__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

EDITIE 2020 - 2021 JAARGANG 3

VUB

Renovatie ETEC

Grootste labo elektriciteit in Europa

McDonald’s

Alle technieken aangestuurd vanuit één platform

JAARLIJKS MAGAZINE

VAN


Hendrik Aelbrecht en Chris Corijn (ATS) en RenĂŠ Schepens (ATS)


VOORWOORD Beste lezer, Dit jaar was een vreemd en bewogen jaar door de wereldwijde pandemie die uiteraard ook zijn weerslag had op de activiteiten en evenementen bij ATS Groep. De grote opening van de nieuwe site in de Gentse haven hebben we noodgedwongen door de coronamaatregelen moeten annuleren. Maar dat wil niet zeggen dat we hebben stil gezeten. We hebben dit jaar terug heel wat mooie en unieke projecten gerealiseerd samen met onze klanten. Of beter gezegd, samen met onze partners, want dat is waar we voor gaan: langetermijnrelaties waarbij we ook onze klanten helpen groeien met efficiĂŤnte en innovatieve oplossingen. In dit magazine stellen we er trots enkele voor. Als bedrijvengroep blijven we investeren in het aantrekken van nieuwe bedrijven in de groep. Enerzijds om ons marktaandeel en expertise te vergroten en anderzijds om werkzekerheid binnen de groep te bewerkstelligen. Ook op vlak van aankoop versterken we op die manier onze positie. Een sterke en stabiele bedrijvengroep als basis om gewapend de toekomst tegemoet te gaan. In 2020 konden we CDL-Engineering, Insaver, Elektriek, Elektrotech en Westelec verwelkomen. CDL-Engineering en Insaver worden verder in dit magazine voorgesteld.

Voorzitter Raad van Bestuur A.T.S. nv

NEW

Rene Schepens

WH

Veel leesplezier!

magazine 2020 - 2021

Bij het schrijven van deze woorden is het ook tijd om een nieuw tijdperk aan te kondigen. Zowel voor mezelf als voor ons moederbedrijf A.T.S. nv. Eind oktober gaf ik namelijk na meer dan 45 jaar, eerst als zaakvoerder en daarna als CEO, de fakkel door aan mijn opvolgers Hendrik Aelbrecht en Chris Corijn. Zij zullen als co-CEO’s de operationele leiding van A.T.S. nv op zich nemen. Verdwijnen doe ik nog niet direct want ik blijf aan boord als aandeelhouder en als voorzitter van de Raad van Bestuur van A.T.S. nv. De volgende drie jaar zal ik ATS Groep adviseren en bijstaan in haar verdere strategische ontwikkeling en op zoek gaan naar bedrijven en activiteiten die passen in deze ontwikkeling. Ik wens mijn opvolgers heel veel succes toe!

3


06 VUB-Labo ETEC

10 00

Polestar Antwerpen

16

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

McDonald’s

4

24

ATS Groep groeit: CDL-Engineering

26 00 ATS Groep groeit: Insaver


Datacenter LCL

28 Volvo Car Gent

Aelterman metaalconstructies

22

Standaard Boekhandel

32

Smart Building Solutions bij ATS Groep

magazine 2020 - 2021

20

14

NEW

IFG Exelto

WH

12

5


VUB-Labo ETEC

Uniek karakter labo elektriciteit in een modern jasje

Brussel, het hart van Europa. Het is voor veel studenten, nationaal en internationaal een reden om voor de Vrije Universiteit Brussel (VUB) te kiezen. Wie er ingenieurswetenschappen gaat studeren komt bovendien terecht in een labo voor elektrotechniek, uniek in de wereld. Door de mogelijkheid om grote vermogens te testen kan de aandrijving voor de auto’s van morgen er vorm krijgen. Deze zomer zorgde ATS voor een make-over van het labo dat dateert uit de jaren 70. Zo behoudt het zijn unieke eigenschappen, terwijl het tegelijk voldoet aan alle moderne eisen en veiligheidsvoorschriften.

Nergens anders ter wereld

Dit academiejaar studeren 19.000 studenten aan de VUB. Een universiteit die, sinds ze in 1969 volledig onafhankelijk werd, al meer dan vijftig jaar synoniem staat met kritisch denken en een open geest. Een redelijk jonge universiteit dus, maar wel één met een oude ziel. De wortels gaan immers terug tot de oprichting van de Université Libre de Belgique in 1834, vandaag Université libre de Bruxelles (ULB) waarmee de VUB nog steeds nauw samenwerkt. Meer dan 1.400 jongeren studeren er dit jaar ingenieurswetenschappen. Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo, hoofd van MOBI (Mobility, Logistics and Automotive Technology Research Centre) en vakgroepvoorzitter “Elektrotechniek en Energietechniek” aan de VUB legt uit wat er zo aantrekkelijk is aan de opleiding Elektromechanica aan de VUB: “Het aantal studenten is eerder beperkt, wat de afstand tussen de professoren en de studenten zeer klein maakt. Iedereen spreekt mij bijvoorbeeld aan met mijn voornaam. Daarnaast beschikken we met het ETEC labo op onze campus in Etterbeek over een infrastructuur die je nergens anders ter wereld vindt. Dat we een reputatie hebben opgebouwd als pioniers in elektrische voertuigen, danken we onder meer aan dit labo.”


Labo voor grote vermogens aan vernieuwing toe

Het labo dateert uit 1977 en omvat onder andere een aantal draaiende DC-groepen, een vierkwadranten-thyristorsturing met circulatiestroom en een opstelling die in essentie de werking van een elektriciteitscentrale nabootst. “Bij het oorspronkelijk ontwerp werd resoluut gekozen om onderzoek en praktijklessen mogelijk te maken met vermogens die representatief zijn voor de industrie, met voedingen tot 500 A. Dat maakt het uniek in zijn soort. De meeste andere academische labo’s maken gebruik van kleine machines die andere karakteristieken hebben dan de meeste machines gebruikt in een industriële omgeving. Toen het labo in de jaren 70 gebouwd werd, waren DC-motoren de gangbare technologie voor regelbare elektromotoren. Vandaag niet meer. Maar nu is diezelfde gelijkstroomtechnologie weer relevanter dan ooit door de komst van hernieuwbare energie, batterijen en elektrische voertuigen.” Aan het woord is Prof. Dr. em. Philippe Lataire. Hij was zelf niet betrokken bij het ontwerp maar bouwde er door zijn jarenlange ervaring een enorme expertise in op. Maar zelfs het best onderhouden labo begint na veertig jaar defecten te vertonen. Lataire was de enige die het nog aan de praat kon houden. Bovendien lag er nog potentieel voor verbeteringen. “De verbindingen tussen het labo en de opwekkingsgroepen in de kelder konden wel efficiënter. Voorheen gebeurde alles manueel. Nu, met een digitale sturing, kunnen we een efficiëntieslag maken.”

Zelfde concept in moderne uitvoering

gekoppeld aan moderne drives, netwerken en visualisering. Deze make-over vergt een miljoeneninvestering, waar we het VUBdirectiecomité enorm dankbaar voor zijn. Dit zal het labo immers weer toekomstbestendig maken voor de volgende veertig jaar”, aldus Van Mierlo. Een kolfje naar de hand van ATS, dat al enkele jaren actief was op de campus via een raamcontract voor het conform maken van de elektrische installaties.

Conceptbepaling

Dr. ing. Colin Debruyne, research engineer bij ATS BU Power Quality, stond in voor het concept. “Alles begon eigenlijk met weer naar school gaan”, opent Debruyne met een knipoog. “Door ter plaatse te gaan en uit gesprekken met Philippe leerde ik hoe alles werkt. Op basis daarvan heb ik dan een tekst gemaakt om het concept op te bouwen. Dat hebben we in wekelijkse meetings stelselmatig verder op punt gezet en we hebben in een open sfeer ideeën uitgewisseld. Het uitgangspunt was zorgen dat de unieke eigenschappen en functionaliteiten behouden bleven maar dat er voldoende flexibiliteit was om de testbanken onderling te verbinden. Daarenboven moest het labo compatibel zijn aan de huidige regelgeving. De VUB ziet het

NEW

magazine 2020 - 2021

De komst van het nieuwe AREI was voor de VUB dan ook voldoende aanleiding om het labo een make-over te geven, zodat het aan alle moderne veiligheidseisen en technieken zou voldoen. “De timing was belangrijk. We wilden dit immers samen met Philippe kunnen realiseren. Zijn kennis van hoe alles verbonden en ontworpen is in het oude labo, gaf ons de blauwdruk van hoe we aan de slag konden gaan voor de uitwerking van een nieuw concept. We wilden nog steeds op dezelfde manier les kunnen geven, maar dan

Zicht op de labotafels voor de studenten.

WH

Projectteam ATS en VUB

7


als zijn onderwijsplicht om studenten ook bewust te maken van de gevaren van elektriciteit. Door alle moderne veiligheden in te bouwen, zou dat aspect deels verloren gaan. Dus hebben we in samenspraak met de keuringsinstantie onderzocht hoe we beide konden verenigen in de praktijk. Dat de installatie in september blanco gekeurd is, bewijst dat we daar perfect in geslaagd zijn.”

Timing cruciaal

Om te weten hoe alles in elkaar zit, hoeft u niet diep te gaan graven in het nieuwe labo. Projectleider bij ATS, Hendrik Pisman, legt uit: “De nieuwe interface springt meteen in het oog en toont de synoptiek van het labo. Ze is nog exact dezelfde als de oude, die zie je er nog achter, maar in een modern jasje. De aansturing vanaf elke sokkel met elektrische motoren in het labo gebeurt nu volledig via de software in plaats van elektromechanisch, zodat er makkelijk nieuwe connecties gemaakt kunnen worden. Ook worden nu de verschillende parameters weergegeven om analyses mogelijk te maken. De redundantie die al aanwezig was in het labo werd nog verder uitgebouwd, zodat de werking te allen tijde gegarandeerd blijft.” Voor Pisman was de grootste vijand in dit project de tijd. “Nog tijdens de offertefase hebben we ons al de vraag gesteld wat er nodig was om in september te kunnen opleveren. Toen we in maart effectief het project binnenrijfden kregen we met het Covid-19 virus nog bijkomende moeilijkheden: toeleveranciers die sluiten, werken met nieuwe veiligheidsvoorschriften … Alle afdelingen hebben er samen hun schouders onder gezet om dit klaar te spelen.”

Pareltje van automatisering

NEW

magazine 2020 - 2021

Dat het labo state-of-the-art zal zijn heeft alles te maken met het automatiseringsconcept. Application Engineer bij BU Automation Jens De Wispelaere: “We hebben hier in het labo de eerste stappen gezet naar net-synchronisatie en grid automation. Met een verzameling vooruitstrevende hardware- en softwarecomponenten kunnen we een multi-grid systeem lokaal en op afstand bewaken en waar nodig bedienen. Een matrix van contactoren brengt de spanning van de

WH

Labo ETEC: labotafels en visualisatie

8

verschillende voedingsbronnen, gecontroleerd en geverifieerd door de software, naar de achttien labotafels. Via unieke RFID-sleutels, die de laboverantwoordelijke in een specifieke labotafel plaatst, kan men deze tafel master van een spanningsbron maken. Enkel op die labotafel kan men dan de bron aansturen, ook al is deze spanning doorgeschakeld naar meerdere tafels. Daarnaast hebben we met het visualisatiepakket Ignition een overzicht van de spanningsnetten gecreëerd. Niet alleen een overzicht, maar ook de parameters zoals diagnose- en analytische beelden die ermee verbonden zijn. Dit softwarepakket is niet standaard, maar beschikt net over die extra visuele mogelijkheden die in dit project nodig waren. De redundante Ignition servers in combinatie met redundante RDS servers, leveren per Labotafel en aan de synoptische borden, telkens een unieke set beelden aan. Hierbij draaien alle applicatie servers gevirtualiseerd op 2 fysieke servers. Dit geheel zorgt bijkomend voor een lager energieverbruik alsook een Flexibele wijze om onderhoud te doen. In een volgende fase zullen we nog de synchronisatie op punt stellen. Het net en de generator moeten immers perfect synchroon lopen om te kunnen inkoppelen. Hierbij regelen wij met een DC-motor een


Philippe Lataire (VUB), Frank Willemyns (ATS), Jens De Wispelaere (ATS), Hendrik Pisman (ATS), Colin Debruyne (ATS), Tom Verdonck (ATS), Joeri Van Mierlo (VUB) en Michiel Lecompte (ATS) bij het ALSB van Schneider (Okken reeks)

AC-generator via specifieke frequentieregelaars. Dit is mede één van de redenen waarom wij dit project mochten uitvoeren. Andere bedrijven hebben hier weinig ervaring mee. Het is vooral die toevoeging van software om alles van op afstand te sturen, te bedienen en te beveiligen die het labo tot een van de meest vooraanstaande in Europa moet maken.”

Bordenbouw on the fly

Realisatie door ATS nv, BU Electrical Solutions, BU Automation, BU Electrical Panels Gerealiseerde technieken: - Concept & Engineering - Automatisering: Net-synchronisatie & grid automation - Visualisatie - Bordenbouw: ALSB Schneider Okken - Bouw labotafels - Elektrische installatie

WH

Aan het begin van het academiejaar stond de vernieuwing van het labo voor 75% op punt, geheel volgens de afspraken. Lataire: “Van zodra ik wist dat ATS het contract had binnengehaald, had ik alle vertrouwen in een goede afloop. ATS had zich al bewezen in eerdere projecten. Dat vertrouwen was cruciaal om dit te kunnen realiseren op een termijn van minder dan acht maanden.” Ook Van Mierlo is bijzonder tevreden met het resultaat. “Ik beschik helaas niet over een glazen bol die me vertelt welke technologie binnen 25 jaar ‘hot’ zal zijn. Daarom is de flexibiliteit die we in het nieuwe labo hebben ingebouwd de sleutel tot toekomstbestendigheid. Ik ben ervan overtuigd dat we weer vetrokken zijn voor vijftig jaar. De samenwerking met ATS om dat te realiseren is fantastisch gelopen.”

NEW

Labo weer future proof

magazine 2020 - 2021

Een ander huzarenstukje in dit project kwam van de afdeling bordenbouw van ATS. “Door de strengere veiligheidseisen mag er vandaag minder dan vroeger. Dat maakte dat er wel wat denkwerk aan te pas kwam om de opbouw toch zoveel mogelijk gelijk te houden. Verder bleek de componentselectie een vette kluif. Vermogensschakelaars voor DC bijvoorbeeld zijn minder courant verkrijgbaar, zeker voor die vermogens. En we moesten het materiaal al bestellen nog voor aanvang van de detailengineering door de strakke timing. Dankzij 3D-ontwerp in Eplan Pro Panel zijn we er toch in geslaagd om alles in de kasten te krijgen”, vertelt Michiel Lecompte, electrical engineer BU Electrical Panels. Voor het laagspanningsschakelbord viel het oog op de OKKEN serie van Schneider Electric. ATS is sinds eind vorig jaar licentiehouder voor deze borden. Lecompte: “Het gepatenteerde Polyfast systeem maakte deze borden tot de juiste keuze. Dat geeft immers de mogelijkheid om schakelaars in en uit te rijden onder spanning. Omdat de engineering niet op voorhand kon, maar gaandeweg moest gebeuren was dit cruciaal voor ons. Tegelijk geeft het ook aan het labo het gevraagde aanpassingsvermogen. Een bijkomende troef is dat er geen bijkomende meetsystemen nodig zijn, deze zijn geïntegreerd in de vermogensschakelaars. Alles kan meteen gevisualiseerd worden.”

9


Polestar Antwerpen

Geslaagd huwelijk tussen esthetiek en comfort De toekomst van mobiliteit is elektrisch. Volvo heeft dat begrepen en zet met Polestar een elektrisch performancemerk in de markt. Een merk dat ook op andere vlakken baanbrekend wil zijn. Zo is de showroom geen verkoopzaal meer, maar een plaats waar geïnteresseerden zich kunnen informeren en het gestroomlijnde silhouet en de exquisiete details van de Polestar kunnen bewonderen. Ook de technieken moeten daarom op een esthetische manier ingewerkt worden. Voor Polestar Antwerpen legde Chauffage Acar de puzzel voor een geruisloze werking die het comfort voor de bezoeker te allen tijde garandeert.

sequateVerias dolorepro corent lam

secea dolupti animaximin pa sum, sam quiae non nimaxim consequae name vendae non ent quatempedias cus evellor iaerovi duscide rehent acestio ma am harchil id quo molupta sperum vendandis remperit volupitiam, ea volupta tiissimus.m rectibus enda as dolupta tquiae omnihit molupta tasped quia volut harit ut quae vento blamet occus ut estibus cum dem de lant od magnatem. Xeriore ndellandicim aut at qui is ent veliata tiorehenis dio. Natem nis dolectibus aperor sapisquiant.Orum andit audi bea dolorem res nistem exerectiat apit molendandam, sent et magnia nulparu ptatem illam facea sam, bo. Os et volorro qui am volendel es dolorion pa eliquae voluptur alitate

Een showroom die er eigenlijk geen is. Dat vat een Polestar Space misschien nog het beste samen. In deze doordacht ontworpen, unieke omgeving kan u op uw eigen tempo kennismaken met de toekomst van mobiliteit: de plugin hybride Polestar 1 en de volledig elektrische Polestar 2. Polestar bestaat sinds 2017 en is het elektrische performance merk van Volvo. Het kreeg zijn Belgische vuurdoop begin dit jaar op het Autosalon. Enkele maanden later zijn ook de eerste Polestar Spaces geopend. Het was een wedren om de eerste te zijn. Een fotofinish waarbij Antwerpen uiteindelijk nipt de duimen moest leggen voor Brussel. Maar wat maakt nu een Polestar Space? We vroegen het aan commercieel directeur Polestar Antwerpen Alexander Buytaert. “Ze moet strak en minimalistisch zijn. Open en clean. Wie meer wil te weten komen over de Polestar moet er in alle rust iets kunnen bekijken, zonder al te veel afleiding.”


Uniforme uitstraling

Dat heeft alles te maken met het nieuwe autoretailmodel dat Polestar wil toepassen. De auto kopen kan enkel online. De medewerkers in een Polestar Space hoeven u er dus niks te verkopen, maar u louter informeren. De rest van de beleving is aan u. Het stuur in uw handen voelen? De wagen virtueel configureren en projecteren? Een testrit maken? Alles kan. Want een Polestar is niet zomaar een wagen, het biedt een ongekende rijbeleving en tal van innovaties. Om alle Spaces over heel de wereld dezelfde uitstraling te geven, wordt er gewerkt met telkens dezelfde kasten, vloeren ... Maar elk gebouw heeft zo zijn eigenheden, dus worden zaken zoals de technieken lokaal geregeld in functie van de ruimte. Toch heeft Polestar zo zijn eisen. Buytaert: “De HVAC-installatie, bijvoorbeeld, mag geen geluid maken, moet onzichtbaar in het interieur verwerkt worden en moet makkelijk bedienbaar zijn. En bovenal moet ze het comfort van de bezoekers verzekeren, elk seizoen, zonder al te veel afleiding.”

Op basis van het bestek van architectenbureau Lécharny & Bertrand Architects, ging Acar aan de slag voor een zeer doorgedreven ontwerp. Dat vertrekt vanuit een lucht-luchtwarmtepomp van Daikin met variabel koelmiddelvolume om Polestar Antwerpen op een efficiënte manier te verwarmen en af te koelen. Volledig in lijn met het DNA van het automerk. “De uitdaging was om dan tot een ontwerp te komen dat esthetisch binnen de ruimte past en tegelijk alle functionaliteiten kon garanderen. De warmtepomp moest daarom over een voldoende groot luchtdebietvermogen beschikken om per uur de temperatuur op peil te houden.

Vincent Acar (Chauffage Acar) en Alexander Buytaert (Polestar Antwerpen)

Puzzel samengelegd

Op 10 juli leverde Chauffage Acar zijn werk op, iets voor deadline, zodat de schilder nog voldoende tijd had voor de afwerking van het gebouw voor de grote opening in augustus. Voor Vincent Acar was dit een project waar hij bijzonder veel voldoening uit haalde. “De moeilijkheidsgraad door de combinatie van de installatie, de timing en de locatie is iets wat mij prikkelt. Een prikkel die ik ook probeer over te dragen op mijn medewerkers. We leggen samen de puzzel om tot de best mogelijke oplossing voor de klant te komen.” Buytaert is aangenaam verrast door de samenwerking. “We hebben ze nochtans geen gemakkelijke vraag voorgeschoteld, maar Chauffage Acar is er toch in geslaagd om op zo een korte termijn, zo een goede oplossing uit te werken. De installatie sluit perfect aan bij wat we vooropgesteld hebben en werkt feilloos. Ik wil ook graag een pluim geven over de getoonde flexibiliteit en communicatie. Het is een van de leveranciers waar ik tijdens dit project het liefste mee samen gewerkt heb. Dat zij ook zullen instaan voor het onderhoud de komende jaren, stelt me gerust dat de HVAC-installatie in optimale conditie zal blijven.”

Realisatie door Chauffage Acar Gerealiseerde technieken:

- Concept en installatie HVAC  - VRV warmtepompinstallatie (lucht/lucht) met Daikin RXYSQ (31kW koelen/ 24kW verwarmen) en kanaliseerbare binnen units FXSQ in het vals plafond (2 x 10kW + 2 x 5kW + 3.2kW)

magazine 2020 - 2021

Balanceren tussen esthetiek en comfort

Doordat we reeds samengewerkt hadden aan eerdere projecten was er vertrouwen om in nauw overleg tot de beste oplossing voor het gebouw en de bezoeker te komen. Compromissen op vlak van esthetiek of comfort waren niet aan de orde. Daarom werden de oorspronkelijk geplande lijnroosters nog vervangen door variabele wervelroosters, omdat ze de gekoelde of verwarmde lucht niet volledig tot beneden zouden kunnen krijgen. De nieuwe roosters hadden wel voldoende worp en konden het debiet aan. Bovendien sluiten ze esthetisch naadloos aan bij de geluidsisolerende panelen.”

NEW

Geen evidentie als je weet dat Polestar Antwerpen in een prachtig pand zit in hartje Antwerpen, waar het over hoge plafonds en enorme glaspartijen beschikt met een zuidoriëntatie. Patrimoniumbeheerder Fidenco wist echter waar het moest zijn om elegante oplossingen te krijgen voor technische uitdagingen. Er wordt sinds 2016 voor de bouw of renovatie van andere showrooms binnen de groep nauw samengewerkt met Chauffage Acar uit Sint-Niklaas. Ook nu nam CEO Vincent Acar de handschoen graag op, ondanks de tijdsdruk. “Dat zijn we gewoon. Voor autogarages is het Autosalon steevast het hoogtepunt van het jaar. Maar de voorbereiding start eigenlijk al in november en de naverkoop loopt steevast uit tot maart. Dat wil zeggen dat verbouwingswerken altijd op zes maanden geklaard moeten worden.” Het uitgangspunt voor Acar was duidelijk: bezoekers moeten graag en lang in een Polestar Space willen vertoeven. “Het was dus aan ons om dat waar te maken zonder geluid en zonder vervelende luchtstromen ongeacht de buitentemperatuur.”

WH

Uitdagend pand

11


IFG Exelto

Ombouw Masterdrives naar Sinamics G120 Een productielijn gaat liefst zo lang mogelijk mee. Maar soms is een energie-efficiënte vernieuwing van obsolete onderdelen snel terugverdiend. Zo zorgde ATS voor de succesvolle ombouw van verouderde Masterdrives naar Sinamics G120-aansturingen in combinatie met Simotics reluctantiemotoren bij IFG Exelto, met als resultaat tot liefst 41% energiebesparing in optimale omstandigheden.

Technologie staat niet stil

Tijd voor een update

Een bijkomend pijnpunt was dat de communicatie tussen de frequentieregelaars verliep via Simolink, ook een Siemens-technologie die ooit furore maakte, maar ondertussen vervangen is door gebruiksvriendelijkere systemen. Daardoor verdween de Simolinkexpertise geleidelijk uit het werkveld. ATS was nog een van de enige integratoren die hiermee vertrouwd was.

ATS Project Manager Tom Leutenez stelde IFG Exelto voor om over te schakelen naar de modulaire, multifunctionele Sinamics G120-frequentieregelaars. “Die zouden in principe de bestaande spinpompmotoren kunnen aansturen, maar toch stelden we voor om de verouderde en suboptimale motoren te vervangen door de synchrone Simotics-reluctantiemotoren. Die zijn namelijk perfect afgestemd op de Sinamics-frequentiesturing, waardoor deze frequentieregelaar minder vermogen nodig heeft. Door de hogere (energie)efficiëntie, ook bij deellast, is de meerkost snel terugverdiend”, verduidelijkt Leutenez.

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

IFG Exelto, gelegen op de voormalige Domo-site, is een producent van PP-stapelvezels (PolyPropyleen) met toepassingen in vloerbedekking, automotive, geotextiel en constructie (betonvezels). De vezels worden 24u/24 gesponnen op 5 vezellijnen in Zwijnaarde. De spinpompen zijn daarbij cruciaal voor de kwaliteit van de vezels. De acht spinpompen van lijn 4 werden tot voor kort aangedreven door Masterdrives-frequentieregelaars. Die Siemens-technologie heeft jarenlang haar diensten bewezen, maar wordt vanaf oktober 2020 niet meer ondersteund. Zo wordt het moeilijk om aan onderdelen te komen en reparaties uit te voeren.

12

ATS werkt al jaren samen met IFG Exelto op elektrovlak. Voor dit project bracht ATS de mogelijke risico’s en pijnpunten van de grootste vezellijn in kaart. Zoals Jeroen Kuypers, hoofd van de technische dienst, aangeeft: “Het was hoog tijd om een van de vijf vezellijnen te moderniseren. Tegelijk kunnen de vrijgekomen onderdelen gebruikt worden om de andere lijnen te depanneren.”

Tegelijk werd Simolink vervangen door de meer toegankelijke Profibus-communicatietechnologie die reeds aanwezig was. De hele ombouw moest in een korte tijdsspanne gebeuren, tijdens de zomerstop wanneer de lijnen stil liggen. Leutenez: “Gelukkig kon IFG Exelto rekenen op onze flexibiliteit en expertise. Dankzij de nauwgezette voorbereiding, met de ondersteuning van Siemens, klaarden we met ATS de klus in amper een week.”


De voordelen van een synchroon reluctance drive system

Door over te schakelen naar een synchrone reluctantie-aandrijving, kon het opgenomen vermogen van de installatie verminderen en efficiëntere motoren geïnstalleerd worden. Stéphane d’Hert van Siemens verduidelijkt: “Acht 5kWmotoren (rendement < 70%) maakten plaats voor 2,2kW-reluctantiemotoren met hoog rendement (89,5%) en een nauwkeurige aansturing. Zelfs bij gebruik in deellast en op een laag toerental is het rendement van synchrone reluctantiemotoren veel hoger dan bij een standaard asynchrone motor het geval is. Zo wordt probleemloos een efficiëntie van minstens IE4 gehaald.” Uit een netanalyse blijkt, uitgevoerd door Arne Van Qaethem van BU Power Quality, dat de nieuwe installatie tot 41% minder energie verbruikt (bij nominale omstandigheden, met een foutmarge van 5%). Dit helpt IFG Exelto om zijn doelen uit de energiebeheersovereenkomst te halen, maar het scheelt natuurlijk ook een flinke duit op de energiefactuur. Daarnaast is er voor het reluctance drive system geen encoder en geforceerde koeling nodig en heb je toch een nauwkeurige regeling tot zeer laag toerental. Deze uitgespaarde onderdelen kunnen dan ook niet stuk gaan, ze moeten niet onderhouden worden en verbruiken geen energie. Zo is de nieuwe installatie veel resistenter en performanter.

Een proactieve samenwerking

IFG Exelto vertrouwt op ATS. De ATS-technici hebben dan ook een grondige kennis van de installed base bij IFG Exelto, een duidelijk voordeel tegenover de concurrentie. Maar zo is het ook makkelijker om met de klant mee te denken en oplossingen op maat voor te stellen. IFG Exelto is tevreden met de samenwerking en de installatie draait vlot. Missie volbracht! Maar ook voor ATS was het een plezier om met IFG Exelto samen te werken: “De kasten waren perfect onderhouden en de schema’s waren up-to-date. Dat zijn we soms wel anders gewend”, knipoogt Leutenez. Dit was een typische case waarin ATS van de nood een deugd gemaakt heeft, en verder dacht dan het onmiddellijke probleem (nieuwe frequentieregelaars). Zo toont ATS aan de klant dat een modernisering zich snel terugbetaalt in uitgespaarde energiekosten, gebruiksgemak, minder onderhoud, enz.

“ATS denkt met ons mee. Ze kennen onze installed base door en door, en leiden ons zo naar de meest geschikte oplossingen op de markt.” Jeroen Kuypers Hoofd technische dienst, IFG Exelto

Tom Leutenez (ATS) en Jeroen Kuypers (IFG Exelto)

Op naar de 4 andere vezellijnen?

Tom De Wilde (Siemens), Stéphane D’Hert (Siemens), Jeroen Kuypers (IFG Exelto) en Tom Leutenez (ATS)

Gerealiseerde technieken: - Motion Control: · Analyse en configuratie huidige drivetrain en lijnaandrijving · Mechanische, elektrische en softwarematige installatie van drivetrain en lijnaandrijving - Analyse huidige netvervuiling en invloed van nieuwe configuratie door Power Quality

NEW

Realisatie door ATS nv, BU Automation en BU Power Quality.

magazine 2020 - 2021

Na ombouw

WH

Voor ombouw

13


Aelterman metaalconstructies

Een samenwerking om op te klinken Een van de meest prestigieuze vastgoedprojecten in Gent is de Tondeliersite. De oude contouren van de verlichtingsgasfabriek en de gashouders die dienst deden als buffer voor het geproduceerde gas, zullen vorm geven aan een nieuw duurzaam woonproject. Toch gaat dat industrieel erfgoed niet verloren. Een gashouder wordt in zijn oorspronkelijke staat hersteld, als testament voor de werking in het verleden. Voor de 63.000 klinknagels die nodig zijn in de metalen constructie (27.000 voor de klok en 36.000 voor de bovenbouw) rekent men op de liefde voor het ambacht van Aelterman. Om op een moderne manier te kunnen werken ontwierp Aelterman samen met de BU Hydraulica van ATS een speciale klinkbeugel.

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Eddy Pinto (ATS), Chris Aelterman (Aelterman) en Ronald Van Haver (ATS)

14

Wanneer de Tonderliersite afgewerkt zal zijn, wordt het de tweede grootste groene long van Gent, na het citadelpark. Een hele transformatie, als je weet dat hier in 1880 een verlichtingsgasfabriek werd gebouwd. Het gas dat ze leverde fungeerde als de energiebron voor de stadsverlichting van Gent. Oorspronkelijk met vier gashouders, vandaag staan er nog twee (van elk 10.000 m³) die de laatst resterende in Vlaanderen zijn. Een gashouder of gasklok werkt volgens het principe van een duikklok: een beker die je in bad recht naar beneden duwt, zal gevuld blijven met lucht. De Tondelier gashouders bestaan

uit een plaatijzeren klok (koolstofstaal, aaneengeklonken platen) en één plaatijzeren ring. Klok en ring grijpen door middel van omgebogen randen in elkaar. Elke gashouderklok en -ring rust in een ringvormige goot op water. De gasklok en -ring worden met verbindingsstukken, voorzien van wielen over de verticale profielen, gevat door kolommen in koolstofstaal, naar boven of naar onderen geleid. Hoe meer gas er was, hoe hoger deze telescopische gashouders stonden. Naarmate er meer gas verbruikt werd, zakten ze weer in.


Gashouders op de Tondeliersite

63.000 klinknagels te slaan

Voor het Tondelierproject kregen de medewerkers van Aelterman 63.000 klinknagels voor de kiezen. “Tot 50 jaar geleden was pneumatisch klinken een veilige manier van verbinden, maar de productiviteit van die manier van werken ligt aan de lage kant met ongeveer 60 klinknagels per uur. Klinknagels moeten eerst opgewarmd worden tot 1.100 °C alvorens ze geplaatst worden. Na het slaan van de nagelkop zal de krimp ten gevolge van de temperatuurdaling zorgen voor de stevigheid van de verbinding. Zelf heb ik de kunst van het klinken geleerd van de vorige generatie, want het is een ambacht dat je in de vingers moet krijgen. Vandaag geef ik die kennis dus ook door op de werkvloer. We hebben medewerkers die er echt in uitblinken.” De creativiteit van Aelterman toont zich ook in de werkplaats, waar ze een klinkbeugel met hydraulisch aggregaat hebben staan om het klinkproces te vereenvoudigen en te versnellen. Het hydraulisch klinken geeft een grotere klemkracht op de klinknagel wat een stevige verbinding garandeert. “Hierdoor kunnen we één klinknagel per seconde bevestigen in plaats van per minuut.”

Hydraulische klinkbeugel 2.0

Het werk aan de gashouders vroeg echter om een klinkbeugel met een grotere uitlading om de werkstukken erin te kunnen passen. Het mechanische werk om een grotere te maken op maat van het project, konden ze zelf voorzien. Maar hydrauliek is net als klinken een vak apart. Door de jarenlange samenwerking wist Aelterman meteen waar aan te kloppen: ATS. Eddy Pinto, die instaat voor Customer Management bij ATS, fungeert al sinds het prille begin in 2001 als aanspreekpartner. “Door dicht bij de klant te staan, willen

Perfecte uitlijning tussen cilinder en stempel

In dit geval kon men dus werken vanaf een bestaand voorbeeld. Van Haver: “We konden ons voor een groot stuk beroepen op de knowhow binnen Aelterman. Zij weten perfect welke persdruk nodig is per diameter klinknagel. De technische uitdaging voor ons zat erin om de twee openingen voor de hydraulische cilinder en stempel perfect in lijn te krijgen. Naast de hydraulische cilinder, leidingwerk en snelkoppelingen, installeerden we ook het elektrisch systeem bestaande uit bedieningsdrukknoppen en elektrische stekker. De klinkbeugel diende Aelterman te kunnen aansluiten op hun bestaand hydraulisch aggregaat. Achteraf zien dat het geheel operationeel is en werkt zoals verwacht geeft voor éénieder van onze afdeling enorm veel voldoening.” De klinkbeugel werd rond Nieuwjaar besteld en in maart op tijd aangeleverd om het klinken te beginnen. De kraan waar hij aan bevestigd is, rijdt sindsdien rond op de kap van de oude kuip van de gashouders. Elke 3,5 cm wordt er een klinknagel bevestigd. Bij het ter perse gaan van dit artikel, waren al vier van de zestien ringen hersteld in hun oude glorie.

Basis van vertrouwen

Aelterman: “Waarom we wisten dat het in orde zou komen? Simpel, we gaan enkel voor de beste partners. Als je samen aan het ontwerpen slaat, dan moet vertrouwen de basis zijn. Dan kan je je geen avontuurtjes permitteren. ATS is al jaren een vaste partner. Als er hydrauliek aan te pas komt, dan weten we dat we op ATS kunnen rekenen om even creatief mee te denken.”

Realisatie door ATS nv, BU Hydraulics Gerealiseerde technieken: - Hydraulische cilinder - Leidingwerk

magazine 2020 - 2021

Om de gashouder weer in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, moest men in de eerste plaats over expertise in klinknagels beschikken. Een kolfje naar de hand van familiebedrijf Aelterman, dat als een van de weinige constructeurs in Europa dit ambacht nog uitoefent. Bij zijn ontstaan in 1952 was Aelterman een typische smidse in het Gentse. Zoals vele andere in die tijd verzorgde het onder meer constructies voor boerenhangars. Intussen is het bedrijf uitgegroeid tot specialist in stalen bruggen, sluisdeuren, stuwdeuren kraanonderdelen en aanverwante gelaste constructies. Het grotere werk dus. Zo tekende Aelterman onder meer voor de boogbrug met grootste overspanning in België, namelijk zo’n 180 m over het Albertkanaal. “In se doen we nog steeds hetzelfde als toen: we versnijden platen en voegen ze weer aan elkaar zoals de opdracht het vraagt”, vertelt Chris Aelterman, één van de zaakvoerders van het familiebedrijf. “Door de opgebouwde knowhow in metaalconstructies en onze familiale structuur kunnen we echter ook creatief zijn. Dat is cruciaal om in grote aanbestedingsprojecten waar de deadline heilig is, het verschil te maken.”

we meedenken met hem. Elk project is hier anders en geeft ons een uitdaging om de tanden in te zetten. Samen komen we er altijd uit om de juiste oplossing binnen het budget te vinden.” In dit geval was het de BU Hydraulica die er zijn kunnen op mocht loslaten. Project Engineer Ronald Van Haver legt uit wat ze daar allemaal doen: “Het aparte aan hydraulica is dat je niet alleen hydraulische principes moet kennen, maar ook elektrisch sterk moet zijn om alles correct te kunnen aansturen. Met een team van vijf mensen, allemaal gebeten door de techniek, ontwerpen en ontwikkelen we nieuwbouwprojecten. Maar we verzorgen ook service en leveren wisselstukken aan onze klanten. We proberen altijd goed te luisteren naar onze klant. Door samen het probleem al deels te ontrafelen kan ik het team al met de juiste bagage op pad sturen voor service interventies.”

NEW

Aelterman, specialist in klinken

- Elektrisch systeem

WH

Klinkbeugel

15


Luc De Jonge (Luc De Jonge), Bram De Poorter (Luc De Jonge), John Troch (ATS) en Jan Snauwaert (McDonald’s)

McDonald’s

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Alle technieken aangestuurd vanuit één platform

16

McDonald’s, wie kent hun hamburgers die overal ter wereld even heerlijk smaken nu niet? Maar wist u ook dat om de kwaliteit, productiezekerheid en duurzaamheid te bereiken die McDonald’s nastreeft ze hard inzetten op automatisering? Alles van elektriciteit, tot HVAC en zelfs het waterbeheer kan vanaf één touchscreen aangestuurd worden en opgevolgd via een unieke cloudapplicatie met dank aan Luc De Jonge nv en ATS nv. Wat ze van die samenwerking vinden? They’re loving it!


Snelste bouwers

Tijdens de jaren 90 kende McDonald’s een enorme groei. De Belg kon de heerlijk gegrilde hamburgers en krokant gebakken frietjes wel smaken. Om ze dichter bij hem in de buurt te brengen kwamen er in de jaren ‘90 maar liefst vijfenveertig restaurants bij. De werfcoördinator die verantwoordelijk was voor de elektriciteitswerken zocht en vond een betrouwbare partner in Luc De Jonge nv uit Ninove om deze expansie tot een goed einde te brengen. Zaakvoerder Luc De Jonge: “In wezen waren dit geen al te complexe werken. We spreken over het begin van de jaren negentig. Databekabeling bestond toen zelfs nog niet. Waar de uitdaging bij de bouw van een nieuwe McDonald’s toen en ook nu nog steeds in zit, dat is de timing. Dat is het huzarenstukje. Niemand bouwt zo snel als zij en dan zijn planning en timing cruciaal.” Dat bevestigt ook Jan Snauwaert, Equipment & Technical Service manager voor McDonald’s België. “Gemiddeld zitten er tien à twaalf weken tussen de start van de bouw en het kraken van een flesje om de opening van de nieuwe vestiging te vieren. Dan moeten alle betrokken contractoren als een goed gesmeerde ketting samenwerken. Vandaar dat partnerschappen belangrijker zijn voor ons dan in elk project telkens weer leveranciers tegen elkaar uit te spelen. Wij kijken vooruit, op lange termijn.”

Opgenomen vermogen afbouwen

WH

Luc De Jonge (Luc De Jonge)

NEW

magazine 2020 - 2021

Vandaag telt McDonald’s België 88 vestigingen die samen 69.000 maaltijden per dag serveren. De restaurantketen blijft werken aan zijn marktpenetratie en opende ook dit jaar, ondanks de coronacrisis, negen nieuwe vestigingen. In elk bouwproject streeft het bedrijf drie criteria na: kwaliteit, productiezekerheid en energiebeheer. “Al in 2000 hebben we van energiezuinigheid ons stokpaardje gemaakt. Enerzijds omdat we belang hechten aan de strijd tegen klimaatverandering. Anderzijds omdat de energieprijzen enorm stegen. Dat betekende een hele omwenteling in de manier waarop we met elektriciteit omgingen. Vroeger schakelde je de toestellen in en was je operationeel. Maar dat bracht aanzienlijke pieken bij de opstart met zich mee, pieken die je cash betaalde, zeker omdat elke vestiging toen nog zijn eigen energiecontract afsloot. In eerste instantie zijn we dan overgeschakeld naar een Duits systeem, dat het opgenomen vermogen kon afknotten. Van zodra we een grens te boven gingen, schakelde het systeem minder belangrijke apparatuur uit. Beter voor het energieverbruik, maar dan knaag je wel aan het comfort, wat uiteraard niet de bedoeling is.”

17


Automatisering zorgt voor efficiëntieslag

Om te allen tijde te waken over het comfort deed automatisering steeds meer zijn intrede. “Het gaat erom onze franchisenemers te ontzorgen. De restaurants en de gebruikte technieken worden steeds complexer, terwijl wij het hen net gemakkelijker willen maken. Daarom evolueerden we naar een centrale regeling en aansturing. Het is een stuk efficiënter werken als alle technieken op een uniforme manier geïmplementeerd worden”, geeft Snauwaert aan. Het team van Luc De Jonge automatiseerde de Fire-Up procedure, een systeem dat alles geautomatiseerd in cascade laat opstarten in McDonald’s restaurants. “Elk toestel werd op die manier rustig en gefaseerd opgestart in functie van de organisatie, de planning en de drukte”, legt De Jonge uit. De vestiging in Waterloo kreeg de première. Snauwaert: “Door gestuurd

Een touchscreen bewaakt alle technieken

Het principe uit het begin van de eeuwwisseling is in de basis nog steeds hetzelfde. Elk jaar werd wel samengezeten hoe het nog verder geoptimaliseerd kon worden in functie van de noden. Drie jaar geleden kwam men echter op een kruispunt. De toenmalige PLC-technologie was aan vervanging toe. Op dat moment werd het Automation team van ATS partner van McDonald’s. Application Engineer John Troch legt uit: “Met de keuze voor WAGO konden we McDonald’s extra integratiemogelijkheden bieden. Omdat de software grotendeels herschreven moest worden, was dit immers het uitgelezen moment om mee te denken met de klant: wat heeft hij vandaag echt nodig en waar wil hij naartoe.” Voor McDonald’s was het belangrijk om stappen te blijven zetten in duurzaamheid. De Wago-PLC controleert de HVAC-installatie, de verlichting, de keukentoestellen, … Waterbehandeling zit voortaan ook geïntegreerd in het systeem dat waakt over de kwaliteit van het water, de recuperatie van regenwater en de werking van het systeem. “Door voor het Modbus protocol te kiezen, konden we alle systemen laten praten met elkaar. Dit hebben we gebundeld en inzichtelijk gemaakt met een visualisatie op een touchscreen in elke vestiging, waarop alle technieken intuïtief kunnen gemonitord worden. Een touchscreen dat bovendien 100% afwasbaar en hygiënisch is.”

te werken daalt het piekvermogen van 160 kW naar maximaal 120 kW. Het is moeilijk vergelijken tussen de oude en de nieuwe situaties: de keukens zijn groter geworden, menu’s uitgebreider, innovaties zoals led en free cooling deden hun intrede... Maar we hebben door deze innovatie een efficiëntiesprong kunnen nemen van 20 à 30%.” Toch hield McDonald’s nog een schakelaar achter de hand voor als er iets zou mislopen. “We hadden onze zogeheten ‘oh shit’ switch”, vertelt Snauwaert met een knipoog. “Als de PLC het zou begeven kan het restaurant weer manueel overgenomen worden op de oude manier. Een sprong in de tijd die ons de garantie geeft dat we altijd aan de slag kunnen blijven en de servicetechniekers de tijd om te analyseren hoe ze het euvel gaan oplossen. Op die manier kunnen eveneens de meest dure interventies, zoals ’s avonds en in het weekend, voorkomen worden.”


Jan Snauwaert (McDonald’s), John Troch (ATS), Luc De Jonge (Luc De Jonge), Bram De Poorter (Luc De Jonge)

Beter maar niet duurder

Gerealiseerde technieken: - Bordenbouw - Elektrische installatie

NEW

Realisatie door Luc De Jonge nv, ATS nv

magazine 2020 - 2021

Achter de schermen kwam er voor de technische ploeg van McDonald’s een cloudapplicatie (ATS Smart Tool) bij. Drie restaurants kregen reeds hun vuurdoop op dit platform: Ath, Beerse en Beringen. “Het Smart Tool platform is een eigen ontwikkeling van ATS voor alarmering en monitoring van op afstand. Alle data, zo’n 120 à 150 parameters per vestiging worden gemonitord, foutcodes incluis. Zo weet men meteen wat het probleem is en wat men nodig heeft om het ter plaatse te gaan oplossen”, verduidelijkt Troch. Voor Snauwaert zorgt deze nieuwe aanpak voor niks dan voordelen. “In vergelijking met andere landen, is de integratie van technieken zeer vergaand. Daardoor kunnen we nu toekomstige problemen vroeg detecteren, zelfs zonder fysiek op de site aanwezig te moeten zijn. ATS en Luc De Jonge slaagden bovendien in dit huzarenstukje zonder dat het ons aan het einde van de rit meer kost. Maar we hebben er wel zoveel efficiëntie en mogelijkheden bijgekregen bij nu alles op één platform draait. Ze weten wat voor ons belangrijk is en reiken zelf zaken ter verbetering aan, maar altijd met respect voor het budget”, besluit Snauwaert.

- Automatisering en visualisatie

WH

- Rapportering via ATS Smart Tool

19


Olivier Houthooft, Bashir Khawari, Filip De Bruyne, Stein Lammens, Danny Den Exter, Chris Bastiaens, Jan De Prijck (ATS) op de LCL-werf in opbouw.

Datacenter LCL

Uw data altijd veilig en beschikbaar Data zijn het nieuwe goud. Om al die gegevens op een veilige en betaalbare manier te verwerken, op te slaan en te vervoeren kiezen bedrijven steeds vaker voor een samenwerking met datacentra. LCL is een uniek one-stop datacenter dat zijn focus niet zozeer legt op infrastructuur, maar wel op oplossingen op maat van de klant: beveiligde omgeving, 24/7 beschikbaarheid, koeling en connectiviteit, zodat klanten zelf nog hun IT-partner kunnen kiezen. Met zijn nieuwe datacenter in Aalst ambieert het als eerste in België het Tier III-certificaat. ATS nam in dit project het elektrisch gedeelte voor zijn rekening.

Beste mogelijke data-oplossing

Standaardoplossingen zijn geen spek voor de bek van LCL. Het bedrijf met hoofdkantoor in Diegem vertrekt altijd vanuit de noden van de klant. LCL operations manager Abdellah Mahlous: “We hebben onszelf een strategie van customer intimacy toegedicht. Door ons in te werken in of aan te passen aan zijn bestaande processen willen we de klant op maat bedienen. We zijn daarom niet getrouwd met partijen en streven carrier neutraliteit na. Zo willen we de best mogelijke partner en best mogelijke oplossing aanbieden.” LCL voorspelt niet alleen voor zichzelf maar ook voor de rest van de sector een serieuze groei de komende jaren. “Vroeger hielden bedrijven de teugels zelf strak in handen. Vandaag beseffen ze, onder meer door de opkomst van cloudtechnologie, dat IT buitenshuis plaatsen enorme voordelen oplevert qua schaalbaarheid en onderhoud. De groei van datacenters was tot nog toe trager dan in de ons omringende landen. Maar er is intussen een inhaalbeweging ingezet. En wij hebben de ambitie om marktleider te worden in België”, onderstreept Mahlous.


Om die groei op te vangen is LCL gestart met de bouw van een nieuw datacenter in Aalst waar het op een bestaande site nog ruimte voor handen had. Het wordt niet zo maar een zoveelste datacenter maar het allereerste in België dat een Tier III-certificatie ambieert. Mahlous: “Tier-classificaties hebben alles te maken met het niveau van redundantie in de datacenterinfrastructuur en worden uitgereikt door Uptime. III brengt het etiket ‘concurrently maintanable’ met zich mee. Dat komt er bijvoorbeeld op neer dat onderhoudswerken aan onze infrastructuur geen enkele impact hebben op onze dienstverlening naar de klant. Alle systemen (voor elektriciteit, HVAC, capaciteit …) zijn daarom dubbel uitgevoerd zodat we een minimale beschikbaarheid kunnen garanderen van 99,98%.” Dit is het hoogst haalbare niveau in België, want voor Tier IV zou de elektriciteit via twee gescheiden wegen het datacenter moeten binnenkomen, terwijl de Belgische wetgeving maar één energieleverancier toelaat. In de praktijk lost LCL dat op met generatoren en extra batterijen die stroomonderbrekingen opvangen.

Redundantie vertalen naar elektrische opbouw

Door die extreem hoge eisen rond betrouwbaarheid zijn datacenters geen plek om te experimenteren met innovatieve technologieën. “Wij kiezen steevast voor technologie die zich reeds bewezen heeft in de praktijk. En we opteren voor elk project voor die toeleveranciers die het beste aan die specifieke noden kunnen voldoen”, voegt Mahlous toe. ATS won de tender op basis van zijn prijs-kwaliteitverhouding maar ook de diepgaande knowhow van zijn mensen was een sterke troef. ATS BU Manager Electrical Solutions Filip De Bruyne was bijzonder trots er zijn tanden te mogen inzetten. “Een datacenter als dit van nul helpen opbouwen is ook naar onze normen een zeer groot project. LCL had al in de tender blijk gegeven van perfect te weten wat er nodig was voor het ontwerp. Onze meerwaarde lag in de verdere verfijning van de productselectie en uiteraard een feilloze uitvoering om die redundante structuur te vertalen in de elektrische opbouw. Een filosofie die tot in het kleinste detail doorgetrokken moest worden.”

BIM: virtueel 3D-model gebouw en zijn technieken

Om een passend antwoord op de hierboven beschreven uitdagingen te bieden, had LCL gevraagd om met BIM (building information modelling) te werken. Dit is in feite een digitaal 3D-model van het gebouw waarin elke aannemer zijn objecten intekent. Wekelijks was er overleg tussen de verschillende contractoren om dit naadloos op te volgen. “Een datacenter combineert heel wat technieken (HVAC, elektriciteit, beveiliging, monitoring …) en vraagt dus om heel veel bekabeling. Door de engineering tot in het kleinste detail eerst virtueel te laten gebeuren in een BIM-model, kan je al op voorhand conflicten identificeren en in overleg met alle partijen oplossen zonder achteraf voor moeilijke, fysieke aanpassingen op de werf te staan. Voor ons had het ook het voordeel dat we materialen met een lange levertermijn, zoals de busbars, op voorhand konden bestellen omdat de exacte maatvoering bekend was. Dit zorgde voor kortere doorlooptijden eenmaal de werken werden aangevat. BIM was cruciaal om dit project en de gevraagde redundantie tot een goed einde te brengen”, aldus ATS Project Engineer Olivier Houthooft.

Goede wisselwerking

Gerealiseerde technieken: - Middenspanning - Elektrische installatie - Bordenbouw Siemens Sivacon S8

NEW

Realisatie door ATS nv

magazine 2020 - 2021

De finale fase is intussen ingegaan. Tegen midden december zullen alle technieken opgeleverd zijn, zodat de testen en de certificatie in de kerstvakantie kan gebeuren. Mahlous is bijzonder opgetogen over het geleverde werk. “We liggen niet volledig op schema, maar dit was dan ook geen standaardjaar. Wat ik vooral onthoud is de goede wisselwerking op de werf met de verschillende contractoren. Het team van ATS was altijd bereikbaar en constructief. Op elke werf komen er wel problemen voor, het gaat erom er samen uit te geraken en met ATS ging dat vlot. Het gebouwde BIM-model zal bovendien nog veel voordelen opleveren naar gebruik en onderhoud, omdat van elke component alle technische gegevens bekend en gedocumenteerd zijn. Met ATS kunnen we erop rekenen dat alles goed gedaan is. Ik kan de samenwerking dan ook aan iedereen aanbevelen.”

- BIM-model - Branddetectie

WH

Eerste Tier III datacenter in België

21


Standaard Boekhandel Vakmanschap dat boekdelen spreekt

Standaard Boekhandel vierde in 2019 zijn honderdste verjaardag. Een eer die weinig bedrijven te beurt valt, zeker in de moeilijke boekenmarkt. Het geheim achter dit succes? Overal aanwezig zijn. De winkelpunten zijn met andere woorden het visitekaartje van het bedrijf. Electro André Gevaert van de ATS Groep zorgt al bijna twintig jaar voor een feilloze elektrische installatie in elke winkel.

Voor CEO Geert Schotte leest de geschiedenis van het bedrijf als een verhaal in twee delen. “Onze roots liggen bij de Standaard Uitgeverij, die naast een krant ook een boekhandel opstartten in 1919. Maar ons echte verhaal als onafhankelijk bedrijf begint in 1984. Volgens kwatongen was het slechts een kwestie van tijd vooraleer we failliet zouden gaan. We hebben hun ongelijk bewezen door in te zetten op expansie. Van de twintig winkels die we toen hadden, zijn we uitgegroeid tot een retailketen met ongeveer 190 winkelpunten.” Naast de 140 Standaard Boekhandels met het bekende uiltje als logo, behoren ook de winkels van Club (overgenomen in 2014), twee webshops en shop-inshopconcepten (zoals in Fun, Zoo Planckendael, Zeepreventorium …) tot de keten. Samen zijn ze goed voor een omzet van 280 miljoen euro en meer dan 1.000 jobs. Hiermee beschikt Standaard Boekhandel over een uitstekende penetratie van de markt in alle hoeken van het land. Met winkelpunten in de stad, de periferie op de campus van hogescholen, in shoppingcentra … En bovenal met zeer tevreden klanten. Zo werd het bedrijf in ’17 en ’19 verkozen tot ‘beste winkelketen van België’.

Partner in succes

Een van de partners die mee deze weg naar succes hielp plaveien is Electro André Gevaert uit Roeselare. Een familiebedrijf met meer dan 65 jaar ervaring in de elektriciteitssector. Toen Rik Gevaert de zaak overnam werd het vizier stelselmatig van schouder veranderd. Weg van openbare aanbestedingen, naar voornamelijk de retail- en de bankensector. Waarom? “Omdat je meer eer hebt van je werk. Als ik nu voorbij een winkel van Standaard Boekhandel passeer en de etalage zie oplichten, dan kan ik trots zijn op het geleverde werk en onze kennis die erin zit”, vertelt Gevaert. Deze strategische keuze leverde het bedrijf geen windeieren op. Vandaag telt het al 31 medewerkers en maakt het deel uit van de ATS Groep.

85 alarmcentrales op twee weken Rik Gevaert (Elektro André Gevaert) en Geert Schotte (Standaard Boekhandel)

sequateVerias dolorepro corent lam

secea dolupti animaximin pa sum, sam quiae non nimaxim consequae name vendae non ent quatempedias cus evellor iaerovi duscide rehent acestio ma am harchil id quo molupta sperum vendandis remperit volupitiam, ea volupta tiissimus.m rectibus enda as dolupta tquiae omnihit molupta tasped quia volut harit ut quae vento blamet occus ut estibus cum dem de lant od magnatem. Xeriore ndellandicim aut at qui is ent veliata tiorehenis dio. Natem nis dolectibus aperor sapisquiant.Orum andit audi bea dolorem res nistem exerectiat apit molendandam, sent et magnia nulparu ptatem illam facea sam, bo. Os et volorro qui am volendel es dolorion pa eliquae voluptur alitate

Sinds 2002 verzorgt Electro André Gevaert het volledige elektrisch gedeelte wanneer er een winkel gebouwd of gerenoveerd wordt voor Standaard Boekhandel, van verlichting tot branddetectie, van databekabeling tot elektrische schakelkast. Steeds op een uniforme manier in functie van het winkelconcept. “Door zo gestandaardiseerd mogelijk te werken, weten we altijd perfect wat er waar aanwezig is. Zonder deze aanpak, zou het beheer en onderhoud van al onze winkels moeilijk op te volgen zijn”, aldus Schotte. De samenwerking kwam toevallig tot stand. Begin jaren 2000 waren meerdere winkels slachtoffer van een overval. Schotte: “We wilden onze mensen zo snel mogelijk weer met een gerust gemoed aan de slag laten gaan. Rik kreeg van ons de opdracht om onze 85 winkels over heel het land op twee weken tijd te voorzien van nieuwe alarmcentrales. Een huzarenstukje dat meteen bewees uit welk hout hij en zijn team gesneden zijn.”


Kwaliteit altijd top

En dat was ook nodig. In de grootste expansiegolf ging er bijna iedere twee weken een nieuwe winkel open. “De grootste uitdaging in zo’n project is telkens de timing. Qua ontwerp en techniciteit zijn het zaken die we goed in de vingers hebben. Voldoende stock aanleggen was primordiaal, omdat het materiaal anders nooit op tijd geleverd zou zijn. In de drukste periode hadden we materiaal voor twee à drie winkels op voorraad liggen”, herinnert Gevaert zich. Vandaag komen er weliswaar minder winkels bij, toch bewijst Gevaert nog steeds zijn meerwaarde. “Door mee te denken met de klant. Zijn business is boeken verkopen, elektriciteit is de onze. We proberen de vingers aan de pols te houden en innovaties voor te stellen die van nut kunnen zijn. Zo hebben we bijvoorbeeld al snel voor ledverlichting geopteerd en ook bewezen welke besparing het kon betekenen. We zoeken voortdurend samen naar dat soort efficiëntieverbeteringen.”

Realisatie door Elektro André Gevaert Gerealiseerde technieken: - Algemene elektrische installatie - Bekabeling en databekabeling

magazine 2020 - 2021

Meedenken met de klant

NEW

Iets wat Schotte ook bijzonder kan smaken is het weinige personeelsverloop binnen Electro André Gevaert. “We zien steeds dezelfde medewerkers terug. Op die manier kennen ze ons bedrijf, onze systemen, onze gevoeligheden en onze wensen. Dat soort relaties zijn cruciaal. Dat zorgt voor een gerust gevoel, zelfs wanneer er een probleem is. Een voorbeeld om dit te illustreren is een stroompanne die we hadden op zaterdagnacht. Ook dan neemt Rik zijn telefoon op. Hij en zijn team hebben er toen voor gezorgd dat het op maandag business as usual was. Dat soort details maakt voor een retailzaak net het verschil. Want als het hoofdkwartier plat ligt, dan heeft dat zijn impact op ons magazijn in Temse en op onze winkels. Alle processen zijn met elkaar verbonden. Wat er ook aan de hand is, hij denkt mee tot er een oplossing is. Soms tijdelijk, maar dat geeft ons dan wel de tijd om voor een permanente oplossing te zorgen.”

- Bordenbouw - Verlichting

WH

Altijd dezelfde medewerkers

Van het een kwam het ander. “Toen onze vaste elektricien problemen had met het plaatsen van lijnverlichting in de winkels, gaven we hem dan ook daarin een kans. Tot grote tevredenheid. In al die jaren hebben we eigenlijk nog nooit een discussie gehad over hoe het technisch verlopen is op de werf. De kwaliteit van het geleverde werk is altijd top. We weten dat de winkel zoals gepland zal kunnen opengaan. Alle kabels zullen er liggen en zullen werken.” De eerste winkel die Gevaert onder handen mocht nemen was die in Sint-Truiden. Het begin dus van een hele reeks, want Standaard Boekhandel werkt zoveel mogelijk met vaste partners samen. “Van zodra er groen licht is voor een nieuw pand of een verbouwing, krijgen onze aannemers gemiddeld vier weken tijd vooraleer de winkel open gaat. Dat is enkel mogelijk met een team dat goed op elkaar is ingespeeld.”

23


ATS Groep groeit met 5 nieuwe acquisities

Als multidisciplinaire technologiegroep heeft ATS Groep er steeds bewust voor gekozen om zich in de breedte te profileren en zo een uniek aanspreekpunt te zijn voor hun klanten. Die diversiteit aan technische diensten zorgt ervoor dat ATS in vele industrieën en sectoren thuis is. Bovendien is die diversiteit een belangrijk wapen tegen conjunctuurgevoeligheid.

Die diversiteit in expertises is er historisch gekomen via een combinatie van interne groei van ATS en een actieve overnamepolitiek. Zo zijn er vandaag de dag 20 bedrijven die zich lid mogen noemen van de ATS Groep en actief zijn in ofwel Elektro, Mechatronica, HVAC & energieoplossingen of als groothandel elektro. De stabiliteit van een grote groep gecombineerd met de flexibiliteit van een KMO vormt het uitgangspunt en dit steeds met de visie om de klant innovatieve oplossingen met een duidelijke meerwaarde te bieden op basis van een langetermijnpartnership en co-creatie.

En heel recent hebben nog 5 bedrijven de ATS Groep versterkt. In de corebusiness engineering en elektroinstallatie zijn dit Elektriek uit Diksmuide, Elektro-Tech uit Zwevezele en Westelec uit Ieper. Zij vormen vooral een regionale expansie binnen gekende expertises. Een derde bedrijf is CDL-Engineering uit Gits, een engineeringbureau die industriële processen van A tot Z vormgeeft. De laatste in het rijtje is Insaver uit Houthalen-Helchteren. Zij bieden oplossingen om de energie-efficiëntie van de klant te verbeteren. Een uitgebreide voorstelling van CDL-engineering en Insaver kan u hier verder lezen.

Greet Saelens (CDL) en Filip Leenknegt (CDL)

CDL-Engineering

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Binnenhuisarchitect voor de industrie.

24

Filip Leenknegt en Greet Saelens vormen samen de drijvende kracht achter CDL-engineering uit Gits. Met een klein en dynamisch team staan ze in voor de engineering en lay-out van volledige fabrieken in heel diverse sectoren (voeding, recyclage, metaal, grondstoffen, …) maar steeds in de procesindustrie. Bovendien ontwerpen ze eveneens specifieke machines die thuishoren in de procesindustrie, maar waarvoor geen machine op de markt beschikbaar is. “Noem ons gerust de binnenhuisarchitect van de industrie, dit omvat het best wat we doen en waar we sterk in zijn. Vanuit onze ervaring herdenken we het volledige productieproces en gaan we dit op de meest efficiënte manier inplanten in functie van de beschikbare oppervlakte. Dat is waar we voor staan”, vertelt Filip Leenknegt.


De complementariteit van CDL-engineering vormt de perfecte aanvulling op het huidige aanbod van diensten binnen ATS Groep. “ATS is actief bij bedrijven waar wij niet actief zijn en omgekeerd hebben wij relaties bij bedrijven waar ATS niet actief is. Op lange termijn kan dit in beide richtingen perspectieven openen. Al willen we niets forceren. Voor ons is het van groot belang om een onafhankelijke en neutrale positie te hebben tegenover verschillende partners en constructeurs. De uiteindelijke beslissing met welke constructeur of integrator gewerkt wordt, ligt steeds bij de eindklant. Maar, we laten natuurlijk niet na om ATS voor te stellen”, besluit Filip.

Voordelen:

Met een 3D-scan wordt de volledige ruimte inclusief machines, piping, … digitaal opgemeten. De opmeting is nauwkeuriger dan manuele metingen en meet op 2 millimeter correct.

Door de infraroodmeting kunnen ook moeilijk toegankelijke en donkere ruimtes correct in kaart gebracht worden.

Voor dergelijke meting hoeft de productie niet stilgelegd te worden.

Na de scan beschik je over volledige, digitale 3D-documentatie van de actuele situatie.

Als resultaat kan je zelf aan de slag met de 3D-scan zonder 3D-software. De scan kan ook geïmplementeerd worden in een CAD-pakket. magazine 2020 - 2021

Uiteindelijk werd er in 2020 voor gekozen om met CDLEngineering deel uit te maken van ATS Groep omdat er geen familiale opvolging is. “Filip is 55 jaar en voor ons is het belangrijk dat we de continuïteit van ons bedrijf kunnen garanderen naar onze eigen medewerkers en naar onze klanten. Door deze overname kunnen we CDL-Engineering verder laten groeien”, zegt Greet.

Voor bedrijven die hun productiefaciliteiten wensen uit te breiden of te wijzigen maakt CDL-Engineering gebruik van de 3D-scan. Deze maakt een perfect beeld van de mogelijkheden in de ruimte doordat elk hoekje tot in het kleinste detail wordt opgemeten.

NEW

Deze omgekeerde manier van denken in vergelijking met klassieke processen sloeg aan en er was meer en meer vraag naar deze aanpak. De klant kent zijn proces en CDL-Engineering heeft de kennis van de procesmechanica. Vervolgens gaat CDLEngineering dat proces integreren met een betere workflow en machines, de leveranciers op elkaar afstemmen en de volledige coördinatie van het project op zich nemen. “In feite gaan wij een bepaald idee van het management van de klant gaan omzetten in een concrete lay-out, samen met een ordegrootte van budget. Vervolgens gaan we dit concept presenteren bij de klant en kan er beslist worden of de uitvoering doorgaat. Zo’n voorstudie duurt soms twee à drie maanden en geheimhouding is hier uitermate belangrijk”, verduidelijkt Greet.

CDL-Engineering maakt gebruik van de 3D-scan

WH

CDL-engineering, opgericht in 2009, is vooral ontstaan uit een specifieke vraag vanuit de industrie. Door hun achtergrond als machinebouwer, kreeg Filip de specifieke vraag om een volledige afdeling van een fabriek voor diepvriesgroenten te gaan bouwen. Een grote uitdaging die start met het uitdenken van de volledige lay-out met organisatie en schikking van de machines, dit alles gebaseerd op een gedetailleerde analyse van de workflow. Dit was de eerste opdracht voor CDL-engineering en van daaruit kregen ze alleen maar meer vraag naar gelijkaardige opdrachten. “Deze manier van werken, namelijk eerst het productieproces bedenken en vervolgens de bouw van de fabriek, bestond al langer in Nederland, maar niet hier. Op dit vlak vervulden we toen een pioniersrol in België.”

25


Insaver

Fotovoltaïsche installatieprojecten in goede handen Insaver is het eerste filiaal van ATS Groep op Limburgse bodem. Niet alleen een regionale uitbreiding, maar bovendien een uitbreiding van de expertise van ATS Groep, meer bepaald in de realisatie van fotovoltaïsche projecten in B2B en B2C.

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Insaver werd in 2012 opgericht door CEO Jan Pollaris en Tom Martens. De oorspronkelijke activiteiten van Insaver concentreerden zich op het isoleren van spouwmuren van particuliere woningen. Toen die markt langzaamaan stil viel, breidden de activiteiten uit naar projecten voor zonnepanelen, batterijen en dakrenovatie bij particulieren. De oorspronkelijke visie, om de energie-efficiëntie van hun klanten te verbeteren en hun ecologische afdruk te verkleinen, is gebleven. Binnen dit kader plaatste Insaver in 2016 ook de allereerste Tesla-batterij in Vlaanderen.

26

Om in de markt van energie-efficiënte oplossingen groei te realiseren, startte Insaver een structurele samenwerking met Luminus in 2017. Dit heeft er enerzijds voor gezorgd dat Insaver in de particuliere markt meer volume heeft kunnen realiseren en anderzijds hebben ze voet aan wal gekregen in de B2B-markt. En laat dat nu hetgeen zijn waar de synergiën met ATS Groep liggen. De meerderheidsparticipatie van Luminus in Insaver werd dan ook in 2020 overgenomen door ATS Groep.


PV-installatie bij ATS in Gent

Jan Pollaris, CEO van Insaver, licht dit verder toe: “Door dichter bij ATS Groep te staan, breekt er een nieuw hoofdstuk aan voor Insaver: naast de bestaande doelgroepen willen we ons verder ontwikkelen richting complexere projecten in B2B en industrie. We zien het als onze opdracht om met onze technische kennis de eindklant te ontzorgen in het verkleinen van hun ecologische voetafdruk.”

Jan Pollaris en Jean-Philippe Janssens (Insaver)

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

En van synergiën gesproken: ATS Groep heeft een uitgebreide ervaring in de bouw van netontkoppelborden voor PV-installaties, middenspanningsinstallaties en de inkoppeling van dit alles op het openbare net. Door deze nieuwe stap, kan Insaver ook voor de hogere vermogens een oplossing bieden. En niet onbelangrijk, Insaver kan

de vlag van ATS verdedigen in Limburg. Bovendien komt Insaver op veel plaatsen waar middenspanning en elektro-installatie nodig is. Nu kan de tandem Insaver – ATS dit samen aanbieden met de bedoeling om de klant te ontzorgen. “In de toekomst willen we met Insaver meer en meer significante PV-projecten realiseren zoals we dit al deden voor o.a. EOC, Plastic Omnium en ATS Groep zelf. Nog dit jaar werken we grote projecten af bij Centerparks, Spaas, … In de B2B en industrie willen we een gevestigde waarde worden als het aankomt op toegevoegde waarde en kennis op vlak van projecten inzake energie-efficiëntie. Met ATS Groep kunnen we samen groeien als één geheel”, besluit Jean-Philippe Janssens, Sales & Marketing Manager bij Insaver.

27


Volvo Car Gent

Wanneer productie op wieltjes moet lopen

Met 6.500 medewerkers is Volvo Car Gent de grootste industriële werkgever van Oost-Vlaanderen. In 2019 rolden er 206.225 wagens van de transportband. Elk van de onderdelen wordt op precies het juiste moment in de juiste sequentie aangeleverd aan de assemblagelijn. Om de wielen op een ergonomische en betrouwbare manier tot bij de operator te brengen, werkte de BU Machinery van ATS een wielmontageconcept uit. Resultaat: een serieuze besparing in Jurgen De Groote (ATS) en Jan Demaecker (Volvo Car Gent) met het team van BU Machinery.

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Elektrisch paradepaardje

28

Volvo Car Gent produceert de modellen XC40 en V60. Met de XC40, de nieuwe plug-in hybride van Volvo, en de XC40 BEV, de eerste volledig elektrische Volvo, wist de Gentse vestiging een paradepaardje te strikken. Volvo verwacht immers dat tegen 2025 de helft van alle verkochte Volvo’s elektrische wagens zullen zijn. Equipment engineer Jan Demaecker: “Onze productie bestaat eigenlijk uit drie aparte fabrieken. De lasfabriek waar we het chassis samenstellen, de spuitfabriek waar de wagens de juiste kleur mee krijgen en de eindassemblage waar de auto helemaal volgens de wensen van de klant wordt afgewerkt. Sinds kort is er nog een vierde zone: de batterijfabriek waar we de batterijen voor de XC40 assembleren.”

kosten en stilstandtijd.


Synchroon samenspel

Elke stap in de productieketen bij Volvo is minutieus afgesteld op de volgende. “Logistiek is hier een huzarenstukje. De verschillende onderdelen die via toeleveranciers komen, moeten op het juiste moment en in de juiste volgorde arriveren om dan naadloos binnen onze assemblagelijn te passen.” Een mooi voorbeeld daarvan zijn de wielen. Per vrachtwagen worden 3 x 16 stapels van 4 wielen aangeleverd in functie van de bestellingen die over de band zullen rollen. “Er is wat de sequentie betreft geen marge voor fouten. Het voorwiel moet immers aangeleverd worden net op het moment dat de vooras aan de operator passeert.” Aan het einde van de wielenaanvoerlijn zorgt de wissel-unit ervoor dat de wielen naar beide wielliften geloodst worden, links en rechts. Elke lift brengt het wiel naar beneden tot op de shuttle die hem op zijn beurt naar de as van de wagen brengt, op de perfecte hoogte. Een project dat Volvo enkele jaren eerder realiseerde met het voormalige VPS (nu BU Machinery binnen ATS) om de ergonomie voor de operatoren te verbeteren.

Te veel stilstand

Tot voor kort doken op dit punt in de assemblagelijn geregeld problemen op. Demaecker: “Het laatste stukje van het traject door de wiellift gebeurt eigenlijk op basis van de zwaartekracht. Met andere woorden, de wielen, die toch snel tot 35 kg wegen, vielen per 20 seconden rechtstreeks in de wielmand op de shuttle. Eén aan de rechterkant van het voertuig, één aan de linkerkant. Meer dan 2.000 keer per dag. Door het gewicht en de impact ontstond er na verloop van tijd steeds meer schade aan de shuttles met uitval tot gevolg en een stilstand van de productielijn. En dan beginnen de kosten op te lopen.” Volvo vroeg daarom aan de BU Machinery om een nieuw systeem te bedenken en tegelijkertijd de werking van de verschroevers, die de bouten van de wielen aanspannen, te automatiseren met het oog op maximale ergonomie voor de operatoren.

Samen de puzzel leggen

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

“Professionele uitvinders”, zo omschrijft manager Jurgen De Groote zijn BU. “Door out-of-the-box te denken, proberen we prototypes te ontwerpen die niet courant op de markt te vinden zijn. Samenwerking is daarin cruciaal. We hebben wel kennis van machines en techniek, maar de klant kent zijn proces, product en omgeving het beste. Concepten denk je dus samen uit. Daarbij hoeven we niet eens het warm water opnieuw uit te vinden. Het gaat er om bestaande technologie als een innovatieve puzzel samen te leggen om het probleem van de klant op te lossen. Dat we in diverse segmenten actief zijn, maakt dat er een kruisbestuiving kan ontstaan. Oplossingen die zich al in een domein bewezen hebben kunnen ook elders uitkomst bieden. Als we erin slagen om complexe dingen er heel eenvoudig te laten uitzien, dan zijn we geslaagd in onze missie.”

29


Alle handelingen in één sturing

Dat is ook het recept dat ze bij Volvo Car Gent toepasten. Volvo had zelf al een idee van hoe de oplossing eruit moest zien. “In plaats van de wielen los te laten en de zwaartekracht het werk te laten doen, houden we ze nu het volledige traject geklemd, roteren we ze onderwijl voor een perfecte positionering en leggen we ze rustig af in het wielmandje”, vertelt De Groote. “Vervolgens worden de wielen zo dicht mogelijk bij hun doel gepositioneerd zodat ze makkelijk en ergonomisch te monteren zijn. De operator hoeft ze enkel nog over de as te schuiven en vast te zetten. Nadat hij op start geduwd heeft, komt de verschroever erbij. Hij volgt de shuttle zo dicht mogelijk bij het wiel om zo weinig mogelijk cyclustijd te verliezen. Eenmaal aangekoppeld, worden de vijf bouten van het wiel tegelijk met een genormeerd moment vastgezet. Omdat het belangrijk is om te weten welke wagentype er precies aankomt en wat dus de precieze positie van het voor- en achterwiel is, hebben we het schuifregister uitgebreid met deze extra taak. Alle handelingen die moeten gebeuren voor de montage van het wiel zijn dus in dezelfde PLC geprogrammeerd. Daarnaast hebben we letterlijk nog een achterpoortje ingebouwd. Mocht de wiellift uitvallen, kan er langs die weg manueel verder gewerkt worden totdat de herstelling mogelijk is.”

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

Centimeterwerk

30

De uitdaging in het project zat vooral in de beperkte ruimte die beschikbaar was langs de productieband. “Het was centimeterwerk om de wielliften, die we elk in drie stukken hadden opgebouwd en getest in ons atelier ter plaatse samen te stellen. Zeker gezien de tijdsdruk die er was. De verschroevers deden al hun intrede in de productie in de zomer van 2018. De wiellift zelf kwam pas aan de beurt in de kerstvakantie van 2018. Op minder dan tien dagen moest de oude eruit, de nieuwe erin, de kast uitgebreid en geconverteerd worden en alles perfect op elkaar geprogrammeerd zijn volgens de standaarden die Volvo voorschrijft. Gelukkig konden we rekenen op de nodige steun binnen de andere afdelingen van ATS. De BU Automation speelde een belangrijke rol met o.a. Wim Van Honacker, Timmethy Duyck, Jonas Logghe en Tom Vandenberghe. En om van dit project een succes te maken was ook de expertise van de BU Electrical Solutions onontbeerlijk met als projectleider Hans Geerinck en werfleider Mo Jenaieh.”


Jan Demaecker (Volvo Car Gent) en Jurgen De Groote (ATS)

Van twee naar een operator

- Concept, engineering en design - Mechanische samenbouw

NEW

Realisatie door ATS nv, BU Machinery, BU Automation, BU Electrical Solutions Gerealiseerde technieken:

magazine 2020 - 2021

Volvo Car Gent is alvast bijzonder tevreden over het resultaat en de goede verstandhouding met ATS. “Flexibiliteit en een goede verstandhouding waren cruciaal, van in het begin van het project bij het samen uitwerken en verfijnen van het concept tot in de uitvoering onder tijdsdruk. Op één body pitch zijn we door de geslaagde samenwerking van twee operatoren aan weerszijden van de transportband kunnen overschakelen naar één. Bovendien heeft de operator nog tijd over. Het is ongelooflijk om zien hoe snel onze gasten die repetitieve handelingen onder de knie krijgen. Ze bedienen de joystick van de manipulator als vanzelf en kunnen er zelfs nog een extra taak bijnemen: het aanbrengen van een plastic tape over de aluminium bar in de deuropening om krasjes te vermijden. Een ongelooflijke kostenbesparing die bovendien gepaard gaat met een veel duurzamere installatie en dus minder productiestilstand. Ook de ergonomie voor onze operatoren is weer sterk verbeterd”, stipt Demaecker aan.

- Elektrische installatie

WH

- Automation

31


Demosite ‘Smart Buildings’ ATS Langerbruggekaai Gent.

Smart Building Solutions bij ATS Groep Hoe slim is uw gebouw al?

Het energieverbruik in Europa komt voor 40% uit gebouwen. Als we de klimaatdoelstellingen willen halen, zullen we ze dus een pak energie-efficiënter moeten maken. De meest toekomstbestendige manier om dit te realiseren is het integreren van alle signalen in een systeem voor gebouwautomatisering. Want als technieken met elkaar kunnen praten, wordt er heel wat mogelijk. Combineer dat verder met logging en monitoring en je krijgt een echt slim gebouw, dat voortdurend geoptimaliseerd kan worden in functie van het gebruik. ATS Smart Building Solutions is de geknipte partner om van uw gebouw de primus van de klas

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

te maken.

32

Slimme gebouwen zijn aan een opmars bezig. Een paradepaardje zoals The Edge in Amsterdam dat 30.000 IoT-sensoren telt, lijkt voor uw eigen bedrijf misschien technologische overkill, maar het toont wel duidelijk de evolutie die is ingezet. Door de verschillende technieken in een gebouw met elkaar te laten communiceren, krijgen gebruikers een waaier van nieuwe mogelijkheden aangereikt. Mogelijkheden die het comfort verbeteren, het nieuwe werken faciliteren, de ecologische voetafdruk verkleinen en bovenal toelaten om energie en andere kosten te besparen. Slim zal de nieuwe norm worden. Daarom wordt in de coulissen bijvoorbeeld al gewerkt aan een Smart Readiness Indicator. Deze moet de meerwaarde van slimme gebouwen tastbaar maken en inzicht geven in de technologische paraatheid van een gebouw om met zijn gebruikers te interageren. Marc Buyle (ATS)


Synergiën identificeren

ATS houdt de vinger aan de pols van deze trends en heeft de BU Smart Building Solutions (voorheen beter bekend als BAS) verder uitgebouwd om zijn klanten daarin bij te staan. BU Manager Smart Building Solutions Marc Buyle: “Eigenlijk is dit de logische volgende stap in het verhaal van onze afdeling Building Automation Systems. Waar vroeger onze rol hoofdzakelijk beperkt bleef tot het uitwerken van een HVAC-regeling op vraag van de installateur, gaan we nu ook zelf met de eindklant meedenken hoe we zijn gebouw op de best mogelijke manier kunnen automatiseren voor een efficiënte uitbating. Het gaat er om synergiën tussen de verschillende technieken in een gebouw te identificeren en te benutten. Vandaag is dat een optie, maar we verwachten dat Europa daar de komende jaren een must van zal maken in zijn ambitie om klimaatneutraal te worden. Als je weet dat momenteel 75% van het patrimonium niet voldoet op vlak van energie-efficiëntie, dan ligt er bijzonder veel potentieel om hier werk van te maken. In nieuwbouw zeker, maar vooral in renovatieprojecten.”

Nochtans wordt de stap naar gebouwautomatisering vandaag nog te weinig gezet. Vaak zitten de technieken bij aanbestedingen verspreid over verschillende loten, wat integratie bemoeilijkt. Maar de belangrijkste rem op het slimmer worden van gebouwen is het feit dat de bouwheer en de uiteindelijke gebruiker niet een en dezelfde zijn. “Wanneer de bouwheer niet jaarlijks de energierekening moet betalen, zal hij minder geneigd zijn te investeren in de meerprijs van een gebouwbeheersysteem dat de efficiëntie van een gebouw waarborgt tijdens zijn volledige levensloop. Naarmate de regels strenger worden, zal dit echter wel een commerciële troef worden. Dan zal de markt pas echt ontploffen”, vertelt De Cock. Waar er wel al volop beweging is naar slimmere gebouwen, dat is bij ESCO-contracten. ESCObedrijven voeren voor klanten een energieproject uit en financieren dat ook zelf. Met de gerealiseerde energiebesparing wordt de installatie vervolgens afbetaald. De Cock: “Door te kiezen voor een centraal gebouwbeheersysteem kan je heel gemakkelijk opvolgen hoe een gebouw precies presteert en waar het beter kan. Dit is vaak cruciaal om de vooropgestelde besparingen te realiseren.”

Om klanten vandaag al te tonen wat er allemaal mogelijk is, maakte ATS van zijn eigen bedrijfsgebouw in Gent zijn visitekaartje. Verlichting, zonnewering, branddetectie, inbraakbeveiliging, toegangscontrole, ventilatie, elektrische laadpalen, warmwaterproductie … alles werkt vanuit één platform, waar ook nog externe data aan toegevoegd wordt. Denk maar aan de zonnewering die zich automatisch aanpast in functie van de weersvoorspellingen. “Niet bij elke klant hoeft het uiteraard zo uitgebreid te gaan, maar we tonen wel de efficiëntieslag die mogelijk is door geïntegreerd te werken. We kijken welke data er al beschikbaar is in het gebouw en welke meerwaarde we er kunnen aan geven. Bovendien bouwen we onze oplossingen zo op dat ze modulair zijn en dus kunnen meegroeien met de klant. Want het levert niet alleen een optimalisatie van het energieverbruik op, het verbetert het comfort van de gebruikers, de kwaliteit van de productie en de duurzaamheid van het gebouw. In de toekomst een werkplek reserveren in een flexdesk, waar het zit-stabureau zich vanzelf aanpast aan jouw hoogte? De luchtkwaliteit bewaken zodat de concentratie gegarandeerd blijft? Het brandbeveiligingsysteem dat zelf nagaat of alle aanwezigen uit het gebouw geëvacueerd zijn bij brand? Het zijn maar een paar voorbeelden van wat in principe allemaal mogelijk is”, besluit Buyle. Interesse in een persoonlijk bezoek aan de site ATS Langerbruggekaai, stuur een mailtje naar info@atsgroep.be.

ATS nv, BU Smart Building Solutions - Smart Building Solutions - HVAC Gebouwenautomatisering - Gebouwenbeheer

magazine 2020 - 2021

Intelligentie als commerciële troef

Eigen site in Gent toont het goede voorbeeld

- Energiemanagement en rapportage - Groothandel - Bordenbouw

NEW

Maar wat maakt een gebouw nu slim? Voor application engineer Olivier De Cock zijn twee elementen belangrijk in de definitie. “Enerzijds moeten de aanwezige technieken of een deel ervan, zodanig geïntegreerd zijn dat ze met elkaar kunnen communiceren. Anderzijds moeten ze ook kunnen leren uit hun opgedane ervaringen. Wij bouwen gebouwbeheersystemen daarom altijd zo op dat ze kunnen loggen. Hoe meer data ze verzamelen, hoe meer inzichten er na verloop van tijd uit gedestilleerd worden om het samenspel van die verschillende technieken nog meer op elkaar te kunnen afstemmen. Je hoeft trouwens niet eens lang te wachten om de vruchten te plukken van het kunnen monitoren van je gebouw aan de hand van prestatie-indicatoren. Zelfs met maar een handvol gegevens kan je aan de slag om installaties perfect op punt te zetten. Na een korte tijd levert dat gegarandeerd al een efficiëntiewinst op van 10 à 15%.” ATS ontzorgt zijn klanten daar volledig in. De informatie wordt geanalyseerd en gevisualiseerd in overzichtelijke dashboards met de ATS Smart Tool. Met deze zelf ontwikkelde tool heeft ATS een instrument om elk gebouw van op afstand te monitoren.

Olivier De Cock (ATS)

www.smartbuildingsolutions.be (vanaf 2021 online)

WH

Loggen en monitoren voor levenslange efficiëntie

33


ATS

CEO

R

WH

NEW

magazine 2020 - 2021

De booleaanse operatoren aan het werk

34

C

H


Na 45 jaar is het now OR never ...

NEW WH

Onze gekende CEO René geeft de stroomkabels door aan Chris en Hendrik. Geen nieuwe gezichten binnen ATS, want ook zij draaien al een aantal jaren mee. Vanaf nu schakelt René lichtjes over op ontspanning, terwijl Chris en Hendrik vol spanning staan te wachten om erin te vliegen. Dat zal positieve vonken geven!

magazine 2020 - 2021

René switcht naar NOT, terwijl Chris AND Hendrik vol stroom staan.

35


COLOFON WhATS New Magazine is het jaarlijks magazine van de ATS groep. Eindredactie: René Schepens Hoofdredactie: Lies Decock Redactieadres: Karel De Roosestraat 15 9820 Merelbeke info@atsgroep.be www.atsgroep.be t. 09 210 05 61 Realisatie: Like a Virgin

“Respect is de basis van elke realisatie” —René Schepens

Profile for Lies Decock

WhATS New Magazine - Editie 2020-2021 - Jaargang 3  

Overzicht van projecten en ontwikkelingen binnen ATS Groep

WhATS New Magazine - Editie 2020-2021 - Jaargang 3  

Overzicht van projecten en ontwikkelingen binnen ATS Groep

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded