__MAIN_TEXT__

Page 1

de laatste khan


Karel Michiels

De laatste Khan Tussen Rambo en monnik

Houtekiet Antwerpen / Amsterdam


© Karel Michiels / Houtekiet / Linkeroever Uitgevers nv 2009 Houtekiet, Katwilgweg 2 bus 3, b-2050 Antwerpen info@houtekiet.com www.houtekiet.com

Omslag Jan Hendrickx Foto omslag © archief Dschero Khan Foto’s binnenwerk © archief Dschero Khan p.42 www.nedschip.nl p.44 en 58 uit C.A. Heshusius: Het knil van Tempo Doeloe, De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1988 p.51 en 59 uit S.A. Lapré: Het Andjing Nica Bataljon in Nederlands-Indië 1945-1950, S.A. Lapré 1987-1994 p.60 en 94 uit Pierre Heijboer: Klamboes Klewangs Klapperbomen Unieboek, Houten, 1977-1987 Zetwerk Intertext, Antwerpen isbn 978 90 8924 068 2 d 2009 4765 36 nur 681 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.


INHOUD

1 | « We durfden uw naam niet ademen. » 9 2 | Welkom in het koninkrijk van Dschero Khan 13 3 | « Ik heb dezelfde gruwel in mij opgenomen als Djenghis Khan. » 17 4 | « Ik was voorbestemd om koning te worden. » 33 5 | « Hij kookte het mensenvlees en deed er wat gras bij. » 37 6 | « Die mensen werden de hele tijd geslagen en mishandeld. » 43 7 | « Ik griste het zwaard uit zijn handen en hakte hem de kop af. » 49 8 | « De monniken hebben mij opgeleid tot een vechtmachine. » 53 9 | « Daar is een vent die vecht als een propeller. » 67 10 | « Het ergste was Stinking Hill, een berg vol lijken. » 75 11 | Het andere China 83 12 | Twee dagen in Saigon 89 13 | « O, wat was ik een doerak! » 93 14 | Black Power 101 15 | Tunnelrat 105 16 | De vechtende monnik 113


17 | « Ik heb de onderwereld van Arnhem schoon gevaagd. » 119 18 | « We wisten dat hij top was maar een magiër hadden we niet verwacht. » 133 19 | De beste soldaten van de wereld 139 20 | Huurling aan de goede kant? 147 21 | Made in Taiwan 155 22 | Terug naar Mongolië 163 23 | Levenswerk 177 24 | De Weg 189 Literatuurlijst 205


Opgedragen aan de sippe van Dschero Khan Prinses Eleonore, verweven in mijn bloed Piwuan, mijn schat en universele moeder Dagmar, de goede fee Dzjamilia, rond om mij heen Alle kempoka’s in heel de wereld


1 « We durfden uw naam niet ademen. » (Ulaanbaatar, Mongolië 1991)

‘H

ij is het,’ zei Dashiin Byambasuren. President Punsalmaagiin Ochirbat had hem opdracht gegeven om de stamboom van Dschero Khan te onderzoeken. Van die taak had de eerste minister zich met verve gekweten. Dschero’s vader had nog tot 1952 geleefd, zo was gebleken. Zijn pijl en boog, teruggevonden door jagers, kreeg Dschero als geschenk mee naar huis. Een oude monnik herinnerde zich Dschero nog als kind. Een enkel vergeeld document bevestigde de familiegeschiedenis maar ook een dossier van de kgb, de gevreesde communistische inlichtingendienst. Het waren de medische en genetische tests die de laatste twijfels wegnamen. Dschero heeft de zeldzame bloedgroep AB resus D positief, en ook zijn dna-profiel stemt overeen met dat van de oorspronkelijke Borjigins, de nobele clan van Djenghis Khan. Toen de eerste minister zijn conclusie bekend maakte, voelde Dschero zich voor het eerst in zijn leven een echte Khan. Hij had altijd geweten van wie hij afstamde. Hij had het krijgersbloed van zijn roemruchte voorvader een leven lang de vrije loop gelaten. Maar pas toen hij 63 was, kreeg Dschero zekerheid. Hij moest daarvoor


10

de l aatste khan

terug naar Mongolië, het land dat hij als kind ontvlucht was, ooit een wereldrijk maar in 1991, na 75 jaar communistische dictatuur, een natie op de bodem van het bestaan. Djenghis Khan was al die tijd taboe geweest in Mongolië, door de communisten gedegradeerd van historische held tot reactionaire mythe. Stalin liet over de grootste Mongool aller tijden een ontluisterende biografie publiceren. In 1962 leidde de oprichting van een monument in Djenghis Khans geboorteplaats en de uitgave van een herdenkingspostzegel tot officieel protest van de Sovjet-Unie. De Mongoolse partijfunctionaris die het project had uitgewerkt, werd ontslagen, veroordeeld en met een bijl ter dood gebracht. Maar de grote krijger was niet vergeten. Toen de glasnost (hervormingen) en perestrojka (openheid) van Michaïl Gorbatsjov eind jaren ’80 in zowat alle Sovjetrepublieken en Oostbloklanden grote, spontane protestbewegingen op gang brachten, ontwaakten ook de Mongolen, als na een veel te lange winterslaap. De rockband Hongk zorgde voor de soundtrack, met songs over vrijheid en democratie. De muziek werd ondergronds verspreid op cassettes. In december 1989 liet Hongk tijdens een show in de hoofdstad Ulaanbaatar een groot portret van Djenghis Khan op het podium neerdalen, en bezong hem in een nieuw lied.

‘Vergeef ons dat we uw naam niet durfden ademen. Hoewel er duizenden beelden zijn, toch geen enkel van u. We bewonderden u in ons hart maar durfden uw naam niet ademen.’ Plots was Djenghis Khan back in town. De ‘vader van het volk’, de nationale held van de Mongolen, de grootste veroveraar uit de geschiedenis van de mensheid, gaf zijn naam aan straten en gebouwen. Zijn beeltenis verscheen op bierflesjes, snoepgoed en bankbiljetten. De eerste standbeelden werden uitgehouwen. En dan verschijnt Dschero Khan op het toneel. Een Nederlander die ook een Chinees paspoort heeft, en een Amerikaans. Een man die zegt dat hij in negen oorlogen heeft gevochten, dat hij een meester is in de martial arts, maar bovenal: dat hij een rechtstreekse afstammeling is van Djenghis Khan.


tussen rambo en monnik

11

Dschero is niet de enige die dat beweert. Genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat ongeveer acht procent van de Aziatische mannen (0,5% van alle mannen in de wereld) in meer of mindere mate verwant is met Djenghis Khan, die naar eigen zeggen meer dan duizend vrouwen ‘gekend’ heeft in zijn leven. De familienaam Khan is in sommige Aziatische landen even doordeweeks als Janssen in België en Nederland, of Johnson in de Angelsaksische landen. Tataarse, Russische en Georgische vorsten hebben zich gedurende eeuwen op hun Mongoolse stamboom beroepen. De Moghols beheersten tot diep in de 19de eeuw grote delen van India. Maar Dschero is niet zomaar een Khan. Hij werd in 1928 geboren in Khentii, de noordelijke Mongoolse provincie waar de mannen hun haar in een staartje dragen en op Hawaïanen lijken, ook het thuisland van Djenghis Khan. Zijn vader heette Ghaynuur Khan, een naam die duidt op een heel precieze afkomst: het koninklijke geslacht van de Borjigin. Maar het meest overtuigende, zij het niet aantoonbare bewijs van Dschero’s bloedverwantschap met Djenghis Khan is zijn natuur van onoverwinnelijke krijger. Hij heeft geleefd als een wild dier. Hij kent maar één wet: doden of gedood worden. Hij sterft liever dan dat hij een gevecht zou verliezen. Hij kent geen angst voor de dood. De dood bestaat niet. Het is een verandering. De energie leeft door. In Dschero leeft de energie van Djenghis Khan. Dschero had de bevindingen van de historicus niet nodig om zeker te zijn. Toen hij in het oude koninklijke paleis plaats nam op de troon, wist hij dat hij daar als kind ook al gezeten had. Toen hij in zijn geboorteplaats de armen ten hemel hief, voelde hij de aanwezigheid van zijn voorouders. Toen de Mongolen hem zagen, kropen ze voor hem door het stof. Dschero Khan had de nieuwe koning van Mongolië kunnen worden, de lang verwachte opvolger van Djenghis Khan, de leider die het land in zijn oude glorie zou herstellen. Maar hij is teruggekeerd naar Nederland, naar zijn huis in Horst. Hij voelde zich al lang geen Mongool meer maar wereldburger. Aan koningen en keizers had hij een hekel, laat staan dat hij er zelf een zou worden. Voor de kick hoefde hij het niet meer te doen. Dschero Khan heeft in zijn leven genoeg actie en avontuur beleefd voor een


12

de l aatste khan

heel leger. In de tweede helft van de 20ste eeuw zwierf hij rond op alle grote slagvelden maar ook in de coulissen van de macht. Hij beweert zelf dat hij een miljoen mensen heeft opgevoed, opgeleid, getraind en geïnspireerd, veel meer dan hij er in Mongolië ooit zou kunnen bereiken, zelfs als koning. Het is het bloed van Djenghis Khan dat Dschero zoveel levenskracht heeft gegeven, dat hem tot een van de grootste krijgers van zijn tijd maakte, dat kroop waar het niet gaan kon. Dschero Khan is niet de eerste de beste Khan, niet een van de vele tientallen miljoenen Khans in Azië en ver daarbuiten, geen Khan van dertien in een dozijn. Hij is het echt, de laatste Khan.

Profile for Uitgeverij Houtekiet

De laatste Khan  

Prins Ganyuurin Dschero Khan (1928) stamt af van Djenghis Khan, de legendarische Mongoolse vorst en wereldheerser. Hij heeft gestreden in ne...

De laatste Khan  

Prins Ganyuurin Dschero Khan (1928) stamt af van Djenghis Khan, de legendarische Mongoolse vorst en wereldheerser. Hij heeft gestreden in ne...

Advertisement