__MAIN_TEXT__

Page 1

Kerkuilnieuws 2016

West-Overijssel en Noordoostpolder


Samenstelling en Redactie Ger Snaak Florian Bijmold

Eindredactie Hans de Jonge

Vormgeving Marc Hekking

2

Kerkuil Nieuws 2016

g.snaak@ziggo.nl fbijmold@gmail.com hansannie1@hotmail.com marc@sallanddesign.nl


Inhoudsopgave Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Inleiding

Inhoudsopgave

De derde digitale nieuwsbrief, jaargang 30

4. Hardenberg 2015 5. Een merkwaardige vondst… 6. Werkgroep Avereest 8. Noordoostpolder 2015

De kerkuilenwerkgroep West-Overijssel/Noordoostpolder is een zelfstandige organisatie van vrijwilligers die zich als doel stelt het beschermen van de kerkuil binnen haar werkgebied. Het plaatsen van broedkasten is een van de middelen om dat doel te bereiken. Het ringen van kerkuilen is een belangrijke bijdrage voor vervolgonderzoek. Deze nieuwsbrief is bedoeld om iets van de werkzaamheden van de werkgroep te laten zien en contacten naar buiten te stimuleren. Mensen die informatie willen over kerkuilen of belangstelling hebben voor een broedkast kunnen contact opnemen met de in deze nieuwsbrief voorkomende lijst van regiocoördinatoren. Zij helpen u graag. Graag verwijst de werkgroep naar de sites van de SKWN om het beschermingswerk ook financieel te ondersteunen. De redactie.

10. Werkgroep Olst/Wijhe 12. Braakbalonderzoek 15. Schuilplaats voor muizen 16. Broeden in een kerk

18. Een goed jaar! 23. Kerkuilgegevens 2015 24. Coördinatoren 28. Kaart werkgroepen

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

3


Hardenberg 2015 Bijdrage nieuwsbrief broedseizoen 2015 Jan Leferink - regio Hardenberg Als je in het veld roofvogels en uilen inventariseert zie je wel eens boomholtes die, door de vondst van braakballen, verraden dat ze gebruikt worden door kerkuilen. Dit kan het hele jaar voorkomen. Misschien dat het in de winter meer voorkomt. Dan zijn er jongen van het voorbije broedseizoen die nog niet definitief een territorium hebben gevonden. In elke vogelgids staat dat kerkuilen in ook in boomholtes broeden. Waarschijnlijk wordt hier nauwelijks specifiek naar gezocht. In 2015 kamen we in Holthone maar liefst in drie boomholtes kerkuilen tegen. Op 2 mei kwamen Kees van kleef en ik langs een boomholte, ongeschikt als broedplaats, waar we op 23-6-2009 een ongeringde kerkuil aantroffen. Ook nu zat er een kerkuil in. De uil was in 2014 geringd in OudAvereest, op een afstand van 21 km van de waarnemingsplaats.

Op 27 mei zat in een eveneens als broedplaats ongeschikte boomholte een zeer licht gekleurde uil. Deze uil was in 2014 geringd in Radewijk, op een afstand van 5 km van de waarnemingsplaats. De vader van deze uil was ook een zeer licht gekleurd exemplaar. Op 30 mei 2015 zat (op een afstand van 34 km van de ringplaats Rossum) in een forse en als broedplaats geschikte holte, een in 2014 geringde uil. De uil was rechts geringd. Uit een opening hoger in de boom van dezelfde holte vloog een tweede uil. Op 2 maart 2015 zag ik, hopend op een Bosuil, een links geringde Kerkuil uit de holte komen. De afstand van de verst van elkaar liggende holtes bedraagt 1,1 km. De derde holte ligt hier tussenin, op afstanden van 0,3 en 0,8 km van de andere holtes. Op 23 juni zag Ger Snaak in Anerveen bij de controle van de kerkuilenkast een torenvalk wegvliegen. In de kast lagen net uitgekomen jonge torenvalken. Omdat ik een RAS torenvalk-project heb, stelde Ger mij op de hoogte. Op 26 juni zaten er 6 jongen in de kast en heb ik de (2e kalenderjaar) torenvalkvrouw geringd. Op 15 juli zijn de 5 overgebleven jongen geringd. Bij het schoonmaken van de kast kwamen twee dode kerkuilen te voorschijn. Een nestjong uit 2002 en een in Wijhe in 2014 geringde uil (op een afstand van 38 km van de ringplaats).

4

Kerkuil Nieuws 2015


Een merkwaardige vondst……… Theo van de Graaf

Vanmorgen liep ik over het fietspad langs de Linde tussen het Kuierpaad en de Kontermansbrug toen ik een merkwaardige vondst deed. Op het fietspad lagen drie dode spitsmuizen. Twee op hun rug en de derde met elk voorpootje op één van de andere twee. Ik heb de bijgevoegde foto gemaakt van de situatie zoals ik ze aantrof. Het was omstreeks half tien toen ik de foto maakte en toen had ik al anderhalf uur langs het fietspad doorgebracht. In al die tijd kwam er slechts één fietser voorbij, een mevrouw die ik er niet voor aanzag een rare grap uit te halen. Het laat zich raden hoeveel fietsers of wandelaars er vóór acht uur langs geweest zijn, heel weinig, denk ik. De kans dat iemand een grap heeft uitgehaald lijkt mij daarom erg klein. Ik heb al veel vaker dode spitsmuizen op fietspaden gevonden, o.a.in de omgeving van de Oostvaardersplassen, soms meerdere tijdens een wandeling. Je zou verwachten dat ze overreden of aangereden zijn. Merkwaardig genoeg zie ik daar nooit iets van. Op het oog lijken ze steeds onbeschadigd, alsof ze ter plekke een hartstilstand hebben gekregen. Als een dier zich niet goed voelt, zal hij de neiging hebben weg te kruipen. Hoe kan het dan dat ze doodgaan op het fietspad? Of is het toch echt een hartstilstand? Tot nu toe vond ik altijd elke spitsmuis in zijn eentje, hooguit lag er meters verderop nog een. De vondst van het trio van vanmorgen is een merkwaardige uitzondering waar ik zelf geen verklaring voor heb.

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Uilen weetjes Uilen worden vaak in onze cultuur afgebeeld. Ze zijn gevonden op grotschilderingen in Frankrijk al 20.000 jaar geelden. Ze hebben een symbolische betekenis in culturen voor ongeluk, dood, voorspoed en wijsheid. Heksen werden ook vaak gekoppeld aan uilen. Ze zouden zich in een uil kunnen veranderen en dan met een diepe duikvlucht zouden ze de baby´s uit hun bedjes roven.

Kerkuil Nieuws 2016

5


Werkgroep Avereest De uilen van de Mulderij

Sinds 2010 wonen wij in een oude boerderij op de Mulderij te Dedemsvaart in Overijssel. Dit is een oud buurtschap met een 20 tal woningen net buiten Dedemsvaart in het Reestdal. Toen we er kwamen wonen zaten er al Steenuilen en Kerkuilen in en rondom onze boerderij. Aangezien ik al jaren lid ben van Natuurwerkgroep de Reest, ben ik in contact gekomen met de Steenuilwerkgroep en de Kerkuilwerkgroep van deze vereniging. Dit heeft geresulteerd in het ophangen van een Steenuilkast die trouw elk jaar een nest met jongen voortbrengt.

6

Kerkuil Nieuws 2016

We genieten enorm van de roepende Steenuilen in de schemering en mijn kinderen willen altijd helpen bij het ringen van de uilskuikens. Ook hebben we in ons achterhuis een Kerkuil zitten. Het achterhuis is een grote stal met een hooizolder en in de nok diverse gaten in het dak om in en uit te vliegen. Met andere woorden een uilenparadijs!


Wie ook een Kerkuil in de schuur heeft weet dat het een smerige bende van de braakballen en uitwerpselen wordt. Ook kan je s’avonds genieten/schrikken van het gesis en geschreeuw van de uil. Maar goed dit was onze uil die bij onze boerderij hoorde. Zelfs heb ik de uil een keer moeten redden. De uil zat met één teen vast tussen het glas en het kozijn boven in de nok van het achterhuis. Na de 12 meter ladder te hebben opgescharreld met een handschoen aan de trap op om de ongelukkige uil op grootte hoogte te bevrijden. Wel 4 jaar hebben we van onze uil kunnen genieten totdat ik de vogel dood op de grond vond!

Met andere woorden onze uil was nog geen 2 jaar oud en nota bene een “vluchteling” uit Duitsland! Blijkbaar is onze schuur een toevluchtoord voor solitaire Kerkuilmannetjes. Uiteindelijk ben ik lid geworden van de Kerkuilenwerkgroep om mee te helpen met het ophangen en onderhouden van nestkasten en het helpen met het ringen van de jongen. Sindsdien hebben we ook een nestkast voor onze Kerkuil opgehangen en ook die kast zit elk jaar vol met jongen. Tekst: Rik van der Kolk Kerkuil werkgroep Avereest

Erg jammer en aangezien hij een ring om had heb ik de ringgegevens doorgemaild naar het Vogeltrekstation voor de herkomst van de uil. Na maanden eindelijk bericht over onze uil. De uil was een jaar geleden als jong geringd in Helgoland! Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

7


Noordoostpolder 2015 Tekst: Florian Bijmold Veldmuizen en kerkuilen:

Voor veel veldmuizeneters was 2014 een topjaar. Menig kerkuilenpaar kon een tweede of zelfs een derde broedsel grootbrengen en op diverse locaties was weer eens een biddend torenvalkje te zien. De veldmuizen waren ook op sommige plekken in de Noordoostpolder rijkelijk aanwezig. Vooral in wegbermen, slootkanten, in de omgeving van dijken en schapenweiden bij boerderijen waren dit de locaties waar deze kleine knagers zich te goed deden aan grassen en kruiden. In het broedseizoen van 2015 was het anders gesteld, althans in de Noordoostpolder. Hoewel de winter van 2014/2015 een vrij zachte winter was, bleken er in het vroege voorjaar nog maar weinig veldmuizen aanwezig te zijn. Wij kregen ook geen meldingen van kerkuilen met vroege legsels. Dat was namelijk wel het geval in 2014. Wij liepen toen zelfs een aantal eerste legsels mis, doordat sommige jongen in mei en juni de broedkasten al hadden verlaten. 2015 was eigenlijk bij ons gewoon weer een ‘gemiddeld’ jaar: geen grote broedsels en over het algemeen geen vroeg legbegin. De veldmuizen waren in de Noordoostpolder, ongeacht de zachte winter en een lang groeiseizoen van grassen en kruiden, minimaal aanwezig, wat ook al het geval was in het zuidwesten van Friesland. Stress, door overtollig regenwater, ondergelopen holen, ziekten, een korte levensduur en (piek)predatie kunnen veldmuizen aardig dwarsbomen. Bij ons bleef de teller steken op 11 broedsels, waarvan we bij 8 broedsels de jongen hebben geringd en op 3 locaties waar wel is gebroed, maar waarvan wij niet hebben kunnen registreren hoeveel jongen er daadwerkelijk zijn uitgevlogen. In de Noordoostpolder hebben we op ca. 50 locaties nestkasten hangen, daarvan waren

8

Kerkuil Nieuws 2016

11 kasten bezet (20%). Wat ons opviel was dat in het noordwesten van de Noordoostpolder

Foto: Boer Adriaan Van Oirschot uit Nagele met Kerkuilpul

opmerkelijk weinig broedsels waren. Hoe kan dat nou? Er ligt daar een enorme lange dijk langs de IJsselmeerkust met uitermate geschikt leefgebied voor veldmuizen en er zijn relatief veel melkveehouders met grote graslandpercelen. Tja, soms kan je er gewoon geen pijl op trekken. De oostrand van de Noordoostpolder blijkt doorgaans toch wel door de jaren heen de beste locatie. Het oude land (Friesland en Overijssel) grenst aan het nieuwe en blijkbaar kunnen de veldmuizen vanuit de veenweiden zonder obstakels naar de weiden aan de Uiterdijkenweg en Hopweg migreren. We maakten ook erg leuke dingen mee, zoals het


bezoekje bij boer Adriaan van Oirschot aan de Havenweg bij Nagele. Sinds lange tijd eindelijk weer eens een paartje kerkuilen met jongen. Wat is het dan mooi om een nuchtere boer met een grote glimlach te zien bij het ringen van zijn uilen. Bij Frits en Wil Vriend aan de Uiterdijkenweg is het bijna elk seizoen raak. Het is door de jaren heen één van de locaties waar veel gebroed wordt. Er zijn veel grazige weiden in de buurt en rondom het boerenerf is er rust en ruimte. In de werkschuur van Staatsbosbeheer Kuinderbos kon het afgelopen seizoen twee maal beschuit met ‘’muisjes’’ gegeten worden. Er waren namelijk twee broedsel met jongen grootgebracht. We hebben van het tweede broedsel de jongen geringd. De Kerkuil kan in en rond het Kuinderbos nog andere prooidieren bemachtigen, namelijk bosspitsmuizen, bosmuizen, rosse woelmuizen en aardmuizen. Daarmee is, wanneer veldmuizen niet voorradig zijn. het kerkuilenpaar in het Kuinderbos blijkbaar in het voordeel, Het is daarom van belang dat kerkuilen rondom boerenerven ook kunnen terugvallen op andere prooidieren. Rommelhoekjes, houtwallen en bosschages kunnen uitkomst bieden. Vooral spitsmuizen, rosse woelmuizen en bosmuizen leven daar en kunnen een welkome aanvulling op het menu zijn. Wij zien dat ook terug in de nestkasten. Sexe-bepaling

Wij zijn erg benieuwd wat het komend broedseizoen zal gaan brengen. De Kerkuilencoördinatoren Sjoerd Haantjes, Florian Bijmold en ringer Niko Groen.

Wil Vriend en Niko Groen met de jongen tijdens de ringsessie in juli 2015 Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

9


Werkgroep Olst/Wijhe Jaarverslag uilenwerkgroep 2015

Na het heel succesvolle jaar 2014 waren de verwachtingen voor 2015 hoog gespannen. Aan het eind van het jaar moeten we helaas concluderen, dat de natuur zich moeilijk laat voorspellen. De aantallen broedsels, 41 bij de steenuilen en 15 bij de kerkuilen zijn zeker niet slecht te noemen. Het aantal eieren bij de steenuilen (159) hebben wij nog nooit zo hoog gezien; bij de kerkuilen viel het toch flink tegen, nl. 58 eieren, nog niet de helft van het uitzonderlijke goede jaar daarvoor, maar wel in de lijn van andere voorgaande jaren. Vooral omdat er in 2014 zoveel jongen waren uitgevlogen, hadden we er in 2015 wel meer van verwacht. De oorzaken kunnen liggen in enkele koude of natte periodes in het voorjaar, afgewisseld met erg warm weer. De muizenstand was ook aanmerkelijk slechter, en daar is de kerkuil zeer gevoelig voor. De steenuilen. In de meeste kasten, die in 2014 bezet waren geweest, troffen we ook in 2015 weer een broedsel aan. Mooi was het, dat de drie nieuw geplaatste kasten alle drie meteen bewoond werden. In een paar kasten troffen we bij de eerste controle wel uilen aan, maar kwamen er toch geen eieren. Die eerste controle levert altijd de meeste verrassingen op. Dit jaar vonden we maar liefst 15 vrouwtjes, die géén ring hadden. Dat zijn dus uilen uit een “vreemd” gebied, of wel uit onze regio, maar uit de vrije natuur. Het geeft mogelijk aan, dat wij niet alles in beeld hebben, en dat er ook nog uilen zouden kunnen broeden in bv. knotwilgen, waar wij ze niet in het vizier hebben. We willen de natuur graag een handje helpen, maar het is toch ook mooi als de natuur haar eigen gang gaat. Die 15 vrouwtjes zijn tijdens een volgend bezoek vrijwel allemaal alsnog van een ring voorzien. Daarnaast troffen we 27 volwassen vogels aan met een ring, 23

10

Kerkuil Nieuws 2016

vrouwtjes en 4 mannetjes. De ringnummers zijn al wel terug gemeld, maar we hebben nog geen overzicht waar deze uilen vandaan komen en hoe oud ze zijn. De 41 broedsels leverden 159 eieren op, maar uiteindelijk zijn er slechts 89 jongen geringd. Van drie jongen denken we, dat ze ons te vlug af waren, en dat ze al uitgevlogen waren, voordat de ringer kwam. In vergelijking met de jaren vóór 2014 is dit toch een mooi aantal, maar daarbij moet wel in aanmerking genomen worden, dat er in de loop der jaren diverse kasten bij geplaatst zijn. Vijf kasten, waar we eerst wel eieren gezien hadden, bleken later leeg. Het is niet altijd te achterhalen, wat de oorzaken daarvan zijn. Er kan sprake zijn van predatie, maar veel kasten zijn intussen zó aangepast, dat steenmarters geen kans meer hebben. Helaas zijn er ook nog andere, kleinere rovers, waar weinig tegen te doen is. In 4 kasten waren de eieren bij de tweede controle nog wel aanwezig, maar koud. Dat kan komen, doordat de ouders vertrokken of verongelukt zijn, of ten prooi gevallen zijn aan een havik of een sperwer. Deze vogels houden zich ook op in onze regio. Regelmatig wordt onze werkgroep benaderd door mensen, die vragen een kast op hun erf te plaatsen. We komen dan kijken hoe de omgeving er uit ziet, we luisteren naar de ervaringen en waarnemingen van de bewoner, en we kijken of er dichtbij al een kast geplaatst is. We houden een afstand van ongeveer 500 m hemelsbreed aan.


De kerkuilen. Bij de eerste controle van kerkuil kasten moeten we veel voorzichtiger zijn dan bij de steenuil. Een kerkuil, die nog bezig is met de leg of met het broeden, kun je heel gemakkelijk verstoren. Voor die eerste controle nemen we altijd contact op met regionale deskundigen. Dit jaar deed zich de vreemde situatie voor, dat sommige kerkuilen al heel vroeg een legsel hadden, maar de meeste broedsels waren 2 à 3 weken later dan normaal. Bij die zeer vroege broedsels waren de pullen al bijna op uitvliegen tijdens de eerste controle. Het totaal aantal eieren (58) was beduidend minder dan in 2014, maar sluit wel aan bij de jaren daarvoor. We plaatsen slechts af en toe een nieuwe kerkuilkast. De 58 eieren leverden 48 jongen op, waarvan er slechts 37 zijn uitgevlogen. Het gebeurt regelmatig, dat zwakke jongen door hun oudere broertjes of zusjes worden opgepeuzeld. Het oudsten en het kleinste jong kunnen wel 14 dagen of meer in leeftijd, en dus ook in grootte, verschillen. Bij het schoonmaken van de kasten in het najaar vonden we, verdeeld over 4 kasten, helaas 5 geringde dode jongen.

Over de reden hiervan tasten we in het duister, want die jongen waren in goede conditie tijdens het ringen. Onze werkgroep is in 2004 opgestart, en in 2005 deden we de eerste controles. Op één locatie was toen volgens de bewoner al jaren een kerkuilenpaar actief. In 2006 is er in deze nestplaats een verstoring geweest. Elk jaar gingen we toch even kijken, maar altijd zonder resultaat. Dit keer had de eigenaar goed nieuws voor ons: na 9 jaren was het nest (in een uitgeholde boomstronk) weer bezet, en zijn er 4 jongen uitgevlogen. Een mooie verrassing voor iedereen. In het bijgaande meerjarenoverzicht kunt u de ontwikkelingen rondom steen- en kerkuilen verder volgen. Wij kijken al weer in spanning en vol verwachting uit naar de resultaten van 2016.

Meerjarenoverzicht Steen en kerkuilen Olst/Wijhe Steenuilen Aantallen Broedsels Eieren Pullen Pullen geringd Pullen uitgevlogen Pullen dood Adults geringd

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

4 ? 11 9 9 2 1

5 13 13 8 13 ? 0

1 40 28 14 14 5 2

13 52 44 37 36 8 9

21 69 41 35 40 0 8

27 87 58 47 45 10 8

22 57 44 43 43 1 12

26 72 52 51 51 2 8

37 125 64 61 55 3 1

38 154 124 117 117 0 0

41 159 92 89 85 0 16

Kerkuilen Aantallen Broedsels Eieren Pullen Pullen geringd Pullen uitgevlogen Pullen dood Adults geringd

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

5 ? 18 16 16 2 0

4 25 20 19 15 0 0

15 21 59 54 59 0 0

11 36 33 29 26 8 5

7 24 16 15 15 1 1

12 43 33 30 30 3 4

9 26 22 18 18 4 0

11 46 45 45 42 4 4

11 52 34 30 29 5 0

15 127 113 104 104 1 0

15 58 48 42 42 6 0

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

11


Braakbalonderzoek gewone bosspitsmuis of tweekleurige bosspitsmuis? tekst: Ger Snaak

Braakballen van kerkuilen worden veel geplozen om een idee te krijgen over het voorkomen van kleine zoogdieren in een bepaald gebied. Met verschillende determinatietabellen wordt geprobeerd om de in de braakballen voorkomende schedels op naam te brengen. Vaak lukt dat uitstekend, maar niet altijd. Twee soorten die erg moeilijk met zekerheid zijn te determineren zijn de twee in Nederland voorkomende bosspitsmuizen: de gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) en de tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus). Bij het gebruik van de beste determinatietabellen is het in bijna tien procent niet mogelijk om beide soorten te kunnen onderscheiden. Dat is veel! Jarenlang onderzoek heeft dit percentage teruggebracht tot minder dan een procent. De toepassing van dat onderzoek wordt hieronder uitgewerkt.

Twee stappen Stap 1, de morfologische verschillen (verschillen in vormen) Je hebt hiervoor een loep of een microscoop nodig. Het is van belang om tijdens het pluizen van de braakballen de roodgetande onder- en bovenkaak (schedel) per braakbal in twee groepjes te verdelen en bijeen te houden. De twee groepen worden bepaald door de vorm van de binnenzijde van de processus zygomaticus (zie fig. 1 en 2).

Fig. 1. De processus zygomaticus De vormverschillen tussen beide soorten zijn weergegeven in fig. 2. Tussen de eerste rij rechts en de tweede rij links zitten overlapvormen.

Tweekleurige bosspitsmuis Bosspitsmuis Foto: rollin verlinde Gewone bosspitsmuis Fig. 2: vormverschillen processus zygomaticus op grond van lengte- en breedteverhoudingen.

12

Kerkuil Nieuws 2016


Wist u dat : Voor Sorex coronatus (bovenste rij) geldt: relatief lang en smal, voor Sorex araneus (onderste rij): relatief kort en breed. Vormen die niet passen bij de afbeeldingen (overlap) vormen groep 3. Deze groep wordt in Stap 2 verder bekeken. Vertrouw je een bepaalde schedel uit de groepen 1 en 2 niet, leg die dan ook in groep 3 (let op: de schedel en de onderkaken bij elkaar houden!). Stap 2, de biometrische verschillen (verschillen in meetgegevens) Je gaat nu in twee stappen een aantal metingen verrichten met behulp van een digitale schuifmaat en een microscoop. Bij twijfel kun je hiervoor ook de schedels en onderkaken uit de groepen 1 en 2 gebruiken (Stap 1). Voor de metingen heb je zowel de schedel als de onderkaken uit groep 3 nodig.

Uilen hun eieren in boomholtes rotsspleten of scheuren in muren leggen. Alle uilen lange poten en tenen hebben die voorzien zijn van enorme kauwen. Uilen de prooi meestal in zijn geheel doorslikken. Uilen er in vele verschillende maten en kleuren zijn. Er ook vele van verschillende uilen, grote en kleine zijn.

Fig. 3: Digitale schuifmaat Stap 1:

De steenuil een van de kleinste uilen en de oehoe de grootse uilen zijn. Uilen ontzettend goede ogen hebben waarmee ze vele malen beter in het donker kunnen kijken. Voor alle soorten uilen in europa geld dat ze erg zeldzaam zijn.

Fig. 4: Onderkaak Neem de onderkaak verticaal tussen duim en wijsvinger met de achterzijde naar boven (zie pijl, fig. 4). Bekijk de achterzijde onder de microscoop. Meet met behulp van een digitale schuifmaat AH en AB (fig. 5). De rode en gele lijnen geven de hoek van de schuifmaat ten opzichte van de processus zygomaticus aan. Noteer deze gegevens. Het is verstandig om de te nemen maten eerst ‘blind’ te oefenen, zowel van de linker als de rechter onderkaak. Let op: er kunnen verschillen bestaan tussen AH en AB van de linker en rechter onderkaak.

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Voor alle uilen geldt dat ze een schutkleur hebben om niet op te vallen. Als je ergens een braakbal vind, er een uil in de buurt is. Mannetjes uilen en vrouwtjes uilen er hetzelfde uit zien.

Kerkuil Nieuws 2016

13


Vervolg Braakbalonderzoek

Fig. 5, links: kenmerkende vormen voor S. araneus, rechts voor kenmerkende vormen voor S. coronatus Stap 2: Van de schedel worden, ook weer met behulp van de microscoop en digitale schuifmaat, de onderdelen PB en ZB gemeten (zie fig. 6). Met name voor ZB moet je (bij S. coronatus) erg voorzichtig zijn: de uitsteeksels breken heel snel wanneer de druk van de bek van de schuifmaat op de uitsteeksels te groot wordt. Noteer de gegevens van PB en ZB.

Fig. 6: ZB en PB Soortbepaling: Je hebt nu vier (biometrische) gegevens van de schedel en onderkaken in een schema geplaats : AH, AB, PB en ZB. AH

AB

ZB

PB

AH/ ZB/ AH/AB*ZB/ AB PB PB .. .. .. .. ..... .. .. mm mm (I) (II) mm mm

Deel AH door AB. Noteer dit getal (I). Deel ZB door PB (II). Noteer dit getal (II). Vermenigvuldig beide uitkomsten (I en II). Is de uitkomst hiervan groter dan 1.76: tweekleurig bosspitsmuis, kleiner dan 1.76: gewone bosspitsmuis.

14

Kerkuil Nieuws 2016

Formule: Sorex araneus (Sa): AH/AB*ZB/PB<1.76; Sorex coconatus (Sc): AH/AB*ZB/PB>1.76.


Schuilplaats voor muizen Muizen en ratten hoeven we misschien niet meteen te beschermen, al zijn er enkele soorten die het momenteel niet goed doen. Knaagdieren vormen evenwel een belangrijke voedselbron voor uilen. Hier worden enkele maatregelen voorgesteld om de aanwezigheid van kleine knaagdieren te bevorderen. Muizenschuilplaats. Het is voor muizen belangrijk dat ze in herfst en winter een droge schuilplaats hebben. De aanwezigheid van houtstapels, takken-, gras- of steenhopen kunnnen hierin voorzien. Doe dit dan op plaatsen waar de belangrijkste voedselbronnen van de muis liggen, zoals onder noten- en fruitbomen, eik of kastanje. Een neergelegde golfplaat, een stapel stenen, wat buizen of nonchalant op elkaar gestapelde oude dakpannen vormen al een goede schuilplaats. Een bijkomend voordeel van voldoende schuilmogelijkheden is dat in de winter minder muizen binnenshuis een schuilplaats zullen zoeken.

Muizentoren Stapel op een droge plek een viertal houtpaletten op elkaar en bedek deze met hooi- of stro(balen). Als je los stro en hooi gebruikt, kan je het vermengen met snoeihout en eventueel afdekken met bladstrooisel. Tussen de paletten wordt los stro of hooi gestopt. Muizenruiter of -opper In een rustige hoek van het erf kan je een ouderwetse ruiter van palen opzetten en die bedekken met stro, hooi of maaisel. De ruiter is ongeveer twee meter hoog. De bouw van een ruiter is eenvoudig en kan je onder deze link bekijken. Ververs jaarlijks één of meerdere keren het hooi.

Muizenhaard De eenvoudigste manier om muizen te helpen, is door in de winter op een rustige plek van het erf wat stro uit te spreiden en er af en toe wat graan tussen te strooien. Je kan dit doen bij een overhoek of perceelsrand, maar ook bij een takkenhoop, houtstapel of in de hoek van de schuur. Muizenpiramide Voor deze ongeveer anderhalve meter hoge voorziening gebruik je lange takken als ribben die je bovenaan samenbindt. Onderin bevestig je op ongeveer dertig centimeter hoogte een rooster van ijzer of takken. Het rooster dek je af met snoeihout. Daaronder leg je wat stro of hooi en strooi je graankorrels voor de muizen. Het is handig om al bij de opbouw een plastic buisje in de stapel snoeihout te steken. Dan kan je later gemakkelijk graankorrels toevoegen.

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Muizenschoof Het overhouden van enkele bijeengezette rechtopstaande schoven ongedorst graan verschaft niet alleen voedsel aan de muizen maar biedt ze ook dekking. Om een schoof te maken worden de graanhalmen in bussels bijeengebonden die vervolgens met een viertal of meer tegen elkaar worden gezet. De tekst werd gedeeltelijk overgenomen uit de brochure ‘Steenuil onder de pannen’

Kerkuil Nieuws 2016

15


Broeden in een kerk Kerkuilen broeden in de kerk: een unicum anno 2015 Deze zeer tot de verbeelding sprekende vogel broedt en jaagt vaak in menselijke omgeving, maar slechts weinigen krijgen hem wat beter te zien. Veel voorkomende broedplaatsen zijn de voor de Kerkuil speciaal gemaakte nestkasten in boerenschuren of andere bouwwerken, een enkele keer ook holle bomen maar broeden in een kerk, waar ze hun naam aan ontlenen, komt helaas bijna niet meer voor.

Vroeger konden de Kerkuilen via de zogenaamde galmgaten naar binnen. Helaas zijn deze galmgaten in bijna alle kerken dicht gemaakt omdat men veel last had van kraaiachtigen en omdat men angst had voor overlast van vleermuizen want kerkzolders en kerktoren zijn ook heel geschikt als zomerverblijf voor vleermuizen. Het gevolg was dat de Kerkuil elders zijn heil zocht: hij moest noodgedwongen de kerk ontvluchten. Maar er zijn gelukkig nog uitzonderingen want de Kerkuil is nog steeds welkom in de Roomskatholieke kerk van Geerdijk in Overijssel.

achterkant kerk met vlieggat rechtsboven

16

Kerkuil Nieuws 2016


Beleef de lente In tegenstelling tot de werkelijkheid bereid het aantal verschillende vogels uit op de website van ‘Beleef de lente’.

Op de kerkzolder van Geerdijk hebben Kerkuilen al sinds 2001 hun jongen grootgebracht. Het zijn dus zeer honkvaste kerkbezoekers. Het paartje is wel een keertje van partner verwisseld maar deze kerkuilen zijn dusdanig met de kerk verbonden dat ze van geen wijken weten. Slechts 1 jaar in 2013 hebben de kerkuilen niet gebroed en in 2002 is het broedsel mislukt. In 2007 is er sprake van een tweede broedsel en heeft het uilenpaar in dat jaar 9 jongen grootgebracht. In totaalzijn er gedurende hun aanwezigheid 51 jongen uitgevlogen, wat neerkomt op2,3jong per jaar. Een mooi resultaat over al deze jaren.

Het mannetje is, voor zover wij dat weten, 2 keer van vrouwtje gewisseld. In 2007 hebben we een ongeringde vrouw aangetroffen en geringd met ringnummer 5399250. In 2014 troffen we echter een vrouw aan met ringnummer 5477675. Deze uil is in 2013 door ons geringd als jong in Den Ham op enkele kilometers verwijderd van de kerk waar zij in 2014 een broedsel heeft en 7 jongen groot brengt. Kortom een uilenechtpaar als trouwe kerkgangers. Kees Smelt verzorgt de kasten in dit gebied en zodoende kan uilenringer Han Bouman o.l.v. de koster van de kerk en Kees Smelt, alle uilskuikens ieder jaar van een ring voorzien. Han Bouman ( Coördinator vogelwerkgroep Natuur en Milieu de Vechtstreek ) Ella Roelfs ( Fotografie en actief binnen vogelwerkgroep Natuur en Milieu de Vechtstreek )

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

De Beleef de Lente webcams bij de nesten van de kerkuilen, ijsvogels, spreeuwen en koolmezen staan op een erf in Noord-Brabant. Buitenman en vogelliefhebber Peter heeft zijn 2,5 hectare grote erf omgetoverd tot een waar vogelparadijs. Uilen De uilen profiteren volop van alle inspanningen. Achteraan op het erf broeden regelmatig de steenuilen (het vrouwtje) in een kast. In 2014 hadden ze vier jongen. In de schuur broedt elk jaar een kerkuilenpaar, vorig jaar vlogen drie jongen uit.

Klik op onderstaande link voor de webcam. Klik hier voor de webcam

Kerkuil Nieuws 2016

17


Een goed jaar! 2014 BLEEK EEN UITZONDERLIJK GOED JAAR VOOR KERKUILEN De veldmuizenexplosies in 2014 hadden een enorm positief resultaat op het reproductiesucces van soorten dieren waarvoor veldmuizen een belangrijke rol spelen in hun voedselspectrum. Maar ĂŠĂŠn soort profiteerde als geen ander van deze buitenkans, de kerkuil. De broedresultaten van deze uilen waren in 2014 spectaculair beter dan in andere jaren. In dit verslag een vergelijking van de broedresultaten van 2014 met die van andere jaren. Ook is het interessant te analyseren hoe de broedtiming in 2014 verliep. Dit artikel gaat over de timing van 1e en 2e legsels en de samenstelling van de broedparen.

18

Kerkuil Nieuws 2016

Figuur 1. Op de linker as het aantal succesvolle nesten (blauw) en uitgevlogen aantal jongen (rood) per jaar. Op de rechter as geeft de groene lijn het gemiddeld aantal uitgevlogen jongen per succesvol nest weer.


Methode De resultaten zijn verzameld in de periode 2007 t/m 2015. Verwerkt zijn het aantal geringde nesten in het onderzoeksgebied. Dit gebied (ten oosten van de IJssel loopt van Mastenbroek (westelijk deel), tot en met Wijhe/Olst en Heino. Voor de analyse van 2014 werd gebruik gemaakt van de resultaten van het RAS-onderzoek. RAS staat voor Recapture Adults for Survifal. Dit is een project onder verantwoording van het Vogeltrekstation (NIOO) in Wageningen. Het doel is vooral oude vogels te vangen, ringen of te controleren in het broedseizoen waardoor meer bekend wordt over verspreiding en overleving. De resultaten van dit onderzoek levert ook inzicht op in de leeftijd van de broedvogels. Tijdens het ringen van de jonge kerkuilen wordt ook de biometrie vastgelegd. Onder andere de vleugelmaat is een goed middel om de leeftijd van een jonge vogel te bepalen. Aan de hand van de leeftijden van de jongen in een nest kan de legdatum van dat nest redelijk nauwkeurig berekend worden. Broedresultaten In figuur 1 de broedresultaten van de kerkuilen in het onderzoeksgebied. Per jaar is het aantal succesvolle legsels weergegeven en het aantal uitgevlogen jongen. De lijn in figuur 1 geeft het gemiddeld aantal uitgevlogen jongen per jaar aan. Het jaar 2014 buiten beschouwing gelaten varieert het gemiddeld aantal succesvolle broedgevallen van kerkuilen in het onderzoeksgebied tussen acht in 2009 en zevenentwintig in 2012. Het aantal uitgevlogen jongen varieert van zeventwintig in 2009 tot honderdvijftien in 2007. In 2014 waren er 47 succesvolle broedsels en vlogen tweehonderdvierenzeventig jongen uit. Van de 47 broedsels waren 36 eerste legsels en 11 tweede legsels. Van een tweede legsel is sprake als dezelfde vogels na hun eerste broedsel nogmaals een broedsel produceren.

Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland Voor de inventarisatie en bescherming van de kerkuil is Nederland verdeeld in 17 regio’s. Deze vallen grotendeels samen met de provinciegrenzen. Uitzonderingen zijn Flevoland, Overijssel en Gelderland. Deze zijn opgesplitst in meerdere regio’s. De Noordoostpolder wordt nog steeds bij de regio West-Overijssel gevoegd. In elke regio is een regionale coördinator actief. Zij zijn het aanspreekpunt voor kerkuilenbeschermingswerk in de regio. De Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland organiseert ieder jaar in de laatste week van januari een bijeenkomst voor alle regiocoördinatoren.

Een 12-legsel waarvan inmiddels 4 jongen zijn uitgekomen. Helaas mislukte dit broedgeval vermoedelijk door predatie.

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

19


vervolg Een goed jaar! Mega legsels Nog vermeldenswaard is de grootte van de legsels. Er waren meerdere legsels met 9, 10 en 11 eieren en er was zelfs een legsel bij met 12 eieren! Kerkuilen leggen om de dag een ei dus het vrouwtje van het nest heeft er dus ruim drie weken over gedaan om de eieren te leggen. Ze gaat al broeden als het eerste ei is gelegd dat dat leverde een enorm leeftijdsverschil op tussen de oudste en de jongste jongen. Helaas werd dit nest tijdens het uitkomen van de jongen gepredeerd. Overigens bleken zowel bij de oudere vrouwtjes als bij de jonge vrouwtjes deze grote legsels voor te komen.

Onder andere kwamen deze meldingen van mensen die een camera in hun nestkast hebben. En ook in ons onderzoeksgebied bleek dat eind mei al in tal van nestkasten grote jongen zaten! En er waren zelfs twee nestkasten bij waar de jongen letterlijk al waren gevlogen! In de loop van juni bleek dat nog relatief veel uilen op eieren zaten. Eind juli werden de jongen geringd van de broedparen die in juni nog eieren hadden. Bij controle van en aantal nestkasten waar eind mei al jongen geringd waren bleek dat een aantal paren opnieuw een broedsel hadden.

Legbegin in 2014 Meestal broeden kerkuilen ĂŠĂŠn keer per jaar en starten in de loop van april met de eileg. Onze eerste controleronde vindt rond half juni plaats. Dan zijn er meestal kleine jongen. Aan de hand van de vleugelmaat van de jongen kan tot op enkele dagen nauwkeurig berekend worden wanneer het eerste ei van dat nest gelegd is. In 2014 zijn we eerder met de controles begonnen omdat er meerdere signalen waren dat de kerkuilen vroeg waren begonnen met broeden.

20

Kerkuil Nieuws 2016

Figuur 2. Het legbegin van kerkuilen in 2014 met op de x-as de legdatum en op de y-as het dagnummer.


Drie klusters Wat opvalt in figuur 2 is dat tussen de derde week van april en begin juni geen enkel broedpaar is gestart met de eileg. In figuur 3 zijn de eerste legsels met de kleur blauw aangegeven (bolletje). De vogels die later zijn gaan leggen zijn met rood aangeduid (vierkant) en het legbegin van de vogels die al eerder een broedsel groot brachten zijn aangeduid met groen (driehoek).

Wist u dat : Een uil is de enige vogel die blauw kan onderscheiden van andere kleuren. Een uil gemakkelijk is te herkennen aan zijn grote kop en zijn enorme ogen. Een uil kan zijn kop wel 270 graden ronddraaien. Bij uilen het ene oog hoger zit dan het andere. De meeste uilen s’nachts op jacht gaan en zich overdag niet vaak zien.

Figuur 3. Legbegin van kerkuilen in 2014 verdeeld in 1e legsels (blauw en rood) en 2e legsels (groen) Er lijken zich dus drie groepen af te tekenen voor wat betreft het leggen van het eerste ei; vroege broeders die startten tussen 1 maart en 14 april, een groep die begon tussen 25 mei en 25 juni en de groep 2e legsels, 11 juni tot 11 september. Tabel 1: Periode 1e eileg van de drie groepen: eerste laatste vroege broeders (1e legsel) 1-mrt 14-apr late broeders (1e legsel) 25-mei 25-jun vroege broeders (2e legsel) 11-jun 11-sep

aantal 31 7 9

RAS-project Tijdens de broedperiode werden 24 broedvogels gecontroleerd. Zeven vogels waren nog niet geringd en zeventien vogels hadden wel een ring. Van de zeventien geringde vogels werden er tien als pul geringd zodat van die vogels de exacte leeftijd bekend werd. Opvallend was dat er geen “oude” broedvogels werden aangetroffen bij de broedgevallen die tussen eind mei en eind juni begonnen waren met de eileg (late broeders 1e legsel). Bij de vroege broeders waren de geringde vrouwtjes vijf tot elf jaar oud.

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Er 133 soorten uilen bestaan waarvan meer dan 20 op de lijst van de bedreigde diersoorten voorkomen. Uilen uitstekende ogen en oren hebben. Uilen het beste kunnen horen van alle vogels. Uilen van oudsher een symbool van wijsheid zijn. Uilen weinig tijd besteden aan het maken van een nest. De plaats waar uilen regelmatig roesten vallen te herkennen aan de grote hoeveelheid uitwerpselen en braakballen op de grond. Elk jaar worden heel wat uilen gedood door snelrijdende auto’s of treinen.

Kerkuil Nieuws 2016

21


vervolg Een goed jaar!

Een nest met 9 jonge kerkuilen. Discussie De broedtiming van kerkuilen wordt voor een groot deel gestuurd door het voedselaanbod. Onder normale omstandigheden beginnen de uilen in april met de eileg. Is de winter streng en is het voedselaanbod laag dan beginnen ze later in het seizoen of broeden zelfs helemaal niet. Zijn de voedselomstandigheden bijzonder goed in combinatie met en zachte winter dan beginnen zo ook vroeger met broeden. De winter van 2013/2014 bleek optimaal voor kerkuilen te zijn. Er waren veel muizen, zowel veldmuizen als ook bosmuizen, en de winter was bijzonder zacht. Het resultaat van deze gunstige omstandigheden was dat veel kerkuilen al begin maart begonnen met de eileg. (figuur 3/tabel 1) De paren die vroeg zijn gaan broeden startten allemaal met de eileg tussen 1 maart en 14 april. Tussen 14 april en 25 mei start geen enkel broedsel. Tussen 25 mei en 25 juni start de eileg van de groep “late broeders”.

22

Kerkuil Nieuws 2016

Vanaf 11 juni volgen 2e legsels van de groep “vroege broeders”. De laatste van deze groep start op 11 september met een 2e legsel. De paren in de groep “vroege broeders” hebben allemaal met succes een eerste broedsel gehad. Voor een overzicht zie tabel 1. Waarschijnlijk zou een deel van de jonge kerkuilen niet tot broeden zijn gekomen onder normale of slechte voedselomstandigheden. Maar door de overvloed aan voedsel kwamen ze in zo’n goede conditie dat ze wel gingen broeden. Deze gegevens konden worden verzameld dankzij de enthousiaste medewerking van de vrijwilligers van de uilenwerkgroepen IVN OLst/Wijhe, Heino, Kampen en Zwolle en de vele nestkasthouders en/of grondeigenaren. Tekst: Jan van Dijk


kerkuilgegevens 2015 Landelijke en Regionale kerkuigegevens van 2015

Landelijke gegevens 2015

totaal 1e broed

Groningen Friesland Drenthe West-Overijssel./ NO Polder Twente Achterhoek-Noord Achterhoek-Liemers Veluwe Betuwe-Oost Flevoland / Zuid Flevoland / Oost Utrecht-Betuwe-West Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Totaal 2015

251 546 242 215 101 77 65 146 29 37 46 154 153 363 68 2493

Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Regionale gegevens 2015 Steenwijk Raalte Hellendoorn Hardenberg Deventer NOP Wijhe/Olst Zwolle Kampen Dalfsen Den Ham / Vroomshoop Heino Mastenbroek Avereest Ommen Bathmen Staphorst Totaal

Aantal broedsels 2015 38 10 9 14* 4 9 15 14 7 6 6 6 23 4 12 12 26 215

Kerkuil Nieuws 2016

23


Coördinatoren Coörnidatoren werkgroepen: Reg.nr. Regio Coördinator 1a Steenwijk W. Engelsman 1b VWG vliegvlug H. Folkerts 2a Mastenbroek H. Folkerts VWG vliegvlug 2b Mastenbroek overig Jan van Dijk 3 Kampen W. v d Molen 4 Staphort A. Lassche 5 Zwolle Jan van Dijk 6 Dalfsen H. Schrijver 7 Heino V. Rosendal 8 Ommen H. Bouman 9 Hardenberg G. Snaak 10a Nijverdal J. Wennemers 10 b Holten A. Driessen 11 Markelo G.J.H. Tjoink 12 Bathmen L. Hotsma 13 Deventer R. Wijnbergen 14a Den Ham 14b Vroomshoop 15 Raalte 16 17

Avereest Noordoost polder

18

Olst/Wijhe

J. Vrijlink K. Smelt J. Legebeeke P. Uijttenboogaart T. Schmidt S. Haantjes F. Bijmold H. de Jonge

Telefoon 0521-516455 0522-257282 0522-257282

038-33318707 0529-483822 0529-401341 0572-391084 0523-251520 0523-856980 0548-363192 0547-272864 0570-541970 0570-641461 06-30718819 0546-672664 0546-643614 0572-357782 0572-353647 0523-616098 0527-613476 06-29073581 0570-522629

E-mail adres w.engelsman2@kpnplanet.nl folkertsh@home.nl folkertsh@home.nl jwhvdijk@wxs.nl wimvandermolen@live.nl alassche@hetnet.nl jwhvdijk@wxs.nl famschrijver@gmail.com v.j.j.Rosendal@hetnet.nl han.bouman@planet.nl g.snaak@ziggo.nl j.wennemers@home.nl appmdriessen@planet.nl wtjoink@xs4all.nl lammert.hotsma@hetnet.nl djengo@ziggo.nl janvrijlink@home.nl smeltkjh@gmail.com legebekenieuwburg@gmail.com pm.utb@home.nl tjvogelaars@live.nl s.haantjes@home.nl fbijmold@gmail.com hansannie1@hotmail.com

Provinciaal Coördinator: vacant Coördinatoren aangrenzende gebieden: Groningen A. Eikenaar Friesland Johan de Jong Drente J. van de Streek Twente J. Drop Achterhoek Noord G. Nijenhuis Veluwe Vacant Landelijk Coördinator:

24

Kerkuil Nieuws 2016

Johan de Jong

0597-561872 0512-303174 o6 120 796 67 0546-442013 0545-292532

eikenaar@planet.nl info@kerkuil.com famvandestreek@ziggo.nl johandrop@kpnplanet.nl gerrie.nijnenhuis@xs4all.nl

0512-303174 info@kerkuil.com


Kaart werkgroepen Locaties werkgroepen kerkuilenwerkgroep West-Overijssel-Noordoostpolder Klik op de interactieve buttons voor de websites van de verschillende werkgroepen.

1a

1b

17 2a

4

2b

16 9

6

3 5

8

14a

7 18

13

15

12

14b

10a

10b

11

Oproep!

indien uw website niet in boverstaande landkaart is verwerkt stuur dan svp de link naar: marc@sallanddesign.nl en deze zal voor u toegevoegd worden. Noordwest Overijssel en Noordoostpolder

Kerkuil Nieuws 2016

25


Kerkuilnieuws 2016

West-Overijssel en Noordoostpolder

Profile for SKWN

Kerkuilnieuws 2016 Overijssel  

Kerkuilnieuws 2016 Overijssel  

Profile for live9863
Advertisement