Issuu on Google+

Saskia Reusens

R

hotel

endez-vous

Echte verhalen en herinneringen uit liefdeshotels

Linkeroever Uitgevers Antwerpen


Š Saskia Reusens / Linkeroever Uitgevers nv 2010 Katwilgweg 2, b-2050 Antwerpen info@linkeroeveruitgevers.be www.linkeroeveruitgevers.be Omslag Michel Belmans - Grafische Cel Antwerpen, Concentra Media nv Foto auteur JP De Smedt Zetwerk Intertext, Antwerpen isbn 978 90 5720 356 5 d 2010 / 1676 / 21 nur 450 / 130 Eerste druk april 2010 Tweede druk juni 2010 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.


I

nhoud

1 | Familie 7 2 | Overspel onder de kerktoren 13 3 | Olympische Spelen 17 4 | Kinderen niet toegelaten 23 5 | Het ronde bed 28 6 | Zoals thuiskomen 33 7 | Ga en vermenigvuldig u 40 8 | Kamer met koude douche 45 9 | Het zit in de genen 51 10 | Amen 58 11 | Een opwindende road trip 66 12 | Mijn Eric en ik 71 13 | Kamer zonder ontbijt 84 14 | Vier coupes en een fles champagne 90 15 | Seks is een werkwoord 95


16 | Was alles naar wens? 102 17 | Verboden te parkeren 107 18 | Herman, Leon, Karel, Rob en de anderen 113 19 | Onder collega’s 123 20 | Vlinders in de buik 128 21 | Liefdeslessen 135 22 | Drive-in 142 23 | Het hemd 147 24 | Déjà vu 156


-1-

F

amilie

M

ijn vriendin was vijftien en zwanger. Ik was twintig en absoluut niet voorbereid op het vaderschap. Maar ik was tot over mijn oren verliefd en wilde vooral mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen. Na enkele maanden trouwden we. Ik was ervan overtuigd dat we er ons wel doorheen zouden slaan. Onze dochter werd geboren, Steffie, een wolk van een baby. We waren trots en gooiden ons vol overgave op onze nieuwe verantwoordelijkheid. Het ging een jaartje goed, daarna begon de miserie. We moesten het rooien met één inkomen en konden de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. De verantwoordelijkheid voor een kind en ook nog eens financiële zorgen waren te zwaar om dragen op onze leeftijd. We maakten onnoemelijk veel ruzie en Steffie was voortdurend bij mijn schoonouders. Toen onze dochter drie jaar was, gingen we een eerste keer uit elkaar. Mijn vrouw ging opnieuw bij haar ouders wonen. Na een jaar besloten we de draad weer op te pikken. We

–7–


hadden er vertrouwen in dat het nu wel goed zou gaan. Ons huwelijk verliep met ups en downs, en er kwam zelfs een tweede kind. Maar hoe we ook probeerden om ons leven fatsoenlijk op de rails te krijgen, het ging van kwaad naar erger. Onze relatie zat in een zeer diep dal en ik had voor mezelf uitgemaakt dat het zo niet verder kon. Ik werkte in een fabriek, in een tweeploegenstelsel. Het was een dinsdag, 17 oktober, ik herinner het me nog haarfijn. De shift was bijna ten einde toen een jonge vrouw mijn richting uitkwam. ‘Ik kom jou aflossen.’ Ze lachte verlegen en gaf me een hand. ‘Ik heet Judith’, zei ze. ‘Lex’, stamelde ik. Meer kon ik niet uitbrengen. Van bij de eerste aanblik was ik totaal overrompeld door haar kokette verschijning. Judith was een mooie vrouw: wespentaille, schattig neusje en twee blinkers van ogen die me verlegen aankeken. Ik schatte haar halverwege de twintig. Ik moet iets zeggen, dacht ik. Want de eerste indruk is de belangrijkste. Ik probeerde na te denken en kuchte zenuwachtig. ‘Wel, euh, ik moet er maar eens vandoor.’ Een originelere openingszin kon ik op dat moment niet bedenken. ‘Succes op je eerste werkdag. En tot morgen.’ ‘Tot morgen’, lachte ze. Hagelwitte tanden. Ik draaide me om en keek recht in de spottende blik van collega René. Ik heb je wel door, zei die blik. Mijn ontmoeting met Judith zette mijn leven behoorlijk op zijn kop. De aflossing van ploeg A naar ploeg B, elke dag tussen tien voor twee en twee, vormde het hoogtepunt van de dag. Tien vluchtige minuten,

–8–


niet meer dan een paar steelse blikken en een goeiendag. Maar het was voldoende om me te laten dromen over een fijne toekomst. Met Judith. Een maand later, het traditionele jubileumfeest van de fabriek. Eén keer per jaar werden de jubilarissen in de bloemen gezet. Het feest begon in een zaal van het bedrijf en eindigde in de vroege uurtjes in de cafés in de buurt. Ik had al wat op. René kwam naar me toe en klopte me kameraadschappelijk op de schouder. ‘Wordt het niet eens tijd dat je kleur bekent?’ vroeg hij. ‘Of denk je dat ik nog niet gemerkt heb hoe jullie naar elkaar kijken? Als je je kans wilt grijpen, doe het dan nu. Ze zit in het café aan de overkant.’ Hij draaide zich naar de bar en gaf nog een rondje. In het café aan de overkant was het een drukte van jewelste. Flarden schlagermuziek dreven de straat op. Ik ging naar binnen en bleef bij de bar staan. Judith stond in het midden van een wriemelende massa. Ze had me direct opgemerkt en baande zich een weg naar mij. Ze keek me in de ogen en vloog me om de hals. Zonder woorden. Duidelijker kon haar liefdesbekentenis niet zijn. We hebben gedronken en gedanst. Daar is het die avond bij gebleven. De vrijdag na het feest was de eerste keer dat we afspraken. Op vrijdag werkte Judith maar tot zes uur. Haar man werkte in ploegendienst, op vrijdag betekende dat tot tien uur. Plaats van afspraak was een brasserie in het centrum van de stad. De keuze voor dit etablissement lag voor de hand: de kans dat we er nieuwsgie-

–9–


rige collega’s zouden tegenkomen was zeer klein. De brasserie werd onze vaste afspraakplek. We dronken koffietjes en praatten over onze huwelijksproblemen. Urenlang. We hadden nauwelijks gekust, maar waren duidelijk en eerlijk over onze gevoelens voor elkaar. Wat hier groeide, was allesbehalve een vrijblijvend avontuurtje. We bespraken wat onze volgende stap zou zijn en hoe we het zouden aanpakken. Er gingen enkele weken voorbij. Ik werd een beetje ongerust. Hopelijk blijft het niet bij koffietjes drinken, dacht ik. Maar stel dat…? Waar moesten we dan naartoe? Ik besloot Rudy, een collega, in vertrouwen te nemen. Het was een goed bewaard geheim dat hij een verhouding had met Rita van de avondploeg. Rudy adviseerde me een rendez-voushotelletje in de buurt van het werk. Bij ons volgende afspraakje reed ik naar het bewuste adres. Ik had vooraf niks tegen Judith gezegd, want ik wilde haar niet onder druk zetten. Ik reed de privéparking van het hotel in. ‘Wat doe je nu?’ vroeg Judith. ‘Dit is een rendez-voushotel. Hier kun je voor een paar uurtjes een kamer huren. Als je er klaar voor bent en het echt wilt, zullen we hier samen eens naartoe komen. Maar niet nu.’ Ik verliet de parking weer en reed regelrecht naar onze vertrouwde brasserie. Judith zei niet nee en niet ja. Maar de volgende dag hakte ze de knoop wel door: ‘Ik wil volgende week heel graag met jou naar dat hotel.’

– 10 –


Ik reed mijn auto in de parkeergarage. Het licht floepte aan. We stapten uit en liepen naar een deur. Een norse, oude vrouw snauwde: ‘Hoe lang?’ ‘Kort verblijf ’, antwoordde ik zelfverzekerd. Ik had mijn les goed geleerd. Ze gaf ons een grote sleutel met daaraan een plankje met een nummer. ‘Nummer twaalf, eerste verdieping’, katte ze. We gingen de grote draaitrap op, vuistdik bekleed met bordeaux tapijt. Het was een oud gebouw, maar wel gezellig en warm. De kamer was sober en netjes. Er stond alleen maar een bed, en in de aanpalende kleine badkamer een ligbad. ‘Hier zijn we dan’, zei ik enigszins overbodig. We begonnen te lachen. Zenuwen. Het idee dat in al die andere kamers koppels aan het fitnessen waren, werkte op onze lachspieren. We kleedden ons uit en gaven ons hartstochtelijk over aan de liefde. We waren zo’n tien minuten van de wereld toen we plots werden opgeschrikt door een vlijmscherp geluid. Het ging door merg en been. Slecht voor onze concentratie, en ook voor die van de andere hotelbezoekers, vrees ik. Het geluid hield ongeveer dertig seconden aan, stopte even en begon weer. Het ergste was: ik kende dat geluid, heel goed zelfs. Het was het alarm van mijn auto. Blijkbaar was ik vergeten het knopje af te zetten. Het alarmknopje reageerde op licht, en elke keer als een auto de garage in- of uitreed, floepte het licht aan en begon mijn alarm te loeien. Zo werd de aandacht wel héél erg op het komen en gaan van de gasten gevestigd. Ik bedacht dat de norse vrouw zo dadelijk op onze kamerdeur zou komen kloppen. Dat ze natuurlijk niet kon weten dat het mijn auto was, realiseerde ik me pas later. ‘Ik moet naar

– 11 –


beneden’, zei ik gejaagd. Zeer tegen mijn zin sprong ik het bed uit en trok in ijltempo mijn broek en mijn hemd aan. ‘Ben zo terug.’ Met mijn autosleutel in de aanslag rende ik de trap af. De arme vrouw aan het onthaal was haast gek geworden van het geluid. Ze zag mij, ze zag mijn autosleutel en ze ontplofte bijna. ‘Zet dat alarm af !’ krijste ze. ‘Het is niet te harden!’ Ik liep de garage in en het licht floepte aan. Weer ging mijn alarm af. Ik klikte met mijn sleutel en het lawaai verstomde. Ik liet mijn arm langzaam zakken en staarde vol ongeloof naar de wagen naast de mijne. Een kwartiertje geleden stond hij er nog niet. Ik herkende het model meteen. Voor alle zekerheid keek ik nog eens naar de nummerplaat. Ik droomde niet. Broederlijk naast mijn auto geparkeerd, stond de auto… van mijn broer.

– 12 –


Hotel Rendez-vous