Issuu on Google+

Ledenblad van de

Jaargang 2, nummer 7 juni 2011

In dit nummer 16 zorgcentra Gaat Menzis te ver? 18 smilde (CDA) ‘Huisarts doet het heel goed als poortwachter’ 22 Kroatië ‘We staan niet in hoog aanzien’ 24 Praktijkopvolging De grote stap naar de provincie

30 Media derde partij in de spreekkamer

Gerrit van der Wal geeft laatste waarschuwing

Inspectie is slechte bereikbaarheid zat


Inhoud juni

Advertenties

huisartsen hebben hun eigen specialisten

DF

DixFortuin Financieel Praktijk Adviesbureau. Sinds jaar en dag financieel adviseurs en specialisten voor huisartsen die het rendement van hun beroepsmatige activiteiten veilig willen stellen. Een financiële dienstverlening die alles omvat. Van begeleiding van associaties tot bedrijfs­ overdrachten. Van pensioenadvisering, praktijk­ en woonhuisfinanciering tot alle vormen van verzekering. Specialistische ondersteuning in elke fase van uw carrière. Het vastleggen van een afspraak is het begin van een vruchtbare vertrouwensrelatie.

DixFortuin Financieel Praktijk Adviesbureau Postbus 130 T 030 251 51 99 3720 AC Bilthoven F 030 254 09 64 Soestdijkseweg Noord 328 E info@dixfortuin.nl 3723 HH Bilthoven I www.dixfortuin.nl

Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met 150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2-agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: juni 2010. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www. novartis.nl

rubrieken

de

Quickscan van… Reyis Kurt (35) huisarts, Rotterdam Bereikbaarheid is het artikel dat het meest relevant voor ons is. Het is de achilleshiel van de huisartsenzorg. Dit konden we zelf ook wel bedenken. Jammer dat we dit van de inspecteur moeten vernemen. Dat artsen wereldwijd met passie werken blijkt uit het verhaal over Kroatië. Het verschijnsel dat investeerders praktijken overnemen belooft weinig goeds. De ervaring van kwaliteit van zorg en apotheekketens is ook voor ons veelbetekenend. Internet dwingt ons mede om voortaan veelal het shared decision model toe te passen. Dat houdt ons ook scherp. Met plezier heb ik dit nummer gelezen. Nu kunt u volgen.

• Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met COPD. • Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma vanwege een gebrek aan langetermijn uitkomstgegevens bij astma. • De aanbevolen dosis is de inhalatie van de inhoud van één 150 microgram capsule éénmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator. De dosis mag alleen worden verhoogd op medisch advies.

Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

De schijnwerper op een van de activiteiten van de LHV. Regio­manager Hanny Schulten is ook secretaris/penningmeester van Klachtenregeling Midden-Nederland.

10 Het moment Eerste lijn bezoekt eerste lijn. Tandarts Rob Barnasconi geeft Steven van Eijck kijkje in de keuken.

16 Aldus de patiënt

Onb 178 SmPC 88x123.indd 1

13-01-2011 16:51

IEDER ZIJN VAK U bent als zorgverlener of zorginstelling verantwoordelijk voor het welzijn van uw patiënten. En daarnaast ook voor de facturering van de door u verleende zorg.

Waarom niet kiezen voor hetgeen waar u het beste in bent? Infomedics helpt u met het zo efficiënt mogelijk incasseren van uw omzet verzekerde en niet-verzekerde zorg. Met een betrouwbaar en solide declaratiesysteem helpen wij al 10 jaar, direct en indirect, ongeveer 3.500 zorgverleners.

9 Oók LHV

Nws verenigings

4 Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangenbehartiging en wetgeving. • Bezuinigingen • Online netwerken • Checklist patiëntveiligheid • Kwaliteitsregister doktersassistent • Huisartsbeurs 2012 • Stichting ION

Veel glas, vrolijk meubilair en een stralend geel tapijt brengen de zon in het kantoor van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Maar de boodschap die de IGZ aan de huisartsen te melden heeft, wordt er niet lichter van.

18 Tweede Kamer over huisartsenzorg De Dokter laat het parlement aan het woord. In deze eerste aflevering: Tweede Kamerlid Margreeth Smilde (CDA). Zij rekent op uitbreiding van de ketenzorg, taakdifferentiatie en op échte substitutie.

22 Kroatische huisarts toont veerkracht Wat kunnen we leren van huisartsen over de grens? Hoe is daar de huisartsenzorg georganiseerd? De vijfde aflevering van een serie: “De huisartsgeneeskunde wordt bij ons niet zo serieus genomen.”

24 Randstad versus periferie Bijna de helft van de AIOS wil zich in het midden van het land vestigen. Nog geen kwart overweegt zich in een ‘probleemgebied’ te vestigen. Hoe krijgen we ze naar het platteland?

Mijn patiënten hebben belang bij een efficiënt declaratiesysteem. Want dat geeft mij ruimte om meer aandacht aan hen te besteden.

30 Media op het spreekuur

Meer informatie? Ga naar www.infomedics.nl of bel naar 036 536 30 51

12 Bereikbaarheid: laatste waarschuwing

Drie patiënten vertellen wat zij vinden van de huisarts in een witte jas.

16 Kritisch gesprek Bas Leerink (Menzis) erkent de drempel: “De verzekeraar mag nooit in de relatie tussen patiënt en behandelaar treden.”

21 Zo kan het ook Beeldconsult ‘Hallo Dokter’ biedt een alternatief voor patiënten­bezoek aan de HAP of SEH.

28 Scherp gesteld Een avondspreekuur is een reëel verzoek. Wat vinden collega’s van deze stelling?

34 Uitgesproken Herman Kolk over zijn spreek­kamer in de Utrechtse achterstandswijk Kanaleneiland.

In de media duikt een heikele kwestie op. Is de invloed direct merkbaar in de spreekkamer? Ja, zeggen drie huisartsen die het mediagebruik van hun patiënten bespreken. Consult bij: Marten Berghuis over de LHV

lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter Juni 2011

3


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Nws

Steven

verenigings

Schippers komt met tegenvaller Mooie woorden of echte liefde? Dat was de kop in dit blad een paar maanden geleden. We besteedden toen aandacht aan het regeerakkoord, waarin zoveel mooie woorden worden gewijd aan de rol van de eerste lijn en de huisarts in het bijzonder. Mooie woorden, maar van echte liefde hebben we als huisartsen tot nu toe helaas weinig gemerkt. Vlak voor het sluiten van deze editie van De Dokter werd bekend dat minister Edith Schippers (VWS) komend jaar maar liefst 132 miljoen euro wil bezuinigen op huisartsenzorg. De korting zou neerkomen op 20.000 euro per normpraktijk. Dat is de helft van de vergoeding die een huisarts nu ontvangt voor de doktersassistente en meer dan de huisvestingslasten van een gemiddelde praktijk. Stel dat deze bezuinigingen doorgaan, welke gevolgen heeft dit dan? Ten eerste zullen veel gezondheidscentra acuut in de problemen komen. Daarnaast is voorspelbaar dat huisartsen en met name hun assistenten minder tijd zullen hebben voor controle van hypertensie, oren uitspuiten, COPD-patiënten. Dat komt simpelweg omdat er minder doktersassistenten en praktijkondersteuners zullen zijn. Ook de bereikbaarheid van de huisarts komt direct weer in het geding. De positieve ontwikkeling van de laatste jaren, waarbij huisartsen steeds meer taken vanuit de tweede lijn overnamen (prettig voor de patiënt en gunstig voor het totale zorgbudget) wordt als het ware radicaal doorbroken. Boekhoudkundig levert dit het kabinet in 2012 inderdaad een besparing op, maar op langere termijn is het effect het tegendeel. Veel zorg moet weer door de tweede lijn geleverd worden. U kunt er van op aan dat de LHV zich tegen de voorgenomen maatregelen zal verzetten. Ze zijn kortzichtig en breken af wat in jaren is opgebouwd. Tegelijk realiseren we ons dat de overheid voor forse bezuinigingen staat, waaraan ook de eerste lijn zijn steentje moet bijdragen. Daarvoor zullen we constructieve suggesties doen. Een daarvan is het idee om huisartsenposten en ziekenhuisposten voor spoedeisende hulp meer te laten samenwerken en waar nodig samen te voegen. Wat ook zou helpen, is fors snijden in de enorme bureaucratie en regeldrift waarmee de huisarts nog altijd te maken heeft. Allemaal veel beter dan wat het kabinet nu voorstelt. Steven van Eijck Voorzitter LHV

Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal

LHV | De Dokter Juni 2011

BIJ

Tekst Mérie van der Rijt Fotografie Erik Kottier De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Tweede jaargang, nummer 7, juni 2011 Dianne Paarhuis (hoofdredacteur) Marieke ten Dam (eindredacteur) Roel Smit (adviseur) Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Corien Lambregtse, Petra Pronk, Mérie van der Rijt, Mirjam Scholten, Fulco Seegers, Els van Thiel, Jan van der Ven, Frank van Wijck Beeld: De Beeldredaktie/ Bruno Jobst, FMAX/Sam Rentmeester/Hans Stakelbeek/ Nout Steenkamp (cover), Hollandse Hoogte, Erik Kottier, Ed van Rijswijk, Tammo Schuringa, iStockphoto Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Ruud van Viersen, T. (023) 571 47 45 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765

4

Consult

Op de cover

Bezuinigingen op huisartsenzorg De huisartsen staan in 2012 een korting te wachten van 132 miljoen euro. De korting komt neer op ongeveer 20.000 euro per normpraktijk (dat is de helft van de vergoeding die een huisarts nu ontvangt voor de doktersassistente en meer dan de huisvestingslasten). De LHV onderkent dat de overheid grote financiële uitdagingen heeft, maar is van oordeel dat juist de huisartsenzorg een onderdeel is van de oplossing. Een sterke eerste lijn voorkomt hoge kosten en budget­­overschrijdingen in de tweede lijn. Het is dus van groot belang juist in de eerste lijn te investeren.

Marten Berghuis, huisarts in Benschop Waarom bent u lid van de LHV? Samen sta je sterker dan alleen. Een grote vereniging als de LHV schuift aan bij het ministerie van VWS en kan voor onze belangen opkomen. Wat doet de LHV goed? De informatie op de website is praktisch en up-to-date. Ook de kringbijeenkomsten in de regio die ik enkele malen heb bijgewoond, waren interessant. Daar hoor je beter wat Den Haag wil met de huisartsenzorg en krijg je achtergrondinformatie over actuele onderwerpen zoals marktwerking. Daarmee kun je nieuwe ontwikkelingen in een breder perspectief plaatsen en dus beter begrijpen.

‘Het zelfrespect dreigt in het gedrang te komen’

Overtuigd van de schadelijkheid van de maatregel voor de maatschappij in het algemeen en de patiënt in het bijzonder, zal de LHV zich in de komende maanden tegen de voorgenomen maatregel verzetten. Daarbij laat zij zich niet alleen drijven door het doel om de huisartsenzorg gezond en vitaal te houden, maar evenzeer door het belang van 16 miljoen Nederlanders.

Wat moet de LHV beter doen? Ik heb de indruk dat de vereniging zich wel eens laat ondersneeuwen door de machtige zorgverzekeraars. Zo is de uitkomst van de onderhandelingen met de zorgverzekeraars dat huisartsen het voorgelegde contract moeten tekenen. Dit eenrichtingsverkeer geeft een onrechtvaardig gevoel. Het is lastig te zeggen of de LHV het uiterste uit de onderhandelingen heeft gehaald, omdat ik niet weet hoeveel speelruimte er was.

Lees alles over de bezuinigingen op www.lhv.nl

Wat zou u willen veranderen in de huisartsenzorg? Veel regelgeving lijkt gebaseerd op wantrouwen. Andere partijen bepalen zoveel dat het zelfrespect van de huisarts in het gedrang dreigt te komen. Huisartsen mogen best wat meer tegengas geven. Tegelijkertijd mag de beroepsgroep ook iets minder snel de hakken in het zand zetten bij veranderingen en er opener en creatiever op reageren.

LHV | De Dokter Juni 2011

5


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Kwaliteits­register Doktersassistenten van start

Fotografie FMAX/Nout Steenkamp

Het Campagneteam Doktersassistent presenteert de Stagewijzer en Regiowijzer Arbeidsmarkt Doktersassistenten. V.l.n.r. Chris Sonneveld (hoofd Praktijkvoering, LHV), Hansmaarten Bolle (directeur VHN), Michaela de Gelder (adviseur CAO, arbeidsrecht en HRM, LVG)

Tekort stageplaatsen doktersassistenten aangepakt Het Campagneteam Doktersassistent presenteerde op donderdag 26 mei drie producten waarmee huisartsen­voorzieningen en opleidingen het aantal stages kunnen verhogen en de kwaliteit van de stages kunnen verbeteren. 1. Stagewijzer Doktersassistent Dit is een handig hulpmiddel voor stagebegeleiders bij de organisatie van een stage. 2. Regiowijzer Arbeidsmarkt Doktersassistenten Bevat een stappenplan om tot inhoudelijke samenwerking te komen op het gebied van: stages, de kwaliteit van de opleiding, loopbaanbeleid, examinering en administratieve taken rond opleiden. De Regiowijzer is gericht op alle organisaties en professionals in de eerstelijnszorg die te maken hebben met arbeidsmarktproblematiek. 3. Beroepsbeeld Een actuele, toekomstgerichte beschrijving van het beroep doktersassistent en de loopbaanmogelijkheden voor doktersassistenten. De gemiddelde vacaturegraad voor doktersassistenten bij huisartsenpraktijken ligt met 5,2 procent ver boven het gemiddelde voor Zorg & Welzijn (1,5 procent). Door het tekort aan stageplaatsen hanteren sommige opleidingen een leerlingenstop, omdat zij geen stageplaatsen meer kunnen garanderen. Uitbreiding van het aantal stageplaatsen is dus een eerste vereiste om het tekort aan doktersassistenten aan te pakken. De producten van het Campagneteam helpen om eenvoudig de stap naar een stagiaire in de huisartsenvoorziening te zetten. Met de introductie van deze drie producten komt een eind aan de werkzaamheden van het Campagneteam Dokters­assistent. Het zal zijn taken echter pas definitief neerleggen op het moment dat andere instanties de aandachtsgebieden hebben overgenomen. In het Campagneteam werken de werkgevers LHV, VHN en LVG samen met de werknemers NVDA, ABVAKABO/FNV en CNV Publieke Zaak. De producten van het Campagneteam zijn verkrijgbaar via www.campagneteamdoktersassistent.nl of via bureau@vhnned.nl 6

LHV | De Dokter Juni 2011

Deze zomer gaat het Kwaliteitsregister voor Doktersassistenten van start, dat de professionaliteit van de beroepsbeoefenaars objectief vaststelt. De criteria zijn opgesteld door doktersassistenten; de respons van werkgevers is meegenomen. Gediplomeerde doktersassistenten kunnen zich vanaf 1 juli 2011 inschrijven voor een periode van vijf jaar; dit kost eenmalig 65 euro. Elke vijf jaar volgt een update: alleen met de nodige nascholing en werkervaring blijft de doktersassistent kwaliteitsgeregistreerd. Zo laat de doktersassistent zien dat ze haar vak serieus neemt en haar vakkennis op peil houdt. Ook de werkgever is hierbij gebaat; die krijgt in één oogopslag een beeld van iemands deskundigheid. Het Kwaliteitsregister is een initiatief van de NVDA, de Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten; de uitvoering is ondergebracht bij KABIZ. Meer informatie via www.nvda.nl

Adviesgroep Ketenzorg introduceert deelnemerschap Zorggroepen kunnen zich aansluiten als deelnemer bij de Adviesgroep Ketenzorg. Hiermee wil de Adviesgroep een extra impuls geven aan de inspanningen voor zorggroepen. Naast het deelnemerschap introduceert de Adviesgroep twee nieuwe producten. Het eerste is een advies over de bestuursstructuur van zorggroepen. Het tweede licht nut en noodzaak van het governance­ principe toe. De nieuwe deelnemers kunnen deze (en meer) producten vinden op een besloten deel van de website. Zorggroepen die voor 1 juli 2011 deelnemer worden, betalen dit jaar 1.600 euro.

Tester HAweb aan het woord Deze maand zijn weer nieuwe testgroepen begonnen met het testen van HAweb, de onafhankelijke, interactieve website van LHV en NHG met een professioneel netwerk en zelf in te richten dashboard. Huisarts Fenny Thoolen is een van de testers en deelt haar ervaringen tot nu toe: “Ik vind het leuk om mee te helpen deze site voor iedereen toegankelijk te maken. Als gebruiker heb je snel in de gaten wat goed werkt en waar je dingen mist of wat onlogisch is. Zo kun je de ontwikkelaars helpen een site te maken waar alle huisartsen mee uit de voeten kunnen.” “Een social network is misschien niet de juiste term voor HAweb, want het is een professional network en het werkt al goed als iedereen meedoet binnen één groep (HAGRO, balint, praktijk, etc). Het brengt alles op één plek wat je nodig hebt: links naar info en handige sites, verschillende contacten en groepen. Dit alles in een overzichtelijke en gebruiksvriendelijke, professioneel ogende site die je zelf naar

behoefte kunt aanpassen. Ik werk in meerdere praktijken en daarbinnen ook nog eens in verschillende kamers. Het is handig om een dashboard te hebben met alles wat je nodig hebt op een dag: standaarden, farmacotherapeutisch kompas, maar ook een blokje met telefoonnummers, een link naar een site met handige plaatjes, noem maar op. Als iedereen meedoet, ontvang je niet meer tientallen mailtjes van de groepen waartoe je behoort; de discussies verlopen binnen je groep op HAweb, documenten deel en wijzig je via HAweb, aanwezigheid bij een vergadering laat je op HAweb zien. Dat werkt rustiger en het scheelt een heleboel ‘reply all’ mailtjes. Ik ben zeer enthousiast en hoop dat anderen dit spoedig met me kunnen delen.” De komende maanden wordt HAweb nog uitgebreid getest en aangepast aan de wensen van de gebruikers. In het najaar willen LHV en NHG HAweb beschikbaar hebben voor alle leden.

Kwaliteitsnorm apotheek­ houdende prak­tijken herzien De kwaliteitsnorm voor apotheekhoudende huisartsen­praktijken is herzien. Deze norm treedt in werking vanaf 1 september. De kwaliteitsnorm is een goed instrument om zorgvuldigheid, patiëntvriendelijkheid en vakbekwaamheid in het proces van farmaceutische zorgverlening te borgen. De nieuwe norm komt tegemoet aan de eisen die nieuwe ontwikkelingen en inzichten in de farmaceutische zorg aan praktijken stellen. Gecertificeerde praktijken leveren daarmee kwalitatief hoogwaardige farmaceutische dienstverlening. Op dit moment is ongeveer een derde van de apotheekhoudende huisartsen gecertificeerd. Dit aantal neemt gestaag toe.

Advertentie

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen. (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis. Compleet van A t/m Z. Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig. Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur. Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten. Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Heel NL Bouwmanagement, budgetbewaking. Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur. Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken . In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen?

Alle nieuw te starten certificeringstrajecten zullen vanaf 1 september 2011 de nieuwe kwaliteitsnorm volgen. Voor reeds gecertificeerde praktijken zal een overgangsregeling gelden van september 2011 tot maart 2013. Deze praktijken zullen bij de eerstvolgende audit in het kader van de her-certificering worden getoetst op de herziene beroepsnorm. Deze audit wordt altijd op locatie uitgevoerd. Vanaf 1 maart 2013 zal niet langer worden getoetst op de norm versie 2.0, 2007. De norm zal zowel in gedrukte vorm als digitaal worden uitgegeven. Reeds gecertificeerde praktijken ontvangen de herziene versie voor september 2011.

U kunt contact opnemen voor vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek:

Voor meer informatie: adviesgroepketenzorg.nl

Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderSchootArchitecten.nl

dokter-vd schoot 110325.indd 1

lhv.nl/kort 25-03-2011 13:35:42

LHV | De Dokter Juni 2011

7


Oók LHV

Verenigingsnieuws

“Contact met doelgroep tijdens Huisartsbeurs” Op 24 maart 2012 organiseert de LHV voor de achtste keer de Huisartsbeurs, dit keer onder het motto ‘Service maakt beter’. Net als andere jaren maken ook dit keer vele participanten de organisatie van de Huisartsbeurs mogelijk. Voor de Meeùs Groep is het de vierde keer dat zij als hoofd­participant optreedt. “Het directe, individuele contact met onze doelgroep is voor ons heel belangrijk. Op de beursvloer werkt dat perfect”, aldus Ton Kuijpers, directeur Gezondheidszorg bij Meeùs. “We zijn de op één na grootste tussenpersoon op verzekeringsgebied en proberen die positie natuurlijk te behouden”, legt Kuijpers uit. “Dat betekent dat we onze producten ook moeten afstemmen op onze doelgroepen. Daarvoor moet je in gesprek gaan met die doelgroep, liefst individueel. Wat houdt huisartsen bezig en wat

Bijna alle Nederlanders in ION-database Van alle Nederlanders staat 97 procent (15,8 miljoen patiënten) geregistreerd in de database van de Stichting Inschrijving Op Naam (ION). Al deze patiënten zijn daarmee ingeschreven op naam van hun eigen huisarts. De Stichting ION levert daardoor een belangrijke bijdrage aan een correct declaratieverkeer tussen huisartsen en zorgverzekeraars. De ION-database is voor zorgverzekeraars leidend bij de declaratie van inschrijftarieven. Zij zijn verplicht om bij dubbele declaratie de inschrijf­tarieven uit te betalen aan de huisarts aan wie de verzekerde in de database is gekoppeld. Paul Habets, vice-voorzitter van de LHV en ION-bestuurslid, is blij met deze cijfers. “Huisartsen zijn in staat geweest om in een paar jaar hun administratieproces goed in te richten. De declaratie van inschrijftarieven is daarmee sterk vereenvoudigd. Huisartsen die niet deelnemen aan de database hebben het een stuk ingewikkelder. Ik wil hen oproepen zich alsnog aan te melden. Voor maar vier eurocent per patiënt, zo’n honderd euro per normpraktijk, maak je het jezelf een stuk makkelijker.” De stichting Inschrijving op Naam (ION) is op 14 augustus 2006 door de LHV opgericht. De LHV benoemt de bestuurs­leden van de stichting ION na goedkeuring door de Ledenraad van de LHV. Aan die Ledenraad legt het bestuur van de stichting ION ook verantwoording af over het door haar gevoerde beleid. De Stichting ION is daardoor een organisatie van en voor huisartsen. Via de vertegenwoordigers uit hun Kring naar de Ledenraad kunnen huisartsen invloed uitoefenen op de stichting. Die invloed is ook mogelijk via de HIS-gebruikersverenigingen, want tenminste drie bestuursleden worden uit deze verenigingen benoemd.

8

LHV | De Dokter Juni 2011

zijn hun wensen op verzekeringsgebied? Dat probeer je te vertalen naar een verzekeringspolis. De Huisartsbeurs is een unieke gelegenheid om het contact met de huisarts aan te gaan. En dat leidt altijd tot interessante gesprekken in onze stand. Ik kijk daar iedere keer weer naar uit”, aldus Kuijpers. “Er was dan ook geen moment twijfel om ook in 2012 weer als hoofdparticipant op te treden.” Naast de individuele gesprekken in de eigen stand verzorgt de Meeùs Groep volgend jaar ook enkele workshops. Kuijpers: “In ieder geval komt er een workshop over hoe artsen om moeten gaan met schadeclaims. Eén van onze juristen, met vijftien jaar ervaring op dit gebied, leidt deze workshop aan de hand van praktijkvoorbeelden.”

Een klacht. En dan? Tekst Els van Thiel Fotografie Ed van Rijswijk

In het septembernummer van De Dokter belicht de redactie een andere participant van de Huisartsbeurs 2012.

Banden met farmaceuten openbaar Alle financiële relaties boven 500 euro van artsen en apothekers met farmaceutische bedrijven uit hoofde van dienstverlening- en sponsorovereenkomsten worden vanaf 2012 openbaar gemaakt door de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR). De CGR heeft hierover overeenstemming bereikt met alle betrokken beroepsorganisaties, waaronder de KNMG. De regeling houdt in dat de financiële relaties vanaf 2012 worden aangegaan, jaarlijks in het eerste kwartaal van het opvolgende kalenderjaar openbaar worden gemaakt. Deze openbaarmaking zal plaatsvinden via een website die inzicht geeft in de aard en duur van de samenwerking van de individuele beroepsbeoefenaar of organisatie met de farmaceutische onderneming. De CGR heeft de regeling ontworpen om tegemoet te komen aan de maatschappelijke wens tot transparantie om zo bij te dragen aan versterking van het vertrouwen in de farmacotherapeutische zorg. “Die is immers gebaat bij een verantwoorde samenwerking tussen medische beroepsbeoefenaren en farmaceutische ondernemingen, op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of van nieuwe toepassingen en bij de uitwisseling van kennis over de toepassing van geneesmiddelen. In 2009 heeft toenmalig minister Klink de CGR opgeroepen tot een transparantieregeling te komen. Wij hebben aan deze oproep gevolg gegeven”, aldus de CGR.

Checklist Patiëntveiligheid De checklist die u bij dit nummer aantreft geeft een snelle indruk van waar het om gaat bij patiënt­veiligheid en in hoeverre er aan­dacht voor is in uw praktijk. De checklist kan het gesprek over patiënt­veiligheid op gang helpen en aanknopingspunten bieden voor actie. Hoe patiëntveiligheid in de huis­artsenzorg specifiek wordt

opgevat en ondersteund is te vinden in de Handreiking Patiënt­veiligheid in de huisartsenzorg (www.lhv.nl) en bij de NHG-producten patiëntveiligheid (www.nhg.org/patientveiligheid). Meer informatie over patiënt veiligheid in de samenwerkende eerste lijn: www.zorgvoorveilig.nl

E

en patiënt die een klacht heeft en er met zijn huisarts niet uitkomt, kan terecht bij een van de klachtenregelingen. Volgens de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector is iedere zorgaanbieder verplicht zich aan te sluiten bij een klachtenregeling. “Uitstekend dat er een onafhankelijke instantie is die kijkt of de klacht gegrond of ongegrond is.”

Kort

Stichting Klachtenregeling Huisartsenzorg Midden-Nederland Mercatorlaan 1200 Postbus 20056 3528 BL Utrecht Telefoon: (030) 282 37 25 E-mail: info@klachtenregelingmiddennederland.nl Website: www.klachtenregelingmiddennederland.nl

Hanny Schulten is regiomanager van LHV bureau Midden-Nederland én secretaris/ penningmeester van de Stichting Klachtenregeling Midden-Nederland (circa 1.100 leden). Een unieke constructie die historisch gegroeid is. Het driehoofdige bestuur, waarvan Schulten het ‘gezicht’ is, zorgt dat de klachtencommissie kan werken en houdt een oog op de kwaliteit van de dienstverlening, de randvoorwaardelijke zaken dus, maar het bestuur weet niet tegen welke huisarts een klacht wordt ingediend. De klachtencommissie is onafhankelijk, benadrukt Schulten, en zo hoort het ook. Ze bestaat uit een voorzitter met een juridische achtergrond, twee leden op voordracht van de LHV-kring en twee op voordracht van patiëntenorganisaties. De Stichting ontving 42 klachten in 2010. Een groot aantal kon via telefonische bemiddeling naar tevredenheid worden afgesloten. Een bemiddelingsgesprek onder leiding van een onafhankelijk bemiddelaar is ook mogelijk. Wanneer de klachtencommissie een klacht ontvangt, worden zij gevraagd een schriftelijke toelichting te geven op wat er is voorgevallen. Op basis van haar bevindingen bij de beoordeling van klachten kan de klachtencommissie aanbevelingen doen voor verbeteringen.

Anoniem op website Al is een klacht nooit prettig, de huisarts kan er zijn voordeel mee doen. Zo vertelt een huisarts in het jaarverslag 2010 van de Klachtenregeling Midden-Nederland dat de klacht aanleiding was om met alle huisartsen en assistenten het werkproces rondom de ingediende klacht opnieuw te analyseren. De klachten komen na de behandeling geanonimiseerd op de website te staan. “We houden huisartsen een spiegel voor: hoe zit dat in mijn praktijk?”, zegt Schulten. De Stichting Klachtenregeling Midden-Nederland loopt in de pas met maatschappelijke ontwikkelingen: zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten kunnen zich ook aansluiten en zijn lid. Huisartsen die niet in regio Midden-Nederland wonen of werken, zijn eveneens welkom. LHV | De Dokter Juni 2011

9


Het moment

“Mond speelt hoofdrol bij vroegsignalering”

R

Fotografie FMAX/Sam Rentmeester

ob Barnasconi, tandarts in Beverwijk en voorzitter van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT), kreeg voorzitter Steven van Eijck op bezoek in zijn praktijk. “Er zijn veel dossiers die beide beroepsgroepen raken. Krachten bundelen en samenwerken is dan raadzaam. Tandartsen en huisartsen zijn elkaars natuurlijke partners, maar we zien elkaar soms onvoldoende staan. Een bezoek als dit helpt bij het verbreden van de basis voor betere samenwerking in de eerste lijn. Wat de huisarts van de tandarts kan leren? De mond speelt een hoofdrol bij vroegsignalering van allerlei systemische aandoeningen zoals reuma en diabetes. De relatie tussen mondgezondheid enerzijds en vroeggeboorte, hart- en vaatziekten en algemene verzorging anderzijds is evident. Daarnaast praat de tandarts standaard met al zijn patiënten over roken (stoppen), voeding (obesitas) en kan dus duidelijke preventieve boodschappen brengen. Patiënten worden steeds ouder met behoud van eigen gebit. Dit betekent dat de medische achtergrond en kennis van de tandarts steeds belangrijker wordt. Goed contact met de huisarts zal in toenemende mate essentieel worden. 50 procent van de kindermishandeling en huiselijk geweld manifesteert zich in het orofaciale gebied; het gebied waar tandartsen elk jaar bij vrijwel alle Nederlanders naar kijken. Ook daar is vroegsignalering en een adequate meldcode essentieel”, aldus Barnasconi.

Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

10

LHV | De Dokter Juni 2011

LHV | De Dokter Juni 2011

11


Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal kondigt harde maatregelen aan

‘Bereikbaarheid? Dat is je patiënt serieus nemen’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie FMAX/Nout Steenkamp, iStockphoto

E

en tegenvaller voor de hele beroepsgroep. Uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) blijkt dat één op de vier huisartsenpraktijken een spoedoproep niet binnen de gestelde norm van 30 seconden beantwoordt. “Onacceptabel”, vindt inspecteur-generaal Gerrit van der Wal. Het probleem zit volgens hem in de menselijke factor. Vanaf 1 juli wordt het menens. “Wie dan nog niet horen wil, moet voelen.” Het kantoor van de IGZ in Utrecht is net weer geopend. Veel glas, vrolijk meubilair en een stralend geel tapijt brengen de zon naar binnen. Maar de boodschap die de IGZ aan de huisartsen te melden heeft, wordt er niet lichter van. De bereikbaarheid van huisartsen is nog ver onder de maat,

12

LHV | De Dokter Juni 2011

zo bleek uit het rapport dat eind mei werd gepresenteerd. Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal had na de slechte resultaten van het onderzoek in 2008 een betere uitkomst verwacht. “De situatie is nauwelijks verbeterd ten opzichte van drie jaar geleden.” Hij heeft de afgelopen weken veel persoonlijke post gehad van mensen die hem bedankten voor het onderzoek: “Goed dat u die bereikbaarheid aan de orde stelt. Het is al jaren slecht.” Toch hebben de huisartsen de afgelopen jaren niet stil gezeten. 95 procent van de praktijken heeft inmiddels een aparte spoedlijn of een telefoonlijn met een spoedoptie ingesteld. In 2008 was dat slechts 50 procent. Qua techniek zit het bij verreweg de meeste praktijken dus wel goed, maar aan de bereikbaarheid is dat niet terug te zien.

Was u verbaasd over de uitkomsten? “Je hoort nog altijd van vrienden, collega’s en de media dat huisartsen slecht bereikbaar zijn. Maar dat gaat dan over de algemene bereikbaarheid, met name voor afspraken en recepten. Vanuit service-overwegingen en klantgerichtheid is dat natuurlijk niet goed, maar vanuit patiëntveiligheid niet vreselijk relevant. Wat wij als Inspectie hoog opnemen, is de slechte bereik­ baarheid bij spoedoproepen. Daarbij gaat het wél om patiënt­veiligheid. Uit ons onderzoek blijkt dat één op de vier telefoontjes niet binnen 30 seconden wordt opgenomen. Eén op de acht praktijken is zelfs niet binnen 90 seconden te bereiken. Dat is heel slecht. Dat had ik niet verwacht.”

‘Huisartsen die de bereikbaarheid niet goed hebben geregeld, verplaatsen zich onvoldoende in de patiënt’

LHV | De Dokter Juni 2011

13


Vervolg ‘Bereikbaarheid? Dat is je patiënt serieus nemen’

Variabilisering als prikkel Betere bereikbaarheid is ook het doel van de variabilisering van het inschrijftarief, een nieuwe financiële prikkel die dit jaar wordt ingevoerd. Het gaat om in totaal 60 miljoen euro (circa 8.500 euro per normpraktijk) die pas wordt uitbetaald als een praktijk aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet. De maatregel richt zich in dit eerste jaar op het criterium bereikbaarheid van de spoedlijn. De variabilisering van het inschrijftarief is bedacht door oud-minister Klink (VWS). Het idee is dat een deel van het bedrag voor de huisartsenzorg pas achteraf, onder bepaalde voorwaarden wordt uitgekeerd. De beloning wordt daarmee gekoppeld aan de kwaliteit, wat tot beloningsverschillen kan leiden. Gerrit van der Wal: “Er zijn 1.000 praktijken die het beter moeten doen”

‘Eén op de vier telefoontjes wordt niet binnen 30 seconden opgenomen’

Meer technische voorzieningen, niet beter bereikbaar. Is dat niet vreemd? “95 procent van de praktijken heeft het technisch prima voor elkaar. Ze hebben een aparte spoedlijn of een telefoon­­nummer met keuzemenu. Dat is mooi. Vijf procent heeft dat nog steeds niet en dat is heel kwalijk. Maar naast de technische factor is de menselijke factor net zo belangrijk: de telefoon moet uiteindelijk toch door een mens, een medisch bekwaam persoon, worden opgenomen.”

Uit het rapport van de IGZ blijken er verschillen tussen solopraktijken en duo- of groepspraktijken, en ook tussen grootstedelijke en plattelandspraktijken. Solopraktijken hebben de bereikbaarheid voor zowel spoed- als gewone oproepen het slechtst op orde: één op de drie spoedoproepen wordt niet op tijd beantwoord. Duopraktijken en vooral groepspraktijken doen het beter. Daarnaast blijken praktijken op het platteland beter bereikbaar dan praktijken in grote stedelijke gebieden.

Is het dan een gebrek aan menskracht? “Het is vooral een kwestie van discipline en van houding: je moet de patiënt serieus nemen. Als ik het heel scherp zeg: de huisartsen die de bereikbaarheid niet goed hebben geregeld, verplaatsen zich onvoldoende in de patiënt. Sommigen vinden hun lunch of het werk waar ze net mee bezig zijn toch belangrijker. Ze denken: de patiënt wacht wel even of hij belt wel met 112.”

Is de 30-secondennorm voor solopraktijken te hoog gegrepen? “60 procent van de solopraktijken haalt de norm wel. Bereikbaarheid is voor een kleine praktijk moeilijker te organiseren dan voor een groepspraktijk, omdat er nu eenmaal minder mensen beschikbaar zijn, maar toch: de bereikbaarheid moet in alle praktijken 100 procent op orde zijn. Jazeker, de eisen en verwachtingen zijn in de loop der jaren opgeschroefd, maar de technische mogelijkheden zijn ook groter.”

Als er echt iets mis is, bellen mensen toch ook met 112? “Er zijn allerlei situaties waarbij mensen in paniek zijn en de huisarts nodig hebben. Bijvoorbeeld bij een niersteenkoliek of een koortsstuip. Dan wil je de dokter meteen spreken. Niet elk telefoontje heeft met levensbedreigende situaties te maken, maar mensen willen weten of ze naar de dokter moeten racen of dat de dokter naar hen komt. Het gaat om de eerste beoordeling, de eerste oplossing, wellicht gerust­stelling. Dat is juist een taak voor de huisartsen.”

Hoe verklaart u het verschil tussen grootstedelijke en platte­ landspraktijken? “Dat hebben we niet onderzocht, maar een verklaring zou kunnen zijn dat huisartsen in steden denken dat mensen toch wel naar de eerste hulp gaan als ze de dokter niet kunnen bereiken. In steden is een ziekenhuis vaak dichterbij dan op het platteland.”

Verbeteringen

14

LHV | De Dokter Juni 2011

Volgens Van der Wal moet en kan het beter. “Heel simpel: huisartsen moeten hun bereikbaarheid goed organiseren en daarnaast vooral hun houding verbeteren. We hebben een confronterend rapport uitgebracht maar ik hoop dat artsen daardoor nu besluiten dat ze het op dit punt voor elkaar moeten hebben, omdat ze dat aan de patiënt en hun

eigen professionaliteit verplicht zijn. De 1.000 praktijken die niet aan de eisen voldoen, hebben twee maanden de tijd gekregen om de zaak in orde te maken. Er zijn voldoende best practices, de beroepsorganisatie geeft alle mogelijke hulp, de norm is absoluut haalbaar. Wie na 1 juli niet aan de norm voldoet, heeft een probleem.”

Doe de Spoedlijncheck! De LHV haalt alles uit de kast om huisartsen te helpen hun telefonische bereikbaarheid te verbeteren. Via de website is een toolkit beschikbaar met algemene uitgangspunten voor beschikbaarheid, tips om de spoedlijn vrij te houden en het antwoordapparaat in te spreken, voorbeeldbrieven en een plan van aanpak om een passend telefoonsysteem te vinden. Desgewenst biedt de LHV ook cursussen op locatie om medewerkers in de praktijk goed toe te rusten. Het nieuwste wapen dat de LHV inzet om de bereikbaarheid te verbeteren, is de Spoedlijncheck. Een lijst met zeventien check­punten, waarmee elke huisarts het telefoonverkeer en de opzet van de organisatie kan doorlichten. De checkpunten zijn gekoppeld aan zeventien praktische tips om de bereikbaarheid beter te organiseren (zie de voorbeelden hieronder). De spoedlijncheck is te vinden op de website: www.lhv.nl.

Er kan toch wel een goede reden zijn om niet bereikbaar te zijn? “Wat we horen is dat de assistente ook wel eens naar het toilet moet of oren moet uitspuiten. Maar om die redenen moet je bereikbaarheid juist goed organiseren. Een goede reden waarom het niet lukt, zijn we niet tegengekomen. Let wel: het speelt bij één op de vier praktijken, dat geeft wel  aan dat bereikbaarheid een structureel probleem is.” Wat gebeurt er als de norm niet wordt gehaald? “Wie niet horen wil, moet voelen. Dan werken we toe naar een boete, officieel: een last onder dwangsom. Die begint met 2.000 euro per week en kan oplopen tot 30.000 euro. We gaan die praktijken dan ook met naam en toenaam noemen. En we vragen de ziektekostenverzekeraars om erover na te denken om huisartsen die de bereikbaarheid niet op orde hebben, minder te belonen of niet te contracteren. Want van een gecontracteerde huisarts mag je toch verwachten dat die goed bereikbaar is.” Dat is een heftige maatregel. Zal die nodig zijn? “Ik weet het niet. Ik hoop echt van niet. Er zijn 1.000 praktijken die het beter moeten gaan doen. Ik hoop dat de overgrote meerderheid van hen dat ook doet. De meesten hoeven alleen de organisatie nog maar aan te passen, een betere boodschap in te spreken op het antwoordapparaat of een foutje in het nummer op de website te herstellen. Bereikbaarheid is een eis die bij het vak hoort: laten we denken vanuit de patiënt.”

Check:

Patiënten kunnen in het keuzemenu uit meerdere diensten kiezen: ja/nee.

Tip:

Structureer uw telefoonverkeer • Beperk het aantal keuzeopties in het menu tot maximaal vijf. • Zorg dat de patiënt maar eenmaal op een toets hoeft te drukken en niet meerdere keuzes hoeft te maken. • Komt er niet direct iemand aan de lijn, dan moet de patiënt te horen krijgen dat hij in de wacht staat. • Reserveer keuzemogelijkheid 1 voor spoedgevallen. • Andere keuzemogelijkheden zijn: een afspraak maken, herhaalrecepten aanvragen en intercollegiaal overleg.

LHV | De Dokter Juni 2011

15


Kritisch gesprek

Aldus de patiënt:

CV

Bas Leerink (1962) is sinds 1 september 2008 lid van de raad van bestuur van Menzis. Hij trad in 2004 bij Menzis in dienst, en was toen onder meer verantwoordelijk voor de zorginkoop. In 2006 werd hij directeur Zorgmanagement. Leerink begon zijn carrière als klinisch chemicus in Utrecht, Amsterdam en op Curaçao. Hij werkte zeven jaar als managementconsultant bij McKinsey&Company. Leerink is getrouwd en vader van vier kinderen.

Tekst Mérie van der Rijt

Ziet u uw huisarts graag in een witte jas? De eerste indruk die de huisarts maakt op de patiënt is belangrijk voor het vertrouwen dat de patiënt in de arts stelt. Nog slechts een enkele huisarts draagt een witte jas. Wat vindt de patiënt daarvan?

Robert van der Horst (35) uit Oisterwijk

“Nee, dat vind ik niet

nodig. Een huisarts is niet

alleen een dokter die medische handelingen verricht, maar ook een gesprekspartner bij wie je met vragen terecht kunt. In de groepspraktijk van mijn huisarts dragen alleen de oudere

nog de witte

jas.”

doktoren

Marianne Vernooy-Muyskens (67) uit Nieuwegein

“Nee hoor, ik vind het prima dat onze huisarts

netjes casual is gekleed. Het past bij de huidige tijd waarin de afstand tussen de huisarts en de patiënt minder groot is dan vroeger. Het is niet meer ‘Ik zeg en u doet’. De verhouding kenmerkt zich nu meer door samenwerking.” Monique Kerssies (39) uit Amersfoort

“Nee, want een witte

jas is voor mij niet gekoppeld aan kunde. Van een huisarts verwacht ik wel frisse en representatieve kleding, net zoals van een andere professional die met mensen omgaat. Overigens zie ik de huisarts liever niet

in een kostuum. Dat schept te veel afstand.”

16

LHV | De Dokter Juni 2011

Bas Leerink (Menzis)

‘Wij dienen het belang van de premie­betaler’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie FMAX/Nout Steenkamp

M

inister Edith Schippers (VWS) is principieel tegen, omdat ze het slecht vindt voor de belangen van patiënten en de zorgverlening. De LHV is zeer kritisch. Maar zorgverzekeraar Menzis en investeerder Reggeborgh doen het toch: ze investeren samen in gezondheidscentra. De BV Zorgpunt heeft al 28 praktijken opgekocht, waarbij alle eerste­ lijnszorgverleners in loondienst zijn. Ook de huisarts. Gaat Menzis te ver? Bas Leerink, lid van de raad van bestuur, vindt van niet. Nog één stap en u staat in de spreekkamer. “Die drempel gaan wij nooit over. De spreekkamer is alleen voor de dokter en de patiënt. Die grens respecteren wij als verzekeraar.” U bindt de kat wel op het spek. “Ik begrijp de angst. Maar wij zijn zelf de eersten om te zeggen dat de verzekeraar nooit in de relatie tussen

patiënt en behandelaar mag treden. Vraag het de dokters die bij Zorgpunt in loondienst zijn. Wij bemoeien ons niet met hun vak. De dokters zijn onafhankelijk en dat wordt gecontroleerd door de toezichthouders. Ons doel is om de eerstelijnszorg te versterken. Daarin moet je investeren, anders komt dat nooit op gang. Daarom hebben wij samen met Reggeborgh Zorgpunt opgericht: een landelijke keten die eerstelijnszorg aanbiedt.” De nieuwe Zorgwet gaat uit van drie gescheiden pijlers: patiënt, zorgaanbieder en zorgverlener. U zaagt aan de pijlers van dat systeem. “Wij vinden van niet. Een van de doelen van de Zorgwet is het maken van verbindingen tussen verzekeraars en aanbieders. Wij zijn als verzekeraar verplicht voor een goed aanbod te zorgen. De wet biedt juist kansen voor vernieuwing. Daar zijn wij mee bezig.” De minister ziet dat toch anders. Ook zij wil verticale integratie verbieden. “Ze heeft inderdaad aangekondigd dat ze gaat onderzoeken hoe ze dat kan verbieden. Wij zouden dat heel onverstandig vinden en ik denk dat verschillende partijen dat met ons eens zijn. Wat wij doen is namelijk in het belang van de patiënt.” Oh ja? “Wij hebben er in Groningen en in Arnhem al goede ervaring mee opgedaan. Daar hebben we twee gezondheidscentra waarbij alle eerstelijnszorgverleners in loondienst zijn. En het blijkt dat daar heel goed en efficiënt wordt samen­ gewerkt, juist omdat er geen belangentegenstellingen zijn. De patiënten krijgen er zo direct mogelijk hulp. Ze kunnen zo nodig bijvoorbeeld direct aan de slag met een GGZ-consulent, zonder wachtlijsten en doorverwijzingen. Ze krijgen meer aandacht en tijd. En er is meer flexibiliteit: er is bijvoorbeeld ook een avondspreekuur. De dokters kunnen zich veel meer concentreren op hun werk in plaats van op bureaucratische verplichtingen, de patiënten zijn buitengewoon tevreden, terwijl het zorggebruik in die

centra vergeleken met de gemiddelde praktijkgegevens uit het land lager is. En dat bespaart kosten.” En dat is in het voordeel van de patiënt? “Zeker. Want de patiënt betaalt premie en die premie kunnen we laag houden als we de kosten van de gezondheidszorg in de hand houden. Menzis heeft geen winstoogmerk.” Maar Reggeborgh wel. “Niet voor de korte termijn. Het is een investeerder met een lange adem. Wij hebben er vertrouwen in dat het gaat lukken, doordat we de voordelen van schaalgrootte gaan bereiken. Wij denken dat die gezondheidscentra het antwoord zijn op de steeds ingewikkelder wordende zorg en de hogere eisen van patiënten. Het wordt voor een dokter in zijn eentje moeilijk om dat allemaal te organiseren. Veel dokters willen dat ook niet.” De meeste huisartsen zijn erg aan hun zelfstandigheid gehecht. “Zeker, maar er zijn er ook veel die maar wat graag van de rompslomp af willen. Wij worden elke week door huisartsen gebeld die met ons in gesprek willen om te kijken of het Zorgpunt-model iets voor hen kan betekenen.” Vast op voorwaarde dat ze onafhankelijk kunnen werken. “Die mensen zoeken wij juist.” Bent u niet bang dat u de minister en veel huisartsen tegen u krijgt? “Wij wachten af waar de minister mee komt. En verder willen wij graag met de huisartsen in gesprek. Onze manier is niet de enig mogelijke, maar kan de zaak wel versnellen. Wij zullen artsen vragen hoe zij hun dienstverlening willen verbeteren en de eerstelijnszorg versterken. Want dat is nodig om de zorg betaalbaar te houden.”

www.lhv.nl/dedokter

LHV | De Dokter Juni 2011

17


De Tweede Kamer over huisartsenzorg

Maar u waarschuwt toch niet voor niets? “Kijk, huisartsen zijn natuurlijk altijd, zeker als het om een solopraktijk gaat, de enigen die alle beslissingen moeten nemen. Dan is het wennen als er een nurse practitioner bijkomt met zijn of haar eigen know how. Ze zullen onderling met elkaar moeten afspreken hoe ze de samenwerking aangaan. Het kan best zijn dat de nurse practitioner enkele spreekuren overneemt van de huisarts. Er moet een formule gevonden worden waarin de huisarts medisch het overzicht houdt en eindverantwoordelijk is. Met de praktijkondersteuner gebeurt dit overigens al, dus het zal zich uiteindelijk wel gaan settelen in de praktijk.”

Margreeth Smilde (CDA)

‘Huisarts moet niet alles in zijn eentje willen doen’ Tekst Marieke ten Dam Fotografie FMAX/Hans Stakelbeek

H

et kabinet-Rutte wil betere basiszorg dichter bij huis en de eerstelijnszorg versterken, aldus het regeerakkoord. Is dat goed nieuws voor de huisarts? Hoe wordt de eerste lijn versterkt? De Dokter laat het parlement aan het woord. In deze eerste aflevering: Tweede Kamerlid Margreeth Smilde (CDA). Zij rekent op uitbreiding van de ketenzorg, taakdifferentiatie en op échte substitutie. Waarin zit de oplossing? “Deels in taakdifferentiatie en deels in eerstelijnscentra met daarin taakdifferentiatie. Een nurse practitioner waar dat mogelijk is, praktijkondersteuning met name bij mensen met chronische aandoeningen. Daarop is in de afgelopen jaren ook veel ingezet. Huisartsen hebben financiële ruimte gekregen om praktijkondersteuning te regelen. Het arbeids­ marktprobleem bij nurse practitioners is veel minder groot, omdat er uit een grotere vijver kan worden gevist van zowel hbo’ers als universitair opgeleiden. Voor de huisarts kun je alleen op de universiteit zoeken.” 18

LHV | De Dokter Juni 2011

Hoe verhoudt de nurse practitioner zich tot de huisarts? “We hebben de nurse practitioner recent in de Wet BIG meer zelfstandigheid gegeven. De uiteindelijke medische verantwoordelijkheid ligt bij de huisarts, maar ik denk dat het heel goed samen kan. En zoals met alles staat of valt het met de onderlinge relaties.” Waarom zegt u dat zo nadrukkelijk? “Omdat huisartsen veel meer gebruik kunnen maken van nurse practitioners dan nu gebeurt. Ik zie de huisarts als de spil en de poortwachter, maar ik zie ook wel dat de huisarts dat niet allemaal in zijn eentje kan. Ik weet bijvoorbeeld dat de nurse practitioner in ziekenhuizen al veel meer is ingeburgerd. Daar doen ze hele spreekuren en bestaat er goede afstemming met specialisten wanneer ze wel of niet worden ingezet. Als iemand op de afdeling cardiologie heeft gelegen en wordt ontslagen, dan wordt hij eerst keurig door een nurse practitioner gevolgd. Zoiets zou voor een huisarts ook goed werken.”

‘De prikkel om in de eerste lijn te blijven is er gewoon nog onvoldoende’

Echte substitutie betekent volgens Smilde dat de zorg die naar de eerste lijn gaat in het ziekenhuis niet weer wordt aangevuld. “Ik lees steeds meer over hoestpoli’s, snotterpoli’s en Joost mag weten wat voor poli’s er in het ziekenhuis worden opgezet. Wij willen dat de zorg die in de eerste lijn thuishoort daar ook gegeven wordt. De prikkel om in de eerste lijn te blijven is er gewoon nog onvoldoende. De eerste aanzet is wel gegeven doordat zorgverzekeraars straks meer risicodragend worden voor de zorg in de tweede lijn. Ik verwacht dat ze daardoor met toenemende belangstelling naar de eerste lijn zullen kijken, omdat het daar goedkoper is.” Wat moet er van de tweede naar de eerste lijn? “Zolang er geen exacerbatie is van klachten van chronisch zieken bijvoorbeeld, kan iemand in de eerste lijn terecht. Doet zich een extra probleem voor, dan consulteert de huisarts de specialist zonder dat de patiënt direct naar het ziekenhuis hoeft. Dit kan in de keten worden opgenomen en heeft twee belangrijke voordelen. De huisarts houdt hierdoor het overzicht, en alleen bij een groot probleem hoeft de patiënt naar het ziekenhuis. Daarmee doe je een beroep op de professionaliteit van zowel de huisarts als de specialist. Ik snap ook wel dat de specialist niet zomaar alles gratis via de telefoon doet, vandaar dat ik ervoor pleit om dit als onderdeel te zien van de ketenzorg.” Dus dat betekent een versterking van het poortwachterschap van de huisarts? “Ja, de huisarts consulteert de medisch specialist en verwijst door op het juiste moment. Dit is een soort anderhalvelijnszorg die voor de patiënt dicht in de buurt is en de gang naar het ziekenhuis voorkomt. We hebben nu ketenzorg in de eerste lijn voor COPD en diabetes. Daar zit de medisch specialist nog niet bij in, maar dat zou wat mij betreft wel mogen. Dan kijkt de medisch specialist even over de schouder mee. Niet meteen een full-blown consult. Met name bij chronische aandoeningen zou dat heel goed kunnen.” Wat vindt u dan van de ontwikkeling dat paramedici ook direct toegankelijk worden voor de patiënt? “Geen probleem, dat is namelijk allemaal eerstelijnszorg. Bij de fysiotherapeut kan dat ook.” LHV | De Dokter Juni 2011

19


Vervolg De Tweede Kamer over huisartsenzorg

Zo kan het ook

Onnodig patiëntenbezoek voorkomen

‘Als wij de zorg rondom de chronische patienten goed kunnen organiseren, dan zijn we een heel eind in Nederland’

De directe toegang bij andere zorgverleners in de eerste lijn levert toch risico’s op voor kostenbeheersing? Misschien heeft de patiënt helemaal geen diëtist of fysiotherapeut nodig. “Dat zou goed kunnen. Ik ga er echter ook vanuit dat de fysiotherapeut en de diëtist hun professionaliteit hebben en dat ze aangeven ‘ik hoef u helemaal niet te behandelen, u moet eerst langs de huisarts’.” In de chronische aandoeningen ziet Smilde de grootste kostenpost. “Er komen steeds meer chronische patiënten, niet alleen door de vergrijzing maar ook doordat ernstige ziekten niet altijd meer een dodelijke afloop hebben. Als wij de zorg op een goede manier rondom de chronische patiënten kunnen organiseren in de eerste lijn, dan zijn we een heel eind in Nederland.” De huisarts is volgens u dus cruciaal in de opvang van chronisch zieken. Dan luidt de logische conclusie: bezuinigen op huisartsenzorg kan niet. “In principe moeten we bij alles kijken of het effectiever en doelmatiger kan. Overigens moet je bezuinigingen in de gezondheidszorg altijd even relativeren, want de gezondheidszorg is buiten de 18 miljard gehouden die de regering gaat bezuinigen. Sterker nog, we mogen tijdens deze kabinetsperiode 15 miljard groeien. En wat wij doen is voorkomen dat die groei niet gigantisch uit de hand loopt. Dat gezegd hebbend, ontkomen wij er niet aan dat we overal moeten kijken waar het efficiënter kan.” Waar ziet u dat het efficiënter kan in de huisartsenzorg? “Beter bekijken wat de huisarts zelf moet doen en wat ook anderen kunnen doen. Ik zie daarom de grote kansen liggen in de ketenzorg, omdat je dan afspraken maakt met de zorgverzekeraar welke zorg je van wie kunt verwachten. Daar zie ik de toekomst in.” Waar moeten we absoluut van afblijven als het om de huisartsenzorg gaat? “De huisarts moet zijn eerstelijnstaken goed kunnen blijven oppakken. De huisarts doet het momenteel gewoon heel goed als poortwachter, tja behalve de bereikbaarheid dan. Daar zullen ze nu ook wel hard mee aan de slag gaan. De 20

LHV | De Dokter Juni 2011

huisarts kent de patiënt, het gezin en kan deze ook langere tijd volgen.” Heeft de minister dat beeld ook? Het gevoel bestaat dat haar voorganger meer op had met de huisartsenzorg. “Haar voorganger had dat helemaal, dat klopt. De nieuwe minister heeft bij de eerste begroting al aangegeven dat zij met name de zorg in de buurt wil versterken. Dit is goed voor de mensen en het werkt kostenbesparend. Ik kan nog niet zo goed zeggen of ze daarin verschilt met haar voorganger.” Bij het ter perse gaan van De Dokter bevestigde de overheid dat er maar liefst 132 miljoen op huisartsenzorg bezuinigd gaat worden. Margreeth Smilde geeft haar reactie op de voorgenomen bezuinigingen: “We overschrijden de groei in de zorg van 15 miljard euro, die voor deze kabinetsperiode afgesproken was. Maatregelen om binnen die 15 miljard te blijven zijn echt noodzakelijk uit oogpunt van solidariteit en betaalbaarheid van de zorg. Om de positie van de huisarts te versterken, wilde het CDA niet tornen aan het uitgangspunt om de huisartsenzorg buiten het eigen risico te houden. Dat is ook niet gebeurd. Primair richten we ons nu op het terughalen van de overschrijdingen, ook bij de huisartsenzorg. Daarom zijn we bereid in dezen het kabinet te steunen.”

Margreeth Smilde (1954) Geboren en getogen in Leeuwarden, gestudeerd in Groningen. Rondde geschiedenis en rechten af. In het verleden was zij werkzaam als freelance historicus en beleidsmedewerker bij het Europees Parlement. Ook was zij lid van Provinciale Staten van Drenthe. Ruim zes jaar is ze Tweede Kamerlid voor het CDA. Zij houdt zich onder meer bezig met de financiering van de curatieve gezondheidszorg en met de Zorgverzekeringswet.

‘Met webconsult haal je de dokter in huis’ Tekst Frank van Wijck Fotografie Ed van Rijswijk

D

e huisartsen in eerstelijnscentrum Arcanum willen met het beeldconsult ‘Hallo Dokter’ een alternatief bieden voor patiëntenbezoek aan de HAP of SEH. En door kleine chirurgische verrichtingen te doen, hoeft de patiënt niet naar het ziekenhuis. In het onlangs geopende Medisch Centrum Vathorst, waarin het gezondheidscentrum Arcanum is gevestigd, werken twintig zorgdisciplines onder één dak. “Dit sluit aan bij de overheidsvisie om de zorg zoveel mogelijk in de wijk aan te bieden”, zegt huisarts Felix van der Wissel. “Het verhoogt de arbeidstevredenheid van de zorgaanbieders, biedt de patiënt kwaliteit en korte lijnen en het helpt om zorgkosten in de hand te houden.” Maar de ambities van Arcanum reiken verder. Van der Wissel: “We willen de zorg ontschotten en substitutie van tweede naar eerste lijn bevorderen. Dat begint met ons webconsult Hallo Dokter, waarmee de patiënt de dokter in huis kan halen. Hij hoeft dus niet de afweging te maken of hij naar de HAP of SEH moet gaan. Aan de beslissing wel of niet een webconsult aan te gaan, gaat een digitale triage

vooraf. Dit is een vragenlijst waarin de patiënt zijn klacht – bijvoorbeeld oorpijn – kan invullen. Achter die triage zit een database op basis van de NHG-Standaarden die de patiënt zelfzorgadvies geeft. In het geval van oorpijn: paracetamol, neusspray en drie dagen afwachten. Is de patiënt daarmee niet gerustgesteld, dan kan hij doorklikken naar het webconsult. De dokter kan de patiënt dan via de webcam zien en dus een inschatting maken van de ernst van diens klacht, en de patiënt geruststellen.” Van der Wissel stelt dat deze dienst is bedoeld voor mensen tot 50 jaar, die gewend zijn aan gebruik van computer en webcam. “Deze consulten kunnen in de achterwachtdiensten worden gedaan”, zegt hij. “We hopen honorering te kunnen bewerkstelligen op basis van het tarief voor een telefonisch consult.”

LHV | De Dokter Juni 2011

21


Leren van over de grens

Huisartsenzorg in Kroatië

Nu nog wachten op erkenning Tekst Petra Pronk Fotografie De Beeldredaktie/Bruno Jobst, Hollandse Hoogte

H

et belangrijkste verschil tussen Nederland en Kroatië? Daar hoeft de Kroatische huisarts Ines Zelic Baricevic niet lang over na te denken: “De huisartsgeneeskunde wordt bij ons lang niet zo serieus genomen.” En dat is haar en haar collega’s een doorn in het oog. De huisartsgeneeskunde in Kroatië staat op een hoog peil. De maatschappelijke waardering is daarmee echter niet in overeen­stemming. “Huisartsen staan in Kroatië niet in hoog aanzien”, zegt Ines Zelic Baricevic. “En dat heeft ook gevolgen voor de financiële beloning: die is laag. In dat opzicht fungeert de westerse geneeskunde voor ons wel als voorbeeld. Wij streven ernaar om qua maatschappelijke erkenning en financiële waardering op hetzelfde hoge niveau te komen. Een niveau dat beter aansluit bij waar we in technisch opzicht zitten.”

Minstens een jaar

Leerpunten Leerpunten van Ines Zelic Baricevic voor haar Nederlandse collega’s:

1 Aandacht voor het hele land “We hebben enorm geïsoleerde gebieden, bijvoorbeeld in de bergen, maar ook daar is de zorg op peil en doen huisartsen fantastisch werk.”

2 Integratie van preventieve en curatieve geneeskunde “Preventieve en curatieve geneeskunde vormen bij ons een vanzelfsprekend geheel van elkaar aanvullende onderdelen.”

3 Veerkracht “Veerkracht is bij ons een belangrijk principe. Ondanks de verkeerde beslissingen die er in het verleden op ons vakgebied zijn genomen, gaan we nog steeds door en blijven we de zorg op een hoger niveau tillen.”

22

LHV | De Dokter Juni 2011

Net als in Nederland staat de Kroatische huisarts aan het begin van de gezondheidsketen. Patiënten moeten in principe eerst langs de huisarts voordat ze toegang krijgen tot de tweede lijn. “Maar dat geldt alleen voor de publieke gezondheidszorg. In de private sector gelden die regels niet”, zegt Ines. Ook de praktijk dat patiënten hun eigen dokter mogen kiezen is in beide landen hetzelfde. Afstand maakt daarbij niet uit. “De enige voorwaarde is dat je minstens een jaar bij die arts moet blijven. Dit om te voorkomen dat mensen al te makkelijk van huisarts wisselen.” Het aantal patiënten in een Kroatische praktijk varieert van 1.000 tot 2.500. De gemiddelde tijd per consult is tussen de 7 à 8 minuten. “Maar er wordt altijd gekeken wat nodig is”, verzekert Ines. “Mensen die twintig minuten nodig hebben, krijgen die tijd. Anderen zijn in twee minuten klaar.”

zijn niet erg enthousiast over dat systeem. De praktijk is namelijk dat de overheid allerlei eisen kan stellen aan onze bedrijfsvoering, terwijl onduidelijk is wat daar tegenover staat. De kans is groot dat onze investeringen uiteindelijk geen geld zullen opleveren.”

Salaris De financiering van de huisartsenzorg verloopt in principe per patiënt. Artsen met een grote praktijk krijgen dus meer geld dan collega’s met weinig patiënten. De gemiddelde huisarts verdient tussen de 500 en 1.800 euro per maand, na aftrek van alle kosten voor de verpleegkundige, instrumenten, administratie, verzekering en zo verder. De laatste jaren zijn er volgens Ines een paar mogelijkheden bijgekomen om het salaris te verhogen door extra werkzaamheden uit te voeren. “Zo kunnen we 10 procent meer krijgen voor het uitvoeren van bepaalde handelingen, bijvoorbeeld ECG’s of injecties. Daarnaast kun je 5 procent extra krijgen voor het uitvoeren van preventieprogramma’s en nog eens 5 procent voor werken in de weekeinden op huisartsenposten.” Als gevolg van de bescheiden salariëring bestaan de meeste praktijken alleen uit een huisarts en een verpleegkundige. Van een receptioniste of praktijkondersteuner kunnen de Kroatische huisartsen alleen maar dromen. “Maar we hopen dat het in de toekomst anders wordt”, zegt Ines optimistisch. Die hoop is onder andere gebaseerd op de belangenbehartiging in Kroatië. Tot voor kort waren er twee organisaties die de belangen van huisartsen vertegenwoordigden. Twee jaar geleden is daar een derde bijgekomen: de Coordination of Croatian Family Medicine. “Die doet goed werk en is in korte tijd uitgegroeid tot de grootste

en invloedrijkste lobbyorganisatie. Ik ben daar zelf ook lid van en heb veel vertrouwen in wat ze doen.”

Preventie Het preventieprogramma in Kroatië omvat onder andere vaccinatie voor kinderen van 1 tot 4 jaar, tetanusinjecties voor patiënten boven de 60 en de jaarlijkse griepprik. Allemaal prima. Alleen met de meest recente maatregel zijn de meeste huisartsen niet blij: van overheidswege is bepaald dat 45-plussers die meer dan drie jaar niet meer naar de dokter geweest zijn, een oproep krijgen om zich te melden voor een medische check. “Geen goed idee”, vindt Ines. “Dan dwing je mensen die niet naar de huisarts willen om toch te komen. Dat werkt niet.” Wat techniek betreft doet Kroatië het heel goed. Het computer­ gebruik is relatief hoog. Het laatste decennium is het gebruik van computers in de spreekkamer helemaal ingeburgerd. Er is sprake van een centraal informatiesysteem. Recepten en labuitslagen worden uitgewisseld per computer. De labuitslag komt nog dezelfde dag bij de arts terug. Nu dit goed op poten staat is de volgende stap: het netwerk uitbreiden naar de tweedelijnsgezondheidszorg.

Nascholing Nascholing is verplicht in Kroatië en moet na vijf jaar worden afgesloten met een examen, waarna je als huisarts de titel mag voeren ‘specialist in huisartsgeneeskunde’. Daarna moet een huisarts elke zes jaar 120 punten halen via congressen, lezingen en het schrijven van boeken. Levenslang leren dus.

Financiering De afgelopen jaren is er in Kroatië heel wat veranderd in de gezondheidszorg. De politieke omwenteling in de jaren negentig van de vorige eeuw heeft op allerlei gebieden gezorgd voor grote verschuivingen, dus ook in de gezondheidszorg. Het land is volop bezig met de ontwikkeling van collectieve systemen naar een vrije markt. Voor de huisartsen heeft dit tot gevolg dat het oude systeem waarbij iedereen tegen een vast salaris in gemeenschapscentra werkte, passé is. De meeste huisartsen werken nog steeds grotendeels in de publieke sector, maar wel onder andere omstandigheden. “Dertien jaar geleden zette de privatisering in. Dat heeft ertoe geleid dat we tegenwoordig contracten moeten afsluiten met de verzekeraars. Ook moeten we concessies sluiten met gemeenten om daar te mogen werken. De meeste huisartsen LHV | De Dokter Juni 2011

23


Huisartsenzorg in plattelandsgebieden op de tocht

‘Generatie X gaat voor ontwikkeling’ Tekst Petra Pronk Fotografie Erik Kottier Illustratie Tammo Schuringa

D

e komende jaren gaan veel huisartsen van de babyboomgeneratie met pensioen. Hun werk wordt overgenomen door huisartsen uit de Generatie X, en dat gaat met opvolgingsperikelen gepaard. Als er niets gebeurt zit straks een deel van de Nederlandse patiënten, met name in plattelandsgebieden, zonder huisarts. De jonge (aankomende) huisartsen bieden oplossingsrichtingen. Stel, je bent huisarts in Oost-Groningen en je denkt er voorzichtig aan om over een paar jaar de praktijk over te dragen aan een jongere huisarts. Dan heb je een serieus probleem, want het valt niet mee om opvolgers te vinden in plattelandsgebieden. Was een praktijk op het platteland 40 jaar geleden nog een droom, tegenwoordig bouwen jonge huisartsen meestal liever een praktijk op in meer stedelijke gebieden. Dat blijkt uit twee onderzoeken naar de opvolgingsproblematiek van huisartsen in Nederland. Hans Dunselman deed onderzoek naar dit onderwerp vanuit de werkgroep Politiek en Maatschappij van de Landelijke Vereniging van Aspirant Huisartsen (LOVAH). Erik Teunissen deed hetzelfde vanuit de Vasco da Gama Movement (de Europese vereniging voor AIOS en startende huisartsen). Beiden kwamen in grote lijnen tot dezelfde conclusie: de overgang van de babyboomgeneratie naar Generatie X gaat in huisartsenland voor grote problemen zorgen, met name in plattelandsgebieden. Terwijl huisartsen in de grote steden maar moeilijk aan een praktijk kunnen komen, zitten collega’s op het platteland met de handen in het haar omdat zich geen opvolgers aandienen. Een huisarts kan zich overal in het land vestigen, zonder voorwaarden. Toch is de stap naar de provincie voor veel beginnende huisartsen kennelijk te groot. Een goed opvolgingsbeleid is noodzakelijk om de continuïteit en de kwaliteit van de huisartsgeneeskunde te garanderen. De LOVAH ziet als belangrijkste oplossing het wegnemen van de onbekendheid met de regio’s, bijvoorbeeld door het openen van dependances van de huisartsopleiding, werkervaringsplekken of uitwisselingsprojecten. De Vasco da Gama Movement ziet meer in een 8-stappenplan dat voorziet in een maximale aansluiting op de wensen van Generatie X; onder meer het werken in deeltijd en de mogelijkheden om zichzelf te blijven ontwikkelen.

24

LHV | De Dokter Juni 2011

Generatiewisseling Het huisartsenlandschap is enorm in beweging, stelt Erik Teunissen. “Er is sprake van twee bewegingen die elkaar versterken. Allereerst is er natuurlijk de vergrijzing. Twintig jaar geleden vormden de jongere huisartsen (tussen 35 en 45 jaar) nog de grootste groep, maar tegenwoordig zijn dat de ouderen (tussen de 50 en 60 jaar). Er valt de komende jaren dan ook een grote uitstroom van huisartsen te verwachten. Dat heeft nogal wat consequenties. Er komt een serieus tekort aan huisartsen, zeker op het platteland.” “Daarnaast speelt mee dat de nieuwe generatie huisartsen (Generatie X, geboren tussen 1963 en 1981) wezenlijk anders in elkaar zit dan de babyboomgeneratie, en dat de kenmerken van die nieuwe generatie de opvolging nog moeilijker maken – dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Deze jonge huisartsen hebben vaak een gezin met kleine kinderen en een fulltime werkende, hoog opgeleide partner, waardoor ze in deze fase van hun leven veel ballen tegelijk in de lucht moeten houden. Daardoor kan alles niet alleen maar om de praktijk draaien, zoals vroeger. De praktijkwerkzaamheden moeten worden ingebed in een druk schema van zorg en werk van de partner. Het werk neemt daardoor een andere plek in dan bij hun voorgangers. Het werk moet beter inpasbaar zijn. Bovendien hebben deze huisartsen meer behoefte aan flexibiliteit in het werk. De meerderheid werkt liever in deeltijd om alles te kunnen combineren. Een deel kiest er dan ook heel bewust voor om geen praktijk over te nemen, maar te gaan werken als waarnemer of als huisarts in dienst van een andere huisarts (Hidha). De nieuwe tijds­geest zorgt er ook voor dat huisartsen het steeds moeilijker vinden hun praktijk te combineren met functies in het onderwijs, onderzoek, bestuur of management. Terwijl het toch heel belangrijk is dat die dubbelfuncties ingevuld blijven worden. Door hier niet goed op in te spelen komt de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg op de tocht te staan.”

Randstad Hans Dunselman deelt die bevindingen en voegt eraan toe dat de huidige generatie bovendien liever in de Randstad of andere stedelijke gebieden wil wonen en werken. Een enquête onder 26 procent van de AIOS Huisartsgeneeskunde laat zien dat bijna de helft van de AIOS zich in het midden van het land wil vestigen, en dat nog geen kwart overweegt zich in een ‘probleemgebied’ te vestigen. Als reden voor die weerstand tegen ‘de provincie’ geven LHV | De Dokter Juni 2011

25


Vervolg ‘Generatie X gaat voor ontwikkeling’

‘Bijna de helft van de AIOS wil zich in het midden van het land vestigen. Nog geen kwart overweegt zich in een ‘probleemgebied’ te vestigen’

Hans Dunselman: “Op de lange termijn moeten we meer huisartsen opleiden”

‘Generatie X is niet te motiveren door geld, wel door ontwikkeling’

de meesten redenen van sociale aard op. “Bij de keuze voor een vestigingsgebied weegt voor jonge huisartsen het sociale aspect het zwaarst”, zegt Hans Dunselman. “Ze willen zich het liefst vestigen in een streek waar ze familie en vrienden hebben. Dat is meestal het gebied waar ze zijn opgegroeid of gestudeerd hebben. Het platteland valt dan voor de meesten automatisch af. Een tweede reden is dat het voor de, vaak hoog opgeleide, partner moeilijk is om een baan te vinden in plattelandsgebieden.” Zelf zit Dunselman momenteel in de Hoekse Waard voor zwangerschapswaarneming. “Het is hier redelijk landelijk. Daarvan zie ik de charme wel. Maar mijn vriendin is opgeleid als huisarts in Leiden en zij wil liever in de Randstad blijven. Ik zie mezelf dus ook niet zo gauw naar Oost-Groningen verhuizen”, zegt hij eerlijk.

Onbekendheid Onderzoek onder de regionale kringen van de LHV heeft laten zien dat ze in Groningen, Drenthe, Flevoland, Zwolle en Twente momenteel al kampen met een ernstig tekort aan huisartsen, en dat probleem zal de komende jaren alleen maar groter worden. Het goede nieuws is, dat uit het onderzoek van de LOVAH blijkt dat het wel degelijk mogelijk is om de keuze van huisartsen voor een vestigingsplaats te beïnvloeden. Hans Dunselman: “Onbekend maakt onbemind. Dus is het zaak die onbekendheid met het platteland weg te nemen. Dat kan door huisartsen in opleiding te stimuleren om een periode in zo’n gebied hun 26

LHV | De Dokter Juni 2011

opleiding te doen. Dan kunnen ze zien hoe het daar echt is. De plaats waar de huisartsopleiding genoten wordt, blijkt de belangrijkste factor voor de keuze om zich te vestigen in regio’s zoals Groningen en Drenthe. Dus zullen we meer opleidingsplaatsen in die gebieden moeten aanbieden. Zo heeft de VU een dependance in de regio Twente en kunnen AOIS in Maastricht hun opleiding grotendeels in de regio Eindhoven doen. Eind dit jaar start de huisartsopleiding Groningen met een dependance in de regio Hoogeveen. Zo kun je mensen binden aan de streek en de drempel om zich daar te vestigen, verlagen.” “Welke maatregelen er ook bedacht worden, ze moeten wel altijd op basis van vrijwilligheid gebeuren. Uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat maatregelen met een verplichtend karakter op grote weerstand stuiten. Suggereer dus dat ze eventueel ook hun opleiding ergens anders kunnen volgen.”

Stimulans De komende 10 à 15 jaar gaan er serieus gaten vallen in de landelijke dekking van de huisartsenzorg. Wat is ervoor nodig om toekomstige huisartsen over te halen zich in een probleemgebied te vestigen? Uit het LOVAH-onderzoek blijkt dat geld in dezen nauwelijks een stimulans is. Voor een financiële bonus zoals in Duitsland wordt gedaan, lopen Nederlandse huisartsen niet warm. Wel zien ze iets in hulp bij de kwaliteitsverbetering van de over te nemen praktijk en het opzetten van samenwerkingsverbanden met collega’s. “En op de lange termijn moeten we misschien meer huisartsen opleiden”, zegt Dunselman. “Naarmate er meer huisartsen komen, zullen meer mensen bereid zijn de stap te maken naar het landelijk gebied.”

Oplossing voor goede opvolging Het Vasco da Gama-onderzoek zoekt de oplossing voor de opvolgingsproblematiek in een 8-stappenplan. De acht stappen zijn het resultaat van uitgebreid literatuuronderzoek naar elementen die een rol spelen bij een goed opvolgingsbeleid in de gezondheidszorg. “Trends kun je niet

keren, maar je kunt wel leren om er zo goed mogelijk op in te spelen via systematisch beleid”, zegt Erik Teunissen. “Dat begint met het tijdig signaleren van het probleem. Een goed voorbeeld daarvan is de samenwerking van de Universiteit Twente met de huisartsopleiding in Amsterdam. Mensen vroegtijdig ergens heen halen voorkomt koudwatervrees. Ook het actief identificeren van sleutelposities die vrijkomen en het opzetten van een ontwikkelingsprogramma zijn essentieel. Als je deze generatie wilt ‘verleiden’ ergens te gaan werken, dan zul je gespitst moeten zijn op hun behoeftes en daarop in moeten spelen. In het bedrijfsleven is die manier van denken algemeen geaccepteerd, maar in de huisartsengeneeskunde is het onbekend terrein. En dat moet nodig veranderen, want daarin ligt wel de sleutel voor een goede opvolging. De nieuwe generatie huisartsen heeft behoefte aan een flexibele organisatiestructuur waarin werk en privé makkelijk gecombineerd kunnen worden, waarin parttime werken mogelijk is en waarin ze makkelijk een dubbelfunctie kunnen aannemen. Ook een ontwikkelplan neemt een cruciale plek in. Generatie X is niet te motiveren door geld, maar wel door ontwikkeling. Deze generatie wil zich optimaal kunnen ontplooien. Als je dat weet, kun je daar heel bewust op insteken.”

In acht stappen naar een goede opvolging 1. Maak een strategische planning ten aanzien van de opvolging 2. Identificeer de sleutelposities die vrijkomen 3. Beschrijf de kennis en vaardigheden die de nieuwe kandidaat moet bezitten 4. Zoek gericht naar geschikte kandidaten 5. Coach deze kandidaten 6. Biedt nieuwe medewerkers een programma aan om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen 7. Stel voldoende middelen ter beschikking (tijd, geld, en energie) 8. Evalueer de opvolging.

Social media Een andere tip van Teunissen is bij de werving meer gebruik te maken van de social media. “Wil je nieuwe mensen aantrekken, dan zul je je acties moeten aanpassen aan de nieuwe tijd. Dat gebeurt nog veel te weinig. De huidige generatie huisartsen zit wat denken over opvolging betreft nog vast in klassieke patronen. Vaak wordt er alleen een advertentie geplaatst, en als dat niks oplevert zitten ze met de handen in het haar. Maar er zijn veel meer mogelijkheden die ingezet kunnen worden. Het is de moeite waard om actief te zoeken via LinkedIn of Generation Next. De nieuwe generatie vraagt echt om een actieve benadering, en de problematiek is dermate groot dat we ons gewoon niet kunnen verloven om daar niet op in te spelen.”

Erik Teunissen: “Mensen vroegtijdig ergens heen halen voorkomt koudwatervrees” LHV | De Dokter Juni 2011

27


Scherp gesteld

De stelling:

Een avondspreekuur is een reëel verzoek

“Nee. Voor een solopraktijk is een avondspreekuur lastig te realiseren”

O

Drie huisartsen, drie meningen. Deze keer over het avondspreekuur. Zou de huisarts een avondspreekuur moeten instellen als patiënten daar om vragen? Tekst Mérie van der Rijt Fotografie FMAX

E

ens. “Tegenwoordig kun je ook dag en nacht bankieren en elke avond boodschappen doen. Het past bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen dat patiënten ook in de avonduren terecht willen kunnen bij hun huisarts. Huisartsen verlenen een dienst en doen er goed aan om de mogelijkheid van een avondspreekuur te bieden. Ik heb een solopraktijk en dan is dat niet gemakkelijk te organiseren. Vorig jaar startte ik daarom met drie andere huisartsen met een solopraktijk in de buurt een avondspreekuur in een zorgcentrum waarin geen van ons is gevestigd. Dit brengt wel extra kosten met zich mee, terwijl de declaraties hetzelfde blijven. Ook is het extra werk, want de volgende ochtend sta ik gewoon weer paraat in mijn eigen praktijk. Het is dus puur een service aan de patiënt die voor problemen komt waarvoor hij niet per se de eigen huisarts wil zien. Van het avondspreekuur wordt zeker gebruik gemaakt, maar het is niet altijd vol.”

Peter Paul Andriessen, huisarts in Mechelen

“Ja. Het contact met de patiënten is ’s avonds prettig”

E

Roel Wennekes, huisarts in Maarssen

LHV | De Dokter Juni 2011

ens. “In principe vind ik het een reëel verzoek. Ik zou het zelf ook plezierig vinden om ’s avonds na het werk een afspraak te kunnen maken met mijn huisarts of tandarts. Sinds enkele jaren houden we in onze groepspraktijk met acht huisartsen eenmaal per week een avondspreekuur van 17.30 tot 20.00 uur. Dat spreekuur zit al dagen van tevoren vol. We werken dan met twee huisartsen op afspraak. Spoedmeldingen verbinden we meteen door naar de huisartsenpost. Hierdoor verloopt het spreekuur heel rustig. Het contact met de patiënten is ’s avonds prettig; niemand is gehaast om op tijd te komen op het werk. Het nadeel van het avondspreekuur is dat er  op de ochtend van het spreekuur twee huisartsen vrij zijn. De overige collega’s lossen de spoedgevallen op en zij hebben het dan extra druk. Verder is er voor avondconsulten geen extra vergoeding, terwijl we wel extra kosten maken voor bijvoorbeeld de receptioniste van het pand. Het organiseren van een avond­spreekuur lijkt me vanwege de kosten en de beschikbaarheid van meerdere huisartsen niet goed haalbaar voor kleinere praktijken.” Mireille Kieft, huisarts in Almere

FMAX/Hans Stakelbeek

28

FMAX/Hans Stakelbeek

“Ja. Ondanks het feit dat een avondspreekuur extra kosten met zich meebrengt”

FMAX/Nout Steenkamp

neens. “Al is het vanuit het standpunt van de patiënt wel een begrijpelijk en invoelbaar verzoek. Het houden van een avond­spreekuur betekent natuurlijk wel wat voor de zorgverlener. Over het algemeen is de persoonlijke band een belangrijk aspect van de huisartsenzorg. Ik heb een solopraktijk en werk 50 uur per week en maak dus  volle dagen. Als ik een avondspreekuur instel, ben ik ’s ochtends niet beschikbaar en dat geeft weer problemen voor andere patiënten. Bovendien staat in mijn contract met de zorgverzekeraar dat ik van ’s ochtends 8.00 uur tot ’s middags 17.00 uur zorg moet leveren. Voor een groepspraktijk is een avondspreekuur gemakkelijker te realiseren. Overigens, van mijn patiënten heb ik nog geen verzoek ontvangen voor een avondspreekuur. Wel merkte ik dat schoolgaande en werkende mensen liever ’s middags kwamen. Vandaar dat ik een middagspreekuur van 16.00 – 17.00 uur heb ingesteld. Daardoor is het spreekuur ’s ochtends korter en dat vind ik zelf ook prettiger werken.”

LHV | De Dokter Juni 2011

29


De invloed van de media

Derde partij in de spreekkamer Tekst Mirjam Scholten Fotografie FMAX, Hollandse Hoogte, iStockphoto

E

en patiënt komt binnen, gewapend met een print van het internet. Hij heeft zijn diagnose zelf gesteld en ook het bijbehorende medicijn al gevonden. Of de dokter het recept maar even wil geven? Het lijkt een karikatuur van de werkelijkheid, maar de invloed van de media komt wel degelijk de spreekkamer binnen. Wat merkt de huisarts ervan en hoe gaat hij daarmee om? Berichten over gezondheid en gezondheidszorg in de media trekken al gauw de publieke aandacht. Vrouwenbladen, kranten en televisieprogramma’s hebben onmiskenbaar invloed. Veel mensen maken actief gebruik van het internet om aan informatie te komen. Volgens het Nederlands Huisartsen Genootschap raadpleegt tweederde van de patiënten het internet weleens alvorens naar de dokter te gaan. Een derde zegt dit ‘vaak of altijd’ te doen. Ná het consult kruipt meer dan de helft van de patiënten alsnog of nog eens achter de computer op zoek naar informatie.

‘Ja, maar…’

30

LHV | De Dokter Juni 2011

Lust of last? Hoe prettig is het, of hoe lastig, als patiënten zo proactief met hun gezondheid bezig zijn? Maria van den Muijsenbergh, huisarts in Nijmegen, met veel migranten in haar praktijk: “Héél prettig. Menigmaal heeft een patiënt zelf al de juiste diagnose gesteld, of alle ins en outs ervan overwogen. Zo kreeg ik een vrouw op het spreekuur met klachten die volgens haar duidden op jicht. Dat klopte wel, maar ik zette er vraagtekens bij omdat bij haar geen enkele risicofactor te vinden was die dit aannemelijk maakte.

Fotografie FMAX/Sam Rentmeester

Tweederde raadpleegt het internet voor een bezoek aan de dokter

Peter Vonk is als studentenarts verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Hij signaleert een toename van patiënten die gebruik maken van internet. “Een collega in onze praktijk turft dit en weet dat meer dan de helft van haar patiënten het internet consulteert. Ik denk niet dat de groei heel veel te maken heeft met het grote aandeel studenten. Tegenwoordig heeft bijna iedereen de beschikking over een computer.” Hij onderscheidt vier typen internetbezoekers. “Je hebt de mensen met onbestemde, vaak chronische en somatiserende klachten, die niet tevreden zijn met de hulp die ze hebben gekregen. Het zijn zoekers, die alternatieven aandragen die soms van heel ver gehaald worden. Het kan lastig zijn wanneer je dan moet vertellen dat je het maar hocus pocus vindt. Hun aantal lijkt de laatste tijd overigens wel af te nemen. Dan is er de categorie die uit nieuwsgierigheid heeft gezocht. Ik stel bijvoorbeeld gordelroos vast en dan zegt de patiënt: “Ja, dat vond ik ook op internet, maar ik twijfelde omdat daar stond dat het heel pijnlijk is”, enzovoort. Dan kan ik aangeven hoe het zit en zijn we snel klaar. De derde categorie heeft een onbestemde klacht, gaat langdurig speuren, vindt niets en komt alsnog naar het spreekuur.”

“En tot slot zijn er mensen die voorheen op internet keken maar dat nu niet meer doen omdat ze er alleen maar angstig van worden. Deze categorie raad ik ook aan van de computer weg te blijven, omdat het ze niets dan zorgen oplevert.” Volgens Vonk springt er, afgezien van de studenten, niet een bepaalde bevolkingsgroep of leeftijdscategorie uit wat betreft het raadplegen van media. “Studenten kijken altijd; die zitten de hele dag op internet. Verder lijkt het erop dat mensen die het heel druk hebben, niet eerst zoeken, maar direct naar de huisarts stappen.” Bij dit laatste sluit Paul Vlake zich aan. Zijn huisartsenpraktijk in Vught omvat een bovengemiddeld aantal hoog opgeleide patiënten en dito ouderen. Hij constateert een toenemend internetgebruik bij zijn patiënten, maar de mensen die de tijd en het niveau hebben om dat te doen, springen er niet opvallend uit.

Peter Vonk: “Mensen die het heel druk hebben, zoeken niet eerst” LHV | De Dokter Juni 2011

31


Vervolg Derde partij in de spreekkamer

‘Gelukkig is de kwaliteit van wat op het internet staat, toegenomen’

We bespraken samen de mogelijke opties en stelden het vervolgbeleid vast. Ik vind dit geen probleem. Het is een onderdeel van ons vak: patiënten goed informeren, rekening houdend met hun informatiebehoefte, niveau en de context van de vraag.” Ook Paul Vlake vindt het plezierig als mensen langskomen met wie goed te praten valt omdat ze over hun kwaal hebben nagedacht. “Wel komen ze soms met informatie die niet klopt. Dan moet ik een en ander ontzenuwen. Tegelijkertijd biedt dat me wel weer de kans om zelf de informatie naar voren te brengen die ik van belang vind.” Peter Vonk zegt dat hij wel eens mensen moet teleurstellen. “Dan heeft een vrouw een nieuwe buitenlandse anticonceptiepil ontdekt die ze wil hebben en moet ik duidelijk maken dat er redenen zijn waarom die pil niet op de Nederlandse markt verkrijgbaar is.” Soms ook komen mensen enthousiast aanzetten met een stapel prints ( “daar begin ik niet aan”) of met vragen over zaken waar hij te weinig van weet, zoals alternatieve laboratoriumtests. “Ik ben me bewust van mijn taak als huisarts, maar ook van mijn grenzen. Daar houd ik me aan en dat maakt het makkelijker om niet mee te gaan in elke wens van de patiënt. Over het algemeen gaat dat goed, al was het maar omdat ik mijn betrokkenheid en empathie laat zien.” Maria van den Muijsenbergh stipt de emanciperende

functie van het internet aan, zoals in het geval van migranten. “Voor hen is het een waardevolle bron. Ze vinden snel informatie in hun taal. En wanneer ze voldoende Nederlands spreken, kunnen ze voor specifieke Nederlandse termen de vertalingen zoeken zonder een tolk nodig te hebben.”

Extra tijd Tijdens een consult kan de aanwezigheid van internet als derde partij haar soms meer tijd kosten dan anders het geval zou zijn, maar het gebeurt ook dat tijd wordt gewonnen vanwege de voorsprong die de patiënt genomen heeft. “In dat geval is de kans bovendien groter dat er meteen wederzijdse overeenstemming wordt bereikt over probleem en beleid.” Paul Vlake ervaart dat hij soms extra tijd kwijt is, op het spreekuur, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld omdat hij patiënten goede websites wil aanraden maar die niet paraat heeft. “Anderzijds levert het ook resultaat op omdat ikzelf wijzer word. Op onze eigen website staat overigens ook allerlei gezondheidsinformatie. Het kost tijd om die te onderhouden, maar we zijn geabonneerd op Praktijkinfo.nl en dat scheelt.” Hij verwijst nogal eens naar websites van patiëntenorganisaties. Huisarts Vonk zegt zich eraan te ergeren dat het bedrijfs­ leven onder het mom van neutraliteit zijn waar aanprijst.

“Dát verschaft me nou werk waar ik niet op zit te wachten. Lang niet alle patiënten hebben oog voor wie de afzender is en wat dat betekent. Het is ook wel zorgelijk dat de commercie op die manier invloed op de zorg uitoefent.” Gelukkig is volgens hem wel de kwaliteit van wat op het internet staat, toegenomen. “Vroeger was alles ‘wáár’ wat erop stond, nu is er meer diversiteit.” Van den Muijsenbergh: “Het zou fijn zijn als de LHV ons adviseerde over bruikbare algemene websites, dan weet ik dat ik góed verwijs.”

Hypes In de media duikt een heikele kwestie op. Is de invloed direct merkbaar? Ja, die ervaring hebben ze alledrie. “Soms is het echt vervelend bij hypes”, meent Vonk. “Zoals bij de commotie rondom de vaccinatie tegen baarmoederhals­ kanker. Toen waren er chatsites die voor veel onrust zorgden. Dan zie je het verschijnsel dat mensen op fora negatieve ervaringen opschrijven en die leiden dan weer tot onrust.” Vlake sluit zich aan. “Als ik ’s avonds de krant lees of tv kijk en er komt zoiets voorbij, dan geef ik de volgende ochtend de assistentes al mee wat ze kunnen verwachten en heb ik de antwoorden klaar op vragen die we zeker zullen krijgen. Een bekend voorbeeld was het tv-programma Radar over het voorschrijven van statines. Maar ook als er iets voorbijkomt over de Q-koorts – hier in Brabant een item – weet ik hoe

laat het is.” Van den Muijsenbergh: “Ik merk het zeker als het over ernstige aandoeningen gaat, zoals meningitis, of om zaken die controverse oproepen, zoals het vaccin tegen baarmoeder­ halskanker. Ik kan dan wel voorspellen welke bezorgde patiënten zullen bellen.”

Conflicten Leidt de beter geïnformeerde patiënt wel eens tot een regelrecht conflict, waarbij de huisarts dan maar toegeeft? Dat heeft geen van hen ooit meegemaakt. “Ja, soms komt er iemand met een kant-en-klaar idee van wat hem mankeert, terwijl ik een andere beoordeling heb”, aldus Vonk. “Dan kun je denken, dat wórdt nog wat, maar doorgaans weet ik te overtuigen.” “Conflicten heb ik niet, maar wel eens een verschil van mening’, zegt Paul Vlake. “Zo dacht een meisje op het internet de juiste medicatie gevonden te hebben voor haar probleem. Daar was ik het niet mee eens. Maar ze blééf komen, dus werd mij duidelijk dat de lijdensdruk hoog was. Uiteindelijk werd het een compromis: ze kreeg het medicijn – dat was niet riskant – maar ging ook akkoord met de psychologische behandeling die ik aanraadde. Het pakte goed uit.”

Aanbevelingen

• Wees niet bang voor de kennis van de

LHV | De Dokter Juni 2011

Fotografie FMAX/Nout Steenkamp

Fotografie FMAX/Nout Steenkamp

Paul Vlake: “Soms moet ik het een en ander ontzenuwen” 32

‘Ergerlijk is dat het bedrijfsleven onder het mom van neutraliteit zijn waar aanprijst’

patiënt. Die is doorgaans heel goed in staat te beoordelen wat relevant is. Hij gebruikt graag de expertise van zijn huisarts om de gevonden informatie aan te vullen. Op deze manier word je als dokter meer ‘partner in de zorg’. • Zie de ontwikkelingen als een toevoeging aan de zorgverlening. • Oók voor de huisarts is het internet buitengewoon handig. Hij kan niet alles weten, maar wél veel opzoeken. Dan is de computer raadplegen sneller en handiger dan de boekenkast afstruinen. • Blijf rekening houden met de mensen aan wie de nieuwe media voorbijgaan. Ga er niet voetstoots van uit dat iedereen internet heeft of daar gebruik van maakt. Maria van den Muijsenbergh: “De LHV zou ons kunnen adviseren over bruikbare algemene websites”

LHV | De Dokter Juni 2011

33


Uitgesproken

Voorkom voetproblemen! OKTOBER 2010

Vraag de pedicure

Van mezelf én van Ikea Tekst Jan van der Ven Fotografie Erik Kottier

Herman Kolk (52) is sinds 1996 huisarts in de Utrechtse achterstandswijk Kanaleneiland. Daarvoor was hij jarenlang waarnemer. De HOED-praktijk telt bijna 1.900 patiënten. Het zijn vooral mannen. De vrouwelijke patiënten van niet-Nederlandse afkomst geven de voorkeur aan zijn drie vrouwelijke HOED-collega’s.

34

LHV | De Dokter Juni 2011

H

erman Kolk, spijkerbroek en gestreken wit overhemd, heeft net geprobeerd de starter van de tl-lampen boven zijn bureau te vernieuwen. De operatie is mislukt, maar gelukkig komt er genoeg daglicht binnen. Kolk heeft geen klachten over zijn spreekkamer. “Deze ruimte is groot genoeg. Maar we groeien met z’n allen uit dit relatief nieuwe pand waarvoor in 1989 de eerste steen is gelegd.” De HOED-praktijk heeft nieuwbouwplannen, waarvoor het bestaande onderkomen eerst tegen de vlakte moet. Snelheid is geboden, want de verloskundigen hebben al te kennen gegeven te willen vertrekken. Vanachter zijn Ikea-bureau (“Na vijf jaar is het aan vervanging toe, dus je hebt altijd een ander bureau.”) wijst hij op een kast

waar cadeautjes van patiënten op staan. In het midden staat een tekening die zijn dochter maakte toen ze vier was. Inmiddels is ze veertien en is ze verbaasd als haar vader met enige trots zegt dat de tekening er nog steeds staat. Daarnaast staat een vaas met rozen die uitblinkt in lelijkheid. “Ook gekregen van een patiënt die eerlijk zei dat hij de vaas weg wilde gooien.” Een tekening van een bevriende kunstenares aan de muur maakt de lelijkheid van de vaas meer dan goed. Vlak naast de deur bevindt zich de onderzoeksruimte. Die is deels afgesloten van de spreekkamer. Hier kwam Ikea niet aan te pas. Kolk: “Ik heb twee grote frames laten lassen door een bedrijf dat gespecialiseerd is in toneelrekwisieten.” In het ene frame hing hij vervolgens kasten op. In het tweede frame kwam matglas te hangen.

Wat doet een pedicure?

De pedicure verzorgt de voeten van mensen met allerlei voetproblemen. In de behandeling verzorgt zij de nagels en verwijdert eelt en -indien aanwezig- likdoorns. Voorafgaand aan de behandeling voert de pedicure een voetonderzoek uit en maakt zo nodig blauwdrukken. Kijk op www.provoet.nl voor een gediplomeerde pedicure bij u in de buurt.

KwaliteitsRegister voor Pedicures

De pedicure geregistreerd in het KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP), behandelt mensen met specifieke voetklachten en/of zorg vanwege diabetes, reuma, problematische nagels en/of spasmen. In het KwaliteitsRegister voor Pedicures worden de kwaliteiten van deze groep pedicures weergegeven. Zij beschikken over relevante kennis en werken volgens hygiënische richtlijnen. Deze pedicures vindt u op:

Het KwaliteitsRegister wordt ondersteund door:

www.kwaliteitsregisterpedicures.nl LHV | De Dokter Juni 2011

35


The Power Onbrez sustainable

of 1dd

W NIEBU IJ

De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator 36

LHV | De Dokter Juni 2011

Info en gebruiksinstructies: zie ‘SmPC’

1010ONB 9296

COPD


De Dokter 7