Issuu on Google+

HET KOETSWERK

GaragastenEncyclopedie


Knappe karren

V

andaag denken we bij koetswerk meteen aan een auto. Maar het woord is natuurlijk veel ouder dan de auto zelf en stamt uit de tijd toen er nog paardenkoetsen door onze straten reden. En voor de slimmeriken onder ons die liever over carrosserie praten als ze koetswerk bedoelen: carrosse is gewoon het Franse woord voor koets.

De allereerste auto’s waren open, houten koetsen waarop een motor gemonteerd werd. Die leken absoluut niet op de auto’s zoals we ze nu kennen. Pas tientallen jaren later, in de jaren 1890, verschenen modellen waarbij alle onderdelen (motor, zitjes, stuur...) een beschermend omhulsel kregen: het koetswerk. Rond 1900 waren er in België al tientallen fabriekjes waar auto’s gebouwd werden. Die bouwden motoren en het onderstel waarop alle onderdelen gemonteerd werden. Maar het koetswerk maakten ze niet zelf, daarvoor gingen ze bij specialisten aankloppen. Het zal je dan ook niet verbazen dat de eerste carrossiers eigenlijk koetsenbouwers en wagenmakers waren die hun beroepsbezigheid aanpasten aan de nieuwste technologische ontwikkeling van die tijd: de auto. En ook al zien die oude auto’s er

veel moderner uit dan een paardenkoets, toch bouwden de carrossiers tot de Tweede Wereldoorlog gewoon voort op wat ze al kenden. Elk koetswerk bestond uit een houten geraamte waarop stalen platen geslagen werden. Niet gek dus dat het weken tijd vergde om één carrosserie te bouwen.

2


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

Limousine

Die onafhankelijke koetswerkbouwers (ze hingen niet vast aan één merk) experimenteerden in het begin van de twintigste eeuw volop met nieuwe koetswerktypes. Die kregen dan prachtige Franse namen als landaulet, coupé of limousine. Sommige daarvan bestaan nu nog, andere bleken minder populair:

Oorspronkelijk: carrosserietype met een apart gedeelte voor de chauffeur en de passagiers. Het passagiersgedeelte was heel wat comfortabeler dan dat van de chauffeur. Later werd de term gebruikt voor auto’s met vier deuren en een aparte kofferbak (yep, de oude Volkswagen Kever was een heuse limousine).

Landaulet Carrosserietype waarbij de voorste inzittenden een hard dak boven hun hoofd hadden terwijl de passagiers op de achterbank hun dak open of dicht konden schuiven.

Nu: heel luxueuze, uitgerekte wagen die plaats biedt aan meer dan twee passagiers. De langste limousine ter wereld is 27 meter lang en heeft een zwembad aan boord.

Coupé Oorspronkelijk: carrosserietype dat in tweeën werd ‘gesneden’ door een glasraam tussen de voor- en de achterbank. Wie vooraan zat, moest weer en wind trotseren. Wie achteraan plaatsnam, zat comfortabel weggeborgen in een afgesloten koetswerk.

Vandaag wordt nog altijd naar nieuwe carrosserievormen gezocht. Intussen hebben de meeste auto’s geen apart onderstel meer, maar wel een zelfdragende carrosserie. Die is zo stevig dat de losse onderdelen er direct op gemonteerd kunnen worden. Zo’n zelfdragende carrosserie wordt ook wel monocoque genoemd en bestaat uit heel wat verschillende doosprofielen die door hun vorm en hun slimme plaatsing een sterk en toch heel licht geheel opleveren. Trouwens, niet alleen de carrosserievormen veranderen, maar ook de materialen waaruit ze gemaakt worden. Dat lees je verderop in deze GaragastenEncyclopedie.

Nu: auto die er behoorlijk sportief uitziet, met twee of drie deuren en meestal alleen een voorbank. Al hebben de allernieuwste coupés vier deuren en kunnen ze vier of vijf personen vervoeren.

3


Kunstig werk

E

en beschadigd koetswerk herstellen is het werk van een echte vakman: de autoschadehersteller of carrossier. Die carrossier moet trouwens van verschillende markten thuis zijn. Want een koetswerk herstellen, is veel meer dan een nieuw laagje verf spuiten.

worden (zoals de portieren) lopen immers heel wat elektrische kabels. Daarom ook specialiseren steeds meer koetswerkherstellers zich in ĂŠĂŠn onderdeel van het werk: de plaatslager zorgt ervoor dat vervormde onderdelen weer de juiste rondingen krijgen, de voorbewerker maakt het plaatwerk glad en brengt de grondlaklaag aan. Daarna zorgt de lakspuiter voor een nieuwe kleur- en vernislaag.

Het stuk dat aan herstelling toe is, wordt eerst stofvrij en vetvrij gemaakt en eventueel worden bepaalde onderdelen gedemonteerd. Dan is het tijd om uit te deuken, nieuwe onderdelen aan te passen of te schuren. Afplakken, verf mengen, bijkleuren of spuiten zijn de laatste fases van het werk. Bovendien moet een carrossier een basiskennis lassen, elektriciteit en elektronica hebben. In verschillende onderdelen die gedemonteerd kunnen

4


GaragastenEncyclopedie

De plaatslager deukt vervormde onderdelen haarfijn uit. Daarbij is de richtbank een handig hulpmiddel. De plaatslager heeft voor elk automodel een set mallen ter beschikking, die hij op de richtbank kan monteren. Als de juiste mallen gemonteerd zijn, wordt de beschadigde auto op die mallen geplaatst zodat de plaatslager kan nagaan op welke plaatsen het voertuig gericht moet worden. Het richten gebeurt door aan het koetswerk en het chassis te trekken tot de auto op alle plaatsen weer op de mallen steunt.

HET KOETSWERK

briek al met een laag zink worden bedekt om roest tegen te gaan. Maar als die zinklaag bij een aanrijding beschadigd is, kan alleen die eerste verflaag het plaatwerk blijvend beschermen. Als het werk van de voorbewerker erop zit, komt de lakspuiter in actie. Om de juiste kleuren te mengen, gebruikt hij of zij meer dan vijftig basiskleuren, een meng- en doseerapparaat en een weegschaal die tot één honderdste van een gram nauwkeurig meet. Geen overbodige luxe, want soms komt het bij het mengen van een kleur echt op een druppel verf aan. Maar de lakspuiter moet ook alle eigenschappen van verfstoffen en oplosmiddelen kennen. De allernieuwste autolakken vereisen wel aparte spuittechnieken en materiaal. In elk geval werkt de pistoolschilder in een stofvrije, afgesloten spuitcabine en is het verfpistool zijn trouwste werkinstrument.

De voorbewerker is een geduldig iemand, met een enorme zin voor precisie. Om het plaatwerk perfect glad te krijgen, moet hij heel nauwgezet schuren en zijn werk voortdurend controleren. De voorbewerker staat ook in voor de eerste verflaag. Die ‘primer’ maakt het staal roestbestendig. Je moet namelijk weten dat nieuwe auto’s in de autofa5


Lak in laagjes

E

lke carrosserie krijgt minstens drie laklagen. Om er piekfijn uit te zien, maar vooral als bescherming tegen weer en wind. De grondlaag is de eerste van de drie lagen. En meteen een heel belangrijke, want ze beschermt de carrosserie tegen roest. Bovendien maakt ze het koetswerk vlak door alle poriĂŤn in het plaatwerk te dichten. En hoe vlakker dat oppervlak, hoe mooier de lak kan worden afgewerkt. Maar natuurlijk dient de grondlaag ook als hechtingsoppervlak voor de kleurlaag. Zonder grondlaag zou de lak na een tijd gewoon loskomen.

Daarna volgt de kleurlaag. Dat is de dunste van de drie laklagen, maar ze bepaalt natuurlijk wel het hele uitzicht van de auto. Daarom kan je de kleur nu ook zelf uit verschillende tinten laten samenstellen. Geen enkele kleur is onmogelijk. Wist je trouwens dat de verf voor de kleurlaag uit niet meer dan 10% oplosmiddelen mag bestaan? Daarom is sinds 2007 het gebruik van watergedragen verven verplicht, want die zijn een flink stuk minder schadelijk. Bovendien zijn ze even goed bestand tegen invloeden van buitenaf en gaan ze even lang mee. Omdat er in nieuwe lakken minder giftige stoffen en dus meer kleurpigmenten zitten, dekt de verf ook veel beter. Vroeger waren soms vier kleurlagen nodig, nu is 6


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

vogels en tegen krassen. En natuurlijk tegen de stralen van het zonlicht. Vroeger kregen auto’s een doffe kleur of werden ze zelfs helemaal mat als ze jaren in de zon hadden gestaan. Dankzij de nieuwste technieken en materialen is dat verleden tijd.

één laag meestal voldoende. En dat bespaart de lakspuiter flink wat werk. Met een laag vernis wordt de lak afgewerkt. Het vernis zorgt er niet alleen voor dat de lak glanst, maar ze beschermt ze ook, tegen zure regen, tegen de uitwerpselen van

7


Over kooien en kreukelzones

J

e zou het niet meteen zeggen, maar als je in een auto stapt, stap je in een kooi. In een beschermende kooi nog wel. De hele passagiersruimte, van de voor- tot de achterruit, is immers gemaakt uit verstevigde staalplaat of hoogsterktestaal (een lichte maar heel sterke staalsoort). De kooi is dus gemaakt om haar vorm te behouden en de passagiers te beschermen.

8


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

Vandaag worden steeds vaker vezelmaterialen in het stalen koetswerk verwerkt. Glas- en koolstofvezels breken precies op de plaats waar de constructeur het wil. Metaal- en aluminiumvezels plooien eerst even, maar breken ook dan op de juiste plek. De zoektocht naar de meest geschikte materialen gaat intussen nog altijd verder. Toch is de kans groot dat koolstofvezelcomposiet het materiaal van de toekomst is. Dat wordt nu al in Formule 1-wagens gebruikt omdat het vier keer lichter is dan plaatstaal, terwijl het wel net zo stevig is. Helaas kost koolstofvezelcomposiet nog tien keer zoveel als staal. Dat komt omdat de productie een heel bewerkelijk proces is. Eerst worden verschillende lagen koolstofvezel heel nauwkeurig op elkaar gelegd. Daarna worden de lagen koolstof met hars aan elkaar gebakken in een speciale oven, waarin druk en temperatuur samen zorgen dat de verschillende lagen één geheel worden. Zo’n samengesteld geheel noem je met een geleerd woord composiet.

Toch kan een auto er na een ongeval erg verhakkeld uitzien. En dan denken omstanders wel eens: “Zo’n auto wil ik niet. Veel te onveilig.” Foute redenering, want autofabrikanten gebruiken nieuwe technieken juist om de veiligheid van de chauffeur en de inzittenden te verbeteren. Een van die technieken is de kreukelzone. Dat is het gedeelte van een auto dat bij een aanrijding met opzet in elkaar deukt en zo de grootste klap opvangt. Die kreukelzones zijn dan ook onmisbaar in een veilige wagen, al zorgen ze er soms voor dat een aanrijding veel erger lijkt dan ze werkelijk is. Kreukelzones zijn gemaakt uit dunnere staalplaten. Daarin zijn op nauwkeurig gekozen plaatsen gleuven aangebracht waardoor het staal bij een aanrijding op de juiste plaatsen plooit en de kracht van de botsing voor een flink stuk wordt opgevangen. En zo komt het dat een plooiende auto de inzittenden beter beschermt.

9


Kreukelzones hebben ook hun invloed op de bumper. Want die hoeft niet langer de hele schok van een aanrijding op te vangen. De stevige stootbalk van vroeger wordt dan ook steeds vaker weggewerkt in het chassis. Maar dat betekent niet dat de auto onveiliger wordt. Integendeel. Zowel vooraan als achteraan zit een stevige balk achter de bumper. Deze stootbalk in hoogsterktestaal is veel steviger dan de rest van het koetswerk en geeft de schok van de botsing door aan de twee langsliggers. Op die manier wordt de kooi waar jij als passagier in zit gespaard. En zo zie je maar hoe ingenieus het koetswerk van een auto in elkaar zit: passagierskooi, bumper en kreukelzones werken perfect samen om een auto veiliger te maken.

rie bij een aanrijding ook veilig voor voetgangers en fietsers? Een belangrijke vraag waar autoconstructeurs steeds meer aan-

Uiteraard moet het koetswerk van een wagen de inzittenden beschermen. Maar is een carrosse-

10


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

lucht ondervinden, ze zouden ook veel minder sportief lijken. En dus minder goed verkopen. Gelukkig kwamen getalenteerde technici met een prachtige oplossing voor de dag: de slimme motorkap. In de voorbumper van de auto bouwden ze een sensorsysteem in dat bij een aanrijding bliksemsnel een instructie geeft aan een mechanisme in de motorkap. Dat tilt in ongeveer dertig duizendsten van een seconde de motorkap enkele centimeters op, nog voor de voetganger de kap raakt. Een voetganger die aangereden wordt, raakt bijna altijd gewond. Maar slimme technologie maakt het verschil tussen zware en lichte verwondingen.

dacht aan besteden. Kijk, als een voetganger wordt aangereden, loopt die vaak ernstige verwondingen op omdat hij op de motorkap neerkomt. Die kap kan nauwelijks meeveren omdat de motor en andere zware elementen daar dicht onder zitten. Knappe koppen hebben berekend dat de verwondingen bij een aangereden voetganger heel wat minder erg zouden zijn als onder de motorkap een vrije ruimte van 5 tot 7,5 cm zat. Maar autoconstructeurs bouwen liever geen wagens met een hoge motorkap. Niet alleen zouden de auto’s dan meer weerstand van de

11


Lichte auto’s sparen het milieu

D

at de carrosserie van een auto sterk moet zijn, spreekt vanzelf. Tegelijk moet hij ook zo licht mogelijk zijn. Want hoe minder een auto weegt, hoe minder kracht de motor moet ontwikkelen om te rijden, en dus hoe lager het verbruik. En een laag verbruik is goed voor de portemonnee van de chauffeur, maar ook voor het milieu.

Een andere knappe uitvinding die voor lichtere maar stevige auto’s kan zorgen is metaalschuim. Dat kan van verschillende metaalsoorten gemaakt worden, maar aluminium en magnesium worden het vaakst gebruikt. Eerst worden de metalen met speciale stoffen behandeld. Daarna worden ze in een gesloten oven enorm verhit, tot ze vloeibaar zijn. Op dat moment gaan de speciale stoffen koken en ontstaan er luchtbellen. Als het schuim afgekoeld is, is het dankzij die massa aan luchtbellen een erg stevig en licht materiaal. Bovendien neemt het bij een botsing ook een deel van de energie op en dus beschermt het de rest van het koetswerk beter dan gewoon plaatstaal. En

Waarom? Bijna alle auto’s in ons land rijden op benzine, diesel of lpg (een brandbaar gas). In de motor wordt die brandstof verbrand en daarbij komen altijd schadelijke stoffen vrij, zoals koolstofdioxide en fijn stof. Die stoffen brengen de natuur in de war en kunnen mensen zelfs flink ziek maken. Dus hoe minder brandstof een auto verbruikt, hoe minder schadelijke stoffen hij uitstoot. Daarom zoekt de autosector voortdurend naar nieuwe technieken en nieuwe materialen die tegelijk licht en stevig zijn. Het sandwichpaneel is zo’n nieuwe techniek. Tussen twee flinterdunne, maar erg stevige platen wordt een ferme laag kunststof samengedrukt. Die constructie is veel lichter dan een metalen plaat en dus ideaal voor een motorkap bijvoorbeeld. Jammer alleen dat dit materiaal behoorlijk moeilijk te herstellen is.

12


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

(portieren, koplampen, zitjes, accu’s...).

metaalschuim heeft nog meer uitzonderlijke eigenschappen, want het is geluidwerend, en dus maakt het auto’s stiller. Het is ook brandwerend en schokbestendig, en daarom wordt dit nieuwe materiaal niet alleen in de autosector, maar ook in de vliegtuigindustrie gebruikt.

Wat overblijft, is een naakte kas van staal en aluminium. En ook die gaat niet verloren. Metaal wordt alsmaar duurder en dus is het geweldig interessant om ook de carrosserie van oude auto’s opnieuw te gebruiken. Om het transport te vergemakkelijken, wordt het autowrak eerst samengeperst tot een blok ter grootte van een hooibaal. Daarna gaat het, meestal per schip, naar een recyclagebedrijf. Daar wordt het metaal in een gigantische shredder (da’s Engels voor versnipperaar) tot kleine stukken vermalen. Die stukken kunnen dan makkelijk gesmolten worden in een hoogoven. En wat levert dat op? Inderdaad, materiaal voor een nieuwe auto. Reken maar dat recyclage steeds belangrijker wordt. Tegen 2015 moet elke auto die op onze wegen rondrijdt voor 95% gerecycleerd kunnen worden.

Toch zouden alle inspanningen om het milieu te sparen niet veel uithalen als afgedankte auto’s gewoon op een stort werden gegooid om daar weg te roesten. Nee, veel verstandiger is het om autowrakken te recycleren. En dat gebeurt gelukkig steeds meer. Eerst worden alle giftige stoffen zoals motorolie en koelvloeistof uit de afgedankte auto gehaald. Daarna halen specialisten ook alle herbruikbare onderdelen uit het wrak

13


Opvallend en bizar

D

e meeste auto’s die je op straat ziet rijden, zien er nog net zo uit als toen ze van de band rolden. Auto’s van eenzelfde model lijken sterk op elkaar en zijn dus niet echt origineel. Sommige autobezitters vinden dat vervelend en doen er alles aan om hun auto om te bouwen tot een uniek pronkstuk. Dat uitbouwen, sleutelen en bijwerken heeft ook een naam: tuning.

Wie z’n auto wil ombouwen, kan een stylingkit kopen in een speciaalzaak. In zo’n kit zitten een pak opvallende auto-onderdelen zoals dakspoilers, sportspiegels, achterbumper, zijschorten en een voorbumper. Eerst laten tuners die onderdelen in een bepaalde kleur spuiten, daarna gaan ze aan de slag om alles netjes op hun wagen te monteren. Meestal vervangen ze ook de vering van hun auto zodat die een stuk lager boven de grond hangt. Daarmee lijkt hun pronkstuk meteen een pak sportiever. De allerhandigste tuners maken hun stylingelementen zelf. In een zelfgemaakte mal gieten ze bumpers of spoilers uit kunststof. Maar de mogelijkheden zijn natuurlijk oneindig. Sommige tuners

kleden hun auto uit tot op de naakte kas en bouwen ‘m dan weer op met de meest flashy onderdelen. Op de illustraties zie je hoe Japanse tuners hun bestelwagen onder handen namen.

14


GaragastenEncyclopedie

HET KOETSWERK

Een mooi voorbeeld is de Pivo van het Japanse merk Nissan. Als je dacht dat rijdende bollen alleen in stripverhalen en tekenfilms bestonden, dan had je het flink mis. De cabine van de Pivo is zo’n glazen bol die bovendien helemaal rond kan draaien. Als je wil parkeren, hoef je dus niet meer over je schouder te kijken, maar draai je de cabine gewoon in de juiste richting. Daarom is ook een achteruitversnelling niet meer nodig. Je draait de cabine gewoon om en rijdt weer vooruit. Maar het allersterkste is toch wel dat je de vier wielen een kwartslag kan draaien. Daarmee wordt parkeren een fluitje van een cent. Je gaat met het autootje naast de open parkeerplaats staan, draait de wielen en je rijdt er zijwaarts in. Benieuwd hoe lang het nog duurt voor we dit autootje op onze wegen zien rijden.

Ook autoconstructeurs sleutelen voortdurend aan het uiterlijk van hun wagens. Regelmatig brengen ze een nieuw model op de markt waarin de nieuwste materialen en de modernste technische snufjes verwerkt zijn. Maar het kan nog sterker. Op autobeurzen zoals het Autosalon in Brussel stellen automerken vaak een concept car voor. Dat zijn heel opvallende auto’s waarmee fabrikanten de allernieuwste technologieën willen uittesten en nieuwe carrosserieontwerpen willen showen. Concept cars kan je niet kopen in de garage, maar ze tonen wel aan hoe de auto van de toekomst eruit gaat zien.

15


De GaragastenEncyclopedie is een initiatief van toekomstopwielen.be toekomstopwielen.be is een actie van de autosector. toekomstopwielen.be, J. Bordetlaan 164, 1140 BRUSSEL Verantwoordelijke uitgever: Luc De Moor, toekomstopwielen.be Concept en realisatie: www.linkinc.be en www.zeppo.be Tekeningen: Sam Vanallemeersch


Encyclopediedeelkoetswerk