Page 1

hans,


suzanne van well

Hans,

Houtekiet Antwerpen / Amsterdam


Š Suzanne Van Well/Houtekiet 2008 Uitgeverij Houtekiet, Vrijheidstraat 33, b-2000 Antwerpen info@houtekiet.com www.houtekiet.com Omslag Jan Hendrickx Foto auteur Gerald Dauphin Zetwerk Intertext, Antwerpen isbn 978 90 8924 008 8 d ­2008 4765 27 nur 740 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher


inhoud

Inleiding 7 De smaak van tranen Een verhaal van pijn en moed 11 Brieven aan Hans 65 Het proces 139


Met heel veel liefde en bewondering voor mijn kinderen, schoon- en kleinkinderen en oprechte dank aan alle vrienden voor hun steun. Ik ben gewoon dankbaar dat jullie er zijn.


inleiding

Elk schrijven is zich een beetje blootgeven, een dagboek schrijven is heel intiem. Een dagboek laten lezen heeft dus iets indiscreets. Het is ook zijn hart blootleggen. Het kan ook aantonen, verwijzen, het kan een duiden zijn. Wat ons overkwam, was zo overweldigend. Wat op 11 mei 2006 gebeurde, was zo onaanvaardbaar dat het een grote weerklank kreeg. Zo moeilijk te vatten dat het een breed maatschappelijk discours op gang bracht. Zo geladen dat vlugge simpele analyses een complex gegeven hadden kunnen manipuleren en politiek misbruiken. Dit gebeurde niet. Maar vier families werden wel door de daad van een ontspoorde jongen levenslang gekwetst. De familie van de dader, de familie van de zwaar gekwetste Songül Koç, de familie van Oulematou N’Douye en de onze. Mijn persoonlijke manier om met leed en pijn om te gaan is mijn vragen, emoties, overpeinzingen op te schrijven. Pijn en afschuw trachten te plaatsen.

7


Het helpt om feiten en daden in een brede context te plaatsen. Relativeren verzacht woede en pijn. Toch blijven wij ontsteld door onrecht. Zoveel onrecht roept zovele vragen op. Waarom wordt, ná twee jaar, 11 mei 2006 nog vaak geciteerd als ‘de moord op Luna’? Die dag werden een vrouw én een kind vermoord en werd een andere vrouw slachtoffer van een moordpoging. Spreekt alleen de dood van een kind dan aan? Was Luna het enige ‘raszuivere’ Vlaamse slachtoffer? Waarom werd Luna een symbool? Eigenlijk was zij collateral damage. Het waren de twee andere slachtoffers die door Hans Van Themsche werden geviseerd. En wat met de media-aandacht? Het benadrukken van de motieven, de relevantie van die moord verantwoordt de brede maatschappelijke weerklank, maar het menselijke aspect verdient dit niet. Hoe kan media-aandacht enerzijds zo’n groot verdriet vertalen? En anderzijds, waarin is ons verdriet zoveel belangrijker? Is de pijn van het verlies niet even onmetelijk bij elk kindje dat sterft? Bij ziekte, ongeval of door onmenselijke armoede en oorlog? Wat is de impact van het publieke gebeuren, de aandacht van de media? Hiermee leren omgaan, ook het ‘icooneffect’ van het gebeuren leren aanvaarden, ontdekken hoe belangrijk de solidariteit en het meevoelen van je omgeving is en hoe steun van anderen, steun geven aan elkaar de weg opent naar op-

8


nieuw gelukkig zijn, is misschien de hoofdreden om dit onbetamelijk gebaar te stellen: een dagboek laten lezen. Antwerpen, januari 2008

9


De smaak van tranen Een verhaal van pijn en moed


‘Mama, er is iets verschrikkelijks gebeurd…’ Met dit zinnetje, de matte stem van Laurence aan de telefoon, begint op donderdag 11 mei 2006 een ander leven. Pijn die nooit meer overgaat. Verlies wat nooit goed kan worden gemaakt. Het zal wennen, maar het zal nooit genezen. ‘Mama, er is iets verschrikkelijks gebeurd…’ Een stem, zo rustig, zo ontdaan. Een stem die sprak, maar niet leefde. ‘Mama, er is iets verschrikkelijks gebeurd…’ ‘Wat?’ ‘Een gek heeft op Luna en N’Douye geschoten.’ ‘En wat hebben zij?’ ‘Zij zijn dood.’ ‘Een gek heeft op Luna en N’Douye geschoten.’ Een muur, een gat, een val. Maar vóór het vallen nog een grashalm zoeken, iets om zich aan vast te houden, de schok uit te stellen. Niet hoeven te weten, hopen.

13


‘Wat hebben zij?’ ‘Zij zijn dood.’ Alles verandert, wordt hol. Het is niet waar, een zinnetje uit een andere realiteit en toch… Klopt mijn hart nog? Stokt mijn adem? Waar komt de golf vandaan en waarom komen tranen zo traag? Dan volgen platitudes. ‘Waar ben je nu? Ik kom onmiddellijk.’ Dan snikken, toch begrijpen, niet echt verstaan. Ik moet weer de vergadering binnen. Hoe zegt je dat? Mijn kleindochter van twee werd met haar nan­ny op straat doodgeschoten. Als in een film, een irreële werkelijkheid. Ik speel mee en kijk ernaar. Dingen doen en zeggen die zo ver van de nieuwe werkelijkheid staan. Triviale dingen. Nog documenten verzamelen, een aanwezig­heidslijst laten tekenen. Waarom? Hoe? Is dit allemaal belangrijk? Doen. Overeind blijven. Verder. Terug naar Antwerpen. Hoe rijd ik naar huis na de schok ? Gewoon. Aandacht bij de weg.

14


Vlagen van tranen die weer wegebben. En Laurence, hoe kon zij zo gewoon klinken? Zij is sterk, heeft nog twee zonen, zal verder gaan, verder moeten. Hoe moet het met Roman, de wanhoop, alles kwijt. Zo lief, zo mooi. Ik hoor het stemmetje: ‘papa, kijk’. En trots toont zij haar nieuwe sandaaltjes. Het mooiste kindje met het mooiste kleedje kreeg de mooiste schoentjes. En iedereen was trots. Als afscheid, in de deur, dat stralende snuitje met een kusmondje. Nog wuiven, naar Nananne, die wegrijdt. Dat is voor altijd het laatste beeld van Luna. Het kleine fietsje, de eerste keer ermee buiten. In de zon. Trots, zelfzeker. Iedereen kijkt naar jou. Zeker lieve grote N’Douye. Zij liep zeker glimlachend naast je. En keek jij, voor die enge man aankwam, nog even naar haar, vragend, met verwondering? Verwondering, liefde, tederheid en steeds aanwezig, het ‘zorgen voor’, daar kon jij op rekenen en dat wist jij goed. In de rouwkapel. Schroom, angst en toch willen zien. Zij is er nog. Zij slaapt. Ze ligt in een kinderbedje, rustig, zoals enkele weken geleden in mijn logeerbedje. Hoe dikwijls heb ik in mijn leven vol vertedering naar een slapend kindje gekeken? Maar plots de wanhoop, grote golven verdriet, het snik-

15


ken niet te stoppen. Ze ligt zo echt, zo mooi, zichzelf, maar roerloos, ze ademt niet. Het zoenen van een koud gezichtje, van koude handjes brengt géén troost, wekt alleen wanhoop op. Laurence die volhardend de handjes vasthoudt, ze wil opwarmen. Roman die zichzelf eerst, misschien ons ook tracht te troosten. Zij zal nooit schoolellende kennen, echt verdriet zal haar bespaard blijven. Het deel van ons dat liefde heet kan dit begrijpen. Dit leventje was alleen mooi. Ellende blijft haar nu voor altijd bespaard. Maar verdriet is egoïstisch. Na verdriet komt gemis. Omdat al onze dromen hier eindigen. Al wat wij nog konden verwachten, al die ogenblikken van trots, al die tedere momenten. Dit heel mooie meisje, dit slim kindje, wat had ik nog veel van haar willen genieten. Hoe dikwijls had ik nog die zachte gloed van trots willen voelen als anderen vertederd naar haar keken of wanneer zij alert en wakker, ons met een nieuw kunstje kwam verrassen. Gedaan. Nooit meer lachen, zoenen, spelen. Gedaan. Is dit dan alles wat wij samen hebben gehad? Twee en een half jaar vreugde en trots. En in dat grote bed naast je, ook rustig, ook schijnbaar onveranderd, je lieve N’Douye. Ook op die zachte bolle wang voelt mijn zoen zo kil. Dit is het moment van absolute wanhoop. Hier helpt geen vluchten. Hier ligt de werkelijkheid: zij zijn dood. Voor altijd weg bij ons. 16

Hans,  

Op 11 mei 2006 werden N'Douye en de kleine Luna in koelen bloede vermoord. De families van de dader, van de zwaar gekwetste Songül Koç, van...