Page 1

Liesbeth Segers Eindredactie Muzes vzw

Voorwoord

Muzes nieuwsbrief 20 juni 2009

Beste collega’s

Wanneer ik als laatste dit schooljaar in de pen kruip voor het voorwoord, komt het einde van het jaar met rasse schreden dichterbij en kunnen we tevreden terugblikken op een goed gevuld jaar met als belangrijkste nieuwkomer wellicht de Dag van de Beeldeducatie op 27 april. U leest er verderop meer over. Meestal gaat die terugblik ook gepaard met een soort verlichting, vakantie in zicht en even geen deadlines. Helaas, dat is slechts schijn. Een nieuwsbrief rondsturen met interessante artikels en dito schrijvers is vaak niet vanzelfsprekend. Gelukkig kan ik daarvoor beroep doen op enkele halsstarrige tipgevers uit het veld. Zodoende slagen we er toch steeds weer in u enkele kwaliteitsvolle artikels aan te bieden. Maar leest u ze ook? Muzes denkt dat de nieuwsbrief vaak over de hoofden van de leden heen schrijft en dat een aantal artikels te weinig praktijkgericht zijn. Daarom willen we vanaf volgend jaar een aantal zaken hervormen. Structureel zullen we ernaar streven onze elektronische nieuwsbrieven steeds voor of aan het begin van een vakantie te lanceren, nl. herfstvakantie, kerstvakantie, paasvakantie en zomervakantie. Dat betekent één nieuwsbrief minder, dus iets meer ademruimte voor de redactie.Verder hopen we regelmatig artikels aan te bieden die dichter bij de leefwereld van de leerkracht staan. Hierbij wil ik ook graag beroep doen op u, de lezer, als informatiebron.Worden er in uw buurt of school interessante didactisch projecten opgezet met betrekking tot artistieke vakken, laat het ons weten! Ze kunnen de basis vormen voor een uitgebreider artikel of interview.Voor deze nieuwsbrief kozen we ervoor Jan Haspeslagh te interviewen; hij gaat immers met pensioen. Het artikel van Lieve Dehasque en Liesbet Verschueren gaat expliciet voor beeldeducatie op zoek naar een groepsdynamische, experimentele les voor kinderen tussen 8 en 12. Heeft u interessante embryonale lesideeën voor beeldvakken, stuur ze ons door.An Smeyers stuurde ons alvast een les over het in beeld brengen van punkers. Vanaf volgend jaar zal u trouwens niet alleen ingelicht worden over muziek en beeld in het middelbaar onderwijs, maar zullen we in de berichtgeving ook aandacht besteden aan muzische vorming in het lager onderwijs. Het beeldartikel biedt u alvast een voorsmaakje. Dat vraagt om een heuse redactieraad die 2x per jaar samenkomt. Als u zich geroepen voelt: Nieuw bloed is van harte welkom!

Inhoud 1 Voorwoord 2 Muziek: Interview met Jan Haspeslagh 5 Beeld: Een experimentele les voor kinderen van acht tot twaalf.

9 Nieuws van Muzes vzw: verslag Dag van de Beeldeducatie 11 Nascholingen: muzikale vorming van jonge kinderen

12 Praktijk Beeld: even terug in de tijd van de punk 14 Praktijk Muziek: Merengue

Muzes vzw Tervuursesteenweg 84 2800 Mechelen info@muzes.be www.muzes.be eindredactie: Liesbeth Segers liesbeth.segers@muzes.be lay-out: Stefaan Vermeulen Advertenties: An Segers an.segers@muzes.be

[NIEUWSBRIEF20]01[JUNI2009]


Ann Casier leerkracht M.O. en esthetica, begeleider M.O (bisdom Brugge) en leerplanvoorzitter vsko voor MO

Muziek

Jan Haspeslagh: op de bres voor de muziekpedagogie

Een zacht lentezonnetje verwarmt onze gesprekken. Niet dat dit echt nodig is, want Jan spreekt vol vuur en passie. Muziekpedagogie ligt hem heel nauw aan het hart.Tijd om Jan aan het woord te laten. Wat gaat er vooraf aan Jan, de pedagoog zoals we hem nu kennen? In het secundair onderwijs heb ik veel gezongen, vooral liederen van Stan Van Vaerenbergh en Broeder Leontinus. In het eerste jaar middelbaar lag de nadruk vooral op zingen en luisteren. Mijn eerste reflex was: “Dat kan ik beter!” . In het Lemmensinstituut dompelde men mij onder in de muzische muziekpedagogie. Enerzijds genoot ik van Orff, anderzijds behield ik een kritische afstand en besefte dat dit niet klopte met de werkelijkheid van jongeren. Mijn grote voorbeeld was Paul Schollaert. Ik aanbad die man. Student af en dan? Ik stond drie jaar in de normaalschool en aan het hoger secundair van Mechelen. Ik volgde er Roger Leens op. In de menswetenschappen kreeg men toen twee uur muziek per week en dit drie jaar lang. De onderwijzersopleiding was er alleen voor jongens. De aanpak was nog vrij traditioneel met de verplichte blokfluitnummers. Paul Timmermans reageerde fel tegen deze traditionele aanpak en deze kritiek lag heel gevoelig, vooral omdat hij het gelijk aan zijn kant had. Als docent aan het Lemmensinstituut worstelde ik met een dubbele realiteit: een degelijke opleiding, maar weinig aansluiting bij de realiteit. Ik trachtte mijn wereld te verruimen door ontzettend veel te lezen. De harde kritiek van Paul Timmermans probeerde ik om te buigen. Op het Lemmensinstituut was ik jarenlang betrokken bij de begeleiding van scripties. Ik doceerde er volkslied, kerklied, analyse, harmonie en begeleiding. Ik merkte daar dat ik liever met groepen werk dan individueel. Ik wou de wereld van de Europese muziekpedagogie binnenbrengen op het Lemmensinstituut en plaatste dit binnen een historisch en internationaal perspectief. Blokfluit en Orff werden stilaan geschiedenis en popmuziek en andere genres deden hun intrede. De traditionele volksliederen moesten plaats ruimen voor alles wat zingbaar was. Hoe omschrijf je deze vernieuwingen? We trokken de realiteit van ‘zing, speel en luister’ open naar een bredere wereld van muzikale gedragingen, waar ook plaats was voor verwoorden, noteren, bewegen… We vertrokken weliswaar van het muzische pedocentrische standpunt, maar gingen sterker de leerlinggerichte weg op. We hielden er ook rekening mee dat de muzikaal-sociale verbondenheid van mensen compleet veranderd was. Deze visie kende op het Lemmensinstituut een stille en trage groei.

[NIEUWSBRIEF20]02[JUNI2009]


Muziek Traden de collega’s je bij in deze visie? Voor bepaalde collega’s was deze inbreng problematisch, maar anderen apprecieerden deze verruiming van de bestaande muziekpedagogie.Toen Paul Schollaert directeur werd, heb ik verschillende kansen gekregen. Door mijn extreme gedrevenheid botste het soms met anderen. Maar ervaringen in het buitenland versterkten mijn aanvoelen en ik zette mijn strijd verder om de nieuwe muziekpedagogie te introduceren. Schoot het zaad wortel? Het inzicht dat muziek op school ervarings-, leerling- en handelingsgericht moest zijn, groeide langzaam. Ik hoop dat mijn engagement wat opgeleverd heeft. Als ik kijk naar de kracht van Muzes en Klankendaal, dan steek ik geen pluim op eigen hoed, maar ik denk dat ik wel een rol heb gespeeld om de geesten open te krijgen. Jan als eeuwige trekker? Er was inderdaad nogal wat weerstand, maar zelf was ik soms ook niet mals. Je krijgt collega’s niet op de kar door er hard tegenin te gaan, besefte ik jaren later. Ik heb spijt dat ik mensen heb gekwetst en sta open voor verzoening. Ik had zelfs de ambitie om een 23-delige reeks uit te brengen over historische muziekpedagogie. Dit is een utopie gebleven. Het enige wat het heeft opgeleverd was stress. Vlaanderen hinkte lang achterop en dit gevecht heeft me wat uitgeput: ik ben moe, maar absoluut voldaan. Al bij al had ik een droomjob: door een lacune was er nood aan iets nieuws en ik kon dit mee invullen. Met de studenten had ik over het algemeen een goed contact. Vanuit mijn idealisme stond ik mee aan de wieg van MVO en Ouverture. De nood aan een eigen tijdschrift groeide vanuit de gedachte dat er in Adem te weinig ruimte was voor muziekpedagogie. Samen met Frans Lambrechts en met de steun van het vsko gaven we in de jaren ’90 nieuwe stimulansen. Gedurende tien jaar hebben we met deze initiatieven een positieve duw in de rug gegeven van muzikaal Vlaanderen. Ik ben tevreden dat Muzes deze dynamiek terug opgerakeld heeft. Hopelijk zal deze vereniging niet te veel vasthangen aan slechts enkele personen, want met weinig trekkers is de draaglast groot. Daarom doe ik een oproep naar medewerkers om hun schouders onder Muzes te steken. Mijn bewondering voor Jos Maes en Thomas De Baets is erg groot. Wat gaf je het meeste vreugde als muzikant? Ik heb altijd heel graag gezongen met een voorkeur voor het kerklied en het volkslied. Ik ben ook erg gevoelig voor het sentimentele in muziek. Ik zong enorm graag op het Lemmensinstituut: de Mattheuspassie met Paul Schollaert, oude muziek met Paul Van Nevel en Ein Deutsches Requiem (de cd die Jan meeneemt naar een onbewoond eiland). Gedurende 25 jaar was ik actief bij de Bob Boonsingers, eerst als zanger, later als dirigent.

[NIEUWSBRIEF20]03[JUNI2009]


Muziek Ik introduceerde er popmuziek en schreef honderden arrangementen. Het koor groeide uit tot een bedrijfje en ik voel me geen bedrijfsleider. Ik kon er ‘finir en beauté’. Ook mijn kinderen kregen alle drie stevige muzikale impressies en zijn in de muziek gerold. Ik had een mooi leven en mijn droom om muziekleraar te zijn werd zelfs overtroffen: ik mocht les geven aan toekomstige muziekleraren. Ik ben een gelukkig man. Hoop op een mooie toekomst voor de muziekpedagogie? Ik heb een positief oog op muziek in het onderwijs. De uitwisseling met leerlingen uit de buurlanden maakt veel los. In de toekomst zal de nadruk liggen op creëren en musiceren. Muziek moet groeien over de vakken heen. Ik droom zelfs van een Europees platform van musicerende leerlingen, verbonden aan een wedstrijd of festival. Ik droom dat er veel ruimte komt om samen muziek te maken. Een negatieve gedachte is dat de kennis en de ervaring met klassieke muziek in de hele samenleving vervaagt en dit is een groot verlies. Het is een mooi vooruitzicht dat muziekleraars multifunctionele muzikanten zullen zijn, die kunnen drummen, wat gitaar spelen, niet bang zijn van een micro, overweg kunnen met de actuele media, piano kunnen spelen, kunnen transponeren en arrangeren. De leraar zal leerlingen stimuleren in hun muzikale groei. Deze babbel met Jan was deugddoend. Ik leerde de man van de wapperende vaandels kennen, maar ook die met tranen in de ogen van ontroering. Ik ontmoette een vat vol tegenstrijdigheden: op de barricades voor het muziekonderwijs, maar zelfs sentimenteel over mooie notenleerlessen. Jan is een man van extremen: muziek grijpt diep op hem in en doet hem trillen van emotie, maar is ook een ideale uitlaatklep. Hij bracht een verhaal van vreugde en verdriet, een parabel van toenemende zelfkennis. Zijn verhaal evolueert van een gefixeerde gedrevenheid voor muziek naar een mildheid voor mensen, van object naar subject met een zweem van spijt vanwege het kwetsen.

m bij o lk e w n ij z s e ti c a e r zes.be u m s@ r e g e .s th e sb lie

Jan neemt in schoonheid afscheid van het Lemmensinstituut. De laatste jaren had hij er vertrouwen gekregen, kon hij vernieuwingen doorvoeren en ondervond hij positief resultaat. Jan, bedankt voor dit aangename gesprek. Geniet van een iets rustiger leven, van klassieke en andere muziek en we zijn overtuigd dat je mee blijft supporteren voor muzikale opvoeding in Vlaanderen.

[NIEUWSBRIEF20]04[JUNI2009]


Lieve Dehasque Docente lerarenopleiding Beeldende Kunsten in Sint-Lucas

Beeld

Groepsdynamisch én divers. Een experimentele les bouwen voor/met kinderen van acht tot twaalf.

Liesbet Verschueren Docente beeldende kunsten vzw Wisper en lerarenopleiding Beeldende Kunsten van Sint-Lucas te Gent

Intro: beeldend maken vanuit een groepsopdracht Een groepsopdracht heeft vele mogelijkheden. De leerlingen experimenteren in een gedeelde concentratie, kunnen samenwerken en uitwisselen. De leraar kan specifieke vaardigheden aankaarten en, omdat hij of zij het terrein op voorhand heeft verkend, kan hij media, werkwijzen en bronnenmateriaal interactief bespelen. Dat maakt de les spannend en kan een grote leeruitkomst opleveren binnen een afgemeten lestijd. Toch kunnen groepsopdrachten vlug verzeilen in te zeer op voorhand bedachte formats. Vaak beseffen leerkrachten niet hoe (op voorhand bedachte!) conventies en uniformiteit de les insluipen. Men heeft dan zeker een techniek of een bepaalde werking van een beeldaspect in het vizier gekregen of een thema in beeld gezet. Maar hoe zit het met de zo nodige ‘eigenzinnigheid’ van de kunst? Hoe zit het met de individuele identiteit, met de relatie tot de eigen belevingswereld die ons, per slot van rekening, verbindt met de wereld? Deze bedenkingen brengen sommige scholen en lesgevers ertoe niet vanuit klassikale of groepsgewijze opdrachten te vertrekken. In de volgende les denken we na over de wijze waarop een groepsopdracht uitgangspunt kan zijn voor een individueel onderzoek. We vertrekken bij een klassikale opdracht die een aspirant-leerkracht gaf aan een groep van kinderen tussen acht en tien jaar. Het thema wonen werd daarin verbonden met waarneming in kleur en dat intrigeerde ons. In de les die we vervolgens bouwen, trachten we te onderzoeken hoe deze groepsopdracht kan leiden tot rijke individuele beeldende interpretaties zodat het artistieke potentieel vergroot.Tegelijk gaan we ook na welke gevolgen deze differentiëring heeft voor de lesprocessen en reflecteren we over de inhoud van ‘waarnemen’ en ‘onderzoeken’.

[NIEUWSBRIEF20]05[JUNI2009]


Beeld De gevalsstudie 1. De les van Juf Kathy. Een korte gevalsbeschrijving. “De ruime jas of hoe een Laps gezin met huisdieren en kachel in een jas gaat wonen.” Beeldende doelstellingen t.a.v. kinderen van 8 tot 10 jaar in het DKO, zoals geformuleerd door de aspirant-leerkracht: 1. Leren waarnemen naar de natuur door een vorm zo precies mogelijk te treffen en aandacht te hebben voor details 2. Kleuren kunnen mengen en weergeven naar waarneming met oliepastels 3. Een beeld kunnen opbouwen uit aparte onderdelen waarvan de onderlinge verhoudingen in formaat kloppen. De leerkracht wil daarbij oog hebben voor manieren van wonen. Van een verhaal naar een waarnemingsoefening met tekening en collage. Het klasje kinderen hangt aan de lippen van juf Kathy. Die vertelt een verhaal over een Laps gezin: moeder, vader, huisdieren en kachel gaan in een warme winterjas wonen. Vervolgens haalt ze een stevige winterjas boven: het object verandert door de gedeelde concentratie in een magisch voorwerp. Opdracht: de kinderen gaan de jas bekijken,‘waarnemen’ (Hoe ziet die jas eruit? Materiaal, structuur, vorm, details?) via het kijken naar de opgehangen jas en deze met oliepastels zo tekenen dat straks de familie erin kan wonen. De doelstelling wordt, behalve de kijkoefening, uitgebreid tot het verhoudingsgewijs aangepast tekenen van de hoofden van de gezinsleden op een tweede vel papier zodat die in een tweede stadium kunnen uitgeknipt en in de jas gepast (collage) worden. Het formaat van het zwartkleurige papier is uniform, ook de waaier oliekrijtkleuren is beperkt gehouden. Deze les doet ons nadenken... - over de opvatting van waarnemen (nl. als het ‘kijken’ naar de jas) en ‘juist’ tekenen (nl. als de juiste,‘werkelijkheidsgetrouwe’ verhouding tussen getekende hoofden en jas). (in het nagesprek werd de vraag voorgelegd welke tekeningen het best een juiste verhouding tussen jas en hoofden lieten zien) - over de relatie tussen waarneming en fantasie (die hier niet echt beeldend gestalte krijgt) - over de relatie tussen het object en materiaal en de vormmogelijkheden - over de relatie tussen wonen, en vormonderzoek (ook gering aanwezig) - over de onbenutte mogelijkheden van dit thema t.a.v. de eigen leefwereld

[NIEUWSBRIEF20]06[JUNI2009]


Beeld - over de grote uniformiteit in de beeldende uitwerking (waarbij we niettemin vonden dat de leerkracht een originele invalshoek (verhaal) koos en het waarnemen goed begeleidde). - over de aanpak van processen en groepsdynamiek II. Een nieuwe les maken... “Bouwen met een jas: een experiment voor acht tot twaalfjarigen” 1. Een verhaal...(vertellen of voorlezen) Het verhaal kan gaan over een Laps gezin dat in een woeste, kale streek in het noorden van Lapland in een hut van rendierenhuiden woont (een gegeven van hun cultuur). Na een zware sneeuwstorm die een ravage aanricht, zwerft het gezin en komt het terecht in een grot waar het een reusachtige jas van dierenhuiden aantreft. Moeder, vader en zoontje herkennen de huiden van hun verdwenen rendierenkudde en begrijpen dat de zwarte sneeuwaap uit wiens klauwen niemand ooit geraakte, de maker hiervan moet zijn. Ze klimmen erin en voelen zich meteen thuis in de warme huiden van hun eigen dieren. Snel slepen ze de grote jas uit de grot en vervoeren hem tot op de plek waar voordien hun door de storm vernielde huis stond. Daar bouwen ze met de jas een nieuw huis waar het heerlijk wonen is. Het is interessant bij het vertellen aandacht te hebben voor verhaalelementen die relaties met het visuele bronnenmateriaal (later in de les) kunnen inleiden. 2. Eerste indrukken De kinderen beleven heel wat tijdens het luisteren naar het verhaal: ze leven zich in de personages in, zien details van het verhaal voor zich , ze beleven emoties, zien kleuren en vormen, ... Deze eerste indrukken kunnen je telkens weer verrassen. Het is belangrijk dat je tijd maakt voor deze eerste indrukken. Met korte, concrete vragen kan je het gesprek doelgericht en levendig houden. Belangrijk is dat je de kinderen niet corrigeert. Het verhaal werd door elk kind op een persoonlijke manier ervaren. Jij kan nu aftasten wat hen boeit en gegrepen heeft en samen met hen hun gedachten en interpretaties verhelderen. Vanuit deze eerste indrukken kan je de opzet van je les bouwen. Ze zijn tevens de bouwstenen voor een gedifferentieerde aanpak. 3. De jas! De jas wordt boven gehaald – een lange wijde mantel wordt aan een haak gehangen. Er is volledige aandacht bij het grondig waarnemen van de jas. Je formuleert hier nu de opdracht dat het voor de kinderen duidelijk wordt waar je met hen naar toe wil : “we gaan de jas onderzoeken zoals de familie Lap en bestuderen hoe we ermee een huis kunnen bouwen”.

[NIEUWSBRIEF20]07[JUNI2009]


Beeld - van welke stof, materiaal is de jas gemaakt; hoe voelt de stof? De kinderen mogen de jas betasten en beschrijven hoe ze de stof ervaren: zacht, ruw, glad,... - is het een jas voor een kleine, grote, grotere persoon? Misschien wil een kind de jas eens aantrekken en ervaren hoe groot de jas is.) - Zijn er plekjes waar je in kan wonen, zoals de Lapse familie? - Wie wil de binnenkant eens komen bekijken? Vind je geheime zakken? - Wat is een gezellig plekje volgens jou? Waar zou jij het liefste willen inkruipen? - Kan je nieuwe plekjes maken door de jas anders te hangen? - Wie wil de jas op een andere manier komen hangen? - Zijn er nu andere plekken om je te verschuilen, om in te wonen? 4. Grondig(er) waarnemen van vorm(en) en materie Deze fase gaat over het ontdekken van de materie en de vorm van de jas. Hang de jas daarom niet aan een haak, maar leg hem op de grond – draai hem binnenste buiten ,... Wonen en bouwen heeft een relatie tot een plek, tot de aarde; het legt ook een link met het bouwen van hutten wat kinderen van die leeftijd graag doen. Laat de kinderen dus zelf constructies maken (mouwen in elkaar geeft een lange gang, als je de jas onderste boven hangt wordt de kap een leuke hangmat,...) Laat kinderen nieuwe vormen zoeken door handelingen als opvouwen, spreiden, knopen, in een hoopje te leggen... zodat deze nieuwe composities nog meer inhoudelijke uitdagingen geven m.b.t. het verhaal (wonen in een jas, de jas als gebouw). Het is ook belangrijk dat jij, als leerkracht-coach de handelingen oplaadt met het verhaal over wonen in de jas en vice versa. Het veronderstelt ook dat je samen kijkt naar de composities die ontstaan en je de leerlingen coacht in het verwoorden van deze waarneming. De jongere kinderen kan je een poppetje of ander voorwerp geven om aan te tonen hoe ze het plekje willen bewonen. Dat kan het groepsgesprek levend houden en hen ook de schaal van hun gebouw laten ervaren. Het vervolg van dit artikel wordt gepubliceerd in het jaarboek Met dank aan Kathy De Wit

ctie via : a e r w u e w n e m e n Graag ver nk .be e w s. a c u tl in .s st n u k lerarenopleiding@

[NIEUWSBRIEF20]08[JUNI2009]


Nieuws

Verslag Dag van de Beeldeducatie

Een reactie van een deelnemer op de workshop Sandwich-Bizar… Oud en hard brood, een houtrasp en vijl, broodkruim en water: dé ingrediënten voor een leuk, actief en creatief beeldhouw- en boetseeratelier voor jong en minder jong. Deelnemers van de workshop Sandwich Bizar ontdekten de creatieve mogelijkheden van deze, voor ons, nieuwe materie : - uithalen en vijlen, - kneden en boetseren, - kleuren en decoreren. Thema’s waarbinnen kan gewerkt worden zijn eindeloos: van poppen, monsters en menselijke figuren tot totempalen, koffiepotten en kijkdoosjes. De kennis die je meekreeg is een basis voor een ruimer ‘fantasieboek’ in je hoofd. Een boek voor een breed publiek waarin ruimte is voor verscheidene technieken en materialen binnen deze materie, individuele benaderingen mogelijk blijven en een nieuwe wereld ontdekt wordt om uiting te geven aan je creativiteit. In lagere en middelbare scholen is werken met klei en beeldhouwen vaak uitgesloten en is er vaak geen geld voor het kopen van een keramiekoven. Het experimenteren met brood is een mooie vervanger om kinderen en jongeren deze techniek toch te laten ontdekken. Zelfs al is dit ‘beeldwerk’ vergankelijk; niets is leuker en waardevoller dan spelen met ideeën, materialen en technieken. Deze ontdekkingsreis in de wereld van het brood was leuk, boeiend en … bizar.

Het grote debat… Tijdens de Dag van de Beeldeducatie werd er ’s middags ook even tijd gemaakt voor een debat over de plaats van P.O. en esthetica in ons onderwijs. Een 5-tal enthousiaste beeld-kenners wisselden met elkaar ideeën en verwachtingen uit. Hoewel het de bedoeling was om van het debat geen langgerekte academische zitting te maken, kwamen al snel heel wat frustraties naar boven bij de deelnemers. Iedereen was het er over eens dat we nog steeds niet af zijn van de stiefmoederlijke behandeling voor beeldopvoeding. Koen van den Broek onderstreepte het belang van leren kijken. De manier waarop jongeren vandaag ondergedompeld worden in een beeldenstroom toont vaak hoe weinig kritisch zij daarin zijn opgevoed. Sammy Ben Yakoub sloot hier bij aan met de boodschap dat die weinig gestructureerde beeldopvoeding ook terug te vinden is tijdens de praktijklessen. Hij nam schertsend de woorden knutselen in de mond om aan te duiden hoe plastische opvoeding vandaag wordt bekeken. Ingrid Van Tilburg van het VSKO lichtte toe dat hier vanuit de leerplancommissie recent veel werk verricht werd en dat de verantwoordelijkheid voor een goede beeldopvoeding ook ligt bij de aanpak en de sérieux waarmee leerkrachten hun vak willen geven. Hai-Chay Jiang van Artforum merkte op dat haar organisatie tracht te antwoorden op de grote vraag naar praktische beeldopvoeding, ook buiten schoolverband. Vanzelfsprekend kennen zij niet de problemen van het regulier onderwijs en van een overheid die achterblijft met haar beleid. Alle deelnemers waren het er roerend over eens dat de hedendaagse beeldcultuur en een grote groep enthousiaste leerkrachten P.O. en esthetica eigenlijk de perfecte match vormen om jongeren kritisch en creatief op te voeden in beelden maken en bekijken. Als nu de beleidsmakers nog willen volgen...

[NIEUWSBRIEF20]09[JUNI2009]


Nieuws

Nieuwe uitgave: Calypso

De nieuwste Muzes publicatie Calypso werd op 16 juni voorgesteld tijdens de nascholing muziek. De map bevat twintig instrumentale uitdagingen voor klasgroepen, zowel voor het secundair onderwijs als voor het D.K.O. en is geïnspireerd door verschillende stijlen en culturen.Voor elk wat wils! De partituren zijn van de hand van o.a. Wouter Vandenabeele, Jan Verbeeck, Daniël Dekens, Huub de Vriend en Nico Smit. Per titel werden verschillende partituren opgenomen, zowel op maat van de leraar als van de leerling. Zo bevat elke partij transcripties voor instrumenten in Bes en Es.

ed

Geniet als Muzes-lid van het voordeeltarief op onze publicaties:

inclus-CD i n -CD

lote ges n

Euprint ed.

CD includ

instrumentaal musiceren in klasverband

Daarnaast hoort bij elk speelstuk een lesfiche die slechts een aanzet of inspiratiebron wil zijn zodat de leraar er creatief mee aan de slag kan. Omdat deze fiches zijn opgesteld ‘vanuit het veld’ en uitgetest door verschillende leraren, maken ze van Calypso een didactische onderbouwde inspiratiebron voor elke leraar die met zijn leerlingen creatief wil musiceren.

D/2007/6045/100

Calypso: 27 euro Kumbajamana Liedboek: 10 euro Kumbajmana Begeleidingsboek: 18 euro Voordeelpakket: Calypso + Kumbajamana Liedboek: 35 euro Totaalpakket: Calypso + Kumbajamana (liedboek + begeleidingsboek): 50 euro Bestellen kan via www.muzes.be/Publicaties of via info@muzes.be. Opgelet: deze kortingen zijn exclusief voor leden van Muzes.

[NIEUWSBRIEF20]10[JUNI2009]


Klankendaal

Muzikale vorming van jonge kinderen

Postgraduaat

Muzikale vorming van jonge kinderen (0-4 jaar)

Doel van de vorming De opleiding vormt studenten die voor baby’s en peuters (0-4 jaar) en hun ouders muzikale activiteiten verzorgen. We gaan er daarbij van uit dat leren op een natuurlijke wijze plaatsvindt door het muzikale spel te integreren in de dagelijkse opvoedingssituaties. De studenten kunnen op het einde van deze opleiding de verworven inzichten en vaardigheden aanwenden om hun doelgroep te begeleiden in de algemene en muzikale ontwikkeling. Zij doen dit vanuit een grondige kennis van de verschillende ontwikkelingsdomeinen van het jonge kind. Ze kunnen kinderen, ouders en begeleiders observeren, inspireren en stimuleren in het muzikale spel. Bovendien zijn zij in staat om een eigen praktijk met jonge kinderen op te zetten.

Doelgroep We verwachten van de studenten een beginsituatie van waaruit zij hun belangstelling, kennis en vaardigheden verder kunnen verdiepen en uitbreiden. Daartoe behoren een muzikale achtergrond, pedagogisch-didactisch inzicht en ervaring, goede communicatieve vaardigheden en een positieve grondhouding voor het werken met jonge kinderen (en hun ouders). Voor dit postgraduaat richten we ons op afgestudeerden met minimaal een bacheloropleiding uit de studiegebieden onderwijs (vooral kleuter- en lager onderwijs), sociaal agogisch werk, muziek enz. Het is wenselijk dat de studenten een instrument bespelen. Afhankelijk van de reeds gevolgde studies, worden voorafgaandelijk één of meerdere proeven afgenomen. Deze toelatingsproef vindt plaats op zaterdag 19 september 2009 tussen 9u en 13u. Wie geen bachelordiploma heeft, kan na eenpositieve toelatingsproef en op advies van de examencommissie toch toegelaten worden; zij kunnen geen getuigschrift postgraduaat verwerven, maar wel een attest van de gevolgde studies.

Programma De opleiding omvat een aantal opleidingsonderdelen (totaal 20 studiepunten), verdeeld over de volgende vier domeinen: 4 Muzikale vorming 4 Psychologie 4 Didactisch-reflectieve vorming 4 Praktijkoefeningen en organisatorische vorming

KATHOLIEKE HOGESCHOOL MECHELEN vzw Departement Verpleegkunde en Lerarenopleiding Zandpoortvest 60 2800 Mechelen tel 015/369250 info.lerarenopleiding@khm.be www.khm.be

Elke student doet tijdens de opleiding ervaring op in het werken met jonge kinderen en hun ouders. Daarom geeft elke student praktijklessen met nabesprekingen. Daarnaast voorzien we observatiestages en effectieve stages.

Vakken en gastlectoren -

Methodiek: Heidi Van Hoyweghen Didactische reflectie: Karen Haspeslagh en Heidi Van Hoyweghen Collectieve praktijklessen: Karen Haspeslagh Algemene muziekdidactiek: nog in te vullen Lieddidactiek: Koen Mertens Stemvorming: Annelies Van Gramberen Improvisatie: Romek Maniewski Bewegingsleer: Lieve Kwanten Haptonomie: Hannah Goetelen Ontwikkelingspsychologie: Bert De Cuyper Literatuurstudie (onderzoek): Hans Van Regenmortel Organisatorische vorming: diverse gastlectoren

Organisatie De opleiding wordt aangeboden door de Katholieke Hogeschool Mechelen, departement Verpleegkunde en lerarenopleiding, en georganiseerd in samenwerking met de VZW Klankendaal, Flemish Centre for Music Education (FCME) te Mechelen. De cursisten worden als volwaardig student ingeschreven in de KHMechelen. Zij genieten van alle faciliteiten. Klankendaal functioneert als bruggenbouwer. Het centrum verbindt de verschillende muziekeducatieve actoren; voedt muziekpedagogische praktijk met onderzoek (en omgekeerd); biedt via verschillende organisaties een internationale dimensie aan de Vlaamse muziekeducatie en werkt concrete, stimulerende projecten uit voor de sector. De cursisten komen in een dynamische omgeving terecht, hebben toegang tot de gespecialiseerde mediatheek en kunnen ook aansluiten bij andere evenementen.

Praktisch

Duur: de cursus omvat ongeveer 18 lesdagen (praktijkoefeningen en thematische studiedagen), telkens op zaterdag. De lessen lopen van 10 uur tot 17 uur. Start van de cursus is voorzien begin oktober 2009 en het einde in mei 2010. De examens worden ook op zaterdag georganiseerd. De concrete planning wordt ruim op voorhand gecommuniceerd aan de betrokken studenten. Locatie: de opleiding vindt plaats in de ruimtes van de VZW Klankendaal, Tervuursesteenweg 84 te 2800 Mechelen. Een wegbeschrijving vindt u op www.fcme.be. Kostprijs: maximum van 950 E (nog te bepalen) - Betaald Educatief Verlof wordt aangevraagd. - Opleidingscheques (inschrijvingsgeld) worden aanvaard. Contact: piet.bloemen@khm.be (Departementshoofd dpt. Verpleegkunde en Lerarenopleiding) Inschrijven voor de toelatingsproef kan via jos.maes@fcme.be, ten laatste voor 5 september 2009.

KLANKENDAAL vzw Flemish Centre for Music Education Tervuursesteenweg 84 2800 Mechelen tel. 015/346658 info@klankendaal.be www.klankendaal.be

[NIEUWSBRIEF20]11[JUNI2009]

met logistieke ondersteuning van www.studio49.de


Beeld

An Smeyers Leerkracht DKO Academie voor beeldende kunst Leuven Leerkracht beeld aan de ziekenhuisschool Gasthuisberg Leuven

Even terug in de tijd van de punk Materiaal: Steinbach (merk van papier) houtskool (is niet te duur) kneedgum of een stukje echt zeemvel penseel Ecoline veiligheidsspelden ijzerdraad Voorbereiding voor de jongeren: fotomateriaal over punkers Mogelijk inleidend gesprek: De periode van de punkrage situeert zich tussen 1970 en1980. Het was een protest tegen al wat mooi en goed was, tegen de hippieperiode, tegen het mooi-in-de-rij lopen. Punkers zagen de toekomst weinig rooskleurig in. Er was werkloosheid. Waarom zouden ze werk zoeken? Er was er toch geen! En door hun uitdagend te kleden, raakten ze zeker niet aan werk. Dat was hun bedoeling. En iedereen zou het weten. Een bruin kleurtje betekende welvaart; de punkers maakten zich dus wit. Een mooi gekapt kapsel kon ook niet. De punkers zetten hun haren wild omhoog, ongekamd, een hanenkam, felle kleuren. Hun kleren waren vaak lompen die rechtstreeks uit de vuilnisbakken leken te komen, gescheurde t-shirts, netkousen met gaten, veel zwart. Verder droegen ze geen nette juwelen maar wel veel pearcings, zelfs met veiligheidsspelden, riemen met kogels, zwarte armbanden met uitsteeksels in ijzer, kettingen, enz. Een ‘normaal’ huisdier kon ook niet; velen hielden daarom een rat als huisdier.Een bierglas terug naar de toog brengen was te keurig. Liever gooiden ze de glazen achterover.Toch beweren velen dat ze agressiever leken dan ze waren. Uitwerking 1. Wat is houtskool: één van de oudste materialen, verkoold hout. 2. Je leert dit materiaal het beste kennen door het uit te proberen en ermee te experimenteren. Het is uiterst geschikt om lijnen te combineren met toonvlakken. 'Voel' het materiaal en ondervind zijn mogelijkheden op een schetsblad. 3. Je steinbach van ong. 25 op 50 cm wordt volledig zwart gemaakt met houtskool. De houtskool wordt hierbij langs zijn zijkant gebruikt (een stukje van ong. 3-4 cm) en wordt met een stukje handdoekpapier of doekje uitgewreven tot een grijze tint. 4. Je schetst hierop een figuur van kop tot teen in vooraanzicht met het hoofd naar links of rechts kijkend (dit zorgt ervoor dat een hanenkam of hoge pieken haar straks duidelijker zichtbaar zijn) en zonder details, zodanig dat foutjes nog kunnen worden weggeveegd met een kneedgum of doekje. Er wordt voordien niets met potlood aangebracht. je werkt onmiddellijk met houtskool. 5. De verdere uitwerking van je figuur gebeurt door weghalen met kneedgom (lichte toon) en grijze en zwarte tonen aanbrengen met houtskool. Hierdoor komt je punker tot leven en zorgen de grijstonen, wit en zwart voor een steeds duidelijker beeld.

[NIEUWSBRIEF20]12[JUNI2009]


Beeld 6. De details van je figuur worden uitgewerkt en de typische kenmerken van een punker mogen wat overdreven worden: gaten in netkousen, een doodshoofd op het zwarte jack, een zware halsband met ijzeren topjes in de hals, tatoeages, hanenkam,... 7. Over de houtskool (bijv. de haren of een tattoo) wordt met een beetje ecoline wat kleur gegeven. Niet overdrijven. teveel kleur doet afbreuk aan het geheel. 8. Dan kan je beginnen afwerken met pearcings in het oor, de neus, de lip, op de kledij,... : veiligheidsspelden aan elkaar rijgen, papierklemmetjes aan elkaar rijgen, fijne ijzerdraad vlechten tot een ketting,...Je steekt deze 'juwelen' door het papier op de plaatsen waar je het wenst. Oppassen dat je papier niet scheurt. Mogelijke aanpassingen in functie van de leeftijd van de jongeren: - het portret van je punker kan een naar waarneming getekend profiel van je 'overbuur' aan de tekentafel zijn. - je eigen profiel kan gebruikt worden door een silhouet van je hoofd op een witte muur over te tekenen dmv belichting. Wil je een volledige figuur, moet het formaat van je papier aangepast worden en kan je hele lijf volledig op dit papier overgetekend worden door erop te gaan liggen (ev. een grote rol bruin papier); een groep 'punkers' uitwerken ('klasfoto' in de punksfeer, uitwerken met houtskool en pearcings) - een stap verder gaan en met stoffen en oude kleren jezelf of een ander in de punksfeer brengen en werken met schmink, gel,...

ol was sv e c c su ie d t h c ra d Heb jij ook een op aat het ons weten en in je lessen P.O.? L eren we het wel. wie weet public muzes.be liesbeth.segers@

[NIEUWSBRIEF20]13[JUNI2009]


Merengue

[NIEUWSBRIEF20]14[JUNI2009]

Huub de Vriend

Copyright Euprint ed., B-3001 Heverlee D/2007/6045/100(10) - All rights reserved. www.euprint.be

Nieuwsbrief 20  

Nieuwsbrief Muzes Juni 2009

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you