Page 1


Atlas Groenlo 1

Wapen van Gelre II (1663)


Atlas Groenlo 2

Uitgave Stadsmuseum Groenlo


Atlas Groenlo 3

DE VESTINGSTAD GROL IN DE KAART GEKEKEN


Atlas Groenlo 4

Colofon

Uitgave:

Stadsmuseum Groenlo

Auteur:

drs. J.E. van der Pluijm

Vormgeving:

John Ligtenberg Vormgeving

Nieuwstad 10, 7141 BD Groenlo

www.johnligtenberg.nl

Druk:

Rehms-druck Gmbh

Landwehr 52, D-46325 Borken

www.rehmsdruck.de

CIP-GEGEVENS van der Pluijm, J.E. De Vestingstad Grol in de kaart gekeken Topografisch historische atlas van Groenlo Door J.E. van der Pluijm – Groenlo Uitgave: Stadsmuseum Groenlo 2006 ISBN-10: 90-9020941-7 ISBN-13: 978-90-9020941-8

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of worden openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, digitalisering of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Atlas Groenlo 5

Inhoud

Voorwoord

6

Inleiding

8

De relevante geschiedenis van Groenlo in het kort

8

Hoofdstuk 1

De kaart van ‘1538’

Hoofdstuk 2

De verbouwing van de vestingwerken in de 16e eeuw

27

Hoofdstuk 3

Kaarten en prenten van de belegeringen in de 16e eeuw

39

Hoofdstuk 4

Penningen uitgegeven bij gelegenheid van de verovering van een aantal steden door Maurits in 1597

57

Hoofdstuk 5

Kaarten en prenten van de belegeringen in 1606

63

Hoofdstuk 6

De 17e eeuwse verbouwingen van de vestingwerken

Hoofdstuk 7

Kaarten en prenten van de belegering van 1627

Hoofdstuk 8

Penningen op de verovering van Grol door Frederik Hendrik in 1627

165

Hoofdstuk 9

Dichters over Grol

171

Hoofdstuk 10

Prent van de belegering in 1672

175

Hoofdstuk 11

De 17e eeuwse wallenkaarten

179

Hoofdstuk 12

18e en 19e eeuwse kaarten

197

Hoofdstuk 13

De circumvallatielinies

Hoofdstuk 14

De circumvallatielinie van 1627 op 18e en 19e eeuwse kaarten

215

Hoofdstuk 15

De ligging van de circumvallatielinie van 1627 in het buitengebied rond Groenlo

225

Hoofdstuk 15

Stadsgezichten

239

Hoofdstuk 16

Gebouwen

Personen die hebben bijgedragen aan het tot stand komen van deze atlas Sponsoren

89 101

207

9

261 284

285


Atlas Groenlo 6

Voorwoord “Het aantal boeken over Groenlo lijkt voort te komen uit een onuitputtelijke bron” schreef onlangs de locale columnist ‘De Torenwachter’. Dat lijkt niet alleen zo, maar is het ook. Wie blijft zoeken zal vinden. Het plaatwerk in deze atlas is het resultaat van een ongeveer 15 jaar lange zoektocht. Die tocht eindigt hier in de overtuiging, dat de bronnen nog niet zijn uitgeput. Het zou niet mogelijk zijn geweest de vele afbeeldingen bijeen te brengen als niet door talrijke personen en instanties hulp was geboden. Vooral de locale bezitters van kaarten en prenten, die plaatwerk uit hun collectie voor reproductie beschikbaar stelden, hebben voor een belangrijk deel bijgedragen aan het tot stand komen van deze atlas. Naast de hulp op lokaal niveau werd een aanzienlijk aantal afbeeldingen in archieven, musea en bibliotheken in binnen- en buitenland opgespoord. Een deel van het langs deze weg verworven beeldmateriaal werd reeds eerder gepubliceerd. Ze werden in het verleden echter veelal zonder vermelding van de vindplaats afgedrukt. De originelen van deze afbeeldingen waren daardoor moeilijker terug te vinden dan strikt nodig was geweest. Bij de zoektocht naar die afbeeldingen was de hulp van de medewerkers van de betreffende archieven, musea en bibliotheken onontbeerlijk. Zeer belangrijk was ook het contact met individuele personen, die de weg naar bepaalde bronnen hadden gevonden en daarvan mededeling deden. In weerwil van dit alles bleef van twee afbeeldingen de vindplaats van het origineel helaas nog onbekend en moest met een reproductie van een copie worden volstaan. Deze atlas bevat de op dit moment beschikbare kaarten en prenten van Grol of daaraan gerelateerde afbeeldingen. Hoewel veel verschillende bronnen werden geraadpleegd heeft dit werk niet de pretentie uitputtend te zijn. Zo zal onderzoek van Spaanse en Franse archieven en bibliotheken zeker nog aanvullend beeldmateriaal kunnen opleveren. De verdere ontwikkeling van de digitale snelweg zal toekomstige onderzoekers daarbij zeker van groot nut kunnen zijn. De uitgave van deze atlas is mede mogelijk gemaakt door de zeer gewaardeerde medewerking van enkele sponsoren. Hun bijdragen, zonder welke deze uitgave niet tot stand zou zijn gekomen, zijn met buitengewone erkentelijkheid aanvaard. Mijn dank gaat uit naar al degenen die mij in deze langdurige zoektocht hebben bijgestaan. Groenlo september 2006. Joep van der Pluijm


Atlas Groenlo 7

�e�roet waarde toeschouwer.

�ees getuige van a��eeldingen uit de rij�e historie van �rol.


Atlas Groenlo 8

Inleiding

De relevante geschiedenis van Groenlo in het kort

De meeste van de in deze atlas afgedrukte kaarten en een groot

Het gebied van de huidige Beneluxlanden vormde tijdens de Mid-

In de loop van die zeventiger jaren werd Gelre, evenals grote de-

deel van de afgebeelde prenten zijn in het verleden aan de hand

deleeuwen de Nederlanden en was onderdeel van het Duitse Rijk.

len van de overige Nederlanden, geleidelijk Staats. Ook Groenlo

van een door een tekenaar vervaardigd ontwerp door “plaatsnij-

Het was eigenlijk een verzameling losse staatjes: Hertogdommen,

kreeg een Staats garnizoen.

ders in het koper gezet”. In de loop der eeuwen was het aantal

Graafschappen en Heerlijkheden. Onderdeel daarvan waren het

In 1580 koos de door de Staten Generaal benoemde stadhouder

gravures zo talrijk geworden, dat het schrijvers inspireerde tot het

Graafschap Gelre (later Hertogdom) en het Graafschap Zut-

van de noordoostelijke gewesten, de Graaf van Rennenberg, de

vervaardigen van catalogi met een zo volledig mogelijke opsom-

phen.

Spaanse zijde. De met hem en met het Spaans regime sympathi-

ming van wat tot dat moment verschenen was. Zeer bekend is het

In de loop van de 12e eeuw kwam het Graafschap Zutphen door

serende Heer van Anholt nam met zijn troepen, zonder al te veel

tussen 1863 en 1882 in 3 banden verschenen werk van Frederik

vererving aan het Gelders Gravenhuis en werden het Graafschap

bloedvergieten, eind 1580 Groenlo in, dat daarmee aan Spaanse

Muller: “De Nederlandsche geschiedenis in platen: beredeneerde

Gelre en het Graafschap Zutphen samengevoegd.

zijde kwam.

beschrijving van Nederlandse Historieplaten, Zinneprenten en

De oostgrens van het Graafschap Zutphen werd reeds vanaf de

Prins Maurits trachtte in 1595 de Spaanse troepen uit Groenlo te

historische kaarten (jaren 100 - 1879)”. Het is een belangrijke

12e eeuw gevormd door de toenmalige grenzen van het grond-

verdrijven, maar moest wijken voor een ontzettingsleger onder de

bron voor wie naar oude afbeeldingen zoekt. Voor zover in deze

gebied van Lochem, Ruurlo en Zelhem. Weer oostelijk daarvan

bejaarde Spaanse veldoverste Mondragon.

atlas afgedrukte afbeeldingen door Muller zijn beschreven is dat

lag de tot het Sticht Munster behorende heerlijkheid Borculo,

In 1597 probeerde Maurits het opnieuw en toen met succes.

bij de betreffende afbeelding aangegeven door de letter M met

een strook waarin Borculo, Groenlo en Lichtenvoorde lagen. Be-

Groenlo bleef tot 1606 in Staatse handen. In dat jaar trok de

daarachter het betreffende nummer in de catalogus van Muller.

langrijke toegangswegen vanuit het oosten naar het Graafschap

Italiaanse veldheer Ambrogio Spinola met zijn Spaansgezind leger

Voor wat specifiek de kaarten en prenten van Groenlo betreft

liepen via Groenlo, dat vanuit het Graafschap Zutphen gezien

door de Achterhoek en veroverde bij verrassing Groenlo.

hanteerde Hartong in zijn publikatie “Groenlo in kaart en prent

achter uitgestrekte moerassen lag. Het is zeker niet verwonderlijk

Tijdens het 12-jarig bestand, dat drie jaar later inging, werden

(1581 – 1865)” een nummering, die bij de betreffende afbeeldin-

dat Graaf Otto II van Zutphen zijn oog liet vallen op Groenlo,

de vestingwerken rond Groenlo door de Spanjaarden aanzienlijk

gen is aangeduid met de letter H.

dat hij in 1236 kocht van Hendrik Heer van Borculo. Het was

versterkt en uitgebreid. De mare verspreidde zich dat de vesting

De door Jan de Beijer vervaardigde prenten zijn door Romers in

een voor de verdediging van de oostgrens van zijn grondgebied

Groenlo nagenoeg onneembaar was geworden.

een catalogus opgenomen. Waar dat van toepassing is wordt zijn

belangrijke vooruitgeschoven post richting Westfalen. Slechts de

Na de dood van Maurits besloot zijn halfbroer, Frederik Hendrik,

nummering hierna opgenomen met de letter R.

stad en het schependom kwam bij deze verkoop in het bezit van

in 1627 Groenlo te gaan belegeren. Het was voor hem als leger-

het Graafschap Zutphen. Het platteland van het kerspel Groenlo

aanvoerder van de Staatse troepen zijn eerste belegering van een

Lit.: G.T. Hartong, Groenlo in kaart en prent (1561 – 1865).

bleef deel uitmaken van de heerlijkheid Borculo. Groenlo werd

stad. Grondige voorbereiding en de aanleg van indrukwekkende

In: Grepen uit het Grols verleden, Uitgave van de

met deze verkoop deel van het Graafschap Zutphen en was aan

aanvalswerken leverden hem succes. Groenlo kwam definitief in

Oudheidkundige Vereniging Groenlo.

alle zijden omsloten door de heerlijkheid Borculo. Het was der-

Staatse handen.

halve een exclave omgeven door gebied dat niet onder het bestuur

Tijdens de oorlog van 1672 tot 1674, waarin de Franse koning

F. Muller, De Nederlandsche geschiedenis in platen: beredeneerde

beschrijving van Nederlandse Historieplaten, Zinneprenten en

van Gelre viel. Dat is na 1236 nog een aantal honderden jaren zo

Lodewijk 14e de Nederlanden bij Frankrijk trachtte in te lijven,

historische kaarten (jaren 100 - 1879) (Amtserdam 1863-1882)

gebleven.

koos de Vorstbisschop van Munster, Bernhard van Galen, uit ei-

4 delen in 3 banden.

In 1543 werd de toenmalige Hertog van Gelre door Karel V ge-

gen belang de Franse zijde. Hij viel met zijn troepen het oosten

dwongen het Hertogdom Gelre en het Graafschap Zutphen en

van de Nederlanden binnen en veroverde in juni 1672 onder an-

dus ook Groenlo aan hem af te staan. Karel V werd daarmee

dere Groenlo. Hij moest echter in 1674 Groenlo weer prijs geven.

Hertog van Gelre en Graaf van Zutphen.

Zijn troepen hadden in die twee jaren de vestingwerken gedeelte-

Reagerend op militaire dreiging uit het oosten besloot Karel V in

lijk geslecht. Daarmee kwam een einde aan de rol van Groenlo als

1546 de vestingwerken van een aantal steden in het Hertogdom

militair strategisch bolwerk.

H. Romers, J. de Beijer. Oeuvre-Catalogus (’s-Gravenhage, 1969).

Gelre en het Graafschap Zutphen te versterken. Daar hoorde ook Groenlo bij en daar werd reeds in augustus 1546 met het versterken van de vesting begonnen. In 1548 werd, ter vervanging van de middeleeuwse vestingmuur, begonnen met het metselen van zware vestingmuren en bastions. De stad zou volgens plan een voor die tijd moderne vesting worden met bastions op vier van de vijf hoeken. In juni 1572 veroverde Willem van den Bergh in opdracht van Willem van Oranje de gehele Achterhoek. Vijf maanden later verdreef de zoon van Alva met zijn Spaanse troepen de Geuzen weer uit de Achterhoek.


Atlas Groenlo 9

De kaart van ‘1538’


Atlas Groenlo 10

De stad en het Schependom1 Groenlo en haar grenzen met de heerlijkheid Borculo. Deze prachtige, gekleurde en met veel wetenswaardige details ge-

gedurende vele jaren hebben plaats gevonden. Die beperkten zich

landdag inschakelde. Tijdens de in december 1538 te Zutphen

tekende kaart is de oudst bekende plattegrond van de gemeente

niet tot het gebruik van de gronden rond Groenlo, maar hadden

gehouden landdag werd een commissie benoemd om de zaak te

Groenlo. In welk jaar ze werd vervaardigd is niet nauwkeurig

ook betrekking op het heffen van tol, jachtrechten, belastingen

onderzoeken, waarop eind augustus 1539 tijdens de landdag te

bekend. In de literatuur treffen we daarover het volgende: om-

enz.

Arnhem werd bepaald dat de zaak aan de Hertog van Gelre en

streeks 1538 (H.J. Steenbergen) en ca. 1550 (RAG en M. Don-

Het moet in 1514 zijn geweest, dat de toenmalige landdrost van

zijn Raden moest worden voorgelegd. Joost van Bronckhorst was

kersloot- de Vrij).

het Graafschap Zutphen, Herman van Velen, een einde aan de

verbitterd over dit besluit.

Op de achterzijde van de kaart staat vermeld: “Abrisz der

conflicten trachtte te maken door de grens tussen Borculo en

Het is alweer januari 1541 als Joost van Bronckhorst bij de ma-

Greintzgebreck zwischen den Borckeloesche unnd Grollischen

Groenlo vast te leggen. De bewaard gebleven omschrijving van

gistraat van Groenlo protesteert tegen het verkopen van grond in

sich erhaltent, 20”. Later is daar eveneens op de achterzijde aan

die grens stamt waarschijnlijk uit die tijd:

het omstreden gebied. De Hertog heeft immers nog geen uitspraak

toegevoegd: “De kaart heeft ook gediend voor een grenskwestie

“De eerste paal van de vrijheid van de stad Groenlo zal staan

gedaan op de door de landdag naar hem verwezen zaak.

voor het Hof”. Kennelijk heeft de kaart dus bij twee grenskwes-

op de Oostberg, het gerecht buiten de stad, en gaat vervol-

Naar aanleiding van opnieuw optredende conflicten tussen Van

ties een rol gespeeld. Aan de bedoelde grenskwesties is een lange

gens van daar door de Marhulzerboom, waar men gewoonlijk

Bronckhorst en ingezetenen van Groenlo nodigt de Hertog eind

geschiedenis voorafgegaan.

tol heft en van de boom voorwaarts voor om langs het veld

maart 1541 Joost van Bronckhorst uit naar Arnhem te komen.

De oostgrens van het Graafschap Zutphen werd reeds vanaf de

van Roelof Stevens. Vervolgens van het veld van Roelof Ste-

Deze wijst de beschuldigingen schriftelijk van de hand. Ter voor-

12e eeuw gevormd door de toenmalige grenzen van het grondge-

vens voorwaarts naar de “Hilgen” boom en van de “Hilgen”

bereiding van een rechtszitting worden Groenlo en Borculo voor

bied van Lochem, Ruurlo en Zelhem. Weer oostelijk daarvan lag

boom door den Elshof over het veld van Vuerkule achter de

verhoor te Arnhem ontboden. De daarop volgende corresponden-

de tot het Sticht Münster behorende Heerlijkheid Borculo, een

landweer van de Brandemate, en van daar voorwaarts van

tie van partijen over uitstel van het verhoor en het vervolgens

strook waarin Borculo, Groenlo en Lichtenvoorde lagen.

de Brandemate door de Wallerbosch, dwars over de Zomeres

ontbreken van gegevens over een plaats gehad hebbende rechts-

Het is zeker niet verwonderlijk dat Graaf Otto II van Zutphen

achter de landweer van de Pijpersteeg door de Kreiendijk

zitting doet vermoeden dat de zaak in 1541 wederom niet tot

zijn oog liet vallen op Groenlo, dat hij in 1236 kocht van Hendrik

landweer. Vervolgens van de Kreiendijk landweer over de

een oplossing is gekomen. Nadien vernemen we niets meer over

Heer van Borculo. Hij had daarvoor een goede reden. Het was

oude boerderij te Eefsele en van daar tot achter Schurenmaat.

deze grenskwestie. Het lijkt erop, dat Joost van Bronckhorst de

voor de verdediging van de oostgrens van zijn grondgebied een

Vervolgens van de Schurenmaat voorwaarts door de beek en

zaak heeft laten rusten. De grenzen van Groenlo bleven zoals ze

belangrijke vooruit geschoven post richting Westfalen. Zijn inte-

door Hemsink en van Hemsink voorwaarts om de Everskamp

in 1514 reeds waren vastgesteld.

resse ging in hoofdzaak uit naar het gebied binnen de omwalling

de gewone weg midden door de stadses of enk. Vervolgens

van de stad. Uit de omschrijving in de koopakte van 1236 mag

van de stadses op Wesschen aan de weg achter Laarberg langs

In 1543 werd Karel V landsheer van Gelre. Daarmee kwam ook

worden geconcludeerd, dat hij ook slechts het binnen de grach-

en daar voorwaarts naar de Oostberg naar het punt waar de

het Graafschap Zutphen en dus ook Groenlo onder zijn gezag,

ten gelegen gebied van de Heer van Borculo heeft gekocht. Het

eerste paal buiten het gerecht staat”.

Toen ten behoeve van het bakken van stenen voor de bouw van

platteland van het kerspel2 Groenlo bleef deel uitmaken van de

Met de in 1514 vastgestelde grens leek de zaak geregeld. Niets

de vesting Grol (in opdracht van Karel V) klei werd gewonnen op

Heerlijkheid Borculo.

bleek minder waar. In 1525 laaiden de conflicten tussen Joost van

het grondgebied van Borculo protesteerde Joost van Bronckhorst

De stad Grol werd met deze verkoop deel van het Graafschap

Bronckhorst, Heer van Borculo, en Groenlo weer hoog op. Het

in 1550 daartegen. De omstandigheden waren sedert de inname

Zutphen en was aan alle zijden omsloten door het grondgebied

feit dat Van Bronckhorst iemand binnen de grenzen van Groenlo

van Gelre door Karel V drastisch gewijzigd. Joost van Bronck-

van de Heer van Borculo. Dat is na 1236 nog een aantal honder-

had laten arresteren was voor de Magistraat van Groenlo aanlei-

horst bleek zich bij de grenzen van Groenlo te hebben neerge-

den jaren zo gebleven.

ding de zaak aan de landdrost Bernt van Hackforth voor te leggen,

legd. Het kwam nog wel tot een proces voor het Hof te Arnhem.

Het is begrijpelijk dat in de jaren na 1236, zoals dat waarschijn-

die er op zijn beurt de Hertog van Gelre van op de hoogte bracht.

De klei werd namelijk wel degelijk gewonnen op het buiten de

lijk ook voorheen het geval was geweest, de inwoners van Groen-

Deze nodigde Joost van Bronckhorst en de richter van Groenlo

grenzen van Groenlo gelegen grondgebied van Borculo. De om-

lo gebruik maakten van het omliggende platteland. Niet alleen

uit naar Arnhem “bij ons tho kommen ’s anderen daege na des

schrijving van dat proces luidt dan ook: “Groll tegen den grave

voor de landbouw en veeteelt ter voedselvoorziening, maar ook

Hilgen Crusen Dach Verheffnisse (15 september) ind s’avondtz

van Bronckhorst belangende het graven op die eerde, opten gront

voor het verkrijgen van grondstoffen voor het bakken van stenen

alhir inder herberg tho sijn” om de zaak onderling te regelen. De

van Borckeloo”.

en potten. Ook werden voor de bemesting van het gebied binnen

toon leek tevoren reeds gezet, toen de Hertog in zijn uitnodiging

De verhouding tussen Borculo en Groenlo is nog lange tijd ver-

de wallen op het omliggende platteland heideplaggen gestoken.

aan de richter van Groenlo schreef, dat het ging om de “schelynge

stoord gebleven. Zo richt zich bijvoorbeeld de Magistraat van

Al vrij kort na de verkoop in 1236 moeten over het gebruik van

(geschil) tusschen ons ind hem wesende, beroerende die bepalinge

Groenlo in 1575 tot het Hof te Arnhem met het verzoek te bemid-

de gronden buiten de stad conflicten zijn ontstaan met de Heer

bij onser stadt aldaer”. Te Arnhem zal zeker zijn vastgesteld dat

delen. De vrouwe van Borculo, gravin-weduwe Maria ter Hoya en

van Borculo, die dit niet tot het Graafschap Zutphen behorende

Joost van Bronckhorst de grenzen diende te respecteren.

Bronckhorst, had haar onderdanen namelijk verboden om die van

platteland tot zijn eigendom rekende. In een document van ca.

Het bleef tot 1538 betrekkelijk rustig, toen Joost van Bronckhorst

Groenlo plaggen en turf te leveren of andere hulp te verlenen.

1440 treffen we een uitgebreide opsomming van conflicten, die

een nieuwe poging waagde om zijn recht te halen en daarbij de

Lees verder op pag. 12


Atlas Groenlo 11

Manuscriptkaart, 1538 of eerder, 90 x 63 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden links. Rijksarchief in Gelderland te Arnhem (RAG), algemene kaartenverzameling, inventarisnummer 151.

1 Het gebied van een schepenbank (de door

schepenen gevormde rechtbank), waar een bepaald erfrecht, het schependomsrecht goldt. 2 Kerspel = grondgebied van de parochie.


Atlas Groenlo 12

Lit.: M. Donkersloot-de Vrij, Topografische kaarten van Nederland

Op de achterzijde van de kaart is sprake van het grensgeschil tus-

als de uitvinder van de triangulatie worden beschouwd. Sebastian

sen Borculo en Groenlo. Deze omschrijving maakt het twijfelach-

Münster onderhield contacten met de professoren aan de Leu-

vóór 1750 (Groningen 1981).

tig, dat de kaart in opdracht van Borculo of Groenlo vervaardigd

vense universiteit. Door het verschijnen in 1533 of 1534 van een

In: Archief de Graafschap 1946.

zou zijn. Mogelijke andere opdrachtgevers zijn: de Hertog van

boek van de hand van de Friese geleerde Gemma Frisius kreeg de

Rijksarchief in Gelderland te Arnhem.

H.J. Steenbergen, Het erve en goedt Laerberch onder Groenloo.

Gelre, de Landdrost van Zutphen en eventueel de bewoner van de

triangulatiemethode bredere toepassing. Frisius studeerde aan de

Toegang 0378: Inventaris van het archief van de heren van

havezate Marhulsen, Frederik van Marhulsen.

universiteit van Leuven gedeeltelijk in dezelfde tijd dat ook Van

Borculo. Inventarisnummer 90: Stukken betreffende het

De kaart bevat een driehoeksnet met Groenlo als centrum. Op de

Deventer daar was ingeschreven. Deze gegevens zeggen zeker iets

geding tussen graaf Joost van Bronckhorst, heer van Borculo,

plaats van de verschillende grenspalen werd met een kompas de

over de datering van de hier afgebeelde kaart.

en de stad Groenlo over de grensscheiding van hun

richting van de toren van de Calixtuskerk bepaald. Vervolgens

Koeman zegt daarover: “In het begin van de 16e eeuw werd

jurisdictiegebied.

werden de hoeken gemeten tussen de denkbeeldige lijn richting

de landmeetkunde allerwegen in Europa steeds vaker toegepast

kerktoren en de verbindingslijnen met de vorige en de volgende

bij allerlei problemen van bestuurlijke of juridische aard. Er is

grenspaal. Op de kaart zijn dan ook vanuit iedere grenspaal drie

al rond 1530 sprake van kaarten die voor een proces hebben

stippellijnen getekend. Uitzondering vormt de grenspaal in het

gediend. Waarschijnlijk dienen we in Van Deventers kaart van

DE KAART:

Wallerbosch. In die bosrijke omgeving was vanaf de grenspaal

Brabant (1536) ’s werelds eerste regionale kartering, berustend

De maker van deze gekleurde manuscriptkaart is niet bekend. Het

de kerktoren waarschijnlijk niet te zien. Op dat deel van de kaart

op hoekmeting te zien. Daaraan voorafgaand zijn er kaarten van

Rijksarchief in Gelderland te Arnhem vermeld dat de kaart ca.

loopt er dan ook geen stippellijn richting kerktoren maar wel een

Nederland verschenen die niet op hoekmeting berusten”.

1550 vervaardigd zou zijn.

extra stippellijn tussen de grenspalen ten oosten en ten westen van

De overduidelijk met hoekmeting tot stand gekomen kaart van

Volgens de thans nog beschikbare gegevens is het geschil tussen

het Wallerbosch (zia pag. 18).

Groenlo zal dus waarschijnlijk van na 1536 zijn.

Borculo en Groenlo voor het laatst rond 1538 zodanig hoog op-

De gehanteerde werkwijze en de nauwkeurigheid waarmee de

gelaaid, dat een kaart dienst kan hebben gedaan bij de voorberei-

kaart is getekend is reden om aan te nemen, dat in die tijd (1538

Lit.: B. van ‘t Hoff, Jacob van Deventer, keizerlijk – koninklijk geograaf

ding van een proces voor het Hof te Arnhem om de grenzen defi-

of eerder) iemand van het kaliber van Jacob van Deventer (zie

nitief vast te leggen. In de processtukken van 1538 wordt de kaart

pag. 30) de kaart heeft vervaardigd. Bijzondere aandacht daarbij

reeds genoemd. Ze zal dus in 1538 of eerder zijn vervaardigd en

verdient de toegepaste driehoeksmeting. Reeds sedert 1524 kende

Zes eeuwen land- en zeekaarten en stadsplattegronden

is later nog wel een keer gebruikt voor de hiervoor genoemde

de Zuid-Duitse geleerde Sebastian Münster (1488–1552) een me-

(Alphen aan den Rijn 1983).

kwestie, die in 1550 speelde.

thode voor het opnemen van regionale en lokale kaarten. Hij kan

Stadsarchief Groenlo (Streekarchivariaat Regio Achterhoek

te Doetinchem). Inventarisnummer 338.

Legenda bij de kaart van ‘1538’

(’s-Gravenhage 1953)

C. Koeman, Geschiedenis van de kartografie van Nederland.

De betekenis van de kleuren op de hiervoor afgebeelde kaart en de hierna volgende kaartgedeelten is in deze legenda weergegeven. Met de groene kleur zijn de landerijen behorende tot de havezate Marhulsen aangegeven: “Des von Marhulsen Havesaete landt und grunde in dem wibbolde gelegen iss mit sulcher farben als folgt abgestreckenn”. De donkerrood weergegeven gebieden betreffen land, dat reeds lang aan bestaande hoeven toebehoorde en als bouwland in gebruik was: “Dat aldthoefich landt beide essche und kempe in dem wibbolde gelegen iss mit folgender farben afgetekent”. De wat lichter rood ingekleurde gebieden betreffen in gemeenschappelijk bezit zijnd (“gemeinte”) land, dat binnen de grenzen was gelegen en 15 jaar geleden voor de duur van 20 of meer jaren was verkocht: “Dat landt soe uit der gemeinte in den circul des wibboldtz fur 15 jaren twintigh oder mehr jaren verkoft iss mit alsulcher farben abgetagen”. Geel gekleurd gebied betreft land, dat 1 of 2 jaar geleden uit het gemeenschappelijk bezit opnieuw verkocht werd: “Dat landt so nhue fuhr einem jarhe und tween jaren wederumb van der gemeinten verkoft iss mit folgende farben abgetagen”. Wat buiten de rode grenslijnen was gelegen en okergeel tot bruin is gekleurd, behoorde aan Borculo: “Wasz bueten den roeden circul linien gelegenn wirdt fuhr Borkeloess gehaldenn und isst mit folgende farben abgetzeichent”.


Atlas Groenlo 13

Oostelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links Het grondgebied van Marhulsen beslaat een groot deel van deze

loopt de Oude Winterswijkseweg via Meddo naar Winterswijk.

kaart.

De boerenhoeve links naast de aanduiding “Ost” draagt de

Rond 1540 en wellicht reeds eerder was Groenlo het centrum van

naam Te Bome. Langs de rode grenslijn van midden boven naar

een belangrijk wegennet. Op dit deel van de kaart is de weg vanuit

rechts midden: Krukenstoel, Kotterkamp, Elshoff, Dat Sgelenhus

Grol naar het oosten de Marhulzenweg, die via een poort toegang

en Den Blanckkenborch. Langs de grenslijn links: Den Anstoet,

gaf tot het grondgebied van Marhulsen. Van Grol naar links loopt

Tegelwarck, Nykamp, Anttynck, Pelgrum Platyinck, Tonnys Ot-

de Eibergseweg, destijds vemoedelijk via de Eschweg. Ter hoogte

tynck, Scheper Tonnys, Grote Johan en Honnychboem. Midden

van de boerderij van Tonnys Ottynck treffen we daarin het kruis-

onder: Grolle. Rechts daar boven: Merfelt en Die Brande Mate

punt Twenteroute – Vredenseweg/Den Sliem. Dit kruispunt wordt

Ghemeinte.

eveneens op pag. 107 aangetroffen. Van Grol naar rechts midden


Atlas Groenlo 14

Westelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. De weg in het midden van boven naar beneden dicht langs de Slinge lopend is de huidige Oranjestraat. De wegenstructuur op het kaartgedeelte rechts van deze weg toont grote overeenkomst met die van het westelijk gedeelte van de kaart op pag. 228. De weg van midden boven naar links is de Borculoseweg. Langs de rode grenslijn van links boven naar midden onder: de boerderijen van Sander Schrijver, Johan Kyste..., Gansekamp en Nykamp. Langs de onderlijn: Kommerfelt, Hanefelt en Eifssle. Langs de grenslijn rechts: Huve van Alem.


Atlas Groenlo 15

Noord-oostelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “De eerste paal

De stippellijn van de rode grenspaal links boven naar de stad

van de vrijheid van de stad Groenlo zal staan op de Oostberg, het

rechts onder is onderdeel van het driehoeksnet. Alle rode grens-

gerecht buiten de stad......”.

lijnen zijn om die reden eveneens van stippels voorzien. Midden

Rechts onder de stadskorenmolen. Eveneens aan de rechterzijde

boven een gedeelte van de boerderij van Anttynck. Midden onder

een gedeelte van de Marhulzenweg, die via een poort toegang

de boerderij van Scheper Tonnys.

geeft tot het omheinde grondgebied van Marhulsen. Verderop in die omheining, zit ter hoogte van het perceel van Pelgrum Platyinck nog een toegangspoort. De weg die daar langs loopt is waarschijnlijk de vroegere Vredenseweg. Vanuit de stad langs de boerderij van Tonnys Ottynck loopt richting grenspaal de weg naar Eibergen.


Atlas Groenlo 16

Oostelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links.

complex zal dan ook aan de oostzijde hebben gelegen. Van mid-

Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “..... en gaat ver-

den boven naar de onderzijde van dit kaartdeel loopt de stippel-

volgens van daar door de Marhulzerboom, waar men gewoon-

lijn van de grenspaal ten oosten van Marhulsen naar de toren van

lijk tol heft en van de boom voorwaarts voor om langs het veld

de Calixtuskerk. Links boven de havezate Marhulsen de boerderij

van Roelof Stevens. Vervolgens van het veld van Roelof Stevens

Maarssen. Verder de boerderijen Nykamp, Den Anstoet (thans

voorwaarts naar de “Hilgen” boom en van de “Hilgen” boom

Boerijendijk 6) en Krukenstoel (thans Marhulzenpad 3). Het nog

door den Elshof ......”. (N.B. Dit traject is niet in zijn geheel op dit

juist binnen de grenzen van Groenlo gelegen “Tegelwarck” links

kaartdeel afgebeeld.) Centraal de havezate Marhulsen. Voor dit ge-

boven, is de plaats waar de stenen werden gebakken voor de door

bouwencomplex wordt ook wel de aanduiding kasteel gehanteerd;

Marcelis Keldermans in opdracht van Karel V tussen 1548 en 1556

de legenda bij deze kaart vermeld echter de aanduiding havezate.

te (ver-)bouwen vesting Grol. De klei voor die stenen werd op het

In het Marhulzerbos is aan het einde van het hier niet zichtbare

grondgebied van Borculo gewonnen; daar stonden ook de hutten

Marhulzenpad een toegangspoort, waar vandaan een weg links en

van de steenbakkers en steenvormers en waarschijnlijk ook semi-

een rechts om de gracht loopt. De brug die toegang gaf tot het

permanente steenovens.


Atlas Groenlo 17

Zuid-oostelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “... van de Hilgen

lijn van het driehoeksnet naar de grenspaal op de weg naar Vra-

boom door den Elshof over het veld van Vuerkule achter de land-

gender (zie pag. 18) en slaat daarbij de grenspaal bij de boerderij

weer van de Brandemate, en van daar voorwaarts van de Brande-

Walderbusch over.

mate door de Wallerbosch ...”. Langs de grenslijn van links boven naar rechts onder: Elshoff, Dat Sgelenhus, Den Blanckkenborch en Walderbusch. Van links onder naar rechts boven: ‘Die wech vann Wynterswyck’, de latere Oude Winterswijkseweg. Het links onder blauw aangegeven water is de plaats van het latere zwembad De Bempte (zie pag. 24 en 25). Links boven een brug over de Slinge. Van de grenspaal op de weg naar Winterswijk loopt een stippel-


Atlas Groenlo 18

Zuidelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links.

Links onder de Lichtenvoordseweg.

Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “... door de Wal-

Vanuit de grenspaal bij de boerderij Walderbusch loopt geen stip-

lerbosch, dwars over de Zomeres achter de landweer van de Pij-

pellijn naar de stad. Wellicht was in dit bosgebied van daaruit

persteeg ...”.

de toren van de Calixtuskerk niet zichtbaar. Ook is het mogelijk

Vanuit de stad (links in het midden) naar rechts onder: ‘Die wech

dat de aangrenzende grenspalen van daaruit aan het zicht waren

nae Vrageren’, waarvan het eerste gedeelte Pijpersteeg kan hebben

onttrokken.

geheten. Links boven: ‘Dye Brande Mate ghemeynte’ (ghemeinte betekent hier: land in gemeenschappelijk bezit). De blauwe vlek daar rechts onder is het latere zwembad De Bempte. In de linker bovenhoek, nog net zichtbaar, Merfelt. Daar onder een galg.


Atlas Groenlo 19

Zuid-westelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “... over de Zomeres achter de landweer van de Pijpersteeg door de Kreiendijk landweer.” Met de landweer van de Pijpersteeg wordt mogelijk de structuur bedoeld rechts van de grenspaal in ‘Die wech nae Vrageren’. Van links boven naar rechts onder: ‘Dye wech na Lychtenfoerde’. De structuur boven de grenspaal in deze weg is mogelijk de ‘Kreiendijk landweer’.


Atlas Groenlo 20

Westelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “Vervolgens van de Kreiendijk landweer over de oude boerderij te Eefsele en van daar tot achter Schurenmaat. Vervolgens van de Schurenmaat voorwaarts door de beek ...”. Ten westen van de stad zijn hier van links naar rechts de volgende boerenhoeven weergegeven: Johan Kystem...., Gansekamp, Nykamp, Kommerfelt, Hanefelt, Eifssle en Huve van Alem.


Atlas Groenlo 21

Noord-westelijk deel van de kaart van ‘1538’ Het noorden links. Beschrijving van dit deel van de rode grenslijn: “... door de beek

een met de weg, die daar op de fiets- en wandelkaart van 1938

en door Hemsink en van Hemsink voorwaarts om de Everskamp

ligt (zie pag. 25) en thans als onverharde weg langs de boerderij

de gewone weg midden door de stadses of enk. Vervolgens van de

Laarberg loopt. Ook de structuur rechts boven de boerderij van

stadses op Wesschen aan de weg achter Laarberg langs en daar

Grote Johan komt op de kaart van 1938 voor.

voorwaarts naar de Oostberg naar het punt waar de eerste paal

Van links midden naar midden boven ligt een ‘lantweer’. Deze

buiten het gerecht staat”. (N.B. Dit traject is niet in zijn geheel op

sluit aan bij de landweer die op pag. 107 en 109 door de Hol-

dit kaartdeel afgebeeld.)

landse Schans loopt.

In dit kaartdeel staan de volgende boerderijnamen vermeld: Sander Schrijver, Lairbarch, Wyldenborch, Grote Johan, Honnychboem en Scheper Tonnys. De hier afgebeelde weg van de boerderij van Sander Schrijver richting de boerderij Lairbarch komt over-


Atlas Groenlo 22

“Merfelt” en “Dye Brande Mate Ghemeinte” Op dit detail van de kaart van 1538 ligt Marveld aan de noordoost-zijde van de Slinge. Op de manuscriptkaart van de belegering van Groenlo in 1597 (pag. 47) ligt Marveld echter aan de zuidwest-zijde van de beek. Daarnaast heeft de toenmalige Spaanse bezetting van Grol de Slinge tussen 1614 en 1620 verlegd en ten noorden van Groenlo omgeleid. Daardoor kwam Marveld nadien in zuidwestelijke richting verder van de Slinge af te liggen. Het afgebeelde Marveld, dat hier nog in het uiterste zuidwesten van het grondgebied van Marhulzen is gelegen, moet als een getrouwe weergave van het gebouw van de toenmalige havezate worden beschouwd. Midden onder is een galg afgebeeld. De waterpartij rechts onder is het latere zwembad De Bempte.


Atlas Groenlo 23

Detail van de kaart van ‘1538’: de Stad In de loop der tijd zijn in de vouwnaden van de originele kaart op

Origineel

enkele plaatsen beschadigingen ontstaan. De grootste beschadiging loopt juist midden door de afbeelding van de stad Groenlo. Met een beeldbewerkingsprogramma is het ontbrekende deel van de afbeelding ingevuld en zo goed mogelijk gereconstrueerd. In dit panorama-aanzicht vanuit het westen zien we de stad Grolle anno ‘1538’, gelegen achter een middeleeuwse ringvormige vestingmuur. Deze muur is in opdracht van Reinoud II, graaf van Zutphen, omstreeks 1334 gebouwd in een tijd, dat men nog niets van kanonnen te duchten had. De muur was laag (ca. 2 m) en niet erg dik. De gracht rond de stad moest voorkomen dat men de muur gemakkelijk kon bereiken. Om ongewenste indringers het over de muur klimmen niet al te gemakkelijk te maken was deze aan de bovenzijde van een hekwerk voorzien. In de muur waren (schiet-)gaten aangebracht. Er lag nog geen aarden wal achter de muur, waardoor het mogelijk was om in de stad tot dicht bij de muur huizen te bouwen. De hier afgebeelde vestingmuur werd ten behoeve van de nieuw te bouwen vestingwerken tussen 1548 en 1550 in zijn geheel, dus inclusief de daarin opgenomen poortgebouwen, gesloopt. De vrijkomende stenen werden gebruikt voor de fundering van de nieuwe veel dikkere vestingmuur.

Geretoucheerd


Atlas Groenlo 24

De gemeentegrenzen van Groenlo anno 1538 Het noorden boven.

berg identiek te zijn aan die op de kaart van 1938 (zie pag. 25).

De kaart uit ‘1538’ vermeld een aanzienlijk aantal boerderijnamen.

Ook de figuur ten oosten van Laarberg komt overeen met een

Een deel daarvan komt overeen met thans nog bestaande boeren-

dergelijke figuur op dezelfde plaats op de kaart van 1938.

hoeven. Daardoor wordt een topografische vergelijking met meer

Daarnaast bevat de beschrijving van de oude grenzen van Groenlo

recente kaarten mogelijk. Overige op de oude kaart aanwezige

topografische informatie, die ook thans nog hanteerbaar is, zoals

topografische gegevens zijn daarbij eveneens van groot nut. Zo

bijvoorbeeld de aanduiding “zomeres”.

blijkt het verloop van de weg in de nabijheid van de boerderij Laar-


Atlas Groenlo 25

De gemeentegrenzen van Groenlo anno 1938 en sedertdien tot 2005 Het noorden boven.

op, dat er blijkbaar tussen 1538 en 1938 weinig aan de gemeen-

‘1538’ water is weergegeven (zie hiervoor ook de afbeeldingen op

De VVV Groenlo’s Bloei gaf bij haar oprichting in 1938 een fiets-

tegrenzen van Groenlo is veranderd. Wel blijkt die grens hier en

pag. 17, 18 en 22).

en wandelkaart voor Groenlo en omgeving uit. De gemeentegrens

daar aan perceelsgrenzen en de (latere) natuurlijke loop van we-

zoals die op de oude kaart van Groenlo is aangegeven (zie pag.

gen en waterlopen te zijn aangepast.

24) is op deze kaart met de blauwe lijn geprojecteerd. Vergelijken we het verloop van de blauwe lijn met de gemeentegrens van

Bij vergelijking van beide kaarten springt in het oog, dat op de

Lit: M. Rouwmaat, De Bempte breed uitgemeten. In: Grols verleden,

Groenlo op deze fiets- en wandelkaart (streeplijn) dan valt het

plaats van het voormalige zwembad De Bempte op de kaart van

Jaargang 4, nummer 6, juni 2005.


Atlas Groenlo 26


Atlas Groenlo 27

De verbouwing van de vestingwerken in de 16e eeuw


Atlas Groenlo 28

Deel van het rond 1550 door Marcelis Keldermans opgemaakte taxatierapport van te slopen huizen 11. Anthonis van Veelen syn huys sonder hoff lanck 24, breet 16 und vierkant 388 voet

XV £

12. Henrick Sonderman alder Stevens sienen huys sonder hoff lanck 24 breet 16 vierkant 388 voet

XV £

13. Herman Stevens huys sonder hoff lanck 28, breet 24 vierkant 672

XXV £ hoewel hij bij de vurs. certifficatie seijt XXXVI £

Zeven dallers ende eenen halven

14 Jan Werntsinck alder Warnants een goet getimmert huijs met eenen hoff lanck 64, breet 48, maken 3072 voet

LXXX £ hoewel hij bij de vurs. certificatie seijt XC £

acht angelotten

15. Bernt Bouwmeester syn huys sonder hoff 24 breet 28 facit 576 voet

18 £ hoewel hij seijt bij certifficatie vurs. XXIIII £

Drye dallers ende eenen halven V £ I st VI d

Rest XII £ XVIII st VI d Rest nae sijn segghen XVIII £ XVIII st VI d

XXX £

acht daellers und acht stuvers

Rest XVIII £

16. Bernt Coenderinck syn huys sonder hoff lanck 48 breet 26 facit 1268 voet

Vier dallers vier stuvers

Rest IX £

samt VI £ Drye dallers

Rest X £ XIII st

IIII £ VII st Rest XIIII £ II st VI d Rest nae sijn segghen XXII £ II st VI d

X £ XVII st VI d

XXV £ IIII st

Rest LIIII £ XVI st Rest nae sijn segghen LXIIII £ XVI st

XII £

Rijksarchief in

mer. De te vorderen percelen werden beschreven en door Kel-

Gelderland te Arnhem,

dermans getaxeerd. Aan zijn taxatierapport ontlenen we de hier

Inventaris van

afgebeelde bladzijde.

het Hof van Gelre & Zutphen,

In de linker kolom van dit rapport staan de namen van de eige-

Inventarisnummer 1261,

naren en de gegevens van het te vorderen perceel. In de tweede

map 25.

kolom de door Keldermans getaxeerde waarde van het perceel met het daarop gebouwde. De derde kolom vermeldt het bedrag dat in 1551 aan de eigenaren werd uitbetaald. In de vierde kolom staat wat men daarna nog te vorderen had. Op dat laatste bedrag heeft men zeer lang moeten wachten. Soms verschilde de eigenaar met Keldermans van mening over het getaxeerde bedrag. Sommige percelen waren zeer klein, zoals bijvoorbeeld onder nummer 11 en 12 vermeld. Die twee huizen hadden geen tuin en waren ieder 24 voet lang en 16 voet breed (7,5 x 5,0 meter).

De middeleeuwse vestingmuur rond Grol was niet tegen kanon-

fie van die vestingwerken weten berust op latere plattegronden en

Het huis onder nummer 14 stond daarentegen op een vrij groot

vuur bestand. Nadat Karel V in 1543 Gelre, inclusief het Graaf-

bodemvondsten.

perceel van 20 x 15 meter en had een tuin. Het werd dan ook op

schap Zutphen (en dus ook Grol) in bezit had genomen, gaf deze

Op de plaats van de oude middeleeuwse muur werd een nieuwe

80 gulden getaxeerd, hoewel Werntsinck zelf vond, dat het 90

in 1546 opdracht de vesting Grol geheel te verbouwen. Marcelis

gebouwd. Deze nieuwe muur werd twee meter dik met daarach-

gulden waard was.

Keldermans werd tot bouwmeester benoemd. Van de tekeningen

ter een aarden wal. De huizen die direct achter de middeleeuwse

Opmerkelijk is het, dat in verschillende munten werd uitbetaald:

die destijds ongetwijfeld van de nieuw te bouwen vesting zijn ge-

muur stonden moesten voor de aanleg van deze wal wijken en

Daalders, Angelotten en Carolus guldens.

maakt is tot nu toe niets teruggevonden. Wat we van de topogra-

werden gesloopt. In totaal vielen 28 huizen onder de slopersha-

(1 £ = 1 Carolus gulden = 20 stuivers, 1 stuiver = 12 penningen).


Atlas Groenlo 29

16e Eeuwse muur

Foto Joop Hubers

Foto Godfried Nijs

In de Mattelierstraat werd bij rioleringswerkzaamheden ter hoogte van De Dael een gedeelte van de

De muur van boven gezien. Aan de rechterkant de fundering van een steunbeer. Links boven een

16e eeuwse muur blootgelegd. Ter plaatse is in de huidige bestrating de ondergondse ligging van dit

gedeelte van de oostelijke wang van de Lievelderpoort, die hier in de 17e eeuw door de Spanjaarden

gedeelte van de 16e eeuwse muur aangegeven.

aan de 16e eeuwse muur werd aangebouwd.


Atlas Groenlo 30

Jacob van Deventer keizerlijk-koninklijk geograaf Het is niet mogelijk een scherp omlijnd levensbeeld van Jacob van

namen ter plaatse. Alle kaarten zijn op gelijke schaal getekend

exemplaren van de kaarten, die men nodig had, te verlangen en

Deventer te schetsen. De daarvoor benodigde gegevens zijn niet in

(ongeveer 1 : 7.500) en met dezelfde oriëntatie, nl. het noorden

in handen van bevelhebbers van de troepen te geven (in 1568 en

voldoende mate voorhanden.

boven. Op de kaarten van Van Deventer zijn de straten en plei-

1572, maar ook nog in de dagen van Parma hadden de kaarten

Anna, de te Kampen wonende moeder van de geograaf, ontmoet-

nen in de steden wit, de wegen buiten de steden bruin, de huizen

uitstekende diensten kunnen bewijzen) is de grootste zorg, hoe

te daar een uit Deventer afkomstige man, Roelof van Deventer.

rood, de daken en kerkspitsen blauw, de weidegronden groen en

men een zo mooi mogelijk versierd exemplaar naar koning Filips

Zij ging met hem naar Deventer. Uit deze verbintenis werd Jacob

donkergroen als het laaggelegen landen betreft, de hoger gelegen

in Spanje kan zenden. Daarbij komt als remmende factor de fi-

omstreeks 1515 geboren. Aangenomen mag worden, dat tussen

zandgronden geel en bruin-grijs. Uit de kaarten blijkt duidelijk

nanciële nood van de regering, waardoor de betalingen aan Van

Roelof en Anna geen wettig huwelijk was gesloten. In een Kam-

de strategische bestemming. Van Deventer gaf de muren, poorten

Deventer stokten en men van hem de kaarten niet los kon krijgen.

pense acte van 1535 wordt een zekere Roeloff van Deventer ge-

en andere versterkingen, de belangrijke gebouwen en vooral de

Dezelfde oorzaak, die de ineenstorting van het regeringsapparaat

noemd, toen pater van het St. Agnietenklooster in Kampen. Het

toegangswegen overduidelijk weer.

in Brussel ten gevolge had, belette, dat de regering profijt trok van

is mogelijk, maar helemaal niet bewezen, dat deze Roelof, die

Zijn wijze van werken, die berustte op de primitieve wijze van

Van Deventers stedenatlas.

dan na de geboorte van Jacob uit Deventer naar Kampen zou zijn

driehoeksmeting zal voor hem aanleiding zijn geweest vanuit

In 1572 komt de crisis. In dat jaar, toen de kaarten voor Alva en

teruggekeerd, identiek is met de vader van Jacob.

torenspitsen en andere hooggelegen punten de omgeving op te

de zijnen juist van groot nut hadden kunnen zijn, werd Mechelen,

Op jeugdige leeftijd is Van Deventer naar Brabant getrokken, waar

nemen.

de woonplaats van Van Deventer, door de troepen van de zoon

hij zich met drukken heeft bezig gehouden. Zeker sinds 1542 zal

Op de kaarten, die hij ter plaatse vervaardigde (“minuten”) teken-

van Alva, Don Frederik de Toledo, geplunderd. Van Deventer

Mechelen de hoofdverblijfplaats van Van Deventer zijn geweest.

de hij met stippellijnen de wegen. Later vervaardigde hij daarvan

week uit naar Keulen, dat toen een verzamelplaats van vluchte-

Hij huurde daar toen een huis. Zijn karteringswerkzaamheden

zijn “net-exemplaar”. Deze stippellijnen op het “net-exemplaar”

lingen uit de Nederlanden was. IJverig deed Viglius pogingen om

maakten het echter noodzakelijk, dat hij het grootste deel van het

en de “minuten” bevinden zich in het midden van de wegen en

Van Deventer te bewegen terug te keren en zijn kaartwerk af te

jaar de Nederlandse gewesten doorkruiste.

straten. Op de “cartons”, die bij het net-exemplaar zijn gevoegd,

leveren. Ondanks alle beloften en toezeggingen bleef Van Deven-

Zijn levensgezellin, Barbara Smets, hield zich omstreeks 1548 te

zijn slechts deze stippellijnen getekend en zijn bij de belangrijkste

ter in Keulen. Hij overleed daar in de eerste dagen van mei 1575

Mechelen bezig met het verkopen van kaarten. Ook Van Deven-

gebouwen namen gevoegd.

zonder zijn kaarten te hebben afgeleverd.

ter kocht en verkocht daar kaarten. Beiden verkeerden in de be-

Houdt men de “minuten” tegen het licht, dan ziet men, dat de

Het trof voor Viglius goed, dat hij na de dood van Van Deventer,

drijvige kring van graveurs, kaartafzetters (kleuren aanbrengen),

kaarten op de plaats van de stippels doorgeprikt zijn. Dit geeft

via een bevriende relatie bij de Keulse magistraat alle moeite kon

drukkers, uitgevers en boekverkopers.

een aanwijzing voor de methode, waarmee zonder veel moeite

doen om de stedenatlas, waaraan men in Brussel en Madrid zo

Het levenswerk van Van Deventer kan in drie groepen worden

verscheidene exemplaren van één kaart gemaakt werden. Van

grote waarde hechtte, in handen te krijgen. De Magistraat van

ingedeeld. Zijn Nederlandse provinciekaarten uit de jaren 1536–

Deventer zal op de plaats van de stippen zijn schets (“minuut”)

Keulen toonde zich bereidwillig en legde beslag op de nalaten-

1546, zijn stedenatlas en tenslotte zijn andere kaarten. Er zijn

tegelijk met een of meer andere bladen doorgeprikt hebben. Die

schap van Van Deventer.

slechts weinig “andere” kaarten bekend, die met zekerheid aan

kon hij met houtskool overstrijken en zo kon hij, met die zwarte

Reeds 8 mei 1575 schreef de magistraat aan Viglius over de drie

Van Deventer kunnen worden toegeschreven.

stippen als grondslag, het net-exemplaar en ook nog het “carton”

delen met kaarten, waarop het wapen van de koning voorkwam,

In opdracht van gewestelijke staten of van de landheer, eerst kei-

(al die kaarten hebben dezelfde schaal) tekenen.

en de provinciekaarten, die bij de goederen van de overleden

zer Karel V, later Filips II, maakte Jacob van Deventer kaarten van

De betalingen voor zijn karteringswerk kwamen soms traag bin-

geograaf waren aangetroffen en in beslag genomen met een stuk,

Brabant, Holland (uitgegeven in 1540), Gelderland (uitgegeven in

nen. In de betaling van het jaarsalaris, dat hem voor zijn stads-

waaruit bleek dat Van Deventer in dienst van de koning was. Na

1542), Friesland en Zeeland en tekende hij later enige honderden

plattegronden in uitzicht was gesteld, was er volgens de eigen be-

een uitgebreide briefwisseling werden de atlassen door een bode

plattegronden van de Zuid- en Noord-Nederlandse steden. Hij

kentenis van Viglius van Aytta (voorzitter van de Raad van State

van Keulen naar Brussel vervoerd. Men had in Keulen de zending

was in dienst van de landheer en noemde zich dan ook volkomen

te Brussel) een grote achterstand.

eerst uitgesteld vanwege de roverijen op de wegen. Viglius kon

terecht keizerlijk en koninklijk geograaf.

Het staat niet vast in welk jaar de opdracht tot het maken van de

19 oktober toch gelukkig naar Madrid schrijven, dat hij de drie

Het werk, waardoor Van Deventer de grootste vermaardheid ge-

stedenatlas gegeven is; evenmin in welk jaar Van Deventer met

atlasdelen in goede orde had ontvangen. Hij is vol lof over het

niet, is zijn serie van ruim 250 plattegronden van de steden van

zijn opmetingen is begonnen. Uit documenten is bekend, dat de

werk, dat Zijne Majesteit zeker waardig is.

de zeventien Nederlandse gewesten, het domein van Karel V en

betaling aan Van Deventer vanaf 1558 verschuldigd (en achter-

Nu kwamen de zorgen voor Viglius om de atlas veilig naar Spanje

Filips II.

wege gebleven) was. Er zijn sterke aanwijzingen, dat ook de op-

te zenden. De kans was immers groot, dat de atlas bij de algemene

De uitgaven van de plattegronden van de Nederlandse steden

dracht in dat jaar werd verstrekt. Anderzijds zijn er aanwijzingen,

onveiligheid in verkeerde handen zou vallen. Het transport moest

werden door hem in 1545 begonnen en waren bij zijn overlijden

dat hij reeds in vroeger jaren plattegronden had gemaakt.

worden uitgesteld. In maart 1576 overleed de landvoogd Don

in 1575, nog niet ten einde gebracht. Op de kaarten van Van De-

Viglius en andere regeringspersonen, zelfs Filips II persoonlijk,

Luis de Requesens. Dit was het sein voor de ineenstorting van het

venter werd voor het eerst de triangulatie toegepast, een methode

stelden groot belang in het ondernomen werk. De strategische

Spaanse bewind. In Brussel werden de leden van de Raad van Sta-

door Gemma Frisius in 1533 bekend gemaakt.

waarde van de stedenkaarten werd telkens naar voren gebracht.

te, onder wie Viglius zelf, gevangen genomen. Viglius, die spoedig

De plattegronden van de Nederlandse steden zijn door hem al-

De ondoeltreffende en bureaucratische behandeling van deze zaak

na zijn gevangenneming weer vrij was gelaten, overleefde dit alles

lemaal volgens dezelfde methode getekend als resultaat van op-

wekt dan wel verwondering. In plaats van zo spoedig mogelijk

niet lang. Hij stierf 8 Mei 1577 in Brussel, voordat hij gelegen-


Atlas Groenlo 31

heid had gevonden de atlas naar Madrid te sturen. Don Juan,

Filips II, naar een schilderij van een onbekende meester, 1546.

de nieuwe landvoogd, liet de atlas bij Viglius in beslag nemen,

(Brussel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten).

maar eind october van dat jaar was hij er nog niet in geslaagd de atlas naar Spanje te zenden. Verdere berichten ontbreken, zodat wij niet weten of Don Juan, die op zijn beurt 1 october 1578 het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, de atlassen nog verzond of dat een van zijn opvolgers dit uiteindelijk deed. Het zou bijna drie eeuwen duren voordat de atlas, of liever twee van de drie delen, weer aan het licht werd gebracht. Van Deventer was na zijn dood (1575) spoedig vergeten. Eerst in de negentiende eeuw, toen er nieuwe historische belangstelling groeide, werd weer aandacht aan hem besteed. In 1859 werden te Den Haag kaarten geveild, die in 1866 door onder andere Frederik Muller als de “minuten” van de stadsplattegronden herkend werden. Het terugvinden van deze “minuten” was aanleiding tot een Belgische reproductie-uitgave, die, in 1884 begonnen, pas in 1924 werd voltooid. Deze uitgave had een vraag om inlichtingen in Madrid tot gevolg, met het gelukkige resultaat, dat twee van de drie delen van het net-exemplaar van de stedenatlas voor de dag kwamen. Deze waren na Van Deventers dood aan Filips II gezonden. Zo waren dan de meeste stadsplattegronden teruggevonden. Van de Madridse atlas werd door de firma Nijhoff te ‘s Gravenhage in de jaren 1916-1923 een reproductieuitgave van de Noord-Nederlandse steden tot stand gebracht. De afbeeldingen op pag. 33 is aan deze facsimile-uitgave ontleend. Lit.: B. v. ’t Hoff, Jacob van Deventer (’s-Gravenhage 1953).

A. de Smet, De Hollandse kartografie,

Koninklijke Bibliotheek Albert I (Brussel 1971).

P.T.A. Swillens, Nederland in de prentkunst (Utrecht 1978).


Atlas Groenlo 32

“Carton” behorend bij de kaart van Jacob van Deventer

Stadsplattegrond van Grol door Jacob van Deventer

Carton van Grol (1561), 8,3 x 10,2 cm

Deel van de originele manuscriptkaart van Grol.

Facsimile uitgave.

Kunstenaar: Jacob van Deventer

Het noorden boven.

Het noorden boven.

Uit: Nederlandsche steden in de 16e eeuw, Plattegronden van Jacob van Deventer (‘s-Gravenhage 1916–1923).

Van een origineel door Van Deventer aan de hand van de minuut vervaardigde manuscriptkaart is hier de plattegrond van de stad weergegeven. Het origineel wordt te Madrid bewaard. Vergelijking met de hiernaast op pag. 33 afgebeelde kaart laat zien, dat bij het vervaardigen van de

Op elke kaart in de stedenatlas van Van Deventer bevindt zich een zogenaamd “carton”. Daarop is alleen de stad afgebeeld en wel even groot als op de afbeelding in de atlas. Het stratenpatroon van de stad is slechts met stippellijnen weergegeven. De belangrijkste gebouwen zijn ingetekend en soms van een aanduiding voorzien.

Porta

poort

Civita domus

stadhuis

Templum

kerk

facsimile uitgave het origineel van Van Deventer zeer zorgvuldig werd gereproduceerd.


Atlas Groenlo 33

Plattegrond van Grol door Jacob van Deventer (1561) Facsimile van de manuscriptkaart van Grol (1561), 32,5 x 27,5 cm Het noorden boven. Uit: Nederlandsche steden in de 16e eeuw, Plattegronden van Jacob van Deventer (‘s-Gravenhage 1916–1923). Deze facsimile uitgave bevat 104 kaarten. Blad 42: Grol. H 1. Militaire strategische kaart van de vesting Grol en het wegennet daaromheen. Deze kaart werd door Jacob van Deventer in opdracht van Filips II in 1561 vervaardigd. De vesting heeft slechts op 4 van de 5 hoeken bastions.


Atlas Groenlo 34

Plattegrond van de stad Grol anno 1561 De stadsplattegond van Groenlo van Jacob van Deventer is de

exemplaar van de plattegronden uit de Stedenatlas van Van De-

de Berlaymont (zie pag. 36 en 37) laat ons zien, dat zelfs in 1572

oudst bekende plattegrond van de stad. De kaart is van eminent

venter naar koning Filips in Spanje te zenden. Het heeft er alle

de vestingwerken nog niet waren afgebouwd. Als Van Deventer in

belang voor de geschiedenis van de vestingwerken van Grol. En

schijn van, dat Jacob van Deventer daar zijn medewerking aan

1561 Grol heeft bezocht moet hij hebben waargenomen dat de ves-

niet alleen daarvoor; het stratenpatroon van de stad toont buiten-

verleende. Immers de hier afgebeelde plattegrond van Grol uit

ting nog niet was afgebouwd. Mogelijk heeft hij de bouwtekening

gewoon grote gelijkenis met de situatie anno 2005. Ook enkele

1561 toont geheel afgebouwde vestingwerken. Burgemeesters,

van Keldermans aangehouden om de vestingwerken te tekenen.

gebouwen die Van Deventer weergeeft zijn in het huidige Groenlo

Schepenen en Raad van Groenlo schrijven echter nog in 1562

Maar ook daaraan moet worden getwijfeld. Immers, zoals uit de

nog aanwezig. Toch moeten bij deze kaart kanttekeningen wor-

aan Kanselier en Raden van Gelre te Arnhem met het verzoek om

manuscriptkaart van op pag. 47 blijkt, zijn bij Van Deventer ook

den geplaatst. We zagen reeds eerder, dat het de grootste zorg

met het versterken van de stad verder te gaan, daar het werk was

de bastions groter weergegeven dan ze in werkelijkheid waren. Of

van het regime te Brussel was, om een zo mooi mogelijk versierd

gestaakt en de stad open lag. De plattegrond in de atlas van Gilles

gebeurde dat om de eerder genoemde verfraaiingsredenen?


Atlas Groenlo 35

Projectie van de plattegrond van de vestingwerken van Grol anno 1555 op de kadastrale kaart van Groenlo anno 1995 Uitgaande van de ligging van de muur op de plattegronden van de

baseerd op de onder het voormalige ziekenhuis gevonden muur-

vestingwerken met de stadsplattegrond van Jacob van Deventer

afbeeldingen op pag. 34, 47 en 91 en gebruik makend van geregi-

resten en verder ontleend aan de afbeeldingen op pag. 47. Er is

(zie pag. 34), laat zien, dat er sedert 1561 weinig aan het straten-

streerde en uit mondelinge overlevering bekende vindplaatsen van

geen rekening gehouden met het feit, dat bepaalde gedeelten van

patroon van Grol werd gewijzigd.

de 16e eeuwse muur, zijn hier de tussen 1548 en 1555 gebouwde

de muur in 1555 nog niet waren afgebouwd.

vestingmuren (zwart) ingetekend. De vorm van de bastions is ge-

Vergelijking van de stadsplattegrond binnen de hier afgebeelde


Atlas Groenlo 36

Vestingwerken van Groenlo anno 1572 Manuscriptkaart, 46,5 x 37,5 cm Kunstenaar anoniem. Het noorden rechts onder. Noordpijl in de kaart. Uit: Atlas voor Gilles de Berlaymont. Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, Atlas nr. 440, folio 27v, La ville de Grolle, 1572.

In 1993 werd een tot dan toe onbekende 16e eeuwse atlas in de collectie Bodel Nijenhuis opgenomen. Hoewel de atlas zelf daar geen uitsluitsel over geeft werd volgens Ch. van den Heuvel deze atlas in opdracht van Gilles de Berlaymont vervaardigd. Gilles de Berlaymont was te Arnhem namens het Spaanse regime stadhouder van Gelre van 1572–1577. Van den Heuvel merkt in zijn artikel over de door hem bestudeerde en aan Gilles de Berlaymont toegeschreven atlas op: “De voorstellingen zouden een diepgaander onderzoek verdienen, alleen al omdat ze in historisch opzicht een onmisbare schakel vormen tussen de beroemde plattegronden van Jacob van Deventer uit het midden van de 16e eeuw en de ontwerpen die vooral vanaf het midden van de zeventiger jaren tot aan het einde van de negentiger jaren van de 16e eeuw voor de modernisering van de stedelijke fortificaties werden gemaakt”. Deze opmerking is zeker op de plattegrond van Grol van toepassing. Deze manuscriptkaart moet als zeer betrouwbaar worden aangemerkt. Ze bevat details die op geen enkele andere kaart van de vestingwerken van Grol worden aangetroffen. Lit: Ch. van den Heuvel, Een atlas voor Gilles de Berlaymont,

baron van Hierges. In: Caert-Thresoor nr. 15 (1996), 3,

pp. 57-69.

J.E. van der Pluijm, De vestingstad Grol.

Geschiedenis van de vestingwerken van Groenlo

(Groenlo 1999).


Atlas Groenlo 37

Vestingwerken van Groenlo anno 1572, Bagijnenbolwerk en Lievelder bolwerk Wat reeds bekend was uit bewaard gebleven correspondentie

Bewerking van de manuscriptkaart

wordt hier bevestigd. De in 1561 door Jacob van Deventer ver-

van pagina 36.

vaardigde plattegrond van Grol (pag. 34) wekt de indruk dat

Het noorden boven.

de vesting toen was afgebouwd. Dat blijkt niet het geval te zijn geweest. De eerder genoemde brief van juni 1562 (zie pag. 34) bevestigt dat. Uit latere beschrijvingen wordt duidelijk dat zelfs in 1580 de stad nog open lag. De stippellijnen in de hier getekende

Bagijnenbolwerk

vestingwerken geven aan, dat op die plaatsen de vestingmuur tijdens de bouw in de jaren 1546-1555 nog niet werd aangelegd. Het heeft er alle schijn van, dat ook na 1580 op die plaatsen geen muur meer werd gebouwd, maar volstaan werd met het daar aanleggen van aarden wallen. Midden boven, rechts van het noorderbastion, zijn enkele muurgedeelten weergegeven, die loodrecht op de stadsmuur staan. De ruimte tussen die muren stond in open verbinding met de stadsgracht. Mogelijk was hier een min of meer veilige drinkplaats voor de paarden. Deze manuscriptkaart is de enige plattegrond van Grol waarop kazematten zijn weergegeven. Uit de bewaard gebleven bouwrekeningen blijkt, dat ze reeds in de bouwperiode 1546–1555 werden aangelegd. In de beschrijving van de belegering van Grol door Maurits in 1597, van de hand van de in het leger aanwezige Anthony Duyck, wordt nadrukkelijk van de aanwezigheid van kazematten melding gemaakt. In de hier afgebeelde detailtekeningen is duidelijker zichtbaar gemaakt, dat er in de betreffende bastions geheel verschillende kazematten werden gebouwd. In het Bagijnenbolwerk (thans verpleeghuis De Molenberg) zijn ze ondergronds aangelegd, ieder met twee schietgaten. In het Lievelder bolwerk (Hondegatbolwerk) is in de keel en het daaraan grenzende deel van het bastion een open ruimte aangegeven, die aan beide zijden eindigt in een kazemat. Deze twee van boven open kazematten waren ieder van twee schietgaten voorzien. Deze laatste constructie had het voordeel, dat kruitdampen vrij konden ontwijken, wat bij de kazematten van het Bagijnenbolwerk niet het geval was. Nadeel was wel dat een eventuele aanvaller zijn kanonvuur bij voorkeur op de kazematten van het Lievelderbolwerk richtte (zie pag. 67). Met vlakbaangeschut uit zware kanonnen, die men met de naam “muurbrekers” aanduidde, werden salvo’s afgevuurd om door schokwerking de muur te ondermijnen. Was men door deze muur heen dan kon men vrij gemakkelijk tot in de stad doordringen. Lit.: A. Duyck, Journaal van Anthonis Duyck 1591-1602.

(‘s-Gravenhage/Arnhem 1862-1866) 3 delen.

J.E. van der Pluijm, De vestingstad Grol.

Geschiedenis van de vestingwerken van Groenlo

(Groenlo 1999).

Lievelder bolwerk


Atlas Groenlo 38


Atlas Groenlo 39

Kaarten en prenten van de belegeringen in de 16e eeuw


Atlas Groenlo 40

Prins Maurits van Nassau Graaf/Prins Maurits van Nassau (1567–1625) was de zoon van Willem van Oranje en diens tweede vrouw Anna van Saksen. Hij had een oudere halfbroer, Filips Willem (1554–1518), uit het eerste huwelijk van Willem van Oranje met Anna van Egmond. Deze werd sedert 1568 door de Spanjaarden gevangen gehouden en sedertdien volledig in Spaanse stijl als Habsburgs hoveling opgevoed. Willem van Oranje werd in 1544 door erfopvolging prins van Oranje. Na zijn dood in juli 1584 ging deze titel over op zijn oudste zoon Filips Willem. Maurits werd na de dood van zijn vader voorzitter van de Raad van State en in 1585 stadhouder en kapitein generaal van Holland en Zeeland. Vanaf 1590 was hij dat ook van Utrecht, Gelderland en Overijssel. In 1589 werd hij bevelhebber van alle Staatse troepen. Hoewel Maurits met goedvinden van de Staten van Holland de titel “geboren prins van Oranje” voerde, werd hij pas in 1618, na het overlijden van zijn halfboer Filips Willem, feitelijk prins van Oranje.

Christoffel de Mondragon Christoforo de Mondragon (1504–1596), Spaans veldheer, kwam met Alva in 1567 in de Nederlanden. Zijn militaire activiteiten lagen de eerste tien jaren hoofdzakelijk in Zeeland. Toen in 1576 het Spaanse regime te Brussel de greep op de gebeurtenissen in de Nederlanden begon te verliezen keerde hij begin 1577 terug naar Spanje. Einde van dat jaar kwam hij met Parma terug in de Nederlanden. Hij was President van de Raad van Oorlog, Generaal en Maitre de Camps. Hij was Gouverneur van de stad Antwerpen en burchtvoogd (Casteleyn) van het kasteel van Antwerpen. Was in september 1592 met troepen, waarover de toenmalige landvoogd Mansfelt veldoverste was, op weg naar Coevorden korte tijd te Grol.


Atlas Groenlo 41

DE BELEGERING VAN GROL DOOR MAURITS IN 1595.

FRANS HOGENBERG.

Maurits veroverde in 1594 Groningen op de Spanjaarden. Na een

Frans Hogenberg (1535–1590), geboren te Mechelen en oorspron-

tekend zijn en over het algemeen de locale bijzonderheden vrij

in de herfst van 1594 afgebroken poging om ook Grol dat jaar

kelijk van Duitse afkomst, was rond 1560 samen met zijn broer

nauwkeurig weergeven.

nog te veroveren belegerde Maurits in 1595 de in Spaanse handen

Remigius in Engeland, waar hij voor een boekverkoper werkte.

Ook betreffende Groenlo staan twee prenten op naam van Frans

zijnde vesting Grol. De Spanjaarden bleken meer waarde aan het

Bij hun terugkeer in België stichtten zij samen met hun broer

Hogenberg (zie pag. 43 en 67). Ze zijn waarschijnlijk door een

bezit van Grol te hechten dan Maurits had verwacht. De 92-jarige

Abraham te Mechelen een “werkhuis van graveeren”. Vast staat

van zijn broers, kinderen of leerlingen vervaardigd. Ze getuigen

Alonso (Christoffel) de Mondragon, een geducht veldheer uit de

dat de gebroeders Hogenberg hun kunst geleerd hebben bij Hen-

daarom niet minder van groot vakmanschap. Van deze afbeel-

school van Alva, werd er door de landvoogd Fuentes met een le-

drik Terbruggen of Pontanus, stiefvader van Frans Hogenberg. Te

dingen kan echter niet gezegd worden, dat ze de locale bijzon-

ger naar toe gezonden om Grol te ontzetten en Maurits eventueel

zijnen huize placht ook te komen Barbara Smets, echtgenote van

derheden vrij nauwkeurig weergeven. Frans Hogenberg of zijn

slag te leveren. Nog voordat Mondragon Grol had bereikt brak

Jacob van Deventer. Zo laat zich vermoeden welke betrekkingen

opvolgers hebben vrijwel zeker Groenlo nooit bezocht. Op beide

Maurits het beleg van Grol af en trok zich met zijn leger terug

hebben bestaan tussen de beroemdste van onze oude topografen,

prenten is de afbeelding van de bebouwing van de stad dan ook

richting Zutphen. Aanvankelijk beveiligde Maurits de plaatsen in

Jacob van Deventer, en Frans Hogenberg.

geheel aan de fantasie van de tekenaar ontsproten.

het zuiden van de Achterhoek, maar later trok hij met zijn leger

De drie gebroeders Hogenberg hingen de Protestantse leer aan.

naar het noordelijk Ruhrgebied om te trachten Mondragon te be-

Frans zou tot degenen behoort hebben die tussen 1567 en 1570

Lit.: J. Denucé, De geschiedenis van de Vlaamsche kaartsnijkunst

wegen over de Rijn te trekken en naar Antwerpen terug te keren.

door Alva uit de Nederlanden verbannen werden en toen hun

Tot diep in het najaar bleven beide legers in elkaars nabijheid.

toevlucht in Keulen gezocht hebben. Zeker vanaf 1569 is hij te

In een treffen bij Wesel, begin september, leden beide legers aan-

Keulen, waar hij vele jaren tot aan zijn dood als graveur (Kupfers-

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters: van

zienlijke verliezen. Het was voor de Staatse troepen een smade-

techer) werkzaam was. Hij was een van de voornaamste graveurs

den vroegsten tot op onzen tijd (Amsterdam 1857–1864).

lijke nederlaag. Daar verloor onder andere Philips van Nassau,

in de periode dat het ”snijden” van kaarten en prenten nieuw

neef van Maurits, het leven.

leven werd ingeblazen. Hij stierf te Keulen in 1590 en is ”ins Velt

(Oorspronkelijke uitgave: Düsseldorf 1850.

auff den Acker der Protestanten begraben worden”.

Bewerkte en vermeerderde uitgave: Düsseldorf 1895).

Een groot aantal historieprenten uit de tweede helft van de 16e

en de eerste helft van de 17e eeuw worden aan Frans Hogenberg

beschrijving van Nederlandse Historieplaten,

toegeschreven. De prenten bestrijken de periode 1535–1632, een

Zinneprenten en historische kaarten (jaren 100–1879).

periode die welhaast te lang is om door één persoon bestreken te

(Amsterdam 1863–1882) 4 delen in 3 banden.

worden. De tijd der gebeurtenissen, die tot 1632 gaat, in aanmer-

king genomen, kunnen de platen, die onder de naam van Frans Hogenberg zijn uitgegeven, onmogelijk alle van hem zijn,. Er is wel gesuggereerd dat de prenten, die na zijn dood gepubliceerd zijn, door hem eerder zouden zijn vervaardigd. Dat is echter niet goed vol te houden, daar een groot aantal van de betreffende prenten betrekking heeft op gebeurtenissen van na 1590. Waarschijnlijk hebben zijn broers Abraham en Remigius alsmede zijn scholieren hierin de hand gehad. Aan de prenten zelf kan men niet afleiden door wie ze getekend zijn; geen der platen heeft enige naam of monogram, wat op deze of gene graveur kan doelen. Slechts op 3 portretten en op de plaat van de moord van Willem van Oranje vindt men de naam van Frans Hogenberg als uitgever. Het uiterst belangrijke en vrij zeldzame werk van Frans Hogenberg is voor de kennis van de Nederlandse geschiedenis van groot gewicht, daar het ten tijde van de gebeurtenissen zelf is vervaardigd en uitgegeven. Hoewel niet als zodanig bedoeld, bevatten deze platen een rijke schat aan bijzonderheden over steden, gebouwen enz. Het is een verzameling van plus minus 400 prenten, die betrekking hebben op de gebeurtenissen van 1535 af, doch voornamelijk uit de jaren 1558–1610, die alle in de tijd zelf ge-

(Antwerpen 1941).

C. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

J.J. Merlo, Kölnische Künstler in alter und neuer Zeit

F. Muller, De Nederlandsche geschiedenis in platen: beredeneerde

P.T.A. Swillens, Nederland in de prentkunst (Utrecht 1978).


Atlas Groenlo 42

Maurits belegert vergeefs Grol, 13-18 juli 1595 Kopergravure, 12,3 x 15,2 cm, origineel ingekleurd.

Het boek van Baudartius bevat 285 platen, waarvan 221 ver-

zogenaamde “kaartafzetters” met de hand ingekleurd. De hier

Kunstenaar: anoniem.

kleind naar Hogenberg en 64 nieuwe. Deze prent van Grol is niet

afgebeelde prent is ontleend aan een exemplaar met origineel in-

Uit: W. Baudartius: De Nassausche Oorloghen. Afbeeldinghe ende

aan Hogenberg ontleend en toont grote gelijkenis met een prent

gekleurde platen. De vertaling van het Latijnse onderschrift van

Beschrijvinghe van alle de Veldslagen, Belegeringen, en andere no-

van de belegering van Gent in 1584 in hetzelfde boek.

de Staats georiënteerde auteur luidt: Het lot speelt soms een rol

table geschiedenissen, ghevallen in de Nederlanden, geduerende

De afbeelding is geheel aan de fantasie van de tekenaar ontspro-

in menselijke zaken. Er is tegenspoed zolang de stoutmoedige

d’oorloghe teghens den Coningh van Spaengien; Onder het beleydt

ten. Deze gravure is wel geïnspireerd door de plaat van Hogen-

krijgsman Maurits de stadswallen van Grolle omsingelde. Het ge-

van de Prince van Oraengien, ende Prince Maurits de Nassau (Am-

berg betreffende dezelfde belegering (zie pag. 43). In de duurdere

rucht gaat rond dat de vijand de stad nadert. De Nassauer verlaat

sterdam, M. Colijn, 1615). Prentnr. 222, folio 653. M 1039, H 3.

uitgaven van het boek van Baudartius werden de platen door

Grolle en stelt zich bloot aan de vijand.

Kopergravure, 12,3 x 15,2 cm, origineel ingekleurd.

Het boek van Baudartius bevat 285 platen, waarvan 221 ver-

zogenaamde “kaartafzetters” met de hand ingekleurd. De hier

Kunstenaar: anoniem.

kleind naar Hogenberg en 64 nieuwe. Deze prent van Grol is niet

afgebeelde prent is ontleend aan een exemplaar met origineel in-

Uit: W. Baudartius: De Nassausche Oorloghen. Afbeeldinghe ende

aan Hogenberg ontleend en toont grote gelijkenis met een prent

gekleurde platen. De vertaling van het Latijnse onderschrift van

Beschrijvinghe van alle de Veldslagen, Belegeringen, en andere no-

van de belegering van Gent in 1584 in hetzelfde boek.

de Staats georiënteerde auteur luidt: Het lot speelt soms een rol

table geschiedenissen, ghevallen in de Nederlanden, geduerende

De afbeelding is geheel aan de fantasie van de tekenaar ontspro-

in menselijke zaken. Er is tegenspoed zolang de stoutmoedige

d’oorloghe teghens den Coningh van Spaengien; Onder het beleydt

ten. Deze gravure is wel geïnspireerd door de plaat van Hogen-

krijgsman Maurits de stadswallen van Grolle omsingelde. Het ge-

van de Prince van Oraengien, ende Prince Maurits de Nassau (Am-

berg betreffende dezelfde belegering (zie pag. 43). In de duurdere

rucht gaat rond dat de vijand de stad nadert. De Nassauer verlaat

sterdam, M. Colijn, 1615). Prentnr. 222, folio 653. M 1039, H 3.

uitgaven van het boek van Baudartius werden de platen door

Grolle en stelt zich bloot aan de vijand.


Atlas Groenlo 43

18 juli 1595. Maurits breekt het beleg voor Grol op Kopergravure, 20,0 x 27,7 cm, recent ingekleurd

Hoewel Mondragon voornemens was Grol te ontzetten en Mau-

bedoeling een momentopname weer te geven. De tekenaars van

(aquarel Rees Hopmans).

rits daar desnoods slag te leveren, is hij in 1595 niet voor Grol

historieprenten trachtten veeleer de verschillende gebeurtenissen,

Kunstenaar: Deze na de dood van Frans Hogenberg vervaardigde

verschenen. De afbeelding suggereert echter een confrontatie bij

die tijdens een beleg na elkaar plaats hadden, in ĂŠĂŠn prent vast te

gravure werd onder zijn naam uitgegeven.

Grol tussen de troepen van Maurits en die van Mondragon. Toen

leggen. Hogenberg is geroemd vanwege zijn getrouwe weergave

Uit: Frans Hogenberg: Prentwerk over de Nederlandsche, Fran-

Maurits in 1595 zijn troepen bij Groenlo terugtrok was het leger

van steden, gebouwen enz. Maar ook, dat het materiaal voor zijn

sche, Duitsche en Engelsche geschiedenis van 1530 tot 1631, serie

van Mondragon niet verder gevorderd dan Klein en Grosz Reken

stedenboek uit allerlei materiaal bijeen werd gezocht. Hij zal dan

10 (1587 – 1611), nr. 323.

op een afstand van ca. 40 km van Grol. De hier in vogelperspec-

ook afbeeldingen van grote steden beschikbaar hebben gehad

M 413/323, H 2.

tief getekende historieprent werd dan ook niet vervaardigd met de

Lees verder op pag. 44


Atlas Groenlo 44

om die in zijn atlas over te nemen. Dat hij over een afbeelding van Grol heeft kunnen beschikken is minder waarschijnlijk. Hij heeft in deze historieprent bij de fraaie weergave van de stad zijn fantasie dan ook de vrije loop gelaten. Onder deze historieprent is in het prentwerk van Hogenberg het volgende 12-regelig vers openomen:

Graff Mauritz hat bey sich bedacht,

Vor die Stat Groll sein Lager bracht, Auff Sanct Margreten sie berant: Das St채tlin both im widerstant.

Er bscheusts mit zwentzig grober Stuck: Der Stat wirdt bang. Zu ihrem gluck Die zeitung kombt, vorhanden sey Des Konigs grosse Reuterey

Graff Mauritz im vertrawet nicht, Mit seinem L채ger bald uffbricht, Steckts L채ger an, und rucket fort Uff Borckeloo, und sichere ort. 13 Julij berant.

18 Julij uffgebrochen. Anno domini 1595.


Atlas Groenlo 45

DE BELEGERING VAN GROL IN 1597

DE DRUKKERIJ-UITGEVERIJ BLAEU

De 80-jarige oorlog was een belegeringsoorlog. De legers waren

Willem Janszoon, de stichter van het beroemde atelier van Blaeu

Aan het eind van de jaren zestig werd de capaciteit van de druk-

niet voldoende groot en ook de financiële middelen ontbraken om

te Amsterdam, werd in 1571 in Uitgeest of Alkmaar geboren. Op

kerij onvoldoende geacht. Joan kocht in januari 1671 een gebouw

het platteland te bezetten. Wie een vestingstad had ingenomen

ongeveer 23-jarige leeftijd ging hij werken op het kantoor van

achter de Nieuwe Kerk te Amsterdam om er een nieuwe tweede

beheerste van daaruit het omliggende platteland.

de haringhandel van zijn oom. Na ruim een jaar daar gewerkt te

drukkerij te vestigen. Terwijl de verbouwing aldaar nog niet vol-

Wanneer twee in elkaars nabijheid liggende steden in handen wa-

hebben vertrok hij in 1595 voor enige maanden naar Denemar-

tooid was, maar de nieuwe drukpersen al wel in bedrijf waren,

ren van elkaar bestrijdende partijen overlapten hun activiteiten

ken om daar in de leer te gaan bij de beroemde sterrenkundige

brak er in de strenge winter van 1672 in de nacht van 22 op 23

elkaar in het tussenliggende platteland. Dat had vele schermutse-

Tycho Brahe. In mei 1596 keerde hij terug naar Alkmaar en trad

februari brand uit, veroorzaakt door slordigheid bij het stoken

lingen tot gevolg.

daar in 1597 in het huwelijk. In 1598 werd zijn oudste zoon Joan

van het houtvuur. De verwoesting als gevolg daarvan was enorm

In de 80-jarige oorlog duurde het belegeren van een vestingstad

geboren. Eind 1598 vestigde Willem Jansz. zich te Amsterdam,

en de drukkerij met alles wat daar aan voorraad bewaard werd,

weken en soms maanden. In loopgraven naderde men de rand

waar hij het beroep van ‘globemaker’ uitoefende. In 1604 drukte

was reddeloos verloren. Het was een grote financiële tegenslag,

van de stadsgracht om vervolgens een gesloten gang (galerij) over

hij zijn eerste kaarten en vanaf 1605 verkocht hij ook boeken.

die niet toestond dat de drukkerij weer werd opgebouwd. Geluk-

de gracht aan te leggen. Na het bereiken van de overkant trachte

Het bedrijf van Willem Jansz. breidde zich gestaag uit. Hij kwam

kig was de oude drukkerij nog in gebruik en kon daar verder ge-

men de vestingwerken met springstoffen te vernietigen om zo de

steeds weer met nieuwe uitgaven. Maar hij was niet de enige in

produceerd worden. Joan Blaeu heeft de ramp niet lang overleefd.

stad te kunnen binnendringen.

Amsterdam, die actief was als uitgever van kaarten en globes. In

Op 28 december 1673 overleed hij, 75 jaar oud geworden.

De naderingsloopgraven (approches) werden overigens niet alleen

1615 vestigde zich naast hem zijn concurrent-uitgever Janssonius.

Joan Blaeu werd in het bedrijf opgevolgd door zijn zoons Willem,

voor de beveiliging van de soldaten aangelegd, maar dienden ook

Willem Jansz. ondervond zoveel hinder van zijn buurman, dat hij,

Pieter en Joan. Hoewel deze drie vast van plan waren de interna-

voor het transport van kanonnen, munitie en allerhande materi-

vanwege het geringe naamsverschil, in 1621 besloot de bijnaam

tionale naam en faam van de drukkerij-uitgeverij hoog te houden,

alen, die men bij de grachtovergang en bij het opblazen van de

van zijn grootvader ‘blauwe Willem’ als eigennaam aan te nemen.

hadden zij misschien niet de eigenschappen en aspiraties van hun

vestingwerken nodig had. Met uitvallen uit de stad probeerden de

Vanaf toen noemde hij zich Willem Blaeu (ook wel geschreven als

grootvader en vader om het bloeiende bedrijf in stand te houden.

belegerden de vijand van zich af te houden.

Blaeuw, in Latijnse opschriften: Guiljelmus Blaeuw).

Als gevolg van het grote financiële verlies door de brand in 1672

Beroemde personen hadden Blaeu als uitgever. Met Joost van de

moesten in 1674 op veilingen een groot aantal boeken en koper-

Maurits ondernam in 1597 een veldtocht om de Spaanse vijand

Vondel bestond een hechte vriendschap. Blaeu gaf diens werk

platen verkocht worden. In 1677 vonden er opnieuw veilingen

uit de landen van Zutphen en Twente te verdrijven. Tijdens de

vanaf 1626 uit (o.a. Gijsbrecht van Aemstel). Hugo de Groots

plaats. Veel werd er op die veilingen door concurrenten gekocht.

veldtocht van 1595 had Maurits ervaren hoe onverstandig het

“Grollae obsidio” werd bij Blaeu gedrukt en door hem in 1629

Een aantal koperplaten vielen in handen van Frederick de Wit,

was geweest, dat hij niet eerst maatregelen had genomen om

uitgegeven.

een groot uitgever te Amsterdam (zie pag. 181). De geleidelijke

de vijand het oversteken van de Rijn te beletten. Daardoor kon

Willem Jansz. Blaeu overleed in 1638. De drukkerij en uitgeverij

uitverkoop van boeken, atlassen, koperplaten en globes leidde het

Mondragon destijds ongehinderd optrekken naar Grol. In plaats

werden voortgezet door twee van zijn zoons: Joan en Cornelis. De

einde van een wereldberoemd bedrijf in. De drukkerij hield zeker

van nu direct Grol en Oldenzaal te gaan belegeren koos Maurits

laatste overleed in 1642, waarna Joan de zaak alleen voortzette.

tot het einde van de 17e eeuw haar grote reputatie.

er daarom voor eerst posities langs de Rijn in te nemen. Mocht de

Onder leiding van Joan groeide het bedrijf sterk. Er waren in

vijand pogingen willen ondernemen om met zijn troepen naar de

die tijd tussen de 40 en 80 medewerkers. Rond het midden van

Lit.: M. Donkersloot-de Vrij,

Achterhoek en Twente op te trekken dan kon hij daarbij worden

de 17e eeuw was Joan Blaeu de bekendste drukker-uitgever in

opgehouden door hem het oversteken van de Rijn zoveel mogelijk

Europa geworden. Naast andere imponerende publicaties, die

te beletten.

in die periode het licht zagen, verscheen in 1649, een jaar later

Maurits begon zijn veldtocht in augustus 1597 dan ook aan de

dan gepland, ook ter gelegenheid van de vrede van Munster, het

Rijn. Na daar Alpen (Dld.) te hebben ingenomen belegerde hij

fraaie Stedenboek der Nederlanden in twee delen: Het Novum

de belangrijke vesting Rijnberk (Rheinberg Dld.), dat zich op 20

ac Magnum Theatrum urbium Belgicae Regiae en het Theatrum

augustus over gaf. Na eerst nog Meurs te hebben veroverd kwam

Belgicae Federatae, in het Nederlands: Toonneel der Steden van ‘s

hij met zijn leger de 11 september voor Grol. De belegering daar-

Konings Nederlanden en Toonneel der Steden van de Vereenighde

van duurde slechts 16 dagen. De 27e september werd de acte van

Nederlanden.

overgave getekend en op 28 september werd de stad door de troe-

De splitsing van het werk in twee delen wees erop, dat de Ne-

pen van Maurits ingenomen.

derlanden ook politiek in twee delen uiteengevallen waren. Het

Na Grol werd Bredevoort belegerd en ingenomen Vervolgens trok

stedenboek is een prachtig prentenboek met 219 plattegronden

Maurits met zijn leger naar Twente om daar Enschede, Ootmar-

(waaronder 2 van Grol) in vogelperspectief en panoramische

sum en Oldenzaal te veroveren. Zijn veldtocht eindigde met de

stadsgezichten, dat een onvervangbare bron voor de iconografie

inname van Lingen.

van al de daarin afgebeelde steden vormt.

Drie generaties Blaeu (Zutphen 1992).

P.T.A. Swillens, Nederland in de prentkunst (Utrecht 1978).


Atlas Groenlo 46

De Belegering van Grol in 1597 Manuscriptkaart, 43 x 43 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden rechts boven. Krigsarkivet Stockholm, Utländska krigsplaner, Band III: Holländska frihetskriget Holland – Spanien 1580–1648, nr. 2b. Militaire topografische kaart van de belegering van Grol door

Hoe deze manuscriptkaart van Grol samen met een groot aantal

Lit.: Arkiv, Samhälle och Forskning, Svenska Arkivsamfundets

prins Maurits. Plattegrond van de vesting- en belegeringswerken

kaarten van andere steden uit het oorlogsgebied van de 80-jarige

van Grol anno 1597.

oorlog in Zweden zijn beland blijft een vraag. De betreffende collec-

Biografie Universelle, Tome troisième (Paris 1854).

Deze kaart zal ten tijde van de belegering van Grol in 1597 aan

tie bestaat uit kaarten van steden uit de Noordelijke en Zuidelijke

A. Duyck, Journaal van Anthonis Duyck 1591-1602.

Staatse zijde zijn vervaardigd en moet daarom als zeer betrouw-

Nederlanden. Ook kaarten van een aantal steden langs de Rijn uit

baar worden aangemerkt. Opvallend is de gelijkenis met de ko-

het gebied grenzend aan de Zuidelijke Nederlanden maken er deel

pergravure, die door Joan Blaeu in 1649 in het beroemde “Ste-

van uit. Voor een mogelijke verklaring zijn er meerdere opties:

denboek” werd uitgegeven (zie pag. 49).

Een van de mogelijke verklaringen voor de aanwezigheid te Stock-

Naast de hieronder met naam genoemde aanvalswerken bouwde

holm van deze manuscriptkaarten is het feit dat reeds tijdens de

Zes eeuwen land- en zeekaarten en stadsplattegronden

Maurits op 3 plaatsen een galerij. Dat waren gesloten grachtover-

80-jarige oorlog er een goede relatie bestond tussen de Nassau’s

(Alphen aan den Rijn 1983).

gangen, waardoor men met manschappen en materieel de vesting-

en het Zweedse koningshuis. De manuscriptkaarten kunnen van-

muur betrekkelijk ongehinderd kon bereiken.

uit het Staatse leger naar de Zweedse koning zijn gezonden om

Uit de beschrijving van de belegering van 1597 zoals die door

als lesmateriaal op de militaire akademie van Stockholm gebruikt

Anthony Duyck in zijn dagboek werd vastgelegd, wordt duidelijk

te worden. Voor deze verklaring pleit het feit, dat de kaarten ook

dat Maurits bij die belegering reeds van een circumvallatielinie

nu nog eigendom zijn van de Zweedse koninklijke familie. Ook

gebruik maakte (zie ook pag. 53).

het feit dat er van een van de manuscriptkaarten van Grol in het Krigsarkivet een in Zweden vervaardigde copie aanwezig is, kan in de richting van gebruik als lesmateriaal pleiten. Aan een andere mogelijkheid mag zeker niet voorbij worden ge-

Titel:

gaan. In de 17e eeuw was officier een vrij beroep, waarvoor men

Belegeringe der stadt Grol Belegering van de stad Grol

zich bij een legerleider verhuurde. Een officier was overal in Eu-

A 1597 gelijck het selve Anno 1597 zoals deze door

ropa inzetbaar, reden waarom de samenstelling van zijn vestingat-

de H. Her. Staeten belegert de troepen van de Staten

las van een geografische diversiteit was. Daarom is het niet abnor-

ende gewonnen hebben Generaal belegerd en veroverd is

maal Nederlandse versterkte steden afgebeeld te zien met Franse, Duitse of Zweedse titels en legenda’s. Die hebben eens toebehoord

In de tekening:

aan Franse, Duitse of Zweedse huurofficieren en maken nu deel

Trenschement

Retranchement: wal met daarvoor

uit van verzamelingen in buitenlandse archieven en bibliotheken.

een brede diepe droge gracht.

Als voorbeeld hiervan noemt Koeman expliciet het Krigsarkivet te

Cortgaarde

“Corps de garde”: wachtpost in

Stockholm, waar meerdere manuscriptatlassen met Nederlandse

de naderingsloopgraaf

vestingkaarten aanwezig zijn.

Schotse Schans

Schotse schans

De Zweedse veldmaarschalk Jean Banier ondernam tijdens de 80-

Aprosche der Schotten

Naderingsloopgraaf van de Schotten

jarige oorlog met het Zweedse leger verscheiden veldtochten in

Aprosche der Hollanders Naderingsloopgraaf van

Duitsland. Hij was een legerleider van aanzien met grote kennis

de Hollanders

van het militaire bedrijf. Na enkele grote successen in Duitsland

Aprosche der Engelsen

Naderingsloopgraaf van de Engelsen

verwierf hij de steun van onder andere Holland en Frankrijk. Mo-

Aprosche de V.ijsten

Naderingsloopgraaf van de Friezen

gelijk zijn toen, eventueel via een van zijn officieren, vele platte-

Aprosche bij Düvenvorde Naderingsloopgraaf van de troepen

gronden van vestingen in zijn bezit gekomen, ook van vestingen in

de Nederlanden. Via hem kunnen deze kaarten dan in het bezit van

van Duivenvoorde

het Krigsarkivet zijn geraakt.

Skriftserie nr. 9 (Stockholm 1966).

(‘s-Gravenhage/Arnhem 1862-1866) 3 delen.

Föreningen Armémusei Vänner, Meddelande XIX, Kungl. Armémuseum (Stockholm 1958).

C. Koeman, Geschiedenis van de kartografie van Nederland.


Atlas Groenlo 47


Atlas Groenlo 48

De Belegering van Grol in 1597 Kopergravure, 12,5 x 15,8 cm

Deze afbeelding is de verkleinde weergave in spiegelbeeld van de

De overwonnene verheugde zich in de dubbele triomfen van Mau-

Kunstenaar: anoniem.

afbeelding in het boek van Orlers (pag. 51). Dezelfde afbeelding

rits. Burgers worden behoed, de soldaat wordt weggezonden.

Uit: W. Baudartius: De Nassausche Oorloghen. Afbeeldinghe ende

komt ook voor in P. Chr. Bor, Oorspronck, begin ende vervolgh

Dit is de onderworpenen ontzien en de overmoedigen ontslaan.

Beschrijvinghe van alle de Veldslagen, Belegeringen, en andere no-

der Nederlandtsche oorlogen, in 18 boecken beschreven (Amster-

table geschiedenissen, ghevallen in de Nederlanden, geduerende

dam, M. Colijn, 1621).

d’oorloghe teghens den Coningh van Spaengien; Onder het be-

De vertaling van het door de Staats georiĂŤnteerde calvinistische

leydt van de Prince van Oraengien, ende Prince Maurits de Nassau

Baudartius geschreven Latijnse onderschrift luidt: Grolle heeft

(Amsterdam, M. Colijn, 1615). Prentnr. 231.

opnieuw de eer van een Bataafse belegering geoogst.

M 1070, H 4A.


Atlas Groenlo 49

Maurits verovert Grolla, 1597 Kopergravure, 42 x 53 cm, origineel ingekleurd.

veroverd door de verenigde provinciĂŤn, het leger onder aanvoe-

scheen in 1649 in de Stedenatlas van Joan Blaeu, ruim 50 jaar

Tekenaar: anoniem. Deze gravure werd in het atelier van

ring van de luisterrijke prins Maurits, prins van Oranje,

na de gebeurtenis. De manuscriptkaart van pag. 47 heeft vrijwel

Joan Blaeu door zijn medewerkers vervaardigd.

Graaf van Nassau etc. In het jaar 1597.)

zeker als voorbeeld gediend. Vergelijking van deze gravure met de

Het noorden rechts boven.

Stedelijk Museum Zutphen. Inventarisnummer P 118.

manuscriptkaart laat zien, dat men in het atelier van Blaeu niet

Uit: Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden,

Foto: Joop Koopmanschap.

alle details nauwkeurig heeft overgenomen, maar de voorkeur

met hare beschrijvingen (Amsterdam, Joan Blaeu, 1649).

M 1071/ H 5.

heeft gegeven aan een gestileerde en geaccentueerde weergave.

Hierin: GROLLA OBSESSA et CAPTA ab Ordinibus Foederatis,

Van de vestingwerken zijn bijvoorbeeld de bastions bij Blaeu

Exercitus Duce Illustrissimo Principe Mauritio Arausionensium

De drukkerij van Blaeu in Amsterdam bestond nog niet toen de

vergroot weergegeven. Verder zijn de galerijen, die Maurits in de

Principe, Comite Nassovio etc. Anno 1597. (Grolle is belegerd en

hier afgebeelde belegering plaats vond. Deze kopergravure ver-

gracht had laten bouwen, niet in die gravure opgenomen.


Atlas Groenlo 50

De prent van pag. 51, voorstellende het beleg en de verovering (28 september 1597) van Grol door Maurits, heeft een 10-regelig onderschrift, waarin de nummers in de prent worden toegelicht: 1. Hier lach zijn Excellentie ende Graeff Wilm van Nassau met

16 Vendelen, den Oversten Veer met 13 Vendelen,

Colonnel Balfour met 12 Vendelen, Brederode met

8 Vendelen ende 12 Cornetten.

2. Hier lach den Grave van Solms ende den Oversten

Duyvenvoorde met 6 Vendelen.

3. Uyt dese Schantsen, ghemaeckt van onse Soldaten, heeft

zijn Excellentie Die Stadt bequamelick kunnen beschieten

ende ondergraven.

Aan de hand van de militaire topografische kaarten van pag. 47 en 85 en de vestingbouwtechnische plattegrond van pag. 91 kan worden geconcludeerd, dat er op de vijfde hoek van de vestingmuur rond Grol tussen 1561 en 1597 een klein bastion werd gebouwd, waarschijnlijk ter verdediging van de daarvoor liggende dam in de uitwatering van de gracht. Dat hier een vijfde bastion werd afgebeeld betekent, dat men bij de vervaardiging van deze prent is uitgegaan van een aan Staatse zijde vervaardigde manuscriptkaart van de belegering en verovering van Grol in 1597. Het is opmerkelijk dat de vorm van dit vijfde bastion afwijkt van de overige vier. Het is gebouwd volgens de gewijzigde inzichten van het Nieuw窶的taliaanse stelsel. Lit.: J. E. van der Pluijm, De vestingstad Grol. Geschiedenis van de

vestingwerken van Groenlo (Groenlo, 1999).


Atlas Groenlo 51

De Belegering van Grol in 1597 Kopergravure, 22,0 x 31,2 cm

beleyt des hoochghebooren fursts Maurits van Nassau (Leiden

Kunstenaar: anoniem.

1610). Met 42 prenten. Plaat 24.

Het noorden rechts boven.

Deze prent komt ook voor in: Wilhelm en Maurits van Nassau,

Uit: Jan Jansz Orlers: Nassousche Laurencrans. Beschrijvinghe

princen van Orangien, haer leven en bedrijf.

ende afbeeldinge van alle de victorien, so te water als te lande, die

De auteur is “Een lief-hebber der historien� (= Isaac Commelin),

Godt almachtich de eedele hooch-mogende heeren staten der ver-

(Amsterdam, J. Janssonius, 1651).

eenichde Nederlanden verleent heeft, deur het wijs ende clouck

M 1069, H 4.


Atlas Groenlo 52

PIERRE LE POIVRE

Manuscriptkaart, 51 x 37 cm Pen op papier, ingekleurd.

Pierre le Poivre, in 1546 geboren te Bergen (België), diende als

Kunstenaar: Pierre le Poivre.

architect en militair ingenieur onder Alva en onder Parma en was

Het noorden rechts.

onder andere belast met de aanleg van versterkingen. In 1580

Uit: Pierre le Poivre, Recueil des plans, Particularité du siege

werd hij benoemd tot “architecte et géographe de Sa Majesté”. In

de grol 1597.

die functie had hij toegang tot tekeningen, die bewaard werden

Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel,

aan het Hof te Brussel.

Handschriftenverzameling, Inventarisnummer 19611, folio 94.

Aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw stelde

M 413 A/102.

hij in manuscript een atlas met steden in de Nederlanden samen, met in totaal 130 afbeeldingen. Op de meeste bladen is zijn naam

Le Poivre geeft de volgende betekenis van de cijfers in de prent:

en de datum vermeld, waaruit blijkt, dat hij ze in de loop van de

1. De Beltemerpoort waar de vijand het water uit de gracht

jaren 1585 tot 1622 getekend heeft. Hij zou de atlas in opdracht

van de Aartshertogen Albert en Isabel van Oostenrijk hebben sa-

2. De galerijen, waarlangs de mijnen werden aangevoerd.

mengesteld. Hij overleed in 1626.

3. Trencheeën rondom de stad om te verhinderen dat men de

Het werk van Le Poivre bevat bijna zonder uitzondering platte-

gronden van vestingen, kaarten, gezichten in vogelperspectief, af-

liet weglopen.

stad van buitenaf kon bereiken of verlaten. De vier batterijen die door hun geweld de bolwerken

beeldingen van oorlogswerktuigen enz., alles uit een krijgskundig

oogpunt. Hij tekende blijkbaar al wat hij beleefd had en meest uit

4. De drie kanonnen, die de stad in puin schoten.

eigen aanschouwing kende. De meeste tekeningen zijn gekleurd

5. De aarden wallen, die dienden om naar de mijnen te gaan.

en alle zeer fraai, nauwkeurig en uitvoerig. Soms wordt bij de

6. Het Lievelderbolwerk met een halve maan.

tekeningen in plaats van een kort onderschrift een vrij uitvoerig

7. De grote mijn, die een grote bres in de muur sloeg.

verhaal van de gebeurtenis aangetroffen, dan weer alleen de plat-

8. De vesting Grol.

tegrond of kaart zonder enige tekst. De tekeningen zijn blijkens

9. Het kwartier van Graaf Maurits, Prins van Oranje.

de onderschriften op verschillende tijden (meestal later dan het

10. Het kwartier van Graaf Willem Lodewijk en

feit) vervaardigd. Le Poivre droeg zijn werk op aan de Koning

ruïneerden.

van de Graaf van Solms.

van Spanje. Dat de collectie historisch een bijzonder grote waarde heeft is

Zoals ook op pag. 47 is te zien bouwde Maurits reeds in 1597

duidelijk, omdat Le Poivre, anders dan bijvoorbeeld Hogenberg,

bij de belegering van Grol, op enige afstand daarvan, een aarden

veelal als ingenieur bij de belegeringen betrokken schijnt geweest

wal om te verhinderen dat men de stad van buitenaf kon bereiken

te zijn. Van sommige plattegronden was hij zelfs de ontwerper

of verlaten: de zogenaamde circumvallatielinie*). Die linie werd

van de betrokken vesting of versterking.

in de regel op een zodanige afstand aangelegd, dat die buiten het

In de atlas van Le Poivre treffen we 3 afbeeldingen betreffende

bereik van de kanonnen van de stad lag. In 1597 hadden de ka-

Grol (zie pag. 53, 81 en 98).

nonnen echter nog een beperkte draagwijdte, zodat de aanvaller de linie relatief dicht bij de stad kon leggen. Dat betekende dat de

Lit.: Ch. van den Heuvel, Een atlas voor Gilles de Berlaymont,

omtrek van de aarden wal, ten opzichte van latere ontwikkelin-

baron van Hierges. In: Caert-Thresoor nr. 15 (1996),

gen, betrekkelijk kort kon zijn.

3, pp. 57-69.

C. Koeman, Geschiedenis van de kartografie van Nederland.

*) In de Franse en Spaanse taal is het woord circumvallatie nog in ge-

Zes eeuwen land- en zeekaarten en stadsplattegronden

bruik. Het Franse woord circonvallation kent de betekenis: omwalling,

(Alphen aan den Rijn 1983).

omschansing, insluiting. Het Spaanse woord circunvallación wordt gebe-

C. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters:

van den vroegsten tot op onzen tijd (Amsterdam 1857-1864).

F. Muller, De Nederlandsche geschiedenis in platen:

beredeneerde beschrijving van Nederlandse Historieplaten,

Zinneprenten en historische kaarten (jaren 100–1879).

(Amsterdam 1863-1882). 4 Delen in 3 banden..

zigd voor: het omringen, omschansing, rotonde.


Atlas Groenlo 53

Bijzonderheden over de belegering van Grol in 1597


Atlas Groenlo 54

Clachte Alberti aende Roomse Senaet over sijn tegenwoordige ellendige staet Kopergravure, 12 x 21 cm (inclusief de tekst 28 x 21 cm). Kunstenaar: anoniem. Rijksmuseum Amsterdam, Rijksprentenkabinet, Inventarisnummer RP-P-OB-77.499. M 1080. Naar aanleiding van de verliezen van de Spanjaarden in de veldtocht van 1597, waarin Maurits een groot aantal steden op de Spanjaarden veroverde, werd deze spotprent gemaakt. Rechts zit Albertus onder een troonhemel en weert de Reden af, die hem tot zich wil trekken. Hij leent het oor aan een Jezuïet, die met een Capucijn aan zijn rechterzijde staat. Verder links in de rivier een schip met de namen van de veroverde steden. Aan de overzijde van de rivier Maurits met zijn leger. Onder de prent het volgende Hollands rederijkersvers, waarin de overwinningen van Maurits worden bezongen: Door valsche propheten als die Achab verleydden Doe sijn Sapen hem end Josaphat victorie toe schreven Ick in Septembri uyt Bruessel hooghmoedig scheidden Om een gepluckte Lelie die ick op der heyden In Picardie gehaelt hadde int Jaer negentich zeven Maer comende aende reviere, soo was mij ontdreven Mijn Berck daer ick meynde niet over te vaeren Dies mij Alphen end Meurs terstont hebben begeven Oock dees geroofde Lelie die mij ’t hert doet beswaeren Dies ick van weedom Ami-eens moet seggen ongaeren Want mijn eijgen volck Grolt tegens mij alreede Nassau plant daer sijn kanonnesie van Jaere te jaeren End gaet met zijn saken al Breed-voort van Stede te Stede Ja beneemt mij mijn Bonet, Staf, Swaert En-schede Soo dat Oot-maerssen bij kremers slechter nijet zijn verspeelt Doch t’hing’al an een Olden-zeel dat’s nu gebroken mede Dies ick sonder Lingen van fortuna ben misdeelt Seggend noch Ami-eens adieu die mijn ...eest steelt Denckende fortuine is tot verand’ring genegen ras Tis schand’lijck verlooren dat onrecht’lijck vercregen was.


Atlas Groenlo 55

Het door Maurits voortgetrokken schip met zijn lading Tot de lading van het schip, dat door Maurits te paard wordt

in zijn veldtocht van 1597 werden veroverd: Enschede, Meurs,

de, Meurs (Dld.), Groenlo, Ootmarsum, Bredevoort, Rheinberg

voortgetrokken, behoren de namen van de steden die door hem

Grol, Ootmaers, Brevoort, Berck, Lingen en Oldenseel (Ensche-

(Dld.), Lingen (Dld.) en Oldenzaal).


Atlas Groenlo 56


Atlas Groenlo 57

Penningen uitgegeven bij gelegenheid van de verovering van een aantal steden door Maurits in 1597 In opdracht van de Staten Generaal werden bij gelegenheid van de veroveringen in 1597 van Maurits onder andere de volgende 2 penningen vervaardigd. Ook het Graafschap Zutphen liet bij die gelegenheid een penning slaan.


Atlas Groenlo 58

Penning op de overwinningen van Maurits in zijn veldtocht van 1597 Penning op de veldtocht van 1597. Van Deinse Instituut, Enschede. Voorzijde:

In de cirkel in het midden staan de woorden:

VENIT, VIDIT DEUS VICIT

Hij is gekomen, God heeft gezien,

Hij heeft overwonnen.

Daar rondom:

VICTORIA PARTA SPATIO TRIMESTRI

De overwinning is behaald in een tijdsbestek

van drie maanden.

Het veld rondom deze binnenste cirkels is gevuld met de profielen van de veroverde steden, waarvan de namen in de rand staan: ALPEN, BERG, MEURS, GROL, BREVORT, ENSCH, OLD, OTM, LINGEN. (Alpen, Rheinberg, Meurs, Groenlo, Bredevoort, Enschede, Oldenzaal, Ootmarsun en Lingen). Foto van de voorzijde.

Foto van de keerzijde. Keerzijde:

Een verslagen leger met daar omheen woorden

uit psalm 118:

A DOMINO FACTUM EST ISTUD ET EST

MIRABILE IN OCULIS NOSTRIS

Door de Heer is dit geschied en het is wonderlijk

in onze ogen.

Onderaan:

VICTORIA TURNOTANA JANUARIO

ANNO 1597

De overwinning van Turnhout in januari 1597.

Lit.: Bizot, Medalische historie der republyk van Holland

(Amsterdam 1690).

G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche historiepenningen

(Den Haag 1723–1731).


Atlas Groenlo 59

Penning van de veroveringen van Maurits in 1597 Penning op de overwinning bij Turnhout en verovering van negen steden in drie maanden. Zilver, geslagen; Ø 51 mm Kunstenaar: Gerard van Bylaer. Van Deinse Instituut, Enschede. De penning werd bij de Munt van de provincie Holland te Dordrecht geslagen. Alhoewel de rol van Maurits als opperbevelhebber van het Staatse leger bij deze overwinningen niet onbelangrijk was, wensten de Staten Generaal hem, vanwege een conflict over de verovering van Lingen, niet op deze officiële penning te vermelden. Voorzijde: Opschrift:

DEO OPTIMO MAXIMO

Aan de Allerhoogste God.

Verder twee perspectivisch verschillende elementen samengevoegd tot een nieuw geheel: de staande krijgstrofee en het landschap in vogelvlucht, waar drie rivieren doorheen stromen (de Rijn, de Foto van de voorzijde.

Foto van de keerzijde.

Maas, en de rivier de Eems die voorbij Lingen loopt). Links en rechts van de krijgstrofee de profielen van dezelfde steden als op de penning van pag. 58, ieder met hun eigen stadsgezicht. Met de klok mee: MOERS (Meurs Dld.), BERCK (Rheinberg Dld.), ALPEN (Dld.), TURNHOUT (België), BREFORT (Bredevoort), GROLLE (Groenlo), GOER (Goor), ENSCHED (Enschede), OLDESEL (Oldenzaal), OTMARSUM (Ootmarsum) en LINGEN (Dld.). Keerzijde:

SIGNIS AD TURNHOUT NOVEM ET

TRIGINTA POSTEA OPPIDIS TRANS

RHENUM TRIBUS, CIS SEX HISPANO

TRIMESTRI EREPTIS ( I ) I ) XCVII

STATUS CONFOEDERATI

Negenendertig vaandels bij Turnhout, daarna

van de steden aan de overzijde van de Rijn drie

en aan deze zijde zes op de Spanjaard veroverd

in drie maanden. 1597. De Staten Generaal.

Lit.: Bizot, Medalische historie der republyk van Holland

(Amsterdam 1690).

G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche historiepenningen (Den Haag 1723–1731).

Catalogus van de tentoonstelling “Onder den Oranjeboom”,

Nederlandse kunst en cultuur aan Duitse vorstenhoven in

de zeventiende en achttiende eeuw (Apeldoorn, 1999).


Atlas Groenlo 60

Penning van de verovering van Grol en Bredevoort in 1597 Penning op de inname van Grol en Bredevoort. Kunstenaar: anoniem. Geld- en Bankmuseum te Utrecht, voorheen behorend tot de collectie van het voormalige Koninklijk Penningkabinet te Leiden (Inventarisnummer P 00787 en P 00789). Deze penning werd in opdracht van de “Ordines Zutphaniae” geslagen. De penning is zowel in ronde als in vierkante vorm uitgegeven.

Foto van de voorzijde.

Foto van de keerzijde.

Voorzijde:

Een wakende haan staande op enige krijgswapens.

Daar omheen de woorden:

PACIS ET ARMORUM VIGILES

Bewakers van vrede en wapens

Keerzijde:

Het wapen van Holland en van Prins Maurits.

Daaronder de woorden:

GROLLA ET BREDEVORDA AB EXERCITU

FOEDERATARUM PROVINCIARUM DUCTU

ET VIRTUTE ILLUSTRISSIMI PRINCIPIS

MAURITII RECUPERATAE, AC HISPANIS

TRANS MOSAM DIMISSIS, ORDINES

ZUTPHANIAE L.L.F.F. ANNO ( I ) I ) XCVII

Grolle en Bredevoort zijn door het leger van de

Verenigde Provincien, onder leiding van en met

de mannenmoed van de allerdoorluchtigste Prins

Maurits heroverd en de Spanjaarden over de

Maas verdreven. De Heren van Zutphen hebben

deze penning doen slaan. Anno 1597

Lit.: Bizot, Medalische historie der republyk van Holland

(Amsterdam 1690).

G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche historiepenningen

(Den Haag 1723–1731).


Atlas Groenlo 61

Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau Jeugdportret. Replica naar een schilderij van DaniĂŤl van den Querborn. Ca. 1579. Stichting Historische Verzamelingen van het Huis van ORANJE-NASSAU. Den Haag. Kunstenaar: Chamnan.


Atlas Groenlo 62


Atlas Groenlo 63

Kaarten en prenten van de belegeringen in 1606


Atlas Groenlo 64

Ambrogio Spinola Replica naar een schilderij van Michiel Jansz van Mierevelt. Rijksmuseum Amsterdam. Kunstenaar: Thong Soon Ambrogio Spinola werd in 1569 te Genua geboren. Hij zou een van de beroemdste legeraanvoerders van de 17e eeuw worden. Op 30-jarige leeftijd trad hij in dienst van de Spaanse koning Filips III en gebruikte een goed deel van zijn rijkdom voor het ronselen van troepen, die hij de koning van Spanje ter beschikking stelde om de oorlog tegen de opstandige Nederlanden voort te zetten. Hij kreeg in 1603 het commando over het Spaanse leger in de Nederlanden en behaalde daar belangrijke militaire successen (o.a. de verovering van Grol in 1606). In 1609 ging hij akkoord met een wapenstilstand en hervatte aan het einde van het 12-jarig bestand in 1621 de oorlog. Na het verlies van Grol in 1627 werd hij door de Spaanse koning naar Spanje teruggeroepen. Nog in 1627 werd hij aanvoerder van het Spaanse leger in ItaliĂŤ en in 1629 gouverneur van Milaan. Hij overleed in 1630. AMBROGIO SPINOLA VEROVERT GROENLO IN AUGUSTUS 1606. Spinola trok in 1606 met zijn leger naar de Achterhoek met de bedoeling om van daaruit via de Veluwe naar Utrecht en Holland door te stoten. De IJssel bleek op dat moment een onneembare hindernis. Zijn poging om dan maar bij Kampen naar het noorden op te rukken werd echter verhinderd. Geheel onverwacht nam hij toen Lochem in om vervolgens Groenlo te belegeren. Op 14 augustus 1606 werd ook Grol ingenomen dat daarmee opnieuw in Spaanse handen kwam. POGING VAN MAURITS GROL TE HEROVEREN, NOVEMBER 1606. Nadat Spinola in augustus 1606 Grol had veroverd belegerde Maurits Grol in november 1606 om de stad op de Spanjaarden te heroveren. Het leger van Spinola keerde naar Grol terug om de stad te ontzetten. Ze verdreven toen het leger van Maurits en achtervolgde dit zelfs toen men richting Lievelde vluchtte.


Atlas Groenlo 65

Spinola verovert Grol, 14 augustus 1606 Kopergravure, 13 x 17 cm

De prent van Hogenberg (pag 67) heeft als voorbeeld voor deze

De vertaling van het door de Staats georiĂŤnteerde Baudartius

Kunstenaar: anoniem.

gravure gediend. Het is er een verkleinde weergave in spiegelbeeld

geschreven Latijns onderschrift luidt:

Het noorden links.

van. Het is opmerkelijk dat bij Baudartius in deze prent het vijfde

Uit: W. Baudartius: De Nassausche Oorloghen

bastion ontbreekt, terwijl hij in een eerdere prent in hetzelfde

Het krachtige Grolle is spoedig weer opgestaan, toen jonkheer

(Amsterdam, M. Colijn, 1615). Prentnr. 272.

boek dit vijfde bastion al wel had afgebeeld (zie pag. 48).

van Dorth van de hoogste macht de teugels in handen nam, die

M 1238, H 6A.

hier krachtig heeft stand gehouden tegen de waagstukken van Spinola, eindelijk is overwonnen en de met bloed overgoten stad en de behaalde triomfen heeft achtergelaten.


Atlas Groenlo 66

Drie recent ingekleurde details van de

Onder de prent van pag. 67 staat het volgende

historieprent van Hogenberg (pag. 67).

12-regelig Duitse vers:

Aquarel: Rees Hopmans. Als GROLL gar seher beschoszen War mitt gewindt allsulcher boszen Zu thotschlagen ein kleine frist Von SPINOLA ime geben ist Zu haltten, oder sich ergeben Das es bei seinem gut und leben Pleibe; Hot sich als paldt bedachtt Und resolvirt in einer nacht Ziehend ausz, loszen vil proviandt Den Spanigschen in irer handt Die ietzt GROLL gar starch versehen Loszen dort des konigs venlein fliehen 14. Augsutus Anno 1606 Toen Jacob van Deventer van Mechelen naar Keulen trok, ontmoette hij daar zijn oud-stadgenoot en bekend graveur, Frans Hogenberg. Misschien was zelfs het feit dat Hogenberg te Keulen verbleef de aanleiding voor Van Deventer om naar die verre stad te gaan. Hogenberg maakte te Keulen de gravures voor zijn bekende stedenboek. Het materiaal voor dit stedenboek werd uit allerlei prent- en kaartwerk bijeen gezocht. Het staat vast dat Van Deventer en Hogenberg te Keulen contact met elkaar hadden. En zo zal ook Van Deventer een steentje hebben bijgedragen. Het is in ieder geval een feit, dat in het derde en vierde deel van het stedenboek, voor het eerst verschenen resp. in 1581 en 1588, een reeks afbeeldingen van steden uit de zeventien Nederlandse gewesten voorkomen, die zeer veel op de plattegronden van Van Deventer lijken. Dat geldt ook voor de hier afgebeelde historieprent van de belegering van Grol door Spinola in augustus 1606. De plattegrond van de stad vertoont opmerkelijk grote overeenkomst met de plattegrond van Van Deventer (pag. 34). Er zijn evenals bij Van Deventer slechts op 4 van de 5 hoeken bastions (van het type Oud-Italiaanse stelsel) getekend. De vesting was rond 1606 ruimschoots van buitenwerken voorzien, die op deze prent geheel ontbreken. Dat betekent, dat men in het atelier van Hogenberg bij het vervaardigen van deze prent niet op de hoogte was van de wijzigingen in en uitbreiding van de vestingwerken rond Grol, zoals die sedert 1561, toen Van Deventer daar zijn kaart van Grol tekende, hadden plaats gevonden. Lit.: J. E. van der Pluijm, De vestingstad Grol. Geschiedenis van

de vestingwerken van Groenlo (Groenlo 1999).


Atlas Groenlo 67

Spinola verovert Grol, 14 augustus 1606 Kopergravure, 20,7 x 29,7 cm, (inclusief tekst 22,8 x 29,7 cm). Graveur: Deze na de dood van Frans Hogenberg vervaardigde gravure werd onder zijn naam uitgegeven. Het noorden rechts boven. Uit: Frans Hogenberg, Prentwerk over de Nederlandsche, Fransche, Duitsche en Engelsche geschiedenis van 1530 tot 1631. Serie 10 (1587–1611), nr. 361. M 413/365, H 6.


Atlas Groenlo 68

Runmolen door Spinola gebruikt tijdens zijn veldtocht van 1606 Kopergravure, 19,9 x 30,2 cm

door paardenkracht werd aangedreven. Deze runmolens zijn in

Dit werk was het best verzorgde boek, dat in die jaren in de Schel-

Kunstenaar: anoniem.

grote getale geproduceerd, voldoende om het talrijke krijgsvolk

destad is verschenen. Het droeg in niet onbelangrijke mate bij tot

Uit: L. Guicciardini, Beschrijvinghe van alle de

van het leger van Spinola van brood te kunnen voorzien.

de ontwikkeling van de topografische graveerkunst en de vorming

Nederlanden (Amsterdam 1612).

Bij de belegering van zowel Lochem als Grol in juli/augustus 1606

van topografische kunstenaars.

H 9.

maakte men voor de voedselvoorziening van de troepen gebruik

In 1612 verscheen een Hollandse uitgave van Guicciardini’s werk

van runmolens zoals hier afgebeeld.

onder de titel: “Beschrijvinghe van alle de Nederlanden”. Uit deze

Om de voedselvoorziening van de soldaten van een vijandelijk le-

uitgave stamt de hier afgebeelde prent, die het gebruik van de

ger te bemoeilijken werden bij een dreigende inval de windmolens

Lodovico Guicciardini was een Florentijns edelman, die echter

runmolen bij het beleg van Lochem weergeeft. Dat daar ook te

door de bewoners van de bedreigde gebieden onklaar gemaakt of

lang in Antwerpen heeft gewoond. In 1581 verscheen van hem te

Grol gebruik van werd gemaakt is in de afbeelding op pag. 69

zelfs afgebroken.

Antwerpen het werk “Descrittione di tutti i Paesi Bassi etc.”.

weergegeven.

Om te velde toch voldoende brood te kunnen bakken ontwierp de

Het was rijk en fraai geïllustreerd door Fr. en R. Hogenberg en

Italiaanse ingenieur Pompeus een verplaatsbare korenmolen, die

Ferd. en Ambroise Arsenius, naar tekeningen van Joh. Peeters.

Lit.: P.T.A. Swillens, Nederland in de prentkunst (Utrecht 1978).


Atlas Groenlo 69

De belegering en verovering van Grol door Spinola in agustus 1606 Kopergravure, 18,8 x 23,5 cm

Deze zeer zeldzame gravure werd niet als illustratie in een boek,

berg betreffende datzelfde beleg (zie pag. 67).

Graveur: Georg Keller.

maar als losse kaart (“Einblattdruck�) in Frankfurt uitgegeven.

Het is opmerkelijk dat Keller hier aan de prent van Hogenberg

Het noorden rechts boven.

Dat het vakmanschap van Frans Hogenberg navolging vond

een runmolen toevoegde. Het leger van Spinola maakte bij zijn

Particulier bezit.

wordt bewezen door prenten waarop de naam G. Keller voor-

veldtocht van 1606 inderdaad gebruik van runmolens.

komt. Deze prent van Keller betreffende het beleg van Grol in

De runmolen werd door Keller nagetekend van de afbeelding

1606 is een nagenoeg getrouwe copie van de prent van Hogen-

daarvan in het boek van Guicciardini (zie pag. 68).


Atlas Groenlo 70

Belegering van Grol door Spinola in augustus 1606 Pompeo Giustiniano was kapitein in het leger van Spinola. Van

Kopergravure, 21,3 x 30,9 cm

Legenda:

Het noorden links boven.

A. Villa di Grolle Acampata da De stad Grolle belegerd door de

de veldtochten en belegeringen waaraan hij deelnam hield hij een

Uit: P. Giustiniano: Delle guerre di Fiandra (Antwerpen 1609).

Cattolici

katholieken

dagboek bij, dat later als basis heeft gediend voor zijn boek: Delle

Hierin Figura 26.

B. Trincere & Approcci

Loopgraven en naderingswerken

guerre di Fiandra (Van de oorlogen in Vlaanderen). Dit boek bevat

H 8.

de Ispagnioli

van de Spanjaarden

een gedetailleerde beschrijving van de belegering van Grol door

C. Trincere & Approcci

Loopgraven en naderingswerken

Spinola in 1606 met daarbij deze kopergravure als illustratie.

d’Italiani & Borgognioni

van de Italianen en Bourgondiërs

D. Trincere & Approcci

Loopgraven en naderingswerken

d’Valloni & Alemanni

van de Walen en Duitsers

E. Gente degl’Olandesi che reso Soldaten van de Hollanders, die Grolle, escono della terra

Grolle overgeven en zich uit het

gebied terugtrekken.


Atlas Groenlo 71

De belegering van Grol door Spinola in augustus 1606 Schilderij, olieverf op canvas, 113,5 x 162 cm

zijn, waar meerdere schilders verantwoordelijk waren voor de

Deze algemene beschrijving, die in het bijzonder gold voor het

Kunstenaar: anoniem (Zuid-Nederlandse school).

atelierproductie. Dat zou in dit geval best het atelier van Pieter

doek van Snayers “De infante Isabella Clara Eugenia bij het beleg

Museum El Escorial nabij Madrid,

Snayers kunnen zijn geweest (zie op pag. 84). In de literatuur tref-

van Breda, 1625” is zonder meer ook van toepassing op het hier

Inventarisnummer 10014221.

fen we de volgende beschrijving van het werk van Snayers: Opval-

afgebeelde schilderij. Hoewel dit schilderij aan deze beschrijving

COPYRIGHT © PATRIMONIO NACIONAL

lend aan de schilderijen van Snayers is de zeer hoge horizon. De

voldoet, is de kwaliteit echter van dien aard, dat het niet aan Pie-

compositie bestaat uit twee delen. Op de voorgrond is een aantal

ter Snayers zelf kan worden toegeschreven.

Het museum El Escorial vermeldt bij dit schilderij, dat het van

figuurtjes geschilderd. Daarachter ligt een uitgestrekt landschap

een onbekende Vlaamse schilder is. Er zijn talloze veldslagen op

met de plattegrond van de betrokken vesting. Het perspectief in

Lit.: M.P. van Maarseveen e. a., Beelden van een strijd. Oorlog en kunst

relatief groot formaat in de Vlaamse 17e eeuwse schilderkunst be-

de voorstelling is merkwaardig. De personages in de voorgrond

vóór de Vrede van Munster 1621-1648 (Zwolle/Delft 1998).

kend, waarvan de maker tot op heden anoniem is. Veel van deze

zijn vanaf ooghoogte weergegeven, terwijl voor het landschap op

Catalogus van de gelijknamige tentoonstelling die in 1998 werd

schilderijen van veldslagen moeten in schildersateliers gemaakt

de achtergrond het vogelperspectief wordt gehanteerd.

gehouden in het Stedelijk Museum Het Prinsenhof te Delft.


Atlas Groenlo 72

Grol door de Marquis Spinola belegerd en ingenomen de 14e augustus 1606 Kopergravure, 13,7 x 17,7 cm

destijds ter plaatse bestaande situatie. De prent moet meer dan

Lit.: J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

Kunstenaar: Simon Fokke.

100 jaar na de gebeurtenis zijn vervaardigd.

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters:

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,

De Amsterdammer Simon Fokke (1712–1784) begon zijn loop-

van het begin van de vijftiende eeuw tot heden (Amsterdam

Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage.

baan als toneelspeler, maar heeft zich naderhand geheel en alleen

1842 – 1843).

op de graveerkunst toegelegd. In zijn werk treft men prenten aan,

Deze 18e eeuwse historieprent van de hand van Simon Fokke is

die met zorg getekend en erg fraai zijn, maar de meeste anderen

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters: van

niet meer dan een sfeerplaat, die geen enkele relatie heeft met de

zijn slordig en woest van bewerking.

den vroegsten tot op onzen tijd (Amsterdam 1857-1864).

C. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche


Atlas Groenlo 73

Begraafplaats van Spaanse soldaten die bij de belegering van augustus 1606 zijn gesneuveld Foto’s: Eddy Konings. Tijdens de grondwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van de supermarkt aan de Schrijnwerker (plan Banninghof) werden de hier afgebeelde structuren zichtbaar. Uit overlevering was bekend dat zich daar ergens de graven van een groot aantal Spaanse soldaten bevonden, die bij het beleg van Grol door Spinola in augustus 1606 waren omgekomen. Vemer vermeldt daarover: “De Spanjaarden hebben ruim 800 doden, de bezetting heeft een verlies van vierhonderd man aan doden en honderd gewonden die ze zelf meevoeren. De vele gesneuvelden worden niet binnen de veste begraven, doch op een stuk woeste grond, bij de Papendijk, dat tot op de huidige dag nog met de naam Grove (begraafplaats) wordt aangeduid”. Geheel duidelijk is deze tekst niet. De bij de belegering van Grol gesneuvelde Spaanse soldaten werden uiteraard nog tijdens het beleg buiten de veste begraven. Mogelijk dat ook de binnen de vesting gesneuvelde soldaten na de overgave van de stad buiten de veste werden begraven Toen Ambrogio Spinola op 3 augustus 1606 het beleg van Grol begon, was hij er vrij spoedig van op de hoogte dat Maurits troepen in het westen van de Achterhoek samentrok om Grol te ontzetten. Dat was voor hem aanleiding te trachten Grol in handen te krijgen voordat Maurits met zijn leger ter plaatse zou zijn gearriveerd. Voor een zorgvuldig voorbereide aanval op de stad was onvoldoende tijd, reden waarom Spinola met een aantal felle stormaanvallen de bezetting van de stad op de knieën trachtte te krijgen. Dat lukte uiteindelijk op 14 augustus. Bij deze stormaanvallen sneuvelden aan Spaanse zijde talrijke soldaten. Ook aan Staatse zijde waren de verliezen aanzienlijk. Over het werkelijke aantal gesneuvelden bestaat geen zekerheid. Uiteraard bevatten de verslagen van Spaanse en Staatse zijde om oorlogspropagandistische redenen verschillende aantallen. Van Meteren meldt daarover: “Daer waren binnen Grol wel ontrent 100 doot gebleven, maer van buyten veel meer, men seyde van 8 ofte 900 ende dat door de groote furieusheyt van Spinola om de stad inder haest te gewinnen”. Alleen al bij de stormaanval van 10 augustus spreekt Van Meteren over een schatting van wel 600 doden en gewonden aan Spaanse zijde.

saustraat liggende gedeelte was toen nog onbebouwd.

Lit.: P. Giustiniano, Delle guerre di Fiandra (Antwerpen 1609).

Pompeo Giustiniano, die als kapitein aan Spaanse zijde de bele-

Bij alle belegeringen van Groenlo zijn soldaten gesneuveld, die

gering meemaakte, zegt daarover: “Aan hun (Staatse) kant waren

ergens buiten de vesting werden begraven. De plaatsen waar dat

153 doden en gewonden gevallen. De katholieken (het Spaanse

gebeurde zijn nergens geregistreerd en als gevolg daarvan thans

leger) telden 200 doden en ongeveer 250 gewonden”.

onbekend. Daardoor kan het gebeuren, dat bij ontgravingen in

De foto is in noord-noordoostelijke richting genomen. Op de

het vroegere gevechtsterrein buiten de gracht dergelijke struc-

achtergrond zijn de huizen aan de Willem van Nassaustraat zicht-

turen zichtbaar worden. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook bij de

baar. Het tussen de te bouwen supermarkt en de Willem van Nas-

bouw van een van de panden op het bedrijventerrein Den Sliem.

E. van Meteren, Commentarien ofte Memorien van de Nederlandschen Staet, Handel en Oorloghen (1608).

W.P. Vemer, Kroniek van Groenlo, 3e druk (Arnhem 1969).


Atlas Groenlo 74

Plafondschildering in de Villa Spinola te Genua Op een der plafonds van de eerste verdieping van de Villa Spinola

‘Valore’, ‘Fama’ en ‘Prudenza’. Nadere beschouwing van de vijf

boven een deel van de afbeelding van de inname van Ostende. In

di San Pietro in Genua – Sampierdarena bevinden zich voorstel-

afbeeldingen van de veroverde steden laat geen andere conclusie

het midden Grol met links ‘Fortezza’ en rechts ‘Prudenza’. Geheel

lingen van de belangrijkste veroveringen van Ambrogio Spinola

toe, dan dat de schilder Ansaldo de voorstellingen geheel naar

onder geketende slaven.

in de Nederlanden. De bekende Italiaanse schilder Giovanni An-

eigen fantasie heeft geschilderd.

drea Ansaldo schilderde daar in een van de zalen van de ‘piano

De Villa Spinola, die in de 16e eeuw werd gebouwd en in het ver-

nobile’ in het centrum van het plafond de inname van Oostende

leden door de familie Spinola werd bewoond, is thans in gebruik

Lit.: E. Gavazza, La grande decorazione a Genova (Genua 1974),

en daar omheen voorstellingen van ‘Grol’ (Groenlo), ‘Giulich’

als technische school. In de zaal met de bedoelde plafondschilde-

(Gulik), ‘Rimbeerch’ (Rheinberg) en ‘Vesel’ (Wesel) temidden

ringen van Ansaldo is de administratie van de school gehuisvest.

van wapentrofeeën, geketende slaven en de deugden ‘Fortezza’,

Een deel van het betreffende plafond is hier afgebeeld. Geheel

vol I, p. 53-55.

Villa Spinola di San Pietro. La scuola adotta un monumento. Uitgave van het Istituto Tecnico te Genua (Genua 1996).


Atlas Groenlo 75

Het beleg van Grol volgens Giovanni Andrea Ansaldo Foto: Idalgo Visconti. Het kleurrijke tafereel is geheel aan de fantasie van de schilder ontsproten. De vertaling van het Latijnse onderschrift luidt: De roem gaat samen met de gunstige gelegenheid.


Atlas Groenlo 76

Beleg en verovering van Grol door Spinola (14 augustus 1606) Kopergravure, 23 x 31,5 cm (inclusief de tekst 37 x 42 cm).

Beminde Leser, de Stadt van Grolle is gheleghen in t’Graefschap

Cort verhael hoe dat de stercke Stadt van Grolle, gheleghen in

Het noorden rechts boven.

van Zutphen, twee mijlen van Brefoort, ende is een stercke plaet-

t’Graefschap van Zutphen, is overghegheven ende ghereduceert

Krant in 1606 te Antwerpen uitgegeven door

se, ligghende ter eender sijden in een groot Morasch, ende alsoo

onder de ghehoorsaemheyt van hare Hoocheden, den XIIII Au-

Abraham Verhoeven.

de voorschreven stadt eertijts belegert is gheweest van Mauritius

gusti 1606.

Rijksmuseum Amsterdam, Rijksprentenkabinet,

van Nassouwen in den Jare 1595, ende sijn gheschut daer voor

Naer dien den Heere Marquis Spinola, Opperste Veltheer van den

Inventarisnummer RP-P-OB-77.500.

hadde geplant den XIII Julij, ende de Stadt van Grol beschie-

Legher van hare Hoocheden, de stercke stadt van Grolle hadde

M 1237, H 7.

tende met 16 stucken geschuts in twee batterijen, soo is ghecomen

berent ende sterckelijck beleghert op den 5 Augusti 1606, Ende

Mons Dragon, Castelleyn gheweest is van t’Casteel van Antwer-

dat de belegerde soldaten van den Vyandt op den XIII lestleden

Abraham Abrahamsz. Verhoeven, in 1580 te Antwerpen geboren,

pen, met het volck van sijne Majesteyt, ende heeft de voorschre-

der loopender Maent Augusti hebben eenen wtval ghedaen inden

was boekdrukker in zijn geboortestad. Hij is de grondlegger van

ven stadt ontset, ende den Vyandt ghedwonghen den Leger op te

Legher van haere Hoocheden, ende hebben hun begeven buyten

de eerste krant, die in Europa verscheen. Zijn nieuwsblad droeg

breken den XVIII Julij des voorschreven Jaers. Ende alsoo nu zijn

de voorschreven Stadt soo verre in t’Legher, als dat het volck van

de naam: “Nieuwe Tydinghe”. In 1605 ontving hij van de Aarts-

Excellentie den Marquis Spinola de Stadt van Lochem, gelegen

hare Hoocheden hun de passagie heeft benomen ende den wech

hertogen Albert en Isabella het octrooi tot het uitgeven van het

twee mijlen van Zutphen, naer weynich belegheringhe daer voor

ondergaen. De voorschreven Soldaten vanden vyant ghedwong-

oorlogsnieuws tussen “onze” souvereinen en de Generale Staten

ghedaen, heeft ghebrocht onder de ghehoorsaemheyt van hare

hen wesende de vlucht te nemen, ende meynende wederom naer

van Holland.

Hoocheden, ghelijck het verhael ende conterfeytsel wtwijst daer

de Stadt te keeren hebben den wech besedt ghevonden, alsoo dat

Het hier afgebeelde blad uit 1606 bracht de lezers het nieuws van

nu lest af gemaect sijnde, voorts soo is den Marquis Spinola ghe-

sy meestendeel al om hals ghebrocht zijn, ende ettelijcke ghevan-

de belegering van Grol door Spinola in augustus 1606. De prent

marcheert met den Legher voor de Stadt van Grolle den 5 Augusti

gen. Die van binnen dit siende, ende hun volck niet weder kee-

is omgeven door Nederlandse en Franse tekst.

lestleden 1606 ende de voorschreven Stadt belegert, ende die van

rende, hebben begost te parlementeren, ende zijn op den XIIII

Verhoeven had in zijn krant kennelijk al eerder bericht gedaan

binnen hebben hun begraven buyten de Stadt ende ghetrencheert

der voorschreven Maent wt de selve Stadt ghetrocken met hunne

van de verovering van Lochem. In de onderstaande tekst wordt

met halve manen ende Redouten, daer sijn in de stadt ontrent XII

wapenen, latende daer inne veel Amonitie ende gheschut, ende

daar gewag van gemaakt.

hondert mannen. Godt verleene hare Hoocheden victorie ende

alderhande vivres, ende sijn wtghetrocken met sulcken conditien,

De Nederlandse tekst boven de prent luidt:

voorspoet. Amen.

in ses Maenden niet te moghen dienen aen den vyant. Godt Almachtich sy ghelooft van de victorie, ende verleene hare Hooche-

Conterfeytinghe van de stercke stadt Grolle, ghelegen in

Het zou aan Spaanse zijde wellicht minder welgevallig zijn ge-

den voorspoet ende welvaert, dat sy sien mogen den onderganck

t’Graefschap van Zutphen, soo de voorsz. stadt belegert is door

weest als Verhoeven ook had vermeld, dat Grol in 1597 door

haerder vyanden. Amen.

het Crijsch-volck van hare Hoocheden den 5 Augusti 1606 onder

Maurits werd ingenomen. Hij liet deze mededeling dan ook ach-

het ghebiedt van den Generael Marquis Spinola, ende overghege-

terwege. De lezer bleef daarmee wel in het ongewisse over de

ven met appointement den XIIII Augusti.

vraag waarom Spinola in 1606 Grol moest heroveren. Kennelijk kwam, nadat de krant al drukklaar was gemaakt, het

Onder de prent wordt verhaal gedaan van de belegering van Grol

bericht dat Grol door Spinola was ingenomen. De tekst boven

door de markies van Spinola op het moment dat de stad nog niet

de prent moest worden aangepast. De aanvulling links naast de

Lit.: A. Goovaerts: Abraham Verhoeven d’Anvers, le premier gazetier

was ingenomen:

prent doet verslag van de verovering van Grol:

de l’Europe (Antwerpen 1880).


Atlas Groenlo 77


Atlas Groenlo 78

Grol door Spinola belegerd, augustus 1606 Kopergravure, 23 x 31,5 cm, detail van de afbeelding op pag. 77. Het noorden rechts boven. Krant in 1606 te Antwerpen uitgegeven door Abraham Verhoeven.


Atlas Groenlo 79

Grol door Spinola ontzet, november 1606 Kopergravure, 23 x 31,5 cm

De koperplaat, waarmee Abraham Verhoeven de krant van pag.

Hij had daar immers in zijn op pag. 77 opgenomen krant reeds

Het noorden rechts boven.

77 drukte, heeft hij na aanpassing opnieuw gebruikt. Een deel van

melding van gemaakt. Veeleer ziet het ernaar uit, dat hier het

Particulier bezit

de oorspronkelijke gravure is gewist en vervangen door andere

ontzet van Grol door de troepen van Spinola in november 1606

taferelen. De datum bleef ongewijzigd. Toch is het de vraag of

wordt bedoeld. Vooral ook omdat midden boven de Staatse troe-

Verhoeven deze gravure in zijn krant gebruikte om er de inname

pen vluchten voor de aanvallende Spaanse soldaten.

van Grol door Spinola op 14 augustus 1606 mee te verbeelden.


Atlas Groenlo 80

Plattegrond van de vestingwerken van Grol anno 1606 Kopergravure, 12,5 x 17,6 cm (alleen Grol 8,1 x 9,3 cm)

De op deze pagina uit het boek van Coronelli afgebeelde kaart

Kunstenaar: anoniem.

van Grol (het noorden links boven) geeft de situatie weer zoals die

Uit: P. Coronelli, Theatro della guerra, diviso XXXXVIII in part

was ten tijde van de belegering door Maurits in november 1606.

2, il Belgio confederato (Napels 1706).


Atlas Groenlo 81

Van het ontzet dat de markies Spinola Grolle op 15 november 1606 bood Manuscriptkaart, 51 x 37 cm Pen op papier, ingekleurd. Kunstenaar: Pierre le Poivre. Het noorden rechts. Uit: Pierre le Poivre, Recueil des plans, Du secours que donnat le marquis espinolla a grolle 15 novembre 1606. Koninklijke Bibliotheek van BelgiĂŤ, Brussel, Handschriftenverzameling, Inventarisnummer 19611, folio 109. M 413 A/118. Het leger van Spinola vanaf links onder oprukkend naar Grol. Op de horizon links Doesburg en rechts Zutphen. De markies Spinola leidde het regiment Spanjaarden. Le Poivre geeft de volgende betekenis van de letters in de prent: 1. De voorhoede met twee stuks geschut. 2. Don Louis de Velasques, generaal van de cavallerie, marcheerde met de karren met levensmiddelen en twee kanonnen. 3. Het vliegend eskader, dat geleid werd door Simon Antoinne, met twee stuks geschut. 4. Het bataljon Duitsers, geleid door de graaf van Emden met twee stuks geschut. 5. De uit Walen bestaande achterhoede, geleid door verschillende heren van dat land, met twee stuks geschut. 6. De ruiters van Melse, die verschillende eskaders lansiers en kurassiers begeleidden, de linker zijde houdend met de karren levensmiddelen. 7. De graaf van Bucqoy begeleidde de Italianen met twee stuks geschut aan de rechter zijde van de genoemde ruiters van Melse. 8. De trencheeĂŤn van de vijand en hun aftocht.


Atlas Groenlo 82

Aanval op 9 november 1606 van de Spaanse troepen onder Ambrogio Spinola op de Grol belegerende troepen van prins Maurits Kopergravure, 21,3 x 30,9 cm

Legenda: Figura 29 - Figuur 29

Kunstenaar: anoniem.

A. Grol Assediato Da gl’Olandesi - Grol belegerd door de Hollanders

Het noorden links onder.

B. Trinciere a’perte da Mauritio Sotto Grol - Door Maurits onder Grol geopende loopgraven

Uit: P. Giustiniano, Delle guerre di Fiandra (Antwerpen 1609).

C. Fortificatione abandonate Da Mauritio - Door Maurits verlaten aanvalswerken

Boek 6, fig. 29.

D. Fortificatione oue Mauritio Si Ritiro Con L’Essercito - Aanvalswerken waar Maurits zich met zijn leger achter terugtrok

E. Essercito Cattolico Come Si messe In Battaglie per Soccorrer Grol - Katholiek leger in slagorde om Grol te ontzetten

F. Luogo del Squadron volante - Plaats van het vliegend eskader

G. Squadron volante oue Spinola lo fece avantCare - Vliegend eskader waar Spinola het liet oprukken

H. Scaramussa Fra La Cavalleria - Schermutselingen tussen de cavalerie

Het is opmerkelijk dat Giustiniano, zowel in de legenda bij deze afbeelding als in de tekst van zijn boek, het leger van Spinola “De Katholieken” noemt.


Atlas Groenlo 83

Aanval op 9 november 1606 van de Spaanse troepen onder Ambrogio Spinola op de Grol belegerende troepen van prins Maurits Schilderij, 126 x 171 cm, olieverf op canvas.

Dit schilderij betreft met zekerheid de aanval van Ambrogio Spi-

ring in het hier afgebeelde schilderij hebben vastgelegd. Het doek

Kunstenaar: Pieter Snayers (waarschijnlijk onder leiding van en

nola op de Groenlo belegerende troepen van Prins Maurits van 9

is niet gesigneerd, waardoor er aan zou kunnen worden getwijfeld

met medewerking van Pieter Snayers door een of meer van de in

November 1606. De datering, zoals die in de afbeelding is opge-

of het wel van de hand van Snayers is.

zijn atelier werkzame (leerling-)schilders vervaardigd).

nomen (9BRIS MLXCVI = november 1596) is dan ook onjuist.

De Brusselse schilder Pieter Snayers (1592–1667) was in de Zui-

Particulier bezit.

Maurits brak het beleg af. Rechts boven is te zien hoe de vluch-

delijke Nederlanden verreweg de belangrijkste schilder van eigen-

tende Hollandse troepen achtervolgd worden door een vliegend

tijdse gebeurtenissen. Van de Spaanse militaire successen uit de

eskader van Spinola.

eerste helft van de zeventiende eeuw schilderde hij vele werken.

Pieter Snayers zou in opdracht van het Spaanse Hof deze belege-

Lees verder op pag. 84


Atlas Groenlo 84

Pieter Snayers was een leerling van de Antwerpenaar Sebastiaen

suggestie van de oorlogshandelingen.

meegeschilderd.

Vrancx. Na zijn leertijd liet Snayers zich in 1612/1613 als meester

Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den

Bij Giustiniano ontbreekt de weergave van de bebouwing van de

bij het Antwerpse Sint-Lucasgilde inschrijven. In 1628 verhuisde

Haag voegde daar aan toe dat, behalve dit verschil in perspectief-

stad. De afbeelding daarvan in het schilderij zal dan ook geheel

hij naar Brussel, waar hij diverse opdrachten kreeg van het her-

behandeling, er sprake is van een verschil in kwaliteit tussen het

aan de fantasie van de schilder(s) zijn ontsproten en stemt in het

togelijk paar Albert en Isabella, die in de stad resideerden. Onder

Groenlose schilderij en de schilderijen door Snayers. Dit verschil

geheel niet overeen met de feitelijke situatie van 1606. Hetzelfde

het bewind van kardinaal-infant Ferdinand werd Snayers formeel

ligt vooral in de behandeling van de figuren. Veel van deze veld-

geldt voor de in de achtergrond afgebeelde kerkgebouwen.

benoemd tot hofschilder.

slagen moeten in schildersateliers gemaakt zijn, waar meerdere

Spinola koos voor een heel speciale opstelling van zijn leger om

Ook op dit schilderij is de beschrijving van het werk van Snayers

schilders verantwoordelijk waren voor de atelierproductie. Het

zo voor Maurits te verbergen, dat hij over betrekkelijk weinig

van toepassing, zoals die hiervoor op pag. 71 werd opgenomen.

lijkt waarschijnlijk, dat ook het Groenlose schilderij op die ma-

soldaten kon beschikken. Die opstelling is door Giustiniano zorg-

Er is echter een zichtbaar verschil in kwaliteit tussen het hier

nier tot stand is gekomen.

vuldig beschreven. Zowel op de kopergravure in het boek van

afgebeelde schilderij en dat van pag. 71, zodat dit schilderij in

In verschillende publicaties is er sprake van dat Snayers, evenals

Giustiniano als op dit schilderij is die opstelling zeer nauwkeurig

tegenstelling tot dat van pag. 71 mogelijk wel aan Snayers zou

overigens andere kunstenaars uit zijn tijd, veel van zijn schilde-

afgebeeld.

kunnen worden toegeschreven. Niettemin dienen toch enige kant-

rijen aan de hand van kopergravures schilderde. De in het schil-

tekeningen te worden geplaatst.

dersatelier van Snayers werkzame leerlingen zullen deze methode

De toeschrijving van het hier afgebeelde schilderij aan Pieter

ook hebben toegepast.

Lit.: J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

Snayers gebeurde in 1990 door Sotheby te Londen. Hun cata-

In 1609 verscheen te Antwerpen van de hand van Pompeo Gi-

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters: van

logus noemt als basis voor de toeschrijving de serie veldslagen

ustiniano het boek “Delle guerre di Fiandra” (Van de oorlogen

het begin van de vijftiende eeuw tot heden

uit de 80-jarige oorlog door Snayers, nu in het Prado te Madrid.

in Vlaanderen). Vergelijking van de daarin afgedrukte ‘figura’

(Amsterdam 1842–1843).

Tegelijkertijd noemt de catalogus enkele stilistische verschillen

29 (zie pag. 82) met het (zie pag. 83) afgebeelde schilderij leidt

met het Groenlose schilderij. Deze zouden vooral liggen in de

tot de conclusie, dat bij het vervaardigen van het doek van deze

vóór de Vrede van Munster 1621-1648 (Zwolle/Delft 1998).

behandeling van het perspectief. In het Groenlose schilderij valt

kopergravure werd uitgegaan. Niet alleen is de overeenkomst tus-

Catalogus van de gelijknamige tentoonstelling die in 1998 werd

op, dat het incorrecte perspectief wel de mogelijkheden voor een

sen de afbeeldingen zeer opvallend, maar ook heeft de schilder,

gehouden in het Stedelijk Museum Het Prinsenhof te Delft.

gedetailleerde visualisatie van de oorlogsvoering heeft gecreëerd.

of hebben zijn leerlingen, de letters, die in de kopergravure uit

In de schilderijen in het Prado zou veel meer sprake zijn van een

het boek van Giustiniano naar de legenda verwijzen, konsekwent

M.P. van Maarseveen e. a., Beelden van een strijd. Oorlog en kunst

1648 War and Peace in Europe, Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in 1998 gehouden te Münster en Osnabrück.


Atlas Groenlo 85

De belegering van Grol door Maurits in de herfst van 1606 Manuscriptkaart, 32 x 45 cm

Maurits probeerde in de herfst van 1606 de door Spinola in au-

In de tekening:

Tekenaar: anoniem.

gustus veroverde stad Grol op de Spanjaarden te heroveren. Door

Aprosche van graeff Ernst van Nassau - Naderingsloopgraaf

Het noorden links onder.

de terugkerende troepen van Ambrogio Spinola werd Maurits ge-

van graaf Ernst van Nassau

Krigsarkivet Stockholm, Utländska krigsplaner.

dwongen zich met zijn leger terug te trekken. Deze militaire topo-

Aprosche der Fransen - Naderingsloopgraaf van de Fransen

Band III: Holländska frihetskriget Holland – Spanien 1580-1648,

grafische kaart toont de door Maurits bij de belegering van Grol

Aprosche der Engelsen - Naderingsloopgraaf van de Engelsen

nr. 2a.

gebouwde aanvalswerken. Het beleg werd afgebroken terwijl de

Aprosche uijt het quartier van sijn Excelentie - Naderingsloop-

naderingsloopgraven nog niet voltooid waren.

graaf uit het legerkamp van prins Maurits


Atlas Groenlo 86

Spotprent op Spinola Kopergravure, 26 x 33 cm (inclusief tekst 50 x 33 cm).

De Duitse tekst luidt:

Kunstenaar: anoniem. Rijksmuseum Amsterdam, Rijksprentenkabinet,

In dieser Figur günstiger Leser, hastu bedeckter weisz zusehen den

Inventarisnummer RP-P-OB-77.501.

Stand des Kriegs so jetziger zeit zwischen dem Groszmechtigsten

M 1238 A.

König zu Hispanien etc., den durchleuchtigsten Erzherzogen Alberto und Isabellae etc. under dem dapfferen KriegsObristen Ambrosio Spinola, zu einem: und dann den Staten der vereinigten Niderlanden under dem berühmbten KriegsObristen Grave Mo-

Boven de prent staat in het Latijn de tekst:

ritzen von Nassaw etc. zum anderen theil gefüht wirt.

Wat ik in handen heb, bescherm ik; Wat ik ben kwijt geraakt,

Der gemeine Mann durch unverstand

hoop ik terug te krijgen

Den Nam Spinolae hat verwandt In ein Spinner. Nu ist nicht ohn

Zoals uit het onderschrift blijkt, beschuldig-

Er hat zu spinnen gfangen an

den de Hollanders met deze in 1607 uitge-

Mit Schwerter, Spiessen, Helleparten

geven spotprent Spinola ervan te “spinnen”,

Und Büchsen viel, an manchen Ortern,

wegens zijn geringe voortvarendheid in de

Also dasz er erhalten hat

krijg en met toespeling op zijn naam. Hij

Mit Mannlichkeit manch veste Statt,

wordt daarom hier vergeleken met Hercu-

Weyl ihm hat wol gewolt das glück,

les, die vroeger ook spon.

Welchs sonst nicht last sein böse Tück

Spinola spint pijlen uit de Spaanse kroon.

Daher die beyd Herrn von Nassawen

Naast hem de legeraanvoerder in Spaanse

Anfiengen das Haupt zukrauwen,

dienst Bucquoy, die voortvarender was en

Weyl sie der Dorn mit ungemach

Fortuna bij het haar uit de lucht trekt met

Gantz hefftich in die Solen stach.

het opschrift “Hac utamur” (Laten wij hier-

Drumb ihr viel rufften: Fleuch Betrug,

van gebruik maken). Daarnaast Maurits en

Man hat dich lehrnen kennen gnug

een Hollandse krijgsman, die op doornen

Gleichwol aber der Löw behertzt

gaan, doch die een vrouw met Janusgezigt

Sich rustet auch zu solchem Schertz,

(vredesvoorstellen?) wegjagen. Daarboven

Mit seinen starcken Klauwen er

in afzonderlijke cartouche de Hollandse

Ergreiffet Schilt, Schwerter und Speer.

leeuw, die vuur spuwt en een veroverde stad

Aus seinem Rachen wie ein Feuwr

(Grol?) onder zijn klauw houdt. Onder de

Speyt er manch Kriegsman ungeheuwr

plaat een Latijns en Duits vers. Het opschrift

Ach wie viel Bluts wirts noch kosten,

van het Latijnse vers luidt in vertaling als

Welchs noch wird werden vergossen,

volgt:

Ehe dieser Zettel gar ablaufft.

Hierbij een plaat, waarin de stand van de

Wie theuwr wirts noch werden erkaufft

oorlog, die er nu in de Nederlanden tus-

Wolt Gott viel mehr dasz ein Fried bald

sen de doorluchtige koning van de beide

Würd angezettelt bester gstalt

Spanjes, de aartshertogen Albert en Isa-

Darausz könd man viel lieblicher

bella etc. onder leiding van de luisterrijke

Frucht spinnen und erspieszlicher.

Ambrosius Spinola aan de ene kant, en de

Aber wegen der Missethat

verbonden Staten onder bevel van de luister-

Verweigert uns Gott solche Gnad.

rijke Maurits, graaf van Nassau etc. aan de

Doch weisz niemand was Gott wirt spinnen

andere kant, wordt beschreven en in beeld

Dann sein Raht ist unsern Sinnen

gebracht.

Gantz unbekandt. Drumb wir ihn bitten Das er uns allzeit woll behüten. Gedruckt im Jahr M.D.C.VII.


Atlas Groenlo 87

Spotprent op het verlies van Grol Kopergravure, 25 x 33 cm (inclusief tekst 48 x 33 cm). Kunstenaar: anoniem. Rijksmuseum Amsterdam, Rijksprentenkabinet, Inventarisnummer RP-P-OB77.502. M 1238 B/ M 1574.

Navolging van en antwoord op de voor-

De Duitse tekst luidt:

gaande plaat, nu ter ere van Spinola. Spinola zit op de Petra fidei (de rots van het geloof)

Es wird von den Helden erzelt,

en de kroon staat op een verhevenheid: Si-

Dasz Hercules der werder heldt,

cut scabellum (zoals een voetenbank). De

Nach seinem Krieg, die er gethann,

Nederlandse leeuw is weggelaten en de

Dasz weiber werck gesahen ahn.

Hollander zegt tot de vrouw met Janusge-

Lieber Hollander sag nun hier,

laat: Fuge fuge (vlucht, vlucht), boven een

Wasz dreibst du dein glachter mit mir

grond met doornen bezaaid. Met inschrift

Und schreibst mir zu der Weiber kunst,

in de plaat: Hac utamur (Laten wij hiervan

Weil ich noch streit umb Martis gunst,

gebruik maken).

Allen Wollust von mir auch keer,

Onder de voorstelling een Latijns vers en

Dasz ich durch Krieg erlangten eher

daaronder in 3 kolommen een Latijns, een

Nimbst du dan disz ausz unserm Nahm

Duits en een Frans vers, waarin op de in-

Wollan ich lasz bisz omen gahn,

neming van Grol door Spinola (14 augustus

Wan ich allein so Spinnen thun,

1606) gezinspeeld wordt.

Dasz dir dein Schimp zu spot und hoen, Reiche, gleich dan bey Groll behendt, Ich dir dein hohen muht zertrendt. Thun nun mein Spinrock schauwen ahn, Wie ihn dasz Spansche Reich umbsahen, Darausz ich zehe mang Schwerd und Spiesz, Zu schutz und schirm desz gulden vliesz, Hiergegen du versuch dein Kracht, Ob dich ergeb nun meiner macht, Wasz strebst du noch hiergegen vill, Siehs du nicht de Fortuna will, Haltens auch eben recht darvorn, Dasz dich nun stech genocht mein Dorn, Leug jetz wie dasz dein Lehre falsch, Geschupt wird von der Trenten halsz, Darumb sitz auch auff diesem Stein, Dasz euch des Pabst Lehr werd gemein, Lasz lieber jetz mit mir dein spott, Mein spinnen ist gelobt sey Gott, Zu Lob Preisz und ehr gerathen mir, Zu grossen aber schanden dir.


Atlas Groenlo 88


Atlas Groenlo 89

De 17e eeuwse verbouwingen van de vestingwerken


Atlas Groenlo 90

Tussen verschillende ravelijnen en de tegenoverliggende courtine waren in de gracht dammen aangelegd. Deze gaven vanaf het ravelijn via een poort toegang tot een gemetselde onderdoorgang in de achter de stadsmuur liggende aarden wal. Dat was een belangrijke vluchtweg voor de eigen troepen als de aanvallers op het punt stonden het ravelijn te veroveren. Om het vluchten mogelijk te maken was er op enkele ravelijnen voor de dam nog een wigvormige aarden wal, met daarvoor een smalle gracht, waarachter men zich tot het laatst kon verdedigen. De dam werd tijdens een belegering van blinden voorzien, zodat de vijand de vluchtenden niet kon waarnemen.

DAMMEN IN DE TOEVOER VAN DE SLINGE.

VLUCHTWEG TUSSEN DE RAVELIJNEN EN DE TEGENOVERLIGGENDE VESTINGWAL.

Uitvergrotingen van delen van de kaart van pag. 91 maken belangrijke details duidelijker zichtbaar. In de toevoer van de

In de kaart opgenomen teksten:

Slinge naar de gracht zowel als in de gracht zelf waren dammen aangelegd om daarmee door middel van sluizen de waterstand

De questa parte non si puole fare aprochi

Aan deze zijde kan men geen naderingsloopgraven maken

werd daarmee voorkomen dat de vijand, door het doorsteken

Camino de Oldensel

Weg naar Oldenzaal

van de dam bij de uitvoer van de gracht, meteen het water uit

Camino de Brivort

Weg naar Bredevoort

de gehele gracht kon laten weglopen.

Camino de Lochem

Weg naar Lochem

in de verschillende delen van de gracht te kunnen regelen. Ook

Binnen de plattegrond opgenomen begroting: - Gracht zonder water, die over de gehele

A. fosso dove non e’aqua et fa dibisogno di

lengte van de contrescarpe uitgediept moet

prefondare tutto il fosso di detta COMPARTIMENTERING VAN DE GRACHT.

contrascarpa et potra costare fiorini

2500

geheel rondom de stad zou moeten maken,

fare tutto al intorno di detta villa et potra 3500

wat in guldens zou kunnen kosten

3500

- Bedekte weg om gedekte uitgangen te maken,

C. Strada coperta per fare le salite coperti cosa molto utile et potra costare al farlo fiorini

2500

- Met puntjes aagegeven palissade, die men

B. palesato asegniata con ponti che si doveria costare fiorini

worden, wat in guldens zou kunnen kosten

2000

wat zeer nuttig is en zou om te maken in guldens kunnen kosten - Nieuwe halve maan, die afgebroken en

D. Mesa luna nova che si va rompendo et fa

aangepast moet worden, wat in guldens zou

debisogno il recomodarla et potra costare fiorini

200

kunnen kosten

200

- Halve maan, die verhoogd moet worden,

E. Meza luna che bisognia alsarlo perche non e’mai stato fenita et potra costare fiorini

2000

250

omdat ze nooit is afgemaakt, wat in guldens zou kunnen kosten

====

Somma fiorini

8450

250

====

Totaal in guldens 8450 In deze tekst wordt de aanduiding halve maan gebruikt voor de buitenwerken, die elders ravelijnen worden genoemd.


Atlas Groenlo 91

Plattegrond van de vestingwerken van Grol eind 1606 Manuscriptkaart, 32 x 39 cm

Met zeer grote waarschijnlijkheid is deze manuscriptkaart een

De kaart geeft de situatie weer zoals die door Spinola werd

Kunstenaar: anoniem.

door of namens Spinola ingediend plan (met begroting) om

aangetroffen na de verovering van Grol op de Staatse troepen

Het noorden links boven.

de in augustus 1606 ingenomen vesting Grol te herstellen en

in augustus 1606. De door de Staatsen tussen 1597 en 1606

Plan des fortifications de grol.

te versterken. Deze vestingbouw-technische plattegrond van

aangebrachte verbeteringen en uitbreidingen zijn hier weerge-

Algemeen Rijksarchief Brussel. Inventaris 12/01,

de vestingwerken van Grol is dan ook met zekerheid van na

geven. Er kan tevens belangrijke informatie aan worden ont-

Inventarisnummer 2687.

medio augustus 1606, maar waarschijnlijk van na oktober/no-

leend over de door Spinola voorgestelde verbeteringen aan en

vember 1606.

uitbreiding van de vestingwerken.


Atlas Groenlo 92

Aan Staatse zijde vervaardigde plattegrond van de vesting Grol anno 1606 en aan Spaanse zijde vervaardigde plattegrond van de vesting Grol anno 1606 In beide tekeningen het noorden boven.

Aan Staatse zijde vervaardigde plattegrond van de vesting Grol anno 1606

De muren zijn in zwart aangegeven. Aarden binnenwal: okergeel. Gracht: blauw-grijs. Terrein buiten de gracht, vanwaar de verdedigers van de stad de naderende vijand bestreden: okergeel. Buiten de hoofdgracht aanwezige aarden wal: bruin. De bovenste afbeelding is ontleend aan een militaire topografische kaart, die aan Staatse zijde werd vervaardigd. De onderste afbeelding geeft de situatie weer, zoals die door de Spanjaarden direct na de verovering op de Staatse troepen in 1606 werd vastgelegd (zie pag. 91). De grote overeenkomst tussen de twee tekeningen geeft een indruk over de betrouwbaarheid van de plattegronden waaraan zij werden ontleend.

Aan Spaanse zijde vervaardigde plattegrond van de vesting Grol anno 1606


Atlas Groenlo 93

Verbouwing van de vestingwerken en uitbreiding van de stad tijdens het 12-jarig bestand De Spanjaarden gebruikten het 12-jarig bestand (1609–1621)

muurwerk ten behoeve van de toegangspoort werd hier aan de 16e

A Mussenbergbolwerk (= huidige Noorderbastion))

om de vestingwerken van Grol te moderniseren en daarmee

eeuwse muur aangebouwd (zie pag. 29).

B Bolwerk Scherpenberg

aanzienlijk te versterken. Er is geen vestingbouwtechnische

De stenen (kloostermoppen) die bij het afbreken van de 16e eeuwse

C Gasthuisbolwerk (= Jongensstad)

plattegrond bekend van die verbouwing van de vestingwerken.

muurgedeelten vrijkwamen werden bij het bouwen van deze poor-

D Lievelder bolwerk (na 1627 Hondegatbolwerk)

Aangenomen moet worden, dat men werkte volgens een door

ten hergebruikt.

E Bagijnenbolwerk (= huidige Verpleeghuis)

gouverneur Mathijs van Dulcken opgesteld plan.

F Bolwerk achter de polvertoren

Aan de soldaten van het garnizoen van Grol werden in mei

K Beltemer Poort

1614 in opdracht van gouverneur Van Dulcken door de mu-

L Nieuwe Poort

nitiemeester Charles de Cocquiel schoppen en houwelen uit-

M Lievelder Poort

gereikt om aan de vestingwerken te gaan werken. Ze hebben daar volgens De Cocquiel tenminste 2 jaar lang continu aan gewerkt. Ook de boeren uit de omgeving van Grol zullen gedwongen zijn geweest aan de noodzakelijke grondverplaatsingen mee te werken. In maart 1615 was men reeds zover gevorderd, dat de soldaten er met kapmessen op uit werden gestuurd om fascines te gaan verzamelen. Dat samengebundeld rijshout diende ter versteviging van het talud van de aarden wallen. De Cocquiel vertrok echter in 1615 uit Grol, zodat van hem geen mededelingen verwacht mogen worden over werkzaamheden aan de vestingwerken van na 1615. De verbouwing van de vestingwerken bracht de mogelijkheid de stad uit te breiden. De gang van zaken tijdens die verbouwing is hier schematisch weergegeven. De lange muur tussen het Mussenbergbolwerk (= Noorderbastion)) en het Gasthuisbolwerk (= Jongensstad) werd afgebroken. Net buiten deze muur lag de Slinge, die toen nog dicht langs de stad liep. De Slinge werd verplaatst en in een wijde boog om de stad geleid. Er werd een nieuw bastion gebouwd aan de huidige Maliebaan op de hoek tegenover de muziekkoepel. Daar waar ter hoogte van de uitwateringssluis voorheen geen of slechts een klein bastion werd gebouwd werden de vestingwerken met een nieuw bastion uitgebreid. De muur tussen de Houtwal en het Bagijnenbolwerk (= Verpleeghuis) bleef niet langer overeind. De Beltemerpoort en de Nieuwe Poort kwamen door de uitbreiding in de stad te liggen. Deze twee 16e eeuwse poorten werden daarom afgebroken. In de symmetrische zeshoekige vesting werden deze toegangen naar het midden van het rechte stuk tussen twee bastions verplaatst. Er werd op die twee plaatsen ten behoeve van de toegangspoorten geheel nieuw zwaar muurwerk gebouwd (zie pag. 98 en 99). Ook de 16e eeuwse Lievelderpoort, die tot de verbouwing in de huidige Lievelderstraat stond, ging aan de vernieuwing van de vestingwerken ten onder. Ook hier werd de toegang tot de stad naar het midden van het rechte stuk tussen de bastions verplaatst en kwam in het verlengde van de Mattelierstraat te liggen. Het


Atlas Groenlo 94

Plattegrond van de nieuwe vestingwerken van Grol Manuscriptkaart, 56,0 x 50,5 cm

In twee brieven, één van aartshertog Albert en één van Ambrogio Spinola, werd in juni 1618 aan de Spaanse koning Filips III

In de tekening:

meegedeeld, dat men hoopte dat de vesting Grol nog in dat jaar

Escala de la Planta

Schaal van de plattegrond

Kunstenaar: Guil. Flamaen.

gereed zou komen. Spinola beloofde de koning daarnaast, dat hij

El Profilo

Het profiel

Het noorden onder. Noordpijl in de kaart.

met de eerste post onder andere de tekening van Grol zou sturen.

Escala del profilo

Schaal van het profiel

Planta de la nueva fortificacion de grol.

Uit het feit, dat de hier afgebeelde, in 1617 getekende manuscript-

Guil. Flamaen fecit 1617 Door Willem de Vlaming in 1617

Archivo General Simancas, Spanje,

kaart in het archief te Simancas bij de twee genoemde brieven was

Inventarisnummer M.P. y D. IV-85.

Pen op papier, ingekleurd, geplakt op linnen.

vervaardigd

gevoegd, mag worden aangenomen dat dit de beloofde tekening is geweest. Overigens blijkt uit bewaard gebleven rekeningen van de betrok-

N.B. De legenda links onder in de afbeelding is op pag. 96 op-

ken rentmeester, dat nog in 1621 en 1622 aanzienlijke bedragen

genomen.

aan de vestingbouw werden uitgegeven. Hoewel aartshertog Albert en Ambrogio Spinola de Spaanse koning hadden laten weten,

Lit.: Algemeen Rijksarchief Brussel. Archief van de contadorie van

dat de vesting Grol eind 1618 gereed zou zijn blijkt hieruit dat de

vesting toen nog verre van voltooid was.

Bij een nadere beschouwing van de kaart blijkt, dat bij de inter-

Vlissingen en Groenlo in Spaans bezit.

pretatie daarvan enige voorzichtigheid geboden is. Het was reeds

In: Jaarboek 1988/1989 Stichting Menno van Coehoorn,

in de tijd van Jacob van Deventer bepaald niet ongebruikelijk om

p. 22–25.

de koning de zaken rooskleuriger voor te stellen dan ze in wer-

kelijkheid waren. Uit de situatie die door Frederik Hendrik bij

In: “Grols verleden” (Uitgave van de Oudheidkundige

de verovering van Grol in 1627 daar werd aangetroffen bleek,

Vereniging Groenlo), nr. 5 nov. 2003.

dat de Spanjaarden de hier afgebeelde ravelijnen niet hadden aan-

gelegd. Was dat misschien in 1617/1618 nog wel de bedoeling

geweest; uit de afbeelding in de atlas van Le Poivre (zie pag. 98)

blijkt, dat men te Brussel in 1622 of daarvoor er reeds van op de

hoogte moet zijn geweest dat de ravelijnen niet zouden worden gerealiseerd. Uit de hier afgebeelde manuscriptkaart wordt wel duidelijk, dat men bezig was de oorspronkelijk vijfhoekige ommuurde vesting Grol om te bouwen tot een regelmatige zeshoek met aarden wallen volgens het Oud-Nederlandse stelsel. Ook de omleiding van de Slinge is hier in beeld gebracht. Naast een verbinding tussen de Slinge en de gracht, die als toevoer diende en de uitvoer uit de gracht naar de Slinge, is een derde verbinding tussen Slinge en gracht getekend. Of deze verbinding ooit werd gerealiseerd is niet bekend.

financiën, toegang 5, inventarisnummer 525.

H.P. Deys, Oude vestingplattegronden van Groningen,

D.A.J. Kuit, Grol en Simancas.

J.E. van der Pluijm, De vestingstad Grol, Geschiedenis van de vestingwerken van Groenlo (Groenlo 1999).

N.J. Tops, Groll in de zeventiende en achttiende eeuw (Groenlo 1992).


Atlas Groenlo 95


Atlas Groenlo 96

Deel van de geplande verdedigingswerken Manuscriptkaart, detail van de afbeelding op pag. 95. Het noorden onder.

Legenda:

Rechts het Mussenbergbolwerk (= huidige Noorderbastion).

A. El altor del ramparo por dentro de la ville

- Het talud van de stadswal, gezien vanuit de stad.

Links het Bolwerk Scherpenberg (tegenover huidige muziekkoe-

B. El anchor por arriva del ramparo

- De breedte van de stadswal van boven.

pel). Midden onder de geplande Nieuwe poort.

C. Parapeto de dicho ramparo

- Borstwering van genoemde stadswal.

D. El altor de dicho ramparo, por de fuera

- Het talud van genoemde stadswal van buiten af gezien.

Het poortgebouw is hier fraai ingetekend. De feitelijk gereali-

E. Falsa braga

- Faussebraye (= onderwal).

seerde toegangspoorten tot de vesting Grol waren, bij gebrek aan

F. Parapeto de la falsa braga

- Borstwering van de onderwal.

financiĂŤle middelen, slechts sobere gemetselde onderdoorgangen

G. Banqueta de la falsa braga

- Banket van de onderwal.

in de aarden wal.

H. Fosso

- Gracht.

I. Rauelinos que defenden la contrescarpa

- Ravelijnen die de contrescarp beschermen.

K. Estrada cubierta de la contrescarpa

- Bedekte weg van de contrescarp.

L. Puertas y puentes de la villa

- Poorten en bruggen van de stad.


Atlas Groenlo 97

Profiel van de verdedigingswerken

Manuscriptkaart, detail van de afbeelding op pag. 95. De schaal van dit profiel is in voeten weergegeven (een Spaanse

E. Bedekte weg van de onderwal

De hoogte van de hoofdwal werd voorzien op 20 voet (= 5,75

voet is 28,75 cm).

F. Borstwering van de onderwal

m) en de diepte van de gracht op 18 voet (ca. 5,20 m). De to-

A. Talud van de hoofdwal aan stadszijde

G. Talud van de onderwal

tale breedte van de vestingwerken zowel binnen als buiten de

B. Bovenzijde van de hoofdwal

H. Gracht

gracht bedroeg ca. 90 meter.

C. Borstwering van de hoofdwal

K. Bedekte weg van de contrescarp

D. Talud van de hoofdwal aan grachtzijde

L. Talud van de contrescarp

Doorsnee van de vestingswerken Kopergravure, deel van de afbeelding op pag. 131.

Uit: Is. Commelin, Fredrick Hendrick van Nassauw Prince van

(Amsterdam, J. Janssonius, 1651). Hierin: Belegeringhe der

Recent ingekleurd. Aquarel Rees Hopmans.

Orangien, zijn leven en bedrijf (1625-1647)

starcke stadt GROLL etc. De hier afgebeelde tekening is in deze prent als inzet opgenomen.


Atlas Groenlo 98

De plattegrond van de nieuwe vestingwerken volgens Pierre le Poivre Manuscriptkaart.

in 1606 in acht punten (‘Le secours de Grolle’)

Pen op papier, ingekleurd.

- ‘de la plan de Grolle’, de vesting als zespuntige ster.

Kunstenaar: Pierre le Poivre.

De laatst genoemde afbeelding, de plattegrond van de vestingwer-

Uit: Pierre le Poivre, Recueil des plans,

ken van Grol, tekende Le Poivre in of voor 1622. Dat betekent

Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel,

dat toen reeds vaststond dat de Spanjaarden bij de verbouwing

Handschriftenverzameling, Inventarisnummer 19611,

van de vestingwerken geen ravelijnen zouden aanleggen. De plat-

folio 111.

tegrond van pag. 95 bevat wel ravelijnen. Het is niet duidelijk of

M 413 A/122.

het in 1618 nog wel de bedoeling was ravelijnen aan te leggen. Geldgebrek zou er de oorzaak van kunnen zijn geweest, dat ze

In de atlas van Pierre le Poivre bevat folio 111 (51 x 37 cm)

niet werden gerealiseerd.

twee afbeeldingen en tekst:

N.B. De bij Le Poivre op folio 111 opgenomen beschrijving

- kaartje van de Achterhoek

van de verovering van Grol door Spinola in 1606 is op

- beschrijving van de verovering van Grol door Spinola

pag. 81 afgedrukt.

De ligging van de 17e eeuwse Beltemerpoort ingetekend op de kadastrale kaart anno 2005. Bij bouwwerkzaamheden op de hoek van de Beltrumsestraat en de Houtwal werd de daar te verwachten fundering van het muurwerk van de 17e eeuwse, door de Spanjaarden gebouwde, Beltemerpoort aangetroffen. Het aangetroffen deel werd op de kadastrale kaart vastgelegd. De vermoedelijke ligging van het niet blootgelegde deel is hier eveneens aangegeven.

De ligging van de 17e eeuwse Nieuwe poort ingetekend op de kadastrale kaart anno 2005. Bij ontgravingen ten tijde van de afbraak van de oude Canisiusschool aan de Nieuwestraat werd de ligging van de 17e eeuwse Nieuwe Poort op de kadastrale kaart vastgelegd. Ter plaatse is in de huidige bestrating de ondergondse ligging van de muren van deze poort aangegeven. Het is opvallend dat de rooilijn van de huidige bebouwing aan de Nieuwestraat nog de oorspronkelijke toegang tot de Nieuwe Poort volgt. N.B. De nauwkeurige ligging van het muurwerk van de 17e eeuwse Lievelderpoort kon tot op heden nog niet worden vastgelegd.


Atlas Groenlo 99

Een deel van het ondergronds muurwerk van de 17e eeuwse Beltemerpoort in 2004 blootgelegd

Een deel van de fundering van de 17e eeuwse Beltemerpoort op de

Het ontgraven gedeelte van de 17e eeuwse Beltemerpoort klaar voor transport.

hoek van de Beltrumsestraat en de Houtwal.

Foto: Becker & Van de Graaf.

Foto: Becker & Van de Graaf.

Het opgegraven muurwerk tijdelijk opgeslagen in het plantsoen aan De Dael. Foto: Rob van Zutphen.


Atlas Groenlo 100


Atlas Groenlo 101

Kaarten en prenten van de belegering in 1627


Atlas Groenlo 102

Prins Frederik Hendrik (1584-1647)

Graaf Frederik Hendrik was het jongste kind van Willem van Oranje en diens vierde vrouw, Louise de Coligny. Hij kreeg zijn militaire opleiding in de school van zijn halfbroer Maurits. Hij nam aanvankelijk alleen als toeschouwer, later als lid van Maurits’ staf en sinds 1600 feitelijk deel aan diens operaties (Slag bij Nieuwpoort (1600), belegeringen van Grave (1602), Sluis (1604), Bredevoort (1606) en Grol (1606). Frederik Hendrik nam bij de belegeringen van 1597 (waaronder Grol), als 13-jarige voor het eerst (als toeschouwer) aan een veldtocht van Maurits deel (“om t’leger te volgen ende t’ongemak vanden crijch te leeren verdragen”). Na afloop van het Twaalfjarig bestand (1621) werd hij generaal der cavalerie en kort vóór Maurits’ dood (april 1625) opperbevelhebber van de Staatse legers. Kort daarna werd hij diens opvolger als kapitein- en admiraal-generaal en tevens als stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Bij de dood van Maurits erfde hij de titel van prins van Oranje. Hij behaalde bij het beleg van Groenlo in 1627 zijn eerste grote succes in de belegeringsoorlog. Met dit wapenfeit vestigde hij zijn naam als belegeraar, die later tot uitdrukking kwam in zijn bijnaam de Stedendwinger.


Atlas Groenlo 103

Graaf Hendrik van den Bergh (1573 – 1638)

Graaf Hendrik van den Bergh was de achtste zoon van Willem van den Bergh en Maria van Nassau (zuster van Willem van Oranje). Hij trad op jeugdige leeftijd in Spaanse dienst. Was na de verovering van Grol door Spinola in 1606 korte tijd gouverneur van Grol (werd in maart 1607 opgevolg door Matthijs van Dulcken). Werd in 1618 stadhouder van het in Spaanse handen gebleven deel van Gelre met als zetel Roermond. Was ten tijde van de belegering van Grol in 1627 veldoverste van het Spaanse ontzettingsleger. Volgde eind 1627 Spinola op als opperbevelhebber van het Spaanse leger in de Nederlanden. Probeerde in die functie Den Bosch te ontzetten toen Frederik Hendrik deze stad in 1629 belegerde en innam. Ging in 1632 over naar de Staatse zijde.


Atlas Groenlo 104

De kaarten van de belegering van Grol door Frederik Hendrik in 1627 Van de belegering van Grol door Frederik Hendrik werden door

van deze drie werden door het atelier van Blaeu uitgegeven of

ligt bij Claes Jansz. Visscher, die een kaart vervaardigde op ba-

meerdere uitgevers kaarten op de markt gebracht hetzij als los-

later van de Blaeu-kaarten afgeleid (pag. 106 t/m 113). Zeldza-

sis van door Danckerts de Rij aangeleverde gegevens. Deze kaart

se kaart hetzij ingebonden in geschiedenisboeken. Globaal kan

mer maar zeker ook belangrijk zijn de kaarten die Hondius uitgaf

was de basis voor de kaarten in sommige latere uitgaven, onder

men daar drie categorieën in onderscheiden. De belangrijksten

(pag. 116 t/m 121). Tenslotte is daar de serie waarvan het begin

andere bij Commelin (pag. 122 t/m 133).

De kaarten van Blaeu en daarvan afgeleide kaarten In de collectie Bodel Nijenhuis beschikt de bibliotheek van de Leidse Universiteit over de enige thans bekend zijnde manuscriptkaart van de belegering van Grol door Frederik Hendrik in 1627. De grote gelijkenis van deze kaart met de door Blaeu van de belegering van Grol door Frederik Hendrik uitgegeven kaarten, zowel wat betreft de afbeelding zelf als de legenda en ook het ingetekende ruitennet, wijst evident op het gebruik van deze manuscriptkaart bij het vervaardigen van de kaarten in het atelier van Blaeu. Het ruitennet zal hebben gediend om het formaat van deze grote manuscriptkaart (51,0 x 67,5 cm) terug te brengen tot de maten van de gravures van pagina 107 en 109 (39 x 51 cm). Toch moeten in het atelier van Blaeu meer gegevens voorhanden zijn geweest. Zo ontbreekt het op pagina 107 en 109 linksonder afgebeelde detail (aangeduid met I) op deze manuscriptkaart. Dat dit detail in de kopergravure de destijds bestaande situatie correct weergeeft wordt door de afbeeldingen op pagina 228 en 229 bevestigd. Het is dus zeker niet aan de fantasie van de graveur ontsproten. Bodel Nijenhuis nam deze manuscriptkaart in zijn verzameling op en maakte daarop via een aantekening zijn vermoeden kenbaar, dat Frans van Schooten deze tekening voor het vervaardigen van de kopergravure “Grolla obsessa et expugnata ....” aan Blaeu had geleverd. Frans van Schooten (1581–1646) was etser, plaatsnijder, tekenaar, ingenieur bij het leger, schrijver en van 1615–1646 hoogleraar. Hij was te Leiden werkzaam van 1612–1646. In de zomer, wanneer er geen colleges gegeven werden, was hij bij het leger te velde. D. de Vries schreef in 1989, als conservator van de collectie Bodel

Vries verschilde dus duidelijk van mening met Bodel Nijenhuis.

Y = Watermolen

Nijenhuis, in zijn publikatie ‘Kaarten met geschiedenis’ over deze

De uit 1627 daterende manuscriptkaart van pagina 105 bevat de

α = Sluis (2x)

kaart: “Bodel Nijenhuis schrijft deze manuscriptkaart in de marge

topografische gegevens zoals die of door Van Schooten, of door

toe aan de Leidse hoogleraar in de vestingbouwkunde Frans van

Niels dan wel door beide in het legerkamp zijn opgetekend. Wie

Schooten, die zich ’s zomers, wanneer er geen colleges werden gege-

deze grote manuscriptkaart ook mag hebben getekend, het is de

ven, als militair ingenieur bij het leger voegde. De overeenkomsten

meest betrouwbare weergave van de situatie tijdens de belegering

met het gegraveerde belegeringsplan uit Hugo de Groots “Grollae

van Grol door Frederik Hendrik in 1627. Vast staat dat de kaarten

obsidio”, dat in 1629 bij Willem Blaeu verscheen, zijn evenwel zo

uit het atelier van Blaeu (en waarschijnlijk ook die van Hondius)

evident, dat een toeschrijving aan Theodorus Niels, die daarop als

daarvan zijn afgeleid.

auteur wordt vermeld, meer voor de hand ligt. Blijkens deze kaart,

β = Lievelder poort γ = Nieuwe poort

Δ = Beltemer poort

Lit.: D. de Vries, Kaarten met geschiedenis 1550–1800: een selectie van

die later ook door Joan Blaeu in zijn stedenatlas werd opgenomen,

Het hier afgebeelde, door de tijd enigszins aangetaste, detail geeft

oude getekende kaarten van Nederland uit de Collectie Bodel

heeft Niels de metingen ‘in castris’, dus in het legerkamp verricht.

een fraai beeld van de toenmalige vestingwerken. Zoals eerder op-

Nijenhuis. Catalogus van de tentoonstelling “Oude kaarten en

Ook wordt daar verteld, dat hem als lid van de staf van Frederik

gemerkt maakten bij de belegering van 1627 ravelijnen geen deel

hun makers” in het Museon, ’s-Gravenhage 1989.

Hendrik de ‘portefeuille’ van de fortificaties werd toegewezen”. De

uit van de verdedigingswerken rond Grol.


Atlas Groenlo 105

Groenlo in 1627 belegerd door Frederik Hendrik Manuscriptkaart, gekleurd, 51,0 x 67,5 cm

In ballingschap te Parijs wonend beschreef Hugo de Groot de ge-

Jacques Wyts, Overste Wachtmeester (bevelhebber van de nacht-

Kunstenaar: anoniem.

schiedenis van de belegering en verovering van Grol in zijn “Grol-

wacht) in het leger van Frederik Hendrik, en van Lambert Verre-

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

lae obsidio”. Het in het Latijn gestelde boek verscheen bij Willem

ijken, plaatsvervangend gouverneur van de stad Grol (gouverneur

Delineation vant beleg für groll anno 1627.

Blaeu te Amsterdam in 1629. De benodigde informatie verkreeg

Mathijs van Dulken was tijdens de belegering van 1627 aan de

Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, Inven-

Hugo de Groot via zijn zwager Nicolaas van Reigersberch en zijn

schouder gewond geraakt).

tarisnummer P 11 N 224.

broer Henk de Groot. Deze leverden hem de dagboeken van resp.

Lees verder op pag. 106


Atlas Groenlo 106

In “Grollae obsidio cum annexis” zijn naast de geschiedenis van

stemmen in verband met een mogelijke terugkeer uit zijn balling-

de belegering en verovering van Grol nog enkele andere gebeur-

schap te Parijs naar de Nederlanden. Hugo de Groot zou dan in

tenissen beschreven. Er zijn in het boek dan ook de volgende

de toeschrijving aan Niels de hand kunnen hebben gehad. Niels

vijf kopergravures afgedrukt: a. Fossa a Rheno ad Mosam duci

was militair ingenieur in het leger van Frederik Hendrik en het is

coepta. b. Zutphaniae comitatus (zie pag. 115). c. Grolla obsessa

daarom mogelijk dat Hugo de Groot het beter vond Niels op de

et expugn. Delin. Th. Niels. d. Tabula Castelli ad Sandtflitam,

kaart te vermelden dan daarop de naam van de Leidse hoogleraar

etc. e. Tabula Bergarum ad Zomam, Steenbergae, etc. Amst. Fr.

Frans Van Schooten te handhaven. De toevoeging dat Niels tot de

v. Schooten.

staf van de illustere prins (“Illustrissimum Principem”) behoorde

Blijkens de hiernaast afgebeelde kaart uit Grollae obsidio met

wijst zeker in die richting.

daarop de vermelding “In castris ad amussim delineavit Theo-

Duidelijk is wel, dat zowel Niels als Van Schooten bij de belege-

dorus Niels ......” (In het legerkamp nauwkeurig getekend door

ring van Grol in 1627 in het leger van Frederik Hendrik aanwezig

Theo Niels...) zou het inderdaad Niels moeten zijn geweest, die

waren en daar ook zullen hebben samengewerkt bij het opme-

een tekening voor een in het atelier van Blaeu te vervaardigen

ten van de vesting. Ook het grondgebied rondom de stad met de

gravure had aangeleverd.

daarin aangebrachte belegeringswerken hebben zij nauwkeurig vastgelegd. Wie van de twee de hier afgebeelde manuscriptkaart

In castris ad amußim delineavit Theodorus Niels, apud Illustrißimum Principem rerum quae fortificationem cuncernunt curam habens.

vervaardigde is thans niet meer na te gaan. Uit de geschetste gebeurtenissen lijkt dat Frans van Schooten te zijn geweest. De publicatie van Grollae obsidio leidde voor Hugo de Groot niet

Grollae obsidio verscheen in 1629. Er moet echter reeds vóór

tot het gewenste resultaat. Dat Frans van Schooten destijds de

1629 een dergelijke kaart zijn uitgegeven. Bij de voorbereiding

betreffende tekening had aangeleverd wordt mogelijk ook beves-

van de uitgave van zijn boek Grollae obsidio schreef Hugo de

tigd door het feit, dat in de Nederlandse vertaling van het werk

Groot daar immers, in een brief van 4 februari 1628 aan zijn

van Hugo de Groot, die in 1681 verscheen (alle direct betrokke-

zwager Nicolaes van Reigersberch, over: “Nopende Grol, ick heb

nen waren inmiddels overleden), op een nagenoeg identieke kaart

uE. voor desen geadviseert, dat daer een caerte van is gemaeckt

(pag. 110) het onderschrift verscheen: ‘In ’t leeger afgetekent door

tot Amsterdam, dye wel gemaeckt is.”

Franciscus van Schooten, Professor der Mathematische konsten

De Bibliothèque National de France te Parijs beschikt over een

tot Leiden’.

door Willem Blaeu uitgegeven kaart*), die identiek is aan en de-

Deze vertaling van Grollae obsidio werd overigens niet bij Blaeu

zelfde afmetingen heeft als de afbeelding op pag. 107, waarop ech-

uitgegeven, maar te Amsterdam ‘By de Weduwe van Johan van

ter vermeld staat “In castris ad amussim delineavit Franciscus van

Someren, Abraham Wolfgangh, Hendrik en Dirk Boom, Boek-

Schooten Matheseos Professor in Academia Lugduno-Batava” (In

verkopers, 1681’. In die tijd was het atelier van Blaeu al op zijn

het legerkamp nauwkeurig getekend door Frans van Schooten,

retour. Dat bij het vervaardigen van die gravure ook van de eerder

professor in de wiskunde aan de Universiteit van Leiden).

in ‘Grollae obsidio’ verschenen kaart gebruik werd gemaakt is evident.

In castris ad amußim delineavit Franciscus van Schooten Matheseos Profeßor in Academia Lugduno-Batava.

Een aantal verschillen met de bij Blaeu vervaardigde kaarten zijn waarschijnlijk het gevolg van de kleinere uitvoering (25,7 x 33,9), waardoor voor een aantal toevoegingen, zoals de legenda, te weinig plaats was, dan wel dat de letters zo klein zouden worden, dat

De Leidse hoogleraar Frans van Schooten zou dus ook een kaart

ze moeilijk leesbaar zouden zijn.

hebben getekend, waarvoor hij de metingen in het legerkamp

In de eerder in 1649 uitgegeven Stedenatlas handhaafde Joan

nauwkeurig had verricht. Mogelijk is dit de kaart waar Hugo de

Blaeu overigens de naam van Niels op de kaart van de belege-

Groot op doelde en die reeds door Willem Blaeu als losse kaart was

ring van Grol in 1627. Waarschijnlijk werd gebruik gemaakt van

uitgegeven, voordat Grollae obsidio verscheen. Zou de manuscript-

dezelfde koperplaat die voor Grollae obsidio werd gebruikt, met

kaart dan toch door Frans van Schooten zijn vervaardigd?

dien verstande dat de inzet linksboven werd weggelaten en als

*) Biblithèque National de France, Parijs, Inventarisnummer Ge DD 2987

Blijft de vraag waarom de kaart in Grollae obsidio dan aan Niels

uitgever Joan Blaeu werd vermeld (zie pag. 109).

(4728).

werd toegeschreven. We kunnen hier slechts vermoedens uitspre-

Ook hier treffen we naast informatie over de circumvallatielinie be-

ken. Hugo de Groot schreef zijn geschiedenis van de belegering

langrijke gegevens over het wegennet rond Groenlo in 1627 en de

Lit.: Rijks Geschiedkungige Publicatiën, deel 105, Briefwisseling van

en verovering van Grol om daarmee Frederik Hendrik gunstig te

door de troepen van Frederik Hendrik gebouwde aanvalswerken.

Hugo Grotius.


Atlas Groenlo 107

Beleg en verovering van Grol door Frederik Hendrik in 1627 Kopergravure, 39 x 51 cm

Confoederati (Grolle is belegerd en veroverd door de luisterrijke

Onder de inzet links boven: GROLLA ut munita est ex quo capta

Kunstenaar: anoniem. Deze gravure werd in het atelier

Frederik Hendrik, prins van Oranje, graaf van Nassau etc. onder

fuit a Pr. Frderico Henrico (Grolle zoals het versterkt is sedert het

van Willem Blaeu door zijn medewerkers vervaardigd.

het gezag van de Staten van de Verenigde Nederlanden).

ingenomen werd door Frederik Hendrik).

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

M 1565, H 10.

Onder de prent: In castris ad amussim delineavit Theodorus Niels,

Uit: Hugo de Groot, Grollae obsidio cum annexis anni 1627

apud illustrissimum Principem rerum quae fortificationem con-

(Amsterdam, Willem Blaeu, 1629). Hierin: Grolla obsessa et

cernunt curam habens (In het legerkamp nauwkeurig getekend

expugnata ab illustrissimo Frederico Henrico Principe Arausi-

door Theodorus Niels aan wie de luisterrijke prins de zorg voor

onesium Comite Nassaviae etc. Auspiciis D.D. Ordinum Belgii

de gang van zaken betreffende de fortificaties had opgedragen).


Atlas Groenlo 108


Atlas Groenlo 109

Frederik Hendrik belegert en verovert Grol in 1627 Kopergravure, 39 x 51 cm, origineel ingekleurd.

Hendrik, prins van Oranje, graaf van Nassau etc.).

ontbreekt slechts de inzet links boven van de uitbreiding van de

Kunstenaar: anoniem. Deze gravure werd in het atelier

Stedelijk Museum Zutphen, Inventarisnummer P 117.

verdedigingswerken na de verovering door Frederik Hendrik.

van Jan Blaeu door zijn medewerkers vervaardigd.

Foto: Joop Koopmanschap.

Ook hier treffen we naast informatie over de circumvallatieli-

M 1567, H 11.

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

nie belangrijke gegevens over het wegennet rond Groenlo in

Uit: Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden, met

Topografische kaart van de belegering van Groenlo in 1627 uit

1627 en de door de troepen van Frederik Hendrik gebouwde

hare beschrijvingen (Amsterdam, Joan Blaeu, 1649). Hierin:

Blaeu’s Stedenatlas. In de duurdere uitgaven van de Stedenat-

aanvalswerken.

GROLLA OBSESSA ET EXPUGNATA ab Illustrisimo Frede-

las treffen we origineel door kaartafzetters fraai ingekleurde

Was de kaart van pag. 107 door Willem Blaeu uitgegeven, tref-

rico Henrico Principe Arausionensium Comite Nassaviae, etc.

kopergravures aan.

fen we hier rechtsonder de naam van zijn zoon Joan Blaeu, die

(Grolle is belegerd en veroverd door de luisterrijke Frederik

Deze kaart is nagenoeg identiek aan die van pag. 107. Hier

in 1649 de beroemde drukkerij en uitgeverij leidde.


Atlas Groenlo 110

Beleg van Grol in den jaeren 1627 Kopergravure, 25,7 x 33,9 cm

en den aenkleven des jaers 1627, enz. Vertaelt door J. Goris

Met de hier afgebeelde kaart, die in 1681 in de Nederlandse

Kunstenaar: anoniem.

(t’Amsterdam, By de Weduwe van Johan van Someren,

vertaling van het boek van Hugo de Groot verscheen, werd de

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

Abraham Wolfgangh, Hendrik en Dirk Boom, Boekverkopers,

mogelijk oorspronkelijke tekenaar van deze kaart, Professor

Uit: Hugo de Groot: Nederlandtsche Jaerboeken en Histo-

1681).

Frans van Schooten, in ere hersteld.

rien sedert 1555 tot 1609. Met de belegering der stadt Grol

M 1568, H 12.


Atlas Groenlo 111

Beleg van Grol in 1627 Kopergravure, 27,0 x 34,8 cm

nensium Comite Nassaviae etc. Auspiciis D.D. Ordinum Belgii

Kunstenaar: anoniem.

Confoederati (Grolle is belegerd en veroverd door de luister-

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

rijke Frederik Hendrik, prins van Oranje, graaf van Nassau

Uit: Een Duitse vertaling van het werk van Hugo de Groot

etc. onder het gezag van de Staten van de Verenigde Neder-

(Franckfurt 1629 en 1648). Hierin: GROLLA obsessa et ex-

landen).

pugnata ab illustrissimo Frederico Henrico Principe Arausio-

M 1569, H 13.


Atlas Groenlo 112


Atlas Groenlo 113

Beleg van Grol in 1627 Kopergravure, 32,4 x 23,3 cm

Deze kaart is vrijwel zeker niet in het atelier van Blau vervaar-

Kunstenaar: anoniem.

digd. Om het plagiaat te verdoezelen zijn hier en daar kleine

Het noorden links boven.

wijzigingen aangebracht.

Bron onbekend. Particulier bezit.


Atlas Groenlo 114

Deze kaart van het Graafschap Zutphen is afgedrukt in Grollae obsidio van Hugo de Groot. In een brief van 17 juni 1628 aan zijn zwager Nicolaes van Reigersberch maakte Hugo de Groot kenbaar, dat hij ook een kaart van het Graafschap Zutphen in zijn boek wilde opnemen. Deze in het atelier van Blaeu vervaardigde kaart is niet alleen in Grollae obsidio verschenen, maar ook gebruikt in Blaeu’s “Ander Theil Novi Atlantis ...., Amsterdami”; Apud Guiljelmus et Johannem Blaeu, 1635. De hier afgebeelde kaart is uit deze Duitse uitgave afkomstig. De kaart toont grote overeenkomst met die van pag. 125 en heeft de maker van die kaart (Petrus Kaerius) waarschijnlijk als voorbeeld gediend. De kaart werd door Kaerius noord-zuid gedraaid. Lit.: J.J. Vredenberg-Alink, Kaarten van Gelderland en de

kwartieren (Zutphen 1975)


Atlas Groenlo 115

Het Graafschap Zutphen Kopergravure, 22.0 x 26,5 cm, origineel ingekleurd.

Kunstenaar: anoniem. Deze gravure werd in het atelier van

Het noorden onder. Noordpijl in de kaart.

Willem Blaeu door zijn medewerkers vervaardigd.


Atlas Groenlo 116

De kaarten van Hondius De uitgever Hendrick Hondius (Hendrik de Hondt, 1573–

Bovenaan rechts een opgeplakte Nederlandse beschrijving:

1650) was een veelzijdig man. Hij was behalve uitgever ook tekenaar, plaatsnijder, kaartgraveur, etser, plaatdrukker en kunst-

Afbeeldinge ende korte verklarige van de groote ende ghewel-

en boekverkoper. Na eerst in Mechelen, Antwerpen, Brussel,

dige belegeringe der Stadt van Grolle, gelegen in’t Graefschap

Keulen, Parijs en Londen werkzaam te zijn geweest vestigde

van Sutphen.

hij zich te Den Haag en was daar van 1597–1642 actief. Voor

Aenwijsinge van de Figure. A. Quartier van sijn Excellentie. B. De Engelsche Schans, soo verre geleydt van’t groot

wat de belegering van Grol in 1627 betreft moet hij zijn eerste

De Stadt van Grolle, gelegen in het Graefschap van Sutphen, is

Quartier, om de hooghte C. te bewaren, ‘tgene met

kaart daarvan hebben uitgegeven ongeveer tegelijkertijd met of

kleyn van begrijp, maer seer sterck, hebbende ses bollewercken

twee Retrenchementen was bevrijt.

kort na de verschijning van de eerste kaart daarvan bij Blaeu.

met een wijde Graft ende hooghe Wal, ende aen den voet eenen

D. ’t Quartier van den Admirael van Holland.

Waarschijnlijk als gevolg van het niet ter beschikking zijn van

bedeckten wegh, die met een goede Borstweer wel is versien,

E. ’t Quartier van den Heere Pinsen Gouverneur van Rees.

een adequate manuscriptkaart is zijn eerste kaart (pag. 117)

ende wert by de Spaensche dese Stadt gehouden voor een van

F. ’t Quartier van den Heere Varick.

nog onvolledig. Bij zijn volgende kaarten (pag. 119 en 121)

hare grootste sterckten in Nederlandt, de Landbouwe is veel

G. Hollantsche Schantse.

treden telkens aanvullingen op. Hoewel de plattegrond van de

Saylandt ende eenigh Weylandt, ende alsoo de Lemiten van’t

H. Een Hoornwerck.

vesting en de aanvalswerken telkens gedetailleerd zijn weer-

Landt niet met Graften oft Slooten en wordt ghemaeckt, soo

I.

Het Fort Altena, hebbende noch uytwaerts een groot

gegeven is het wegennet op deze kaarten niet nauwkeurig en

worden eenige Morassen veroorsaeckt door’t Regenwater

Retrenchement van een Hoornwerck.

eerder ter verfraaiing opgenomen dan om enige relatie met de

ende maeckt de wegen onbequaem. Dese voorschreven Stadt

K. De Vriesche Schans.

werkelijkheid te hebben. De kaarten zijn los uitgegeven en op

is by den Prince van Orangien, Mauritius Hooghloffelijcker

L. ’t Quartier van sijn Genade Graef Ernest, hebbende

de kaart van een opgeplakte toelichting voorzien.

ghedachtenisse innegenomen den 11. September 1597. ende

boven aen een Hoornwerck, alwaer de vyand sijnen

den 14. Augusti 1606. door de Spaensche weder verovert.

aenslagh op dede om door te breecken, ende de Stadt te

Lit.: F.G. Waller, Biographisch woordenboek van noord

Op den 18. Julij 1627. is sijn Excellentie Fredrick Hendrick

ontsetten ofte te secoureren, maer konden niet uytrichten.

Prince van Oraignien daer voor gekomen met het geheele

M. De Francoyse Schanse, sijnde voorts het heele Leger

Leger van wegen de Ho: Mo: Heeren Staten Generael, by

omgraven met Linien, Hoornwercken, Redouten, Sporen

hem hebbende over de 130 Compaignien voetvolck ende

etc. gelijck in de Figure is gethoont.

Ruyterije naer advenant, ende voorders Amonitie ende Vivres,

N. De Stadt Grol.

tot sulcken grooten treyn noodigh, ende heeft sijne Hoogh-

O. Approchen van de Francoysen.

gemelte Excellentie terstont ordre gegeven om de selve stadt

P. Approchen van de Engelschen.

te besluyten met alsulcke Quartieren, Schansen etc. gelijck in

Q. Approchen van sijn Genade Grave Ernest.

de Figure is aengewesen. Naer dese omgravinge soo sijn de

R. Een watermeulen, waer door het water uyt de graft

approchen te wercke geleydt aen drie plaetse, met alsulcken

Nederlandsche graveurs (Amsterdam 1974).

werde afgetapt.

neerstigheyt dat het te verwonderen is, soo dat dese stercke Stadt is overgekomen den 19. Augusti daer naer, hoe seer dat

Hoe voorders de Regimenten in de Quartieren hebben gelegen,

die van binnen haer ter weere gestelt hebben, ende sijn daer

dat is mede in de Figure aengewesen.

uytghetrocken ontrent acht hondert gesonde Soldaten ende is haer by sijne Excellentie een goed quartier vergunt, vrijelijck

In ‘sGraven-Hage gemaeckt ende gedruckt by

uyt te trecken met brandende Lont, vliegende Vaendels,

Hendrick Hondius, 1627.

Koghels in den mondt, Bagagie etc. met twee Veltstucken, vijf tonnen Buscruyt, vijftigh Kogels, ende daerenboven noch tijdt vergunt, om te disponeren van haer goeden, ende werdt de Borgerije twee Jaren vergunt om hare goederen te beneficeren, ende twee hondert wagens om haer te voeren tot Wesel, oft in’t Legher van den Grave van den Berge, ende sijnder den 20. Augusti uytgetrocken.


Atlas Groenlo 117

Beleg van de stad Grol Kopergravure, losse kaart, 43,0 x 52,5 cm Kunstenaar: Hendrick Hondius. Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart. Siege de la ville de grolle. Particulier bezit.


Atlas Groenlo 118

Het kampement van Frederik Hendrik Detail van de afbeelding op pag. 119 Het noorden boven. De aarden wallen (retrenchement) rond het kampement van Frederik Hendrik volgden de grenzen van de Lievelderes. Het “Quartier des Vivres” (opslag van levensmiddelen, tevens keuken) bevond zich op de plaats van de huidige Erve Kots. Zijne Excellentie Frederik Hendrik bewoonde een zeer grote tent. Daar ontving hij, naast de gedeputeerden van de Staten Generaal en van de Raad van State, onder andere vele buitenlandse gasten die de belegering van Grol met eigen ogen kwamen aanschouwen. In dit kampement was ook een tent voor de eerder genoemde gedeputeerden, die tijdens de belegering regelmatig met Frederik Hendrik in overleg traden. In totaal waren in dit kampement 100 compagnien (ca. 10.000 man) gehuisvest. Ze stonden onder leiding van onder andere een hertog (Duc de Candal), verschillende kolonels (Corn.) en kapiteins (C.). Met de letter “b” wordt aangeduid, dat zich ter plaatse een batterij bevond met twee of meer kanonnen.

Het kampement van graaf Ernst van Nassau Detail van de afbeelding op pag. 119 Het noorden links boven. Waar zich thans de buurtschap Zwolle bevindt lag in 1627 het kampement van graaf Ernst van Nassau. In het omwalde kwartier lagen 55 compagnien. In het centrum de tenten van graaf Ernst en de officieren. Omdat op dit kampement een aanval werd verwacht van het nabij Vreden liggende Spaanse leger, heeft men er in aller ijl een hoornwerk aangebouwd. De Spaanse troepen onder leiding van Hendrik van den Bergh vielen dit hoornwerk in de nacht van 15 augustus 1627 aan, maar slaagden er niet in om door de Staatse linies te breken om zo het terrein binnen de circumvallatielinie binnen te dringen.


Atlas Groenlo 119

Beleg van de stad Grol Kopergravure, 43,0 x 52,5 cm

Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, In-

Kunstenaar: Hendrick Hondius.

ventarisnummer P11 N 223.

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

M 1567A, H 21.

Siege de la ville de Grolle.


Atlas Groenlo 120

De belegeringswerken rond de vesting Grol in 1627 Detail van de afbeelding op pag. 119.

stad. In de batterij bij het begin van deze approches (rechts

rand van de gracht kanonnen in batterijen opgesteld om het

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

onder) stonden 6 kanonnen opgesteld. Daarmee werd de stad

vuren op de aanvalswerken vanaf het betreffende bastion zo-

beschoten.

veel mogelijk te verhinderen. Bij deze beschietingen werd van

De hier afgebeelde belegeringswerken bestonden uit drie ele-

Ook de approches vanuit het Kampement van Ernst van Nas-

de kanonnen op de bastions vaak de trompetvormige voorzijde

menten: naderingsloopgraven (approches), kanonsopstellingen

sau hadden aan het begin een batterij (midden boven) waar de

door voltreffers beschadigd. Dat lot trof ook het huidige Grols

(batterijen) en grachtovergangen (galerijen)

stad mee werd beschoten.

kanon op het Noorderbastion.

O = Naderingsloopgraaf van de Fransen.

De rechthoekjes in de approches waren zogenaamde “Corps

De namen van de poorten zijn onjuist weergegeven. De na-

P = Naderingsloopgraaf van de Engelsen.

de garde”. De aarden wallen rond deze “Corps de garde” wa-

men “nieuwe poort” en “lievelder poort” dienen te worden

Q = Naderingsloopgraaf vanuit het kampement van

ren hoger dan die naast de approches (zie pag. 146). Zowel

verwisseld. Op de plaats van de Beltemerpoort staat het woord

de gravers als de zich in de loopgraven verplaatsende soldaten

“Ecluse”. De sluis lag echter bij de uitvoer van de gracht naar

R = Watermolen.

konden er dekking zoeken wanneer de ruiters van de stad de

de Slinge, links onder in de vestingwal.

De approches van de Fransen en de Engelsen leiden vanuit het

loopgraven aanvielen.

kampement van Frederik Hendrik op de Lievelderes naar de

Alle drie de approches leiden naar een galerij. Daar zijn aan de

graaf Ernst van Nassau.


Atlas Groenlo 121

Beleg van de stad Grol (Siege De La Ville De Grolle) Kopergravure, 43,0 x 52,5 cm

Bovenaan rechts een opgeplakte Nederlandse beschrijving.

kolommen: “Pourtraict et briefve declaration.” Met adres van

Kunstenaar: Henricus Hondius.

Daaronder: Aenwijsinge van de Figure.

H. Hondius te ‘s Hage. (Bibliothèque national de France, Pa-

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

Van deze kaart bestaan ook exemplaren met bovenaan rechts

rijs. Cartes et plans, Inventarisnummer Ge DD 625 (54) Rés.)

Partuculier bezit

een opgeplakte Franse beschrijving van het gehele beleg in 2


Atlas Groenlo 122

Detail van pagina 123 Waarschijnlijk nog tijdens de belegering van Grol door Frederik Hendrik (juli 1627) gebruikte Visscher de kaart van Kaerius van het Graafschap Zutphen om daarop de troepenbewegingen in beeld te brengen. Vanuit Holland komend trok Frederik Hendrik met zijn troepen via Emmerich en Bredevoort naar Grol.


Atlas Groenlo 123

Het Graafschap Zutphen Kaart Graafschap, 37,0 x 48,5 cm, origineel ingekleurd.

atlas van de Nederlanden in folioformaat uit. Deze atlas, de

vier maal, wat mogelijk was, omdat koper een zacht metaal is,

Kunstenaar: Claes Jansz. Visscher.

‘Germania Inferior’, bevat de oudst bekende atlaskaart in fo-

waarin groeven weer dicht te maken zijn.

Het noorden boven.

lio van de ‘Comitatus Zutphania’ ofwel van ‘het Graafschap

In de kaart zelf verschenen ten opzichte van de kaart van Kae-

Particulier bezit.

Zutphen’. In 1622/1623 verkeerde Kaerius in financiële moei-

rius binnen de grenzen van het Graafschap twee stadsplatte-

lijkheden. Hij verkocht in die tijd de koperplaten van zijn atlas

grondjes (Groenlo en Bredevoort) en daarnaast wegen en moe-

De Vlaming Petrus Kaerius (Pieter van den Keere, 1571–ca.

aan Claes Jansz. Visscher (1581–1652). Visscher wijzigde in

rassen. De stad Grol is hier juist weergegeven.

1646) gaf in 1617 met behulp van 26 koperplaten de eerste

slechts enkele jaren tijd de kaart van het Graafschap Zutphen

Deze kaart werd in 1648 opnieuw uitgegeven.


Atlas Groenlo 124

Detail van pagina 123

Na de verovering van Grol door Frederik Hendrik gebruikte

beeld was in 1627 de vesting zeshoekig. De Spanjaarden had-

Visscher de kaart van het Graafschap om de belegering van

den tijdens het 12-jarig bestand (1609–1621) de vestingwerken

De bevoorrading van zijn rond Grol liggende zeer omvangrijk

Grol in kaart te brengen (zie pag. 125). Waar voorheen als

van Groenlo van een onregelmatige vijfhoek in een regelmatige

leger vond vanuit Zutphen plaats. Daar werd per schip voedsel

inzet het profiel van Zutphen had gestaan verscheen een in-

zeshoek veranderd.

en oorlogsmateriaal aangevoerd om vervolgens via land over

zetkaartje (ca. 12 x 15 cm) dat de plattegrond van Grol toont.

Lochem en Borculo naar Grol te worden vervoerd.

Deze nieuwskaart bleef maar heel kort in gebruik. Het kaartbeeld was te kleinschalig en te onnauwkerig. Om onduidelijke redenen wijzigde Visscher de plattegrond van de stad Grol en

Lit.: J.J. Vredenberg - Alink: Kaarten van Gelderland en

gebruikte een plattegrond die de situatie van vóór 1606 weer-

de Kwartieren (Arnhem 1975). Kaarten van het kwartier van

geeft. Bovendien is de situering van de vesting Groenlo niet

Zutphen.

geheel juist; de vijfhoek is met het noorden naar beneden in-

Ch. te Strake, Globaal bekeken, De wereld rond in Zutphen.

getekend.

Catalogus bij de gelijknamige expositie eind 2000/begin

Zoals door Visscher op de eerder gepubliceerde kaart was afge-

2001 gehouden in het Stedelijk Museum te Zutphen.


Atlas Groenlo 125

Het Graafschap Zutphen Kaart Graafschap, 37,0 x 48,5 cm, origineel ingekleurd.

Inventarisnummer P 64.

Kunstenaar: Claes Jansz. Visscher.

Foto: Joop Koopmanschap.

Het noorden boven.

H 19.

Comitatus Zutphania, Stedelijk Museum Zutphen,


Atlas Groenlo 126

De belegering van Grol in 1627 Detail van de kaart van pag. 125. De belegering van Grol is door Visscher rond de stad in beeld gebracht. Vanuit het zuiden naar de Achterhoek trekkend kwam Frederik Hendrik met zijn leger via Bredevoort en Vragender te Grol. De plattegrond van de stad stemt in het geheel niet overeen met de situatie van 1627.


Atlas Groenlo 127

Inzetkaartje van de kaart van het Graafschap Zutphen Het 12 x 15 cm metende inzetkaartje draagt het opschrift: ”Grol

De afgebeelde vestingwerken zijn duidelijk van omstreeks 1597

Beleyt Door Prins Hendrick van Nassau op den 29 Iulij ’t jaer

met merkwaardigerwijs wel 6 bastions. De namen van de poorten

1627”. Daarboven een ”Afbeeldinge van de Wallen van Groll ende

staan op de verkeerde plaats en ook het verloop van de Slinge is

den bedekten wech buyten de gracht”.

merkwaardig te noemen.


Atlas Groenlo 128

Waarschijnlijk om de onnauwkeurigheden van zijn eerder gepubli-

ten wert opgeschut door’t voornoemde Conterscherp, is by den

ceerde kaart van het beleg van Grol (pag. 125) te corrigeren ver-

gemelten Prince goet gevonden ’tselve Water af te tappen, om also

vaardigde Visscher nog in 1627 met hulp van de landmeter van de

te bequamer de Gracht te doen vullen, ende de Galderyen over

stad Amsterdam, meester Cornelis Danckersz. de Rij, een nieuwe

te brenghen, ‘twelck is gheschiet benoorden de Beltrummerpoort

grootschalige kaart van het beleg van Groenlo. Van het Graafschap

recht voor de Punct vant Bolwerc, eenige voeten lager loopende

3 Dat alle Officieren van dit Garnisoen wesende in dienst vande

Zutphen werd een goed kaartje in de linker bovenhoek geplaatst.

als te voren. Dit Stedeken Grol heeft meest gestaen onder ‘tgebiet

Coninc van Spagnien, sullen hebben den tijt van twee Mae-

Vergelijken we de vorm en de ligging van de moerassen in dit kaart-

vanden Coninck van Spagnien, is inden Jare 1597 den 11. Septem-

nden, om hier ende daer te gaen int Platte Lant, ende van haer

je met die van pag. 125 dan ligt de conclusie voor de hand, dat

ber van sijn Exc. Prins Maurits belegert ende den 27. dito van hem

particuliere affairen disponeren, op conditie dat het Krijgsvolck

Visscher deze uit zijn eerdere kaart heeft overgenomen.

ingenomen: Daer nae den 14. Augusti 1606 weder by den Marquis

Deze kaart van de belegering van 1627, die geheel anders is dan de

Spinola verovert zijnde, is aen de Spaensche zijde gebleven tot den

4 Dat de Geestelijcke Burghers, ende Inwoonders der voorsz.

voorgaande door Blaeu en Hondius gepubliceerde kaarten, is “met

19. Augusti 1627, op welcken dach het is verovert by den Doorl.

Stadt, welcke met het Krijghs-volck begheeren uyt te gaen,

Passen afgetreden ende geteykent door meester Cornelis Danckerss

Prince van Oragnien Frederick Hendrick van Nassau, nadat hy

‘tselve liber en vry mogen doen, mette goederen hen toe be-

de Rij. Landmeter der Stadt Amsterdam”. De kaart werd dus ver-

daer voor gecomen was op den 19. Julij, effen een Maent ghele-

hoorende, daer toe hun gegunt wert den tijt van twee mae-

vaardigd aan de hand van een opname ter plaatse door Danckerts

den, met 70 stucken Geschut, 15 Mortiers, mitsgaders alles soe

nden.

de Rij persoonlijk. Of Danckerts de Rij daarvoor door Visscher is

een belegeringe noodigh, sterck omtrent 150 Compagnien te Voet,

5 Dat allen de Gevangens aen wederzijden, te weten vant Garni-

ingehuurd is niet bekend. Ook het tijdstip waarop Danckerts de

neffens eenighe Cornette Paerden, hem verdeelende in drie Hooft-

soen vande Stadt, van wat qualiteit ende conditie die moghen

Rij te Grol was is moeilijk te bepalen. Gelet op het onderschtift bij

Quartieren, ‘teerste en grootste onder ’t Commandement van sijn

wesen, ende die nu inde Stadt zijn, sullen uyt gaen mits beta-

onderstaande tekst moet dat nog in 1627 zijn geweest.

Excellentie, het tweede niet so groot onder sijn Genade Graeff

Cornelis Danckerts de Rij De Jonge (1596–1662) was gezworen

Ernst van Nassou, ende het derde noch kleynder, doch het sterck-

6 Dat alle Ammunitie van Oorlogh ende Vivres, toebehoorende

stadslandmeter te Amsterdam. Dit feit is aanleiding te veronderstel-

ste en dickste van begravinge onder Joncker Willem van Nassou,

den Coninck van Spagnien, sullen gelevert werden ter goeder

len, dat ook de afbeelding op pag. 183 van zijn hand is.

Admirael ter Zee. Voorts in aller schijn als dese afbeeldinghe U.E.

trouwen ende sonder bedroch, aende ghene die zijn Excellentie

Omdat Visscher de hiernaast afgebeelde gravure als losse kaart uit-

op het kurieuste verthoont, Om voorts de gelegentheyt en distantie

daer toe Ordonneren sal, uytgeseyt die Vivres den Gouverneur

gaf, voorzag hij die van een aangeplakte uitleg. Om een indruk te

van Grol te weten so van Deventer, Zutphen, en andere plaetsen

int particulier aengaende.

geven hoe een dergelijke kaart voorzien van tekst in de boekhandel

daer omtrent, soe hebben wy hier by gevoecht een perfect Caertjen

7 Dat haer sullen verleent werden 200 Waghens om te voeren de

te koop was volgt hierna de toegevoegde tekst:

vant gantsche Graefschap Zutphen, met een Mijl-perc daer in, om

Bagagie ende Meubelen toebehoorende den Gouverneur, Offi-

brandende Lonten; het Peerde-Volck met blasende Trompetten ende vlieghende Cornet. 2 Sullen met haer nemen twee Veltstucken Geschut, vijf tonnen Cruyt, 50 Ysere Koeghels ende vier tonnen Lonten.

hier inne niet begrepen sal wesen.

lende hunne kosten.

alles met de Passer af te meten.

cieren ende Krijghsluyden, tot Wesel, ofte aent Leger van Graef

Corte verclaringhe der ghelegentheyt, Sterckte, ende Belegeringe

Geduerende dese Belegeringe is weynigh Volck gebleven niet tegen-

Hendric vanden Bergh, mits latende Ostagiers voor het retour

der Stadt Grolle, gheleghen in het Graefschap Zutphen.

staende van wedersijden dapper weder geschoten is, den Admirael

Grolle, een Stedeken gelegen int Graefschap Zutphen, is van na-

Joncker Willem van Nassou een seer .... en couragieus Krijghs-Man,

8 Dat den Gouverneur, Capiteynen ende Krijghsluyden sullen

tuere wegen tamelijck sterck, omvangen met een seer hoogen ende

willende inde Loopgraven eens over kijcken, werdt met een Mus-

uyt gaen ende de Stadt leveren in handen van sijn Excellentie,

dicken Walle, Fauce bray, Wijde-Gracht, ende een bedeckten Wech

quet Koghel doort Hooft te neder gheschoten, ende van een yeder

ofte Conterscherpe buyten om de voornoemde Gracht, gelijck wy

seer beklaecht. Aengaende het approcheren, geschieden met sulc-

hier int groot sulcks perfectelijck hebben afgebeelt. Leyt voorts in

ken furije ende neersticheyt op drie verscheyden hoecken, also elc

een lustige Landbouwe, is gehouden geweest by de Spangiaerden

voor ander socht den prijs ende ‘tgesette Loon te verdienen ‘twelck

voor een van de stercste Frontiersteden, heeft omheer veel schoone

sijn Excellentie daer toe hadde gestelt, dat het ongeloovelijck was,

Boulanden, sommighe vette Weyden, mitsgaders lage Moerasschen,

niet tegenstaende die van de Stad haer Geschut inde Fauce-bray

11 Dat alle de Peerden ende andere dingen die geduyrende dese

en oock seer hooge Heyde, welcke hooge plaetsen alle by sijn Ex-

hadden ghestelt, en schoten sonder ophouden nacht ende dach, de

Belegeringhe ghenomen zijn, sullen blijven aen de ghene diese

cellentie Fredrick Hendrick van Nassau Prince van Orangien, etc.

Engelschen brachten haer Galderije eerst over, verdienden de prijs,

genomen heeft. De Overloopers heeft den Doorl. Prince gepar-

sijn ingenomen, ende in dese Belegeringhe met Schansen, Reduy-

ende ondergroeven den Borstweer vande Fauce-bray, die sy deden

donneert.

ten, Hoornwercken, ende Trenchementen, naer uytwijsinghe deser

springhen, waer door die vande Stadt waren genootsaeckt te Par-

Figure, seer aerdich ende extraordinaris net zijn begraven, tegen het

lementeren, zijnde maer 800 Man te Voet en een Compagnie Ruy-

Inde Stadt zijn noch gevonden 190 Tonnen met Cruyt, daer van die

aenkomen sijner Vyanden: die ghetracht hebbende ’t voornoemde

ters daer binnen, ende is het Accoort gemaeckt op den 19. Augusti

van binnen vijf Tonnen met twee Velt-stuckjes hebben met gheno-

Stedeken te ontsetten, met een Mannelijcke couragie sijn afgeslagen

1627 in manieren als volcht:

men, het heeft die van binnen aen Loot ghebroken, ‘twelck is ge-

aent Quartier van sijn Genade Graef Ernst van Nassau, met verlies

1 Dat den Gouverneur, Capiteynen, Officieren, ende Soldaten

weest de behoudenisse van menich Mansleven. Den Doorl: Prince

van een goet getal dooden, die zy door de donckerheydt des nachts

van wat Natie die zijn, sullen uyt trecken met alle hare Baga-

heeft terstont als hy de Stadt in sijn gewelt heeft gehadt, alle Loop-

wech voerden, ende naedien niet meer trachten het onvolbrachte

gie ende tgene hen is toebehoorende, ter plaetsen het hen goet

graven besteet te slechten, ende de Wallen doen repareren.

werck te hervatten, niet tegenstaende dat het die van binnen aen

duncken sal, te weten het Voetvolck met vliegende Vaendelen,

volc en scharp ontbrack. Ende also het Water inde Stads-Grach-

slaende Trommels, haer vol gheweer, Koeghels inde mont ende

vande Wagens.

den 20. Augusti smorgens vroech. 9 Dat haer sal ghegeven worden vry geleyt tot Wesel ofte aent Leger van Graef Hendrick vanden Bergh. 10 Dat die Siecke ende ghequetste Soldaten sullen mogen blijven inde Stadt tot datse ghenesen zijn.

t’Amsterdam, By Claes Jansz. Visscher, 1627.


Atlas Groenlo 129

Beleg van Grol in 1627 Kopergravure, losse kaart, 39 x 53 cm Kunstenaar: Claes Jansz. Visscher naar gegevens van C. Danckerts de Rij. Het noorden rechts boven. Noordpijl in de kaart. M 1566, H 14.


Atlas Groenlo 130

Plattegrond van de stad Grol anno 1627 Het noorden rechts boven.

De betekenis van de letters in de afbeelding is als volgt:

Detail van de afbeelding op pag. 129.

B. Batterij. In de stad op iedere hoek van een bastion één kanon In de batterijopstellingen van de aanvalswerken twee tot vier

Naast het met passen aftreden en tekenen van de stad Grol en het

kanonnen per batterij

omliggende land compleet met aanvalswerken, heeft Danckerts de

a. Hier sprong de mijn in de onderwal

Rij in de legenda bij de plattegrond van de stad enkele interessante

b. De korenmolen

details toegevoegd. Zo geeft hij aan dat het huis van de gouver-

c. Het gouverneurshuis

neur in de Beltrumsestraat stond, mogelijk zelfs op de hoek van

d. Kloosterkerk

de Goudsmitstraat. Wellicht heeft gouverneur Van Dulcken daar

e. Stadhuis

vóór de verovering door Frederik Hendrik gewoond.

f.

De grote kerk

g. De markt * Galerij (3x) Lit.: W.G.A.J. Röring, Het Oude St. Calixtus-Kerspel van

Groenlo (Groenlo 1896).


Atlas Groenlo 131

Belegeringhe der starcke stadt Groll Kopergravure, 28,0 x 34,5 cm

(Amsterdam, J. Janssonius, 1651).

Voor deze kaart heeft de kaart van pag. 129 duidelijk als voorbeeld

Kunstenaar: anoniem.

Deze prent komt ook voor in: Isaac Commelin, Histoire de la vie

gediend. Het is er een verkleinde weergave van. Het inzetkaartje

Het noorden rechts boven. Noordpijl in de kaart.

& actes memorables de Frederic Henry de Nassau prince d’Orange

van het graafschap Zutphen ontbreekt, in plaats daarvan zijn op

Uit: Isaac Commelin, Fredrick Hendrick van Nassauw Prince van

(Amsterdam, J. Janssonius, 1656).

die plaats de doorsneden van de belegeringswerken opgenomen,

Orangien, zijn leven en bedrijf (1625-1647),

M 1570, H 15

die bij pag. 129 rechtsonder staan.


Atlas Groenlo 132

Belegeringhe der starcke stadt Groll Kopergravure, 26,9 x 34,7 cm

Uit: Isaac Commelin: Frederick van Nassauw Prince van Oran-

In deze te Utrecht in herduk verschenen vermeerderde uitgave van

Kunstenaar: anoniem.

gien, zijn leven en bedrijf (Utrecht 1652).

het werk van Commelin is de kaart van pag. 131 in spiegelbeeld

Het noorden links boven. Noordpijl in de kaart.

M 1571.

afgedrukt.


Atlas Groenlo 133

De belegering van Grol in 1627 Kopergravure, 13,5 x 15,6 cm

De herkomst van deze gravure is tot nu toe onbekend. Deze kaart

Indien ook de teksten van de afbeelding op pag. 131 zouden zijn

Kunstenaar: anoniem.

is ongetwijfeld afgeleid van de kaarten in de boeken van Comme-

overgenomen, zouden deze waarschijnlijk onleesbaar klein zijn ge-

Het noorden rechts boven.

lin (pag. 131 en 132). Het is er een sterk verkleinde uitgave van.

worden. Reden waarom ze achterwege zijn gelaten.


Atlas Groenlo 134

Bijschriften bij onderdelen van de circumvallatielinie: Die eerste redoutte

De 1e redoute

Fort des Francoijs

Franse Schans

Die 2e

De 2e redoute

Dat groote Hoornwerck

Het grote hoornwerk

Die 3e

De 3e redoute

Die 4e

De 4e redoute

Quartier van zijn G. Graef Ernst

Kampement van Graaf Ernst van Nassau

Redoutte die kleinste genoemt

De 5e redoute, de kleinste genaamd

Die 6e

De 6e redoute

Fort de Frise

Friese Schans

Die 7e

De 7e redoute

Die 8e

De 8e redoute

Quartier van de Cavallerie Onder

Kampement van de Cavalerie onder

’t Commende van Graef Herman Otto

het commando van Graaf Herman Otto

van Stirom sijnde 6 Regimenten elck

van Styrum bestaande uit 6 regimenten

regiment van 4 Comp

van 4 compagnieën elk

Fort de Altena

Schans Altena

Die 9e

De 9e redoute

T’ cleijne Hoornwerck

Het kleine hoornwerk

De 10e Redoutte

De 10e redoute

Fort D’Hollande

Hollandse Schans

Quartier van Pinxen

Kampement van Pinsen

T’ Hert

Het hart

Die 11e

De 11e redoute

Quartier vanden Heer Admirael, I.

Kampement van de Heer Admiraal

Wilhelm van Nassau

Willem van Nassau

Die 12e

De 12e redoute

Die 13e

De 13e redoute

Hier langs leyt den Oversten Luijtenant

Hier langs lag de overste luitenant

Stakenbroeck met seven Regiment paerden

Stakenbroeck met zeven regimenten paarden

Die 14e

De 14e redoute

Quartier de son Excellce

Kampement van Frederik Hendrik

Quartier van de Curassiers ende Harquebusiers Kampement van de Kurassiers en de Harquebusiers Fort des Angloijs

Engelse Schans

Langs de linie zijn op 4 plaatsen batterijen met kanonnen opgesteld. N.B. Het hoornwerk dat bij Blaeu met “’t Groot Hoornwerck” wordt aangeduid wordt hier “T’ cleijne Hoornwerck”genoemd. Met “Dat groote Hoornwerck” wordt hier ten onrechte het soortgelijk verdedigingswerk aangeduid dat tussen de Franse schans en het kwartier van graaf Ernst van Nassau was gelegen.


Atlas Groenlo 135

De belegering van Groenlo door Frederik Hendrik in 1627 Manuscriptkaart, in gevouwen toestand 27 x 14 cm

De unieke perkamenten band Ordres de Bataille bevat ingekleurde

den worden ontleend. Dat de tekenaar niet volledig op de hoogte

Kunstenaar: anoniem.

pentekeningen over de periode ca. 1600-1647. De atlas bestaat

was van de situatie ter plaatse mag onder andere blijken uit het

Het noorden rechts boven.

voor het merendeel uit ingekleurde schema’s, waarop in verschil-

onjuist in beeld gebrachte verloop van de Slinge.

Uit: “Ordres de Bataille” van de Stadhouders Maurits en

lende varianten de in te nemen slagorde wordt weergegeven. Een

Frederik Hendrik.

tweede belangrijk bestanddeel vormen de plattegronden van de

Lit.: Onder den Oranjeboom. Catalogus bij de gelijknamige

Koninklijk Huisarchief ‘s-Gravenhage,

legerkampen. De fraaie en zeer gedetailleerde kaart van de vesting

tentoonstelling in Paleis Het Loo Nationaal Museum

Inventarisnummer A14-IX-2.

Groenlo en omgeving tijdens het beleg door Frederik Hendrik in

(Apeldoorn 1999).

1627 is er een van.

Aan de bijschriften kan een aantal zeer interessante bijzonderhe-

M. Loonstra, Catalogus bij de tentoonstelling ‘Uit Koninklijk bezit’ (Zwolle 1996).


Atlas Groenlo 136

De vestingwerken van de stad en de aanvalswerken rond de vesting in 1627 Manuscriptkaart. Detail van de afbeelding op pag. 135. Het noorden rechts boven.

Genummerde tekst:

Rondom de plattegrond van de vesting:

1. Sonder naem Bolwerk zonder naam

Aproche van de Engelschen

Naderingsloopgraaf van de Engelsen

2. Mussenberg Mussenbergbolwerk

Galderije (3x)

Galerij

3. Nieuwe Poort. Dese Brug heeft men doen springen Nieuwe Poort. Deze brug heeft men opgeblazen

Aprochen van de Francoijsche

Naderingsloopgraaf van de Fransen

4. Het Cleijne Rondeel bij den Polver Molen Het kleine bolwerk bij de Polver Molen

Batterij van 4 Stu

Batterij van 4 stukken geschut

5. Honts gat Hondegatbolwerk

Aprochen van zijn G:a Graef Ernst Naderingsloopgraaf van graaf Ernst

6. Boltemer Poort Beltemer Poort

van Nassau

7. Rondeel achter T’ gasthuijs Bolwerk achter het gasthuis

Mortier

Mortier

8. Sonder naem Bolwerk zonder naam

Hooch landt

Hoog gelegen land

9. Levelder Poort Lievelder Poort 1. Batterije van 3 Stucken Batterij van 3 stukken geschut

De aanduiding “Sonder naem” betekent niet meer dan dat de tekenaar niet op

2. van 2 Stucken Batterij van 2 stukken geschut

de hoogte was van de naam van het betreffende bolwerk. Opmerkelijk is wel de

3. sal noch een batterije van 4 stucken worden Moet nog een batterij van 4 stukken geschut worden

aanduiding “Het Cleijne Rondeel bij den Polver Molen”. De tekenaar greep hier-

4. Hier heeft die vijandt in de Faulce braye een stuck Hier heeft de vijand in de onderwal een stuk

mee terug op de situatie van voor de verbouwing door de Spanjaarden tijdens het

gehat om onse Galderije te breken maer is geschut geplaatst om onze galerij te vernietigen. gedomteert geworden door ons schieten.

Het stuk is door ons schieten tot zwijgen gebracht

12-jarig bestand (1609–1621).


Atlas Groenlo 137

Het kampement van graaf Ernst van Nassau

Manuscriptkaart. Detail van de afbeelding op pag. 135.

Rechts naast het hoornwerk:

Het noorden rechts boven.

Op dit Hornwerck heeft Gr. H. van den Berch den 15 augusti

Op dit hoornwerk heeft graaf Hendrik van den Bergh op 15

snachts ten een ure een anslach gehadt met 1500 mannen.

augustus s’nachts om een uur een aanval gedaan met 1500

Daer onder 600 gecommandeerde vier roers waeren.

man. Daarbij waren 600 onder commando staande, met

Maer is met verlies van 9 wagens met dooden afgetrocken.

geweren gewapende soldaten. Hij heeft zich met een verlies

van 9 wagens aan doden moeten terugtrekken.

Leeg landt

Laag gelegen land

Hooch landt

Hoog gelegen land

Quartier van zijn G. Graef Ernst

Kampement van Graaf Ernst van Nassau

Reg. Van G. Will:

Regiment van Graaf Willem

Gr. Ernst Regi

Regiment van Graaf Ernst

Scotten

Schotten

Zijn G: Gr. Ernst

Zijn Genade Graaf Ernst

C. Hinderson

Kapitein Hinderson Kapitein Brog

C. Brog Frisen

Friezen


Atlas Groenlo 138

De aanval van het Spaanse leger op het kampement van graaf Ernst van Nassau Deel van de afbeelding op pag. 131.

Frederik Hendrik had verwacht dat de naderende Spaanse troepen

daardoor vanuit het oosten bedreigd. In allerijl werd het kampe-

Het noorden rechts boven.

vanuit het zuiden zouden aanvallen om de stad Grol te ontzet-

ment van Ernst van Nassau met een extra hoornwerk versterkt.

ten. De Spaanse legeraanvoerder Hendrik van den Bergh (neef van

In de nacht van de 15e augustus 1627 vielen de Spanjaarden daar

Frederik Hendrik) trok echter met zijn leger naar Vreden en sloeg

aan. De aanval werd afgeslagen.

daar zijn kampement op. De linies van Frederik Hendrik werden


Atlas Groenlo 139

Het beleg van Grol anno 1627 Manuscriptkaart, 28 x 37 cm, gerestaureerd. Kunstenaar: anoniem. Het noorden links onder. Noordpijl in de kaart. Siege de grol anno 1627. Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis. Inventarisnummer P 11 N 231.


Atlas Groenlo 140

De aanval op het kampement van Ernst Casimir van Nassau Kopergravure. Detail van afbeelding 96. Onder leiding van Graaf Hendrik van den Bergh viel het Spaanse leger in de zeer donkere nacht van 15 op 16 augustus 1627 het hoornwerk vóór het kwartier van Graaf Ernst van Nassau aan. De

Legenda:

aanval werd afgeslagen. Bij deze aanval sneuvelden aan Spaanse

zijde een aanzienlijk aantal soldaten.

Verzeichnus uber dise Charten nach dem

Betekenis van de letters in deze kaart in alfabetische

Alphabet

volgorde

Die Statt Groll ................................................ A De stad Grol Q: von sein Excellen: Hendrik von Nassau

B Legerkamp van zijne Excellentie Hendrik van

Prinz zu Oranien.............................................

Nassau Prins van Oranje

Q: von S: G: Graf Ernst von Nassau .............. C Legerkamp van zijne genade graaf Ernst van Nassau Q: vo: Jungs: Wilhelm vo: Nassau Adm: ........ D Legerkamp van jonkheer Willem van Nassau Admiraal Q: von herr Oberst Synstgi ............................. E Legerkamp van overste Pinsen Q: von her: Ober: Fari ................................... F Legerkamp van overste Varik Q: von der Cavallaria ..................................... G Legerkamp van de cavalerie Französische

............................. J Franse schans

Englische

............................. H Engelse schans

Friesische

Schanz.................. K Friese schans

Altenaische

............................. L Schans Altena

Holländische

............................. M Hollandse schans

Das Hertz ...................................................... N Het hart Franzosische

............................. O Naderingsloopgraaf van de Fransen

Englische

Appro:.................. P Naderingsloopgraaf van de Engelsen

S: G: Graf Ernsten vo: N: ............................. Q Naderingsloopgraaf van graaf Ernst van Nassau Die Adlagation dess Feinds ............................. R De aanval van de vijand Die Ableitung desz Wasser aus Dem Stattgraft S De afvoer van het water uit de stadsgracht Die Wasser Mhül ............................................ T De watermolen Scala von 200 Rhuoten

Schaal van 200 roeden


Atlas Groenlo 141

De belegering van Groenlo door Frederik Hendrik in 1627 Manuscriptkaart, 30 x 36 cm

Het noorden rechts boven. Noordpijl in de kaart.

Pen op papier (gedoubleerd op linnen), ingekleurd.

Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ‘s-Gravenhage.

Kunstenaar: anoniem.

Inventaris Hingman.

Inventarisnummer 4.VTH 3227.


Atlas Groenlo 142

Frederik Hendrik voor Grol in 1627 Kopergravure, 11 x 13 cm

De voorstelling toont de aanval van de troepen van Frederik Hen-

beschieting van de vesting Grol, waar binnen mogelijk verwanten

Kunstenaar: anoniem.

drik op de Beltemerpoort in 1627. De afbeelding moet zonder

van haar zijn. Rechts onder: Een officier van het Staatse leger, geas-

Uit: Arnoldus Montanus, Leven en bedrijf van Frederik Hendrik

kennis van de feitelijke situatie ter plaatse zijn gemaakt. In 1627

sisteerd door drie ruiters en een voetknecht, neemt het vee van een

(Amsterdam 1652). Folio 164. In een latere vermeerderde versie

was Grol omgeven door aarden wallen en niet, zoals hier afge-

boerin in beslag en voeren het weg.

van dit werk van Montanus komt dezelfde prent voor met het

beeld, door muren. Onder de boom Frederik Hendrik te paard.

folionummer 229. M 1547, H 16.

De vrouw met kinderen op de voorgrond kijkt angstig naar de


Atlas Groenlo 143

Frederik Hendrik voor Grol in 1627 Kopergravure, origineel ingekleurd, 11 x 13 cm

Wilhem III (Amsterdam 1664). In de sectie betreffende Frederik

Kunstenaar: anoniem.

Hendrik folio 51.

Uit: Arnoldus Montanus, ‘t Leven en Bedrijf der Prinsen van

M 1547, H16.

Oranje. Wilhem I, Maurits, Frederyk Hendryk, Wilhem II,


Atlas Groenlo 144

HET SCHILDERIJ VAN DANIËL CLETCHER De Haagse schilder Daniël Cletcher wordt voor het eerst ge-

weg, die aansloot op de rechte weg richting de belegeringswer-

Pruisen. Het toenmalige Oranje-Nassau Museum kon in 1931 het

noemd in 1626 als lid van het Haagse Gilde van St. Lucas. Hij

ken, die de soldaten van Frederik Hendrik voor de stad hadden

schilderij van de belegering van Grol in eigendom verwerven. Het

was kwartiermeester, ingenieur en cartograaf in het Staatse le-

aangelegd. Om zowel in de voorgrond soldaten te kunnen weer-

maakt thans deel uit van de collectie van Paleis Het Loo, Natio-

ger. In die hoedanigheid maakte hij het beleg van Grol in 1627

geven, die naar de approches trekken, als de stad goed te kunnen

naal Museum, die het in bruikleen ontving van de Geschiedkun-

mee. Ook bij de belegering van ’s-Hertogenbosch in 1629 was

schilderen, liet Cletcher de weg in de voorgrond met een flauwe

dige Vereniging Oranje-Nassau.

hij aanwezig. Zowel van het beleg van Groenlo als van ’s-Her-

bocht schuin naar de rechte verbindingsweg lopen.

In het jaarverslag 1931 van de Vereeniging ‘Oranje Nassau Muse-

togenbosch vervaardigde hij een schilderij. Aan de juistheid van

Aan de rechterzijde slaan twee officieren het schouwspel gade,

um’ schreef Staring: “Men zal het toejuichen, dat dit zeer persoon-

de weergave van de veldwerken, dienende voor de belegering,

terwijl de meest linkse van de drie personen de anderen met zijn

lijk souvenir aan Prins Frederik Hendrik en tevens betrouwbaar

behoeven we niet te twijfelen. De besteller van de schilderijen, de

rechterarm aanwijzingen geeft. Van deze derde persoon wordt

topographisch en krijgsgeschiedkundig bewijsstuk een blijvend

leider van de belegeringen zelf, zou met artistieke vrijheden in dit

wel aangegeven dat het Frederik Hendrik zou zijn. Wellicht heeft

onderdak heeft gevonden”.

opzicht ook geen genoegen hebben genomen.

Cletcher hier in de voorgond de drie Nassau’s afgebeeld, die aan

Schilderijen van het beleg van Grol in 1627 zijn zeer zeldzaam. Uit

Voor Frederik Hendrik waren deze twee eerste van zijn beroemde

de belegering van Grol hebben deelgenomen: Frederik Hendrik,

de inventarissen van de stadhouderlijke collecties blijkt dat in de

belegeringen in de herinnering samengekoppeld. De verovering

zijn neef Ernst Casimir van Nassau en Willem van Nassau. De

grote galerij van het kasteel in Buren eveneens een voorstelling van

van Grol was het eerste wapenfeit waarmee de Stedendwinger

laatste was een bastaardzoon van Maurits die bij dit beleg is ge-

dit beleg heeft gehangen, van de hand van Gerrit van Santen. Of

toonde een alleszins waardige opvolger van Maurits te zijn. Het

sneuveld.

dit schilderij bewaard is gebleven is niet bekend.

was zeker een niet minder populaire verovering dan die van ’s-

In een inventaris van de Haagse paleizen van 1632-1634 staan

Hertogenbosch in 1629 en het eerste grote succes van de Staten-

de twee schilderijen van Cletcher vermeld als hangende “op de

Lit.: Catalogus van de tentoonstelling “Onder den Oranjeboom”,

Generaal na het einde van het Twaalfjarig Bestand.

galderije van Zijne Excellentie”, in het Stadhouderlijk Kwartier:

Nederlandse kunst en cultuur aan Duitse vorstenhoven in

De stad Grol is vanaf de zuidzijde geschilderd. Aan die kant van

“de belegering van Grol door Zijn Excie, ende door Clitsert ge-

de zeventiende en achttiende eeuw (Apeldoorn 1999).

de stad lag het kamp van Frederik Hendrik, van waaruit appro-

schildert” en “de belegeringe van ’s-Hertogenbosch mede door

ches naar de stad werden gegraven.

den ingenieur Clitsert geschildert”.

Nassau in Paleis Het Loo, Catalogus van schilderijen

Op het schilderij trekken manschappen vanuit het legerkamp van

In het kader van de Oranje-erfenis verhuisden beide schilderijen

(Rotterdam 1999).

Frederik Hendrik in de richting van de stad. De weg waarlangs

van Cletcher in 1720 uit ons land naar de Pruisische afstam-

zij vanuit het legerkamp naar de Staatse approches liepen was in

melingen van Keurvorstin Louise Henriette van Oranje, oudste

en kunst vóór de Vrede van Munster 1621-1648

werkelijkheid een rechte verbinding die dwars door een moeras

dochter van Frederik Hendrik en dus oudste tante van de kin-

(Zwolle/Delft 1998). Catalogus van de gelijknamige

liep (zie pag. 146). Hoewel de schilder de situatie rond Grol tij-

derloos overleden Koning-Stadhouder Willem III. Beide panelen

tentoonstelling die in 1998 werd gehouden in het Stedelijk

dens het beleg nauwkeurig heeft weergegeven heeft hij omwille

van Cletcher werden overgebracht naar Schlosz Berlin, waar ze

Museum Het Prinsenhof te Delft.

van de compositie echter een belangrijke concessie gedaan. De

in 1890 nog zijn geëxposeerd. Tot rond 1930 waren beide stuk-

weg in de voorgrond waarover de soldaten marcheren is een zij-

ken nog in het bezit van de vroegere Koninklijke Familie van

De verzamelingen van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-

M.P. van Maarseveen e. a., Beelden van een strijd. Oorlog

A. Staring, Het beleg van Groenlo 1627 door D. Cletcher. In: Jaarverslag Vereeniging ‘Oranje Nassau Museum’ (1931).


Atlas Groenlo 145

Frederik Hendrik bij het Beleg van Groenlo in 1627 Schilderij, paneel, 56,6 x 101 cm, niet gesigneerd, 1628. Kunstenaar: DaniÍl Cletcher, 1598–1632. Paleis Het Loo, Nationaal Museum, Apeldoorn. Inventarisnummer A 1180. Bruikleen van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau.


Atlas Groenlo 146

De aanvalswerken ten zuiden van de stad Grol in 1627 Detail van het schilderij op pag. 145.

De naderingsloopgraven (approches) richting de stad werden dieper naarmate men de stad naderde. De richting van die loopgraven werd zo gekozen dat men er vanaf de stadswal niet met musketten in de lengterichting in kon schieten. De aarden wal naast de loopgraaf werd aan de stadszijde opgeworpen. Op regelmatige afstanden waren er naast de loopgraaf zogenaamde “corps de garde� gebouwd; rechthoekige vluchtplaatsen wanneer de ruiterij uit de stad een aanval op de loopgraaf uitvoerde. Op het schilderij trekken manschappen in die naderingsloopgraven in de richting van de stad. Uit de musketten, furketten en bandelieren die zij dragen, blijkt dat zij musketiers zijn. Elke eenheid wordt vooraf gegaan door een officier te paard, terwijl de trommelaar de rijen sluit. De aarden verhoging in de achtergrond met de twee Neder-

Op de kaarten van de belegering van Grol in Hugo de Groots

landse vlaggen is de plaats van waar het Staatse geschut de stad

Grollae Obsidio en in de Stedenatlas van Blaeu zijn de aanvals-

onder vuur nam. Deze batterij telde 6 kanonnen. In het profiel

werken zowel als de wegenstructuur rond Groenlo vrij nauwkeu-

van de stad zijn geheel rechts 20 barakken zichtbaar (10 schoor-

rig afgebeeld.

steentjes). Om te vermijden dat bij de beschieting van de stad

De naderingsloopgraven zijn hier groen gekleurd, de wegen licht

rondvliegende pannescherven gevaar zouden opleveren liet gou-

bruin en de gracht blauw. Links onder bevindt zich een weg met

verneur van Dulcken de pannen van het dak van de barakken

aan beide zijden daarvan een donkergroen gekleurd talud. Deze

verwijderen

door Frederik Hendrik aangelegde dijk diende om de in zijn kampement aanwezige kanonnen zonder hindernis door het daar aanwezige lage moerassige gedeelte richting de stad te kunnen transporteren. Rechts boven op de kaart eindigt de Lichtenvoordseweg in de nabijheid van de stad en buigt daar naar rechts af. Hier begint de Groeneweg over gaand in de Oude Winterswijkseweg. De huidige Winterswijkseweg was in die tijd uiteraard nog niet aangelegd. Vergelijken we de op het schilderij van pag. 145 weergegeven aanvalswerken, zoals die hierboven gedetailleerd zijn afgebeeld, met het hier weergegeven detail van de genoemde kopergravure, dan kan worden geconcludeerd dat het schilderij ter plaatse moet zijn vervaardigd en wel vermoedelijk op het kruispunt van de Lichtenvoordseweg met de Slatmansweg. De hier getekende rode streeplijnen verwijzen naar de verschillende details van het schilderij.


Atlas Groenlo 147

De aanvalswerken op de kopergravure van Blaeu vergeleken met de stafkaart van 1879 Kopergravure.

Detail van de stafkaart uit 1879.

Detail van de van afbeelding op pag. 107.

Opvallend zijn de grote overeenkomsten tussen de structuren op

Het noorden boven.

de hier naast afgebeelde kopergravure en die in het hier onder weergegeven detail van de stafkaart van 1879. Links onder is te zien dat in 1879 er nog een restant aanwezig was van de in 1627 door Frederik Hendrik door het toenmalig drassige gedeelte aangelegde talud.


Atlas Groenlo 148

Batterij Gedrukte tekening, recent ingekleurd, aquarel N. Corts.

en rijshout. De bedding achter die borstwering was hellend (± 1

stort. Vervolgens werd het met de aanzetter aangestampt en met

Uit: Louis Napoleon Bonaparte (Napoleon III), Etudes sur le passé

op 20). De terugloop, waarvoor ongeveer 3,5 m werd genomen,

een prop van hooi opgestopt. Nadat eventueel in de ziel achterge-

et l’avenir de l’artillerie (Parijs 1846, 1851, 1862, 1863, 1871).

bestond uit balken waarop eiken planken (de zgn. swalpen) waren

bleven kruitkorrels met de wisser waren verwijderd werd de ko-

6 Delen, daarvan deel 2, Pl. IX.

vastgespijkerd. De eveneens hellende grond achter de bedding was

gel ingebracht en aangezet. Tot opheffing van de speling werd de

met biezen matten of rijshout versterkt. In een kuil achter de bed-

kogel eveneens met hooi omwoeld. Vervolgens werd het zundgat

Meerdere kanonnen, vaak van verschillend kaliber, werden in bat-

ding bevond zich het buskruit in beurstonnen, met haren buskruit-

(laadgat) volgestort met fijn buskruit. Het afvuren geschiedde door

terijen opgesteld. Het bouwen van een batterij werd aanbesteed.

kleden tegen brandgevaar overdekt. De schietgaten werden tijdens

het ontsteken van het buskruit in het zundgat met een gloeiend ge-

Batterijen werden zo dicht mogelijk bij de vesting aangelegd. Aan-

het laden met musketvrije luiken gesloten.

maakte ijzeren haak. Na elk schot werd het kanon gewist.

vankelijk net buiten de effectieve schootsafstand van het verdedi-

De bediening bestond uit een of twee busschietters per stuk met

gend musketvuur. Naarmate men met loopgraven de vesting dich-

daarnaast enkele handlangers. Over enige stukken samen had een

ter naderde werden batterijen dichter bij gebouwd om tenslotte de

“edelman van ’t geschut” het toezicht.

meest effectieve positie te bereiken aan de oever van de gracht.

Het laden geschiedde met een laadlepel, waarmee het kruit los in

Lit.: J.W. Wijn, Het krijgswezen in den tijd van Prins Maurits

De borstwering van een batterij bestond uit schanskorven, aarde

de achterzijde van de ziel (stootbodem van het kanon) werd ge-

(Utrecht 1934).


Atlas Groenlo 149

18 Augustus 1627. Een tot ontploffing gebrachte mijn slaat een bres in de onderwal rond Grol Tekening: Kelvin Wilson. Om de gouverneur van Grol, Mathijs van Dulcken, tot overgave

diezelfde dag om over de overgave van de stad met Fredrik Hen-

van de stad te dwingen werd op 18 augustus 1627 door de troepen

drik te onderhandelen.

van Frederik Hendrik in de onderwal een mijn tot ontploffing gebracht. Daarmee kregen de aanvallers toegang tot de bedekte weg onder aan de vestingwal. Ze konden nu de hoofdwal gemakkelijk ondermijnen. Als daarin een mijn tot ontploffing zou worden gebracht zou men over het ingestorte deel van de wal de stad hebben kunnen bestormen. Pas nadat Frederik Hendrik had gedreigd een tweede mijn tot ontploffing te brengen, besloot Van Dulcken nog


Atlas Groenlo 150

19 Augustus 1627. Capitulatie-overeenkomst bij de overgave van Grol Orgineel document Stadsarchief Groenlo (Streekarchivariaat Regio Achterhoek te Doetinchem). Inventarisnummer 122. Bij de overgave van de stad werden door Frederik Hendrik de condities vastgelegd, die door de belegerden dienden te worden aanvaard. Er werden drie verschillende, door Frederik Hendrik ondertekende, acten opgesteld. Één acte gold de gouverneur van Grol en de kapiteins met hun soldaten, die met hem in de stad waren. Een tweede acte regelde de voorwaarden, die op de in de stad verblijvende bisschop Rovenius en de geestelijkheid (de pastoor, de vicarissen, de pater van het klooster en de kloosterlingen) van toepassing waren. De hier afgebeelde derde acte gold de magistraat en de inwoners van de stad Grol. Het origineel van deze laatste acte bevindt zich in het Stadsarchief Groenlo. Het document is voorzien van het wapen van Frederik Hendrik. Lit.: L. van Aitzema, Saeken van Staet en Oorlogh in de Vereenichde

Nederlanden. (1655-1671).

J.H. Hofman, De overgave van Groenlo (19 aug. 1627).

In: Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom

Utrecht (Utrecht 1875–1957)

Deel XXII (1895).

W.G.A.J. Röring, Het Oude St. Calixtus-Kerspel van Groenlo

(Groenlo 1896).


Atlas Groenlo 151

De tekst van de capitulatieovereenkomst De tekst van deze acte luidt:

welck tot ondienst vande Vereenichde Provincien soude mogen strecken.

Sijne Excellentie heeft geaccordeert ende accordeert midtsdesen,

Dat alle burgers ende inwoonders sullen mogen genyeten de tijdt

dat de Stadt Groenloo sal mogen blijven bij haere oude rechten

van een gantsch jaer omme met haer goederen ende coopman-

ende privilegien.

schappen die se althans inde Stadt hebben, te mogen vertrecken.

Dat in’t overgaen van de voorszegde Stadt in ende uijttrecken van

Actum int leger

Grol den XIXen Augusti Anno XVICXXVII

beyderzijdts garnisoenen den burgeren ende inwooneren geene molestatie nochte overlast aen haere persoonen ofte goederen bin-

F. Henry de Nassau

nen noch buyten haere huijsen aengedaen en sal werden. Dat den voorszegde burgeren geoorloft sal wesen aen de zijde van

Ter ordonnantie van Sijne Excellentie

de Coninck van Spaignen te versoecken ende ’t impetreren con-

C.Huygens

tinuatie van neutraliteijt, mits dat onder pretext vandien nochte van de selve neutraliteijt niet en werde yetwes geattenteert, ’t

Huygens was de secretaris van Frederik Hendrik.


Atlas Groenlo 152

Belegering der stad Grol door prins Frederik Hendrik: begonnen den 10 july en geĂŤindigd den 19 augustus 1627 Gedrukt kaartje, 13 x 18 cm

In de tijd van de kopergravures kwam het meermalen voor dat

Kunstenaars: van Baarsel & Tuyn.

een kaart in spiegelbeeld werd afgedrukt. Deze kaart werd echter

Het noorden links.

in 1853 gedrukt. Hoewel deze kaart dus niet als gravure werd

Uit: J. van Lennep, De voornaamste geschiedenissen van Noord-

gedrukt is het een in de modernere tijd ongebruikelijke spiegel-

Nederland, Deel III, Van den dood van Prins Maurits tot aan de

beeldweergave.

vrede van Munster (Amsterdam 1853).

De plattegrond van de vesting zowel als de invulling van het kwar-

M 1572, H 20.

tier van Frederik Hendrik zijn fantasievoorstellingen.


Atlas Groenlo 153

Stadische Belager und Einnemung der Stat Groll, 1627 Kopergravure, 19,0 x 23,7 cm

perplaat van de afbeelding op pag. 69 later om tot deze prent van

uitsluitend aan de fantasie van de tekenaar is ontsproten, maar

Graveur: Georg Keller.

het beleg van Grol door Frederik Hendrik. Dat de vestingwerken

aan een topografische kaart van de belegering van 1597 of 1606

Het noorden rechts boven.

op deze gravure daardoor niet in overeenstemming zijn met de

moet zijn ontleend, mag blijken uit de vorm van dat 5e bastion.

Uit: M. Gotardo, Mercurii Gallo-belgici (Frankfurt 1627).

situatie van 1627 ligt voor de hand. Bovendien zijn niet alle vlag-

Het is gebouwd volgens het Nieuw-Italiaanse stelsel, dat wil

M 1571 A, H 22.

gen aan de nieuwe situatie aangepast. De Staatse aanvallers op

zeggen de inspringende flanken ontbreken. In weerwil van deze

de achtergrond zijn nog van Spaanse vlaggen voorzien, zoals dat

wijziging bleef de prent geheel in strijd met de werkelijke situ-

Keller tekende de historieprent van Hogenberg van pag. 65 na

in 1606 het geval was.

atie van 1627. De vesting was toen reeds zeshoekig en de muren

om er aanvankelijk eveneens de belegering van 1606 mee uit te

De tekenaar heeft een 5e bastion in de prent opgenomen, dat in

waren vervangen door aarden wallen.

beelden. Wellicht om commerciĂŤle redenen vormde Keller de ko-

de afbeelding op pag. 69 nog ontbrak. Dat dit 5e bastion niet


Atlas Groenlo 154

De vestingwerken van Grol medio 1627 Het noorden boven.

Borstweringen: bruin. Terrein vanwaar de verdedigers/bezetters van de stad opereerden (bovenzijde hoofdwal, bedekte weg achter

Bewerkt en ingekleurd detail van de kopergravure betreffende de

de onderwal en bedekte weg buiten de gracht): okergeel. Talud van

belegering van Grol in 1627 uit Blaeu’s Stedenatlas (pag. 109).

de hoofdwal: donker grijs-bruin. Talud van de contrescarpe: licht

Alleen de vesting is hier afgebeeld. De bij Blaeu rond de vesting

grijs-bruin. Barakken links naast de Lievelderpoort (40 in totaal):

getekende aanvalswerken zijn weggelaten.

rood-bruin.


Atlas Groenlo 155

De vestingwerken van Grol eind 1627 Het noorden links. Na de verovering van Grol liet Frederik Hendrik de vestingwerken

geeft de situatie van eind 1627 weer. De vertaling van de Latijnse

met 6 ravelijnen uitbreiden. Deze aan de inzet van de afbeelding

tekst onder de plattegrond luidt dan ook: Grolle zoals het versterkt

op pag. 107 ontleende plattegrond van de vestingwerken van Grol

is sedert het ingenomen werd door Frederik Hendrik.


Atlas Groenlo 156


Atlas Groenlo 157

Projektie van de vestingwerken eind 1627 op de plattegrond van Groenlo anno 1995 Het noorden boven.

Terrein waarvan de verdedigers/bezetters van de stad opereerden:

Talud van de hoofdwal: grijs-bruin.

okergeel.

Talud van de bewalling op de ravelijnen: grijs-bruin.

Borstweringen: bruin.

Barakken: rood-bruin.


Atlas Groenlo 158

Het jaartal 1627 en de aanwezigheid van 6 ravelijnen duidt erop, dat de kaart de situatie van eind 1627 weergeeft. De bouw van de hier nog niet aanwezige 6 halve manen werd in 1628 aanbesteed. De stuwen in de Slinge zijn kennelijk eveneens in 1627 aangelegd om, zoals de kaart aangeeft, delen land ten noorden en oosten van Grol onder water te kunnen zetten. De inundatie kon kennelijk ten noordwesten van Grol met het gebied V worden uitgebreid.

A. Bolwerck achter t’Clooster

Bolwerk achter het klooster

B. Bolwerck achter die

Bolwerk achter de

oude windmoolen

oude windmolen

C. Muschenborg

Bolwerk Mussenberg

D. Scharpenborch

Bolwerk Scherpenberg

E. Achter t’gasthuijs

Bolwerk achter het gasthuis

F. t’Hondegat

Hondegat bolwerk

G. Levelerpoort

Lievelder poort

H. Beltemerpoort

Beltemerpoort

J. Nieu poort

Nieuwe poort

K. Het ravelijn genaemt Orangie Het ravelijn Oranje L. Het ravelijn Nassau

Het ravelijn Nassau

M. Het ravelijn Stijrom

Het ravelijn Stirum

Verschil in handschrift duidt er op, dat K, L en M later zijn toegevoegd.

Overval (3x)

Stuw

Watermolen

Watermolen

Duiffhuis

Pesthuis

Wech naer Vreden

Weg naar Vreden

Wech naer Winterswijck

Weg naar Winterswijk

Wech naer Zutfen

Weg naar Zutphen

Wech naer Eijbergen

Weg naar Eibergen


Atlas Groenlo 159

De vestingwerken van Grol eind 1627 Manuscriptkaart, 20 x 29,5 cm Pen op papier, ingekleurd. Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ‘s-Gravenhage. Inventaris Hingman, 4.VTH 3228.


Atlas Groenlo 160

Vestingbouw-technische kaart van Groenlo Manuscriptkaart.

Deze manuscriptkaart maakt deel uit van het archief van graaf

kapitein-generaal in Brazilië (1636). Van zijn grote belangstelling

Kunstenaar: anoniem.

Johan Maurits (1604-1679).

voor kunst en wetenschap getuigt onder andere het Mauritshuis

Het noorden links boven. Noordpijl in de afbeelding.

Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen, bijgenaamd ‘de Brazili-

te Den Haag.

Koninklijk Huisarchief, ‘s-Gravenhage.

aan’, was een kleinzoon van Jan van Nassau (Jan de Oude) en ach-

Met grote waarschijnlijkheid zijn op deze kaart de plannen tot uit-

Inventarisnummer 4 – 1476.

terneef van Maurits en Frederik Hendrik. Hij kwam in 1621 in het

breiding van de vestingwerken weergegeven. Daarbij is uitgegaan

leger van prins Maurits. Vooral onder Frederik Hendrik muntte

van de vestingwerken zoals die tijdens het 12-jarig bestand door

hij uit als officier. Hij was dan ook in het leger aanwezig bij de be-

de Spanjaarden werden gerealiseerd. Direct na de verovering van

legering van Grol in 1627. Op voorspraak van Frederik Hendrik

Grol in 1627 liet Frederik Hendrik 6 ravelijnen aanleggen en in

benoemde het bestuur van de West-Indische Compagnie hem tot

1628 werd de vesting met 6 halve manen uitgebreid.


Atlas Groenlo 161

Noorderbastion, nieuwe poort en Bastion Scherpenberg Het noorden links boven.

Links het Mussenbergbolwerk (Noorderbastion), in het midden de

de ravelijn was van twee ophaalbare delen voorzien. In de houten

Bewerkt en ingekleurd detail van de afbeelding op pag. 160.

Nieuwe poort en rechts het bolwerk Scherpenberg (Maliebaan).

brug van dit ravelijn naar de weg buiten de vesting bevond zich

Op de bastions kon op iedere hoek een kanon worden geplaatst.

ĂŠĂŠn ophaalbaar deel.

In het midden van het bastion stond een gebouwtje voor de opslag

De Nieuwe poort was, evenals de overige twee poorten, een een-

van kruit, kogels en andere materialen.

voudige gemetselde onderdoorgang. Aan de stadszijde bevonden

Naast het Noorderbastion lag (links onder) een sortie. Dat was

zich links en rechts van de Nieuwe poort opritten onder andere

een gemetselde onderdoorgang onder de hoofdwal. De sortie gaf

voor het transport van kanonnen en materiaal via de hoofdwal

vanuit de stad toegang tot de bedekte weg van de onderwal. Er

naar de bastions.

waren in totaal drie sorties.

Direct buiten de gracht bevond zich een bedekte weg met daarvoor

De houten brug vanuit de Nieuwe poort naar het daarvoor liggen-

een geleidelijk aflopend talud (contrescarp).


Atlas Groenlo 162

Feestelijke ontvangst van Frederik Hendrik op het buitenhof te ’s-Gravenhage Kopergravure, 8,2 x 12,4 cm

Na de verovering van Grol op 19 augustus 1627 bleef Frederik

ontvangst van Frederik Hendrik te Den Haag na de belegering en

Kunstenaars: A. v.d. Venne (tekenaar), C. Coninck (graveur).

Hendrik nog zes weken te Groenlo. Toen hij orde op zaken had

inname van Den Bosch in 1629, maar dan met als inzet de plat-

Uit: C.J. Quintyn, Oraeniens Grols-gewin (Haarlem 1627).

gesteld reisde hij via Zutphen (waar hij werd gefêteerd) en Arnhem

tegrond van Den Bosch.

H 18B.

naar Den Haag, waar hij op 2 oktober op het Buitenhof feestelijk

Cornelis Coninck (ca. 1610–1671) was van 1628 tot 1671 als

werd ingehaald. Op de achtergrond het Stadhouderlijk verblijf.

plaatsnijder werkzaam te Haarlem. Hij graveerde deze prent naar

In het boek van Quintyn wordt dezelfde gravure gebruikt voor de

een tekening van Adriaen Pietersz. van de Venne (1589-1662).


Atlas Groenlo 163

Zinneprent ter ere van Frederik Hendrik na de verovering van Grol Gravure, 23,4 x 31,8 cm

van Solms, staande voor het stadhouderlijk paleis te Den Haag

Als onderschrift:

Kunstenaar: F. Brun.

samen met hun twee kinderen: staande Willem II (geb. 1626) en

BELLIGEROS PRINCEPS VICTOR PULSO HOSTE TRIUM-

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

bij de min op schoot Louise Henriëtte (geb. 1627). Linksonder

PHIS MULTIPLICI CONJUNX PROLEBE ET BATAVOS

Bureau, ’s-Gravenhage,

de Nederlandse leeuw, een label tonend met het beleg van Grol.

Inventarisnummer TOP 09367.

Rechtsonder Fama, een label voor zich houdend met daarop de

De tekenaar van deze zinneprent, Frans Bruynen (Brun), geboren

M 1574A. H 18.

aftocht van de Spaanse bezetting uit Grol.

te Straatsburg, was van 1627–1648 als tekenaar en plaatsnijder werkzaam te Amsterdam. De uitgever van deze prent, François

De prent is getekend vóór de Hofvijver gezien vanaf de vijver-

Boven de prent:

TANDEM FIT SURCULUS ARBOR

van den Hoeye (Hoeius, ±1590–1636), was vanaf 1613 te Amster-

dam. In de afbeelding: Frederik Hendrik en zijn gemalin, Amalia

Eindelijk wordt een twijg een boom

dam werkzaam als plaatsnijder, kaartgraveur en uitgever.


Atlas Groenlo 164

Vóór de dood zal niemand gelukkig zijn Kopergravure, 7,0 x 14,5 cm

Boven de prent:

Onder de prent:

Kunstenaar: anoniem.

ANTE MORTEM NULLUS BEATUS ERIT

VIVIT MORTALIS MISERE, DUM VIVIT IN ORBE,

Uit: Daniel Meiszner, Sociographia cosmica oder Politische

Vóór de dood zal niemand gelukkig zijn.

PRIMO IN TRANQUILLA MORTE BEATUS ERIT.

Schatskästlein das ist: Auszerlesene schöne Emblemata und

De mens leeft in ellende zolang hij op aarde is.

Moralia (Neurenberg, P. Fürst en B. Caymou, 1642).

Pas in een vredige dood zal hij gelukkig zijn.

Hierin: nr. E 32: GROLL in com. Zütphen. H 25.

De plattegrond van de stad vertoont grote gelijkenis met die van pag. 127


Atlas Groenlo 165

Penningen op de verovering van Grol door Frederik Hendrik in 1627

In 1627 werden in de Zutphense Munt penningen geslagen

De voorloper van het huidige Stadsmuseum Groenlo,

op de verovering van Grol door Frederik Hendrik. Op 19 juni

het Grolsch Museum, heeft een uitgebreide zoektocht

1628 werden de penningen te Zutphen gewogen, 19 stuks

naar exemplaren van deze penningen ondernomen.

op die dag en op 25 juni 5 stuks. Het zou hier de penning

Talrijke archieven, musea en individuele personen zowel

van pag. 166 betreffen.

in binnen- als buitenland werden daarbij geraadpleegd.

Op 28 juli 1628 werd door het Zutphense stadsbestuur met

Deze naspeuringen hadden tot 1969 nog geen resultaat

gedeputeerden van de Kwartier-ridderschap besloten, dat

opgeleverd. Het stadsmuseum Groenlo beschikt thans

men de Prinses van Oranje, Amalia van Solms, twaalf stuks

over de replica’s van beide penningen. Daaruit mag worden

gouden penningen, twee ter waarde van ƒ 100,- en tien ter

afgeleid, dat ergens exemplaren van deze penningen

waarde van ƒ 50,-, in een fluwelen beurs zou aanbieden.

bewaard zijn gebleven. Helaas zijn over deze bron geen

Deze exemplaren werden de 20e augustus daaropvolgend

gegevens meer voorhanden.

gewogen. Daarnaast zijn op last van het Rijk in Zutphen 44 stuks gouden penningen betreffende de inname van Grol

Lit.: Is.An. (J.A.) Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de

geslagen. Het zou hier kunnen gaan om de penning zoals

geschiedenis van Gelderland (Arnhem 1847).

op pag. 167 weergegeven, waarop de prins in het bijzonder

Deel IV (no. 1866).

wordt verheerlijkt. Deze penning is op of na 18 september 1627 uitgegeven.

W.P. Vemer, Kroniek van Groenlo (Arnhem 1969).


Atlas Groenlo 166

Penning op de verovering van Grol in 1627 Replica van de gouden penning, Ø 60 mm Stadsmuseum Groenlo. Voorzijde: De belegerde stad Grol, met de gehele circumvallatielinie van de belegering.

Keerzijde: AD PRINCIPEM QUAE TIBI MAJORES SPONDET FREDERICE TRIUMPHOS, BELLIPOTENS VICTAS DAT TIBI GROLLA MANUS TOT VALIDAM VICERE DUCES SED VINCERE POSSE TOT CIRCUMFUSIS HOSTIBUS, OMNE TUUM EST. De sterke stad Grol, die U O Frederik, haar overwonnene handen toereikende, nog grotere zegepralen schijnt toe te zeggen. Vele veldoversten hebben deze vesting voorheen wel overmeesterd gehad, maar het was geheel uw werk deze stad tot de overgave te dwingen, niettegenstaande zij door zo vele vijandelijke legers omringd was. Het omschrift luidt: FREDERICUS HENRICUS, PRINCEPS AURIACUS, AUSPICIIS ILLUSTRIUM ORDINUM FEDERATI BELGII GROLLAM VICIT. 1627 ANNO Frederik Hendrik, Prins van Oranje, heeft onder het gezag van de illustere Staten van de Verenigde Nederlanden Grolle veroverd in het jaar 1627. Lit.: Bizot, Medalische historie der republyk van Holland

(Amsterdam 1690).

G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche

historiepenningen (Den Haag 1723–1731).


Atlas Groenlo 167

Penning op de verovering van Grol in 1627 Replica van de gouden penning, Ø 62 mm. Stadsmuseum Groenlo. Voorzijde: De belegerde stad binnen de circumvallatielinie met in de linie de Franse, Engelse, Friese, Hollandse schans en de schans Altena (FRANS, ENGL, FRIS, HOLLAN, ALTE). Verder de kwartieren van de Prins van Oranje, de Graaf Ernst Casimir, de Admiraal van Holland Willem van Nassau, de overste Varik en de kolonel Pinse (PR. DORANG, GR. ERNEST, ADMIR, VARIC, PINS). Verder worden vermeld de Graaf Van Styrum en de luitenant Stakenbroek (GR. STIRY, STAKBR).

Keerzijde: FAVENTE DEO OPTIMO MAXIMA, ARMIS FOEDERATARUM PROVINCIARUM, VINDICE HENRICO FREDERICO PRINCIPE AURAICO GROLLA, REPULSO HISPANO, OBSIDIONEM VI FRUSTRA SOLVERE TENTANTE, PAUCORUM NOSTRORUM STRAGE LIBERTATI GELDRIAE COMITATUSQUE ZUTPHANIAE RESTITUITUR; XVIII CALENDAS SEPTEMBRIS; ANNO 1627. Door de gunst van de zeer goede en grote God, door de wapenen van de verenigde gewesten, en door de verlosser Frederik Hendrik, prins van Oranje, wordt Grol, de Spanjaard, die het beleg tevergeefs met geweld heeft trachten ongedaan te maken, verdreven zijnde, met verlies van weinigen der onzen aan het vrije Gelderland en Graafschap Zutphen teruggegeven; De achttiende september in het jaar 1627. Lit.: G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche historiepenningen

(Den Haag 1723–1731).


Atlas Groenlo 168

ANTHONI VAN DER WILGE In 1630 vroeg de Zeeuwse penningmaker Anthoni van der Wilge (1591– vóór 1641) octrooi aan voor een penning op de verschillende overwinningen, die Frederik Hendrik tussen 1626 en 1630 had behaald. De Acten van de Staten Generaal vermelden op 17 augustus 1630 dat ’de Staten-Generael der Vereenichde Nederlanden hebben geconsenteert ende geoctroyeert, consenteren en octroyeren bij desen: ANTHONY VAN DER WILLIGEN, triomph penninck in ‘t groot, off in ‘t clein, in ‘t gout off in ‘t silver nae te snijden, nae te maecken ende te vercoopen bij juweliers, coopluijden, deeckens, gout ende silversmeeden’. Na enkele jaren als goudsmid te hebben gewerkt, begon Anthoni van der Wilge zijn carrière als penningmaker met het vervaardigen van deze penning. Door de gedetailleerde en zorgvuldige afwerking wordt deze penning als zijn meesterstuk beschouwd. Van der Wilge had succes met deze penning. Uit de Bossche stadsrekening van 9 december 1630 blijkt dat hij twintig zilveren exemplaren leverde aan het nieuwe bestuur van ‘s-Hertogenbosch. Lit.: Bizot, Medalische historie der republyk van Holland

(Amsterdam 1690).

G. van Loon, Beschrijving der Nederlandsche historiepenningen (Den Haag 1723–1731).

M.P. van Maarseveen e. a., Beelden van een strijd.

Oorlog en kunst vóór de Vrede van Munster 1621-1648

(Zwolle/Delft 1998). Catalogus van de gelijknamige

tentoonstelling die in 1998 werd gehouden in het Stedelijk

Museum Het Prinsenhof te Delft.


Atlas Groenlo 169

Penning op de door Frederik Hendrik behaalde overwinningen Penning, zilver, geslagen 1631, Ă˜ 69 mm, 60 gram. Kunstenaar: Anthoni van der Wilge. Stadsmuseum Groenlo. Voorzijde: In ovaal de geharnaste buste van Frederik Hendrik. Links daarvan de oorlogsgod Mars, met in zijn rechterhand een wapenschild met het wapen van Frederik Hendrik. Rechts Victoria met in de linkerhand een palmtak. Samen houden zij een lauwerkrans boven het portret van Frederik Hendrik. Daarboven de tekst: AUREA CONDET SAECULA Hij zal de Gouden Eeuw herboren doen worden. Onder het portret van Frederik Hendrik in ovaal het aanzicht van de stad Den Bosch met vermelding van: ’S HERTOGENBOS 1629. Daaronder het monogram van de kunstenaar: A. VD. W. Keerzijde: De keerzijde van de penning toont in vier ovalen de overige grote overwinningen (Groenlo, Pernambuco, Wesel en Zilvervloot) van het Staatse leger en de vloot. In deze ovalen de aanzichten van de betreffende steden en van de Staatse vloot onder vermelding van: 1627 GROL, 1630 FERNAMBUKO, 1629 WESEL en 1628 SULVERVLOOT. Boven deze ovalen is in een gekroond medaillon de Nederlandse leeuw afgebeeld met in zijn klauwen een zwaard en een bundel pijlen. Naast hem staan de Voorzichtigheid, die een slang in de linkerhand heeft en de Standvastigheid met als symbool een pilaar in de rechterhand. Midden boven onder een wolk waarin het Hebreeuwse woord Jehova staat, twee engeltjes met bazuinen die een lauwerkans boven het medaillon houden. Omschrift: AUSPICIIS ADSIT JEHOVAE VICTRIX CONCORDIA Dat de zeeghaftige Eendracht onder het opzicht des Heeren gunstig zij. Laat de eendracht als overwinnaar het gezag steunen. Onder aan de rand: CUM PREVEL 1631 (Cum privilegio, 1631) Met voorrecht geslagen, 1631.


Atlas Groenlo 170


Atlas Groenlo 171

Dichters over Grol


Atlas Groenlo 172

Vondel Grol was de eerste stad, die door de stedendwinger Frederik Hendrik in zijn loopbaan als aanvoerder van het Staatse leger werd veroverd. Na 21 jaar in Spaans bezit te zijn geweest was Grol in 1627 het laatste Spaanse bolwerk op het grondgebied van de Verenigde Zeven Provincien (globaal gesproken Nederland boven de grote rivieren). Niet alleen in regeringskringen, maar ook onder het volk was de lof voor Frederik Hendrik groot. Vondel legde dat vast in zijn 782 versregels lange gedicht: “Verovering van Grol door Frederick Henrick”. Hierna volgen enkele passages uit dat gedicht, waarin Vondel de aanval van Hendrik van den Bergh op het kampement van Ernst Casimir in de nacht van 15 augustus 1627 beschrijft. Duidelijk blijkt daaruit dat Vondel gedetailleerd op de hoogte was van het verloop van de gevechten die daar plaats vonden. Een eycken bosch, gemengt met populier en elsen,

En houd hier stal, (9) gelijck een’ steenrots tegens golven

Vondel schreef een welkomstgedicht bij gelegenheid van het be-

Streckt legerwaert,

En storremwinden opgewassen hecht en vast,

zoek, dat prins Frederik Hendrik op 10 april 1628 op verzoek

---------------------

Op ’t bulderen der zee. nocht drift, nocht donder past. (10)

van de regering bracht aan het door godsdiensttwisten verdeelde

Dit woud was van den Graef verkoren tot een’ laegh,

Een Bourgonjon van spijt schier bijt sijne eyge lip af:

Amsterdam. In de lof die hij in dat gedicht de prins toezwaaide

Om den belegeraer, als met een’ storremvlaegh,

Sijn’ vuyst in ‘t vendel vlieght, maer scheurt ‘er slechts een’ slip af.

kwam ook Grol ter sprake:

Van hier op ’t onvermoedst by doncker aen te rannen; (1)

De Busseschieter van graef Errensts halve maen (11)

---------------------

En ’t scheen als of de nacht was met hem aengespannen, (2)

Ontwaeckt terwijl, en steeckt het logge koper aen;

Heeft van kindsbeen wtgestaen,

Op dat hy hebben moght in’t vechten betre kans;

Wiens buyck beswangert van salpeter, ysers, looden,

Over veld en Oceaen,

Vermids de maen ging schuyl, en alle starreglans

Baert blixems, donders, dreun, aerdbevingen, en dooden,

Diepe stroomen doorgeswommen,

Gedooft was in haer kleed, en ’t windeken de looveren

---------------------

Hooge bergen overklommen,

En bladen ruysschen dede, om beter te betooveren

Mars woelt hier in sijn’ Oogst, met houwen, schieten, steecken;

Swaere toghten wtgevoert,

Het opgesteken oor der schildwacht, op het punt

De levende vervult al steeds des dooden plaets:

Nacht en dagh de trom geroert,

Van ’s legers hoorne, daer ’t de list op heeft gemunt,

De vyand storremt fel, al is’t met luttel baets:

Soo veel’ starcke steên beronnen

Met dobble schaduw dan bedeckt, daer aen komt ylen

En langs hoe min; vermids door ’t Princelijck beschicken,

Selfs noch onlangs Grol gewonnen,

De vyand, en bekruypt met schuppen, spaên en bylen

Ons krijgslie langs hoe meer door bystand sich verdicken: (12)

In’t gesicht van ’s vijands maght;

Den legerwal, en ruckt de palissaden uyt,

Ghelijck men daer de vloed felst aenslaet swaerder dijckt. (13)

Doen de groote Philippes dacht:

En wacker hackste om verr’: mèt slaet de wacht geluyd,

Nu groeyt Prins Henricx hart, Graef Henricx moed beswijckt,

’t is met Holland omgekomen.

En schiet en weckt alarm. Een deel der sloffe knechten,

En aerselt beschwaert in, tot dat hy met sij’ krijgsraed

---------------------

Dit perreck toevertrout, noch ongereed tot vechten,

Houd stal daer ’t woud een’ ruymte omgroeyt met ruygte en rijs laet,

Ook in zijn ruim 600 versregels lange “Zegesang ter eere van Fre-

Van vaeck beschoten, (3) en door ’t waecken afgeslooft,

---------------------

derick Henrick” bracht Vondel Grol opnieuw ter sprake:

’T gevaer komt wecken eer het yemand schier gelooft;

(1) Met geweld op het lijf te vallen. (2) Met hem een verbond had

---------------------

De wackerste en der flucxste al verr’ sijn in getal min,

gesloten. (3) Van de slaap bevangen. (4) Vuur. (5) In het kamp.

Neen, ’t is geen held van d’oude tijd,

En staen so haest niet schrap, de Spanjaerd heeft de wal in,

(6) Ernst Casimir. (7) Vreest ze. (8) Lees: zo min. (9) Stand.

’t Is Frederick Henrick, die den tijd

En geeft van boven vier (4) op d’onse by de gis.

(10) Acht slaat. (11) Van het kwartier van Graaf Ernst.

En all’ die hem sijn eer misgonnen,

Schichtige vlam op vlam klieft dicke duysternis,

(12) Zich aanvullen. (13) De dijken sterker maakt.

Door moedigh worstlen heeft verwonnen:

Met ysselijck gedreun van dreunende musketten,

Die d’Oldenzeelsche vesten dwong: (1)

Vermengt met veldgeschrey, gevolleght van trompetten

Die Wesel innam met een’ sprong: (2)

En trommels, dat selfs moed in bloode borsten send:

En Grol heeft tot sijn’ winst gestreecken;

Soo jaeght een oogenblick al ’t leger overend.

Dat tweemael ’t leger op sagh breecken.

De Schotten, in den oord (5) van Errenst, (6) juyst in ’t trecken,

---------------------

Om op d’alarremplaets hunn’ waecke te volstrecken

En in de daarin voorkomende passage over de verovering van Den

Op ’t princelijck bevel, vernemende den nood,

Bosch:

Voort vliegen derwaert aen, en tarten selfs de dood.

---------------------

De dolheyd woed om ’t felst, en hier in ’t eerst te konnen

Graef Henrick (3) met veltheerschappij

Den aenval wederstaen, is half de strijd gewonnen.

Gemoedight, komt ten lesten aen:

Een vendrigh, om den staet te redden in gevaer,

De tiger sal den leeu verslaen,

Die Samsons kracht noch voert in ’t grijse en silvren hayr,

Het is hem mogelijck vergeeten,

Tot Schotlands eeuwige eer, met klem van duym en vingeren

Hoe fel hy werd voor Grol gebeeten.

Beknelt de princevaen, en derfse rustigh slingeren

---------------------

Tot over s’vyands hoofd, die naer hem steeckt en schiet:

(1) Door graaf Ernst Casimir ingenomen. (2) Bij verrassing inge-

Hy hoort de kogels wel, maer hy en vruchtse (7) niet,

nomen door Otto van Gent, Heer van Dieden. (3) Graaf Hendrik

Of min (8) als leeuwenmoed ’t gehuyl der wreede wolven;

van den Bergh


Atlas Groenlo 173

Anonieme dichter Hoe groot in calvinistische kring, na de verovering van Grol door Frederik Hendrik, de afkeer van het katholieke pro-Spaanse Grol was, wordt in onderstaand gedicht verwoord. Het verscheen voor het eerst in druk in 1703. De titel van het boek waarin het werd afgedrukt (zie onder) duidt aan, dat het een reeds langer bestaand gedicht was, dat niet eerder werd gepubliceerd.

HOE GROL DIE LOOSE HOER, HAER GEEST KORTS HEEFT GEGEVEN, DAT HEEFT EEN GEUSE PEN, OP PAEPS PAPIER GESCHREVEN. Grol dat loose papen hoertje,

Mors

schelmen voedster, dieven moertje,

Och! Och! daer geeft s’haer geest,

minne van de moordery,

dat boos gekroonde beest,

teelster van de guytery,

dat Babel heeft gesogen.

leyt soo deerlyk op haer sterven,

Heeft nu de ziel gespogen,

raven aes die sal be-erven

daer helpt geen slagh of stoot;

’t beste dat men by haer vindt;

sie daer de hoer is doot,

want hy is haer liefste kindt. Al haer bloet-verwanten weenen,

Waer van

al haer vrienden droevigh steenen,

Ofter yemant wilde weten,

Och! wat isser al geklagh,

hoe de krankheit mochte heten,

Och! wat isser al gewagh!

waer van Grol het leven liet,

Roept toch haestigh de gebuyren,

’t was de brantsiekt, anders niet.

’t sal met haer niet lange duyren. O! daer gafse noch een sucht.

Uit: Jan van der Veen (1578–1659), Zinne-beelden, oft Adams appel:

Staet soo na niet, geefse lucht;

Mitsgaders syne oude en nieuwe ongemeende bruylofs- en

voelt de pols, die slaet soo swakjes,

zegezangen, raatselen, uytgebeeldt met zin-ryke uytleggingen;

leke Jasper loop toch strakjes,

sijn gulden en yseren eeuw; alsmede een nikkers-praatje;

om de priester, om de paep,

met een byvoegsel van verscheide gedichten; nooit voor deezen

om de uyl, en om den aep,

loop doch heen, hael broer Cornelis, met sijn keers, sijn kruys, sijn bel, en syn ander goochel-spel; want het puykje van de hoeren, want het droesje van de boeren, want het pit van alle quaet, schier de wint ten eers uyt gaet. Siet, hoe is ’t gelaet vervallen? Wie magh trotsen op sijn wallen, wie magh trotsen op sijn kracht, op de diepte van sijn gracht, op sijn loosheyt op sijn lagen, op sijn jonkheyt, op sijn dragen, op sijn vechten, op sijn moedt, op sijn rijkdom, op sijn goedt, op sijn wel-gestelde woning, op sijn prins, of op sijn koning. Hoogen moedt komt voor den val, en de dood vernielt het al.

zoo gedrukt (Amsterdam 1703).


Atlas Groenlo 174


Atlas Groenlo 175

Prent van de belegering in 1672

Na de dood van de Spaanse koning Filips IV in 1665 maakte de Franse koning Lodewijk XIV aanspraak op een aantal Spaanse gebieden. Na in 1668 enkele steden in de zuidelijke Nederlanden te hebben veroverd viel hij in 1672 het gebied van de Staten Generaal binnen. De Franse koning had zich tevoren van de steun van onder andere de vorst-bisschop van Munster, Bernhard van Galen, verzekerd. Deze maakte zelf aanspraken op enkele gebieden in de oostelijk Nederlanden (o.a. de voormalige Heerlijkheid Borculo). Op 30 mei 1672 begon het 42000 man voetvolk en 17000 ruiters sterke Munsterse leger zijn veldtocht met de verovering van Lingen. Daags daarna viel men Overijssel binnen. Een deel van het Munsterse leger trok naar de Achterhoek. Het Grolse garnizoen moest zich op 6 juni 1672 bij verdrag aan de Munsterse troepen overgeven. Het leger van Bernhard van Galen trok naar het noorden met als einddoel Groningen. Men slaagde er niet in die stad te veroveren. Deze mislukking was het begin van toenemende tegenslagen. Op 22 april 1674 was de bisschop van Munster gedwongen met de Staten Generaal de vrede van Keulen te sluiten. Ook Grol kwam daarmee weer in Staatse handen.


Atlas Groenlo 176


Atlas Groenlo 177

Gezicht op Grol Kopergravure, origineel ingekleurd, 13,3 x 24,1 cm

kenaar is ontsproten. Zoveel kerken en molens heeft Grol nooit

jaar 1606, de 3e Augustus, kwam Spinola voor Grol, hetwelk zich

Kunstenaars: Joan Peeters (tekenaar) en Gasper Bouttats (graveur).

gekend. Ook waren er in 1674 geen muren maar aarden wallen

overgaf de 14e (2). Daarna is het opnieuw door Frederik Hendrik

Ioannes Peeters deliniavit. Gasper Bouttats

om de stad. Deze fantasievoorstelling diende dan ook slechts ter

in 1627 veroverd. Nu in 1672 door Lodewijk XIV, Koning van

fecit aquaforte.

illustratie en opluistering van de onder de prent in het Nederlands

Frankrijk (3).

Uit: Peeters/Bouttats, Thooneel der steden ende sterckten van ‘t

en Frans gestelde tekst:

Vereenight Nederlandt, ...Gheteeckent door Joan Peeters ende

Grol in Gelderland, 2 mijlen van Bredevoort, heeft altijd aan de

(1) en door de komst van een ontzettingsleger onder Mondragon.

ghemaeckt met sterck waeter door G. Bouttats (Antwerpen,

Spaanse zijde gestaan; dies Prins Maurits daar voor trok in het

(2) en daarmee opnieuw aan Spaanse zijde kwam.

G. Bouttats, 1674).

jaar 1595, de 14e Juli, sterk 10.000 man, omdat hij wist dat er

(3) door de vorst-bisschop van Munster, Bernhard van Galen, die

H 30.

weinig buskruit in de stad was, maar gezien de grote tegenstand

uit eigen belang de zijde van de Franse koning had gekozen.

van de belegerden (1) heeft hij de stad verlaten. Ook van deze prent, die in 1674 verscheen, moet worden gezegd

Doch in het jaar 1597, de 11e September, daar weer voor gekomen

Uit de tekst blijkt, dat deze prent tot stand kwam voordat de

dat de afbeelding van de stad geheel aan de fantasie van de te-

zijnde, heeft hij ze ingenomen de 28e van dezelfde maand. In het

Munsterse troepen in 1674 werden gedwongen Grol te verlaten.


Atlas Groenlo 178


Atlas Groenlo 179

De 17e eeuwse wallenkaarten

De “onneembare” Spaanse vesting Grol werd na de verovering door Frederik Hendrik in 1627, in verband met blijvende Spaanse dreiging, extra versterkt. De “model”vesting Grol mocht daarna in geen atlas ontbreken. Maar ook verschenen er talrijke fraaie manuscriptkaarten en werden er in boeken gravures van wallenkaarten van Grol opgenomen. Dat de troepen van de bisschop van Munster in 1672 in enkele dagen Grol wisten te veroveren zal zeker tot de verbeelding hebben gesproken. Dat heeft er wellicht toe geleid, dat ook na de ontmanteling van de vesting Grol door de Munsterse troepen er in de 17e eeuw nog wallenkaarten van Grol verschenen.


Atlas Groenlo 180

Grolla, wallenkaart van Grol Kopergravure, 38,0 x 51,3 cm

Deze wallenkaart toont naast de 6 reeds in 1627 gerealiseerde ra-

Kunstenaar: Deze gravure werd in het atelier van Joan Blaeu door

velijnen eveneens een 6-tal halve manen (v贸贸r de bastions gelegen

zijn medewerkers vervaardigd.

eilanden in de gracht). Deze halve manen werden in 1628 voor een

Het noorden boven.

bedrag van 28.080 gulden aanbesteed. In dat bedrag was ook het

Uit: Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden, met

verbreden van de grachten begrepen. De kaart toont derhalve de

hare beschrijvingen (Amsterdam, Joan Blaeu, 1649).

situatie van na 1628, die tot 1672 door de Staten Generaal in deze

H 26.

staat werd gehandhaafd.


Atlas Groenlo 181

Grolla, wallenkaart van Grol Kopergravure, 38,0 x 51,3 cm

Het atelier van Blaeu was na de brand van 1672 om financi毛le

overeenkomst met de door Van Geelkerken vervaardigde kaart.

Kunstenaar: anoniem.

redenen gedwongen een aantal koperplaten op een veiling te ver-

Het is niet duidelijk of de invulling van de stad al v贸贸r de veiling

Het noorden boven.

kopen. Een van de kopers was Frederick de Wit. Hij kocht onder

door het atelier van Blaeu op de koperplaat was aangebracht of

Uit: Theatrum iconographicum omnium urbium ...(Iconografisch

andere de koperplaat van de afbeelding op pag. 180. Van Geelker-

door De Wit er aan is toegevoegd.

toneel van alle steden....)/ Perfecte aftekeningen der steden van de

ken had ten behoeve van het boek van Van Slichtenhorst, dat in

XVII Nederlandsche Provincien in plattegronden (Amsterdam, F.

1653 verscheen (zie pag. 184), reeds de wallenkaart van Blaeu als

de Wit, na 1698). Deel 3, pag. 208.

voorbeeld gebruikt en van een volledig gefantaseerde invulling van

H 33.

de stad voorzien. De hier afgebeelde wallenkaart vertoont grote


Atlas Groenlo 182

Wallenkaart van Grol Manuscriptkaart.

Groenloo oder Grol. Anno 1629.

Kunstenaar: anoniem.

Krigsarkivet Stockholm (www.ra.se/kra).

Het noorden boven.

Utl채ndska Krigsplaner, Inventarisnummer 0406:14:029:003.


Atlas Groenlo 183

Affiche van de tentoonstelling te Amsterdam van een model van de verdedigingswerken van Grol Affiche, 41 x 25 cm Kunstenaar: vermoedelijk C. Danckerts de Ry (zie op pag. 129). Plan van Groenlo. Billet eener tentoonstelling der belegerings-werken “opgemaeckt van plackaert” Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, Inventarisnummer P 11 N 234. De tekst op het affiche luidt: Mijn Heren, Men laat eenieder weten, dat er een fraai werkstuk gemaakt is buiten de Regulierspoort aan de Amstel achter de Beere, waar ter plaatse in ’t klein de fortificatie van Grol is nagebouwd. Het geheel is gemaakt van plak-aarde waarop twaalf metalen kanonnetjes staan opgesteld, voorts poorten en ophaalbruggen en wachthuisjes en mannetjes. Dit alles is gemaakt naar de verdeling van de maten in voeten zoals hier afgedrukt, zo is het inderdaad. De omtrek is vierhonderd voet (= ca. 125 m, middellijn ca. 40 m) en het is gemaakt met toestemming van de Edele Heren Burgemeesters. Als er liefhebbers zijn die dat willen zien, kunnen zij komen als het hen belieft.

Met toestemming van de Edele grote Heren

Burgemeesteren en Regeerders der Stad Amsterdam.


Atlas Groenlo 184

Grolla. Wallenkaart van Grol Kopergravure, 12,1 x 16,6 cm

Deze prent staat bij Van Slichtenhorst op een dubbel blad (24,4

Stedenatlas werd afgedrukt (pag. 180), diende als voorbeeld voor

Kunstanaar: Nicolaes van Geelkerken.

x 33,5 cm) samen met plattegronden van DOTEKOM (Doetin-

deze prent van Grol. Wellicht vulde Van Geelkerken die aan met

Het noorden boven.

chem), LOCHEM en BREEVOORT (Bredevoort). De kaarten zijn

de volledig gefantaseerde invulling van de stad. Het blijft echter

Uit: Arend van Slichtenhorst: XIV Boeken van de Geldersse Ge-

van Nicolaes van Geelkerken.

ook mogelijk dat die invulling v贸贸r 1653 reeds door het atelier

schiedenissen etc. (Arnhem, Jacob van Biesen, 1653).

De wallenkaart uit het atelier van Blaeu, zoals die in 1649 in de

van Blaeu in de kaart was aangebracht (zie pag. 181).

H 27.


Atlas Groenlo 185

Wallenkaart van Grol Manuscriptkaart, 50,5 x 73,0 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Stadsmuseum Groenlo.


Atlas Groenlo 186

Wallenkaarten van Grol Kopergravure, 6 x 10 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden links boven. Uit: Riegel, ausf체hrliche und Grundrichtige Beschreibung Der Freyvereinigten Staaten und Spannischen Niederlande (Franckfort/Main und Leipzig 1691). H 32A.

Houtgravure, 15,5 x 19,5 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden rechts onder. Noordpijl in de kaart. Uit: Diarium Europaeum Continuatio 26 (Voortzetting van de Europese Kroniek 26). (Franckfurt a.M., Berlin 1673), Appendix. Staatsbibliothek zu Berlin, Preuszischer Kulturbesitz. Pl채ne und Grundrisse von St채dten kapitalischer L채nder Europas [1500-1850], nr. 4330. De wallenkaarten van Grol in het bezit van de Staatsbibliotheek te Berlijn (zie ook pag. 195 en 196) zijn allen van na 1672, het jaar waarin Grol door de vorstbisschop van Munster veroverd werd. Mogelijk zijn ze naar aanleiding van die verovering vervaardigd.


Atlas Groenlo 187

Wallenkaart van Grol Kopergravure, 15,0 x 17,3 cm

Uit: M. Zeiller: Topographia Germaniae窶的nferioris vel Circuli

schen Kraysse (Franckfurt am Mayn, bey Caspar Merian, 1659).

Kunstenaar: anoniem.

Burgundici, das ist Beschreibung und Abbildung der fuernembsten

Hierin op 1 blad: wallenkaarten van ELBURG en GROLL.

Het noorden rechts onder. Noordpijl in de kaart.

Oerten in den Niderlaendischen XVII Provincien oder Burgundi-

H 28.


Atlas Groenlo 188

Wallenkaarten van Grol Kopergravure, 32,3 x 43,2 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Uit: G. Gualdo Priorato: Teatro del Belgio, o sia descritione delle 17 Provincie del medesimo .... Francof (1683). H 32.

Kopergravure, 31,5 x 41,6 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Uit: G. Gualdo Priorato: Teatro del Belgio, o sia descritione delle 17 Provincie del medesimo .... Francof. H 32. Deze kaart is van een latere druk dan de kaart hierboven. In de achtergrond is meer tekening aangebracht. Daarnaast is de contrescarpe extra gearceerd. Om onbekende redenen is het kader van de prent verkleind, zeker 0,8 cm in de hoogte en 1,6 cm in de breedte.


Atlas Groenlo 189

Wallenkaarten van Grol Manuscriptkaart, ingekleurd, 27,3 x 36,2 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. De noordpijl in de kaart is onjuist. Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, Inventarisnummer P 11 N 236.

Manuscriptkaart, ingekleurd, 32,2 x 42,5 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis, Inventarisnummer P 11 N 237.


Atlas Groenlo 190

Vestingen en fortificaties in Gelderland, Holland, Utrecht en Duitsland Kopergravure, 30 x 37 cm,

De afgebeelde Gelderse vestingen en forten zijn: Aernhem, [Zalt]

‘t Fort Pain & Vin, Utrecht, Wesel, Rees, Amisfort [Amersfoort],

alleen Grol (het noorden boven) 3,3 x 6,5 cm

Bommel, Brevoort, Elburg, Grol, Harderwijk, Hattem, het tol-

Naerden, ‘t Fort aen de Nieuwerbrug aan de Rijn, ‘t Fort aen de

Kunstenaar: J. Harrewijn.

huis bij Lobith [zijaanzicht], Kuylenburg [= Culemborg], Nassau

Utermeerse Sluys aan de Vecht, Wijck bij Duerstede, Montfoort,

Uit: L. van den Bosch (Sylvius), Tooneel des Oorlogs, Opgerecht

of Voorn, Schenckenschans, Sterreschans, St. Andries, Ysseloort,

‘t Fort aen de Nieuwersluys aan de Vecht. De graveur J. Har-

in de Vereenigde Nederlanden Door de Wapenen van de Koningen

Nimwegen + Knossenburg [=Nijmegen + Knodsenburg], Wage-

rewijn (1660–1727) zou deze vestingen en fortificaties in 1684

van Vrankrijk en Engeland, Keulschen en Munsterschen Bisschop-

ningen. De overige vestingen zijn: ‘t Fort den Hinderdam aan de

gegraveerd hebben. De kaart werd echter opgenomen in het boek

pen tegen de Staten der Vereenigde Nederlanden (A’dam 1675).

Vecht, ‘t Fort aen de Goudse sluys, ‘t Fort de Cleyne Wirik,

van Lambert van den Bosch, dat in 1675 verscheen.


Atlas Groenlo 191

Wallenkaart van Grol Kopergravure. Kunstenaar: anoniem. Het noorden onder. Noordpijl in de kaart onjuist. Uit: Verzameling plans van vestingen waarschijnlijk vervaardigd in de 17e eeuw (ca. 1648). Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ’s-Gravenhage, Inventarisnummer 4.OMM 428, pagina 58 (GROL).


Atlas Groenlo 192

Wallenkaart van Grol Kopergravure, 16,3 x 10,9 cm (alleen Grol 8,3 x 10,9 cm). Kunstenaar: anoniem. Het noorden rechts onder. Uit: The Netherland – Historian (Printed by Stephen Swart, Book-seller near the Exchange, in the Crowned Bible, Amsterdam 1675).


Atlas Groenlo 193

Wallenkaart van Grol Kopergravure, 7,5 x 12 cm Kunstenaar: Gaspar Bouttats. Het noorden onder. Algemeen Rijksarchief Brussel, Toegang 16, Inventarisnummer 811. Deze door Gaspar Bouttats in 1672 te Antwerpen gegraveerde wallenkaart van Grol staat samen met de plattegronden van de vestingwerken van Bommel (Zaltbommel), Doesburg en Nijmegen op ĂŠĂŠn blad (24,4 x 33,5 cm).


Atlas Groenlo 194

Wallenkaarten van Grol Manuscriptkaart. Kunstenaar: anoniem. Het noorden onder. Katholieke Universiteit Brabant, Tilburg. Bibliotheek Theologische Faculteit. Deze kaart uit een atlas van onbekende herkomst is van na 1628.

Manuscriptkaart. Kunstenaar: Bernard de Gomme. Het noorden boven. Uit: Atlas van Bernard de Gomme. Daarin: Groll fortifications 1660. British Library, Londen, Map Collection of George III, Inventarisnummer Maps 4 TAB 48, Pages 87v & 88r. Bernard de Gomme diende van 1640 tot 1645 als officier onder Prins Frederik Hendrik en klom later op tot kwartiermeester-generaal van het Engelse leger. Hij vervaardigde een atlas met 63 plattegronden en een aantal topografische kaarten. Zijn atlas bevat zowel de militair-topografische kaarten van de veldtochten en belegeringen van Prins Maurits, als die welke de campagnes van Frederik Hendrik illustreren. Lit.: C. Koeman, Geschiedenis van de kartografie van Nederland.

Zes eeuwen land- en zeekaarten en stadsplattegronden

(Alphen aan den Rijn 1983).


Atlas Groenlo 195

Wallenkaarten van Grol Manuscriptkaart. Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Noordpijl in de kaart. Invoer van de Slinge onjuist. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage. Inventarisnummer TOP 09326.

Manuscriptkaart, ingekleurd, 27,2 x 37,2 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Invoer van de Slinge onjuist. Staatsbibliothek zu Berlin, Preuszischer Kulturbesitz. Pläne und Grundrisse von Städten der Länder Europas [1500-1850], nr. 4334. Skizzen, [um 1680]. Pl. 66 – Festungsplan.


Atlas Groenlo 196

Wallenkaarten van Grol Manuscriptkaart, ingekleurd, 18,0 x 27,8 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Staatsbibliothek zu Berlin, Preuszischer Kulturbesitz. Pläne und Grundrisse von Städten der Länder Europas [1500-1850], nr. 4335. Sammlung Niederlande 1, [um 1700]. Pl. 31.

Manuscriptkaart, ingekleurd, 31,0 x 40,4 cm Kunstenaar: anoniem. Het noorden boven. Staatsbibliothek zu Berlin, Preuszischer Kulturbesitz. Pläne und Grundrisse von Städten der Länder Europas [1500-1850], nr. 4336. Sammlung Niederlande 2, [um 1700]. Pl. 28.


Atlas Groenlo 197

18e en 19e eeuwse kaarten


Atlas Groenlo 198

In de tweede helft van de 18e eeuw werden in de Nederlanden

de stad naar de schuurkerk van Rijckenbarg. In 1784 kregen

topografische militaire kaarten van het hele grondgebied ver-

de katholieken van Groenlo verlof binnen de stad een nieuw

vaardigd.

kerkhuis te bouwen. De nieuwe kerk kwam te staan op de plaats

Het kaartdeel S4 is onderdeel van de in 1783 vervaardigde, uit

waar vroeger het oude klooster had gestaan en werd in 1785 in

31 bladen bestaande, militaire topografische kaart Y 11 (zie pag.

gebruik genomen. Daarmee kwam een einde aan het gebruik

200). De kaart Y 11 draagt de titel:

van de schuilkerk buiten de stad. In 1836 werd begonnen met

Atlas Topographique van het Frontier des Yssels, Wedde en

de bouw van de zogenaamde Waterstaatskerk, die in de plaats

Westwoldingerland; continuerende de situatie tusschen de Ri-

kwam van de oude kerkschuur uit 1785. In 1838 was men met

viere de Whaal, Yssel en de limieten van ’t Territoire der Provin-

de bouw ervan gereed. De Waterstaatskerk was op het einde van

cie Overijssel en het Graafschap Zutphen.

de 19e eeuw in vervallen toestand geraakt en bovendien te klein

Vervaardigd door J.F. Wollant, J.H. Hottinger, e.a. Dit kaartdeel

geworden. De huidige katholieke Calixtuskerk werd in 1908 in

is afgedrukt in de Hottinger Atlas.

gebruik genomen.

De hiernaast afgebeelde stad Groenlo en directe omgeving is een

Lit.: De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland,

deel van het blad S4 (zie pag. 217). Het Noorderbastion en de

wallen ter weerszijden daarvan alsmede het ravelijn “de Halve

Maan” zijn hier nog volledig in tact. De overige bastions en

wallen zijn reeds aanzienlijk in verval en gedeeltelijk in de gracht geschoven. Ook de poorten zijn niet meer in tact. De boven de gemetselde onderdoorgangen liggende aarden wal is verwijderd en de gewelven van de poort zijn gesloopt. Daardoor zijn nog slechts de nauwe doorgangen tussen de wallen overgebleven. Ongeveer ter hoogte van de huidige “Wilhelminabank” is nog een sortie weergegeven. Dat betekent dat in 1783 op de houtwal de aarden wal (althans zeker ten dele) nog aanwezig was. De walgronden zijn in gebruik als tuingrond; ook buiten de gracht zijn talrijke “volkstuintjes” weergegeven. Opmerkelijk is verder de sterk meanderende Slinge in een breed stroombed ten noorden van de stad. Hoogteverschillen in het terrein zijn af te leiden uit de rode cijfers, die een waarde in voet (Vt, 1 Rijnlandse voet = 31,4 cm) aangeven. Het verval bij de watermolen is 8 voet (= ca. 2,50 m). De aanduiding “Roomsche Kerk” in het buitengebied duidt op de daar aanwezige schuilkerk. Bij de inname van Groenlo door Frederik Hendrik op 19 augustus 1627 werd de Calixtuskerk aan de katholieke eredienst onttrokken en moest aan de gereformeerden worden overgegeven. De uitoefening van de katholieke godsdienst was vanaf dat moment verboden. De toepassing van deze maatregel verloor aan kracht, omdat in het uitgestrekte parochiegebied Groenlo-Lichtenvoorde het platteland praktisch geheel katholiek was. Vanaf 1699 werd in de stad Groenlo een kapel voor de katholieke eredienst geduld. Deze kapel en het zich buiten de stad bevindende kerkhuis werden op bevel van de magistraat in 1719 gesloten met het verbod de katholieke godsdienst uit te oefenen. Rond 1750 was echter het naar buiten treden van de katholieke gewoonten en gebruiken steeds vrijer en onbelemmerder geworden. In die tijd trokken de katholieken van Groenlo soms in processie met brandende kaarsen vanuit

1773 – 1794 (Groningen 2003).

Th.A.M. Thielen, Geschiedenis van de enclave Groeno-Lichtenvoorde (Zutphen 1966).


Atlas Groenlo 199

De stad Grol anno 1783 Militaire topografische kaart. Het noorden links. Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ‘s Gravenhage, Inventarisnummer 4.OSK Y 11 S4.


Atlas Groenlo 200

DE ACHTERHOEK ALS ONDERDEEL VAN DE KAART MET

In de ontwikkeling van de topografische kartering in de Nederlan-

De op pag. 201 afgebeelde kaart is onderdeel van blad 5 van de to-

DE SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN DE BELANGRIJKSTE

den hebben aan het begin van de 19e eeuw belangrijke gebeurtenis-

pografische kaart G 3. De grensscheidingskaart G 3 draagt de titel:

TOPOGRAFISCHE KAARTEN VAN NEDERLAND UIT HET

sen plaats gevonden. In 1806 was de Bataafse Republiek ter ziele

Carte Topographique d’une partie de la Limite entre les Départe-

ARCHIEF DER GENIE (1769-1824)

gegaan en opgevolgd door het Koninkrijk Holland onder Koning

ments des Bouches de L’Yssel, de L’Yssel Supérieur et de la Lippe.

Lodewijk Napoleon. Eén van de eerste daden van de nieuwe vorst

1812.

De verdeling van verschillende topografische kaarten over het

was de oprichting, naar Frans voorbeeld, van het Depot-Generaal

De kaart geeft de situatie weer tussen Emmerich en Haaksbergen

gebied van de Achterhoek en delen van de Liemers, de Veluwe,

van Oorlog, waar in het Topografisch Bureau de kaarten van het

en bestaat uit 12 bladen. Het landschap is perceelsgewijze weerge-

Salland en Twente is hier weergegeven. De dikke golvende lijn

koninkrijk moesten worden getekend en bewaard.

geven en men onderscheidt akkerland, weiland, bos, struikgewas,

rechts op de plattegrond (voor een klein gedeelte onderbroken

In 1807 werd bepaald dat alle percelen zouden worden opgeme-

heide, veen, moeras en zandvlakte, dus een grote differentiatie ten

door een streep-punt lijn) is de grens met Duitsland.

ten als grondslag voor een nieuwe grondbelasting. Met het gebruik

aanzien van het bodemgebruik en de vegetatie. Daarom is het jam-

Op dit kaartdeel is met een fijn raster het vrij grote gebied van

maken van de kadastrale opmeting als basis voor de topografische

mer dat slechts een zeer klein deel van de Achterhoek op deze uit-

de uit 31 bladen bestaande kaart Y 11 aangegeven. De veel

kartering is dan ook in de Franse tijd begonnen.

stekende kaart is ingetekend.

kleinere uit 12 bladen bestaande grensscheidingskaart G3 is hier

Na de inlijving in 1810 van het Koninkrijk Holland bij het Franse

De kaart toont delen van de gemeenten Eibergen, Beltrum, Groenlo

verticaal gestreept. De afbeelding op de pagina hiernaast is van

Keizerrijk werden de archieven en bescheiden van het Depot-Gene-

en Winterswijk. De gemeentegrenzen zijn met stippellijntjes aange-

deze laatste kaart een onderdeel.

raal te Amsterdam begin 1811 naar Parijs overgebracht. De teke-

geven. Slechts in het oostelijk deel van het stroomdal van de Slinge

ningen en koperplaten bevonden zich sedertdien bij het Franse Dé-

zijn percelen landbouwgrond ingetekend. Een groot deel van de

Lit.: Historia agricultura, Jaarboek uitgegeven door het Nederlands

pót Général de la Guerre te Parijs en werden daar verder bewerkt.

Oost-Achterhoek was toen nog onontgonnen heidegebied. Het

Agronomisch-Historisch Instituut, deel IX

Na de definitieve Franse nederlaag in 1815 eiste Nederland de

weergegeven gedeelte van de gemeente Groenlo toont details die

(Groningen 1968).

weggevoerde kaarten en voorwerpen terug. Erg vlotte de teruggave

erop wijzen, dat daar toen reeds kadastrale gegevens van bekend

echter niet. In april 1816 werden de platen en de pers eindelijk naar

waren.

het nieuwe Topographisch Bureau in Nederland teruggezonden. In de Nederlanden kwamen in de periode 1811–1813, toen de te-

Lit.: J.A. van der Linden, Topografische en militaire kaarten van het

keningen en koperplaten te Parijs verder werden bewerkt, slechts

een tweetal kaarten tot stand. Een daarvan was een in waterverf

uitgevoerde copie van een tijdens de inlijving door Franse militaire

Agronomisch-Historisch Instituut, deel IX

ingenieurs gemaakte grensscheidingskaart.

(Groningen 1968).

Koningrijk der Nederlanden (Bussum 1973).

Historia agricultura, Jaarboek uitgegeven door het Nederlands


Atlas Groenlo 201

Topografisch kaart anno 1812

Militaire topografische kaart. Het noorden boven. Kunstenaar: anoniem. Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ‘s Gravenhage, Inventarisnummer 4.OSK G3-5.


Atlas Groenlo 202

De stad Groenlo in 1828 Detail van de afbeelding pag. 203


Atlas Groenlo 203

Kadasterkaart van de gemeente Groenlo anno 1828 Overzichtskaart van het grondgebied van de voormalige gemeente

Oudste bewaard gebleven kadastrale kaart van het gehele grond-

Groenlo, 39,0 x 58,5 cm

gebied. In 1828 treffen we buiten de grachten slechts boerderijen

H 39.

en is er nog geen sprake van overige woningbouw.


Atlas Groenlo 204

Kaart van Groenlo rond 1840 Deze afbeelding is samengesteld uit 5 afzonderlijke kadastrale

Rond 1820 werd besloten het wegennet in de Achterhoek uit te

de gracht te worden gebouwd. Om dat goed zichtbaar te maken

kaarten. De tekening werd vervaardigd aan de hand van kaarten

breiden met een nieuwe rijksweg Zutphen – Winterswijk. De afge-

zijn hier de reeds aangelegde Ruurloseweg en Winterswijkseweg

uit de kaartencollectie van het Stadsarchief Groenlo (Streekarchi-

beelde Ruurloseweg en Winterswijkseweg werden daarna als on-

grijs-bruin ingekleurd. De bebouwing is door het aanbrengen van

variaat Regio Achterhoek te Doetinchem). De gebruikte kaart van

derdeel van die rijksweg aangelegd. Dat is de verklaring voor het

een raster geaccentueerd.

Groenlo binnen de gracht dateert waarschijnlijk van kort vóór

feit dat op deze kaart die twee wegen niet aansluiten op het stra-

1840. De 4 kaarten van het “buitengebied” zijn alle van dezelfde

tenpatroon binnen de gracht. Die verbindingen moesten nog tot

Lit.: V. Smit, Groenlo in de verte, Hfdst. Rondom tollen,

periode en kennelijk van een latere datum dan de centrumkaart.

stand worden gebracht en er dienden eerst nieuwe bruggen over

wegen en knibbelbrug (Groenlo 1993).


Atlas Groenlo 205

De gemeente Groenlo in 1866 Kaartje van stad en omgeving met namen van boerderijen,

Uit: J. Kuyper: Gemeente-Atlas van Nederland; 2e deel:

Het ontbreeken van het ravelijn “De halve Maan� is

15 x 18,6 cm

provincie Gelderland. (Leeuwarden, H. Suringar, 1868).

merkwaardig.

H 40.

Hierin: Gemeente Groenlo 1866, 906 bunders, 2550 inwoners.


Atlas Groenlo 206


Atlas Groenlo 207

De Circumvallatielinies

Als een stad tijdens de 80-jarige oorlog belegerd werd kon in de meeste gevallen de inname van de stad slechts worden voorkomen als tijdig een ontzettingsleger te hulp kwam. Dat moest meestal van verre komen en verplaatste zich slechts ca. 20 km per dag. Daardoor kon een belegeraar een aantal dagen en soms gedurende enkele

weken

ongestoord

aanvalswerken

bouwen.

Vaak slaagden die van de stad erin om tijdens een beleg door het aanvalsterrein versterkingen, munitie en voedsel van buitenaf aan te voeren. Om dat zoveel mogelijk te verhinderen, maar vooral om te voorkomen dat een eventueel ontzettingsleger de belegeraars te gemakkelijk in de rug zou kunnen aanvallen bouwde men een ringvormige aarden wal rond het aanvalsterrein, de zogenaamde circumvallatielinie.


Atlas Groenlo 208

DE CIRCUMVALLATIELINIE VAN 1597

Manuscriptkaart, 43 x 43 cm Kunstenaar: anoniem.

Bij de belegering van Grol in 1595 moest Maurits wijken voor het

Het noorden boven.

Spaanse ontzettingsleger onder leiding van de toen 92-jarige veld-

Krigsarkivet Stockholm, Utländska krigsplaner,

overste Mondragon. Maurits trok zich met zijn leger terug, omdat

Band III: Holländska frihetskriget

hij anders met zijn troepen tussen aan de ene kant uitvallen uit

Holland – Spanien 1580–1648 , nr. 2b.

de stad en aan de andere kant aanvallen in de rug van de troepen van Mondragon zou komen te liggen. Een circumvallatielinie had

De kaart op pag. 209 is een bewerking in zwart/wit van de afbeel-

Maurits in die korte tijd dat zijn belegering in 1595 duurde niet

ding op pag. 47.

aan kunnen leggen.

Maurits bouwde de circumvallatielinie in 1597 op slechts ca. 450

In 1597 nam Maurits het zekere voor het onzekere en bouwde bij

m van de stad. Daardoor had deze een bescheiden omvang (ca.

die belegering een circumvallatielinie rond de stad. Maurits werd

4,5 km). De hoogte van de aarden wal bedroeg ca. 1,80 m. In de

in dat jaar echter niet door een ontzettingsleger gestoord en nam

circumvallatielinie lagen 5 schansen. Binnen de circumvallatielinie

Grol op 28 september 1597 in.

treffen we talrijke approches, die op 5 plaatsen eindigden in geplande grachtovergangen (galerijen). De manuscriptkaart waarvan deze afbeelding werd afgeleid bevat weinig topografische details. Dat maakt het intekenen van de circumvallatielinie anno 1597 op huidige plattegronden problematisch. Aanknopingspunten zijn wel: de ligging en vorm van de stad, de brug over de Slinge bij de watermolen en de ligging van Marveld. Aan de beschrijving van de belegering van Grol in 1597 van de hand van Anthony Duyck kunnen we aanvullende gegevens ontlenen. Men maakte “in het veld 2 schansen ongeveer tot op 120 roeden (ca 450 m) van de stad, het ene ten zuidwesten van het bolwerk achter het klooster en het andere ten zuiden van de stad voor de Lievelderpoort”. Men maakte ook “een schans over de Lievelderweg wel 60 roeden (ca. 225 m) dichter bij de stad”. Lit.: A. Duyck, Journaal van Anthonis Duyck 1591-1602

(‘s-Gravenhage/Arnhem 1862-1866). 3 Delen.


Atlas Groenlo 209

De belegeringswerken rond Grol in 1597


Atlas Groenlo 210

DE CIRCUMVALLATIELINIE VAN 1627 Frederik Hendrik was als 14–jarige in 1597 bij de belegering van

heide moerassig en daardoor moeilijk toegankelijk was geweest,

Casimir van Nassau (met 55 vendels soldaten) met een extra

Grol in het leger van Maurits als toeschouwer aanwezig. Ook in

lag daar nu in 1627 een droog heidegebied met weinig begroeiïng.

hoornwerk versterkt. De aarden wal van de linie aan weerszijden

1606 maakte hij de belegering van Grol door Maurits mee. Toen

Daardoor zou de vijand aan die zijde onverwacht gemakkelijk met

van het kampement van Ernst Casimir werd op een hoogte van

hij na het overlijden van zijn halfbroer (1625) de leiding van het

zijn talrijke ruiterij over een grote breedte kunnen aanvallen. Er

3,60 m gebracht.

schans1

Staatse leger van hem overnam was zijn eerste grote belegering

werden daar 3 schansen gebouwd: de Hollandse

in het

Een ander verdedigingselement in de linie waren de redoutes.

van een stad die van Grol in 1627. In de leerschool van Maurits

noorden, de schans Altena in het noord-oosten en de Friese schans

Redoutes waren kleine gesloten rechthoekige schansen van

had hij het belang van een circumvallatielinie leren kennen.

in het oosten. Tevens werd er tussen de Hollandse schans en de

verschillende grootte. Ze dienden als wachtpost op belangrijke

Sedertdien was echter de draagkracht van de kanonnen aanzienlijk

legerplaats van Graaf Ernst Casimir van Nassau vóór de linie een

punten, bijvoorbeeld op plaatsen waar de linie begaanbare

toegenomen. Frederik Hendrik bouwde mede daarom rond Grol

extra wal van 1,80 m met gracht aangelegd. Deze extra gracht

wegen doorsneed. Verspreid over de hele linie lagen 14 bewaakte

een circumvallatielinie op 3 km van de stad. Daardoor had deze

werd vanuit de Slinge (wellicht slechts ten dele) van water voorzien.

redoutes. Bij een eventuele aanval van de vijand kon vanuit de

linie een lengte van ca. 16 km (3 uur gaans te paard). Het aanleggen

Door het afdammen van de beek kwam een gebied onder water te

redoutes via signalen (rooksignalen overdag en vuursignalen

van een circumvallatielinie op zo’n grote afstand van de stad had

staan en kon deze gracht van water worden voorzien.

‘s nachts) alarm worden geslagen en een van de legerkampen

ook het voordeel dat de vijand, mocht die al door de linie breken,

Frederik Hendrik verwachte aanvankelijk dat het Spaanse

worden gewaarschuwd. In sommige redoutes kon een kanon

nog een behoorlijke afstand moest afleggen alvorens de stad te

ontzettingsleger, dat bij Wesel de Rijn was overgestoken, vanuit

worden opgesteld.

bereiken. Dat gaf de belegeraars de mogelijkheid de aanvallers van

het zuiden naar Grol zou oprukken. Aan die zijde bouwde hij twee

Hoornwerken waren verdedigingswerken bestaande uit een

het ontzettingsleger alsnog terug te drijven.

grote schansen: de grootste, de Engelse schans op het hoogste punt

courtine (recht stuk wal) tussen twee halve bastions. De

Talrijke extra verdedigingswerken, zoals schansen, redouten,

in dit gebied, als vooruitgeschoven post langs de toegangsweg

constructie was zo gekozen om met flankerend musketvuur de

hoornwerken en dergelijke werden in de linie opgenomen. Ten

vanuit het zuiden. Langs dezelfde weg, maar nu als onderdeel van

aangrenzende aarden wal te kunnen beschermen.

westen van de stad lag een moeras: het Ruurlose broek. Van die

de linie zelf, werd de Franse schans gebouwd. Aan die zijde van de

zijde hoefde men daarom geen aanval te verwachten. In de linie

linie bouwde Frederik Hendrik ook nog enkele batterijen om de

1 De huurlingen, waarvan de legers in de 80-jarige oorlog gebruik maak-

waren daarom aan die zijde geen extra versterkingen nodig.

vijand met kanonvuur te kunnen ontvangen. Toen echter Hendrik

ten, waren van verschillende nationaliteiten. Om taalproblemen te voor-

Er werden in totaal 5 schansen gebouwd. In tegenstelling tot

van den Bergh met het Spaanse leger naar Vreden trok werd in aller

komen werden soldaten van dezelfde nationaliteit bij elkaar geplaatst.

voorgaande belegeringen, toen aan de noord-oost zijde de Eibergse

ijl het aan de oostzijde van de linie liggende legerkamp van Ernst

Hieraan ontlenen enkele schansen hun naam.


Atlas Groenlo 211

De ringvormige circumvallatielinie van 1627 Kopergravure.

en noord-zuid gedraaid. De vijf kampementen lagen verspreid

Het noorden boven.

langs de linie. In de linie waren 5 schansen en 14 redoutes opgenomen. Daarnaast bevonden zich enkele hoornwerken in de linie

Alleen de circumvallatielinie als ringvormige structuur is hier van

op plaatsen waar men dacht dat daar dreiging was. Binnen de linie

een zwart-wit versie van de afbeelding op pag. 109 overgenomen

werden daar meestal ook kanonnen opgesteld.


Atlas Groenlo 212

Legerwerken voor Grol Kopergravure, 27 x 34 cm

de kaart van de belegering van Grol in 1627 afgedrukt. De hier

Engelse schans

Kunstenaar: anoniem.

afgebeelde gravure van alle schansen, wallen enz. is ontleend aan

Hollandse schans 130 x 130 meter

Uit: Hugo de Groot, Nederlandtsche jaerboeken en historien sedert

de in 1681 gepubliceerde Nederlandse vertaling van het werk van

Friese schans

1555 tot 1609. Met de belegering der stadt Grol en den aenkleven

Hugo de Groot. Ook daarin zijn de afbeeldingen op een pagina

des jaers 1627 enz.

samengevoegd.

Vertaelt door J. Goris (Amsterdam 1681). M 1573, H 17.

165 x 165 meter 95 x 95 meter

Van de overige twee schansen is uit de literatuur niet bekend hoe groot ze waren. Bij de reconstructie van de Engelse schans bleken

De linie bestond in hoofdzaak uit een aarden wal met daarvoor

de in het veld gevonden maten niet met de hier weergegeven maat-

een droge gracht. De afbeelding links boven geeft het gedeelte

voering overeen te komen. In werkelijkheid bleek deze schans gro-

Deze afbeeldingen van de legerwerken voor Grol werden voor

van de linie weer, waar vóór de hoofdwal nog een extra wal was

ter te zijn uitgevoerd. De bij het graven van de gracht vrijkomende

het eerst, verspreid over drie pagina’s, afgedrukt in het bij Blaeu

aangelegd. Dat was het geval tussen het kampement van Ernst

grond werd gebruikt voor het aanleggen van de wal. Bij alle afge-

in 1629 uitgegeven boek “Grollae obsidio” van Hugo de Groot.

Casimir en de Hollandse schans.

beelde profielen blijkt het volume van de uit de grachten gegraven

In de door Joan Blaeu in 1649 uitgegeven Stedenatlas (“Toonneel

De 5 aangelegde schansen waren sterreschansen van verschillende

grond kleiner te zijn dan het volume van de daar achter liggende

der steden van de Vereenighde Nederlanden, met hare beschrijvin-

grootte:

wal. Er moet wel rekening mee worden gehouden dat de wal met

gen”) zijn deze afbeeldingen op één pagina op de achterzijde van

van elders afkomstige materialen (o.a. heideplaggen) werd bedekt.


Atlas Groenlo 213

Wal, gracht, schans en redoute als onderdeel van de circumvallatielinie van 1627 In dit aan de afbeelding op pag. 132 ontleende onderdeel geeft de tekenaar met succes een impressie van de machtige constructies van de circumvallatielinie. Dat de werkelijkheid er op onderdelen anders uitzag doet daar weinig aan af. Zo zijn de loodrecht getekende aarden wallen weinig realistisch. Voor zover bekend kenden die wallen geen onderdoorgangen en was de gracht voor die wallen voor een groot deel van de circumvallatielinie rond Grol droog. In de literatuur is nergens sprake van hekwerken in de linie. De linie werd niet uitsluitend door piekeniers, maar in hoofdzaak door musketiers verdedigd.


Atlas Groenlo 214


Atlas Groenlo 215

De Circumvallatielinie van 1627 op 18e en 19e eeuwse kaarten

De circumvallatielinie rond Groenlo zoals die door Frederik Hendrik werd gerealiseerd, is op een aantal 17e eeuwse kopergravures weergegeven. De meest gedetailleerde kaarten uit die periode worden aangetroffen in het bekende Grollae obsidio van Hugo de Groot (pag. 107) en in het eveneens zeer bekende Stedenboek van Blaeu (pag. 109). De gravures in beide boeken zijn vervaardigd in het beroemde atelier van Blaeu. Na de belegering en verovering van Grol door Frederik Hendrik werd de circumvallatielinie onverdedigbaar gemaakt. Blijkens latere topografische kaarten zijn delen daarvan redelijk in tact achtergebleven. De oudste bekende kaart waarop nog resterende delen van de linie, schansen en redouten zijn aangegeven is de militaire topografische kaart uit 1783 (pag. 217 t/m 219). Enkele schansen worden teruggevonden op oude stafkaarten. Zo komen op de stafkaarten uit 1844/1846 (pag. 220 en 221) nog 3 schansen voor. Op de prachtige in steendruk uitgevoerde stafkaarten van 1879/1880 worden hiervan nog 2 schansen aangetroffen.


Atlas Groenlo 216

De circumvallatielinie ten noorden van Groenlo op de geniekaart van 1783 Dit kaartdeel S4 is onderdeel van de topografische kaart Y 11 met

Topografische kaart.

de oorspronkelijke titel:

Het noorden links.

Atlas Topographique van het Frontier des Yssels, Wedde en West-

Uit: J.F. Wollant e.a., Topografische kaart van de linie vanaf Arn-

woldingerland; continuerende de situatie tusschen de Riviere de

hem tot de Zuiderzee, van het land tussen Arnhem en Nijmegen en

Whaal, Yssel en de limieten van ’t Territoire der Provincie Overijs-

van de Wedde en West Wollingerland, 1783.

sel en het Graafschap Zutphen.

Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ’s-Gravenhage, Inven-

De kaart Y 11 bestaat uit 31 bladen en is vervaardigd door

tarisnummer 4.OSK Y 11 S4.

J.F. Wollant, J.H. Hottinger, e.a. Deze topografische kaart uit 1783 maakt deel uit van de Hottinger Atlas. Er zijn op deze kaart “Overblyfsels der Retranchementen van Ao 1627 Volgens Hugo Grotius” weergegeven. De hier en op pag. 218 opgenomen geniekaarten zijn de oudst bekende topografische kaarten met gegevens van de resten van de circumvallatielinie. Ten noorden van Groenlo was de Hollandse schans nog in tact. Hij was midden op de daar liggende landweer gelegen. Deze landweer komt ook voor op de in het atelier van Blaeu vervaardigde kopergravures. Precies links van het woord “Overblyfsels” is een onderdeel weergegeven, dat mogelijk een deel van het juist ten noorden van de Ruiterweg gelegen Groot Hoornwerk zal zijn geweest. Uit overlevering is bekend, dat van dit Groot Hoornwerk in de 20e eeuw nog restanten aanwezig waren. Rechts van de Eibergseweg, juist onder het stroomdal van de Hupselse beek, die “Somers droog” was, lag nog een redoute. Schuin rechts van deze redoute is nog een onderdeel van de linie ingetekend; mogelijk een deel van de Schans Altena. De Friese schans was in 1783 kennelijk reeds geheel geslecht. Een groot deel linksboven op de kaart, waar verdere detaillering ontbreekt, was de Eibergse heide. De “Gerigt plaats” moet rechts van de Eibergseweg ter hoogte van de latere, thans met bomen begroeide vuilnisbelt1 , worden gesitueerd. Voor alle duidelijkheid is door de vervaardiger van deze kaart naast de Slinge de stroomrichting aangegeven. De Heuzelsgoot, die (als onderdeel van de oude loop van de Slinge) door de Spanjaarden als verbinding tussen de omgeleide Slinge en de stadsgracht werd gehandhaafd, had toen reeds geen noemenswaardige verbinding met de Slinge meer. 1 Op oude stafkaarten zijn juist achter het toegangspoortje tot dit terrein

nog enkele graven aangegeven.


Atlas Groenlo 217


Atlas Groenlo 218

Lichtenvoorde, Lievelde en Vragender op de geniekaart van 1783 Topografische kaart.

Dit kaartdeel S5 is evenals de afbeelding op pag. 217 onderdeel van

oude weg van Bredevoort via Vragender naar Groenlo. Langs deze

Het noorden links.

de topografische kaart Y 11.

weg trok het leger van Frederik Hendrik in 1627 vanuit het zuiden

Uit: J.F. Wollant e.a., Topografische kaart van de linie vanaf Arn-

Het kampement van Frederik Hendrik lag op de “Levelter Nesch”.

naar Grol. De weg is later recht getrokken. De huidige Grolse dijk

hem tot de Zuiderzee, van het land tussen Arnhem en Nijmegen en

Het grootste gedeelte van het op deze kaart afgebeelde gebied was

is er een onderdeel van.

van de Wedde en West Wollingerland, 1783.

heide. In “Vraageren” is de thans nog als ruïne aanwezige “Oude

Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief), ’s-Gravenhage, Inven-

Capelle” vermeld. De daar naar toe lopende weg met aan beide

tarisnummer 4.OSK Y11 S5.

zijden bomen (thans Pastoor Scheepersstraat), is onderdeel van de


Atlas Groenlo 219

De circumvallatielinie ten zuiden van Groenlo op de geniekaart van 1783 Topografische kaart.

dele of misschien in het geheel niet geslecht. Vergelijking met pag.

Links boven een deel van de meanderende Slinge en de plaats waar,

Het noorden links.

211 laat zien welk deel van de linie op deze kaart is weergegeven.

volgens de kaart in het werk van Hugo de Groot (zie pag. 107), de

Detail van de afbeelding op pagina 218

Naast de hier afgebeelde delen van de linie met daarin een schans

inundatie heeft plaats gevonden.

en redouten blijken achter die linie 3 batterijen, voor meerdere Tussen Groenlo en Lichtenvoorde is blijkens deze kaart een aan-

stukken geschut per batterij en uiteraard zonder kanonnen, her-

zienlijk deel van de circumvallatielinie tenminste tot 1783 herken-

kenbaar te zijn achtergebleven. De linie eindigt onder aan de kaart

baar in het landschap aanwezig gebleven en dus in 1627 slechts ten

bij de omwalling van het kampement van Frederik Hendrik.


Atlas Groenlo 220

Schans ten noorden van Groenlo op de stafkaart van 1846 Topografische kaart. Het noorden boven. Topografische Dienst Kadaster, Emmen, Topografische en Militaire kaart van het Koninkrijk der Nederlanden. Kaartdeel 34–III. In Avest treffen we op deze kaart de stervormige Hollandse schans. De door de troepen van Frederik Hendrik ten noord-oosten van Groenlo gebouwde Schans Altena en de in het oosten gelegen Friese schans ontbreken op deze stafkaart. Ze ontbraken ook reeds op de geniekaart van 1783 en zijn waarschijnlijk vóór 1783 reeds geheel geslecht. Lit.: Grote Historische Atlas van Nederland. Deel 3 Oost Nederland

1830–1855 (Groningen 1990).


Atlas Groenlo 221

Schansen ten zuiden van Groenlo op de stafkaart van 1844–1845 Topografische kaart.

in de nabijheid daarvan gelegen boerderij van Grootenhuis. Evenzo

Het noorden boven.

werd de Engelse schans genoemd naar de boerderij van Besseling:

Topografische Dienst Kadaster, Emmen, Topografische en Militaire

Besselinger schans. De weg Vragender – Groenlo is hier reeds recht

kaart van het Koninkrijk der Nederlanden. Kaartdeel 41–I.

getrokken (zie pag. 218).

Op deze in het midden van de 19e eeuw vervaardigde stafkaart

Lit.: Grote Historische Atlas van Nederland. Deel 3 Oost Nederland

wordt de Franse schans Grootenhuizer schans genoemd, naar de

1830–1855 (Groningen 1990).


Atlas Groenlo 222

Schans ten noorden van Groenlo op de stafkaart van 1879 Topografische kaart.

Op de stafkaart van 1879 is de Hollandse schans niet meer inge-

perceeltje op de hoek Laarbergweg/Ruiterweg/Deventer kunstweg.

Het noorden boven.

tekend. In de bij pag. 205 genoemde Gemeente-atlas van 1866,

Ook op de stafkaart van 1879 komen de Schans Altena en de Friese

Topografische Dienst Kadaster, Emmen, Chromotopographische

waarin de gemeenten met weinig topografische details werden op-

schans niet voor.

Kaart, Kaart 455 Beltrum (verkend 1879 en 1880, herzien 1885

genomen, was op de kaart van de gemeente Eibergen de Hollandse

en 1886, gedrukt 1898).

schans nog aangegeven. Deze schans moet derhalve tussen 1866 en 1879 ten behoeve van de winning van landbouwgrond grotendeels

Lit.: J. Kuyper: Gemeente-Atlas van Nederland; 2e deel:

zijn geĂŤgaliseerd. Een klein restant is nu nog te vinden in een bos-

provincie Gelderland (Leeuwarden, H. Suringar, 1868).


Atlas Groenlo 223

Schansen ten zuiden van Groenlo op de stafkaart van 1879 Topografische kaart. Het noorden boven. Topografische Dienst Kadaster, Emmen, Chromotopographische Kaart, Kaart 474 Groenlo (verkend 1879, herzien 1885, gedrukt 1893). In de hiervoor genoemde Gemeente-atlas zijn de Engelse en de Franse schans op de kaart van de gemeente Lichtenvoorde nog expliciet ingetekend. Ook op de stafkaart van 1879 worden ze nog aangegeven, maar dan wel in een bosgebiedje. Bij het winnen van landbouwgrond werden rond 1930 de restanten van de Franse schans nagenoeg geheel geĂŤgaliseerd. Het bosgebiedje waarin de resten van de Engelse schans lagen was, vooral door zijn hoge ligging, minder interessant voor de landbouw en bleef gespaard. Ook het feit dat dit bosgebied lange tijd als motorcross-terrein in gebruik is geweest heeft tot het behoud van de restanten van deze schans bijgedragen.


Atlas Groenlo 224


Atlas Groenlo 225

De ligging van de circumvallatielinie van 1627 in het buitengebied rond Groenlo

Om de vraag te kunnen beantwoorden waar de

kaart komen de op de kopergravure weergegeven wegen

circumvallatielinie van 1627 in het buitengebied rond

vrij goed overeen met het wegennet dat op de stafkaarten

Groenlo precies heeft gelegen bleek onderzoek van

van 1879/1880 wordt aangetroffen. Bepaalde wegen op de

oude stafkaarten belangrijke informatie op te leveren.

gravure komen qua ligging zodanig nauwkeurig overeen

De prachtige in steendruk uitgevoerde stafkaarten van

met bepaalde op de stafkaart voorkomende wegen, dat

1879/1880 zijn door hun detaillering voor dat onderzoek

onomstotelijk kon worden vastgesteld dat het dezelfde

van buitengewoon groot nut gebleken. De topografische

wegen betreft.

gegevens op de kopergravures uit de 17e eeuw konden

Belangrijke herkenningspunten waren eveneens de

met details op deze stafkaarten worden vergeleken.

essen, die zowel op de kopergravure als op de stafkaart

Op de stafkaart van 1846 komen de Hollandse schans,

zijn aangegeven. Opvallend is de overeenkomst tussen de

de Engelsche schans en de Franse schans voor. Op de

contouren van de Lievelderes en die van het legerkamp

stafkaarten van 1879/1880 ontbreekt de Hollandse schans

van Frederik Hendrik.

reeds; de ligging van de Franse en de Engelse schans is

Op de kopergravure is de havezate Marhulsen aangegeven

daar nog op weergegeven. De Friese schans en de Schans

en komen boerderijen voor. De stafkaart van 1879/1880

Altena komen op beide stafkaarten niet meer voor.

geeft eveneens de locatie van de havezate Marhulsen.

Naast het via deze stafkaarten bekend zijn van de juiste

Een aantal van de getekende boerderijen wordt ook op de

positie van 3 van de 5 schansen is de wegenstructuur een

stafkaart teruggevonden.

belangrijk hulpmiddel gebleken bij het localiseren van de

Op een aantal plaatsen komt op de stafkaart de loofhouten

verschillende delen van de linie.

begrenzing van percelen overeen met de plaats van de

Met uitzondering van het noord-oostelijk deel van de

vroegere wallen van de circumvallatielinie.


Atlas Groenlo 226

De kopergravure van Blaeu met de belegering van 1627 noord-zuid gedraaid Kopergravure.

Om de topografische gegevens van de 17e eeuwse kaart van pag.

is deze hier in zijn geheel NZ gedraaid.

Het noorden boven.

109 beter met latere topografische kaarten te kunnen vergelijken

Wegen en waterlopen zijn ingekleurd.


Atlas Groenlo 227

Wegenstructuur ten noordwesten van Groenlo De nauwkeurigheid waarmee op de kopergravure van 1627 de wegen zijn weergegeven is ronduit verbluffend. Op het hier afgebeelde noord-west deel van de kopergravure van Blaeu zijn de Grolseweg van Groenlo naar Beltrum en de Avesterweg nagenoeg identiek weergegeven als op de stafkaart van 1952. De gemeentegrens van Groenlo op de stafkaart van 1952 volgt enkele wegen die op de kopergravure van 1627 voorkomen.

WEGENSTRUCTUUR TEN NOORDWESTEN VAN GROENLO

WEGENSTRUCTUUR TEN NOORDWESTEN VAN GROENLO

OP DE KOPERGRAVURE VAN BLAEU

OP DE OP DE STAFKAART VAN 1952


Atlas Groenlo 228

Wegenstructuur ten westen van Groenlo op de kopergravure van Blaeu


Atlas Groenlo 229

Wegenstructuur ten westen van Groenlo op de stafkaart van 1879 Zo mogelijk bevat de kopergavure van 1627 ten westen van de stad voor wat de wegen betreft een nog opvallender gelijkenis met de latere stafkaart van 1879 dan hiervoor reeds voor het noordwestelijk deel werd vermeld. Rekening houdend met het feit, dat de Ruurloseweg pas rond 1830 werd aangelegd ligt in het midden van beide kaarten de Oranjestraat (voorheen Vietsteeg). Het was de vroegere weg vanuit de Beltemerpoort naar het westen. Net buiten de poort liep daar in zuidelijke richting de Papendijk (thans Rouwmaatspad en Papendijk). Opmerkelijk is de overeenkomst in wegenstructuur geheel links op beide kaarten. (Op de stafkaart van 1879 ten noorden van de Ruurloseweg ter hoogte van de eerste brug over de Slinge.)


Atlas Groenlo 230

Topografische gegevens ten zuiden van Groenlo op de kopergravure van Blaeu Vergelijking van deze kopergravure met de afbeelding hiernaast

in tenten gehuisveste soldaten, opgeslagen op de hoger gelegen

Hendrik had daar zijn “Quartier des vivres�, de bewaarplaats van

levert talrijke overeenkomsten in topografische gegevens op.

Lievelder es. Waar op de stafkaart van 1879 links van die es een

de levensmiddelen met bijbehorende keuken.

Frederik Hendrik had in 1627 zijn legerkamp, met ca. 10.000

aantal boerderijen zijn afgebeeld ligt thans de erve Kots. Frederik

In zijn luxe tent midden in het kamp ontving de prins talrijke


Atlas Groenlo 231

De Lievelder Es op de stafkaart van 1879 hoge gasten, die de belegering van Grol met eigen ogen kwamen

laten aanleggen. Over die weg werden vanuit het kampement de

van 1879 die weg nog zichtbaar (donkergroen).

aanschouwen. Frederik Hendrik had door het lager gelegen

meegebrachte kanonnen richting Grol vervoerd om rond de stad

Midden rechts op beide afbeeldingen de Franse schans.

moerassig gebied ten noorden van de Lievelder es een talud

in batterijen te worden opgesteld. Midden boven is op de stafkaart


Atlas Groenlo 232

Kadastrale kaart met circumvallatielinie Door vergelijking van de kaart van Blaeu met oude stafkaarten, zoals hiervoor afgebeeld, aangevuld met van luchtfoto’s uit 1934 (van vóór de ruilverkavelingen) verkregen gegevens, werd voldoende zekerheid verkregen om tot vastlegging op een kadastrale kaart over te gaan. Aan de hand van deze gegevens werd een projectie gemaakt van de circumvallatielinie anno 1627 op de gecombineerde kadastrale kaarten anno 2002 van de voormalige gemeenten Eibergen, Groenlo en Lichtenvoorde. De linie ligt thans in zijn geheel binnen de gemeente Oost Gelre.


Atlas Groenlo 233


Atlas Groenlo 234

Luchtfoto van de Franse schans In noordelijke richting aangevlogen. Foto Martin Grevers. Links ligt de Twenteroute. Van links midden naar midden boven

is ook de smallere gracht, die aan de buitenzijde van de linie lag, als

de Zwolseweg.

dunne groene lijn zichtbaar. (Zie ook pag. 212 en 213.) De ingang

Na de verovering van Grol door Frederik Hendrik in 1627 werd de

van de schans is links op de foto zichtbaar als onderbreking van de

circumvallatielinie, althans ten dele, geslecht. Veel later zijn delen

groene baan van de hoofdgracht.

van de circumvallatielinie, die nog niet volledig waren ontmanteld, bij het winnen van landbouwgrond geĂŤgaliseerd. Deze acties hebben tot gevolg gehad, dat de grachten van de linie met een van de omgeving afwijkend grondmengsel werden gevuld. Dat heeft op een aantal plaatsen ertoe geleid, dat het wateropgevend vermogen boven de oorspronkelijke gracht groter is dan in het omliggende terrein. Wanneer in droge zomers de daarop aangebrachte beplanting (bijv. mais) al vroeg in het seizoen geel begint te worden, blijven de planten boven de oorspronkelijke gracht langer groen. Op deze foto is de hoofdgracht van de Franse Schans als groene strook in het vergeelde maisveld zichtbaar. N.B. De zwarte S-

Schematisch weergave van een schans

vormige lijn is een tractorspoor. In het bosje midden boven op de foto is nog een restant van de

De brede gracht rond de schans is hier blauw ingekleurd, hetgeen

schans aanwezig. Naast de brede groene strook van de hoofdgracht

niet hoeft te betekenen dat deze met water was gevuld.


Atlas Groenlo 235

Luchtfoto van de Franse schans In zuidelijke richting aangevlogen

De Twenteroute ligt hier rechts. Parallel aan de onderzijde van de

Foto Martin Grevers.

foto loopt de Zwolseweg.


Atlas Groenlo 236

Het Groot Hoornwerk vanuit de lucht In zuidelijke richting aangevlogen.

parallel verlopende wegen behoren tot het wegennet van het

Foto Martin Grevers.

industrieterrein (met rotonde). In het midden van links naar rechts de Ruiterweg. In het midden aan de linkerzijde van de foto de afrit

Op het industrieterrein Laarberg ligt ten noorden van de

van de Eibergseweg naar de Ruiterweg. Daar bevinden zich thans

Ruiterweg het Groot Hoornwerk. Geheel links op de foto de

verkeerslichten, die ten tijde van het maken van deze foto nog niet

Twenteroute (Eibergseweg). De daaraan in noord-zuid richting

waren aangelegd.


Atlas Groenlo 237

Luchtfoto van een Redoute In zuidelijke richting aangevlogen. Foto Martin Grevers. Deze foto overlapt gedeeltelijk de foto van pag. 236. In het onbebouwde stuk land is in de opslag duidelijk de aftekening van de redoute zichtbaar die ook op de kopergravure van Blaeu is weergegeven..


Atlas Groenlo 238

Luchtfoto van de gereconstrueerde Engelse Schans In westelijke richting aangevlogen.

omgeving en voor Frederik Hendrik van strategische waarde.

volledig gereconstrueerde Engelse schans voor het publiek worden

Foto Martin Grevers.

Sedert 1946 waren de vervallen wallen van de Engelse schans

opengesteld.

lange tijd in gebruik als motorcrossterrein. Rond 1990 stelde De Engelse schans neemt in het geheel van de circumvallatielinie

de motor- en autoclub Lichtenvoorde als grondeigenaar voor

Lit.: G. Nijs, De reconstructie van de Engelse Schans, Een veldschans

een bijzondere plaats in. Ze is buiten de insluitingslinie op geringe

het rijksmonument in ere te herstellen. Historisch onderzoek,

afstand van het kampement van Frederik Hendrik gelegen op

aangevuld met archeologische waarnemingen, leverde een compleet

een natuurlijke hoogte. Het was het hoogste punt in de directe

beeld op van vorm en ligging van de schans. In 2002 kon een

uit 1627 in ere hersteld (Lichtenvoorde 2002).


Atlas Groenlo 239

Stadsgezichten


Atlas Groenlo 240

Brouërius van Nidek / Stellingwerf / de Raadt In de 16de en 17de eeuw werd geschiedenis nog niet systematisch

opgenomen tekeningen, is echter bewaard gebleven en kan thans

gemaakt of geleverd was. Van de afbeeldingen zonder jaartal zijn

bestudeerd en evenmin op scholen en universiteiten gedoceerd.

op internet geraadpleegd worden.

de meeste van oudere datum (zie pag. 279). Over de herkomst

Ook in de 18e eeuw was van een wetenschappelijke benadering nog geen sprake. ‘Oudheidkundigen’ verzamelden al wel oude

daarvan zijn geen gegevens gevonden. JACOBUS STELLINGWERF

geschriften, documenten en andere overblijfselen en trachtten

Hoeveel tekeningen Stellingwerf voor Brouërius heeft gemaakt is niet nauwkeurig te bepalen. In de atlas staan ongeveer 2300

aan de hand daarvan de geschiedenis te reconstrueren. Men wilde

Van de afbeeldingen die Brouërius van her en der bijeen

tekeningen op zijn naam. Bij een aantal prenten staat echter geen

het verleden in beeld brengen. Daartoe vergaarde men alles wat

verzamelde en van de schetsen die hij liet maken werden door

naam en daarvan zullen er ongetwijfeld ook van Stellingwerf

aan oude afbeeldingen beschikbaar was, zonder zich er al te veel

Stellingwerf (1667–1727) gelijkvormige tekeningen gemaakt met

bij zijn. Bovendien staat een deel van Stellingwerfs tekeningen

om te bekommeren in hoeverre ze waarheidsgetrouw waren.

het formaat van ongeveer 14,5 x 20 cm. Stellingwerf tekende

op naam van de leverancier van zijn voorbeelden. Dat geldt

Het drukken, kopiëren en uitgeven van in grote hoeveelheden

na wat hem werd voorgelegd. Oorspronkelijke tekeningen zijn

bijvoorbeeld voor de hierna in deze atlas opgenomen tekeningen

aanwezige oude en vaak onbetrouwbare afbeeldingen ging door

van hem niet bekend, zelfs niet uit Amsterdam, waar hij zijn hele

naar voorbeelden van Maximiliaan de Raadt (zie pag. 246, 263,

tot ver in de 19e eeuw.

leven gewoond heeft. Hij was oorspronkelijk ook geen tekenaar

268, 269 en 274).

van beroep, maar goudsmid. Hij heeft waarschijnlijk slechts een

In of kort na 1725 begon Stellingwerf voor de Amsterdamse

jaar of zes als tekenaar gewerkt.

lakenkoopman Andries Schoemaker te tekenen.

MATTHEUS BROUËRIUS VAN NIDEK

De kopieën die Stellingwerf vervaardigde volgden over het algemeen MAXIMILIAAN DE RAADT

Hierna zijn een aantal tekeningen opgenomen die de naam

de voorbeelden vrij nauwkeurig, maar met weinig fantasie. Hij

dragen van Maximiliaan de Raadt. Deze prenten blijken alle te

vulde de ruimte om gebouwen en gebouwencomplexen met

zijn getekend door Jacobus Stellingwerf. Wie met tekeningen

voor Stellingwerf typische wolkenpartijen, geboomte en overige

Maximiliaan de Raadt komt in de Atlas van Brouërius 74 keer

van Stellingwerf te maken krijgt komt bij Brouërius van Nidek

planten. Zijn tekeningen zijn in pen met O.I. inkt uitgevoerd en

voor met tekeningen uit de Liemers en omgeving. De meeste zijn

terecht. De jurist Mattheus Brouërius van Nidek (1677–1742)

altijd grijs gewassen; hij gebruikte nooit kleuren. Soms is voor

van 1720 en een paar van 1721. Stellingwerf tekende ze allemaal

is vooral bekend gebleven door zijn “Atlas der Vereenigde

het wassen ijzer-galnoteninkt gebruikt, die later roodbruin

na en, zoals met de ‘vreemde vogels’ gebruikelijk, is de naam van

Nederlandsche Provintien”. In de 17e en 18e eeuw waren er veel

verkleurde.

de toeleverancier van de hand van Brouërius.

verzamelaars van oude topografische afbeeldingen. Brouërius

Onder de tekening is altijd ruimte gelaten voor een onderschrift,

De tekeningen van een aantal toeleveranciers (waaronder De

van Nidek was waarschijnlijk de enige die een goed geordende

waarin Stellingwerf meestal een omschrijving van de voorstelling

Raadt) hebben de naam onbetrouwbaar te zijn. Juist bij hen

historisch-topografische atlas van het hele gebied der Verenigde

gaf, met daarachter (voorzover beschikbaar) het jaartal van zijn

schreef Brouërius hun naam onder de tekening. Dat kan nauwelijks

Zeven Provinciën voor ogen had.

voorbeeld. Deze door hemzelf geschreven titel staat meestal ook

toeval zijn. Het was waarschijnlijk zijn bedoeling aan te geven

Oudheidkundige verzamelaars stuurden in die tijd mensen uit

in O.I. inkt. Soms schreef Brouërius het onderschrift.

wie verantwoordelijk was voor de juistheid van de afbeelding.

om voor hen te tekenen. Daarnaast kochten, kregen of ruilden

De tekeningen voor Brouërius signeerde Stellingwerf geheel rechts

ze tekeningen en prenten of ontvingen deze in bruikleen om na

met potlood: JSt. Die signatuur is vaak nauwelijks meer te lezen.

te tekenen. Brouërius had “bequame meesters in ieder gewest en

Een aanduiding van de herkomst van het origineel, zoals vooral

stadt gezocht en te werk gestelt”. Dat is echter niet altijd even

voorkomt bij tekeningen naar onder andere De Raadt, werd

goed gelukt. Alleen in Friesland, Overijssel en Gelderland zijn

altijd door Brouërius zelf geschreven. Rechtsonder staat dan

tekenaars voor hem actief geweest. Die hebben ongeveer 1160

bijvoorbeeld: ‘Maxim: de Raadt (Raad, Raat) ad viv: delineavit’

van de ca. 3775 in zijn Atlas genoemde afbeeldingen van huizen

en soms ‘ad vivum depictum’ en het jaartal wanneer het origineel

geleverd. Het precieze aantal is niet bekend, omdat er niet altijd

door De Raadt getekend was (zie o.a. op pag. 246). Brouëriuis

een naam bij staat. Voor de andere provincies en een gedeelte van

vond het kennelijk van belang dat ‘ad vivum’ er bij te vermelden.

Gelderland heeft Brouërius gebruik gemaakt van wat voorhanden was. Hij zocht door het hele land naar bestaande afbeeldingen.

Minder dan de helft van Stellingwerfs tekeningen berustte op recent

Lit.: J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en

Dat gebeurde allemaal rond 1725. Daarna moest Brouërius van

gemaakte schetsen. Helaas zijn sommige leveranciers daarvan

Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en

Nidek zijn levenswerk door ziekte geleidelijk aan opgeven. Na zijn

onbetrouwbaar gebleken. De betrouwbaarheid van de oudere

bouwmeesters: van het begin van de vijftiende eeuw tot

dood werd de Atlas geveild. Hij kwam in 1743 voor een bedrag

voorbeelden waarvan nagetekend werd is ook vaak aanvechtbaar.

heden (Amsterdam 1842 – 1843).

van ƒ 5.000 in het bezit van Willem Hengskes. Daarna zijn de

Stellingwerf’s taak was om na te tekenen wat hem werd voorgelegd.

afbeeldingen uit deze atlas in delen in andere handen overgegaan.

Om de echtheidsvraag hoefde hij zich niet te bekommeren.

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters:

Ze worden daardoor thans verspreid over verschillende archieven,

Als er van die oudere voorbeelden een jaartal bekend was zette

van den vroegsten tot op onzen tijd

musea en bibliotheken aangetroffen. De veilingcatalogus van

Stellingwerf dat op zijn tekening (zie pag. 247 en 281). Soms

(Amsterdam 1857–1864).

1743, met daarin gegevens over alle in de Atlas van Brouërius

stond het op zijn voorbeeld en soms wist hij wanneer een schets

C. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

www.bertkolkman.nl


Atlas Groenlo 241

De stad vanuit het westen ca. 1538 Detail van de kaart van ‘1538’ (zie pag. 11). Het noorden links.

Het afgebeelde panorama-aanzicht moet als zeer betrouwbaar worden aangemerkt. Geheel links ligt binnen de gracht, maar nog buiten de stadsmuur als eiland in de Slinge een ‘berg’(1) op de plaats van het latere Noorderbastion (Mussenbergbolwerk). Binnen de muur treffen we op de plaats van de latere Houtwal de stadskorenmolen (2). In de muur de Beltemerpoort (3); een eenvoudige maar voor die tijd doelmatige poort. De toren (4) is waarschijnlijk de toenmalige Polvertoren. De toren was vlak achter de Beltemerpoort in het uiterste westen van de stad gelegen. Daar was het gevaar (in verband met de meest heersende windrichting) het kleinst, dat de Polvertoren door brand, die elders in de stad kon ontstaan, zou worden aangetast. Kruit

stad beschoten kon worden. Keldermans heeft bij de verbouwing

tussen de huidige Kerkstraat en de Ziekenhuisstraat. Geheel

werd sedert het midden van de 15e eeuw bij gevechtshandelingen

van de vesting tussen 1546 en 1556 deze toren dan ook vrijwel

rechts de Lievelderpoort (8). In het midden van de afgebeelde

gebruikt. Welke rol kruit in de verdediging van de middeleeuwse

zeker af laten breken. Op de kaart van Jacob van Deventer (zie

vestingmuur is een rondeel (9) zichtbaar. Dit diende kennelijk

vesting Grol heeft gespeeld is niet bekend. Mogelijk beschikte

pag. 32 en 33) komt deze dan ook niet meer voor. In het centrum

voor de verdediging van de toegangsweg naar de Beltemerpoort.

men te Grol al vrij vroeg over kanonnen. Uit de afbeelding blijkt

van de stad de Calixtuskerk (5) met in de nabijheid daarvan het

Aan de Slinge de watermolen (10) die eeuwenlang op die plaats

echter overduidelijk, dat deze toren gemakkelijk van buiten de

Raadhuis (6). Het klooster Engelhuizen (7) stond op een plaats

heeft gestaan. In de Borculoseweg een brug (11) over de Slinge.


Atlas Groenlo 242

Gevelsteen: in de stat van Grol Weergegeven is de vesting Grol vanuit het westen gezien van omstreeks 1576. De gevelsteen is waarschijnlijk vervaardigd aan de hand van een te Grol gemaakte tekening. De in de stad afgebeelde gebouwen komen goed overeen met de weergave hiervan op andere afbeeldingen. De weergave van de vestingmuur lijkt minder geslaagd. In de stad zien we van links naar rechts: de Calixtuskerk (2), het Raadhuis (3), het klooster Engelhuizen (5) en een gebouw (7) wat wel is aangeduid als het Willekensklooster, maar ook het bij het klooster Engelhuizen staande huis van de rector van het klooster geweest kan zijn. In de vestingmuur zijn de Nieuwe Poort (1) en de Beltemerpoort (6) opgenomen. Achter de muur is duidelijk een aarden binnenwal aanwezig. Op deze aarden wal geheel rechts een kanon (8). Opmerkelijk is het overigens, dat de muur rondelen bevat, die op geen der plattegronden zijn aangegeven. De weergave van de bastions komt overigens niet overeen met de daarvan

(4) hier aan het begin van de huidige Houtwal. Geheel op de

beschikbare plattegronden, wat er op kan duiden dat de tekenaar/

voorgrond de watermolen, die daar ook op het panorama-aanzicht

beeldhouwer hier zijn fantasie de vrije loop heeft gelaten.

van ‘1538’ reeds stond. Daar waar de Slinge de gracht verlaat is,

Gelet op de positie van de Beltemerpoort staat de stadskorenmolen

dicht bij de stad, nog een watermolen weergegeven. In zijn verslag van de belegering van Grol in 1597 schrijft Anthony Duyck dat er sprake was van twee dammen. Een dam, die bij de “uyterste” watermolen het water ophield en een tweede dam, dichter bij de stad, bij de watermolen voor de Beltemerpoort. In opdracht van de Staten Generaal bezocht de vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz. in 1605 Grol. In zijn rapport over de toestand van de vestingwerken schrijft hij: “Die watermolen staende wel nae by die walle met een nauwe grachte tusschen beyde, dient wel versorcht met een goede palessade”. Deze watermolen was bij de verdediging van de stad een hinderlijk obstakel, omdat de vijand er zich in en achter kon verschuilen. Bij de verbouwing van de vestingwerken door de Spanjaarden tijdens het 12-jarig bestand (1609–1621) is deze molen definitief verdwenen.


Atlas Groenlo 243

Panorama van de stad Grol vanuit het westen anno 1576


Atlas Groenlo 244

ANDRIES SCHOEMAKER

De hiernaast afgebeelde tekening is uit een van deze manuscripten afkomstig en werd in het begin van de 18e eeuw vervaardigd. Als

In het eerste kwart van de 18e eeuw trad er in het verzamelen

voorbeeld diende waarschijnlijk een afbeelding van oudere datum.

van afbeeldingen een kentering op. Men begon zich meer en meer

Het in kinderlijke stijl getekende en ingekleurde origineel maakte

af te vragen hoe het er nú in werkelijkheid uitzag. Ongetwijfeld

deel uit van een manuscript dat te Arnhem werd bewaard.

hebben de toegenomen reismogelijkheden daaraan meegewerkt. Vemer beschrijft deze prent als: “De oudste bekende afbeelding Cornelis Pronk (1691–1751) kan in deze als voortrekker worden

van de oude veste Grol met muren: gezicht op de Beltemerpoort

gezien. Pronk, die een schildersopleiding had genoten en als

1590.” Uit het op pag. 241 afgedrukt panorama-aanzicht van

portret-schilder en tekenaar werkte, ging zich toeleggen op

Grol anno ‘1538’ blijkt dat dit niet geheel juist is. Ook het jaartal

de topografische tekenkunst. Voor topografisch betrouwbare

1590 is zeker niet van toepassing.

tekeningen bestond op dat moment bij oudheidkundigen een

Het is niet bekend in welk jaar de tekening werd vervaardigd

grote belangstelling. Tussen 1726 en 1734 maakte hij vele reizen,

waarvan deze afbeelding door Andries Schoemaker werd

waarbij hij in verschillende delen van het land nauwkeurige

nagetekend. Omdat in de muur tussen twee bastions een poort

tekeningen naar het leven maakte (ook een te Grol, zie pag. 249).

is getekend, waarvoor een pad door de gracht naar buiten loopt,

Hij werd op zijn reizen vaak vergezeld door zijn leerling Abraham

ontstaat het vermoeden dat hier de situatie is weergegeven van na

de Haen (1707-1748) en hun begunstiger Andries Schoemaker

de verbouwingen, die de Staatsen tussen 1597 en 1606 hebben

(1660-1735).

gerealiseerd (zie ook pag. 90).

Andries Schoemaker is een interessante figuur in deze

Vóór de vestingmuur, met daarin de Beltemerpoort, zijn echter

ontwikkeling, een koopman die als belangstellende en wellicht

geen buitenwerken getekend. De afbeelding is zeker van voor de

als geldschieter veel reizen van Pronk en De Haen meemaakte.

verbouwing door de Spanjaarden tijdens het 12-jarig bestand

Hij was amateur-historicus en amateur-tekenaar. Schoemaker

(1609–1621).

schreef zijn bevindingen op, samen met gegevens uit boeken en plaatselijke geschriften en met wat hij hoorde van vrienden en mensen die ter plaatse bekend waren. Daar maakte hij in een onbeholpen, kinderlijke stijl tekeningen bij en kleurde die in met waterverf. Maar ondanks een onbeholpen stijl van schrijven en tekenen heeft hij bijna honderd manuscriptbanden nagelaten,

Lit.: C. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche

die grotendeels bewaard zijn gebleven en om hun inhoud zeer

kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters:

waardevol zijn. Het opmerkelijke is nu dat Schoemaker in zijn

van den vroegsten tot op onzen tijd

manuscripten tekeningen van Pronk en De Haen overnam en

(Amsterdam 1857-1864).

ook zelf ter plekke tekende, daarnaast zonder problemen ook

bestaande afbeeldingen gebruikte. Vaak is de herkomst uit het

J.E. van der Pluijm, De vestingstad Grol, Geschiedenis van de vestingwerken van Groenlo (Groenlo 1999).

onderschrift op te maken, maar in hoeverre ze de werkelijkheid

W.P. Vemer, Kroniek van Groenlo (Arnhem 1969).

weergeven is onzeker.

www.bertkolkman.nl


Atlas Groenlo 245

De Stad Groll Gewassen pentekening. Kunstenaar: Andries Schoemaker. Het manuscript van Schoemaker, waar het origineel van deze tekening deel van uitmaakte, is in 1943 in Arnhem bij de oorlogshandelingen aldaar verbrand.


Atlas Groenlo 246

Gezicht op Grol vanuit het noord-westen anno 1720 Gewassen pentekening in O.I. inkt, 13,1 x 19,0 cm

Bureau, ’s-Gravenhage.

d’Stadt Groenloo in’t Graafschap Zutfen, op de frontieren van

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf (naar een tekening van Maximiliaan

Inventarisnummer TOP 09333.

t’Stift Münster.

de Raadt).

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van

1720 ad vivum depict: a: M: de Raadt

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

Nidek.


Atlas Groenlo 247

Lievelderpoort Gewassen pentekening in O.I. inkt.

jaar 1625 duidt aan dat deze tekening door Stellingwerf van een

was Grol niet omgeven door een muur, maar door ca. 6 meter

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf.

reeds bestaande prent werd nagetekend. Maximiliaan de Raadt

hoge aarden wallen. Het hier afgebeelde poortgebouw heeft zeker

Museum voor de moderne kunst, Gemeentemuseum Arnhem.

tekende in 1720 te Groenlo. Mogelijk heeft hij een bestaande prent

geen deel uitgemaakt van de 17e eeuwse omwalling. Als deze

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van

aangeleverd. Het is ook mogelijk dat het gebruikte voorbeeld op

prent is vervaardigd aan de hand van een eerder te Grol gemaakte

Nidek.

andere wijze in het bezit van Brouërius is gekomen.

tekening dienen we terug te gaan naar de situatie, zoals die was

Het moet eveneens niet worden uitgesloten dat op deze fraaie

ontstaan na de verbouwing van de vestingwerken rond Grol in de

Uit de stijl van deze tekening kan worden geconcludeerd, dat die

maar weinig betrouwbare prent niet een poortgebouw van Grol,

periode 1546–1555 of nog eerder. Ook dan blijft het twijfelachtig

door Jacob Stellingwerf werd vervaardigd. De vermelding van het

maar van een geheel andere plaats is afgebeeld. Immers in 1625

dat de Lievelderpoort er destijds zo uitzag.


Atlas Groenlo 248

De stad Grol vanuit het noord-westen anno 1729 Kopergravure, 7,4 x 10,1 cm

GROL” en “ ’t Dorp Henghel”.

Vergelijking van deze gravure met de tekening van pag. 249 toont

Kunstenaars: Gravure van K.F. Bendorp naar een ontwerp

H 37

aan, dat de prent van Pronk uit 1729 als voorbeeld heeft gediend.

van J. Bulthuis.

Bulthuis (Jan Bulthuis, 1750–1801) zal deze hebben gebruikt om

Uit: Vaderlandsche Gezichten of afbeeldingen, behoorende tot den

zijn ontwerp voor de graveur Bendorp (Carel Frederik Bendorp,

Tegenwoordigen Staat der Vereenigde Nederlanden (Amsterdam,

Bij deze gravure wordt wel het jaartal 1792 aangegeven, gebaseerd

Karl Friedrich Bendorff, 1736–1814) te vervaardigen. Derhalve

H. Gartman, 1792-1800). In dit werk staan op 1 pagina: “De Stad

op het eerste verschijningsjaar van “Vaderlandsche Gezichten”.

past hier het jaartal 1729.


Atlas Groenlo 249

Gezicht op Groenlo vanuit het noord-westen, 1729 Gewassen pentekening, 10,4 x 17,4 cm

Cornelis Pronk (1691–1759) was tekenaar en portretschilder.

gemaakt. Deze prent werd door Cornelis Pronk in 1729 naar de

Kunstenaar: C. Pronk.

Het ontbrak hem niet aan werk; vele aanzienlijken in Noord-

natuur getekend. Een van zijn voetreizen voerde derhalve naar

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

Holland, in het bijzonder te Alkmaar lieten hun afbeeldsel door

Grol. Hij tekende Grol vanuit het noord-westen.

Bureau, ’s-Gravenhage.

Pronk maken. Voor zich zelf vond hij echter meer voldoening in

Deze tekening toont duidelijk het lange lage dak aan de

Inventarisnummer TOP 09330.

het maken van aquarellen en het tekenen met Oost-Indische inkt

noordzijde van de kerk, waar lange tijd de munitie-opslagplaats

van stads- en dorpsgezichten en landschappen.

was gevestigd. De afbeelding op pag. 248 en 250 zijn aan de hand

Zijn tekeningen heeft hij voor het merendeel tijdens voetreizen

van deze tekening vervaardigde kopergravures.


Atlas Groenlo 250

Medaillon van Groenloo Kopergravure, 4,5 x 3,6 cm

De geboren Amsterdammer Jan Gerritsz. Visser was een

Provinciën, daaronder 8 reeksen met de namen, wapens en

Kunstenaar; Jan Gerritsz. Visser (graveur).

veelzijdig man. Hij was tekenaar, plaatsnijder, etser, kaartgraveur,

profielen van de stemhebbende steden in iedere Provincie. Op de

Uit: Gedenkzuyl der XVII Vereenigde Provincien, (Amsterdam,

lettergraveur, kunstverkoper en uitgever. Visser gaf in 1793 twee

andere plaat zijn bovenaan de namen en zinnebeelden van iedere

J.G. Visser, 1793).

door hem gegraveerde platen (54 x 67 cm) uit, ieder met het

Provincie. Daaronder staan 8 reeksen met de namen, wapens

Hierin onder Gelderland: Medaillon nr.26 Groenloo.

opschrift “Gedenkzuyl der XVII Vereenigde Provincien”, waarop

en profielen der voornaamste (niet stemgerechtigde) steden en

M 5248, H 38.

talloze medaillons, waarin de namen en afbeeldingen van steden

dorpen in iedere provincie. Groenlo is onder de stemhebbende

en dorpen staan. Het zijn belangrijke platen om de wapens van de

steden opgenomen. Het op het medaillon van Groenlo getekende

verschillende steden in iedere provincie.

profiel van de stad Groenlo is ontleend aan de pentekening van

Op de ene plaat zijn bovenaan de namen en wapens der 17

Cornelis Pronk uit 1729 (zie pag. 249).

Ware grootte


Atlas Groenlo 251

JAN DE BEIJER Romers begint zijn aantekeningen over de levensloop van Jan de

kwam daar op 13 augustus aan en vertrok de volgende dag weer.

bepaalde plaats werd verlangd. Jan de Beijer dateerde deze, soms

Beijer met de opmerking: “Over de tekenaar Jan de Beijer is in

Het traditionele beeld van De Beijer is dat van een nijver, jaarlijks

grijs gewassen, soms in aquareltechniek ingekleurde tekeningen

de loop van de jaren in de kunsthistorische handboeken min of

in de zomer rondreizend kunstenaar, die ’s winters achter de

vaak tweemaal. Aan de voorzijde de vermelding van de plaats of

meer uitvoerig geschreven. Het blijkt echter, dat zijn levensloop

haard zijn schetsen naar de natuur uitwerkte, ze voorbereidde

zijn naam, vervolgens ad viv. delin. (ad vivum delineavit: naar het

slechts in grote lijnen bekend is en bovendien dat de schrijvers het

voor reproductie door een graveur, of uit zijn voorraad aan

leven getekend) en dan de datering. Vaak herhaalde Jan de Beijer

over bepaalde belangrijke jaren in zijn leven niet eens zijn.” In het

gezichten naar de natuur putte om door verzamelaars bestelde, fijn

op de achterzijde de annotatie en breidde deze ter verduidelijking

navolgende is samengevoegd wat verschillende auteurs over Jan

uitgewerkte en vaak in aquareltechniek ingekleurde tekeningen te

nog iets uit (zie op pag. 252 en 253).

de Beijer aan het papier hebben toevertrouwd. Het moet daarom

vervaardigen. Met deze tekeningen over een periode van iets meer

Te Amsterdam heeft hij ook nog het “Geselschap van het Teeken

met enige reserve worden gelezen.

dan vijftien jaar, tot 1750, legde hij de basis voor een groot succes

Collegie” opgericht, waar naast Jan de Beijer zelf onder andere

Jan de Beijer werd in 1703 te Aarau (Zwitserland) geboren. Als

in het artistieke centrum van Holland, Amsterdam.

Cornelis Pronk, Simon Fokke en Hendrik Spilman deel van

6-jarige verhuisde hij met zijn ouders naar Emmerich. Hij volgde

Te Amsterdam had de uitgever Tirion al in 1741 het plan

uitmaakten.

daar het gymnasium. Tussen 1722 en 1733 kwam hij vaak te

opgevat een uitgave met uitsluitend platen te realiseren. Hij zal

Na vele jaren de kunst te Amsterdam beoefend te hebben trok hij

Amsterdam, waar hij leerling was van Cornelis Pronk. Jan de

daar waarschijnlijk met Jan de Beijer, toen die nog te Emmerich

weer naar Emmerich, waar hij na een verblijf van enige jaren in

Beijers oudste broer woonde in Vierlingsbeek, waar na de dood

verbleef, contact over hebben gehad.

1780 overleed.

van haar man in 1719 ook zijn moeder verbleef. Het ligt voor de

In 1751 verhuisde De Beijer naar Amsterdam om daar zijn

Vrijwel zeker zijn de hierna afgebeelde werken van De Beijer

hand om aan te nemen, dat Jan de Beijer, die ongehuwd was en

tekenactiviteiten voort te zetten. In de jaren 1742 tot en met 1774

afkomstig van één of meer verzamelaars, waarvan de collectie

te Emmerich woonde, dikwijls bij zijn familie te Vierlingsbeek

verschenen bij Tirion 9 delen van “Het Verheerlijkt Nederland

op enig moment aan een museum, archief of bibliotheek werd

verbleef. De eerste tekeningen die van Jan de Beijer bekend zijn

of Kabinet van Hedendaagse Gezichten”, waarvoor Jan de Beijer

nagelaten.

geworden zijn in 1732 ontstaan.

grote aantallen modellen voor gravures leverde. Daar waren een

In de periode 1737–1750 ondernam Jan de Beijer langere

aanzienlijk aantal prenten bij die hij tijdens zijn reizen in de jaren

Lit.: H. Romers, J. de Beijer. Oeuvre-Catalogus

trektochten, voornamelijk in het oosten van het land. Hij tekende

1737–1750 had gemaakt (o.a. de afbeelding op pag. 254 en 263).

tijdens deze tochten dorpen en steden, kastelen, kloosters en

Het werk dat hij aan de uitgever Tirion leverde was voor Jan

buitenplaatsen. Zo reist hij in augustus 1743, vermoedelijk uit

de Beijer te Amsterdam zijn belangrijkste bron van inkomsten.

dorpen en huizen. Deel 1, Gelderland en Overijssel

Emmerich komend, via talrijke Gelderse plaatsen naar Overijssel

Daarnaast vervaardigde hij tekeningen voor verzamelaars. Deze

(Alphen aan den Rijn 1987)

om via Gelderland terug te keren en in de laatste week van

prenten werden dan aan de hand van eerdere, “naar het leven”

P.T.A. Swillens, Nederland in de prentkunst (Utrecht 1978).

september via enkele plaatsen in Oost-Brabant zijn reis af te sluiten

getekende schetsen vervaardigd. Dankzij deze schetsen kon hij

Guido de Werd, Jan de Beijer (1703 – 1780).

in Vierlingsbeek. Tijdens deze reis heeft hij ook Grol bezocht. Hij

gemakkelijk uit eigen archief putten, wanneer een gezicht van een

(’s-Gravenhage, 1969).

H. Romers, J. de Beijer. Achttiende eeuwse gezichten van steden,

Tekeningen van Emmerik tot Roermond. (Venlo 1980).


Atlas Groenlo 252

Stadhuis en kerk te Groenlo, 1743 Gewassen pentekening in O.I. inkt, 17,9 x 20,9 cm

Bureau, ’s-Gravenhage.

Op de achterzijde: “de kerk & Stadhuys te Groenlo

Kunstenaar: J. de Beijer.

Inventarisnummer TOP 09345 (voorheen P 658).

14 august 1743”

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

R 164.


Atlas Groenlo 253

Stadhuis en kerk te Groenlo Tekening pen en penseel (origineel ingekleurde tekening),

Inventarisnummer TOP 09334 (voorheen P 648).

R 160.

14,2 x 17,3 cm

Deze voor een verzamelaar bestemde tekening werd door Jan de Beijer waarschijnlijk in de wintermaanden aan het begin van 1744

Kunstenaar: J. de Beijer.

Opschrift linksonder: “Jean De Beijer, ad viv: delin: 1744”

vervaardigd. Zoals uit de tekst op de achterzijde duidelijk wordt,

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,

Op de achterzijde in grijze pen: ”1 Kerk 2 Radhujs 3 Hoofd Wagt.

had hij de schets voor deze prent bij zijn bezoek aan Grol in 1743

Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage.

Markt te Groenloo, ofte Groll, een Steedje in Gellderland, 1743”

vervaardigd.


Atlas Groenlo 254

Stadhuis en kerk te Groenlo, 1743 Kopergravure, 7,2 x 9,9 cm

Kerk en Raadhuis te Grol 1743 en nr. 212: ‘t Klooster Engelhuizen

Onder de gravures: J. de B d; H S f = J. de Beyer delineavit;

Graveur: H. Spilman (naar een tekening van J. de Beijer).

te Grol 1743 (zie ook pag. 264).

H. Spilman fecit.

Uit: Het Verheerlijkt Nederland, of Kabinet van hedendaagsche

H 43.

De tekening van Jan de Beijer waarnaar deze gravure door

gezigten van de steden, dorpen in en omtrent de Vereenigde Nederlandsche provincien (Amsterdam 1745–1774). 9 Delen met ca. 900 gravures. Op 1 blad de gravures nr. 211 en 212. Nr. 211:

H. Spilman werd gemaakt is hiernaast afgebeeld (pag. 255).


Atlas Groenlo 255

Stadhuis en kerk te Groenlo Gew. pentekening in O.I. inkt, 6,9 x 9,8 cm

Op de achterzijde: “J: de Beyer, Kerk en Raadhuys te Groll”

Kunstenaar: J. de Beijer.

Ook deze pentekening werd door Jan de Beijer vervaardigd tijdens

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,

zijn bezoek aan Grol in augustus 1743.

Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage. Inventarisnummer TOP 09340 (voorheen P 654). R 163.


Atlas Groenlo 256

Dit schilderij zou omstreeks 1838 door Hendrik Gabriel van der Kraan zijn vervaardigd. Hij was toen ontvanger te Groenlo en werd in 1850 gemeentesecretaris. Het op de achterzijde aangebrachte etiket bevat de tekst: “Eigendom van de Weledele Heer v.d. Kraan”. Op de achterzijde komt eveneens de volgende tekst voor: “Schilderij voorstellende de Markt te Groenlo. Op 22 maart 1929 is een schrijven binnengekomen van Mr. H.F. Hesselink van Suchtelen, oud burgemeester van Groenlo, thans wonende te Wageningen, die de Gemeente Groenlo een schilderij aanbiedt, voorstellende: ‘Markt in Groenlo omstreeks 1838’. Geschilderd door wijlen zijn stiefvader den heer van der Kraan, oud secretaris en ontvanger te Groenlo. (Het schilderij wordt in de burgemeesterkamer opgehangen.)” Mr. H.F. Hesselink van Suchtelen was van 1878–1893 burgemeester van Groenlo. Zijn stiefvader (van der Kraan) zal hem het schilderij hebben nagelaten, waarna oud burgemeester Hesselink het in 1929 aan de Gemeente Groenlo heeft geschonken. Het hier afgebeelde gemeentehuis is nog van voor de verbouwing die in de 19e eeuw plaats vond en komt overeen met de pentekening die Jacob Stellingwerf maakte naar een tekening van Maximiliaan de Raadt uit 1720 (pag. 274) en met de tekeningen die Jan de Beijer er in 1743 van maakte (pag. 252, 253 en 255). Volgens V. Smit dateert het schilderij van vóór 1836. In dat jaar verbrandde de gehele hier afgebeelde torenspits van het stadhuis. De spits werd nadien in gewijzigde vorm vervangen. Eveneens in 1836 richtte een wervelstorm in Groenlo grote verwoestingen aan. Het is niet bekend of daardoor ook schade aan het stadhuis was ontstaan. Kort daarna werd echter het stadhuis verbouwd. Het gebouw werd toen met een verdieping verlaagd. Rond 1875 werd tot nieuwbouw besloten en ontstond het gemeentehuis in de huidige vormgeving. Het hier afgebeelde pand aan de markt tegenover het gemeentehuis, op de hoek van de Kevelderstraat (zie ook pag. 259) werd midden 20e eeuw gesloopt. Lit.: V. Smit, Groenlo in de verte, Hfdst. Het Gemeentehuis

(Groenlo 1993).


Atlas Groenlo 257

De markt te Groenlo omstreeks 1838 Schilderij, olieverf op paneel, 35 x 47 cm Kunstenaar: H.G. van der Kraan Stadsmuseum Groenlo (in bruikleen van de gemeente Oost Gelre).


Atlas Groenlo 258

Groenlo vanuit het westen begin 20e eeuw Aquarel.

Brolsma woonde aan het begin van de 20e eeuw te Groenlo op de

geschilderd.

Kunstenaar: Brolsma.

hoek van de Wilhelminastraat (v贸贸r 1923 Lasonderstraat geheten)

Rechts de thans nog bestaande huizen aan het begin van de

Particulier bezit.

en de Ruurloseweg. Zijn vader had daar een kruidenierszaak.

Deken Hooymansingel. Tussen de Wilhelminastraat en de

Het gezin is einde jaren 20 naar Amsterdam verhuisd. Vanaf

Deken Hooymansingel was er langs de Ruurloseweg nog geen

zijn ouderlijk huis zal de jonge kunstenaar deze aquarel hebben

bebouwing.


Atlas Groenlo 259

De schoolstraat begin 20e eeuw Olieverf op canvas. Kunstenaar: Brolsma. Particulier bezit. De schoolstraat is hier geschilderd vanaf de Barakkenplaats. Op de voorgrond links de voormalige synagoge. In het uitzicht op de markt is het voormalige pand van Ter Hoeven afgebeeld (thans Wissink, zie ook pag. 257).


Atlas Groenlo 260


Atlas Groenlo 261

Gebouwen


Atlas Groenlo 262

Maximiliaan de Raadt was in 1720 te Groenlo. Het voorbeeld,

Vosmeer stelde geld beschikbaar om het klooster te herstellen

daarmee leeg te staan.

van de hier afgebeelde tekening met de titel ”het klooster te

en opnieuw in te richten. Dat daarmee het klooster niet volledig

Begin juni 1672 veroverde de bisschop van Munster Groenlo.

Groenlo”, zal door hem in genoemd jaar zijn vervaardigd en later

kon worden herbouwd blijkt als de pastoor van Grol, Cornelius

De Calixtuskerk kwam daarmee tijdelijk (tot 1674) weer in

door Stellingwerf zijn nagetekend. De aantekening rechts onder

Fabritius, in 1610 aan de apostolisch vicaris Vosmeer schrijft

katholieke handen. De toen tot pastoor van Groenlo benoemde

is van de hand van Brouërius van Nidek met de nadrukkelijke

“over de ellendige toestand waarin kerk en huis van Engelhuysen

Georg Philippi van het klooster te Zwillbrock richtte er een

bedoeling de verantwoordelijkheid voor het voorbeeld, waarnaar

verkeren”. In de jaren daarna wordt getracht met inkomsten

klooster voor conventuelen op. Waarschijnlijk bewoonden deze

deze tekening werd vervaardigd, aan De Raadt toe te schrijven.

uit een vicarie en met financiële steun van Brussel de zaak te

kloosterlingen in 1720 het hier afgebeelde klooster, mogelijk

Welk klooster werd hier echter afgebeeld? De prent vermeldt geen

herstellen. Het klooster wordt daarmee hersteld. Gelet op de

hetzelfde klooster dat in 1660 door de kanunnikessen van St.

jaartal en ook de gebruikelijke vermelding ontbreekt, dat deze

door Jan de Beijer in 1743 getekende ruïne van de kloosterkapel

Augustinus werd verlaten.

naar het leven werd getekend. Is het de situatie anno 1720 of

zijn voor het herstel daarvan de financiële middelen kennelijk niet

werd van een bestaande prent nagetekend? Tegen dat laatste pleit

meer toereikend geweest.

het feit dat dergelijke copieën door Brouërius van Nidek niet van

Tijdens het 12-jarig bestand (1609–1621) heeft van Dulcken ten

de naam van De Raadt werden voorzien (zie pag. 279 en 281).

behoeve van de vestingbouw het tot dan toe als begijnenklooster

Lit.: P.C. Engel, Cornelus Fabritius, pastoor te Grol 1606–1627.

In de 16e eeuw had Groenlo twee kloosters. Het klooster

in gebruik zijnde Willekensklooster in 1620 laten afbreken. In

In losbladige uitgaven van de Oudheidkundige Vereniging

Engelhuizen werd bewoond door kanunnikessen van St

dat jaar vonden de weinige toen nog in het Willekensklooster

Groenlo, 1977-1979.

Augustinus. Het Willekensklooster was het onderkomen van

verblijvende begijnen onderdak in het klooster Engelhuizen.

begijnen, die er uit eigen wil zonder kloostergeloften af te leggen

In 1627 veroverde Frederik Hendrik Groenlo op de Spanjaarden.

In: Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom

in gehoorzaamheid, armoede en kuisheid leefden.

De capitulatiebepalingen zijn voor de katholieken vrij gunstig

Utrecht (Utrecht 1875 – 1957)

Mathijs van Dulcken was net benoemd tot Gouverneur van Grol

geweest. De rector en de zusters van het klooster “Ter Engelen”

Deel XXII (1895).

(8 maart) toen op 27 april 1607 om 10 uur ’s avonds brand

behielden hun klooster en bezittingen. Op de kopergravures van

uitbrak in een nabij het klooster Engelhuizen staand huis. Door

de belegering en verovering van Grol door Frederik Hendrik is

de oostenwind sloeg de brand over naar het klooster, dat geheel in

steeds het klooster afgebeeld. We treffen het klooster ook aan op

de as werd gelegd. Het huis van de pater van het nonnenklooster

het schilderij van Daniël Cletcher (pag. 145).

en de door beschietingen in 1606 zwaar gehavende kloosterkapel

In 1660 vertrokken de toen nog te Groenlo vertoevende zusters

bleven voor het vuur gespaard. De apostolisch vicaris Sasbout

van het klooster Engelhuizen naar Emmerich. Het klooster kwam

J.H. Hofman, Het kerspel van den H. Calixtus te Groenlo.

Th.A.M. Thielen, Geschiedenis van de enclave Groeno-Lichtenvoorde (Zutphen 1966).

N.J. Tops, Groll in de zeventiende en achttiende

eeuw (Groenlo 1992).

H. van Rijn Oudheden en Gestichten van het bisdom van

Deventer II (Leiden 1725).


Atlas Groenlo 263

Het klooster te Groenlo anno 1720 Gewassen Pentekening in O.I. inkt, 12,6 x 17,4 cm

Inventarisnummer TOP 09346.

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf (naar een tekening van Maximiliaan

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van BrouĂŤrius van

de Raadt).

Nidek.

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage.


Atlas Groenlo 264

Ruïne van de kapel van het klooster Engelhuizen anno 1743 Kopergravure, 7,2 x 9,9 cm

Onder de gravures: J. de B d; H S f = J. de Beyer delineavit;

Graveur: H. Spilman (naar een tekening van J. de Beijer).

H. Spilman fecit.

Uit: Het Verheerlijkt Nederland, of Kabinet van hedendaagsche

De tekening van Jan de Beijer waarnaar deze gravure door

gezigten van de steden, dorpen in en omtrent de Vereenigde

H. Spilman werd gemaakt is hiernaast afgebeeld.

Nederlandsche provincien (Amsterdam 1745–1774). 9 Delen met ca. 900 gravures. Op 1 blad de gravures nr. 211 en 212. Nr. 212 ‘t Klooster Engelhuizen te Grol 1743 en nr. 211: Kerk en Raadhuis te Grol 1743 (zie ook pag. 254). H34.


Atlas Groenlo 265

Ruïne van de kapel van het klooster Engelhuizen anno 1743 Gewassen pentekening in O.I. inkt, 7,1 x 9.8 cm

De kapel bij het klooster Engelhuizen was bij de belegeringen van

Het heeft er niet toe geleid dat de zwaar beschadigde kapel werd

Kunstenaar: J. de Beijer.

1606 door het kanonvuur geteisterd en zwaar beschadigd.

hersteld. En zo vinden we op de door Jan de Beijer in 1743

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

De gewelven en de daken waren verwoest en de glazen ramen

vervaardigde tekeningen de daarvan overgebleven ruïne afgebeeld.

Bureau, ’s-Gravenhage.

allemaal gebroken. In 1610 is ook de toren een bouwval. Het dak

Inventarisnummer TOP 09341 (voorheen P 655).

is dan lek en het gewelf gedeeltelijk ingestort. De pater van het

R 146.

klooster kan dan nog slechts van het koor van de kapel gebruik

Lit.: P.C. Engel, Cornelus Fabritius, pastoor te Grol 1606–1627.

maken om de H. Mis te lezen en dat zelfs met niet gering gevaar.

In losbladige uitgaven van de Oudheidkundige Vereniging

Op de achterzijde: “None Klooster Engelhuyse te Grol 1743

Als er niet op tijd hulp wordt geboden zal alles instorten.

Groenlo, 1977-1979.

J. de Beyer”.

Verzoeken aan Brussel om geld beschikbaar te stellen voor herstel van de kloosterkerk en het klooster werden ten dele gehonoreerd.

N.J. Tops, Groll in de zeventiende en achttiende eeuw

(Groenlo 1992).


Atlas Groenlo 266

Ruïne van de kapel van het klooster Engelhuizen anno 1743 Gewassen pentekening in O.I. inkt, 13,5 x 19,3 cm

Op de achterzijde: “Overblijfsel van het None Klooster Engelhujsen,

Kunstenaar: J. de Beijer.

in de Stad Groll in gellderland. den 13. August: 1743”

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

Kennelijk heeft Jan de Beijer bij het vervaardigen van deze

Bureau, ’s-Gravenhage.

pentekening niet meer de tijd gevonden om de boompartij rechts af

Inventarisnummer TOP 09347 (voorheen P 660).

te tekenen. De door hem als voorbereiding aangebrachte contouren

R 145.

van die bomen zijn al wel aanwezig.


Atlas Groenlo 267

Ruïne van de kapel van het klooster Engelhuizen anno 1743 Gewassen pentekening in O.I. inkt, 14,8 x 20,7 cm

Op de achterzijde: “t’Vrouwe Klooster Engelhujsen te Groenloo.

Kunstenaar: J. de Beijer.

1743”

Universiteitsbibliotheek Leiden, Collectie Bodel Nijenhuis. Inventarisnummer P 306, deel III, N 19. R 147.


Atlas Groenlo 268

Kerk tot Groenlo van vooren anno 1720 Gewassen Pentekening in O.I. inkt, 17,2 x 21,4 cm

De twijfels, die men bij prenten van Stellingwerf (naar Maximiliaan

aan de thans nog bestaande hal in Wessum”. Het is zelfs niet

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf (naar een tekening van

de Raadt) kan hebben, zijn ook hier van toepassing. Aan de hand

onwaarschijnlijk dat De Raadt hier voor de Grolse Calixtuskerk de

Maximiliaan de Raadt).

van de afbeeldingen op pagina 269 en 271 kan worden vastgesteld,

voorkapel uit Wessum tekende van een afbeelding die hij reeds in

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van

dat in 1720 en 1743 aan de voorzijde van de Calixtuskerk een

zijn bezit had. Dit alles neemt niet weg dat uit de afbeeldingen op

Nidek.

aanbouw stond, die gelijkenis vertoont met hetgeen door De

pagina 269 en 271 duidelijk blijkt dat de Calixtuskerk begin 18e

Van deze tekening kon nog niet worden achterhaald waar het

Raadt hier in beeld werd gebracht. Wel is op de prent van De

eeuw van een voorkapel was voorzien. Deze is later als waag in

origineel zich bevindt.

Beijer de aanbouw teruggebouwd. Ook op de door De Raadt zelf

gebruik genomen en volgens Vemer omstreeks 1830 gesloopt.

aangeleverde prent van de zijkant van de Calixtuskerk is deze

Bij de werkzaamheden ter voorbereiding van de herbestrating van

aanbouw teruggebouwd ingetekend.

het voorplein van de oude Calixtuskerk in december 2005 werd

Vemer vergelijkt de hier afgebeelde aanbouw met de thans nog

de fundering van deze voorkapel aangetroffen. Daarmee kwam

in Wessum (Dld.) bestaande prachtige Gotische voorbouw met

definitief vast te staan, dat de hier weergegeven situatie onjuist is,

Opschrift: middenonder: d’Kerk tot Groenlo van vooren. rechtsonder: a’Maximiliano de Raat ad vivum depictum 1720

zandstenen bogen. Waarschijnlijk had Vemer gelijk toen hij geheel onbedoeld onder deze prent schreef: “M. de Raat tekende plm. 1720 de Grolse kerk met de merkwaardige voorkapel, identiek

Lit.: W.P. Vemer, Kroniek van Groenlo (Arnhem 1969).


Atlas Groenlo 269

De kerk te Groenloo anno 1720 Gewassen Pentekening in O.I. inkt, 17,2 x 18,6 cm

De Calixtuskerk te Groenlo was voor verschillende kunstenaars

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf (naar een tekening van Maximiliaan

een dankbaar object. Ook de amateur-tekenaar De Raadt tekende

de Raadt).

in 1720 de kerk. Het verschil tussen deze tekening en die van pag.

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van BrouĂŤrius van

271 maakt duidelijk, dat De Raadt de afmetingen van de kerk en

Nidek.

het perspectief zeer amateuristisch heeft weergegeven.

Van deze tekening kon nog niet worden achterhaald waar het origineel zich bevindt.


Atlas Groenlo 270

Kerk te Grol Gravure, 6,7 x 4,6 cm Kunstenaar: anoniem. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage. Inventarisnummer TOP 09335.


Atlas Groenlo 271

Kerk te Groenlo, 1743 Grijs gewassen pentekening met bister (roestbruine tekeninkt),

Detail van onderstaande afbeelding.

15,2 x 27,4 cm

De aanbouw aan de Calixtuskerk is hier duidelijk terug gebouwd.

Met pen en penseel gemaakte tekening in bruin en grijs. Kunstenaar: J. de Beijer. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage. Inventarisnummer P 657. R 161. Onderschrift: “Kerk te Groenloo. den: 14. August. 1743”


Atlas Groenlo 272

De Waterstaatkerk op de kadastrale kaart van 1882 Deel van de kadastrale kaart van de stad Groenlo van 1882.

een bescheiden gasthuis gebouwd. Het St. Vincentiusgasthuis werd

Lit.: Th.A.M. Thielen, Geschiedenis van de enclave

Archief Waterschap Rijn en IJssel, Terborg, Kadastrale kaarten

eerst in 1895 gesticht.

ten behoeve van de oprichting van het Waterschap van de Berkel,

Evenals op de kadastrale kaart van 1840 is op dit deel van de

Afdeling Boven-Slinge 1882.

kadastrale kaart van 1882 de Waterstaatskerk weergegeven.

publikaties van de Oudheidkundige Vereniging Groenlo

In 1836 werd begonnen met de bouw van deze zogenaamde

(Groenlo 1978).

Op de kadastrale kaart van omstreeks 1840 (pag.204) was het

Waterstaatskerk, die in de plaats kwam van de oude kerkschuur

Bagijnenbolwerk (aan de Ziekenhuisstraat) nog onbebouwd. In

uit 1785. In 1838 was men met de bouw ervan gereed. De

1874 werd daar door het gemeentebestuur een als bouwland in

Waterstaatskerk was op het einde van de 19e eeuw in vervallen

gebruik zijnde stuk walgrond aan de provisoren van het gasthuis

toestand geraakt en bovendien te klein geworden. De huidige

overgedragen. Zoals op deze kaart is te zien werd op die grond

katholieke Calixtuskerk werd in 1908 in gebruik genomen.

Groeno-Lichtenvoorde (Zutphen 1966).

W.P. Vemer, Herinneringen aan het oude Grol. In: losbladige


Atlas Groenlo 273

De Waterstaatkerk gezien vanuit het noord-oosten Glas in lood, gebrandschilderd, 26 x 52 cm Kunstenaar: anoniem. Stadsmuseum Groenlo, in bruikleen van R.K. Pastorie H. Calixtus.


Atlas Groenlo 274

Voorgevel stadhuis Tekening in O.I. inkt, 15,2 x 19,3 cm

Onder de prent:

t’raathuijs te groenloo.

Deze primitieve prent geeft een aardige indruk van het Stadhuis

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf (naar een tekening van Maximiliaan

ad vivum depictum 1720

anno 1720. Zoals ook op de pagina’s 252 t/m 255 is weergegeven

de Raadt).

Maximiliano de Raat

lag de toegangsdeur tot het Stadhuis ook toen op de eerste

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,

verdieping, maar dan wel geheel links en niet in het midden zoals

Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage.

De voorgevel van het Stadhuis werd door Maximiliaan de Raadt

nu het geval is. De leeuw, die aan de voet van de trap stond is

Inventarisnummer T 154.

getekend en ten behoeve van de atlas van Brouërius van Nidek

bewaard gebleven en maakt thans deel uit van de collectie van het

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van Nidek.

door Stellingwerf nagetekend.

Stadsmuseum Groenlo.


Atlas Groenlo 275

Leeuw met het wapen van Gelre De mogelijkheid bestaat dat de hier afgebeelde leeuw een van de twee leeuwen betreft die tijdens de bouw van de 16e eeuwse vesting in de

- Betaelt voer thien voet gesneden lysten van Avennes steen, mit een

Deze twee leeuwen waren te Utrecht vervaardigd en per schip naar

IIII£ IIIIs (4 gulden en 4 stuivers).

Zutphen gebracht om vervolgens per kar naar Groenlo te worden

nieuwe gemetselde poort, links en rechts naast het wapen van Karel

- Item betaelt voer d’Wapen van R[] Keyserlice Majesteit, mit zyn

getransporteerd. De leeuwen waren “gehouwen” uit zandsteen

V, werden geplaatst. In de bouwrekening van het jaar 1550 treffen we

pileeren van plus oultre. Dairby neffens twee leeuwen, d’eene dair

afkomstig uit de Noord-Franse Ardennen (Avennes). De ene leeuw

daarvan de volgende omschrijvingen:

af dragende d’wapen van t’Hertochdom van Gelre ende de andere

droeg voor zich het wapen van het Hertogdom Gelre en de andere

leeuw voir hem houdende d’wapen van t’Graefscip van Zuytphen,

leeuw het wapen van het Graafschap Zutphen.

cruynstuck t’samen voer:

al gehouwen van Avennes steen. Ende is geset inde nieuwe gemetste poerte. Dair voer gheloeft is t’samen voir steen ende houwen:

XXX£ (30 gulden).

Lit.: RAG, Archief Rekenkamer, Bouwrekening 1550,

Inventarisnummer 7077, blad 9v.


Atlas Groenlo 276

Kopergravure, 8,0 x 4,8 cm Kunstenaar: anoniem. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage. Inventarisnummer T 258. H 35. Het Stadhuis is in de oorspronkelijke kopergravure in spiegelbeeld afgedrukt. De daarvan nogmaals gespiegelde weergave komt beter met de werkelijkheid overeen. In welk jaar deze gravure werd vervaardigd is niet bekend.


Atlas Groenlo 277

Stadhuys te Grol


Atlas Groenlo 278

Marhulsen MARHULSEN ANNO 1538 Manuscriptkaart. Detail van de afbeelding op pagina 11 en 15. Het noorden links. Marhulsen wordt in de legenda bij de kaart van 1538 (pag. 12) aangeduid als havezate. Als Marhulsen wellicht later de status van kasteel heeft verworven was daar in 1538 nog geen sprake van. Zoals reeds eerder opgemerkt, moet de kaart van 1538 als zeer betrouwbaar worden aangemerkt. De hier afgebeelde havezate (kasteel) Marhulsen geeft dan ook de situatie anno 1538 weer.

MARHULSEN VOLGENS HENK HULSHOF Dat de fantasie vrij recent ons nog parten speelde toont deze door streekgenoot Henk Hulshof in opdracht van F. Weyn Banningh vervaardigde pentekening. Hulshof tekende naar voorbeelden die hem door Weyn Banningh waren aangeleverd. Weyn Banning nam deze tekening op in zijn artikel ‘De Havezathe “Marhulsen” in de nabijheid van Groenlo’ dat hij in 1947 publiceerde. De prent is een mengsel van de fantasievoorstellingen van Marhulsen en Marveld. Lit. F.J.H. Weyn Banningh, De Havezathe “Marhulsen” in de

nabijheid van Groenlo, Archief de Graafschap 1947,

deel III nr. 2.


Atlas Groenlo 279

Marhulsen MARHULSEN VAN DE HAND VAN STELLINGWERF Gewassen Pentekening in O.I. inkt.

maakt duidelijk, dat Stellingwerf er niet goed van op de hoogte was

“’t Slot Marhulzen 2 uren van Groll” *). Deze tekening van

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf.

waar het huis op de hem aangeleverde tekening zich bevond. Dat

Storm Buysing werd door Vemer in zijn “Kroniek van Groenlo”

Bibliotheek Rotterdam, Collectie Craandijk-Scheffer,

Rekken te voet 2 uur gaans van Grol lag is alleszins aannemelijk.

afgedrukt.

prentnummer 270.

Door wie de tekening werd aangeleverd is niet bekend. Dat kan

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van Nidek.

Maximiliaan de Raadt geweest zijn. De betrouwbaarheid van de prent is twijfelachtig.

*)

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie,

In de atlas van Brouërius van Nidek wordt Rekken vermeld als

Storm Buysing nam de tekening, die Jacob Stellingwerf van

Iconografisch Bureau, ’s-Gravenhage.

plaats waar de havezate Marhulsen zich zou hebben bevonden. Dat

Marhulsen had vervaardigd, over in zijn schetsboek met de titel

Storm Buysing, Schetsboek I, 101A afb. 1.


Atlas Groenlo 280

Marveld MARVELD ANNO 1538

MARVELD OMGEVEN DOOR EEN GRACHT

MARVELD VOLGENS HOGENBERG

Manuscriptkaart. Detail van de afbeelding op pagina 11 en 22.

Manuscriptkaart. Detail van de afbeelding op pagina 47.

Kopergravure. Detail van de afbeelding op pagina 65.

Het noorden links.

Het noorden rechts boven.

Het noorden rechts boven.

Ook deze op de kaart van 1538 aanwezige afbeelding moet als

De meanderende Slinge heeft tussen 1538 en 1597 wellicht zijn

Bij de afbeelding op pagina 43 kwam reeds ter sprake dat Hogenberg

zeer betrouwbaar worden aangemerkt. De hier afgebeelde havezate

stroombed ter hoogte van Marveld naar het oosten verlegd. Het

daar, bij de weergave van de stad, zijn fantasie de vrije loop heeft

Marveld geeft dan ook de situatie anno 1538 weer. In 1538 lag de

blijft ook mogelijk, dat in die tijd een verlegging is gegraven. Uit

gelaten. Ook in zijn historieprent van de belegering en verovering van

havezate Marveld op het grondgebied van Marhulsen aan de oostzijde

het hier afgebeelde detail van de manuscriptkaart van pagina 47

Grol door Spinola in 1606 (pag. 67) is de afbeelding van de stad niet in

van de Slinge (zie pag. 22).

blijkt dat Marveld in 1597 ten westen van de Slinge lag en door

overeenstemming met de werkelijkheid. Het is ook niet waarschijnlijk

een gracht was omgeven. Die gracht werd door middel van een

dat Hogenberg Grol zou hebben bezocht om de situatie uit eigen

verbindingskanaal (wellicht de oude bedding van de Slinge) van

waarneming in zijn prent te kunnen opnemen. Blijft dan de vraag of

water voorzien. Het afgebeelde verloop van de Slinge, met de scherpe

wij de hier uit deze historieprent overgenomen afbeelding van Marveld

hoek bij de aansluiting van dit verbindingskanaal, pleit ervoor dat

als betrouwbaar mogen aannemen. Vrijwel zeker niet!

deze constructie door graafwerkzaamheden tot stand is gebracht. Tussen 1538 en 1597 deden zich met betrekking tot het grondgebeid

Na het verschijnen van de historieprent van Hogenberg betreffende de

van Marhulsen ontwikkelingen voor, die wellicht ook voor Marveld

verovering van Grol door Spinola hebben andere tekenaars en graveurs

konsekwenties hebben gehad. Toen in de jaren ’70 van de 16e eeuw

de door Hogenberg getekende havezate Marveld als voorbeeld gebruikt

Gelre in Staatse handen kwam koos Frederik van Marhulsen de zijde

bij het vervaardigen van hun gravures. Ze schroomden daarbij niet in

van de calvinistische stadhouder Jan van Nassau. Grol viel echter

de afbeelding van Marveld kleine variaties aan te brengen. (Zie de

in de herfst van 1580 weer in Spaanse handen. Het grondgebied

afbeeldingen op pagina 48 en 51).

van Marhulsen werd daarna voor de Spaanjaarden beheerd door de rentmeester Johan van Weesenhagen. De eigendommen van Frederik van Marhulsen werden in 1583 wegens diens “rebellie” door de Spanjaarden geconfisceerd. Grol en dus ook het grondgebeid van Marhulsen vielen in 1597 echter weer in Staatse handen. Welke gevolgen deze gebeurtenissen voor de havezate Marveld hebben gehad is (nog) niet bekend. Lit.: Rijksarchief Limburg te Maastricht, Gelderse Rekenkamer

te Roermond, Losse stukken tot de geschiedenis der Spaanse

onlusten, na den jare 1581, Inventarisnummers 358 en 361.


Atlas Groenlo 281

Marveld MARVELD VOLGENS BLAEU.

MARVELD VAN DE HAND VAN STELLINGWERF.

Kopergravure. Detail van de afbeelding op pagina 49.

Gewassen Pentekening in O.I. inkt.

Het noorden rechts boven.

Kunstenaar: Jacob Stellingwerf. Bibliotheek Rotterdam, Collectie Craandijk-Scheffer,

De kaart van Blaeu betreffende de verovering van Grol door Maurits

prentnummer 284.

in 1597, waaraan het hier afgebeelde Marveld werd ontleend,

Deze tekening maakte deel uit van de Atlas van Brouërius van Nidek.

verscheen in 1649 in de bekende stedenatlas van Blaeu, ruim 50 jaar na die verovering. De hiervoor genoemde historieprent van Hogenberg

In de atlas van Brouërius van Nidek wordt Lichtenvoorde vermeld

betrefffende diezelfde belegering en verovering van Grol was toen

als plaats waar de havezate Marveld zich zou hebben bevonden. De

reeds lang verschenen. Vrijwel zeker heeft de weergave van Marveld in

prent is duidelijk een navolging van de weergave van Marveld in de

de prent van Hogenberg in het atelier van Blaeu als voorbeeld gediend

Stedenatlas van Blaeu, zoals op pagina 49 weergegeven. Ook het in de

bij het vervaardigen van de eerder genoemde kaart ten behoeve van

titel toegevoegde jaartal duidt daarop.

de stedenatlas. Zoals gebruikelijk is enige verfraaiing van het gebouw niet uitgebleven.

In hetzelfde schetsboek, waar Storm Buysing Marhulsen tekende, treffen we eveneens een reproduktie van de door Stellingwerf vervaardigde tekening van Marveld met de titel: “’t Slot Marrevelt aan de Slink bij Grol A˚ 1597”.*) *)

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Iconografisch

Bureau, ’s-Gravenhage. Storm Buysing, Schetsboek I, 101B afb. 4.


Atlas Groenlo 282

Eeuwenlang bevond zich aan de Borculoseweg een watermolen. V贸贸r de 17e eeuw stroomde het water van de Slinge via de stadsgracht in een waterpartij (Het Pand genaamd) ten westen van de stad. Ook de omleiding van de Slinge, die door de Spanjaarden tijdens het 12-jarig bestand aan het begin van de 17e eeuw werd gerealiseerd, mondde uit in Het Pand. Bij de uitvoer van het water uit Het Pand naar de Slinge bevond zich de watermolen. Door opstuwing was het verval daar ca. 2.5 m. Zoals gebruikelijk kon het water buiten de molen om worden geleid, maar ook worden gebruikt om het rad van de molen in beweging te zetten. In 1890 zijn de gebouwen van de eeuwenoude watermolen tijdens een zware novemberstorm ingestort. De molen werd niet herbouwd. Lit.: W.P. Vemer, Kroniek van Groenlo (Arnhem 1969).


Atlas Groenlo 283

De watermolen anno 1880


Atlas Groenlo 284

De volgende personen hebben een bijdrage geleverd aan het tot stand komen van deze atlas: H. van Baak

Groenlo

R. v.d. Brand

Venray

N. Beurskens

Groenlo

J. Cannegieter

Groenlo

N. Corts

Groenlo

H. Deijs

Rhenen

Th. Escher

Groenlo

E. Fornaro

Lugano

H. van Galen

Groenlo

M. Grevers

Eibergen

J. Grijsbach

Groenlo

P. Gunnewijk

Groenlo

H. Harbers

Groenlo

L. Harbers

Enschede

M. Harbers

Rotterdam

R. Hopmans

Groenlo

J. Hubers

Groenlo

R. Kaak

Groenlo

J. Koopmanschap

Groenlo

E. v.d. Kuijl

Ruurlo

W. Lansink

Groenlo

E. Mentink

Groenlo

D. Nieman

Gent

H. Nieman

Groenlo

H. Nijman

Winterswijk

G. Nijs

Lichtenvoorde

Th. Nikkessen

Groenlo

J. Ottink

Eibergen

J. Reukers

Groenlo

H. Ruessink

Bredevoort

G. Sanders

Apeldoorn

G. Stevelink

Groenlo

Ch. te Strake

Zutphen

I. Visconti

Genua

D. de Vries

Oostburg

M. Wagtho

Apeldoorn

J. Wolters

Houten

R. van Zutphen

Westervoort


Atlas Groenlo 285

Sponsoren

In memoriam

Theo Wellink

J.A.G. Reukers, W.G.M. Reukers

IKG IndustriĂŤle Kring Groenlo


Atlas Groenlo 286

Ontleend aan Joan Blaeu’s Atlas Major, IV, 1662. Onderdeel van de kaart Zutphania Comitatus, sive Ducatus Gelriae Tetrarchiae Zutphaniensis.

De Vestingstad Grol in de kaart gekeken  

De Vestingstad Grol in de kaart gekekenTopografisch historische atlas van GroenloDoor J.E. van der Pluijm – Groenlo

De Vestingstad Grol in de kaart gekeken  

De Vestingstad Grol in de kaart gekekenTopografisch historische atlas van GroenloDoor J.E. van der Pluijm – Groenlo

Advertisement