Page 1

Ledenblad van de

Jaargang 4, april 2013

IN NUMMER 23 Binnenkijken

Spreekuur in het filtergebouw

SERIOUS GAMING LEVENSECHTE GAME VOOR SEH WAGRO’S IN OPKOMST ‘WIJ MOETEN VERDER MET BESLISSINGEN VAN NU’

DOSSIER GGZ MINDER BEDDEN, MEER WERK VOOR DE HUISARTS WERKBEZOEK MEE KAN DE HUISARTS ONTLASTEN


Inhoud april

rubrieken

Quickscan van… Anne van Engelen [28], tweedejaars aios in Utrecht

RIEK

18 Aldus de patiënt Willen patiënten wachten op hun eigen huisarts als zij een afspraak maken voor een consult?

Nws verenigings

4 Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangen­ behartiging en wetgeving. • Sociaal Fonds Huisartsen • Declaratiewijzer 2013 • Promotiekaartjes www.ikgeeftoestemming.nl • Win een boek

10 SERIOUS GAMING VOOR SEH

19 Kritisch gesprek

Hoe bereid je huisartsen in opleiding goed voor op hun SEH-stage? Met een game, vindt Frank Baarveld, huisarts en coördinator spoedzorg Huisartsopleiding Nederland. Bijna 100 huisartsen-in-spe speelden voor het eerst het levensechte ABCDEsim.

Ben Willem Mol vindt dat we te weinig onderzoek doen naar het effect van medische behandelingen.

14 WAGRO’S IN OPKOMST

23 5 vragen over

Jonge waarnemers en hidha’s zijn de huisartsen van de toekomst. Hun stem moet dan ook meeklinken in de organisatie van de kring en de ledenraad van de LHV, vindt Wadi-bestuurder Judith Labohm. Dat kan via een Wagro. Drie Wagro’s stellen zich voor en geven tips voor het oprichten van een eigen Wagro.

Vijf vragen over het transparantie­register. En de antwoorden.

20 DOSSIER GGZ Wat merkt u als huisarts van de bezuinigingen in de ggz? En welke afspraken hebben de diverse ggz-instellingen gemaakt voor de komende jaren? De Dokter zet samen met PsyHag-voorzitter Marian Oud de belangrijkste ontwikkelingen en consequenties voor u op een rij.

26 MEE KAN DE HUISARTS ONTLASTEN

Consult bij: Rick Besijn

24 Scherp gesteld Drie huisartsen reageren op de stelling: terminale patiënten kunnen me dag en nacht op mijn mobiele nummer bereiken.

30 Column Wouter van Kempen wordt voor het eerst vakmatig met zijn leeftijd geconfronteerd.

Met een budget van 172 miljoen euro en op 70 locaties in het land ondersteunt MEE jaarlijks zo’n 100.000 cliënten met een lichamelijke of verstandelijke beperking. En daarmee ook de mensen uit hun netwerk. MEE kan ook de huisarts ondersteunen, bijvoorbeeld bij de diagnostiek. Tijd voor een werkbezoek, vonden LHV-voorzitter Steven van Eijck en kringbestuurders Krishna Briedjlal en Muhammed Tokyay.

www.lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter April 2013

E

B

W

Vijf huisartsen in I-Jmuiden houden spreekuur in een filtergebouw uit 1915. Een mooiere metafoor voor het vak is nauwelijks denkbaar. Kijkt u mee in dit voormalige waterleidingencomplex dat nu dienst doet EU NI als gezondheidscentrum?

• RU

In het najaar deed ik de STARtclass voorafgaand aan mijn klinische stage. Toen oefende ik met simulatie­ patiënten. Ik vond het leuk om te lezen dat aios zich dit voorjaar konden voorbereiden met een game. Ik ben wel benieuwd wat ik gemist heb! Op dit moment loop ik stage bij een anderhalvelijns ggz-instelling. Het artikel over de veranderingen in de ggz vond ik dan ook interessant en herkenbaar. Je merkt in deze organisatie al de verschuiving richting huisarts en poh-ggz. Ze zijn echt bezig met het binden van huisartsen. Wat vaker bellen, bijvoorbeeld na afloop van een intake met een patiënt. Maar ook in de vorm van consultatie. ‘Stukje service van de zaak’ noemt mijn begeleider dat dan als ze de telefoon weer neerlegt.

8 BINNENKIJKEN

! •

de

3


Verenigingsnieuws

Beste Steven Prioriteiten & Pecunia De afgelopen weken bezocht ik een aantal van uw collega’s verspreid over het land. Ik sprak met ze over de dagelijkse praktijkvoering, wat hen bezig­hield en wat ze van de LHV verwachten. Het zijn werkbezoeken die mij enorm inspireren. Want of het nu gaat om de huisarts uit Enschede die zich richt op eerstelijns jeugdzorg, de huisarts in Zeeland die staat voor de uitdagingen van een krimpregio of de Haagse huisarts die de samenwer­ king met fysiotherapeuten uit de buurt opzoekt . Allemaal zijn ze bezig vanuit hun eigen kracht. En allemaal geven ze enthousiast en op een verschillende manier invulling aan de bijzondere positie van de huisarts.

Op de cover Huisarts Stan van der Buijs voor het filtergebouw

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Vierde jaargang, nummer 23, april 2013 Eindredacteur: Nathalie Pol

Extra werk Dat politici en beleidsmakers in Den Haag ook de sterke kanten van de huisarts op hun netvlies hebben, blijft een ding dat zeker is. De huisarts lijkt soms een oplossing voor werkelijk alle problemen in de zorg. Of het nu gaat om bezuinigingen in de ggz, een andere invulling van ouderenzorg of de decentralisatie van jeugdzorg, het levert het u in veel gevallen extra werk op. Ook dat zag én hoorde ik tijdens mijn werkbezoeken van deze weken. Alles open In het convenant van de afgelopen zomer hebben we al het nodige afgesproken over randvoorwaarden en extra ondersteuning. Bijvoorbeeld over de inzet van de praktijkondersteuner ggz. Maar het zijn afspraken met een houdbaarheidsdatum. Op 1 januari 2014 ligt alles weer open. Dat wil zeggen: als we niet zouden werken aan een opvolgend convenant. Werkdruk Bij de gesprekken over dat volgende convenant houd ik haarscherp voor ogen wat ik ook weer in uw praktijk heb gezien. Namelijk dat u uw stinkende best doet en daar vaak nog een schep bovenop. Dat u uw inventiviteit inzet om hoofd te bieden aan de toenemende werkdruk. En dat er een grens zit aan wat een huisarts kan behappen. Nee zeggen Die grens gaan we in het volgende convenant goed bewaken en vertalen in realistische afspraken. Planning, prioriteiten en pecunia. Dat zijn de drie P’s waar het om draait. Voldoende tijd om afspraken na te komen, plannen te maken en ze ook uit te voeren. Kiezen wat écht moet gebeuren en ook een keer nee zeggen tegen zaken die minder prioriteit hebben. En de financiële randvoorwaarden om nieuwe activiteiten vorm te geven. En dat dan niet voor één jaar, maar voor langere tijd. Met die drie P’s hoop ik dat u zelf de vierde P kunt blijven vasthouden die ik tijdens al mijn werkbezoeken tegenkwam: de P van Passie.

4

LHV | De Dokter April 2013

Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Renée Jansen, Wouter van Kempen, Corien Lambregtse, Sander Peters, Nathalie Pol, Els van Thiel, Els Wiegant Beeld: Isabel Nabuurs, Erik Kottier, Hans Stakelbeek, Nout Steenkamp Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een adreswijziging kunt doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Mariëlle Groot, T. (023) 571 47 45 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765


Verenigingsnieuws

Nws verenigings

Consult

BIJ

Tekst Renée Jansen Fotografie Erik Kottier

Sociaal Fonds Huisartsen van start Afgelopen maand ging het recent opgerichte Sociaal Fonds Huisartsen start. Praktijkhoudende leden hebben via de LHV een brief van de Stichting Sociaal Fonds Huisartsen (SSFH) ontvangen. Het fonds gaat activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid in de huisartsenzorg ontwikkelen en bevorderen. Een belangrijk initiatief, aangezien er een tekort aan doktersassistenten en praktijkondersteuners dreigt. Bijdrage Om de activiteiten van het fonds te kunnen bekostigen, betalen huisartsen en huisartsenposten met terug­werkende kracht vanaf 1 januari 2012 een vaste bijdrage van 0,8% van de brutoloonsom van hun personeel. Dit is vastgelegd in de huidige CAO Huisartsenzorg, die vorig jaar tot stand kwam. Deze bijdrage wordt geïnd door de stichting en zal voor 2012 en 2013 in één keer plaatsvinden. Tegemoetkoming voor stageplaatsen De SSFH levert ook direct voordeel op. Een huisartsen­praktijk die een stageplaats aanbiedt, heeft recht op een financiële tegemoetkoming. Met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012 is hier al gebruik van te maken. Meer informatie vindt u op www.ssfh.nl

Rick Besijn, huisarts in Epe Waarom bent u lid van de LHV? Zowel naar binnen als naar buiten gericht, moeten wij een krachtige groep vormen. Zeker de laatste jaren met alle veranderingen en andere krachtige partijen in de gezondheidszorg. Wat doet de LHV goed? De LHV doet het goed met een sterke voorzitter die zich prima manifesteert in pers en politiek. Ook als raad­gever doet de LHV het goed. Ik ben net geassocieerd met een nieuwe collega. Zij had als startende huisarts veel baat bij de informatie op de LHV-website.

“In de zorg werkt marktwerking niet. De LHV moet daarop alert blijven.” Wat kan de LHV beter doen? Ik kan moeilijk beoordelen of de LHV het maximaal haalbare voor de huisartsen bereikt. We zijn in het nadeel omdat het primaat van de gezondheidszorg bij de zorgverzekeraars is gelegd. Dat verandert misschien nog wel weer, omdat de kosten van de gezondheidszorg blijven stijgen. In mijn optiek werkt marktwerking in de zorg niet. De LHV moet daarop alert blijven. Wat zou u anders willen in de Nederlandse huisartsenzorg? Toen ik 23 jaar geleden begon, was er een huisarts en een assistente. Nu hebben we voor dezelfde populatie twee huisartsen en drie assistentes. Dat komt door toenemende administratieve belasting en omdat we onevenredig veel tijd kwijt zijn aan preventie. Ik vind dat het effect van preventie wordt overschat. De mammascreening vind ik op het randje van zinvol, uitstrijkjes en het bevolkingsonderzoek coloncarcinoom zijn wat mij betreft echt over het randje heen. Ik besteed mijn tijd liever aan echt zieke mensen.

LHV | De Dokter April 2013

5


Verenigingsnieuws

LHV-Declareerwijzer 2013 LHV-leden kunnen de nieuwe versie van de LHV-Declareerwijzer downloaden. De Declareerwijzer 2013 zet de bindende regels van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op een rij, zoals die zijn vastgelegd in beleidsregels en tariefbeschikkingen voor huisartsenzorg. Daarnaast informeert de declareerwijzer over de toepassing van deze regels in de dagelijkse praktijk. De Declareerwijzer bevat geen adviezen over de hoogte van de tarieven die in rekening kunnen worden gebracht. Wijzigingen 2013 De belangrijkste aanpassingen hebben betrekking op het onderwerp ‘Stoppen met roken’. Dat valt sinds dit jaar weer onder de verzekerde zorg. Verder is de tekst op veel plaatsen verduidelijkt en zijn de praktijk­voorbeelden uitgebreid. Hulpmiddel De Declareerwijzer is een hulpmiddel bij het nemen van beslissingen over het declareren van contacten met patiënten of derden. De werkelijke praktijksituatie kan afwijken van de beschreven praktijksituaties. Bovendien kunnen er andere factoren een rol spelen bij beslissingen over het declareren. Uiteindelijk moet een individuele afweging worden gemaakt en blijft de huisarts verantwoordelijk voor het eigen handelen.

Cursusaanbod voorjaar 2013 De LHV Academie biedt dit voorjaar een uitgebreid aanbod voor zowel startende, als meer ervaren huisartsen. Op de website van de LHV vindt u het volledige aanbod. De Dokter geeft u graag een overzicht van de workshops die de komende maanden op de agenda staan. 16 mei 2013 (Sittard)

Functioneringsgesprekken U oefent volop met verschillende gesprekken. Van het geven van sturende en waarderende feedback tot het voeren van bijvoorbeeld ontwikkel-, verbeter-, correctie-, exit-, salarisgesprekken. 23 mei 2013 (Amsterdam)

Tijdmanagement voor huisartsen Hoe verdeelt u als huisarts uw tijd over werk en gezin, én kunt u ondertussen ook nog eigen ambities realiseren? Binnen vier uur weet u wat u te doen staat om straks van tijd te kunnen genieten.

Win een boek! Wouter van Kempen is sinds 1976 huisarts in het Gezondheidscentrum Schalkwijk in Haarlem. Een gevarieerde en kleurrijke praktijk, en daarmee een prachtige inspiratiebron voor zijn columns in De Dokter en andere media. Onlangs verscheen het tweede boek waarin zijn columns zijn gebundeld: ‘De Dokter, de duif en de ambulance. U kunt het boek bestellen op www.dchg.nl (20 euro, inclusief verzendkosten). Of winnen. want De Dokter mag 5 exemplaren weggeven. We verloten de exemplaren onder degenen die voor 1 mei een mail hebben gestuurd naar dedokter@lhv.nl, ovv boek Wouter van Kempen. Op pagina 30 vindt u weer een nieuwe column van Wouter van Kempen.

6

LHV | De Dokter April 2013

28 mei 2013 (Utrecht)

Rationeel-emotieve gesprekstechnieken Op verzoek van verschillende Academie-cursisten, introduceert de LHV de workshop ‘RET voor huisartsen’ aan. Deze cursus geeft u vaardigheden om de manier te veranderen hoe u naar de wereld – of uzelf – kijkt. U leert dat gedachten het gedrag negatief kunnen beïnvloeden en hoe u dit kunt herkennen en ombuigen. 10 juni 2013 (Utrecht)

Cursus Praktijkstart Een cursus vol praktische tips over alle aspecten van een eigen praktijk: het ondernemersplan, de overname, huisvesting, juridische aspecten, praktijkvoering, werkgeverschap en financiën. Plus een kennismaking met collega’s die ook een praktijk gaan starten. 18 juni 2013 (Utrecht)

Alles over declareren De spelregels voor declareren van de NZa verschaffen lang niet altijd de duidelijkheid die in de dagelijkse praktijk nodig is. Tijdens deze twee uur durende workshop hoort u hoe u uw declareergedrag kunt verbeteren.


Verenigingsnieuws

Promotiekaartjes ikgeeftoestemming.nl De VZVZ heeft promotie­kaartjes ontwikkeld voor de website www.ikgeeftoestemming.nl. Via deze site kunnen patiënten online toestemming geven voor het uitwisselen van hun belangrijkste medische gegevens. U kunt de kaartjes meegeven aan uw patiënten of neerleggen in de wachtruimte. De kaartjes zijn kosteloos te bestellen via de website van de VZVZ. Beeld en standaardteksten Heeft u een website of geeft u een nieuwsbrief uit? Dan kunt u gebruik maken van beeld en standaard­teksten om uw patiënten te attenderen op de mogelijkheid online toestemming te regelen. Binnenkort start de VZVZ een promotiecampagne om de website bekend te maken bij een breed publiek.

Advertenties

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis. Compleet van A t/m Z Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Werkzaam in heel NL. Bouwmanagement, budgetbewaking Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen? U kunt contact opnemen voor een vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure: “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek. Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderschootarchitecten.nl Website: www.vanderschootarchitecten.nl

27-04-2012 12:27:38 accountants en belastingadviseurs

dokter-vd schoot 120324.indd 1

Webdossier POH-GGZ Hoe regel ik de inzet van de POH-GGZ? Welke stappen moet ik doorlopen? Welke veranderingen staan nog op stapel? U vindt het in het webdossier over de POH-GGZ. De LHV heeft voor haar leden inzichtelijk gemaakt wat er komt kijken bij de inzet van een POH-GGZ in de huisartsenpraktijk. In 2013 staan nog veel veranderingen op stapel. Denkt u bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een functie- en competentieprofiel voor de POH-GGZ in de huisartsenvoorziening. Of de functionele bekostiging die vanaf 2014 geldt, maar dit jaar al bekend wordt gemaakt. Hierdoor is het webdossier continu in ontwikkeling en niet uitputtend. Voor sommige onderwerpen is ‘advies op maat’ nodig, dit staat telkens in de teksten vermeld. Het webdossier is voor leden toegankelijk via www.lhv.nl

dé onafhankelijke adviseur voor de huisarts. ook bij praktijkoverdracht. Wij organiseren samen met de LHV (én de Startende Huisarts) regelmatig cursussen. Een kleine greep hieruit: - Waarnemen of loondienst, - Praktijkstart, - Financiële en fiscale aspecten voor waarnemers (of praktijkhouders), - Uw praktijk financieel bekeken, - Zin en onzin van het financiële jaarverslag, … bel voor meer informatie met: Henk Perdok, 0317-41 91 35, of mail h.perdok@seres.nl. of kijk op www. seres.nl

LHV | De Dokter April 2013

7


Binnenkijken De afsluitbare balie heeft aan de assistentenkant (uit het zicht) handige vakjes voor receptenbriefjes en verwijsbrieven.

De vloer achter de 1.05 meter hoge balie is verhoogd, zodat de assistente niet omhoog kijkt naar bezoekers. Ze heeft bovendien zicht op de wachtkamer en de entree.

Er is voldoende wachtruimte voor de balie.

“Vroeger stonden hier waterketels van wel zes meter hoog.” De praktijk van Stan van der Buijs en zijn collega’s is gevestigd in het voormalige filtergebouw van een waterleidingcomplex uit 1915. Een rijksmonument, dat nu ruimte biedt aan drie huisartspraktijken en een apotheek. De woningbouwvereniging kocht het pand aan na overleg met de

8

LHV | De Dokter April 2013

huisartsen en verbouwde de ruimte in nauw overleg met de toekomstige gebruikers. “Er was alleen die hoge ruimte, geen licht, geen trap. We konden het maken zoals wij dat wilden. Een fantastisch vooruitzicht.” De cascoruimte veranderde in een gezondheidscentrum met twee identieke verdiepingen. Tijdens de verbouwing hielden de huisartsen


! •

E

B

Er is gezorgd voor een goede scheiding tussen de ‘rust’ (de spreek- en behandelkamers) en ‘onrust’ (hal, balie en wachtkamer).

EU

W

• RU

NI

RIEK

Fotografie Hans Stakelbeek

De wachtkamer is akoestisch gescheiden van de hal en frontoffice. Gesprekken aan de balie zijn niet te volgen in de wachtkamer.

spreekuur in naastgelegen portocabins. “Er was nog even discussie met de verhuurder over een prijzige, maar hoogst noodzakelijke lift. Maar uiteindelijk is het gezondheidscentrum efficiënt ingericht, met verwijzingen naar de sfeer van toen. De bewegwijzering correspondeert in kleur en lettertype met de tijd waarin het complex gebouwd is. En de trap is van blank gestraald ijzer, passend bij het industriële karakter van het pand.”

Bouwadviesgroep van de LHV Wilt u bij meer praktijken binnenkijken? De bouw­ adviesgroep van de LHV organiseert regelmatig een excursie langs meerdere praktijken. U hoort dan meer over de functionele indeling, het bouw­proces, kosten en de financiering. Data vindt u op www.lhv.nl. Advies nodig over een bouwproject? Bel dan met (030) 28 23 746. Of mail bouwadvies@lhv.nl.

LHV | De Dokter April 2013

9


Niet-gevestigde huisartsen willen stem laten horen

Wagro’s in opkomst V

ijftien zijn het er inmiddels: Wagro’s voor nietgevestigde huisartsen. Ze springen in het hele land als paddenstoelen uit de grond. Soms als zelfstandige groep, doorgaans als commissie van een huisartsenkring. Ze brengen waarnemers en hidha’s bij elkaar. Hun doel: belangenbehartiging, nascholing en vorming van een sociaal netwerk.

binnen afzienbare tijd een praktijk over te nemen. Wagro’s brengen waarnemers en hidha’s bij elkaar. Ze zorgen ervoor dat hun stem meeklinkt in de organisatie van de kring en daarmee in de ledenraad van de LHV. Daarnaast organiseren Wagro’s nascholingen, waaronder bijeenkom­ sten voor intercollegiale toetsing. Natuurlijk hebben ze ook een sociale functie. Als waarnemer of hidha is het prettig om collega’s te ontmoeten en ervaringen te delen.

Tekst Corien Lambregtse Fotografie Nout Steenkamp

Nieuwe stroming Kennelijk is de tijd er rijp voor. Steeds meer waarnemers en hidha’s vinden het belangrijk om het geluid van niet-geves­ tigde huisartsen duidelijker te laten horen in huisartsen­ land. Ze hebben als groep een eigen visie die nog wel eens verschilt van die van de gevestigde huisartsen. Toch is hun visie voor de toekomst van de huisartsenzorg niet minder belangrijk. Een groot deel van hen is namelijk wel van plan

De wagro’s worden ondersteund door de Wadi, een zelfstandige afdeling binnen de LHV. Deze afdeling behartigt de belangen van waarnemers en hidha’s binnen de LHV en bij andere, voor deze groep huisartsen relevante partijen. De Wadi organiseert twee keer per jaar een bijeenkomst voor Wagro’s en ondersteunt nieuwe wagro’s bij de oprichting. Een van de vier Wadi-bestuursleden is Judith Labohm.

Wagro Amsterdam

‘Laten zien dat we betrokken zijn’ Meer waarnemers, minder hidha’s Op 1 januari 2012 waren er in Nederland 10.851 huisartsen werkzaam: 7893 zelfstandig gevestigde huisartsen, 986 HIDHA’s en naar schatting 1972 waarnemers. Sinds 2011 is een daling van het aantal hidha’s te zien: 10 procent in 2011 en 6 procent in 2012. Het aantal waarnemers is de laatste jaren juist sterk toegenomen. Werden er in 2010 nog minimaal 762 waarnemers geteld, in 2011 waren dat er 1007 en in 2012 liep dat op tot 1236. Van 1471 huisartsen is onbekend is of zij al dan niet werkzaam zijn. Uit aanvullend onderzoek van het NIVEL is gebleken dat circa de helft van hen (736) als waarnemer actief is. Daarmee komt het totaal aantal waarnemers naar schatting op 1.972. 10

LHV | De Dokter April 2013

Ontstaan Wim Vermeulen, voorzitter Wagro Amsterdam: “Wij zijn de eerste Wagro in Nederland, opgericht in april 2010. Een groepje waarnemers vond dat er binnen de Huisartsenkring Amsterdam (HKA) te weinig voor niet-gevestigde huisartsen gebeurde. Na overleg met het kringbestuur en de LHV hebben we een Wagro opgericht, als commissie onder het bestuur. De huisartsenkring in Amsterdam telt 230 waarnemers, 30 hidha’s en 230 aios. Die proberen wij allemaal zo goed mogelijk te bereiken.” Belangenbehartiging “We willen dat waarnemers weten dat de wagro er voor hen is. Als zij tegen problemen aanlopen, dan kijken we wat we eraan kunnen doen. We brengen niet-gevestigde huisartsen met elkaar in contact. Dat is wel plezierig als je verder best solistisch werkt.

We nemen deel aan het HKA-bestuur en aan vergaderingen van de huisartsenposten in Amsterdam. En verder proberen we onze achterban meer te betrekken bij alles wat er op dit moment gebeurt in de zorg. Het gaat over onderwerpen die voor ons in de toekomst van belang zijn. Het is belangrijk dat wij onze stem laten horen en laten zien dat we betrokken zijn.” Activiteiten “Wij organiseren drie tot vier keer per jaar een nascholing voor niet-gevestigde huisartsen. We bespreken een actueel vraagstuk in de zorg en peilen daarover de meningen. Daarna bespreken we een medisch-professioneel onderwerp. En tot slot gaan we met z’n allen iets leuks doen, zoals schaatsen op de Jaap Edenbaan. Want mensen vinden het vooral ook leuk om elkaar te ontmoeten.”


‘Dit zijn de huisartsen van de toekomst. Zij moeten straks verder met de beslissingen van nu.’

Zij is zelf waarnemer in de drie noordelijke provincies en een van de initiatiefnemers van de Wagro Noord-Nederland. Volgens haar laat de opkomst van de Wagro’s zien dat er een nieuwe stroming binnen de LHV is ontstaan. “Iedereen ziet dat het belangrijk is om meer aandacht te besteden aan de belangen en behoeften van niet-gevestigde huisartsen. Zowel de waarnemers en hidha’s als ook de kringen, de Wadi en het LHV-bestuur. Misschien ook omdat het er steeds meer worden, maar dat is zeker niet de enige reden. Wat vooral meespeelt is het feit dat dit de huisartsen van de toekomst zijn. Zij moeten straks verder met de beslissingen van nu.”

Ledenraad De Wadi is met slechts twee zetels vertegenwoordigd in de ledenraad van de LHV. In de meeste kringbesturen zitten alleen gevestigde huisartsen. Toch behoort ruim 20 procent van de Nederlandse huisartsen tot de niet-gevestigde

huisartsen. De Wadi en de Wagro’s zien dat graag verande­ ren. De Wadi werkt aan een advies hoe de Wagro’s het best bij de kringen kunnen worden betrokken en hoe afspraken over stemrecht binnen de kringen kunnen worden vastgelegd, zodat inspraak in de landelijke leden­raad geregeld is. Labohm: “Het is natuurlijk het mooist als de belangen van álle leden in de kringen worden vertegen­ woordigd. Daarom moeten ook niet-gevestigde huisartsen de kans krijgen om hun ideeën en wensen in te brengen.”

Specifieke belangen In elke Wagro worden onderwerpen besproken die landelijk of juist regionaal van belang zijn. “Er wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan de toekomstvisie voor de huisartsen­ zorg, maar ook aan de vraag hoe waarnemers en hidha’s aan het benodigde aantal diensten kunnen komen om Lees verder op pagina 12

Tips • B  edenk een goede structuur, werk samen met de aanwezige organisaties. • Zorg ervoor dat je leuke dingen organiseert waar mensen op af komen. • Begin rustig, je moet niet te veel tegelijk willen bereiken. Bouw je activiteiten langzaam op. Vlnr: Meike van der Leij, Nine Repelaer van Driel, Renée Weersma, Wim Vermeulen, Willemijn Schaap LHV | De Dokter April 2013

11


Vervolg Wagro’s in opkomst vervolg van pagina 11 aan de herregistratie-eisen te voldoen. Het gaat ook over de organisatie van lokale huisartsenposten, de positie van waarnemers daarin en over vraagstukken rond praktijk­opvolging.” De Wagro’s laten zien dat het zin heeft om lid te zijn van de Landelijke Huisartsenvereniging. Dat is voor de groep jonge waarnemers en hidha’s ook van belang. Labohm: “Als je klaar bent met je opleiding word je haast vanzelfsprekend lid van de LHV. Maar mensen vragen zich soms wel af wat ze daar dan precies voor terugkrijgen. Het is dus ontzettend belangrijk om als vereniging te laten zien wat je voor je leden doet. Ook voor de niet-gevestigde huisartsen. Daarom advi­ seren we alle kringen om een Wagro op te richten. De Wagro krijgt dan de taak om vorm te geven aan de belangenbehar­ tiging voor niet-gevestigde huisartsen en kan desgewenst ook nascholing, intervisie of fto’s organiseren.”

Beeldvorming Wagro’s zetten bovendien soms iets recht in de onderlinge beeldvorming. Labohm: “Gevestigde huisartsen zien niet-gevestigde huisartsen nogal eens als mensen die geen verantwoordelijkheid willen nemen, maar wel gemakkelijk veel geld willen verdienen. Omgekeerd hebben niet-gevestigde huisartsen wel een het idee dat gevestigde huisartsen heel conservatief zijn en niets willen veranderen. Er zijn dus wat gevoeligheden over en weer. Door de Wagro’s kunnen we dat soort beelden bijstellen. Er zullen heus wel wat zwarte schapen tussen zitten, maar over het algemeen valt het reuze mee hoeveel waarnemers verdienen. Bovendien: de meeste waarnemers willen uiteindelijk toch een eigen praktijk en zijn daar ook naar op zoek. Dat geldt ook voor een groot deel van de hidha’s. Daarom is het ook van belang dat waarnemers en

Wagro Groningen

‘Meedenken over opvolgingsproblematiek’ Ontstaan Hilde van den Hof, bestuurslid Wagro Groningen: “De Wagro Noord-Nederland is na een half jaar voorbereiding in april 2011 opgericht voor heel Noord-Nederland, maar we zijn hard bezig om voor Drenthe, Friesland en Groningen aparte Wagro’s op te richten. Het ingewikkelde is dat veel van onze leden in alle drie provincies werken, en dus niet wonen waar ze werken. Waar word je dan lid? Daar zoeken we nog een oplossing voor.” Belangenbehartiging “Als waarnemer heb je er bijvoorbeeld alle belang bij dat de doktersdienst goed wordt georganiseerd en dat dingen gaan zoals jij graag wilt. Een ander belangrijk onderwerp is praktijkopvolging. Dat onderwerp is niet alleen voor gevestigde huisartsen van belang, wíj zijn de groep die hun praktijken gaan overnemen. Daar willen we dan ook graag over meedenken. Hoe kun je ervoor zorgen dat praktijken aantrekkelijker worden om over te nemen? Welke begeleiding is er voor mensen die een praktijk willen overnemen? Hoe kunnen we inzichtelijker maken welke praktijken vrij komen?” Activiteiten “We organiseren starterscafés en na12

LHV | De Dokter April 2013

scholingsbijeenkomsten voor startende huisartsen. De onderwerpen kunnen heel praktisch zijn, bijvoorbeeld ‘Praktijkovername, wat komt er allemaal op je af?’. Daarnaast organiseren we intercollegiale toetsing en intervisie, zodat waarnemers de punten kunnen halen die ze nodig hebben voor herregistratie. En we bieden een sociaal netwerk, waar mensen elkaar tegen kunnen komen.” Vlnr staand: Hendrikje Kiers, Mark van der Veen, Hidde Kruizinga, Hilde van den Hof, Judith Labohm. Zittend: Vivian van Vliet, Amjad al Suhairy

Tips • K  ijk eens op Haweb naar het landelijk Wagro-overleg: je ziet wat er speelt binnen de verschillende Wagro’s en hoe je activiteiten kunt opzetten. • Starterscafés zijn een goede manier om niet-gevestigde huisartsen bij de Wagro te betrekken. Mensen vinden het leuk om daar naar toe te gaan.


hidha’s meedenken over onderwerpen die voor hen in de toekomst van belang zijn. Wij laten zien dat we betrokken zijn en onze opvattingen hebben.” Labohm vindt het voor zichzelf prettig om in de Wagro ‘soortgenoten’ te ontmoeten. “Het is leuk om met collega’s een drankje te drinken en van anderen te horen waar zij mee bezig zijn, waar ze tegenaan lopen en hoe zij met dingen omgaan. Een praktisch voorbeeld is de vraag hoe je als waarnemer aan ampullen komt. Als je niet bij een vaste praktijk zit, moet je dat zelf regelen. Wagro-leden geven elkaar daar tips voor.”

Op 29 mei trapt de nieuwe Wagro Zuid-Holland-Zuid af met een debatavond over spoedzorg

Contact en website Op de website van de LHV is al veel informatie over de Wagro’s te vinden. Kijk onder Huisartsen, daarna onder het kopje Waarnemers en huisartsen in dienstverband, en vervolgens onder Afdeling Wadi. Onder het kopje Wagro vind je alle informatie over Wagro’s, waaronder voorbeelden van een visie en missie en een draaiboek voor het starten van intervisie. Bas Moen en Judith Labohm, beiden Wadi-bestuurslid en Wagro-voorzitter zijn binnen Wadi aanspreekpunt. De afzonderlijke Wagro’s en het samenwerkingsverband van Wagro’s zijn te vinden op HAweb. E-mailadres Wadi: wadi@lhv.nl

Wagro Midden-Nederland

‘Beter zichtbaar maken wat we doen’ Ontstaan Arlette Hemel, voorzitter Wagro MiddenNederland: “In navolging van Amsterdam is in augustus 2010 ook in Midden-Nederland een Wagro opgericht. Sinds november 2012 zijn we een afdeling van de huisartsenkring in deze regio. We hebben een vaste plek in het kringbestuur. Alle niet-gevestigde huisartsen in onze kring zijn in principe aan ons gekoppeld. Dat zijn er 429. Belangenbehartiging “Als niet-gevestigde huisartsen hebben we soms een andere kijk op dingen dan de gevestigde huisartsen. Een waarnemer moet zich nu bijvoorbeeld voor elke huisartsenpost apart inschrijven, terwijl je dat ook op een centrale plek zou kunnen doen. Dat voorkomt heel veel administratieve rompslomp. Dat soort zaken kaarten wij aan. Wij willen nog wel bekender worden bij onze achterban. Veel mensen weten niet precies wat er bij de Wagro of in de kring gebeurt. Daarom moeten we beter zichtbaar maken wat we doen. Leden willen weten waar ze contributie voor betalen en wat het hen oplevert. Een van onze speerpunten voor dit jaar is meer samenwerking met specialisten. We organiseren bijvoorbeeld bijeenkomsten voor jonge huisartsen, jonge specialisten en arts-assistenten, waar mensen elkaar

Vlnr: Janneke Pelser, Frederique Ummels, Arlette Hemel kunnen leren kennen. In de toekomst moet er juist veel meer worden samengewerkt, daarom is het goed dat je elkaar en elkaars vak beter kent.” Activiteiten “We organiseren drie keer per jaar een starterscafé, met nascholing voor niet gevestigde huisartsen. Over actuele onderwerpen als de positie van de zorgverzekeraar, de toekomst van de huisartsenzorg of de start van een eigen praktijk. Daarnaast organiseren we intercollegiale toetsing en intervisie.”

Tips • S teek je licht op bij het landelijke overleg van Wagro’s, twee per jaar in Utrecht. • Neem contact op met de Wadi op het landelijk bureau en kijk welke informatie al beschikbaar is. • Zoek contact met andere Wagro’s in het land en leer van hun ervaringen. • Zorg voor een heldere organisatiestructuur.

LHV | De Dokter April 2013

13


Aldus de patiënt: Tekst Els van Thiel

Wacht u liever op uw eigen huisarts? Zijn patiënten zo gehecht aan hun huisarts dat ze bereid zijn te wachten tot hij of zij beschikbaar is? Of vinden ze het ook prima om met een collega of vervanger af te spreken als ze daar sneller terechtkunnen?

Gerdie Thijs (46) uit Wijk bij Duurstede

Ben Willem Mol (gynaecoloog AMC)

“Ik vind het geen probleem om naar een collega te gaan, want ik maak vaak een afspraak nadat ik zelf al van alles heb uitgezocht. Ik wil overleggen en veronderstel dat vervangers net zo vaardig zijn en over dezelfde kennis beschikken als mijn eigen huisarts.”

‘We moeten zelf onderzoeken wat

Olga Offenberg (62) uit Benthuizen

“Gehecht raken aan je huisarts stamt uit de tijd dat er nog geen deeltijdartsen bestonden. Ik ben allang gelukkig als een dokter diagnostisch sterk, maar ook intuïtief is. Dan doet het er eigenlijk niet toe of het mijn eigen huisarts is.”

Marieke Offeringa (35) uit ’s-Hertogenbosch

“Wachten of niet is voor mij afhankelijk van het probleem. Als het minder urgent is, wacht ik liever op mijn eigen huisarts. Maar als ik bijvoorbeeld een lelijke keelontsteking heb, dan maakt het me niet uit welke huisarts me helpt.”

14

LHV | De Dokter April 2013

wel en niet werkt’ Tekst Peter Boorsma Fotografie Nout Steenkamp

M

edische behandelingen worden niet systematisch geëvalueerd, zei Ben Willem Mol onlangs in een groot interview in de Volkskrant. Van de helft van alle behandelingen in de geneeskunde is volgens de hoogleraar gynaecologie in het AMC onduidelijk of ze wel effectief zijn. Zo krijgen mogelijk duizenden vrouwen een ivf-behandeling zonder dat duidelijk is of het wat toevoegt aan hun natuurlijke kans op zwangerschap. Is het zo treurig gesteld? En wat moet er gebeuren om dit te veranderen?


Kritisch gesprek

cv Na studies geneeskunde en economie werkte Ben Willem Mol op de afdeling Klinische Epidemiologie en Biostatistiek van het AMC. Na zijn opleiding tot gynaecoloog werd hij senior onderzoeker bij Verloskunde en Gynaecologie van het AMC. Inmiddels als hoog­leraar organiseert hij landelijk evaluatieonderzoek op zijn vakgebied. Mol is voorzitter van de Commissie Richtlijnen en lid van de raad van advies van het Kwaliteitsinstituut.

Uit het interview komt een beeld naar voren van artsen die maar wat doen. “Technisch weten artsen goed wat ze doen. Maar als het gaat om de effecten op de gezondheid op de lange termijn, is er maar weinig onderzocht. Zowel arts als patiënt zijn op de korte termijn gericht: je hebt een klacht en wilt dat die wordt opgelost. Maar wat dat op de langere termijn oplevert? Neem weeënremmers. Die remmen inderdaad de weeën. Maar of het kind dat daardoor wat later geboren wordt inderdaad gezonder is, is onbekend.” U zegt dat er niet systematisch wordt geëvalueerd. Maar richt­lijnen worden toch voortdurend aangepast aan nieuwe inzichten? “Klopt. Maar de bouwstenen van de richtlijnen zijn niet goed omdat goede evaluaties gericht op voor de patiënt relevante informatie ontbreekt. Voor evaluatie is maar heel weinig budget. Bovendien komt dat uit een andere pot dan de vergoedingen voor verrichtingen en dat is jammer. Naar mijn idee moeten we het budget voor evaluatieonderzoek verhogen. Vervolgens moeten we restricties zetten op vergoeding voor verrichtingen waarvan de effectiviteit onvoldoende is onderzocht. Overigens is meer evaluatie­onderzoek geen kwestie van extra geld. Want dat geld wordt nu uitgegeven aan ‘niet bewezen effectieve’-zorg.” Bijvoorbeeld bij ivf dringen patiënten misschien erg aan op behandeling. Kan het daardoor zijn dat het aantal niet effectieve ingrepen bij gynaecologie hoger ligt dan bij andere vakgebieden? “Het is inderdaad heel lastig om iemand vlak voor de 26-wekengrens een weeënremmer te onthouden, ook al weet je niet zeker of die wel werkt. Anderzijds zijn we misschien in de gynaecologie en verloskunde wat verder dan andere vakken in ons onderzoek naar effectiviteit.”

richtlijnen opstellen, maar samen met de patiënt. Ook de verzekeraars moeten aan tafel. Zij vertegenwoordigen het belang van de patiënt en kunnen vertellen wat de grootste kostenposten zijn. Dat weten artsen vaak niet.” Wilt u net als kwartiermaker van het Kwaliteitsinstituut Diana Delnoij bij het verzamelen van data het perspectief van de klant gebruiken? “Ik denk dat het andersom moet. Eerst moet je inventariseren wat effectief is. Dan kun je de patiënt keuzes voorleggen. Want waarom zou je hem in de beslissing over een behande­ ling betrekken die niet werkt?” Het registreren van de resultaten van heupoperaties is misschien wel te doen. Maar hoe meet je de output van een huisarts? “Huisartsen lopen een fase voor op medisch specialisten als het gaat terughoudendheid in behandelen. Daarbij is NHG koploper in het beleid om richtlijnen te formuleren.” “Ik weet niet hoe effectief de huisartsenzorg precies is. Ik weet wel dat er weeffouten zitten in het financieringssysteem. We zijn begonnen met een onderzoek naar abnormaal bloed­verlies en het resultaat van een goedkoop spiraaltje of een duurdere operatie. Dan blijkt dat er twee vergoedingssystemen te zijn waardoor de patiënt bij de huisarts het spiraaltje moet betalen en de patiënt van de specialist het spiraaltje gratis krijgt. Voor het inleiden bij 41 en 42 weken zwangerschap door een verloskundige of door een gynaecoloog geldt hetzelfde.” Hoe reageerden uw collega’s op het interview in de Volkskrant? “Positief, mede omdat de journalist het probleem genuanceerd heeft weergegeven. Zorg is een kostbaar iets. Als we zelf niet onderzoeken wat wel en niet werkt, gaan anderen dat voor ons beslissen wat wel en niet mag en verliezen we de grip.”

U vraagt zich af of de beroepsgroep wel de richtlijnen moet opstellen… “Dat klopt niet helemaal. De beroepsgroep moet wel de LHV | De Dokter April 2013

15


Diewertje Bax oefent thuis haar SEH-vaardigheden

Huisartsenopleiding gebruikt serious game ABCDEsim

Thuis gamen voor spoedeisende hulp H

oe bereid je huisartsen-in-opleiding voor op de SEH-stage? En op de spoedeisende gevallen die zij straks zullen tegenkomen in hun praktijk? Via een serious game, een gloed­ nieuw onderdeel van de tweeweekse STARtclass: leuk,  effectief en kostenbesparend. En realistisch. “Mijn patiënt overleed, dat was écht schrikken.”

Tekst Sander Peters Fotografie Isabel Nabuurs

16

LHV | De Dokter April 2013

Op het bed ligt een man van middelbare leeftijd. Hij is bij bewustzijn, maar ernstig versuft. Twee minuten geleden is hij per ambulance binnengebracht. Zijn vrouw heeft 112 gebeld, toen haar man onwel werd en plotseling onderuit ging. De deur zwiept open; de SEH-arts komt de behandel­ kamer binnen. ‘Zuurstofgehalte? Bloedwaarden?’, vraagt ze aan de verpleegkundigen. Ze schijnt met een lampje in de ogen van de man; een prima pupilreflex. ‘Hoe voelt u zich nu? Heeft u pijn?’, vraagt ze de patiënt. Die antwoordt niet. Niet uit onbeleefdheid; ook niet vanwege de klachten. Nee, de man kan niet praten. Hij is een personage in een computerspel. Hetzelfde geldt voor de verpleegkundigen. Allemaal fictief. En de arts? Die is wel echt: dat is de huisarts-in-opleiding die achter de laptop de serious game ABCDEsim ‘speelt’. “Bijna griezelig, zo levensecht is dit spel”,


‘Je wordt heel snel het spel ingezogen. Ik merkte dat mijn hartslag omhoog ging, de adrenaline stroomde door mijn lijf.’

aldus aios Evelien van Delden en Dieuwertje Bax. De twee huisartsen-inopleiding maken deel uit van de STARtclass die begin maart in Bilthoven bij elkaar kwam. Zo’n 100 huisartsen-in-spe uit heel Nederland bereidden zich daar gedurende twee weken intensief voor op de stage die zij gaan lopen op de SEH-afdeling.

Automatisme De serious game is een nieuw en belangrijk onderdeel van deze extra aios-training, vertelt Frank Baarveld, huisarts en coördinator van de STARtclass. “Om te begrijpen waarom die extra training bestaat, moeten we even terug in de tijd. Een paar jaar geleden constateerde de Inspectie voor de Volksgezondheid dat de kwaliteit van zorg van de SEH-afdelingen verbeterd moest worden. Omdat op die afdelingen ook toekomstige huisartsen een werk­stage volgen, hebben de huisartsopleidingen besloten ‘hun’ aios beter voorbereid aan deze stage te laten beginnen.” Volgens Baarveld komt acute zorg ook te weinig aan bod tijdens de reguliere studie geneeskunde. “Dat geldt overigens voor meer deelgebieden. De meeste afgestudeerde artsen zijn communicatief vaardig, maar inhoudelijk wat minder onderlegd. De reden? De medische wetenschap is zodanig verbreed, dat het steeds lastiger is om alle kennis en vaardigheden aan de orde te stellen in slechts een paar jaar. Bovendien is de spoedeisende hulp bij uitstek een vak dat je al doende leert. De zogenoemde ABCDE-aanpak (zie kader, red.) moet een automatisme worden. Daarvoor is zo’n praktische game ontzettend nuttig. In combinatie met de STARtclass moet de game de aios beter equiperen.”

Getallen De stage op de SEH duurt in totaal 26 weken. Omdat iedere week ook één onderwijsdag telt, is door de diverse huisartsenopleidingen gezamenlijk

besloten 10 van de 26 dagen te clusteren in een soort ‘stoomcursus’ spoedeisende hulp. Dat is dus de STARtclass. “Hier drillen we toekomstige huisartsen in de ABCDEmethode, de standaardaanpak die je als arts moet toepassen bij spoedeisende zorg. We bespreken en oefenen diverse scenario’s, de cursisten krijgen een uitgebreide reanimatie­ cursus en we starten de twee weken met een kennistoets en sluiten af met een kennis- én vaardighedentoets. We merken dat de aios die de STARtclass hebben gevolgd, zich op de SEH beter van hun taak kwijten.” De behandeling van spoedeisende ‘gevallen’ is bij uitstek geschikt om te oefenen in een serious game, legt Baarveld uit. Niet alleen vanwege de praktische aard van het vak­gebied. “De behandeling van dit soort patiënten is veel meer een ‘harde’ weten­schap dan bijvoorbeeld die van een patiënt met aspecifieke vermoeidheids­ klachten. Met zo iemand ga je in gesprek; je probeert via communicatie en met behulp van je mensenkennis de oorzaken op te sporen. Die interactie is moeilijk in een computerspel na te bootsen. Bij acute zorg is er nauwelijks interactie, maar alleen actie. De ABCDE-methodiek is prachtig in getallen en eenheden te vangen. Denk aan bloedwaardes, de suikerspiegel, het zuur­stofgehalte, de mate van benauwdheid, et cetera.”

Huisartsenpraktijk

Huisarts in opleiding Evelien van Delden

In de huisartsenopleiding is dus een stevig deel van de tijd en ruimte gereserveerd voor acute zorg. Maar dat zijn vooralsnog vooral scenario’s die afgeleid zijn uit de ziekenhuis­ praktijk. Goed dat aios hiermee in aanraking komen, stelt Baarveld, maar wat minstens zo belangrijk is: de typische acute zorgvraag waarmee de huisarts te maken krijgt. Denk aan iemand die thuis op de wc het bewustzijn verliest of in de wachtkamer van de huisartsenpost. Een patiënt met diabetes die acuut ontregeld is. Of een complicatie tijdens een thuisbevalling. Baarveld: “Niet alleen de situatie verschilt vaak. Ook heeft de huisarts niet dezelfde instrumenten bij de hand als de SEH-arts. De huisarts heeft geen zuurstofmaskers, LHV | De Dokter April 2013

17


Vervolg Thuis gamen voor spoedeisende hulp

(Door)ontwikkelen van de game Mary Dankbaar is onderwijskundig projectleider bij het Erasmus MC. Samen met SEH-hoofd Stephanie Klein Nagelvoort-Schuit was ze verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de game ‘ABCDEsim’. Tot vorig jaar werden de benodigde competenties aangeleerd door ervaren SEH-artsen, face-to-face. Een dure aangelegenheid, want de verhouding arts-student is een op vier. Ook de verletkosten zijn hoog; SEH-artsen kunnen in de begeleidingstijd geen gewone diensten draaien. Is er geen slimmere, efficiëntere digitale oplossing, vroegen Dankbaar en Klein Nagelvoort-Schuit zich af. Antwoord: ja, een serious game. Samen met IJsfontein, gespecialiseerd in het ontwikkelen van (serious) games, en de TU Twente gingen ze aan de slag. De TU had het onderliggende fysiologische model al uitgewerkt, inclusief het respertoire (ademhaling) en circulaire deel (hart). Het Erasmus MC voegde het neurologische stuk toe. Met financiële en inhoudelijke steun vanuit de SBOH is er een kleine twee jaar aan de game gesleuteld. Met succes: in maart 2013 is ABCDEsim voor het eerst voorgelegd aan huisartsen-in-opleiding. “Bij de ontwikkeling van de game is vanuit leerdoelen gedacht”, aldus Dankbaar. “Dus de spelers kunnen niet 3D om het bed heen lopen, zoals in de Amerikaanse versie wel het geval is, maar ze kunnen wel het hele lichaam bekijken. Denk bijvoorbeeld aan een trombosebeen. En de pupilreflex moet kloppen als je er met een lampje in schijnt. Dat heeft IJsfontein prachtig gedaan.” De game geeft ook uitgebreid feedback, uitgesplitst naar A, B, C, D en E. En vooraf moet je aangeven wie je bent (soort arts, afgestudeerd of niet), zodat jouw resultaten met die van peers worden vergeleken. In november 2013 hopen alle partijen een nieuwe, meer op huisartsenpraktijk toegespitste versie te presenteren.

18

LHV | De Dokter April 2013

maar moet het doen met dat wat in zijn dokterstas zit. We zijn momenteel bezig om deze wetenschap en de specifieke huisartsscenario’s te integreren in een nieuwe versie van de serious game.” Een ingewikkeld proces, aldus Baarveld, waarbij respectie­ velijk een SEH-arts, een intensivist, twee huisartsen en natuurlijk ict’ers en technici betrokken zijn. De game wordt nu volop getest. “Dat betekent spelen, spelen en nog eens spelen”, lacht Baarveld. “Ik zelf ook, ja. Alles moet kloppen, ook als de speler een onjuiste beslissing neemt, moet het spel weer doorlopen.” Na de testfase – er is ook een landelijk huisartsenpanel dat hieraan bijdraagt – en de diverse aanpassingsrondes moet de game op het NHG-congres in november gepresenteerd worden. “Het idee is dat we deze versie volgend jaar, dus in 2014, opnemen in de opleiding. Net als nu geven we het dan mee als ‘huiswerk’ vooraf­ gaand aan de STARtclass.”

Effecten De ontwikkeling van een serious game kost veel tijd. En geld. Die kosten moeten er wel ‘uitgehaald worden’. Hoe zit dat bij de ABCDEsim-game? Met andere woorden: wat zijn de effecten? Mary Dankbaar, projectleider e-learning bij het Erasmus Medisch Centrum, was nauw betrokken bij de opzet van de game (zie kader). “We weten dat artsen in oplei­ ding het leuk vinden om te doen”, vertelt Dankbaar. “Maar de vraag is: wat leren ze qua vaardigheden? We hebben de aios van de STARtclass van november als controlegroep onderworpen aan een voor- en nameting. Datzelfde doen we nu met deze lichting, de interventiegroep. We kijken naar drie onderdelen. Ten eerste: hebben ze de kritische beslispunten onder de knie? Signaleren ze bijvoorbeeld een snurkende ademhaling en hebben ze de luchtweg vrij gemaakt? We kijken daarnaast ook naar de competenties:


Advertenties

De ABCDE-methodiek Op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) telt letterlijk iedere seconde. Als artsen of verpleegkundigen een verkeerde beslissing nemen of een onjuiste handeling verrichten, kan de patiënt overlijden. Om te bepalen wat de juiste handeling is in bepaalde situaties, is de ABCDE-methodiek ontwikkeld. Deze aanpak is ook verwerkt in de serious game van het Erasmus MC. Het uitgangspunt is: treat first what kills first. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft bepaald dat alle artsen op de spoedeisende hulp hierin getraind moeten zijn. De A staat voor airway. De arts gaat allereerst na hoe de luchtweg van de patiënt ervoor staat. De volgende stap is de B van breathing. Is de patiënt in staat zuurstof op te nemen? Dan komt de C van circulation. Kernvraag: is er bloeddoor­ stroming? Daarna gaat de arts onderzoeken of het zenuwstelsel is uitgevallen. Dat is de D van disability. Tot slot: wordt de patiënt blootgesteld aan nog meer factoren of dreigt dat te gebeuren? Dit is de E van exposure.

Financieel adviseurs voor huisartsen Sibbing & Wateler is een onafhankelijk financieel adviesbureau, gespecialiseerd in de praktijkbegeleiding van vrije medische beroepsbeoefenaren, waaronder huisartsen. Wij bieden u een gevarieerd dienstenpakket voor al uw financiële zaken, nu en in de toekomst. Wilt u meer weten over onder meer praktijk­ vestiging, HOED­begeleiding, salarissen en (maatschaps)contracten, financiële planning, fiscaliteiten, pensioen, assurantiën en hypotheken? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

PraktijkvestiGinG Financiële PlanninG

hebben ze bijvoorbeeld de juiste achterwacht ingeschakeld, de verpleegkundige goed geïnformeerd en is de communica­ tie met de patiënt juist? En als derde wordt er een globaal oordeel gegeven. Hoe veilig voelt het als je deze aios bij een acuut zieke patiënt aan zijn bed zet? We vergelijken de resultaten van die drie onderdelen tussen controlegroep en interventiegroep.”

Realistisch Wat als er inderdaad een positief verschil is? “Dan zouden we kunnen overwegen de cursus – mét game – in te korten. Dat is een stevige kostenbesparing. Bovendien houden we opleidingsuren over, ook dat is zeer welkom”, verklaart Frank Baarveld. “Maar zover is het nog niet. Pas als we de resultaten hebben vergeleken, medio 2013 denk ik, weten we hoe we verder gaan.” Hoe hebben de deelnemers de game zelf ervaren? Hebben ze het gevoel dat er resultaat is geboekt? “Zeker”, antwoordt huisarts-in-opleiding Evelien van Delden. “Ik heb een paar avonden gespeeld, en vier van de vijf scenario’s doorlopen. Het is even wennen, qua besturing, maar je wordt heel snel het spel ‘ingezogen’. Ik merkte dat mijn hartslag omhoog ging, de adrenaline stroomde door mijn lijf. Heel apart.” In combinatie met de STARtclass heeft de game ertoe geleid dat Dieuwertje Bax, ook aios, zich zeker voelde bij de start van haar stage op de SEH. “De kennis uit de reader pas je toe in de game. Als je daarna de reader weer bekijkt, beklijft de stof beter. Het is een zeer realistisch spel, dat viel me erg mee. De lichamelijke reacties zijn mooi vertaald; zo wordt een benauwde patiënt blauw. Iemand met een hoge saturatie in het bloed loopt rood aan. En bij een epileptische aanval gaat het bed enorm schudden. Op een bepaald moment overleed mijn patiënt, toen ik nog worstelde met de besturing. Dat was écht even schrikken.”

assurantiën telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

Silodyx 8 mg en Silodyx 4 mg harde capsules - Verkorte SPC Benaming: Silodyx 8 mg en Silodyx 4 mg. Samenstelling: bevat per capsule 8 mg resp. 4 mg silodosin. Farmaceutische vorm: harde capsules. Therapeutische indicaties: Behandeling van de tekenen en symptomen van benigne prostaathyperplasie (BPH). Dosering: dagelijks één capsule Silodyx 8 mg. Bij patiënten met een matig-ernstige nierfunctiestoornis (CLCR ≥ 30 tot < 50 ml/min) wordt een startdosis van eenmaal daags 4 mg aanbevolen, wat na één week behandeling kan worden verhoogd tot eenmaal daags 8 mg, afhankelijk van de respons van de individuele patiënt. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen. Bijwerkingen: Zeer vaak: retrograde ejaculatie of anejaculatie (23%). Vaak: verstopte neus, diarree, duizeligheid, orthostatische hypotensie (1,2%). Soms: verminderd libido, misselijkheid, droge mond, erectiestoornissen. Niet bekend: syncope, Floppy Iris Syndroom. Waarschuwingen: Bij sommige patiënten die α1-blokkers gebruiken of vroeger gebruikt hebben, is tijdens cataractchirurgie IFIS (een variant van het kleine-pupilsyndroom) waargenomen. Het starten van de behandeling met Silodyx wordt niet aanbevolen bij patiënten: voor wie cataractchirurgie gepland is, met orthostatische hypotensie, met een ernstige nierfunctiestoornis (CLCR < 30 ml/min) of met een ernstige leverfunctiestoornis. Vóór de start van de behandeling prostaatcarcinoom uitsluiten. Niet gelijktijdig gebruiken met andere α-blokkers of krachtige CYP3A4-remmers (zoals ketoconazol, itraconazol of ritonavir). RVG-nummers: 8 mg: EU/1/09/607/0011, 4 mg: EU/1/09/607/004 Afleverstatus: uitsluitend recept. Registratiehouder: Recordati Ireland Ltd., Raheens East, Ringaskiddy Co. Cork, Ierland. Informatie: Zambon Nederland B.V. Datum: 29.01.2010 Voor volledige productinformatie verwijzen wij naar de goedgekeurde samenvatting van de kenmerken van het product. Deze is op te vragen bij Zambon Nederland B.V. tel: 033-4504370 en is tevens beschikbaar op de website van het Europese Geneesmiddelen Bureau (EMA) http://www.ema.europa.eu/. Referenties 1. Lepor H. Pathophysiology of Benign Prostatic Hyperplasia: Insights From Medical Therapy for the Disease. Rev Urol 2009;11 (suppl 1):S9–S13 2. Michel MC. The Pharmacological Profile of the α1A-Adrenoceptor Antagonist Silodosin. Eur Urol Suppl 2010;9:486-90. 3. Roehrborn CG. Efficacy of α-Adrenergic Receptor Blockers in the Treatment of Male Lower Urinary Tract Symptoms. Rev Urol 2009;11(Suppl 1):S1-8. 4. Chapple CR. et al. Eur Urol 2011;59:342-52 5. Marks LS. et al Rapid Efficacy of the Highly Selective α1A-Adrenoceptor Antagonist Silodosin in Men With Signs and Symptoms of Benign Prostatic Hyperplasia: Pooled Results of 2 Phase 3 Studies. J Urol 2009;181:2634-40. 6. Gittelman MC. et al. Effect of silodosin on specific urinary symptoms associated with benign prostatic hyperplasia: analysis of international prostate symptom scores in 2 phase III clinical studies. J Urol 2011;3:1-5. 7. CHMP assessment report for Silodyx, January 2010 8. SmPC Silodyx 8 mg 9. MacDiarmid SA. et al. Lack of pharmacodynamic interaction of silodosin, a highly selective alpha1a-adrenoceptor antagonist, with the phosphodiesterase-5 inhibitors sildenafil and tadalafil in healthy men. Urology 2010;75(3):520-5.

LHV | De Dokter April 2013

19


Bezuinigen in de ggz: wat merkt de huisarts?

Minder bedden, meer werk D

e geestelijke gezondheidszorg is te duur, vindt de minister van VWS. En dus zijn bezuinigingen onvermijdelijk. De kern van de voorgestelde maatregelen: meer ggz in de buurt van de patiënt, minder in de tweede lijn. En de huisarts, wat merkt die? “We zien straks de patiënten met ‘lichte’ klachten vaker terug.”

Tekst Sander Peters

“In de jaren zeventig en tachtig zijn de kersverse riagg’s in korte tijd enorm gegroeid. Iedereen die depressief was, kon er zonder verwijzing van de huisarts naar toe. Je kunt wel zeggen dat de deur toen te ruim is opengezet.” Half februari spreekt Jan Spijker, kersvers bijzonder hoogleraar chronische depressie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in zijn oratie over de bezuinigingen in de geestelijke gezondheids­ zorg en de gevolgen daarvan voor de eerstelijnszorg in het algemeen en de huisartsenzorg in het bijzonder. “Huisartsen begonnen toen te denken dat ze geen psychiatrische patiënten meer hoefden te behandelen. (…) Terwijl die patiënt juist gebaat is bij behandeling in de eerste lijn.” Spijkers snapt dat huisartsen nu niet onmiddellijk staan te springen; er komt een hoop extra werk op ze af, zoveel is zeker. “Er zullen ook absoluut aanloopproblemen zijn. De huisarts kan het niet alleen. Maar als een of meer praktijkondersteuners hem helpen en als straks iedereen aan de nieuwe aanpak gewend is, gaat het heel goed werken.” 20

LHV | De Dokter April 2013

Bestuurlijk Akkoord Spijkers spreekt over bezuinigingen in de ggz. Waar hebben we het dan over? Even het geheugen opfrissen: twee jaar geleden oordeelde minister Schippers van VWS dat de geestelijke gezondheidszorg (ggz) te duur is. In tien jaar zijn de kosten van de ggz met meer dan 8 procent gestegen tot 5,5 miljard euro in totaal. Dat is ongeveer 6 procent van het totale zorgbudget van ons land. Dit kan zo niet langer, aldus Schippers in 2011. De ingrijpende maatregelen die ze vervolgens voorstelde en die jaarlijks minimaal 600 miljoen euro moesten opleveren, riepen een storm van protest en verontwaardiging op. In de samenleving als geheel, maar eerst en vooral ook bij zorgprofessionals. Het leidde tot maandenlange, intensieve onderhandelingen tussen het ministerie, zorgaanbieders, beroepsverenigingen, patiënten­ organisaties en zorgverzekeraars. Deze gesprekken mondden in juni 2012 uit in het ‘Bestuurlijk Akkoord Toekomst GGZ’ waarin een groot aantal harde afspraken (zie kader) staan om de geestelijke gezondheidzorg kwalitatief hoogwaardig én betaalbaar te houden. Uiteindelijk doel van het pakket maatregelen uit het akkoord is een maximale jaarlijkse uitgavengroei van 2,5 procent.

Financiering “Een mooi akkoord, met heldere en begrijpelijke afspraken, maar ook een akkoord dat nog de nodige vraagtekens oproept voor onze beroepsgroep. Er is nog veel onduidelijk


De belangrijkste maatregelen uit het Bestuurlijk Akkoord Toekomst GGZ Marian Oud (voorzitter expertgroep PsyHag):

‘De inzet van een of meer praktijkonderteuners ggz is noodzakelijk. Maar of daar straks genoeg geld voor is...’

in de praktische uitwerking van de maatregelen”, zegt Marian Oud, kaderhuisarts ggz en voorzitter van de expertgroep PsyHag (zie kader). Oud denkt dat veel huisartsen in staat zijn om chronisch zieke maar stabiele patiënten te behandelen, om de eenvoudige reden dat dit al op grote schaal gebeurt. “Ik denk daarbij aan de zogenoemde veelkomers, dit zijn meestal de mensen met een verhoogde psychische kwetsbaarheid. Maar onze huidige begeleiding is niet structureel of systematisch.” Daarnaast is het probleem vooral dat de financiering mogelijk niet toereikend is. “De huisarts moet er op de eerste plaats aardigheid in hebben om psychiatrische patiënten te begeleiden. Maar hij kan het nooit alleen. De inzet van een of meer praktijkondersteuners ggz is noodzakelijk. En ik vraag me af of daar straks genoeg geld voor is.”

DSM-diagnose Hoewel de precieze hoogte van de bezuinigingen in 2014 nog niet bekend is, verwacht Oud dat huisartsen het drukker gaan krijgen op het vlak van de ggz. “Niet zozeer door een grotere toeloop, hoewel de aanhoudende crisis wel leidt tot meer spanningsklachten, mensen die financieel aan de grond zitten, of hun baan dreigen te verliezen. Dat kan ook een belangrijke oorzaak zijn van psychische klachten.” Oud verwacht vooral dat huisartsen een bepaalde groep patiënten met niet al te ernstige

Vertegenwoordigers van GGZ-Nederland, Meer GGZ, de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen, het Nederlands Instituut van Psychologen, de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerstelijnszorg, Zorgverzekeraars Nederland, het Landelijk Platform GGZ en het ministerie van VWS hebben in het Bestuurlijk Akkoord onder meer de volgende afspraken gemaakt: • De module POH-GGZ wordt geflexibiliseerd. En uitgebreid. Concreet betekent dit dat er meer uren voor de inzet van de POH GGZ vergoed worden. Hoeveel uur extra dat is, is nog niet bekend. • Als de huisartsenpraktijk – de huisarts zelf of de POH GGZ – de patiënt niet kan helpen, wordt die doorverwezen naar de meer generalistische basis-ggz of naar de specialistische ggz, die bedoeld is voor mensen met ernstige psychiatrische stoornissen. • Voor die doorverwijzing is wel een DMS-diagnose nodig. Wie die diagnose niet ‘krijgt’, is aangewezen op huisartsenzorg. • Eerstelijns psychologische zorg ‘gaat op’ in het begrip ‘generalistische basis-ggz’, dat ook door andere aanbieders zoals ggz-instellingen wordt aangeboden onder de naam ‘anderhalvelijnszorg’. • Tot 2020 een afbouw van de huidige beddencapaciteit in de tweede lijn met dertig procent. Ambulante zorg dicht bij de patiënt moet dit verlies aan capaciteit compenseren. • Patiëntenorganisaties gaan een elektronisch patiëntendossier ontwikkelen, dat door de patiënt zelf beheerd wordt en waarin informatie uit de behandeldossiers inzichtelijk wordt gemaakt voor de patiënt. • De scheidslijn tussen somatische en psychiatrische zorg moet verdwijnen. • De basis-ggz werkt met een beperkt aantal ‘producten’ (kort-middel-intensief-chronisch) al naar gelang de zorgvraag van de patiënt; de financiering ervan wordt bepaald aan de hand van zorgzwaartetarieven. • In de gespecialiseerde ggz wordt prestatie­ bekostiging ingevoerd voor alle zorgaanbieders op basis van bestaande DBC’s.

LHV | De Dokter April 2013

21


Vervolg Minder bedden, meer werk

Wat vindt en doet de LHV? De LHV was geen partij bij het afsluiten van het bestuurlijk akkoord. Omdat de maatregelen grote gevolgen zullen hebben voor de huisartsenpraktijk, is de LHV gevraagd mee te denken over de uitwerking van het akkoord. Een van de stappen in de uitwerking van het bestuurlijk akkoord is het ontwikkelen van een verwijsmodel voor huisartsen. Met dit model worden huisartsen ondersteund bij het maken van de keuze voor het verwijzen naar de basis- of de gespecialiseerde ggz. Huisartsen en hun team hebben een belangrijke rol om een juiste inschatting te maken van de aard en ernst van de klachten van de patiënt, ook als deze psychische klachten heeft. Om het huisartsen mogelijk te maken in de komende jaren een groter aantal patiënten met lichte psychische klachten en stoornissen in de huisartsenpraktijk op te vangen, is door VWS meer geld beschikbaar gesteld voor ondersteuning van de huisarts door een POH GGZ. Op de website van de LHV vindt u een uitgebreide toolkit met alle benodigde informatie over het samenwerken met een POH GGZ. De LHV maakt zich ook sterk voor directere samenwerking en communicatie met de psychiaters in de tweedelijns GGZ.

psychische problemen vaker zal terugzien. “Een van de aangekondigde maatregelen is dat patiënten voortaan pas in de basis-ggz behandeld mogen worden als ze een DSM-diagnose hebben gekregen. DSM is een term uit de psychiatrie en staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Wij verwachten dat veel lichtere gevallen niet in aanmerking komen voor zo’n diagnose, en dus aangewezen zullen blijven op de huisarts. Terwijl hulp in een vroeg stadium hier juist snel effectief kan zijn. Daarom is het erg belangrijk dat ook deze hulp beschikbaar blijft. Maar dit vraagt nogal wat van de organisatie van de praktijk.”

Vertrouwensband Marian Oud kan zich wel wat voorstellen bij de opmerkin­ gen van hoogleraar Jan Spijker. Ze denkt dat de jarenlange relatie tussen huisarts en patiënt juist ook bij chronisch geestelijk zieke mensen een grote ‘plusfactor’ is. “Hetzelfde geldt voor de praktijkondersteuner ggz, die in de loop der tijd veelal dezelfde mensen terugziet en dus ook een stevige vertrouwensband met hen kan opbouwen. Juist voor deze kwetsbare groep mensen is die veiligheid en vertrouwdheid erg belangrijk. En de POH en/of de huisarts kunnen efficiënt inspelen op hun hulpvraag, omdat ze de patiënt en diens thuissituatie vaak goed kennen.” In haar eigen gezondheids­ centrum werkt Oud met een praktijkondersteuner die niet alleen voor vraagverheldering en diagnostiek wordt ingezet, maar ook voor behandelingen. “Dat is prettig omdat we patiënten met psychische problemen zo onmiddellijk hulp kunnen bieden. En daarmee voorkomen we dat de problemen hen boven het hoofd groeien.”

Korte lijnen Veel staat of valt de komende jaren met een goede samenwerking tussen huisarts, basis ggz en specialistische ggz. De samenwerking tussen huisarts en psychiatrie liet de voorbije decennia regelmatig te wensen over, maar vertoont de laatste maanden een opgaande lijn. “Het is duidelijk dat de grote ggz-instellingen de banden weer meer aanhalen. Jarenlang stonden ze vrij ver van de huisarts af. Maar de 22

LHV | De Dokter April 2013

komende tijd zullen huisartsen meer het heft in eigen handen kunnen nemen, en zelf bepalen met welke aanbieders van de basis-ggz ze samenwerken. Mijn eigen voorkeur gaat uit naar aanbieders die voor ‘korte lijnen’ zorgdragen.” Een ander plan binnen Oud’s gezondheids­ centrum is om een zogenoemde consultatief psychiater in dienst te nemen. “Binnen het zorgprogramma ‘angst en depressie’ zou dat een welkome aanvulling zijn. Maar ook hier geldt weer: er is nog geen financiële regeling voor. Of neem een aparte module ‘Diagnostiek’ waaronder bijvoorbeeld een intelligentietest waarvoor de NZa heeft gepleit. Het zou mooi zijn als huisartsen zoiets gewoon kunnen aanvragen te zijner tijd. Voor dat soort concrete, praktische oplossingen maken ook de NHG en de expert­ groep PsyHag zich sterk.”

Expertgroep PsyHag De Expertgroep Kaderhuisartsen GGZ wordt gevormd door een groep huisartsen met speciale belangstelling voor de geestelijke gezondheidszorg binnen de huisartsgeneeskunde. In totaal zijn er 30 kaderhuisartsen, van wie er 18 officieel geregistreerd zijn. Zij hebben de NHG-kaderopleiding GGZ met goed gevolg afgerond en/of zijn op grond van hun expertise toegelaten tot het College van Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden (CHBB). De expert­groep stelt zich ten doel de kwaliteit van zorg te verbeteren voor patiënten met vragen of problemen op het gebied van hun geestelijke gezondheid, en een betere positionering van de geestelijke gezondheidszorg binnen de huisartsgeneeskunde. Dat doen zij door: advisering, scholing, onderzoek, en ontwikkelen en implementeren van standaarden en richtlijnen. Ook houden ze zich bezig met de implementatie van beleid, zoals de invoering van de POH GGZ. Meer weten? Kijk op http://psyhag.nhg.org


5 vragen over

het transparantieregister

Sta ik ook in het register? Dat hangt ervan af. Als u in 2012 een financiële relatie had met de farmaceutische industrie die hoger was dan 500 euro, dan staat ook u in dit register vermeld. In dat geval heeft u eind maart een brief ontvangen.

Wat is een financiële relatie? Concreet gaat het om transacties van minimaal 500 euro exclusief btw. Daaronder vallen overeen­ komsten op het gebied van dienstverlening en sponsoring. Klinisch onderzoek en het beschikbaar stellen van monsters worden niet in het register vermeld.

Vanaf 25 april kan iedereen het Transparantieregister Zorg bekijken. Een groot publiek krijgt dan inzicht in de financiële relaties tussen farmaceuten en zorgverleners. De Stichting Transparantieregister Zorg verwerkt de gegevens in opdracht van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR). De LHV heeft , naast veel andere koepelorganisaties, de transparantieregels onderschreven.

Hoe werkt het register? Bezoekers kunnen op een aantal kenmerken zoeken: de naam of het BIG-nummer van een arts of andere zorgverlener, of de naam of het KvK-nummer van een zorginstelling in combinatie met plaatsnaam of specialisme. Als huisarts kunt u uw gegevens inzien via www.transparantieregister.nl en dan klikken op ‘Zorgverleners en instellingen’.Staat u ingeschreven in het specialistenregister van de KNMG? Dan kunt u met uw DigiD inloggen. Als u hier niet staat ingeschreven, dan kunt u via de contactpagina een account aanvragen.

verwerkt door KNMG Opleiding & Registratie. Gaat het om een financiële relatie met een in het buitenland gevestigd farmaceutisch bedrijf? Dan moet de arts (of zorgverlener) in kwestie dit zelf melden bij het register.

Hoe lang blijft de informatie openbaar?

Wie vult het register?

De informatie moet uiterlijk binnen 3 maanden na afsluiting van het kalenderjaar worden gepubliceerd in het Transparantieregister Zorg. De gegevens blijven drie jaar op de website staan.

In principe geldt dat farmaceutische bedrijven bij het register melding maken van de financiële relaties die zij in Nederland zijn aangegaan. De meldingen worden

Heeft u een andere vraag over het Transparantieregister? Kijk dan op www.transparantieregister.nl.

LHV | De Dokter April 2013

23


De stelling:

Terminale patiënten kunnen me dag en nacht op mijn mobiele nummer bereiken Moet een huisarts de klok rond bereikbaar zijn? Of zitten er grenzen aan de bereikbaarheid? En hoe baken je die af en hoe regel je dat in praktische zin? Is de nieuwe generatie huisartsen minder snel geneigd een mobiel telefoonnummer aan terminale patiënten te geven? Of is dat een mythe? Drie huisartsen, drie meningen. Tekst Els van Thiel Fotografie Nout Steenkamp

E

Marloes Tack, (solo)praktijkhouder in Rockanje

ens. “In zo’n kwetsbare situatie heeft bereikbaar zijn onmiskenbaar meerwaarde voor de zorg. Op het einde van het leven zijn het meestal niet de medisch-inhoudelijke argumenten die de doorslag geven. Wat de patiënt zelf wil is belangrijker. En of de afspraken die hij met zijn dokter gemaakt heeft, nagekomen worden. Ik geef patiënten in een terminale situatie altijd mijn mobiele nummer. Tot voor kort zorgde ik dat ik dan ook altijd in de gelegenheid was om naar de patiënt toe te gaan. Maar de afgelopen twee jaar moest ik zo vaak palliatieve zorg verlenen dat ik haast volcontinu bereikbaar was en dat bleek niet haalbaar. Tegen­woordig geef ik mijn mobiele nummer en zorg dat ik bereikbaar ben – ook als ik onder de douche ga of naar de wc – maar ik beloof niet dat ik altijd zelf kan komen. Mensen krijgen me altijd aan de lijn, we overleggen samen en als er een dokter naartoe moet en ik ben zelf niet in de buurt, dan bel ik een collega die dienst heeft op de huisartsenpost. Ik licht de actuele situatie toe en geef eventueel instructies. Deze aanpak bevalt me goed. Het allerbelangrijkste in de terminale zorg is dat je waarmaakt wat je toezegt. Patiënt en familie moeten weten waar ze aan toe zijn.”

“Ik zorg dat ik altijd bereikbaar ben, maar beloof niet dat ik altijd zelf kan komen” 24

LHV | De Dokter April 2013


Scherp gesteld

“De nieuwe generatie huisartsen zou minder geneigd zijn om volledig bereikbaar te zijn voor palliatieve zorg? Daar geloof ik niets van!”

E

Leroy Haring, huisarts in een HOED in Leiden

ens. “Want als de familie weet dat de dokter bereikbaar is, geeft dat veel rust en zekerheid. Mijn ervaring is dat mensen nauwelijks bellen. Vaak is er al gespecialiseerde thuiszorg die veel vragen kan beantwoorden. Ik bekijk het van situatie tot situatie. Soms ben ik 24 uur bereikbaar en soms spreek ik af dat ik elke avond tot half twaalf gebeld mag worden en dat mensen daarna bij de huisartsenpost terechtkunnen. De contacten in een terminale situatie zijn meestal zo intensief dat het lastig is om het aan een collega over te laten. Dan zorg je liever zelf tot het einde toe voor je patiënt. De nieuwe generatie huisartsen zou minder geneigd zijn om volledig bereikbaar te zijn voor palliatieve zorg? Daar geloof ik niets van! Vrijwel iedere huisarts wil zelf palliatieve zorg geven aan zijn patiënten. Maar het moet niet zo zijn dat je er van hogerhand toe gedwongen wordt, het moet voortspruiten uit je beroepsethiek.”

“Eén keer ben ik teleurgesteld toen mensen mijn nummer bleven gebruiken voor algemene dingen”

O

neens. “Vroeger gaf ik altijd mijn mobiele nummer, tegenwoordig behoor ik tot de ‘tussengroep’ die dat minder vanzelfsprekend doet. Ik geef mijn mobiele nummer nog wel, maar ben in de loop van de jaren selectiever geworden met als doel mijn privacy te beschermen en m’n agenda beter in de hand te kunnen houden. Palliatieve zorg is hoegenaamd niet planbaar, het loopt zoals het loopt. Je gaat gewoon, al is het midden in de nacht. Eén keer ben ik teleurgesteld toen mensen mijn nummer bleven gebruiken voor allerlei algemene dingen. Dat was vervelend en aanleiding om me terughoudender op te stellen. Tegenwoordig spreek ik met de meeste mensen af dat ze eerst naar de huisartsenpost bellen. En ik informeer de huisartsenpost zo duidelijk en zorgvuldig mogelijk. De collega’s daar hebben inzicht in mijn agenda en zij kunnen beslissen of ze mij bellen of dat er iemand van de post heen gaat. Dat geeft rust.”

Frans Blessing, duo-praktijkhouder in Udenhout

LHV | De Dokter April 2013

25


26

LHV | De Dokter April 2013

Rechtsboven: Steven van Eijck en Jan de Vries. Linksboven: Muhammed Tokyay. Onder: Marjolijne Lewis aan het woord, in de blauwe trui: Krishna Briedjlal


Bestuurders LHV op werkbezoek bij MEE Rotterdam

‘MEE kan huisarts ontlasten’ E

en vrouw voor wie met spoed een beschermde woonvorm moet worden gevonden of een babytje waar ‘iets’ niet goed mee is. Het zijn situaties waar je als huisarts mee kunt worstelen en waarin MEE uitkomst kan bieden. “Wij richten ons op de meest kwetsbare groep in de samenleving”, zegt Marjolijne Lewis, directeur van MEE Rotterdam.

Tekst Els Wiegant Fotografie Hans Stakelbeek

Omdat MEE ervaart dat huisartsen nog relatief weinig naar de organisatie verwijzen, had landelijk directeur Jan de Vries LHV-voorzitter Steven van Eijck voor een werkbezoek in Rotterdam uitgenodigd. Samen met twee bestuursleden van de Huisartsenkring Rotterdam, Krishna Briedjlal en Muhammed Tokyay, bezocht hij eind maart de vestiging aan de Schiedamse Vest, een van de 70 MEE-locaties. Met 22 regionale MEE-organisaties heeft MEE een landelijke dekking. Er werken een kleine 3500 mensen (ruim 2700 fte’s) en jaarlijks worden zo’n 100.000 cliënten (gratis) onder­ steund. Eigenlijk zijn dat er veel meer, omdat ook mensen uit het netwerk van de cliënt worden geholpen. Bijna de helft van de cliënten heeft een verstandelijke beperking en is jonger dan 24 jaar. Ook ouderen met een beperking of mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronische ziekte, niet aangeboren hersenletsel of autisme zijn cliënt bij MEE. Zij kampen met problemen op het gebied van opvoeding en ontwikkeling, leren en werken, wonen en samenleven, regelgeving en geldzaken. “Wij proberen de eigen kracht en zelfredzaamheid van onze cliënten te versterken”, benadrukt Lewis. MEE’s budget voor 2013 bedraagt 172 miljoen euro. Hoe die financiering er in de toekomst zal uitzien, is ongewis, vertelt Jan de Vries, directeur MEE Nederland. “MEE is een basis­voorziening en wordt nu uit de AWBZ gefinancierd. Onze ondersteuning duurt gemiddeld achttien à negentien uur per cliënt en is geen langdurige zorg. Niet zo gek dus dat ons budget wordt overgeheveld naar de Wmo, maar wij willen wel graag dat onze ondersteuning met het huidige budget als basisvoorziening behouden blijft.”

Makelaar Consulent Lydia Alblas werkt bij het Servicecentrum van MEE Rotterdam. Het pakket van haar en haar collega’s is breed; van sociaal-juridische advisering tot (groeps) voorlichting en van informatie en advies tot acute hulp. Informatie en advies is als het ware de ‘voordeur’ van MEE, legt ze uit. Via telefoon, chat, mail of inloopspreekuur kunnen mensen zich met een probleem tot MEE wenden. Alblas beschrijft een casus in Capelle aan den IJssel. De huisarts van een 56-jarige patiënte met een verstandelijke beperking belt met MEE. De 83-jarige moeder van de vrouw, bij wie zij inwoont, is op de intensive care opgenomen. Zijn patiënte redt het niet zonder hulp van haar moeder en de huisarts weet niet wat hij met de vrouw aan moet. Alblas schakelt het acute team van MEE in. Die bezoekt de vrouw en zorgt ervoor dat zij snel terecht kan in een beschermde woonvorm, vlakbij het huis van haar moeder en broer én de sociale werkplaats. “Je bent eigenlijk een makelaar, die zorgvrager en zorgaanbieder bij elkaar brengt?”, vraagt LHV-voorzitter Van Eijck. “Ja”, antwoordt Alblas, “maar we doen nog veel meer.” Huisarts Krishna Briedjlal komt situaties zoals Alblas die beschrijft, regelmatig tegen. “Zo ongeveer eens per maand. Je zit met een volle wachtkamer, je weet niet waar je met een patiënt heen moet en je voelt je machteloos.” In de terugkoppeling naar de huisarts over acties en resultaten kan MEE nog wel een verbeterslag maken, erkent Marjolijne Lewis. “Dat zou prachtig zijn”, beaamt LHV-voor­ zitter Van Eijck. “Dan krijg je een tweeslag: van huisarts naar MEE en van MEE terug naar de huisarts. Daarmee kun je huisartsen écht ontlasten. En dat is nodig, want huisartsen worden als panacee beschouwd en krijgen tegenwoordig álles op hun bordje.”

Vroeg signaleren Onderdeel van het dienstenpakket van MEE is de Integrale Vroeghulp (IVH). MEE krijgt er jaarlijks een budget van 1,7 miljoen voor. MEE coördineert de netwerken van integrale vroeghulp. In deze netwerken komt vanuit een vroege signalering de diagnostiek, zorg, onderwijs en ondersteuning voor kinderen met een beperking en hun LHV | De Dokter April 2013

27


Vervolg ‘MEE kan huisarts ontlasten’

gevoel dat hun hulpverlening door de strot was geduwd.” In de volgende situaties kunt u terecht bij een MEE-organisatie bij u in de buurt: Voor de twee Rotterdamse huisartsen is • als mensen met een beperking of hun netwerk vragen hebben over zelfredzaamheid, de informatie over de samenstelling van sociale vaardigheden of weerbaarheid; het multidisciplinaire team waardevol. • als specifieke deskundigheid nodig is over de gevolgen van een beperking: Briedjlal: “Ik heb een diagnose nodig, • als er door de beperking acceptatieproblemen zijn en een andere benadering nodig maar daarvoor hoef ik mijn patiënt dus is om verder te kunnen; niet per se naar een kinderarts te sturen. • als de vragen complex zijn; Die kan ik ook bij jullie krijgen.” • als er vragen zijn over de ontwikkeling van een kind en de oorzaak onduidelijk is; Consulent Hoogendoorn vindt Integrale • als er vragen zijn over school, werk, vrienden of relaties, geldzaken, Vroeghulp een doelmatige vorm van zorg, vrijetijdsbesteding of sport. zegt ze. Problemen worden in een vroeg Cliënten kunnen zich zelf aanmelden bij MEE, maar u kunt ook een vooraanmelding stadium gesignaleerd en aangepakt en doen of samen met de patiënt contact opnemen met MEE. De dienstverlening is voor daarmee kan erger – en duurder – worden de cliënt kosteloos. voorkomen. Directeur De Vries: “MEE kan de huisarts ontlasten. Door samen te werken in de keten kunnen we de ouders samen. Het ministerie van VWS heeft onlangs samenleving veel geld besparen. We hebben uitgerekend voor twee jaar extra subisie verleend voor de uitbouw dat één euro uitgegeven aan MEE, een besparing van vier van innovaties van IVH, vertelt De Vries. euro oplevert op bijvoorbeeld Wajong-uitkeringen, schuldDe problematiek waarvoor Integrale Vroeghulp kan worden hulpverlening en zorgkosten.” ingeschakeld, is breed, vertelt consulent Annemieke Beperking herkennen Hoogendoorn. “Ouders van kinderen tussen de nul en Naast individuele hulpverlening heeft MEE ook een zeven jaar, maar ook de huisarts, de peuterspeelzaal of maatschappelijke taak. De medewerkers geven bijvoorbeeld het consultatiebureau kunnen bij ons terecht als zij zich voorlichting aan zeer uiteenlopende groepen over mensen zorgen maken over de ontwikkeling van een kind. Na met een licht verstandelijke beperking (LVB). Dat doet een huisbezoek door de zorgcoördinator bespreken we schoolmaatschappelijk werker Karin Slatter. Aan groepen de hulpvraag in een multidisciplinair team, meestal in en organisaties – zoals vrijwilligers en medewerkers van het bijzijn van de ouders en het kind. Daarna stellen we de brandweer of de daklozenopvang – legt zij uit aan welk een zorgplan op.” gedrag je een LVB kunt herkennen. “Want mensen dragen In het team zitten een kinder- en jeugdpsycholoog, een geen sticker op hun voorhoofd.” GGZ-psycholoog, een kinderrevalidatiearts en een LVB komt vaak voor. “In Rotterdam heeft 14 tot 18 procent maatschappelijk werker. Soms wordt het team aangevuld van de inwoners een licht verstandelijke beperking. Als je met andere disciplines, zoals een fysiotherapeut. “Het gaat je bewust bent van de kenmerken en je herkent het, dan om het kind, maar die is nog klein dus we staan náást de begrijp je waarom je cliënt of patiënt zijn afspraak niet ouder. We vragen waarin we hen kunnen ondersteunen nakomt of zijn papieren telkens vergeet. Dat is geen onwil.” en nemen daar de tijd voor. Dat leidt tot veel herkenning. Briedjlal heeft een paar van zulke patiënten. “Ze houden Vaak hoor je: ‘Hè hè, nu wordt er eindelijk écht naar me zich niet aan de praktijkregels, komen niet of te laat op geluisterd.’ Meestal hebben ouders gelijk als ze vermoeden afspraken. Als je ze te strak aan de regels houdt, haken ze af. dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand is.” Je moet een beetje soepel met ze zijn.” Feit is in ieder geval, Doelmatige zorg zegt Satter, dat je als huisarts altijd meer tijd kwijt zult zijn Het komt ook voor dat bijvoorbeeld de peuterspeelzaal aan een patiënt met een LVB. “Ook als je die beperking een ontwikkelingsstoornis opmerkt en de ouders die niet herkent en ermee weet om te gaan.” (h)erkennen. Dan is het zaak om ze de tijd te geven, vertelt Hoogendoorn. “We hadden een kind waarvan we vermoedden “Jullie lossen een puzzel op door alle stukjes bij elkaar te dat het autistisch was. We boden de ouders een observatie brengen”, concludeert Steven van Eijck na afloop van het in een medisch kinderdagverblijf aan, maar zij dachten dat bezoek. “Daarmee kunnen jullie de huisarts enorm buisjes in de oren en logopedie voldoende zouden zijn om ontlasten.” En met de blik op de toekomst: “Samen kunnen de ontwikkelingsachterstand van hun kind op te lossen. we voorkomen dat we mensen naar tweedelijnsinstellingen We hebben afgesproken dat we na drie maanden opnieuw moeten verwijzen. Laten we kijken wat we op regionaal en contact zouden opnemen. Toen waren ze er anders over lokaal niveau voor elkaar kunnen betekenen.” gaan denken en stemden ze in met de observatie. De Alles over MEE vindt u op www.mee.nl. De informatie over Integrale diagnose luidde inderdaad autisme. De ouders waren Vroeghulp staat op www.integralevroeghulp.nl tevreden over het traject. Hadden niet achteraf het nare

Wanneer verwijs je als huisarts door naar MEE?

28

LHV | De Dokter April 2013


Advertentie

DC Groep groei Pijncentrum

Skoop

MAAKT U ZICH GEEN ZORGEN, ALLEEN ONZE NAAM VERANDERT. AAN ONZE ZORG EN KWALITEIT VERANDERT HELEMAAL NIETS.

Vanaf 1 april verandert de naam van DC Groep in DC

zijn nog steeds verzekerd van efficiënte en hoogwaardige

Klinieken. Waarom? Omdat DC Klinieken de naam is van

zorg door onze ervaren teams van specialisten en mede-

de zorgorganisatie die allerlei verschillende centra met

werkers. DC Klinieken staat nog steeds voor behandelingen

elkaar verbindt. Voor uw en onze duidelijkheid heeft elk

door ervaren medisch specialisten, hoogwaardige zorg en

centrum vanaf 1 april het element ‘DC Klinieken’ in haar

korte wachttijden. Bovendien valt ons aanbod onder verze-

naam. Wij zijn er trots op om de uitstekende kwaliteit van

kerde zorg. Hebt u vragen over de nieuwe naamgeving, of

alle centra onder de naam DC Klinieken te mogen leveren.

bent u geïnteresseerd in de mogelijkheden van DC Klinie-

Wat verandert er voor uw patiënten? Helemaal niets! Zij

ken? Bel (071) 560 5530 of mail naar info@dcklinieken.nl.

www.dcklinieken.nl

Alkmaar

LHV | De Dokter April 2013

29


Column

Fotografie Casper Rila

KEN UW ARTS Voor het eerst werd ik in mijn vak geconfronteerd met mijn leeftijd

Enkele jaren geleden, ik was toen 58 jaar, kwam een oudere man op mijn spreekuur om kennis te maken. Hij was 83 jaar en heel lang journalist geweest. “Ik heb nog niet gekozen, dokter. Ik ga 3 huisartsen bezoeken en dan neem ik mijn beslissing”. Ik vond dat verrassend. Ik ben wel een voorstander van zo’n onderzoekje. Veel mensen kiezen helemaal niet bewust voor een bepaalde huisarts en daar kunnen ze later wel eens spijt van krijgen! We hadden een heel aardig gesprek. Hij ondervroeg mij over allerlei zaken alsof hij een interview afnam. Ik deed mijn best om mezelf zo goed mogelijk te presenteren. Toen ik hem vertelde dat ik ook graag schreef, leek het pleit beslecht. We namen hartelijk afscheid. Hij zou mij berichten als hij de andere twee huisartsen had gesproken. Na 2 weken kreeg ik een keurige brief. Hij schreef dat hij het gesprek met mij erg prettig had gevonden. Hij vond mij ook de beste huisarts van de drie. Maar, zo schreef hij, u bent eigenlijk te oud, want dan moet ik over 7 jaar weer een andere huisarts kiezen…! Ik heb de brief een paar keer gelezen. Maar het stond er echt. Te oud. Dat was voor mij de eerste keer dat ik in mijn vak geconfronteerd werd met mijn leeftijd. Het deed even pijn, maar tegelijk dacht ik ook: “die man heeft gelijk”. Als ik inderdaad zou stoppen op mijn 65e jaar, dan zou hij, bij leven en welzijn, 90 jaar zijn en dan zou hij de dokter waarschijnlijk nog harder nodig hebben dan nu. Aan dit voorval moest ik denken toen ik onlangs voor het eerst een bejaarde patiënt aan huis bezocht. Deze vrouw, ook 83 jaar, stond plotseling in mijn agenda. Ik kende haar nog niet. Toch was ze al een half jaar geleden ingeschreven. Normaal heb ik altijd eerst een kennismakingsgesprek, maar kennelijk is zij ‘er tussen door geglipt’. Nu was deze visite aangevraagd door verontruste medewerkers van de thuiszorg. Zij vonden dat mevrouw zichzelf verwaarloosde. Dat was zacht uitgedrukt. Bij binnenkomst kleefden mijn schoenen aan de vloer. Een doordringende urinelucht en overal kleren en papieren op de grond. Mevrouw maakte een versufte indruk. Al snel werd duidelijk dat haar bloedsuiker veel te hoog was. De medicijnen die zij keurig iedere maand afgeleverd kreeg door de apotheker stonden ongeopend in de kast… De kennismaking was nu pas begonnen.

30

LHV | De Dokter April 2013


Bezorgt uw praktijk u flink wat bijwerkingen? Als huisarts en als ondernemer hebt u een baan met fl ink wat ‘bijwerkingen’. De zorg voor uw patiënten staat uiteraard voorop, maar als zorgprofessional ontkomt u niet aan administratieve zaken en managementtaken. Kunt u daarbij hulp gebruiken? De adviseurs van VvAA, zoals Caspar Soerink dat is voor huisartsen in ZuidoostNederland, staan voor u klaar. Zij weten exact wat er speelt in uw vakgebied én in uw regio en helpen u direct met bijvoorbeeld een praktijkscan. Daarmee ziet u in één oogopslag waar het efficiënter kan, en waar u op kunt sturen. Én heeft u de perfecte sparringpartner voor alle zaken waar u in uw praktijkvoering tegenaan loopt. Benieuwd wat iemand als Caspar Soerink voor ú kan betekenen? Scan de QR-code en hij vertelt het u binnen een minuut. Of maak direct een afspraak met Caspar via 06 5157 7009 of de adviseur in uw regio via vvaa.nl/mijnadviseur.

Caspar Soerink adviseur voor huisartsen in Zuidoost-Nederland

In het hart van de gezondheidszorg.


De selectieve α1a-blokker bij de behandeling van BPH1-3

1-3 1-3 Silodyx ongeëvenaard prostaat selectief Silodyxis is ongeëvenaard prostaat selectief

120402SIL

Toename van de urinestroom 4,5 Consistente afname van nycturie 4,6 < 2% Hypotensie 7,8 Te combineren met antihypertensiva en met PDE-5 remmers 7-9


De Dokter 23  

Ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you