Page 7

In een ingeving draaide Hamer opnieuw het verkeerde nummer. Haar stem had zo vrolijk geklonken en zo uitdagend, zo zelfverzekerd, zo helder en zo geil, dat hij zich inbeeldde dat hij een halve minuut met de vrouw van zijn leven had gesproken. Het enige wat hij moest doen was zachtjes de telefoonlijn inhalen en haar vangen. ‘Hallo, met Brenda.’ Exact dezelfde klank als de eerste keer, dacht Hamer teleurgesteld. De hoer. Hij hoorde zich zijn excuses stamelen. Hoe handig speelde hij de onhandige. En zij, in haar benauwende rijtjeshuis, gokte hij, naast het droogrek met het wasgoed (versleten witte slipjes, ongetwijfeld) en op de salontafel het jongste nummer van de Dag Allemaal, speelde zijn eeuwige steekspel mee. ‘Jij weer? Heb je je opnieuw vergist?’ ‘Het zou een zonde zijn,’ zei Hamer, de literator, de schrijver. Wie maakte er een kans tegen zijn praatjes? ‘Een zonde tegen het leven als we elkaar niet zouden ontmoeten.’ ‘Waarom?’ Het was de enige goede vraag. Omdat ik je wil kussen, met je verbaasde ogen. Omdat ik je onbekende borsten wil voelen, je ongeziene dijen. Omdat ik je wil horen klaarkomen en dan weer bij je weg wil gaan, letterlijk als een dief in de nacht. De dief van je hart. Omdat ik mij verveel. ‘Omdat ik nieuwsgierig naar je ben geworden. Ik geloof in

7

Een ijskoud gerecht  

Thomas Breens had gezworen zich niet meer in te laten met de belachelijke tribulaties van zijn geboorteland. In zijn Normandische chambre d’...

Een ijskoud gerecht  

Thomas Breens had gezworen zich niet meer in te laten met de belachelijke tribulaties van zijn geboorteland. In zijn Normandische chambre d’...

Advertisement