Issuu on Google+

Ledenblad van de

Jaargang 3, nummer 16 juni 2012

In dit nummer 08 KIJKEN IN DE ZIEL TV-OPNAMES VOOR NIEUWE SERIE 16 IN BEWEGING SPORTIMPULS VIA DE HUISARTS?

20 ARNO TIMMERMANS AFSCHEID VAN EEN VOORZITTER/HUISARTS 28 VLUCHTELINGEN HOE WIN JE HET VERTROUWEN?

Project in Katwijk laat zien:

Eerste lijn juiste plek voor kind met psychosociaal probleem


Dit is Pieter. Pieter is huisarts, en wil graag een goede vader zijn. Pieter werkt daarom parttime. Onze software gaat Pieter niet helpen een goede vader te zijn, maar we kunnen er wel voor zorgen dat Pieter een goede balans vindt tussen zijn werk en zijn gezin.

Lees wat onze software voor Pieter doet op www.promedico.nl


Inhoud juni

rubrieken

de

Quickscan van… Annemarie Keja (53), huisarts, Holten

10 Het moment Documentairemaker kijkt in de ziel van huisarts Mariette Hamaker.

14 Aldus de patiËnt Als ik lees hoe Hans Moolenburgh de jeugdzorg in zijn praktijk heeft georganiseerd, kan ik daar wel jaloers op worden. Verwijzen is normaal gesproken lastig, gezien de enorme wacht­tijden. Helaas maakt de financiering die de overheid voor ogen heeft dat zo’n project eindig is. Uitermate verdrietig en niet in het belang van het kind. Ook het artikel over vluchtelingen sprong er voor mij uit. Het is ook mijn ervaring dat de reden van de vlucht een beladen gespreksonderwerp is. En dat je bij vluchtelingen goed voor ogen moet hebben: wat verwacht iemand van mij? Met het verhaal over de buursportcoach kan ik niets. Er zijn al zoveel partijen waar ik mee moet overleggen. Ik spreek inmiddels dagelijks mensen die om financiële redenen onze leefstijladviezen niet opvolgen. Laat de overheid liever bestaande sportvoorzieningen beter toegankelijk maken, en investeren in gymlessen in het voortgezet en basisonderwijs.

Nws verenigings

4 Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangenbehartiging en wetgeving. • Wereld Huisartsen Dag • Congres apotheek­ houdende huisartsen • Vacatures op HAweb • Startersdag op 6 oktober • Fred Lee geeft masterclass

10 JEUGDZORG IN KATWIJK Met vier eenvoudige vragen toetsen huisartsen in Katwijk of een kind mogelijk met psychosociale problemen kampt.

Kijken patiënten eerst op internet voordat ze u bellen?

14 Kritisch gesprek Ook het ziekenhuis heeft behoefte aan artsen die het plaatje van de hele patiënt in het oog houden, is de persoonlijke ervaring van NVZ-voorzitter Roelf de Boer.

23 Fris van start De dozen zijn uitgepakt. De patiënten komen kennismaken.

25 Óók LHV De schijnwerper op een van de activiteiten van de LHV. Welke invloed heeft beleids­medewerker Ad Vermaas op het kostenonderzoek van de NZa?

26 Scherp gesteld

16 SPORTIMPULS

Is het nuttig dat patiënten zich op internet voorbereiden op een consult?

Olympische spelen, Tour de France, EK voetbal. Het is een sportieve zomer. Maar niet voor iedereen. Hoe krijg je als huisarts patiënten in beweging? En kan de buurtsportcoach daarbij helpen?

36 Naast het spreekuur

20 AFSCHEID NHG-VOORZITTER Na ruim twintig jaar NHG neemt Arno Timmermans afscheid als voorzitter, maar ook van het bestaan als huisarts. Een gesprek over gezag, visie en de ontwikkeling van huisartsenzorg.

Het hechtsetje gaat mee in de tas. Maar verder is Joost Warringa op het hockeyveld vooral de man van de peptalk.

28 GEVLUCHT Met hun bewogen verleden nemen ze plaats in uw spreekkamer. Hoe wint u het vertrouwen van een vluchteling? En wat kun je als huisarts betekenen voor iemand die zoveel heeft meegemaakt?

34 PLAN VOOR RAMPENOPVANG Ga vooral niet naar een flitsramp. Maar ook: wat kan een huisarts doen tijdens een grootschalige uitbraak van een infectieziekte? Het staat in het rampenopvangplan. En ook uw kring heeft er een.

Consult bij: Maarten Goedhart over de LHV

www.lhv.nl/dedokter

38 Column Volg de belevenissen van drie huisartsen. Dit keer Mariette Hamaker over techniek en de juiste vraag op het juiste moment.

LHV | De Dokter Juni 2012

3


Verenigingsnieuws

Beste Steven

LEDENBLAD VAN DE

JAARGANG 3, NUMMER 16 JUNI 2012

IN DIT NUMMER 08 KIJKEN IN DE ZIEL TV-OPNAMES VOOR NIEUWE SERIE 16 IN BEWEGING SPORTIMPULS VIA DE HUISARTS?

20 ARNO TIMMERMANS AFSCHEID VAN EEN VOORZITTER/HUISARTS 28 VLUCHTELINGEN HOE WIN JE HET VERTROUWEN?

PROJECT IN KATWIJK LAAT ZIEN:

Eerste lijn juiste plek voor kind met psychosociaal probleem

De voorzitter van de LHV beantwoordt vragen van leden. Heeft u als LHV-lid ook een vraag aan Steven van Eijck? Stel deze dan via dedokter@lhv.nl.

Op de cover Katwijks project Alle hens aan dek.

Jeanny van Breemen, huisarts in Nijmegen:

Mijn collega’s en ik maken ons veel zorgen over de stijgende kosten. Volgens ons is de ketenzorg een grote kostenpost die geen betere zorg oplevert, zoals laatst al bleek uit onderzoek bij de diabeten. Waarom stoppen we daar niet mee, we kunnen het prima zelf doen met de POH.

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Derde jaargang, nummer 16, juni 2012

Steven van Eijck: Ik begrijp uw zorg over de stijgende kosten in de zorg volkomen. Ook bij de LHV buigen we ons over dit vraagstuk, het is een kwestie die de hele samenleving aangaat. Maar, beter een kostenstijging in de eerste lijn dan in de tweede. Want als we ergens de totale zorgkosten kunnen beteugelen, dan is dat wel via de huisartsenzorg. In het geval van de ketenzorg is het na twee jaar inder­daad nog niet duidelijk wat de effecten op de kwaliteit zijn, hoewel de signalen heel positief zijn. En de kosten zijn inderdaad toegenomen. Ketenzorg mag dan ook nooit een doel op zich worden. We houden als LHV een vinger aan de pols. Doelmatigheid zit in het DNA van de huisartsenzorg en moet gekoesterd worden.

Wim Kraaijvanger, huisarts in Hengelo:

De druk op de HAP neemt toe, vooral door verplaatste dagzorg. De discussie met de patiënt wordt vaak vermeden. Tot nu toe kent men alleen de automatische reactie van het inschakelen van meer huisartsen, maar daar zit een grens aan. Daarnaast drukt de dure ANW-zorg op het budget en is de kans op kortingen groter. Avondspreekuren zouden dit voor een deel kunnen oplossen. Echter, ook hiervoor heb je mensen nodig, niet alleen de huisarts, maar ook extra assistentie. Kortom, hoe verder met de 24 uur zorg? Ik wil graag weten hoe u daarover denkt. Steven van Eijck: Uw vraag is mij uit het hart gegrepen. Ook ik maak mij zorgen over de alsmaar toenemende druk op de huisartsenzorg. Niet alleen in de avonden, nacht en weekeinden maar natuurlijk ook overdag. Het is cruciaal dat de juiste zorgvraag bij de juiste zorgverlener terechtkomt, zeker bij acute zorg. Binnen het Pact van Garderen kijken we met eerstelijns partners hoe meer zorg op de juiste plaats, op de juiste tijd en bij de juiste aanbieder terecht komt. En patiënten moeten misschien niet in alle gevallen naar de huisarts, maar kunnen wellicht ook via Thuisarts.nl een antwoord op hun vraag vinden. Een avondspreekuur kan in bepaalde wijken werken, maar zal niet overal de oplossing zijn. Dat ligt aan de dynamiek en samenstelling van de omgeving en de mogelijkheden van de artsen. Essentieel bij het aanpassen van spreek­uren zijn de randvoorwaarden. Andere mogelijkheden om de huisartsenzorg in de ANW te ontlasten zijn een betere afstemming in de overlap met de HAP, publieksvoorlichting en betere benutting van ondersteunend personeel.

4

LHV | De Dokter Juni 2012

Nathalie Pol (eindredacteur) Roel Smit (adviseur) Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Renée Jansen, Corien Lambregtse, Sander Peters, Nathalie Pol, Petra Pronk, Fulco Seegers, Roel Smit, Els van Thiel, Els Wiegant Beeld: Hollandse Hoogte (Bert Beelen, Joost van den Broek, Arie Kievit, Bram Saeys), Erik Kottier, Isabel Nabuurs, iStockphoto.com, Nationale Beeldbank, Sam Rentmeester, Casper Rila, Freddy Schinkel, Caroline Schröder Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Mariëlle Groot, T. (023) 571 47 45 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765


Verenigingsnieuws

Nws verenigings

Consult

BIJ

Tekst Els van Thiel Fotografie Freddy Schinkel

Taart op Wereld Huisartsen Dag Het was zaterdag 19 mei smullen geblazen op alle 122 huisartsenposten in Nederland. Ter gelegenheid van Wereld Huisartsen Dag lieten de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) die dag op iedere huisartsenpost een taart bezorgen. LHV-bestuurslid Jettie Bont en VHN-directeur Hansmaarten Bolle overhandigden de eerste taart persoonlijk aan de medewerkers van de huisartsenpost in Zwolle. Met dit gebaar wilden de drie organisaties alle zorgverleners in het zonnetje zetten die de verlening van 7x24 uur huisartsenzorg mogelijk maken. Wereld Huisartsen Dag is een initiatief van de Wonca, de wereldorganisatie van huisartsen. Doel van deze dag is stil te staan bij het belang van goede huisartsenzorg in de hele wereld. Zorg die nog lang niet overal zo vanzelfsprekend is als in Nederland. Dat was de LHV, het NHG en de VHN wel een taart waard.

Maarten Goedhart, huisarts in Groningen Waarom bent u lid van de LHV? Het is goed om verenigd te zijn in een vakbond die beleid kan maken en uitvoeren. Wat doet de LHV goed? De LHV probeert de huisartsen bij elkaar te houden en daar beleid voor te ontwikkelen. Wat kan de LHV beter doen? De LHV borduurt voort op de oude huisartsgeneeskunde terwijl ze zouden moeten kijken naar de ontwikkelingen in de maatschappij en daaraan gerelateerd het huis­artsenvak. De gemiddelde huisarts zet zijn praktijk­organisatie centraal in plaats van de patiënt. De LHV doet hetzelfde. Zij zou meer moeten inspringen op trends en patiëntwensen.

De LHV moet de patiënt centraal stellen, niet de huisartsenorganisatie. Wat zou u willen veranderen in de Nederlandse huisartsenzorg? Huisartsen gaan niet voldoende mee met de tijd. De huisarts is niet meer de gezinsarts van twintig jaar geleden. In de huisartsenpraktijk heb je taakdifferentiatie. Zo spuit de assistente oren uit, behandelt de nurse practitioner chronische klachten en ziet de huisarts de patiënten met ingewikkelde klachten. Daar zijn veel praktijken nog niet op ingericht. Daarnaast is er het toenemende gebruik van internet, e-mail en sociale media. Toch zijn digitale huisartsdiensten voor de patiënt vrijwel nergens te vinden. Ik ontvang op maandagochtend negentig procent minder telefoontjes door de digitale agendafunctie voor mijn patiënten, kijk maar eens op www.hzzernike.nl. Als je niet inspringt op de trend en de wensen van de patiënt, dan mis je de boot.

LHV | De Dokter Juni 2012

5


Verenigingsnieuws

Gratis vacatureservice op HAweb Fotografie Diederick Meinen

Huisarts Chantal Emaus deed mee aan de preview en won daarmee een iPad.

Apotheekhoudend congres 1 november 2012

Moderne seniorenzorg nu! Op 1 november 2012 vindt het landelijke congres plaats voor apotheekhoudende huisartsen én hun praktijkmedewerkers. Congreslocatie is De Reehorst in Ede. Het thema luidt: Moderne seniorenzorg nu!. Het programma krijgt zijn steeds meer vorm; onder de plenaire sprekers mogen we prof. dr. A. Klink en Jos de Blok verwelkomen. Ouderen en hun medicijngebruik zullen centraal staan, evenals de zorg voor hen vanuit de apotheekhoudende huisartsenpraktijk. Het “nu!” in het thema duidt op de noodzaak van deze aandacht en op verrassende vernieuwingen.

Naast het interessante duo Klink (Partner Boox & Company en Hoogleraar VU Amsterdam) en De Blok (directeur Buurtzorg Nederland) komen twee evenzo getalenteerde dames aan het woord. We gaan luisteren naar mevr. dr. A.B. Maier, internist-ouderengeneeskunde (Leiden Universitair Medisch Centrum) en mevr. A.A.M. Willemse - Van der Ploeg, kaderlid Unie KBO en oud-politica. Maier zal polyfarmacie bij de oudere aan de orde stellen. Zij zal toelichten wat daarbij de voorkeur geniet: standaarden volgen of daarvan afwijken? Of een gulden middenweg? Zoals Maier spreekt vanuit de zorgverlener zal Willemse spreken vanuit het perspectief van de oudere patiënt. Wat is voor haar belangrijk om de zorg rond geneesmiddelen naar een hoger plan te tillen? De inloop ’s ochtends start om 10.30 uur waarna om 11.00 uur het plenaire programma begint. Daarnaast kunnen deelnemers kiezen voor een interactieve theaterpresentatie die parallel loopt aan het plenaire deel. Tijdens het middagprogramma worden voor huisartsen en praktijkmede­ werkers verschillende programma’s aangeboden. Accreditatie voor deze dag is aangevraagd. In vergelijking met vorig jaar zullen deelnemers langer en vaker de gelegenheid krijgen elkaar te ontmoeten of een informatiemarkt te bezoeken. Opgeven is binnenkort mogelijk via de website www.apotheekhoudendcongres.nl. Via de e-nieuwsbrief krijgen leden van de Apotheekhoudende afdeling bericht wanneer de inschrijving start. Graag tot 1 november! 6

LHV | De Dokter Juni 2012

Sinds eind mei kunnen leden van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) gratis vacatures plaatsen op HAweb, het online netwerk en dashboard voor leden van de LHV en het NHG. Met meer dan 6.000 aangesloten huisartsen krijgen deze vacatures op HAweb direct een groot bereik. Ook anoniem Of het nu gaat om een waarnemer, een huisarts in dienstverband of een nieuwe, vrijgevestigde collega in een bestaande praktijk, voor alle (huisarts)vacatures binnen een praktijk kunnen de leden van de LHV gratis een advertentie plaatsen op HAweb Vacatures. Bij het plaatsen van een vacature kan men er voor kiezen dit anoniem te doen. De naam van de betrokken huisarts en diens vestigings­plaats worden in dat geval niet vermeld. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als een huisarts zich al wel wil oriënteren op de overdracht van zijn praktijk, maar daar op dat moment nog geen verdere rucht­baarheid aan wil geven. Vraag en aanbod bijeen Iedereen die toegang heeft tot HAweb kan vacatures bekijken en hierop reageren. Ook kunnen zij in hun profiel aangeven of zij geïnteresseerd zijn in specifieke vacatures. Deze gegevens zijn uitsluitend zichtbaar voor de aanbieder van een vacature. Na plaatsing van een vacature zoekt Haweb automatisch naar huisartsen die hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in de aangeboden vacature. De huisarts kan vervolgens één of meerdere geïnteresseerden een bericht sturen via HAweb. Nog geen Haweb-account? U kunt zich registreren op www.haweb.nl.


Verenigingsnieuws

Startersdag 2012 op zaterdag 6 oktober Op initiatief van de Landelijke Huisartsen Vereniging, het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Stichting Beroepsopleiding tot Huisarts vindt dit jaar de 10e Landelijke Startersdag plaats op zaterdag 6 oktober 2012 in Domus Medica te Utrecht. De Startersdag is dé informatiedag waar aios en net afgestudeerde huisartsen zich kunnen voorbereiden op hun loopbaan als huisarts. Vast onderdeel in het programma is een bezoek aan het “Beursplein”, een markt met adviseurs en dienstverleners voor huisartsen. Daarnaast kunnen de deelnemers kiezen uit diverse interactieve workshops, bijvoorbeeld Waarnemen versus Loondienst en Solliciteren en Netwerken. Rond de verschijningsdatum krijgen alle aios en recent afgestudeerde huisartsen een digitale uitnodiging toegestuurd, waarmee zij zich direct kunnen aanmelden.

Fred Lee opnieuw naar Nederland voor Masterclass Zijn lezingen en masterclasses tijdens de Huisartsbeurs 2012 waren een doorslaand succes. Het enthousiasme onder de deelnemers is voor de LHV Academie reden om Fred Lee opnieuw naar Nederland te halen. Op dinsdag 6 november geeft hij een speciaal op huisartsen gerichte interactieve workshop. De kwaliteit van zorg voor de patiënt, op medisch gebied maar vooral ook op het relationele vlak, is volgens Lee allesbepalend voor de arts-patiëntrelatie en het oordeel van de patiënt over een zorginstelling. De perceptie van de patiënt staat in zijn visie centraal. Tijdens de Masterclass gaat Lee niet alleen in op het verbeteren van de patiëntbeleving, hij gaat een stap verder. Hij geeft ook aan hoe u dat binnen uw eigen organisatie kunt bereiken. Tijdens de masterclass kunt u met Fred Lee uitgebreid van gedachten wisselen over de voor u relevante thema’s. Vragen inventariseren Om de effectiviteit van de masterclass zo hoog mogelijk te maken wordt vooraf met u contact opgenomen om uw specifieke vragen/dilemma’s te inventariseren. Om u optimaal te kunnen laten profiteren van deze Masterclass gaan we er vanuit dat u zijn boek “Als Disney de baas was in uw ziekenhuis (9½ dingen die u anders zou doen)” gelezen heeft en/of een sessie van Fred Lee op de Huisartsbeurs heeft bijgewoond. Inschrijven De masterclass met Fred Lee duurt van 13.00 uur tot 21.30 uur. Deelname kost € 395,00 per persoon, inclusief werkboek, broodmaaltijd en afsluitende netwerkborrel. Accreditatie is aangevraagd voor 6 punten. De masterclass is alleen toegankelijk voor huisartsen. Inschrijven kan via het online inschrijfformulier op de LHV-website. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met het bureau van de LHV: Anke de Boer, 030 - 28 23 792 of academie@lhv.nl. Advertentie

Sinds wij MIRA hebben is onze zorg beter geregeld.

Synchronizing Healthcare

MIRA Is het state of the art softwarepakket van CGM. MIRA ondersteunt concreet, krachtig en gebruiksvriendelijk de professionele werkwijze van de huisarts, apotheker en zorgaanbieder.

Naamloos-5 1 253226-CGM-DOKTER-180X123.indd 1

HALLOO.EU

“Sinds ik met MIRA werk kan ik mij als huisarts volledig concentreren op de zorg van mijn patiënten en daardoor mijn professie beter uitoefenen. Bovendien is de aansluiting van MIRA op de apotheek razendsnel, naadloos, probleemloos en foutloos. Ik beveel mijn MIRA dan ook van harte aan bij collegae.” www.cgmnederland.nl

31-05-2012 14:32:54

LHV | De Dokter15-02-2012 Juni 2012 09:35:11 7


8

LHV | De Dokter Juni 2012


Het moment

‘Kijken in de ziel’

De zesdelige serie Kijken in de ziel wordt uitgezonden vanaf 30 juli, iedere maandagavond om 21.25 uur op Nederland 2 (NTR). Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

Fotografie Carolien Schröder

H

oe vertel je iemand dat hij doodgaat? Slaap je daar slecht van? Het zijn vragen die programmamaker Coen Verbraak bezighouden in een nieuwe reeks Kijken in de ziel. Na strafpleiters, toptrainers, politici en psychiaters onderzoekt hij de dilemma’s van de medische beroepsgroep. Huisarts Mariette Hamaker, vaste columnist van De Dokter, vertelt in deze serie over haar beleving van het vak. Verbraak: “Een specialist denkt toch vooral in defecte onderdelen. Maar wie heeft nog de regie? De huisarts is toch de cruciale verbinder. En hoewel medisch specialisten zelf vaak geen huisarts hebben, bevestigen zij allemaal die coördinerende rol. Voor mij is de huisarts de dokter die je het beste kent, iemand die van alle markten thuis moet zijn. Het mooie van deze serie is dat het onderwerp dicht bij de kijker staat. Het gaat over leven en dood.”

LHV | De Dokter Juni 2012

9


“Met dit project verbeteren we de signalering en triage van kinderpsychiatrische problematiek in de eerste lijn.�

10

LHV | De Dokter Juni 2012


Kinderproject ‘Alle hens aan dek’ in Katwijk

Vier vragen bij buikpijn Tekst Corien Lambregtse Fotografie Sam Rentmeester

K

atwijkse kinderen met psychosociale problemen zijn eerder in beeld en worden sneller op de juiste plek behandeld. Voor drie op de vier kinderen is dat binnen de eerste lijn. Het project ‘Alle hens aan dek’ laat zien dat huisartsen een belangrijke rol vervullen bij het herkennen van psychische problemen bij jeugdigen. En dat begint bij vier cruciale vragen.

Melvin is negen, al schat bijna iedereen hem minstens tien. Bijna twee jaar geleden kwamen zijn ouders bij huisarts Hans Moolenburgh omdat ze zich grote zorgen over hem maakten. Melvin was somber, had woedeaanvallen en op school ging het niet goed. “Toen ik hem zag, was het zorgelijk”, zegt Moolenburgh in de ruimte van Zorggroep Katwijk. “Ik schatte het in als een stemmingsprobleem. Binnen een week zaten de ouders bij onze praktijkondersteuner GGZ. Er zijn enkele onderzoeken gedaan, waarbij ook vanuit de GGZ is meegekeken. Het bleek uiteindelijk mee te vallen. Melvin kreeg het advies voor speltherapie binnen de eerste lijn. Hij heeft dit een jaar lang gevolgd en dat heeft hem enorm geholpen.” De moeder van Melvin is een gelukkig mens. “Melvin kon zich heel moeilijk uiten. Op school drongen ze aan op een intelligentietest, maar met zijn intelligentie bleek niets mis. Het waren vooral sociaal-emotionele problemen: een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen en faalangst. Door de spel­therapie is dat erg veranderd. We kregen als ouders ook opvoedkundige tips. We doen nu vaker één op één dingen met hem en geven hem vaker complimenten. Dat helpt ook erg.” Melvin zelf vindt het een beetje jammer dat de speltherapie voorbij is, maar hij is ook blij dat het inmiddels zo goed met hem gaat dat het niet meer nodig is. “Alles gaat nu beter.” Wat dan precies? Met glinsterogen: “Gewoon, alles!” LHV | De Dokter Juni 2012

11


Vervolg Vier vragen bij buikpijn

“Tussen het lichamelijk onderzoek door stellen we het kind vier vragen: hoe gaat het thuis, hoe gaat het op school, heb je vriendjes of vriendinnetjes, en wat doe je in je vrije tijd?”

de school. De antwoorden worden vervolgens geanalyseerd door een ervaren psycholoog of psychiater van Curium. Moolenburg: “Op basis van die analyse komen we tot een werkdiagnose, waarmee een kind snel bij de juiste zorgver­ lener terecht kan. Vaak in de eerste lijn, als het nodig is in de tweede lijn. Die zorgverleners stellen uiteindelijk de echte diagnose vast. Maar de kans is groot dat het kind meteen goed zit, en dat de behandeling snel kan beginnen.”

Luisteren

Hans Moolenburgh: “De aanpak met de vier vragen is bewust heel praktisch gekozen.”

Niet-pluis-gevoel Het verhaal van Melvin is één van de vele verhalen die Moolenburgh en zijn collega-huisartsen kunnen vertellen. In 2009 begonnen ze met zeven huisartsen, sinds 2011 zijn er 22 huisartsen in de gemeente Katwijk (Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg) die structureel aandacht besteden aan kinderen met psychosociale problemen. Moolenburgh: “Kinderen hebben soms klachten als hoofdpijn of buikpijn, zonder dat er fysieke redenen voor zijn. Tussen het lichamelijk onderzoek door stellen we het kind vier vragen: hoe gaat het thuis, hoe gaat het op school, heb je vriendjes of vriendinnetjes, en wat doe je in je je vrije tijd?” De aanpak met de vier vragen is bewust heel praktisch gekozen: het disfunctioneren van een kind is de essentie voor diagnostiek en behandeling. Deze werkwijze is samen met de GGZ op gezet, met name met het kinderpsychiatrisch centrum Curium van het Leids Universitair Medisch Centrum. “Als we uit de antwoorden een ‘niet-pluis’-gevoel overhouden, adviseren we de ouders om met het kind naar onze praktijk­ondersteuner GGZ te gaan. Daar kunnen ze standaard binnen een week terecht.” De ouders krijgen een brief mee en een vragenlijst: de Strengths and Difficulty Questionaire (SDQ), die ze ingevuld mee moeten nemen naar het eerste gesprek. Dit gesprek is zonder het kind, het tweede gesprek is met het kind erbij. Bij ernstige problematiek wordt er ook een DAWBA gedaan: een Development and Well-Being Assessment, een webbased diagnostiekinstrument dat door Curium-LUMC ter beschikking is gesteld. De DAWBA wordt niet alleen door de ouders ingevuld, maar ook door het kind zelf – als het ouder is dan tien jaar, en door 12

LHV | De Dokter Juni 2012

Moolenburgh is de initiatiefnemer van het Katwijkse project. “Ik kwam kinderen tegen die duidelijk een psychosociaal probleem hadden, maar na een jaar nog geen steek verder waren gekomen door lange wachtlijsten en soms verkeerde doorverwijzingen. Ons doel is om problemen zo snel mogelijk te signaleren en op de juiste plaats op te lossen. ” Volgens Moolenburgh’s collega Irvine Velberg kunnen huis­artsen een belangrijke rol vervullen bij het herkennen van psychische problemen bij kinderen en jeugdigen. “De huisarts ziet zo’n 80 procent van alle Nederlandse kinderen twee keer per jaar. Voor veel gezinnen is de huisarts de vertrouwen­ persoon met wie ze gemakkelijk over problemen kunnen praten. De drempel is heel laag. Daarom is het ook belangrijk dat de huisarts aandacht voor problemen van kinderen heeft.” De huisartsen in Katwijk hebben samen vier praktijkondersteuners GGZ (POH GGZ) in dienst, van wie er twee speciaal zijn opgeleid om kinderen te behandelen. Kitty Wijsman is een van hen. “Het belangrijkste is dat we goed luisteren. De problemen die je ziet bij een kind komen vaak voort uit

Irvine Velberg: “De drempel voor de huisarts is heel laag. Daarom is het belangrijk dat hij aandacht voor problemen van kinderen heeft.”


Kitty Wijsman: “De problemen die je ziet bij een kind komen vaak voort uit een meer verborgen, onderliggend probleem.” een meer verborgen, onderliggend probleem. Daar proberen we achter te komen. Het ligt tegenwoordig al snel voor de hand om bij een druk kind met concentratieproblemen een ADHD-test te doen, maar er kunnen ook heel andere dingen spelen. Een kind kan bijvoorbeeld van alles meegemaakt hebben. We inventariseren, geven ondersteuning en voorlichting, en proberen de zaken wat te normaliseren.” Soms verwijst ze ouders naar het Centrum voor Jeugd en Gezin. “Daar zijn pedagogen en orthopedagogen die opvoedadvies kunnen geven. Niet omdat die ouders het niet goed zouden doen, maar omdat er misschien nog andere mogelijkheden zijn. Andere keren verwijzen we een kind naar een ‘Kanjertraining’, om het wat meer zelfvertrouwen te geven. Een paar gesprekken kunnen al heel veel doen. Omdat er een heel netwerk van zorg om ons heen staat, kunnen we kinderen goed en snel doorverwijzen. En na een paar maanden maken we weer een afspraak om te horen hoe het dan met het kind gaat. Als het niet beter gaat, grijpen we direct weer in.”

Netwerk De Katwijkse huisartsen werken samen met een breed netwerk van deskundigen en professionals vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin, eerstelijns psychologen en kinderpsychiaters van GGZ kinderen en jeugd Rivierduinen, Virenze en Curium-LUMC. Daarnaast zoeken de huisartsen de samenwerking met scholen, juist omdat docenten de kinderen veel zien. Moolenburgh: “We noemen het project ‘Alle hens aan dek’. Want we hebben iedereen die om de kinderen heen staat nodig.” Een van de zaken die de huisartsengroep in Katwijk sinds kort ook heeft opgepakt, is de diagnostiek en begeleiding van kinderen die medicatie voor ADHD gebruiken. Volgens Velberg is dat hoog nodig: “De medicatie is op een bepaald moment gestart, maar wat er in de jaren daarna gebeurt, wordt lang niet altijd goed in de gaten gehouden. Het ketenzorgoverleg ADHD, waaraan het Centrum voor Jeugd en Gezin Katwijk, eerstelijns psychologen, kinder­ psychiaters en huisartsen deelnemen, wil naast trapsgewijze diagnostiek het gebruik van medicatie bij kinderen met ADHD beter reguleren.” Robert Vermeiren is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie

en directeur patiëntenzorg van Curium-LUMC in Leiden. Hij is erg positief over het gezamenlijke Katwijkse project. “Met dit project verbeteren we de signalering en triage van kinderpsychiatrische problematiek in de eerste lijn. De stap naar de GGZ is doorgaans een moeilijke, maar deze manier verkleint de drempel en vergroot de tevredenheid. De kracht ervan is dat de huisarts het kind en het gezin kent en dat de POH GGZ in nauw overleg met hem samenwerkt. Onze GGZ-experts zorgen voor de goede interpretatie van de DAWBA. Op basis daarvan kan de huisarts de patiënt een onderbouwd advies geven.” Een belangrijk onderdeel van het project is volgens Vermeiren de bijscholing: “Zo stellen we de GGZ-expertise optimaal ter beschikking van de huisarts.” Volgens Moolenburgh en zijn collega’s moet het project ‘Alle hens aan dek’ optimaal gebruik maken van de aanwezige expertise in eerste en tweede lijn. Een vereiste is ook dat de aanpak goed te kopiëren is naar andere gemeenten. Vermeiren juicht dat toe. ‘Ik hoop van harte dat huisartsen dit project als voorbeeld omarmen. Dit is een vorm van matched care: zorg bieden op de juiste plaats. De huisarts kan een sleutelrol vervullen als het gaat om de toegang tot de GGZ. “Toch heeft hij ook grote zorgen: “Het probleem is alleen wel dat de GGZ financieel zwaar onder druk staat. Op dit moment wordt de beoordeling van de DAWBA door een GGZ-expert bijvoorbeeld niet bekostigd, omdat er geen DBC kan worden gedeclareerd. Daardoor moeten we als centrum de onder­ steuning van huisartsen eerder afbouwen dan uitbreiden. Dat is niet in het belang van het kind.”

Transitie jeugdzorg Het Katwijkse project ‘Alle hens aan dek’ krijgt ook te maken met de transitie jeugdzorg die momenteel aan de gang is. Gemeenten nemen de komende jaren de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg van provincies over. De vraag is echter wat gemeenten precies willen financieren en hoe. Het komende jaar wordt een cruciaal jaar voor het nieuwe jeugdzorgbeleid. LHV en NHG nemen deel aan twee externe commissies over dit thema: een VWS-klankbordgroep van beroepsverenigingen over de stelselherziening en de KNMG-stuurgroep Medische zorg voor de jeugd. De inhoudelijke basis is verwoord in het standpunt ‘Huisartsenzorg en jeugd’ (2008): de huisarts is als gezinsarts de spil in de (jeugd)zorg. Meer informatie over ‘Alle hens aan dek’: www.zorggroepkatwijk.nl

LHV | De Dokter Juni 2012

13


Aldus de patiënt: Tekst Els van Thiel

Kijkt u eerst op internet voordat u de huisarts belt? Een goed geïnformeerde en meedenkende patiënt is vaak een gezondere patiënt. Maar vindt de patiënt de weg in de onmetelijke hoeveelheid informatie over ziekte en gezondheid op internet? En realiseert hij zich de risico’s?

Ineke Hak (58) uit De Meern

“Soms wel, soms niet. Maar ik ga aan de hand van internet echt niet

zelf dokteren, want dan kun je lelijk op een dwaalspoor raken. Achteraf, als mijn huisarts de diagnose heeft gesteld, probeer ik via internet soms nog

extra informatie te achterhalen.” Ellen Miedema (46) uit Maarssen

“Ik heb eigenlijk bijna

nooit iets. En als er eens iets is, probeer ik eerst zelf te bepalen wat ik heb en vraag me dan af of ik mijn huisarts ermee moet lastigvallen. De vraag is of de adviezen waar je op stuit wel zinvol zijn.” Gerhard Verweij (32) uit Vianen

allemaal rare rode vlekjes in m’n gezicht. Toen heb ik wel even gekeken wat er aan de hand zou kunnen zijn. Maar de diagnose laat ik aan m’n huisarts over, want die heeft ervoor gestudeerd!” “Laatst had ik

14

LHV | De Dokter Juni 2012

Roelf de Boer (NVZ vereniging van ziekenhuizen)

‘We moeten de tegen­stelling­­en niet aanscherpen’ Tekst Roel Smit Fotografie Sam Rentmeester

D

e samenwerking tussen huisartsen en ziekenhuizen staat onder druk. Wie als huisarts taken van de tweede lijn over­ neemt, kan wel eens “in eigen voet schieten”. Hoe ziet Roelf de Boer, voorzitter van NVZ vereniging van ziekenhuizen de toekomst van de samenwerking tussen eerste en tweede lijn? Uit Zwolle kwam vorige maand een onverwachte steunbetuiging voor de huisartsen in hun conflict met minister Edith Schippers. Hier wordt samen­ gewerkt tussen beide ziekenhuizen en huisartsen. Ze noemen het daar de Zwolse afspraken. Daarbij hoort ook dat huisartsen de laatste jaren steeds meer zorg van de ziekenhuizen overnamen, met als gevolg meer doelmatigheid.


Kritisch gesprek

CV Roelf de Boer (1949, Rotterdam) is sinds 2008 voorzitter van de NVZ vereniging van ziekenhuizen. Na een carrière van dertig jaar in het bedrijfsleven (onder andere president-directeur bij EWT Holding) kreeg hij in 2002 landelijke bekendheid toen hij namens de LPF een klein jaar minister van Verkeer en Waterstaat was in het eerste kabinetBalkenende. Daarna vervulde hij diverse functies op het snijvlak van markt en overheid.

De raad van bestuur van Isala klinieken constateert echter dat huisartsen patiënten sinds kort weer sneller doorver­ wijzen naar het ziekenhuis. En onlogisch is het gedrag van de huisartsen niet, zo betoogt ziekenhuisbestuurder Marjanne Sint. “Huisartsen willen wel samenwerken en zorg overnemen, maar geven aan in hun eigen voet te schieten als zij dit doen.” Dit zorgt voor problemen en “uiteindelijk kan de patiënt daarvan de dupe worden.” Meneer De Boer, krijgt de NVZ van haar leden meer van zulke signalen? De Boer: “Het speelt nog niet breed, maar de situatie in Zwolle is mij uiteraard bekend. Het is jammer, want in Zwolle wordt al tien jaar heel goed samengewerkt tussen de eerste en de tweede lijn. Vervelend als zo’n proces wordt teruggedraaid, want ziekenhuizen raken er op ingericht dat bepaalde zaken door de eerste lijn worden afgehandeld. Dan is het lastig de patiëntenstroom weer te moeten opvangen.” Het signaal van de Zwolse ziekenhuizen is tegelijk kritiek op minister Schippers, die het huisartsen lastig maakt substitutie vorm te geven. “Dat is een discussie waarin ik eigenlijk niet wil treden.” Marjanne Sint doet dat wel. “Dat mag ze doen, dat kan ik in haar specifieke geval goed begrijpen. Maar als voorzitter van de NVZ vind ik het niet gepast om te treden in de discussie tussen de minister en de huisartsen. Als ziekenhuizen hebben wij zelf ook heel veel gesprekken gehad met de minister over onze eigen overschrijdingen. Dat heeft geleid tot een bestuurlijk hoofdlijnenakkoord met alle relevante partijen en de krachtige afspraak om de productiegroei niet groter dan 2,5 procent per jaar te laten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat overschrijdingen jaarlijks moeten worden teruggehaald bij de ziekenhuizen. Het is echt een hele toer deze relatief beperkte groei van onze budgetten daadwerkelijk te realiseren.”

Huisartsen zeggen dat ziekenhuizen zo sterk op productie­groei zijn ingericht dat alles wat zij aan zorg overnemen onmiddellijk door pret- en snotterpoli’s wordt ingevuld. “Ik denk dat dit wel meevalt. Ten eerste hebben we heldere afspraken over de maximum budgetten. Daarnaast doet de markt ook zijn werk: zorg waaraan geen behoefte bestaat, verdwijnt vanzelf. En dan hebben ziektekostenverzekeraars ook een rol; die hoeven toch niet alles wat wordt aange­ boden te contracteren?” Bent u eigenlijk voorstander van meer substitutie, dus van het overnemen van zorg van ziekenhuizen door de eerste lijn? “Laat ik het anders benaderen, want ik wil met dit inter­­view tegenstellingen niet aanscherpen. Ik ben voor veel meer samenwerking tussen de eerste en de tweede lijn op lokaal en regionaal niveau. Er zijn wat dit betreft al heel veel goede initiatieven. Ik denk ook aan anderhalvelijns zorg. Ik kijk naar de praktijk van mijn eigen huisarts: twee praktijken werken samen met een laboratorium, een fysiotherapiepraktijk, en ze doen ook aan cardiologie. Prima, dat ontlast de ziekenhuizen. Laten we samenwerken, grenzen doorbreken en de verschillen niet accentueren.” Vanaf september komt er een opleiding voor een breed inzetbare ziekenhuisarts. Past dat ook in het doorbreken van grenzen? “Dat is een mooi initiatief. Ziekenhuizen zijn heel ver gegaan met specialisatie en dat levert ons hoogstaande medische zorg op, maar er is ook in het ziekenhuis behoefte aan artsen die het plaatje van de hele patiënt in het oog houden. Toevallig heb ik persoonlijk net twee operaties achter de rug en zo heb ik dat ook echt zelf ervaren.”

www.lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter Juni 2012

15


Van preventieconsult naar brede aanpak

Bewegen is zilver, Tekst Petra Pronk Fotografie Hollandse Hoogte/Bert Beelen, iStockphoto.com

H

oe motiveer je een patiënt tot een gezonde leefstijl als hij zelf niet beseft dat hij een probleem heeft? En misschien nog lastiger: waar haal je de tijd vandaan? Een brede aanpak moet uitkomst bieden. Met de buurtsportcoach als nieuwe partner in preventie.

“Juist omdat je de context van de patiënt kent, kun je met advies over de leefstijl maximaal aansluiten op de persoonlijke situatie”

16

LHV | De Dokter Juni 2012

Er wacht ons een sportieve zomer. EK voetbal, de Olympische Spelen in Londen … Veel Nederlanders zullen de sportieve verrichtingen van hun landgenoten bekijken vanaf de bank, met een zak chips binnen handbereik. Je zou willen dat al die mensen zelf in actie kwamen, want bewegen is effectiever dan menig medicijn. Jammer dus dat het preventieconsult gesneuveld is. In plaats daarvan zet de overheid nu sterk in op het stimuleren van een gezonde leefstijl in de volle breedte, van de aanleg van fietspaden tot het aanstellen van buurtsportcoaches. Pieter van den Hombergh, beleidsadviseur bij de LHV en oud-voorzitter van het Partnerschap Implementatie Leefstijladvisering, heeft een nuchtere kijk op deze


volhouden is goud ontwikkeling. “Binnen de LHV zijn we volop bezig met de vraag hoe we vanuit de huisartsengeneeskunde een bijdrage kunnen leveren aan preventie die evidence based is. We richten ons op zinnige en zuinige zorg die een tegenwicht kan vormen tegen onzinnige initiatieven als de total body scan. Zo hebben we samen met het NHG en andere partijen het preventieconsult ontwikkeld, met als doel dit in de basisverzekering op te laten nemen. Het stimuleren van preventie is aantoonbaar een stuk effectiever dan behandelen via de zorg. Maar de samenleving was er kennelijk niet klaar voor, dus dan houdt het op. Minister Schippers heeft gekozen voor het aanstellen van 2.900 buurtsportcoaches. In plaats van te treuren over ons gesneuvelde plan kijk ik liever naar de mogelijkheden van die nieuwe aanpak en focus ik op wat wij als huisartsen dan nog wel kunnen.” Overigens vindt Van den Hombergh de keuze voor een brede aanpak heel legitiem in het licht van successen zoals de Franse Epode-projecten tegen overgewicht. “Een publieke, geïntegreerde lokale aanpak is aantoonbaar effectiever. Logisch dus dat VWS daar prioriteit aan geeft.”

Motiveren en confronteren De bijdrage van huisartsen aan preventie zit volgens Pieter van den Hombergh vooral in de motiverende en de confronterende sfeer. “Wij zijn goed in adviseren en in individuele consultatie, door de band die we hebben met onze patiënten. Die persoonlijke relatie is een wezenlijk onderdeel als het gaat om het initiëren van verandering. Dat zie je duidelijk terug in de sport. Als je als coach geen relatie hebt met je pupil, bakt die er niks van. Als huisarts weet je wat er speelt bij een patiënt. Juist omdat je de context kent, kun je met advies over de leefstijl maximaal aansluiten op de persoonlijke situatie. Daarnaast kunnen ook de praktijkondersteuners een rol spelen door een patiënt elke keer aan te spreken op zijn of haar voornemens met betrekking tot bewegen.” En wat de buurtsportcoaches betreft: die vormen volgens Van den Homberg de ‘achterdeur’ voor de huisarts. “We moeten ze kennen en weten wat ze kunnen, om zo samen te werken aan leefstijlverbetering.”

LHV | De Dokter Juni 2012

17


Vervolg Bewegen is zilver, volhouden is goud

“Dat een verpleegkundige mee gaat sporten geeft patiënten het benodigde vertrouwen, waardoor ze die stap wel durven maken”

Gapend gat Het belang van bewegen? Daar wil Mark Spigt, bewegingswetenschapper en fysiotherapeut, het helemaal niet over hebben. Dat belang is inmiddels overduidelijk aangetoond. Spigt was betrokken bij de evaluatie van de Beweegkuur van de Stichting Gezondheidscentra Eindhoven. “Als mensen voldoende bewegen verminderen klachten en kun je zelfs diabetes genezen. Het nut staat echt niet meer ter discussie. Maar er zit een gapend gat tussen de wetenschappelijke onderzoeken waarin dat wordt aangetoond, en de dagelijkse praktijk van de huisarts. Is wat er nu gebeurt aan preventie, effectief? Dat is de vraag waar het om draait!” Het antwoord is ontnuchterend: preventie in de eerste lijn is weinig effectief. Dat heeft verschillende redenen. Ten eerste: onderzoekers werken met zorgvuldig geselecteerde groepen die volgens Spigt weinig overeenkomsten hebben met de patiënten die huisartsen op zijn spreekuur krijgen. “Als je iemand op een lopende band zet, is het niet zo moeilijk om aan te tonen dat hij afvalt. Maar in de praktijk heeft de

huisarts te maken met mensen die ook lijden aan andere kwalen zoals depressie of overgewicht. Dat maakt de echte populatie moeilijker behandelbaar.” Ten tweede ontbreekt het de huisarts aan tijd voor serieuze preventie. “Als een huisarts per jaar een half uur beweeg­ advies aan een diabetespatiënt kan geven, is het veel. De tijd gaat op aan allerlei verplichte controles, van bloeddruk tot buikomvang meten. Als je nauwelijks tijd en geld investeert in preventiegesprekken, mag je niet verwachten dat je chronisch zieke patiënten aan het bewegen krijgt.” Ook de motivatie is een probleem. Een van de conclusies uit de Beweegkuur is dat mensen zelf hun gebrek aan bewegen niet als probleem zien. “Het is heel erg eenrichtingsverkeer vanuit de zorgverlener. Daar zit het knelpunt. Je loopt als huisarts tegen een muur.”

Pittig gesprek Dat klinkt nogal ontmoedigend. Moet je als huisarts je preventietaak dan maar gewoon vergeten? “Absoluut niet”, zegt Mark Spigt. “Ik ben ervan overtuigd dat er veel winst te behalen valt als we ervoor kiezen preventie serieus te nemen. Het prikkelen van de patiënt blijft belangrijk. Wat de dokter zegt, heeft impact. Als mensen het roer radicaal omgooien of stoppen met roken is de aanleiding toch vaak: een pittig gesprek met de huisarts. Die moet dat soort ge­sprekken dus vooral blijven voeren. Het veranderen van de attitude is de crux, en het is zaak de verantwoordelijkheid bij de patiënt leggen en alleen aan de slag te gaan met mensen die echt willen.”

Sportimpuls via de huisarts Hanne Daanen-Smits, werkzaam als projectleider Sportimpuls bij NOC-NSF: “De Sportimpuls is onderdeel van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt en is erop gericht om mensen langdurig en structureel in beweging te krijgen. Uit onderzoek naar sociale cohesie binnen sport blijkt dat mensen die in verenigingsverband sporten 7 jaar langer actief blijven dan mensen die

18

LHV | De Dokter Juni 2012

individueel bezig zijn.Met een jaarlijkse subsidie van 11 miljoen tot 2016 wil de overheid via sportverenigingen de sportparticipatie vergroten. Deze moet van 65 naar 75 procent. Behoorlijk ambitieus, maar we zijn ervan overtuigd dat het haalbaar is. Er valt veel winst te behalen in de eerste lijn als het gaat om het doorverwijzen

naar sportverenigingen. Een belangrijke tip voor huisartsen: zorg dat je weet wat het sportaanbod is in de buurt en treedt in contact met sportverenigingen om gezamenlijk aanbod op te zetten. Sportclubs kunnen mensen met over­ gewicht of andere redenen om te sporten niet zomaar van straat plukken. Die verwijsfunctie ligt echt op het bord van de huisarts.


Wie is de buurtsportcoach? Het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt wil gezonde keuzes makkelijker maken via een vraaggericht lokaal sport- en beweegaanbod en het stimuleren van meer lokaal maatwerk. Dat vraagt een goede samenwerking tussen partijen in onderwijs, sport, cultuur, zorg en welzijn. De buurtsportcoach is de spin in het web die al die functies bij elkaar moet brengen. Hij of zij organiseert het beweegaanbod. Zo hoeven anderen, dus ook de huisarts, niet steeds het wiel uit te vinden.

Maar dat alleen is niet genoeg. Mensen moeten daarin ook gesteund worden, en dat betekent dat overheid en zorgverzekeraars gezonde keuzes moeten faciliteren. De momenteel voorgestelde brede aanpak heeft wat hem betreft dan ook goede papieren. De omgeving is een belangrijke factor. “Je kunt als zorgverlener wel een goed voedingsadvies geven, maar als op de hoek makkelijk frites verkrijgbaar is, valt dat advies is het water. Het is dus zaak de omgeving zo in te richten dat gezonde keuzes makkelijk en mogelijk worden.”

100 kilo kwijt Daarbij is er ruimte voor creativiteit, zoals blijkt uit het initiatief van Dokters & Co in Terheijden. In deze praktijk maakten ze zich al een poos zorgen over het gebrek aan beweging van chronisch zieke patiënten. Huisarts Cecile Blondeel opperde eerst het idee van een wandelclubje, maar dat leek te vrijblijvend. Praktijkverpleegkundige Susan Kruithof bedacht een ambitieuzer plan: een leefstijlprogramma voor diabetespatiënten met overgewicht. “Zeggen dat mensen moeten bewegen is niet genoeg. Je moet ze ook uitleggen waarom”, is haar ervaring. Daarom omvat het programma ook voedingsadvies, en enkele gesprekken met de huisarts over het hoe en waarom van een gezonde leefstijl. Sinds twee maanden gaat Susan samen met haar man die sportcoach is met 17 patiënten twee maal per week sporten, van zaalsport tot aqua-fit. Alle praktijkmedewerkers, inclusief de dokter, gaan om de beurt een keer mee sporten, waardoor het project inmiddels bij iedereen echt leeft. De benodigde kosten worden gedragen door sponsors, en de zorgverzekeraars hebben al interesse getoond. Het enthousiasme is groot: mensen doen zelfs meer dan afgesproken. Zo heeft de groep gezamenlijk de 4-daagse gelopen en maken ze ook in hun vrije tijd sportieve uitstapjes. “Wat mensen tegenhoudt is vaak de angst dat er bij het sporten iets misgaat, bijvoorbeeld met het suikergehalte of druk op de borst”, zegt Susan Kruithof.

“Er zit een gapend gat tussen de wetenschappelijke onderzoeken die het nut van bewegen aantonen en de dagelijkse praktijk van de huisarts”

“Dat er een verpleegkundige meegaat geeft ze het benodigde vertrouwen, waardoor ze die stap wel durven maken. En het mooie is: ze motiveren elkaar niet alleen, het is ook goed voor het sociale contact.” De resultaten zijn overtuigend: ze zijn met elkaar al zo’n 100 kilo afgevallen, en het insulinegebruik bij de type 1-patienten is bijna gehalveerd. En tijdens de sportavonden spuiten ze zelfs helemaal niet. Susan Kruithof: “We hebben inmiddels met de wethouder gesproken over mogelijkheden voor subsidie, en we gaan binnenkort zeker met de buurt­sportcoach om te tafel. Die kan hen na beëindiging van het pilotproject verder helpen naar reguliere sportverenigingen, want het is natuurlijk wel de bedoeling dat ze hierna doorstromen.”

Interessante links www.sportindebuurt.nl www.actiefadvies.nl www.effectiefactief.nl/menukaart www.beweegkuur.nl

LHV | De Dokter Juni 2012

19


Arno Timmermans neemt na 20 jaar afscheid van de NHG

Op de bres voor zinnige en zuinige zorg Tekst Peter Boorsma Fotografie Casper Rila

20

LHV | De Dokter Juni 2012


“Huisartsen zouden in hun regio kunnen kijken waar de grootste gezondheidswinst te halen valt. Hoe kunnen ze hun tijd het effectiefst inzetten?”

M

eer dan twintig jaar werkt Arno Timmermans nu bij het NHG, waarvan de laatste negen als bestuursvoorzitter. Maar in september vertrekt hij om bestuursvoorzitter te worden van het Westfriesgasthuis in Hoorn. Nog één keer geeft hij zijn visie op de ontwikkeling van de huisartsenzorg. “Er komt weer meer nadruk op zinnige en dus zuinige zorg. Daarmee komt ook de rol van de huisarts weer meer tot zijn recht.” “Als je het gezag van de politieagent steeds ter discussie stelt, ondermijn je dat gezag. Dat is bij huisartsen niet anders”. Het interview is eigenlijk al afgelopen, maar Arno Timmermans, wil zijn visie nog één keer toelichten. Want hij maakt zich zorgen over de positie van de huisarts nu de termen ‘vraagsturing’ en ‘marktwerking’ nog steeds het discours bepalen. “De functie van de huisarts in de gezondheidzorg wordt niet alleen beïnvloed door de taal en de uitstraling van de huisarts zelf, maar ook door die van de overheid, zorgver­ zekeraars en collega’s. Stel: een patiënt vraagt om een scan. Ik vind dat niet geïndiceerd. Maar die patiënt belt zijn verzekeraar. Die zegt dat de patiënt inderdaad verzekerd is voor scans, er dus recht op heeft en bij de huisarts een verwijzing moet vragen. Ik heb dan geen poot meer om op te staan.” Ook minister Schippers treft volgens Timmermans blaam als ze zegt dat het gaat om het beantwoorden van alle vragen van de patiënt. Daarmee worden de demands centraal gesteld, in plaats van de needs. Het gaat niet om de eisen, maar om de noden. “Ze zou moeten zeggen dat de zorg een schaars goed is en dat ze daarom huisartsen vraagt een oordeel te geven over het gebruik daarvan.” Niet dat patiënten niet kritisch mogen zijn.“Ik wil graag met de patiënt praten over de noodzaak van antibiotica. Maar beiden moeten wel bereid zijn dat gesprek te voeren. Ik heb wel eens aan een patiënt gevraagd: ‘Waarom komt u naar het spreekuur als u absoluut niet geïnteresseerd bent in wat ik er van vind?’” In Nederland staat ook het gezag van politieagenten, leraren en andere professionals ter discussie, weet Timmermans. Maar hij wil zich daar niet bij neerleggen. “Het is cultuur, en die maken we met ons allen en die

kunnen we ook veranderen. In de Verenigde Staten is die cultuur anders. Daar is een soort duidelijkheid die maakt dat je het gezag niet ter discussie stelt. Ook niet als je in een overheidsgebouw voor de derde keer je tas open moet doen. Dat komt omdat agenten daarvoor de steun hebben van hun omgeving.”

Westfriesgasthuis Timmermans is bezig aan zijn laatste maanden als bestuursvoorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). In september wordt hij bestuurs­ voorzitter van het Westfriesgasthuis in Hoorn. In de ruim twintig jaar die hij bij het NHG heeft gewerkt heeft hij veel zien veranderen. Er zijn huisartsenposten en praktijkondersteuners gekomen. Steeds meer huisartsen werken in deeltijd. En de onderbouwing van het vak is veel steviger geworden door de publicatie van inmiddels honderd NHG-Standaarden. Volgens Timmermans een enorm verschil met de situatie dertig jaar geleden. “Toen ik begon als huisarts kwamen we ‘s avonds bij elkaar om te bespreken hoe we zouden omgaan met bijvoorbeeld urineweginfecties. Het was zoeken.” Uit onderzoek van de NHG blijkt dat driekwart van de richtlijnen goed wordt gevolgd. Internationaal gezien is dat heel hoog. Maar er zijn grote verschillen tussen huisartsen en tussen richtlijnen. Hoe een richtlijn landt, heeft onder meer te maken met de onderbouwing. Hoe sterker die is, hoe beter de navolging. Verder verloopt de implementatie van standaarden die aanpassingen in de organisatie vereisen moeilijker dan die standaarden die voorschrijven dingen juist niet te doen. De belangrijkste factor is volgens de NHG-voorzitter echter ‘eigenaarschap’. “De huisarts moet het gevoel hebben dat de richtlijn van hem en zijn beroepsgroep is.”

Kwaliteit De kwaliteit van de huisartsgeneeskunde in Nederland staat volgens Timmermans op een hoog peil; internationaal gezien, maar ook in vergelijking met andere beroepsgroepen. Hij somt op: “Kijk naar ons kwaliteitsprogramma: het richtlijnenprogramma en de implementatie van richtlijnen. Kijk naar de ondersteuning van huisartsen in de praktijk door beroepsorganisaties en de kwaliteitsbevordering en de

LHV | De Dokter Juni 2012

21


Vervolg Op de bres voor zinnige en zuinige zorg

CV Arno Timmermans 1954 geboren te Velsen 1973 studie geneeskunde Universiteit van Amsterdam 1987 huisarts in Almere 1991 huisarts-staflid en later hoofd afdeling Deskundigheidsbevordering NHG 1998 lid directie NHG 2000 medisch directeur NHG 2004 bestuursvoorzitter NHG

Eigen risico

borging daarvan door middel van praktijkaccreditering. Het is een voorbeeld voor andere beroepsgroepen.” “Natuurlijk valt er nog veel te verbeteren. Zo moet de kwaliteit binnen Nederland gelijkmatiger. Bij het voorschrijven zijn er per regio veel onverklaarbare verschillen. Ook de kwaliteit van de samenwerking tussen de eerste en de tweede lijn loopt sterk uiteen.” Volgens Timmermans kunnen huisartsen verder een grotere rol spelen in de bevordering van de volksgezondheid. “Huisartsen zouden in hun regio kunnen kijken waar de grootste gezondheidswinst te halen valt. Hoe kunnen ze hun tijd het effectiefst inzetten? Het gaat dan om zaken als aandacht voor de levensstijl, leefomstandigheden, het signaleren van gezondheidsrisico’s in de omgeving. Maar ook om samenwerking met bijvoorbeeld scholen en de jeugdgezondheidszorg. Dat moet je regionaal met elkaar aanpakken” 22

LHV | De Dokter Juni 2012

Hoewel het er op lijkt dat in het Lente­ akkoord de huisartsenzorg buiten het eigen risico blijft vallen, is Timmermans er niet helemaal gerust op dat dit zo blijft. Een eigen risico voor bezoek aan de huisarts zou volgens hem de toegankelijkheid in gevaar brengen.“Dat kan contraproductief werken. ‘Even aanzien’ is een belangrijk instrument van de huisarts. Maar accepteert de patiënt dat, als hij bij het tweede consult opnieuw moet betalen?” Alles kan altijd doelmatiger, ook de huisartsenzorg, en daar moet je aan blijven werken, vindt Timmermans. Maar hij is ervan overtuigd dat huisartsengeneeskunde in zijn geheel doelmatig is. Wel maakt hij zich zorgen over de wijze van honoreren. “Met de introductie van het nieuwe zorgstelsel lijkt er een belang te ontstaan bij organisaties om ervoor te zorgen dat de eigen omzet op peil blijft. Dat strookt niet met streven naar ‘minder zorg’. Soms is ‘niets doen’ beter dan ‘iets doen’, weten we als huisartsen heel goed. Maar als alleen ‘iets doen’ betaald wordt…” “Het laatste decennium lag de nadruk op marktwerking, vraagsturing en consumentisme. Maar nu duidelijk wordt dat we het ons niet kunnen veroorloven alle zorg te leveren waar vraag naar is, zie ik wel een kentering. Er komt weer meer nadruk op zinnige en dus zuinige zorg. Daarmee komt ook de rol van de huisarts weer meer tot zijn recht.”

Feeling Timmermans is altijd één dag in de week blijven werken als huisarts om feeling met het vak te houden. Blijft hij dat doen als hij naar het Westfriesgasthuis gaat? “Nee, dat gaat niet meer.Ik wilde echter toch graag nog één keer iets nieuws gaan doen én ik wil voorkomen dat de sleet komt in mijn huidige werk. Dus stop ik, met enige weemoed, met mijn werk als huisarts.”


Fris van start

‘Elke tien minuten een nieuw verhaal’ Tekst Els Wiegant Fotografie Isabelle Nabuurs

G

ijs (33) en Ingeborg (33) van Elsen-Koster hebben per 1 april een huisartsenpraktijk in een HOED in Oisterwijk overgenomen. Ze delen de zorg voor 2300 patiënten én voor twee kleine kinderen. De Dokter volgt ze tijdens hun eerste half jaar als nieuwbakken praktijkhouders. Deel 3: je éigen patiënten. Al in de eerste week na de praktijkovername legde Gijs een visite af bij een relatief jonge, terminale patiënte met kinderen. Anderhalve week later was ze overleden. Gijs: “Dat was psychisch zwaar. Normaliter raak je daar geleidelijk bij betrokken. Nu stelde ik me voor, kwam er vervolgens elke dag en moest ervoor zorgen dat ze op een mooie manier kon overlijden en zo min mogelijk pijn had. Zo vaak heb ik dat nog niet meegemaakt, dus daarover heb ik wel overlegd met een palliatief arts. Het is goed gegaan allemaal.” Ingeborg: “Dát vind ik wel anders met een eigen praktijk. Tijdens het waarnemen heb ik vrij weinig te maken gehad met terminale patiënten.” Gelukkig verliep de kennismaking met de andere patiënten minder heftig. Gijs: “Het is elke keer spannend wie er binnenkomt. Elke tien minuten een nieuw verhaal.” Ingeborg: “Het is grappig om te zien

hoe verschillend mensen reageren. De één maakt speciaal een afspraak om de nieuwe dokter eens te bekijken. De ander begint gelijk over zijn klachten.” Dat ze een echtpaar zijn, roept weinig reacties op. Ingeborg: “Ik hoorde wel iemand in de wachtkamer zeggen: ‘Is dát ze nou?’” Gijs: “Soms is er een groot leeftijdsverschil. Eén oudere mevrouw zei: ‘U bent mijn vierde huisarts in dertig jaar. Ik hoop dat u de laatste bent.’” Patiënten behandelen is eigenlijk het minst nieuwe aspect van de praktijkovername, vindt het jonge dokterspaar. Ingeborg: “Vooral alles eromheen is onbekend voor ons.” Zo is het contract met de tweede grote verzekeraar inmiddels rond. Daardoor zijn de inkomsten voor tweederde van de patiëntenpopulatie gewaarborgd. Ook de post komt nu elektronisch binnen, nadat de postbode wekenlang dagelijks stapels uitslagen bezorgde. Gijs: “Je hebt het toch al gauw over zo’n twee- tot vierhonderd berichten per week. Dat zijn dózen papier.”

Het Draaiboek Praktijkstart is te bestellen via elseviergezondheidszorg.nl. Kijk ook op de LHV-website, onder Huisartsen -> Waarnemers en huisartsen in dienstverband. LHV | De Dokter Juni 2012

23


Advertenties

NASCHOLINGEN Federatie WDH Midden Nederland VOOR U GESELECTEERD UIT ONS AANBOD: “Het Ochtendspreekuur 2012” 30 september t/m 5 oktober 2012 Locatie: Hotel Eurostars Roma Aeterna in Rome Doelgroep: Huisartsen Accreditatie: 28 uur Kosten: e 1.975,00 p.p. Een verrassende nascholing, waarin u zich waant op het spreekuur zoals zich dat dagelijks aan u voordoet. Patiënten presenteren hun klachten en u gaat met bevlogen consulenten aan de slag: • Welke patiënten treft u op dit spreekuur? • Wat zijn hun klachten? • Hoe gaat u hen behandelen? Op een vernieuwende wijze wordt intensief ingegaan op alledaagse problematiek. Tijdens de cursusweek is er voldoende vrije tijd om de eeuwige stad (beter) te leren kennen.

Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met 150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: mei 2011. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www.novartis.nl

N.B. deze cursus wordt NIET gesponsord!

Inlichtingen en inschrijven via www.wdhmn.nl

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis. Compleet van A t/m Z Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Werkzaam in heel NL.

Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

Onb 300 SmPC 88x123.indd 1

16-09-2011 10:12

Maarn Consult biedt apotheken en huisartsen de helpende hand bij bedrijfsmatig ondernemen. Samen met de zorgverlener werken we aan een eenvoudig managementsysteem, waarmee de interne praktijkorganisatie aangestuurd en verbeterd kan worden. Hierdoor wordt efficiëntie van uw organisatie verhoogd, kan gemakkelijk worden ingespeeld op veranderingen in de zorg en kunnen beloftes worden waargemaakt. Het leveren van optimale zorg en tevreden klanten en patiënten zijn belangrijke elementen voor succesvol ondernemen. Zorgverleners zijn uitermate gedreven en goed in hun vak.

Bouwmanagement, budgetbewaking Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg.

Op het gebied van efficiënte bedrijfsvoering zijn vaak nog verbeteringen mogelijk.

Interieur Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting.

Maarn Consult kan hierbij helpen. Wij brengen structuur aan in uw organisatie, we brengen processen in beeld en bekijken waar verbeteringen en efficiëntie mogelijk is.

Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen? U kunt contact opnemen voor een vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure: “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek. Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderschootarchitecten.nl Website: www.vanderschootarchitecten.nl

dokter-vd schoot 120324.indd 1

Zo kunt u uw beloftes en verbeteringen eenvoudig invoeren en waarmaken, waardoor het opgeleverde managementsysteem een ISO9001 certificaat voor de praktijk kan opleveren. Interesse? www.maarnconsult.nl; info@maarnconsult.nl; 0343-444430

Maarn Consult: De basis om te ondernemen 27-04-2012 12:27:38 dokter-maarn 150529.indd 1

31-05-2012 13:43:25


Oók LHV

Kostenonderzoek nauwlettend gevolgd Tekst Sander Peters Fotografie Erik Kottier

B

eleidsmedewerker Ad Vermaas van de LHV volgt het kostenonderzoek van de NZa op de voet. Hij maakt deel uit van de klankbordgroep, begeleidt de deelnemende huisartsen en laat een contra-onderzoek uitvoeren. Nodig, want “zo kunnen we gefundeerd de discussie met de NZa aangaan.”

Het is bekend: minister Schippers is ervan overtuigd dat huisartsen fors meer ver­dienen dan het norminkomen. Eind 2011 gaf ze de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) opdracht het geplande kostenonderzoek versneld uit te voeren. De LHV heeft besloten in de ‘klankbordgroep’ plaats te nemen, vertelt beleidsmedewerker Ad Vermaas. “Het is essentieel dat onze visie op kostenonderzoeken en benodigde praktijkkosten gehoord wordt.”

Begeleiden De voorbije maanden heeft de klankbordgroep intensief overlegd met de NZa. Vermaas: “We hebben moeite met de manier waarop het onderzoek is opgezet, maar men lijkt nu meer bereid naar ons te luisteren. Zo is besloten het aantal wekelijkse arbeidsuren mee te nemen in de vragenlijst. Wie wil inschatten of het inkomen van de huisarts passend is, moet weten hoeveel werk daar tegenover staat.” De LHV heeft veel energie gestoken in het begeleiden van de huisartsen die in de steekproef zitten. “We hebben hen opgeroepen zich bij ons te melden”, vertelt Vermaas. “Via voorlichtingsavonden in het hele land, een apart e-mailadres én een discussieplatform op HAweb hebben we veel vragen binnengekregen. Maar ook adviezen, meningen én boosheid. Allemaal nuttige input.”

Kort Heeft u vragen of opmerkingen over het NZa-kostenonderzoek? Neem contact op met de LHV via kostenonderzoek@lhv.nl of neem een kijkje op HAweb.

Eindrapport Daarnaast is hen gevraagd het ingevulde Excel-bestand ook naar de LHV te sturen. “Om inzicht te krijgen in de opzet van het onderzoek, om zelf analyses te kunnen uitvoeren, en ja, ook om de conclusies van de NZa te kunnen checken”, aldus Vermaas. “Voor de zomer moet het eindrapport van de NZa bekend zijn. We rekenen erop dat we nog invloed hebben op de manier waarop de NZA de conclusies naar buiten brengt. Dit om vervelende verrassingen en onjuiste, suggestieve termen als ‘overwinst’ (dit gebeurde in 2009, red.) te voorkomen.” LHV | De Dokter Juni 2012

25


De stelling:

Het is nuttig dat patiënten zich via internet voorbereiden op een consult Tweederde van de patiënten raadpleegt internet weleens als voorbereiding op een bezoek aan de huisarts. En na afloop gaat meer dan de helft op zoek naar informatie. Wat vinden huisartsen hiervan? Worden patiënten gerustgesteld of juist op het verkeerde been gezet? Biedt Thuisarts.nl, de nieuwe door het NHG ontwikkelde website met betrouwbare informatie voor patiënten, tegenwicht tegen ‘uitwassen’ op internet? Tekst Els van Thiel Fotografie Sam Rentmeester

E

ens. “Het is goed als patiënten met behulp van internet van tevoren alles op een rijtje zetten. Ik merk wel dat ze de betrouwbaarheid van de informatie niet altijd kunnen inschatten. Mijn taak is het om patiënten wegwijs te maken in de overstelpende hoeveelheid informatie. Soms worden ze onnodig bang gemaakt. Als je een rood vlekje met koorts intypt, kun je al gauw bij nekkramp uitkomen. Maar heel wat rode vlekjes, zeker bij kinderen, gaan vergezeld van koorts. Mensen moeten dus leren hoe en waar ze moeten zoeken. Voor jonge ouders bijvoorbeeld, fungeerde oma vroeger als vraagbaak. Dat gebeurt nu minder, maar de behoefte aan informatie blijft. Thuisarts.nl vult een gat in de markt. In de wetenschap dat van alles wat je tijdens een consult zegt maar een of twee dingen blijven hangen, moeten we blij zijn dat mensen thuis de informatie nog eens rustig kunnen doornemen. Er is één groep patiënten die me zorgen baart: mensen met somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten. Als zij gaan zoeken, belanden ze soms bij schimmige alternatieve therapieën of bij derdelijnspoli’s elders in het land. Dat is jammer, want hoe langer deze mensen blijven speuren naar een oplossing buiten henzelf, des te langer het duurt voordat ze aan de verwerking toekomen.” Eveline Hazelaar, huisarts in Bocholtz

26

LHV | De Dokter Juni 2012

Sam Rentmeester

“Als je een rood vlekje met koorts intypt, kun je al gauw bij nekkramp uitkomen. Ik zie het als mijn taak om mensen wegwijs te maken”


Scherp gesteld

“Internet kan een hulpmiddel zijn om de vraag van de patiënt nader te definiëren. Wat wil ik precies weten van mijn dokter?”

E

Sam Rentmeester

ens. “Het internet kan een hulpmiddel zijn om de vraag van de patiënt nader te definiëren. Wat wil ik precies weten van mijn dokter? Medisch noodzakelijk is het niet, ook als mensen niet voorbereid op het spreekuur verschijnen, komen we er wel uit. Of het me meer of minder tijd kost, is afhankelijk van de kwaliteit van de vergaarde informatie. De juiste informatie hoef ik alleen te bevestigen, dat is zo gebeurd. Maar als er een jonge vrouw op mijn spreekuur komt die een hersentumor vreest heeft omdat ze hoofd­pijn heeft en op een forum zag dat hoofdpijn een symptoom is dat daarbij past, wordt het een ander verhaal. Wanneer een patiënt veel informatie van internet aan mij wil laten zien, is dat mogelijk. Vaak niet in een standaard tienminutenconsult, maar ik bekijk het op een ander moment. Dat vertel ik vooraf. Internet buiten de spreekkamer houden is onmogelijk. Dan kunnen we het beter in ons voordeel gebruiken met degelijke websites met overzichtelijke en gemakkelijk vindbare informatie.” Rolf Savenije, aios in Berlikum

“Eerlijk gezegd moet ik vaker dingen ontkrachten of ontzenuwen dan bevestigen. Daarom is Thuisarts.nl zo’n goede tegenhanger.”

E

Sam Rentmeester

ens. “Ik vind het inderdaad nuttig als mensen internet raadplegen, mits ze de juiste bronnen gebruiken. En daar wringt de schoen, want eerlijk gezegd moet ik vaker dingen ontkrachten of ont­zenuwen dan bevestigen. Daarom vind ik thuisarts.nl ook zo’n goede tegenhanger van websites met commerciële bedoelingen die allerlei behandelingen aanprijzen. Er mag best wat meer ruchtbaarheid aan worden gegeven! Patiënten beseffen echt wel dat ze niet met een stapel geprinte pagina’s aan moeten komen op het spreekuur. De assistenten vragen in zo’n geval of mensen hun informatie alvast willen inleveren, zodat ik me voorbereiden. Ze zijn welkom, maar ik kan geen ‘leespauzes’ inlassen! Zelf gebruik ik internet ook om patiënten te informeren, ik verwijs ze bijvoorbeeld naar de patiënten­brieven van de NHG, naar de website van onze eigen praktijk, die we zo up-to-date mogelijk houden, en nu dus naar Thuisarts.nl. Ik heb die site goed bekeken en vind het een aanwinst, vooral omdat bezoekers via de klacht op een eenvoudige manier verder geleid worden.”

Niek Neeleman, huisarts in Oirschot

LHV | De Dokter Juni 2012

27


Nachtmerries als sleutelgat voor een blik naar het verleden

Hoe win je het vertrouwen van een vluchteling? Tekst Nathalie Pol Fotografie Hollandse Hoogte/Joost van den Broek

28

LHV | De Dokter Juni 2012


A

ndere ziekten, een andere manier van klachten presenteren. Vluchtelingen vragen met hun traumatische verleden een andere benadering. Huisarts Jaap van der Laan en Evert Bloemen, adviseur en arts bij Pharos, geven hiervoor praktische handvatten in hun boek Huisarts en vluchteling. Aan De Dokter vertellen zij wat deze groep patiënten zo bijzonder maakt. Zijn eerste kennismaking met vluchtelingen kan huisarts Jaap van der Laan zich nog herinneren. Het is midden jaren tachtig en in de binnenstad. Om de hoek van zijn praktijk, wonen asielzoekers in huizen die door de gemeente ter beschikking zijn gesteld. “In het begin was ik meer geneigd om vluchtelingen te verwijzen, omdat ik me onzeker voelde. Ik ging op zoek naar extra informatie en kwam terecht bij Evert Bloemen.” Ook Evert Bloemen begon als huisarts, maar verruilde het vak al snel voor de geestelijke gezondheidszorg aan vluchtelingen. Vanuit Pharos heeft hij regelmatig contact met huisartsen die hem consulteren over hun contact met vluchtelingen. Beide artsen voelen zich erg betrokken bij vluchtelingen en hun problematiek. Bloemen: “Het is een kwetsbare groep die door migratie een heleboel verloren is. Maar tegelijkertijd hebben zij een overlevingskracht waar je met bewondering naar kunt kijken. Het gaat om gezondheid in de breedste zin van het woord, waarbij ook zingeving een grote rol speelt. Mensen maken een worsteling door nadat ze hun land ontvlucht zijn omdat ze gruwelijke dingen hebben meegemaakt.”

Investeer in kennismaken Vertrouwen winnen heeft tijd nodig, zeker bij vluchtelingen. Van der Laan: “Soms duurt dat een jaar. In eerste instantie komt iemand met een klacht op het spreekuur. Dan heb je niet meteen tijd voor een gesprek over zijn

achtergrond. Je bestelt iemand dan weer een keer terug. Als huisarts heb je het voordeel van continuïteit in zorg. Je kunt dingen uitvragen in de loop van meerdere contacten. Zo kun je stap voor stap een band opbouwen.” Bloemen: “Klachten kunnen erg verbonden zijn met de voorge­ schiedenis. Dat ontdek je meestal pas na verloop van tijd. Investeer in de kennismaking. Je moet een beetje aan elkaar wennen. Geef uitleg over hoe je als huisarts werkt, hoe de praktijk werkt. Dan wordt het uiteindelijk een plek waar vluchtelingen makkelijker komen.”

Sleutelgat Het verleden van een gevluchte patiënt is een gevoelig onderwerp. Hoe ga kun je daar toch over in gesprek komen? Bloemen: “Vragen naar familie is in heel veel culturen een normaal begroetingsritueel. Je bestaat, omdat je lid bent van een familie. Vluchtelingen hebben het idee: als ze het over mijn familie hebben, dan zien ze me ook echt. Ook al is die familie er misschien niet.” Van der Laan:”Ik vraag ook of ze in Nederland kennissen uit hun land van herkomst hebben. Dan krijg je ook een idee van hun sociale netwerk.” “De reden van de vlucht is een meer beladen gespreksonderwerp. De een praat daar gemakkelijk over, de ander helemaal niet. Details hoor je pas later, ook als huisarts”, legt Bloemen uit. “Mensen zwijgen, hebben geheimen. Soms hoor je pas na een paar jaar dat iemand verkracht is. Het vragen naar het verleden moet je doseren. Het is de ander die aangeeft hoeveel hij laat zien.” Informeren naar nachtmerries is een goede opstap naar een gesprek over het verleden, is de ervaring van Van der Laan. “Nachtmerries zijn eigenlijk het sleutelgat waardoor je naar het verleden kunt kijken”, vult Bloemen hem aan. “Patiënten hebben dan niet het idee dat ze over hun verleden praten. Via de droom kun je terugkijken en vragen of deze dingen ook echt zo gebeurd zijn.”

LHV | De Dokter Juni 2012

29




Vervolg Hoe win je het vertrouwen van een vluchteling?

U voelt irritatie opkomen. Voor sommige mensen is het nooit goed. U moet oppassen die irritatie niet meteen te laten merken. Met als gevolg dat de patient zich niet serieus genomen voelt in een misschien wel erechte of begrijpelijke boosheid. U onderdrukt een zucht en onderbreekt zijn verhaal.

Hoe kijkt de ander?

Grote belasting

Het perspectief van de vluchteling is doorgaans leidend in het contact. Bloemen: “Bijvoorbeeld, hoe kijkt die ander naar mij als arts? Vluchtelingen hebben andere ideeën over dokters, kennen uit hun eigen land niet de functie van huisarts, vragen zich af waarom hij niet in het ziekenhuis zit en of hij wel voldoende kennis heeft.” Van der Laan: “Wat mij wel eens opvalt is dat ik zelf wat meer De Dokter ben. Mensen uit andere culturen verwachten meer dat ik weet hoe het moet. Dan neig ik toch meer naar een directe opstelling. Bloemen: “Zeker bij mensen die weinig ideeën hebben over een gezond lichaam en ziekte, lijkt het of ze hun lot meer in jouw handen leggen. Het is de kunst om te voorkomen dat mensen helemaal passief worden. Dus geen: dokter zegt u het maar...”

Vluchtelingen gaan gemiddeld niet vaker naar de huisarts dan patiënten uit Nederland, jaarlijks gemiddeld zes keer. Toch ervaren huisartsen de belasting van deze groep patiënten als groter. Bloemen: “Vluchtelingen hebben zoveel meegemaakt, ze missen hun familie en hun thuisland is nog steeds in chaos. Een huisarts kan dit alles als een grote berg ervaren en zich afvragen waar hij moet beginnen. Van der Laan herkent dit gevoel. Als je dan stap voor stap begint, krijg je toch vaak een goede band met patiënten.” “Ik had een hele aardige patiënt uit Benin die onlangs afscheid kwam nemen. Hij ging vrijwillig terug nadat hij tien jaar illegaal hier was. Dat raakte me echt.” Van der Laan kijkt even voor zich uit, voordat hij vervolgt: ”Soms kun je zo weinig doen voor mensen, dat maakt het wel moeilijk hoor.” Voor vluchtelingen is de huisarts een belangrijk persoon in hun leven in Nederland. Een van de weinige hulpverleners met wie hij langdurig contact heeft. Hoever reikt de hulp van een huisarts eigenlijk? Van der Laan: “Het is soms lastig om vluchtelingen te verwijzen. Ze ervaren dat soms als een afwijzing. Of het is in hun eigen cultuur gebruikelijk dat je pas naar een psychiater gaat als je volslagen gek bent. Hulp voor psychische problemen is vaak onbekend. De aanwezigheid van een praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg is in dat kader een mooie ontwikkeling. Zo kun je ook in je eigen praktijk een vorm van gesprekstherapie aanbieden.” Bloemen: “Dat voelt dan voor de vluchteling als zorg uit de hetzelfde hoek. Mensen denken dat de dokter de baas is over al die mensen. Als de relatie met de huisarts goed is, straalt dit af op een praktijkondersteuner. Verder is de samenwerking met een andere discipline een steun voor

Meer lezen? Huisarts en vluchteling is een uitgave van Reed Business. Het boek is ook verkrijgbaar via www.pharos.nl. Auteurs: E. Bloemen en J. van der Laan, ISBN: 9789035234109.

30

LHV | De Dokter Juni 2012


“

De laatste week helpt de slaap nauwelijks meer. Als u Ali vraa waarover hij droomt, blijkt h vooral over zijn slechte ervaring in Afghanistan te gaan en ov achtervolgd worden door d Taliban.

de huisarts. Je kunt samen ordenen, beter inschatten hoe erg het is en meer dan alleen medicatie bieden. De een bereidt de weg voor de ander.”

Valkuil Zowel Bloemen als Van der Laan zijn zichtbaar betrokken bij patiënten met een vluchtelingenverleden. Zetten zij bij hun zorg voor deze groep net een stap verder? Van der Laan: “Dat ik door extra betrokkenheid geneigd bent om meer voor ze te doen, is denk ik wel waar. Zo ben je soms geneigd om eerder psychiatrische medicatie te geven aan mensen die niet verwezen willen worden. Daar heb je dan wel de steun van collega’s voor nodig, of constructief overleg met de psychiater.” Van der Laan vindt de extra betrokkenheid ook een valkuil. “Het is wel eens emotioneel belastend om verhalen te horen over hoe erg dingen zijn geweest. Als het voor jezelf te zwaar is, moet je misschien op een ander moment verder praten. Het is ook heel goed om dit soort zaken te bespreken met collega’s, bijvoorbeeld in de waarnemersgroep. Daar word je weer met beide benen op de grond gezet.” Bloemen ziet nog een andere factor in de betrokkenheid van huisartsen bij de problematiek van vluchtelingen. “Ik spreek huisartsen die in asielzoekerscentra meemaken dat mensen steeds meer klachten krijgen omdat ze daar inmiddels negen jaar zonder zinvolle dagbesteding wonen. Die klachten zijn het gevolg van uitzichtloosheid. Dan hoor ik dat huisartsen medeverontwaardigd zijn en vanuit die emotie soms extra dingen doen. Het is cruciaal dat je bewust bent van je drijfveren. En misschien moet je jezelf misschien toestaan om eens in de zoveel tijd iets verder te gaan. Zodat je dat gevoel reguleert. Bij anderen heeft irritatie juist de overhand, dat is ook niet werkbaar. Het is

de kunst om daarin te laveren. Als je dat goed kunt, beteken je ook meer voor deze doelgroep.”

Belangstelling Van der Laan: “Je kunt veel betekenen voor mensen in een hele moeilijke situatie. Alleen al door je belangstelling en je steun. De regels kun je niet veranderen. Maar af en toe zie ik een vluchteling op mijn spreekuur, met wie het opeens veel beter gaat. Dan komt zijn vrouw over, of heeft hij werk gevonden. Of iemand heeft om medische redenen steeds een verlenging van zijn verblijfvergunning gekregen. Op een gegeven moment heeft dat zo lang geduurd, dat hij definitief mag blijven. Dan bedankt iemand mij omdat ik hem zo goed heb geholpen. Terwijl ik in de medische informatie eigenlijk alleen maar heb beschreven wat er was, gewoon, de realiteit.”

LHV Adviesorgaan Asielzoekers Zes huisartsen geven via het Adviesorgaan Asielzoekers van In de LHV-beleidsvoering rondom de huisartsenzorg voor asielzoekers speelt het ‘LHV Adviesorgaan Asielzoekers’ een leidende rol. Hieraan nemen vijf ervaren huisartsen deel. Meer informatie van dit adviesorgaan vindt u onder huis­ artsenzorg, bijzondere patiëntengroepen op de website van de LHV. Meer informatie over de gezondheid van migranten en vluchtelingen vindt u ook op www.huisarts-migrant.nl

LHV | De Dokter Juni 2012

31


32

LHV | De Dokter Juni 2012


Naast het spreekuur

Huisarts ben je niet van negen tot vijf. Toch doen veel collega’s er nog iets naast. Zoals Joost Warringa. Hij is negentien jaar huisarts in een HOED in Terneuzen en sinds negen jaar coach van het hockeyteam van zijn inmiddels 16-jarige zoon.

‘Wij geven de mannen veel complimentjes’ Tekst Els Wiegant Fotografie Sam Rentmeester

“Als coach zorg ik ervoor dat alles gladjes verloopt: het vervoer, voldoende spelers, iedereen op tijd. Samen met de trainer bepalen we de teamstrategie. Ik sus als er iets vervelends in de wedstrijd is voorgevallen en geef de peptalk. En, hoewel ik op het veld geen huisarts ben, heb ik altijd mijn hechtsetje bij me. Voor noodgevallen. Ik vind een leuke manier om met mijn kind op te trekken, vooral nu tijdens zijn puberteit. Samen iets doen, ondanks de generatie-gap, vind ik belangrijk. Je laat zien dat je als ouder geïnteresseerd bent en respect voor ze hebt. Wij geven de mannen in ons team veel complimentjes. Ze leren spelenderwijs hoe ze in de maatschappij moeten functioneren. Hoe je kunt omgaan met agressie, teleurstellingen, vreugde. Niet afhaken bij een beetje regen, ambitie hebben, stevig in het leven staan; daarin voed je ze op.

Een goeie teamgeest vinden we belangrijk. Die is er, maar daar moet je wel aan bouwen. Door ze uit het veld te halen als ze het niet eens zijn met een beslissing van de scheidsrechter bijvoorbeeld. Coach zijn heeft een leuke wisselwerking met mijn werk als huisarts. In mijn praktijk is die teamgeest ook belangrijk. Daar moeten de neuzen net zo goed dezelfde kant op staan om doelen te bereiken. En in mijn praktijk heb ik ook een opvoedkundige rol. Door zelf aan sport te doen – fitness, hardlopen – draag ik een gezonde leefstijl uit. Dat maakt me geloofwaardiger voor patiënten die ik adviseer gezonder te leven.”

Bent u ook buiten uw praktijk maatschappelijk actief of kent u een collega met een bijzondere nevenactiviteit? Dan horen we dat graag. Mail ons via dedokter@lhv.nl.

LHV | De Dokter Juni 2012

33


34

LHV | De Dokter Juni 2012

NationaleBeeldbank/Rademaker

Hollandse Hoogte/Bram Saeys

NationaleBeeldbank/jwkempeneers

iStockphoto/microgen

Hollandse Hoogte/Bert Beelen


In totaal 34 Huisartsen-Rampenopvangplannen vastgesteld

‘Bij een flitsramp heeft een huisarts niets te zoeken’ Tekst Els Wiegant Fotografie HollandseHoogte, iStockphoto, NationaleBeeldbank

Een uitbraak van de vogelpest. 35 procent van je patiënten is ziek. Ook de helft van de huisartsen en ondersteunend personeel in de HOED ligt te bed. Het water staat je tot aan de lippen, maar bij andere praktijken in de omgeving is de nood ook hoog. Het is vooral in dit soort, allesbehalve denkbeeldige situaties dat de nieuwe HaROP’s (Huisartsen-Rampenopvangplannen) hun nut zullen bewijzen. Deze zomer bespreken de laatste huisartsenkringen hun concept-HaROP. Een landelijke check op volledigheid vormt het voorlopig sluitstuk van een traject, waarin totaal 34 HaROP’s werden opgesteld; allemaal regionale varianten van een landelijk model. De uitbraak van de Mexicaanse griep, drie jaar geleden, toonde het nog eens aan: bij een uitbraak van een infectieziekte heb je niet alleen een rampenopvangplan nodig, maar moet ook duidelijk zijn wat de rol van de huisarts daarin is. “Huisartsen waren niet goed aangehaakt. We kregen onvoldoende informatie”, constateert Lisette Romijn, huisarts en in haar hoedanigheid van LHV-beleidsmede-

werker betrokken bij de organisatie rond de opvang van de Mexicaanse griep.

Onderscheid Zo’n vijf jaar geleden bleek uit een NIVEL-rapport dat huisartsen in rampenopvangplannen (ROP’s) niet voorkwamen. Samen met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) richtten de landelijke huisartsenkoepels LHV, NHG en VHN een stuurgroep op die daar verandering in moest brengen. In 2011 werd de Wet op de veiligheidsregio’s van kracht. Die stelde het niet alleen voor zorginstellingen (waaronder huisartsenposten), maar ook voor zorgaanbieders (waaronder huisartsen) verplicht om ‘de nodige maatregelen te treffen met het oog op hun taak bij de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en de voorbereiding daarop.’ De stuurgroep maakte een duidelijk onderscheid tussen de rol van de huisarts bij een flitsramp en die bij de uitbraak van een infectieziekte. Flitsrampen zijn ongevallen met een grote impact, zoals de brand bij chemieconcern Chemie-Pack in Moerdijk of de vuurwerkramp in Enschede,

LHV | De Dokter Juni 2012

35


Vervolg ‘Bij een flitsramp heeft een huisarts niets te zoeken’

Bij schietpartij Alphen gingen slachtoffers naar dichtstbijzijnde HAP Hoe belangrijk het is dat huisartsen op hun post blijven, bewijst de schietpartij in Alphen aan de Rijn, 10 april vorig jaar. Rob van der Spruit, toen net twee jaar huisarts, nam waar op de Huisartsenpost nabij winkelcentrum Ridderhof, waar Tristan van der V. zes mensen en zichzelf doodschoot. “Rond twaalf uur brachten omstanders of familieleden de eerste slachtoffers met schotwonden bij ons binnen.” Medisch gezien konden Van der Spruit en zijn dienstdoende collega’s niet veel uitrichten. “Je kunt niks met schotwonden. Je hebt geen röntgenapparatuur, geen anesthesie en geen uitgebreide chirurgische vaardigheden. Je bent ook niet getraind op dit soort situaties.” Toch heeft Van der Spruit het gevoel dat hij van nut is geweest. “We hebben infusen geplaatst, bloeddruk gemeten, mensen gerustgesteld. En geprobeerd patiënten zo snel mogelijk met een ambulance naar een ziekenhuis te krijgen.” Alle acht slachtoffers die op de HAP kwamen, waarvan twee ernstig, hebben de schietpartij overleefd. Van der Spruit had ten tijde van het incident graag meer informatie gehad, zegt hij. “Pas drie uur na het begin van de schietpartij zag ik op het nieuws wat er eigenlijk was gebeurd. Ik had wel willen weten om hoeveel mensen het ging en dat de schutter al was overleden. Ik heb me geen moment onveilig gevoeld, maar voor hetzelfde geld had hij tussen de gewonden gezeten die zich bij ons meldden.”

of bijvoorbeeld elektriciteitsuitval op grote schaal. Bij infectieziekten gaat het om een uitbraak van de EHEC-bacterie, Q-koorts of Mexicaanse griep bijvoorbeeld. Voor de twee soorten ‘rampen’ zijn verschillende HaROP’s ontworpen.

Flitsramp Essentie van het HaROP Flitsramp is dat de huisarts alleen een rol heeft bij de somatische en psychosociale opvang van zijn éígen patiënten en van passanten. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling dat een huisarts in het rampgebied hulp gaat bieden. Patricia Brands, landelijk projectleider HaROP bij LHV: “Een huisarts heeft bij een flitsramp niets te zoeken. Dat is een tak van sport, waarvoor traumateams veel beter zijn opgeleid.” Jolanda Corré, adviseur bij de totstandkoming van twaalf HaROP’s, vult aan: “De teams die vanuit de Veiligheidsregio bij een ramp assisteren, werken bijvoorbeeld met een bepaald triagesysteem dat de huisarts helemaal niet kent.” Ook huisarts Jan van der Tuin uit Hoogezand, die meewerkte aan het HaROP in Groningen, vindt huisartsen ongeschikt voor rampenassistentie. “Wij zijn goed in één-op-één-situaties. Bij een ramp sta je tegenover tientallen slachtoffers. Dat valt buiten je normale

36

LHV | De Dokter Juni 2012

denkpatroon. Bovendien is je praktijk of huisartsenpost onbemand als jij bij een ramp gaat helpen. Als huisarts heb je een 24-uursverantwoordelijkheid voor je patiënten. Die kun je niet waarmaken als je bij een ramp gaat assisteren.”

Chronische klachten Het aandeel van de huisarts in de bestrijding en opvang van infectieziekten – en de kans daarop groeit (zie kader) – is veel groter. De meeste patiënten zullen in eerste instantie naar hun huisarts gaan; tijdens de uitbraak, maar ook daarna. Lisette Romijn: “De Mexicaanse griep en Q-koorts hebben bij sommige patiënten tot chronische klachten geleid. Dan moet de huisarts langdurige nazorg leveren.” Vanwege de (lange) duur van een uitbraak en de grote aantallen getroffenen gaan er bij een infectieziekte veel meer factoren een rol spelen. Vooral omdat huisartsen zelf en ondersteunend personeel ook ziek kunnen worden. Meest essentiële onderdeel in het HaROP Infectieziekte is dat er bij een uitbraak een Crisisteam actief wordt. Daarin zitten vertegenwoordigers van huisartsenposten en -kringen. Een belangrijke taak van het Crisisteam is ervoor te zorgen dat er helder en adequaat wordt gecommuniceerd.


Door vergrijzing mogelijk meer doden bij uitbraak De rijksoverheid houdt terdege rekening met een nieuwe grootschalige infectie­ uitbraak. De vraag is niet óf, maar wanneer die zich voordoet. Op zo’n uitbraak en het verloop daarvan heeft een aantal factoren invloed: ouderen zijn kwetsbaarder voor infectieziekten; door de vergrijzing zullen bij een uitbraak mogelijk meer mensen sterven; de kans op zoönosen neemt toe door de intensieve vee­houderij, reactie en reizen en een warmer klimaat; het toenemend gebruik van social media als Twitter verandert de manier van communiceren, ook over infectie­ uitbraken.

• •

Hollandse Hoogte/ Arie Kievit

Langs welke lijnen dat gebeurt, is vastgelegd in de HaROP’s. Jolanda Corré: “Bij negen van de tien rampen gaat het mis in de communicatie.” Goede, consistente informatie verstrekken is essentieel. Jan van der Tuin: “Als er een uitbraak is, moeten huisartsen op de hoogte zijn van de ins en outs van een ziekte. Maar ook wat we moeten doen. Als de ene huisarts patiënten naar zijn praktijk laat komen en de ander ze juist op het hart drukt thuis te blijven vanwege besmettingsgevaar, dan krijg je gedonder en onnodige vragen.” In een HaROP staat hoe wordt samengewerkt met andere partijen, zoals ziekenhuizen en GGD. Maar er staan ook afspraken in over welke Hagro of HOED in geval van nood de praktijk van een collega overneemt. Het Crisisteam coördineert daarin en de GHOR is in zo’n periode het aanspreekpunt voor huisartsen. Pas als een situatie zo nijpend is, dat een zogeheten GRIP-4-situatie ontstaat, kan de burgemeester het commando overnemen.

Bron: regionaalkompas.nl

Soepel verlopen

lijvig plan moest komen. Maar de kern is juist dat zij daardoor tijdens een ramp of infectieziekte hun werk heel gecontroleerd kunnen doen”, zegt Patricia Brands. ‘Knelpuntje’ is nog wel de financiële vergoeding. Niet voor de normale huisartsverrichtingen, maar wel voor de compensatie aan leden van het Crisisteam in het geval zij dagen achtereen niet in hun eigen praktijk zouden kunnen werken. Patricia Brands: “We gaan dit bij de ministeries neerleggen. Ik ga ervanuit dat als er écht een epidemie losbarst, daar wel een oplossing voor komt.” De HaROP’s worden nu jaarlijks geactualiseerd. De leden van het Crisisteam en contactpersonen bij de Hagro’s worden getraind, in onder meer crisisbesluitvorming. Invididuele huisartsen worden uitgenodigd om deel te nemen aan een bewustwordingsoefening. Huisartsen hoeven niet bang te zijn voor extra werk, benadrukken alle betrokkenen. Jan van der Tuin: “Akker het HaROP één keertje door. Dat kost je een avondje en dan weet je genoeg. Daarna komt het vanzelf naar je toe als de tijd daar is.”

Het opstellen van de HaROP’s zit erop. Het is over het algemeen soepel verlopen, zeggen de geïnterviewden, maar eenvoudig was het nou ook weer niet. “Het was best lastig op huisartsen over te brengen dat er zo’n

Meer weten over het HaROP? Kijk op lhv.nl -> Samenwerking -> Bij ongevallen en rampen. Of stel je vraag aan de Hagro-coördinator of de regionale Huisartsenkring.

LHV | De Dokter Juni 2012

37


Column

Fotografie Casper Rila

De techniek staat voorop ...

Opluchting, de foto is goed. Daarna komt pas de vraag hoe het gaat, zijn er klachten?

Nienke (64) heeft borstkanker. Het is ontdekt bij het tweejaarlijkse bevolkingsonderzoek. Inmiddels is dat acht jaar geleden en nu heeft ze uitzaaiingen in haar maag en botten. Die zijn laat ontdekt. Allerlei factoren speelden daarbij een rol. Nienke herkent dat ook zij er een aandeel in heeft gehad. Na het overlijden van een dierbare vriend is ze in een diep gat gevallen en toen wist ze niet of de vermoeidheid en slechte eetlust door het verdriet veroorzaakt werden of door een lichamelijke klacht. Maar, merkt ze kritisch op, de procedure bij de jaarlijkse controles in haar ziekenhuis draagt er niet toe bij dat uitzaaiingen op tijd ontdekt worden. Eén keer per jaar wordt er een röntgenfoto van de gezonde borst gemaakt. Hoe zinnig is dat? Nienke vraagt het zich af. Ze heeft een niet erfelijke vorm van borstkanker en dan ontstaat er maar in tien procent van de gevallen ook een tumor in de tweede borst. Moet daar dan alle aandacht op worden gericht? Hoe dan ook, er wordt een foto gemaakt en ongeveer drie weken later volgt een afspraak bij de oncoloog. Nienke wacht met spanning op de uitslag. Eenmaal bij de dokter wil ze allereerst weten of de foto goed is. Dat is ook het eerste wat besproken wordt. Opluchting, de foto is goed. Daarna komt pas de vraag hoe het gaat, zijn er klachten? Ja, dan kan het gebeuren dat de opluchting zo groot is, dat kleine klachten – wat moe, wel eens overgeven - futiel lijken. Nienke brengt ze niet duidelijk ter sprake. In dit geval met pijnlijke gevolgen, de uitzaaiingen naar de maag en de botten worden niet herkend. Pas een half jaar later, wanneer ze flink vermagerd is, komt aan het licht wat er eerder al speelde. In het huidige systeem van een jaarlijkse controle gaat de eerste aandacht naar de techniek: een misschien niet eens zinnige röntgenfoto. Terwijl het verhaal van de patiënt nodig is om te ontdekken hoe het gaat. Er zou al veel gewonnen zijn wanneer de volgorde van foto en spreekuur wordt omgedraaid. Dan kan er naar aanleiding van het gesprek gericht aanvullend onderzoek worden gedaan. Een telefoontje om de uitslagen door te geven zou de jaarlijkse controle kunnen afronden. Ook dan is er geen garantie op tijdige opsporing van problemen, laat staan van behandeling, maar misschien is de kans op vroege signalering groter. Mariette Hamaker Huisarts in Amsterdam sinds 1979

38

LHV | De Dokter Juni 2012


! w u e i N l 125 m

Nutridrink Compact Protein

Méér eiwit minder slokjes Is dat nou zo belangrijk? Ja, juist extra eiwit bevordert spierkracht en herstel van uw patiënten.1,2 Vandaar Nutridrink Compact Protein de meeste eiwit per slok. De menselijke maat die een stuk gemakkelijker weg drinkt.

Nutridrink Compact Protein

De menselijke maat Voor meer informatie www.nutriciamedischevoeding.nl Referentie: 1. Stratton et al. (2003) CABI Publishing 2. Norman K, Kirchner H, Freudenreich M et al. Clin Nutr 2008;27(1):48-56.


De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator

0 811 O N B 11111

Onbrez bij COPD: krachtige start, aanhoudende verlichting


De Dokter 16