Page 1

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Rapport

Charlotte Koot Tineke de Vries Johanneke de Lint

WO-1603-0298-iva

29 maart 2016


Inhoudsopgave

1. Inleiding

1

2. Analyse resultaten stakeholderproces 2.1 Ambitie en Doelen verduurzaming gebouwde omgeving 2.2 Tweedeling in de maatschappij 2.3 Marktwerking 2.4 Innovatie

2 2 3 4 5

3. Aanbevelingen 3.1 Landelijk; integrale opgave en gemeenschappelijke ambitie 3.2 Regionaal: speel in op de logica van plaats en spelers

7 7 8


1. Inleiding

Als onderdeel van de langetermijnverkenning verduurzaming gebouwde omgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zijn er vier transitiescenario’s ontwikkeld door het bureau De Ruijter. Deze scenario’s zijn doorgerekend door Ecofys. Twynstra Gudde heeft in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties diverse sessies met stakeholders georganiseerd om de belangrijkste kansen, obstakels en beleidsopties te inventariseren in het kader van verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebruikt de resultaten uit bovengenoemde trajecten als input voor de Kamerbrief en voor de energiedialoog die momenteel wordt opgestart. In drie Versnellingskamersessies en in een Discussie Arena hebben wij stakeholdersessies georganiseerd met vertegenwoordigers uit de segmenten Koop, Huur en Utiliteit. Van deze stakeholdersessies zijn verslagen gemaakt. Dit rapport bevat de analyse van de resultaten uit de stakeholdersessies en een aantal aanbevelingen voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die in de context van de energiedialoog verder kunnen worden opgepakt. De sessies met stakeholders hebben geleid tot identificatie van vier gemeenschappelijke thema’s die door de stakeholders benoemd zijn. Per thema is gekeken naar wat de sector in het algemeen, en ieder segment apart, ziet als belangrijkste kansen, belemmeringen en aandachtspunten. In het rapport zijn per thema een greep uit de belevingen van stakeholders opgenomen in de tekstkaders, om hiermee ook de diversiteit van standpunten uit de verschillende discussies aan te kunnen geven. Deze kunnen worden gelezen als voorbeelden en standpunten van de verschillende deelnemers aan de sessies.

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 1/9


2. Analyse resultaten stakeholderproces

Op basis van de uitkomsten van de stakeholdersessies is er een viertal hoofdthema’s te identificeren die voor het verder vormgeven van beleid op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving met name van belang zijn. In de stakeholdersessies hebben vertegenwoordigers van de segmenten koop, huur en utiliteit, kansen en belemmeringen aangegeven die zij in beleidsopties geadresseerd willen zien om verder stappen te kunnen zetten in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Samengevat zien stakeholders vooral kansen en belemmeringen op de volgende hoofdthema’s: 1. Ambitie en Doelen verduurzaming gebouwde omgeving 2. Tweedeling in de maatschappij 3. Marktwerking 4. Implementatie van innovatie.

2.1 Ambitie en Doelen verduurzaming gebouwde omgeving Stakeholders in alle drie segmenten geven aan dat de ambitie van de Rijksoverheid op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving meer geconcretiseerd zou moeten worden. De ambitie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is generiek en landelijk. Het is voor stakeholders niet duidelijk hoe doelen op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving geïntegreerd zijn in de bredere landelijke energietransitie-opgave en waarop precies door wie wordt gestuurd. Stakeholders zien weinig verbinding tussen de landelijke ambitie en de doelen en ambities van lokale partijen. Stakeholders in de gebouwde omgeving opereren vooral op lokaal niveau en vaak in de context van een concrete opgave, op gebouw of gebiedsniveau. Stakeholders ervaren afstand tussen de landelijke verduurzamingsdoelen en lokale ambitie en doelen, en ervaren deze soms zelfs als tegenstrijdig. Een programmatische aanpak op landelijk niveau zou hierbij kunnen helpen. Mede door deze onduidelijkheden ervaren stakeholders de landelijke ambitie en doelen op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving niet als een gezamenlijke opgave. Het is voor stakeholders niet altijd duidelijk wat er van hen verwacht wordt en waarom. Daarnaast zijn er in elk segment ook veel vragen. Een terugkerende vraag in de utiliteitssector is bijvoorbeeld de definitie van ‘duurzaamheid’. Is dit vooral energetisch duurzaam of ook financieel duurzaam? Met andere woorden; als gebouwen versneld afgeschreven moeten worden vanwege hoge duurzaamheidseisen, is dit dan duurzaam? Het sturen op CO2-reductie alleen, wordt door de vastgoedsector niet als duurzaam beschouwd.

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 2/9


Utiliteit 1) Behoeftes en mogelijkheden voor verduurzaming van gebouwde omgeving verschillen op lokaal niveau sterk. Stakeholders onderstrepen de noodzaak om lokale en gebiedsgerichte aanpakken te ontwikkelen. Belangrijk wordt hierbij gevonden dat er breder wordt gekeken dan alleen het doel van CO2-reductie, maar ook aan te haken bij wat de veranderingen betekenen op sociaal en economisch vlak voor het gebied. Stakeholders vinden dat een insteek met een dergelijke bredere ‘scope’ kansen kan bieden, bijvoorbeeld voor de lokale economie. Het biedt ook de mogelijkheid om huisvesting op een nieuwe manier in te richten, bijvoorbeeld door functies van gebouwen te combineren. Een lokale of gebiedsgerichte aanpak kan bepaalde risico’s verminderen, zoals de afhankelijkheid van centrale opwekking, door aansluitingen op in de regio specifiek kansrijke decentrale opwekkingsmogelijkheden te vergroten. Koop Binnen de sector koop, zien stakeholders vooral mogelijkheden om te versnellen in verduurzaming wanneer (lokale) coalities en samenwerkingsverbanden worden gevormd. Lokale coalities van vertegenwoordigers uit de vraag- en aanbod en overheidskant kunnen leiden tot een versnelling doordat er met meer focus en consensus over doelen en aanpak gewerkt wordt en knelpunten effectiever aangepakt kunnen worden. Om een lokale aanpak succesvol te laten verlopen, wordt er vanuit de koopsector wel een aantal voorwaarden voorzien. Zo is het nodig dat er binnen de wet- en regelgeving ruimte is voor lokale partijen om zelf tot oplossingen te komen en deze te kunnen uitvoeren. Huur Ook stakeholders uit de huursector signaleren het risico dat centrale of nationale oplossingen en lokale of regionale oplossingen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving niet goed op elkaar aansluiten. Zo kunnen centrale richtlijnen beperkend werken op wat in de regio nodig is. Er leeft duidelijk de behoefte aan strategieën en plannen die passen bij de lokale behoeftes en uitdagingen. Hiertoe zou met name gekomen worden door lokale samenwerkingen tussen gemeentes onderling en met andere lokale partijen en initiatieven. Daarbij is er ook behoefte aan lokaal zeggenschap over de visie en plannen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving en de uitvoering hiervan. Wel wordt opgemerkt dat er kans is op versnippering wanneer er decentraal naar oplossingen wordt gezocht. Dit benadrukt de noodzaak van aansluiting van centraal op decentraal.

2.2 Tweedeling in de maatschappij Het verduurzamen van een gebouw of woning levert een lagere energierekening op, maar kost ook geld. De kosten gaan voor de baten uit, een woning- of gebouweigenaar moet eerst investeren in duurzaamheidsmaatregelen, en ervaart de financiële voordelen daarvan op termijn door een lagere of zelfs geen energierekening. Stakeholders geven aan een risico te zien in de mogelijke tweedeling die kan ontstaan tussen mensen die de financiële ruimte hebben om te investeren in verduurzaming en zij die dat niet hebben. Op termijn zou het verschil tussen deze twee groepen nog groter kunnen worden in een toekomstscenario waarbij woningen of gebouwen die verduurzaamd zijn meer waard worden en de prijs van energie steeds hoger wordt. Groepen die niet hebben kunnen investeren in duurzaamheidsmaatregelen dreigen dan in een positie te raken met een relatief lage waarde van hun bezit en met een energierekening die zij misschien niet meer kunnen betalen. Stakeholders stellen hierbij de vraag of er een rol is voor de overheid om ervoor te zorgen dat ook mensen in de lagere inkomensgroepen mee kunnen komen in de verduurzamingslag. Afhankelijk van de identiteit van de regio, kan er naar maatwerkoplossingen gekeken worden.

1

Greep uit beleving van stakeholders

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 3/9


Utiliteit 2) Vanuit de utiliteitsector worden er verschillen geduid in de mogelijkheden en risico’s m.b.t. verduurzaming van de gebouwde omgeving voor huur versus koop, en lage versus hoge inkomens. Zo is het gemakkelijker om (grootschalige) verduurzaming te regelen in de huursector, maar zijn er vaak minder financiële mogelijkheden voor. In de koopsector zijn er wel de financiële mogelijkheden, maar zijn deze vaak minder makkelijk of grootschalig te mobiliseren. Koop Ook vanuit de koopsector wordt het risico gezien dat bepaalde groepen mogelijk niet mee kunnen komen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, bijvoorbeeld omdat zij geen financiële ruimte hebben om in hun woning te investeren. Dit zou op persoonlijk vlak tot nadelige gevolgen kunnen leiden, zoals financiële problemen. Daarnaast zouden er voor de samenleving ook nadelige gevolgen kunnen zijn; het zou bepaalde ontwikkelingen zelfs af kunnen remmen en niet-aangepakte huizen zouden onverkoopbaar kunnen worden. Een ander risico is dat mensen hun huizen op onveilige manier kunnen gaan verwarmen, omdat de gebruikelijke wijze niet meer betaalbaar is. Om een tweedeling te voorkomen wordt er vanuit de koopsector een aantal middelen gesuggereerd. Zo zou er (overheids)hulp en steun kunnen komen voor mensen met lage(re) inkomens, zoals een garantiefonds of subsidiefonds voor minima of ESCo’s, en zou er een programma kunnen komen voor lagere inkomens om hun woningen te isoleren. Huur Een aantal woningcorporaties zijn gericht op betaalbaarheid en woonlasten zijn drivers die vaak leidend zijn in beslissingen. Dit heeft als gevolg dat er weinig ruimte en aandacht is voor verduurzamingsdoelstellingen, omdat deze de betaalbaarheid in gedrang brengen gezien het huidige huurbeleid. Dit brengt het risico met zich mee dat weliswaar op de korte termijn de woonlasten laag gehouden worden, maar dat op de lange termijn huurders van met name sociale huurwoningen met hoge woonlasten komen te zitten (bijv. wanneer ‘traditioneel’ geproduceerde energie duur wordt). Stakeholders wijzen op het risico dat minder draagkrachtigen hun energievoorziening niet meer kunnen betalen, ofwel omdat de energie duurder wordt, ofwel omdat hun huisvesting onvoldoende zuinig of duurzaam is. Deze (mogelijke) risico’s vragen om aanpassingen aan het huurbeleid; meer gericht op de woonlasten, met een verduurzamingsbeleid voor corporaties en mogelijk een transitiesubsidie voor huurders. Mochten de problemen m.b.t. betaalbaarheid van energie en verduurzaming voor minder draagkrachtigen sneller komen dan de maatregelen, dan dragen stakeholders een aantal noodoplossingen aan, waaronder collectieve noodvoorzieningen en gratis stroom voor bepaalde groepen.

2.3 Marktwerking Stakeholders ervaren in de praktijk weerbarstigheid in het samenspel van de ‘vraag’, ‘aanbod’ en ‘overheid’. Er wordt gewerkt met veel aannames; algemeen wordt aangenomen dat de vraagkant (woning- en gebouweigenaren) wil investeren in duurzaamheidsmaatregelen, de markt (aanbodzijde) interesse heeft om te innoveren om deze vraag optimaal te verzilveren en de overheid ervoor zorgt dat blokkades worden weggenomen en vraag- en aanbod elkaar makkelijker kunnen vinden. Stakeholders geven aan dat deze aannames in de praktijk niet altijd stand houden. Gebouw- en woningeigenaren zijn over het algemeen minder met duurzaamheid bezig, maar eerder met de kwaliteit en de waarde van gebouwen en woningen. Vertegenwoordigers van kennisinstellingen hebben op dit punt aangegeven dat er nog relatief weinig aandacht is voor de gedragskant van gebouw- en woonconsumenten. Als niet bekend is wat deze doelgroep beweegt en drijft, dan blijft het schieten met hagel om de vraag te activeren. Aanbiedende partijen, uitzonderingen daar gelaten, werken over het algemeen sterk product- en aanbodgericht (push) en denken nog niet heel erg vanuit energiebesparingsconcepten en klantwensen (pull). 2

Greep uit beleving van stakeholders

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 4/9


De overheid slaagt er nog niet in om grote blokkades, zoals split-incentive, weg te nemen. Daarnaast geven stakeholders aan dat het fiscale, financiële en juridische systeem niet snel genoeg meebeweegt waardoor averechtse prikkels te lang in stand blijven en daarmee goede marktwerking in de weg blijven staan. Stakeholders geven ook aan dat maatwerkoplossingen nodig zijn om deze belemmeringen weg te nemen. Ieder segment en doelgroep kent zijn eigen (markt)dynamiek. Hierbinnen zou goed moeten worden gekeken wat zou kunnen helpen om marktwerking beter tot stand te laten komen. Maatwerkoplossingen die aansluiten bij de logica van de doelgroep worden als kansrijk gezien. De waarde van het vastgoed en de financierbaarheid daarvan zijn in zowel de koop-, huur- als utiliteitssector belangrijke drijfveren voor investeringsbeslissingen. Stakeholders geven aan dat als duurzaamheidsmaatregelen beter geïntegreerd zouden zijn in de waardebepaling van vastgoed (taxaties) en financiële instrumenten (hypotheken), duurzaamheidsmaatregelen ook eerder zouden worden meegenomen in investeringsbeslissingen dan nu het geval is. Daarnaast geven stakeholders aan dat het zou helpen als het fiscale stelsel de juiste prikkels geeft door bijvoorbeeld verduurzaming (leveren van eigen opgewekte stroom) aantrekkelijker te maken voor gebouweigenaren.

Utiliteit 3) Stakeholders geven aan dat in de huidige vorm van beprijzing, belasting en financiering van energie, infrastructuur en verduurzaming nieuwe ondernemingen of plannen niet of moeizaam van de grond komen. Zo is het vaak erg lastig om een businesscase dicht te rekenen voor de lange termijn, vanwege de hoge mate van onzekerheid. Daarnaast passen bestaande businessmodellen vaak niet bij de inrichting van nieuwe initiatieven. Voorbeelden van wijzigingen in de beprijzing, belasting en financiering die door stakeholders wenselijk worden geacht: o herinrichting van het (energie)belastingstelsel, waarin zelf opwekken van energie financieel aantrekkelijk wordt gemaakt, grijze stroom zwaar wordt belast en groene stroom niet; o ruimte voor nieuwe marktpartijen en businessmodellen. Koop Belasting/het belastingstelsel wordt door de koopsector als een belangrijk middel gezien om verduurzaming en energiebesparing te stimuleren en efficiënter te maken. Zo wordt er gedacht aan gunstige belastingtarieven voor energiebeparende maatregelen, elektra minder te belasten en fossiele brandstoffen, zoals aardgas, hoger te belasten. Huur Vanuit de huursector wordt aangegeven dat bij actieve inzet op verduurzaming van de gebouwde omgeving, nieuwe businessmodellen en financieringsmodellen aantrekkelijk kunnen worden. Echter, de huidige wet- en regelgeving is daar nog niet voldoende op ingericht. Daarnaast wordt een andere manier van energiebeprijzing, een ander energiemodel, voorzien, waarbij energie op een andere, groene manier belast zou worden.

2.4 Innovatie In een sessie met kennisinstellingen hebben vertegenwoordigers van deze stakeholdergroep aangegeven dat er aan technologische ontwikkeling en innovatie geen gebrek is. Ook is er voldoende data en kennis voorhanden om keuzes in technologie te kunnen maken. Vertegenwoordigers van kennisinstellingen zouden graag zien dat er scherpere keuzes worden gemaakt op Rijksoverheidsniveau. De wens is dat de overheid stevig kiest en inzet op duurzame technologie die zich heeft bewezen zoals wind en zon-pv. 3

Greep uit beleving van stakeholders

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 5/9


Stelling van veel stakeholders is dat er aan technologische innovatie geen gebrek is, en dat er met name behoefte is aan sociale innovatie (vraag activering, gedragswetenschappen). Er wordt nog relatief te weinig aansluiting bij de toepassingskant gevonden, en bij datgene waar gebouw- en woonconsumenten ook behoefte aan hebben; Iets bieden waar mensen, als ze het zien, een wauwgevoel van krijgen en het gewoon willen. Wat betreft technologische innovatie wordt er door stakeholders een oproep gedaan aan de overheid om ervoor te zorgen dat bestaande innovaties ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Er is technologisch erg veel ontwikkeld, maar de implementatie komt maar langzaam van de grond. In de beleving van stakeholders zijn landen als de Verenigde Staten en Duitsland voorbeelden waar de overheid dit goed doet; de overheid maakt daar scherpe keuzes in technologie en zorgt ervoor dat dit ook daadwerkelijk op grote schaal geïmplementeerd wordt.

Utiliteit 4) Vanuit de utiliteitssector is er een duidelijke behoefte aan innovatie en vooruitgang in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Er zijn echter op het moment onvoldoende mogelijkheden door de huidige wet- en regelgeving, ook op financieel gebied. Bij experimenten en toepassingen van innovaties wordt het wel belangrijk gevonden om een pragmatische insteek te hanteren; voor vastgoed is experimenteren en innoveren een dure investering en het moet wel rendabel blijven. Voorkomen moet worden dat de toepassing van een techniek het doel wordt, en de hogere doelstelling vergeten. “Geen showcase maar pragmatische aanpak en van daaruit doorkopiëren.” De balans tussen de noodzaak van experimenteren en tegelijkertijd het beperken van financiële risico’s blijft wel een lastige; de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld bestuurders om innovatie de ruimte te bieden (en niet alleen het geld zo efficiënt mogelijk te besteden) versus de vraag hoe je voorkomt dat je de verkeerde innovatie gaat implementeren en wie de kinderziektes betaalt. Koop De lokale overheid wordt gezien als belangrijke partij om innovatie te stimuleren. Een innovatieloket, mits door de juiste mensen bemant, wordt ook als nuttig middel gezien. Het ontwikkelen en toepassen van innovaties heeft niet alleen positieve consequenties, maar behelst ook risico’s en uitdagingen. Er heersen angsten rondom de toepassing van technologische innovaties, bijvoorbeeld voor verlies van de regie en privacyverlies. Verder is het niet vanzelfsprekend dat de consument direct enthousiast is over een nieuwe toepassing. Het is dus ook belangrijk om innovatietoepassing aantrekkelijk te maken; “Iets bieden waar mensen, als ze het zien, een wauw-gevoel van krijgen en het gewoon willen.” Huur Ook de huursector ziet een belangrijke rol voor innovatie in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Daarbij gaat het zowel om de toepassing van nieuwe technologieën (bijv. nanotechnologie en slimme systemen) als de ontwikkeling ervan. Een belangrijke reden om actief innovatie te stimuleren, en er als overheid of samenwerkingsverband betrokken bij te zijn, is ook de borging van kwaliteit van innovaties. Als deze actieve stimulans en kwaliteitsborging er niet is zouden opportunisten of ‘cowboys’ van deze leemte gebruik zouden kunnen maken. Koplopers en early adopters kunnen als voorbeeld dienen om zo de toepassing en ontwikkeling aan te zwengelen. Op het moment zijn de voorwaarden voor innovatie echter nog niet optimaal; de wetgeving zal moeten worden aangepast aan nieuwe technologieën en er moet ruimte zijn voor experimenten.

4

Greep uit beleving van stakeholders

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 6/9


3. Aanbevelingen

Hieronder is een aantal aanbevelingen opgenomen voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de verdere ontwikkeling van beleidsopties die ook in de context van de energiedialoog verder kunnen worden uitgewerkt. De aanbevelingen richten zich op de gemeenschappelijke thema’s die uit de stakeholdersessies naar voren zijn gekomen, te weten: 1. 2. 3. 4.

Ambitie en Doelen verduurzaming gebouwde omgeving Tweedeling in de maatschappij Marktwerking Implementatie van innovatie.

De aanbevelingen spitsen zich toe op enerzijds de landelijke aanpak van verduurzaming van gebouwde omgeving (thema 1) en anderzijds op de regionale aanpak (thema 2, 3, 4). Er is gekeken vanuit het kader ‘professioneel samenwerken’ en ‘Strategisch Omgevingsmanagement’. Hierbij is de essentie dat er in het proces van verduurzaming van de gebouwde omgeving snelheid kan worden gemaakt als vanuit de eigen ambitie en belangen de verbinding wordt gezocht met de ambities en belangen van de organisaties en mensen die het ook echt moeten gaan doen (o.a. gebouw- en woningeigenaren) en nu al doen.

3.1 Landelijk; integrale opgave en gemeenschappelijke ambitie Uit de analyse is duidelijk naar voren gekomen dat het van belang is om de landelijke opgave van verduurzaming van de gebouwde omgeving zodanig te concretiseren dat doelgroepen er op lokaal niveau ook echt mee aan de slag kunnen. Om snelheid te kunnen maken met het verduurzamen van de gebouwde omgeving, zijn er op landelijk niveau diverse partijen nodig die in dezelfde richting bewegen. Denk hierbij aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf, maar ook aan de ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Financiën. Constatering van stakeholders is dat het in de praktijk lijkt dat ministeries langs elkaar heen werken. Wat de een mogelijk wil maken, wordt soms door de ander geremd. Daarnaast is het voor stakeholdergroepen als woningcorporaties niet altijd duidelijk wat de reden is dat er veel van hun verwacht wordt op het gebied van verduurzaming, ook op burger/woningniveau is dit niet altijd duidelijk. Waarom willen we grote stappen maken in verduurzaming van de gebouwde omgeving, wat is de urgentie en nut en noodzaak? Om doelstellingen op het gebied van verduurzaming van de gebouwde omgeving te kunnen halen is professioneel samenwerken tussen de betrokken partijen nodig. Het is noodzakelijk dat er een concrete gedeelde ambitie en integrale opgave op landelijk niveau wordt geformuleerd waar urgentie uit spreekt en die verschillende doelgroepen ook daadwerkelijk in beweging krijgt of de ingezette beweging stimuleert.

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 7/9


Belangrijke vragen hierbij zijn: 1. Waar werken partijen samen aan? Wat is de integrale opgave en de urgentie? Wat is ieders rol en verantwoordelijkheid hierin? 2. Hoe werken partijen nu samen? 3. Wat is het resultaat, hoe kan het beter?

Het verdient de aanbeveling om samen met de partijen die van invloed zijn op de verduurzaming van de gebouwde omgeving de integrale opgave scherp te krijgen en te concretiseren. Hoe concreter de landelijke opgave, hoe duidelijker de urgentie en hoe stabieler het beleid, des te groter wordt de investeringsbereidheid van marktpartijen. Hiervoor is een programmatische aanpak op landelijk niveau nodig, waarbij gestuurd wordt op de landelijke doelen en de lokale uitvoering van initiatieven die bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen. Het biedt ook een instrument om de voortgang te monitoren. De aandacht moet hierbij uitgaan naar de bestaande regionale programma’s op het gebied van duurzaamheid en hoe deze effectief te integreren.

3.2 Regionaal: speel in op de logica van plaats en spelers Door stakeholders wordt een gebiedsgerichte benadering als kansrijk beschouwd om versnelling te creÍren en knelpunten op te lossen op de thema’s marktwerking, innovatie en tweedeling. Verduurzaming van de gebouwde omgeving is een grote en op landelijk niveau abstracte opgave, die op lokaal niveau klein en concreet gemaakt moet worden om daadwerkelijk voortgang te kunnen boeken. Het is nodig dat er beter wordt aangesloten op datgene wat er lokaal speelt. De behoeftes van lokale spelers in een krimpregio zijn bijvoorbeeld anders dan de behoeftes van lokale spelers in een groeiregio. Om versnelling te realiseren is het nodig dat er inzicht komt in datgene wat de regio en de lokale spelers drijft om vanuit daar de verbinding naar duurzaamheid te zoeken. Op zoek naar gedeelde belangen, en datgene wat spelers willen halen en brengen in de opgave. Een start zou bijvoorbeeld gemaakt kunnen worden met het zoeken naar oplossingen die aansluiten bij de regionale woonmarkt.

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 8/9


Variabelen als bouwjaar, netten, infrastructuur en type woonconsument verschillen sterk per regio. Dat verdient een aanpak die inzicht verschaft in de diversiteit van variabelen per regio en bijbehorende maatwerkoplossingen.

Inzicht en verbinding kan worden verkregen door een lokale aanpak te ontwikkelen. Een lokale aanpak bevat in ieder geval de volgende elementen: Maatwerk analyse van de regio Analyse van de identiteit, kenmerken en mogelijkheden van een regio. Waar gebeurt veel en waar zit energie? Speelveld gebouwde omgeving Het speelveld rondom de gebouwde omgeving inzichtelijk maken om goed aan te sluiten bij de logica van de regio en de sleutelspelers van de markt. Wat zijn de belangen en posities van de spelers en wat is het lokale belang, hoe kan daar met duurzaamheid op worden aangesloten? Regionale opgave en ambitie formuleren en samenwerkingscoalities starten Met betrokken spelers de lokale opgave en ambitie formuleren, en coalities starten die samenwerken om uitvoering te geven aan de opgave.

Analyse uitkomsten stakeholderproces 'Verduurzaming gebouwde omgeving' | 29 maart 2016 | Pagina 9/9

Profile for Lichte Bries

Analyse uitkomsten stakeholderproces verduurzaming gebouwde omgeving  

Analyse uitkomsten stakeholderproces verduurzaming gebouwde omgeving  

Advertisement