Page 1

Ledenblad van de

Jaargang 2, nummer 3 Januari/februari 2011

In dit nummer 12 STEVEN VAN EIJCK ‘HUISARTS MOET ONDER DIT KABINET OOGSTEN’

20 PLATTELAND Werken waar het leven nog goed is

26 BELGIë

DE ZUIDERBUREN ZIJN SOMS EEN BEETJE JALOERS

30 GROOT EN STERK

GESPANNEN VERHOUDING MET VERZEKERAARS

Steven Huizinga (Dwingeloo):

‘Op het platteland ben ik op mijn plek’


FLEXPEN® NOVOPEN® 4

EFFECTIEVE HbA1C CONTROLE

VERMINDERD RISICO OP NACHTELIJKE HYPO’S 2,4 t.o.v. NPH

1,2

EENMAALDAAGS * 1,2

SIGNIFICANT MINDER GEWICHTSTOENAME 2-4

t.o.v. andere insulines

* In combinatie met orale medicatie2


Inhoud januari/februari

rubrieken

de

Quickscan van…

10 HET MOMENT Een mediatraining, heb je daar wat aan als huisarts? Marjolein de Jong uit Waspik vindt van wel. Bovendien komen de tips ook tijdens het spreekuur van pas.

Toine van Dongen (53) huisarts, Maastricht Huisartsenzorg is geen markt, zegt Steven van Eijck. Helemaal mee eens! Door marktwerking en door de invoering van de dbc’s is de huisarts nu al in een keurslijf geperst. Productie draaien, daar lijkt het om te gaan. Zijn interview getuigt van visie en dat stelt me gerust. Zeker lezen! Tenenkrommend is wat de voorzitter van de verpleegkundigen en verzorgenden in een ‘kritisch gesprek’ te berde brengt. Een case-manager (“bijna altijd een verpleegkundige”) zou de regie in de eerste lijn moeten voeren. Dat staat haaks op mijn kijk op het vak. De huisarts is wat mij betreft de spil van de eerste lijn. Case-managers? Misschien iets voor België, waar ze ook wel ontdekt hebben dat we het hier zo slecht niet doen!

16 ALDUS DE PATIËNT Drie patiënten vertellen of hun huisarts een avondspreekuur zou moeten hebben.

16 KRITISCH GESPREK De eerste lijn moet beter gebruik maken van verpleegkundigen en van verpleegkundig specialisten, zegt Marian Kaljouw namens deze beroepsgroep. Wat zijn haar argumenten?

19 OÓK LHV De schijnwerper op een van de activiteiten van de LHV. Deze keer bespreekt José Peters de lobby voor de waarnemend huisarts en de hidha.

Nws

12 STEVEN VAN EIJCK: WAT BRENGT 2011?

4

20 MODERNE DOKTERS OP EEN OUD PLATTELAND

Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangenbehartiging en wetgeving.

Ze maken lange dagen en heel wat kilometers. Maar Steven Huizinga en Peter Saathof zouden niet anders willen. We gingen op pad met de plattelandsdokter in het Drentse Dwingeloo. Waarom is het vak mooi? En waar loopt hij tegenaan?

verenigings

• Laaggeletterdheid • Korting voor starters • Schippers komt LHV tegemoet • Verzekeraars presteren onvoldoende

De huisarts staat er goed op bij het nieuwe kabinet. Maar wordt dat ook vertaald in goed beleid? De komende vier jaar is het tijd om te oogsten, zegt LHV-voorzitter Steven van Eijck.

26 BELGIË IS EEN HEEL ANDER LAND Wat kunnen we leren van huisartsen over de grens? Hoe is daar de huisartsenzorg georganiseerd? De eerste aflevering van een serie: het verdriet van België.

30 PARTNERSHIP OF WURGCONTRACT? De verhouding tussen huisartsen en zorgverzekeraars verandert snel. Wat zijn de oorzaken en wat de consequenties? De Dokter zet ze op een rij.

25 ZO KAN HET OOK Jacqueline Berends heeft 32 patiënten met een verstandelijke beperking.

28 SCHERP GESTELD Is de huisarts nog een gezinsdokter? Drie collega’s reageren op deze stelling.

34 UITGESPROKEN Erwin de Heer over zijn spreekkamer in het multidisciplinaire centrum Zorgpunt Zuidplas in Nieuwerkerk aan den IJssel.

Consult bij: Marius Beltman over de LHV

lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter Januari/februari 2011

3


Verenigingsnieuws

Steven Goed voornemen Goede voornemens, wie heeft ze niet? Ik heb er in ieder geval één: zorgen voor transparantie op het gebied van zorginkoop door verzekeraars. Een voornemen waarin ik gelukkig niet alleen sta en dat geeft moed. Breed in de eerste lijn zullen we kijken hoe we de zorginkoop zo goed mogelijk in beeld kunnen brengen. Met als doel verzekeraars bewust te maken van de kwaliteit van hun zorginkoop. En zo de kwaliteit van de zorg voor de patiënt te verbeteren. Ik hoop dat de zorgverzekeraars op hun beurt ook in ieder geval één goed voornemen hebben. En dat is het samen met de huisartsen realiseren van optimale zorg dicht in de buurt van de patiënt. Dat spreekt voor zich, zult u misschien tegenwerpen, maar eind 2010 bleek niets minder waar. Toen verwees Zorgverzekeraars Nederland na ruim een half jaar praten met de LHV twee cruciale onderdelen van het nieuwe contract terug naar de individuele onderhandelingen tussen huisarts en zorgverzekeraar: de financiering van de praktijk­ ondersteuning en de variabilisering van het inschrijftarief. Een on­gehoorde gang van zaken. Iedereen kon op zijn klompen aanvoelen dat er van zinvol onderhandelen voor 1 januari geen sprake meer kon zijn. Huisartsen worden terecht beoordeeld op de kwaliteit van hun werk. Maar die staat of valt met adequate randvoorwaarden. Voor de LHV is de gang van zaken van eind vorig jaar reden om het contracteerbeleid van de verzekeraars aan een kwaliteitsbeoordeling te onderwerpen. De eerste uitkomsten van deze Zorgverzekeraarsmonitor zijn niet om over naar huis te schrijven (zie pagina 7). Alle zorgverzekeraars hebben hun contracten te laat aangeboden en huisartsen daarmee onnodig lang in onzekerheid gelaten over de continuïteit van hun zorgverlening. Ik ga ervan uit dat de verzekeraars zich dit niet nog een keer laten gebeuren. Wij in ieder geval niet. Steven van Eijck Voorzitter LHV

Op de cover Huisarts op het platteland

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Tweede jaargang, nummer 3, januari/februari 2011 Dianne Paarhuis (hoofdredacteur) Marieke ten Dam (eindredacteur) Roel Smit (adviseur) Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Renée Jansen, Sander Peters, Petra Pronk, Mérie van der Rijt, Mirjam Scholten, Fulco Seegers, Mandy Tjong Tjin Tai Beeld: Paul van Bueren, FMAX, Erik Kottier, Isabel Nabuurs, Ed van Rijswijk, Hollandse Hoogte, Joyce Schellekens, Freddy Schinkel (cover) Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Bureau Van Vliet, Zandvoort Ruud van Viersen, T. (023) 571 47 45 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming.

4

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Verenigingsnieuws

Nws verenigings

Consult

BIJ

Tekst Renée Jansen Fotografie Erik Kottier

Marius Beltman, huisarts in Blaricum

Adviesgroep Ketenzorg gaat versterkt verder De LHV en de Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) gaan in een hogere versnelling gezamenlijk door met de Adviesgroep Ketenzorg. Beide organisaties hechten er veel waarde aan om via deze adviesgroep zorggroepen te blijven ondersteunen. Vanuit ‘het veld’ zijn Maarten Klomp en Dite Husselman tot de stuurgroep toegetreden. Klomp is huisarts en oprichter van zorggroep De Ondernemende Huisarts. Husselman is directeur van de HDS Zwolle, IJssel, Flevoland en de eerste projectleider van de adviesgroep. In 2011 brengt de adviesgroep informatie en advies uit op fiscaal, juridisch en organisatorisch terrein. Daarnaast komen contractering, mededinging en informatie-uitwisseling aan bod. Samen met de CAHAG werkt de Adviesgroep aan een update van het succesvolle draaiboek COPD. In voorbereiding zijn bijeenkomsten over de eisen aan de organi­satie van zorggroepen. De producten van de Adviesgroep Ketenzorg, inclusief een BTW-advies en het onlangs verschenen format voor een patiëntenfolder, staan op de website www.adviesgroepketenzorg.nl. Meer informatie: (030) 282 3758 of info@adviesgroepketenzorg.nl

Waarom bent u lid van de LHV? “Vanuit een soort van vanzelfsprekendheid ben ik als huisarts lid van de vereniging die voor de belangen van mijn beroepsgroep opkomt. Ik realiseer me dat ze veel dingen doen die voor mij niet zo zichtbaar zijn. Ik maak hiervoor een vrije vertaling van het liedje van De Dijk: ‘Een huisarts weet pas wat ‘ie mist, als de LHV er niet is’.” Wat doet de LHV goed? “De vereniging vormt een landelijke lobby voor het belang van de huisarts en weet het best hoe huisartsenzorg eruit moet zien. Ik vind dat de LHV haar werk goed doet, maar ik denk dat haar macht en speelruimte niet zo groot zijn. Want ondanks alle inspanningen van de LHV, beslist de politiek soms in het nadeel van de huisartsen. Daar moet je je dan toch bij neerleggen.”

‘LHV moet belang van de grootste gemene deler verdedigen’ Wat verwacht u van de LHV? “Overal het maximale uit te halen. We zijn een grote groep met verschillende soorten huisartsen, dus het is onmogelijk om elke individuele huisarts te vertegenwoordigen. Daarom moet ze ernaar streven de belangen van de grootst mogelijke gemene deler te verdedigen.” Wat zou u willen veranderen in de Nederlandse huisartsenzorg? “We worden geacht ondernemer te zijn in de zorg, maar worden tegelijkertijd aan alle kanten ingeperkt. Als de honoreringsstructuur verbetert, kunnen we een enorme slag maken.”

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

5


Verenigingsnieuws

Rekenhulp waarneemtarief vernieuwd

Fotografie Hollandse Hoogte

Vader Hans en zijn 4-jarige zoon Noah maken muziek in de woonkamer. Vader is mantel­ zorger want Noah heeft een lichamelijke handicap (spastische diplegie) veroorzaakt door een premature geboorte en zit daardoor in een rolstoel

LHV-toolkit over mantelzorg Mantelzorg neem sterk in betekenis toe. Daarom verschijnt binnenkort een nieuwe toolkit van de LHV: ‘Mantelzorg in de (huisartsen)praktijk’. Hierin vinden huisartsen informatie over de vraag: hoe om te gaan met mantel­ zorgers? Door de vergrijzing stijgt het aantal mantelzorgers de komende jaren snel. Een mantelzorger verricht belangrijke zorgtaken waardoor een hulpbehoevende langer thuis kan blijven wonen. De kans is groot dat huisartsen vaker te maken krijgen met problemen die mantelzorgers ervaren, zoals overbelasting. Om de huisarts te helpen met het herkennen van overbelasting bij mantelzorgers en te informeren over wat huisartsen kunnen doen om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen, verschijnt binnenkort de nieuwe toolkit. Hierin staan handige tips waarmee de huisarts eenvoudig mantelzorgers kan helpen. In de toolkit staan twee vragen centraal: Wat levert het op om preventief met mantelzorg aan de slag te gaan? Hoe kunnen we helpen om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen? Als praktische tools zijn onder meer opgenomen: • Aanmeldingsformulier voor de mantelzorger in de praktijk (hiermee worden de mantelzorgers eenduidig in de praktijkadministratie ingevoerd; ook geschikt als overzichtelijk overdrachtsformulier voor andere zorgverleners). • Noodplan (de mantelzorger kan dit invullen, zodat de gegevens van de hulpbehoevende – medicijngebruik, leefgewoonten – bij eventuele vervangende hulp direct zichtbaar zijn). • Meetinstrument (om de mate van overbelasting van de mantelzorger te meten). • Checklist ‘Hoe mantelzorgvriendelijk is uw huisartsenpraktijk?’

6

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

De rekenhulp van de LHV die huisartsen kunnen gebruiken om het waarneemtarief te berekenen, is geheel vernieuwd. Het is nu ook mogelijk om online direct een tarief te berekenen. Het waarneemtarief is vrij onderhandelbaar: praktijkhouder en waarnemer spreken onderling af welk bedrag hiervoor gehanteerd wordt. De LHV had altijd al een rekenhulp, waarmee waarnemers aan de slag kunnen om een uurtarief te kunnen voorstellen aan de opdrachtgever. De rekenhulp was echter niet voor iedereen duidelijk en is daarom vernieuwd. De belangrijkste variabele die de waarnemer invult is een gewenst maandsalaris. Dit kan worden ontleend aan een in de huisartsenzorg geldende cao, bijvoorbeeld de CAO-Hidha of de CAO-gezondheidscentra. De waarnemer kan natuurlijk ook zelf een maandsalaris als uitgangspunt kiezen. Daarna kunnen kostenposten worden ingevuld en een eventuele toeslag wanneer wordt waargenomen in een praktijk met bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld een hoog aantal patiënten of een apotheekhoudende praktijk. Vervolgens berekent het model een tarief waarmee een waarnemer de onderhandeling kan ingaan met de opdrachtgever. Voor 2011 mag de LHV geen advies geven over het referentietarief waarneming, voorheen bekend als het BUT-tarief. Dit is strijdig met de Mededingingswet. Meer informatie is te vinden op www.lhv.nl/rekenhulpwaarneemtarief


Verenigingsnieuws

LHV: verzekeraars presteren onvoldoende De inzet van zorgverzekeraars om op tijd huisartsenzorg in te kopen, laat te wensen over. Dit concludeert de LHV op basis van de eerste uitkomsten van de Zorgverzekeraars­monitor, een eigen onderzoek naar de inzet van verzekeraars bij de inkoop van huisartsenzorg. Uit de monitor blijkt dat verzekeraars hun contracten te laat aanbieden en huisartsen zodoende onnodig lang in onzekerheid laten over de continuïteit van hun zorgverlening. Ook hanteren zorg­verzekeraars allemaal hun eigen inkoop­criteria. Dit betekent een forse administratieve belasting voor de huisarts. Daarnaast is de inbreng van de huisarts in de onderhandelingen beperkt. Als het gaat om het gezamenlijk optrekken met de huisarts tijdens de contractfase van de afgelopen maanden komen CZ, Salland, Menzis en UVIT boven het gemiddelde uit. Hekkensluiter is Agis. De Zorgverzekeraarsmonitor gaat als instrument breder in de eerste lijn worden uitgerold. De eerste monitor is georganiseerd door de LHV en richt zich op de inzet van zorgverzekeraars op het gebied van de inkoop van huisartsenzorg. Aanleiding hiervoor is het feit dat veel huisartsen eind 2010 niet wisten of de verzekeraar hun

praktijk­ondersteuning ook in 2011 voldoende zou blijven financieren. De monitor heeft betrekking op negen verzekeraars en is een eerste meting van prestaties. Dit jaar zal de monitor worden uitgebreid met prestaties van zorgverzekeraars op andere terreinen in de eerstelijnszorg. De huidige onderzoeksmethode zal verder worden verfijnd. Ook wordt een Meldpunt Contractering huisartsenzorg gerealiseerd. In de Zorgverzekeraarsmonitor brengen zorgaanbieders de prestaties van zorgverzekeraars in beeld op het gebied van zorginkoop, contractering en hun inzet om de eerstelijnsgezondheidszorg te versterken. Met de monitor willen zorgaanbieders verzekeraars bewust maken van de kwaliteit van hun zorginkoop. Uit de eerste monitor blijkt dat alle zorgverzekeraars de financiering van de ondersteuning in de huisartsenpraktijk te laat hebben geregeld. Veel huisartsen wisten rond Kerst nog niet of zij hun ondersteunend personeel per 1 januari 2011 in dienst zouden kunnen houden. Deze praktijkondersteuners zijn essentieel voor de huis­artsenzorg. Zij verlenen bijvoorbeeld diabeteszorg en verrichten vele andere werkzaamheden in het team van de huisarts. Zie ook het artikel ‘Partnership of wurgcontract?’ over de relatie tussen huisartsen en zorgverzekeraars op pagina 30.

Advertentie

NAS

CHO

LIN

G

Nascholingsweken aan de kust??? In Wijk aan Zee met zijn centrale ligging en diverse ziekenhuizen in de omgeving ligt Hotel Het Hoge Duin op 40 meter hoogte boven de zeespiegel. Wij beschikken over een grote plenaire zaal met eigen terras en prachtig uitzicht over zee en diverse subzalen van verschillende afmetingen. In alle zalen en kamers (waarvan de meeste met zeezicht) is er gratis Wifi en parkeren is gratis bij het hotel. Door onze persoonlijke benadering kunnen wij tijdens de nascholingsweken snel inspelen op wensen en vragen van de deelnemers. Onze keuken beschikt over een goede brigade met creatieve ideeën en aan alle wensen kan worden voldaan. Op 3 loopminuten van het hotel ligt het brede strand van Wijk aan Zee, waar eventueel ook strandactiviteiten kunnen worden georganiseerd.

Hotel/Restaurant Het Hoge Duin Rijckert Aertszweg 50 1949 BD Wijk aan Zee Tel.: 0251-374202

E-learning voor aanpak van kindermishandeling In september 2011 worden speciale digitale leermodules gelanceerd voor de huisartsenzorg over de aanpak van kindermishandeling. De Augeo Foundation, een onafhankelijke organisatie, werkt op dit moment aan deze e-learning (digitale nascholing) voor huisartsen en triagisten van huisartsenposten. De leermodules voor huisartsenpraktijken en –posten worden in samenwerking met LHV en VHN gemaakt. Uit onderzoek blijkt dat scholing van professionals van groot belang is om kindermishandeling beter te signaleren en aan te pakken. De Augeo Foundation zet zich in voor een veilige omgeving voor kinderen en heeft de digitale academie ‘The Next Page’ opgezet.

http://www.hethogeduin.com info@hethogeduin.com

lhv.nl/kort LHV | De Dokter Januari/februari 2011

7


Verenigingsnieuws

‘Schippers komt LHV tegemoet bij EPD’ Minister Edith Schippers van VWS is de huisartsen tegemoet gekomen in hun kritiek op het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Dit concludeert de LHV op basis van de antwoorden die de minister heeft gegeven op Kamervragen.

Fotografie Hollandse Hoogte

Korting voor starter Startende huisartsen krijgen, als zij lid zijn van de LHV, met ingang van 1 januari 2011 50 procent korting op de kosten van het eerste jaarabonnement op Praktijkinfo.nl. Praktijkinfo.nl stelt huisartsen in staat gemakkelijk een professionele website voor de praktijk te maken, waarmee men elk moment de patiënt van actuele informatie kan voorzien. Daarnaast kan men online in contact treden met patiënten. Praktijkinfo.nl is een samenwerkingsverband van de LHV, het NHG en uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum. Meer informatie: www.praktijkinfo.nl of via de klanten­service: praktijkinfo@bsl.nl of (030) 638 37 35.

Schippers wil dat burgers de toegang van zorgverleners tot hun medische gegevens zelf kunnen beperken. Zij kunnen dan op voorhand aangeven dat bijvoorbeeld alleen de eigen huisarts, specialist en apotheek de gegevens mogen inzien en andere niet. Ook wil de minister als tussenstap dat patiënten via de website van de zorgverlener in het EPD kunnen komen en niet direct via een door de overheid opgezette, landelijke portal. De LHV zegt “met interesse” kennisgenomen te hebben van dit voorstel. “De minister komt hiermee tegemoet aan de wensen van onder andere de LHV om de dagelijkse zorgpraktijk als uitgangspunt te nemen voor de ICT-ondersteuning.” “Het is positief dat de minister de regie teruggeeft aan arts en patiënt, in plaats van deze bij de overheid te beleggen. De patiënt vertrouwt op zijn huisarts en gaat ervan uit dat essentiële gegevens uit het medisch dossier beschikbaar zijn bij een bezoek aan de huisartsenpost of de polikliniek. Positief is ook dat de minister met haar plan het gebruik van ICT stimuleert in de contacten tussen huisarts en patiënt.” Uit de voortgangsrapportage die de minister naar de Tweede en Eerste Kamer heeft gestuurd, blijkt dat 23 procent van de huisartsenpraktijken is aangesloten op het LSP. Het vorige kwartaal was dit 14 procent. In totaal zijn er ruim 2.600 zorg­ aanbieders aangesloten, dat is een verdubbeling ten opzichte van drie maanden geleden.

Laaggeletterde patiënten Samen met 35 andere organisaties heeft de LHV zich aangesloten bij de Alliantie Gezondheidsvaardigheden. Deze alliantie stelt zich ten doel kennis en ervaring rond de zorg aan laaggeletterden uit te wisselen en zo zorgverleners te stimuleren tot het bevorderen van ‘gezondheidsvaardigheden’.

te vinden. Die beperkte ‘gezondheidsvaardigheden’ leiden tot ongewenste achter­standen in gezondheid. Zorgverleners en instanties in de zorg kunnen een belangrijke rol spelen in de bestrijding van deze laaggeletterdheid. Essentieel daarbij is het leren herkennen van laag­ geletterden en de voorlichting en adviezen hierop af te stemmen.

Nederland telt minimaal 1,5 miljoen laaggeletterden, zogeheten functioneel analfabeten. Niet kunnen lezen, schrijven en rekenen heeft voor deze mensen ook ongewenste gevolgen in de zorg. Zij missen de vaardigheden om voorlichting, behandelingsvoorschriften en -adviezen over hun gezondheid goed te begrijpen en toe te passen en hebben daardoor ook moeite hun weg in de zorg

Andere organisaties die zijn aangesloten bij de Alliantie Gezondheidsvaardigheden zijn onder andere: NHG, LVG, NPCF, Stichting Pharos en GGD Nederland. De LHV is betrokken bij de lancering van en verdere communicatie over een landelijke campagne die over enkele maanden van start gaat als onderdeel van de aanpak van laaggeletterdheid. Informatie over de Alliantie Gezondheidsvaardigheden: www.nigz.nl.

8

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Advertenties

veel gedelegeerde taken, ook is er ruime praktijkondersteuning somatiek en GGZ aanwezig. Je kunt bij ons je managementkwaliteiten ontwikkelen en meedoen aan innovatieve kwaliteitsprojecten. We doen nu mee aan een Trimbosproject voor angst en depressie en aan een ouderenproject vanuit het ouderennetwerk VUmc.

I.v.m. het vertrek van een collega zoeken we

2 parttime huisartsen (0,6 FTE) of 1 fulltime huisarts Meer weten of direct reageren? Bel dan met Carine den Boer, Mirjam den Otter, Karin Verschoor of Saskia van Eijk, huisartsen, op telefoonnummer 0229-241044 (werktijd). Op www.kersenboogerd.nl leest u meer over ons en over de vacature.

Betje Wolffplein 170, 1628 NV Hoorn (NH). www.kersenboogerd.nl

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

Geen acquisitie n.a.v. deze advertentie.

Gezondheidscentrum Kersenboogerd zet de patiĂŤnt centraal, werkt vraaggericht en levert een samenhangend zorgaanbod. Wij zijn een zelfstandig loondienst gezondheidscentrum waarin je als huisarts veel autonomie hebt. In ons centrum is veel ondersteuning aanwezig in verband met onze populatie. De assistentes doen goede triage en

9


‘Mediatips komen ook tijdens het spreekuur van pas’

10

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Het moment

Fotografie FMAX / Nout Steenkamp

E

en mediatraining, heb je daar als huisarts iets aan? Marjolein de Jong, huisarts in Waspik, en voorzitter van de kring Midden-Brabant van de LHV, vindt van wel. Soms moet ze de media te woord staan en dan is het handig te weten hoe die te werk gaan en hoe je een boodschap op een rustige manier en met effect overbrengt. Daarom deed ze kort geleden mee aan een mediatraining die door de LHV in Utrecht was georganiseerd. “Ik ben erg blij met deze training geweest”, zegt ze. “Ik heb weer eens kunnen zien hoe ik overkom op anderen en vooral wat ik eraan kan doen om dit te verbeteren.” Wat was het belangrijkste advies dat ze kreeg? “Gebruik je handen, praat in punten.” En als het niet bij een mediaoptreden van pas komt, dan wel in de huisartsenpraktijk: “Ik pas het dagelijks toe tijdens het spreekuur. Zeker als ik merk dat ik ga ratelen, schieten de tips steeds weer door mijn hoofd.”

Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

11


Steven van Eijck over 2011 en het nieuwe kabinet

‘Huisarts moet goed in zijn vel zitten’ 12

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


‘Zoals in de politiek over de huisarts wordt gesproken; een wereld van verschil met vijf jaar geleden’

Tekst Roel Smit Fotografie FMAX / Sam Rentmeester

D

e huisarts staat er goed op. Bij het nieuwe kabinet, bij de hele Tweede Kamer, eigenlijk in de hele samenleving. De dokter heeft een centrale rol in de gezondheidszorg, zegt Steven van Eijck. De komende vier jaar is het tijd om te oogsten en ervoor te zorgen dat elke huisarts straks goed in zijn vel zit. De voorzitter van de LHV kijkt vooruit aan het begin van een nieuw jaar. Hoe blij is Steven van Eijck met dit kabinet? “Als ik dat afmeet aan wat in het regeerakkoord over huisartsenzorg staat, mogen we niet mopperen. De huisarts wordt zes keer genoemd. Er staan inhoudelijk prima passages in over de betekenis van goede basiszorg dichtbij de patiënt, versterking van de eerste lijn en het verschuiven van zorg van het ziekenhuis terug naar de huisarts.” Dat had ook anders kunnen zijn? “Ja, er had ook zwaar bezuinigd kunnen worden op huisartsenzorg. Dat gebeurt niet. Er zou ook voor een taakherschikking gekozen kunnen zijn, waardoor de centrale rol van de huisarts wordt aangetast. Gebeurt niet. Er had een eigen bijdrage voor huisartsenzorg kunnen komen. Ook dat is gelukkig van de baan. Zoals in de politiek nu over de huisarts wordt gesproken; een wereld van verschil met vijf jaar geleden.” “Ik denk overigens dat het nog breder ligt. De samenleving heeft vertrouwen in de huisarts. Uitgedrukt in een rapport­ cijfer geven Nederlanders hun huisarts een 8,6. Daaraan kunnen veel beroepsgroepen een puntje zuigen.” Hoe is dat gekomen? “De LHV moet zichzelf niet te snel op de borst kloppen, maar we hebben hieraan als vereniging wel keihard gewerkt. Ons doel was de huisarts poortwachter en regisseur van de zorg te laten zijn; daarvoor hebben we consequent ons best gedaan. In ons werk is het accent geleidelijk verschoven van het belang van de individuele huisarts naar dat van de huisartsenvoorziening. Persoonlijk heb ik het niet zo vaak over inkomens, maar liever over de randvoorwaarden die nodig zijn voor goede huisartsenzorg.” Is inkomen niet belangrijk dan? “Een fatsoenlijk inkomen is uiteraard belangrijk voor huisartsen die keihard werken en ondernemend zijn. Voor de langere termijn is het verankeren van de structurele positie van de huisarts als regisseur van de zorg echter zeker zo

belangrijk. Daarom zitten we als LHV bijvoorbeeld ook het landelijke overleg over de inrichting van eerste lijn voor.” Mooi dat het kabinet de huisarts zo belangrijk vindt, maar de huisarts kan toch niet alle problemen oplossen? “Daarin schuilt inderdaad een risico. Het is ook de rol van de LHV huisartsen te beschermen tegen te groot enthousiasme. Vergeet niet: de overheid en de verzekeraars zien vooral het financiële voordeel van huisartsenzorg. Wat je aan zorg bij de huisarts onderbrengt, wordt veel goedkoper dan wanneer je het in een ziekenhuis laat doen. We lossen met slechts 4 procent van het zorgbudget nu al 95 procent van de zorgvragen op.” “Huisartsen kijken niet als eerste naar de financiële kant van het verhaal. Ons gaat het om de kwaliteit van de zorg, maar het moet inderdaad allemaal wel kunnen en vaak moet het via goede randvoorwaarden ook mogelijk gemaakt worden. Daarom hebben we als LHV in 2010 ook enkele malen ‘nee’ verkocht. Men wilde te snel bepaalde vormen van zorg van het ziekenhuis overhevelen naar de huisarts. Ik denk daarbij onder andere aan zorg op het gebied van COPD, hartfalen, dementie en cardiovasculair risicomanagement.” “Wat dat betreft is het goed dat we in 2010 ook extra accent hebben gelegd op de communicatie met de leden. We willen als bestuur heel goed luisteren naar onze leden. Ledenraad en regionale kringen spelen daarbij wat mij betreft een centrale rol, maar we gaan ook ons huisartsenpanel vaker inzetten. Het blad De Dokter is ook belangrijk. Ik wil op communicatie met de leden de komende tijd een nog zwaarder accent leggen.” Heeft u al kennisgemaakt met Edith Schippers, de nieuwe minister? “Ja, we hebben een eerste gesprek gehad en ik kreeg de indruk dat ze grote plannen heeft met de huisartsenzorg.” Maar het kabinet heeft niet veel geld “Geld zal waarschijnlijk het struikelblok niet worden. Het ministerie van VWS is een van de weinige departementen met een groeiend budget. De discussie zal veel meer gaan over de vraag: wie heeft welke rol in de zorg, wat doet de huisarts wel en wat doet die niet? En als we een financiële discussie krijgen, dan eerder met de verzekeraars. Die gaan we als huisartsen ook meer de maat nemen. Ze zeggen wel allemaal dat ze alles doen aan kwalitatief goede huisartsenzorg, maar maken ze dat in hun contracten ook waar als het gaat om adequate ondersteuning van de huisartsenpraktijk?” LHV | De Dokter Januari/februari 2011

13


Vervolg Huisarts moet goed in zijn vel zitten

‘Ik moet niets hebben van marktwerking als het om huisartsenzorg gaat’

Ander punt: minister Schippers is een groot voorstander van marktwerking, waar de LHV niet zoveel van moet hebben “Ik ben nog stelliger: ik moet niets hebben van marktwerking als het om huisartsenzorg gaat. Veel teveel waanideeën van de ambtelijke tekentafel. ‘Patiënten moeten de vrijheid hebben om van de ene zorggroep naar de andere te switchen’…waar hebben we het over? Een patiënt weet niet eens dat de huisarts lid is van een zorggroep. Wat mij betreft moeten huisartsen zoveel mogelijk samenwerken en elkaar niet beconcurreren. Als je een patiënt naar een collega wilt verwijzen omdat deze op een bepaald terrein meer kennis of ervaring heeft, dan moet je je toch niet door concurrentieoverwegingen laten weerhouden?” Dat wordt nog een heel gevecht dan met de minister? “Ik denk dat het wel meevalt. Als huisartsen afspraken zouden maken over het tegengaan van de vestiging van nieuwe collega’s of als patiënten problemen zouden ervaren met het overstappen van de ene naar de andere huisarts, dan is het terecht dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit daar tegen optreedt. Maar verder is de huisartsenzorg geen markt en moet ze dat ook niet worden. De overheid moet overigens wel een keuze maken. Je kunt niet aan de ene kant de Mededingingswet laten handhaven en aan de andere kant pleiten voor meer samenwerking.” Edith Schippers was als Tweede-Kamerlid voor de VVD nog aardig kritisch over de huisartsen. Ze zijn slecht bereikbaar, hebben lange wachttijden en rijden te weinig visites, schreef ze in 2008 “In zekere zin had ze toen ook een punt. Twee, drie jaar geleden was de bereikbaarheid van veel huisartsen slechter dan nu. Daaraan is hard gewerkt. Er is flink geïnvesteerd in nieuwe apparatuur en waar dat mogelijk was, zijn zaken beter georganiseerd. Daaraan hebben we als LHV ook onze 14

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

bijdrage geleverd. En wat betreft die visites: de wijkverpleegster – waar wij voor pleiten – kan daarbij een belangrijke rol spelen, vooral als het om oudere patiënten gaat. Nee, er is veel verbeterd de afgelopen jaren, maar nu is het punt bereikt dat we met de bestaande middelen doen wat maximaal mogelijk is. Als men meer wil, moeten daarvoor ook de middelen worden geleverd.” Wat is voor u een uitdaging voor 2011? “De aanpak van de bureaucratie is belangrijk. Huisartsen hebben er de laatste jaren steeds meer last van. Het kabinet vindt dat ook, dus moeten we op dit gebied resultaten kunnen boeken. Veel bureaucratie is een teken van georganiseerd wantrouwen. Er is ook veel overlap, overheidsinstanties vragen onafhankelijk van elkaar naar de bekende weg en verzekeraars doen er graag nog een schepje bovenop. Die benaderen huisartsen ook met weinig empathie bij het uitvragen van gegevens. Daar moeten we echt vanaf. En laat de Tweede Kamer ook niet steeds bij elk nieuw onderwerp weer nieuw onderzoek en dus nieuwe bureaucratie veroorzaken.” Heeft u een concreet voorbeeld? “Wat mij betreft wordt het CIZ, het Centrum Indicatiestelling Zorg, morgen opgeheven. Die instelling geeft indicaties af voor zorg op grond van de AWBZ. Heb je geneesmiddelen nodig, dan ga je met een recept van de huisarts naar de apotheek en krijg je ze zo mee. Maar voor een po, een hoog-laagbed of een rollator moet het CIZ eraan te pas komen en gaan aanvragen soms eindeloos heen en weer. Waarom is dat? Is men bang dat huisartsen er verzamelingen rollators of po’s op na houden? Hou toch op! Bij het verdelen van middelen voor de aanpassing van een woning, kan ik me voorstellen dat je daarvoor zoiets als een CIZ nodig hebt, maar in 80 tot 90 procent van de gevallen zeg ik: onzin, wegwezen.”


Kort Wat vindt Steven van Eijck? • R egeerakkoord heeft veel waardering voor rol huisarts • P ositie huisarts moet structureel verankerd worden • G oede randvoorwaarden zijn essentieel • K nopen doorhakken: wie doet wat in de zorg? • K abinet en Kamer moeten bureau­cratie aanpakken • N ieuwe minister moet visie en stabiliteit brengen

Wat ziet u als de grootste uitdaging voor minister Schippers? “Zorg voor stabiliteit en visie. Huisartsen hebben belang bij een overheid die een stip op de horizon zet en er consequent aan werkt dat doel te bereiken. Niet elke keer weer wat nieuws en wat anders. Huisartsen moeten keuzes kunnen maken ten aanzien van bouwplannen en personeel. Nu is teveel onzeker. Gaan we door met zorggroepen of juist niet? Zijn we als huisartsen nu van de ouderenzorg of niet? Welke zorg nemen nu wel over van ziekenhuizen en welke niet? Geef duidelijkheid en houd daarna vast aan een gekozen lijn.” Wat wilt u voor de huisarts bereikt hebben over vier jaar? “Ik vind dat we er als LHV voor moeten zorgen dat de huisarts goed in zijn vel zit en dat er evenwicht is tussen werk en privé. De werkdruk zal hoog blijven, maar huisartsen moeten hun werk op een zinvolle manier kunnen doen, hun patiënten kunnen helpen op de manier zoals ze dat graag willen. Er moet minder bureaucratie zijn en meer ruimte voor ondersteuning van de huisartsenpraktijk. En ik hoop – nee, ik verwacht – dat de leden tevreden zullen zijn over hun LHV.” Is Steven van Eijck in 2014 nog voorzitter? “Ik zit er al langer dan ik zelf had verwacht en ik heb het heel erg naar mijn zin. Ik heb het gevoel nu echt iets te kunnen bereiken. En dat de ledenraad me vorig jaar unaniem heeft gevraagd nog vier jaar te blijven, was een grote eer. In antwoord op uw vraag: als het aan mij ligt, is dat niet onwaarschijnlijk.”

En wat speelde er in 2010? Op de LHV-site vindt u een korte terugblik: www.lhv.nl/2010 LHV | De Dokter Januari/februari 2011

15


Aldus de patiënt: Tekst Mérie van der Rijt

Moet uw huisarts een avondspreekuur hebben? Patiënten kunnen meestal alleen overdag bij hun huisarts terecht. Zou de huisarts in deze tijd van de 24-uurseconomie ook ’s avonds een spreekuur moeten houden?

Nicoline Honig (43) uit Ilpendam

“Nee, voor mij is het niet

nodig. Ik vind het geen punt om op mijn vrije woensdag naar

de huisarts te gaan, omdat ik er maar zelden heen ga. Voor werkende

mensen die vaker

naar de huisarts moeten, is een avondspreekuur natuurlijk wel

een uitkomst.”

Gerdie Venneman (50) uit ’t Goy

“Jazeker. Tegenwoordig ga ik ook ’s avonds

naar de tandarts en dat is prettig. Ik merk dat

ook andere patiënten er behoefte aan hebben, want de avonden

zitten altijd vol.

Een avondspreekuur past bovendien in deze tijd van koopavonden en andere avondopenstellingen. De moderne

Marian Kaljouw (V&VN)

huisarts kan daarin best

meegaan.”

‘Huisarts moet niet alles naar zich toe trekken’ Tekst Peter Boorsma Fotografie FMAX / Hans Stakelbeek

Angelique Klein (43) uit De Meern

“Ja, van een avondspreekuur zou ik zeker

ge-

bruik maken. Nu ga ik altijd naar het inloopspreekuur in de ochtend. Helaas zijn de wachttijden dan altijd lang. Nog belangrijker dan een avondspreekuur vind ik extra

spreek­uren, zodat mensen sneller aan de beurt zijn.”

16

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

D

e eerstelijnszorg krijgt te maken met een groeiende zorgvraag, want het aantal ouderen en chronisch zieken stijgt. Die vraag is alleen op te vangen door in de eerste lijn meer en beter gebruik te maken van verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten, stelt voorzitter Marian Kaljouw van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) in het visiedocument dat de vereniging in december presenteerde.


Kritisch gesprek

CV

Marian Kaljouw (1958) is sinds 2006 voorzitter van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Daarnaast is zij directeur van de Antonius Academie, het opleidings­ instituut van het St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Kaljouw – van huis uit verpleegkundige – volgde verschillende management­ opleidingen en vervulde diverse managementfuncties in vooral het verpleegkundig vervolg­ onderwijs.

U wilt terrein veroveren op de huisarts. “Nee. Ik wil een debat over hoe we gespecialiseerde verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten maximaal kunnen benutten in de eerstelijnszorg. Iedereen weet en erkent wat ze doen: de hele eerste lijn draait op verpleegkundigen en verzorgenden. Maar het is nog niet gelegitimeerd. Huisartsen willen teveel alleen doen. Ons pleidooi: doe meer samen. Zo is het ongelooflijk jammer dat de LHV de toegevoegde waarde van verpleegkundig specialisten niet ziet, terwijl ze toch academisch opgeleid en zelfstandig bevoegd zijn.” Inzet van verpleegkundig specialisten kan wel ten koste gaan van de integrale zorg. “Nee! Sterker nog: wij bepleiten daadwerkelijk integrale zorg waarbij je je voortdurend afvraagt: wie kun je wat het beste laten doen tegen de beste prijs? Nu is het beeld dat de huisarts alles doet en kan, en vervolgens mensen inhuurt om werk uit handen te nemen. Te vaak worden dan praktijkondersteuners ingezet van wie volstrekt onduidelijk is wat hun competenties zijn. Dat terwijl er verpleegkundig specialisten zijn die hiervoor zijn opgeleid.” Hoe ziet een ideale huisartsenpraktijk er dan uit? “In het ideale geval komen er gezondheidscentra waarbij verpleegkundig specialisten zeker de helft van de werkzaamheden doen die nu door een huisarts worden gedaan. Verder hebben we goed geschoolde verpleegkundigen voor dementie, hartfalen, COPD en diabetes, die je aanvullend kunt inzetten. Dan krijg je een totaal andere, multi­ disciplinaire aanpak.” Wie is dan eindverantwoordelijk? “Niet één persoon. Huisartsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen zijn BIG-geregistreerd en dus individueel verantwoordelijk voor wat zij doen. Het is natuurlijk wel handig om iemand te hebben die de bedrijfsvoering coördineert en zorgt voor goede afstemming.”

De huisarts houdt wel het overzicht… “Nee. De casemanager. En dat is bijna altijd een verpleegkundige. Dat is bij uitstek de persoon om regie te voeren en te coördineren. Die is daarvoor opgeleid en draait ook 24 uur per dag rond die patiënt. Huisartsen kunnen dat helemaal niet en moeten dat ook niet willen. Laat ze doen waar ze goed in zijn!” En dat is? “Huisartsenzorg. In intensieve samenwerking met de verpleegkundige. Vroeger waren er geweldige teams bestaande uit de huisarts, de wijkverpleegkundige en de maatschappelijk werker. Ik wil heel graag dat die samenwerking weer terugkomt en dat de huisarts stopt met alles naar zich toe te trekken. Als je last hebt van een chronische aandoening als diabetes, kan je aanspreekpunt in de praktijk de diabetesverpleegkundige zijn. Die kan ook op huisbezoek.” Maar als patiënten rechtstreeks toegang krijgen tot een verpleegkundige, kunnen er aandoeningen gemist worden. “Iedereen ziet toch het patiëntendossier? En bij twijfel moet de verpleegkundige er een huisarts of specialist naar laten kijken. Dat zit in onze professionele standaard. We moeten wel van elkaars reilen en zeilen op de hoogte zijn, maar dat is iets anders dan de vraag ‘wie is er de baas?’ Wie bepaalt wat er gebeurt, is afhankelijk van de vraag wat er aan de hand is, wat het deskundigheidsgebied is en wie er het meeste verstand van heeft. Neem dementie. Vaak missen huisartsen die diagnose, omdat mensen zich zo goed mogelijk voordoen. Maar geriatrieverpleegkundigen prikken daar zo doorheen. Zet die dan ook in. Er zou helemaal geen conflict moeten zijn. Als we het goed organiseren is het resultaat meer dan de som van de delen.”

Het visiedocument ‘Op één lijn komen’ van V&VN is begin december 2010 verschenen en te vinden op www.venvn.nl LHV | De Dokter Januari/februari 2011

17


Advertenties

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL

accountants en belastingadviseurs

(Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen. (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis.

Compleet van A t/m Z. Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking. Deskundig. Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur. Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten. Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Heel NL

bennekom dr. Willem dreeslaan 1 telefoon (0317) 41 91 35 fax (0317) 41 02 15 e-mail: info@seres.nl website: www.seres.nl

Gespecialiseerd in medici Werkgebied geheel nederland

Bouwmanagement, budgetbewaking. Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur. Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken. In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen? U kunt contact opnemen voor vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek: T: 073-5493841 F: 073-5480141

E-mail: info@vanderSchootArchitecten.nl

101102.indd 1 10-1-2011 dokter-vanderschoot 14:41:37

adv-seres de dokter 88x123.indd 1

05-11-2010 15:24:08

Behandelkamers

Entree

Receptie

Wachtruimten

www.mansomfitfloor.nl 18

dokter-fitfloor 110114.indd 1

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

14-01-2011 13:40:11


Oók LHV

Waarnemend huisarts Tekst Renée Jansen Fotografie Erik Kottier

E

r zijn meer overeenkomsten dan verschillen tussen waarnemend huisartsen en praktijkhouders. Maar toch zijn er wel degelijk verschillen: aanleiding voor een speciale afdeling binnen de LHV. Een afdeling voor waarnemers én voor hidha’s.

José Peters is een van de vijf bestuursleden van de afdeling Wadi (waarnemer en huisarts in dienstverband). Samen met een vaste bureau­medewerker vertegenwoordigen zij de belangen van de niet-praktijk­houdende huisartsen. De afdeling Wadi is met twee zetels vertegenwoordigd in de LHV-ledenraad. “We vinden het belangrijk dat in het orgaan dat de koers voor de LHV uitzet, ook de stem van de waarnemers en hidha’s wordt gehoord. Hoewel er veel overeenkomsten zijn, liggen de belangen tussen de soorten huisartsen niet altijd op één lijn. Een voorbeeld hiervan is praktijkopvolging. De vertrekkende partij (de praktijkhouder) heeft andere belangen dan de startende partij (vaak een waarnemer). De afdeling Wadi creëert standpunten over belangrijke thema’s voor de achterban. In 2011 komt er een standpunt over praktijkopvolging. We betrekken hierbij ook de praktijkhouders, zodat er bewustwording en begrip ontstaat bij beide partijen.”

Verschil wordt overeenkomst

Kort

Ruim 25 procent van alle huisartsen is waarnemer (1.500) of hidha (1.000). Zij organiseren zich steeds meer in Wagro’s (regionale groepen van waarnemers en hidha’s gekoppeld aan huisartsenkringen).

Peters is waarnemer, dus zij weet uit ervaring waar deze groep huisartsen mee te maken krijgt. “Waarnemers zijn in feite zelfstandige ondernemers die veel zaken zelf moeten regelen. Denk hierbij aan verzekeringen, administratie en pensioen. Afdeling Wadi helpt hierbij. Zo bleek uit een van onze jaarlijkse enquêtes dat de meerderheid van de waarnemers zich zou willen aansluiten bij SPH (Stichting Pensioenfonds Huisartsen). Naar aanleiding daarvan hebben we toetreding van waarnemers tot SPH mogelijk gemaakt. Inmiddels is er sprake van een verplichte deelname, omdat wij denken dat een groter collectief een beter en gedegen pensioen voor alle huisartsen geeft. Dit is overigens een mooi voorbeeld van de wisselwerking tussen de afdeling Wadi en de andere huisartsen binnen de LHV: een punt dat oorspronkelijk een verschil was, is een overeenkomst geworden.” Informatie: LHV, Afdeling Wadi (030) 282 37 06, wadi@lhv.nl, www.lhv.nl/Waarnemers-en-huisartsen-in-dienstverband.htm LHV | De Dokter Januari/februari 2011

19


‘Op het platteland staan we als mensen dichter bij elkaar; dat trekt mij’

20

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Modern dokteren op het platteland Tekst Mirjam Scholten Fotografie Freddy Schinkel

D

okter worden in landelijk gebied? Verstokte stedelingen moeten er niet aan denken. Wie als beginnend arts goede herinneringen koestert aan het dorp van zijn jeugd, ziet dat vaak anders. Steven Huizinga voelt zich in elk geval in het Drentse Dwingeloo als een vis in het water. “Op het platteland staan we als mensen dicht bij elkaar. Dat trekt mij.” Begeleid door een winterzonnetje dat de rijp op de bomen stralend oplicht, rijden we naar twee bejaarde patiënten. Beiden wonen in Saksische boerderijen, waar makelaars van kwijlen. Ze zijn chronisch ziek, maar wonen met enige hulp nog steeds zelfstandig. De deur staat open; dokter kan zo binnenstappen, als hij op tijd bukt tenminste. Steven controleert bij de diabetespatiënt een geïnfecteerd been na antibioticagebruik, bij de ander – met ernstig longemfyseem – beluistert hij de longen. Je ziet vertrouwelijkheid in het contact tussen de oude bazen en de jonge dokter.

Met collega-huisarts Peter Saathof runt Huizinga de apotheek­houdende huisartsenpraktijk. Zij beginnen al om zeven uur, met een dagelijks inloopspreekuur. “Dit wordt door forensen erg gewaardeerd”, zegt Steven. Daarna is er spreekuur op afspraak. In de middag is er tijd voor kleine verrichtingen, administratie, visites en dergelijke. Het is maandag, iets na half tien: koffietijd en werkoverleg in het moderne centrum. De patiënten van het weekend en van vandaag worden besproken. Dit keer is de maatschappelijk werkster erbij, met een vraag over een cliënt die ook praktijkpatiënt is. In het gebouw hebben verscheidene disciplines onderdak gevonden. Hierdoor zijn de lijnen kort en vindt men elkaar gemakkelijk. Het centrum huisvest, behalve huisartsen

en apotheek ook fysiotherapie, kinderfysiotherapie en logopedie, een psycholoog, thuiszorg, een diëtiste, maatschappelijk werk, een podotherapeut en een verloskundigenpraktijk. Sinds kort heeft het Diaconessenhuis Meppel er een buitenpoli, als service voor de patiënten in Dwingeloo. Het is dan ook een komen en gaan van mensen. Ook bij de dokter en de apotheek is het druk, maar de sfeer is rustig en gemoedelijk. Doktersassistente Jannie Hoekstra fungeert als de spreekwoordelijke spin in het web. De telefoon gaat en ze luistert aandachtig. Af en toe spreekt ze Drents: “Wil-ie dat de dokter zelf nog eem’ komt kiek’n? Ja? Dan komt-ie vanmiddag.”

Veelzijdig Jannie overlegt voortdurend met de huisartsen. Ze maakt afspraken, verwerkt de post en doet een deel van de administratie. Steven: “En omdat ze goed is in zwachtelen, doet ze dat óók. We delegeren veel aan de assistentes. Zo hebben ze eigen speekuren voor bijvoorbeeld uitstrijkjes of het maken van audiogrammen. Hierdoor is hun werk veelzijdig en verbreden ze hun vak. Zo doen Peter Saathof en ik dat ook. Waar liggen onze uitdagingen? Wat vinden we leuk om erbij te doen? Peter verricht vasectomieën, terwijl ik me met plezier toeleg op reizigersadvisering op maat. Nee, we zijn er niet op uit om werk naar ons toe te trekken, maar vinden het wel leuk om ons vak in zijn volle breedte uit te voeren. En juist op het platteland kunnen we goed maatwerk leveren omdat we de mensen kennen.”

Congres

De apotheekhoudende artsen hebben op donderdag 25 maart hun jaarcongres, met een thema dat aansluit op de behoefte om de huisartsenzorg op het platteland op peil te houden: ‘Zichtbaar beter, beter zichtbaar’. Het congres is in theater Figi in Zeist. Meer informatie: www.apotheekhoudendcongres.nl of de LHV-website.

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

21


Vervolg Modern dokteren op het platteland

De huisartsen maken in de apotheek – gecertificeerd met het Dekra-keurmerk – en in de dokterspraktijk gebruik van één automatiseringssysteem. Hierin hebben ook de collega’s uit een naburig dorp met wie ze de diensten verdelen, inzage. Zo is er bovendien sprake van optimale medicatiebewaking. Apothekersassistente Hennie Tol: “Onze voorraad is optimaal toegesneden op de patiëntenvraag. Het zou nóg efficiënter kunnen als de drie ziekenhuizen waar onze patiënten komen, voor dezelfde medicijnmerken zouden kiezen.” Service staat voorop. In Dwingeloo wonen veel ouderen. De apotheek voorziet zelfstandig wonende ouderen en ouderen in het verzorgingshuis door middel van een baxtersysteem van gevulde zakjes met dagporties medicijnen. “Het is voor ons verder handig dat de thuiszorg onder dit dak zit, want als het zo uitkomt geven we voor hun cliënten de medicijnen mee.”

Op het platteland dreigt een tekort aan huisartsen. De komende jaren stoppen veel huisartsen vanwege hun leeftijd met hun praktijk. En wat dan? Bij jongeren bestaat niet veel animo zich in de provincie te vestigen. Ze willen zich niet ‘begraven’ in een regio waar mogelijk de voorzieningen ontbreken waaraan ze gewend zijn. Een ander punt is dat het merendeel van de nieuwe lichtingen niet fulltime werkt. Voor een vertrekkende huisarts moet dus vervanging komen door minstens anderhalve arts of zelfs meer. Anne van der Zijl – voorzitter Huisartsenkring Drenthe van de LHV en voorzitter raad van toezicht van de Stichting Beroepsopleiding Huisartsen – loopt zich het vuur uit de sloffen om overal de problemen onder de aandacht te brengen en oplossingen aan te dragen. “De kringen Drenthe, Zwolle/Flevoland, zorgverzekeraar Achmea en ondersteuner eerstelijnszorg Progez, hebben het Platform Borging Regionale Huisartsenzorg opgericht, dat problemen in kaart brengt. Het heeft het dreigende tekort becijferd.” Het platform draagt ook oplossingen aan. Fotografie Ed van Rijswijk

Zo wil het kandidaten werven die niet bij de huisartsenopleiding van hun keuze zijn aangenomen. “In 2010 kwamen op de 72 beschikbare opleidingsplaatsen bij de VU 140 sollicitanten af,

22

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

terwijl voor de 36 plaatsen in Groningen zich er slechts 24 meldden. De niet geplaatsten in het westen moeten we aantrekken en vervolgens zien vast te houden.”

Anne van der Zijl: ‘Zonde dat veel vrouwen niet méér werken’ Een middel om dit te bereiken is het recent door het platform gerealiseerde centrale meldpunt van vraag en aanbod. Een ander initiatief is de oprichting van een dependance van de Groningse huisartsen­opleiding in de regio Hoogeveen, Emmen en Hardenberg. Hier worden twaalf aio’s opgeleid én geplaatst in de regionale ziekenhuizen, waar ze een klinische stage doen. Het is duidelijk dat een deel van de oplossing is dat de vrouwen meer gaan werken. Anne van der Zijl: “We moeten het zoeken in zaken als voldoende kinderopvang in de buurt. We zijn met gemeenten in gesprek. Maar ik hoop ook wel op een mentaliteitsverandering. Het is toch zonde als je zo weinig met je opleiding doet?”


Rustig en relaxt Mariska van der Heide is arts in opleiding en werkt in de Dwingeloose dokterspraktijk. Ook zij heeft bewust gekozen voor de provincie. “Ik heb gestudeerd in Groningen: vanuit Friesland waar ik geboren ben de dichtstbijzijnde universiteit. Dwingeloo trok me wel. Het is hier levendig en toch is het echt platteland, rustig en relaxt. Ik weet nu nog niet of ik na mijn opleiding zelf een praktijk begin, maar in elk geval vind ik het werken op het platteland aantrekkelijk. Het is hier ons kent ons.” Of ze een speciaal aandachtsgebied heeft waarop ze zich in haar artsenbestaan wil toeleggen, weet ze nu nog niet precies, maar zeker is al wel dat ze ‘snijden’ leuk vindt. Daarvoor is ze goed op haar plaats in deze praktijk, waar immers ook kleine verrichtingen worden gedaan. Huizinga begrijpt het op onderdelen wel als jonge huisartsen wat terughoudend zijn. Een zelfstandige praktijk op zich brengt al veel werk met zich mee, laat staan een plattelandspraktijk waar veel zelf wordt gedaan. “Je hebt in wezen een bedrijf. Je hebt naast je medische werk ook werk­geverstaken, je moet een administratie voeren en dan zijn er nog de ingewikkelde en jaarlijks wijzigende vergoedingsregelingen van zorgverzekeraars. Deze aspecten van de praktijkvoering krijg je in je opleiding niet mee. Artsen zouden onderwijs moeten krijgen over praktijkorganisatie en ondernemerschap.” Maar ja, hoe is het om je patiënten op de volleybalclub tegen te komen, of in de supermarkt? “In de stad kun je in hetzelfde portiek wonen en je buren niet kennen. Sommigen vinden dat prettig, ik heb liever contact”, aldus Steven Huizinga. “Mijn vrouw en ik hebben er bewust voor gekozen om met ons gezin in het dorp te gaan wonen. Natuurlijk gebeurt het een enkele keer dat iemand me in de supermarkt vraagt naar een bloed­ uitslag, maar doorgaans scheiden mensen zakelijk en privé goed. Ik ben arts geworden vanuit een bepaald idealisme. Hier ben ik op mijn plek, op het platteland, waar mensen elkaar nog zien.”

Fotografie Isabel Nabuurs

Modern dokteren in een omgeving waar de tijd soms lijkt stil te staan. Steven Huizinga vindt het fantastisch. Hij werkt hier sinds 2003. Ja, hij koos bewust voor het platte­ land. Vooral het dicht bij de patiënten staan spreekt hem aan. “Daarnaast doen we als plattelandsdokters veel zelf. Tot 2007 deed ik ook bevallingen. Maar in dit vergrijzende gebied kon ik er niet genoeg meer doen om de routine en kunde te behouden. Gelukkig hebben we een verloskun­ digenpraktijk naar ons medisch centrum kunnen halen.” De praktijk is met ruim 4.200 patiënten iets kleiner dan gemiddeld voor twee fulltime werkende artsen. “We zouden nog meer patiënten aankunnen, maar onze brink­dorpen met hun beschermde dorpsgezichten groeien nauwelijks. Met de apotheek erbij kunnen we de praktijk financieel gezond houden.” Maarten Vermeulen, bestuursvoorzitter Apotheekhoudende Afdeling LHV, is een vurig pleitbezorger van ‘dokteren op het platteland’. “Hier kun je het huisartsenberoep nog in zijn volle breedte en diepte uitoefenen.” Hij beklemtoont dat een dergelijke huisartsenpraktijk, met bovendien een apotheek aan huis, niet drukker is dan die van een arts in de stad. “Het is een kwestie van goed organiseren en niet alles zelf willen doen.” Doordat op het platteland veel mensen honkvast zijn, volgt de huisarts al gauw een heel stuk van hun leven. Zo leert hij zijn patiënten goed kennen. “Daardoor onderken je al snel de precieze hulpvraag en kun je effectief en adequaat zorg verlenen.” Een apotheek aan huis draagt daar volgens Vermeulen zeker aan bij. “De patiëntenzorg verbetert er aanzienlijk door. Apotheekhoudende artsen werken met één automatiseringssysteem, waarin de patiëntengegevens gekoppeld worden aan de medicatie. Zo komen in het geval van comorbiditeit direct de gevolgen van een bepaald voorschrift aan het licht. Als medicijnen apart bereid moeten worden, kan dat worden uitbesteed. Ik durf te stellen dat er bij ons minder kans op fouten is dan in een openbare apotheek.”

Maarten Vermeulen: ‘Hier kennen we onze patiënten’

Verdwijnt een apotheekhoudend arts, dan is er volgens hem zeker sprake van dubbele verslechtering van de patiëntenzorg. “Ik vind dat VWS met zijn vestigingsregels daar meer rekening mee zou moeten houden. Een opvolger zou de volledige praktijk van de vertrekkende arts moeten kunnen overnemen. En, om de hand in eigen boezem te steken: huisartsen die hun praktijk beëindigen, zouden die samen met de apotheek moeten verkopen, en niet gesplitst, alleen om te kunnen cashen. Gescheiden verkoop kan overname voor nieuwkomers minder aantrekkelijk maken.”

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

23


Advertentie

Levemir® Penfill® 100 E/ml (5x3 ml), Levemir® FlexPen® 100 E/ml (5x3 ml), Levemir® InnoLet® 100 E/ml (5x3 ml) (EU/1/04/278/002, EU/1/04/278/005, EU/1/04/278/008) Samenstelling: insuline detemir,100 E/ml; oplossing voor injectie. Indicaties: Behandeling van diabetes mellitus bij volwassenen, adolescenten en kinderen van 6-17 jaar. Dosering en wijze van toediening: In combinatie met orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen wordt het aanbevolen Levemir® eenmaal daags te gebruiken, te beginnen met een dosis van 10 E of 0,1-0,2 E/kg. De dosis Levemir® dient getitreerd te worden op basis van de individuele behoeften van de patiënt. Wanneer Levemir® deel uitmaakt van een basaal-bolusinsulineregime dient Levemir® afhankelijk van de behoeften van de patiënt een- of tweemaal daags te worden toegediend. De dosis Levemir® moet individueel aangepast worden. Levemir® is uitsluitend bestemd voor subcutane toediening. Levemir® mag niet intraveneus worden toegediend, aangezien het kan leiden tot ernstige hypoglykemieën. Intramusculaire toediening dient eveneens vermeden te worden. Levemir® mag niet in insuline-infusiepompen worden gebruikt. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen. Werking: Insuline detemir is een opgeloste, langwerkende insuline analoog met een verlengde werkingsduur die als basale insuline wordt gebruikt. Het bloedglucoseverlagende effect van insuline detemir is het gevolg van een verbeterde opname van glucose na binding van insuline op de receptoren van spier- en vetcellen en de gelijktijdige remming van de glucosevrijgave vanuit de lever. Het werkingsprofiel van insuline detemir is significant minder variabel en dus meer voorspelbaar dan dat van NPH insuline. De combinatie van protractie-mechanismen bij insuline detemir levert in vergelijking met NPH insuline reproduceerbaardere opname- en werkingsprofielen op. Studies bij patiënten met type 2 diabetes die met basale insuline in combinatie met orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen behandeld werden, toonden aan dat Levemir® vergelijkbare glykemische regulatie (HbA1c) biedt als NPH insuline en insuline glargine en gepaard gaat met minder gewichtstoename. In studies waarbij insuline in combinatie met orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen wordt gebruikt, geeft de behandeling met Levemir® een 61-65% lager risico op milde nachtelijke hypoglykemieën vergeleken met NPH insuline. In langetermijn klinische studies was de nuchtere bloedglucose bij patiënten met type 1 diabetes, waaronder kinderen van 6 tot 17 jaar, die Levemir® kregen in basaal-bolustherapie verbeterd in vergelijking met NPH insuline. Levemir® biedt vergelijkbare glykemische regulatie (HbA1c) als NPH insuline, maar geeft een verminderd risico op nachtelijke hypoglykemieën en gaat niet gepaard met gewichtstoename. De werking houdt, afhankelijk van de dosering, tot 24 uur aan. Bijwerkingen: Bijwerkingen, die waargenomen zijn bij patiënten die met Levemir® worden behandeld, zijn hoofdzakelijk het gevolg van het farmacologisch effect van insuline. De meest frequent gemelde bijwerking tijdens de behandeling is hypoglykemie. Reacties op de injectieplaats worden vaker gezien tijdens de behandeling met Levemir® dan met humane insuline. De meeste reacties op de injectieplaats zijn niet ernstig en van voorbijgaande aard. Bij het begin van de insulinebehandeling kunnen refractie-anomalieën en oedeem voorkomen; deze reacties zijn meestal van voorbijgaande aard. Andere bijwerkingen: zeer vaak (≥1/10): Hypoglykemie. Vaak (≥1/100 tot <1/10): Reacties op de injectieplaats. Soms (≥1/1.000, <1/100): Allergische reacties, potentieel allergische reacties, netelroos, huiduitslag en bultjes. Refractieaandoeningen, diabetische retinopathie. Lipodystrofie. Oedeem. Zelden (≥1/10.000, <1/1.000): Perifere neuropathie. Zeer zelden (< 1/10.000): Anafylactische reacties. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding: Er is geen klinische ervaring met insuline detemir tijdens de zwangerschap. Uit voortplantingsonderzoek bij dieren is geen verschil gebleken tussen insuline detemir en humane insuline qua embryotoxiciteit en teratogeniciteit. Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen. Bij zwangere vrouwen met diabetes mellitus verdient een intensieve bloedglucoseregulatie en controle aanbeveling gedurende de zwangerschap. Er is geen klinische ervaring opgedaan met insuline detemir tijdens de borstvoeding. Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan vrouwen die borstvoeding geven. Voortplantings-onderzoek met insuline detemir bij dieren heeft geen nadelige effecten op de vruchtbaarheid aangetoond. Belangrijkste waarschuwingen: De patiënt dient een arts te raadplegen als hij van plan is te gaan reizen tussen verschillende tijdzones, aangezien dit kan betekenen dat de insuline-injectie en de maaltijden op andere tijdstippen moeten plaatsvinden. Een inadequate dosering of het onderbreken van de behandeling kan, voornamelijk bij type 1 diabetes, leiden tot hyperglykemie en diabetische ketoacidose. Het overslaan van een maaltijd of onverwachte, zware fysieke inspanning kan leiden tot hypoglykemie. Indien de insulinedosis te hoog is ten opzichte van de insulinebehoefte, kan er hypoglykemie optreden. Het overschakelen van een patiënt op een ander type of merk insuline moet geschieden onder strikt medisch toezicht. Net als bij om het even welke insulinetherapie, kunnen reacties op de injectieplaats optreden zoals pijn, roodheid, netelroos, ontsteking, blauwe plekken, zwelling en jeuk. Er is een beperkt aantal gegevens over patiënten met ernstige hypoalbuminemie. Farmacotherapeutische categorie: Geneesmiddelen gebruikt voor diabetes. Insulines en analogen voor injectie, langwerkend. ATC-code: A10AE05. Afleverstatus: U.R. Vergoedingsstatus: Volledig vergoed. Datum: september 2010. Uitgebreide informatie is op aanvraag beschikbaar. Referenties: 1. Blonde L. et al. Patient directed titration for achieving glycaemic goals using a once-daily basal insulin analogue: an assessment of two different fasting plasma glucose targets – the TITRATE™ Study. Diabetes, Obesity and Metabolism 2009;11:623-631. 2. SmPC Levemir®, september 2010. 3. Rosenstock J. et al. A randomised, 52-week, treat-to-target trial comparing insulin detemir with insulin glargine when added to glucoselowering drugs in insulin-naive people with type 2 diabetes. Diabetologia 2008;51:408–416. 4. Philis-Tsimikas A. et al. Comparison of once-daily insulin detemir with NPH insulin added to a regimen of oral antidiabetic drugs in poorly controlled type 2 diabetes. Clin Ther 2006;28(10):1569-1581.

BOek ‘Financieel cOnsult vOOr de (startende) huisarts’ nu BeschikBaar Speciaal voor u als (startende) huisarts heeft Sibbing & Wateler een praktijkgericht boek geschreven, dat op heldere wijze ingaat op belangrijke financiële, contractuele en fiscale zaken. Bestel nu uw gratis exemplaar van het boek via www.sibbing.nl. Of stuur een e-mail naar pr@sibbing.nl met uw naam, adres, postcode, woonplaats, einddatum opleiding en huidige werksituatie, o.v.v. boek ‘Financieel consult’.

PraktijkvestiGinG

Novo Nordisk B.V.

Financiële PlanninG

Postbus 443 2400 AK Alphen aan den Rijn T +31 (0)172 44 96 00 informatie@novonordisk.com

assurantiën telefoon: (0318) 544 044 - www.sibbing.nl

www.novonordisk.nl www.diabetesbehandelaar.nl

leren mannen steriliseren in uw eigen praktijk

83_LM_bijsluiter_88x123.indd 1

Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met

13-01-11 1150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een

devasman.nl

unieke geaccrediteerde nascholing

luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2-agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: juni 2010. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www. novartis.nl • Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met COPD. • Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma vanwege een gebrek aan langetermijn uitkomstgegevens bij astma. • De aanbevolen dosis is de inhalatie van de inhoud van één 150 microgram capsule éénmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator. De dosis mag alleen worden verhoogd op medisch advies.

voor informatie: www.devasman.nl Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

24 101228.indd LHV | De dokter-wind 2 Dokter Januari/februari 2011

14-01-2011 13:22:50 Onb 178 SmPC 88x123.indd 1

13-01-2011 16:51


Zo kan het ook

Huisarts voor mensen met een verstandelijke beperking

‘Klachten zijn soms onduidelijk’ Tekst Mérie van der Rijt Fotografie Erik Kottier

H

uisarts Jacqueline Berends heeft 32 patiënten met een verstandelijke beperking. Bij de zorg voor deze patiëntengroep werkt zij intensief samen met de Arts Verstandelijk Gehandicapten, de AVG. Net als de andere patiënten uit Laag-Soeren komen de patiënten met een verstandelijke beperking naar het gewone spreekuur van de huisarts in ’t Sprengenhus. Dit is een cultuurhuis waarin onder meer een kinderdagverblijf en een basisschool zijn gevestigd. Jacqueline en haar zes collega’s van de Dierense huisartsengroep Hagenau houden er om de beurt spreekuur. Jacqueline: “Het is voor patiënten met een verstandelijke beperking belangrijk om samen met anderen in de wachtkamer van de huisarts te zitten. Ze tellen dan mee in de maatschappij en dat draagt bij aan hun gevoel van eigenwaarde.” “Als huisarts werk je meestal vrij solistisch, maar bij de zorg voor patiënten met een verstandelijke beperking ben je juist een schakel in een team. De plezierige sfeer en grote betrokkenheid van het team geven het werk extra glans”, aldus Jacqueline. Andere betrokkenen zijn de verpleegkundigen, verzorgers, de familie en de Arts Verstandelijk Gehandicapten (AVG). Samen met haar overlegt Jacqueline vrijwel wekelijks kort over de consulten van de patiënten met een verstandelijk beperking. “Dit is zinvol, want zij presenteren hun klachten soms onduidelijk. Het kan

bijvoorbeeld lijken dat ze psychische problemen hebben, terwijl ze eigenlijk verschrikkelijk last hebben van obstipatie. Verder overleg ik altijd met de AVG over de medicatie. Voor de medicijninname hebben we onlangs trouwens een goed systeem ingevoerd, waardoor de kans op fouten kleiner is geworden. We werken nu met zakjes medicijnen voor elk tijdstip van inname en niet meer met losse doosjes.” Jacqueline wil niet alleen met patiënten met een verstandelijke beperking bezig zijn, maar vindt het wel een bijzondere groep. “Het leuke is dat ze heel direct zijn. Soms tonen ze hun dankbaarheid met een natte zoen.” Op de website van de LHV (www.lhv.nl onder Producten en vervolgens LHV-handreikingen) is de ‘Handreiking huisarts en AVG‘ te vinden. Deze is opgesteld door de LHV en de Nederlandse Vereniging Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG) om de medische zorg voor verstandelijk gehandicapten te verbeteren door samenwerking.

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

25


Huisartsenzorg in België

Naaste buren, Tekst Petra Pronk Fotografie Paul van Bueren, Hollandse Hoogte

E

uropa zonder grenzen? Dat geldt niet voor de huisartsenwereld. In België bijvoorbeeld is de huisartsenzorg wezenlijk anders georganiseerd dan in Nederland. Naaste buren, maar een wereld van verschil. In veel opzichten zijn Belgische huisartsen een beetje jaloers op hun Nederlandse collega’s. Neem de positie van de huisarts als poortwachter. In Nederland een vanzelfsprekendheid; in België een lonkend perspectief. “Ik ken het begrip van horen zeggen”, zegt de Vlaamse huisarts Pierre Vanden Bussche lachend. “Het lijkt me fantastisch, maar helaas is dat bij ons niet aan de orde en dat is een van onze grootste frustraties. Mensen hebben hier direct toegang tot specialistische zorg en maken daarvan op grote schaal gebruik. Dat leidt tot onnodig dure zorg en betekent een deformatie van ons vak. Er wordt veel specialistische hulp verleend die eigenlijk bij de huisarts thuishoort.”

Prestatiegericht

Drie leerpunten van Pierre Vanden Bussche voor zijn Nederlandse collega’s:

De praktische invulling verschilt behoorlijk. Geldt in Nederland het systeem van inschrijving op naam, waardoor elke patiënt een vaste huisarts heeft, België kent een gedifferentieerd beleid: daar kun je als patiënt zelf bepalen of je wilt dat de huisarts een dossier over je bijhoudt of niet. Ook de wijze van vergoeding is anders. Krijgt de Nederlandse huisarts voornamelijk per patiënt vergoed, in België is dat per prestatie. “75 procent van ons inkomen bestaat uit betaling ‘per handeling’. Daarnaast is er een vergoeding per patiënt voor het bijhouden van het dossier (20 procent), en tenslotte zijn er bijzondere vergoedingen voor praktijkkosten (5 procent). Hoeveel je verdient is dus grotendeels afhankelijk van de vraag hoe actief je bent. Dat nodigt soms uit tot onnodige handelingen. België is niet voor niets recordhouder huisartsenbezoeken in Europa.”

1 Consultatievoering

Basale gegevens

“Samen de tijd nemen voor een echt gesprek leidt tot grote patiënttevredenheid.”

De ondersteuning van huisartsen is uiterst bescheiden. Zijn in Neder­ land een doktersassistent en een praktijkondersteuner inmiddels bijna vanzelfsprekend, in België hebben alleen huisartsen in een groepspraktijk recht op ondersteuning. “Twee huisartsen hebben recht op een half time doktersassistente. En een praktijkondersteuner, daar kunnen wij alleen maar van dromen… Dat betekent dat huis­ artsen veel oneigenlijk werk moeten doen om de praktijk draaiend te houden.” Ook het gebruik van moderne media is niet optimaal. “Terwijl de discussie in Nederland gaat over het Elektronisch Patiënten Dossier, hebben wij wel 17 verschillende soorten! En die systemen communiceren niet met elkaar. De computer fungeert als een veredelde

Leerpunten

2 Gemengde financiering “Betaling per prestatie en per patiënt hebben beide hun voor- en nadelen. Je zou de sterke punten van beide systemen moeten koppelen.”

3 Efficiency “Wij boeken met veel minder middelen op veel vlakken bijna dezelfde resultaten.”

26

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Leren van over de grens

een wereld van verschil fichesbak voor individuele huisartsen. Communicatie met elkaar of andere eerstelijnswerkers is nauwelijks mogelijk.” Een goede landelijke administratie staat hoog op het verlanglijstje van de Belgische huisartsen, want momenteel is er veel onduidelijk. Zoals hoeveel huisartsen er zijn of hoeveel patiënten een gemiddelde huisarts heeft. In Nederland is de gemiddelde praktijkgrootte 2.350, maar hoe dat in België zit, weet niemand. “Momenteel wordt hard geprobeerd een kadaster van praktijken op te zetten, zodat we zicht krijgen op de meest basale gegevens.” De gebrekkige administratie heeft bijvoorbeeld ook consequenties voor het preventiebeleid. Terwijl dat beleid voor risicogroepen in Nederland centraal wordt geregisseerd, kunnen in België patiënten voor preventieve tests terecht op verschillende adressen, zonder dat de overheid daar zicht op heeft. Dat maakt programmatisch handelen lastig.

Belangenbehartiging

Gemiddelde consultduur Wat de gemiddelde consultduur betreft loopt België beslist op Nederland voor. Mannelijke huisartsen besteden gemiddeld 15 minuten aan een consult en vrouwelijke 20. Dat is twee keer zoveel als in Nederland. “Er wordt hier in de spreekkamer aanzienlijk meer gepraat. Wij nemen meer tijd om dingen in een breder perspectief te zien. Niet louter functioneel, maar meer holistisch. Hoe gaat het met je familie? Slaap je goed? Die grotere aandacht voor de patiënt leidt tot een zeer hoge patiënttevredenheid.” Ook de Belgische huisarts kreunt onder de administratie. Tegelijk heeft hij veel vrijheid bij het organiseren van zijn beroep. Dat zorgt misschien voor minder uniformiteit in de zorg dan in Nederland, maar tegelijk ook voor dynamiek en een grote persoonlijke betrokkenheid. “Veel huisartspraktijken leveren op die manier met heel beperkte middelen zorg van zeer hoge kwaliteit”, stelt Vanden Bussche.

De positie van de Belgische huisartsen is van oudsher niet sterk. “In tegenstelling tot Nederland is er hier geen georganiseerd overleg tussen huisartsen en overheid, omdat wij niet als gesprekspartner worden erkend. Toch is er de laatste jaren sprake van een positieve ontwikkeling waarbij de overheid langzaam een aantal dingen wil veranderen. Er komen praktijkassistentes, de financiering van de praktijken wordt gediversifieerd, er zijn acties om het beroep aantrekkelijker te maken bij studenten en er is een eerste aanzet om patiënten te belonen als ze met een klacht eerst bij de huisarts langs gaan. En terwijl we in financieel opzicht lange tijd onderaan bungelden in Europa, is ons inkomen de laatste jaren naar schatting met 20 procent gegroeid.”

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

27


De stelling:

De huisarts is geen gezinsdokter meer Drie huisartsen, drie meningen. Deze keer over de gezins­ dokter, de huisarts die traditioneel alle leden uit één gezin als patiënten heeft. Hoe houdbaar is het beeld ‘de huisarts is een gezinsdokter’ en wat zijn de consequenties als het niet (meer) zo is?

Tekst Renée Jansen Fotografie FMAX / Nout Steenkamp

“We moeten de patiënt als individu gaan zien”

J

a en nee. “Ik sta er dubbel in. Het bijzon­ dere van een huisarts is juist dat die een gezinsdokter is. Dat maakt ons vak specifiek en overstijgend boven alles. Omdat ik van veel van mijn patiënten de gezinssituatie en hun medische geschiedenis ken, hoef ik daar niet naar te vragen en dat scheelt tijd. Bovendien kan ik proactief optreden. De laatste tijd merk ik dat de stelling ‘huisarts is gezinsdokter’ bijna niet meer houdbaar is. Aan de ene kant maken patiënten gebruik van huisartsenzorg en het maakt ze niet uit welke huisarts die zorg geeft. Nu geholpen worden, is belangrijker dan de arts die het doet. Aan de andere kant doen wij huisartsen zelf mee aan uitholling van het begrip gezinsdokter. We gaan parttime, in ketenzorg en in huisarts­ diensten­structuren werken en daardoor wordt de anonimiteit groter. Dat vind ik jammer, maar niet per definitie slecht. Je moet immers ook zorg kunnen verlenen aan iemand die je niet goed kent. Dat betekent dat we langzaam maar zeker toch de patiënt als individu moeten zien. En dat we tijdens het consult meer tijd en energie moeten besteden aan het achterhalen van relevante context, het gezin en de leefomstandigheden van die patiënt.”

Anneke Bosman, huisarts in Rotterdam

28

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


Scherp gesteld

“Je bent pas een goede huisarts als je gezinsdokter bent”

N

ee. “Zoals ik het woord gezinsdokter interpreteer, is dat deze de gezins­ samenstelling én de complete leef­ omstandigheden kent. En dan vind ik dat je pas een goede huisarts bent als je gezinsdokter bent. Ik ben nu bijna tien jaar huisarts en ik merk dat de kwaliteit van mijn patiëntenzorg toeneemt naarmate de jaren verstrijken en ik mijn patiënten steeds beter leer kennen. Wat mij betreft gaat het daarbij om kennis van gezinssamenstelling, medische voorgeschiedenis, sociale context, medicatiegebruik en persoonlijkheidsstructuur van mijn individuele patiënten. De relatie van arts en patiënt die ik in de jaren heb opgebouwd, draagt bij aan therapietrouw en de motivatie voor een gezondere leefstijl als onderdeel van preventieve geneeskunde. Bij waarneempatiënten merk ik dat, ondanks toegang tot het medisch dossier, het moeilijker is tot de kern van het probleem te komen en de juiste diagnose te stellen.” Nadia Kuipers, huisarts in Rotterdam-Noord

“Het werkt veel prettiger als je alle gezinsleden kent”

N

ee. “Gezinsdokter en huisarts zijn hetzelfde. Mensen wonen in gezinsverbanden, een gezin woont in een huis en een huisarts hoort bij dat huis. Zo simpel is het. Op zich maakt het niet uit of dat een traditioneel gezin is of een modernere variant of een alleenstaande met huisgenoten. Mensen horen bij elkaar op de door hen gekozen wijze en de huisarts houdt rekening met die gezinsverbanden. Het werkt veel prettiger als je alle gezinsleden kent en ze ook allemaal als patiënt hebt. Met kennis van het totaalplaatje ben je beter in staat een goede diagnose te stellen. Bovendien geeft een patiënt meer vertrouwen, als hij weet dat zijn huisarts hem en zijn gezin kent. Dat draagt bij aan een goede hulpverleningsrelatie. Doordat artsen meer parttime en in grotere dienstverbanden gaan werken, ziet een patiënt steeds vaker verschillende dokters. Ik merk dat bij belangrijkere of langslepende problemen, mensen toch vaak voor dezelfde dokter kiezen.” Pieter Dijksterhuis, huisarts in Olst

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

29


De haat-liefdeverhouding tussen huisartsen en zorgverzekeraars

Partnership of wurg足contract? Tekst Sander Peters Illustratie Joyce Schellekens

30

LHV | De Dokter Januari/februari 2011


De gemiddelde huisarts heeft een (kennis)achterstand op de professionele inkoopafdeling van verzekeraars

Z

e zijn nog met vier, hooguit vijf. Door fusies is het aantal grote zorgverzekeraars sterk gedaald. Omgekeerd evenredig neemt hun invloed toe. Los van brancheorganisatie ZN doppen ‘de grote jongens’ hun boontjes liever zelf. Wat betekent dat voor de relatie, en de jaarlijkse onderhandelingen, met de huisartsen?

Hoe ging het vroeger? Jaarlijks sloot de huisarts een contract met de grootste (‘preferente’) verzekeraar in de regio. Op basis van deze overeenkomst leverde de huisarts zorg én declareerde hij de kosten daarvan bij de zorgverzekeraar. Het contract werd vroeger ‘uitonderhandeld’ tussen de regionale huisartsenkringen van de LHV en de zorgverzekeraar. Op de vergaderagenda stonden zowel prijsafspraken als zorginhoudelijke thema’s – hoe declareert de huisarts z’n kosten, welke modules gelden hiervoor, welke behandelingen vergoeden de verzekeraars wel en niet, protocollen, et cetera. Het resultaat dat volgde uit deze onderhandelingen, werd vervolgens door de kleinere (‘verre’) verzekeraars in de betreffende regio overgenomen. Dat scheelde alle partijen een hoop administratieve rompslomp. Bovendien: de verre verzekeraars gingen ervan uit dat de preferente verzekeraar de weg naar goede zorgaanbieders in de regio het beste wist te vinden. Dit ‘systeem’ heeft jarenlang gefunctioneerd.

Wat is er veranderd? Sinds enige tijd is er een aantal cruciale zaken veranderd. Zo kenmerkte de verzekeringsmarkt zich de voorbije jaren door een golf aan fusies en overnames. Het gevolg hiervan is logischerwijze dat het aantal spelers op de markt drastisch is afgenomen. De zorgverzekeraars die nog wel actief zijn, zijn vaak zeer grote organisaties geworden, met een klantenbestand dat over het hele land verspreid is. De regionale focus (of binding), waarop het idee van de preferente en verre verzekeraars grotendeels gebaseerd is, komt daarmee steeds verder onder druk te staan. Misschien nog belangrijker is dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) vorig jaar andermaal onderstreepte dat alleen harde afspraken over inhoud en kwaliteit nog zijn toegestaan. Derde verandering – in feite een trend die ook op heel andere gebieden zichtbaar is – is de tanende invloed van de landelijke koepelorganisatie in dit geval van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De grote zorgverzekeraars zijn minder dan vroeger geneigd zich te laten vertegenwoordigen door een partij als ZN. Dat bleek maar weer eens in 2010, bij het overleg over de financieringssystematiek van de praktijkondersteuner (POH-somatiek). Dat overleg mislukte, omdat ZN er niet in slaagde haar leden op één lijn te krijgen. Vervolgens zijn de verzekeraars afzonderlijk met de huisartsen om de tafel gegaan om het systeem van de vergoeding van de POH te regelen.

Hoe ziet de situatie er nu uit? In de nieuwe situatie ziet het proces er anders uit. De componenten van de contracten worden voorbereid in een gesprek tussen de afzonderlijke verzekeraar en de regiomanager van de LHV (deze is in de meeste gevallen ook de contactpersoon van die betreffende verzekeraar). In dit gesprek komen slechts zorginhoudelijke zaken aan bod. De invloed van de beroepsgroep op het contract wordt steeds minder. De zorgverzekeraar doet de individuele huisarts vervolgens een aanbod op basis van deze voorbereidende gesprekken. Bij dat aanbod hoort ook een prijsvoorstel. Wanneer de huisarts het daar niet mee eens is – en dat moet hij voortaan zelf beoordelen, het zogeheten ‘tekenadvies’ van de LHV is immers wettelijk niet toegestaan – zal hij dat zelf moeten aankaarten bij de verzekeraar. Hierbij mag hij wel de krachten bundelen met een of meerdere andere huisartsenpraktijken, zolang de gezamenlijke omzet van die praktijken maar niet meer bedraagt dan 1,2 miljoen euro. Voor de huisarts betekent NMa-proof opereren dat hij meer en vaker dan vroeger op individuele basis met de verzekeraar uit zien te komen, als hij het niet met de eerste ‘aanbieding’ eens is. Dat is meteen het grootste probleem, want vanzelfsprekend heeft de gemiddelde huisarts op dit vlak een (kennis)achterstand op de professionele inkoopafdeling van verzekeraars. Veelgehoorde klacht – beter gezegd: vrees – van huis­ artsen is dan ook dat de huisarts steeds meer klem komt te zitten tussen enerzijds de harde en zakelijke onderhandelingstactiek van de zorgverzekeraar (‘take it or leave it’) en anderzijds de eisen die hij stelt aan z’n eigen patiëntenzorg. De huisarts kan het zich niet permitteren geen contract te sluiten met een grote verzekeraar – in dat geval namelijk levert hij voor een deel onbetaalde zorg of moet hij patiënten weigeren. Bijzonder in de nieuwe systematiek is ook dat het idee

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

31


Vervolg Partnership of wurgcontract?

De huisarts kan het zich niet permitteren géén contract te sluiten met een grote verzekeraar

van preferente en verre verzekeraars meer en meer onder druk komt te staan. Niet alleen omdat de grote verzekeraars meerdere regio’s bestrijken en er dus geen regionale dominante partij meer is, maar ook omdat de weinige grote spelers die zijn overgebleven, zich verwoed willen onderscheiden van de concurrentie. Ze willen excelleren. En dat kan door bijzondere afspraken te maken met zorg­aanbieders. Door innovatieve contracten te sluiten. Dat staat volledig haaks op het idee om ‘klakkeloos’ de afspraken te volgen die collega-verzekeraars met huis­artsen hebben gemaakt.

Wat brengt de toekomst? “De machtsverhoudingen zijn veranderd, zoveel is zeker”, vertelt Wim van der Meeren, sinds 2009 bestuursvoorzitter van CZ. “We – dat wil zeggen: de vier of vijf grote zorg­ verzekeraars – ‘verschuilen’ ons niet langer achter onze branchevereniging ZN. Vroeger werd vrijwel alles op de ZN-burelen in Zeist bepaald: ‘Zo en zo gaan we het doen. Klaar uit.’ Dat is echt verleden tijd; wij vinden tegenwoordig zelf ook iets. En ik denk dat je dat ook bij huisartsen ziet.” De CZ-topman herkent zich niet in het beeld van de verzekeraar die de huisarts een min of meer dwingend 32

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

prijsvoorstel doet. “We maken bijvoorbeeld onderscheid tussen de diverse specifieke praktijkpopulaties. Als een huisarts meer oudere patiënten heeft, of meer diabetespatiënten, dan verdisconteren we dat in de prijs. Hetzelfde geldt voor huisartsen in achterstandswijken. De huisarts schofferen is bovendien helemaal niet in ons belang. Wij hebben de huisarts juist keihard nodig. Ik beschouw huisartsen als partners. De huisarts is de absolute spil in de eerstelijnszorg. En die eerstelijnszorg is cruciaal, zowel voor een kwalitatief goede als een betaalbare zorg.” Partnership, dat woord speelt een centrale rol in de visie van Van der Meeren en CZ. “Daar investeren we nu al volop in, denk aan de fraaie initiatieven als de zorggroepen. En dat wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. De communicatie en de relatie met de huisartsen, juist ook met individuele praktijken, is voor ons een absoluut speerpunt. We proberen de huisarts ervan bewust te maken op welke gronden hij doorverwijst. Gebeurt dat vanuit ‘de macht der gewoonte’ of op rationele kwalitatieve of financiële gronden? De laatste twee punten, daar gaat het ons natuurlijk om. En de huisarts uiteindelijk ook. En dus werkt CZ nauw samen met huisartsenpraktijken bij het doorverwijzen naar de tweede lijn. We bieden keuzetools,


Onderhandelen in de regio Patricia Brands, LHV-regiomanager Zuid-WestNederland én contactpersoon van CZ: “De LHV heeft zeven regiomanagers. Die zijn ook bijna allemaal het vaste aanspreekpunt voor een van de grote zorgverzekeraars. Ik voer samen met een andere regiomanager de besprekingen met Uvit en CZ, waarbij we worden geassisteerd door drie betrokken en ervaren huisartsen, die zichzelf hiervoor hebben gemeld. De resultaten van het overleg toetsen we vervolgens weer bij een klankbordgroep met vertegenwoordigers van de huisartsenkringen.

Wim van der Meeren (CZ): “We investeren volop in partnership”

bijvoorbeeld ‘Ziekenhuisvergelijker’ en ‘Zoekeendokter. nl’. Het mag toch geen taboe meer zijn om het kwaliteits­ verschil tussen zorginstellingen te onderkennen, zeker niet op specifieke vakgebieden.” Of het ‘systeem’ van de preferente en verre verzekeraars op z’n laatste benen loopt, waagt Van der Meeren te betwijfelen. “Het zou toch van een verregaande arrogantie getuigen als we de kwaliteit van de afspraken die De Friesland maakt in die regio, in twijfel trokken. Maar: dat betekent natuurlijk niet dat we alles zomaar klakkeloos zullen overnemen. Het zal uiteindelijk een soort middenweg worden.” Tot slot benadrukt Van der Meeren nogmaals dat CZ weliswaar geen winstoogmerk heeft, maar ook geen liefdadigheidsinstelling is. “Natuurlijk, wij willen dat mensen goede zorg ontvangen. De kwaliteit staat altijd voorop. Maar we moeten ook op de centen letten. We zijn een bedrijf. Een onderneming die zaken doet ten behoeve van zijn verzekerden. Dat is het spel, en ik heb de indruk dat huisartsen zakelijk en dus mans genoeg zijn om dat spel mee te spelen.”

Die besprekingen mogen dus uitdrukkelijk niet over de prijs gaan. Wat we wel bespreken? We stellen als het ware de inhoudelijke kaders vast: hoeveel tijd besteedt de huisarts aan een bepaalde activiteit? Welke modules bieden verzekeraars aan? Hoe kunnen huisartsen zo snel en eenvoudig mogelijk declareren? Hoe kunnen we samen innoveren en inspelen op nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld de zorg aan kwetsbare ouderen? Er is dus veel te bespreken. Afgelopen jaar is dat met CZ constructief verlopen. Op basis van de gesprekken doet de verzekeraar de individuele huisarts een contractvoorstel. En die huisarts moet dat voorstel zelf beoordelen. Bij knelpunten moet hij ook zelf gaan onderhandelen. In die zin verandert er nogal wat voor de huisarts, dat klopt. Daar komt bij dat de forse organisatorische veranderingen bij de verzekeraars – het gevolg van de fusies – kunnen leiden tot verwarring en chaos. Het verschilt per verzekeraar of dat het geval is. Krijgen huisartsen snel de juiste contactpersoon te pakken? Iemand die serieus wil ingaan op de argumenten van de huisarts? Hebben de regiomanagers de mogelijkheid tot constructief overleg met inkopers met mandaat? Onderkent de zorgverzekeraar de rol van de huisarts als spil in de gezondheidszorg, niet alleen in woorden maar ook in daden? Als dat het geval is, ben ik ervan overtuigd dat de zaken soepel verlopen. Maar als de zorgverzekeraar eenrichtingsverkeer verkiest boven de dialoog, is het voor de huisarts een probleem om de inhoud van de zorg en de financiering op een adequate manier te regelen. Maar gelukkig is het mede in het belang van de verzekeraar zelf om zo mogelijk op één lijn met de huisartsen te komen.”

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

33


Uitgesproken

FRIS, LICHT EN NIEUW Tekst Mérie van der Rijt Fotografie Erik Kottier

De praktijk van huisarts Erwin de Heer is sinds oktober 2010 gevestigd in het nieuwe Zorgpunt Zuidplas in Nieuwerkerk aan den IJssel. Het centrum herbergt de huis­artsen­praktijk met ruim 5.000 patiënten, een fysiotherapiepraktijk, een diëtiste, een mensen­dieck­therapeut, een psycholoog en een medisch laboratorium.

34

H

uisarts Erwin de Heer vindt de kleinschaligheid van het multidisciplinaire centrum Zorgpunt Zuidplas belangrijk. “Ik wil de patiënten blijven kennen.” Tot oktober 2010 had Erwin de Heer een praktijk met huisarts Rob Duiverman op IJslandsmos 5. Op nummer 4 was een fysiotherapie­praktijk gevestigd. Huisarts Duiverman ging met pensioen, net als de tandarts die zijn praktijk had op IJslandsmos 3. Dit was een mooie kans voor De Heer om de panden IJslandsmos 3 en 4 te re­noveren en samen te voegen tot het nieuwe Zorgpunt Zuidplas. Hier zijn onder meer aparte spreekkamers voor De Heer en de twee waarnemende huisartsen van de praktijk. Het oogt er fris, licht en nieuw. Elke spreekkamer heeft een hemelsblauwe

LHV | De Dokter Januari/februari 2011

wand, een oranje vloer en een gordijn om het onderzoeksgedeelte van de spreekkamer te scheiden. “In het vorige pand had ik wel een aparte onderzoekskamer, maar er waren dagen dat ik er het licht niet eens aandeed. Mijn nieuwe spreekkamer is trouwens ook anders ingericht dan mijn vorige. Nu heb ik een bureau met een ronding zodat ik ook achter de computer de patiënt gemakkelijk kan aankijken.” In de spreekkamer van De Heer staan twee beelden die hij kreeg van de aannemer en van zijn zus Cathy. Verder hangt er een kunstwerk van zijn negenjarige dochter Nienke. De Heer is niet van plan zijn kamer vol te zetten met fotolijstjes. “Ik heb er geen behoefte aan mijn privéleven te showen in mijn spreekkamer. Bovendien weten patiënten in een klein dorp toch al veel van je”, lacht hij.


Voorkom voetproblemen! OKTOBER 2010

Vraag de pedicure

Wat doet een pedicure?

De pedicure verzorgt de voeten van mensen met allerlei voetproblemen. In de behandeling verzorgt zij de nagels en verwijdert eelt en -indien aanwezig- likdoorns. Voorafgaand aan de behandeling voert de pedicure een voetonderzoek uit en maakt zo nodig blauwdrukken. Kijk op www.provoet.nl voor een gediplomeerde pedicure bij u in de buurt.

KwaliteitsRegister voor Pedicures

De pedicure geregistreerd in het KwaliteitsRegister voor Pedicures (KRP), behandelt mensen met specifieke voetklachten en/of zorg vanwege diabetes, reuma, problematische nagels en/of spasmen. In het KwaliteitsRegister voor Pedicures worden de kwaliteiten van deze groep pedicures weergegeven. Zij beschikken over relevante kennis en werken volgens hygiĂŤnische richtlijnen. Deze pedicures vindt u op:

www.kwaliteitsregisterpedicures.nl

Het KwaliteitsRegister wordt ondersteund door:


The Power Onbrez sustainable

of 1dd

W NIEBU IJ

De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator

Info en gebruiksinstructies: zie ‘SmPC’

1010ONB9296

COPD

De Dokter 3  

Ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you