Page 1

Jos Maes voorzitter Muzes vzw

Voorwoord

Muzes nieuwsbrief 14 april 2008

Hola In een periode dat de lente in Vlaanderen weigert te ontwaken en de weergoden fikse sneeuwvlagen laten afwisselen met storm en hagel, kan ik me gelukkig prijzen met een verblijf in het zonnige Andalusië. We schrijven de eerste week van de paasvakantie. De Semana Santa zit erop, de rust is wedergekeerd. De ideale omstandigheden dienen zich aan om onze laatstejaarsleerlingen te laten kennismaken met een landstreek voorzien van een monumentaal cultureel erfgoed. Onze jonge en levendige gazellen nemen, gewapend met gesofistikeerd cameramateriaal, met grote honger alle nuttige uitleg in zich op. Enthousiasme alom. Voortgestuwd door deze - en andere - positieve prikkels wil ik - samen met jullie allemaal - een nieuw hoofdstuk in het Muzes-verhaal schrijven. Hierover later meer. Ondertussen liggen er weer heel wat Muzes-activiteiten achter ons: een herbronningsdag met onze medewerkers, het colloquium ‘Muziek als humane waarde’, talrijke nascholingen in Klankendaal, enz. Het hoofdartikel van deze nieuwsbrief is van de hand van Ferre Laevers en kreeg de volgende geëngageerde titel mee:‘Muziekpedagogiek in de kering. Pleidooi voor een aanpak die tot de kern gaat.’ In deze editie krijgt u hiervan het eerste deel te lezen.We kijken uit naar het vervolg in juni. Katrien Vermeulen neemt ons mee naar het Museum Schone Kunsten en het speelstukje is van onze Nederlandse collega Nico Smit. Veel leesplezier. Por favor

Inhoud 1 Voorwoord 2 Muziek Muziekpedagogiek in de kering 8 Beeld: De educatieve dienst van het Museum voor Schone Kunsten in Gent

10 Reflecties bij het Colloquium ‘Muziek als humane waarde’ 11 Vandenbroucke wil violen stemmen in het hoger kunstonderwijs

14 Praktijk: Latin-wise 15 Cursusavonden Muzes i.s.m. Klankendaal

13 Nieuws van Muzes vzw

16 Prikbord

Muzes vzw Tervuursesteenweg 84 2800 Mechelen info@muzes.be www.muzes.be eindredactie: Liesbeth Segers liesbeth.segers@muzes.be lay-out: Stefaan Vermeulen Advertenties: An Segers an.segers@muzes.be

[NIEUWSBRIEF14]01[APRIL2008]


Muziekpedagogiek in de kering Pleidooi voor een aanpak die tot de kern gaat

Ferre Laevers Directeur expertisecentrum ervaringsgericht onderwijs

Muziek

- Deel I -

Ik zal maar meteen bekennen: ik ben pedagoog. Niet direct een goede start als ik de teneur van het cursief van Johan Akkermans in Nieuwsbrief 13 erop nalees. Erger nog: ik ben bevlogen en gepassioneerd. Misschien kan dit enige leesbereidheid uitlokken: mijn licentiaatsverhandeling (1968) was gewijd aan Sir Herbert Read’s ‘Education through art’. Ik moet dus niet overtuigd worden van het gigantische belang van het kunstzinnige voor het individu en voor de samenleving. Het verdient in onderwijs niet de stiefmoederlijke behandeling die het krijgt. Wat muziekbeoefening betreft kan ik geen diploma’s voorleggen. Na een reeks pianolessen heb ik het verder zelf uitgezocht en mij aan het improviseren gezet. Niets om mee naar buiten te komen, wel genoeg om te hebben geproefd van de ‘flow’ die met zulk een creatief proces gepaard gaat. Genoeg om scherp het onderscheid te kunnen maken tussen een expressie die van binnenuit gedragen is en een die in de mechanische toepassing blijft steken. Alles bij elkaar toch nog te weinig als basis om een artikel te plegen voor Muzes. Hét motief ligt elders: mijn interesse voor muziek heeft de voorbije jaren geleid tot een vijftal (beperkte) onderzoeksprojecten waarin ik aan de ene kant op zoek ga naar de essentie van “muzikale competentie” en aan de andere naar de aanpakken die effect hebben. Samen met mijn expertise op het vlak van onderwijsinnovatie, genoeg om de volgende bladzijden te vullen.

Expressie maakt de mens Ik begin graag met de kern. Hier: wat is de zin van kunst, en in het bijzonder van muziek? Voor mij komt die kern bloot in de impressie-expressiecyclus. Het gaat hierom: elke ingrijpende ervaring – de impressie – drijft een mens naar handelingen waarin die ervaring tot uitdrukking wordt gebracht. Een film die je aansprak, een indringende reiservaring, een boek dat je las, een interview op televisie, een ongeval of het verlies van iemand of iets dat je dierbaar is of gewoon een opeenvolgende reeks van levenservaringen die zich in je opgestapeld hebben… Het lijkt erop dat: iets wat je op een of andere manier heeft geraakt, iets wat zich op een krachtige manier aan je bewustzijn heeft opgedrongen, iets wat je een moment lang volledig heeft vervuld, iets wat je zintuigen tot het uiterste heeft geprikkeld, iets wat je als

[NIEUWSBRIEF14]02[APRIL2008]


Muziek een ontdekking, gefascineerd hebt waargenomen ... in je gaat zitten rommelen, je niet met rust laat, om meer blijft vragen. Dat ‘meer’ is niet ‘meer van hetzelfde’ – een herhaling van de ervaring zelf door blootstelling aan de oorspronkelijke prikkels. Het gaat om een activiteit van een andere aard, een waarin de opgedane indrukken naar buiten worden gebracht door ze ‘extern’ te ‘representeren’... Dat ‘representeren’ – letterlijk, het opnieuw aanwezig stellen – kan maar gebeuren door gebruik te maken van hulpmiddelen, instrumenten, een medium. Aan expressiemiddelen geen gebrek: mime en lichaamstaal, dans en beweging, visuele voorstellingen (van tekeningen, over beeldhouwwerken tot videoclips), verzen en verhalen, drama, en uiteraard, muziek en zang,... Daarmee kunnen we oneindig veel uitdrukken. Elk medium heeft daarbij zijn unieke kracht. We hebben ze blijkbaar allemaal nodig om onze diepe impressies en hun eindeloze schakeringen kwijt te kunnen. De drang om uitdrukking te geven zit er diep in. Het is alsof de ervaringsstroom het moeilijk heeft met betekenisvolle impressies. Onze ‘ervaringsstroom’ kan het onbestemde van een beleving of gewaarwording of intuïtie of idee niet verdragen. Dat er nood is aan ‘uitdrukken’ is duidelijk. Maar op welke manier helpt het ons vooruit? Met de hulp van Eugene Gendlin ontdekken we dat ‘vormgeven aan’ veel meer is dan wat men meestal denkt: iets naar buiten brengen dat daar vanbinnen kant en klaar op ligt te wachten. De kern van expressie is dat alles wat in ons bewustzijn opkomt en betekenisvol is, pas volkomen ervaren kan worden als we het extern uitdrukken. In de expressie wordt de ‘impliciete’ ervaring pas echt voltooid. Men grijpt naar de vorm, naar symbolen en tekens, naar beweging en klank om de ervaring zelf intenser te maken, beter af te lijnen, scherper gewaar te worden. In die zin kunnen we stellen: “to express is to impress”. Men beïndrukt zichzelf in de expressie. De ervaring van wat men wil uitdrukken is in de act van de uitdrukking nog intenser dan in zijn oorspronkelijke toestand. Het kunstwerk maakt de ervaring ‘af ’, net zoals huilen niet meer verdriet geeft, maar het verdriet dat al aanwezig is helemaal ‘laat zijn’. Expressie heeft dus een impact op wat we mentaal oproepen: het articuleert onze opgeslagen impressies. Dat maakt plaats vrij voor meer. Een gevoelde betekenis die door expressie tot wasdom is gebracht, geeft ruimte voor een volgende intuïtie die op zijn beurt om articulatie vraagt. Expressie zet daardoor een proces in gang waarin we onszelf, onze gedachten, onze innerlijke wereld ontvouwen. Onze geest werkt als een lichtgevoelige film: een strook die aan licht is blootgesteld (de impressiefase) moet eerst ‘ontwikkeld’ worden. Expressie is het moment waarop die ontwikkeling plaatsvindt. Zo kan de filmrol worden doorgespoeld om nieuwe ‘indrukken’ op te nemen … Emotioneel is expressie een vorm van ontlading. De spanning van het onbestemde gevoel valt weg. De symbolisering werkt verlossend. Dat zien we in therapieën gebeuren, in rituelen ook.

[NIEUWSBRIEF14]03[APRIL2008]


Muziek De impact van expressie strekt zich ook uit tot het cognitieve. Expressie heeft een invloed op ons vermogen om de werkelijkheid te begrijpen – ook als we het hebben over de kunstzinnige vormen van expressie. Mentaal gebeurt er heel wat als je met expressie bezig bent. Doorheen duizenden expressies wordt je bewustzijn doorploegd en ontwikkelt zich een rijke flora. Je bewustzijn ontwikkelt zich als drager van betekenissen. Als klankbord kan het gaandeweg met een steeds breder gamma aan geluiden mee-resoneren. Je ervaringsstroom wordt erdoor verbreed en verdiept, klaargemaakt voor het opdoen van nieuwe ervaringen, ontvankelijk gemaakt voor de meest subtiele verschillen en schakeringen. Het kunstzinnige ontwikkelt daarmee verbeeldingskracht, de kracht om zich werkelijkheden te verbeelden, in zich op te roepen. We hebben al heel wat goeie redenen gegeven om het muzische een ruimere plaats in het onderwijs te gunnen. Maar we doen er nog een schepje bovenop met volgend besluit: zonder mensen die het kunstzinnige in zich dragen zouden we ons in een soort van kleurloze woestenij bevinden, een cleane, deprimerende leegte. Met andere woorden: het muzische is essentieel en overal aanwezig, doordringt ons leven meer dan we beseffen… Het zijn kunstenaars – in de breedste zin van het woord – die aan de wereld vorm geven. Dat is al zo op het vlak van design: het straatbeeld van de jaren vijftig, de look van auto’s, meubels, het servies, kleding, huizen, reclamepanelen… suggereert een ‘levensgevoel’ dat helemaal anders is dan de decennia die ervoor kwamen en erna. Het is daarbij niet duidelijk of de vormen ons leven bepalen, dan wel of er eerst een tijdgeest is die zijn uidrukking vindt in de vormen. Het is waarschijnlijker dat er een wisselwerking is waar het ene het andere in een bepaalde richting duwt met als effect duwt met als effect dat er een tijdperk ontstaat dat helemaal van een bepaalde cultuur en levenssfeer doordrongen is. In dat scheppen van cultuur neemt muziek een heel prominente plaats in.Wat een weelde. Ongelooflijk dat je met een handvol noten zo’n palet aan uitdrukkingsvormen kan hebben – eindeloze variaties die ons helpen om wat in ons zit naar buiten te brengen… - en ook hier mee de tijdsgeest te bepalen. Muziek is uit het straatbeeld niet meer weg te branden als je ziet hoevelen (vooral jongeren) onafscheidelijk zijn geworden van hun mp3-speler. Kortom: het kunstzinnige is niet iets dat alleen in concertzalen, musea en bibliotheken thuishoort. Kunst is overal en doordringt ons hele bestaan. Het bepaalt mee wat we denken en hoe we ons veruiterlijken. Het ontwikkelt ons en is zichtbaar in de manier waarop we al dan niet met smaak met onze omgeving omgaan… Als dat de inzet is, laten we dan de ontwikkeling van die muzische competenties niet aan het toeval overlaten. Ook niet als het om muziek gaat. En laten we de kern van het kunstzinnige daarbij niet uit het oog verliezen: we hebben er niets aan als het kloppende hart van de muzikale expressie niet voelbaar is in wat we in muziekonderwijs beogen.

[NIEUWSBRIEF14]04[APRIL2008]


Muziek Kwaliteitsvol onderwijs: drie sleutels Voor ik het over het muziekonderwijs zelf heb, wil ik eerst tot de kern gaan van wat kwaliteit in onderwijs is. Om eerlijk te zijn, we beleven straffe tijden. De onderwijskunde begint zich als relatief jonge wetenschap toch behoorlijk te emanciperen. Concreet veruiterlijkt zich dat in het vermogen om steeds scherper te zien wat essentieel is en wat bijkomstig in het ‘scheppen van krachtige leeromgevingen’. We beleven in feite een aardverschuiving in het denken, we zitten in het midden van een paradigmashift die ons beetje bij beetje meer greep geeft op wat er in onderwijs bereikt moet worden en hoe dat kan. Ik vat die nieuwe bakens in drie punten samen. We bekijken nadien de implicaties voor het muziekonderwijs. (1) Implicaties voor het proces We slagen er in de onderwijskunde steeds beter in om zichtbaar te maken wat er zich in de ‘black box’ bevindt. Dat is: wat er zich afspeelt op het niveau van de lerende wanneer hij/zij aan een bepaalde ‘treatment’ wordt onderworpen. Zo kunnen we op een nauwkeurige wijze zowel de ‘kwaliteit’ als de ‘inhoud’ van de ervaring van de ‘lerende’ in kaart brengen. Voor de ‘kwaliteit’ kunnen we ons tot twee parameters beperken: het welbevinden (voelt de leerling zich ok, veilig, kan hij/zij zichzelf zijn…) en de betrokkenheid. Dit laatste gaat over concentratie, over intrinsiek gemotiveerd bezig zijn, over de intensiteit van de mentale activiteit. Om het simpel te zeggen: over de mate waarin er sprake is van ‘geboeid zijn’ doorheen de verschillende fasen van een les of activiteit. Die betrokkenheid heeft niets van doen met ‘fun’ en ‘freewheelen’. Het is integendeel een uiting van volkomen engagement in het leerproces. In een toestand van betrokkenheid beweegt men zich aan de grens van zijn mogelijkheden. Dat is geen luxe, maar precies wat we nodig hebben om zogenaamd ‘deep-level-learning’ tot stand te brengen. We kunnen ook heel wat zeggen over wat zich inhoudelijk op het mentale vlak afspeelt: het gaat dan om welk niveau van denken en gewaarworden door de input van de leerkracht wordt uitgelokt. Maar daarover verder meer. Die bijzondere aandacht voor het proces is het gevolg van een beweging die berust op het pionierswerk van Piaget en Vygotski, het zogenaamde ‘constructivisme’. Die beklemtoont het besef dat je als leerkracht daar vooraan wel veel kan ‘uitzenden’ maar dat je goed moet beseffen dat wat de lerende ervan maakt heel verschillend kan zijn. Uitgangspunt is dat ieder vanuit de binnenkomende prikkels een eigen realiteit construeert. Het constructivisme roept daarom op om het vermogen om door te dringen tot wat zich ‘aan de overkant afspeelt’ ten volle te benutten. Perspectief nemen is de basis om vanuit de lesdoelen een krachtige leeromgeving te scheppen. Het is daarom een kerncompetentie bij de leerkracht. Let wel het gaat daarbij niet om theoretische kennis, maar om een ‘intuïtief ’ vermogen: om zich de lerende in volle actie te kunnen verbeelden, om als het ware in zijn vel te kruipen, zich te verbeelden wat hij of zij van onze inbreng zal maken en hoe hij die zal ervaren. Dat is pas meesterschap in het leraar zijn.

[NIEUWSBRIEF14]05[APRIL2008]


Muziek (2) Implicaties voor de aanpak Wat in de actuele paradigmashift naar boven komt, is knap lastig voor wie in een traditionele benadering verankerd zit.Toch vinden we genoeg steunpunten voor onderstaande conclusies uit onderwijsonderzoek. Ik verwijs onder meer naar het werk van Hattie, die een overzicht maakt van tientallen wetenschappelijke studies met een dekking van nagenoeg 500.000 leerlingen en hun leerkrachten. Dat kan tellen. Ik vat de grondprincipes samen die ik uit een brede waaier van onderzoek kan distilleren: de ‘state of the art’ dus als het gaat om onderwijskunde. a. Respect voor de lerende is een voorwaarde die we niet opzij kunnen schuiven. Hoe je je als leerkracht tot leerlingen verhoudt, zal voor heel wat van hen bepalen of het leren succesvol zal verlopen of niet. Elke denigrerende opstelling, openlijke of verdoken irritatie, niet-acceptatie van het niveau waarop de lerende zich nu bevindt staat haaks op respect. Respect gaat gepaard met het uitnodigen tot communicatie en het uitdrukken van een geloof in de mogelijkheden van de lerende. b. Het scheppen van een rijke omgeving vormt een tweede fundamentele ingrediënt. Het gaat hier over de mate waarin er voor de leerling wat te ervaren en te exploreren valt. Hoeveel nog te ontrafelen realiteit wordt er geboden? Hoe uitdagend en prikkelend is het aanbod? Hoeveel kans is er tot intense mentale activiteit? Inhouden die voorspelbaar zijn, te cerebraal en op geen manier tot de verbeelding kunnen spreken maken geen kans om diepgaand leren te ontlokken. c. Het model van de toekomst heeft verder te maken met participatie, met de actieve rol die aan de lerende wordt gegeven. We spreken hier van het ‘open framework model’. De boodschap is dat het onderwijsproces een hoge mate van initiatief veronderstelt van zowel de leerkracht als van de leerling(en). Dat wijst er aan de ene kant op dat een leerkracht voluit kan gaan en zijn expertise ten volle kan, ja móet, inzetten, maar tegelijk dat wat hij inzet en hóe gemoduleerd wordt door de inbreng van de lerende. Er is dus sprake van een circulair proces waarbij je aan het eind van de rit niet weet wie wie heeft geprogrammeerd en wie er uiteindelijk het meest heeft geleerd. Zo komen we uit bij het zogenaamd ‘emergent curriculum’. Dit principe is moeilijk te slikken voor wie zichzelf ziet als de allesweter of niet de flexibiliteit kan opbrengen om in functie van de respons die men krijgt bij de leerling de leergang bij te sturen. Dit overstijgt vakmanschap. Het gaat hier om het meesterschap dat nodig is om een voorbereiding los te kunnen laten en zich te gooien in de gezamenlijke exploratie van werkelijkheid. d. Over de diepe impact van het impressie-expressie cyclus heb ik het al gehad om het kunstzinnige te definiëren. Maar het is ook op zich een krachtig didactisch principe: elk moment waarop we leerlingen geconfronteerd met werkelijkheid aanzetten om met grote zorgvuldigheid hun percepties en intuïties tot uitdrukking te brengen is puur goud. Een mens die weinig ontwikkeld overkomt, heeft in zijn of haar leven gegarandeerd weinig ‘oefening’ gehad in het vertolken, het articuleren van wat in hem of haar om expressie vroeg. Het gaat dan om communicatie in verbale zin tot het zich uitdrukken in muziek. (3) Implicaties voor de output Het nieuwe paradigma heeft ook zijn gevolgen voor de manier waarop we naar de output van onderwijs kijken. Laat daarover alvast geen twijfel bestaan de output is uiteindelijk wat

[NIEUWSBRIEF14]06[APRIL2008]


Muziek telt. Welbevinden en betrokkenheid zijn slechts middelen om ervoor te zorgen dat elke lerende maximaal zijn of haar talenten ontplooit. In het afbakenen van die output komen we terecht bij het begrip ‘competentie’. Het begrip wordt door het bedrijfsleven en de samenleving op de onderwijsagenda geplaatst vanuit een uitgesproken ontgoocheling over wat het onderwijs voortbrengt. In deze wereldwijde roep om ‘competentieontwikkelend onderwijs’ wordt gesteld dat niet het leren het punt is wel wat men met het geleerde kan doen. Het gaat hierbij niet om een plat pleidooi voor het trainen van vaardigheden die de productiviteit moeten doen stijgen. Het gaat om een legitieme roep om meer kwaliteit in de manier waarop mensen hun taken vervullen en met zichzelf en hun omgeving omgaan – in arbeidssituaties en erbuiten (thuis en in vrije tijdscontexten). Zo constateert men dat er grote competentieverschillen zijn tussen mensen die eenzelfde opleiding (met succes) hebben doorlopen. Bovendien zijn het niet per se degenen die de grootste (abstracte) intelligentie in huis hebben die daarom in de reële situatie het best presteren. Dat geldt voor ingenieurs en artsen, maar ook voor leerkrachten, psychologen, boekhouders en marketeers. Echte competentie is een geïntegreerd geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die in hun samenhang moeten worden ontwikkeld. Om die competentie te vatten moeten we daarom af van een gedetailleerde analyse van geïsoleerde ‘skills’ maar is een holistische benadering meer op zijn plaats. Een observatie in de basisschool illustreert dit.We zien daarin twee leerlingen uit het tweede leerjaar de zelf gekozen opdracht uitvoeren ‘de gang meten’. Om het probleem op te lossen gaan ze alle klassen af op zoek naar meetmateriaal: latten van 30 en 50 centimeter en linialen van 1 m voor het bord. Dan beginnen ze die achter elkaar in de gang neer te leggen. Wat opvalt is dat ondanks voldoende onderwijs waarin het begrip eenheid aan de orde kwam dit begrip niet echt is doorgedrongen: het was ‘notioneel’ geleerd, maar verder onbruikbaar voor deze situatie. Anders hadden ze al snel gezien dat je met 1 lat en een krijtje voldoende had (en dat zelfs het tellen van de tegels nadat je de afmeting van 1 ervan hebt, had volstaan.

m bij o lk e w n ij z s e ti c a e r uzes.be m s@ r e g e .s th e sb e li

Competenties kan men daarom zien als een soort van ‘programma’s’ die bepalen wat we van een bepaalde werkelijkheid maken en hoe succesvol we kunnen zijn in de omgang ermee. Het brengt mij bij het begrip deep-level-learning en de metafoor van de computer: het komt er namelijk in het onderwijs op aan niet het zoveelste bestand aan die pc – de lerende – toe te voegen, maar het programma zelf (de software) ingrijpend te veranderen, om in het jargon te blijven, te ‘upgraden’. Hoe we aan dat programma geraken is eenvoudig: telkens we bij de leerling een hoge betrokkenheid tot stand brengen zetten we het programma onder stroom en scheppen we de best denkbare condities om het tot een hogere graad van differentiatie en complexiteit te brengen. Geen oppervlakkig leren maar ontwikkeling is wat we dan oogsten. Wat de consequenties hiervan zijn in het muziekonderwijs leest u in het vervolg op dit artikel in onze nieuwsbrief van juni 2008.

[NIEUWSBRIEF14]07[APRIL2008]


Katrien Vermeulen Journaliste

Beeld

De educatieve dienst van het Museum voor Schone Kunsten in Gent In volle bloei

Na een grondige renovatie is het Museum voor Schone Kunsten in Gent weer open. De eerste tentoonstelling in het vernieuwde museum was de veelbesproken expo 'British Vision', die een recordaantal bezoekers aantrok, en meteen zorgde voor een vliegende start. Bij de educatieve dienst hebben ze er dan ook een bijzonder druk jaar opzitten, waarbij hun energie vooral werd opgeslorpt door de voorbereiding van de heropening, en de vele nevenactiviteiten en randprojecten die bij British Vision hoorden. En dan is er nog het aanbod voor het onderwijs, dat gestaag wordt geüpdatet en uitgebreid. Onderstaand overzicht van het educatief aanbod toont alvast dat het de moeite loont om eens met de klas naar Gent af te zakken. Zelf aan de slag: de ateliers Meest succesvol in het aanbod van de educatieve dienst zijn de ateliers. De kinderen gaan eerst op ontdekkingstocht door het museum, en mogen daarna zelf de handen uit de mouwen steken in een atelier. Ze gaan met andere woorden allemaal naar huis met een afgewerkt kunstwerkje. Leuk is dat de begeleiders trachten te werken met andere technieken dan de technieken die de kinderen op school al leerden kennen. Boeiend voor de leerlingen, en een bron van inspiratie voor de leerkracht. Rondleiding en atelier is er voor leerlingen van de derde kleuterklas en van de lagere school, en duurt twee uur (1 uur rondleiding, 1 uur atelier).

Levende schilderijen: het theateratelier Een heel andere blik op kunst bieden de theaterateliers. Daarbij krijgen de kinderen een rondleiding in het museum en komen de schilderijen werkelijk tot leven. Samen met de begeleider bekijken ze hoe de afgebeelde figuren bewegen, praten, denken. De kinderen beelden zelf uit, en kruipen in de huid van de verschillende personages. Een fantasierijk en expressief bezoek. Het theateratelier is er voor het basisonderwijs, en duurt 2 uur.

Keuze zat: verschillende mogelijkheden voor het secundair onderwijs Geen ateliers voor de jong-volwassenen van het secundair onderwijs, wel boeiende rondleidingen doorheen de vaste collectie. Ook thematische rondleidingen zijn mogelijk. Een interessante aanpak is ook 'de Brug', waarbij bijna letterlijk een brug wordt geslagen tussen het MSK en het S.M.A.K. Het museum voor actuele kunst ligt tegenover het MSK, en de confrontatie tussen heden en verleden is met andere woorden vlakbij.Aan de hand van een geleid bezoek doorheen MSK en S.M.A.K gaan tieners op zoek naar overeenkomsten en verschillen tussen de schone kunsten en de meest actuele ontwikkelingen.

Een boeiende toekomst… "Het onderwijs kent de erfgoedsector niet goed genoeg, en wij kennen het onderwijs niet goed genoeg," zo geven ze grif toe bij het MSK. Het educatieve aanbod is dan ook in volle

[NIEUWSBRIEF14]08[APRIL2008]


Beeld groei, en in de toekomst willen ze het aanbod vooral uitbreiden in samenspraak met jullie, de leerkrachten. Onder meer de leerkrachtendossiers hopen ze op die manier vorm te geven. De bedoeling is de dossiers zo op te stellen dat ze voldoen aan de noden en de leerplannen in de artistieke vorming, en dat ze online beschikbaar gesteld worden.Wie nu al zijn museumbezoek wil voorbereiden kan uiteraard terecht op de website van het museum zelf, waar een tachtigtal werken van de collectie getoond en besproken worden. Ook bijzonder interessant is de website van de Vlaamse Kunstcollectie, een samenwerkingsverband tussen het Museum voor Schone Kunsten Gent, het Groeningemuseum Brugge en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Op www.vlaamsekunstcollectie.be vind je nu al een schat aan informatie, in de toekomst is het de bedoeling de volledige collecties van de musea online beschikbaar te stellen. Erg interessant lesmateriaal dus. Verder worden er in het MSK in Gent nog doe-boekjes gepland voor de kinderen en zijn er ideeĂŤn voor een aparte audiogids op maat van kinderen. Een kindercatalogus is er al, maar er zijn ook plannen om een gids uit te werken voor jongeren. MSK, Ferdinand Scribedreef 1 (Citadelpark), 9000 Gent.

Info en prijzen educatieve dienst: f www.mskgent.be o tel. 09/240 07 07

[NIEUWSBRIEF14]09[APRIL2008]


Rein Meus musicoloog

zaterdag 1 maart 2008

Koninklijk Conservatorium Antwerpen (Zwarte Zaal)

Colloquium MUZIEK ALS HUMANE WAARDE over de wetenschappelijk bewezen invloeden van muzikale opvoeding op de algemene cognitieve, emotionele en humane ontwikkeling van kinderen.

Voormiddag: lezingen van Dr. Maria Spychiger (Zwitserland) Prof. Dr. Michael Stocks (U.K.) Dr. Eric Baeck (België) Namiddag: Open debat met deelnemers uit de relevante sectoren in Vlaanderen Doorlopend: Informatie- en posterbeurs over Onderzoek naar Muziek(ped-)agogiek Avond: receptie en symfonisch concert Organisatie: Kon. Conservatorium Antwerpen Lemmensinstituut Muzes vzw Muziekcentrum Vlaanderen Hogeschool Antwerpen (i.k.v. Leerstoel Minister van Staat Andries Kinsbergen) www.ha.be/kinsbergen

Colloquium

10 lessen getrokken uit het Colloquium “Muziek als Humane Waarde”

1. Vanuit het wetenschappelijk onderzoek van de laatste 15 jaar werden de effecten en de impact van muziek in relatie tot de cognitieve ontwikkeling (invariabelen) blootgelegd. Momenteel is het noodzakelijk om wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de variabelen (sociale context, lesgevers, leeromgeving, ... ) of met andere woorden naar de methodologieën die ontwikkeld moeten worden om de impact van muziekeducatie te sturen en te maximaliseren. 2. Er is behoefte aan een coherent systeem voor muziekeducatie. Verankering in een leercurriculum dat een duidelijke methodologische lange-termijn-visie voorstaat is daarbij essentieel. 3. De legitimeringvraag naar de noodzaak van muziekeducatie zal steeds blijven bestaan. Daarom moeten we manieren vinden om deze vraag ook blijvend te beantwoorden. Hierbij moet er vertrokken worden vanuit een wetenschappelijke bewijsvoering; het is nefast voor de geloofwaardigheid om te vertrekken vanuit veronderstellingen en ingeburgerde stereotypen inzake muziekeducatie. 4. De enige mogelijkheid om uit onze netelige situatie te geraken is ook zelf een lange-termijn-visie te ontwikkelen, waarin we uitgaan van een partnerschap met beleidsmakers en andere actoren uit de muziekeducatieve sector. 5. We kunnen veel leren van de expertise van andere actoren uit de muziekeducatieve sector. Momenteel is het moeilijk om hier zicht op te krijgen. Daarom moeten we vanuit MUZES hiernaar op zoek gaan en kijken hoe we deze expertise kunnen verzamelen en vertalen naar onze eigen situatie. 6. Netwerken is met andere woorden cruciaal in onze “strijd”. Samen staan we sterker dan alleen. Maar tegelijk mag de muziekeducatieve sector zich geen beperkend keurslijf laten opdringen. Het is onmogelijk - en zelfs niet gewenst - om binnen onze ruime sector met één stem te spreken. De muziekeducatieve sector wordt gekenmerkt door een veelheid van actoren en methodes. Deze diversiteit is onze sterkte en moeten we zo ook onder de aandacht brengen. De verschillende actoren moeten elkaar erkennen in ieders expertise, in plaats van elkaar te bekampen. 7. MUZES moet derhalve een duidelijk zicht krijgen op haar positie binnen deze sector, en haar publieke mening beperken tot de problematiek waarmee we geconfronteerd worden: artistieke vakken in het formele onderwijs. Als antwoord op deze problematiek kunnen we de decretale verankering van het vak muziek naar voren schuiven, net zoals het opstellen van muzikale eindtermen. 8. Indien we met MUZES de ambitie koesteren om daadwerkelijk het beleid te beïnvloeden, moeten we weten hoe het beleid beïnvloed kan worden. Hiervoor is het noodzakelijk een zicht te hebben op de algemene werking van het onderwijs, de bevoegdheden van het ministerie en de verschillende onderwijskoepels, de rol van de vakbonden, … Kennis van zaken is noodzakelijk: fouten tasten de geloofwaardigheid van de gestelde eisen onherroepelijk aan. 9. Het kabinet van onderwijs bereidt momenteel een blauwdruk voor het secundair onderwijs voor. Dit document zal als basis dienen voor het toekomstige debat rond de hervorming van het secundair onderwijs. Er wordt een grote discussie verwacht rond de tegenstelling tussen ‘Algemene Vorming’ en ‘Specialisatie’. MUZES moet zich voorbereiden om aan deze bepalende discussie te kunnen deelnemen. 10. Op het colloquium zaten voor de eerste keer sinds jaren de verschillende actoren uit de muziekeducatieve sector rond de tafel. Jammer genoeg verzandde de debatten te vaak in “ik-verhalen”, zodat een echte dialoog onmogelijk bleek te zijn. Deze vaststelling bevestigt enkel de noodzaak om meer van dit soort initiatieven te organiseren. Enkel wanneer de verschillende actoren meer met elkaar in debat gaan, leren we de diversiteit binnen de muziekeducatieve sector respecteren, en benutten in functie van de verbetering van het beleid inzake muziekeducatie.

[NIEUWSBRIEF14]10[APRIL2008]


Thomas De Baets ondervoorzitter Muzes vzw

Onderwijs

Vandenbroucke wil violen stemmen in het hoger kunstonderwijs

‘Strengere selectie studenten kunst’, kopte De Standaard op 25 maart. Ook de andere Vlaamse kranten hadden die dag aandacht voor de discussienota die Frank Vandenbroucke,Vlaams minister van Onderwijs, zou publiceren over de (gewenste) hervormingen in het Hoger Kunstonderwijs (HKO). De volledige titel luidt: ‘Discussienota Hoger Kunstonderwijs in Vlaanderen: een toekomst in academisch en professioneel perspectief.’. Wij namen de tekst voor u door en overlopen hieronder de meest opvallende zaken. Het hoger onderwijs academiseert, zo ook de kunstopleidingen. Dat wil zeggen dat ook onderzoek een belangrijke component wordt in het HKO. Ook de derde cyclus, het zogenaamde doctoraat in de kunsten, is een nieuwe ontwikkeling in Vlaanderen.Vandenbroucke wenst wel een verstandige, discipline-eigen implementatie van onderzoek in de kunsten: “Het hoger kunstonderwijs moet in de eerste plaats kunstenaars opleiden.” De nieuwe ontwikkelingen mogen dus het kunstenaarschap niet in de weg staan. Meer nog: ze moeten het versterken. Daarnaast stelt Vandenbroucke dat er momenteel een (ongezond) overaanbod is van opleidingen. Hij wil het studieaanbod hertekenen en uitbreiden: “In het bijzonder binnen de Muziek en de Podiumkunsten is een echte optimalisatie van het aanbod – bijvoorbeeld in het aanbod van een bepaald muziekinstrument of muziekstijl - enkel mogelijk als over de associatiegrenzen heen wordt gekeken.” Bovendien wil de minister op die manier vermijden dat kandidaat-studenten gaan ‘shoppen’ tussen de verschillende opleidingen. Ook een gezamenlijke toelatingsproef (op Vlaams niveau, maar op initiatief van de instellingen voor HKO) kan hierin verandering brengen. Ook heeft hij aandacht voor de opleiding van de muziekleraar: “Een mogelijke denkpiste is om de masteropleiding sterker met de lerarenopleiding te verweven, zodat een lerarenopleiding, specifiek op maat van de muziek, geïntegreerd wordt in een aparte opleiding tot ‘muziekleraar’. Deze nieuwe masteropleiding is dus geen afstudeeropleiding binnen de master muziek zoals vandaag de afstudeerrichtingen muziekpedagogie, maar moet als een soort gecombineerde opleiding tussen twee studiedomeinen in, onderwijs enerzijds en muziek anderzijds, opleiden tot het specifieke beroep van leraar muziek.”. Muzes heeft uiteraard enkele bedenkingen: We zijn verheugd dat de opleiding tot muziekleraar specifieke aandacht krijgt. Ons is ech-

[NIEUWSBRIEF14]11[APRIL2008]


Onderwijs ter niet duidelijk wat Vandenbroucke met bovenstaande suggestie bedoelt. Impliceert dit dat de zeer specifieke opleiding ‘muziekpedagogie’ (momenteel ingericht aan het Lemmensinstituut en aan de Conservatoria van Antwerpen en Gent) geen toekomst gegund wordt? Wat met de bacheloropleidingen voor het secundair onderwijs (voorheen ‘regentaat’, in Antwerpen, Gent en Hasselt)? In deze nota spreekt men zich niet uit over deze opleidingen. De leraren beeld krijgen echter geen aandacht. Hun positie is evenwel gelijkaardig met de muziekleraren. Ook leraren beeld geven les in het leerplichtonderwijs en het DKO, ook zij kunnen hun opleiding genieten aan zowel het HKO als in professionele bacheloropleiding voor het onderwijs. De nadruk op ‘muziek’ alleen lijkt ons op zijn minst opmerkelijk. De discussienota besluit met volgende conclusies: De academisering zoals ze vandaag al volop bezig is, is erg zinvol en moet verdergezet worden. […] Indien een globaal rationalisatieplan wordt voorgelegd tegen eind november 2008 en goedgekeurd wordt, dan zullen daar extra financiële middelen tegenover staan. De hertekening van het hoger kunstonderwijs moet passen in een globaal raamwerk voor een rationeel aanbod waarin ook het aanbod in verwante professionele opleidingen buiten het kunstonderwijs (IWT, architectuur) wordt herbekeken. Het is belangrijk dat hiervoor ook over de associatiegrenzen heen wordt gekeken. Bij de hertekening van het studieaanbod moet ook aandacht gaan naar de uitbreiding van professioneel aanbod, waardoor een kwalitatief hoogstaand en arbeidsmarktgericht aanbod van opleidingen wordt gerealiseerd. De gevolgen voor het personeel van de al gebeurde en toekomstige hervormingen in het hoger kunstonderwijs moet bekeken worden in dat globale kader en de nodige maatregelen naar statuut en verloning moeten genomen worden om de hervormingen te kunnen uitvoeren. De volledige nota kunt u na lezen op www.ministerfrankvandenbroucke.be.

om bij Reacties zijn welk es.be. z u m @ ts e a b e d s. a thom

[NIEUWSBRIEF14]12[APRIL2008]


Prijs € 50, leden Muzes en studenten: € 25 - inclusief middagmaal en syllabus Inschrijven kan via e-mail: sarah.pauwels@muzes.be Gelieve duidelijk uw naam, adresgegevens, telefoon en e-mail te vermelden! Betaling De inschrijving wordt door u bevestigd door de betaling van het inschrijvingsgeld op het rekeningnummer 744-0167369-37 van Muzes vzw met als mededeling 'nascholing muziek 16 juni' en de naam van de deelnemer. Inschrijving en betaling vóór 5 juni 2008. Tijdig inschrijven, het aantal plaatsen is beperkt!

16 juni 2008, 9u30 – 15u30 CC Ter Dilft Bornem (Wegbeschrijving: www.terdilft.be)

Joeri Wens (De Notenboom vzw) Bodypercussion. In deze workshop maken we een compositie met enkel klanken van het lichaam: klakken met de tong, het geluid van druppels met de mond, handklappen op verschillende manieren, de voeten die een basisritme spelen, ... De belangrijkste aspecten binnen deze workshop zijn ritme en motoriek, twee parameters die sterk met elkaar verbonden zijn. Daarnaast staan ook originaliteit en creativiteit centraal. Het voordeel is dat je altijd je instrument bij je hebt! Het zal je verbazen welke rijkdom aan klank je lichaam voortbrengt.

Nieuws

Nascholing

Muziek

Nascholing

Mark Reybrouck Met open oren. In deze actieve workshop stelt Mark Reybrouck zijn nieuwste boekje over onderzoekend en probleemoplossend luisteren voor. Het uitgangspunt is het inzicht dat alles wat je hoort als een mogelijk probleem kan worden opgevat. Je kunt daarbij terugvallen op voorgekauwde problemen met kant-en-klare oplossingen, maar je kunt ook zelf bepalen wat je als probleem ervaart en dan op zoek gaan naar een mogelijk oplossing. Het geheel wordt uitgewerkt aan de hand van zeer concrete muziekvoorbeelden.

Muzes vzw Tervuursesteenweg 84 2800 Mechelen info@muzes.be - www.muzes.be

Michaël Vancraeynest Actief met filmmuziek. Filmmuziek is een dankbaar onderwerp binnen het vak muzikale opvoeding, het sluit mooi aan bij de leefwereld van jongeren. Een wereld vol diversiteit aan stijl, zowel klassiek als modern. Welke werkvormen kunnen we zoal toepassen zodat de leerlingen het doel van filmmuziek zowel actief als passief kunnen ervaren? Tijdens de workshop bespreken we enkele typische luisteropdrachten die bruikbaar zijn binnen de klas. Daarnaast gaan we ook zelf als filmcomponist te werk.

Nascholing

Beeld

Nascholing

Prijs € 50, leden Muzes en studenten: € 25 - inclusief middagmaal en syllabus Inschrijven kan via e-mail: info@muzes.be Gelieve duidelijk uw naam, adresgegevens, telefoon en e-mail te vermelden! Betaling De inschrijving wordt door u bevestigd door de betaling van het inschrijvingsgeld op het rekeningnummer 744-0167369-37 van Muzes vzw met als mededeling 'nascholing beeld 21 april' en de naam van de deelnemer. Inschrijving én betaling vóór 10 april 2008. Tijdig inschrijven, het aantal plaatsen is beperkt!

21 april 2008, 9.30 u-16.00 u Ter Dilft Bornem (Wegbeschrijving: www.terdilft.be) MIDDAG: PRESENTATIE LESIDEEËN

Stijn Felix Tendensen in de hedendaagse beeldcultuur. De grens tussen plastische kunsten en de populaire beeldcultuur is opengebroken, veel artiesten opereren in die schemerzone. Ook stellen we een grensvervaging en combinatiemogelijkheden vast tussen verschillende disciplines: digitale beeldmanipulatie, fotografie, collage,… Een selectie van hedendaagse artiesten wordt besproken.Tevens worden verbanden gelegd, mogelijkheden onderzocht naar de verwerking van deze thematiek in dagdagelijkse klaspraktijk.

Wien Bogaert Onderzoek van het begrip ruimte in de school: letterlijk in de klas, figuurlijk wordt de mogelijkheid onderzocht om zich al of niet te uiten; daarom gaat dit ook over ruimte in de tijd. We zoeken manieren om met taal en beeld, een situatie, een bepaald gevoel, een idee over de school te onderzoeken. In deze praktische sessie worden heel concrete voorbeelden getoond om rond dit thema met diverse materialen en technieken te werken in de klas. Er wordt zowel aandacht geschonken worden aan actieve als passieve kunstbeleving.

Muzes vzw

Sammy Ben Yakoub YouTube. Bestempeld als een nieuwe rage, is deze website in een mum van tijd uitgegroeid tot een mondiaal gegeven. Maar wat is YouTube eigenlijk? Is het niet meer dan een rage? Welke gevolgen zijn maatschappelijk voelbaar? In deze sessie bestuderen we het YouTube-fenomeen vanuit verschillende invalshoeken,en proberen we te ontdekken wat dit nieuwe medium kan bijbrengen in het onderwijs, meer bepaald in de artistieke vakken.

Tervuursesteenweg 84 2800 Mechelen info@muzes.be - www.muzes.be

[NIEUWSBRIEF14]13[APRIL2008]


[NIEUWSBRIEF14]14[APRIL2008]

Copyright Euprint ed., B-3001 Heverlee D/2007/6045/100(4) - All rights reserved. www.euprint.be


Dinsdag 06/05/2008, 19u30-21u30 (a) Dinsdag 13/05/2008, 19u30-21u30 (b)

Windows Movie Maker is een onderdeel van Windows waarmee u zelf opgenomen films en diavoorstellingen op uw computer kunt maken, compleet met professioneel ogende titels, overgangen, effecten, muziek en zelfs een verhaallijn. En als u klaar bent, kunt u Windows Movie Maker gebruiken om uw film te publiceren en met uw vrienden en familie te delen. Docent: Hans Van den Meutter Functie: ICT-Coördinator Doelgroep: Secundair, DKO, Jeugdwerk, Culturele sector, en andere geïnteresseerden Code: N08/008 ab Opmerking: gelieve, indien mogelijk, uw laptop mee te brengen.

Proeven van Kuimba Wimbo

Cursusavonden Muzes i.s.m. Klankendaal

Windows Movie Maker

Donderdag 29/05/2008, 19u30-21u30 i.s.m. Koor & Stem

Het nieuwe interculturele muzische project ‘Kuimba wimbo’ van Koor&Stem is gebaseerd op gevarieerd liedrepertoire uit diverse culturen. Het doel is om jongeren tussen 11 en 15 jaar in een workshop te stimuleren al zingend iets te vertellen over zichzelf en over hun cultuur. Koor&Stem licht dit vak- én grensoverschrijdende project graag voor u toe en brengt u in andere sferen tijdens de gratis presentatieles in Klankendaal! Docent: Marc Van den Borre - Dimitry Goethals Functie: Docent/Dirigent – Coördinator projectwerking Koor&Stem Doelgroep: Lager (eventueel 6de leerjaar), secundair, jeugdwerk, culturele sector Code: N08/009 Deze sessie wordt u gratis aangeboden.

Gratis!

Werken met Finale Dinsdag 22/04/2008, 19u30-21u30

Alles exact positioneren in Finale hoeft niet moeilijk te zijn. We werken met de

Cursusplaats is Klankendaal,Tervuursesteenweg 84, 2800 Mechelen. Op www.klankendaal.be vindt u een wegbeschrijving. U bent steeds welkom een halfuur voor de start van de cursus.

Page Layout Tool en de Staff Styles. We bekijken de verschillende manieren om teksten te plaatsen. We combineren tekst met muziek.

De deelnameprijs voor elke nascholingsavond is € 20. Inschrijven doet u via info@muzes.be, met vermelding van uw naam, adresgegevens, telefoon, e-mail en school. De betaling is enkel mogelijk door storting op rekening van Muzes vzw: 414-5188551-57 met vermelding van de cursuscode, ten laatste 5 dagen voor de cursus.

Met de steun van

ORGANISATIE

Muzes vzw i.s.m. Klankendaal vzw

Docent: Christine Vergauwen Functie: Muziekuitgeverij Euprint Doelgroep: iedereen Code: N08/007

Muzes vzw vakvereniging voor artistieke vorming

Tervuursesteenweg 84, 2800 Mechelen info@muzes.be – www.muzes.be Inhoudelijke informatie: monique.vanboom@muzes.be

[NIEUWSBRIEF14]15[APRIL2008]


Prikbord [NIEUWSBRIEF14]16[APRIL2008]

Nieuwsbrief 14  

Nieuwsbrief Muzes April 2008

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you