Page 1

Ledenblad van de

Jaargang 3, nummer 17 september 2012

In dit nummer 16 André Rouvoet Verzekeraars niet op stoel van zorgverlener

Bij de LHV is iedereen lobbyist

Steven van Eijck

’Een nieuw regeer­akkoord moet door­pakken op de ingeslagen weg.’

uitslag ledenonderzoek

Huisartsen wars van extreme partijen

18 Werkbezoek Kamerleden lopen mee met huisarts 32 Verkiezingen 2012 Politieke partijen over huisartsenzorg 44 Column Dokter, mag ik nog even leven?


De selectieve α1a-blokker bij de behandeling van BPH1-3

1-3 1-3 Silodyx ongeëvenaard prostaat selectief Silodyxis is ongeëvenaard prostaat selectief

120402SIL

Toename van de urinestroom 4,5 Consistente afname van nycturie 4,6 < 2% Hypotensie 7,8 Te combineren met antihypertensiva en met PDE-5 remmers 7-9


Inhoud september

rubrieken

de

Quickscan van…

8

Het moment

Een nieuwe lichting huisartsen in opleiding kruipt wekelijks in de schoolbanken.

Eric Stam (40) huisarts, Maarssen

15 Fris van start

Zorg, zorg, zorg… Zeg het eens 10 keer snel achter elkaar en langzaam doemt het beeld op van een gedrocht uit de boeken van Tolkien...de ZORG! Een beest met een Januskop, geldverslindend, glibberig, geketend enerzijds, dankbaar, mooi en warm anderzijds. Steven van Eijck, pleitbezorger voor een nieuw convenant in het land der eerstelijnslingen schetst hoe de zorg er volgens hem uit moet zien. André Rouvoet is de getalletjes-apparatsjik in dit verhaal terwijl kamerleden Bruins Slot en Kuiken de mooie, kant van de zorg zien. Huisartsen weten natuurlijk het beste hoe de zorg eruit moet zien maar ook zíj vertellen niet allemaal hetzelfde verhaal. Ik zou zeggen lees nog even door en vorm uw eigen beeld over de zorg. Want als u het niet doet dan doet een ander dat voor u.

Samenwerken in de HOED. Hoe ga je om met de ervaring van anderen?

16 Aldus de patiënt Moeten patiënten veel moeite doen voor een verwijsbriefje?

17 Kritisch gesprek Zorgverzekeraars spelen een centrale rol in de kosten­ beheersing, maar delen die verantwoordelijkheid met anderen, vindt ZN-voorzitter André Rouvoet.

29 Oók LHV Bij de LHV is iedereen lobbyist, ook na verkiezingstijd. Adviseur Margriet Niehof over public affairs.

Nws verenigings

4 Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangen­ behartiging en wetgeving. • Wachtkamereditie Mijn Dokter • Congres apotheek­ houdende huisartsen •H  id(ha)-dag op 27 november •D  ebat meer zorg met minder geld •V  acatures op de kaart

Consult bij: Rik Dassen over de LHV

10 STABILITEIT VOOR HUISARTSENZORG Voorzitter Steven van Eijck en LHV-directeur Lodi Hennink over de toekomst van het huisartsenvak.

18 KAMERLEDEN OP WERKBEZOEK Op papier weten ze waar ons vak over gaat. Maar pas als ze meelopen voelen ze hoe het echt is. Twee kamerleden over hun werkbezoek aan de huisarts.

21 STEMMEN OP EEN ZORGVERLENER?

30 Scherp gesteld

Een huisarts en een apotheker stellen zich verkiesbaar voor de Tweede Kamer.

Verwijzen huisartsen te gemakkelijk door naar de specialist?

22 VERKIEZINGSONDERZOEK HUISARTSEN Maar liefst 1296 huisartsen vulden deze zomer de vragenlijst in. Wat kiezen uw collega’s als zij op 12 september naar de stembus gaan?

32 WELKE KEUZES MAKEN POLITIEKE PARTIJEN?

40 Naast het spreekuur

De Dokter legde vijf stellingen voor aan twaalf politieke partijen. Hoe kijken zij naar marktwerking, het eigen risico, flexibele openingstijden, het akkoord en zorg in de buurt?

‘Als je ergens woont, moet je iets voor je omgeving doen’, vindt huisarts en gemeenteraadslid Ruud Gebel.

38 DOORSTART DOORGELICHT

42 Column

De opgebouwde landelijke infrastructuur meer vanuit de regio benutten. Dat is het doel van de doorstart van het Landelijk Schakel Punt. Een gesprek met Paul Habets en Adriaan Mol.

Volg de belevenissen van drie huisartsen. Dit keer Wouter van Kempen over een euthanasie die toch niet doorging.

www.lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter September 2012

3


Verenigingsnieuws

Beste Steven De voorzitter van de LHV beantwoordt vragen van leden. Heeft u als LHV-lid ook een vraag aan Steven van Eijck? Stel deze dan via dedokter@lhv.nl.

Op de cover Steven van Eijck

Piet Hein Oostvogel, huisarts bij Groepspraktijk Huizen:

Kan de LHV ons ondersteunen bij het opt-in verzoek rondom LSP? En wat doen we met patiënten die de oproep negeren? Steven van Eijck: Op de website van de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (www.vzvz.nl) staat een praktische handreiking voor het aanpakken van het opt-in verzoek. De informatie op deze website wordt in oktober ondersteund met een landelijke publiekscampagne vanuit het ministerie van VWS. Deze landelijke campagne versterkt een aanpak die verder vooral regionaal en lokaal wordt opgepakt. In het artikel over de regionale ict-infrastructuur leest u meer over de stand van zaken op dat vlak. We hopen natuurlijk dat alle patiënten gehoor zullen geven aan de oproep in de publiekscampagne en de opt-in vraag zullen beantwoorden. De praktijk zal wellicht laten zien dat niet iedere patiënt gehoor geeft aan de oproep. De bestaande privacywetgeving is in dit geval heel helder: niet invullen betekent geen expliciete toestemming. De gegevens van deze groep patiënten zullen dan ook vanaf 1 januari 2013 niet meer raadpleegbaar zijn via het Landelijk Schakel Punt. Dat geldt ook voor de patiënten die expliciet aangeven dat zij geen toestemming voor raadplegen geven. Dat is weliswaar nadelig voor de patiënt, maar wettelijk gezien helaas een voldongen feit. Ellen Mulder, huisarts in Oostzaan:

Hoe helpt de LHV de huisarts de grotere toeloop van GGZ-patiënten op te vangen? Steven van Eijck: In het convenant met VWS is afgesproken dat de minister op korte termijn aan de de NZa zal vragen om de regeling voor de ondersteuning van de huisarts door de POH-GGZ aan te passen. Het is de bedoeling dat huisartsen die meer inzet van een POH-GGZ nodig hebben, dat kunnen doen door daarover met de verzekeraar afspraken te maken. De minister stelt hiervoor extra geld ter beschikking. Op dit moment werkt de NZa aan het veranderen van de beleidsregel, die per 2013 moet gaan gelden. De LHV start een project om huisartsen te helpen via deze nieuwe regeling optimaal en passend gebruik te gaan maken van de inzet van de POH GGZ. In het najaar volgt meer informatie over de nieuwe beleidsregel en de producten die dit project zal opleveren.

4

LHV | De Dokter September 2012

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Derde jaargang, nummer 17, september 2012 Eindredacteur: Nathalie Pol Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Renée Jansen, Sander Peters, Wouter van Kempen, Nathalie Pol, Roel Smit, Els van Thiel, Els Wiegant Beeld: Hollandse Hoogte, ANP, Erik Kottier, Isabelle Nabuurs, Jeroen Poortvliet, Hans Stakelbeek, Casper Rila, Freddy Schinkel, Nout Steenkamp Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Mariëlle Groot, T. (023) 571 47 45 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765


Verenigingsnieuws

Nws verenigings

Consult

BIJ

Tekst Els van Thiel Fotografie Erik Kottier

Mijn Dokter voor uw wachtkamer Vorige week heeft u een aantal wachtkamerexemplaren van Mijn Dokter ontvangen. Dit magazine is speciaal bedoeld voor uw patiënten. De LHV wil hiermee een breed en evenwichtig beeld van het vak van huisarts geven. En dat op een wachtkamervriendelijke manier: veel foto’s en minder tekst dan in de gewone uitgave. Voor de fotoreportage ‘Een dag uit het leven van’ volgden we de werkzaamheden van huisarts Marike de Meij. Op visite bij een terminaal zieke patiënt, administratie en ’s avonds weer op pad voor een nascholing; in de fotoreportage komt het allemaal aan bod. Huisarts Jeroen Mast stond zijn spreekkamer een paar uur af voor een fotosessie met het (zo goed als complete) praktijkteam. In het wachtkamertijdschrift ook een aantal verhalen uit de jubileum­uitgave Onderhuids en uitspraken van patiënten en politici over hun huisarts. Dat laatste omdat Mijn Dokter, niet geheel toevallig, verschijnt in de weken voor de verkiezingen. In het pakket vindt u bovendien een aantal stembiljetten voor de wachtkamer, met daarop een overzicht van politieke standpunten aan de hand van vier stellingen.

Rik Dassen, waarnemer in Maastricht Waarom bent u lid van de LHV? De LHV is de grootste huisartsenvereniging. Hoe groter je bent, hoe meer gewicht je in de schaal kunt leggen als vertegenwoordiger die opkomt voor het gezamenlijk belang. Wat doet de LHV goed? Bij de overstap van huisarts in opleiding naar waarnemer had ik echt baat bij de cursus ‘Startende Huisarts’ en de ‘Waarneemgids’. Verder vind ik het goed dat de LHV ook nascholing puur gericht op waarnemers en niet-gevestigde huisartsen aanbiedt. De LHV is er voor elke fase in je huisartsencarrière. In feite groeien ze met je mee.

‘De LHV groeit in je huisartsencarrière met je mee’ Wat kan de LHV beter doen? Het scholingsaanbod is goed, maar summier. Startersdagen zitten heel snel vol, daaruit blijkt behoefte aan meer. Ook waarnemers en hidha’s hebben meer behoefte aan specifieke nascholing. Op die gebieden zou de LHV haar aanbod beter op de vraag kunnen afstemmen. Wat zou u willen veranderen in de Nederlandse huisartsenzorg? Ik vind dat er een eigen bijdrage als regulering op de toestroom van niet-spoedeisende zorg op de huisartsenpost moet komen. En met mij zo’n 77% van de Nederlandse huisartsen, bleek uit berichtgeving in Medisch Contact. Ik begrijp niet dat de LHV vasthoudt aan het standpunt dat zorg drempelvrij moet zijn en dat die eigen bijdrage dus niet wenselijk is. Als het merendeel van de leden een andere mening erop nahoudt, dan moeten ze daar iets mee doen.

LHV | De Dokter September 2012

5


Verenigingsnieuws

Fotografie Erik Kotier

Debat Huisartsenkring Amsterdam/Almere

‘Financiering zorg berust te weinig op kwaliteit’ De manier waarop de zorg is gefinancierd, berust te veel op kwantiteit en te weinig op kwaliteit. Het zou beter zijn de bekostiging te baseren op zorgresultaten. Daarvoor is intensivering van de samenwerking tussen eerste en tweede lijn nodig. Aldus Ab Klink tijdens het debat op 12 juni. Arnold Moerkamp, voorzitter van de Raad van Bestuur van het College voor Zorgverzekeringen, is het in grote lijnen met Klink eens. Volgens hem zit er ‘veel ruis’ in het zorgsysteem en begint die in de spreekkamer: de eenzame patiënt bij de huisarts en de overbodige zorg (buisjes in de oren bijvoorbeeld) bij de specialist. “Het zijn voorbeelden waar je veel op kunt besparen.” Senior manager Zorginkoop eerste lijn bij Achmea, Patrick Edgar, ziet in regiobudgettering een oplossing voor de ‘ouderwetse’ scheiding tussen eerste en tweede lijn. Hij noemde de Huisartsenposten en posten voor Spoedeisende hulp: “Twee locaties, beide voor de helft van de tijd leeg. Dat is superduur. Betere samenwerking kan jaarlijks zo’n 100 tot 150 miljoen euro schelen.” Hans van der Schoot, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in de hoofdstad, pleitte ook voor meer integratie van eerste en tweede (en derde) lijn, vooral op het gebied van chronische zorg. “Daar moeten we nieuwe vormen voor vinden. En als een pilot succesvol is, moet de financiering structureel worden en niet jaren ad hoc blijven.” Marije Holtrop, huisarts en bestuurslid van de Huisartsenkring Amsterdam/Almere, vindt  dat huisartsen zichzelf meer moeten uitdagen. “We handelen 95 procent van de zorgvragen af. Waarom proberen we daar geen 96 van te maken?” Ze ziet nog ruimte in taken delegeren en verwijzingen verbeteren. Holtrop noemde het kostenbewustzijn van de gemiddelde huisarts te laag. “We weten vaak niet hoeveel een behandeling kost.” Kostenbewustzijn zou onderdeel moeten zijn van intervisie, besloot ze. Een terugblik op dit debat vindt u op www.lhv.nl, bij de Huisartsenkring Amsterdam/Almere 6

LHV | De Dokter September 2012

Apotheek­ houdend congres 2012 Moderne ouderenzorg nu! De ouderenzorg staat volop in de belangstelling met de verkiezingen in het vooruitzicht. Op 1 november houdt de Apotheekhoudende afdeling de schijnwerpers ook op de ouderenzorg, speciaal vanuit het gezichtspunt van de apotheekhoudende huisartsenpraktijk. Sprekers als Jos de Blok en Ab Klink zullen hun visie ventileren en in workshops zal het onderwerp vanuit verrassende invalshoeken worden aangevlogen. Heeft u zich al opgegeven? Dat kan via www.apotheekhoudendcongres.nl. Voor vroegboekers geldt een korting. De uitnodiging via de post valt begin september bij u op de deurmat. Graag tot ziens op 1 november!


Verenigingsnieuws

Hid(ha)-dag: voor alle huisartsen in dienstverband Bent u in dienst van een huisarts of van een gezondheidscentrum? Dan organiseert de LHV voor u een geaccrediteerde nascholingsdag op dinsdag 27 november. Het inhoudelijk programma bestaat uit een interessante mix van medische, praktische en financiële onderwerpen. Eind september ontvangt u de officiële uitnodiging. De eerste dag voor Hidha’s werd vorig jaar goed gewaardeerd door de aanwezigen. Een deelnemer: “Goede onderwerpen op het programma en een prettige interactie met collega’s.” Dit enthousiasme wil de LHV graag met meer huisartsen in loondienst delen, het inhoudelijk programma richt zich dit jaar daarom ook op huisartsen die in dienst zijn van een gezondheidscentrum. Op de website van de LHV vindt u via de evenementenkalender praktische informatie over de Hid(ha)-dag 2012

www.lhv.nl/kort

Vacatures op de kaart van Nederland Op HAweb bereiken LHV-leden direct alle collega’s met een gratis vacature voor een waarnemer, Hidha of praktijkoverdracht. Veel vacatures zijn inmiddels naar tevredenheid ingevuld: “Binnen een paar dagen had  ik een Hidha gevonden voor een zwangerschapsverlof van de huidige Hidha. Dat werkt dus prima!” Aldus de huisarts die de vacature plaatste. Eind augustus is het onderdeel Vacatures uitgebreid met nieuwe zoekmogelijkheden. Zo kunnen huisartsen nu vacatures zoeken op de kaart van Nederland. In één oog­opslag blijkt waar vacatures worden aangeboden. Daarnaast kunnen werkzoekenden automatisch een bericht van HAweb ontvangen als er een vacature is geplaatst.

Advertentie

Sinds wij MIRA hebben is onze zorg beter geregeld.

Synchronizing Healthcare

MIRA Is het state of the art softwarepakket van CGM. MIRA ondersteunt concreet, krachtig en gebruiksvriendelijk de professionele werkwijze van de huisarts, apotheker en zorgaanbieder.

Naamloos-5 1 253226-CGM-DOKTER-180X123.indd 1

HALLOO.EU

“Sinds ik met MIRA werk kan ik mij als huisarts volledig concentreren op de zorg van mijn patiënten en daardoor mijn professie beter uitoefenen. Bovendien is de aansluiting van MIRA op de apotheek razendsnel, naadloos, probleemloos en foutloos. Ik beveel mijn MIRA dan ook van harte aan bij collegae.” www.cgmnederland.nl

31-05-2012 14:32:54

15-02-2012 LHV | De Dokter September 2012 09:35:11 7


B

Op de foto: studenten van de Huisartsopleiding Utrecht. Zij begonnen al in maart van dit jaar met hun opleiding. Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

8

LHV | De Dokter September 2012

Fotografie Erik Kotier

Begin september start op zes plaatsen in het land een nieuwe lichting huisartsen in opleiding. Arjen Greijdanus, inmiddels derdejaars aan de Huisartsopleiding Utrecht, kan zich de introductie­ week van destijds nog goed herinneren. ‘Je vertelt elkaar waarom je voor geneeskunde en specifiek het vak van huisarts hebt gekozen. Je hoort dan heftige verhalen en dat schept een band. Daardoor durf je daarna ook open te zijn over de dingen die je in de praktijk beleeft, over fouten of een ruzie met een collega of patiënt. Het wekelijkse onderwijs voelt als een warm bad.’ Zelf deed Arjen eerst twee jaar kindergeneeskunde, maar dat zag hij zich niet tot zijn zestigste doen. ‘Iedereen kickt op die hele specifieke gevallen, maar ik miste juist het brede. De eerste keer dat ik een kind met vlekjes op het spreekuur zag, vroeg ik me wel af waarom hij niet ziek was. Inmiddels weet ik dat je ook met geruststellen heel veel voor patiënten kunt betekenen. Met dit vak word ik oud.’


Het moment

terug naar school

LHV | De Dokter September 2012

9


Steven van Eijck wil nieuw convenant voor hele eerste lijn

‘Patiënt gebaat bij stabiliteit huisartsenzorg’ Tekst Roel Smit Fotografie Jeroen Poortvliet

10

LHV | De Dokter September 2012


E

en nieuw regeerakkoord is een goed moment om de marktwerking in de huisartsenzorg af te schaffen, zegt LHV-voorzitter Steven van Eijck. Hij is blij dat minister Edith Schippers vlak voor de verkiezingen bereid was tot een akkoord met de beroepsgroep. Met een nieuwe minister zou Van Eijck graag voor de hele eerste lijn een nieuw convenant sluiten. “Stabiliteit voor de lange termijn is het belangrijkste. Voor huisarts en patiënt.” Natuurlijk zit Nederland niet te wachten op de zoveelste tussentijdse verkiezingen. Toch hebben naderende TweedeKamerverkiezingen in elk geval de huisartsenzorg geen windeieren gelegd. Op 22 juni kwam, voor velen onverwacht, een akkoord tot stand tussen de huisartsen en minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het akkoord kwam er na tweeënhalve week onderhandelen. “Beide partijen waren er hard aan toe”, zegt een opgeluchte

LHV-voorzitter Steven van Eijck. “Er was een impasse ontstaan, die niet kon voortduren en dat de verkiezingen eraan kwamen, heeft ons zeker niet tegengewerkt.” Driekwart jaar geleden nog was Van Eijck actieleider. Ruim 8.000 huisartsen bezochten de landelijke protestmanifestatie op 6 oktober 2011 in Amsterdam. Een fantastische bijeenkomst, Van Eijck was trots op de beroepsgroep en geroerd door zoveel enthousiasme. Maar het kabinet leek vervolgens niet bereid te bewegen, de toekomst van de huisartsenzorg – die in het regeerakkoord met zoveel woorden was bewierookt – bleef onzeker. Nieuwe tariefkortingen bleven boven de markt hangen. Van Eijck: “Er was onder huisartsen heel veel onrust. Het toekomstperspectief was onzeker: wat gebeurt er met de budgetten en de tarieven de komende jaren? Wat doet de minister met de uitkomsten van lopende NZa-onderzoeken? Blijft het vak van huisarts goed overeind? De fut raakte eruit. Huisartsen zetten kun investeringen op een laag pitje, terwijl dit land zo gebaat is bij versterkingen van de huisartsenzorg. Contracten met personeel werden niet verlengd, men raakte minder enthousiast over avond-, nacht- en weekenddiensten. Waar doen we het allemaal voor? Onzekerheid over de toekomst veroorzaakte een algemeen gevoel van malaise.”

Welk belang heeft de minister bij dit akkoord? “De overheid heeft ook belang bij stabiliteit. Als je werk wilt maken van de beste zorg in de buurt, dan heb je behoefte aan de huisarts als een stabiele partner en niet aan voortdurende onrust.”

Zijn alle onzekerheden nu weg, zijn alle problemen opgelost? Van Eijck: “Niet alle onzekerheden zijn weg, maar we hebben voor de korte termijn belangrijke stappen gezet. Er is ruimte voor groei: het bedrag dat volgens de Rijksbegroting aan huisartsenzorg mag worden besteed, wordt in 2013 verhoogd met 3 procent, de 99 miljoen euro aan korting die het gevolg zou zijn van de zogenaamde overschrijding in 2011 gaat niet door, er komt extra geld voor praktijkondersteuners-GGZ in de huisartsenpraktijk, het kostenonderzoek van de NZa heeft in elk geval in 2013 geen gevolgen voor budgetten en tarieven, de inschrijving op naam blijft gehandhaafd en daarmee behoudt de huisarts zijn rol als poortwachter van de zorg.” “Natuurlijk zijn daarmee voor de toekomst niet alle onzekerheden weggenomen, maar het zijn wel heel belangrijke stappen. We blijven er bovenop zitten als het gaat om de bewaking van het budget in 2012. Elk kwartaal gaan we met het ministerie en de verzekeraars om tafel om precies na te gaan hoe het er echt voor staat met de uitgaven aan huisartsenzorg. We willen niet achteraf verrast worden door de mededeling dat de beschikbare budgetten zijn overschreden en dat een minister dat geld nog even wil halen bij de huisartsen.” “Ik blijf me overigens verzetten tegen het begrip overschrijdingen. Huisartsen hebben zich op verzoek van de minister LHV | De Dokter September 2012

11


Vervolg Patiënt gebaat bij stabiliteit huisartsenzorg

ingezet om de beste zorg in de buurt te organiseren. Dat is in het belang van de patiënt en het is doelmatiger. Ook verzekeraars sturen daarop aan; ze hebben daarbij een direct financieel belang. Als de overheid hiermee bij het vaststellen van het budget geen rekening houdt, is het dan vreemd dat zo’n budget niet toereikend is? Wie maakt hier nu de fout? Ik zou zeggen: eerder de rekenaars op het ministerie dan de huisartsen die hun stinkende best doen om patiënten zo goed mogelijk te helpen.”

Wat zou dit moeten betekenen voor de toekomst? “Dat het budget de zorg moet volgen. Als we sterker inzetten op de eerste lijn – en ik denk dat dit moet gebeuren – dan moet dit direct vertaald worden in extra budget, anders houden we deze problemen. Ja, ik zeg daarmee ook dat het budget voor de eerste lijn verhoudingsgewijs meer moet groeien dan dat van de tweede lijn. Dat is dan een logische consequentie.”

Wat heeft u persoonlijk geleerd tijdens de afgelopen korte kabinetsperiode? Van Eijck staart in de verte en laat tegen zijn gewoonte even een stilte vallen. “Er was een duidelijk verschil tussen de aanpak van minister Edith Schippers en die van haar voorganger Ab Klink. Daar heb ik me op verkeken.

Lodi Hennink: “De strategische positie van de huisarts is ijzersterk, die moeten we goed onderhouden.”

Ab Klink was een man van de inhoud; afspraken met hem waren gebaseerd op onderling vertrouwen. Er werd weinig zwart-op-wit gezet, want dat was niet nodig. Toen minister Schippers aantrad, ging het ministerie zaken anders interpreteren dan ze onder haar voorganger bedoeld geweest waren. Daar had niemand op gerekend. Dus heb ik me persoonlijk voorgenomen: welke coalitie er straks ook komt, ik zal zaken dichttimmeren. Ik wil zeker weten dat volstrekt helder is wat we met elkaar afspreken.”

Wat is de afgelopen periode verder opgevallen? “Ik vind het jammer dat vooral onder dit kabinet zo weinig waarde is gehecht aan objectieve wetenschappelijke informatie en aan betrouwbare adviezen. De Raad van State wordt in de helft van de gevallen genegeerd, met de analyses van het Sociaal en Cultureel Planbureau doet men nauwelijks iets, zelfs de Algemene Rekenkamer en het Centraal Planbureau worden bij tijd en wijle volkomen genegeerd. Dat was voor mij nieuw en onbegrijpelijk. Het regeerakkoord was heilig en de zaken waren door drie partijen – VVD, CDA en PVV – volkomen dichtgetimmerd. Daarom heeft de afgelopen periode ook nauwelijks een echte dialoog over de zorg plaatsgevonden in de Tweede Kamer. Daarom ook is symboolpolitiek ontstaan, zoals de caviapolitie. Wie bedenkt het om 500 politieagenten voor huisdieren aan te

‘Modernisering naar menselijke maat’. Dat is de titel van de concept-toekomstvisie op huisartsenzorg in 2022, waaraan LHV en NHG werken. Er is veel met leden over gesproken en er wordt ook de komende maanden nog door­gepraat, maar de eerste contouren worden zichtbaar. Eind dit jaar is het document gereed. Volgens Lodi Hennink, directeur van de LHV, zal het goede behouden blijven. Ruim een halve eeuw geleden werd tijdens een conferentie in Woudschoten (1959) de kerntaak van de huisarts gedefinieerd als: “Het aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor een continue, integrale en persoonlijke zorg voor de gezondheid van de zich aan hem toevertrouwde individuele mensen en gezinnen.” Dat zal zo blijven, aldus Hennink. “De huisarts is de poortwachter van de zorg, ook volgens minister Schippers staat dit buiten kijf.” Flexibeler openingstijden Tegelijk verandert de samenleving en zullen ook huisartsen daarop steeds meer gaan inspelen, zegt Hennink. Er zijn steeds meer tweeverdieners en de mensen wonen vaak ver van hun werk. “Daardoor ontstaan soms problemen als de huisarts alleen tussen acht en vijf geraadpleegd kan worden.

12

LHV | De Dokter September 2012

Daar zullen we iets mee moeten.” “Ik zeg niet dat elke huisarts een avondspreekuur moet hebben; dat hangt van de omstandigheden af. Maar wel dat er meer flexibiliteit moet komen om in te spelen op de bezoekmogelijkheden van de patiënt. Hoe dat precies moet gebeuren, is afhankelijk van de praktijk. Denkbaar is bijvoorbeeld dat op donderdag de praktijk wat eerder sluit om op woensdag tot bijvoorbeeld zeven uur open te blijven. Door samenwerking tussen huisartsen – binnen één praktijk of tussen praktijken – kan met de openingstijden worden gespeeld. Daarnaast moeten we ook kijken naar de mogelijkheden van e-health. Tot nu toe is de toepassing daarvan binnen de huisartsenpraktijk bescheiden, bijvoorbeeld in de vorm van het e-consult of e-dermatologie. Doen zich nieuwe mogelijkheden in de toekomst voor, dan zullen we de kansen gaan pakken.” Huisarts als locomotief De echte uitdaging zit volgens Hennink in zijn rol als “locomotief van de eerste lijn”. De zorg in de buurt moet verder versterkt worden en de huisarts is de aangewezen partij om dat werkelijk voor elkaar te krijgen. Noblesse oblige!


Advertenties

‘Vooral onder dit kabinet is zo weinig waarde gehecht aan objectieve wetenschappelijke informatie en aan betrouwbare adviezen.’

weefselbeschermer

Vloeibare stikstof in de praktijk DICK PONS, HUISARTS:

stellen in een land dat op 16 miljoen inwoners slechts 200 inspecteurs volksgezondheid heeft? Ik hoop dat dit na de verkiezingen verandert en dat objectief juiste informatie en goede ideeën een betere ingang vinden.”

Als u het voor het zeggen had: wat moet er in het nieuwe regeerakkoord staan? “Doorpakken op de ingeslagen weg: de zorg in de buurt moet centraal staan en we moeten belemmeringen weghalen om dat mogelijk te maken. De huisartsenzorg moet het niet hebben van concurrentie, maar van samen­werking. Huisartsen jagen niet op elkaars klanten. Ze moeten juist samenwerken, maar wat dat betreft heeft

“Het gebruik van vloeibare stikstof (-196°C) is veel effectiever dan de alternatieven, zeker met het nieuwe Cryo Medic+ concept: professioneel, zeer gebruikersen patiëntvriendelijk, tegen een zeer gunstig tarief.”

Cryo Medic: 8 L wisselcontainers

NIEUW!

• zonder omkijken, permanent stikstof in de praktijk • slechts 13 wisselingen per jaar op een vaste dag • toereikend voor 1-3 huisartsen in één praktijk

Cryo Medic+: 10 L wisselcontainers

• i.c.m. de verfijnde CryoPro vloeibare stikstof spray en weefselbeschermer • veilig, snel en gemakkelijk vullen van de CryoPro met bijgeleverde, handige hevel

www.cryosolutions.nl – Cryo Medic (Artsen) ’s-Hertogenbosch • T 073 - 620 54 50 • info@cryomedic.nl

“Van alle zorgverleners heeft de huisarts het breedste blikveld. Hij kan partijen bij elkaar brengen en verbinden om initiatieven te ondersteunen die tot zinvolle en zinnige zorg leiden.” De huisarts zal volgens Hennink ook een taak krijgen in het dichter bij elkaar brengen van care en cure. Dat betekent voor veel huisartsen ook intensievere samenwerking met de wijk­verpleegkundige die aan een come back bezig is. “Tegelijk zal duidelijk worden dat we de zorg niet alleen aan zorg­verleners kunnen overlaten. Als we het zorgstelsel solidair willen houden, is het belangrijk dat mensen worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid. Ik vind dat geen paternalisme. Wie een beroep doet op de collectiviteit, mag door de groep ook op zijn persoonlijke gedrag worden aangesproken. Stop met roken, ga meer bewegen en prop je kinderen niet vol met chips. Ook ouders, scholen en werkgevers spelen daarbij een belangrijke rol. Het beheersbaar houden van de zorgvraag is een uitdaging voor de hele maatschappij, niet alleen die van dokters.” Toekomstvisie Lodi Hennink is optimistisch over de positie van de Nederlandse huisarts als generalist van de eerste lijn en over de toekomst van het vak. “De strategische positie van de huisarts in de zorg is ijzersterk door diens toegevoegde waarde en plek in het zorgproces. Dat roept niet alleen trots op, maar evengoed het besef dat die positie goed onderhouden moet worden. Daarover gaat onder andere de Toekomstvisie.”

LHV | De Dokter September 2012

13


Vervolg Patiënt gebaat bij stabiliteit huisartsenzorg

de Mededingingswet een verlammende werking. Vaak is niet duidelijk wat wel mag en wat niet mag. Gelukkig is het KNMG inmiddels een onderzoek gestart naar de effecten van marktwerking in de zorg en gelukkig lees ik in de verkiezingsprogramma’s ook steeds meer vraag­ tekens op dit punt.”

Wat stelt u voor? “Als een wet bestaat, moeten we hem naleven. Daarover geen misverstand. Maar ik denk dat de Mededingingswet in elk geval voor huisartsenzorg buiten werking gesteld moet worden. Wat mij betreft liefst morgen al. Ik ben een groot voorstander van de vrije markt als het gaat om aanbieders van mobiele telefonie, reisorganisatoren, noem maar op. Maar niet in de huisartsenzorg. Ik zie bij veel partijen de twijfels over de zin van vrije marktwerking in deze sector toenemen, ook bij verzekeraars. Een nieuw regeerakkoord is een goed moment om de knoop door te hakken.”

En verder? “Het belangrijkste is dat de huisartsenzorg, en feitelijk de hele eerste lijn, stabiliteit krijgt voor de langere termijn. Een regeerakkoord kan de basis bieden door eerlijk en open te zijn over de te verwachten zorgvraag en vervolgens aan de zorgverleners een goed aanbod te vragen. Ja, ik pleit voor een tweede convenant. Nu niet alleen met de huisartsen,

‘Als we sterker inzetten op de eerste lijn, dan moet dit direct vertaald worden in extra budget.’

maar met alle partijen in de eerste lijn, die verenigd zijn in de Verenigde Eerstelijns Organisaties (VELO). Een convenant met afspraken voor een langere periode. Daarbij moeten reële gezondheidswinst en echte kwaliteit van leven het uitgangspunt zijn. Hoe vaak komt het niet voor dat patiënten in de tweede lijn bij vier, vijf specialisten lopen en de weg volledig kwijt zijn? De huisarts is de enige die de patiënt integraal kan bekijken en misschien wel de meest aangewezen persoon om met die 85-jarige te overleggen over de voordelen en de nadelen zijn van die zoveelste chemokuur of die zoveelste chirurgische ingreep.” “En wat ook belangrijk is: vertrouw meer op de kwaliteit en de integriteit van zorgprofessionals en minder op bureaucratie en verantwoordingsdrift. Het hele land knapt ervan op als de overheid het beleid minder zou baseren op georganiseerd wantrouwen. Dat geldt zeker in de huis­arts­en­ zorg, waar de eisen van allerlei instanties – Nma, NZa, inspecties, verzekeraars – volkomen doorgeschoten zijn.

Het kan zijn dat een nieuw kabinet om financiële redenen besluit een eigen bijdrage te vragen voor bezoek aan de huisarts of de huisarts meeneemt in het eigen risico. “Dat zou buitengewoon onverstandig zijn vanuit de optiek van de patiënt. Maar zelfs als je het vanuit economisch oogpunt bekijkt, zijn dat slechte maatregelen. Ik ben het eens met de economen die zeggen dat op deze manier gezondheidsproblemen verergeren en de kosten – zeker ook in de tweede lijn – veel meer zullen stijgen dan zulke maatregelen op korte termijn lijken op te leveren.”

Zou u kunnen leven met een nieuwe periode onder VVD-minister Edith Schippers? “Ha ha, het belangrijkste is natuurlijk of zij met mij kan leven… maar zonder gekheid, natuurlijk kunnen we daarmee leven. We beoordelen elke minister op zijn of haar beleid. En als ik zo naar de peilingen kijk, dan is het helemaal niet uitgesloten dat Edith Schippers terugkeert. Je hebt al gauw een coalitie nodig van vier, vijf partijen. Als de VVD de grootste wordt, dan wordt Mark Rutte weer premier en verdelen de andere partijen de ministeries van Financiën, van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van Infrastructuur en Milieu, van Veiligheid en Justitie, van Buitenlandse Zaken. En dan kom je al gauw weer terecht bij de VVD op Volksgezondheid. Tenzij de SP de grootste partij wordt natuurlijk; dan begint het formatiespel heel anders en in dat geval durf ik echt geen voorspelling te doen.” De tekst van het akkoord tussen VWS en LHV vindt u op de homepage van www.lhv.nl 14

LHV | De Dokter September 2012


Fris van start

‘De apotheker is pas gestart, net als wij’

Tekst Els Wiegant Fotografie Isabelle Nabuurs

G

ijs (33) en Ingeborg (33) van Elsen-Koster hebben per 1 april een huisartsenpraktijk in een HOED in Oisterwijk overgenomen. Ze delen de zorg voor 2300 patiënten én voor twee kleine kinderen. De Dokter volgt ze tijdens hun eerste half jaar als nieuwbakken praktijkhouders. Deel 4: de samenwerking in de HOED. Bij de overname van de praktijk hebben Gijs en Ingeborg ook drie assistentes ‘overgenomen’. Gijs: “De andere huisartsen hebben er twee. Is drie niet te veel?, vroegen we ons in het begin af.” Ingeborg: “Maar het biedt alleen maar voordelen en brengt rust in de praktijk. De assistentes hebben een beter inzicht in de sociale situatie van de patiënt en we zijn heel blij met de ervaring die zij meebrengen.” De assistentes doen ook huisbezoeken en houden eigen spreekuur. Gijs: “Voor hen maakt dat het werk afwisselender. In het begin is het een beetje aftasten. Ze hebben een bepaalde zelfstandigheid en dat wíllen we ook, maar bij twijfel moeten ze wel naar ons toe kunnen komen.” Ingeborg: “Voordat we begonnen, hebben we verteld hoe we onze praktijk willen runnen. Open communicatie,

over en weer aangeven als iets niet lekker loopt of je dwars zit, vinden we heel belangrijk. Een paar keer per dag lopen we bij de assistentes binnen en overleggen of beantwoorden vragen. We hebben het enorm met ze getroffen; het zijn alledrie toppers.” Ook over de samenwerking met de andere drie huisartsen, de fysiotherapeut en de – eveneens nieuwe – apotheker in de HOED zijn Gijs en Ingeborg tevreden. Gijs: “De lijnen zijn kort en je kunt, zoals nu in de vakantie, elkaars patiënten overnemen. Zij zijn ervarener dan wij en ieder van hen heeft een iets andere achter­grond, dus je kunt altijd even sparren.” Ingeborg: “Met Gemma Vogels, de nieuwe apotheker, werkt het ook heel prettig. Ze spreekt ons aan als ze twijfelt over een dosering die je hebt voorgeschreven of over de combinatie met een ander medicijn. Net als wij is zij net afgestudeerd, dus wij brengen soms ook een andere kijk op dingen mee. Dat maakt de kwaliteit van de zorg alleen maar beter. Ze zit in dezelfde levensfase als wij: net opgestart en twee kleine kinderen. Dat is ook leuk.” Het Draaiboek Praktijkstart is te bestellen via: elseviergezondheidszorg.nl. Kijk ook op de LHV-website, onder Huisartsen -> Waarnemers en huisartsen in dienstverband.

LHV | De Dokter September 2012

15


Aldus de patiënt: Tekst Els van Thiel

Moet u veel moeite doen voor een verwijsbriefje? Nederlandse huisartsen voeren een terughoudend beleid bij de doorverwijzing naar specialisten. Wat vinden patiënten daarvan? Willen ze sneller een verwijsbriefje bemachtigen? Moeten ze te veel overredingskracht gebruiken om hun huisarts zover te krijgen?

Wendy van Lier (35) uit Heythuysen

“Mijn huisarts checkt

zorgvuldig wat er aan de hand is en we bekijken samen of het nodig is dat ik doorga. Dat verloopt tot volle tevredenheid. Ik heb niet het gevoel dat ik moest strijden of soebatten voor een verwijsbrief.”

Petra de Kruijff (48) uit Nijmegen

“Ik begrijp dat patiënten eerst gezien moeten worden. Maar dat ik voor de tweede

keer

moet terugkomen als we het een tijdje aangekeken hebben of als de afgesproken behandeling niet helpt, dat gaat me te ver. Dan zou een telefoontje moeten volstaan.” Chris van Tongeren (62) uit Wijhe

“Ik hoor om me heen weleens beweren dat het

moeite kost om zo’n briefje te bemachtigen, maar zelf heb ik dat nooit gemerkt. Als ik duidelijk vertel wat ik wil en vooral waaróm ik het wil, kom ik een aardig eindje met mijn huisarts.”

16

LHV | De Dokter September 2012

André Rouvoet (Zorgverzekeraars Nederland)

‘Verzekeraars zitten niet op stoel van zorgverlener’ Tekst Sander Peters Fotografie Nout Steenkamp

A

fgelopen jaar lagen de huisartsen onder vuur wegens de budgetoverschrijding. Maar: welke rol spelen zorgverzekeraars in de kostenbeheersing? ‘Zij spelen een centrale rol’, aldus André Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. ‘Maar ze delen de verantwoordelijkheid met andere partijen.’ Zorgverzekeraars kopen zorg in én hebben contact met de patiënt. De aangewezen partij dus om de kosten in de gaten te houden…. “Ik begrijp die gedachte. Zorgverzekeraars nemen zeker ook hun verantwoordelijkheid, maar het is niet alleen hún taak. Ook zorgaanbieders en patiënten moeten zorgvuldig omgaan met het


Kritisch gesprek

CV

André Rouvoet (1962, Hilversum) studeerde rechten aan de Vrije Universiteit. In 1987 trad hij in dienst van de Marnix van St. Aldegonde Stichting, het wetenschappelijk bureau van de RPF. Tussen 1989 en 1994 was hij hier directeur. Vanaf 1994 zat Rouvoet in de Tweede Kamer. In 2002 werd hij fractievoorzitter van de fusiepartij ChristenUnie. Tussen 2007 en 2010 was hij vice-premier en minister van Jeugd en Gezin in het kabinet Balkenende-IV.

premiegeld. Nederland kent een solidair zorgverzekeringsstelsel, met publieke randvoorwaarden als de acceptatieplicht en het verbod op risicoselectie en premiedifferentiatie. Ben ik een groot voorstander, begrijp me niet verkeerd, maar de stijgende zorguitgaven zetten die solidariteit wel onder druk.” Huisartsen verweten zorgverzekeraars dat ze niets gedaan hebben om de budgetoverschrijding te voorkomen. Ze zouden te veel zorg hebben ingekocht… “Dat is niet mogelijk. Heb ik destijds ook tegen de LHV gezegd: ik begrijp dat de voorgestelde afroming door de minister vervelend is, maar zorgverzekeraars staan daar­buiten. Zij maken met huisartsen afspraken over tarieven, niet over volume. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en vergoeden de geleverde zorg. Maar dat betekent dat ze pas achteraf kunnen zien dat het volume gestegen is.” Is de huisarts dan geen goede poortwachter in de eerste lijn? “De huisartsen vervullen die taak uitstekend, voor zover ik kan beoordelen. Het zal best eens voorkomen dat de huisarts tegen een oudere dame die per se naar het ziekenhuis doorverwezen wil worden, bij haar zesde consult zegt: ‘Goed dan. Ook al is het niet medisch noodzakelijk, gaat u maar’. Maar dat is de uitzondering. Huisartsen spelen een cruciale rol in de eerste lijn én in de zorg in het algemeen. En dat doen ze goed.” Waar zit ‘m dan het probleem? “In de financieringssystematiek. Betalen per verrichting, zoals bij M&I, kan het volume opdrijven met het risico op overheidskortingen. Wij pleiten in de huisartsenzorg voor een hoger inschrijftarief en extra financiering voor lokale gezondheidsdoelen. Daarnaast zien zorgverzekeraars de reguliere huisartsenzorg niet afnemen door de ketenzorg. Die ketenzorg levert veel kwaliteitswinst op, maar het lijkt soms of die diabetespatiënt vroeger niet bestond.”

Substitutie werkt dus niet? “Het is een mooi middel om de kosten in toom te houden en tegelijk de kwaliteit van de zorg te verbeteren, maar het effect van substitutie binnen de eerste lijn is nog niet zichtbaar. En ook substitutie met de tweede lijn levert nog niet de gewenste winst op. Als de zorg voor COPD-patiënten naar de huisarts verschuift en longartsen vullen de vrijgekomen ruimte met snurkpoli’s, dan klopt er iets niet. In het algemeen zeg ik: laten we soepeler omgaan met de financiële schotten in de zorg.” Pleit u voor het loslaten van de budgettaire kaders? “Zou kunnen, op termijn. Ontschotten zeker. In de regio Eindhoven zeggen twee grote zorgverzekeraars: ‘Geef ons het budget voor eerste en tweede lijn gezamenlijk, dan kunnen wij dat verdelen onder onze patiënten en afspraken maken over substitutie.” Een prima gedachte. Hetzelfde geldt voor de zorggroepen in de ketenzorg. Het is goed voor de kwaliteit van de gezondheidszorg én prettiger voor mensen als zij zolang mogelijk in de eerste of anderhalfde lijn geholpen worden.” Tot slot: willen zorgverzekeraars voorschrijven wat de huisarts voorschrijft? “Volmondig: nee. Zorgverzekeraars kopen in op kwaliteit en op doelmatigheid, maar willen niet op de stoel van de zorgverlener gaan zitten. De zorgverlener is de professional; die gaat over de diagnose en de behandeling. Maar zorgverzekeraars gebruiken wel de kwaliteitsnormen van de beroepsgroep zelf bij de zorginkoop. En dat kan consequenties hebben. Dat vindt misschien niet iedereen leuk, maar is hard nodig voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.”

www.lhv.nl/dedokter

LHV | De Dokter September 2012

17


Tweede Kamerleden op werkbezoek bij huisartsen

Veel respect voor ‘schaap met vijf poten’ Tekst Els Wiegant Fotografie Nout Steenkamp

I

n het concentreren van zorg in de buurt heeft de huisarts een verbindende rol. Bovendien is hij ‘de sleutel’ om de zorg betaalbaar te houden. Als ze die conclusies al niet hadden getrokken, dan zijn Tweede Kamerleden Hanke Bruins Slot (CDA) en Attje Kuiken (PvdA) daar nóg meer van overtuigd geraakt tijdens hun werkbezoeken aan huisartsen in den lande. Werkbezoeken tijdens het twee maanden durende zomerreces zijn voor Kamerleden een ‘must’. Maar waar en bij wie ze op bezoek gaan, mogen ze zelf bepalen. Hanke Bruins Slot, sinds juni 2010 in de Tweede Kamer, heeft jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg in haar

portefeuille en wilde zich meer in de zorg verdiepen. Ze bezocht de praktijk van Ernst Bolsius in Hoofddorp, met wie ze in gesprek raakte tijdens de Huisartsbeurs, en twee HOED’en in Katwijk en Nijmegen. “Ik wil de zorg meer in de buurt concentreren. De huisarts heeft een prima uitgangspositie omdat hij de mensen kent en weet wat er in de wijk gebeurt. In Nijmegen heb ik gezien hoe nauwe samenwerking in de eerste lijn gezondheidswinst kan opleveren. Hoe je mensen met complexe problemen beter kunt activeren en sneller kunt helpen waardoor ze langer thuis kunnen blijven.” Attje Kuiken (woordvoerder gezondheidszorg, sinds november 2006 in de Tweede Kamer) liep twee dagen

‘Kamerleden weten op papier wel waar ons vak over gaat, maar ze vóélen niet hoe het is’

Tweede kamerleden op werkbezoek bij de huisarts. Foto links: Attje Kuiken. Foto rechts Hanke Bruins Slot. 18

LHV | De Dokter September 2012


mee in huisartsenpraktijken in Amsterdam-Geuzenveld (op uitnodiging van Tessa Versteegde van de Jonge Huisartsen) en in het Noord-Brabantse Willemstad. Haar beweegreden? “De huisartsen, de zorg en de kosten ervan staan in politiek-Den Haag continu op de agenda. De huisarts is de sleutel om die zorg betaalbaar te houden.”

met vijf poten. Iemand met grote vakhoudelijke kennis, hoge werkdruk en uiteenlopende patiënten. En in Amsterdam ook veel mensen met een taalachterstand of sociale problemen thuis. Ik heb veel respect voor de manier waarop huisartsen daarmee omgaan.”

Mensenwerk

De werkbezoeken hebben Bruins Slot gesterkt in haar overtuiging dat de schotten tussen de financiering van eerste en tweede lijn neergehaald moeten worden. “Huisartsen zelf zeiden ook dat ze daar behoefte aan hebben.” De Katwijkse huisartsenpraktijk waar Bruins Slot op bezoek was (zie het vorige nummer van De Dokter), heeft een praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg (POH-ggz), specifiek voor kinderen, in dienst. De CDA’er vindt dat meer huisartsen zo’n POH-ggz zouden moeten hebben. “Er komen steeds meer mensen in de ggz terecht en ik denk dat een deel van hen ook door de huisarts kan worden geholpen. De signalering van psychische problemen, vooral bij jongeren, is een ondergeschoven kindje bij huisartsen. Daar valt nog wel verbetering in te behalen, denk ik.” Kuiken zou een discussie willen voeren over het oneigenlijk gebruik van de huisartsenpost. “Dat op een avond twaalf mensen hun medicijnen komen ophalen omdat ze dit ‘vergeten’ zijn, is niet de bedoeling. Je wilt de huisartsenpost laagdrempelig houden, maar hij moet ook niet aan zijn succes ten onder gaan.” Kuiken en Bruins Slot zijn vast van plan de ervaring van hun werkbezoeken mee te nemen in hun kamerwerk, maar voor hoe lang en op welke manier ze dat kunnen doen, hangt natuurlijk af van de verkiezingen op 12 september.

De werkbezoeken zijn de twee Kamerleden goed bevallen. Zowel Bruins Slot als Kuiken zijn vol lof over de huisartsen bij wie ze op bezoek waren. Bruins Slot: “In Hoofddorp kwam een passant met acute hartklachten de praktijk binnenlopen. Iedereen handelde heel adequaat; zelfs aan verlenging van zijn parkeerkaartje werd gedacht. Ernst was rustig en geruststellend. Later behandelde hij onder meer een schimmelnagel en voerde een gesprek met een jonge vrouw die kanker heeft. Het toonde me hoe breed het huisartsenvak wel niet is.” Juist dat laatste bezoek vond Bolsius zelf het belangrijkste. “Ik wilde Hanke laten zien dat zo’n visite niet te vangen is in indicatoren. Op de rand van het bed hebben we een half uur met de patiënte zitten praten. Over het naderende einde en hoe ik haar daarbij kan ondersteunen. Een emotioneel gesprek; met verdriet, maar ook met humor. Mensen begeleiden om pijn en angst te verminderen is in belangrijker dan alle technische know-how. Kamerleden weten op papier wel waar ons vak over gaat, maar ze vóélen niet hoe het is.” Kuiken vindt huisartsen ‘ontzettend betrokken’ bij hun patiënten. “Ik zag ook dat het vak erg veranderd is. De huisarts heeft een meer sociale rol gekregen, zoals die van de pastoor of de familie vroeger. Het viel me ook op dat veel mensen nauwelijks kennis hebben van hun lijf, niet eens een thermometer in huis hebben. De huisarts is een schaap

Schotten neerhalen

kamerlid houdt spreekuur op twitter Linda Voortman, Tweede Kamerlid voor Groen Links met zorg in haar portefeuille, pakte het anders aan. Zij ging niet op werkbezoek bij huisartsen, maar nodigde ze uit voor een ‘zorg-spreekuur’ op Twitter. Op Facebook legde ze uit dat ze het ‘zorgspreekuur’ hield omdat het haar was opgevallen hoeveel goede ideeën mensen over de toekomst van de zorg hebben. Ze was benieuwd naar de antwoorden van huisartsen op vragen over de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg. Zo’n veertig Twitteraars gingen in op haar uitnodiging.

LHV | De Dokter September 2012

19


Einde HemoCue速 B-Hemoglobine Analyzer en Cuvetten

HemoCue heeft voor u twee uitstekende alternatieven beschikbaar:

Hb 201+ Analyzer

Hb 301 Analyzer

Point-of-Care laboratoriumkwaliteit

HemoCue Diagnostics BV, Gestelsestraat 16H, 5582 HH Waalre, Nederland Telefoon: 040 228 59 80, Fax: 040 228 59 88, info@hemocue.nl, www.hemocue.nl


STEMMEN OP EEN ZORGVERLENER? Tekst Peter Boorsma Fotografie Erik Kottier

Vrijwel gelijktijdig hebben twee zorgverleners uit twee belangen­ organisaties zich kandidaat gesteld voor de Tweede Kamer. Voor twee verschillende partijen, dat dan weer wel. Waarom vinden zij het zo belangrijk dat er meer mensen uit de zorg in de Kamer komen?

Marith Rebel-Volp

Bart Smals

Huisarts, beleidsadviseur bij de LHV en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen Kandidaat Tweede Kamerlid voor de PvdA (nr 46)

Apotheker en hoofdbestuurslid Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) Kandidaat Tweede Kamerlid voor de VVD (nr 62)

“Nu de kosten van de zorg zo toenemen moeten er echt keuzes worden gemaakt en moet het debat niet op basis van hypes gevoerd worden. Mensen uit de zorg zien dagelijks de consequenties van het gevoerde beleid. Ook ik zag dat in de spreekkamer en dat was voor mij ook de motivatie om me kandidaat te stellen voor de PvdA. Natuurlijk moet er bezuinigd worden. Maar hoe ga je dat doen? En wat zijn de gevolgen van die bezuinigingen? Mensen uit de praktijk hebben daar direct zicht op. En ik merk dat ze ook willen meedenken over hoe de zorg goedkoper en beter kan. Als LHV-beleidsadviseur heb ik ook ervaren hoe het werkt in Den Haag en heb ik op het ministerie gezeten om de gevolgen te bespreken van bijvoorbeeld het schrappen van vergoedingen. Je leert zo de spelers en het spel kennen. Ik verwacht dat mensen steeds meer op thema’s gaan stemmen. Zoals mensen uit Zeeland op een Zeeuw stemmen, kun je vanuit de zorg een statement maken door op een zorgverlener te stemmen.”

“De zorg is heel belangrijk in de politiek. Het is de grootste uitgavenpost van de overheid. Bovendien moeten er heel lastige keuzes gemaakt worden. Zie de discussie over de vergoeding van de medicijnen voor de ziekten van Pompe en Fabry. Daarom is het zo belangrijk dat er meer mensen uit de zorg in de Tweede Kamer komen dan de drie die er nu zitten. Nu zijn het vooral bedrijfseconomen en bestuurskundigen die over de zorg besluiten. Prima. Maar mensen uit de praktijk zien ook hoe beleid uitpakt. Die zien aan de balie of in de spreekkamer wat er gebeurt als je bijvoorbeeld stopt met het vergoeden van maagzuurremmers. Mensen uit de sector kunnen ervoor zorgen dat het beleid wordt bijgestuurd en dat er besluiten worden genomen op basis van volledige informatie. Zorgverleners zouden hun geluid moeten laten horen door op een zorgverlener te stemmen!”

LHV | De Dokter September 2012

21


Verkiezingsonderzoek van De Dokter onder LHV-leden: D66 veruit de populairste partij

Huisartsen wars van extreme partijen Zetelverdeling op basis van peilingen eind juli

54

Huisartsen Nederlandse bevolking

34

31 19 25

22

Aantallen zetels

19 14 17

13

10 6

15

3

7

3 0 1

5

PVV Christen Unie CDA

SP Groen Links VVD

PvdA

D66

22

0

0

LHV | De Dokter September 2012

SGP

Partij van de Dieren

2 Anders


Tekst Peter Boorsma en Sander Peters Fotografie ANP/Gerald v Daalen Beeld Link Design

A

ls het aan de huisartsen ligt, zouden de vier linkse partijen kunnen rekenen op een comfortabele meerderheid van 108 zetels, zo blijkt uit het verkiezingsonderzoek van De Dokter onder de leden van de LHV. Dat is dan vooral te danken aan de 54 zetels waarop D66 kan rekenen. Als het aan de huisartsen ligt zou het Nederlandse politieke klimaat er heel anders uitzien. Zoveel wordt wel duidelijk uit het verkiezingsonderzoek van De Dokter onder de leden van de LHV. Een goede kans dat D66’er Alexander Pechtold minister-president zou zijn. Want als huisartsen mochten kiezen, zou D66 met 54 zetels twee keer zo groot worden als de tweede partij, de VVD. Een coalitie van D66 met de PvdA, die in het verkiezings­ onderzoek zou kunnen rekenen op 22 zetels, zou al voldoende zijn voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Tellen we daar ook de 19 zetels van GroenLinks en de 17 van de SP bij op, dan wordt duidelijk dat links met in totaal 108 zetels een enorm machtsblok vormt. Opvallend is dat het stemgedrag redelijk eenduidig is. De voorkeuren van bijvoorbeeld vrouwen, praktijkhouders en jongeren onder de veertig jaar liggen redelijk in lijn met die van alle leden van de LHV. Met een paar uitzonderingen. Zo doen de liberale partijen D66 en VVD het veel beter onder jongeren, ten koste van de PvdA, GroenLinks en SP. Ook de slechte score van het CDA onder vrouwelijke huisartsen is opvallend: slechts 2,8 procent geeft aan op deze partij te gaan stemmen.

In vergelijking met het stemgedrag voor de Tweede Kamerverkiezingen is D66 meer dan verdubbeld. Twee jaar geleden had D66 op slechts 26 zetels kunnen rekenen. De verkiezingswinst van de sociaalliberalen gaat vooral ten koste van de PvdA (min 12 zetels), VVD (min 9) en in mindere mate GroenLinks (min 6). Overigens weet ook de SP vier zetels winst te boeken. Leggen we de uitkomsten van het onderzoek van De Dokter naast de laatste peiling van Maurice de Hond van 29 juli, dan blijkt dat huisartsen in vergelijking met de Nederlandse bevolking niet veel op hebben met de partijen op de vleugels: de PVV en de SP halen 39 zetels minder dan in de peiling van De Hond. Overigens liggen de uitslagen nog niet vast, want één op de vijf huisartsen (19 procent) geeft aan nog niet te weten op welke partij hij gaat stemmen. Onder vrouwen en jongeren is dat zelfs één op de vier (respectievelijk 26 en 24 procent).

Ontevredenheid Uit het verkiezingsonderzoek, waaraan door maar liefst 1.265 leden van de LHV is meegewerkt, spreekt grote ontevredenheid over het huidige kabinet. Desgevraagd geeft 69 procent aan ontevreden te zijn over de coalitie. Onder praktijkhouders is dat zelfs 73 procent. Jongeren lijken wat minder hard te oordelen. Maar ook de meerderheid van de LHV-leden onder de 40 jaar is ontevreden.

Het serviceniveau moet omhoog! Zeer eens!

Zeer oneens!

“Ik merk soms een weerstand van collega’s tegen diensten op de huisartsenpost, terwijl de post eigenlijk een grote luxe is. Ook breder staan patiënten vaak te boek als lastig. Onze servicegerichtheid kan beter. De samenleving verandert. Er zijn veel tweeverdieners. De bereikbaarheid overdag kan een stuk omhoog en avondspreekuren moeten gangbaar worden.” Astrid Dumont (34), waarnemend huisarts in Delft en omgeving

“Onze dienstverlening is al heel goed. Bijzonder uitgebreid, zeker met de huis­artsenpost erbij. Bovendien: patiënten zeggen altijd dat ze het leuk vinden als we iets extra’s bieden – bijvoorbeeld op zaterdagmorgen een spreekuur voor mensen die doordeweeks geen tijd hebben om te komen – maar ze maken er in de praktijk nauwelijks gebruik van. Ze komen toch liever in de baas z’n tijd.” Christa Komproe, praktijkhoudend huisarts in Amsterdam-Zuidoost

LHV | De Dokter September 2012

23


Vervolg Huisartsen wars van extreme partijen

‘D66 is minder populistisch’

minder boeien. Inkomensverdeling, Europa, de economie, natuur en woningmarkt zijn voor de respondenten veel minder relevant. De ideeën van politieke partijen over pensioenen, defensie, files en sport zijn voor huisartsen eigenlijk niet van belang bij het bepalen van hun keuze. Jongeren laten de standpunten van partijen over overheidsfinanciën, economie en de woningmarkt zwaarder meewegen.

“D66 spreekt me aan, omdat ze voor m’n gevoel minder populistisch zijn dan andere partijen en meer nadenken voordat ze een standpunt naar voren brengen. Ik ken de standpunten van D66 in de zorg niet, maar wel in het onderwijs, en die zijn goed. Bovendien heeft D66 bij het snelle vijfpartijenakkoord dit voorjaar knap werk verricht. Het maakte me zelfs een beetje trots op Nederland.” Lian Schmits (27), huisarts in opleiding in Sassenheim

Die ontevredenheid vertaalt zich ook in stemgedrag: de gedoogcoalitie van VVD, CDA en PVV zou slechts 36 zetels krijgen. Twee jaar geleden had het stemgedrag van de huisartsen deze drie partijen nog 44 zetels opgeleverd.

Standpunten Bij hun stemgedrag laten vier van de vijf artsen zich leiden door de standpunten over de gezondheidszorg. Andere thema’s die worden meegewogen zijn onderwijs en de overheidsfinanciën. Vooral vrouwen zijn geïnteresseerd in de ideeën over onderwijs (48 procent, tegen 32 procent van de mannen), terwijl de overheidsfinanciën hen veel Thema’s stemgedrag

Maar als huisartsen wordt gevraagd wat het grootste probleem is dat de volgende regering met voorrang moet oplossen, noemen zij vooral algemene thema’s als de economie, het begrotingstekort, ‘de crisis in Europa’ en de hypotheekrenteaftrek. Sommigen maken zich ook veel zorgen over het de cohesie en het vertrouwen in de samenleving. Als het gaat om de zorg, zien velen de betaalbaarheid als een groot probleem. Een fors deel wijst daarbij op de enorme kosten die in de tweede lijn worden gemaakt en de gescheiden financiering tussen eerste en tweede lijn. Maar er zijn er ook respondenten die benadrukken dat patiënten duidelijk gemaakt moet worden dat niet alles betaald kan worden. Anderen wijzen op de bureaucratie, die de huisartsenzorg dreigt te verstikken. Ook de ‘doorgeschoten marktwerking’ en de ‘macht van de zorgverzekeraars’ baren veel huisartsen zorgen.

Bijdragen De LHV-leden is ook gevraagd hoe volgens hen vanuit de huisartsenzorg het best een bijdrage geleverd kan worden Bijdragen aan minder uitgaven

gezondheidszorg

75%

poortwachtersrol 58%

substitutie

onderwijs

50%

eigen bijdrage HAP overheidsfinanciën

doelmatig voorschrijven

inkomensverdeling

zelfmanagement

europa

diagnostiek tweedelijn totaal praktijkhouders vrouwen jongeren

economie natuur

26% 19% 12%

anders

9%

taakdifferentiatie eigen risico 1% eigen bijdrage 1%

woningmarkt 0 24

33%

10

20

30

40

50

LHV | De Dokter September 2012

60

70

80

90

100 %

0

10

20

30

40

50

60

70

80 %


Ab Klink weer terug als minister van Volksgezondheid

‘Klink is een betrouwbare, eerlijke man’ “Klink is een betrouwbare, eerlijke man. Iemand die als minister veel ontwikkelingen tijdig heeft voorzien en daarop naar vermogen heeft ingespeeld. Bovendien: hij durft zijn nek uit te steken, dat spreekt me aan. Of partijpolitieke overwegingen een rol spelen? Ja. Als Klink van de PVV zou zijn, zou ik hem verafschuwen. En nog iets: hij komt van Goeree-Overflakkee. Ik heb het even gecheckt: ik heb hem niet te wereld gebracht, maar dat had zomaar gekund.” R. Boot (82), oud-huisarts in Dirksland

aan minder uitgaven in de zorg. Door het uitoefenen van de poortwachtersrol richting tweede lijn, oordeelt maar liefst driekwart van hen. Volgens 58 procent van de respondenten kan ook het overhevelen van taken van de tweede naar de eerste lijn bijdragen aan de kosten­beheersing. Ook een eigen bijdrage voor bezoek aan de huisartsenpost in de avond, nacht en weekend is volgens precies de helft een optie. Vrijwel niemand ziet daaren­tegen heil in een eigen bijdrage voor een bezoek aan de eigen huisarts of het laten vallen van huisa­rtsen­zorg onder  het eigen risico. Opvallend is tot slot dat veel meer vrouwen dan mannen wat zien in het doelmatiger voorschrijven van geneesmiddelen (42 tegen 33 procent).

Als de leden van de LHV mochten kiezen, zou Ab Klink met 18 procent van de stemmen opnieuw minister van Volksgezondheid worden. ‘Achteraf heeft hij het toch helemaal niet zo slecht gedaan’, merkt een van de respondenten op. De verkiezing van de socioloog Klink is opvallend, want voor de rest leggen de huisartsen een duidelijke voorkeur aan de dag voor iemand uit de sector. Sommigen noemen zelfs geen namen en beperken zich tot het uitspreken van hun voorkeur voor een arts of ‘iemand met ervaring in de zorg’. Mensen als Lareb-adviseur Agnes Kant, LHV-voorzitter Steven van Eijck en oud-minister Els Borst doen het dan ook goed. SP-kamerlid Henk van Gerwen scoort relatief goed dankzij het feit dat hij arts is. Tenminste, dat zou je kunnen opmaken uit het feit dat een aantal huisartsen aan hem refereert als ‘die collega van de SP’. Sommige respondenten geven duidelijk aan dat ze hopen dat het ‘niet weer Schippers’ of ‘niet weer een VVD’er’ wordt. Toch is de huidige minister Edith Schippers na Klink wel de niet-medicus met de hoogste score, gevolgd door PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk en D66-fractieleider Alexander Pechtold. Andere opvallende namen die door verschillende mensen genoemd worden als minister van Volksgezondheid: oud-presentatrice en D66-kamerlid Pia Dijkstra, scheidend NHG-voorzitter Arno Timmermans, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam Louise Gunning en de bestuursvoorzitter van het AMC Marcel Levi. Maar er zijn ook verrassende kandidaten. Zo worden ook Jan Kees de Jager genoemd als een goede bewindsman.

TOP 5 1. Ab Klink

18%

2. Agnes Kant

12%

3. Steven van Eijck

10%

4. Els Borst

5%

5. Henk van Gerven

4%

LHV | De Dokter September 2012

25


Vervolg Huisartsen wars van extreme partijen

Geen markt Huisartsenzorg is geen markt, in deze sector heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit dan ook niets te zoeken, vindt de overgrote meerderheid – 92 procent! – van LHV-leden. Een meerderheid van 70 procent wil dat de overheid een grotere rol vervult in de zorg en niet alles moet overlaten aan de marktpartijen. Opvallend is verder dat verreweg de meeste huisartsen vindt dat er in de zorg veel wordt overbehandeld; ‘Huisarts en patiënt moeten samen de kwaliteit van leven centraal stellen, niet wat technisch allemaal mogelijk is’, zegt 92 procent. Veel discussie is er over de stelling dat tegenover patiëntenrechten ook patiëntenverplichtingen moeten staan, zoals stoppen met roken voor een operatie of verplicht meedoen aan een afvalprogramma als er een ziekte is geconstateerd. Van de huisartsen vindt 37 procent dit een goed idee, van hen is 10 procent een groot voorstander. Maar 26 procent is het hier niet mee eens, 11 procent is het zelfs volstrekt oneens met de stelling. Vergelijkbare tegenstellingen doemen op rond de stelling over het serviceniveau van de huisartsenvoorziening, waarvan 41 procent vindt dat die omhoog moet. Daar staat  32 procent tegenover die het niet of zelfs zeer oneens is met deze stelling.

Patiënten hebben ook plichten Zeer eens! “Het populisme in de politiek legt te veel nadruk op de rechten van patiënten en te weinig op de plichten. De patiënt is niet alleen medeverantwoordelijkheid voor zijn eigen gezondheid, maar ook voor de relatie met de zorgverlener. Mensen moeten zich aan afspraken houden, op komen dagen, niet met een niemendalletje naar de huisartsenpost gaan, en zich fatsoenlijk gedragen.” Geert van der Heijden (48), praktijkhoudend huisarts in Zwammerdam

Zeer oneens! “Ongezonde gewoontes zijn gerelateerd aan sociaaleconomische status. Met plichten en sancties straf je mensen die het al moeilijk hebben. Terwijl je met positieve stimulering, vanuit de gemeente bijvoorbeeld, veel meer bereikt: ik zie tegenwoordig veel allochtone vrouwen van de eerste generatie, met hoofd­doek én overgewicht, rondjes wandelen om de Sloterplas. Prachtig toch?!” Dagmar van Wijngaarden (38), praktijkhoudend huisarts in Amsterdam-West

Wat vinden huisartsen van... De huisartsenzorg is geen markt. In deze sector heeft de NMa dan ook niets te zoeken.

Tegenover patiëntenrechten moeten we patientenplichten gaan definiëren.

De overheid laat in de zorg teveel Het serviceniveau van de over aan marktpartijen; de rol van huisartsenvoorziening de overheid in de zorg moet moet omhoog. groter worden.

We stevenen af op een tweedeling in de zorg tussen hogere en lagere inkomensgroepen.

We moeten vanwege de uit de hand lopende kosten steeds meer van AWBZ-zorg naar mantelzorg gaan.

Er wordt in de zorg teveel overbehandeld. Huisarts en patiënt moeten samen de kwaliteit van leven centraal stellen, niet wat technisch allemaal mogelijk is.

(zeer) eens neutraal (zeer) oneens 26

LHV | De Dokter September 2012


Advertenties

Medicus als minister “Het liefst zie ik iemand met een medische achtergrond als minister. Iemand met bestuurlijke capaciteiten die ook weet hoe de sector in elkaar steekt. Politici kijken vooral naar de korte termijn. Van een medicus verwacht ik dat hij ook oog heeft voor de lange termijn. Minister Schippers is erg gecharmeerd van marktwerking, maar dat is niet de oplossing voor alles. Kijk naar de Verenigde Staten, waar de zorg nog veel duurder is. Het is veel beter om te snijden in de bureaucratie. Daar valt nog veel te bezuinigen.” Simon Romeijnders (45) praktijkhoudend huisarts in Roermond

DOOF OF EEN (ander) GEHOORPROBLEEM? GGMD HELPT Communicatie is contact tussen mensen Mensen kunnen niet zonder communicatie Gaat er iets mis in de communicatie, dan heb je een probleem Mensen met gehoorproblemen weten dit maar al te goed GGMD voor Doven en Slechthorenden biedt altijd hulp Er werken allerlei vakmensen bij GGMD voor Doven en Slecht­ horenden. Mensen met verstand van maatschappelijke, sociale en psychische problemen. Mensen met verstand van inkomen, huis­ vesting. En natuurlijk mensen met verstand van communicatie. Wilt u contact? Bel of mail ons. Teksttelefoon 0800 ­ 3374857 (gratis) Telefoon 0800 ­ 3374667 (gratis) Sms 06 ­ 1090 8606 E­mail contact@GGMD.nl Fax 0182 ­ 549196 Kijk op onze website www.GGMD.nl voor meer informatie Geestelijke Gezondheidszorg en Maatschappelijke Dienstverlening voor doven en slechthorenden

Verantwoording De enquête over de verkiezingen die in de maand juli is uitgezet, is door maar liefst 1.296 LHV-leden ingevuld, meer dan 10 procent van het totale ledenbestand. Artsen in opleiding zijn licht oververtegenwoordigd, praktijk­houders licht ondervertegenwoordigd. De percentages waarnemers, hidha’s, hid’s en gepensioneerde artsen onder de respondenten stemmen overeen met die van het totale leden­bestand. Datzelfde geldt voor de verdeling naar geslacht. Naar leeftijd blijft de groep tussen de 40 en 61 jaar enigszins achter op de werkelijke verhouding: de jongeren en ouderen hebben dus iets enthousiaster meegewerkt aan het onderzoek.

LHV | De Dokter September 2012

27


Advertenties

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis. Compleet van A t/m Z Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Werkzaam in heel NL. Bouwmanagement, budgetbewaking Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen? U kunt contact opnemen voor een vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure: “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek. Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderschootarchitecten.nl Website: www.vanderschootarchitecten.nl

Wij feliciteren de huisartsen van Medisch Centrum Loovelden te Huissen van harte met hun nieuwe praktijk!

dokter-vd schoot 120816.indd 1

Emeritus, de persoonlijke assistent voor

senioren, was aanwezig op de Huisartsenbeurs 2012. Veel huisartsen zijn bij de stand langs geweest en hebben informatie verkregen over de dienstverlening van Emeritus. Hierbij zijn vanuit de huisartsen enthousiaste reacties getoond. Bij het standbezoek werd de badge van de huisarts gescand en vervolgens werd de afgesproken actie eveneens met een scanner vastgelegd. In totaal zijn met ongeveer 350 huisartsen concrete afspraken gemaakt die na de beurs opgevolgd zouden worden. Helaas is door een ICT-incident alle gescande informatie verloren gegaan. Ondanks alle goede wil van betrokken partijen is gebleken dat het niet mogelijk is gegevens van huisartsen boven water te krijgen. Omdat een flink aantal huisartsen te kennen had gegeven benaderd te willen worden door Emeritus, wil de LHV hierbij een oproep plaatsen aan alle huisartsen die afspraken hebben gemaakt bij de stand van Emeritus. Emeritus helpt u graag met de oudere patiënten in uw praktijk die aangeven niet naar een zorginstelling te willen verhuizen, ook al hebben zij hiervoor een indicatie. Emeritus zet een persoonlijke assistent in bij de ouderen en kan de huisarts en praktijkondersteuner veel werk uit handen nemen. U kunt telefonisch contact opnemen met het hoofdkantoor van Emeritus op telefoon 0320 - 288 255 en vragen naar Anneke Popa, voorlichter.

Emeritus120711.indd 1 16-08-2012 11:18:12

12-07-2012 11:19:41

ICT service met zorg voor uw gezondheid gemixt

Floating Byte staat garant voor een gezonde en veilige ICT omgeving met daarnaast een optimale servicegerichte dienstverlening. Van het installeren van een nieuwe printer tot aan het oplossen van een complex netwerkprobleem. Floating Byte verzorgt van A tot Z voor de organisatie van uw ICT-omgeving. Iedere organisatie heeft specifieke kenmerken daarom zoekt Floating Byte graag samen met u naar de ICT omgeving passend binnen uw organisatie. Door ervaring en kennis van de branche is Floating Byte een veilige en betrouwbare partner.

“Vanaf het eerste moment stelde Floating Byte zich op als een meedenkende en flexibele partner. De mensen van Floating byte staan open voor ideeën en doen er alles aan om aan de wensen van de klant tegemoet te komen. Om deze reden hebben wij gekozen voor dit bedrijf” - De Stichting Haagse Gezondheidscentra -

Hoogeveenenweg 210 2913 LV Nieuwerkerk a/d IJssel

28

LHV | De Dokter September 2012

T: 088-5065100 F: 088-5065199

E: info@floatingbyte.com W: www.floatingbyte.com


Oók LHV

Bij de LHV is iedereen lobbyist

M

argriet Niehof maakt zich hard voor huisartsenbelangen bij stakeholders en politiek Den Haag. Als adviseur Public Affairs zorgt zij dat de juiste informatie bij de juiste personen terechtkomt. Timing is daarbij van groot belang. Tekst Renée Jansen Fotografie Erik Kotier

Niehof geeft een definitie van Public Affairs: “Het strategisch proces van inspelen op politieke besluitvorming, op veranderingen in de maatschappij en in de publieke opinie die van invloed zijn op het functioneren van de eigen organisatie. Als ik zeg dat ik lobbyist ben, dan hebben mensen daar eerder een beeld bij dan bij adviseur PA. Theoretisch beschouwd is lobbyen echter het sluitstuk van het PA-proces. Dat is namelijk het monitoren van wet- en regelgeving, externe ontwikkelingen, Kamerdebatten en de Haagse ontwikkelingen. Verder bestaat het uit het begeleiden van lobbytrajecten richting en advisering over beïnvloeding van politiek en stakeholders.” Niehof benadrukt: “In feite is iedereen binnen de LHV lobbyist en bezig met belangenbehartiging van de huisartsenzorg. Ik kan extern niks doen als ik intern niet word gevoed. Mijn werk is altijd in samenwerking en overleg met bestuur, beleid en communicatiecollega’s.”

Verkiezingen 2012

Verkiezingen

Kijk voor meer informatie op www.lhv.nl in het verkiezingsdossier. Margriet is bereikbaar via m.niehof@lhv.nl of 030 - 28 23 705.

Voor input van de huisartsen zelf gaat Niehof altijd naar de Ledenraad. Daarnaast ontvangt ze signalen vanuit de huisartsenkringen en de regiobureaus. “Een concreet voorbeeld hiervan is dat ik vanuit meerdere regio’s hoorde dat initiatieven voor samenwerking tussen huisartsenpost en spoedeisende hulp door de dreigende tariefskorting on hold werden gezet. Die informatie heb ik op het juiste moment bij de juiste mensen in politiek Den Haag gebracht. En dat zag je terug in het Kamerdebat.” De timing is belangrijk, vindt Niehof. “We zorgen op kritische momenten dat ministers, Kamerleden en beleidsmedewerkers onze standpunten kennen en begrijpen. Dat doen we onder andere met position papers, master­ classes en werkbezoeken.” Nu de verkiezingen voor de deur staan, is Niehofs afdeling extra druk. “We hebben input geleverd voor alle verkiezingsprogramma’s en gesproken met veel (kandidaat-)Kamerleden. Datzelfde doen we na 12 september richting de formatieteams en de (in-)formateur.” LHV | De Dokter September 2012

29


De stelling:

Huisartsen verwijzen te gemakkelijk door naar de specialist

Corine Gideonse, huisarts in Haarlem

Huisartsen ervaren in sterke mate de druk van patiënten die verwezen willen worden. Vergeleken met buitenlandse collega’s doen we dat nog steeds in mindere mate. Toch vindt minister Schippers het nog te veel. Vorig jaar liet ze een proefballonnetje op: niet meer dan tien verwijzingen per week. Wat vinden drie huisartsen van deze stelling? Wordt er te gemakkelijk naar de specialist verwezen?

Tekst Els van Thiel Fotografie Hans Stakelbeek

O

neens. “Complete onzin! In de twintig jaar dat ik huisarts ben, zijn er steeds meer mogelijk­heden gekomen om patiënten zelf te behandelen. En wij huisartsen hebben die kansen met beide handen gegrepen. Onze bij- en nascholing ging met sprongen vooruit, we konden steeds uitgebreider diagnostiek aanvragen. Het werd in toenemende mate mogelijk om taken te delegeren, om maar een paar factoren te noemen. Essentieel is wel dat er een financiële vergoeding staat tegenover behandelingen die extra tijd en deskundigheid vergen. In dat opzicht waren de moves van de minister vorig jaar erg demotiverend. In mijn beginjaren stuurde ik een patiënt met een trombosebeen door naar de specialist. Dat gebeurt nu alleen nog in uitzonderlijke situaties, want met een goed protocol kun je een trombosebeen uitstekend behandelen in de huisartsenpraktijk. Als HAGRO nodigen wij regelmatig specialisten uit om nader kennis te maken, elkaars werkwijze te evalueren en de samenwerking onder de loep te nemen. We vragen altijd wat de specialisten vinden van onze verwijzingen. Hun antwoord is steeds dat ze er content mee zijn, van ‘onzinverwijzingen’ is geen sprake. Zelf ben ik enthousiast over de opkomst van de telediagnostiek, teledermatologie en tele-oogheelkunde. Wat een aanwinst, al die middelen om zo veel mogelijk problemen zelf te kunnen afhandelen!”

“Alleen in mijn beginjaren stuurde ik een patiënt met een trombosebeen door naar de specialist” 30

LHV | De Dokter September 2012


Folkert Hoekstra, huisarts in Amsterdam

Scherp gesteld

“Mijn patiënten hebben een ander verwachtingspatroon. Ze vinden dat we veel te weinig doorverwijzen”

O

neens. “Kleine chirurgie, chronische aandoeningen als COPD en diabetes en palliatieve zorg – stuk voor stuk voorbeelden van zaken die we zelf zijn gaan behandelen. Vlak daarbij de bijdrage van de praktijkondersteuner niet uit. Ik werk in een wijk met veel mensen die oorspronkelijk uit landen komen waar geen sterke eerste lijn is en waar de tweede lijn min of meer vrij toegankelijk is. Zij hebben een ander verwachtingspatroon en vinden dat huisartsen veel te weinig doorverwijzen. Door de goede band die we in ruim twintig jaar opgebouwd hebben, kan ik uitleggen dat verwijzing lang niet altijd de beste oplossing is. Dat het zelfs nadelig kan zijn. Mensen begrijpen dat wel, maar in dat proces is vertrouwen cruciaal. Bij sommige huisartsen – ja, ook bij mij – is de kennis van het ene vakgebied wat minder dan van het andere. Dat er dan eens wat onnodige verwijzingen plaatsvinden, is onvermijdelijk. Er valt dus nog wel wat winst te halen, maar in het algemeen verwijzen wij patiënten zeker niet lichtvaardig door.”

O

neens. “Huisartsen gaan consciëntieus na of ze met hun anamnese in combinatie met de mogelijkheden voor onderzoek in de eerste lijn kunnen komen tot een diagnose die ze zelf kunnen behandelen. Als het antwoord ‘ja’ is, heb je het plaatje rond. Als dat niet zo is, verwijs je door. Zo simpel is het echter niet, want je moet veel factoren meewegen in die beslissing. Het belang van de patiënt moet altijd voorop staan, want doorverwijzen als het niet per se noodzakelijk is, kan ziekmakend zijn en is altijd kostenverhogend. Vergeet bijvoorbeeld niet dat het eigen risico voor de patiënt dit jaar 200 euro is en volgend jaar nog meer. Bij mij komt spontaan een andere stelling op: specialisten verwijzen te gemakkelijk terug naar de huisarts! Als een wond na een operatie niet goed wil genezen, wordt soms te snel gezegd: ‘Laat de huisarts er maar naar kijken.’ Dat is de omgekeerde wereld. De arts die de wond gecreëerd heeft, moet die zelf blijven zien.”

Trijntje Yntema, waarnemend huisarts in Den Haag

“Specialisten verwijzen te gemakkelijk terug naar de huisarts!”

LHV | De Dokter September 2012

31


politieke

standpunten

huisartsenzorg D Fotografie Peter Hilz, Hollandse Hoogte

32

LHV | De Dokter September 2012

e LHV vroeg tien zittende partijen en twee politieke nieuwkomers naar hun visie op huisartsenzorg. Wat vinden zij van marktwerking, eigen risico, flexibele openingstijden, verlenging van het akkoord en budgetgroei in de eerste lijn?


Stelling 1 Huisartsenzorg moet onder het eigen risico van verzekerden gaan vallen.

Stelling 2 Huisartsenzorg is geen markt; in de huis­arts­enzorg heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit daarom niets te zoeken.

Stelling 3 Het akkoord dat het kabinet met de huisartsen heeft gesloten geldt voor 2012-2013. Deze geldigheidsduur moet hierna met een periode van tenminste 4 jaar verlengd worden.

Stelling 4 Als de huisartsen niet zelf met flexibele openingstijden afgestemd op de eigen patiënten komen, moeten deze door de politiek worden afgedwongen.

Stelling 5 Zorg moet meer in de buurt plaatsvinden. In het regeerakkoord moet vastgelegd worden dat dit mogelijk wordt door meer budgetgroei in de eerste lijn dan in de tweede lijn.

‘De VVD wil dure zorg toegankelijk houden voor iedereen die dat nodig heeft. De rekening betalen we met zijn allen. Maar goede zorg is betaalbare zorg. Als we zelf iets meer betalen, kan de basispremie behapbaar blijven. Voor de huisarts moeten mensen zelf bijdragen, maar de eigen bijdragen voor de GGZ en voor ligdagen in het ziekenhuis vervallen.’

Nee, de huisarts moet laagdrempelig voor iedereen bereikbaar zijn. Bij een eigen risico gaan mensen of te laat of niet naar de huisarts. Dit kan leiden tot ernstigere gezondheidsproblemen en duurdere behandelingen, bijvoorbeeld bij de specialist.

‘Goede zorg staat of valt met samenwerking. Tussen huisartsen onderling, maar ook met gezondheidscentra of ziekenhuizen. Maar samenwerking is iets anders dan doelbewust tegenhouden dat een nieuwe huisarts zich vestigt in je wijk. En het is ook iets anders dan het kunstmatig opdrijven van de prijs van zorg. De patiënt moet voorop staan. De NMa waakt over zijn of haar belang.’

Eens met de stelling. Voor een goede gezondheidszorg op wijkniveau moeten huisartsen juist kunnen samenwerken en niet concurreren met andere huisartsen en zorgorganisaties.

‘De huisarts heeft een belangrijke functie als spil in de zorg, en is voor veel patiënten een vertrouwenspersoon. Het akkoord omarmt dit gegeven en maakt meer ruimte voor extra ondersteuning in de praktijk. De VVD staat daarom positief tegenover het afsluiten van een nieuw convenant tussen minister en zorgaanbieders, wanneer het huidige convenant afloopt.’

Het akkoord zorgt voor rust en schept de benodigde duidelijkheid. Het lijkt mij daarom goed dat dit akkoord voor de komende jaren wordt verlengd.

‘Het zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn, dat je ook buiten kantooruren terecht kunt bij de huisarts. Veel huisartsen doen dat al. Maar de VVD is niet zo van dwang. Liever stimuleren wij een service­gerichter aanbod, dat tegemoet komt aan de wensen van patiënten. Waar het om gaat is dat de patiënt de best mogelijke zorg krijgt.’

De patiënt heeft vooral baat bij kwalitatief goede zorg en persoonlijke aandacht. De PvdA is van mening dat huisartsen verstandig genoeg zijn om goed in te springen op de behoeften van hun patiënten.

‘De VVD zet in haar verkiezingsprogramma vol in op zorg in de buurt van de patiënt. De huisarts is daarbij een belangrijke spil in de zorgverlening, ondersteund door praktijkondersteuners en verpleegkundigen. De VVD wil hierin investeren, zodat deze taken goed kunnen worden opgepakt.’

De PvdA is voorstander van regionale zorgbudgetten waarin financieringschotten tussen tweede en eerste lijn worden afgebroken. Hierbij is het de bedoeling dat de eerste lijn zoveel mogelijk klachten afhandelt. Patiënten worden alleen als het nodig isdoorverwezen naar de tweede lijn.

LHV | De Dokter September 2012

33


Stelling 1 Huisartsenzorg moet onder het eigen risico van verzekerden gaan vallen.

Stelling 2 Huisartsenzorg is geen markt; in de huis­arts­enzorg heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit daarom niets te zoeken.

Stelling 3 Het akkoord dat het kabinet met de huisartsen heeft gesloten geldt voor 2012-2013. Deze geldigheidsduur moet hierna met een periode van tenminste 4 jaar verlengd worden.

Stelling 4 Als de huisartsen niet zelf met flexibele openingstijden afgestemd op de eigen patiënten komen, moeten deze door de politiek worden afgedwongen.

Stelling 5 Zorg moet meer in de buurt plaatsvinden. In het regeerakkoord moet vastgelegd worden dat dit mogelijk wordt door meer budgetgroei in de eerste lijn dan in de tweede lijn.

34

LHV | De Dokter September 2012

Nee de huisartsenzorg moet optimaal toegankelijk blijven, zonder financiele remmingen. Als mensen afzien van een bezoek naar de huisarts uit kostenoverwegingen dan betaalt zich dat later in duurdere zorg terug. De huisarts is als poortwachter de spil van ons zorgsysteem en moet overbehandeling en onnodige verwijzingen naar de duurdere tweedelijn voorkomen. Daarom wil de PVV ook geen eigen bijdragen voor huisartsenzorg.

Nee, het CDA wil de huisarts als poortwachter versterken. De huisarts neemt 90% van de zorg voor zijn rekening voor 10% van de kosten. Het is zorg dichtbij mensen. Op deze manier hoeven mensen de zorgvraag niet te rekken omdat de huisarts geld kost en gaan mensen pas een eigen bijdrage betalen/eigen risico wanneer zij zorg ontvangen die verder gaat dan de huisarts (bijv ziekenhuis of fysiotherapeut).

De zorgsector is natuurlijk een marktsector. Iedereen verdient aan de zorg, de huisartsen, de specialisten, de ziekenhuizen, de apothekers, de farmaceuten en de hulpmiddelenleveranciers. Samenwerking in deze markt is belangrijk en de NMa zou de rol van de huisarts als zorgcoördinator moet ondersteunen en niet verhinderen.

Huisartsenzorg wordt voor een groot deel bekostigd via het inschrijftarief, daarom is geen sprake van een markt. Wel is voor bepaalde innovatieve zorg en andere initiatieven sprake van een gereguleerde markt. Wanneer de NZa de resultaten van samen­­werking beoordeelt op basis van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid, volgt de NMa dat advies. Zo worden ongewenste ontwik­kelingen geblokkeerd en blijven zorginnovaties mogelijk.

Nee want we moeten eerst de uitwerking van het akkoord evalueren. Als het goed heeft uitgepakt, kan er over een langere periode gesproken worden. Die evaluatie ziet de PVV overigens met vertrouwen tegemoet.

Het is goed dat iedereen de handen ineen slaat en gezamenlijk de verantwoordelijkheid oppakt voor goede zorg, maar ook zeker voor betaalbare zorg. Het akkoord is daarin een belangrijke stap voorwaarts. Het is te vroeg om nu al in te zetten op een verlenging van het akkoord. Het is juist zaak om veel breder de handen ineen te slaan. Een sterke eerstelijnszorg is een mooie vervolgstap op het akkoord van de huisartsen.

Het zou niet zover moeten komen dat de overheid dat gaat afdwingen. Laten we meer artsen opleiden, de numerus fixus loslaten, dan komt er een einde aan de schaarste van artsen. Zodra er genoeg aanbod is zullen er vanzelf flexibele openingstijden komen, kleinere praktijken en meer aandacht voor de patient inclusief meer service. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars huisartsen die flexibele spreekuren hebben daarvoor belonen!

Het is van belang dat eerstelijnszorgverleners ook buiten kantooruren reguliere zorg verlenen. Dit voorkomt veelal een beroep op de duurdere acute zorg en geeft mantel­zorgers en vrijwilligers betere mogelijkheden om zorg en werk te combineren. Voorkeur heeft het dat deze ontwikkeling vanuit de artsenpraktijken zelf tot stand komt.

Ja we moeten inzetten op meer zorg in de buurt. In het regeerakkoord moet daarom substitutie van de tweede naar de eerste lijn bevorderd worden. Hier is niet meer budgetgroei voor nodig. De tweede lijn moet gekort worden op handelingen die in de eerstelijn thuishoren. Hierbij kun je denken aan tariefaanpassingen in de tweedelijn of de zorgverzekeraars moeten eerstelijnszorg die in de tweedelijn geleverd niet langer contracteren.

Zorg dichtbij huis is veel goedkoper. Het CDA wil de budgettaire schotten tussen 1elijn en 2elijn opheffen. Dit gezamenlijke budget kan in samenspraak tussen overheid, zorgverzekeraars en zorgverleners toekomstgericht beheerst worden. Kwaliteit, efficiency en patiëntgerichte samenwerking moeten beloond worden, niet het aantal verrichtingen.


Mee oneens. Als mensen denken iets te mankeren, moeten zij onbelemmerde toegang tot de huisarts hebben. De huisarts is de poortwachter van de zorg. Het is zeer onverstandig om hier remgelden te gaan invoeren, met het risico dat vooral mensen met een laag inkomen niet of te laat naar de huisarts gaan.

D66 laat de huisartsenzorg buiten het eigen risico, omdat de huisarts poortwachter dient te zijn voor de zorg. Huisartsen spelen een cruciale rol op het gebied van preventie, het voorkomen van onnodig ziekenhuis bezoek en waar nodig, het helpen vinden van goede specialistische zorg. Daarom moeten we drempels vermijden.

Nee. Een bezoek aan de huisarts kan een beroep op duurdere zorg voorkomen. Daarom moet de drempel tot de huisarts zo laag mogelijk zijn. GroenLinks wil daarom dat de huisarts uitgesloten blijft van het eigen risico.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit moet de zorg met rust laten. Marktwerking en marktwaakhonden horen in de zorg niet thuis. In de zorg moet niet worden geconcurreerd, maar intensief samengewerkt. Dat zorgt voor betere, efficiëntere zorg.

De kwaliteit van de zorg en het belang van de patiënt staat voorop. Hiervoor zijn goede afspraken over samenwerking tussen medische schakels noodzakelijk. Daarnaast is het van belang dat iedereen een goede huisarts in de buurt heeft. Spreiding van huisartsen mag de vestiging van nieuwe huisartsen niet belemmeren. Waar geen sprake is van markten heeft de NMA zich er buiten te houden.

Eens. Een huisartsenpraktijk is geen supermarkt. Huisartsen moeten juist goed met elkaar samenwerken, denk bijv. aan vervanging. Concurrentie als doel op zich in de huisartsenzorg is dus een slechte zaak.

Het is aan een nieuwe regering om in samenspraak met de huisartsen te beoordelen wat nodig is voor goede huisartsenzorg. Een akkoord is geen doel maar een middel. De SP wil de huisartsenzorg versterken. Tariefkortingen en onrust horen daar niet bij.

Ook D66 vindt het akkoord van grote betekenis. Het is nog te vroeg om nu al te stellen dat de geldigheidsduur moet worden verlengd. Als blijkt dat iedereen zich goed aan de afspraken houdt en de resultaten naar wens zijn, kan het akkoord worden verlengd.

GroenLinks zou het liefst zien dat er niet meer per sector (huisartsen, ziekenhuizen, etc) gekeken wordt hoeveel er uitgegeven kan worden, maar dat er juist met alle sectoren gekeken wordt wie wat het best kan doen. Het huisartsenakkoord is een goed begin, maar het beste zou dus zijn als er 1 akkoord komt met alle sectoren.

Huisartsen moeten vooral meer ruimte krijgen om de best mogelijke zorg te verlenen. De SP wil meer huisartsen opleiden, praktijken verkleinen, meer ondersteuning in de praktijk bieden en huisartsen financiële zekerheid bieden door hen te financieren via een abonnementensysteem. De SP ziet de huisarts als de vertrouwde gezinsdokter in alle fasen van het leven.

D66 is voorstander van ruimere openings­tijden in de samenleving, zodat mensen hun werk en privéleven beter kunnen combineren. Huisartsen zouden ook flexibele openingstijden moeten hanteren om goede toegankelijkheid te garanderen. Aandachtspunt daarbij is de economische haalbaarheid voor de huisartsenpraktijk.

Je ziet dat in deze tijden veel huisartsen zelf al kiezen voor flexibele openingstijden. Patiënten kunnen daarvoor kiezen. Opleggen door de overheid is dus niet nodig.

De buurt is de schaal van de toekomst. Een nieuwe regering moet de maatregelen nemen die daarvoor nodig zijn. Afspraken over budgetgroei kunnen een van de middelen zijn, maar het is geen wedstrijdje.

D66 wil basiszorg zich zo dicht mogelijk bij mensen in de buurt. Huisartsen zijn hierin cruciaal. D66 wil een nieuwe vorm van zorginstellingen die meer toegespitste zorg bieden zoals behandeling van chronisch zieken en servicepunten waar mensen terecht kunnen met vragen over dingen als welzijn en ouder worden. Zo worden huisartsen ontlast en kan duur ziekenhuisbezoek worden voorkomen.

Zorg dichtbij is voor GroenLinks heel belangrijk. Daarom investeren we in wijkverpleegkundigen, pgb’s en huisartsen en kijken we kritisch naar grote zorg­instellingen en ziekenhuizen. Eens dus.

LHV | De Dokter September 2012

35


Stelling 1 Huisartsenzorg moet onder het eigen risico van verzekerden gaan vallen.

Stelling 2 Huisartsenzorg is geen markt; in de huis­arts­enzorg heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit daarom niets te zoeken.

Stelling 3 Het akkoord dat het kabinet met de huisartsen heeft gesloten geldt voor 2012-2013. Deze geldigheidsduur moet hierna met een periode van tenminste 4 jaar verlengd worden.

Stelling 4 Als de huisartsen niet zelf met flexibele openingstijden afgestemd op de eigen patiënten komen, moeten deze door de politiek worden afgedwongen.

Stelling 5 Zorg moet meer in de buurt plaatsvinden. In het regeerakkoord moet vastgelegd worden dat dit mogelijk wordt door meer budgetgroei in de eerste lijn dan in de tweede lijn.

36

LHV | De Dokter September 2012

Tegen. De huisartsenzorg is de zorg dichtbij. Een hoge financiële drempel hiervoor kan leiden tot het mijden van zorg wat op een later moment zal leiden tot een veel duurdere vorm van zorg bij de specialist.

De SGP wil de huisarts een nog belangrijkere rol geven. Er komt daarom geen eigen bijdrage voor de huisarts om de toegang tot de huisartsenzorg laagdrempelig te houden. Wel wil de SGP een eigen bijdrage vragen voor een bezoek aan de huisartsenpost, omdat die duurder is en te vaak onnodig gebruikt wordt.

Voor. Voor de ChristenUnie is huisartsenzorg geen markt. Marktwerking in de zorg ontspoort snel, omdat niet de zorg centraal staat, maar geldstromen en verdiensten. Daarom moet samenwerken tussen artsen goed mogelijk zijn, dit komt de kwaliteit van zorg ten goede.

De afgelopen jaren is de positieve trend ingezet dat verschillende zorgverleners, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen en fysiotherapeuten, meer met elkaar samenwerken. Om discussies te voorkomen of dit in strijd is met de Mededingingswet (waar de NMa toezicht op houdt), wil de SGP verhelderen wat de mogelijkheden van samenwerkingsverbanden in de zorg zijn.

Neutraal. De ChristenUnie staat achter het akkoord dat is gesloten. Het is goed dat er afspraken zijn gemaakt over betere zorg in de buurt en het doelmatig voorschrijven van medicijnen. Of het akkoord ook verlengd moet worden hangt van de resultaten af.

Het door de huisartsen en de overheid gesloten akkoord over de huisartsenzorg bevat mooie afspraken, zoals meer en betere zorg in de buurt. De SGP wil daarom dat na 2013 een nieuw akkoord volgt, waarin de nieuwe regering dezelfde speerpunten voor de huisartsenzorg opneemt, maar ook nieuwe speerpunten die een verdere impuls geven aan de huisartsenzorg.

Tegen. De ChristenUnie heeft vertrouwen in de samenleving. Flexibele openingstijden moeten niet door de politiek worden afgedwongen. Wij gaan bij de inrichting van de samenleving niet uit van regels en bureaucratie, maar van burgers en hun verbanden. Zij bepalen de kracht van de samenleving.

Als huisartsen hun service willen verbeteren door het instellen van flexibele openingstijden, vindt de SGP dat een goede zaak. In het akkoord dat de overheid met huisartsen gesloten heeft, zijn daar ook afspraken over gemaakt. De SGP gaat er van uit dat huisartsen daar gevolg aan geven.

Voor. Eerstelijnszorg wordt steeds belangrijker. Er zal steeds meer zorg plaatsvinden in een thuissituatie en eigen leefomgeving. De ketenzorg voor chronische ziekten kan nog verder verbeterd worden zodat de zorg dicht bij de patiënt kan worden geleverd en ongewenste toestroom naar de duurdere tweedelijn kan worden afgeremd.

De SGP wil dat zorg zoveel mogelijk in de buurt plaatsvindt. De SGP wil met het wegnemen van de financiële schotten tussen de eerste en de tweede lijn de ontwikkeling in de richting van meer samenhangende zorg in de buurt afdwingen.


De Partij voor de Dieren is voorstander van afschaffing van het eigen risico van patiënten. Gezondheidszorg moet geen drempels kennen. Daarnaast wil de Partij voor de Dieren geen eigen bijdragen, dus ook niet voor de huisarts.

Oneens, er moeten geen drempels komen om naar de huisarts te gaan, huisarts is poortwachter voor preventie of voorkomen van ziekte.

50PLUS is daar geen voorstander van. Huisartsen zijn een eerste aanspreekpunt bij medische en zelfs sociale problemen. De drempel moet zo laag mogelijk blijven.

Huisartsenzorg is inderdaad geen markt, maar de Partij voor de Dieren wil voorkomen dat marktwerking de kans krijgt op te rukken in de huisartsenzorg. In dat opzicht hoeft de bemoeienis van de NMA niet a priori afgewezen te worden.

Alhoewel huisartsen eigen ondernemers zijn is inmenging van de Nederlandse mededingings­autoriteit, Nma, niet gewenst. Een huisarts levert geen product als een radio, maar zorg gebaseerd op vertrouwen. De Nederlandse zorgautoriteit, Nza, houdt toezicht samen met ministerie en dat moet voldoende zijn.

Eens. De laatste jaren is – op vele terreinen – te enthousiast gepleit voor meer markt­werking. Dat heeft zelden positieve resultaten opgeleverd.

Het is van het grootste belang voor rust en stabiliteit voor huisarts en patiënt, en in het belang van continuïteit dat er langlopende afspraken gemaakt worden tussen huisartsen en kabinet. De Partij voor de Dieren vindt dat de verschralingen van de afgelopen jaren geen verdere aantasting mogen vormen voor de positie van huisarts en patiënt.

Het akkoord bevat een inspanningsverplichting van de LHV, het ministerie en de Nza. Door de kabinetscrisis moet die afspraak enigszins verlengd worden.

In elk geval moeten partijen zo snel mogelijk aan tafel om de resultaten te bespreken, te evalueren, aan te scherpen en liefst in verbeterde vorm te verlengen.

Het is van groot belang dat artsen meewerken aan flexibele spreekuren, zodat patiënten gemakkelijker van hun diensten gebruik kunnen maken, maar de Partij voor de Dieren voelt niet voor overheidsdwang op dit punt. Stimulering is meer op zijn plaats.

Huisartsen moeten dat zelf regelen door onderlinge afspraken in regioverband. Als blijkt dat het niet goed geregeld is in een regio dan zal de overheid mogen ingrijpen.

Afdwingen is een laatste redmiddel. Artsen zijn zich goed bewust van hun verantwoordelijkheid. Het is goed dat er meer geëxperimenteerd wordt met flexibele openingstijden, maar laten artsen eerst zelf met werkbare, klantvriendelijke oplossingen komen. Lukt dat niet dan is pas daarna de politiek aan zet.

Kleinschaligheid van de zorg in de nabijheid van de patiënt vindt de Partij voor de Dieren inderdaad van groot belang. Het is belangrijk dat eerstelijnszorg voorrang krijgt en in de buurt kan plaatsvinden. Dit punt zou volgens de Partij voor de Dieren zeker opgenomen moeten worden in het regeerakkoord.

Zorg moet meer in de buurt worden gegeven, in de WMO is daar op gerekend met een budgetverhoging. Het is verstandig om naast een eerste hulppost een huisartsen post te installeren, omdat hulp in de eerste lijn veel goedkoper door een huisarts kan worden gegeven dan in een volledig ingerichte eerste hulp post in een ziekenhuis. Dat is een besparing in de zorg met behoud van kwaliteit.

Zorg hoort inderdaad meer thuis in de buurt. Op de overhead van de zorg en de vele instanties die naast elkaar werken kan nog fors worden bezuinigd.

LHV | De Dokter September 2012

37


Doorstart ict-infrastructuur voor zorgcommunicatie van onderop

Regio’s bouwen

Tekst Sander Peters Fotografie Freddy Schinkel

De taakverdeling

Wie doet wat in de doorstart van het LSP?

E

ind vorig jaar legde VWS het EPD-dossier terug bij ‘het veld’. Dit jaar hebben zorgaanbieders een doorstart gemaakt. Doel: de opgebouwde landelijke ict-infrastructuur, het Landelijk Schakel Punt (LSP), vanuit de regio benutten. Paul Habets (LHV) en Adriaan Mol (NedHIS) over de huidige stand van zaken. De stand van zaken

Habets: “De regie ligt bij ‘het veld’. Zorgverleners hebben behoefte aan ondersteuning door goede ict. De VZVZ coördineert de doorstart van de ict-infrastructuur en overlegt met zorgverzekeraars over de financiering. De vier koepels vormen het bestuur van de VZVZ; in de loop van dit jaar neemt NedHIS de plek van de LHV in. Het technische gedeelte – de ondersteuning en het beheer – ligt in handen van het Servicecentrum voor Zorgcommunicatie (SZC).”

Hoe ver zijn we met de regionale ictinfrastructuur?

De visie

Paul Habets: “Toen de landelijke EPD Wet door de Eerste Kamer werd weggestemd, wilden we niet het kind met het badwater weggooien. De HIS-gebruikersverenigingen, verenigd in NedHIS, en vier koepels – LHV, KNMP, VHN, en NVZ – hebben toen de Vereniging Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie (VZVZ) opgericht. De ontwikkelde, landelijke ict-infrastructuur zou vanuit de regio gebruikt moeten gaan worden. Dan zijn alle investeringen in het LSP niet voor niets geweest.” Adriaan Mol: “De ene regio is verder dan de andere, in infrastructuur en in aantallen aangesloten zorgverleners. Dat heeft te maken met voorbereidingen die al getroffen waren voor het landelijk EPD. Langzaam maar zeker zien we dat steeds meer huisartsen en huisartsenposten het LSP gebruiken. En regionale samenwerkingsinitiatieven ontplooien. Dat moet de komende jaren sterk uitgebouwd worden. Van onderop, uit de regio.”

38

LHV | De Dokter September 2012

Hoe kijken LHV en NedHIS aan tegen digitale zorgcommunicatie (en de risico’s)? Habets: “Wij willen het werk van de huisarts makkelijker maken én de dienstverlening richting patiënt verbeteren. Met snelle, gebruiksvriendelijke en veilige ICT de communicatie tussen diverse zorgverleners in de regio (en soms daarbuiten) perfectioneren. Na dertig jaar ‘eilandautomatisering’ is het hoog tijd dat gegevens uitgewisseld kunnen worden via één veilige en gedegen infrastructuur. Maar altijd geldt: het moet toepasbaar zijn in het dagelijkse werk.” Mol: “De risico’s? Minimaal. Ik ben er van overtuigd dat de privacy gewaarborgd is. En de technische risico’s – storingen, virussen – zijn niet groter dan de kans dat de huisarts vroeger zijn groene kaart kwijtraakte. Het vraagt wél ict-bewustzijn van zender en ontvanger. Eerst uitloggen en dan pas je pc verlaten, bijvoorbeeld. Geen voor de hand liggende inlog gebruiken, die iedereen kan raden. En nooit medische gegevens gewoon mailen.”


LSP verder uit

De verduidelijking

Wat zijn de grootste misverstanden rond digitale gegevensuitwisseling? Habets: “Dat er ergens in het land een centrale database staat met alle medische gegevens. Nee dus. Het LSP wijst de weg bij welke zorgverlener specifieke gegevens over één patiënt beschikbaar zijn, net als een verkeerstoren. Wat ook vaak gedacht wordt: aansluiting bij het LSP is verplicht. Ook niet waar. Verplichtstelling suggereert wantrouwen of dat het geen goed product is. Maar aansluiting en gebruik is niet vrijblijvend. Het zorgveld komt slechts verder door met elkaar een tijdpad af te spreken.” Mol: “Ook een groot misverstand: de gegevens komen makkelijk op straat te liggen. Stel dat iemand via het LSP achterhaalt dat de huisartsenpost contact heeft gezocht met mijn praktijk. Dan nog kan die persoon nooit medische gegevens inzien. Die zijn versleuteld. Buitenstaanders kunnen niet achterhalen om welke patiënt het gaat en wat er in staat. Tot slot bestaat er nog wel eens verwarring over de opt-in, over de toestemming die patiënten moeten geven.” De toestemming

Hoe zit dat nu precies met de opt-in regeling? Habets: ”Het EPD-wetsvoorstel ging uit van het opt-out systeem: ‘U gaat akkoord, tenzij…’. Nu vallen we terug op bestaande privacywetten. De patiënt moet vooraf toestemming geven als er automatische opvraagbaarheid van medische gegevens buiten de kleine kring van vaste zorgverleners plaats gaat vinden. Dat noemen we ‘opt-in’. De LHV en VHN geven de huisarts tips hoe je die

toestemming zo efficiënt mogelijk kunt vragen, organiseren én registreren in het HIS. VWS gaat dit ondersteunen met een landelijke campagne.” Mol: “Het kost tijd, maar het is niet erg ingewikkeld. Wat je ziet is dat vooral de regio’s die hun zaakjes al op orde hadden – en waar dus al veel patiënten waren aangemeld bij het LSP – moeite hebben met de doorstart. Het voelt als dubbel werk om toestemming te vragen, zowel voor de zorgverlener als voor de patiënten.” De toekomst

Wat staat er op de digitale agenda voor de komende jaren? Habets: “Ten eerste: dat iedere huisarts volledige inzage heeft in het medicatieoverzicht. Dus de middelen die daadwerkelijk zijn afgeleverd en gebruikt worden. Ten tweede dat huisartsen hun dossier op orde hebben zodat de communicatie met de huisartsenpost – ook retour vanuit de post richting eigen huisarts – in orde is. En ten derde: de gegevensuitwisseling met de ziekenhuizen. Met name snelle en volledige inzage door de huisarts in de laboratoriumgegevens kan veel telefoontjes, faxen of dubbelonderzoek voorkomen.” Mol: “Ik heb nóg twee agendapunten. Ziekenhuisapothekers, apothekers en huisartsen hebben de laatste twee jaar hard gewerkt aan berichten om gegevens uit te wisselen. Berichten voor opname en ontslag, maar ook om medicatie te stoppen of te wijzigen. Wanneer deze berichten allemaal geïmplementeerd zijn, lopen we voorop in de wereld. En tot slot: bij verhuizing van een patiënt de dossieroverdracht, plus bijbehorende gescande brieven, digitaliseren.” LHV | De Dokter September 2012

39


40

LHV | De Dokter September 2012


Naast het spreekuur

Huisarts ben je niet van negen tot vijf. Toch doen veel collega’s er nog iets naast. Zoals Ruud Gebel. Hij is huisarts in een HOED in Alphen aan de Rijn en zit sinds elf jaar voor de VVD in de plaatselijke gemeenteraad.

‘kritiek vanaf de zijlijn vind ik te makkelijk’ Tekst Els Wiegant Fotografie Hans Stakelbeek

“Als je ergens woont, moet je iets voor je omgeving doen, vind ik. Ik heb er bovendien een hekel aan als mensen óver mij beslissen, ik wil méébeslissen. Kritiek leveren vanaf de zijlijn vind ik ook te makkelijk. Daarom heb ik me destijds kandidaat gesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik vind lokale politiek erg leuk. Je zit dicht op de mensen en je ziet snel een tastbaar resultaat van het beleid waarvoor je je hebt ingespannen. Een voorbeeld? Ons speelruimteplan. Overal in Alphen aan de Rijn zijn er dankzij dat plan wipkippen en trapveldjes voor de jeugd aangelegd. Tussen mijn werk als huisarts en mijn raadslidmaatschap bestaat een wisselwerking. In mijn praktijk zie ik veel mensen en problemen en die kennis gebruik ik in de raad. Ik heb bijvoorbeeld patiënten die tegen de regels van de Wmo aanlopen. Dan kijk ik of dat iets individueels of structureels is en in dat laatste

geval probeer ik daar iets aan te doen. Andersom werkt het ook. Ons College wil dat centra voor gezin en jeugd de poortwachters tot de jeugd­zorg worden. Ik vind dat wij dat als huisarts beter kunnen. Dus leg ik contacten tussen collegahuisartsen en collega-raadsleden of de wethouder. Dat soort gesprekken doe ik niet zelf; ik praat alleen als raadslid met de wethouder, niet als huisarts. Voordeel is ook dat ik een makkelijke ingang bij de landelijke politiek heb. Ik kan rechtstreeks mijn minister bellen. We hebben hier met Edith Schippers van gedachten gewisseld over de kritiek van huisartsen op haar financiële beleid. Ik wil niet zeggen dat ze daardoor van gedachten is veranderd, maar alle kleine beetjes helpen.” Bent u ook buiten uw praktijk maatschappelijk actief of kent u een collega met een bijzondere nevenactiviteit? Dan horen we dat graag. Mail ons via dedokter@lhv.nl.

LHV | De Dokter September 2012

41


Column

Fotografie Casper Rila

DOKTER, MAG IK NOG EVEN LEVEN...? In mijn gesprek met haar viel haar vastberadenheid op. Het was genoeg geweest

Mevrouw Blom (79) had pijn in haar rug. Veel pijn. In drie jaar tijd was dit al de derde wervel die aan het inzakken was. Zo’n proces kan maanden duren en het is niet makkelijk om de pijn voldoende te bestrijden. We waren ermee bezig. In een weekend werd de dienstdoende huisarts gevraagd te komen. Mevrouw Blom hield het niet meer van de pijn en haar man kon het niet meer aanzien. Na overleg werd zij op de geriatrische afdeling opgenomen. Na twee weken belde de geriater. De pijn bleek nog steeds niet onder controle en mevrouw Blom was letterlijk aan het eind van haar Latijn. Ze had de geriater om euthanasie verzocht. Zó wilde zij niet verder leven. Haar man en haar kinderen hadden begrip voor haar standpunt. De geriater vond het moeilijk. Hij had weinig ervaring met euthanasie, maar had wel al de SCEN arts verzocht om langs te komen. Deze liet weten dat mevrouw Blom ‘aan alle criteria voldeed om een euthanasie te rechtvaardigen’. In mijn gesprek met haar viel haar vastberadenheid op. Het was genoeg geweest. We spraken af dat ik de euthanasie zou uitvoeren, maar dan wel bij haar thuis, omringd door haar familie. En zo stond ik enkele dagen later met mijn koffertje voor de deur. De kamer vol familie. Iedereen had al afscheid genomen. Betraande gezichten. Mevrouw Blom lag midden in de kamer in een ziekenhuisbed. Ze zag er tevreden uit. De zon belichtte haar gezicht. Ik ging naast haar zitten en nam haar hand. Terwijl ik haar strak aankeek, zei ik: “mevrouw Blom, ik ben gekomen voor de euthanasie, zoals u gevraagd heeft. Ik wil u nogmaals vragen: weet u het zeker dat u nú, vandaag, afscheid wil nemen van het leven?” Het bleef even stil. Zij keek om zich heen om steun te zoeken bij haar familie. Ik bleef haar aankijken en voelde de verandering, de twijfel. Een diepe zucht. “Dokter, mag ik nog even leven… De pijn is wat minder en ik wil mijn man en mijn kinderen en kleinkinderen nog niet kwijt”. Er ontstond grote beroering. Haar man huilde. Een dochter meende dat moeder zich niet moest laten ompraten. Een zoon, die de begrafenis al had voorbereid, was zelfs boos. Nu, drie maanden later, loopt mevrouw Blom weer gewoon rond. De pijn is goed te verdragen en zij maakt alweer plannen voor de komende jaren! Wouter v Kempen Huisarts in Haarlem

42

LHV | De Dokter September 2012


Advertentie

Doof? Slechthorend? Tinnitus? Hyperacusis? Mèt GGZ-problemen?

Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met 150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: mei 2011. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www.novartis.nl

De Riethorst Landelijk GGZ-centrum voor Doven en Slechthorenden - klinische en ambulante behandelingen - optimale communicatie met uw client - In Ede en Amsterdam

www.propersona.nl/riethorst infodoven-slechthorenden@propersona.nl

Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

Onb 300 SmPC 88x123.indd 1

16-09-2011 10:12

Silodyx 8 mg en Silodyx 4 mg harde capsules - Verkorte SPC Benaming: Silodyx 8 mg en Silodyx 4 mg. Samenstelling: bevat per capsule 8 mg resp. 4 mg silodosin. Farmaceutische vorm: harde capsules. Therapeutische indicaties: Behandeling van de tekenen en symptomen van benigne prostaathyperplasie (BPH). Dosering: dagelijks één capsule Silodyx 8 mg. Bij patiënten met een matig-ernstige nierfunctiestoornis (CLCR ≥ 30 tot < 50 ml/min) wordt een startdosis van eenmaal daags 4 mg aanbevolen, wat na één week behandeling kan worden verhoogd tot eenmaal daags 8 mg, afhankelijk van de respons van de individuele patiënt. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen. Bijwerkingen: Zeer vaak: retrograde ejaculatie of anejaculatie (23%). Vaak: verstopte neus, diarree, duizeligheid, orthostatische hypotensie (1,2%). Soms: verminderd libido, misselijkheid, droge mond, erectiestoornissen. Niet bekend: syncope, Floppy Iris Syndroom. Waarschuwingen: Bij sommige patiënten die α1-blokkers gebruiken of vroeger gebruikt hebben, is tijdens cataractchirurgie IFIS (een variant van het kleine-pupilsyndroom) waargenomen. Het starten van de behandeling met Silodyx wordt niet aanbevolen bij patiënten: voor wie cataractchirurgie gepland is, met orthostatische hypotensie, met een ernstige nierfunctiestoornis (CLCR < 30 ml/min) of met een ernstige leverfunctiestoornis. Vóór de start van de behandeling prostaatcarcinoom uitsluiten. Niet gelijktijdig gebruiken met andere α-blokkers of krachtige CYP3A4-remmers (zoals ketoconazol, itraconazol of ritonavir). RVG-nummers: 8 mg: EU/1/09/607/0011, 4 mg: EU/1/09/607/004 Afleverstatus: uitsluitend recept. Registratiehouder: Recordati Ireland Ltd., Raheens East, Ringaskiddy Co. Cork, Ierland. Informatie: Zambon Nederland B.V. Datum: 29.01.2010 Voor volledige productinformatie verwijzen wij naar de goedgekeurde samenvatting van de kenmerken van het product. Deze is op te vragen bij Zambon Nederland B.V. tel: 033-4504370 en is tevens beschikbaar op de website van het Europese Geneesmiddelen Bureau (EMA) http://www.ema.europa.eu/.

‘FINANCIËLE JUNGLE BIJ PRAKTIJKOVERNAME’ Hoe ziet uw toekomst als startende huisarts er uit? Kiest u voor het werken in een HOED, een solopraktijk of een maatschap? Om u bij deze belangrijke beslissing te helpen, verzorgt Sibbing & Wateler op 20 oktober 2012 in Burgers’ Zoo te Arnhem het seminar ‘Financiële jungle bij praktijkovername’. Op deze ochtend komen belangrijke financiële en juridische aspecten aan bod, terwijl uw gezin de gehele dag van harte welkom is voor een bezoek aan Burgers’ Zoo.

EERSTVOLGENDE SEMINAR:

SCHRIJF U NU IN! 20 OKTOBER 2012 Kijk op www.sibbing.nl voor een inschrijfformulier en meer informatie.

PRAKTIJKVESTIGING FINANCIËLE PLANNING ASSURANTIËN Telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

Referenties 1. Lepor H. Pathophysiology of Benign Prostatic Hyperplasia: Insights From Medical Therapy for the Disease. Rev Urol 2009;11 (suppl 1):S9–S13 2. Michel MC. The Pharmacological Profile of the α1A-Adrenoceptor Antagonist Silodosin. Eur Urol Suppl 2010;9:486-90. 3. Roehrborn CG. Efficacy of α-Adrenergic Receptor Blockers in the Treatment of Male Lower Urinary Tract Symptoms. Rev Urol 2009;11(Suppl 1):S1-8. 4. Chapple CR. et al. Eur Urol 2011;59:342-52 5. Marks LS. et al Rapid Efficacy of the Highly Selective α1A-Adrenoceptor Antagonist Silodosin in Men With Signs and Symptoms of Benign Prostatic Hyperplasia: Pooled Results of 2 Phase 3 Studies. J Urol 2009;181:2634-40. 6. Gittelman MC. et al. Effect of silodosin on specific urinary symptoms associated with benign prostatic hyperplasia: analysis of international prostate symptom scores in 2 phase III clinical studies. J Urol 2011;3:1-5. 7. CHMP assessment report for Silodyx, January 2010 8. SmPC Silodyx 8 mg 9. MacDiarmid SA. et al. Lack of pharmacodynamic interaction of silodosin, a highly selective alpha1a-adrenoceptor antagonist, with the phosphodiesterase-5 inhibitors sildenafil and tadalafil in healthy men. Urology 2010;75(3):520-5.

LHV | De Dokter September 2012

43


De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator

0 811 O N B 11111

Onbrez bij COPD: krachtige start, aanhoudende verlichting

De Dokter 17  

Ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging