot meldt het publiek waar­ nemingen van slachtoffers via waarneming.nl. Ziet u zelf een aangereden dier langs de snelweg, geef dan de locatie van het dichtst­ bijzijnde hectometerpaaltje door. Bijvoorbeeld via waarneming.nl of aan Jasja Dekker (info@jasjadekker.nl met vermelding van wegnummer, hectometerpaal en rechter of linker weghelft). Maar stop nooit, dat is levensgevaarlijk!

Gebruik zitpalen Verschillende mensen hebben overdag al buizerds en torenvalken op de palen zien zitten en de zorgvuldige waarnemer kan er ook vogelpoep op zien. Op 15 januari 2019 betrapte één van de geplaatste wildcamera’s ook een kerkuil op een van de palen aan de A7. Samenwerking Bij een proef als deze heb je veel mensen en partijen nodig. Het project wordt uitgevoerd in opdracht van de provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat, in samenwerking met de aanneemcombinaties Via Optimum en Waaksaam en met natuurlijk de kerkuilenwerkgroep Noord-Holland! Tekst: Jasja Dekker (onderzoek), Nico Jonker (Provincie Noord-Holland) en Karen Zwerver (Rijkswaterstaat) Foto’s: Jasja Dekker

1. De leden van kerkuilenwerkgroep Noord-Holland, een delegatie van Rijkswaterstaat en de aannemer. 2. De zitpalen langs de A7.

2 Nieuwsbrief Kerkuilen

21


Zuid-Holland Uilen in de Hoeksche Waard Het valt de leden van de uilenwerkgroep van het Hoekschewaards Landschap steeds weer op hoe enthousiast de bewoners reageren als op hun perceel of in hun schuur uilen blijken te wonen. Al een aantal jaren plaatsen we steenuilenkasten op geschikte locaties, het liefst in hoogstamfruitbomen, maar ook knotwilgen komen in aanmerking. Dat zijn er in de hele Hoeksche Waard inmiddels ruim 175 met het doel het aantal steenuilenpaartjes in stand te houden en liefst wat te laten groeien. De riante kasten worden niet altijd in dank aanvaard, want op veel plekken geven de steenuilen toch de voorkeur aan een holte in een knotwilg of onder een daklijst van een schuur. Met iets meer dan 30 paartjes is er dus ruimte genoeg. Bij meer dan 90 boeren hebben we ook kerkuilenkasten op een balk in hun schuur mogen plaatsen. De muizen-­ stand, zeker in die schuren, wordt op die manier gedecimeerd, waar de boeren maar wat blij mee zijn. Bij het ringen van de jongen moeten we plannen dat het hele gezin er bij kan zijn en soms ook nog andere familieleden. Leerzame momenten, zeker voor de jeugd. Het aantal broedparen is van 0 in 2000 gegroeid naar ongeveer 35 nu. Leuk zijn altijd de terugmeldingen van de geringde uilen, voor zover ze tenminste niet ergens dood zijn aangetroffen. Zo kregen we een melding van een kerkuil die in 2013 in Strijen was geringd en in juni 2017 bijna 100 km verderop in Sint Martens-Bodegem in België in een kast werd aangetroffen met drie jongen. Een andere kerkuil werd (in juni 2017 geringd in Zuid-Beijerland) een jaar later terug gemeld. Hij werd levend aangetroffen in een kast te Maulette in Frankrijk! Een dorp in een agrarisch gebied nabij Parijs, op een afstand van maar liefst 385 km van de geboorteplaats. Vorig jaar begonnen we namaaknesten voor ransuilen te plaatsen. Daarvan komen er in de Hoeksche Waard nog een flink aantal voor. Ransuilen broeden niet in holen, maar in oude kraaiennesten. Het is even afwachten of deze nesten, die we vooral in grote coniferen op veelbelovende locaties hebben geplaatst, in de smaak vallen. In de randen van de Hoeksche Waard bivakkeren ook een aantal bosuilen in holten van grote bomen. Waar bosuilen zitten, hebben andere uilen het nakijken bij de grotere en sterkere bosuilen. Een bosuil in de

22

Nieuwsbrief Kerkuilen

1

2 zuidrand geeft al een aantal jaren de voorkeur aan een kerkuilenkast in een boerenschuur. Wel bijzonder en ook hier hebben de kerkuilen geen kans. De elf leden van de werkgroep hebben er veel werk aan. Naast het ophangen van kasten worden die ook schoongemaakt en zo nodig gerepareerd. Het ringen van de uilen is echter iedere keer weer een hoogtepunt voor de bewoners en natuurlijk ook voor de werkgroep­ leden. Tekst: Ruud Polderman

1.

In de Hoeksche Waard zijn iets meer dan 30 steenuilenpaartjes. (Foto: André Eijkenaar) 2. Deze ransuil houdt een langslopende hond in de gaten. (Foto: Reinder Dokter) 3. Waar bosuilen zitten, hebben andere uilen het nakijken. (Foto: André Eijkenaar)


3 Nieuwsbrief Kerkuilen

23


Zeeland Satellietschotel als anti-marteroplossing Het seizoen 2018 is voorbij en dan wordt het tijd om de balans op te maken. De belangrijkste gegevens zijn natuurlijk het aantal broedsels en juveniele kerkuilen dat is uitge­ vlogen. Na het derde recordjaar in 2017 moest het ervan komen dat het een keer minder zou worden en dat is dan ook gebeurd. Vergeleken met de landelijke cijfers heeft Zeeland het echter nog niet zo slecht gedaan. Schouwen Hier is het aantal broedparen licht afgenomen maar het aantal uitgevlogen juvenielen is licht gestegen. In deze regio is er wisseling van de wacht wat betreft de regiocoördinator. Ik dank dan ook de ‘oude’ coördinator Bert voor zijn jarenlange inzet en wens de ‘nieuwe’ coördinator Gijs veel succes. Duiveland In deze regio is het totaal aantal broedparen gelijk gebleven, maar het aantal uitgevlogen juvenielen afgenomen. Tholen en St. Philipsland Het aantal broedparen is licht toegenomen, maar opmerkelijk was de sterke stijging van de mislukte broedsels. Het aantal uitgevlogen

juvenielen kerkuilen is bijna gehalveerd. Uiteindelijk moet je dan toch constateren dat het in deze regio relatief (in vergelijking met de andere regio’s) een slecht seizoen was. De oorzaak hiervoor is niet bekend. Walcheren Het aantal broedparen is afgenomen met een gelijk aantal mislukte broedsels. Met als resultaat dat het aantal uitgevlogen juvenielen is afgenomen. In deze regio worden testen uitgevoerd met camera’s in de nestkasten waarover we volgend jaar meer over hopen te melden. Bevelanden Zowel de broedparen als de uitgevlogen jonge kerkuilen zijn in aantal toegenomen. Bijna een kwart hiervan is voorzien van een ring. Zeeuws-Vlaanderen Zoals de landelijke trend was hier een afname van het aantal broedparen en uitgevlogen juvenielen. Bijna 90% is geringd. Ook is een start gemaakt met het controleren en/of ringen van de volwassen kerkuilen. Gezien onze geografische positie is het niet vreemd dat wij regelmatig kerkuilen in handen hebben met een Belgische ring. Er zijn wat betreft de bescherming van de kerkuilen goede contacten met onze Belgische zuiderburen.

Algemene indruk Opvallend was dat Bevelanden het als enige regio beter heeft gedaan in 2018. In 2018 had Zeeuws-Vlaanderen de primeur om de marter te verwel­ komen, een niet graag geziene gast in onze nestkasten. De oplossing werd gevonden in het plaatsen van afgedankte satellietschotels die ons ter beschikking zijn gesteld voor dit doel. Er zijn er nu twee geplaatst en we zien ook mogelijkheden om hiermee katten te weren. Het is aan te bevelen om tijdens de controle van de nestkast het invlieggat af te sluiten en daarna pas de nestkast te controleren. Het doel is om de kerkuil(en) in de nestkast te houden en uitvliegen te voorkomen. Om dit te stimuleren zijn door de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland in 2018 telescoopstokken ter beschikking gesteld. Na wat aanpassingen (ook aan de nest­kasten) zijn deze in de praktijk getest. Ik heb zelf goede ervaringen met het gebruik van de telescoopstok met afdichtingsplaat. De regio’s Walcheren, Bevelanden en Zeeuws-Vlaanderen hebben ieder hun eigen jaarverslag over 2018 gemaakt. Deze jaarverslagen zijn terug te vinden op de website van Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland. We vergeten natuurlijk niet dat dit alles door de vrijwilligers binnen de regio’s van de kerkuilenwerkgroep tot stand is gekomen. Zonder hun inzet was dit allemaal niet mogelijk. Ook willen we de sponsoren in de diverse regio’s bedanken voor hun bijdrage. Tekst en foto: Hans Molenaar

1.

1

24 Nieuwsbrief Kerkuilen

Een afgedankte satellietschotel dient als anti-marterscherm in Zeeuws-Vlaanderen. 2. De braakballeninhoud: veren, schedels en botjes uit de kerkuilenkast. 3. Nader onderzoek van de schedel gaf aan dat het om een watersnip ging.


Brabant Al met al een bijzondere vondst in een kerkuilenkast! De kerkuilenkast bij een familie in Heesch was al in de eerste week van juni gecontroleerd met een goed resultaat van vier jongen van ongeveer drie weken oud. In de tweede week van juli vloog er telkens een vol­ groeide kerkuil in de schuur rond. Volgens de boer was het een jong, omdat hij nogal onbeholpen zijn landingen uitvoerde en telkens in de buurt van de kast bleef. De man vroeg zich af waar de andere drie jongen waren gebleven en vroeg mij in de kast te kijken en deze schoon te maken. Op 26 juli trof ik in eerste instantie twee dode jongen aan die op braakballen lagen. Ik heb de kast leeg geschept en de inhoud mee naar huis genomen.

Vervolgens selecteerde ik de inhoud op de tuintafel in braakballen, veren, schedels en botjes. Het resultaat was drie dode kerkuilen, een mus, een spreeuw en een steltloper. Hiervan waren ook de ribben en een deel van de poot aanwezig. Aanvankelijk dacht ik aan een scholekster, omdat die regelmatig in het weiland achter de boerderij werd waargenomen. Maar bij nader onderzoek ging het om een watersnip! De schedellengte was 96 mm en de openingen in de ondersnavel in lengterichting zaten op respectievelijk 30 en 45 mm van de punt. Bij de schol­ekster zijn deze niet aanwezig. Al met al een bijzondere vondst in een kerkuilenkast! Tekst en foto’s: Joost Nijkamp

2

3 Nieuwsbrief Kerkuilen

25


Limburg Carnavaleske kerkuilen Veel kerkuilen hebben, net als veel mensen in Nederland, de kerk (lees: kerktorens) verlaten. De uilen min of meer gedwongen door het met gaas bekleden van de galm­ gaten. De hinder kwam vooral van kauwen en verwilderde duiven. Gelukkig is er compensatie gekomen in de vorm van kasten die op daarvoor geschikte plekken, zoals in schuren bij boerderijen of in boerderijen zelf, werden geplaatst. Bijna alle kerkuilen vinden hier momenteel onderdak. Heel vroeger broedden de kerkuilen ook in holtes van bomen. Sommige uilen kiezen ook nu nog voor de meest rare plekken. Belangrijk is dat het er rustig en vooral donker moet zijn. Maar deze Limburgse kerkuilen spannen toch wel de kroon. Ik sprak de eigenaar van een boerderij bij toeval over een torenvalkenkast die bij hem op een paal in het weiland staat. ‘In de avonduren, wanneer ik het vee ga voeren, zie ik uit de kapschuur uilen vliegen’, vertelde hij. ‘Maar er hangt toch geen kast bij jullie’, was mijn opmerking. ‘Dat klopt’,

26 Nieuwsbrief Kerkuilen

zei hij. ‘Maar er hangt wel ondersteboven boven in de nok een kop die ooit is gebruikt bij een carnavalsoptocht.’ Bij controle het afgelopen jaar was er lawaai in de kop te horen. Er was helaas geen mogelijkheid om er in te kijken. En we wilden de uilen niet storen. Bij een recent bezoek dit jaar zat er een uil naast de kop op een balk en in de kop was er beweging van de andere uil. Vervolgens vloog deze opeens uit de hals van de kop. Er is toen aan de achterzijde een klein luikje geknipt in de draad waardoor er in de kop gekeken kon worden. Er lagen veel kapot getrapte braakballen en een aantal skeletjes van vermoedelijke jonge kerkuilen. Doodsoorzaak was natuurlijk de enorme hitte van afgelopen zomer. Dit jaar kunnen we gemakkelijk de inhoud van de kop controleren. We zijn benieuwd naar deze uilen die het letterlijk in hun kop hebben gehaald om hier te broeden. Tekst: Henk Beckers Foto: Lex Verbeek

Hoe hebben deze uilen het in hun kop gehaald om hier te broeden.


Asbestsanering noopt tot maatregelen

Door de landelijke asbestsanering kunnen uilenkasten in gevaar komen. In de Wet natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. De zorgplicht schijft voor dat iedere initiatiefnemer zich vóór de uit­voering van werkzaamheden op de hoogte moet stellen van de effecten van een project op soorten (flora en fauna). Dit kan door het uitvoeren van een klein ecologisch vooronderzoek, ook wel quick scan genoemd. Deze quick scan moet worden uitgevoerd door een deskundige op het gebied van ecologie. Er wordt daarmee een onderzoek verricht Uilen en hun nestplaatsen zijn naar alle mogelijke aanwezige jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. In artikel 3.1 van soorten (en niet één soort specifiek). deze wet is bijvoorbeeld opgenomen Als blijkt uit het ecologisch dat het opzettelijk vernielen, bescha-­ onderzoek dat er inderdaad een negatief effect is te verwachten digen of wegnemen van nest- en op de uilen dan moet de initiatief­ rustplaatsen is verboden. nemer maatregelen nemen om Momenteel vinden er veel werkniet in overtreding te gaan. Ook kan zaamheden plaats in stallen en schuren in het kader van de landelijke een ontheffing (vergunning) op het gebied van de soortenbescherming asbestsanering. Het kan gebeuren noodzakelijk zijn. dat besloten wordt om de stallen Mitigerende maatregelen worden zelfs te slopen. Steen- en kerkuilen bepaald door een ecologisch zijn voor hun broedplaatsen juist deskundige op het gebied van afhankelijk van deze gebouwen en de aan­wezige soort(en). op veel locaties hangen speciale Denk daarbij aan het aanbieden nestkasten die geplaatst zijn door van alternatieve broedlocaties en uilenwerkgroepen. Iedere uilenbeschermer heeft wel eens te maken gehad met de afbraak van een vervallen schuurtje, werkzaamheden in een kerk of de uitbreiding van koeienstallen. In de regio Brabant neemt dit aantal gevallen in het kader van de landelijke asbestsanering in rap tempo toe. Meestal wordt in goed overleg naar een passende oplossing gezocht om de aanwezige uilen te behouden. Dan zijn gastgever en beschermer tevreden en kunnen de uilen blijven.

het uitstellen van werkzaamheden tot na de broedperiode. Een vrijwilliger van de lokale uilenwerkgroep wordt wettelijk gezien als ‘deskundige’. Hij of zij mag adviseren en kan ondersteunen bij de plaatsing van nieuwe nestkasten. Er zijn vrijwilligers die deze rol liever niet op zich willen nemen. Initiatiefnemers moeten zich dan richten tot een ecologisch adviesbureau. In de kennisdocumenten van BIJ12 (voorheen soortenstandaarden) worden onder andere voorbeelden genoemd van mitigerende maat­ regelen. Tekst: Mark Sloendregt en Jochem Sloothaak Foto: Reinder Dokter

Meer informatie: Kennisdocumenten steenuil en kerkuil te downloaden via www.vogelbescherming.nl

Nieuwsbrief Kerkuilen

27


Veilig foerageren langs de snelweg

1 Bermen langs de drukke autosnelwegen vormen de kernbiotoop van veldmuizen en een goed jaaggebied voor de kerkuil en andere uilen. Het probleem is dat er zoveel uilen verongelukken. De kerkuil maakt veelvuldig gebruik van hectometerpaaltjes langs de kant van de weg, die hij gebruikt als uitkijkpost of rustplaats. Na het vangen van een prooi keert de uil terug op het paaltje om de prooi te verorberen of met de prooi weg te vliegen naar het nest om de jongen te voeren. Deze paaltjes staan dichtbij de weg en zijn laag. Tijdens het jagen steken uilen regelmatig de weg over op een hoogte van nog geen twee meter. In eerdere nieuwsbrieven is hier al volop aandacht aan besteed, nu een korte update van de lopende projecten. De eerste pilot in Friesland is uit­gevoerd in 2014 op de A7 bij Beetsterzwaag. Over een traject van 3 km werden aan beide kanten van de weg, rond het knelpunt

28 Nieuwsbrief Kerkuilen

Beetsterzwaag, 60 hm-paaltjes voorzien van een rol waarop de uilen niet kunnen zitten (ze ‘rollen’ eraf). Op 5 meter afstand van de rijbaan kwam ter hoogte van elk hm-paaltje een drie meter hoge paal met dwarslat. Dit is allemaal gerealiseerd samen met Rijkswaterstaat en de Werkgroep Kerkuilen Friesland, dankzij subsidie van de stichting Bettie Wiegman Fonds. De resultaten van de pilot zijn verbluffend: er worden nauwelijks nog kerkuilen doodgereden.

De palen zijn van gerecycled materiaal gemaakt en gaan 100 jaar mee. De tweede pilot vindt plaats in Noord-Holland. Er zijn rollers en palen langs de A7 en N242 geplaatst op drie wegdelen van één km. Zie voor meer informatie het regionieuws van Noord-Holland in deze nieuwsbrief.

Nieuwe pilot Langs de Centrale As, die van Dokkum naar de Westereen loopt, zijn in april 2019 over een traject van 10 km aan beide zijden van de weg 140 rollers op de hm-borden geplaatst en op ongeveer 5 meter vanaf de rijbaan ook nog eens 140 palen met dwarslat. De palen zijn van gerecycled materiaal gemaakt en gaan 100 jaar mee. De weg doorsnijdt een aantal belangrijke leefen jaaggebieden van de kerkuil. Dit project is tot stand gekomen door een uitstekende samenwerking tussen Provincie Friesland en de Werkgroep Kerkuilen Friesland. De Provincie heeft de volledige kosten voor zijn rekening genomen! Tekst: Johan de Jong Foto: Sake Beerstra

1.

Op 4 april jl. ging voor het Centrale As project één van de 140 gerecyclede palen de grond in, met links gedeputeerde Kramer en rechts Johan de Jong. 2. In het sneeuwlandschap zat een velduil.


Velduilen in de sneeuw In januari 2018 kreeg ik een bericht van een boer even buiten Sneek dat hij velduilen in zijn weiland had. Het had al enige tijd gesneeuwd en telkens wanneer hij in het land kwam, vlogen er ongeveer 15 velduilen op. Dit vond hij zo bijzonder, dat hij mij ervan op de hoogte stelde. Op 25 januari reed ik samen met Bart, van de roofvogel-­ en uilenwerkgroep Sneek, het erf op. Het was een enigszins grijze dag, niet ideaal om foto’s te maken. De boer stapte bij mij in de auto, we reden langzaam door de weilanden over het betonnen pad. Na lang turen geen uil te zien, besloten we te stoppen. Toen we uitstapten vloog er een velduil sierlijk weg uit de berm.

We durfden ons niet te verroeren, één beweging teveel en hij zou zo wegvliegen. In de winter zoeken ze locaties op waar veel veldmuizen voorkomen. Dit is hun hoofdvoedsel. Ze blijven in de winterperiode soms tot in april aanwezig, maar trekken dan naar hun broedgebieden. Maar nu zaten ze in de sneeuw midden in de winter. Langzaam gingen we door een sneeuwachtig landschap, het zicht was slecht.

Zou het dan toch bij die ene velduil blijven? De fotocamera in de aanslag, verrekijker om de nek. Nee, het bleef leeg en verlaten in de weilanden. Eenmaal weer in de auto reden we langzaam richting de boerderij. Vlak voor een overgang naar een volgend perceel zat een velduil! Hij keek ons aan, de kop 180 graden gedraaid. Wat een vogel, fantastisch zoals zijn vlekkerige verenpatroon contrasteerde met de sneeuw. Tussen oud riet of in een slootkant zou hij zijn niet opgevallen. Hij had de oorpluimpjes wat opgericht en de sluier samengeknepen. Alert bleef hij ons aankijken. We durfden ons niet te verroeren, één beweging teveel en hij zou zo wegvliegen. Langzaam het autoraampje naar beneden en flink wat foto’s schieten. Wat een unicum! Verderop zat hij aan de rand van de sloot in het sneeuwlandschap. Nog even genieten en dan met een langzame gang terug naar de boerderij. Tekst en foto: Lydia Barkema

2 Nieuwsbrief Kerkuilen

29


Van de bestuurstafel Tekst: Ruud Leblanc

Bestuurszaken Afgelopen seizoen hebben drie regiocoördinatoren aangegeven hun functie niet meer te willen vervullen. Jaap van de Streek, die vanuit Drenthe verhuist naar een andere provincie, wordt opgevolgd door Gé Hoogerwerf. Henk Beckers (Limburg) en Jan Jacobs (Betuwe Oost) zoeken nog steeds naar een waardige opvolger voor hun regio. Wij willen deze collega’s hartelijk danken voor hun jarenlange inzet! Landelijke Uilendag 2019 gratis toegankelijk Ook dit jaar wordt de Landelijke Uilendag weer georganiseerd. De voorbereidingen zijn in volle gang, zodat we op 12 oktober in Meppel een gevarieerd programma kunnen aanbieden. De toegang is uiteraard weer gratis en u hoeft zich niet aan te melden, maar alleen alvast de datum in uw agenda te noteren. Nieuwsbrief van 2018 Wederom zijn er 15.000 exemplaren van de ‘Nieuwsbrief uilen 2018’ uitgegeven voor de vrijwilligers en kasteigenaren. Hierin stond een overzicht met opnieuw een stijging van het aantal broedgevallen, we hadden weer een record in 2017. En veel pagina’s met mooie bijdragen van bijna alle regio’s. Graag willen we alle schrijvers, fotografen, vrijwilligers en kasteigenaren (gastgevers) hartelijk danken voor hun medewerking. Restyle nieuwsbrief Zoals u heeft kunnen lezen is de naam van deze nieuwsbrief veranderd in Nieuwsbrief Kerkuilen en is het ontwerp en de vormgeving aangepast. Vooruitlopend op het 30-jarig bestaan van onze nieuwsbrief in 2020 hebben we gekozen voor een restyle. RBF communicatie & print - al tien jaar onze vaste partner - biedt ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum de nieuwe vormgeving aan. Het bestuur is hier zeer content mee. We hopen dat u ook tevreden bent met de aanpassingen. Ondersteuning Ook in 2018 zijn we zowel financieel als fysiek ondersteund door Vogelbescherming Nederland. Verder ontving de Stichting € 675,- aan giften en € 7.307,50 aan donaties waaruit maar weer blijkt dat de donateurs een belangrijk onderdeel blijven uitmaken van de financiering van onze uitgaven. We hebben een wisselend aantal van zo’n 400

30 Nieuwsbrief Kerkuilen

1 donateurs. Wanneer een donateur drie jaar lang een nieuwsbrief heeft ontvangen zonder betaling wordt hij verwijderd uit het bestand. Dit was 23 keer het geval. Dit jaar hopen we dat de 60 nieuwsbriefontvangers die nog niet hebben betaald, dat alsnog doen. Website De website www.kerkuil.com blijft van onschatbare waarde als communicatiemiddel. Afgelopen jaar is er veel energie ingestoken om deze te vernieuwen. Er komen veel mailtjes binnen met allerlei vragen en opmerkingen uit het hele land. Deze proberen we zo snel en goed mogelijk te beantwoorden. Social media SKWN heeft een eigen Facebookpagina met bijna dagelijks nieuwe berichten. Ook hier komen veel vragen binnen waar we adequaat op reageren.


Sovondag Op zaterdag 24 november 2018 stonden we weer met onze informatiestand op de jaarlijkse Sovondag. Ditmaal voor het eerst in Apeldoorn. Het blijft leuk om in persoonlijke gesprekken informatie uit te wisselen. Via onze stand proberen we ook verschillende attributen te verkopen om de kas te spekken. Vaak krijgen we uit een erfenis beeldjes van uilen die wij dan te koop aanbieden. Ook boeken worden hier aangeboden. Op deze plaats verdienen Reinder en Martje Dokter wel een dikke pluim. Dat zijn de twee drijvende krachten achter onze informatiestand.

Beleef de lente In 2018 deed de kerkuil weer mee met de webcams van VBN op www.beleefdelente.nl. Helaas werd de kerkuilenkast gekraakt door kauwen… Dus geen kerkuil in beeld. Dit jaar is de website weer online en doen er drie soorten uilen mee die hun privéleven prijsgeven. De kerkuilenkast werd op moment van schrijven niet gebruikt door de kerkuil, maar gelukkig mochten we doorschakelen naar een camera die in Friesland is geplaatst bij De Alde Feanen van It Fryske Gea. Hier gebeuren heel bijzondere dingen!

Ringersbijeenkomsten Ook in 2018 waren er weer twee certificeringsdagen in vogelasiel ‘De Fûgelhelling’ voor de kerkuilenringers. Zij moeten cursussen volgen om hun ringvergunning te behouden. De bijscholing wordt gegeven door Johan de Jong.

Aan iedereen, die het kerkuilenbeschermingswerk een warm hart toedraagt Ondersteun ons werk door een éénmalige gift op rekening nummer NL23 RABO 0344 2321 74 t.n.v. Kerkuilenwerkgroep Nederland te Hoorn onder vermelding van uw naam en adres (dan sturen wij u een Nieuwsbrief Kerkuilen).

Digitale nieuwsbrief In 2014 zijn we gestart met een digitale nieuwsbrief. De maker hiervan, Engelbert van der Giessen, lukte het in 2018 weer om een paar keer een nieuwsbrief te maken. Er zijn afgelopen periode zo’n 50 nieuwe lezers bij gekomen. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor aanmelden door een mailtje te sturen naar digitalenieuwsbrief@kerkuil.com. Deze wordt onregelmatig uitgegeven, afhankelijk van kopij die binnenkomt. Dus heeft u een leuk verhaaltje of een mooie foto?

Of word donateur via onze website www.kerkuil.com. We zijn blij met elk bedrag! Alvast bedankt. ANBI-RISN: 816866570

Periodieke gift Dit is een jaarlijkse gift gedurende minimaal 5 jaar. Een periodieke gift is volledig aftrekbaar, dus vanaf de eerste euro. Als u een periodieke gift wilt doen moet u dit schriftelijk vastleggen met de SKWN. Op de website van de belasting­ dienst en op onze site kerkuil.com kunt u dit formulier downloaden, uitprinten en ingevuld opsturen naar SKWN zodat wij dit ingevuld en ondertekend aan u kunnen retourneren. U bent dan wel verplicht om gedurende deze gehele periode te doneren.

Mail het dan naar dit adres.

1. 2

Johan de Jong (zittend) geeft de bijscholingscursus voor de kerkuilenringers. (Foto: Mary Mombarg) 2. (Foto: André Eijkenaar) Nieuwsbrief Kerkuilen

31


Is de kust veilig? Foto: AndrĂŠ Eijkenaar

www.kerkuil.com

Profile for SKWN

Nieuwsbrief Kerkuil 2019  

Nieuwsbrief Kerkuil 2019

Nieuwsbrief Kerkuil 2019  

Nieuwsbrief Kerkuil 2019

Profile for live9863
Advertisement