__MAIN_TEXT__

Page 1

Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 3

Ge e rt ru i , Kat e l ij n e & Ve e r l e B e rvo e ts

Maison c lose Vervlochten levens


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 4


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 5

Deel I: Parijs 1883 I Vanuit het raam kijk ik op mijn stad. Ze bruist zoals altijd: marktkramers prijzen al roepend en met veel bravoure hun waren aan. Een dronkaard is tegen een groepje toeristen aangebotst, wat een plotse commotie veroorzaakt. Kerkgangers lopen er zoals steeds netjes bij. Het oorverdovend luiden van de kerkklokken geeft dit schouwspel een haast onwerkelijk cachet. Op bijna elke hoek van de straat maken muzikanten zich klaar om hun repertoire aan de voorbijgangers ten gehore te brengen. Toch vergaat deze kakofonie aan klanken, deze levendigheid, in het niets wanneer ik terugdenk aan het Parijs dat kreunde onder het oorlogsgeweld. Het beeld van gebouwen die in vuur en vlam stonden, mensen die krijsend door de straten liepen en de lijkenpikkers die Parijs besmetten, zal voor altijd op mijn netvlies gebrand blijven. Mijn hoofd begint te tollen door hier weer bij stil te staan. Ik sluit het raam, weg van de drukte en ga mijn vertrouwde werkkamer binnen, waar mijn schrijftafel haast de hele ruimte in beslag neemt. Ik zet me op mijn stoel en na een blik op het witte blad kies ik uit mijn scala aan inkt de juiste kleur. Mijn gedachtestroom lijkt zo oneindig dat ik, nog voor de pen het papier raakt, de woorden uit de punt ervan zie zweven. “Germaine, zit je nog altijd hier? En je bent nog niet opgemaakt! Je bent die receptie toch niet vergeten?” Opgeschrikt door de plotse aanwezigheid van mijn echtgenoot, duurt het even voor zijn woorden tot me doordringen. “Het spijt me Yves, maar ik ben net in een inspiratievolle bui.” “Komaan, Germaine, dat kan je toch niet menen? Mijn volledige 5


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 6

politieke entourage zal aanwezig zijn. Mijn echtgenote dient aan mijn zijde te staan.” “Wat zeg je? Je echtgenote?” antwoord ik geprikkeld. “Leuke rol die je me laat spelen,” spot ik. “Ik blijf hier.” “Je blijft wel mijn vrouw, Germaine, al is ons huwelijk niet perfect. In elk huishouden zijn er wel eens problemen.” “Drijf het niet op de spits, Yves, hoe vaak hebben we deze discussie al gevoerd? Het is zo vermoeiend. Waarom kan je niet voor één keer aanvaarden dat ik niet wens mee te gaan?” Yves kijkt over mijn schouder naar de potjes gekleurde inkt die op mijn bureau staan. Met zachte stem begint hij: “Is dat schrijven nu echt zo belangrijk? En die kleuren, waarom toch die kleuren, Germaine! Je gedraagt je beangstigend dwangmatig, weet je?” Hij neemt het vel papier waaraan ik bezig was en leest luidop mijn laatst geschreven paragraaf: “De periode rond 1870 was er één van hoop, maar ook van ontsteltenis. Dat laatste begon toen Napoleon III, die het bewind had gegrepen in 1848, zich eraan waagde om Pruisen de oorlog te verklaren. De Franse legers waren echter niet opgewassen tegen de enorm gedisciplineerde Pruisen, die op hun beurt Frankrijk en al vlug Parijs belegerden. Deze enorme vernedering betekende het einde van het napoleontische bewind en liet de bevolking gedesillusioneerd achter. De Parijzenaars hadden immers al twintig jaar geleden onder de grootheidswaanzin van Napoleon.” “Incroyable,” mompelt Yves hoofdschuddend en hij vervolgt met luide stem: “Napoleon zag alles enorm groots en wilde van Parijs een unieke wereldstad maken. Dit ging uiteraard niet zonder dat er slachtoffers vielen. Zelf zat hij genoeglijk op zijn buitenverblijf in de Vogezen, terwijl in Parijs honderden mensen zonder schadevergoeding uit hun huizen werden gezet. Steegjes moesten plaats ruimen voor grote boulevards. Enorme 6


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 7

monumenten werden neergepoot. Iedereen moest zich maar weten te redden, zien te overleven.” Met een theatraal gebaar werpt hij het blad weer op tafel en kijkt me recht in de ogen. “Laat het verleden toch rusten, Germaine, snap je niet dat je jezelf ziek maakt door hier steeds bij stil te blijven staan?” “O ja, Yves, ik was bijna vergeten hoe goed jij je vrouw kan inschatten,” antwoord ik ijskoud. “Is het nooit bij je opgekomen dat schrijven me juist helpt om mijn verleden te verwerken?” Hij zucht: “Als echtgenote is het je plicht om met me mee te gaan.” Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. “Je weet heel goed dat ik mijn plichten als echtgenote zeer getrouw nakom. Durf jij in eer en geweten hetzelfde beweren over jouw gedrag?” Gekrenkt kijkt hij me aan. “Dat dacht ik al. Durf me dan ook niet te verwijten dat ik deze keer niet meega.” “Schrijf jezelf dan maar ziek.” Hij draait zich om en vertrekt. Nog maar eens dringt de pijnlijke realiteit tot me door. Zodra Yves de kamer verlaten heeft, overvalt de eenzaamheid me. Ik ken haar zo goed, deze eenzaamheid. Ondanks het besef dat dit onvermijdelijk uitmondt in een radeloosheid, wentel ik me hierin, sla ik haar om me heen als een warme mantel. Vooral ’s avonds ervaar ik dit, wanneer mijn man zich klaarmaakt om naar bed te gaan. Altijd verzorgd, altijd zo netjes. Behoedzaam ontdoet hij zich van zijn strik en bretellen, hangt hij het witte hemd en de kostuumbroek zorgvuldig over de stoel. Bij elk kledingstuk dat hij uitdoet, proef ik meer en meer de gal van frustratie. Ik ben zijn vrouw en in ons huwelijk is het gemakkelijker voor hem zich te laten leiden door mijn krachtige persoonlijkheid. Ik weet zeker dat hij van me houdt maar hij ziet mij niet, die zachte man. Hij wil me niet. 7


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 8

Mijn frustratie heb ik tot bondgenoot gemaakt. Hierdoor vloeien de woorden uit mijn pen. Om niet te stikken, niet te kokhalzen en innerlijk weggeteerd te worden, leg ik alles in mijn woorden: zwart en duister. Ik ontmoette Yves toen ik nog erg jong was, op een nachtelijk uitstapje met mijn vriendin Céline. Hij was anders dan elke andere man. Totaal niet onder de indruk van mijn gepronk en mijn façade. Hij vond mijn gedrag eerder lachwekkend en ondanks dat het me irriteerde, intrigeerde hij me. Hij liet me overal in toe, liet me hem aanraken, liet me hem verleiden, maar gaf zelf niets terug. Ik begon hem te volgen naar zijn speciale “mannenplekjes”: zijn bars, zijn chique besprekingen. Het werd een obsessie en hoe meer ik hem zag, hoe meer ik naar hem verlangde en hoe leger ik me voelde. De gedachte dat ik hem op een bepaalde manier ook iets kon bieden, liet me niet los. Ik volhardde. Een gesprek over ons samenzijn liep echter altijd op dezelfde manier af. “Mijn mooie, lieve, sterke Germaine…” “Ja?” “Ik kan je niet geven wat je verlangt, dat weet je toch?” “Hoe weet jij wat ik nodig heb? Met jou leer ik een wereld kennen die me heel veel kan bieden.” “Zeg nooit dat ik je niet verwittigde.” We deelden zo’n intense tijd samen maar leven nu naast elkaar. De voorbije jaren hebben ons allebei gemaakt tot wie we zijn. De waarden die ik nu als onontbeerlijk en essentieel ervaar, werden gevormd in woelige tijden. Het doet me pijn dat Yves me niet begrijpt. Voor mij is het belangrijk om terug te kijken naar die periode waarin de essentie van het leven me duidelijk werd. Ik adem diep in en doop mijn pen in de juiste inkt, paars. Ik ben terug in 1870. De Pruisen gooien het bewind van Napoleon III omver en rukken op tot de poorten van Parijs. Ik moet schrijven. 8


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 9

Chaos heerste in Parijs. Napoleon gaf zich samen met een groot deel van het Franse leger over na de slag bij Sedan. De keizer werd een gevangene. Het Pruisische leger rukte op naar de hoofdstad. Zij die geloofd hadden in de idee van de keizer om Parijs groot te maken, keurden zijn expansiedrang af. Nu zagen ze hun geliefde vaderland bloeden en bleven ontredderd achter. Een van hen was mijn vader, Paul François Dubois. Hoewel hij met zijn liberale ideeën nooit volledig achter een alleenheerschappij stond, steunde ook hij de plannen van Napoleon III om Parijs uit te bouwen tot een wereldstad. Mijn vader was in mijn ogen een zeer krachtig man die altijd een voorbeeldfiguur voor me is gebleven. Hij vocht steeds moedig zijn strijd en durfde confrontaties aan te gaan, was nooit een lafaard. Ik vond hem een erg intelligent man die alles wist te vertellen over wiskunde, filosofie en politiek. Net als ik, voelde hij zich pas echt in zijn nopjes in het gezelschap van schrijvers en filosofen zoals Victor Hugo, de Chateaubriand of Sainte-Beuve. Toen hij nog een jonge twintiger was, bracht hij heel gedreven zijn liberale ideeën naar buiten. Hij richtte daar zelfs een politiek weekblad, le Globe, voor op, waarin gelijkgezinden hun stem konden laten horen. Later, toen de jonge garde een nieuw liberalisme aanhing, plooide hij vanuit zijn open geest mee. Waarschijnlijk komt het net door zijn flexibele maar standvastige karakter dat hij het beroepsmatig zo ver heeft kunnen schoppen. Hij werd immers tot driemaal toe verkozen als politicus in de Chambre des Députés, bekleedde het ambt van professor aan de Université de France en werd professor aan de Ecole Normale Supérieure. Dat ik zo tegen hem opkeek, kan enigszins vreemd genoemd worden. Zijn beeld van de vrouw was allerminst positief. Een vrouw was volgens hem niet geschikt voor het publieke leven. Ze moest elegant maar buigzaam zijn en slechts zelfstandig op haar eigen gebied: het huishouden. Mijn moeder, Louise Richebraque, was een jonge nicht van hem die hij, terwijl hij bij zijn steenrijke tante inwoonde, gekneed had naar zijn wensen. Zij werd zijn perfecte huisvrouw. Zij 9


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 10

was mooi, volgzaam en twintig jaar jonger dan hij. Zij moest hem de kinderen schenken op wie hij fier kon zijn. Tot zijn grote vreugde was het eerste kind dat ze baarde een zoon. Het geluk van de welgestelde ouders was echter van korte duur. Veel te jong stierf hun zoontje aan een gewone kinderziekte. Ik denk dat mijn lieve moeder dit drama nooit heeft verwerkt. Ze werd een schim van zichzelf en een vreemde voor me. Volgens mij wilde ze niet meer bestaan. Moeder en ik hebben nooit met elkaar om leren gaan. Zij nam de zorg voor haar kind niet meer op en ik vermeed haar, beiden vluchtend voor de confrontatie met het immense verdriet. Na enige jaren liep ze weg, haar schimmen achterna, om uiteindelijk te verdwijnen in een diepte waar niemand haar meer uit zou halen. Mijn moeder was ten dode opgeschreven en is uiteindelijk weggekwijnd in het gekkenhuis. Over haar schrijven doet me leegbloeden. Op zo’n moment hunker ik naar “de sterke, gekke Berthe”, dat is mijn eerste doopnaam. Nu houd ik het op Germaine. Berthe haalt te veel herinneringen en onverwerkt verdriet bij me naar boven. Ik bleef dus alleen bij mijn vader achter en toen ik acht jaar was besloot hij me, ofschoon ik een meisje was, alles over zijn vakgebied bij te brengen. Stilaan groeide er een bijzondere, haast ongezond intense band tussen ons. Op een dag zag ik vader stilletjes huilen achter zijn bureau. Er niet aan gewend hem zo kwetsbaar te zien, vroeg ik: “Wat is er vader?” Hij antwoordde niet maar stak zijn handen naar me uit. Toen ik deze vastnam, trok hij me met een intriest gezicht op zijn schoot. Vervolgens begon hij me smachtend en snikkend te kussen in mijn hals en mij intens te knuffelen en te strelen. Niet goed wetend wat 10


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 11

me overkwam, bleef ik steeds maar “Vader, wat is er?” herhalen. Na enkele minuten kwam hij terug bij zinnen en liet me los. Nu, na vele jaren, besef ik pas waarom hij me van de ene op de andere dag naar de kostschool stuurde. De intensiteit van onze band moet voor hem te gevaarlijke vormen hebben aangenomen. Ik moest zijn leegte invullen. Het werd een obsessie. Hij kon niet meer zonder me. Plots kwam ik alleen te staan, zonder deze hechte band, zonder zijn aanwezigheid. Toch beschouw ik deze seksistische en veel te potente man, die me al zijn liefde en genegenheid schonk, nog steeds als mijn grote voorbeeld. Mijn lieve vader… Hoewel ik tijdens mijn kostschooljaren steeds meer van hem vervreemde, is hij me blijven steunen en aanmoedigen om mijn talenten te ontplooien. Vreemd genoeg kreeg ik, in tegenstelling tot andere vrouwen, van hem wel een stem, kon ik wel mijn verhaal doen. Ik was en bleef voor altijd zijn oogappel. Mijn hart gaat wild tekeer als ik eraan denk hoe mijn vader zich moet gevoeld hebben toen het Pruisische leger in 1870 Parijs zo vernederend op de knieën bracht. Hoewel hij het woord lafheid niet kende, kon hij op zijn zevenenzeventigste de moed niet meer opbrengen om ook hier nog voor te strijden. Ontgoocheld trok hij zich terug uit de politiek en zocht hij troost in de religie. Zijn gezondheid ging snel bergaf en zijn zicht werd enorm slecht. Hij zonderde zich af in een klooster, zonder hoop voor de toekomst. Eenzaam en verbitterd stierf hij vier jaar later, met enkel de geesten uit het verleden als gezelschap. De kracht die bij hem wegebde, was echter nog nooit zo sterk aanwezig geweest bij mezelf. In die periode van de Pruisische bezetting stroomde zijn doorzettingsvermogen door alle aderen van mijn lichaam. Verbeten doop ik mijn pen opnieuw in de paarse inkt.

11


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 12

Napoleons bewind moest plaatsmaken voor een nieuwe Franse regering, die al gauw besloot tot overgave. De in allerijl samengestelde regering trok zich als laffe beunhazen terug in Versailles. Ze probeerden van daaruit Parijs te besturen. Hiervoor sloten ze een vredesbestand met de Pruisen, die de stad niet verder belegerden maar wel alle controle over Frankrijk behielden. De Parijzenaars, mezelf incluis, waren nu helemaal door het dolle heen. Enerzijds omdat Frankrijk capituleerde, maar ook omdat het enorme verlies dat de regering had geleden, opnieuw uit onze zakken geperst werd. Het machtige Parijs, dat in een puinhoop was veranderd, trok als een magneet nieuwsgierige buitenlanders aan. Al snel kwamen van heinde en verre mensen kijken naar de onafgewerkte gebouwen, het puin, de verwoesting. Velen van hen bleven en gingen op in de bevolking. Al snel was de stad een smeltkroes van mensen van overal. Schilders creĂŤerden de terreur op hun doeken, beeldhouwers legden het drama vast. Ze betrokken de wijk van Montmartre. Het werd de plaats van de creativiteit. Ik ging vaak kijken naar hun gedurfde schetsen. Ze maakten karikaturen van Napoleon III en van zijn losbandig leven. Hier kon ik uren doorbrengen, het deed me alles wat relativeren. Het is nog steeds mijn favoriete plek. Uit protest tegen de laaghartige onderneming van de regering werd er in Parijs zelf, los van de marionetten in Versailles, een eigen bewind samengesteld, de Commune. Deze protestbeweging van Communards bestond in het begin voornamelijk uit mannen, maar al gauw lieten ook de vrouwen van zich horen. Er werden vele salons opgericht, waar ook vrouwen hun mening konden uiten. Samen met mijn lieve vriendin CĂŠline sloot ik me bij de vrouwenbeweging aan. Hiervoor ontvluchtte ik, tegen de zin van Yves, ons echtelijke huis in Bois de Boulogne, net buiten Parijs. Zijn smeekbedes om thuis te blijven zetten geen zoden aan de dijk. De hoog oplopende ruzie kon me nog weinig raken, de afstand tussen ons was immers toen al zeer groot. Ons huwelijk was, net als de stad, een puinhoop. Parijs leek 12


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 13

me de enige die nog te redden viel. En ik loodste me binnen in de bezette stad. Aan de zijde van Céline voelde ik me bevrijd van de immense leegte die ik steeds voelde bij mijn man. Céline… Vanaf mijn veertiende, het moment dat ik op de kostschool arriveerde, was ze mijn hartsvriendin. Ik voelde me toen hopeloos verlaten. Verstoken van liefde hield ik me afzijdig en trok me terug in mijn wereld van droefenis. De lieve en onbevangen Céline had dat meteen in de gaten. Zonder opdringerig te zijn was ze steeds aanwezig. Hoe langer ik met haar optrok, hoe meer ik het besef kreeg van individualiteit. De bourgeoisie, waaruit ik kwam, had mijn visie erg beperkt. Alles werd me voorgeschoteld, ik hoefde enkel te herkauwen. Eindelijk was ik iemand, niet het voorgeboetseerde meisje, het prototype van een kind uit een rijke familie. Céline leerde me mezelf kennen. Ik voelde me weer geliefd. Ook nu is zij nog steeds de enige persoon die me werkelijk kent. In het openbaar gedraag ik me vaak trots en voel ik me ongenaakbaar, erudieter en voornamer dan zij die me omringen. Voor Céline is de wereld anders, gemakkelijker. Ze laat alle indrukken als een waterval over zich heen lopen en zuigt op wat ze kan gebruiken. Zonder te kwetsen, zonder te profiteren walst ze spontaan en tevreden door het leven. Vroeger nam ze me mee op haar ontdekkingstochten, ’s nachts buiten de kostschool. Ze leerde me wat jongens te bieden hebben en hoe banaal en weinig bedreigend fysieke aantrekkingskracht is. Nog steeds trekt Céline me in het gezelschap van heren heel spontaan mee in haar avontuurlijke leven. “Monsieur Didier, vind je Germaines kapsel niet prachtig?” zegt ze bijvoorbeeld grijnzend, terwijl ze mijn strak opgebonden haren lostrekt. Haar pretoogjes laten me dan meteen ontdooien. Vaak is het voldoende dat ze zich dicht tegen me aanvlijt en “Liefje, ontspan je toch” in mijn oor fluistert. Bij haar voel ik me op mijn gemak. Dankzij haar kan ik me af en toe ‘vrouw’ voelen.

13


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 14

Ons rebels gedrag schiep een hechte band. Uiteindelijk leek niets nog uitdagend of gewaagd zonder de aanwezigheid van de ander. We ontdekten niet enkel het lichaam van jonge kerels, maar ook dat van elkaar. We hoefden nooit meer alleen te zijn. Alles verliep heel spontaan met CĂŠline: elke kus, elke aanraking klopte. Nooit hoefde ik bang te zijn iets verkeerd te doen, onze band werd steeds intenser en de liefdevolle eenheid vervulde onze harten. Nooit voelden we die eenheid sterker dan in de woelige jaren zeventig. Zij aan zij stonden we op de barricades, vechtend voor de rechten van de vrouw. Samen hoopten we de vruchten te kunnen plukken van de kiem die we al zo lang in ons hart droegen. We filosofeerden urenlang in gesloten ruimtes met gelijkgezinden. Het gevoel dat we eindelijk iets konden betekenen, gaf ons vleugels. Sommige vrouwen maakten wilde plannen om zich letterlijk met lijf en leden in de strijd te storten. Wij streden echter een subtielere strijd. We trachtten vrouwen te overtuigen van hun rechten, hun stem en hun noden. Een vrouw was niet zoals velen onterecht geloofden de mindere van de man. Vrouwen moesten zich bewust worden van hun kracht. Om ons gedachtegoed te verspreiden, maakte ik gebruik van mijn connecties. Om in de kranten de juist onderbouwde overtuigingen of zelfs maar onze slogans gepubliceerd te zien, waren deze achterpoortjes onontbeerlijk. We werden, via een van mijn contacten, geĂŻntroduceerd bij Louise Michel, een zeer overtuigde activiste. Al gauw zaten we dicht genoeg bij de kern om actief deel te nemen aan de vrouwenbeweging. We zorgden ervoor dat onze pamfletten op de juiste plaats terechtkwamen. Ook hielpen onze connecties bij het verbeteren van de gezondheidstoestand van vele vrouwen. Al te vaak moesten die zich weten te redden in erbarmelijke omstandigheden. We kregen een huis in bruikleen, waar zwangere en zieke vrouwen werden ondergebracht. Voor ons was het niet enkel belangrijk dat de vrouwen fysiek terug aansterkten. We wilden hen vooral overtuigen 14


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 15

van hun kracht en eigenwaarde. Ze kregen nu eindelijk de kans om zich als individu te tonen, en hun stem te laten weerklinken in de zo bedroevende mannenwereld. Op een dag gingen we met een delegatie van vrouwelijke Communards naar het paleis van Versailles. We geloofden stellig dat we de regeringsleiders met rationele argumenten zouden kunnen overtuigen zich bij ons aan te sluiten. Wat waren we onwetend… Aan de poort van Versailles riepen we onze slogans, joelden en tierden van zodra de lafhartige regeringsleiders zich buiten waagden. Onze moedige voorzitsters werden toegelaten. Enthousiast gilden we: “Ga ervoor, we staan achter jullie!” We zagen hen de trappen naar het paleis opgaan, waardig en zelfzeker. “Jullie speech is perfect,” verzekerden we hen nog. “Samen krijgen we de Pruisen er wel uit.” Gespannen keken we uit naar hun terugkomst. We hielden ons vast aan onze hoop. In plaats van onze vrouwen zagen we plots een schare soldaten te paard op ons afkomen. Het pijnlijke besef dat de onderhandelingen op niets uitgelopen waren, drong tot ons door. Enkelen van ons probeerden nog het paleis binnen te dringen, om onze vertegenwoordigsters te halen, maar de soldaten hielden hen dreigend tegen. “Als jullie zo sterk willen zijn als een man, laat dan maar zien hoe jullie vechten,” brulde de aanvoerder ons toe. Met een moorddadige grijns spoorde hij zijn mannen aan tot de aanval. Later hoorden we dat we in aanraking waren gekomen met de sadistische generaal Delacroix. De man, bekend om zijn afkeer van zelfbewuste vrouwen, had zijn geduchte detachement met veel plezier hun woestheid laten botvieren op de ongewapende manifestanten. Op deze oorlog had niemand van ons zich voorbereid. Complete chaos was het gevolg. Vrouwen renden krijsend alle kanten op. Sommigen kwamen tussen de paarden terecht, terwijl anderen zich in blinde paniek op de degens van de soldaten stortten. Het was dui15


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 16

delijk dat de mannen te paard genoten terwijl ze hun slachtoffers meesleurden, vertrappelden en zonder emotie neersabelden. Toen voor mijn ogen twee mannen een vrouw de kleren van het lijf rukten, voelde ik hoe mijn bloed kookte. Ik wist plots niet meer wie ik was. Ik wilde hen te lijf gaan, hen vermorzelen. De strijdlust zong in mij en zonder aarzelen stoof ik naar voren. Ondanks enkele rake klappen ging ik bloedend en roepend om wraak als een gekkin te keer. Céline hield het hoofd koel toen ze me zo zag. Ze aarzelde geen moment, nam me in een wurggreep en brulde me toe: “Rennen, Germaine, je moet rennen voor je leven!” Ze trok me met zich mee, zonder mijn reactie af te wachten. We vluchtten. Bij aankomst in de stad was de ontnuchtering compleet. Célines bebloede gezicht en de ontsteltenis in haar ogen grepen me bij de keel. Angst sloeg me om het hart bij de gedachte haar te kunnen verliezen voor ons ideaal. Met verstikte stem bezwoeren we dat we nooit zouden opgeven, dat het belangrijk was, nu meer dan ooit, standvastig achter onze ideeën te staan. We wisten ook dat opgaan in de woestheid van de ongelijke strijd niet zinvol was. Met vereende krachten gooiden de Communards aan alle uitgangen van Parijs barricades op. We bleven er rotsvast van overtuigd dat deze laffe regeringsleiders ons bewind nooit omver konden werpen. Niet wanneer wij een eenheid bleven vormen. Als enige antwoord op onze onderneming werden de volgende dag de vier hoofden van onze moedige spreeksters over de barricades geworpen. Wederom kookte mijn bloed. Zaterdag 20 mei 1871 begon de gruwelijkste week uit mijn leven. Nog steeds achtervolgen de gebeurtenissen me tot in mijn dromen toe. Net toen we de dagelijkse taakverdeling in ons opvanghuis opstelden, werden we opgeschrikt door vreselijk lawaai. Buiten werd al snel duidelijk dat wat we voor onmogelijk hadden gehouden, bewaarheid was: het regeringsleger had een bres weten te slaan in de barricades. De gluiperige smeerlappen waren zich door de bres aan het wringen 16


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 17

en massa’s soldaten stonden al in linie, klaar voor de aanval. Kanonnen werden opgesteld. Alles verliep uiterst gedisciplineerd. Zonder enige genade begonnen deze ‘helden’ in het wilde weg mensen af te slachten. Al wisten we dat ze lafaards waren die de wapens niet durfden op te nemen tegen de Pruisische bezetter, deze slachting hadden we niet kunnen voorspellen. Onze stad werd meedogenloos platgegooid. Wat was er plots fout gegaan? Waaraan hadden we deze brutale moordpartij verdiend? Mijn brein werkte niet snel genoeg om ook dit te kunnen bevatten. In mijn hoofd stond de tijd stil. Ik wandelde door straten vol krijsende mensen, strompelde steeds verder: verdwaasd, verdoofd. Rond om mij zag ik kinderen huilen, jonge vrouwen met doodsangst in de ogen, ongeloof en fatalisme bij een oudere; een meisje omklemde met haar kleine armpjes een vrouw die halfdood op de straatstenen lag. Parijs brandde. De stank van brandend stro en rottend hout beet in mijn neus. Als een geest schreed ik verder door dit inferno. De onmacht dreigde me te verstikken en me mee te sleuren in een oneindige diepte. Plots was er niets meer. Ik ontwaakte op een ziekenbed met Céline aan mijn zijde. “Gaat het met je?” vroeg Céline bezorgd. Ze hadden me midden op straat gevonden. Bewusteloos. Een kogel was rakelings langs mijn hoofd gevlogen, een zware kneuzing op mijn slaap achterlatend. “Je was me opnieuw bijna ontnomen, Germaine. We hebben elkaar nodig, lieve schat, ik heb je nodig om door te gaan. Onze idealen vragen ons om vooral nú sterk te zijn.” Het besef dat ik met mijn leven gespeeld had, raakte me als een mokerslag. Mijn dappere Céline had gelijk, het was tijd om me nuttig te maken. In ons tehuis brachten we nu gewonde vrouwen en kinderen onder. Dagenlang zweette en zwoegde ik, mijn eigen pijn verbijtend. Eindeloze tranen om zoveel wreedheid vloeiden, maar iedereen in ons huis zette door.

17


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 18

Na acht dagen gaven de laatste verdedigers van de Commune de weerstand op. De opstandelingen werden nu door het regeringsleger gedwongen zich in rijen op te stellen. Ze werden ter plaatse gefusilleerd, afgeschoten als wilde beesten. Ook onschuldige burgers en weerloze kinderen werden niet gespaard. Dit schandelijke bloedbad was het bruutste, meest mensonterende gebeuren dat ik ooit heb moeten aanzien. We zagen de executies van dichtbij gebeuren. Oud, jong, man, vrouw: allen werden ze zonder mededogen in het hoofd geschoten. We wisten dat onze strijd gestreden was. Opnieuw moesten we sterven of vluchten. Door de hulp van een trouwe vriend van mijn vader konden Céline en ik, samen met enkele vrouwen uit ons tehuis, ontkomen. Parijs was gebroken. De schurken bleven doorgaan met hun gruweldaden. Omdat niet iedereen zonder meer kon afgemaakt worden, werden duizenden mensen berecht en in veel te kleine gevangenissen opgesloten. Het grootste deel stierf daar aan verwaarlozing, uitputting en hongersnood. Mijn bitterheid over deze wreedheden, die ongestraft en onverminderd plaatsvonden, kan ik nog steeds niet in woorden beschrijven. Toch sterk ik me aan de trotse, minachtende blik in de ogen van vele veroordeelden. Zij wisten waarvoor ze streden, en stierven fier, met opgeheven hoofd. Ik laat mijn pen rusten. “Het bundelen van vrouwelijke kracht veroorzaakt hevige reacties in onze samenleving…” mijmer ik luidop. “Eigenlijk is het bijna niet te geloven: wanneer een vrouw iets wil aanklagen, wordt een man beducht en weerbarstig. Het is alsof ze niet kunnen aanvaarden dat een vrouw kritiek heeft.” Ik sta voor het raam en kijk uit over mijn stad. Parijs leeft opnieuw. De verschrikkingen zijn weggevaagd, maar niet vergeten. Dat nooit. “Wij beseffen niet wat we als vrouwen samen kunnen ontketenen!” roep ik plots uit. “We kennen deze kracht zelf nog te weinig. We moeten 18


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 19

nog leren hoe haar te hanteren.” Ik draai me om en keer terug naar mijn schrijftafel, waar mijn manuscript op me wacht. Normaal gezien zou ik mijn tekst nu nalezen, beter structureren en herwerken. De gedachte aan het herwerken van deze schrijfsels in paarse inkt wekt weerzin in me op. De herinneringen maken me moe. Ik moet loskomen van dit thema. Het houdt me te vaak bezig, want wat zich in groot Parijs voordeed, doet zich nu nog voor in mijn hart. Over het verleden schrijf ik met paars omdat die kleur me aan de vreselijke periode van het bezette Parijs doet denken. Paars is mijn kleur voor woede, angst en onzekerheid. Gevoelens zijn voor mij sterk verbonden met kleuren. Enkel de blauwe kleur van lucht en water kan de sublieme hoogtes en duistere dieptes van poëzie vertegenwoordigen. Blauw heeft een bijzondere plaats in mijn hart en in mijn woning. Ik hou van poëzie. Een grauwgrijs gevoel bekruipt me wanneer een bekrompen en kortzichtige mentaliteit vooruitstrevende of gedurfde ideeën dwarsboomt. Dan voel ik de nood om de pen op te nemen ter verdediging van de politieke, economische of sociale belangen. Ik schrijf grijs: helder, rationeel en zonder vrees. Rood dompelt me onder in de wereld van fantasie: ik creëer een verhaallijn die me tijd en ruimte laat om op te kauwen, te herkauwen en te verteren. Zo boetseer ik personages, dans ik mee op hun ritme en beleef ik hun grappige, soms pijnlijke romances. Schrijven is mijn leven, het is mijn kilte en mijn vuur. Enkel de pen die voor me ligt kan me vrede brengen. Schrijven vult mijn avonden en tempert mijn nachten. Als ik schrijf stroomt alles. Ik geef me, verzuip en spartel weer naar boven. Ik laat mijn hand los en geef me over, weet nooit waar ik terecht zal komen, waar het avontuur me brengen zal. Ik schrijf me leeg. Wanneer ik in het groen schrijf, gaat het me niet goed. Dan schrijf ik de gal van me af. De werken in deze kleur zal ik nooit uitgeven. Toch is het nodig, wil ik de schaduw in mijn leven een plaats geven. 19


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 20

Een schaduw die hoe langer hoe meer mijn leven beheerst. Mijn relatie met Yves heeft het vriespunt bereikt en toch kan ik me niet van hem losmaken. Elke uitweg lijkt vandaag zinloos. De terugblik op het verleden beneemt me dan wel de adem, de kijk op het heden knijpt mijn keel volledig dicht. Céline heeft mijn relatie met Yves nooit begrepen, al bleef ze mijn onvoorwaardelijke zielsverwante. Hem opgeven kon ik niet. Vanaf het begin merkte ik dat er iets niet klopte. Hij herhaalde telkens dat hij mij niet kon geven wat ik wilde, maar stond me toe met hem te trouwen. Er was wel liefde tussen ons, maar niet die liefde die er tussen man en vrouw hoort te bestaan. Zijn blik raakte meer en meer gericht op mooie, jonge knapen. Steeds dieper kwam ik terecht in de zwarte kolken van onmacht en onechtheid. Ik stevende recht af op de harde muur van frustratie en bitterheid. Op een dag vond ik hem ravottend met weer een verovering in ons echtelijk huis. Hij was zich niet bewust van mijn aanwezigheid, tot ik hem met verbitterde stem toebitste: “Wat is hier aan de hand?” De jongen schrok, Yves reageerde koeltjes: “Was jij niet bij Céline?” Zijn onverschillige blik verried dat hij ook nu mijn leed niet begreep. Het maakte me razend. “Blijkbaar niet, hè. Wat heeft dit te betekenen?” Wat hij toen zei, deed mijn ingewanden samentrekken. “Komaan, je gaat nu toch niet belerend doen, wij hebben afspraken.” Mijn enige troost, het eeuwige glas absint in mijn handen, goot ik naar binnen om de walging uit mijn keel weg te spoelen. “Daar moet je me nu toch eens iets meer over vertellen, daar weet ik niets van. Welke afspraken hebben wij dan wel gemaakt?” “Jij hangt toch altijd rond met je boezemvriendinnetje?” Mijn handen balden zich tot vuisten. “Dat geeft jou het privilege niet hier zomaar wat in het rond te stoeien. In ons eigen huis!” snauwde ik hem toe. “Maak dat je wegkomt, vuilak, en neem die slappe lul met je mee of ik stamp jullie buiten.”

20


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 21

De jonge kerel scharrelde haastig zijn kleren bijeen en maakte zich snel uit de voeten. Yves bleef. Nadien bracht hij ook nieuwe jonge kerels mee, met wie hij dan de liefde bedreef in ons bed, onze keuken, onze woonkamer. Mijn schrijfkamer was de enige plek die hij me gunde, niet bezoedelde. Als ik hem betrapte was ik echter steeds furieus en aarzelde ik niet om de jongeman het huis uit te honen. Yves was dan altijd enorm gepikeerd. Meestal voer hij geweldig tegen mij uit. “Je hebt dat weer goed aangepakt! Het enige dat ik nog heb neem je weer eens van me af,” verweet hij me dan. Soms probeerde hij het met zalvende stem goed te maken: “Lieve Germaine, dat betekent toch niets. Kom toch even hier bij me zitten.” “Ik ben het beu, Yves, spuugzat jouw echtgenote te spelen.” Waarom was hij niet gewoon eerlijk en zei hij niet wat hij eigenlijk wilde! “Lieve Germaine, ik wil jou, dat weet je toch.” Zelfs mijn vader had geprobeerd mijn man te doorgronden. Hij had hem binnenstebuiten gekeerd om hem te begrijpen. Meermaals was het tussen die twee tot zware discussies gekomen. Hoewel mijn vader geen hoge dunk van Yves had, bleef hij me altijd steunen. Zelfs toen alles in een stroomversnelling geraakte en Yves zich meer en meer op mannen begon te richten, bleef mijn trotse vader in ons huwelijk geloven. Zelf bouwde ik mijn eigen leven met Céline uit. De hele persoonlijkheid van mijn man deed me walgen en maakte me verbitterd. Hoe bitterder ik word, hoe meer ik de zaken van me afschrijf. Yves weet dat en vreest dat ik ten onder zal gaan aan dat schrijven. Maar het is de enige manier om mijn leven te dragen. Mijn verhalen worden schunniger, de inktkleur die ik verkies wordt steeds donkerder. Het liefst choqueer ik. Onmogelijke dramatische liefdesperikelen pen ik neer – de slachtoffers die ik zo creëer maken me sterker, en mijn leven draaglijker. Maar de weerzinwekkende gedachten putten me ook uit. De mantel van de eenzaamheid verliest zijn warmte. Zoek ik het onbereikbare? Ik sla hard met mijn vuist op tafel. Mijn oog valt op de fles absint, mijn dierbaarste kompaan. 21


Maison Close Boek:Layout 2

31-08-2010

10:04

Pagina 22

“Germaine, Germaine, liefje, waar ben je?” Ik word opgeschrikt door de stem van mijn lieve vriendin. Nog meer dan de drank kan zij me troosten. Ze staat in de deuropening, in vol ornaat. Haar blik valt op mijn rooddoorlopen ogen. “We zijn al laat, liefje! Zit je daar nu weer te schrijven?” In haar vrolijke stem klinkt een verontruste toon. “Och, Germaine. Je moet je echt af en toe ontspannen. Ben je vergeten dat we die bijeenkomst hebben in Maison Britt? Ze wachten al op ons, schoonheid. Kom, laten we ons haasten!” Ik moet inderdaad weer tot de realiteit komen, het is moeilijk.

22

Profile for Uitgeverij Houtekiet

Maison Close  

1870. Arlette wordt geboren in een vooraanstaand maison close, ofte een luxebordeel, in Parijs. Alhoewel ze niet de moeder van het kind is,...

Maison Close  

1870. Arlette wordt geboren in een vooraanstaand maison close, ofte een luxebordeel, in Parijs. Alhoewel ze niet de moeder van het kind is,...

Advertisement