Page 1

Ssst, opa slaapt!


Voor stoere opa Jan die de rovers in zijn bloed wist te verslaan. En voor dappere oma Ans die hem daarbij hielp.

Colofon:

Š Tekst: Netty van Kaathoven 2013 Š Illustraties: Linda Heesbeen 2013 Alle rechten voorbehouden www.nettyvankaathoven.nl/www.lindaheesbeen.nl Nur 281/282


Ssst, opa slaapt! Netty van Kaathoven Linda Heesbeen


De koffer van opa ‘Opa, zou jij misschien mijn beer willen hebben?’ Luuk kijkt hoe opa de koffer dichtmaakt, waar hij net twee pyjama’s in heeft gestopt, en een boel onderbroeken, een tandenborstel, zijn scheerapparaat en ook nog vijf boeken. Want hij wil in het ziekenhuis rustig liggen lezen. ‘Dat zou heel fijn zijn, jongen, maar ik denk dat jij hem niet zo lang kunt missen.’ ‘Mwah, over veertien daagjes ben jij weer terug, zegt oma. Ik kan al zonder beer slapen, hoor. Als beer bij je slaapt, word je helemaal rustig.’

‘Dat is precies wat ik nodig heb. Vraag maar aan oma of ze hem snel wil wassen.’ ‘Hij is niet zo vies.’ Luuk bekijkt keurend zijn beer. ‘Nee, erg vies is hij niet. Maar misschien heb je er een keer op gehoest, of is er een snottebel op gevallen. En dat mag allemaal niet in het ziekenhuis, daar moet alles schoon zijn, anders word ik nog zieker.’ ‘Oké. Ik vraag het aan oma.’ ‘Mag ik morgen mee om je weg te brengen?’ vraagt Lotte.

5


Opa denkt diep na. ‘Zou dat mogen…? Ben je al eens in een ziekenhuis geweest?’ ‘Nog nooit. Lijkt me spannend daar.’ ‘Ik denk dat het best kan. Dan hoeft oma niet alleen terug, dat is gezelliger,’ peinst opa. ‘Maar dan ga ik ook mee,’ vindt Luuk die weer terug in de kamer komt. ‘Tuurlijk, jij gaat ook mee. Kun je meteen zien waar je beer slaapt.’ Opa aait hem over de bol. ‘Nu gaan jullie naar huis, want ik moet rusten. Ik mag niet moe zijn als ik word geopereerd. Dag lieverds.’ ‘Dag, oepiepoepie opa,’ zegt Luuk als hij opa een zoen geeft. ‘Tot morgen, opa, niet piekeren, hè,’ zegt Lotte. Zij geeft hem een zoen op zijn andere wang.

7


Een kiepbed ‘Waar is dit voor?’ vraagt Luuk. ‘Even kijken.’ Opa buigt zich helemaal naar rechts, daar hangt een groot soort afstandsbediening aan zijn bed. ‘Jongens, dat is geen speelgoed,’ vindt oma. Ze loopt naar de gang om de verpleegster te vertellen dat opa al in zijn bed ligt. ‘Duw er maar op. Ho, ho. Stoppen!’ Opa wordt bijna gelanceerd als Luuk op een pijltje duwt. Zijn bed gaat razendsnel omhoog. ‘Nu ik.’ Langzaam komen opa’s voeten omhoog als Lotte op een pijltje drukt. Hoger en hoger gaan ze, totdat opa bijna dubbelge-

8

klapt zit. ‘Stop, stop,’ lacht opa. ‘Ik weet niet hoe. Hoe moet ik hem stoppen?’ Lotte kijkt opa smekend aan. ‘Wacht maar.’ Luuk loopt naar Lotte en duwt weer op een ander vakje. Het bed begint te kantelen. Opa schuift er langzaam uit, gelukkig zet hij zijn voeten nog net op tijd op de grond. Beer rolt achter hem aan. ‘Ha, ha. Met jullie erbij wordt het nooit saai.’ ‘Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?’ Oma komt met een zuster de kamer binnen.


‘Ze hebben me uit bed gekieperd,’ lacht opa. ‘Naar de gang jullie, allebei,’ moppert de verpleegster. Ze geeft Lotte en Luuk een duwtje in hun rug. Dan zet ze het bed weer recht. Lotte en Luuk gluren vanaf de gang of opa op zijn kop krijgt. ‘En u nu weer in het bed. Hoppa. U komt hier om te rusten voor de operatie. Niet om te spelen met uw kleinkinderen!’ ‘Sorry, zuster. Ik zal het nooit meer doen.’ Opa heeft moeite om zijn lach in te houden. ‘Dat is je geraden ook,’ knipoogt oma. ‘Nou Hans, wij moeten naar huis. Ik kom vanavond nog om je sterkte te wensen voor de operatie van morgen. Dag lieverd!’ Zoen, smak! Ze geeft opa een kus. Als de verpleegster de kamer uit is, glippen

10

Luuk en Lotte naar binnen om opa een dikke knuffel te geven. ‘Pas goed op beer, opa.’ ‘Doe ik, kerel.’ De volgende dag uit school rennen Luuk en Lotte meteen naar oma’s huis. Mama zit daar al aan tafel, ze drinken koffie. En de koektrommel die open staat, is al bijna leeg. ‘Heb je iets gehoord, oma?’ ‘We hebben iets gehoord. Ga maar zitten, dan vertel ik het allemaal.’ ‘Ik hier,’ zegt Lotte. Ze probeert Luuk van de stoel naast oma af te duwen. ‘Ik mag deze keer naast oma. Jij zat er gisteren al,’ vindt Luuk. Hij duwt zijn zus opzij. ‘Jongens, nou gaan we geen ruzie maken,


dat kan oma er helemaal niet bij hebben,’ wijst mama hen terecht.

‘Daar zal ik ook nog even naar kijken,’ belooft oma.

‘Oké. Ze hebben net gebeld,’ zegt oma, terwijl ze twee glazen drinken op tafel zet. ‘Het is allemaal goed gegaan. Opa moet nog een uurtje op de uitslaapkamer, om wakker te worden, en dan gaat hij terug naar zijn eigen kamer. Dan mag ik al naar hem toe.’ ‘Dan gaan wij mee,’ juicht Lotte. ‘Dat zal niet gaan. Opa moet rusten. Gisteren was hij heel vrolijk, maar vandaag is hij ziek van de narcose en heeft hij pijn. Dus dat bezoek van jullie moet een paar daagjes wachten.’ ‘Jammer,’ bedenkt Luuk. ‘Dan zul jij moeten kijken of het goed gaat met opa en met beer.’

11


Paniek Twee dagen later mogen Luuk en Lotte eindelijk mee. Ze zijn zo benieuwd naar opa in zijn kiepbed. Hij kan alweer boterhammen eten, zegt oma. Dat kon hij eerst niet meer zo goed omdat zijn buik pijn deed. Daar zat iets wat er niet hoorde te zitten, daardoor was hij verstopt. De dokters hebben een sneetje in zijn buik gemaakt en ze hebben het weggehaald. Daarna werd zijn buik weer gerepareerd. Echt knap, vindt Lotte. Ooit deed zij dat ook eens met haar speelgoedaap. Toen opereerde ze hem en knipte een gat in zijn buik. Ze kon het niet meer goed dichtmaken

12

en daarom had haar aap een deuk waar zijn bolle buik hoorde te zitten. Maar opa niet, zijn dokter kan het goed! Maar wat staan er veel mensen te wachten bij de lift! Eindelijk, eindelijk komt hij, en dan passen ze er niet eens in. Het lijkt wel een kwartier te duren voor er opnieuw een lift komt. ‘Snel naar binnen, oma. Straks zit hij weer vol.’ Lotte trekt oma mee. ‘Rustig maar meisje. Opa wacht wel.’ Boven rennen ze naar de kamer van opa.


Er staan mensen bij zijn bed. Een dokter en twee verpleegsters. Opa ligt achterover in de kussens en zegt niet meer dan ‘hm’ en ‘ja’. Heel zacht! ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt oma bezorgd. ‘We hebben het idee dat er iets niet goed gaat in zijn buik. Hij heeft ineens heel veel pijn, er is iets mis. We moeten hem meenemen naar de operatiekamer.’ ‘Dat kan niet,’ zegt Lotte. ‘Wij zijn helemaal naar hier gekomen om opa te zien.’ ‘Het moet,’ zegt de verpleegster. ‘Sorry, we hebben haast.’ Ze duwt Lotte hard opzij. Oma krijgt nog net tijd om opa een kus te geven en dan doen ze de zijkanten van het bed omhoog, zodat opa er onderweg niet uit kan vallen. De rem gaat van zijn bed en hup,

daar duwen ze hem met bed en al met een noodvaart de gang door en de lift in. Oma, Lotte en Luuk kijken elkaar met grote ogen aan. Hoe kan dit nu ineens? ‘Passen jullie wel goed op opa?’ roept Lotte voor de liftdeuren dichtgaan. ‘Komt u maar even mee,’ zegt een andere verpleegster. Ze gaat met oma op de plastic stoeltjes in de gang zitten en begint alles uit te leggen. De dokter denkt dat er ergens in de buik van opa iets stuk is gegaan. In de darmen, die de dokter eerst heel netjes aan elkaar had gemaakt. Soms gaat dat later weer kapot. En opa is zo’n pechvogel waarbij dat gebeurd is. Oma heeft wel honderd vragen.

13


Hoe dit kan. Waarom het gebeurt. Wat er nu verder met opa moet. Of de dokter het op kan lossen. Of het gevaarlijk is. ‘Elke operatie is een beetje gevaarlijk,’ zegt de verpleegster. ‘Maar het gaat vast goed. De dokters gaan het oplossen. We bellen u als ze klaar zijn en hij weer naar zijn kamer kan, dat kan een paar uur duren.’

We zitten hier alleen maar in de weg.’ Oma pakt Lotte en Luuk ieder bij een hand. Nu kunnen ze veel sneller in de lift, want de andere mensen zitten allemaal nog op de kamers. Niemand gaat er nu al naar huis. Zij wel, want er is iets echt mis gegaan met opa. Lotte ziet dat oma tegen haar tranen vecht.

‘Kom Lotte en Luuk, dan gaan we maar,’ zegt oma. ‘Opa heeft er ook niets aan als we hier de hele tijd zitten te wachten.’ ‘Ik blijf,’ beslist Lotte. ‘Dat kan niet, meisje. We moeten thuis wachten tot de dokters klaar zijn met hem.

15


Wachten en wachten ’s Avonds gaan oma en mama naar het ziekenhuis. Opa ligt op de intensive care. Dat is een afdeling waar ze goed op mensen letten die heel ziek zijn. Of het hart het wel goed doet, of ze genoeg ademen en nog meer dingen. Lotte heeft het ooit op tv gezien, dan lig je aan allemaal slangetjes en metertjes. Papa wacht met Lotte en Luuk in oma’s huis. Dat duurt erg lang, vindt Luuk. Hij mag de hele tijd tv kijken, maar er is niks leuks. Had oma maar een Wii, dan verveelde hij zich tenminste niet zo. Eindelijk, eindelijk daar komen ze.

16

‘Ze maken zich grote zorgen,’ zegt oma. ‘Hij slaapt nog, want als hij wakker zou worden heeft hij te veel pijn. Ze geven hem iets waardoor hij nog een tijdje in slaap blijft.’ Lotte en Luuk zijn er stil van. ‘Zal ik vanavond bij jou slapen, oma,’ biedt Lotte aan. ‘Dan ben je niet zo alleen.’ ‘Dan blijf ik ook, oma.’ ‘Nee, Luuk, dat wordt echt te druk,’ vindt papa. ‘Dat geeft niet. Laat ze maar blijven, ik vind het fijn.’ ‘Oké, als je het zelf wilt. Kom, wij moeten


naar huis,’ zegt mama tegen papa. ‘Mogen we bij jou in het grote bed?’ Lotte staat in haar pyjama, die altijd in oma’s kast ligt voor je-weet-maar-nooit. ‘Gezellig,’ vindt oma. Lotte kruipt er aan de ene kant in en Luuk aan de andere kant. ‘En waar lig ik dan als ik straks naar bed ga?’ lacht oma. ‘Uhm… op de logeerkamer,’ denkt Luuk. Om elf uur komt oma naar bed. Lotte wordt er wakker van. Oma schuift haar aan de kant en gaat tussen Lotte en Luuk in liggen. Zoals ze vaak op zondagochtend ook lagen als opa al naar beneden was gegaan om vroeg te

gaan fietsen. Lotte merkt wel dat oma niet meteen slaapt. Ze draait steeds en ze zucht. ‘Kun je niet slapen, oma?’ ‘Nee, meisje. Het lukt niet. Ik ben bang dat het niet goed gaat.’ Luuk die ook wakker is geworden zegt: ‘Maar oma, zolang de beer bij opa is zal hem niks gebeuren.’ ‘Houd nou eens op over die beer, kleuter,’ zegt Lotte. ‘Nou! Het kan toch helpen.’ ‘Misschien helpt de beer,’ vindt oma ook. ‘Als het slecht met iemand gaat proberen mensen allerlei dingen. Een beer in bed kan helpen, sommige mensen gaan kaarsjes branden, of ze bidden tot God of tot Allah. Er zijn ook

17


mensen die een beschermengeltje op hun kleren dragen.’ ‘Helpt het als ik je hand vasthoud, oma? Ben je dan minder bang?’ vraagt Lotte. ‘Jazeker. Weet je, als er mensen zijn die mee hopen dat opa snel opknapt, voel ik me beter.’ Lotte en Luuk pakken allebei een hand van oma vast. Zo vallen ze met zijn drieën in slaap.

hagel wil?’ ‘Ik denk het wel.’ ‘Ach, wat lief,’ zegt oma als ze de slaapkamer in komen met het dienblad. ‘Ik ben echt superblij met jullie. Dan duurt het wachten minder lang.’

De volgende ochtend perst Lotte sinaasappels en ze kookt eitjes. ‘Wat doe je?’ vraagt Luuk als hij beneden komt. ‘Oma verwennen.’ ‘Lief, dan help ik je. Denk je dat oma choco-

19


Rovers in het bloed ‘Wat maak je?’ vraagt Lotte een paar dagen later aan Luuk. ‘Een gedicht voor opa.’ Mama heeft hen gisteren uitgelegd dat opa niet meer in gevaar is, maar dat hij nog erg ziek is. Hij slaapt nog steeds. Er zitten bacteriën in zijn bloed, zei mama. Ze tekende het op een papier. Een soort vijandige rovers marcheren door opa’s bloed. Opa moet nu sterk genoeg worden om die rovers zelf te verslaan. Luuk begreep niet zo goed dat die sterke opa van hem die piepkleine dingen in het bloed niet aankan. Opa is bijna

20


als een reus zo groot en nog veel sterker dan papa. Maar de rovers zijn met veel en heel gemeen, volgens oma. Lotte leest op het papier waarop Luuk schrijft:

 om nou, opa, K zet hem op! Geef die engerds op hun kop! Zorg dat ze straks gaan zuchten en vluchten omdat jij veel sterker bent. Kom op, opa! Stoere vent!

Dat laatste zegt opa altijd tegen hem als hij huilt omdat hij gevallen is. Nu kan hij het lekker eens tegen opa zeggen. ‘Ik vind het mooi,’ zegt Lotte. ‘Heel mooi. En ook wel af.’ ‘Echt?’ vraagt Luuk blij. ‘Ja. Ik wist niet dat jij gedichten kunt maken. Leren jullie dat al in groep vier? Knap!’

21


De zeerover Er mogen bijna nooit kinderen komen op de afdeling intensive care. Maar omdat opa daar nu al zo lang is, mag het voor één keertje. Lotte en Luuk hebben wel twintig keer aan oma moeten beloven dat ze van alles af zullen blijven. Ze moeten hun handen op de rug houden. In het ziekenhuis lopen ze voorbij het winkeltje. Grote ballonnen dansen aan touwtjes tegen het plafond. ‘Zullen we een ballon voor opa meenemen?’ vraagt Luuk. ‘Zie je die piratenballon?’ vraagt Lotte.

22

‘Ja! Die moeten we hebben. Zie je dat die een zwaard heeft. Daar verslaat opa vast die enge rovers mee.’ ‘Oké, doet u ons maar die zeerover,’ vindt mama ook. Met de piraat aan een touwtje loopt Luuk trots naar de intensive care. ‘Ssst, opa slaapt.’ Mama legt haar vinger op haar lippen. Heel zacht sluipen Luuk en Lotte achter mama en oma aan. Woeoei, denkt Luuk. Wat veel lampjes en


slangetjes en computerschermen en bliebjes en tjingels en spuiten. ‘Ik ben er, en Lotte ook,’ fluistert Luuk in opa’s oor. Maar opa’s ogen blijven dicht. ‘Wat is dat?’ Luuk wijst naar een zak die aan een paal hangt en waarvandaan een slangetje in opa’s arm verdwijnt. ‘Waar moesten jouw handen zijn?’ vraagt mama. ‘O, ja, sorry. En wat is dit?’ Luuk pakt bijna iets van het tafeltje af. ‘O, doe er maar een touwtje om, ze gaan steeds vanzelf overal heen.’ ‘Daar weten we wel iets op,’ lacht de verpleegster. Ze pakt een rol doorzichtig tape en laat dat aan hem zien. ‘Doe maar,’ zegt Luuk. ‘Dan hoef ik niet meer

24

steeds op te letten.’ ‘Kom maar.’ De verpleegster doet lachend zijn handen achter zijn rug en draait er tape omheen. ‘Ha, ha, nu lijk je een echte boef.’ Dan gaat de verpleegster praten met oma en mama. Opa is een beetje beter geworden, begrijpt Lotte. Toch ziet hij erg bleek, vind ze. Luuk staat de dingen te tellen die aan opa vastgemaakt zitten. Slangetjes, zakken met vloeistoffen, draden en een klem aan zijn vinger. Het engst is de grote buis die in opa’s mond verdwijnt. Dat is om te ademen, legt mama uit. Een machine perst steeds lucht in opa’s longen. Er loopt ook een buisje zijn neus in. En als Luuk goed kijkt, ziet hij ook een slangetje voor in zijn schouder verdwij-


nen. En ook in zijn pols ziet Luuk een slangetje verdwijnen. Ook daar druppelt wat in. Allemaal medicijnen, zegt mama. Om opa te helpen de rovers te verslaan. Naast opa staat een soort tv-scherm waar Luuk vier rijen golfjes en allerlei getallen ziet. Af en toe bliebt er wat, dan sluit de verpleegster snel een nieuwe spuit aan. ‘Eigenlijk zou hij al wakker moeten zijn,’ zegt de zuster. ‘Hij heeft minder slaapmedicijn gekregen. Praten jullie eens tegen hem, dat kan helpen,’ zegt ze tegen Lotte en Luuk. ‘Hé, die opa, wakker worden,’ zegt Lotte. ‘Ik ben er ook, lieve opie. Ik wil moppen vertellen, moet je wel luisteren, hoor,’ probeert Luuk.

Opa reageert niet. ‘Lees anders je gedicht voor,’ zegt Lotte. Luuk probeert met zijn handen bij zijn broekzak te komen, maar dat lukt niet. ‘Ik denk dat mijn handen nu wel willen luisteren,’ zegt hij. ‘Mag het eraf?’ Oma scheurt het tape zo, roetsj, van zijn polsen af. Luuk vouwt het papiertje uit zijn zak open en gaat naast opa’s bed staan. ‘Dit is een gedicht, speciaal voor jou, opa!’ Hij leest het voor en dan nog een keer en nog een keer. Het is maar een kort gedicht. Opa moet niet denken dat hij niet zijn best heeft gedaan, het kan best drie keer achter elkaar.

25


Wakker! En dan, heel voorzichtig, knippert opa met zijn oogleden en hij wiebelt met zijn tenen. ‘Hij doet het!’ juicht Lotte. ‘Kijk maar, zijn ogen doen het weer.’ En inderdaad, ze gaan helemaal open. Ze kijken verbaasd rond. ‘Waar… waar…’ ‘Je bent in het ziekenhuis, lieverd,’ zegt oma die zijn hand vastpakt en streelt. ‘En wij zijn er ook, opa.’ ‘Luuk?’ ‘Ja, ik ben er. Maar waar is mijn beer? Waar heb je die verstopt?’ ‘Beer?’

26


‘Ach, is die beer van je opa?’ vraagt de verpleegster. We dachten dat iemand anders die hier had achtergelaten. Hij ligt ginds.’ Luuk rent naar de plaats waar ze heen wijst. ‘Opa, ik ben er ook!’ ‘Waar?’ Opa draait voorzichtig zijn hoofd. ‘Lotte!’ ‘Het gaat prima,’ zegt de verpleegster. ‘Hij herkent jullie al.’ ‘Ja, maar jullie hadden de beer kwijtgemaakt.’ Luuk legt hem naast opa op het kussen. ‘Die moest hem helpen met beter worden. Hier, opa.’ ‘Fijn dat hij wakker geworden is,’ zegt de verpleegster. ‘Van mij,’ zegt Luuk. ‘Van mijn gedicht, eigenlijk.’

‘Ik hang het voor hem op het prikbord,’ belooft ze. ‘Nu moeten jullie afscheid nemen, hij moet rusten.’ Mama gaat met Luuk en Lotte alvast naar buiten. Oma blijft nog even, die wil nog met opa knuffelen, weet Lotte. Als oma ook naar de gang komt, kijkt ze blij.

27


Weg met die rovers! Twee weken later heeft opa alle rovers in zijn bloed neergesabeld. Luuk en Lotte zijn vaak op bezoek gegaan en hebben samen met opa bedacht hoe de rovers aangepakt moeten worden. Het is gelukt! Opa ligt weer op een gewone kamer en voelt zich elke dag sterker. Lotte heeft hem wel tien keer uitgelegd dat hij een hele week geslapen heeft. ‘En waarom maakten jullie me dan niet eerder wakker?’ vraagt hij. ‘Dat mocht niet. Je was te ziek,’ legt oma uit. Opa wil het maar niet geloven.

28

Hij mag nog niet mee naar huis. Daarom gaan ze maar allemaal naar opa om daar een feestje te vieren als oma 65 wordt. Luuk rijdt de zaal binnen met een rolstoel. Die rolstoelen staan beneden bij de voordeur en daar mag je er gerust een van lenen, weet Luuk. ‘Kom, opa, we gaan koffie drinken en taart eten,’ zegt Lotte. Voorzichtig stapt opa uit bed. Hij doet een dikke badjas aan en laat zich in de stoel zakken. ‘Karren maar!’ Lotte en Luuk duwen hem om de beurt door de gang naar de lift. Ze zoeven naar bene-


den. Daar bestellen ze drinken en Bossche bollen met veel slagroom in het restaurant. ‘Dat mag wel een keer,’ zegt oma. ‘Want je bent echt veel afgevallen, Hans. En het is vandaag extra feest.’ ‘Hoezo, extra feest?’ vraagt opa. ‘De dokter heeft net gezegd dat je over twee dagen naar huis mag!’ ‘Daar heb ik nu zo allemachtig veel zin in!’ lacht opa. ‘Anders ik wel!’ juicht Lotte. ‘Vergeet je dan de piraat en de beer niet?’ vraagt Luuk. ‘Die vergeet ik niet. Zeker niet. Dan kan de beer weer bij jou komen slapen.’ ‘Nee, hoor opa. Hij mag bij jou en oma in bed. Kan hij een beetje op je passen.’

‘Ik denk dat dat heel erg fijn is. Bedankt, jongen!’ Opa neemt een grote hap van zijn slagroombol. ‘Ik heb er zo verschrikkelijk veel zin in, met jullie mee naar huis.’

29


Op bezoek op de afdeling intensive care Wat is de afdeling Intensive Care?

Intensive care is Engels voor intensieve zorg. Dat betekent dat er voor deze zieke mensen nog veel beter moet worden gezorgd dan voor de andere zieken in het ziekenhuis. Omdat ze heel erg ziek zijn. Dat kan bijvoorbeeld komen door een ongeluk of een moeilijke operatie. De opa van Lotte en Luuk is heel erg ziek en ligt op zo’n afdeling. Mensen noemen het ook wel IC. Dat is een afkorting.

30

Wat zal ik allemaal zien in de kamer?

Er is heel veel te zien in de kamer. Overal liggen en hangen kabels, slangen, instrumenten. Er zijn tv-schermen waarop de verpleegkundige kan zien hoe het met het hart gaat en of de bloeddruk goed is. Er is vaak een machine die helpt met ademen. Uit de machine komt een buis die in de keel gaat van de zieke. Daar gaat lucht door naar de longen. Er is een apparaat waar vloeibaar eten uit komt, omdat de zieke niet zelf kan eten. Die


voeding gaat via een buisje in de neus naar de maag. Vaak zijn er infusen (een soort plastic zakken) en grote spuiten waar vloeibare medicijnen in zitten. Die medicijnen gaan ook via buisjes in het lijf van de zieke. Bijvoorbeeld een buisje dat aan de bovenkant van de hand zit vastgemaakt. Kijk maar eens goed op de tekening in dit boek wat je allemaal kunt verwachten. Het helpt vaak als iemand vooraf foto’s maakt van de kamer. Dan kun je thuis al ontdekken wat je straks kunt zien.

Mag een kind daar op bezoek?

Meestal mag je er wel op bezoek als je het eerst overlegt met de verpleegkundige. Er moet wel een volwassene met je mee. Meestal mogen er niet meer dan twee mensen tegelijk op bezoek. Anders wordt het te druk. Je mag niet op bezoek gaan als je zelf ziek bent (erg verkouden bijvoorbeeld) of als er veel kinderen uit je klas ziek zijn, met griep of zo. Het gevaar bestaat dat je dan de zieke nog zieker maakt. Dat mag natuurlijk niet. Maar als je gewoon gezond bent, mag je meestal wel op bezoek en mag je de zieke ook gerust aanraken of een knuffel geven.

31


Is het eng op de Intensive Care?

Het is niet echt eng, maar toch schrikken veel mensen er wel. Ook volwassen mensen. Dus het is helemaal niet raar als jij schrikt van de zieke. Hij of zij kan er heel anders uitzien dan je gewend bent. Veel bleker bijvoorbeeld. Of veel dikker. Dat kan van de medicijnen komen. Misschien is de zieke door de medicijnen altijd in slaap. Dan lijkt het net of hij of zij nooit meer wakker wordt. Ook als je iets in het oor fluistert, wordt de zieke dan niet wakker. En thuis was dat altijd wel zo. Daar kun je van schrikken. De verpleegkundige kan je uitleggen hoe het komt dat iemand niet reageert zoals thuis.

32

Mag ik praten met de zieke?

Natuurlijk mag je (zacht) praten met de zieke. Maar je moet wel rustig zijn. Je mag op de afdeling niet gillen, roepen of rennen. Vaak kan de zieke niet terugpraten. Bijvoorbeeld omdat hij of zij te ziek is. Of soms wordt de zieke in slaap gehouden met medicijnen. Ook met een slang in de keel kun je niet praten. Maar dan is het erg fijn als jij wel tegen hem of haar praat. Gewoon vertellen wat je hebt gedaan die dag. Of een verhaaltje vertellen of een gedicht voorlezen zoals Luuk deed. Soms kan de zieke jou wel antwoord geven op je vragen door in je hand te knijpen. Een keer knijpen is dan bijvoorbeeld ja en twee keer knijpen is nee. Een soort geheimtaal die je samen afspreekt.


33


Wat betekenen al die geluiden?

In de kamer zijn vaak veel geluiden te horen. Alarmen en piepjes die bij de apparaten horen. De verpleegkundige kijkt steeds goed hoe het met de zieke gaat, maar de geluiden helpen hem of haar met opletten. Als de bloeddruk te laag wordt bijvoorbeeld, klinkt er een alarm. Als er iets met het hart is ook. En als een infuus bijna op is, gaat er een piep klinken. Zo zijn er heel veel dingen die piepen of een alarm geven. Jij hoeft daar niet op te letten. De verpleegkundige die mee zal gaan met jou of anders ergens dicht in de buurt is, weet precies wat elk geluid betekent. En komt dan meteen als er iets moet worden opgelost. Vaak is er

34

een infuus op en moet er een nieuw worden opgehangen. Er is dus geen paniek, je hoeft er niet van te schrikken.

Gaat het in elk ziekenhuis hetzelfde?

Nee, elk ziekenhuis heeft weer eigen regels en mogelijkheden. Vaak kun je daarover lezen op internet. Vraag een volwassene om met je op zoek te gaan op internet of ‘jouw’ ziekenhuis iets schrijft over bezoek op de intensive care.


Mag ik iets meenemen?

Het is leuk als je iets meeneemt. Een tekening die je gemaakt hebt bijvoorbeeld, of een verhaaltje. Ook een foto van jou is erg fijn. Die kan dan op het prikbord, of soms plakt de verpleegkundige de foto ergens met plakband aan vast. Zodat de zieke de hele dag naar jou kan kijken en daar blij van wordt. Bloemen of planten mag je niet meenemen. Daar kunnen mensen nog zieker van worden. Ook snoepjes of fruit kan meestal niet, omdat de zieke nog niet zelf kan eten.

Mag ik lang blijven op bezoek?

Meestal mag je niet lang blijven. Bijvoorbeeld maar vijf of tien minuten. Anders is het te vermoeiend voor de zieke en misschien ook wel voor jou. Je mag natuurlijk altijd terugkomen! En als het je vader of je moeder is die in het ziekenhuis ligt, mag je soms met je andere ouder een tijdje wachten en spelen in de familiekamer. Dan kun je daarna nog een keer gaan kijken.

35


Ik ben op bezoek geweest, en nu?

Fijn dat je op bezoek bent geweest. Waarschijnlijk heeft het allemaal erg veel indruk gemaakt. Het is goed als je met iemand praat over wat je allemaal gezien hebt. Over dingen die je raar vond of niet begreep. Met een van je ouders of met je juf of meester op school. Of met opa of oma. Je kunt ze ook bellen en alles vertellen. Ook kun je een tekening maken van alles wat je in de kamer zag, om bijvoorbeeld op school te laten zien. Als je al kunt schrijven kun je een dagboek bijhouden van je bezoeken. Je kunt ook naar de tekening in dit boek kijken en met iemand erover praten of jij dezelfde dingen hebt gezien of dat het toch heel anders was.

36


Binnenwerk ssst def  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you