Issuu on Google+

34567 1 JANUARI 2011

HEEFT

DE VAN

HOF

EDEN ECHT BESTAAN?


34567

6

Oplage van elke uitgave: 42.162.000 IN 185 TALEN

JANUARY 1, 2011

HET DOEL VAN DIT TIJDSCHRIFT, De Wachttoren, is Jehovah God, de Soevereine Heerser van het universum, te eren. Net zoals een wachttoren in de oudheid iemand in staat stelde iets al van verre te zien aankomen, zo laat dit tijdschrift ¨ de betekenis van het wereldgebeuren zien in het licht van de Bijbelse profetieen. Het troost mensen met het goede nieuws dat Gods koninkrijk, een echte regering in de hemel, binnenkort een eind zal maken aan alle slechtheid en de aarde in een paradijs zal veranderen. Het spoort aan tot geloof in Jezus Christus, die gestorven is opdat wij eeuwig leven kunnen krijgen en die nu in de hemel regeert als Koning van Gods koninkrijk. Dit tijdschrift wordt al sinds 1879 door Jehovah’s Getuigen uitgegeven en heeft geen politieke inslag. Het houdt zich aan de Bijbel als autoriteit. Dit tijdschrift is niet voor de verkoop bestemd maar wordt verschaft als onderdeel van een wereldwijd Bijbels onderwijzingswerk dat gesteund wordt door vrijwillige bijdragen. Tenzij anders vermeld, is de gebruikte Bijbelvertaling de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen (uitgave 2004). De afkorting v.G.T. betekent „voor de gewone tijdrekening”. G.T. staat voor „van de gewone tijdrekening”. Waar de uitgever artikelen primair voor Jehovah’s Getuigen zelf bedoelt, zijn ze in een wat informelere stijl geschreven.

COVERSERIE 3 Eden — De wieg van de mensheid? 4 Is er echt een Hof van Eden geweest? 9 Waarom Eden voor u van belang is

VASTE RUBRIEKEN 12

Veelgestelde vragen

16

Wat zegt Gods Woord? — Waarom God raadplegen?

18

Nader dicht tot God — ’Hij vermurwde het aangezicht van Jehovah’

19

Wist u dit?

& 24 Volg hun geloof na — Hij volhardde ondanks teleurstellingen

30

Voor jongeren — Heb waardering voor heilige dingen!

OOK IN DEZE UITGAVE 13

Wist God dat Adam en Eva zouden zondigen?

& 20 Geeft God echt om u? ¨ 29 Een Oost-Aziaat in het oude Italie


EDEN

DE WIEG VAN DE MENSHEID?

S

TEL u voor dat u in een tuin bent. U wordt door niets afgeleid; u hoort geen lawaai van een drukke stad. Het is een grote tuin en de rust wordt door niets verstoord. Daar komt nog bij dat u geen zorgen aan uw hoofd hebt en niet geplaagd wordt door ¨ kwaaltjes, allergieen of pijn. U kunt onbelemmerd van uw omgeving genieten. Uw ogen doen zich te goed aan de bonte kleurenpracht van de bloemen, het glinsteren van een beekje en de verschillende groenschakeringen van de bomen en het gras in de zon en de schaduw. U voelt een zacht briesje en ruikt de zoete geuren die het meevoert. U hoort het ruisen van bladeren, het opspatten van water dat over rotsen heen tuimelt, het geroep en gezang van vogels, het zoemen van insecten. Zou u daar niet graag zijn? Mensen overal op aarde geloven dat zo’n tuin de wieg van de mensheid is geweest. Eeuwenlang hebben aanhangers van het jodendom, het christendom en de islam geleerd dat God Adam en Eva in de Hof van Eden plaatste. Volgens de Bijbel hadden ze er een vredig en gelukkig bestaan. Ze leefden in vrede met elkaar, met de dieren en met God, die hun liefdevol de hoop gaf om voor eeuwig in die schitterende omgeving te leven (Genesis 2:15-24). ¨ Ook hindoes hebben hun ideeen over een paradijs in het verleden. Boeddhisten geloven dat grote geestelijke leiders, of boeddha’s, opstaan in gouden tijdperken waarin de wereld een paradijs is. In heel wat Afrikaanse religies bestaan verhalen die opvallend veel lijken op het verhaal van Adam en Eva. Het idee van een aards paradijs is dus in veel religies en tradities terug te vinden. De historicus Jean Delumeau schreef: „Veel beschavingen geloofden in een oorspronkelijk paradijs, dat werd gekenmerkt door volmaaktheid, vrijheid, vrede, geluk, overvloed en de afwezigheid van dwang, spanningen en conflicten. (...) Door dat geloof ontstond in het collectieve bewustzijn een sterke DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

3


nostalgie naar het verloren maar niet vergeten paradijs, en een hevig verlangen om het te herwinnen.” Zouden al die verhalen en tradities een gemeenschappelijke basis kunnen hebben? Kan het zijn dat het „collectieve bewustzijn” van ¨ de mensheid beınvloed is door de herinnering aan iets wat echt heeft bestaan? Is er in het verre verleden echt een Hof van Eden geweest, met een Adam en een Eva? Sceptici lachen om het idee. In dit wetenschappelijke tijdperk doen velen zulke verslagen af als mythen en legenden. Vreemd genoeg zijn niet alle sceptici ongodsdienstig. Veel religieuze leiders ondermijnen het geloof in de Hof van

Eden. Ze beweren dat die er nooit is geweest. Ze zeggen dat het verslag een metafoor is, een fabeltje, een gelijkenis. Natuurlijk staan er gelijkenissen in de Bijbel. De beroemdste daarvan zijn door Jezus zelf verteld. Maar de Bijbel presenteert het verslag over Eden niet als een gelijkenis maar als geschiedenis, niet meer en niet minder. Als de beschreven gebeurtenissen nooit hebben plaatsgevonden, hoe betrouwbaar is de rest van de Bijbel dan? Laten we daarom eens onderzoeken waarom sommigen sceptisch staan tegenover de Hof van Eden en of hun argumenten gegrond zijn. Daarna zullen we bekijken waarom het verslag voor ons allemaal belangrijk is.

IS ER ECHT EEN HOF VAN EDEN GEWEEST?

K

ENT u het verhaal van Adam en Eva en de Hof van Eden? Het is over de hele wereld bekend. Waarom zou u het niet eens lezen? Het staat in Genesis 1:26 tot 3:24. Hier volgt het verhaal in een notendop: Jehovah God1 vormt uit stof van de aardbodem een man, noemt hem Adam en zet hem in een tuin in een gebied dat Eden heet. God heeft die tuin zelf aangelegd. De tuin is goed van water voorzien en staat vol mooie fruitbomen. In het midden ervan staat „de boom der kennis van goed en kwaad”. God verbiedt de mens van die boom te eten en zegt erbij dat ongehoorzaamheid de dood tot gevolg zal hebben. Na een 1 Volgens de Bijbel is Jehovah de naam van God.

34567

6

Wilt u meer informatie of een gratis Bijbelstudie? Schrijf dan naar het plaatselijke kantoor van Jehovah’s Getuigen. Een complete lijst met adressen vindt u op www.watchtower.org/ address.

4

tijdje maakt Jehovah een partner voor Adam, de vrouw Eva, die hij uit een van Adams ribben vormt. God geeft hun de taak voor de tuin te zorgen en zegt dat ze zich moeten vermenigvuldigen en de aarde moeten vullen. Als Eva alleen is, praat een slang tegen haar. Hij probeert haar over te halen om van de verboden vrucht te eten door te beweren dat God tegen haar gelogen heeft en haar iets goeds onthoudt, iets waardoor ze als God zal worden. Ze zwicht en eet van de verboden vrucht. Later volgt Adam haar voorbeeld en wordt ook hij ongehoorzaam aan God. Daarop spreekt Jehovah een oordeel uit over Adam, Eva en de slang. Nadat de mensen uit de paradijstuin zijn gezet, blokkeren engelen de ingang.

Amerika, Verenigde Staten van: 25 Columbia Heights, Brooklyn, ¨ NY 11201-2483. Australie: PO Box 280, Ingleburn, NSW 1890. Bel¨ gie: rue d’Argile-Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem. Canada: PO Box 4100, Georgetown, ON L7G 4Y4. Curacao, Nederlandse ¸ Antillen: PO Box 4708, Willemstad. Duitsland: D-65617 Selters. ¨ Frankrijk: BP 625, F-27406 Louviers Cedex. Groot-Brittannie: The ¨ Ridgeway, Londen NW7 1RN. Indonesie: PO Box 2105, Jakarta ¨ 10001. Italie: Via della Bufalotta 1281, I-00138 Rome RM. Nederland: Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen. Nieuw-Zeeland: PO Box 75142, Manurewa, Manukau 2243. Portugal: Apartado 91, ´ P-2766-955 Estoril. Spanje: Apartado 132, 28850 Torrejon de Ardoz (Madrid). Suriname: PO Box 2914, Paramaribo. Zuid-Afrika: Private Bag X2067, Krugersdorp, 1740.

The Watchtower (ISSN 0043-1087) is published semimonthly by Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.; M. H. Larson, President; G. F. Simonis, Secretary-Treasurer; 25 Columbia Heights, Brooklyn, NY 11201-2483, U.S.A., and in England by Watch Tower Bible and Tract Society of Britain, The Ridgeway, London NW7 1RN (Registered in England as a Charity). Uitgegeven door Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen, Nederland. Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen (Verantwoordelijke uitgever: Marcel Gillet), Potaardestraat 60, ¨ B-1950 Kraainem, Belgie, PP-PB BRUXELLES X - BRUSSEL X No.10/667. 5 2011 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Alle rechten voorbehouden. Printed in Britain. Vol. 132, No. 1 Semimonthly DUTCH


Er is een tijd geweest dat de meeste wetenschappers, historici en andere intellectuelen zeiden dat wat in het Bijbelboek Genesis staat, echt gebeurd is. Tegenwoordig is het gebruikelijker er sceptisch tegenover te staan. Maar waarom wordt er getwijfeld aan het Genesisverslag over Adam, Eva en de Hof van Eden? Laten we eens vier veelgehoorde bezwaren onder de loep nemen.

1. Was de Hof van Eden een bestaande plek op aarde? Waarom wordt daaraan getwijfeld? Filosofie kan een rol hebben gespeeld. Eeuwenlang hebben theologen gespeculeerd dat Gods tuin nog ¨ ergens bestond. Maar de kerk werd beınvloed door Griekse filosofen zoals Plato en Aristoteles, die ervan uitgingen dat niets op aarde volmaakt kon zijn. Alleen in de hemel kon volmaaktheid bestaan. Daarom, zo redeneerden theologen, moest het oorspronkelijke paradijs dichter bij de hemel liggen.1 Sommige zeiden dat de tuin op een extreem hoge berg lag die net boven de grenzen van deze ontaarde planeet uitstak. Andere zeiden dat de tuin op de Noord- of de Zuidpool lag, en weer andere hielden het erop dat hij op of dicht bij de maan lag. Geen wonder dat er om het hele idee van Eden al gauw een sfeer van fantasie hing. Heel wat hedendaagse geleerden doen discussies over de locatie van Eden af als nonsens en beweren dat er nooit zo’n plaats heeft bestaan. De Bijbel geeft echter een heel ander beeld van de tuin. Genesis 2:8-14 vermeldt een aantal 1 Die gedachte is onbijbels. De Bijbel leert dat al Gods werken volmaakt zijn en dat ontaarding en verderf uit een andere bron komen (Deuteronomium 32:4, 5). Toen Jehovah klaar was met het scheppen van de aarde zei hij dat alles wat hij gemaakt had „zeer goed” was (Genesis 1:31).

VERSCHIJNT NU IN 185 TALEN: Afrikaans, Albanees, Amharisch, Arabisch, Armeens, Armeens (westelijk), Ay´ mara, Azerbeidzjaans, Azerbeidzjaans (cyrillisch), Baule, Bemba, Bengali, Bicol, Birmaans (Myanmar), Bislama, Bulgaars, Cebuano, Chichewa, Chinees (traditioneel)7 (audio alleen in Mandarijn), Chinees (vereenvoudigd), Chiton¨ ga, Chuukees, Congo, Creools (Haıti), Creools (Mauritius), Creools (Seychellen), Deens7, Duits67, Efik, Engels67, Estisch, Ewe, Fiji, Fins7, Frans687, Ga, Georgisch, Grieks, ´ Groenlands, Guaranı, Gujarati, Gun, Hausa, Hebreeuws, Hiligaynon, Hindi, Hirimotu, Hongaars67, Ibo, IJslands, Iloko, Indonesisch, Isoko, Italiaans67, Japans67, Joruba, Kanarees, Kaonde, Kazachs, Khmer (Cambodjaans), Kikongo,

bijzonderheden: De tuin lag in het oostelijke deel van het gebied dat Eden heette en werd van water voorzien door een rivier die zich in vier rivieren opsplitste. Alle vier worden ze met name genoemd, en de loop van elke rivier wordt kort beschreven. Geleerden hebben zich lang het hoofd gebroken over die details. Velen hebben dit Bijbelgedeelte uitgeplozen in de hoop aanwijzingen te vinden voor de huidige ligging van die historische plek. Maar ze zijn tot allerlei tegenstrijdige conclusies gekomen. Betekent dit dat de concrete beschrijving van Eden, zijn tuin en zijn rivieren, foutief of verzonnen is? Denk hier eens over na: De gebeurtenissen in het verslag over de Hof van Eden vonden zo’n zesduizend jaar geleden plaats. Ze werden op schrift gesteld, kennelijk door Mozes, die gebruikgemaakt kan hebben van mondelinge verslagen of misschien zelfs van eerdere documenten. Mozes deed dit echter zo’n 2500 jaar nadat de gebeurtenissen zich hadden voorgedaan. Eden was toen al oude geschiedenis. Kan het zijn ¨ dat orientatiepunten zoals rivieren in de loop van tientallen eeuwen veranderen? De aardkorst is dynamisch, altijd in beweging. Het gebied waar Eden waarschijnlijk heeft gelegen, bevindt zich in een aardbevingsgordel: in deze tijd heeft zo’n 17 procent van de grootste aardbevingen daar plaatsgevonden. In zulke gebieden zijn veranderingen eerder regel dan uitzondering. Bovendien kan de zondvloed de topografie veranderd hebben op manieren die we nu gewoon niet meer kunnen achterhalen.1 1 Kennelijk heeft de zondvloed, een daad van God, alle ¨ sporen van de Hof van Eden uitgewist. Uit Ezechiel 31:18 kunnen we opmaken dat „de bomen van Eden” in de zevende eeuw voor onze jaartelling allang niet meer bestonden. Dus iedereen die later naar een nog bestaande Hof van Eden zocht, zat op een verkeerd spoor.

Kikuyu, Kiluba, Kimbundu, Kinyarwanda, Kirgizisch, Kiribatisch, Kirundi, Koreaans67, Kroatisch, Kwangali, Kwanyama, Lets, Lingala, Litouws, Lozi, Luganda, Lunda, Luo, Luvale, Macedonisch, Malagasi, Malayalam, Maltees, Ma´ rathi, Marshallees, Maya, Mizo, Moore, Ndebele, Ndonga, Nederlands67, Nepali, Niueaans, Noors67, Nsema, Nyane¨ ka, Oekraıens7, Oezbeeks, Oromo, Ossetisch, Otetela, Palauaans, Pangasinan, Papiaments (Curacao), Pedi, Per¸ zisch (Farsi), Ponapeaans, Pools67, Portugees687, Punjabi, Quechua (Ancash), Quechua (Ayacucho), Quechua (Bolivia), Quechua (Cuzco), Quichua, Rarotongaans, Roemeens, Russisch67, Samoaans, Sango, Servisch, Servisch (Latijns), Sesotho, Shona, Singalees, Siswati, Sloveens, Slo-

waaks, Solomoneilandenpidgin, Spaans67, Sranantongo, Swahili, Tagalog7, Tahitiaans, Tamil, Tataars, Telugu, Tetum, Thais, Tigrinja, Tiv, Tokpisin, Tongaans, Totonaaks, Tshiluba, Tsjechisch7, Tsonga, Tswana, Tumbuka, Turks, Tuvaluaans, Twi, Tzotzil, Umbundu, Urdu, Uruund, Venda, Vietnamees, Wallisiaans, Waray-Waray, Wolaita, Xhosa, Yapees, Zande, Zapoteeks (Isthmus), Zoeloe, Zweeds7 6 Ook verkrijgbaar op cd. 8 Ook verkrijgbaar als mp3 op cd-rom. 7 Ook te downloaden als audiobestand op www.jw.org.


Er zijn echter een aantal dingen die we wel weten: Het Genesisverslag spreekt over de tuin als een bestaande plek. Twee van de vier rivieren die in het verslag genoemd worden, de Eufraat en de Tigris of Hiddekel, bestaan nog steeds, en een paar van hun bronrivieren liggen heel dicht bij elkaar. Het verslag noemt zelfs de landen waar die rivieren doorheen stroomden en vermeldt specifiek om welke natuurlijke hulpbronnen dat gebied bekendstond. Voor de bevolking ¨ van het oude Israel, voor wie dit verslag oorspronkelijk bedoeld was, waren die details interessant. Gaat het bij fabels en sprookjes ook zo? Of ¨ worden bijzonderheden die makkelijk te verifieren of te weerleggen zijn daarin meestal weggelaten? Veel sprookjes beginnen met: „Er was eens, in een heel ver land . . .” Geschiedkundige verslagen bevatten gewoonlijk juist wel belangrijke details, zoals ook met het verslag over Eden het geval is.

2. Is het geloofwaardig dat God Adam uit stof heeft gemaakt en Eva uit een van Adams ribben? De moderne wetenschap heeft bevestigd dat het menselijk lichaam uit verschillende elementen is samengesteld, zoals waterstof, zuurstof en 6

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

koolstof, die allemaal voorkomen in de aardkorst. Maar hoe werden die elementen tot een levend wezen samengevoegd? Veel wetenschappers hangen de theorie aan dat het leven spontaan is ontstaan: het begon met heel eenvoudige vormen die geleidelijk, in de loop van miljoenen jaren, steeds gecompliceerder werden. Maar de term ’eenvoudig’ kan misleidend zijn, want alle levende wezens, zelfs microscopisch kleine eencellige organismen, zijn ongelooflijk complex. Er is geen be´ ´ wijs dat ook maar een enkele levensvorm ooit door toeval is ontstaan of zelfs maar zou kunnen ontstaan. Alle levende wezens dragen juist de onmiskenbare tekenen van ontwerp door een intelligentie die veel groter is dan de onze (Romeinen 1:20).1 Kunt u zich voorstellen dat u naar een schitterende symfonie luistert, een prachtig schilderij bewondert of u over een wetenschappelijke prestatie verbaast en dan stug volhoudt dat zoiets vanzelf tot stand is gekomen? Natuurlijk niet! Toch zijn zulke meesterwerken bij lange na niet zo complex, mooi of ingenieus als het ontwerp van het menselijk lichaam. Hoe zouden we ooit kunnen denken dat daar geen Schepper aan te 1 Zie de brochure Vijf belangrijke vragen over het ontstaan van het leven, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.


pas is gekomen? Het Genesisverslag zegt bovendien dat van al het leven op aarde alleen de mens naar Gods beeld is gemaakt (Genesis 1:26). Het is dus niet vreemd dat alleen mensen net als God een scheppingsdrang bezitten en soms schitte¨ rende dingen creeren op het gebied van muziek, kunst en technologie. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat God veel beter is in scheppen dan wij. En waarom zou het ongeloofwaardig zijn dat God de vrouw uit een rib van de man heeft geschapen?1 Hij had andere middelen kunnen gebruiken, maar zijn manier om de vrouw te maken had een prachtige diepere betekenis. Hij wilde dat de man en de vrouw zouden trouwen ´ ´ en een hechte band zouden krijgen, alsof ze „een vlees” waren (Genesis 2:24). Is de manier waarop man en vrouw elkaar aanvullen en een sterke band smeden waarbij ze elkaar wederzijds steunen, niet een krachtig bewijs voor een wijze en liefdevolle Schepper? Bovendien hebben genetici in deze tijd erkend dat alle mensen waarschijnlijk van dezelfde man en vrouw afstammen. Is het verslag in Genesis dan wel zo vergezocht? 1 Het is interessant dat de moderne medische wetenschap heeft ontdekt dat ribben een bijzonder herstellingsvermogen hebben. In tegenstelling tot andere botten kunnen ribben weer aangroeien als het beenvlies intact wordt gelaten.

3. De boom der kennis en de boom des levens hebben iets mythisch. Het Genesisverslag leert niet dat deze bomen bijzondere of bovennatuurlijke krachten bezaten. Het waren gewone bomen waaraan Jehovah een symbolische betekenis gaf. Zoiets doen mensen soms ook. Zo kan een vlag symbool staan voor een bepaald land. En vorsten gebruiken een scepter en een kroon vaak als symbool van hun gezag. Wat wordt er dan door de twee bomen gesym¨ boliseerd? Er zijn veel ingewikkelde theorieen geopperd. Het juiste antwoord is eenvoudig maar rijk aan betekenis. De boom der kennis van goed en kwaad beeldde een recht af dat alleen God heeft: het recht om te bepalen wat goed en kwaad is (Jeremia 10:23). Geen wonder dat het strafbaar was om iets van die boom te stelen! De boom des levens beeldde een geschenk af dat alleen God kan geven: eeuwig leven (Romeinen 6:23). 4. Een slang die praat lijkt meer iets uit een sprookje. Het is waar dat dit aspect van het Genesisverhaal vraagtekens kan oproepen, vooral als we


de rest van de Bijbel buiten beschouwing laten. Maar de Bijbel heeft dit boeiende mysterie geleidelijk onthuld. Wie of wat deed het voorkomen alsof de slang ¨ sprak? De Israelieten uit de oudheid kenden meer factoren die veel licht wierpen op de rol van die slang. Ze wisten bijvoorbeeld dat hoewel dieren niet kunnen praten, een geest wel de schijn kan wekken dat een dier praat. Mozes heeft ook het verslag over Bileam geschreven. Daarin staat dat God een engel stuurde die Bileams ezel liet praten als een mens (Numeri 22:26-31; 2 Petrus 2:15, 16). Kunnen ook andere geesten wonderen verrichten, al zijn ze misschien vijanden van God? Mozes had de priesters van Egypte, die aan magie deden, enkele wonderen van God zien nabootsen. Ze schenen bijvoorbeeld een staf in een slang te kunnen veranderen. Die macht kon alleen van Gods vijanden in de geestenwereld afkomstig zijn (Exodus 7:8-12).

Blijkbaar heeft Mozes ook het Bijbelboek Job geschreven. Uit dat boek kunnen we veel leren over Gods voornaamste vijand, Satan, die met een leugen de integriteit van alle aanbidders van Jehovah in twijfel trok (Job 1:6-11; 2:4, 5). Het ¨ ligt dan ook voor de hand dat de Israelieten uit de oudheid concludeerden dat Satan de slang in Eden manipuleerde, zodat het leek of het dier sprak en Eva ertoe misleidde God ontrouw te worden. Was Satan inderdaad de kracht achter de slang? Jezus noemde hem later „een leugenaar en de vader van de leugen” (Johannes 8:44). „De vader van de leugen” is logischerwijs degene die de eerste leugen vertelde. Die leugen lag opgesloten in wat de slang tegen Eva zei. God had gewaarschuwd dat het eten van de verboden vrucht de dood tot gevolg zou hebben, maar de slang zei: „Gij zult volstrekt niet sterven” (Genesis 3:4). Jezus wist dus dat Satan de slang gemanipuleerd had. De Openbaring die de apostel Johannes van Jezus kreeg geeft de doorslag, want daarin wordt Satan „de oorspronkelijke slang” genoemd (Openbaring 1:1; 12:9). Is het echt vergezocht om te geloven dat een machtige geest een slang kan manipuleren en het kan doen voorkomen alsof het dier praat? Zelfs mensen, die toch veel minder machtig zijn dan geesten, kunnen verbluffende staaltjes van ¨ buikspreken geven en speciale effecten creeren die net echt lijken.

Het overtuigendste bewijs De kritiek op het Genesisverslag mist dus een deugdelijk fundament. Er zijn daarentegen krachtige bewijzen voor de historiciteit van het verslag. Jezus Christus bijvoorbeeld wordt „de getrouwe en waarachtige getuige” genoemd (Openbaring 3:14). Als volmaakt mens loog hij nooit en ook verdraaide hij op geen enkele manier de waarheid. Wat meer is, hij zei dat hij al een lange tijd bestond voordat hij als mens op aarde leefde. Hij bestond zelfs al naast zijn Vader, Jehovah, „voordat de wereld was” (Johannes


17:5). Hij was er dus bij toen het leven op aarde begon. Wat heeft Jezus, als meest betrouwbare van alle getuigen, over deze kwestie te zeggen? Jezus sprak over Adam en Eva als personen die echt hebben bestaan. Hij verwees naar hun huwelijk toen hij Jehovah’s maatstaf van monoga¨ mie uiteenzette (Mattheus 19:3-6). Als ze nooit hadden bestaan en de tuin waarin ze woonden er nooit was geweest, zou Jezus of misleid zijn of

een leugenaar zijn. Dat is geen van beide aannemelijk! Jezus had vanuit de hemel de tragedie gezien die zich in de tuin afspeelde. Een overtuigender bewijs is er niet. Door het Genesisverslag in twijfel te trekken, ondermijnt iemand eigenlijk het geloof in Jezus. Zo’n ongelovige houding maakt het ook onmogelijk enkele van de belangrijkste thema’s en meest vertroostende beloften van de Bijbel te begrijpen. Laten we eens zien waarom.

WAAROM EDEN VOOR U VAN BELANG IS

E

EN van de meest verrassende bezwaren die geleerden tegen het verslag over Eden inbrengen, is dat het niet door de rest van de Bijbel wordt ondersteund. Paul Morris, hoogleraar religiestudies, schrijft bijvoorbeeld: „Er zijn geen latere directe verwijzingen in de Bijbel naar het verhaal van Eden.” Zijn bewering mag dan misschien een instemmend knikje van allerlei ’deskundigen’ opleveren maar staat wel haaks op de feiten. De Bijbel bevat juist heel veel verwijzingen naar de Hof van Eden, Adam, Eva en de slang.1 Toch valt die misvatting van een paar geleerden in het niet bij een veel grotere, verstrekkender fout. Door het Genesisverslag over de Hof van Eden in twijfel te trekken, doen religieuze leiders en Bijbelcritici in feite een aanval op de hele Bijbel. Waarom kunnen we dat zeggen? Om de rest van de Bijbel te begrijpen, moeten we begrijpen wat er in Eden gebeurd is. Gods Woord is geschreven om ons te helpen antwoord te krijgen op de meest diepgaande en belangrijke vragen die mensen bezighouden. Het Bijbelse antwoord op die vragen houdt steeds 1 Zie bijvoorbeeld Genesis 13:10; Deuteronomium 32:8; ¨ ¨ 2 Samuel 7:14; 1 Kronieken 1:1; Jesaja 51:3; Ezechiel ¨ 28:13; 31:8, 9; Lukas 3:38; Romeinen 5:12-14; 1 Korinthiers ¨ ¨ 15:22, 45; 2 Korinthiers 11:3; 1 Timotheus 2:13, 14; Judas 14 en Openbaring 12:9.

weer verband met gebeurtenissen die in de Hof van Eden hebben plaatsgevonden. Laten we eens een paar voorbeelden bekijken. ˘ Waarom worden we oud en sterven we? Adam

en Eva hadden eeuwig mogen leven als ze onderworpen waren gebleven aan Jehovah. Ze zouden alleen sterven als ze in opstand kwamen. Op de dag dat ze ongehoorzaam werden, begonnen ze te sterven (Genesis 2:16, 17; 3:19). Ze waren niet langer volmaakt en konden alleen zonde en onvolmaaktheid aan hun nageslacht ´ ´ doorgeven. De Bijbel zegt dan ook dat „door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, en [dat] aldus de dood zich tot alle mensen heeft uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden” (Romeinen 5:12). ˘ Waarom

laat God het kwaad toe? In de Hof van Eden noemde Satan God een leugenaar die de mensen die hij had geschapen, iets goeds onthield (Genesis 3:3-5). Daarmee trok hij de juistheid van Gods manier van regeren in twijfel. Adam en Eva kozen Satans kant. Ook zij verwierpen Jehovah’s soevereiniteit en beweerden eigenlijk dat de mens zelf wel kan bepalen wat goed en kwaad is. In zijn volmaakte gerechtig´ ´ heid en wijsheid wist Jehovah dat er maar een manier was om die kwestie te beslechten: hij moest er tijd overheen laten gaan, waardoor de DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

9


Zie voor een beknopt overzicht van het centrale thema van de Bijbel de brochure Wat is de boodschap van de Bijbel?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

HET ZAAD VAN DE VROUW In eerste instantie Jezus Christus, die uit het hemelse deel van Jehovah’s organisatie is voortgekomen. Tot het „zaad” behoren ook Christus’ geestelijke broeders, die met hem in de hemel regeren. Die gezalfde christenen vormen een ¨ geestelijke natie, het „Israel Gods” (Galaten 3:16, 29; 6:16; Genesis 22:18).

HET ZAAD VAN DE SLANG Degenen die ervoor kiezen de wil van Satan te doen (Johannes 8:44).

DE HIELWOND Een pijnlijke slag die de Messias werd toegebracht maar geen blijvende gevolgen had. Satan slaagde erin Jezus op aarde ter dood te laten brengen, maar Jezus werd weer tot leven gewekt.

DE HOOFDWOND Een dodelijke slag die Satan zal worden toegebracht. Jezus zal Satan voor altijd vernietigen. Maar al eerder zal hij het kwaad dat Satan sinds Eden heeft aangericht, ongedaan maken (1 Johannes 3:8; Openbaring 20:10).

DE VROUW Jehovah’s organisatie van hemelse schepselen (Galaten 4:26, 27). Jesaja sprak over „de vrouw” en voorzei dat ze een geestelijke natie zou baren (Jesaja 54:1; 66:8).

Dit is de eerste profetie in de Bijbel, die God in Eden uitsprak. Wie worden bedoeld met de vier hoofdpersonen: de vrouw, haar nageslacht, de slang, en zijn nageslacht? In welk opzicht bestaat er „vijandschap” tussen hen?

„Ik zal vijandschap stellen tussen u [de slang] en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15).

DE SLANG Satan de Duivel (Openbaring 12:9).

DIE ALS EEN RODE DRAAD DOOR DE BIJBEL LOOPT

EEN PROFETIE


mensen de gelegenheid kregen zichzelf naar eigen goeddunken te regeren. De slechtheid die daar het gevolg van was, is voor een deel te wijten aan de voortdurende invloed van Satan en heeft geleidelijk een belangrijke waarheid onthuld: de mens is niet in staat zichzelf zonder God te regeren (Jeremia 10:23). ˘ Wat

is Gods bedoeling met de aarde? De Hof van Eden was Jehovah’s maatstaf van schoonheid voor de aarde. Hij gaf Adam en Eva de opdracht de aarde met hun nageslacht te vullen en ’haar te onderwerpen’, zodat de hele planeet uiteindelijk aan die maatstaf van schoonheid en harmonie zou voldoen (Genesis 1:28). Het is dus Gods bedoeling dat de aarde een paradijs wordt, bewoond door een volmaakte, eensgezinde familie van nakomelingen van Adam en Eva. Een groot deel van de Bijbel gaat over de manier waarop God dat oorspronkelijke voornemen zou vervullen. ˘ Waarom

kwam Jezus Christus naar de aarde? De opstand in de Hof van Eden bracht het doodvonnis over Adam en Eva en heel hun nageslacht, maar in zijn liefde gaf God de mensen hoop. Hij zond zijn Zoon naar de aarde om te voorzien in wat de Bijbel een losprijs noemt ¨ (Mattheus 20:28). Wat houdt dat in? Jezus was „de laatste Adam”; hij slaagde waar Adam had gefaald. Jezus behield zijn volmaaktheid als mens door gehoorzaam te blijven aan Jehovah. Daarna gaf hij zijn leven vrijwillig als een slachtoffer, of losprijs. Daardoor maakte hij het voor alle getrouwe mensen mogelijk vergeving van hun zonden te krijgen en zich uiteindelijk in het soort van leven te verheugen dat Adam en Eva in Eden hadden voordat ze zondigden ¨ (1 Korinthiers 15:22, 45; Johannes 3:16). Daarmee garandeerde Jezus dat Jehovah’s voornemen om van de aarde een paradijs te maken als dat in Eden, vervuld zal worden.1 1 Zie voor meer informatie over Christus’ loskoopoffer hfst. 5 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

Adam en Eva ondervonden de rampzalige gevolgen van zonde

Gods voornemen is niet vaag, en ook is het ¨ geen abstract theologisch concept. Het is reeel. Net als er echt een Hof van Eden op aarde is geweest, met echte dieren en echte mensen, is Gods belofte voor de toekomst een zekerheid die binnenkort een realiteit wordt. Zal dat ook uw toekomst zijn? Zal het ook voor u een realiteit zijn? Dat hangt voor een groot deel van uzelf af. God gunt zo veel mogelijk mensen die toekomst, zelfs mensen die een slecht leven ¨ hebben geleid (1 Timotheus 2:3, 4). Toen Jezus stervende was, sprak hij met een man die helemaal op het verkeerde pad terechtgekomen was. De man was een misdadiger en hij wist dat hij het verdiende ter dood gebracht te worden. Maar hij wendde zich tot Jezus voor troost en hoop. Hoe reageerde Jezus? „Gij zult met mij in het Paradijs zijn” (Lukas 23:43). Als Jezus wil dat die vroegere misdadiger daar zal zijn — uit de doden opgewekt en gezegend met de mogelijkheid om voor eeuwig in een paradijs als dat in Eden te leven — gunt hij u dan niet diezelfde zegen? Natuurlijk! En datzelfde geldt voor zijn Vader. Als u zo’n toekomst wenst, doe dan al het mogelijke om meer te weten te komen over de God die de Hof van Eden gemaakt heeft. DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

11


VEELGESTELDE VRAGEN Waarom zou Satan een slang gebruikt hebben om met Eva te praten? ˇ Misschien bent u het ermee eens dat, zoals op bladzijde 8 is besproken, Satan de kracht was achter de slang die met Eva sprak. Het staat vast dat de Bijbel dat leert. Maar het kan zijn dat u zich afvraagt waarom een machtige geest een slang zou manipuleren zoals een buikspreker een pop gebruikt. Volgens de Bijbel zijn Satans tactieken „kuiperijen” of „listen”, en dit voorval bewijst dat wel (Efe¨ ziers 6:11; vtn.). Wat we in Eden zien, is geen fabel over een pratend dier, maar een beangstigend voorbeeld van een knappe strategie bedoeld om mensen van God weg te lokken. Hoe dat zo? Satan koos zijn doelwit met zorg. Eva was het jongste met verstand begiftigde schepsel in het universum. Satan maakte gebruik van haar onervarenheid en stelde zich ten doel haar met een list van het rechte pad af te brengen. Door zich te verschuilen achter een slang, een erg sluw dier, camoufleerde Satan slim zijn eigen brutale en eerzuchtige bedoelingen (Genesis 3:1). Bedenk ook wat hij bereikte door het te doen lijken of de slang sprak. Ten eerste trok Satan Eva’s aandacht en slaagde hij erin die vast te houden. Ze wist dat slangen niet praten; haar man had alle dieren een naam gegeven, ook dit dier, waarschijnlijk na het zorgvuldig bestudeerd te hebben (Genesis 2:19). Vermoedelijk had ook Eva dit sluwe dier geobserveerd. Satans truc wekte dus Eva’s nieuwsgierigheid; ze ging zich concentreren op het enige in de hele tuin dat voor haar verboden was. Ten tweede lag het voor de hand welke conclusie Eva zou trekken als de slang zich schuilhield in de takken van de verboden boom. Zal ze niet geredeneerd hebben dat dit lagere schepsel, dat niet praten kon, zelf van die vrucht had gegeten en nu wel kon praten? Als de vrucht zo’n uitwerking op een slang kon hebben, wat zou die dan voor haar kunnen betekenen? We kunnen onmogelijk zeker weten wat Eva dacht en of de slang een hap van de vrucht had genomen, maar we weten wel dat toen de slang tegen Eva zei dat de vrucht haar „als 12

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

God” zou maken, ze bereid was die leugen te geloven. Ook Satans woordkeus onthult veel. Hij zaaide twijfel in Eva’s geest door te suggereren dat God haar iets goeds onthield en nodeloos haar vrijheid inperkte. Het succes van Satans plan hing ervan af of Eva haar eigenbelang zwaarder zou laten wegen dan haar liefde voor de God die haar alles had gegeven wat ze had (Genesis 3:4, 5). Helaas werkte Satans strategie; Eva en Adam hadden geen van beiden in hun hart de soort van liefde en waardering voor Jehovah ontwikkeld die van hen verwacht mocht worden. Is dat niet hetzelfde wat Satan in deze tijd promoot: je laten leiden door eigenbelang en die keuze goedpraten? Wat valt er echter te zeggen over Satans motief? Wat wilde hij bereiken? In Eden probeerde hij zowel zijn identiteit als zijn motief te verbergen. Maar na verloop van tijd openbaarde hij zich. Toen hij Jezus op de proef stelde, wist hij natuurlijk dat vermommingen geen zin hadden. Dus drong hij er zonder meer bij Jezus op aan zich voor hem neer te werpen en een daad van aanbidding jegens hem te verrich¨ ten (Mattheus 4:9). Kennelijk laat Satan zich al heel lang drijven door jaloezie. Hij is jaloers op de aanbidding die naar Jehovah God gaat. Hij heeft er alles voor over om die aanbidding te belemmeren of voor God onacceptabel te maken. Hij vindt het heerlijk ons zover te krijgen dat we God ontrouw worden. De Bijbel onthult onmiskenbaar dat Satan als een doorgewinterde strateeg te werk gaat. Gelukkig hoeven we ons niet net als Eva om de tuin te laten leiden, „want wij zijn niet onwetend van zijn bedoelin¨ gen” (2 Korinthiers 2:11).


V

EEL mensen stellen die vraag in alle oprechtheid. Als het gesprek over Gods toelating van het kwaad gaat, komt al gauw de zonde van het eerste mensenpaar in Eden ter sprake. De gedachte dat God alles weet, kan sommigen makkelijk doen concluderen dat hij van tevoren geweten moet hebben dat Adam en Eva hem ongehoorzaam zouden zijn. Wat zou het impliceren als God werkelijk vooruit had geweten dat dit volmaakte echtpaar zou zondigen? Dat zou erop duiden dat God heel wat negatieve trekken heeft. Hij zou liefdeloos, onrechtvaardig en onoprecht lijken. Sommigen zouden het misschien als wreed bestempelen om de eerste mensen aan iets bloot te stellen waarvan al vaststond dat het slecht zou aflopen. God zou verantwoordelijk, of op z’n minst medeverantwoordelijk, lijken voor al het kwaad en lijden dat daar door de hele geschiedenis heen uit voortgevloeid is. In de ogen van sommigen zou onze Schepper zelfs dwaas lijken. Klopt dat wat de Bijbel over Jehovah God onthult met zo’n negatieve beschrijving? Laten we om die vraag te beantwoorden eens nagaan wat de Bijbel over de scheppingswerken en de persoonlijkheid van Jehovah zegt.

„Het was zeer goed” Over Gods schepping, met inbegrip van de eerste mensen op aarde, zegt het Genesisverslag: „God [zag] alles wat hij gemaakt had en zie! het was zeer goed” (Genesis 1:31). Adam en Eva werden volmaakt geschapen, ideaal geschikt voor hun aardse leefklimaat. Er was niets mis met de manier waarop ze gemaakt waren. Omdat ze „zeer goed” waren geschapen, waren ze beslist in staat zich zo te gedragen als van hen verlangd werd. Ze waren „naar Gods beeld” geschapen (Genesis 1:27). Ze hadden dus het vermogen om tot op zekere hoogte Gods eigenschappen wijsheid, loyale liefde, gerechtigheid en goedheid tentoon te spreiden. Dankzij die eigenschappen zouden ze beslissingen kunnen nemen die hun tot voordeel zouden strekken en waarmee hun hemelse Vader blij zou zijn.

Wist God DAT ADAM EN EVA ZOUDEN ZONDIGEN? Jehovah gaf deze volmaakte, met verstand begiftigde schepselen een vrije wil. Ze werden dus zeker niet voorgeprogrammeerd om God te gehoorzamen, als een soort robots. Sta daar eens bij stil. Wat zou meer voor u betekenen, iets wat werktuiglijk, zonder enige betrokkenheid, wordt gegeven of een geschenk dat uit het hart komt? Het antwoord ligt voor de hand. Dus als Adam en Eva er vrijwillig voor hadden gekozen God te gehoorzamen, zou dat des te meer voor hem betekend hebben. Het vermogen om te kiezen stelde het eerste mensenpaar in staat Jehovah uit liefde te gehoorzamen (Deuteronomium 30:19, 20).

Rechtvaardig en goed De Bijbel onthult ons Jehovah’s eigenschappen. Die eigenschappen maken het onmogelijk dat hij iets met zonde van doen zou hebben. Jehovah „heeft rechtvaardigheid en gerechtigheid lief”, zegt Psalm 33:5. In Jakobus 1:13 wordt dan ook opgemerkt: „Met kwade dingen kan God niet worden beproefd, noch beproeft hij zelf iemand.” Omdat God eerlijk is en hij om Adam gaf, waarschuwde hij hem: „Van elke boom van de tuin moogt gij tot verzadiging eten. Maar wat de boom der kennis van goed en kwaad betreft, gij moogt daarvan niet eten, want op de dag dat gij daarvan eet, zult gij beslist sterven” (Genesis 2:16, 17). Het eerste mensenpaar kreeg de keus tussen eeuwig leven en de dood. Zou het niet hypocriet zijn geweest als God hen voor een specifieke zonde waarschuwde terwijl hij de slechte afloop al wist? Omdat Jehovah ’rechtvaardigheid en gerechtigheid liefheeft’, zou hij hun DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

13


geen keus hebben voorgehouden die in werkelijkheid niet bestond. Jehovah is ook overvloedig in goedheid (Psalm 31:19). In een beschrijving van Gods goedheid zei Jezus: „Is er soms iemand onder u die wanneer zijn zoon om brood vraagt, hem een steen zal geven? Of misschien zal hij om een vis vragen — hij zal hem dan toch geen slang geven?

Jehovah heeft de eerste mensen niet als robots geschapen, geprogrammeerd voor een al vaststaande levenswandel Als gij dus, ofschoon gij slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader, die in de hemelen is, goede dingen geven aan wie hem erom vragen!” (Mat¨ theus 7:9-11) God geeft zijn schepselen „goede dingen”. De manier waarop mensen zijn geschapen en de paradijselijke woonplaats die hij hun gaf, getuigen van Gods goedheid. Zou die goede Soeverein zo wreed zijn om hun een prachtig thuis te geven waarvan hij wist dat het hun ontnomen zou worden? Nee, onze rechtvaardige en goede Schepper treft geen schuld voor de opstand van de mens.

„De alleen wijze” Uit de Bijbel blijkt ook dat Jehovah „de alleen wijze” is (Romeinen 16:27). Zijn hemelse engelen waren getuige van veel manifestaties van die grenzeloze wijsheid. Ze ’betuigden juichend hun instemming’ toen Jehovah zijn aardse scheppingen voortbracht (Job 38:4-7). Die intelligente geestelijke schepselen hebben de gebeurtenissen in Eden ongetwijfeld met veel belangstelling gevolgd. Zou het dan logisch zijn als een wijze God eerst een ontzag inboezemend universum en een hele reeks schitterende aardse werken schept, en dan ten aanschouwen van zijn engelenzonen twee unieke schepselen maakt van wie hij weet dat ze wel moeten falen? Het is 14

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

duidelijk dat het onzinnig zou zijn zoiets rampzaligs te beramen. Toch zou iemand kunnen tegenwerpen: ’Maar hoe is het mogelijk dat een alwijze God het niet ´ geweten heeft?’ Een facet van Jehovah’s grote wijsheid is uiteraard zijn vermogen om „van het begin af de afloop” te weten (Jesaja 46:9, 10). Hij hoeft dat vermogen echter niet te gebruiken, net zoals hij zijn onmetelijke kracht niet altijd ten volle hoeft te gebruiken. In zijn wijsheid gebruikt Jehovah zijn vermogen tot voorkennis selectief. Hij gebruikt het als dat bij de omstandigheden past en zin heeft. De mogelijkheid om van het gebruik van voor¨ kennis af te zien, kan geıllustreerd worden met een aspect van de moderne technologie. Iemand die naar een opgenomen sportwedstrijd kijkt, zou eerst naar de laatste minuten kunnen kijken om de uitslag te weten. Maar dat hoeft hij niet te doen. Wie zou kritiek op hem kunnen hebben als hij ervoor koos de hele wedstrijd vanaf het begin te bekijken? In dezelfde zin heeft de Schepper er kennelijk voor gekozen niet van tevoren te kijken hoe het zou aflopen, maar af te wachten hoe zijn aardse kinderen zich zouden gedragen naarmate de gebeurtenissen zich ontwikkelden. Zoals eerder vermeld heeft Jehovah in zijn wijsheid de eerste mensen niet als robots geschapen, geprogrammeerd voor een al vaststaande levenswandel. In plaats daarvan schonk hij hun liefdevol een vrije wil. Door voor de juiste levenswandel te kiezen, konden ze hun liefde, dankbaarheid en gehoorzaamheid tonen, tot grotere vreugde van zichzelf en van Jehovah als hun hemelse Vader (Spreuken 27:11; Jesaja 48:18). De Bijbel laat zien dat God bij veel gelegenheden geen gebruik heeft gemaakt van zijn vermogen tot voorkennis. Toen de gelovige Abraham zich bijvoorbeeld bereid had getoond zelfs zijn zoon te offeren, kon Jehovah zeggen: „Nu weet ik werkelijk dat gij godvrezend zijt, doordat gij mij uw zoon, uw enige, niet hebt onthouden” (Genesis 22:12). Maar er waren ook gelegenheden waarbij het slechte gedrag van bepaalde personen maakte dat hij „zich gegriefd voelde”. Zou


God wist dat Adam en Eva in staat waren loyaal te handelen

hij zich zo gekwetst hebben gevoeld als hij allang wist wat ze zouden doen? — Psalm 78:40, 41; 1 Koningen 11:9, 10. Het is dus alleen maar redelijk te concluderen dat de alwijze God zijn vermogen tot voorkennis niet heeft gebruikt om van tevoren te weten dat onze eerste ouders zouden zondigen. Hij was niet zo dwaas om aan een bizarre onderneming te beginnen waarbij hij gebruikmaakte van zijn vermogen om vooraf de uitkomst te weten en dan gewoon het hem al bekende script liet opvoeren.

„God is liefde” Gods tegenstander, Satan, gaf de aanzet tot de opstand in Eden, met alle negatieve gevolgen van dien, waaronder zonde en dood. Dat maakte Satan tot „een doodslager”. Hij ontpopte zich ook als „een leugenaar en de vader van de leugen” (Johannes 8:44). Zelf gedreven door slechte beweegredenen streeft hij ernaar onze liefdevolle Schepper slechte beweegredenen toe te schrijven. Hij zou de schuld voor de zonde van de mens graag op Jehovah schuiven.

De eigenschap liefde is de krachtigste reden waarom Jehovah ervoor koos niet van tevoren te weten dat Adam en Eva zouden zondigen. Liefde is Gods voornaamste eigenschap. „God is liefde”, zegt 1 Johannes 4:8. Liefde is positief, niet negatief. Ze zoekt het goede in anderen. Gedreven door liefde wilde Jehovah God het beste voor het eerste mensenpaar. Hoewel Gods aardse kinderen de optie hadden een onverstandige keuze te doen, was onze liefdevolle God niet geneigd pessimistisch te zijn of zijn volmaakte schepselen te wantrouwen. Hij had hen ruimschoots van het nodige voorzien en hen goed toegerust. Het was niet meer dan terecht dat God in ruil daarvoor geen opstandigheid maar liefdevolle gehoorzaamheid verwachtte. Hij wist dat Adam en Eva in staat waren loyaal te handelen, zoals later zelfs door onvol¨ maakte mensen als Abraham, Job, Daniel en nog vele anderen werd bewezen. „Bij God zijn alle dingen mogelijk”, zei Jezus ¨ (Mattheus 19:26). Dat is een troostrijke gedachte. Jehovah’s liefde, samen met zijn gerechtigheid, wijsheid en macht, garandeert dat hij te bestemder tijd alle gevolgen van zonde en dood kan en zal wegvagen (Openbaring 21:3-5). Het is duidelijk dat Jehovah niet van tevoren wist dat het eerste mensenpaar zou zondigen. Hoewel God gekweld werd door de ongehoorzaamheid van de mens en het daaruit voortvloeiende lijden, wist hij dat die tijdelijke situatie de vervulling van zijn eeuwige voornemen met de aarde en de mensen erop niet in de weg zou staan. Zou het geen goed idee zijn meer te weten te komen over dat voornemen en hoe u profijt kunt trekken van de schitterende vervulling ervan?1 1 Zie voor meer informatie over Gods voornemen met de aarde hfst. 3 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

15


WAT ZEGT GODS WOORD?

Waarom God raadplegen? Dit artikel gaat in op vragen die bij u opgekomen kunnen zijn en laat zien waar u de antwoorden in uw bijbel kunt vinden. Jehovah’s Getuigen zouden die antwoorden graag met u bespreken.

1. Waarom God raadplegen? God heeft goed nieuws van iets beters voor de mensheid. Hij vertelt ons daarover op de bladzijden van de Bijbel. De Bijbel is te vergelijken met een brief aan ons van onze liefdevolle Vader in de hemel. (Lees Jeremia 29:11.)

2. Wat is het goede nieuws? De mensheid heeft een goede regering nodig. Geen enkele menselijke regeerder heeft de mensheid ooit verlost van geweld, onrecht, ziekte en dood. Maar er is goed nieuws. God zal de mensheid een goede regering geven ¨ die alle oorzaken van lijden zal wegnemen. (Lees Daniel 2:44.)

3. Waarom is het zo belangrijk God te raadplegen? Binnenkort zal God de aarde ontdoen van mensen die lijden veroorzaken. Ondertussen leert hij miljoenen zachtmoedige mensen hoe ze een beter leven kunnen hebben, gebaseerd op liefde. Uit Gods Woord leren mensen hoe ze met de problemen van het leven moeten omgaan, hoe ze echt gelukkig kunnen worden en hoe ze God kunnen behagen. (Lees Zefanja 2:3.)


4. Wie is de Auteur van de Bijbel? De Bijbel bestaat uit 66 boeken, die door zo’n veertig mannen geschreven zijn. De eerste vijf zijn ongeveer 3500 jaar geleden door Mozes geschreven. Het laatste werd ruim 1900 jaar geleden geschreven door de apostel Johannes. Maar de Bijbelschrijvers schreven Gods gedachten op, niet die van henzelf. God is dus de Auteur ¨ van de Bijbel. (Lees 2 Timotheus 3:16; 2 Petrus 1:21.) We weten dat de Bijbel van God komt omdat de toekomst er uitvoerig in wordt voorzegd. Dat kan geen mens (Jesaja 46:9, 10). Ook draagt de Bijbel het onmiskenbare stempel van Gods liefdevolle persoonlijkheid. De Bijbel heeft de kracht om het leven van mensen ten goede te veranderen. Die feiten overtuigen miljoenen mensen ervan dat de Bijbel Gods Woord is. (Lees Jozua 23:14; 1 Thessalonicenzen 2:13.)

5. Hoe kunt u de Bijbel begrijpen? Jezus werd beroemd als onderwijzer van Gods Woord. Hoewel de meeste mensen met wie hij sprak wel bekend waren met Gods Woord, hadden ze hulp nodig om het te begrijpen. Om hen te helpen, haalde Jezus de ene tekst na de andere aan en legde hij „de betekenis van de Schriften” uit. In deze rubriek, „Wat zegt Gods Woord?”, wordt dezelfde methode gebruikt om u te helpen. (Lees Lukas 24:27, 45.) Er zijn maar weinig dingen zo boeiend als door God onderwezen te worden over het doel van het leven. Maar sommige mensen zal het niet aanstaan dat u de Bijbel leest en moeite doet om God te leren kennen. Laat u niet ontmoedigen. Uw vooruitzichten op eeuwig leven han¨ gen ervan af. (Lees Mattheus 5:10-12; Johannes 17:3.)

Zie voor meer informatie hoofdstuk 2 van dit boek, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

WAT LEERT DE BIJBEL ECHT?

17


NADER DICHT TOT GOD

’Hij vermurwde het aangezicht van Jehovah’ „I ondanks zijn christelijke opvoeding het slechte

K VOELDE me zo onwaardig”, vertelt een man die

pad was opgegaan. Toen hij stappen begon te nemen om zijn leven in het reine te brengen, was hij bang dat God hem nooit zou vergeven. Maar deze berouwvolle zondaar putte hoop uit het Bijbelverslag over Manasse, dat in 2 Kronieken 33:1-17 staat. Mocht u zich ooit onwaardig hebben gevoeld wegens begane zonden, dan kunt ook u troost putten uit het voorbeeld van Manasse. Manasse werd in een godvrezend gezin grootgebracht. Zijn vader, Hizkia, was een van de markantste koningen van Juda. Zo’n drie jaar nadat het leven van Hizkia door een wonder van God was verlengd, werd Manasse geboren (2 Koningen 20:1-11). Hizkia beschouwde deze zoon ongetwijfeld als een geschenk dat voortvloeide uit Gods barmhartigheid en probeerde hem liefde voor de zuivere aanbidding bij te brengen. Maar de kinderen van godvruchtige ouders treden niet altijd in hun voetstappen. Dat gold ook voor Manasse. Manasse was pas twaalf jaar toen hij zijn vader verloor. Helaas ging hij doen „wat kwaad was in Jehovah’s ogen” (vers 1, 2). Stond de jonge koning onder invloed van raadslieden die geen eerbied hadden voor de ware aanbidding? Daar zegt de Bijbel niets over. Wel lezen we dat Manasse zich verlaagde tot grove afgoderij en wreedheid. Hij bouwde altaren voor valse goden, offerde zijn eigen zoons, beoefende spiritisme en zette een beeld in Jehovah’s tempel in Jeruzalem. De koppige Manasse weigerde gehoor te geven aan herhaalde waarschuwingen van Jehovah, de God aan wiens wonder hij zijn geboorte te danken had (vers 3-10).

Ten slotte liet Jehovah toe dat Manasse geboeid naar Babylon werd gevoerd. Daar had hij in ballingschap de gelegenheid om over zijn levenswandel na te denken. Zag hij nu in dat zijn machteloze, levenloze afgoden hem niet hadden kunnen beschermen? Dacht hij terug aan de dingen die zijn godvrezende vader hem als kind had geleerd? Hoe het ook zij, Manasse kwam tot inkeer. Volgens het verslag „vermurwde hij het aangezicht van Jehovah, zijn God, en hij bleef zich zeer verootmoedigen (...) En hij bleef tot Hem bidden” (vers 12, 13).1 Maar kon een mens die zulke grove zonden had bedreven, werkelijk vergeving van God ontvangen? Jehovah was geroerd door Manasses oprechte berouw. Hij luisterde naar zijn smeekbeden om barmhartigheid ’en herstelde hem te Jeruzalem in zijn koningschap’ (vers 13). Als bewijs van zijn berouw deed Manasse vervolgens al het mogelijke om het kwaad dat hij bedreven had recht te zetten. Hij zuiverde zijn rijk van afgoderij en drong er bij zijn volk op aan Jehovah te dienen (vers 15-17). Mocht u zich wegens begane zonden onwaardig voelen Gods vergeving te ontvangen, put dan moed uit Manasses voorbeeld. Het verslag maakt ¨ deel uit van Gods geınspireerde Woord (Romeinen 15:4). Het is duidelijk dat Jehovah ons wil laten weten dat hij vergevensgezind is (Psalm 86:5). Niet de zonde maar de hartentoestand van de zondaar telt bij hem. Een zondaar die met een berouwvol hart bidt, zijn verkeerde handelwijze de rug toekeert en zich vastberaden inspant om te doen wat juist is, kan net als Manasse ’het aangezicht van Jehovah vermurwen’ (Jesaja 1:18; 55:6, 7). 1 Volgens De Nieuwe Bijbelvertaling „probeerde hij de zijn God, mild te stemmen”.

HEER,

BIJBELLEESGEDEELTE VOOR JANUARI: ˛ 2 Kronieken 29–Ezra 10


WIST U DIT? ¨ ¨ Welke strategieen pasten de inwoners van Israel met het oog op het lange droge jaargetijde toe om zich van voldoende water te verzekeren?

ˇ Tussen oktober en april regent het in Is-

CISTERNE IN HORVOT ¨ MEZADA (ISRAEL) ˘ Masada National Park, Israel Nature and Parks Authority

¨ rael en veranderen de stroomdalen soms in woeste beken. Maar ’s zomers vallen de meeste van die ’rivieren’ droog en komt het voor dat het maandenlang niet regent. Hoe zorgden de mensen in Bijbelse tijden ervoor dat ze altijd over voldoende water beschikten? Ze losten dat probleem op door geulen in de berghellingen uit te houwen en de winterregens naar ondergrondse holten of regenbakken te leiden, zogenoemde cisternen. De daken van de huizen waren enigszins hellend, zodat het regenwater naar deze reservoirs liep. Veel gezinnen hadden hun eigen regenbak, waaruit ze water konden putten om hun dorst te lessen (2 Koningen 18:31; Jeremia 6:7). ¨ De Israelieten maakten ook gebruik van

natuurlijke bronnen. In de hooglanden sijpelt de winterregen in de grond totdat het water een ondoordringbare rotslaag bereikt, waar het overheen loopt totdat het in een bron weer te voorschijn komt. Dat dorpen vaak bij een bron (Hebreeuws: en) werden gebouwd, blijkt uit plaatsnamen als En-Semes, En-Rogel en En-Gedi (Jozua 15:7, 62). In Jeruzalem werd er in massief gesteente een waterleiding uitgehakt om de stad van bronwater te voorzien (2 Koningen 20:20). Waar geen natuurlijke bronnen waren, werd een put (Hebreeuws: beer) gegraven, zoals die in Berseba, om ondergronds water aan te boren (Genesis 26:32, 33). De ´ schrijver Andre Chouraqui merkt op dat „de technische oplossingen die ze bedachten nu nog bewondering afdwingen”.

In wat voor huis zou Abram (Abraham) gewoond kunnen hebben?

ˇ Abram en zijn vrouw woonden in de

TEKENING VAN EEN HUIS UIT DE TIJD VAN ABRAHAM ˘ Drawing: A. S. Whitburn

welvarende Chaldeeuwse stad Ur. Maar in opdracht van God verlieten ze die stad en gingen ze in tenten wonen (Genesis 11:31; 13:12). Sta er eens bij stil wat een offer deze verandering voor hen betekend kan hebben. Ur, in het hedendaagse Irak gelegen, werd tussen 1922 en 1934 door Leonard Woolley opgegraven. Ruim zeventig van de gebouwen die hij aantrof, waren uit baksteen opgetrokken huizen. De kamers van veel van die huizen lagen rond een geplaveide centrale binnenplaats. De binnenplaats liep enigszins af naar het midden, waar via een afvoer het afvalwater wegliep. In de grotere huizen hadden

gastenkamers hun eigen toiletruimte. Op de benedenverdieping bevonden zich ook nog keukens met stookplaatsen en slaapvertrekken voor slaven. Het gezin woonde op de bovenverdieping, die bereikt werd via een trap. De trap leidde naar een houten galerij die rond de binnenplaats liep en toegang gaf tot de deuren van de bovenkamers. „Een huis (...) met geplaveide binnenplaats en keurig witgekalkte muren, een eigen riolering, (...) zo’n tien of meer kamers, impliceert een echt hoge levensstandaard”, schreef Woolley. „En dit zijn dan de huizen (...) van de middenklasse, winkeliers, kleine handelaren, schrijvers, enzovoorts.” DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

19


Geeft God echt om u?

V

OELT u zich bemind? Of hebt u weleens de indruk dat niemand om u geeft? In deze jachtige, egocentrische wereld zou u makkelijk kunnen gaan denken dat u te onbeduidend bent om ertoe te doen, te onbetekenend om opgemerkt te worden. Het is zoals de Bijbel over onze tijd schrijft: veel mensen gaan tegenwoordig zo in zichzelf op dat ze maar weinig belang¨ stelling voor anderen hebben (2 Timotheus 3:1, 2). Alle mensen, ongeacht hun leeftijd, cultuur, taal of ras, hebben een diepgewortelde behoefte om liefde te geven en te ontvangen. Er zijn onderzoeken geweest waaruit zou blijken dat ons zenuwstelsel speciaal zo ontworpen is dat het liefde en tederheid kan waarnemen. Jehovah God, degene die ons geschapen heeft, begrijpt onze behoefte om bemind en gewaardeerd te worden beter dan wie maar ook. Hoe zou u het vinden als hij u verzekerde dat u hem heel dierbaar bent? Het zou beslist de waardevolste erkenning zijn die u maar kunt krijgen. Kunnen we er werkelijk zeker van zijn dat Jehovah zich voor onvolmaakte mensen interesseert? Bekommert hij zich om ons persoonlijk? Zo ja, wat maakt iemand dan aantrekkelijk voor hem?

Jehovah geeft echt om mensen Zo’n drieduizend jaar geleden was een godvrezende psalmist intens onder de indruk als hij naar de pracht van de nachtelijke sterrenhemel keek. Hij twijfelde geen moment aan de oneindig superieure majesteit van de Schepper van de talloze sterren. Peinzend over Jehovah’s grootheid en de nietigheid van de mens, verwoordde de psalmist als volgt zijn verbazing over Jehovah’s liefdevolle belangstelling: „Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die gij hebt bereid, wat is dan de sterfelijke mens dat gij aan hem denkt, en de zoon van de aardse mens dat gij voor hem zorgt?” (Psalm 8:3, 4) Iemand zou makkelijk kunnen concluderen dat het Opperwezen te ver weg is of het te druk heeft om aandacht te schenken aan onvolmaakte mensen. Maar de psalmist wist dat mensen ondanks hun betrekkelijke onbeduidendheid en korte leven in Gods ogen belangrijk zijn. Een andere psalmist verzekerde: „Jehovah heeft een welgevallen in hen die hem vrezen, in hen die op zijn liefderijke goedheid wachten” (Psalm 147:11). De gedachte die in deze beide psalmen wordt verwoord, is ontroerend. Jehovah, die zo ver-


heven is, is zich niet alleen van het bestaan van mensen bewust, maar ’zorgt voor hen’ en ’heeft een welgevallen in hen’. Dat feit wordt verder beklemtoond door een Bijbelprofetie ¨ die ontwikkelingen in onze tijd beschrijft. Via de profeet Haggaı gaf Jehovah te kennen dat de prediking van het goede nieuws van Gods koninkrijk wereldwijd plaats zou vinden. Met welk ´ ´ resultaat? Let eens op wat een uitwerking zou zijn: „De begeer¨ lijke dingen van alle natien moeten binnenkomen; en ik wil dit ¨ huis met heerlijkheid vervullen” (Haggaı 2:7). Wat zijn deze „begeerlijke dingen” die uit alle naties worden ¨ verzameld? Dat kunnen geen materiele rijkdommen zijn (Hag¨ gaı 2:8). Zilver en goud maken Jehovah’s hart niet blij. Hij is wel blij met mensen die hem ondanks hun onvolmaaktheden uit liefde aanbidden (Spreuken 27:11). Dat zijn „de begeerlijke dingen” die hem tot heerlijkheid strekken, en hij stelt hun innige toewijding en ijverige dienst zeer op prijs. Behoort u ook tot hen? Het idee dat onvolmaakte menselijke schepselen aantrekkelijk of begeerlijk kunnen zijn in de ogen van de Grootse Schepper van het heelal kan ongelooflijk schijnen. Maar die waarheid moet ons er juist toe bewegen de hartelijke uitnodiging om dicht tot hem te naderen aan te nemen (Jesaja 55:6; Jakobus 4:8).

God toonde zijn genegenheid ¨ voor Daniel door ¨ de engel Gabriel te sturen om hem te sterken

„Gij zijt een zeer begeerd man” ¨ De hoogbejaarde profeet Daniel had vroeg op een avond een verbazingwekkende ontmoeting. Terwijl hij bad, arriveerde er ¨ plotseling een voorname bezoeker. Zijn naam was Gabriel. Da¨ niel had hem al eerder ontmoet en herkende hem als Jeho¨ vah’s engel. Gabriel legde de reden voor zijn plotselinge komst ¨ uit: „O Daniel, nu ben ik uitgegaan om u inzicht met verstand ¨ te verlenen (...) want gij zijt een zeer begeerd man” (Daniel 9:21-23). Bij een andere gelegenheid sprak een van Jehovah’s engelen ¨ ¨ Daniel aan met de woorden: „O Daniel, gij zeer begeerde man.” ¨ Vervolgens zei de engel om Daniel te sterken: „Wees niet be¨ vreesd, o zeer begeerde man. Moogt gij vrede hebben” (Daniel ¨ 10:11, 19). Daniel wordt dus drie keer beschreven als ’zeer begeerd’. Die uitdrukking kan ook „zeer bemind”, „hooggewaardeerd” en zelfs „een favoriet” betekenen. ¨ Daniel voelde zich vast al nauw met zijn God verbonden en besefte ongetwijfeld dat Jehovah zijn toegewijde dienst goedkeurde. Maar de speciale uiting van Gods grote genegenheid die via zijn engelenboodschappers werd overgebracht, moet zeer geruststellend zijn geweest. Het is dan ook geen wonder dat Da¨ ¨ niel in reactie daarop zei: „Gij hebt mij gesterkt” (Daniel 10:19). DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

21


Het hartverwarmende verslag over Jehovah’s genegenheid voor zijn trouwe profeet staat tot nut van ons in Gods Woord opgetekend (Ro¨ meinen 15:4). Als we over Daniels voorbeeld nadenken, gaan we begrijpen wat iemand begeerlijk maakt in de ogen van onze liefdevolle hemelse Vader.

Bestudeer Gods Woord geregeld ¨ Daniel besteedde veel tijd aan het bestuderen van de Schriften. We weten dat omdat hij zelf schreef: ’Ik onderscheidde aan de hand van de boeken het getal der jaren om de verwoestin¨ gen van Jeruzalem te vervullen’ (Daniel 9:2). De boeken die hij destijds tot zijn beschikking ¨ had, omvatten waarschijnlijk de geınspireerde geschriften van Mozes, David, Salomo, Jesaja, ¨ Jeremia, Ezechiel en andere profeten. We kun¨ nen ons voorstellen hoe Daniel, omgeven met talrijke boekrollen, helemaal opging in het lezen en vergelijken van de profetische uitspraken die betrekking hadden op het herstel van de ware aanbidding in Jeruzalem. Ongestoord, mogelijk in zijn dakvertrek, mediteerde hij ongetwijfeld diep over de betekenis van zulke passages. Zijn doelgerichte studie sterkte zijn geloof en bracht hem dicht tot Jehovah. De studie van Gods Woord vormde ook Da¨ ¨ niels persoonlijkheid en beınvloedde zijn hele levenswandel. Het onderricht uit de Schriften dat hij in zijn jeugd kreeg, had hem als jongere ongetwijfeld vastbesloten gemaakt zich te houden aan de toen geldende voedselvoorschrif¨ ten uit Gods Wet (Daniel 1:8). Later maakte hij onbevreesd Gods boodschap aan de heersers ¨ van Babylon bekend (Spreuken 29:25; Daniel 4:19-25; 5:22-28). Van zijn ijver, eerlijkheid en betrouwbaarheid was men alom op de hoog¨ ¨ te (Daniel 6:4). Bovenal vertrouwde Daniel ten volle op Jehovah in plaats dat hij schipperde om zijn leven te redden (Spreuken 3:5, 6; Da¨ niel 6:23). Geen wonder dat hij „zeer begeerd” was in Gods ogen! In sommige opzichten is Bijbelstudie mak¨ kelijker voor ons dan het voor Daniel was. Lijvige boekrollen hebben plaatsgemaakt voor 22

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

handzame boeken. We hebben nu de complete Bijbel, met inbegrip van het verslag over de ¨ ¨ vervulling van enkele van Daniels profetieen. En we hebben een overvloed aan publicaties voor Bijbelstudie en hulpmiddelen voor nazoekwerk tot onze beschikking.1 Maakt u een goed gebruik van zulke hulpmiddelen? Hebt u vaste tijden voor Bijbellezen en meditatie? Dan zal de uitwerking daarvan net zo zijn als ¨ in Daniels geval. U zult een vast geloof kunnen opbouwen en uw band met Jehovah zal hechter worden. Gods Woord zal een betrouwbare gids in uw leven zijn en u verzekeren van zijn liefdevolle zorg.

Volhard in gebed ¨ Daniel was een man van gebed. Hij deed passende verzoeken aan God. Als jonge man liep hij het risico gedood te worden als hij niet in staat zou zijn de droom van de Babylonische koning Nebukadnezar uit te leggen. Zon¨ der aarzelen smeekte Daniel Jehovah om zijn ¨ steun en bescherming (Daniel 2:17, 18). Jaren later beleed de trouwe profeet, in het nederige besef van zijn menselijke onvolmaaktheid, zijn zonde samen met de zonde van zijn volk aan Jehovah en smeekte hij hem om vergeving (Da¨ ¨ niel 9:3-6, 20). Toen Daniel de dingen die hem door inspiratie werden toevertrouwd niet goed ´ ´ begreep, vroeg hij om Gods hulp. In een geval ¨ bevestigde de engel die Daniel vervolgens bezocht om hem verder inzicht te geven, dat zijn ¨ woorden waren gehoord (Daniel 10:12). ¨ De getrouwe Daniel beperkte zich echter niet tot het opzenden van smeekbeden tot God. In ¨ Daniel 6:10 lezen we dat hij ’zelfs driemaal per dag bad en lof schonk voor het aangezicht van zijn God, zoals hij dat geregeld had gedaan’. ¨ Daniel vond dat hij veel redenen had om Jehovah te danken en te loven. En dat deed hij geregeld. Gebed was zo’n vast onderdeel van zijn 1 Jehovah’s Getuigen geven een aantal hulpmiddelen voor nazoekwerk en studie uit waardoor u nog meer profijt van het lezen en bestuderen van de Bijbel hebt. Als u ¨ in zulke hulpmiddelen geınteresseerd bent, kunt u zich vrij voelen om er bij een van Jehovah’s Getuigen naar te vragen.


aanbidding dat zelfs toen zijn leven er gevaar door liep, hij die gewoonte niet kon opgeven. Jehovah had hem beslist lief om die standvastigheid. Dat we mogen bidden is beslist een schitterend geschenk! Laat nooit een dag voorbijgaan zonder met uw hemelse Vader te praten. Vergeet niet hem te danken en te loven voor alle goedheid die hij betoont. Breng vrijuit uw angsten en zorgen onder woorden. Denk na over de manier waarop uw verzoeken of smeekbeden zijn verhoord en uit uw dankbaarheid. Neem de tijd voor uw gebeden. Als we zo in gebed ons hart bij Jehovah uitstorten, ervaren we zijn liefde op een heel persoonlijke manier. Dat is absoluut een goede reden om ’aan te houden in het gebed’! — Romeinen 12:12. ¨

Daniels ijver op het gebied van studie en gebed louterde zijn persoonlijkheid en maakte hem geliefd bij God

Verheerlijk Jehovah’s naam Geen enkele vriendschap floreert als een van de partijen egocentrisch is. Hetzelfde ¨ geldt voor onze band met Jehovah. Daniel was zich daarvan bewust. Kijk eens hoezeer hij zich erom bekommerde Jehovah’s naam te verheerlijken. Toen God zijn gebed verhoorde door hem Nebukadnezars droom en de uitleg ¨ ervan te onthullen, zei Daniel: „Laat de naam van God gezegend worden van onbepaalde tijd, ja, tot onbepaalde tijd, want ´ de wijsheid en de macht — want ze behoren hem toe.” Later ¨ vertelde Daniel de droom en de betekenis ervan aan Nebukadnezar en gaf hij herhaaldelijk Jehovah de eer ervoor, waarbij hij beklemtoonde dat alleen Hij de „Onthuller van geheimen” is. ¨ En toen Daniel om vergeving en bevrijding smeekte, bad hij: „O mijn God, (...) uw eigen naam is over uw stad en over uw ¨ volk uitgeroepen” (Daniel 2:20, 28; 9:19). ¨ We hebben gelegenheden te over om Daniels voorbeeld op dat punt te volgen. Wanneer we bidden, kunnen we duidelijk maken dat we de heiliging van Gods naam belangrijk vin¨ den (Mattheus 6:9, 10). We zouden nooit willen dat ons gedrag smaad op Jehovah’s heilige naam brengt. Laten we Jehovah juist altijd verheerlijken door met anderen te delen wat we over het goede nieuws van zijn koninkrijk leren. In de wereld om ons heen ontbreekt het aan liefde en belangstelling voor anderen. Maar we kunnen veel troost putten uit de wetenschap dat Jehovah echt om elk van zijn aanbidders persoonlijk geeft. De psalmist zegt het zo: „Jehovah heeft een welgevallen in zijn volk. Hij luistert de zachtmoedigen op met redding” (Psalm 149:4).

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

23


VOLG HUN GELOOF NA

Hij volhardde ondanks teleurstellingen ¨ SAMUEL kon het verdriet in Silo voelen. Het leek wel of de stad baadde in tranen. Uit hoeveel huizen klonk het huilen van vrouwen en kinderen die rouwden omdat ze gehoord hadden dat hun man, hun vader, hun zoons en broers niet ¨ meer thuis zouden komen? We weten alleen dat Israel zo’n 30.000 soldaten had verloren in een verschrikkelijke nederlaag die hun was toegebracht door de Filistijnen, niet lang na het ¨ verlies van 4000 soldaten bij een andere veldslag (1 Samuel 4:1, 2, 10). ´ ´ Dat was nog maar een tragedie in een hele reeks. De hogepriester Eli had twee goddeloze zoons, Hofni en Pinehas, die met de heilige ark van het verbond uit Silo vertrokken waren. Die kostbare kist was een symbool van Gods tegenwoordigheid en stond meestal in de heiligste afdeling van de tabernakel, een tentachtige tempel. Het volk had de Ark vervolgens meegenomen in de strijd, in de dwaze veronderstelling dat die als talisman zou fungeren en hun de overwinning zou bezorgen. Maar de Filistijnen maakten de Ark buit en doodden Hofni en ¨ Pinehas (1 Samuel 4:3-11). De Ark had eeuwenlang in Silo in de tabernakel gestaan, maar was nu weg. Toen de 98-jarige Eli dat nieuws hoorde, viel hij achterover van zijn stoel en stierf. En zijn schoondochter, die op die dag weduwe was geworden, stierf bij de bevalling van een zoon. Voordat ze de laatste adem uitblies, zei ze: „De heerlijkheid is uit Is¨ rael weggevoerd in ballingschap.” Silo zou nooit ¨ meer hetzelfde zijn (1 Samuel 4:12-22). ¨ Hoe zou Samuel met die hevige teleurstellingen omgaan? Zou zijn geloof bestand zijn tegen de uitdaging een volk te helpen dat Jehovah’s bescherming en gunst verloren had? We kunnen allemaal weleens voor grote problemen en teleurstellingen komen te staan die een beproeving op ons geloof vormen, dus laten we eens ¨ kijken wat we van Samuel kunnen leren. 24

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

Hij ’bewerkte rechtvaardigheid’ Het Bijbelverslag verlegt op dit punt de aan¨ dacht van Samuel naar de heilige Ark en verhaalt hoe slecht het de Filistijnen verging omdat ze de Ark meegenomen hadden en dat ze zich gedwongen zagen die terug te brengen. Als ¨ we weer bij Samuel belanden, is er twintig jaar ¨ verstreken (1 Samuel 7:2). Wat heeft hij al die jaren gedaan? Daar hoeven we niet naar te raden. We lezen dat voordat die periode begon, ’het ¨ ¨ woord van Samuel tot heel Israel bleef komen’ ¨ (1 Samuel 4:1). Verderop, na deze periode, lezen ¨ we in het verslag dat Samuel de gewoonte had ¨ elk jaar in een kring drie steden in Israel te bezoeken. Hij behandelde dan geschillen en loste vraagstukken op, waarna hij naar zijn woon¨ plaats Rama terugkeerde (1 Samuel 7:15-17). Het ¨ is duidelijk dat Samuel aldoor druk bezig bleef en in die tussenliggende periode van twintig jaar veel te doen had. Door de immoraliteit en corruptie van Eli’s zoons was het geloof van het volk uitgehold. Vermoedelijk waren velen als gevolg daarvan tot afgoderij vervallen. Maar na twee decennia van ¨ hard werken maakte Samuel de volgende boodschap aan het volk bekend: „Indien gij met geheel uw hart tot Jehovah terugkeert, doet dan de buitenlandse goden uit uw midden weg en ook de Astorethbeelden, en richt uw hart onwankelbaar op Jehovah en dient hem alleen,


en hij zal u uit de hand van de Filistijnen bevrij¨ den” (1 Samuel 7:3). „De hand van de Filistijnen” was zwaar op ¨ het volk gaan drukken. Nu Israels leger praktisch verslagen was, dachten de Filistijnen dat ze Gods volk straffeloos konden onderdrukken. Maar Sa¨ muel verzekerde het volk dat daar verandering in zou komen als ze maar tot Jehovah terugkeer¨ den. Waren ze daartoe bereid? Tot Samuels grote vreugde deden ze hun afgoden weg en „dien¨ den nu Jehovah alleen”. Samuel belegde een vergadering in Mizpa, een stad in het berggebied ten noorden van Jeruzalem. Het volk kwam bijeen, vastte en toonde berouw van al hun zon¨ dige afgoderij (1 Samuel 7:4-6). De Filistijnen hoorden echter van die grote bijeenkomst en zagen hun kans schoon. Ze stuurden hun leger naar Mizpa om die aanbid¨ ders van Jehovah te verpletteren. De Israelieten hoorden het nieuws van het naderende gevaar. ¨ Doodsbenauwd vroegen ze Samuel voor hen te bidden. Dat deed hij, en hij bracht ook een brandoffer. Tijdens die heilige plechtigheid trok het Filistijnse leger tegen Mizpa op. Daarop ver¨ hoorde Jehovah Samuels gebed. Jehovah brulde als het ware van verontwaardiging. Hij „liet het nu op die dag met luid geraas tegen de Filis¨ tijnen donderen” (1 Samuel 7:7-10). Moeten we ons daarbij voorstellen dat die Filistijnen net kleine kinderen waren die angstig achter hun mammie wegkruipen als ze een

donderslag horen? Nee, het waren stoere, in de strijd geharde soldaten. Die donder moet dan ook iets totaal ongekends voor hen zijn geweest. Kwam dat puur door het volume van dat „luid geraas”? Kwam het uit een helderblauwe hemel, of weerkaatste het oorverdovend tegen de berghellingen? Hoe dan ook, ze waren volkomen in de war en doodsbang, en in hun opperste verwarring werden ze in plaats van aanvallers al ¨ snel doelwit. De mannen van Israel stroomden Mizpa uit, versloegen hen en zetten hen kilometers ver achterna, tot ten zuidwesten van Je¨ ruzalem (1 Samuel 7:11). Die strijd was een keerpunt. De rest van Sa¨ muels dagen als rechter bleven de Filistijnen zich terugtrekken. De ene stad na de andere ¨ kwam weer in handen van Gods volk (1 Samuel 7:13, 14). Vele eeuwen later rangschikte de apostel ¨ Paulus Samuel onder de getrouwe rechters en profeten die „rechtvaardigheid bewerkten” (He¨ ¨ breeen 11:32, 33). Samuel heeft inderdaad helpen bewerkstelligen wat goed en juist was in Gods ogen. Hij bleef succesvol omdat hij geduldig op Jehovah wachtte en ondanks teleurstellingen trouw aan het werk bleef. Hij gaf ook blijk van een dankbare instelling. Na de overwinning ¨ bij Mizpa liet Samuel een monument oprichten om te herdenken hoe Jehovah zijn volk gehol¨ pen had (1 Samuel 7:12). Wilt ook u ’rechtvaardigheid bewerken’? Zo ja, dan doet u er goed aan een voorbeeld te ¨ nemen aan Samuels geduld en zijn nederige, dankbare instelling. Wie van ons heeft die eigenschappen niet nodig? Het was goed ¨ dat Samuel die karaktertrekken ontwikkelde en tentoonspreidde toen hij nog betrekkelijk jong was, want op latere leeftijd kwam hij voor heviger teleurstellingen te staan. ¨ Hoe was Samuel in staat zijn volk te helpen verschrikkelijke verliezen en teleurstellingen te verwerken?


„Uw eigen zonen hebben uw wegen niet bewandeld” ¨ De volgende keer dat we Samuel zien, is hij ¨ „oud geworden”. Samuel had tegen die tijd twee ¨ volwassen zoons, Joel en Abia, en hij vertrouwde hun de verantwoordelijkheid toe hem bij de rechtspraak te helpen. Helaas was zijn vertrou¨ wen misplaatst. Terwijl Samuel eerlijk en rechtvaardig was, gebruikten zijn zoons hun positie met zelfzuchtige bedoelingen; ze bogen het ¨ recht en namen steekpenningen aan (1 Samuel 8:1-3). Op een dag benaderden de oudere mannen ¨ van Israel de bejaarde profeet met een klacht. „Uw eigen zonen hebben uw wegen niet bewan¨ ¨ deld”, zeiden ze (1 Samuel 8:4, 5). Was Samuel op de hoogte van het probleem? Dat vermeldt het verslag niet. Maar in tegenstelling tot Eli was ¨ Samuel beslist geen nalatige vader. Jehovah had Eli berispt en gestraft omdat hij in gebreke was gebleven de goddeloosheid van zijn zoons te corrigeren en omdat hij zijn zoons meer eerde ¨ dan God (1 Samuel 2:27-29). Dat had Jehovah ¨ bij Samuel nooit geconstateerd. ¨ Het verslag zegt niets over Samuels hartverscheurende schaamte, bezorgdheid of teleur-

stelling toen hij eenmaal op de hoogte was van het goddeloze gedrag van zijn zoons. Maar veel ouders kunnen zich zijn gevoelens maar al te goed indenken. In de huidige donkere tijden is opstand tegen het gezag en het strenge onder¨ richt van ouders heel algemeen (2 Timotheus 3:1-5). Ouders die met dat soort verdriet te maken krijgen, kunnen voor troost en leiding iets ¨ aan Samuels voorbeeld hebben. Hij liet zijn ¨ eigen doen en laten niet in het minst beınvloeden door het kwalijke gedrag van zijn zoons. Vergeet niet dat zelfs als woorden en streng onderricht hebben gefaald, een verhard hart misschien toch nog bereikt wordt door het voorbeeld dat de ouders geven. En ouders zijn altijd ¨ in de gelegenheid om net als Samuel hun eigen Vader, Jehovah God, trots te stemmen.

„Stel nu toch een koning voor ons aan” ¨ Samuels zoons hebben vast nooit kunnen vermoeden dat de gevolgen van hun hebzucht en zelfzucht zo verstrekkend zouden zijn. De ¨ oudere mannen van Israel zeiden vervolgens te¨ gen Samuel: „Stel nu toch een koning voor ons ¨ aan om ons te richten, zoals alle natien heb¨ ben.” Kwam die eis op Samuel als een afwijzing

¨ Hoe ging Samuel om met de teleurstelling dat zijn zoons het slechte pad op waren gegaan?


over? Per slot van rekening had hij tientallen jaren uit naam van Jehovah rechtgesproken over dat volk. Nu wilden ze dat een koning hun rechter werd en niet de een of andere profeet zoals ¨ Samuel. De volken om hen heen hadden ko¨ ningen en de Israelieten wilden er ook een! Hoe ¨ reageerde Samuel? „Deze zaak was kwaad” in ¨ zijn ogen, lezen we (1 Samuel 8:5, 6). Let nu eens op hoe Jehovah reageerde toen ¨ Samuel de zaak in gebed aan hem voorlegde: „Luister naar de stem van het volk met betrekking tot alles wat zij tot u zeggen; want niet u hebben zij verworpen, maar mij hebben zij verworpen, dat ik geen koning over hen zou zijn.” ¨ Wat een troost voor Samuel, maar wat een vreselijke belediging voor de almachtige God! Je¨ hovah vertelde zijn profeet dat hij de Israelieten moest waarschuwen voor wat een menselijke ¨ koning hun allemaal zou kosten. Toen Samuel dat deed, bleven ze erbij: „Neen, maar een ko¨ ning zal er over ons komen.” Samuel, die altijd gehoorzaam was aan zijn God, ging de koning zalven die door Jehovah werd uitgekozen (1 Sa¨ muel 8:7-19). ¨ Maar hoe gehoorzaamde Samuel? Ontstemd, plichtmatig? Liet hij zijn hart vergiftigen door teleurstelling, raakte hij verbitterd? Menigeen zou in een dergelijke situatie zo reageren, maar ¨ Samuel niet. Hij zalfde Saul en erkende dat de man door Jehovah zelf was uitgekozen. Hij kuste Saul als teken van welkom en onderwerping aan de nieuwe koning. En hij zei tegen het volk: „Hebt gij degene gezien die door Jehovah gekozen is, dat er niemand is als hij onder heel ¨ het volk?” — 1 Samuel 10:1, 24. ¨ Samuel concentreerde zich niet op de tekortkomingen maar op het goede in de man die door Jehovah was uitgekozen. Wat hemzelf betreft concentreerde hij zich op zijn eigen reputatie van rechtschapenheid tegenover God in plaats van op de goedkeuring van wispelturige ¨ mensen (1 Samuel 12:1-4). Hij kweet zich ook trouw van zijn eigen taak door Gods volk raad te geven in verband met de geestelijke gevaren waarmee ze geconfronteerd werden en hen aan te moedigen Jehovah trouw te blijven. Zijn raad

¨ bereikte hun hart, en het volk smeekte Samuel ten behoeve van hen te bidden. Zijn prachtige antwoord luidde: „Het is ondenkbaar van mijn zijde dat ik tegen Jehovah zou zondigen door op te houden ten behoeve van u te bidden; en ik moet u in de goede en rechte weg onderrich¨ ten” (1 Samuel 12:21-24). Hebt u zich ooit teleurgesteld gevoeld als iemand anders voor een bepaalde positie of een ¨ voorrecht werd gekozen? Samuels voorbeeld is een krachtige waarschuwing dat we nooit mogen toelaten dat jaloezie of bitterheid wortel schiet in ons hart. God heeft volop lonend en voldoening schenkend werk voor elk van zijn trouwe aanbidders.

„Hoe lang zult gij nog rouw dragen over Saul?” ¨ Samuel zag met recht iets goeds in Saul; het was een bijzondere man. Hij was lang en had een indrukwekkend voorkomen. Hij was moedig en vindingrijk, en aanvankelijk ook beschei¨ den en pretentieloos (1 Samuel 10:22, 23, 27). Behalve die goede eigenschappen had hij nog een kostbare gave: een vrije wil, het vermogen zijn weg in het leven te kiezen en zelf beslissingen te nemen (Deuteronomium 30:19). Gebruikte hij die gave goed? Als een man zich koestert in de warme gloed van pas verworven macht, is jammer genoeg bescheidenheid vaak de eerste eigenschap die wegsmelt. Het duurde niet lang of Saul werd arrogant. Hij verkoos Jehovah’s bevelen die Sa¨ muel aan hem overbracht niet op te volgen. Op een keer werd Saul ongeduldig en bracht hij ¨ een slachtoffer dat alleen Samuel mocht bren¨ gen. Samuel moest hem streng terechtwijzen en voorzei dat het koningschap niet in Sauls familie zou blijven. In plaats dat Saul iets van het strenge onderricht leerde, beging hij vervolgens ernstiger daden van ongehoorzaamheid (1 Sa¨ muel 13:8, 9, 13, 14). ¨ Via Samuel gaf Jehovah Saul opdracht oorlog te voeren tegen de Amalekieten. Een van Jehovah’s instructies was het bevel hun goddeloze koning, Agag, terecht te stellen. Maar Saul DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

27


spaarde Agag, evenals het beste van de buit die ¨ vernietigd moest worden. Toen Samuel kwam om hem terecht te wijzen, toonde Saul hoezeer hij veranderd was. In plaats van in alle bescheidenheid de terechtwijzing te accepteren, verdedigde hij zich, voerde verontschuldigingen aan en rechtvaardigde zijn daden; hij probeerde zich ervan af te maken en de schuld op het volk te schuiven. Toen Saul de terechtwijzing probeerde te bagatelliseren door te beweren dat het de bedoeling was een deel van de buit aan Jehovah ¨ te offeren, sprak Samuel de bekende woorden: „Zie! Gehoorzamen is beter dan een slachtof¨ fer.” Moedig berispte Samuel de man en onthulde hem Jehovah’s besluit: Het koningschap zou van Saul afgescheurd worden en aan een ander worden gegeven, iemand die beter was ¨ dan hij (1 Samuel 15:1-33). ¨ Samuel was erg van streek door Sauls fouten. De hele nacht riep hij in verband ermee Jehovah aan. Hij ging zelfs rouw over de man bedrijven. ¨ Samuel had zo veel potentieel in Saul gezien, zo veel goeds, en nu was zijn hoop vervlogen. De man die hij eens had gekend, was veranderd: hij was zijn beste eigenschappen kwijtgeraakt en ¨ had zich tegen Jehovah gekeerd. Samuel weigerde Saul ooit nog te zien. Na verloop van tijd ¨ corrigeerde Jehovah Samuel vriendelijk met de woorden: „Hoe lang zult gij nog rouw dragen over Saul, terwijl ik hem daarentegen heb verworpen, zodat hij niet meer als koning over Is¨ rael zal regeren? Vul uw hoorn met olie en ga ¨ heen. Ik zal u naar Isaı, de Bethlehemiet, zenden, want onder zijn zonen heb ik mij een ko¨ ning uitgezocht” (1 Samuel 15:34, 35; 16:1). Jehovah’s voornemen is niet afhankelijk van onvolmaakte mensen, die niet altijd loyaal zijn. Als iemand ontrouw wordt, zal Jehovah een ander vinden om zijn wil te volbrengen. De be¨ jaarde Samuel zette dus zijn verdriet om Saul van zich af. In opdracht van Jehovah ging Sa¨ ¨ muel naar het huis van Isaı in Bethlehem, waar hij kennismaakte met een aantal zoons die er indrukwekkend uitzagen. Maar vanaf de eerste ¨ zoon waarschuwde Jehovah Samuel: „Kijk niet naar zijn uiterlijk en naar zijn rijzige gestalte (...) 28

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

Want God ziet niet zoals de mens ziet, want de ´ mens ziet datgene wat zichtbaar is voor de ogen; maar wat Jehovah aangaat, hij ziet hoe het hart ¨ ¨ is” (1 Samuel 16:7). Uiteindelijk maakte Samuel kennis met de jongste zoon, en dat was Jehovah’s keus: David! ¨ In zijn laatste levensjaren werd het Samuel steeds duidelijker hoe juist Jehovah’s besluit was geweest om Saul door David te vervangen. Saul verviel tot moordzuchtige jaloezie en afval. Maar David bleek schitterende eigenschappen te bezitten: moed, integriteit, geloof en loya¨ liteit. Naarmate Samuels leven ten einde liep, werd zijn geloof nog sterker. Hij zag dat geen teleurstelling zo groot is dat die niet door Jehovah verzacht, weggenomen of zelfs in een zegen ¨ veranderd kan worden. Ten slotte stierf Samuel, met achterlating van het bericht over zijn op¨ merkelijke leven van bijna een eeuw. Heel Israel rouwde om het verlies van die getrouwe man, en geen wonder! Tot op de huidige dag doen aanbidders van Jehovah er goed aan zich af te ¨ vragen: volg ik Samuels geloof na?


Vagnari Midd el

¨ OOST-AZI E

l a nd s e Z e e

AN

ROME

H

OC E GR OT

¨ IN HET OUDE ITALIE

EA

EEN OOST-AZIAAT

OE is een man van Oost-Aziatische afkomst tweeduizend jaar geleden in het oude Romeinse Rijk beland? Dat was de vraag waarvoor archeologen zich gesteld zagen nadat ze in 2009 ¨ in het zuiden van Italie een fascinerende vondst hadden gedaan. De bewuste plek was een oude Romeinse begraafplaats in Vagnari, 60 kilometer ten westen van Bari. Er werden 75 menselijke skeletten gevonden. Uit onderzoek van de beenderen bleek dat de meeste personen in de omgeving gebo´ ´ ren waren, maar het skelet van een man was een verrassing voor de onderzoekers. Een analyse van zijn mitochondriale DNA liet zien dat hij van moederskant Oost-Aziatische voorouders had.1 Zijn stoffelijke resten dateerden uit de eerste of tweede eeuw van onze jaartelling. Volgens een rapport over de vondst „blijkt dit de eerste keer te zijn dat er een skelet met OostAziatische voorouders in het Romeinse Rijk gevonden is”. Wie was deze man? „Op het eerste gezicht is het verleidelijk de man in verband te brengen met de zijdehandel die tussen China en Rome floreerde”, aldus hetzelfde rapport. Men denkt echter dat die handel gedreven werd via een reeks tussenpersonen en dat niemand daadwerkelijk de hele 8000 kilo¨ meter lange tocht tussen China en Italie heeft afgelegd. Wat kan de plek waar het skelet werd gevonden ons vertellen? In oude tijden was Vagnari een keizerlijk landgoed waar arbeiders ijzer

smolten en aardewerken tegels vervaardigden. Veel van de werkers daar waren slaven, en het is waarschijnlijk dat deze oosterling dat ook was. Hij was namelijk niet als een welgesteld man begraven. Wat hij heeft nagelaten en met hem ´ ´ begraven werd, is niet meer dan een pot, en boven op de man was nog een ander lijk begraven. Waarom is deze vondst belangwekkend? De verbreiding van de christelijke boodschap in de eerste eeuw hing af van de afstanden die in de oudheid werden afgelegd. De Bijbel vermeldt dat na Pinksteren in het jaar 33 het goede nieuws wijd en zijd werd doorverteld door buitenlanders die Jeruzalem hadden bezocht (Handelingen 2:1-12, 37-41). Dit skelet doet op z’n minst vermoeden dat er rond die tijd mensen ¨ waren die van Oost-Azie naar het Middellandse Zeegebied reisden.1

1 Een analyse van het mitochondriale DNA kan geen enkele inlichting verschaffen over voorouders van vaderskant.

¨ 1 Er zijn ook bewijzen dat westerlingen naar Oost-Azie reisden. Zie het artikel „Hoe ver oostwaarts konden zendelingen gaan?” in De Wachttoren van 1 januari 2009.

SKELET VAN EEN OOST-AZIATISCHE MAN, GEVONDEN OP EEN OUDE ROMEINSE BEGRAAFPLAATS ˘ Su concessione del Ministero per i Beni e le ` Attivita Culturali - Direzione Regionale per i Beni Culturali e Paesaggistici della Puglia Soprintendenza per i Beni Archeologici della Puglia

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011

29


VOOR JONGEREN

Heb waardering voor heilige dingen! Instructies: Doe dit studieproject in een rustige omgeving. Stel je tijdens het lezen van de teksten voor dat je zelf bij de gebeurtenis aanwezig bent. Zie wat er gebeurt. Hoor de mensen praten. Voel met ze mee. Laat het verhaal tot leven komen. ¨ Hoofdpersonen: Isaak, Rebekka, Jakob en Esau Samenvatting: Esau verkoopt zijn eerstgeboorterecht aan zijn tweelingbroer, Jakob.

ANALYSEER DE GEBEURTENIS. LEES GENESIS 25:20-34. Welke eigenschappen van Jakob en Esau werden in de baarmoeder al duidelijk? 



Hoe denk je dat Jakob en Esau er als jonge mannen uitzagen?







Welke emoties klinken er volgens jou door in het gesprek tussen Jakob en Esau in vers 30 tot 33?







GRAAF DIEPER. Zoek iets op over de rechten van de eerstgeboren zoon. Waarom waren die rechten belangrijk? Wat zegt het over Esau dat hij zijn eerstgeboorterecht verkocht voor een maaltijd?







ANALYSEER DE GEBEURTENIS. LEES GENESIS 27:1-10, 30-38. Welke emotie hoor je in Esaus stem toen het tot hem doordrong dat zijn broer de zegen van de eerstgeborene had gekregen?



30

DE WACHTTOREN ˙ 1 JANUARI 2011






GRAAF DIEPER. Was het verkeerd van Rebekka en Jakob om de zaken zo te manoeuvreren dat Jakob de zegen kreeg? Waarom zeg je dat? (Hint: zie Genesis 25:23, 33.)







˜

PAS TOE WAT JE HEBT GELEERD. SCHRIJF OP WAT JE HEBT GELEERD OVER . . . de uitwerking die het op lange termijn heeft als je altijd alles meteen wilt hebben.







EEN VERDERE TOEPASSING. Welke heilige dingen zijn jou toevertrouwd? 





Op welke manieren kun je laten zien dat je waardering hebt voor heilige dingen?







WELK ASPECT VAN DIT VERSLAG SPREEKT JE HET MEEST AAN, EN WAAROM? 





HEB JE GEEN

BIJBEL,

VRAAG ER DAN EEN AAN JEHOVAH’S GETUIGEN, OF KIJK OP

www.watchtower.org of www.jw.org °






Maakt het iets uit of de Hof van Eden echt heeft bestaan? ZIE BLADZIJDE 9-11.

Wist God van tevoren dat Adam en Eva zouden zondigen? ZIE BLADZIJDE 13-15.

Wanneer kunnen onze zonden door God vergeven worden? ZIE BLADZIJDE 18.

Geeft God om u persoonlijk?

ZIE BLADZIJDE 20-23.

Wilt u graag bezocht worden?

www.watchtower.org

wp11 01/01-O


DE WT