Issuu on Google+

Ledenblad van de

Jaargang 2, nummer 9 Oktober 2011

In dit nummer 12 Manifestatie ‘Kies kwaliteit en visie, kies voor ons’

18 Vijf jaar Zvw Gaan we door op de ingeslagen weg? 24 McLaggan (CBP) ‘De eisen voor uitwisseling zijn helder’ 30 Italië ‘Ze zien hem als vriend, niet als dokter’ 32 Patiëntveiligheid Hoe eerlijkheid het langst kan duren 38 Kuiken (PvdA) ‘Tariefkorting gaat ten koste van patiënt’

Met duizenden pal voor de huisartsenzorg


gratis netvliescheck! NetvliesCheck nieuw en alleen Bij specsavers

Inhoud oktober

rubrieken

de

Quickscan van… Wouter Boswinkel (50) huisarts, Rotterdam Laat ik met het fijnste artikel wat mij betreft beginnen, dat is het leesbare stuk over Tweede Kamerlid Attje Kuiken. Strijdbaar en een hart onder de riem stekend voor ons, eerstelijnsridders, in onze strijd tegen de windmolens van de gevoerde politiek. Het artikel over patiëntveiligheid moeten we wel lezen, ondanks dat het saai is en het mij het gevoel geeft dat we veel tijd, geld en moeite investeren om een verbetering van 82 naar 84 procent te realiseren of iets in die orde. Veel voor weinig dus. Sla de ongeleide projectielen van patiënten op de huisartsen maar over, lees wel het interview met Madeleine MacLaggan in Kritisch gesprek: zakelijk, kort, bondig en duidelijk. Precies zoals ik deze informatie aangeleverd wil krijgen. Ik verwacht van De Dokter meer bombastische verhalen als het om politieke issues gaat en graag meer geurige verhalen uit het vak! Vorm uw eigen mening, veel leesplezier gewenst.

Netvlies Check

De netvliesfoto’s worden, samen met de overige resultaten van het oogonderzoek, altijd beoordeeld door oogartsen en optometristen van oogheelkundig centrum Best Eye Care. Na maximaal een week krijgt de klant de uitslag van de beoordeling van zijn foto’s. Indien na zorgvuldige beoordeling blijkt dat verder onderzoek raadzaam is, ontvangt de klant een verwijsbrief waarmee een afspraak gemaakt kan worden bij de oogarts.

23 Óók LHV De schijnwerper op een van de activiteiten van de LHV. HRM-adviseur Margreet Schuurmans over de cao’s Huisartsenzorg en Hidha.

Drie patiënten vertellen wat de huisarts in hun ogen béter zou kunnen doen.

Nws verenigings

4 Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangenbehartiging en wetgeving. • Financiering 2012 • Kindermishandeling • Slechtziendheid • Inzet LSP • Achterstandswijken • Indicatorenset

12 Massaal tegen de bezuiniging Duizenden huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistenten toonden in de RAI Amsterdam dat bezuinigen een averechts effect heeft. Korten op de huisartsenzorg leidt tot stijging van de totale zorgkosten en uiteindelijk tot een stijging van de premie.

18 Stelselherziening maakt tongen los Vraag vijf huisartsen naar de ontwikkeling van het zorgstelsel dat op 1 januari 2006 is ingevoerd en je krijgt vijf visies. Moeten we doorgaan op de ingeslagen weg?

26 Gegevensuitwisseling perfectioneren Informatiestromen gaan op grote schaal heen en weer tussen diverse schakels in de keten. De Dokter maakte een ronde langs huisartsen, een huisartsenpost en apothekers. Wat gaat goed, wat kan beter?

30 Italiaanse huisarts geen top level-arts Wat kunnen we leren van huisartsen over de grens? Hoe is daar de huisartsenzorg georganiseerd? De zevende aflevering van een serie: “De Nederlandse en Britse huisartsen zijn mijn rolmodellen.”

Wilt u meer informatie? Kijk dan op www.specsavers.nl of neem contact op met Reidar Bakker via 035 6288 311.

32 Eerlijk over patiëntveiligheid Consult bij: Jan Brouwer over de LHV © 2011 Specsavers Optical Group. All rights reserved.

Een noemenswaardige ledenraad anderhalve week voor de mani­festatie. “Bij elk succesvol beleid zet dit kabinet de rem erop”

24 Aldus de patiënt

NetvliesCheck Specsavers biedt sinds enige tijd een preventieve NetvliesCheck aan. Deze check maakt deel uit van ons uitgebreide oogonderzoek. Hiermee kunnen mogelijke netvliesafwijkingen die zouden kunnen wijzen op bijvoorbeeld hoge oogdruk, netvliesslijtage of complicaties door suikerziekte vroegtijdig worden gesignaleerd. Hierdoor kan verergering vaak worden voorkomen. De NetvliesCheck is toegankelijk, snel en helemaal gratis.

10 Het moment

Openheid maakt het mogelijk om zwakke plekken in een systeem aan te pakken, waardoor de zorg in de toekomst beter en veiliger wordt, is de ervaring van huisarts Jan Meulenberg.

www.lhv.nl/dedokter

24 Kritisch gesprek Volgens Madeleine McLaggan (CBP) vraagt elk uitwisselings­ systeem om een wettelijke basis óf persoonlijke toestemming van patiënten.

36 Scherp gesteld Huisartsen moeten meer open zijn over hun fouten. Wat vinden collega’s van deze stelling?

38 Tweede Kamer De Dokter laat het parlement aan het woord. In deze derde aflevering: Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA). Zij vindt de bezuiniging op de huisartsenzorg onverstandig.

41 Zo kan het ook One Stop staat voor getrapte diagnostiek in een halve dag. Uitslagen zijn direct beschikbaar.

42 Uitgesproken Ruurd Joustra over zijn spreekkamer in nieuwbouwwijk Galecop in Nieuwegein.

LHV | De Dokter Oktober 2011

3


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

LEDENBLAD VAN DE

JAARGANG 2, NUMMER 9 OKTOBER 2011

IN DIT NUMMER 12 MANIFESTATIE ‘KIES KWALITEIT EN VISIE, KIES VOOR ONS’

18 VIJF JAAR ZVW GAAN WE DOOR OP DE INGESLAGEN WEG? 24 MCLAGGAN (CBP) ‘DE EISEN VOOR UIT� WISSELING ZIJN HELDER’ 30 ITALIË ‘ZE ZIEN HEM ALS VRIEND, NIET ALS DOKTER’ 32 PATIËNTVEILIGHEID HOE EERLIJKHEID HET LANGST KAN DUREN 38 KUIKEN (PVDA) ‘TARIEFKORTING GAAT TEN KOSTE VAN PATIËNT’

Nws verenigings

Met duizenden pal voor de huisartsenzorg

Consult

Op de cover Manifestatie huisartsenzorg, RAI Amsterdam

BIJ

Tekst Mérie van der Rijt Fotografie Freddy Schinkel De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Tweede jaargang, nummer 9, oktober 2011 Dianne Paarhuis (hoofdredacteur) Marieke ten Dam (eindredacteur) Roel Smit (adviseur) Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Corien Lambregtse, Sander Peters, Petra Pronk, Mérie van der Rijt, Mark van Seggelen, Els van Thiel, Els Wiegant, Frank van Wijck Beeld: De Beeldredaktie/Mauro Guglielminotti, FMAX/Sam Rentmeester/ Hans Stakelbeek(cover)/Nout Steenkamp, Hollandse Hoogte, Isabel Nabuurs, Erik Kottier, Ed van Rijswijk, Casper Rila, Joyce Schellekens, Freddy Schinkel Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Ruud van Viersen, T. (023) 571 47 45

Geen ‘Steven’ ditmaal. Ik stel de ruimte voor mijn column als voorzitter van de LHV graag ter beschikking van Loesje. Kernachtiger kunnen wij onze zorgen om het huisartsenvak en de consequenties van de bezuiniging namelijk niet verwoorden.

4

LHV | De Dokter Oktober 2011

Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765

Zorgaanbod afstemmen op financiering 2012 Vanaf 1 november organiseert de LHV voor haar leden een serie van 13 regionale bijeenkomsten over de financiering van de huisartsenzorg in 2012 en de gevolgen daarvan voor de praktijk. Hoe die financiering van de huisartsenzorg er volgend jaar precies gaat uitzien, is op dit moment nog niet duidelijk. Wel staan er belangrijke wijzigingen op stapel. Allereerst heeft de minister een bezuiniging van 132 miljoen euro op het budget voor huisartsenzorg aangekondigd. De LHV verzet zich hier heftig tegen, samen met diverse andere organisaties van huisartsen, doktersassistenten en praktijkondersteuners. Mocht het verzet tegen de bezuinigingen onvoldoende effect hebben dan krijgen huisartsen in de regionale bijeenkomsten uitleg hoe ze met deze bezuiniging in hun praktijk om kunnen gaan. Wat zijn de effecten op het personeelsbeleid en op nieuwe investeringen? Welk zorgaanbod levert de praktijk en hoe kan de kwaliteit van de zorg op peil worden gehouden? Informatie over data, locaties aanmelding: www.lhv.nl/regionalebijeenkomsten.

Jan Brouwer, huisarts in Schalkhaar Waarom bent u lid van de LHV? Ik ben in 1987 begonnen als huisarts en meteen lid geworden van de vakvereniging, een logische stap. Wat doet de LHV goed? De praktijkondersteuning en de actuele berichtgeving zijn prima. Ik ben geabonneerd op de nieuwsbrief en kijk deze altijd even door, zodat ik snel op de hoogte ben van nieuwe ontwikkelingen. Overigens, we kunnen niet altijd volgen wat de LHV precies voor ons doet. De LHV kiest bij de belangenbehartiging immers niet voor de publiciteit, maar voor stille diplomatie. Het is lastig te beoordelen of dit de juiste strategie is.

‘De LHV moet durven schrappen in de taken van de huisarts’ Wat moet de LHV beter doen? Als de minister wil dat er minder geld omgaat in de huis­artsenzorg, zal de huisarts het pakket zorg dat hij levert, moeten aanpassen. De LHV heeft daarin een sturende rol en moet er over onderhandelen, NMa of niet. Je kunt niet voor een bodemprijs topzorg blijven leveren. De LHV moet durven schrappen in de taken van de huisarts. Wat zou u willen veranderen in de Nederlandse huisartsenzorg? Ik zou graag willen dat politiek en zorgverzekeraars meer vertrouwen in de huisartsen zouden hebben. Zij vragen om transparantie en willen dat we turven, afvinken en onderhandelen. Een verspilling van tijd en geld, want zo houden we minder tijd over voor ons echte werk.

LHV | De Dokter Oktober 2011

5


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Indicatorenset Zichtbare Zorg Farmacie beschikbaar Fotografie Erik Kottier

V.l.n.r: Steven van Eijck (voorzitter LHV), Gemma Kobessen (initiatiefnemer en bestuurslid Augeo Foundation), Henny Houben-Sipman (voorzitter VHN) lanceerden tijdens de VHN-tweedaagse de online cursussen voor huisartsen en assistenten om kinder­mis­handeling en huiselijk geweld eerder te signaleren.

Unieke e-learning voor aanpak kindermishandeling Om kindermishandeling en huiselijk geweld eerder te signaleren kunnen huisartsen, hun praktijkmedewerkers en triagisten vanaf deze maand speciale online cursussen volgen. De e-academy The Next Page ontwikkelde deze cursussen in samenwerking met de LHV en VHN. Met de online cursussen ‘Signaleren van kindermishandeling’ en ‘Handelen bij vermoedens van kindermishandeling’ doen huisartsen, hun praktijk­ medewerkers en triagisten kennis en vaardigheden op over hoe ze geweld kunnen herkennen en oefenen ze in het bespreekbaar maken. De cursussen gaan uit van de KNMG-meldcode Kindermishandeling, de Handreiking Gebruik Meldcode kindermishandeling in de huisartsenzorg (LHV, VHN) en de werkwijze volgens de NHG-TriageWijzer. Na afronding krijgt de cursist een certificaat. Om HDS-brede scholing aantrekkelijk te maken biedt The Next Page, HDS-en bij bestelling voor 1 december een vroegboekkorting aan. Neem hiervoor contact op met The Next Page, accountmanager Andrea Smits, andrea@thenextpage.nl of (030) 69 27 120.

Slechtziendheid voorkomen Ruim 300.000 Nederlanders zijn blind of slechtziend. De helft daarvan is onnodig. Hun handicap is te behandelen of had, met tijdige herkenning en behandeling, voorkomen kunnen worden. De vraag naar oogzorg verdrievoudigt maar liefst tussen 2011 en 2020. Risicogroepen zijn senioren in zorginstellingen, zelfstandig wonende ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. De hoogste tijd dus voor een gedegen aanpak: de beroepsgroepen in de oogzorg gaan meer én beter samenwerken met huisartsen, patiëntenverenigingen en landelijke ouderenorganisaties. 6

LHV | De Dokter Oktober 2011

Sinds kort FARMACIE kunnen de leden van de Apotheekhoudende afdeling de set Zichtbare Zorg indicatoren downloaden. De set bestaat uit 35 indicatoren specifiek voor de apotheekhoudende praktijken. Het downloaden kan via www.lhv.nl/ahha/kwaliteit. De indicatorgids bevat een overzicht van alle indicatoren. Daarnaast komt medio november 2011 een Registratiegids beschikbaar. Deze gids zal per indicator meetinstructies bevatten, waarmee duidelijk wordt welke data nodig zijn om te kunnen aanleveren. Een voorbeeldindicator is het percentage patiënten ouder dan 70 jaar, waaraan klassieke NSAID’s zijn afgeleverd, dat ook maagbeschermers gebruikt. Zichtbare Zorg is geïnitieerd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Verschillende veldpartijen (apotheekbranches, zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen) werken samen om de farmaceutische zorg transparant te maken. De Apotheekhoudende afdeling werkt eraan de belasting voor Zichtbare Zorg zo beperkt mogelijk te houden. Apotheekhoudende praktijken zullen met goede informatie en voorlichting worden ondersteund en begeleid. Voor meer informatie mailt u naar apotheekhoudendeafdeling@lhv.nl.

In de Week van het Zien die op 13 oktober van start gaat, vinden op verschillende plaatsen activiteiten plaats om aandacht te vragen voor het onderschatte probleem van vermijdbare slechtziendheid en blindheid in Nederland. De LHV ondertekent op die dag een intentieverklaring waarin de samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij oogzorg, is vastgelegd.

LHV organiseert Hidha-dag De eerste Hidha-dag wordt op dinsdag 1 november gehouden. Met deze geaccrediteerde dag biedt de LHV alle huisartsen in dienst van een huisarts (Hidha’s) de mogelijkheid om na te scholen op relevante onderwerpen. Daarnaast is het een gelegenheid om collega-Hidha’s te ontmoeten. De Hidha-dag vindt plaats in het sfeervolle Kamerijck in Kamerik (bij Woerden). In drie rondes kunnen Hidha’s kiezen uit zes workshops en op de informatiemarkt kan contact worden gelegd met interessante en handige organisaties. Workshops: 1. Pensioen, nu voor later Door: Harry Mijland (SPH) en Antoine Kuipers (Meeùs) 2. Professioneel leiding krijgen; samenwerking Door: Maarten Stoffers (Icas) 3. Minder praktijkhouders, meer Hidha’s Door: Cedric Overman en Paulus Lips (LHV-afdeling WADI) 4. Kleine chirurgie; oefenen van praktische vaardigheden Door: Lydia Vos, dermatoloog (MC Haaglanden) 5. Grip op je werk Door: Margreet Schuurmans (senior HR-adviseur LHV) en Petra van der Horst (coach/organisatieadviseur) 6. Aandacht voor jezelf Door: Masja Messelink (psycholoog) De kosten bedragen EUR 135 voor leden. Niet-leden betalen EUR 175. Vul uiterlijk voor 14 oktober het aanmeldingsformulier in op www.lhv.nl, daar kunnen Hidha’s ook de keuze voor workshops aangeven.

Advertentie

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen. (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis. Compleet van A t/m Z. Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig. Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur. Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten. Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Heel NL Bouwmanagement, budgetbewaking. Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur. Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken . In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen?

Programma 09.30 - 09.50 Ontvangst 09.50 - 10.00 Opening door Jettie Bont, huisarts en LHV-bestuurslid 10.00 - 10.30 Inleiding Feminisering in het huisartsenvak door Marith Rebel-Volp, interim voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNvA) en huisartsbeleidsmedewerker bij de LHV. 10.30 - 12.00 1e ronde workshops 12.00 - 13.00 Lunch 13.00 - 14.30 2e ronde workshops 14.30 - 14.40 Korte break 14.40 - 16.10 3e ronde workshops 16.10 - 16.20 Afsluiting door Jettie Bont 16.20 Borrel

Koepels presenteren plan regionale inzet LSP-techniek De koepels van huisartsenzorg (LHV, NHG, VHN) en de (ziekenhuis)apothekers (KNMP en NVZA) zijn het met uitvoeringsorganisatie Nictiz eens geworden over een ge­zamenlijke aanpak voor het behoud van een infrastructuur voor de uitwisseling van medische gegevens (LSP-techniek). De zorgkoepels focussen op een model dat vooral regionaal wordt ingezet, dat gebruik maakt van de beschikbare verwijsindex en past binnen de huidige wet- en regelgeving. De zorgkoepels en Nictiz zijn tot dit plan gekomen nadat de Eerste Kamer in april 2011 de wetgeving voor de invoering van een Elektronisch Patiëntendossier (EPD) heeft verworpen. Uitgebreide informatie: www.lhv.nl

U kunt contact opnemen voor vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek: Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderSchootArchitecten.nl

Meer informatie: www.vision2020.nl.

dokter-vd schoot 110325.indd 1

www.lhv.nl/kort 25-03-2011 13:35:42

LHV | De Dokter Oktober 2011

7


Verenigingsnieuws Huisarts Pieter Griffioen: “In onze huisartsenpraktijk hebben wij een spreekuur voor kleine ingrepen, waaronder ook het wrattenspreekuur valt. Wij werkten altijd al naar tevredenheid met een stikstofcontainer met een grote inhoud. Hierdoor zijn wij telkens voorzien van één maand stikstof. Sinds twee weken beschikken we ook over een cryo spray, mijn beide doktersassistenten en ik zijn zeer te spreken over deze uitbreiding van onze therapeutische behandelmogelijkheden.”

Huisartsbeurs als toetssteen voor kwaliteitsverbetering Op 24 maart 2012 organiseert de LHV voor de achtste keer de Huisartsbeurs, dit keer in de Jaarbeurs Utrecht onder het motto ‘Service maakt beter’. Net als andere jaren maken ook ditmaal vele participanten de organisatie van de Huisartsbeurs mogelijk. Cryo Solutions is serviceverlener op het gebied van vloeibare stikstof en is participant van de Huisartsbeurs 2012. Zij ervaren de Huisartsbeurs als een fantastisch platform om kwaliteitsoplossingen centraal en interactief bij huisartsen te toetsen. Twee huisartsen uit Gorinchem hebben de zogenoemde cryotherapie met de cryo spray al toegepast in hun praktijk en delen hun bevindingen.

De cryo spray wordt in de praktijk van Griffioen inmiddels dagelijks toegepast. “De cryotherapie is nu een stuk patiëntvriendelijker. Het is nauwkeuriger te richten, minder pijnlijk omdat er geen druk van de wattenstaaf op de laesie meer plaatsvindt, en je hebt de mogelijkheid om grotere oppervlakten tegelijkertijd te behandelen bij de keuze van een groter hulpstukje. Het gebruik van de cryo spray vergt ook minder handelingen bij het behandelen van wratten zoals eerder met de wattenstaaf. Voor mij als huisarts betekent dit dat de cryotherapie door het toepassen van de cryo spray zo zorgvuldig en nauwkeurig te doseren en te richten valt, dat er bijna van cryochirurgie gesproken kan worden. Al met al een grote kwaliteitsverbetering in de geboden zorg, de patiënten merkten gelijk het verschil en zijn ook zeer tevreden. Dus zowel een ‘patiënt-satisfaction’ als een ‘job-satisfaction’.” Huisarts Dick Pons: “Sinds enige tijd werk ik in de praktijk met de cryo spray bij het bevriezen met vloeibare stikstof van huidafwijkingen.” Volgens Pons zijn de voordelen van de cryo spray ten opzichte van de traditionele manier met het wattenstaafje:  preciezere bevriezing van de laesie, hierdoor is het mogelijk om ook huidafwijkingen op lastigere plaatsen te behandelen;  behandeling is minder pijnlijk waardoor behandeling effectiever wordt;  meerdere soorten huidafwijkingen kunnen door de huisarts zelf behandeld worden.

• •

“Doordat de behandeling van huidafwijkingen met de cryo spray duidelijk preciezer en efficiënter is, worden er minder patiënten voor behandeling doorgestuurd naar de tweede lijn, dit geeft ook een aanzienlijke kostenreductie”, aldus Pons.

De LHV, NHG en Pharos zijn gestart met een Masterclass huisarts in achterstandswijk ‘Tobzorg of Topzorg?’. Een achtdelige nascholing voor huisartsen die werken in een achterstandswijk. In de masterclass staat de praktijk centraal: het werken met mensen met sociaal economische achterstand, een andere culturele achtergrond, een taalbarrière en vaak multiproblematiek. De aftrap in september vond plaats met een bijeenkomst over de relatie tussen armoede, grote steden en gezondheid. Het zwaartepunt ligt bij het oefenen in gesprekken met laagopgeleide patiënten. De achttien huisartsen in de

LHV | De Dokter Oktober 2011

eel ion n fess isartse o r e p or hu n i l on rk vo het we oor ante net v d ar relev n hbo n Das en va bronne n e tie d a r o rm n info n e rij lote v bes rtentie e v ad

Masterclass voor huisarts in achterstandswijk

8

op 24 oktober oNtHULLeN LHV eN NHG

eerste groep zijn enthousiast aan de slag gegaan en merkten hoe lastig het is om in eenvoudig taalgebruik iets uit te leggen. Enkele eyeopeners die de deelnemers noemden: dat minder dan vijf jaar school óók betekent dat je niet abstract kunt denken en geen plattegrond kunt begrijpen. Dat je snel verwarrende beeldspraak gebruikt (“uitstralende pijn? waar straalt die dan uit?”) en dat mensen met beperkte taalvaardigheid bij ‘opvoeding’ aan eten denken. De masterclass heeft nog plaatsen over in de vierde groep die in september 2012 zal starten. Voor meer informatie bekijkt u www.nhg.org.

Het is bijna zover! Vanaf 24 oktober hebben alle LHV- of NHG-leden direct toegang tot HAweb. Dit is het professionele netwerk met een zelf in te richten dashboard van LHV en NHG. Met HAweb kunt u als huisarts veilig online samenwerken, kennis delen en uw internetbronnen ordenen. Ruim driehonderd huisartsen hebben HAweb al getest. En nu is HAweb bijna klaar voor gebruik door alle leden. Houd uw brievenbus in de gaten rond 24 oktober. We informeren u dan graag hoe het werkt!

www.HAweb.nl


Het moment

‘Dit waait niet over, dat is zeker’

“B

Fotografie Ed van Rijswijk

ij elk succesvol beleid zet dit kabinet de rem erop”, zegt voorzitter Steven van Eijck tijdens de drukbezochte ledenraad anderhalve week voor de manifestatie. Door de argumentatie van de minister voor de 132 miljoen korting, komt volgens het LHV-bestuur de ware aard van de bezuiniging naar boven: “Wat de minister daarmee écht doet, is het terughalen van alle extra inspanningen door de huisartsen in de afgelopen jaren.” En dat kan niet zonder gevolgen blijven. De verwachting is dat huisartsen vanaf 1 januari in alle regio’s hun praktijkvoering en het aanbod zullen aanpassen. “Het gaat niet alleen om geld maar ook om de inhoud van ons vak. Dit is een onzalig plan. Wil je echt bezuinigen in de zorg dan moet je juist investeren in de huisartsenzorg”, stelde Van Eijck aan het slot van deze mogelijk historische ledenraad.

Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

10

LHV | De Dokter Oktober 2011

LHV | De Dokter Oktober 2011

11


Solidariteit en saamhorigheid in de RAI Amsterdam

Tot tranen toe bewogen Tekst Marieke ten Dam Fotografie FMAX/Sam Rentmeester/Hans Stakelbeek

‘Investeer in deskundigheid, professionaliteit en zorgzaamheid, investeer in eerstelijnszorg’

“H

uisartsen verlaten hun praktijk niet zomaar, dan is er echt iets aan de hand. Dit is heel bijzonder.” Rinske van de Goor, zelf huisarts in Utrecht, ver­woordde zo de overweldigende aan­ wezigheid van 8.000 huisartsen, doktersassistenten en praktijkonder­steuners tijdens de manifestatie op donderdag 6 oktober. Bijzonder, dat was het zeker. En niet in de laatste plaats door alle mensen die de waarneming op deze dag verzorgden. Dagvoorzitter Job Boot ziet de RAI voller en voller stromen. Hij praat het programma losjes aan elkaar, de sfeer zit er vanaf het allereerste moment goed in. Het saamhorigheidsgevoel geeft kippenvel en laat niemand onberoerd. De Dokter laat u nog even terugblikken:

12

LHV | De Dokter Oktober 2011

Voor iedereen Huisartsenzorg: daar kort je niet op, maar investeer je in. Met die boodschap opent NHG-voorzitter Arno Timmermans de manifestatie. Investeren, omdat de huisarts er is voor iedereen. “Van de ongeruste moeder met haar zieke baby tot de oude patiënt met kanker, die thuis waardig wil sterven. Die zorg willen wij en de patiënt niet missen”, zegt Timmermans. Hij sluit af met een oproep aan minister Schippers: “Investeer dus in zorgzaamheid en betaalbare zorg, korten maakt meer kapot.”

Hoogleraren verenigd Een van de indrukwekkende toespraken kwam van Henriëtte van der Horst, hoogleraar Huisartsgeneeskunde VUmc. “Een land met een sterke eerste lijn heeft een goede

LHV | De Dokter Oktober 2011

13


Vervolg Tot tranen toe bewogen

Dagvoorzitter Job Boot

Arno Timmermans, voorzitter NHG

gezondheidszorg en zijn inwoners varen daar wel bij.” Met deze verwijzing naar de Amerikaanse hoogleraar Barbara Starfield, start Henriëtte van der Horst haar inleiding. Daarbij letterlijk in de rug gedekt door vertegenwoordigers van het Interfacultair Overleg Huisartsgeneeskunde (IOH). De minister slaat in haar ogen dan ook de plank mis, als zij bezuinigt op de eerste lijn. “Dan ontstaat in dat land onrust, omdat de kwaliteit van zorg steeds meer onder druk komt te staan. Wij willen wonen in een land met goede gezondheidszorg en dus een sterke eerste lijn. Bezuinig dus niet op de huisartsenzorg; ga voor kwaliteit”, aldus Van der Horst.

Jonge huisartsen Tim Linssen, voorzitter van de LOVAH, de organisatie

Maarten Ploeg, directeur DVN

van Huisartsen in opleiding, spreekt de hoop uit dat huisartsgeneeskunde een vak met toekomst blijft. Een toekomst waarin huisartsen niet als deel van het probleem worden gezien, maar als oplossing. Linssen daagt de minister uit het roer om te gooien en een andere koers te kiezen: “Want als u deze ramkoers aanhoudt, vrees ik het ergste voor dit prachtige vak.” Het applaus houdt hard en lang aan.

‘Minister: neem plaats alstublieft’ De tafel in de spreekkamer van de huisarts staat voor Maarten Ploeg, directeur van de Diabetes Vereniging Nederland (DVN), symbool voor de arts-patiëntrelatie. Aan die tafel bespreken beiden de gezondheidssituatie van de patiënt en nemen daarover besluiten.

Tim Linssen, voorzitter LOVAH

Steven van Eijck, voorzitter LHV

Hij spoort de aanwezigen aan om een derde stoel aan tafel te zetten en de minister uit te nodigen daar plaats te nemen. “Om er van overtuigd te raken dat de huisarts en de patiënt de sterkste schakel in de gezondheidszorg zijn”, zo onderstreept Ploeg.

‘Moet gewoon van tafel’ In haar toespraak voor de manifestatie overheerst bij de Utrechtse huisarts Rinske van de Goor de trots. “Ik ben trots op mijn vak. En ik ben trots op onze assistenten en praktijkondersteuners; zonder jullie zijn wij nergens.” De aangekondigde bezuinigingen leiden in haar ogen tot verslechtering van de zorg. “Deze bezuiniging moet gewoon van tafel, dit kan toch niet waar zijn.”

Huisarts Rinske van de Goor

Aanpassen aanbod Als laatste spreker komt LHV-voorzitter Steven van Eijck aan het word. Hij schetst kort, maar haarscherp de uiterste consequenties van de aangekondigde bezuinigingen. “ Die betekenen maar één ding: het door dit kabinet bezuinigen op de basis huisartsenzorg resulteert in het aanpassen van het aanbod.”

Steun in de rug Op het grote scherm betuigen KNMG-voorzitter Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, Frank de Grave namens de Orde van Medisch Specialisten en GGZ-voorzitter Marleen Barth hun steun via videoboodschappen aan de doelstellingen van de huisartsenmanifestatie. Kruseman: “Zeker in het belang van chronisch zieken moeten we deze

‘Wij zijn de dokter’ Co-assistent en cabaretier Ernst van der Pasch speelt de zaal plat met het lied ‘Wij zijn de dokter’ dat hij schreef voor “iedereen, voor alle mensen in de huisartsen­zorg”: ‘Wij zijn de basis Het fundament Wij zijn de dokter die iedereen kent Met een luisterend hart En een luisterend oor Wij zijn de dokter Die iedereen kent’ Prof. dr. Henriëtte van der Horst hoogleraar Huisartsgeneeskunde VUmc (4e l), spreekt namens de hoogleraren Huisartsgeneeskunde in Nederland: “Geen bezuiniging, maar ga voor kwaliteit” 14

LHV | De Dokter Oktober 2011

Bekijk zijn optreden op www.lhv.nl of via Youtube.

Ernst van der Pasch: “Minister Schippers moet doen wat de huisartsen als de beste kunnen: luisteren” LHV | De Dokter Oktober 2011

15


Vervolg Tot tranen toe bewogen

‘Kies kwaliteit, kies kosten­ bewust, kies kritisch, kies kracht, kies voor visie, kies voor ons’

bezuinigingen met elkaar afwijzen. De Grave wijst op het gemeenschappelijk belang van huisartsen en specialisten. “Minder goede huisartsenzorg is ook slecht voor de specialistische zorg.” Marleen Barth wees tenslotte op het belang van goede samenwerking tussen GGZ en eerste lijn. “Als op beiden wordt bezuinigd, belanden er mensen op straat.” Ook vanuit een heel andere hoek krijgen we houvast: 75 procent van de Nederlanders vindt dat op een essentiële voorziening als de huisartsenzorg niet bezuinigd moet worden. Zelfs niet in deze tijd waarin het kabinet voor een forse bezuinigingsopdracht staat. Dit blijkt uit een publiekspeiling via internet onder 1.200 mensen, uitgevoerd door Maurice de Hond in opdracht van de LHV. De ondervraagden zijn van mening dat dit de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg aantast en leidt tot een stijging van de kosten. Voor 76 procent van de Nederlanders is de huisarts de belangrijkste persoon bij gezondheidsproblemen. 74 procent vindt dat het huidige systeem van huisartsenzorg ervoor zorgt dat er minder mensen in het ziekenhuis terecht komen. Meer dan 60 procent van de ondervraagden denkt dat verzwakking

Waarnemend huisarts Diana Lucassen staat trendwatcher Vincent Everts te woord

van de huisartsenzorg de kosten in de gezondheidszorg zal doen stijgen omdat meer mensen naar het ziekenhuis zullen moeten worden verwezen.

Aftrap LHV-bestuurslid Geert-Jan van Loenen: “De manifestatie is geen slotakkoord, laat dat duidelijk zijn. Het vormde juist de aftrap voor het behoud van de kwaliteit in de huisartsenzorg. We zijn pas begonnen.” De LHV informeert u de komende tijd via de website over de ontwikkelingen rondom de bezuiniging op de huisartsenzorg. Wordt dus vervolgd.

DACHT JE DAT JE HUISARTS WAS... ben je opeens ook ondernemer Zodra u tot een maatschap toetreedt of uw eigen praktijk start, bent u ook ondernemer. En krijgt u meer en meer met complexe financiële vraagstukken te maken. Zowel zakelijk als privé. Dan is het goed om te weten dat ABN AMRO de bank is die uw taal spreekt. Onze preferred bankers voor medici kunnen u uitstekend begeleiden bij uw nieuwe start. Bijvoorbeeld met adviezen over het afdekken van risico’s en uw financiering. Ga naar abnamro.nl/praktijkbegeleiding voor meer informatie. Gespecialiseerd financieel advies voor uw medische praktijk. Dat is advies anno nu.

16

LHV | De Dokter Oktober 2011


Vijf jaar Zvw: doorgaan of omkeren

Ondernemer of toch gewoon huisarts? Tekst Frank van Wijck Fotografie Isabel Nabuurs, Ed van Rijswijk, Casper Rila

T

oen vijf jaar geleden de nieuwe Zorgverzekeringwet (Zvw) werd ingevoerd, stonden de huisartsen op het Malieveld. Ze waren bang dat de huisartsenzorg onder druk zou komen te staan. Ook nu zijn ze ongerust: terwijl substitutie van zorg van tweede naar eerste lijn vorm moet krijgen, wordt juist gekort op het huisartsen­ budget. Moeten we dus wel doorgaan op de ingeslagen weg? Of moeten we juist op onze schreden terugkeren? Vraag vijf huisartsen naar de ontwikkeling van het zorgstelsel dat op 1 januari 2006 is ingevoerd en je krijgt vijf visies. Rim Posthumus is in de eerste plaats bang voor de gevolgen voor de patiënt. “De zorgpremie stijgt flink en het verzekerde pakket wordt steeds magerder”, zegt hij. “Je krijgt dan mensen die geen premie kunnen betalen of die nog slechts een smal pakket verzekerde zorg over­houden. Dit zal vooral de zwakkeren in de samenleving treffen. Voor mij als huisarts betekent dit dat ik op mijn beeldscherm moet kijken hoeveel zorg ik iemand mag verlenen. Niet iedere zorgver­zekeraar gaat mee in de protocollen die wij als zorggroep hanteren. En verwijs ik een patiënt naar de fysiotherapeut of diëtist, maar zit die zorg niet in zijn verzekerde pakket, dan wordt de beslissing die zorg wel of niet te consumeren een financiële. Dat is een bedenkelijke ontwikkeling. We stevenen dus af op het systeem waar de Verenigde Staten juist vanaf willen.”

Gereguleerde marktwerking Joost Clemens, huisarts in Ouderkerk aan de Amstel, is op zich niet tegen de marktwerking die met de stelselherziening werd geïntroduceerd. “Maar in de praktijk leidt dit wel tot versnippering en onduidelijkheid”, zegt hij. “De eerstelijnszorgaanbieders moeten samenwerken in zorgketens, maar ook concurreren. Dat leidt tot een enorme spagaat.” Han Gloudemans, huisarts in Oude-Tonge, is dit met hem eens. “De minister moet de markt de markt laten”, zegt hij, “maar dat doet ze niet. Ze laat de markt zich alleen ontwikkelen in de richting

die zij wil. Het blijft sterk gereguleerd en daarmee motiveer je zorgaanbieders niet.” En dat terwijl de zorgaanbieders best willen, stelt huisarts Sipke Bakker uit Hoofddorp. “Van de substitutie waarover de minister het zo graag heeft, is al lang sprake”, zegt hij. “Vijf jaar geleden had ik 50 diabetespatiënten in mijn bestand en die gingen allemaal naar het ziekenhuis. Nu heb ik er 185 en die komen allemaal op controle bij mij. Maar als ik daardoor meer omzet heb dan vijf jaar geleden en de minister verwart deze omzet met inkomen en kort mij daarop, dan hebben we wel een probleem.” Frank Gunneweg, behalve huisarts in Ermelo ook bestuurslid van De Vrije Huisarts, heeft dan ook een hard oordeel. “De marktwerking werkt niet”, zegt hij. “Dit komt doordat de Nederlandse Zorgautoriteit, die feitelijk de marktmeester moet zijn, de partijen niet in hun concurrentiepositie zet. Je ziet daardoor dat bijvoorbeeld ketenzorg voor COPD-patiënten volstrekt niet van de grond komt. De zorg voor ouderen en dementerenden evenmin. Ik ben daarvoor al jaren geleden gaan lobbyen bij de zorgverzekeraars, maar die lieten me gewoon in de kou staan.”

Betere organisatie van zorg Vijf huisartsen dus, die allemaal niet tevreden zijn over wat de stelselherziening hen tot nu toe heeft gebracht. Al zien ze ook de voordelen ervan. “Het declaratieproces is nog nooit zo gemakkelijk geweest”, zegt Clemens bijvoorbeeld. “En de ziekenhuizen hebben hun wachtlijsten aangepakt.” En Posthumus zegt: “We hebben het als huisartsen niet slechter gekregen. Terecht overigens, gelet op onze inkomenspositie van vijf of zes jaar geleden. En het nieuwe systeem heeft ons bewuster gemaakt van wat we doen en in een aantal gevallen ook hoe goed we dat doen. Van dit laatste kun je je echter wel afvragen in hoeverre die het gevolg van de stelsel­herziening is.” Een terechte nuancering, vindt Gloudemans. “We zijn de zorg beter gaan organiseren, maar je kunt je afvragen of dat niet ook zonder die stelselherziening mogelijk was geweest.” LHV | De Dokter Oktober 2011

19


‘Doorgaan op de ingeslagen weg, maar dan wel met meer ruimte’

Ab Klink: “De zorg die in de eerste lijn wordt geboden, moet ook daar worden betaald”

Huisarts Han Gloudemans: “De minister laat de markt alleen ontwikkelen in de richting die zij wil”

Huisarts Sipke Bakker: ““Vijf jaar geleden had ik 50 diabetespatiënten en die gingen allemaal naar het ziekenhuis. Nu heb ik er 185 en die komen allemaal bij mij op controle”

“De longpatiënt gaat voor controle nog steeds naar het ziekenhuis. Substitutie komt niet van de grond.”

natuurlijk belangrijke punten, en we weten dat we daarbij de huisarts nodig hebben. Daarom introduceerden wij PraktijkStatus, een instrument dat huisartsen helpt om inzicht te krijgen in het integrale zorggebruik van hun patiënten in alle zorgsoorten. Huisartsen krijgen zo een volledig overzicht van het zorggebruik van hun patiënten, en van hoe dit zich verhoudt tot de rest van het land. Natuurlijk houden we hierbij rekening met het feit dat de ene praktijk een andere patiëntenpopulatie heeft dan de andere. Zo wordt op objectieve wijze het zorggebruik van patiëntenpopulaties ten opzichte van de landelijke cijfers bekendgemaakt. Als huisartsen met spiegelinformatie kunnen aantonen dat ze hun rol pakken in substitutie, kunnen ze op basis van feiten een constructieve dialoog voeren met zorgverzekeraars en de minister.”

Premiejager Hoe kijken andere partijen dan huisartsen hier tegenaan? Henk van Gerven was zelf huisarts, voordat hij namens de SP in de Tweede Kamer kwam. Net als Kamergenoot Attje Kuiken van de PvdA is hij niet te spreken over wat de stelselherziening tot nu toe heeft gebracht. Beide stellen dat het stelsel zorgaanbieders bijna dwingt om zorg te bieden waarmee ze geld verdienen, in plaats van de zorg te verlenen die de patiënt nodig heeft. “De zorgaanbieder wordt ongewild een soort premiejager”, zegt Van Gerven. En Kuiken zegt:

De Zorgverzekeringswet (Zvw) en de gevolgen voor de patiënt De Zvw die op 1 januari 2006 is ingevoerd, maakte een einde aan het onderscheid tussen ziekenfondspatiënten en particuliere patiënten. Alle Nederlandse burgers zijn op grond van de Zvw verzekerd voor hetzelfde basispakket aan gezondheidszorg. Hier bovenop kunnen zij op basis van eigen wensen een aanvullend verzekeringspakket afsluiten. De verzekerde betaalt een nominale premie en een inkomensafhankelijke bijdrage. Recent bestaat veel discussie over de vraag of en hoe ver de premie zal oplopen, en of de verzekerde voor die premie nog aanspraak kan maken op hetzelfde basispakket. Hiernaast gaat de aandacht vooral uit naar de ontwikkeling van kwaliteits­indicatoren, op basis waarvan de zorgverzekeraar zorg kan inkopen en de patiënt kan kiezen van welke zorgaanbieder hij gebruik wil maken.

20

LHV | De Dokter Oktober 2011

Knellende kaders Ook Ab Klink, de man die bekendstaat als de ‘architect achter de schermen’ van de stelselherziening, ziet problemen. Na zijn ambtperiode als minister van VWS is hij nu actief bij adviesbureau Booz & Company. Hij vertelt: “De angst van de huisartsen dat de zorgverzekeraars zich met de inhoud van de zorg zouden gaan bezighouden, is niet uitgekomen. Ook de gevreesde inkomensdaling is uitgebleven. En ontwikkelingen als zorgcentra, ketenzorg en modules voor modernisering en innovatie waren er denk ik toch wel gekomen, ongeacht het stelsel waarin de zorg functioneert. Het probleem waar we nu tegenaan lopen, is dat de grens van de bekostiging van de zorg in beeld komt. De kaders gaan knellen nu meer zorg naar de eerste lijn gaat. De zorg die daar geboden wordt, moet ook betaald worden. Niet in de zin van meer salaris, maar wel van meer geld naar de eerste lijn. En ik denk dat de status van huisartsen ook moet worden opgewaardeerd nu hun positie belangrijker wordt.”

Inzichtelijk zorggebruik Sander van Ekeren, manager zorginkoop huisartsen bij de divisie zorg en gezondheid van Achmea, vindt ook dat de huisarts beter in zijn positie moet worden gebracht. “De huisarts is nodig als poortwachter en spil in de totale zorgketen”, zegt hij, “en als bewaker van de kwaliteit en doelmatigheid in deze keten. Voor ons als zorgverzekeraar zijn kwaliteit en doelmatigheid van zorg

Doorgaan Kan het huidige stelsel de huisartsen dan alsnog meerwaarde brengen, en willen de huisartsen eigenlijk wel verder met dit stelsel? Volgens Van Gerven moeten ze dat niet willen. “De marktwerking moet worden afgeschaft, de huisartsen moeten samenwerken en via een abonnementensysteem worden betaald. En bezuinigen op de huisartsenzorg kan nu echt niet.” Ook Kuiken vraagt zich af of de marktwerking kan gaan werken. “De minister zet in op verdere privatisering”, zegt ze, “dat vinden we geen goede weg.” De vijf huisartsen zijn voorzichtig positiever. “Op zich ben ik niet tegen gereguleerde marktwerking”, zegt Gunneweg. En de andere vier zijn dat eigenlijk ook niet. Maar als het proces wil slagen, moet het geld wel de zorg volgen, vinden ze allemaal. “De positie van de

huisarts en de eerste lijn moet worden versterkt”, zegt Posthumus. “En die moeten allebei niet bang zijn verantwoording af te leggen over de kwaliteit die ze leveren.” Terugkeren naar hoe het was, is een gepasseerd station, vindt ook Clemens. “Maar als we vooruit willen, moeten we wel van een paar handboeien worden bevrijd. Ik zou dat spannend vinden, maar zou er niet tegen zijn.” Gloudemans denkt er hetzelfde over: “Doorgaan op de ingeslagen weg, maar dan wel met meer ruimte. Al was het oude stelsel wel rustig. Van wat er nu gebeurt word ik zo moe.” En Bakker zegt: “Wat wij in de eerste lijn doen is goedkoper dan de zorg die de tweede lijn levert. Dat is in het voordeel van de minister. Daarop moet ze haar beleid afstemmen.” Klink ziet het ook zo. “De betaling is nu gefragmenteerd en op volume gericht”, zegt hij. “En daarvan zijn de huisartsen de dupe. Er moet meer in netwerken worden gedacht. Zo staat het ook in het regeerakkoord trouwens. De negatieve gevoelens die een aantal huisartsen hebben bij hoe het nu gaat, zijn binnen het huidige systeem te ondervangen.”

De Zorgverzekeringswet (Zvw) en de huisarts Voor de huisarts heeft de komst van de Zvw op verschillende niveaus gevolgen gehad: • De afschaffing van het verschil tussen ziekenfonds en particulier was macro-economisch budgetneutraal, maar had op individueel praktijkniveau grote gevolgen. • De manier van contracteren is veranderd: het aantal contracten nam toe en ze werden bovendien uitgebreider. • De invoering van elektronisch declareren leverde in 2006 een enorme chaos op met voorschotten of te late uitbetalingen. Bovendien stapte een aantal verzekerden nog in het eerste kwartaal van 2006 over naar een andere zorgverzekeraar, wat ook weer voor administratieve problemen zorgde. • Het Vogelaarakkoord regelde de Modernisering en Innovatie module (M&I-module) als basis om de positie van de huisarts te versterken. Maar de korting van 132 miljoen euro die de minister nu aan de huisartsen heeft opgelegd, baseert ze op overschrijdingen op aandachtsgebieden waarom ze juist zelf had gevraagd.

LHV | De Dokter Oktober 2011

21


bbdw adv de dokter okt 180x123_Opmaak 1 22-9-11 16:04 Pagina 1

Oók LHV

Advertenties

HOED? ZOED? AHOED? GOED?

Weet u nog hoe het zit? Wij wel!

Cao’s zorgen voor rust Tekst Mérie van der Rijt Fotografie Erik Kottier

Samenwerking in de eerstelijns gezondheidszorg is het sleutelwoord. En wij weten er alles van. Vanuit een scherpe visie op en expertise in de ontwikkelingen in de zorg, bieden we full service oplossingen voor de gehele problematiek rondom zorgcentra. Van advies en exploitatie tot aan realisatie. Innovatief, creatief en deskundig.

Google ons op: www.bbdw.nl

Medisch Centrum Vredenburchweg - Rijswijk

I

n de cao Hidha worden de arbeidsvoorwaarden geregeld voor alle in Nederland werkzame huisartsen in dienst van een huisarts. In de cao Huisartsenzorg staan de arbeidsvoorwaarden voor het overige personeel in de huisartsenpraktijk. De totstandkoming van de cao’s is een flinke klus.

Onderhandelingstafel

U bent als zorgverlener of zorginstelling verantwoordelijk voor het welzijn van uw patiënten. En daarnaast ook voor de facturering van de door u verleende zorg.

WaaRom nIet kIezen vooR Hetgeen WaaR u Het beste In bent? Fysiotherapiepraktijk De Regentes uit Den Haag werkt al 4 jaar tevreden samen met Infomedics.

Mijn patiënten hebben belang bij een efficiënt declaratiesysteem. Want dat geeft mij ruimte om meer aandacht aan hen te besteden.

meer informatie? ga naar www.infomedics.nl of bel naar 036 536 30 51

22

LHV | De Dokter Oktober 2011

Infomedics helpt u met het zo efficiënt mogelijk incasseren van uw omzet verzekerde en niet-verzekerde zorg. Met een betrouwbaar en solide declaratiesysteem helpen wij al 10 jaar, direct en indirect, ongeveer 3.500 zorgverleners.

“De LHV vindt gelijkheid op het gebied van arbeidsvoorwaarden in de branche belangrijk. Het zorgt voor rust; met een cao is er immers geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden”, aldus Margreet Schuurmans, senior HRM-adviseur bij de LHV. “Toch hebben werkgevers wel wat speelruimte, want de LHV werkt met minimum cao’s. Werkgevers kunnen ten voordele van de werknemer van de cao afwijken. Verder streeft de LHV naar zo min mogelijk toeters en bellen. De basiszaken zoals arbeidsduur, loon, vakantiedagen, ziekteverzuim en beroepskosten zijn geregeld. Zonder cao zou elke huisarts zelf met zijn personeel moeten onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden.”

Kort

Het principeakkoord cao Huisartsenzorg 2011-2012 is door alle partijen goedgekeurd. De betrokken partijen bij deze cao zijn: LHV en VHN (werkgevers), NVDA, AbVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en de NVvPO (werknemers). De onderhandelingen over de cao Hidha zijn uitgesteld tot januari 2012. Wilt u hier meer over weten? Kijk dan op www.lhv.nl/praktijkvoering/personeel.htm of neem contact op met Margreet Schuurmans: (030) 28 23 755.

De LHV is er voor alle huisartsen. De belangen voor beide partijen, de werkgevers én de werknemers, moeten worden behartigd. Het zou onzuiver zijn als de LHV aan de onderhandelingstafel beide partijen zou vertegenwoor­ digen. Daarom vormt de Landelijke Vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) de werknemersdelegatie bij de onderhandelingen voor de cao Hidha. Het bestuur van de LHV kijkt mee in dit proces en zorgt ervoor dat de belangen van zowel werknemers als werkgevers worden behartigd. De LHV vertegenwoordigt de werkgevers. Dit is volgens Schuurmans logisch, omdat de meerderheid van de LHV-leden zelfstandig ondernemer is. Schuurmans bereidt de onderhandelingen voor de cao’s grondig voor. Dit mondt uit in een onderhandelingsvoorstel waarvoor het LHV-bestuur een mandaat geeft. Op basis van het voorstel van de werkgevers en dat van de werknemers wordt onderhandeld. Na twee of drie rondes is er een principe­ akkoord dat beide partijen voorleggen aan hun achterban die er uiteindelijk groen licht voor moet geven. “Het is een uitdaging om in deze tijd van bezuinigingen tot een cao te komen waarmee we ook in de toekomst goed gekwalificeerd personeel kunnen behouden voor de huisartsenpraktijk. We moeten dus verder kijken dan de looptijd van de cao.” LHV | De Dokter Oktober 2011

23


Kritisch gesprek

Aldus de patiënt:

CV

Madeleine McLaggan (1962) is sinds 1 december 2006 lid van het College bescherming persoonsgegevens, en is onder meer verantwoordelijk voor de portefeuille Zorg. McLaggan studeerde in 1990 af aan de Universiteit van Amsterdam. Zij volgde de Beroepsopleiding Advocatuur in Amsterdam (1991) en de postdoctorale Grotius-opleiding Informaticarecht (1996). Van 1990 tot 1997 werkte ze als advocaat, daarna was ze werkzaam bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Tekst Els van Thiel

Wat kan uw huisarts bÉter doen? Steeds vaker vellen patiënten op internet een oordeel over hun huisarts. Kort door de bocht soms: een rapportcijfer en ook nog anoniem. Maar wat kan de huisarts concreet beter doen?

Sennem Ozturk (33) uit Nieuwegein

“Ik zou werkelijk niet

weten wat mijn huisarts beter zou kunnen doen. Wij hebben het namelijk echt getroffen met hem. Hij onderneemt actie als het nodig is, maakt duidelijke afspraken over de medicatie en ik kan álles met hem bespreken.” Manon van Ankum (49) uit Duiven

“De bereikbaarheid en de communicatie van mijn oude huisarts waren ronduit

slecht.

Ik miste vooral de nazorg bij serieuze zaken.

Geen enkel initiatief na het hartinfarct van mijn man. De ervaringen met de nieuwe huisarts na onze verhuizing zijn in ieder

Madeleine McLaggan (CBP)

‘Artsen kunnen rekenen op verscherpt toezicht’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie FMAX/Sam Rentmeester

geval qua bereikbaarheid en communicatie

tweehonderd procent beter.” Mike Dell (41) uit Den Haag

“Mijn huisarts zit in een lastig

parket, want hij moet de vergelijking doorstaan met mijn vader, die ook huisarts was. Mijn vader hield zijn patiënten wat nauwlettender in het oog. Logisch, want hij had lang niet zo’n papierwinkel als de huisarts van nu.” 24

LHV | De Dokter Oktober 2011

H

et elektronisch patiëntendossier (EPD) is van de baan. Toch is uitwisseling van patiëntgegevens voor huisartsen cruciaal om 24/7 zorg te kunnen bieden. Volgens Madeleine McLaggan, lid van het College bescherming persoonsgegevens (CBP), vraagt elk uitwisselings­ systeem waarbij ‘derden’ betrokken zijn, om een wettelijke basis óf persoonlijke toestemming van patiënten. “De eisen zijn helder.” In de kwestie rond het EPD bleek privacybescherming het struikelblok. Wat vond u daarvan? “Dit is een voorbeeld dat laat zien hoe belangrijk burgers het vinden dat er zorgvuldig wordt omgegaan met gevoelige persoonlijke gegevens. Het is uitzonderlijk dat een wetsvoorstel in een zo

ver gevorderd stadium in de Eerste Kamer wordt afgewezen. En zelfs unaniem. Een duidelijk politiek signaal, ingegeven vanuit de samenleving. Ik begrijp dat heel goed: we hebben het over gevoelige persoonsgegevens die niet voor niets onder het medisch beroepsgeheim vallen. Het gaat om de waarborg dat mensen aspecten van hun gezondheid en leven in vertrouwen met een arts kunnen bespreken. Dat bewaken wij als toezichthouder.” Voor huisartsen is het noodzakelijk om patiëntgegevens te kunnen uitwisselen in verband met waarneming, avonden weekenddiensten. Mag dat? “Er is geen enkel probleem zolang die gegevens alleen worden uitgewisseld tussen de arts en andere partijen die rechtstreeks bij de behandelrelatie zijn betrokken, zoals de waarnemer. Dat kan zonder specifieke wet en ook zonder persoonlijke toestemming van de patiënt. Maar zodra er een derde partij bij komt kijken, zoals een ICT-partij die ervoor zorgt dat de gegevens van de ene partij voor de andere beschikbaar zijn, dan is er een wet nodig die de uitwisseling regelt. En als er geen wet is, moet de patiënt persoonlijk toestemming geven. Dat laatste is het geval nu het wetsvoorstel voor het EPD is afgewezen.” Veel huisartsen en huisartsenposten wisselen gegevens uit via het Landelijk Schakelpunt (LSP), maar hebben hiervoor geen persoonlijke toestemming van patiënten gevraagd. “Ze hebben zich bij het LSP aangesloten in het kader van een pilot die samenhing met het wetsvoorstel voor het EPD. Maar aangezien de wet is afgewezen, is er geen wettelijke grondslag tot stand gekomen, en is toestemming vragen voor dat systeem nu echt de enige weg.” Huisartsen willen gewoon de noodzakelijke informatie kunnen uitwisselen, gebruikmakend van de beschikbare techniek. Wie kan daar bezwaar tegen hebben? “De patiënt bijvoorbeeld. Wij merken dat veel mensen zich afvragen wat er eigenlijk met hun medische gegevens

gebeurt. De patiënt vertrouwt erop dat zijn medische gegevens alleen worden gedeeld met die partijen die rechtstreeks bij zijn behandeling zijn betrokken, en dat er anders om zijn toestemming wordt gevraagd.” Het is wel erg kostbaar en tijdrovend om 16 miljoen Nederlanders persoonlijk te benaderen en hun toestemming of weigering transparant vast te leggen. “Er is in de medische sector al meer ervaring met het vragen van persoonlijke toestemming voor behandelingen. Overigens hoeft niet iedere arts het wiel opnieuw uit te vinden. De koepelorganisaties kunnen helpen door na te denken over de verschillende mogelijkheden voor informatie-uitwisseling en – als er derden bij betrokken zijn – over de manier waarop dat kan worden georganiseerd. Zonder onredelijke rompslomp. Ik zie geen reden waarom zij daarin niet zouden slagen.” En in de tussentijd? “Ik heb begrepen dat er op dit moment wordt onderzocht of de pilot kan worden omgezet naar een systeem dat aan de wettelijke eisen voldoet. Wij hebben al een mogelijk door­startmodel bekeken en geconcludeerd dat er voor dat model persoonlijke toestemming van de patiënt nodig is. Dat hebben wij in een schriftelijk advies meegegeven. Wij wachten de ontwikkelingen dus met belangstelling af. Het CBP monitort welke systemen voor informatie-uitwisseling worden gebruikt en of zij aan de wet voldoen. U kunt dus rekenen op verscherpt toezicht. Als een systeem niet aan de wettelijke eisen voldoet, kunnen we een last onder dwangsom opleggen. Dat is onze rol als toezichthouder.”

www.lhv.nl/dedokter

LHV | De Dokter Oktober 2011

25


Gegevens uitwisselen: kan het beter? Tekst Sander Peters Fotografie Ed van Rijswijk Illustratie Joyce Schellekens

D

igitalisering in de zorg: zegen of last? De voordelen zijn legio: het werk gaat makkelijker, sneller, efficiënter en – dat vooral – beter. Nadelen zijn er ook: digitale communicatie vraagt om veel afstemming, om precieze registratie én om een strenge bewaking van de privacy van patiënten. Waar loopt de praktijk tegenaan? “Een krabbel in een doktershandschrift volstaat niet meer.”

Zorgverleners zijn steeds meer aan elkaar verknoopt in zorg­ketens en zorgcontinua. Het gevolg? Informatie­ stromen – veelal privacygevoelige persoonlijke en medische gegevens – gaan op grote schaal heen en weer tussen diverse schakels in de keten. Tussen huisarts en apotheek, tussen huisarts en huisartsenpost, en tussen huisartsenpost en apotheek. Soms gaat dat mondeling of per post, steeds vaker digitaal. Dat laatste is snel en makkelijk. En goed voor de kwaliteit van de zorg. Maar tegelijk ook een risico, want: hoe zit het met de veiligheid? En de storingsgevoeligheid? De Dokter maakte een ronde langs huisartsen, een huisartsenpost en apothekers. Wat gaat goed, wat kan beter?

26

LHV | De Dokter Oktober 2011

Efficiënt “Ik ben een groot voorstander van digitale gegevensuitwisseling”, zegt huisarts Tejo Janssen uit Winssen (Gelderland). “Het komt de kwaliteit van de zorg ten goede. Daarnaast maakt het ons werk eenvoudiger. De praktijk draait efficiënter; als kleine zelfstandige is dat belangrijk. Er is nog wel veel te verbeteren. Neem de overdracht van dossiers bij nieuwe patiënten. We sturen al vijftig jaar mensen naar de maan, maar moeten een medisch dossier per post versturen en handmatig ‘inkloppen’. Dat stoort me, want de techniek ligt er al.” Een ander punt is de uitwisseling van gegevens met apothekers. “Wij hebben een één-op-één relatie met een apotheek. Dat werkt prima, mede dankzij de digitalisering. Maar: in het medicatieoverzicht staat lang niet altijd vermeld wat derden precies voorschrijven. Een andere huisarts bijvoorbeeld, of een medisch specialist.

Of de medicijnen die de ziekenhuisapotheek heeft geleverd. Daarvoor is het Landelijk Schakelpunt een oplossing: dan zijn die gegevens altijd snel en makkelijk te traceren, voor huisartsen in heel Nederland.”

Zorgvuldig bijhouden Over de gegevensuitwisseling met de huisartsenpost is Janssen zeer te spreken. “Deze regio loopt wel voorop. Elders loopt de overdracht van dossiers en de uitwisseling van gegevens tussen huisarts en huisartsenpost minder soepel. Dat kan een probleem zijn, omdat de huisartsenzorg nu eenmaal voor een groot deel buiten de praktijk is komen te liggen. Steeds meer mensen zien de post als een soort ‘verlengd spreekuur’. Dus is het zorgvuldig bijhouden van het dossier door de huisartsenpost ook steeds belangrijker.” Een van de initiatiefnemers van de huisartsenpost in de regio Nijmegen is de Maldense huisarts Jaap Schreuder. Hij herkent zich in de woorden van Janssen. “Tijdens een dienst op de post ben ik me er zeer bewust van dat ik werk in andermans dossier. In de eigen praktijk geldt dat natuurlijk ook: de huisarts is ook daar meer en meer tijd kwijt met het bijhouden van dossiers. Om de simpele reden dat die informatie vaker in andermans handen belandt, nu steeds meer artsen parttime werken, de huisartsenpost vaak bezocht wordt en er meer ketensamenwerking is. Een krabbeltje in een doktershandschrift volstaat niet meer.”

Groene pilletjes De grootste winst van de digitalisering is dat de huisarts op de post de medicatiegegevens kan inzien, vindt Schreuder. Niet alleen welke medicijnen de patiënt inneemt, maar vooral waarom de huisarts of specialist ze voorgeschreven heeft. “Ik krijg regelmatig patiënten op de post, die zeggen: ‘Ik slik die kleine groene pilletjes. U weet wel.’ Nee dus. Ik weet niet hoe pillen eruit zien. Gelukkig heb ik dan het overzicht in de computer. Dat komt de kwaliteit van de zorg ten goede.”

Huisarts Jaap Schreuder: “Natuurlijk spelen er kwesties rond privacy. Niets is echter zonder risico”

LHV | De Dokter Oktober 2011

27


Vervolg Gegevens uitwisselen: kan het beter?

‘Door de manier waarop VWS het destijds heeft gepresenteerd, staat gegevensuitwisseling nu in een verkeerd daglicht’

Apotheker Eva Siedenburg: “Sommige aspecten van de anamnese hoef ik niet te weten”

Schreuder ergert zich aan de trage ontwikkeling van de landelijke gegevensuitwisseling. “Natuurlijk spelen er kwesties rond privacy. Niets is echter zonder risico. De invoering van het landelijk systeem, met zijn gedegen privacybescherming, heeft voordelen. Voor alle partijen. Door de manier waarop het ministerie van VWS het destijds heeft gepresenteerd, staat gegevensuitwisseling nu in een verkeerd daglicht. Alsof ergens in Nederland een grote computer staat met daarin alle gegevens van alle patiënten. Voorspelbaar dat nogal wat mensen - een half miljoen, dus zo’n 3 à 4 procent - daar bezwaar tegen hebben aangetekend. Ik hoop van harte dat het LSP voortgezet én uitgebouwd wordt.”

Medisch geheim Ook de Haagse apotheker Eva Siedenburg kan zich geen leven zonder digitale gegevensuitwisseling meer voor­ stellen. Siedenburg’s apotheek maakt deel uit van een gezondheidscentrum, waar zeer regelmatig multidisci­ plinair overleg plaatsvindt. Siedenburg: “Persoonlijk overleg. Live dus. Ook met de betrokken huisartsen. Heel belangrijk, want in zo’n gesprek kom je veel nuttigs over de patiënt te weten. En we kunnen de huisarts ook advies geven over medicatie.” “De elektronische informatiestroom is minstens zo belangrijk, weet Siedenburg.” Voor een goede therapie is het essentieel dat de huisarts over een actueel medicatieoverzicht beschikt. Hij moet weten wat anderen hebben voorgeschreven. Wij hebben hier in de wijk nogal wat oudere patiënten, die niet precies weten wat ze slikken. Omdat deze mensen vaak kampen met meerdere chronische ziekten, kunnen de verschillende medicijnen conflicteren. Kortom: ook al hebben we hier veel disciplines onder één dak, voor de patiënt is het van groot belang dat alles digitaal vastligt.” Echt alles? “Nee, sommige aspecten van de anamnese hoef ik als apotheker niet te weten. De deur van de spreekkamer gaat niet voor niets dicht tijdens een consult.” 28

LHV | De Dokter Oktober 2011

Eenduidig Mariëtte van de Lustgraaf, apotheker in Purmerend, is behoedzamer. Natuurlijk, ze ziet de pluspunten van de moderne tijd. “Het koppelen van systemen, bijvoorbeeld via OZIS, is een groot goed, al blijft bellen en persoonlijk contact altijd onmisbaar.” Daarnaast zijn er echter genoeg zaken die nog niet helemaal goed gaan: “Ik beschik niet altijd over de labwaarden van patiënten met een verminderde nierfunctie. Dan moet ik de huisarts bellen, die moet die waarden opzoeken, dat kost allemaal extra tijd.” Kritisch kijkt ze ook naar de toekomst. “Natuurlijk, één uniform landelijk systeem, zoals het LSP, is prettig. Maar ik weet ook dat dit niet automatisch alle knelpunten oplost. Er zijn heldere afspraken nodig om te zorgen dat informatie eenduidig is. Bijvoorbeeld de doseringstabellen: dat luistert heel nauw. Maar ook de reden om te stoppen met medicatie of om van protocollen af te wijken, moet goed worden vastgelegd. Die standaardisatie is nodig om te voorkomen dat mensen gaan interpreteren.”

Levensreddend Huisarts Carel Veldhoven uit Berg en Dal - naar eigen zeggen “redenerend vanuit de klei” - pleit voor gezond verstand en vertrouwen in de integriteit van anderen. “Ik kan er niet bij dat het L-EPD er nu nog niet komt en dat dit überhaupt zolang op zich laat wachten. Ik snap wel dat we zorgvuldig Landelijk Schakelpunt (LSP): de plussen en minnen Voor: • snel (‘één druk op de knop’) • minder fouten (‘Overtypen niet meer nodig’) •  makkelijk •  landelijk te raadplegen •  actueel •  volledig.

Tegen: •  privacy in gevaar • kans op storingen • veel afstemming vereist (standaardisatie van formuleringen) •  onpersoonlijk • kost veel tijd.

met privacy moeten omgaan. Medische gegevens mogen niet op de verkeerde plek terecht komen, bijvoorbeeld bij verzekeraars. Maar we moeten niet het kind met het badwater weggooien. Zowel patiënten, zorgverleners als verzekeraars zijn gebaat bij een goed werkend, uniform systeem. Bij voorkeur landelijk, maar zeker regionaal. Als huisarts ben ik iedere dag blij met de technische ontwikkelingen: alles gaat sneller, effectiever en met een kleiner risico op fouten. En het kan levensreddend zijn, als de arts over volledige, actuele informatie beschikt. Dat moet zwaarder wegen dan mogelijke aantasting van de privacy. Bovendien zijn de systemen in het algemeen veilig genoeg. En belangrijker: de meeste zorgverleners willen slechts goede zorg leveren; die maken geen misbruik van privé-informatie.”

Huisarts Tejo Janssen: “Wij hebben een één-op-één relatie met een apotheek. Dat werkt prima, mede dankzij de digitalisering”

Nictiz, de koepels en het LSP: hoe nu verder? Even het geheugen opfrissen: begin april van dit jaar stemde de Eerste Kamer unaniem tegen het wetsvoorstel rond het Landelijk Elektronisch Patiënten Dossier (L-EPD). Minister Schippers van VWS besloot hierop de financiering van het bestaande Landelijk Schakelpunt (LSP) in 2012 stop te zetten. Ook vroeg ze Nictiz, het landelijk expertisecentrum dat de ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert, om te onderzoeken of en hoe de infrastructuur voor gegevensuitwisseling in stand gehouden kan worden zonder de steun van VWS. “Ja, dat kan”, aldus Edwin Velzel, namens de koepels van zorg­aanbieders en Nictiz programmamanager van dit veranderings­ proces. “Wettelijk gezien is het mogelijk en toegestaan dat vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten gezamenlijk deze infrastructuur verder gaan brengen. En ook financieel is het afgetimmerd: de zorgverzekeraars zijn bereid dit via de tarieven te financieren.” Nictiz komt met een theoretisch model voor de ‘overdracht’ van de technische infrastructuur. In dit doorstartmodel – goedgekeurd door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) – beheert een nieuw op te richten organisatie, het servicecentrum voor zorgcommunicatie, de Centrale Verwijsindex met daarin de (niet-medische) gegevens van 8,5 à 9 miljoen Nederlanders die zijn aangesloten op het LSP. De nieuwe organisatie is daarmee verantwoordelijk voor de uitwisseling van medische gegevens tussen huisartsen(posten), apothekers en medisch specialisten. Minister Schippers heeft het rapport van Nictiz inmiddels met een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Ze is positief over het model van Nictiz en over de bereidheid van de koepelorganisaties om het LSP te gaan benutten en de financiering te regelen. De komende weken wordt meer duidelijkheid verwacht over de precieze invulling van de digitale gegevensuitwisseling. Edwin Velzel wil geen percentages noemen, maar acht de kans ‘zeer groot’ dat de doorstart doorgang vindt, waarbij het overigens mogelijk is dat het doorstartmodel van Nictiz op een aantal punten zal worden

aangepast. “Alle koepels hebben ‘ja’ gezegd, aan alle financiële voorwaarden is voldaan en het is wettelijk mogelijk, dus niets staat ons in de weg. En dat is een groot goed voor de kwaliteit van de zorgverlening. Het zou natuurlijk ook doodzonde zijn als alle investeringen in het LSP weggegooid zouden worden.” Alle leden van de LHV die op het LSP zijn aangesloten hebben onlangs twee brieven ontvangen met informatie over de wijze waarop de zorgkoepels in 2012 de landelijke infrastructuur voor informatie-uitwisseling in de zorg (LSP) beschikbaar willen houden én over het advies van de LHV om de brief van Nictiz te ondertekenen en retour te sturen voor de voortzetting van het Nictiz-contract.

Edwin Velzel: “Het zou natuurlijk doodzonde zijn als alle investeringen in het LSP weggegooid zouden worden”

LHV | De Dokter Oktober 2011

29


Leren van over de grens

Huisartsenzorg in Italië

‘We moeten het respect verdíénen’ Tekst Els Wiegant Fotografie Mauro Guglielminotti, Hollandse Hoogte

T

ips voor zijn collega’s in Holland? Nee, die heeft de Italiaanse huisarts Aldo Lupo niet. Integendeel. “De Nederlandse en Britse huisartsen zijn mijn rol­modellen. Van alle medische professionals in Nederland is de huisarts de krachtigste, vind ik. Dat willen wij ook zijn.’

Tot eind 2012 geen euro extra Italiaanse huisartsen worden op weten­schappelijk niveau door verschillende landelijk opererende organisaties vertegenwoordigd. De grootste en belangrijkste is de Società Italiana di Medicina Generale (SIMG), met zijn basis in Florence en gesticht in 1982. Daarnaast behartigen vakbonden de belangen van de individuele beroepsgroepen. Zij onderhandelen op nationaal en regionaal niveau. “Ze leggen een fors gewicht in de schaal. Samen proberen ze plannen te maken om toekomstige ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Daarin zijn ze niet altijd succesvol, want onze regeringen wisselen nogal eens en onze economie staat er slecht voor. Er is geen geld, dus tot eind 2012 komt er voor de huisartsenzorg geen euro bij.”

Aldo Lupo, huisarts sinds 1977, werkt in Villastellone, een stadje van vijfduizend inwoners in de buurt van Turijn, gelegen in de noordelijke regio Piemonte. Sinds 2003 werkt hij in een groepspraktijk met twee andere huisartsen, een kinderarts, twee verpleegkundigen en een secretaresse/receptioniste. “Sinds een jaar of vijftien werken huisartsen steeds minder solo. Met financiële incentives worden we gestimuleerd om op z’n minst virtueel, maar beter nog in een groepspraktijk samen te werken.” De verpleegkundigen hebben een driejarige universitaire studie achter de rug en vervullen een belangrijke rol in Lupo’s praktijk. Ze hebben alleen geen bevoegdheid om recepten uit te schrijven of onderzoeken aan te vragen en vaccineren mogen ze uitsluitend als er een huisarts aanwezig is. Maar verder doen ze veel handelingen zelfstandig. De samenwerking in de groepspraktijk wordt gefaciliteerd door het gebruik van een digitaal patiëntendossier. Italiaanse huisartsen krijgen een kleine vergoeding om dit bij te houden. “Alleen wanneer je over twee jaar met pensioen gaat, hoef je niet meer aan een elektronisch dossier te beginnen.” De gegevensuitwisseling van patiënten blijft vooralsnog beperkt tot collega’s van de eigen praktijk. “Er wordt op landelijk niveau wel gewerkt aan een soort ‘brug-software’ om de onderlinge communicatie tussen de vele verschillende systemen te bevorderen. Maar die is er nu nog niet.”

biedt gratis gezondheidszorg voor alle burgers, van de wieg tot het graf. Het publieke zorgstelsel wordt op drie niveaus bestuurd: nationaal, regionaal en lokaal. De verschillen tussen de twintig regio’s zijn groot. Over het algemeen zijn de noordelijke regio’s beter af dan de zuidelijke. Het regionale niveau is van de drie het meest bepalend. De zorg wordt voornamelijk gefinancierd uit regionale belastingen en de regionale – evenals de nationale – autoriteiten hebben wetgevende bevoegdheid. Zij geven de organisatie en administratie van de zorg vorm en stellen elke drie jaar prioriteiten vast. “Piemonte heeft de afgelopen 2,5 jaar 12 miljoen euro uitgetrokken voor een speciaal diabetesproject, waarvan de eerste lijn de spil is. Gelukkig heeft de regionale overheid, ondanks alle ingrijpende bezuinigingen, besloten die investering dit jaar te verlengen. Ze hebben berekend dat wij veel minder ziekenhuisopnamen onder diabetespatiënten hebben dan in de ons omliggende regio’s. In de tweede lijn is veel geld bespaard.” Lupo en zijn collega’s zijn in dienst van de regionale zorgautoriteit, Assessorate Regionale alla Sanità di Piemonte. Zijn salaris bedraagt zo’n 9.000 euro bruto per maand (4.000-4.500 na aftrek van kosten voor personeel en belastingen). De huisarts krijgt een vast bedrag per patiënt (iets meer voor 65-plussers) en vergoedingen voor preventieve handelingen en speciale projecten, zoals rond diabetes.

Vriend Dat Lupo de Nederlandse en Britse collega’s zo hogelijk waardeert, komt vooral omdat de huisarts in Italië in laag aanzien staat.

“Italianen houden van hun huisarts. Zij zien hem als vriend, niet als dokter. Maar ze slaan ons niet erg hoog aan. Ze vinden ons helaas geen top level artsen.” De oorzaak daarvoor ligt in het verleden, legt Lupo uit. “Mijn generatie huisartsen is niet briljant. Vroeger werd je huisarts als je niet de kwaliteiten had om je te specialiseren. Er waren te veel huisartsen, dus er was felle concurrentie. Huisartsen deden er alles aan om hun patiënten tevreden te stellen. Je gaf waar de patiënt om vroeg, ook al was dat medisch gezien misschien niet correct.” Geen goeie situatie, vindt Lupo, die zelf twee specialisaties deed, maar bewust voor het huisartsenvak koos. “Wij worden geacht de poortwachter van de zorg te zijn en dat zijn we niet altijd. Het respect van onze patiënten – maar ook van onze collega’s in de tweede lijn – moeten we echt verdíénen. Door ons geloofwaardig te maken op een professionele, wetenschappelijke basis. Daar moeten we hard voor werken.” Op de vraag hoe dat moet veranderen, antwoordt hij: “Door opleiding.” Huisartsgeneeskunde is in Italië geen specialisatie die op de universiteit wordt onderwezen. Na zes jaar universitaire studie volgen huisartsen-in-spe een driejarige training, die wordt georganiseerd door de regionale zorgautoriteit, de werkgever van de huisarts. Lupo is er coördinator en geeft zelf ook les. “Wij moeten toekomstige huisartsen een betere opleiding geven. Ik denk dat we daar in onze regio succesvol in zijn, want de jonge generatie dokters in Piemonte is echt heel goed. Zij hebben geen angst meer voor de ziekenhuis- of universiteitsarts, want zij zitten op hetzelfde wetenschappelijke niveau.”

Huisbezoek Lupo heeft 1.400 patiënten; uitsluitend volwassenen, want tot hun zesde (of veertiende, als de ouders daarvoor kiezen) gaan kinderen in Italië naar een kinderarts. Daarmee zit hij aan de bovengrens, want de Italiaanse huisarts heeft tussen de 1.000 en 1.500 patiënten en de kinderarts maximaal 800. Lupo’s patiënten bezoeken hem op het dagelijkse spreekuur (beurtelings ‘s ochtends en ‘s avonds), of maken een afspraak. Hij heeft gemiddeld tien minuten voor een consult en legt één à twee huisbezoeken per dag af. “Dat was in het begin van mijn loopbaan beduidend meer, maar veel van mijn patiënten ken ik inmiddels al dertig jaar. Ik kan hun klachten prima over de telefoon afhandelen. Alleen bij de ernstige en terminale patiënten ga ik nog op bezoek.”

Wieg tot graf Ook in Italië is de huisarts (en voor kinderen de kinderarts) de poortwachter van de zorg. De Servizio Sanitario Nazionale (SSN)

30

LHV | De Dokter Oktober 2011

LHV | De Dokter Oktober 2011

31


Zorggroep DOH implementeert Veilig Incidenten Melden (VIM) in alle praktijken

Patiëntveiligheid: met de billen bloot Tekst Petra Pronk Fotografie Isabel Nabuurs, IStockphoto

‘Openheid maakt het mogelijk om zwakke plekken in een systeem aan te pakken’

VIM in een notendop In het driejarige programma ‘Zorg voor veilig’ is de eerste lijn aan de slag om de patiënt­veiligheid te vergroten. Met die veiligheid is het in het algemeen goed gesteld, maar het kan altijd beter. Patiënten hebben recht op veiligheid, en daarom is door de samen­werkende eerste lijn een toolkit samengesteld met modules om die veiligheid te waarborgen. Een van de modules is ‘Veilig Incidenten Melden’ (VIM). VIM helpt verbeterpunten in de praktijk inzichtelijk te maken en aan te pakken. VIM beschrijft een aanpak voor de introductie en invoering van VIM in organisaties van zorgaanbieders in de eerste lijn. Er wordt gekeken wat er niet goed is gegaan en hoe partijen daarvan kunnen leren. De module is bedoeld voor (groeps)praktijken, gezondheids­centra, huisartsenposten, zorggroepen en over­koepelende organisaties. Meer informatie over Zorg voor Veilig en de VIM-module is te vinden op: www.zorgvoorveilig.nl.

A

ls huisarts doe je er alles aan om je patiënten gezond te krijgen en te houden. Dat is je core business, hetgeen waar je goed in bent en warm voor loopt. Maar waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Dat is helaas niet altijd te voorkomen. Wel is het zaak om goed met die fouten om te gaan. Veilig Incidenten Melden (VIM) kan helpen om de patiëntveiligheid in de eerste lijn te vergroten. Een patiënt die uitglijdt op de gladde stoep voor de praktijk. Patiënten die eindeloos in de wachtkamer zitten. Het door elkaar halen van twee recepten… Incidenten in en om de spreekkamer waren lang taboe. De drempel om fouten toe te geven kan hoog zijn, dus is de verleiding soms groot om ze onder het tapijt te vegen. Maar daar is niemand mee gediend. Met openheid wel. Openheid maakt het mogelijk om zwakke plekken in een systeem aan te pakken, waardoor de zorg in de toekomst beter en veiliger wordt, is de ervaring van huisarts Jan Meulenberg. Hij is lid van De Ondernemende Huisarts (DOH), een zorggroep van 14 huisartsengroepspraktijken in en rond Eindhoven, aandachtshuisarts voor het aanjaagproject VIM dat net is afgerond. Hij is enthousiast over de resultaten.

32

LHV | De Dokter Oktober 2011

Structurele vooruitgang “De reden om met VIM aan de slag te gaan is dat we wilden kijken wat er beter kon en wat we van onze fouten kon­den leren”, zegt Meulenberg. “In het verleden werden incidenten vaak ad hoc opgelost. Dat leidde tot klein­ schalige verbeteringen, maar nooit tot structurele voor­uit­gang. Het grote voordeel van VIM is dat bestaande problemen nu gewoon kunnen worden benoemd en dat er structurele oplossingen bedacht kunnen worden.” Vanuit het idee dat je kunt leren van elkaars ervaringen zijn de 14 praktijken met elkaar om tafel gegaan. Mensen gingen niet alleen per praktijk aan de slag, maar trokken ook samen op binnen het project. Daarbij kreeg DOH onder­steuning van de Regionale Ondersteuningsstructuur (ROS) Fast, in de persoon van Yvonne van Oosterhout. Jan Meulenberg: “We hebben gekeken welke incidenten er voorkomen en wat gedaan kan worden om de patiëntveiligheid in de toekomst te vergroten. Dat proces vraagt veel inzet van de betrokken praktijken. Huisartsen, assistentes en praktijkondersteuners moeten monitoren en registreren, analyseren, verbeterplannen en richtlijnen opstellen en die ook controleren. Dat kost tijd en energie, maar het levert ook veel op.”

LHV | De Dokter Oktober 2011

33


Vervolg Patiëntveiligheid: met de billen bloot

‘Onvolledige, verkeerde of slordige registratie in het HIS is een veel voorkomend verschijnsel’

Nationale Meldweek Zorg voor Veilig en IQ healthcare organiseren, in samenwerking met veel eerstelijnsberoepsorganisaties waaronder de LHV, de Nationale Meldweek patiëntveiligheid eerste lijn 2011. Dit is de tweede keer dat de meldweek wordt georganiseerd. In deze meldweek kunnen alle eerstelijnsberoepsbeoefenaars voorkomende incidenten in de zorg melden via een anoniem digitaal meldsysteem: www.meldweek2011.nl. De meldweek 2011 is van maandag 14 tot en met zondag 20 november 2011. Ook na de meldweek blijft deze site toegankelijk om meldingen te registreren.

Niet de enige

Verschillen

Om te beginnen: herkenning. Het simpele feit dat je ziet dat dingen die in je eigen praktijk misgaan, ergens anders ook spelen, maakt het makkelijker om erover te praten. “Het is prettig om te merken dat jij niet de enige bent die worstelt met bepaalde problemen. Veel problemen komen voort uit het handelen rondom urineweginfecties en de organisatie van de praktijk. Kennelijk zitten daar veel valkuilen, dus hebben we die zaken onder de loep genomen. Neem de routing van iemand met een blaasontsteking. Van bellen tot het uitschrijven van een recept: in elke fase kan iets fout gaan, bijvoorbeeld dat de urine te lang op de balie staat of dat de verkeerde naam op het potje komt. Dan is het zaak om te kijken hoe je de verschillende onderdelen beter kunt organiseren waardoor de kans op incidenten kleiner wordt. Het gezamenlijke optreden fungeert ook als prikkel om eens kritisch te kijken naar de inrichting van je organisatie en de mogelijke verbeterpunten. Zaken waar je niet zo gauw aan toekomt als je in je eentje opereert.”

Het eindverslag van het VIM-project binnen DOH levert een divers beeld op. Om te beginnen valt op dat er veel verschil zit in het aantal meldingen van de verschillende praktijken. Over 14 praktijken kwamen in een jaar tijd in totaal 287 meldingen. Er zijn echter grote verschillen. Er is één praktijk met 75 meldingen, maar er zijn ook praktijken met nauwelijks meldingen. Verder valt op dat het meestal gaat om minder ernstige (bijna-)incidenten, die in potentie wel kunnen uitgroeien tot een incident of calamiteit. Meestal zijn het geen wereldschokkende zaken. Maar wel dingen die voorkomen hadden kunnen worden als de boel beter was georganiseerd. Leerpunten dus. Meulenberg benadrukt dat het bij VIM niet gaat om personen, maar om het onder de loep nemen van organisatorische of systematische fouten.

Veranderingen in de praktijk van Jan Meulenberg door VIM: •  aanpassing protocol ‘urineweginfecties’ • aanpassing ‘hoe om te gaan met aanvraag huisbezoeken’ • aanpassing van de administratie bij in- en uitschrijven van gezinnen   • extra aandacht voor ‘het plan’ in het HIS, waardoor het voor derden nog duidelijker wordt wat de bedoeling is. Kortom: communicatieverbetering   dienstverlening naar de cliënt is verbeterd • • meer alertheid ontwikkeld voor het waarnemen van (bijna-) incidenten.

34

LHV | De Dokter Oktober 2011

Lessen Vaak gaat het om situaties waarin het onduidelijk is waar de verantwoordelijkheid ligt. Iemand is bijvoorbeeld uitgegleden op de bevroren stoep voor de praktijk. Wie is verantwoordelijk voor het sneeuwvrij houden van een oprit? Ook de registratie blijkt een belangrijke bron van incidenten. Onvolledige, verkeerde of slordige registratie in het HIS is een veel voorkomend verschijnsel. Juiste invoering van gegevens in elektronische systemen verdient volgens Meulenberg duidelijk meer aandacht. “Als het gaat om patiëntveiligheid is communicatie een sleutelwoord. Onderling tussen zorgverleners, maar ook naar de patiënten toe. Het HIS lijkt een zwakke plek. De meeste artsen opereren te kort door de bocht als ze daarin iets noteren. Dat is dan voor henzelf wel begrijpelijk maar niet altijd voor anderen, en daardoor kunnen praktijkassistentes, praktijkondersteuners en waarnemers hun werk niet altijd goed uitvoeren. Een voorbeeld: een dossier wordt

niet gesloten na overlijden, zodat de overledene nog een oproep krijgt voor een griepprik. Onnodig pijnlijk voor de nabestaanden.” Ook de privacy blijkt een zorgenkindje. Patiënten blijken soms informatie over andere patiënten op te kunnen pikken. Dat is niet wenselijk. En dan zijn er nog de herhalingsrecepten. Dat soort recepten gaat op ‘routine’ en is daarom een potentiële bron van fouten. “Het is belangrijk om kritisch de routing te blijven volgen. Wat krijgt iemand? Hoe lang al? Wie houdt het bij? De antwoorden op dat soort vragen bepalen grotendeels de kwaliteit van de zorg. Ook opvallend is dat sommige incidenten op sommige praktijken niet kunnen voorkomen, vanwege een andere organisatie of logistieke situatie. Hier ligt voor ons als DOH een uitdaging om deze verschillen te communiceren en te bespreken. Zo maak je de weg vrij om van elkaars expertise gebruik te maken.”

Concreet veranderd Sinds de invoering van VIM is er binnen DOH-praktijken het nodige veranderd. Het grootste winstpunt is volgens Meulenberg dat incidenten bespreekbaar zijn. “Als zich iets voordoet schieten mensen niet meer in de weerstand. Wij zien fouten als een mogelijkheid om de organisatie te verbeteren. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Het maken van fouten is menselijk en dus voltrekt normaal. Maar het is niet normaal om daar weinig tot niets mee te doen. Het is belangrijk om lessen te trekken uit het verleden, verbeterplannen te maken en erop toe te zien dat ze worden uitgevoerd.” Daarom blijft VIM ook in de toekomst op de agenda staan. Op vaste punten in de maand is er extra aandacht voor

Jan Meulenberg: “Het is prettig om te merken dat jij niet de enige bent die worstelt met bepaalde problemen” verbeterpunten. Meulenberg hoopt dat DOH erin slaagt de drive vast te houden. “Het was heel inspirerend om te zien hoe zoveel verschillende praktijken hun organisatie in kaart hebben gebracht en serieus aan de slag zijn gegaan. We zijn dan ook heel gemotiveerd om met VIM te blijven werken aan verbetering van de zorg. Dat doen we bijvoorbeeld door ongeveer zes keer per jaar een nieuwsbrief uit te brengen waarin we een aantal incidenten bespreken. Bijzonder leuk en echt een aanrader!”

Belangrijkste bevindingen Aanjaagproject DOH • In de meeste gevallen gaat het om minder ernstige incidenten die in potentie kunnen uitgroeien tot een groter incident. • Meest voorkomende thema’s van incidenten zijn: herhaalreceptuur, communicatie, procedure rondom onderzoek op urineweginfecties, registratie in HIS. • Verwisseling van medicijnen en de logistiek (visite, wachtkamer). • Niet alleen VIM’men in je eigen praktijk, maar incidenten ook met elkaar delen levert meerwaarde. • Incidenten zijn vaak het gevolg van onduidelijke verantwoordelijkheden. • Het HIS is een grote bron van fouten (verhuizingen, overlijden, gebruik verkeerd dossier).

• Het uitschrijven van herhalingsrecepten verdient meer aandacht. • Meeste meldingen worden gedaan door praktijkassistentes. • VIM blijft aandacht vragen en tijd kosten. Je bent er niet na een korte introductie. • Ondersteuning van een Regionale Ondersteuningsstructuur (ROS) blijkt nuttig. • Het bespreken van incidenten en eventueel delen ervan in een nieuwsbrief zorgt voor openheid en stimuleert de meldingsbereidheid. • VIM oppakken als zorggroep biedt mogelijkheden om algemene verbeterpunten samen op te pakken en van elkaar te leren. • Evaluatie van de verbeteracties is van belang.

Voor het volledige rapport, zie: www.deondernemendehuisarts.nl.

LHV | De Dokter Oktober 2011

35


Scherp gesteld

De stelling:

Huisartsen moeten meer open zijn over hun fouten

“Tussen ‘fout’ en ‘goed’ zitten vele schakeringen”

E

Drie huisartsen, drie meningen. De Nationale meldweek patiëntveiligheid start op 14 november. Een uitstekende aanleiding om stil te staan bij missers en incidenten. Want van je fouten kun je leren, toch? Tekst Els van Thiel Fotografie FMAX

E

ens. “Patiënten nemen het je kwalijk als je niets onderneemt om ze te helpen. Maar als achteraf blijkt dat je met de beste bedoelingen toch niet de juiste beslissing hebt genomen, tonen ze daar meestal verrassend veel begrip voor. Mits je goed uitlegt waaróm je het zo hebt gedaan. Huisartsen zijn ook maar mensen! Iedereen maakt fouten, patiënten zijn daarin doorgaans heel reëel, zolang je maar open en eerlijk bent. Elke misser bevat overigens een schat aan informatie. Casussen waarin je fout hebt gehandeld, blijven je je leven lang bij. Je weet voortaan precies wat je níét moet doen. Elke fout van mij of van een van mijn medewerkers is voor mij reden om alle procedures nog eens door te lopen en te bekijken hoe we zo’n misser in de toekomst kunnen vermijden. Ik hoop niet dat ik me defensief ga opstellen om fouten te vermijden. Patiënten zijn tegenwoordig bijzonder goed van de tongriem gesneden en weten vaak precies welke onderzoeken ze willen. ‘Ik heb hoofdpijn, dus ik wil een MRI van m’n hoofd, want misschien heb ik wel een hersentumor’… Als huisarts weet je dat die kans klein is, maar het valt soms niet mee om mensen van de gedachte af te brengen. En, eerlijk is eerlijk, je kunt fout zitten.”

Jolien Glaudemans, aios

“Niet zonder slag of stoot, maar ik heb geleerd voor mijn fouten uit te komen”

E

Marcel Olyslagers, huisarts in Rockanje

LHV | De Dokter Oktober 2011

ens. “Ik ben in het algemeen open over mijn fouten, want dat schept helderheid en geeft patiënten het idee dat dokters niet almachtig zijn. Maar er gaat nog iets aan vooraf: stilstaan bij het verwachtingspatroon van mensen. Er zijn natuurlijk aperte medische fouten, maar ook missers die je onbedoeld begaat. Soms ontstaan ‘fouten’ doordat mensen bepaalde verwachtingen koesteren. Bij het uitvragen besteed ik daar al aandacht aan. Als er daarna iets gebeurt, kun je er gemakkelijker over praten. Het is niet zonder slag of stoot gegaan, maar ik heb geleerd om ruiterlijk uit te komen voor fouten. Fouten zijn leerzaam, ze zetten je aan tot zelf­reflectie. Veel bedreigender vind ik het anonieme geklets op internet. Over fouten kun je eerlijk praten, maar tegen websites die worden opgericht om artsen te beschadigen, sta je machteloos. Zijn we net uit de sfeer van het stilzwijgen, dreigt het gevaar dat we weer minder open raken omdat je niet weet wat men met je uitspraken gaat doen.”

FMAX/Nout Steenkamp

36

FMAX/Sam Rentmeester

“Casussen waarin je fout hebt gehandeld, blijven je je leven lang bij”

FMAX/Nout Steenkamp

ens. “Bewust omgaan met patiëntveiligheid moet gewaarborgd worden. Want ons vak kent onzekerheden en risico’s. Je doet je uiterste best, maar fouten horen erbij. Doch óók de verantwoordelijkheid om daar op een nette, heldere en respectvolle manier mee om te gaan. Want je wilt de relatie graag behouden en erin investeren. Op dat punt doen we het trouwens veel beter dan de media ons willen laten geloven. Ik gruw van tv-programma’s waarin artsen te grazen worden genomen zonder dat ze de kans krijgen zich te verdedigen. Puur om de kijkcijfers. Het woord ‘fouten’ klinkt me nogal hard en ongenuanceerd in de oren. Tussen ‘fout’ en ‘goed’ zitten vele schakeringen. Er kan bijvoorbeeld tijd overheen gaan voordat je als huisarts de goede diagnose gesteld hebt, de patiënt kan dat als een fout zien. Een aios die met een frisse, onbevangen blik kijkt en de leerboeken vers in het geheugen heeft, kan een huisartsopleider overigens een mooie spiegel voorhouden als het om patiëntveiligheid gaat.”

Prudence Rümke-Gemmeke, huisarts in Den Helder

LHV | De Dokter Oktober 2011

37


De Tweede Kamer over huisartsenzorg

in het heetst van de strijd. Qua mentaliteit en drive zie ik dus veel overeenkomsten tussen die sectoren, maar ook qua problematiek: hoe waarborgen we de kwaliteit van de zorg en de politie? Hoe vinden we genoeg mensen die in die sectoren willen werken? Hoe houden we de salarissen betaalbaar maar toch ook zo aantrekkelijk dat jonge mensen voor die beroepen willen kiezen? Het mooie van beide onderwerpen is ook dat iedereen er veel waarde aan hecht. Zorg en veiligheid staan wisselend op nummer 1 en 2 als je vraagt wat mensen belangrijk vinden en waar in ieder geval níet op bezuinigd mag worden.”

Attje Kuiken (PvdA)

‘Schippers breekt afspraken met huisartsen’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie FMAX/Sam Rentmeester

H

et kabinet-Rutte wil de eerstelijnszorg versterken en de basiszorg dichter bij huis brengen. Wat betekent dat voor de huisarts? De Dokter laat de zorgwoordvoerders in de Tweede Kamer aan het woord. Aflevering 3: Attje Kuiken (PvdA). Zij vindt de bezuiniging van minister Schippers (VWS) op de huisartsenzorg onverstandig. “Het druist in tegen haar eigen lijn.”

gedeeld. Bovendien kunnen een huisarts en een fysiotherapeut ook makkelijk even overleggen welke behandeling voor een patiënt het meest geschikt is. Daardoor gaat de kwaliteit van de zorg omhoog. Het zou helemaal mooi zijn als de patiënten zelf ook meer inspraak krijgen in de zorg, door zo’n gezondheidscentrum in de vorm van een coöperatie te gieten.”

Gelooft u in de eerste lijn? “Ja, hoe sneller je er bij bent als iemand klachten heeft, hoe beter het is. Zorg begint bij de huisarts. En die moet alleen doorverwijzen naar een specialist als het echt nodig is. Wanneer de huisarts goede zorg geeft, ook aan chronische patiënten, dan kunnen we daar heel veel geld mee besparen. Met een goede begeleiding van een COPD-patiënt kun je voorkomen dat zo’n patiënt naar het ziekenhuis moet. Of misschien nog maar één keer per jaar in plaats van vijf keer per jaar.” “Ik vind de verbreding van de eerstelijnszorg een goede ontwikkeling. Een gezondheidscentrum waar huisarts, fysiotherapeut, psycholoog, verloskundige en thuiszorg samenwerken, met ondersteuning van praktijkassistenten en praktijkondersteuners, vind ik ideaal. Zeker ook voor het platteland. Door faciliteiten samen te delen, worden de kosten mogelijk gedrukt en de administratieve lasten

Maar de solopraktijken verdwijnen? “Ik denk het wel. Vroeger was de huisarts dag en nacht bereikbaar, maar dat is niet meer van deze tijd. Als huisarts zul je je praktijk anders moeten inrichten om de bereikbaarheid te organiseren en ook nog een eigen leven te kunnen hebben. Nee, een groepspraktijk hoeft volgens mij niet ten koste te gaan van de vertrouwensband tussen patiënt en huisarts, omdat patiënten binnen die groep vaak nog wel hun eigen huisarts kunnen kiezen.”

38

LHV | De Dokter Oktober 2011

U bent woordvoerder voor de zorg, maar ook voor de politie. Dat zijn toch twee totaal verschillende werelden? “Er zijn meer raakvlakken dan je misschien verwacht. Mensen die in de zorg of bij de politie werken, zijn maatschappelijk betrokken en willen iets betekenen voor de samenleving. Ze verlenen allebei zorg of bijstand, soms

‘Als we de huisartsenposten direct koppelen aan een ziekenhuis, kunnen we daar 70 tot 170 miljoen euro mee besparen’

Minister Edith Schippers (VWS) wil de eerstelijns­zorg versterken. Helemaal in de lijn van de PvdA? “Helemaal. Maar het grote probleem is dat ze er vervolgens niet naar handelt. Kijk waar het kabinet op bezuinigt: vooral op de eerste lijn. Verloskundigen, fysiotherapie, huisartsen en op allerlei preventieve zorg. Schippers zegt wel dat ze die eerste lijn zo belangrijk vindt, maar ze trekt er geen extra geld voor uit. Bovendien laat ze allerlei prikkels in het systeem zitten die ervoor zorgen dat veel zorg die in de eerste lijn kan worden uitgevoerd toch naar de tweede lijn verschuift.” Zoals? “Huisartsen die toch nog te snel doorverwijzen. En specialisten die patiënten veel te lang vasthouden. Neem een oogarts of longarts die een patiënt voor een jaarlijkse controle terugroept, alleen maar om even te checken of het nog gaat. En kijk naar al die hoestpoli’s en wrattenpoli’s in ziekenhuizen. Dat soort klachten kunnen even goed door de huisarts worden behandeld. Je ziet het ook bij de spoedeisende hulp (SEH). Mensen zijn overdag druk, ze vinden het wel gemakkelijk om ’s avonds of in het weekend naar de SEH van het ziekenhuis te gaan. Maar dat kost dus veel meer geld. In veel plaatsen is de huisartsenpost direct gelinkt aan het ziekenhuis, maar nog niet overal. Het zou de standaard werkwijze moeten zijn dat patiënten met klachten eerst naar de huisartsenpost gaan en zo nodig worden doorverwezen naar het ziekenhuis. Als dat consequent zou gebeuren, kunnen we daar volgens verschillende onderzoeken 70 tot 170 miljoen euro mee besparen. Daarmee zouden we de aangekondigde bezuiniging van 132 miljoen euro er al snel uit hebben.” U bent het niet eens met die bezuiniging? “Zeker niet. Ik heb de minister direct schriftelijke vragen gesteld, omdat ik wilde weten waar ze die 132 miljoen euro precies op baseert. Als ik het goed heb begrepen, is er vorig jaar een overschrijding geweest van 35 miljoen op de huisartsenzorg. Die overschrijding wordt in ieder geval teruggehaald. Maar volgens de minister hebben de huisartsen ook niet voldaan aan de doelstelling om de doorstroming naar de tweede lijn te verminderen. De ketenzorg voor hartfalen is bijvoorbeeld uitgebleven LHV | De Dokter Oktober 2011

39


Zo kan het ook

Vervolg De Tweede Kamer over huisartsenzorg

Nieuw concept voor getrapte eendagsdiagnostiek

en de ketenzorg voor COPD is pas in juli vorig jaar van start gegaan. Het kost gewoon tijd om ketenzorg goed in te richten, bovendien werken alle verzekeraars ook nog niet mee aan ketenzorg. De minister heeft het gereserveerde bedrag voor ketenzorg echter met terugwerkende kracht naar beneden bijgesteld en wil het verschil nu terughalen. De consequentie van deze bezuiniging is dat huisartsen erg worden ontmoedigd om op de net ingezette lijn door te gaan.” “Toch lijkt dat niet eens de echte reden voor de bezuiniging. Het belangrijkste argument van de minister om op huis­artsen te bezuinigen, is dat de inkomens van huisartsen te hoog zijn. Over die inkomens bestaat nog veel onduidelijkheid, maar als de minister die werkelijk te hoog vindt, dan moet ze dat probleem specifiek aanpakken, en niet met deze algemene bezuinigingsmaatregel. Misschien kunnen wij daar als PvdA voor een deel ook nog wel in mee gaan, maar ik ben ertegen dat we de inkomens van huisartsen aanpakken via een algehele tariefkorting die direct ten koste gaat van de zorg voor patiënten.” “Die korting betekent namelijk al snel minder praktijk­ ondersteuners, minder ketenzorg, preventiezorg en ouderenzorg. Terwijl we net op de goede weg waren. Bijvoorbeeld met de verbetering van de huisartsenzorg in verpleeg- en verzorgingstehuizen. Iedereen klaagt altijd steen en been over de ouderenzorg. Nu zijn sommige huisartsen begonnen om vaker visites te lopen in die tehuizen, maar met die bezuiniging van 20.000 euro per praktijk, zijn dat de initiatieven die het eerst sneuvelen.”

Attje Kuiken (1977) Geboren in Groningen, opgegroeid in Fryslân. Studeerde bestuurskunde/overheidsmanagement aan de NHL in Leeuwarden en Beleids- en organisatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant. Ze startte haar loopbaan in 2001 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en was onder meer hoofd stafbureau van de directie Strategie, directoraat-generaal Veiligheid. Sinds 2006 is ze Tweede Kamerlid voor de PvdA, woordvoerder zorg (huisartsenzorg, personeel in de zorg, BIG) en politie.

40

LHV | De Dokter Oktober 2011

Bent u er boos over? “Ik ben geïrriteerd over de manier waarop de minister bezuinigt. Het is onevenredig en vooral ook tegenstrijdig met de doelstelling van het kabinetsbeleid. En het druist in tegen de afspraken die de minister zelf met de huisartsen heeft gemaakt over de versterking van de eerstelijnszorg. Als je gaat bezuinigen omdat iedereen in deze tijd moet inleveren, doe dat dan met de goede argumenten en op een goede manier.” “Deze minister gelooft nog steeds heilig in marktwerking als grondslag voor de zorg. De PvdA vindt dat een heel rare manier om doelmatigheid na te streven. De markt werkt juist in de hand dat er zoveel mogelijk behandelingen worden uitgevoerd en recepten uitgeschreven. De markt geeft gekke prikkels. De minister weet dat zelf ook wel. De tandartsen krijgen nu bijvoorbeeld vrije tarieven en mogen dus zelf bepalen welke tarieven ze aan hun patiënten berekenen, maar de psychologen zijn op die manier juist te duur geworden en daar gooit ze dan weer een rem op. Het zou veel beter en ook rechtvaardiger zijn om de financiering van de zorg te baseren op het aantal en het type patiënten in een praktijk, niet op het aantal behandelingen dat een huisarts of specialist wegzet.” U zou een heel andere financieringssystematiek willen invoeren? “Met het huidige systeem van DBC’s/DOT’s en vergoeding per behandeling is in ieder geval niet bereikt dat de zorg goedkoper is geworden. Er is een groep huisartsen die graag van dit systeem af zou willen.” Kan de bezuiniging van 132 miljoen nog worden teruggedraaid? “In onze tegenbegroting staan een hele rij alternatieve bezuinigingen. Tegen de stijgende zorgpremies, de afbraak van het persoonsgebonden budget, de eigen bijdragen voor GGZ en de bezuiniging op fysiotherapie. We hebben als oppositiepartijen allerlei moties ingediend, maar die hebben het niet gehaald. Ik heb bijvoorbeeld voorgesteld om op zoek te gaan naar bezuinigingen die niet ten koste gaan van de zorg voor patiënten, door in te zetten op betere samenwerking tussen huisartsenposten en de spoedeisende hulp in ziekenhuizen, maar ook die motie is afgewezen.” “Ik zie het somber in met dit kabinet, maar je weet het nooit. De huisartsen voeren stevig actie, ze hebben een sterke lobby en kennen de weg naar de Tweede Kamer. Wellicht kunnen zij de minister en het parlement toch nog op andere gedachten te brengen. Want de voorstellen die er nu liggen, zijn pennywise maar pound foolish.”

Vandaag onderzoek, morgen de uitslag Tekst Els van Thiel Fotografie Fotografie FMAX/Nout Steenkamp

O

p 15 augustus opende One Stop zijn deuren in het Gelderse Elst. In dit centrum voor huisartsdiagnostiek worden patiënten na verwijzing door hun huisarts binnen een halve dag onderzocht. De dag erop ontvangt de huisarts de uitslagen, vergezeld van een bijbehorend advies “Geen passanten, geen total body scans.” Harrie Wilms, initiatiefnemer en directeur van One Stop, ruimt mis­ verstanden direct uit de weg. Het nieuwe centrum biedt breed diagnostisch onderzoek binnen een halve dag. Wilms: “We zijn snel, maar we doen het vooral ánders. Een medisch specialist bekijkt op afstand elke uitslag à la minute en zijn advies gebruiken we als leidraad voor het getrapt vervolgonderzoek. Passend bij de klachten zijn er beslismomenten ingebouwd.” Wilms, oud-ziekenhuis­ manager en bedrijfskundige, heeft op basis van de NHG-Standaarden diagnostische programma’s ontwikkeld voor veertien verschillende klachten, waaronder buikpijn, vermoeidheid, rugklachten, benauwdheid en misselijkheid.

Patiënten moeten eraan wennen als ze na een echo, foto, longfunctieonderzoek of ecg nog een kwartiertje moeten wachten om te horen of er nog meer onderzoeken volgen. Als ze merken hoeveel reistijd en wachttijd hun uiteindelijk bespaard blijft, zijn ze enthousiast. Zorgverzekeraars vergoeden dienstverlening van One Stop. Houdt de huisarts de regie wel in handen? “Zijn positie wordt juist versterkt. Wij lossen alleen een lastig logistiek probleem voor hem op. One Stop is er voor de huisartsen, zij bepalen wat er gebeurt. We rapporteren een overzicht van de diagnostiek plus een advies aan de huisarts, een instrumentele aanvulling die hem meer mogelijkheden tot afweging geeft. De huisarts doet zoals altijd zelf de anamnese en het lichamelijk onderzoek en bepaalt zelf het vervolgtraject.” De kwaliteit van One Stop wordt gewaarborgd door samenwerking met specialisten en laboratoria van onder andere het UMC St Radboud en het UMC Utrecht. Het UMC St Radboud onderzoekt de efficiëntie en meerwaarde van wat Wilms “een nieuwe denkwereld” noemt. LHV | De Dokter Oktober 2011

41


Uitgesproken

Advertenties Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met 150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: mei 2011. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www.novartis.nl

Emselex® 7,5 mg en 15 mg Verkorte SPC Benaming: Emselex® 7,5 en Emselex® 15. Samenstelling: Tabletten met verlengde afgifte met 7,5 mg en 15 mg darifenacine (als hydrobromide). Farmacotherapeutische groep: urinaire anti spasmodica. Farmaceutische vorm: tabletten met verlengde afgifte Therapeutische indicaties: Symptomatische behandeling van aandrang (urge) incontinentie en/of toegenomen mictie frequentie en verhoogde aandrang zoals kan optreden bij patiënten met overactieve blaassyndroom. Dosering: Startdosering is 7,5 mg éénmaal daags. Na 2 weken dient de patiënt opnieuw geëvalueerd te worden en indien nodig dient de dosering verhoogd te worden tot 15 mg eenmaal daags. Emselex wordt niet aanbevolen bij kinderen (<18 jaar). Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nierinsufficiëntie of met milde leverinsufficiëntie (Child Pugh A) en bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met geneesmiddelen die krachtige CYP2D6-remmers of matige CYP3A4-remmers zijn. Patiënten met matige leverinsuffi ciëntie (Child Pugh B): maximale dosering is 7,5 mg éénmaal daags. Bijwerkingen: Zeer vaak: droge mond, constipatie. Vaak: hoofdpijn, buikpijn, dyspepsie, misselijkheid, droge ogen. Soms: asthenie, accidenteel letsel, gelaatsoedeem, hypertensie, diarree, flatulentie, ulceratieve stomatitis, verhoogde SGPT en SGOT, perifeer oedeem, oedeem, duizeligheid, slapeloosheid, slaperigheid, abnormaal denken, rhinitis, toegenomen hoest, dyspnoe, droge huid, rash, pruritus, zweten, abnormaal zicht, smaakverandering, urinewegstoornis, impotentie, urineweginfectie, vaginitis, blaaspijn en urineretentie. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met autonome neuropathie, hiatus hernia, obstructie van de blaasuitgang, risico op urineretentie, ernstige constipatie of gastrointestinale obstructie, bij patiënten die behandeld worden voor nauwe kamerhoek glaucoom of bij patiënten die risico hebben op verminderde gastrointestinale motiliteit, gastro-oesofageale reflux en/of tegelijkertijd geneesmiddelen nemen die oesofagitis kunnen veroorzaken/ verergeren. Andere oorzaken van frequente mictie dienen onderzocht te worden alvorens te behandelen met Emselex. Emselex wordt niet aanbevolen tijdens zwangerschap en voorzichtigheid is geboden tijdens borstvoeding. Patiënten die bijwerkingen zoals duizeligheid en wazig zicht, slaperigheid en slapeloosheid ondervinden zouden niet moeten rijden of machines gebruiken. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor één van de componenten, urineretentie, gastrische retentie, ongecontroleerde nauwe kamerhoek glaucoom, myasthenia gravis, ernstige leverinsufficiëntie (Child Pugh C), ernstige colitis ulcerosa, toxisch megacolon, gelijktijdige behandeling met krachtige CYP3A4remmers. Interacties: Krachtige CYP2D6-remmers; krachtige CYP3A4-remmers; krachtige P-glycoproteïneremmers; enzyminductoren van CYP3A4; CYP2D6-substraten; CYP3A4-substraten; warfarine; digoxine; antimuscarine geneesmiddelen. Afleverstatus: U.R. Registratiehouder: Novartis Pharma, Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, 026-3782111 of via www.novartis.nl Verpakking en prijs: Zie Z-Index Vergoeding: Emselex 15 mg: volledige vergoeding Emselex 7,5 mg: gedeeltelijke vergoeding. Samenvatting van de Productkenmerken: 20 december 2010. Zie geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken voor volledige productinformatie. Voor informatie en de SPC kunt u terecht bij Zambon Nederland B.V. tel. 033-4504370 Datum: December 2010. Referenties: 1. Ikeda K. et al. Naunyn-Schmiedeberg’s Arch Pharmacol 2002;366:97–103. 2. Wallis M. et al. Life Sci 1999;4(6/7):395-401. 3. Chapple CR. et al. BJU Int. 2005;95:993-1001. 4. Kay G. et al. Eur Urol. 2006 Aug;50(2):317-26. 5. Serra DB. et al. J Clin Pharmacol. 2005;45:1038-47. 6. Olshansky B. et al. J Cardiovasc Pharmacol Ther 2008;13(4):241-51.

(darifenacinehydrobromide) eenmaal daags 7,5 mg 15 mg

TABLETTEN MET VERLENGDE AFGIFTE

Zonder veel opsmuk

Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

Onb 300 SmPC 88x123.indd 1

16-09-2011 10:12

accountants en belastingadviseurs

Tekst Mark van Seggelen Fotografie Erik Kottier

Ruurd Joustra (55) is sinds 1990 huisarts. Als eerste huisarts vestigt hij zich vijf jaar later in de nieuwbouw­wijk Galecop in Nieuwegein. De wijk telt nu bijna 9.000 inwoners, van wie 2.300 patiënt zijn bij Joustra. Twee andere solopraktijken zijn er nadien in Galecop nog bijgekomen.

B

ij een nieuwbouwwijk in de voormalige groeistad Nieuwegein horen ook een huisarts, apotheek, fysiotherapeut, tandarts en andere zorg­ aanbieders. Zij betrokken in 1995 het complex De Kempenaerpark. Ieder met en eigen voordeur. Huisarts Ruurd Joustra is nauw betrokken geweest bij het ontwerp van het gebouw. “Ik kon meedenken waar de muren van mijn praktijk kwamen te staan.” De praktijk is 96 vierkante meter groot. “Voor een tweede huisarts was in de opstartfase geen plek. Bovendien had ik dan flinke kosten moeten maken.” Een solopraktijk heeft voor- en nadelen, zegt Joustra. “Ik kan mijn praktijk inrichten en vormgeven zoals ik het prettig vind en mij goeddunkt. Ik werk met andere huisartsen in de wijk samen in projecten. Onder één dak was dat weer makkelijker geweest.”

42

LHV | De Dokter Oktober 2011

Joustra typeert zijn praktijk als modern, met een lichte uitstraling. “Ik houd niet van rommelig. Het is strak, functioneel, met veel lichtinval.” De huisarts zocht zelf het interieur uit. Aan de muur hangt een schilderij van Jeroen Hermkens, waarop Pompei is afgebeeld. Gekocht via de kunstuitleen. De maker van het andere schilderij is on­ bekend. “Ik vind het een vrolijk schilderij.” Veel heeft Joustra de afgelopen jaren niet veranderd. De luxaflex voor het raam is vervangen door plakfolie met het opschrift ‘Huisartsenpraktijk Galecop’. En een wandje scheidt de spreekkamer van de onderzoekskamer. Een paar wensen heeft Joustra nog: nieuwe vloerbedekking en linoleum én de donkerrode kozijnen een lichtere kleur geven. “Verder ben ik nog steeds tevreden over de inrichting. Het is een prettige ruimte om in te werken, zonder veel opsmuk.”

Financieel adviseurs voor huisartsen Sibbing & Wateler is een onafhankelijk financieel adviesbureau, gespecialiseerd in de praktijkbegeleiding van vrije medische beroepsbeoefenaren, waaronder huisartsen. Wij bieden u een gevarieerd dienstenpakket voor al uw financiële zaken, nu en in de toekomst.

bennekom dr. Willem dreeslaan 1 telefoon (0317) 41 91 35 fax (0317) 41 02 15 e-mail: info@seres.nl website: www.seres.nl

Wilt u meer weten over onder meer praktijk­ vestiging, HOED­begeleiding, salarissen en (maatschaps)contracten, financiële planning, fiscaliteiten, pensioen, assurantiën en hypotheken? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

PraktijkvestiGinG Financiële PlanninG

Gespecialiseerd in medici

assurantiën telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

Werkgebied geheel nederland

adv-seres de dokter 88x123.indd 1

10-1-2011 14:41:37

LHV | De Dokter Oktober 2011

43


De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator

0 811 O N B 11111

Onbrez bij COPD: krachtige start, aanhoudende verlichting


De Dokter 9