Issuu on Google+

ARTISHOCK jaargang 3 nummer 12 februari 2013 een uitgave van Muzes vzw

driemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur in het onderwijs

driemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur in het onderwijs

Muziek en Beeld 


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Da Vinci op het autosalon

T

ijd voor een rondje outing (auting?): ik ben naar het autosalon van Brussel geweest. Zonder koopintenties hoor, gewoon uit interesse, om me te laten ontroeren door de sublieme engineering, de vernuftige innovatie of het tijdloos design van zo’n metalen ros. Omdat ik een auto- en motoliefhebber ben, en nog niet zo’n klein beetje. Twee of vier wielen, maakt allemaal niet uit, als er maar een stevige motor in zit en als het maar snel de bocht om kan. Op dat autosalon was ik vooral ontroerd bij het zien van de nieuwe Subaru BRZ, een sportwagen pur sang: licht, tweezitter, op de achterwielen aangedreven door een 2 liter atmosferische boxermotor met 200 pk (100 pk per liter!). Met voor de rest weinig toeters en bellen, helemaal gericht op echt rijplezier. Dan zegt u: dat is in deze zeer ecologisch bewuste tijden - daar kloppen we elkaar vandaag toch zo graag voor op de schouder - niet erg politiek correct. Geen nood hoor, ik laat me even graag ontroeren door, ik zeg maar wat, hedendaagse schilderkunst. Vorige week nog een daguitstap gemaakt naar het Ludwig Forum in Aken en daar bijna staan janken bij een prachtig werk van Lee Lozano 1, vergeten vrouwelijk icoon uit het mannenbastion dat de pop art was in New York in de jaren 60. Het was alweer van 2010 geleden, in Stockholm, dat ik nog eens een werk van Lozano in het echt zag, dat ik het nog eens had kunnen aanraken, moesten er geen sympathieke maar natuurlijk strikte en erg oplettende Duitse zaalwachters in de buurt zijn geweest. Adembenemend, dat werk van Lozano. Het mag trouwens ook Tuymans zijn, of Van Dyck, Bijl, Modigliani, Delacroix, Picasso of Hamelryck. En bij uitbreiding laat ik me ook graag inpakken door fijne muziek van bijvoorbeeld - mijn excuses dat ik hier even heel pedant met namen moet goochelen – iemand van de familie Bach of Nick Drake, Mark Ribot of John Rutter, onze Kurt Bikkembergs of meneer Elvis Costello. Dat is allemaal dik ok, en kijk: hoe fijn is het om op 5 februari nu eens een nascholing muziek EN beeld te kunnen volgen in Leuven? Daar kan u naar hartenlust de Homo Universalis in uzelf nog eens bovenhalen. Weg hokjes, weg exclusiviteit. Grenzen? Nooit van gehoord. En als u dan flink geïnfecteerd bent geraakt door de grote verscheidenheid en het leuke, bezwerend gebrek aan samenhang, plan dan even een bezoekje aan het autosalon volgend jaar. Er zijn telkens weer prachtige bolides te zien en ook veel bekende gezichten trouwens; dit jaar trof ik er bijvoorbeeld Leonardo da Vinci.

In de beeldende kunstsector leveren computers en iPads als kunstzinnige tools geen weerstand. In muziekonderwijs zien we over het algemeen dat laptop en iPad goed dienst doen zijn om muziek af te spelen, teksten en muziek visueel aantrekkelijk te maken voor presentaties, te surfen en opzoekingswerk te doen, partituren te tonen, Youtube-films te bekijken, nieuws uit de actualiteit mee te pikken, online te bestellen, foto's te maken en te delen met vrienden en te gamen.

Lees verder op pagina 8. Artishock ging praten met Michiel Hendryckx, persfotograaf, schrijver en voormalig docent aan het KASK in Gent. Hendryckx vertelt ons zijn verhaal, niet aan de hand van beelden, maar wel via een goed gesprek over vroeger en nu en hoe hij daar ergens tussenin zit.

Lees verder op pagina 14. We waren op bezoek bij MATRIX, een Leuvense organisatie die zich bezig houdt met klassieke muziek na 1950. Zij organiseerden een Internationale Conferentie rond Nieuwe Muziekeducatie onder de naam Nieuwe Oren.

Stefaan Vermeulen, ondervoorzitter Muzes

Lees verder op pagina 20. Lee Lozano: www.hauserwirth.com/artists/36/the-estate-of-lee-lozano/biography/ of ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Lee_Lozano 1




ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Muziek en beeld :

een inspirerend gesprek met 3 leraren Muziek is de meest ongrijpbare van alle kunsten. Klanken verdwijnen terwijl ze klinken en zijn dus uitermate vluchtig. We kunnen echter proberen om ze vast te leggen door middel van een blijvend spoor. Dat kan een klinkend spoor zijn of een visuele weergave. Maar hoe kun je muziek zichtbaar maken door middel van een blijvend spoor? Gaat het daarbij om een partituur of om een andere manier van visualiseren? Gaat het om een statisch of dynamisch beeld? En volstaat het om zo’n visualisering aan te bieden, of moet je die ook zelf creëren? Kunnen we daarbij terugvallen op het gebruik van digitale media of blijven we zweren bij potlood en papier? En moet de visuele weergave direct gekoppeld zijn aan de klinkende muziek of is de muziek alleen een alibi om onze fantasie de vrije loop te laten?

W

e stelden een aantal vragen aan Christel Vervaet, kleuteronderwijzeres en MUZO-coach, Sarah Verhulst, muziekpedagoge en muzikante en Kirsten Marit, lector beeldeducatie. De verschillende domeinen van muzische vorming mag je niet als afzonderlijke elementen beschouwen. In welke mate hebben jullie ervaring om vanuit de geïntegreerde aanpak van muzische domeinen aan de slag te gaan? Christel: In mijn opleiding als kleuterleidster, nu bijna dertig jaar geleden, werd geleerd de activiteiten op te splitsen per “vak” of “domein” en dit ook zo neer te schrijven in onze agenda. Wiskundige initiatie was wiskundige initiatie en niemand dacht eraan op bv. begrippen aan te leren via een liedje of al tekenend. Wij brachten dingen bij en de kleuters slikten. Het volgen van neergepende lesvoorbereiding was vrij prioritair. Thema’s beperkten zich tot een week, daarna was er een ander onderwerp aan de orde. Van echte uitdieping, een thema laten groeien, inspelen op … kwam niet zoveel in huis. Ik heb me bij deze visie nooit echt goed gevoeld. Als afgestudeerde ben ik dan vrij vlug op zoek gegaan naar visies die meer aansloten bij hetgeen ik aanvoelde, waar ik achter stond. In eerste instantie kwam ik bij het ervaringsgericht onderwijs, waar het kleuterinitiatief en het stimuleren van creativiteit heel belangrijk was en nog steeds is . Bepaalde zaken uit de Steiner- en Freinetscholen spraken me ook wel aan. Ik heb heel wat expertise opgebouwd en in m’n professionele rugzak zit een rijkdom aan info en ervaringen. Daarnaast heb ik me op persoonlijk vlak steeds bijgeschaafd. Elk jaar volgde ik cursussen: toneel en voor-



dracht, teken- en schilderkunst, muziek, literatuur tot allerlei navormingen. Ik ben op dat vlak altijd heel gretig geweest. Zo heb ik een 3-tal geleden ook het postgraduaat Muzo-coach gevolgd en dat was voor mij een thuiskomen. Eindelijk een bevestiging voor hetgeen ik al jaren voor stond. Nu sta ik terug voor de klas en dit als muzische leerkracht. Bijna alle kleuters van onze school komen

Christel Vervaet

regelmatig bij mij in het lokaal om muzische activiteiten te beleven. Aactiviteiten waarin zoveel mogelijk muzische domeinen verweven worden en ik moet zeggen: de kinderen zijn dolenthousiast! Kirsten: In de opleiding leraar kleuteronderwijs van Thomas More Mechelen worden de derdejaarsstudenten ondergedompeld in een muzische verdiepingsmodule. Deze intensieve manier van werken vanuit de verschillende muzische domeinen is een boeiende ontdekkingstocht , zowel voor studenten als voor docenten. Het is een mooie en geïntegreerde verderzetting van de voorbije 2 jaren waarbij de verschillende muzische domeinen grondig werden verkend. Studenten werken een muzische voorstelling uit voor kleuters . Daarna gaan ze aan de slag met de kleuters om de indrukken uit de voorstellingen op verschillende manieren muzisch te verwerken. In welke mate komen de domeinen (muziek, beeld, dans en drama) op een evenwaardige manier aan bod? Sarah: Ik werk ondertussen ongeveer 25 jaar met peuters en kleuters en sinds een jaar of 10 ook met baby’s en hun ouders. Bij deze leeftijdsgroepen zijn alle muzische domeinen zeer sterk verbonden. Een peuter /kleuter is altijd in beweging wanneer hij klank maakt bv, hij is ook zeer visueel ingesteld en zet letterlijk alle zintuigen in om de dingen te beleven en ervaren. Het is ondenkbaar om bij het musiceren niet te bewegen of bij het kijken niet te voelen. Het is voor mij dus heel evident om met kinderen domein overschrijdend te werken. Daarnaast heb ik verschillende keren ook zelf samengewerkt met dansers, acteurs en beeldend kunstenaars, wat ik telkens weer een heel boeiende uitdaging vind. Kirsten: Wanneer je je met één muzische taal bezighoudt en je erin verdiept, ontdek je dat er parallellen bestaan tussen de verschillende kunstdisciplines. Je vindt analogieën op het vlak van compositie, kleur , ritme ,… Het is natuurlijk een meerwaarde om samen te werken met vakcollega’s zodat er sprake kan zijn van een intense kruisbestuiving tussen de verschillende muzische talen. Je vindt dus zeker bouwstenen die voor beeld en muziek

Sarah Verhulst

bij elkaar, vind je ook terug in de beeldende kunst waar kunstenaars zich lieten beïnvloeden en inspireren door andere kunstdisciplines. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Kandinsky die klank aan kleuren koppelde na het beluisteren van muziek of aan Miro die beïnvloed werd door het woord en de muziek. Het belangrijkste is om vanuit een muzische grondhouding te vertrekken. De openheid waarmee iemand in het leven staat, de onbevangen benadering van nieuwe ontdekkingen en het vermogen tot verwondering bij alledaagse dingen zorgt voor een noodzakelijke basis. Wanneer je opgedane ervaringen bij kinderen wilt laten verwerken en vormgeven via verschillende kunstvormen is het belangrijk dat je als leerkracht of begeleider Het is ondenkbaar om bij het het nodige respect hebt voor hun visie en werk en je durft open staan voor nieuwe dingen. musiceren niet te bewegen of dat Is het vanzelfsprekend dat je als leraar beeld de nodige achtergronden/vaardigheden bezit om muziekbij het kijken niet te voelen. taal te beheersen? (en vice versa) Is het niet meer hetzelfde zijn maar het blijft toch belangrijk dat iedere aangewezen om nauw samen te werken met vakcollega’s vakdocent of vakleraar zijn expertise behoudt. Ik geloof beeld, muziek, drama om vanuit een specifieke aanpak daarom in de meerwaarde van een echte samenwerking met de kinderen diepgaander te kunnen werken? waarbij de verschillende leraren van elkaar kunnen leren Christel: Ik vermoed dat deze vraag meer naar leerkrachen een diepgaander aanbod voor kinderen kunnen creë- ten secundair gericht is maar ik wil dit even open trekren. Deze vorm van samenwerking en inspiratie opdoen ken naar het basisonderwijs. Daar vind ik ook dat de




ARTISHOCKfebruari 2013

persoonlijke talenten van de leerkrachten meer moeten benut worden. Sloop de klasmuren en ga bij collega’s lessen en activiteiten geven. Jouw bevlogenheid zal ook collega’s aanzetten om bepaalde zaken uit te proberen. Sarah: Het is uiteraard belangrijk om de nodige achtergrond te hebben en toch ook wel een basis aan vaardigheden te beheersen in de domeinen die niet je eigen specialiteit zijn. Ik vind het een interessant gegeven dat bv een niet-muzikant met muzikale parameters en instrumentarium aan de slag gaat of een muzikant zich gaat uitdrukken in beweging. Je krijgt dan een andere expressie die een heel interessant vertrekpunt kan zijn in een artistiek product. Het is juist in de 21ste eeuw erg belangrijk dat crossover een vanzelfsprekendheid is. Ten eerste omdat de specifieke domeinen veel meer vervagen of afwijken van hun klassieke idioom. Maar vooral ook omdat de kunstenaar een ander plaats in onze maatschappij gaat vertolken: tussen artiest en publiek vervaagt de hiërarchie. De kunstenaar moet zich realiseren dat iedereen artiest is (J. Beuys) en moet vooral in muzische processen zich zo opstellen. Het is betoverend om te zien hoe je op deze wijze iedereen ziet openbloeien. En vanuit deze openheid is het dan erg interessant om dit verder uit te diepen in een specifiek domein en een samenwerking aan te gaan met andere kunstenaars van andere domeinen. Deze tijd heeft erg veel nood aan de expressie die ieder mens bezit en ook (h)erkent om als tegengewicht te dienen tegen de wereld van uiterlijkheden. Zo komt in deze

ARTISHOCKfebruari 2013

greerde aanpak. Wat denken jullie? Is dit haalbaar?

Kirsten: Ik vind het belangrijk dat leerlingen eerst een duidelijk inzicht krijgen in de verschillende muzische talen/ domeinen afzonderlijk. Wat kan je binnen één taal ontdekken en verwezenlijken? Wat zijn de bouwstenen binnen een domein? Hoe kan je je in een bepaalde ‘taal’ uitdrukken en hoe doen anderen dit ? Want daar draait het om : een (andere) vorm van communiceren. ( het gaat verder dan het luisteren en spreken, niet alles wat ons bezighoudt kan je met woorden zeggen) Daarna pas kan je de verschillende domeinen combineren en tot een echte synthese komen. Sarah : Of dit haalbaar is zal de toekomst moeten uitwijzen. Wat belangrijk is , is dat er een totaal andere aanpak zou moeten komen die vertrekt van boven aan: de lerarenopleiding moet vanuit de verschillende domeinen geconcipieerd worden. Iedere toekomstige leerkracht moet een basis verwerven in de verschillende kunstdisciplines om een integratie mogelijk te maken. Daarnaast zou men artiesten moeten kunnen uitnodigen om vanuit een bepaalde focus te kunnen werken. De culturele en kunstzinnige vorming zou een parcours moeten worden waarin kinderen en leraars een samenwerking/interacties aangaan en waarin initiatieven van kinderen naast die van leraars en kunstenaars kunnen staan. De leraar/ kunstenaar krijgt zo meer een functie van coach, die specifieke vaardigheden aanreikt en participeert in een artistiek proces met kinderen. In welke mate werden jullie –vanuit de opleiding- voorbereid vanuit een geïntegreerde aanpak te werken? Deze vorm van samenwerking en Sarah: Ik ben als muzikant inspiratie opdoen bij elkaar, vind je opgeleid en daar kwam alleen het domein muziek aan ook terug in de beeldende kunst waar bod met een heel klein beetje kunstenaars zich lieten beïnvloeden en bewegingsleer. Het is vooral vanuit persoonlijke interesse inspireren door andere kunstdisciplines. dat het domein beeld en theater/literatuur geëxploreerd eeuw meer nadruk op de specifieke communicatie, sa- werden, en dans was een al passie van in mijn jeugd. Ook menwerkingen en confrontaties tussen de verschillende vanuit het werken met jonge kinderen ben ik er eigenlijk domeinen, bevolkingsgroepen en culturen. Alle muzi- persoonlijk toe gegroeid dat alle domeinen onafscheidesche domeinen zijn een uiterst handige ‘tool’ hiertoe. lijk met elkaar verbonden zijn. Ik vind het heel evident In het basisonderwijs (3-12 jaar) vertrekt men waarbij om vanuit verschillende muzische ideeën een proces te muziek, beeld, dans en drama vanuit een geïntegreerde laten vertrekken. aanpak worden aangeboden. In het secundair onderwijs Christel: Ik ben er me van bewust dat er baanbrekend (13-16 jaar) worden deze domeinen nog vanuit verschillen- werk wordt verricht in de lerarenopleiding. Ik ken heel de vakken aangeboden. In het kader van de onderwijsher- wat gepassioneerde en geëngageerde docenten die ook vormingen secundair onderwijs spreekt men om Culturele geïntegreerd werken ( docenten beeld, muziek en beween Kunstzinnige Vorming in te voeren (naar voorbeeld van ging die samen projecten aanbrengen en begeleiden). De Nederland) waarbij vertrokken wordt vanuit de geïnte- muzische grondhouding moet echter al gevoed worden



Kirsten Marit

bewezen dat veel ‘cognitieve’ vakken veel eenvoudiger aan te leren zijn als men ze in een muzisch domein kadert. Los hiervan is het voor mensen van de 21ste eeuw (kinderen, leerkrachten én ouders) fundamenteel dat alle kunstdomeinen van kindsbeen af aangebracht worden. Elk kind heeft recht op cultuur, en op een zo breed mogelijk aanbod. Leerkrachten vervullen hierin de sleutelpositie. In die zin schiet de huidige opleiding zowel voor het kleuteronderwijs als het lager en secundair onderwijs nog tekort. De opleiding zou langer moeten duren waarbij studenten veel intensiever in de muzische domeinen gevormd worden. Worden er vormingen aangeboden om interessante nieuwe methodes te introduceren? In welke mate zijn deze praktisch bruikbaar? Sarah: Ja, er is momenteel zelfs een overaanbod aan initiaties en vormingen. Maar dit is een fenomeen dat men op alle terreinen terugvindt, niet alleen in de kunst. Via internet is ook alles heel snel te vinden. Maar in heel dit dotcom-tijdperk ligt het accent vooral op de computer met al zijn applicaties. Dit kan erg interessant zijn maar blijft meermaals in een sfeer van gadgets hangen en is artistiek gezien niet steeds een meerwaarde. Deze tijdsgeest maakt ook dat er een voorliefde is voor het visuele waardoor het auditieve erg moet inboeten. Dit is wel jammer. Het computergebruik blijft ook meestal in een esthetiek hangen die voor mij persoonlijk toch ook vele expressies uitsluit. Het voelen van een vetkrijtje, het ruiken van de verf, de trilling van een instrument,… De zintuigelijke ervaringen zijn zo belangrijk in expressie en moeten voor mij toch wel overheersen in de muzische

vanaf de basisschool en niet stoppen in het secundair onderwijs, wat nog vaak het geval is. Het muzische wordt op dit niveau nog altijd stiefmoederlijk behandeld. Kirsten: Binnen de Bacheloropleiding kleuteronderwijs proberen we doorheen de drie jaren een duidelijke leerlijn op te bouwen waarbij in het eerste jaar de studenten kennis maken met de verschillende muzische domeinen af- De opleiding zou langer moeten duren zonderlijk. In het tweede jaar waarbij studenten veel intensiever in de verdiepen de studenten zich in deze domeinen zodat ze muzische domeinen gevormd worden. in het derde jaar voldoende bagage en ervaringen hebben om geïntegreerd aan de domeinen. slag te gaan. Het blijft een uitdaging om zowel visuele als Kirsten:  Zelf ben ik enkele jaren geleden een week navorauditieve elementen in combinatie met andere muzische ming gaan volgen bij Afoon. Het was zeer boeiend om domeinen op elkaar te laten afstemmen in één aanbod. te ontdekken wat je met geluiden en ook stilte kan doen In het derde jaar werken we intensief met de studenten en hoe er tussen beelden en geluiden veel parallellen te binnen een muzische verdiepingssessie. Deze bestaat uit ontdekken zijn. een algemener luik waarbij ze de verschillende muzische Christel: Tenslotte wil ik nog het volgende meegeven aan expressievormen leren exploreren, kennen en beheersen. de collega’s: Ga veel uiteenlopende muzische voorstelDaarnaast gaan ze actief met kleuters aan de slag in een lingen bekijken, zien, onderga, dompel onder, vergaar en geïntegreerd luik waar ze vertrekken van een eigen mu- filter zelf….. en leer anders kijken (ook naar kinderen)en zische voorstelling. last but not least voel met je hart: het muzische is puur Sarah: Het is spijtig hoe weinig aandacht er momenteel menselijk en haalt het mooiste in de mens naar boven. aan de muzische opleiding besteed wordt, wetende dat dit zo noodzakelijk is voor leerkrachten. Het is al lang Jos Maes




ARTISHOCKfebruari 2013

De muzikale ervaring tussen kijken en luisteren Muziek is een tijdskunst. Het is de meest vluchtige en meest ongrijpbare van alle kunsten. De klanken verdwijnen immers terwijl ze klinken. Als zodanig zijn ze efemerisch: ze hebben slechts een kort bestaan. Plastische kunsten, daarentegen, zijn meer statisch. Een schilderij, een beeld of een gebouw verdwijnen niet terwijl we ernaar kijken. Ze presenteren zich als een totaalbeeld aan ons bewustzijn en maken het ook mogelijk om er voldoende lang naar te kijken. In die zin appelleren ze aan het zien en dat is ons snelste en meest objectieve zintuig. We kunnen met één oogopslag en in één ogenblik—de termen alleen zijn tekenend—een overzicht krijgen over het geheel. Klinkende muziek daarentegen heeft tijd nodig om haar substantie bloot te geven. Een opera van Wagner of een symfonie van Mahler laten zich niet dwingen in vluchtig tijdsbestek. Ze vragen volgehouden aandacht en consumptie van de tijd. En zoiets moet stap voor stap gebeuren, in een opeenvolging van tijdsvensters waarmee ons bewustzijn greep probeert te krijgen op de voortgang van de tijd. Het zijn dure woorden die filosofen ertoe hebben aangezet om na te denken over het wezen van de tijdservaring. Veel van die inzichten zijn uiterst nuttig gebleken maar hebben nog geen vertaling gevonden naar de praktijk van het luisteren, die nog al te dikwijls neerkomt op het indrukken van een knopje van een toestel, zonder dat daar verder iets mee gebeurt.

H

et kan uiteraard ook anders. Luisteren is een daarbij om het omzetten van allle afzonderlijke noten vaardigheid en vaardigheden kun je leren. in een zichtbaar teken zoals dat bijvoorbeeld bij een Maar hoe leer je de aandacht richten met een partituur gebeurt, of is er meer vrijheid in het spel? tijdsbewustzijn dat in de regel terugvalt op tijdsven- En gaat het verder om een statisch of een bewegend sters van minder dan vijf seconden? Wat we met onze beeld, zoals bij een videoclip of computeranimatie? oren waarnemen is immers altijd slechts een tijdsmo- De statische beelden hebben alvast het voordeel van ment dat bestaat uit de klanken die op het moment zelf een blijvend spoor. Je kunt er onbeperkt naar kijken. klinken in combinatie met de wegvliedende geheu- De afbeeldingen bij deze tekst kunnen hier als voorgenindruk van wat er juist aan voorafging. Geschoold beeld dienen. Ze werden gemaakt door studenten van luisteren, daarentegen, moet de ervaring van het ogenblik proberen te overstijgen Luisteren is een vaardigheid en door deze "nu-momenten" te kaderen in een vaardigheden kun je leren. meeromvattend en overkoepelend geheel. En een manier bij uitstek om dat te doen is om die mo- de specifieke lerarenopleiding tijdens een groepsopmenten zichtbaar te maken, liefst door middel van een dracht rond grafische notatie van beluisterde muziek. blijvend spoor. Het gaat dan om een visualisering van Het gaat uiteraard om een kleine selectie, maar de de muziek, waarbij we met de ogen kunnen zien wat voorbeelden tonen alvast hoe creatief studenten kunde oren alleen maar kunnen horen. De vraag is ech- nen zijn, en ze tonen vooral ook welke verschillende ter hoe zo'n "visualisering" moet gebeuren. Gaat het strategieën studenten gebruiken bij de weergave van



Andante con moto uit "Der Tod und das Mädchen" van Franz Schubert.

wat ze horen. De meeste voorbeelden werden ook met enige trots gepresenteerd en hebben aanzienlijk bijgedragen tot het begrijpen van de muziek. En daarmee komen we bij een belangrijk aspect voor elke muzikale scholing: het ervaren en begrijpen van de klinkende muziek.

Ervaren en begrijpen

Muziek kun je vergelijken met een stroom. Er is geen ogenblik dat blijft en elk klinkend moment wordt gevolgd door een ander. En net zoals het water nu eens snel en dan weer traag kan stromen met een wisselend debiet, zo ook kan de muziek snel of traag vooruitgaan en de ruimte vullen met veel of weinig klanken. De analogie is mooi en vruchtbaar omdat ze de rijkdom van de muziek als tijdskunst illustreert. Maar muziek is echter ook een klinkende kunst. Het gaat dus niet alleen maar om het vatten van de voortgang van de tijd, maar ook om de klinkende invulling van de tijd,

en dat brengt ons bij de eigenlijke muzikale ervaring die in principe gebonden is aan het ogenblik. Ervaren onderscheidt zich in die zin ook van het begrijpen, omdat het de volle zintuiglijke rijkdom van ieder moment articuleert. Begrijpen daarentegen impliceert een vorm van afstandname omdat het behoefte heeft aan een breder kader. Wie immers niet uitkomt boven de ervaring van het ogenblik, heeft geen overzicht en ziet geen onderling verband. Het is de moeilijke spanning tussen het moeizaam onderzoeken en exploreren en de snelheid van het herkennen nadat het zoekwerk is gedaan. Zo is het mogelijk om een klank te herkennen als de klank van "een" klarinet maar dat is alleen maar mogelijk als we vooraf hebben geluisterd naar de klanken van een aantal concrete klarinetten. Het gaat dus bij muzikale begripsvorming—de klank van een klarinet—altijd om afstandname waarbij het hier-ennu-karakter van het actuele klinken wordt weggefilterd ten voordelen van een algemene indruk die blijft




ARTISHOCKfebruari 2013

hangen in ons geheugen. Begrijpen houdt dus steeds te kijken wat zich afspeelt aan de binnenkant. Het is een vorm van abstractie in, daar waar ervaren de volle een beproefde methode uit de experiëntiële of ervazintuiglijke rijkdom en dus een grote mate van con- ringsgerichte therapie waarbij cliënten worden aangecreetheid impliceert. moedigd om zich bloot te geven en te laten zien wat ze Luisteren naar muziek moet het midden houden tus- meestal verborgen willen houden. sen ervaren en begrijpen. Het betekent dat de zintuiglijke rijkdom met begrips- Muziek kun je vergelijken met matige categorieën moet worden aangekleed, waarbij niet alleen de betekenis- een stroom. Er is geen ogenblik volle klanken maar ook hun onderlinge dat blijft en elk klinkend moment relaties erg belangrijk zijn. Dit laatste is dan niets anders dan het vatten van de wordt gevolgd door een ander. muzikale structuur waarbij de afzonderlijke elementen zich als het ware gelijktijdig presen- Dit veruitwendigen kan op drie manieren gebeuren: teren aan ons bewustzijn. Het moet ons toelaten om we spreken van open, halfopen of gesloten articulatie elke klinkende indruk te vergelijken met wat er aan waarbij we de muziek omzetten in iets anders (een voorafgaat en wat er mogelijk op volgt. De vraag is beweging, een tekening, een verbale omschrijving, echter hoe dit in de praktijk kan worden omgezet. ...). Dit is het transformeren van muziek waarbij het verband tussen de muziek en de transformatie meer Het articuleren van de ervaring of minder dwingend kan zijn. Bij open articulatie is Betekenisvol luisteren overstijgt het puur zintuiglijke er bijvoorbeeld totale vrijheid. De mogelijkheden zijn ervaren van de klinkende muziek en dit op twee ni- hier bijzonder groot. Bij halfopen articulatie wordt veaus. Het kan gaan om een gevoelde ervaring waar- die vrijheid al wat ingeperkt door een keuze aan te bij we als het ware empathisch versmelten met de bieden of op zijn minst beperkingen in te bouwen in klankenstroom en veruitwendigen wat van binnen de keuzes die we kunnen maken (welke muziek past wordt gevoeld. We kunnen echter ook terugvallen op bij welk plaatje? welke beweging past bij de muziek? bestaande systemen voor de beschrijving van de klin- welke adjectieven, substantieven of werkwoorden zijn kende muziek. van toepassing op de muziek?). Bij gesloten articulatie, Het veruitwendigen van de ervaring kan op een re- tenslotte, moeten we alleen een keuze maken uit molatief eenvoudige manier gebeuren door ze zichtbaar gelijke antwoorden of veruitwendigingen die vooraf te maken voor onszelf of voor een ander. Dat is het zijn ingeblikt (een lijst van emoties, stemmingen of articuleren van de ervaring. Het komt er dan om neer sfeer die passen bij de muziek). dat we de deur als het ware op een kiertje zetten om Het is interessant om te starten met vormen van open

ARTISHOCKfebruari 2013

Ludwig van Beethoven. Vijfde symfonie. Allegro con brio.

articulaties. Ze stimuleren de creativiteit en prikkelen de fantasie. Vrijheid staat echter ook voor onzekerheid en onvoorspelbaarheid. Het is daarom didactich nuttig om de open articulatie gradueel in te perken naar vormen van halfopen en gesloten articulatie, waarbij het verband tussen de veruitwendiging en de klinkende muziek steeds strakker wordt. In die zin kan de articulatie gebruikt worden als een werkvorm die dicht in de buurt komt van het evalueren. Ze geeft de kans om dicht bij de muziek te blijven en toegang te krijgen tot de eigenlijke muzikale structuur.

Visualiseren van muziek

Transformeren van de muziek is letterlijk het omzetten van muziek in iets anders. We kunnen ons daarbij

de vraag stellen wat we transformeren: de muziek of onze ervaring? Het antwoord is niet evident omdat een gevoelde ervaring vaak samenvalt met de klinkende muziek. Het veruitwendigen van die ervaring maakt ze echter objectief en aantoonbaar en een dankbare manier om dit te doen is gebruik te maken van een grafische notatie van de klinkende muziek. Zo'n notatie verschilt van een partituur omdat ze niet terugvalt op bestaande symbolen voor toonhoogte en toonduur. Het gaat eerder om een intuïtieve notatie die totale vrijheid geeft. Het is dan aan de ontwerper om een afbeelding te maken die lijkt op wat hij hoort. Het is uiteraard mogelijk om hierin te sturen, maar een goede eerste opdracht is om te vragen om alles te tekenen wat we horen, liefst met aanduiding van

Ludwig van Beethoven. Vijfde symfonie. Allegro con brio.

10

11


ARTISHOCKfebruari 2013

Nuits dans les jardins d'Espagne van M. De Falla.

een tijdsbalk en een legende voor de gebruikte tekens of symbolen. Een bijkomende opdracht kan zijn om

worden aangeboden, en die kunnen uiteraard erg handig zijn. Dat is vooral het geval als we de overgang maken van het omzetten van muziek van een Betekenisvol luisteren overstijgt statisch naar een bewegend beeld. Er staan boeiende voorbeelden op het inhet puur zintuiglijke ervaren van bijzonder ternet van partituren en grafische notaties die meelopen met de klinkende muziek, en de klinkende muziek. de animaties die te vinden zijn op bepaalde de zelfgemaakte tekening in reële tijd mee te volgen sites (Music Animation Machine) zijn ook bijzonder met de punt van een potlood, of dit liever nog door boeiend. iemand anders te laten doen. De tekening kan alleen worden gemaakt maar ook in kleine groepjes van twee Mark Reybrouck is als hoogleraar verbonden aan de onderzoekseentot drie leerlingen, en vooral dit laatste is een moti- heid musicologie van de KU Leuven. Hij doceert muziekpsychologie verende werkvorm omdat de leerlingen als het ware en is als titularis verantwoordelijk voor de specifieke lerarenopleiding moeten motiveren wat ze doen. Het brengt ons in de musicologie. Zijn onderzoeksagenda is gericht op muzikale semanbuurt van het het "karteren" waarbij ze als het ware tiek en biosemiotiek, met als voornaamste focus luistergedrag en  mueen muzikale landkaart moeten maken op basis van zikale betekenisgeving. Naast theoretische bijdragen over muzikaal  twee basiselementen: de elementen (wat?) en expres- grondslagenonderzoek, over muzikale competentie en muziekcognisievormen (hoe?). tie doet hij ook empirisch onderzoek naar de Het gaat verder bij vormen van grafische notatie om mechanismen achter muzikale bekenisgeving. creatieve opdrachten waarbij leerlingen zelf een tekeHij publiceerde een aanzienlijk aantal wetenning ontwerpen. We geloven heel sterk in dit creatieve schappelijke artikels in internationale tijdproces, omdat dit zorgt voor een onderzoekende en schriften en boeken en was als spreker te gast explorerende luisterhouding. Het is echter ook mogeop talloze congressen in binnen- en buitenlijk om bestaande voorbeelden van grafische notaties land. Hij is ook auteur van twee didactische mee te laten volgen. Er kunnen dan modelvoorbeelden boeken over luisterstrategieën.

12

Literatuur Reybrouck, M. (1996) Grafische notatie als onderdeel van muzikale alfabetisering: een theoretisch overzicht, Ouverture, 3, pp. 6-13. Reybrouck, M. (2001). Van grijpen naar begrijpen. Over cognitieve strategieën bij de omgang met muziek. Cahiers voor didactiek, 13. Deurne: Wolters Plantyn. Reybrouck, M. (2007). Met open oren. Onderzoekend luisteren naar muziek. Cahiers voor didactiek, 21. Mechelen: Plantyn. 13


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Meer cultuur op school Een hommage aan leraar en auteur Jan Simoen Schrijver Jan Simoen is op 5 januari 2013 overleden in zijn woonplaats Leuven. Dat is te lezen op zijn website. Simoen, die vooral jeugdboeken schreef, werd 59 jaar. Bij hem werd in 2010 kanker geconstateerd. Hugo Dupont, oud-leraar en collega van Jan S. aan het Heilige Drievuldigheidscollege te Leuven schreef een hommage.

S

imoens eerste kinderboek, Duizend Stenen Ogen , verscheen in 1993. In 1996 gevolgd door de jeugdroman Met Mij Gaat Alles Goed , het eerste boek van een trilogie die hij in 2005 afrondde. In 2007 verscheen Slecht . Zijn meest recente boek De Nacht van 2 April verscheen begin oktober. ‘Ik voel me uitgeprocedeerd, als een asielzoeker die heel erg gehecht is geraakt aan het land waar hij zich de laatste jaren zo goed thuis voelde, maar binnen een paar maanden op het vliegtuig wordt gezet', schreef Simoen op 13 december in een vriendenbrief. “Mijn land heet niet België of Nederland of Zweden, het heet Leven, en boy o boy, wat heb ik me hier thuis gevoeld, de laatste 59 jaar.” De auteur zette in februari Kanker4Life op, waarmee hij wilde aantonen dat ook mensen met kanker nog energiek en genereus genoeg zijn om andere mensen in nood te helpen.

Met hem gaat alles goed

ons er allemaal tussen genomen. Want blijkbaar wist je van bij het begin dat je ongeneeslijk ziek was. Dat je nog hooguit drie jaar te leven had. Maar je hebt het verzwegen voor de buitenwacht. Je wou niet gestigmatiseerd worden, constant beklaagd worden, misschien gemeden worden. Je wou verder gaan met je leven alsof er niets aan de hand was. Tot je laatste snik. Je wou niet capituleren voor die ‘smeerlap’, zoals je de kanker in je lijf noemde. Maar wat ik mij afvraag, waar heb je in godsnaam die bovenmenselijke levenswil en die levenskracht gehaald? Jij met je zachte stem, je grote ogen, je rustige gebaren, je afgemeten tred en dat eeuwige monkellachje op je lippen. Misschien was het gewoon je natuur, taai en veerkrachtig als wilgenhout, een West-Vlaming met een bourgondische kant. En is het die kant die je op je drieëntwintigste terugdreef naar Leuven, je oude universiteitsstad. Je maakte je entree bij ons, in het college van de jozefieten, begin september 1976. Drie jaar later liepen we met onze leerlingen Parijs plat en leerde ik je beter kennen. Ik vond controle op drank bij het opstappen van de bus nodig, jij niet. Je moet ze vertrouwen, zei jij, toen nog een tikkeltje naïef. Maar het klikte, en sindsdien zijn we vrienden geworden. En heb ik je leren kennen als een verfijnde levensgenieter.

Laat ik volstaan met te zeggen dat ik op een gegeven moment boven je zal staan, zo vriendelijk mogelijk. Ik zal je ziel in mijn armen houden. Achter mij zal een kleur zichtbaar zijn. Ik zal je zachtjes wegdragen. (De boekendief ) Maandag 7 januari, kort na de middag. In de Naamsestraat in Leuven, net ter Jouw manier was schoonheid zien hoogte van bakkerij Van Grootloon, en maken, en ervan genieten. gaat plots mijn gsm af. Of ik het al weet? Verbijsterd blijf ik staan, midden op straat. Bus Levenskunstenaar is een beter woord. Nooit somber 2 Heverlee Campus scheert rakelings langs mij heen. of terneergeslagen, nooit negatief laat staan cynisch. De boze blikken van de chauffeur. De opengesperde Nooit wond je je op, altijd opgewekt, grappig, spits en ogen van mijn vrouw. ‘Jan Simoen is overleden’, meer spitant. Altijd entertainend, optimist en vlot causeur. kan ik niet uitbrengen. Bij het begin van het schooljaar kende je na één dag de Beste Jan, echt waar, dat had ik niet verwacht. Je hebt voornamen van alle nieuwkomers en na één week had

14

15


ARTISHOCKfebruari 2013

je met ieder van hen al een praatje geslagen. Je was een telg van ’68, van het existentialisme, het absurdisme en vooral het postmodernisme. Voor jou speelde het leven zich hic et nunc af, na de dood was er de grote leegte. Weg ook met de grote verhalen en waarheden. Je staat er alleen voor om je leven zin te geven. Op je eigen manier. Jouw manier was schoonheid zien en maken, en ervan genieten. Je kon inderdaad volop genieten van alle, ook de kleine, dingen des levens. Een greep uit het gevarieerde menu. Een recent boek, een toneelstuk, een glas wijn, een mooi vers, een leuk beeld, een exotisch hapje, La cantatrice chauve, met vrienden op een terras, het boek van je leesclubje, je tennisracket, je gitaar, Brel en Arno, de zee en de duinen, Le petit prince, La Huchette, de Ronde van Vlaanderen, een gedichtenbundel, je fototoestel, een kopje verse koffie, Hiroshima mon amour, een pittige conversatie, Le grand Meaulnes, in een woord: het volle leven. Maar je grootste troef was allicht dat je altijd het kind bent gebleven dat je ooit was. Het kind van tien dat ravotte in de duinen, verstoppertje speelde in de bunkers, over de zee uitstaarde, weg-droomde bij de mu-

16

ziek op zijn cassettespelertje, op zijn gitaar tokkelde, fietste als een gek tegen de wind in, Winnetou en Old Shatterhand speelde en al die dingen deed die kinderen doen. Je had een ‘plezante’ jeugd, heb je altijd gezegd. En een zorgeloze kindertijd zorgt niet voor schokken-

de verhaalstof, maar – zoals Freud zei – ze wapent je wel voor je verdere leven. En doet je misschien in het onderwijs belanden, tussen pubers en adolescenten. En over hen ga je dan ook schrijven. In hun taal. Want je hebt ze goed geobserveerd en hun taal aandachtig beluisterd. En zo word je een getalenteerde jeugdboekenschrijver. Die succes heeft en naam maakt, tot buiten de grenzen. En zo belanden je schrijfsels op de boeken-planken tussen Huckleberry Finn, The catcher in the rye (uiteraard!), Oeroeg, To kill a mocking bird, The boy in the striped pyjamas en De boekendief (waar je wild van was en mij wild van maakte!). Want schrijven, dat was je ding. Een verhaal in elkaar steken had je in de Romaanse wel geleerd van groot-meesters als Balzac, Stendhal, Zola, De Goncourt, Dumas en co. Je vlotte dialogen waren allicht voor een stuk schatplichtig aan je toneelachtergrond, en wat je vlotte stijl betreft, was je de consignes van Gertrude Stein aan Hemingway niet vergeten: schrappen, schrappen en nog schrappen, tot op het bot. Ook als leraar was je schatplichtig aan ’68. Geen autoritair kadaverregime, geen ex cathedra-gedoe, geen kamergeleerdheid, niks slaafse handboekendienst, niks grammaticaballast en voc-overlast. Wel camaraderie, gemoedelijkheid, geen aanstellerij of pedanterie, jong met de jongeren, literatuur is het leven en het leven is schoonheid. En toen het vak literair-taalkundige vorming aan het brein van een paar pedagogen ontsproot, zagen we onze kans. Er vielen duobanen uit de lucht en we kozen onmiddellijk voor elkaar of niets.

op alle mogelijke plaatsen, tot in de urinoirs toe. En buiten boven de collegepoort een gigantisch spandoek met de woorden van Lord Byron The future is a serious matter. Beste vriend Jan, hoe kan ik je ooit vergeten? Bedankt voor de vele Geen autoritair kadaverregime, geen toffe jaren, en vooral de laatse deex cathedra-gedoe, geen kamergeleerd- cennia. Je hebt er samen met een kleine groep ‘zielsverwanten’ toe heid, niks slaafse handboekendienst, bijgedragen dat ik het op school vond tot op de laatse dag van niks grammaticaballast en voc-overlast. leuk mijn 44-jarige carrière. En dat ik Eindelijk een platvorm om vrij ons ding te doen. Alles tot mijn laatste snik in de pauzes naar de leraarskastond in het teken van creativiteit met taal en beeld, mer ben gegaan, niet alleen voor een koffie, maar in los uit het keurslijf van het opgelegde programma. Het de hoop er iemand van jullie tegen het lijf te lopen. Sta werden de leukste uren van de week: filmscripts schrij- mij toe dat ik je uitwuif met de volgende melancholiven en verfilmen, (kinder)gedichten dramatiseren, sche regels van de hand van Judith Herzberg: bejaarden interviewen in hun home, straatinterviews afnemen, gedichten schrijven, gedichten vertalen, een Per boot een land verlaten fotoromannetje maken, en zoveel meer. Het hoogte- terwijl de zon op de rotsen schijnt. punt van het jaar was Gedichtendag. Het bekroonde gedicht werd geselecteerd in afvallingsrondes (en wij Per boot een land verlaten maar slepen met manden vol dichtbundels); dan rond- terwijl de rotsen in de regen liggen. gedeeld alle klassen; en dan werd de hele school bedolven onder de poëzie, in alle talen, in alle vormen, Hugo Dupont

17


ARTISHOCKfebruari 2013

De synergie van muziek, beeld en beweging: relevant voor de instrumentles? Het bespelen van een muziekinstrument is sinds mensenheugenis een onderdeel van het dagdagelijkse leven van heel wat mensen. Het laat hen toe om zichzelf uit te drukken via eigen muzikale creaties of via muziek die door anderen werd gecomponeerd. Maar het leren bespelen van een muziekinstrument gaat vaak gepaard met een lang en intensief leerproces. Het vergt daarom heel wat motivatie en doorzettingsvermogen. Daarom wordt steeds gezocht naar middelen om het leerproces te stimuleren en te ondersteunen. Een groeiende trend is het gebruik van nieuwe technologieën om het muzikale leerproces te stimuleren en te ondersteunen.

I

n dit artikel wordt ingegaan op de wijze waarop nieuwe technologieën een synergie van muziek, beweging en beeld mogelijk maken en daardoor kunnen bijdragen tot een belichaamde en constructivistische benadering van het instrumentale muziekonderwijs.

brengen (visualisatie). Muzikale parameters (toonhoogte, dynamiek) en bewegingen (bvb. boogstreken) worden via resp. microfoon en bewegingssensoren gedetecteerd, via software gemeten en in real-time vertaald naar visuele parameters. Steeds meer worden interactieve muzieksystemen ontwikkeld die inspelen op deze mogelijkheden Didactische integratie van het beeld om het muzikale leerproces te ondersteunen. Idealiter creëert een dergelijk systeem een synergie tussen mu1. De synergie van beeld, muziek en beweging ziek, beweging en beeld. In dat geval zorgt de toevoeDe rekenkracht van moderne computers laat toe om bij- ging van het beeld en de wijze waarop dat beeld aspeczonder gedetailleerde en dynamische computer graphics ten van het musiceren in real-time visualiseert, voor een te genereren en om die beelden in real-time te beïnvloe- meerwaarde op zintuiglijk, perceptueel en cognitief vlak. den via allerhande controllers (bvb. muis, touch screen, Het aanvoelen van het instrument, de perceptie van muWii®). Recentelijk worden steeds meer sensortechnolo- zikale parameters (bv.intonatie of dynamiek), de aandacht gieën gebruikt als controller. Aan de hand van deze sen- of de motivatie zijn verschillende elementen die aangesoren kunnen elementen uit de omgeving gedetecteerd en scherpt kunnen worden door het gebruik van een intervervolgens ingezet worden om de computer te bedienen. actief systeem. Door de leerling op te nemen in een interactieve lus tussen muziek, beweging en beeld creëren Steeds meer worden interactieve mudergelijke computersystemen zieksystemen ontwikkeld die inspelen dan ook een leeromgeving de leerling kan ”reop deze mogelijkheden om het muzikale waarin flecteren in actie”. Vooral het multimodale karakter van die leerproces te ondersteunen. leeromgeving is vanuit didacVooral de mogelijkheid om beweging digitaal te coderen, tisch standpunt erg interessant. Het kan de leerervaring creëert nieuwe vormen van interactie met de computer. veel rijker en intenser maken. De nieuwe interactievormen zorgen ervoor dat de door de In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan op de computer gegenereerde beelden gebruikt kunnen worden voordelen van real-time visualisatie als toevoeging van om verschillende aspecten van het musiceren in beeld te beeld aan de leeromgeving.

18

19


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

2. De voordelen van visualisatie Vanuit pedagogisch-didactisch standpunt heeft het gebruik van interactieve muzieksystemen die gebaseerd zijn op de synergie tussen muziek, beweging en beeld, een belangrijk voordeel: via het ondersteunen van een lichamelijk-constructivistische benadering van de instrumentles kan tegemoet gekomen worden aan de kritiek op een aantal karakteristieken die in de muziekeducatieve en musicologische literatuur vaak toegekend worden aan het (instrumentale) muziekonderwijs. Deze karakteristieken zijn onder meer een schools leerling-meester regime waarin

Door een bepaalde handeling of het effect ervan visueel voor te stellen, kan de koppeling tussen die handeling en het perceptuele resultaat (bvb dynamiek aan beweging of timbre aan druk met de boog) verduidelijkt worden. Dit stelt een leerling in staat om bepaalde elementen meteen aan te passen in functie van een bepaald model (bvb. juiste intonatie) of om al experimenterend de mogelijkheden van het muziekinstrument of van bepaalde handelingen te ontdekken. Omdat de visuele voorstelling gebaseerd is op de ’objectieve’ meting van geluid en beweging, complementeert deze de vaak ambigue verbale en non-verbale feedback van de leraar. Dergelijke systemen stellen de leerlingen dan De Music Paint Machine geeft een ook in staat om de instrumentale ’actieve’ rol aan lichaamsbeweging techniek of de muzikale expressive autonome wijze bij te sturen of omdat het wordt gecontroleerd via de op fijn te stellen en om aldus om het combinatie van muziek en beweging. muzikale leerproces in zeker mate in eigen handen te nemen. verbale feedback primeert, de overheersende rol van de Omdat niet alleen aspecten van de muziek maar ook van partituur waardoor er weinig ruimte is voor experiment de beweging in kaart kunnen gebracht worden, bieden inen improvisatie, en een vervreemding van de leefwereld teractieve muzieksystemen de mogelijkheid om in te spevan de leerlingen waardoor velen hun muzikale opleiding len op de rol van het lichaam voor het muzikale leerprostop zetten. ces. Het verband tussen beweging en muziek kan visueel Er zijn goede redenen om aan te nemen dat interactieve gemaakt worden en op die manier kan zich een lichamemuzieksystemen, via de synergie van muziek, beweging lijk bewustzijn ontwikkelen dat bijdraagt tot de muzikale en beeld, kunnen helpen om de leerling centraal te stellen, ontwikkeling van de leerling. Dit lichamelijk bewustzijn om experiment en improvisatie een plaats te geven en om hoeft zich dan niet te beperken tot de speeltechnische asin te spelen op de jongerencultuur. pecten van het musiceren. Het kan ook inzichten geven in Interactieve muzieksystemen kunnen het creëren van een de wijze waarop interpretatieve en expressieve elementen krachtige leeromgeving ondersteunen, waarin leerlingen gekoppeld zijn aan lichaam en lichaamsbeweging. actief kunnen participeren en kennis opbouwen vanuit Het gebruik van interactieve muzieksystemen is niet altijd hun persoonlijke ervaring. De visuele feedback over mu- gekoppeld aan een partituur. Het kan, maar het hoeft niet ziek en beweging kan de constructie van muzikale kennis noodzakelijk. Dat betekent dat ze kunnen aansporen om en vakmanschap ndersteunen door invloed uit te oefe- ”los te komen van het blad” en de ruimte creëren om het nen op de cognitieve verwerking van nieuwe informatie. lichaam en lichaamsbeweging, het instrument en de muziek te ontdekken via experiment en improvisatie. Tot slot laten interactieve muzieksystemen de instrumentles al wat dichter opschuiven in de richting van de actuele leefwereld van jongeren voor wie het gebruiken van computers en allerhande controllers haast een evidentie is.

stemen die visuele feedback geven, kunnen de leersituatie nog complexer maken. Het is dan ook belangrijk dat de visuele feedback steeds relevant is en blijk geeft van een duidelijk verband tussen verschillende aspecten van het musiceren en hun visualisatie. Een tweede risico betreft de aandacht van de leerling tijdens het musiceren. Onderzoek heeft aangetoond dat visuele feedback die de aandacht vestigt op externe elementen (resultaat van een handeling) effectiever is dan visuele feedback die de aandacht vestigt op interne elementen (hoe de handeling wordt uitgevoerd). Het is daarom belangrijk om goed na te denken over wat er gevisualiseerd wordt en over hoe frequent die visualisatie wordt gebruikt. Een derde risico van visuele feedback gaat over de ontwikkeling van een afhankelijkheid ten opzichte van de visuele feedback. De visuele feedback zou in dat geval wel een onmiddellijk voordeel opleveren (bvb. veel dynamische verschillen),maar eens weggenomen zou de positieve verandering opnieuw verdwijnen (opnieuw weinig dynamiek). Het spreekt vanzelf dat de hierboven genoemde risico’s in acht moeten genomen worden bij het ontwerpen en gebruiken van interactieve muzieksystemen. Daarom is het zeer belangrijk dat pedagogie en didactiek steeds voorop staan en niet ten koste gaan van de wow-factor van technologische snufjes.

4. De Music Paint Machine: een andere kijk op muziek, beeld en beweging Bestaande interactieve muzieksystemen (Bvb. Winsingad, Seeing Sound, Practispace,AMIR) die zich tot doel stellen om het leren bespelen van een muziekinstrument te ondersteunen, werken vaak als een soort spiegel. Ze tonen wat (bvb. boogstreek of intonatie) de leerling doet en koppelen dit vaak aan een model (bvb. uitvoering door de leraar).

3. Mogelijke valkuilen Hoewel interactieve muzieksystemen het potentieel hebben om bij te dragen tot de kernaspecten van pedagogie en didactiek, houdt het frequent gebruik van visuele feedback enkele risico’s in. Een eerste risico is de introductie van extra cognitieve belasting. Het leren bespelen van een muziekinstrument is een complexe activiteit die veel vergt van de verschillende betrokken cognitieve vermogens. Interactieve muzieksy-

20

21


ARTISHOCKfebruari 2013

Practispace

ARTISHOCKfebruari 2013

Seeing Sound

Maar in dat geval kunnen dergelijke interactieve muzieksystemen net zo goed ingezet kunnen worden ter ondersteuning van een meester-leerlingregime in de instrumentles. Daarom is het zinvol om na te denken over alternatieve manieren om muziek, beweging en beeld te gebruiken. Een voorbeeld van een alternatieve benadering is het project met de Music Paint Machine (www.musicpaintmachine.be). Dit interactieve muzieksysteem maakt het mogelijk om een digitale tekening of schilderij te creëren

in de muziek. Het stimuleert immers gedifferentieerd leren en variabiliteit in het oefenen van zowel techniek als muzikaliteit. Op die manier biedt de Music Paint Machine een alternatief voor het steeds opnieuw en zo correct mogelijk herhalen van een voorgeschreven houding of beweging. We argumenteren dan ook dat dit bevorderlijk is voor de ontwikkeling van een optimale relatie met het muziekinstrument die gekenmerkt wordt door een grote lichamelijke vrijheid en een nauwkeurige controle die de musicus toelaat om het musiceren te variëren in functie Steeds meer worden interactieve van de muzikale expressie. muzieksystemen ontwikkeld die Een bijkomend voordeel van systeem is dat het via het inspelen op deze mogelijkheden om het het exploreren en experimenteren ook een plaats geeft aan muzikale leerproces te ondersteunen. improvisatie. Op die manier door een muziekinstrument te bespelen en door een vari- kan de Music Paint Machine de ontwikkeling van muziatie aan bewegingen te maken tijdens het spelen. kale creativiteit stimuleren. Hoewel het systeem ook gebaseerd is op het monitoren Naast het exploreren en experimenteren, kan de Music en visualiseren van geluid en beweging, onderscheidt het Paint Machine ingezet worden om specifieke leerdoezich op een aantal vlakken van de meeste bestaande inter- len te ondersteunen. Het systeem is qua configuratie zo actieve muzieksystemen. Vooreerst omdat het verder gaat flexibeldat de wijze waarop muziek en beweging vertaald dan het louter verstrekken van informatie. Veeleer wordt de combinatie van muziek, beweging en beeld gebruikt om leerlingen via het maken van een digitaal schilderij uit te nodigen tot exploreren en experimenteren met muziek, muziekinstrument, beweging en beeld (visualisatie). De nadruk ligt niet langer op een cognitieve controle van het musiceren op basis van symbolische representaties (zie afbeeldingen), maar op het fysiek, auditief en visueel ervaren van en spelen met de muziek. De Music Paint Machine geeft bovendien een ’actieve’ rol aan lichaamsbeweging (dus niet louter monitoren)omdat het wordt gecontroleerd via de combinatie van muziek en beweging. De uitgelokte lichamelijke betrokkenheid kan bijdragen tot de ontwikkeling van een lichamelijke vrijheid die toelaat om tijdens het musiceren helemaal op te gaan

AMIR

worden in een visuele representatie kan aangepast worden aan de specifieke noden van een bepaalde leersituatie. Het systeem maakt daardoor een waaier aan didactische toepassingen mogelijk die een bepaalde leerinhoud laten vertrekken van een zeer concrete ervaring die dient als opstap naar een meer symbolische of abstracte vorm van kennis. Wetenschappelijk onderzoek met de Music Paint Machine heeft aangetoond dat het systeem in staat is om een ”flow ervaring” op te wekken. Dit is een ervaring waarbij je helemaal opgaat in hetgeen je aan het doen bent (een digitaal schilderij maken met muziek en beweging) en er plezier in hebt. Zo’n ervaring werkt heel motiverend en beïnvloedt het leerproces op een positieve manier door de combinatie van uitdaging, hoge concentratie en een positieve gemoedstoestand.

Besluit met een blik op de toekomst

De introductie van het beeld in de instrumentles via interactieve muzieksystemen lijkt veelbelovend. Het ondersteunt een constructivistische benadering van de instrumentles waarin de nodige aandacht besteed wordt aan de belangrijke rol van het lichaam voor het muzikale leerproces. Toch moet het met argusogen bekeken worden. Niet alleen omwille van de mogelijke risico’s met betrek-

king tot het muzikale leerproces, maar ook omdat het een relatief nieuw domein is. Er is nog een gebrek aan ervaring met het didactische integreren van interactieve muzieksystemen in het instrumentaal muziekonderwijs. Maar naast de praktijkervaring met dergelijke systemen is er ook nood aan een pedagogisch-didactische fundering. Om interactieve muzieksystemen te ontwikkelen die voorbij gaan aan de wow-factor en hun grond vinden in de dagelijkse praktijk van het lesgeven, is een nauwe samenwerking tussen onderzoekers, leraars en leerlingen nodig. Het werk met de Music Paint Machine is alvast een belangrijk stap in die richting. Maar het educatief onderzoek en de praktijk hebben nog een hele weg af te leggen in het naar elkaar toe groeien. Dit artikel hoopt een een steentje bij te dragen aan de toenadering tussen beide. Luc Nijs is musicus (klarinet), leraar en onderzoeker. Naast een Master in Muziek, behaalde hij een Master in de Wijsbegeerte en een Doctoraat in de Kunstwetenschappen. Hij geeft les in het DKO

en is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent (IPEM).

Winsingad

22

23


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Grafische partituren als educatief instrument MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] omvat een documentatiecentrum rond hedendaagse kunstmuziek en een veelzijdige educatieve werking. Via tal van projecten willen we kinderen, jongeren en volwassenen laten kennismaken met nieuwe, onbekende en experimentele gebieden van de muziek. Heel wat projecten zijn op maat gemaakt voor partners uit het onderwijs en het ruime culturele veld.

D

e partituur van Robin Haywards Stained Glass Music bestaat enkel uit een geometrische figuur van gele, rode en blauwe lijnen, een indicatie van één noot voor elk van de dertien spelers (vrije bezetting van blazers) en een structuurplan waarin aangegeven staat hoe de verschillende stemmen zich ten opzichte van elkaar verhouden in de twaalf secties van het werk. De compositie steunt op de natuurlijke onderverdeling van het octaaf , boventoonverhoudingen en just intonation. Toch werd Stained Glass Music geschreven voor amateurmusici.1 Op het eerste gezicht doet zo’n ongewone partituur de wenkbrauwen fronsen. De notatiewijze van het werk en het muzikale concept dat eraan ten grondslag ligt, waren dan ook voor alle betrokken muzikanten nieuw.

Desondanks waren er maar enkele uren nodig om hen in de wijden in de muzikale denkwereld van componist Robin Hayward en hen wegwijs te maken in de partituur. Van bij het begin kon de aandacht verlegd worden van een correcte uitvoering van toonhoogte en ritme – een onontkoombare eerste stap bij klassieke partituren – naar andere muzikale parameters en vaardigheden. Tijdens de zes repetities die aan de première voorafgingen, werd bijzonder veel aandacht besteed aan samenspel: luisteren, kijken, op elkaar afstemmen van toonhoogte en kleur. De ruimtelijke voorstelling van het verloop van het werk in de partituur creëerde bovendien een helder kader om eigen creatieve beslissingen van de muzikanten en improvisatie te integreren. Het zwaartepunt van het repeti-

Robin Hayward, Stained Glass Music (2011) © Robin Hayward

tieproces kwam zo te liggen bij dramatische opbouw, affect, afwerking en subtiliteit, zonder daarbij hoge technische eisen te stellen aan de muzikanten.

Grafische partituren voor beginners

getjes (vogels, voetjes, regen, …). Het is daarbij niet zozeer de bedoeling om een zo exact mogelijke kopie te maken van wat de kinderen gehoord hebben, wel om de klanken een plekje te geven op de tijdslijn en te noteren en zo de nodige herkenningspunten aan te geven voor de uitvoering. Aan de hand van deze tijdslijn kunnen de kinderen nu de omgevingsgeluiden reconstrueren, gebruik makend met de geluiden van hun stem, hun lichaam of gebruiksvoorwerpen. In een

Ook voor kinderen, jongeren en volwassenen die (nog) geen muzikale voorkennis hebben, bieden grafische partituren een uitgebreid arsenaal aan mogelijkheden voor een actieve, intense en creatieve muziekbeleving. Om te beginnen ligt de technische drempel erg laag: er zijn tal Ook voor kinderen, jongeren en van notatiewijzen te bedenken waarvan de ontcijfering eenvou- volwassenen die (nog) geen muzikale dig en snel aangeleerd kan wor- voorkennis hebben, bieden grafische den. Dat kunnen bijvoorbeeld tekeningen van voorwerpen, partituren een uitgebreid arsenaal aan natuurelementen of dieren zijn, maar ook abstractere pictogram- mogelijkheden voor een actieve, men, geometrische vormen, lij- intense en creatieve muziekbeleving. nen en kleuren. Op die manier kan er meteen op een hoog niveau aandacht besteed tweede stap kunnen de kinderen zelf experimenteren kan worden aan structuur, samenspel, sfeer, … . Gra- met klanken en klankassociaties en een landschap fische notatie steunt bovendien op reeds opgebouwde vol klinkende details bedenken en tekenen. Door de vaardigheden zoals tekenen, vertellen, spelen met nodige aandacht te besteden aan de details van het kleuren, …. Bijvoorbeeld door vrij tekenen, associa- landschap (bvb. tijdstip, weeromstandigheden, …), is tieoefeningen of het bedenken van verhaaltjes, wordt het mogelijk om vanuit een relatief eenvoudige tekehet mogelijk om zonder hoge technische drempels een ning een erg kleurrijk klanklandschap uit te werken. eigen creatieve inbreng te noteren en te structureren. Een eenvoudig verhaaltje genereert een tijdsverloop. Zelf componeren, met een notatiewijze die steunt op Tot slot worden de zelf bedachte klanken, net zoals andere, reeds ontwikkelde vaardigheden, komt zo bin- de omgevingsgeluiden, middels tekeningen en symnen handbereik. bolen op een tijdslijn geplaatst. Daar kan nadien nog Klanklandschappen vormen in dat opzicht een heel verder op gevarieerd worden, bvb. door het gecredankbare insteek. De klanken rondom ons bepalen ëerde landschap te benaderen vanuit een ander moimmers heel sterk de manier waarop we een omge- ment van de dag, een andere gemoedsgesteldheid, etc. ving, ruimte of landschap ervaren. Vanuit die vaststelling zijn er heel wat mogelijkheden om met kinderen Letter Pieces aan een actieve klankbeleving te werken en zelf klank- Een mooi voorbeeld van de verregaande educatieve landschappen te componeren. In een eerste stap kan mogelijkheden van eenvoudige grafische notatiede eigen auditieve omgeving onder de loep genomen vormen, vinden we ook bij de Letter Pieces van worden in een luisteroefening. Welke geluiden horen Matthew Schlomowitz. De Letter Pieces werken als we rondom ons? Zijn ze er de hele tijd, één keer of een grote blokkendoos van muzikale componenten, af en toe? Luid of stil? Dichtbij of veraf? Zijn er ook waarmee kleine en grote, eenvoudige en complexe onherkenbare geluiden? Van daaruit kan het gegeven muzikale constructies gebouwd kunnen worden. ‘notatie’ aangebracht worden door middel van tekenin- Een raster van vakjes – afgebakende tijdseenheden gen en symbolen op een tijdlijn. Daarin kan gemakke- – vormt de basis van elk stuk. Die rasters zijn ingelijk een onderscheid gemaakt worden tussen lange of vuld met letters (één per vakje), die kunnen staan aangehouden geluiden versus korte klanken (bvb. met voor klank(complex)en of bewegingen, die telkens een lange streep versus een kruisje op de lijn), luide en verband houden met een overkoepeld thema. Door zachte geluiden (bvb. verschillende kleuren, of dikke de superposities van verschillende lagen (2 of meer en dunnen lijntjes). De herkomst of aard van het ge- uitvoerders) ontstaan een speelse combinatie van luid kan aangegeven worden met woorden of tekenin- klanken en bewegingen, associaties en verwach-

1

Stained Glass Music werd geschreven in opdracht van MATRIX, in het kader van een amateurproductie voor het TRANSIT festival voor nieuwe muziek (Leuven). Het werk werd gecre_erd op zondag 23 oktober 2011.

24

25


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Juan Carlos Tolosa, Instant-compositie voor kinderen (2011) © MATRIX

Resultaat van een workshop voor kinderen van 7 tot 12 jaar

tingspatronen die doorheen het stuk bevestigd of doorbroken worden. Zelfs jonge kinderen kunnen zich snel goed oriënteren in deze partituren van vakjes en letters; voor kinderen die nog niet kunnen lezen, kunnen de letters bovendien vervangen worden door kleuren of andere tekens.

Eens ze die basisstructuur onder de knie hebben, kunnen de kinderen zelf klanken en bewegingen uitzoeken en toewijzen aan de verschillende letters. Dat kan heel eenvoudig beginnen, bijvoorbeeld door te vertrekken van thema’s zoals dieren, sport of dagdagelijkse handelingen. Voor de eenvoudigste structuur zijn slechts twee klanken en twee bewegingen nodig, bijvoorbeeld het gerinkel van de wekker, een geeuw, opstaan en zich uitrekken. Gaandeweg kunnen de mogelijkheden verder uitgediept worden. Al snel kunnen de letters symbool staan voor erg complexe inhouden, zonder dat dit door de kinderen als moeilijk ervaren wordt. Het raster met de letter garandeert te allen tijde een goede leesbaarheid en biedt structurele houvast, waardoor muzikaal experiment naadloos kan overvloeien in afgewerkte composities.

Juan Carlos Tolosa

De Argentijnse componist Juan Carlos Tolosa maakt regelmatig grafische partituren voor kinderen, doorgaans instant-composities die tot stand komen tijdens workshops. Tolosa combineert duidelijk leesbare pictogrammen met gelaagde klankcomplexen. In een eerste stap krijgen de kinderen complexe geluiden te

horen, opnames van bijvoorbeeld stromend water, een pepermolen, een startende motor, … , die ver-

ment) te verkennen, te experimenteren, en te werken rond klankkleur, sfeer, samenspel en structuur. En er is meer: door te werken met graDe klanken rondom ons bepalen fische partituren, krijgen kinderen, jongeren en volwassenen een erg open muimmers heel sterk de manier zikaal concept aangereikt, waarin plaats een grote diversiteit aan klanken, waarop we een omgeving, ruimte iseenvoor ruim muziekbegrip, een brede opvatting over muzieknotatie en, ten slotof landschap ervaren. te, een eigen muzikale taal - de uitdaging volgens ontrafeld worden. Uit welke componenten om zelf te componeren. bestaat de klank? Welke zijn luider of zachter, duren korter of langer? Welke klankkleuren horen we? KunKatrien Vercauter studeerde piano, kanen we het geluid reconstrueren door de verschilmermuziek en pianoforte aan het Conserlende partikels ervan na te bootsen? Het is daarbij vatorium van Brussel. Naast uitvoerend mogelijk om op basis van één veelzijdige klank, die muzikante is ze werkzaam in DKO en als verbonden wordt met één pictogram, diepgaand en freelancer in de kunsteducatieve sector. Gemet veel zin voor nuance te werken rond de verschildurende zes jaar gaf ze vorm aan de educalende klankparameters. In een tweede stap wordt tieve projecten van MATRIX. dieper ingegaan op muzikale structuur en worden de verschillende pictogrammen verwerkt in een grafiRebecca Diependaele studeerde musicolosche partituur. Ook hier kunnen we vaststellen dat gie aan de KU Leuven. Ze werkt voor MAgrafische partituren de mogelijkheid geven om techTRIX waar ze instaat voor de algemene nische drempels te slechten en meteen op een eerder coördinatie en de realisatie van educatieve intuïtieve manier de eigen stem (of het eigen instruprojecten rond hedendaagse muziek.

Juan Carlos Tolosa

26

27


ARTISHOCKfebruari 2013

Monique Nederveen: Aan inspiratie geen gebrek!

M

ijn ervaring vanuit het onderwijs, buitenlandse reizen, het opzetten van mijn eigen merk Wonderlamps en bedrijf Monique Nederveen Styling & Design maken me tot wie ik nu ben: een enthousiaste creatieveling! Inspiratie haal ik overal vandaan : muziek (flamenco), andere culturen, zelfs snoeppapiertjes! Ik weet mensen, oud en jong, snel te boeien en te laten ervaren dat creativiteit voor bevrijding kan zorgen. Voor workshops ( o.a Schilderen op Muziek), coaching of een uniek cadeau zie: www.moniquenederveen.nl en/of www.wonderlamps.com

Beeld, klank, improvisatie, enkele voorzetten, bedenkingen en statements... en misschien meer vragen dan antwoorden Improviseren betekent “leven in het moment”, het gebeurt nu, is niet voorheen bedacht. Uitvoeren en bedenken zijn één, gedragen door je ervaring, door je persoonlijke muzikale taal, gedreven door de impulsen van de medemusici, door het samenspel, door de aanwezigheid van het publiek, geleid door je intuïtie, vertrouwend op je eactievermogen. Je reageert direct, zonder filter, geen reflectie, "ohne Rücksicht". Wie denkt, komt altijd te laat, doet wat er een fractie van een seconde geleden had moeten gebeuren, de improvisator bedenkt niet, hij creëert.

I

mprovisatie heeft enkel zin als ze leidt tot onvoorspelbare resultaten. Improvisatie is éénmalig, per definitie, op dit ene moment ontstaat dit geluid, uniek, nooit voordien, nadien nooit meer op dezelfde wijze, wie erbij was heeft iets enigs meegemaakt. De aanwezigheid van publiek is medebepalend: ander publiek brengt andere muziek. Daar waar bij gecomponeerde muziek de exacte identieke herhaling een bewijs van competentie is, is hier de uniciteit de ultieme bestaansreden. Absolute persoonlijk artistieke vrijheid is voor de Westerse beeldende kunstenaar van vandaag een verworven recht, als het al geen verdomde plicht is. Na alle -ismen die de vorige eeuw rijk was, is er geen dominante tendens meer. De hedendaagse kunstenaar wordt verondersteld zijn eigen territorium, werkterrein, af te bakenen. Iieder trekt zijn eigen krijtlijnen. Zelfs de criteria waaraan zijn werk moet voldoen bepaalt hij in grote mate zelf.

een perifeer gebeuren daar waar hedendaagse moeilijke beeldende kunst wel de weg naar de grote museale instellingen gevonden heeft. In het kader van de vrije improvisatiemuziek gedragen de musici zich zoals beeldend kunstenaar: zelfstandig, persoonlijk, eigengereid en onafhankelijk. In onze performance proberen we de beeldende kunstenaars zich te laten gedragen als musici, open voor mekaars voorstellen, flexibel en coöperatief. Elk schrift is een stap over de grens van verschillende media, van klank of taal naar het symbool, het teken. Het is een vertaling die fundamenteel gaat het over de dialoog tussen het grafische teken en de door dat grafische teken gedragen inhoud. Zo is ook elk beeldend kunstwerk een transformatie van een beleving (in brede betekenis). Schrift pretendeert grote transparantie en eenduidigheid daar waar in de beeldende kunst meerduidigheid doorgaans Improvisatie heeft enkel zin als ze als een kwaliteit wordt ervaren. Met dit ogen wordt een media-overschrijleidt tot onvoorspelbare resultaten. voor dende, multidisciplinaire samenwerking Met de ontvoogding van de musici is het heel anders op improvisatie basis voor beeld en klank denkbaar en gesteld. In onze conservatoria worden aspirant-profes- bijna voor de hand liggend. sionele musici nog altijd klaargestoomd om te functio- In de eindeloze herhaling onthecht het teken zich van de neren binnen het 19e eeuwse filharmonisch orkest. Eén tekening, verliest het teken zijn samenhang met de waaren ander heeft mijn inziens te maken met de gangbare neming en ontstaat het schrift. Wij gaan de weg terug, maopsplitsing in enerzijds uitvoerende musici en ander- ken de omgekeerde ontwikkeling, de tekening, zij het in zijds componisten. grote mate abstract, neemt het terug over van het schrift, Zo blijft hedendaagse experimentele avontuurlijke muziek we geven het eenduidige interpretatieve op. Meerduidig-

29


ARTISHOCKfebruari 2013

als een rituele act zonder enige interesse voor het conserveren van de tekening. De Groenlandse Inuït tekenen nog steeds in de sneeuw terwijl ze hun verhalen vertellen. Met een speciaal daartoe vervaardigd werktuig, het vertelmes, kerven ze voorstellingen in de sneeuw om hun betoog te ondersteunen. Met de vlakke bovenzijde van het vertelmes schrapen ze de sneeuw weer vlak om een volgende prent te plaatsen. Zo maken ze in 'real time' een prehistorische animatiefilm. In 1923 vraagt de Deense In onze conservatoria worden aspirantPoolreiziger Knud Rasprofessionele musici nog altijd mussen aan de Inuït sjaAnarqaq om op klaargestoomd om te functioneren binnen maan papier te tekenen i.p.v in de sneeuw te krassen, het 19e eeuwse filharmonisch orkest. Anarqaq's tekeningen zijn muziek. De tekening, partituur verliest zijn dominerend de enige bekende bewaarde voorstellingen van demonen sturend karakter. en geesten en tutti quanti die sjamanen ontmoeten op hun Tekenen teruggebracht tot zijn absolute essentie, namelijk: trance-tocht-trip in de andere realiteit. Ze zijn te zien in de tekening maken, het maken van de tekening meemaken, het ‘National Museet’ in Kopenhagen helemaal verloren meemaken in ruime betekenis, publiek heeft een onmis- op de bovenste verdieping tussen een verbluffende colleckenbare invloed op de performer-tekenaar. Zo komt Sigrids tie Inuit gebruiksvoorwerpen. beeldend werk dicht bij het efemere karakter van muziek. Ook voor de zandtekeningen van de Navajo indianen of de De afgewerkte tekening was niet altijd de focus van de Tibetaanse zand mandala's is conserveren geen item. In de kunstenaar. Meer dan waarschijnlijk ontstond het tekenen traditionele Aboriginalmaatschappij dienen de boombast-

ARTISHOCKfebruari 2013

heid brengt vrijheid van interpretatie, tevens gevaar voor vrijblijvendheid. En we gaan verder terug, van de tekening als eindproduct, als finaliteit, gaan we naar de tekening als proces, als gebeuren, als ritueel welhaast. Sigrids tekening wordt voortdurend weggewassen, aan het eind blijft er geen afgewerkt kunstwerk over. Vergankelijkheid maakt de tekening gelijkwaardig aan de vluchtige

tekeningen na gebruik begraven te worden, geen echt aangepaste conserveringsstrategie. Onze tekenperformances passen ergens in deze tradities.

relikwie, geen verhandelbaar product. Wie erbij was maakte iets unieks mee. De weg is het doel', Boeddhistisch principe bij uitstek, betere, kortere omschrijving van wat Meer dan waarschijnlijk ontstond een improviseren eigenlijk inhoud valt moeilijk te bedenken. Anders gezegd: 'het proces als het tekenen als een rituele act performance' of 'de daad is het resultaat' zonder enige interesse voor het Experimenteren doe je (enkel) uit noodzaak, zoniet is experimenteren (enkel) fake.

conserveren van de tekening. In deze performance combineren we 'niet herhaalbare' muziek met 'niet bewaarbare' beeldende kunst. We spreken over het ritme, de dynamiek en de compositie van een schilderij, de beweging in de muziek, klankkleur, soundscape, klanktapijt... Of het om vorm, kleur of klank gaat doet er eigenlijk niet toe, fundamenteel spreken dezelfde creatieve menselijke taal. Wat je hoort is wat je ziet. Het is mogelijk een dialoog te voeren over de grenzen van klank, beweging, vorm en kleur, met behoud van het specifieke, het meest eigene, extreme, op het scherp van het mes, van elke participant, ver voorbij de grootste gemene deler. Het visuele en het auditieve spoor ontstaan gelijktijdig en verdwijnen ook gezamenlijk. Gedurende hun kortstondig bestaan beïnvloeden ze mekaar wederzijds zonder hiërarchische verhouding. Het beeld stuurt de klank, evengoed stuurt de klank het beeld. Er rest geen

30

Sigrid Tanghe (1968 Kortrijk) is beeldend kunstenaar. De grenzen van de

schilderkunst werden haar te eng en ze zette consequent de stap naar het

podium. Ze experimenteert met beeldende kunst in samenwerking met muziek en dans over de grenzen van beweging, beeld en klank.

Peter Jacquemyn (1963) is muzikant, contrabassist, hij gebruikt de stem. Hij experimenteert, werkt

met musici met ver-

scheiden achtergrond, komende uit de jazz, uit hedendaagse

compositie, uit experimentele muziek, uit traditionele muziek, … Hij is ben bijzonder gefascineerd door etnische tradities,

Anderzijds is hij als tekenaar, beeldhouwer en performerr.In twee werelden werkzaam zijnde tracht hij muziek en beeld op een gelijkwaardig

niveau te combineren. Muziek is meer dan begeleiding, het visuele is meer dan decor. Hij tracht een dialoog te ontwikkelen waarbij musici zich gedragen als beeldende kunstenaars en kunstenaars samenwerken

zoals musici doorgaans doen. Ook beweging, dans is sinds een vijftiental jaren een deel van zijn interdisciplinair werk. 

31


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Grondlaag en pigment

De fanfare

E

en blokfluit, gitaar, viool en accordeon, een stem en een dertiental eenvoudige melodietjes rond eenvoudige thema’s zoals groeien, wassen, bomen, de herfst, fanfare en een verjaardagsfeest. Er wordt gestart met eenvoudige peuter- en kleuterliedjes en geëindigd met liedjes voor oudere kinderen (tot 9 jaar). Minder leuke kleuteremoties komen aan bod. Een pareltje is ‘Als mama boos is en ik ook!’. Andere liedjes zijn dan weer sterke observaties, gezien door de ogen van een kind. De bomen zijn zo lief/ ik vind de bomen lief/ zijn ze droef of zijn ze blij/ ze wuiven toch naar mij klinkt het schattig kinderlijk in 'De bomen'. Af en toe worden voor de doelgroep wat lastige woorden gebruikt als 'maalstroom' en 'evenaarsparadijs' Paginagrote ingekaderde illustraties in driekleurendruk verlevendigen het geheel. Muzikale ouders kunnen zoon of dochter met de gitaar begeleiden, bij de meeste liedjes staan de ak-

koorden onder de tekst. Op de bijgevoegde cd zijn de gezongen teksten (vrouwenstem) goed verstaanbaar. De begeleidende muziek is sfeervol, doordacht en verzorgd; hier en daar zijn middeleeuwse invloeden waarneembaar. In het boek zijn fouten gemaakt in de weergave van de teksten. De rood met gele illustraties van Krista De Mulder zijn al net zo eenvoudig

als de liedjes zelf. Omslag, schutbladen en prenten ademen bewust de sfeer van weleer. Een heel toegankelijk liedjesboek voor de allerkleinsten. Lekker ouderwets.  Bieke Roose Krista De Mulder: de Fanfare ISBN 978-90-5838-663-2 Uitgeverij De Eenhoorn

E

32

af en reiken een aantal parameters en sleutels aan ter afbakening en/of ter verruiming van ons cultuurbegrip en de ermee verbonden kaders. En vooral: hoe dient de theorie een huwelijk aan te gaan met de praktijk? Dit boek wil op drievoudige wijze een ‘boek’ zijn: een leesboek, een studieboek (of handboek) en een werkboek. Dit impliceert drie keer een apart engagement als auteurs. In deze publicatie leveren de auteurs enkele aanzetten tot antwoord, verfijning en onderzoek. Alles in de wetenschap dat een boek over 'kunst, cultuur en samenleving' nooit af is en tal van lezers én medeauteurs kan gebruiken. Tot meerdere eer en glorie van kunst in het bijzonder, van cultuur en gemeenschap in het algemeen. Stefan van den Bossche en Peter Wouters: Grondlaag en pigment ISBN: 9789044129786 Uitgeverij: Garant

Aan de slag met actiekaarten

Buurman leest een boek en grappig verhaal met mooie tekeningen over een buurman die een boek leest. Maar dat is buiten zijn buurmeisje gerekend. Ze maakt steeds opnieuw lawaai, zodat buurman zich niet kan concentreren. Dan speelt ze met een bal, slaat ze op een trom, zingt ze een lied en ze slaat zelfs op een boksbal! En dit tot grote ergernis van haar buurman. Maar dan heeft buurman een reuze idee, hij geeft haar een cadeautje en plots is het stil, ja zelfs muisstil, en kan buurman rustig zijn boek lezen...Of toch niet? Een mooi verhaal, een heerlijk boek om in te kijken en ongelooflijk fijn om naar te luisteren. Warre Borgmans leest het verhaal voor op de bijgevoegde cd. Met een minimum aan woorden wordt een heel le-

C

ultuur en kunst lijken een verhaal van grondlaag en pigment: twee componenten die elkaar kunnen versterken, elkaar aanvullen, basis zijn voor het andere. In Grondlaag & pigment tasten Stefan van den Bossche en Peter Wouters het cultuurlandschap af in het algemeen, en dat van Vlaanderen in het bijzonder. Ze gaan daarbij uit van de vitale relatie van cultuur en kunst die vervolgens als ankerpunten in de samenleving zouden moeten fungeren. De vraag naar de identiteit van (aspecten van) kunst en cultuur, hetzij als grondlaag, hetzij als pigment vormt een potentiële en vrijblijvende leidraad om zich als lezer door het boek te bewegen. De auteurs willen daarbij de wijsheid niet in pacht hebben en werpen de nodige vragen en problemen op. Ze onderzoeken en bevragen het begrip cultuur, behandelen de 'ismen' in de kunst, tasten het Vlaamse cultuurbeleid en sociaal-cultureel werk

vendig verhaal verteld en met sobere collages wordt de hele situatie duidelijk voorgesteld. Zo wordt het contrast van levendigheid tegenover afwezigheid prachtig geïllustreerd door een wit blad vol kleuraccenten, grote letters en een nagenoeg leeg zwart blad. Of zoals de laatste tekening die doorloopt over vier bladzijdes en die, ondanks de regen, warmte en blijdschap oproept. Gedurende heel het verhaal wordt er enorm op details gelet, wat er voor zorgt dat je het keer op keer kan blijven lezen. De hond van de buurmand speelt al vanaf het begin een belangrijke rol, maar dat merk je pas op het einde van het boek. Koen Van Biesen: Buurman leest een boek ISBN 978-90-5838-801-8 Uitgeverij De Eenhoorn

A

ls leraar hoor je expert te zijn in jouw vakgebied. Maar de lesinhoud is voor veruit de meeste van je leerlingen nieuw. Hoe kun je er nou voor zorgen dat jouw lessen en hetgeen je wilt overbrengen beter beklijft? Actiekaarten zijn kaarten met werkvormen die je als leraar of docent kunt gebruiken om je leerlingen of studenten aan het werk te zetten. Mensen kunnen tegelijkertijd aan verschillende opdrachten werken zonder dat jij er omkijken naar hebt. De klas is hard aan de slag, terwijl jij het geheel rustig overziet of de tijd hebt om individuele deelnemers op weg te helpen of feedback te geven. Het unieke van deze Actiekaarten is dat de kaarten uitgaan van en afgestemd zijn op verschillende talenten

die mensen hebben. De acht verschillende intelligenties die Howard Gardner onderscheidt (verbaal , ma-

thematisch, visueel-ruimtelijk, muzikaal-ritmisch, lichamelijk, naturalistisch, interpersoonlijk), vormen de basis van deze kaarten. In de handleiding worden voorbeelden gegeven waarbij de actiekaarten kunnen worden ingezet om te differentiëren of als spelvorm kunnen worden toegepast Talloze mogelijkheden van de actiekaarten worden voorgesteld. Workshops worden georganiseerd om alle mogelijkheden van deze actiekaarten te ontdekken: www.thema. nl Titia Van Der Ploeg & Lia Bijkerk: Aan de slag met actiekaarten Zorg dat je leerlingen het beste uit zichzelf halen ISBN: 9789058715883 Uitgeverij: Thema

33


ARTISHOCKfebruari 2013

ARTISHOCKfebruari 2013

Studiedagen en nascholingen Maart 2013 Graffiti: beeld versus muziek, op 8 maart te Mechelen Vakoverschrijdend werken is de boodschap in deze workshop. Een kinderraptekst zal onze inspiratie zijn om aan de slag te gaan als echte graffiti-kunstenaars! www.lessius.eu/leon Zie je wel! Er zit een dichter onder mijn vel, op 14 maart te Mechelen Zit er een dichter onder je vel? De ene keer niet en de andere keer wel? In deze workshop gaan we samen op zoek naar de dichter in het kind in jou. We genieten van kinderpoëzie en van het prestatie- en pretentieloos poëzieschrijven. www.lessius.eu/leon Muziek op je computer, op 15 maart te Jette In je eigen huis kun je zingen, een instrument bespelen of een cd afspelen. Maar je eigen muziek op een cd opnemen? Dat is voor dure, professionele studio’s! Of niet? www.g-o.be Kinderen spreken met beelden (BaO), op 20 maart te Kortrijk De workshop werkt rond de beeldcultuur en –opvoeding van kinderen, aan de hand van drie stappen worden de deelnemers ingeleid in deze thematiek. www.eekhoutcentrum.be Dance twirling (BaO) op 20 maart te Torhout Twirlen evolueerde vanuit de gevechtsport naar het turnen en dansen. Met behulp van stokken als attributen wordt een dans bedacht op kindermaat. www.eekhoutcentrum.be

ARTISHOCK

Driemaandelijks tijdschrift voor kunst en cultuur in het onderwijs

Eindredactie: Liesbeth Segers Redactie: Sarah Dezuttere, Jos Maes, Dafne Maes, Rein Meus, Crisalida Rodrigues Pingueiro, Liesbeth Segers, Loes Vandewalle, Stefaan Vermeulen en Marlies Verreydt Redactiesecretariaat: Loes Vandewalle (info@muzes.be) Coverbeeld: Stefaan Vermeulen Verantwoordelijke uitgever: Jos Maes, Tervuursesteenweg 84, 2800 Mechelen

34

Vloerwerk en contactimprovisatie, op 21 maart te Jette Twee elementen hebben in de twintigste eeuw voor een enorme vernieuwing gezorgd binnen de dans. Het gebruik van de vloer als danspartner. En het verschijnen van een vorm van partnerdans waarbij beide partners elkaars gewicht dragen. www.g-o.be Kunst en cultuurbeleid op school vorm geven (BaO), op 27 maart te Assebroek (Brugge) Wat te doen met het kunst- en cultuurbeleid van jouw school? In deze sessie wordt besproken hoe elke leerkracht een visie kan ontwikkelen voor zijn of haar school. www.eekhoutcentrum.be

April 2013 Over het muurtje kijken? (BaO), op 17 april te Assebroek (Brugge) Via praktijkcases wordt nagegaan hoe kleuteronderwijs en eerste graad basisonderwijs op muzisch vlak nauwer en beter kunnen samenwerken. www.eekhoutcentrum.be Muzikale tussendoortjes, op 24 april te Mechelen In deze vorming krijg je een mooi beeld hoe muzikale tussendoortjes tot stand kunnen komen. Je leert zelf je momentjes in elkaar steken aangepast aan je thema, inspelend op de kinderen. www.lessius.eu/leon Muzisch taalgebruik (BaO), 24 april te Kortrijk In deze workshop wordt de combinatie tussen muziek en taal uitgewerkt. De deelnemers gaan aan de slag met de verschillende mogelijkheiden van klank, centraal staat natuurlijk de creativiteit van de leerkracht en de wisselwerking met de leerling. www.eekhoutcentrum.be

Een uitgave van Muzes vzw, Tervuursesteenweg 84, 2800 Mechelen t. 015/34.66.58, e-mail artishock@muzes.be website www.muzes.be ISSN 2032-5835 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een zoeksysteem of overgedragen in enige vorm of op enige wijze, elektronisch of mechanisch, onder meer door middel van fotokopieën, opnamen of via bestaande of nog uit te vinden informatieopslag- en selectiesystemen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

35



Artishock 12