__MAIN_TEXT__

Page 1

13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 1

13.


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 2

roman


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 3

Renate Breuer


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 4


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 5

‘What a strange world it is where you can have as much sex as you like but love is taboo.’ Jeanette Winterson (The PowerBook)


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 6


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 7

Voorzichtig baant Lou zich een weg tussen de ogenschijnlijk gestaakte wegenwerken. Moest ze niet beter weten, zou ze zich in oorlogsgebied wanen. Als gapende wonden kijken de gaten in de opgebroken straat haar verwijtend aan, en de machines die her en der verlaten op het terrein staan, zouden met een beetje fantasie kunnen doorgaan voor tanks of andere oorlogsvoertuigen. Lou heeft haar handen vol om niet onderuit te gaan op de bevroren grond die nergens egaal is, en wanneer ze uiteindelijk de juiste voordeur heeft gevonden, slaat de twijfel toe. Niet in het minst omdat ze geen idee heeft wat ze kan verwachten. Omdat het te koud is om te lang stil te blijven staan, drukt ze op de bel. ‘Hallo?’ Een krakende vrouwenstem. Lou drukt haar mond zo dicht mogelijk tegen de intercom. ‘Euh... hallo. Is dit het appartement van Oskar?’ ‘Wie is dit?’ ‘Lou.’ ‘Wie?’ ‘Lou!’ roept Lou tegen het kleine kastje. Net als ze denkt dat de deur hermetisch gesloten zal blijven, hoort ze een zoemer klinken en springt het slot open met een droge klik. Boven wordt ze opgewacht door een blonde vrouw. Het is een vrouw die de meeste mannen als mooi zouden omschrijven maar van wie vrouwen zouden zeggen dat ze er een tikkeltje ordinair uitziet, deels uit afgunst over haar schoonheid, deels omdat het waar is. Wat Lou vooral opvalt, is iets in de ogen van de vrouw dat het midden houdt tussen een latente vijandigheid en een uitdagende hardheid. Alsof ze verwacht ieder moment te worden aangevallen en zich dan als een wilde kat zal verdedigen. Ze ziet er sowieso uit alsof ze al een zware dag achter de rug heeft want haar mascara is uitgelopen en haar lippenstift zit uitgesmeerd buiten de contouren van haar welgevormde lippen. ‘Dus Lou is een vrouw,’ zegt ze en neemt Lou argwanend op. Hoewel haar uitspraak foutloos is, meent Lou een licht accent te bespeuren dat ze niet meteen kan thuisbrengen. 7


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 8

‘Ja, dat geloof ik wel,’ probeert Lou met een flauw grapje dat verder geen effect sorteert. ‘En u bent?’ voegt ze er aan toe. ‘Svetlana.’ Lou kijkt Svetlana verbaasd aan. ‘Svetlana,’ herhaalt ze bedachtzaam. ‘Kennen wij elkaar misschien?’ De vijandigheid in de ogen van de blonde vrouw wordt er niet minder op en sijpelt nu ook door in haar stem. ‘Nee, dat niet. Maar Oskar heeft over je verteld. Jij bent toch de vrouw over wie hij een boek schrijft?’ Wijselijk voegt Lou hier niet aan toe dat Oskar haar ook heeft verteld dat het boek voornamelijk over het ongewone beroep van Svetlana zal gaan. ‘Dat ook. En jij komt voor Oskar?’ vraagt Svetlana koeltjes. ‘Ja, maar ik wist niet dat hij bezoek had.’ Opnieuw een flikkering in de ogen van Svetlana die Lou koude rillingen bezorgt. ‘Oskar is niet thuis. Ik ben alleen vanavond. Nou ja, alleen met Lodewijk.’ ‘Lodewijk?’ ‘Lodewijk is zijn hond.’ Svetlana zegt het met een triomfantelijk ondertoontje en Lou krijgt het idee dat het in haar nadeel speelt dat ze de hond van Oskar niet kent. Ook vraagt ze zich af waarom Svetlana bij Oskar op bezoek is terwijl hij zelf helemaal niet thuis is. ‘Oskar is er niet,’ herhaalt Svetlana nog een keer en op dat moment begrijpt Lou dat deze merkwaardige situatie geen toeval kan zijn. Lou gelooft niet in toeval. ‘Misschien kom ik in dat geval wel voor jou,’ zegt ze zonder een spoortje ironie. Nu is het Svetlana die verbaasd haar wenkbrauwen optrekt. ‘Voor mij? Waarom?’ ‘Dat weet ik nog niet.’ Eerder beduusd doet Svetlana de voordeur verder open zodat Lou 8


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 9

naar binnen kan lopen. Onderweg naar de woonkamer zit een teckel haar nieuwsgierig op te nemen. ‘Dag Lodewijk,’ zegt Lou en aait even over zijn kop. ‘Hij houdt niet van vreemde mensen,’ waarschuwt Svetlana die achter Lou aanloopt. Maar Lodewijk geeft de hand van de vrouw die hij voor het eerst in zijn leven ziet een liefdevol likje. Kort daarna zitten de vrouwen onwennig tegenover elkaar aan de eettafel, die een groot gedeelte van de volgepropte woonkamer in beslag neemt. ‘Wil je een glas wijn?’ vraagt Svetlana die ineens een stuk minder zeker van haar stuk lijkt. ‘Graag,’ zegt Lou en kijkt toe hoe Svetlana haar weg uitstekend vindt in het appartement van Oskar. Zodra de glazen zijn ingeschonken en Lodewijk zich tevreden aan de voeten van Lou heeft genesteld, opent Lou het gesprek omdat ze vermoedt dat dat van haar wordt verwacht. Tenslotte is zij onverwacht komen aanwaaien en lijkt ze zich nu in de rol van indringer te bevinden. ‘Ik had niet echt afgesproken met Oskar, vandaar dat ik niet wist of ik hem hier zou aantreffen,’ begint ze, terwijl ze Svetlana nauwlettend in de gaten houdt. Die heeft zich blijkbaar herpakt tijdens het inschenken van de wijn, want de eerdere vijandigheid die daarna omsloeg in onzekere verbazing zijn nergens meer te bespeuren in de ongenaakbare sfinx die nu tegenover Lou heeft plaats genomen. ‘Eerlijk gezegd maakte ik me een beetje zorgen.’ ‘Zorgen om Oskar?’ repliceert de sfinx bitsig. ‘Volgens mij gaat het prima met Oskar. En met ons ook trouwens.’ Bij het woordje ‘ons’ krimpt het hart van Lou even pijnlijk ineen en ze krijgt het gevoel dat ze zich gevaarlijk ver op vijandelijk terrein heeft begeven. Tegelijkertijd beseft ze dat het nu rijkelijk te laat is om huiswaarts te keren en te doen alsof deze ontmoeting nooit heeft plaats gevonden. ‘Ons?’ ‘Ja, Oskar en ik wonen nu samen. En het gaat heel goed kan ik wel zeggen. En hoe ken jij hem? Hij heeft het nog nooit over jou gehad.’ Het leidt geen twijfel dat Svetlana verbeten bezig is haar territori9


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 10

um te verdedigen. En ook al bestaat de kans dat ze daarbij de waarheid geweld aan doet, toch kan Lou moeilijk om het feit heen dat de vrouw daadwerkelijk in het appartement van Oskar verblijft. Met een slok wijn probeert Lou het akelig gevoel in haar borstkas weg te spoelen en ze besluit dat ze niet naar huis zal keren voor ze weet in welke situatie ze zich bevindt. Als er iets primeert in het leven van Lou is dat de zoektocht naar waarheid, zelfs als die waarheid haar onherroepelijk zal raken waar het het meeste pijn doet. ‘Ik heb hem leren kennen als mijn model. Ik schilder en Oskar heeft voor mij geposeerd.’ ‘Ah,’ zegt Svetlana, die van sfinx plots opnieuw transformeert in het katachtige wezen van vlees en bloed dat een kansloze prooi ruikt. ‘Jij bent die labiele kunstenares. Daar heeft Oskar wel eens iets over gezegd. Alleen wist ik niet hoe jij heette.’ ‘Nou,’ zegt Lou in een poging zich niet te laten intimideren. ‘Dat ben ik dus.’ Op dat moment knort Lodewijk even tevreden in zijn slaap en schurkt zich nog dichter tegen de lange benen van Lou. ‘Maar verder hebben jullie toch niks met elkaar te maken?’ De bloeddorstige kat maakt opnieuw plaats voor een onzeker meisje. Lou heeft nog nooit iemand ontmoet die zo snel van gedaante kan veranderen en ze weegt voorzichtig af wat ze gaat zeggen. ‘Goh,’ begint ze aarzelend. ‘Ik kan niet beweren dat die band duidelijk gedefinieerd is maar net daarom ben ik hier vanavond. En net daarom denk ik dat het goed is dat wij vandaag een gezicht voor elkaar krijgen. Dat moest blijkbaar zo zijn.’ Svetlana kijkt Lou niet begrijpend aan. Aan alles valt af te lezen dat zij helemaal niet zo gelukkig is met deze ontmoeting. Ze drinkt dan ook gulzig door en vult de glazen opnieuw tot de rand, ook al is dat van Lou nog voor meer dan de helft gevuld. ‘Ik ben blij,’ vervolgt Lou. ‘Dat we hier samen zitten. Het kan alleen maar bijdragen tot een oplossing.’ ‘Een oplossing van wat?’ Svetlana is duidelijk niet van plan meer terrein weg te geven dan strikt noodzakelijk. 10


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 11

‘Nou, van deze hele situatie.’ Nadat ze nog een half glas naar binnen heeft gewerkt, steekt Svetlana een sigaret op. ‘Lou, ik dacht trouwens echt dat dat eerder een mannennaam was, eerlijk gezegd snap ik niet dat deze situatie een oplossing nodig heeft of wat jij daarmee te maken zou hebben. Oskar zei me gisteren nog hoe blij hij is dat ik er ben en dat ik structuur geef aan zijn leven. Door mij kan hij eindelijk weer schrijven.’ Lou steekt ook een sigaret op, opgelucht dat er nog plaatsen zijn waar gewoon gerookt mag worden wanneer een penibele situatie daar om vraagt. ‘Dus ik snap niet wat je hier eigenlijk komt doen,’ zegt Svetlana terwijl ze driftig de as van haar sigaret tikt. ‘Ik maak me zorgen om Oskar en verder wil ik zelf ook graag weten waar ik sta,’ zegt Lou behoedzaam. ‘Oskar is in goede handen. En zoals ik al zei, hij heeft het nooit over jou.’ Lou weegt opnieuw af wat ze gaat zeggen. Het ziet er niet naar uit dat Svetlana voorstander is van een open gesprek, en dat ze mogelijke concurrentie kost wat kost zal proberen uitschakelen waarbij ze geen enkel wapen zal schuwen. Het enige wapen dat Lou in handen heeft, is de waarheid. ‘Oskar en ik... Nog niet zo lang geleden heb ik beslist dat ik hem niet meer wilde zien.’ ‘Wanneer was dat?’ Gespannen schenkt Svetlana nog eens wijn bij. ‘Dat zal een paar weken geleden geweest zijn. Eerst biechtte hij op dat hij verliefd op me was maar meteen daarna veranderde hij volledig. Van het ene op het andere moment. Hij deed me pijn en daarom ben ik toen weggegaan.’ Nadat ze woest van haar sigaret trekt, zegt Svetlana: ‘Dat lijkt me sterk, een paar weken geleden. Oskar en ik woonden toen al lang samen.’ ‘Hoe dan ook,’ gaat Lou verder. ‘Sindsdien laat hij me niet meer met rust en krijg ik de meest bizarre mailtjes van hem. Daarom begon ik me zorgen te maken.’ 11


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 12

‘Wat voor mailtjes?’ ‘Dat hij er spijt van heeft en mij moet zien. Maar ook dat hij erg in de war is en dat jij problemen hebt waar hij je eerst mee moet helpen.’ Svetlana druk haar sigaret uit alsof de peuk een akelig insect is dat ze wil vermorzelen. ‘Dus dàt kom jij hier doen. Je wil Oskar voor jezelf. Als je maar niet denkt dat je dat gaat lukken.’ De ogen van Svetlana schieten vuur. ‘Daarvoor zit ik hier niet.’ ‘O nee?’ bijt Svetlana. ‘En wat kom je hier dan wel doen? Alles wat wij hebben kapotmaken?’ ‘Ik wil de waarheid weten,’ houdt Lou vol. Svetlana lacht schamper en neemt een nieuwe sigaret. De peuk die ze net heeft verpletterd smeult nog na in de asbak. ‘De waarheid. De waarheid is dit: het gaat hier goed en wij zitten allebei niet te wachten tot jij even alles overhoop komt halen. En ik geef Oskar niet op, zeker niet voor een labiele kunstenares.’ Bedachtzaam neemt Lou een slokje wijn. Het is wel duidelijk dat ze toch een beetje op haar woorden zal moeten passen wil ze voorkomen dat de herrezen sfinx de klauwen daadwerkelijk in haar vlees zal zetten. ‘Ik ben hier niet om iemand van je af te pakken, Svetlana. Ik wil gewoon weten wat er aan de hand is. Dat is alles.’ ‘Dat is dan duidelijk.’ Lou vindt er niets duidelijks aan en gaat toch nog een stapje verder. ‘Ik kan alleen maar hopen dat Oskar er dan hetzelfde over denkt. Het vervelende is dat het enige dat hij ooit over jou verteld heeft, is dat hij een boek schrijft over je leven.’ Svetlana snuift. ‘En dat je in de problemen zit en hij je moet helpen.’ Svetlana snuift nog eens. Daarna ziet Lou voor het eerst een zekere zachtheid in de amandelvormige ogen verschijnen die haar aankijken als een klein bang meisje. 12


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 13

‘Is dat alles wat hij over mij zegt?’ vraagt ze. ‘Ja,’ zegt Lou eerlijk. ‘Hij stuurde mij gisteren een berichtje om te zeggen dat hij mij nodig heeft.’ ‘Mij ook. Vannacht nog.’ Svetlana heeft haar gsm al in haar hand genomen alsof ze van plan was om het berichtje aan Lou te laten zien, als bewijs. Maar midden in haar beweging laat ze de hand met het mobieltje op tafel zakken en kijkt ze Lou verdrietig aan. Voor haar ogen ziet Lou het laatste restje van geveinsde zelfzekerheid aan diggelen gaan. ‘Soms ken ik hem ineens niet meer,’ zegt Svetlana met zachte stem. ‘Wordt hij een vreemde en zegt hij onaardige dingen, onrespectvol. En vaak weet ik niet zeker waar hij eigenlijk zit overdag. Alsof hij dingen doet die ik niet mag weten.’ Lou voelt een vorm van mededogen voor de jonge vrouw die eindelijk haar ware gezicht laat zien, en tegelijkertijd wordt ze onpasselijk van haar vermoedens die werkelijkheid dreigen te worden. ‘Misschien is het beter dat ik ga voor Oskar thuiskomt,’ zegt ze. Svetlana pakt een slok wijn die te groot is om gezond te zijn en denkt dan even na. ‘Nee, blijf. Ik wil dat je blijft en dat we samen op hem wachten. Voor middernacht komt hij meestal wel thuis. En dan mag hij de waarheid aan ons beiden vertellen.’ ‘Weet je dat zeker?’ vraagt Lou. ‘Ja. Er is wijn genoeg.’

13


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 14


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 15

Opgeschrikt door een onbekend geluid deed Oskar zijn ogen open. Te veel licht zond te snel signalen naar zijn brein en zo snel mogelijk sloot hij ze weer. Het is beter de dag zo rustig mogelijk te beginnen, had Gertrude gezegd en met gesloten ogen probeerde hij de oorsprong van het geluid te achterhalen. Dit waren geen ochtendgeluiden zoals hij ze gewend was en gewoonlijk werd hij niet wakker van de tram of auto’s die afremden en weer optrokken. Die gebruikelijke geluiden ontbraken deze ochtend trouwens volledig en leken plaats gemaakt te hebben voor nieuwe klanken die hij niet kon thuisbrengen. Hoewel hij vermoedde dat hij, zoals iedere ochtend, alleen in zijn eigen bed lag, stelde hij zich voor dat hij gisteren een wilde nacht beleefde. Een buitensporig avontuur waarbij hij in het bed was beland van een exotische schone die nu eitjes voor hem stond te bakken maar nogal luidruchtig met de pan in de weer was. Oskar voelde een lichte erectie onder de lakens en overwoog even om daar iets mee aan te vangen zonder zijn ogen te openen, in een slaapkamer die hem vreemd was. Maar hoewel hij het idee zelf vrij opwindend vond, werd hij toch al een beetje moe bij de gedachte en beloofde hij zichzelf deze ochtenddroom een volgende keer af te maken. Opnieuw hoorde hij een daverend geluid dat hem in de verste verte niet bekend voorkwam maar een pan was het in ieder geval niet. Het waren ferme dreunen die van buiten leken te komen en deze keer hoorde hij niet enkel lawaai maar leek ook het bed te bewegen. Een aardbeving! Was hij misschien toch niet thuis maar in een ver oord waar zich, net nu hij er was, een natuurramp voltrok? Voorzichtig deed hij z’n ogen opnieuw open en tuurde nu eerst door zijn wimpers om aan het licht te wennen. Hij herkende de verschoten rode gordijnen van zijn slaapkamer die een straal zonlicht doorlieten door een opening waar hij ze niet goed gesloten had, recht op zijn gezicht. Een beetje teleurgesteld dat het er niet naar uitzag dat een natuurramp zijn dag tot een memorabele status zou verheffen, kwam hij overeind om de gordijnen beter te sluiten en vloekte toen zijn hersens bonzend protesteerden tegen deze actie. Meteen daarna struikelde hij over de lege whiskyfles die als stille getuige naast zijn bed lag en vaag herin15


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 16

nerde hij zich weer het soldaat maken van de fles de avond voordien. Voor hij de gordijnen resoluut over elkaar trok, gluurde hij even naar buiten en zag grote machines en mannetjes druk in de weer in de smalle straat beneden. Minstens de helft van die straat lag opgebroken en zo te zien waren de mannen met hun machines nog lang niet klaar met de andere helft. Oskar herinnerde zich vaag aangekondigde wegenwerken en vloekte nog eens hardop omdat dit betekende dat hij de komende tijd elke dag op deze manier zou worden gewekt, op hetzelfde onmenselijk uur. Hij kroop weer in bed en dacht opnieuw aan de woorden van Gertrude terwijl hij het gedreun probeerde te negeren. Eerst rustig ontwaken en niet meteen opstaan, had Gertrude gezegd, dat was belangrijk voor de oefening die hij vanaf nu elke dag van haar moest doen. Krampachtig probeerde Oskar het trillen van zijn bed te vergeten en zich te concentreren op zijn innerlijk. Hoe zei ze dat ook alweer? ‘Als je wil weten hoe je je werkelijk voelt, is het eerste wat je ‘s morgens moet doen je daarvan bewust worden. Als je meteen opstaat en aan de dag begint, ben je je daar niet van bewust en heb je je eigen leven niet in de hand.’ Oskar vroeg zich af of de oefening voor vandaag al om zeep was door externe factoren maar deed toch een poging. ‘Hou je ogen gesloten en denk nog niet aan de dag die komen gaat of aan die die voorbij is. Dat breekt je concentratie en je werkelijk gevoel want daar komen dan meteen allerlei emoties en gedachten bij kijken die je alleen maar belemmeren.’ Met de lippen stijf op elkaar probeerde Oskar zich te focussen op het zijn en het gevoel dat daarbij bij hem naar boven kwam. Maar hoe harder hij probeerde, hoe meer hij dacht aan de whisky van gisteren na, alweer, een vruchteloze dag achter zijn computer, aan de boodschappen die gedaan zouden moeten worden en aan de vuile was die lag te stinken in een hoek van de keuken. Wat hij vooral voelde was een gevoel van grote ontevredenheid en onrust over de dag die voorbij was en de dag die komen zou en dat leek hem duidelijk de schuld van Gertrude. In plaats dat ze zorgde dat hij een beter gevoel over zichzelf kreeg, waarvoor hij haar ook nog eens 16


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 17

rijkelijk diende te betalen, voelde hij zich nu pas echt beroerd. Als iemand die niet eens in staat was tot zijn bij het wakker worden. ‘Negatieve gedachten brengen negatieve energie’, hoorde hij Gertrude weer zeggen alsof ze zijn gedachten las zonder zelfs maar aanwezig te zijn. ‘En als het niet meteen lukt, kun je alleen maar blijven proberen tot het vanzelf gaat.’ ‘Kutzooi,’ zei hij hardop, speciaal om haar betaald te zetten voor het feit dat zij betaald werd en hij al het werk zelf moest doen. Oskar stond op en zette de lege whiskyfles bij de andere lege flessen in de keuken, die samen een kleurrijke verzameling vormden. Toen hij krabbend aan zijn kruis, waar zijn erectie inmiddels ook de moed had verloren, naar de badkamer liep, hoorde hij een harde snurk uit de woonkamer en daarna gedribbel van korte pootjes op het parket. ‘Goeiemorgen, Lodewijk’, bromde Oskar zonder de gedrongen teckel een blik waardig te keuren. Lodewijk negeerde op zijn beurt Oskar en schommelde naar zijn drinkbak in de keuken waaruit hij luidruchtig begon te slobberen. In de badkamer keek Oskar in de spiegel naar zijn verfrommelde gelaat en gooide wat water in zijn ogen. Opnieuw keek hij naar zijn spiegelbeeld en zijn gevoel van ontevredenheid breidde zich langzaam uit als een sluipend vergif. Er was een tijd dat een zwaar drinkgelag nauwelijks sporen naliet op zijn gezicht en zijn lichaam de ochtend na een braspartij fris en vrolijk uit de veren kwam, maar die tijd leek definitief voorbij. Oskar hoorde zijn longen piepen van te veel sigaretten en in zijn buik welde een onheilspellend geborrel op. Het gezicht dat ooit een zekere kracht en vastberadenheid uitstraalde, kwam hem nu vooral pafferig en laf voor. Hij kon zich niet herinneren wanneer deze metamorfose precies had plaatsgevonden en hoewel het aannemelijk leek dat het een langzaam en daarom onopgemerkt proces was geweest, schrok hij alsof zich afgelopen nacht een andere persoon meester van hem had gemaakt. Alsof nu pas tot hem doordrong dat dit geen kwestie meer was van een snel dieet en wat sport maar definitief en onherroe17


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 18

pelijk. De ontevredenheid kreeg onaangenaam gezelschap van een lichte wanhoop en Oskar boog zich wat verder naar voren om zijn gezicht nog beter te bestuderen. Ooit had hij iemand horen zeggen dat mensen pas na hun dertigste hun echte gezicht krijgen omdat hun persoonlijkheid en manier van leven zich dan pas uiterlijk beginnen te manifesteren. Was dit zijn ware gezicht? Minutieus onderzocht hij de verkreukelde wallen onder zijn ogen, de papperige wangen die hem in het beste geval een beetje aan een hamster deden denken en zijn baardstoppels die tegenwoordig een grijze in plaats van een zwarte schaduw op zijn kaken vormden. Kaken die zich ooit scherp hadden afgetekend maar die nu verloren gingen onder die verdomde hangwangen. ‘Probeer na het opstaan eens echt naar jezelf te kijken.’ Daar had je Gertrude weer. ‘Niet naar uiterlijkheden maar naar je ziel, zoals je in iemand anders zijn ogen kunt kijken. Wat zie je dan?’ Oskar probeerde de wangen en zakken uit zijn gedachten te zetten en keek in zijn eigen ogen. Hij kreeg er enkel een raar gevoel bij en wendde al snel zijn blik naar beneden af, waar die zonder pardon werd opgevangen door het weke vlees van zijn buik dat hem het zicht op zijn boxershort bijna volledig benam. Deze oefeningen werkten verdorie averechts! Alles wat hij al een hele tijd niet onder ogen had willen zien, drong zich onuitgenodigd aan hem op en in plaats dat hij met zijn innerlijk in contact kwam, besefte hij ineens dat een ambitieuze jonge reus had plaatsgemaakt voor een vadsige kerel van (bijna) middelbare leeftijd. En dat die uiterlijke manifestatie slechts een weerspiegeling was van zijn innerlijke mislukking maakte het alleen maar erger. Opnieuw keek hij in de spiegel en bleef zichzelf deze keer recht in de ogen kijken. Er moest daar toch ergens nog een sprankje branie en geestdrift te bespeuren zijn van de persoon die hij ooit dacht geweest te zijn? ‘Dag Oskar,’ zei hij tegen zijn spiegelbeeld zonder zijn ogen een moment los te laten van die in de spiegel. ‘Hoe gaat het jongen?’ Nauwlettend hield hij zijn blik in de gaten en dat hield hij zeker 18


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 19

een minuut vol. Tot de dofheid die naar hem terugstaarde hem teveel werd en zijn innerlijk opnieuw begon te borrelen, deze keer vergezeld van een plotse, hevige kramp in zijn onderbuik. ‘Godverdomme,’ zei hij tegen zichzelf. ‘Eerst schijten. Al die onzin.’ ‘Wat een ellende, hè, in de straat?’ Geïrriteerd keek Oskar opzij naar de kleine, gezette vrouw naast hem die naar hem opkeek en ondertussen een vettige haarlok achter haar linkeroor streek. Ze zag er vermoeid en afgeleefd uit hoewel ze hooguit dertig kon zijn, en bleef hem hoopvol aanstaren alsof hij iets bijzonders zou gaan zeggen dat haar dag kon goed maken. Alsof haar miserabele leven van mijn antwoord afhangt, dacht Oskar cynisch. Zijn ontevredenheid had onder de douche plaatsgemaakt voor een tot nader order ongerichte woede op zoek naar een willekeurig slachtoffer. Terwijl hij iets onverstaanbaars gromde dat op een antwoord moest lijken, richtte hij zijn blik ongeduldig op de bakkersvrouw, die vroeg of hij nog iets wenste behalve het gesneden bruin. Met gebogen hoofd liep hij na het betalen van zijn brood de winkel uit en slofte weer naar huis alsof hij duizend kilo woog. Deze dag was veel te zonnig en Oskar vervloekte de fluitende vogeltjes die vrolijk kwetterden alsof het leven een groot feest was. Opgelucht gooide hij thuis de zware voordeur achter zich in het slot, deed al zijn kleren uit behalve zijn onderbroek en begon zijn rondje door het kleine, rommelige appartement waar al in geen weken frisse lucht door had gestroomd. Als hij de ramen zou openen, zou hij die kutvogels horen en dat was slecht voor zijn concentratie. Het rondje was een deel van het ritueel dat nodig was om te kunnen schrijven, ook al leek dat de laatste maanden geen vruchten meer af te werpen. Hij trok gordijnen dicht, verlegde stapels boeken en tijdschriften, zette de computer aan en liep toen naar de keuken om koffie te maken. Met de gele, dampende mok, een asbak en zijn sigaretten liet hij zich een kwartier later zuchtend op zijn bureaustoel zakken en opende het document op zijn computer. De gordijnen hielden de hitte nauwelijks buiten en Oskar krabde aan zijn balzak die 19


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 20

tegen zijn bezwete bovenbeen plakte en daardoor begon te jeuken. Daarna staarde hij naar het lege document, 13. getiteld. Bij het verschijnen van zijn eerste boek had Oskar gedacht dat zijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn en dat hij eindelijk voorgoed verlost was van zijn mistroostige jeugdjaren. Tijdens die jeugd was er namelijk niets bijzonders voorgevallen behalve een immens familiedrama, nog voor zijn geboorte. Heimelijk was Oskar als kind altijd jaloers geweest op zijn oudere zus, die stierf aan wiegendood toen ze vijf maanden oud was. Door simpelweg te sterven had ze volledig beslag gelegd op haar ouders. En zelfs voordat Oskar wist dat ze ooit had bestaan, voelde hij zich meestal teveel in het bedrukte huishouden, waarin zijn ouders gebukt gingen onder een onuitgesproken verdriet en Oskar zich zonder aanwijsbare reden schuldig voelde wanneer hij luidruchtig was en zijn gelaten moeder zich terugtrok op de slaapkamer. Ook toen zijn vader hem op zijn zevende verjaardag vertelde wat er was gebeurd, had zijn moeder zich opgesloten en werd het schuldgevoel van Oskar er niet beter op. Blijkbaar kon hij het verdriet van zijn moeder nooit meer goedmaken en hij voelde zich buitengesloten omdat hij zelf geen verdriet voelde voor een zus die hij nooit had gekend en die zomaar haar intrede deed nadat hij zeven jaar als enig kind door het leven was gegaan. Hij werd kwaad op zijn vader en alle ooms en tantes die hem nooit eerder over haar hadden verteld, en vermoeid had zijn vader hem uitgelegd dat er niet over werd gesproken omdat zijn moeder dat niet aankon. Dus stelde de kleine Oskar verder geen vragen meer en wenste in stilte dat hij zelf was gestorven omdat hij dacht dat dan niet zijn oudere babyzus maar hij alle aandacht en liefde van zijn ouders had gekregen. Toen hij ouder werd, maakte de jaloezie plaats voor de wens dat zijn zus was blijven leven en in bed voerde hij denkbeeldige gesprekken met haar over alles wat hem bezig hield en wat hij met niemand anders leek te kunnen bespreken. Al tijdens de lagere school schreef hij lange brieven aan haar op in schoolschriftjes die hij verborgen hield onder zijn bed en die hij aan niemand liet lezen. Ook 20


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 21

zijn droom om later schrijver te worden deelde hij met niemand anders dan zijn zus omdat hij bang was dat deze droom als een zeepbel uit elkaar zou spatten zodra ontdekt werd dat de kortverhalen die hij in dezelfde schriftjes schreef toch niet goed genoeg waren. Oskar was overtuigd dat zijn leven te saai was om een interessante schrijver te worden maar zolang het een droom bleef, leek alles mogelijk. Zijn enige echte vriend in die jaren was zijn grootvader, die helaas maar zelden op bezoek kwam. Maar de keren dat de vader van zijn moeder er was, gooide de rijzige man met handen als kolenschoppen de kleine Oskar hoog in de lucht en nam hem dan mee op uitstap naar de dierentuin of een speeltuin. Achteraf gezien besefte Oskar dat de oude man op die middagen probeerde te compenseren wat de jongen thuis jammerlijk te kort kwam, maar dat hij zelf ook niet bij machte was het oneindig verdriet van zijn dochter onder ogen te zien. Pas tijdens zijn studie die niets met schrijven te maken had (Oskar studeerde rechten om zijn ouders tevreden te stellen) was het zijn toekomstige vrouw Emily die hem aanspoorde te blijven schrijven en die zijn kortverhalen naar alle tijdschriften stuurde die ze mogelijk zouden publiceren. Zonder Emily, die niet van ophouden wist, was Oskar na de derde afwijzing zeker gestopt met het laten lezen van zijn schrijfsels aan derden, maar zij zette door en uiteindelijk werden er enkele verhalen gepubliceerd en begon Oskar aan het echte werk. Een roman. Net na zijn examens kreeg Oskar bericht van een obscuur uitgeverijtje dat zijn eerste boek (over het onvermogen van de mens om boven zichzelf uit te stijgen, een eerder deprimerend verhaal) wilde uitgeven in een oplage van 1.000 exemplaren. Van een tweede druk kwam het niet, maar in de eerste euforie trouwden Emily en Oskar van het kleine voorschot op de verkoop en terwijl Emily bij een reclamebureau ging werken, zat Oskar thuis te ploeteren aan zijn tweede boek (over een man die schrijver wil worden). Vanaf toen produceerde Oskar bijna jaarlijks een nieuw exemplaar, en hoewel Emily haar best deed in hem te blijven geloven, slaagde Oskar er niet in om als schrijver boven de middelmaat uit te stij21


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 22

gen. Met een al even middelmatige verkoop als resultaat, waardoor Emily er voor moest zorgen dat ze de eindjes aan elkaar konden blijven knopen. Oskar, hopend dat diep in hem een meesterwerk verscholen zat dat er ooit zou uitkomen, schreef dapper voort. Maar het uitblijven van het echte succes zette druk op hun relatie en ergens tussen de achtste novelle (over een man die ‘s morgens van huis gaat om te gaan werken maar daar nooit arriveert) en de negende (waarin een uitgebluste huisvrouw uit haar dagelijkse sleur breekt door een alles verterende buitenechtelijke affaire), was het Emily die een alles verterende buitenechtelijke affaire begon met een nieuwe man om in te geloven. Het duurde nog tot nummer tien tot het tot Oskar doordrong dat hij zijn vrouw ergens onderweg was kwijtgeraakt en na een korte verzoeningspoging tijdens het schrijven van nummer elf (over een man die zijn geloof in de liefde heeft verloren) zagen ze beiden in dat hun liefde op was en trok Emily in bij een beginnend regisseur die ze vanaf nu zou gaan inspireren. Oskar trok zich terug en perste er met veel moeite nummer 12 uit, waarvan hij tijdens het schrijven al wist dat ook dit niet zijn magnum opus zou worden, en meteen na de lancering van het boek (over eenzaamheid) stortte hij in. Nu Emily er niet meer was om in hem te geloven, ging zijn eigen wankele geloof definitief onderuit op een druilerig schrijversfeestje met stoffige grijsaards die dure woorden gebruikten, slechte boeken schreven en ook nog eens neerkeken op Oskar, die ondanks zijn uitgebreide oeuvre nauwelijks gekend was. Na een vreselijk genante vertoning in uiterst bezopen toestand, waarbij Oskar die grijze zuurmuilen eens goed de waarheid vertelde maar niemand zijn gelal verstond, kreeg Oskar geen letter meer op papier en begon hij nog zwaarder te drinken. Het was louter de bescheiden maandelijkse toelage die zijn verdrietige ouders hem uit schuldgevoel toestaken, die Oskar ervan weerhield in totale marginaliteit te belanden. Iets wat sowieso gebeurd zou zijn als hij het enkel van zijn royalty’s moest hebben. Na twee uur achter zijn computer had Oskar minstens elf keer zijn mail gecheckt (enkel spam en reclame) en de vijf zinnen die hij in 22


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 23

het document 13. had getypt opnieuw gewist. Hij wilde beginnen aan een verhaal dat verder van hem verwijderd lag dan alle voorgaande. Hij wilde een extreem rauw en liefdeloos verhaal vertellen over seks, drugs en misschien een gruwelijke moord die onopgehelderd zou blijven, of misschien ook niet. Hij wilde het werk schrijven dat zich al die jaren in hem verborgen had gehouden en zich nu aan hem moest openbaren als een explosie van extremiteiten. Om zichzelf te overtuigen dat hij het in zich had en om Emily te tonen dat ze hem onterecht had verlaten. Hij wilde de wereld laten zien dat er in hem een nietsontziend monster school dat mensen zou choqueren en verontrusten en hij wilde bovendien die zure grijsaards een lesje leren in klare taal. Maar iedere zin die hij op zijn scherm zag verschijnen kwam hem onecht en onwerkelijk voor. Wie probeerde hij voor de gek te houden? Oskar hees zich overeind en sleepte zich naar de keuken voor een glas kraanwater. Het was veel te warm vandaag en zijn kater speelde hem parten. Het was alsof de whisky zich als zweet getransformeerd weer naar buiten werkte en hij voelde het in straaltjes van zijn rug glijden. In een teug klokte hij het water weg en liep hij terug naar zijn computer waarop hij een nieuw document opende. Bovenaan het lege worddocument typte hij: Opdracht van Gertrude En daaronder: Waarom ik niet meer kan schrijven: Omdat ik diepongelukkig ben Waarom ik ongelukkig ben: 1/ Omdat mijn vrouw me heeft verlaten 2/ Omdat mijn vrouw in mij geloofde en ik niet in mezelf en er nu dus niemand meer in mij gelooft 3/ Omdat ik niet ben wie ik hoopte te zijn 4/ Omdat mijn hond net zo vadsig is als ik zelf en ik 23


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 24

5/ 6/ 7/ 8/ 9/ 10/ 11/ 12/ 13/ 14/ 15/ 16/ 17/ 18/ 19/ 20/ 21/ 22/ 23/

24/ 25/ 26/ 27/ 28/ 29/ 30/ 24

daardoor mezelf zie wanneer ik naar hem kijk Omdat dat mijn hond niets lijkt te kunnen schelen Omdat ik teleurgesteld ben in het leven Omdat mensen niet oprecht zijn en constant van mening veranderen Omdat ik mezelf niet interessant vind Omdat ik nooit interessant geweest ben Omdat het leven alle dromen die je ooit had kapotmaakt Omdat liefde niet bestaat Omdat andere mensen wel succesvol zijn Omdat ouders ook maar mensen zijn Omdat ik geen hoop meer heb op wat dan ook Omdat de hoop die andere mensen je geven onecht en hypocriet is, ze doen dat alleen om zichzelf beter te voelen Omdat het fucking warm is Omdat er wegenwerken in mijn straat zijn Omdat sprookjes altijd sprookjes blijven Omdat het hele leven geen zin heeft, nergens naartoe gaat en geen enkel doel dient behalve verstrooiing Omdat ik te weinig seks heb Omdat ik bang ben dat ik nooit meer een vrouw zal vinden om van te houden Omdat ik bang ben om een vrouw te vinden van wie ik hou Omdat ik bang ben dat ik nooit meer zal kunnen schrijven (vreemd, ik kan niet schrijven omdat ik ongelukkig ben en ik ben ongelukkig omdat ik niet kan schrijven?) Omdat de wereld draait om geld, macht & seks Omdat niets nog zin heeft en verstrooiing enkel maakt dat je je leeg vanbinnen voelt Omdat ik eenzaam ben Omdat ik een mislukkeling ben Omdat ik niet beter kan dan middelmatig Omdat ik omringd wordt door nog veel meer middelmatigheid Omdat ik saai ben


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 25

31/ 32/ 33/ 34/ 35/

Omdat ik zelden mijn grootvader ga bezoeken Omdat je katers krijgt van te veel drank Omdat je kanker krijgt van te veel sigaretten Omdat vrouwen onbetrouwbaar zijn Omdat ik te weinig seks heb (of had ik dat al gezegd? Ik kan het niet vaak genoeg herhalen)

36/ Bij nummer 36 vertroebelde de blik van Oskar en werd het scherm waar hij naar zat te kijken wazig. Godverdomme. Die Gertrude zou hem helpen en in plaats daarvan brak ze hem tot de grond af. Hij kon nog wel doorgaan tot nummer 568. Hij opende weer een nieuw document en typte: Opdracht van Oskar Wat mij gelukkig maakt: 1/ Succes Oskar keek nog een tijdje naar het scherm maar er kwam geen enkele nummer 2 in hem op. Succes, dat was het. Verder niets dan een oneindige leegte in zijn hoofd. ‘Kom Lodewijk, ik heb drank nodig.’ Hij stond op, trok een broek en een T-shirt aan en pakte de riem van zijn hond van het haakje aan de keukendeur. Moeizaam kwam Lodewijk in beweging en keek zijn baasje verwijtend aan toen die hem zijn riem omdeed. ‘Het is warm voor ons allemaal, luie hond.’ In Het Troosteloze Vat was het rokerig en troosteloos maar net iets koeler dan buiten en Oskar hees zich op een barkruk terwijl Lodewijk in een hoekje aan het raam onder de tafel van een dame kroop, die hem het koekje bij haar koffie voerde. Oskar was al toe aan zijn derde biertje toen Edgar met veel kabaal zijn rolstoel het café binnen rolde. 25


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 26

‘Godverdomme Oskar! Ik had kunnen weten dat jij hier zat af te koelen.’ Edgar parkeerde zijn rolstoel met een zwier naast de barkruk van Oskar en Oskar stak twee vingers op naar Miranda terwijl hij met zijn andere hand naar zijn leeg glas op de bar gebaarde. Oskar had Edgar leren kennen toen hij net na de scheiding elke dag zijn verdriet verzoop in Het Troosteloze Vat en van ellende een troosteloze affaire was begonnen met Miranda de barvrouw, die geen lang leven beschoren was (de affaire, Miranda leefde nog steeds). Voornamelijk omdat Miranda het zat was dat de bedprestaties van Oskar meer dan te wensen overlieten vanwege de hoeveelheid alcohol die gewoonlijk door zijn aderen zwom. Niet dat Oskar daar van wakker lag, want het enige wat hem echt interesseerde was zorgen dat hij ‘s nachts in bed in een bodemloze coma belandde waarin hij liefst zolang mogelijk verbleef om dan opnieuw op zoek te gaan naar vergetelheid. Aanvankelijk wilde hij die vergetelheid in drank én seks zoeken, maar vooral de drank bleek effectief en bij grote hoeveelheden moeilijk combineerbaar met seks. Hoewel Edgar, die meestal aan de bar vanuit zijn rolstoel zat te vuilbekken tegen iedereen die het maar horen wilde, hem aanvankelijk een beetje angst had ingeboezemd, werden ze al snel drinkebroers en verdween Miranda stilletjes naar de achtergrond waar ze verder ging met biertjes tappen en koffies zetten. Noch Oskar noch zij hadden ooit de woorden uitgesproken maar beiden begrepen dat de liaison voorbij was en Miranda kende haar plaats ten opzichte van de klanten van het café. Tijdens hun gezamenlijke drinkavonden kreeg Oskar te horen dat Edgar twee jaar eerder een auto-ongeluk had veroorzaakt in beschonken toestand en sindsdien in zijn rolstoel zat. Nu reed hij nooit meer dronken rond (tenzij in zijn rolstoel) en volgens Edgar was dat een stuk veiliger voor iedereen, niet in het minst voor zichzelf. Edgar was nog jong en in zoverre dat Oskar dat als man kon beoordelen, redelijk aantrekkelijk. Al deed hij volgens hem wel heel veel brillantine in zijn lange zwarte haar en vonden vrouwen zijn vuile praat waarschijnlijk net iets minder aantrekkelijk. Dat kon 26


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 27

Edgar allemaal weinig schelen en volgens hem versierde hij vanuit zijn rolstoel meer vrouwen dan toen hij nog lopen kon. ‘Met natuurlijk dat geluk dat mijn derde been nog steeds uitstekend zijn mannetje staat!’ riep hij vaak luid door de kroeg voor het geval er iemand aan zijn mannelijkheid zou durven twijfelen. Eerlijk gezegd wilde Oskar niet te veel nadenken over de details van het seksleven van Edgar, maar hij bewonderde hem voor zijn optimisme waar hij zelf nog iets van kon leren. Bovendien werkte het grenzeloze zelfvertrouwen van zijn kreupele vriend en zag hij hem meermaals naar buiten rollen aan de zijde van de mooiste deerne die die avond in Het Vat (zoals ze het café zelf meestal noemden) aanwezig was. Het verdiende respect, vond Oskar, ook al was het niet al te moeilijk om de mooiste deerne van Het Vat te zijn. Hoewel ze intussen gezworen broeders waren binnen de donkere muren van hun stamcafé, zagen Oskar en Edgar elkaar nooit buiten dat café en wisten ze nagenoeg niets van elkaars verdere leven. Eerlijk gezegd zou Oskar een beetje beschaamd zijn om buiten het café met Edgar gezien te worden. Edgar maakte wel eens grappen over het schrijverschap van Oskar, wat hij een homoberoep vond, en Oskar wist dat Edgar parttime in een autogarage werkte als monteur, al had hij geen idee hoe dat in zijn werk ging met die rolstoel, en had hij daar ook nooit naar gevraagd. Binnen de muren van Het Troosteloze Vat was dat allemaal van luttel belang en werden mannen vrienden, niet om wat ze in de buitenwereld waren maar door het simpele feit dat ze samen dronken tot de zon bijna opkwam. In Het Troosteloze Vat (dat op een erg late avond soms ook wel eens Het Bodemloze Vat werd genoemd) golden andere wetten en regels en heerste een andere hiërarchie. Wie het meest kon verzetten was de held van de dag en in de regel heette die held Edgar. Zelfs als hij te dronken was om zijn voertuig door het smalle gangetje naar de toiletten te laveren, en stiekem vanuit zijn stoel tegen de bar pieste wanneer Miranda een andere kant opkeek, dronk hij vrolijk verder en scheen zijn derde been altijd paraat te staan. Al had Oskar dat laatste slechts van horen zeggen. 27


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 28

‘Zo, dat was goed voor de grootste dorst. Nu kunnen we beginnen drinken.’ In een grote gulp (Oskar was zeker dat hij zijn adamsappel maar een keer naar boven had zien gaan) had Edgar zijn bier naar binnengewerkt en zette nu het lege glas gedecideerd op de bar. ‘Wat een kolerehitte, wat zeg jij?’ Edgar keek op naar zijn vriend en zijn gezicht betrok even. ‘Wat is er aan de hand, vriend? Je ziet er allerbelabberdst uit, nog erger dan ik van je gewend ben. Last van de warmte?’ Edgar legde even zijn hand op de knie van Oskar en Oskar wist dat zijn maat oprecht bezorgd was, ook al moest hij hem zeker niet gaan belasten met te veel details van zijn ellendige staat van bevinding. Edgar hield niet van gedoe en al helemaal niet van gezanik. ‘Ja, de hitte. En er zitten wat dingen niet zo mee op het moment. Niks ergs, hoor.’ ‘Dingen zoals je vrouw die een ander gaat lopen neuken? Dat soort dingen? Wees blij dat je daar vanaf bent, man.’ ‘Nee, nee, dat niet,’ zei Oskar. ‘Het schrijven lukt niet zo en ik was met iemand gaan praten die...’ Hij stopte midden in zijn zin omdat hij besefte dat hij al te veel informatie had prijsgegeven. Dat was niet volgens de ongeschreven wetten van Het Troosteloze Vat, of eender welke andere troosteloze kroeg trouwens. Hij had gewoon moeten zeggen dat hij even niet kon schrijven maar dat het vast niet meer lang ging duren. ‘Wat bedoel je?’ brulde Edgar. ‘Jij gaat toch niet naar een of andere peut die je helemaal zacht en onzeker maakt? Ga toch weg man, homo! Bier gaan we drinken en dan ben je die peut zo weer vergeten, godverdomme. Zo meteen ga je me ook nog zeggen dat het een vrouw is, haha!’ Oskar lachte schaapachtig en bestelde nog twee biertjes en een bakje water voor Lodewijk. Hij was zich er zeer wel van bewust dat Edgar een onbehouwen boer was, maar zijn vriend verbaasde hem soms met zijn scherpe inzicht en sloeg vaak de nagel op de kop zonder dat hij het zelf in de gaten had. 28


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 29

Toen hij opstond om het bakje water naar Lodewijk onder de tafel te brengen, viel zijn oog op een jongen die achteraan, in het donkerste hoekje van het café, zat. Niet dat het op zich ongewoon was dat er iemand alleen in een donker hoekje iets zat te drinken, maar deze jongen zat alleen in het café cola met een rietje te drinken met een helm op zijn hoofd. Het was een gesloten, zwarte helm waarvan het donkere vizier net genoeg openstond om het rietje door de opening te duwen. Verbaasd keek Oskar naar het ongewone tafereel en liep toen terug naar Edgar, die zijn nieuwe pint intussen ook alweer soldaat had gemaakt. ‘Daarachter zit een jongen met een helm cola te drinken. Met deze hitte. Is die gek of zo?’ ‘O die,’ zei Edgar zonder zich om te draaien. ‘Dat is Elvis. Ken je die niet? Die zit hier iedere week met dat ding op zijn kop. Het schijnt dat hij die helm alleen afzet om te gaan slapen.’ ‘Hoezo?’ Oskar trok zijn wenkbrauwen op. ‘Weet ‘ie wel hoe warm het hier is? Zo meteen krijgt ‘ie iets.’ ‘Nee, joh, die jongen is dat gewend. Hij leeft met die helm.’ Edgar snapte duidelijk niet waar Oskar zich druk over maakte. ‘Iedereen heeft toch het recht om getikt te zijn op zijn eigen manier? Daar ga ik toch niet van wakker liggen? Ik zou veel liever nog iets bestellen.’ ‘Maar waarom?’ wilde Oskar weten en hield ondertussen de jongen met half dichtgeknepen ogen nauwlettend in de gaten. De jongen keek strak voor zich uit of dat deed zijn onbewogen helm toch vermoeden. ‘Waarom. Waarom. Wat maakt het uit. Volgens Miranda is hij extreem verlegen. Nou, als je het mij vraagt zijn er betere manieren om niet op te vallen. Maar het helpt natuurlijk ook niet als je ouders je Elvis noemen. Als je het mij vraagt zijn die ouders ook getikt en was dat erfelijk. Miranda, twee bier! Ik sterf bijna van de dorst.’ ‘Wonderlijk,’ zei Oskar en schudde zijn hoofd. ‘Voor een schrijvertje zoals jij vind ik je soms best behoorlijk naïef. Alsof je nog niet zo heel veel hebt meegemaakt achter dat computertje van jou,’ zei Edgar terwijl hij Oskar spottend bekeek. 29


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 30

Oskar lachte groen naar het grijnzende gezicht van Edgar dat glom van de hitte, en bedacht dat zijn vriend alweer de spijker op de kop sloeg. ‘Hé, dat was een grapje man. Kijk niet zo sip. Hier, zuipen.’ Edgar gaf Oskar een goedmoedige dreun op zijn rug en samen dronken ze hun glas in een teug leeg. ‘Zo ken ik je weer. Homo.’ De volgende ochtend werd Oskar zo mogelijk nog erbarmelijker wakker dan de dag voordien. De machines buiten dreunden nog harder vandaag, zijn gedehydrateerde hersenen bonsden nog feller en zijn ogen zaten volledig dichtgeplakt met prut. Hij besloot zo lang mogelijk in bed te blijven liggen in de hoop dat ieder gebons of gedreun dan uiteindelijk zou stoppen. Maar een plotselinge golf van misselijkheid joeg hem uit bed en hij raakte nog net op tijd bij het toilet om een bruine brij uit te kotsen die in een brede stroom tegen het porselein spetterde. En terwijl hij jammerend onderging hoe er steeds een nieuwe golf omhoogkwam wanneer de vorige nauwelijks in de pot was beland, gebeurde het. Oskar had er wel eens iets over gehoord of gelezen en altijd gedacht dat die verhalen zwaar overdreven werden. Maar daar, met zijn naakte, grote lijf op het kleine toilet, zijn blote knieën op de koude tegels, zijn rood aangelopen hoofd met kloppende aders aan de slapen in de wc-pot om geen spetters op de vloer te maken, zijn van drank bloeddoorlopen ogen die uit zijn hoofd leken te puilen door een buitengewone oerkracht (die van het kotsen), zijn pens die klem zat tegen de bril van het toilet, daar gebeurde het toch echt. Oskar zag een licht (hij durfde later nooit te beweren dat het het licht was maar een licht was het zeker). Zonder dat hij werkelijk iets zag, was het daar en zonder dat er werkelijk iets gezegd werd (behalve een obsceen luide boer die hij onmogelijk kon controleren), begreep hij de boodschap. Niet dat het een echte boodschap was of dat zijn uitgedroogde brein in staat was veel te begrijpen op dat moment. Bovendien produceerde een nieuwe boer een nieuwe stroom bruine brij en jankend stak Oskar zijn 30


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 31

hoofd opnieuw zo diep mogelijk in de pot. Er volgde nog een golf en tegen de tijd dat die langzaam wegebde was Oskar gestopt met jammeren en bleef hij onbeweeglijk op zijn knieën zitten met zijn kin op de rand van de wc-bril tot hij dacht dat zijn ingewanden weer ongeveer zaten waar ze hoorden te zitten. Voorzichtig kwam hij overeind, met zijn handen tegen de muur om zijn evenwicht niet te verliezen, en wachtte toen tot de kleine ruimte stopte met tollen waardoor hij zich voelde alsof hij op een dolgedraaide carrousel zat. Zachtjes hoorde hij Lodewijk piepen en met zijn pootjes aan de andere kant van de wc-deur krabben. ‘Oké,’ zei hij zwakjes. ‘Ik ben oké, hond Lodewijk.’ In de mate van het mogelijke schreed Oskar vervolgens wankel maar waardig, een bruine sliert van zijn linkermondhoek tot in zijn nek, de bezorgde teckel voorbij en liep naar zijn computer. Wie ik wil zijn:

31


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 32

Zusje, Hoewel ik weet wat je naam was, heb ik die nog nooit in de mond genomen en ga ik dat nu ook niet doen. Die naam heb ik nooit gekend als de jouwe, net zoals ik de baby die je ooit in ons gezin was heb gekend. Voor mij is die naam een onbekende, zoals het kleine meisje op de foto’s die ergens onder in een la verstopt lagen. Diep begraven, zoals ook jij. Op een dag heb ik ze per ongeluk opgediept toen ik op zoek was naar een tubetje lijm. Ik heb het nooit aan iemand verteld, dat ik je gezien had, maar het had ook net zo goed niet kunnen gebeuren. Het piepkleine meisje op de foto’s was een baby zoals alle andere baby’s die ik ooit gezien heb. Niks bijzonders aan te zien. Vreemd, want ik had je aanwezigheid altijd al gevoeld. Lang voordat ik van je bestaan wist dat iedereen voor mij verborgen had gehouden. Niet dat het iets uitmaakte. Ik wist het al lang voordat ze mij iets vertelden. Het was een naamloze aanwezigheid, zonder beeltenis maar onmiskenbaar. Dus toen ze het me eindelijk vertelden, was het slechts een bevestiging waar ik nooit om had gevraagd. Een bevestiging en een inbreuk. Jij was mijn aanwezigheid, mijn geheime vriend waar ik kwaad op kon worden als ma zich weer opsloot in de slaapkamer of pa zei dat ik stil moest zijn, op mijn tenen moest lopen. Alsof de doden niet gewekt dienden te worden. Alsof ma ook dood was, of was ze dat ook? Sinds jij weg was misschien. Dan heb ik haar zelfs nooit levend gekend. Trieste gedachte, een dode moeder die mij tot leven heeft gewekt. En mijn pa, de domme kloot, die dacht waarschijnlijk dat het haar zou helpen. Die probeerde zijn vrouw weer in het rijk van de levenden te krijgen, haar tot leven te wekken met een nieuwe embryo in haar buik. Dat verhaal ging mooi niet op. Toen ze het dan eindelijk vertelden, moest ik je ineens delen met hen. Pa, ma, de hele familie begot. Al die mensen die zeiden dat het een tragedie was waar we nooit meer overheen zouden komen. Je was niet meer van mij alleen en ik haatte de verhalen over ziekte en rampspoed die helemaal niet klopten met hoe ik je kende. Daarom deed ik niet 32


13. Boek_Layout 2 19-04-11 13:55 Pagina 33

mee, noemde ik je nooit bij naam en vertelde ik niemand dat ik je al kende voor zij met hun ellende op de proppen kwamen. Dat stuk was van mij. Jij hebt me door dat trieste bestaan die mijn jeugdjaren heetten heen geholpen in dat trieste huis en met die trieste mensen die zich mijn ouders noemden. Al heb ik je vaak genoeg vervloekt. Tenslotte was het ook allemaal jouw schuld. Doodgaan verpest de sfeer behoorlijk, maar daar had jij natuurlijk geen last meer van. Daarboven of waar het ook is dat jullie doden wonen. Maakt niet uit, maar de gedachte dat het ergens boven is, maakt me vrolijker dan die aan lichamen die ze in de grond stoppen of anders in de fik steken. Lichaamloze zieltjes, langs scherend als speelse vogeltjes, zo stelde ik me dat voor. De keren dat ik je verfoeide en woest was, lachte je me vierkant uit en maakte lange neuzen en capriolen in de lucht. Net zo lang tot ik in de lach schoot, ook al wilde ik dat niet en hield ik het zo lang als ik kon tegen. Die dwaze kwaadheid van een onnozel kind dat zich tekort gedaan voelt. Maar jij won altijd en zo maakte je het leven in dat droevige huis draagbaar. Bij momenten zelfs hilarisch grappig, al zag buiten jij en ik niemand anders er de lol van in. Ze konden allemaal de pot op. Van dwaze kwaadheid heb ik geen last meer. Wat rest is de leegte en het verlangen dat je me weer in lachen zou kunnen doen uitbarsten. Zoals vroeger. Waar ik voor vrees is niet dat jij het vermogen om dat te doen verloren bent. Ik vrees dat ik het vermogen om het te zien ben verloren met de jaren. Jaren van geploeter en achterlijke volwassenheid die me afleerden om te dromen en alles voor mogelijk te houden. Wanneer je het eenmaal beseft, is het al te laat. Of niet soms? Oskar

33

Profile for Uitgeverij Houtekiet

Thriller 13.  

Nadat zijn vrouw hem heeft verlaten voor een veelbelovend filmregisseur in spe, krijgt de schrijver Oskar van de Wyngaert geen letter meer o...

Thriller 13.  

Nadat zijn vrouw hem heeft verlaten voor een veelbelovend filmregisseur in spe, krijgt de schrijver Oskar van de Wyngaert geen letter meer o...

Advertisement